[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag

Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)

Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)

Nummer: 2026D04490, datum: 2026-01-30, bijgewerkt: 2026-02-02 13:47, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36881 -5 Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting).

Onderdeel van zaak 2026Z00295:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 881 Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
Nr.  5 VERSLAG 
 

Vastgesteld 30 januari 2026 

 

De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.  

 

Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid. 

Inhoudsopgave: Blz.

I. Algemene toelichting 2

1. Inleiding 2

2. Inhoudelijke toelichting 3

2.1. Vervallen absoluut verbod op urgentie voor alle vreemdelingen 4

(onderdeel A, Huisvestingswet 2014)
2.2. Vervallen regeling voor overgang van bevoegdheid tot vergunningverlening voor 5

de technische bouwactiviteit na fatale termijn (onderdeel B, onderdeel 1,

Omgevingswet)

2.3. Aanpassing regeling voorkeursrecht (onderdeel B, onderdelen 2 en 3, 6

Omgevingswet)

3. Adviezen en internetconsultatie 6

3.1 Ongedaan maken van de regeling voor overgang van bevoegdheid 6

tot vergunningverlening voor de technische bouwactiviteit na fatale termijn

3.2 Amendement schrappen beroepsmogelijkheid tegen woningbouwplannen van een 6

andere gemeente

3.3 Amendement urgentie aan dakloze gezinnen met kinderen 7

3.4 Amendementen inzake procedurele versnellingen en verhoging griffierechten 8

II. Artikelsgewijze toelichting 8

Onderdeel A (Vervallen verbod op voorrang in Huisvestingswet 2014) 8

Onderdeel C (Overgangsrecht) 9


I. Algemene toelichting

1. Inleiding

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de novelle en hebben daarover enkele vragen.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de novelle op de Wet versterking regie volkshuisvesting. Deze leden zijn opgelucht dat het eerder aangenomen amendement dat regelrecht indruist tegen artikel 1 van de grondwet hiermee ongedaan wordt gemaakt maar zien nog enkele verbeterpunten. Zij betreuren het dat de regering ervoor kiest een belangrijk advies uit het Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving (STOER)-rapport naast zich neer te leggen door de verruiming van het voorkeursrecht te beperken. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben nog enkele vragen.

De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting) en willen de regering nog een aantal verduidelijkende vragen stellen.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting).

Deze leden zijn van mening dat de onvolkomenheden in het wetsvoorstel zo snel mogelijk moeten worden gerepareerd zodat de wet snel in werking kan treden en hebben nog een beperkt aantal vragen.

De leden van de BBB-fractie hebben met interesse de novelle en bijbehorende stukken gelezen. Deze leden hebben vooralsnog geen verdere vragen.

De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggende novelle op de Wet versterking regie volkshuisvesting. Zij hebben daarover nog enkele vragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de novelle ten aanzien van de Wet versterking regie volkshuisvesting. Deze leden betreuren dat deze novelle nodig was als gevolg van het willens en wetens aannemen door de Tweede Kamer van een discriminerend amendement én benadrukken het belang van een snelle behandeling van deze novelle, zodat de Wet versterking regie volkshuisvesting per 1 juli 2026 in werking kan treden. Zij vragen wat de uiterste datum is dat deze wet in de Eerste Kamer moet worden behandeld c.q. aangenomen om dit mogelijk te maken.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de novelle bij de Wet versterking regie volkshuisvesting. Deze leden vinden dat de wooncrisis vraagt om sterke publieke regie: meer sociale huur, meer betaalbare bouw en een einde aan speculatie en winst.

