De gezamenlijke verklaring van 11 landen inzake UNRWA van 28 januari.
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D04199, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-01-29 13:29, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.C. Kröger, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: K.P. Piri, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van zaak 2026Z01791:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Gericht aan: A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
- Indiener: S.C. Kröger, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: K.P. Piri, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
2026Z01791
(ingezonden 29 januari 2026)
Vragen van de leden Kröger en Piri (beiden GroenLinks-PvdA) aan de minister en staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over de gezamenlijke verklaring van 11 landen inzake UNRWA van 28 januari.
1. Bent u bekend met de gezamenlijke verklaring van 28 januari j.l. van de ministers van Buitenlandse Zaken van België, Canada, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Ierland, Japan, Noorwegen, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk waarin zij krachtig de sloop door de Israëlische autoriteiten van het hoofdkwartier van het UNRWA veroordelen?
2. Is Nederland benaderd voor deze gezamenlijke verklaring? Zo ja, waarom is besloten hier niet onder te staan?
3. Overweegt u deze verklaring alsnog te steunen? Zo nee, waarom niet?
4. Heeft u, afgezien van in uw brief aan de Kamer van 26 januari, publiekelijk de sloop van het UNRWA-hoofdkantoor stevig veroordeeld? Zo ja, via welke kanalen? Zo nee, waarom niet?
5. Heeft u na 20 januari hierover gecommuniceerd met de Israëlische autoriteiten? Wat is gecommuniceerd?
6. Herinnert u zich de aangenomen motie Kröger c.s. (Kamerstuk 36800-XVII, nr. 37) die de regering vraagt om stevig steun uit te spreken voor het werk en het mandaat van UNRWA en stelt dat Nederland pal moet staan voor VN- en hulporganisaties nu deze worden gecriminaliseerd? Vindt u dat u in lijn met deze motie handelt? Zo ja, hoe?
7. Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?