Tweeminutendebat Zoönosen en dierziekten (CD 14/1) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D04429, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-01-30 10:16, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-29 17:00: Tweeminutendebat Zoönosen en dierziekten (CD 14/1) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Zoönosen en dierziekten
Zoönosen en dierziekten
Aan de orde is het tweeminutendebat Zoönosen en dierziekten (CD
d.d. 14/01).
De voorzitter:
We gaan meteen door met het tweeminutendebat Zoönosen en dierziekten. En
het lid Kostić staat al klaar voor haar bijdrage, dus die wil ik graag
naar voren vragen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Januari is nog niet eens voorbij, maar in 2026 zijn alweer
meer dan 180.000 kippen en kalkoenen in de veehouderij vergast vanwege
vogelgriep. 180.000! Voor het eerst is in Europa ook een koe besmet met
vogelgriep. Drie keer raden: natuurlijk hebben wij in Nederland de
primeur. Dat is niet iets om trots op te zijn. We zijn het meest
veedichte land en daarmee een hotspot voor nieuwe zoönosen. Experts
waarschuwen dat het nog maar een hele kleine stap is voordat we de
vogelgriep ook hier laten overspringen op de mens. We moeten echt doen
waar virologen al jaren om vragen, namelijk veel minder dieren fokken en
doden in ons land. Minister Wiersma negeerde alle adviezen van experts.
Ik roep de nieuwe coalitie op om wel te luisteren naar deze experts en
hier eindelijk werk van te maken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een groot tekort aan betaalbare woningen in
Nederland is;
constaterende dat het kabinet werkt aan een afstandsnorm tussen woningen
en geitenhouderijen, wat gevolgen kan hebben voor de
woningbouwopgave;
overwegende dat het overgrote deel van de producten uit de
geitenhouderij wordt geëxporteerd naar het buitenland;
van mening dat het niet uit te leggen is als mensen in Nederland langer
moeten wachten op een huis door de productie van geitenvlees, -melk en
-kaas voor voornamelijk het buitenland;
verzoekt de regering om, waar spanningen zijn tussen deze verschillende
belangen, woningbouw en volksgezondheid te prioriteren boven de
intensieve geitenhouderij,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 320 (29683).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, lid Kostić. Ondertussen wil ik ook minister Bruijn van VWS
welkom heten in de plenaire zaal. En wij gaan door met de heer Grinwis
namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Goedemiddag, voorzitter. We hebben een goed debat gevoerd over een
gevoelig onderwerp, namelijk het risico van geiten voor de
volksgezondheid en ook de onzekerheid voor geitenhouders die dat met
zich mee brengt. Daarom de oproep om een concreet routeplan op te
stellen dat perspectief biedt aan geitenhouders, maar dat ook
duidelijkheid biedt aan omwonenden. Dat is echt nodig. Wanneer wordt
welke actie ondernomen? Misschien wil de minister van VWS hier nog even
op ingaan.
Dan heb ik één motie meegebracht en die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat negen van de twaalf provincies een moratorium kennen
op de nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen, en dat het
kabinet een beroep heeft gedaan op alle provincies en gemeenten om de
moratoria te handhaven dan wel in te voeren;
overwegende dat een strikte toepassing hiervan ertoe leidt dat ook
verplaatsing naar vanuit volksgezondheidsperspectief betere locaties
onmogelijk dreigt te worden;
verzoekt de regering te bevorderen dat initiatieven, bijvoorbeeld vanuit
geitenhouders, om de geiten te verplaatsen naar een plek verder weg van
de bebouwde kom en/of locaties met kwetsbare bewoners mogelijk moeten
zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Koorevaar en Den
Hollander.
