Begroting Justitie en Veiligheid (36800-VI) 1e TK (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D04146, datum: 2026-01-28, bijgewerkt: 2026-01-29 10:59, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-28 10:55: Begroting Justitie en Veiligheid (36800-VI) 1e TK (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begroting Justitie en Veiligheid 2026
Begroting Justitie en Veiligheid 2026
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (36800-VI).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting van Justitie en
Veiligheid. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid, die al in
ons midden verkeerde, opnieuw van harte welkom en ik heet ook de
staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, die zich aansluit in vak-K,
welkom. We hebben negentien sprekers van de zijde van de Kamer. Het is
een heuglijke dag, want er zijn maar liefst drie maidenspeeches: van
mevrouw Abdi, mevrouw Straatman en mevrouw Schilder. Dat belooft dus
heel wat voor vandaag, maar voordat we gaan luisteren naar de eerste
spreker van de zijde van de Kamer, is het woord aan de heer Ellian, die
samen met mevrouw Mutluer als rapporteur fungeerde op deze begroting.
Zij zullen gezamenlijk een verslag uitbrengen, hetgeen u vanzelfsprekend
kunt betrekken bij de behandeling van de begroting. Het woord is aan de
heer Ellian als rapporteur.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Dank dat de collega's ons deze mogelijkheid geven. De
vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft collega Mutluer en mij
benoemd als rapporteurs over de begroting van 2026. Namens de commissie
vragen wij in deze bijdrage aandacht voor de problemen in de
strafrechtketen, problemen waar wij als rapporteurs inmiddels al vier
jaar lang, denk ik, aandacht voor vragen. We bespreken dit onderwerp dus
niet voor het eerst.
Drie jaar geleden voerde de Kamer de parlementaire verkenning Prestaties
in de Strafrechtketen uit. Daarop volgden scherpe conclusies en
aanbevelingen in de Kamerbreed gesteunde motie-Ellian c.s. om de
knelpunten in de vastgelopen strafrechtketen te doorbreken. Het kabinet
beloofde beterschap, maar het oordeel van de Algemene Rekenkamer was
vorig jaar bij de jaarverantwoording zeer kritisch. Met de motie-Mutluer
c.s. verbond de Kamer voorwaarden aan de dechargeverlening over het
jaarverslag, vanwege vele onvolkomenheden. Dat gebeurde niet
lichtvoetig, want voorwaardelijke dechargeverlening is een zwaar middel.
Maar het gaat ook echt ergens om. Lange doorlooptijden ondermijnen het
strafrecht. Criminelen lopen vrij rond, slachtoffers zijn de dupe en
ondertussen nemen de uitgaven in de strafrechtketen alleen maar toe:
tussen 2013 en 2024 van 9,7 miljard naar, let op, 14,8 miljard. En dat
terwijl er nog altijd capaciteitsproblemen zijn en de digitalisering nog
moet plaatsvinden.
Dan de modernisering van het Wetboek van Strafvordering, voorzitter. De
implementatiedatum staat op 2029, maar is dat echt realistisch, gezien
alle problemen in de keten? Ook het Openbaar Ministerie en de politie
hebben hier zelf twijfels bij. Wij vragen de minister dan ook: is deze
datum nog haalbaar, is er een alternatief scenario?
Tijdens het debat over de jaarverantwoording zagen we begrip en ernst
bij de minister over onze zorgen. Dat gaf ons vertrouwen dat er nu echt
wat ging gebeuren. En ja, verbeteringen zien we, bijvoorbeeld bij de
slachtofferrechten en foutieve tenaamstellingen, maar de beloftes over
de keten blijven ver achter. Op drie van de niet nagekomen beloftes gaan
wij hierna in: het plan van aanpak en de aanwijzingsbevoegdheid, het
kunnen volgen van een strafzaak door de hele keten en de
informatievoorziening aan de Kamer.
Voorzitter. De eerste belofte betreft de doorlooptijden en het inlopen
daarvan ten behoeve van slachtoffers. Waarom lukt het niet om inzicht te
geven in de ketenbrede doorlooptijden? Zijn de data er niet of mogen
data niet gekoppeld worden door wetstechnische knelpunten? Met de
motie-Mutluer c.s. riep de Kamer op desnoods nieuwe wetgeving te
ontwikkelen. De minister zou hierop terugkomen, maar dat is nooit
gebeurd. Wat nu?
De tweede belofte is het plan van aanpak en de aanwijzingsbevoegdheid.
Hoe staat het nu met de inzet hiervan? Wordt die serieus overwogen en,
zo nee, waarom niet? We begrijpen de complexiteit en benadrukken
nogmaals dat het gaat om aanwijzingen waarmee de minister niet op de
stoel van de ketenpartners gaat zitten, maar aanwijzingen met betrekking
tot de inhoud, de prioritering en de bedrijfsvoering. Denk bijvoorbeeld
aan het hanteren van standaarddefinities.
Voorzitter. De keten werkt alleen als dit soort aspecten ook aandacht
krijgen. Daarvoor is een overkoepelende instantie nodig die toezicht
houdt en doorzettingsmacht heeft. Deelt de minister dit? Kan de minister
scenario's uitwerken over de manier waarop de aanwijzingsbevoegdheid kan
worden ingezet?
Mijn collega Mutluer doet het laatste deel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ellian. Het woord is aan mevrouw Mutluer, als tweede
begrotingsrapporteur.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik wil graag nog even ingaan op een ander onderdeel:
de informatievoorziening aan de Kamer. Wij zouden een helder plan van
aanpak krijgen met hele duidelijke doelstellingen, maar wat we krijgen
is de zoveelste voortgangsbrief en een Factsheet strafrechtketenmonitor.
Het blijft gewoon een zoekplaatje en het is lastig om een meerjarig
beeld te krijgen. Het is niet duidelijk voor welk specifiek probleem de
afzonderlijke maatregelen een oplossing zijn en wanneer resultaten
bereikt moeten zijn. Ook missen we informatie over de digitalisering van
de strafrechtketen en de invoering van het nieuwe Wetboek van
Strafvordering. Daarnaast lezen we dat de doelstellingen naar beneden
zijn bijgesteld. Hoe kan de Kamer nou een goed beeld krijgen als de
normen tussentijds veranderen en dit niet duidelijk wordt vermeld? Kan
de minister deze punten meenemen in de volgende informatie aan de Kamer
en de informatievoorziening duidelijker, vollediger en meetbaarder
maken?
Ik rond af. Einstein zei ooit: "De definitie van waanzin is steeds
hetzelfde doen en dan een ander resultaat verwachten." Of, in gewoon
Nederlands: als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd
kreeg. Dat is precies het gevoel dat de commissie heeft bij de aanpak
van de strafrechtketen. De keten piept en kraakt. Doorlooptijden lopen
op, mensen haken af en de samenleving verliest het vertrouwen. Dat
vraagt om regie, om richting en om lef. Een cultuurverandering is
daarvoor dringend noodzakelijk. Anders is het wachten op het volgende
probleem. Daarom vragen we het volgende aan de bewindspersonen. Kan de
Kamer voor de zomer een echt deltaplan krijgen, met daarin de gevraagde
informatie, de scenario's voor de aanwijzingen en de informatie over het
kunnen volgen van een zaak voor de hele keten? Kunnen de bewindspersonen
aangeven hoe zij nu echt gaan zorgen voor een cultuurverandering, zodat
de keten de aandacht krijgt die hij verdient? Wij horen graag de reactie
van de bewindspersonen. Het is volgens mij een van de laatste keren dat
de heer Ellian en ik nu even de begroting samen doen, maar we laten het
graag aan andere collega's over om dat in de toekomst te doen. Ik sluit
niet uit dat wij straks met een motie komen.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Mutluer. Ik dank de rapporteurs voor het
uitgebrachte verslag.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Dan is nu het woord aan de heer Sneller als eerste spreker van de zijde
van de Kamer. Hij zal zijn inbreng leveren namens de fractie van D66 in
de eerste termijn van deze begrotingsbehandeling. U heeft het woord.
De heer Sneller (D66):
Dank, voorzitter. De beste uitvinding van de mens is niet het wiel, maar
de democratische rechtsstaat. Oftewel, een samenleving waarin mensen
gezamenlijk bepalen welke regels zij willen volgen en waarin degenen die
die wetten moeten handhaven en uitvoeren, zelf ook gebonden zijn aan die
regels. Het is de meest zekere bescherming tegen willekeur, tegen
eigenrichting en tegen het recht van de sterkste.
Voorzitter. Onze democratische rechtsstaat ontstond niet door een
eurekamoment. Het was geen geniale ingeving op een achternamiddag, maar
eeuwen- en eeuwenlang zwoegen. Twee stappen vooruit en weer eentje
terug. Nog steeds is onze rechtsstaat verre van volmaakt, maar laten we
ons goed realiseren dat onze rechtsstaat zoals we die vandaag in
Nederland kennen historisch gezien niet de norm is, maar de positieve
uitzondering. Niet alleen in onze geschiedenis is deze rechtsstaat
uitzonderlijk. Ook in onze eigen tijd zijn wij dat als Nederland. In
landen als Myanmar of Venezuela kunnen mensen daar slechts van dromen.
Sterker nog, slechts 6,6% van de wereldbevolking leeft in een
volwaardige democratie. 6,6%.
Toch gedragen we ons hier alsof wij die rechtsstaat voor lief nemen,
alsof het altijd zo zal blijven. Hoe kan het toch dat we iets wat zo
zeldzaam is, zo vanzelfsprekend zijn gaan vinden? Misschien komt het
doordat "de rechtsstaat" voor velen voelt als een vaag begrip, terwijl
het de basis is voor hele concrete zekerheden. Het betekent dat je als
inwoner een vergunning krijgt, omdat je daar volgens de regels recht op
hebt, niet omdat je voldoende bankbiljetten in een envelop hebt gestopt.
Het betekent dat je als burger een rechter of minister kunt
bekritiseren, zonder angst om 's nachts van je bed gelicht te worden.
Het betekent dat je als ondernemer een eerlijke kans maakt op een
overheidsopdracht, omdat je het beste product maakt voor de laagste
prijs, ook als je openlijk lid bent van een oppositiepartij. Zo'n
rechtsstaat is niet alleen rechtvaardig en een verdedigingsmuur voor
individuele vrijheden. Het is ook verstandig economisch beleid. Waar de
rechtsstaat afbrokkelt, verdwijnt de welvaart. Dan betaalt uiteindelijk
iedereen de prijs, behalve de inner circle van het regime.
Voorzitter. Net als elders staat onze rechtsstaat vandaag onder druk,
van binnenuit en van buitenaf. Van binnenuit vanuit de politiek, met
politici die lonken naar het staatsnoodrecht als quick fix voor hun
politieke problemen, alsof democratische waarborgen optioneel zijn.
Vanuit de georganiseerde misdaad, die advocaten intimideert, corrumpeert
of zelfs liquideert. Maar de pogingen om onze rechtsstaat te
ondergraven, komen ook van buiten, als directe acties of via
binnenlandse actoren. Steun voor radicaal rechts in Europa is nu de
officiële veiligheidsstrategie van Trump. Het online trollenleger van
Poetin toonde zich tijdens de campagne fan van Forum voor
Democratie.
Voorzitter. Onze rechtsstaat kan zichzelf moeilijk verdedigen tegen
dergelijke aanvallen. We kunnen het de hoeders van onze rechtsstaat, van
de politieagent tot de rechter, niet alleen laten opknappen. Daarom zijn
waakzame burgers en moedige politici nu keihard nodig. De rechtsstaat
vereist voortdurend onderhoud. Om in de woorden van John Morijn te
spreken: "We hebben een mooiweerrechtsstaat in Nederland, terwijl de
verwachtingen ronduit slecht zijn." Daarom moeten we onze rechtsstaat
weerbaarder maken, onder andere door de onafhankelijkheid van
instituties zoals het OM en de rechterlijke macht te vergroten. Richting
vak K zeg ik: de aangenomen Kamermoties daarover blijven veel te lang
liggen zonder dat er iets mee gebeurt.
Voorzitter. Een rechtsstaat die op papier bestaat, maar in de praktijk
niet werkt, verliest gezag. Een rechtsstaat zonder gezag is extra
kwetsbaar voor ondermijning. Dus is het onvoldoende om te zorgen dat de
wetten kloppen, maar moeten we er ook voor zorgen dat mensen hun rechten
daadwerkelijk kunnen uitoefenen. De rechtsstaat is alleen dan een
levende realiteit als de belofte wordt waargemaakt dat het sterkste
recht wint, in plaats van het recht van de sterkste. Ook dat klinkt
abstract, maar is voor veel mensen vandaag pijnlijk concreet: voor wie
verdwaalt in regels en procedures en daardoor zijn recht niet kan halen,
voor wie tegenover een overheid staat met veel meer middelen, meer tijd
en meer macht, voor journalisten en activisten die grote bedrijven met
intimiderende intenties tegenover zich vinden. Daar zullen we later dit
jaar bij de wetgeving over strategische rechtszaken tegen publieke
participatie nog explicieter op terugkomen.
Maar ik denk ook aan de mensen die onvoldoende toegang hebben tot de
rechter, omdat de kosten te hoog zijn of omdat zij geen sociaal advocaat
kunnen vinden, bijvoorbeeld in Noord-Nederland, waar het aantal sociaal
advocaten per inwoner zorgwekkend laag is. We mogen niet berusten in het
feit dat bijna negen op de tien Nederlanders vindt dat het voor sommige
mensen, vanwege de kosten, moeilijker is om een rechtszaak te beginnen
dan voor anderen. Het is goed dat het kabinet extra geld beschikbaar
stelde voor het Juridisch Loket, maar uit recent onderzoek blijkt dat de
maatschappelijke baten maar liefst drie tot vijf keer groter zijn dan de
uitgaven. Daarnaast trok het kabinet geld uit voor de sociale
advocatuur, naar aanleiding van de commissie-Van der Meer II, maar dat
is geen eindpunt. Daarom een aantal vragen. Welke concrete stappen zet
de staatssecretaris verder om de sociale advocatuur in heel Nederland
toekomstbestendig te maken? En welke vooruitgang boekt hij breder in
zijn begroting om laagdrempelige rechtshulp structureel te versterken?
Hoe staat het met de uitvoering van mijn motie om in de kwetsbare
gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid met
voorrang te werken aan de Huizen van het Recht, zoals in de inspirerende
initiatiefnota van collega Van Nispen destijds uiteen werd gezet? En
waar blijft de maatschappelijke kosten-batenanalyse — daar is ie weer —
die hierover is toegezegd?
Ook zou de overheid minder moeten procederen tegen haar eigen burgers,
een breed levend sentiment in deze Kamer. Maar toen ik op dit punt een
concrete doelstelling voorstelde, wilde het kabinet daar niets van
weten, dus is mijn vraag nu: hoe gaat het met deze ambitie? Wat mij
betreft moeten we al deze punten de komende jaren benutten voor een
omschakeling van het eindeloos experimenteren naar het verankeren van de
meest effectieve oplossingen, terwijl we ook het innovatief vermogen bij
conflictoplossing structureel versterken.
Voorzitter. De kern van mijn betoog is simpel: een rechtsstaat kan
alleen rekenen op vertrouwen als hij ook daadwerkelijk levert. Dat
betekent ook dat we geen gouden bergen moeten beloven als we het niet
kunnen waarmaken. Of concreet, zoals de voorzitter van het College van
procureurs-generaal treffend zei in een interview: "We moeten de
illusiepolitiek aan verwachtingen van het strafrecht bestrijden, hoeveel
extra miljarden of repressieve maatregelen je er ook tegenaan gooit."
Maar het betekent ook dat we wel moeten waarmaken wat we beloven.
Straffeloosheid vreet aan het vertrouwen in de rechtsstaat, en dus mogen
aangiftes niet tergend lang blijven liggen. En criminelen die door de
rechter veroordeeld zijn tot een celstraf moeten ook zo snel mogelijk de
gevangenis in. Want recht dat te laat komt is geen recht meer; justice
delayed is justice denied. Dat vraagt om slimmer en effectiever
straffen, waarbij ik samen met collega Straatman in ieder geval potentie
zie in de mogelijkheden van elektronische detentie en meer gebruikmaken
van taakstraffen. Dit draagt ook bij aan het voorkomen van criminaliteit
en herhaalcriminaliteit. Ook het werk van de reclassering heeft een
maatschappelijke meerwaarde die minimaal het dubbele bedraagt van elke
euro die eraan wordt besteed. Erkent de staatssecretaris die meerwaarde
ook?
Maar voorkomen van straffeloosheid betekent ook meer aandacht voor de
prestaties in de strafrechtketen. Daarom wil ik mijn grote dank
uitspreken aan de rapporteurs Mutluer en Ellian, die laten zien dat het
parlement wel degelijk vasthoudend kan zijn; een jarenlange samenwerking
tussen oppositie en coalitie, het heel politieke spectrum verenigend,
voorbij de waan van de dag. Ik ben zeer benieuwd naar de reactie van de
minister op hun inbreng. Meer sturing op de keten is noodzakelijk, maar
we moeten ook fundamenteler naar die keten kijken en streven naar minder
complexiteit, meer slagkracht, en soms meer politieke zelfbeheersing,
anders loopt het systeem in zichzelf vast tegen soms onzichtbare maar
uiteindelijk torenhoge kosten.
Voorzitter, tot slot. Waar geen toegang is tot de rechter, begint de
oorlog. Of eigenlijk "Ubi iudicia deficiunt, incipit bellum", de
uitdrukking van een van onze bekendste Nederlandse juristen, Hugo de
Groot, die levensgroot staat op de binnengevel van de Hoge Raad.
De voorzitter:
Ja, als u zo begint ... Maar daar komen ze hoor, naar de
interruptiemicrofoon. Aanstootgevend ...
De heer Sneller (D66):
De laatste alinea, voorzitter. De handhaving van het recht en toegang
tot het recht zijn een serieuze zaak. Daarom moeten we nú werk maken van
een democratische rechtsstaat waarin niet degenen met de diepste zakken
en de grootste mond of de meest meedogenlozen de dienst uitmaken, maar
mensen zelf.
De voorzitter:
De heer Van Dijk gaat vast om de vertaling vragen. De heer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik kwam niet naar voren vanwege de fraaie citaten. Nee, ik kwam naar
voren omdat de heer Sneller begon met een heel inhoudelijk betoog over
de rechtsstaat, en ik vind dat het gewoon waard om daarop te reageren.
Ik ben het over heel veel met hem eens. Maar tegelijkertijd leven we in
een democratische rechtsstaat, die ook een balans veronderstelt tussen
democratie en rechtsstaat, tussen stemlokaal en rechtszaal. De heer
Sneller kent de discussie. Ik denk aan het bekende boek
Diplomademocratie van de hoogleraren Bovens en Wille, geen
rechtspopulisten. Wil de heer Sneller ook reflecteren op het zoeken naar
de balans, dat je niet altijd tegen meerderheden, ook die van woke, kunt
zeggen: "ja, maar verdragen, ja, maar procedures, ja, maar wetten"? Ziet
hij daar een balans in, of niet?
De heer Sneller (D66):
Ja, ik zie daar zeker een balans in. Ik wou volgende week, tijdens de
begroting van Binnenlandse Zaken, met name op de democratische kant
focussen, maar de heer Van Dijk vraagt terecht naar de balans tussen die
twee. Ja, een meerderheid bepaalt in een democratie, en de bescherming
van minderheden hoort ook bij de democratische rechtsstaat. Dat hoef ik
de heer Van Dijk niet uit te leggen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Mijn vraag is nu korter: is die balans in orde? Het viel mij op, ook in
het betoog van de heer Sneller, dat D66 zich in het verleden heel erg
richtte op de invoering van het referendum om ook iets aan die balans te
doen. Dat horen we nu minder. Wat is daar de achtergrond van? Is hij,
kort gezegd, gerust op de huidige balans tussen stemlokaal en
rechtszaal?
De heer Sneller (D66):
De heer Van Dijk probeert hier een heel fundamentele discussie …
Volgende week zal ik wederom bepleiten dat het correctief bindend
referendum moet worden ingevoerd en dat ik hoop dat de SP dat door de
senaat zal krijgen. Dat is in tegenstelling tot de heer Van Dijk, dus
het is verwonderlijk dat hij daar specifiek naar vraagt. Ik denk dat er
aan de democratische kant heel veel moet gebeuren om de stem van mensen
en van kiezers, zowel die van afgehaakte kiezers als die van de kiezers
die wel opkomen, beter te vertalen in de samenstelling van de
volksvertegenwoordiging. Daar heb ik ook meerdere voorstellen voor
gedaan. Ook aan die kant hebben we dus heel veel werk te verrichten. De
balans is, wat mij betreft, beter of slechter getroffen afhankelijk van
het deelgebied waar je naar kijkt. Dat vraagt wel een specifieke
discussie, waar wij in de andere debatten ongetwijfeld aan toe zullen
komen.
De voorzitter:
Ik zal het aantal interrupties niet maximeren, maar ik stel wel voor om
ze maximaal in drievoud te doen en ze kort te houden. Dan kunnen we ook
een goed debat met elkaar voeren.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank aan collega Sneller voor een stevig betoog. Dat was eigenlijk een
betoog voor een hele goede strafrechtketen die aan alle fronten goed
functioneert, van de opsporing in het begin tot aan de reclassering. Ik
kan dat van harte ondersteunen. Daarom ook mijn vraag. We hebben in het
afgelopen jaar gezien dat de problemen met de ICT grote gevolgen hebben
voor de hele strafrechtketen. Ik denk met name aan het Openbaar
Ministerie. Is collega Sneller met mij van mening dat we, ondanks
mogelijke bezuinigingen die dreigen, op dit punt echt niks kunnen
toegeven, omdat de strafrechtketen het keihard nodig heeft dat we 'm
sterk houden?
De heer Sneller (D66):
Ik stond hier anderhalve maand geleden met de staatssecretaris, die de
minister verving, in het vragenuur om deze vraag te stellen. Toen was
het antwoord van de staatssecretaris: er is geen claim ontvangen van het
Openbaar Ministerie voor de ICT. Ik denk dat we in ieder geval moeten
zorgen dat we de ICT-problemen daar op een serieuze manier aanpakken en
dat geld daar ook niet voldoende voor is.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Goed om te horen. Ik las dat het Openbaar Ministerie zelf zegt dat het
voorlopig 80 miljoen nodig heeft om dit te regelen. Naar 2031 toe zal
dat nog meer zijn. Als onze strafrechtketen niet weerbaar is, dan kunnen
we van alles doen richting defensie — dat is ook echt belangrijk en dat
zal ik ook altijd steunen — maar onze interne weerbaarheid moet ook op
orde zijn. Is collega Sneller het met mij eens dat de minister
duidelijkheid moet geven over hoe hij dit voor zich ziet?
De heer Sneller (D66):
Mevrouw Bikker gaat mij hier niet vragen om allerlei cheques uit te
delen; dat is volgens mij ook niet haar intentie. Ik vind in ieder geval
dat de minister duidelijkheid moet geven over welke bedragen er naar
zijn inschatting voor nodig zouden zijn en welke mogelijkheden er zijn
om dat bedrag te vinden. Dat lijkt mij een heel nuttige bijdrage aan dit
debat.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mijn zorg is dat het een beetje schimmig blijft, dat we het niet helder
hebben in deze Justitiebegroting en dat we het dan pas op de stapel
hebben liggen voor de augustusbesluitvorming. Ik zou dus graag samen met
collega Sneller optrekken en de minister vragen helderheid te geven voor
de tweede termijn van de Kamer. Is het bedrag er? Wat is er nu nodig?
Dan kunnen we altijd kijken of er nog iets gefikst moet worden of dat
het voor mekaar is; dat zou natuurlijk heel goed nieuws zijn. Ik wil
niet dat we dit laten hangen. Collega Sneller zei namelijk een aantal
weken geleden al terecht dat dit niet onbeantwoord kan blijven.
De heer Sneller (D66):
Misschien mag ik daaraan toevoegen dat het ook ging om de nieuwe
e-strategie, zoals dat heet, de elektronische strategie. Hoe gaan we de
digitale kant van het Openbaar Ministerie, maar waarschijnlijk ook van
andere onderdelen van de strafrechtketen, beter organiseren? We kijken
namelijk wel heel vaak naar financiële oplossingen, terwijl het aantal
koppelingen met andere organisaties — die complexiteit dus — maar ook
het zelfstandig blijven van de ICT doordat die wordt georganiseerd door
onderdelen van de strafketen op basis van hun magistratelijkheid, in de
weg staan aan het goed organiseren daarvan, bijvoorbeeld door het bij
het shared service center onder te brengen om de ICT van de
Rijksoverheid meer geïntegreerd aan te pakken. We zien namelijk dat daar
grote kwetsbaarheden zitten.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is in dezelfde lijn. De heer Sneller beschouw ik in de Kamer
echt als een van de belangrijkste hoeders van de rechtsstaat. Hij zei
letterlijk dat het vertrouwen in die rechtsstaat ook afhankelijk is van
datgene wat geleverd wordt, in dit geval door de justitiële partners. Er
zullen de nodige investeringen moeten worden gedaan, want het piept en
kraakt. Welke investeringen zouden er, buiten de ICT om — daar heeft
meneer Sneller net antwoord op gegeven — nog moeten worden gedaan in de
strafrechtketen zodat er iets makkelijker, iets vloeiender, geleverd kan
worden?
De heer Sneller (D66):
Ik snap waar mevrouw Mutluer heen wil. Ik denk dat we allemaal hebben
gezien, zij als rapporteur en wij in de parlementaire verkenning, dat
het belangrijker is om ervoor te zorgen dat de keten beter gaat
functioneren om de effectiviteit te vergroten dan dat we er nou weer
honderden miljoenen extra in gaan stoppen. We hebben zelf gezien dat het
tekort aan rechters leidt tot hogere doorlooptijden, maar de
opleidingscapaciteit zit gewoon vol. Of je nou 100 miljoen, 200 miljoen
of een miljard bijplust, er komen niet meer rechters die nieuwe rechters
kunnen opleiden. Mijn pleidooi is dus om vooral te kijken naar de manier
waarop we kunnen zorgen dat de strafrechtketen beter functioneert. De
inzet van D66 kent mevrouw Mutluer nog uit de campagne.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Maar de heer Sneller kan ook niet uitsluiten dat er financiële middelen
voor de politie, het OM, de rechtspraak en de sociale advocatuur, die
hij net noemde, nodig zijn, aanvullend op kijken hoe ze samenwerken en
of dingen beter kunnen. Welke inspanningen kan ik van deze belangrijke
hoeder van de rechtsstaat, van de grootste formerende partij,
verwachten? Ik snap het, vrijdag weten we meer, maar wat kan ik van de
heer Sneller verwachten?
De heer Sneller (D66):
Dezelfde inzet als die van de afgelopen vijf jaar op deze portefeuille,
mevrouw Mutluer. Ik hoop dat u daar voldoende vertrouwen aan kunt
ontlenen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dan zie ik de amendementen van de heer Sneller op de begroting …
De heer Sneller (D66):
Het ging zo goed met …
De voorzitter:
Meneer Sneller, mevrouw Mutluer heeft het woord.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dan zie ik de amendementen van de heer Sneller op de begroting vol
vertrouwen tegemoet.
De heer Sneller (D66):
Het ging zo goed met de honing van mevrouw Mutluer, wilde ik zeggen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Die amendementen zien wij dan ook graag tegemoet.
Bedankt voor het betoog. Ik geloof dat mijn voorganger het ook weleens
heeft gezegd: als er geen toegang tot het recht is, blijft onrecht
bestaan. Ik denk dat hij dat gewoon in het Nederlands heeft gezegd en
niet in het Latijn, maar het is toch een mooi citaat van Michiel van
Nispen.
Ik heb een vraag over iets anders. We zien dat het gevangenispersoneel
staakt. De eis die zij hebben is natuurlijk wel ministerie-overstijgend,
maar …
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Zij verwachten van deze commissie ook antwoorden op hun eisen, zodat ze
hun werk goed en veilig kunnen blijven doen. Wat zegt D66 tegen deze
stakers?
De heer Sneller (D66):
Dat wij het probleem in het gevangeniswezen serieus moeten aanpakken en
dat daar structurele oplossingen voor nodig zijn. Ik hoop in ieder geval
dat het amendement van mijn hand, dat vorig voorjaar is aangenomen,
waardoor 75 miljoen extra beschikbaar kwam, daar deels aan tegemoet kan
komen, maar ook daarvoor geldt volgens mij dat er niet alleen extra geld
nodig is. We moeten ook de problemen en de manier waarop we dingen
organiseren beter aanpakken, bijvoorbeeld door het slimmer straffen, dat
ik noemde.
Mevrouw Dobbe (SP):
Daar ben ik het helemaal mee eens, maar zij verwachten nu natuurlijk wel
een duidelijk antwoord van de politiek. Zij staken omdat de beloning
niet meer in verhouding tot het werk staat. De gevangenissen lopen leeg,
omdat medewerkers bijvoorbeeld naar private beveiligingsbedrijven gaan.
U kent de problematiek. Ik denk dat wij de verantwoordelijkheid hebben
om een duidelijk antwoord te geven aan de stakers op de vraag of er
steun vanuit de Kamer is of niet. De SP steunt hun eisen. Doet D66 dat
ook?
