Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Defensie, Bijeenkomst NAVO-ministers van Defensie en Ukraine Defence Contact Group van 11 en 12 februari 2026 (Kamerstuk 21501-28-296)
Defensieraad
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D05130, datum: 2026-02-03, bijgewerkt: 2026-02-03 16:26, versie: 1
Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie (D66)
- Mede ondertekenaar: N.E. Manten, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z01888:
- Indiener: R.P. Brekelmans, minister van Defensie
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- 2026-02-03 14:00: Raad Buitenlandse Zaken Defensie en NAVO Defensie ministeriële van 11 en 12 februari (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Defensie
- 2026-02-04 00:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-12 10:45: Procedurevergadering Defensie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Binnen de vaste commissie voor Defensie hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Defensie over de Raad Buitenlandse Zaken Defensie en NAVO Defensie ministeriële van 11 en 12 februari. De fungerend voorzitter van de commissie, Paternotte De adjunct-griffier van de commissie, Manten Inhoudsopgave I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie II Antwoord / Reactie van de minister I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de genoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken Defensie en NAVO Defensie Ministeriële. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen. De leden van de D66-fractie zijn opgelucht dat gezamenlijke inzet van zowel de Europese NAVO-lidstaten en de NAVO Secretaris Generaal hebben voorkomen dat president Trump zijn plannen op het gebied van Groenland door heeft gezet. Inmiddels hebben twee Nederlandse militairen deelgenomen aan een verkenningsmissie in Groenland. Wat zijn de bevindingen van de verkenningsmissie waarin twee Nederlandse officieren van de Nederlandse Koninklijke Marine aan hebben deelgenomen? Wat is de inzet van de minister als het gaat om gesprekken over een mogelijke NAVO-missie (Arctic Sentry) op Groenland, zo vragen deze leden. De leden van de D66-fractie vragen de minister hoe hij de uitspraak van Eurocommissaris Kubilius beoordeelt dat artikel 42 lid 7 van toepassing is bij een aanval op Groenland? Is Artikel 42.7 volgens het kabinet wel of niet van toepassing op de landen en gebieden overzee? Wat betekent de uitspraak van minister van Weel dat het verdragsartikel “niet onverkort” van toepassing is, zo vragen deze leden. De leden van de D66-fractie hebben ook nog enkele vragen over Oekraïne. Kan de minister reflecteren op het functioneren van de UDCG nu de Amerikanen daar niet langer een centrale rol in spelen? Verwacht het kabinet dat de Raad instemt met de mogelijkheid voor Oekraïne om met de EU-lening militair materieel aan te schaffen in het Verenigd Koninkrijk? De leden van de D66-fractie lazen in de stukken ook over de vooruitgang van de capaciteitencoalities. Welke doelstellingen wil Nederland in 2030 hebben behaald met de capaciteitencoalities voor drones en anti-dronesystemen, en militaire mobiliteit? Hoe verhoudt het drone-actieplan van de Europese Commissie zich tot de door Nederland geleide PCA drones en counter-dronesystemen? In hoeverre is Nederland betrokken bij de totstandkoming van het actieplan, zo vragen deze leden. De NAVO-lidstaten werken inmiddels toe naar de nieuwe NAVO-norm van 5%. Hoe wordt voorkomen dat verschillen in ambitie om toe te groeien naar 5% defensiebrede uitgaven in 2035 leiden tot ongelijke verdeling van lasten tussen NAVO-lidstaten de komende 10 jaar? Hoe wordt de lastenverdeling binnen de NAVO gemonitord? En op welke manier worden landen aangesproken wanneer zij achterblijven? Recent hebben de Verenigde Staten haar nieuwe defensiestrategie gepresenteerd. Hoe beoordeelt