Fiche: Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Brief regering
Nummer: 2026D04646, datum: 2026-01-30, bijgewerkt: 2026-02-02 10:12, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Fiche: Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU
Onderdeel van kamerstukdossier 22112 -4239 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie.
Onderdeel van zaak 2026Z02007:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Volgcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- 2026-02-04 00:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-04 13:30: Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 19-20 februari 2026 (Commissiedebat), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- 2026-02-12 13:30: Procedurevergadering Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
Preview document (🔗 origineel)
Fiche 1: Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU
Algemene gegevens
Titel voorstel
Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad - ‘Versterking van de economische veiligheid van de EU’
Datum ontvangst Commissiedocument
3 december 2025
Nr. Commissiedocument
JOIN (2024) 977
EUR-Lex
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex:52025JC0977
Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld
Behandelingstraject Raad
Raad Buitenlandse Zaken Handel
Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Buitenlandse Zaken in nauwe samenwerking met het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Justitie en Veiligheid
Essentie voorstel
Op 3 december 2025 hebben de Europese Commissie (hierna: Commissie) en de Hoge Vertegenwoordiger (HV) een gezamenlijke mededeling over de versterking van de economische veiligheid van de Europese Unie (hierna: mededeling) gepubliceerd. De mededeling stelt dat economische verwevenheid in het huidige geopolitieke landschap steeds vaker strategisch wordt ingezet, waardoor de Europese Unie (EU) te maken krijgt met toenemende dreigingen zoals verstoringen van de wereldhandel en instrumentalisering van strategische afhankelijkheden. Deze risico’s voor de economische veiligheid (hierna: EV) van de EU zijn verder toegenomen, wat het handels- en investeringsklimaat, de industriële basis en de veiligheid van de EU onder druk zet. De Commissie wil deze dreigingen proactief aanpakken aan de hand van vier hoofddoelstellingen: (1) het verbeteren van het verzamelen, monitoren en analyseren van informatie, en van het vermogen te anticiperen op opkomende dreigingen; (2) derde landen ervan weerhouden de afhankelijkheden die de Unie heeft als wapen in te zetten; (3) onze blootstelling aan derde landen die dergelijke afhankelijkheden als wapen kunnen gebruiken te verminderen; en (4) het voorkomen van pogingen om onze risicobeperkende maatregelen te ondermijnen.
De mededeling bouwt voort op de in 2023 gepubliceerde Europese Economische Veiligheidsstrategie (EEV),1 waarvan de drie overkoepelende sporen (promote, protect & partner) ongewijzigd blijven. De Commissie omschrijft deze mededeling als een oproep tot actie, die naast bovenstaande doelstellingen ook moet inspelen op de krachten van de EU, zoals de interne markt , de technologische en industriële capaciteiten. De Commissie maakt zich dan ook sterk voor een geïntegreerde aanpak tussen overheid en bedrijfsleven, met versterkte coördinatie en samenwerking met gelijkgezinde partnerlanden. De mededeling kondigt voorts een aantal beleidsvoorstellen aan.
De voorgestelde aanpak in de mededeling blijft risicogebaseerd. Voortbouwend op de eerdere risicoanalyses in het kader van de EEV, zal de Commissie zich hoofdzakelijk richten op zes prioritaire hoog-risicodomeinen: 1) het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden voor goederen en diensten, 2) het aantrekken van veilige en waarde toevoegende investeringen in de EU, 3) het ondersteunen van een sterke Europese defensie- en ruimtevaartindustrie en andere kritieke industriële sectoren, 4) het ontwikkelen en behouden van het EU-leiderschap op het gebied van kritieke technologieën, 5) het beschermen van gevoelige informatie en data en 6) het beschermen van de kritieke infrastructuur van de EU. Binnen deze domeinen beoogt de Commissie een meer proactieve en gecoördineerde inzet van het EU-instrumentarium, gebaseerd op doorlopende risicoanalyse en monitoring.
In de mededeling wordt een niet-uitputtende lijst gepresenteerd van instrumenten die daaraan kunnen bijdragen, zoals op het gebied van handel en mededinging, weerbaarheid en cyberveiligheid, veiligheid en openbare orde, antidwang en beperkende maatregelen, financiering en beperkingen, en bepaalde sectorale initiatieven. Hoewel deze instrumenten oorspronkelijk niet allemaal voor EV-doeleinden zijn ontwikkeld, acht de Commissie die relevant voor het behalen van de EU-doelstellingen op het gebied van EV en wil zij deze instrumenten gerichter daarvoor inzetten.