De heer Sneller (D66):
Het personeel loopt vooral weg omdat de werkdruk enorm hoog wordt. Het
pleidooi voor meerpersoonscellen en een verdere stapeling — nou ja, ik
zal de pleidooien uit de vorige periode niet herhalen — maken het werk
extra onaantrekkelijk. Dus los van de salariseisen die er zijn — daar
hebben we in het verleden voldoende discussies over gehad — moet je er
ook voor zorgen dat het werken bij DJI aantrekkelijk is vanwege het werk
zelf. Mensen die in een penitentiaire inrichting gaan werken, willen
niet alleen maar iemand opsluiten; die willen ervoor zorgen dat die
mensen er uiteindelijk beter uit komen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ook daar ben ik het mee eens, maar de heer Sneller heeft dan wel mijn
vraag ontweken. In het verleden hebben wij — althans, mijn voorgangers —
het wel gehad over de beloning voor gevangenispersoneel. Die vraag ligt
nu natuurlijk wel heel specifiek op tafel omdat er wordt gestaakt in de
gevangenissen. Mijn vraag is dan dus nog steeds wat zij kunnen
verwachten van D66. Steunen zij de salariseis van deze bewakers die nu
staken dan ook?
De heer Sneller (D66):
Daarvoor zal mevrouw Dobbe toch inderdaad tot vrijdag moeten wachten. Ik
hoopte dat we de inhoudelijke kant verder konden behandelen, maar
daarvoor zal mevrouw Dobbe moeten wachten.
Mevrouw Abdi (GroenLinks-PvdA):
Ik heb eigenlijk dezelfde vraag aan de heer Sneller. Het klopt namelijk
wat mijn collega Dobbe zegt: er zijn nu stakingen gaande. Het klopt ook
dat de enige zekerheid die de gevangenismedewerkers hebben, is dat ze
collega's verliezen. Ze krijgen er geen collega's bij omdat de
omstandigheden zo slecht en zo uit verhouding zijn, dat het eigenlijk
ook niet aantrekkelijk is om te werken in het gevangeniswezen. Mijn
vraag aan u is: steunt u mijn voorstel om in ieder geval te kijken of we
de cao kunnen verbeteren naar omstandigheden die rechtdoen aan deze
gevangenismedewerkers?
De heer Sneller (D66):
Ik wil sowieso kijken naar de arbeidsomstandigheden. Ik denk dat
medewerkers bij DJI — we zullen daarover vandaag ook nog meer horen van
andere sprekers — vooral het perspectief willen dat het dan beter gaat
worden. In dat opzicht is dat ook een structureel perspectief op ervoor
zorgen dat het werk aantrekkelijker wordt. We moeten dat met z'n allen
bieden.
Mevrouw Abdi (GroenLinks-PvdA):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was concreet: steunt u
mijn voorstel? Ik heb een voorstel liggen om te kijken naar een aparte
cao en in ieder geval de regering te verzoeken daarover een gesprek te
beginnen. De huidige cao is eigenlijk niet toereikend voor de
gevangenismedewerkers.
De heer Sneller (D66):
Ik hoor op dat punt graag van het kabinet welke ruimte er is voor
maatwerk voor bepaalde sectoren. Je kunt ook niet elke rijksambtenaar
gaan afzonderen in een aparte cao. Dat is fijn voor de DJI-medewerkers;
dat snap ik. Het geeft vervolgens heel veel rotzooi aan de andere kant.
Ik geloof dat we gezamenlijk verantwoordelijkheid moeten nemen voor dat
geheel. De onderliggende zorgen deel ik.
De voorzitter:
Bent u daarmee gekomen aan het einde van uw inbreng?
De heer Sneller (D66):
Zeker, dank u wel.
De voorzitter:
Dat is het geval. Dan is het woord aan mevrouw Van der Werf, tevens als
spreker namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank u wel, voorzitter. We hebben het in deze Kamer vaak over grote
vormen van onveiligheid als terrorisme, oorlogsdreiging, georganiseerde
misdaad — en terecht. Maar we missen ook vaak de blik op waar het geweld
zich voor de meeste Nederlanders afspeelt: achter de voordeur of,
tegenwoordig, achter het scherm. Het zijn twee gevaren die vaak buiten
zicht zijn en blijven, en waarop politiek en instanties onvoldoende grip
hebben. Daar wil ik het vandaag graag over hebben.
Veiligheid stopt niet bij de voordeur. Huiselijk geweld, seksueel
misbruik en femicide spelen zich af op plekken waar we met z'n allen
moeilijk zicht op krijgen, maar onze verantwoordelijkheid is daar net zo
groot. Het is ongemakkelijk maar noodzakelijk om te erkennen dat de
aanpak hiervan al veel te lang tekortschiet. Dat is niet zo omdat we het
probleem niet kennen of omdat de signalen ontbreken, maar omdat de
systemen elkaar in de weg zitten. Verantwoordelijkheden worden
doorgeschoven en de overheid grijpt pas in als het al is
misgegaan.
Maar er zijn ook lichtpuntjes in dit dossier. Dit is nou zo'n onderwerp
waarop de Kamer laat zien hoe het wel kan. Het is een onderwerp waarin
links tot rechts zich verenigt en waarop er grote bereidheid is om samen
te werken. Die lichtpuntjes zien we ook in de maatschappij. Instanties
zoals Filomena geven een uitstekend voorbeeld. Met succesvolle
samenwerking werken zij over domeinen heen en durven ze door te pakken
met één iemand die zich echt bekommert om het slachtoffer. Datzelfde
compliment geldt voor het Centrum Seksueel Geweld. Daar wordt nagedacht
over wat iemand nodig heeft. Wij moeten deze initiatieven niet zien als
een uitzondering, maar als essentiële schakels in de aanpak van geweld
tegen vrouwen en kinderen. Dat vraagt om duidelijke, wettelijk
verankerde posities van deze organisaties en om voldoende bevoegdheden
om hun werk goed te kunnen doen. Zo loopt Filomena al een tijd aan tegen
een gebrek aan mogelijkheden om kinderen te spreken of om informatie te
delen, terwijl we weten dat juist daar het gevaar zit. Kan de minister
aangeven welke mogelijkheden hij ziet om die knelpunten weg te nemen?
Kan hij ook aangeven hoe hij ervoor kan zorgen dat zowel het Centrum
Seksueel Geweld als Filomena landelijk kunnen worden geborgd? Daarnaast
zou ik graag horen wat er met de aangenomen Kamermotie is gebeurd die
vraagt om de hulpverlening bij het Centrum Seksueel Geweld structureel
te borgen.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Van der Werf en wij werken op dit onderdeel gelukkig al heel
lang samen. Die samenwerking zullen we voortzetten. Wij weten dat
Filomena zeker in crisissituaties interdisciplinair met meerdere
partijen, van politie tot opvang, hulp en zorg kan bieden.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ze zijn niet wettelijk geborgd. Hoor ik mevrouw Van der Werf zeggen dat
Filomena, zeker in het licht van de EU-richtlijn die eraan komt omtrent
geweld tegen vrouwen, in de wet geborgd moet zijn als serieuze
instantie, zoals in België? Wij zullen daar straks ook voor pleiten.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik ben natuurlijk benieuwd naar de reactie van het kabinet, maar dit
lijkt mij geen gekke optie. Ik zou daarbij wel willen aantekenen dat ik
het heel zonde zou vinden als wij nu zeggen: dit moet alleen maar voor
de rest van de tijd, tot in de eeuwigheid, Filomena zijn. Als er andere
werkwijzen zijn uit de praktijk die ooit ook goed gaan werken, moeten we
dat denk ik ook doen. Het gaat mij erom dat we nu in de praktijk een
aantal clubs heel goed werk zien doen. Zij hebben heel veel moeite om
elders in het land goed voet aan de grond te krijgen. In dit geval loopt
Rotterdam voorop en zijn er eigenlijk heel veel andere gemeenten en
steden die zeggen: hadden wij dit maar.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Daar ben ik het volledig mee eens. Het gaat om de versnippering, die we
eigenlijk willen zien verdwijnen. Heel veel partners, van Justitie tot
Veiligheid vinden elkaar niet altijd. Zo'n organisatie als Filomena kan
dat voor elkaar krijgen.
Dan een vervolgvraag. Ik weet dat zij willen uitbreiden. Meerdere
gemeenten hebben gezegd: wij willen zo'n instantie. Daar is geld voor
nodig, volgens mij in totaal 30 miljoen euro. Welke inspanningen kan ik
wat dat betreft van D66 verwachten?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Misschien is het goed om te voorkomen dat ik straks bij andere vragen in
herhaling val. Mevrouw Mutluer weet dat er vrijdag een akkoord wordt
gepresenteerd. Ik denk dat het goed is om nog even af te wachten waar
wij mee gaan komen. Ik val daarmee in herhaling, maar u kunt van mij
dezelfde bereidheid als parlementariër verwachten om constructieve
voorstellen hierop te steunen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Voor wat betreft constructieve oppositie en voorstellen hebben wij een
amendement liggen om de aanpak van femicide verder vorm te geven en te
versterken. Een onderdeel dat wij daarin hebben opgenomen, is het nu
alvast beschikbaar stellen van extra middelen om instanties als Filomena
ook in andere steden te doen uitbreiden. Ik hoop dat mevrouw Van der
Werf die voorstellen, samen met andere collega's, gaat steunen, zodat
wij daadwerkelijk slachtoffers kunnen helpen.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Er ligt een hele lijst met amendementen. Wij gaan goed bekijken welke
wij kunnen steunen. Dat femicide daarbij een belangrijk onderwerp is,
mag duidelijk zijn.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dit is ook in aanvulling op eerdere vragen. Er komt een Europese
richtlijn aan ter bescherming van vrouwen en voor de aanpak van seksueel
geweld. Die heeft het over een landelijk rape center. Er moet dan dus
per land, ook in Nederland, een landelijk dekkend systeem zijn. Zou het
Centrum Seksueel Geweld in de ogen van mevrouw Van der Werf mogelijk een
invulling van dat rape center zijn? Hoe verhoudt zich dan het Centrum
Seksueel Geweld tot zo'n prachtig initiatief als Filomena?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik vind dit een heel goede vraag. Ik denk zelf dat het Centrum Seksueel
Geweld dat heel goed zou kunnen doen. Ik denk dat wij hier niet vanuit
onze blauwe stoeltjes de praktijk voor de voeten moeten gaan lopen, maar
dat wij ook vooral met elkaar moeten gaan kijken naar wie wat kan gaan
oppakken en naar welke capaciteit dat het beste dekt. Wat beide
organisaties verenigt, is een heel laagdrempelig inlooppunt waarbij
zowel de medische kant als de politie en de psychische zorgverlening
elkaar kunnen versterken. Die laagdrempeligheid, die ze in bijvoorbeeld
België al kennen, zouden wij ook in Nederland moeten willen hebben. Je
voldoet dan ook weer aan een aantal richtlijnen waarvan wij de hele tijd
zeggen dat het belangrijk is, maar waarvan wij het nog niet in de
praktijk hebben geregeld.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dit is even een verduidelijkende vraag. Zegt mevrouw Van der Werf dan:
wie het kan, pakt het op? Of zegt mevrouw Van der Werf dat het goed zou
zijn als die clubs zich verenigen om dit landelijk op een eenduidige
manier uit te gaan voeren?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik denk dat het goed is als daar een bepaalde samenwerking in zit, maar
ik zou niet tot achter de komma hier willen bepalen wie dat dan op welke
manier moet doen. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat die fysieke
plekken overal goed bemenst zijn en goed benut worden. Dat is nu
eigenlijk nog te schaars en wordt niet goed genoeg gebruikt.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Allereerst wil ik complimenten geven aan mevrouw Van der Werf voor haar
inzet om geweld tegen vrouwen terug te dringen. Dat compliment geldt
trouwens ook voor collega's van haar. Ik zag daarover een mooi interview
in Trouw. Ik zou dat compliment dus graag breed willen uitzetten. De SGP
ziet prostitutie ook als geweld tegen vrouwen. Het is volstrekt
vernederend voor vrouwen. Wij weten dat onze visie op prostitutie
verschilt van die van D66.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Kan ik mevrouw Van der Werf aan mijn kant vinden als het gaat om inzet
voor die vrouwen die zich onvrijwillig in de prostitutie bevinden?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Zeker. Ik denk dat wij soms hier in de politiek geneigd zijn om de
verschillen uit te vergroten, hoewel je misschien met een hele andere
blik kunt kijken naar de vraag of het zin heeft om zaken in het licht te
doen of in het donker te laten. Wat ons verenigt, is de zorg en het hart
voor mensen die in Nederland uitgebuit worden. Prostitutie is dan een
belangrijke sector voor onze beide partijen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Helder. Mevrouw Van der Werf zal zich misschien nog enigszins op de
vlakte houden, maar ik proef daarin een welwillende houding ten opzichte
van een bescheiden amendement om het budget voor die vrouwen
ietsjepietsje te verhogen.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Wat is hij charmant, hè? Dat doet de heer Van Dijk heel handig. Ik denk
dat voor hem hetzelfde antwoord geldt als voor mevrouw Mutluer. Ik heb
een printje gemaakt van de lijst met amendementen. Eerlijk gezegd komt
volgens mij de helft uit hetzelfde potje. Het heeft niet altijd met al
dan niet welwillendheid te maken, maar we zullen straks ook gewoon
moeten kijken naar wat we allemaal wel of niet kunnen steunen. Volgens
mij moet de heer Van Dijk dat ook nog even gaan doen.
De voorzitter:
Ik deel u mee dat er 66 amendementen zijn.
De heer Struijs (50PLUS):
Ook ik geef u en de collega's in de Kamer complimenten voor het
voortreffelijke werk rond femicide. Wij zijn ook een fan van Filomena,
zoals dat is opgezet in Rotterdam. Wij krijgen daar en uit het land
echter veel signalen van ouderenmishandeling. Is D66 bereid om dit samen
met 50PLUS en de collega's nadrukkelijk op de agenda te zetten in de
discussies die we nu voeren?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ja, zeker. U heeft mij aan het begin niet voor niets horen praten over
huiselijk geweld. Het gaat mij erom dat wij het geweld dat de meeste
Nederlanders, en dus ook ouderen, raakt, het geweld achter de voordeur,
hier veel hoger op de politieke prioriteitenlijst zetten. Ik zie heel
graag de voorstellen van de heer Struijs daarvoor tegemoet.
De heer Struijs (50PLUS):
Die kunt u verwachten, en dank u.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Van ouderen naar kinderen. Zij worden vaak over het hoofd gezien bij
femicide en ernstig geweld. Zij staan daar in de schaduw, ongezien,
ongehoord en alleen, terwijl zij opgroeien in een situatie van
voortdurende dreiging. Ze zien geweld, voelen spanning en dragen
ervaringen een leven lang met zich mee. Ze lopen niet in de laatste
plaats het risico om later zelf slachtoffer, of misschien zelfs wel
dader, te worden van hetzelfde geweld als dat wat hen zo hard heeft
geraakt. We moeten opkomen voor deze kinderen. Kan de minister — maar ik
denk in dit geval ook de staatssecretaris — aangeven welke mogelijkheden
hij ziet om kinderen beter mee te nemen in de aanpak van femicide? Dat
kan bijvoorbeeld door hen vaker te horen of door nabestaanden van
femicide meer rechten te geven met betrekking tot omgang en gezag.
Voorzitter. Dezelfde dynamiek van controle, vernedering en
machtsmisbruik van vrouwen en meisjes zien we online, bij WhatsApp en
Snapchat maar ook bij gamechats zoals die in Roblox. Een op de twee
jongeren krijgt te maken met online seksueel misbruik of seksuele
intimidatie. Het gaat om 50% meer meldingen van online seksueel misbruik
dan in het jaar hiervoor. De korpschef van de politie zei onlangs ook:
"Ik heb buikpijn van wat je online ziet." Jonge meisjes en jongens
worden aangezet tot sadistisch gedrag. Dit geldt niet meer alleen voor
de zogenaamde Com-groepen. Ze worden uitgedaagd tot extreme seksuele
handelingen en soms zelfs tot zelfdoding. We zien nog maar het topje van
de ijsberg. Erkent de minister dat de huidige aanpak van online seksueel
misbruik tekortschiet, gezien de zeer grote stijging van meldingen en de
signalen vanuit de politie en experts? Welke concrete maatregelen ziet
hij om dit tegen te gaan?
De bezuiniging op Offlimits, waar seksueel kindermisbruik en online
seksueel geweld heel effectief wordt aangepakt, vind ik in dit licht dan
ook niet uit te leggen. Daarom heb ook ik met een aantal collega's een
amendement ingediend — ik zeg daarbij dat het een bescheiden amendement
is — om die bezuiniging te schrappen, zodat zij hun belangrijke werk
goed kunnen blijven doen.
We zien ook een toename van seksuele beelden van vrouwen, maar ook van
minderjarige meisjes, die volledig door AI zijn gegenereerd. Met één
klik worden via zogenaamde nudifyapps deepfakenaaktbeelden gemaakt van
echte mensen. Dat geldt ook voor vrouwen hier in de Kamer. Dat zijn
collega's die hiermee te maken krijgen. Dan vraag ik mij echt af: waarom
staan we dat toe? Waarom vragen wij niet: welk bestaansrecht heeft zo'n
app überhaupt? In het Verenigd Koninkrijk wordt nu overwogen om dit
soort nudifyapps volledig te verbieden. Is de minister bereid om een
dergelijk verbod ook in Nederland in te voeren?
Voorzitter. Dit geweld staat niet op zichzelf. Het past in een breder
patroon van online onveiligheid, want we zien dat meerdere soorten
extremisme van de echte wereld verschuiven naar onze schermen. Dat is
een wereld met eigen regels, een eigen taal en eigen memes. Dat is een
wereld die voor jongeren allang niet meer te onderscheiden is van hun
echte wereld. Dat is een wereld waarop ouders, scholen en overheid geen
zicht hebben en waarin daders en slachtoffers steeds jonger worden.
Kinderen van soms pas 8 jaar oud worden in gewelddadige en
extremistische onlinegroepen gezogen. Heeft de minister zicht op de
schaal en aard van online radicalisering en seksueel geweld onder
minderjarigen in deze digitale omgevingen en kan hij de Kamer daar
blijvend over informeren? Welke maatregelen worden genomen om tot een
handelingskader te komen om in te grijpen bij die content, die je toch
vaak in een soort grijs gebied voorbij ziet komen?
Voorzitter. Veiligheid achter de voordeur en veiligheid online lijken
misschien twee gescheiden werelden, maar het zijn twee gezichten van
hetzelfde probleem, een probleem waarin macht, controle en geweld zich
verplaatsen naar plekken waar het licht ontbreekt, waar signalen te laat
worden opgepakt en waar slachtoffers er alleen voor staan. Maar dit zijn
ook dossiers waarin ik zeer brede overeenstemming zie in de Kamer en
waarop ik de afgelopen jaren niet in mijn eentje stappen heb gezet,
integendeel. Door samen te werken krijgen we hier meer voor elkaar. Dat
biedt hoop, vastberadenheid en daadkracht. Laten we dat vooral
vasthouden.
Mevrouw Straatman (CDA):
Een heel mooi betoog van mevrouw Van der Werf over het beschermen van
kwetsbare jongeren, ook online. Nu zagen we recent, deze week volgens
mij, ook berichten over jongeren die online geworven worden door de
illegale gokindustrie. Van online gokken is bekend dat dat misschien wel
de vorm van criminaliteit is die tot de meeste suïcides onder jongeren
leidt. Kan ik mevrouw Van der Werf aan mijn zijde vinden als ik zeg dat
we ons ook op dat terrein moeten inzetten om kwetsbare jongeren te
beschermen? Welke maatregelen ziet mevrouw Van der Werf om deze jongeren
beter te kunnen beschermen?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Wij staan aan elkaars zijde, maar ik maai nu ook een beetje het gras weg
voor de voeten van collega Sneller, die woordvoerder is op dit dossier.
Ik denk dat u misschien bilateraal even een goede kop koffie daarover
moet drinken. Misschien is dat een constructief voorstel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daar houden we van, mevrouw Van der Werf. Maar er is nog wel
een interruptie van mevrouw Michon-Derkzen, of liep zij naar het
spreekgestoelte voor haar inbreng? Dan nodig ik haar van harte uit voor
haar inbreng in de eerste termijn namens de fractie van de Volkspartij
voor Vrijheid en Democratie. We houden het tempo erin, mevrouw
Michon-Derkzen. Dat wordt gewaardeerd. Gaat uw gang.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank, voorzitter. Het is heel mooi dat we vandaag spreken over de
begroting van Justitie en Veiligheid in alle facetten. Bij de bijdrages
die we al hebben gehoord — ook bij de bijdrages die we nog zullen horen
— dacht ik bij iedereen weer: wat mooi en waardevol dat wij het hierover
mogen hebben.
Voorzitter. De totale begroting is 19 miljard. We hebben gisteren in een
apart wetgevingsoverleg over de politie gesproken. Die beslaat ongeveer
de helft van de begroting. Ik zou het over drie dingen willen hebben:
ondermijning, terrorisme en online.
Voorzitter. Over ondermijning hebben we het hier al vaker gehad en ik
heb het ook al eerder genoemd: het is een veelkoppig monster, dat ons nu
steeds meer recht aankijkt. Het is mijn motivatie om juist de
ondermijning aan te pakken, omdat die uiteindelijk het betonrot is van
onze rechtsstaat. Als met geld alles en iedereen te koop is, moeten wij
ervoor zorgen dat wij sterker staan en dat we onze instituties en onze
mensen die staan voor onze democratische rechtsstaat, juist te allen
tijde beschermen. Dat gaat niet vanzelf. Dat hebben we gedaan met heel
veel financiële impulsen en dat zit ook in wetgeving. Een van de punten
die ik altijd naar voren breng, is het delen van gegevens met elkaar.
Hoe kan je met elkaar slimmer samenwerken om ondermijning daadwerkelijk
aan te pakken? Ik ben heel blij dat er een taskforce is binnen het
ministerie. Ik las ook over mooie resultaten van gegevensdeling binnen
de Mainportaanpak. Ik denk dat dat heel erg belangrijk is. Ik zou ook
graag willen weten wat de resultaten zijn van de gegevensdeling bij
Preventie met Gezag, een andere prioriteit binnen die taskforce. We
horen uit het land dat zij het heel erg nodig hebben om dat met elkaar
te delen. Als we nu inderdaad resultaten binnen de Mainportaanpak
hebben, is er dan ook ruimte voor nieuwe prioriteiten binnen deze
taskforce, zo vraag ik de minister.
Voorzitter. Dan de explosieven. Ook dit is een uitwas, een beeld, van
die ondermijning. Er wordt steeds vaker in heel gewone straten, in heel
gewone wijken, een hele pui uit een pand geblazen door een aantal
cobra's aan elkaar te plakken. We hebben een taskforce onder leiding van
de burgemeester van Rotterdam, mevrouw Carola Schouten. Ik zou graag van
de minister willen weten hoe dat gaat en of we vanuit die taskforce meer
grip kunnen krijgen op die vreselijke cobra's, die nog steeds in Europa
worden geproduceerd. Werkelijk niemand begrijpt waarom dat is en waarom
we daar niet wat steviger tegen kunnen optreden.
Voorzitter. Dan mijn tweede onderwerp: terrorisme. Ik zou de minister in
eerste instantie heel graag willen vragen naar de actualiteit in het
noordoosten van Syrië. Ik vind dat daar ongelofelijk zorgelijke
berichten vandaan komen nu al die gevangenen daar zomaar uit lijken te
lopen. Eerlijk gezegd had ik ook wel een brief van de minister verwacht
als zoiets gebeurt, maar ik hoop dat u erop kan ingaan nu we hier bij
elkaar zijn. Wat betekent dat? Weten we of daar nu ook Nederlandse
gedetineerden vrij rondlopen? Hoe zorgen we ervoor dat we het
ongelofelijk grote veiligheidsrisico dat deze mensen vormen — dit zijn
terroristen die daar nu in detentie zitten — buiten deze landsgrenzen
houden? Want dat is de opvatting van de VVD. Dat was zo en dat blijft
zo. Deze terroristen, die werkelijk alles waar wij voor staan afwijzen,
hoeven wij niet in ons land te hebben. Van de mensen die nu in ons land
in detentie zitten, komt een heel aantal binnenkort vrij. Ik zou de
minister ook willen vragen hoe we die vrijgekomen voor terrorisme
veroordeelde mensen in de gaten houden.
Voorzitter. Ik zou het bij terrorisme ook willen hebben over het
onlinedomein.
De voorzitter:
Maar eerst krijgt u een interruptie van mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Mevrouw Michon pleit ervoor om deze terroristen buiten onze landsgrenzen
te houden. Dat klinkt allemaal wel heel mooi, maar wat wil mevrouw
Michon-Derkzen daaraan doen? Gaan we dan bijvoorbeeld ook mensen met een
dubbele nationaliteit denaturaliseren?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik kan even een kleine bloemlezing geven uit onze huidige regelgeving.
We hebben een kader waarbinnen we al dan niet mensen naar Nederland
halen. Dat hebben we moeten doen met een aantal vrouwen. We hebben
eerder aan de minister gevraagd ... Vooral het onderdeel nationale
veiligheid uit dat kader, belet het kabinet wat mij betreft ook om
mannen terug te halen. Voor terroristisch veroordeelden met een dubbele
nationaliteit bestaat de mogelijkheid om hun het Nederlanderschap af te
nemen en hen als ongewenste vreemdeling te verklaren. Dat is geregeld in
de Rijkswet op het Nederlanderschap. Dat hebben we dus allemaal
klaarstaan. Dat wordt ook toegepast.
Mevrouw Faber (PVV):
Dat laatste. Kijk, op papier klopt alles, maar we zien ook discussies
als de volgende. Als we gaan denaturaliseren neem je ze het
Nederlanderschap af. Dan zijn ze bijvoorbeeld nog Syriër; ik noem maar
wat. Dan zegt men: ja, maar dan loopt hij hier in Nederland rond en wat
moeten we dan? Wilt u dan ook echt harde maatregelen nemen, zodat ze
echt gedenaturaliseerd worden en dus niet een of andere status aparte
krijgen of iets dergelijks, maar echt buiten Nederland blijven?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Kijk, het begint bij de wet. Daar verschillen mevrouw Faber en ik in,
denk ik. Ik vind het prettig dat alles wat wij hier doen, een wettelijke
basis heeft. Het afnemen van het Nederlanderschap heeft dus een
wettelijke basis in de Rijkswet op het Nederlanderschap. Vervolgens zijn
deze mensen inderdaad ongewenste vreemdelingen en wil je ze uitzetten.
We hebben al vaker in debatten met elkaar besproken: dan is de praktijk
weerbarstig en is het niet mogelijk om iedereen direct uit te zetten.
Daar hebben we het veelvuldig met deze minister en zijn voorganger over
gehad. Daar hebben we ook allerlei maatregelen voor genomen, zodat je ze
in ieder geval maximaal in beeld houdt om wel uit te kunnen zetten. Dat
is ook wat we moeten blijven doen, omdat we er natuurlijk voor moeten
zorgen dat we in dit land veilig blijven en dat terroristen onze
veiligheid niet in gevaar kunnen brengen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Faber (PVV):
Dan toch even een persoonlijk feit, want mevrouw Michon-Derkzen geeft
aan dat ze verschilt van mij, omdat zij daar wel een wettelijke basis
voor wil hebben. Daar ben ik het natuurlijk niet mee eens. Dan zou
mevrouw Michon-Derkzen een voorbeeld moeten noemen van een situatie
waarin ik heb opgeroepen tot een handeling waar geen wettelijk kader
voor was. Dat zou ik dan graag willen horen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Nou, oprecht, in de moties van mevrouw Faber zitten allemaal oplossingen
voor de problemen die zij signaleert. De oplossingen voor die problemen
beginnen bij een wettelijke basis. In interrupties op moties van mevrouw
Faber — zo lang zien we elkaar nog niet in dezelfde debatten — nodig ik
haar ook uit om met initiatiefwetgeving te komen als ze vindt dat er een
probleem moet worden opgelost. Dat zal ik dus ook vandaag doen.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Tot zover over de fysieke kant van het terrorisme. Het begint echter
online. We hebben met de commissie hele interessante briefings gehoord
over de enorme opkomst van onlineradicalisering. Dat zit in het
jihadisme, in het rechtsextremisme — mevrouw Van der Werf zei daar ook
iets over — en in besloten platforms, maar ook gewoon in de games van
onze kinderen. Dat is ongelofelijk zorgelijk. Ik denk dat dit echt het
grote probleem van de aankomende periode is, want hieruit ontstaat een
soort eigen, persoonlijk wereldbeeld dat we totaal niet kunnen zien. Dat
kan vreselijke gevolgen hebben. Ik wil graag van deze minister weten wat
nu de aanpak is. In deze aanpak is er natuurlijk per definitie een
balans tussen veiligheid, vrijheid en privacy. Maar in de ogen van mijn
fractie moet privacy niet heilig worden verklaard. We moeten ook
ingrijpen op deze schadelijke content, op dit gif wat onze kinderen en
jongeren besmet. Zie ik het volgende goed? Als er eenmaal een
strafrechtelijk onderzoek loopt, is de politie aan zet. Als het om
nationale veiligheid gaat, hebben we onze veiligheidsdiensten. Maar er
is volgens mij een ongelofelijk groot grijs gebied — in beleidstermen
heet dat legal, yet harmful — als het gaat om het onlinegif waarmee onze
jongeren en kinderen zijn besmet. Wie doet daar wat aan? Dat is de
hamvraag. Daar moeten we mee aan de slag.
