[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals) (33118-305) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D04426, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-01-30 10:15, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals)

Voorzitter: Moorman

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals)

Aan de orde is het tweeminutendebat Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals) (33118, nr. 305).

De voorzitter:
Goedemiddag. Aan de orde is het tweeminutendebat Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals).

Ik zie een aantal mensen naar de interruptiemicrofoon komen. De heer Boomsma.

De heer Boomsma (JA21):
Dank, voorzitter. Ik moet toestemming afsmeken om deel te nemen aan dit debat, omdat ik niet in de Kamer zat toen dit behandeld werd en ik dus niet schriftelijk heb meegedaan.

De voorzitter:
Ik geloof dat u dat wordt toegestaan. Er is nog een interruptie, van de heer Jansen.

De heer Chris Jansen (PVV):
Dank, voorzitter. Voor mij hetzelfde verzoek. Ik verzoek om nul minuten spreektijd, zodat ik in ieder geval een verduidelijkingsvraag kan stellen op het moment dat ik iets van de bewindspersoon of de collega's wil weten.

De voorzitter:
Ook dat wordt u toegestaan.

Dan wil ik als eerste mevrouw Kostić van de fractie van de Partij voor de Dieren naar voren vragen. Of nee, het lid Kostić, met excuses.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Geeft niks.

Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een eerste versie van het Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving aan de Kamer is voorgelegd en dat de Kamer heeft verzocht geen onomkeerbare stappen te zetten totdat de behandeling is afgerond;

overwegende dat de Raad van State heeft geadviseerd om het ontwerpbesluit alleen aan te nemen na aanpassing op een aantal fundamentele punten (dictum c), maar belangrijke onderdelen van dit advies niet zijn overgenomen, terwijl het ambtelijk advies was om dit wel te doen (zie beslisnota's);

overwegende dat ambtelijk wordt gewaarschuwd voor de (juridische) risico's en twijfels worden geuit over de juridische houdbaarheid van deze benadering;

overwegende dat beide Kamers nog geen inzicht hebben kunnen krijgen in zowel de integrale tekst van het aangepaste ontwerpbesluit als van de aangepaste nota van toelichting, waarin alle voorgenomen wijzigingen en aanvullingen zijn opgenomen, terwijl de Eerste Kamer hier expliciet om heeft gevraagd;

overwegende dat zorgvuldige parlementaire behandeling van deze complexe materie meer tijd vergt;

verzoekt de regering geen verdere stappen te zetten in de voorbereiding of uitvoering van de voorgestelde wijziging van het Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving, tot het nieuwe kabinet is aangetreden en de Kamer inzicht heeft kunnen krijgen in het voorgenomen besluit om er vervolgens een definitief oordeel over te vellen

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.

Zij krijgt nr. 310 (33118).

Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank aan het lid Kostić. Ik zie mevrouw Van der Plas van de fractie van de BBB al aanstalten maken om naar voren te komen. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dank u. Ik ga meteen maar van start.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de maatschappelijke onrust en veiligheidsproblemen rond wolven toenemen;

overwegende dat het gewijzigde Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving noodzakelijk is om sneller en effectiever te kunnen ingrijpen bij probleemwolven;

verzoekt de regering het gewijzigde ontwerpbesluit zo spoedig mogelijk vast te stellen en in werking te laten treden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Boomsma.

Zij krijgt nr. 311 (33118).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland een van de meest dichtbevolkte landen van Europa is;

overwegende dat bij de implementatie van de Vogel- en Habitatrichtlijn nooit is voorzien dat wolven in zulke aantallen zouden voorkomen in landen met zo'n hoge bevolkingsdichtheid als Nederland;

spreekt uit dat in Nederland geen plaats is voor de wolf,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 312 (33118).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat incidenten met wolven steeds vaker plaatsvinden vlak bij, of zelfs mét mensen, kinderen en huisdieren;

overwegende dat de maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid hierdoor toenemen;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de bescherming van mensen en huisdieren altijd voorrang heeft boven de bescherming van individuele wolven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 313 (33118).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in toenemende mate wolven over en door goedgekeurde wolfwerende hekken heen gaan, dit gedrag zich herhaalt én zich kan verspreiden binnen roedels;

overwegende dat hekken daarmee geen bescherming meer bieden en het risico toeneemt;

overwegende dat herhaald door of over hekken gaan in andere Europese landen aanleiding is voor actief beheer;

verzoekt de regering om wolven die meer dan één keer aantoonbaar een wolfwerend hek weten te omzeilen, aan te merken als probleemwolf en hiervoor specifiek, effectief en juridisch houdbaar beheerbeleid te ontwikkelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 314 (33118).

