[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voortgang arbeidsmigratiebeleid en reactie op het IBO, SER-advies en OVV-rapport

Brief regering

Nummer: 2026D05153, datum: 2026-02-03, bijgewerkt: 2026-02-03 17:07, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z02245:

Preview document (🔗 origineel)


Het maatschappelijk gesprek rond arbeidsmigratie begint met een gesprek over de inrichting van onze maatschappij, economie en arbeidsmarkt. Zo hebben we de wens een hoogwaardige en innovatieve economie te zijn, maar ervaren tegelijkertijd een stagnerende productiviteitsgroei en een economie die nog te afhankelijk is van goedkope arbeid. Afgelopen decennia is de instroom van laagbetaalde arbeidsmigranten op de Nederlandse arbeidsmarkt sterk toegenomen. De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 heeft laten zien dat het toenemende migratiesaldo onze brede welvaart voor de toekomst onder druk zet.1 Het vergroot de schaarstes in de fysieke ruimte en zet ook sociale cohesie in wijken onder spanning. Daarmee zijn de lasten en lusten van arbeidsmigratie niet goed verdeeld. Tegelijkertijd kunnen mensen van buiten Nederland juist helpen bij het bereiken van onze maatschappelijke transities. De verschillende opgaven vragen om een selectief en gericht arbeidsmigratiebeleid.

De afgelopen tijd zijn verschillende rapporten verschenen die wijzen op deze noodzaak voor een gerichter arbeidsmigratiebeleid, waaronder het rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Arbeidsmigratie ‘Wat werkt voor de toekomst’ en het briefadvies ‘Arbeidsmigratie: Minder waar het kan, beter waar het moet’ van de Sociaal-Economische Raad (SER). Het kabinet is de SER, de sociale partners en de IBO-werkgroep erkentelijk voor hun adviezen. De adviezen laten zien hoe Nederland op de omvang en samenstelling van arbeidsmigratie kan sturen en de omstandigheden van arbeidsmigranten kan verbeteren. De adviezen vragen om grote keuzes in ons economisch- en arbeidsmarktbeleid, waar een volgend kabinet zich ook over zal moeten buigen. In deze brief geven wij, zoals toegezegd aan uw Kamer, al een eerste reactie op deze rapporten.2

Hoewel het werk van arbeidsmigranten in veel gevallen van groot belang is voor onze maatschappij, worden zij nog niet altijd goed behandeld.

Zo laat het rapport ‘Veiligheid voor arbeidsmigranten’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) zien dat de werkgerelateerde veiligheid van arbeidsmigranten in Nederland onder druk staat.3 Het kabinet is de OVV erkentelijk voor haar rapport. Het is en blijft belangrijk dat misstanden worden voorkomen en stevig worden aangepakt. Daarom werkt dit kabinet door aan het uitvoeren van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (hierna: Aanjaagteam).4 Op veel aanbevelingen is het afgelopen jaar voortgang geboekt, zoals ook recent aan uw Kamer is laten weten.5

Leeswijzer

In deze brief lichten we toe wat de inzet van het kabinet op het arbeidsmigratiebeleid is. Ook geven we aan waar de adviezen aanleiding geven om extra stappen te zetten. Dat doen we aan de hand van overkoepelende thema’s die naar voren komen in de verschillende adviezen: gericht en selectief arbeidsmigratiebeleid, aanpassingen in het arbeidsmarktbeleid, arbeidsbesparende technologie en onderbenut arbeidspotentieel en het versterken van de positie van arbeidsmigranten. Bijlage 1 biedt een toelichting op de moties en toezeggingen waaraan het kabinet met deze brief opvolging heeft gegeven. In bijlage 2 wordt ingegaan op de afzonderlijke aanbevelingen van het OVV-rapport en de wijze waarop het kabinet deze waardeert en opvolgt.

Reactie op de aanbevelingen van de SER, het IBO en de OVV

Zowel de SER als het IBO wijst erop dat voor selectieve en gerichte arbeidsmigratie en de transitie naar een sociale, hoogwaardige en innovatieve economie, integrale beleidskeuzes nodig zijn. Daartoe kijken de adviezen naast de aanpak van misstanden ook naar vermindering van de vraag naar laagbetaalde arbeid. Boven op de huidige inzet van het kabinet vergt dat richtinggevende keuzes op het gebied van de arbeidsmarkt, alsmede bewustere keuzes over de ondersteuning van sectoren en realisatie van maatschappelijke transities. Ook het stimuleren van arbeidsparticipatie van arbeidsmigranten en anderen groepen die nu nog langs de kant staan, zoals kansrijke asielzoekers en statushouders en verhogen van investeringen in arbeidsbesparende innovaties, moet hier onderdeel van vormen volgens het IBO en de SER.

