Tweeminutendebat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven (CD 2/10) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D04427, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-01-30 10:15, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-29 16:25: Tweeminutendebat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven (CD 2/10) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Dieren buiten de veehouderij en dierproeven
Dieren buiten de veehouderij en dierproeven
Aan de orde is het tweeminutendebat Dieren buiten de veehouderij
en dierproeven (CD d.d. 02/10).
De voorzitter:
Dan gaan we door met het tweeminutendebat Dieren buiten de veehouderij
en dierproeven. Ik wil het lid Kostić vragen om plaats te nemen achter
het spreekgestoelte. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. In aanloop naar het WK voetbal in 2030 worden in Marokko
massaal straathonden op de meest gruwelijke wijze gedood. Honden worden
vergiftigd, doodgeschoten, levend verbrand of begraven. Er zijn zelfs
slachthuizen ingericht speciaal voor het doden van deze honden. Ik heb
de staatssecretaris van de BBB eerder opgeroepen om met Marokko en de
FIFA in gesprek te gaan om hier een einde aan te maken, maar toen kreeg
ik doodleuk een briefje dat hij dit niet ging doen. Ik vind dit echt
onacceptabel. Dierenbeschermers in Marokko vragen namelijk om onze hulp.
Als Nederland straks aan het voetballen is in Marokko, onthoud dan: wij
zijn medeverantwoordelijk voor dit afschuwelijke dierenleed. We kunnen
dat nu nog stoppen. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Marokko in aanloop naar het WK voetbal in 2030 op
grote schaal straathonden doodt, onder meer door vergiftiging,
doodschieten en levend verbranden, en dat er zelfs slachthuizen zijn
ingericht specifiek voor het doden van deze honden;
overwegende dat Nederland succesvol heeft laten zien dat problemen met
straathonden effectief kunnen worden aangepakt door middel van een
zorgplicht voor dieren, opvang, sterilisatie en registratie;
verzoekt de regering op korte termijn met Marokko en de FIFA in gesprek
te gaan en hen op te roepen om het doden van straathonden te stoppen en
in te zetten op diervriendelijke alternatieven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 1417 (28286).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dan mijn tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het al jaren verboden is om honden onder stroom te
zetten met stroombanden of te pijnigen met prikbanden;
constaterende dat de verkoop van deze wrede halsbanden nog steeds is
toegestaan, waardoor handhaving door de politie beperkt blijft tot
situaties waarin ze op heterdaad waarnemen dat iemand deze halsbanden
gebruikt en daarmee het effectief handhaven de politie bijna onmogelijk
wordt gemaakt;
overwegende dat Vlaanderen wél is overgegaan tot een verbod op het
verhandelen van deze banden;
verzoekt de regering om het verhandelen van wrede stroomstoot- en
prikbanden voor honden te verbieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić, Beckerman en
Graus.
Zij krijgt nr. 1418 (28286).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik mevrouw Beckerman graag vragen om naar voren te
komen, naar het spreekgestoelte, voor haar bijdrage. Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Hi, goedemiddag! Op 2 oktober was dit debat. Toen presenteerden we met
een heleboel partijen het dierendagakkoord, waarin we voorstellen deden
voor goede, betaalbare en eerlijke zorg voor dieren. Het heeft even
geduurd voordat dit tweeminutendebat kon worden ingepland, maar het leek
ons mooi om dat akkoord van toen te vatten in een motie. Daar gaat
ie!
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Tweede Kamer het dierendagakkoord heeft
gepresenteerd, met ambities op het gebied van dierenwelzijn, betaalbare
dierenzorg en ondersteuning van dierenhulpverlening;
verzoekt de regering om te zorgen voor volledige en tijdige uitvoering
van het dierendagakkoord, en daarbij te komen tot en/of ondersteuning
voor:
maximumtarieven voor dierenzorg, te beginnen bij spoedzorg, verkennen;
transparantie over de tarieven van dierenzorg;
het voorkomen van monopolies en de aanpak van monopolies;
de versterking van de beroepsgroep van dierenartsen;
het verbeteren van de spoedzorg;
het voorkomen van erfelijke ziektes en aandoeningen;
ondersteuning voor dierenhulporganisaties en wetgeving voor goede huisdierenzorg;
verzoekt de regering voorts per onderdeel een concreet tijdpad vast
te stellen, aan te geven welke wet- en regelgeving nodig is om afspraken
afdwingbaar te maken, en de Kamer periodiek te rapporteren over de
voortgang en uitvoering,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Bromet, Kostić,
Grinwis, Den Hollander, Graus, Dassen, Vellinga-Beemsterboer en
Koorevaar.