het kabinet de nieuwe defensiestrategie van de VS? Welke lessen moeten Nederland en Europa daaruit trekken, zo vragen de leden van de D66-fractie. De laatste Europese defensiestrategie is het EU Strategische Kompas uit 2022: ‘Kwantum voorwaarts’, Rapid Deployment Capacity en daarnaast ook het Witboek van het afgelopen jaar. Hoe verhouden deze twee zich ten opzichte van de nieuwe Europese Veiligheidsstrategie? Von der Leyen kondigde afgelopen maand aan dat deze in het eerste kwartaal van dit jaar zal worden gepresenteerd. Kan de minister aangeven wat de stand van zaken is en wanneer we deze kunnen verwachten, zo vragen de leden van de D66-fractie. Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben met grote belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de aanstaande internationale defensie-overleggen, alsmede de verslagen van de bijeenkomsten van oktober en december 2025. In een tijd van voortdurende geopolitieke instabiliteit en directe dreigingen aan de grenzen van het NAVO-verdragsgebied, achten deze leden een krachtige en gecoördineerde inzet van essentieel belang. Zij danken de minister voor de uitgebreide documentatie en de proactieve houding van Nederland binnen de verschillende samenwerkingsverbanden, maar wensen naar aanleiding van de stukken nog enkele verdiepende vragen te stellen. Ten aanzien van de militaire steun aan Oekraïne en de actuele situatie aan het front vragen de leden van de VVD-fractie de minister om een nadere duiding van de diplomatieke inspanningen gericht op een duurzaam vredesakkoord. Welke voortgang is er de afgelopen periode geboekt bij de lopende gesprekken en in hoeverre ziet de minister een realistisch pad naar een beëindiging van de vijandelijkheden waarbij de soevereiniteit van Oekraïne gewaarborgd blijft? In het verlengde hiervan vragen deze leden naar de verwachtingen van de minister ten aanzien van de Nederlandse rol in een eventuele internationale vredesmissie na het bereiken van een akkoord. Welke specifieke bijdrage, zowel qua personeel als materieel, acht de minister passend voor Nederland binnen een dergelijke missie en welke randvoorwaarden stelt het kabinet aan de deelname van Nederland aan een 'coalition of the willing' die toeziet op de naleving van een vredesregeling? Voorts vragen deze leden welke mogelijkheden de minister ziet om via het Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) initiatief de Oekraïense behoeften op het gebied van defensie-infrastructuur en beveiliging te borgen, ook met het oog op de stabiliteit na een eventueel staakt-het-vuren. De leden van de VVD-fractie hebben tevens met interesse kennisgenomen van de besprekingen over de NAVO-inzet in het Arctisch gebied en de specifieke rol van Groenland. Zij deelden het standpunt dat de NAVO een grotere en meer structurele rol moet opeisen op de noordflank om de strategische belangen van de bondgenoten te beschermen tegen toenemende invloed van autocratische machten in deze regio. Kan de minister nader toelichten welke concrete Nederlandse capaciteiten, bijvoorbeeld op het gebied van maritieme surveillance of gespecialiseerde eenheden, in aanmerking komen voor een bijdrage aan een eventuele NAVO-missie in dit gebied? De leden van de VVD-fractie kijken welwillend naar een actieve Nederlandse bijdrage en vragen de minister op welke wijze hij de interoperabiliteit met bondgenoten zoals Denemarken en Canada in dit kader verder beoogt te versterken. Daarbij wensen zij ook geïnformeerd te worden over de voortgang van het 'playbook' tegen de Russische schaduwvloot en de wijze waarop dit instrument bijdraagt aan de bescherming van vitale onderzeese infrastructuur in de Noord-Atlantische wateren. Wat betreft de Europese defensiegereedheid en de versterking van de industriële basis, vragen deze leden naar de stand van zaken rondom het Security Action for Europe (SAFE)-instrument. Zij betreuren dat een akkoord met het Verenigd Koninkrijk over verruimde deelname tot op heden is uitgebleven, aangezien een nauwe samenwerking met deze cruciale veiligheidspartner essentieel is voor het opschalen van de Europese productiecapaciteit. Welke diplomatieke stappen onderneemt de minister om de blokkades in de gesprekken met het Verenigd Koninkrijk weg te nemen en hoe wordt voorkomen dat er onnodige versnippering optreedt binnen de Europese defensiemarkt? Deze leden verwelkomen de focus op grensoverschrijdende industriesamenwerking binnen het EDIP-akkoord en vragen hoe de minister borgt dat Nederlandse toeleveranciers en innovatieve mkb-bedrijven optimaal gebruik kunnen maken van de bonusregelingen voor dergelijke samenwerkingsprojecten. Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie om een update over de voortgang binnen de Priority Capability Areas (PCA's), in het bijzonder de PCA militaire mobiliteit. Zij ondersteunen het gezamenlijke non-paper van Nederland, Duitsland, België, Polen en Litouwen en de oproep tot het creëren van een 'Joint European Continent Military Mobility Area'. Deze leden achten het van groot belang dat de administratieve lasten worden geharmoniseerd en dat de gestelde termijn van maximaal drie werkdagen voor grensoverschrijdende verplaatsingen een harde norm wordt. Kan de minister aangeven welke lidstaten momenteel nog terughoudend zijn bij het invoeren van deze versnelde procedures en welke maatregelen de minister overweegt om de noodzakelijke vaart in dit proces te houden? Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Defensie en NAVO Defensie ministeriële van 11 en 12 februari en hebben naar aanleiding hiervan nog enkele vragen. Steun aan Oekraïne De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over de achterblijvende militaire steun voor Oekraïne, juist in deze cruciale fase van de oorlog. Ondanks de vele toezeggingen van bondgenoten is de totale militaire steun aan Oekraïne in 2025 juist afgenomen. Tijdens de bijeenkomst van de Ukraine Defence Contact Group in december 2025 zijn er weliswaar nieuwe steunpakketten toegezegd voor 2026 door verschillende landen, maar hoe concreet zijn deze toezeggingen en hoe is de lastenverdeling onder Europese lidstaten? Het kabinet zegt continue aan te dringen bij achterblijvende bondgenoten om meer bij te dragen. Deze leden zijn benieuwd of dit aandringen tot dusver meetbare resultaten heeft opgeleverd. Kan de minister hierop reflecteren, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. In het kader van afnemende totale steun voor Oekraïne willen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie graag weten hoe het staat met de volledige uitvoering van de motie Klaver inzake versnelde steun aan Oekraïne (Kamerstuk 36045, nr. 243). Tot op heden is namelijk slechts 700 miljoen euro van de additionele 2 miljard euro gerealiseerd. Tevens zijn deze leden benieuwd wat de mogelijke (financiële en budgettaire) consequenties zijn van het opnemen in het uitgavenkader van steun aan Oekraïne. Kan de minister hierover uitweiden? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ontvangen in de beantwoording van de minister op dit schriftelijk verslag ook graag een kabinetsappreciatie van het Duitse voorstel dat beoogt gegeven militaire steun als voorwaarde te stellen voor landen om in aanmerking te komen voor Oekraïense militaire contracten gefinancierd met de EU-lening. Evenals hoe dit voorstel is ontvangen in andere lidstaten. Defensiegereedheid De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat Nederland andere lidstaten aanspoort om (verdere) actie te ondernemen op hun respectievelijke PCA’s. Bedoelt de minister hiermee dat andere landen naar zijn mening achterblijven? Op welke wijze spoort Nederland deze landen aan? Kan de minister deze leden tevens informeren hoe