Debat over het eindverslag van de informateur (in aanwezigheid van de informateur) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D05217, datum: 2026-02-03, bijgewerkt: 2026-02-04 09:15, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-03 14:00: Debat over het eindverslag van de informateur (in aanwezigheid van de informateur) (Plenair debat (overig)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Eindverslag van de informateur
Eindverslag van de informateur
Aan de orde is het debat over het eindverslag
van de informateur.
De voorzitter:
Aan de orde is het debat over het eindverslag van de informateur, in
aanwezigheid van de informateur. Ik heet haar van harte welkom in ons
midden. Ik kan me zo voorstellen dat enkele leden ook enkele opmerkingen
in hun bijdragen zullen hebben over het gesloten regeerakkoord. Ik stel
voor daar ook ruimte voor te geven in dit debat. We maximeren het aantal
interrupties niet, maar ik wijs de leden er wel op dat het Reglement van
Orde erop wijst dat interrupties korte, beknopte vragen dan wel
opmerkingen dienen te betreffen.
Van de zijde van de Kamer wil ik als eerste het woord geven aan de heer
Jetten, namens de fractie van D66. De heer Jetten heeft het woord.
De heer Jetten (D66):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst beterschapswensen aan collega
Eerdmans. Ik heb een wat korte tekst, want ik kan me zo voorstellen dat
er voldoende vragen aan mij zullen zijn. Maar laat ik beginnen met een
woord van dank aan informateur Letschert, voor haar geduld en scherpe
blik tijdens deze formatie. Ook bedank ik het Bureau Kabinetsformatie en
alle teams die dag en nacht hebben gewerkt om dit akkoord mogelijk te
maken. Het was een van de kortste formaties in tijden en dat is maar
goed ook.
Nederland zit namelijk vol mensen die vooruit willen. Mensen die elke
dag hun best doen voor een ander, om hun kinderen kansen te geven en
iets moois te maken van het leven. Maar de afgelopen jaren zagen zij te
vaak dat de politiek bleef hangen in geruzie en gedoe, een politiek die
problemen vooruitschoof. Tegelijkertijd verandert de wereld om ons heen
razendsnel. Oorlog woekert aan de Europese grens en machtsdenken krijgt
steeds meer ruimte, terwijl in eigen land zaken die zo gewoon leken dat
niet altijd meer zijn. Dan doel ik bijvoorbeeld op het vinden van een
betaalbaar huis in een leuke wijk, met een goede school en een vaste
huisarts, in een straat waar alle kleuren en geloven naast elkaar kunnen
wonen en respectvol met elkaar omgaan. Steeds vaker lijkt het niet meer
te lukken. Steeds vaker lijkt de hardste schreeuwer op tv of online onze
normen en waarden te bepalen op een toon die niet past bij ons land. In
zo'n wereld kan Europa, kan Nederland, kan de politiek niet
achteroverleunen. Mensen verwachten daadkracht en ambitie, zodat we als
land zelf onze koers bepalen.
De opgave daarbij is groot, maar Nederland heeft altijd laten zien dat
we vooruitkomen als we kiezen voor samenwerking. Daarom nemen D66, VVD
en CDA verantwoordelijkheid, niet met makkelijke oplossingen maar met
duidelijke keuzes, om Nederland weer in beweging te brengen, met grote
ambities vandaag en meer kansen morgen. Daarom investeren we fors in
onze veiligheid en in het versterken van de rechtsstaat, in nieuwe
woningen en in een economie die werkt. We draaien alle bezuinigingen op
onderwijs terug en pakken racisme, discriminatie en vrouwenhaat aan. We
versnellen de energietransitie, geven boeren perspectief en beschermen
onze natuur. We kiezen voor een samenleving waar gezondheid en meedoen
centraal staan.
Voorzitter. Ik hoop dat we dat samen kunnen doen: politiek en
samenleving, coalitie en oppositie. Want velen van ons geloven in die
andere politiek: in minder ruzie, in meer vertrouwen en meer
resultaat.
Dank u wel.
De heer Wilders (PVV):
De heer Jetten heeft de verkiezingen nipt gewonnen. Ik heb hem daarvoor
gefeliciteerd. Volgens sommigen was dat vanwege een positieve campagne,
volgens anderen vanwege gladde praatjes. De werkelijkheid zal wel ergens
in het midden liggen. Ik zou hem er toch op willen wijzen dat hij
eigenlijk, als je nu kijkt naar wat het resultaat is en waar hij met
zijn coalitiegenoten afgelopen vrijdag mee is gekomen, de mensen toch
wel heel erg voor de gek heeft gehouden met zijn positieve verhaal. Het
plan dat u heeft gepresenteerd "Aan de slag. Bouwen aan een beter
Nederland", is toch een beetje de ondergang van Nederland geworden. U
bezuinigt maar liefst 10 miljard euro op de zorg: van een hoger eigen
risico tot de bejaardentehuizen, de ouderenzorg, de gehandicaptenzorg.
Je kunt het zo gek niet verzinnen of ze gaan d'r aan. En nog een keer 6
miljard bezuinigingen op de sociale zekerheid erbovenop. Mensen kunnen
pas op hun 70ste met pensioen. De WIA, de WW, noem maar op, alles wordt
gepakt. Ze gaan nog een keer per gezin €450 aan een vrijheidsbijdrage
leveren. Meneer Jetten, de subkop van uw stuk is "Bouwen aan een beter
Nederland", maar het is Nederland afbreken. Waarom — dit is een eerlijke
vraag — eerst een eerlijke campagne om vervolgens te komen met een stuk
waarover u lacht maar Nederland huilt? Nederland huilt vanwege deze
lastenverzwaringen en deze slijtageslag in de zorg en de sociale
zekerheid. Waarom heeft u Nederland zo voor de gek gehouden?
De heer Jetten (D66):
Als iemand Nederland voor de gek heeft gehouden de afgelopen jaren, dan
was het wel de heer Wilders. In de afgelopen jaren had hij alle kansen
om goede dingen te doen voor Nederland, maar hij was hier zo veel ruzie
aan het maken in zijn eigen coalitie, en nu ook in zijn eigen partij,
dat er helemaal niks terechtkwam van zijn mooie beloftes in de vorige
campagne. We hebben met drie partijen afspraken gemaakt. En ja, die gaan
ook over moeilijke onderwerpen. Er zijn immers steeds meer oudere mensen
in Nederland — gelukkig worden we steeds ouder en ook steeds langer
gezond oud — maar dat betekent ook dat er steeds minder jonge mensen
zijn die met elkaar de verzorgingsstaat overeind moeten houden. Ik wil
dat over vijf of tien jaar mensen ook nog gebruik kunnen maken van goede
zorg en dat we mensen van werk naar werk kunnen begeleiden. Daarom maken
we nu een aantal grote keuzes. Keuzes die nodig zijn om wachtlijsten in
de zorg tegen te gaan en om te voorkomen dat de zorgpremie de komende
jaren nog verder doorstijgt. Al die bureaucratie die patiënten en
zorgmedewerkers nu zo in de weg zit, pakken we keihard aan.
De heer Wilders (PVV):
Nederland is niet de pinautomaat van D66. Je kunt niet zomaar mensen
extra lasten opleggen van €450 per jaar. Je kunt niet zomaar de zorg met
10 miljard korten. Mensen kunnen dadelijk hun eigen risico en hun
verzekering niet meer betalen. En wat de sociale zekerheid betreft: je
kunt niet zomaar tegen die agent of die verpleegkundige die nu veertiger
is, zeggen "dadelijk mag je tot je 70ste doorwerken". Dat kunt u niet
zomaar doen! Waar geeft u dat geld aan uit? Behalve aan defensie, aan de
hobby's van GroenLinks-Partij van de Arbeid. U geeft het aan
asielzoekers, aan klimaat, aan stikstof, aan ontwikkelingshulp. Weet u
wat Nederlanders willen? Nederlanders willen minder asiel. Nederlanders
willen dat ze wat makkelijker de boodschappen kunnen betalen.
Nederlanders willen wat meer lucht krijgen om hun huur te kunnen
betalen. Dát willen ze. U plukt Nederland kaal en u geeft het aan Jesse
Klaver.
De heer Jetten (D66):
Dat is gewoon onzin. Jesse Klaver komt zo meteen zelf vast ook nog wel
een paar vragen stellen, denk ik zo. Maar wat willen die Nederlanders?
Die willen niet meer jarenlang op een wachtlijst hoeven staan voor een
betaalbare woning. Daarom trekken we miljarden uit om de komende jaren
extra woningen te bouwen. Die Nederlanders willen niet ellenlang op een
wachtlijst staan om goede zorg te krijgen, of het nu gaat om jeugdzorg
of ouderenzorg. Ze willen snel en gericht worden geholpen, waarbij de
mensen met de grootste vraag vooraan in de rij staan, in plaats van
helemaal achteraan. We willen dat ons land veilig blijft in een wereld
die steeds onrustiger wordt terwijl er oorlog woedt in Oekraïne. Ik vind
het dan ook heel goed uit te leggen dat wij de komende jaren fors de
portemonnee trekken om te investeren in onze veiligheid en in meer
betaalbare woningen en dat wij bekijken hoe wij de sociale zekerheid en
de gezondheidszorg overeind kunnen houden, zodat die niet alleen nu goed
zijn maar ook over vijf jaar en over tien jaar.
De heer Wilders (PVV):
Niet de heer Jetten trekt de portemonnee, het zijn de Nederlanders die
de portemonnee trekken. Het zijn de Nederlanders die daarvoor moeten
betalen. Het zijn de Nederlanders wier lasten omhooggaan, die de zorg
niet meer kunnen betalen en die dadelijk tot hun 70ste kunnen werken. U
heeft Nederland voorgelogen met uw positivisme. Er is hier een plan
gemaakt dat Nederland kapotmaakt. Ik zag u ook in die zaaltjes staan met
de Nederlandse vlag op de achtergrond. Ik dacht: wie weet, misschien
gaat die man echt wel wat doen aan asiel, gaat hij iets voor Nederland
betekenen. Maar ook daar: niets, geen enkele extra maatregel van
substantiële orde in het coalitieakkoord, helemaal niets. De grenzen
blijven openstaan. Geen asielstop. De dwangwet, die van Nederland één
azc maakt, blijft bestaan. Ook de voorrang voor statushouders bij
huurwoningen, terwijl Nederlanders jarenlang op de wachtlijst staan,
wordt niet meteen afgeschaft. Nu las ik vandaag ergens in een krant dat
de D66-fractie gaat stemmen tegen dat beetje wat u al heeft afgesproken,
namelijk steun voor de goede voorstellen van onze eigen oud-minister van
Asiel die in de Eerste Kamer liggen. Zit u net in de coalitie, gaat uw
fractie in de Eerste Kamer tegen die voorstellen stemmen! Leugen op
leugen op leugen. Als iemand het niet verdient om minister-president van
Nederland te worden, dan is het de man die daar staat.
De heer Jetten (D66):
Dat waren eigenlijk drie redelijk onnavolgbare interrupties die alle
kanten op schieten maar één rode draad hebben: een hele grote bak
negativisme. Dat negativisme zijn Nederlanders zo ontzettend zat. Om
toch maar even kort antwoord te geven op de vraag over asiel en
migratie: in deze coalitieonderhandelingen hebben deze drie partijen
daar lang over gesproken en alle drie zijn ze over hun eigen schaduw
heen gestapt om te komen tot een gebalanceerd pakket, dat tegemoetkomt
aan al die zorgen die in onze samenleving leven. Hoe houd je veel meer
controle en grip op de instroom, hoe zorg je ervoor dat opvang
fatsoenlijk geregeld is, hoe pak je mensen die overlast geven harder aan
en hoe zorg je ervoor dat mensen die in Nederland mogen blijven de taal
leren, aan het werk kunnen en onderdeel worden van onze samenleving? Dat
is een pakket waar we alle drie achter staan en dat we de komende jaren
met volle overtuiging zullen gaan uitvoeren. We krijgen op die manier
veel meer voor elkaar op dit onderwerp dan met al het geschreeuw en alle
symbolen die we de afgelopen jaren van de heer Wilders en de vorige
minister hebben gezien.
De heer Stoffer (SGP):
Ik had de in indruk dat de heer Jetten aan het eind van zijn betoog was
gekomen.
De heer Jetten (D66):
Zeker.
De heer Stoffer (SGP):
Als ik zo naar het geheel kijk, dan denk ik dat de heer Jetten de
komende tijd — het ligt natuurlijk aan hemzelf hoelang dat zal zijn — de
verantwoordelijkheid heeft om meerderheden te zoeken en daar
verantwoordelijkheid in te tonen. Ik moet zeggen dat hij dat de
afgelopen maanden ook heeft laten zien. Ook in het stuk dat nu voorligt,
merk ik dat hij zich daarvan bewust is. In de inleiding van het
coalitieakkoord schrijven de drie partijen: "We zijn er bij voorbaat
diep van doordrongen dat parlementaire meerderheden (…) verdiend moeten
worden." Mijn concrete vraag is: hoe zien we die houding straks terug
wat betreft medische ethiek?
De heer Jetten (D66):
Misschien kan ik daar een paar zinnen in zijn algemeenheid over zeggen.
We hebben een coalitieakkoord geschreven waarin we hele duidelijke
keuzes maken. We geven duidelijk richting aan de grote thema's die nu
spelen. Dat hebben we bewust gedaan, zodat u als Kamer weet waar het
kabinet naartoe wil. Waar kunnen oppositiepartijen in meedoen als ze het
goede plannen vinden en waar kunnen ze zich soms ook tegen verzetten als
ze denken dat het echt anders moet? Ik zal erop toezien dat de ministers
en staatssecretarissen straks ook zelf de verantwoordelijkheid voelen om
altijd de eerste stap richting de Kamer te zetten. Het is niet aan de
oppositiepartij om te bedelen om een afspraak met de minister, maar de
minister moet in een heel vroeg stadium, als hij bezig is met een wet of
met beleid, bij de Kamer langsgaan om op te halen wat oppositiepartijen
belangrijk vinden en hoe daar eventueel rekening mee gehouden kan
worden. Dat is de grondhouding.
Heel specifiek over medische ethiek wil ik het volgende zeggen. Ik vond
de woorden van de heer Stoffer nadat hij bij ons op de koffie was
geweest, net als op één na alle andere fractievoorzitters, eerlijk
gezegd heel mooi. Vergeef me als ik u niet helemaal goed citeer, maar u
zei iets als: "In de politiek staan mensen soms op je tenen, alleen de
vraag is: hoe vaak en hoe hard doen ze dat?" Ik denk dat dat zeker ook
geldt voor hele gevoelige onderwerpen, zoals medische ethiek. Onze
denkbeelden daarover zijn heel verschillend. In mijn optiek kunnen
nieuwe wetenschappelijke inzichten helpen om de gezondheidszorg beter te
maken. De heer Stoffer heeft vanuit het perspectief van de SGP veel meer
oog voor de kwetsbaarheid van het leven. Als we stappen willen zetten op
medische ethiek, of dat nou vanuit het kabinet of vanuit een van de
coalitiepartijen is, zal daar altijd een goede maatschappelijke dialoog
aan voorafgaan, waarin ruimte is voor alle verschillende standpunten.
Daarin stel je echt de vraag: is dit nu noodzakelijk om een stap vooruit
te zetten?
De heer Stoffer (SGP):
Dat is helder vanuit het perspectief van de heer Jetten. Laat ik
overigens het misverstand over wat ik zei over de tenen wegnemen: dat
ging niet over medische ethiek — wat dat thema betreft doet het minste
trapje enorm veel pijn — maar over het geheel. Er staat natuurlijk heel
wat in het akkoord dat ook voor ons best moeilijk te verteren is. Wat
betreft praktische zaken, als we het over geld en dergelijke hebben,
kunnen we best eens meekijken en dan neem je af en toe ook pijn, maar op
het gebied van medische ethiek is dat voor ons bijna onmogelijk. In ons
perspectief wordt het leven door God gegeven en door God genomen. Vanuit
dat perspectief moet je daar ook niet aankomen. Wat ik dan zie en waar
ik bang voor ben, is het volgende. In het akkoord gaat het over
zorgvuldige processen, er goed mee omgaan en de maatschappelijke
dialoog. Maar als dat alles leidt tot een totaal verkeerde uitkomst, hoe
denkt de heer Jetten dan nog meerderheden in dit parlement te kunnen
creëren?
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat we zoiets stap voor stap met elkaar zullen moeten doen. Ik
hoop ten eerste dat we over belangrijke thema's, of het nou gaat om de
aanpak van het stikstofbeleid, medisch-ethische wetsvoorstellen of
andere voorstellen, altijd goed en respectvol met elkaar het debat
kunnen voeren. De heer Stoffer zegt, zo interpreteer ik het maar even:
als een kabinet straks vaak grote stappen wil zetten op onderwerpen die
voor ons echt door een ondergrens heen gaan, wordt het misschien wel
moeilijker om de SGP uit te nodigen voor een kop koffie om te praten
over een begroting of over een ander wetsvoorstel. Dat heb ik luid en
duidelijk gehoord. Daar zullen we ook rekenschap van nemen als we aan
het werk gaan.
De heer Stoffer (SGP):
Ter afronding. Op zich mooie woorden, maar laat ik het hier heel helder
neerzetten: als er op dit thema, medische ethiek, stappen worden gezet,
zijn D66, VVD en CDA de SGP echt kwijt. Laat ik die waarschuwing hier
bij voorbaat neerleggen.
De heer Jetten (D66):
Genoteerd.
De heer Van Baarle (DENK):
De heer Jetten spreekt veel woorden over optimisme en over vertrouwen.
Heel veel mensen in het land, die nu bijvoorbeeld zien dat het eigen
risico verhoogd wordt, nota bene door politieke partijen, waaronder de
partij van de heer Jetten, die beloofd hadden om dat niet te doen,
voelen op dit moment niet zo veel vertrouwen. De mensen die zien dat ze
moeten gaan doorwerken tot na hun 70ste, voelen niet veel optimisme. De
mensen die nu al hun boodschappen niet kunnen betalen, de mensen die nu
aan het einde van de maand niet meer rond kunnen komen vanwege de hoge
kosten, voelen dat optimisme niet vanwege de belastingen, honderden
euro's per huishouden vanwege de NAVO-norm en andere belastingen die de
heer Jetten met zijn coalitie gaat doorvoeren, waardoor mensen echt
honderden euro's per jaar moeten gaan betalen. Als je dat ziet, straalt
dit akkoord toch helemaal geen optimisme uit en ook helemaal geen
vertrouwen uit voor al die mensen in Nederland die het al moeilijk
hebben, die niet rond kunnen komen, die in armoede zitten, die de kosten
niet meer kunnen betalen?
De heer Jetten (D66):
Ik begrijp echt wel dat die zorgen en vragen er zijn, maar ook daar
hebben we met deze drie partijen heel bewust over nagedacht. We hebben
juist nagedacht over hoe je de meest kwetsbare groepen het meest gericht
kan helpen. Ik neem even het eigen risico als voorbeeld. In de afgelopen
jaren wilde de heer Wilders het eigen risico halveren. De voorspelling
was dat de zorgpremie gemiddeld van €158 per maand zou stijgen naar €196
per maand. Dan zou elke Nederlander gemiddeld €444 per jaar meer moeten
gaan betalen aan een nu al hoge zorgpremie, terwijl 49% van de
Nederlanders te lang moet wachten op passende zorg. Dat vinden wij
onverantwoord. Daarom kiezen wij voor een beperkte verhoging van het
eigen risico, om daarmee een verdere stijging van de zorgpremies te
voorkomen. Dat combineren we met 350 miljoen euro per jaar voor
chronisch zieken en gehandicapten, voor mensen die dat eigen risico
moeten aanspreken. Die tegemoetkoming van in totaal 350 miljoen euro per
jaar zal een grotere tegemoetkoming zijn dan de stijging van het eigen
risico. Dat vind ik heel belangrijk. Ook de ingrepen op het terrein van
de arbeidsmarkt gaan hand in hand met extra geld voor gezinnen, extra
geld voor armoedebestrijding, extra geld voor schuldhulpverlening. Dus
juist door gericht te werk te gaan om de kwetsbare groepen in de
samenleving extra te helpen, kunnen we ook iets vragen van al die andere
mensen in dit land die het goed hebben en die daarmee ook een steentje
kunnen bijdragen aan de veiligheid nu en de welvaart op korte en lange
termijn.
De heer Van Baarle (DENK):
De heer Jetten kan het hier proberen uit te leggen, maar dat neemt niet
weg dat D66 de mensen heeft beloofd het eigen risico niet te zullen
verhogen. En dat doet D66 nu wel met €75. Dat komt bij heel veel mensen
gewoon keihard aan. Daar spreekt gewoon geen vertrouwen uit. Als de heer
Jetten het heeft over mensen tegemoetkomen, wijs ik erop dat niet alleen
het eigen risico met €75 verhoogd wordt, maar ook dat de
vrijheidsbijdrage voor de NAVO-norm meer dan €400 per huishouden gaat
kosten wat mensen aan belasting moeten betalen. Dan komt er ook nog een
boodschappenbelasting, een soort suikertaks, die mensen in de
boodschappen ook rond de €100 gaat kosten. De benzine wordt vanaf 2027
€0,10 per liter duurder. Een bosje bloemen wordt duurder. Het eigen
risico heb ik net genoemd. Minder mensen hebben recht op zorgtoeslag.
Dan kan de heer Jetten zeggen dat er een aantal kruimels voor
terugkomen, maar wat de heer Jetten van D66 samen met de VVD en het CDA
doet, is mensen gewoon enorm hard raken in de portemonnee, enórm hard
raken in de portemonnee. Mijn vraag aan de heer Jetten is: waarom kiest
hij daarvoor?
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat 350 miljoen structureel voor chronisch zieken en
gehandicapten echt een serieus bedrag is, waar mensen hartstikke blij
mee zullen zijn. Dat geldt ook voor die 600 miljoen euro voor gezinnen.
Er komt per jaar een paar honderd euro per gezin bij. Dat zijn geen
kruimels. Dat zijn voor heel veel huishoudens in Nederland hele welkome
extra euro's ondersteuning direct in de portemonnee. Daar hebben we met
elkaar voor gekozen. Ja, er zitten ook een aantal moeilijke keuzes en
maatregelen in dit coalitieakkoord. En waarom? Omdat kiezers ook van de
politiek hebben gevraagd: ga eens een keer wat doen als overheid, ga
eens een keer aan de slag om boeren weer perspectief te geven, ga eens
een keer echt werk maken van het bouwen van meer betaalbare woningen en
investeer serieus in onze defensie zodat we Nederland en Europa veilig
kunnen houden. Elke Nederlander begrijpt dat dat niet gratis is en dat
dat ergens vandaan moet komen. We zijn begonnen bij hele scherpe keuzes:
snijden in de overheid en het hervormen van onze verzorgingsstaat. Ja,
daar hoort ook een kleine bijdrage van bedrijven en burgers in de vorm
van die vrijheidsbijdrage bij. Je ziet dezer dagen ook dat heel veel
Nederlanders dat steunen, omdat die ook voelen dat als we onze
veiligheid en onze democratische rechtsstaat niet beschermen, al het
andere dan helemaal niets meer waard is.
De heer Van Baarle (DENK):
Zei de heer Jetten nou "een kleine bijdrage"? Bij die belasting voor de
NAVO-norm gaat het om honderden euro's per huishouden. Daar komen al die
andere dingen ook nog eens bovenop. Denk aan die eigen bijdrage in de
zorg die de heer Jetten samen met zijn collega's wil gaan invoeren, die
andere extra belastingen die de heer Jetten wil gaan doorvoeren, de
duurdere benzine en de duurdere boodschappen vanwege een
suikerbelasting. Dan kan de heer Jetten zeggen dat het kabinet een klein
beetje teruggeeft, maar netto worden mensen keihard geraakt. Mensen
vinden het onrechtvaardig dat ze tegelijkertijd zien dat Nederland een
soort geldberg van de NAVO wordt, dat er 19,3 miljard al klaargezet
wordt om over te maken voor wapentuig om Trump te pleasen en dat er al 9
miljard klaarstaat om over te maken naar Oekraïne. Nederlanders worden
een geldberg voor Trump en Zelensky, moeten betalen en worden hard in de
portemonnee geraakt. Ik zou tegen de heer Jetten willen zeggen: het is
echt nodig om andere keuzes te maken. Je hoeft niet mee te gaan in die
wapenwedloop. Je hoeft mensen in het land niet keihard te raken; je kan
er ook voor kiezen om eerlijker te delen en van anderen een bijdrage te
vragen. Stop dus met het onrechtvaardiger maken van Nederland en stop
met het raken van de mensen in hun portemonnee.
De heer Jetten (D66):
Als we die rekening moeten betalen van al die investeringen die we gaan
doen, zullen we op zoek gaan naar hoe we die lasten eerlijk kunnen
verdelen en sterke schouders ook zwaardere lasten kunnen laten dragen
dan anderen, maar kom er nu niet mee aan dat het voortzetten van de
steun aan Oekraïne of het investeren in onze krijgsmacht weggegooid geld
is. Die Oekraïners — binnenkort is het vier jaar na de Russische inval —
vechten elke dag voor hun vrijheid en voor Europese normen en waarden.
Die investering in de NAVO-norm doen we niet voor de president die in
het Witte Huis zit; die doen we voor onszelf, zodat Europa zijn eigen
continent kan verdedigen en zodat we ervoor zorgen dat we in een wereld
die steeds onrustiger wordt de veiligheid en vrijheid in Nederland en
Europa zelf kunnen beschermen. Dat is de reden dat wij de komende jaren
gaan toegroeien naar 19 miljard extra voor defensie. Dat is echt een
afspraak waar deze drie partijen zeer van overtuigd zijn.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, informateur en dank aan de heer Jetten met zijn team voor de
inzet. Mijn vraag heeft als bovenliggend thema betrouwbaarheid. Wij
willen als 50PLUS betrouwbaarheid uitstralen. Wat ons erg dwarszit, is
de AOW. We hadden ons al schrap gezet naar aanleiding van allerlei
adviezen van hoge ambtenaren. Gelukkig is daarvan een hoop niet
doorgegaan, onder andere de fiscalisering. Maar u verhoogt toch de
AOW-leeftijd en daarmee breekt u met een zwaar bevochten pensioenakkoord
waar ik zelf ook onderdeel van ben geweest. Ik hoop dat meneer Jetten
zich realiseert dat hij door aan dat touwtje te trekken een eerdere
belofte van een vorig kabinet, die bijna in bloed geschreven was,
breekt, namelijk dat er niet aan het touwtje getrokken zou worden dat de
AOW-leeftijd nog hoger op zou laten lopen. Hoe kijkt meneer Jetten naar
betrouwbaarheid van een vorig kabinet, naar een belofte die hij als
erfenis heeft meegekregen?
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat het pensioenakkoord een van de mooiste en spaarzame
voorbeelden is uit de afgelopen jaren waarin er politiek breed
samengewerkt werd en waarin de politiek ook goede afspraken heeft kunnen
maken met werkgevers en werknemers. Dat zouden we op veel meer
onderwerpen moeten doen. Daarom hebben we er tijdens deze
coalitieonderhandelingen ook heel bewust voor gekozen om in deze
kabinetsperiode en ook in de jaren daarna geen ingrepen in de AOW te
doen. We kiezen voor een stijging van de AOW-leeftijd vanaf 2033, ver
weg in de toekomst, ook omdat er vanaf dat moment — dat is natuurlijk
ook nu al gaande — steeds meer mensen boven de 65, 70 en 80 jaar zijn in
dit land. Het is geweldig dat we steeds ouder en steeds vitaler ouder
worden, maar dat betekent ook dat we van een steeds kleinere groep
jongeren vragen om onze sociale zekerheid te betalen. In dat licht
vinden we het rechtvaardig om vanaf 2033 de AOW-leeftijd aan de
levensverwachting te koppelen. Ik heb ook alle reacties daarop gezien.
Ik ga ervan uit dat dit ook een van de eerste onderwerpen is waar we,
nadat een kabinet op het bordes komt te staan, met de sociale partners
het gesprek over zullen voeren.
De heer Struijs (50PLUS):
Hier gaan we zeker nog op de inhoud over discussiëren en dan geven wij
zeker ook onze mening. Maar het gaat me nu even om het principe van
betrouwbaarheid. Er is destijds met het kabinet afgesproken dat er geen
enkele verhoging van de AOW-leeftijd zou komen. Deelt meneer Jetten dat
dat toen de afspraak was?
De heer Jetten (D66):
Er zijn toen hele heldere afspraken gemaakt. Alleen, onze perceptie
daarbij is dat je na 2030 ook weer met elkaar zal moeten doordenken over
hoe je dan weer op lange termijn de AOW, een van de mooiste
voorzieningen die we in dit land hebben, voor iedereen houdbaar en
betaalbaar houdt. Hoe zorgen we ervoor dat dat kan voor mensen die een
leven lang hard hebben gewerkt, hebben bijgedragen aan de samenleving en
nog steeds bijdragen aan onze samenleving als vrijwilliger, als opa, als
oma, of als wat ze ook doen? Wij denken dat het ook nodig is om met
elkaar te kijken of je daar vanaf 2033 weer stappen op kan zetten met
elkaar.
De heer Struijs (50PLUS):
Laat ik het kort samenvatten: we agree to disagree op dit thema. We
komen hier zeker op terug.
De heer Dassen (Volt):
Volgens mij ligt er nu een startschot van een akkoord. Het interessante
daaraan is dat er inderdaad bepaalde keuzes worden gemaakt die wij ook
heel goed begrijpen. Tegelijkertijd denk ik, als ik naar het hele
plaatje kijk, dat er op bepaalde vlakken niet de keuzes worden gemaakt
waar heel veel experts, ook vanuit de Kamer, D66 en de heer Jetten zelf,
wel vaak heel hard voor gepleit hebben. Kijk naar de
hypotheekrenteaftrek. Kijk naar de vermogensbelasting en naar het
ophogen van de schenk- en erfbelasting. Dit kunnen we doen juist om te
zorgen dat de lasten in Nederland eerlijker verdeeld worden. Waarom zijn
die keuzes niet gemaakt?