Zij krijgt nr. 321 (29683).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. De achtergrond van deze motie is dat ik geitenhouders heb
gesproken die natuurlijk ook nadenken over hoe ze verdergaan met hun
bedrijf en potentiële locaties daarvoor zien, maar dan tot de ontdekking
komen dat een moratorium betekent dat er niets kan. Moratoria betreffen
niet alleen nieuwvestiging of uitbreiding, maar ook het simpelweg
verplaatsen van de huidige bedrijfsvoering. Dat zit nu volgens de
indieners van deze motie net iets te veel op slot. Ik weet dat de
ministers daar niet over gaan; het is aan de provincies. Maar zij kunnen
de provincies vast een duwtje in de goede richting geven. Vandaar deze
motie.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we verder in het debat met mevrouw Beckerman namens
de SP. En ook u heeft twee minuten spreektijd.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemiddag. Twee moties van mijn kant over Q-koorts.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de gevolgen van de Q-koortsuitbraak in Noord-Brabant
nog altijd niet zijn opgelost;
constaterende dat Q-koortsgedupeerden nergens terechtkunnen in
behandelcentra;
verzoekt de regering om samen met de provincie Noord-Brabant te
onderzoeken op welke manier het centrum in Noord-Brabant, dat
toegankelijk moet worden voor alle PAIS-patiënten, structureel
gefinancierd kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 322 (29683).
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn tweede motie, ook over Q-koorts.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de slachtoffers van Q-koorts nog altijd geen officiële
excuses hebben ontvangen van de regering;
constaterende dat zowel de Ombudsman als slachtoffers dit als een
waardevolle vorm van genoegdoening zouden zien;
overwegende dat het gesprek van de minister van Volksgezondheid met de
slachtoffers van Q-koorts eind vorig jaar een goede eerste stap vormt
maar nog altijd onvoldoende erkenning biedt;
verzoekt de regering officiële excuses aan te bieden aan de slachtoffers
van Q-koorts,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 323 (29683).
Mevrouw Beckerman (SP):
Daar laat ik het bij. Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. Dan nodig ik uit naar het spreekgestoelte
mevrouw Van der Plas namens de BoerBurgerBeweging. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het VGO-onderzoek uitsluitend betrekking heeft op
wonen in de nabijheid van geitenhouderijen en VGO geen onderzoek heeft
gedaan naar andere vormen van verblijf, zoals werken, onderwijs, zorg of
recreatie;
constaterende dat in het VGO-onderzoek geen verschil is aangetoond
tussen grote en kleine geitenbedrijven;
overwegende dat beleidsmaatregelen alleen proportioneel en effectief
kunnen zijn wanneer duidelijk is óf en waardoor gezondheidsrisico's
daadwerkelijk ontstaan;
overwegende dat het aanwijzen van zogenoemde gevoelige locaties en het
beperken van bedrijfsomvang vergaande gevolgen kan hebben voor
ondernemers, de leefomgeving en de ruimtelijke ordening;
verzoekt de regering aanvullend onderzoek te laten uitvoeren naar de
vraag of het in de VGO-studies gevonden statistische verband ook geldt
voor andere vormen van verblijf dan wonen, zoals werken, onderwijs, zorg
en recreatie;
verzoekt de regering tevens te laten onderzoeken of het beperken van de
omvang van geitenbedrijven of het tegenhouden van uitbreiding
daadwerkelijk effect heeft op het in de VGO-studies gevonden
verband;
en verzoekt de regering om, totdat deze aanvullende onderzoeksresultaten
beschikbaar zijn, geen nieuwe generieke beleidsmaatregelen te treffen
die vooruitlopen op deze onderzoeken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 324 (29683).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voor de mensen thuis die niet weten wat het VGO-onderzoek is: dat is het
onderzoek Veehouderij en gezondheid omwonenden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Dan gaan we verder met de heer Graus
namens de PVV. Gaat uw gang.
De heer Graus (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering een adequaat monitoringssysteem te faciliteren om
te verwachten vervolguitbraken van virussen sneller te beteugelen en/of
te voorkomen waar en indien mogelijk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Kostić.
Zij krijgt nr. 325 (29683).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de invloed en reikwijdte van wind op de
verspreiding van virussen mee te nemen bij de epidemiologische kenmerken
in reeds bestaande en nog op te stellen risicomodellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 326 (29683).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om registratie- en monitoring van
vaccinatieprogramma's waarbij ook negatieve effecten, waaronder mogelijk
snellere virusmutaties of juist aantasting van het immuunsysteem, worden
meegenomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 327 (29683).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering tijdens WHO-beraadslagingen in te zetten op een
verbod op het gebruik van traditionele medicijnen waarin zich stoffen
dan wel delen bevinden verkregen door het stropen en doden van wilde,
bedreigde dieren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 328 (29683).
