Verkenning wettelijk verplichten stagevergoedingen
Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D04135, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-01-29 13:39, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Beslisnota bij Kamerbrief Verkenning wettelijk verplichten stagevergoedingen
- Ambtelijke verkenning wettelijk verplichte stagevergoedingen
Onderdeel van kamerstukdossier 31288 -1231 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z01754:
- Indiener: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-02-05 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 29 januari 2026 |
|---|---|
| Betreft | Verkenning wettelijk verplichten stagevergoedingen |
Stages zijn voor veel mbo-, hbo- en wo-studenten een essentieel onderdeel van
Hoger Onderwijs en Studiefinanciering Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon |
Onze referentie 55399499 |
| Bijlagen |
hun opleiding. Ik vind dat iedere student daarvoor een passende stagevergoeding verdient. Helaas krijgt nog lang niet elke stagiair een stagevergoeding en zijn de verschillen tussen stagiairs groot. Uit de nieuwste cijfers van CBS1 blijkt dat in maart 2025 43% van de mbo-studenten met een stage een stagevergoeding ontvangt ten opzichte van 42% in maart 2024.2 Deze minimale stijging van 1 procentpunt vind ik teleurstellend.
Ik heb verkend welke mogelijkheden er zijn om een minimum stagevergoeding wettelijk te verplichten voor stages in het onderwijs.3 4 Conform de toezegging is daarbij gekeken naar zowel mbo-, hbo- en wo-studenten, en naar het effect op het aanbod van stages. Ook is gekeken naar de mogelijkheden voor een recht op stagevergoedingen en de mogelijkheid om te differentiëren. Daarnaast zijn conform de motie Paternotte de mogelijkheden voor een publiek-privaat fonds uiteengezet.5 De resultaten van die ambtelijke verkenning vindt uw Kamer in de bijlage van deze brief. In deze brief ga ik in op mijn reactie en voornemens voor het vervolg.
Verkenning
De ambtelijke verkenning maakt inzichtelijk dat het wettelijk verplichten van stagevergoedingen mogelijk is, maar dat het een aantal wezenlijke dilemma’s met zich meebrengt. Bijvoorbeeld als het gaat om het waarborgen van gelijke behandeling en mogelijke interferentie met het arbeidsrecht. Dit zijn belangrijke aandachtspunten bij de verdere uitwerking. In de verkenning is toegelicht wat de mogelijkheden en beperkingen zijn om stagevergoedingen wettelijk te verplichten binnen drie verschillende wetgevingsopties, te weten onderwijswetgeving, het toevoegen van een nieuwe titel in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek6 en een nieuwe, zelfstandige wet.
De keuze voor wetgeving als instrument, de invulling ervan en in welke wet het vervolgens het beste kan landen is afhankelijk van verschillende factoren. Het is daarbij met name belangrijk welk doel met een stagevergoeding wordt nagestreefd. In de ambtelijke verkenning worden meerdere doelstellingen beschreven die in het publieke debat naar voren zijn gekomen: zoals een stagevergoeding met als doel het uiten van waardering (1); het bieden van beloning voor geleverde inzet (2) of als tegemoetkoming bij gemist inkomen (3). Voor nadere uitwerking van wetgeving maakt het een wezenlijk verschil welke doelstelling wordt gekozen.
Ik zie stagevergoedingen hoofdzakelijk als een middel van het stagebedrijf om waardering te uiten voor diens stagiair. Dat sluit ook aan bij de leerervaring die een stagiair zou moeten opdoen tijdens de stage, waarbij deze leert wat het inhoudt mee te draaien in een werksetting. Onderwijs draait naast kwalificatie immers ook om socialisatie en persoonsvorming. Stagiairs leren zo naast beroepsinhoudelijke vaardigheden ook belangrijke vaardigheden waar ze later in hun werkzame leven profijt van hebben. Voorbeelden hiervan zijn het belang van op tijd komen, dat mensen op je rekenen en dat je een vergoeding krijgt als waardering. Wanneer teveel nadruk wordt gelegd op beloning van stagiairs voor hun geleverde inzet, dan bestaat het risico dat het lerende element van een stage naar de achtergrond verschuift en juridisch mogelijk sprake is van een arbeidsverhouding tussen stagiair en leerbedrijf. Ten aanzien van het derven van inkomen geldt dat elke student in principe een voltijdsstudiebelasting heeft, ongeacht of iemand stage loopt of onderwijs volgt; het compenseren van uitsluitend stagiairs hiervoor roept vragen op over gelijke behandeling. Een stage kan er wel voor zorgen dat studenten minder flexibel zijn om naast hun studie te werken, maar dat zal ook in andere situaties voorkomen.