Mevrouw Van der Plas, u heeft een interruptie van mevrouw Podt.

Mevrouw Podt (D66):
Ik was even benieuwd. Ik snap de inleiding van mevrouw Van der Plas heel goed. Ik denk dat we allemaal mails ontvangen en dingen zien, soms ook in onze eigen omgeving, van mensen die zich terecht zorgen maken over wat er gebeurt. Tegelijkertijd zijn al die mensen er natuurlijk bij gebaat dat er straks maatregelen liggen die standhouden. Over de maatregelen van de staatssecretaris is natuurlijk best wel veel twijfel. Er zijn twijfels over de juridische houdbaarheid. Hoe kijkt mevrouw Van der Plas daarnaar?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ambtelijke adviezen en andere adviezen zijn adviezen, maar wij maken hier als Kamer de politieke keuze.

Mevrouw Podt (D66):
Dat doen we zeker. Het punt is natuurlijk alleen dat iedereen nog veel verder van huis is als er straks een besluit ligt dat niet voldoet. Kunnen we dan niet beter even zorgen dat het besluit echt helemaal doortimmerd is? Zo wordt iedereen die nu vraagt om maatregelen ook op zijn wenken bediend, en gaat het straks niet weer mis.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Deze staatssecretaris heeft er goed over nagedacht. Bij het ministerie van LVVN lopen natuurlijk ook juristen rond. We zien hier vaker dat er adviezen zijn om iets niet te doen, maar dat het toch gewoon gebeurt en ook standhoudt. Wij vinden dus dat het gewoon zo snel mogelijk in werking moet treden. Er moet een einde komen aan de ellende met de wolf in Nederland.

Dank u.

De voorzitter:
U ook bedankt, mevrouw Van der Plas. Dan zou ik mevrouw Podt graag naar voren willen vragen. Zij spreekt namens de fractie van D66.

Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er geregeld situaties zijn waarin wolven zich in de buurt van mensen ophouden, hetgeen zorgt voor angst en veel logische vragen van lokale bestuurders en terreinbeheerders over hoe hiermee om te gaan;

overwegende dat om de veiligheid van mensen te waarborgen en het draagvlak voor wolven in Nederland te behouden, er een helder besliskader en maatregelen nodig zijn die snel inzetbaar en juridisch houdbaar zijn;

overwegende dat er voor verschillende beschermde soorten al wordt gewerkt met gebiedsgerichte planmatige instrumenten, zoals soortenmanagementplannen, die ecologisch onderzoek combineren met maatregelen om de populatie te behouden, waardoor er juridische borging ontstaat voor snel handelen zonder steeds een nieuw vergunningstraject te moeten starten;

verzoekt het kabinet te onderzoeken of een gebiedsgericht soortenmanagementplan, of een vergelijkbaar planmatig instrument, kan bijdragen aan een eenduidig, juridisch geborgd handelingsperspectief voor bevoegd gezag en lokale bestuurders, en aan het voorkomen van conflictsituaties tussen wolven en mensen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Podt en Bromet.

Zij krijgt nr. 315 (33118).

Mevrouw Podt (D66):
Dank u wel.

De voorzitter:
U ook bedankt, mevrouw Podt. Dan zou ik graag mevrouw Den Hollander uitnodigen naar het spreekgestoelte te komen. Zij spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. Het is bekend dat er ongeveer elf tot veertien wolvenroedels zijn in Nederland, met in totaal rond de 120 dieren. Deze dieren hebben grote impact op ons land, in eerste instantie op de veiligheid van mensen en hun huisdieren. Er zijn diverse incidenten gemeld waarbij sprake was van interacties met wolven die directe risico's voor de mens opleverden. Kinderen kunnen niet veilig alleen fietsen in gebieden waar de wolven gevestigd zijn. Onlangs is in Ruinen, bij mij om de hoek, een school een dag gesloten geweest omdat een wolf over het nabijgelegen sportveld wandelde.