2. Inhoudelijke toelichting

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat onderhavige wet, ook na het aannemen van deze novelle, nog niet af is. Deze leden merken op dat er nog steeds geen waarborg is opgenomen die ervoor zorgt dat er genoeg betaalbare woningen worden gebouwd. De plicht voor iedere gemeente om te groeien naar 30% sociale huur is veranderd in een vrijblijvende doelstelling per regio. Op basis waarvan denkt de regering toch te kunnen garanderen dat er genoeg sociale huurwoningen bijgebouwd gaan worden? Hoe reageert zij in dat licht op de oproep die Aedes opnieuw doet om 30% sociaal per gemeente vast te leggen? Waarom denkt de regering dat gemeenten onder deze vrijblijvendheid ineens gaan zorgen voor de programmering van meer betaalbare huurwoningen terwijl de afgelopen jaren het aandeel sociale huur in de voorraad alleen maar is gedaald? Welke andere mogelijkheden ziet de regering om te garanderen dat er de komende jaren genoeg betaalbare woningen worden geprogrammeerd in harde plannen?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat meerdere gemeenten recent hebben aangegeven zich zorgen te maken over artikel 2.1.b.2 van de concept-ministeriële regeling van het wetsvoorstel Versterking Regie op de Volkshuisvesting. Deze leden vragen de regering waarom er niet voor is gekozen om huisvesting van mensen die uitstromen uit voorzieningen onder te brengen bij de regio waar deze mensen vandaan komen. Hoe kijkt de regering naar het signaal dat gemeenten geven ten aanzien van de druk die met dit beleidsvoornemen wordt gelegd op de toekomstige totstandkomingen van bovenregionale voorzieningen? Hoe voorkomt de regering dat er een nog grotere druk ontstaat op regio's met veel voorzieningen met betrekking tot de uitstroom en huisvesting van bijzondere doelgroepen? Zij vragen de regering of ze bereid is mogelijkheden te onderzoeken om de gemeenten die zich hierover zorgen maken tegemoet te komen. Is de regering bereid om dit onderdeel van de wet nog te wijzigen zodat er een eerlijke spreiding over regio’s komt?

De leden van de ChristenUnie-fractie maken van de gelegenheid gebruik om de regering te vragen naar de uitwerking van de wet in het Besluit versterking regie volkshuisvesting. Gemeenten met grote justitiële instellingen vrezen de onevenredige opgave die zij krijgen om ex-gedetineerden te huisvesten, in de gemeente waar zij gedetineerd hebben gezeten. Klopt het dat deze verplichting volgt uit het Besluit, zoals nu geformuleerd? Herkent de regering dat dit voor een grote belasting van een aantal gemeenten zal zorgen? Daarnaast menen deze leden dat het vanuit het oogpunt van re-integratie in de samenleving niet de meest logische stap is om ex-gedetineerden te huisvesten in de gemeente waar zij gedetineerd zijn geweest, in plaats van hen voorrang te geven in de gemeente waar zij binding mee hebben. Zij erkennen dat er gevallen zijn waarin het juist niet wenselijk is als de ex-gedetineerde naar hun laatste woongemeente gaan, vanwege bijvoorbeeld de risico’s op ronselen of banden met oude criminele netwerken. Voor deze mensen dient natuurlijk een uitzondering mogelijk te zijn. Wat is de reactie van de regering op deze afwegingen? Is het nodig dat het Besluit wordt aangepast als de Kamer dit zo wenst te regelen dat gemeenten waar de ex-gedetineerde laatst ingezetene was deze verplichting krijgen? Is de regering daartoe bereid?

De leden van de ChristenUnie-fractie betreuren het dat de regering de gelegenheid van de novelle niet heeft aangegrepen om de doelstelling van twee derde betaalbaar en 30% sociale huur als doelstelling per gemeente te realiseren. Deze leden blijven ervan overtuigd dat dit de beste manier zal zijn om voldoende betaalbare huizen te realiseren. Zij vragen of de regering bereid is deze doelstelling per gemeente in het Ontwerpbesluit versterking regie volkshuisvesting op te nemen teneinde Poolse landdagen te voorkomen. En zo nee, hoe borgt de regering dan de solidariteit tussen gemeenten en dat elke gemeente in de regio haar fair share op zich neemt?

De leden van de SP-fractie vinden het onacceptabel dat in tijden van woningnood woningen leegstaan, terwijl mensen jarenlang op een wachtlijst staan of noodgedwongen in een opvang, auto of vakantiepark belanden. Deze leden merken op dat in de memorie van toelichting (MvT) wordt gesproken over instrumenten om leegstand tegen te gaan, maar dat deze paragraaf niet actueel is en dat de leegstandheffing ontbreekt als expliciet instrument. Zij vragen de regering waarom de leegstandheffing niet wordt benoemd als onderdeel van het gemeentelijk instrumentarium. De leden van de SP-fractie vragen de regering of zij bereid is om dit instrument expliciet op te nemen in de MvT, zodat gemeenten helderheid hebben over de mogelijkheden om leegstand aan te pakken.