Het kabinet blijft doorlopend in gesprek met de sociale partners om de adviezen die de SER presenteert verder uit te werken, conform de motie van de leden Van Dijk (CDA)/Van Oostenbruggen (NSC).6 Fundamentele beleidskeuzes over de spelregels in de economie, het industriebeleid, het arbeidsmarktbeleid en het migratiebeleid zijn aan een volgend kabinet, dat kan voortbouwen op de ingezette acties, het illustratieve maatregelenpakket uit het IBO en de gedragen keuzes uit het SER-advies. Daarnaast bieden ook het adviesrapport van de Centraal Economische Commissie (CEC) ‘Kies voor de Toekomst’ en de analyse van het kabinet in de Miljoenennota over de huidige economische structuur aanknopingspunten voor verdere keuzes.7

Arbeidsmigratiebeleid gericht op een toekomstbestendige economie

Direct arbeidsmigratiebeleid

Voor arbeidsmigranten van buiten de EU/EFTA geldt in beginsel een vergunningplicht. Volgens Wet arbeid vreemdelingen (Wav) kunnen, daar waar geen aanbod vanuit Nederland of de EU gevonden kan worden op korte termijn, werkvergunningen afgegeven worden. Hiermee zorgt het beleid ervoor dat werkgevers aangemoedigd worden om eerst hun wervingsinspanningen te richten op het onbenut arbeidspotentieel binnen Nederland en de EU. Zo stemmen we de inzet van buitenlands aanbod af op de vraag van de Nederlandse arbeidsmarkt en bieden we, door de toetsing op marktconform loon en correcte arbeidsvoorwaarden, bescherming aan de derdelanders.

De SER adviseert het kabinet in te zetten op betere voorlichting en begeleiding van werkgevers bij het benutten van mogelijkheden binnen de Wav. Het IBO doet een vergelijkbare aanbeveling. Het uitbreiden van de voorlichting en begeleiding van werkgevers binnen de Wav kan met diverse maatregelen, zonder dat aanpassing van regelgeving nodig is. Hiervoor zijn momenteel geen middelen beschikbaar, waardoor de uitwerking van deze maatregel afhankelijk is van eventuele budgettaire besluitvorming.

Ten aanzien van kenniswerkers benoemt de SER in haar advies dat kennissectoren (economisch) bovengemiddeld bijdragen aan het toekomstig verdienvermogen en de concurrentiepositie van Nederland. De SER adviseert de kennismigrantenregeling te behouden, maar oneigenlijk gebruik strenger aan te pakken. Het IBO adviseert de kennismigrantenregeling gerichter en selectiever te maken om misstanden en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Deze aanbevelingen sluiten aan bij de voorstellen die het kabinet heeft gedaan om enkele bestaande eisen aan te scherpen, te blijven inzetten op adequate handhaving en toezicht alsook op het beter behouden en gerichter aantrekken van talent.8 Bij het verder aanscherpen van de eisen, waaronder het looncriterium, is zorgvuldigheid geboden, zodat ook recht wordt gedaan aan de belangen van (technologie)bedrijven en ongewenste effecten op het vestigings- en innovatieklimaat worden voorkomen. Deze aanbevelingen en de moties Neijenhuis (D66) en Martens America (VVD) zal het kabinet meenemen in de verdere uitwerking van de voorstellen.9 10 11 De regeling blijft zo toegankelijk voor talenten die bijdragen aan de innovatie, het concurrentievermogen van Nederland en de realisatie van brede welvaart, zowel nu als in de toekomst.

Bewustere keuzes ondersteuning sectoren

Voor het creëren van een toekomstbestendige economie moeten de baten van sommige sectorale subsidies en fiscale regelingen beter worden afgewogen tegen de neveneffecten, zo adviseert het IBO Arbeidsmigratie.