De Commissie geeft aan, binnen het bestaande kader, richtsnoeren te ontwikkelen voor een meer consistente toepassing van investeringsscreening, EV-relevante overwegingen mee te nemen bij handelsdefensieve onderzoeken en maatregelen indien deze EV-implicaties hebben, en de werking van het dual-use exportcontrolekader te evalueren. Ook wil de Commissie de Verordening buitenlandse subsidies2 en bestaande staatssteunmogelijkheden optimaal inzetten om de veerkracht en concurrentiekracht van Europese bedrijven te borgen in sectoren waar marktverstoring kan bijdragen aan EV-risico’s.
De Commissie kondigt aan het gebruik van EU-financiering ten behoeve van EV te willen verbeteren op drie manieren: (1) projecten stimuleren die bijdragen aan de EV van de EU, met bijzondere aandacht voor het mitigeren van afhankelijkheden in kritieke technologieën, componenten en materialen in strategische sectoren; (2) de toegang van hoog-risico-entiteiten tot gevoelige EU-activiteiten beperken en hiervoor richtsnoeren ontwikkelen; (3) lidstaten, de EIB-groep en andere (internationale) financiële instellingen aanmoedigen EU-bedrijven te steunen die buitenlandse afhankelijkheden verminderen.
De Commissie geeft in de mededeling aan dat zij ook werkt aan nieuwe instrumenten om de huidige lacunes in het EV-beleid van de EU aan te pakken. Deze omvatten onder meer een pilot-monitoringmechanisme voor start-ups in kritieke technologieën, samenwerking met toezichthouders om investeringen in hoog-risicosectoren te monitoren, en de toevoeging van een EV-component aan de Competitiveness Coordination Tool. Uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 zal de Commissie beoordelen of en hoe de bescherming van de EU-industrie tegen oneerlijke handelspraktijken en overcapaciteit kan worden versterkt. De Industrial Accelerator Act en Circular Economy Act beogen bij te dragen aan het versterken van de industriële basis en de interne markt en het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen. De Commissie geeft in het bijzonder aandacht aan kritieke grondstoffen via de aparte EU-mededeling Resource EU.3 Deze initiatieven worden door de Commissie gepositioneerd als instrumenten die EV ondersteunen via industriële groei, innovatie en het versterken van strategische waardeketens. Daarnaast wil de Commissie het Blocking Statute4 herzien en via de Chips Act 2.0, Quantum Act, Cloud and AI Development Act en de Open Source-strategie afhankelijkheden in opkomende technologieën verminderen en de positie van deze technologieën versterken. Als onderdeel van de voorgestelde herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijn zal de Commissie tevens Europese voorkeurscriteria voor specifieke strategische sectoren voorstellen om zo de vraag naar Europese producten en diensten te stimuleren en veiligheidsrisico’s te beperken. Tot slot onderzoekt de Commissie mogelijkheden om via de aanstaande herziening van de Cybersecurity Act beperkingen op EU-niveau te stellen als het gaat om toegang van leveranciers tot de kritieke (digitale) infrastructuur.
De Commissie stelt maatregelen voor om haar informatie- en analysecapaciteit te versterken en de coördinatie met lidstaten en bedrijven te verbeteren. Dit omvat verbeterde coördinatie en informatie-uitwisseling via het Economic Security Network met lidstaten, meer gestructureerde samenwerking met EU-delegaties, de aanbeveling tot aanwijzing van een senior-level Nationale Economische Veiligheidsadviseur, de oprichting van een Trusted Adviser Group bestaande uit vertegenwoordigers van het Europese bedrijfsleven, de oprichting van een Trade Resilience Information Portal en een Economic Security Information Hub, de uitbreiding van het Observatory on Critical Technologies en het gebruik van het toekomstige Centre of Expertise on Research Security. Daarnaast beoordeelt de Commissie uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 in hoeverre de Internal Market Emergency and Resilience Act (IMERA) kan dienen om bedrijfsinformatie uit hoog-risicosectoren te verzamelen en beoordeelt indien nodig de noodzaak van extra maatregelen.
Ook worden de risicobeoordelingen periodiek en thematisch voortgezet met betere mechanismen voor snelle, veilige en vertrouwelijke informatie-uitwisseling, waarbij het bedrijfsleven nadrukkelijk betrokken wordt bij het identificeren van risico’s en het vergroten van weerbaarheid.
