Conceptverslag Maritiem
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D04809, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-02-02 13:54, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-29 10:00: Maritiem (Commissiedebat), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Maritiem
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 29 januari 2026 overleg gevoerd met de heer Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat, over:
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 16 juni 2025 inzake uitkomst IMO-klimaatonderhandelingen voor internationale zeevaart (32813, nr. 1517);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 18 augustus 2025 inzake ongevalscijfers scheepvaart 2024 (31409, nr. 485);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 26 augustus 2025 inzake evaluatie Nederlandse Maritieme Autoriteit (31409, nr. 486);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 10 juli 2025 inzake non-paper over Europese havenstrategie (22112, nr. 4100);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 21 oktober 2025 inzake rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) naar aanleiding van ongeval de Nieuw Amsterdam (31409, nr. 488);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 12 december 2025 inzake fiche: Investeringsplan duurzaam Vervoer (22112, nr. 4222);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 10 december 2025 inzake landelijke Monitor Nautische Veiligheid Binnenwateren 2014-2023 (31409, nr. 493);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 2 december 2025 inzake voortgang Actieplan Strategie ter Bescherming Noordzee Infrastructuur (33450, nr. 136);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 1 december 2025 inzake jaarlijkse voortgangsrapportage MSC Zoe 2025 (31409, nr. 489);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 16 december 2025 inzake rapport over verkenning veiligheidsaspecten op afstand bestuurd varen (31409, nr. 494).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Peter de Groot
De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Schukkink
Voorzitter: Kröger
Griffier: Schukkink
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Boelsma-Hoekstra, Van Duijvenvoorde, Goudzwaard, Heutink, Kröger, Schutz, Stoffer en Vellinga-Beemsterboer,
en de heer Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Aanvang 10.01 uur.
De voorzitter:
Hierbij open ik deze vergadering van de vaste commissie voor
Infrastructuur en Waterstaat voor het commissiedebat Maritiem. Ik heet
de leden van de commissie en de bewindspersoon van harte welkom.
Ik zou graag willen afspreken dat we in principe vier interrupties doen
in de eerst termijn van de Kamer. Ik hoop daardoor genoeg ruimte te
hebben voor interrupties en debat met de bewindspersoon. Ik geef heel
graag als eerste het woord aan de heer Heutink van de Groep
Markuszower.
Sorry! Ik moet de commissie eerst om toestemming vragen om de heer
Heutink, die op dit moment geen lid is van de commissie, deel te laten
nemen aan dit debat.
De heer Stoffer (SGP):
Als hij zich netjes gedraagt, dan mag dat.
De voorzitter:
Daar zal ik streng op toezien, zeg ik toe. Meneer Heutink, gaat uw
gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik zeg tegen de heer Stoffer: maakt u zich vooral geen zorgen. Dank aan
de commissieleden.
Voorzitter. Tijdens de begrotingsbehandeling heb ik het uitgebreid gehad
over het feit dat onze infrastructuur helaas niet meer is wat ze was. Na
jaren van verwaarlozing en een gebrek aan geld moeten we aanschouwen
hoezeer de bereikbaarheid en de veiligheid van onze wegen, bruggen en
viaducten achteruit aan het gaan is. Dat is niet alleen pijnlijk, maar
ook zorgwekkend. Het wordt tijd dat het tij gekeerd wordt, dat de neuzen
dezelfde kant op gaan en dat we deze problemen het hoofd bieden.
Dat er problemen zijn, bewijst het volgende verhaal wel. Vorige week
kwam een 58-jarige bestuurster om het leven toen zij met haar auto de
brug over de Julianasluis in Gouda over wilde steken. Een doodnormale
handeling met een verschrikkelijke uitkomst! Het doet de vraag rijzen of
we in Nederland nog wel veilig over een brug kunnen. Hebben andere
bruggen mogelijk ook deze fouten in het systeem zitten? Ik vraag dat,
omdat het in het geval van deze brug om een softwarefout ging die weer
het gevolg was van het feit dat de brug in onderhoud was. Ik had de ogen
op steeltjes toen ik dit las, want wist dan niemand dat dergelijk
onderhoud ten koste zou gaan van de veiligheid? Zijn er misschien nog
meer bruggen die niet meer veilig zijn? Digitalisering is natuurlijk
goed en handig, maar hoe zit het met de kwetsbaarheid van onze bruggen,
sluizen en infrastructuur? Lopen we niet een enorm groot risico? Graag
een reactie van de minister op dit punt.
Voorzitter. Ik wil vandaag toch ook weer doorgaan over de bereikbaarheid
van Ameland. We hebben het in deze commissie al jaren over de watertaxi
en de snelheid waarmee die taxi's in het donker mogen varen. Eindelijk
is het verlossende woord van de minister daar! 40 kilometer per uur is
gewoon veilig, stelt het onderzoeksinstituut MARIN. Dat is goed nieuws,
maar toch zit er weer een kink in de kabel. Hoe kan dat nou, vraag ik de
minister. Het was de minister die in het afgelopen tweeminutendebat nog
zei dat hij het zo snel als mogelijk zou gaan regelen. Tot mijn
verbazing worden er echter gewoon opnieuw voorwaarden gesteld aan de
watertaxi. Er komt dus weer in dit toch al dikke dossier een extra
hoofdstuk bij, want nu zijn ook de milieuregels in een keer een grote
hoepel.
De veiligheidsvoorwaarden zijn inmiddels afgevinkt en uitbater Veltman
heeft een ecologisch onderzoek bij IenW ingeleverd. Er is daardoor zicht
op legalisatie. Mijn vraag aan de minister is daarom of hij in ieder
geval, nu we dit uitzicht op legalisatie hebben en we die watertaxi in
de nacht gedogen, een toezegging wil doen. Zo niet, dan komen we
hierover met een motie in het tweeminutendebat. Maar ik wil ook weten in
hoeverre dat milieuaspect echt een kink in de kabel wordt. Hoe kijkt de
minister daarnaar? Gaat hij er bijvoorbeeld voor zorgen dat hij zijn
belofte aan de Kamer nakomt om het gewoon te gaan regelen? Ik hoor daar
graag een uitgebreide reactie op.
Tot slot, voorzitter, wil ik het hebben over de maritieme sector in zijn
geheel. In maar liefst elf jaar is het aandeel Nederlandse schepen met
24,8% gedaald. Dat is pijnlijk. Nederland is een land van de wereld
ontdekken en de zeeën bevaren, maar wij zien landen als Denemarken en
Noorwegen in marktaandeel langszij komen.
Voorzitter. Een slechte maritieme sector heeft direct een negatief
effect op onze economie, onze werkgelegenheid en onze welvaart. Daarom
vragen wij de regering om de maritieme sector weer aantrekkelijk te
maken. De eerste simpele stap die we daarvoor kunnen zetten, is gewoon
het verlagen van de regeldruk en het schrappen van nationale koppen op
Europees beleid. We willen graag weten welke plannen de regering in
petto heeft. Ik snap dat deze minister misschien ook in de nadagen van
zijn termijn zit, maar goed, toch hoop ik dat hij hier al wat plannen op
tafel kan gooien en dat hij kan zeggen waar hij naar kijkt en welke
plannen hij heeft om van de maritieme sector in Nederland weer een
bloeiende sector te maken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu heel graag het woord aan mevrouw
Vellinga-Beemsterboer van D66.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Tot drie maanden geleden voer ik minstens twee
keer per week met de veerboot over de Waddenzee. Daar heb ik van
dichtbij ervaren hoe essentieel een goed functionerende maritieme sector
is voor bereikbaarheid, economie, natuur en leefbaarheid. Dat is een
praktijkervaring die ik graag meeneem naar deze Kamer. De liefde voor
varen op zee en zoet water zit diep verankerd in onze samenleving, van
zeilen op het Sneekermeer en de historische bruine vloot tot een
innovatieve maritieme maakindustrie en zeehavens van wereldklasse. Dat
is niet alleen economie; dat is ook cultuur en identiteit. De maritieme
sector, groot en klein, staat voor een grote verduurzamingsopgave. Een
van die opgaven is het lozen van afvalwater, van vuil water van de
recreatieve en binnenvaart tot scrubberwater en ladingresiduwater van de
grote vaart. Niet alle havens en schepen beschikken over de benodigde
installaties om vuil water af te pompen. Hoewel er lokaal ondertussen
verboden gelden, hebben we op nationaal niveau nog geen verboden
ingesteld voor het lozen van vuil water. Kan de minister schetsen waar
de realisatie van deze installaties op stukloopt en wat er gedaan moet
worden om dit in 2030 wel gerealiseerd te hebben? En kan de minister
aangeven wanneer er een nationaal verbod kan komen op het lozen van
scrubberwater?
Voorzitter. De energietransitie in en verduurzaming van de maritieme
sector is een grote uitdaging, maar tegelijkertijd een voorwaarde voor
een toekomstbestendige, veilige en winstgevende zeevaart. Voor
binnenvaart, zeevaart en baggerindustrie is schonere aandrijving
noodzakelijk en complex. Hernieuwbare brandstoffen zoals HVO, methanol
en waterstof, maar ook elektrificatie, windondersteuning en op termijn
mogelijk ook kerntechnologie vragen forse investeringen en vooral
duidelijke, voorspelbare kaders. In de praktijk lopen ondernemers echter
aan tegen onzekerheid, versnipperde en soms tegenstrijdige regelgeving
en een gebrek aan opschalingsmogelijkheden. Daardoor vallen delen van de
binnenvaart bij hoge prijzen weer terug op minder milieuvriendelijke
brandstoffen, waaronder de veerboten naar de Waddeneilanden. Ik heb
hierover de volgende vraag. Kan de minister een overzicht geven van de
belangrijkste knelpunten bij de overstap naar schonere aandrijving en
aangeven waar en hoe we vanuit het Rijk versnelling zouden kunnen
aanbrengen?
De innovatiekracht in Nederland is groot. Met de sectoragenda No guts,
no Hollands Glorie! is een belangrijke stap gezet om de maritieme
maakindustrie te versterken. Dat is essentieel. Zoals de heer Heutink
net ook al zei: deze sector levert hoogwaardige werkgelegenheid en
technologie, die zowel civiel als militair toepasbaar is. Versterking
van deze sector borgt strategische autonomie en houdt innovatie,
waardecreatie en banen in Nederland. Tegelijkertijd raakt dit direct aan
onze veiligheid. Van de Noordzee tot de Cariben nemen geopolitieke
spanningen toe en staat vitale maritieme infrastructuur onder druk.
Kabels, pijpleidingen en windparken op de Noordzee vragen om betere
bescherming. Nederland moet hierin een voortrekkersrol nemen binnen
Europa en internationaal. Voor D66 betekent dit: no guts, no European
glory, met sterke Europese samenwerking en een Nederlandse sleutelrol.
Welke koppelkansen met het beleid van onze Europese partners ziet de
minister om enerzijds te werken aan een Nederlandse koploperspositie en
anderzijds de Europese maritieme samenwerking te versterken? En in
hoeverre wordt al gewerkt aan een sectoragenda maritiem 2.0, waarin
veiligheid, defensie en internationale samenwerking een duidelijker plek
krijgen, naast economische versterking?
Voorzitter, tot slot de haven van Terschelling. De gemeente heeft zelf
al 15 miljoen euro gereserveerd voor het renoveren van de haven en de
toegangsweg. Als oud-wethouder van een Waddeneiland weet ik dat dit voor
een kleine eilandgemeente een uitzonderlijke inspanning is. Zonder haven
geen toegang tot Terschelling. Er is dus zo snel mogelijk duidelijkheid
nodig. Ik roep de minister ertoe op om regie te nemen en op zo kort
mogelijke termijn in gesprek te gaan met Terschelling en de
mogelijkheden in kaart te brengen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank. Er is een interruptie van de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We zien dat er vanuit de Europese Commissie hele strenge eisen worden
gesteld aan onder andere de scheepvaart en ook nog gesteld gaan worden.
Daarmee wordt met name de binnenvaart heel erg hard geraakt. Het gaat om
het type brandstoffen en de wijze van uitstoot. Mijn vraag aan D66 is:
ziet D66 dat als een bedreiging voor de binnenvaart? Ze moeten het
immers wel kunnen opbrengen. Ziet D66 nucleaire voortstuwing
uiteindelijk als een mooie toekomstvisie? Op die manier kunnen we toch
werken aan een transitie en kunnen we wellicht ook de binnenvaart en de
scheepvaart in de toekomst beschermen.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Daarom noemde ik het ook concreet als optie bij de mogelijkheden voor
toekomstige aandrijving. Er zijn heel veel opties mogelijk. Wat D66
betreft is de overstap naar verduurzaming een gegeven, maar zoals u
terecht zegt: het moet wel te doen zijn voor de binnenvaartschippers. Je
kan het niet bij ze neerleggen en zeggen: regel het even met elkaar.
Daarom roep ik de minister ook op om ons een overzicht geven van wat het
op dit moment tegenhoudt. Je zou daaraan de vraag kunnen toevoegen waar
de grootste kansen liggen, zodat we die overstap op een goede manier met
elkaar kunnen maken.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik zit hier naast bijna de grootste regeringspartij van Nederland.
Gefeliciteerd met uw akkoord. Ik ben heel benieuwd wat daarin staat. Ik
wil toch even doorgaan op alle binnenvaartschippers. U zegt dat het een
gegeven is. Ik hoop dat we daar nog wat aan kunnen sleutelen. Ik hoop
dat D66 zich niet linksom of rechtsom laat vangen door het idee dat het
zo snel mogelijk moet gebeuren. De technologie komt wel. De markt gaat
het vanzelf organiseren, maar laten we alsjeblieft wel oog houden voor
alle binnenvaartschippers en überhaupt voor de scheepvaart in het
algemeen. We moeten ze niet de nek omdraaien, want dat gaat funest zijn
voor onze economie. Ik hoop dat D66 daar in ieder geval met ons over wil
nadenken.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik kan de heer Heutink bevestigen in die hoop: we gaan dit zo snel
mogelijk met elkaar doen, maar het moet wel haalbaar zijn voor
iedereen.
De voorzitter:
Ik zie geen andere interrupties, dus ik geef graag het woord aan de heer
Goudzwaard van JA21.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Nederland beschikt over een sterk en veelzijdig
maritiem cluster, dat van groot economisch en strategisch belang is. De
kracht van dat cluster ligt in de samenhang tussen de maritieme
maakindustrie, ons onderwijs en de daaraan verbonden kennisinstellingen.
Een robuuste vloot onder Nederlandse vlag is daarbij eveneens onmisbaar.
Economisch gezonde rederijen moeten wat JA21 betreft primair op basis
van marktwerking de ruimte krijgen om te investeren in kwaliteit,
innovatie en toekomstbestendigheid, want Nederland is nog steeds een
vlaggenstaat die er internationaal toe doet. We staan wereldwijd op de
21ste plaats qua aantal schepen onder de Nederlandse vlag en op de 29ste
plaats qua tonnage. Dat is iets om trots op te zijn.
Voorzitter. Om deze wereldwijde positie te behouden is een effectief
samenspel tussen de sector en de overheid noodzakelijk. Laat die zin
niet een open deur zijn noch blijven, want op 18 februari zal de
Europese Commissie naar verwachting de Europese Maritieme Industrie
Strategie, de EMIS, presenteren, met richtlijnen voor de nationale
maritieme sectoren. Het is van belang dat Nederland niet gaat afwachten,
maar vanuit eigen kracht het voortouw neemt. Met de sectoragenda als
uitgangspunt moeten wij de Europese inzet actief vormgeven, zodat de
maritieme sector sterker, weerbaarder en ook toekomstbestendig wordt.
Mijn vraag aan de minister is: welke concrete beleidsinstrumenten ziet
de minister binnen de EMIS om de Nederlandse maritieme maakindustrie,
onze rederijen en kennisinstellingen strategisch te versterken?
Voorzitter. Ik vraag ook graag aandacht bij de minister voor een
slepende kwestie, genaamd het "uitstempeldossier". In de praktijk
bestaat er voor Nederlandse werven geen werkbare oplossing voor
bemanningsleden die langer dan 90 dagen aan boord blijven. Onze werven
lopen sinds de invoering van de Italiaanse en Franse visa jaarlijks op
dit vlak vele tientallen miljoenen aan prachtige opdrachten mis. Mijn
vraag aan de minister is als volgt. Onder het vorige kabinet is
toegezegd dat dit dossier zou worden opgelost, maar dat is allerminst
het geval. Welke concrete stappen zijn volgens de minister mogelijk,
natuurlijk in samenspraak met de minister voor Asiel en Migratie — dat
snap ik — om op korte termijn te komen tot een werkbare en juridisch
houdbare oplossing voor het uitstempeldossier? En binnen welke termijn
kan de Kamer hierover enige duidelijkheid verwachten?
Voorzitter. Dan heb ik nog een klein blokje over onze pleziervaart, want
ons land wordt, zoals de heer Heutink net ook al schetste,
geconfronteerd met een grote vervangings- en onderhoudsopgave van
bruggen, sluizen en vaarwegen. In tegenstelling tot weggebruikers en
treinreizigers hebben vaarweggebruikers vaak geen realistisch
alternatief. Omvaren vergt dagen, terwijl uitwijken over zee voor veel
schepen natuurlijk geen veilige mogelijkheid is. Daarom de volgende
vragen aan de minister. Hoe wordt de recreatievaart momenteel betrokken
bij de planning en uitvoering van onderhoud en renovatie van bruggen,
sluizen en vaarwegen? Hoe borgt onze minister dat afspraken over
afstemming, alternatieve routes en communicatie ook daadwerkelijk door
alle beheerders worden nageleefd? Welke concrete verbeteringen zijn het
afgelopen jaar doorgevoerd naar aanleiding van gesprekken met de
pleziervaartsector? En hoe wordt structurele terugkoppeling en
bestuurlijke bijsturing georganiseerd wanneer knelpunten blijven
bestaan?
Ter afronding: de overheid moet onze maritieme kennis en industrie als
strategisch nationaal belang behandelen. Dat betekent gericht
investeren, slim inkopen en zorgen voor ruimte, mens en innovatie.
Alleen zo behoudt Nederland zijn leidende positie op zee.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Ik zie dat er geen interrupties zijn, dus geef ik graag het woord aan de
heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Dank, voorzitter. Ik spreek vandaag mede namens de heer Grinwis van de
ChristenUnie. Wij hebben het volgende met elkaar bedacht.
De onrust in de wereld vraagt om een sterke maritieme sector voor een
weerbare economie en logistiek. Dat vraagt ook om doorpakken met onze
maritieme agenda. De binnenvaart loopt keihard aan tegen geëxplodeerde
prijzen voor biobrandstoffen. Sinds de jaarwisseling en de RED
III-implementatie, met een schot tussen wegverkeer en binnenvaart, is de
prijs verdubbeld. Schippers schakelen terug van biobrandstoffen naar
gasolie. Dat kan niet de bedoeling zijn. Wil de minister met de sector
kijken naar een oplossing?
Er speelt in de scheepvaart ook een ander probleem: Nederlandse bio-lng
is duur, omdat hier de zogenaamde massabalansmethode niet is toegestaan,
terwijl dat elders in Europa wel mag. Brussel heeft, naar ik begreep,
inmiddels bevestigd dat de massabalansmethode gebruikt mag worden. Mijn
vraag is of de minister dit snel gaat rechttrekken.
Scheepswerven zitten knel door rigide uitstempelregels. Verschillende
schepen, zoals grote jachten, liggen meer dan drie maanden op de werf
voor reparatie en renovatie. Volgens de Nederlandse regels moet de
bemanning na 90 dagen uitstempelen. Dat werkt niet. Scheepseigenaren
gaan naar andere Europese landen, waar de bemanning langer mag blijven.
Wil de minister samen met zijn collega van Migratie zorgen voor een
snelle en werkbare oplossing?
Voorzitter. Er ligt een toezegging om samen met de gemeente Altena te
kijken naar oplossingsrichtingen voor uitbreiding van de binnenhaven van
Werkendam. Worden hier meters gemaakt?