Voor bewustere keuzes over de ondersteuning van sectoren bieden evaluaties van bestaande fiscale regelingen relevante informatie. Ook is het nodig om de effecten op de arbeidsvraag van verschillende regelingen in kaart te hebben. Zo biedt de ambtelijke verkenning naar werkgelegenheidseffecten van beleid die op 11 december jl. naar uw Kamer is gestuurd een indicatief beeld van de effecten op arbeidsvraag.12

Arbeidsmarktbeleid aanpassingen

Meer zekerheid voor flexwerkers

Uit verschillende rapporten blijkt dat de vraag naar arbeid leidend is voor arbeidsmigratie naar Nederland, en dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt de komst van arbeidsmigranten naar Nederland stimuleert via lagere arbeidskosten. Ook is er een samenhang tussen flexibele (uitzend)contracten en het risico op arbeidsongevallen met name in arbeidsintensieve sectoren waar structurele tijdelijkheid heerst. Het OVV doet een duidelijke oproep aan brancheorganisaties om werknemers die structureel werk verrichten een vast dienstverband te bieden. Het Kabinet onderschrijft het belang van deze aanbeveling en ziet met belangstelling uit naar de stappen die branches hierin zetten.

Het kabinet zet er via het arbeidsmarktpakket op in dat mensen in flexibele contracten meer zekerheid krijgen over hun inkomen, hun rooster en dat schijnzelfstandigheid wordt teruggedrongen. Het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’ ligt momenteel in de Tweede Kamer ter behandeling. Daarnaast wordt gewerkt aan een wetsvoorstel dat de tijdelijkheid van inlening van uitzendkrachten waarborgt. Daarin wordt een maximumtermijn van inlenen van 36 maanden ingevoerd, met een open regime voor uitzendkrachten met een contract voor onbepaalde tijd. Het IBO Arbeidsmigratie adviseert verder op het gebied van arbeidsmarktbeleid om uitzendcontracten voor structureel werk te ontmoedigen en de prijs van laagbetaalde arbeid te verhogen.

Recent is de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) aangenomen in de Eerste Kamer. Door de Wtta kunnen we malafide uitzenders van de arbeidsmarkt weren. De voorbereidingen voor de invoering van het stelsel zijn in volle gang, met in het bijzonder het oprichten van een nieuwe uitvoeringsorganisatie: de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). Voor sectoren waar aantoonbaar sprake is van stelselmatige misstanden en geen verbetering te zien is, bereiden we als stok achter de deur een uit- en inleenverbod voor. De standaarden om te bepalen of een in- en uitleenverbod nodig is gelden voor alle sectoren. Het uitwerken en voorbereiden van een uit- en inleenverbod kost ongeveer een jaar tijd, alvorens het kan ingaan. Een nieuw kabinet kan besluiten of verdere stappen, bijvoorbeeld het daadwerkelijk invoeren van maatregelen gepast en evenredig is. Op dat moment bezien we ook of in alle sectoren voldoende voortgang is geboekt.

Investeren in arbeidsbesparende technologie en on(der)benut arbeidspotentieel

Inzet arbeidsbesparende technieken en sociale innovatie

In het kader van maatschappelijke transities en de gestagneerde productiviteitsgroei adviseren het IBO en de SER een sterkere inzet op arbeidsbesparende innovaties met nadrukkelijke aandacht voor sociale innovatie en de kwaliteit van werk. Arbeidsmigranten (in het bijzonder vanuit de EU) zijn relatief vaak werkzaam in laagbetaalde banen. De toegang tot laagbetaalde arbeidsmigratie uit de EU kan ertoe leiden dat investeringen in arbeidsbesparende innovaties minder aantrekkelijk worden voor werkgevers.

Om de stagnerende productiviteitsgroei aan te pakken, heeft de minister van Economische Zaken op 8 september jl. de productiviteitsagenda gepresenteerd.13 Deze agenda bevat maatregelen, verkenningen en voorstellen op onder meer het terrein van digitalisering, innovatie, onderwijs en arbeidsmarkt die bijdragen aan het versterken van de arbeidsproductiviteitsgroei. Ook kondigt het kabinet hierin de oprichting van de Productiviteitsraad aan, die in de eerste helft van 2026 aan de slag zal gaan.