Volgens de Commissie is nauwe samenwerking en coördinatie met gelijkgezinde landen buiten de EU belangrijker dan ooit tevoren. Daarbij richt zij zich op het verdiepen van EV-dialogen, het versterken van de samenwerking binnen internationale fora (waaronder de G7) en het gezamenlijk ontwikkelen van EV-normen voor weerbare toeleveringsketens. Deze samenwerking moet bijdragen aan een beter gedeeld beeld van risico’s, het anticiperen op mogelijke dreigingen en, waar mogelijk, het vormgeven van gecoördineerde maatregelen. Daarbij benadrukt de Commissie tevens het belang van beperking van de eventuele negatieve impact van EU-maatregelen op gelijkgestemde landen. Europese EV-overwegingen zullen bovendien meegewogen worden in het Europees nabuurschap- en EU-uitbreidingsbeleid.
De Commissie benadrukt dat open en op regels gebaseerde handel, investeringsrelaties en internationale samenwerking centraal blijven staan, maar dat strategische kwetsbaarheden moeten worden beperkt om economische en veiligheidsbelangen te beschermen. De Commissie wijst er daarbij op dat de EU, haar lidstaten en bedrijven in bepaalde gevallen ook de economische kosten moeten accepteren die gepaard zullen gaan met verhoogde veiligheid en weerbaarheid.
Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
Essentie Nederlands beleid op dit terrein
EV is één van de nationale veiligheidsbelangen zoals uiteengezet in de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden en benoemd in de Aanpak Statelijke Dreigingen.5 De voortgang en versterking van de Kabinetsaanpak Economische Veiligheid is op 1 juli jl. voor uw Kamer uiteengezet.6 De hoofddoelen van het EV-beleid zijn (1) het tegengaan van ongewenste kennis- en technologieoverdracht, (2) het borgen van de continuïteit van vitale processen, en (3) het verminderen en voorkomen van risicovolle strategische afhankelijkheden. De kabinetsaanpak is adaptief en zet in op beleid dat proportioneel, gericht, risicogebaseerd en landenneutraal is. Daarbij blijft het kabinet uitgaan van een open economie met ruimte voor handel en investeringen, waarbij risico’s gericht worden beheerst. Het bedrijfsleven en kennisinstellingen vervullen een cruciale rol voor versterking van de weerbaarheid, kennisdeling en samenwerking.7 Mede vanwege zijn brede EV-aanpak en ervaring heeft Nederland in Europa een vooraanstaande rol op het gebied van EV.
Het kabinetsbeleid op EV volgt, in lijn met de EEV, een geïntegreerde aanpak langs drie sporen: promote, protect en partner. De beleidsinitiatieven en instrumenten binnen het EV-beleid raken aan één of meerdere van deze sporen. Het protect-beleid is gericht op beschermende maatregelen die nodig zijn om kwetsbaarheden op het gebied van kennis en technologie, vitale processen en risicovolle strategische afhankelijkheden te verminderen.8 Het promote-beleid richt zich op het verstevigen van een sterke en innovatieve economie door versterking van randvoorwaarden, gerichte stimulering van strategische markten, technologische leiderschapsposities en essentiële capaciteiten in strategische waardeketens.9 Een sterke, innoverende en concurrerende economie is weerbaarder en dus beter bestand tegen dreigingen voor de nationale veiligheid. Het partner-beleid richt zich op (internationale) samenwerkingen die de gezamenlijke EV versterken met publieke en private partners, onder meer door importdiversificatie via handelsakkoorden en partnerschappen, door het postennet te versterken op het gebied van EV met het oog op een gelijk speelveld, normstelling en coalitievorming, en activering en advisering van het bedrijfsleven.10
Mede gelet op de onderlinge verbondenheid van Europese economieën op de interne markt en de ambitie om deze te versterken,11 streeft het kabinet ernaar om maatregelen op EV-gebied in samenhang met de EU te ontwikkelen, om de effectiviteit van deze maatregelen te vergroten en een gelijk Europees speelveld te waarborgen. Dit draagt ook bij aan het beperken van de lastendruk voor internationaal opererende bedrijven en kennisinstellingen. Ook implementeert het kabinet de Critical Entities Resilience (CER) en de Network and Information Security (NIS2) richtlijnen ter versterking van de bescherming van vitale infrastructuur en de (digitale) weerbaarheid. Daarnaast zet het kabinet in op bilaterale en multilaterale samenwerking om oneerlijke handelspraktijken tegen te gaan, de markttoegang voor Nederlandse bedrijven te vergroten en vanuit Europa gezamenlijk op te treden tegen statelijke actoren.
Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de mededeling en ziet deze, tegen de achtergrond van toenemende geopolitieke spanningen en een snel veranderend geopolitiek landschap, als een goede stap in het versterken van de EV van de EU. Het kabinet onderschrijft de analyse van de Commissie en HV dat economische instrumenten in het huidige geopolitieke landschap meer en meer worden ingezet om strategische doeleinden te bereiken. Dit brengt risico’s mee voor de EV van de EU. Het is van belang dat de EU gezamenlijk inzet op EV, gezien verwevenheid in de interne markt en de grotere slagkracht die de EU biedt. Het kabinet ondersteunt daarom de voorgestelde paradigmaverschuiving van een vooral reactieve naar een meer proactieve en gecoördineerde inzet van de Commissie. Het kabinet ziet uit naar de verdere uitwerking en concretisering van de mededeling en zal daarbij inzetten op uitvoerbare en voorspelbare maatregelen, met aandacht voor het voorkomen van onnodige regeldruk.
Het kabinet benadrukt het belang van een krachtige, gerichte en geïntegreerde aanpak om (1) EV-dreigingen te beheersen, (2) de EU-markt, innovatie en concurrentiekracht te beschermen en te versterken, en (3) een open, op regels gebaseerde Europese economie en internationale partnerschappen te waarborgen, zeker in het licht van toenemende geopolitieke en geo-economische spanningen. Het kabinet vindt dat EV-beleid gediend is bij de ontwikkeling van zowel protect- als promote-instrumentarium. Ten aanzien van promote merkt het kabinet op dat de mededeling hier beperkt op in gaat, en roept de Commissie daarom op om meer passende instrumenten te ontwikkelen. Daarnaast benadrukt het kabinet het belang van een gecoördineerde en geïntegreerde Europese inzet om EV-beleid effectiever te maken en fragmentatie van de interne markt te voorkomen.
Het kabinet onderschrijft de risicogebaseerde aanpak zoals uiteengezet in de mededeling. De zes geïdentificeerde hoog-risicodomeinen dragen bij aan meer gerichte inzet van beleid en ondersteunen een samenhangende benadering van de geïdentificeerde kwetsbaarheden. Tegelijkertijd hecht het kabinet belang aan verdere duidelijkheid over de wijze waarop de Commissie deze aanpak zal uitwerken en welke vervolgstappen daarbij worden voorzien. Het kabinet maakt onderscheid tussen afhankelijkheden, strategische afhankelijkheden en risicovolle strategische afhankelijkheden. Een wederkerige relatie brengt wederzijdse (strategische) afhankelijkheden met zich mee, die de fundamenten vormen van onze wereldeconomie. Het kabinet richt zich daarom op het gericht verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden, waarbij het proportioneel te werk gaat en zo min mogelijk marktverstorend handelt. Daarnaast streeft het kabinet ernaar het concurrentievermogen en de handelsrelaties met derde landen zo min mogelijk te schaden. Het kabinet hecht waarde aan een vergelijkbare smalle reikwijdte en een risicogebaseerde, effectieve en efficiënte aanpak in EU-beleid ten aanzien van EV.
Het kabinet onderschrijft het belang van een meer strategische en gecoördineerde inzet van de diverse instrumenten, Europees en nationaal, die bijdragen aan EV. Het kabinet onderschrijft bovendien dat een bredere blik op risico’s en een integrale aanpak vanuit promote, protect en partner noodzakelijk zijn om de EV van de EU te waarborgen. De keuze in de mededeling om ook instrumenten te betrekken die niet primair zijn ontwikkeld ten behoeve van EV-doelen is te begrijpen. De inzet kan (subsidiair) bijdragen aan het behalen van EV-doelstellingen, zeker als er nog geen nieuwe instrumenten ontwikkeld zijn. Het kabinet is voorstander dat EV-overwegingen worden meegenomen bij de inzet van deze instrumenten en uitvoering van beleid, zonder af te doen aan de eigen doelstellingen van deze instrumenten. Het kabinet kijkt ook met interesse naar de aangekondigde stappen om het gebruik van bestaande EU handelsinstrumenten te verbeteren en de herziening van het Blocking Statute met betrekking tot de door de Commissie geconstateerde ontwikkeling van inzet van steeds meer unilaterale en extraterritoriale instrumenten door derde landen.
