36822 Nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/927 tot wijziging van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen, liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrapportage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten en leninginitiëring door alternatieve beleggingsfondsen (Implementatiewet gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn)
Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag
Nummer: 2026D04892, datum: 2026-02-02, bijgewerkt: 2026-02-02 16:49, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (VVD)
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij 36822 Nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/927 tot wijziging van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen, liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrapportage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten en leninginitiëring door alternatieve beleggingsfondsen (Implementatiewet gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn)
Onderdeel van zaak 2026Z02109:
- Indiener: E. Heinen, minister van Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
36 822 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/927 tot wijziging van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen, liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrapportage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten en leninginitiëring door alternatieve beleggingsfondsen (Implementatiewet gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn)
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
Inleiding
De regering is de vaste commissie voor Financiën erkentelijk voor de aandacht die zij aan het onderhavige wetsvoorstel heeft geschonken en voor de door haar daarover gestelde vragen. De vragen worden zo veel mogelijk beantwoord in de volgorde van het door de commissie uitgebrachte verslag.
Algemeen
§ 2. Inhoud wijzigingsrichtlijn
De leden van de VVD-fractie vragen hoe de regels om financiële risico’s bij open-eind beleggingsinstellingen te beperken zich verhouden tot regels in andere landen, zoals de Verenigde Staten. Voorts vragen zij of de Europese regels restrictiever zijn dan de regels in andere landen. En zo ja, wat het effect hiervan is op de aantrekkelijkheid om te beleggen.
De regels omtrent liquiditeitsbeheer voor open-eind beleggingsinstellingen sluiten aan bij de aanbevelingen van IOSCO, die door toezichthouders wereldwijd zijn onderschreven.1 Potentiële liquiditeitsmismatches worden mondiaal als een stabiliteitsrisico gezien. In de meeste landen bestaan regels over liquiditeitsmanagement. Ook in de VS dienen beheerders van open-eind beleggingsfondsen te voldoen aan regels voor liquiditeitsbeheer. In de VS wordt met name gelet op hoe liquide een beleggingsfonds is en of aan de vraag van beleggers kan worden voldaan indien die hun deelnemingsrechten willen verkopen. De rapportageverplichtingen in de VS zijn afhankelijk van de vraag hoe liquide een fonds is. Hoe meer illiquide activa in een beleggingsfonds hoe vaker de beheerder dient te rapporteren richting de SEC.
§ 3. Inhoud wetsvoorstel
De leden van de VVD-fractie lezen dat het wetsvoorstel regelt dat er toestemming van de AFM is vereist voor het delen van interne bedrijfsactiviteiten (zoals IT en risicobeheer). Zij vragen de regering of zij het met deze leden eens is dat dit niet volgt uit de EU-richtlijnen en leidt tot extra lasten.
Het klopt dat de gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn niet voorschrijven dat toestemming nodig is van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor het delen van interne bedrijfsactiviteiten zoals IT of risicobeheer. De artikelen 2:67a, tweede lid, en 2:69c, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht zullen bij nota van wijziging worden aangepast zodat geen toestemming nodig is van de AFM indien de beheerder taken of activiteiten aan derden wil gaan verrichten die door de beheerder reeds worden verricht voor een door hem beheerde beleggingsinstelling.
Ook lezen de leden van de VVD-fractie dat de eisen van voltijdsbeschikbaarheid en EU-woonplaats gelden volgens de richtlijn voor feitelijke dagelijkse beleidsbepalers, niet alleen voor bestuurders. Kan de regering dit verduidelijken en bevestigen dat er geen nieuwe AFM-toets nodig is als hieraan al wordt voldaan?
Voorgeschreven wordt dat het dagelijks beleid van een beheerder van een beleggingsinstelling dient te worden bepaald door ten minste twee natuurlijke personen die voltijds beschikbaar zijn. Dit kunnen ook andere natuurlijke personen zijn naast de statutair bestuurders, indien deze personen het dagelijks beleid bepalen van de beheerder. Indien de desbetreffende personen reeds zijn getoetst op betrouwbaarheid en geschiktheid voor hun functie als dagelijks beleidsbepaler dan is er geen nieuwe AFM-toets nodig.
§ 3.3 Dagelijkse beleidsbepalers
De leden van de VVD-fractie vragen waarom ertoe besloten is om voor beleggingsinstellingen twee voltijds bestuurders verplicht te stellen. Is er eerdere casuïstiek waaruit blijkt dat dit in de praktijk niet gebeurt? Is dit noodzakelijk voor het goed functioneren van beleggingsinstellingen?