De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur implementeert het programma ‘Robots naar de boerenpraktijk”. Het hoofddoel van dit innovatieprogramma is het versneld, verantwoord, inclusief en economisch rendabel implementeren van robotisering in de Nederlandse land- en tuinbouw om afhankelijkheid van arbeid te verminderen, de arbeidskwaliteit te verbeteren, duurzaamheid te verhogen en productiviteit en concurrentiekracht te versterken. Een ander voorbeeld is de verkenning versnellen van automatisering van distributiecentra. In het opstellen van het arbeidsmigratiebeleid houdt het kabinet rekening met de grote waarde van zowel praktisch als theoretisch opgeleide arbeidsmigranten die bijdragen aan onze economie en voedselvoorziening, conform de motie van het lid Van der Plas (BBB).14

Beter benutten onbenut arbeidspotentieel

Ook raden het IBO en SER-advies aan om blijvend in te zetten op de vergroting van het binnenlands arbeidsaanbod. De arbeidsparticipatie in Nederland ligt reeds hoog. Desalniettemin blijft het kabinet zich inzetten om belemmeringen voor verdere arbeidsdeelname weg te nemen voor groepen die nog meer kunnen meedoen op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld voor statushouders en asielzoekers. In een eerdere brief aan uw Kamer heeft het kabinet haar bredere krapte aanpak toegelicht.15

Zeventig procent van de EU-arbeidskrachten met een laag inkomen wil de Nederlandse taal graag beter beheersen, maar spreekt de taal slecht.16 Het kabinet zet via een integrale aanpak in op het verbeteren van het taalonderwijs via werkgevers en gemeenten.17

Het kabinet onderschrijft het advies van de SER om taalonderwijs en loopbaanontwikkeling voor arbeidskrachten te garanderen die langer dan een jaar in Nederland verblijven en hierover concrete afspraken te maken in cao’s. Graag gaat het kabinet in gesprek met de Stichting van de Arbeid over de verdere invulling van deze voorzieningen.

Het kabinet zet stevig in op het aan het werk helpen van nieuwkomers. Zo is het UWV verzocht om tewerkstellingsvergunningsaanvragen voor asielzoekers binnen een streeftermijn van twee weken te behandelen in plaats van de wettelijke beslistermijn van vijf weken. Naar aanleiding van de implementatie van de herziene Opvangrichtlijn, als onderdeel van het Europese Asiel- en migratiepact wordt er gewerkt aan een aanpassing van de regels over de toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers. Naast het wegnemen van belemmeringen wordt bezien of het mogelijk is om ondersteuning te bieden bij de toeleiding naar werk van asielzoekers en statushouders die in het AZC verblijven. Hiervoor zijn momenteel geen middelen beschikbaar, waardoor de uitwerking van deze maatregel afhankelijk is van eventuele budgettaire besluitvorming. Het kabinet streeft naar een zo groot mogelijke toepassing van startbanen voor statushouders en heeft extra geld beschikbaar gesteld om binnen de bestaande regeling te onderzoeken hoe betaald werk en inburgering beter gecombineerd kunnen worden.

Versterken positie arbeidsmigranten

Het aanpakken van misstanden is essentieel om arbeidsmigratie in goede banen te leiden. Het kabinet is van mening in lijn met de adviezen van het IBO, SER en OVV dat de positie van laagbetaalde arbeidsmigranten zowel op de werkvloer als in de samenleving versterkt moeten worden. Het kabinet werkt aan het versterken van de positie van arbeidsmigranten onder andere door het uitwerken van de aanbevelingen van het Aanjaagteam. Naast de stappen die zijn gezet op het gebied van huisvesting, registratie, dakloosheid, informatievoorziening en loon, waarover u bent geïnformeerd op 20 november, werkt dit kabinet op ander manieren aan het versterken van de positie van arbeidsmigranten die hieronder worden toegelicht.

Omgekeerde bewijslast WML

De SER adviseert de Arbeidsinspectie in te zetten op effectieve nabetaling van achterstallig loon. De aanbeveling van het Aanjaagteam om een rechtsvermoeden te introduceren voor betaling van het minimumloon, heeft een vergelijkbaar doel. Om dit te bereiken verkent het kabinet de mogelijkheden voor het omkeren van de bewijslast bij onderbetaling. Zoals toegezegd in het Commissiedebat Arbeidsmigratie van 11 september 2025, worden de resultaten van de verkenning in januari 2026 met uw Kamer gedeeld.