Het kabinet benadrukt het belang van een evenwichtige aanpak met betrekking tot buitenlandse directe investeringen (hierna: FDI). Hierbij wordt gestreefd naar een goede balans tussen het waarborgen van EV en het behouden van een open investeringsklimaat dat het concurrentie-vermogen versterkt. Europese vervolgstappen op FDI-screening moeten aansluiten bij de herziening van de EU-FDI-screeningverordening, die halverwege 2026 wordt gepubliceerd, waar mogelijk nog uitvoeringshandelingen uit volgen. Het kabinet wil eerst ervaring opdoen met het herziene kader voordat nieuwe Europese maatregelen worden overwogen. Indien aanvullende maatregelen worden overwogen die verder gaan dan de FDI-screeningverordening, is het van belang dat deze proportioneel, evenredig en noodzakelijk zijn.
Het betrekken van EV-overwegingen bij handelsdefensieve onderzoeken kan in bepaalde gevallen relevant zijn. Het kabinet is daarom positief over de ambitie van de Commissie om handelsdefensieve instrumenten waar nodig te verbinden aan EV-doelen, zeker als er nog geen nieuwe instrumenten ontwikkeld zijn die het hoofd kunnen bieden aan de meest recente geo-economische ontwikkelingen. Het kabinet benadrukt het belang daarbij een op merites gebaseerde aanpak te hanteren, waarbij het uitgangspunt blijft dat handelsdefensieve maatregelen primair dienen ter bevordering van een internationaal gelijk speelveld.
In lijn met de eerdere kabinetsappreciatie op het witboek exportcontrole van de Commissie12 kijkt het kabinet positief naar een algehele evaluatie van de Verordening goederen voor dual-use (hierna: Verordening). Het kabinet erkent dat er geopolitieke en geo-economische ontwikkelingen zijn die een evaluatie van de Verordening rechtvaardigen, waaronder toenemende unilaterale exportcontrolemaatregelen vanuit derde landen. Het kabinet acht het bij de evaluatie van groot belang dat de mogelijkheden die de huidige verordening biedt voor samenwerking en coördinatie tussen EU lidstaten ten volle worden benut. In dat verband is het belangrijk dat de evaluatie afgebakend blijft tot de tekortkomingen, welke eerder zijn geïdentificeerd in het witboek exportcontrole.
Verder zijn er met de invoering van uniforme controles het afgelopen jaar belangrijke stappen genomen op het gebied van versterkte EU-coördinatie. Het kabinet steunt de wens van de Commissie om, gezamenlijk met de EU-lidstaten, mogelijkheden te verkennen voor meer uniforme EU-controles op opkomende technologieën, met inachtneming van de bestaande nationale competentie van exportcontrole en vertegenwoordiging van de lidstaten in de multilaterale exportcontroleregimes. Het kabinet onderkent het effect van de geopolitieke situatie op de internationale exportcontroleregimes, waardoor het bereiken van consensus over het controleren van gevoelige goederen en technologie sterk is bemoeilijkt.
Het kabinet merkt op dat de Commissie voornemens is de Verordening buitenlandse subsidies volledig te benutten en dat zij lidstaten oproept bestaande staatssteuninstrumenten optimaal in te zetten om de veerkracht en concurrentiekracht van Europese bedrijven te waarborgen, met name in sectoren waar marktverstoring kan bijdragen aan EV-risico’s. Hierbij wordt benadrukt dat een zorgvuldige toepassing van deze instrumenten belangrijk is om de beoogde effecten te bereiken.
Het kabinet staat in beginsel positief tegenover de drie voorstellen op het gebied van EV in EU-financiering, maar wacht verdere uitwerking af. De mededeling richt zich op bestaande middelen met meer focus op EV, zonder extra financiële claim. Dit sluit aan bij de kabinetspositie richting het MFK, waarin het kabinet het belangrijk vindt dat de EU-begroting bijdraagt aan grotere innovatiekracht en versterking van de Europese EV door onder andere het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden.13
Het kabinet neemt met belangstelling kennis van de voorstellen voor verdere versterking van de EU-toolbox, zoals de ontwikkeling van initiatieven gericht op de versterking van opkomende technologieën of strategische sectoren, bijvoorbeeld de aangekondigde Quantum Act, Chips Act 2.0 en Cloud and AI Development Act. Het kabinet acht verdere uitwerking van de nieuwe voorgestelde instrumenten wenselijk, met aandacht voor proportionaliteit, het behoud van de openheid van en een gelijk speelveld binnen de EU-markt, beperking van regeldruk en conformiteit met de internationale verplichtingen van de EU, waaronder de regels van de Wereldhandelsorganisatie en EU-handelsakkoorden.