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat voor alle drie de onderhandelaars geldt dat als het aan ons
had gelegen, er nog veel meer keuzes uit onze verkiezingsprogramma's in
het coalitieakkoord hadden moeten landen. Maar je moet daar ook zoeken
naar een gezamenlijk verhaal en naar een compromis waar je alle drie
achter kan staan. Daarbij is alles belangrijk, maar niet alles
tegelijkertijd even urgent. We hebben echt gefocust op de internationale
en nationale veiligheid, op meer woningbouw, op het oplossen van de
stikstofcrisis, op het versnellen van de energietransitie. Vanuit mijn
perspectief was dat ook het terugdraaien van de onderwijsbezuinigingen
en het meer investeren in onze democratische rechtsstaat. We hadden ook
op het vlak van de fiscaliteit bijvoorbeeld nog tien of twintig andere
afspraken kunnen maken, maar dan waren we volgens mij nog twee of drie
maanden aan het onderhandelen geweest om dan misschien tot de conclusie
te komen dat we er nog steeds niet uit komen. Dan ga ik liever aan de
slag met dingen waar we het over eens zijn en waarbij we grote ambities
hebben, dan dat we verzanden in een grijs massa-akkoord met zouteloze
compromissen. Dat is het eerlijke antwoord. Ik ben trots op het
resultaat dat er ligt. In de komende jaren zijn er genoeg aanleidingen
om met elkaar ook weer nieuwe onderwerpen beet te pakken.
De heer Dassen (Volt):
Al de zaken die de heer Jetten net noemt, moeten betaald worden, dus
ergens wordt er een rekening neergelegd. Daar waar je de
belastingrekening neerlegt, leg je ook de prioriteit neer. Zo is het
precies. Ik vind het teleurstellend dat die rekening te veel wordt
gelegd bij de werkenden en de mensen met een kleinere portemonnee,
terwijl we zien dat de ongelijkheid in Nederland aan het groeien is. Je
ziet wat dat doet met mensen. Het vertrouwen in de samenleving en het
vertrouwen in de overheid dalen daardoor. De komende tien jaar is er bij
alle babyboomers sprake van een vermogensoverheveling. Gigantische
bedragen gaan straks naar hun kinderen en kleinkinderen. Ik zou zeggen
dat we daar nu met elkaar op moeten ingrijpen, juist om de grote
ambities die de heer Jetten terecht heeft, op een eerlijke manier te
kunnen betalen. Ik snap dat de heer Jetten zegt dat hij aan een heleboel
andere dingen prioriteit geeft, maar ja, voor heel veel mensen is
natuurlijk ook het antwoord op de vraag wie straks de rekening betaalt
heel belangrijk. Deze coalitie legt de rekening dus niet bij de
vermogenden neer, maar juist bij de mensen met een kleine portemonnee.
Is dit dan een van de punten waarvan de heer Jetten zegt dat hij
daarover stevig in debat wil met de Kamer om te kijken of we dat kunnen
aanpassen?
De heer Jetten (D66):
Ik hoop dat we over heel veel van die onderwerpen vaak een stevig debat
zullen hebben. Dit hangt natuurlijk ook helemaal samen met de manier
waarop we de komende jaren onze begrotingen maken en onze belastingen
vormgeven. Dat is nou echt hét moment van het jaar waarin de coalitie en
de oppositie samen zullen moeten komen om tot langetermijnafspraken te
komen. Als je kijkt naar hoe we de lasten uiteindelijk verdelen bij de
vrijheidsbijdrage, dan is dat twee derde, een derde: twee derde voor de
burgers en een derde voor het bedrijfsleven. Dat was eigenlijk al
jarenlang de normale verhouding als kabinetten dit soort keuzes moesten
maken. Die komt nu naast een hele hoop fiscale aanpassingen die we de
afgelopen jaren al hebben gedaan. De afgelopen jaren zijn box 3 en box 2
aangepast en is de vennootschapsbelasting voor bedrijven meerdere keren
omhooggegaan, soms door keuzes van het kabinet en soms door keuzes die
de Kamer maakte bij begrotingen en het belastingplan. Daarom hebben we
ervoor gekozen om nu enige rust in dat fiscale stelsel in te bouwen:
omdat er de afgelopen jaren al zo veel op dat vlak is gebeurd. Ik ben
het niet met u eens als u zegt dat die rekening dan bij de zwaksten of
de armsten van de samenleving terechtkomt. Dat is namelijk precies de
reden waarom we extra geld uittrekken voor armoedebestrijding en
schuldhulpverlening, voor gezinnen, voor chronisch zieken en
gehandicapten. Dat doen we juist om ervoor te zorgen dat die groepen
niet onevenredig hard worden geraakt.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Ja, tot slot. Kijk, uiteindelijk wordt de rekening van die
vrijheidsbijdrage gelegd bij de mensen die werken. Die wordt niet
neergelegd bij de vermogenden in Nederland. Dan kunt u aangeven dat dat
met een paar honderd miljoen gecompenseerd wordt, maar dat staat
natuurlijk niet in verhouding tot het geld dat op te halen is met een
verhoging van de schenk- en erfbelasting of met een eerlijke
vermogensbelasting of met het eindelijk aanpakken van de
hypotheekrenteaftrek. Dat zijn natuurlijk de belangrijke keuzes die
Nederland volgens mij echt verder zouden kunnen helpen.
Laatste punt. Bij de fiscale regelingen zie ik dat alleen voor de
sierteelt het belastingvoordeel wordt afgeschaft. Dat is heel goed, maar
zo zijn er nog vele tientallen andere regelingen die uiteindelijk tot
honderden miljarden kunnen leiden en ook daaraan wordt eigenlijk niks
gedaan. Ik snap dat u zegt: rust. Maar dit zijn volgens mij zaken waar
we in de Kamer al lang tegen aanlopen en waarvan alle expertgroepen keer
op keer zeggen: ze zijn ondoelmatig, dus laten we die alsjeblieft
afschaffen. Waarom is daar niks aan gedaan?
De heer Jetten (D66):
Er liggen inderdaad hele goede adviezen en rapporten over het
versimpelen van ons toeslagenstelsel — daar gaan we mee aan de slag —
maar ook over het versimpelen van allerlei belastingen en fiscale
regelingen. Ik denk dat we het er Kamerbreed over eens zijn, bijna
iedereen, dat je daarmee aan de slag zou moeten gaan. Maar als je dan de
verkiezingsprogramma's naast elkaar legt en kijkt naar de inzet daarop
van de verschillende partijen, dan is er bijna nooit een meerderheid te
vinden voor het afschaffen van één specifieke regeling. Er is namelijk
altijd wel een reden waarom die regeling toch nog als nuttig of positief
wordt beschouwd. Ook de ambtelijke adviesgroep die dat voor ons als
Kamer helemaal in kaart heeft gebracht, zegt: als je het doet, doe het
dan in één keer goed en pak dan heel veel tegelijkertijd beet. Nou, dat
zou een mooie opdracht voor de Kamer voor de komende jaren kunnen zijn:
zijn er fiscale hervormingen te vinden waarvoor ook echt breed politiek
draagvlak te vinden is? Onze conclusie is namelijk dat dat er nu
eigenlijk niet is. Daarom hebben we gekozen voor een aantal gerichte
keuzes en niet voor de hele menukaart.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat iedereen in Nederland snapt dat het leven niet gratis is en
dat als de overheid keuzes maakt, die moeten worden betaald; dat doe je
met z'n allen. En als politici beloven dat je daar niks van gaat voelen,
dan klopt dat niet. Maar er zijn nu mensen die denken: verdorie, ik word
wel heel hard gepakt. Dat komt doordat ze zien dat de hardwerkende
mensen in Nederland de rekening betalen, terwijl de allerrijksten, de
multimiljonairs, worden ontzien. Er wordt met een paar
maatwerkregelingen wel wat gedaan voor de mensen die het
allerallerkwetsbaarst zijn, maar al die middengroepen gaan dus gewoon
weer de rekening betalen. Het goede nieuws voor die mensen is dat de
heer Jetten met zijn kabinet geen meerderheid heeft. Die meerderheid
moet hier uit het parlement komen en wij gaan er alles doen om die
plannen de komende tijd aan te passen, dus daar komen we nog uitgebreid
over te spreken. Dit is namelijk een minderheidskabinet dat op zoek moet
naar meerderheden hier in het parlement.
Het ging al even over de AOW-leeftijd. Daar wil ik ook bij stilstaan. Ik
begrijp het standpunt van D66, dat zegt: we willen dat die leeftijd
sneller omhooggaat. Wij willen dat niet; wij vinden dat onverstandig.
Maar er is een pensioenakkoord gesloten. Ook mijn partij was daarbij; ik
was daar zelf bij. We hebben daarbij afspraken gemaakt over die
AOW-leeftijd. Het was een totaalpakket. Maar nu stelt deze coalitie
eenzijdig voor om daarvan af te stappen. Wat is daarmee het signaal naar
ons als oppositie? Je zegt: "We willen graag met jullie akkoorden
sluiten. Dat is hartstikke goed, maar over een paar jaar gaan we het
gewoon weer eenzijdig aanpassen." Welk signaal geeft u hiermee af aan
ons?
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat het antwoord op die vraag eigenlijk al aan het begin van de
interruptie van de heer Klaver zelf zat. Dit is namelijk een kabinet met
66 zetels. We zullen dus bij alle voorstellen en plannen die we hebben
op zoek moeten naar steun, niet alleen hier in de Tweede Kamer, maar wat
mij betreft ook in de samenleving. Wij hebben met dit coalitieakkoord
Aan de slag aangegeven hoe wij aankijken tegen het hervormen van de zorg
en de sociale zekerheid, gericht op gezondheid, op begeleiding van werk
naar werk en op mensen maximaal laten meedoen. Het zijn duidelijke
keuzes met een duidelijke richting. Maar het is ook aan ons om daar
straks voldoende steun voor te vinden. Ik zal er dus als premier, als ik
dat mag worden, op toezien dat we zo snel mogelijk met alle sociale
partners om tafel gaan om een gezamenlijke agenda te maken voor al die
onderwerpen waarmee we de komende tijd aan de slag willen. En ik mag
hopen dat de nieuwe minister van SZW op z'n eerste dag afspraken gaat
inplannen om met een groot aantal van u het gesprek te voeren over hoe
we de komende jaren samen die sociale zekerheid voor iedereen houdbaar
en betaalbaar kunnen houden.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
We hadden al een afspraak. We hadden al een afspraak, of we hebben een
afspraak, over de AOW-leeftijd. We hebben met elkaar afgesproken dat die
omhoog mag, maar niet voor de volle mep, en dat mensen wat langer gaan
werken voor ieder jaar dat ze langer leven, maar ook iets meer van hun
pensioen kunnen genieten. Die afspraak is verdorie al gemaakt. Nu zegt
u: ik ben bereid om daar opnieuw afspraken over te maken. Snapt u niet
dat juist uw antwoord bijna een belediging is voor al die andere mensen
hier in de Kamer die dit pensioenakkoord hebben gesteund? We hebben al
een afspraak. U zegt: wij stappen daarvan af, maar ik ben bereid om daar
dan over te praten. Het zou u sieren, als toekomstig premier van dit
kabinet, als u zou zeggen: "Eigenlijk hebben we hier een fout gemaakt.
Dit is een valse start voor mijn kabinet. Deze maatregel trekken we
terug. Dit moeten we niet op deze manier doen." Bent u daartoe
bereid?
De heer Jetten (D66):
Wij passen geen eenzijdige afspraken aan, omdat er een richting is
gegeven in het coalitieakkoord en we op zoek zullen moeten naar steun in
de samenleving en in het parlement om te kijken of we daar met elkaar
uit kunnen komen. We zullen ook aan de jongere generaties duidelijk
moeten maken hoe we ervoor gaan zorgen dat we met steeds minder jonge
werkenden, de AOW de komende jaren ook betaalbaar kunnen houden. Daarom
is gekozen om deze stap pas vanaf 2033 te zetten, zodat we de komende
jaren gewoon rust en voorspelbaarheid hebben, zoals ook in het
pensioenakkoord met werkgevers en werknemers is afgesproken. Dat
ontslaat ons volgens mij niet van de plicht om ondertussen na te blijven
denken over hoe het ook op langere termijn voor iedereen een
rechtvaardig en sociaal systeem kan blijven.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Meneer Jetten, u ontkent hier dat er al een afspraak is. U ontkent hier
dat we een afspraak hebben gemaakt over wat er gaat gebeuren met de
AOW-leeftijd. Die afspraak is er. Het kabinet stapt daar eenzijdig van
af. U boekt daar geld voor in. Daarvan wordt gezegd: als u iets wilt
aanpassen in de plannen, moet u er ook nog geld voor leveren. Wij hoeven
helemaal niets; we hadden al een afspraak. Jullie komen daarvan terug. U
staat in deze Kamer om steun te vragen, om te beginnen voor de vraag of
we u straks willen aanwijzen als formateur. U staat hier om steun te
vragen voor alle plannen die in het regeerakkoord staan. Ik reik mijn
hand, na alles wat er is gebeurd. Ik vind dat we dit land vooruit moeten
brengen en dat er in dit parlement moet worden samengewerkt. De geluiden
aan het begin van dit debat, zo van "niks is goed en niks deugt", zijn
wel het laatste wat we kunnen gebruiken in Nederland. Maar de
verantwoordelijkheid ligt bij u. De verantwoordelijkheid ligt bij u om
met die 66 zetels tot meerderheden te komen. Eenzijdig stapt u af van
afspraken die we hadden in het pensioenakkoord. Als u dit type akkoorden
wilt sluiten maar de boodschap vandaag is "sorry, we kunnen het op ieder
moment aanpassen", dan is dat het verkeerde signaal aan de oppositie.
Waarom zouden wij namelijk in vredesnaam afspraken met jullie maken als
jullie op ieder moment kunnen zeggen "laat maar zitten, die bestonden
niet echt"?
De voorzitter:
Ik wijs de leden erop dat we spreken via de voorzitter.
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat het ook niet goed was geweest als we een coalitieakkoord
hadden gesloten zonder duidelijke keuzes. Wij hebben samen gekeken wat
wij met z'n drieën verstandig vinden, op al die verschillende
onderwerpen, ook op het gebied van de arbeidsmarkt en de sociale
zekerheid. Nogmaals, wij realiseren ons heel goed, zoals de heer Klaver
zegt, dat wij 66 zetels hebben, dat er beleid ligt, dat er afspraken
liggen — in dit geval ligt er een pensioenakkoord — en dat wij, als wij
nieuwe dingen willen doen, zelf ons best zullen moeten doen om daar met
werkgevers en werknemers uit te komen en daar ook steun van de oppositie
voor te krijgen. Dat begint dus niet bij u; dat begint bij ons. Vanuit
die verantwoordelijkheid zullen we ook aan de slag gaan.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Daar heeft u nu … Daarmee dreigt u — laat ik het zo zeggen — de boot
echt volstrekt te missen. U maakt stevige keuzes in het akkoord. U maakt
keuzes op de zorg waarvan ik zeg: oei, daar ben ik het niet mee eens.
Daar gaan wij een politieke strijd over voeren, want ik vind dat die
keuzes niet door mogen gaan. Het is uw goed recht dat u het opschrijft;
ik vind het een slecht idee. Dit is niet mijn eerste interruptie hier.
Ik vind dit ook nog niet per se bij dit debat passen.
Mijn interruptie gaat over een afspraak die we hadden over het
pensioenakkoord, en daar draait u omheen. U draait heen om de vraag of
die afspraak er nou wel of niet was. Weet u waarom u daaromheen draait,
meneer Jetten, vraag ik via u, voorzitter. Omdat u donders goed weet dat
het een afspraak is. Of u heeft het erin gezet zodat u er straks iets
uit kan halen en kan zeggen "kijk eens, we hebben een symbool en een
gebaar naar de oppositie gemaakt", of u heeft echt niet door dat u
hiermee deze Kamer en de polder boos maakt. Ik weet niet welke van deze
twee ik nog het ergste vind.
De heer Jetten (D66):
Ik heb net duidelijk aangegeven: er ligt een pensioenakkoord met heldere
afspraken. Dat zijn afspraken tussen de politiek en de polder, binnen
een heel breed politiek scala aan partijen die daar de afgelopen jaren
hun verantwoordelijkheid voor hebben genomen. Dat dat pensioenakkoord er
ligt, ontken ik niet. Ik geef alleen aan hoe wij met deze drie partijen
tot de overweging zijn gekomen dat op langere termijn er nieuwe stappen
op het terrein van de AOW nodig zijn. We voelen ook de
verantwoordelijkheid om zelf daar het gesprek over aan te gaan, zowel
met de sociale partners als met de oppositiepartijen. Ik heb de
waarschuwing van de heer Klaver heel helder gehoord. Die motiveert
alleen maar extra om straks zelf het initiatief te nemen om die
gesprekken te gaan voeren.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Vlak na de verkiezingen voelden we allemaal hoe Nederland snakte naar
een nieuw kabinet dat vooruit wil kijken, dat problemen wil aanpakken en
oplossen. Deze Kamer heeft ook breed van vijf thema's gezegd: ga daarmee
aan de slag. Ik wil beginnen met een compliment aan de informateur, maar
ook aan collega Jetten, dat er snelheid en vaart is gemaakt. Ik heb
eerder een compliment aan Bontenbal en Jetten samen gegeven, toen zij
met een stuk kwamen dat ik in die fase van de formatie moedig vond. In
dat stuk gaven zij hun richting aan. Ondanks het gedrein van
verschillende partijen stak collega Jetten zijn hand uit, naar de VVD.
Ik dacht: nu gaat er een vervolg komen op dat stuk. Maar tot mijn grote
verrassing ontaardde dat eerdere dreinen eigenlijk in het "akkoord van
Heinen". Ik zie hier een gure, liberaal-rechtse financiële plaat. Hoe
verklaart collega Jetten die keuzes?
De heer Jetten (D66):
Dit wordt echt een kabinet van grote investeringen. Kijk hoeveel
miljarden we de komende jaren uittrekken voor wonen en infrastructuur,
voor defensie, voor stikstof en boeren, voor de klimaattransitie. Maar
die trekken we ook uit voor investeringen in de nieuwe economie, die we
zo hard nodig hebben. We gaan de komende jaren echt fors aan de slag en
we zien ook een grote rol voor de overheid om juist op die grote
vraagstukken heel actief de samenleving te helpen een stap vooruit te
zetten. Als je echter dit soort grote investeringen doet, wil je
tegelijkertijd ook voorkomen dat je de rekening daarvan volledig
doorschuift naar volgende kabinetten en volgende generaties. Dat is ook
de reden waarom we hier die investeringen combineren met gewoon heel
duidelijk — ik zou zeggen "oer-Hollands" — begrotingsbeleid. Daarin
letten we gewoon netjes op de belastingcenten en zorgen er ook voor dat
er voldoende buffer overblijft voor momenten dat het toch mis dreigt te
gaan. Dat gaat om situaties met grote onveiligheid, zoals na de
Oekraïne-inval en de energiecrisis die daarop volgde, maar ook om
bijvoorbeeld de coronapandemie. Juist omdat Nederland toen vet op de
botten had, konden we goed door dat soort fases heen komen, dus vandaar
de combinatie van aan de ene kant grote investeringen met aan de andere
kant gewoon net en solide begrotingsbeleid.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Bij oerdegelijk begroten vindt u de ChristenUnie altijd aan uw zijde,
maar kneiterrechts boekhouden is een andere afslag. Wat ik hier nu zie
gebeuren is het volgende. Ik heb al gezinnen op de mail die net het
hoofd boven water kunnen houden, waar iemand ziek thuis is. Die denken:
wat gaat deze stapeling voor ons betekenen? Ik kreeg een jonge mbo'er op
de lijn die ervoor gekozen heeft om lekker met zijn handen aan de slag
te gaan, maar die weet dat dat een zwaar beroep is dat fysiek zijn tol
zal eisen. Hij ziet de AOW uit het zicht verdwijnen. Dit neoliberale
begrotingsplaatje past niet bij de Jetten die ik in de afgelopen tijd
heb leren kennen, de Jetten die staat voor de hele samenleving. Een land
besturen is een samenleving opbouwen. Hoe reageert collega Jetten op
juist deze zorgen in het land?
De heer Jetten (D66):
Die begrijp ik. Er was de afgelopen dagen natuurlijk veel aandacht in de
media voor een aantal highlights in het coalitieakkoord. Met die
aandacht komt er veel op je af en vragen heel veel gezinnen zich terecht
af: wat betekent dit voor onze situatie? De komende tijd, als we met de
uitwerking aan de slag gaan, zal ook duidelijk moeten worden dat we ook
heel veel terugdoen voor kwetsbare gezinnen, voor chronisch zieken en
gehandicapten. Dat wordt echter niet alleen in geld uitgedrukt, maar ook
in de manier waarop we met de samenleving te werk willen gaan, weer veel
meer vanuit vertrouwen.
Een van de keuzes waar ik heel blij mee ben dat we die kunnen maken, is
de volgende. We gaan stoppen met dat eindeloze wantrouwen en herkeuren.
We gaan ermee stoppen dat je elke keer weer opnieuw moet bewijzen dat je
echt niet kan werken, of dat je elke keer weer opnieuw moet bewijzen dat
je chronisch ziek of gehandicapt bent. Die bureaucratie, dat wantrouwen
vanuit de overheid is ook wat heel veel mensen heel erg dwarszit, en dat
is waarom het vertrouwen in de overheid de afgelopen jaren zo hard is
gedaald. Met dus veel meer de menselijke maat op het sociale domein,
gecombineerd met gerichte investeringen en ondersteuning, hoop ik dat we
dat vertrouwen, ook van die gezinnen, de komende tijd weer kunnen laten
groeien.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voor de ChristenUnie is het van belang dat de onzekerheid wordt
weggenomen die er nu is aan de keukentafel, of dat nou is omdat mensen
in een uitkering zitten en zich afvragen wat dit gaat betekenen voor hun
loondoorbetaling, of dat het is omdat mensen keihard op zoek zijn naar
een woning en nergens wat kunnen vinden. Maatregelen opschrijven in een
financiële tabel heeft gevolgen in de samenleving, en de onrust die ik
nu zie ... Het beste voorbeeld is op dit moment natuurlijk het uitstel
van de AOW. We hebben met z'n allen een afspraak gemaakt; daar was ook
mijn partij bij. Ik heb de heer Jetten en de heer Bontenbal en ook
mevrouw Yeşilgöz horen zeggen "wij gaan onze hand uitsteken naar de
polder". Als daar vervolgens een handgranaat in gegooid wordt, alsof die
AOW-afspraak er niet was, dan blaast u het op! Dat is een onrust die ú
niet voor ogen heeft, en die na alle afspraken en uitnodigingen mogelijk
weer verandert. Maar op dit moment is die onrust er wel, en dat is toch
wel ... Ik gun deze minderheidscoalitie dat die van wal gaat. Dat heeft
ons land nodig. Maar alsjeblieft: hou de polder heel en laten we samen
optrekken.
De heer Jetten (D66):
Met dat laatste ben ik het zeer eens. Daarom staan er ook uitgebreide
passages in het coalitieakkoord over het belang van de samenwerking met
de medeoverheden, met werkgevers en werknemers, en — als we straks nog
over het stikstofdossier te spreken komen — ook met landbouw- en
natuurorganisaties. We kunnen het namelijk niet alleen. We moeten dat
samen met hen doen. In de gesprekken die we hebben gevoerd, ook aan de
formatietafel, met vakbonden, met de VNO, met het mkb en vele anderen,
werd ook duidelijk door hen aangegeven "zorg dat die uitnodiging er
vroeg ligt, niet alleen over de AOW, maar ook over de uitkeringen, over
het minimumloon, over het ontslagrecht, over loondoorbetaling bij
ziekte". Zo hebben vakbonden en werkgevers allebei nog een hele hoop
andere ideeën, naast dit coalitieakkoord, over zaken waar wij het met
elkaar over zouden moeten hebben, over zaken waarover wij betere
afspraken moeten maken. Daar gaan wij snel mee aan de slag, omdat ik
echt geloof dat het opnieuw leven inblazen van dat overleg tussen
overheid en polder uiteindelijk de snelste manier is om veel mensen in
Nederland ook weer rust en zekerheid te kunnen bieden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik begin ook nog even met de AOW-leeftijd. Daar zijn inderdaad gewoon
keiharde afspraken over gemaakt en die worden nu allemaal van tafel
geveegd. Ik vraag mij echt af hoe de heer Jetten gaat samenwerken met
het maatschappelijk middenveld, terwijl datzelfde maatschappelijk
middenveld zegt dat onze afspraken, die we keihard op papier hadden
gezet, eigenlijk gewoon op één dag, de dag van de presentatie, niets
waard zijn gebleken.
De heer Jetten (D66):
Nogmaals, wij maken hier een keuze over hoe wij denken dat we de AOW op
de lange termijn voor iedereen in Nederland goed kunnen houden. De AOW
is een van de belangrijkste voorzieningen die wij hebben. Het voorstel
is om die vanaf 2033 aan te passen. Dat is niet iets wat wij hier
vandaag met één veeg van tafel halen en met elkaar besluiten. Daar heeft
deze coalitie niet genoeg zetels voor. We zullen dus de komende tijd
hard aan het werk moeten om met argumenten te laten zien waarom wij
denken dat dit verstandig is, samen met oppositiepartijen en samen met
de sociale partners. Daar zullen we hard mee aan het werk gaan. Ik hoor
hier in dit debat en ook in allerlei interviews in kranten en op tv
allerlei ideeën over hoe dat voorstel uit het coalitieakkoord beter of
anders zou moeten. Dat gaan wij rustig aanhoren om te kijken of we daar
met elkaar kunnen uitkomen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat was niet mijn vraag, dus ik beschouw dit ook niet als een extra
interruptie. Mijn vraag was: hoe gaat ...
De voorzitter:
Ze zijn niet gemaximeerd, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou ja, u doet het steeds in drieën; dat bedoel ik.
De voorzitter:
Ja, dat vind ik wel prettig. Een vierde keer mag hoor, maar ik wil een
beetje orde houden in het debat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dus er is gemaximeerd.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag was: hoe gaat de heer Jetten het vertrouwen van dat
maatschappelijk middenveld — ook de informateur zat er bovenop dat er
samengewerkt moet worden met de polder, zoals dat dan heet — herstellen
als deze optie wel in het coalitieakkoord staat?
De heer Jetten (D66):
Heel simpel: door zodra we aan het werk zijn die partners uit te nodigen
om met ons het gesprek aan te gaan, niet alleen over deze specifieke
maatregel, maar ook over het totaalpakket aan voorstellen dat we doen
ten aanzien van de arbeidsmarkt en de zorg. Op basis van de gesprekken
die we aan de formatietafel hebben gevoerd, weten we namelijk ook dat
werkgevers en werknemers nog allerlei andere ideeën hebben, die niet in
dit akkoord staan. Door daar een gezamenlijke agenda van te maken,
kunnen we die de komende maanden verder uitwerken en dan ook concrete
voorstellen aan het parlement doen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wens de heer Jetten daar heel veel sterkte mee, want tot nu toe
hebben de bonden hier woest op gereageerd.
Ik wil nu toe naar het eigen risico. Straks gaat dat €460 kosten, als we
de coalitieplannen mogen geloven. Het is nu al zo dat 28% van de mensen
zorg mijdt. Die hebben geen vervolgafspraken, die doen langer met hun
medicijnen, die stellen een behandeling uit waarvan die mensen overigens
zelf aangeven dat zij die echt nodig hebben.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De vraag is als volgt. Als de mensen die straks €460 gaan betalen, nu
met €385 al zorg mijden, komen er straks nog veel meer zorgmijders bij.
Daardoor gaan de zorgkosten uiteindelijk waarschijnlijk omhoog, omdat
die mensen niet eens meer naar de huisarts durven. Die is gratis, maar
die gaat wel doorverwijzen of medicijnen voorschrijven. Dat willen ze
juist niet, omdat ze bang zijn dat ze hun eigen risico niet kunnen
betalen. Daardoor worden die mensen uiteindelijk nog zieker of krijgen
ze later een diagnose, en moeten ze dan nog intensievere behandelingen
krijgen. Het is bekend dat dit gebeurt.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Hoe kijkt de heer Jetten hiertegen aan?
De heer Jetten (D66):
Ik begrijp de zorg van mevrouw Van der Plas. Dat is ook de reden dat we
voorstellen om het eigen risico te maximeren op €150 per keer. Als je nu
voor bepaalde behandelingen of een botbreuk of wat dan ook naar het
ziekenhuis moet, ben je in één klap dat eigen risico kwijt. Dat kan nog
vele honderden euro's meer zijn als je ervoor hebt gekozen om het eigen
risico vrijwillig te verhogen. Dat is een enorme bak geld, die mensen
dan in één keer moeten betalen, terwijl ze zich aan de voorkant vaak
niet eens realiseerden dat dat de betekenis is van dat eigen risico. Nu
maximaal €150 per keer voorkomt dat mensen in één keer voor torenhoge
kosten komen te staan. Ik vind dat sociaal. Ik vind dat rechtvaardig. De
verhoging van het eigen risico als geheel doen we vooral om te voorkomen
dat de zorgpremies de komende jaren nog verder stijgen. De zorgpremie is
gemiddeld al €159. De meeste mensen betalen nog veel meer. Dat is een
kostenpost waar mensen elke maand tegen aanhikken. Ik wil echt voorkomen
dat die de komende jaren nog verder omhoogschiet.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, het AZWA, was afgesproken
dat er remgelden op gezet zouden worden, dus dat er aanvullende middelen
zouden komen juist om de zorgpremie in de hand te houden. Daar zijn
afspraken over gemaakt. Ook die afspraken zijn kennelijk helemaal niks
waard, omdat nu het eigen risico straks omhooggaat. Ook hier worden dus
afspraken geschonden. Wat kan de heer Jetten daarover zeggen? Het Zorg-
en Welzijnsakkoord is, net als het pensioenakkoord, eigenlijk ook
opengebroken.
