Water (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D04967, datum: 2026-02-02, bijgewerkt: 2026-02-03 10:40, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-02 10:00: Water (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Water
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 2 februari 2026 overleg gevoerd met de heer Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat, over:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2026 (36800-J);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 19 september 2025 inzake negende voortgangsrapportage Noordzeeoverleg (33450, nr. 135);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 16 september 2025 inzake kabinetsreactie op het Deltaprogramma 2026 (36800-J, nr. 3);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 30 oktober 2025 inzake wateroverlast door grootschalige extreme regen (27625, nr. 721);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 13 oktober 2025 inzake 28e voortgangsrapportage Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (32698, nr. 93);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 13 november 2025 inzake heruitgave rapport Ruimte voor zeespiegelstijging (36800-J, nr. 5);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 10 december 2025 inzake rapport "Drinkwaterkwaliteit 2024" en beoordeling bedrijfsverslagen drinkwaterbedrijven 2024 (27625, nr. 729);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 8 januari 2026 inzake zesde voortgangsrapportage pfas Zeeland (35334, nr. 423);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 22 december 2025 inzake uitkomsten van het traject naar aanleiding van de motie van het lid Hagen over juridische mogelijkheden om pfas-schade in de Westerschelde te verhalen op 3M (Kamerstuk 30175-402) (35334, nr. 422);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 19 december 2025 inzake rapport Mariene Strategie (deel 1) over boordeling Noordzee, goede milieutoestand en milieudoelen (33450, nr. 137);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 8 januari 2026 inzake tiende voortgangsrapportage Noordzeeoverleg (33450, nr. 138);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 23 januari 2026 inzake rapport "Onveiligheid door extreme regen" van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (27625, nr. 734);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 23 januari 2026 inzake beantwoording vragen commissie over de kabinetsreactie op het Deltaprogramma 2026 (Kamerstuk 36800-J-3) (36800-J, nr. 7);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 23 januari 2026 inzake toezegging gedaan tijdens het commissiedebat Water van 24 september 2025, over officiële zwemwaterlocaties (27625, nr. 733);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 27 januari 2026 inzake stand van zaken op verschillende onderwerpen binnen het waterveiligheidsdomein (32698, nr. 94);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 26 januari 2026 inzake reactie op verzoek commissie over ambtelijke adviezen en stukken die gebruikt zijn in de voorbereiding van en besluitvorming over het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn (33037, nr. 638);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 27 januari 2026 inzake verzamelbrief ten behoeve van het wetgevingsoverleg Water van 2 februari 2026 (27625, nr. 735).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Peter de Groot
De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Schukkink
Voorzitter: Bromet
Griffier: Meedendorp
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Boelsma-Hoekstra, Bromet, Grinwis, Heutink, Kostić, Van der Plas, Schutz en Vellinga-Beemsterboer,
en de heer Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Aanvang 10.00 uur.
De voorzitter:
Dames en heren. Het is 10.00 uur, dus we gaan stipt op tijd beginnen.
Dit is het wetgevingsoverleg Water van de vaste commissie voor
Infrastructuur en Waterstaat. Ik heet de minister van Infrastructuur en
Waterstaat, de heer Tieman, en zijn ondersteuning van harte welkom in
dit debat, evenals de woordvoerders. Misschien komen er zo meteen nog
een paar binnendruppelen. We hebben tot 17.00 uur in de planning staan
voor dit wetgevingsoverleg, maar wellicht kan het wat sneller. Dat gaan
we zien. Ik ben zelf ook woordvoerder en zal helemaal aan het eind
namens GroenLinks-PvdA het woord voeren, want er was geen andere
voorzitter beschikbaar.
Ik wil voorstellen om de interrupties als volgt te doen: vier losse
interrupties. Als een interruptie langer duurt dan 30 seconden, wil ik
'm graag rekenen voor twee, maar duurt die korter dan 30 seconden, dan
is die gratis. Dat verlevendigt het debat en ging in de andere
commissies waar ik de afgelopen weken voorgezeten heb, hartstikke goed.
Het dwingt de Kamerleden om korte vragen te stellen, maar dan kun je ook
wel een heleboel vragen.
We houden de sprekersvolgorde van de begroting aan, dus dat gaat op
grootte, omdat we op dit moment geen oppositie en coalitie hebben. De
heer Grinwis zit vooraan en de ChristenUnie is helemaal niet de grootste
partij ...
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nog niet!
De voorzitter:
... maar hij heeft een bruiloft vanmiddag en dat is natuurlijk ook
hartstikke belangrijk. Hij heeft het verzoek gedaan, en dat wil ik even
aan de commissie voorleggen, om als eerste te mogen spreken, zodat hij
daarna kan afreizen naar het feest.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wens de heer Grinwis heel erg veel plezier en natuurlijk mag hij als
eerste.
De voorzitter:
Namens ons allemaal. Maar nu eerst het belangrijke: water en ons land.
De heer Grinwis heeft het woord.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank, en ook dank aan mijn collega's. Ik denk dat ik 'm rond
elf uur peer. Ik beluister dus nog wel een paar bijdrages, maar niet
allemaal.
Water: dat gaat over een existentiële materie. Het is mooi om daar
vandaag bij stil te staan, zeker de dag na gisteren, de herdenking van
de Watersnoodramp. "Van na de ramp blijven" staat eigenlijk centraal op
zo'n dag, en dat is geen vanzelfsprekendheid. Gisteren stond men in tal
van plaatsen in het zuidwesten van ons land, bijvoorbeeld in Ouwerkerk
en Oude-Tonge, stil bij de Watersnoodramp van 1953. "Van na de ramp
blijven" is de missie waarmee we in 2010 het Deltaprogramma hebben
opgestart: een volgende watersnoodramp voor blijven, anders
gezegd.
2026 is een belangrijk jaar in deze missie, want dit jaar herijken we,
heractualiseren en concretiseren we in het Deltaprogramma de
deltabeslissingen uit 2014. Ik hoop op beslissingen met visie en lef,
bijvoorbeeld als het gaat om Rijnmond-Drechtsteden, in samenhang met de
komst van de Derde Maasvlakte en Delta21. Op welke wijze wordt de Kamer
daarin meegenomen, is mijn vraag. Is het niet een idee om dit voorjaar
met de deltacommissaris en de nieuwe bewindspersoon op werkbezoek te
gaan als commissie, om ons goed te prepareren op deze beslissingen? Dat
is eigenlijk meer een procedurevoorstel dan een vraag.
Deze herijking zal leiden tot ruimtelijke keuzes en nieuwe noodzakelijke
investeringen, terwijl er nu al in het Deltafonds te weinig middelen
zijn voor de uitvoering van het Deltaprogramma tot en met 2039 en dus
ook geëxtrapoleerd tot 2050. In dit kader biedt de budgettaire bijlage
bij het coalitieakkoord ook weinig hoop. Sowieso is er veel te weinig
uitgetrokken voor infrastructuur om geloofwaardig de bestaande opgaven
op te kunnen pakken, maar ook binnen de wel uitgetrokken middelen heb ik
geen euro kunnen ontdekken voor urgente projecten zoals de vervanging
van het gemaal IJmuiden à 1,2 miljard en de spuimiddelen in de
Afsluitduik.
Hoort het gemaal IJmuiden bij de prioritaire infrastructuurprojecten
waar geld voor is uitgetrokken? Maar waarom wordt Zuidasdok dan wel
genoemd en IJmuiden niet? Of gaat het deel van de structurele plak voor
beheer en onderhoud, bijvoorbeeld 100 à 200 miljoen per jaar, naar het
Deltafonds? Wat is, gelezen de budgettaire bijlage bij het
coalitieakkoord, volgens de minister een verstandige verdeling? Gegeven
de daarin aangegeven budgettaire kaders lijkt die verdeling namelijk nog
open te liggen.
Voorzitter. Soms ben ik bang dat we op het gebied van waterveiligheid te
zelfgenoegzaam zijn geworden. Zo duurt de uitvoering van projecten uit
het Hoogwaterbeschermingsprogramma, HWBP, te lang. Vorig jaar diende ik
daarover een motie in, Kamerstuk 27625, nr. 711. Ik lees in de brief van
vorige week dat er met de herijking invulling is gegeven aan deze motie,
maar is dat echt zo? Ik las niets over de in de motie gevraagde
verkenning om de doorlooptijd van projecten te verkorten. Op welke wijze
zijn bijvoorbeeld de waterbouwers betrokken bij de beschreven herijking?
Is het niet te veel een intern proces geweest? Is in de herijking
inhoudelijk het principe "scherp beoordelen, robuust versterken"
voldoende verankerd? Deskundigen hebben er terecht op gewezen dat er op
dit moment niet scherp beoordeeld wordt en dat daarvoor wijzigingen
nodig zijn in de manier van werken bij het HWBP. Wil de minister hierop
ingaan?
Voorzitter. Ruimte voor de Rivier 2.0 gaat erg veel over de rivier, maar
weinig over ruimte. Zo komt het in ieder geval op mij over. Is er al
zicht op concrete ruimtelijke projecten met dijkverleggingen? Zo ja,
welke? En over hoeveel kilometer dijkverlegging hebben we het dan? Welke
bypasses, zoals het Reevediep bij Kampen, kunnen we tegemoetzien? Welke
plekken langs onze grote rivieren lenen zich daar goed voor volgens deze
minister?
Voorzitter. Zoetwater en woningbouw. Hoe staat het eigenlijk met de
uitvoering van de motie-Grinwis/Peter de Groot (36600-J, nr. 23)? In
vervolg op deze motie is het project Waterfront bij Lelystad weer
losgetrokken, maar geldt dat inmiddels ook voor Nieuw Monnickendam? De
ambtsvoorganger van deze minister zou daarmee aan de slag gaan, ook al
hadden zijn ambtelijke adviseurs daar niet zo heel veel zin in. Hoe het
ook zij, de Kamer staat erop. De vaak ingebrachte
zoetwatertegenargumenten zijn zo marginaal dat ze nauwelijks serieus te
nemen zijn. Waar de zoetwaterzorgen wél veel serieuzer genomen moeten
worden dan nu gebeurt, is in het zuidwesten des lands. Hoe staat het met
het overleg met de provincies Zeeland en Zuid-Holland en met de
gemeenten Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee over de toekomst van
het Grevelingenmeer? Liggen beide opties op tafel bij de minister,
namelijk zowel een tweede doorlaatmiddel in de Brouwersdam als een
verzoeting van het Grevelingenmeer? Hoe en met wie wil IenW de afweging
gaan maken? Vooralsnog zie ik overigens nog geen geld in het Deltafonds,
voor welke optie dan ook. Deelt de minister die constatering?
Dan kom ik bij drinkwater. Ik constateer dat de minister in reactie op
de KRW-inbreukprocedure overweegt om onttrekkingsvergunningen periodiek
te gaan herzien, terwijl er in de komende paar jaar juist 100 miljoen
kubieke meter extra te vergunnen capaciteit nodig is voor
drinkwaterbedrijven. Is dat nou wel zo verstandig zolang we een
achterstand hebben in de beschikbaarheid van drinkwaterbronnen? Als de
minister dit voornemen zou doorzetten, kwalificeren
onttrekkingsvergunningen zich dan als zaak c.q. als dwingende reden van
groot openbaar belang? Wat kan de minister op dit punt toezeggen om onze
zorgen weg te nemen? Drinkwaterbedrijven moeten kunnen blijven
investeren. Daartoe wordt de WACC — dat is een financiële term —
enigszins verruimd. Deze verruiming tot en met 2027 is echter nog geen
structurele oplossing. Welke structurele oplossing stelt de minister
voor?
Naast zorgen voor meer drinkwaterbronnen, hebben we ook gewoon zuiniger
om te gaan met drinkwater. Hoe staat het in dit kader met de uitvoering
van de aangenomen motie-Grinwis/Stoffer (27625, nr. 677)? Wanneer wordt
het Drinkwaterbesluit aangepast? Wordt de Kamer daarover geïnformeerd?
Graag een toezegging op dit punt. Nu extrapoleert de minister wel heel
makkelijk de aanbeveling van het RIVM om het Bouwbesluit niet aan te
passen naar het dan ook maar niet aanpassen van het Drinkwaterbesluit.
Dat betekent dat de minister het risicomijdende advies van het RIVM ook
nog eens risicomijdend interpreteert. Dat vind ik echt te makkelijk en
onwenselijk.
Voorzitter. Ik beschouw de motie-Grinwis/Stoffer dan ook niet als
afgedaan. Misschien wil de griffier daar een notitie van maken, want de
minister ziet de motie wél als afgedaan, schrijft hij in zijn brief. In
de motie vragen wij echter om aanpassing van het Drinkwaterbesluit. Dat
kan prima, gelezen het advies van het RIVM. De minister heeft dat dus
gewoon te doen, wat mij betreft. Ik krijg graag de toezegging dat hij
zijn afdoening heroverweegt en het Drinkwaterbesluit alsnog aanpast. Wat
in Vlaanderen kan, kan hier ook. Ik word zo langzamerhand gallisch van
formuleringen als "het kan niet uitgesloten worden dat", zoals ik nu ook
weer tegenkwam in de RIVM-verkenning. Als dat de interpretatie wordt van
het voorzorgsprincipe, kunnen we beter stoppen met ademhalen. Voor je
het weet, adem je iets onwelgevalligs in. Ik zou de minister willen
zeggen: het kan wél. Verder herhaal ik de steun van de ChristenUnie voor
een nationaal lozingsverbod voor pfas.
Voorzitter. Dan kom ik bij mijn laatste onderwerp: waterkwaliteit. Veel
collega's gaan daar volgens mij een veel groter deel van hun bijdrage
aan besteden, vandaar dat ik de afweging heb durven maken om daar aan
het eind pas wat over te zeggen. Ik heb het met name over het
opgeschorte achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn. Hoe staat het met
de uitvoering van de volgende onderdelen uit het dictum van de motie
(33037, nr. 631) die ik hierover ingediend heb? In de motie verzoek ik
de regering namelijk onderwijl in overleg te gaan met de waterschappen
over een heldere en voor ieder navolgbare aanwijzing van de
aandachtsgebieden. Ook verzoek ik in de motie de regering conform de
motie-Vedder c.s. de ingroei naar doelsturing, zoals beschreven in het
concept-achtste actieprogramma, onverdroten voort te zetten, zodat er
geen tijd verloren gaat en agrariërs, onder andere in de
aandachtsgebieden, komend jaar op perceelniveau het
stikstofbodemoverschot kunnen gaan meten. Welke acties zijn er reeds
uitgevoerd? Welke acties moeten er nog ondernomen worden om de
aanpassing van de aandachtsgebieden en de gevraagde doelsturing in het
najaar door te voeren? Ik vraag daarnaar bij deze minister omdat ik weet
dat hij en zijn ambtenaren weliswaar echt knokken voor onze
waterkwaliteit, maar dat ze ook wel een beetje dwarslagen bij
doelsturing. Ze vonden de positieve consequentie van doelsturing,
namelijk het toekennen van een hogere gebruiksnorm als de situatie in
het grondwater goed is, niet passen bij het verslechteringsverbod. Dat
is toch wel een wat bizarre interpretatie, vind ik. De Kamer vindt dat
ook, in ruime meerderheid. Graag een geruststellende reactie.
Wat is in het kader van het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn de
reactie van het kabinet op de brief van Eurocommissaris Roswall? Zij
acht aanscherpingen nodig. Welke aanscherpingen heeft de minister voor
ogen? Met deze vraag besluit ik mijn eerste en enige termijn in dit
WGO.
De voorzitter:
Dank u wel. U blijft nog heel even om te luisteren naar de inbreng van …
O, u heeft een interruptie van de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als de heer Grinwis over de KRW begint, ben ik wel heel benieuwd wat
voor advies hij aan de minister heeft om te voorkomen dat Nederland op
een waterslot terecht gaat komen, natuurlijk naast het uitvoeren van de
plannen om de kwaliteit van drinkwater te verbeteren.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Daar heb ik niet gelijk een heel sluitend antwoord op. Ik denk dat het
goed is om onderscheid te maken tussen wat wij in Nederland aan
vervuilende stoffen toevoegen en wat meer natuurlijk in het systeem zit
via onze buurlanden dan wel qua nalevering uit de bodem. Denk aan
naleverende fosfaatbodems en zoute kwel. Ook vind ik het verstandig om
beter te meten. Ik bedoel dat je niet alleen het uitlaatwater dat je als
waterschap hebt ingelaten, meet, maar ook het inlaatwater. Dan stapel je
niet ongemerkt opgaven bij bepaalde actoren, zoals boeren, terwijl die
opgaven er niet horen te zijn. Als je dat beter voor elkaar gaat boksen
en beter onderscheid gaat maken tussen beïnvloedbare en
niet-beïnvloedbare zaken, denk ik dat je een sterkere casus opbouwt. Op
de beïnvloedbare zaken moet je dan namelijk echt gaan leveren. Dan kun
je naar Brussel, ook al geldt het "one out, all out"-principe, waar we
allemaal, of in ieder geval veel van ons, onze bedenkingen bij hebben.
Dan moet je echt een goed verhaal hebben. Nu is het wat diffuus, omdat
niet helder is of we genoeg doen qua beïnvloedbare zaken en omdat we
straks misschien afgerekend worden op iets wat we niet hebben gedaan aan
niet-beïnvloedbare zaken. Dit is een beetje een technisch antwoord, maar
hierin zit volgens mij de basis om uit de klem te komen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het probleem daarbij is dat we nog maar een jaar hebben. Meneer Grinwis
heeft gelijk als het gaat over het meten, maar moeten we niet ook een
noodscenario voorbereiden voor het geval we tegen de muur aan het botsen
zijn? Alles lijkt er nu op dat we tegen die muur gaan aanbotsen als het
gaat om de afrekening van de Europese Commissie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Volgens mij zijn we al vanaf 2005 bezig met de implementatie van de
Kaderrichtlijn Water. Ik mag er toch van uitgaan dat er op het
ministerie en bij de waterschappen veel scenario's klaarliggen voor het
geval dat het allemaal wat minder goed wordt. Maar we horen graag de
reactie van de minister. We gaan ons toch niet zo laten verrassen als in
2019, met stikstof, lijkt mij. We zijn toen verrast door de Raad van
State. Als dat wel het geval is, hebben we collectief zitten
slapen.
De voorzitter:
Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Van der Plas van de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb een korte vraag aan de heer Grinwis. Vindt hij dat er
versoepelingen zouden moeten komen voor gebieden waarin het beter gaat
met de waterkwaliteit of de waterkwaliteit op orde is?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, daar ben ik het in principe mee eens. Ik vind dat het met name via
de band van doelsturing zal moeten gebeuren. Generiek kun je zeggen: in
gebieden waarin het beter gaat met het water kun je ruimere
gebruiksnormen toepassen. Maar je hebt ook gebieden waar dat niet op
gebiedsniveau is vast te stellen, zoals aandachtsgebieden. Ik vind dat
je als agrariër op basis van het stikstofoverschot in je bodem, nadat er
geoogst is, via doelsturing concreet moet kunnen aantonen hoe het ervoor
staat met die bodem en dat er bijna geen risico is dat er iets uitspoelt
en afspoelt. Dan mag er ook een hogere gebruiksnorm gaan gelden. Ik denk
dus dat dit vooral via de band van doelsturing zal moeten gebeuren. Daar
maakte ik een opmerking over. Daarbij vind ik het tegenargument van een
verslechteringsverbod een onjuiste interpretatie van het
verslechteringsverbod. Dat zou ik echt zeer onwelgevallig vinden, want
dan kunnen we niks meer. In generieke zin kun je iets ruimer zijn waar
het beter gaat in ons land. Tegelijkertijd vind ik wel dat we moeten
oppassen dat we niet onze milieugebruiksruimte iedere keer maximaal
tegen de rand gaan opvullen. We moeten er wel over nadenken dat we dat
op een robuuste en volhoudbare wijze doen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het achtste actieprogramma gaf die mogelijkheid natuurlijk, maar dankzij
een motie van de heer Grinwis is het achtste actieprogramma aan het
volgende kabinet gelaten. Over het volgende kabinet gesproken: ziet de
heer Grinwis met dit nieuwe kabinet mogelijkheden voor de toekomst van
de boeren, dus dat ze inderdaad versoepelingen krijgen? Hoe optimistisch
is hij daarover?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Even een correctie: het is niet door mijn motie dat het achtste
actieprogramma er niet is. Mevrouw Van der Plas weet als geen ander dat
men er in het kabinet van z'n lang zal ze levensdagen niet uit was
gekomen, voor de kerst niet en na de kerst niet. Het achtste
actieprogramma zou sowieso, met of zonder motie, nu niet zijn ingevoerd.
Dat even ter heel duidelijke correctie.
Het is maar goed dat mijn motie er ligt, omdat die niet alleen een
nee-boodschap gaf, maar ook een ja-boodschap, namelijk: word het eens
over de duiding van de data die onder de actualisatie van de
aandachtsgebieden ligt. En ten tweede: ga onverdroten voort met
doelsturing, omdat juist dat van belang is voor agrariërs die
aantoonbaar schoon werken en nu worden afgestraft voor vervuiling die
zij niet veroorzaken. Dat staat in de motie. Die is heel breed gesteund,
van links tot rechts. Waarom zou ik dan op voorhand de nieuwe
bewindspersonen gaan wantrouwen dat ze daar niks mee zouden doen?
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik doelde eigenlijk op het coalitieakkoord dat er nu is gekomen. Ik
vroeg me af hoe de ChristenUnie daarnaar kijkt als het gaat om eventuele
versoepelingen voor boeren als bijvoorbeeld de waterkwaliteit op orde is
of als het op andere manieren goed gaat. Of voorziet de heer Grinwis dat
straks alles juist nog strenger wordt en er nooit meer een versoepeling
kan komen?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank voor deze vraag. Dat is een beetje koffiedik kijken. Ik snap de
zorg die ik in de vraag van mevrouw Van der Plas hoor doorklinken. Ik
vind het een vrij technocratisch stuk, zoals het is opgeschreven in het
coalitieakkoord. Het nadeel van technocratische zinnen is dat je ze heel
terughoudend kunt interpreteren. Daarom noemde ik bewust het voorbeeld
van doelsturing. Daar is een strijd tussen, laten we zeggen, ambtelijk
IenW en ambtelijk LVVN. Je kunt met deze tekst uit het coalitieakkoord
twee kanten uit. Ik zal er in ieder geval voor waken dat de politieke
uitspraak die we hier als Kamer hebben gedaan over doelsturing wordt
uitgevoerd. Dat betekent dus dat je je niet moet opsluiten in dogma's
die in de praktijk niet werken. Tegelijkertijd wil ik voorkomen dat je
vanuit een soort van wantrouwen elke maatregel maar tegenhoudt.
Ik ga hier dus — hoe zal ik het zeggen? — hopelijk met genoeg kennis van
zaken en pragmatisch in. Maar ik wil niet dat dit coalitieakkoord ertoe
leidt dat er alleen maar aanscherpingen zouden zijn, terwijl er gebieden
zijn waar je een ruimere stikstofgebruiksnorm zou kunnen hanteren,
temeer omdat de huidige stikstofgebruiksnorm soms tot een soort
verschraling zal gaan leiden, ver onder het landbouwkundig optimum, wat
de facto ook weer slecht kan uitwerken voor bodemkwaliteit en
uitspoeling. Daar kan ik niet het laatste woord over zeggen, maar ik ga
daar wel scherp op letten. De huidige technocratische teksten zijn nog
te vaag om nu al te zeggen of er voor de boeren enorm lijden dreigt of
dat het fantastisch wordt. Daar kunnen we nu volgens mij nog geen goede
uitspraak over doen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Collega Grinwis is fan van doelsturing; dat weet ik. Maar staat hij ook
open voor oprechte verbeterpunten en aandachtspunten vanuit ambtenaren,
juristen en onze eigen kennisinstellingen als het gaat om
doelsturing?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, als vanzelf. Ik doe niet anders. Sterker, al mijn gedachtes over
doelsturing komen niet alleen uit de praktijk, van praktijkbezoeken aan
boeren die al daarmee werken of experimenteren, Koeien &
Kansenbedrijven en wat niet al, of onderzoeksboerderijen van de
Wageningen Universiteit. Het komt ook uit de wetenschappelijke
rapporten, onder andere van diezelfde Wageningen Universiteit. Als het
goed is, dan weet collega Kostić dat. Want de moties die ik hierover heb
ingediend, staan vol met die verwijzingen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik hoor mijn collega namelijk vooral zeggen "voer die doelsturing uit,
no matter what, en verzand niet te veel in die ambtelijke commentaren",
terwijl de ambtenaren terecht wijzen op juridische bezwaren en onze
kennisinstellingen wijzen op het probleem dat er straks meer handhaving
nodig is.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat er meer handhaving nodig is bij zo'n individueler spoor, geef ik
gelijk toe. Het is geen reden om het niet te doen, hè? Ik verwacht zelf
dat in de toekomst, als we doelsturing echt serieus nemen, er een soort
keuzemenu wordt geboden: of je volgt de duidelijke, eenduidige maar soms
ook wat te rigide middelvoorschriften of je gaat de uitdaging van
doelsturing aan. Doelsturing zal veel vergen van veel agrariërs en niet
elke agrariër zal daarvoor kiezen. Eerlijk gezegd verwacht ik zo'n
methode. Natuurlijk moeten we goed luisteren naar juristen en naar
andere adviseurs. Ik constateer tegelijkertijd dat sommige praktijken in
andere landen allang worden toegepast. Neem het concrete voorbeeld dat
in mijn motie staat over het achtste actieprogramma. Dat gaat over
metingen van het N-residu, het stikstofresidu in de bodem na de oogst.
Dat gebeurt in Vlaanderen allang en wij doen dat niet. In Vlaanderen
blijkt dat het prima werkt en dat je op basis daarvan kunt spelen met je
stikstofgebruiksnorm. Waarom ga je dan op voorhand doelsturing
onmogelijk maken op basis van: ja, maar daarmee is niet helemaal
afgedekt dat de oppervlaktewaterkwaliteit niet negatief wordt beïnvloed?
Deze benadering is de dood in de pot. Daarmee duw je eigenlijk elk
initiatief om de wereld beter te maken bij voorbaat de grond in, en
juist van die politiek ben ik niet.
De voorzitter:
Lid Kostić, pas op dat het niet een landbouwdebat wordt, want dat komt
later. Het gaat nog steeds over water.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik probeer gewoon te voorkomen dat we weer tegen een muur aanlopen omdat
we overgeschakeld zijn naar een nieuw systeem dat niet blijkt te werken.
Mijn laatste vraag is of de ChristenUnie met ons wil meewerken om meer
geld vrij te maken voor toezicht en handhaving.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja hoor, daar ben ik nooit te beroerd voor.
De voorzitter:
Dank. Dan is nu het woord aan D66, mevrouw Vellinga-Beemsterboer.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. "Water, de rest komt later" leerde ik als kind.
Dat was de catchfrase van een campagne rondom brandwonden, maar die
uitspraak past ook wel bij vandaag. Zonder water geen leven. Het
onderwerp water is breed, is voor mij redelijk nieuw en gaat ons
allemaal aan. Waterschappen, gemeentes, provincies en het Rijk hebben
samen de verantwoordelijkheid om te zorgen voor schoon water in de
juiste hoeveelheden en in een veilige omgeving.
Maar het fundament van onze waterhuishouding moet op de schop. Door
klimaatverandering klotst het water soms over de plinten, terwijl
extreme droogte en vervuiling door pfas de levering van schoon
drinkwater onzeker maken. We zijn wereldwijd bekend als de temmers van
het water; denk aan Lely's Flevoland, de Afsluitdijk en de Deltawerken.
Maar na de dreigende rivieroverstromingen van de jaren negentig leerden
we met Ruimte voor de Rivier dat we het water niet alleen moeten
beheersen, maar ook de ruimte moeten geven.
Nu staan we voor een nieuw hoofdstuk in onze watertraditie. We moeten
niet alleen temmen, maar ook aanpassen en meebewegen. D66 vliegt deze
opgave met goede moed aan, waarbij we vooruitkijken met drie principes.
Eén. Kijk altijd naar het hele plaatje. Twee. Wat er niet in gaat, hoeft
er ook niet uit. Drie. Samenwerken betekent keuzes maken. Ik heb mijn
inbreng ingedeeld in drie categorieën: veiligheid, kwaliteit en
beschikbaarheid, net zoals velen van u, denk ik.
Veiligheid. Voor het gemaal bij IJmuiden is terecht al veel aandacht
gevraagd. Dit gemaal zorgt ervoor dat Utrechters en Amsterdammers droge
voeten hebben, maar het 50 jaar oude fundament van dit gemaal begint
scheurtjes te vertonen. De minister gaf aan dat het nu in de planfase
zit en dat de verbouwing, met voorbereiding, aanbesteding en realisatie
zo'n tien jaar zal duren. Kan de minister aangeven wat deze stappen
precies inhouden? Waar worden de knelpunten in het proces verwacht?
Waarom is hier tien jaar voor nodig? Hoeveel groter wordt het risico dat
het gemaal niet functioneert naarmate het besluit op zich laat wachten?
Wat kan er gedaan worden om deze processen te versnellen?
Niet alleen in IJmuiden knijpt het. Door het hele land heen hebben we
een enorme opgave als het gaat om het versterken en onderhouden van
dijken. Hiervoor hebben we natuurlijk het
Hoogwaterbeschermingsprogramma, het HWBP.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb een vraag aan mijn collega over IJmuiden. Hoe moet ik de reeks
uit het coalitieakkoord interpreteren waarin staat dat er geld is voor
beheer en onderhoud, structureel 500 miljoen, en voor prioritaire
projecten? Is dat dan ook voor Deltafondsprojecten, zoals het gemaal in
IJmuiden? Dat is mij namelijk niet helder. Ik ben blij dat mijn collega
van D66 hier aandacht voor heeft, maar het komt er nu wel op aan. Er
moet geld zijn in het Deltafonds, heeft de minister gezegd. Als dat er
niet is, wordt het niet uitgevoerd.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
De heer Grinwis heeft gelijk: er moet wel geld voor zijn. Er moet ook
eerst een plan zijn. Daarom vraag ik hier ook naar. Zoals ik al zei: we
hebben een enorme opgave als het gaat om infrastructuur en
instandhouding. Die opgave is zo groot dat we meerdere kabinetsperiodes
nodig zullen hebben om die helemaal te vervullen. We maken een
duidelijke afweging in het coalitieakkoord. We hebben aangegeven: we
starten met die instandhoudingsopgave. We maken afwegingen en een
planning op basis van economische noodzaak. Ik denk dat we van IJmuiden
heel duidelijk kunnen zeggen, aangezien het Amsterdam en Utrecht
drooghoudt, dat daar een hele duidelijke economische noodzaak achter
zit. Ik verwacht dus dat IJmuiden hoog op ons prioriteitenlijstje zal
staan. Maar daar moeten wij als Kamer ook op letten, omdat we die
prioriteitenlijst samen bepalen door het minderheidskabinet.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het gemaal in IJmuiden zorgt ervoor dat 4 miljoen Nederlanders droge
voeten houden. De minister heeft duidelijk gemaakt dat het tien jaar
kost om het te bouwen. Er moet nu een besluit worden genomen over dat
geld, want we gaan naar de volgende fase, de uitwerkingsfase. Kan ik het
antwoord van collega Vellinga-Beemsterboer zo interpreteren dat een deel
van de plak die voor infrastructuur in het coalitieakkoord staat, ook
voor infrastructurele waterprojecten is?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dat bedrag voor infrastructuur is inderdaad breed. Volgens mij worden
waterwerken daar concreet bij benoemd.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Heel kort, voorzitter. Ze worden niet benoemd, maar als ze bij dezen
zijn benoemd door collega Vellinga-Beemsterboer teken ik daar blind
voor.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Het is volgens mij "infrastructuur en waterstaat".
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
We hebben het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Dat is geen papieren
exercitie. Achter de dijken wonen en werken mensen die maar al te goed
weten wat een overstroming kan aanrichten. Het verlagen van de
dijknormering op Schiermonnikoog, en bijvoorbeeld ook in het zuiden van
Limburg, zoals de minister in zijn brief van 27 januari heeft
aangekondigd, lijkt wat D66 betreft dan ook niet uit te leggen.
Specifiek over de situatie op Schiermonnikoog heb ik met collega's De
Hoop en Bromet afgelopen vrijdag schriftelijke vragen gesteld. Ik zou nu
graag al het volgende willen weten. Kan de minister aangeven op welke
manier de afweging voor dijknormering precies wordt gemaakt en hoe de
afstemming met lokale overheden zoals gemeenten en waterschappen
eruitziet?
Voorzitter. Van water in de zee gaan we naar water uit de lucht. Vorige
week waarschuwde de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat we onvoldoende
voorbereid zijn op extreme regenval. In de steden in onze grensregio's,
zoals Enschede, Arnhem en Maastricht, zien we wijken die zeer kwetsbaar
zijn voor extreme regen. De deltacommissaris gaf twee weken terug bij de
technische briefing al aan dat we naast adaptatie ook moeten kijken naar
acceptatie, bijvoorbeeld door te accepteren dat er wateroverlast komt en
dan te kijken hoe de schade beperkt kan worden. Door klimaatverandering
hebben we daarin geen keuze, denk ik. Maar als, zoals het OVV-rapport
schrijft, een eerstehulpziekenhuis niet meer bereikbaar is of de
elektriciteit uitvalt voor tienduizenden mensen, dan kunnen we dat
natuurlijk niet accepteren. Is de minister het met mij eens dat alle
kwetsbare gemeentes noodplannen moeten hebben voor zulke
overstromingen?
Daarnaast geeft de OVV ook een lijst met maatregelen die de minister kan
nemen in de nationale aanpak, zoals een grotere rioolcapaciteit,
informatie over grondwaterstanden en het breder delen van stresstesten.
Ik begrijp dat de minister deze aanpak aan een volgend kabinet laat,
maar kan hij toezeggen de voorbereiding alvast in gang te zetten? Kan
hij ook ingaan op de rol van de Natuurherstelwet op dit thema? In de
Natuurherstelwet werken we aan meer groen in het bebouwde gebied. Ik
hoor graag hoeveel geld we besparen met een dergelijke toevoeging aan de
stad vergeleken met andere waterveiligheidsmaatregelen.
Dan beschikbaarheid: van te veel water naar te weinig water. Volgens de
Verenigde Naties staan we wereldwijd in de rode cijfers. In Nederland
zijn we nog niet zo ver, maar het wordt wel tijd dat we onze
accountantspet opzetten. We geven te veel en ongecontroleerd water uit.
Agrarische en industriële bedrijven gebruiken grote hoeveelheden zoet
water en ook in huis gaan we ervan uit dat het blauwe goud oneindig is
en dat terwijl de betaalrekening, regen en oppervlaktewater, leger en
onvoorspelbaarder wordt. De spaarrekening, het grondwater, gaat sneller
leeg dan er geld in komt. Om te zorgen dat we in de zwarte cijfers
blijven, moeten we twee dingen doen: mitigatie en adaptatie, oftewel,
minder uitgeven en meer sparen. Vorige week, bij de Nacht van het
Drinkwater, hoorden we over goede voorbeelden uit Vlaanderen, waar
urgentiegevoel, doorzettingsmacht en gerichte acties hebben gezorgd voor
veel minder watergebruik.
De bouwsector vraagt grijs water centraal op te nemen in het
Bouwbesluit, zodat er eenduidig en landsbrede steun is voor deze
techniek. Collega Grinwis had het daar ook al over. In Brabant worden
proeven gedraaid met nieuwe zuiveringsinstallaties die brak en zout
water omtoveren tot drinkwater. Er kan dus heel veel. Kan de minister
ingaan op de punten die ik hierboven benoem? Kan hij aangeven of iets
het zo snel mogelijk opschalen en uitrollen van deze dingen in de weg
staat?
Voorzitter. Het is ook moeilijk om bij te houden wat je op je
spaarrekening hebt staan als je niet bijhoudt hoeveel eruit gaat. Op
initiatief van D66 is er daarom gewerkt aan een meldplicht voor
grondwateronttrekkingen, maar die is nog steeds in uitvoering. Hoe kan
het dat het vijf jaar duurt voordat deze rond is? Klopt het dat de
plicht gaat gelden voor alle onttrekkingen?
Dan waterkwaliteit. In Utrecht en Amersfoort bleek onlangs hoe kwetsbaar
we zijn toen een kookadvies nodig was vanwege bacteriën, maar tegen de
pfas in ons kraanwater helpt koken niet. Ik ben daarom blij met het in
het coalitieakkoord voorgenomen lozingsverbod. Hoewel dit juridisch
complex is, vraag ik de minister of hij kan toezeggen nu al te
onderzoeken hoe we dit verbod concreet kunnen vormgeven.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat lozingsverbod is al toegezegd. Het is al verkend. Het kan. Het
kabinet heeft gezegd dat het ermee komt. Kan D66 dat dus omarmen, zodat
we meteen aan de slag kunnen gaan?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Daar kan ik bevestigend op antwoorden. Er zal wellicht nog wat
aanvullende informatie nodig zijn, maar wij willen dat lozingsverbod
heel graag.
De voorzitter:
Duidelijk. De heer Heutink heeft ook een vraag.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik hoor D66 net alvast om een toezegging vragen ten aanzien van het
uitvoeren van maatregelen die in het coalitieakkoord staan, maar feit is
dat de coalitie 66 zetels heeft. Ik zou D66 toch willen vragen om daar
terughoudend mee te zijn, zodat wij hier als Kamer er gezamenlijk nog
wat van kunnen vinden, voordat zij al een voorschot neemt op plannen
waarvan het nog maar de vraag is of die werkelijkheid worden.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
We zitten hier als coalitie, maar ik zit hier ook als D66'er. In die zin
ga ik over mijn eigen woorden en daarna besluiten wij als Kamer met
elkaar.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel. Buiten de deur is de situatie zorgwekkend. Bijna nergens
voldoet ons water aan de afgesproken kwaliteitseisen. De ecologische
kwaliteit is zelfs verslechterd door meststoffen, wat
drinkwaterzuivering bemoeilijkt. Met de deadline voor de Kaderrichtlijn
Water in zicht verbaast het me hoe onoverzichtelijk de regels zijn. Bij
diffuse bronnen, zoals de landbouw, lopen voorschriften voor mest en
bestrijdingsmiddelen vaak niet in de pas met de waterkwaliteitsdoelen.
Leuker kunnen we het niet maken, maar wel makkelijker. Dus wat is de
stand van zaken rond het harmoniseren van deze regels, zodat ze elkaar
niet langer in de wielen rijden? Is het toelatingsbeleid van het Ctgb al
in lijn me de KRW? Op welke punten wijken het zevende en achtste
actieprogramma Nitraatrichtlijn af van de KRW-doelen? Wat is er nodig om
alle richtlijnen zo in te richten dat de losse doelen elkaar niet in de
wielen rijden?
Voorzitter. Ook de vergunningen van bedrijven die in het water lozen
moeten KRW-proof gemaakt worden. Als we die vergunningen op elkaar
afstemmen, zorgen we ervoor dat bedrijven kunnen blijven investeren in
de toekomst. Dus kan de minister toelichten welke lessen er zijn geleerd
uit de actualisatie tot nu toe om de vergunningen Kaderrichtlijn
Waterproof te maken? Hoe zouden we die actualisatie kunnen versnellen?
We lezen namelijk dat het Rijk flinke maatregelen heeft moeten treffen
om de kennis over de vergunningverlening, toezicht en handhaving, de
VTH, op peil te houden en systemen te vernieuwen. Dat geldt dan, neem ik
aan, alleen voor VTH voor rijkswateren. Maar hoe zit het met de
VTH-kennis en -capaciteit buiten Rijkswaterstaat, die nodig zijn om een
beeld te krijgen van vergunningen buiten rijkswateren? Zijn die wel op
peil?
Voorzitter. Ik begon er al mee: water, de rest komt later. Voor iedereen
in dit land is schoon en beschikbaar water een basisbehoefte. Laten we
ervoor zorgen dat iedereen hier ook op kan blijven rekenen.