Als we spreken over veiligheid, gaat het niet alleen over interactie tussen wolf en mens, maar ook om de verkeersveiligheid. Jonge, zwervende wolven die op zoek zijn naar een nieuw territorium zijn in ons land gedwongen verkeerswegen over te steken. Hierdoor worden soms in korte tijd meerdere dode wolven langs wegen gevonden. Dat is niet alleen een vreselijk einde voor de wolf zelf, maar vormt ook een groot risico op ongevallen, die kunnen leiden tot verkeersdoden. Vorig jaar is op de A28 een wolf aangereden. De dierenarts die het zwaar toegetakelde dier uit zijn lijden verlost heeft, is via het tuchtrecht aangeklaagd door een speciaal daarvoor in het leven geroepen stichting. Dit is een verwerpelijke inzet, die laat zien dat de polarisatie rond dit thema zorgt voor alleen maar meer dierenleed. Welk dier is erbij gebaat als een dierenarts het niet meer aandurft om een noodlijdend dier te helpen uit angst voor claims?

Voorzitter. Niet alleen de veiligheid staat onder druk, ook het effect op de economie, op de eerste plaats op de toeristische sector, is enorm. Nu de veiligheid en de bewegingsvrijheid van inwoners en recreanten onder druk staan, zie je dat het aantal annuleringen en het uitblijven van boekingen van vakanties in wolvengebieden een enorme economische impact hebben op recreatiegebieden in Drenthe, op de Utrechtse Heuvelrug en op de Veluwe. Gemeenten en provincies missen een duidelijk handelingskader. Dat is reden genoeg om deze kaders vanuit landelijk beleid te bieden, in combinatie met meer inzet op preventie en monitoring. We zien in de adviesnota dat de staatssecretaris het ontwerpbesluit wil doorvoeren, ondanks kritisch advies van de Raad van State en vraagtekens bij de juridische houdbaarheid. Is de staatssecretaris het met de VVD eens dat het belangrijk is dat we de nieuwe wetgeving voor de omgang met de wolf juridisch goed regelen, om te voorkomen dat we onze medeoverheden met een kluitje in het riet sturen?

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Den Hollander. U bleef precies binnen de twee minuten. Dan wil ik graag het lid Ten Hove van Groep Markuszower naar voren roepen. O nee, die was er alleen om eventueel te interrumperen. Dan de heer Boomsma namens JA21.

De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Wolven zijn prachtige beesten, maar je moet ze wel kunnen verjagen en in het uiterste geval kunnen afschieten om mensen en dieren te beschermen. Daarom is het goed dat deze algemene maatregel van bestuur zo snel mogelijk wordt aangenomen. JA21 gaat ook akkoord met de wijzigingen zoals aangekondigd in de reactie van de staatssecretaris op de Raad van State. Graag dus snel doen; dat is urgent.

Maar het blijft nog steeds cruciaal om snel die staat van instandhouding vast te stellen. Ik wil de staatssecretaris dan ook oproepen om de inzichten uit het rapport van Linnell en Boitani daarbij mee te nemen voor Nederland als klein en dichtbevolkt land zonder wildernis. Het is belangrijk om die inzichten mee te nemen. Hij heeft dat al aangekondigd. Hoe gaat het daarmee? Kunnen we een reactie op dat rapport verwachten?

Daarnaast is het in ieder geval cruciaal om nu voortvarend aan de slag te gaan met aversieve en liefst preventieve conditionering, oftewel wolven verjagen. Het mooie van die aangepaste status is dat dit nu niet meer vergunningplichtig is, maar je moet nog wel voldoen aan een zorgkader en daarvoor moeten inderdaad — anderen hebben er ook op gewezen — hele duidelijke instructies komen richting gemeenten en provincies.

Daarom heb ik ook de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat wolven hun schuwheid kunnen verliezen wanneer zij in contact komen met mensen en hun vee of huisdieren en het risico op conflicten dan toeneemt;

constaterende dat het opnemen van de wolf in bijlage IX van het Besluit activiteiten leefomgeving, Bal, betekent dat het verjagen of verstoren van wolven géén vergunningplichtige handeling meer is maar nog wel dient te worden voldaan aan de vereisten van de zorgplicht zoals beschreven in artikel 11.27 Bal;

overwegende dat het belangrijk is om in te zetten op preventie, dus het voorkomen dat de wolven wennen aan mensen, en het dus zinnig is om ze te verjagen en afschrikken om te voorkomen dat ze zich ontwikkelen tot probleemwolven;

overwegende dat het van groot belang is dat gemeenten en provincies daartoe over een duidelijk kader van regels en voorschriften beschikken die aangeven op welke wijze dit verjagen als vorm van aversieve conditionering gestalte kan krijgen zonder aantasting van die zorgplicht;

verzoekt de regering:

  • om in overleg met de provincies ervoor te zorgen dat waar mogelijk wordt ingezet op aversieve conditionering om te voorkomen dat wolven hun schuwheid verliezen en aan mensen wennen;

  • om in samenspraak met provincies zo snel mogelijk gewijzigde interventierichtlijnen en duidelijke maatwerkregels en voorschriften op te stellen die duidelijk aangeven hoe deze verjaging vorm te geven;

  • om beleid voor het verlenen van toestemming voor dergelijke maatregelen eenvoudig en laagdrempelig mogelijk vorm te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Flach.

Zij krijgt nr. 316 (33118).

De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Boomsma. Ik schors de vergadering voor vijf à tien minuten voor de beantwoording van staatssecretaris Rummenie.

De vergadering wordt van 16.17 uur tot 16.24 uur geschorst.

De voorzitter:
We vervolgen het tweeminutendebat over het Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals). Ik geef graag het woord aan staatssecretaris Rummenie voor de beantwoording van de moties. Excuus, ik moest uw microfoon nog aanzetten. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Rummenie:
Volgens mij doet de microfoon het nu. Ik vind het van groot belang — dat zal u allen niet verbazen — dat de AMvB zo spoedig mogelijk in werking kan treden. Hiermee wordt de beschermde status van de wolf in de Habitatrichtlijn verlaagd; er kan beter worden opgetreden bij incidenten met wolven. De AMvB heb ik bij uw Kamer voorgehangen conform de daarvoor geldende afspraken. Dat was al in juni. Sindsdien is er met uw Kamer en met de Eerste Kamer al uitvoerig gesproken. De hoofdpunten van het advies van de Raad van State heb ik ook in de AMvB verwerkt. Ik heb uw Kamer daarin meegenomen. De voorhangprocedure voorziet niet in het voorleggen van een versie na verwerking van het advies van de Raad van State. Ik vind verdere vertraging van de AMvB dan ook onwenselijk en wil deze na dit debat aan de ministerraad voorleggen voor vaststelling en publicatie. Daarmee ontraad ik de motie van de Partij voor de Dieren.

De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 310 van het lid Kostić. Die krijgt de appreciatie ontraden.

Staatssecretaris Rummenie:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 311 van de BBB. Deze motie is helemaal in lijn met mijn wens om de AMvB zo snel mogelijk in werking te laten treden, dus die is oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 311 van Van der Plas en Boomsma krijgt de appreciatie oordeel Kamer.

Staatssecretaris Rummenie:
De motie op stuk nr. 312 is een spreekt-uitmotie, dus daar hoef ik geen commentaar op te geven.

De voorzitter:
Op de motie op stuk nr. 312 van Van der Plas is geen commentaar.

Staatssecretaris Rummenie:
Dan is er een motie, de motie op stuk nr. 313, ook van Van der Plas, over de voorrang voor mensen en huisdieren. Die geef ik ook oordeel Kamer, maar uiteraard gelden daarvoor wel de grenzen van de wet. Ik denk dat dat voor zichzelf spreekt.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 313 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Rummenie:
De motie op stuk nr. 314 over het wolfwerend raster geef ik ook oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 314 van Van der Plas krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Rummenie:
Dan heb ik een motie van mevrouw Port, de motie op stuk nr. 315.

De voorzitter:
Podt. En mevrouw Bromet.

Staatssecretaris Rummenie:
Podt. Neem me niet kwalijk, mevrouw Podt. Het gaat over een soortenmanagementplan. Die motie geef ik oordeel Kamer. De provincies, beseft u wel, zijn in de regel het bevoegd gezag voor het afgeven van een dergelijke gebiedsvergunning, waarbij iedere provincie in beginsel alleen bevoegd is voor het verlenen van een gebiedsvergunning voor handelingen die plaatsvinden binnen de eigen provinciegrenzen. Maar ook in mijn AMvB zitten wel degelijk maatregelen die in lijn zijn met wat u voorstelt.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 315 krijgt oordeel Kamer. Er is een interruptie van de heer Boomsma.