Van de week nog kwam in het vragenuurtje voorbij dat er op 60% van de
middelbare scholen filmpjes circuleren waarin kinderen worden
toegetakeld en mishandeld. Dat is allemaal de normaalste zaak van de
wereld. Offlimits zei deze week dat een op de zes jongeren beelden van
seksueel misbruik van minderjarigen ziet. Dat is toch absurd? Als je
daarover nadenkt is dat absurd. We moeten daar wat aan doen. Ik wil ook
aan de minister vragen of er bijvoorbeeld uit andere Europese landen
best practices zijn te halen. We hebben inspiratie nodig om dit aan te
kunnen pakken. Al die discussies en debatten hierover vind ik namelijk
onbevredigend. Ik heb niet het gevoel dat we daar nu daadwerkelijk actie
op ondernemen. Ik hoop dat dat vandaag een keerpunt kan zijn. Twee op
handen zijnde wetten zijn daar in mijn ogen ook enorm behulpzaam bij.
Dat is de wet over gegevensvergaring door de politie, die die
bevoegdheid nog niet heeft. Dat geldt ook voor de bevoegdheid van de
politie om in besloten chatgroepen te kijken. Ik wil aan de minister
vragen hoe het daarmee staat.
Tot slot, voorzitter. Een ander online onderwerp is online stalking. We
zullen allemaal zeggen: dat deugt niet en we moeten daar wat aan doen.
Maar als je kijkt naar de laatste informatie die we van de minister
hebben gekregen, zie je dat daar ook een handelingsverlegenheid van de
politie in zit. Als een stalker namelijk doorgaat, moet je aangifte doen
en kan er een contactverbod volgen. Maar dat is allemaal niet eenvoudig.
Je moet dan een stapeling van meldingen doen voor zo'n contactverbod. De
minister zegt het zelf: handhaving van zo'n contact- of locatieverbod is
voor de politie vrijwel ondoenlijk. Ik wil daarom graag in mijn eerste
termijn aan de minister vragen of we zicht hebben op wat de politie kan
in het handhaven van een gebiedsverbod op online stalking. Wat is
daarvoor nodig in de nabije toekomst?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ellian. Hij is de tweede spreker
van de fractie van de VVD in eerste termijn. Gaat uw gang.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Toen ik hier vorig jaar stond, was ik nogal
chagrijnig, omdat ik die ochtend niet naar een tv-programma kon. Er was
namelijk geen capaciteit vanuit de beveiligingsdienst om mij daarnaartoe
te brengen. Ik wil weer beginnen met het bedanken van iedereen die zich
inspant voor mijn veiligheid, maar ook voor de veiligheid van anderen.
Ik ga geen specifieke namen noemen, want ik vind dat bekende
Nederlanders wat terughoudend moeten zijn met het delen van informatie
hierover. Dat is simpelweg gevaarlijk, want velen luisteren mee. Ik ben
de politie en de vele anderen uiteraard zeer dankbaar. Hetzelfde geldt
voor iedereen die elke dag in de frontlinie staat om Nederland veilig te
houden. Ik weet niet of ik me kan meten aan de dappere mannen en vrouwen
van de politie. Ik vind het toch goed om mijn bijdrage te beginnen met
het feit dat ik nooit zomaar naar buiten kan — nooit! Toch sta ik hier
met frisse zin. Ik vind dit namelijk altijd een mooi moment in onze
parlementaire behandeling.
Voorzitter. Ik heb een viertal onderwerpen die ik langs wil lopen. Ik
begon net met het uitspreken van mijn dank aan iedereen die zich inspant
voor onze veiligheid en aan degenen die bereid zijn anderen te
beschermen. Er komen nou eenmaal dreigingen uit de criminele wereld.
Niet voor niets is al jaren geleden het beleid ingezet van het afbreken
van criminele machtsstructuren. We zouden de criminele
samenwerkingsverbanden letterlijk afbreken. Dat zou gaan via aanhouden,
berechten en het afpakken van vermogen. Doen we dat nu echt, vraag ik
aan beide bewindspersonen. Zijn we daar nu echt succesvol mee bezig?
Iedereen snapt natuurlijk waarom ik dit vraag, want dit raakt de kwestie
van de procesafspraken. Ik weet dat er met name vanuit het OM wat
gepikeerd werd gereageerd. Ik loop toch maar gewoon even het rijtje af.
Deze namen zijn openbaar, dus ik doe het netjes en zeg niet de
achternaam. Ene Boris P. heeft met 1.300 kilo, uitgaande van een
straatwaarde van €20.000, 26 miljoen euro verdiend. Edin G. heeft 50
miljoen euro verdiend met 2.400 kilo. Dennis G: 1.400 kilo, wat neerkomt
op 28 miljoen euro. Gregory F.: 1.700 kilo, 34 miljoen euro. Faissal T.:
1.500 kilo, afgerond 30 miljoen euro. Ik vraag iedereen: je kan het toch
niet serieus nemen als je dan op zijn best een miljoentje moet betalen?
Zij komen dan toch gewoon weg met een lichtere straf? Bedenk dat er een
wetsvoorstel vanuit dit kabinet is om, mede op aandringen van de VVD, de
strafmaat op in- en uitvoer van drugs te verhogen naar zestien jaar. De
hoogste straf hier is negen jaar.
Voorzitter. Dit loopt uit de pas. Wij zijn de wetgever. Het is aan ons
om te bepalen of je zo'n deal kunt maken met een grote crimineel.
Overigens kun je je afvragen of het wel een deal is. Met alle respect,
maar die criminelen hoeven niets te doen. Ze zitten letterlijk
achterover, zeggen keurig dat ze afzien van verdediging en dat is het.
Ze hoeven geen informatie te verschaffen, niets. Ik vind het
onbegrijpelijk en ik zal daar in de tweede termijn een motie over
indienen. Dit moet stoppen.
Mevrouw Straatman (CDA):
Laat ik vooropstellen dat ik heel goed begrijp wat de heer Ellian zegt.
Ik voel ook groot ongemak als ik hoor en lees over de procesafspraken.
Tegelijkertijd heb ik de afgelopen dagen met veel mensen van het
Openbaar Ministerie gesproken. Wij spraken net over de problemen in de
strafrechtketen en daarover zeggen zij: "Weet wel dat er ketenbreed
grote problemen zijn met zittingscapaciteit. Die procesafspraken maken
wij niet voor ons plezier." Geen enkele officier doet dat voor het
plezier, maar omdat dat betekent dat zedenzaken en andere ernstige zaken
eerder behandeld kunnen worden.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Straatman (CDA):
Wat is de reactie van de heer Ellian daarop? Hoe kunnen we ervoor zorgen
dat ook die andere zaken tijdig behandeld kunnen worden?
De heer Ellian (VVD):
Ik vind best veel van wat het Openbaar Ministerie de afgelopen dagen
zegt. Wij spreken de minister aan, maar ik vind dit wel gek. Ik mag vijf
jaar Kamerlid zijn. Met collega Mutluer heb ik heel veel tijd besteed
aan de strafrechtketen, maar ik heb nooit gehoord dat er een
capaciteitsprobleem zou zijn ten aanzien van het vervolgen van zware
criminelen. Ik heb dat ook nooit in een Kamerstuk gezien. Ik weet
namelijk zeker dat wij hier een heel groot debat zouden hebben gehad als
dat in een Kamerbrief zou hebben gestaan. In dat geval gaan wij in
gesprek met de minister om te kijken hoe je keuzes moet maken. Ik weet
natuurlijk dat er bij de omvangrijke criminaliteit, de high impact
crimes, de huis-tuin-en-keukencriminaliteit een enorm probleem is. Ik
verwonder me hier dus wel een beetje over. Dat neemt natuurlijk allemaal
niet weg dat wij hier een verantwoordelijkheid hebben om ervoor te
zorgen dat de keten strak wordt getrokken. Heel eerlijk, collega Mutluer
en ik hebben veel geprobeerd, maar eenvoudig is het niet. Ik vind het
dus wel gek dat het Openbaar Ministerie nu zegt dat de politiek niets
gedaan heeft en dat we moeten opletten, anders kunnen deze grote
criminelen niet vervolgd worden. Maar het Openbaar Ministerie is op
aarde om dat te doen. Als het daar geld voor nodig heeft, dan moet het
dat tegen ons zeggen, maar dat heb ik nooit zo gehoord.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dat is ook niet precies wat ik zei. Natuurlijk is er capaciteit om die
grote zaken te behandelen. Ik denk dat de officieren van justitie dat
ook met groot plezier doen. Zij zetten zich daar dag en nacht voor in.
Het probleem is natuurlijk dat die procedures enorm veel capaciteit
vragen. Die procedures duren heel lang. Er gaan ook heel veel
pro-formazittingen aan vooraf. Die duren vaak zo lang dat er
uiteindelijk ook nog strafkortingen komen vanwege de overschrijding van
de redelijke termijn. Dat weet de heer Ellian ook. Het gaat er dus juist
om dat al die andere zaken waar u het over heeft daardoor onder op de
stapel terechtkomen. Ik denk dat dat ook niet is wat wij beiden
willen.
De heer Ellian (VVD):
Nee, dat willen wij beiden niet. Maar dan blijft het volgende toch gek,
en dat proef ik ook in de woorden van collega Straatman, wat me wel
verbaast van het CDA. Ultimo is toch de conclusie: ze betalen een
boetetje en krijgen een lagere straf. Maar het uitgangspunt is toch —
het merendeel van deze Kamer vindt dat ook — dat je deze criminelen,
achter wie een wereld van geweld schuilgaat … Die vijf namen die ik
noemde, mevrouw Straatman, zijn allemaal rechterhanden van Ridouan
Taghi. Collega's uit uw partij hebben heel veel last gehad van deze
meneer. Wat rechtvaardigt dat deze mensen een lagere straf krijgen en de
huis-tuin-en-keukencrimineel niet? Het is heel gek. Overigens vind ik
dat die ook geen lagere straf zou moeten krijgen. De essentie is dat wij
daar aan het einde van de dag over gaan. Ik zou menen dat je grote
criminelen nooit weg moet laten komen met een lagere straf. De hele
bedoeling was juist: we pakken het vermogen af en geven ze de hoogste
straf. Nou ja, niet "wij", maar de bedoeling is dat ze de hoogst
mogelijke straf krijgen, die ze verdienen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Straatman (CDA):
De heer Ellian vindt mij volledig aan zijn zijde als het gaat om het
aanpakken van zware criminelen. Dan gaat het ook om alle namen die hij
zojuist noemde. Ik voel wel een probleem en ik hoop dat de heer Ellian
dat ook begrijpt. Die procesafspraken zijn een noodzakelijk kwaad. Als
je het Openbaar Ministerie een instrument afpakt, moet je ervoor zorgen
dat die andere zaken ook worden behandeld. Ik hoop dat de heer Ellian
daarover een genuanceerd standpunt inneemt.
De heer Ellian (VVD):
We moeten in algemene zin iets doen aan de keten. Mevrouw Mutluer kijkt
mij al streng aan, dus die gaat me daar zo iets over vragen. Nogmaals,
het uitgangspunt is, zeg ik namens de VVD, dat je dit niet moet doen.
Het OM vertelt er niet bij — ik zal dit niet in openbaarheid vertellen,
anders worden een heleboel mensen in de toren zenuwachtig — dat zodra
die afspraken zijn gemaakt, die criminelen naar een lager regime gaan.
De hele attitude van deze grote criminelen ... Zij hebben door dat wij
een probleem hebben in de strafrechtketen en denken: hé, dat is mooi,
wij komen er beter vanaf. Tot slot op dit punt. Het is in hun belang dat
er in het openbaar weinig naar buiten komt, want die hele rechtszaak
gaat niet door. Alle voordelen zitten dus aan hun kant, terwijl wij aan
onze kant, de kant van de goodguys, alleen maar zitten te kijken, van:
tja, te weinig capaciteit.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik was niet streng aan het kijken; ik was aan het nadenken over de
antwoorden van collega Ellian. Als er één ding is dat deze minister en
zijn voorgangers niet goed hebben gedaan, dan is het wel de aanpak van
ondermijnende criminaliteit. Dat zie ik nu ook bij de begroting: de
onderbenutting, maatregelen die niet altijd even effectief zijn. Dan is
het niet gek dat op enig moment ook die procesafspraken in beeld
komen.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is deze. Die procesafspraken heeft het OM nodig. Het is
eigenlijk een pragmatische oplossing voor een heel serieus probleem. Het
is een middel om de schaarste in de strafrechtketen op te lossen.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Hoe lossen we die schaarste dan anders op? Dat is mijn concrete vraag
aan collega Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Misschien om precies te zijn: ik heb in de kern geen bezwaar tegen het
instrument procesafspraken, maar niet bij deze categorie. Ik vind echt
dat hiervoor eerst een wet gemaakt moet worden. Ik vind het nogal wat
dat in ons systeem, waarin de officier ook tegenover de verdachte staat
— wij kennen het fenomeen van plea bargaining niet — het OM dit kan
doen, zonder dat wíj de begrenzing daarvan hebben aangegeven. Nogmaals,
ik denk dat het best een instrument kan zijn, maar niet bij zware
criminelen of georganiseerde drugscriminaliteit.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dat leidt wel tot de vraag wat een "grote zaak" is waarover je geen
procesafspraken kunt maken. Hoe maak je uiteindelijk dat onderscheid?
Anders leidt een dergelijk voorstel zoals collega Ellian dat doet, in
mijn beleving ook wel tot rechtsongelijkheid. Ik wil een reflectie
daarop van collega Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Ik ben juist degene die die rechtsongelijkheid wil opheffen, want het
zijn nu de grote criminelen die de maximale voordelen hebben terwijl
alle anderen die voordelen niet krijgen van het OM. Het is juist
willekeurig. Dat is ook waarom collega Sneller, volgens mij zelfs nog
voordat ik me ermee ging bemoeien, al een paar keer vroeg: wacht even,
wat is de bedoeling hiervan? Precies die moeilijke keuzes waar mevrouw
Mutluer het over heeft, moeten wij maken in de wet. Wij moeten aangeven
wanneer wel en wanneer niet. Mag het als er slachtoffers zijn? Mag het
bij geweldsdelicten? Mag het bij drugsdelicten? Daar gaan wij
uiteindelijk over. Dat is die begrenzing. Ik zeg voor nu: ik vind het zo
uit de hand lopen met die grote criminelen, ook nog allemaal uit
hetzelfde criminele samenwerkingsverband … Ja, ik heb daar genoeg over
gezegd.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik krijg soms het gevoel dat we een soort van dubbel signaal afgeven
richting de justitiële keten, in dit geval ook het OM: wanneer gaan we
ons er wel en niet mee bemoeien, wanneer gaan we op de stoel van het OM
zitten? Procesafspraken zijn en blijven een middel om uiteindelijk die
schaarste daarmee te tackelen. Nogmaals, ik heb wel wat twijfels bij het
betoog van de collega.
De heer Ellian (VVD):
We zijn hier om elkaar te proberen te overtuigen. Ik kijk er echt anders
naar.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb een korte vraag. Die wil ik even toetsen. Voor een heel groot
gedeelte ben ik het eens met u over wat er nu gebeurt. Maar we moeten
ook de schaarste verdelen om op het eindpunt te komen dat u net
schetst.
De voorzitter:
"Dat de heer Ellian net schetst."
De heer Struijs (50PLUS):
Ja, dat ja. Op dat eindpunt wil ik komen. Maar bent u wel bereid om,
wanneer u op dat eindpunt wilt komen, dus zwaarder straffen, criminelen
goed aanpakken enzovoort, dan toch ook ergens ruimte te houden om daar
te komen? Want we zijn de schaarste aan het verdelen. Ik zoek een beetje
naar dat evenwicht. Dat is ook een beetje de vraag die hiervoor werd
gesteld.
De heer Ellian (VVD):
Uiteraard wil ik kijken naar het evenwicht, maar ik noemde net niet voor
niets die namen en de hoeveelheid geld, waarbij ik uitging van een
cocaïneprijs van een echt lage €20.000. Een van die knapen, Edin G.,
over wie ik vaak vragen heb gesteld, zit niet eens in Nederland in
detentie. Ik voorspel u ook dat de beste man Faissal binnen nu en een
paar maanden uit de ebi gaat. Dan komen er straks weer berichten van "o,
er zijn misschien uitbraakplannen" en dan gaan wij hier allemaal een
debat aanvragen met de minister. Ik vind dat het nu zo de spuitgaten
uitloopt en dat de risico's zo groot worden dat ik vanuit mijn rol zeg:
alsjeblieft, beste minister, zeg tegen het OM dat dit nu te ver gaat.
Vind ik het instrument helemaal onzinnig? Nee. Kan ik me er iets bij
voorstellen in een geval waarin iemand bijvoorbeeld wat kleinere
hoeveelheden heeft geschoven? Ja. Maar ten principale vind ik ook — dat
is natuurlijk al heel lang de inzet van de VVD, ook onder aanvoering van
mijn partijleider — dat mensen informatie moeten geven. Dat onderdeel is
heel fundamenteel voor ons, maar dat ontbreekt nu. Uiteraard wil ik
overal naar kijken, maar ik heb wel moeite …
De heer Struijs (50PLUS):
Nee, dan zijn wij …
De voorzitter:
Hoho, meneer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Ja. Dan zijn wij het eens.
De voorzitter:
Meneer Struijs, meneer Struijs! Ík geef u het woord. De tweede
interruptie van meneer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Dan zijn wij het eens; laat ik het daar maar op houden.
De heer Ellian (VVD):
Oké, dat beschouw ik als een mooi compliment.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Ellian (VVD):
Ik vervolg.
Voorzitter. Dan ga ik naar het gevangeniswezen en met name naar het punt
waar ik natuurlijk vaak aandacht voor heb gevraagd, namelijk de situatie
op de Afdeling Intensief Toezicht en in de extra beveiligde inrichting.
Mij moet van het hart dat ik me wel wat beledigd voel door het feit dat
ik informatie die ik heb opgevraagd over de gedetineerden in de ebi,
niet heb gekregen. Ik mag ook eervol lid zijn van de commissie Defensie.
Tot mijn verbazing kregen we daar een hele mooie werkwijze, tot aan hoe
je met de griffier zelfs staatsgeheimen mag inzien aan toe. Ik moet u
eerlijk zeggen: dat verwondert mij. Maar nu heb ik die groepsindeling en
vraag ik de staatssecretaris het volgende. Ik was ook in Italië twee
weken geleden, om daar in de zwaarste gevangenis te kijken. Hoe tackelen
we nu het probleem dat in een toch relatief klein landje als Nederland
die jongens daar allemaal in zekere zin verbonden zijn met elkaar? Die
netwerken zijn verbonden met elkaar. Hoe zorg je er dan voor dat zij
niet met elkaar kunnen praten over zaken waarvan wij niet willen dat ze
erover praten? Dat is de hele essentie. Voordat er zo meteen allerlei
jurisprudentie bij wordt gehaald om aan te tonen dat wat ik zeg, niet
mag, zeg ik: het mag wel, want er zijn allerlei voorbeelden, van
Abdeslam in Frankrijk tot Breivik in Noorwegen, van personen die met
helemaal niemand contact mogen hebben. Het mag dus wel degelijk. Gaan we
deze kant nu op — ik wijs op mijn aangenomen motie — of niet?
Voorzitter. Ik ben heel erg benieuwd hoe het staat met mijn motie over
de taskforce om p.i.'s schoon te vegen. Wordt er nu een hoop vergaderd
of zijn we nu gewoon die p.i.'s aan het schoonvegen, die cellen aan het
inspecteren en die telefoons aan het afpakken? Ik ben ook wel benieuwd —
dat is een vraag aan beide bewindspersonen — of we nu al voorbeelden
hebben waarbij het OM meteen heeft gezegd: er is een telefoon bij u
gevonden in de cel; dat betekent dat we al bij voorbaat uw
voorwaardelijke invrijheidsstelling gaan intrekken. Daar gaat ook een
aangenomen motie over. Doen we dit nou? Staan we hiermee op de voorgrond
of niet?
Voorzitter. Als je in de gevangenis zit en een grote, of kleine,
crimineel bent, dan ben je veroordeeld. Dat doet een rechter. Ik heb een
amendement ingediend, uiteraard met dank aan de collega's van het CDA en
D66, over de beloning van vrouwelijke rechters. Ik kan daar een heel
betoog over houden, maar ik kan dat ook terugbrengen tot een heel
eenvoudige kern, die mij ook wel verwondert: hoe kan het dat een vrouw
minder betaald krijgt voor exact hetzelfde werk dan een man? Mind you,
zeg ik tegen de collega's, in sommige gevallen hadden vrouwen
relevantere werkervaring dan die mannen. Toch kregen ze minder betaald.
Ik heb geen alomvattende oplossing. De belangrijkste regel — ik heb dat
vaker gezegd — van mijn vader, bij ons thuis, was: heb respect voor je
moeder. Daar heb ik van geleerd: heb respect voor vrouwen. Als ik zo'n
vreemde, discriminerende, mag ik toch zeggen, misstand zie, vind ik dat
ik de verantwoordelijkheid heb en dat het mijn plicht is om na te denken
over een oplossing. Vandaar het amendement. Ik hoop natuurlijk van harte
dat de andere collega's daar welwillend naar zullen kijken.
Voorzitter. Tot slot De Geschillencommissie. Ik had het net over
vrouwelijke rechters. Uiteraard gaat het ook over officieren van
justitie; laat ik die niet vergeten. Gelukkig hebben we die nog. Twee
derde van de officieren van justitie is vrouw. Ik had het over rechters,
maar beter is het als een geschil tussen overheid en burger of tussen
burgers onderling, niet bij de rechter komt. Het verwondert me wel dat
ik nu weer samen met mevrouw Dobbe een amendement moet indienen om de
financiering van De Geschillencommissie te bestendigen. Die commissie
wordt voor 80% betaald door de sectoren zelf. Mensen kunnen op hun eigen
manier, dus buiten de rechterlijke route om, een oplossing vinden. Dat
scheelt een hoop geld. Toch moet ik De Geschillencommissie weer gaan
verdedigen. Dat roept bij mij ook de vraag op: hoe kijken we nu naar
alternatieve geschillenbeslechting? Het biedt namelijk zo veel, maar als
ik zelfs moet knokken voor een paar ton voor De Geschillencommissie,
maak ik me daar wel wat zorgen over.
Voorzitter, ik rond af. Ik begon mijn betoog met bedreigingen tegen het
leven gericht. De essentie van mijn bijdrage is dat we de grond van die
bedreigingen moeten wegnemen, dat we criminele machtsstructuren moeten
afbreken. De prijs die we zullen betalen als we dat niet doen, is hoog.
Niets wat wij doen, breekt de rechtsstaat af. Wij verdedigen de
rechtsstaat. Ik roep alle dienaren van de rechtsstaat op om dat te doen,
zonder vrees en zonder angst. Dan heb ik het over rechters, officieren,
rechercheurs, journalisten, burgemeesters en wie dan ook. Geen anonieme
rechtszaken wanneer het spannend wordt. Geen procesafspraken met grote
criminelen. Maar vooral ook niet buigen voor dreigingen. De publieke
confrontatie tegen de georganiseerde misdaad is de enige weg. Jullie
zullen altijd mijn steun en die van de VVD-fractie hebben.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank aan de heer Ellian voor zijn betoog en voor het delen van zijn
persoonlijke verhaal. Dat is niet niks. Dat zien en erkennen wij. Ook
het einde van zijn pleidooi — daar is moed voor nodig — kan ik van harte
ondersteunen. Dat geldt ook voor de aandacht die de heer Ellian vroeg
voor de verschillen tussen mannen en vrouwen. Ik wil nog iets anders
aanstippen, want het recht is hetzelfde voor mannen en vrouwen, maar
mannen en vrouwen krijgen niet altijd op dezelfde manier toegang tot dat
recht. Daarom zijn er in Nederland een aantal vrouwenrechtswinkels
ontstaan, die daar heel succesvol mee omgaan en vrouwspecifieke zaken,
zoals zwangerschapsdiscriminatie en ongelijke beloning, heel
gespecialiseerd kunnen oppakken. Alleen, vrouwenrechtswinkels zijn nu
niet geborgd in beleid ten aanzien van de toegang tot recht.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn vraag is: zou de heer Ellian het steunen als wij dat willen borgen,
voor de continuïteit van het werk en zodat ook de financiering continu
kan blijven?
De heer Ellian (VVD):
Het mooie aan wat wij hier mogen doen, is dat je verrast kan worden.
Uiteraard ken ik het fenomeen rechtswinkels — ik ben zelf advocaat
geweest — maar ik was onbekend met deze mogelijkheden specifiek gericht
op vrouwen. Ik ga daar dus welwillend naar kijken. Echt, ik kende dit
niet en ik wist ook niet dat dit speelde, dus dat daar kennelijk ook een
financieringsvraagstuk speelt. Je moet er altijd een beetje voorzichtig
mee zijn want ik tover geen geld uit mijn zak, maar ik wil hier zeker
welwillend naar kijken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is goed om te weten. Ik denk dat het mooi werk is dat ze doen, heel
belangrijk, heel relevant, en blijkbaar dus nog steeds nodig, helaas. De
financiering en ook de continuïteit van het hele werk staan een beetje
wankel in de schoenen. Dus dank daarvoor. Dan kunnen we hier samen naar
kijken, dank u wel.
De voorzitter:
Dank.
De heer Ellian (VVD):
Kijk, het is een trieste constatering dat dit nodig is, dus dat anno
2025 vrouwen specifieke bijstand nodig hebben.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ellian. Dan zijn we aangekomen bij de maidenspeech
van mevrouw Abdi, die ik graag het woord geef voor haar inbreng in
eerste termijn namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik
wijs de leden erop dat interrupties bij maidenspeeches niet gebruikelijk
zijn. Mevrouw Bikker?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Juist daarom, voorzitter. Ik wil met alle plezier naar een prachtige
maidenspeech luisteren, maar ik kom nu bij u met een kort punt van
orde.
De voorzitter:
Ga uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb gisteren een verzoek gedaan om een debat over het openbaar worden
van de stukken rondom de totstandkoming van de onlinegokwet. Na
tweeënhalf jaar wachten is er een enorme stapel verschenen. Die is de
Kamer niet toegekend. Maar nu ontdek ik tot mijn ontsteltenis dat al die
stukken zijn ingetrokken. Dat vind ik onvoorstelbaar. Er waren 20.000
documenten. Ik zou aan de minister willen vragen om, voordat hij morgen
antwoordt, in ieder geval een brief te sturen naar de Kamer met wie het
besluit heeft genomen om dit in te trekken, op welke wettelijke
grondslag dat is gebeurd en of er contact is geweest met de
goklobby.
De voorzitter:
Ik kijk of de minister daar een korte reactie op wenst te geven. Wordt
dit herkend, minister?
Minister Van Oosten:
Dat moet ik even mee terugnemen, voorzitter. Ik kom daar ten spoedigste
op terug en zoek een weg om uw Kamer daarover te informeren.
De voorzitter:
Wellicht kunt u daar een korte brief over sturen, zodat we weten waar we
aan toe zijn. Mevrouw Bikker, tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Een kleine aanvulling: en dat de stukken natuurlijk zo snel mogelijk
weer openbaar gaan.
De voorzitter:
Waarvan akte.
Dan is nu het woord toch echt aan mevrouw Abdi, voor haar maidenspeech.
Ga uw gang.
Mevrouw Abdi (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Als kind had ik moeite met praten. Ik had letterlijk
geen stem. Ik weet nog hoe mijn moeder mij bleef aanmoedigen, en bleef
geloven dat ik het uiteindelijk zou leren. Ik herinner me ook de angst
die ik voelde voor mijn eigen vader, omdat hij zijn onmacht niet altijd
kon beheersen. Die angst maakte dat ik het letterlijk niet kon, om hulp
vragen. Pas toen hij ons verliet, begon ik langzaam met praten. En ik
ontdekte nog iets anders: ik hield enorm van lezen. De bibliotheek vlak
bij onze flat was een van de weinige plekken waar ik me veilig voelde.
Ik leerde andere woorden kennen, andere werelden. Daar begon ik te
begrijpen wat het betekent om een stem te hebben.
Voorzitter. Ik moest als kind snel volwassen worden, net als mijn zus en
broertje. Overal waren er regels, brieven, gesprekken, die wij niet
begrepen als kinderen. Gesprekken waarin mijn moeder werd aangekeken en
afgesnauwd. Ik weet nog de stress die ik voelde van iets fout hebben, de
angst voor wat er dan gebeurt; als ik het maar goed zeg, als ik het maar
goed uitleg, dan komt het toch goed? Dus schreef ik als 13-jarig meisje
bezwaren en zocht ik naar mensen die ons konden helpen, in de hoop dat
iemand zou zeggen: dit klopt niet; wij gaan jullie helpen. Maar heel
gauw realiseerde ik me al dat de overheid niet naast ons stond, maar
tegenover ons. En onbedoeld leerde ik als kind dat spreken soms het
enige wapen is dat je hebt tegen een systeem dat veel groter is dan
jij.
Voorzitter. Mijn verhaal is niet uniek. Heel veel Nederlanders liggen 's
nachts wakker van stress. Heel veel Nederlanders raken de weg kwijt in
een systeem en zijn bang om fouten te maken. In de jaren dat ik
opgroeide, was de rechtsstaat vooral een werkelijkheid voor wie het kon
betalen, voor wie het juiste netwerk en de juiste connecties had, voor
wie de juiste normen had, en ook voor wie sneller werd geloofd.
Voorzitter. Gelijk hebben is iets wezenlijks anders dan gelijk krijgen.
In een rechtsstaat mag dat onderscheid eigenlijk niet bestaan. Toch is
het de dagelijkse realiteit. Onrecht doet zich vaak stilzwijgend voor.