De voorzitter:
Er is nog een vraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
D66 erkent terecht dat we in grote problemen komen als we de
Kaderrichtlijn Water niet halen en dat we niet op koers liggen. Welke
maatregelen wil D66 daar zelf voor nemen? Ik lees daar namelijk niets
over terug in het coalitieakkoord.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dit is voor mij een vrij nieuw onderwerp, dus ik zit nog niet helemaal
in de technische details. Ik wil in ieder geval zeggen dat wij niet
moeten verslappen en niet moeten gaan afzwakken. We staan dus sterker
als we laten zien dat we ons tot het uiterste hebben ingespannen om de
KRW-doelen te gaan halen; collega Grinwis zei dat net ook al en die weet
er veel meer van dan ik. Dat moet haalbaar zijn voor iedereen. Dat
moeten we ook met elkaar dragen. Het is een gezamenlijke opgave waarbij
je niet tegen één groep in de samenleving kan zeggen: lossen jullie het
anders even voor ons op. Maar je kan niet afzwakken, dus beste beentje
voor en volle kracht vooruit.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat klinkt goed, maar ik lees in het coalitieakkoord dat Nederland zich
moet gaan inzetten voor een "realistische richtlijn" en voor een
"simplificatie" van de Kaderrichtlijn. Dat duidt voor mij in ieder geval
op afzwakking van de Kaderrichtlijn Water. Kan D66 die zin uit het
coalitieakkoord toelichten?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Goede vraag. Met een afzwakking gaan we niet wegkomen, maar we
constateren wel dat op dit moment met de Kaderrichtlijn Water
verschillende regels echt tegen elkaar in werken. We hebben dus een heel
ingewikkeld speelveld gecreëerd met elkaar. Als we zeggen dat er
simplificatie moet komen, dan staat er dus ook dat die zaken beter op
elkaar afgestemd moeten worden. Over "realistisch" zei ik net eigenlijk
al dat de richtlijn uitgevoerd moet worden door heel veel mensen en door
heel veel bedrijfstakken, zowel industrieel als agrarisch. Dat betekent
niet dat we een lagere ambitie hebben, maar wel dat we kijken naar wat
haalbaar is. We willen niet iets wat op papier klopt, maar in de
praktijk niet blijkt te werken.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik ben een beetje op zoek naar daadwerkelijke maatregelen, want we
hebben al 25 jaar de tijd gehad om de Kaderrichtlijn Waterdoelen te gaan
halen. Als je dus nu spreekt over "realistisch", dan heb je gewoon als
Nederland je huiswerk niet gedaan, denk ik. Kan D66 één concrete
maatregel noemen, bijvoorbeeld een nationaal dan wel Europees verbod op
pfas in bestrijdingsmiddelen, waar we ons samen voor kunnen
inzetten?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
D66 wil dat verbod heel erg graag. Dat blijven wij ook graag willen. Met
betrekking tot wat u zegt over het niet doen van huiswerk: ja, we zitten
heel dicht voor de deadline, dus dat is een juiste conclusie. Dat
betekent nu dus nachtjes doorhalen en heel hard aan de slag.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We zitten inderdaad heel erg dicht bij de deadline. Die deadline is 22
december 2027. Dan is het onbegrijpelijk dat ik aan de ene kant hoor dat
we haast moeten maken, vaart moeten maken en niet moeten verslappen,
maar dat er tegelijkertijd in het coalitieakkoord pas vanaf 2028, als
het te laat is, 250 miljoen over twee jaar verspreid wordt vrijgemaakt
om iets te gaan doen met de waterkwaliteit. Dus mijn vraag is: is dat
niet een beetje mosterd na de maaltijd? Moet dat niet veel
sneller?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dat dit snel moet, is een gegeven. Er staat na 2028 geld voor
gereserveerd, omdat we ook dan nog met de kwaliteit van water aan de
slag moeten. Dat staat onder KRW genoemd. Maar dat betekent niet dat we
de komende twee jaar niks doen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan vraag ik mij af of D66 de urgentie ziet van het probleem waar we
tegenaan gaan lopen. We krijgen straks vergunningen niet meer rond en we
kunnen straks geen woningen meer bouwen, dus ook niet de 10.000 woningen
die D66 onder andere beloofd heeft. Zijn we dan niet te laat met dat
geld, vraag ik aan D66. Moeten we daar niet sneller wat mee doen om te
zorgen dat we straks nog vergunningen kunnen afgeven, woningen kunnen
bouwen, nieuwe waterbronnen kunnen slaan, noem het maar op. Moet dat
niet eerder?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik kan alleen maar herhalen wat ik al heb gezegd: er staat geld voor
gereserveerd. Dat blijft meerdere jaren nodig. Ook de komende jaren is
er geld voor nodig. We gaan niet wachten tot 2028 voor we dingen gaan
doen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Tot slot. Blijkbaar gaat D66 wel wachten tot 2028 voordat er wat gaat
gebeuren, want er is pas vanaf 2028 geld gereserveerd. Mijn vraag — ik
hoop dat ik daar dan gewoon een antwoord op krijg — is dus nogmaals:
snapt D66 de urgentie? Als D66 de urgentie snapt, waarom is er dan voor
gekozen om pas in 2028 geld vrij te maken en niet al volgend jaar of,
sterker nog, dit jaar bij de Voorjaarsnota?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Het coalitieakkoord is natuurlijk niet de enige begroting. Ook in de
huidige begroting staat geld gereserveerd. Ik denk dat de
coalitiebegroting, de volgende begroting, laat zien dat we na 2027 ook
niet stoppen met het nemen van maatregelen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
In het coalitieakkoord staat het uitvoeren van de
Natuurherstelverordening. Er is een impactanalyse gemaakt en er is
berekend dat dat 76 miljard gaat kosten. Hoe gaat D66 dit uitvoeren?
Want het staat wel echt keihard in het coalitieakkoord.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dit is een vrij technische vraag. Mevrouw Van der Plas, zou u de vraag
nog een keer kunnen herhalen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker. In het coalitieakkoord staat keihard: we voeren de
Natuurherstelverordening uit. Eerder is gebleken uit een impactanalyse
dat, als je dat helemaal wil uitvoeren, dat 76 miljard gaat kosten. Ik
ben benieuwd hoe D66 dat geld bij elkaar gaat halen.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, nu begrijp ik 'm. De Natuurherstelverordening is een
verordening. Dat is een afspraak die we met elkaar hebben gemaakt. Daar
gaan we niet onderuit komen. Die is ook hartstikke nodig. Dat kost geld,
maar dat levert ook geld op. Volgens de berekeningen die zijn gemaakt,
kost het inderdaad 76 miljard. Ik heb het absolute bedrag even niet
scherp, maar uit m'n hoofd levert het ongeveer het dubbele op. Daarmee
kun je dat financieren. Daar hebben we dan ook allemaal voordeel
bij.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het is nog maar de vraag wat dit gaat opleveren. In de
Natuurherstelverordening staat ook, als we het bijvoorbeeld hebben over
hittestress, dat het ook voor steden gaat gelden. Dat betekent dat er
minder ruimte komt voor woningbouw, voor de infrastructuur en voor de
aanleg van bedrijventerreinen, omdat er veel meer groen in de stad moet
komen. Hoe gaat dat geld opleveren? Wat zijn daarvan de gevolgen, vraag
ik aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik denk dat iedereen heel graag in een groene leefomgeving woont. Dat
draagt bij aan gezondheid en welzijn. We zien dat al op ontzettend veel
plekken in het land. Ik heb zelf in een gemeenteraad gezeten in
Friesland. Daar hebben we ontzettend mooie maatregelen kunnen nemen in
de vorm van geveltuinen en het NK Tegelwippen. Daarmee kun je heel
laagdrempelig heel veel winst boeken, omdat mensen zelf ook heel gericht
iets kunnen doen. We zoeken naar grote en kleine maatregelen. Ik denk
over het algemeen dat dat juist winst oplevert. Ja, dat is ruimtelijk
een nieuwe uitdaging. Maar dit is ook precies het vraagstuk dat
voorligt. Als we blijven denken zoals we deden en blijven bouwen zoals
we bouwden, dan is dat heel ingewikkeld. Ik zat een paar weken geleden
bijvoorbeeld met de Vereniging van Waterbouwers om tafel. Die kregen
glimmende oogjes toen we hierover praatten. Zij zeggen: we kunnen zo
ontzettend veel meer dan we nu al doen ten aanzien van klimaat- en
wateradaptief bouwen. Ik zie daar dus hele mooi nieuwe mogelijkheden in
op een manier die heel erg past bij Nederland: we bewegen mee met het
water en we gaan nieuwe dingen uitproberen op het moment dat die nodig
zijn.
De voorzitter:
Was u al klaar met uw betoog? Dat was zo. Dan gaan we over naar de heer
Schutz van de VVD.
De heer Schutz (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Waterbeleid raakt aan veiligheid,
beschikbaarheid, leefbaarheid en economische zekerheid. De VVD wil
vooruit met waterbeleid; realistisch, gedragen, voelbaar en
voorspelbaar. Ik ben blij dat er een nieuw regeerakkoord is en dat we
aan waterbeleid blijven werken, onder andere aan waterveiligheid, de
beschikbaarheid van water en drinkwater, de uitvoering van het
Deltaprogramma en de herijking van de deltabeslissingen.
Over waterveiligheid. Ten aanzien van de langetermijnopgave …
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voor ik vertrek, wil ik gelijk op het begin inhaken. De heer Schutz
citeert allemaal mooie zinnen uit het coalitieakkoord. Valt hij de
interpretatie van collega Vellinga-Beemsterboer bij dat de reeks voor
beheer en onderhoud en ontsluiting van woningbouwlocaties — dat is
regeltje acht en misschien ook wel regeltje negen in de budgettaire
bijlage — ook slaan op Waterstaat, op bijvoorbeeld het vernieuwen van
het gemaal bij IJmuiden?
De heer Schutz (VVD):
Dat zijn van die interpretaties. Ik begrijp de vraag wel. Het
regeerakkoord is een kader. Dat kader moet nadere invulling krijgen. En
die nadere invulling gaan we krijgen van een nieuw kabinet. Daar zou ik
het voor nu eigenlijk bij willen laten. Ik wil niet al toezeggingen doen
voor deelbudgetten voor specifieke dingen, terwijl wij — dat wil ik er
richting de heer Grinwis aan toevoegen — samen die motie hebben
ingediend over IJmuiden. De prioriteit en ernst staan ons zeer voor
ogen, maar we hebben vele keuzes te maken, en niet alleen deze. Daarom
zeg ik: laten we naar aanleiding van het regeerakkoord even afwachten
wat er aan nadere invulling komt en dan kunnen we het hebben over wat
wel en wat niet en wat wanneer.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Juist omdat we samen die motie hebben ingediend en omdat we weten hoe
belangrijk het is om het gemaal bij IJmuiden op tijd — dat is eigenlijk
nu — te gaan vervangen, stel ik deze vraag. Het is namelijk belangrijker
dat we droge voeten houden, voordat we welke weg dan ook aanleggen. Want
wat heb je aan een overstroomde weg? Het valt me dan wel op dat collega
Schutz minder dapper is dan collega Vellinga-Beemsterboer, die gewoon
zegt: het is Infrastructuur én Waterstaat. Als je in de begroting kijkt
naar het Mobiliteitsfonds en Deltafonds, dan zou je op z'n minst
verwachten dat 100-150 miljoen van die plak voor het Deltafonds is.
Waarom bevestigt meneer Schutz dat niet gewoon eenvoudig? Hij als
coalitiepartner moet namelijk richting geven aan het kabinet. Het
kabinet kan met deze onduidelijke regel in de budgettaire bijlage
onvoldoende uit de voeten, volgens mij.
De heer Schutz (VVD):
"Dapperheid" is iets anders dan meneer Grinwis geven wat hij vraagt. Met
andere woorden: ik denk dat de dapperheid hier juist schuilt in een
zorgvuldige afweging. Ik gaf net al aan richting de heer Grinwis dat
IJmuiden mij scherp voor ogen staat. Ik ben het niet vergeten. Alleen
het hoeft niet allemaal ineens vandaag, meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Heel kort. Dat begrijp ik niet. Het gemaal bij IJmuiden heeft de
minister een- en andermaal toegelicht. De heer Schutz is die toelichting
bijgevallen. De situatie is zeer urgent. De faalkans stijgt bij wijze
van spreken per dag. Daar kun je dus niet mee wachten. Dat is dus echt
urgenter dan bijvoorbeeld het project Zuidasdok, dat wel met naam en
toenaam in de budgettaire bijlage staat genoemd. Ik hoop dat het nieuwe
kabinet vooral luistert naar de reactie van collega
Vellinga-Beemsterboer en dat meneer Schutz gedurende dit debat zijn been
nog bijtrekt, alleen ik ga dat hier niet meer live meemaken.
De heer Schutz (VVD):
Er zit geen licht tussen de urgentie die meneer Grinwis voelt of die ik
voel. Ik wil het alleen wel in de volgorde der dingen doen. Het is niet
dat we tot het einde van het jaar wachten met een nieuwe kabinetsploeg.
Er is al een datum geprikt. Met andere woorden: als er straks een nieuwe
man of vrouw zit die met prioriteit naar die verdeling zal kijken en ons
daarin aandacht zal geven, dan hebben we daar, denk ik, redelijk snel
duidelijkheid over. Ook daarbij zullen we natuurlijk duiden dat IJmuiden
best wel een belangrijk project is. Maar als u mij vandaag vraagt
"meneer Schutz, wilt u net als mijn collega alvast toegeven aan wat ik
vraag", dan bent u iets te vroeg. Maar ik begrijp u wel.
De voorzitter:
De heer Heutink heeft ook een vraag.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil de meneer Schutz feliciteren met het sluiten van het
coalitieakkoord met zijn partners. En dat begint al goed, want ik zie
dat D66 inmiddels een hap heeft genomen uit de 1,5 miljard voor
infrastructuur als het gaat om het gemaal van IJmuiden. Ik ben heel erg
benieuwd wat de VVD daarvan vindt. Hebben we nu al oorlog in de nieuwe
coalitie? Ik ben dus heel erg benieuwd hoe de VVD hierop reflecteert
naar aanleiding van de uitspraken van D66.
De heer Schutz (VVD):
Ik kijk zo even naar rechts. We hebben geen oorlog. Net als in het
vorige antwoord zeg ik dat ik het echt wel met vorige sprekers eens ben
dat IJmuiden urgent is. Alleen, wel in de juiste volgorde. Als ik naar
rechts kijk, vraag … Er wordt ook al geknikt! Er zit dus geen licht
tussen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dus concreet: van die 1,5 miljard wordt specifiek geld gereserveerd voor
het gemaal van IJmuiden. Klopt dat? Is dat wat we straks kunnen
verwachten? Of zijn dit alleen mooie woorden?
De heer Schutz (VVD):
Hetzelfde antwoord als ik heb gegeven aan de heer Grinwis: vandaag niet.
Dat zijn geen mooie woorden. Maar wel: in de juiste volgorde der dingen
alstublieft.
De voorzitter:
Nu kunt u verdergaan met uw betoog.
De heer Schutz (VVD):
Fijn. Dank u. Over waterveiligheid. Ten aanzien van de
langetermijnopgave betreffende de zeespiegelstijging zijn binnen het
Deltaprogramma verschillende varianten als antwoord op
zeespiegelstijging verkend. Voor de VVD is essentieel dat scenario's
niet alleen technisch haalbaar en veilig zijn, maar ook maatschappelijk
en economisch realistisch zijn en voor Nederlanders behoorlijk en
uitlegbaar zijn. Recent is scenariovariant Meegroeien toegevoegd. De
uitwerking van onderzoek zou laten zien dat meegroeien onder voorwaarden
haalbaar én uitvoerbaar is. Maar tegen welke prijs? Enerzijds lees ik
dat de meest kansrijke bouwstenen verschillende varianten van
meegroeilandschappen zijn, waarbij dijken in combinatie met meegroeiende
voorlanden zorgen voor waterveiligheid. Maar in variant 1 op pagina 32
van Ruimte voor Zeespiegelstijging lees ik ook dat het weghalen van de
huidige, in het verleden met belastinggeld bekostigde primaire
waterkeringen een serieuze optie is. Ook bij variant 2 lijkt dit aan de
orde. Het meegroeiscenario wordt de laatste tijd nogal gepromoot, mede
ook met het oog op ecologische koppeleffecten. Verbreding van focus ten
koste van een boel ruimte, zo lees ik: ten koste van ruimte voor
woningbouw, landbouwgrond en infrastructuur.
Hoe gaat de minister borgen dat mensen in die gebieden, onder andere op
de Wadden en in de zuidwestelijke delta en alles daartussen, worden
meegenomen en zich veilig blijven voelen? Met 1953 in gedachten worden
mensen er best zenuwachtig van. Gisteren nog is die ramp op veel
plaatsen in Nederland herdacht. Zelf was ik in Ouwerkerk. Oud-collega
Jacqueline van den Hil, die ik daar trof, opperde hier eerder om dit
nationaal te herdenken in dit huis. Wellicht vanaf 2028, wanneer het 75
jaar geleden is. Dat zou als stip op de horizon een goed aanknopingspunt
voor het goede thematische gesprek over zeespiegelstijging en varianten
kunnen zijn. Ikzelf begrijp de zorgen van die mensen wel. Immers, hoe
kunnen we straks met zekerheid zeggen dat meegroeiresultaten sterker
zijn en vooral sterk genoeg zijn? En wat en hoe in de tussentijd? Graag
een reactie van de minister.
De aanwas van voldoende sediment gaat decennia duren, zo begrijp ik. Hoe
zeker is de bescherming van meegroeien, vergeleken met die van
waterbouwkundige oplossingen, die we eerder wel vooraf konden ontwerpen
en doorrekenen? En wat betekent dit voor de recent afgeronde
dijkophogingen en het project dat nog under construction is in den
lande? Alle andere hoofdstukken die we vandaag bespreken, zouden die dan
achterhaald zijn? Gelukkig hoeven we vandaag nog niet te kiezen. Maar er
moet nog wel heel wat water door de Nieuwe Maas, het Haringvliet, de
Oosterschelde en de Westerschelde voordat de VVD hier comfortabel mee
is.
Op pagina 33 van het Deltaprogrammarapport staat dat er uit een
technisch inhoudelijk onderzoek door Deltares volgt dat voor een aantal
dijktrajecten een minder strenge norm kan worden overwogen, onder andere
op de Waddeneilanden en in de Maasvallei. Hoe beschermen we mensen daar?
Ik vraag ook hier om zorgvuldigheid, dus "overleg met" en niet "overleg
over" en behoorlijke uitlegbaarheid van toekomstige besluitvorming. Dat
geldt ook voor zoetwaterverdeling en beschikbaarheid aan de eindjes van
onze rivieren en kanalen, dus aan de randen van Nederland. Wil de
minister toezeggen deze zorgen nadrukkelijk in zijn overdrachtsdossier
aan zijn opvolger mee te geven?
Dan over drinkwater. Drinkwaterbedrijven maken zich zorgen over de lange
doorlooptijden van vergunningen voor waterwinning. Dat raakt direct aan
de beschikbaarheid en de leveringszekerheid van water. Waar zitten
volgens de minister de knelpunten en wat er is er nodig om procedures
samen met provincies en drinkwaterbedrijven te versnellen? Ik begrijp
dat er wordt gewerkt aan wetgeving om vergunningen voor
grondwateronttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening tijdelijk
te maken en periodiek te herzien. Aan de minister wil ik vragen of het
klopt dat dit geen Europese verplichting is maar een nationale keuze.
Hoe wordt voorkomen dat dit ten koste gaat van de zekerheid van
voldoende drinkwater? De minister heeft aan oud-collega Verkuijlen
toegezegd te onderzoeken in hoeverre bepaalde sectoren voor hun
bedrijfsprocessen afhankelijk zijn van de waterkwaliteit van drinkwater.
Mijn vraag aan de minister is wat de stand van zaken van dit onderzoek
is en wanneer de Kamer de resultaten ontvangt. Daarnaast zou, tevens als
toezegging, inzicht worden gegeven in de effecten van het verlagen van
de maximale temperatuur waaronder koelwater mag worden geloosd. Ook
daarvan hoor ik graag de stand van zaken. Wordt daarbij ook gekeken naar
de continuïteit van bedrijfsprocessen en de concurrentiepositie van het
Nederlandse bedrijfsleven?
Ten slotte over de KRW. De minister sprak in het recente
tweeminutendebat over een eindspurt. Voor de zekerheid: ik vermoed dat
hij doelde op het KRW-impulsprogramma. Zo ja, dan vraag ik de minister
om voor de zomer een Kamerbrief te sturen waarin wordt uiteengezet welk
resultaat dit tot dan toe heeft gehad, wat de minister voor de dan
resterende tijd nog ziet gebeuren en wat daarvan realistisch gezien nog
te verwachten is. Er is momenteel sprake van rechtsonzekerheid, omdat
ondernemers niet weten waar ze straks aan toe zijn. Rijkswaterstaat is
druk bezig met het actualiseren van de vergunningen om ze KRW-proof te
maken. welke lessen kunnen we nu al trekken? Na de eindspurt ziet de VVD
uit naar de evaluatie van de KRW. Daarbij moeten we ook kijken naar hoe
het in de ons omringende landen werkte en is ervaren. De KRW moet
begrijpelijk zijn en er is behoefte aan simplificatie, met haalbare
doelen waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat Nederlandse
gebiedsdelen aan het eind van het Europese rivierennet liggen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. En de KRW is de Kaderrichtlijn Water. De heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We zijn dus al sinds 2005 bezig met die hele Kaderrichtlijn Water. En
nu, anderhalf jaar voor de deadline, komen we blijkbaar tot de
conclusies dat we moeten simplificeren. Dat hoor ik de VVD en D66
zeggen. Komt de coalitie daar niet een beetje laat mee? Is de VVD niet
bang dat we zo meteen tegen die muur aan gaan botsen?
De heer Schutz (VVD):
Ik kan hier dingen natuurlijk niet eerder opperen dan vanaf het moment
ik Kamerlid ben. Ik doe dat dus vandaag maar, en ik reageer op
interessante informatie die de minister in het laatste tweeminutendebat
gaf. Het is hartstikke goed dat we de schouders eronder zetten en de
eindspurt maken. De vraag die de heer Heutink mij stelt is best een
interessante, want wat heeft híj de afgelopen periode gedaan om dit te
versnellen, toen hij nog in de PVV zat en met ons in de regering
zat?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dat is heel duidelijk. Ik heb het kabinet keer op keer gewaarschuwd, en
dat ga ik zo meteen weer doen, dat we in een juridisch moeras verzanden
als we niet opletten. En dan kunnen we gaan simplificeren tot we een ons
wegen, maar feit is dat die deadline eraan komt en dat we daarmee zo
meteen een heel groot probleem hebben. Ik vraag het dus nogmaals aan de
VVD. Het is allemaal leuk hoor, het terugblikken en het "wat heeft
die-en-die gezegd?", maar ik wil gewoon van de VVD weten hoe zij het
kabinet gaat aansporen om bijvoorbeeld in ieder geval een noodplan klaar
te hebben liggen zodat we straks nog woningen kunnen bouwen en
infrastructuur kunnen aanleggen.
De heer Schutz (VVD):
Die simplificatie ziet natuurlijk op de periode erna. Het is overigens
een Europese richtlijn, dus die kunnen we niet in ons eentje
simplificeren. Het is vooral het inzetten van die eindspurt. Dat is wat
we moeten doen. We moeten zo veel mogelijk effect ressorteren en
inderdaad die vergunningen tegen het licht houden, zoals Rijkswaterstaat
nu al doet, zodat we voorkomen dat we oplopen tegen die
spreekwoordelijke watermuur, waar u het overigens terecht over heeft.
Maar we zitten waar we zitten. We kunnen alleen maar meer doen van wat
we al doen, maar we kunnen wel vaststellen dat de kaders en de regels
die we nu hebben als onderlegger voor ons handelen, een beetje complex
zijn. Daarbij kun je je afvragen of al die complexe regels ons nou
dichter bij het doel hebben gebracht. De simplificatie ziet dus vooral
op de toekomst, op hoe we het voorbij de datum van 2027 waar u het over
heeft, voor onszelf een stuk makkelijker kunnen maken. En daarbij past
echt wel dat we aan Brussel aangeven hoe we het hier ervaren, want de
ervaringen die wij hier in Nederland hebben, hebben we niet alleen hier
in Nederland. Dat is een breder gedragen gevoel. Daar past een evaluatie
bij en een simplificatie, met simpele regels die makkelijker uitvoerbaar
zijn.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik kom een heel eind mee met de VVD, laten we eerlijk zijn, en ik ben
ook blij dat de VVD de terechte zorgen zegt te delen die wij hebben als
het gaat om die deadline. Maar ik ben wel heel erg benieuwd wat we dan
moeten doen. Wat is het verzoek van de VVD aan het kabinet om ons in
ieder geval voor te bereiden op het scenario dat het gewoon misgaat? De
VVD moet er toch over hebben nagedacht dat de kans reëel is dat het zo
meteen gewoon wel misgaat?
De heer Schutz (VVD):
Ik hoop dat het niet misgaat. Ik moet zeggen dat in hetzelfde
tweeminutendebat de mededeling van de minister dat niet alleen "one out,
all out" bepalend is, maar dat ook de mate waarin je niet all out bent,
bijdraagt in de uiteindelijke analyse en de situatie waarmee je van doen
hebt. Wat de minister nu doet met een eindspurt en met betrekking tot
het KRW-proof maken van die vergunningen, is denk ik de juiste reflex.
Dat is de juiste handeling om dat maximaal te voorkomen. Het is juist
ook daarom, omdat ik mij daar ook zorgen over maak, dat ik vraag wat het
resultaat is waar wij in de zomer staan, als we feitelijk nog anderhalf
jaar hebben. Ik begreep dat we nu al op 80% zitten. Dat is een generiek
percentage dat ook weer in specifieke kaders valt uit te drukken. Toen
ik vroeger thuiskwam met een 8, was mijn vader best tevreden. Het
vervelende is alleen dat we hier een 10 moeten hebben, willen we
KRW-proof zijn. Daar ben ik in geïnteresseerd. Het enige wat we nu
kunnen doen, is zo veel mogelijk de schouders eronder zetten, erover in
gesprek zijn met elkaar en als de wiedeweerga die vergunningen tegen het
licht houden.
Kamerlid Kostić (PvdD):
We weten uit eerdere onderzoeken dat de eerdere plannen om de
Kaderrichtlijn Water te halen niet voldoende waren. Alle VVD-kabinetten
faalden daarin. Ook dit kabinet zal met z'n nieuwe maatregelen daarin
falen, tenzij er extra geld vrijkomt en er extra maatregelen komen. Ik
vraag mij af wat de VVD nog meer wil bovenop wat het kabinet al
voorstelt om de doelen van de Kaderrichtlijn Water wel te halen.
De heer Schutz (VVD):
Ik heb net al aangegeven dat de VVD zich kan vinden in de eindspurt en
in het herzien of herijken van die vergunningen. Als u een goed idee
heeft waarmee we in die eindspurt een extra slag kunnen maken, dan hoor
ik dat heel graag. Maar voor ons zit het 'm vooral in het systeem en in
de complexiteit die we over 2027 heen echt anders moeten adresseren. Als
we dan namelijk niet alle doelen halen, en daar heeft het inderdaad alle
schijn van, dan moeten de consequenties daarvan wel dragelijk blijven,
zowel voor het natuurherstel als voor de waterkwaliteit als voor de
economische functies.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Als het gaat om concrete maatregelen, dan weten we dat er flinke stappen
moeten worden gezet op het aanpakken van mest, voor hervormingen in de
landbouw en ter beperking van landbouwgif. Dat moet op korte termijn
gebeuren, dus voor 2027. Is de VVD bereid om daarin te bewegen, en zo
ja, op welke manier?
De heer Schutz (VVD):
Ik denk dat de VVD ten aanzien van waterkwaliteit en mest heel duidelijk
is geweest voor de kerst. Ik weet niet of aanvullende maatregelen op
zo'n korte termijn het effect hebben waar het lid Kostić op hoopt, en ik
met haar. Met andere woorden: laten we dat soort zaken zeker uitzoeken,
maar ik zeg daar niet nu meteen al ja op en ik houd het bij mijn eerdere
antwoord. Dank u wel.
De voorzitter:
Lid Kostić, tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dan hoor ik de VVD wel zeggen dat ze de doelen willen halen, maar zie ik
ze niet de juiste maatregelen nemen om die doelen in 2027 te halen. Ik
ga toch die poging wagen met mijn moties. Hopelijk kunnen we elkaar
vinden. Mijn laatste vraag is: de VVD zegt dat ze tot simplificatie
willen overgaan na 2027, realistische doelen, maar gaat de VVD
waarborgen dat dat geen afbreuk gaat doen aan de waterkwaliteit en onze
leefomgeving? En hoe gaan ze dat dan doen?
De heer Schutz (VVD):
Hoe gaan wij dat waarborgen? Dat is nou juist wat je in een evaluatie
moet doen. Daar had ik het net ook over. U vraagt mij vandaag om
antwoorden van later. Daar laat ik me niet op vastpinnen. Waterkwaliteit
is echter ook voor de VVD van belang, omdat we heel goed weten dat
Europese regelgeving ons wel bij de kuif zal nemen als die niet op orde
is. Maar we kunnen ook wel vaststellen dat de complexiteit van de regels
die we tot op heden hebben, ons niet heeft geholpen. U noemt dat "het
falen van VVD-kabinetten"; dat mag zo zijn. Het is echter niet voor niks
dat men niet alleen in Nederland nog achterloopt, maar ook in de rest
van Europa. Dan kun je je afvragen: waren die doelen en de complexiteit
van de regels wel de juiste middelen om te bewerkstelligen wat we met
z'n allen voor ogen hebben? Daarom zegt de VVD, net als D66, die daar
net ook iets over zei, en vast ook andere partijen: simplificatie en
realisme. Wat kan wél? Wat is überhaupt haalbaar? Dat is een belangrijk
uitgangspunt. Dat hoort bij een evaluatie. Pas daarna hebben we het over
maatregelen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Niks is haalbaar binnen alle regels en doelen waar we ons aan hebben
gecommitteerd. We hebben de Kaderrichtlijn Water en de Vogel- en
Habitatrichtlijn, er zijn allemaal Natura 2000-gebieden en dan is er ook
nog eens een keer de Natuurherstelverordening, die gewoon gaat betekenen
dat wij onszelf nog verder hebben vastgeklemd in een gejuridificeerde
wereld. Ik wil aan de heer Schutz vragen: hoeveel rechtszaken van
activistische organisaties verwacht de heer Schutz als de
Natuurherstelverordening er straks is?
De voorzitter:
Dit zijn twee interrupties.
De heer Schutz (VVD):
Ja, hoeveel rechtszaken verwacht ik? Ik ben jurist, maar geen tovenaar,
dus mijn voorspelling heeft geen enkele waarde in dit debat, denk ik.
Het lijkt me niet irreëel dat de kans bestaat dat er rechtszaken zullen
zijn, kijkend naar het stikstofdossier.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik voorspel u dat er heel veel rechtszaken gaan komen, want er is weer
iets nieuws om rechtszaken mee aan te spannen. Laatste vraag aan de heer
Schutz. In de Natuurherstelverordening staat bijvoorbeeld dat Brussel
dwingend gaat voorschrijven aan gemeenten hoeveel bomen zij moeten
hebben. Vindt de heer Schutz dat Brussel zich daarmee moet
bemoeien?
De voorzitter:
Bomen zijn geen wateronderwerp, maar de heer Schutz mag reageren.
De heer Schutz (VVD):
Twee zaken daarover. Een verordening is in zichzelf al dwingend; daar
kunnen we als Nederlandse overheid weinig aan doen. De
Natuurherstelverordening is aangenomen, en daarmee geldt die voor ons.
In mijn vorige rol, voor 12 november, toen ik geïnstalleerd werd als
Kamerlid, heb ik daarover informatiebijeenkomsten bijgewoond, waarbij
nadrukkelijk werd aangegeven dat dat niet dwingend werd voorgeschreven.
U heeft het vast ergens zien staan, maar ik heb die specifieke zin niet
scherp voor ogen. We zullen goed in overleg moeten gaan, want we kunnen
in Nederland niet overal bomen kwijt.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog. Of was u al klaar?
De heer Schutz (VVD):
Sorry, ik moest even de administratie bijwerken. Ik was klaar.
De voorzitter:
Goed zo; dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Boelsma-Hoekstra
van het CDA.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Toen ik de portefeuilleverdeling binnen het CDA
kreeg, was ik behoorlijk ingenomen met mijn portefeuille, met daarin
IenW, maritiem, visserij, Binnenlandse Zaken en, last but not least,
water en bodem. Het is een portefeuille waarin het gaat over
verbindingen, over de medeoverheden en over het genieten van werken en
recreëren op het water, dus over de maritieme sector, de visserij en het
toerisme of gewoon je eigen vrijetijdsbesteding. Door me namens de
CDA-fractie bezig te houden met de verschillende deelgebieden zie ik de
samenhang, maar ook de uitdagingen. Vandaag gaat het debat specifiek
over water, al weiden we wel een beetje uit, en de uitdagingen die
spelen op het gebied van beschikbaarheid, kwaliteit en overtollig water;
daar hebben we het net al even over gehad.
Voordat ik inga op mijn inzet met betrekking tot water voor de komende
vier jaar, wil ik u meenemen naar de regio waar ik vandaan kom, namelijk
het Friese merengebied, in het zuidwesten van Fryslân, in de gemeente De
Fryske Marren. Het is een gebied waar toeristen genieten van de mooie
meren, vaarten en kanalen, waar uitdagingen liggen in het
veenweidegebied en waar zandgronden vanuit het mooie Gaasterlân het
veenweidegebied doorkruisen. Het is een gemeente met veel
landbouwbedrijven, recreatie en natuur, die natuurlijk grenst aan onze
belangrijkste zoetwatervoorziening: het IJsselmeer.
Zo heeft elk Kamerlid zijn of haar eigen associatie en ervaringen met
water. Ik zou via u, voorzitter, tegen de minister willen zeggen: doe er
uw voordeel mee. Ervaringen uit de praktijk kunnen helpen bij het duiden
en oplossen van de uitdagingen die er op het gebied van water zijn, en
die zijn er. We hebben het Watermanifest van de waterschappen en Vewin
kunnen lezen. We krijgen nog een debat over de Wadden, waar ook het
nodige speelt. VNO-NCW en de landbouwsector zijn gebaat bij een goed
plan om op een realistische manier de waterkwaliteit te
verbeteren.
Ik wil beginnen met onze positie als Nederland. Deze is uniek. We leven
in een delta. Al decennialang wordt door onze waterbouwers en
technologische kennis weerstand geboden aan hoog water. Internationaal
houden we vaarwegen op peil met onze baggeraars. En als schepen
losgetrokken moeten worden, zijn Nederlandse bedrijven aan zet. Zo
hebben we als Nederland ook een Hoogwaterbeschermingsprogramma en het
programma Ruimte voor de Rivier. Voor het CDA zijn dit belangrijke
programma's, die in samenwerking met de waterschappen moeten worden
opgepakt.
Recent bereikten ons signalen dat de normen voor dijkverzwaring zijn
aangepast; daar is eerder aan gerefereerd. Daar heb ik een aantal
concrete vragen over als het gaat om Schiermonnikoog. Is de minister
bekend met de grote zorgen die na dit besluit zijn ontstaan op
Schiermonnikoog en bij Wetterskip Fryslân in verband met de onveiligheid
achter de dijken en de grote gevolgen voor een eiland bij een
overstroming? Zou de minister kunnen toezeggen de afspraken na te komen
om de norm die nu wordt voorgesteld, namelijk één keer per 100 jaar een
overstroming, niet toe te passen en in overleg met het eiland en de
overheden te komen tot een acceptabele norm?
Vanuit de waterbouwers is er ook nog een vraag met betrekking tot het
Hoogwaterbeschermingsprogramma. Ik sluit mij aan bij de vragen die de
heer Grinwis heeft gesteld.
Ten tweede deelt het CDA de zorgen van de waterschappen en de
drinkwaterbedrijven als het gaat om waterkwaliteit. We zien dat er al
veel stappen zijn gezet. Als CDA willen we inzetten op ontwikkelingen
die van onderop komen, want daar zitten de energie en de kennis.
Wat betreft pfas — daar is eerder ook al over gesproken — wil ik een
vervolgvraag stellen naar aanleiding van de vraag van collega Zwinkels
in het IenW-debat. Als voorbeeld werd daarin de vervuiling bij
Vliegbasis Leeuwarden genoemd. De reactie van de staatssecretaris was:
de vervuiler betaalt. De vervolgvraag is wie aan de lat staat als het
gaat om de vervolgkosten buiten de hekken van de vervuiler.
Ten tweede noem ik de verplichting voor de beroeps- en recreatievaart
met betrekking tot lozing van vuil water aan wal. Dit is ook al aan de
orde geweest in het commissiedebat Maritiem. Eigenlijk zou ik van de
minister graag de toezegging willen dat de verzegeling dit jaar geregeld
wordt. Volgens mij is dat in het commissiedebat Maritiem al door de
regels door gezegd, maar ik zou heel graag een toezegging willen.
Dan het medicijnafval. Veel medicijnen kunnen door de bestaande
waterzuiveringen niet uit het rioolwater worden gehaald. Ik ben op
bezoek geweest en hoorde dat dit een groot aandachtspunt is. Ze komen in
het oppervlaktewater terecht. Even voor uw beeld: per jaar verdwijnt er
190 ton medicijnresten in het oppervlaktewater. Even ter vergelijking:
voor bestrijdingsmiddelen is dit 14 ton. Welke actie zet de minister op
het verminderen van medicijnafval in ons water? Is er al actie gezet op
het laten bijdragen van producenten aan grote
rioolwaterzuiveringsinstallaties, waarbij innovatieve technologie wordt
toegepast voor het verwijderen van medicijnresten?
De voorzitter:
Lid Kostić heeft een vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik meen uit de woorden van mijn collega op te maken dat zij zich ook
zorgen maakt over het feit dat steeds meer kosten worden voor
pfas-vervuiling worden afgewenteld op de belastingbetaler en dat ook
medeoverheden daarmee worstelen. De Partij voor de Dieren heeft een idee
om in ieder geval een vorm van pfas-taks te onderzoeken, waarmee we
bedrijven kunnen stimuleren pfas-vrij te produceren. Het geld dat met de
pfas-taks wordt opgehaald, kunnen we in een potje stoppen waarmee we de
vervuiling kunnen aanpakken. Daarmee kunnen we het "de vervuiler
betaalt"-principe garanderen. Is het CDA in ieder geval bereid om mee te
denken over een verkenning daarvan?
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dit is voor mij helemaal nieuw. Ik zou zeggen: wanneer u met dat idee
komt, laat het dan aan ons zien. Dan beoordelen we of het werkbaar is of
niet.
Volgens mij was ik gebleven bij drugsafval en waterkwaliteit. Regelmatig
valt mij de mond open wanneer ik hoor dat er door onderzoek in het riool
ontdekt wordt hoeveel drugs er in een bepaalde regio gebruikt worden. De
verwondering zit 'm dan met name in de betreffende regio en de
hoeveelheid. Ik hoop dat ze in een andere commissie werk maken van het
terugdringen van drugsgebruik, wat het CDA betreft liever gisteren dan
vandaag, maar we hebben het in deze commissie over water en de kwaliteit
daarvan. Kan de minister schetsen wat ervoor nodig is om deze afvalbron
niet in het oppervlaktewater te krijgen?
Elk gesprek dat ik voer over waterkwaliteit, wekt eenzelfde type vraag
op. Of het nu gaat over de waterwinbedrijven of bijvoorbeeld de
waterbouwers, de vraag is: geef ons de mogelijkheid ons werk te doen en
voorkom onmogelijke regelgeving. Een voorbeeld is een baggerbedrijf dat
er kortstondig voor kan zorgen dat de waterkwaliteit door beroering van
de boden verslechtert. We weten dat dit valt onder de nieuwe
uitzondering in Europa, maar hoe implementeer je deze versoepeling in
Nederland? Hoe zorg je dat het zo geïmplementeerd wordt dat er geen
vertraging bij projecten optreedt? Graag een reflectie van de
minister.
Voorzitter. Mijn laatste punt gaat over de beschikbaarheid van water.
Het betreft de beschikbaarheid van drinkwater, maar ook van zoet water
voor het laten groeien van onze gewassen. We lezen en horen de zorgen
van onze deltacommissaris. Met betrekking tot de beschikbaarheid heb ik
de volgende opmerking. In mijn lagereschooltijd was er een campagne om
water te besparen. Ik kan me de stickers nog voor de geest halen.
Tegenwoordig is alles in onze keukens in stijl, maar in die tijd kon je
nog een sticker in een keuken of op een wc-tegeltje plakken. Volgens mij
stond er een waterdruppel of een kraan op, met de tekst "water is van
iedereen", "denk aan je toekomst", "douche kort" of "laat de kraan niet
lopen". Ik heb gelezen dat we nu ook midden in zo'n campagne zitten,
maar ik hoor en lees niets. Een sticker op de designtegeltjes hoeft van
mij niet, maar er zijn toch voldoende manieren om hier aandacht voor te
vragen? Kan de minister toezeggen om meer werk te maken van deze
campagne? Ik las dat er begin 2026 actie op wordt gezet, dus ik ga het
in de gaten houden.
Mijn tweede punt is de lastige vergunningverlening in verband met de
bezwaarprocedure bij de uitbreiding van drinkwaterbedrijven. Zou de
minister hier een reflectie op kunnen geven en in kaart kunnen brengen
hoe eindeloze bezwaarprocedures ingeperkt zouden kunnen worden?
Dan het laatste bij dit punt. Wat is het mooi dat ze toch weer een stap
naar voren zetten. Brabant Water is al bezig om te onderzoeken hoe we
drinkwater kunnen produceren uit brak water. Dat is een prachtig
voorbeeld van onderop met oog voor de grote opgave.
Als derde de zoetwatervoorziening.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, heeft de heer Heutink een vraag.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik vind het wel mooi: het CDA dat de minister vraagt om stickers te
plakken en campagnes uit te voeren. Dat is natuurlijk een leuk idee,
maar het is zinloos. Kijk bijvoorbeeld naar de campagne Spitsmijden. Dat
is ook zo'n succesverhaal geweest. Denkt het CDA niet dat opnieuw een
campagne allemaal wel leuk is, maar dat dat gewoon weggegooid geld is en
dat we dat geld beter kunnen investeren in echte maatregelen?
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik vind dit een heel mooie vraag. Toen die stickers er waren … Van mij
hoeven die stickers niet. Het mag ook op een andere manier. Ik zei al
dat het niet zo in deze tijd past. Inmiddels ben ik iets ouder. Ik zei
"in mijn jeugd". Dat is een tijdje geleden — ik zal u niet precies
vertellen hoelang geleden — maar ik weet het nog precies, dus het heeft
wel indruk gemaakt. Je moet dat in deze tijdsgeest zien en daar een
campagne op maken. Maar ik zie en hoor helemaal niks, meneer Heutink.
Het begint toch bij de basis? Ik zei weleens, als voorbeeldje: toen mijn
kinderen klein waren, was ik heel enthousiast om die badjes maar te
vullen met kraanwater. Dat doe je gewoon gedachteloos. Maar als je denkt
aan dit soort voorbeelden en je weet hoeveel tekorten er op ons pad
komen, zou ik er maar aandacht voor vragen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het CDA trapt blijkbaar in het frame dat er een tekort is aan water.
Maar snapt het CDA dan niet dat we als de wiedeweerga nieuwe
waterwinbronnen moeten gaan aanleggen en dat de vergunningstermijnen
daarvoor drastisch moeten worden ingekort, dat dat de manier is waarop
we meer drinkwater kunnen genereren? Dan hoeft het CDA als gezinspartij
de mensen die hun zwembadje willen vullen met normaal water hun dat niet
af te pakken.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik pak niks af, hoor. Dat valt reuze mee. Alleen, u wilde uw interruptie
plegen, en toen heeft u, denk ik, het tweede deel van mijn verhaal niet
gehoord. Dat is wel een beetje jammer. Volgens mij ging het daarin over
de procedures en over de bezwaarprocedure als er nieuwe
drinkwaterlocaties moesten komen. Volgens mij is het een en-enverhaal en
kunnen ze beide. Maar het zou zonde zijn als we niet met z'n allen een
beetje secuurder met water omgaan om te voorkomen dat, mocht het toch
niet lukken met die procedures, we een tekort aan drinkwater krijgen.
Voordat ik hier kwam als Kamerlid, ben ik op bezoek geweest bij het
waterwinbedrijf. Ik ben geschrokken van hoe het er in de toekomst uit
zou kunnen zien.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Natuurlijk moeten we allemaal een beetje opletten met wat we doen.
Helemaal mee eens! Maar wat ik hoop en eigenlijk ook verwacht van het
CDA is dat ze de vrijheid van de mensen niet gaan inperken, dus dat ze
de mensen met rust laten en niet met allerlei maatregelen gaan dwingen
om maar te bezuinigen. Ik hoop niet dat dat een route is die het CDA wil
gaan bewandelen.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Toen ik jong was, heb ik dat nooit als dwangmatig ervaren. Het is een
stukje bewustwording. Volgens mij kan er toch niemand op tegen zijn om
bewuster om te gaan met iets wat heel belangrijk is voor een inwoner van
Nederland. Volgens mij kun je daar nooit op tegen zijn.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Volgens mij was ik bij de zoetwatervoorziening. Dan grijp ik weer even
terug op mijn praktijkervaring als wethouder. Onze gemeente lag op de
bodem van de Friese badkuip. U kent vast het plaatje van de badkuip, met
aan de ene kant de hoge zandgronden die aan het verdrogen zijn en aan de
andere kant de verzilting van de kleigronden. In datzelfde plaatje wordt
de oplossing geschetst, namelijk in de veengronden slootpeilverhoging
realiseren zodat er via het grondwater tegendruk komt richting de zand-
en de kleigronden. Hierdoor blijft er meer water voor de zandgronden
beschikbaar en vindt de verzilting minder snel plaats.