De heer Jetten (D66):
Nee, we gaan door met veel van de zorgakkoorden die de afgelopen jaren
gesloten zijn. We hebben tijdens de formatie echter ook met allerlei
mensen uit het zorgveld gesproken en die gaven aan: als we doorgaan op
de huidige weg, loopt de zorg de komende jaren compleet vast, door
personeelstekorten, door te lange wachtlijsten, door medicijntekorten,
doordat we heel veel zorg geven aan mensen die dat eigenlijk niet nodig
hebben en doordat we de verkeerde prikkels in het systeem hebben zitten.
De mensen met de grootste zorgvraag zijn eigenlijk het vaakst de sjaak,
omdat we hen te weinig, te laat of niet goed genoeg helpen. Veel van de
keuzes die we maken op het domein van gezondheid, hadden we ook gemaakt
als we in een andere tijd zouden leven en we niet die enorme
investeringen in een aantal andere terreinen zouden moeten doen. Deze
keuzes voor de zorg maken we intrinsiek gemotiveerd, omdat we geloven
dat het kostenstijgingen voorkomt, de bureaucratie in de zorg te lijf
gaat en de zorg voor mensen toegankelijk houdt.
De voorzitter:
De heer Jimmy Dijk.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, ik had nog één aanvullende vraag.
De voorzitter:
Nee ...
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik was niet gemaximeerd!
De voorzitter:
… nee, nee, nee, nee. De heer Jimmy Dijk. U heeft er vier gehad, mevrouw
Van der Plas. We moeten het een beetje hygiënisch houden. Als het in
vier keer niet lukt …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil nog één korte vraag stellen.
De voorzitter:
Blijft u dan even staan, maar we geven eerst de heer Jimmy Dijk het
woord.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Het ging hier net even kort over het pensioenakkoord en het verhogen van
de AOW-leeftijd, waar een akkoord over gesloten was. Laat dat een hele
goede eerste les zijn voor de shoppositie, die deelakkoorden wil gaan
sluiten. Dat is namelijk niet te doen, blijkt nu al. Dat is de eerste
les van Jetten I: geen deelakkoorden sluiten, want je krijgt een mes in
je rug. Dit is een langzaam mes, maar dat steekt wel het diepst.
Dan over naar degene die wint en degene die verliest bij dit akkoord.
Heeft de heer Jetten scherp wie de rekeningen betalen van al zijn
plannen?
De heer Jetten (D66):
Even los van de nogal zware woorden die werden gebruikt: twee derde van
de rekening wordt betaald door burgers en een derde door bedrijven. Dat
is de formule die we hebben gehanteerd. Dat is de formule die bekend is
en die door vele voorgaande kabinetten is gebruikt. Dat vinden we een
eerlijke verdeling van een aantal van de lasten die we de komende jaren
als samenleving zullen moeten dragen om een aantal hele belangrijke
investeringen te doen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Een AOW-leeftijd verhogen met de levensverwachting betekent voor een
schoonmaker, een buschauffeur of een bouwvakker dat die de AOW-leeftijd
misschien niet eens haalt en minder lang kan genieten van een pensioen.
Dat is wat anders dan een bankier die een bonus krijgt van D66 of een
topambtenaar die zo meteen meer mag verdienen dan de normen die daar nu
voor gelden. Sterker nog, u wil het gaan verhogen naar het voorbeeld van
Singapore, waar topambtenaren 1 miljoen tot 2,5 miljoen euro verdienen.
Dat zijn de mensen die minder last hebben van een stijgende
AOW-leeftijd. Een verhoging van het eigen risico naar €460, het
schrappen van de volledige huishoudelijke hulp, het korten op de
wijkverpleegkunde en het invoeren van de eigen bijdrage, het invoeren
van eigen bijdrages in de jeugdzorg, het verhogen van de huren, het
invoeren van een belastingboete op werken en dat dan een
"vrijheidsbijdrage" noemen: het treft de lagere en middeninkomens véél
meer dan het de hoge inkomens treft.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ziet de heer Jetten dat hij een akkoord heeft geschreven voor welgesteld
Nederland en dat anderen, de werkende klasse, hardwerkende mensen,
mensen die zorg en hulp nodig hebben, beboet, bestraft en
gedisciplineerd worden?
De heer Jetten (D66):
We kiezen ervoor om met een aantal gerichte maatregelen mensen die het
moeilijker hebben meer tegemoet te komen. Ik heb net al een aantal keren
de voorbeelden genoemd rondom chronisch zieken en gehandicapten en
armoedebestrijding. Dat doen we ook door de komende jaren weer 1,5
miljard per jaar te investeren in onderwijs en gelijke kansen. Dat doen
we door het nationaal programma voor leefbare wijken voort te zetten,
zodat we in de meest kwetsbare wijken de grootste investeringen doen, om
die mensen daar meer perspectief op het leven te geven. Zo zitten er
allerlei verschillende keuzes in. Dat is de zoektocht. Hoe zorgen we
ervoor dat we dit land veilig en welvarend kunnen houden? Hoe zorgen we
ervoor dat we de economie kunnen vernieuwen? Hoe zorgen we dat we in de
zorg op termijn veel meer gezondheid en preventie centraal zetten? Hoe
kunnen we op de weg daarnaartoe heel gericht, met honderden miljoenen,
de mensen helpen die het minst mee kunnen komen?
De heer Jimmy Dijk (SP):
In alles wat de heer Jetten heeft gezegd en uitgelegd, neemt hij eerst
een arm en geeft hij vervolgens een duim of twee vingers terug. Voor
chronisch zieken en gehandicapten weegt het schijntje dat u gereserveerd
hebt, 350 miljoen euro, nog niet half op tegen de kosten die mensen
maken. U noemt er één ding niet bij: de aftrekposten voor chronisch
zieken en gehandicapten, waar nu een bedrag van 618 miljoen euro voor
staat, schrapt u ook. Mensen met een chronische ziekte of handicap gaan
er zo meteen fors op achteruit. Dat geven alle patiënten- en
cliëntenorganisaties ook vandaag weer duidelijk bij ons aan. Ziet u niet
wat er gebeurt als u meer dan 10 miljard euro gaat bezuinigen op de zorg
voor onze ouderen, onze jongeren en onze gehandicapten en op onze
kraamzorg? Ziet u het niet? Weet u het niet? Vandaag heb ik ze nog
gesproken, hiervoor, bij de ingang van het Kamergebouw. Ze zijn boos,
verdrietig en wanhopig. U ziet het niet, meneer Jetten. U ziet het
gewoon niet.
De heer Jetten (D66):
Ook met de keuzes die we in dit coalitieakkoord maken, blijven de
uitgaven aan de zorg de komende jaren doorstijgen, alleen minder hard.
Dat is noodzakelijk. We hebben personeelstekorten. 49% van de mensen
moet langer dan nodig wachten op passende zorg. Als het gaat om de
huishoudelijke hulp: er zijn een hele hoop mensen in Nederland die die
prima zelf kunnen betalen. Daarom vragen wij van mensen met een groter
vermogen en een groter inkomen om die zelf te organiseren, zodat we de
wijkverpleging en ondersteuning kunnen richten op de mensen die het echt
nodig hebben. We stoppen met een hele hoop bureaucratie, met het elke
keer maar weer opnieuw indiceren van mensen en ze lastigvallen met een
of ander formulierenfetisjisme dat wij hier ergens in een toren hebben
bedacht. We geven weer vertrouwen aan de samenleving. We willen zorgzame
buurten. Daar investeren we ook fors in, zodat mensen met elkaar, met
wijkverpleegkundigen die ze kennen, de zorg kunnen organiseren die er
nodig is. We gaan de menselijke maat weer terugbrengen in een
doorgeslagen systeem waarin het alsmaar behandelen en doorverwijzen en
de financiële prikkels voor zorgverleners de afgelopen jaren
belangrijker zijn geweest dan de zorg die mensen echt nodig hebben. Dat
zijn de keuzes die we maken; daar sta ik ook volledig achter.
De voorzitter:
Tot slot, en graag via de voorzitter, meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit is het marketingpraatje dat past bij de 10,3 miljard aan
bezuinigingen op de zorg, die mensen kei- en kei- en keihard gaan raken.
Als u iets had gedaan aan de marktwerking in de zorg, dan was die
bureaucratie, dat gestold wantrouwen, niet nodig geweest. Maar dat doet
u niet: u privatiseert de zorg alleen maar verder. Het grote probleem
hiervan is het volgende. Dit treft mensen in de zorg. De AOW-leeftijd
wordt verhoogd, waardoor mensen boos worden, gefrustreerd raken en
wanhopig worden. Maar we hebben dit patroon ook al eerder gezien: in
Rutte II, III en IV zorgden draconische bezuinigingen voor wanhoop. Als
u wanhoop zaait, dan krijgt u er daarna iets veel ergers voor terug.
Heeft u enig idee wat u doet met de samenleving als u op deze manier
onze beschaving en onze solidariteit totaal afbreekt?
De heer Jetten (D66):
Ik heb de afgelopen tijd, tijdens werkbezoeken en dagen meelopen in de
zorg, ook heel vaak een hele andere wanhoop gezien, namelijk die van
mensen die met ziel en zaligheid elke dag binnen die zorg aan het werk
gaan en maar niet begrijpen waarom de politiek, de overheid en alle
bazen van die zorginstellingen in plaats van het schrappen van regels en
formulieren er elke keer weer een andere bij bedenken. Zij begrijpen
niet waarom we niet het vertrouwen geven aan de professional op de
werkvloer om zelf een inschatting te maken van het type zorg dat iemand
in de jeugdzorg of de ouderenzorg nodig heeft en waarom we altijd maar
die prikkels blijven inbouwen om verder doorverwijzen meer te belonen
dan iemand gewoon goed en preventief te helpen om langer gezond te
leven. Dat is de wanhoop die al jarenlang in het zorgveld leeft. Dan heb
ik het over de medewerkers.
De wanhoop is er ook bij patiënten en cliënten, die op veel te lange
wachtlijsten staan. Als je een lichte zorgindicatie hebt, ben je in de
jeugdzorg zo aan de beurt, omdat iemand daar geld mee kan verdienen,
maar met een zware indicatie trek je in de jeugdzorg altijd aan het
kortste end, omdat we die niet goed met elkaar hebben georganiseerd. Een
op de zeven jongeren zit nu in de jeugdzorg, maar wij gaan ervoor kiezen
om dit probleem voor een heel groot deel weer zelf, als samenleving, op
te pakken. We willen dit in het sociaal domein organiseren, met minder
marktwerking dus, zodat we met de jeugdzorg die we hebben, die zware
gevallen wél kunnen helpen. Dat is de keuze die we maken. Die gaat
hopelijk ook de wanhoop terugdringen. Zo kunnen we met elkaar weer
bouwen aan vertrouwen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar het geld voor de lange wachtlijsten voor de verpleeghuizen is
bijvoorbeeld van tafel gegaan. Wij hadden namelijk voor de ouderenzorg,
voor de moderne vorm van de bejaardentehuizen en ouderenwoningen,
structureel 600 miljoen euro geregeld. Daar wordt echt gewoon het mes in
gezet, met als gevolg dat ouderen die niet naar huis kunnen vanwege een
aandoening, maar ook niet in een woonzorgcentrum of in een verpleeghuis
terechtkunnen, in het ziekenhuis blijven liggen. Een ziekenhuisbed kost
€1.000 per dag. Dan praten we over ongeveer 180 miljoen euro per jaar
voor mensen die onnodig in een ziekenhuis liggen. Mijn vraag is dus: hoe
komt deze coalitie erbij om zo het mes te zetten in de ouderenzorg? Er
wordt dan gezegd dat sommige mensen die wijkverpleging makkelijk kunnen
betalen, maar inmiddels kunnen de middeninkomens dat ook niet meer. Hun
belastingen worden namelijk verhoogd, hun energierekening is verhoogd,
de boodschappenbijdrage gaat omhoog en er komt een suikertaks en een
bloementaks. Die kunnen dat straks dus helemaal niet meer betalen.
De voorzitter:
Ja, duidelijk, mevrouw Van der Plas. De heer Jetten.
De heer Jetten (D66):
Voor mij geldt — dat geldt voor het CDA volgens mij ook en ik denk
eigenlijk ook voor de VVD — dat ik het extra geld dat u noemt, waar u de
vorige keer op heeft ingezet, altijd onverstandig vond, omdat het de
verkeerde richting is. Veel mensen willen namelijk graag lang wonen op
de plek waar ze zich fijn voelen, in hun eigen huis of in hun eigen
bekende buurt. Daar zetten we volop op in, dus dat er woonvormen zijn
waar mensen prettig samen kunnen leven, waar mensen naar elkaar omkijken
en elkaar helpen, en waar je gerichte zorg geeft op de momenten waarop
dat nodig is en dat de mensen die het meest zorg nodig hebben die ook
kunnen krijgen. Dat is gewoon een fundamenteel andere kijk op vitaal
ouder worden en op ouderenzorg op een goede manier organiseren. Dat is
de keuze die wij hier maken. Dat is inderdaad een andere keuze dan die
van de BBB in het vorige kabinet.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mensen willen in hun eigen buurt blijven wonen en willen dat ook heel
graag in wat we vroeger het bejaardentehuis noemden. Dat was gewoon in
de buurt. Mensen groeiden op in die buurt. Die konden naar een
bejaardencentrum in de buurt. De zorg was daar dichtbij. Ze konden daar
eten. Ze hadden daar gewoon een compleet sociaal leven. Die
bejaardentehuizen zijn allemaal afgebroken, want men vond het geen goed
idee. Uiteindelijk bleek het wel een goed idee te zijn om daar een
moderne vorm voor terug te krijgen. Mensen hoeven niet per se in hun
eigen huis te wonen. Die willen vaak in hun eigen omgeving blijven
wonen. De 600 miljoen die wij structureel hadden uitgetrokken voor een
moderne vorm van wat wij vroeger de bejaardentehuizen noemden, is gewoon
weg.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Die ziekenhuisbedden blijven onnodig bezet, want die mensen kunnen niet
terug naar huis.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kan vragen "ziet de heer Jetten dit?", maar het antwoord is nee,
zoals het antwoord op de vraag van de heer Dijk "ziet u dit?" ook nee
is. De heer Jetten ziet het gewoon niet.
De heer Jetten (D66):
Ik heb gewoon niet dezelfde nostalgie als mevrouw Van der Plas over de
bejaardentehuizen van vroeger. Ik weet nog dat mijn grootouders
daarnaartoe moesten en ons smeekten: is er een ander alternatief? Er
zijn gelukkig tegenwoordig heel goede alternatieven. Er zijn heel goede
plekken waar wonen en zorg samenkomen, waar mensen heel hard aan het
werk zijn om mensen een heel mooie laatste tijd te geven. Er zijn ook
heel veel mooie initiatieven waar senioren samen wooncomplexen bouwen.
Ik kom even niet op de prachtige term daarvoor, maar ik ben in Groningen
bij zo'n locatie geweest waar tientallen stellen en singles samen een
prachtig complex hebben neergezet waar ze naar elkaar omkijken, waar ze
voor elkaar de boodschappen doen, waar ze huishoudelijke hulp delen en
waar de zorg op een goede manier langskomt. Dat zouden veel meer mensen
eigenlijk willen, maar daar hebben zulke ingewikkelde regels voor
gemaakt met elkaar dat het maar amper van de grond komt. Dus daar gaan
we werk van maken, zodat we de verzorgingshuizen hebben voor de mensen
die het echt nodig hebben en heel andere woon- en zorgvormen voor mensen
die dat in de wijk, in hun vertrouwde omgeving willen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik heb een vraag die geen geld kost, maar desondanks van groot belang
is. Een paar weken geleden presenteerde Open Doors de Ranglijst
Christenvervolging. 388 miljoen christenen worden wereldwijd vervolgd en
dat alleen maar omdat ze de Here Jezus na willen volgen. Het vorige
kabinet heeft op verzoek van mij toegezegd: als wij in een land zijn
waar dit speelt, met een minister van Buitenlandse Zaken of een minister
voor Ontwikkelingssamenwerking, dan zullen wij daar aandacht aan
besteden en gaan we ook bijvoorbeeld kerken of gemeenschappen opzoeken
waar dat speelt. Mijn concrete vraag aan de heer Jetten is of hij toe
kan zeggen dat zijn kabinet, dat na vandaag in de maak zal zijn, deze
lijn zal voortzetten.
De heer Jetten (D66):
Ja, want we kiezen met dit akkoord niet alleen voor forse investeringen
in defensie, maar ook voor de soft power die daar ook bij nodig is met
een investering in het postennetwerk van Buitenlandse Zaken en weer
extra geld voor ontwikkelingssamenwerking. Ik heb goed naar de heer
Stoffer geluisterd toen hij bij ons op de koffie kwam. Ik vind dit ook
belangrijk, dat Nederland in het diplomatieke proces heel duidelijk
aangeeft waar onze normen en waarden staan, wat we verwachten van de
landen waarmee we samenwerken en dat we het ook aandurven om ons uit te
spreken als er dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen. Dus dat
geldt voor onze diplomaten, een weer versterkt postennetwerk, en dat
geldt zeker kabinetsleden als ze op reis gaan, dat we daar niet alleen
naartoe gaan om zaken te doen, maar dat we dan ook af en toe, in de
vriendschappen die we met die landen hebben, zaken ter discussie stellen
waarvan wij vinden dat ze niet door de beugel kunnen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik had straks een interruptie waarin ik zei: als u op medische ethiek
stappen zet, dan scheidt ons dat. Als er op deze manier invulling aan
gegeven wordt, dan is dat wat ons betreft een uitgestoken hand die we
zeer waarderen. We zullen het kabinet telkens bevragen op welke manier
dat plaatsvindt en hoe dat gebeurt, maar dit antwoord stemt mij zeer
tevreden.
De heer Dassen (Volt):
Met alles wat er in de wereld gebeurt, hebben we een sterk en
daadkrachtig Europa nodig. Ik ben blij met de toon van het akkoord. Maar
waar is Europa krachtig? Dat is op het gebied van handel, want daarover
spreekt het met één mond. Daarop is het eigenlijk gefederaliseerd. Op
het gebied van buitenlandbeleid, defensie en industrie zijn we dat nog
niet. Ik vind dat dit akkoord nog onvoldoende stappen maakt om daar ook
echt naartoe te gaan. Wat me eigenlijk het meest verbaast, is dat het
lijkt alsof de 1,6 miljard die het kabinet-Schoof wilde bezuinigen op de
afdracht, niet wordt teruggedraaid. Ik wil aan de heer Jetten vragen of
dat klopt.
De heer Jetten (D66):
Nee, wij vinden het niet realistisch om die afdracht met dat bedrag naar
beneden te doen. Dat is inderdaad een afspraak uit het vorige akkoord.
Er lopen allerlei gesprekken in Europa over de afdrachten en ook over
het toekomstig Meerjarig Financieel Kader van de Europese Unie. U kunt
in dit akkoord lezen dat we als Nederland zullen inzetten op een forse
modernisering van de Europese begroting, zodat het geld vooral wordt
ingezet voor veiligheid, kennis en technologie, welvaart en de
klimaattransitie. Dat zijn echt de echte grote thema's, waarbij verdere
Europese samenwerking en integratie juist in het belang van Nederlanders
is. Daar hoort ook een realistische Europese begroting met een
realistische Nederlandse afdracht bij. De voorstellen die er nu liggen
van de voorzitter van de Europese Commissie, zijn voor Nederland niet
goed genoeg. Daarover gaan we de komende tijd de onderhandelingen aan,
zodat het ook een fatsoenlijke Europese begroting wordt.
De heer Dassen (Volt):
Dan vraag ik me even af waarom dat niet is opgenomen in de budgettaire
tabel. Het kabinet-Schoof heeft deze afdracht wel ingeboekt. Het CPB
zegt daarover dat het natuurlijk totaal onrealistisch is. Ik weet dat de
heer Jetten hier samen met mij aan de interruptiemicrofoon stond om aan
te geven dat dat bouwen op financieel drijfzand is. Zou dat dan niet
hierin opgenomen moeten worden, juist omdat je het terugdraait? Wat gaan
we dan wel investeren in de Europese Unie? Zou dat niet opgenomen moeten
worden?
De heer Jetten (D66):
U kunt in de financiële afspraken van het akkoord lezen dat we de
begroting op een aantal vlakken weer op orde brengen, onder andere door
de stabiele financiering van de asielketen nu in één keer goed te
regelen voor de komende jaren. Op basis van de ambtelijke adviezen weet
je namelijk zeker dat dit het bedrag is dat je de komende jaren nodig
hebt. Dan zijn er nog een aantal andere zaken, waaronder deze Europese
afdracht, die zich in de komende tijd voor kunnen doen. Als dat zo is,
zullen we dat bij Voorjaarsnota of Miljoenennota netjes met elkaar
regelen.
De heer Dassen (Volt):
Dan druk ik mij misschien niet helemaal goed uit, want die 1,6 miljard
is ingeboekt door het kabinet-Schoof. Ik ga er dus van uit dat de heer
Jetten van mening is dat we dat sowieso terug moeten draaien. Dat is een
zekerheid. Je zou die dan ook terugverwachten in de tabel. Over wat er
daarna nog extra bovenop komt, loopt nu een discussie in Europa, volgens
mij. Die moeten we met elkaar voeren om ervoor te zorgen dat we straks
een stevige financiële begroting op Europees niveau hebben. Maar die 1,6
miljard zou hier dan in terug moeten komen, want anders missen we die
gewoon.
De heer Jetten (D66):
Voor dit voorbeeld geldt dat zodra duidelijk is wat de Nederlandse
afdracht aan Europa moet zijn, we die met elkaar voor onze rekening
moeten nemen. Er spelen ook een aantal andere discussies in Europa,
onder andere door een veel sterkere economische groei dan eerder was
voorspeld en aanspraken die de Europese Commissie bij lidstaten maakt.
Dus nogmaals, zodra we weten wat de Nederlandse afdracht is en wat de
Nederlandse inzet is voor het MFK, zullen we die rekening netjes met
elkaar oppakken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Dat is een toekomstige discussie. Het kabinet-Schoof wilde bezuinigen op
de Nederlandse afdracht die er nu is. Dat is niet mogelijk. Dat staat
wel in de boeken. Ik had dan ook verwacht dat dit hierin terug zou
moeten komen, want dat is dan iets wat recht gedraaid moet worden,
volgens mij. Dat kost 1,6 miljard. Dat moet ook weer ergens van betaald
worden, lijkt me.
De heer Jetten (D66):
Er zijn niet vaak coalitieakkoorden waarin zo veel al aan de voorkant
wordt opgeschoond als nu in dit akkoord gedaan is. Dat vonden we ook
belangrijk, omdat je daardoor zo veel mogelijk met een schone lei kan
beginnen. Een aantal mogelijke mee- en tegenvallers zullen we bezien op
de momenten dat we daar bij de Voorjaarsnota een besluit over moeten
nemen.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik begreep dat er in de onderhandelingen veel is gesproken over asiel.
Dat lijkt me ook logisch, want dat is een ongelofelijk belangrijk
onderwerp voor Nederland en zeker ook voor JA21. Desondanks is datgene
wat er in het coalitieakkoord staat, een beetje vaag. Ik wil graag om
opheldering vragen. Er staat: "Wanneer het aantal mensen dat een
asielaanvraag doet in korte tijd fors stijgt, daarop niet kon worden
geanticipeerd en de asielketen bezwijkt onder de instroom, nemen we
aanvullende instroombeperkende maatregelen." Maar we bezwijken eigenlijk
nu al onder de asielinstroom. Daarom moet de Spreidingswet per se in
stand blijven om zo gemeenten te dwingen tot meer opvangplekken. We
kunnen het nu al niet aan. Mijn vraag is: wanneer is voor D66 concreet
het moment aangebroken waarop meneer Jetten zegt "dit trekt Nederland
niet meer; er zijn nú aanvullende maatregelen nodig"?
De heer Jetten (D66):
Het begint met de basis op orde krijgen door de implementatie van de
strengere asielwetten en het Europees Migratiepact, dat eraan komt, en
door stabiele financiering voor de hele opvangketen, zodat we niet meer
voor belachelijke bedragen cruiseschepen en hotels hoeven af te huren,
maar we het gewoon fatsoenlijk kunnen doen in kleinschalige
opvanglocaties, waar snel duidelijkheid komt over de vraag of je mag
blijven en waar we snel werk maken van taal en van het meedoen aan onze
samenleving. Ik geloof dat Nederland heel veel aankan als we de basis op
orde brengen. Wellicht zijn er in de toekomst onvoorziene situaties
waardoor een hele grote nieuwe vluchtelingenstroom tot stand komt, zoals
we eerder hebben gezien na het uitbreken van de oorlog in Syrië en
Oekraïne. Dan zul je met elkaar moeten kijken: kunnen we dat aan, op
welke manier wel en op welke manier niet, en welke extra maatregelen
zijn mogelijk om op dat moment te voorkomen dat de asielketen die weer
op orde is, weer overstroomt?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Wanneer is dat moment concreet
aangebroken? Bij welk aantal geldt voor D66: "Dit is te veel. Dit kunnen
we niet meer aan. Er zijn nu aanvullende instroombeperkende maatregelen
nodig"? Ik vraag om een concretisering. Ik hoor dat er al allemaal
maatregelen zijn en nog worden genomen. Dat zal wel, maar we kunnen het
nu al niet meer aan. Wanneer is voor D66 de grens bereikt om op te
schalen naar aanvullende instroombeperkende maatregelen? Voor JA21 was
dat gisteren, maar waar ligt die grens voor D66?
De heer Jetten (D66):
Volgens mij is dat iets wat je moet bezien op het moment dat zich elders
in de wereld onverwachte zaken voordoen, waardoor meer mensen de
noodzaak voelen om deze kant op te vluchten of te migreren. Dat hangt
van heel veel zaken af. We kennen allemaal de beelden van mensen die bij
Ter Apel in het gras moesten slapen. Dat was een vreselijk beeld. Als
Nederlander schaamde je je kapot dat we dat niet goed op orde kregen.
Dat lag voor een heel groot deel aan het feit dat we de asielketen niet
op orde hadden, dat er te weinig vaste opvangplekken waren en dat mensen
veel te lang moesten wachten op duidelijkheid over de vraag: kan ik in
Nederland blijven of moet ik terug? Door dat allemaal goed te
organiseren in de komende tijd voorkomen we hopelijk dat soort extreme
situaties, maar als die zich wel voordoen, dan zullen we moeten kijken
of we daar nationaal of Europees extra maatregelen voor kunnen treffen.
Dat is niet zozeer vast te pinnen op een bepaald getal of een bepaalde
situatie; dat zul je echt moeten bezien op dat moment.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik had zo gehoopt dat het antwoord iets zou zijn in de strekking van "de
grens is bereikt voor wat Nederland aankan" en niet "de grens is bereikt
voor wat de rest van de wereld nodig denkt te hebben". Dat is jammer,
maar goed. De heer Jetten heeft vaak gezegd: bij de volgende
verkiezingen zou het wat ons betreft niet meer over asiel moeten gaan,
omdat we dan in een situatie zitten waarin dat niet meer nodig is. Ik
probeer hier echt constructief in te zijn. JA21 wil daarbij helpen, want
wij willen dit ook. Maar als de simpele vraag welk resultaat aangaande
de instroom een succes is voor meneer Jetten zo in de lucht blijft
hangen, dan wordt het een ingewikkeld verhaal om met ons tot een
vergelijk te komen. Hoe zorgen we ervoor dat dit wordt opgelost met het
Nederlandse belang als uitgangspunt in plaats van dat het uitgangspunt
is: wie heeft ons allemaal nodig en wie wil hier allemaal naartoe
komen?
De heer Jetten (D66):
Natuurlijk is de vraag of we het aankunnen en op welke manier, ook
onderdeel van het gesprek. Dat geldt op meerdere vlakken. Kunnen we het
aan in de asielketen, in de opvang? Kunnen we het aan in de samenleving,
waarin we mensen opvangen? We hebben in de afgelopen jaren hele mooie
dingen gezien. We hebben in dit land veel Oekraïners opgevangen, vaak
buiten het systeem om. We hebben die mensen geholpen om heel snel aan
het werk te gaan, om naar school te gaan en om onderdeel te worden van
de Nederlandse samenleving voor zolang dat nodig is. En we hebben hele
slechte voorbeelden gezien van overvolle opvanglocaties, van enorme
overlast die we onvoldoende met elkaar hebben weten aan te pakken. Daar
zullen we echt heel veel werk van moeten maken. Ik vind het
asielhoofdstuk in dit coalitieakkoord eigenlijk een heel goed voorbeeld
van hoe je als partijen allemaal over je eigen schaduw heen kunt stappen
om goede afspraken te maken. Daar hebben we de strenge aanpak weten te
combineren met een menswaardige en rechtvaardige aanpak, die gericht is
op taal, werk en meedoen. Ik denk dat juist die combinatie enorm gaat
helpen in de komende jaren.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Een van de grote issues deze campagne was de grote woningnood. Heel veel
Nederlanders, zeker jonge Nederlanders, zijn op zoek naar een betaalbare
woning. Helaas gaat heel veel van het inkomen op dit moment op aan huur
of hypotheek. Ik ben blij te zien dat de coalitie op een aantal punten
echt stevige plannen neerzet, bijvoorbeeld voor een heel aantal
woningbouwlocaties, waarvan ik hoop dat ze door het hele land komen te
staan. Maar wat mij wel zorgen geeft, als ik kijk naar de waarschuwingen
van de woningbouwcorporaties en van Aedes, is hoe we ervoor zorgen dat
er genoeg gebouwd wordt juist in het segment van mensen met een kleinere
portemonnee. Is de heer Jetten bereid daarnaar te kijken, of zegt hij
dat wat in het financieel kader staat, het is? Ik vrees namelijk dat dat
gemixte bouwen, dus dat je én voor de kleine portemonnee én voor de wat
ruimere portemonnee bouwt, onder druk komt te staan in het huidige
financieel kader.
