[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Online fraude (CD 17/12) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D04102, datum: 2026-01-28, bijgewerkt: 2026-01-29 10:07, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Onlinefraude

Onlinefraude

Aan de orde is het tweeminutendebat Onlinefraude (CD d.d. 17/12).

De voorzitter:
Dan is aan de orde het tweeminutendebat Onlinefraude. Daarvoor heet ik de minister van Justitie en Veiligheid van harte welkom aan de zijde van het kabinet. Ik geef het woord aan mevrouw Mutluer als eerste spreker van de zijde van de Kamer, namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. We gaan het zo meteen bij de begroting natuurlijk uitgebreid hebben over criminaliteitsbestrijding. Onlinefraude zal daar geheid in terugkomen. Desondanks dien ik, om recht te doen aan het rondetafelgesprek dat we hebben gehad en aan de 2,4 miljoen mensen die hiermee van doen hebben, de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat slachtoffers van onlinefraude te maken hebben met een versnipperd meldpuntenlandschap en dat de huidige aanpak grotendeels berust op vrijwillige samenwerking van private partijen;

verzoekt de regering:

  • expliciet uit te werken hoe kan worden toegewerkt naar één centraal meld- en registratiepunt voor onlinefraude;

  • daarbij tevens mee te nemen welke wettelijke verplichtingsscenario's voor banken, telecombedrijven en onlineplatforms mogelijk zijn, inclusief de consequenties van niets doen, en de Kamer hierover dit jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mutluer.

Zij krijgt nr. 496 (29911).

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik zat even goed te luisteren. We hebben juist een integraal plan van aanpak voor onlinefraude. Dat is per definitie publiek-privaat. Welke verplichtingen zouden de private partijen die mevrouw Mutluer noemt, hebben? Gaat het om een verplichting om te melden of om te voorkomen dat er fraude wordt gepleegd? Kan zij daar iets meer over zeggen? Dit is namelijk wel heel breed.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij was het mevrouw Michon-Derkzen die tijdens het debat refereerde aan landen als het Verenigd Koninkrijk en Australië, waar verplichtingen voor banken en telecombedrijven veel nadrukkelijker aanwezig zijn dan bij ons. Je kan het zo breed maken als je wilt: gaat het alleen om melden of ook om voorkomen? Ik denk dat dat beide kan en daarom verzoek ik deze minister om de scenario's uit te werken. Het moet natuurlijk wél binnen de kaders van onze wet- en regelgeving. Ik snap dat we veel vragen, maar ik vind 2,4 miljoen slachtoffers van onlinefraude ook veel. Ik vind dat er wat dat betreft ook een verantwoordelijkheid rust op banken, onlineplatforms en telecombedrijven. Ik hoop dus dat de minister die scenario's à la Verenigd Koninkrijk en Australië kan uitwerken.

De voorzitter:
U vervolgt.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik wil ook een toezegging. We hebben het in het debat ook gehad over gegevensdeling. Dat is supergevoelig. Ik vind dat je daar de Autoriteit Persoonsgegevens zeker bij moet blijven betrekken. Ik vond het echter wel een interessant idee om een pilot te lanceren, om experimenteerruimte, sandboxes, voor gegevensdeling te zoeken. Ik ben heel erg benieuwd of de minister ons daar zo snel mogelijk over kan informeren. Wat is er wel en niet mogelijk, uiteraard de Autoriteit Persoonsgegevens daarbij betrekkend? Ik kijk daar heel erg naar uit, want ik denk dat dit een heel belangrijk punt wordt voor de komende periode.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Mutluer. Het woord is aan mevrouw Straatman voor haar inbreng namens het CDA.

Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Later vandaag, bij de begroting JenV, zal ik spreken over het belang van voldoende middelen, capaciteit en kennis voor de aanpak van onlinevormen van criminaliteit. Een onderdeel daarvan is dat het CDA samen met GroenLinks-Partij van de Arbeid en andere partijen komt met een amendement op de begroting om de bezuinigingen bij de Fraudehelpdesk terug te draaien voor 2026. Maar in plaats van incidenteel pleisters te plakken, zoek je natuurlijk liever naar een structurele inbedding van de aanpak van onlinefraude. Het CDA kijkt daarom met grote interesse uit naar de resultaten van het onderzoek naar de fraudehub, dat afgelopen zomer is aangekondigd.