Voorzitter. Ik ben zeker geen ontkenner van dit fenomeen, maar in deze
hele oplossingsrichting, ook beschreven in het Deltaprogramma, mis ik
samenwerking met de landeigenaren: de boeren en de TBO's. In Fryslân
mocht ik meewerken aan het Veenweideprogramma. Helaas verdwenen de
transitiegelden NPLG bij het aantreden van het huidige demissionaire
kabinet. Stel dat deze middelen wel beschikbaar waren gebleven in deze
regeerperiode, dan hadden er mooie stappen gezet kunnen worden,
bijvoorbeeld in het Veenweideprogramma samen met de boeren, de natuur,
provincie, waterschappen en gemeenten. Er was dan wel één belangrijk
uitgangspunt: het heeft alleen kans van slagen wanneer de praktijkkennis
van de grondbezitters — lees: boeren en TBO's — zwaar meeweegt bij de
besluiten die je neemt. Dat betekent dat ook proeven, bodemgesteldheid
en alternatieve oplossingsrichtingen geborgd moeten worden. Water laat
zich namelijk niet sturen. Daarom heb ik de volgende vraag aan de
minister. Is de minister het met mij eens dat juist de kennis van de
grondgebruikers als input gebruikt moet worden om tot oplossingen te
komen? Ik hoor graag een reactie.
Afrondend. We staan voor grote opgaven op het gebied van water, zowel
financieel als op het gebied van kwaliteit, beschikbaarheid en
klimaatadaptatie. Laten we in deze periode samen de schouders eronder
zetten. Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Heutink van de Groep
Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dank, voorzitter. Bij ieder nieuw debat over het water wordt het weer
iets spannender, want ieder nieuw debat betekent een stap dichter bij de
deadline van de doelen van de Kaderrichtlijn Water van 22 december 2027.
Elke keer als we opnieuw een debat hebben over het water, begin ik mij
meer en meer zorgen te maken, niet zozeer over de kwaliteit van ons
water als wel over de gigantische consequenties. Nederland zit straks
met een megagroot probleem. Het waterslot komt eraan, en ik waarschuw al
jaren voor de consequenties. Als u denkt dat het stikstofdrama al erg
was, dan heb ik echt slecht nieuws voor u, want de consequenties van het
niet halen van de Kaderrichtlijn Water zullen nog veel en veel groter
zijn. Ongeveer 20% van het hele oppervlak van Nederland bestaat uit
water, dus reken er maar op dat alles en iedereen de gevolgen gaat
ondervinden van het niet halen van de Kaderrichtlijn Water. Werkelijk
alles zal geraakt worden door het aanstaande waterslot.
Voorzitter. Natuurlijk willen wij ook dat ons water schoon is en
natuurlijk zijn wij voor het verbeteren van de waterkwaliteit, maar we
moeten wel een beetje realistisch blijven met elkaar. Om maar een heel
simpel voorbeeld te noemen: in een klein dorpje in Twente stroomt vanuit
Duitsland water Nederland in via de grensoverschrijdende rivier die de
Dinkel heet. Zodra je langs de Dinkel loopt richting Duitsland en de
grens oversteekt, dan zijn de waarden helemaal top. Dan is er helemaal
niks aan de hand. Maar zodra je weer terug loopt langs dat water, de
Nederlandse grens over, wordt precies datzelfde water afgekeurd. Aan de
ene kant is het prima, maar aan de andere kant zorgt precies datzelfde
water ervoor dat we onszelf opnieuw in een stikstofcrisis wanen. Mijn
vraag aan de minister is: wanneer gaan we iets doen aan de nationaal
vastgestelde normen binnen de Kaderrichtlijn Water? Wat heeft de
minister concreet nodig, van ons als Kamer of van andere partijen en
medeoverheden, om dit te bewerkstelligen? Ik weet dat we één keer in de
zoveel tijd de nationale normen kunnen herzien. Daar hoor ik dus graag
meer over.
Ik zie dat meneer Schutz een vraag heeft.
De heer Schutz (VVD):
Meneer Heutink, is het antwoord hierop dan niet dat dat juist een
fantastisch voorbeeld is van simplificatie, van regels afstemmen en
misschien wat schrappen?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als "simplificatie" dat betekent, kunnen we elkaar helemaal vinden. Dan
hoop ik dat ik samen met meneer Schutz misschien een aantal voorstellen
kan indienen om de nationale normen te versoepelen. Daarmee ga ik heel
graag met hem aan de slag. Dat is een mooie stap, denk ik.
Voorzitter, ik ga verder, want volgens mij zijn de vragen beantwoord. Ik
weet dat dit WGO over veel meer mag gaan dan alleen de waterkwaliteit en
de Kaderrichtlijn Water, maar ik ga het vandaag toch alleen daarover
hebben, want de tijd dringt. We hebben nog iets meer dan een jaar. We
moeten in actie komen, want anders hebben we straks — ik zei het net al
— een heel groot probleem. In al die jaren dat ik debatten heb gevoerd
over de waterkwaliteit — en ik volg dit dossier nog langer dan dat —
staat de teller nog steeds op nul: nul oppervlaktewateren voldoen op dit
moment aan de Europese normen ten aanzien van waterkwaliteit. Dat is al
jaren zo. Tuurlijk zien wij dat de minister trots rapporteert dat het
doelbereik wat groter is geworden. Ik hoorde net: richting de 80%. Ik
geloof ook echt dat er vooruitgang wordt geboekt. Ik zie ook echt dat
mensen daar hard mee aan de slag zijn; dat moet ook. Echter, de
realiteit is dat we op dit moment op alle wateren in Nederland worden
afgekeurd. We halen nog steeds een onvoldoende. Ik hoorde iemand net al
zeggen: we halen nu een 8. Maar zelfs een 8 is bij de Europese Commissie
een onvoldoende. Dat is precies waar de schoen wringt. Dat is het "one
out, all out"-principe. Ook dat zeg ik niet voor de eerste keer.
Heel eerlijk — dat zeg ik ook tegen de minister — schrok ik me rot toen
ik de brief van de minister las over de kwaliteit, niet zozeer omdat er
hele schokkende dingen in stonden, maar omdat het leek en lijkt alsof
hij de onrust een beetje de kop aan het indrukken is. De minister
schrijft in zijn brief: "De Commissie rekent landen overigens niet af op
het resultaat van de waterkwaliteit op basis van het "one out, all
out"-principe. Dat geldt ook voor de eigen vergunningverlening. Daarbij
wordt de toestand van de afzonderlijke parameters als vertrekpunt
genomen." Als dit geen complete onzin is, is het op z'n minst erg
misleidend. Allereerst is de Kaderrichtlijn Water gebouwd rondom het
"one out, all out"-principe. Dit principe is juridisch bindend en
verankerd in de richtlijn van de Europese Unie. De herziene
Kaderrichtlijn Water verandert daar helemaal niets aan. Deze voegt
alleen een nieuwe meetmethode toe als presentatie. Sterker nog, de
minister noemde zelfs one out, all out een wijze van presenteren,
terwijl het gewoon een juridisch bindend middel is. Maar de juridische
consequenties van het feitelijk niet halen van de Kaderrichtlijn Water
zullen dus gewoon blijven bestaan. Het "one out, all out"-principe is
hier. Zolang we niet samen met andere landen om tafel gaan om dit
dwangmiddel van tafel te krijgen, zal het hier ook blijven.
Voorzitter. Ik wil graag een antwoord van de minister op de vraag of een
water, in het scenario dat één stof niet voldoet, wordt goedgekeurd
binnen de KRW en of er dan vergunningen kunnen worden afgegeven,
uiteraard met inachtneming van het Wezerarrest van het Europese Hof uit
2015 en de daaropvolgende jurisprudentie uit de zaak bij het Hof van
Justitie van de EU uit 2022. Dit Wezerarrest is namelijk van wezenlijk
belang als het gaat om het afgeven van vergunningen. Dit Wezerarrest is
eigenlijk niets minder dan het verslechteringsverbod. Met andere
woorden, als er dus een activiteit vergund moet worden, waardoor de
waterkwaliteit er mogelijk op achteruit kan gaan, is het: zeg maar
toedeledokie tegen je vergunning. Dat klinkt nu al als het
stikstofdrama, om iedereen maar even te helpen herinneren. Ik weet niet
of minister Tieman dit herkent, maar een van zijn voorgangers schreef in
2022 over datzelfde Wezerarrest dat Rijkswaterstaat concludeert dat het
arrest projecten bij waterschappen kan raken, met risico voor
doorlooptijd en de kosten van projecten, vergunningverlening en
onderhoud. Dat klinkt al heel erg ingewikkeld.
Voorzitter. Ik ga het even concreet samenvatten en dan hoop ik dat de
urgentie duidelijk is. We hebben een Europese richtlijn die ons
uiteindelijk zal gaan afrekenen op de kwaliteit van ons water. Meer dan
100.000 parameters in ons water moeten zich in goede toestand bevinden.
Per oppervlaktewater — dat zijn er meer dan 700 — zijn dat er gemiddeld
zo'n 140 die zich stuk voor stuk, een voor een, allemaal in goede
toestand moeten bevinden. Als één stof niet voldoet in een specifiek
water, dan wordt dit waterlichaam afgekeurd, omdat het "one out, all
out"-principe nog steeds juridisch bindend is. Mochten alle maatregelen
dan toch, wonder boven wonder, hebben geholpen, dan hebben we bij dat
water nog steeds te maken met het verslechteringsverbod, waardoor
vergunningen een groot probleem kunnen gaan worden. Als je denkt dat dit
alles is: we hanteren dus ook nog eens strengere normen dan onze
buurlanden. Ben ik dan de enige die ziet dat we frontaal op een muur aan
het afstormen zijn en dat dit gewoon helemaal misgaat? Ik zie mevrouw
Van der Plas nee schudden. Het is goed nieuws dat ik niet alleen sta in
dit verhaal.
Voorzitter. Mijn vraag aan de minister is heel erg simpel. Is er al een
noodscenario? Ligt er nu, zoals ik eerder heb gevraagd, een concreet
plan van aanpak om te voorkomen dat Nederland opnieuw in een
stikstofcrisis belandt? Liggen er al voorstellen op tafel om de normen
te versoepelen? Hebben we per oppervlaktewater tot in de kleinste
details in kaart wat er moet gebeuren op het moment dat een water wordt
afgekeurd binnen de Kaderrichtlijn Water? Zijn alle juridische
uitzonderingsprocedures per oppervlaktewater, per parameter, met alle
na-ijleffecten, tot in detail in kaart? Hebben we zicht op de effecten
van de vergunningverlening, de consequenties voor het bouwen van
woningen en de aanleg van nieuwe infrastructuur? Ik kan zo nog duizend
van dit soort vragen verzinnen. Dat komt doordat we gewoon geen antwoord
hebben op alle vragen. Ik hoop wel dat het zo duidelijk is. Het was een
klein lesje Kaderrichtlijn Water voor al mijn nieuwe collega's. Maar ik
hoop dat dat minister, ondanks zijn inzet en alle medewerkers die zich
inspannen voor het verbeteren van de waterkwaliteit, nu toch echt eens
aan de slag gaat om deze ramp in wording te voorkomen. Dat is namelijk
wat het gaat worden.
Tot slot een paar woorden richting de minister. Ik wil de minister
bedanken voor zijn inzet op dit waterdossier. Ik verwacht dat dit zijn
laatste waterdebat is in deze Kamer. Heel veel dank voor de
inspanningen. Ik wens de nieuwe minister van Infrastructuur en
Waterstaat — misschien zit hij hier wel aan deze tafel; we gaan het
meemaken — alvast heel erg veel sterkte met dit ontzettend complexe,
maar toch heel erg belangrijke dossier. Het zal niet makkelijk zijn,
maar we moeten wel aan de slag, want we moeten als de wiedeweerga nieuwe
woningen, nieuwe infrastructuur en nieuwe drinkwaterbronnen gaan
aanslaan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Lid Kostić heeft een vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, ik heb toch een vraag. Ik heb mijn collega in eerdere debatten op
dit punt uitgedaagd. Los van die specifieke doelen — die zetten we even
opzij — weten we dat het niet heel goed gaat met de kwaliteit van onze
wateren. Het kost dus het waterbedrijf steeds meer geld om het water te
zuiveren. Dat komt uiteindelijk op het bordje van de gewone burger, van
de belastingbetaler, van de kiezer van mijn collega. Mijn concrete vraag
aan mijn collega is dus welke stappen hij wil zetten om juist te
voorkomen dat het water verder vervuild wordt. Kan hij daar drie
voorbeelden van noemen?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik ga niet drie voorbeelden geven omdat het lid Kostić dat zo graag wil,
en ook geen twee. Ik ga het even heel simpel uitleggen. Feit is dat we
een heel actieplan hebben om de waterkwaliteit te verbeteren en om de
doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen. Ik heb in het
coalitieakkoord gelezen dat er 250 miljoen per jaar wordt gereserveerd
om nog wat meer te doen. Dat is overigens veel te laat. En we moeten wat
gaan doen aan de lozingen. Daar ben ik het mee eens, want het water moet
gewoon schoon zijn. Zoals ik net in mijn bijdrage al heb gezegd: ook wij
vinden dat het water schoner moet worden. Gaan we daarin zo ver als de
Partij voor de Dieren, zodat we daarmee ook een groot economisch
probleem over ons afroepen? Nee. Dat gaan we niet doen. We gaan
weloverwogen bekijken wat we kunnen doen en wat de effecten daarvan zijn
voordat we overgaan tot zo'n stap. Maar feit is: het water moet schoner.
Er zijn plannen. Daar wil ik het eigenlijk bij laten.
De voorzitter:
Tot slot, lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik voel een beetje ongemak bij mijn collega. Vindt mijn collega de
plannen die er nu liggen dan goed genoeg?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als de plannen goed genoeg waren geweest, had ik geen noodkreet geuit
over het al dan niet halen van de Kaderrichtlijn Water. Als de plannen
goed genoeg waren geweest, dan hadden we in 2027 de doelen van de
Kaderrichtlijn Water gehaald. Dan hadden we nu niet 80% doelbereik
gehad, maar dan hadden we nu op z'n minst al in de buurt van 95% moeten
zitten, willen we het over anderhalf jaar halen. Dan hebben we weliswaar
nog na-ijleffecten en wat uitzonderingsgronden waar we wat mee kunnen,
maar de vraag is of we dat überhaupt voldoende in kaart hebben en of we
straks dan niet gewoon te laat zijn. Mijn vrees is oprecht dat we straks
te laat zijn en dat we, net als bij de stikstofcrisis, dit allemaal weer
laten gebeuren; ik hoop dat iedereen hier dat ook echt in zijn oren gaat
knopen. Wat hebben we dan? Dan kunnen we nog niks. Dan kunnen we
allemaal mooie plannen gaan verzinnen met elkaar, maar dan houdt het
gewoon op. Dan kunnen we beter naar huis gaan, want dan zijn we gewoon
te laat.
De voorzitter:
Dan is het woord aan mevrouw Van der Plas, BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, dank u wel. Water is van levensbelang voor mens, natuur,
economie en de voedselproductie. BBB hecht daarom groot belang aan
schoon en voldoende water, maar wel op een manier die eerlijk,
uitvoerbaar en proportioneel is. Waterbeleid moet bijdragen aan
daadwerkelijke verbetering van de waterkwaliteit en aan het beschikbaar
houden van voldoende water, niet aan het verder vastzetten van Nederland
en ook niet aan het eenzijdig afschuiven van problemen op boeren en
andere gebruikers van het landelijk gebied. BBB maakt zich daar namelijk
grote zorgen over, want we zien dat de waterkwaliteit de afgelopen jaren
steeds vaker wordt ingezet als een nieuw juridisch slot, boven op
stikstof, natuur en klimaat. De optelsom van al deze dossiers dreigt
onhoudbaar te worden. BBB wil voorkomen dat waterbeleid verwordt tot een
nieuw generiek afrekeningsinstrument waarbij vooral de landbouw wordt
aangesproken, terwijl andere bronnen en de internationale context
structureel onvoldoende worden meegewogen.
Voorzitter. Uit diverse rapportages blijkt dat de waterkwaliteit in
Nederland op onderdelen daadwerkelijk verbetert. Tegelijkertijd liggen
er nog grote opgaven. Dat ontkent BBB niet. Ons baart echter zorgen dat
in het beleid de nadruk vrijwel automatisch en eenzijdig komt te liggen
op nutriënten uit de landbouw, terwijl andere aantoonbaar relevante
bronnen structureel onderbelicht blijven. Zo weten we dat een
aanzienlijk deel van de nutriënten en de chemische belasting van het
oppervlaktewater afkomstig is van riooloverstorten bij piekbuien,
verouderde rioolwaterzuiveringsinstallaties, industriële lozingen,
historische vervuiling in de bodem en waterbodems, medicijnresten en
stoffen zoals pfas. Daarnaast speelt zwerfafval een steeds grotere rol.
Ook de buitenlandse aanvoer via grote rivieren als de Rijn, de Maas, de
Schelde en de Eems, maar ook via de kleinere wateren, is van grote
betekenis. Dat zijn rivieren waar Nederland zelf nauwelijks invloed op
heeft, maar waarop sectoren wel volledig worden afgerekend. Uit een
herberekening die recent is gepubliceerd, blijkt bovendien dat het
aandeel van de landbouw in de totale nutriëntenbelasting van het water
structureel lager ligt dan jarenlang is aangenomen. Op basis van
geactualiseerde cijfers blijkt dat eerdere ramingen het landbouwaandeel
fors hebben overschat, terwijl andere bronnen onvoldoende zijn
meegenomen.
Dat beeld wordt versterkt door de gang van zaken rond de zogenaamde met
nutriënten verontreinigde gebieden. Eind 2023 publiceerde het ministerie
van Landbouw onder leiding van het vorige kabinet een kaart met deze
gebieden. Die kaart oogstte heel veel kritiek, en terecht. De kaart was
namelijk gebaseerd op een bronnenanalyse uit 2016, die op haar beurt
weer was gebaseerd op data uit de periode 2010-2013. Met een rekenmodel
— daar gaan we weer met de modellenwerkelijkheid — werd toen vastgesteld
welk aandeel van de stikstofbelasting aan welke bron kon worden
toegerekend. Daarbij werd ongeveer 40% van de stikstof toegeschreven aan
bemesting vanuit de landbouw. De huidige landbouwminister heeft
vervolgens terecht aangekondigd deze kaart te vervangen door een nieuwe
kaart met aandachtsgebieden, in samenhang met het achtste actieprogramma
Nitraatrichtlijn. Voor die nieuwe kaart is de bronnenanalyse recent
geactualiseerd. En wat blijkt? Het berekende landbouwaandeel in de
stikstofbelasting is duidelijk flink verminderd. Dat is geen detail; dat
is echt een fundamenteel andere werkelijkheid.
Toch heeft de Kamer vorige maand deze actualisatie, en daarmee eerlijker
beleid gebaseerd op betere cijfers, tegengehouden. Dat betekent dat
boeren op dit moment te maken hebben met watermaatregelen die zijn
gebaseerd op aannames en cijfers waarvan inmiddels bekend is dat ze niet
kloppen. Dat is niet alleen politiek heel ongelukkig; dat is ook
inhoudelijk heel kwalijk en dan druk ik me nog licht uit. Kan het
kabinet bevestigen dat uit een geactualiseerde bronnenanalyse blijkt dat
het landbouwaandeel in de nutriëntenbelasting veel lager ligt dan eerder
werd aangenomen? Kan het kabinet aangeven of het beleid, de regels en de
verplichtingen waar boeren nu mee te maken hebben anders zouden zijn
geweest als vanaf het begin met deze juiste cijfers was gerekend? Wat
was er nu anders geweest in welk gebied als bij de aanwijzing actuele
data gebruikt waren? Welke consequenties verbindt het kabinet hieraan
voor het huidige waterbeleid en de lopende maatregelen?
Voorzitter. Ook officiële rapportages van onder meer Rijkswaterstaat en
Deltares laten zien dat in grote rivieren een aanzienlijk deel van de
stikstof- en fosforbelasting afkomstig is uit het buitenland. Voor de
Rijn en de Maas gaat het om substantiële percentages die via Duitsland
en België ons watersysteem binnenkomen. Toch verdwijnen deze bijdragen
in de beleidskeuzes vaak naar de achtergrond of worden ze toegerekend
aan de landbouw, waardoor nationale sectoren volledig worden
aangesproken op het niet behalen van de doelen. BBB mist in het huidige
waterbeleid een echte bronaanpak. Niet alles wat in het water zit, komt
van het land. Niet alles wat van het land komt, komt van de boeren. Niet
alles wat Nederland meet, is door Nederland veroorzaakt. Toch worden
maatregelen vaak generiek opgelegd aan één sector, zonder dat helder is
welk probleem daar nou precies mee wordt opgelost. Kan het kabinet
aangeven hoe wordt geborgd dat onjuiste of verouderde aannames over
bronbijdragen, waaronder de overschatting van het landbouwaandeel in de
nutriëntenbelasting, niet doorwerken in vergunningverlening, handhaving
en rechterlijke toetsing onder de Kaderrichtlijn Water? Hoe wordt
voorkomen dat individuele boeren juridisch worden aangesproken op
milieuproblemen waarvan de oorzaak aantoonbaar breder is of deels buiten
Nederland ontstaat?
Voorzitter. Het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn bevatte een
duidelijke koerswijziging ten opzichte van eerdere actieprogramma's.
Voor het eerst werd niet automatisch gekozen voor verdere aanscherping,
maar werd expliciet gekeken naar verlichtingen daar waar dat aantoonbaar
mogelijk was. Het achtste actieprogramma markeerde daarmee een
noodzakelijke omslag: weg van die steeds nieuwe generieke maatregelen en
juist koers zetten richting maatwerk en differentiatie. BBB vindt dat
een verstandige koers, want we moeten stoppen met het telkens opleggen
van nieuwe verplichtingen terwijl eerdere maatregelen nog niet eens goed
zijn geëvalueerd. Zoals eerder benoemd, is het aandeel van de landbouw
in de nutriëntenbelasting lange tijd overschat geweest. Tegelijkertijd
weten we nog onvoldoende of de maatregelen uit het zevende
actieprogramma überhaupt het beoogde effect hebben gehad op de
waterkwaliteit. Het is dan ook niet uitlegbaar om nieuwe verplichtingen
op te leggen terwijl de effectiviteit van bestaand beleid nog niet is
vastgesteld. Ik vind dat een gemiste kans.
Voorzitter. Een andere gemiste kans is het feit dat Nederland nog steeds
het volledige grondgebied aanwijst als kwetsbare zone. Al jarenlang
wijst Nederland het hele grondgebied aan als kwetsbare zone onder de
Nitraatrichtlijn, alsof elk gebied hetzelfde is, alsof overal dezelfde
problemen spelen en alsof maatwerk niet bestaat. Maar dit beeld klopt
niet. Dat staat nu ook gewoon zwart-op-wit. Het CDM-advies — CDM staat
voor de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet — laat zien dat in
klei- en veengebieden de nitraatconcentratie in het grondwater al jaren
onder de norm ligt. De waterkwaliteit is daar op orde. Dat is geen
verwachting, dat is geen model: dat is een feit. Tegelijkertijd lezen we
in datzelfde rapport dat de bijdrage van deze gebieden aan de
nutriëntenbelasting van Noordzee zeer beperkt is. Het grootste deel van
die belasting komt uit het buitenland. Extra nationale maatregelen in
deze gebieden leveren dus nauwelijks milieuwinst op, maar hebben wel
enorme gevolgen voor boeren en de ruimte om te ondernemen, maar ook voor
onze voedselvoorziening.
Dan wordt vaak gewezen op eutrofiëring, oftewel vermesting. Maar ook
daar is het beeld genuanceerder dan soms wordt geschetst. De CDM geeft
aan dat het in klei- en veengebieden voor een groot deel gaat om een
mógelijk risico, niet om een vastgesteld en actueel probleem. En toch
worden op basis van die risico-inschattingen generieke maatregelen
opgelegd. Dat is gewoon niet proportioneel, zeker niet al je kijkt naar
wat allemaal al geregeld is. We hebben mestnormen, we hebben
gebruiksnormen, we hebben fosfaatrechten. Daarbovenop komen nog de
maatregelen uit de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel, die
de stikstofemissies naar de lucht verder gaan beperken. Die samenhang
zien we nauwelijks terug in de afwegingen.
Voorzitter. Europa verplicht Nederland om het hele land als kwetsbare
zone aan te wijzen. De ruimte is er om het anders te doen. Andere
lidstaten maken daar ook gebruik van. Als de waterkwaliteit het toelaat
— en dat laat deze hier toe — dan is het onze verantwoordelijkheid om
die ruimte ook daadwerkelijk te benutten. Daar komt bij dat het beleid
steeds meer inzet op doelsturing; dat betekent dat je individuele
bedrijven kunt aanspreken waar dat nodig is, in plaats van hele gebieden
collectief te bestraffen. De doelsturing is slimmer, rechtvaardiger en
effectiever. Is de minister het daarmee eens?
Voorzitter. De conclusie voor de BBB is helder. De ruimte is er
juridisch en inhoudelijk en de onderbouwing ligt op tafel. We zijn het
dan aan Nederland en aan onze boeren verplicht om niet te blijven hangen
in oude reflexen, maar dit in gang te zetten. Zo kan in klei- en
veengebieden dan meer dierlijke mest, en daardoor minder kunstmest,
gebruikt worden in de landbouw. Nú is de tijd. BBB heeft dit toen in het
hoofdlijnenakkoord laten zetten en het gegeven dat er nu een nieuw
kabinet komt, mag deze inzet niet stoppen. We moeten nu handelen. Wijs
niet langer Nederland aan als kwetsbare zone. Doe dat zo snel
mogelijk.
Voorzitter. De Nitraatrichtlijn is niet het enige Europees kader waarmee
Nederland te maken heeft. Ook de Kaderrichtlijn Water is uit Europa
afkomstig, maar ook hier geldt dat de uitwerking daarvan sterk per
lidstaat verschilt. Nederland lijkt structureel te kiezen voor een
strengere, juridisch meer risicomijdende interpretatie dan onze
buurlanden. Dat leidt tot scheve concurrentieverhoudingen en onnodige
nationale koppen. En nationale koppen zijn extra Nederlandse regels op
bestaand Europees beleid. BBB ziet grote verschillen in normstelling en
beoordeling tussen Nederland, België en Duitsland. In Vlaanderen en
Noordrijn-Westfalen worden andere drempelwaarden gehanteerd, andere
meetpunten gebruikt en vaker gewerkt met trendmatige beoordeling in
plaats van absolute normoverschrijding.
Een illustratief voorbeeld zien we bij de grensoverschrijdende wateren
met Duitsland. Mijn voorganger, de heer Heutink, heeft het hier ook al
over gehad. Neem bijvoorbeeld de Dinkel. Op meerdere plekken wordt
eenzelfde rivier of beek aan de Duitse zijde beoordeeld als voldoende of
goed, terwijl datzelfde water direct na de grens aan Nederlandse zijde
als matig of slecht wordt aangemerkt en daarmee rood kleurt op de kaart.
Ik lach er een beetje bij, maar het is eigenlijk te zot voor woorden.
Dat is ook waarom ik lach. Ik denk echt: waar zijn we in hémelsnaam mee
bezig hier? Het water wordt niet slechter aan de grens, maar de norm
verandert, de interpretatie verandert, de juridische gevolgen
veranderen. De fysieke waterkwaliteit blijft gelijk, maar de Nederlandse
beoordeling maakt het verschil. Dat verschil komt uiteindelijk volledig
terecht bij de Nederlandse boeren en bedrijven. Kan het kabinet
bevestigen dat deze verschillen in classificatie en normstelling zich
voordoen aan de grens met Duitsland? Kan het kabinet alsjeblieft
uitleggen waarom Nederland ervoor kiest om binnen de Europese
bandbreedte strenger te zijn dan onze buurlanden, met alle juridische en
economische gevolgen van dien?
Voorzitter. Dan de manier waarop Nederland rapporteert aan Brussel. BBB
heeft daar ook wel vraagtekens bij. We zien namelijk dat Nederland zich
structureel slechter presenteert dan nodig. Dat begint bij de
normstelling en eindigt bij de rapportage richting de Europese
Commissie. In Nederland werken waterschappen met zogeheten
maatlatnormen, die zijn ontwikkeld door het kenniscentrum voor
waterschappen, STOWA. Die normen zijn bedoeld als ecologisch onderbouwde
richtwaarden binnen de Kaderrichtlijn Water. Deze maatlatten bieden
expliciet ruimte om normen te corrigeren voor natuurlijke
achtergrondconcentraties, zoals kwel op veenbodems, bodemsamenstelling
en geochemische omstandigheden. Die ruimte ís er Europees ook. De
Europese Commissie staat toe dat normen worden aangepast wanneer
overschrijdingen aantoonbaar het gevolg zijn van natuurlijke oorzaken en
dus niet van menselijke belasting. Toch zien we dat deze ruimte in
Nederland onvoldoende wordt benut. In plaats van normen te corrigeren
voor de natuurlijke achtergrondvervuiling worden overschrijdingen vaak
volledig administratief toegerekend aan menselijke bronnen en, jawel, in
de praktijk vrijwel altijd aan de landbouw. Daarmee ontstaat er een
vertekend beeld, zowel nationaal als richting Brussel. Dat beeld wordt
vervolgens leidend in Europese rapportages, derogatiebesluiten en
aanvullende opgaven. Ik zou graag hierop een reactie willen van de
minister.
Voorzitter. We zien in Europese rapportages dat stoffen als zink,
arseen, aluminium, kobalt, seleen en zilver belangrijke redenen zijn
waarom waterlichamen als "niet voldoende" worden beoordeeld, terwijl
bekend is dat deze stoffen in veel gebieden van nature voorkomen,
bijvoorbeeld door kwel of bodemchemie. Als die natuurlijke bijdrage niet
wordt gecorrigeerd, dan ontstaat er een vals negatief beeld van de
waterkwaliteit. En dat heeft gevolgen. Dan lijkt het alsof Nederland
structureel faalt op de Kaderrichtlijn Water, terwijl een deel van die
overschrijdingen simpelweg niet maakbaar is. BBB vindt dat Nederland
hiermee zijn eigen problemen vergroot, want als wij richting Brussel
rapporteren zonder correctie voor natuurlijke oorzaken, zetten we
onszelf klem en volgen er extra opgaven, strengere eisen en verdere
juridische druk, terwijl de feitelijke milieuwinst gewoon
ontbreekt.
Kan de minister toelichten waarom Nederland bij de rapportage aan
Brussel onvoldoende gebruikmaakt van de mogelijkheid om normen te
corrigeren voor natuurlijke achtergrondbelasting, terwijl die ruimte er
expliciet wel is? Is het kabinet bereid om alle waterschappen te
verplichten om expliciet te onderbouwen of correctie voor natuurlijke
bronnen nodig is bij stikstof, fosfor en metalen, en om waar dat het
geval is ook daadwerkelijk maatlatnormen toe te passen? En is het
kabinet bereid om in beeld te brengen waar in Nederland overschrijdingen
van de Kaderrichtlijn Waternormen aantoonbaar het gevolg zijn van
natuurlijke oorzaken, zodat we richting Brussel een eerlijk en feitelijk
beeld geven in plaats van een structureel te negatief beeld?
De voorzitter:
Er is een interruptie van de VVD. De heer Schutz.
De heer Schutz (VVD):
Een vraag aan mevrouw Van der Plas. Ik snap haar betoog. Ik hoor het
aan. Maar we zitten hier vandaag voor het onderwerp waterkwaliteit.
Althans, het gaat over water, waar waterkwaliteit onderdeel van is.
Waterkwaliteit en de Nitraatrichtlijn hebben elkaar voor de kerst heel
dicht geraakt. Dus ik snap het op zich best. Alleen, als het gaat om de
Nitraatrichtlijn, hebben we het over een ander departement, over LVVN.
Is de consequentie dat we de discussie die we voor kerst gevoerd hebben,
hier nu over gaan doen? Wat is de strekking van wat u eigenlijk
vraagt?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik denk dat mijn vragen heel duidelijk zijn. Die heb ik net allemaal
gesteld. De minister van Landbouw heeft met de Nitraatrichtlijn te
maken, zeker. Maar de Nitraatrichtlijn en waterkwaliteit lopen door
elkaar heen, die lopen gewoon door twee ministeries heen. Dat is de
reden waarom ik hier die vragen stel aan deze minister. Voor mij is het
belangrijkste dat we dit kromme beleid gaan stoppen. We moeten bezig
zijn met de bigger picture, de grote lijn. Volgens mij moeten we niet
gaan dimdammen over de vraag of het de minister van LVVN of de minister
van IenW is die hier antwoord op moet geven. Daar gaat het helemaal niet
om. We zetten ons hele land op slot. Ons hele land zit op slot. Ik heb
hier heel veel voorbeelden genoemd van wat wij als Nederland zouden
kunnen doen, maar wat gewoon niet gebeurt. Ik hoorde de heer Schutz net
zeggen: ik wil wel samen optrekken om te kijken of we het allemaal
kunnen simplificeren. Nou, ik heb dat hier gevraagd. Dus ik nodig de
heer Schutz graag uit.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Schutz heeft een vervolgvraag.
De heer Schutz (VVD):
Ik vroeg het omdat er natuurlijk wel moties zijn ingediend, die ook zijn
aangenomen, met als gevolg dat met name het nieuwe kabinet ermee aan de
slag moet. De vragen die u stelt, zijn helder. Ik begrijp ook wel waarom
u die vragen stelt. Het zijn geen onduidelijke vragen, maar mijn vraag
aan u is wel: gaan we de discussie in het landbouwdebat van voor de
kerst hier nu overdoen of laten we dit aan het volgende kabinet
over?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, de Kamer heeft gezegd dat het aan het nieuwe kabinet overgelaten
moet worden, en wij hebben natuurlijk tegen die motie gestemd. Het
achtste actieprogramma is nog steeds heel streng, hè, maar daar zaten
wel versoepelingen in voor gebieden waarvoor dat mogelijk was. We hebben
onszelf gewoon opnieuw op achterstand gezet, juist met wat ik hier
allemaal genoemd heb, dus al die dingen die al kunnen. Dus ja, ik ga dat
hier weer aan de orde stellen, maar feit is dat de motie een meerderheid
had in de Tweede Kamer. BBB heeft ertegen gestemd en helaas is die motie
toch aangenomen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Een klein puntje van orde: de LVVN-minister zou hier gewoon zijn op
uitnodiging van de Kamer, juist omdat we die minister vragen wilden
stellen omdat de landbouw zo'n knelpunt is bij oplossingen voor water.
Ik zou de Kamerleden dus willen oproepen om elkaar hierin niet verder te
beperken. De minister heeft gewoon geweigerd om hiernaartoe te komen, en
deze minister heeft toegezegd om in haar plaats de vragen te
beantwoorden.
De voorzitter:
Dan is er ook een vraag van mevrouw Vellinga-Beemsterboer.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Een kleine verduidelijkende vraag. Mevrouw Van der Plas triggert mij
even met de opmerking over the bigger picture. Ik heb een vraag, op het
risico af dat we het debat gaan overdoen, want dat is niet mijn
bedoeling. U zegt aan de ene kant dat heel veel nog niet duidelijk is en
dat heel veel nog niet getest is, maar u vraagt aan de andere kant wel
om verruiming. Dat werkt wel twee kanten op. Mijn zorg zit in het
volgende. Hoe zorgen we ervoor dat we ook langetermijnperspectief gaan
waarborgen en niet te snel in ogenschijnlijke verruimingsmogelijkheden
stappen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat ik hier zonet allemaal opnoemde, is gewoon allemaal concreet. Dat is
gewoon concreet. Vorige week bleek bij de technische briefing dat 83%
van onze wateren gewoon voldoet. En niet alles wat van het land komt,
komt van de landbouw. Dat is ook gezegd. Ook komt niet alles wat hier in
het water zit uit Nederland. Wij pleiten er gewoon voor om
maatwerkbeleid te voeren, zodat we niet ons hele land op slot zetten.
Echt, ik kan er gewoon niet bij dat andere partijen dat niet zien. Er
wordt gewerkt met modellen en met zo'n kaartje — ik heb dat zonet in
mijn tekst ook al genoemd — dat uiteindelijk gewoon bijgesteld is omdat
er voor de huidige situatie data werden gebruikt uit 2010 en 2013.
Uiteindelijk is dat bijgesteld. Wij willen toch gewoon goed beleid voor
onze mensen in Nederland? We willen toch beleid dat uitvoerbaar en
haalbaar is en recht doet aan degenen waar het om gaat? In dit geval
zijn dat boeren, maar het gaat bijvoorbeeld ook om industriële
bedrijven. We moeten toch gewoon zorgen dat we goed beleid hebben?
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Nee, daar kunnen we elkaar helemaal in vinden, maar juist daarom vraag
ik het. Hoe zorgen we ervoor dat het langetermijnbeleid dan ook goed is?
U zegt terecht dat die modellen verouderd zijn. Ik zou geen enkele
industrie, of het nou de agrarische sector of de industriële sector is,
nu willen opzadelen met richtlijnen die we over twee jaar weer moeten
veranderen. Ik ben benieuwd naar de plannen van mevrouw Van der Plas
daarvoor.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We hoeven helemaal niks te veranderen, want de Europese Commissie vraagt
een aantal dingen niet van ons. Die doen wij zelf. Wij zeggen zelf "we
gaan het allemaal nóg strenger doen" of "we gaan het op déze manier
doen". Er zijn landen die dat niet doen. Ik noemde zonet het voorbeeld
van de Dinkel. Aan de andere kant van de grens is de waterkwaliteit
goed, omdat ze daar met andere normen werken, en aan onze kant is de
waterkwaliteit slecht. Dat is juist het punt. Het is ook niet zo dat er
verouderde modellen worden gebruikt. Er worden verouderde data gebruikt,
die vervolgens in modellen worden gezet. Dat is het grote
probleem.
De voorzitter:
Mevrouw Boelsma heeft ook een vraag.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik waardeer de bevlogenheid van mevrouw Van der Plas. Er zijn veel
moties door de Kamer ingediend en er is in december geconstateerd dat de
ministeries er onderling niet uitkwamen, waardoor het achtste
actieprogramma er niet is gekomen. Wat is uw reflectie daarop vanuit uw
partij, de BBB, die op dat moment met twee bewindspersonen aan zet
was?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat vind ik vanzelfsprekend heel erg jammer, en dat had ook niet
gehoeven. Het achtste actieprogramma had gewoon door gemoeten. Dat had
voor heel veel boeren ... Dat zeg ik: het achtste actieprogramma was
geen versoepelingsprogramma; daar zaten zeker aanscherpingen in. Voor
plekken waarop het kon, zaten er versoepelingen in. Mijn grote zorg is
dat die versoepelingen er straks niet gaan komen, terwijl dat wel gewoon
kan.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Vindt u het wel mooi dat door de motie-Grinwis de doelsturing is
gered?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Doelsturing staat gewoon in het hoofdlijnenakkoord. Dat is er door de
Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel gewoon in gezet. Er is
dus helemaal geen sprake van dat dat "gered" is. Dat is gewoon beleid
dat wij gingen uitvoeren. Ik hoop dat dat onder een volgend kabinet in
stand kan blijven. Niet iedereen is daar even gelukkig mee. Voor een
aantal boeren zitten er misschien ook wel wat haken en ogen aan. Ik snap
dat boeren zich daar op sommige punten zorgen over maken, maar
doelsturing betekent wel dat je de boer aan de knoppen zet. Dat is voor
ons belangrijk. In plaats van dat de overheid zegt "dit en dat moet je
doen om stikstof te reduceren", zit de boer nu zelf aan de knoppen en
kan die, op de manier die het beste bij hem past, voldoen aan het
reduceren van stikstof. Nog even los van het feit dat de
stikstofproblemen hier in Nederland worden veroorzaakt door de
stikstofwet en door wurgende extra regelgeving, maar dat terzijde.
De voorzitter:
Was u al klaar met uw betoog, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, voorzitter. Nog lang niet.
De voorzitter:
Vervolgt u alstublieft uw betoog.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Daarbij komt een tweede fundamenteel punt waar BBB
vraagtekens bij zet, namelijk de diepte en locatie waarop wij meten. In
Nederland worden nitraat en grondwater vaak gemeten vlak onder de
wortelzone, soms op slechts 50 centimeter onder het maaiveld. Dat is
precies de zone waar tijdelijke uitspoeling kan optreden, bijvoorbeeld
direct na bemesting of bij hevige neerslag. Maar dat is niet de plek
waar het grondwater wordt gewonnen voor drinkwater en het is ook niet de
plek waar de Kaderrichtlijn Water primair over gaat als het gaat om de
bescherming van strategische grondwatervoorraden.
Nitraat is bovendien een stof waar van alles mee gebeurt in de bodem.
Het breekt af, wordt vastgelegd of wordt omgezet naar mate het dieper in
de bodem komt, afhankelijk weer van het bodemtype, de beschikbaarheid
van zuurstof en microbiologische processen. Door uitsluitend ondiep te
meten, ontstaat er een momentopname die weinig zegt over de kwaliteit
van het grondwater op grotere diepte, waar drinkwater wordt gewonnen en
waar de langetermijnrisico's relevant zijn. BBB vindt het daarom
problematisch dat op basis van ondiepe metingen zware conclusies worden
getrokken over de algehele staat van het grondwater, en dat hier
vergaande beleidsopgaven aan worden gekoppeld.
In Europese rapportages over derogatie en grondwaterkwaliteit is
bovendien te zien dat Nederland zelf richting Brussel rapporteert dat
het grondwater op grotere diepte lang niet overal even slecht is. Dat
roept de vraag op waarom nationaal beleid wel wordt gebaseerd op deze
meest ongunstige meetpunten. Kan het kabinet toelichten waarom Nederland
ervoor kiest om primair te sturen op metingen vlak onder de wortelzone,
terwijl bekend is dat deze metingen niet representatief zijn voor
drinkwaterwinningen en diepe grondwaterlichamen? Is het kabinet bereid
om bij de beoordeling en rapportage van de grondwaterkwaliteit
structureel onderscheid te maken tussen ondiep grondwater en diep
grondwater, en om beleidsconclusies primair te baseren op die lagen waar
daadwerkelijke risico's voor drinkwater en ecosysteem bestaan? En kan
het kabinet bevestigen dat het meten op grotere diepte, waar drinkwater
wordt gewonnen, in veel gevallen een beduidend gunstiger beeld laat zien
dan nu in het nationale beleid wordt geschetst?