We maken graag vaart met het vlootvervangingsprogramma van de
Rijksrederij: negentien nieuwe schepen voor 2030. Maar dat gaat met het
begrote budget niet lukken. Waar blijft in de Sectoragenda Maritieme
Maakindustrie de voorgestelde meerjarenbegroting en de inzet op
voorfinanciering via de leenfaciliteit van Financiën? Wordt er onderzoek
gedaan naar de mogelijkheid van een begrotingsfonds voor de
Rijksrederij? Want nieuwbouw kost veel tijd. En wordt er voor de komende
jaren ingezet op het leasen van bestaande schepen, zodat bijvoorbeeld de
kustwachtcapaciteit ook snel opgeschaald kan worden?
Ik heb een paar vragen over de Europese havenstrategie, want in de
non-paper ontbreken de scheepswerven; die zijn cruciaal voor het varend
houden van schepen. Worden deze in het vervolgtraject wél meegenomen? De
SGP maakt zich verder grote zorgen over de Antwerpse druk op de
Westerschelde. De haven wil de grootste containerschepen kunnen
ontvangen. Moeten wij de vaargeul dan maar blijven uitbaggeren en als
natuurmaatregel mogelijk duizenden hectares ontpolderen? Laat de grote
containerschepen maar aanmeren in Zeebrugge. Gaat de Europese
havenstrategie ook geen extra druk op de Westerschelde leggen? Want we
zijn getrouwd met Zeeland en niet met Antwerpen, zeg ik er maar
bij.
Voorzitter. De SGP wil aanscherping van de aanpak van de Russische
schaduwvloot. De Fransen hebben inmiddels een schip aan de ketting
gelegd en de Britten brengen wetgeving in stelling. Waarom moet het
zolang duren voordat de nationale strategie voor de aanpak van de
schaduwvloot en de aanscherping van onze wetgeving naar de Kamer komen?
Gebruik de bestaande wetgeving en kom met een spoedwet.
Voorzitter. De Maritieme Autoriteit doet goed werk. De sector ziet graag
dat de autoriteit vaker een voortrekkersrol pakt, met meer
beslissingsbevoegdheid. Mijn vraag is: wordt dit opgepakt? Voor meer
slagkracht zal ook meer budget nodig zijn. Loopt de autoriteit niet nu
al tegen haar financiële grenzen aan, in plaats van op langere termijn,
zoals de minister schreef?
Tot slot, voorzitter. Het volgende kwam zojuist ook aan de orde in een
interruptiedebatje tussen D66 en — ik moet even wennen aan die naam,
maar het begint inmiddels een beetje in te burgeren — de Groep
Markuszower. De nucleaire voortstuwing van schepen is een innovatie die
het verschil kan maken. Het Nederlandse familiebedrijf Allseas is hier
volop mee bezig. De overheid moet meeschakelen. Mijn vraag is: werkt ook
IenW mee aan de versnelling van vergunningsprocedures? Krijgt de
Maritieme Autoriteit extra capaciteit om te zorgen voor ruimte in
internationale regels? Ik hoop dat het nieuwe coalitieakkoord, waar we
natuurlijk heel nieuwsgierig naar zijn, een dusdanig nucleair karakter
heeft dat er ook financiële ruggensteun komt.
Daar laat ik het bij, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Schutz van de
VVD.
De heer Schutz (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Havens, vaarwegen en de maritieme sector zijn
cruciaal voor banen, export, logistiek en economie. Juist daarom moeten
investeringen, regels en infrastructuur in de praktijk werken. De VVD
wil vooruit, maar het duurzaamheidsbeleid moet wel realistisch en
uitvoerbaar zijn.
In de Kamerbrief over het Europese investeringsplan voor duurzaam
vervoer wordt gesproken over een investeringsopgave van ongeveer 100
miljard euro in heel Europa, terwijl daar slechts 7 miljard euro aan
publieke stimuleringsmiddelen tegenover staat. De rest moet vrijwillig
door lidstaten worden opgebracht of uit de markt komen. Dat kan alleen
werken als de randvoorwaarden op orde zijn.
Eergisteren was de technische briefing over duurzame stoffen onder
andere van belang voor de binnenvaart en de zeevaart. Er bleek op
Europees niveau overleg met marktpartijen te zijn geweest. Ons werd
meegedeeld dat investeringsbeslissingen worden geremd door nationale
knelpunten. Het probleem was al groot; nu komt er nog een doelstelling
bij. Noodzakelijke randvoorwaardelijke oplossingen zijn het versnellen
van het tempo van vergunningverlening, consistente omgevingsregels, een
doorbraak in het stikstofdossier, oplossingen voor netcongestie en het
op korte en lange termijn in verhouding houden van energieprijzen tot
andere Europese landen. Met andere woorden: het gaat om een gelijk
speelveld.
Voorzitter. Ik hoor daarom graag van de minister hoe hij voorkomt dat
Europese ambities vooruitlopen op nationale randvoorwaarden. Wat
betekent het voor Nederland als andere landen hierin sneller stappen
zetten dan wij? Wat is de impactanalyse daarover?
Het belang van een gelijk speelveld zien we bijvoorbeeld recent scherp
bij de binnenvaart. De invoering van de herziene Europese richtlijn voor
hernieuwbare energie, RED III, leidt tot een forse prijsstijging van
HVO, waardoor men weer op diesel- of gasolie vaart. Jammer. Dat remt
verduurzaming en zet de concurrentiepositie onder druk.
Voorzitter. Mijn vraag aan de minister is hoe hij voorkomt dat
goedbedoeld beleid de binnenvaart en andere sectoren op achterstand zet.
Hoe wordt voorkomen dat we met de huidige HVO-prijs de ETS-slag vanwege
de prijsniveaus volgend jaar illusoir maken? Sectoren zoeken immers
duidelijkheid en voorspelbaarheid.
Dan over de betrouwbaarheid van de infrastructuur. Zonder die is er geen
sterke binnenvaart en geen modal shift. Stremmingen en hinder op
vaarwegen nemen structureel toe door toenemend onderhoud. Dat raakt de
binnenvaart en, zoals net ook al werd gememoreerd, de watersport en de
watersportondernemers. De huidige benadering van hindermanagement, ook
het antwoord in tweede termijn tijdens de begrotingsbehandeling, is voor
de VVD te technisch en te defensief. Met toenemende opgaven moeten we
aan hindermanagement navenant meer aandacht geven. Ik vraag de minister
daarom wederom of hij bereid is te komen tot een breder en
toekomstgerichter perspectief op hindermanagement, om zelf in overleg
met de natte sector te treden over wat daar leeft en de oogst en visie
met de Kamer te delen in een Kamerbrief, zodat we hierover het juiste
politieke gesprek met elkaar kunnen voeren. Ik vraag daarom een
toezegging.
De VVD maakt zich ook zorgen over het toekomstperspectief van de
maritieme sector in het Amsterdamse Noordzeehavengebied vanwege de
overigens begrijpelijke wens tot woningbouwplannen aldaar. Ondernemers
hebben recht op en behoefte aan duidelijkheid. Als verplaatsing aan de
orde is, dan alleen met volwaardige en realistische alternatieven, zoals
deze Kamer eerder heeft uitgesproken. Daar komt het nieuws bij dat de
gemeente Amsterdam vorige week besloot de cruiseterminal niet te
verplaatsen, maar vanaf 2035 zelfs te stoppen als bestemming, ondanks
eerdere grote rijksinvesteringen als de zeesluis, mede met het oog
daarop. Dat is best bijzonder. Ik lees in het persbericht dat de
precieze consequenties van het stoppen met de cruisevaart, ook aan
verlies van directe en indirecte werkgelegenheid, verder worden
uitgewerkt, en wel samen met onder andere het Rijk. Ook bijzonder. Mijn
vraag aan de minister is hoe hij dit besluit beoordeelt in het licht van
de maritieme en de afgeleide economische belangen aldaar, en welke rol
hij voor zichzelf en het Rijk ziet om te voorkomen dat waardevolle
havenactiviteiten daar verdwijnen.
Ten slotte de watertaxi van Ameland. De heer Heutink zei daar al wat
over en daar sluit ik mij bij aan. Hoe helpen we Ameland?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Ik heb zojuist in mijn bijdrage iets gezegd over de Europese
Havenstrategie, en met name over de druk die bijvoorbeeld op de
Westerschelde komt te liggen doordat wij de haven van Antwerpen nogal
aan het faciliteren zijn. Ik heb de heer Schutz weleens hele mooie
woorden over Zeeland horen zeggen. Ik weet niet meer precies wat het
was, maar het ging over er niet geboren zijn maar je wel Zeeuw voelen.
Hoe kijkt de heer Schutz aan tegen de Europese Havenstrategie en wat die
betekent voor Zeeland?
De heer Schutz (VVD):
Zeeland, je hoeft er niet geboren te zijn om ervandaan te komen. Dat was
het gezegde. Dan ligt dat nu vast in de analen. De heer Stoffer stelt
mij wel een hele brede vraag. Uiteraard hebben alle gebieden recht op
ontwikkeling, maar ook ik kijk wel degelijk met zorg naar de economische
ontwikkeling die de haven van Antwerpen vraagt en hetgeen Zeeland iedere
keer heeft te leveren aan verdieping en natuurcompensatie en dergelijke.
Daar wou ik het even bij houden, maar ik deel in algemene zin wel de
zorg van de heer Stoffer dat we vooral ook moeten kijken wat het doet
met óns deel van de Westerschelde en de Westerschelde zelf. Om een
voorbeeld te noemen: recent waren er stakingen bij de aansturing van de
zeevaart, en dan ligt ook de binnenvaart op de Westerschelde stil. Nou,
je zou best kunnen zeggen dat de binnenvaart door zou kunnen varen over
de Westerschelde, zeker als er geen zeevaart is. Je ziet dus aan alle
kanten dat het af en toe schuurt, en ik denk dat we daar aandacht voor
moeten hebben. Maar u stelt een algemene vraag en dan krijgt u van mij
ook dit algemene antwoord.
De voorzitter:
De heer Stoffer voor een vervolgvraag.
De heer Stoffer (SGP):
Vooralsnog ben ik tevreden met een algemeen antwoord. Na morgen gaan we
wat specifiekere vragen stellen!
De voorzitter:
Dan zou uw voorzitter graag zelf ook een interruptie plaatsen. Ik geef
het voorzitterschap dus even over aan de heer Heutink.
Voorzitter: Heutink
De voorzitter:
Meneer Schutz, u heeft een interruptie, zoals u heeft gehoord. Gaat uw
gang, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb goed geluisterd en ik ben eigenlijk benieuwd naar het volgende.
Heel veel debatten gaan nu over de huidige geopolitieke situatie en wat
die betekent voor Nederland, dus hoe we ons hiertegen weren. Nou is in
het nieuws dat ook in de Rotterdamse haven steeds meer buitenlandse
investeerders een deel van de haveninfrastructuur opkopen, of aandelen
daarin kopen. Ik ben heel benieuwd hoe de VVD hiertegen aankijkt. In
hoeverre zouden wij toch sterkere maatregelen moeten nemen voor onze
autonomie?
De heer Schutz (VVD):
Dat is ook weer zo'n algemene vraag. Het antwoord is: ja, natuurlijk
moeten we daar ook oog voor hebben. Aan de andere kant denkt de VVD ook
niet meteen in belemmeringen en dergelijke. Vrij verkeer van kapitaal
moet ook in Nederland en Europa mogelijk zijn, maar daar waar sprake is
van een geopolitieke context is die zeker relevant.
De voorzitter:
Ik zie dat er nog een vervolgvraag is van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ja, ik ga mijn vraag dan heel specifiek maken. We hebben de Wet vifo,
die erover gaat dat je altijd kan wegen of een bepaalde buitenlandse
aankoop, investering of overname geopolitiek strategische consequenties
heeft. Is de VVD het met me eens dat we er serieus naar moeten kijken om
ook haveninfrastructuur daaronder te laten vallen?
De heer Schutz (VVD):
Daar zou ik me nader in moeten verdiepen. Ik kan hierop niet zo uit de
heup een antwoord geven. Ik deel dat er aandacht zou moeten zijn. Ik
hoor zeggen dat er een wet voor geldt. Nou, lex dura sed lex: de wet is
hard maar het is de wet. Maar voor een specifieke toezegging over de
vraag of er uitbreidingen moeten zijn of niet, heb ik iets meer
informatie nodig dan er enkel in deze vraag besloten ligt.
De voorzitter:
Is dat zo voldoende beantwoord, mevrouw Kröger, of wilt u nog een vraag
stellen?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik laat het er even bij.
De voorzitter:
Oké, dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan mevrouw
Kröger.
Voorzitter: Kröger
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw
Boelsma-Hoekstra.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Onze maritieme sector is veelzijdig en
belangrijk voor Nederland. We hebben dat van de vorige sprekers ook al
gehoord. In de afgelopen periode zijn er bij mij een aantal vraagstukken
met betrekking tot de maritieme sector voorbijgekomen. Een van de
zorgpunten die meermaals voorbijkomt, is de toestroom in het onderwijs.
Die is nodig om op termijn de mooie functies in deze sectoren te kunnen
vervullen. Er zijn gelukkige hele mooie initiatieven, zoals in
Stellendam, waar men graag wil onderzoeken hoe je een maritiem cluster
inclusief onderwijs kunt vormen. Kan de minister aangeven hoe het
contact met OCW hierover is en hoe dit soort initiatieven — het gaat dus
echt om dit soort initiatieven — verder gebracht kunnen worden? Is
hierbij dan ook een rol weggelegd voor de NML Human Capital Council?
Zijn zij daarvoor ook voldoende toegerust?
Voorzitter. Ik wil het vervolg van mijn betoog beginnen met goed nieuws.
Ik citeer een het artikel uit Schuttevaer: "Koninklijke Binnenvaart
Nederland blij dat kleine schepen blijven varen dankzij omzetten
overgangsbepalingen." De motie van mijn voorganger Eline Vedder verzocht
de mogelijkheden te onderzoeken van een algemene regeling op
internationaal niveau met betrekking tot CCR-eisen voor kleine schepen,
met extra aandacht voor de technisch moeilijke uitvoerbaarheid en de
onevenredig hoge kosten voor de kleine schepen. We zijn daarom oprecht
blij dat hierop actie is ondernomen. De vraag aan de minister is nog wel
of er nog vervolgstappen nodig zijn.
Voorzitter. Het kan dus wel. In dit kader kwam ons de situatie rond de
Enterse Zomp en de Berkelzomp ter ore. In juli 2025 is er een brief naar
de minister gestuurd met de vraag om ruimte te creëren voor historische
vaartuigen in het kader van de nieuwe Binnenvaartwet als uitvoering van
de Europese richtlijn. In Duitsland bestaat zo'n uitzondering al. De wet
lijkt niet uitvoerbaar voor deze zompen en buitenproportioneel voor deze
stichtingen. Ik vraag aan de minister: hoeveel situaties die
vergelijkbaar zijn met de Enterse Zomp zijn er in Nederland? Is er een
mogelijkheid om samen met de sector tot een oplossing te komen? We
hebben namelijk gezien dat het kan.
Voorzitter. We blijven bij de binnenvaart, maar ik wil het nu hebben
over de kleine passagiersschepen en de regelgeving. Collega Vellinga
heeft daar ook al aan gerefereerd. Het gaat om de maritieme sector in
relatie tot de waterkwaliteit. Zoals bekend mogen bepaalde kleine
passagiersschepen geen huishoudelijk afvalwater meer lozen op het
oppervlaktewater op de binnenwateren. In 2030 is dat de gehele vloot. Er
is echter onvoldoende zicht op afgiftepunten. Omdat er onvoldoende en
daardoor duur aanbod is van boordzuiveringsinstallaties, is dit voor
deze sectoren een lastig alternatief. Ik vraag aan de minister: hoe gaat
de minister hier regie op voeren, zodat er een oplossing komt en welke
overheidslaag staat er aan de lat als het om de investeringskosten gaat?
Ik waarschuw alvast: in het WGO Water kom ik hierop terug.
Dan de binnenvaart en het goederenvervoer. Hoe stimuleert de minister
actief multimodaal vervoer en de verduurzaming van de binnenvaart? Mijn
voorgangers hebben daar al heel erg veel over gesproken. We zien dat dit
stagneert. Wat is hiervoor nodig?
We blijven op de binnenwateren. Ik heb de Landelijke Monitor Nautische
Veiligheid Binnenwateren gelezen en de ongevalscijfers van de
scheepvaart over 2024 gezien. Uit beide komt naar voren dat er een
stijging is van botsingen van de beroepsvaart met infrastructuur en van
enkelzijdige ongevallen met de recreatievaart. Dat vraagt om aandacht.
Dat is logisch als het stijgt. Hier wordt onderzoek naar gedaan, maar
mijn vraag is eigenlijk: kan het wel zo lang wachten? We zien namelijk
elk jaar een toename. Is hier recent al actie op ondernomen? Wat zijn de
stappen die snel worden genomen?
Dan maken we een sprong van de binnenwateren naar de Noordzee. Mijn
voorgangers hebben het hier ook al gehad over de voortgang Actieplan
Strategie ter bescherming van Noordzee Infrastructuur. We zijn content
met de uitvoering van de motie-Krul over adviseren over de inrichting
van de governance ten aanzien van maritime security op zee. Dat heeft
geresulteerd in een advies voor een NMSC. De vraag aan de minister is:
wat is de stand van zaken en is er zicht op structurele borging van de
goede afstemming die daarin plaats zal moeten vinden?
Voorzitter. Ik vervolg met nog een punt over de zeevaart, namelijk de
Maritieme Autoriteit. Het is heel mooi om te lezen dat 80% van de sector
hier positief over is. Dan is de vervolgvraag aan de minister: hoe
draagt deze autoriteit bij aan het vestigingsklimaat?
Voorzitter. Ik maak een sprongetje van de Noordzee naar de Europese
Havenstrategie. Er was net al een interruptie van mevrouw Kröger op de
heer Schutz. Daar wil ik even op verdergaan. Rapporteur Berendsen heeft
de Havenstrategie gepresenteerd. Die bevat drie pijlers: veiligheid,
weerbaarheid en toekomstbestendigheid. Centraal staat: onze havens zijn
de poort naar Europa, maar we hebben de sleutels uit handen gegeven en
die moeten we terugpakken. In een andere commissie — daarmee kan ik de
heer Schutz misschien helpen — zijn verschillende moties ingediend over
de net besproken Wet vifo in verband met de inmenging van buitenlandse
bedrijven. Daarin is ook gevraagd om verruiming naar andere sectoren. Is
de minister daarvan op de hoogte? En is hier ook afstemming over als het
gaat om onze havens? Misschien kan de beantwoording de heer Schutz
verder helpen.
Voorzitter. Dan gaan we van de havens naar de watertaxi op Ameland. Ik
sluit me aan bij de vragen van …
De voorzitter:
U bent ruim over uw spreektijd heen.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
O, is het waar?
De voorzitter:
Dus u kunt nog een enkele zin zeggen, en dan een punt.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dat kan. Oké. Bij de vragen over Ameland en Terschelling sluit ik me dus
aan. Dan heb ik nog één vraag. Die gaat over de voortgangsrapportage
over de sectoragenda No guts, no Hollands Glorie! Daarin zien we
namelijk een heel mooi voorbeeld van regie.
Dank u wel voor die twee tellen die ik nog kreeg, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik graag het
woord aan de heer Van Duijvenvoorde van Forum voor Democratie.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Dank je wel, voorzitter. Forum voor Democratie ziet de Noordzee als een
strategisch veiligheidsdomein. Het kabinet erkent dat inmiddels ook en
werkt aan een nationaal maritiem security center. Maar zolang middelen,
bevoegdheden en aansturing versnipperd blijven, verandert erkenning
niets aan de realiteit op zee. Mijn eerste vraag aan de minister is
daarom: hoe borgt … Ik kan mijn eigen handschrift niet lezen; goed dat
er computers zijn gekomen. Hoe borgt hij vanuit zijn coördinerende rol
dat de Kustwacht en de beveiliging van de Noordzee niet alleen op papier
worden erkend, maar in de praktijk beschikken over structurele middelen?