2.1. Vervallen absoluut verbod op urgentie voor alle vreemdelingen (onderdeel A, Huisvestingswet 2014)

De leden van de PVV-fractie lezen op bladzijde 2 van de MvT dat onderscheid toegestaan kan zijn, indien het een legitiem doel dient en daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Daarna staat opgetekend dat het doel van het benoemde onderscheid in zichzelf discriminerend is, omdat het met opzet niet-Nederlanders uitsluit, en daarom niet legitiem. Een discriminerend doel kan volgens de regering nooit gerechtvaardigd worden. Deze leden willen de regering vragen wat ontbreekt inzake “legitiem doel” en “redelijke rechtvaardiging” om alles in het werk te stellen om Nederlandse woningzoekenden (die geboren en getogen zijn in Nederland en vaak al vele jaren wachten op een sociale huurwoning) op geen enkele manier mogelijk achter te stellen op statushouders.
Daarnaast willen de leden van de PVV-fractie de regering vragen wat zij heeft ondernomen om in ieder geval te onderzoeken wat in de geest van het amendement Mooiman eventueel wel mogelijk zou zijn.

De leden van de CDA-fractie hebben eerder inbreng geleverd op de Wijziging van de Huisvestingswet 2014 inzake het verbod op voorrang voor vergunninghouders (Wet nieuwe regels inzake huisvesting vergunninghouders). Deze leden hebben daarbij onder andere aangegeven dat gemeenten binnen landelijke kaders de ruimte moeten behouden om afgewogen keuzes te maken over de verdeling van schaarse woonruimte. Dat geldt voor mensen met lokale binding, voor mensen die uit zorg of opvang uitstromen, voor de aanpak van dakloosheid en het bieden van passende huisvesting aan daklozen, en ook voor statushouders. Vertrouwen in gemeenten en ruimte voor maatwerk zijn volgens de leden van de CDA-fractie onmisbaar voor een rechtvaardig en effectief woonbeleid. De vraag aan de regering is op welke manier gemeenten instrumenten in handen gegeven kan worden om deze groepen sneller een huis te kunnen bieden, naast de urgentieregeling.

De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het terecht dat de regering het absoluut verbod op urgentie voor alle vreemdelingen met deze novelle uit de wet heeft gehaald. Het zou onbestaanbaar zijn dat een discriminerend artikel tot wet zou worden verheven. Gemeenten kunnen deze afweging over urgentie bovendien heel goed zelf maken. Tegelijk zijn deze leden er zeer van doordrongen dat er veel meer betaalbare woonruimte nodig is, zodat ook onze jongeren hun zelfstandige volwassen leven kunnen ontplooien en belangrijke levensbeslissingen, zoals het krijgen van kinderen, niet nog langer hoeven uit te stellen.

De leden van de SP-fractie vragen of de regering kan toelichten hoe zij ervoor zorgt dat gemeenten met dit onderdeel weer ruimte hebben voor maatwerk en een uitvoerbaar urgentiebeleid, zonder groepen woningzoekenden tegen elkaar uit te spelen.

2.2. Vervallen regeling voor overgang van bevoegdheid tot vergunningverlening voor de technische bouwactiviteit na fatale termijn (onderdeel B, onderdeel 1, Omgevingswet)

De leden van de PVV-fractie lezen op bladzijde 3 van de MvT dat minder dan vijf procent van de aanvragen voor een (technische) bouwactiviteit woningbouwprojecten betreft. Deze leden willen een nadere toelichting van de regering inzake dit percentage, alsmede een inschatting of dit percentage de komende jaren niet kan gaan stijgen.
Tevens staat op bladzijde 3 van de MvT dat bij de behandeling van betreffende aanvragen zelden sprake is van termijnoverschrijding als alleen een vergunning voor een (technische) bouwactiviteit voor woningbouw wordt aangevraagd. De leden van de PVV-fractie willen de regering vragen wat het beeld is als er gelijktijdig andere vergunningen worden aangevraagd.
Op dezelfde bladzijde valt ook te lezen dat intensieve samenwerking tussen marktpartijen en overheden belangrijk is voor versnelling in de voorfase. De regering geeft aan dat wordt ingezet op structurele versterking van de uitvoeringscapaciteit van gemeenten. De leden van de PVV-fractie willen de regering vragen waar nog eventueel extra ruimte is inzake beschikbare middelen, als de inzet onvoldoende blijkt te zijn om te komen tot structurele versterking van de uitvoeringscapaciteit van gemeenten.
De leden van de PVV-fractie vragen of de uitvoeringscapaciteit van Nederlandse gemeenten ook wat verbeterd zou kunnen worden, als voor personeel wordt geworven in en/of samengewerkt wordt met Vlaamse gemeenten (Vlaanderen telt immers 285 gemeenten)?
Is daar ooit onderzoek naar gedaan?
Op bladzijde 3 valt ook te lezen dat het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening geen capaciteit en expertise voorhanden heeft om als bevoegd gezag termijnoverschrijding van meervoudige aanvragen aan te pakken en er geen financiële middelen zijn om deze capaciteit en expertise op te bouwen.
De leden van de PVV-fractie zouden de regering willen vragen om een inschatting te geven van de kosten en tijd die nodig zijn om genoemde capaciteit op te kunnen bouwen.