Zij krijgt nr. 1419 (28286).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. Dan wil ik graag mevrouw Van der Plas,
van de fractie van BBB, vragen om naar voren te komen. Ga uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik heet ook de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
welkom. Een deel van het debat ging namelijk over dierproeven en dat is
zijn domein. Ik wil gelijk een vraag stellen. Er zijn hele grote zorgen
over de versnelde afbouw van de instellingssubsidie voor het BPRC, het
dierproevencentrum. Daarmee dreigt waardevolle kennis en infrastructuur
voor onderzoek met niet-humane primaten te verdwijnen, terwijl dit
onderzoek nu en in de komende jaren niet alleen noodzakelijk is voor
pandemische paraatheid, maar ook voor de bestrijding van ernstige
ziekten. Ik denk dat heel veel mensen dat niet in het vizier hebben.
Onderzoek naar alzheimer kan dan bijvoorbeeld in gevaar komen. Mijn
vraag is: deelt de minister de zorgen? Kan hij toelichten wat volgens
hem de risico's zijn van de versnelde afbouw van de subsidie voor het
BPRC, met name voor de volksgezondheid, de pandemische paraatheid en de
afhankelijkheid van het buitenland? Ik heb een motie daarover. Ik dien
die maar meteen in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de toelichting op het amendement-Kostić c.s. voorziet
in een stapsgewijze afbouw van de instellingssubsidie voor het BPRC,
waardoor vanaf 2030 geen subsidie meer beschikbaar is voor het in stand
houden van de kolonie;
overwegende dat onderzoek met niet-humane primaten nog noodzakelijk is
voor bijvoorbeeld de pandemische paraatheid en de bestrijding van
levensbedreigende ziekten zoals alzheimer;
overwegende dat het onwenselijk is dat Nederland voor dit onderzoek
afhankelijk wordt van landen met mogelijk lagere dierenwelzijns- en
onderzoeksstandaarden;
verzoekt de regering om een alternatieve subsidieregeling voor het BPRC
op te stellen zolang het onderzoek met niet-humane primaten noodzakelijk
is voor de bestrijding van levensbedreigende ziekten en uitbraken van
infectieziekten die de volksgezondheid bedreigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1420 (28286).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dat was keurig binnen de twee minuten. Dank u wel, mevrouw Van der
Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.
De voorzitter:
We gaan over naar de heer Graus, die spreekt namens de fractie van de
PVV. Ga uw gang.
De heer Graus (PVV):
Mevrouw de voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering te bezien en faciliteren hoe de rechten van dieren
verankerd kunnen worden in de Grondwet, ondanks het feit dat animalia,
gelijk wilsonbekwamen, niet aan hun plichten kunnen voldoen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Kostić.
Zij krijgt nr. 1421 (28286).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de reeds bestaande DNA-databanken voor dieren te
koppelen aan informatiesystemen van de dierenpolitie opdat dierenbeulen,
dan wel baasjes van gevonden dieren, sneller opgespoord kunnen
worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1422 (28286).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering te onderzoeken hoe bestaande en toekomstige
DNA-databanken de invasieve, verplichte chiphandelingen kunnen
vervangen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 1423 (28286).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de wet dusdanig aan te passen dat een zelfstandig
beroeps-, fok- en houdverbod opgelegd kan worden aan broodfokkers die
zich schuldig blijven maken aan het laten procreëren van dieren met
genetische defecten en andere innerlijke en uiterlijke schadelijke
kenmerken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Kostić.