In de ambtelijke verkenning wordt uiteengezet dat op basis van bovengenoemd doel invulling moet worden gegeven aan de reikwijdte, de inrichting, de verplichting tot uitkering en het waarborgen van naleving. Op basis van de verkenning geef ik op enkele onderdelen al richting voor het vervolg. De andere onderdelen kunnen op basis van deze richting verder worden uitgewerkt in een brief over de contouren van een wetsvoorstel, die ik voor de zomer van 2026 naar de Kamer zal sturen.
Reikwijdte en inrichting
Allereerst dient te worden bepaald wie er recht zouden moeten hebben op een stagevergoeding. Er zijn veel verschillende soorten stages, waaronder ook stages die buiten het onderwijs worden gelopen. Wat mij betreft is het vanzelfsprekend dat we ons in ieder geval richten op studenten die vanuit hun opleiding verplicht een stage moeten lopen. Hun stage wordt gezien als onmisbaar onderdeel van de opleiding en ik vind het van belang dat zij in staat worden gesteld om de gehele leerervaring van een stage, waar een stagevergoeding bij hoort, mee te maken. Anderzijds vind ik er ook iets voor te zeggen dat ook stagiairs die stage lopen als keuze-onderdeel van hun opleidingscurriculum recht hebben op zo’n leerervaring en dus op een stagevergoeding. Richting de contouren van een wetsvoorstel zal ik deze twee opties verder uitwerken, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met het beginsel van gelijke behandeling en de uitvoeringsconsequenties.
Voor wat betreft de inrichting van de wet is de keuze aan de orde of er enkel een recht op vergoeding geregeld moet worden of dat er een minimumbedrag in de wet wordt opgenomen. Vervolgens is er bij een minimumbedrag de keuze om wel of niet te differentiëren in bedragen. Ik vind het belangrijk dat een wet leidt tot meer gelijkheid tussen studenten en een minimumbedrag ligt dan dus voor de hand. Wel zie ik ook risico’s bij het hanteren van een minimumbedrag als het gaat om het aanbod van stages. Stagebedrijven zijn mogelijk niet in staat of welwillend om de vergoeding te betalen waardoor het aantal beschikbare stageplekken zou kunnen afnemen. Ook bestaat het risico dat stagebedrijven alleen het minimumbedrag uitkeren, terwijl ze voorheen misschien een hogere stagevergoeding betaalden. Richting de contouren van het wetsvoorstel ga ik de inrichting daarom verder uitwerken. Dat doe ik in nauw contact met werkgevers, de onderwijskoepels en studentenorganisaties.
Verplichting voor uitkering en waarborgen van naleving
Naast de reikwijdte en inrichting moet tevens een keuze worden gemaakt over wie de stagevergoeding dient te betalen. Gelet op de doelstelling is het logisch dat het stagebedrijf zorg draagt voor de uitkering van een stagevergoeding. Het belang van waardering zit met name in de relatie tussen de stagiair en het stagebedrijf, en een stagebedrijf kan een vergoeding inzetten als een middel om stagiairs aan zich te binden. Een verplichting zal kosten met zich meebrengen voor werkgevers.