De leden van de CDA-fractie vinden het van belang dat het Rijk regie kan nemen als de vergunningverlening bij decentrale overheden vastloopt. De Crisis- en herstelwet gaf het Rijk een aantal instrumenten in handen om vastgelopen besluitvorming los te trekken. Het gebruik van fatale termijnen zoals uitgewerkt in het betreffende amendement, is niet uitvoerbaar. Deze leden vragen op welke wijze de verschillende instrumenten uit de Crisis- en herstelwet wel ingezet kunnen worden onder de wet Versterking regie volkshuisvesting.

De leden van de SGP-fractie merken op dat de regering het meest ingrijpende middel inzet, namelijk het schrappen van het amendement uit de wet. Tegelijk is dit amendement wel met meerderheid aangenomen. Deze leden begrijpen dat ook dit amendement uitvoerbaar moet zijn, en de broodnodige woningbouw niet moet tegenwerken. Welke alternatieven zijn overwogen om het doel van het amendement, namelijk het verkorten van procedures, te bereiken? Is het volledig schrappen van het amendement het meest geëigende middel, of zijn er minder ingrijpende aanpassingen mogelijk?

De leden van de SGP-fractie onderschrijven de noodzaak van het structureel versterken van de uitvoeringscapaciteit van gemeenten. Hoe is dit structureel geborgd? Zijn hier structureel middelen voor?

De minister schrapt het aangenomen amendement Welzijn. De leden van de ChristenUnie-fractie constateren een blijvend visieverschil tussen de indiener en de regering op de werking van het amendement. De doelstelling van het amendement was om gemeenten binnen acht weken gewoon te laten beslissen over een technische bouwactiviteit, zoals van gemeenten mag worden verwacht, en dat er consequenties komen zodra gemeenten de voor hen gestelde termijnen overschrijden. Op basis van welke argumenten kan de regering niet uit de voeten met de haar toebedeelde doorzettingsmacht in het amendement? Zij hoeft op basis van dit amendement toch niet zelf de vergunningen te gaan verlenen? En waarom stelt de regering er niets voor in de plaats, zo vragen deze leden. De adviesgroep STOER adviseert in haar eindrapport de Lex silencio positivo (vergunning automatisch verleend bij overschrijding termijn) opnieuw in te voeren voor regulier voorbereide omgevingsvergunningen voor met name woningbouwprojecten. Deze mogelijkheid is met de introductie van de Omgevingswet afgeschaft. Waarom omarmt de regering dit advies niet? Daarmee zorgt de regering toch voor onnodige vertraging bij de zo noodzakelijke woningbouw? En meer fundamenteel: acht de regering de balans in de Omgevingswet niet te veel doorgeslagen in het voordeel van het bestuursorgaan en dus in het nadeel van de aanvrager, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie.

2.3. Aanpassing regeling voorkeursrecht (onderdeel B, onderdelen 2 en 3, Omgevingswet)

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat dat de geamendeerde verruiming van het voorkeursrecht met deze novelle verder wordt ingeperkt dan nodig. De regering stelt dat de geest van het amendement intact blijft, terwijl de wijzigingen die het strategisch verwerven van grond vergemakkelijken worden teruggedraaid. Juist dat is volgens deze leden cruciaal. Is de verruiming van de termijn van het voorkeursrecht van drie naar vijf jaar de maximale ruimte binnen het geldende eigendomsrecht? Welke andere opties om tegemoet te komen aan de wensen van de indieners zijn er overwogen? Op welke manier zorgt de regering ervoor dat gemeenten vaker strategisch grond kunnen verwerven?