Zij krijgt nr. 1424 (28286).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering een veterinair deskundig nationaal coördinator TPI
(transitie proefdiervrije innovatie) aan te stellen die de versnelde
transitie, acceptatie, validatie en toepassing regisseert inzake de
spoedige afbouw van het aantal dierproeven en proefdieren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Kostić.
Zij krijgt nr. 1425 (28286).
De heer Graus (PVV):
De laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering een veterinair deskundig marktmeester te benoemen
die de regie krijgt om, in overleg met de Koninklijke Nederlandse
Maatschappij voor Diergeneeskunde, prijsplafonds in te stellen voor
primaire dierenzorg en noodhulp teneinde de exorbitant gestegen
dierenartskosten te beteugelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Kostić.
Zij krijgt nr. 1426 (28286).
De heer Graus (PVV):
Alles over de dierproeven is overigens beloofd, door diverse regeringen,
ook door deze regering. Eigenlijk zou de motie dus overbodig moeten
zijn, maar helaas moeten we een stok achter de deur houden.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Graus. Tot slot mevrouw Den Hollander namens de
fractie van de VVD.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. Enkele weken geleden is het conceptrapport Marktonderzoek
medische zorg huisdieren van de ACM uitgekomen. In het commissiedebat is
daarover uitvoerig gesproken. Als dierenarts heb ik het rapport met
interesse gelezen. Daarbij vind ik het belangrijk om allereerst aan te
geven dat een dierenartspraktijk een onderneming is, net als de bakker
op de hoek of een garagebedrijf waar je met je auto naartoe gaat voor de
jaarlijkse beurt of als de auto gebreken vertoont. Dierenartspraktijken
kunnen alleen goede zorg leveren als er sprake is van gezonde
bedrijfsvoering, waarbij het personeel een fatsoenlijke beloning krijgt
voor zijn inzet en er goede zorg kan worden geboden aan de klant en zijn
huisdier in een goed ingerichte praktijk. De meeste dierenartsen in de
dagelijkse praktijk werken met veel betrokkenheid, passie en inzet om de
huisdieren gezond te houden of beter te maken.
De huisdierenzorg heeft zich de afgelopen decennia enorm ontwikkeld. De
klantvraag gaat steeds verder. De consument verwacht van de dierenarts
een 24/7-zorgaanbod, met de beste technieken, de best werkende
medicijnen en ruime mogelijkheden voor onderzoek en behandeling om het
dier beter te maken. Dat hier een kostenplaatje vergelijkbaar met
toenemende kosten in de humane gezondheidszorg aan hangt, wordt kritisch
bekeken. Op sommige punten kan de VVD zich zeker vinden in de kritiek,
maar niet op alles. Voor de VVD is het heel belangrijk dat de markt goed
kan functioneren, maar dat een monopoliepositie wordt voorkomen. Zeker
in de spoedzorg moeten we hiervoor waken. Ook transparantie over de
kosten is van groot belang, evenals werken aan professionele
behandelstandaarden om overbehandeling te voorkomen. Het is ook goed dat
het ACM-rapport het advies geeft om een geschillencommissie in te
stellen. Het is namelijk belangrijk dat de uit Amerika overgewaaide
claimcultuur niet verder doordringt in het Nederlandse zorgaanbod.
Voorzitter. Er wordt in het rapport aangegeven dat een hond of kat
aangeschaft kan worden zonder dat er vooraf wordt gekeken naar de kosten
van onderhoud. Volgens de VVD is het verplichtstellen van een cursus
hier niet de oplossing voor. Wel moet er in het kader van "bezint eer ge
begint" gedacht worden aan betere voorlichtingen. Een klant die
onverwachts hoge zorgkosten niet kan dragen, moet gestimuleerd worden om
een huisdierzorgverzekering af te sluiten. Om zowel dierenwelzijn te
verbeteren als zorgkosten te beperken, kan de overheid strenger toezien
op fokbeleid. Veel ingefokte afwijkingen …
De voorzitter:
Mevrouw Den Hollander, wilt u afronden?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Veel ingefokte afwijkingen zorgen voor hoge kosten in de zorg. Wij
sluiten ons daarom aan bij de oproep om het dierendagakkoord volledig en
tijdig uit te voeren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors voor tien minuten. Daarna volgt voor de
beantwoording van de minister en de staatssecretaris. Dank u wel.