Voorzitter. Ik ga nu even in op iets anders wat ook met water te maken
heeft. Nederland behoort wereldwijd tot de top in de maritieme sector.
Daar moeten we echt trots op zijn. Die positie is het resultaat van een
eeuwenlange opbouw van kennis en kunde, van vakmanschap en van
investeringen in de toekomst, van generatie op generatie. Wij weten dat
de minister als voormalig maritiem officier een heel groot hart heeft
voor de maritieme sector en dat hij zich daar keihard voor inzet. Die
koppositie is echter allesbehalve vanzelfsprekend. De sector staat onder
toenemende druk door oneerlijke internationale concurrentie en
geopolitieke spanningen. Juist daarom zijn duidelijk en consistent
beleid en een langetermijnstrategie die rust en duidelijkheid biedt aan
de sector en inzet op structurele investeringen in onze maritieme
infrastructuur cruciaal.
De scheepsbouw- en reparatiewerven zijn daarbij van strategisch belang.
Als ze verdwijnen, komen ze niet terug. Dat raakt niet alleen onze
havens en onze werkgelegenheid, maar ook onze nationale veiligheid. Het
aandeel van de Nederlandse vloot in de wereldhandel loopt al terug. Het
verdwijnen van werven zal die ontwikkeling alleen maar versnellen. Is de
minister bereid om scheeps- en reparatiewerven expliciet op te nemen in
een nationale havenstrategie?
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, ik ga even een punt van orde maken, want dit is
geen onderwerp van het debat. Artikel 8.15 van het Reglement van Orde
stelt dat we echt bij het onderwerp moeten blijven. Dit onderwerp hoort
niet bij dit WGO Water, dus ik weet niet of u nog veel heeft, maar
liever niet.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan ga ik met iets anders verder. Wat wel degelijk met water te maken
heeft, zijn de problemen rond de watertaxi van Ameland. Nu de minister
voornemens is om de vaarsnelheid in de nacht voor de watertaxi's te
verhogen ...
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, ik ga u weer even onderbreken. Dat doe ik niet om
u af te kappen, maar omdat dit onderwerp op donderdag 12 februari op de
agenda van het commissiedebat Wadden staat. Bewaar die tekst dus liever
voor dan, want dan kunnen de anderen ook met u meediscussiëren. Dan
hebben zij zich namelijk ook voorbereid.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb dit onderwerp meegenomen omdat ik meen dat de minister volgende
week maandag een bezoek gaat brengen aan Ameland. Dat is weliswaar voor
het debat, maar ik wil hem hier eigenlijk graag nog wat meegeven voor
het bezoek dat hij gaat brengen aan de Wadden. Volgens mij bestaat er
over de watertaxi wel brede consensus, dus is dat hier geen onderwerp
van grote discussie.
De voorzitter:
Nee, dat klopt. Sterker nog, het is vorige week aan de orde geweest, bij
het commissiedebat Maritiem. Toen zijn er ook aanbevelingen meegegeven
aan de minister. Dus én dat is geweest én dat komt nog. Ik zou u echt
willen verzoeken om u te houden aan het onderwerp van deze vergadering.
Die staat weliswaar tot 17.00 uur ingepland, maar dat is geen
uitnodiging om eindeloos allerlei onderwerpen erbij te halen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, dat klopt. Dan wil ik daar één vraag over stellen. Mocht die al
gesteld zijn: ik zat toen in een ander debat, dus ik was daar niet bij.
Ik heb begrepen dat er een ecologische toets gaat komen. Ik zou graag
willen weten waar die ecologische toets uit gaat bestaan. Als die vraag
al beantwoord is, hoor ik dat graag, want dan ga ik dat in de
Handelingen opzoeken.
De heer Schutz (VVD):
Als antwoord, om mevrouw Van der Plas gerust te stellen: ik heb een
toezegging gevraagd en ook gekregen van deze minister dat hij de
ecologische toets als een maatwerkvraag neerlegt bij de minister van
LVVN.
De voorzitter:
Dat ter verduidelijking. Mevrouw Van der Plas, gaat u verder met uw
betoog.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga verder.
Voorzitter. Wij zijn positief over het akkoord in Brussel om de
waterkwaliteit niet langer uitsluitend te beoordelen volgens het "one
out, all out"-principe, maar om ruimte te bieden voor een aanvullende
methodologie die vooruitgang ook zichtbaar maakt. Tegelijkertijd is het
voor BBB van groot belang dat deze nieuwe aanpak niet alleen maar op
papier bestaat. Kan de minister aangeven wanneer deze methodologie wordt
geïmplementeerd, hoe die er concreet uit gaat zien en wat die betekent
voor de Nederlandse praktijk?
BBB vindt het essentieel dat zichtbaar wordt waar daadwerkelijk
verbeteringen worden gerealiseerd, zodat beleid eerlijker en
realistischer kan worden ingezet. In de Miljoenennota is 294 miljoen
euro beschikbaar gesteld voor waterkwaliteitsmaatregelen, waaronder het
aanleggen van nessen en vispassages, specifiek ten aanzien van de
problematiek rondom de rivierkreeft. Mijn vraag is of in dit kader ook
de moties-Van der Plas zijn meegenomen, zowel als het gaat om het verder
in kaart brengen van de problematiek als om de oproep aan
waterbeheerders om waterbarrières voor de paling ook aan te
pakken.
Dan nog even over de Kaderrichtlijn Water. Ik wil het een en ander nog
wel benadrukken. We kennen inmiddels de uitzonderingsmogelijkheden:
doelfasering, doelverlaging, overmacht en groot maatschappelijk belang,
aangevuld met de in het afgelopen najaar in Brussel besloten
uitbreidingen. Kan de minister aangeven hoe deze uitzonderingen in de
praktijk worden toegepast en hoe wordt voorkomen dat waterbeheerders
klem komen te zitten tussen de juridische verplichtingen en de
maatschappelijke realiteit?
Voorzitter. Dan het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De alliantie van het
Rijk en de waterschappen werkt al tien jaar samen. Er is veel bereikt,
maar we zien ook dat de kosten harder stijgen dan de inflatie, dat
mijlpalen niet altijd worden gehaald en dat doelmatigheidsprikkels niet
altijd effectief zijn. Welke concrete verbeteringen ziet de minister om
dit programma beheersbaar, doelmatig en solidair te houden richting
2050?
Dan het Grevelingenmeer. Dat is een complex dossier, met grote belangen
en de zeespiegelstijging in het vooruitzicht. Er liggen drie
toekomstrichtingen op tafel: een doorlaatmiddel in de Brouwersdam,
verzoeting van het meer of het volledig weghalen van de dam. BBB wil
realistisch én constructief zijn. Daarom stellen wij voor om voorafgaand
aan het commissiedebat Water in juni een rondetafelgesprek hierover te
organiseren, waarin de experts van de drie richtingen worden gehoord.
Maar dat gaan we in de procedurevergadering doen.
Voorzitter. Als we het hebben over de toekomst van onze delta, dan
hebben we het over de toekomst van Zeeland. Laat ik daar namens BBB
volstrekt helder over zijn: Zeeland mag niet verzouten, maar moet
verzoeten. In het rapport Ruimte voor zeespiegelstijging 2 wordt steeds
vaker gesproken over het accepteren van verzilting in de Zuidwestelijke
Delta. BBB verzet zich hiertegen. Verzilting betekent verlies van
landbouwgrond, problemen met drinkwater en het verdwijnen van
bestaanszekerheid. Een provincie die structureel verzilt, wordt
onleefbaar. Nederland is groot geworden door water te beheersen, niet
door het op te geven. Verzilting is geen natuurwet, maar een
beleidskeuze. Mijn vraag aan de minister is dan ook of hij bereid is om
vast te houden aan een koers waarin verzoeting, zoetwaterbeschikbaarheid
en leefbaarheid van Zeeland centraal blijven staan. Waar ik Zeeland
noem, noem ik ook de andere provincies die met verzilting te maken
hebben, waaronder Groningen.
Dank u wel, voorzitter. Ik hou het hierbij. Dank voor uw opmerkingen. We
gaan de tweede termijn vol goede moed tegemoet, hoop ik.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan lid Kostić van de Partij voor de
Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. Voldoende schoon water is geen luxe, maar een absolute
basisvoorwaarde voor ons bestaan. Het is onmisbaar voor natuur,
gezondheid en onze economie. Zonder schoon water geen biodiversiteit,
geen voedselproductie, geen ruimte voor nieuwe woningen en geen gezonde
leefomgeving. Juist daarom is de Europese Kaderrichtlijn Water zo
cruciaal. Deze richtlijn, al afgesproken in 2000, zorgt ervoor dat het
schoonhouden van het water in Europa geen vrijblijvende belofte is en
vormt een noodzakelijke stok achter de deur voor de lidstaten. We hebben
dus meer dan 25 jaar geleden afgesproken dat ons water een goede
ecologische en chemische kwaliteit moet hebben. Nederland heeft eerdere
deadlines niet gehaald en dreigt nu de uiterste deadline, 2027, wederom
niet te halen, omdat opeenvolgende kabinetten geen echte maatregelen
durfden te nemen en steeds problemen doorschoven naar de volgende
generaties. Steeds opnieuw werden vervuilende industrie, intensieve
landbouw en veehouderij ontzien. Het resultaat is dat Nederland behoort
tot de slechtst presterende landen in Europa als het gaat om
waterkwaliteit, terwijl we een van de rijkste landen ter wereld
zijn.
Voorzitter. Als student begon ik weleens pas de avond voor mijn tentamen
met studeren, terwijl ik maanden daarvoor de tijd had. De avond ervoor
voelde het dan altijd alsof ik onredelijk veel stof tot mij moest nemen.
Zo gaan volwassen politici hier nog steeds om met afspraken rondom
water. Ze stellen prima haalbare doelen, maar beginnen telkens te laat
en doen te weinig. Als de deadline nadert, doen we alsof de doelen
onrealistisch zijn, terwijl we simpelweg te lang hebben gewacht met ons
huiswerk. Dat is ook een beetje mijn vrees bij het coalitieakkoord en
het betoog van de VVD. We moeten stoppen ons te gedragen als studenten.
Het is tijd om te stoppen met de reflex om vervuilende bedrijven te
beschermen, om elke keer maar aan de afspraken rommelen omdat je niet op
tijd aan je huiswerk bent begonnen. Die reflex zorgt ervoor dat de
maatschappelijke kosten steeds hoger worden en de burger en jongere
generaties de rekening krijgen.
Ik maak me enorm zorgen om die zinnen in het coalitieakkoord van het
CDA, D66 en de VVD, die gaan over het maken van realistische doelen en
simplificatie. Ze gaan over het willen instrueren van handhavers om niet
te streng te handhaven, terwijl we uit verschillende rapporten weten dat
we in het verleden juist niet streng genoeg hebben gehandhaafd — zie ook
het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid — waardoor er onnodig
veel schade is aangericht aan het milieu en aan de gezondheid van onze
burgers. Er staan zinnen in over het klakkeloos omarmen van de
rigoureuze afzwakking van de milieuregels via Omnibuswetgeving in
Europa, ingegeven door de lobby van rijke, grote vervuilers. Ik maak me
daar echt zorgen over, want ik wil samenwerken om eindelijk stappen te
zetten om onze waterkwaliteit te beschermen, om die enorme
maatschappelijke kosten te vermijden en om niet de rekening door te
schuiven naar de toekomstige generaties. Maar het coalitieakkoord stelt
me nog niet gerust.
Vervuilende bedrijven hebben decennia de tijd gehad om zich zo aan te
passen dat ze schoner kunnen produceren. Door vast te houden aan de
Kaderrichtlijn Water nemen we misschien wel afscheid van sommige
vervuilers, maar creëren we ook juist ruimte voor innovatieve,
toekomstbestendige bedrijven die wél zorgvuldig kunnen omgaan met ons
water. Zo bouwen we aan een gezonde leefomgeving, aan een écht eerlijk
Europees speelveld voor toekomstbestendige ondernemers en aan een
economie die met zorg omgaat met ons kostbaarste goed, ons water. Maar
we zien ook in deze begroting geen trendbreuk met de onverantwoord lakse
bedrijfsvoering op het gebied van water. Waterproblemen worden nog
steeds doorgeschoven. De Partij voor de Dieren waarschuwt al zeker zeven
jaar voor een watercrisis, een stikstofcrisis 2.0, omdat er niet op tijd
wordt ingegrepen met verplichtende instrumenten.
Het zorgwekkende is eigenlijk ook … Kijk, ik heb de VVD ook om een
reflectie gevraagd. Niet dat ik alle schuld op de VVD wil schuiven; dat
is zeker niet mijn bedoeling. Maar het is fijn als er een reflectie
wordt gegeven. Dan weet ik dat we proberen van het verleden te leren.
Nog zorgwekkender is dat ook het kabinet, de minister, nog geen
reflectie heeft getoond over de in het verleden gemaakte stappen. De
partijen aan de knoppen, de minister, we hebben allemaal de rapporten
gelezen en de evaluaties gezien over ons pad richting het halen van de
doelen uit de Kaderrichtlijn Water. Elke keer was de conclusie
hetzelfde. "Jullie doen te weinig. Er moeten veel meer verplichtende
maatregelen komen. Regel dat de wet- en regelgeving rondom mest en
bestrijdingsmiddelen KRW-proof worden. Maak de vergunningen tijdelijk.
Trek de vergunningen voor lozingen en onttrekkingen die bijdragen aan
het overschrijden van de Kaderrichtlijn Water in. Zet strengere regels
in voor landbouwgif. Krimp het aantal dieren in de veehouderij." Dat
zijn allemaal aanbevelingen die gewoon niet zijn opgevolgd. Dan kun je
gewoon zeggen: "Inderdaad. We hebben gewoon weggekeken. We hadden het
lef niet. We hebben gefaald. Prima, maar we gaan het nu wel doen. Het
wordt even pittig. We gaan mensen helpen om die transitie in te gaan."
Maar erken op z'n minst dat je al die aanbevelingen genegeerd hebt. Doe
niet alsof we al die tijd niet wisten wat we moesten doen. Wij zouden
die reflectie willen horen van partijen.
Als ik kijk naar het budget voor het halen van de Kaderrichtlijn Water,
zie ik geen extra budget om die doelen alsnog te halen, terwijl ik hier
wel de urgentie hoor. Ik vraag me af wat er dan precies gebeurt. We
hebben bij de begroting IenW gemerkt dat de VVD van het al magere budget
nog een paar miljoen af wil snoepen door die miljoenen te verschuiven
naar de luchtvaart. Deze minister laat dat gewoon gebeuren. De minister
komt uit de waterwereld, weet ik, dus hij kent de enorme problemen. Dan
is mijn vraag: schaamt hij zich niet ergens een beetje dat hij deel
uitmaakt van een kabinet dat echte oplossingen voor water heeft
geblokkeerd en problemen heeft verergerd? Dit is waarschijnlijk het
laatste debat van de minister. Ik vraag de minister om zijn hart voor
water te laten spreken en te vertellen wat hij eigenlijk echt nog graag
had willen doen om de problemen op te lossen, maar waarvoor hij de
ruimte niet kreeg van de BBB.
Voorzitter. Uit op ons verzoek naar buiten gekomen interne stukken
blijkt een schrikbarend wanbeleid van het ministerie van LVVN onder
leiding van minister van Landbouw Wiersma. Het staat nu zwart op wit,
voor iedereen te lezen, hoe de minister van Landbouw verstandig beleid
om ons water schoon te krijgen en te houden heeft tegengewerkt. Is dat
de reden dat ze hier vandaag niet durft te verschijnen, vraag ik me af.
IenW-ambtenaren proberen in de stukken het ministerie van Landbouw
steeds op de feiten te wijzen dat wat Landbouw doet niet tot verbetering
maar zelfs tot verslechtering van waterkwaliteit gaat leiden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik begrijp de vraag niet helemaal. Aan wie stelt het lid Kostić nou de
vraag waarom de minister van LVVN hier niet is, daar eigenlijk gelijk
een soort van suggestiviteit onder zettend? Sowieso gaat het kabinet
over zijn eigen afvaardiging, zeggen we altijd. Als de minister andere
belangrijke afspraken heeft, dan kan ze ook zeggen dat ze hier niet bij
kan zijn. Wat is nou precies het doel van deze vraag, vraag ik me
af.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Elke minister, elke bewindspersoon heeft natuurlijk het volste recht om
niet naar de Kamer te komen, maar de minister van Landbouw was wel met
een reden uitgenodigd door de Kamer, tot twee keer toe. Ze heeft juist
zo'n belangrijke rol gespeeld om geen verdere stappen te nemen, wat
misschien zelfs tot verslechtering van onze waterdoelen heeft geleid. Ik
weet niet hoe de rest van de leden hierin zit, maar ik had haar hier
graag verder op bevraagd. Uit de stukken blijkt echt een schrikbarend
wanbeleid van het ministerie van LVVN, dat een soort
nietes-wellesspelletje speelde met het ministerie van Water. Dat baart
me enorme zorgen. Ik vind het echt jammer dat ze hier niet is komen
opdagen.
De voorzitter:
De heer Heutink heeft een vraag. O, eerst mevrouw Van der Plas nog even
… Een punt van orde van de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We hebben bij meerderheid besloten dat de minister van Landbouw niet
uitgenodigd hoeft te worden. In de commissie hebben we het daarover
gehad. Het feit dat één lid dit nu wil doen, betekent dat daar geen
meerderheid voor is. Dit is dus een oeverloze discussie …
De voorzitter:
Nee, even ter onderbreking. Dit klopt niet. De commissie heeft juist per
brief verzocht om de minister wel aanwezig te laten zijn. U bent daar
misschien niet van op de hoogte, maar dat is aan de orde. Mevrouw Van
der Plas had nog een vervolgvraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Elk Kamerlid gaat natuurlijk over zijn eigen woorden. Dat bestrijd ik
ook niet. Ik vind het alleen een beetje gek dat dan hier met allerlei
suggestieve opmerkingen erbij wordt gezegd dat de minister weigert te
komen: zou het dan misschien kunnen omdat zus of zo? Het lid Kostić kan
gewoon naar het ministerie bellen of de minister andere afspraken had en
kan dat gewoon op de achtergrond doen. Ik vind het eerlijk gezegd niet
zo'n fijne manier om een minister te benaderen.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog. Dit was geen vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Een heel korte reactie. Mevrouw Van der Plas kan van alles vinden, maar
de minister is uitgenodigd en ik spreek alleen maar uit wat ik lees in
de stukken over de manier waarop het ministerie en de minister van
Landbouw de minister van Water hebben tegengewerkt. Ik heb gezegd dat ik
het jammer vind dat ze alsnog heeft geweigerd. Ze heeft een brief naar
de Kamer gezegd en eigenlijk gezegd: ik kom niet, want het debat is
eigenlijk al geweest en de Kamer heeft tegen mij gezegd dat ik niets
rond de Nitraatrichtlijn hoef te doen. Alsof dat het enige debat is! Ik
wil gewoon dat ze zich verantwoordt voor de manier waarop ze is omgegaan
met dit dossier, terwijl ze zo'n fundamentele sleutel is voor de
problemen rondom water. Dat is het enige.
Ik had het over wat de IenW-ambtenaren schrijven richting het ministerie
van Landbouw. Ze noemen de uitspraken van het ministerie van Landbouw
zelfs misleidend en vreemd, wijzen het ministerie van Landbouw op
onjuiste vergelijkingen en het gaat zo maar door. Hoe kon de minister
van Water dit laten gebeuren, vraag ik hem. Wat moet er volgens hem
veranderen qua verantwoordelijkheden en rollen om te voorkomen dat er in
de toekomst weer een minister van Landbouw is of op een ander dossier
zoals industrie die het werk van de minister van Water onmogelijk maakt?
Laten we helder zijn: met het zevende en achtste actieprogramma
Nitraatrichtlijn gaan we de doelen van de Kaderrichtlijn water niet
halen. Dat wist men en dat blijkt ook uit de stukken. Dit is geen
onwetendheid; het is bewust beleid.
Voorzitter. De Kamer is aan zet. Hoe langer we wachten, hoe groter de
problemen worden en hoe hoger de kosten. Er zijn jaarlijks miljarden aan
maatschappelijke en economische kosten verbonden aan het niet voldoende
aanpakken van waterproblemen, zoals waterkwaliteit, droogte,
overstromingsrisico's en verontreiniging. Die kosten dreigen op te lopen
als straks ook de woningbouw verder vastloopt. Maar integrale
bescherming van water en natuur helpt de economie juist, en is de enige
manier om het land van het slot te halen. Dit maakt de afweging rondom
begrotingsbesluiten zoals meer of minder geld naar oplossingen van
waterproblemen niet alleen een financiële keuze voor de korte termijn,
maar ook een afweging met financiële gevolgen voor de langere termijn,
die nu niet direct zichtbaar zijn in de begroting. Erkent de minister
dat?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik zou toch graag de Partij voor de Dieren even met beide voetjes op
deze vloer willen zetten met de volgende vraag. We hebben nog anderhalf
jaar de tijd voordat we die Kaderrichtlijn Water gehaald moeten hebben.
Hoeveel meer kunnen we nu nog doen? Hoeveel meer vraagt de Partij voor
de Dieren nog van alles en iedereen voordat ze eindelijk tot de
conclusie komt dat we het niet gaan halen en dat we ons dus moeten
voorbereiden op een noodscenario, zodat we wel die woningbouw kunnen
realiseren zonder dat het al onze mensen gaat raken?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Als ik als student de nacht voor mijn tentamen moest studeren en
erachter kwam dat het wel heel veel stof was, ging ik keihard sturen en
bikkelde ik de hele nacht door om uiteindelijk hopelijk een positief
resultaat te halen. Dat is ook wat ik van dit kabinet en vooral van deze
Kamer verwacht. Tegelijkertijd, als we het hebben over noodscenario's …
Die noodscenario's moeten we inzetten om juist die stappen te kunnen
maken, dus om het gebruik van landbouwgif zo snel mogelijk verder te
beperken, het aantal dieren in de veehouderij verder te beperken. Dat
zijn de stappen die we moeten zetten, omdat die uiteindelijk vooral veel
waarde en geld opleveren voor onze maatschappij, in plaats van dat we
geld verspillen aan allerlei juridische procedures, trucjes en foefjes,
met als resultaat een stikstofdebacle waarin iedereen uiteindelijk weer
tegen een muur aan gaat lopen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Natuurlijk moeten we zo veel mogelijk doen om die weg te blijven volgen.
Maar om even terug te komen op schooltermen: de Europese Commissie
verwacht geen voldoende na een avond blokken; die verwacht gewoon een
10. Zonder 10 gaan we het gewoon niet halen en hebben we een groot
probleem. Dus ja, we moeten zeker dat spoor volgen en ons water schoner
maken. Maar de Partij voor de Dieren kan toch niet wegkijken van het
feit dat we op zijn minst een ander spoor moeten vormgeven dat ons
behoedt voor een nieuw stikstofprobleem?
Kamerlid Kostić (PvdD):
We gaan weer naar de systematiek van de beoordeling van de Europese
Commissie. Die is helemaal niet zo streng als mijn collega doet
voorkomen. We hebben gewoon heel lang geleden die afspraak gemaakt. We
hebben normen voor onszelf gekozen die echt wel redelijk waren.
Nogmaals, nu is het vijf voor twaalf en vinden we het opeens allemaal
heel moeilijk. Ik ga niet in op die systematiek, want dat leidt af van
wat er echt moet gaan gebeuren: het aantal dieren in de veehouderij moet
omlaag, landbouwgif moet aan banden, PFAS moeten worden aangepakt, de
lozingsvergunningen moeten worden aangepast. Dat kan allemaal nu
gebeuren. Ik snap dat mijn collega het wil hebben over allerlei systemen
en metingen. We kennen de trucjes om het uit te stellen. Maar die leiden
tot alleen maar meer kosten voor de burgers.
De heer Schutz (VVD):
Ik wil iets zeggen over de metafoor van de avond voor je tentamen leren.
Het pleidooi van de VVD was niet evalueren voordat we de eindspurt
afronden, maar juist daarna. In het betoog van de heer Heutink hoorde ik
een voorbeeld over de Dinkel, waarbij je in het Nederlandse deel
kennelijk aan een mooi water loopt dat niet aan de doelen voldoet,
terwijl hetzelfde water net over de grens volgens de normen die daar
gelden wel gewoon een 10 oplevert. U zegt dat dit hele realistische
normen zijn, maar ik denk dat dit een heel sprekend voorbeeld is waarin
een simplificatie na de evaluatie achteraf ons misschien tot de
conclusie brengt: hm, misschien moeten we het wat integraler bekijken.
Dat zal er in het ene geval toe leiden dat de norm omhoog moet, en in
een ander geval dat een norm eenvoudiger gesimplificeerd kan worden. Het
frame dat coalitiepartijen alleen maar bezig zijn met trucjes en dingen
willen uitstellen, zoals we altijd al hebben gedaan, omdat ze niet op
tijd hun huiswerk doen, doet gewoon geen recht aan het standpunt dat we
hier innemen. Dat is namelijk een eindspurt inzetten en eruit halen wat
we eruit kunnen halen, maar ook realistisch zijn en verwachten dat het
geen 10 is. Daar gaan we wel onze stinkende best voor doen, maar wel met
het oogmerk om aan het eind te kijken of die regels realistisch waren,
zoals u stelt. In het voorbeeld van de Dinkel is het evident dat dat
niet het geval is.
De voorzitter:
Dat waren twee interrupties.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik snap nog steeds niet wat de VVD hiermee wil bereiken. Het was niet
alleen een verwijt aan de coalitiepartijen. Ik weet ook dat er voldoende
coalitiepartijen zijn die hun best doen of misschien willen doen. Ik
wilde een reflectie van sommige partijen. We hebben namelijk nogal wat
steken laten vallen. Dat moet de VVD toch erkennen? Het stelt me dan
toch teleur dat de VVD zich hier weer op de systematiek probeert te
focussen. Het gaat helemaal niet om het halen van een zesje of een tien.
Je moet je afspraken nakomen. Die worden niet nagekomen. Er is in 2023
door de Partij voor de Dieren en GroenLinks-PvdA een motie ingediend om
inderdaad die vergunningen aan te pakken en desnoods in te trekken, als
we de Kaderrichtlijn Water dreigden te overschrijden. Dat zou uiterlijk
in 2026 moeten zijn gebeurd. Daar heeft de VVD voor gestemd. Dus ik hoop
vooral in de VVD weer een partner te vinden met betrekking tot dat soort
maatregelen in plaats van dat we onze tijd verspillen aan weer
kissebissen over de methodieken, de metingen, en zo van: o, wat is het
oneerlijk, want in het buitenland is het anders, ladidadida. Het zijn
afleidingsmanoeuvres. Dit is het meest veedichte land ter wereld. We
moeten gewoon stoppen met vervuilen.
De voorzitter:
Was u bijna klaar met uw betoog?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee.
De voorzitter:
Nou, maak het snel af.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nog vijf minuten.
De voorzitter:
Ja, goed.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik wil nog wat vragen stellen en wat concrete suggesties doen. Ik was
vooral benieuwd of de minister erkent dat als je nu op korte termijn
financiële keuzes maakt met betrekking tot wel of niet investeren in
waterkwaliteit en hoeveel dan, dat op langere termijn gevolgen heeft,
ook financieel gezien. Erkent hij dat als we tijdig extra investeren in
het oplossen van waterproblemen, de investeringen zichzelf terug kunnen
verdienen, doordat we de kosten van te weinig doen vermijden? Erkent hij
dat als we tijdig voldoende investeren, we juist voorkomen dat de
rekening van de maatschappelijke kosten wordt neergelegd bij de jongere
generatie? Kan de minister toezeggen dat de Kamer voortaan bij de
begroting een expliciete toelichting zal krijgen op hoe de verwachte
maatschappelijke kosten van waterproblemen zijn meegewogen in de
gemaakte begrotingskeuzes rondom water, zodat we weten welke echte
kosten we wel of niet doorschuiven naar de volgende generatie?
Voorzitter. Ik heb al een aantal maatregelen genoemd, maar de core is:
pak die problemen nou in samenhang aan. De problemen rondom stikstof,
natuur, klimaat, gezondheid, dierenwelzijn en water hebben namelijk
allemaal met elkaar te maken. Ga dus niet verkokerd te werk, maar zorg
ervoor dat je zo veel mogelijk in samenhang gaat aanpakken, zodat je
win-winsituaties krijgt. Kan de minister bevestigen dat zo'n
samenhangende aanpak inderdaad nodig is en dat we daar zo snel mogelijk
meer mee moeten doen?
Twee. Verspil geen energie en geld aan het proberen om bestaande
afspraken rondom water af te zwakken of aan het met trucjes wegkomen met
het niet naleven van afspraken. Zet alles op alles om alsnog de
Kaderrichtlijn Water te halen. Dat kan door bijvoorbeeld PBL-adviezen op
te volgen die aangeven dat je het gebruik van landbouwgif in bufferzones
aan banden zou kunnen leggen. Is de minister bereid PBL-adviezen te
verwerken in verder beleid en worden dus in beleid rondom zonering ook
de problemen rondom water betrokken?
De Rli pleitte voor aantoonbare reductie van nutriënten via het afbouwen
van dierrechten, dus het beperken van de hoeveelheid dieren die
dierhouders mogen houden. Waarom zijn deze stappen niet genomen? Is de
minister daartoe alsnog bereid? De Rli adviseerde ook het expliciet
bindend worden van KDW-doelen in wetten met betrekking tot bijvoorbeeld
het meststoffenbeleid en het beleid rondom bestrijdingsmiddelen. Wordt
dat de komende tijd ook geregeld? Zo ja, wanneer?
Ten derde, waterbesparingsdoelen. Dat is een beetje hetzelfde verhaal
als de waterkwaliteit: de doelen die we onszelf hebben gesteld zijn al
te laag voor wat nodig is, maar zelfs die doelen dreigen we niet te
halen. De Algemene Rekenkamer concludeerde dat Nederland een dringend
probleem heeft met betrekking tot de beschikbaarheid van drinkwater, wat
bedrijvigheid en woningbouw op slot zet. Er zijn partijen die een aantal
nieuwe steden willen bouwen, maar we hebben eigenlijk geen water om al
die nieuwe steden en huizen van water te voorzien. We moeten dus nu
serieus aan de slag met waterbesparing en de grootste verbruikers
aanpakken. De minister erkende na de conclusies van de Algemene
Rekenkamer dat het doel van drinkwaterbesparing met de huidige
maatregelen niet zou worden gehaald en dat er naast onderzoek concrete
beleidsinstrumenten moeten worden ingezet. Welke maatregelen heeft hij
sindsdien extra ingezet en welke raadt hij nog aan aan het nieuwe
kabinet om daadwerkelijk te doen wat nodig is volgens experts?
Het vierde punt is de actualisatie van de vergunningen. De minister
schrijft in een brief naar aanleiding van de inbreukprocedure van de
Europese Commissie en naar aanleiding van een motie van GroenLinks,
Partij voor de Dieren en D66 dat hij regelgeving in voorbereiding heeft
om de regulering van lozingen en onttrekkingen van grond- en
oppervlaktewater te regelen. Met de nieuwe regel zouden we het met enige
frequentie actualiseren van vergunningen voor wateronttrekking en lozing
verplichten. Ook komt er een vergunningsplicht voor wateronttrekkingen
die op grond van de Kaderrichtlijn Water verplicht zijn. Dit zijn
natuurlijk stappen die al veel eerder genomen hadden moeten worden. Onze
motie, waar de minister ook naar verwijst in die brief, vroeg de
regering om voor 2026 alle onttrekkingen en vervuilingsbronnen die
bijdragen aan de overschrijding van KRW-normen via het intrekken en
beperken van vergunningen zodanig uit te voeren dat het halen van de
normen in 2027 wordt gegarandeerd. Dat is eigenlijk nog steeds niet
gebeurd. Maar het is goed dat de minister nu eindelijk de vergunningen
tijdelijk wil maken. Mijn vraag is: welke termijn hanteert hij daarvoor?
Voormalig minister Madlener wilde een wetsvoorstel indienen om de
lozingsvergunningen maximaal twaalf jaar geldig te maken. Experts en
waterschappen wezen erop dat die periode al niet in balans was met de
termijnen van de stroomgebiedbeheerplannen, die elke zes jaar opnieuw de
doelen en maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit bepalen.
Kan de minister dus een toelichting geven op welke termijnen gaan
gelden?
Als laatste. Een van de grootste problemen met water blijft toch pfas.
De schade is heel groot. We zien dat uiteindelijk veel kosten
terechtkomen bij de belastingbetaler. De Partij voor de Dieren stelt
daarom voor om een vorm van een pfas-taks in ieder geval te verkennen.
Zo stimuleren we bedrijven zonder pfas te werken en zorgen we ervoor dat
de vervuiler eerlijk betaalt voor de schade die pfas aanricht. Wil de
minister voordat hij vertrekt in ieder geval opdracht geven om een vorm
van zo'n pfas-taks onafhankelijk te laten verkennen?
Als het gaat om een pfas-lozingsverbod is het goed dat dit kabinet met
een vorm van het lozingsverbod komt. Ik was benieuwd hoe het ermee staat
en wanneer het precies komt; het zou in het eerste kwartaal komen. We
zien ondertussen wel dat bedrijven, zoals CFS in Limburg, nu nog
vergunningen krijgen of dreigen te krijgen om gigantische hoeveelheden
pfas te lozen. Waterbedrijven, waterschappen en onze eigen
toezichthouder ILT adviseren om zo'n vergunning niet af te geven, maar
dat dreigt dus alsnog te gebeuren. Mij is altijd verteld dat bij nieuwe
vergunningsaanvragen ook rekening moet worden gehouden met aankomende
wet- en regelgeving. Als we met z'n allen constateren dat er al te veel
pfas in ons bloed zit en dat we minder pfas tot geen pfas in onze
leefomgeving willen hebben en als er een lozingsverbod aan zit te komen,
is de minister dan bereid om een signaal te geven aan medeoverheden om
in ieder geval voorlopig geen nieuwe grote en langdurige
pfas-vergunningen af te geven totdat er duidelijkheid komt over die
lozingsvergunningen? Het rijmt namelijk gewoon niet met elkaar dat
bedrijven nu nog enorme vergunningen kunnen krijgen om veel pfas te
lozen, terwijl we met z'n allen zeggen dat het niet de goede kant op
gaat en dat we het juist moeten verminderen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
In het uitvloeisel van het coalitieakkoord staan bedrijven, als het
allemaal doorgaat, zo meteen flink aan de lat om miljarden te moeten
ophoesten; we moeten er overigens nog stevig koffie over drinken, zeg ik
tegen de toekomstige coalitiepartijen, want ik hoop niet dat het
doorgaat. Nou wil de Partij voor de Dieren opnieuw een taks invoeren,
een zogenaamde pfas-taks. Mijn vraag aan het lid Kostić is: wat kunnen
we nog vragen van al die bedrijven, want het houdt toch ergens een keer
op hoeveel belasting we nog kunnen heffen bij al die mensen, al die
burgers en al die bedrijven?
De voorzitter:
Dat waren twee interrupties.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mijn vraag aan mijn collega is: wat kan mijn collega nog vragen aan de
burgers? Hoeveel moeten burgers nog ophoesten om te betalen voor de
vervuiling die wordt veroorzaakt door bedrijven die zich niet op tijd
hebben aangepast? Nogmaals, er zijn genoeg welwillende bedrijven, die de
juiste kant op willen. Denk aan bedrijven die al pfas-vrij kunnen
produceren. Die bedrijven moet je belonen. Die bedrijven moet je ruimte
geven. Dan kan zo'n pfas-taks juist innovatie aanjagen. Die zorgt er
juist voor dat we ermee ophouden dat de rekening steeds op het bordje
komt van de gewone burger, van onze kiezers. Dat is eigenlijk gewoon een
eerlijker verhaal. Ik ben voorzichtig. Ik ben de naarste niet. Ik heb
het alleen maar over een verkenning. Dan kunnen we samen bekijken wat
het eventueel zou kunnen opleveren. Als het een heel slecht idee blijkt
te zijn, dan kan ik daar natuurlijk altijd op terugkomen.
De voorzitter:
Bent u klaar met uw betoog?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nog een laatste punt over pfas. Ik vind de volgende situatie echt heel
raar. We zetten als Nederland nu in op een Europees pfas-verbod. Dat is
supergoed. Daar moeten we ook aan vast blijven houden. Maar
tegelijkertijd stijgt het gebruik van pfas in bestrijdingsmiddelen in
Nederland enorm en vormt het een steeds groter probleem. Dit betekent
dat, als dit niet stopt, pfas straks alsnog via bestrijdingsmiddelen
door het hele land wordt verspreid en in onze bodem, ons water en ons
voedsel terechtkomt. Als ik het kabinet vraag om een consistent
pfas-beleid en om samen met landen als Denemarken op te trekken zodat
een verbod op pfas in bestrijdingsmiddelen ook in Europa kan worden
geregeld, zegt het kabinet dat er al een toetsingssysteem bestaat voor
bestrijdingsmiddelen. Maar dat systeem neemt onvoldoende de cumulatieve
effecten van pfas op gezondheid en water mee. Dus wij zullen weer een
voorstel doen aan de Kamer en aan het nieuwe kabinet om het kabinet op
pad te sturen om te pleiten voor een Europees verbod op
pfas-bestrijdingsmiddelen en om snel werk te maken van een nationaal
verbod, in lijn met dat van Denemarken. Want als Denemarken het kan, dan
kunnen wij het ook. Op herbeoordeling en onderzoek wachten, is onnodig
verlies van tijd.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik wil het voorzitterschap graag even overdragen aan mevrouw
Van der Plas.
Voorzitter: Van der Plas
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Bromet namens de fractie van
GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk een beetje raar dat we op dit
moment een debat voeren met een kabinet dat op weg is naar de uitgang
terwijl er nog een nieuw kabinet gevormd moet worden en er al wel een
regeerakkoord ligt, maar we nog niet precies weten wat de uitwerking
daarvan is. Maar er is evengoed genoeg te bespreken.
Ik vond het eigenlijk wel leuk dat de woordvoerder van het CDA, mevrouw
Boelsma-Hoekstra, begon over wat wij allemaal zelf meenemen en dat de
minister daar zijn voordeel mee kan doen. Ik woon in de gemeente
Waterland, dus dat is al een pluspuntje. Ik moest ook denken aan een
hele grote rampenoefening die ik als wethouder gedaan heb op het
Markermeer. Dat was echt heel indrukwekkend. Het leger werd ingezet en
dat oefen je dan helemaal realtime. Dan zie je hoe groot de bedreigingen
zijn en voor welke enorme dilemma's je komt te staan als de
waterveiligheid in het geding is. In dat kader maak ik me grote zorgen
over de tekorten in de budgetten voor onderhoud en vervanging van de
infrastructuur. Dat zien we ook bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma.
Het gaat om 9 miljard. Het gaat gelukkig om minder geld dan bij infra,
maar met een stijgende zeespiegel en steeds extremer weer is dat niet
minder ernstig. De heer Grinwis had het daar net ook al over.
Net als bij infra wil de Kamer dat de bouwproductie overeind blijf door
meer projecten in opdracht te geven zodat, ook bij vertraging in de
planning van een paar programma's, de productie op gang blijft en er
geen geld blijft liggen. Overprogrammering dus. Maar deze minister heeft
het omgekeerde gedaan. Hij heeft geld weggehaald, zodat er bij het
bestaande programma tekorten ontstaan. In de rekensom is dat ook
overprogrammering, namelijk meer programmeren dan waar je geld voor
hebt, maar we bereiken het tegenovergestelde van wat we wilden. Ik vond
de discussie tussen D66 en VVD over de beschikbaarheid van gelden voor
de Zeesluis IJmuiden daar ook kenmerkend voor. Die zeesluis moet
vernieuw worden. Daar is haast bij. Maar we weten nog niet hoe de nieuwe
coalitie dit gaat betalen en of het betaald gaat worden. De wens om meer
te doen met minder geld, heeft kennelijk geleid tot een afwaardering van
het vereiste beschermingsniveau van veel gebieden. Er waren collega's
die begonnen over de Waddeneilanden, maar het speelt ook langs de
rivieren. Samen met de bewoners van de eilanden maken wij ons daar hele
grote zorgen over. We hebben daar samen met D66 vorige week ook vragen
over gesteld. Klopt het dat het strikt boekhoudkundig is,
teruggeredeneerd naar de kans op overlijden en andere factoren, zoals de
vraag hoe we de Waddeneilanden kunnen evacueren tijdens de storm van de
eeuw? Of is het een afweging tussen kosten nu en schade straks als het
bewoonde deel van de eilanden is vernietigd, vraag ik aan de
minister.
We werken nu beter samen met Duitsland op het gebied van
hoogwaterbescherming en extreme neerslag. Maar wordt in onze modellen nu
beter meegenomen dat Duitsland zijn dijken gaat versterken? Want een
deel van onze indirecte bescherming zat in de onvrijwillige waterberging
door overstromingen in Duitsland. Hoe hoog wordt de piek hier als
Duitsland dat aanpakt? Zit dat in de modellen en normen, en zijn we
daarop voorbereid?
Er zijn websites waarop je kunt zien of je bij een overstroming op
eenhoog moet gaan zitten of op zolder. Ik heb vandaag nog even gekeken
hoe dat bij mij zat. Ik heb geen verdieping waar ik veilig kan zitten.
Ik denk dat een heel groot deel van Nederland zich niet bewust is van
wat ze moeten doen bij een ramp. Ik zou eigenlijk wel willen weten wat
er per huishouden of per postcode nodig is en wat je moet doen. Moet je
afwachten? Moet je vluchten? Waar moet je heen? Niemand weet dat. Op de
website "hoe hoog staat mijn water" heb ik even gekeken. Er staat dan: u
hoort het nog van de veiligheidsregio. Dat is wel een heel vaag advies,
zeker als de stroom uitgevallen is. Ik zou eigenlijk veel meer
bewustwording willen hebben bij mensen over waar ze naartoe moeten gaan
als er een overstroming is.
Het zittende kabinet kon of wilde niet kiezen tussen bouwen waar de
vraag is en bouwen waar het veilig is. Tot welke onveilige keuzes heeft
het loslaten van water en bodem sturend geleid, vraag ik aan de
minister.
Afgelopen week bepaalde de rechter dat Nederland niet aan zijn
zorgplicht voldoet richting onze Caribische eilanden, klimaatverandering
en extreem weer. Ik zou daar graag een reactie op willen van de
minister.