Wie zich er wél van bewust is, moet maar net de juiste wegen kennen en
het uithoudingsvermogen en het geld hebben om zijn of haar recht te
halen. Dat is precies waar de rechtsstaat faalt: wanneer die slechts op
papier bestaat. Dan wordt recht een privilege, en geen bescherming. Het
is niet rechtvaardig dat letselslachtoffers voor de rechter worden
gesleept door machtige verzekeraars. Het is niet rechtvaardig dat mensen
met kleine schulden vastlopen in beslagleggingen en kosten die sneller
groeien dan hun inkomen. Het is niet rechtvaardig dat zo veel mensen in
ons land met ernstige conflicten aangewezen zijn op sociale advocatuur,
die kapotbezuinigd is. Zolang de toegang tot het recht afhankelijk is
van wie je bent en waar je woont, is de rechtsstaat geen gelijkmaker,
maar een versterker van de ongelijkheid in onze samenleving.
Het onrecht dat ik zie, zit in grote en in kleine schandalen. Ik denk
bijvoorbeeld aan Rotterdam, waar jaarlijks honderden boetes worden
uitgedeeld aan dak- en thuislozen omdat ze buiten slapen. Ik denk aan
onze gevangenispopulatie. Die is overwegend man, jong, vaak met een
migratieachtergrond en steeds vaker met onbegrepen gedrag. Ik denk aan
al die vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld, die bescherming
zoeken in de rechtbank en daar geconfronteerd worden met de dader. Er
worden procedures ingezet om hen te intimideren, te controleren, uit te
putten.
Voorzitter. Wie bescherming zoekt, moet niet opnieuw gestraft worden
door het systeem. Het systeem zou hen moeten beschermen. Laat er geen
misverstand over bestaan: wie straf verdient, hoort straf te krijgen,
ongeacht je afkomst, ongeacht je netwerk, ongeacht je vermogen. Maar een
rechtsstaat die alleen straft en niet beschermt, die alleen bestraft en
niet herstelt, verliest zijn morele gezag. Het recht moet namelijk niet
alleen corrigeren, maar ook verheffen, emanciperen. Onze rechtsstaat is
geen administratief systeem. Het is een belofte, een belofte dat macht
wordt beteugeld, dat willekeur wordt bestreden en dat kwetsbaarheid van
mensen niet wordt uitgebuit. Maar die belofte wekt alleen vertrouwen als
zij voelbaar wordt in het leven van mensen. Vertrouwen komt niet uit
wettenbundels of goede intenties, maar ontstaat alleen bij echte
verandering.
Voorzitter. Vandaag de dag zijn de politieke verhoudingen veranderd,
gekanteld, kan ik wel zeggen. Er ligt zelfs een akkoord. Een
noodzakelijke koerswijziging die ik voor mij zie, ligt toch echt bij
D66, CDA en VVD. We moeten kiezen voor een rechtsstaat die ons echt
beschermt en die vertrouwen geeft, en breken met het verleden. We hoeven
niet te wachten op het zoveelste rapport of de mitsen en maren te horen
over hoe ingewikkeld het allemaal is. Nee. We hebben nu de unieke kans
om dit te repareren, om het recht te zetten, om recht te doen aan al die
Nederlanders. Dat betekent ten eerste het stoppen met onnodige
rechtszaken tegen burgers die zich niet kunnen verweren. In een
volwassen rechtsstaat legt de overheid zelf verantwoording af. Dat
betekent ook van boetes geen verdienmodel maken. Je straft om te
corrigeren. Je doet er alles aan om herhaling te voorkomen. Dat geldt
ook voor gevangenisstraffen. Die zijn niet alleen bedoeld om te
vergelden, maar juist ook om te verbeteren. Dat betekent ook toegang tot
het recht voor iedereen, los van inkomen, los van achtergrond, los van
waar je woont in Nederland.
Voorzitter. In aanloop naar vandaag werd mij gevraagd: maar je bent geen
jurist, hoe ga je dit allemaal doen? Het klopt, ik ben geen jurist, maar
ik weet wel wat onrecht is. Ik ben de politiek in gegaan omdat ik geloof
dat we een eerlijke samenleving moeten en kunnen maken, een samenleving
waarin rechten geen privilege zijn, maar vanzelfsprekend. In het
publieke debat wordt heel vaak gesproken over verantwoordelijkheid
nemen. Mijn tegenvraag zou zijn: verantwoordelijkheid voor wie? De
verantwoordelijkheid die ik neem, is voor alle stemmen die te lang zijn
genegeerd. Daarom ben ik trots dat ik hier sta. Ik heb mijn stem
gevonden. Ik sta hier dankzij alle stemmen die ik heb gekregen. Ik ga
mijn stem gebruiken voor al die mensen die niet gehoord worden, die zich
de afgelopen jaren niet gesteund hebben gevoeld. Tegen jullie wil ik
zeggen: het gáát komen; verandering is echt mogelijk. Ik ga er keihard
voor strijden.
Dank jullie wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Abdi, dank u wel voor uw strijdvaardige en persoonlijke
maidenspeech. Ik heb het genoegen u als eerste te mogen feliciteren. Ik
wil u vragen om daarna voor het rostrum de felicitaties in ontvangst te
nemen. Ik schors de vergadering voor een kort ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan mevrouw Mutluer voor
haar inbreng in eerste termijn namens GroenLinks-Partij van de
Arbeid.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. In de eerste plaats uiteraard complimenten aan mijn
collega Fatihya Abdi, die hier net een prachtige maidenspeech gaf. Ik
denk dat menigeen van ons zijn tranen niet in bedwang kon houden na dat
verhaal.
Ik ga mijn bijdrage nu leveren. Voorzitter. Vorig jaar overleed Joest 't
Hart, hoogleraar strafrecht, bekend van "Recht als schild van Perseus".
Het verhaal ging eigenlijk over Medusa, die door Perseus werd gedood via
de weerspiegeling in zijn schild. Strafrechtpleging moet beschermen
tegen rechterlijke misslagen en zichtbaar maken dat het recht zijn
beloop heeft, en liever nog, dat potentieel onrecht wordt voorkomen door
afstand, reflectie en waarborgen. Juist die beschermende functie schiet
tekort, zeker voor slachtoffers. Daar draait het om in mijn bijdrage:
slachtoffers, slachtoffers — en nogmaals, voor de derde keer —
slachtoffers.
Laat ik beginnen met de slachtoffers van femicide. Samen met collega's
in de zaal, onder wie mevrouw Coenradie, mevrouw Van der Werf en Bente
Becker, hebben we laten zien hoe we politieke verschillen weten te
overbruggen om gendergerelateerd geweld aan te pakken. Vrouwen worden
namelijk achter de voordeur en op straat slachtoffer van intimidatie en
agressie: in het ov, op de werkvloer en zelfs binnen het openbaar
bestuur. Het gaat om een diepgeworteld, structureel probleem. Elke week
zien we weer, ook in Nederland, dat een vrouw het slachtoffer wordt van
intieme terreur en femicide. Daarom heb ik afgelopen september via een
initiatiefnota voorstellen gedaan om de aanpak van vrouwenmoord te
versterken. Met aanvullingen uit de Kamer en van mijn collega's ligt er
nu een stevig pakket aan maatregelen.
Eind vorig jaar zagen we dat de bewindspersonen actie ondernamen. Er
komen een nationaal coördinator en een landelijk nummer. We wachten nog
steeds op het strafbaar stellen van psychisch geweld. Ik vraag de
staatssecretaris het volgende. Hoe staat het met de uitvoering van dit
alles? Wat wordt het mandaat van de nationaal coördinator? Welke
instrumenten krijgt hij of zij en wanneer kan de Kamer de resultaten
verwachten? Slachtoffers kunnen namelijk niet wachten. Het recht moet
vooral slagen in het voorkomen van potentieel onrecht. Juist bij het
voorkomen van femicide is daarvoor structureel budget nodig. Daarom heb
ik een amendement ingediend om de aanpak van gendergerelateerd geweld te
versterken, voor preventie, het herkennen van rode vlaggen, inzet en
bewustwording van politie, het OM en de Raad voor de Kinderbescherming.
Daarbij is er één doel: het voorkomen van fase 8, vrouwenmoord.
Uit onderzoek weten we ook dat femicide zich vaak al lang van tevoren
aankondigt. De signalen zijn er, maar ze moeten wel serieus worden
genomen. Daarom heb ik vandaag, gesteund door mijn collega's, best wel
een stevig voorstel gedaan wat betreft tijdelijke huisverboden. Ik zie
dat die nodig zijn. De bescherming van slachtoffers van geweld in de
privésfeer schiet namelijk tekort, met alle afschuwelijke gevolgen van
dien. Het tijdelijk huisverbod is bedoeld als een time-out, als een
afkoelingsperiode, maar in de praktijk zien we dat het niet meer is dan
een contactverbod van 10 tot 28 dagen en dat een dader dan weer
terugkomt en de ellende vaak ook weer opnieuw begint, want een dader
maakt ook in dezen vaak herhaaldelijk slachtoffers.
Andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, laten al zien dat het
anders kan. Ik vraag de minister of het tijdelijk huisverbod kan worden
versterkt met ruime verlengingsmogelijkheden, tot maximaal een jaar,
uiteraard na rechterlijke toetsing. Ik wil dat daaraan verplichte
daderhulp wordt gekoppeld. Dat is gewoon nodig. Het is nu veel te
vrijblijvend. Dit moet gelden voor daders die permanent bij het
slachtoffer wonen, maar ook voor daders die incidenteel bij het
slachtoffer zijn. Ik ga het dus uitbreiden, eventueel ook naar
familieleden. Dit geldt niet alleen bij acuut geweld, maar ook bij
voortdurende dreigingen van geweld en stalking. Dit moet gewoon opgepakt
worden. Het wordt tijd dat we femicide in het Wetboek van Strafrecht
gaan opnemen en dat intieme terreur een strafverzwarende omstandigheid
wordt. Mevrouw Coenradie en ik hebben de eerste stap gezet. Er komt een
wetsvoorstel dat we hopelijk in breder verband gaan indienen.
Voorzitter, dan de criminaliteit, online en ondermijning …
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
De CDA-fractie heeft veel sympathie voor de voorstellen die u heeft
gepresenteerd. We hebben een vraag. U zegt net ook weer dat het zonder
acuut gevaar zou moeten kunnen. Kan dat binnen het bestuursrecht? Daar
is dat acute gevaar namelijk aan gekoppeld.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Er zijn andere instrumenten die ingezet kunnen worden, bijvoorbeeld het
gebiedsverbod waar we het net ook over hadden. Maar dat is veel te
complex en het duurt lang. Daarom willen wij eigenlijk opnieuw kijken
naar dat tijdelijke huisverbod en bezien of we dat kunnen verlengen,
uiteraard in uitzonderingsgevallen en met rechterlijke toetsing. We
willen met name kijken of je in dit geval daderhulp verplicht kunt
stellen. Daarmee gaan we het tijdelijke huisverbod denk ik veel
effectiever inzetten ten behoeve van alle slachtoffers die daarmee van
doen hebben. De andere instrumenten zijn er wel, maar het gaat heel
ingewikkeld en moeizaam.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Wij zouden dan ook graag van de minister horen of dat technisch kan.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik kan daar wel kort antwoord op geven. Ik heb dit voorstel natuurlijk
ook met de praktijk besproken. Technisch gezien kan dit. Sterker nog, ik
weet dat er een pilot loopt, maar die is heel beperkt. Wat ons betreft
moet je het met ons voorstel uitbreiden. Je moet ervoor zorgen dat
slachtoffers niet met daders te maken hebben die gewoon opnieuw naar
huis komen. We hebben er eerder in de Kamer voor gepleit. Waarom moeten
de slachtoffers uit huis in plaats van de daders? Daar moet zorg voor
worden gedragen.
De voorzitter:
En de minister luisterde mee naar uw informatieverzoek. U vervolgt.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Tot slot wil ik ook aandacht vragen voor slachtoffers van
onlinecriminaliteit. Een aantal collega's heeft dat net ook gedaan,
bijvoorbeeld over fraude en zededelicten. Het aantal groeit snel, zeker
als je kijkt naar onlinecriminaliteit. Net hadden we het over 2,4
miljoen slachtoffers per jaar. Fraudehelpdesks verrichten daarin
cruciaal werk, maar met te weinig capaciteit, terwijl het aantal
meldingen blijft stijgen. Deze slachtoffers verdienen een betere
ondersteuning. Daarom hebben wij een amendement ingediend en zullen wij
ook het amendement voor extra financiering voor Offlimits steunen, zodat
schadelijk beeldmateriaal van jonge slachtoffers offline kan worden
gehaald.
Ik wil ook aandacht vragen voor slachtoffers van online ondermijnende
criminaliteit. Dat zijn niet alleen wijkbewoners, maar ook jongeren die
als soldaten worden ingezet voor crimineel kruimelwerk. Ze worden
verleid door het snelle geld van de georganiseerde criminaliteit, in
ruil voor een telefoon of een kleine bijdrage. Ze intimideren wijken en
ouderen. Je ziet dat ook het wapenbezit onder jongeren zorgwekkende
vormen aanneemt. Dat zijn geen nieuwe problemen.
Ik wil dat de minister nogmaals ingaat op preventie. Wat zijn de
concrete resultaten tot nu toe, als het gaat om preventie? Wat wordt er
gedaan om criminele carrières vroegtijdig te stoppen? Ik heb gevraagd om
gespecialiseerde jongerenwerkers en die zijn toegezegd. Daar is
onderzoek naar gedaan, voor 2,7 miljoen. Wat heeft dat nou eigenlijk
opgeleverd?
Tot slot. Jongeren komen nog steeds gemakkelijk aan wapens, zoals messen
en omgebouwde luchtdrukwapens. We hadden hier al lang de Wet wapens en
munitie moeten hebben. Wat mij betreft is het nu klaar en moet deze wet
op korte termijn naar de Kamer. Graag een reactie. Ik ben niet naïef;
het strafrecht is geen oplossing voor elk maatschappelijk probleem. Toch
roep ik de minister en de formerende partijen op om onrecht te voorkomen
en slachtoffers te beschermen. Ik heb met een viertal collega's op
femicide laten zien dat we dat hartstikke goed kunnen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng
in de eerste termijn namens de BBB.
Ik stel de leden voor om de lunchschorsing te doen na de maidenspeech
van mevrouw Straatman, als tiende spreker van de zijde van de
Kamer.
Het woord is aan mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik feliciteer mevrouw Abdi met haar prachtige
maidenspeech van zojuist.
Voorzitter. Het dierenrechtextremisme is een fenomeen dat in Nederland
zwaar wordt onderschat. Ik kan de minister een hele waslijst geven van
meldingen die de laatste tijd bij het Meldpunt Agro Intimidatie zijn
binnengekomen. Dat ga ik bij dezen dan ook doen. Kan de minister hier
dan op reageren?
Vorige week meldde het Openbaar Ministerie dat een man uit Lochem die op
30 augustus 2025 werd aangehouden op verdenking van bedreiging van de
BBB niet vervolgd zal worden. De man zei destijds in De Telegraaf: BBB
beschermt boeren en jagers en dat kantoor van die partij komt aan de
beurt; de fik erin. De verdachte ontkent dat hij dit letterlijk gezegd
heeft en daarom is er gebrek aan bewijs en dus geen vervolging. Op zijn
Facebookpagina post hij echter vol trots het hele artikel, met een
gebalde vuist erbij. In een reactie eronder schrijft hij: ik heb het
helemaal kunnen lezen. Mijn vraag is dan: waarom heeft hij toen niet
meteen aangegeven dat hij het zo niet heeft gezegd? Kennelijk was hij
helemaal akkoord met de tekst. Is de minister het daarmee eens? Ik vind
het namelijk raar dat hij dan niet vervolgd wordt.
Kan de minister zich voorstellen dat niet alleen ik, maar ook vele
boeren en vele mensen binnen onze partij, zich vogelvrij voelen als dit
soort gasten niet wordt vervolgd? Wat kan de minister hier nog aan doen?
Graag een reactie van de minister.
Dat alle incidenten niet meer voorkomen in de officiële dreigingsbeelden
van de NCTV maakt de frustratie en de angst onder boeren alleen maar
groter. Waarom wordt dit niet meegenomen? Boeren wordt gevraagd aangifte
te doen, maar ze krijgen soms het advies om dit juist niet te doen,
vanwege mogelijke tegenacties. Klopt het dat de politie verplicht is
aangiftes op te nemen van strafbare feiten of van het vermoeden van
strafbare feiten?
Meldingen worden wel gedaan, maar tellen niet mee in de rapportages en
blijven dus buiten beeld bij de NCTV. Kan de minister toezeggen dat
meldingen voortaan worden meegenomen? Kan hij ervoor zorgen dat de NCTV
weer een volledige dreigingsanalyse maakt van het
dierenextremisme?
Dan wat anders. We zien in Nederland dat veel meisjes en vrouwen worden
beperkt in hun vrijheid en ook nemen meldingen van eergerelateerd geweld
en antisemitisme toe. Joden, christenen, homoseksuelen en mensen uit de
lhbti-gemeenschap voelen zich onveilig in hun eigen stad of klaslokaal.
Tegelijkertijd verspreiden extremistische ideologieën zich via sociale
media, weekendscholen en sommige moskeeën, gericht tegen onze vrije
samenleving. Dit islamitisch extremisme is geen religie, maar een
politieke ideologie die religieuze wetten boven de democratische
rechtsorde wil plaatsen. Organisaties zoals de Moslimbroederschap spelen
daarin een rol. Het is opvallend dat veel islamitische landen deze
beweging verbieden, terwijl wij blijven wegkijken. De kernvraag is: waar
ligt voor dit kabinet de grens? Welke extremistische ideologieën
accepteren wij wel en niet? BBB pleit daarom voor een juridische
verkenning naar het begrip "extremisme", zodat we kunnen optreden tegen
misbruik van vrijheden die de rechten van anderen ontnemen. Mijn vraag
is: is de minister daartoe bereid?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Het stuk waar u bij aanvang van uw
betoog naar verwees, zal in behandeling worden genomen zodat het ook
deel uitmaakt van de beraadslaging.
Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage
wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.
(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal.)
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Heel goed, heel goed. Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Faber voor haar inbreng in de eerste termijn
namens de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
Voorzitter. Rinus Michels zei al: "Voetbal is oorlog." Hiermee wilde hij
aangeven dat je naast de techniek ook keihard en agressief moet zijn om
te winnen. Met zo'n mentaliteit bracht hij als bondscoach het Nederlands
elftal tot de WK-finale in Duitsland. Maar Nederland is Nederland niet
meer. Door welvaart werden wij soft en zelfvoldaan. Ons werd
voorgehouden dat wij die welvaart maar moesten delen. Dat is nog zo tot
op de dag van vandaag. Een van de rijksbrede speerpunten is het
stimuleren van geefgedrag. Het is echt te lezen op bladzijde 81 in de
memorie van toelichting. Links-liberaal Nederland zette de grenzen open
voor migranten afkomstig uit een harde woestijncultuur. Dit had zijn
weerslag op de bevolkingssamenstelling, met alle gevolgen van
dien.
Voorzitter. De bevolkingssamenstelling verandert. De bevolking neemt
toe. Hierdoor neemt de vraag naar de politiecapaciteit ook toe, maar het
tegendeel geschiedt: de politiecapaciteit neemt juist af. Voorlopig is
die nog lang niet op peil en de capaciteit die er wel is, wordt
onevenredig vaak ingezet om de orde te bewaken. In combinatie met het
afnemende respect voor de politie en te weinig rugdekking door het
lokale gezag, de korpschef en de minister leidt dit tot ontwrichting van
de openbare orde.
Voorzitter. Ik zal dit nader toelichten. Neem om te beginnen de
voetbalrellen. Er is altijd een partij die verliest. Dikwijls gaan die
fans over tot slopen en geweld. Alhoewel, winnen is geen garantie voor
een feestje. Dat heeft de politie in levenden lijve ondervonden. Voordat
je het weet, barst het vuurwerk en zo weer los binnen en buiten het
stadion. Binnen het voetbalstadion hebben private partijen de taak om
voor de veiligheid te zorgen. Buiten het stadion neemt de politie deze
taak op zich. Aangezien niet iedereen vrolijk en gedwee weer naar huis
toe keert, moet de politie regelmatig in actie komen om de orde te
bewaken.
De vraag rijst, zeker nu de politie nog een fiks financieel gat moet
dichten: moet de maatschappij wel voor die kosten opdraaien? Het is dan
ook logisch dat de politievakbond met het idee komt om
betaaldvoetbalorganisaties te laten opdraaien voor de kosten van de
politie-inzet tijdens voetbalwedstrijden. Dat lijkt mij ook een betere
keuze dan dat er gesneden moet gaan worden in de basisteams. De
basisteams staan in 2026 nog wel buitenspel, maar ik houd mijn hart vast
voor de periode daarna. De basisteams spelen immers een cruciale rol in
het contact met de burger. Wat ze in Engeland en Duitsland kunnen,
kunnen wij ook. Daar betalen profclubs mee aan de politie-inzet. Het
betaald voetbal is immers een miljoenenbusiness. Er worden gigantische
bedragen betaald aan sterspelers. Dat is allemaal wel leuk hoor, maar
het kan niet zo zijn dat de rekening van de overlast op het bordje van
de belastingbetaler komt te liggen. Ik zal maar zeggen: de vervuiler
betaalt.
Voorzitter. Het aantal demonstraties is sinds 2015 verdrievoudigd, naar
6.502 in 2022. Het gevolg is dat de politie-inzet is gestegen met 84%.
Dat gaat ten koste van de 45.000 aangiftes die in 2024 niet in
behandeling zijn genomen. Van de zaken die wel in behandeling zijn
genomen, zijn ruim 24.000 zaken vroegtijdig beëindigd wegens
capaciteitsgebrek. Dit betreft ook zaken als mishandelingen en
zedenzaken. Sinds oktober 2023 worden we geteisterd door sit-ins,
blokkades en optochten door pro-Palestina aanhangers. Zij schreeuwen
luidkeels de leus "from the river to the sea". Zelfs de ambtenaren van
Buitenlandse Zaken zitten eenmaal per week op de stoep van hun
ministerie. Is hier een vergunning voor aangevraagd, vraag je je dan af.
Was de desbetreffende minister hiervan op de hoogte? Hoe zit dat nu
eigenlijk? Ik hoor graag de reactie van de minister. Een pikant detail
is dat de Tweede Kamer via een aangenomen motie de regering heeft
verzocht om deze uitdrukking als een oproep tot geweld te beschouwen. In
feite impliceert deze leus dat alle Joden de zee in worden gedreven. Zo
ziet u maar dat het antisemitisme is doorgedrongen tot in het
ministerie. Dit onderstreept wat de minister van Justitie zelf al
aangeeft: conflicten elders, zoals in het Midden-Oosten, werken hier
door.
Voorzitter. Als je het Midden-Oosten importeert, dan word je het
Midden-Oosten, dat wordt gedomineerd door de islam en zijn
antisemitisme. Zo'n Taskforce Antisemitismebestrijding klinkt dan
allemaal wel leuk, maar wat gebeurt er nu concreet met die voorstellen
om de veiligheid van de Joden te bevorderen?
Voorzitter. Ten eerste zitten de ambtenaren van Buitenlandse Zaken niet
bepaald in de meewerkstand. Hun gedrag staat haaks op de lijn die de
minister van Justitie uitzet. Hoe zit het dan met de eenheid van kabinet
in dit geval? Ik hoor graag de reactie van de minister. Tegenstrijdig
gedrag zie je ook terug op het niveau van het lokale bestuur. Neem nu de
Chanoekabijeenkomst in de Stadsschouwburg Amsterdam. Deze werd verpest
door pro-Palestijnse demonstranten. In eerste instantie kregen zij geen
vergunning. De rechter besloot echter in een kort geding om een stil
protest wel toe te staan, met schreeuwende demonstranten als gevolg.
Tja, wie verwacht dat nu in die lieve stad Amsterdam met al die lieve
mensen? In plaats van dat de schreeuwende en agressieve demonstranten
werden verwijderd, werd het journalisten die verslag wilden doen
onmogelijk gemaakt om hun werk te doen. Journalisten werden bedreigd en
uitgescholden en de politie vorderde hun perskaarten in. Ik kan mij
haast niet voorstellen dat de politie dit uit zichzelf doet. Wie heeft
daartoe opdracht gegeven? Had men dit liever onder de pet willen houden?
Wie is nu verantwoordelijk voor deze situatie? Waarom greep de
Amsterdamse burgemeester niet in? Waarom werden de demonstranten niet
gehouden aan de uitspraak van de rechter? Dat moet iedereen toch? Ik
hoor graag de reactie van de minister.
Voorzitter. De politie is uitvoerend, maar er zitten verschillende
kapiteins op het schip. Ten eerste hebben wij de korpschef, die belast
is met de leiding en het beheer van de politie. Zij is ook het gezicht
van de politie naar buiten. Daarom is het ook zo vreemd dat de
korpschef, die zich eerder stevig uitsprak over rellen tijdens de
jaarwisseling, onder andere in Floradorp, en zelfs repte over een
crimineel netwerk, er later voor koos om niet te reageren op de
Marokkaanse voetbalhooligans. Zij zit natuurlijk met haar broek tussen
de ketting vanwege het diversiteitsbeleid. Zij wil natuurlijk geen
muitende agenten in haar korps. Laten wij niet vergeten dat de
mentaliteit binnen de politietop nogal politiek correct en soft is
geworden. Haar escape om niet te reageren was dat het lokaal politiewerk
betrof van de eenheden Den Haag en Amsterdam. Dat valt onder het gezag
van de lokale driehoek. Dit riekt naar afschuifgedrag, want de lokale
driehoek bestaat uit de burgemeester, de districtschef en de officier
van justitie. We zien dat wel vaker: ook de minister voegt zich in dit
gedrag. De minister is eindverantwoordelijk voor de politie en kan
kaders stellen.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Ik heb geprobeerd om te blijven zitten, maar we mogen niet wegkijken bij
discriminerende teksten, dus ik moet toch hier naartoe lopen. Ik hoorde
dat mevrouw Faber het had over antisemitisme en de leus "from the river
to the sea". Wat vindt mevrouw Faber van mensen die op demonstraties,
waar de PVV stemmen probeert te winnen, de Hitlergroet doen, "Sieg heil"
roepen en met hakenkruizen rondlopen?
De voorzitter:
Voordat ik mevrouw Faber het woord geef, wijs ik de Kamer erop dat in
meerderheid is uitgesproken dat wij de leus waar mevrouw Faber en de
heer El Abassi over spraken niet meer bezigen in deze Kamer. U heeft dat
nu samen gezegd, dus ik wil beide leden oproepen om die leus niet meer
te benoemen, omdat de Kamer zich daar zelf in meerderheid over heeft
uitgesproken.
Mevrouw Faber (PVV):
Mag ik eerst even vragen welke leus u precies bedoelt?
De voorzitter:
Het gaat om de leus over de situering van de staat Israël en de
Palestijnse gebieden, en over hoe je dat geopolitiek zou kunnen
duiden.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik begrijp u niet, voorzitter. Ik meen dat echt oprecht. Wij mogen toch
gewoon iets vinden van de situatie rondom Israël?
De voorzitter:
Vanzelfsprekend. Het ging over de leus waar uzelf over sprak en waar ook
de heer El Abassi over sprak. U heeft dat beiden gezegd. We weten
volgens mij allemaal waar we het over hebben, dus ik zou u nu willen
verzoeken om antwoord te geven op de vraag van de heer El Abassi.
Mevrouw Faber (PVV):
Ja, dat begrijp ik, maar ik mag toch wel een leus citeren hier in
huis?
De voorzitter:
Dat heeft u gedaan.
Mevrouw Faber (PVV):
Dat mag ik toch gewoon doen?
De voorzitter:
Dat heeft u gedaan. Dat heeft u gedaan.
Mevrouw Faber (PVV):
Nou ja, goed. Ik ga mijn best doen om te antwoorden. Laten we daar maar
mee beginnen.
De voorzitter:
Uw antwoord.
Mevrouw Faber (PVV):
Voorzitter. Ten eerste ben ik blij dat meneer El Abassi er weer is, want
ik heb hem gemist in de afgelopen debatten over geweld tegen
hulpverleners. Volgens mij is hij daar ook erg politiek bij betrokken.
Maar goed, ik ben in ieder geval blij dat hij er weer is met zijn vraag.
Hij heeft het erover dat ik discriminerende teksten zou hebben. Ik vraag
me af wat er discriminerend was, want volgens mij heb ik helemaal niks
discriminerends gezegd. Het gaat gewoon over de feiten. Hij zei dat ik
het over Hitler en zo heb. Daar staan wij heel ver weg van. Ik heb
totaal niets met het nationaalsocialisme, ook mijn partij niet, dus ik
weet niet hoe u daarbij komt, eerlijk gezegd.
De heer El Abassi (DENK):
Het valt me op dat mevrouw Faber zich daar niet tegen uitspreekt. Als we
het hebben over antisemitisme, over de Hitlergroet, over mensen die in
Hitlerkleding en met hakenkruizen rondlopen, dan verwacht ik van mevrouw
Faber, die tegen antisemitisme is, dat ze dat hier roept bij de
katheder. Maar de PVV is muisstil. Sterker nog, ze dansen de polonaise
op demonstraties waarbij dit soort mensen aanwezig zijn.
Voorzitter. Dat brengt mij op de tweede vraag. De PVV geeft aan
daartegen te zijn. Wat vindt mevrouw Faber ervan dat verschillende
PVV'ers de omvolkingstheorie hanteren en dat verschillende PVV'ers hier
in de Tweede Kamer met NSB-vlaggen hebben rondgelopen?