De vergadering wordt van 16.43 uur tot 16.53 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer verder met het tweeminutendebat Dieren buiten de
veehouderij en dierproeven. Ik geef het woord aan staatssecretaris
Rummenie voor de appreciatie van de moties en de beantwoording van de
vragen.
Staatssecretaris Rummenie:
Dank u wel, voorzitter. Ik zie trouwens dat het lid Kostić er nog niet
is.
De voorzitter:
Nee. Was de motie op stuk nr. 1417 van het lid Kostić?
Staatssecretaris Rummenie:
Ja, dat is de motie over straathonden in Marokko. Deze motie is
ontijdig. Dit is de verantwoordelijkheid van mijn collega van
Buitenlandse Zaken. We hebben het daar in het debat ook al over gehad.
Zoals in de beantwoording van de Kamervragen al is aangegeven, is het
standpunt van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat dit een interne
Marokkaanse aangelegenheid is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1417 van het lid Kostić krijgt de appreciatie
"ontijdig".
Staatssecretaris Rummenie:
Dan de motie op stuk nr. 1418.
De voorzitter:
Eerst nog het lid Kostić voor een interruptie.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Deze staatssecretaris gaat over dierenwelzijn, in dit geval. We hebben
ook relaties met Marokko. Ik vind het echt onbegrijpelijk dat de
staatssecretaris zegt: het is aan hen om die honden te verbranden en te
vergiftigen; wij doen lekker niks. Hoe verantwoordt de staatssecretaris
van BBB dat?
Staatssecretaris Rummenie:
Ik heb er toch een beetje moeite mee dat er wordt gezegd: de
staatssecretaris zegt dat hij het goedvindt dat er honden verbrand
worden in Marokko. Dat is natuurlijk onzin. Het gaat erom dat dit niet
onder mijn bevoegdheid valt. Ik ga over dierenwelzijn in dit land. Dit
valt onder het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ik kan u vertellen dat
die mij ook gevraagd hebben om strikt bij deze tekst te blijven. Ik heb
nog wel een hoopvolle mededeling voor u, en dat bedoel ik echt niet
flauw. Wij hebben een landbouwattaché in Marokko. Zij is al decennialang
een hele goede vriendin van mij. Overal waar zij zit, adopteert zij
straathonden; haar man wordt er weleens moe van. Ik ben er zeker van dat
zij dat ook in Rabat doet. Verder moet u deze vraag aan Buitenlandse
Zaken stellen. Daarom noem ik die ontijdig.
De voorzitter:
Gaat u verder met uw betoog. Ik wil aan de Kamerleden vragen om in de
microfoon te spreken. Meneer Graus, we zijn hier gewend om alleen maar
vragen te stellen over eigen ingediende moties.
De heer Graus (PVV):
Ja, maar ik moet wel mijn fractie adviseren. Dan adviseer ik het lid
Kostić …
De voorzitter:
Meneer Graus, ik had u nog niet het woord gegeven. Ik wil u vragen om
via de voorzitter te spreken en hier orde te houden. Ik sta u een hele
korte vraag toe, heel kort.
De heer Graus (PVV):
Voorzitter, ik vind dat u onsympathiek tegen mij doet nu. Ik begon
gewoon omdat u klaar was met spreken. Ik heb dat helemaal niet
onbehoorlijk bedoeld. Dan wil ik het lid Kostić vragen om de motie bij
BuZa in te dienen, als die hier verkeerd geadresseerd is. Ik moet mijn
fractie namelijk kunnen adviseren, en dat gaat dan niet vanuit deze
commissie.
