Antwoord op vragen van het lid Van Nispen over het bericht dat één miljard euro kan worden bespaard door toe te werken naar structurele asielopvang en het toepassen van de principes van goed openbaar bestuur
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D04947, datum: 2026-02-03, bijgewerkt: 2026-02-03 13:28, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.C.G. Keijzer, minister voor Asiel en Migratie (BBB)
Onderdeel van zaak 2025Z06252:
- Gericht aan: M.H.M. Faber-van de Klashorst, minister van Asiel en Migratie
- Indiener: M. van Nispen, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1018
2025Z06252
Antwoord van minister Keijzer (Asiel en Migratie) (ontvangen 3 februari 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr.
2200
Vraag 1
Bent u bekend met het advies van de Adviesraad Migratie en de Raad voor
het Openbaar Bestuur: 'Goed geregeld Asielopvang als maatschappelijke
opgave'? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u van de duidelijke conclusie van dit rapport waarin wordt
gesteld dat de asielopvang één miljard euro goedkoper kan bij voldoende
structurele opvang?
Antwoord op vraag 2
Ik heb de onderbouwing van de Adviesraad Migratie (AM) en de
Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gelezen. Het demissionaire kabinet
deelt de conclusie dat dure noodopvang zo snel en zo veel mogelijk moet
worden afgebouwd. Om dat te realiseren neemt het kabinet maatregelen om
het aantal mensen dat in Nederland asiel aanvraagt te doen afnemen. Ook
zet het kabinet in op terugkeer van mensen waarvan de asielaanvraag is
afgewezen en wordt een pakket van maatregelen uitgewerkt om de
statushouders sneller uit de asielopvang te krijgen en woonruimte te
bieden. Uw kamer is in een brief1 van 11 juli 2025 over
dit samenhangend pakket aan maatregelen geïnformeerd. In deze brief is
eveneens opgenomen dat het COA kan toewerken naar een reguliere
capaciteit van 70.000 opvangplekken op voorwaarde dat deze opzegbaar
zijn. Met het realiseren van meer reguliere plekken kan de opvang
inderdaad goedkoper worden. De precieze besparing hangt af van het
aanbod en de duur van de opvanglocaties. Daarnaast is het van belang om
de instroom verder te beperken. Binnen de bestaande kaders lukt het niet
meer om, met de huidige instroom van asielzoekers, te voorzien in alle
(sociale) voorzieningen.
Vraag 3
Wat vindt u van de analyse dat de kosten juist hoger zijn dan nodig
doordat de asielopvang telkens in een crisissfeer tot stand komt
waardoor niet de beste keuzes worden gemaakt? Kunt u uw antwoord
toelichten?
Antwoord op vraag 3
De analyse deel ik ten dele. Ondanks voornemens van eerdere
kabinetten om de asielinstroom te doen afnemen bleef de druk op de
opvangcapaciteit hoog. Door verscheidene ontwikkelingen, waaronder ook
de tijd die nodig is om wet- en regelgeving aan te passen, bleek de
uiteindelijke bezetting lastig te voorspellen. De inzet van noodopvang
bleef daarom nodig. Tevens is er voor het realiseren van voldoende
aanbod van asielopvangcapaciteit een niet eenvoudige taak voor gemeenten
gelegd waar niet in alle gevallen aan kon worden voldaan. Juist om de
hoge kosten die met asielopvang gemoeid zijn te doen afnemen zet het
kabinet in op instroombeperkende en uitstroombevorderende maatregelen.
Tevens wordt ingezet op het sneller ontvangen van een IND-besluit en, na
negatief besluit, snellere terugkeer naar het land van herkomst. De
wetsvoorstellen met maatregelen die hieraan bijdragen liggen in de
Eerste Kamer voor behandeling.
Vraag 4
Hoe reflecteert u los van de spreidingswet op de afspraken die met
gemeenten over de verdeling en toereikende financiering zijn gemaakt?
Bent u het met de onderzoekers eens dat dit onvoldoende
gebeurt?
Antwoord op vraag 4
Het kabinet zet zich in om gemeenten toereikende financiering te bieden
om aan de taakstellingen omtrent de verschillende opgaven te voldoen.
Het Kabinet blijft over de toereikende financiering in gesprek met
gemeenten.
Vraag 5
Bent u het met de schrijvers van het onderzoek eens dat het aantal
mensen dat bescherming zoekt voornamelijk wordt beïnvloed door externe
factoren zoals oorlogen elders? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 5
Externe factoren als oorlog zijn een belangrijke reden dat mensen hun
land van herkomst verlaten. Tegelijkertijd zorgt de instroom van mensen
die asiel aanvragen voor extra druk op de (sociale) voorzieningen in
Nederland, waardoor het niet mogelijk is om hier binnen de bestaande
kaders in te voorzien. Het kabinet is ook van mening dat Nederland geen
aantrekkelijker bestemmingsland dient te zijn dan andere
EU-lidstaten.
Met het voeren van een streng asielbeleid wenst het kabinet de opvang
van asielzoekers beter te spreiden over andere landen. Het Europees
Migratiepact dat op 12 juni 2026 in werking treedt zal hier naar
verwachting aan bijdragen. De wetsvoorstellen liggen in de Eerste Kamer
voor behandeling.
Vraag 6
Wat vindt u ervan dat een bezet bed in de opvang in 2023 gemiddeld 57
procent duurder was dan een bezet bed in 2014 zoals wordt geconcludeerd?