Het kabinet hanteert nog een terughoudende positie ten aanzien van de aangekondigde Europese preferentiecriteria bij publieke aanbestedingen voor strategische sectoren.14 Tegelijkertijd erkent het kabinet dat een dergelijk instrument kan bijdragen aan de EV en weerbaarheid van de EU en, wanneer minder ingrijpende maatregelen ontoereikend zijn, om (nieuwe) strategische markten te stimuleren. Door (nieuwe) strategische markten te stimuleren, kunnen bedrijven hun concurrentiekracht vergroten, wat tegelijkertijd bijdraagt aan de leveringszekerheid en weerbaarheid van de EU. Het kabinet weegt daarom per sector zorgvuldig af of de baten opwegen tegen de lasten. Daarbij hecht het kabinet waarde aan een doelmatige, proportionele en tijdelijke toepassing waarbij de toegang voor gelijkgezinde handelspartners van de EU niet gehinderd mag worden en in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de EU.15
Het kabinet onderschrijft de nadruk op versterkte coördinatie, informatie-uitwisseling en gezamenlijke analyses. De oprichting van een Economic Security Information Hub en versterkte inzet van het Economic Security Network lijken goed aan te sluiten bij de behoefte aan betere coördinatie en een gedeeld begrip van risico’s. In Nederland bestaat al een goede EV organisatiestructuur, waarin besluitvorming en nauwe samenwerking tussen verschillende departementen wordt vormgegeven. De introductie van een senior-level Nationale Economische Veiligheidsadviseur in lidstaten kan hier mogelijk ook aan bijdragen. Het kabinet benadrukt zorgen omtrent beheer en beveiliging van een informatie-hub.16 Het kabinet stelt als een belangrijke randvoorwaarde voor voorstellen die zien op het intensiveren van informatiedeling dat vertrouwelijke communicatie en de informatiebeveiliging wordt verbeterd.
Het kabinet acht het van belang de risicogebaseerde aanpak te verstevigen en de identificatie van risico’s te verbeteren en te versnellen. In dit kader steunt het kabinet het voorstel om nauwer samen te werken met het bedrijfsleven via een trusted adviser group met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en om bedrijven te voorzien van actuele informatie via het op te zetten Trade Resilience Information Portal. Het kabinet neemt met belangstelling kennis van de voorgenomen uitbreiding van het Observatory on Critical Technologies, en ziet uit naar verdere uitwerking van de Commissie over de concrete invulling van deze verbreding. Het kabinet zal erop toezien dat analyses en aanpak aansluiten bij de kabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkheden en bij de lopende implementatie van respectievelijk de CER en NIS2 richtlijnen in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en de Cyberbeveiligingswet, en de daaruit voortkomende verplichtingen tot het uitvoeren van risicobeoordelingen.17 Tegelijkertijd is het van belang dat er coherentie is met bestaande monitoringsinstrumenten van de Commissie en dat de regeldruk niet disproportioneel toeneemt. Het kabinet is bovendien positief over de oprichting van het Centre of Expertise on Research Security. Bedrijven en kennisinstellingen werken vaak samen aan nieuwe kennis en delen het belang om ongewenste kennisoverdracht tegen te gaan. Het is belangrijk dat de maatregelen hiervoor elkaar versterken en elkaar niet in de weg zitten. Het kabinet vindt het daarom van belang dat het Europese EV-beleid in samenhang wordt ontwikkeld met andere Commissie-initiatieven die bijdragen aan het versterken van kennisveiligheid. Ook steunt het kabinet het voorstel om in het derde kwartaal van 2026 te beoordelen in hoeverre de IMERA het mogelijk maakt om bedrijfsinformatie over waardeketens in hoog-risicosectoren te verzamelen.
Het kabinet acht het van belang dat risicobeoordelingen periodiek en thematisch worden voortgezet om strategische afhankelijkheden te monitoren en te evalueren. De aanpak dient dynamisch te blijven, zodat zowel nieuwe risicovolle strategische afhankelijkheden als nieuwe dreigingen tijdig worden onderkend en, indien nodig, aan de EU prioriteiten kunnen worden toegevoegd. Het kabinet ziet graag dat risicomonitoring integraal wordt afgewogen met de signalering van kansen.