De heer Graus (PVV):
Dan de laatste, mevrouw de voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering door inmiddels aangereikte, wetenschappelijke
argumenten aanvullend onderzoek in te stellen naar de niet uit te
sluiten hypothese dat afvaltreinen uit Rome voorzien van meereizende
knutten, het huidige klimaat- en natuurbeleid, waaronder vernatting van
natuur en natte teelten waardoor knutten beter gedijen, en de invloeden
door verspreiding van het dodelijke virus door windgedrevenheid, zowel
losstaand als tezamen dẹ mogelijke oorzaak en/of versnellers zijn
geweest van zowel alle dierenleed als de financieel-economische en
sociaal-maatschappelijke ramp voor dierhouders,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 329 (29683).
De heer Graus (PVV):
Dit is de belangrijke motie die gaat over het blauwtongvirus, voor de
mensen thuis die de beraadslaging niet gevolgd hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Graus. Dan gaan we verder met mevrouw Bromet namens
de fractie van GroenLinks-PvdA. Gaat uw gang.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik hoorde de staatssecretaris net zeggen: pandemische
paraatheid verdient zich altijd terug. Ik heb daar een motie over.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat nadat er antistoffen van het vogelgriepvirus bij twee
besmette katten zijn vastgesteld, ook antistoffen van het
vogelgriepvirus in de melk van een koe in Nederland zijn
vastgesteld;
overwegende dat in de Verenigde Staten besmettingen onder melkvee al
veel vaker voorkomen;
overwegende dat zulke besmettingen de mutatie- en gezondheidsrisico's
voor mens en dier vergroten, en alertheid daarom is geboden;
verzoekt de regering om systematische vogelgriepsurveillance ook in
runderen en andere zoogdieren op te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.
Zij krijgt nr. 330 (29683).
Dank u wel, mevrouw Bromet. Tot slot de heer Koorevaar namens de fractie van het CDA, het Christen Democratisch Appèl. Gaat uw gang.
De heer Koorevaar (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De minister heeft in het commissiedebat
aangegeven dat de afstandsnorm voor geitenhouderijen nadrukkelijk
bedoeld is als een tijdelijke maatregel in afwachting van brongerichte
oplossingen om gezondheidsrisico's te beperken. Ik heb een aantal vragen
hierover. Kan de minister aangeven onder welke concrete vooraf
vastgestelde en objectieve voorwaarden het tijdelijke afstandscriterium
uiteindelijk kan vervallen en op welk moment wordt beoordeeld of aan
deze voorwaarden is voldaan? De tweede vraag is of de minister bereid is
om toe te zeggen dat bij het vaststellen van de afstandsnorm wordt
geborgd dat er heldere beëindigingscriteria zijn en dat hij de Kamer
daarover informeert op het moment dat de afstandsnorm wordt
vastgesteld.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Koorevaar. Daarmee komen we aan het einde van de
termijn van de Kamer. Dan wil ik het debat voor enkele minuten schorsen.
Houdt u het kort, want we hebben allemaal ook een dinerpauze nodig en we
gaan om 19.00 uur weer verder. Dus tien minuten, zeg ik streng. Vijftien
minuten maximaal.
De vergadering wordt van 17.45 uur tot 17.55 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer verder, al mis ik nog wat Kamerleden. Maar het lid Kostić
is aanwezig en van haar is de eerste motie, dus ik ga ervan uit dat het
verder allemaal goed gaat. We gaan verder met de beraadslaging en ik
geef het woord aan de heer Bruijn.
Minister Bruijn:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 320 van het lid Kostić van
de Partij voor de Dieren gaat over het prioriteren woningbouw en
volksgezondheid. De volksgezondheid staat voorop. Dat is de reden dat we
nu kijken naar maatregelen rondom geitenhouderijen. Dus in het
spanningsveld dat het lid Kostić schetst, staat de volksgezondheid
altijd voorop. Voor toekomstige groei stellen we beperkingen aan de
geitenhouderijen daar waar dat nodig is. Vandaar de afstandsnorm. Voor
bestaande situaties kijken we naar een maatwerkaanpak waarin we de
verschillende belangen afwegen, zoals ook genoemd door het lid Kostić in
de motie, en de woningbouwplannen worden daarin uiteraard meegenomen. De
motie is dus ontijdig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 320 krijgt ontijdig. Gaat u verder.