De voorzitter:
Meneer Graus, u kunt de interrupties richten aan de staatssecretaris en
niet aan andere Kamerleden. Ik stel dus voor dat u dat even onderling
regelt. Ik wil de staatssecretaris vragen om voort te gaan.
Staatssecretaris Rummenie:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 1418, van het lid Kostić met de SP
en de PVV, als ik het goed lees. Deze motie geef ik de appreciatie
ontijdig. Op dit moment is een dergelijke beperking van het vrije
verkeer van goederen niet mogelijk. Het gaat over het verbod op handel
in stroom- en prikbanden. Bovendien kunnen stroombanden nog legaal
gebruikt worden binnen de gestelde uitzonderingssituaties. Dan hebben we
het over politie en Defensie. Er loopt momenteel ook een evaluatie van
het verbod op het gebruik van de stroomband. Die zou ik graag eerst
willen afwachten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1418, van de leden Kostić, Beckerman en Graus,
krijgt de appreciatie ontijdig.
Staatssecretaris Rummenie:
Dan heb ik de motie op stuk nr. 1419 over het dierendagakkoord. Zoals u
weet, was ik daar zelf ook erg blij mee. Ik geef 'm dus uiteraard
oordeel Kamer, maar ik heb daar nog wel een beetje commentaar bij. Ik
vind het een zeer sympathieke motie, maar ik wil er nog even drie dingen
over zeggen. Het voorstel van het akkoord gaat ook over de bevoegdheden
van de ACM. Dat is toch echt de verantwoordelijkheid van de minister van
Economische Zaken, die hieraan werkt. Ten tweede: als ik het onderdeel
over de orde voor dierenartsen zo mag interpreteren dat we de
beroepsgroep steunen om te komen tot één beroepsorganisatie, namelijk
een federatie, die nu ook in oprichting is, dan geef ik de motie oordeel
Kamer. Ten aanzien van het verkennen van de maximale prijzen: dat gaan
wij uiteraard doen nadat het ACM-rapport na consultatie definitief is
vastgesteld. Dat zal ergens eind mei zijn.
De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Beckerman om te zien of zij akkoord is met
deze lezing van de motie, met de bijgaande opmerkingen van de
staatssecretaris. Ik wil haar daar graag het woord over geven.
Mevrouw Beckerman (SP):
De eerste opmerking was: de ACM valt onder EZ. Nou, dat weten we.
Tegelijkertijd is het natuurlijk een motie gericht aan de hele regering,
dus dat lijkt me helder. De tweede opmerking ging over de orde van
dierenartsen. Die staat niet in de motie. Die heb ik al anders
omschreven, namelijk als "de versterking van de beroepsgroep van
dierenartsen". In de motie lezen we dus dat je die moet ondersteunen.
Het is mooi dat het kabinet dat al doet. Dan over de maximale prijzen.
Mijn privémening is dat we die zo snel mogelijk moeten invoeren, maar de
motie vraagt om dat te verkennen. Dat leest de staatssecretaris goed. Ik
ga natuurlijk jubelend akkoord met het "oordeel Kamer".
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1419 krijgt oordeel Kamer. Gaat u verder,
staatssecretaris.
Staatssecretaris Rummenie:
Dan de motie op stuk nr. 1421, van de heer Graus, over het verankeren
van de rechten van dieren in de Grondwet.
De voorzitter:
U slaat de motie op stuk nr. 1420 over. Of is die voor minister
Moes?
Staatssecretaris Rummenie:
Die is voor minister Moes.
De motie van de heer Graus gaat over het verankeren van de rechten van
dieren in de Grondwet. Wat de heer Graus wil, is eigenlijk al geregeld.
In de Wet dieren is de intrinsieke waarde van het dier erkend. Dat
betekent dat dieren een waarde op zichzelf hebben en worden beschermd
door middel van diverse wettelijke verboden op voor dieren schadelijke
handelingen. Het opnemen van dierrechten in de Grondwet zou op hetzelfde
neerkomen, want geen enkel recht is absoluut. Overigens staat het u als
medewetgever uiteraard vrij om een Grondwetswijziging voor te stellen.