Dan waterkwaliteit. Nog steeds voldoet ons oppervlaktewater vrijwel
nergens aan de normen voor de Kaderrichtlijn Water. Op dat punt is er
ook amper verbetering. De minister schrijft dat het doelbereik is
gestegen naar 83%, maar — dat heb ik ook bij de briefing over het
achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn gevraagd — 99% van onze wateren,
of eigenlijk 100%, zijn te vies en ecologisch niet gezond, en daarom
afgekeurd. We krijgen van Europa geen punten voor onze inzet; we moeten
voldoen aan de vastgestelde doelen. Dan kun je, zoals ik verschillende
sprekers hoor doen, verschillende structuren gaan betwijfelen — dat
hebben we ook gezien bij het pleidooi om de derogatie weer opnieuw te
verlenen — maar we hebben zelf deze afspraken 25 jaar geleden gemaakt.
We moeten ons daar gewoon aan houden. Dat is de inzet van
GroenLinks-PvdA in ieder geval.
Ik wil de minister bedanken voor de toelichting op de
uitzonderingsgronden voor de Kaderrichtlijn Water. Hoeveel procent van
de 100% van onze wateren die nu voldoen, zouden een uitzondering kunnen
krijgen omdat de vervuiling uit het buitenland komt of omdat er
rivierkreeften zitten? Hoeveel kleiner is ons juridische probleem
geworden door hierop te focussen, in plaats van op fosfaat en nitraat,
op bestrijdingsmiddelen of industriële lozingen?
Anderhalf jaar geleden startte Brussel een inbreukprocedure tegen
Nederland, omdat we nog steeds vergunningen aan de industrie geven om
oneindig giftige stoffen te lozen. Ik vroeg in een motie om de
ongereguleerde wateronttrekking aan te pakken. Sindsdien is vooral
gesproken met iedereen, maar is de wet niet gewijzigd. Hadden we de
meeste van deze onttrekkingen en lozingen ook niet via een AMvB kunnen
aanpakken? Wat was er dan nu al beter geweest? Waarom is dat niet
gedaan? Waarom leidt de route van de minister tot verbeteringen? Hoe
staat het met de inbreukprocedure?
Het achtste actieprogramma Nitraat had moeten leiden tot een nieuwe
derogatie. Dat is mislukt. Dat hadden wij als GroenLinks-PvdA ook al
jaren geleden voorspeld. Het leidt namelijk niet tot minder
mestvervuiling en Europa heeft geen vertrouwen meer in Nederland. De
belofte was dat alle wet- en regelgeving, dus ook voor mest en
landbouwgif, Kaderrichtlijn Waterproof zou worden. Waarom is dat nog
steeds niet het geval? Hoe kan het dat we nu één jaar voor de deadline
nog steeds meer vervuiling toestaan dan is toegestaan? Het kabinet heeft
zich ook hier vooral hard gemaakt om uitzonderingen te krijgen op het
verslechteringsverbod. Er zijn een handvol situaties waarbij waterwerken
aangepakt moeten worden. Dat leidt dan tot een tijdelijke verslechtering
en dat is onvermijdelijk. Welke garanties krijgen we dat dit niet
misbruikt wordt om gewoon niets te doen, of zelfs om dingen nog erger te
maken met vage beloftes over de toekomst?
De minister schrijft dat ons water zo vervuild is met zeer zorgwekkende
stoffen dat voor een aanzienlijk deel van de
rioolwaterzuiveringsinstallaties een vierdetrapzuivering noodzakelijk
wordt om ons drinkwater te beschermen. Wie gaat dat eigenlijk betalen?
De vervuilers of de burgers?
De minister wil mijn verzoek om grijs water bij nieuwbouw toe te passen,
niet inwilligen. Ik heb voorgaande sprekers daar ook al over gehoord.
Maar wat dan wel? Als we werk willen maken van waterverspilling, moeten
we toch ook echt beginnen bij nieuwbouw.
Voorzitter. In Amersfoort moesten mensen wekenlang uit flessen drinken
omdat het water te vervuild was. Voor mijn gevoel hebben we steeds meer
van dit soort incidenten. Zijn het incidenten? Hoe kwetsbaar is onze
drinkwatervoorziening voor besmetting en vervuiling — we hebben het in
deze Kamer al vaak gehad over milieudelicten — maar ook voor sabotage?
We zitten in een veranderende wereld. Hoe kwetsbaar zijn we eigenlijk?
Is het leidingennet zo ingericht dat we snel straten of wijken kunnen
isoleren, desnoods met de hand? Zijn er omleidingen en mogelijkheden om
water van elders tegen te kunnen houden of hebben we het in alle drang
naar efficiency minimaal ingericht, zodat er geen marge meer is voor het
geval er iets misgaat? Want is zes flessen water in je noodpakket nou
het antwoord op een kwetsbaar systeem? Of moeten we ook denken aan
collectieve waterzuiveringsinstallaties waarin we in tijden van nood
regenwater kunnen zuiveren en waar mensen terechtkunnen als hun zes
flessen water op zijn? Het lijkt me een vraag die heel belangrijk is als
het gaat over weerbaarheid.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bromet. Ik zie geen interrupties, dus ik geef het
voorzitterschap weer aan u over.
Voorzitter: Bromet
De voorzitter:
Dank u wel. Het is nu 12.45 uur. Ik wou tot 13.45 uur schorsen voor de
lunch en voor de beantwoording van de minister. Daarna komen we weer
terug in deze zaal.
De vergadering wordt van 12.45 uur tot 13.48 uur geschorst.
De voorzitter:
De minister is weer terug en de Kamerleden ook, dus we gaan nu verder
met de eerste termijn van de minister. Misschien kan de minister even
aangeven in welke blokjes hij de vragen gaat beantwoorden.
Minister Tieman:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal blokjes gemaakt naar
aanleiding van de vragen, en dat waren er heel wat. Ik wil beginnen met
zoet water en drinkwater. Dat is één blokje. Dan wateroverlast en
klimaatadaptatie, waterveiligheid, Kaderrichtlijn Water, waterkwaliteit
en dan overige.
De voorzitter:
Excuus, is het vierde blokje Kaderrichtlijn Water én kwaliteit? Of is
kwaliteit een ander blokje?
Minister Tieman:
Dat is hetzelfde.
De voorzitter:
O, dat is hetzelfde. We hebben dus een blokje zoet water, een blokje
wateroverlast, een blokje waterveiligheid, een blokje Kaderrichtlijn
Water/kwaliteit en een blokje overige. Gaat uw gang.
Minister Tieman:
Dank u wel. Dan begin ik bij een vraag van u, voorzitter. Die heeft te
maken met grijs water en de aanpassingen daarvoor. Daar is ook over
gesproken. Als we echt werk willen maken van waterverspilling, zouden we
daarmee toch echt moeten beginnen bij nieuwbouw. Dit is ook een
onderwerp dat mij na ligt. Het gaat om 130 liter per persoon per dag.
Als je dat op een andere manier zou kunnen invullen, zou je daarmee een
enorme stap kunnen maken. Weet dat we het hemelwater nu eigenlijk al
kunnen gebruiken voor toiletdoorspoeling. Dat is zo'n 33 liter, zeg ik
uit mijn hoofd. Dat zou nog meer kunnen worden. Daar hebben we een
rapport over laten opstellen door het RIVM. Daar heb ik ook een afdronk
van gegeven. Dat betekent niet dat ik op mijn handen ga zitten. Wij gaan
de aanbevelingen van het RIVM opvolgen en we gaan pilots draaien. Het
bouwbedrijf Heijmans doet op dit moment al een vijftal projecten. Daarna
komen we weer bij u terug om te kijken hoe dat nou precies zit en hoe we
de zaken waar het RIVM nu het een en ander over gezegd heeft —
bijvoorbeeld de NEN-normering of het toezicht door de ILT op de
foutaansluitingen, want daar zit echt het risico — goed kunnen
controleren alvorens we naar een bouwbesluit gaan.
Het betekent dus niet dat we niets gaan doen. Ik zie dit eigenlijk als
een tussenstap om dat vervolgens — gelijke monniken, gelijke kappen — in
te kunnen kapselen. Dat zou mijn argumentatie zijn. Maar wij hebben zo'n
rapportage ook niet voor niets laten maken. Wij lopen nu de
aanbevelingen na en komen dan ook weer bij u terug. Dat zou mijn
aanvliegroute zijn om het een en ander te doen. Volledige steun dus voor
extra pilots. Weet ook dat we binnen de MIA/VAMIL-regeling, de
Milieu-investeringsaftrekregeling van 155 miljoen euro, het een en ander
opgenomen hebben. Dit onderwerp gaat dus zeker niet weg. We hebben
gewoon net wat meer nodig om die foutaansluitingen, die ook in
Vlaanderen een issue zijn, net wat beter onder controle te krijgen. Dus
hier gaat u het nog vaker over hebben.
De voorzitter:
Een vraag van mevrouw Vellinga-Beemsterboer. We doen weer hetzelfde:
vier interrupties en als je langer dan 30 seconden een vraag stelt, dan
telt die voor twee. Vragen korter dan 30 seconden zijn gratis.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Kan de minister aangeven wat we van Vlaanderen kunnen leren en hier dus
niet meer in een pilotproject hoeven te stoppen, en hoeveel vertraging
dit mogelijk gaat opleveren? We hebben immers ook een enorme bouwopgave
waarin we dit volgens mij heel graag juist in mee willen nemen, zo snel
mogelijk.
Minister Tieman:
Laten we nog even goed kijken wat we kunnen leren van Vlaanderen. We
hebben overleg. Weet ook dat ik diezelfde vraag twee jaar geleden in een
vorige functie van mij ook stelde. Veel steun dus van de kant van het
ministerie om hier stappen te gaan zetten. Alleen hebben we ook te maken
met een aantal veiligheidszaken, die we nu uitlopen. Zoals ik het nu heb
neergezet, gaan wij hierin binnen twee jaar een nieuwe weging maken. Dat
is op dit moment de lijn. Als u zegt "we willen dat eerder doen", moet
ik echt even terugkijken wat die vers-van-de-persaanbevelingen zijn en
of we daarop kunnen versnellen.
Op dit moment is het een cyclus van twee jaar om die afweging om het in
een bouwbesluit op te nemen … Dit kabinet heeft net met STOER een poging
gedaan om de kosten naar beneden te brengen. Wij praten hier grosso modo
over €10.000. Maar dan kijken we ook weer of het een goede investering
is voor de toekomst. Laten we dus die kostendiscussie even voor wat die
is. Dan is dit even de tijdslijn en hebben wij huiswerk te doen en nemen
wij u mee. Ik wil dan ook niet zeggen: we gaan het over twee jaar weer
hier in de Kamer bespreken. Maar geef ons even wat tijd om die
aanbevelingen van het RIVM ter harte te nemen en daar ook meters op te
maken en vorm te geven aan die pilots. Ik noemde net een pilot met
Heijmans, maar het mag van mij breder. Zo wil ik echt gaan
opschalen.
Nu er een toezegging van mijn kant ligt om binnen een jaar terug te
komen met in ieder geval hoe wij zaken voor ons zien, is dat wellicht
een wat overzichtelijker tijdslimiet.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Minister Tieman:
Dan heb ik daarmee ook meteen de vraag van de heer Grinwis
beantwoord.
De heer Grinwis — niet meer hier aanwezig maar vanmorgen wel — vroeg mij
om te komen met structurele oplossingen voor de noodzakelijke
investeringen van drinkwaterbedrijven. We hadden het over de WACC. Er is
nu een wetsvoorstel in consultatie dat de consument beschermt, terwijl
de mogelijkheden voor de investeringsruimte van drinkwaterbedrijven
worden vergroot. De komende maanden zal IenW de effecten van de beoogde
maatregelen doorrekenen. Ik heb er alle vertrouwen in dat deze
maatregelen wel een structurele oplossing zullen gaan bieden. Mocht dit
toch niet voldoende zijn, dan kijken we naar aanvullende maatregelen.
Het is voor IenW belangrijk dat de noodzakelijke investeringen in de
drinkwaterinfrastructuur plaatsvinden. Dat zeg ik ook tegen de leden van
Vewin, hier aanwezig op de tribune. Het is uiteraard een belangrijk
onderwerp. Het is aan een nieuw kabinet om het voorstel bij de Kamer in
te dienen.
De heer Grinwis en de heer Schutz vroegen: "De minister overweegt in
reactie op de inbreukprocedure aangaande de Kaderrichtlijn Water om de
onttrekkingsvergunningen periodiek te gaan herzien. Is dat nou wel zo
verstandig?" Laat ik vooropstellen: we doen dit echt voor het
drinkwater. Ik zie echter ook de zorgen over het drinkwater. Naar
aanleiding van de inbreukprocedure van de Europese Commissie werken we
aan een voorstel. Ik weet niet of ik dat nog naar de Kamer ga brengen.
Ik denk het niet; het volgende kabinet zal dat gaan doen. Er zal ook
echt een consultatie zijn. We gaan het spreekwoordelijke net letterlijk
ophalen. Daarin nemen we de diverse tijdslimieten mee voor wanneer iets
aan de best beschikbare technologie moet gaan voldoen.
Bij het voorstel introduceren we ook een periodieke heroverweging. Ik
denk dat het echt een enorme piketpaal zal gaan zijn om het
bedrijfsleven de best beschikbare techniek te laten neerzetten, zonder
het hier weg te pesten; laat dat ook helder zijn. Daar zou je ook een
financieel instrumentarium tegenover kunnen zetten; denk bijvoorbeeld
aan de MIA/VAMIL-lijst, waar ik het net over had. Dat zal in consultatie
gaan. Daarna zal het ook nog in de ministerraad besproken moeten worden.
Zo hebben we een heel rijtje aan dingen die nog gaan plaatsvinden. Na
verwerking van de zienswijzen zal het wetsvoorstel ingediend gaan
worden, maar dat is dus niet op korte termijn. Het is echter wel de
eerste stap om zoiets te gaan doen. We nemen hierin ook de
verontrustende signalen mee die ik heb gekregen. Ook zijn we in overleg
met de drinkwaterbedrijven.
Het is ook een afweging om drinkwaterbedrijven uit te zonderen, maar
wanneer je dat nu zou doen, komt een hoogheemraadschap vervolgens een
uitzondering bepleiten voor de vergunningen die daar zijn. De volgende
in de rij is weer een ander bedrijf. Daar moet je op een gegeven moment
wel een keuze in gaan maken. Ik stel voor dat we eerst de
internetconsultatie ingaan en ons goed laten informeren en dat we in
gesprek blijven met de drinkwaterbedrijven om de zorgen daar verder te
adresseren.
De heer Schutz (VVD):
Maar is dit omdat het Europees verplicht is, of omdat we zelf nationaal
die keuze maken, met name met het oog op de zekerheid van voldoende
drinkwater?
Minister Tieman:
Het is onze keuze om de Europese verplichting zo in te vullen. Wat dat
betreft zeilen we met zoiets wat scherper aan de wind. Een aantal landen
heeft het niet, maar er wordt hier geen Europees punt gemaakt. Het is
onze invulling om naar de best beschikbare technieken te gaan in plaats
van de milieuvergunningen tot einde levensduur te houden.
De heer Schutz (VVD):
Het is dus een nationale kop. Willen we die?
Minister Tieman:
We nemen mee in de internetconsultatie of dat proportioneel is of niet.
Andere landen hebben het ook, maar niet allemaal. Het wordt niet vanuit
Europa verplicht gesteld.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het wordt niet vanuit Europa verplicht gesteld. Waarom doen we het dan?
Waarom zetten we nou elke keer weer die nationale koppen boven op
bestaand Europees beleid? We hebben gezien dat we ons compleet
vastzetten in wetgeving.
Minister Tieman:
Wij doen dit om toch een stap te kunnen gaan zetten op het gebied van
waterkwaliteit, maar het is op dit moment nog in internetconsultatie. We
zijn het net aan het ophalen. De tijdslijnen die genoemd gaan worden,
moeten ook proportioneel zijn. Je moet een vergunning echter wel kunnen
herzien om de best beschikbare technieken neer te kunnen gaan zetten. Op
dit moment geldt: einde levensduur. Dan heb je niet met prikkels te
maken, wat in andere lidstaten misschien wel zo is. Het is een
gedachtegang om een stap te gaan zetten richting de 100.000 doelen waar
we het net over hadden, maar het moet wel proportioneel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik word hier gewoon een beetje moedeloos van. We zitten met een historie
van allemaal extra regelgeving. We zetten ons compleet vast.
Activistische groeperingen zien allemaal redenen om naar de rechter te
stappen. Er volgen allemaal rechterlijke uitspraken. Ik word er echt
moedeloos van dat dit beleid kennelijk gewoon doorgaat en dat we niet
zeggen: we zetten gewoon een streep onder de nationale koppen en we doen
gewoon wat nodig is voor Europa en verder niets. Dit wordt één grote
ellende in Nederland. Dat is het overigens al.
De voorzitter:
Dat was geen vraag. De heer Heutink heeft een vraag.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil even op doorgaan op die nationale koppen. We zien waar we nu in
beland zijn. Ik wil de minister vragen om een toezegging. Ik wil graag
hebben dat hij toezegt dat er geen nieuwe nationale koppen op beleid
komen en dat er alles op alles wordt gezet om nationale koppen te
schrappen. Of hij dat nou gaat doen of zijn opvolger, maakt niet zo heel
veel uit. Dat was al de inzet van het kabinet-Schoof, en dat moet ook de
inzet blijven. Ik wil daar graag een toezegging op van de
minister.
Minister Tieman:
Het is geen nationale kop. Het is volgens ons de beste manier om
invulling te geven aan de Europese richtlijn. Er zijn ook andere
manieren om het te doen, maar dit is in onze optiek de juiste. We willen
ook gewoon het gesprek verder aangaan. We voeren hier al heel veel
gesprekken over met het bedrijfsleven, met VNO-NCW, MKB-Nederland en
Vewin, om te bekijken wat mogelijk is. De internetconsultatie is bedoeld
om het net op te halen. Als er zaken neergezet kunnen worden, voeren we
daarover het gesprek met elkaar.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dit is een hele creatieve manier om iets niet een nationale kop te
noemen. Ik heb volgens mij een hele concrete vraag gesteld, namelijk of
de minister bereid is om toe te zeggen om geen nieuwe nationale koppen
boven op bestaand Europees beleid te zetten en bestaande nationale
koppen zo veel mogelijk te schrappen. Ik vraag volgens mij om een hele
concrete toezegging. Ik zou daar graag een antwoord op hebben van de
minister.
Minister Tieman:
Dan is het antwoord "nee", heer Heutink. Ik geef u geen
toezegging.
De heer Schutz (VVD):
Stel dat het een nationale kop is. U had het over andere manieren om het
doel te bereiken. De heer Heutink schetste een voorbeeld. Waarom zoekt
men in dat voorbeeld het conflict op met regels en
toepassingsmogelijkheden als er ook andere mogelijkheden openstaan? Dan
zou ik de consultatie veel breder doen en vooral aan drinkwaterbedrijven
vragen wat zij de weg vinden om dit doel te bereiken. Dat is anders dan
drinkwaterbedrijven feitelijk voor de bus te gooien en ze straks een
enorme investeringslast op zich te laten nemen.
De voorzitter:
Dit waren twee interrupties.
Minister Tieman:
We nemen dat mee, heer Schutz. We zijn in overleg met de
drinkwaterbedrijven. Het zijn data die mogelijk genoemd gaan worden.
Weet dat het aan mijn opvolger is, aan het volgende kabinet, om dit neer
te zetten en het gesprek verder aan te gaan. Of de soep dan ook zo heet
gegeten wordt, is vers twee. Het moet nog naar de ministerraad. Dit is
wat er in voorbereiding is. Een volgend kabinet kan zeggen: wij gaan dit
niet doen. Maar ik ga die stap nu niet zetten. Wij zijn op dit moment
gewoon nog het een en ander aan het voorbereiden voor een mogelijk
gesprek met de markt. Daarna komt het in de ministerraad.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Op pagina 29 van het nieuwe coalitieakkoord staat: onze ambitie blijft
om onnodige nationale koppen op Europese regels te schrappen. Gaat de
minister nu zelfs in tegen het nieuwe coalitieakkoord? Het
hoofdlijnenakkoord heeft dit ook al gemeld en het blijkt dat deze
minister daar ook tegen ingaat.
Minister Tieman:
Dat is niet het geval, mevrouw Van der Plas.
De voorzitter:
Ik denk dat we dit nu uitgebreid bediscussieerd hebben, meneer Heutink.
Ik heb de minister een paar keer horen zeggen: het is geen nationale
kop. De Kamer zegt: het is wel een nationale kop. Nou, dan gaan we er
nog even op door.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
De vraag is of de minister nu en in de toekomst nationale koppen gaat
schrappen en nu in ieder geval wil zorgen dat er niet nog een bij komt.
Mevrouw Van der Plas wijst er net terecht op dat in het
hoofdlijnenakkoord en in het regeerprogramma waar deze minister zich aan
gecommitteerd heeft nadrukkelijk staat dat we nationale koppen gaan
schrappen en dat we er in ieder geval geen meer bij doen. In het nieuwe
coalitieakkoord, waar deze minister zich niet aan verbonden heeft, zal
dat waarschijnlijk ook staan, begrijp ik van mevrouw Van der Plas. Mijn
vraag is dus de volgende. Als de minister zo duidelijk zegt "ik ga niet
toezeggen aan de heer Heutink dat ik de nationale koppen niet ga
schrappen", wat doet hij dan met zijn regeerprogramma? Waarom wijkt hij
daar dan van af?
De voorzitter:
Twee interrupties.
Minister Tieman:
Ik kijk naar proportionaliteit van het een en ander. Dat houden we in
ons achterhoofd in de gesprekken die we met het bedrijfsleven voeren,
die dit zo meteen ook gaan uitvoeren, om te kijken wat er mogelijk is.
We vragen niet om onmogelijkheden, maar dat zal ook allemaal uit die
internetconsultatie gaan blijken. Daar zullen allemaal zienswijzen in
naar voren komen. Daar wordt u ook in meegenomen. Dan wordt het naar de
ministerraad meegenomen, die de handtekeningen gezet heeft onder wat
mevrouw Van der Plas net genoemd heeft. Zo wordt die weging
gemaakt.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Minister Tieman:
Dank u wel. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer van D66 vroeg: hoe kan het
vijf jaar duren om een meldplicht te introduceren voor
grondwateronttrekkingen? Veel waterschappen hanteren al een meldplicht
voor grondwateronttrekkingen. De introductie van een landelijke
meldplicht hangt samen met een breder pakket van voorgenomen
wetswijzigingen die voortvloeien uit de inbreukprocedure van de KRW. Het
gaat daarbij ook om aanvullende vergunningsverplichtingen en om regels
die voorschrijven dat toestemmingen regelmatig geactualiseerd worden.
Het opstellen en afstemmen van het totaalpakket vergde de nodige tijd.
Daar lopen we dus wel iets uit de tijd ten aanzien van wat we dachten,
omdat het net wat meer werk is. Het gaat daarbij ook om de gevallen
waarvoor precies een meldplicht geldt, want het moet ook uitvoerbaar
zijn. Naar verwachting gaat het ontwerpvoorstel in maart, volgende maand
dus, in consultatie en wordt het wetsvoorstel later dit jaar naar uw
Kamer gestuurd.
De heer Grinwis vroeg: hoe staat het met het overleg over het
Grevelingenmeer, met de provincies Zeeland en Zuid-Holland en met de
gemeente Schouwen-Duiveland? Liggen beide opties op tafel bij de
minister, dus die van verzoeting en die van een tweede doorlaatmiddel
bij de Brouwersdam? Ik deel uw zorgen over de Deltawerken. Juist daarom
werken wij als Rijk samen met de regionale overheden aan een veilige,
gezonde en aantrekkelijke Zuidwestelijke Delta. Zoals afgesproken in het
vorige debat met uw Kamer, hebben we een Gebiedsoverleg Zuidwestelijke
Delta. Daarbij hebben we ook het gesprek over de Grevelingen gevoerd. De
conclusie hieruit is dat een zoet Grevelingen geen oplossing is, noch
voor de korte termijn, noch voor de middellange termijn. In dit overleg
is door de partners, dus echt de regio, brede steun uitgesproken voor
het maken van een doorlaatmiddel. Dat is dus de andere optie. We moeten
wel zeggen dat we daar op dit moment geen financiën voor hebben. Ik heb
ook het nieuwe regeerakkoord bekeken; daar moet u nog een keer goed naar
gaan kijken, om te zien wat we nu precies onder het Mobiliteitsfonds en
het Deltafonds zetten. Dan zou je dat kunnen doen. Het Deltafonds heeft
op dit moment onvoldoende financiële middelen voor zo'n
doorlaatmiddel.
De heer Grinwis: hoe staat het met de uitvoering van de motie over
project Nieuw Monnickendam (36600-J, nr. 23)? De directeur-generaal, die
naast mij zit, is naar Monnickendam getogen en heeft daar een goed
overleg gevoerd. Wat betreft Nieuw Monnickendam: op 12 september heeft
dat gesprek plaatsgevonden, samen met het ministerie van VRO. Er is
constructief overleg geweest. De eigendomssituatie is wel complex, maar
de gemeente Waterland — dat is waar u woont, voorzitter — beraadt zich
op het project. Daar is nu een eerste zet te voorzien.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg naar de watervoorziening, NPLG en het
Veenweideprogramma. Is de minister het met mij eens dat juist de kennis
van de grondgebruikers als input gebruikt moet worden om tot oplossingen
te komen? Zelf komende uit het waterschap, denk ik dat dat een goed
gremium is. Luistert u ook vooral naar die 21 waterschappen. Mevrouw
Boelsma, heel veel peilbesluiten zouden daar ook genomen kunnen worden.
Dat ligt ook daar. De agrariërs zitten in de verenigde vergaderingen van
die waterschappen en hebben daar ook geborgde zetels. Het advies om hun
kennis daar op tafel te leggen nemen we uiteraard ter harte.
Mevrouw Van der …
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Boelsma-Hoekstra. Al die "oes"!
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ja, het is wat. Kom je uit Fryslân en dan heb je zo'n achternaam. De
vraag is op zich wel beantwoord, maar ik bedoelde ook de kennis vanuit
de grondgebruikers — lees: TBO's en agrariërs — en de validering van
proeven die daar worden gedaan, want dat miste ik nog weleens. Daar zou
je ook gebruik van kunnen maken.
Minister Tieman:
Ja, we nemen dat ook mee. Maar het is ook echt bij de provincie, waar ik
dan vervolgens gesprekken mee heb— anders ben ik wel met heel veel
partijen in gesprek — over hoe we dat dan het beste kunnen inregelen. Ik
heb net een hele ronde KRW gedaan met de gedeputeerden. Die consulteren
vervolgens zelf weer de waterschappen, waar dan ook de agrarische stem
naar voren moet komen.
Mevrouw Van der Plas vraagt: is de minister bereid vast te houden aan
een koers waarin verzoeting, zoetwaterbeschikbaarheid en leefbaarheid in
Zeeland centraal staan? Ik maak toch nog even een algemene opmerking. Ik
heb wel zoetwater nodig om het vervolgens te kunnen verdelen. Verzilting
is op termijn toch enigszins onafwendbaar, kijkende naar de
zeespiegelstijging en naar het gebrek aan dat zoetwater. Dat geldt niet
alleen voor Zeeland, maar eigenlijk langs de gehele Nederlandse kust.
Rijk en regio in de Zuidwestelijke Delta zijn zich hier ook bewust van.
Daarom hebben we ook een project, het uitvoeringsproject Elke druppel
telt. Ik heb zelf de Zuidwestelijke Delta gewezen op de mogelijkheden om
financiële steun te krijgen voor toch een vierde trap van een rwzi als
je dat water bij wijze van spreken zou willen gebruiken. Er zijn niet
voldoende middelen voor alle 21 waterschappen en alle 315
waterzuiveringen, maar ik heb dit echt onder de aandacht gebracht om
hier toch eens naar te gaan kijken. Wij gaan ook het programma Zoetwater
herijken en dat advies komt dit jaar naar uw Kamer toe. De uitwerking
ervan laat ik wel aan een volgend kabinet. Op korte termijn is het
opvangen van regenwater en het behoud van zoetwaterlenzen het
belangrijkste in Zeeland, in combinatie met zo'n
waterzuiveringsinstallatie voor de wat minder lange termijn, om dat
water te gaan hergebruiken.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat is het herijken van het zoetwaterbeleid? Kan de minister daar alvast
een beetje inzicht in geven? Want herijken kan zowel de goede als de
verkeerde kant opgaan.
Minister Tieman:
Dat is het Deltaprogramma Zoetwater, dat daarover adviseert. Daar komen
ook adviezen van naar voren. Nieuwe inzichten, Elke druppel telt, best
practices, pilots die daar gedraaid worden binnen bestaande subsidiabele
gremia; zo geven we daar vorm aan.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoor veel ambtelijke taal. Veel wijzer word ik daar niet van.
Nederland staat bekend om de strijd tegen het water, al eeuwen. Ik proef
in het antwoord van de minister toch een beetje: verzilting gaat nou
eenmaal gebeuren en daar moeten we ons bij neerleggen. Waarom blijven we
niet strijden tegen het water, in dit geval ten gunste van
zoetwater?
Minister Tieman:
Daar blijven we hier ook tegen strijden. We zien wel een tendens komen
dat het allemaal wel uitdagender wordt. Vandaar dat we ook allerlei
projecten en studies hebben neergezet. Meebewegen is er daar één van.
Meegroeien is er nu laatst bij gekomen. Maar wat dan precies de juiste
strategie is, is nog te bezien. We hebben ook havenactiviteiten. Als je
meegroeit naar buiten toe, moet het niet zo zijn dat de Rotterdamse
haven of de haven van Harlingen bij wijze van spreken niet meer
toegankelijk is. Zo maken we wel een stap ten aanzien van de reportages
die nu zijn opgesteld. Maar er moet nog wel een beleidskeuze worden
gemaakt: wat gaan we nu doen, wanneer en wat gaat het kosten?
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil de minister en zeker ook de ambtenaren van het ministerie er wel
even op wijzen dat zowel Zeeland als Groningen de groentetuinen van
Nederland zijn. Vele mensen in de wereld worden daardoor gevoed. De
pootgoedaardappelsector kan met het pootgoed bijvoorbeeld alleen al 800
miljoen mensen in de wereld voeden, door daarvoor pootgoedmateriaal ter
beschikking te stellen. Ik wil heel erg benadrukken dat dat belang echt
bovenaan moet staan, ook vanwege onze weerbaarheid qua
voedselzekerheid.
De voorzitter:
Dat waren twee interrupties. We spreken hier de minister aan, niet de
ambtenaren.
Minister Tieman:
De boodschap is duidelijk. Vandaar ook de rwzi-optie, maar er zijn ook
andere zaken. De rwzi-optie is een van de opties. We moeten hier wel
voldoende zoet water houden. Het wordt wel een uitdaging. Die uitdaging
gaan we aan, met elkaar. We nemen iedereen mee in wat we gaan doen ten
aanzien van zowel waterveiligheid als de zoetwaterstrategie. We doen
niet voor niks "elke druppel telt". We nemen u absoluut mee in wat er
gebeurt, bijvoorbeeld in het Volkerak-Zoommeer. We zijn continu bezig
met studies. Maar om nu bij het Pannerdensch Kanaal een regelwerk te
maken ... Dat gaat niet helemaal tot aan Zuidwest-Nederland. Dat is ook
het probleem. Ik heb wel zoetwater nodig om daar een verdeelsleutel te
maken. We moeten het dus echt in de regio gaan zoeken met elkaar om dat
hemelwater veel beter te benutten en op te slaan voor een langere
periode. Het verdampt ook. Dat zijn de punten: Groningen, maar ook
Zuidwest-Nederland, gelet op de weerbaarheid van de voedselvoorziening
die in deze regio plaatsvindt.
Mevrouw Van der Plas vroeg: wil de minister voor 25 juni een
rondetafelgesprek met technische experts organiseren?
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas heeft in de vergadering al gezegd dat ze dit
voorstel ging doen bij de procedurevergadering. Daar hoeft u dus niet op
te reageren.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat klopt. Ik heb gezegd dat ik dat zelf ga aanvragen. Die vraag is dus
al beantwoord.
Minister Tieman:
Heel goed.
Mevrouw Bromet: incident Amersfoort met kookadvies kraanwater. Zijn het
incidenten? Hoe kwetsbaar is onze drinkwatervoorziening voor besmetting
en vervuiling? Het aantal meldingen is niet hoger dan in het verleden,
maar wel het aantal grootschalige kookadviezen. Drinkwaterbedrijven
reageren goed op de incidenten en nemen direct maatregelen om de
volksgezondheid te beschermen. De ILT, de inspectie, zal de incidenten
ook evalueren. We volgen het op de voet. We zien ook wel signalen vanuit
Vewin komen op het gebied van waterkwaliteit. De uitdaging is dus wel
groot. Vandaar dat we ook in dit geval zeer zorgvuldig moeten omgaan met
de waterkwaliteit. Die heeft namelijk ook effect op de
drinkwatervoorziening. Met alle investeringen die deze sector moet gaan
maken ... We hebben wat meer ruimte gegeven. Maar dit is volgens mij
precies de reden waarom we dit allemaal doen. We moeten toch scherper
aan de wind varen binnen wat er mogelijk is, want we willen ook niet het
bedrijfsleven wegjagen. We moeten de juiste set maatregelen op de mat
leggen.
Mevrouw Bromet: sabotage, de weerbaarheid van de drinkwatervoorziening.
Waar staan we voor? Is het leidingstelsel zo ingericht dat we snel
straten of wijken kunnen isoleren, desnoods met de hand? Door de
geopolitieke situatie neemt het aantal dreigingen toe, ook voor de
drinkwatervoorziening. Diverse drinkwaterbedrijven zijn hiermee bezig.
We hebben ook een landelijke aftrap gedaan op het gebied van
weerbaarheid. De oefeningen waar u het net over had, zijn ook allemaal
momenten waarbij je met de andere partijen, in de nabijheid van je
toeleveranciers, stappen kunt gaan zetten. Maar op grond van de
Drinkwaterwet bereidt de drinkwatersector zich hierop voor. De sector
stelt met behulp van verstoringsrisicoanalyses leveringsplannen op. De
ILT ziet daarop toe. We zijn nu ook begonnen met het spoor, met de heer
Christophe van der Maat. We gaan langs alle kritieke sectoren van de ILT
om op een hoger niveau te komen. Zelf ben ik wel voorstander van
grootschalige oefeningen, want daar komen ook weer zaken in naar voren.
Iedereen is ermee bezig. We hebben een aantal goede sessies gehad. Dit
is continu werk in uitvoering.
Mevrouw Bromet, ik ga verder met uw vraag: moeten we voor onze
weerbaarheid ook denken aan de collectieve waterzuiveringsinstallaties
waar we regenwater in tijden van nood kunnen zuiveren? Dat doen de
drinkwaterbedrijven al. Op grond van de Drinkwaterwet bereiden de
drinkwaterbedrijven zich hierop voor. Laatst hebben we een video met de
directeur van Dunea gedeeld via de socialmediakanalen van het
ministerie. De fossiele brandstof voor de generatoren is toereikend voor
een lengte van twee of drie weken. Dat varieert per bedrijf. Je hebt dan
ook wel een vervolgplanning nodig. Diverse waterschappen, zoals Delfland
en Hollandse Delta, zijn aan het bekijken wat de strategie is. Moet je
niet wat zaken gezamenlijk inkopen? Wellicht gaat het om een
strategische plek voor die extra brandstof voor die generatoren.
Drinkwaterbedrijven zijn onze collectieve waterzuiveringen. Zij zijn als
beste in staat om te zorgen voor veilig drinkwater. Daarbij wordt ook
gekeken naar zo'n verdeelpunt voor wijken en op centrale punten. Daar
kunnen burgers dan ook water gaan halen.
Het lid Kostić is hier nu niet aanwezig, maar had een vraag over de
conclusie van de Algemene Rekenkamer dat het doel van de
drinkwaterbesparing met de huidige maatregelen niet gerealiseerd gaat
worden. Zij vroeg welke maatregelen ik heb ingezet en welke ik het
volgende kabinet aanraad. Wij hebben niet stilgezeten. Denk aan de
uitvoering van het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing. Er
wordt met heel veel partners bijvoorbeeld veel energie gestoken in 20%
reductie voor bedrijven. De deadline is wel 2035. Als ik terugkijk op de
afgelopen twee jaar uitvoering, zie ik mooie stappen, zoals de lancering
van Levenmetwater.nl, maar ook pilots, bewust bouwen en waterscans bij
bedrijven. Het uitvoeren van die waterscans gaat veelal via de
brancheverenigingen. In dit geval is dat de VEMW. Er moeten nog wel
stappen gezet worden. We zijn er nog niet. We hebben het advies, de
rapportage, van de Algemene Rekenkamer gezien en voor de zomer zal ik u
informeren over wat we allemaal gaan doen hieromtrent. We hebben een
extra workshop gehouden om elkaar op de hoogte te houden. Voor de zomer
kom ik met additionele informatie richting uw Kamer.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg: kan de minister toezeggen meer werk te
gaan maken van de campagne over drinkwaterbesparing? Je zou bijna
zeggen: we gaan het potje voor spitsmijden hier neerzetten, want het
moet wel zin hebben. Dat ben ik helemaal met de heer Heutink eens. Op
het moment dat we geen zoden aan de dijk zetten, moet je ook een
conclusie trekken. Hier gaan we wel mee beginnen. We doen dat samen met
de drinkwaterbedrijven. Dat zullen we ook gaan evalueren. Er moeten wel
meters gemaakt worden, want als het voor de bühne is of als het niet
werkt, doen we met overheidsgeld de verkeerde zaken. We gaan de
nationale publiekscampagne drinkwaterbesparing met alle betrokken
partijen doen.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik ben even ... "Verbijsterd" is een beetje overdreven, maar ik hoor
helemaal geen enthousiasme bij de minister. Dat is toch wel een
teleurstelling. Ik heb in mijn bijdrage geschetst hoeveel impact het
heeft. Toevallig hadden we het er tijdens de lunch nog over; meerdere
mensen hebben die impact tijdens hun jeugd gevoeld. Als u aan de
voorkant al zegt "het moet wel zin hebben", dan weet ik dat het aan de
achterkant niet gaat slagen. Dus ik zou zeggen: zet 'm op! Of: geef het
door!
Minister Tieman:
Dan interpreteert u mijn woorden wellicht verkeerd, maar ik ben wel van
"meten is weten". We gaan er vol enthousiasme in. Ik had twee jaar
geleden de 130 liter per persoon per dag en hoe die zich verdelen over
de wasmachine et cetera, wat minder op mijn netvlies. Die bewustwording
is alleen maar goed. We gaan hier met heel veel experts en veel
enthousiasme naar kijken, maar er komt ook een moment van evaluatie,
zoals we dat bij alle publieke campagnes doen. Daarop moet wel tractie
komen. Dat kun je nog een tweede kans geven, maar uiteindelijk geldt:
meten is weten.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Hoe gaat de minister er dan voor zorgen dat ik niet straks na afloop van
een campagne opnieuw schriftelijke vragen moet stellen omdat het weer
een fiasco was, we drie ton verder zijn en we daarmee dus van de regen
in de drup zijn gekomen? Hoe gaat de minister dat dan voorkomen?
Minister Tieman:
Door een goede campagne te voeren. Dat is één ding. Maar ik wil ook echt
wel de evaluatie daarna doen. We gaan er dus met goed enthousiasme in,
maar als we met alle kennis en kunde geen tractie weten te maken —
"betutteling" is wellicht een woord — en het heeft wel zin, dan heb je
het niet nodig. Maar kijkende naar de 20% in 2035 en kijkende naar het
potentieel, is dit wel iets waar we onze schouders onder gaan zetten met
relatief weinig geld.
De voorzitter:
De campagneslogan is er alvast.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
"Van de regen in de drup." Ik had 'm zelf kunnen verzinnen, voorzitter.
Kijk, het gaat wel weer over belastinggeld. Ik weet natuurlijk niet
hoeveel geld eraan gespendeerd gaat worden — misschien kan de minister
dat nog zeggen — maar als we vooraf niet weten of het effect heeft, we
er wel weer opnieuw belastinggeld tegenaan smijten en dan achteraf
moeten gaan kijken of het zinvol is geweest, dan is dat volgens mij not
the way to go. Volgens mij moeten we zeker weten dat het effect gaat
hebben. Anders moet je het gewoon niet doen. Dan kunnen we dat geld,
denk ik, beter besteden aan andere dingen die ook heel erg belangrijk
zijn.
Minister Tieman:
Ik ga u wat meer informatie doen toekomen over deze campagne, ook
kijkende naar het spitsmijden — ik weet dat het behoorlijk in the
picture is gekomen — en over de argumentatie hierachter. Laten we met
elkaar echter scherp zijn op dit soort campagnes, want als het geen zin
heeft, moeten we die niet te lang door laten gaan. Maar wij gaan niet
iets beginnen als we aan de voorkant al weten dat het geen zin heeft.
Daarin ga ik helemaal mee met mevrouw Boelsma-Hoekstra. Ik geef u wat
meer informatie. Ik hou u ook op de hoogte van dit soort campagnes. Dat
is dan niet over een jaar of twee. Het moet wel wat tractie hebben. We
gaan aan de voorkant, met de brief die ik u doe toekomen, al wat meer
informatie geven over wat onze uitgangspunten waren. Dan worden we met
elkaar veel enthousiaster.
De voorzitter:
Kan u voor de toezeggingenlijst aangeven wanneer die brief komt?
Minister Tieman:
Die kan ik u binnen een maand doen toekomen.
De voorzitter:
Mevrouw … Boelsma-Hoekstra. Ik blijf maar … Ik moet oefenen, maar u
krijgt het woord.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Waarschijnlijk went het wel!
Dank voor die toezegging. Ik denk dat de kosten wel voor de baten gaan,
dus ik zie dit wel als een heel zinvolle campagne. Ik hoop dus dat het
enthousiasme dat ik probeer over te brengen ook bij u overgebracht
wordt. U zei al dat het daar landt.
Minister Tieman:
Helder.
De voorzitter:
Vervolgt u de beantwoording.