Minister Bruijn:
Dan ga ik door met de motie op stuk nr. 322 van mevrouw Beckerman namens
de SP.
De voorzitter:
Maar voordat u dat doet, geef ik het woord aan het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De minister zei van alles waardoor het leek dat de motie oordeel Kamer
zou krijgen en toen zei hij opeens "ontijdig". Dat begrijp ik helemaal
niet. Waarom is het ontijdig? Volgens mij is het gewoon oordeel
Kamer.
Minister Bruijn:
In de motie wordt niet alleen gesproken over het prioriteren van
volksgezondheid boven de geitenhouderijen, maar ook over het prioriteren
van de woningbouw boven de geitenhouderijen. Dat kan ik niet zo
toezeggen, omdat het juist aan het lokale maatwerk is om per locatie een
afweging te maken tussen de belangen van de ondernemers en die van de
woningbouw. Dat geldt uiteraard ook voor de volksgezondheid, maar het is
wel zo dat onderaan de streep voor de regering de volksgezondheid altijd
vooropstaat. Ik kan niet nu garanderen dat we overal de woningbouw
belangrijker zullen vinden dan de intensieve geitenhouderij, want die is
ook belangrijk.
De voorzitter:
Dank u wel. Gaat u verder. U was bij uw appreciatie van de motie op stuk
nr. 322.
Minister Bruijn:
Dank u wel, voorzitter. De motie van mevrouw Beckerman over Q-koorts
roept de minister op om te onderzoeken of er een expertisecentrum voor
Q-koorts kan komen in Brabant. Ik heb er begrip voor dat er behoefte is
aan een expertisecentrum in deze regio, gelet op het aantal Q-koorts- en
postcovidpatiënten in Brabant. Het zorgveld zelf is verantwoordelijk
voor het organiseren van zorg voor PAIS-patiënten, net als bij andere
aandoeningen. Ik vind het wel belangrijk dat er passende zorg wordt
verleend. Dat is in het belang van de patiënten en dat belang staat
natuurlijk voorop. Als ik de motie dus zo mag interpreteren dat zij een
oproep is om in gesprek te gaan met Noord-Brabant, dan kan ik de motie
op stuk nr. 322 oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Beckerman knikken. De motie op stuk nr. 322 krijgt dus
oordeel Kamer. Gaat u verder.
Minister Bruijn:
Voorzitter. Dan ga ik naar motie op stuk nr. 323, eveneens van mevrouw
Beckerman. Die motie gaat over de Q-koorts. Ook ik vind het zeer
vervelend dat mensen na zo veel jaren nog steeds kampen met ernstige
gevolgen van Q-koorts. Ik blijf toegewijd aan het verbeteren van de
levenskwaliteit van betrokkenen en erkenning voor hun situatie. Excuses
is iets anders. De rechter heeft geoordeeld dat er destijds rechtmatig
is gehandeld volgens de toen geldende normen. Daarom zal de regering,
zoals eerder besproken, niet overgaan tot het aanbieden van excuses. In
die zin moet ik de motie dus ook ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 323 krijgt de appreciatie "ontraden". Mevrouw
Beckerman heeft daarover nog een vraag of opmerking. Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank voor de appreciatie "oordeel Kamer" van de eerdere motie. Het
kabinet komt elke keer met juridische argumenten. De Ombudsman zegt dat
excuses niet alleen een juridische betekenis hebben en dat ook naar de
maatschappelijke waarde ervan moet worden gekeken. Zou het kabinet,
gelet op die oproep van de Ombudsman, met een maatschappelijke in plaats
van een juridische bril naar deze motie willen kijken? De komst van deze
minister heeft al veel betekend, maar dit zou echt heel nuttig zijn en
heel erg gevoeld worden.