De heer Jetten (D66):
Woningbouwbeleid moet over meer gaan dan alleen maar stenen stapelen.
Dat gaat om hoe je fijne, kleine samenlevingen bouwt waar mensen een
thuis vinden. Woningcorporaties spelen daar gewoon een cruciale rol in,
omdat zij in de Nederlandse traditie al heel goed weten hoe je die
sociale huurwoningen bouwt op een manier dat het ook echt sociaal is. Er
ligt een grote opgave, niet alleen in het bouwen van meer sociale
huurwoningen op een aantal plekken, maar ook in het verduurzamen van de
bestaande woningen. Een verduurzaamd woonhuis leidt namelijk ook tot een
fors lagere energierekening en tot veel meer geld in de portemonnee van
de mensen die daar wonen. Woningcorporaties hebben aangegeven afspraken
die we de afgelopen jaren met voorgaande kabinetten hebben gemaakt niet
volledig te kunnen nakomen, vanwege allerlei gestegen kosten; dus vragen
zij het kabinet om steun. Ik denk dat niet iedereen had verwacht dat een
combinatie van deze drie partijen een paar honderd miljoen zou
uittrekken om woningcorporaties daarin tegemoet te komen. Het is wat mij
betreft straks aan de minister van Wonen om met Aedes, de
koepelorganisatie, te kijken hoe je met dit extra geld ervoor kunt
zorgen dat de verduurzaming en de nieuwbouw van noodzakelijke extra
huizen door kan gaan.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik denk dat hier te mager is begroot, maar het belangrijkste en
schrijnendste gezicht van die grote woningnood is de toename van
dakloosheid. Alleen al hier in Den Haag slapen elke nacht 300 kinderen
op achterbanken van auto's in garages. En het trof mij dat het woord
"dakloosheid" niet voorkomt in het huidige coalitieakkoord. Is collega
Jetten bereid dit te herstellen en ook een andere prioriteit te geven
aan die dakloosheid dan nu uit het coalitieakkoord spreekt?
De heer Jetten (D66):
Als het er niet in staat, is dat echt een omissie, want wij hebben het
aan de onderhandelingstafel zeker over dak- en thuislozen gehad. Daarbij
is ook de naam van mevrouw Bikker meermaals gevallen vanwege haar
jarenlange inzet voor deze hele kwetsbare groep. Vaak zijn het ook
mensen die totaal buiten hun eigen schuld in zo'n situatie terecht zijn
gekomen. Dat geldt voor een groot deel voor arbeidsmigranten die hier
onder allerlei valse voorwendselen naartoe worden gehaald onder slechte
contracten, en die veel te vaak op straat komen te staan. Daarom ben ik
ook blij met de keiharde afspraken die we rondom arbeidsmigranten in het
akkoord hebben opgenomen op advies van de commissie-Roemer en de SER. Er
zijn ook heel veel Nederlanders die om allerlei redenen dak- of
thuisloos kunnen worden. Ik denk dat ik namens allen spreek als ik zeg
dat we daar graag met u over doorpraten. Want ook voor ons is dat
natuurlijk een heel belangrijk onderwerp.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat is goed om te horen. Ook vind ik het goed om te merken dat er een
uitgestoken hand is. Ik dacht nog: hoe zal dat gaan, ook in de loop van
het debat? Ik dien daar graag een motie over in. Want wat mij het meest
trof in de afgelopen jaren dat ik hiermee bezig was, was het verhaal van
Mila in Amsterdam: een jonge moeder, die met haar baby in een auto woont
en die van de gemeente te horen kreeg "u krijgt geen urgentie, had u
maar andere keuzes in uw leven moeten maken en niet moeten beginnen aan
een gezin." Voor mij gaat medische ethiek over het hele leven, over de
pijn van mensen en wat voor samenleving we dan zijn. Ik hoop van harte —
ik heb dat ook gezien — dat de coalitie de rem erop zet qua medische
ethiek. Daar ben ik blij mee. Ik maak mij zorgen om de embryokweek, maar
daar komen we nog over te spreken. Ik voel wel mee met wat collega
Stoffer zei. Het gaat echter over het hele mensenleven. Bijvoorbeeld
dakloosheid kunnen we volgens mij Kamerbreed aanpakken. Dat mag geen dag
wachten.
De heer Jetten (D66):
Je mag inderdaad hopen dat als er één thema is waar we elkaar van links
tot rechts op kunnen vinden, het de aanpak van dak- en thuisloosheid is.
Zelf heb ik het afgelopen jaar zo'n 30 dak- en thuislozen gesproken. Elk
verhaal is weer totaal verschillend maar steeds snijdt het je door de
ziel. Het pijnlijke eraan vond ik dat de overheid vaak een rol had in
deze voorbeelden. Dan ging het om geen voorrang geven aan kwetsbare
groepen en mensen hard najagen als overheid bij allerlei financiële
problemen. We kunnen zelf dus ook heel veel doen om dak- en
thuisloosheid te voorkomen.
De heer Van Baarle (DENK):
In de afgelopen jaren stonden de heer Jetten en ik vaak tegenover het
vorige kabinet. De heer Jetten presenteerde zichzelf in de campagne als
het redelijke alternatief voor het vorige kabinet. Dan verbaast het mij
om in het coalitieakkoord te zien staan dat indien de
Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel worden
aangenomen, deze onverkort worden uitgevoerd. De heer Jetten zegt, D66
zegt de PVV-wetten te gaan uitvoeren, die antivluchtelingenwetten van
mevrouw Faber die ervoor zorgen dat de juridische bijstand voor
vluchtelingen wordt verminderd en dat de positie van vluchtelingen in
het gedrang komt. De heer Jetten zegt wel "wij zijn het alternatief voor
de PVV", maar die woorden zijn dan toch vrij weinig waard?
De heer Jetten (D66):
Dan moet de heer Van Baarle wel het hele hoofdstuk Asiel en Migratie
lezen. Daarin staat namelijk ook dat wij de positie van
VluchtelingenWerk op de COA-locaties weer verstevigen, dat wij daarvoor
geld uittrekken, en dat er op COA-locaties Meedoenbalies komen, zodat
nieuwkomers weten hoe ze een steentje aan de Nederlandse samenleving
kunnen bijdragen. Dan moet de heer Van Baarle ook even noemen dat we
vanaf dag één Nederlandse taallessen gaan aanbieden en dat nieuwkomers
straks na drie maanden aan het werk kunnen. Mensen willen dat namelijk
gewoon, want dat geeft ze voeldoening, daarmee kunnen ze voor zichzelf
zorgen. Een menswaardige aanpak om ervoor te zorgen dat mensen mee
kunnen doen. Ik zei het net ook al tegen mevrouw Van der Plas, het
hoofdstuk Asiel en Migratie is hét voorbeeld waarin drie totaal
verschillende politieke partijen over hun eigen schaduw heen zijn
gestapt om tot een pakket aan afspraken te komen dat streng maar ook
rechtvaardig is. Dat doen we ook omdat ik heb geluisterd naar iedereen
in de uitvoering bij COA en IND die zegt: geef ons rust, geef ons
voorspelbaarheid en geef ons stabiele financiering, zodat we het voor
Nederland gaan oplossen. Sneller duidelijkheid voor mensen, een
fatsoenlijke opvang zonder overlast en mensen die mogen blijven, laten
meedoen in de Nederlandse samenleving.
De heer Van Baarle (DENK):
Als je als D66 meegaat in die asielwetten van de PVV, dan ga je wat DENK
betreft gewoon door een ondergrens. Met die stappen waarmee de
juridische bescherming van vluchtelingen wordt afgeschaald en het voor
vluchtelingen moeilijker wordt om hun familie te laten overkomen en nog
veel meer, ga je gewoon door een ondergrens. Wat ons betreft is dat
zondebokpolitiek. Kijken we naar wat er nog meer in het coalitieakkoord
staat, bijvoorbeeld het gedeeltelijke verbod op gezichtsbedekkende
kleding. Dan heb je het over het, zoals het in de volksmond heet,
nikabverbod of het boerkaverbod. Dat is gewoon een-op-een een plan van
de heer Wilders. D66 zegt: daar gaan we harder op beboeten, dat verbod
gaan we handhaven. Het aanpakken van de financiering van moskeeën: zo
staat het letterlijk in het coalitieakkoord. Het toezicht op weekend- en
avondscholen: dan heb je het over scholen waar te goeder trouw mensen
religieus onderwijs geven, waaronder Koranonderwijs. Een zwarte lijst
van imams. Niet alleen wat betreft de wetten van mevrouw Faber, maar ook
op heel veel andere punten zie ik dat dit coalitieakkoord van D66 een
gedeelte van de agenda van de heer Wilders gaat uitvoeren en meegaat in
een agenda van wantrouwen. Ik vraag aan de heer Jetten: hoe kan hij dat
doen? Waarom tekent hij daarvoor?
De heer Jetten (D66):
Dit ga ik me niet laten aanpraten. De heer Van Baarle begon zijn eerste
interruptie met de stelling dat wij de afgelopen jaren heel vaak samen
bij die microfoons hebben gestaan om keihard te strijden tegen racisme
en discriminatie. Daar zal ik ook mee doorgaan. In dit coalitieakkoord
staan hele duidelijke afspraken over hoe we discriminatie en racisme op
de arbeidsmarkt, op de woningmarkt of waar dan ook in de samenleving
keihard gaan aanpakken. No-nonsense. In dit land beoordelen we mensen
niet op de groep waartoe ze toevallig zogenaamd behoren, maar gewoon op
hun individuele kwaliteiten, talenten en daden. Daar sta ik voor en daar
staat deze coalitie voor. Als je gelooft in individuele vrijheid en in
een pluriforme samenleving, dan moet je af en toe ook bereid zijn om
excessen aan te pakken. Als dingen over de schreef gaan, moet je een
norm stellen en zeggen: dit accepteren we niet, omdat de vrijheid van de
een stopt waar de vrijheid van een ander begint. Zo zijn de afspraken in
dit coalitieakkoord gemaakt. We beoordelen iedereen die zich in
Nederland bevindt op zijn daden, niet op zijn uiterlijk, afkomst of
geloof.
De heer Van Baarle (DENK):
Het zou geloofwaardig zijn als er in het coalitieakkoord dan ook
daadwerkelijk staat dat er fiks extra geld gaat naar de bestrijding van
discriminatie. Dat staat er niet in. Het wordt beleden met woorden, maar
niet met daden. We zien bijvoorbeeld ook dat het bestrijden van
moslimdiscriminatie niet één keer wordt genoemd in het akkoord van de
heer Jetten. Niet één keer wordt in het akkoord van de heer Jetten het
woord "moslimdiscriminatie" genoemd als iets dat we moeten bestrijden.
Die inzet zien we dus gewoon niet terug in het akkoord. Als je
maatregelen gaat doorvoeren zoals het aan banden leggen van de
financiering van alle moskeeën …
De heer Jetten (D66):
Dat doen we helemaal niet.
De heer Van Baarle (DENK):
Jawel. Het gaat om een verbod op financiering uit het buitenland. Als je
een zwarte lijst gaat invoeren en vrouwen die ervoor kiezen om zich
vanwege religieuze redenen op een bepaalde manier te kleden strenger
gaat beboeten, dan pak je geen excessen aan.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Dan maak je mensen verdacht en pak je hele groepen aan. Ik zeg tegen de
heer Jetten: ga niet mee in deze rechtse agenda van Yeşilgöz en Wilders.
Stop dit. Voer dit verdachtmakingsbeleid, dit integratiebeleid, niet
uit.
De heer Jetten (D66):
We gaan inzetten op een samenleving waarin iedereen kan en mag meedoen,
ongeacht waar je vandaan komt. Daar hoort een hele harde aanpak van
racisme en discriminatie bij. We weten wat we moeten doen. We moeten er
gewoon mee aan de slag. We gaan helemaal niet de financiering van alle
moskeeën verbieden. We gaan strenger toezien op financiering uit het
buitenland die wordt ingezet om op een foute manier te beïnvloeden. Het
bedreigt namelijk ook de vrijheid van Nederlandse moslims als zij door
allerlei foute krachten uit het buitenland worden beperkt in hun eigen
vrijheid van geloven en leven in dit land. Het zijn Nederlandse moslims
en daar kunnen we zelf voor zorgen. Daar hebben we geen financiering uit
Golfstaten voor nodig.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Een van de belangrijkste kenmerken van het neoliberalisme is het
mensbeeld dat succes een eigen keuze en een eigen verdienste is, en pech
en tegenslag eigen schuld, dikke bult zijn. "Blaming the victim" wordt
het dan genoemd. Hoe beoordeelt de heer Jetten zijn plannen om de WW,
voor als mensen hun baan kwijtraken, of de WIA, de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, zo fors in te korten dat mensen bij
een tegenslag nog een keer gestraft worden door dit kabinet? Hoe
beoordeelt hij die plannen?
De heer Jetten (D66):
Het begint bij de enorme investeringen die we doen in het onderwijs en
in een leven lang ontwikkelen, zodat we mensen de mogelijkheden geven om
zichzelf te ontwikkelen en bij te scholen. Zo ontstaan er allerlei
kansen om bijvoorbeeld veel beter van werk naar werk te gaan. De heer
Dijk noemt een aantal ingrepen die we doen in de WW en de WIA, maar op
dit moment is de werkloosheid in Nederland een van de laagste van
Europa. Het is nu vooral de vraag: hoe zorgen we ervoor dat we een veel
betere match krijgen tussen de baan waar je in zit maar misschien niet
meer in kan blijven, naar werk dat er wel is? We moeten dus veel eerder
investeren in mensen, zodat ze niet in die situatie terechtkomen. Het is
nu niet alleen een inkorting van de WW, maar ook een verhoging van de
WW-uitkering in de eerste maanden, om meer financiële rust te hebben op
een moment dat je je gewoon even onzeker voelt omdat je je baan
verliest. Bij de WIA is het eerlijke verhaal ook dat het nu in de
uitvoering compleet vastloopt. Mensen die hopen via de WIA of de IVA
geholpen te worden, moeten ellenlang wachten op duidelijkheid van het
UWV. In al die verloren tijd wordt er ook veel te weinig in die mensen
geïnvesteerd om te zorgen dat er ook weer nieuw perspectief ontstaat.
Hierin hebben wij niks zelf bedacht maar volgen we echt de adviezen van
allerlei experts, die waarschuwen: als je nu niet ingrijpt bij die WIA
is dat systeem onhoudbaar en dan zijn mensen pas echt slecht af.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is geen antwoord op de vraag. Het een hoeft het ander namelijk niet
uit te sluiten. Je kan de WIA verbeteren en je kan ervoor zorgen dat
mensen beter kunnen re-integreren, met betere begeleiding en betere
trajecten, maar dat betekent niet dat je moet korten op de uitkeringen
van mensen die nu in de shit zitten. Dat zijn mensen die hun leven lang
hebben bijgedragen, dit land draaiende hebben gehouden, onverhoopt
tegenslag krijgen en arbeidsongeschikt raken, en dan komt meneer Jetten
langs. Eigenlijk zegt u op dit moment: u bent niet geschoold genoeg om
ergens anders aan het werk te gaan. Dat is toch geen oplossing voor het
probleem? Het korten op de WW van mensen zorgt ervoor dat mensen van
boven de 50 jaar sneller in de bijstand terechtkomen. Het korten op de
WIA zorgt ervoor dat mensen in de armoede terechtkomen, terwijl zij hun
leven lang hebben bijgedragen. Het is het straffen, het disciplineren,
van hardwerkende mensen die ons land opgebouwd hebben. Waarom heeft u er
niet voor gekozen om die WIA, die uitkering, en de WW lekker in stand te
houden en uw eigen WW misschien iets in te korten of te kijken naar de
meest vermogenden in het land om ook maar iets, maar iets, bij te
dragen? Dat doet u allemaal niet. U paait de welgestelden en straft en
disciplineert de mensen die het land opbouwen.
De heer Jetten (D66):
We zeggen tegen die hardwerkende mensen dat we hen veel eerder gaan zien
en gaan helpen, dat we in hen blijven investeren, hoe vroeg of laat ze
ook van hun opleiding af zijn gekomen. Het gaat erom dat als je ooit
voor de situatie komt te staan dat je werk verandert of je werk
verdwijnt, je niet dan pas hoeft aan te kloppen bij de overheid, maar
dat de overheid je al veel eerder heeft geholpen. Dat is wat we doen.
Wij gaan onze ogen niet sluiten voor een compleet vastgelopen uitvoering
rondom de WIA, waarbij iedereen die ermee te maken heeft ervoor
waarschuwt dat als het zo doorgaat, het één grote bende wordt. Dat kan
je echt niet maken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Jetten ontwijkt de vraag. Het gaat niet over een vastgelopen
systeem. Dat erkennen veel meer mensen. Daar moet iets gebeuren. Maar
dat betekent niet dat je de uitkeringen hoeft te korten. Dat pretendeert
namelijk dat mensen onnodig die uitkering krijgen op dit moment en dat
die te hoog zou zijn. Dat korten op die uitkering brengt mensen direct
in de problemen. Dus voordat u denkt te kunnen gaan korten op
uitkeringen, wat u niet zou moeten doen, zou u inderdaad kunnen gaan
kijken of u mensen kan gaan scholen. Dat kan inderdaad. Dat is heel goed
om te doen, meer begeleiding. Maar daar hoeft u niet op te korten.
Hetzelfde geldt voor de bezuinigingen op de zorg.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Als u geld zou willen besparen op de zorg, pak dan die marktwerking aan,
pak dan die fraude aan. Maar pak dan niet de zorg af van ouderen, van
wie een op de drie op dit moment al onvoldoende zorg krijgt. Die
bezuinigingen lossen de problemen niet op, meneer Jetten, maar maken ze
erger en zorgen ervoor dat niet de veranderingen kunnen plaatsvinden die
de zorg beter maken. Dat bleek tien jaar geleden, na Rutte II, en dat
zal nu weer blijken.
De heer Jetten (D66):
Nogmaals, we kiezen daarbij voor veel meer gezondheid en preventie
centraal stellen. Dat zijn inhoudelijke keuzes in hoe je de zorg in
Nederland wil organiseren. Op het gebied van de arbeidsmarkt willen we
meer in mensen investeren om te voorkomen dat mensen onnodig lang langs
de kant blijven staan.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Jetten doet steeds hetzelfde. Hij komt met "we gaan", maar nog
voordat de maatregelen ingevoerd zijn, zoals preventie in de zorg, waar
ik erg voor ben, wordt erop bezuinigd. Je moet niet gaan bezuinigen
voordat je maatregelen op preventie hebt genomen die werken. Dit is
exact hetzelfde patroon als het sluiten van de verzorgingshuizen en het
bezuinigen op de huishoudelijke hulp, wat in 2010 en in 2014 gebeurde
onder de kabinetten-Rutte. Dat heeft een veldslag veroorzaakt en de
problemen in de zorg nu veel groter gemaakt, waardoor de kosten hoger
zijn. U herhaalt exact wat Rutte heeft gedaan.
De heer Jetten (D66):
Nee, want toen ontbraken al die investeringen die ook nodig zijn. Dat
was vooral heel veel bezuinigen en veel te weinig investeren in de
samenleving. Van die fout hebben we echt met z'n allen geleerd.
De voorzitter:
De heer Klaver. Neenee, meneer Dijk, de heer Klaver krijgt het
woord.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
We hebben een kleine indruk gekregen van hoe deze kabinetsperiode eruit
gaat zien met het voortdurend zoeken naar de verschillende meerderheden
die nodig zijn voor al die plannen. Ik wil terugkomen op de
AOW-leeftijd. Volgens mij heeft de heer Jetten in dit debat gehoord dat
iedereen, van links tot rechts, van de PVV tot de SP en alles ertussen,
zegt: die AOW-leeftijdsverhoging moet je niet doen. Een aantal partijen
hier, de ChristenUnie, 50PLUS en wijzelf, hebben aangegeven: wij zijn
bereid om zaken te doen met dit kabinet, maar hiermee tasten jullie een
afspraak uit het pensioenakkoord aan, waar wij in onze huidige rol of in
vorige rollen bij betrokken zijn geweest. Dit is niet een probleem van
de ministers straks. Dat is wel zo bij al die andere plannen, maar hier
niet. Dit is iets wat de coalitiepartijen hebben afgesproken. Meneer
Jetten, dit debat gehoord hebbend en wetend dat u op zoek bent naar
meerderheden en dat er partijen zijn die hun hand uitreiken: bent u
bereid om nu te zeggen dat jullie deze maatregel niet hadden moeten
opschrijven en dat jullie deze eruit halen?
De heer Jetten (D66):
Dit debat is er, zodat drie partijen kunnen verdedigen waarom ze een
coalitieakkoord hebben afgesloten en wat daarin staat. Het is ook het
debat waarin oppositiepartijen duidelijk kunnen maken hoe ze ertegen
aankijken, wat ze goede plannen vinden en wat ze minder goede of slechte
plannen vinden. Dat is in de eerste anderhalf uur duidelijk geworden.
Dat de AOW-leeftijd een heet thema gaat zijn de komende tijd, is
duidelijk. Daarbij heb ik verschillende signalen gehoord, namelijk "doe
het helemaal niet", "heb oog voor de zware beroepen", "doe het op een
andere manier". Dat is precies het gesprek dat we de komende tijd met
elkaar zullen moeten voeren.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Als dat dit debat is: de coalitie verdedigt haar plannen, de oppositie
zegt wat ze willen en we gaan vrolijk door met alles wat er stond … In
mijn ogen is dit ook juist een kans om hier te luisteren naar wat de
oppositie belangrijk vindt en hier wel degelijk stappen te zetten, ook
vandaag al. Als ik kijk naar de AOW-leeftijd, gaat het niet alleen over
de inhoud daarvan, maar over het feit dat een afspraak uit het
pensioenakkoord wordt geschonden en dat de heer Jetten van ons hier in
de Kamer vraagt om akkoorden te sluiten. In het pensioenakkoord zijn we
akkoord gegaan met zaken die voor ons ook pijnlijk waren. Toch deden we
dat. Dat hoort nou eenmaal bij compromissen sluiten; het is niet alleen
maar feest. Maar wat er over de pensioenleeftijd is afgesproken, was
voor óns belangrijk. Die afspraak haalt u er nu uit. Dit is dus het
signaal: als wij het zoet binnen hebben, dan pakken we het zuur ook nog
even mee. Daarom stel ik nogmaals mijn vraag. Dit gaat voor mij niet
alleen om het inhoudelijke punt dat hier ligt, maar ook om de manier
waarop je omgaat met afspraken. Bent u bereid om te zeggen: sorry, we
hebben hier een fout gemaakt, ik snap dat hier het verkeerde signaal van
uitgaat en we halen de fout eruit?
De heer Jetten (D66):
Dit is een beetje een herhaling van het debat dat we daarstraks al
hebben gehad, maar ik wijs op de eerste interruptie van de heer Klaver:
deze drie partijen maken duidelijke keuzes, maar hebben in deze Kamer 66
zetels. Wij zullen met alle plannen die we hier vandaag presenteren,
continu op zoek moeten naar steun en draagvlak in het parlement en in de
samenleving. Dat is geen eenzijdige keuze; dat is de richting die we
aangeven en het werk dat we de komende tijd voor ons hebben. Dit debat
is heel nuttig. Ik heb heel goed gehoord — ik zie het ook aan de
gezichten van mevrouw Yeşilgöz en de heer Bontenbal — wat de waarden,
prioriteiten en accenten van de oppositiepartijen zijn. Daar zullen we
ons de komende tijd toe moeten verhouden. Daar zullen we mee aan het
werk moeten. Dat gaan we doen zodra er ook daadwerkelijk een kabinet op
het bordes heeft gestaan en de ministers beëdigd zijn. De ministersploeg
zal samen met de fractievoorzitters van die coalitie op zoek moeten gaan
naar steun of zal de plannen moeten bijstellen.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp op al die andere punten dat de ministers dat moeten gaan
doen. Dit gaat mij om een afspraak van deze drie coalitiepartijen;
daarom blijf ik er in dit debat op hameren. Het gaat namelijk om het
feit dat jullie een afspraak uit het pensioenakkoord … Het gaat erom dat
jullie gewoon het pensioenakkoord torpederen. Dat is niet straks de
verantwoordelijkheid van de ministers in de uitvoering, maar van u,
meneer Jetten, zeg ik via de voorzitter. Daarom spreek ik u erop aan en
is het wel degelijk iets van dit debat. Het is iets van deze fracties,
iets van het coalitieakkoord. Inderdaad, dit is slecht voor het
draagvlak, omdat het slecht is voor het vertrouwen dat wij kunnen hebben
in de vraag op wat voor manier wij afspraken kunnen maken over de
langere termijn. Dat zal op heel veel onderwerpen moeten. Ik heb er
vertrouwen in, hoor, dat de meerderheid dit echt wel gaat tegenhouden.
Het interessante is namelijk dat de coalitie geen meerderheid heeft en
de oppositie wel. We zullen dat wel degelijk tegenhouden, maar bij een
nieuwe politieke cultuur hoort ook dat we niet altijd onze spierballen
hoeven te laten zien, dat het niet altijd alleen maar hoeft te gaan over
het kunnen mobiliseren van een meerderheid en dan iets van tafel kunnen
krijgen. Het kan ook zijn dat u aanvoelt wat hier gebeurt en dan vanuit
uzelf zegt: dit gaan we niet doen, want ik begrijp dat dit niet goed is
voor het draagvlak.
De heer Jetten (D66):
Ik zie in dit debat geen overdreven spierballen in de interrupties of
vanuit ons drieën.
(Hilariteit)
De heer Jetten (D66):
Nee, ook zeker niet van de heer Wilders; ik zie hem nu immers opstaan.
Het is een oprechte zoektocht naar de vraag wat we inhoudelijk
verstandige keuzes voor het land vinden; dat is oprecht een zoektocht.
Wij zijn er met die drie coalitiepartijen van overtuigd dat we daarnaar
moeten kijken in een samenleving die steeds vitaler oud wordt en waar
steeds minder jonge mensen onze sociale zekerheid overend moeten houden.
Er zijn ook allerlei adviezen gedaan over andere ingrepen rondom
ouderdom, AOW en pensioen waar we heel bewust níét voor hebben gekozen,
omdat we denken dat die te gortig zijn en op nog veel meer weerstand
zullen stuiten. Vanuit dat vertrekpunt hebben wij deze keuzes gemaakt.
Nogmaals, de wijze waarop dit debat verloopt, geeft ons ook helder
inzicht in waar uw prioriteiten liggen en in de opdracht voor de komende
tijd.
De voorzitter:
Heel kort, meneer Klaver en dan meneer Wilders.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Ik weet niet of ik het een geruststelling vind dat het nog
heftiger had gekund op zorg en dat die opties überhaupt over de tafel
zijn gegaan. Het gaat over het signaal dat je afgeeft door de
AOW-leeftijd in dit akkoord te zetten. Als je niet begrijpt dat het
signaal hiermee is dat we na een paar jaar wel zullen zien wat er
gebeurt met een afspraak die met ons is gemaakt … Dat is het signaal. U
heeft uw mond vol gehad van een nieuwe politieke cultuur. Die is
verdraaid hard nodig hier in dit parlement. Wij willen daaraan
bijdragen, juist door achter deze maatregel uit het pensioenakkoord te
blijven staan en die te verdedigen met "dat vinden wij" … Ik weet dat u
dat vond; dat vond u namelijk ook de vorige keer, toen we over dat
pensioenakkoord onderhandelden. Het signaal dat u afgeeft, is: een
afspraak met mij staat niet; een afspraak is niet een afspraak en u moet
maar zien of een afspraak over een tijdje nog staat. Dat is een verkeerd
signaal aan de oppositie.
De heer Jetten (D66):
Nogmaals, het is een keuze die we maken voor 2033 en verder. Het is ook
geen eenzijdige keuze, omdat we die simpelweg niet kúnnen maken met de
66 zetels waar deze coalitie op rust. Dus ook hier zullen we aan het
werk moeten.
De heer Wilders (PVV):
Ik ben na die interrupties van de heer Klaver toch benieuwd. U weet dat
van mij het hele akkoord niet hoeft. Daar is het mij dus niet om te
doen, maar ik vraag me wel iets af. Stel nou dat er vandaag een motie
wordt ingediend die zegt dat de plannen van de drie coalitiepartijen
over de AOW geen steun hebben — dat zijn nu alleen maar
spreekt-uitmoties, maar het zijn wel, als zij worden aangenomen,
uitspraken van een meerderheid van de Kamer — wat gaat u dan doen? Zegt
u dan als democraat: dat is een meerderheid van de Kamer; wij passen het
aan? Of zegt u als niet-democraat: we hebben daar lak aan en we gaan
gewoon door?
De heer Jetten (D66):
We voeren hier vandaag volgens mij met elkaar een mooi debat over een
coalitieakkoord waar wij met z'n drieën vol vertrouwen de handtekening
onder hebben gezet. In dit debat wordt duidelijk wat de inzet van de
oppositiepartijen is voor de komende jaren. We gaan aan het eind van de
dag zien of er moties worden aangenomen en, zo ja, welke. De
eerstvolgende stap is een kabinet samenstellen dat de komende jaren aan
het werk kan. Vanuit de drie fracties is het coalitieakkoord de opdracht
die we aan hen meegeven. Het nieuwe kabinet zal zich ook moeten
verhouden tot uitspraken van de Kamer en dan moeten besluiten wat
daarmee te doen.
De heer Wilders (PVV):
Dat is, denk ik, geen antwoord, of een antwoord dat betekent dat u zich
er niets van aantrekt. Een antwoord zou als volgt kunnen zijn. Ik ben
van Democraten66. Er ligt een meerderheid van de Kamer, die niet het
kabinet aanspreekt, maar als Kamer een uitspraak doet over het AOW-plan.