Mevrouw Faber (PVV):
Ik sta daar verre van en ook de PVV staat daar verre van, dus ik ga daar
gewoon niet op in. Wij verwerpen al dat soort zaken en ik ga er verder
niet op in.
De voorzitter:
Tot slot, meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Ik kan niet anders dan constateren dat de PVV zegt daar verre van te
staan, maar tegelijkertijd met NSB-vlaggen rondliep en
omvolkingstheorieën hanteert hier in de Kamer, en daarmee gewoon weer
keihard de dubbele maat laat zien in dit huis.
Mevrouw Faber (PVV):
Nou, over de dubbele maat kan ik nog wel een boekje opendoen, maar
omwille van de tijd zal ik dat niet doen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Faber (PVV):
Goed. Over de kaders stellen: dit kwam tot uiting in de beantwoording
door de minister van vragen over vluchtende agenten in Bureau Utrecht.
Hieruit maak ik op dat de minister de verantwoordelijkheid afschuift op
de burgemeester. De minister zag ook geen aanleiding om de korpschef ter
verantwoording te roepen, terwijl de minister juist over de mogelijkheid
beschikt om een aanwijzing te geven en duidelijke kaders te stellen. Ik
concludeer dat er sprake is van een vicieuze cirkel, waarbij niemand de
verantwoordelijkheid neemt. Te veel kapiteins op het schip zal het schip
doen zinken.
Bij handhaving van de openbare orde beslist de burgemeester over de
politie-inzet. Laat nu juist die burgemeester een persoonlijke,
politieke voorkeur hebben, die invloed heeft op de toegestane
geweldsmiddelen voor de politie. Kortom, er is geen eenduidig kader,
maar de Inspectie Justitie en Veiligheid geeft aan juist grote behoefte
te hebben aan duidelijke kaders, waarbij de burgemeesters dezelfde
regels hanteren. Wat de PVV betreft moet er gewoon keihard worden
opgetreden, en niet enkel op individueel niveau, maar ook indien het
groepsgedrag betreft. De hele groep inrekenen en als groep bestraffen is
al mogelijk, maar gebeurt naar mijn mening te weinig. Waarom gebeurt dat
niet vaker? Wanneer je het groepsgedrag breekt, zal dit ook
afnemen.
Voorzitter. De politie kampt met een onderbezetting van personeel.
Daarom is instroom in de Politieacademie ook broodnodig, maar dat wil
niet zeggen dat je moet gaan rekruteren op het Halal Village Festival,
een festival met een pro-Palestijnse, activistische lading, een festival
dat gedecoreerd wordt met Palestijnse vlaggen en watermeloenen, hét
symbool van de Palestijnse strijd. Hoe kan het dat de politie partner is
van deze halal huishoudbeurs, een festival waarvan Islamic Relief een
belangrijke partner is en er ook aan deelneemt? Deze organisatie is in
Duitsland aangeduid als een verlengstuk van de Moslimbroederschap, die
de samenleving wil inrichten naar de regels van de islam, inclusief de
maatschappij en de politiek. De AIVD geeft dan ook niet voor niets aan
dat de Moslimbroedergemeenschap in Nederland op lange termijn een risico
kan vormen voor de democratische rechtsorde. Uitgerekend naast deze club
staat gebroederlijk de politiestand. Het is imagobuilding, legt een van
de agenten uit. Daarom staan ze hier. Sinds wanneer wil de politie het
imago verkrijgen van de Moslimbroederschap, die het vrije Westen wil
onderwerpen aan de islam? Dit lijkt me toch niet de uitgelezen plek om
personeel te werven dat juist onze rechtsorde moet verdedigen. Wat voor
soort mensen denkt de politie hier aan te trekken? Of is dit soms een
van die maatregelen van de Taskforce Antisemitismebestrijding? Gaat dit
de veiligheid van de Joden bevorderen?
Voorzitter, ik rond af. Wat we zien, is dat de politie kampt met een
gebrek aan zowel capaciteit als financiële middelen. Je kan het geld
maar één keer uitgeven. Daarom moeten we terug naar de kerntaken en
kosten verhalen op personen en organisaties die buitenproportionele
kosten veroorzaken.
Tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Faber. Dan is het woord aan de heer Emiel van Dijk
voor zijn inbreng in de eerste termijn namens de Partij voor de
Vrijheid.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil het namens de PVV gaan hebben over het
gevangeniswezen. Wat een puinhoop is het daar nog steeds. Het
cellentekort is er nog steeds. De wil om het op te lossen is er nog
steeds niet. De burger is nog steeds de pineut, want die wordt
geconfronteerd met busladingen criminelen die vervroegd worden
vrijgelaten op de samenleving. Op de valreep van 2025 is er eindelijk
een brief gekomen van deze staatssecretaris, met een overzicht van de
problemen en oplossingen voor het gevangeniswezen. Al juichend pakte ik
het erbij, wachtend op rake termen als "versobering",
"meerpersoonsbedden", "harder regime" en "stapelbedden". Maar wat
blijkt? Sinds mei 2024, nota bene nog voor het aantreden van dit
dubbeldemissionaire kabinet, is men begonnen met een onderzoek. We zijn
bijna twee jaar verder, maar het onderzoek komt niet verder dan "slimmer
straffen" en "het bevorderen van re-integratie". Wat een slap aftreksel
van een oplossing.
Laten we het anders nog simpeler maken. Schrap het Wetboek van
Strafrecht gewoon compleet. Dan kunnen we al die inrichtingen sluiten,
dalen de recidivecijfers naar nul en kunnen we mooi pochen met de
drastische afname van criminaliteit. Probleem opgelost. Dit is toch niet
een manier waar je realistisch naar zou kunnen kijken?
Voorzitter. Ik kan er ook met mijn hoofd niet bij dat hier in de Kamer
mensen zitten die meer begaan zijn met het privilege van de crimineel
dan met het privilege van de gewone Nederlander om in zijn wijk en buurt
in veiligheid te kunnen leven. Want waarom moeten we in hemelsnaam
begaan zijn met de mensen die door de veelal slappe rechters toch nog
een celstraf opgelegd hebben gekregen? Die mensen hebben vaak de meest
verschrikkelijke dingen op hun kerfstok en krijgen daarvoor in Nederland
gemiddeld drie maanden celstraf opgelegd. Drie maanden! En dan zijn er
dus mensen in de Kamer die zich er hard voor maken dat die criminelen,
die gemiddeld drie maanden in de cel zitten, niet in een meerpersoonscel
hoeven te zitten. 70% zit namelijk op een privécel van zo'n 10 tot 12
vierkante meter. Deze 10 tot 12 vierkante meter is volgens de commissie
van toezicht voor het gevangeniswezen ruim genoeg om minstens twee
gevangenen te plaatsen. Het EVRM gaat zelfs nog verder en stel dat per
gedetineerde slechts 3 à 4 vierkante meter nodig is. In het slechtste
geval kunnen er in Nederland dus drie gevangenen in de huidige cellen.
In het meest optimale geval, mocht je je aan het EVRM willen
conformeren, kunnen er zelfs vier man op een cel van 12 vierkante meter.
Het cellentekort oplossen is niet een kwestie van niet kunnen, maar van
niet willen. De PVV wil het wel oplossen en is bereid om daarvoor het
comfort van de crimineel op te offeren. We moeten een verblijf in de
gevangenis zo onaangenaam mogelijk maken voor criminelen. Je zit er
namelijk niet voor je lol. De PVV stelt dan ook voor om te beginnen met
al die gasten in een uniform stoppen. We moeten voorkomen dat we
haantjesgedrag in de gevangenis faciliteren door gevangenen in dure
merkkleding rond te laten paraderen. De cipiers hebben er ook echt last
van. Dus niet in je luie merktrainingspark zitten gamen, maar voor mijn
part in een oranje of roze uniform keihard ploeteren om je schuld aan de
samenleving af te lossen.
Net als versoberen, is zwaarder straffen ook iets dat voorkomt dat
mensen in de gevangenis komen. Van de celstraf moet weer een
afschrikwekkende werking uitgaan. Ik zei het al eerder: als de
gemiddelde celstraf in Nederland slechts drie maanden is, is het nogal
logisch dat niemand zich daar zorgen over maakt. Drie maandjes op kosten
van de hardwerkende Nederlander in het staatshotel, en daarna thuis op
de bank met een uitkering mekkeren over detentieschade. We moeten in
Nederland toe naar veel zwaarder straffen. We moeten af van de
strafvorderingsrichtlijn van het OM en we moeten toe naar hogere
minimumstraffen voor geweld tegen hulpverleners.
Als het aan de PVV ligt, moeten we ook toe naar hogere minimumstraffen
voor gewelds- en zedenmisdrijven. We moeten beginnen met het afschaffen
van het opportuniteitsbeginsel van het Openbaar Ministerie voor zware
gewelds- en zedenmisdrijven. Dit houdt in dat het Openbaar Ministerie
verplicht wordt om bij elk gewelds- of zedenmisdrijf vervolging in te
stellen en dat ze dus niet zelf meer kan bepalen waar ze wel of geen
prioriteit aan geeft. Elke verkrachting en elk zwaar geweldsmisdrijf
verdient het om serieus te worden vervolgd. Tegelijkertijd moeten we
klaarblijkelijk de rechtspraak op weg helpen om nog zwaarder te gaan
straffen. Nog veel te vaak straffen rechters veel te slap. Als ze wat
dat betreft geen zelfreflectie of zelfreinigend vermogen hebben, moet de
politiek hier misschien maar een handje bij helpen. Ik zou de minister
dan ook willen vragen om met een voorstel te komen om minimumstraffen
voor de categorie high-impact crimes in te voeren. Mijn vraag is: is de
minister daartoe bereid?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Ik dacht: ik wacht even tot de bijdrage van collega Van Dijk klaar is.
Ik heb een vraag over de uniformen. De VVD heeft hier eerder in zekere
zin ook wel eens voor gepleit. Waar ik even nieuwsgierig naar ben, is:
moet een uniform in de gevangenis de ouderwetse oranje overall zijn, of
zou dat ook op een modernere manier kunnen, door bijvoorbeeld iedereen
dezelfde spijkerbroek en een wit T-shirt te laten dragen? Ik probeer
even te kijken wat de inzet van de PVV is.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ik zou het liefst een zo sober en goedkoop mogelijke overall zien. Dat
is dus geen mooie strak- of loszittende spijkerbroek, wat je voorkeur
ook zou mogen zijn. Ik wil uniformiteit en geen onderscheid op basis van
kleding, al dan niet met een T-shirt in of uit je broek, opgerolde
pijpen of wat dan ook. Iedereen moet in het gareel een pak dragen,
zonder onderscheid.
De heer Ellian (VVD):
Over de invulling van het uniform denken we hetzelfde. Iedereen heeft
hetzelfde aan en geen gekkigheid. We kunnen spreken over hoe dat dan
precies moet zijn. Mag ik het zo begrijpen? Ik kan namelijk een heel
eind meekomen met de PVV. Het moet een keer klaar zijn met alle uitingen
van geld en merken in de bajes. Het geeft ook een wat andere allure aan
in de bajes zitten. Zullen we het zo maar eens zeggen?
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Daar ben ik het honderd procent mee eens.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Straatman voor haar
maidenspeech. Zij levert haar inbreng in eerste termijn namens de
fractie van het CDA. Mevrouw Straatman heeft aangegeven dat zij
ontvankelijk is voor interrupties aan het einde van haar bijdrage. Als u
zover bent, heeft u het woord.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Een halfjaar geleden trok ik mijn toga voor het
laatst aan. Ik had niet gedacht na bijna vier jaar de advocatuur al te
verlaten. Ik heb daar een fantastische tijd gehad. Als enigszins vreemde
eend in de bijt op het Amsterdamse kantoor, met Brabantse tongval,
terwijl de PSV-vlag trots wapperde op mijn kamer, heb ik daar met veel
plezier gewerkt. Toch knaagde er iets in mij. Mijn intrinsieke motivatie
was om het verschil te maken, om niet alleen voor de inhoudelijke
uitdaging te gaan, maar ook voor de maatschappelijke.
De druppel was de afstandsmoederszaak, waar ik pro bono enkele jaren aan
werkte. Van dichtbij zag ik hoe overheidsoptreden diepe wonden
achterliet en hoe de omgang van de overheid met haar zwarte verleden het
vertrouwen van burgers in de overheid ernstig deed schaden. Toen die
zaak juridisch afliep, wilde ik mij meer dan incidenteel bezighouden met
zaken die er voor mijn gevoel écht toe doen. In alle eerlijkheid, ik had
nooit gedacht hier vandaag op deze plek al te staan. Dat is een grote
eer en verantwoordelijkheid.
Van jongs af aan heeft de politiek mij gedreven. De basis van die
politieke betrokkenheid lag bij mijn opa. Zijn leven lang ademde hij
CDA. Op enig moment was hij zelfs het langstlevende CDA-lid. Hij zag al
vroeg politieke potentie in mij en trok mij mee naar allerhande
CDA-congressen, waar hij me te pas en te onpas naar voren schoof om zijn
kleindochter voor te stellen. U kunt zich dat vast voorstellen. Op
momenten was dat behoorlijk gênant. Maar ja, opa's komen daar vaak mee
weg.
Die politieke betrokkenheid van mijn opa en breder in de familie werkte
aanstekelijk voor mij. Het was de boodschap waarmee ik grootgebracht
werd: de wereld is groter dan jijzelf; doe je best en lever je bijdrage.
De boodschap was vooral: zorg voor elkaar. Zorgen voor elkaar begint in
het klein, bij een sterk gezin, een sterke familieband of, zoals bij
ons, een sterk familiebedrijf. De familiewinkel was ons thuis.
Mijn oma had daarin een speciale plaats. Zij belichaamde die zorgzame
levenshouding meer dan wie dan ook. Die levenshouding was medegevormd
door de Tweede Wereldoorlog. Zij was woonachtig aan de Duitse grens, in
Overasselt. Als jong meisje groeide zij daar op onder het juk van de
Duitse bezetter. In die bal van haat ontwikkelde het gezin van mijn oma
een cocon van liefde. Het was een veilige haven, waar zij onderdak bood
aan meerdere geallieerden en een Joods meisje. Renie was het zusje dat
niet om mijn oma leek, maar in oma's familie bescherming vond. Renie
overleefde de oorlog en vertrok nadien naar Canada. Als families
onderhielden wij contact en als klein meisje ontmoette ik haar ook. Uit
zichzelf sprak mijn oma nooit over de oorlog of de grote daden van haar
familie. Voor haar was het namelijk vanzelfsprekend. Dit deed je voor
elkaar. Over het verhaal van Renie is geen boek geschreven of een film
gemaakt. De daden van mijn oma's familie zullen de geschiedenisboeken
niet halen, maar de actualiteit van vandaag leert dat deze verhalen
nooit verloren mogen gaan. De stille en zachte krachten van onze
samenleving moeten wij blijven koesteren en we moeten hun verhalen
blijven vertellen.
Voorzitter. Waar individuen floreren in een warm en krachtig gezin, zo
floreren samenlevingen in krachtige gemeenschappen. Die
gemeenschapsgedachte trekt mij aan in de christendemocratie. Niet het
ik, maar het wij staat centraal. Vast en zeker zullen daar hele
intellectuele quotes over bestaan, maar in het Eindhovense houden we het
simpel: eendracht maakt macht. Om een gemeenschap echt te laten floreren
is het wel nodig dat de basis op orde is. Juist hierin is er nog veel
werk aan de winkel. De bijl staat namelijk steeds aan de wortel van onze
rechtsstaat, door kritiek op rechterlijke instituties, de inperking van
het vrije debat op universiteiten en een nieuw te voeren strijd over de
waarheid en het echte nieuws. Dat raakt ons allemaal omdat het de basis
is waarop onze samenleving gebouwd is en de basis van wat ons
bindt.
Voorzitter. Veiligheid is de basis van een goed functionerende
rechtsstaat. Dat brengt mij dan ook bij de begroting van vandaag. Wat is
nodig om die basis op orde te krijgen, om de rechtsstaat verder te
versterken? Ik kom allereerst bij de aanpak van de georganiseerde
misdaad en ondermijning. Ik liep voor het eerst stage op een Amsterdams
advocatenkantoor toen Peter R. de Vries werd vermoord. Kort daarvoor
werd ook Derk Wiersum vermoord. Daarmee werd een niet te bedenken grens
overschreden door de georganiseerde misdaad. Die grens moet ons ook
jaren later doen beseffen dat de strijd tegen de georganiseerde misdaad
groter is dan die tegen criminaliteit. Het is een strijd voor de vrije
samenleving. De aanpak van de georganiseerde misdaad en ondermijning mag
dan ook nooit verslappen.
Tegelijkertijd zien we dat criminaliteit steeds meer verschuift van de
offline- naar de onlinewereld. Onlinecriminaliteit is inmiddels al de
meest voorkomende vorm van criminaliteit. Het is ook een veelkoppig
monster. Hetzelfde geldt voor de toename van online-extremisme. Achter
ogenschijnlijk onschuldige memes en berichten gaan extreme en
anti-institutionele ideeën schuil. Ook voor deze nieuwe vormen van
criminaliteit moeten voldoende middelen en capaciteit beschikbaar
blijven. Is dat nu zo, vraag ik de minister. Het CDA doet in ieder
geval, samen met GroenLinks-Partij van de Arbeid en andere partijen, een
voorstel om de bezuinigingen bij de onlinefraudedesk terug te
draaien.
Voorzitter. Effectieve criminaliteitsbestrijding, zowel online als
offline, vereist goede informatiedeling tussen instanties. Het CDA is
heel positief over de Taskforce Gegevensdeling om knelpunten aan te
pakken. Welke concrete resultaten zijn al geboekt door deze taskforce
sinds de oprichting, ook voorbij het project over de mainports, vraag ik
de minister. Zorgen over goede informatiedeling spelen namelijk niet
alleen binnen de veiligheidsketen, maar juist ook op het snijvlak van
veiligheid en zorg, huiselijk geweld, verward gedrag en radicalisering.
Hoe zorgt de minister ervoor dat privacykaders werkbaar blijven in de
praktijk?
Dan kom ik bij een heel concreet voorbeeld waarin AVG-wetgeving op
gespannen voet staat met de praktijk. Er ontbreekt bijvoorbeeld nog
altijd een wettelijk kader voor drugstesten in de zware industrie,
terwijl het veiligheidsbelang evident is en de noodzaak in de praktijk
gevoeld wordt. In een uitspraak van vorig jaar van de rechtbank Limburg
wordt deze wettelijke hiaat door de rechter expliciet bij de politiek op
tafel gelegd. Wat is de reactie van de minister hierop?
Voorzitter. Effectieve criminaliteitsbestrijding vraagt voorts om een
integrale benadering, waarin strafrecht, bestuursrecht en civiel recht
elkaar versterken. Hoewel civielrechtelijke onderwerpen in deze Kamer
soms ondergesneeuwd raken, kan ik als civilist zeggen dat de
civielrechtelijke aanpak van groot belang is.
Ik noem twee voorbeelden. Neem het verhalen van schade bij rellen en
ordeverstoringen bij demonstraties. Wij zien kansen om relschoppers die
misbruik maken van het demonstratierecht hard aan te pakken. Hoe kijkt
de minister hiernaar en welke concrete stappen neemt hij? Ten tweede het
afpakken van crimineel verdiend vermogen en het in het financiële hart
raken van criminele structuren. Hoe staat het met het wetsvoorstel om
crimineel verdiend vermogen sneller en zonder voorafgaande veroordeling
af te pakken? Gaat de minister hier vaart achter zetten?
Voorzitter. Dan kom ik bij het gevangeniswezen. Het CDA maakt zich grote
zorgen over code zwart. Het is onacceptabel dat door capaciteitsdruk
veroordeelden eerder naar huis worden gestuurd. Maar het eerlijke
verhaal is ook dat wij geen simpele kortetermijnoplossingen hebben. Code
zwart heeft het CDA er wel van overtuigd dat we breed in de
strafrechtketen, maar zeker ook in het gevangeniswezen op de resetknop
moeten drukken. Want hoe effectief zijn korte gevangenisstraffen nu
eigenlijk? Het CDA gelooft in plaats daarvan in slimmer straffen,
bijvoorbeeld in de vorm van elektronische detentie voor lichtere
strafrechtelijke vergrijpen. Dat biedt de rechter meer vrijheid om
maatwerk te leveren en het voorkomt recidive. Niet in de laatste plaats
creëert het capaciteit in gevangenissen om juist die zwaardere
criminaliteit zwaar te blijven straffen. Voor een toekomstbestendig
gevangenissysteem moeten we voorbij het dogma dat vergelding alleen kan
met een gevangenisstraf.
Voorzitter. Dan de toegang tot het recht. De rechtsstaat valt of staat
met toegang tot het recht. Ook voor mensen in kwetsbare posities die
recht zoeken moet de deur openstaan. Als student werkte ik meerdere
jaren voor de Rechtswinkel Best. Daar zag ik van dichtbij hoe belangrijk
de eerstelijns rechtshulp is. Ook is er een cruciale rol weggelegd voor
de sociale advocatuur. Die moeten we de komende jaren ook blijven
ondersteunen. Toegang tot het recht vraagt echter ook om hervorming van
de rechtspraakketen in de breedte. De doorlooptijden bij de rechtspraak
zijn onverminderd hoog. Om de druk te verminderen kunnen bijvoorbeeld
innovatieve vormen van geschilbeslechting uitkomst bieden. Welke stappen
neemt de minister op dit terrein?
Daarnaast leggen procedures over verkeersboetes een zware last op de
rechtspraak. Het CDA kan zich niet aan de indruk onttrekken dat die druk
op de rechtspraak ook wordt veroorzaakt door de hoogte van
verkeersboetes, die steeds verder verwijderd raken van de ernst van de
overtreding. Zou de minister in kaart kunnen brengen welke extra
inkomsten als gevolg van de verhoging van verkeersboetes direct weer uit
de schatkist verdwijnen door noodzakelijke extra investeringen in het OM
en de rechtspraak?
Voorzitter, tot slot de bescherming van verschillende kwetsbare groepen.
In de bescherming van kwetsbare groepen laat een samenleving immers haar
ware gezicht zien. Vorig jaar diende het CDA een motie in om
slachtoffers van zedenmisdrijven te beschermen en zittingen over
zedenmisdrijven altijd achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, en
niet alleen bij minderjarige daders. Hoe staat het met de uitvoering van
die motie?
Tot slot, voorzitter, online gokken. Het CDA maakt zich ernstige zorgen
over de effecten van online gokken op kwetsbare groepen, met name
jongeren. Met legalisering hebben we letterlijk gegokt en verloren. Mijn
vraag aan de minister is daarom: welke maatregelen gaat hij nemen om
kwetsbare groepen te beschermen, illegale onlinecasino's direct uit de
lucht te halen en ervoor te zorgen dat gokaanbieders hun zorgplicht
serieus nemen?
Voorzitter, ik rond af. Van de rechtszaal naar de plenaire zaal. Maar
met net zo veel toewijding ga ik mij de komende jaren inzetten, niet
langer alleen voor een cliënt, maar voor de samenleving breed, om de
rechtsstaat te versterken en de basis op orde te brengen, zonder de
verwondering die past bij deze unieke plek te verliezen. Maar zoals ons
pap vrij vertaald naar Socrates altijd zegt: gelukkig is verwondering
het begin van alle wijsheid.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
Dank u wel, mevrouw Straatman, voor uw gepassioneerde maidenspeech. Ik wil u daar als eerste van harte mee feliciteren. Ik schors de vergadering tot … O, mevrouw Dobbe! Hè! Ik verzoek de leden hun plaatsen in te nemen. Mevrouw Dobbe krijgt het woord voor een interruptie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan kan ik ook als eerste de complimenten geven na de voorzitter. Het is
een ontzettend goed betoog. Zie het dus ook als een compliment dat ik
nog een vraag daarover heb. Maar de complimenten zijn wel echt verdiend,
want het was hartstikke mooi.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn vraag is als volgt. U heeft het over code zwart in het
gevangeniswezen. Ik denk dat wij die zorg heel erg delen. We zien ook
dat het gevangenispersoneel aan het staken is op dit moment. In ieder
geval gisteren hadden ze weer een staking en een werkonderbreking. Zij
bouwen dat op. Zij doen dat niet voor niets, namelijk omdat het code
zwart is. Dat is niet alleen vanwege de werkdruk en de
arbeidsomstandigheden, maar ook vanwege het loon.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ze worden op de nullijn gezet, waardoor ze er feitelijk op
achteruitgaan. Wat zou het CDA tegen deze stakende gevangenismedewerkers
willen zeggen?
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik zou tegen deze stakende gevangenismedewerkers willen zeggen dat ik
heel goed begrijp wat de zorgen zijn en wat de problemen zijn in de
strafrechtketen en in het gevangeniswezen breed. Ik denk dat de brief
van de staatssecretaris over de menukaart die hij heeft gegeven over wat
te doen aan code zwart, heel duidelijk maakt dat we aan alle knoppen
moeten draaien waar we maar aan kunnen draaien. Dat is niet alleen de
financiële knop. Dit betekent ook dat we moeten inzetten op meer
resocialisatie en op preventie en dat we moeten kijken hoe we de
capaciteitsvraag naar beneden kunnen brengen. Dat is bijvoorbeeld het
initiatiefvoorstel van het CDA samen met D66: hoe kunnen we op een
slimmere manier straffen, zodat we breed in de gevangenisketen kijken
hoe we het kunnen oplossen?
Mevrouw Dobbe (SP):
Tot slot, hoor. Ik wil niet al te lang tussen de felicitaties staan.
De voorzitter:
Ja hoor, het mocht, het mocht.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank dat dit mag overigens, want dat vind ik altijd heel goed. Maar het
is dus ook financieel. Het is natuurlijk ook dat financiële gedeelte
waar de bewakers nu voor staken. Wat zegt het CDA daarop?
Mevrouw Straatman (CDA):
U heeft mij zojuist gehoord: ik denk dat dit een integrale aanpak
vereist. Dat blijkt denk ik ook heel duidelijk uit de brief van de
staatssecretaris. Wij zullen ermee aan de slag gaan om aan alle
mogelijke knoppen te draaien om het probleem in het gevangeniswezen op
te lossen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we u nu toch echt feliciteren.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Ik schors tot 13.50 uur voor lunch en vooral voor felicitaties. De
vergadering is geschorst.
De vergadering wordt van 13.16 uur tot 13.51 uur geschorst.
Begroting Justitie en Veiligheid 2026
Begroting Justitie en Veiligheid 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (36800-VI).
De voorzitter:
Dan zijn we aangekomen bij de voortzetting van de eerste termijn van de
begroting Justitie en Veiligheid.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Tijs van den Brink voor zijn inbreng in
eerste termijn namens de fractie van het CDA.
Meneer Van den Brink, voordat u het woord krijgt, zou ik kort het woord
willen geven aan de staatssecretaris voor een reactie op het punt van
orde van mevrouw Bikker voor de lunchschorsing. Als de staatssecretaris
zover is, dan heeft hij het woord. Het woord is aan de
staatssecretaris.
Staatssecretaris Rutte:
Voorzitter, dank voor de kans om even snel misschien wat kou uit de
lucht te halen. Ik heb het een en ander laten uitzoeken. Het zit als
volgt. Op 5 december 2025 zijn ruim 1.900 documenten gepubliceerd in het
kader van de actieve openbaarmaking over kansspelen op afstand. Na
publicatie is geconstateerd dat in een aantal documenten
persoonsgegevens, waaronder namen, abusievelijk niet volledig waren
gelakt. Gezien de omvang van deze operatie, 1.900 documenten, kunt u
zich voorstellen dat dat is gebeurd, maar vervelend is het wel. Om de
privacy van de betrokkenen te beschermen, en enkel om deze reden, zijn
de betreffende documenten op 7 januari offline gehaald en worden deze
gegevens alsnog gelakt. Ik betreur deze fout ten zeerste. Ik had uw
Kamer hierover van tevoren moeten informeren. Het offline halen heeft
niets van doen gehad met contacten met de kansspelsector. Ik zou het
hierbij willen laten.
De voorzitter:
De verleiding voor de Kamer om nu het debat aan te gaan, zo kan ik me
goed voorstellen, is bijzonder groot, maar dat gaan we niet doen. Ik zou
willen voorstellen dat u de reactie van de staatssecretaris betrekt bij
uw termijn, waarvan de voortzetting morgen zal plaatsvinden.
Staatssecretaris Rutte:
Ik ga een en ander ook per brief aan de Kamer sturen. Dat gaat zeker
gebeuren.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, heel kort over het punt van orde.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, snap ik, voorzitter. Wanneer kunnen we deze brief verwachten?
Staatssecretaris Rutte:
Ik denk op heel korte termijn, dus in de loop van deze week nog.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Vóór de beantwoording?
Staatssecretaris Rutte:
Zeker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dan oké. Akkoord.
De voorzitter:
Akkoord. Dan is het woord nu aan de heer Van den Brink voor zijn inbreng
in eerste termijn, namens het CDA.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik wil beginnen met mijn hartelijke
felicitaties aan mevrouw Abdi en mevrouw Straatman voor hun mooie
verhalen. Er kunnen niet genoeg PSV'ers in deze Kamer zitten, zou ik
willen zeggen.
Collega Straatman zei het al: bij het gokbeleid is er gegokt, en
verloren; kwetsbare mensen zijn hierdoor in de knel gekomen. De
CDA-fractie wil voorkomen dat er bij het drugsbeleid opnieuw zo'n
verkeerde afslag wordt genomen. Ook daar dreigen mensen slachtoffer te
worden van een te meegaand beleid. Het CDA kiest daarom voor een andere
koers dan partijen die spreken over normalisering en legalisering.