Het kabinet kijkt uit naar de verdere uitwerking en concretisering van de mededeling die moet plaatsvinden in samenwerking met de Commissie, lidstaten en het bedrijfsleven. Het kabinet zal bij de in de mededeling voorgestelde plannen nauwgezet op toezien dat de uitsluitende verantwoordelijkheid van de lidstaten voor nationale veiligheid gewaarborgd blijft. Daarnaast erkent kabinet dat de vermindering van kwetsbaarheden en versterking van onze (economische) veiligheid gepaard gaat met economische kosten. Dit vereist een zo gericht mogelijke aanpak, met een focus op veiligheidsrisico’s. Tegelijkertijd kan gesteld worden dat een meer weerbare economie beter in staat kan zijn om mogelijke (veiligheids)crises op te vangen, met lagere kosten voor de economie en samenleving op de (middel)lange termijn. Het kabinet acht het daarbij van belang dat nieuwe en bestaande maatregelen uitvoerbaar en voorspelbaar blijven voor het bedrijfsleven en geen onnodige regeldruk of marktverstoring veroorzaken, zodat de langetermijnkosten voor de economie en samenleving beheersbaar blijven.
Het kabinet kan zich goed vinden in de versterkte inzet op samenwerking met gelijkgezinde landen. De Commissie wijdt hierover niet uitgebreid uit in de mededeling, maar het kabinet acht strategische partnerschappen essentieel om risico’s gezamenlijk te onderkennen, te mitigeren en waar mogelijk te voorkomen. Naast de opbouw van EU-capaciteiten op kritieke technologieën en sectoren, blijft het realiseren van internationaal weerbare en betrouwbare waardeketens met partnerlanden essentieel voor het verminderen van kwetsbaarheden en het waarborgen van EV. Het kabinet ondersteunt daarom de ambitie van de Commissie om EV-dialogen te intensiveren, gezamenlijke EV-normen te ontwikkelen en, waar passend, gecoördineerd op te treden. Daarbij blijft het kabinet ook inzetten op een zo groot mogelijke beperking van de mogelijke negatieve impact van EU-maatregelen op partnerlanden.
Eerste inschatting van krachtenveld
De mededeling wordt in algemene zin breed verwelkomd door lidstaten. Een grote groep lidstaten benadrukt daarbij dat het EV beleid risicogebaseerd, proportioneel en gericht moet zijn met als inzet marktverstoringen zoveel mogelijk te voorkomen. Tegelijk is duidelijk dat meer Europese coördinatie noodzakelijk is evenals onderlinge solidariteit, ook als er moeilijke maatregelen op nationaal niveau genomen moeten worden. Het Europees Parlement heeft nog geen duidelijke positie ingenomen. Uit de onderhandelingen over FDI-screening blijkt dat het Parlement doorgaans voortvarend optreedt op EV-dossiers.
Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling ziet met name op het versterken van EV van de EU. De plannen passen volgens het kabinet op hoofdlijnen binnen de bevoegdheden van de EU op de terreinen gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB), gemeenschappelijke handelspolitiek, interne markt, de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht en industrie- en technologiebeleid. Op het terrein van het GBVB is sprake van een sui generis bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten en geldt dat de lidstaten bevoegd zijn om extern naast de Unie op te treden voor zover dat optreden het optreden van de Unie niet doorkruist (artikel 2, lid 4, VWEU). Op het terrein van de gemeenschappelijke handelspolitiek is de EU exclusief bevoegd (artikel 3, lid 1, sub e), VWEU. Op het terrein van de interne markt en de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, lid 2, onder a en j, VWEU). Op het terrein van de industrie is sprake van een aanvullende bevoegdheid van de EU (artikel 6, onder b, VWEU).
Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel de EV van de EU te versterken door betere coördinatie en proactieve inzet. Gezien het inherent grensoverschrijdende karakter van EV-risico’s en de verwevenheid van de interne markt, is een EU-aanpak nodig. Het kabinet steunt het optreden op EU-niveau om de samenwerking en coördinatie tussen EU-lidstaten op het gebied van EV te versterken. Dit draagt ook bij aan het voorkomen van hiaten in de bescherming van de interne markt die kunnen ontstaan door verschillen tussen lidstaten in de uitvoering van nationale EV-maatregelen. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd, met oog voor de nationale competenties van de lidstaten.
Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel de EV van de EU te versterken door betere coördinatie en proactieve inzet. Het kabinet is van mening dat het optreden, geschikt is om de EV van de EU op een effectieve en evenredige wijze te versterken. Waarbij een voortvarende uitwerking van de voorgenomen beleidsvoorstellen en aanpak Unie-breed van belang is. Waar dit nationale bevoegdheden raakt, gaat het aangekondigde beleid niet verder dan noodzakelijk en wordt voldoende ruimte gelaten aan de lidstaten. Dit blijkt onder andere uit de in de mededeling voorgestelde risico-gebaseerde aanpak en focus op zes hoog risicodomeinen. Ook wordt bij de uitwerking van verschillende voorstellen betrokkenheid van de lidstaten en private sector voorgesteld.