Dat zou een meerderheid kunnen zijn. Wat doet u dan? Het is niet gericht
aan het kabinet. Het is gericht aan onszelf en dus ook aan u. Zegt u
dan: "Oké, ik was niet van plan me er nu aan te houden, maar als er een
Kameruitspraak ligt, zullen wij ons met z'n drieën bezinnen of we het
aanpassen voordat het kabinet wordt beëdigd"? Of zegt u: "Daar heb ik
lak aan; een Kameruitspraak mag belangrijk zijn, maar nu ligt er een
akkoord en dat is voor ons belangrijker dan een meerderheid van de
Kamer"?
De heer Jetten (D66):
Kameruitspraken zijn altijd belangrijk, maar ik vind de belofte die we
in het akkoord doen ook belangrijk, namelijk dat we de komende maanden
met sociale partners om tafel willen gaan om over het brede pakket aan
maatregelen voor de arbeidsmarkt gezamenlijke afspraken te maken. Dat
zullen we de komende tijd gaan doen. Daar nemen we Kameruitspraken in
mee. Daar nemen we de ideeën en voorstellen van werkgevers en werknemers
in mee. Dan zal er een moment komen dat het kabinet een concreet
voorstel aan uw Kamer voorlegt. Of dat voorstel 100% is wat er in het
coalitieakkoord staat of een aangepast voorstel op basis van de
gesprekken die met oppositie en polder zijn gevoerd … Dat laatste zal
regelmatig logisch zijn als je wil dat voorstellen uiteindelijk een
meerderheid in deze Kamer halen.
De heer Wilders (PVV):
Meneer Jetten komt er toch niet lekker uit. Het is geen lekker antwoord.
Ik heb al twee keer gezegd: een motie van de Kamer die zegt "spreekt
uit", is helemaal niet aan het kabinet gericht. Zulke moties mogen wij
helemaal niet indienen bij dit debat. Het is gewoon een Kameruitspraak.
Als u een echte democraat bent, dan zegt u: "Als een Kamer in
meerderheid, ook tegen ons drie als aanstaande coalitiepartijen, zegt
dit niet te willen, dan ben ik een democraat en dan doen we het niet."
Dan ga ik naar mijn collega's van de VVD en het CDA en dan zeg ik: "Ik
ben van D66; het woord 'Democraten' zit in mijn naam. Ik ga dat niet
doen, want een Kamermeerderheid wil dat niet." Het heeft niets met
democratie te maken dat u nu zegt dat u het op de grote hoop gooit en
dat een nieuw kabinet daar ook naar moet kijken. Moties voeren we hier
uit, ook als ze aan elkaar gericht zijn. Als u dat niet doet — ik zweer
het u — dan krijgt u het nog honderd keer moeilijker dan u het nu al
heeft. Het afgelopen uur ging namelijk niet lekker. Het ging niet
makkelijk. U komt er nu ook weer niet lekker uit. Als u nog een beetje
respect van de Kamer wil houden op dit punt, dan volgt u een eventuele
Kamermeerderheid. Als u dat niet doet, meneer Jetten, dan bent u niet
alleen geen democraat, maar dan valt u ook op het punt van de AOW door
de mand.
De heer Jetten (D66):
Het is wel fascinerend dat de eenmanspartij van de PVV nu mij gaat
verwijten een antidemocraat te zijn.
(Geroffel op bankjes)
De heer Wilders (PVV):
Ja, het is moeilijk, hè. U heeft het moeilijk …
De voorzitter:
Neeneenee, meneer Wilders, meneer Wilders, de heer Jetten heeft het
woord.
De heer Jetten (D66):
Nee, dat was toch ook een klein beetje uitlokking.
De voorzitter:
Ja, u vervolgt.
De heer Jetten (D66):
Wat deze drie partijen hebben gedaan tijdens de kabinetsformatie, is
volgens mij niet eerder vertoond. We hebben namelijk alle partijen in
deze Kamer uitgenodigd om bij ons op gesprek te komen. Er is één iemand
niet gekomen. Die zit daar. Wat ik daarmee wil zeggen, is dat deze
coalitie vanaf het eerste moment laat zien dat we ons realiseren dat wij
het initiatief zullen moeten nemen voor samenwerking. Wij zullen het
initiatief moeten nemen voor het bouwen van meerderheden. Dat zullen we
de komende tijd doen. Als de Kamer in meerderheid uitspraken doet over
onderwerpen die de oppositie belangrijk vindt, dan zullen we dat
meenemen in het werk dat we de komende jaren te verzetten hebben.
De voorzitter:
Meneer Wilders, kort.
De heer Wilders (PVV):
Jij-bakken mag, hoor; dat doe ik ook weleens. Dat is ook hartstikke
leuk. Maar u heeft het wel moeilijk als u dat nodig heeft. U heeft het
er wel moeilijk mee dat ik niet kom als ik uitgenodigd word, dat het een
eenmanspartij is. Het gaat nou over u. Het gaat nou over u. Ik stel u
een gewone vraag en ik krijg gewoon geen eerlijk antwoord. De vraag is
als volgt. Een motie die zegt "de Kamer spreekt uit" is geen motie. Dus
houd op met zeggen: we gaan er als kabinet naar kijken en later … Daar
is die motie namelijk niet voor bedoeld. De motie is gericht aan
onszelf, aan Nederland. De Kamer heeft een mening in meerderheid. Stel
dat die mening is dat het AOW-voorstel geen doorgang moet krijgen. Dan
bent u een vent en dan bent u een democraat als u zegt: dan gaan we dat
niet doen. Als u gaat draaien en draaien en jij-bakken naar de PVV en
naar mij — dat mag allemaal — dan verhult u niet dat u dan een slappe
democraat bent.
De heer Jetten (D66):
We hebben de afgelopen weken keihard onderhandeld om tot dit
coalitieakkoord te komen. We zouden ook alle drie geen knip voor de neus
waard zijn als we vandaag niet gewoon volmondig verdedigen waarom wij
denken dat wat wij hier met elkaar hebben afgesproken, nodig is.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik wil hier toch op doorgaan. Hartelijk dank voor de uitnodiging en dat
wij langs mogen komen. Ik vind dat je altijd langs moet gaan; de heer
Wilders en ik verschillen daarin van mening. Laten we echter niet doen
alsof daar de nieuwe cultuur begint. Ik geloof dat we daar een halfuur
of drie kwartier met elkaar hebben gesproken. Het is niet zo dat we daar
het hele regeerakkoord hebben doorgenomen of dat we daar grote
inhoudelijke punten hebben besproken. Het is ook niet zo dat u daar
heeft gezegd: "weet u wat, wat vindt u er nou van als we het
pensioenakkoord gaan doorbreken". Het was vooral bedoeld om aan heel
Nederland te laten zien: kijk eens, good vibes only en we nodigen nieuwe
mensen uit om te komen praten. Ik doe daar graag aan mee, want het zijn
allemaal stappen op weg naar een nieuwe politieke cultuur. Maar die
echte nieuwe politieke cultuur zou vandaag kunnen starten. De heer
Jetten zegt nu: wij verdedigen wat we hebben en de rest van de Kamer
geeft aan wat die wil. Maar we zouden het toch anders gaan doen?
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Gaan we het dan ook echt anders doen vandaag? Als ik hier naar de Kamer
kijk, dan zou het inderdaad zomaar kunnen dat een Kamermeerderheid zegt
om dit niet op de AOW te doen. Dat kan. We kunnen u daartoe dwingen via
een motie. Maar alstublieft, zeg nou gewoon zelf dat jullie dit verkeerd
hebben ingeschat, dat het een verkeerd signaal is en dat jullie het niet
doen. U bent straks de leider van het kabinet. U bent nu de leider van
deze coalitie. Zet deze stap. Pak de hand aan die nu vanuit de Kamer
wordt uitgestoken.
De heer Jetten (D66):
Het zal even wennen en zoeken worden met elkaar. Hoe verhoudt de
minderheidscoalitie zich tot de rest van de Kamer? We gaan dat de
komende tijd met elkaar ontdekken. Wij gaan natuurlijk serieus kijken
naar uitspraken die een meerderheid van de Kamer doet. Maar het begint
ook met de duidelijke keuzes die wij hier hebben gemaakt. We gaan de
komende tijd met de uitwerking daarvan aan de slag, samen met de
oppositiepartijen en samen met het maatschappelijk middenveld. Zo simpel
zie ik het voor me.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat is zoals het altijd ging. Dit is precies zoals het altijd ging. In
al die andere debatten die we hebben gehad wanneer er een nieuwe
coalitie stond, werd er ook altijd op deze manier gesproken. Dan werd er
ook gezegd dat de coalitie het gesprek aan zou gaan en met het
maatschappelijk middenveld ging spreken. Er is één verschil. Deze
coalitie heeft geen meerderheid. U bent opzoek naar meerderheden hier in
het parlement. U heeft terecht gezegd dat een nieuwe cultuur ook vraagt
om een opstelling van de oppositie die bereid is om samen te werken. Ik
hoef niet in herinnering te brengen hoe mijn partij is behandeld aan de
formatietafel. En toch zeggen wij: wat gebeurd is, is gebeurd; zand
erover, want we moeten dit land verder helpen. Het eenzijdig doorbreken
van afspraken die we eerder, jaren geleden, hebben gemaakt op het
pensioenakkoord, is echter het verkeerde signaal. Dat is het verkeerde
signaal aan ons, maar vooral ook aan Nederland. Het is bijna een oproep:
doe dit niet. Dit zou een valse start zijn van dit kabinet.
De heer Jetten (D66):
Het is wel degelijk anders. Bij voorgaande debatten over
coalitieakkoorden zat er namelijk een coalitie met vaak een ruime
meerderheid. Die coalitie hoorde dan de hele dag de inbreng van de
oppositiepartijen aan en dacht: het zal allemaal wel, we stemmen het
toch met een meerderheid weg. Nu zitten we in een situatie waarin 66
zetels dit coalitieakkoord steunen. Ons zal altijd nederigheid passen.
Wij zullen altijd het initiatief moeten nemen om samenwerking op te
zoeken. Dat is heel duidelijk en dat is echt heel anders dan wat we de
afgelopen jaren hier in Den Haag met elkaar gewend zijn geweest.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik was ook langs geweest. Ik begreep dat iedereen het heel erg leuk en
gezellig vindt om te horen wat ik ervan vind, dus het was meteen een
verhoging van de feestvreugde. Ik wil hier wel herhalen wat we toen
gewisseld hebben. Het ging niet alleen over het voorbeeld van het
verhogen van de AOW-leeftijd, waar gewoon een afspraak over is, maar ook
over waar we als kabinet of Kamer minimaal toe zijn verplicht in verband
met internationale afspraken, het Klimaatakkoord, de natuur en het
internationaal recht. Ik vind dat de Kamer daar niet om zou hoeven
moeten smeken. Dat moet vanuit de coalitie zelf op het minimumniveau
zijn gebracht. Dat zie ik niet en daar heb ik nu zorgen over. We zien
namelijk dat het op financieel gebied een totaal neoliberaal VVD-akkoord
is geworden. Geen winstbelasting ...
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou, ik heb me even ingehouden, voorzitter, maar ik wil heel graag mijn
zorg uiten en ...
De voorzitter:
Dit is een interruptie. U heeft ook nog een bijdrage in eerste
termijn.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
... vervolgens een vraag stellen, als dat kan.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn zorg zit 'm hierin: er wordt hard bezuinigd en de rijken worden
volledig ontzien. Zal het zo zijn dat deze minderheidscoalitie naar de
Kamer gaat met plannen voor klimaat die niet voldoen aan de
Parijsafspraken, met plannen voor de natuur die niet voldoen aan wat we
internationaal hebben afgesproken en dingen die te maken hebben met
internationaal recht? Moeten we dan kiezen tussen of "de bezuiniging
gaat eraf" of "we krijgen erkenning van Palestina"? Moeten we kiezen
tussen of "er komt een miljonairsbelasting" of "we gaan de natuurdoelen
daadwerkelijk halen"? Is dit hoe we het gaan doen?
De heer Jetten (D66):
Zo'n of-ofbenadering zie ik niet voor me. Ik ben blij dat mevrouw
Ouwehand klimaat en natuur aanstipt. Het zou zonde zijn als die
onderwerpen in dit debat niet aan de orde komen. Er moet heel veel
gebeuren om onze biodiversiteit te beschermen, om onze waterkwaliteit te
verbeteren, om ervoor te zorgen dat Nederland bijdraagt aan het
terugdringen van klimaatverandering. Daarin is Nederland de afgelopen
jaren te veel in de stilstandmodus gekomen. We trekken dus weer serieus
geld uit. Er komen een aantal nieuwe normeringen. Er komt veel
duidelijker beleid voor de bescherming van natuurgebieden. Ik hoop dat
mevrouw Ouwehand bij de uitwerking van die plannen heel kritisch zal
zijn, zoals we van haar gewend zijn: zijn dat goede klimaat- en
natuurplannen? En als ze niet goed genoeg zijn, vertrouw ik erop dat we
de inzet van de Partij voor de Dieren heel duidelijk zullen horen. Dan
ga ik haar niet vragen om er ook nog drie andere onderwerpen bij te
pakken. Nee, dan zullen we luisteren naar wat mevrouw Ouwehand en haar
collega's te zeggen hebben over de stikstof- en de klimaatvoorstellen
die we voorleggen.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar we kunnen nu al zien dat ze onvoldoende zijn. Ten opzichte van de
vorige periode is het dus mooi dat er weer klimaatambities worden
uitgesproken, maar kijk naar de maatregelen: het schrappen van de
CO2-heffing en het openen van Lelystad Airport. Er is geen
enkele zekerheid dat die mooie woorden voor het klimaat daadwerkelijk
tot het halen van de doelen gaan leiden. Sterker nog, de heer Jetten
geeft eigenlijk toe dat het moeilijk wordt. Ja, natuurlijk wordt het
moeilijk als je een extra vliegveld opent en maatregelen schrapt! Voor
natuur is het allang duidelijk dat de doelen die in het coalitieakkoord
staan, helemaal niet tegemoetkomen aan onze verplichting om de
achteruitgang van de natuur te stoppen. Daar zou de Kamer toch niet over
moeten onderhandelen? Je mag toch verwachten dat deze coalitie dat zelf
doet? Mijn vraag aan de heer Jetten is dus, net als bij de verhoging van
de AOW-leeftijd: het openen van Lelystad Airport kan toch onmogelijk een
serieus voorstel van deze minderheidscoalitie zijn? Is hij bereid om dat
vandaag terug te trekken?
De heer Jetten (D66):
Lelystad Airport is zo'n dossier waar we de afgelopen jaren als politiek
Den Haag eindeloos omheen hebben gedanst, zonder een knoop door te
hakken. Daar is bij gekomen dat onze Defensie ruimte en een plek nodig
heeft voor de F-35's. Na lang zoeken is de conclusie getrokken dat
Lelystad daarvoor de beste locatie is. Als je dat vliegveld dus opent
voor militair gebruik, een vliegveld dat overigens ook al met
belastingcenten is aangelegd en dat netjes moet voldoen aan de
voorwaarden voor een natuurvergunning voordat er überhaupt een verdere
opening mogelijk kan zijn ... Daarvan zeggen wij: die combinatie van
militaire vluchten en vakantievluchten is dan te rechtvaardigen, ook
omdat Lelystad en Flevoland dat als voorwaarde verbinden aan het daar
plaatsen van de F-35's. Tegelijkertijd hebben we afspraken gemaakt over
het beperken van de overlast rondom Schiphol, zoals de overlast in de
nacht voor omwonenden, het zwaarder inzetten op het verduurzamen van de
luchtvaartsector. Ook hierin hebben we dus niet weer een discussiepunt
voor ons uitgeschoven, maar gewoon een duidelijke keuze gemaakt, waarvan
wij denken dat die nu nodig is.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tja, mooi verhaal, maar mijn vraag ging natuurlijk over het openen van
Lelystad Airport voor vakantievluchten — de heer Jetten weet ook heel
goed dat ik dat bedoelde — terwijl je zelf toegeeft dat het best lastig
wordt om die klimaatdoelen te halen. Er worden daarnaast ook nog
allerlei andere klimaatmaatregelen geschrapt, waar geen effectieve
maatregelen tegenover staan. Dus de woorden over klimaat klinken mooi,
maar de maatregelen laten nog niet eens een begin van vertrouwen zien
dat we daadwerkelijk een beetje gaan opschieten. Dan is de vraag: het
openen van een nieuw vliegveld voor vakantievluchten, terwijl je er ook
voor kan kiezen om Schiphol te laten krimpen, want de overlast daar moet
ook zeker omlaag ... D66 was daarvoor. Klimaat staat in het akkoord en
we hebben ons te houden aan de doelen uit Parijs. Is de heer Jetten
bereid om te zeggen: het openen voor die vakantievluchten kunnen we ons
niet veroorloven, gelet op de klimaatdoelen, dus ik kom daar vandaag nog
op terug?
De heer Jetten (D66):
Het gaat volgens mij om de vraag of we onderaan de streep voldoende doen
om de energietransitie weer te versnellen en de klimaatdoelen voor
Nederland weer in zicht te krijgen. Er komen dus ook weer een aantal
nieuwe normerende maatregelen bij die vele megatonnen gaan opleveren in
2030 en de jaren daarna, dus minder CO2-uitstoot door
duidelijke keuzes die we maken. Een van de problemen nu is dat de
verduurzaming van de Nederlandse industrie compleet is stilgevallen,
doordat er vele tientallen miljarden aan investeringen niet hebben
plaatsgevonden door een combinatie van onduidelijk beleid, te hoge
elektriciteitsprijzen en onduidelijkheid voor die bedrijven waarin zij
kunnen investeren. Er zit een pakket aan maatregelen in het akkoord dat
die energietransitie versnelt en duurzame energie van eigen bodem
betaalbaarder maakt, waardoor veel van die bedrijven die nu nog
vastzitten in het fossiele systeem, de komende jaren wél die
investeringen in verduurzaming kunnen doen. Zo hebben wij dat akkoord
dus beoordeeld: onder de streep doe je in ieder geval weer meer om die
klimaattransitie weer op koers te krijgen. Als je de komende jaren — dat
kunt u ook lezen — erachter komt dat het onvoldoende is, dan zullen we
extra maatregelen nemen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is mooi om over de energietransitie te spreken, maar de vraag gaat
over die vakantievluchten. Daar geeft de heer Jetten geen antwoord op.
Of zegt hij hier "als het allemaal niet lukt, gaat dat net geopende
vliegveld weer dicht"? Is dat wat hij zegt?
De heer Jetten (D66):
Ik heb net al in mijn eerste antwoord aangegeven welke afweging we
hebben gemaakt rondom Lelystad Airport, en dat we, als daar aan de
natuurvergunning wordt voldaan, kiezen voor een combinatie van de F-35's
voor onze veiligheid en een beperkt aantal vakantievluchten, zoals in
het verleden ook met Lelystad en Flevoland is afgesproken. Als aan een
hele hoop voorwaarden wordt voldaan, kan deze stap worden gezet.
De voorzitter:
Ik dank de heer Jetten.
De heer Jetten (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de bijdrage van de eerste
spreker van de zijde van de Kamer. Ik schors een enkel ogenblik voor een
kleine, praktische plichtpleging, maar blijf in de buurt, want we
hervatten heel snel. De vergadering is heel kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Het woord is aan mevrouw Yeşilgöz-Zegerius
voor haar inbreng namens de fractie van de VVD.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Voorzitter. Vlak voor kerst kregen de formerende partijen en de
informateur een lange brief van Luna, een meisje van 10 jaar. Ze
eindigde die brief met de vraag of we "alsjeblieft niet alleen plannen
wilden maken voor morgen, maar voor op z'n minst een jaar of vijftien".
Ze schreef: "Ik wil gewoon blij zijn als ik nu over mijn toekomst
nadenk. Ik wil dat het goed komt en ik wil weten waar ik aan toe ben."
Wat een wijze dame. Haar hartenkreet wordt door veel Nederlanders
gedeeld. Mensen snakken naar een politiek die de problemen van nu
aanpakt, maar ook anticipeert op wat op ons afkomt.
In de zeer instabiele wereld waarin we nu leven, zijn opkomen voor onze
vrijheid, onafhankelijk zijn en op onze eigen benen staan belangrijker
dan ooit. Voor onze eigen veiligheid staan betekent langjarig investeren
in een sterke defensie. Het betekent investeren in goedkope en
betrouwbare energie, zodat we ook daarvoor niet afhankelijk hoeven te
zijn van landen waar we helemaal niet van afhankelijk willen zijn.
Voorzitter. Dat kunnen we, want onze schouders ergens onder zetten en
oplossingen bedenken voor de toekomst zijn de kracht van ons land. Dus
bouwen we aan een groeiende economie, geven we ondernemers de ruimte om
echt te ondernemen en zorgen we voor een sterke middenklasse, want ook
zij zijn het die dagelijks aan ons land bouwen. Zij moeten dus zien dat
hun eigen huis of autorijden niet duurder wordt, maar juist dat we meer
bouwen aan woningen en wegen. Die verdienen een overheid die ze dient en
niet in de weg zit, een kleinere, zuinige overheid die geen rekeningen
doorschuift. Een groeiende economie is de basis van ons vrije en veilige
leven, en zorgt ervoor dat we het met elkaar ook beter krijgen.
Voorzitter. Als we onze vrijheid willen beschermen, moeten we ook
eindelijk grip krijgen op migratie en zelf bepalen wie ons land
binnenkomt, zodat we echte vluchtelingen een faire start kunnen bieden
en overlastgevende of criminele asielzoekers juist stevig kunnen
aanpakken.
Voorzitter. We kijken ook naar de toekomst. We moeten de zorg en onze
sociale voorzieningen hervormen, zodat we zeker weten dat ook de
generatie van Luna daar later toegang toe heeft. Nu niet ingrijpen, is
geen verantwoordelijkheid nemen voor een systeem dat onherroepelijk
vastloopt. Je kunt in de politiek niet altijd de populaire keuzes maken.
We pakken de grote problemen van vandaag aan en nemen tegelijkertijd
verantwoordelijkheid voor de toekomst van ons land. Daarom heeft mijn
partij met het coalitieakkoord ingestemd. Dat was dus geen groslijst,
geen keuzemenu, voor de komende jaren. Deze fundamenten zijn
noodzakelijke randvoorwaarden voor een kabinet waar de VVD in wil
plaatsnemen. Het goede nieuws is: het is ook de basis waarop deze drie
partijen elkaar vonden.
Ook hier nogmaals mijn grote dank aan de heren Jetten en Bontenbal en
hun teams voor een sterk gedeeld verhaal, met daarbij duidelijke,
herkenbare punten voor iedere partij. Het is ontstaan met respect voor
elkaars achtergrond en onze verschillen. Ook dank ik de informateur,
mevrouw Letschert, voor haar kundige en prettige begeleiding. Natuurlijk
ook grote dank aan mijn eigen team, Bente Becker, Eelco Heinen en alle
mensen op de achtergrond.
Voorzitter. Het doel van een veiliger, sterker en beter Nederland deelt
de VVD niet alleen met haar nieuwe coalitiegenoten. Hetzelfde doel zag
ik bij bijna alle oppositiepartijen die bij ons langs zijn geweest. En
ja, er zijn verschillen in hoe we daar denken te komen en hoe we dat
willen invullen. We hebben daar net ook een paar uur naar
geluisterd.
Voorzitter. Ik heb er vertrouwen in dat we ook in dit huis, in deze
zaal, met elkaar zullen kijken hoe we stappen vooruit kunnen zetten. Het
zal in deze samenstelling niet altijd eenvoudig zijn om meerderheden te
vinden voor onze plannen. Dat zie ik, maar ik hoop en wens dat we bij
het bespreken van onze voorstellen steeds met elkaar het belang van ons
land, het belang van die fundamenten, voor ogen zullen houden. Ik hoop
dat we in plaats van naar onze verschillen naar onze overeenkomsten
kijken, en dat we met respect voor elkaar doen wat Nederlanders van ons
mogen verwachten: dit land iedere dag een beetje sterker en veiliger
maken, zodat Luna en alle andere Nederlanders erop kunnen vertrouwen dat
het goed komt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw De Vos. Die terugtrekkende beweging
van meneer Wilders is wel heel smooth!
(Hilariteit)
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw De Vos, Forum voor Democratie.
Mevrouw De Vos (FVD):
Ik heb twee heel belangrijke thema's eigenlijk niet of nauwelijks aan
bod horen komen: de massale immigratie en de woningnood. Ik heb daar wel
een vraag over. In het coalitieakkoord staat dat als er alternatieve
huisvesting is gevonden, het wettelijk verbod op de voorrang van
statushouders op sociale huurwoningen zal worden afgeschaft. Ik zou
mevrouw Yeşilgöz eigenlijk willen vragen wat ze daar precies mee
bedoelt.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Op dit moment zitten mensen die gehoord hebben dat ze hier mogen
blijven, dat ze dus echte vluchtelingen zijn, nog lang vast in een
asielzoekerscentrum, of ze krijgen voorrang op de woningmarkt voor
sociale huur. Van beide situaties willen we af. We willen er primair
voor zorgen dat er minder mensen ons land binnenkomen. Daarover ziet u
ook een heel stevig hoofdstuk in dit akkoord. Tegelijkertijd willen we
dat de mensen die hier mogen blijven, die hebben gehoord dat ze een
echte vluchteling zijn en niet terug kunnen, vervolgens ergens kunnen
wonen. Voor die mensen zullen er doorstroomwoningen, tijdelijke
woningen, moeten komen om te voorkomen dat er altijd voorrang op de
woningmarkt wordt gegeven. We zien namelijk dat dat heel veel andere
woningzoekenden in ons land frustreert. Ik ben blij dat we deze
afspraak, die we eigenlijk in een vorige coalitie ook hadden, hebben
kunnen voortzetten.
Mevrouw De Vos (FVD):
Het is natuurlijk een feit dat iedere woning die je aan een statushouder
geeft, niet naar een Nederlander gaat. Dus of je nu een wettelijke
voorrang op sociale huur handhaaft en dus de woning aan de statushouder
geeft ten koste van een Nederlander die anders in de sociale huur
terecht zou zijn gekomen, of dat je in plaats daarvan voor huisvesting
voor statushouders gaat zorgen zodat je die voorrang kan afschaffen …
Dan schaf je die voorrang natuurlijk eigenlijk niet af, want dan heb je
al een woning gerealiseerd voor een statushouder, een woning die anders
naar een Nederlander zou kunnen gaan. Erkent mevrouw Yeşilgöz dat je,
als je deze constructie handhaaft, de voorrang eigenlijk helemaal niet
afschaft?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dat is niet waar, want je schaft 'm wel degelijk af. Wij hebben in dat
hoofdstuk — en daar moeten we niet aan voorbijgaan, vind ik — heel
duidelijke stappen opgenomen om ervoor te zorgen dat we grip krijgen op
het aantal mensen dat naar ons land komt. We doen dus eigenlijk wat we
de afgelopen twee jaar in de vorige coalitie hadden afgesproken, en daar
doen we nog een flinke plus bovenop, om ervoor te zorgen dat we grip
krijgen. Dan is het zaak om ook verantwoordelijkheid te nemen voor de
mensen die hier wel kunnen blijven, omdat ze echte vluchtelingen zijn,
omdat ze misschien vervolgd worden, bijvoorbeeld voor het feit dat ze
journalist zijn of lhbti'er, en dat je ervoor zorgt dat zij niet op
straat belanden. Wij willen niet dat de voorrang op de huidige manier
doorgaat. Wij willen graag bijvoorbeeld flexwoningen dat je met
gemeenten ook bindende afspraken maakt over dat soort tijdelijke
huisvesting. Dat is dan het absoluut overbodig maken van de voorrang die
er nu is, en die ook wettelijk verbieden.
Mevrouw De Vos (FVD):
Met die grote afspraken op asiel die er zouden komen, valt het
natuurlijk allemaal wel mee. Wij zullen ieder voorstel dat er komt om de
instroom ook maar een beetje te verminderen, natuurlijk steunen, maar
feit blijft dat die instroom blijft bestaan zolang je je blijft
committeren aan Europese afspraken; dat wil ik hier toch even gezegd
hebben. Mevrouw Yeşilgöz zegt: "We willen niet dat statushouders op
straat komen te staan." Ik wil liever dat Nederlanders niet op straat
komen te staan. We kennen talloze voorbeelden van Nederlanders die
inmiddels wel op straat staan. Ik zou mevrouw Yeşilgöz dus willen vragen
om er dan ook gewoon eerlijk over te zijn dat dat blijkbaar niet haar
prioriteit heeft. Ik zal mij er altijd voor blijven inzetten om
Nederlanders wel aan een woning te helpen.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik vind dat een beetje een wonderlijke stelling van Forum. Volgens mij
wil je niemand op straat hebben, én omdat je een fatsoenlijk land bent,
een degelijk land, én omdat je niemand de overlast in z'n eigen wijk
gunt doordat er mensen op straat rondzwerven. De VVD neemt zeker
verantwoordelijkheid voor de veiligheid van onze straten, om juist waar
te maken dat én minder mensen ons land binnenkomen, én degenen die horen
dat ze hier kunnen blijven, ergens anders worden opgevangen dan via
voorrang op sociale huurwoningen. Ik hoop vooral dat we er ook steun
voor krijgen om dat verbod in te kunnen stellen zodra dat mogelijk
is.