Minister Bruijn:
Ik heb op die manier naar de motie gekeken. Laat ik nogmaals
vooropstellen dat ik het heel vervelend vind dat mensen na zo veel jaar
nog steeds kampen met de ernstige gevolgen hiervan. Iets anders is dat
gevraagd wordt om excuses aan te bieden over iets wat destijds
rechtmatig is gebeurd. Dat gaan we niet doen. Ook in andere
omstandigheden zou het niet redelijk zijn om dat te vergen. Dat staat
nog los van de juridische achtergrond. Ik ben het met mevrouw Beckerman
eens dat je niet alleen juridisch moet kijken. Juist ook vanwege de
maatschappelijke belangen willen we daar toch heel helder in zijn.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Minister Bruijn:
Voorzitter. De motie-Van der Plas op stuk nr. 324 gaat over het
VGO-onderzoek. De Gezondheidsraad heeft in zijn advies aangegeven dat er
voldoende aanleiding is om op basis van het voorzorgsbeginsel
maatregelen te nemen om de gezondheidsrisico's voor omwonenden van
geitenhouderijen te beperken. De Gezondheidsraad legt in dit advies al
een verband met andere locaties waar mensen langere tijd verblijven, met
ook bijzondere aandacht voor bijzondere groepen, zoals kinderen of juist
ouderen. We nemen dat advies heel serieus. We zijn daarom een
samenhangend maatregelenpakket aan het uitwerken, zoals we ook besproken
hebben. De vraag naar het effect van de omvang van een bedrijf staat uit
bij de VGO-onderzoekers. Het is niet zo dat geconcludeerd is dat er geen
relatie is. Het kon niet onderzocht worden, omdat daar onvoldoende
variatie voor was. We wachten op het antwoord in februari. We doen wel
onderzoek naar de impact van eventueel te nemen maatregelen en de
toepasbaarheid en effectiviteit van emissiereducerende maatregelen. We
verwachten een dezer dagen een advies van Wageningen University &
Research over de stalmaatregelen. Verder is er voldoende
wetenschappelijke onderbouwing om op grond daarvan te besluiten dat
maatregelen nodig zijn. Daarom ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 324 krijgt de appreciatie "ontraden".
Minister Bruijn:
De motie-Graus op stuk nr. 328 gaat over traditionele medicijnen. Ik
erken het risico van overdracht van ziekteverwekkers uit wilde dieren op
de mens, ook bij dieren die worden gebruikt bij traditionele medicijnen.
Bij de WHO zet ik mij ervoor in de gezondheidsrisico's aan te kaarten en
het gebruik van wilde en bedreigde dieren in traditionele medicijnen te
beperken, conform de eerder door de heer Graus ingediende motie, die
mijn voorganger heeft uitgevoerd. De internationale handel in bedreigde
diersoorten, inclusief afgeleide producten, zoals traditionele
medicijnen, is bovendien al gereguleerd of zelfs verboden onder de
internationale overeenkomst CITES. Daarom is deze motie overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 325, van de leden Graus en Kostić ...
Minister Bruijn:
Overbodig.
De voorzitter:
Ik had het over de motie op stuk nr. 325, maar dat klopt niet. Het was
de motie op stuk nr. ...
Minister Bruijn:
328.
De voorzitter:
... 328, van het lid Graus. Die krijgt de appreciatie ...
Minister Bruijn:
Overbodig.
De voorzitter:
... "overbodig".
Minister Bruijn:
Tot slot de vraag van het CDA of bij de afstandsnorm ook heldere
beëindigingscriteria kunnen worden geformuleerd. De afstandsnorm is
inderdaad in principe tijdelijk. Dat hebben we goed met elkaar
besproken. Je wil natuurlijk het liefst door stalmaatregelen het risico
zodanig terugbrengen dat je de afstandsnorm niet nodig hebt. We wachten
op de adviezen daarover. We weten niet hoe die eruitzien. Bij het
uitwerken van de afstandsnorm zullen we heldere beëindigingscriteria
opstellen. Dat is het goede moment. Als er duidelijke en bewezen
effectieve alternatieve maatregelen zijn, kan de afstandsnorm worden
beëindigd. We zijn het ermee eens dat dit op dat moment aan de voorkant
duidelijk moet zijn. Ik zeg daarbij toe uw Kamer daarover te informeren.
Dat is het antwoord op de vraag.
De voorzitter:
Dank u wel, minister Bruijn. Dan gaan we over naar minister Wiersma voor
de beantwoording van een aantal vragen en de appreciatie van de
moties.