Drugsgebruik is geen onschuldig individueel plezier, maar onderdeel van
een gewelddadige keten van ondermijning, intimidatie en liquidaties. Wie
harddrugs gebruikt, faciliteert een criminele industrie die onze
rechtsstaat aantast; "Jouw lijntje, zijn liquidatie", zoals vorig jaar
in Rotterdam te lezen was. Mijn fractie vraagt zich af hoe het staat met
de toezegging om in die geest een landelijke campagne te starten. Steeds
meer onderzoek laat zien dat vooral drugsgebruik in de adolescentie
blijvende schade veroorzaakt. Studies tonen aan dat gebruik in deze
levensfase kan leiden tot beperkte mentale vermogens, verstoring van de
hersenontwikkeling en een verhoogde kans op verslaving en psychische
problemen. Daarom vraag ik de minister welke concrete stappen hij zet om
verdere normalisering tegen te gaan en te voorkomen dat beleid, ook
onbedoeld, het signaal afgeeft dat drugsgebruik acceptabel is.
Voorzitter. Dat raakt ook aan het wietexperiment. De vraag is niet
alleen of het experiment technisch werkt, maar ook welke gevolgen het
heeft voor volksgezondheid, criminaliteit en handhaving. We hebben nooit
staan springen om dit experiment; mijn collega Harmen Krul heeft eerder
al de grote twijfels van het CDA uitgesproken bij de aanname dat
legalisering criminaliteit vermindert. Is de minister bereid om het
experiment tussentijds te evalueren, en dan niet alleen economisch of
logistiek? Worden maatschappelijke effecten zoals veiligheid en
leefbaarheid volwaardig meegewogen? Neem bijvoorbeeld de stankoverlast
in Hellevoetsluis, waar honderden inwoners klagen over de geur van de
producent aldaar. Of neem de ernstige veiligheidsincidenten die zich
hebben voorgedaan bij legale wietfabrieken, waaronder gewelddadige
overvallen en inbraken. Hoe beoordeelt de minister deze situatie? En
welke verantwoordelijkheid ziet hij voor zichzelf, in samenhang met
gemeenten en andere overheden, om structurele overlast en
veiligheidsrisico's te voorkomen?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Collega Van den Brink zegt behartigenswaardige woorden over hoe
schadelijk drugs zijn, niet alleen omdat dat veel criminaliteit
teweegbrengt, maar ook vanwege de gezondheid van onze jongeren. Juist
cannabisverslaving is een van de grootste stijgers, helaas, in onze
verslavingsklinieken. Het is juist daarom dat ik denk dat we niet moeten
normaliseren wat niet normaal is. Daarom heb ik samen met collega
Diederik van Dijk en collega Schilder een motie neergelegd om te zeggen:
zullen we die wietexperimenten maar af gaan bouwen? Ik weet dat in ieder
geval de heer Krul daar ook van gecharmeerd was, dus hierbij mijn
hartelijke uitnodiging aan collega Van den Brink: zou u mee willen
doen?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dat heeft ook mijn sympathie — u kent ons verkiezingsprogramma op dit
punt. Tegelijkertijd gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat wij in
gesprek zijn met andere partijen over een regeerakkoord. Aanstaande
vrijdag wordt dat openbaar. Tot die tijd kan ik daar eigenlijk niet veel
over zeggen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ben natuurlijk ook heel benieuwd wat er in het regeerakkoord staat.
Ik snap ook dat dat met zich meebrengt dat het wat dat betreft even met
de handen op de rug is. Maar ik denk wel dat, hoe dat regeerakkoord er
ook precies uitziet, we elkaar kunnen vinden in de woorden die collega
Van den Brink net sprak over het terugdringen van de normalisering. Dus
toch de hartelijke uitnodiging om ook na publicatie — we gaan er toch
daarna pas over stemmen — te kijken of het niet een amendement is
waarbij we niet alles schrappen, maar het rustig afbouwen. Zullen we
daarnaast iets meer aandacht gaan geven aan de gevolgen van drugsgebruik
en ook campagnes voeren over hoe slecht het is om drugs te
gebruiken?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Daar ben ik het mee eens. Ik noemde net ook de slogan "Jouw lijntje,
zijn liquidatie". Dat was een campagne in Rotterdam. Er is volgens mij
vorig jaar een motie van u aangenomen waarin werd beloofd dat die
landelijk werd uitgerold. Ik wil graag weten hoe het daarmee staat. Over
die afbouw ga ik nu echt geen toezeggingen doen. Ik zeg alleen maar:
vrijdag.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ben natuurlijk wel benieuwd of ik het CDA nog aan mijn zijde vind om
in the end ervoor te zorgen dat we in dit land minder softdrugsgebruik
hebben en dat het wietexperiment in die zin geen opmaat is naar meer
normalisering.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dat is niet onze ambitie. Wij zouden dat heel graag terugdringen, maar u
kent de situatie. We zijn in gesprek, en de uitkomsten daarvan zijn nog
niet openbaar.
De heer Sneller (D66):
De heer Van den Brink vraagt om onderzoek naar onder andere
normalisering. Het Trimbos-instituut, het kenniscentrum op dit gebied,
waarschuwt juist dat die landelijke campagne over drugsgebruik leidt tot
normalisering. Ik vroeg me af hoe de heer Van den Brink daarop
reflecteert.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik heb de afgelopen tijd ook wel gesprekken hierover gevoerd. In
hulpverlenersland wordt verschillend geoordeeld over de slogan die in
Rotterdam is gebruikt. Vandaar ook mijn vraag aan de minister over wat
daar concreet mee gebeurd is. Is die campagne landelijk uitgerold? Ik
heb 'm niet gezien, maar ik zie niet alles, dus ik kan 'm gemist hebben.
Kan het zijn dat andere methodes effectiever zijn? Als dat zo is, dan
staan we daarvoor open.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dat wietexperiment is nog een erfenis van Rutte III en IV. Dat is er
toen volgens mij ook tegen de zin van het CDA in doorheen gedrukt,
zogezegd. Nu het weer op tafel ligt en na alles wat we er aan kennis bij
hebben gekregen, zal het CDA toch wel de rug recht houden en niet weer
door de knieën gaan voor de drugsagenda van D66?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
"De drugsagenda van D66", interessant. Ik heb net geschetst hoe wij in
dit debat staan en hoe wij tegenover drugs staan. Ik ga de komende jaren
mijn best doen om die normalisering tegen te gaan. Ik ga dat niet in
mijn eentje doen. Er moeten in dit huis meerderheden gesmeed worden en
compromissen gesloten worden. Hoe dat er precies uit gaat zien, kan ik
nu niet voor u uittekenen. Dat is eigenlijk hetzelfde antwoord als ik
net aan mevrouw Bikker gaf. Maar in de strijd tegen normalisering van
drugs vindt u mij aan uw zijde.
De voorzitter:
De heer Van Dijk? Nee?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Voorzitter. Ik kom bij het onderwerp femicide. In Nederland wordt elke
acht dagen een vrouw vermoord. Dat zijn geen incidenten. Femicide vindt
plaats in een context van controle en intimidatie, vaak voorafgegaan
door duidelijke signalen. Het CDA vindt dat we te vaak achteraf
reageren, terwijl bekend is dat vroege signalering en een goed
afgestemde aanpak levens kunnen redden. Daarom mijn vragen aan de
minister. Hoe staat het met het verbeteren van monitoring en
risicotaxatie? Worden signalen van politie, Veilig Thuis, zorg en
gemeenten daadwerkelijk gekoppeld, zodat gevaarlijke patronen op tijd
zichtbaar worden? Hoe zorgt de minister ervoor dat bescherming niet
blijft steken op papier, maar dat vrouwen en kinderen ook in de praktijk
veilig zijn en toegang hebben tot opvang wanneer dat nodig is?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Het is altijd fijn als een van onze mannelijke collega's zich
nadrukkelijk uitspreekt tegen geweld tegen vrouwen en femicide expliciet
benoemt. Wij hebben in deze Kamer al meerdere voorstellen gedaan op dat
vlak. We hebben overigens ook de wens uitgesproken dat daar extra
middelen en geld naartoe moet. Je kan niet alleen maar maatregelen met
elkaar afspreken; die moeten ook uitgevoerd en opgepakt worden.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Hebben we de heer Van den Brink aan onze zijde en kunnen we verwachten
dat hij onze voorstellen, ook de financiële, gaat steunen dan wel met
eigen voorstellen gaat komen?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Het antwoord is: vrijdag. Dat geldt voor alle financiële voorstellen die
vandaag ter tafel komen, denk ik, en waarschijnlijk ook voor alle
collega's van de beoogde coalitiepartijen. Wij gaan daar nu geen
uitspraken over doen. U kunt ons aan uw zijde vinden. Mijn collega Etkin
Armut voert het woord over de strijd tegen femicide.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dan kijk ik de voorzitter aan. Ik heb goede hoop, na de twee ontwijkende
antwoorden die ik heb gekregen van twee verschillende Kamerleden, dat er
vrijdag toch wel witte rook komt en dat er extra geld komt voor de
strijd tegen femicide. Zo niet, dan verzeker ik u dat wij dat wel gaan
voorstellen.
De voorzitter:
U mag mij aankijken, maar de spreker gaat over zijn eigen
antwoorden.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik kijk u heel graag aan …
De voorzitter:
Dat is wederzijds.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
… maar uiteindelijk zal de heer Van den Brink hierop moeten
reageren.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik raak nu ook een beetje nieuwsgierig. Ik weet dat het lastig is om van
tevoren te zeggen waar je wel of niet voor gaat stemmen, maar ik ga
ervan uit dat de heer Van den Brink straks wel een advies geeft aan de
fractie over de stemlijst bij dit debat, dus dat er een advies komt van
de heer Van den Brink, als de woordvoerder op dit dossier, over femicide
en het wietexperiment. Dat heeft hij gedaan. De heer Van den Brink kan
natuurlijk wel zijn visie geven en kan misschien ook wel zeggen wat hij
zijn fractie gaat adviseren.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Mijn visie heb ik volgens mij zojuist gegeven, namelijk dat femicide ook
voor ons een heel belangrijk onderwerp is en dat we graag zouden zien
dat er maatregelen worden genomen die echt werken om femicide terug te
dringen. Alle maatregelen die daartoe leiden, zullen wij dus met
sympathie bekijken. Als het gaat om geld, blijf ik zeggen: vrijdag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Iedereen vindt femicide een belangrijk onderwerp. Er is geen partij in
de zaal die dat geen belangrijk onderwerp vindt. Ik vraag nogmaals naar
het advies. Dat advies hoeft misschien niet overgenomen te worden, omdat
de fractie zegt: sorry, we hebben een financiële plaat; dit kunnen we
niet doen. Maar het advies van de heer Van den Brink zal toch wel gewoon
openbaar mogen zijn?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Nee, de adviezen zijn intern in onze fractie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja? Oké. Héél ongebruikelijk.
De voorzitter:
Het is wat het is. U vervolgt.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Voorzitter. Een andere, zeer schrijnende vorm van criminaliteit wordt
gevormd door mensenhandel, prostitutie en online seksueel misbruik van
kinderen. Mensen worden gereduceerd tot een verdienmodel. Netwerken
opereren steeds internationaler en digitaler, terwijl slachtoffers vaak
onzichtbaar blijven door angst, afhankelijkheid of schaamte. Het is 25
jaar geleden dat prostitutie is gelegaliseerd, met als doel om
misstanden tegen te gaan, maar signalen uit de praktijk laten zien dat
uitbuiting, foute afhankelijkheidsrelaties en mensenhandel hardnekkig
voortbestaan. Dat vraagt om een eerlijke en zorgvuldige reflectie op de
vraag of het huidige beleid de doelen daadwerkelijk dichterbij brengt.
Het CDA wil daarom een harde aanpak van deze netwerken en stevige
slachtofferbescherming: veilige opvang, verblijfszekerheid waar nodig en
langdurige begeleiding.
Ik heb de volgende vragen aan de minister. Hoe versterkt hij de
opsporing van mensenhandelnetwerken, vooral digitaal en internationaal?
Klopt het dat de omvang van onlinekindermisbruik toeneemt? Heeft de
politie voldoende middelen om onlinekindermisbruik effectief aan te
pakken? Hoe staat het met de internationale samenwerking op dit
punt?
Voorzitter. Gemeenten spelen een sleutelrol in het toezicht op
prostitutie. Tegelijkertijd zijn de verschillen in capaciteit en
prioritering groot, met als gevolg dat uitbuiting van vrouwen
gemakkelijk van de ene naar de andere gemeente verschuift. Hoe
ondersteunt de minister gemeenten, zodat uitbuiting niet uit het zicht
verdwijnt door lokale verschillen? Slachtoffers moeten ook durven
melden. Wat doet de minister concreet om de aangiftebereidheid te
vergroten?
Voorzitter, tot slot. Deze begroting gaat over beleid dat gevolgen heeft
voor mensen, vaak kwetsbare mensen: mensen die hun gokgedrag niet in de
hand hebben, mensen die zich verliezen in drugsgebruik, vrouwen en
kinderen die worden uitgebuit door criminelen, meestal mannen. Het CDA
kiest voor een overheid die beschermt, begrenst en verantwoordelijkheid
neemt, die niet wegkijkt bij geweld, die niet wegrelativeert wat
schadelijk is en die altijd de menselijke waardigheid centraal
stelt.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde van uw betoog gekomen?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ja. Ik zie uit naar de antwoorden van de minister, wilde ik nog
zeggen.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Opnieuw komt collega Van den Brink met een punt waarvan ik zeg: daarin
trek ik heel graag samen met hem op. Wat zijn er namelijk veel
misstanden in de prostitutie en wat zijn er veel vrouwen in ons land
gebonden in moderne slavernij. Ik zou collega Van den Brink willen
vragen welke verandering hij wettelijk belangrijk vindt. We zitten
namelijk al vanaf Balkende IV te wachten op aanpassingen in de wet- en
regelgeving. Telkens wordt er weer een reden voor uitstel gevonden. Is
hij met mij van mening dat de Wrs, die echt al tijden op de plank ligt,
zo snel mogelijk naar de Kamer moet?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ja, dat zou mooi zijn. Daar staan een aantal belangrijke elementen in,
bijvoorbeeld het verhogen van de leeftijd naar 21 jaar en het
pooierverbod. Ook daarvoor geldt weer — het is een beetje flauw en
vervelend onderhand — dat vrijdag meer duidelijk wordt over wat daarover
in coalitieverband is afgesproken. Ook hiervoor geldt echter dat u mij
aan uw zijde vindt in de strijd tegen de uitbuiting van vrouwen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Rondom de Wrs hebben heel veel gemeenten gezegd: help ons nou om
landelijk beleid te maken. Ik kijk dus uit naar komende vrijdag. Ik hoop
echt dat hier stappen in worden gezet. Ondertussen zijn omliggende
landen niet stil gaan zitten; die zijn verdergegaan. Ze hebben
bijvoorbeeld het Scandinavische model ingevoerd. Voor de mensen die
kijken: het Scandinavische model gaat erom dat vrouwen in de prostitutie
nooit strafbaar zijn, maar wel degenen die seks kopen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik weet niet of wij dat onmiddellijk zullen omarmen. Daar wordt in onze
partij verschillend over gedacht. We zijn wel hard aan het werk met en
aan het nadenken over een maatregel die we zouden kunnen nemen om
vrouwen in Nederland beter te beschermen tegen de omstandigheden waarin
ze zich nu vaak bevinden. Maar vergeeft u mij; ik ben pas een paar
maanden woordvoerder op dit terrein. Ik ben me dus aan het inwerken en
ik probeer daarover op enige termijn met voorstellen te komen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik snap heel goed dat er op het punt van de uitvoering even een pas op
de plaats gemaakt wordt, maar laten we naar de doelstelling daarboven
kijken. Ik ben voor beleid waarvan we durven te zeggen dat zo min
mogelijk vrouwen slachtoffer zijn. In de studies die ik tot nu toe zie,
is het Nederlandse model daar ver weg van. Deelt de collega Van den
Brink dat en kunnen we vanuit dat vertrekpunt eens kijken wat er beter
kan?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik heb niet precies het overzicht van hoe het in andere landen loopt. Ik
ben het helemaal met u eens dat het beter kan en moet in Nederland. Alle
maatregelen die daaraan bijdragen zal ik met heel veel sympathie
bezien.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Brink. Het woord is aan mevrouw Coenradie
voor haar inbreng in eerste termijn namens de fractie van JA21. Gaat uw
gang.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. De strafrechtketen in Nederland is niet een beetje, niet
tijdelijk, maar fundamenteel niet op orde. Dat is geen
natuurverschijnsel; dat is het gevolg van jarenlang, structureel
politiek wanbeleid. Ik noem wegkijken, vooruitschuiven en structureel
verkeerde keuzes maken. Het begint en eindigt met vertrouwen. Het
vertrouwen van burgers dat de overheid ze beschermt. Het vertrouwen van
slachtoffers dat aangifte doen zin heeft. Het vertrouwen dat misdaad
wordt aangepakt en bestraft. Dat vertrouwen is afgebrokkeld en dat raakt
de hele keten: de politie op straat, het OM en uiteindelijk ook de
rechtspraak. Gezag is niet vanzelfsprekend. Gezag moet elke dag opnieuw
worden waargemaakt, maar ten aanzien van de strafrechtketen is jarenlang
niet vooruitgezien en dus niet geregeerd. We wisten dat gevangenissen
volliepen. We wisten dat tbs-klinieken structureel tekortschoten. We
wisten dat zedenzaken zich opstapelden. We wisten dat huiselijk geweld
werd onderschat. We wisten dat de politie overvraagd werd. Toch is er
niet ingegrepen. We hebben de kiezer beloofd dat aangifte doen zin
heeft. Inmiddels weten te veel Nederlanders dat het vaak niet loont.
Zedenzaken blijven liggen. Inbraken worden geseponeerd. Geweldszaken
slepen zich voort. Slachtoffers haken af. Begrip zonder daadkracht is
een lege belofte.
De kern van het probleem is als volgt. De strafrechtketen is overbelast,
versnipperd en slecht aangestuurd. Iedere schakel doet zijn best, maar
niemand stuurt het geheel. Er is geen echte regie, geen scherpe
prioritering en nauwelijks afrekenbaarheid. Als dit één organisatie was
geweest, was de directie allang naar huis gestuurd. Voor JA21 is het dan
ook logisch om te vragen waarom we deze keten niet bedrijfsmatig
aansturen, met heldere doelen en meetbare resultaten. Is de minister
bereid om te werken met duidelijke KPI's voor de strafrechtketen als
geheel?
Voorzitter. We hebben de afgelopen weken heel vaak gesproken over de
politie, en terecht. Maar ik heb een punt nog niet aangestipt: het feit
dat we te weinig rechercheurs hebben. We zien vandaag de dag dat
duizenden zaken blijven liggen omdat we een tekort hebben aan
rechercheurs. Naar schatting gaat het om 1.500 fte. Hierdoor worden
ernstige misdrijven niet opgepakt, worden onderzoeken stopgezet en
worden daders niet opgespoord en berecht. De Politieacademie krijgt
duizenden aanmeldingen voor de rechercheopleiding, maar er is budget
voor slechts 200 plekken. Ik vind het echt niet uit te leggen dat dit de
situatie is. Daarom heb ik een amendement ingediend. Hiermee kunnen in
potentie honderden extra rechercheurs worden aangenomen. Dat is
broodnodig.
Daarnaast vragen zedenzaken om bijzondere aandacht. Slachtoffers van
seksueel geweld wachten soms maanden voordat hun zaak wordt opgepakt.
Dat is onacceptabel. Zedenzaken zijn complex en arbeidsintensief en
vragen gespecialiseerde rechercheurs. Extra capaciteit betekent snellere
onderzoeken, betere begeleiding en vooral meer bescherming voor
slachtoffers. Dat is precies wat mijn tweede amendement beoogt.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik onderschrijf volledig het beeld dat collega Coenradie net schetste
omtrent opsporing. We missen opsporing, met name lokale opsporing. Mijn
vraag richt zich op het volgende. Je kunt daar in mijn beleving nu wel
extra geld voor uittrekken, maar het probleem zit niet alleen in de
instroom, maar ook in de doorstroom en in de monopoliepositie van de
Politieacademie.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Moeten we daar niet iets aan doen?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Zeker. Daar moeten we ook zeker naar kijken. Uiteindelijk is dit ook het
resultaat van bezuinigingen van jaren terug. Er is 100 miljoen gekort op
de politieacademie; dat betekent dat we daar op enig moment de effecten
van zien. Dat we anders moeten omgaan met dit stuk van de
strafrechtketen, daarin vindt mevrouw Mutluer mij aan haar zijde.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Vindt mevrouw Coenradie het dan niet belangrijk dat we met name naar die
opleiding kijken? Misschien moet er een aparte rechercheopleiding komen
of misschien moeten we iets meer duwen op die samenwerking met andere
partijen, dan wel universiteiten. Dan kunnen al die enthousiaste agenten
of nieuwe mensen die de opsporing in willen, worden opgeleid. Moeten we
ons daar niet op focussen?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Dat is iets wat ik lastig vind om te beantwoorden, omdat ik dat in
samenspraak met de politie zou willen doen. Ik denk dat we daarin in
ieder geval wel out of the box moeten denken. Aan het aantal
aanmeldingen ligt het niet. Wat ik vanuit de Politieacademie begrijp, is
dat er op dit moment ontiegelijk veel aanmeldingen zijn voor de
rechercheursopleiding, maar dat er simpelweg geen plek is. Daar knelt
het. Die mensen, die we dan zo enthousiast krijgen voor de politie, zien
we vervolgens weglopen richting bijvoorbeeld Defensie, of misschien naar
elders.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dus moeten we echt iets doen aan de voorkant en misschien moeten we ook
nadenken over hoe we de opleiding vormgeven, zeker als het gaat om het
opleiden van rechercheurs. Als wij daar voorstellen voor gaan doen, denk
ik dat ik mevrouw Coenradie aan mijn zijde heb, maar ik twijfel even
over dat amendement, omdat ik denk dat de oplossing ergens anders
ligt.
De voorzitter:
Mevrouw Coenradie, u vervolgt uw betoog.
Mevrouw Coenradie (JA21):
De kern van het probleem is dit: de strafrechtketen is overbelast,
versnipperd en slecht aangestuurd. Iedere schakel doet zijn best, maar
niemand stuurt het geheel aan. Er is geen echte regie, geen scherpe
prioritering en nauwelijks afrekenbaarheid.
Maar volgens mij heb ik dit al benoemd. Excuus. Ik was bij het kopje
zedenzaken en ik was even helemaal afgeleid. Ik ga gauw verder met mijn
betoog over de politiecapaciteit voor zedenzaken. Extra
politiecapaciteit heeft alleen zin als de rest van de keten meebeweegt.
Dan komen we bij het OM. Ook het OM loopt structureel vast. Zaken
blijven liggen of worden geseponeerd vanwege capaciteitsgebrek, niet
vanwege gebrek aan bewijs. Dat ondermijnt het gezag van de rechtsstaat.
Mijn vraag aan de minister is daarom helder. Hoe voorkomt hij dat
mogelijk toekomstige extra inzet bij de politie vastloopt bij het OM? Is
hij bereid ook op dat vlak harde keuzes te maken in prioritering en
capaciteit?
Dan de Fraudehelpdesk. Jaarlijks ontvangt deze organisatie tienduizenden
meldingen van slachtoffers van online oplichting en ID-fraude. Daarmee
worden tientallen miljoenen euro's aan schade zichtbaar gemaakt en
voorkomen. JA21 vindt daarom dat het voortbestaan van de Fraudehelpdesk
structureel en landelijk moet worden geborgd. Ik ben blij met het
initiatief van collega Mutluer om de korting op de Fraudehelpdesk
incidenteel terug te draaien. Wel ben ik van mening dat we de
Fraudehelpdesk, los van de vorm, structureel moeten borgen in de
toekomst. Er loopt het een en ander qua onderzoek, en mijn vraag is
eigenlijk welke scenario's er zijn voor de Fraudehelpdesk. Er wordt
gekeken naar een internationale fraudehub, maar wat als deze er niet
komt, of niet op tijd komt? Valt de Fraudehelpdesk dan tussen wal en
schip? Dan voltrekt zich, achter gesloten deuren maar ook steeds vaker
achter beeldschermen, geweld dat levens breekt. Het gaat om huiselijk
geweld, kindermishandeling, kindermisbruik en femicide. Wij hebben al
eerder aangegeven dat we samen met mevrouw Mutluer starten met het
uitwerken van een initiatiefwetsvoorstel om de strafmaat bij femicide en
andere vormen van relationeel dodelijk geweld te verzwaren. In het
strafrecht wordt dit nu behandeld als gewone doodslag, terwijl het in
veel gevallen het eindpunt is van een langdurig patroon van geweld,
stalking en intimidatie. Met dit initiatief willen wij binnen het
strafrecht beter recht doen aan dit soort patronen door voorafgaand
geweld en de relationele relatie expliciet mee te wegen als
strafverzwarende omstandigheden.
Te vaak zien wij hetzelfde patroon. Signalen zijn er, meldingen worden
gedaan, maar instanties kijken langs elkaar heen, waardoor daders
blijven lopen, slachtoffers blijven zitten en kinderen leren dat geweld
normaal is of online slachtoffer worden zonder dat iemand het ziet. Wij
vinden dit echt onacceptabel. Wie geweld gebruikt tegen zijn partner of
kinderen, of wie kinderen fysiek of online misbruikt, verliest het recht
om ongestoord zijn gang te gaan. Punt.
Is de regering bereid om bij situaties met een hoog vastgesteld risico
sneller en standaard over te gaan tot het opleggen van gebieds- en
contactverboden, zo nodig ondersteund door elektronische monitoring,
waarbij alleen gemotiveerd kan worden afgeweken? Is de regering bereid
te werken aan de ontwikkeling en invoering van één landelijk
casusregiesysteem, waarin politie, Veilig Thuis, Jeugdzorg en het
Openbaar Ministerie realtime informatie kunnen delen? Is de regering
bereid te zorgen voor structurele en geoormerkte capaciteit bij politie
en recherche voor huiselijk geweld, zedenzaken en online kindermisbruik,
zodat deze zaken daadwerkelijk worden opgepakt en niet blijven
liggen?
Geweld tegen kinderen verplaatst zich in toenemende mate naar de online
wereld. Is de regering bereid de opsporing van anonieme online daders
van kindermisbruik en grooming expliciet te prioriteren, inclusief
versterking van internationale samenwerking bij grensoverschrijdende
zaken?
Daarnaast pleit JA21 voor landelijke regie met lokale uitvoering, maar
met landelijke financiering. De huidige versnipperde en grillige
gemeentelijke aanpak leidt tot postcodeafhankelijke veiligheid en dat is
echt onacceptabel. Elk kind in Nederland heeft recht op dezelfde
bescherming. Voor kinderen geldt daarom dat bij herhaald geweld of
misbruik altijd een verplichte herbeoordeling van de thuissituatie moet
plaatsvinden, met duidelijke termijnen en doorzettingsmacht wanneer
instanties blijven twijfelen. Hoe kijkt het kabinet hiertegen aan?
Voorzitter. Normaliter voer ik niet het woord op het gevangeniswezen,
maar doet mijn collega Eerdmans dat. Vandaag voer ik namens JA21 het
woord over de gehele begroting van JenV. Daarom zal ik eenmalig ook iets
zeggen over het gevangeniswezen. Het gaat mij persoonlijk aan het hart
dat wij nog steeds geen structurele middelen hebben om te werken aan een
oplossing voor het capaciteitsprobleem bij DJI. Wanneer veroordeelden
hun straf niet direct of niet geheel kunnen uitzitten of wanneer
plaatsingen moeten worden uitgesteld, verliest de straf aan kracht. Dit
is moeilijk uit te leggen aan slachtoffers en draagt niet bij aan de
veiligheid in de samenleving. Daarom dien ik samen met de collega's
Eerdmans en Schilder een amendement in, in de hoop dat wij hierin als
Kamer een stap kunnen zetten.
Ook de tbs-sector staat onder grote druk. Het kabinet stelt dat
verruiming van de verlengingssystematiek niet mogelijk is vanwege het
EVRM. Tegelijkertijd hoor ik uit het veld dat bij bepaalde categorieën
tbs-gestelden, zoals bij chronisch onbehandelbare stoornissen met een
stabiel hoog risico, herhaalde toetsing vrijwel altijd tot dezelfde
uitkomst leidt, terwijl de druk op de rechtspraak, klinieken en het
Openbaar Ministerie steeds verder oploopt. Daarom vraag ik de minister
of hij wil onderzoeken of binnen de grenzen van het EVRM meer maatwerk
mogelijk is. Daarnaast staat de tbs-sector onder extra druk door
tbs-gestelden zonder rechtmatig verblijf, bij wie uitstroom vastloopt
door langdurige parallelle procedures. Deze mensen hebben geen toekomst
in Nederland. Is de regering bereid te verkennen hoe procedures rond
verblijfsrechten, uitzetting en eventuele internationale
tenuitvoerlegging sneller en beter op elkaar kunnen worden
afgestemd?