De heer Wilders (PVV):
Ja, want dat gebeurt nu nog niet, maar goed. De vraag die ik aan mevrouw
Yeşilgöz had, gaat over iets wat ik vandaag in de krant las, of ergens
op een website zag staan over de D66-Eerste Kamerfractie. Voor mij was
dat nieuw, want ik had in het hoofdlijnenakkoord, in uw coalitieakkoord,
alleen maar zien staan dat de asielwetten zouden worden uitgevoerd als
ze worden aangenomen. Ik ging ervan uit dat de fracties van alle drie
partijen daar dan ook voor zouden stemmen. Maar nu lees ik dat de heer
Dittrich — dat is de fractievoorzitter van D66 in de Eerste Kamer,
formeel natuurlijk niet gebonden, maar toch: het is de grootste
coalitiepartij — dadelijk tegen die wetten gaat stemmen, althans
"waarschijnlijk", zei hij. Hij stemt in ieder geval tegen de
Asielnoodmaatregelenwet, en "waarschijnlijk ook", waren zijn woorden,
tegen de tweestatuswet. Wat vindt u daarvan?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dat wist ik. Daar is over gesproken. D66 zal, zoals nu ook in de krant
heeft gestaan, in de Eerste Kamer tegen die wetten stemmen. Wat voor ons
vooral het belang van dat gesprek was, en wat u een-op-een terugleest in
het akkoord, is dat die wetten onverkort zullen worden uitgevoerd zodra
ze zijn aangenomen, en daar zal een meerderheid voor zijn, tenzij een
fractie opeens bij nader inzien besluit om niet voor te stemmen, maar
dat is niet mijn inschatting. Die wetten zijn cruciaal voor de praktijk
in ons land, om eindelijk weer grip te krijgen op migratie. Ik kan mij
dus voorstellen dat dit nieuws was voor de heer Wilders. Ik ben blij met
deze vraag. Dit wist ik en het is conform afspraak. Die wetten worden
straks onverkort uitgevoerd.
De heer Wilders (PVV):
Dan zullen ze toch eerst moeten worden aangenomen, maar ik begrijp —
want ik heb natuurlijk ook even contact gehad met de Eerste Kamer — dat
daar nog wel bij wat fracties kans op verdeeldheid zou zijn en dat het
geen uitgemaakte zaak is dat die wetten worden aangenomen. Dus ik vraag
u: stel dat door de tegenstem van D66 één of beide wetten het niet haalt
of niet halen, wat dan?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dat zou suggereren dat partijen die hier hebben gezegd dat ze voor die
wetten zijn, dat ze voor grip op migratie zijn, nu opeens van standpunt
zouden draaien. De stemmen van D66 waren zowel hier als in de Eerste
Kamer altijd duidelijk. Als je kijkt naar de stemverhoudingen, zou er
geen enkele aanleiding hoeven zijn dat die wetten het daar niet gaan
halen. Dat gebeurt alleen als een partij die altijd heeft beweerd voor
een beperking te zijn, daar opeens anders gaat stemmen. Dan denk ik dat
die partij aan de eigen achterban moet uitleggen waarom politieke
spelletjes misschien belangrijker waren dan echt het verschil maken voor
Nederlanders. Van D66 wisten we het stemgedrag; dat is ook besproken.
Die wetten worden straks onverkort uitgevoerd, zodra ze zijn aangenomen.
Ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat ze niet worden
aangenomen.
De heer Wilders (PVV):
Dit is de tweede keer. Het lijkt wel alsof ik vandaag van niemand
antwoord krijg, van de heer Jetten niet en van mevrouw Yeşilgöz ook
niet. Dat is niet mijn vraag. Ik begrijp wat u zegt; spelletjes, de ene
keer dit, de andere keer dat. Ik krijg het signaal dat er bij meerdere
partijen misschien geen unanimiteit is. Het gaat niet om één partij.
Daardoor is het nu niet zeker of er een meerderheid voor die wetten zou
ontstaan. Mijn vraag aan u is: wat als er geen meerderheid is voor die
wetten, door wie dat dan ook komt? Stel dat er geen meerderheid is voor
die wetten, wat doet u dan, want dan staat u toch in uw hemd? Dat komt
dan toch doordat D66 als grootste coalitiepartij ... Het is toch ook te
gek voor woorden. Je sluit een deal; daar zit asiel bij. Ze voeren hem
uit, maar ze weigeren voor die wetten te stemmen. Stel je nou voor dat
dat gebeurt, en dat D66 daar de oorzaak van is? Ligt dat kabinet dan
niet meteen op zijn gat? Wat gaat u dan doen?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik heb geen enkele aanleiding om de rekensom van de heer Wilders, die
nieuw is ten opzichte van de situatie in de Eerste Kamer, als
uitgangspunt te nemen. Je kunt je ook afvragen welke partijen het dan
zijn die ervoor zouden stemmen en er opeens niet voor stemmen.
Ik heb heel veel vertrouwen in kundige bewindspersonen. We hebben er nu
een zitten. Als die wetten in de Eerste Kamer komen voordat het nieuwe
kabinet op het bordes staat, zal hij zijn best doen om ervoor te zorgen
dat die wetten het conform de verwachting en conform de voorbereiding
halen. Anders zal de nieuwe bewindspersoon er absoluut ook voor zorgen
dat er met alle partijen goed over is gesproken en dat die wetten het
halen. Maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat die wetten het
niet halen. Dit is de afspraak die er ligt. Ik vind het heel belangrijk
voor Nederland dat die wetten straks onverkort worden uitgevoerd. Dat is
het belangrijkste.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Wilders (PVV):
Ja, tot slot. Ik zou uw knopen maar tellen, want nogmaals: tenzij ik
helemaal verkeerd ben geïnformeerd, is het nog niet zeker. Ik zeg niet
dat het zeker is dat ze het niet halen, ik zeg dat het niet zeker is dat
ze het halen. Ik zeg daarbij dat als dat zo is ... Het is natuurlijk
überhaupt een ongelofelijke no-go dat u heeft geaccepteerd dat de
grootste coalitiepartij op het belangrijke punt van asiel de twee wetten
die er al liggen, niet steunt. Ik vind het al heel raar dat u dat heeft
geaccepteerd terwijl D66 nu, in tegenstelling tot voorheen, uw
coalitiepartner is. Als die wetten het niet halen, wat dan? U kunt wel
steeds zeggen: daar denk ik nu niet over na, want dat is niet zo. Ja,
dat is ook een tactiek. Daar kan je ook op vertrouwen. Maar wat als het
gebeurt?
Voorzitter. Ten slotte vraag twee. Waarom u heeft dat geaccepteerd van
D66? Als die hadden voorgestemd, omdat zij in de coalitie zitten, hadden
we hier namelijk helemaal niet over na hoeven denken.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Nogmaals, mijn onderbouwde verwachting naar aanleiding van het
stemgedrag dat hier in de Kamer heeft plaatsgevonden en dat we van de
Eerste Kamer mogen verwachten, is dat die wetten het gewoon halen. Voor
mij is heel belangrijk dat we een stevig asielhoofdstuk neerleggen,
precies zoals de heer Jetten zegt, met balans in dat hoofdstuk, waarbij
we niet alleen de maatregelen van de afgelopen twee jaar overnemen, maar
ook zorgen dat ze straks door kundige bewindspersonen worden uitgevoerd
en we er nog een plus bovenop doen. Het is een zeer streng
asielhoofdstuk, om ervoor te zorgen dat we de migratie beperken en
degenen die hier mogen blijven, op een goede manier opvangen. Dat is
volgens mij het allerbelangrijkste voor Nederland. Daarbij vind ik het
minder relevant hoe dat dan gaat met partijen en wat zij verder intern
daarover bepalen. Mij gaat het om het verschil dat wij maken voor de
mensen die hier op de publieke tribune zitten.
De heer Stoffer (SGP):
Wij hebben het akkoord tot ons genomen en ook met interesse gekeken naar
de financiële paragraaf. Ik moet zeggen: als je zo naar de financiële
randvoorwaarden kijkt, los van de inhoud, dan heeft deze coalitie haar
best gedaan om die op orde te brengen. We snappen ook dat het nodig is,
zeker met alle defensie-uitgaven. Maar als je wat verder doorgraaft, dan
valt wel op dat de rekening voor een groot deel bij de middeninkomens
terechtkomt: bij de timmerman, de verpleegster, mensen met een fysiek
zwaar beroep. Ze moeten eerst de vrijheidsbelasting betalen om onze
veiligheid dadelijk op orde te brengen en daarna moeten ze ook nog een
keer langer doorwerken. De middeninkomens zijn de ruggengraat van onze
samenleving, net als de mkb-ondernemers. Mijn vraag is: waarom komt de
rekening daar nu zo stevig terecht? Had vanuit de VVD, die ik daar ook
vaak over heb gehoord de afgelopen jaren, niet eens gekeken kunnen
worden of die mensen op de ene of andere manier ontzien kunnen worden?
De klappen komen namelijk elke keer bij de middeninkomens terecht.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
De heer Stoffer en ik delen de ambitie om altijd te waken voor de
positie van de middeninkomens. Ik denk dat we er op dezelfde manier naar
kijken: dat zijn de mensen die het land draaiende houden. Zij zijn de
ruggengraat van onze samenleving. Het is dus ook niet zo dat die
rekening bij hen komt te liggen. Als je kijkt naar wat we in het akkoord
doen, dan zie je aan de ene kant een forse investering in defensie.
Daarbij kijken we waar het bij de overheid aanzienlijk minder kan.
Daarop ziet u ook een grote ambitie. We vinden een steeds groter
wordende overheid niet per se de beste oplossing voor al uw problemen.
We kijken ook naar de noodzakelijke hervormingen van zorg en sociale
voorzieningen, om ervoor te zorgen dat die in de toekomst ook houdbaar
zijn.
Dan blijft er een deel over. Dat is inderdaad een belastingverhoging.
Daar heeft de heer Stoffer gelijk in. Die 3,5 miljard staat erin. Die
komt zeker niet alleen bij de middeninkomens vandaan; die wordt
evenredig over de hele bevolking verdeeld. Dat is die zogenaamde
tabelcorrectiefactor. Het is dus absoluut niet zo dat de middeninkomens
de zwaarste lasten betalen. Als ik daar nog wat aan mag toevoegen … De
heer Stoffer vraagt terecht aan mij als VVD'er: wat heb jij nou voor ze
gedaan? We hebben er in het akkoord uiteindelijk gelukkig ook,
gemeenschappelijk met D66 en het CDA, voor kunnen zorgen dat
bijvoorbeeld in stand blijft dat kinderopvang bijna gratis is voor
werkenden. De verlaging van de benzineaccijns wordt verlengd. De
hypotheekrenteaftrek wordt niet aangetast. Juist om die groep extra te
ontzien, is er meer gedaan. Die rekening komt niet bij hen, gelukkig
niet.
De heer Stoffer (SGP):
Ik heb De Telegraaf de afgelopen dagen gelezen. Met name rond die
belastingschijven zie je dit optreden. Je ziet dat de middeninkomens
tussen de €30.000 en de €70.000, €80.000 de stevigste rekening krijgen.
Daar zullen we nog wel vaker met elkaar over komen te spreken, denk ik.
Maar daar komt bovenop dat die mensen — ik noemde niet voor niets de
timmerman en de verpleegster, mensen met zware beroepen — straks ook nog
eens langer door moeten werken. Zouden we er met elkaar in de komende
periode toch eens naar kunnen kijken of we op z'n minst daar wat aan
kunnen doen? Die mensen in de middeninkomens, die echt hard nodig zijn,
die maken de dingen waar wij nu in zitten en als we ziek zijn, helpen ze
ons. Maar kunnen we kijken of er misschien toch wat extra gedaan kan
worden om die mensen iets eerder, als ze het zelf niet meer kunnen en zo
ergens rond de 60 zijn, van hun welverdiende pensioen te kunnen laten
genieten, gezien ze al die jaren hebben gewerkt? Dan hoeven ze niet met
kapotte knieën en kapotte ellebogen dat werk te doen, wat ze misschien
al 45 jaar hebben gedaan. Ik denk dat de vraag helder is.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Jazeker. Ik deel die zorgen ook met de heer Stoffer. De heer Stoffer
ziet ook dat deze coalitie daarover tekst heeft opgenomen in het
akkoord. Er zou juist extra oog moeten zijn voor die zware beroepen. Dat
ziet u terug in de tekst. Daarmee denk ik dat we dezelfde aandacht
bedoelen. Hoe dat er exact uitziet, is natuurlijk — we hebben het debat
net gevolgd in deze Kamer — in de uitwerking aan de nieuwe
bewindspersoon. Ik denk dat we de zorg en de aandacht daarvoor absoluut
met elkaar delen. Daar mag je niet blind voor zijn.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank voor de inzet. Er gaan een paar mooie dingen op het gebied van
veiligheid gebeuren; denk aan de politie, de cellen en het OM. Daar
vindt u ons natuurlijk. Het is ook belangrijk dat de aanpak van de
zorgfraude nu veel meer aandacht krijgt, die 10 miljard. Mijn vraag ziet
op de hele financiering. Wij maken ons echt zorgen om de bezuinigingen
op de zorg en om nog vele andere dingen rond de AOW. Mijn vraag gaat
over die staatsschuld. We staan in Nederland voor grote opgaven,
waarvoor ook gewoon middelen nodig zijn. 50PLUS is bereid om aan die
knop van die staatsschuld te draaien, maar u niet. U haalt het liever
weg bij andere dingen, mogelijk ook bij de zorg. Frankrijk heeft de
pensioenleeftijd nog op 64 staan bij een schuld van 120% en een tekort
van 5,5%. Dat zijn de cijfers van vanmorgen. Dat is geen voorbeeld voor
ons, maar moeten wij nou per se het braafste jongetje van de klas zijn?
Bent u bereid te kijken om toch, langzaam maar zeker, aan die
staatsschuldknop te draaien?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dank ook richting de heer Struijs dat hij benoemt van welke onderdelen
hij blij was erover in het akkoord te lezen. We zullen er ook
ongetwijfeld nog over komen te spreken of dat in zijn geheel op die
manier moet of ook op een andere manier kan. Dat is ook aan de
bewindspersonen die straks gaan komen. Hij zei in zijn inbreng: de VVD
haalt het liever ergens anders weg. Al hadden we helemaal niks te doen,
al had je nul cent nodig voor defensie en voor al die andere belangrijke
posten waar de heer Struijs naar verwees, dan nog — dat vinden wij in
ieder geval, en met ons vele deskundigen die we hebben gesproken, die
ook rapporten hebben gepubliceerd — zul je bij de zorg en bij de sociale
voorzieningen moeten hervormen. Ik zou namelijk heel graag willen dat
degenen die na ons komen — dit is al over een paar jaar aan de orde —
nog steeds die goede zorg kunnen krijgen die de heer Struijs en ik nu
krijgen. Als je niet gaat hervormen, dan is dat niet mogelijk. Dit zijn
onderbouwde keuzes. We kunnen het erover eens zijn of niet, maar ze zijn
niet bedoeld om ergens iets op te halen, maar juist om
verantwoordelijkheid te nemen voor de toekomst. Daarbij komt dat ik niet
de politiek in ben gegaan om te vechten voor een percentage van 2,1, 2,2
of 2,3. Dat was niet mijn grote droom. Dat is ook niet wat ik hier nu
verdedig. Ik verdedig het volgende. Stel dat je zegt dat die
staatsschuld nog veel hoger zou kunnen worden — ik zal u trouwens één
ding zeggen: die loopt al op — en dat we alles daar wel bij kunnen
gooien, omdat dat dan pijnloos zou zijn. Zo zei de heer Struijs het
trouwens niet; ik chargeer nu. Dan schuif je schulden door naar de
generaties na ons. Dan moet je ook hogere rente betalen, die dan alleen
maar van belastinggeld komt. Daarmee zou je ook alle mogelijke buffers
weghalen die je nodig gaat hebben voor zoiets als corona of Oekraïne. We
zitten volgend jaar al op 2,9%. Op het moment dat we over de 3% gaan,
zullen we moeten bezuinigen. Dan wordt het niet een onderbouwd verhaal,
maar gewoon een kwestie van ergens schrappen. Dat zijn taferelen die ik
wil voorkomen. Dit gaat dus juist over verantwoordelijkheid nemen. Dat
is de reden waarom we zeggen: doe dit nou nu verantwoord, zodat je
straks niet degenen die na jou komen in de problemen brengt of zelf in
de problemen komt, waarmee je Nederlanders juist een veel hogere
rekening geeft. Dat wil ik echt niet.
De heer Struijs (50PLUS):
Wij zijn voor veranderingen in de zorg en wij geloven dat je een return
on investment zou krijgen als je daar nu extra in investeert. Over tien
jaar betalen zaken als buurtzorg die dicht bij de mensen is en mensen
die langer thuis wonen, zich uit. Daarvoor moet je nu durven te
investeren. Dat zou je wat ons betreft kunnen doen door toch licht aan
die staatsschuldknop te draaien. Daarin zit voor ons het verschil. Wij
blijven dus hierbij: investeer, want dat betaalt zich terug als het gaat
om de zorg. Kunt u daar nog een reactie op geven?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Mijn punt zou het volgende zijn. Kijk naar dit jaar en volgend jaar: we
zitten nu al op de grens van wat je aan een tekort mag hebben. Als je
over die 3% heen gaat, dan kom je in een mechanisme terecht waarin je
wordt verplicht om grof te bezuinigen; daar hebben wij allemaal onze
handtekening onder gezet. Dat zou ik niet willen. Wat ik heel prettig
vind aan het betoog van de heer Struijs, is dat ik een vergelijkbare
zienswijze hoor: in de zorg zal je het een en ander moeten hervormen om
die houdbaar te houden. Dan is de vraag wat de beste hervorming is. De
heer Jetten heeft zojuist ook voorbeelden aangehaald van zaken in het
akkoord die erop gericht zijn om meer naar preventie en gezondheid in
plaats van genezen te gaan. Als je genezing nodig hebt en ziek bent,
moeten we er voor je zijn en moet er topzorg voor je zijn, met de beste
mensen. Ik vind dat wij die vandaag de dag hebben en wil die heel graag
ook voor morgen behouden. Binnen die balans hebben we deze keuzes
gemaakt. Die hebben we absoluut niet gemaakt vanuit het idee: er was
heel veel ruimte voor extra geld, maar daar komen we maar niet aan. Zo
is dit absoluut niet opgebouwd.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Struijs (50PLUS):
Ja, tot slot. Waar ligt die norm dan? Hebben we het over de 3%-norm, of
de 2,3%-norm? Daar zou ik in de intensieve gesprekken over de financiën
toch op terug willen komen.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het echt heel pijnlijk dat met dit akkoord de middenklasse de
rekening gaat betalen. De VVD heeft duidelijk gewonnen als je kijkt naar
de volgende zaken: er wordt voor gezorgd dat de allerrijksten niet
betalen, er komt geen verhoging van de vermogensbelastingen en geen
verhoging van de winstbelasting. We zien hier en daar dat de
allerhardste maatregelen wat worden gecompenseerd voor de allerarmste
mensen, maar iedereen daartussen, al die hardwerkende mensen in
Nederland, de mensen die dit land draaiende houden, betalen straks de
rekening, met hogere inkomstenbelastingen, met een hoger eigen risico
waar ze niet voor worden gecompenseerd en met al die andere zaken. Hoe
kan het dat de VVD dit heeft laten gebeuren aan tafel?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik gaf al een reactie op de heer Stoffer. Daarin gaf ik aan dat het
gelukkig niet zo is dat de middenklasse de rekening pakt. Wat betreft
die belastingverhoging waar de heer Klaver mogelijk naar verwijst: die
zit in een tabel met alle inkomens. Iedereen betaalt daar dus aan mee.
Gelukkig is dit ook maar een klein deel van het totaal dat we in die
plaat hebben staan. De heer Klaver weet namelijk dat de VVD sowieso geen
fan is van belastingverhogingen.
Kijk bijvoorbeeld naar iets als eigen risico. Ik weet dat we daarover
van mening verschillen. Voor de VVD is het altijd heel erg belangrijk om
te voorkomen dat de premies, waar heel veel mensen enorm voor geld voor
betalen, enorm omhooggaan. Die balans willen we houden. Ik denk dat we
juist een heel goede balans in het akkoord hebben, waarbij de premies
niet stijgen, waarbij autorijden niet duurder wordt en je huis niet
duurder wordt en waarbij er geen extra belastingen komen voor je sparen,
je erven, je schenkingen. Dat is wat de middenklasse wakker houdt en
wakker hield en ik ben blij dat we in ieder geval een akkoord neer
hebben kunnen leggen waarin die zaken beschermd zijn.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Precies dit. De werkenden gaan allemaal meer belasting betalen. Dus niet
alleen de middenklasse, maar alle werkenden. Laten we niet doen alsof de
werkenden in dit land … Dat waren precies de woorden die mevrouw
Yeşilgöz gebruikte. Alle werkenden gaan meer belasting betalen door hoe
er nu wordt gekozen om in te grijpen in de belastingschijven. Dat is
precies waar het probleem ligt. Dat is de grootste groep in Nederland.
Dat is waar je met relatief onzichtbare maatregelen een hele hap geld
kan ophalen. Het eigen risico wordt ook opgebracht deze zelfde mensen,
de mensen die daarin zitten. Daarmee zie je dat de opeenstapeling van
maatregelen er weer toe leidt dat het weer de mensen zijn die dit land
draaiende houden die de rekening betalen. Winst en vermogen worden
absoluut niet verder belast. Dat is een prioriteit die de VVD legt. Die
hebben jullie binnengehaald en daar zijn jullie ook bijzonder trots op,
waarvan akte, maar het zorgt er wel voor dat de mensen in het toch al zo
ongelofelijk moeilijk hebben gewoon verder in de verdrukking komen. Dit
vraagt echt om aanpassing in het akkoord.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ten eerste zit het grootste deel gelukkig niet in belastingverhogingen.
In het verkiezingsprogramma van de heer Klaver zag ik wel stijgende
lasten richting de middenklasse zonder dat daar bijvoorbeeld de defensie
tegenover stond. Dat is een andere keuze en die keuzes kunnen we gewoon
verschillend maken, maar de keuze die de heer Klaver in zijn
verkiezingsprogramma maakt, is niet waar we hier nu voor hebben gekozen
of waar ik voor zou staan. Wat we juist hebben gedaan, is voorkomen dat
er een opstapeling was van maatregelen. We hebben juist voorkomen dat
zaken als je auto en je huis duurder werden en je spaargeld extra belast
werd. Het voorstel dat wij nu neerleggen, is niet nivellerend of
denivellerend. Er is dus wel degelijk heel goed over nagedacht om de
middenklasse optimaal te ontzien en ik ben juist blij dat dat gelukt is,
dat we voor al die hardwerkende ouders de bijna gratis kinderopvang in
stand hebben gehouden en al de zaken die we daarin hebben gedaan om
ervoor te zorgen dat zij niet de rekening oppakken. Dat leest u ook
terug in het akkoord.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Heerlijk, die jij-bakken. Ik heb ze gemist, mevrouw Yeşilgöz. Ik ben
blij dat we weer kunnen debatteren, met gewoon af en toe even zo'n
lekkere sneer die je dan krijgt over je verkiezingsprogramma. Het klopt
niet, hoor. Niet dat het klopt, maar het klinkt zo lekker. Dus ik heb
het gemist. Fijn. Fijn dat dat weer terug is.
Weet u, ook hier geldt dat het mooie is dat u met zijn drieën heel
tevreden bent. U staat breed lachend, ook hier, te vertellen over wat er
allemaal gebeurt en hoe er wordt ingegrepen in de sociale zekerheid, hoe
er wordt ingegrepen in de belastingen. Ik denk iedere dag "geweldig dat
we een minderheidskabinet hebben", want u heeft geen meerderheid en een
meerderheid hier in de Kamer kan die plannen, die echt desastreus
uitpakken voor de middenklasse, stoppen. Daar gaan we ook alles aan doen
de komende tijd.
En dan nog één ding. De afgelopen weken heeft u mogen onderhandelen met
twee mannen die u voortdurend uw zin hebben gegeven. Deze Tweede Kamer
gaat anders zijn.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
We grijpen inderdaad in bij de zorg en de sociale voorzieningen, maar
dat doen we vanuit wat mij betreft de meest sociale reden die je kunt
hebben en dat is omdat je wilt dat het in de toekomst houdbaar blijft,
alleen al als je kijkt naar de kosten. Ik snap dat wat we doen
ingrijpend is. Ik heb ook eerder gezegd op reacties dat dat we daar
optimistisch staan, positief staan niet wil zeggen dat we lichtzinnig
over dit soort zaken denken. Integendeel, maar de kosten bij zorg en de
kosten bij sociale voorzieningen, de uitgaven, blijven stijgen. We
dempen de stijging iets. Dat is wat je doet. Alleen al de AOW zou van
2024 tot 2029 met 16 miljard stijgen. Dus op het moment dat de Kamer
zegt "maak daar andere keuzes", heb ik daar respect voor, maar doen
alsof die stijgingen niet bestaan, alsof het niet heel snel niet meer
houdbaar zou zijn, dat vind ik dan wel lastig. Dus dan zullen we, zeker
bij de uitwerking van het kabinet, met elkaar moeten kijken wat er
concreet voorligt en wat het betekent, maar nu verantwoordelijkheid
nemen voor de toekomst hoort wel degelijk bij ons werk in de Kamer, vind
ik. De hoe-vraag is natuurlijk, met alle respect, ook verschillend in te
vullen. Ik denk dat we in het akkoord daarvoor een samenhangend verhaal
hebben neergelegd, dat verantwoordelijkheid neemt voor nu en voor de
toekomst. Dat is denk ik echt cruciaal voor wat we nu aan het doen
zijn.
De voorzitter:
De heer Klaver, tot slot.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Tot slot, voorzitter. "We gaan stijgende zorgkosten beteugelen en we
gaan de zorg beter maken." Het volgende gaat gebeuren. De zorg wordt
niet beter en de zorg wordt ook niet goedkoper. Het enige verschil is
dat we nu tegen mensen zeggen: u mag het zelf betalen. Het eigen risico
gaat namelijk omhoog. Er komen eigen betalingen in de jeugdzorg bij. Als
u straks in een verpleeghuis zorg nodig heeft, gaat u ook meer betalen.
Het enige wat we doen, is dat we iets wat we vroeger met elkaar
betaalden, nu aan het individu laten. Dat is wat er gebeurt. Er wordt
helemaal niks goedkoper op deze manier. De zorg wordt helemaal niet
houdbaarder op deze manier. Het is de rekening bij mensen zelf leggen.
Dat is wat er gebeurt. En nu niet van een briefje gaan oplezen wat de
macro-ontwikkelingen zijn, want die ken ik zelf ook wel — en uit mijn
hoofd.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik laat dit natuurlijk allemaal voor de heer Klaver. Ik vind het oprecht
onze verantwoordelijkheid om deze hervormingen onderbouwd op tafel te
leggen. We hebben dus niet met elkaar gezegd: je hebt zoveel miljard
nodig, dus maak dit allemaal maar duurder en dan is het er wel. Er is
gesproken met deskundigen, met mensen uit het veld. Met wat wij op tafel
leggen, gaan de zorgkosten de komende paar jaar nog met 6 miljard
omhoog. Wij willen er graag voor zorgen dat de premies betaalbaar
blijven voor de mensen thuis en dat die niet alleen maar hoger en hoger
en hoger worden, terwijl wij hier een verlaging van het eigen risico
zouden verkopen als de oplossing. Je weet namelijk dat alle Nederlanders
dan vervolgens een hogere zorgpremie moeten betalen. We nemen met dit
soort stappen verantwoordelijkheid. Ik heb bij heel veel andere
oppositiepartijen wel de erkenning gezien dat je hieraan iets moet doen.
Dan kan je met elkaar in gesprek over de vraag of dit dan de beste route
is. Het is aan de minister om dit uit te werken en bij iedereen langs te
gaan. Doen alsof deze problemen er nu niet zijn en alsof dit het
macroverhaal is, terwijl mensen thuis dat ook elke maand merken aan hun
zorgpremie en hun rekeningen, daar teken ik niet graag voor.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik zie vooralsnog ook lachende woordvoerders van de coalitiepartners.
Wij van JA21 houden meer van gezellig meelachen met mooie rechtse
plannen dan van heel boos doen, maar dan moeten die er wel zijn. We
maken ons daar een beetje zorgen over. Ik zou graag een lach op het
gezicht toveren als het bijvoorbeeld gaat om lastenverlichting. Daar
schort het nogal aan. We begrijpen dat de formatie vraagt om
compromissen, maar de VVD voerde campagne op lastenverlichting en
economische ruimte. Nu zien we heel veel bezuinigingen, extra
belastingen en lastenverzwaringen, zoals een vrijheidsbijdrage en
schijven niet indexeren, maar we zien geen lastenverlichting voor
bedrijven en gezinnen. Hoe denkt de VVD nu met dit verhaal te voorkomen
dat ondernemers vertrekken en dat werken steeds minder loont? Deelt de
VVD de mening van JA21 dat er nu veel meer lastenverlichting
noodzakelijk is? Al dat geld moet namelijk ergens verdiend worden en in
de zakken van de burger blijven.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Natuurlijk zal de VVD in essentie nooit pleiten voor een
belastingverhoging, zoals ik net al tegen de heer Klaver zei. Wij zullen
altijd pleiten voor lastenverlichting. Dat ziet u gelukkig ook in het
akkoord terug. U ziet dat we de accijnsverlaging op benzine in stand
hebben gehouden. U ziet dat we een enorme lastenverlichtingen richting
het bedrijfsleven doen. Ik heb ze de afgelopen dagen gelukkig aan de
telefoon mogen krijgen. Ze hebben dat gezien en gewaardeerd als het gaat
om de energielasten, de compensatie voor de energiekosten en het
schrappen van CO2-belasting. Dat zijn enorm belangrijke
zaken, waarvan zowel kleine als grote bedrijven de afgelopen dagen
hebben laten weten dat het hen heel veel zuurstof geeft en de ruimte om
in Nederland te investeren en voor die banen te blijven zorgen.
Laat ik er als VVD'er nog aan toevoegen: het helpt ook om onze
onafhankelijkheid van landen waarvan we niet afhankelijk willen zijn —
dat zouden we wel zijn als die bedrijven weg waren gegaan — te bewaken.