Tijdens het commissiedebat is uitvoerig gesproken over het belang van goede gegevensdeling tussen publieke en private partners en over de knelpunten die er nog zijn, waar mevrouw Mutluer net ook over sprak. De minister heeft aangegeven dat er binnen de bestaande regelgeving meer kan dan vaak wordt gedacht. Hij heeft toegezegd de Kamer hierover structureel te informeren in de voortgangsrapportage. Mijn vraag aan de minister gaat over de handelingsverlegenheid. Kan de minister toezeggen dat hij de Kamer uiterlijk voor de zomer van 2026 en gelijktijdig met de resultaten van het onderzoek naar de fraudehub ook informeert over een aanpak om AVG-gerelateerde handelingsverlegenheid weg te nemen?

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. Ik schors een ogenblik voor de appreciatie van de ingediende motie.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Van Oosten:
Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Mutluer vraagt in haar motie op stuk nr. 496 om ook scenario's uit te werken ten aanzien van een mogelijke wettelijke context. Ik wil die motie oordeel Kamer geven, maar ik wijs uw Kamer wel op het volgende. U zegt nu dat het in de loop van '26 mag verschijnen. Ik heb echt wat meer tijd nodig dan ik in het commissiedebat met u heb gewisseld voor het in kaart brengen van hoe de publiek-private samenwerking in de vorm van een fraudecentrum of een fraudehub, of geef het een term, ook aan de hand van het buitenland theoretisch kan worden georganiseerd voor Nederland. Daar wijs ik u dus op. Als ik dat in één bulk ga doen, wat ik op zichzelf wil doen, heb ik meer tijd nodig. Als uw Kamer dat akkoord vindt, wil ik dat zeker oppakken. Dat voor wat betreft de motie.

Mevrouw Mutluer had ook een vraag — die pak ik dan gelijk even mee — over de experimenteerruimte. Daarvan heb ik al toegezegd dat ik voor de zomer een terugkoppeling zal geven. Ik weet even niet of ik dat in de reguliere halfjaarbrief doe of dat ik een andere brief op dit punt had toegezegd, maar dat gaat gebeuren.

Daarin neem ik ook de vraag van mevrouw Straatman mee. Ik vind dat daar meer over te zeggen valt dan alleen maar een toezegging, of het niet willen doen van een toezegging, over het vraagstuk hoe bedrijven ermee om kunnen gaan, want het handelingsverlegenheidsvraagstuk vergt echt wat meer aandacht. Ik ga dat dus niet zomaar toezeggen, zeg ik nu tegen mevrouw Straatman, maar ik zeg wel toe dat ik erop terug ga komen. Dan kunnen we daar met elkaar over discussiëren.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Zolang de urgentie er maar op blijft, want de formerende partijen hebben al gezegd dat ze eruit zijn en voor je het weet, heb je een nieuwe minister en gaat dit letterlijk verzanden. Ik wil dus wel de concrete toezegging: met urgentie, zo snel als mogelijk. Ik snap de zorgvuldigheid die deze minister of de komende minister in acht wenst te nemen, maar het moet wel gebeuren.

Minister Van Oosten:
De toezegging blijft gewoon staan. U krijgt dus ook dit jaar het antwoord daarop, als uw Kamer daar tenminste in meerderheid mee instemt, want er is oordeel Kamer gegeven. Maar ik zeg u wel dat het meer tijd neemt, omdat dus de uitwerking van die wettelijke scenario's erbij moet worden genomen, dan wanneer je ervoor zou kiezen dat later te doen. Die opmerking heb ik gemaakt.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording?

Minister Van Oosten:
Ja.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat Onlinefraude.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende motie zal aanstaande dinsdag worden gestemd.