Het is belangrijk dat stagebedrijven deze verplichting ook nakomen. Het is voor een student een grote drempel om voor zichzelf op te komen als een stagebedrijf geen vergoeding biedt. Ik zie hier een belangrijke rol voor de onderwijsinstelling om naast de student te staan en de student te ondersteunen. De rollen en taken van onderwijsinstellingen rondom stages zijn momenteel nog niet altijd expliciet gemaakt of opgenomen in de wet. Ik neem deze mogelijke rol van de onderwijsinstelling om te ondersteunen in het waarborgen van naleving daarom ook mee in het vervolg van de verkenning en heb daarbij ook aandacht voor de uitvoeringsknelpunten voor de instellingen. Daarnaast zou de stagiair bij een geschil naar de civiele rechter kunnen, maar dat is vaak een grote stap. Een mogelijkheid is ook om een toezichthoudend orgaan te betrekken om toezicht te houden op naleving van een verplichte stagevergoeding. Toezicht is echter uitvoeringstechnisch zeer complex. Vanwege de huidige schaarse toezichtscapaciteit zal het toezicht bijvoorbeeld risicogericht moeten worden vormgegeven. Dit zal niet direct een oplossing bieden voor de individuele student die geen vergoeding ontvangt. Voor het vervolg kijk ik hoe we de van naleving van de wetgeving het beste kunnen waarborgen en neem ik daarin ook de rol van de onderwijsinstelling mee om de student te ondersteunen.
Verwachte effect op aanbod van stageplekken en motie Paternotte (fonds)
Op voorhand blijkt het niet mogelijk om te voorspellen in hoeverre een wettelijk verplichte stagevergoeding leidt tot een effect op het aanbod van stageplekken. Voor een aantal groepen wordt wel een daling verwacht, bijvoorbeeld in bepaalde sectoren, bij kleine bedrijven en zelfstandigen en bij stages voor jongerejaars studenten in het bijzonder mbo-studenten van de entree-opleiding en mbo-2. In de verkenning wordt toegelicht hoe een subsidieregeling stagebedrijven financieel kan ondersteunen zoals met een ‘publiek-privaat fonds’ wordt beoogd. De mogelijkheden voor een dergelijke regeling en de verschillende afbakeningen zijn in de verkenning uiteengezet. Een regeling kan stagebedrijven ondersteunen en ervoor zorgen dat studenten niet zonder stageplek komen te zitten. Er is bij een regeling echter een risico op onbedoeld gebruik van bedrijven die eigenlijk geen ondersteuning nodig hebben. Op dit moment zijn er geen middelen beschikbaar voor een subsidieregeling. Bij de stap naar wetgeving moet gekeken worden waar specifieke problemen ontstaan voor werkgevers of specifieke groepen studenten en hoe dit voorkomen kan worden. Wat mij betreft staat het overigens buiten kijf dat ieder stagebedrijf dat een stagiair begeleidt ook een stagevergoeding dient te betalen. In dat geval zou een subsidieregeling overbodig zijn.
Lopende acties
De afgelopen periode is ook direct ingezet op het verbeteren van de omstandigheden voor stagiairs. Zo ben ik in het kader van stagevergoedingen bij de start van cao-onderhandelingen in gesprek gegaan met de sociale partners van de publieke sectoren om aandacht te vragen voor vastlegging van minimum stagevergoedingen in cao’s, conform de toezegging aan de Tweede Kamer.7 Het is namelijk belangrijk om onverminderd aandacht te blijven vragen voor afspraken in cao’s, zodat deze studenten nu al een stagevergoeding gaan ontvangen. Een belangrijke stap is dat er nu ook afspraken gemaakt zijn in de cao primair onderwijs over stagevergoedingen, zodat studenten die in het onderwijs stagelopen een vergoeding ontvangen.