Minister Wiersma:
Dank. Ik heb volgens mij een aantal moties, maar ik wil beginnen met een
korte inleiding. Ik heb namelijk, overigens samen met de minister van
VWS, de Kamer vorige week geïnformeerd over de casus vogelgriep bij
melkvee. Omdat er ook in dit debat logischerwijs aan gerefereerd wordt,
zou ik graag de stand van zaken daarvan even mee willen geven. Vrijdag
hebben we uw Kamer daarover geïnformeerd. Ik wil benadrukken dat op dit
moment uit de testresultaten blijkt dat er geen actief virus op het
bedrijf gevonden is. Alle koeien zijn gemonitord en alle virustesten van
de melk van dit bedrijf zijn gelukkig negatief. Ik schreef in de brief
ook dat er aantal, vijf stuks, opnieuw getest moesten worden. Ook die
uitslagen bleken negatief. In dit geval is dat positief. We hebben ook
gemeld dat de NVWA monsters heeft genomen van alle individuele runderen
op het bedrijf. Die worden allemaal getest op antistoffen tegen het
vogelgriepvirus. Dat doet de Wageningen Bioveterinary Research. De
nieuwe informatie, die ik hier toch met uw Kamer wil delen, is dat
uiteindelijk is gebleken dat bij vijf verschillende koeien antistoffen
gevonden zijn, maar, nogmaals, geen actief virus. Ook zijn er
bloedmonsters genomen van alle dieren en die worden ook getest op
antistoffen. Die onderzoeken nemen tijd in beslag. Wageningen wil daar
graag aanvullend onderzoek naar doen, om echt zekerheid te kunnen geven
over de uitslagen. Dat doet het in nauw overleg met het Europees
Referentielaboratorium. De personen die blootgesteld zijn aan zowel de
koeien als de kat die eerder al positief bevonden was, testen ook allen
negatief. Uiteindelijk verwacht ik dat er volgende week een compleet
beeld zal zijn met alle testresultaten. Dat is ook nodig om de
deskundigen die hierover gaan en de overheid hierover kunnen adviseren
een compleet beeld te geven en de situatie te laten duiden. Het is mijn
doel om daarna met alle informatie — dat gaat niet alleen om de
informatie van dit bedrijf, maar ook om de risicobeoordeling van de
deskundigen, de mogelijkheden voor monitoring en eventueel te nemen
maatregelen — in één keer mee te nemen en de Kamer zo compleet te
informeren.
De voorzitter:
Punt.
Minister Wiersma:
Als er aanleiding is om dat sneller te doen, dan doen wij dat.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de minister dat zij deze nieuwe informatie met de Kamer deelt.
Ik heb eigenlijk twee vragen. De eerste vraag is de volgende. Een dier
dat antistoffen heeft, heeft waarschijnlijk wel de ziekte gehad. Mijn
vraag is of het klopt dat die koe melk heeft gegeven op het moment dat
die ziek was en die melk dus in het voedselsysteem terechtgekomen is.
Mijn tweede vraag is: als je melk drinkt van een zieke koe, loop je dan
ook als mens het risico om vogelgriep te krijgen? Ik weet dat namelijk
gewoon niet.
Minister Wiersma:
Op de vraag of het virus van een koe die een positief, actief virus
heeft, in de melk terecht kan komen, is het antwoord natuurlijk: ja. Als
een dier ziek is en behandeld moet worden, wordt de melk normaal
gesproken immers opgehouden. De vraag of dat in dit geval op een
tijdstip na infectie ... Als dat zo is, hè. Dit zijn allemaal vragen die
wij ook hebben. De deskundigen zullen ons daarover informeren. Ik wil
daarbij wel gezegd hebben dat op het moment dat de melk is behandeld —
die wordt gepasteuriseerd — er geen gevaar meer is dat het virus wordt
overgedragen via het voedsel. Met de behandeling die de melk ondergaat,
wordt het risico op overdracht van het virus dus weggenomen.
De voorzitter:
Mevrouw Bromet voor een hele korte vervolgvraag.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik snap dat het een tweeminutendebat is, maar de minister
komt zelf met nieuwe informatie, die best relevant is, denk ik. Dank
voor het antwoord. Er zijn ook boerderijen waar rauwe melk verkocht
wordt, melk die niet behandeld is. Is het veilig om die melk nu te
drinken, niet wetende waar het virus zich ophoudt?