Maar ik geef de motie dus de appreciatie overbodig.
De heer Graus (PVV):
Er ligt al acht jaar lang een initiatiefwet klaar, van zowel de Partij
voor de Dieren als van ons. Ik zou ondersteuning krijgen vanuit de
regering, is mij door diverse bewindspersonen beloofd, om bredere steun
in de Kamer te krijgen. Het is niet zo geregeld als de staatssecretaris
zegt. De rechten van dieren zijn niet verankerd in de Grondwet. Dat is
gewoon pertinent niet waar.
Staatssecretaris Rummenie:
Dat heb ik ook niet gezegd, meneer Graus. Ik heb gezegd dat het al op
een andere manier geregeld is. De intrinsieke waarde van een dier is
namelijk in verschillende wetten vastgelegd.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1421 krijgt de appreciatie overbodig. Gaat u verder
met de motie op stuk nr. 1422.
Staatssecretaris Rummenie:
De motie op stuk nr. 1422, ook van de heer Graus, gaat over het koppelen
van een DNA-databank aan systemen van de dierenpolitie.
Informatiesystemen en het aanpakken van dierenbeulen valt onder het
ministerie van Justitie. Mijn advies aan u is om dit verzoek aan te
houden, zodat de minister van Justitie en Veiligheid de motie kan
appreciëren. Er is trouwens al een systeem om dieren terug te vinden die
zijn kwijtgeraakt.
De voorzitter:
De heer Graus krijgt de aanbeveling om zijn motie op stuk nr. 1422 aan
te houden, en dat gaat hij ook doen.
Op verzoek van de heer Graus stel ik voor zijn motie (28286, nr.
1422) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan de motie-Graus op stuk nr. 1423.
Staatssecretaris Rummenie:
Ook deze motie is van de heer Graus. Daarin wordt verzocht te
onderzoeken hoe databanken de chiphandelingen kunnen vervangen. Die
ontraad ik. Het opzetten van een DNA-databank is een ingrijpende en dure
maatregel. Daarnaast ligt er op dit moment een voorstel van de Europese
Commissie, een dogs and cats proposal, waarin is opgenomen dat in de
toekomst in alle lidstaten honden en katten door middel van een
microchip kunnen worden geïdentificeerd en daarvoor een I&R-databank
is opgezet. Ik ontraad deze motie dus.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1423 krijgt het oordeel ontraden. De heer Graus
heeft daar een vraag over.
De heer Graus (PVV):
Mijn bedoeling is dat we stoppen met invasieve handelingen. Nu wordt een
chip in een dier ingebracht. Ik denk dat de staatssecretaris het zelf
ook niet prettig zou vinden als die in zijn bil werd ingebracht. Dat is
de reden. Ik wil dat men stopt met invasieve handelingen die niet nodig
zijn, want dieren kunnen al geregistreerd worden via AI en DNA.
De voorzitter:
Helder. De staatssecretaris.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik denk dat wij daarover van mening verschillen. Zoals u weet, heb ik
zelf een poes. Bij haar is ook een chip ingebracht. Ik heb nog nooit
gemerkt dat zij daar last van heeft.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1423 krijgt het oordeel ontraden. Dan de
motie-Graus/Kostić op stuk nr. 1424.
Staatssecretaris Rummenie:
Die motie is ook van de heer Graus. Die gaat over het opleggen van een
zelfstandig houdverbod aan broodfokkers. Dit valt onder de
verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. Ik
verzoek de heer Graus om deze motie net als zijn eerdergenoemde motie
aan te houden, zodat de minister van Justitie en Veiligheid die kan
appreciëren.
De voorzitter:
Meneer Graus zegt dat de motie van de heer Graus en het lid Kostić op
stuk nr. 1424 wordt aangehouden.
Op verzoek van de heer Graus stel ik voor zijn motie (28286, nr.
1424) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan hebben we nog de motie-Graus/Kostić op stuk nr. 1425.