Tot slot wil ik iets zeggen over de begroting. Ik zie vanuit de gehele
Kamer constructieve voorstellen om allerlei gaten te dichten. JA21 heeft
over de meeste voorstellen een positieve grondhouding. Vooralsnog heeft
JA21 geen positieve grondhouding ten aanzien van de begroting zoals deze
er nu voorligt. Er zijn tekorten en er is perspectief nodig, en wel
snel. Voor JA21 is investeren in de strafrechtketen geen kostenpost,
maar een harde voorwaarde voor een beschaafde samenleving. Helaas ademt
deze begroting nog te weinig wat wij werkelijk voorstaan voor die
beschaafde samenleving. Daarom is het voor JA21 cruciaal dat deze
begroting wordt voorzien van de nodige reparaties door middel van
constructieve voorstellen vanuit de Kamer. Die voorstellen wegen voor
ons zwaar bij de vraag of wij deze begroting kunnen steunen. Dat is niet
uit oppositiedrang, maar uit verantwoordelijkheid.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Coenradie. Het woord is aan de heer El Abassi als
spreker in de eerste termijn namens de fractie van DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Ik merk dat de heer Sneller er meteen zin in heeft als ik opsta.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, ik ga meteen starten. Het was een bewogen jaar op het domein
van justitie en veiligheid. Rechts-extremisten hebben ons land
geterroriseerd. Anti-azc-demonstraties liepen uit de hand. Raadsleden
werden aangevallen. Politieauto's werden in brand gestoken. Nederland is
nog steeds het land dat het meeste onlinekindermisbruik host en
tegelijkertijd het land waar daders jaren ongestoord hun gang kunnen
gaan. Meerdere moskeeën werden aangevallen of beklad, imams werden
bedreigd en korans werden opnieuw verbrand en verscheurd, terwijl bij
demonstraties met twee maten werd gemeten. Onschuldige burgers belandden
onterecht op terrorismelijsten, met desastreuze gevolgen voor hen.
Kortom, het is een hele hoop. Laat ik dan ook maar meteen
beginnen.
Voorzitter. De minister heeft eerder gezegd dat rechts-extremisme volop
de aandacht heeft en dat die dreiging serieus wordt genomen.
Tegelijkertijd zagen we het afgelopen jaar hoe anti-azc-demonstraties
ontspoorden, bestuurders thuis werden opgezocht en geïntimideerd en de
politie structureel onder druk stond. We zagen hoe in september van het
afgelopen jaar Den Haag bejegend werd door rechts-extremistisch tuig. We
zagen hoe de minister dit niet eens zo durfde te benoemen. De AIVD
waarschuwt al jaren voor de normalisering en volharding van
rechts-extremistische netwerken. Toch is het optreden vaak laat,
terughoudend of versnipperd. Hoe kan dat, vraag ik de minister. Als dit
onderwerp zo'n prioriteit heeft, waarom zien we dan zo weinig
preventieve, zichtbare interventies? Waarom worden politici in dit huis
niet aangesproken op hun rol bij de normalisering van extreemrechtse
ideeën?
Voorzitter. Moslims waren het afgelopen jaar opnieuw een doelwit.
Moskeeën in Den Haag, Waalwijk, Emmeloord, Haaksbergen en ga zo maar
door werden beklad met racistische leuzen en ruiten werden ingegooid.
Brandstichtingen en bedreigingen volgden. Moskeebezoekers werden zelfs
mishandeld. Imams moesten aangifte doen omdat zij persoonlijk werden
geïntimideerd. Een ongelofelijk, niet te geloven patroon. De minister
heeft hier eerder over gezegd dat hij elke aanval op een gebedshuis
onacceptabel vindt en dat gemeenten en de politie alert zijn. Maar
alertheid alleen beschermt geen moskeeën en afkeuring alleen voorkomt
geen herhaling. Sterker nog, als we naar de cijfers kijken, dan zien we
een verdubbeling in het aantal incidenten tegen moskeeën in Nederland.
Erkent de minister dat er sprake is van extreme intimidatie richting
moskeeën? Waarom is er nog geen structurele landelijke aanpak tegen
aanvallen op moskeeën terwijl dit probleem al jaren bekend is? Hoe wordt
gewaarborgd dat moskeebesturen dezelfde bescherming krijgen als andere
kwetsbare instellingen, zoals synagogen?
Voorzitter. Dan de CTER-registraties. Ik heb het hier al eerder over
gehad. De Nationale Ombudsman heeft in zijn rapport Blind vertrouwen
vastgesteld dat burgers onterecht op terrorisme- en extremismelijsten
kunnen belanden, zonder transparantie en zonder effectieve
rechtsbescherming. Mijn motie om de aanbevelingen van de Ombudsman met
spoed op te pakken, is bij de vorige begrotingsbehandeling aangenomen.
Maar hoe gaat het met de uitvoering, zou ik de minister willen vragen.
De minister presenteerde onder meer de zogenoemde Handreiking voor
inzageverzoeken. Die handreiking zou burgers meer duidelijkheid moeten
geven, maar de Nationale Ombudsman is er glashelder over: deze
handreiking biedt geen oplossing; zij beschrijft vooral hoe het systeem
nu werkt en niet hoe het recht van burgers wordt beschermd. Burgers
moeten zich nog steeds wenden tot zes verschillende instanties. Dat zijn
er zes, zonder overzicht, zonder begeleiding en zonder garantie op een
inhoudelijk antwoord. Hoe kan de minister dit presenteren als een
verbetering van de rechtsbescherming? De Ombudsman stelt terecht dat
burgers maar één eenvoudige vraag hebben: wat is er met mij gebeurd en
mocht dat eigenlijk wel? Die vraag wordt door deze handreiking echter
niet beantwoord. Waarom kiest de minister ervoor om een handreiking te
introduceren die volgens de toezichthouder zelf tekortschiet, in plaats
van het systeem fundamenteel te vereenvoudigen?
Voorzitter. Het probleem zit dieper. De Inspectie Justitie en Veiligheid
heeft namelijk nog steeds geen toegang tot het CTER-themaregister.
Daarmee beschikt de toezichthouder niet over een eigenstandige
informatiepositie. Hoe kan de minister spreken van versterkt toezicht
als de toezichthouder zelf het systeem niet eens in mag zien? De
Ombudsman waarschuwt bovendien dat toezicht zich niet mag beperken tot
zogenoemde uitstralingseffecten. Een onterechte of foutieve registratie
is op zichzelf al een inbreuk op grondrechten, ongeacht of een burger
daar ooit expliciet de gevolgen van merkt. Erkent de minister dat punt?
Zo ja, waarom is er dan nog steeds geen onafhankelijke toets vooraf of
tijdens het registratieproces?
Voorzitter. Ik wil de minister ook vragen naar een ernstig incident dat
zich gisteren heeft voorgedaan. Volgens meerdere ooggetuigen is een
vrouw die enkel aan het filmen was, in haar buik getrapt en met de
wapenstok geslagen door een politieagent, zonder zichtbare aanleiding.
Vervolgens is er een man aangehouden en is hij met de wapenstok
geslagen, op zijn hoofd gestompt en bespoten met pepperspray. Ook zijn
partner zou daarbij zijn geslagen. Getuigen geven aan dat zij niets
strafbaars deden, maar kritiek uitten op het politieoptreden. Laat ik
duidelijk zijn: de politie mag geweld alleen gebruiken als uiterste
middel en wanneer dat noodzakelijk en proportioneel is. Het filmen van
een politieoptreden en het aanspreken van een agent zijn geen strafbare
feiten en kunnen op zichzelf nooit geweld rechtvaardigen. Daarom vraag
ik de minister of hij kan toelichten wat hier is gebeurd. Is de minister
het met mij eens dat het gebruiken van geweld door de politie slechts in
uitzonderlijke gevallen is toegestaan? Is er een onafhankelijk onderzoek
ingesteld naar dit incident? Ik hoor graag de reactie van de
minister.
Voorzitter. Ik werd uitgelokt: vorige week was ik te beroerd om aanwezig
te zijn bij het debat over geweld tegen hulpverleners. Vanuit huis heb
ik met walging gekeken hoe mevrouw Faber sprak over Marokkaanse
Nederlanders en andere Nederlanders met een migratieachtergrond. Het was
een tirade die hele bevolkingsgroepen op basis van hun afkomst wegzet
als probleem: collectieve verdachtmaking. Mevrouw Faber sprak over
"hoofdzakelijk allochtoon tuig", over "Marokkaans tuig" en over een
zogenoemde cultuurstrijd. In de criminologie bestaat al decennialang
brede consensus: criminaliteit en ordeverstorend gedrag hangen samen met
sociaal-economische factoren, leeftijd, groepsdynamiek en gelegenheid,
maar niet met afkomst of etniciteit. Dat zeggen niet alleen linkse
politici, zou ik via de voorzitter tegen mevrouw Faber zeggen; dat
zeggen het WODC, het CBS, de politie en serieuze wetenschappers.
Voorzitter. Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond vieren oud en
nieuw, gewoon thuis. Ze werken in de zorg, bij de politie, bij de
brandweer of in het onderwijs. Zij zijn geen daders, maar vaak juist
slachtoffers van geweld en de stigmatisering van rechts-extremistische
partijen. Voorstellen voor zaken als denaturalisatie worden door de PVV
dan ook selectief ingezet. Wanneer politieagenten, raadsleden en
burgemeesters worden bedreigd of belaagd bij demonstraties tegen
asielzoekerscentra, blijft het namelijk opvallend stil aan de kant van
mevrouw Faber, zou ik via de voorzitter willen zeggen. Dan horen we
niets over tuig, niets over keihard optreden, niets over het inzetten
van het leger of het afnemen van rechten. De PVV is er dan juist als de
kippen bij om op die plekken campagne te voeren. Blijkbaar geldt de
verontwaardiging van mevrouw Faber echter niet voor iedereen.
Voorzitter. Ik ben een Marokkaanse Nederlander. In tegenstelling tot
veel PVV'ers zijn mijn familie en ik integer. Wij dragen bij aan de
samenleving en voelen ons verantwoordelijk voor dit land. Toch worden
wij in de bijdrage van mevrouw Faber neergezet als onderdeel van een
vijandige cultuur. Dat doet pijn. Het is niet leuk, niet grappig, niet
stoer en, nog belangrijker, het maakt Nederland onveilig. Wie namelijk
blijft herhalen dat afkomst het probleem is, vergroot het wantrouwen in
de overheid, zet groepen tegenover elkaar en verzwakt juist het gezag
van politie en bestuur. Nederland heeft geen behoefte aan een
cultuurstrijd. Nederland heeft behoefte aan gelijke maatstaven en
consequente handhaving.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Ellian. Ik zou eigenlijk niet het
debat van vorige week, waar u niet bij was, willen voeren. Dat wordt een
heel gekke vorm, want anders gaan we week in, week uit allerlei debatten
met elkaar doen. We hebben het vandaag over de begroting Justitie en
Veiligheid. Meneer El Abassi, u heeft een interruptie van de heer
Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Nee, geen interruptie, maar een vraag aan u, voorzitter. Ik heb u als
voorzitter er nog niet over gehoord, maar ik vind bewoordingen als
"rechts-extremistisch" ingewikkeld. Mevrouw Faber kan prima voor
zichzelf opkomen, maar als een collega in een bijdrage continu een
andere collega benoemt … Volgens mij is het normaal dat je zegt "de
PVV-fractie" en "de woordvoerder van de PVV-fractie". Mevrouw Faber kan
nu niet reageren.
De voorzitter:
Mevrouw Faber kan reageren. Ik heb in dit geval niet ingegrepen omdat
zij aanwezig is. Als zij de behoefte voelt om te reageren, dan krijgt
zij van mij alle ruimte om zich uit te spreken. Zoals ik al zei tegen de
heer El Abassi, wil ik het houden bij het debat over de begroting
Justitie en Veiligheid. Laten we er niet toe overgaan om elkaar voor
allerlei zaken uit te maken met kwalificaties waarvan we eerder met
elkaar in deze zaal hebben gezegd dat we die niet gebruiken, zoals
"rechts-extremisme". Laten we het houden op de inhoud, want volgens mij
bent u daar zeer wel toe in staat, meneer El Abassi. Was u aan het einde
gekomen van uw bijdrage?
De heer El Abassi (DENK):
Ik was aan het einde gekomen. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer El Abassi. Dan is het woord aan de heer Diederik van
Dijk voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij. Gaat
uw gang.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week bracht ik een indrukwekkend bezoek
aan het Overweeghuis in Utrecht, een plek waar vrouwen die vastzitten in
de prostitutie rust, opvang en begeleiding vinden om een nieuw leven op
te bouwen. Ik sprak daar met Vanessa, ervaringsdeskundige. Ze werkte
twintig jaar in de prostitutie. Ze vertelde dat haar lichaam op haar
19de is verkocht als handelswaar. Moderne slavernij gebeurt nog elke dag
voor onze ogen. Haar verhaal grijpt je aan, maar het is op een bepaalde
manier ook hoopgevend, want het laat zien dat, hoe diep iemand ook
vastzit, een weg eruit mogelijk is met de juiste hulp. Dat is precies
waar uitstapprogramma's over gaan: veiligheid, herstel en perspectief.
Daarom heb ik een amendement ingediend om extra middelen beschikbaar te
stellen voor uitstaporganisaties. Graag ontvang ik daarop een reactie.
Geen abstract beleid, maar concrete hulp, opvang, begeleiding,
traumazorg, schuldsanering en een nieuwe, hoopvolle toekomst met nieuw
werk en waardering. Het werk van het Overweeghuis laat zien dat dit
letterlijk levens kan redden.
Voorzitter. De problematiek is breder. De betreffende Vanessa vertelde
dat zij drugs gebruikte om het mensonterende werk vol te kunnen houden.
Voor veel vrouwen en mannen in de prostitutie verergeren verslavingen de
afhankelijkheid en maken ze eruit uitstappen extra moeilijk. Drugs zijn
in onze samenleving schrikbarend gemakkelijk verkrijgbaar, niet alleen
online, maar ook dit kabinet werkt hieraan mee door voortzetting van het
D66-experiment gesloten coffeeshopketen. Daarom heb ik samen met mevrouw
Bikker een amendement ingediend om deze normalisering van drugs door de
overheid tegen te gaan. Acht de minister dit beleid nog geloofwaardig,
afgezet tegenover de vele miljoenen die ingezet worden tegen de
normalisering van drugs?
Dan de DUUP-regeling, die bedoeld is voor uitstapprogramma's. Uit
signalen uit het veld blijkt echter dat in sommige steden een feitelijk
monopolie bestaat van organisaties die minder gericht zijn op enkel het
begeleiden van de uitstap, maar die ook instap faciliteren en inzetten
op destigmatisering van prostitutie. Dat wringt. Geld dat bedoeld is
voor uitstap, moet ook daadwerkelijk en exclusief daarvoor worden
ingezet. Is de minister bereid om de voorwaarden van de DUUP kritisch
tegen het licht te houden, inclusief toezicht en verantwoording?
Daarbij heeft de SGP ook oog voor de gebrekkige wettelijke bescherming
waarmee prostituees nog altijd te maken hebben als ze aangifte willen
doen van verkrachting of erger. De Wet regulering sekswerk ligt al jaren
op de plank. Dat betekent dat klanten van prostituees niet strafbaar
zijn. Dat is problematisch. Prostituees die te maken krijgen met geweld
of verkrachting door een pooier of klant, kunnen nauwelijks hun rechten
doen gelden en worden ontmoedigd om aangifte te doen. Internationaal
zien we dat het Zweedse model voordelen biedt. De prostituee wordt
beschermd, de klant wordt strafbaar gesteld en de vraag naar prostitutie
neemt af. Dit versterkt de positie van kwetsbare vrouwen en mannen, en
maakt het veiliger om misstanden aan te geven. Is de minister bereid te
onderzoeken of elementen van dit model kunnen bijdragen aan de
bescherming van prostituees in Nederland?
Voorzitter. Wie eerlijk kijkt naar de prostitutiepraktijk in ons land,
kan niet anders dan constateren dat het vrouwonvriendelijk,
onfeministisch en ongeëmancipeerd is. Het feit we het recht op seks
ensceneren en vrouwen uit lagelonenlanden etaleren achter ramen, waarbij
pooier en klant profiteren van hun kwetsbaarheid, hangt nauw samen met
geweld tegen vrouwen; dat tonen meerdere onderzoeken aan. Is de minister
bereid om in zijn aanpak van geweld tegen vrouwen deze praktijk
expliciet tegen het licht te houden en met concrete voorstellen te komen
om deze vrouwen beter te beschermen?
Voorzitter. Ik begon mijn inleiding met het verhaal van Vanessa. Ook zij
heeft meermaals aangifte gedaan tegen haar pooier en verkrachter. Ze
werd weggestuurd. "Bewijs maar dat het tegen je wil was. Je hebt hier
zelf voor gekozen." Het vertrouwen van burgers in de strafrechtketen
daalt al jaren. Doorlooptijden lopen op, aangiftes blijven liggen en
slachtoffers ervaren dat melding doen weinig effect heeft. Welke
concrete stappen neemt de minister om ervoor te zorgen dat de normen die
gelden voor doorlooptijden in de strafrechtketen afdwingbaar gehaald
worden?
Voorzitter. Als er één bevolkingsgroep is waarbij het vertrouwen in de
strafrechtketen de laatste jaren een ongekende daling heeft meegemaakt,
zijn het wel onze Joodse Nederlanders. In de aanpak van antisemitisme
komen aangiftebereidheid en bescherming direct samen. Joden in Nederland
moeten zich veilig voelen en erop kunnen vertrouwen dat de politie en
het OM daadkrachtig optreden. Helaas blijkt dat veel antisemitische
incidenten niet adequaat worden opgevolgd. Vervolging komt traag of
helemaal niet op gang en online haat blijft vaak onbestraft. Dit
ontmoedigt aangifte en ondermijnt de veiligheid van de Joodse
gemeenschap. Welke maatregelen neemt de minister om de politie en het OM
daadkrachtiger te laten optreden, meldingen sneller te verwerken en de
Joodse gemeenschap effectief te beschermen, zowel online als in de
publieke ruimte?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Ik nodig mevrouw Teunissen uit. Ik dacht
eerst dat u wellicht een interruptie had, maar u komt naar voren voor uw
bijdrage in de eerste termijn namens de Partij voor de Dieren. Ik geef u
het woord, als u zover bent.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik sta er helemaal klaar voor, voorzitter. Dank u wel.
Voorzitter. Waar klimaatwetenschappers eerder al tot vergelijkbare
conclusies kwamen, zijn nu ook de inlichtingendiensten van het Verenigd
Koninkrijk, onder andere MI5 en MI6, met een rapport gekomen. Het
instorten van ecosystemen kan snel gebeuren en vormt een bedreiging voor
de nationale veiligheid van het Verenigd Koninkrijk. Vooral
klimaatverandering jaagt het instorten van ecosystemen aan. Ook voor de
nationale veiligheid van Nederland is klimaatverandering een grote
bedreiging, maar hoe precies? Op welke termijn kan het kabinet
bevestigen dat we dat niet goed in beeld hebben en dat dat onwenselijk
is? Mijn vraag aan de minister is dus: is hij bereid om ook de
veiligheidsrisico's van het instorten van ecosystemen voor Nederland
onafhankelijk in kaart te laten brengen?
Voorzitter. Het demonstratierecht staat op de tocht. Het WODC-rapport
laat geen ruimte voor misverstanden: het demonstratierecht is van
fundamenteel belang voor de democratische rechtsstaat en vraagt niet om
nieuwe verboden, maar om zorgvuldige uitvoering. Toch kiest het kabinet
voor een tegengestelde koers. Terwijl het WODC concludeert dat verdere
inperkingen niet doeltreffend zijn en zelfs een averechts effect hebben,
liggen er wetsvoorstellen klaar die juist leiden tot meer inperking en
criminalisering van vreedzaam protest. Mijn fractie maakt zich daar
grote zorgen over. Het wetsvoorstel Gegevensvergaring openbare orde
maakt het bijvoorbeeld mogelijk om op basis van vrees alleen al
demonstranten langdurig in politiesystemen te laten belanden. Ook het
voorstel om online-uitingen te laten verwijderen op bevel van de
burgemeester raakt direct aan politieke meningsuiting. Een verbod op
gezichtsbedekkende kleding is een inperking van de rechten van mensen
die anoniem willen demonstreren, bijvoorbeeld omdat ze vrezen voor
represailles van een misdadig regime, zoals dat van Iran. Hoe voorkomt
de minister dat deze stapeling van bevoegdheden leidt tot structurele
surveillance van vreedzame demonstranten en een afschrikwekkend effect
op democratische participatie? Erkent het kabinet dat deze voorstellen
regelrecht ingaan tegen de bescherming van het demonstratierecht? Ik zou
het kabinet ook om concrete maatregelen willen vragen om het
demonstratierecht juist te bevorderen en te beschermen.
Voorzitter. Dan wil ik het hebben over de aanpak van dierenmishandeling.
De Wet aanpak dierenmishandeling is een positief voorbeeld van hoe de
Kamer zich eensgezind hard heeft gemaakt voor dierenwelzijn. Zo hebben
we ervoor gezorgd dat dierenbeulen een houdverbod kan worden opgelegd.
Dat is zelfs een levenslang houdverbod als ze dieren ernstig
mishandelen. We hebben inmiddels vaker in de media kunnen lezen dat een
houdverbod is opgelegd. Dat is heel goed om te voorkomen dat meer dieren
in schrijnende situaties terechtkomen.
Voorzitter. Het valt echter wel op dat er bijna alleen maar houdverboden
worden opgelegd aan houders van gezelschapsdieren en niet of nauwelijks
aan veehouders. Mijn vraag is: kan het kabinet verklaren waardoor dat
komt? Is het kabinet bereid om te bevorderen dat de wet ook wordt
toegepast als het gaat om veehouders en niet alleen houders van
gezelschapsdieren?
Voorzitter. Dan wil ik het tot slot nog hebben over het meldpunt waar
mensen dierenmishandeling en dierenverwaarlozing kunnen melden: meldpunt
144. Door het fantastische werk van deze mensen wordt niet alleen veel
dierenleed aangepakt, maar wordt ook veel huiselijk geweld en
kindermishandeling opgespoord. Dat hangt namelijk vaak met elkaar samen.
Dit meldpunt gaat aan het eigen succes ten onder. Elk jaar ontvangen zij
meer meldingen, maar ze hebben nog steeds dezelfde financiering als in
2011. Daarom zijn ze nu minder bereikbaar en kunnen ze melders minder
uitvragen. Vorig jaar heeft de Kamer ingestemd met incidentele
ondersteuning om de allerergste problemen op te lossen. Maar om meer
personeel aan te kunnen nemen en meldingen weer fatsoenlijk af te kunnen
handelen, hebben ze echt structureel meer capaciteit nodig. Ik vraag het
kabinet dus om daarnaar te kijken. Is het kabinet daartoe bereid? Ik heb
er ook een amendement over ingediend en ik hoop van harte dat de Kamer
dit steunt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bikker van de fractie van de
ChristenUnie, voor haar bijdrage in de eerste termijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Recht boven macht: wat mij betreft schrijven we
dat boven het ministerie van Justitie en boven de opvolgingsbrief als
deze bewindspersonen mogelijk worden opgevolgd door een nieuwe
bewindspersoon.
Voorzitter. Vooraf wil ik het volgende zeggen. Inhoudelijk was ik
geschokt toen ik de stapel stukken kreeg over de omgang van de goklobby
met het invoeren van nieuwe wetgeving. Die was eindeloos. Het gaat over
macht die continu bezig is met het beïnvloeden van recht. Vandaag
blijken alle stukken ingetrokken. Ik heb de staatssecretaris gehoord,
maar ik heb nog wel een paar vragen. Ik hoop dat hij die wil betrekken
bij zijn brief. Dat zijn de volgende vragen. Klopt het dat actief
geopenbaarde stukken alleen op basis van een expliciete
uitzonderingsgrond met nieuw besluit en motivering mogen worden
ingetrokken? Door wie is dat besluit genomen, als dat niet de
staatssecretaris was? Wanneer is dat besluit genomen? Wie waren daarvan
op de hoogte? Waarom is de Kamer daar niet over geïnformeerd? Komen de
stukken nu per omgaande terug online, zodat parlement, burgers en
journalistiek daar kennis van kunnen nemen? Overigens lijkt het mij
verstandig dat we gokpreventie niet meer bij Justitie laten, maar naar
VWS verplaatsen. Daar zit namelijk ook al het andere preventiebeleid, of
het nu gaat om roken of het tegengaan van gameverslaving.
Voorzitter. Wij bespreken de begroting van het ministerie van Justitie
in woelige tijden. Ik wil alle harde werkers die voor onze veiligheid
zorgen op deze plek bedanken. Ik trek heel graag op met alle partijen
die zich inzetten voor meer blauw op straat, voor bemande politiebureaus
en voor het wegwerken van de tekorten bij de DJI. Mijn vraag aan het
kabinet is: investeert het ook in het Openbaar Ministerie? We hebben
namelijk een WGO Politie gehad. Daar was vanzelfsprekend zeer veel
aandacht voor. Maar de strafrechtketen is zo sterk als de zwakste
schakel. Wordt de 80 miljoen voor de ICT geleverd?
Weerbaarheid vraagt ook om een sterke samenleving. Die samenleving wordt
helaas actief ondermijnd. Op veel plaatsen worden drugs sneller geleverd
dan een pizza. Laten we eerlijk zijn: Nederland heeft een gigantisch
probleem. Hoe kan het dan dat de daarvoor gereserveerde middelen al
jarenlang niet worden uitgegeven? Wat gaat er mis?
Wat wel goed lijkt te gaan, is de aanpak van drugsmokkel via de grote
zeehavens. Sterker, waar we voor waarschuwden, gebeurt: de smokkel gaat
nu naar de kleine zeehavens. Mijn breed gesteunde motie is onvoldoende
uitgevoerd. Havens als Scheveningen, Vlissingen, Eemsdelta en Harlingen
moeten zich gesteund weten en niet met een achterstand staan. Daarom
hebben we dit amendement, want de kleine haven mag nooit een vrijhaven
voor de drugsmaffia zijn.
Voorzitter. Zonder vraag geen aanbod. De criminelen zijn het probleem,
maar zonder drugsgebruikers geen drugscriminelen, drugsondermijning en
drugsliquidaties. Onze motie om een landelijke campagne te starten, naar
Rotterdams voorbeeld, had juist als doel dat gebruikers zich dat gaan
realiseren. Als jij snuift of slikt op de Zuidas of in een
studentenhuis, heeft dat grote gevolgen elders, tot aan een boer die
bezorgd is welke onbekende bezoeker op zijn erf komt. Is de minister
bereid deze campagne te herhalen? Maak namelijk niet normaal wat niet
normaal is. Cannabis is superverslavend en slecht voor je gezondheid.
Het leidt bij mensen met aanleg ervoor zelfs tot psychoses en
schizofrenie. Kort en goed, je bent dom bezig als je het vrijwillig
inhaleert. Terwijl de overheid aan alle kanten druk is om een rookvrije
samenleving tot stand te brengen, subsidiëren we tegelijkertijd
coffeeshops. Hoe rijmt de minister dat? Is hij het met me eens dat we
zouden moeten stoppen met het heilloze wietexperiment? Ik heb een
amendement om hem te helpen. Dan kan hij tegelijk een tandje erbij doen
wat betreft de campagne voor minder drugsgebruik. Wil de minister werk
maken van een wietvrije generatie, zoals het kabinet ook tot doel heeft
om werk te maken van een tabaksvrije generatie?
Ten slotte wil ik het volgende zeggen. Sinds 2023 bestaan de
uitstaptrajecten voor prostituees via de DUUP: 6 miljoen aan
rijkssubsidie om prostituees te helpen uitstappen. Dat is hard nodig,
want in de prostitutie zijn er veel te veel vrouwen die getraumatiseerd
raken of zelfs gedwongen werkzaam zijn. Wat is het belangrijk, en
belangrijk gebleken, dat er een uitstapprogramma is. Middelen worden
echter door sommige gemeenten niet voor uitstap gebruikt, maar soms
zelfs voor programma's die bijdragen aan instap. Dat kan toch niet de
bedoeling zijn? Is de minister bereid daar snel een einde aan te
maken?
Waarom is de motie-Ceder, over het naar de Kamer sturen van de Wet
regulering sekswerk, niet uitgevoerd en is er alweer anderhalf jaar
vertraging? Er zijn zo veel misstanden, dus dan is het toch tijd om orde
op zaken te stellen? Wat is de ambitie van deze minister in de periode
dat hij hier zit? En het allerbelangrijkst: hoe gaan we ervoor zorgen
dat de komende begrotingsbehandeling in september — dat is al vrij snel
— tot een ander resultaat leidt voor al deze uitgebuite vrouwen?
Voorzitter. Recht boven macht. Wat mij betreft breken we de macht van
criminelen die mensen uitbuiten in de prostitutie. Wat betreft de
drugsverslaving, die we overal in ons land zien, gaan we voor recht. Wat
mij betreft gaan we voor recht wat betreft de goksector, die ook telkens
opnieuw binnen weet te komen en de boel verstiert, zodat duizenden
jongeren verslaafd raken. Recht boven macht: dat is de inzet van de
ChristenUnie bij deze begroting.
Ik dank u alvast voor uw reactie en ik zie uit naar alle positieve
appreciaties.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar
inbreng in de eerste termijn namens de fractie van de SP. Ga uw
gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het is allereerst een eer om deze portefeuille
over te mogen nemen van Michiel van Nispen, die hier zo lang zo goed
werk heeft gedaan. Hij heeft de afgelopen jaren duidelijk gemaakt dat de
toegang tot het recht een groot goed is. Als mensen namelijk hun recht
niet kunnen halen, dan blijft onrecht bestaan. Daarom moet de sociale
advocatuur voldoende middelen hebben om het werk te kunnen blijven doen.