Minister Tieman:
We waren bij mevrouw Boelsma-Hoekstra. Zou de minister in kaart kunnen
brengen hoe we de eindeloze bezwaarprocedures kunnen inperken? Ik kijk
ook nog heel even naar het rapport van Wennink. Daarin worden ook
adviezen gegeven over de bezwaarprocedures en daarin wordt gesteld dat
die eigenlijk gelimiteerd zouden moeten gaan worden. Ik laat het ook aan
de volgende club om die zaken verder handen en voeten te gaan geven,
maar daarin staan wel beperkingen ten aanzien van de bezwaarprocedures
genoemd. Het realiseren van een drinkwaterwinning heeft potentieel een
grote invloed op de leefomgeving. Op grond van de Algemene wet
bestuursrecht staan besluiten open voor beroep en bezwaar, dus daar
hebben we het nu wel mee te doen met elkaar. Dit biedt zeker ook
versnellingsmogelijkheden. In Brabant en Overijssel wordt nu gewerkt aan
de inzet van projectbesluiten. Er wordt ook gewerkt aan een rapportage
van het Actieprogramma beschikbaarheid waterbronnen. De knelpunten bij
vergunningverlening worden hierin ook meegenomen. Deze worden in het BO,
Bestuurlijk Overleg, Water van 4 april vastgelegd. Ik kan u toezeggen
deze te delen met de Kamer.
De heer Schutz: wat is de stand van zaken van de toezegging om te
onderzoeken welke sectoren afhankelijk zijn van drinkwater en wanneer
ontvangt de Kamer deze resultaten? Het is belangrijk dat bedrijven die
drinkwater nodig hebben dit ook geleverd krijgen. Het motto blijft: het
juiste water voor het juiste gebruik. Heeft iedereen drinkwater nodig,
of zouden bedrijven ook een demiwaterregeling kunnen treffen, al dan
niet met voorzuivering op eigen terrein, of is het gewoon makkelijk dat
je drinkwater gebruikt? Is het al eens goed onderzocht? Sinds de zomer
van 2024 zijn de drinkwaterbedrijven bezig met het in kaart brengen van
de zakelijke afnemers. Er wordt in kaart gebracht hoe deze te typeren
zijn, hoeveel water ze gebruiken en of ze ook daadwerkelijk drinkwater
nodig hebben. De drinkwaterbedrijven beschikken als enige over die
gegevens, maar het is toch wat lastiger dan we dachten. Ik overleg
daarover met de sector. Wanneer er meer gegevens beschikbaar zijn,
kunnen we pas een volgende stap zetten. Ik heb even geen tijdlijn, maar
kijkende naar de eerdere deadline, zijn we hier wel druk mee bezig. Ik
hou het op zo'n zes maanden, waarna we in hier in ieder geval over
rapporteren. Als het tot niks leidt, weet u dat in ieder geval ook. Maar
we moeten die scherpte met elkaar zoeken. Ik noem 20% in 2035, zodat ook
investeringen in demiwater in plaats van drinkwater gedaan kunnen
worden. Daar heb ik de sector wel bij nodig. We zijn ermee bezig.
De voorzitter:
De heer Heutink heeft een vraag.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Hoe verhoudt zich dat dan tot de leveringsplicht vanuit de Waterwet
richting drinkwaterbedrijven?
Minister Tieman:
Het gaat hier om de bedrijven die het echt nodig hebben. Het zijn
bedrijven die wellicht een demiwatermogelijkheid hebben maar die nu
gewoon drinkwater gebruiken omdat de infrastructuur er ligt of omdat het
makkelijk is. Maar op het moment dat het verplicht is volgens de
Drinkwaterwet, zie ik eigenlijk geen handelingsperspectief om daaraan te
gaan tornen qua veiligheid. Het moet wel allemaal in dat plaatje
passen.
De heer Schutz (VVD):
Duidelijk antwoord van de minister. Een vervolgvraag: kan hij iets
zeggen over de aard van de complexiteit van datgene waar hij tegenaan is
gelopen? Waar hangt het op?
Minister Tieman:
Ik kom daar in de tweede termijn op terug.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
De Drinkwaterwet stelt dat drinkwaterbedrijven de primaire taak hebben
om voldoende drinkwater van goede kwaliteit te leveren aan consumenten
en andere afnemers. Dat is dat brede begrip. Andere afnemers kunnen dus
ook bedrijven zijn. Ik snap het uitgangspunt, maar als we dit doen, komt
dat dan niet op gespannen voet te staan met dit uitgangspunt in de
Drinkwaterwet?
Minister Tieman:
Dat ga ik wel vermijden. Het is nu echt laaghangend fruit: welk bedrijf
kunnen we, zonder dat we inbreuk maken op die wet, ertoe verleiden om
over te stappen op een andere vorm? Dat gaat dan om bedrijven die geen
waterkwaliteit van die hoogte nodig hebben maar waarbij bijvoorbeeld
demiwater mogelijk is. We hebben nu ook een groot project in Emmen, De
Ultieme Waterfabriek. Daar is een heel consortium waaronder het
bedrijfsleven, Royal Haskoning et cetera, bezig om te kijken wat we nog
zouden kunnen doen. Want soms kun je met een additionele zuivering toch
op een demiwaterniveau komen zonder dat je op het niveau van drinkwater
hoeft te komen. Ik denk dan niet aan de voedsel- en drankenindustrie.
Daar is in mijn optiek geen discussie over. Het gaat ook echt om de
besparingen daarna, een ander type water en het hele palet. Maar we
hebben wel te maken met voedselveiligheid. Daar gaan we niet aan
tornen.
De voorzitter:
Zit u nog steeds in het blokje zoet water, of is het bijna klaar?
Minister Tieman:
Nog twee en dan ga ik naar de volgende. De heer Schutz vroeg: waar
zitten volgens de minister de knelpunten? Wat is er nodig om de
procedures samen met de provincies te versnellen? Het proces van plan
tot oplevering van nieuwe drinkwaterwinning kost inderdaad veel tijd. In
de voortgangsrapportage van het Actieprogramma beschikbaarheid
drinkwaterbronnen, die in het Bestuurlijk Overleg Water van 4 april
wordt besproken, zullen de knelpunten bij de vergunningverlening aan de
orde komen en ook de mogelijkheden om die op te lossen. Er zijn
verschillende knelpunten, zoals stikstofruimte of een afweging van
andere belangen. Ik kan u toezeggen dat deze rapportage met de Kamer
gedeeld gaat worden.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer vroeg wat voor maatregelen de minister
neemt om brakwaterwinning of ontzilting mogelijk te maken. U had het ook
over een voorbeeld van Brabant Water. Ik ben bekend met het voorbeeld om
van brak water zoet water te maken, in dit geval drinkwater. Er zijn
diverse plekken waar drinkwaterbedrijven proeven uitvoeren op het gebied
van ontzilting. Als onderdeel van het NWP is het voornemen om het gehele
hoofdwatersysteem een drinkwaterfunctie te geven. Daarnaast is het ook
nodig om een aanpassing van het Besluit kwaliteit leefomgeving te
realiseren. Dat is nu geënt op een situatie waarin je drinkwater maakt
van zoet water. Dat is dan zo'n knelpunt. Als we dat beslechten, heb je
meer handelingsperspectief wanneer het niet om zoet water gaat. We
hebben hier ook ervaring mee op de eilanden.
Tot zover dit kopje.
De voorzitter:
Dank u wel. Dit waren de vragen over zoetwater. Als niemand daar vragen
over heeft, kunnen we door naar het volgende kopje, namelijk
wateroverlast. O, meneer Schutz heeft nog een vraag.
De heer Schutz (VVD):
Zit koelwater in varia?
Minister Tieman:
Daar kom ik op terug.
De voorzitter:
Koelwater komt nog. Wateroverlast.
Minister Tieman:
De heer Grinwis had het over het gemaal IJmuiden. Ik heb u een brief
doen toekomen, ook met een bandbreedte van de kosten, gewoon om look en
feel te geven zonder dat we ons daarmee op achterstand zetten voor de
komende aanbesteding. Wat die komende aanbesteding betreft hebben we wel
ook het pleidooi van mevrouw Vellinga voor die additionele middelen
nodig in de documentatie die ik ook gezien heb. Laat daar geen
misverstand over zijn, want we praten over enorme bedragen. We praten
ook over een tijdspanne. Mij wordt gevraagd wat daar te lezen is. Op dit
moment ga ik ervan uit dat die 1,1 miljard ook te realiseren is vanuit
zowel het Deltafonds als het Mobiliteitsfonds, want anders hebben wij
onvoldoende middelen voor het gemaal IJmuiden. We gaan natuurlijk ook
nog goed kijken naar de financiering. Ik heb de heer Verdaas, onze
deltacommissaris, ook meegegeven om creatief te kijken naar alternatieve
bekostiging, maar dit zijn wel enorme bedragen. De druk op het
Deltafonds is gewoon groot. En dan heb ik het nog niet eens over
dezelfde investering die we ook in de Afsluitdijk zouden moeten gaan
doen. Dat zijn de twee hoofdthema's op het gebied van de veiligheid, die
daar op gespannen voet met elkaar staan.
Ik zie op dit moment geen mogelijkheden om dit te versnellen. De heer
Grinwis meldde dit ook. We hebben een projectbesluit, we hebben een
planfase, we hebben een aanbesteding, we hebben milieuvergunningen. Stel
dat het geld vandaag op mijn rekening zou staan, dan heb ik tien jaar
nodig. Dat zijn gewoon de doorlooptijden. Daar ligt het niet aan en ook
niet aan de hoeveelheid mensen die hierop zitten. We zijn op dit moment
nog bezig met een tweetal varianten. We begonnen met tien varianten. We
zijn bezig met de waterschappen, die hier nauw bij betrokken zijn; ik
denk dat we daar misschien ook nog een beroep op gaan doen voor een
stukje bekostiging. Die gesprekken lopen allemaal nog, maar het is een
complex verhaal, want de winkel is open, terwijl we straks ook gaan
verbouwen. We kunnen het spuigemaal niet uitzetten; daar zitten 4
miljoen mensen achter. Qua importantie is hier dus geen discussie over.
De zaken komen allemaal uit 1940. Het is dus ook logisch dat het einde
van de levensduur in zicht komt. Dat is dus mijn antwoord op die vraag,
ook van mevrouw Vellinga-Beemsterboer, ten aanzien van
versnelling.
Extreme regen: is de minister het ermee eens dat alle kwetsbare
gemeenten noodplannen moeten hebben voor zulke overstromingen? Gemeenten
werken zelf aan lokale stresstesten en de risicodialogen. Het is aan de
veiligheidsregio en de inliggende gemeenten om zich voor te bereiden op
de mogelijke risico's. Na de extreme bui in Enschede in 2024 zien we ook
dat we nog veel meer van dit soort wijken hebben. Ik zal contact opnemen
met mijn collega van Justitie en Veiligheid. We betrekken dit ook bij de
Nationale Aanpak Wateroverlast, die we aan het einde van 2026 zullen
opleveren.
Mevrouw Vellinga: "Daarnaast benoemt de OVV, de Onderzoeksraad voor
Veiligheid, ook een lijst maatregelen die de minister kan nemen in een
nationale aanpak, zoals de grotere rioolcapaciteit, informatie over
grondwaterstanden et cetera. Ik begrijp dat de minister deze aanpak aan
een volgend kabinet laat, maar kan hij ook alvast toezeggen dat er een
voorbereiding in gang is gezet?" Die toezegging kan ik doen. De
voorbereidingen zijn in volle gang gezet. In de Kamerbrief over
wateroverlast van november 2025 ben ik ingegaan op de effecten van een
grootschalige regenbui en de lopende acties tegen wateroverlast. Het
komende jaar wordt er gewerkt aan het verder in kaart brengen van de
gevolgen van extreme regen. Dat was ook aangekondigd in de brief. We
zijn daarmee bezig met de waterschappen, met het IPO en met de VNG. Eind
2026 laat ik de resultaten van die Nationale Aanpak Wateroverlast aan de
Kamer zien.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer: wat is de rol van de Natuurherstelwet in
het tegengaan van wateroverlast en hoeveel geld besparen we met groene
maatregelen? Dit jaar wordt onder leiding van LVVN een natuurplan
opgesteld. Het onderdeel bebouwd gebied wordt door het ministerie van
VRO uitgewerkt. Er wordt dus wel samengewerkt in dit geval. Op dit
moment zijn er nog weinig kwantitatieve gegevens over een mogelijke
besparing te melden. Er is wel bekend dat de natuurinclusieve
oplossingen lokaal kosteneffectief kunnen zijn door hun meervoudige
baten. Wordt vervolgd, zou ik zeggen.
Mevrouw Bromet vroeg: wat is de reactie van de minister op de uitspraak
van Greenpeace in Bonaire? Er is vandaag een brief naar u onderweg
vanuit het kabinet. Dat is niet al meteen een hele duiding. Die laten we
over aan het volgende kabinet. Maar dit geeft u al wel wat informatie
over een aantal zaken: mitigatie, klimaatadaptatie. Het eiland ligt
laag. Dat is een behoorlijke opgave. We hebben met elkaar vorige week
een scherpe uitspraak gezien. Dit gaat nog heel wat voer voor discussie
opleveren. Eerst zijn wij bezig met de nadere en zorgvuldige bestudering
van de uitspraak.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Heeft de minister op Twitter het draadje gezien van de
Volkskrantjournalist Maarten Keulemans over deze uitspraak?
Minister Tieman:
Dat heb ik nog niet tot mij genomen, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan wil ik de minister verzoeken dat toch te doen en daar in de tweede
termijn op terug te komen. Deze journalist stelt namelijk hele goede
vraagtekens bij deze uitspraak.
Minister Tieman:
Dat zal ik doen. Weet dat de kabinetsreactie geen duiding is. Die is
echt aan het volgende kabinet, maar ik neem tot nu toe alles mee. Die
brief is, wat ik net heb begrepen, onderweg naar u. Die is er al, hoor
ik van de griffier.
De voorzitter:
De brief is er al, dus die kunt u lezen. Mevrouw Van der Plas, u wilt
dat de minister het Twitterdraadje gaat lezen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dit is een wetenschapsjournalist. We hebben de wetenschap altijd
hoog in het vaandel staan. Ik zou dat inderdaad graag willen. Kortgezegd
is zijn conclusie: "Wat. Een. Broddelwerk". Ik wil wel graag een reactie
van de minister.
Minister Tieman:
Ik zal het Twitterdraadje gaan lezen, mevrouw Van der Plas.
De voorzitter:
Zit u nog steeds in het blokje …
Minister Tieman:
Waterveiligheid.
De voorzitter:
Nou, kijk. We gaan overstappen van het blokje wateroverlast naar
waterveiligheid.
Minister Tieman:
De heer Grinwis vroeg hoe de motie tot verkenning van het verkorten van
de doorlooptijd van de projecten is ingevuld. Op welke wijze zijn de
waterbouwers betrokken bij de herijking? Is het tot nu toe niet te veel
een intern proces geweest? Versnelling van onze
waterveiligheidsprojecten is een terecht punt van de heer Grinwis. Zelf
was ik eerder deze week aanwezig bij de Meanderende Maas om ook juist
over die versnelling te praten. De uitvoering gaat goed. We zitten echt
in de planfase daarvoor, waar je toch een aantal zaken zou kunnen
neerzetten. Dat is ook behoorlijk complex. Vorige week woensdag was dat
werkbezoek.
De uitwerking van deze thema's worden gedaan in afstemming met de
Taskforce Deltatechnologie. Hierin zitten zowel de NLingenieurs, de
Vereniging van Waterbouwers, als Bouwend Nederland, om toch die
versnelling te gaan realiseren. Zelf denk ik dat het project Meanderende
Maas een goed voorbeeld is van alles, waaronder verschillende
waterschappen, bij elkaar te betrekken bij een enorm project en daar dan
ook echt het net op te gaan halen met een evaluatie. Waar zou het nog
sneller kunnen? Ik denk zelf dat daar nog echt wel wat stappen te maken
zijn. Zo draagt het verruimen van een fastlane — Engelse terminologie —
de vereenvoudiging van het projectbegeleiding en het maken van
projectafspraken aan de voorkant bij aan de reductie van bureaucratie.
Maar hoe wij de milieuwetgeving af en toe ingeregeld hebben, is wel een
behoorlijk complexe puzzel. Vandaar dat ik om dit soort projecten te
kunnen versnellen, ook echt stappen moet gaan maken met het advies van
Wennink, zonder afbreuk te doen aan bepaalde momenten van inspraak
uiteraard.
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Boelsma-Hoekstra.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, het gaat steeds beter. Hoor ik de minister goed dat hij
eigenlijk zegt dat de waterbouwers en andere sectoren nog steeds
betrokken worden bij de uitvoering? Dat is een feit?
Minister Tieman:
Ja, dat is een feit. Ik heb ook de presentatie van afgelopen week even
meegenomen. Als je wilt versnellen, versnel dan in het voortraject. Dat
is in dit geval, en ik denk ook bij heel veel andere projecten,
grondverwerving. Een grondbank, ja. Ik noem ook projectbesluiten en
vergunningen. Over het vergunningsproces en wat daar nog in het vat zit,
had ik het zonet nog in het kader van de heer Wennink. En zorg voor een
sterke projectorganisatie die adaptief kan werken. Timmer niet alles aan
de voorkant dicht. Dat zijn een aantal lessen die voor dit soort
projecten geleerd zijn van Meanderende Maas. Wij hebben zelf ook een
portfolioaanpak, met treintjesvorming, en een tweefasenaanpak. Het zijn
allemaal manieren om het sneller en efficiënter te kunnen doen met
elkaar. Dit is in mijn optiek gewoon de nieuwe manier van werken, die je
gewoon moet toepassen. Anders loop je enorm uit de tijd en ook uit de
kosten.
Dan de heer Grinwis, die zei dat hoogwaterbeschermingsprojecten scherper
beoordeeld moeten worden. Wat voor wijzigingen zijn daarvoor nodig en
wil de minister hierop ingaan? Beheerders van waterkeringen beoordelen
periodiek in hoeverre de dijktrajecten voldoen aan de normen. Dat zijn
de waterschappen en Rijkswaterstaat, en niet het HWBP. Zij hebben een
rol zodra een project versterkt wordt. Het leidende principe is
inderdaad: scherp beoordelen en robuust versterken. Het beoordelen wordt
nu continu gemonitord en verbeterd en is daarmee continu in
ontwikkeling. Momenteel verken ik ook of een adviesteam kan helpen bij
het scherper maken van deze beoordelingen. Daarnaast zijn er een aantal
acties opgenomen in de bestuurlijke afspraken over de herijking van het
Hoogwaterbeschermingsprogramma, die ervoor zorgen dat projecten scherper
in het HWBP komen. Denk daarbij aan het scherper maken van de scope
voordat het in een project komt, bijvoorbeeld via een
ingangstoets.
De heer Grinwis vroeg ook of er al zicht is op de concrete ruimte voor
projecten met dijkverleggingen. Ruimte voor de Rivier werkt dit jaar toe
naar twee besluiten. Het ene is een besluit om maatregelen te treffen om
te voorkomen dat de rivierbodem nog verder daalt. Dit gaat met name in
op de aanleg van een meergeulensysteem op de Waal. Hiervoor is ruimte
nodig. Daarnaast worden dit jaar ook voorstellen voorbereid voor het
ruimtelijk reserveren van bepaalde gebieden. Daarbij brengen we in kaart
in welke delen van de rivier dijkterugleggingen en een bypass nodig
zijn. We zijn ook met de medeoverheden bezig om hieraan vorm te
geven.
Mevrouw Vellinga en de heer Schutz vroegen naar de normaanpassingen. Dat
is een belangrijk thema. We hebben hier te maken met een proces dat al
een tijd in gang is gezet en met een overlijdensrisico van 1 op 100.000.
Dat is in heel Nederland hetzelfde. We hebben ook te maken met
meerlaagse veiligheid. Hierbij is Deltares, maar is ook de
Deltacommissaris, niet over één nacht ijs gegaan. Ik heb ze betrokken
bij de situatie ten aanzien van de eilanden. Die gesprekken zijn nog
niet klaar. Ik heb een tweetal gesprekken gevoerd. Een van die
gesprekken was in Lemmer, met het waterschap in kwestie maar ook met de
gedeputeerde en de vertegenwoordiger van het eiland. Het andere gesprek
was in Den Haag. Die normering wil ik ten aanzien van de berekeningen
die zijn toegepast op die 1 op 100.000 niet laten verschillen per regio.
Ik zie wel ruimte in bijvoorbeeld die meerlaagse veiligheid, de
evacuatie en de samenredzaamheid om op het eiland te blijven. Dit is zo
gekomen nadat we een evacuatiefractie anders hebben ingezien naar
aanleiding van additionele kennis en kunde, om vooral op het eiland te
blijven, in een hoger gelegen gebied. Over die samenredzaamheid is het
laatste woord nog niet gezegd, maar aan die normeringen zou ik niet
willen gaan tornen. Ik zou die niet bijvoorbeeld in Limburg willen laten
verschillen van de Randstad.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dit raakt mij heel erg. Tot drie maanden geleden was ik wethouder op een
eiland, en was het verhaal altijd: op het moment dat er een grote
overstroming is, moeten wij het een hele tijd met elkaar redden. Ik hoor
de minister nu toch een aantal dingen door elkaar gooien. Hij heeft het
over samenredzaamheid, over zelfredzaamheid. Die plannen zijn nog
helemaal niet klaar, hoor ik, en toch besluit hij al tot een verlaging
van de dijknormering, wat met name voor Schiermonnikoog — de bestuurders
en raadsleden van Schiermonnikoog zitten hier op de tribune, net als
mensen van het Wetterskip — hele negatieve gevolgen heeft. De minister
overweegt dit voor een aantal plekken in Nederland, maar we lezen in
zijn brief dat hij het alleen voor de Waddeneilanden al definitief heeft
gemaakt. Ik begrijp niet hoe dit zit. Er moeten nog plannen gemaakt
worden voor de meerlaagse veiligheid, zoals hij zegt. Dan lijkt het mij
niet verantwoord om de dijknormen al naar beneden te gooien.
De voorzitter:
Dat telt als twee interrupties.
Minister Tieman:
Ik kom hier in tweede termijn op terug, mevrouw Vellinga.
De heer Schutz (VVD):
Ik heb een vraag in het verlengde hiervan. Ik heb in de eerste termijn
gevraagd om vooral te overleggen met de mensen zelf. U gaf aan dat u al
bestuurlijk overleg had met het Wetterskip, maar spreek ook vooral met
de mensen daar. Daar wordt gesproken over verticaal evacueren. Verticaal
evacueren is geen beleidskeuze, maar een uiterste noodgreep. Ik ben
gisteren in Ouwerkerk geweest. Daar ging het in 1953 heel vaak mis.
Mensen zijn daar toen onderkoeld van hun huis afgewaaid, in het water
terechtgekomen en overleden. Die maatstaven moeten voor iemand op
Schiermonnikoog hetzelfde zijn als voor iemand in Limburg, bij mij in
Zeeland of waar dan ook. Ga dus alstublieft in gesprek met die mensen om
hen mee te nemen en heroverweeg dan samen hoe deze route aan te
vliegen.
Minister Tieman:
Ik neem dat ook mee in tweede termijn.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik wil hier even op aansluiten. Ik had in eerste termijn gevraagd om een
toezegging om dit niet toe te passen. Nou, die geeft u dus niet, als ik
het zo beluister. Wat mij zorgen baart, is ... Ik begon mijn betoog met
te zeggen: maak gebruik van de kennis en kunde van ons als Kamerleden in
de regio's. Mijn buurman en buurvrouw zeiden het net echter ook al: er
is ook heel veel kennis en kunde op het eiland, dus maak daar gebruik
van. Er zijn al investeringen gedaan. Dat punt is nog niet aan bod
geweest. Ik zou heel graag van de minister willen horen hoe het proces
verloopt. Komt het ter inzage? Is het een ministerieel besluit? Zijn wij
dan uit beeld? Of schets ik het zo verkeerd?
De voorzitter:
Twee interrupties.
Minister Tieman:
Ten aanzien van de laatste vraag: het gaat in dit geval om een
ministerieel besluit, dus dan is het alleen de minister die hier een
besluit over neemt.
De voorzitter:
Vervolgt u uw beantwoording.
Minister Tieman:
De heer Schutz vroeg hoe je de robuustheid van het meegroeien meet in
vergelijking met de waterbouwkundige oplossingen voor wat betreft
waterveiligheid. Maatregelen voor waterveiligheid worden altijd vooraf
ontworpen: naturebased, technisch of combinaties daarvan. Maatregelen
moeten wel voldoen aan de wettelijke veiligheidsnormen. Ze worden daar
vooraf ook op getoetst. Hierbij wordt gebruikgemaakt van
wetenschappelijke modellen, instrumenten en handleidingen. Na afronding
van het rapport over de zeespiegelstijging, medio 2026, dus dit jaar,
worden de mogelijke keuzes in ons beleid verder uitgewerkt. We hebben nu
een viertal varianten en daar worden dan mogelijke keuzes bij neergezet.
Meegroeien is een van de vier mogelijkheden. U wordt dus nog nader
geïnformeerd over hoe dit proces verdergaat nadat het rapport over de
zeespiegelstijging medio dit jaar is afgerond.
Mevrouw Van der Plas vroeg: welke concrete verbeteringen ziet de
minister om het Hoogwaterbeschermingsprogramma beheersbaar, doelmatig en
solidair te houden richting 2050? Ik ben heel blij dat de bestuurlijke
afspraken rondom de herijking zijn gemaakt. We zetten in op een betere
sturing door meer regie op de programmering van het
Hoogwaterbeschermingsprogramma. Deze afspraken worden in 2026 uitgewerkt
bij de waterprogramma's, met de waterschappen en de programmadirectie
Hoogwaterbeschermingsprogramma.
Mevrouw Bromet vroeg hoe de ontwikkelingen in Duitsland worden
meegenomen in het Nederlandse waterveiligheidsbeleid. Dat doen we samen
met de rivierencommissie en in de bilaterale, regionale
grensoverschrijdende overleggen. In de afvoerstatistiek voor het
berekenen van de benodigde dijkhoogtes en de sterktes wordt rekening
gehouden met de dijkversterkingen in Duitsland. In Nederland wordt dus
rekening gehouden met de dijkversterkingen. Door middel van onderzoek
naar dijkversterking, normering en retentiemaatregelen houden wij zicht
op de ontwikkelingen bij onze buren, die ook van effect zijn voor ons.
Op 3 december jongstleden heeft Nederland een nieuwe
samenwerkingsovereenkomst met de Arbeitsgruppe Hochwasser van
Noordrijn-Westfalen getekend. Dat is een bilateraal samenwerkingsverband
gericht op de waterveiligheid in het grensgebied van de Rijn.
De voorzitter:
Ik zie u een ander mapje pakken, dus volgens mij gaan we nu naar de
Kaderrichtlijn Water.
Minister Tieman:
Dat klopt.
Ik ga hier eerst toch een paar punten neerzetten. Ik kom dan uit bij de
heer Heutink, die ik de laatste jaren zeer actief op dit dossier heb
zien spreken, en een paar punten waar ik toch ook wel in beweging ben
gekomen. Maar ik zet eerst kort en krachtig het algemene verhaal neer.
Schoon en gezond water gaat mij aan het hart en ik ben blij dat u hier
in de Kamer zo veel aandacht heeft voor de waterkwaliteit. U heeft veel
vragen gesteld en voordat ik die allemaal ga beantwoorden, wil ik kort
nog wat anders zeggen.
Ik ben blij dat we met alle waterbeheerders zo hard aan waterkwaliteit
werken. Wijzelf, maar ook de provincies, de waterschappen en de
gemeenten, nemen steeds meer maatregelen voor schoner water. We zijn
bezig met een eindsprint richting 22 december 2027. We richten ons
daarbij op het tijdig herzien van vergunningen, aanlegmaatregelen, zoals
die om oevers natuurvriendelijker te maken, en het aanleggen van
vispassages.
Dat is op stoom. We behalen ongeveer zo rond de 83%, zoals u ook heeft
kunnen vernemen in de technische briefing van vorige week dinsdag of
woensdag. Ik weet het niet meer exact, maar daar heeft u kunnen zien hoe
die naald in beweging is. Maar het neemt niet weg dat we die eindsprint,
ook al gaan we nu echt springen, niet gaan halen. Laat dat helder en
uitgesproken zijn door mij. Als we die 100% niet halen, kunnen we toch
nog wel voldoen aan de Kaderrichtlijn Water door ons te beroepen op de
legitieme uitzondering. Ik kom daar zo meteen nog heel eventjes op terug
naar aanleiding van wat de heer Heutink daar net over heeft gezegd. Ik
denk dan bijvoorbeeld aan vervuiling die uit het buitenland komt. We
zijn voortdurend in gesprek met de Europese Commissie over de voortgang
bij de Kaderrichtlijn Water. Tot slot, de Kaderrichtlijn Water is
behoorlijk technisch en daarom heeft u ook een sessie gekregen.
Mevrouw Kostić is nu weg, maar voordat ik bij de heer Heutink aankom,
wil ik afsluiten door stil te staan bij haar opmerking dat deze minister
eigenlijk weinig heeft gedaan. Ik heb me dat namelijk toch wel
aangetrokken. Ze is er nu niet, maar ik ga haar binnenkort blij maken
met wat we gedaan hebben aan vislood. Afijn, dan wilde ik even meegeven.
U heeft in het verleden namelijk heel wat uren over vislood gesproken en
met name mevrouw Kostić heeft zich daar hard voor gemaakt.
De heer Heutink noemde een aantal zaken die de laatste jaren de revue
zijn gepasseerd en daardoor ben ik in ieder geval wel scherper geworden
op een aantal zaken. Maar ik merkte dat de heer Heutink, wellicht door
de campagnewerkzaamheden, bij een aantal zaken toch weer wat verder weg
is gekomen van het onderwerp. Het is heel goed dat hij er nu weer in
duikt, maar hij is nog wel een beetje roestig en dan met name bij het
"one out, all out"-principe. Ik ga u daarover daarom nog het een en
ander duidelijk maken in een brief, want ik wil eigenlijk dat we na drie
jaar debatteren over het "one out, all out"-principe wat duidelijkheid
krijgen. Wat betekent dit nou precies? Want anders heeft u het hier de
komende drie jaar weer over.
Mevrouw de voorzitter, als ik het even mag afmaken, noem ik nog een paar
andere zaken. De heer Heutink had ook iets kunnen zeggen over die 32
miljoen euro subsidie voor rwzi's om de nutriënten naar beneden te
krijgen, of de tweefasenaanpak die ik net heb genoemd, of de
uitvoeringsregeling voor het Besluit kwaliteit leefomgeving. Maar hij
had ook de extra uitzonderingsgronden kunnen noemen, die u terecht heeft
aangekaart en waar wij vervolgens ook op hebben geacteerd. Dat zijn
allemaal zaken die we gedaan hebben. En dan is er ook nog die 135
miljoen euro voor UPPWATER om pfas aan te pakken. Dat zijn allemaal
voorbeelden.
Er zijn nog een paar punten waarop we de scherpte de komende tijd echt
nog wat moeten gaan opvoeren. Dat betreft de uitzonderingsregelingen.
Hoe goed hebben we die nu allemaal in zicht? Met die 83% van de 100.000
doelen kom je een eind, maar we zijn ook bezig met bekijken wat je er
allemaal af kunt gaan halen, waaronder de buitenlandbelasting. Dat zijn
legitieme zaken. Ik wil niet de risico's bagatelliseren die er zijn. U
heeft ook het rapport van de landsadvocaat gekregen, zij het onder
embargo, want het is vertrouwelijk. Ik zie best nog wat
handelingsperspectief en dan komen we zo meteen in de fase dat we ons
echt moeten gaan wapenen voor juridische procedures. Dat is bij de
waterschappen en bij de gemeenten nu volop in gang. Ik heb een ronde
gemaakt. Ik heb een accent willen zetten om die naald nog even in
beweging te brengen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Nou wordt het helemaal mooi: dat een minister een Kamerlid uitmaakt voor
"roestig" hebben we nog niet eerder meegemaakt. Maar goed, natuurlijk
zijn er stappen gezet op de KRW. En natuurlijk is het doelbereik 83%,
maar onderschat mijn kennis niet, zeg ik tegen de minister, want de
wijze van presenteren ... De optie die er nu naast is gelegd door de
Europese Commissie gaat specifiek in op parameters waardoor je beter
zicht hebt op wat nu de stand van zaken in het water is. Dat begrijp ik
helemaal. Dat is hartstikke fijn en leuk om te weten waar je
staat.
Voorzitter, ik ga gewoon twee interrupties gebruiken; maakt u zich maar
geen zorgen. Maar feit is ook dat het juridisch bindend zijn van "one
out, all out" nog steeds als een paal boven water staat in de KRW. Die
hele KRW is gestoeld op "one out, all out". Feit is ook dat de minister
nu al zegt dat we ons mogelijk moeten voorbereiden op juridische
stappen. Dat betekent dat er ergens een haakje aan zit waarop we worden
afgerekend. De minister kan dus wel zeggen "het is een manier van
presenteren en Heutink is vanwege de campagne een tijdje weggeweest en
hij is een beetje roestig" … Nou, voorzitter, ik wil voorkomen dat we zo
meteen in een nieuwe stikstofcrisis gaan belanden en daarom al die
woningen niet kunnen gaan bouwen, dat we al die infrastructuur niet
kunnen gaan aanleggen en dat we geen nieuwe drinkwaterbronnen kunnen
gaan slaan. Ik mag dan misschien een beetje roestig zijn, voorzitter,
maar ik wil niet dat Nederland kapotgaat en ik hoop dat de minister dat
met mij deelt.
De voorzitter:
Uw interrupties zijn nu op.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Mooi.
Minister Tieman:
Dat deel ik met de heer Heutink; laat dat ook duidelijk zijn. Het is
goed dat u die scherpte erin hebt gebracht, want dat heeft ook bij het
ministerie een aantal zaken in beweging gebracht, om ook de andere
signalen vanuit de commissie niet tekort te doen.
Ik begin met de vragen die de heer Heutink heeft gesteld. Veel vragen
gingen over de Kaderrichtlijn Water. Hij zei ook dat het juridisch een
puinhoop gaat worden. Ik kan u zeggen dat we de juridische risico's in
beeld hebben. Daarover zitten we op één lijn met andere overheden en ook
met kennisinstellingen. De lijn is dat we niet tegen een generiek
waterslot gaan aanlopen. Dat is ook duidelijk uiteengezet in het rapport
van de landsadvocaat, dat afgelopen zomer vertrouwelijk met uw Kamer is
gedeeld. Ik heb het hier ook uitgeprint liggen, voor mijn oog.
De voorzitter:
Alles gaat via de voorzitter en de microfoon. Gaat u verder.
Minister Tieman:
Zeker. Daar hebben we daadwerkelijke risico's gezien en we doen al het
mogelijke om die te mitigeren, door ons optimaal voor te bereiden op de
inzet van de uitzonderingsmogelijkheden. Zonder dat ik daarbij de
eindsprint tekort wil doen, want dat is ook een signaal dat ik van onder
anderen u, voorzitter, heb gehoord de laatste jaren, evenals van het lid
Kostić en van uw commissie. Laat ik het gewoon op die manier
beantwoorden. Bij het daarin een juiste balans zoeken hoort ook dat wij
alle mogelijke maatregelen voor de waterkwaliteit echt nemen,
bijvoorbeeld in de landbouw. Hierbij geldt het Wezerarrest. We moeten
aan alle doelen voldoen. Dat is logisch, want die doelen geven aan welke
bescherming er nodig is. Het "one out, all out"-principe is een methode
om per waterlichaam het totaalbeeld te laten zien: voldoen we aan alle
doelen? Bij de verantwoording naar de Europese Commissie en bij onze
eigen vergunningverlening wordt per parameter gekeken. Als een
waterlichaam alleen out is vanwege zink, dan heeft dat bijvoorbeeld geen
gevolgen voor de lozing van koper. Dat is ook in lijn met het
Wezerarrest. Het is dus niet zo dat het "one out, all out"-principe
ervoor zorgt dat we geen vergunningen meer kunnen afgeven. Afijn, ik kom
hier verder nog op terug. Dan weet u dat. Ik heb een brief toegezegd
over het "one out, all out"-principe.
De voorzitter:
Wanneer kan de commissie die brief tegemoetzien?
Minister Tieman:
Binnen nu en een maand.
De voorzitter:
Die brief komt binnen een maand. Dan nog even over het rapport van de
landsadvocaat, waar meneer Heutink een vraag over had: dat ligt ter
inzage bij de griffie, dus dat kunt u daar inzien.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik hoor de minister daar nu wel dingen over zeggen, dus ik weet niet of
dat dan helemaal goed gaat.
Minister Tieman:
Het feit dat het er is, is met de Kamer gedeeld.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas had een vraag. Of is ze die vergeten?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, ik was even aan het nadenken over het laatste. De juridische
risico's zijn in beeld, maar beseft de minister dat wij constant in
juridische risico's zitten omdat wij onszelf wurgen met wetgeving?
Minister Tieman:
Dat besef ik. Ik citeer heel even uit het volgende regeerakkoord: "Het
kabinet spreekt de ambitie uit om de waterkwaliteit structureel te
verbeteren. Daarbij moet wel de Kaderrichtlijn Water herzien worden.
Nederland wil inzetten op een vereenvoudiging van de richtlijn."
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is prachtig om te horen. Dan ga ik ervan uit dat de vereenvoudiging
van die regels ook gaat betekenen … Daar komt de minister misschien nog
op terug in zijn beantwoording van alle vragen die ik heb gesteld.
Minister Tieman:
Ik kom daarop terug.
Het lid Kostić vroeg: "Het is goed dat de minister de vergunningen
tijdelijk wil maken. Welke termijn gaat de minister hiervoor hanteren?"
Hier heb ik het net al over gehad: het zal niet meer in deze
kabinetsperiode ter inzage gelegd gaan worden of de internetconsultatie
ingaan.
Mevrouw Bromet vroeg: "De wet is nog steeds niet gewijzigd om
vergunningen aan te kunnen pakken. Hadden we dat niet ook via een
algemene maatregel van bestuur kunnen doen in plaats van via het Besluit
kwaliteit leefomgeving? Waarom is dat nog niet gedaan? Waarom leidt de
route van de minister tot verbeteringen? Hoe staat het met de
inbreukprocedure?" Naar aanleiding van de inbreukprocedure en diverse
Kamermoties wordt er nu gewerkt aan een integraal pakket wijzingen, dat
in maart in consultatie zal gaan. Het gaat daarbij om wijzigingen van
zowel de wet als de AMvB's. Dat is juridisch nodig. Dit samenhangende
pakket geeft bevoegde gezagen straks veel meer grip op lozingen en
onttrekkingen.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg: "Hoe implementeren we de nieuwe
uitzondering voor het verplaatsen van verontreiniging, zoals dat gebeurt
bij baggeren, waar we nu ook ruimte voor hebben gekregen? Hoe zorgen we
dat er in de praktijk geen vertragingen optreden bij projecten?" Naar
verwachting worden de nieuwe uitzonderingen in april dit jaar van
kracht. We hebben hard voor die uitzonderingen gestreden in Brussel. Pas
na de implementatie hiervan in de Nederlandse wet- en regelgeving zijn
ze beschikbaar voor bedrijven. Bij de implementatie gaat het niet alleen
om de verankering in regelgeving, maar zorgen we ook voor een praktisch
toetsingskader. De uiterste implementatiedatum is 21 december 2027.
Daarbij is nauwelijks versnelling mogelijk, maar we maken haast, in de
hoop dat we toch iets eerder klaar kunnen zijn.
Mevrouw Bromet vroeg: is er een garantie dat de ruimte om tijdelijke
achteruitgang toe te staan niet misbruikt wordt? Het is fijn dat de
tijdelijke effecten bij projecten niet onnodig streng worden beoordeeld,
maar daar zijn wel veel voorwaarden aan verbonden, om misbruik te
voorkomen. Een voorbeeld van zo'n voorwaarde is dat het achteraf met
monitoring wordt gecontroleerd.
De voorzitter:
Zie ik u bewegen met mapjes, minister?
Minister Tieman:
Ja, maar dat is nog hetzelfde mapje, voorzitter. Het is een mapje in een
mapje.
Ik ga naar de vragen van mevrouw Van der Plas. Dat is een behoorlijke
stapel. Zij vroeg: hoe staat het met de uitvoering van de motie over de
aandachtsgebieden (33037, nr. 631) en de motie-Vedder? Het oppakken van
deze moties is aan LVVN. Ik ben zeker niet tegen doelsturing; laat dat
helder zijn. IenW is voor doelsturing. IenW werkt al lang samen met de
agrarische sector in het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en gaat uit van
de creativiteit van agrarische ondernemers om met eigen maatwerk aan
doelen te voldoen. De uitwerking van de doelsturingssystematiek, zoals
beoogd met het ingroeipad naar doelsturing, zal dan ook worden
voortgezet, zodat dit najaar gestart kan worden met metingen. Want meten
is weten. De vorm van het systeem van doelsturing is aan het volgende
kabinet, ook wat betreft de Kaderrichtlijn Water. Ik heb net het een en
ander geciteerd. Vereenvoudiging staat duidelijk bovenaan, waar
doelsturing dan ook onderdeel van is. Conform de motie-Grinwis moet
doelsturing passen bij zowel de Nitraatrichtlijn als bij de
Kaderrichtlijn Water.
De heer Grinwis vroeg: "Wat is in het kader van het achtste NAP de
reactie van het kabinet op de brief van Eurocommissaris Roswall? Zij
achtte aanscherpingen nodig. Welke aanscherpingen heeft de minister voor
ogen?" De reactie op de brief van mevrouw Roswall is primair aan de
minister van LVVN. De brief van de Eurocommissaris is helder: er zijn
aanscherpingen nodig ten opzichte van de voorstellen voor volgend jaar.
Maar weet ook dat de Kamer het achtste NAP heeft doorgeschoven naar het
volgende kabinet. Dat geldt dus ook voor de eventuele aanscherpingen die
nodig zijn. Ik zie in de media ook dat er discussie is over data die
gebruikt worden. Ik wil het volgende team meegeven dat er over die data
geen discussie meer zou moeten plaatsvinden. Die data moeten duidelijk
zijn. Je kunt namelijk niet praten over oplossingen als de data
discutabel zijn. De schone opdracht is om dat duidelijk te hebben.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer vroeg: wat is de stand van zaken rond het
harmoniseren van de regels, zodat de Kaderrichtlijn Water en de
Nitraatrichtlijn elkaar niet langer in de wielen rijden? Het is echt een
integrale aanpak. Vanaf het begin werkt LVVN samen met IenW aan het
halen van de eindstreep. De eindstreep is het achtste NAP, hoe die er
dan ook uit mag zien. We nemen elkaar echt mee in de onderzoeksuitvragen
en de kaders. Daar hebben we procesafspraken over gemaakt. Mijn
inschatting is dat LVVN en IenW nog best wat huiswerk met elkaar te
verrichten hebben om in een tijdspanne van zes maanden tot een jaar een
achtste NAP aan u te kunnen presenteren. Dat is echt integraal. Dan
heeft iedereen daar duidelijkheid over. We zullen alle bronnen tot ons
nemen en u er verder bij betrekken, maar het is aan het nieuwe team. Dit
is wat ik meegeef in mijn overdrachtsdossier: doe het integraal, met
elkaar. Dan betrekken we daar uiteraard ook de Europese Commissie bij,
zodat we het goed op de rit hebben. Ik heb het dan zowel over LVVN als
over IenW; dat is dus gezamenlijk.