Staatssecretaris Rummenie:
Die gaat over het aanstellen van een veterinair deskundig nationaal
coördinator Transitie Proefdiervrije Innovatie. Wat deze motie beoogt,
gebeurt al. Ik doe dit met het programma TPI. Hierbij werk ik samen met
veertien partnerorganisaties. Het afgelopen jaar zijn daar nog drie
partnerorganisaties bij gekomen. Dit illustreert de nationale
coördinatie van TPI en het draagvlak van mijn inzet. Binnen dit platform
is uiteraard ook veterinaire deskundigheid geborgd. Het TPI-programma is
bewezen effectief, wat onder andere blijkt uit de realisatie uit het
Groeifonds voor Ombion ter waarde van 124,5 miljoen. De regie is er dus
al. Die is alleen niet gekoppeld aan één persoon als nationaal
coördinator, maar aan een TPI-netwerk. De betrokken partijen hebben
aangegeven dat zij hierin geen meerwaarde zouden zien. Daarom geef ik
deze motie het oordeel overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1425 van de leden Graus en Kostić krijgt het
oordeel overbodig. Dan is er voor de staatssecretaris nog één motie,
namelijk de motie op stuk nr. 1426 van de leden Graus en Kostić.
Staatssecretaris Rummenie:
Die gaat over de benoeming van een veterinair deskundig marktmeester.
Die marktmeester is er al. Dat is namelijk de ACM, ingesteld bij wet. De
ACM heeft een onderzoek gedaan en daar veterinair deskundigen uit de
beroepsgroep bij betrokken. Het conceptrapport ligt voor ter
consultatie. Veterinairs en andere betrokken partijen zoals de KNMvD
kunnen daarop reageren. Zo benut de ACM expertise uit de sector en
toetst zij de resultaten. Ik wacht het definitieve ACM-rapport af. Daar
kan en wil ik niet met maatregelen zoals prijsplafonds op
vooruitlopen.
De voorzitter:
Daarmee heeft de motie op stuk nr. 1426 het oordeel ontraden
gekregen.
Staatssecretaris Rummenie:
Dat waren mijn moties, voorzitter.
De voorzitter:
Ja. Dan wil ik graag aan minister Moes vragen om in ieder geval de
motie-Van der Plas op stuk nr. 1420 van een appreciatie te voorzien.
Minister Moes:
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag eerst even ingaan op de twee vragen
die mevrouw Van der Plas over hetzelfde thema heeft gesteld.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Minister Moes:
Zij vroeg namelijk of ik de zorgen deel over het versneld afbouwen van
de subsidie voor het BPRC. Ja, die zorgen deel ik zeker. Daar heb ik
zowel in verschillende brieven aan de Kamer als indertijd in het debat
ook nadrukkelijk aandacht voor gevraagd.
De andere vraag was of ik kan toelichten wat, volgens mij, de risico's
zijn van die versnelde afbouw, en dan met name voor de volksgezondheid,
de pandemische paraatheid en de afhankelijkheid van het onderzoek.
Het verschuiven van de huidige instellingssubsidie aan het BPRC naar
alternatieven kent de volgende risico's. Op korte termijn kan de
fokkolonie niet meer worden gefinancierd. Daardoor moet er vervolgens
worden gestopt met noodzakelijk onderzoek ten behoeve van de pandemische
paraatheid en de bestrijding van ernstige en levensbedreigende ziekten.
Daarmee lopen we ook het risico dat we goede onderzoekers en essentiële
kennis en ervaring verliezen aan het buitenland. Nederland wordt zo nog
veel sterker afhankelijk van het buitenland voor onderzoek naar
niet-humane primaten. De verwachting en het risico is dan ook dat we
daardoor veel minder snel zullen kunnen reageren op een eventuele nieuwe
pandemie. Het risico daarop bestaat wel degelijk.
Vanuit het perspectief van dierenwelzijn zeg ik daarbij: het onderzoek
naar non-humane primaten zal zich vervolgens verplaatsen naar plekken
waar een lagere dierenwelzijnsstandaard geldt dan in Nederland. Dezelfde
dieren die nu bij het BPRC gehouden worden, worden dan verkocht en
verplaatst en zullen dan een lagere dierenwelzijnsstandaard ervaren. Dat
alles acht ik zeer onwenselijk, zoals ik eerder ook al heb
aangegeven.