Het is dus goed dat er vanaf dit jaar structureel 30 miljoen extra bij
komt, maar dat is te weinig. De kantoortoeslag, waarover het hier eerder
is gegaan, is nodig om de kantoorkosten te dekken waarmee sociaal
advocaten een jongere generatie kunnen opleiden. Niet alleen de
commissie-Van der Meer II, maar ook de Nederlandse orde van advocaten
geeft aan dat dit cruciaal is om sociale advocatuur een toekomst te
geven. De SP heeft hier eerder aandacht voor gevraagd en wil de
staatssecretaris weer vragen om hier niet van weg te kijken, maar dit te
regelen. Graag een reactie. Ook zijn we benieuwd hoe het staat met het
uitvoeren van de motie over een landelijk dekkend netwerk van
sociaal-juridische dienstverlening.
Wij willen vandaag speciaal aandacht vragen voor de toegang tot het
recht voor vrouwen. Het recht voor mannen en vrouwen is gelijk, maar de
toegang tot het recht is dat niet altijd. Er zijn een aantal
vrouwenrechtswinkels in Nederland, die met succes werken, als een
laagdrempelige plek waar vrouwen juridische hulp en advies kunnen
krijgen. Dat is hard nodig, omdat vrouwen vaak in specifiek kwetsbare
situaties zitten of specifieke hulpvragen hebben. Denk aan de werkvloer,
waar ze minder salaris krijgen voor hetzelfde werk of te maken krijgen
met zwangerschapsdiscriminatie of denk aan een relatie waarin ze
financieel afhankelijk zijn van hun man of slachtoffer zijn van seksuele
intimidatie of geweld. In de recente brief Toegang tot het recht is hier
geen aandacht voor, terwijl dat wel effectief en nodig is.
Vrouwenrechtswinkels zijn nu niet structureel geborgd in het beleid
rondom toegang tot het recht en daarom is de financiering en daarmee de
continuïteit wankel. We willen dat dit onderwerp een vast onderdeel
wordt van beleid rondom toegang tot het recht en dat het structureel
wordt geborgd. Graag een reactie.
Voorzitter. Dan de gevangenissen. We vragen al langer om een oplossing
voor de hoge werkdruk en de tekorten aan gevangenispersoneel.
Gevangenispersoneel staakt voor een beter salaris, en dat is terecht.
Wij staan ook achter hen. Het personeel staat al jaren onder druk, maar
dit kabinet besluit het gevangenispersoneel doodleuk op de nullijn te
zetten. Zelfs een inflatiecorrectie is er niet bij. Het personeel gaat
er de facto dus op achteruit. Een grotere middelvinger kun je deze
mensen niet geven. We steunen het personeel volledig en willen het
gevangenispersoneel van de nullijn af hebben. Gaat de staatssecretaris
zich hiervoor inzetten?
Tot slot, want ik heb maar weinig tijd. Twee weken geleden was ik op
bezoek bij de vrouwengevangenis in Nieuwersluis. Natuurlijk was het een
indrukwekkend bezoek, met bevlogen medewerkers. Voor één ding wil ik
echter wel aandacht vragen. Tijdens dat bezoek werd namelijk duidelijk
dat het niet altijd lukt om bezoekuren af te stemmen op schoolgaande
kinderen. Als kinderen naar school gaan, kunnen ze soms niet op bezoek
bij hun moeder. Dat de moeder wordt gestraft, betekent wat ons betreft
niet dat de kinderen ook moeten worden gestraft. Is de staatssecretaris
bereid om hiernaar te kijken en zich ervoor in te zetten dat bezoekuren
en -dagen zo zijn ingericht dat kinderen wel hun ouders kunnen blijven
zien?
Tot slot, voorzitter. Ik sluit me volledig aan bij de vragen die mevrouw
Bikker heeft gesteld over de invloed van de goklobby.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Collega Abdi heeft volgens mij een voorstel voor een aparte cao voor
DJI. Ik hoor collega Dobbe zeggen dat de nullijn problematisch is. Heeft
zij een voorkeur voor een van de twee?
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat vind ik een interessante vraag. Ik laat het ook afhangen van wat de
vakbonden zelf vinden, want die gaan natuurlijk over de cao's in die
zin, samen met de werkgever. In dit geval hebben wij er zelf ook een
grote rol in. Als het gevangenispersoneel er zelf een aparte cao van zou
willen maken — dat is ongeveer wat in het voorstel wordt voorgesteld —
dan zouden wij dat kunnen steunen, maar het is ons nog niet helemaal
duidelijk of dat ook zo is. Of is dat niet de vraag?
De heer Ellian (VVD):
Ik heb dezelfde worsteling, want mijn zorg is dat het loon van het
hardwerkende gevangenispersoneel, dat we zo hard nodig hebben, uit de
pas gaat lopen met vergelijkbare beroepen. Ik zoek zelf ook naar het
antwoord op de vraag of zo'n aparte cao hen zou helpen of dat we het
toch meer moeten zoeken in de nullijn. Ik heb dus dezelfde zoektocht als
mevrouw Dobbe. Vandaar de vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Eigenlijk is het een zoektocht die we niet zouden moeten hebben en
zouden wij als Kamer onze verantwoordelijkheid moeten nemen door te
zeggen dat de nullijn van tafel gaat. Ik denk dat dit hier de oplossing
is, dat wij hier met z'n allen zeggen dat de mensen die hier cruciale
beroepen uitoefenen, zoals ons gevangenispersoneel, maar ook de
schoonmakers en alle mensen die elke dag onder deze cao werken, gewoon
een loonsverhoging verdienen en het niet verdienen om er in loon op
achteruit te gaan. Volgens mij is dat de oplossing die we moeten zoeken
en zijn het ook onze gevangenismedewerkers. Dan zijn dit soort
voorstellen hopelijk ook niet meer nodig.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Het woord is aan de heer Struijs voor zijn
inbreng namens 50PLUS in eerste termijn. Gaat uw gang.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank u, voorzitter. De rechtsstaat staat onder water. 50PLUS mag ook
voor het eerst in dit gremium spreken. Ik heb eerder al over de politie
gesproken. Maar het is echt zwaar weer, om die metafoor maar even te
gebruiken.
Ik begin toch eventjes met femicide. U weet dat ik 30 jaar bij de
recherche heb gewerkt. Ik heb te veel plaatsen delict mogen bezoeken
waar sprake was van femicide. Het heeft van de jaren tachtig tot en met
de jaren negentig geduurd voordat wij na ernstige meldingen achter de
voordeur mochten komen om vroegtijdig in te grijpen bij femicide of
huiselijk geweld. Dus daarom vertel ik dit ook. Alle goede voorstellen
rondom huiselijk geweld en femicide ondersteun ik, maar laten we
alsjeblieft de snelheid erin houden, want we hebben elke dag, elke week,
elk jaar slachtoffers. Daarbij doe ik het klemmende verzoek om
ouderenmishandeling mee te nemen in de beleidscyclus. Ik kom daarop
terug in een motie.
Ik ga nu even een paar andere dieptepunten met u doornemen. Het
gevangeniswezen. Er is veel over gezegd. O, ik heb een interruptie.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik vind het heel mooi dat de heer Struijs over femicide begint. Ik zou
hem willen vragen om juist vanuit zijn ervaring op de werkvloer met ons
te delen waar de politie tegenaan loopt. Ik heb het gehad over de
ontbrekende bevoegdheid om zo'n online contactverbod te handhaven. We
hebben het ook over de wet voor gegevensvergaring door de politie,
gewoon uit openbare bronnen. Mevrouw Teunissen heeft hier gezegd dat zij
daar ontzettend tegen is.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Even vanaf de werkvloer gezien: wat vindt meneer Struijs nou nodig om
femicide nog effectiever aan te pakken?
De heer Struijs (50PLUS):
Laat ik beginnen met alle rode vlaggen uit het onderzoek van mevrouw
Janssen. Zorg dat je bij elke rode vlag mag ingrijpen. Dat is een hele
basale opmerking, maar die sluit weer aan bij online interventies. Je
moet eerder kunnen komen met allerlei vormen van verboden. Een andere is
de omloopsnelheid van de voorstellen die hier geapprecieerd of
aangenomen worden. Breng die zo snel mogelijk naar de praktijk. Er zit
een beleidscyclus aan vast waar zelfs ik van schrik nu ik hier zit.
Eigenlijk — en dat meen ik oprecht — kom ik van de mensen in de Kamer
geen slechte voorstellen tegen, maar een dringend beroep vanuit de
politiepraktijk is: mogen we alsjeblieft zo snel mogelijk al die
beleidsvoornemens en de bevoegdheden die erbij komen, zeker ook op het
digitale domein, invoeren en dan gelijk tot handhaving overgaan? Dat
geldt zeker voor de bestuurlijke mogelijkheden, want die zijn er ook. Ik
wil ook echt graag nog een ander element meenemen, namelijk het
kennisniveau van de burgemeesters op dit niveau. Soms zijn er
mogelijkheden, maar soms komen ze ook burgemeesters tegen die het gewoon
oprecht niet weten. Het vraagt dan veel overtuigingskracht van het OM
dan wel van de politie.
Dan wil ik het hebben over het gevangeniswezen. De hogeschool voor
criminaliteit heeft toegeslagen. De onderbezetting is zo groot dat er in
thans lopende onderzoeken enorm vaak sprake is van de voortzetting van
criminele activiteiten. Ze gaan dus gewoon door met de drugshandel, om
het maar eventjes heel populair te zeggen. De baas van de DJI, de heer
Saris, gaf aan dat er 350 miljoen euro nodig is om bestaande
gevangenissen operationeel te houden. Daarnaast is er volgens hem nog
eens 550 miljoen extra nodig voor de uitbreiding van cellen en
forensische plaatsen. Dat is even schrikken. Ik snap dat we allemaal
verlangend naar vrijdag zitten te kijken, maar we moeten redden wat er
te redden valt. Wat is er wel mogelijk, vraag ik aan de minister. Wat is
er op korte termijn mogelijk? Het is namelijk wel eventjes code zwart.
Code zwart betekent niet niks. Waar ik vandaan kom, is dat een rode knop
waardoor je in actie komt. Je moet doen wat je kan doen. Mijn vraag is
een beetje basaal. Ik wil echt van de minister horen wat hij in die
korte tijd wél kan doen, zodat gevangenissen, en met name ook het
personeel, hun werk enigszins acceptabel kunnen uitvoeren.
Dan wil ik toch ook even een persoonlijke anekdote delen. Ik kwam
afgelopen weekend in Rotterdam een bekende crimineel tegen, die een
enkelband droeg. Ik heb niks tegen enkelbanden, maar deze meneer
verdient geen enkelband; hij verdient een gevangenisstraf. Hij vond het
nodig om z'n duim omhoog te steken. Ik wist wat dat betekende. Hij was
namelijk voor een ernstig geweldsdelict veroordeeld. Ik heb de heer
Saris de uitspraak horen doen dat de enkelband wat hem betreft ook een
hoofdstraf mag zijn. Hoe staat de minister daartegenover? Wij staan daar
niet positief tegenover.
Voorts ga ik door naar de zorgfraude.
De voorzitter:
Maar niet voordat u een interruptie heeft gehad van de heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Anekdotes van de heer Struijs zijn natuurlijk altijd geweldig om te
horen. Ik heb een korte vraag. Vindt de heer Struijs het gepast dat een
directeur-generaal een uitspraak doet over een politieke discussie zoals
de enkelband?
De heer Struijs (50PLUS):
Dat laat ik aan de minister. Ik vind het gepast, omdat het wel het
maatschappelijk debat op gang brengt. Dat is hard nodig. Ik schat in dat
deze heer, die ik heel deskundig vind, het maatschappelijk debat op
scherp wil zetten. Dat apprecieer ik. Maar ik herhaal dat ik de
uitspraak dat de enkelband een hoofdstraf mag zijn in no way, of onder
geen beding, apprecieer. Ik wilde "no way" zeggen. Sorry voor het
Engels.
Dan ga ik door naar de zorgfraude. De zorgfraude neemt enorm toe. Sinds
wij ons erin aan het verdiepen zijn, krijg ik zó veel signalen uit de
praktijk. Er is een conservatieve schatting van 10 miljard per jaar
vanuit het OM. Ik wil, voordat we nu weer naar vrijdag verwijzen, dat we
op voorhand wat gaan doen. Er moet veel meer gebeuren. Ja, we moeten
investeren in rechercheurs en zo. We gaan dat allemaal steunen. Maar die
10 miljard is wel erg veel. Sommige mensen vanuit de fiscaliteit en het
ministerie zeggen nu dat een multidisciplinair klein team, geen
strafrechtelijk team, wellicht al heel snel met voorstellen kan komen om
die 10 miljard te verminderen en eventueel geld terug te halen. Kortom,
wij werken aan een multidisciplinair team dat grote slagen kan maken.
Pientere pookjes, zal ik ze maar even noemen. Daar zijn we echt mee in
een vergaande verkenning. Hoe staat de minister ertegenover om dit soort
onorthodoxe dingen ook te gaan proberen?
Voorts ga ik over op corruptie. Ik heb dat in het politiedebat al licht
aangehaald. Ik ben enorm geschrokken door wat ik hoorde in de gesprekken
met rechercheurs, infiltratieteams en het OM over de toename van
corruptie in Nederland. Laat ik mij volledig aansluiten bij mevrouw
Bikker. Ik wil ook nog even een tussenvraag stellen. Sinds ik er ben,
hebben wij alle stukken opgevraagd die rondom online gokken richting de
Kamer zijn gegaan, met alle antwoorden. Bij ons stond dat op zwart. Had
dat te maken met de vraag die 50PLUS ging stellen, of is dat toeval? De
vraag is vier dagen geleden gesteld. Alles stond op nul. Ik begrijp dat
het nu verbeterd wordt. Wij krijgen die stukken in ieder geval wel. Maar
ik schrok er wel van dat die niet openbaar waren. Wie heeft dat nu
besloten?
Ik ga door met corruptie. Wij hebben daar echt zorgwekkende signalen
over gekregen. Dit ondermijnt echt het vertrouwen in bestuur. Het
gebeurt ook in gemeenten. Corrupte mensen zijn meester in sluwheid; dat
weet ik als geen ander door mijn ervaring met de bestrijding daarvan.
Elementen van bedreiging en geweld als verdienmodel zijn aan het
toenemen wat corruptie betreft. Hier hebben gemeenten heel veel last
van, maar ook gewone valide bedrijven worden steeds vaker op zo'n manier
in posities gebracht die ze niet wenselijk vinden. Wat zeggen het OM, de
politie, de FIOD en alle andere mensen van de Rijksrecherche tegen mij?
"Sorry Jan, we hebben meer meldingen dan we aankunnen en het is alleen
maar aan het toenemen." We zien dat ook in allerlei indexen. We glijden
dus langzaam maar zeker af met z'n allen.
We krijgen ook steeds meer meldingen van gemeenten waaruit blijkt dat
een ambtenaar onrechtmatig persoonlijke gegevens van burgers opzoekt.
Daar worden strafrechtelijke onderzoeken naar gedaan. Ik mag de
registers van de CID-rapporten — ik moet tegenwoordig TCI zeggen — niet
inzien, maar ik mag wel met ambtenaren spreken. Er schijnen daar toch
heel wat meldingen van te liggen. Dat baart mij zorgen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Een oud boek zegt al: geld is de wortel van alle kwaad. Ik denk dat dat
geldt voor corruptie. Daarbij zien we voluit dat de macht van het geld
een betoverende werking heeft op mensen. Ik dank de heer Struijs. Vanuit
zijn uitgebreide ervaring legt hij bloot waar het misgaat op dit moment.
Mijn vraag aan hem is: wat kunnen we er nou aan doen? Mijn beeld is dat
we de strafrechtketen te lang verwaarloosd hebben en hebben laten
vermageren, in plaats van hem op tijd te versterken. Is dat ook zijn
inschatting? Wat verwacht hij van het kabinet, ook bij de beantwoording
morgen?
De heer Struijs (50PLUS):
Ja, we hebben het verwaarloosd. Even een klein uitstapje. Ik ben hoofd
interne zaken geweest en ik heb al in de jaren negentig landelijk
onderzoek naar corruptie mogen doen. Ik heb dat altijd gevolgd. Ja, we
hebben dit stelselmatig verwaarloosd. Maar ik benoem ook de actualiteit
daarin, want naast de verleiding van geld, zie ik het geweld toenemen.
Het is recent nog gebeurd: een ambtenaar wordt even subtiel gezegd dat
ze weten waar zijn kinderen naar school gaan en hun voornamen worden
genoemd. Die ambtenaar heeft daar lang over gezwegen en heeft dit nu via
een heel moeilijke weg toch maar ter sprake gebracht. Dit zijn de
voorbeelden waar we mee te maken hebben. Vanwege die verslonzing moeten
we alle registers opentrekken om die informatie te krijgen, om het
geweld en de verleidingen eruit te slopen. Er is dus gewoon goed
preventiebeleid nodig. Maar jeetje, wat hebben we dit met z'n allen
laten verslonzen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik kan mij eigenlijk voorstellen dat twee dingen belangrijk zijn voor de
komende jaren. Het ene is dat we heel goed weten welke basis de
strafrechtketen nodig heeft om ogen en oren op de goede plekken in de
samenleving te hebben, in plaats van dat we alleen maar houtje-touwtje
de laatste gaten dichten, of het nou gaat om de DJI of de politiekracht
op straat. Het tweede wat ik me goed kan voorstellen — dat gaat over dat
"geld is de wortel van alle kwaad" — is dat we veel beter moeten
samenwerken, zodat de FIOD, de Belastingdienst en ons ministerie van
Financiën zich verantwoordelijk weten in een deltaplan tegen de aanpak
van al die criminaliteit.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Hoe kijkt de heer Struijs naar die ideeën?
De heer Struijs (50PLUS):
Eens met het deltaplan. Mijn volgende stukje gaat ook over die
samenwerking tussen de Rijksrecherche, de FIOD, het OM et cetera.
Eens.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik vind het heel mooi dat de heer Struijs dit onderwerp aanhaalt. Dat
kwam heel prominent bij ons op de agenda door ondermijning. Dat zijn
grote holdings die allerlei bedrijfjes hebben, die zij nodig hebben om
mensen om te kopen, of er in ieder geval voor te zorgen dat ze bijdragen
en corrupt zijn. Nu is deze minister van JenV gevraagd om dat rijksbreed
aan te sturen, want officieel vallen ambtenaren van een gemeente onder
BZK. Is ook meneer Struijs van mening dat het een taak is van de
minister van JenV om toe te zien op stevig rijksbreed beleid voor het
tegengaan van corruptie en dat dat niet puur en alleen aan de
vakdepartementen kan worden overgelaten?
De heer Struijs (50PLUS):
Het antwoord is vanuit mijn hart en mijn verstand ja. Dit is het enige
verlangen dat ik heb na vrijdag. Laten we dit gaan doen, met die
rijksbrede aanpak.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb even teruggekeken naar de aanpak van corruptie. Het kabinet had
het voornemen om extra te gaan investeren in de Rijksrecherche, de FIOD,
het Openbaar Ministerie, de rechtspraak en de rijksbrede aanpak. Ik en
mijn staf hebben er misschien overheen gelezen, maar ik zie er te weinig
van terug in de begroting. Wat gaat hiermee gebeuren, minister? Wat
kunnen we op korte termijn nog van u verwachten?
Dan naar het OM. We weten inmiddels dat het OM kampt met enorme
ICT-problemen. In een brandbrief schreeuwen 3.000 OM'ers moord en brand
naar hun eigen leiding. Niet alleen de kwaliteit van het OM-werk komt
daarmee onder druk, maar ook rechtstreeks de veiligheid van burgers. Het
zit in de koppelingen naar de politie en de rechterlijke macht, die te
lang duren. Dit raakt onze rechtsstaat. De bezuinigingen op ICT gaan
ernstige vormen aannemen. Hierdoor lopen mensen heel lang vrij rond.
Hierdoor is alles aan het ontwrichten. Zo ernstig is het. Ik heb het
voor het eerst meegemaakt: 3.000 OM-mensen die in opstand kwamen. Ze
vroegen zelfs aan mij hoe ze een vakbond moesten oprichten. Dan heb je
wel even een probleem te pakken, en dat allemaal vanwege die ICT. Het
loopt helemaal vast. Er verdwijnen ook regelmatig gegevens. Dit is zeer
ernstig. Wij gaan er dus alles aan doen om de bezuinigingen op korte en
lange termijn stop te zetten, maar het moet ook beter en slimmer. Wat
rest de minister nog in de dagen die hij heeft? Wat gaat hij hier nog
aan doen op korte termijn? Hoe kijkt hij naar de lange termijn? Wat gaat
hij doen aan de ICT-problemen, die ons allemaal raken, van burger tot
politie, maar met name het OM?
Ik wil het hierbij laten. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs.
Ik sluit de eerste termijn van de zijde van de Kamer in deze
begrotingsbehandeling af met een bijzonder moment: de maidenspeech van
mevrouw Schilder. Ik wijs de leden er andermaal op dat interrupties
daarbij eigenlijk niet gebruikelijk zijn. Ik geef het woord aan mevrouw
Schilder, als zij zover is.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank u voor het woord. Drie maanden geleden woonde ik op
Curaçao. Ik had een leuke baan met superlieve collega's, zon, zee,
strand; eigenlijk alle ingrediënten waarvan iedereen zou denken: waarom
ga je dan weg? Dat was ook niet mijn plan. En helemaal niet van mijn
vriendin, die daar achter in de zaal zit. Maar ja, ik zag Nederland
wegzakken. Zo hebben we te maken met een gecreëerd stikstofprobleem
waardoor nauwelijks meer huizen gebouwd kunnen worden, terwijl de
grenzen wagenwijd openstaan en de druk dus toeneemt. Klagen over de
politiek en de ingeslagen weg is makkelijk langs de zijlijn. Ik ben zo
opgevoed dat je je verantwoordelijkheid neemt en zelf handelt. Daarom
stapte ik eind oktober in het vliegtuig om iets te doen voor ons
land.
Voorzitter, ik kan u zeggen dat niet alleen het temperatuurverschil
heftig was. Wat ook heftig te noemen is, is de verharding in onze
samenleving. Wie vandaag door Nederland loopt, ziet een land waarin
grenzen zijn vervaagd. Ik heb het dan niet alleen over de landsgrenzen,
maar ook over de morele en juridische grenzen. Het geweld op straat
wordt steeds heftiger. We gebruiken hier in de Kamer sterke krachttermen
om dit gedrag te veroordelen. Dat is goed, maar burgers hebben niet
alleen woorden nodig; ze verwachten ook daden. Het Wetboek van
Strafrecht biedt genoeg mogelijkheden om criminelen hard te straffen. We
hebben forse strafmaxima, maar in de praktijk hebben die weinig tot geen
betekenis. Ik wil de minister vragen: hoe vaak wordt nou daadwerkelijk
een maximumstraf opgelegd; hoe vaak is dat nou het afgelopen jaar
gebeurd? De beantwoording van de feitelijke vragen van 19 november
jongstleden schetst een schrikbarend beeld. Neem bijvoorbeeld openlijke
geweldpleging. Hierop staat een maximumgevangenisstraf van vier jaar en
zes maanden. Dat is ruim 1.640 dagen. In de afgelopen vijf jaar is deze
maximumstraf nooit opgelegd. Nul keer! Sterker nog, uit de beantwoording
blijkt dat in 2024 de gemiddelde opgelegde gevangenisstraf slechts 65
dagen bedroeg. Twee maandjes gevangenisstraf is 4% van het wettelijke
strafmaximum. Is de minister net als ik geschokt door deze cijfers?
Deelt de minister de opvatting dat geweldpleging, en zeker groepsgeweld
zoals rond de wedstrijd Marokko-Senegal, volstrekt onacceptabel is, en
dat dit soort geweld alleen maar gestopt kan worden met een keiharde
aanpak en fors zwaardere straffen? Graag een reactie.
De strafvorderingsrichtlijnen zijn structureel laag, de strafeisen
blijven daar vervolgens nog eens onder en rechterlijke uitspraken laten
slachtoffers verbijsterd achter. Het systeem is vooral gericht op het
welbehagen van de dader, en heeft daardoor zijn normerende werking
verloren. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling. Het strafrecht vervult
niet alleen een juridische, maar ook een maatschappelijke functie:
vergelding en afschrikking, én genoegdoening aan de slachtoffers.
Wanneer de Staat faalt in rechtvaardige bestraffing, ontstaat ruimte
voor woede en wantrouwen in de Staat. En dat is wat we nu steeds vaker
zien: woede die omslaat in eigenrichting en geweld. Hoe denkt de
minister deze gezagscrisis te herstellen? Is hij bereid om met het OM in
gesprek te gaan over het verhogen van de
strafvorderingsrichtlijnen?
Die gezagscrisis zien we nu het scherpst bij geweld tegen hulpverleners.
Onze hulpverleners zetten zich met hart en ziel in voor de maatschappij.
Toch zien we dat het geweld tegen hen steeds extremer wordt. We spreken
erover in debat na debat, maar ergens laten we het ook gebeuren. Want
waarom houden wij vast aan het opportuniteitsbeginsel, terwijl het
Openbaar Ministerie daardoor kan besluiten om niet te vervolgen, of
slechts heel beperkt? Wat zegt de minister tegen de hulpverlener die
zijn leven riskeert, maar ziet dat de dader wegkomt met een taakstrafje,
terwijl de Kamer 200% strafverhoging eist? Ik wil van de minister horen
welke concrete ideeën hij heeft om het systeem te veranderen. En ik
begrijp dat hij demissionair is, maar dat is de samenleving niet. Groep
Markuszower kan de minister helpen aan een visie. Zo zijn wij. Wij komen
met oplossingen. Een voorbeeld is het invoeren van hoge minimumstraffen.
Want hoe kan het dat minimumstraffen nog steeds een taboe zijn in
Nederland, terwijl zij juist duidelijkheid en rechtszekerheid bieden,
vooral ook aan de slachtoffers?
Dan de georganiseerde criminaliteit. In Nederland is al lang geen sprake
meer van een onderwereld. De georganiseerde misdaad opereert openlijk in
onze samenleving. Drugs worden online aangeboden en via pakketdiensten
thuisbezorgd alsof het om reguliere producten gaat. Dat onderstreept hoe
diep deze criminaliteit is doorgedrongen in onze economie en in ons
dagelijks leven. Wat heeft de minister nodig om deze vorm van
georganiseerde criminaliteit daadwerkelijk terug te dringen?
Tot slot, voorzitter, over het tbs- en gevangeniswezen. Het tbs-systeem
laat pijnlijk zien wat er gebeurt als een systeem vastloopt. Honderden
mensen wachten op behandeling, terwijl ze ondertussen een plek in onze
gevangenissen bezet houden. In 2024 betaalde de Staat ruim €350.000 aan
schadevergoedingen aan veroordeelde criminelen die niet op tijd in een
tbs-kliniek terecht konden. Dit was omdat de Staat zijn eigen capaciteit
niet op orde heeft. Dit is voor niemand uit te leggen. Hetzelfde geldt
voor de gevangeniscapaciteit. De problemen zijn zo groot dat er nú
gehandeld moet worden. We hebben daarom ook een amendement ingediend,
maar geld is natuurlijk niet de enige oplossing. We moeten realistisch
gaan kijken naar het gevangeniswezen.
Voorzitter. Mijn ouders hebben ooit besloten dat ze een groot gezin
wilden. Ik heb dan ook acht zussen en een broer. Dat had tot gevolg dat
wij altijd een slaapkamer moesten delen. Vaak was dat best gezellig,
maar soms sloegen we elkaar nog net niet de hersenen in. We wilden
natuurlijk best een eigen slaapkamer, maar er was geen plek. Nu wil ik
mijn thuissituatie van vroeger natuurlijk niet vergelijken met een
gevangenis, maar er is wel een overeenkomst: ook in de gevangenis is
geen plek. Meerpersoonscellen zijn dan ook geen ideologische keuze, maar
een praktische oplossing voor het capaciteitsprobleem.
Kan de staatssecretaris aangeven of nog altijd ongeveer 70% van de
cellen wordt gebruikt als eenpersoonscel? Is het nog steeds beleid dat
gedetineerden zelf mogen aangeven of ze hun cel willen delen en dat er
bij plaatsing rekening wordt gehouden met dingen als roken of niet-roken
en eetgewoonten? Deelt de staatssecretaris de opvatting dat dit geen te
verdedigen privileges zijn voor mensen die een straf uitzitten? Is de
staatssecretaris bereid om, waar dit veilig en verantwoord kan,
eindelijk meerpersoonscellen écht de norm te maken, in plaats van
criminelen eerder de straat op te sturen? Laten we nu eens het
slachtoffer op de eerste plek zetten, in plaats van het welbehagen van
de criminelen.
Voorzitter. Vandaag gaat het om een keuze. Het gezag staat onder druk en
burgers voelen dat iedere dag. Ze willen geen woorden van ons, maar
daden. De overheid moet door handelen laten zien aan welke kant zij
staat: niet aan die van de dader, maar aan de kant van het slachtoffer
en de samenleving.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Schilder. Het is zeer te waarderen dat u het mooie,
warme Caribische deel van het Koninkrijk heeft verlaten om u hier in het
Europese deel in te zetten voor de democratie. Ik schors voor
felicitaties.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Daarmee is er ook een einde gekomen aan de eerste termijn van deze
begrotingsbehandeling. De voortzetting zal morgen plaatsvinden. De
vergadering is tot 15.45 uur geschorst.
De vergadering wordt van 15.24 uur tot 15.45 uur geschorst.