En is hij bereid dit expliciet te beleggen bij één verantwoordelijke
bewindspersoon?
Voorzitter. De noodzaak van die vraag is evident. Terwijl buitenlandse
schepen onze kabels, leidingen en maritieme infrastructuur systematisch
in kaart brengen, heeft de kustwacht vandaag beperkte slagkracht.
Verantwoordelijkheden zijn verdeeld over meerdere ministeries en
financiering blijft incidenteel. Een veiligheidscentrum op papier is
snel opgericht, maar zonder structureel mandaat en structurele middelen
blijft het een lege huls. We bevinden ons daarmee in een merkwaardige
situatie. De risico's worden wel benoemd, maar de consequenties worden
niet structureel gedragen, financieel noch bestuurlijk.
Voorzitter. Die kwetsbaarheid wordt bovendien niet alleen veroorzaakt
door de externe dreiging, maar ook door de beleidskeuzes van het kabinet
zelf. We zien een snelle en grootschalige industrialisering van de
Noordzee met windturbines, waarbij de veiligheidsconsequenties
structureel worden onderschat. Defensie en kennisinstituten als TNO zijn
hier helder over. De stroomkabels van deze windparken zijn in de
praktijk nauwelijks te beveiligen. Het kabinet erkent in zijn eigen
actieplan dat de uitbreiding op zee de maatschappelijke kwetsbaarheid
vergroot, maar zet deze uitbreiding desondanks toch door. Dit is geen
theoretisch risico. Kilometers aan onbeveiligde kabels liggen bloot op
de zeebodem. Eén gerichte verstoring kan voldoende zijn om grote delen
van onze energievoorziening te ontregelen. Daarmee wordt Nederland
kwetsbaar en chantabel, precies wat je in een geopolitiek instabiele
wereld zou moeten voorkomen. Mijn tweede vraag aan de minister luidt
daarom: hoe kan de minister verantwoorden dat KGG de Noordzee vol wil
bouwen met infrastructuur waarvan de minister weet dat deze niet
effectief te beveiligen is en die de beveiligingsopgave op zee verder
vergroot in plaats van verkleint? En hoe is het contact hierover met KGG
en Defensie?
Voorzitter. Dan innovatie. In de stukken wordt terecht gesproken over
smart shipping en op afstand bestuurd varen. Die ontwikkeling biedt
kansen voor veiligheid, efficiëntie en het opvangen van
personeelstekorten. Forum voor Democratie ziet die kansen en wil die ook
graag benutten, maar innovatie slaagt alleen met proportionele
regelgeving. Zolang de techniek niet feilloos is, is menselijk toezicht
noodzakelijk. Daar is geen discussie over. Maar als de overheid
vervolgens eist dat deze toezichthouder per definitie een volledig
gekwalificeerde schipper moet zijn, wordt innovatie niet begeleid, maar
gefrustreerd. Het MARIN-rapport wijst expliciet op de mogelijkheid van
een secondary qualification standard, een lichtere, specifieke
kwalificatie voor toezicht bij afstandsbesturing. Dat is geen afzwakking
van de veiligheid, maar een manier om veiligheid en innovatie te
combineren. Mijn derde en vierde vraag aan de minister zijn daarom de
volgende. Is de minister bereid om daadwerkelijk werk te maken van een
proportionele lichtere kwalificatiestandaard voor toezichthouders bij op
afstand bestuurd varen, conform het advies van MARIN? Hoe voorkomt hij
dat Nederland door overregulering en risicomijdend beleid zijn maritieme
innovatiepositie verliest aan landen die wel durven te experimenteren
binnen duidelijke veiligheidskaders?
Voorzitter. Maritieme veiligheid, energie-infrastructuur en innovatie
zijn geen losse dossiers, maar raken allemaal aan dezelfde kernvraag:
nemen wij onze strategische positie serieus of laten we haar uithollen
door versnippering en te voorzichtig beleid? Forum voor Democratie kiest
voor het eerste. Daarom hoor ik graag duidelijke antwoorden van de
minister op mijn vragen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik zou graag een interruptie plaatsen, dus ik geef wederom het
voorzitterschap aan de heer Heutink. Dat kan hij dan houden tijdens mijn
eigen inbreng in deze termijn.
Voorzitter: Heutink
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor een analyse over de veiligheid en met name over de risico's van
buitenlandse mogendheden voor onze veiligheid. Ik ben benieuwd of Forum
voor Democratie erkent dat met name Rusland op de Noordzee een grote
dreiging vormt.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik denk eigenlijk dat het niet zo relevant is of het Rusland is. Stel
dat Rusland volgend jaar besluit om de oorlog te stoppen of dat de
oorlog dan wordt gestopt; dan nog zijn deze maatregelen noodzakelijk.
Volgens mij hebben we in de afgelopen tijd informatie gekregen over de
democratisering van oorlogsmiddelen. Het gaat er dus niet om of het nou
Rusland is of over vijf jaar een ander gebied of een andere
rebellengroep. Volgens mij is deze vraag ook zonder Rusland van belang,
want het zou allemaal zinloos zijn als het alleen om Rusland zou gaan en
er dan over drie jaar vrede zou zijn. Volgens mij zijn we dus bezig met
een veel langer verhaal dan één concrete mogendheid die ons zou
aanvallen.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, uw laatste interruptie.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat was een lang antwoord op een hele simpele vraag, namelijk: erkent
Forum voor Democratie dat Rusland op dit moment gewoon een grote
dreiging is op de Noordzee met betrekking tot de veiligheid van onze
strategische infrastructuur?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik blijf toch bij mijn vorige antwoord: ik vind dat niet de relevante
vraag voor de langetermijnmaatregelen waar we het met elkaar over
hebben.
De voorzitter:
Daar moeten we het dan mee doen. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw
Kröger. Zij zal spreken namens de fractie van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Onze havens zijn geopolitiek, strategisch en
economisch van groot belang. Ze zijn ook kwetsbaar. Daar hebben meerdere
sprekers het nodige over gezegd. Ik wil graag twee dingen uitlichten,
namelijk de veiligheid op korte termijn en die op lange termijn. Wat
betreft de veiligheid op korte termijn zijn er een aantal zaken waar wij
ons grote zorgen over maken. In de eerste plaats is er het feit dat
steeds meer buitenlandse investeerders binnen het havenbedrijf
activiteiten opkopen of zich inkopen, en in hoeverre dat raakt aan onze
strategische autonomie. Eerder heb ik in een interruptie gevraagd naar
de Wet vifo. Ik wil heel graag van de minister horen of het mogelijk is
om de infrastructuur binnen de havens onder de Wet vifo te laten vallen,
zodat die afweging gemaakt kan worden.
Dan de Russische schaduwvloot. Daar kwam gisteravond te elfder ure een
brief over. Dit speelt dus al vier jaar. Er wordt nu eindelijk gekeken
naar juridische stappen. Waarom heeft dat zo lang moeten duren? Waarom
is er niet veel en veel eerder gekeken naar hoe wij inderdaad binnen
onze economische zone kunnen zorgen dat we papieren van Russische
schaduwvloten kunnen checken? Is het mogelijk om nu over te gaan tot
spoedwetgeving, zoals de SGP ook vraagt? Waarom moet dit dan weer tot de
zomer wachten?
Dan de veiligheid van de kritieke infrastructuur op de Waddenzee. Nee,
excuus: op de Noordzee. Daar is ook een aantal vragen over gesteld. Mijn
vraag is eigenlijk waarom er niet voor wordt gekozen om dat primair te
beleggen bij de Kustwacht en Defensie, waarbij dat het verantwoordelijke
ministerie wordt gemaakt. Hoe kijkt de minister daarnaar?
Voorzitter. De kortetermijnveiligheid, of eigenlijk wat er nu acuut
speelt om onze geopolitieke situatie veilig te houden, heeft natuurlijk
ook veel te maken met de lange termijn. Om onze havens op de lange
termijn relevant te houden moeten we voortvarend de overstap maken van
fossiel naar groen, naar duurzaam. Ik was eigenlijk zeer verbaasd over
de technische briefing die wij eergisteren hadden, waarbij met de
cijfers van het ministerie over de fossiele activiteiten vanuit onze
havens werd geschetst dat er in 2040 slechts een daling van 2% tot 4%
zou zijn. Dat is volstrekt onmogelijk gegeven de klimaatdoelen die we
hebben. Ik zou daar graag een reflectie van de minister op willen
hebben. Ik begreep later dat deze cijfers uit een rapport van de
fossiele industrie zelf kwamen. Het lijkt mij heel verstandig als het
ministerie eigen cijfers heeft. Ik wil het ministerie dan ook vragen om
dat in kaart te gaan brengen. Gisteren is er een uitspraak geweest in
een klimaatzaak, waarbij de Nederlandse overheid wederom op de vingers
is getikt. Relevant daaraan voor dit debat is dat heel duidelijk is
gezegd dat zeescheepvaart meegenomen moet worden in de
klimaatmaatregelen die Nederland neemt. Ik zou dus heel graag een eerste
reactie van deze minister daarop krijgen.
Mijn zorg is dat de Havenvisie en de Nederlandse inzet op de Europese
havenstrategie onvoldoende duidelijk maken wat de strategische
positionering van onze havens wordt als je echt van fossiel af gaat. Dat
vraag ik ook omdat het bij een heel groot deel, bijna de helft, van de
scheepsbewegingen naar onze havens, met name de Rotterdamse haven, om
fossiele brandstoffen gaat. Op het moment dat we die veel minder gaan
gebruiken en dus ook minder gaan verschepen, doet dat iets met de hele
positionering van je haven. Ik denk dat het heel verstandig zou zijn om
een maatschappelijke kosten-batenanalyse uit te rollen voor de
Rotterdamse haven, waarbij echt gekeken wordt naar 2040, 2050 en waarbij
we die verschillende scenario's met elkaar kunnen wegen op basis van
maatschappelijke kosten en baten. Ik zou de minister willen vragen om
opdracht te geven tot dergelijk onderzoek.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen interrupties, dus zou ik
graag het voorzitterschap aan u willen teruggeven.
Voorzitter: Kröger
De voorzitter:
Dan kijk ik op mijn beurt naar de minister. Hoeveel tijd heeft u nodig
voor de beantwoording? Twintig minuten, hoor ik. Dan komen wij hier om
11.05 uur weer bij elkaar.
De vergadering wordt van 10.46 uur tot 11.08 uur geschorst.
De voorzitter:
Hierbij heropen ik de vergadering van de vaste commissie voor
Infrastructuur en Waterstaat voor de beantwoording door de minister. We
beginnen met vier interrupties per lid, maar we zitten ruim in de tijd,
dus hopelijk is het mogelijk om nog wat extra vragen te kunnen stellen.
Hierbij geef ik het woord aan de minister.
Minister Tieman:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een set mapjes. Die wil ik u even
meegeven. Ik begin met de zeehavens en de schaduwvloot. Dan het PBNI,
zeevaart, duurzame scheepvaart, binnenvaart en infra, snelvaren op de
Waddenzee en overig.
Als voormalig zeevarende vind ik het toch bijzonder om hier in uw midden
te mogen zijn om over dit onderwerp te spreken. Het betreft een breed
palet aan onderwerpen. Ik ga er zo goed mogelijk op in. De heer Heutink
had ook al aangegeven dat we mogelijk in de nadagen van dit kabinet
zitten, gelet ook op wat de media ons bericht, maar u kunt me aanspreken
op zaken die ik mee kan geven in een overdrachtsdossier. Dat doe ik
graag, zeker op dit onderwerp.
Ik begin bij de oproep van de heer Stoffer ten aanzien van zeehavens en
de schaduwvloot: verscherp de aanpak en kom met een spoedwet. Mevrouw
Kröger had daar ook het een en ander over gezegd: waarom heeft het
zolang geduurd? Weet dat ik toen ik deze zomer toch het roer in handen
kreeg, een koerswijziging heb ingezet. We zijn zeer scherp aan de wind
gaan varen en we gaan nog scherper aan de wind varen. Alles ligt op
tafel, ook een spoedwet. Ik hoor komende zomer als datum. Dat zien we
natuurlijk ook, gelet op de brief die ik naar uw Kamer heb gestuurd. Ik
zie ook handelingsperspectief in de tussentijd. We houden op dit moment
alles wat er gebeurt op de Noordzee in de gaten, in goed overleg met de
om ons heen liggende landen. We hebben de afgelopen tijd geïnvesteerd in
een goede beeldopbouw en in de uitwisseling van gegevens, ook met landen
die al een ander type wetgeving hebben, om zo veel meer informatie uit
te wisselen en schepen op te roepen evenals de kustwacht in te
schakelen, met fly-overs bij verdachte schepen.
En we gaan nog verder. Op dit moment heb ik wel te maken met wetgeving
die aangepast moet worden. Dat erkennen we allemaal, kabinetsbreed. Daar
zetten we ons nu voor in, maar weet dat we ook op dit moment niet blind
zijn. We houden alles in de gaten. Wellicht dat er mogelijk al op
kortere termijn het een en ander zal gaan gebeuren. We houden dat per
casus in de gaten. We zien ook wat er in Frankrijk is gebeurd. Ik heb
ook de oproep van Duitsland gezien om die internationale wetgeving aan
te passen. Ik richt me nu even op het Nederlandse deel, waar we nu echt
een stap in gaan zetten. Daar heb ik wel wat tijd voor nodig. Wij werken
op dit moment met man en macht om dit zo snel mogelijk verder te
brengen. Ik heb daar ook extra capaciteit op gezet. Het standpunt van
het kabinet is nu om hier veel duidelijker aan te gaan werken, met
wetgeving rondom de exclusieve economische zone en de territoriale zee.
Ik heb wat zeerecht mogen volgen in het verleden, maar het is toch wat
weerbarstiger dan je zou denken. Je zou denken dat dit allemaal al sinds
jaar en dag bekend is. We hebben gewoon te maken met leemtes. Ik werk op
dit moment zo snel mogelijk ten aanzien van de vier jaar die mevrouw
Kröger noemde. Ik hoor wat u zegt. Ik ben daarvan afgeweken om sneller
te kunnen gaan zeilen. Dat is in ieder geval mijn afdronk geweest van
dit dossier, waar u de komende tijd ook nog veel vaker over zult gaan
spreken met elkaar.
Als het sneller kan, wordt u ook geïnformeerd, maar dit is een beetje de
tijdslijn die we hebben. We hebben er extra menskracht op gezet, maar in
de tussentijd kijken wij natuurlijk ook naar zaken. Mensen worden op dit
moment ook getraind om te kunnen boarden. Weet dat wij een land met een
volle zee hebben. Daar moet je ook met capaciteit naartoe gaan en niet
met één schip, wellicht. Je komt in een situatie die je nu nog niet goed
kent. Afijn, dat is dan even mijn hartenkreet: als je echt op volle zee
zit, sta je er soms ook wel alleen voor. Dat moet je met het team goed
overwogen doen. Daar zijn die procedures voor in de maak, en eigenlijk
zijn ze al afgerond. We hebben nog wat wetgeving nodig. We hebben veel
zaken al in gang gezet.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Ik zat even te twijfelen of het aan het eind van het blokje moest, maar
fijn dat het nu mag, voorzitter. Ik heb een vraag over dit punt. Ik hoor
op zich vertrouwenwekkende woorden van de minister. Ik ga ervan uit dat
het instituut van de minister dat straks ook gewoon doorzet. Echter, ik
heb toch nog een vraag. Ik hoor heel veel goede inzet, maar ergens
blijft het natuurlijk wel ... Het lijkt veel langzamer te gaan dan in
landen om ons heen. Zijn er nog bepaalde barrières die weggenomen kunnen
worden, bijvoorbeeld financiële? Speelt er nog wat? Zou de Kamer iets
kunnen doen om bepaalde barrières weg te nemen? Dat is eigenlijk mijn
vraag.
Minister Tieman:
Op dit moment ligt er een financieel plaatje op tafel. IenW heeft voor
een langere periode geld gereserveerd om hier structureel aandacht aan
te geven. Laat dit niet uit uw handen glippen, zou ik u willen meegeven.
U kunt daarbij helpen als het nieuwe kabinet bij elkaar blijft. Er komt
ook een evaluatie van de governancestructuur van de Kustwacht. Ik
verwacht die rond de zomer. Dan gaat u daar weer verder over spreken.
Daar hoort ook een financieel plaatje bij. Wij hebben op dit moment met
de middelen die ik heb — u was ook bij de begrotingsdebatten — in mijn
optiek zo veel mogelijk gereserveerd. Maar we hebben ook te maken met
andere departementen. Ik spreek hier met de mond van het kabinet. Het is
wel van belang dat het team dat hierna komt hetzelfde inzicht heeft. Of
dat dan uiteindelijk een aanpassing van die governancestructuur zal
bewerkstelligen, blijkt later. Wij zijn het coördinerend ministerie van
de Kustwacht. De beheersing zit bij Defensie; dat klopt. Laten we dat
rapport nog even afwachten. Het gaat mij ook om het financiële plaatje,
om de zaken die we met elkaar afgesproken hebben, waar ik uw steun dus
bij nodig heb. Het gaat erom dat we met elkaar zeggen: dit is serieus en
dit moet je niet op jaarbasis gaan doen. Ik heb nu een
overbruggingskrediet gerealiseerd, samen met Defensie. Anders hadden we
al eerder naar u moeten komen, zo van: we hebben een soort leemte en we
gaan kijken wat het nieuwe kabinet gaat doen. Ik denk dat ik uw steun
nodig heb bij die continuering.
De voorzitter:
De voorzitter zou graag ook zelf een vraag stellen, dus ik geef het
voorzitterschap even aan de heer Heutink.
Voorzitter: Heutink
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor van de minister de erkenning dat er vier jaar echt veel te
weinig is gebeurd en dat er in de zomer een koerswijziging is ingezet.
Wat mij echter verbaast, is dat in de brief die deze minister toch echt
wel zelf heeft gestuurd eind juni 2025, geschetst wordt dat het grootste
obstakel financieel is en dat er geen capaciteit is om in die
economische zone te gaan controleren. Daar wordt eigenlijk niet gerept
over de noodzaak om wetgeving aan te passen. Ik zou dus eigenlijk toch
van de minister op schrift willen wat nou precies de wetgeving is die
moet worden aangepast en waarom dat dus niet al in juni duidelijk was,
want dan hadden we die wetgeving nu al gehad.
Minister Tieman:
Het is een onderwerp dat ook echt groter is geworden in de loop van die
periode, sinds de zomer. Ga je al meteen aan boord op volle zee? Daar is
echt een behoorlijk wetgevend aspect dat knelt. Als overheid ben je
kwetsbaar voor mogelijke claims. Om dat op schrift te zetten ... Ik ga
even kijken of dat allemaal goed en handig is, of dat dat wellicht een
besloten discussie met u gaat worden, want ik leg dan wel al mijn
kaarten op tafel. Als wij nu al zouden gaan handelen zonder dat
wetgevende kader, ben je ook kwetsbaar als je teruggefloten wordt voor
een rechter. Ik ben er dus een beetje terughoudend in om dat allemaal op
schrift te gaan zetten.
Misschien kan ik wel al een paar dingen aan u meegeven. We hebben te
maken met UNCLOS-wetgeving: Europese verdragen in VN-verband. Daarin
bestaat een leemte met betrekking tot wanneer je bepaalde zaken kunt
aanpakken, zoals wanneer je een schip naar je territoriale zee kunt
begeleiden. Dat schip is vaak ook niet in goede conditie. Als er een
najaarsstorm ontstaat, moet je zo'n schip naar een haven begeleiden.
Zo'n schip ligt dan langere tijd aan de ketting. Er zijn risico's bij
het boarden. Je hebt te maken met een exclusieve economische zone en een
volle zee, en met een IMO-vlag of een willekeurige vlag. We hebben nu
ook scheepsregisters gezien die niet eens bestaan, dus bij schepen die
de vlag van een land voeren dat geeneens een scheepsregister heeft. Het
is dus weerbarstig. Ik zal zo veel mogelijk informatie met u delen als
ik dat kan, zonder dat we in een kwetsbare positie komen totdat we die
wet- en regelgeving hebben gemaakt met elkaar. Het liefst zou ik nu ook
al kijken wat kan. De wetgeving is af en toe namelijk een beetje grijs.