Waar komen deze extra kosten terecht volgens u?
Antwoord op vraag 6
Het COA spant zich in om toegekende publieke middelen zo doelmatig en doeltreffend mogelijk in te zetten. De afgelopen jaren heeft de asielketen ondanks inspanningen onder grote druk gestaan en is de druk op de opvangcapaciteit continu hoog gebleven. Dat uit zich in een landelijk hoge bezettingsgraad en een grote afhankelijkheid van inzet van noodopvanglocaties. Deze locaties kosten meer dan reguliere opvanglocaties. Ook het organiseren van diensten/begeleiding op en rondom noodopvanglocaties is vaak duurder.
Zoals toegelicht onder vraag 2, deelt het kabinet de conclusie dat dure noodopvang zo snel en zo veel mogelijk moet worden afgebouwd.
Vraag 7
Bent u het eens met de conclusie dat de rol van het Rijk als
stelselverantwoordelijke betekent dat het Rijk duidelijke beleidsdoelen
formuleert en daar concrete en voldoende middelen aan koppelt? Vindt u
dat er voldoende middelen begroot zijn de komende jaren voor de
uitvoeringsinstanties? Kunt u dit duidelijk toelichten?
Antwoord op vraag 7
Ja, ik ben het eens met die conclusie. Het doel van het kabinet is de druk op de asielketen te doen afnemen met een stringent migratiebeleid. Met een dalende instroom en maatregelen die de uitstroom bevorderen zal de bezetting afnemen waardoor er op termijn minder financiële middelen nodig zijn. De huidige meerjarenreeks laat vanaf 2027 bij het COA een dalende trend zien.
Vraag 8
Bent u bereid het advies over te nemen om de stem van medeoverheden en
uitvoeringsorganisaties zwaarder mee te wegen in de ontwikkeling van het
asielopvangbeleid? Zo ja, op welke manier?
Antwoord op vraag 8
Het demissionair kabinet en ministerie van Asiel en Migratie onderhouden dagelijks contact met medeoverheden en de uitvoeringsorganisaties in de migratieketen. Zij hebben een belangrijke signalerende functie voor eventuele knelpunten in de keten. Dit contact vindt plaats in vele verbanden en in alle niveaus van de organisaties. De stem van medeoverheden en uitvoeringsorganisaties is van belang en wordt zorgvuldig meegewogen in de besluitvorming van het demissionair kabinet.
Vraag 9
Kunt u inzicht geven in de aankomende plannen om dure
(crisis)noodopvangplekken te vervangen door reguliere opvangplekken? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 9
Het kabinet zet primair in op maatregelen die zien op het beperken van de instroom en het bevorderen van de uitstroom. Als voorbeeld voor de plannen op het gebied van instroombeperking verwijs ik naar de voorstellen voor de asielnoodmaatregelenwet en het tweestatusstelsel die de Eerste Kamer momenteel in behandeling heeft. Ook het Europees migratiepact dat op 12 juni 2026 in werking treedt zal naar verwachting de instroom doen dalen. Op het gebied van uitstroombevordering verwijs ik naar de bekostigingsregeling voor doorstroomlocaties (DSL) en de regeling voor een eenmalig bedrag bij uitstroom naar onzelfstandig wonen of tijdelijk onderdak (HAR+). Deze maatregelen hebben het doel om de druk op de asielopvang te doen afnemen waardoor dure noodopvanglocaties kunnen worden afgebouwd.
Vraag 10
Kunt u een overzicht geven van de verwachting van de groei of daling van
de structurele opvangcapaciteit en bijbehorende kosten in de jaren 2025,
2026 en 2027? Waar is dat op gebaseerd?
Antwoord op vraag 10
De groei of daling van de benodigde (structurele) opvangcapaciteit in de jaren 2025, 2026 en 2027 is onder meer afhankelijk van de nieuwe Meerjaren Productie Prognose (MPP) die op 26 september jl. naar de Tweede Kamer is gestuurd. Zoals gebruikelijk beziet het kabinet op reguliere financiële besluitvormingsmomenten of bijstellingen voor het COA nodig zijn, onder andere op basis van de meest actuele prognoses uit de MPP.
Vraag 11
Hoe zorgt u ervoor dat we zo snel mogelijk af kunnen van (commerciële)
noodopvangplekken die onnodig duur zijn waarmee belastinggeld niet
doelmatig wordt besteed, nog los van de verwachte aantallen asielzoekers
dat zich nu eenmaal moeilijk precies laat voorspellen?
Antwoord op vraag 11
Het demissionair kabinet probeert de kosten voor asielopvang te reduceren door 1) in te zetten op het omzetten van noodopvang naar reguliere opvanglocaties en 2) maatregelen te nemen om de instroom te beperken en de doorstroom van statushouders uit de COA opvang te bevorderen. Maatregelen om instroom te beperken zijn onder andere de wetsvoorstellen voor het tweestatusstelsel en de asielnoodmaatregelenwet die in afwachting zijn van behandeling in de Eerste Kamer. Maatregelen om de doorstroom van statushouders te verbeteren zijn de inzet op doorstroomlocaties en de verlenging van de Hotel- en Accommodatie Regeling (HAR).
1) Adviesraad Migratie en Raad voor het Openbaar Bestuur, 26 maart 2025 (www.adviesraadmigratie.nl/publicaties/adviezen/2025/03/26/asielopvang-als-maatschappelijke-opgave)
Kamerstukken II, 19637 nr. 3457↩︎