Is het toelatingsbeleid van het Ctgb al in lijn met de Kaderrichtlijn
Water? Dat vroeg mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Voor de
gewasbeschermingsmiddelen werkt LVVN samen met IenW en het Ctgb aan een
methodiek waarmee het Ctgb de toelating in overeenstemming kan brengen
met de Kaderrichtlijn Water. Deze methodiek is naar verwachting begin
2027 gereed. Conform de motie-Grinwis wordt toegewerkt naar een achtste
actieprogramma in lijn met de nutriënten. De keuzes daarbij zijn aan een
nieuw kabinet. Het Ctgb is bezig met het opschalen van de herzieningen.
Lid Kostić is er niet, maar ook voor pfas wordt een herziening gedaan.
Oftewel: het water zit helemaal in de toelatingsmethodiek die meegenomen
gaat worden.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Begin 2027 — dan ga ik toch even op de lijn van de heer Heutink verder —
klinkt angstig dicht bij de deadline. Zijn er nog mogelijkheden om dit
te versnellen?
Minister Tieman:
Dat kan niet veel sneller, mevrouw Vellinga.
De heer Schutz vroeg naar handelingsperspectief rondom de Kaderrichtlijn
Water: de minister sprak recent in het tweeminutendebat over een
eindspurt, en ik vermoed dat hij doelde op het KRW-programma. Dat klopt.
De Kamer zal voorafgaand aan het commissiedebat Water van 25 juni
aanstaande weer een Kaderrichtlijn Water-brief ontvangen, net als ik u
heb doen toekomen in juni vorig jaar, met dat handelingsperspectief en
de acties, maar ook met de vraag of we die naald wat dichter krijgen of
niet. Proportionaliteit zal er ook een onderdeel van uitmaken. In die
brief zal ook ingegaan worden op de periode na 2027 en de inzet die dan
ook zal plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan na-ijleffecten en aan een
Europese richtlijn voor stedelijk afvalwater voor de 315
waterzuiveringen, die op dit moment 16% — u heeft de taartgrafiek in de
brief gekregen — uitmaken van de emissies.
De heer Schutz (VVD):
Ik verzoek om een kleine precisering. De minister zegt iets over de
inzet na 2027, maar ik zou in die brief ook graag zien wat er tussen
vandaag en de brief en vanaf de brief tot het eind van de resterende
termijn als handelingsperspectief is benut en eventueel nog te benutten
is.
Minister Tieman:
Dat zal meegenomen worden in de brief.
Mevrouw Van der Plas vroeg: kan het kabinet toelichten waarom Nederland
ervoor kiest om primair te sturen op metingen vlak onder de wortelzone,
terwijl bekend is dat deze metingen niet representatief zijn voor
drinkwaterwinning en diepe grondwaterlichamen? We sturen op metingen
onder de wortelzone, omdat kwaliteit in die zone de toekomstige
kwaliteit van grondwater in diepere lagen bepaalt. Dit komt doordat
vervuiling zich langzaam en onomkeerbaar naar het diepere grondwater
verplaatst. Daarbij komen onder invloed van nitraat in het diepere
grondwater stoffen zoals metalen vrij, waardoor de kwaliteit van dat
water als bron van drinkwater verslechtert. Met de nitraatnorm uit de
EU-Nitraatrichtlijn sturen we dus op de kwaliteit van het ondiepe en het
diepe grondwater, zodat het geschikt is en blijft voor
waterproductie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil de minister vragen om het deel van mijn inbreng dat hierover gaat
nog een keer te lezen en dan de vraag gewoon concreet te
beantwoorden.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas vindt het niet concreet genoeg.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil het nog wel even herhalen.
Minister Tieman:
Ik kom in tweede termijn nog terug met een concreter antwoord, mevrouw
Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas: kan het kabinet bevestigen dat uit geactualiseerde
bronnenanalyse blijkt dat het landbouwaandeel in de nutriëntenbelasting
veel lager ligt dan eerder werd aangenomen? Ik kan u meegeven dat er op
dit moment veel discussie plaatsvindt over wat er meegenomen gaat
worden. Dat zijn die data waar ik het net over had. Maar weet ook: in
die bronnenanalyse is de glastuinbouw nog niet meegenomen. In die
bronnenanalyse is de stikstof vanuit de lucht die voor een deel is toe
te wijzen ook niet meegenomen. Het aandeel van de verschoningen, van de
investeringen, van zo'n rwzi zijn ook nog niet meegenomen. Met andere
woorden: ik ben benieuwd wat die extra analyse, waar we nu mee bezig
zijn, gaat opleveren. Daarover zijn LVVN en IenW op dit moment ambtelijk
in overleg om uiteindelijk te komen tot een achtste NAP, wat aan het
volgende kabinet is overgelaten. Ik zie in de media diverse grafieken
voorbijkomen. We gaan ook het gesprek aan met een aantal auteurs van die
brieven om in ieder geval appels met appels te vergelijken. Maar op dit
moment hebben wij toch wel wat zorgen over de aannames die er zijn
gedaan om tot die conclusie te komen. De WUR, het PBL en de beide
ministeries zullen daarbij betrokken zijn om in ieder geval
duidelijkheid te krijgen over die data. Het aandeel landbouw bij de
binnenlandse bronnen is op dit moment, conform de data die ik ook in de
brief heb gedeeld, zo'n 50% voor het oppervlaktewater. Als dat anders
is, dan komt dat vanzelf naar boven als u informatie heeft. Maar wij
willen iedereen betrekken bij het komen tot een betere dataset, indien
dat nodig is.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb daar een aantal voorbeelden van genoemd in mijn spreektekst. De
minister zegt: als het uiteindelijk allemaal niet zo blijkt te zijn, dan
kunnen we het altijd nog aanpassen; dat zeg ik eventjes platgeslagen.
Maar dan is het voor heel veel boeren wel te laat. Erkent de minister
dat?
Minister Tieman:
Als dat het geval zou zijn, zou ik dat zeker erkennen. Op dit moment heb
ik geen informatie waaruit blijkt dat die wijziging terecht is.
De voorzitter:
Vervolgt u uw beantwoording.
Minister Tieman:
Mevrouw Van der Plas vraagt: kan het kabinet aangeven of het beleid, de
regels en de verplichtingen waar boeren nu mee te maken hebben anders
zouden zijn geweest, als vanaf het begin met de juiste cijfers was
gerekend? Daar hadden we net over. Het beleid, de regelgeving en de
verplichtingen worden gebaseerd op gegevens uit onder andere afspoeling
bij de nutriënten afkomstig uit de landbouw, zoals deze bij de
kennisinstituten beschikbaar zijn. Het achtste NAP is door het kabinet
niet vastgesteld. Besluitvorming wordt overgelaten aan een volgend
kabinet. Wij werken op dit moment met LVVN aan de processen, ook het
huiswerk wat we nog nodig hebben ten aanzien van additionele
meetgegevens en het challengen van bepaalde modellen om in ieder geval
een goede dataset op tafel te hebben. Daarbij zal de aangehaalde
bronnenanalyse 2025 opnieuw bekeken worden. Tot die tijd is de
regelgeving gebaseerd op de eerdere analyse.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zou toch willen vragen om het beleid dan gewoon even on hold te
zetten, omdat er nieuwe gegevens bekend zijn.
Minister Tieman:
Het beleid van het zevende NAP is op dit moment van toepassing.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dit is dus het hele probleem met het doorschuiven van het achtste
actieprogramma. Dit is dus het probleem, want hier zaten wel wat
versoepelingen in. Er zijn nieuwe gegevens bekend. Het oude beleid is
gebaseerd op data uit 2010-2013 en voldoet dus totaal niet meer.
Minister Tieman:
Mevrouw Van der Plas, mijn handen zijn gebonden door de uitspraak van de
motie.
Mevrouw Van der Plas heeft nog een vraag gesteld: welke consequenties
verbindt het kabinet hieraan voor de huidige waterkwaliteit en de
lopende maatregelen? Ik gaf aan dat het zevende actieprogramma op tafel
blijft liggen. Wij werken op dit moment wel al echt aan dat proces zodat
de nieuwe lichting hier meteen mee aan de slag kan gaan. Er zitten
natuurlijk ook een aantal zaken die voor verbetering vatbaar zijn. Je
moet er dus niet een al te lange tijd overheen laten gaan, ook kijkende
naar de uitspraken van de Europese Commissie hierover. Men kijkt echt
reikhalzend uit naar dat achtste actieprogramma, in welke vorm het er
dan ook zal zijn. De minister van LVVN heeft op 19 december aan u
kenbaar gemaakt dat het achtste actieprogramma naar voren geschoven
wordt; daar heb ik het net over gehad. Volgens de signalen die ik krijg
gaat dat geen jaren duren. Je wil zo snel mogelijk een volgende stap
zetten, maar duidelijkheid over data is wel van cruciaal belang.
Mevrouw Van der Plas: kan het kabinet aangeven hoe er geborgd wordt dat
onjuiste of verouderde aannames bij bronbijdragen, waaronder de
overschatting van het landbouwaandeel in de nutriëntenbelasting, niet
doorwerken in vergunningverlening? In de voorbereiding wordt gewerkt aan
de gezamenlijke onderzoeksopdracht van beide ministeries, in overleg met
de waterschappen. Ik heb van de week nog een Bestuurlijk Overleg
Kaderrichtlijn Water, omdat hier … Ik ga volop door om hier in ieder
geval duidelijkheid over te krijgen. Ik wil de waterschappen, omdat er
zo meteen ook vanuit een met nutriënten verontreinigd gebied naar een
aandachtsgebied gestapt zal worden, ook duidelijkheid geven over hoe dat
proces er verder uit gaat zien. Wij stellen het dus verder niet vast.
Maar dat proces en de betrokkenheid van stakeholders, zoals IPO, VNG,
waterschappen en noem maar op … Het moet wel duidelijk zijn. Dat proces
tussen LVVN en alle andere partijen moet helder zijn.
Mevrouw Van der Plas: hoe wordt voorkomen dat individuele boeren
juridisch worden aangesproken op milieuproblemen waarvan de oorzaak
breder ligt of zelfs deels buiten Nederland ontstaat? Elke partij die
invloed heeft op de waterkwaliteit wordt aangesproken op zijn deel, dus
ook de agrarische sector en de industriesector. Bij de Kaderrichtlijn
Water en de Nitraatrichtlijn stellen we doelen die Nederland moet halen
om tot de gewenste verbetering van de waterkwaliteit te komen. De
Kaderrichtlijn Water bevat echter wel een uitzondering die kan worden
gebruikt en die wij ook gaan gebruiken als doelen niet gehaald worden
vanwege de vervuiling uit het buitenland. Ook daarvoor geldt: meten is
weten, zodat wij precies de juiste delta hebben om dat er vanaf te
halen, zodat wij daarvoor niet aan de lat staan. Wat er vanuit het
buitenland binnenkomt, halen wij dus van die 100.000 doelen af, net als
de invasieve exoot. Op dit moment zijn we allerlei parameters scherp aan
het maken, om met een open vizier bij de Europese Commissie te kunnen
aangeven waarom wij die 100.000 doelen niet bereiken, namelijk vanwege
de vracht vanuit het buitenland.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Een korte interruptie: de minister gaf aan dat door die motie de achtste
Nitraatrichtlijn er niet is, maar volgens mij was de aanleiding dat
jullie er onderling niet uitkwamen. Ik wil de framing dat het puur door
de motie komt dus wel even wegnemen.
Minister Tieman:
Wij waren op dat moment ook nog bezig, tot het laatste moment. Ik heb
hier het lijstje voor me. Er waren nog best wel wat belangrijke zaken
die we aan het bediscussiëren waren met elkaar. Tot zover mijn
antwoord.
Mevrouw Van der Plas: waarom kiest Nederland ervoor om binnen de
Europese bandbreedte strenger te zijn dan onze buurlanden, met alle
juridische en economische gevolgen van dien? De norm voor stikstof in
grondwater is Europees vastgesteld. Die is in alle landen gelijk. Deze
norm is gebaseerd op de geschiktheid van grondwater voor de
voorbereiding van drinkwater. De normen voor oppervlaktewater zijn
gebaseerd op de bescherming van planten en vissen. Omdat er binnen
Europa verschillen zijn tussen de voorkomende planten en vissen kunnen
ook de normen voor stikstof en fosfor verschillen. Nederland en
Duitsland hanteren voor de bescherming van planten en vissen vrijwel
dezelfde normen voor stikstof en fosfor. Ik heb natuurlijk ook het
voorbeeld gezien van de aangehaalde rivier. Hierover gaan we ook verder
in gesprek. Dat is echt een voorbeeld dat al sinds jaar en dag gebruikt
wordt en dat ook bijzonder is. Daar moet actie op worden gezet. Maar als
wij alle Duitse normen over zouden nemen, bij wijze van spreken, zou het
nog strenger worden in Nederland. Dat is de informatie die ik tot mij
krijg ten aanzien van de Duitse normeringen.
Mevrouw Van der Plas: kan het kabinet toelichten waarom Nederland bij de
rapportage aan Brussel onvoldoende gebruikmaakt van de mogelijkheid om
normen te corrigeren voor natuurlijke achtergrondbelasting, terwijl die
ruimte er expliciet zou zijn? Waar het aan de orde is, maken we er
gebruik van, zowel bij de vaststelling van de normen als bij de
beoordeling of aan de normen is voldaan, houden waterbeheerders rekening
met natuurlijke achtergrondconcentraties. Nieuwe gebiedskennis wordt
continu benut. Momenteel wordt door de waterschappen nog nauwkeuriger
dan in het verleden in beeld gebracht hoe groot die
achtergrondconcentraties zijn, zodat hiermee rekening kan worden
gehouden in de doelafleiding voor de Kaderrichtlijn Water. Ik heb er
alle vertrouwen in dat waterschappen en de provincies dat doen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Niet alle waterschappen doen dat. Punt. Daar kan de minister vertrouwen
in hebben, maar dat gebeurt niet.
Minister Tieman:
Dan zal ik dat deze week nog met de waterschappen bespreken. Ik zit met
ze bij het Bestuurlijk Overleg Kaderrichtlijn Water. We gaan vinken wie
dat wel doet en wie dat niet doet. Die bestuurlijke opgave ligt daar
namelijk wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zou de minister over dat gesprek willen terugkoppelen via een
brief?
Minister Tieman:
Ja. Dat is een toezegging.
De voorzitter:
Dan moet ik wel weten wanneer die brief gestuurd wordt.
Minister Tieman:
Houdt u het op drie weken. Dan heeft u die brief met de
terugkoppeling.
De voorzitter:
Dank u wel. Zijn we al bijna bij het blokje overig?
Minister Tieman:
Voorzitter, ik neem een weekje extra, want er is nog een reces. U krijgt
het binnen een maand.
De voorzitter:
Bent u bijna bij het blokje overig?
Minister Tieman:
Ik heb hier nog heel wat vragen liggen, voorzitter.
De voorzitter:
Kunt u iets meer turbo erop zetten? Ik ben bang dat we anders 17.00 uur
niet halen.
Minister Tieman:
Mevrouw Van der Plas vroeg: is het kabinet bereid om alle waterschappen
te verplichten expliciet te onderbouwen of correctie van natuurlijke
bronnen nodig is bij stikstof, fosfor en metalen, en waar dat het geval
is, ook daadwerkelijk de maatlatnormen toe te passen? De waterbeheerders
zijn prima in staat om dit zorgvuldig te doen. Daar hoef ik geen
verplichting voor op te leggen. Het Rijk helpt waterschappen en
provincies met handreikingen bij het opstellen van regionale
doelen.
Mevrouw Van der Plas vroeg: is het kabinet bereid om in beeld te brengen
waar in Nederland overschrijdingen van de normen van de Kaderrichtlijn
Water aantoonbaar het gevolg zijn van natuurlijke oorzaken? Ja, waar dat
aan de orde is, zullen we dat zeker doen. In die gevallen zullen we een
beroep doen op de gelegitimeerde uitzonderingen van de Kaderrichtlijn
Water. Daarmee geven we een eerlijk en feitelijk beeld in de
stroomgebiedbeheerplannen.
Is het kabinet bereid om bij de beoordeling en rapportage van de
grondwaterkwaliteit structureel onderscheid te maken tussen ondiep
grondwater en diep grondwater, en om beleidsconclusies primair te
baseren op die lagen waar daadwerkelijke risico's voor drinkwater en
ecosysteem bestaan? Dat doen wij al. Bij de verantwoording van de
Nitraatrichtlijn wordt gerapporteerd over ondiep en diep grondwater,
zodat we tijdig maatregelen treffen tegen verdere verspreiding van
stoffen naar drinkwaterbronnen in het diepere grondwater en we
daadwerkelijke risico's voor drinkwater voorkomen.
Mevrouw Van der Plas vroeg: kan het kabinet bevestigen dat het meten op
grotere diepte, daar waar drinkwater wordt gewonnen, in veel gevallen
een beduidend gunstiger beeld laat zien dan nu in het nationale beleid
wordt geschetst? Het klopt dat meten op grotere diepte een ander beeld
geeft dan bij ondiepe metingen. Metingen in het bovenste grondwater zijn
noodzakelijk om vervuiling tijdig te signaleren en verspreiding naar het
diepere grondwater te voorkomen.
De voorzitter:
Ik begin het idee te krijgen dat we dit antwoord nu al drie keer gehoord
hebben, dus ik zou u willen verzoeken om even efficiënt te
antwoorden.
Minister Tieman:
Mevrouw Van der Plas vroeg naar het "one out, all out"-principe. U
krijgt een brief over hoe dat precies zit, hoe wij daarmee omgaan, en
hoe dat geborgd is.
Ik kijk even wat mevrouw Van der Plas zei over
waterkwaliteitsmaatregelen en moties. Die vraag heb ik al gehad.
Kan de minister aangeven hoe uitzonderingen op de Kaderrichtlijn Water
in praktijk worden toegepast? Die vraag heb ik ook gehad. Dat geldt ook
voor het achtste NAP.
Dan kom ik toch nog even op de vraag over de Dinkel van de heer Heutink.
Dat was een terechte vraag. Gezien de media-aandacht die we daarvoor
zagen, zal ik hierop zo goed mogelijk antwoord geven. De Dinkel is een
regionaal water. Waterschappen geven aan welke status een regionaal
water heeft. Dat is natuurlijk sterk veranderend of kunstmatig.
Vervolgens passen zij doelen aan op basis van specifieke omstandigheden.
Daarna stellen provincies de status en de doelen vast. Daar waar er
verschillen zijn, gaan Rijk en regio met Duitsland in gesprek. Laten we
dit als actiepunt opnemen, zodat we de Dinkel, waar de heer Heutink het
volgens mij ook al wat jaren over heeft, gewoon bij de hoorns vatten.
Wat zegt u, meneer Heutink? U zegt: de eerste keer. Oké. Het is een
toezegging aan de Kamer om dat binnen nu en zes maanden gewoon geduid te
hebben en waar er mogelijke oplossingen zijn met het waterschap de
Dinkel tot het verleden te laten behoren.
De voorzitter:
Dat hoop ik niet!
Minister Tieman:
In positieve zin bedoel ik het in ieder geval, voor de uitlegbaarheid,
voorzitter.
Dit zijn behoorlijke LVVN-vragen van de Partij voor de Dieren, van
Kostić. De Rli pleitte voor het beperken van dierenrechten. Waarom zijn
deze stappen niet genomen? Ben ik daar alsnog toe bereid? Dit is een
vraag die onder de verantwoordelijkheid van de minister van LVVN valt.
Ik …
De voorzitter:
Punt, lijkt mij dan.
Minister Tieman:
Ik laat die vraag daar even, voorzitter.
Mevrouw Bromet: is de minister bereid de PBL-adviezen te verwerken in
beleid en die dus in het beleid rondom de zonering en de problemen
rondom water te betrekken? Ja, ik betrek de adviezen van het PBL bij
mijn beleidskeuzen. Specifiek voor de zonering langs waterlopen in
relatie tot landbouw doe ik dit in overleg met het ministerie van
LVVN.
Mevrouw Bromet: moeten voor de stroomgebiedsbeheerplannen elk jaar
opnieuw de doelen en maatregelen voor het verbeteren van de
waterkwaliteit bepaald worden? De stroomgebiedsbeheerplannen worden
iedere zes jaar bekeken en geactualiseerd, conform de termijnen die
volgen uit de Kaderrichtlijn Water. Dat zal niet veranderen.
Mevrouw Bromet: waarom is alle wet- en regelgeving, dus ook voor mest en
landbouwgif — "gewasbeschermingsmiddelen", het is maar hoe je het
uitlegt — en de Kaderrichtlijn Water nog niet waterproof? Nou, we hebben
te maken met verschillende Europese richtlijnen. Die proberen we zo goed
mogelijk op elkaar af te stemmen. Zo werken we aan de toelating van
gewasbeschermingsmiddelen in het water die passen bij de Kaderrichtlijn
Waternormen.
Dan heb ik hier nog vragen in hetzelfde blokje, Kaderrichtlijn Water.
Lozing en VTH. Ik zal het snel doen, voorzitter.
Vellinga-Beemsterboer: hoe zouden we een pfas-lozingsverbod concreet
kunnen vormgeven? Op 21 juli is de Kamer erover geïnformeerd dat een
volledig pfas-lozingsverbod niet wenselijk is, aangezien dit belangrijke
sectoren in de maatschappij stil zou leggen. Dit zijn bijvoorbeeld de
drinkwaterwinning en het grondverzet. Een alternatief is om te kijken
naar een gedeeltelijk pfas-lozingsverbod, gericht op specifieke sectoren
of op activiteiten met een hoge pfas-uitstoot. Dat heb ik ook toegezegd.
Op dit moment verken ik hoe zo'n gedeeltelijk pfas-verbod vormgegeven
zou kunnen worden. Conform mijn eerdere toezegging aan de Kamer zal u in
het eerste kwartaal van 2026 geïnformeerd worden over de voortgang van
deze verkenning.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra: wie staat er aan de lat als het gaat om de
vervolgkosten voor de pfas-vervuiling bij de Leeuwarder vliegbasis,
buiten de hekken van de vervuiler? Ik ben bekend met de pfas-vervuiling
in Leeuwarden. Daar is een hele vervelende situatie ontstaan voor de
inwoners aldaar. De gemeente Leeuwarden is het bevoegd gezag en gaat
over de beoordeling van de verantwoordelijkheid voor de vervuiling. Het
principe "de vervuiler betaalt" geldt voor de gehele verontreiniging die
door een partij veroorzaakt wordt. Hoever die verantwoordelijkheid per
geval reikt, is ter beoordeling van het bevoegd gezag, maar is in
principe niet gebonden aan een terreinafbakening.
Lid Kostić: wil de minister voordat hij vertrekt in ieder geval opdracht
geven om een vorm van een pfas-taks onafhankelijk te laten verkennen? Ik
snap uw gedachte over een pfas-taks. Ik vind het op zich een interessant
gedachtegoed. De vraag is wel wat het toevoegt aan de Europese
restrictie en aan een mogelijk lozingsverbod. Ik leg dit echt even bij
een nieuw kabinet, lid Kostić. U vraagt nogal wat. Maar houd het
gedachtegoed vast voor een volgend kabinet of uw eigenlijk
wetenschappelijk bureau om stappen te maken om het iets concreter te
maken.
Het lid Kostić vroeg: is de minister bereid om een signaal te geven aan
de medeoverheden om in ieder geval voorlopig geen langdurige
pfas-vergunningen af te geven. Dan kom je toch ook weer op de basis van
de wettelijke kaders. Het bevoegd gezag moet een aanvraag beoordelen. Ik
ben dat niet. De ILT heeft daarin wel een rol. Die kaart hebben ze ook
getrokken. We zien een reductie. We praten nog steeds over kilo's. Dus
zo moet ik uw vraag beoordelen. Het is aan het bevoegd gezag, maar er
zijn behoorlijk wat signalen afgegeven richting dat bevoegd gezag.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik moest hier even op kauwen. Hoe staat de minister tegenover een netto
lozingsverbod? U noemt terecht een aantal sectoren waarin een algeheel
lozingsverbod heel moeilijk is. Bij een netto lozingsverbod meet je of
er niet meer is toegevoegd aan het water in het proces.
Minister Tieman:
Daar kijk ik positief naar. Dat nemen we ook mee. In de verkenning die
ik in Q1 ga sturen — dat heb ik het lid Kostić toegezegd — zal die
netto-aanpak opgenomen zijn. Dat is ons denkproces hierover.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik snap dat de minister niet zomaar ingrijpt bij andere overheden, maar
er komt een gedeeltelijk lozingsverbod aan. Het gaat om het lozen van
een enorme hoeveelheid pfas in Limburg. Dan is een gesprek tussen de
minister en de overheid daar toch heel logisch? Vindt de minister dat
ook?
Minister Tieman:
Ik heb nu mijn handen te vol aan Chemours om dit er ook nog bij te doen.
Ik laat het aan het volgende kabinet om hier verder invulling aan te
geven. Ik denk ook dat het interessant is wat er uit Chemours is gekomen
met onze contacten aldaar. Dat kan mogelijk gedupliceerd worden in
Weert, in Limburg; dat zeg ik even uit mijn hoofd. Maar op dit moment
richten wij ons echt even op het gesprek met Chemours alvorens ik hier
als dubbeldemissionair minister een toezegging doe hierover. We zijn
echt met de verkenning bezig. Ik kom daar ook bij u op terug.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is goed om te horen. De minister begint over Chemours. Dat is dus
het probleem. CFS zou een vergunning krijgen die vergelijkbaar is met
die van Chemours als het gaat om het lozen van pfas. Je wil dat op de
een of andere manier voorkomen. Maar goed, volgens mij is de boodschap
van de minister duidelijk: dit is eigenlijk niet helemaal hoe je het zou
willen.
Minister Tieman:
Dan ga ik naar een antwoord op de vraag van mevrouw
Vellinga-Beemsterboer en de heer Schutz. Rijkswaterstaat is druk bezig
met actualiseren. De cijfers heeft u in de brief kunnen zien. Ze vroegen
of ik het kan versnellen. Het heeft de hoogste prioriteit, zoals u weet.
Eind 2027 zijn de KRW-relevante vergunningen geactualiseerd.
Rijkswaterstaat zal deze vergunningen daarna periodiek blijven
actualiseren. Een verdere versnelling is op dit moment gewoon niet
mogelijk. Het is ook echt heel specifiek werk. Als u nog mensen in een
bepaald vakgebied wil neerzetten: we hebben hier echt te maken met
specialisten.
De heer Schutz (VVD):
De vraag van mij was niet "versnellen", maar vooral "wat leren we
ervan". Dat mag wat mij betreft komen te staan in de brief die u al
eerder heeft toegezegd, die in juni ongeveer zal komen.
Minister Tieman:
Dat is een prima voorstel.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer vroeg: hoe zit het met de VTH-kennis en de
capaciteit buiten Rijkswaterstaat die nodig is? Ik ben continu in
overleg. Ik heb net weer een hele ronde gedaan met gedeputeerden. Op 3
maart hebben we een landelijke VTH-bijeenkomst. Die zal hier in de regio
plaatsvinden. Dat is op 2 maart. De heer Jansen, de staatssecretaris,
heeft met het IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen in — dat zeg ik
uit mijn hoofd — februari vorig jaar een impuls gegeven met een bedrag,
maar een structurele versterking is nodig om zowel de kennis als de
kunde daar verder op orde te brengen conform het rapport-Van Aartsen,
dat destijds is uitgebracht. Dit wordt dus vervolgd. Het heeft de
aandacht van de gedeputeerden en van de omgevingsdiensten. Dit is wel
een proces waar we met elkaar de schouders nog verder onder moeten gaan
zetten. Ook hier zijn financiële middelen nodig om dit verder te
versterken. Zo'n symposium is dus een eerste stap. Daar gaan we ook een
intentieovereenkomst met elkaar aan. Nou ja, "intentieovereenkomst" … We
proberen het in ieder geval allemaal ook wat meer te formaliseren, zodat
dit niet alleen bij bijeenkomsten blijft maar we elkaar ook vasthouden
op dit onderwerp.
De heer Schutz: wat zijn de gevolgen van het verlagen van de maximale
temperatuur van koelwater en wat doet dit voor de bedrijven? Zowel de
continuïteit en de concurrentiepositie van de bedrijven als de
leveringszekerheid en de verduurzaming van de energiesector zijn
belangrijk. We hebben botsproeven die we meenemen in de planMER, de
milieueffectrapportage. Over de opzet en de resultaten ben ik in gesprek
met zowel de sector, in dit geval met VEMW, en de ministers van
Economische Zaken en KGG. Op deze manier wil ik breed inzicht krijgen in
de effecten van die koelwaterlozingen, met daarbij toch een
temperatuuraspect. Zodra ik hier meer over weet, zal ik u hierover
informeren. Dat zal rond de zomer zijn.
De voorzitter:
De heer Schutz. O nee, hij is tevreden.
Minister Tieman:
Mevrouw Boelsma-Hoekstra noemde als tweede de verplichting voor beroeps-
en recreatievaart in het CDNI-verdrag, het Scheepsafvalstoffenverdrag.
Voor de beroepsvaart zetten we voor de kleine passagiersschepen in op
twee stromen: voldoende afgiftepunten en het faciliteren van de
ontwikkeling van een boordzuiveringsinstallatie. De maatregel van zo'n
zuiveringsinstallatie is dit jaar ook opgenomen in de milieulijst van de
Milieu-investeringsaftrekregeling, die in december is gepresenteerd. Dat
gaat om 155 miljoen euro en maakt die installatie 25% goedkoper. Ik heb
goede hoop dat de huidige maatregelen zullen leiden tot een succesvolle
implementatie. Indien deze maatregelen niet effectief blijken te zijn,
komt een verzegelingsplicht in beeld. Administratieve lasten zijn dan
wel een punt van zorg. Dat willen we ook weer niet. Voor de pleziervaart
is een verzegelingsplicht onderzocht. Partijen hebben echter moeten
concluderen dat deze pas effectief handhaafbaar is bij een
registratieplicht van vaartuigen. Die hebben we op dit moment
niet.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg naar medicijnresten in oppervlaktewater.
De door u genoemde cijfers zijn helemaal correct. Ik werk op meerdere
fronten aan de aanpak van de medicijnresten in rioolwater. Het RIVM
heeft in het verleden ook een aantal sessies gedaan. We zien ook dat
ziekenhuizen, bijvoorbeeld het ziekenhuis in Delft, het Pharmafilter
weer geactualiseerd hebben, maar de herziene Richtlijn stedelijk
afvalwater verplicht Nederland om op zo veel mogelijk
rioolwaterzuiveringsinstallaties, 315 stuks, een aanvullende
zuiveringstrap te bouwen. Dat kost natuurlijk ook allemaal geld. Daar
hebben wij een subsidieregeling voor in het leven geroepen. Daar zullen
we niet alle 315 zuiveringsinstallaties mee kunnen bedienen. Nogmaals
een oproep: er is nog wat geld beschikbaar. Dat zeg ik hier tegen de
waterschapsbeheerders in de call of via het scherm. Dien uw
subsidieaanvraag dus in. Die subsidie is opengesteld en die gaan we op
een gegeven moment ook weer sluiten. Dan is zij niet meer beschikbaar.
Daarnaast werk ik met zo veel mogelijk partijen aan de Ketenaanpak
Medicijnresten uit Water om die medicijnresten te verminderen. Denk
bijvoorbeeld aan een plaszak of aan bepaalde medicijnen, zonder dat ik
hier op de stoel van een dokter wil gaan zitten. Er zijn, zonder
merknamen te noemen, een aantal ontstekingsremmers, zoals paracetamol en
ibuprofen. De ene doet wat meer in het aquatische domein dan de ander.
Dat is ook een stukje voorlichting. Dat is ook een stukje voorlichting.
Zo zijn we met elkaar bezig. Bepaalde zuiveringsinstallaties gaan nu al
richting zo'n vierde trap en halen die medicijnresten er dus al uit. Dat
zijn nog niet alle 315. Uit mijn hoofd gezegd hebben nu op dit moment
een stuk of veertien die stap gemaakt.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, ik heb een vraag. Wilt u even het voorzitterschap
overnemen?
Voorzitter: Van der Plas
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Bromet namens de fractie van
GroenLinks-Pvda.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik had over die vierde trap de vraag gesteld: wie gaat dat betalen? Is
dat de vervuiler of de burger? Ik hoor de minister over
subsidieregelingen, maar dat betekent dus dat de burger betaalt.
Minister Tieman:
Ik kan daar nog wel iets extra's over vertellen. De Europese Richtlijn
Stedelijk Afvalwater heeft een producentenverplichting opgebracht. We
kunnen erover discussiëren waar dat uiteindelijk terecht gaat komen en
wanneer een producent dat moet gaan betalen. Maar daar is nog wel wat
discussie over. Daar is ook een juridische discussie over. Die wordt op
dit moment gevoerd in Brussel. Ik heb daar nog even geen laatste
informatie over, maar dat betekent wel dat daar een verdeelsleutel moet
gaan plaatsvinden, opgebracht door de producenten van de medicijnen, om
dat dan weer terug te brengen. Ik heb nog niet de informatie of dat een
nationale verdeelsleutel gaat worden, of dat dat per verkocht product
gaat worden. Maar die informatie zit er wel in. Daar zullen we dus ook
invulling aan moeten gaan geven.
Ik zou ook het volgende antwoord kunnen geven. Wij hebben als Rijk een
subsidieregeling ingesteld voor de waterschappen. Dat is uiteindelijk 32
miljoen euro. Dat zal dan wel via de waterschapsbelasting lopen. De
producentenverantwoordelijkheid moet nog ingevuld worden. Er is voor
bedrijven ook nog een coëfficiënt. Afijn, een aantal zaken moet u zien.
Ik stel voor dat we uw Kamer informeren zodra er wat te melden is over
de verdeelsleutel voor de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Dat
zal dan wel iets heel groots zijn. Dat zal ook het een en ander
betekenen voor hoe wij dat in het Rijk moeten gaan verdisconteren naar
de 315 zuiveringen toe.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
Voorzitter: Bromet
De voorzitter:
Ik neem het voorzitterschap weer terug. Vraagje: zijn we al bijna bij
blokje overig? Ik begin namelijk echt een beetje zenuwachtig te worden
met het oog op de tijd.
Minister Tieman:
We zijn er bijna, voorzitter. Ik heb nog twee vragen.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg naar drugsafval: kan de minister schetsen
wat er nodig is om deze afvalbron niet meer in het oppervlaktewater te
krijgen? Ja, geen drugs gebruiken. Dat is het makkelijkste antwoord. Ik
heb net het medicijnverhaal verteld. We zetten samen met het Openbaar
Ministerie in op de opsporing van drugsproductie. Dat is ook een
belangrijke bron door de illegale lozingen. We hebben nu wel wat
successen gehad om die ondermijning et cetera toch verder neer te
zetten, zoals ik uit de media haal. Het heeft de aandacht. Maar als ik
af en toe zie hoeveel drugs er is, dan is het misschien ook wel water
naar de zee dragen.
Mevrouw Bromet vroeg: wie gaat de vierde trap van de zuivering van
rioolwater betalen. Daar heb ik net antwoord op gegeven.
Dan heb ik nog het blokje overig. Daarna kan ik terugkomen op een aantal
zaken.
De heer Grinwis zei: ik hoop dit jaar op deltabeslissingen met lef. Op
welke wijze wordt de Kamer daarin meegenomen? Is het niet een idee om
dit voorjaar als commissie met de bewindspersoon op werkbezoek te gaan
met de deltacommissaris? Het Deltaprogramma 2027 met daarin de
resultaten van de herijking wordt op Prinsjesdag 2026 aangeboden. Dat is
al een groot moment, denk ik. In het gesprek met de vaste commissie IenW
en VRO heeft de deltacommissaris aangeboden mee te gaan op werkbezoek.
De uitnodiging zal met positief advies aan de nieuwe bewindspersoon
worden voorgelegd.
Mevrouw Van der Plas vroeg: waar gaat de ecologische toets voor de
passende beoordeling van de watertaxi Ameland uit bestaan? We hebben te
maken met een Natura 2000-gebied, want anders had ik mogelijk nu al
handelingsperspectief gehad, dat ik nu pas in een latere fase heb. Dan
heb je pas wat meer ruimte voor een pilot. Maar ik heb ook al het een en
ander gezegd tegen de heer Schutz over het in overleg treden over wat er
nog mogelijk is. U moet denken aan een passende beoordeling van de
geluidseffecten en de additionele uitstoot voor zo'n Natura 2000-gebied.
We hebben met elkaar nogal wat regels verzonnen voor die Natura
2000-gebieden, waaraan we samen met LVVN moeten voldoen.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik in de richting van de Kamerleden om te zien of
er nog vragen over zijn. De heer Schutz steekt zijn vinger op. O, hij is
klaar. Het lid Kostić heeft wel een vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Misschien heb ik het gemist, maar mijn vraag gaat erover dat de minister
komt met wet- en regelgeving die zorgt dat de vergunningen voor een
bepaalde tijd worden afgegeven. Hij heeft het in zijn brief over een
bepaalde frequentie waarmee dit geactualiseerd zou moeten worden, maar
aan welke frequentie denkt hij daarbij? Voor ons zou het namelijk
logisch zijn om aan te sluiten bij de bestaande beleidscycli in de
stroomgebiedbeheerplannen.
Minister Tieman:
Wij zitten op dit moment te denken aan tien jaar voor een herziening en
een beziening van de vergunningen.
De voorzitter:
Lid Kostić, tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb hierover een motie klaarliggen en ik hoopte dat die niet nodig
was. Waarom tien jaar in plaats van zes jaar? Die zes jaar zou immers
logischer zijn om aan te sluiten bij bestaande beleidscycli.
Minister Tieman:
Dat moet ik even nagaan, lid Kostić.
De voorzitter:
We gaan beginnen met de tweede termijn van de Kamer en … O, mevrouw Van
der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, nog over de watertaxi. Er ligt al enige tijd een motie-Pierik, die
de regering verzoekt om binnen zes weken een oplossing te presenteren
voor de watertaxi's van en naar Ameland. Die termijn is reeds lang
overschreden en ik zou wel graag de toezegging krijgen dat die oplossing
er nu heel snel komt. Daarbij hou ik nu maar even de maximale termijn
van zes weken aan, maar ik wil dit het liefst sneller, want deze termijn
is al ver overschreden.
Minister Tieman:
Mevrouw Van der Plas, ik ga in gesprek met LVVN. Op dit moment is juni
het eerste moment waarop ik in een uitzonderingspositie iets
ministerieels zou kunnen doen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Er ligt gewoon een aangenomen motie. 147 Kamerleden hebben hier destijds
voor gestemd, en dan praat ik al over maanden geleden. Ik wil gewoon dat
er snel haast gemaakt wordt met die watertaxi. We praten hier al jaren
over, dus ik wil toch graag de toezegging dat deze oplossing zo snel
mogelijk gepresenteerd wordt aan de Tweede Kamer. De minister gaat ook
naar Ameland toe en er lopen al heel veel gesprekken, dus het is niet
alsof het wiel opnieuw uitgevonden moet worden. Volgens mij kan dit dus
vrij snel.
Minister Tieman:
Ik kom hierop terug in het Waddendebat, dat op korte termijn zal
plaatsvinden.
De voorzitter:
Oké, dan gaan we nu echt van start met de tweede termijn van de Kamer.
Als eerste krijgt daarvoor het woord mevrouw
Vellinga-Beemsterboer.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een aantal puntjes die ik in de
tweede termijn graag nog even zou willen aanraken. Sowieso bedank ik de
minister voor het uitgebreide antwoord.
Ik ben heel blij met de toezegging van de minister om de vaart erin te
zetten rond grijs water. Graag benadruk ik nogmaals dat hij vooral niet
moet gaan testen en pilotten wat bij onze zuiderburen al is getest en
gepilot.
Dan grondwateronttrekking. Ik wil nog extra navragen of de minister
daarbij doelt op alle onttrekkingen. Krijgen we dus inzicht in alle
onttrekkingen, en in ieder geval die met een meldplicht? In de brief
wordt ook geschreven over een meldplicht voor kleine onttrekkingen, maar
uit het antwoord van de minister werd mij zonet niet helemaal duidelijk
of alle onttrekkingen worden bedoeld. Daar zou ik dus heel graag een
toezegging op willen krijgen.
Dan de KRW en de afstemming van regelgeving. De minister geeft terecht
aan dat daar nog fiks wat huiswerk voor te doen is en dat daarvoor een
integrale aanpak tussen LVVN en IenW nodig is. Ik ben blij de minister
dit zo stevig te horen zeggen. Ik ben wat minder tevreden over het
antwoord over vergunningen die al KRW-proof zijn. De minister heeft een
brief toegezegd. Ik wil hem vragen om in die brief heel goed in te gaan
op het KRW-proof maken van de vergunningen. Ik had hier ook een motie
voor klaarliggen, maar voor de rest ben ik eigenlijk wel heel tevreden
met het antwoord van de minister, dus die motie laat ik even
achterwege.
Over twee andere punten heb ik nog wel een motie. Ik begin met de
noodplannen van gemeentes. Ik ben blij dat dit punt goed op het netvlies
staat en dat de minister benadrukt dat er zowel een nationale als een
lokale verantwoordelijkheid ligt, maar ik ben me er ook van bewust dat
de OVV zegt dat de plannen die er nu liggen met name op lokaal niveau,
vaak kleinschalig, nog relatief informeel en weinig concreet zijn. Ik
hoor de minister zeggen: het heeft onze aandacht. Ik wil hier echter
graag een motie over indienen om hem een steuntje in de rug te geven en
te zorgen dat hier wat druk op komt. Ik kijk heel even naar de
voorzitter. Wat is het gebruik? Zal ik die motie nu voorlezen of zal ik
beide moties aan het einde voorlezen? Nu, begrijp ik.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid waarschuwt dat
Nederland onvoldoende voorbereid is op extreme regenval, met name in
kwetsbare wijken en grensregio's;
overwegende dat vitale functies, zoals eerstehulpziekenhuizen en de
elektriciteitsvoorziening, bij extreme wateroverlast te allen tijde
gewaarborgd moeten blijven;
van mening dat acceptatie van wateroverlast nooit mag leiden tot het
uitvallen van kritieke infrastructuur;
verzoekt de regering om in overleg met de koepels van gemeenten en
waterschappen te borgen dat alle kwetsbare gemeenten uiterlijk in 2027
beschikken over geactualiseerde noodplannen die specifiek gericht zijn
op het operationeel houden van vitale functies bij extreme
regenval,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vellinga-Beemsterboer.