Ik wil ook wel bestuurlijke moed tonen, samen met het kabinet, om te
kijken wat we nu al zouden kunnen doen.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Leidt dat tot een vervolgvraag bij mevrouw Kröger? Ja, dat is het
geval.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het eigenlijk echt schokkend om de minister te horen zeggen dat
het probleem groter is geworden in de afgelopen zomer, terwijl hier in
2022 al een toezegging over is gedaan aan de Kamer. Dit speelt al lang.
Het is overduidelijk dat dit een groot probleem is dat moet worden
aangepakt. Mijn vraag was vrij specifiek. In juni heeft de minister
gezegd dat de capaciteit en de mogelijkheden voor autoriteiten om te
controleren het grootste obstakel vormden. Gisteravond zegt hij: nee, er
moet wetgeving komen. Wat is er veranderd? Is er nog steeds een
capaciteitsprobleem? En om wat voor wetgeving gaat het dan? Ik wil toch
graag dat de minister op schrift een analyse geeft. Het gaat mij dus
niet om het huidige juridische kader, maar om de wetgeving die hij van
plan is te maken.
Minister Tieman:
Dit is dan een toezegging aan mevrouw Kröger om dat zo goed mogelijk op
papier te zetten, zodat u weet waar wij mij bezig zijn. Het gaat om
wetgeving van JenV en IenW. De plaat die sinds de brief van medio vorig
jaar is geschetst, is dat er nog steeds een financieel aspect is; laat
dat ook helder zijn. Echter, mijn ministerie heeft, daarop anticiperend,
al wel middelen daarvoor gereserveerd. Dat geld is dus beschikbaar. Het
plan van aanpak voor de toekomst, vanuit het NMSC maar ook vanuit het
PBNI, is beschikbaar. We hebben al geïnvesteerd in eerdere middelen
vanuit een ander kabinet. Ik zorg dat u daar binnen een maand een brief
over krijgt, zodat u precies weet waar wij nu aan werken. Als wij na die
maand al het inzicht hebben dat wij wellicht wat sneller zouden kunnen
gaan dan wat ik gisteravond heb kunnen communiceren, laat ik u dat ook
al weten. Dan heeft u een goed beeld van de complexiteit. Ik zie op dit
moment ook wel echt grote inspanning en extra capaciteit om dit op een
kortere termijn vlot te trekken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat noteren we dan ook als toezegging. Hierbij geef ik het
voorzitterschap weer terug aan mevrouw Kröger.
Voorzitter: Kröger
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan de minister om zijn betoog te
vervolgen.
Minister Tieman:
De heer Schutz vraagt: welke rol heeft het Rijk in relatie tot het
besluit van de gemeente Amsterdam? Ik heb hier ook kennis van genomen. U
gaf aan: ik lees in de media al dat het Rijk wordt genoemd. Ik heb dat
ook vernomen in de media. Het is niet zo dat wij gezamenlijk een
persbericht hebben gemaakt hierover; dat wil ik even duidelijk zeggen.
Ik was wel verrast, zeg ik via de voorzitter tegen de heer Schutz, door
de berichtgeving. We gaan op korte termijn op hoogambtelijk niveau met
de gemeente om tafel, ook om te kijken wat de financiële effecten
hiervan zijn. Wij hebben een subsidie verstrekt, onder andere aan de
walstroominstallatie die daar operationeel is. We hebben ook
geïnvesteerd in een zeesluis. Dat zijn behoorlijke bedragen, zeg ik
tegen de heer Schutz via de voorzitter. Ik weet op korte termijn meer te
vertellen. Weet dat dit een voornemen is van het college van B en W; het
is nog geen gemeenteraadbesluit in de gemeente Amsterdam. Ik laat u nog
weten hoe we die gesprekken verder aangaan met elkaar en hoe concreet
dit wordt. Ik heb dit ook uit de media moeten vernemen. Ik ga graag het
gesprek aan met de counterparts in Amsterdam. 2035 is de datum die op
dit moment genoemd wordt.
Tot zover, voorzitter.
De heer Schutz (VVD):
Dank voor het eerlijke antwoord van de minister dat hij ook verrast is,
net als ik. Ik noemde het in mijn bijdrage "bijzonder", maar eigenlijk
zit er een klein beetje verbijstering achter, omdat ik verondersteld had
dat de gemeente u in ieder geval wel op de hoogte zou hebben gebracht
van dit voornemen. Ja, het is nog geen gemeenteraadbesluit, maar is het
natuurlijk ook wel iets dat een college van B en W dit even mededeelt en
feitelijk voor de oplossing ook nog naar het Rijk kijkt. In mijn
maidenspeech heb ik dat zelf ook aangegeven. We moeten vooral
samenwerken. Ik zou de minister heel graag willen meegeven dat als er
adviezen zijn die vooral inzoomen op verplaatsing, ook vanuit het
gemeentehuis, externe partijen of de provincie, we het kind niet met het
badwater moeten weggooien. Mijn vraag aan de minister is: gaat hij daar
stevig en met verontwaardiging heen? Wat is de agenda van de
minister?
Minister Tieman:
Gezien de aanstaande wisseling zal ik dit meegeven in het
overdrachtsdossier. Ik zal er wat steviger in gaan zitten, ook kijkende
naar de financiële knelpunten in het MIRT. Als zo'n terminal verhuist
naar een plek buiten de sluizen in IJmuiden, bijvoorbeeld de Felison
Terminal, dan zal dat ook de nodige verkeersbewegingen opleveren,
waardoor de vraag mogelijk naar voren komt of we kunnen investeren in
additioneel asfalt. Dan kom je in een cirkelredenering terecht. Is er
goed gekeken naar walstroom en naar de nulemissieopties die een gemeente
heeft om een schip te bewegen naar zo'n sluis? Maar ik moet ook kijken
naar de financiën die ik voor me heb liggen en naar de investeringen die
het Rijk hier nog niet eens zo lang geleden in heeft gedaan. Ik zal hier
dus wat steviger in zitten en het hele plaatje schetsen. Ik hoop op
begrip, maar ik ga ook constructief het gesprek aan met de gemeente
Amsterdam, meneer Schutz.
De voorzitter:
Dat roept geen verdere vragen op, dus u kunt uw betoog vervolgen.
Minister Tieman:
Dank u. Gaat de Europese havenstrategie geen extra druk op de
Westerschelde leggen? Deze vraag was van de heer Stoffer. Het is nog
even afwachten wat de Europese havenstrategie precies zal gaan bevatten.
De scope van de havenstrategie is naar verwachting hoofdzakelijk meer op
hoofdlijnen gericht, op concurrentiekracht en op economische veiligheid.
Extra druk op de Westerschelde als gevolg van de EU-havenstrategie wordt
daarom niet meteen verwacht. Een verdere verdieping van de Westerschelde
is wat Nederland betreft niet aan de orde. Ook van Vlaanderen zijn hier
vooralsnog geen signalen over ontvangen.
Tot zover, voorzitter.
De heer Stoffer (SGP):
Dank voor het antwoord. Dat is helder. Ik had nog één specifieke vraag
over de scheepswerven. Die ontbraken in het non-paper. Worden die wel
meegenomen in het vervolgtraject?
Minister Tieman:
Daar kom ik zo meteen nog op terug.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra had ook een vraag over de Europese
havenstrategie. Het kabinet heeft volop aandacht voor de invloed van
derde landen op onze havens en onze economie. Met de aankomende Wet
weerbaarheid kritieke entiteiten en de Cyberbeveiligingswet alsmede de
huidige Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames, de Wet
vifo, treft het kabinet maatregelen om de weerbaarheid te verhogen.
Daarnaast zal de Europese Commissie de havenstrategie volgende maand
uitbrengen. Op voorspraak van Nederland zal ingegaan worden op de
economische veiligheid en de concurrentiekracht van de Europese
zeehavens ten behoeve van de weerbaarheid.
Mevrouw Kröger had ook een vraag, over de strategische positionering van
onze havens ten aanzien van het volledig afstappen van fossiel, over een
huidige maatschappelijke kosten-batenanalyse, een visie en een dergelijk
onderzoek. Als Nederland zetten we in op een klimaatneutrale scheepvaart
in het jaar 2050. De Rotterdamse haven werkt toe naar het meest duurzame
havencomplex ter wereld, het HIC, het Haven Industrieel Complex. We zijn
nauw betrokken bij de visie van het Havenbedrijf Rotterdam, waarin dat
is opgenomen. We faciliteren het verduurzamen van de scheepvaart en de
haven.
Tot zover het kopje zeehavens en schaduwvloot, voorzitter.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Misschien komt het antwoord nog op mijn vraag over de moties die in
andere commissies zijn ingediend. U noemde al de Wet vifo. Betekent dat
concreet dat ook de havenindustrie daarin wordt meegenomen? Heeft u
contact met uw collega's van de andere ministeries?
Minister Tieman:
Het ministerie van JenV is in de lead, maar het meenemen van andere
sectoren wordt op dit moment bekeken. Daar kan ik u binnenkort een
antwoord op geven en dan gaan wij u informeren over wat er wordt
meegenomen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik denk dat u de vervolgvraag wel kunt raden, want wat is "binnenkort"?
Dat is maar net hoe je in het leven staat, denk ik. Mijn concrete vraag
is als volgt. Het is relevant. Het is binnen andere ministeries
aangedragen. JenV is in de lead, maar u kunt ook vanaf deze kant input
leveren; dan formuleer ik de vraag even anders.
Minister Tieman:
Die input zullen wij leveren. Ik kom hier echt op zeer korte termijn op
terug, maar wij geven deze input en dat is ook in lijn met uw
inbreng.
De voorzitter:
De voorzitter wil zelf een interruptie plegen.
Voorzitter: Heutink
De voorzitter:
Dan neem ik het voorzitterschap even over van mevrouw Kröger en geef ik
haar het woord om een interruptie te plegen.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De vragen die gesteld zijn vanuit de fractie van het CDA, maar ook
vanuit GroenLinks-PvdA, zijn vrij specifiek, namelijk of gekeken kan
worden of de infrastructuur binnen havens — dus niet het havenbedrijf
zelf, maar de kritieke infrastructuur daar — toegevoegd kan worden onder
de vifo. Zegt de minister hier nou toe dat dat ook zijn inzet is in de
gesprekken met collega's over de vifo?
Minister Tieman:
Dat is mijn inzet.
De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Kröger om te zien of er nog een vervolgvraag
is.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog een vervolgvraag. Dat is dan meteen de laatste, vrees ik. Die
gaat over een heel kort antwoord dat de minister net gaf op een vrij
grote vraag, namelijk over de langetermijntoekomst voor onze havens. Dat
kan alleen op het moment dat je fossiel afbouwt. Dat gaat ook over de
scheepsbewegingen, aangezien we op dit moment veel fossiele brandstoffen
vervoeren. De minister noemde in zijn reactie een doelstelling voor
klimaatneutrale zeevaart, maar mijn vraag ging specifiek over het
havenbedrijf, inclusief alle industrie die daar gevestigd is, en de
mogelijkheid om een MKBA te doen naar verschillende scenario's voor de
ontwikkeling richting 2050.
Minister Tieman:
Daar zal ik op terugkomen in de tweede termijn. Dan kan ik u een
duidelijker antwoord geven over dat belangrijke onderwerp.
Ik had nog een korte toevoeging voor de heer Stoffer. In het non-paper
ontbreken de scheepswerven, die cruciaal zijn voor het varend houden van
de schepen. De scheepswerven worden meegenomen in de Europese
maritieme-industriestrategie. Deze strategie wordt medio februari,
gelijktijdig met de havenstrategie, gepresenteerd.
De voorzitter:
Dank aan de minister. Dan geef ik nu het voorzitterschap terug aan
mevrouw Kröger.
Voorzitter: Kröger
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zag een interruptie van de heer Schutz.
De heer Schutz (VVD):
Ja, die gaat over de Wet vifo. Ik hoorde net hetgeen de minister
daarover zei. Ik zou willen vragen om in het kader van de uitbreiding
ook oog te houden voor de administratieve last. Enerzijds moeten we
natuurlijk de veiligheid verhogen. In antwoord op de voorzitter in haar
rol als interruptiepleger naar mij toe: de VVD vindt die uitbreiding ook
belangrijk, maar wel in de context dat het te behappen is en we het
praktisch moeten inrichten. Zou de minister ook aandacht willen hebben
voor hoe dat dan moet?
Minister Tieman:
Ik zal daar zeker aandacht voor hebben. Ik heb nu even geen panklaar
antwoord, maar lastenverlichting is een inzet van dit kabinet. Ik neem
aan dat dat ook de inzet van het volgende team zal zijn. We hebben net
al even uitgewisseld wat wij doen met omliggende landen, maar je hebt
wel een level playing field nodig op een aantal zaken. Wij zetten er
echt op in om ten aanzien van de administratieve lasten op een
pragmatische wijze een stap te zetten met de Wet vifo.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Tieman:
Het programma bescherming Noordzee-infrastructuur. We hebben kabels,
windparken en heel wat kilometers pijpleiding in onze Noordzee die wij
moeten gaan beschermen. Het een en ander was afgelopen weekend al in de
media gekomen. Dit is echt een punt dat verder gebracht moet worden. Ik
geef dit antwoord aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer. IenW heeft
financiële middelen gereserveerd om dit programma voor de langere
termijn te borgen, maar het is echt aan een volgend team, aan een
volgend kabinet, om daar daadwerkelijk een besluit over te nemen.
Hierbij zijn meerdere departementen betrokken. Vanuit IenW is het
opgenomen in de begroting voor de langere termijn. Dat heeft u ook
kunnen zien. We moeten het programma nu echt gaan borgen.
De nationale veiligheid op en vanuit zee staat hoog op de agenda van de
verschillende internationale partners en organisaties, en wordt nu ook
actief vanuit de NAVO en de EU gestimuleerd. Zo is vanuit de NAVO de
Critical Undersea Infrastructure Coordination Cell opgericht, waarin
Nederland actief participeert. Vanuit het interdepartementale PBNI wordt
onderzocht welke financiële mogelijkheden ook vanuit de Europese Unie
mogelijk zijn, bijvoorbeeld via het EU Action Plan on Cable Security.
Dit is echter geen oplossing voor structurele verbetering. Daarvoor
hebben we op dit moment echt die aanvulling nodig. We gaan inzetten op
veel meer gebruik van data en AI om ons te ondersteunen bij
scheepvaartbewegingen, ook gelet op de enorme hoeveelheid vierkante
kilometers Noordzee die wij voor onze kust hebben liggen.
Ik kom bij de heer Van Duijvenvoorde van Forum voor Democratie. In het
onderzoek staat iets over de governance van de Kustwacht. Ik heb daar
net al het een en ander over gezegd. In het onderzoek dat ik net heb
aangekondigd en dat u deze zomer zult krijgen vanuit een van de
onderzoeksbureaus uit de top vier — we trekken het goed breed en doen
het secuur — wordt ook gekeken of het huidige organisatiemodel
toereikend is voor de opgave op de Noordzee. Er zal ook gekeken worden
of de Kustwacht toekomstbestendig is en of er bijvoorbeeld een meer
geïntegreerde, programmatische en zelfstandige vorm nodig is. Mevrouw
Kröger gaf al aan: hoort het niet gewoon bij Defensie? Dit is wat
weerbarstiger. LVVN heeft taken op het gebied van de Visserijwet en IenW
heeft ook verantwoordelijkheden. Die puzzel gaan we met elkaar leggen,
want er moet geen reden zijn om wellicht te laat op bepaalde zaken in te
springen. Het moet heel erg duidelijk zijn. De insteek is om te behouden
wat goed werkt in de huidige structuur en om te veranderen wat nodig is.
Het onderzoek zal in de eerste week van februari starten en dient deze
zomer afgerond te zijn.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg: wat is de stand van zaken van de
motie-Krul over de governance op de Noordzee en de structurele borging
daarvan, en hoe draagt het NMSC bij aan het veiligheidsklimaat? Naar
aanleiding van de motie-Krul is een rapport opgesteld over de governance
van de rollen en de verantwoordelijkheden op de Noordzee ten aanzien van
de infrastructuurbescherming. In dit rapport is aanbevolen om een NMSC
op te richten. Dat is nodig voor het bijeenbrengen en analyseren van
alle informatie van alle partijen die actief betrokken zijn bij de
Noordzee. Door gestructureerde samenwerking tussen de Kustwacht, de
nationale politie, Defensie, private partijen, buurlanden,
inlichtingendiensten et cetera moet een completer en actueler beeld
ontstaan van de situatie op de Noordzee. Een belangrijk onderdeel van
het NMSC is om uitvoerende organisaties, zoals de Kustwacht, de
maritieme politie en de marine, sneller in te kunnen zetten, onder
andere bij incidenten. Om uitvoering te kunnen geven aan het Actieplan
Strategie ter bescherming Noordzee Infrastructuur en het PBNI is er
financiering beschikbaar gesteld door het huidige kabinet, maar het
volgende kabinet zal ook echt een stap moeten maken. Het ligt klaar om
te tekenen bij het kruisje. Wellicht kunnen we daar deze vrijdag om
13.00 uur al wat meer over lezen.
Mevrouw Kröger vroeg naar het onderbrengen van de infrastructuur binnen
de havens onder de Wet vifo. Op grond van de Wet vifo, de Wet
veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames, staat het
ministerie van EZ aan de lat voor een eventuele toets op kwetsbaarheden.
De haventerreinen zijn in eigendom van de Staat en de gemeente
Rotterdam. Havenbedrijf Rotterdam geeft deze gronden in erfpacht uit aan
bedrijven. In het geval dat een buitenlandse partij misbruik maakt van
een terminal, kan een concessie worden ingetrokken. Wij staan in nauw
contact met Havenbedrijf Rotterdam over de mogelijke risico's in de
haven die voortkomen uit de aanwezigheid van derde landen, waaronder
China.
De heer Van Duijvenvoorde en mevrouw Kröger vroegen naar het National
Maritime Security Centre. Ze vroegen: hoe borgt de minister vanuit zijn
rol dat de beveiliging van de Noordzee beschikt over de juiste middelen
en dat de regie ligt bij één bewindspersoon? En: moet je dit niet
beleggen bij Defensie? Dan kom ik een beetje terug op het onderzoek dat
gaande is ten aanzien van die governance. Daar gaat u op dat moment,
deze zomer, verder over spreken. Ik ga daar nu niet zo'n grote wijziging
in aanbrengen. Nogmaals, wij zijn het coördinerend ministerie, maar we
trekken wel echt samen op met diverse ministeries. Ik denk dat de
discussie die u gaat voeren op basis van het rapport dat op korte
termijn in uw bezit zal komen, interessant wordt.
De heer Van Duijvenvoorde zei dat de veiligheidsconsequenties voor
Noordzee-infrastructuur worden onderschat en vroeg: hoe kan de minister
verantwoorden dat KGG de Noordzee wil volbouwen met infra, terwijl hij
weet dat de veiligheid niet geborgd kan worden en dat de
veiligheidsopgave vergroot wordt? Naar aanleiding van Nord Stream en de
dreiging op de Noordzee is het interdepartementale Programma Bescherming
Noordzee Infrastructuur opgericht. Dit is een programma met IenW, JenV,
Defensie, Economische Zaken, KGG en Buitenlandse Zaken. Samen hebben zij
een actieplan voor de strategie ter bescherming van de Noordzee
opgesteld. Langs een vijftal lijnen wordt het vergroot. Ik gaf dat net
al kort aan en ik doe dat nog een keer: er is geïnvesteerd in een
versterkte beeldopbouw. We hebben ook betere camera's op de
patrouillevaartuigen om de beeldopbouw enigszins te versterken en we
hebben geïnvesteerd in satellietcapaciteit. Er is een pilot gestart voor
datafusie, waarbij data van sensoren van verschillende organisaties
samenkomen en die veel sneller geanalyseerd kunnen worden. De
publiek-private samenwerking is verder versterkt door middel van
structurele communicatie- en klankbordgroepen, waarbij ook partijen uit
de telecomsector, EZ en de energiesector betrokken zijn. Voor 2026
hebben IenW en Defensie overbruggingsfinanciering geregeld voor de
doorgang van dit programma. De structurele financiering — nogmaals, het
staat in onze begroting — laat ik dan over aan het volgende kabinet,
maar wel met die opmerkingen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Hoor ik nou goed dat de minister een overbruggingskrediet moet afsluiten
omdat hij te weinig geld heeft? Omdat er te weinig geld is, moeten we nu
dus leningen afsluiten. Hoor ik dat nou goed?
