Eindrapport 'Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften'
Maatregelen verkeersveiligheid
Brief regering
Nummer: 2026D04089, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-01-29 13:36, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
- Eindrapport 'Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften'
- Beslisnota bij Kamerbrief over eindrapport 'Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften'
Onderdeel van kamerstukdossier 29398 -1200 Maatregelen verkeersveiligheid.
Onderdeel van zaak 2026Z01728:
- Indiener: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-02-11 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Hierbij bied ik uw Kamer het onderzoeksrapport ‘Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften’ aan. Dit onderzoek is verricht door de DSP-groep in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
Dit onderzoek is uitgevoerd tegen de achtergrond dat op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) jaarlijks circa 8 miljoen verkeersovertredingen verwerkt worden. Deze wet is in 1990 in werking getreden en is met dit onderzoek voor het eerst integraal geëvalueerd.
Het onderzoek heeft zich gericht op de vragen of de doelstelling van de Wahv behaald wordt, of het aanbeveling verdient om de Wahv of de toepassing daarvan te wijzigen en hoe de afdoening op grond van de Wahv zich tot afdoening door middel van een strafbeschikking of bestuurlijke boete verhoudt.
Uit het onderzoek blijkt dat het stelsel van de Wahv robuust en effectief functioneert voor het doel waarvoor het ooit is ontworpen, namelijk het realiseren van een efficiëntere, snellere en effectievere afdoening van veelvoorkomende lichte verkeersovertredingen. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat het succes schuilt in de combinatie van standaardisatie, automatisering en een in beginsel adequate vorm van rechtsbescherming. De Wahv heeft de massale instroom van lichte verkeersovertredingen op een efficiënte en voorspelbare manier weten af te handelen, waardoor de strafrechtketen aanzienlijk is ontlast en de inning van boetes op een hoog niveau is gebracht. In het onderzoek wordt ook opgemerkt dat het CJIB de afgelopen jaren meer ruimte heeft gekregen voor het in acht nemen van de menselijke maat bij de inning. Tegelijkertijd worden in het onderzoek knelpunten gesignaleerd. De hoogte van de boetes en de verhogingen bij niet-tijdige betaling zijn twee aandachtspunten waarvoor het onderzoek een aanbeveling doet. Iets waarover met uw Kamer ook eerder gesproken is.
Aangezien het onderzoek omvangrijk is, vraagt het enige tijd om de conclusies en aanbevelingen uit het rapport van een reactie te kunnen voorzien. Het is mijn intentie om uw Kamer in september van een inhoudelijke beleidsreactie te voorzien.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Foort van Oosten