Financiële gevolgen
De mededeling zelf heeft geen directe financiële consequenties, maar kondigt wel een aantal nieuwe voorstellen aan die mogelijk financiële consequenties hebben, zoals de oprichting van Economic Security Information Hub. Op de (financiële) beoordeling van deze voorstellen wordt niet vooruitgelopen. Het kabinet is van mening dat eventueel benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027, voor zover deze voorstellen uitkomen voordat het volgende MFK is vastgesteld, en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Eventuele budgettaire gevolgen voor de Rijksbegroting worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline. Het kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027.
Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De mededeling zelf bevat geen nieuwe wetgevende voorstellen waarbij gevolgen te verwachten zijn op regeldruk en administratieve lasten, voor de overheid, bedrijfsleven of burgers. Het kabinet zal er bij de Commissie op aandringen dat de aangekondigde maatregelen worden voorzien van een impact assessment, zodat de gevolgen voor de regeldruk kunnen worden meegewogen bij de beoordeling van de maatregelen. Als de Commissie geen impact assessment presenteert of als deze onvoldoende informatie oplevert om de voorstellen goed te kunnen beoordelen, zal het kabinet zelf het nodige doen om (aanvullend) effecten in kaart te brengen zodat ze kunnen worden beoordeeld en meegewogen bij de standpuntbepaling van het kabinet. Bij de uitwerking van eventuele maatregelen zal het kabinet zich inspannen om onwenselijke gevolgen voor de regeldruk, en andere uitvoeringslasten te voorkomen of te mitigeren. Ook houdt het kabinet oog voor het aansluiten op bestaande wetstrajecten zoals de implementatie van de CER en de NIS2.
De gekozen aanpak en verdere uitwerking van aangekondigde beleidsvoorstellen in de mededeling kunnen zowel positieve als negatieve effecten hebben voor de concurrentiekracht van de EU. Het kabinet onderschrijft het uitgangspunt dat het versterken van de Europese EV hand in hand moet gaan met het behoud en de versterking van het concurrentievermogen, maar constateert dat de mededeling nog beperkt inzicht biedt in de wijze waarop de Commissie dit concreet wil vormgeven. Om concurrerend te blijven, is het echter ook noodzakelijk dat de Unie voldoende weerbaar en veilig is.
De mededeling van de Commissie kent geopolitieke aspecten en is mede ingegeven door de verschuivende geopolitieke verhoudingen. Deze ontwikkelingen hebben het belang van het versterken van EV vergroot. Verder raakt het voorstel aan betrekkingen met andere geopolitieke spelers, mede gegeven het voornemen van de Commissie om de samenwerking met een zo breed mogelijk scala aan derde landen op het gebied van EV te gaan intensiveren. Het voorstel draagt tevens bij aan het versterken van de open strategische autonomie van de EU.
Europese Economische Veiligheidsstrategie JOIN(2023) 20; Kamerstuk 22 112, nr. 3761↩︎
Kamerstuk 22 112 nr. 3133↩︎
RESourceEU Action Plan COM(2025) 945↩︎
Verordening (EG) nr. 2271/96↩︎
Kamerstuk 30 821, nr. 178, bijlage en Kamerstuk 30 821, nr. 175↩︎
Kamerstuk 30 821, nr. 302↩︎
Ondernemersloket EV en Rijksbreed Loket Kennisveiligheid↩︎
Kamerstuk 31 288, nr. 1158; Kamerstuk 30 821, nr. 244↩︎
Kamerstuk 21 501-20, nr. 621; Kamerstuk 29 826, nr. 277; Kamerstuk 33 009, nr. 165; Kamerstuk 31 125, nr. 134; Kamerstuk 29 477, nr. 939; Kamerstuk 32 805, nr. 188; Kamerstuk 22112, nr. 4154; Kamerstuk 21 501-30 nr. 621↩︎
Kamerstuk 35 925 V, nr. 84↩︎
Kamerstuk 22112, nr. 3437↩︎
Kamerstuk 22 112 nr. 3902↩︎
Kamerstuk 22 112, nr. 4153; Kamerstuk 22 112 nr. 4159↩︎
Kamerstuk 21 501-20, nr. 690 bijlage Standpunt inzake het Europees voorkeursprincipe in publieke aanbestedingen↩︎
Kamerstukken II 2025-26, 2025D47467↩︎
Kamerstuk 22 112, nr. 4223↩︎
Kamerstuk 30 821, nr. 244↩︎