Minister Tieman:
Het PBNI zou al financiering moeten hebben gehad vanuit de
Miljoenennota, met de andere departementen. We hebben als IenW de
verantwoordelijkheid genomen om dat toch doorgang te kunnen laten vinden
tot aan de volgende kabinetsroulatie, wanneer die dan ook had
plaatsgevonden. Wij hebben dus als Defensie en IenW gezegd: laten we
even kijken hoe deze discussie verdergaat, maar wij gaan dit nu niet
afbouwen; wij houden dit nu als status quo. Maar je moet het gaan
uitbreiden. Zo moet u dat zien. Het is geen lening. We hebben de
portemonnee getrokken om er in ieder geval voor te zorgen dat we het
kantoor niet hoeven te sluiten.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik heb een korte verduidelijkende vraag aan de minister. Hij heeft het
over de investeringen die gedaan worden in de veiligheid van de
Noordzee. Toen ik twee maanden terug Kamerlid werd, gebeurde dat al.
Mijn vraag betreft de nieuwe plannen voor de windparken. In hoeverre
gaan dus ook de investeringen omhoog voor de beveiliging van de nieuwe
kabels die daar gaan komen? Anders loopt het natuurlijk
asymmetrisch.
Minister Tieman:
Ik kan een overzicht geven van hoe wij de investeringen zien voor de
komende periode en hoe de andere partijen daarin zitten. Daar zit dan de
gelijke tred in van de extra activiteiten die gaan plaatsvinden, maar we
kijken ook naar slimmigheden, zoals een publiek-private samenwerking.
Multraship heeft bijvoorbeeld een wachtschip met een kustwacht. Daar
zijn ook slimmigheden te bedenken met elkaar. Ik gaf net aan dat je ook
met AI op een andere manier meer zou kunnen doen zonder dat je meteen
additionele vaartuigen nodig hebt. Die heb je sowieso nodig, maar het is
niet meer een afweging zoals we die wellicht in de jaren negentig zouden
hebben gemaakt.
Voorzitter. Dan ga ik naar zeevaart. Het is goed om te vernemen dat er
veel aandacht is voor nucleaire aandrijving. Onder anderen de heer
Stoffer, maar ook de heer Heutink hoorde ik daarover. Weet dat mijn
ministerie nauw samenwerkt met de sector om het varen op nucleaire
energie mogelijk te maken. Daartoe wordt samengewerkt met andere
ministeries en met toezichthouders. U moet daarbij denken aan externe
veiligheid et cetera. Waar kan zo'n schip, in dit geval de Pioneering
Spirit, allemaal gaan aanlanden? Is dat ook in het Noorden of alleen in
de Rotterdamse haven? Daar komt het een en ander achter weg, dus dat
moeten we interdepartementaal gaan doen.
Ook met toezichthouders zijn wij in gesprek. We zetten ons ervoor in om
internationaal én nationaal tot regelgeving te komen. Ik heb dit ook
bespreekbaar gemaakt in mijn gesprek met de secretary-general van de
Internationale Maritieme Organisatie, om toch een acceleratie te
bewerkstelligen wat betreft wat we daar verder nog voor nodig hebben. Ik
zie dat dat gebeurt, onder andere in Londen, maar ook hier in Den
Haag.
Een brede maar ook veilige inzet van nucleaire scheepvaart vraagt om
strenge veiligheidseisen, transparantie en internationale afstemming. De
sector streeft ernaar om in 2030 — dat is niet zo ver van nu — een
eerste toepassing op land te testen, en in 2032 op een ponton. De inzet
is ook om alle regelgeving die daarvoor nodig is, op deze datum echt
gereed te hebben. Dat vergt ook echt wat van ons. Wellicht hebben we hem
eerder op een schip dan dat hij er op land is. Dat zeg ik niet om er een
wedstrijd van te maken, maar ik heb hier veel vertrouwen in met het team
dat hier nu mee bezig is. Varen op nucleaire energie is een goed
voorbeeld van een innovatie waar de Maritieme Autoriteit voor bedoeld
is. De samenwerking tussen de sector en het ministerie via de Maritieme
Autoriteit werkt prima op dit moment.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik ben heel benieuwd of er door de minister of een andere instantie
onderzoek is gedaan naar de langetermijneffecten van nucleaire
voortstuwing wat betreft de kosten en betaalbaarheid van brandstoffen.
We zien nu dat al die schippers met die schepen verplicht die transitie
door moeten gaan. Dat heeft effect op of ze nog kunnen blijven bestaan.
Ze moeten allemaal meer gaan betalen. Ze moeten investeren. Mijn vraag
is of onderzocht is wat het effect daarop is bij nucleaire voortstuwing.
Als dat niet zo is, is de minister dan bereid om daar eens naar te
kijken en ons daar meer informatie over te geven, bijvoorbeeld per
brief?
Minister Tieman:
Ik ga de vraag beantwoorden, maar nucleaire voortstuwing van een
binnenvaartschip zie ik niet voor me. Oké, de heer Heutink ook niet;
helder.
De kosten voor bijvoorbeeld de brandstoffen worden natuurlijk verder
uitgerekend in deze casus. Daarmee heeft u niet een representatief
schip, kan ik u vertellen. Het is een groot werktuigschip. Als u vraagt
hoe zoiets op een groot containerschip zou gaan, of dat voor de hand
ligt en wanneer dat dan komt: ik denk dat we met deze casus al heel veel
informatie over die kosten krijgen. Het zijn kleine units, zeg ik om het
in perspectief te plaatsen. Uit deze casus komt heel veel
informatie.
Er is ooit — in de jaren zestig, zeg ik uit mijn hoofd — één
koopvaardijschip geweest, onder Amerikaanse vlag, die nucleaire
voortstuwing had, om een afweging te maken of het ook naar een ander
type schip zou kunnen gaan dat daarvoor voldoende capaciteit heeft.
Laten we hiermee beginnen, zou ik zeggen. De studies komen. Als er nog
leemtes in die studies zitten, gaan we daarop inzetten. Ook gelet op de
capaciteit, wil ik me nu richten op deze casus. Mijn inschatting is dat
dit een vlucht gaat nemen, maar we hebben ook nog ammoniak en methanol
voor die grotere schepen. Iedere brandstof heeft zo zijn eigen voor- en
nadelen.
Komt er een sectoragenda 2.0 voor de maritieme maakindustrie? Die vraag
kwam van mevrouw Vellinga van D66. In 2026 zal het kabinet het
uitvoeringsprogramma van de sectoragenda evalueren, inclusief de
koploperprojecten daarin. De maritieme maakindustrie ligt ook mij na aan
het hart. We hebben daarvoor verschillende subsidierondes neergezet. Er
is nu ook een internetconsulatie gaande; ik weet niet of u dat wist. We
doen dat voor de hele sector. Daar zitten dus ook scheepswerfprojecten
in. Bijvoorbeeld Padmos uit Stellendam is in de prijzen gevallen met een
scheepswerf van de toekomst. Er zitten ook binnenvaartzaken in, net als
zeevaart; heel breed dus. We gaan met een evaluatie kijken wat we kunnen
doen en dan kunnen we een volgende stap gaan zetten.
Daarbij wordt niet alleen bekeken of alle maatregelen zijn gerealiseerd,
maar ook wat het effect in de praktijk is. Is er sprake van een
spin-off? Bij subsidie wil je graag dat een pilotproject expandeert en
leidt tot een opschaling, zodat wanneer een binnenvaartschip subsidie
heeft gekregen voor een bepaalde pilot, de collega's dat vervolgens ook
gaan omarmen. Op grond van die evaluatie zal besloten worden over een
sectoragenda 2.0. Op dit moment denken sector en departementen al na
over die agenda. Dat doen ze met onder anderen mijn gezant, mevrouw Van
Bijsterveldt. Het besluit zal ook in dit geval aan een volgend kabinet
zijn. Dat zal ook de prioriteiten moeten stellen.
De heer Goudzwaard: welke instrumenten ziet u bij de EMIS, de Europese
Maritieme Industrie Strategie, om de maritieme sector te versterken?
Nederland heeft zich samen met Duitsland sterk gemaakt voor een Europese
sectoragenda voor de maritieme maakindustrie naar voorbeeld van de eigen
nationale sectoragenda. Het versterken van de concurrentiekracht van de
Europese maritieme sector ten opzichte van niet-EU-landen is daarin een
belangrijk thema. Daarbij wordt onder andere gekeken naar andere vormen
van aanbesteding en ook wordt gekeken naar de regels omtrent
staatssteun. Maar ook ik ben benieuwd wat er uiteindelijk precies in de
EMIS zal staan die over een aantal weken zal verschijnen.
De heer Heutink had een vraag over de aantrekkelijkheid van de maritieme
sector. Ik vind het belangrijk dat de Nederlandse maritieme sector, en
de Nederlandse vlag, aantrekkelijk blijft. In de kortere periode dat ik
minister ben, heb we hier echt een accent gezet, zeker gezien de tijden
waarin we nu leven. Daarom werken we als vijf ministeries met de sector
samen aan de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie.
In 2024 zijn we begonnen met de Maritieme Autoriteit. In de evaluatie
van het eerste jaar was de sector hier zeer positief over. Op die manier
werken we aan een betere dienstverlening, modernere en eenvoudigere
regels en bevorderen we innovaties. Een punt van aandacht dat ik wel
meegeef en waarover binnenkort wellicht meer te vertellen is, is het
landenbeginsel. Ik heb hierover nauw contact met de sector gehad. Dit
betreft met name Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Er ligt een uitspraak
van het College voor de Rechten van de Mens die mogelijk grote
implicaties heeft. Er komt nu ook een juridische procedure. Wij zorgen
ervoor dat we ons huiswerk goed op orde hebben, wat de consequenties dan
ook zijn. Zo trekken we samen op. Dit is wel een punt van zorg dat we
nauwlettend in de gaten moeten houden. Aan de andere kant: wellicht
veegt deze juridische casus dit hele onderwerp ook van tafel.
De heer Schutz (VVD):
Ik heb een vraag aan de minister. Houdt hij, dan wel zijn opvolger, ons
geïnformeerd middels Kamerbrieven?
Minister Tieman:
Ik hou u op de hoogte van deze ontwikkelingen en mogelijk ook over
handelingsperspectieven en de afdronk ervan, jazeker.
Voorzitter. Over de aantrekkelijkheid van de maritieme sector hebben we
het gehad. De heer Heutink vroeg ook naar regeldruk. Meerderen van u
hebben die vraag gesteld. Ten aanzien van de Sectoragenda Maritieme
Maakindustrie proberen we verdere stappen te zetten.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ten aanzien van het aantal regels. Het is natuurlijk een paradepaardje
van het kabinet om in één jaar tijd 500 regels te schrappen. Ik ben dus
heel benieuwd hoeveel regels er nou zijn geschrapt ten aanzien van de
maritieme sector en hoeveel regels er op de planning staan om geschrapt
te worden.
Minister Tieman:
Dank voor de vraag, heer Heutink. Het lijkt me ook goed om nog wat
dieper in te gaan op zo'n analyse. Het is namelijk een insteek geweest,
maar ik wil dat de potentie, dus wat er nog mogelijk is, ook duidelijk
wordt. Hierbij zou ik u dus willen toezeggen dat we dat gaan analyseren.
Denk aan een soort benchmark. Zijn er bijvoorbeeld nog echt zaken die we
kunnen oplossen op korte, middellange en wat langere termijn? Daarbij
wegen we natuurlijk ook de veiligheid, waarbij we geen compromissen
willen maken. Maar je moet het niet dubbel en dwars gaan doen voor zaken
die mogelijk weer via andere zaken geregeld zijn. Dat is, denk ik, een
heel goed idee van u. Dat omarm ik graag.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Tieman:
Voorzitter. Mevrouw Boelsma vroeg wat ik doe om de instroom in het
maritiem onderwijs te versterken. We zien de cijfers, mevrouw Boelsma.
Die heeft u ook gezien. Die verontrusten mij ook. Vanuit Nederland
Maritiem Land wordt in de Human Capital Council gewerkt aan allerlei
acties om de aantrekkelijkheid van het maritieme beroep te verbeteren.
Als overheid helpen we daarbij door waar nodig bemanningsregelgeving te
vereenvoudigen. Er is onlangs ook een uitwisseling met bijvoorbeeld
Marokko geweest om elkaars certificaten te erkennen. Zo zijn er nog veel
meer voorbeelden te noemen van hoe we veel meer stappen kunnen zetten,
met name op mbo-niveau. We praten namelijk al heel lang over de
potentie. Ik laat het echt aan een volgend kabinet om vervolgstappen te
maken voor het daadwerkelijk bewerkstelligen van een mindshift in het
mbo, hbo en universitair onderwijs.
Ik denk dat de kaasschaafmethode zelf niet meer toereikend zal zijn en
dat een grotere koerswijziging nodig is, maar dat ligt ook echt bij een
volgend kabinet. Wij zien mooie voorbeelden en steunen die waar
mogelijk. Denk aan de Wereldhavendagen, waarbij Rijkswaterstaat en de
Kustwacht actief zijn en waar ieder jaar weer zo'n 300.000 mensen op
afkomen. Bij SAIL hebben we echt veel vlagvertoon laten zien vanuit onze
diensten en ik zie daar ook veel scholen, maar ik denk zelf dat er nog
meer nodig zal zijn. Dat moet ik wel echt overlaten aan een volgend
kabinet, omdat er ook nauw met OCW moet worden opgetrokken om meer
mensen richting het mooie vak van de maritieme maakindustrie te
begeleiden.
De heer Goudzwaard en de heer Stoffer vroegen: gaat de minister samen
met de collega van Asiel en Migratie zorgen voor een snelle en werkbare
oplossing voor het uitstempeldossier? Hier hebben we nog wat werk met
elkaar te verrichten. Visumplichtige zeevarenden die langer dan 90 dagen
binnen het Schengengebied schepelingendienst verrichten, moeten over een
reguliere verblijfsvergunning beschikken. Hiervoor is door de minister
van AenM een nieuwe, specifiek op de zeevaart toegespitste
toelatingsregeling opgesteld. Afgesproken is dat de zeevarende per 1
april aanstaande een verblijfsvergunning kan krijgen voor maximaal elf
maanden. Met de nieuwe toelatingsregel is ook een wezenlijk economisch
Nederlands belang bij het behoud van de sector gemoeid.
Ik weet dat de maritieme maakindustrie nog niet tevreden is met deze
regeling. Daarom wordt vanuit het Rijksregiebureau Maritieme
Maakindustrie bezien of de regeling nog verder verbeterd en werkbaarder
moet gaan worden. Daarvoor hebben we ook nog wat meer informatie van de
sector nodig.
De heer Stoffer (SGP):
Ik hoor "elf maanden" en dat het er eigenlijk nog niet is. Waarom wordt
er dan nu zo'n voorstel voor elf maanden gemaakt, terwijl er eigenlijk
tegelijk wordt gewerkt aan iets wat wél ideaal past voor de sector? Is
er ergens een lastig te nemen hobbel of wordt er langs elkaar heen
gewerkt? Ik zou zeggen: laten we gelijk gaan voor het optimale.
Minister Tieman:
Dit is wat ik er op dit moment uit heb weten te halen. Er is nog wat
meer contact nodig op bestuurlijk niveau tussen de diverse ministeries
en de sector om ook echt aan te geven waar de schoen gaat knellen. AenM
heeft ook een afweging gemaakt. Hier is het laatste woord nog niet over
gezegd, maar er is wel wat meer tijd voor nodig. Hierbij zeg ik wel toe
dat we dat gesprek met elkaar gaan voeren. Ik heb het zover kunnen
brengen als ik het heb kunnen brengen.
De heer Stoffer (SGP):
Dan geef ik een compliment aan de minister omdat hij zich hier zo voor
heeft ingezet en blijft inzetten; dat waardeer ik. Zou er, als dat
vervolggesprek heeft plaatsgevonden, actief een brief naar de Kamer
gestuurd kunnen worden, of kan het meegenomen worden in een brief die
toch al komt? Dan zijn we op de hoogte van de uitkomst.
Minister Tieman:
Zeker. Dat is een toezegging, voorzitter. Die periode van elf maanden
komt uit de internationale wetgeving die hierop van toepassing is. Daar
wringt wellicht ook al meteen een schoen ten aanzien van een nationale
kop, een nationale afwijking, en de mogelijkheden daarvoor. Aan de
andere kant heeft Nederland soms ook een unieke positie.
Voorzitter. Mevrouw Vellinga vroeg naar de scrubbers. Dat is ook een
onderwerp dat u, voorzitter, na aan het hart ligt. De vraag was: wat
doet u om milieueffecten door scrubberwaswaterlozingen te voorkomen? In
de brief van 31 maart jongstleden heb ik aangegeven dat Nederland een
nationaal verbod zal voorbereiden voor lozingen van scrubberwaswater
door open-loop scrubbers in Nederland, in de havens en de binnenwateren.
De verdere details van een verbod zullen in de loop van dit jaar worden
ingevuld, waarbij we dat bespreken met de sector. Dan zal er meer
duidelijkheid komen. Vanuit de IMO is er wel beperkt draagvlak.
Regionaal, in OSPAR-verband, is dan ook besloten dat alle landen in het
OSPAR-gebied een verbod zullen implementeren voor binnenwateren en
havens. Ook wordt er in OSPAR-verband onderzoek gedaan om te beoordelen
of het OSPAR-verbod, dat nu al in gang is gezet voor de binnenwateren en
de havens, uitgebreid zal worden naar de 12 mijlszone. Hierover wordt in
2027 een definitief besluit genomen.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank aan de minister voor dit antwoord. Fijn dat dit al zo in gang is
gezet, maar waar zit de tegenstand 'm in? Waar hangt het op?
Minister Tieman:
Voor het IMO-draagvlak kom ik erop terug waar de schoen precies wringt,
maar dit heeft ook te maken met de operationele kosten en met de
lidstaten — dat zijn er heel wat — die in de IMO vertegenwoordigd zijn.
Kijkt u alleen al naar de discussie over IMO's MEPC, zeg maar de
net-zerostrategie die daar heeft plaatsgevonden. Het kan soms
weerbarstig zijn. We hebben nu, na zo veel jaren, ook een stap gezet
voor het HNS-verdrag. Zo gaan die internationale tafels. U wilt een
duidelijke analyse van waar de schoen wringt, maar ik krijg hier echt
door dat er toch veel weerstand is. Vandaar ook dat we naar OSPAR
kijken. Dat is een iets kleiner verband, waarin we in het verleden ook
al echt stappen hebben gezet, om te voorkomen dat we als Nederland een
Einzelgang maken, want dat zou ook weer consequenties voor ons
vestigingsklimaat hebben. Zo zijn we aan het puzzelen.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
De minister waarschuwt voor een einzelgängergevolg, maar ik begrijp dat
landen om ons heen zo'n nationaal verbod al wel hebben ingesteld. Merken
deze landen hier negatieve gevolgen van? Is dat de conclusie van de
minister?