Voorgeschreven wordt dat het dagelijks beleid van een beheerder van een beleggingsinstelling dient te worden bepaald door ten minste twee natuurlijke personen die voltijds (minimaal 36 uur er week) in dienst zijn of die zich voltijds inzetten voor de uitoefening van de werkzaamheden van de beheerder en in de Europese Unie woonachtig zijn. Onder dagelijks beleid wordt in dit verband verstaan de beleid- en besluitvorming gericht op het dagelijks daadwerkelijke uitoefenen van het bedrijf van de financiële onderneming. Om te waarborgen dat er voldoende “substance” (wezenlijke aanwezigheid) is en de natuurlijke personen voldoende tijd hebben voor het verrichten van de werkzaamheden van de beheerder is voorgeschreven dat het noodzakelijk is dat minimaal twee natuurlijke personen voltijds in dienst zijn of zich voltijds inzetten voor de uitoefening van de werkzaamheden van de beheerder.
§ 3.4 Bewaarders
De leden van de VVD-fractie lezen dat de AFM pas kan instemmen met het aanstellen van een bewaarder in een andere lidstaat indien de AFM heeft vastgesteld dat in Nederland geen relevante bewaardiensten worden verleend rekening houdend met de beleggingsstrategie van de desbetreffende beleggingsrekening. De leden van de VVD-fractie vragen hoe vaak dit voorkomt.
Gelet op de grootte van de asset management sector in Nederland en het aantal bewaarders die zijn gevestigd in Nederland zal het niet zo snel voorkomen dat in Nederland geen relevante bewaardiensten kunnen worden verleend rekening houdend met de beleggingsstrategie van de desbetreffende beleggingsinstelling. Dat neemt niet weg dat het goed is die mogelijkheid in voorkomend geval wel te hebben.
§ 5.1 Regeldrukgevolgen
De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier gepoogd wordt de regeldruk voor bedrijven zo laag mogelijk te houden.
De implementatie van de gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn is lastenluw om extra regeldruk voor bedrijven te voorkomen. Bovendien is alleen van een lidstaatoptie gebruik gemaakt indien die optie meer mogelijkheden biedt voor bedrijven, en niet indien een lidstaatoptie tot meer regeldruk leidt.
§ 5.1.4 Rapportageverplichtingen
De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier de AFM ervoor zorgt dat de kosten zo laag mogelijk zijn voor bedrijven. Verder vragen de leden van de VVD-fractie hoe wordt voorkomen dat meer informatie door de AFM gevraagd wordt dan strikt noodzakelijk en of waar mogelijk is gekozen voor eenmalige rapportage in plaats van periodieke rapportage.
Om het voor bedrijven zo makkelijk mogelijk te maken om informatie te verstrekken aan de AFM zal de AFM waar mogelijk standaardformulieren ontwikkelen en kunnen beheerders gebruik maken van het AFM-portaal. De rapportageverplichtingen zijn conform de gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn geïmplementeerd in de Wet op het financieel toezicht. Op grond van de gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn dienen beheerders van een beleggingsinstelling of icbe periodiek bepaalde gegevens te verstrekken aan de AFM. Het gaat bijvoorbeeld om informatie over de financiële instrumenten waarin zij handelen en de posities en activa van elke door hen beheerde beleggingsinstelling respectievelijk icbe. Waar de gewijzigde richtlijnen een eenmalige rapportage voorschrijven is daarbij aangesloten. Zo kunnen de AFM en De Nederlandsche Bank (DNB) al dan niet periodiek andere gegevens verlangen indien deze gegevens nodig zijn om de stabiliteit van het financiële stelsel te waarborgen. Door voor te schrijven dat de AFM respectievelijk DNB de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) van deze uitvraag in kennis dienen te stellen, wordt voorkomen dat meer wordt uitgevraagd dan strikt noodzakelijk. De AFM kan daarnaast eenmalig aanvullende rapportages vragen als hieraan een verzoek van ESMA ten grondslag ligt. Het dient dan te gaan om rapportages bedoeld om de financiële stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel te waarborgen of duurzame groei op lange termijn te bevorderen. ESMA kan hierom uitsluitend verzoeken indien sprake is van uitzonderlijke omstandigheden.
De Minister van Financiën,
E. Heinen