Daarmee kom ik bij de motie op stuk nr. 1420. Zoals ik net heb
aangegeven, ben ik van mening dat het onderzoek naar niet-humane
primaten nu absoluut nog nodig is. Als ik de motie zo mag lezen dat ik
binnen de huidige OCW-begroting en in overleg met mijn collega's in het
kabinet de mogelijkheid voor alternatieve subsidiestromen kan gaan
onderzoeken, dan wil ik de motie graag oordeel Kamer geven. Dat is ook
in lijn met de tekst van het amendement-Kostić c.s.
De voorzitter:
Dan kijk ik in de richting van mevrouw Van der Plas. Die kan daar goed
mee leven, dus dan krijgt de motie op stuk nr. 1420 oordeel Kamer. Dank
u wel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit gaat over een amendement van niet alleen de Partij voor de Dieren,
maar bijvoorbeeld ook JA21. Het is een breed aangenomen amendement. De
Kamer heeft ook bevestigd dat het amendement uitgevoerd moet worden. Ik
vraag me af waarom de minister deze motie positief apprecieert,
aangezien het een ongedekte motie is. Waar gaat deze minister 12,5
miljoen euro vandaan halen?
Minister Moes:
Zoals ik net al aangaf: als ik de motie zo mag lezen dat ik met een
integrale afweging en binnen de OCW-begroting op zoek kan gaan naar die
middelen, dus als ik dat onderzoek kan gaan doen, dan zie ik dat als
onderstreping van het huidige beleid. Overigens is dit ook precies waar
in het amendement zelf gewag van wordt gemaakt.
De voorzitter:
Lid Kostić, voor een hele korte laatste vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Deze discussie hebben we eerder gevoerd. Het amendement is duidelijk: de
subsidie moet worden afgebouwd. Ik concludeer alleen maar dat dit een
ongedekte motie is en dat het niet past bij een dubbeldemissionaire
minister om hier iets mee te doen. Ik wijs de Kamer daarop.
Minister Moes:
Ik lees even voor uit de tekst van het amendement: "Proefdieronderzoek
met apen wordt hiermee niet volledig beëindigd. Het onderzoek bij het
BPRC dat nodig is voor de bestrijding van levensbedreigende ziekten en
uitbraken van infectieziekten die de volksgezondheid bedreigen, kan tot
2030 met het niet-geoormerkte belastinggeld worden gefinancierd. Na 2030
kan het BPRC dit onderzoek, indien het dan nog steeds noodzakelijk is om
hiervoor apen te gebruiken, nog steeds blijven uitvoeren, maar dan met
alternatieve financiering." Dat wordt allemaal genoemd in het
amendement.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik ben helemaal nieuw in deze commissie. Ik begrijp dat er 12,5 miljoen
aan dekking voor de motie moet worden gevonden. Kan het kabinet
inzichtelijk maken wat het oplevert voor de volksgezondheid als we het
onderzoek wél voorzetten?
De voorzitter:
Uw vraag is duidelijk.
Minister Moes:
Ik weet niet of dat heel gemakkelijk te kwantificeren is. Ik vind het
een heel interessante vraag. Ik heb net een aantal risico's opgenoemd.
Het is lastig om van tevoren in te schatten wat een pandemie kost, maar
ik denk dat we heel veel geleerd hebben van bijvoorbeeld de
coronaperiode. We weten hoe gigantisch veel die heeft gekost.
Pandemische paraatheid verdient zich dus zeer zeker terug. Het is een
politieke vraag in hoeverre je volksgezondheid in geld zou kunnen
uitdrukken. Ook voor belangrijke infectieziekten en andere ziekten is
dit onderzoek echter ontzettend belangrijk.
De voorzitter:
Dank u, minister. Daarmee sluit ik het tweeminutendebat Dieren buiten de
veehouderij en dierproeven.
De beraadslaging wordt gesloten.