Minister Tieman:
Dat kan ik niet geheel duiden. In dit geval is het alleen Duitsland dat
dergelijke wet- en regelgeving heeft.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Tieman:
Dank u wel. Er is gevraagd: gaat u zorgen voor meer
beslissingsbevoegdheid voor de Nederlandse Maritieme Autoriteit? Ik ben
blij met de positieve reacties vanuit de sector op de eerstejaars
evaluatie van de Nederlandse Maritieme Autoriteit. Dat is denk ik een
compliment waard aan eenieder die daarbij betrokken is. De NLMA is onder
andere bedoeld om een betere samenwerking te krijgen in de gehele keten,
van beleid tot vergunningverlening. Daarvoor is vooralsnog geen
aanpassing van bevoegdheden nodig, maar de NLMA loopt met de nu
beschikbare middelen, 1,3 miljoen euro per jaar, wel aan tegen de
grenzen van wat ze kan doen. Uitbreiding van haar rol zal dan ook vragen
om additionele middelen. Een briefing hierover, een voorstel hierover,
is echt aan een volgend kabinet. Het is aan een volgend kabinet om een
volgende stap te zetten, maar met deze bemoedigende evaluatiecijfers
kunt u dan spreken over wat een volgende stap zou kunnen zijn in een
2.0-versie, inclusief de financiële bijdrage daaraan.
De SGP vroeg namens de ChristenUnie: negentien nieuwe schepen voor 2030,
hoe gaan we dat doen met de beschikbare budgetten? Waar blijft de in de
Sectoragenda Maritieme Maakindustrie voorgestelde meerjarenbegroting?
Ook ik maak graag vaart met de vlootvervanging voor de Rijksrederij. De
vloot van de Rijksrederij dient zo spoedig mogelijk vernieuwd en
verduurzaamd te worden. We zijn vaak een launching customer voor
alternatieve brandstoffen; dat is in ieder geval mijn beeld. Het is dan
niet de bedoeling dat we een experiment doen dat vervolgens dood in het
water valt, maar dat de sector — dus de private partijen, onze
ondernemers in Nederland — daar wat aan heeft, omdat wij de eerste horde
dan hebben genomen en die wet- en regelgeving eigenlijk al glad gemaakt
hebben voor deze partijen. Maar weet ook dat ik in het verleden voor de
binnenvaart een handtekening heb mogen zetten voor het gebruik van lng,
maar dat dat helaas beperkt is gebleven tot een aantal schepen. You win
some, you lose some. Maar de vloot van de Rijksrederij dient zo spoedig
mogelijk die vernieuwing te krijgen.
De voorbereiding voor de vernieuwing van schepen voor de Douane, LVVN,
de Kustwacht en Rijkswaterstaat vordert gestaag. Op dit moment zijn er
vier vernieuwingsprojecten in voorbereiding voor de bouw van in totaal
achttien vaartuigen. Het gaat om noodslepers voor de Kustwacht, twee
schepen voor de vaarwegmarkering voor Rijkswaterstaat, acht
onderzoeksschepen voor LVVN en vijf patrouillevaartuigen voor de Douane.
Het zicht op langjarig beschikbare middelen wordt steeds helderder door
het gebruik van de leenfaciliteit en de vastlegging van de benodigde
middelen voor rente en aflossing in de meerjarige begrotingsreeksen van
de opdrachtgevers. Een deel van de dekking is nog afhankelijk van de
lopende begrotingsvoorbereiding. Zodra hier duidelijkheid over is, zal
ik de Kamer hierover informeren.
Bij het vernieuwen van de vloot wordt het huren of leasen van de schepen
bij iedere investeringsbeslissing als optie meegenomen. Voor de
Kustwacht is voor 2026 een uitbreiding van de dienstverlening gepland
met een extra geleased handhavingsvaartuig, de Enforcer. Die zal 24/7
beschikbaar zijn.
De heer Stoffer vroeg: hoe staat het met de havenuitbreiding in
Werkendam, in Altena? Sinds januari 2025 is het Rijksregiebureau
Maritieme Maakindustrie in gesprek met Werkendam over de
havenuitbreiding. Het Rijksregiebureau ondersteunt Werkendam bij de
voorbereidende werkzaamheden, zoals het opstellen van een businesscase.
Nu de voorbereidende werkzaamheden in een vergevorderd stadium zijn, zal
na de gemeenteraadsverkiezingen de nieuwe gemeenteraad worden
geïnformeerd over de havenuitbreiding. Verwacht wordt dat die dan zal
aangeven wat het vervolg zal zijn.
Voorzitter. Dan het kopje duurzame scheepvaart. De biobrandstofprijzen
exploderen: ze zijn verdubbeld sinds RED II. Dat geldt dan specifiek
voor HVO100. We hebben een stap gezet om bunkertoerisme naar de
omliggende landen te bewerkstelligen, maar in dit geval is Duitsland een
andere koers gaan varen ten opzichte van een Oostenrijk of een België.
Maar er is nog iets meer gebeurd, iets wat wij ook niet helemaal helder
hadden, en ook de sector niet, ten aanzien van de specifieke brandstof
HVO100. Sinds 1 januari zijn de brandstofleveranciers in de
binnenvaartsector verplicht om die hernieuwbare energie te leveren; ze
moeten hier ook zelf voor betalen. Er was een kruising met het
wegtransport, maar die is weggevallen, waardoor er voor dit type
brandstof een verhoging heeft plaatsgevonden. Ik heb hierover morgen een
gesprek met de staatssecretaris — het is zijn dossier — om te kijken wat
wij hier als overheid aan kunnen doen. Ik heb ook een brief gekregen van
de Koninklijke Binnenvaart Nederland, die het aanhangig heeft gemaakt.
Het heeft dus mijn aandacht. We gaan het gesprek met de sector hierover
aan. Ik kijk nog wel even of dat op hoogambtelijk niveau is en of dat,
met het oog op de wisseling, op korte termijn moet. Ik kijk wat er
mogelijk is, maar dat doe ik dan in nauwe afstemming met de
staatssecretaris, om te horen welke stappen hij hierin voor zich ziet.
Ik kijk ook hoe we u kunnen informeren over wat daaruit komt.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
In de aanbesteding voor de veerdiensten voor de Waddeneilanden is voor
verduurzaming ook ingezet op HVO100. Die aanbesteding loopt en … Nou,
nee, die loopt nog niet, maar die is al behoorlijk ver in het proces. In
hoeverre gaat dit elkaar beïnvloeden? Beïnvloedt dit de
duurzaamheidsopgave bij de veerdiensten?
Minister Tieman:
Goed dat u dit onder de aandacht brengt. Ik zal dit morgen met de
staatssecretaris bespreken. We zullen nagaan of dit een knop is waar we
aan kunnen draaien voor specifiek het HVO-gedeelte.
De heer Stoffer vroeg naar de massabalans. Dat is een onderwerp dat ook
al de nodige tijd aan de orde is. Het is een onderwerp dat invloed heeft
op het vestigingsklimaat van Nederland, omdat het echt een heel
belangrijk punt behelst, waar andere landen toch heel anders over
denken. U geeft aan dat het van Europa mag. Nou, die informatie hebben
wij echt nog niet gekregen. Ik denk wel dat we in het staartje van tot
duidelijkheid komen zitten. Dit loopt al een hele lange tijd. Ik wil dat
echt vastgelegd hebben. Voor de geïnformeerden meld ik dat het gaat over
de massabalans via het gasnet. Wat kun je meetellen? Dat is een
behoorlijk complexe puzzel, maar het kan niet zo zijn, in mijn optiek,
dat daardoor het level playing field wordt verstoord. We hadden het net
over CO2. Dat gaat ook de landsgrenzen over, dus we hebben
daar echt aandacht voor.
De Europese Commissie is bezig met het herzien van de
uitvoeringsverordening. Het ministerie blijft aandringen op
verduidelijking. U geeft aan dat die verduidelijking heeft
plaatsgevonden, maar zover zijn we nog net niet. Als die duidelijkheid
er op korte termijn niet komt en de Europese Commissie zegt dat die er
wel is, hebben we een andere discussie met elkaar. Weet dat er contacten
zijn. Maar die duidelijkheid zullen wij op korte termijn krijgen. Daar
zult u over geïnformeerd worden. Wellicht zult u dan ook een afdronk
krijgen van hoe andere landen dat dan weer zien of hoe ze reageren op
die duidelijkheid, die dan vanuit de Europese Commissie is gekomen. Ik
heb het idee dat wij hier echt aan het staartje van de discussie zijn om
duidelijkheid te krijgen van Europa. Dan kunnen we de discussie voeren
met elkaar over welke kant het op valt: moeten wij iets aanpassen of
moeten Duitsland en België iets aanpassen? We zitten wel in één EU op
dit gebied.
De heer Stoffer (SGP):
Dit is mijn laatste interruptie, denk ik. Of niet, voorzitter? Ja. Nou,
we zijn toch bijna aan het einde. Heeft de minister er enig zicht op
waar dat staartje ongeveer eindigt? Is dat nog voor de zomer? Soms zijn
staartjes namelijk heel lang. Een indicatie zou fijn zijn.
Minister Tieman:
Ik heb daar nog geen informatie over, maar u krijgt wel duidelijkheid in
de voortgangsbrief over de RED III. Daarin nemen we het mee. U had het
over "voor de zomer". We zitten nu in januari, dus dat lijkt mij goed.
Mocht dat niet zo zijn, dan zullen we u informeren. Zullen we het zo
afspreken? Ik zie de heer Stoffer knikken.
Mevrouw Kröger sprak over de klimaatzaak van gisteren en zei dat
zeevaart moet worden meegenomen in de klimaatregels. Zij vroeg wat de
eerste reactie hierop is. U krijgt vandaag een brief van KGG; die heb ik
in ieder geval vanmorgen voorbij zien komen. Daarin staat een eerste
procesantwoord, namelijk dat een volgend kabinet u een uitgebreide
reactie zal gaan geven. Mitigerende en klimaatadaptieve maatregelen en
de consequenties daarvan zitten in de uitspraak. Het volgende kabinet
zal u daar dus over informeren.
Maar ik kan u ook een eerste reactie van mijn kant geven. Vanuit de EU
is er beleid voor de zeevaart met FuelEU Maritime en het
EU-emissiehandelssysteem. Uiteraard — volgens mij zit ik helemaal op één
lijn met mevrouw Kröger — had ik vanuit de IMO witte rook gezien bij de
laatste MEPC-bijeenkomst om wereldwijd een stap te zetten in de
verduurzaming van de zeevaart. Dat heb niet alleen ik gezien; dat heeft
ook het bedrijfsleven — vertegenwoordigers daarvan zitten hier vandaag
op de tribune — gezien. Die werkelijkheid is anders geworden. Wij werken
op dit moment toch richting een volgend besluitmoment in oktober, bij de
IMO, met een kopgroep van landen, om te kijken waar we elkaar nu kunnen
vinden. Dat doen we met Griekenland en Cyprus, eerst vanuit de EU, zodat
we daar echt de plaat gelegd hebben met elkaar, en dan met de andere
landen, die ook wat bezwaren hadden, bijvoorbeeld ten aanzien van lng.
Ik denk dat daar echt een grote stap gezet zou kunnen gaan worden.
Anders krijg je vanuit de EU toch gefragmenteerde zaken. Hoe mooi zou
het zijn om dit echt mondiaal op te pakken?
In Nederland hebben we FuelEU Maritime en het EU-emissiehandelssysteem
aangevuld met de brandstoftransitieverplichting vanuit RED III.
Nederland zet erop in om dit in internationaal verband te doen, met het
Net-Zero Framework. Samen met bijvoorbeeld Denemarken hebben we ook al
een technische sessie gehad, met de Grieken. Ik wil niet vooruitlopen op
de zaak. Het internationale geheel is op dit moment wispelturig. Ik heb
aan alle kanten aan partijen, ook de Amerikaanse ambassadeur,
aangegeven: laat me weten waar de schoen vanuit Amerika wringt. Er zou
nog duidelijkheid over moeten komen of we ook voldoende brandstoffen
hebben om die stap te zetten. Maar de kaarten moeten wel op tafel komen;
anders heb je geen discussie met elkaar. We hebben nu een jaar de tijd —
het is een jaar in de ijskast gezet — om mondiaal die stap te gaan
zetten. Alles is erop gericht om daar bij de IMO in oktober alsnog een
besluit over te nemen. We werken eraan om daar in ieder geval een
besluit te nemen. Daarmee lopen we iets uit de pas ten opzichte van
vorig jaar oktober, maar zouden we een enorme stap kunnen zetten op
internationaal gebied. Tot zover mijn eerste reactie, mevrouw Kröger, op
de uitspraak van gisteren ten aanzien van Greenpeace en Bonaire.
De heer Schutz zei: ik hoor graag van de minister hoe hij voorkomt dat
de EU-ambities vooruitlopen op nationale randvoorwaarden. Wat betekent
het voor Nederland als andere landen hierin sneller zijn dan wij en wat
is de impactanalyse hiervan? Op EU-niveau wordt met regelgeving de
verduurzaming gestimuleerd, zoals voor zeevaart met FuelEU Maritime — ik
had het er net al over — en het emissiehandelssysteem van de EU. Op
nationaal niveau is er een brandstoftransitieverplichting en op Europees
niveau zal het STIP, het EU-investeringsfonds voor duurzaam vervoer,
bijdragen aan de stimulering van brandstofproductie en de
infrastructuur. Hiermee brengen we de EU-ambities en de nationale
randvoorwaarden in één lijn.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer vroeg: kan de minister een overzicht geven
van de belangrijke knelpunten bij de overstap naar schonere
brandstoffen? De energietransitie in de scheepvaart is complex. Ik
noemde net al een drietal alternatieve brandstoffen: methanol, ammoniak
en nucleaire voortstuwing. De belangrijkste obstakels zijn de
verschillende opties voor die hernieuwbare aandrijving, het
prijsverschil tussen de fossiele en de hernieuwbare energie en het niet
tijdig tot stand komen van de bijbehorende infrastructuur. Om de sector
hierbij te helpen, biedt het ministerie van IenW gerichte ondersteuning
aan, onder andere vanuit het Klimaatfonds en het Maritiem Masterplan en
het investeren in walstroom — we hadden het net over de casus Amsterdam
— en brandstofinfrastructuur. De brandstoftransitieverplichting onder
RED III stimuleert elk jaar de toename van het gebruik van deze
hernieuwbare brandstoffen, maar ik heb net ook aangegeven — u deed dat
ook — dat over RED III het laatste woord nog niet gezegd is. België gaat
de stap ook zetten, conform wat wij doen. Daar gaat alweer een dempend
effect van uit. Zij waren nog niet zo snel, maar wij hadden ook alweer
het een en ander in gang gezet. De insteek daarbij is wel echt het level
playing field.
Mevrouw Kröger vroeg naar geopolitieke veiligheid, langetermijnhavens en
de overstap van fossiel naar duurzaam. Zij zei: in 2040 is er slechts
sprake van een daling van 2% tot 4%; graag een reflectie op die cijfers.
En zou het ministerie geen eigen cijfers moeten hebben, in plaats van de
cijfers van bijvoorbeeld VEMOBIN? Dit percentage komt uit een extern
onderzoek door PwC in opdracht van branchevereniging VEMOBIN, voorheen
de VNPI. Dat percentage van 2% tot 4% betreft een gemiddelde jaarlijkse
afname van raffinageproducten van 2025 tot 2040 in Europa. PwC heeft
zich hiervoor gebaseerd op twee scenario's van het International Energy
Agency. Ik denk dat die percentages al bemoedigend zijn voor het
eindgetal ten aanzien van de rekensom die u wellicht al in uw hoofd had
gemaakt. Dit is dus op jaarbasis. Ik heb nu geen Nederlandse cijfers. U
vraagt mij of het ministerie die cijfers in kaart kan brengen. Ik ga
daar graag over in gesprek met de sector. Maar ik moet ook kijken, gelet
op de zaken die net ook gepasseerd zijn, wat we hier kunnen doen. Ik zal
hierover ook met KGG het gesprek aan moeten gaan, om te kijken of onze
eigen cijfers kunnen bevestigen of we additioneel onderzoek moeten doen.
Dit komt vanuit PwC, maar is wel in opdracht van de VEMOBIN op de mat
gelegd.
Dan kom ik bij het blokje binnenvaart en infra.
De heer Schutz (VVD):
Ik wachtte rustig op het einde van het blokje, maar dat was er al
direct. De minister gaf net antwoord op mijn vraag over hoe het nou zit
met STIP en die transitieverplichting. Maar ik kreeg een technisch
antwoord over hoe dat in elkaar steekt. Mijn pleidooi dat voorafging aan
de vraag, ging met name over iets anders. Aan de ene kant heb je die
Europese stimulering, maar ook de verplichting om te verduurzamen. Aan
de andere kant hebben we bij de technische briefing vijf, zes, misschien
wel zeven met name nationale belemmeringen gezien waardoor dat knelt.
Met andere woorden, de sector komt in een squeeze terecht. Dan kan het
dus zo zijn dat Europa harder loopt dan je nationaal kan waarmaken,
waardoor de sector daar pijn door voelt. Daar ging mijn vraag met name
over. Hoe komen we daar nu uit? De minister hoeft de netcongestie niet
op te lossen, maar misschien wel die squeeze. Ik zou daar dus een wat
gerichter antwoord op willen van de minister, alstublieft.
Minister Tieman:
De heer Heutink vroeg net welke knelpunten er zijn, ook qua regelgeving.
Als wij daar een nationale kop op hebben gezet, dan kan ik me
voorstellen dat we dat dan ook nog een keer expliciet benoemen. Ik kan
netcongestie inderdaad niet oplossen. Het rapport-Wennink geeft in een
actiepunt aan dat er binnen nu en vijf jaar een eindtermijn moet komen
voor inzage, bezwaarprocedures, milieuvergunningen et cetera. Ik ben
benieuwd wat het volgende kabinet daarover zal gaan zeggen. Ik kan
misschien nog iets zeggen over de afdronk wat STIP betreft, maar anders
kom ik toch in de tweede termijn even terug op die knelpunten in relatie
tot de brandstoffen en de vergunningen. Maar het is nu wel wat
breder.
De voorzitter:
U bent door uw interrupties heen.
De heer Schutz (VVD):
Het is een vervolgpunt om de minister te helpen.
De voorzitter:
Nou, heel kort dan. Heel snel.
De heer Schutz (VVD):
Het punt is namelijk dat er een positieve houding is ten aanzien van dat
STIP-verhaal. Maar u weet dat u daarmee ook de sector onder druk zet.
Enerzijds kunt u netcongestie en die andere problemen niet oplossen,
maar wees u dan in ieder geval bewust van die belemmeringen. Die kunt u
meenemen in uw positieve reactie op dat document, dat investeringsplan
dat voorligt, richting Europa.
Minister Tieman:
Dat neem ik mee, meneer Schutz.
De heer Heutink vroeg naar de beweegbare brug in Gouda. Ik ben bekend
met het ongeval. Ik betreur de tragische afloop ook echt. We hebben de
beelden gezien, ik in ieder geval wel. De OVV, de Onderzoeksraad voor
Veiligheid, heeft al eerder onderzoek gedaan naar de veiligheid van op
afstand bedienbare bruggen. Toen werd er geadviseerd om een landelijk
kader voor brugbediening te ontwikkelen. Deze aanbeveling is verbreed
naar alle beweegbare bruggen en de bediening van sluizen. Deze
landelijke richtlijn is inmiddels gereed en ook beschikbaar via CROW.
Hierover wordt in maart een webinar voor de betrokken partijen gehouden.
Ik krijg op dit moment geen signaal dat er nu onveilige bruggen zijn.
Echter, ik wil ook aan de heer Heutink meegeven dat dit om een
provinciale brug gaat. Er loopt een onderzoek bij de provincie. Ik ga in
contact treden met de provincie Zuid-Holland. Op het moment dat daar
namelijk iets uit naar voren komt wat meerdere bruggen beïnvloedt, dan
hebben we wel wat te pakken met elkaar. Ik ga dus een lijntje uitzetten
naar de nieuwe gedeputeerde — hij is gisteren geïnstalleerd als opvolger
van de heer Frederik Zevenbergen — om te zorgen dat het onderzoek in de
casus Gouda wel gedegen gedaan wordt et cetera. Ik laat me dus
informeren. Op het moment dat daar iets uitkomt, dan weten we dat ook.