Zij krijgt nr. 8 (36800-J).
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dan had ik als laatste nog een punt over de dijknormering; u verwachtte
vast wel dat ik daarop terug zou komen. Ik hoor aan alle kanten aan het
antwoord van de minister dat er nog heel veel onduidelijk is. Er ligt
nog geen goed plan voor meerlaagse veiligheid. Er ligt nog geen plan
waarin duidelijk wordt wat er dan wel door zou kunnen wat betreft het
project van 1EILAUN. De gesprekken zijn nog niet klaar, zegt de
minister. Tegelijkertijd geeft hij aan dat hij één lijn wil trekken met
de rest van Nederland. Nu ben ik de eerste die zal toegeven dat
overstromingen overal verschrikkelijk zijn, maar de eilanden zijn wat
dat betreft niet hetzelfde als de rest van Nederland. Het is moeilijk om
daar één lijn in te trekken. De eilanden zijn sowieso natuurlijk heel
bijzonder. Ze hebben een klein aantal inwoners, maar er komen veel
toeristen. Dat is iets waar je rekening mee moet houden.
Verder zijn er twee hele praktische redenen. Evacuatie daar is moeilijk.
De eilanden zijn aangewezen op een stuk zelfredzaamheid op het moment
dat er iets gebeurt. Naar verwachting zullen weersomstandigheden er dan
ook voor zorgen dat je niet heel snel kunt evacueren. De tweede reden is
dat een eventuele overstroming op de eilanden per definitie een
overstroming met zout water is, wat ontzettend veel schade toebrengt aan
de natuur en aan landbouwgrond. Alleen al deze twee praktische redenen
zouden voor mij reden zijn om in ieder geval heel voorzichtig te zijn
met het aanpassen van de dijknormering. Daarom heb ik hierover ook een
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister voornemens is de dijknormering voor onder
andere Schiermonnikoog en delen van Zuid-Limburg te verlagen;
overwegende dat de veiligheid van bewoners achter de dijken geen
papieren exercitie is en dat bij de normering van de Waddeneilanden
onvoldoende rekening lijkt te worden gehouden met specifieke factoren
zoals de lange evacuatieduur en de impact van zout water;
van mening dat het verlagen van veiligheidsnormen niet uitlegbaar is
zolang een integrale veiligheidsstrategie ontbreekt en er onvoldoende
duidelijkheid is over alternatieve beschermingsplannen zoals de
uitvoering van onderdelen van het plan 1EILAUN;
verzoekt de regering te wachten met de voorgenomen herziening van de
dijknormeringen, totdat er uitgebreid is gesproken met de betrokken
lokale bestuurders en waterschappen, en er meer duidelijkheid is over de
integrale veiligheidsstrategie en mogelijke alternatieve plannen voor de
bescherming van de eilanden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vellinga-Beemsterboer,
Boelsma-Hoekstra en Bromet.
Zij krijgt nr. 9 (36800-J).
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dat was 'm, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Schutz van de VVD.
De heer Schutz (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb vandaag van waterveiligheid eigenlijk
mijn hoofdtopic gemaakt. De herdenking van de Watersnoodramp gisteren
viel dan ook in mijn voorbereiding van dit overleg. Maar ook wat je
vandaag ziet gebeuren in deze zaal en het feit dat mensen vanuit
Schiermonnikoog hierheen komen, laat wel zien dat dit wat met mensen
doet. Of het nou gaat om het weghalen of het schrijven over het weghalen
van primaire waterkeringen, mensen worden daar zenuwachtig van. Mevrouw
Vellinga-Beemsterboer sprak net over het aanpassen van de normering van
dijken en dat is ook iets waar mensen zenuwachtig van worden. Dat zijn
ook de mensen die hier zitten. Mevrouw Van der Plas sprak op haar beurt
over verzilting in de Bollenstreek en Zeeland en dat is ook iets waar
mensen zenuwachtig van worden.
Met andere woorden, dit soort dingen moeten we niet alleen op papier
zetten, maar vooral ook in die gebieden bespreken. Ik weet dat in het
Deltaprogramma verschillende programmalijnen zitten, waarvan de
Zuidwestelijke Delta er een is. Ik heb daar zelf in een vorig leven aan
meegedaan, maar dan wordt er toch vooral meegesproken door stakeholders
en beroepshalve verenigde partijen. Als het raakt aan het
veiligheidsgevoel van mensen, prevaleert niet in eerste instantie de
ratio, maar het gevoel erbij. We werpen onszelf in de toekomst dan ook
terug in die discussie als we die mensen niet voldoende meenemen. Met
andere woorden, het loopt over verschillende sporen die op verschillende
momenten samenkomen.
Ik begrijp dat de dijknormeringen via een andere agenda lopen dan
bijvoorbeeld de vier scenariovarianten waar we het over hebben gehad. Ik
heb het gekoppeld aan de herdenking van de Watersnoodramp. Die is nu
regionaal, maar als je die zou nationaliseren, zou het wellicht een goed
ankerpunt kunnen zijn om juist thematisch te spreken over wat er in het
verleden fout ging en wat we in de toekomst hopen te voorkomen. Dat zou
geborgd kunnen worden, zodat het een borging zou kunnen zijn voor dat
gesprek.
Een vraag aan de minister. Als er met Prinsjesdag een document ligt dat
ons eigenlijk dwingt om te kiezen, zijn we met zoiets veel te laat. Wat
gaan we dan precies op Prinsjesdag presenteren en hoe definitief is dat?
En vooral: hebben we in die vier varianten voldoende oog voor en
voldoende gedragenheid in die gebieden waar misschien een moeilijk
verhaal te vertellen is? We gaan het daar hebben over meegroeien en
misschien ook wel over het weghalen van primaire waterwerken, werken die
we ooit met belastinggeld hebben bekostigd. Ik zeg "misschien", hè, want
het is geen zekerheid. Maar ik voel wel mee met de zorg die voortvloeit
uit die berichten, of het nou de technische briefing van de
deltacommissaris is of de Kamerbrieven die in het convocaat zaten. Dit
gaat al wel wegen in mensen hun onderbuikgevoel. Ik wil daarom eigenlijk
om meer vragen dan het technische antwoord dat ik zo-even
begrijpelijkerwijs van de minister kreeg. Hij zei namelijk: ja, daar
gaan we later nog over spreken. We kunnen hier niet vroeg genoeg mee
beginnen. Dat zou dan ook mijn oproep zijn aan de minister en ik hoop
dat ik daar straks een reactie op mag ontvangen, mevrouw de
voorzitter.
De voorzitter:
U heeft geen moties?
De heer Schutz (VVD):
Nee.
De voorzitter:
Dan is nu het woord aan mevrouw Boelsma-Hoekstra van het CDA.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter, en dank voor de beantwoording. Het viel mij op
dat wij hier toch wel een beetje een kruising tussen een IenW- en een
LVVN-debat hebben. Ik vind het dus wel heel netjes van de minister dat
hij het zo allemaal kan beantwoorden.
Ik heb op alle vragen mooie toezeggingen gekregen en ook daarvoor dank.
De uitzondering daarop is nog wel de dijknormering Schiermonnikoog.
Daarom sta ik onder de motie van mevrouw Vellinga. Ik wil daar nog één
argument aan toevoegen, want wellicht zegt de minister daardoor "ik neem
de motie over". Dat argument is dat er natuurlijk ook al in is
geïnvesteerd door het wetterskip. Het zou dan ook een stukje
kapitaalvernietiging zijn. Ik wil dat er nog even aan toevoegen. Ik hoop
dan dat we een positieve reactie krijgen van de minister, want als er zo
veel mensen op de tribune zitten, moet de minister ook zien dat het heel
belangrijk is. Daar wilde ik nog één argument aan toevoegen; misschien
neemt de minister de motie dan over. Dat argument is dat er natuurlijk
ook al geïnvesteerd is door het Wetterskip Fryslân, dus het zou ook een
stukje kapitaalvernietiging zijn. Dat zou ik er ook nog even bij willen
zeggen, en dan hopen we dat we een positieve reactie van de minister
krijgen. Met zo veel mensen op de publieke tribune denk ik dat de
minister ook ziet dat dit heel belangrijk is. Ik denk ook dat collega
Vellinga al geschetst heeft waarom het zo belangrijk is.
Tot zover, voorzitter. Ik heb dus geen extra moties. Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Heutink van de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dank, voorzitter. Het is goed om voor de Handelingen even te benoemen
dat de minister geheel in stijl een das om heeft van zijn voormalige
hoogheemraadschap, dus water zit in z'n DNA. Dat siert hem. Ik zag z'n
tweetje voorbijkomen en het is een mooie das, dus ik dacht: ik ga dit
toch even benoemen.
Dan heb ik twee moties, en als die nu geen oordeel Kamer krijgen, dan
weet ik het helemaal niet meer.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het coalitieakkoord Aan de slag wordt voorgesteld
om de implementatie van de Kaderrichtlijn Water te simplificeren;
verzoekt de regering direct te starten met het versoepelen van de
nationaal vastgestelde normen van de Kaderrichtlijn Water,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Heutink en Stoffer.
Zij krijgt nr. 10 (36800-J).
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Tegen de VVD zeg ik direct: dat wordt boter bij de vis, want daar hadden
we net een hele leuke discussie over. Ik kan me haast niet voorstellen
dat de coalitie nu al tegen het eigen coalitieakkoord gaat
stemmen.
Dan mijn tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat alle signalen erop wijzen dat de doelen uit de
Kaderrichtlijn Water niet gehaald zullen worden, met grote gevolgen voor
vergunningverlening, woningbouw en (water)infrastructuur;
verzoekt de regering een noodscenario KRW voor te bereiden teneinde niet
in een nieuwe stikstofcrisis te belanden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.
Zij krijgt nr. 11 (36800-J).
Dank u wel. Een vraagje van de heer Schutz.
De heer Schutz (VVD):
Het zit 'm in het woordje "direct" en waar je simplificeert. We kunnen
simplificeren wat we willen, maar een simplificatie betreft natuurlijk
de Kaderrichtlijn Water, en dat is een Europese richtlijn. De gedachte
snappen wij en daar roepen wij ook toe op, maar "boter bij de vis" doet
hier niet helemaal recht aan de situatie.
De voorzitter:
Ik ga deze discussie stoppen. Iedereen mag zelf beoordelen of die voor
of tegen de motie stemt. We gaan het zien bij de stemmingen. Nu is
mevrouw Van der Plas aan de beurt van de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Na de beantwoording door de minister heb ik nog
wel een aantal vraagtekens bij de keuze om primair te meten in de
wortelzone in het kader van de Nitraatrichtlijn. BBB volgt de minister
niet — ik niet en mijn hele fractie ook niet, heb ik inmiddels begrepen
— in de redenering dat metingen op die diepte noodzakelijk of
doorslaggevend zijn om uitspraken te doen over de kwaliteit van het
grondwater. Onduidelijk blijft hoe daarbij rekening gehouden wordt met
het gedrag van het nitraat — daar heb ik het uitgebreid over gehad —
zodra het uitspoelt richting het grondwater. Nitraat verplaatst zich
namelijk niet een-op-een, maar kan onderweg worden vastgelegd,
afgebroken of verdund. In hoeverre is dat proces bekend, onderbouwd en
daadwerkelijk meegenomen in de beoordeling en in beleidsconclusies? Ik
stel de minister dus nog wat concrete vragen die hij in tweede termijn
kan beantwoorden, maar ik stel hem ook voor om de Kamer in een brief
nader te informeren over de keuze voor die metingen in de wortelzone
binnen de uitvoering van de Nitraatrichtlijn en over de wijze waarop het
gedrag van nitraat tijdens uitspoeling richting het grondwater wordt
meegewogen. Dat scheelt weer wat tijd in de tweede termijn, denk ik. Als
de minister de vragen die ik daarover in mijn inbreng heb gesteld en die
ik hier nu weer neerleg, in een brief wil beantwoorden, dan vind ik dat
ook helemaal prima. Dan kan iedereen er duidelijk en rustig naar
kijken.
De voorzitter:
Ik zie de minister knikken, dus dat gaat hij doen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Prima. Dan heb ik nog drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Nitraatrichtlijn ruimte laat om niet het volledige
nationale grondgebied aan te wijzen als kwetsbare zone en dat andere
lidstaten van deze ruimte gebruikmaken;
constaterende dat uit het CDM-advies blijkt dat de waterkwaliteit in
klei- en veengebieden structureel op orde is en dat de bijdrage van deze
gebieden aan nutriëntenbelasting beperkt is;
constaterende dat de mogelijke risico's voor waterkwaliteit in deze
gebieden grotendeels betrekking hebben op risico-inschattingen en dat
deze risico's kunnen worden opgevangen met bestaand en voorgenomen
flankerend beleid, waaronder doelsturing en emissiereducerende
maatregelen;
overwegende dat een gebiedsgerichte benadering eerlijker en effectiever
is dan generieke aanwijzing van het gehele land als kwetsbare
zone;
overwegende dat in het nieuwe coalitieakkoord staat dat de ambitie
blijft om onnodige nationale koppen op Europese regels te
schrappen;
verzoekt de regering om klei- en veengebieden niet langer aan te wijzen
als kwetsbare zone onder de Nitraatrichtlijn en dit zo spoedig mogelijk
in gang te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 12 (36800-J).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil de afkorting CDM even uitleggen, want al die afkortingen zeggen
mensen vaak niets. CDM staat voor Commissie van Deskundigen
Meststoffenwet.
Mijn tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het nieuwe coalitieakkoord is vastgelegd dat
onnodige nationale koppen op Europese regels moeten worden geschrapt en
dat Europese richtlijnen en verordeningen zoveel mogelijk een-op-een en
tijdig worden geïmplementeerd;
overwegende dat nationale koppen en striktere interpretaties van
Europese regelgeving leiden tot extra regeldruk, hogere administratieve
lasten en een ongelijk speelveld voor Nederlandse ondernemers en
sectoren ten opzichte van andere lidstaten;
verzoekt de regering om onverminderd uitvoering te blijven geven aan het
actief schrappen van nationale koppen op Europese regelgeving, en bij de
implementatie en toepassing van Europese regels structureel uit te gaan
van een zo strikt mogelijke een-op-eenimplementatie, en hierover de
Kamer periodiek te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 13 (36800-J).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De laatste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kaderrichtlijn Water lidstaten expliciet ruimte
biedt voor uitzonderingsgronden, waaronder gefaseerde doelbereiking,
natuurlijke omstandigheden, historische belasting en
grensoverschrijdende invloeden;
overwegende dat Nederland bij de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water
geconfronteerd wordt met een uitzonderlijke uitgangspositie, onder meer
door historische belasting, buitenlandse aanvoer van nutriënten en sterk
veranderde en kunstmatige waterlichamen;
overwegende dat een strikte en maximale nationale invulling zonder
volledig gebruik te maken van deze uitzonderingsmogelijkheden kan leiden
tot disproportionele maatregelen en extra druk op sectoren zoals
landbouw, industrie en regionale overheden;
verzoekt de regering om bij het realiseren van de doelen van de
Kaderrichtlijn Water maximaal en expliciet gebruik te maken van de
uitzonderingsgronden en flexibiliteiten die de richtlijn biedt, om deze
uitzonderingen juridisch zorgvuldig en onderbouwd toe te passen binnen
de stroomgebiedbeheerplannen, en de Kamer te informeren over de wijze
waarop deze uitzonderingsgronden worden benut,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 14 (36800-J).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Tot zover het voorleesuurtje van mevrouw Van der Plas.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan lid Kostić van de Partij voor de
Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel. Ik heb in de tussentijd even via de tv moeten meekijken. Ik
heb een aantal toezeggingen gehoord, waarvoor dank. Ik ben nog wel
benieuwd naar de doorbraak die is bereikt op het gebied van vislood. Al
met al, alles overwegende hebben we te maken met afspraken en die
dreigen we wederom niet te halen. We weten wat we daarvoor moeten doen.
De Rli heeft het bijvoorbeeld over meer dwingende maatregelen op het
gebied van bestrijdingsmiddelen en het inperken van de veestapel door
onder andere iets te doen aan de dierrechten. Dat zie ik allemaal nog
niet gebeuren, dus ik heb een aantal stimuleringsmoties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer onder andere de motie-Bromet/Van Esch (2023)
en de motie-Van Ginneken/Tjeerd de Groot (2023) heeft aangenomen om
onder andere alle relevante onttrekkingen van water en alle relevante
vervuilingsbronnen in kaart te brengen en een meldplicht in te
stellen;
constaterende dat de minister nu door middel van meld-, meet- en
registratieplichten wil regelen dat er meer inzicht komt in kleinere
onttrekkingen van grond- en oppervlaktewater;
constaterende dat nog niet duidelijk is hoe de ondergrens voor meldingen
van grond- en oppervlaktewateronttrekkingen precies bepaald wordt en of
cumulatieve effecten daarbij worden meegenomen;
verzoekt de regering om wetenschappers advies te laten geven over een
passende ondergrens voor meldingen van onttrekkingen van grond- en
oppervlaktewater en daarbij de cumulatieve effecten mee te laten
nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 15 (36800-J).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland na meer dan 25 jaar nog steeds de afspraken
over waterkwaliteit uit de Kaderrichtlijn Water niet heeft gehaald en de
laatste deadline in 2027 is;
constaterende dat onze waterkwaliteit en natuur worden bedreigd door
onder andere het gebruik van bestrijdingsmiddelen en experts recent
opnieuw de politiek hebben opgeroepen om meer dwingende maatregelen op
dit gebied te nemen;
constaterende dat volgens de Europese richtlijn over duurzaam gebruik
pesticiden kwetsbare gebieden zoals Natura 2000-gebieden en
grondwaterbeschermingsgebieden moeten worden beschermd tegen vervuiling
door het gebruik van bestrijdingsmiddelen;
verzoekt de regering om zo snel mogelijk dit jaar extra maatregelen te
nemen om Natura 2000-gebieden, waterwingebieden en
grondwaterbeschermingsgebieden te beschermen tegen de vervuiling door
het gebruik van bestrijdingsmiddelen, waarbij bijvoorbeeld wordt gekeken
naar beperkingen van de (niet-biologische) sierteelt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 16 (36800-J).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de schade die pfas-vervuiling veroorzaakt in de
honderden miljoenen loopt en de gewone burger hier als belastingbetaler
te vaak voor opdraait;
constaterende dat een vorm voor pfas-taks innovaties zou aanjagen,
bedrijven zou kunnen stimuleren om zonder pfas te werken en echt zou
borgen dat de vervuiler betaalt door de opbrengst te gebruiken om
vervuilde plekken te saneren en de waterkwaliteit te verbeteren;
verzoekt de regering om een vrijblijvende verkenning te doen naar de
mogelijkheden en de voor- en nadelen van het invoeren van een pfas-taks,
en de Kamer hier zo snel mogelijk over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 17 (36800-J).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is gewoon aan de nieuwe regering en de nieuwe Kamer om dat in ieder
geval te verkennen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek blijkt dat alle Nederlanders te veel
pfas in hun bloed hebben;
constaterende dat pfas in bestrijdingsmiddelen steeds meer worden
gebruikt in Nederland, makkelijker uitspoelen naar ons grondwater en
daarmee onze drinkwaterbronnen bedreigen;
overwegende dat het kabinet terecht inzet op een pfas-verbod in Europa,
maar dat als er geen stop komt op pfas in bestrijdingsmiddelen, pfas
alsnog door het hele land zullen blijven worden verspreid, in onze
bodem, ons water en ons voedsel;
constaterende dat het huidige toetsingssysteem voor bestrijdingsmiddelen
onvoldoende de (cumulatieve) effecten van pfas op gezondheid en water
meeneemt;
constaterende dat in Denemarken sommige bestrijdingsmiddelen met pfas
vanaf dit jaar nationaal zijn verboden en dat Denemarken pleit voor een
verbod op pfas in Europa;
verzoekt de regering om in Europa te pleiten voor een verbod op
pfas-bestrijdingsmiddelen en om daarin op te trekken met
Denemarken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 18 (36800-J).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Heb ik nog even tijd, voordat ik een Fabertje uithaal?
De voorzitter:
Nou, ja, u heeft tijd, maar schiet maar even op.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Oké. De laatste motie. Die kan ik dan iets rustiger voorlezen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat waterbeschikbaarheid in Nederland steeds verder onder
druk komt te staan en dit onder andere de woningbouw kan
blokkeren;
constaterende dat de Algemene Rekenkamer concludeert dat Nederland eigen
waterbesparingsdoelen niet gaat halen en weinig vooruitgang boekt op het
daadwerkelijk besparen van drinkwater bij bedrijven;
constaterende dat het zakelijke drinkwaterverbruik de afgelopen jaren is
gestegen in plaats van gedaald, wat het behalen van de doelen in 2035
onzeker maakt;
constaterende dat de minister na de conclusies van de Algemene
Rekenkamer erkende dat hij het doel voor drinkwaterbesparing met de
huidige maatregelen niet zal halen en dat er naast onderzoek extra
concrete beleidsinstrumenten moeten worden ingezet;
verzoekt de regering om uiterlijk in de zomer met een voorstel te komen
waarmee aantoonbaar voldoende waterbesparing wordt gerealiseerd om de
waterbeschikbaarheid in Nederland op peil te houden, om daarbij de
mogelijkheid te verkennen om bijvoorbeeld waterbesparing voor
grootverbruikers wettelijk te verplichten en om in
vergunningsvoorwaarden beperkingen over watergebruik op te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 19 (36800-J).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik wil daarbij vermelden dat ik natuurlijk altijd opensta voor
wijzigingen van de moties, maar de richting is volgens mij
duidelijk.
De voorzitter:
Dank u wel. Misschien kunt u 'm een beetje korter maken, maar dat kan
altijd. Mevrouw Van der Plas, wilt u even het voorzitterschap
overnemen?
Voorzitter: Van der Plas
De voorzitter:
Dat wil ik zeker. Mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel. Ik heb zitten luisteren naar de minister. Ik dacht: "Straks
is hij weg. Dan komt er een nieuwe minister en dan kunnen we weer nieuwe
vragen stellen. Misschien komen er dan andere antwoorden." Misschien heb
ik het verkeerd begrepen, maar het viel mij op dat de minister zei: de
angstscenario's, die onder anderen de heer Heutink voorspiegelt, over
wat er gebeurt als we de Kaderrichtlijn Water niet halen, worden geen
waarheid. Hij deed daar heel erg luchtig over. Dat deed mij denken aan
de vragen die ik stelde aan achtereenvolgende ministers van Landbouw —
ik ben nu zevenenhalf jaar Kamerlid — over het stoppen van de derogatie.
Dat zou echt allemaal wel doorgaan. Dat gingen ze allemaal regelen. Daar
hoefde ik niet bang voor te zijn. Maar die derogatie kwam maar
niet.
Hetzelfde geldt voor de uitspraak over stikstof. GroenLinks-PvdA heeft
jarenlang gezegd: er moet iets gebeuren; de PAS deugt niet. GroenLinks
heeft niet ingestemd met de PAS. Voor heel veel mensen, heel veel
bestuurders en heel veel ministeries kwam de uitspraak van de rechter
over de Programmatische Aanpak Stikstof als een verrassing. Zeven jaar
na dato hebben we nog steeds geen oplossing gevonden, terwijl die er
gewoon is. Alleen, daar heb je politieke daadkracht en durf voor
nodig.
Hetzelfde geldt, denk ik, ook voor de Kaderrichtlijn Water. Ik deel de
urgentie van de heer Heutink, maar ik ga helemaal de andere kant op als
het gaat om de oplossing. Ik vind het namelijk heel goed dat we die
afspraken hebben gemaakt. Nederlanders hebben recht op schoon water, en
de natuur al helemaal. Ik zou zeggen: maak er werk van. Wij zullen met
voorstellen blijven komen om dat voor elkaar te krijgen.
Ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat pfas een giftige forever chemical zijn en dat ze,
eenmaal in het milieu, nooit meer verdwijnen, accumuleren en voor altijd
schadelijk zijn;
overwegende dat pfas-houdende bestrijdingsmiddelen een grote maar
diffuse bron van pfas zijn die in grote hoeveelheden over Nederland
worden gespoten;
overwegende dat de Europese regels een nationaal verbod op pfas-houdende
bestrijdingsmiddelen toestaan en alternatieven beschikbaar zijn;
verzoekt de regering om op zo kort mogelijke termijn het gebruik van
pfas-houdende middelen in de landbouw te verbieden of via
toepassingsregels onmogelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.
Zij krijgt nr. 20 (36800-J).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet-Schoof het principe "water en bodem sturend"
heeft gedegradeerd tot een vrijblijvend streven;
overwegende dat het PBL in zijn reflectie op de ontwerp-Nota Ruimte
adviseert "water en bodem sturend" weer het leidende principe voor de
ruimtelijke ordening te maken;
verzoekt de regering om "water en bodem sturend" weer het leidende
principe voor de ruimtelijke ordening te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.
Zij krijgt nr. 21 (36800-J).
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland laag gelegen is, de bodem daalt, de zeespiegel
stijgt en het weer extremer wordt;
overwegende dat natuurgeweld, oorlogsgeweld en ongelukken nooit volledig
kunnen worden uitgesloten;
overwegende dat websites als Atlas Leefomgeving of overstroomik.nl
informatie geven aan bewoners van risicogebieden, maar dat dit amper
bekend is bij burgers;
verzoekt de regering om burgers individueel, per adres of postcode
praktisch en duidelijk te instrueren over wat hun risico's zijn en wat
ze moeten doen bij een ramp, zoals een overstroming,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.
Zij krijgt nr. 22 (36800-J).
Dank u wel, mevrouw Bromet. Ik zie geen interrupties, dus ik geef het
voorzitterschap weer terug aan u.
Voorzitter: Bromet
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik even of de minister een schorsing nodig heeft.
Dat is het geval. Een kwartier vind ik echt te lang. Ik zeg dat omdat in
de afgelopen periode de gewoonte is ontstaan om steeds meer tijd te
nemen voor de beantwoording van vragen en het beoordelen van moties. Ik
wil nu een kwartier geven, maar als ik meer naar de toekomst kijk, denk
ik dat een uur schorsen voor de beantwoording van vragen of een kwartier
voor de appreciatie van moties gewoon te lang is. Daar gaan we het in
het vervolg nog over hebben. Dan gaan we nu schorsen tot 16.35
uur.
De vergadering wordt van 16.21 uur tot 16.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Ja, het is 16.35 uur en mevrouw Van der Plas komt binnenvallen. Ik wil
het woord geven aan de minister voor de beantwoording van de vragen en
het oordeel op de moties. Ga uw gang.
Minister Tieman:
Dank u wel, voorzitter. De heer Schutz vroeg naar de scenario's, de
bouwstenen van het beleid — meegroeien is daar onder andere één van —
voor het kennisprogramma. Ik neem dat mee in het kader van strategisch
omgevingsmanagement, met die gevoeligheid dat we daar echt wel oog voor
hebben. Anders is het na Prinsjesdag heel kort dag. We gaan dit nog veel
verder uitwerken met keuzes, met onderbouwingen en met het betrekken van
de regio. Ik zal daar zo meteen ook nog wat dieper op ingaan bij de
appreciatie van de motie van mevrouw Vellinga.
Het lid Kostić vroeg naar een tienjaarscenario. Kortere termijnen leggen
gewoon te veel druk op de bedrijven. Dat is de argumentatie. Het gaat
onder andere om administratieve lasten. We zien het nu zelf ook met het
doorspreken en beoordelen van al de milieuvergunningen. Dat doe je niet
even op een avond.
Dan wilde ik verdergaan met de appreciatie van de motie op stuk nr. 8
van mevrouw Vellinga-Beemsterboer over de Onderzoeksraad voor
Veiligheid. Oordeel Kamer.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Heeft de minister wel in het vizier wat er gebeurt als we dat dan niet
hebben? Welke gevolgen gaat dat hebben? Wordt er dan gehandhaafd? Welke
gevolgen heeft dat? Je vraagt iets om het te borgen, maar dat betekent
ook dat er een gevolg aan zit als we dat niet hebben. Wat is dat gevolg
dan als we het niet hebben?
Minister Tieman:
Hier zijn ook borgingen. Ik lees 'm zodanig dat het ook bij andere
overheden zou kunnen. We hebben hier niet alle verantwoordelijkheid. Ik
ga in gesprek met die partijen en ik doe dat ook binnen een bepaalde
termijn. Maar het is niet zo dat ik er opeens aan trek op het moment dat
we iets zouden missen. Daar kom ik dan wel op terug. Ik wil hier wel zo
veel mogelijk meebewegen met de Kamer.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mag ik het dan zo begrijpen dat deze motie oordeel Kamer krijgt met de
interpretatie die de minister nu net geeft? Anders is het echt wel een
strakke motie.
Minister Tieman:
Oké, dan doen we het op die manier.
De voorzitter:
Dan kijk ik even naar de indiener van de motie. Ja, die is akkoord. De
motie op stuk nr. 8: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 9.
Minister Tieman:
Door het woordje "versoepelen" moet ik de motie ontraden. Sorry, ik heb
het nu over de motie-Heutink/Stoffer op stuk nr. 10. Wij zoeken nog even
naar de motie op stuk nr. 9.
De voorzitter:
Oké, dan wachten we dat even af.
Minister Tieman:
De motie op stuk nr. 9 van Boelsma-Hoekstra en Bromet: oordeel
Kamer.
De voorzitter:
Vellinga-Beemsterboer staat er ook nog bij. De motie op stuk nr. 9:
oordeel Kamer. Kunt u nog even naar de motie op stuk nr. 10 gaan?
Minister Tieman:
De motie op stuk nr. 10: ontraden vanwege het woord "versoepelen".
Versoepelen kan ik niet toezeggen, versimpelen wel.
De voorzitter:
Meneer Heutink?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan maak ik er met uw welnemen "versimpelen" van.
Minister Tieman:
Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 10 wordt gewijzigd. Het woord "versoepelen" wordt
vervangen door "versimpelen" en de motie krijgt oordeel Kamer.
De motie-Heutink/Stoffer (36800-J, nr. 10) is in die zin gewijzigd dat
zij thans luidt:
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het coalitieakkoord Aan de slag wordt voorgesteld
om de implementatie van de Kaderrichtlijn Water te simplificeren;
verzoekt de regering direct te starten met het versimpelen van de
nationaal vastgestelde normen van de Kaderrichtlijn Water,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. 23, was nr. 10 (36800-J).
Minister Tieman:
De motie-Heutink op stuk nr. 11: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 11: oordeel Kamer.
Minister Tieman:
De motie op stuk nr. 12: ontijdig, achtste actieprogramma.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 12 is ontijdig. Er is een vraag van het lid
Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nog even over de motie op stuk nr. 10, want het ging wel heel snel. De
minister zei dat die met het woord "versimpelen" oordeel Kamer krijgt,
maar wat betekent versimpelen precies? Hoe wordt geborgd dat de
waterkwaliteit nog steeds voldoende wordt gewaarborgd?
Minister Tieman:
Ik sorteer hier al voor op het regeerakkoord, waar die teksten ook in
staan. Dat moeten we dan gaan invullen met elkaar: versimpelen,
simpelere regels. We hebben net een aantal voorbeelden gezien. Dat is
wel iets wat we met elkaar moeten verkennen.
De voorzitter:
Ja, en die vragen kunt u aan een nieuwe bewindspersoon stellen. Ik ga nu
echt door, want ik wil om 17.00 uur klaar zijn. We waren gebleven bij de
motie op stuk nr. 12, en daarover was het oordeel: ontijdig. Ik kijk of
mevrouw Van der Plas de motie wil aanhouden, ja of nee. Nee? Dan wordt
het een ontraden motie. De motie op stuk nr. 12 is ontraden.
Minister Tieman:
De motie op stuk nr. 13 over het schrappen van nationale koppen op
Europese regelgeving: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 13: oordeel Kamer.
Minister Tieman:
De motie-Van der Plas op stuk nr. 14 over het benutten van de
uitzonderingsgronden van de Kaderrichtlijn Water: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 14: oordeel Kamer.
Minister Tieman:
De motie op stuk nr. 15 van het lid Kostić: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 15: oordeel Kamer.
Minister Tieman:
De motie op stuk nr. 16 van het lid Kostić: ontijdig. Dit ligt echt bij
LVVN.
De voorzitter:
Lid Kostić, wilt u de motie aanhouden, ja of nee?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, maar ik wil hier wel een punt van maken. Er is mij toegezegd door
het ministerie van IenW dat zij namens de minister van LVVN hier zouden
antwoorden en dat de beantwoording niet doorgeschoven zou worden. Ik kan
dit eerlijk gezegd niet helemaal goed accepteren, dus ik wil graag echt
even … Misschien moet de minister de motie dan aan het oordeel van de
Kamer laten, maar dit kan niet.
Minister Tieman:
Ik heb zo veel mogelijk meebewogen bij de beantwoording, maar dit zijn
moties die beoordeeld worden. Ik heb dus het advies gekregen om dit echt
niet aan te raken als IenW-minister. Ik snap wat u zegt, maar ik moet
dit echt even zo doen, gelet op de consequenties die het mogelijk kan
hebben. Ik ben geen minister van LVVN.
De voorzitter:
Wilt u de motie aanhouden of niet?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik denk erover na, maar ik vind dit echt geen nette gang van zaken,
gezien de afspraken met ons als Kamer.
De voorzitter:
De Kamer kan altijd zelf een oordeel vellen, ook zonder een advies van
het kabinet. Dan zijn we bij de motie op stuk nr. 17.
Minister Tieman:
De motie op stuk nr. 17: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 17: ontraden.
Minister Tieman:
De motie op stuk nr. 18: ontijdig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 18: ontijdig.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is fijn als ik weet waarom. Ik vraag alleen maar om Europese inzet.
Ik vraag niet eens om een nationaal verbod in te stellen, maar om samen
met Denemarken op te trekken.
Minister Tieman:
Het antwoord is hetzelfde als het antwoord dat ik net gaf: minister van
LVVN.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 18: ontraden.
Minister Tieman:
De motie op stuk nr. 19: ontraden. We zetten juist in op minder
regels.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 19: ontraden.
Minister Tieman:
De motie op stuk nr. 20: ontijdig, LVVN.
De voorzitter:
Nog even overnieuw, hoor, want de moties zitten verkeerd om in het
setje. Het gaat dus om de motie op stuk nr. 20. Die motie krijgt het
oordeel ontijdig.
Minister Tieman:
Dat klopt. De motie-Bromet op stuk nr. 21: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 21: oordeel Kamer.
Minister Tieman:
De motie-Bromet op stuk nr. 22: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 22 krijgt oordeel Kamer, mits ...
Minister Tieman:
Het spijt me. De motie krijgt oordeel Kamer, maar wel met een opmerking.
U geeft aan in uw motie dat het op adresniveau moet zijn, maar ik wil
aan u vragen of het kan per straat of per wijk, conform overstroomik.nl.
Anders is het voor ons niet te doen. Als het per straat of per wijk kan,
krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ja. In de motie staat het woordje "of", dus het kan zeker ook op
wijkniveau.
De heer Schutz (VVD):
Het gaat mij te snel. Ik vind de motie op stuk nr. 20 te veel op de
motie op stuk nr. 22 lijken. Ik ben dus echt even het spoor
bijster.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 20 lijkt helemaal niet op de motie op stuk nr. 22,
hoor. Misschien ziet u het nummer niet goed. O, het gaat om het
getalletje. De een-na-laatste kopie in het setje is nr. 20, de laatste
kopie is nr. 21 en vóór nr. 20 zit nr. 22. Excuus. Daarmee hebben we ...
O, lid Kostić heeft een vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, over de motie op stuk nr. 19. Het ging mij ook eventjes te snel.
Kreeg die motie oordeel Kamer of werd die ontraden? En als de motie is
ontraden, waarom dan precies?
Minister Tieman:
We willen minder regels en deze zorgt voor meer regels.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Zo is de motie zeker niet bedoeld, want ik sluit hiermee eigenlijk aan
bij de doelen die het ministerie zelf ook heeft. De Algemene Rekenkamer
zegt: we doen eigenlijk te weinig om die doelen te halen. De motie is
meer bedoeld om te kijken: wat kunnen we nog doen om die doelen alsnog
te halen? Dat hoeft niet met nieuwe regels. Ik ben dus prima bereid om
de motie nog aan te passen, want die is juist bedoeld om onszelf aan
onze eigen afspraken te houden.
Minister Tieman:
De laatste zin van uw motie is: voor grootgebruikers wettelijk verplicht
te maken en in vergunningsvoorwaarden beperkingen over watergebruik op
te nemen.
De voorzitter:
Tot slot, lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik snap het wel. Er stond inderdaad "de mogelijkheid verkennen".
Eigenlijk zegt de minister: die mogelijkheid willen we niet eens
verkennen. Wat als ik die zin schrap en alleen het eerste gedeelte van
het dictum laat staan?
Minister Tieman:
Dan zou het kunnen, lid Kostić. Dan krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Daarmee wordt de motie op stuk nr. 19 gewijzigd en krijgt die oordeel
Kamer.
De motie-Kostić (36800-J, nr. 19) is in die zin gewijzigd dat zij thans
luidt:
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat waterbeschikbaarheid in Nederland steeds verder onder
druk komt te staan en dit onder andere de woningbouw kan
blokkeren;
constaterende dat de Algemene Rekenkamer concludeert dat Nederland eigen
waterbesparingsdoelen niet gaat halen en weinig vooruitgang boekt op het
daadwerkelijk besparen van drinkwater bij bedrijven;
constaterende dat het zakelijke drinkwaterverbruik de afgelopen jaren is
gestegen in plaats van gedaald, wat het behalen van de doelen in 2035
onzeker maakt;
constaterende dat de minister na de conclusies van de Algemene
Rekenkamer erkende dat hij het doel voor drinkwaterbesparing met de
huidige maatregelen niet zal halen en dat er naast onderzoek extra
concrete beleidsinstrumenten moeten worden ingezet;
verzoekt de regering om uiterlijk in de zomer met een voorstel te komen
waarmee aantoonbaar voldoende waterbesparing wordt gerealiseerd om de
waterbeschikbaarheid in Nederland op peil te houden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. 24, was nr. 19 (36800-J).
Dan wil ik overgaan tot het voorlezen van de toezeggingen.
Eén. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe de Kamer over een jaar te informeren over hoe de aanbevelingen van het RIVM met betrekking tot het gebruik van hemelwater en grijs water binnen de gebouwde omgeving worden opgevolgd in diverse andere pilots.
Twee. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zal de Kamer binnen een maand schriftelijk informeren over de geplande drinkwaterbesparingscampagne waarbij ook wordt ingegaan op de kosten en evaluatie.
Drie. Binnen een maand ontvangt de Kamer van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een brief met nadere informatie over het "one out, all out"-principe uit de Kaderrichtlijn Water.
Vier. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zal de Kamer voor het commissiedebat Water van eind juni een brief over de Kaderrichtlijn Water sturen, waarin specifiek wordt ingegaan op het handelingsperspectief tussen nu en de deadline eind december 2027, maar ook in de periode na 2027, en op wat er geleerd is van het actualiseren van de onttrekkingsvergunningen.
Vijf. Binnen een maand ontvangt de Kamer van de minister van Infrastructuur en Waterstaat een schriftelijke terugkoppeling van zijn gesprek met de waterschappen in het Bestuurlijk Overleg KRW.
Zes. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zal de Kamer binnen zes maanden nader informeren over de stand van zaken met betrekking tot de Dinkel.
Zeven. Rond de zomer zal de minister van Infrastructuur en Waterstaat de Kamer schriftelijk informeren over de effecten van koelwaterlozingen.
Acht. De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe de openstaande vragen van de BBB-fractie uit de eerste termijn per brief te beantwoorden.
Ik zie twee vingers. We beginnen even met het CDA.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Volgens mij zou er binnen een maand een rapport komen over die
bezwaarprocedures en daar zouden wij van op de hoogte worden gesteld.
Het gaat over de drinkwaterbedrijven.
De voorzitter:
Ja, die voegen we toe.
De heer Schutz (VVD):
Ik had volgens mij ook een toezegging gekregen over de termijnen met
betrekking tot drinkwater en bedrijfsprocessen. Dat was ook gekoppeld
aan een termijn. Daar had u wat langer voor nodig, maar dat heeft u
volgens mij wel toegezegd.
De voorzitter:
Even voor de Kamerleden: het is een toezegging als er een brief beloofd
is met een daaraan gekoppelde datum. Misschien kunt u nog even herhalen
waarop u denkt een toezegging gekregen te hebben.
De heer Schutz (VVD):
Dit gaat over de eerdere toezegging aan mijn voorganger, de heer
Verkuijlen, over drinkwater in bedrijfsprocessen. U zou nadere studie
doen naar de bedrijven waarop dat ziet. Dat was al een toezegging, maar
volgens mij heeft u daaraan nu ook een bepaalde termijn gekoppeld.
Daarom is het een toezegging.
Minister Tieman:
Ja, dat klopt: zes maanden.
De voorzitter:
Zes maanden. Dan voegen we die ook toe aan de toezeggingen.
De heer Schutz (VVD):
Volgens mij heeft de minister ook toegezegd om in juni terug te komen
met een brief over de Kaderrichtlijn Water en de effecten die de
eindspurt tot dan toe heeft gehad.
De voorzitter:
Die heb ik net voorgelezen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik besef net dat de minister iets heeft gezegd over vislood en dat hij
daar nog niet op teruggekoppeld heeft. Kan de minister nog even
terugkoppelen op dat punt?
Minister Tieman:
Ik kom daar binnenkort op terug, lid Kostić, met een convenant en wat
communicatie. Ik denk dat het helemaal in het straatje van uw
inspanningen zal zijn en dat we wat scherper aan de wind gaan varen met
de sector om toch alternatieven naar voren te brengen ten behoeve van de
waterkwaliteit.
De voorzitter:
Met deze verrassing sluiten wij dit wetgevingsoverleg Water af. Dank aan
de minister voor de beantwoording van de vragen en aan zijn
ondersteuning. Dank aan de Kamerleden. Ik wilde al bijna hameren, maar
de heer Schutz heeft nog een laatste opmerking.
De heer Schutz (VVD):
Nee, ik heb een vraag. De tekst van de motie op stuk nr. 19 is net
gewijzigd. Die wijziging was niet voor iedereen aan deze tafel direct
duidelijk. Dat is wel belangrijk om de motie mee te kunnen nemen.
De voorzitter:
In de motie op stuk nr. 19 is de laatste zin gewijzigd. Die gaat over de
wettelijke verplichting en het beperken van vergunningsvoorwaarden. Die
wordt geschrapt. Als u precies wilt weten wat de minister heeft gezegd,
moet u dat even in de Handelingen terugzoeken.
Daarmee komen we bij het einde van deze vergadering. Dank aan het
publiek voor de belangstelling. Goede reis naar huis.
Sluiting 16.50 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|