Dus gelukkig zit het erin. Ik denk dat ik bij elk akkoord als VVD'er zal
zeggen: er had veel meer gekund. Maar de fundamentele zaken waarvoor het
bedrijfsleven bij ons kwam als het over lasten gaat, hebben we gelukkig
waar kunnen maken. Dan heb ik het nog niet eens over de honderden regels
die we per jaar minimaal zullen schrappen, het schrappen van procedures
…
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ja, voorzitter, ik kan nu een uur volpraten over wat er allemaal in het
akkoord staat.
De voorzitter:
Ja, dat geloof ik meteen.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Het gaat ook om ruimte voor de middenklasse en ondernemers.
Gelukkig.
De voorzitter:
Net als de interrupties, mogen ook de antwoorden kort en bondig.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Steeds wordt de verlenging van de verlaging van de benzineaccijns van
stal gehaald. Dat is een jaartje. Dat stelt niet zoveel voor. Er komt
een vrijheidsbijdrage. Dat zijn miljarden voor het bedrijfsleven en voor
de mensen thuis. Die gaan dit gewoon op hun kassabonnetje zien. Denk ook
aan de suikertaks. Dit is qua lastenverlichting niet zo'n heel goed
verhaal. Aan de kleine voorbeeldjes die de VVD met moeite weet te geven,
hoor ik dat ze het zelf ook wat mager vindt. Laat ik het concreet maken:
is de VVD bereid om samen met JA21 alsnog echte lastenverlichting te
bereiken, om met ons te kijken naar een lagere energiebelasting, naar
permanente accijnsverlaging en een eerlijke box 3-hervorming, zodat
werkenden en bedrijven dit ook echt gaan merken?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik ben sowieso erg benieuwd naar de voorstellen van JA21. Die zullen we
ongetwijfeld de komende tijd gaan zien. Ik weet niet of een jaartje
belastingverlaging, accijnsverlaging, op je benzine niet zo veel
voorstelt. We maken daarvoor bijna een miljard vrij. Ik weet wat dat
scheelt voor gezinnen die afhankelijk zijn van de auto. Ik houd mij daar
nogal mee bezig: welke verlichting en welke ruimte geef je aan de mensen
thuis? Ik zou daar zelf niet heel kleinzielig over doen, maar dat kan.
Ik ben erg benieuwd naar de voorstellen van JA21. Hopelijk gaan we daar
samen snel mee aan het werk.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Nanninga (JA21):
U zegt "daar zijn we benieuwd naar", maar ik ben eigenlijk meer op zoek
naar een handreiking. Ook andere oppositiegenoten hebben al meerdere
keren benoemd dat hier een minderheidskabinet zit. Wij zijn echt bereid
om te praten. We gooien geen deuren dicht, maar dan moet er wel echt een
beter verhaal op tafel liggen. Een benzineaccijnsverlaging voor een jaar
is hartstikke mooi, maar dat stelt natuurlijk niet zo heel veel voor in
het hele pakket dat ik net noemde. Ik zoek naar meer commitment. Pleiten
voor lastenverlichting is één ding, maar we zien het niet. Dit gaat zo
niet. Dit is geen rust in de portemonnee; dit is een portemonnee die bol
staat van de boodschappenbonnen, de rekeningen en de belastingaanslagen.
Mevrouw Yeşilgöz zal toch moeten begrijpen dat dit alleen over rechts
een beetje rechtgetrokken kan worden en dat er dus met ons afspraken
gemaakt zullen moeten worden. Ik ben een beetje op zoek naar waar de
ruimte zit.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Die is er evident. Dat geldt overigens voor elke partij die zegt: ik kom
graag aan tafel om te kijken hoe ik hieraan kan bijdragen. Die bijdrage
is natuurlijk in te vullen door die partij zelf. Als JA21 zegt "hier
zien wij ruimte", dan ben ik vanzelfsprekend benieuwd naar dat voorstel
en naar de dekking. Dan gaan we daar natuurlijk samen naar kijken. Feit
is dat er nog geen kabinet is. De ministers zullen hiermee aan de slag
gaan en die zullen bij iedereen langsgaan, zoals ze wat mij betreft ook
zouden doen als we 76 zetels hadden. In Nederland is het nog nooit
gebeurd dat men alleen leunt op het aantal zetels van de coalitie, want
dan doe je je werk niet goed. Je gaat langs iedereen en nu moet je nog
harder werken; dat is helder. Maar natuurlijk ben ik erg benieuwd naar
de voorstellen die vanuit JA21 op tafel zullen worden gelegd. Daar kijk
ik naar uit.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zal het op uw aanmoediging kort houden, voorzitter.
De voorzitter:
Graag.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mijn vraag is: gaat de middenklasse erop vooruit?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
We zien straks de koopkrachtcijfers van het CPB. Die worden nooit
berekend door de formerende coalitie. Die komen met een paar weken. Ik
kan alleen maar zeggen: ik hoop het. Ik heb in ieder geval mijn best
gedaan, met steun van de andere partijen, om te voorkomen dat je huis,
je auto en je spaargeld allemaal duurder worden. We willen er juist voor
zorgen dat de middenklasse alle ruimte heeft om te doen wat zij voor ons
doet, namelijk dit land draaiende houden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Precies op dit punt maak ik mij zorgen. Als ik door mijn oogharen naar
de financiële tabel kijk, dan vraag ik me af wat dit betekent voor Henk
en Ingrid, zoals sommigen zeggen. Ik zeg liever: Jan en Ineke. Ik heb
het over gewone mensen die keihard werken om de boel overeind te houden,
die de boodschappen duurder zien worden en die weten wat het betekent
als je kinderen groot worden. Ik maak me zorgen om hen als ik de
zorgkosten en de sociale zekerheid zie. Ik zie op welke plekken de
rekening wel en op welke plekken die niet wordt gelegd. Daarom zou ik
mevrouw Yeşilgöz willen uitnodigen. Wij hebben eerder echt goed samen
gewerkt. We moeten echt in het oog hebben dat die koopkrachtplaatjes er
liggen voor de regeringsverklaring, zodat als er iets niet in de haak
is, dat nog gerepareerd kan worden. Is zij dat met mij eens?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Alleen worden die door onafhankelijke planbureaus gemaakt, dus dat heb
ik niet in de hand. Ik ben het absoluut met mevrouw Bikker eens dat dat
ook zou helpen, maar daar ga ik niet over en daar gaan wij hier in de
Kamer niet over. Wat ik heel belangrijk vind en ook dacht te zien
tijdens de kopjes koffie die we hebben gehad bij mevrouw Letschert, is
dat we wel gezamenlijk die ambitie delen voor een stabiel
overheidsbestuur. Ik heb dat ook van verschillende partijleiders en
fractievoorzitters van oppositiepartijen in de media gehoord.
Stabiliteit, ook als het erom gaat dat we zorgen voor onze veiligheid,
en een kabinet dat verantwoordelijkheid neemt en natuurlijk scherp
gehouden wordt door de oppositie — daar zullen we ook hulp en steun bij
nodig hebben — is denk ik het meest cruciale en waar mensen naar
snakken. "Zorg dat ik weet waar ik aan toe ben. Sta voor mijn
veiligheid. Sta voor een groeiende economie". Daar ziet u allemaal hele
concrete zaken voor in het akkoord. Verder zullen we het rapport van het
CPB moeten zien dat het doorrekent. Daar ga ik niet over.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb eerlijk gezegd nog nooit meegemaakt dat de VVD niet zeker wist of
de middenklasse erop vooruitging. Ook gezien de inzet van collega
Yeşilgöz in de campagne voor de hardwerkende Nederlander zou ik
verwachten dat dat vandaag al zeker is, maar toch zeker voor het debat
over de regeringsverklaring. Mijn hartstochtelijke aanmoediging is dat
we gezamenlijk als Kamer vragen om, en anders ook even wachten op, die
cijfers. Zo weten we waarover we het hebben en kunnen we zo nodig
repareren. Ik hoop niet dat het nodig is, maar ik heb wel die zorg.
Deelt mevrouw Yeşilgöz mijn mening dat de afdronk na de
regeringsverklaring niet kan zijn dat we nog hebben te repareren omdat
de hardwerkende Nederlander erop achteruitgaat?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Mevrouw Bikker geeft hierbij de VVD iets te veel credit. Mevrouw Bikker
en de VVD, de ChristenUnie en de VVD, hebben eerder samen geformeerd.
Zij weet dat het de planbureaus zijn die altijd met de
koopkrachtberekeningen komen. Daar komt niet een formerende partij mee
of een departement. Daar komt het CPB mee en het is niet aan ons om te
dicteren wanneer een onafhankelijk planbureau met de cijfers komt. Dat
weet ik dus niet. Mevrouw Bikker zei: dat heb ik nog nooit meegemaakt.
In tegenstelling tot wat zij zegt, werkt een onderhandeling echter
altijd zo. Het is altijd zo dat wij met plannen komen. Als VVD'er heb ik
het daarom zo belangrijk gevonden — met het draagvlak en commitment van
en in overeenstemming met de andere partijen — om te voorkomen dat die
rekening juist naar de middenklasse zou rollen. De standpunten daarover
en de maatregelen daarvoor ziet u heel duidelijk in het akkoord staan.
Dus alles wat wij konden doen als politiek, hebben we daarin gedaan,
vinden we. Nou, we zullen straks bij de uitwerking van mevrouw Bikker
horen of ze dat een goed idee vindt of niet. Dan is het aan de
planbureaus om dat te beoordelen. Dat moet onafhankelijk gebeuren.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mevrouw Yeşilgöz hoeft mij niet uit te leggen hoe onderhandelingen
werken. Dat weet ik. Ik weet ook dat je overal een financieel brein of
meerdere breinen hebt zitten die meerekenen en bedenken: komt dit ten
goede aan de mensen voor wie wij opkomen? Als het goed is, hou je
daarbij het hele land in gedachten. Ik maak mij zorgen. De VVD kan die
zorgen niet weerleggen, en zegt nu: dan moeten we maar wachten op het
CPB; dat is onafhankelijk, dus we weten niet wanneer dat komt. Nota
bene, zeg: als de regeringsverklaring er ligt, dan moeten mensen in het
land toch weten waar ze aan toe zijn? Dat kan toch op verschillende
manieren? Mij lijkt het logisch dat we even wachten op het CPB als dat
langer moet duren. Maar meestal is dat echt wel in de buurt van de
regeringsverklaring klaar.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik ga dus niet over onafhankelijke planbureaus. Het verzoek om
doorrekening is natuurlijk gedaan. Dus alles gaat conform elke vorige
onderhandeling. Daar gebeurt niks afwijkend. Wij kunnen niet het
planbureau onder druk zetten. Ik vertel uitvoerig wat de inzet van de
VVD, samen met D66 en CDA, is geweest om juist die middenklasse te
ontzien: doorgaan met bijna gratis kinderopvang voor werkenden, zorgen
dat je auto en je huis betaalbaar blijven. Al die zaken hebben wij juist
heel bewust daarvoor gedaan. Dus als mevrouw Bikker aan mij vraagt waar
ik politieke verantwoordelijkheid heb genomen, dan heb ik daar de
afgelopen twintig minuten al verschillende voorbeelden van genoemd uit
het akkoord, met de bedragen erbij. Maar het totaal moet onafhankelijk
worden beoordeeld. Natuurlijk is het verzoek voor een doorrekening al
gedaan op het moment dat de inkt nog niet eens droog was. Verder werkt
het zo dat wij daar in de politiek niet over gaan.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik zou mevrouw Yeşilgöz bijna willen feliciteren, maar ik ga het niet
doen omdat het zo pijnlijk is voor het land. Het is u gelukt om
snoeihard te bezuinigen op de zorg en daar privatiseringen door te
voeren en om mensen die arbeidsongeschikt raken of onverhoopt in de WW
terechtkomen te straffen. Het is u gelukt om niets te vragen van de
rijkste Nederlanders, van de meest vermogenden. Het is u gelukt om met
twee heren aan tafel te gaan, een minderheidskabinet te vormen en zelfs
het overgrote deel van de oppositie constructief mee te laten denken
over afbraak. Dat is knap. Dat is knap. Dat zegt ook iets over de
anderen, maar het is knap. Rest mij wel een vraag. De oppositie is met
meer. Wat doet mevrouw Yeşilgöz als de coalitie komt met de oproep om de
AOW-leeftijd niet te verhogen? Hoe gaat mevrouw Yeşilgöz zich dan
opstellen?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
U begrijpt dat ik de kwalificatie van het akkoord en de woorden die de
heer Dijk gebruikt, bij hem laat. Wil je afbraak voorkomen, wil je
ervoor zorgen dat mensen in de toekomst ook goede zorg hebben, net als
sociale voorzieningen, vangnetten, dan moet je juist nu gaan handelen.
Ik heb er natuurlijk meer dan begrip voor dat we de vraag stellen of dit
dan de beste handelwijze is. Dat gaat een minister uitwerken. Vervolgens
komt het in de Kamer; zo werkt dat. Als wij fundamenteel van mening
verschillen over nu niets doen en hoe het er daarna uitziet ... Ik ben
niet de enige, alle deskundigen geven aan dat je nú moet ingrijpen. Als
je nu niet ingrijpt, hebben degenen die na ons komen — dan heb ik het
niet over generaties en generaties maar al vrij snel — niet de beste
zorg, die wij wel hebben. Dat zou ik niet voor mijn rekening willen
nemen, dus zul je moeten hervormen. Dat zijn moeilijke keuzes. Ik zie
overigens meer partijen in de Kamer die dat ook inzien en die dat ook in
hun verkiezingsprogramma hebben staan; meer dan die 66 zetels. Het lijkt
mij juist verstandig om met elkaar te kijken bij de uitwerking, waarmee
de minister dan aan de slag gaat, of dit de beste wijze is. Dat je iets
zult moeten doen, is evident. Als je ziet hoezeer de kosten stijgen en
daarbij meeneemt dat alle deskundigen aangeven dat als je nu niets doet,
de AOW straks niet houdbaar is of de zorg ... Ik vind die
verantwoordelijkheid te zwaar om te dragen, dus wel weten maar niets
doen. Ik vind niet dat je dat kunt maken. Wij leggen neer wat volgens
ons het beste is. Het is straks aan de minister om dat uit te werken en
bij u allemaal langs te gaan.
De voorzitter:
De heer Dijk. Graag in de microfoon, dan kunnen de mensen thuis het ook
volgen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Misschien kunt u het scherper stellen. Ik heb het meerdere keren gezien,
ook net bij de heer Jetten: veel vragen worden niet beantwoord. De vraag
was wat mevrouw Yeşilgöz doet als de meerderheid van de Kamer een
voorstel aanneemt om de AOW-leeftijd niet te verhogen.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik ga ervan uit — dat zullen we straks zien — dat alle ministers straks
met het coalitieakkoord, met de uitwerking langs de woordvoerders zullen
gaan en zullen nagaan welke afspraken hierover gemaakt kunnen worden.
Overigens is, zoals de heer Jetten al zei, het niet alleen een gesprek
hier. Verschillende maatschappelijke organisaties, de polder en de
medeoverheden zijn langs geweest. Het beeld dat je moet handelen wordt
breed gedeeld. Natuurlijk ga je dat samen vormgeven. Dat staat ook in
het akkoord. Vandaag hebben we het vanzelfsprekend over wat we op papier
hebben gezet, maar dit gaat ook over het proces. Daarna komt de inhoud
met de uitwerking zoals ik die net schetste.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, snapt u het nog? Dat is niet eens een begin van een antwoord
op mijn vraag. Ik stel een heel simpele vraag: als er in de Tweede Kamer
voorstellen worden aangenomen, moeten die dan worden uitgevoerd, ja of
nee?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dan gaat de heer Dijk ervan uit dat ik weet hoe zo'n voorstel eruitziet,
wat voor dekking erbij hoort en wat het verhaal erbij is, maar we hebben
nog niet eens een kabinet. Laten we dat in die stappen doen. Ik kan niet
vooruitkijken, niet naar de komende paar uur of naar de komende dagen.
Wij leggen hier iets neer. Ik vind dat we met elkaar
verantwoordelijkheid moeten nemen. Over de hoe-vraag zou ik zeggen: doe
dat vooral met de minister die het gaat uitwerken, met de Kamer en
daarbuiten. Dat blijft ook mijn antwoord, zeg ik tegen de heer Dijk.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit is fascinerend. Ik kijk weer naar alle andere oppositiepartijen die
zich lekker constructief hebben opgesteld de afgelopen tijd. De heer
Jetten gaf net geen antwoord. Mevrouw Yeşilgöz gaf net geen antwoord op
een vraag over een akkoord dat eerder gesloten is door vakbonden. Al die
werkende mensen moeten de zekerheid hebben hoelang zij door moeten
werken om de eindstreep te halen en eindelijk hun pensioen te krijgen.
De partijen die het in de campagne lang hebben gehad over hardwerkende
Nederlanders, laten die keihard in de steek als deze Kamer gaat zeggen:
we gaan het niet doen. Het is ongelofelijk dat de nu formerende partijen
hier eigenlijk al geen enkele boodschap hebben aan de Tweede Kamer. Het
is ongelofelijk dat er dan nog oppositie zou zijn die zich constructief
gaat opstellen. Ik waarschuw oppositiepartijen: als je één keer een
vinger geeft, zullen ze je hand nemen en werk je mee aan de afbraak van
Nederland.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik wil toch even terugkomen op de stelling dat je een akkoord uit elkaar
zou trekken op het moment dat je zegt: ik zie dat de AOW-kosten de
komende jaren met miljarden en miljarden en miljarden toenemen. Als je
daar geen verantwoordelijkheid voor pakt, dan gaat het straks onhoudbaar
zijn voor degenen die een pensioen of een AOW nodig hebben. In het
pensioenakkoord zijn duidelijke afspraken gemaakt. Daarom zeggen wij
ook: laat dit niet morgen maar in de toekomst ingaan. Ik vind het ook
een gek figuur om als politiek niet te reageren en te anticiperen op
problemen die je in de toekomst ziet ontstaan. Sterker nog, die
problemen zijn geanalyseerd, gekwantificeerd en het is superduidelijk.
Wat gaan we dan tegen die mensen zeggen die dan dus niet eens een AOW
kunnen krijgen? Dat is de discussie. Die heb je niet hier in dit debat,
maar straks bij de uitwerking. Dit is dus allesbehalve het onderuithalen
van een pensioenakkoord. Ik heb hier net ook partijen gehoord die dat
niet zouden willen. Dat waren partijen die tot voor kort met moties
kwamen waarin stond dat het pensioenakkoord onderuitgehaald moest
worden. Laten we dat nou intact houden met elkaar en laten we kijken hoe
je die enorm stijgende kosten kunt opvangen, zodat iedereen die straks
van een AOW wil kunnen genieten dat ook kan doen. Dat is namelijk wel
onze verantwoordelijkheid. Die gaat verder dan alleen vandaag.
De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Yeşilgöz zei net: alle fundamentele dingen waarmee het
bedrijfsleven in onze richting kwam, hebben we geregeld. Ik denk
eigenlijk dat dat het grote probleem is van de VVD en deze coalitie. De
grote bedrijven, mensen die het al heel erg goed hebben, worden namelijk
de hele tijd ontzien. Mevrouw Yeşilgöz zegt net dat er geen
opeenstapeling voor mensen in de middenklasse is, maar kijk naar de
NAVO-belasting van honderden euro's per huishouden, die gewoon neerslaat
bij met name mensen met een lager inkomen en een middeninkomen, de
verhoging van het eigen risico met €75, de boodschappenbelasting, de
suikertaks en de benzine die duurder wordt na 2027. Dat is gewoon een
opeenstapeling van maatregelen die de hardwerkende Nederlander in de
middenklasse financieel pakken. Hoe kan mevrouw Yeşilgöz hier nou met
droge ogen zeggen dat de VVD een opeenstapeling heeft voorkomen, terwijl
de VVD een opeenstapeling van belastingverhogingen, van maatregelen die
de middenklasse financieel pakken, gaat doorvoeren?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Laat ik zeggen dat die analyse niet helemaal klopt. Ik heb al aangegeven
dat je ervoor zorgt dat alle Nederlanders steeds hogere premies moeten
betalen als je het eigen risico verlaagt. Daar zouden wij niet voor
zijn. Ik zou niet wensen dat mensen zo'n hoge premie krijgen dat ze
zelfs die niet eens meer kunnen betalen. Daar moet je dus wat aan doen.
De suikertaks is voor de producenten. De heer Van Baarle wil graag
rekeningen naar de bedrijven zien gaan; die rekening gaat naar de
bedrijven. Ik denk dat wij dit debat de komende jaren vaker zullen
hebben. Dat staat helemaal los van een meerderheids- of
minderheidscoalitie. Ondernemers hebben genoeg klappen gekregen. Dan heb
ik het over de mkb'er, de bakker op de hoek en inderdaad de grotere
bedrijven, die zorgen voor duizenden en duizenden en duizenden banen en
waarmee heel veel mensen elke dag hun brood verdienen. Het is gewoon
onjuist om hen elke keer te beschouwen als een gratis pinautomaat en te
denken dat zij vervolgens wel blijven zorgen voor groei, banen en al het
geld dat wij weer als overheid kunnen investeren in goede zorg, politie
en onderwijs. Dus ja, dan ben ik erg blij dat we de kleine ondernemer,
de grote ondernemer en de middenklasse zo veel mogelijk hebben kunnen
ontzien en dat we degelijk investeren in onze veiligheid. Zonder
veiligheid hebben al die mensen namelijk al helemaal niks.
De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Yeşilgöz weet heel erg goed dat die belasting, die suikertaks,
uiteindelijk doorberekend zal worden. Dat gaat ertoe leiden dat mensen
uiteindelijk gewoon ontzettend veel meer kwijt zijn aan de boodschappen.
De mensen in het land zullen die suikertaks moeten betalen. Gezien wat
de VVD verder allemaal nog doet, bijvoorbeeld als het gaat om de hogere
benzinekosten, maar ook als het gaat om het eigen risico, die €75, die
wel degelijk neerslaat bij de hardwerkende Nederlander, kan mevrouw
Yeşilgöz hier niet zeggen dat ze die kleine ondernemers steunt. Ze voert
wel degelijk belastingen door die de kleine ondernemer hard raken. Ze
kan ook niet zeggen dat zij de middenklasse ontziet, terwijl we een
stapel aan belastingmaatregelen zien. Het is gewoon een stapel aan
belastingmaatregelen die de hardwerkende Nederlander met een bescheiden
inkomen keihard raken. Dan zie ik inderdaad dat de VVD ervoor kiest om
willens en wetens die Nederlander hard te raken en anderen te
ontziet.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dat is gelukkig niet het geval. Wat bijvoorbeeld bij een suikertaks zal
zijn, wat de bedoeling daarvan is en hoe dat werkt, is dat producenten
vervolgens juist minder suiker in hun producten zullen gebruiken, wat
weer ten gunste komt van de gezondheid van mensen. Ik denk dat we met
elkaar vooral willen dat mensen niet in de zorg belanden, maar dat die
zorg er is voor mensen die het nodig hebben. Zo ziet u een samenhangend
verhaal in het stuk. U kunt dat een goed stuk vinden of niet, maar er
zit in ieder geval samenhang in. Ik ben juist heel erg blij dat we
belangrijke dingen als de verlaging van de benzineaccijns hebben kunnen
doorzetten en de eigen woningen betaalbaar hebben kunnen houden. Van al
die dingen lagen mensen wakker. Daar ben ik dus blij mee. Ik kan me
voorstellen dat DENK dat anders inschat. Daar zullen we natuurlijk het
debat over aangaan met elkaar.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Het is gewoon allemaal niet waar. Die benzine wordt misschien een
jaartje niet duurder, maar daarna wordt ie gewoon duurder. Deze coalitie
gaat ervoor zorgen dat de benzine minimaal €0,10 per jaar duurder wordt
na 2027. Voor die suikerbelasting staat gewoon 850 miljoen ingeboekt.
Die gaat naar de overheid. Mevrouw Yeşilgöz zegt "nou ja, dan worden
producten aangepast; het zal allemaal niet leiden tot duurdere
boodschappen", maar die 850 miljoen euro gaan consumenten gewoon moeten
betalen omdat de boodschappen duurder worden. Mevrouw Yeşilgöz ontkent
de werkelijkheid. Ze ontkent de werkelijkheid dat haar coalitie en de
VVD tekenen voor het financieel naar de afgrond brengen van de
hardwerkende Nederlander en de Nederlander met een bescheiden inkomen.
Ik zeg tegen mevrouw Yeşilgöz: kap daarmee, doe dat gewoon niet.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Het heeft denk ik niet heel veel zin om daar een welles-nietes van te
maken. Zoals afgelopen jaren is inderdaad de verlaging van de
benzineaccijns met een jaar verlengd. Daar trekken we bijna een miljard
voor uit. We zullen ook komend jaar met elkaar kijken of er ruimte voor
is om die verlaging wel of niet nog een keer te verlengen. Daar zijn wij
heel erg eerlijk in. Dat hebben we de afgelopen jaren ook gedaan. Toen
was het volgens de heer Van Baarle volgens mij geen schande, maar nu
wel. Ik ben juist blij dat mensen zien dat ze die verlaging wel kunnen
krijgen, dat autorijden betaalbaar blijft, dat een eigen woning
betaalbaar blijft, dat er kinderopvang is voor werkenden. Dat zijn
allemaal fundamentele zaken om elke dag je leven goed te kunnen leiden.
Daarbij hoort een groeiende economie, waarbij je het bedrijfsleven, van
de kleine tot de grote ondernemer, koestert. Zij zijn degenen die het
geld verdienen, zodat we kunnen investeren in goede wegen, in onderwijs
en in politie. U ziet daar echt hele concrete stappen voor terug. Ik
denk dat het heel erg belangrijk is dat we niet alleen die stappen nu
zetten, maar ook rekening houden met de toekomst en mensen niet
wijsmaken dat als je die verantwoordelijkheid voor de toekomst niet
neemt, het vanzelf wel goed komt. Want dat is niet zo.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een korte, informatieve vraag, doorgaand op mevrouw Bikker. Zij
stelde terecht de vraag of de middenklasse erop vooruitgaat in de
plannen. Het klopt dat het CPB straks de definitieve koopkrachtplaatjes
berekent. Die tellen, en de rest niet. Maar het is niet zo dat er geen
berekeningen worden gemaakt. Het ministerie van SZW is hier buitengewoon
goed voor toegerust, Financiën ook. En anders zijn het wel de financieel
specialisten van de fracties die dit ook kunnen. Zijn dit soort
berekeningen gemaakt in de formatie?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik zat niet aan alle tafels, maar bijvoorbeeld specifiek over de
tabelcorrectiefactor, waarbij je inzoomt op wat die doet als je die
invult zoals wij dat doen, is er wel degelijk een berekening gemaakt.
Die liet ook zien dat de koopkracht er niet op achteruitging. Maar
daarvan moet ik meteen eerlijk zeggen: dat is inzoomen op maar één
maatregel, maar een koopkrachtberekening doe je over alles. Ik reken
erop en ik hoop dat het CPB voordat we hier staan … De verwachting is,
krijg ik nu net door vanuit Algemene Zaken, dat dit vóór de
regeringsverklaring is. Die doorrekening is aangevraagd. Je weet hoeveel
weken daar normaal in zitten. Ik kan het niet garanderen, want ik ga er
niet over. Maar het is natuurlijk net zoveel van belang voor ons als
voor de heer Klaver om te weten waar we aan toe zijn. De cijfers die
gevraagd zijn, heb ik, maar dat is niet het totaalplaatje, want dat komt
van een onafhankelijk planbureau.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag was: zijn er — en anders moet ik het aan de informateur
vragen — …
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik zei ja.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
U zegt dat dit er is op één deelpunt. Maar wij stellen hier de vraag of
de middenklasse erop vooruitgaat. Daar zit een veronderstelling onder.
Als wij in de fractie zelf op de achterkant van een sigarenkistje
proberen te kijken, denken we: nou, dat valt maar zeer te betwijfelen of
het is zelfs niet zo. Dat hebben jullie gedaan. De VVD zegt hier te
hopen dat het gebeurt, maar dat is een soort van "het komt echt wel
goed". Zijn die berekeningen er en, zo ja, kunnen die alsnog gedeeld
worden met de Kamer? We hebben namelijk gekeken of ze bij de stukken
zaten, maar ze zitten niet bij de stukken die zijn gedeeld. Dus zijn er
koopkrachtberekeningen gemaakt tijdens de formatie over wat het
koopkrachtbeeld is? Zo ja, dan zouden we die graag willen krijgen. Is
dat akkoord?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik geef gewoon het antwoord dat ik heb. Ik kan er niet iets bij
verzinnen. Dat zal de heer Klaver me denk ik niet echt kwalijk
nemen.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat u ook deze vraag aan de informateur wil stellen. Ik zie dat
ze haar pen vastheeft. Misschien gaat ze 'm wel gebruiken om dit punt
mee te schrijven of we die informatie kunnen krijgen.
De voorzitter:
Het is gehoord.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Nou ja, voor een echt onafhankelijke berekening moet je het CPB hebben.