Ik laat onze bruggenexperts bij Rijkswaterstaat meekijken. Signalen
zoals u die net wel even gaf, heb ik nog niet gekregen. Wellicht zijn
die via de media gekomen. Ik pak 'm even helemaal op. Zal ik het zo
doen?
De heer Goudzwaard en de heer Schutz vroegen naar de hinderplanning en
de recreatievaart, waar onder andere HISWA-RECRON toe behoort. De heer
Goudzwaard en de heer Schutz vroegen hoe ik borg dat de plannen voor
iedereen worden nageleefd en hoe bestuurlijke bijsturing wordt
georganiseerd als knelpunten ontstaan. Bereikbaarheid over water heeft
mijn volle aandacht, zoals u de laatste negen maanden wellicht heeft
kunnen zien. Dat geldt niet alleen voor de beroepsvaart, maar ook voor
de recreatievaart. Met de hinderaanpak slim plannen, slim bouwen en slim
reizen wordt erop ingezet om hinder als gevolg van de werkzaamheden op
een acceptabel niveau te houden. Ik hoor u nu al een paar keer over de
hinderaanpak, dus ik proef wat meer behoefte. Wellicht zijn er ook van
uw kant visies en denkrichtingen. Die wil ik graag omarmen, want anders
gaan we dit wellicht bij ieder gesprek met elkaar hebben. Ik zou een
toezegging willen doen dat wij met uw commissie in de lijn en in de loop
van de tijd een technische sessie specifiek over dit onderwerp
organiseren, misschien aangevuld met een ander onderwerp. U heeft net
een technische sessie gehad. Ik wil u niet overstelpen met sessies, maar
zo wordt de hinderaanpak zoals wij die nu voor ogen hebben echt een
keertje goed beetgepakt. Ik hoor dan graag de input vanuit de commissie
om die wellicht naar een 2.0 variant te brengen. Gelet op de enorme
instandhoudingsopgave die we met elkaar hebben, is dit echt wel een
onderwerp dat meer gaat spelen.
De fractie van D66 vroeg naar de zorgen van de passagiersvaart over het
feit dat er op dit moment onvoldoende afgiftepunten zijn voor het
Scheepsafvalstoffenverdrag. De SAB is daarin in de lead, als nationaal
instituut voor huishoudelijk afvalwater. Ik ben in het verleden
regelmatig naar Straatsburg gegaan voor de binnenvaart en de
infrastructuur, want via gasolie zit daar een opbrengstaspect. Dat halen
we op. Via het CDNI-verdrag, het Scheepsafvalstoffenverdrag, wordt dat
verdisconteerd richting een nationaal instituut, zijnde de SAB. Ik
begrijp de zorgen van de sector. We moeten dit met z'n allen goed
regelen. Bij de totstandkoming van het verbod in 2021 zijn alle
gemeenten geïnformeerd over het verbod en hun zorgplicht om het
afvalwater binnen de bebouwde kom in te nemen. Tezamen met de sector
hebben we afgelopen jaar in kaart gebracht welke extra afgiftepunten er
moeten komen en waar deze geografisch gezien moeten komen. We zullen dit
opnieuw bij de gemeenten onder de aandacht brengen. Tegelijkertijd is
het hebben van een boordzuiveringsinstallatie ook een manier om aan de
regels omtrent dat verbod te voldoen. Ik doe hier toch nog even een
oproep. We hebben net voor de kerst de MIA/VAMIL-lijst gepubliceerd. Dat
gaat om de milieu-investeringsaftrek, met allerlei maatregelen. Grijs
water zit er ook bij. Hier wordt 155 miljoen voor uitgetrokken. Dat is
toch een reductie van zo'n 20%. Het moet wel een investeringsaftrek
zijn. Voor particulieren is het dan wat minder aantrekkelijk. Ik heb
goede hoop dat het systeem later dit jaar wordt gecertificeerd, ook voor
aan boord, zodat er relatief goedkope oplossing voor de sector is voor
het afvangen en verwerken van vuil water aan boord. Met deze maatregelen
is het ons streven om op tijd aan het verbod op het lozen van
huishoudelijk afvalwater te kunnen voldoen.
Ik ga verder met afvalwater en wie daarvoor verantwoordelijk is. Mevrouw
Boelsma-Hoekstra vroeg daarnaar. Het Scheepsafvalstoffenverdrag bepaalt
dat lidstaten voldoende ontvangstinrichtingen voor huishoudelijk
afvalwater in moeten richten of moeten laten inrichten. Ik denk dat dat
een belangrijke zin is. Het is aan de lidstaten om hier nationale
invulling aan te geven. In Nederland is het streven dat gemeenten vanuit
hun zorgplicht punten realiseren binnen de bebouwde kom. Gemeenten
kunnen deze kosten gaandeweg terugkrijgen door een afgiftevergoeding te
rekenen aan de sector. Dit is in lijn met het principe dat de vervuiler
betaalt. IenW, wij dus, voert hierover regelmatig overleg met de
betrokken partijen.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg naar vervolgstappen in relatie tot de al
decennialang lopende discussie over de overgangsbepalingen voor kleinere
schepen. Dan heb ik het over binnenvaartschepen. Die bepalingen
bewerkstelligen eigenlijk een omgekeerde modal shift en dat is zeer
onwenselijk. Daar is na zo veel jaren nu toch een ei over gelegd; dat ik
dat nog eens mee mag maken! De Centrale Commissie voor de Rijnvaart
heeft op basis van een systematische aanpak gewerkt aan een algehele
oplossing per technische eis. De resultaten van de werkzaamheden zijn
gedeeld met de sector, waaronder ook met de Algemeene Schippers
Vereeniging, ASV, en Koninklijke Binnenvaart Nederland. Begin maart
wordt de discussie in Straatsburg afgerond. Ik wilde hier graag al
eerder wat over zeggen in het publieke domein, maar laten we dit nog
even afwachten, want soms geldt: the devil is in the details. Daarna
worden de voorgestelde oplossingen besproken met de EU-lidstaten en
erkende organisaties binnen de CCR. De verwachting is dat er aan het
eind van dit jaar een besluit zal worden genomen door het Europese
overleg CESNI. Dan kan er volgens mij een mooie strik om deze decennia
durende discussie over kleine schepen.
De voorzitter:
Hoeveel beantwoording heeft u nog, minister?
Minister Tieman:
Ik heb hierna nog twee mapjes, voorzitter.
De voorzitter:
Oké. Dan vraag ik de minister om een klein beetje vaart te maken.
Minister Tieman:
Ja. Dank u wel, voorzitter.
Meneer Van Duijvenvoorde vroeg: is de minister bereid werk te maken van
proportionele regelgeving voor smart shipping? Hoe voorkomt de minister
dat Nederland zijn positie verliest doordat andere landen wél durven te
experimenteren? We houden elkaar echt vast. België experimenteert op dit
moment met het eerste ADN-binnenvaartschip dat autonoom vaart. We
complementeren elkaar. Dat betekent dat wij niet op onze handen zitten.
Binnen CCR-verband of binnen UNECE-verband stappen zetten is dan ook een
logisch vervolg. Dat is dan complementair aan elkaar. Ik vond het wel
opvallend dat men meteen koos voor een schip met gevaarlijke stoffen,
maar zo leggen we de lat wellicht hoger. Wellicht gebeurt het op een
bepaald stuk vaarweg. Smart shipping biedt kansen voor het duurzamer en
concurrerender maken van de binnenvaart. We kijken dan ook erg positief
naar deze ontwikkeling en de verschillende proefprojecten. Het is
belangrijk om eerst voldoende ervaring op te doen met de regelgeving
alvorens we naar een aanpassing van de bemanningssterkte gaan.
Veiligheid staat voorop.
Dan toch nog even een stukje over aanvaringen met kunstwerken, onder
andere bij Harlingen en op de vaarweg Lemmer-Delfzijl. Dit is financieel
niet vol te houden. Er wordt een OVV-onderzoek gedaan, maar kunnen wij
hier wel op wachten? Ik heb een aantal opties op tafel gelegd waar ik
met de sector over wil spreken, maar dit kan zo niet langer doorgaan. Er
kan bijvoorbeeld ook sprake zijn van een beperking van de
aansprakelijkheid tot maar 1,5 miljoen euro, terwijl we bij een
aanvaring met een kunstwerk meteen al boven die bedragen zitten. Je zit
ook meteen met een stremming voor de omgeving; over hinder gesproken!
Moeten we daar dan een nationale kop op gaan zetten met Streckengeld?
Dan moet je namelijk ook weer gaan opletten. "Streckengeld" is een
Duitse term, maar die is in de binnenvaart bekend.
Er zijn op dit moment echter te veel aanvaringen, met name op dat stuk
vaarweg, waardoor ik genegen ben om vooruitlopend op het OVV-rapport
toch zaken in gang te gaan zetten; "no-regretmaatregelen" noem ik die
dan. Ik zit echter ook te kijken naar de datum en de wisseling van de
wacht. Ik heb hierover gesprekken binnen het ministerie en daar wil ik
de sector bij betrekken. Het zal ook een onderwerp worden in het
overdrachtsdossier. Er zijn mogelijk ook nog andere alternatieven,
waaronder smart shipping, of technische maatregelen om het in de
stuurhut makkelijker te maken, maar de hoeveelheid aanvaringen op dat
stuk vaarweg en de enorme kosten die daarmee gemoeid zijn, zijn wel erg
opvallend.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra van het CDA vroeg: kan de minister voor
schippers op de Enterse zompen een uitzondering maken op de verplichting
om het speciale vaarbewijs voor de rondvaart te behalen? De Richtlijn
voor beroepskwalificaties voor de binnenvaart schrijft schippers op
passagiersschepen een kwalificatiecertificaat voor; dit geldt ook voor
rondvaarten. Hier mag onder voorwaarden van worden afgeweken, maar dan
moet er een certificaat worden afgegeven dat een gelijkwaardig
veiligheidsniveau kent. Nederland heeft van deze mogelijkheid
gebruikgemaakt. Voor open rondvaartboten gold eerder alleen de
verplichting een klein vaarbewijs te hebben. Voor dit vaarbewijs is
alleen een theoretisch examen vereist. Dat kan echter niet worden
beschouwd als gelijkwaardig aan het kwalificatiecertificaat schipper. Ik
heb daarom een speciaal op de sector afgestemd vaarbewijs laten
ontwikkelen, dat met name gericht is op de praktijkervaring. Voor
bestaande schippers met aantoonbare ervaring is er een
overgangsregeling. Voor alle schippers geldt een overgangstermijn van
drie jaar.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg welke stappen er snel genomen kunnen
worden op het gebied van de incidenten die ik net heb genoemd. Daar geef
ik u hetzelfde antwoord op: ik ga in overleg, ook met het Platform Zero
Incidents, om hier stappen in te zetten en de sector ook echt even zelf
aan zet te hebben. Dat gaan we samen oppakken, zeg ik kijkend naar de
tribune.
Dan ga ik naar het kopje snel varen op de Waddenzee. De heer Heutink
heeft hierbij ook een punt gemaakt van de aanlooptijd. Er zijn door de
commissie meerdere vragen gesteld over de watertaxi en de bereikbaarheid
van Ameland. Ik vind de bereikbaarheid van de Waddeneilanden erg
belangrijk, maar ik vind ook dat het vervoer veilig moet zijn. Ik ben
bij instituut MARIN geweest. Ik heb daar in een simulator gezeten, maar
afijn. Ik heb daar ook aangegeven: doe wat u kunt ten aanzien van de
snelheid. Zij hebben in een onafhankelijk onderzoek gekeken onder welke
voorwaarden er in het donker veilig snel gevaren kan worden met een
watertaxi. Ik heb ook mijn eigen ervaringen enigszins meegenomen. Ik
krijg positieve signalen van de sector over wat er nu op de mat ligt.
Dat is belangrijk. Ik ben blij met het rapport en met het perspectief
dat daarmee wordt geboden voor de mogelijkheid om sneller te varen. Voor
sommige partijen heeft het lang geduurd.
We mogen echter niet vergeten dat we dit onderzoek in de context van het
ernstige ongeval bij Terschelling moeten plaatsen, dat bij alle
betrokkenen diepe sporen heeft nagelaten. De OVV onderzocht dit ongeval
en deed aanbevelingen om het varen veiliger te maken, maar
tegelijkertijd liep er ook een rechtszaak tegen de betrokken schippers.
Zowel de OVV als de rechtbank benoemden in hun bevindingen de snelheid.
Dit benoem ik om enigszins het belang van zo'n MARIN-rapport aan te
geven.
Dat ligt nu achter ons, maar ik geef ook aan dat er nog wat voor ons
ligt. Ik heb aangegeven: ik ga dit regelen. In juni weet ik of ik daarna
ruimte heb voor een pilotfase. Juni is de termijn die ik nodig heb voor
een passende beoordeling. Die is nodig, heb ik mij laten informeren door
het ministerie van LVVN. De voortoets die eerder gedaan is, is niet
toereikend. De partijen die daarbij betrokken zijn, zijn hierover
geïnformeerd. Mocht u later nog een vacature voorbij zien komen: we
hebben op dit moment ecologen nodig, want de schoen wringt door het
gebrek aan capaciteit. Ik ga zo snel mogelijk aan de slag. Ik noem hier
de maand juni, want dan weten we hier meer over. Dan kunnen we voor de
volgende donkere periode echt voor iedereen duidelijkheid hebben. Dit
gaat geen jaar duren. Juni is de termijn; ik moet over deze horde
heen.
De voorzitter:
Dat roept een vraag op van de heer Heutink. Dat is tevens zijn laatste
interruptie.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Aan de ene kant is het fijn dat er zicht op is dat we weer veilig kunnen
varen. Feit is wel dat er nu dus een nieuwe horde is, als we het al een
horde kunnen noemen, want eigenlijk wisten we dit allemaal al. Sterker
nog, Veltman heeft al eerder een ecologisch onderzoek hiernaar
uitgevoerd. De minister heeft gezegd: ik ga het regelen. Dat gaf hij net
al aan. Mijn vraag is: gaat de minister het nou regelen? Ik hoor
namelijk allemaal voorwaarden, mitsen en maren. Hij zei: ik kan
misschien in juni of juli een besluit nemen. Het is nog vol vaagheden,
als ik heel eerlijk ben. Ik wil gewoon van de minister weten: sprak hij
met de uitspraak "ik ga het regelen" mooie woorden voor de bühne of
woorden waarmee Ameland straks ook echt vooruit kan?
Minister Tieman:
Het zijn woorden waar Ameland straks echt mee vooruit kan. De voortoets
die gedaan is door de betreffende ondernemer, is echter onvoldoende
gebleken. U moet dan echt denken aan de Natuurbeschermingswet. We zitten
daar in een Natura 2000-gebied. Ik heb geen signalen dat we niet door
die beoordeling komen; laat dat ook helder zijn. We doen het echt met
betrokkenheid van de partijen. Ik ga op de negende ook in gesprek met
alle partijen. Ik heb de druk hier echt zo veel mogelijk op zitten.
Alleen, ik ben blij dat we een deskundig bureau hebben gevonden dat dit
op deze termijn kan doen. Natuurlijk had ik het liever veel eerder
gezien, maar met die voortoets viel het een en ander anders uit. We
moeten nu echt zo'n passende beoordeling doen. Daar moet je een extra
aanloop voor nemen, gelet op de wet- en regelgeving die we in dit land
kennen op dit onderwerp, maar ik neem de woorden die ik destijds heb
uitgesproken, niet terug. Ik als minister zal hierin echt een stap gaan
zetten, en daarbij kijk ik ook naar de overdracht. Ik heb de signalen
gekregen: in juni heeft minister meer handelingsperspectief voor ruimte.
Met "ruimte" bedoel ik: dan heb ik meer vrijheden, die ik op dit moment,
gelet op de wet- en regelgeving die we hebben, niet heb. Ik moet dus
echt eerst die passende beoordeling laten doen.
De voorzitter:
Goed. De minister vervolgt zijn betoog. Ik wil hem echt vragen dat rap
te doen, want de leden willen ook een tweede termijn, denk ik.
Minister Tieman:
Voorzitter. Dan ga ik naar het laatste kopje: overig. Daarin zit maar
één antwoord. Gelet op de tijd, komt dat goed uit, denk ik. D66 vroeg:
is de minister bereid in gesprek te gaan voor de kade op Terschelling?
Ja, ik ga op korte termijn in gesprek. Ik heb hier bij de begrotingen
twee keer op gereageerd, ook in overleg met BZK; misschien heeft u dat
niet meegekregen. In maart gaan we het overleg aan. Ik wil dat we het
voor die tijd als Rijk op een rij hebben. Dan treden we daarop toe. Ik
wil ook de provincie erbij betrekken om de problematiek en het
handelingsperspectief inzichtelijk te maken. Ik informeer uw Kamer zo
spoedig mogelijk daarna. Daarbij kijken we naar het seizoen dat
aanstaande is. Die tijdspanne is dus duidelijk.
Voorzitter. Dan kom ik nog even terug op uw vraag over een
klimaatneutrale haven en de MKBA. Haven en kabinet werken toe naar het
meest duurzame havenindustriële complex ter wereld. Ik kan toezeggen dat
we de MKBA meenemen in de verkenning van het ruimtegebrek in de
Rotterdamse haven. Die vindt plaats in NOVEX-verband. We werken ook toe
naar een visie over bunkerbrandstoffen, waarin dit ook aan de orde komt,
maar dat is dan geen MKBA. De toekomstvisie voor de haven gaat over
zowel economische als duurzaamheidszaken die in balans zijn met de
omgeving. Zeewaartse uitbreiding is daarin een van de onderwerpen, maar
het gaat echt over veel beter ruimtegebruik. Daar zit de leefbaarheid
ook veel meer in geborgd. Ik doe dus de toezegging om een MKBA in deze
verkenning mee te nemen.
De voorzitter:
Oké. Ik kijk naar de leden om te zien of er behoefte is aan een tweede
termijn. Er wordt geknikt. De spreektijd in de tweede termijn is 1
minuut en 20 seconden. Ik geef graag eerst het woord aan de heer
Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank. Ik wil een tweeminutendebat aanvragen en ik zal meteen
even zeggen waarom. Ik doe dat vanwege de watertaxi. Ik snap waar de
minister doorheen moet, maar ik vind het te lang duren. Het is nu al
donker en het blijft ook nog een hele lange tijd donker. De minister zou
nu al kunnen zeggen dat we het gewoon gaan gedogen, vooruitlopend op wat
er komen gaat. Er is zicht op legalisatie. Zoals de minister net heeft
aangegeven, gaat hij het regelen. Met die woorden kunnen we gewoon
gedogen. Dat betekent dat we ook nu, in de resterende donkere dagen die
we nog hebben, per direct de bereikbaarheid van Ameland kunnen
verbeteren. Ik vind dat we die verantwoordelijkheid hebben richting
Ameland. Tenzij de minister dat nu kan toezeggen in de tweede termijn,
zal ik daarover een motie indienen, waarbij ik hoop op brede steun van
de Kamer, zodat we ook daadwerkelijk de bereikbaarheid en de veiligheid
van al die mensen die van en naar Ameland moeten, kunnen
garanderen.
Dank.
De voorzitter:
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb veel gehoord en geleerd vandaag, over een
onderwerp dat voor mij relatief nieuw is. Ik ben blij om te horen dat er
al wordt vooruitgekeken naar een Sectoragenda Maritieme Maakindustrie
2.0. De minister zegt terecht dat je nu geen antwoord kunt geven op de
financiële vraagstukken die daaruit voortkomen, maar we kunnen er op
deze manier wel voor zorgen dat de vaart erin blijft.
Ik heb nog één vraag aan de minister. Ik ben blij om te horen dat hij
gesprekken heeft over de problematiek rond HVO. Ik zou de minister
willen vragen om ook in gesprek te gaan met de eilandgemeenten over de
mogelijke gevolgen voor de aanbesteding en hen daarbij te betrekken,
zodat zij niet verrast worden. Er leven op de eilanden namelijk
verschillende wensen ten aanzien van de verduurzamingsstappen die voor
de veerdiensten genomen kunnen worden.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
De heer Goudzwaard.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank, voorzitter. Ik heb eigenlijk niets te melden. Ik ben blij met het
antwoord van de minister dat hij een technische sessie wil beleggen
aangaande de perikelen en de uitdagingen in de pleziervaart. Dat wachten
we dus af.