3. Adviezen en internetconsultatie

3.1 Ongedaan maken van de regeling voor overgang van bevoegdheid tot vergunningverlening voor de technische bouwactiviteit na fatale termijn

De leden van de PVV-fractie lezen op bladzijde 7 van de MvT dat de regelingen (Flexpoolregeling en Expertteam Woningbouw) door 207 gemeenten in 2024 en 166 gemeenten in 2023 zijn benut. Deze leden willen de regering vragen of zij misschien al cijfers heeft voor dit jaar en wat zij heeft ondernomen, alsmede gaat ondernemen om deze regelingen zoveel mogelijk aan te prijzen bij alle gemeenten.

3.2 Amendement schrappen beroepsmogelijkheid tegen woningbouwplannen van een andere gemeente

De leden van de D66-fractie vragen de regering uiteen te zetten hoe vaak een gemeente beroep heeft ingesteld tegen een besluit van een andere gemeente over woningbouw in de afgelopen jaren.

De leden van de PVV-fractie lezen op bladzijde 8 van de MvT dat de Gedeputeerde Staten kunnen besluiten dat een onderdeel van het besluit tot vaststelling of wijziging van het omgevingsplan geen deel blijft uitmaken van dat besluit, als dit nodig is voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en als het besluit in strijd is met een provinciaal belang. Deze leden vragen de regering of dit betekent dat provincies woningbouwplannen kunnen belemmeren voor bijvoorbeeld activiteiten ten bate van natuuropgaven of de energietransitie.

3.3 Amendement urgentie aan dakloze gezinnen met kinderen

De leden van de D66-fractie verzoeken de regering aan te geven op welke termijn zij voornemens is de regeling Versterking regie volkshuisvesting in consultatie te brengen.

Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie de regering uiteen te zetten welke omvang van de nieuwe urgentiecategorie ‘dakloze gezinnen met minderjarige kinderen’ de regering voorziet. Kan de regering aangeven waar zij deze inschatting op baseert?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over de positie van dakloze gezinnen met minderjarige kinderen. De regering heeft aangegeven deze urgentiecategorie zo veel mogelijk te willen beperken per ministeriële regeling. Deze leden zijn van mening dat dit indruist tegen de doelstellingen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Kan de regering hierop reageren? Heeft de regering de kinderrechtentoets gebruikt bij de totstandkoming van deze novelle? Zo ja, wat kwam daaruit? Zo niet, waarom niet? Hoe draagt deze wet, met uitgeklede urgentie voor deze gezinnen, volgens de regering bij aan het realiseren van de doelstellingen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid? Hoe gaat de regering alsnog zorgen voor een einde aan dakloosheid in 2030? Is zij bereid de inperking van de urgentie voor deze gezinnen daartoe te heroverwegen?

De leden van de PVV-fractie lezen op bladzijde 8 van de MvT dat de regering van mening is dat nadere afbakening van de groep dakloze gezinnen met minderjarige kinderen binnen de gegeven wettelijke bepaling nodig is met het oog op het verbeteren van de uitvoerbaarheid van het amendement Grinwis. Het voornemen is om deze nadere afbakening op te nemen in de Regeling versterking regie volkshuisvesting. In dat licht zouden deze leden aan de regering willen vragen hoe groot de groep van gescheiden Nederlandse ouders met kinderen is. En als gescheiden ouders met minderjarige kinderen worden opgenomen in de regeling, wat is dan de kijk van de regering op mogelijke risico’s dat er oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van deze urgentiecategorie door gemeenten? Wat kan worden ondernomen om misbruik tegen te gaan?

De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van de regering om het amendement, dat beoogt urgentie te verlenen aan dakloze gezinnen met kinderen, in te kaderen. Deze leden vragen of de regering precies kan aangeven hoe deze inkadering eruit gaat zien? Zij zijn voorstander van het verlenen van urgentie aan dakloze gezinnen met kinderen, en geven de regering in overweging om de groep niet onnodig te beperken.