Stageovereenkomsten kunnen ook een belangrijke rol spelen bij het borgen van goede omstandigheden op de stage. Het sluiten van een stageovereenkomst is belangrijk om voorafgaand aan de stage afspraken te maken over de rechten en plichten van de student, het stagebedrijf en eventueel de onderwijsinstelling. Dit is ook het moment voor studenten om de stagevergoeding met het stagebedrijf te bespreken. Zoals toegezegd aan uw Kamer heb ik het belang van stageovereenkomsten onder de aandacht gebracht van betrokkenen.8 Voor het mbo is een beroepspraktijkvormingsovereenkomst tussen student, stagebedrijf en onderwijsinstelling verplicht.9 Om stagevergoedingen te stimuleren heeft de MBO Raad in het servicedocument praktijkovereenkomst een voorbeeld stageovereenkomst opgenomen voor student en stagebedrijf over stagevergoedingen. Deze kunnen scholen gebruiken om het stagebedrijf op te roepen om een stagevergoeding te bieden en daar afspraken over te maken met de student. Ook voor het hbo en wo heb ik het belang van de stageovereenkomst nadrukkelijk onder de aandacht gebracht van de betrokkenen. UNL heeft reeds afspraken gemaakt met universiteiten over het gebruiken van dezelfde stageovereenkomst.10 Zij zullen de overeenkomst en het gebruik daarvan de komende tijd evalueren. In het hbo hebben de VH en werkgeversorganisatie VNO-NCW onlangs in de landelijke stagecode voor het hoger beroepsonderwijs afgesproken dat er bij iedere stage een individueel opleidingsplan en een stageovereenkomst is.11 Het is goed om te zien dat deze partijen hun verantwoordelijkheid pakken en actief bijdragen aan het verbeteren van stages. Ik blijf de ontwikkelingen nauwgezet volgen.
Afsluiting
Ik ben blij dat er mogelijkheden blijken te zijn om stagevergoedingen wettelijk te verplichten. Wel laat de ambtelijke verkenning ook zien dat er wezenlijke dilemma’s zijn die zorgvuldig uitgewerkt dienen te worden. De komende periode werk ik verder aan het uitwerken van wettelijke mogelijkheden richting de contouren van een wetsvoorstel en neem ik deze dilemma’s mee. In de tussentijd blijf ik in gesprek met sociale partners om hen op hun verantwoordelijkheid te blijven wijzen, zodat zoveel mogelijk studenten nu al een stagevergoeding krijgen. Voor de zomer informeer ik uw Kamer over de contouren van een wetsvoorstel.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gouke Moes
De cijfers over het aantal gemaakte cao-afspraken over stagevergoedingen in 2025 van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn nog niet beschikbaar. In de brief over de contouren ga ik in op de monitoringscijfers van CBS en SZW over stagevergoedingen.↩︎
Stages en banen van studenten in het mbo en ho op detailniveau, 2023/’24 | CBS, voor het hbo en wo zijn dezelfde cijfers niet beschikbaar via het CBS. Uit eerder enquêteonderzoek van ResearchNed (2023) bleek dat 75% van studenten in het hbo met een stage een vergoeding ontving. Voor het wo was dit 65% van de studenten met een verplichte stage en 91% van de studenten met een facultatieve stage.↩︎
Toezegging commissiedebat stages in het mbo, hbo en wo, en aansluiting op de arbeidsmarkt, 2 april 2025, TZ202504-014↩︎
Toezegging commissiedebat Mentale gezondheid scholieren en studenten, 14 mei 2025, TZ202505-040↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 31524, nr. 645↩︎
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bevat een verzameling aan regels van diverse bijzondere overeenkomsten, zoals de arbeidsovereenkomst of de overeenkomst van opdracht. Met een wetswijziging zou de regulering van de stageovereenkomst daaraan kunnen worden toegevoegd.↩︎
Toezegging commissiedebat stages in het mbo, hbo en wo, en aansluiting op de arbeidsmarkt, 2 april 2025, Nummer:TZ202504-015↩︎
Toezegging commissiedebat stages in het mbo, hbo en wo, en aansluiting op de arbeidsmarkt, 2 april 2025, Nummer:TZ202504-016↩︎
Alle overeenkomsten worden door de onderwijsinstellingen geregistreerd bij DUO.↩︎
Stageovereenkomst universiteiten | Universiteiten van Nederland↩︎
Vereniging Hogescholen | Opleiders en werkgevers sluiten stagecode af voor het hbo↩︎