Minister Wiersma:
Ik zou niet per definitie willen zeggen dat die melk onveilig is.
Nogmaals, we vragen de deskundigen om een reflectie hierop. Op het
moment dat we die hebben, zullen we de Kamer daar breed over informeren.
Dit punt zal daarbij worden meegenomen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Een korte vraag. Wordt ook overwogen om structureel te testen op
vogelgriep bij tankmelkonderzoek?
Minister Wiersma:
Nogmaals, de deskundigengroep die hierover gaat en ons hierover
adviseert, zal ook dit punt meenemen, ook op het gebied van monitoring,
zoals ik in mijn inleiding expliciet heb gezegd. Zij zullen advies geven
over wat noodzakelijkerwijs verstandig is.
De voorzitter:
Dank u wel. Gaat u verder met de moties. We beginnen bij de motie op
stuk nr. 321.
Minister Wiersma:
Dat is een motie over het bevorderen van initiatieven die het
verplaatsen van bedrijven naar gunstige locaties mogelijk zouden moeten
maken. Ik wil deze motie een interpretatie geven. Als de heer Grinwis
daarmee kan leven, dan krijgt de motie oordeel Kamer. Ik vind dit
vanzelfsprekend een sympathieke gedachte. Ik denk ook dat we dit in
ieder geval niet tegen moeten houden, los van de taken en
verantwoordelijkheden die we hebben. Ik zou dit willen meenemen in de
impactanalyse die we nu uitvoeren. We laten dit punt daar dan ook in
uitwerken en kijken naar de mogelijkheden en de impact daarvan. Ik doe
dat natuurlijk in samenwerking met alle betrokken departementen en de
gezaghebbenden, in dit geval de provincies. Als ik de motie zo mag
lezen, dan geef ik 'm oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik zie de heer Grinwis knikken en zijn duim opsteken. De motie op stuk
nr. 321 krijgt oordeel Kamer.
Minister Wiersma:
Oké, dank.
Ik kom bij de motie op stuk nr. 325 van de heer Graus. Het is misschien
wel mijn laatste tweeminutendebat, dus ik wilde deze motie ook maar
oordeel Kamer geven. Overigens doe ik dat niet om die reden, hoor. De
motie is in lijn met beleid dat we op dit moment ook voeren. We hebben
een heel goed functionerend monitoringssysteem, maar het is prima om dit
mee te nemen. Dus deze motie krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 325 van de leden Graus en Kostić krijgt oordeel
Kamer.
Minister Wiersma:
Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 326. Die motie geef ik ook
oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 326 van het lid Graus krijgt oordeel Kamer.
Minister Wiersma:
Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 327, die de regering verzoekt om
registratie en monitoring van vaccinatieprogramma's, waarbij ook de
negatieve effecten worden meegenomen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 327 krijgt oordeel Kamer.
Minister Wiersma:
Dan moet het een keer stoppen. Ik zou de heer Graus daarom eigenlijk
willen vragen om de volgende motie, de motie op stuk nr. 329, aan te
houden. De heer Graus heeft mij tijdens dit debat een uitvoerig rapport
aangereikt. Dat rapport wordt op dit moment nader bestudeerd. Het is een
lijvig rapport, dus dat kost even tijd. Deze motie komt dus wat te snel.
Ik zou dus eigenlijk aan de heer Graus willen vragen of hij de motie aan
zou willen houden. Ik kan een vervolgonderzoek nu nog niet toezeggen,
maar mogelijk wordt er iets gevonden in het rapport wat daar wel toe
leidt.
De heer Graus (PVV):
Ik wil hem graag aanhouden, want zorgvuldigheid gaat in dit geval boven
snelheid. Dank u wel.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Graus stel ik voor zijn motie (29683, nr. 329)
aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Wiersma:
Ik had de heer Graus ook al toegezegd om voor de zomer een reactie op
dat rapport te geven. Dank voor het aanhouden van de motie.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Wij hadden toch gehoord dat er een heel ander type vogelgriepvirus
aanwezig was in die afvaltreinen? Is het dan geen stemmingmakerij om een
onderzoek te doen naar die afvaltreinen?