Meld- en vergewisplicht arbeidsongevallen

Ook werkt het kabinet aan het wetsvoorstel invoering meld- en vergewisplicht. Deze wet verplicht uitleners (uitzendbureaus) om arbeidsongevallen met een ter beschikking gestelde werknemer waarbij sprake is van een dodelijke afloop, ziekenhuisopname of blijvend letsel, te melden aan de Arbeidsinspectie. Vervolgens moeten uitleners zich ervan vergewissen dat de werkplek (weer) veilig en gezond is voordat er werknemers ter beschikking gesteld worden.

Dit wetsvoorstel is in behandeling bij uw Kamer en de beoogde inwerkingtreding van de wet is 1 juli 2027. 

Modernisering strafbaarstelling mensenhandel

Op 10 juni jl. heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel aangenomen. De centrale doelstelling van het wetsvoorstel is het effectiever maken van de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel, waardoor de vervolging van daders en de bescherming van slachtoffers wordt verbeterd. Het wetsvoorstel wordt momenteel door de Eerste Kamer behandeld. Indien het wetsvoorstel door de Eerste Kamer wordt aangenomen, zal de wet daarna zo snel mogelijk in werking treden. 

Gedragscode goed werkgeverschap

De SER komt met een raamovereenkomst voor een Gedragscode goed werkgever- en opdrachtgeverschap. Deze gedragscode kan in aanvulling op noodzakelijke wet- en regelgeving bijdragen aan het verbeteren van de kwetsbare positie van laagbetaalde arbeidsmigranten. Vergelijkbare afspraken, maar gericht op het creëren van publiek-private ondersteuning van arbeidsmigranten, zijn in juni 2025 vastgelegd in het ‘Convenant publiek-private ondersteuning EU-arbeidsmigranten’ als onderdeel van het Work in NL-project. Het kabinet zie de gedragscode van de SER dan ook met belangstelling tegemoet.

Verhoging boetes Eerlijk en Gezond en Veilig werk

De SER en het IBO onderschrijven het besluit van het kabinet om de boetes voor bedrijven die arbeidswetten overtreden te verhogen en jaarlijks te indexeren. Dit besluit is genomen om misstanden bij met name arbeidsmigranten tegen te gaan en eerlijke arbeidsvoorwaarden te bevorderen. Eerder was al aangekondigd dat de boetes voor de Eerlijk Werk-wetten zouden worden verhoogd.18 Nu is het kabinet voornemens om ook de boetes voor Gezond en Veilig Werk (Arbowet en Arbeidstijdenwet) eenmalig te verhogen en daarna jaarlijks te indexeren. De SER stelt in aanvulling daarop dat de hoogte van boetes aan bedrijfsomzet gekoppeld zou moeten worden. In het eerste kwartaal van 2026 zal het kabinet uw Kamer hier nader over informeren. Sinds begin vorig jaar kan de Nederlandse Arbeidsinspectie al hogere boetes opleggen aan werkgevers die arbeidsmigranten illegaal in dienst nemen. De Arbeidsinspectie heeft kaartjes in verschillende talen met een QR-code naar de website workinnl.nl, die inspecteurs tijdens controles kunnen uitdelen aan arbeidsmigranten om onder andere informatie over de navorderingsmogelijkheid te vinden. Zo worden illegaal tewerkgestelde derdelanders gewezen op het recht dat zij hebben om zelfstandig hun loon na te vorderen (artikel 23 van de Wav).

Handhavingscapaciteit en gegevensuitwisseling

Het kabinet heeft doorlopend contact met handhavingsinstanties en gemeenten over de samenwerking ten aanzien van misstanden rondom Arbeidsmigratie. De huidige toezichts- en handhavingsbevoegdheden laten toe dat gegevens uitgewisseld kunnen worden. Bij navraag, conform de motie Ceder (CU), is geconstateerd dat er momenteel geen concrete belemmeringen zijn rondom gegevensuitwisseling.

Uiteraard blijft het kabinet in gesprek met alle partijen om eventuele knelpunten op te lossen.19 De SER adviseert naast effectieve samenwerking meer capaciteit voor handhaving beschikbaar te maken om misstanden tegen te gaan. De inspectiecapaciteit van de Arbeidsinspectie is de afgelopen periode al uitgebreid in het kader van de Wtta en de strafrechtelijke aanpak van arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling (Wetboek van Strafrecht).