De heer Boomsma (JA21):
Ik had nog een vraag over de motie over het wolfwerende raster, en die ziet op de definitie van "probleemwolf". Die is, meen ik, gebaseerd op de internationale definities van wat in het Engelse dan de "bold wolves" zijn. Dat is eigenlijk een veel mooiere term. In hoeverre sluit dit hiermee dan nog daarbij aan? Of gaan de definities dan zeer uiteenlopen?

Staatssecretaris Rummenie:
Nee, in mijn ogen lopen ze niet uiteen door wat ik heb voorgesteld in de AMvB. Wij hebben ons namelijk bij die definities uiteraard ook niet alleen gericht op wat er in Nederland aan expertise zit. We hebben ons daarbij op vele andere lidstaten in Europa gericht.

De voorzitter:
Gaat u verder met de motie op stuk nr. 316 van de leden Boomsma en Flach.

Staatssecretaris Rummenie:
Die geef ik ook oordeel Kamer, want ik ben van mening dat aversieve conditionering van groot belang is om incidenten met wolven tegen te gaan.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 316 van Boomsma en Flach krijgt oordeel Kamer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de moties. U wil nog wat toevoegen?

Staatssecretaris Rummenie:
Er waren nog twee vragen. De ene was van de VVD en ging over de juridische houdbaarheid. Mevrouw Den Hollander, ik ben er absoluut van overtuigd. Ik breng ook enkele wezenlijke wijzigingen aan in de AMvB om tegemoet te komen aan de Raad van State. Ik zie dan ook echt geen enkel juridisch probleem voor het van kracht laten worden van deze motie.

Dan had ik nog een vraag van de heer Boomsma van JA21: kan de staatssecretaris toelichten hoe het staat met het onderzoek naar de staat van instandhouding? Meneer Boomsma weet dat ik zelf de aanstichter van dit onderzoek ben. Ik heb net als u de resultaten liever vandaag dan morgen. Echter, de onderzoeker heeft mij om uitgebreide datasets gevraagd die nodig zijn om zijn onderzoek uit te voeren. Aangezien ik geen eigenaar ben van de benodigde data, ben ik voor de levering van die data afhankelijk van anderen. De provincies zijn voor een belangrijk deel eigenaar van die benodigde data. Via BIJ12 lopen er meerdere formele dataleveringsverzoeken waar de provincies over moeten beslissen en waar zij ook voortvarend mee aan de slag zijn. Ik heb er dus alle vertrouwen in dat de tweede studie vrij spoedig ook voor u beschikbaar zal zijn.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik kom nog even terug op de verschillende uitspraken van de staatssecretaris richting de Kamer over dat zijn AMvB juridisch klopt. We weten uit de stukken dat de ambtenaren daar iets anders over vinden, namelijk dat het niet juridisch klopt. Hoe rijmt de staatssecretaris dit met elkaar?

Staatssecretaris Rummenie:
Er is niet zo vaak iets aan de hand als een bewindspersoon afwijkt van een advies, zeg ik tegen lid Kostić. Dat heb ik in dezen gedaan. Ik maak me er absoluut geen zorgen over. Ik heb namelijk toch iets heel belangrijks gewijzigd naar aanleiding van het advies van de Raad van State.

De heer Boomsma (JA21):
Dank aan de staatssecretaris. Ik hoop ook dat dat onderzoek snel verschijnt. Ik snap dat daar allerlei data voor nodig zijn. Mijn vraag is: hoe verhoudt zich dat tot de inzichten van dat nieuwe rapport van Linnell en Boitani? Dat rapport gaat over de staat van de instandhouding en hoe je dat nou eigenlijk moet bepalen en definiëren. In dichtbevolkte en kleine landen als Nederland moet je dat ook meewegen om dat zorgvuldig te kunnen vaststellen. Het lijkt mij heel verstandig om dat ook mee te nemen in de uiteindelijke besluitvorming over hoe we dat in Nederland vaststellen.

Staatssecretaris Rummenie:
Dat ben ik helemaal met de heer Boomsma eens. Er is heel duidelijk afgesproken met de onderzoeker dat ook de sociaal-maatschappelijke gevolgen in deze studie meegenomen zullen worden. Tegelijkertijd ben ik ook bezig met een ander spoor. Ik wil met de Europese Commissie over de door u aangehaalde studie van gedachten wisselen. Die studie bevat interessante informatie ten aanzien van de Benelux.

De voorzitter:
Dank u wel. We komen daarmee aan het einde van dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
De stemming over de zeven ingediende moties is aanstaande dinsdag.