Minister Wiersma:
Tijdens het debat heeft de heer Graus ons een uitvoerig
onderzoeksrapport overhandigd, waar mijn mensen op dit moment naar
kijken. Mocht er aanleiding zijn om daar toch nog verder naar te kijken,
dan kunnen we dat doen op basis van conclusies uit dat rapport. Zoals
gezegd komt die appreciatie voor de zomer. Dan kunnen we dus meer
zeggen.
De heer Koorevaar (CDA):
Ik hecht eraan dat we goede wetenschap waarderen. Ik begreep dat dat
rapport niet gedeeld kan worden met de rest van de Kamer. Zou u kunnen
toezeggen dat we dat rapport dan ook kunnen inzien? Ik ben eigenlijk wel
benieuwd.
Minister Wiersma:
Ik kijk eigenlijk ook even naar de heer Graus, want ik heb het rapport
ontvangen in het debat. Ik heb niet begrepen dat het niet gedeeld kon
worden.
De voorzitter:
De heer Graus voor een hele korte reactie.
De heer Graus (PVV):
Even twee punten. Mevrouw Bromet had het over het vogelgriepvirus, maar
dit gaat over het blauwtongvirus. Dat even terzijde. Nu over het
rapport: het rapport is aangeboden aan de Griffier en ook aan de
minister. De Kamerleden kunnen dat inzien bij de Griffier op de kamer.
Dat heeft namelijk met copyright te maken. Dat is het probleem. U kunt
het gewoon gaan inzien bij de Griffier.
De voorzitter:
Het is aangeleverd aan de Griffie Plenair. We gaan kijken hoe we daarmee
verdergaan. Daar zal de Kamer over worden geïnformeerd. Minister
Wiersma, gaat u verder.
Minister Wiersma:
Dan kom ik bij de laatste motie, de motie op stuk nr. 330, van mevrouw
Bromet. Die gaat over de systematische surveillance voor runderen en
andere zoogdieren. Ik zou mevrouw Bromet in het licht van mijn
introductie willen zeggen dat wij nog een aantal onderzoeksresultaten
verwachten. De deskundigen zullen ons daarbij adviseren over welke
maatregelen verstandig zijn om nu te nemen. Ik zou mevrouw Bromet willen
vragen om deze motie aan te houden. Anders is die ontijdig.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik zat even te kijken naar de motie op stuk nr. 325 van de heer Graus en
het lid Kostić. Die gaat eigenlijk over hetzelfde. Die vraagt om een
adequaat monitoringssysteem en ik vraag om een systematische
vogelgriepsurveillance. Wat is nou het verschil tussen die twee moties?
Want die van de heer Graus krijgt oordeel Kamer en die van mij wordt
ontraden.
De voorzitter:
Helder.
Minister Wiersma:
Bij de appreciatie van de motie op stuk nr. 325 heb ik gezegd dat we dit
in zekere zin al doen. Er is al een surveillance. Daar zit een
basismonitoring diergezondheid in. Maar dat is niet ... Even kijken,
hoor. Ik heb hier niet het hele dictum van deze motie. Als je het hebt
over runderen, dan gaat het met name over het tankmelkonderzoek, waar
mevrouw Van der Plas zojuist ook naar vroeg. Ik heb de deskundigengroep
die ons over dierziekten adviseert gevraagd om daarop te
reflecteren.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Is het oordeel dan "ontijdig"?
Minister Wiersma:
Ja. Het verzoek is eigenlijk om 'm aan te houden. Anders is het oordeel
"ontijdig".
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dan hou ik 'm aan, voorzitter.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Bromet stel ik voor haar motie (29683, nr. 330)
aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Wiersma:
Dat waren ze.
De voorzitter:
Daarmee bent u aan het einde van uw betoog. Dit is misschien wel uw
laatste tweeminutendebat, zei u al, dus ik wil u hartelijk danken. Dat
geldt ook voor minister Bruijn.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Het is 18.15 uur. We moeten drie kwartier schorsen voor de dinerpauze.
Dat betekent dat we precies op schema lopen en om 19.00 uur doorgaan met
het debat over postcovid. De stemmingen over de moties die zijn
ingediend in dit debat zijn aanstaande dinsdag. Hartelijk dank en eet
smakelijk.
De vergadering wordt van 18.16 uur tot 19.03 uur geschorst.