Detachering werknemers van buiten de EU

Zowel de SER als het IBO adviseren maatregelen om onrechtmatige detachering tegen te gaan. Onrechtmatige detachering brengt arbeidsmigranten in een zeer kwetsbare positie. Daarnaast leidt deze vorm tot een gebrek aan grip op deze vorm van arbeidsmigratie en oneerlijke concurrentie. Het kabinet werkt aan verschillende maatregelen om onrechtmatige detachering tegen te gaan.

Dit gebeurt in samenspraak met onder meer experts, maatschappelijk organisaties, andere EU-lidstaten en de sociale partners. Het belangrijkste is dat op nationaal en Europees niveau stappen worden gezet om het juridisch kader te verduidelijken.20 Daarnaast zet het kabinet stappen om de positie van derdelanderwerknemers te versterken, middels advies en ondersteuning aan rechtzoekende derdelanderwerknemers.21 Het kabinet zet in op intensievere samenwerking met autoriteiten in andere lidstaten via de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) om grensoverschrijdende handhaving te bevorderen en blijft detachering van derdelanderwerknemers hoog op de Europese agenda te zetten.

Conclusie

Het kabinet neemt de adviezen van de SER, de OVV en het IBO Arbeidsmigratie ter harte om misstanden aan te pakken en te zorgen voor een evenwichtige inzet van arbeidsmigranten die bijdragen aan onze maatschappelijke opgaven. Een selectiever en meer gerichte arbeidsmigratie vraagt echter ook om verdere keuzes die raken aan de economisch structuur en de inrichting van de arbeidsmarkt. Deze keuzes zijn aan een volgend kabinet. Dit ontslaat ons echter niet van de plicht om nu al te doen wat kan. Zo werken we door aan het creëren van een toekomstbestendige economie met kwalitatief goed werk voor iedereen in Nederland.

De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

Mariëlle Paul


  1. Gematigde groei, Staatscommissie Demografische ontwikkelingen 2050↩︎

  2. Toezegging bij het Commissiedebat Arbeidsmigratie. De kabinetsreactie op het IBO Arbeidsmigratie wordt voor het einde van 2025 aan de Kamer gestuurd.TZ202509-102↩︎

  3. Toezegging bij Commissiedebat Arbeidsmigratie. Voor het eind van 2025 stuurt de minister haar reactie op het OVV-rapport aan de Kamer. TZ202509-103↩︎

  4. Eerste aanbevelingen Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎

  5. Kamerbrief Inhoudingen WML voor huisvesting en voortgang aanbevelingen Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten | Kamerstuk, 2025-0000262897↩︎

  6. Motie van de leden Inge van Dijk en Van Oostenbruggen over een arbeidsmigratietop beleggen om arbeidsmigratie in de toekomst af te remmen, 29861-145↩︎

  7. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie Vijlbrief, 36410-115↩︎

  8. Kamerbrief verkenning aanscherping kennismigrantenregeling | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl↩︎

  9. Kamerstukken II 2025-206, 29861 nr. 172↩︎

  10. Kamerstukken II 2025-206, 29861 nr. 174↩︎

  11. De definitieve besluitvorming over de in de verkenning genoemde maatregelen is onder voorbehoud van een politiek besluit over de budgettaire dekking bij de voorjaarsbesluitvorming als bij de nadere uitwerking blijkt dat de maatregelen financiële gevolgen hebben.↩︎

  12. Aanbiedingsbrief Verkenning werkgelegenheidseffecten van overheidsbeleid | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl↩︎

  13. Kamerstukken II 2024-2025, 29544, nr. 1287↩︎

  14. Kamerstukken, 2024–2025, 36 410, nr. 110↩︎

  15. Kamerbrief over uitwerking plannen arbeidsmarktkrapte en brede arbeidsmarktagenda | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl↩︎

  16. Onderzoek Risbo: ‘Zicht op arbeidsmigranten’ 2024↩︎

  17. Kamerstukken II, 2024/25 29861, nr. 161↩︎

  18. Kamerstukken 36600-XV-114↩︎

  19. Hiermee wordt de Motie Ceder (CU) over belemmeringen wegnemen voor gegevensuitwisseling tussen handhavingsinstanties en gemeenten over misstanden rondom arbeidsmigratie afgedaan.↩︎

  20. Kamerstukken II 29 861, nr. 158↩︎

  21. Kamerstukken II 29861, nr. 162↩︎