Dank u wel.
De voorzitter:
De heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Dank aan de minister en allen die hem ondersteunen voor de
beantwoording die we hebben gehad, ook gezien waar de minister tegen
aanloopt. Ik denk dat wij ook wel gebruik zullen maken van het
tweeminutendebat, maar ik wil de minister danken voor zijn goede inzet
voor maritieme zaken. Dit zal wellicht zijn laatste debat zijn op dit
gebied, maar ik heb van hem een warm hart voor de maritieme sector
gezien. Dat waardeer ik enorm, dus dat compliment wilde ik hier maar
neerleggen.
Dank u wel.
De voorzitter:
De heer Schutz.
De heer Schutz (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ter afhechting van het gesprek over Amsterdam:
om het een toezegging te laten zijn, moet ik u vragen of u ook een
terugkoppeling zou willen geven per brief, dus bij dezen.
Tweede punt: Ameland. Het moment van dat ecologisch onderzoek komt wel
heel erg ongelukkig uit, zeker gezien de uitspraak dat het voor de
volgende donkerperiode, waar we nu in zitten, geregeld zou zijn. Dat is
het niet. Natuur is belangrijk, geen syllabe daaraf, maar bereikbaarheid
voor eilanders is dat ook. Daarom zou ik de minister eigenlijk willen
vragen of hij in gesprek wil gaan met de minister van LVVN, die
verantwoordelijk is voor Natura 2000, om te kijken of hier maatwerk
mogelijk is. Ik vraag om een toezegging om bij wijze van spreken vanaf
morgen of volgende week in ieder geval te gaan varen tot juni, wanneer
dat onderzoek gedaan wordt, want Amelanders kunnen niet meer
wachten.
Voorzitter, laatste punt. Dank voor de toezegging voor de pleziervaart,
maar het gaat niet alleen om pleziervaart; het gaat ook om de
binnenvaart. Ik wil dus ook graag dat die betrokken wordt bij het
gesprek dat we in technische zin met elkaar gaan hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Mevrouw Boelsma-Hoekstra.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Er zijn nog een paar open eindjes. Ik had over
de voortgangsrapportage van de sectoragenda "No guts, no Hollands
Glorie!" een vraag gesteld, maar daar heb ik nog geen antwoord op. Het
antwoord over de Enterse zompen neem ik even mee terug. Ik ga even
nadenken of dat voldoende is. Ik had ook gevraagd hoe de Maritieme
Autoriteit bijdraagt aan het vestigingsklimaat.
En dan het belangrijkste. Alhoewel, de andere dingen zijn ook heel
belangrijk. We hebben van de minister echter geen goede toezegging
gekregen over de fysieke infrastructuur in de havens. Het eerste
antwoord was goed. Toen dacht ik: ja, dat is geborgd. Vervolgens kwam de
minister er in een ander mapje op terug en kwam er wat ruimte. De heer
Stoffer heeft in een andere commissie een motie ingebracht; ik heb hier
een vergelijkbare voor me, van de heer Dekker, die de minister vraagt de
mogelijkheden te onderzoeken om het beschermd instrumentarium dat door
de Wet vifo geboden wordt, te verruimen naar andere sectoren. Mijn
vervolgvraag is: kan de minister toezeggen dat hij dat doet voor de
fysieke infrastructuur in de havens? Als hij daar ja op zegt, dan is het
geborgd en hebben wij de juiste toezegging.
Tot zover.
De voorzitter:
De heer Van Duijvenvoorde.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van de
vragen. Ik acht mijn vragen afdoende beantwoord en ik zie uit naar de
toezegging van een document omtrent de investering in de veiligheid van
de Noordzee.
De voorzitter:
Dan geef ik mezelf even het woord, voor GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Ook ik dank de minister voor de beantwoording. Ik sluit me geheel aan
bij de vraag van het CDA over de Wet vifo. Volgens mij was de
vraagstelling heel helder. Het gaat om onze havens en het gaat erom dat
er binnen het terrein van de havens kritieke infrastructuur is, of het
nou gaat om de containeroverslag of om de raffinaderijen. Het gaat erom
dat de infrastructuur binnen dat terrein onder de Wet vifo gaat vallen;
dat is volgens mij de inzet die wij hebben.
Het is verder goed om te horen dat de minister bereid is om een MKBA te
doen op de havens. Ik denk dat het ongelofelijk belangrijk is dat we
heel zorgvuldig kijken naar de rol van de havens in een klimaatneutrale
wereld, waarbij we geen fossiele brandstoffen meer verschepen en er dus
ook ruimte komt voor iets anders. Hoe gaan we dat optimaliseren? Ik wil
ook graag horen op welke termijn deze MKBA gedaan wordt.
Dan vraag ik de minister hoeveel tijd hij nodig heeft om de
beantwoording voor te bereiden.
Minister Tieman:
Een ruime vijf minuten.
De voorzitter:
Dan gaan we over vijf minuten verder.
De vergadering wordt van 12.46 uur tot 21.51 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik open de vergadering voor de beantwoording van de minister in tweede
termijn.
Minister Tieman:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de Wet vifo. Voor de Wet vifo staat
echt het ministerie van EZ aan de lat. Er wordt ook echt geen lijst
gemaakt met welke sectoren et cetera. En we hebben ook de Wet
weerbaarheid kritieke entiteiten, dus ik moet voor dit punt echt
doorverwijzen naar EZ. We zijn met elkaar in overleg. Wij zetten in op
die scheepvaartafwikkeling maar ook op de terminals. Daarbij zal echt
rekening worden gehouden met de administratieve lasten, maar het
ministerie van EZ staat hiervoor aan de lat, en communiceert hier dan
ook over. Zo zou ik het willen terugleggen bij u.
Dan de terugkoppeling per brief in verband met Amsterdam. Ik kan daarop
een toezegging doen. Ik doe dat na het bestuurlijke overleg en na het
politieke gesprek met de nieuwe minister en het nieuwe college.
Dan HVO en de Waddenveren. We nemen dit mee. Dat is dus ook een
toezegging van mijn kant. We nemen dit mee voor de Waddenveren die er
zijn. Ik kan het ook al meenemen in mijn bezoek aan onder andere Ameland
op 9 februari, als gespreksonderwerp voor de concessie die daar zal
plaatsvinden.
Dan toch echt even de heer Heutink. Ik hoor wat u zegt, maar ik heb het
maximale van LVVN gevraagd, echt het maximale. Het wordt ook echt één
vergunning; het worden geen aparte deelvergunningen. We hebben dus
vooraf al heel veel huiswerk gedaan. Ik kan alleen niet … Mijn handen
zijn gewoon gebonden, net als met de gekorfde vleermuizen bij de A2.
Bestuurlijke moed heeft hier in mijn optiek niks mee te maken. Ik moet
wachten tot juni, meneer Heutink. Ik moet wachten tot we die passende
beoordeling hebben gedaan. Dat is gewoon het wettelijke kader. Ik heb
geen ruimte om daarvan af te wijken. Dat is wat ik terugkrijg. Ik heb de
mensen gechallenged en ik heb ze nog een keer gechallenged. Dat is de
informatie die ik heb, en ik vertrouw op mijn mensen voor dit advies.
Als ik de ruimte enigszins zou hebben, zou ik die benutten, maar ik heb
me te houden aan deze wet- en regelgeving, meneer Heutink. Maar
uiteraard heb ik sympathie voor uw voorstel. Dit moet zo snel mogelijk
geregeld worden. Als we in juni het handelingskader van de minister
hebben en de passende beoordeling is gedaan, hebben we dit gewoon voor
de volgende donkerperiode geregeld met elkaar. Dat gaat om sneller varen
in de nachtelijke uren. Daar gaat het om. Toch even, voorzitter, in
verband met de nieuwigheid van de Kamer: informeert u zich ook goed over
hoe het eiland op dit moment bereikbaar is. Ik wil verder gaan. Ik wil
helemaal met u meegaan, maar dat wordt dan in de nacht in de volgende
periode. In juni heeft de minister handelingsperspectief met betrekking
tot pilots et cetera. Nu niet.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als de minister zijn medewerkers kan challengen dan kan ik de minister
challengen, dus dat ga ik even doen. De minister doet namelijk net alsof
dat snel varen in de nacht richting Ameland een nieuw feit is, maar ik
wil de minister er toch op wijzen dat er vóór het ongeval bij
Terschelling al een gedoogconstructie was. Daarin werd gedoogd dat er
werd gevaren. Naar mijn weten is er vanaf het moment dat we ooit zijn
begonnen met gedogen tot en met nu, aan de wet- en regelgeving niets
dusdanig veranderd dat we nu niet opnieuw kunnen gedogen. Mijn vraag is
dus wat er is veranderd, even los van het ongeval, want dat vinden we
verschrikkelijk en het is goed dat daar aanbevelingen voor zijn geweest.
Wat is er dusdanig veranderd in de wet- en regelgeving dat we niet nu
opnieuw kunnen gedogen?
Minister Tieman:
Dat gaat om het onderwerp nood. Op dit moment mag je sneller varen,
namelijk 40 kilometer per uur, als er sprake is van nood. Dan is dat
mogelijk. Dat is dan het gedogen.
De heer Schutz (VVD):
Veiligheid gaat voor alles, maar daar hebben we het niet over, omdat de
veiligheid is afgerond, zoals u heeft aangegeven. We komen hier met een
nieuw element, namelijk die ecologische context. Die is ook belangrijk,
maar het is wel zo duivels jammer dat dit is gemist in de achterliggende
periode. Ik weet wel dat ecologie een onderwerp is dat via Natura 2000
bij een ander ministerie hoort, maar daarom pleitte ik er net in tweede
termijn voor om vooral met uw collega van LVVN na te gaan wat hier aan
maatwerk mogelijk is, zodat iets wat altijd al was in de ecologische
context geen geweld wordt aangedaan, terwijl de Amelanders toch geholpen
kunnen worden. Naar ik heb begrepen, verwees u vorig jaar ook naar een
volgende donkerteperiode. Met andere woorden: het gaat nu om twee
donkerteperiodes. Dat maakt het zo verschrikkelijk knellend. Het is niet
voor niks dat wij dit appel doen.
Minister Tieman:
Ik wil u tegemoetkomen door dit bij LVVN aan te kaarten en verder het
gesprek aan te gaan. Ik ga zover als ik op dit moment kan gaan om u en
de Amelanders tegemoet te komen. De negende heb ik hierover een gesprek,
maar op dit onderwerp heb ik ook een paar handboeien om; daar moet ik
ook rekening mee houden. Dat weeg ik dan zo af. Als ik ruimte zou
hebben, zou ik die benutten, maar ik heb geen ruimte tot juni.
De heer Schutz (VVD):
Is dat een toezegging?
De voorzitter:
U nam het woord voordat u het woord kreeg, maar ik begrijp dat dit een
toezegging is van de minister en dat hij het gesprek aangaat.
Minister Tieman:
Ja, zeker.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn beantwoording.
Minister Tieman:
Dat was het, voorzitter. Nee, ik heb nog niet alles gehad. Excuus
daarvoor.
Ik ga nog in op de klimaatneutrale haven en de MKBA. We zijn net
begonnen met de verkenning. U wil een toezegging? Nou, dan geef ik u
die: Q1 volgend jaar.
Dan regelgeving en het verminderen van de regeldruk. Het verminderen van
de regeldruk is onderdeel van het kabinetsbeleid. Enfin, voor de zomer
zijn 500 regels aangepakt. Daarover wordt u voor het eind van 2026
geïnformeerd. Om even specifiek in te gaan op de opmerking van de heer
Heutink: dat was al toegezegd, dus dat gaan we gewoon oppakken.
Tot zover, voorzitter.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik mis nog de antwoorden op twee vragen uit de eerste en de tweede
termijn. Hoe draagt de Maritieme Autoriteit bij aan het
vestigingsklimaat, en wanneer krijgen we de voortgangsrapportage van de
Sectoragenda? Die twee vragen heb ik in beide termijnen gesteld.
Minister Tieman:
Eén moment alstublieft. Ik overleg even met mijn ambtenaren.
Voorzitter. De Sectoragenda: Q2. Dan krijgt u er nog eentje.
Nog een moment, alstublieft.
De voorzitter:
Terwijl er druk wordt gezocht, zie ik dat mevrouw Vellinga-Beemsterboer
ook een vervolgvraag heeft.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Volgens mij had ik ook nog een vraag openstaan, namelijk over de IMO en
het scrubberwater.
Minister Tieman:
Tegen mevrouw Boelsma-Hoekstra zeg ik dat ik bij de commissie zal
terugkomen op de NLMA. Ik doe dat schriftelijk om die vraag even goed te
beantwoorden.
De laatste vraag die gesteld is, heb ik even niet scherp, gelet op de
constellatie. Kunt u die nog eenmaal doorgeven, alstublieft?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ja. Ik zit zelf ook even te zoeken naar de formulering en het gesprekje
dat we daar net over hadden. Ik had gevraagd naar de verboden op
scrubberwater. Andere landen hebben wel verboden. De minister zei:
alleen Duitsland. Ik begrijp echter dat meer landen hier aanvullende
regelgeving voor hebben. Staan wij niet sterker door dit ook zo snel
mogelijk in te voeren?
Minister Tieman:
Een correctie is inderdaad nodig. Voor zeezwaaierscrubbers betreft dit
Duitsland. Dat is ook weer zo'n terminologie, dus vandaar die
verwarring. De weerstand bij de IMO zit 'm erin dat sommige partijen
vinden dat de milieu-impact in bepaalde regio's niet voldoende wordt
aangetoond vanwege de verdunning. Dat heeft ook te maken met stromingen.
Doe je dat in het Kattegat bij Denemarken bijvoorbeeld, doe je dat in
het Engelse Kanaal of bij een land dat echt aan een volle zee ligt, waar
meer stroming is? In de IMO is consensus nodig voor het instellen van
zo'n verbod. Daarom hebben we nu in OSPAR-verband zo'n verbod voor
zeehavens en binnenwateren afgesproken. Onderzocht wordt of we dat gaan
oprekken naar de 12 mijlszone. In 2027 verwachten we daar een besluit
over te kunnen nemen. Ik ga nu niet voorstellen om dat op nationaal
niveau te doen, maar ik wil wel goed kijken naar de landen om ons heen
die dat wel al gedaan zouden hebben om te zien of het toch mogelijk is.
Anders wil ik hier echt gezamenlijkheid betrachten, ook gelet op het
level playing field waar we het net over hadden en kijkend naar de
termijn van 2027 die niet meer heel ver weg is. Dat is echt volgend
jaar.
De voorzitter:
Goed. Daarmee is de beantwoording afgerond. Ik ga over tot het voorlezen
van de toezeggingen. Dat zijn er best een hele hoop, dus deze
vergadering loopt ietwat uit.
Ik begin met de eerste toezegging. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe binnen een maand zo veel mogelijk informatie over de juridische status ten aanzien van de bescherming van de Noordzeeinfrastructuur en de aanpassingen die nodig zijn op schrift met de Kamer te delen in aanloop naar de indiening van een wetsvoorstel.
Minister Tieman:
Ja.
De voorzitter:
De volgende toezegging.
Twee. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe op korte termijn met de gemeente Amsterdam in overleg te treden over de voorgenomen sluiting van de zeecruiseterminal en rapport hierover aan de Kamer.
Wat is hierbij de termijn?
Minister Tieman:
Voorzitter. Q2.
De voorzitter:
Q2.
De derde toezegging. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe aan de leden Boelsma-Hoekstra en Kröger om in overleg te treden met andere departementen met als inzet de Wet Vifo te benutten voor de bescherming van de haveninfrastructuur en daarin op verzoek van het lid Schutz ook aandacht te hebben voor de lasten voor bedrijven.
Minister Tieman:
Correct.
De voorzitter:
De volgende toezegging.
Vier. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt op verzoek van het lid Van Duijvenvoorde een overzicht toe van toekomstig benodigde veiligheidsgerelateerde investeringen die voortvloeien uit nog aan te leggen energie-infrastructuur op de Noordzee.
Ik vraag hierbij naar de termijn.
Minister Tieman:
Q2.
De voorzitter:
Ja.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt aan het lid Heutink toe een analysebenchmark uit te voeren ten aanzien van de regeldruk in de maritieme sector. Daarin worden ook de vragen van de heer Schutz meegenomen ten gevolge van het EU-investeringsplan voor duurzaam transport STIP.
Ook daar stel ik de vraag naar de termijn.
Minister Tieman:
Q3.
De voorzitter:
Dan de volgende toezegging.
Zes. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe aan het lid Stoffer in gesprek te gaan met de minister van Asiel en Migratie over het uitstempeldossier en de Kamer daarover schriftelijk te informeren.
Ook hier vraag ik naar de termijn.
Minister Tieman:
Q2.
De voorzitter:
De volgende.
Zeven. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe op korte termijn in overleg te treden met de staatssecretaris van IenW en de binnenvaartsector over verduurzaming en de Kamer hierover te informeren.
Op welke termijn?
Minister Tieman:
Q1.
De voorzitter:
Dan de volgende.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe de door het lid Kröger gevraagde MKBA in relatie tot de Rotterdamse haven in een klimaatneutrale wereld te zullen uitvoeren.
Ik begreep dat dat ging om volgend jaar Q1.
Minister Tieman:
Correct.
De voorzitter:
Oké.
De minister zegt toe aan het lid Schutz het gesprek aan te gaan met het ministerie van LVVN inzake de sneldienst Ameland.
Om welke termijn ging dit?
Minister Tieman:
Q1.
De voorzitter:
Q1
En dan was er nog een toezegging gedaan aan mevrouw Boelsma-Hoekstra voor Q2 over een ...
Dat hebben we net niet zo goed kunnen notuleren. Waar ging het
om?
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ja. Dat ging om het volgende:
... een voortgangsrapportage van de sectoragenda.
Minister Tieman:
Q2.
De voorzitter:
En tot slot.
De minister komt nog schriftelijk terug op de vraag van het lid Vellinga inzake IMO-scrubber en dat gebeurt in Q1.
De heer Schutz heeft nog een opmerking over de toezeggingen.
De heer Schutz (VVD):
Ja, ik mis één toezegging. In mijn ogen heeft de minister toegezegd dat
hij een technische briefing zou organiseren met de recreatievaart. Ik
vulde daarbij aan dat het vooral ook voor de binnenvaart was.
De voorzitter:
Een technische briefing is een instrument van onze Kamer zelf. Daar gaan
wij zelf over. Dat is voor de rest geen schriftelijke toezegging, maar
ik begreep dat het ministerie wil meewerken aan deze technische
briefing. En wij pakken dat op, zeggen we hier!
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Heel kort nog. Ik mis nog de toezegging dat de minister ook in gesprek
gaat met de eilanden over de mogelijke gevolgen van de hogere kosten van
HVO voor de aanbesteding.
De voorzitter:
De minister knikt, dus dat is een toezegging.
Minister Tieman:
Ik probeer die ook meteen smart te maken. Dat gebeurt dan in Q2. Ik heb
daar even voor nodig, ook kijkend naar de onderwerpen, de nieuwe
minister et cetera.
De voorzitter:
Helder. Dan was er nog een opmerking van mevrouw Boelsma-Hoekstra.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Volgens mij had ik nog de toezegging gekregen dat ik schriftelijk te
horen krijg hoe de Nederlandse Maritieme Autoriteit bijdraagt aan het
vestigingsklimaat.
Minister Tieman:
Q1.
De voorzitter:
En dat gebeurt in Q1.
Het lid Heutink vraagt een tweeminutendebat aan. Er is een ongelofelijke
hoeveelheid toezeggingen gedaan. Misschien komt dat doordat dit een van
de laatste maritieme debatten van de minister is en er een nieuwe Kamer
is. Met dat heugelijke feit sluit ik deze vergadering. Dank u wel.
Sluiting 13.08 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|