Nederland nu zelf concreet actie onderneemt om voortgang te boeken op eigen PCA’s, anders dan bijeenkomsten organiseren, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Arctisch gebied De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn solidair met de Groenlanders en Denen in het verdedigen van hun soevereiniteit en territoriale integriteit. In het licht daarvan zijn deze leden benieuwd naar de bevindingen van de verkenningsmissie in Groenland en wat de inzet van het kabinet gaat zijn bij een eventuele militaire aanwezigheid in Groenland, zij het in NAVO-verband of op verzoek van Denemarken. Welke voorbereidingen worden nu getroffen voor een eventuele bijdrage? Afschrikking en verdediging De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vernemen graag van de minister wat de inzet is van Nederland rondom een zogenaamd “eenvoudiger en efficiënter NAVO IAMD” en welke concrete acties hieraan verbonden worden. Kan de minister deze leden tevens informeren op welke vlakken van de capability targets Nederland vooruitgang heeft geboekt ten opzichte van de vorige NAVO Defensie Ministeriële? Deze leden lezen verder dat Nederland welwillend kijkt naar een mogelijke verlenging van de inzet van MQ-9s. Hoe lang zou een eventuele verlenging daadwerkelijk zijn en betreft het een verlenging van de inzet op hetzelfde niveau of een intensivering van de inzet, zo vragen deze leden. Lastendeling De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen graag weten welke afspraken er bestaan over de invulling van de afgesproken 1,5% bbp aan uitgaven voor weerbaarheid en hoe andere NAVO-landen hiermee omgaan. Daarbij zijn deze leden in het bijzonder benieuwd of reeds voorgenomen of nieuwe investeringen in Nederland die bijdragen aan brede weerbaarheid van de Nederlandse samenleving, anders dan enkel militaire verdediging, bijvoorbeeld in infrastructuur of medische zorg, ook toegerekend (kunnen) worden aan de 1,5% norm. Inzetten Kenia en Oeganda De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd op wier verzoek het kabinet heeft besloten om over te gaan tot inzetten in respectievelijk Kenia en Oeganda. Kan het kabinet ook specifiek ingaan op de omvang van de personele bijdragen en welke (meetbare) doelen vastgesteld zijn voor deze inzetten? Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 11 februari 2026 en hebben de volgende vragen en opmerkingen. Militaire steun Oekraïne / EU-financiering De leden van de PVV-fractie vragen of het kabinet exact kan aangeven of Nederland direct of indirect financieel risico loopt bij het door de Europese Commissie op 13 januari 2026 gepresenteerde voorstel voor een EU-lening van 90 miljard euro aan Oekraïne. Deze leden vragen daarbij expliciet in te gaan op eventuele garanties, rentecompensatie, begrotingsbijdragen of aansprakelijkheid voor Nederland bij (gedeeltelijke) wanbetaling. De leden van de PVV-fractie vragen voorts wat de actuele stand van zaken is in de lopende nationale en internationale onderzoeken naar het opblazen van de Nord Stream-pijpleidingen. EU-defensieprogramma’s en bevoegdheidsverdeling De leden van de PVV-fractie vragen of het kabinet bereid is zich te verzetten tegen nieuwe EU-programma’s, zoals het door de Europese Commissie aangekondigde Qualitative Military Edge-programma, indien deze leiden tot structurele EU-sturing op defensie, bewapening of gezamenlijke verplichtingen richting Oekraïne. Deze leden vragen tevens of het kabinet kan aangeven welke gevolgen dergelijke programma’s hebben voor de nationale zeggenschap over het defensiebeleid. Coalition of the Willing en juridische binding De leden van de PVV-fractie vragen of het kabinet kan bevestigen dat de Verklaring van Parijs van 6 januari 2026 en deelname aan de zogeheten Coalition of the Willing geen juridisch bindende verplichtingen voor Nederland scheppen zonder voorafgaande expliciete instemming van de Kamer. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken Defensie en NAVO Defensie ministeriële van 11 en 12 februari 2026. Deze leden hebben hier nog enkele vragen bij. Het kabinet wil snelle besluitvorming over de EU-lening aan Oekraïne en noemt daarbij dat men wil werken met conditionaliteiten (EU-Oekraïnefaciliteit/IMF). De leden van de CDA-fractie vragen welke concrete conditionaliteiten Nederland in de lening wil terugzien, en hoe wordt gecontroleerd dat geld ook echt naar de juiste prioriteiten gaat? De leden van de CDA-fractie lezen dat de voorgestelde EU-lening 90 miljard euro is en dat lidstaten verdeeld zijn over de vraag of Oekraïne hiermee ook buiten de EU materieel mag kopen. De leden van de CDA-fractie vragen wat de inzet van het kabinet hierbij is. Mag materieel strikt alleen in de EU, Noorwegen en Canada gekocht worden, of is er wat het kabinet betreft ruimte om elders in te kopen als daarmee sneller geleverd wordt? De leden van de CDA-fractie lezen verder dat Duitsland pleit voor een koppeling tussen geleverde steun en de mate waarin landen kunnen profiteren van Oekraïense contracten. Hoe kijkt het kabinet naar deze gedachte? Helpt dit de solidariteit, of zet het juist druk op de eenheid? Het kabinet geeft aan dat Nederland bilaterale steun moet blijven leveren en de druk op Rusland wil verhogen met extra sancties. Ook is in 2025 al €700 miljoen van de (extra) €2 miljard gerealiseerd. De leden van de CDA-fractie vragen wat de planning is voor het resterende deel van deze 2 miljard euro. Is al bekend waar dat aan wordt besteed? In de Ukraine Defense Contact Group wil Nederland specifiek aandacht vragen voor gelijke lastenverdeling. Tegelijk laat het Kiel Institute zien dat de wereldwijde militaire steun in 2025 lager lag dan het gemiddelde in de jaren 2022 tot en met 2024. Kan het kabinet een overzicht delen van de mate waarin partners hun ‘fair share’ hebben geleverd? De leden van de CDA-fractie lezen dat de Commissie op 10 februari met een nieuw plan (QME) komt om Oekraïne een “kwalitatief militair voordeel” te geven (de zogenoemde “stekelvarkenstrategie”), met prioriteiten zoals munitie, luchtverdediging, drones, training en steun aan de Oekraïense defensie-industrie. De leden van de CDA-fractie vragen welke onderdelen hiervan door Nederland geleverd kan worden en welke resultaten het kabinet al in 2026 wil zien (aantallen, leveringstempo, productiecapaciteit). Hoe verhoudt dit EU-plan zich tot NAVO-coördinatie (NSATU) en bestaande coalities? (In de routekaart staan onder andere capaciteitencoalities en een EU-Oekraïne drone-alliantie genoemd). Hoe wordt voorkomen dat hiermee dubbel werk tussen de EU en NAVO wordt uitgevoerd, zo vragen deze leden. Eurocommissaris Kubilius pleit voor een Europese Veiligheidsraad, mogelijk met niet-EU partners (zoals het VK en Canada). De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet hier over denkt. Hoe zorgt het kabinet ervoor dat Nederland hier zo goed mogelijk bij aangesloten is? De spanningen rond Groenland hebben geleid tot aandacht voor Artikel 42.7 VEU (wederzijdse bijstand), maar er is onduidelijkheid over de operationele uitwerking en de vraag of dit ook geldt voor overzeese gebieden. Kan het kabinet aangeven wat de juridische en politieke inzet van het kabinet is. Geldt artikel 42.7 ook voor Groenland? De Commissie wil met betrekking tot Militaire Mobiliteit troepenverplaatsingen versnellen. Het BNC-fiche laat echter vooralsnog op zich wachten. De leden van de CDA-fractie vragen wanneer het kabinetsstandpunt verwacht wordt. De Commissie wil doorvoer binnen de EU in drie dagen mogelijk maken en noemt investeringen in wegen, bruggen, spoor, tunnels en (lucht)havens. Welke “hotspots” ziet het kabinet in Nederland en welke investeringen zijn het meest urgent? Nederland pleit voor een eenvoudiger en efficiënter NAVO IAMD-plan, maar het is onduidelijk wat Nederland precies hierin wil verbeteren. De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet concreet kan maken welke aanpassingen Nederland voorstelt (command & control, interoperabiliteit, taakverdeling, voorraadbeheer). Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie De leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda’s van de Raad Buitenlandse Zaken Defensie en de NAVO Defensie Ministeriële en hebben hierover nog enkele vragen en aandachtspunten. De leden van de SGP-fractie steunen de inzet van het kabinet met betrekking tot het EU-breed Militair Mobiliteitsgebied. Het versterken van militaire mobiliteit beschouwen zij als een essentiële maatregel voor het verzekeren van collectieve veiligheid op het Europese continent. Nederland blijft wat de leden van de SGP-fractie betreft de inlichtingenbehoefte van de NAVO ondersteunen, onder meer door de inzet van MQ-9’s vanuit Roemenië en vliegbasis Leeuwarden, dus ook na 31 maart 2026. De leden van de SGP-fractie staan vierkant achter de inspanningen van de minister om met gelijkgezinde landen in de Ukraine Defense Contact Group werk te maken van gelijke (financiële) lastenverdeling. Duurzame voortzetting van militaire steun voor Oekraïne is cruciaal voor een optimale uitgangspositie aan de onderhandelingstafel met de Russische agressor. De leden van de SGP-fractie zijn uitermate kritisch op de uitlatingen van Eurocommissaris Kubilius. Zonder de Amerikanen is geloofwaardige afschrikking luchtfietserij, zeker op korte termijn. Iedere stap naar meer Europese defensie- en veiligheidssamenwerking wordt wat de leden van de SGP-fractie betreft in volstrekte openheid met, en met instemming van de NAVO genomen. Europa moet politiek en militair zelfstandiger worden, maar de Commissie moet zich hierin uitermate terughoudend opstellen en de regie bij de hoofdsteden laten. Het is voor de leden van de SGP-fractie onbespreekbaar dat de Commissie bevel voert over de strijdkrachten, of dat het Europees Parlement ooit over de inzet van Nederlandse jongens en meiden beslist. Een Europese Veiligheidsraad is voor de leden van de SGP-fractie alleen een optie als informeel overlegorgaan dat in een concrete crisis op het Europese continent als politieke regisseur optreedt. Dit orgaan opereert in nauwe afstemming met de NAVO, met een sleutelpositie voor het Verenigd Koninkrijk naast Frankrijk en Duitsland. Niet de Commissie, maar de voorzitter van de Europese Raad heeft een permanente plaats in dit orgaan, evenals de secretaris-generaal van de NAVO. Hoe wordt in het EU-breed Militair Mobiliteitsgebied omgegaan met EU-lidstaten die geen deel uitmaken van de NAVO? Wordt Oostenrijk onderdeel van het zogenoemde Militair Schengen, en zo ja, gelden hier enige beperkingen voor militaire verplaatsingen onder NAVO-vlag, zo vragen de leden van de SGP-fractie. Wat zijn de criteria op basis waarvan de minister tot een mandaat komt voor de inzet van Nederlandse MQ-9’s ten behoeve van NAVO-inlichtingen? Is er, gelet op Russische dreiging aan vooral de Europese oostflank, behoefte aan intensivering van Nederlandse inzet op dit terrein? Kan de minister aangeven welke voordelen het Nederlandse leiderschap op drones en counterdrones heeft voor onze binnenlandse maakindustrie? Waar in het proces is Spanje toegevoegd als lead-nation naast Letland, Kroatië en Nederland, zo vragen de leden van de SGP-fractie. Wat is de positie van het kabinet over een Europese pilaar binnen de NAVO? Hoe beoordeelt het kabinet de uitspraken van Eurocommissaris Kubilius en NAVO secretaris-generaal Rutte hierover? Wat is de positie van het kabinet over een Europese Veiligheidsraad met deelname van niet-EU partnerlanden zoals het Verenigd Koninkrijk, zo vragen de leden van de SGP-fractie. II Antwoord/ Reactie van de minister