Daarnaast vragen de leden van de SGP-fractie of de regering een inschatting kan geven van het aantal gezinnen dat, na inkadering, aanspraak kan maken op deze urgentie. En om hoeveel gezinnen zou het naar verwachting gaan als het amendement niet ingekaderd zou worden?

De leden van de ChristenUnie-fractie kijken uit naar de uitwerking van het amendement Grinwis c.s. (Kamerstuk 36 512 nr. 93) per regeling. Deze leden rekenen op een uitwerking die recht doet aan de doelstelling van het amendement zoals ook is verwoord in de toelichting op het amendement, die tegelijk ook werkbaar is voor gemeenten. Wanneer verwacht de regering deze naar de Kamer te sturen?

De leden van de SP-fractie vinden het onacceptabel dat kinderen in Nederland dakloos zijn.

De regering heeft har handtekening gezet onder het Lissabon-akkoord en afgesproken dat ze dakloosheid voor 2030 wil uitbannen. Deze leden vragen de regering hoe ze haar verantwoordelijkheid neemt om de doelstellingen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid te realiseren. Hoe verhoudt zich dat tot de voorgenomen beperking van het recht op urgentie voor dakloze gezinnen via een ministeriële regeling? De leden van de SP-fractie vragen de regering hoe ze wil waarborgen dat deze groep woningzoekenden daadwerkelijk perspectief op huisvesting behoudt, indien hun rechten via de beoogde ministeriële regeling worden ingeperkt.

3.4 Amendementen inzake procedurele versnellingen en verhoging griffierechten

De leden van de SGP-fractie hebben vragen over de inperking van de beroepsprocedures door gemeenten. In het Wet versterking regie volkshuisvesting is nu geregeld dat gemeenten geen beroep kunnen instellen tegen bijvoorbeeld woningbouwplannen van andere gemeenten. Deze leden zijn hier zeer kritisch op, omdat dit een fundamentele inperking is van de rechtspositie van gemeenten. Welk probleem lost dit precies op? Kan de regering duidelijk maken in hoeverre dit voorstel concreet de woningbouwopgave versneld? Is de regering het met de leden van de SGP-fractie eens dat woningbouwprojecten, zeker aan de rand van gemeentegrenzen, grote gevolgen kunnen hebben voor naburige gemeenten? Denk aan gevolgen voor mobiliteit en voorzieningen. Kan de regering precies onderbouwen waarom deze fundamentele inperking nodig is om de woningbouwopgave te versnellen en waarom het proportioneel is?

II. Artikelsgewijze toelichting

Onderdeel A (Vervallen verbod op voorrang in Huisvestingswet 2014)

De leden van de PVV-fractie vragen de regering of zij bekend is dat op veel vlakken in onze maatschappij onderscheid wordt gemaakt tussen Nederlandse staatsburgers enerzijds en niet-Nederlanders (zoals toeristen en arbeidsmigranten) anderzijds. Kan de regering in het verlengde hiervan aanvullend toelichten waarom het in onderdeel A van de Huisvestingswet 2014 opgenomen absolute verbod inzake urgentie op een sociale huurwoning aan statushouders strijdig is met de grondwet en hoe dan moet worden gekeken naar de praktijk waarbij op veel vlakken onderscheid wordt gemaakt tussen Nederlandse staatsburgers en niet-Nederlanders?
De leden van de PVV-fractie zouden ook aan de regering willen vragen hoe zij kijkt naar het gegeven dat als het in onderdeel A van de Huisvestingswet 2014 opgenomen absolute verbod inzake urgentie op een sociale huurwoning aan statushouders op basis van ‘discriminatie’ wordt geschrapt, dan ook de wetswijziging die de voorrang van statushouders op sociale huurwoningen schrapt het risico loopt om het niet te halen o.b.v. dezelfde gedachtegang.

De leden van de SP-fractie vragen of de regering kan toelichten hoe gemeenten voldoende ruimte houden om via de huisvestingsverordening maatwerk te leveren bij urgente situaties.

Onderdeel C (Overgangsrecht)

De leden van de SP-fractie vragen of de regering kan toelichten hoe wordt voorkomen dat lopende gebiedsontwikkelingen en grondprocedures vertraging oplopen door onduidelijkheden in het overgangsrecht.

De fungerend voorzitter van de commissie, 

Beckerman 

 

De adjunct-griffier van de commissie, 

Beekmans