Laat ik dat gezegd hebben, want zo werkt dit. Dit heeft overigens altijd
bij elke formatie zo gewerkt, met elke partij.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Yeşilgöz geeft hoog op over het feit dat er goed nagedacht is
over de kleine ondernemers, de mkb-ondernemers. Nou, dan lees je dat de
benzineaccijns mogelijk weer omhooggaat. Er komt een bloementaks. Er
komt een suikertaks. Het grenstoerisme van mensen in Nederland die nu al
in het buitenland hun boodschappen doen, hun benzine tanken en andere
spullen kopen, is al enorm en gaat straks alleen maar omhoog. Ik zie
hier gewoon weer nationale koppen bovenop wat andere landen doen. De
bloemist zal dus mogelijk verdwijnen, maar ook andere kleine ondernemers
— dat geldt zeker in de grensregio's, waar er nogal wat zijn — gaan hier
gewoon heel erg veel last van hebben. Hoe staat de VVD nou echt achter
die kleine ondernemers, als de VVD werkt met deze verhogingen die eraan
zitten te komen?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
De benzineaccijns gaat dus gelukkig niet omhoog, dus die verlagingen
verlengen we, precies zoals we de afgelopen jaren in dezelfde vorm samen
met de BBB ook deden. Ik reken daarbij dus op steun. Er komen geen
Nederlandse koppen op Europese regels; dat was ook de afgelopen jaren
altijd de inzet van de BBB en ook deze nieuwe coalitie zal dat
overnemen. Dat is dus ook heel fijn. Vervolgens gaan we heel veel regels
schrappen. Het zal punt nummer één, twee en drie van alle ondernemers
zijn die je spreekt: alsjeblieft, verstik me niet in nog meer regels en
procedures. Die zullen geschrapt worden. Je ziet een tegemoetkoming in
de energiekosten; je ziet daar ruimte ontstaan. Als mevrouw Van der Plas
aan mij vraagt of er belastingen zijn waar ik blij mee ben, zeg ik: nee,
dat is nooit het geval bij de VVD. Ik denk wel dat we hier een
samenhangend verhaal hebben. Dat verhaal is dat er inderdaad ook lasten
worden gedragen door iedereen in het land, maar dat we die zo minimaal
mogelijk hebben kunnen houden, dat we zaken als autorijden en je huis
gelukkig betaalbaar hebben kunnen houden en dat er geen Nederlandse
koppen bovenop Europese regels komen. Ik denk dat er heel veel in zit
wat mevrouw Van der Plas terugherkent van haar eigen inzet van de
afgelopen twee jaar.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb niet gezegd: de benzineaccijns gaat omhoog. Ik zeg dat die
mógelijk omhooggaat, omdat er alleen voor volgend jaar nog is ingeboekt
en voor de andere jaren niet. Dat ligt dus open. De kans dat dat
gebeurt, is zeker wel aanwezig. De btw-verhoging op de sierteelt, die
ook "de tulpentaks" wordt genoemd, betekent — daar is een berekening van
— dat die mogelijk 2.500 banen gaat kosten, dat er in die sector een
omzetverlies van bijna 400 miljoen is en dat daarvoor een bedrag van
uiteindelijk 159 miljoen naar de schatkist gaat. Er gaat dus eigenlijk
een schijntje naar de schatkist, maar de gevolgen zijn enorm, zeker ook
voor de consument en ook voor de bloemist.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Er zullen zaken van over de kop gaan. De consument gaat meer betalen
voor zijn bosje bloemen, want het wordt wel degelijk doorgerekend.
Daarbij gaat het juist ook om die kleinere ondernemers. Bovendien is de
sierteeltsector een zeer innovatieve sector, die door deze verhoging
naar 21% straks ook geen investering meer kan doen op zaken als
innovatie en verduurzaming.
De voorzitter:
Wat is uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zie dus niet hoe mevrouw Yeşilgöz kan zeggen: o, wij komen zo op voor
onze kleine ondernemers en voor de hardwerkende middenklasse. Die gaan
er namelijk gewoon keihard op achteruit, allemaal.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dat laatste laat ik even bij mevrouw Van der Plas, maar wat ze daarnet
zegt, lijkt mij superbelangrijk voor de uitwerking en voor de betrokken
bewindspersonen. Even vertaald in mijn eigen woorden, is dat: pas heel
erg goed op bij de uitwerking en zorg dat ondernemers daarmee niet
kopje-onder gaan. Dat is de analyse die zij deelt. Ik zeg hier ook
helemaal niet: nou, dat is helemaal geen terechte zorg. Het is evident
dat er hier in dit akkoord ook moeilijke dingen staan, maar ik kan wel
uitleggen waarom die belangrijk en nodig zijn en ik kan in dit geval ook
de zorgen van mevrouw Van der Plas meenemen. Ik hoop — ik moet zeggen:
verwacht — dat een bewindspersoon daar daadwerkelijk rekening mee houdt
bij de uitwerking.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We gaan de boodschappen gewoon duurder maken. De bloemen worden duurder,
de vruchtensappen worden duurder. Alles wordt duurder, los van het feit
dat mensen al moeite hebben om hun rekeningen te betalen, ook de
werkende middenklasse. Dat gaat gewoon gebeuren. De suikertaks vind ik
echt belachelijk en betuttelend. Het is ook nog eens zo dat het zo
geregeld was dat vruchtensappen uitgezonderd zouden worden; de vraag aan
mevrouw Yeşilgöz is hoe dat nu in elkaar gaat zitten. In vruchtensappen
zit suiker. Dat is geen toevoegde suiker; suiker zit gewoon in fruit.
Daarom zouden vruchtensappen uitgezonderd worden. Het zou eigenlijk
alleen gaan om producten met toegevoegde suiker. Ik zie eigenlijk niet
terug hoe dat nu geregeld wordt. Blijft overeind staan dat het voor die
vruchtensappen niet gaat gelden?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Zeker als het over producten gaat, weet ik dat er altijd scheidslijnen
zijn. Daar is de afgelopen jaren ook heel veel over gesproken. Die zijn
niet altijd goed uit te leggen door politici, maar het gaat daarbij om
wat in de ingrediënten zit. Maar hier is niet op deze manier aan tafel
over gesproken. Dit is echt voor de uitwerking. Dit lijken me dus
allemaal ontzettend relevante opmerkingen, vragen en zorgen van mevrouw
Van der Plas die vooral meegenomen moeten worden in de uitwerking.
Gelukkig is het niet zo dat alles duurder wordt. Op het moment dat je de
nodige stappen zet in de zorg, gaan de premies niet omhoog. We zorgen
ervoor dat je auto niet duurder wordt, dat je huis niet duurder wordt,
dat je spaarrekening niet extra wordt belast. In deze Kamer zijn sommige
mensen daar blij mee en sommige mensen niet. Ik ben daar heel erg blij
mee richting al die ondernemers en de hardwerkende Nederlanders.
De voorzitter:
Ik geef nog ruimte voor interrupties aan de heren Dassen, Markuszower en
Dijk. Daarna gaan we het woord geven aan de heer Klaver.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb met interesse geluisterd naar de hele discussie over "werken moet
lonen". Mevrouw Yeşilgöz noemt enkele voorbeelden, zoals de
kinderopvang. Dat is een voortzetting van het beleid van het vorige
kabinet. Zij noemde ook de benzineaccijns. Het is niet per se zo dat
werken daardoor meer gaat lonen. Wat zijn nou de extra maatregelen die
deze coalitie neemt om te zorgen dat werken meer gaat lonen?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Een van de belangrijkste dingen waar ik in ieder geval heel erg blij mee
ben — dit is een groter antwoord dan specifiek over je salaris — is dat
we concreet hebben kunnen opschrijven dat we een groei van de economie
zullen najagen en dat we daar ook aan zullen werken. We hebben ook
afgesproken dat je maatregelen neemt als die groei niet minimaal 1,5%
is. Een groeiende economie is een-op-een de manier om ervoor te zorgen
dat werken meer gaat lonen. Maar we doen ook zaken om ervoor te zorgen
dat ondernemers lagere drempels ervaren bij het aannemen van mensen. Als
jij ziek wordt, is het in ons land ontzettend fijn en goed geregeld dat
er dan voor je gezorgd kan worden en dat er sprake is van
loondoorbetaling. Dat dat twee jaar door een kleine ondernemer gedaan
moet worden, maakt dat ondernemers mensen niet meer in dienst nemen.
Daar hebben we samen met de SP ook in opgetrokken. Ik ben blij dat in
het akkoord staat dat we daar wat aan gaan doen. Als mensen ziek worden,
kunnen ze er nog steeds zeker van zijn dat er voor hen gezorgd wordt,
maar ondernemers hoeven niet de volle rekening te pakken, waardoor ze nu
ook makkelijker mensen kunnen aannemen. Wil je dat werken meer loont,
dat meer werken meer loont en dat je dat anders hebt geregeld in je
land, dan zijn dit voorbeelden van fundamentele zaken die bij ons altijd
zijn aangegeven door werkgevers en werknemers. Ik ben heel erg blij dat
het ook in het akkoord staat. De uitwerking moet komen, maar daar zijn
hele duidelijke afspraken over gemaakt.
De heer Dassen (Volt):
Ik ben blij dat we de economie willen laten groeien. Dat willen we
altijd. Maar dat was geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was
eigenlijk heel simpel: zijn er maatregelen die deze coalitie met z'n
drieën heeft genomen — het gaat dus niet om voortzetting van beleid,
maar om nieuwe maatregelen — die ervoor zorgen dat werken meer gaat
lonen? Als ik het antwoord van mevrouw Yeşilgöz hoor, concludeer ik dat
dat antwoord "nee" is.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Die conclusie staat de heer Dassen vrij. Maar ik zeg dat een van de
grootste zaken die bij ons door ondernemers worden aangegeven, is:
organiseer nou de loondoorbetaling bij ziekte anders, zodat ik mensen
kan aannemen en het voor mij en dus ook voor de werknemer loont. Het is
nu een ambitie in het akkoord dat dat opgepakt gaat worden. Als de heer
Dassen gaat vragen naar de exacte uitwerking, is dat een terechte vraag,
maar dat is straks aan het kabinet. Het is echt een belangrijk voorbeeld
en zo staan er meer in het akkoord. Het kan zijn dat de heer Dassen nog
andere dingen had bedacht. De minister gaat het daar dan over hebben. Ik
heb afgelopen jaar heel veel gesprekken gevoerd toen wij als VVD de
punten naar voren brachten dat werken moet lonen, dat we voor een
groeiende economie moeten kiezen en dat dat belangrijk is. Daar werden
het schrappen van regels, procedures en dit soort zaken als
loondoorbetaling bij ziektes anders organiseren het meest genoemd. Ik
ben dan blij dat er een coalitie gaat komen die daar werk van gaat
maken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Concluderend, het verhaal is eigenlijk heel simpel. Er staat geen enkele
maatregel in die er direct voor zorgt dat werken meer gaat lonen. Maar
ik heb ook nog een andere vraag, die ik ook aan de heer Jetten stelde.
Die gaat over de afdracht aan de Europese Unie. Die staat niet in de
tabel. Het is wel 1,7 miljard die het kabinet-Schoof heeft ingeboekt als
een bezuiniging, waarvan iedereen zegt dat die niet haalbaar is. Is
mevrouw Yeşilgöz ook van mening dat we moeten zorgen dat de 1,7 miljard
van tafel gaat? Zo ja, hoe gaan we die dan betalen?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
De heer Jetten gaf het antwoord inderdaad net al. Hij zei: we zullen ook
straks in Europa moeten kijken wat daarvan overblijft, hoe dat eruitziet
en hoe je het daarna opvangt. Dat is ook precies de keuze die nu in de
plaat is gemaakt. Daar heeft u zojuist al een lang heen-en-weer
interruptiedebatje over gehad. Ik kan dat herhalen, maar op die manier
hebben we erover gesproken. Dat was precies hoe het aan tafel is
gegaan.
De voorzitter:
De heer Markuszower.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter, heel kort.
De voorzitter:
Héél kort, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
De heer Jetten gaf natuurlijk aan dat er een hele nieuwe MFK-discussie
gaat komen …
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Dassen (Volt):
Mijn vraag is heel simpel: is mevrouw Yeşilgöz dus ook van mening dat we
die 1,6 miljard bezuiniging niet moeten doorvoeren, maar dat we meer
moeten gaan investeren in de Europese Unie?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Wij zijn wel voor een lagere afdracht. Dat was duidelijk in de afgelopen
jaren, dacht ik. Wij zijn voor een lagere afdracht, maar zoals de heer
Jetten al aangaf, zal je moeten zien waar je op uitkomt en hoe je dat
dan vervolgens verwerkt.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Onze fractie heeft met zorgen gekeken naar het openingsbod — zo noem ik
het maar. We zullen de voorstellen op hun merites beoordelen als ze naar
de Kamer komen. Ik heb eigenlijk een heel andere vraag, niet per se over
de financiën, niet per se over de financiële zorgen die er wel zijn,
maar een andere vraag. Dit coalitieakkoord zegt, als ik het goed heb: 8
miljard subsidie per jaar naar een soort windmolenfonds en 20 miljard
naar een stikstoffonds. Tegelijkertijd zegt de coalitie ook: we willen
de democratische rechtsstaat versterken. Ik heb daar een koppelingsvraag
over. Het blijkt dat de rechter die steeds de Staat veroordeelt in alle
stikstof- en klimaatzaken in zijn vrije tijd klimaatactivist is. Ik wil
aan mevrouw Yeşilgöz vragen hoe wij, dit nieuwe kabinet en wij als
Kamer, de rechtsstaat kunnen beschermen, echte onafhankelijke
rechtsspraak kunnen organiseren die de Staat …
Voorzitter, ik wil het nog even afmaken. Dit is mijn eerste
interruptie.
… die de Staat ook beschermt, maar ook de Nederlandse burgers beschermt,
en hoe dat wat krom is, krom blijft en dat wat recht is, recht moet
zijn.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Rechters toetsen aan de wet en aan de afspraken die wij zelf hebben
gemaakt. Ik vertrouw rechters daarop. Dat is ook hoe een rechtsstaat
werkt, namelijk dat zij dat onafhankelijk en kundig doen. Het staat een
rechter vrij om in het privéleven een mening te hebben, een leven te
hebben en ergens voor te gaan. Die dingen sluiten elkaar niet uit. Ik
vind het altijd goed om kritisch te kijken of we dingen aan het doen
zijn omdat we dat ooit zo hebben afgesproken, of omdat we er echt
vertrouwen in hebben dat dat het beste voor het land is. Het kan dan
best zo zijn dat de heer Markuszower en ik sommige dingen exact
hetzelfde beoordelen en daar soms echt fundamenteel van mening in
verschillen. Dat kan. Ik ga echter niet mee in het wegzetten van
rechters alsof ze het onderscheid tussen hun werk, en dat professioneel
en onafhankelijk doen, en hun persoonlijke mening niet zouden kunnen
maken en zich altijd door hun persoonlijke mening zouden laten
beïnvloeden. Ik vind die suggestie eigenlijk al afbraak doen aan hoe wij
de rechtsstaat met elkaar hebben ingericht en aan het vertrouwen dat
iedereen, ook thuis, daarin zou moeten hebben. Ik heb dat vertrouwen
zeker.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dat is het nette antwoord. Dat is ook het correcte antwoord.
Tegelijkertijd geeft het komende kabinet — mevrouw Yeşilgöz heeft daar
haar handtekening onder gezet — 8 miljard euro per jaar uit aan
windmolensubsidies. Dat kabinet stopt 20 miljoen in een soort
stikstoffonds. Dat is allemaal met name gebaseerd op rechterlijke
uitspraken, niet per se omdat het de grote wens van de gemiddelde
Nederlander was om windmolens te gaan subsidiëren. Het is allemaal
gebaseerd op rechterlijke uitspraken. Als nou blijkt dat een rechter in
zijn vrije tijd eigenlijk een klimaatactivist is en dat diezelfde
rechter de Staat constant dwingt om die grote bedragen, die Nederland
gewoon arm maken, daaraan uit te geven, is het dan niet de moeite waard
om een keer uit te zoeken of de rechtspraak in Nederland altijd wel
recht is of dat die ook wel eens krom kan zijn?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Rechters maken de regels niet, zij toetsen die. Zij toetsen aan de
wetten, de regels en de wettelijk bindende afspraken die we hebben. De
heer Markuszower geeft eigenlijk aan dat hij het niet eens is met de
inzet van Nederland om zo onafhankelijk mogelijk te worden van landen
als Rusland voor onze energie. We hebben dan een ander gesprek. Dan
hebben we een ander debat. Ik ben ontzettend voor onze eigen
onafhankelijkheid. Ik zou voor onze eigen energievoorziening niet meer
afhankelijk willen zijn van landen als Rusland, Amerika of China. Ik zou
willen dat we dat zelf hebben. Er staan daarom ook zaken en
investeringen in met betrekking tot onze energieonafhankelijkheid. Ik
ben daarom ook blij dat we bijvoorbeeld de middelen voor kernenergie
overeind houden. Dát maakt ons land onafhankelijk. Dus als het daarover
gaat, is het een ander debat. Als rechters ons toetsen aan onze eigen
afspraken, dan moeten zij dat in alle onafhankelijkheid en met respect
kunnen doen. Dat is wat daar dan gebeurt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Als ik 's ochtends met mijn auto bij mijn huis wegrijd, dan zie ik een
stoet mensen op fietsen, lopend, soms met de auto, die in alle haast hun
kinderen naar school aan het brengen zijn. Vervolgens gaan ze aan het
werk en werken ze als het gaat om het aantal uren al meer dan de meeste
mensen in Europa. In dit akkoord staat aan de ene kant weer dat
Nederlanders meer en langer moeten werken. Aan de andere kant staat in
het akkoord ook dat er fors bezuinigd wordt op de thuiszorg, op de
mensen die bij ouders, opa's en oma's het huis opruimen, zorg verlenen
en ervoor zorgen dat bijvoorbeeld mantelzorgers eindelijk een beetje
ontlast worden.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Hoe rijmt de VVD het verhaal dat mensen aan de ene kant nog langer nog
meer moeten gaan werken, dat mantelzorgers in het midden overbelast zijn
en dat er aan de andere kant forse bezuinigingen zijn op de thuiszorg
voor opa en oma, die zo meteen wellicht alleen thuiszitten?
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik zou graag willen dat die mensen, waar de heer Dijk het over heeft en
waar ik het ook over heb, en hun kinderen straks ook AOW, een sociaal
vangnet en goede zorg hebben. Ik ben ervan overtuigd dat als je nu niks
doet, het niet houdbaar is. Dat heb ik niet zelf verzonnen en dat is
geen politieke ideologie, maar dat zie je op basis van cijfers en feiten
en dat is ook wat experts ons adviseren. Nu is het al zo dat de
AOW-leeftijd in Nederland stijgt. Als we met z'n allen een jaar langer
leven, dan stijgt die leeftijd met acht maanden. Wij zeggen in dit
akkoord: maak van die acht maanden dan twaalf maanden. Op die manier
komen er vier maanden bij. Natuurlijk kunt u zeggen dat u het daar niet
mee eens bent, maar het is niet zo dat die leeftijd niet al steeg. Het
is niet alsof die kosten niet al stegen. En het is al helemaal niet zo
dat als je nu niks doet, het er straks ook zal zijn. In die balans
proberen wij hier nu verantwoordelijkheid te nemen. Ik zeg helemaal niet
dat de heer Dijk geen verantwoordelijkheid wil nemen, maar dit is de
manier waarop wij het inrichten. Als de politiek weet dat de kosten tot
2029 met 16 miljard omhooggaan, dan moet die daar iets mee. Dan kun je
nu wel zeggen dat je daar toch niet aan komt, maar dan zul je over een
paar jaar het antwoord moeten geven op de vraag: waarom heb je er niet
voor gezorgd dat de AOW overeind bleef?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vermoed dat de verenigde oppositie met een ander voorstel gaat komen
en daar moeten de formerende partijen, dit minderheidskabinet, zich dan
maar aan gaan houden. Mijn vraag was echter anders. Mijn vraag ging over
wat er zo meteen met opa en oma gebeurt. De mensen die ik net beschreef,
brengen 's ochtends vroeg voor het werk hun kinderen naar school, gaan
naar hun werk, hebben een druk leven en moeten nog meer werken van de
VVD. Zij moeten dus meer uren gaan maken. Wat gebeurt er dan als de
thuiszorg voor opa en oma er straks niet meer is? Wat gebeurt er dan met
opa en oma? Hoe zitten zij er nu of over een jaar bij? De SP maakt
andere politieke keuzes, ook voor de toekomst. Wij willen wél investeren
in de zorg. Dat is een groot politiek verschil; dat klopt. Maar wat
gebeurt in het verhaal van de VVD met de opa en oma die kinderen hebben
die keihard aan het werk zijn, maar langer moeten doorwerken? Wat
gebeurt er met opa en oma als de thuiszorg weg is? Die bezuinigt u
namelijk niet straks weg; dat doet u nu.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik kijk ernaar uit om straks met de heer Dijk in gesprek te gaan over
zijn plannen voor een houdbare zorg, want met onze plannen gaat er nog
steeds meer geld naar zorg dan als je er helemaal op zou bezuinigen. Dat
is dus niet wat wij doen. Het gaat uiteindelijk om minder meer, maar die
uitgaven zullen nog steeds met miljarden stijgen. Juist als we dat niet
doen, is er straks voor die kleinkinderen of kinderen helemaal geen zorg
meer. We zijn het dus aan het hervormen. We zijn niet bruut zorg aan het
weghalen bij mensen die het nodig hebben. Ik snap dat de heer Dijk dat
op een andere manier weegt, maar laat het dan uitwerken, want dat is
niet de insteek hiervan. Degenen die er zelf aan kunnen bijdragen,
zullen meer moeten bijdragen. Ik denk dat het de SP kan bekoren dat dat
erin staat. En daar waar je het kunt hervormen, moet je hervormen. Dat
doen we juist om ervoor te zorgen dat die zorg er niet alleen voor opa
en oma is, maar ook voor de kleinkinderen, want feit is — dit zijn de
feiten; dit is geen politiek meningsverschil — dat als we nu niks doen,
het er straks niet meer op die manier is. Dat trekken we ons volgens mij
allemaal aan. Vervolgens hebben we dan verschillende ideeën over hoe je
daar het beste kunt komen. Maar wat ons betreft moet je nu hervormen:
wil je het beschikbaar, van goede kwaliteit en betaalbaar houden, dan
zul je nu deze zaken moeten doen, juist ook om ervoor te zorgen dat de
mensen die de heer Dijk elke ochtend tegenkomt nog steeds hun auto en
hun huis kunnen betalen. We hebben straks ook kinderopvang bijna gratis
gemaakt voor iedereen die naar z'n werk gaat. We willen juist ook zorgen
voor goed onderwijs. Al die stappen zetten wij in dit akkoord.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Er is geen antwoord gekomen op de vraag wat er gebeurt met opa en oma.
Daar is geen antwoord op gekomen. Het is namelijk als volgt. De mensen
die nu door de straat reizen die ik net beschreef, op hun fiets, in hun
auto of wandelend, die hun kinderen naar school brengen en de hele dag
aan het werk gaan, maar zo meteen langer moeten doorwerken en meer uren
moeten maken van de VVD, worden zo meteen ook — het is vervelend om het
op deze manier te zeggen — opgezadeld met de zorg voor hun opa en hun
oma. Dat gaat niet. Dat gaat niet, mevrouw Yeşilgöz. Dat zijn verkeerde
politieke keuzes. Het zijn verkeerde politieke keuzes om aan de ene kant
tegen mensen te zeggen dat ze harder en langer moeten gaan werken,
terwijl je aan de andere kant de thuiszorg voor opa en oma wegbezuinigd.
Mevrouw Yeşilgöz, dat gaat niet. Wij spreken iedere dag mensen, zoals
zorgverleners, mantelzorgers en mensen die aan het werk zijn, die zeggen
dat het niet gaat. Ik mag hopen dat u de afgelopen tijd niet alleen maar
met zorgeconomen heeft gesproken, want ik zag er gisteren ook weer
eentje op tv die ook weer een slecht verhaal had, dat niet klopte. Dat
is spreadsheetlogica. Dat is iets anders dan de zorg voor opa en oma,
die ze nodig hebben.
Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Misschien ben ik te optimistisch over dit gesprek — dat zou zomaar
kunnen — maar toch zie ik hier wel een gedeelde zorg. We willen namelijk
allebei dat opa en oma zorg krijgen. We willen, neem ik aan, ook allebei
dat opa en oma zo lang mogelijk in een vertrouwde omgeving kunnen
blijven wonen. We willen ook dat de kinderen van opa en oma straks ook
de zorg krijgen die ze nodig hebben en van hun AOW kunnen genieten. We
willen ook dat die kleinkinderen in een veiligere en betere wereld
opgroeien. Feit is dat als je nu die verantwoordelijkheid niet pakt, dat
straks allemaal niet waar is. En "straks" is niet over 80 jaar; dat komt
vrij snel. Je zult dus iets moeten doen.
Wij hebben hierover gesproken, en inderdaad niet alleen met
zorgeconomen. De heer Dijk kent vast heel veel mensen die in de zorg
werken, maar ik ook. Iedereen die je spreekt, heeft het over de werkdruk
of over de ellende die er nu is, omdat mensen zien dat dit niet houdbaar
is. Daar moet je dus iets aan doen. Alleen maar meer geld erin gooien,
is niet de oplossing. Wij bezuinigen dus niet; wij halen niet allemaal
geld uit de zorg. Je dempt de groei, omdat het anders niet houdbaar is,
juist voor die mensen waarover de heer Dijk het heeft. Als dat onze
basisconsensus is, dan is het aan het kabinet om met de uitwerking
daarvan te komen en te kijken: waarin vinden we elkaar? Het kan ook zo
zijn dat je elkaar niet vindt, maar dat is dan de volgende stap, denk
ik. Waar we nu voor staan, is laten zien wat wij willen bereiken voor de
mensen nu en in de toekomst.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Yeşilgöz. Dan is het woord aan de heer Klaver voor
zijn inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik had gezegd: nog
drie interrupties, namelijk voor de heren Dassen, Markuszower en Dijk.
Dat waren ze, meneer Van Baarle. Het woord is aan de heer Klaver voor
zijn inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het heel streng, zo om 17.30 uur, voorzitter.
De voorzitter:
Wilt u er nog wat uren aan vastplakken, meneer Klaver? Mijn agenda is
leeg voor de komende nacht, hoor.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee, voorzitter.
De voorzitter:
Ik ben slechts dienstbaar aan u.
(Hilariteit)
De voorzitter:
O, o, o, o, o, wat flauw. Meneer Klaver, gaat uw gang.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Meneer de voorzitter. Allereerst dank aan de informateur. We zouden
bijna vergeten dat het gewoon een vrijwilligersbaan is. Iemand wordt uit
zijn echte baan weggetrokken en krijgt, al dan niet bijna tegen de
vangrails aan rijdend, een telefoontje met de vraag: "We hadden een goed
idee. Je komt een paar weken naar Den Haag en zit dan opgesloten in een
soort van bunker, en dan moet je aan de slag." Veel dank dat u die taak
op zich heeft willen nemen. Ik heb goede herinneringen aan de gesprekken
die wij hebben gehad. Ik vond dat u dat kundig deed. Vak K staat u ook
niet verkeerd, moet ik zeggen. Ik ben dus benieuwd of we u ook terug
gaan zien over een aantal weken. Klopt dat? Misschien kan ik daar gelijk
een vraagteken achter zetten, want dan kunt u daar straks in uw termijn
ook op reageren. Veel dank. Veel dank ook dat er snel een regeerakkoord
lag.
Voorzitter. Ik denk dat we vandaag een klein inzichtje krijgen in wat er
de komende tijd gaat gebeuren. Ik heb het eerder genoemd: een
minderheidskabinet is een riskant experiment. Daar blijf ik bij. We gaan
naar een permanente formatie toe, met permanent zoeken naar meerderheden
hier in de Kamer. Dat kan in potentie heel goed zijn, maar dat kan ook
echt een hele verkeerde wending nemen, omdat het juist heel veel
onzekerheid over Nederland kan uitstorten.
Daar zit voor mijn fractie een bijzonder grote zorg, temeer omdat er
zulke strakke en strenge afspraken zijn gemaakt door deze 66 zetels,
bijvoorbeeld over dat financiële kader. Laat ik het zo zeggen: daarin
zie ik niet per se een uitgestoken hand. Als ik de heer Bontenbal over
het algemeen zeer vrolijk en heel redelijk hoor zeggen "bij andere
voorstellen moet je toch met een financiële dekking komen", dan zullen
we daar zeker mee komen, maar laat ik ook helder zijn: het financiële
kader dat deze partijen hebben neergelegd, is niet ons financiële kader.
Wij zouden daarin andere keuzes maken. De vraag ten opzichte van wat je
met een financiële dekking komt, maakt wat hier in de Kamer gaat
gebeuren wel ingewikkeld en ook interessant. Ik zeg hier "permanente
formatie", omdat ieder anker eigenlijk ontbreekt.
Voorzitter. Onze grote kritiek op het regeerakkoord dat er ligt, is dat
de mensen die Nederland draaiende houden de rekening betalen voor dit
akkoord. We zien dat van de allerrijksten helemaal niets, echt nul komma
nul, wordt gevraagd. Er is geen extra belasting op vermogen of extra
belastingen op winst, maar wel extra belastingen voor al die mensen die
hun inkomen halen uit werken. Wij denken echt dat dat een verkeerde
keuze is en dat dat onnodig veel druk zet op de samenleving.
We zien ook dat er onnodig en onverantwoord hard wordt bezuinigd op de
zorg. Nogmaals, en ik heb het vaker gezegd: ik sta hier niet om te
zeggen dat er niks moet veranderen aan de zorg. Ik sta hier niet om te
zeggen dat er niks zou moeten veranderen aan de sociale zekerheid. Maar
we weten in Den Haag dat als je begint met bezuinigen met
taakstellingen, er zelden iets terechtkomt van de kwaliteitsslagen die
je zou moeten maken in de zorg.
Als je bijvoorbeeld bij de jeugdzorg eigen betalingen gaat verhogen, dan
zorgt dat er niet voor dat de kinderen die de echte hulp nodig hebben en
die nu op wachtlijsten staan, die hulp daardoor krijgen. De kinderen die
misschien onnodig met het "predicaat jeugdzorg" zitten, krijgen het
daardoor echt niet minder snel. Juist de kinderen die het niet kunnen
betalen en het toch nodig hebben, moeten meer gaan betalen, waardoor ze
het misschien niet meer kunnen krijgen. Met andere woorden: drempels
opwerpen voor de zorg is vanuit een beleidswerkelijkheid heel
interessant, want in je tabellen telt het op tot voldoende
bezuinigingen, maar het leidt tot een enorme schade in de samenleving.
Niet doen. Daar trekken wij ook een lijn: daar willen wij niet aan
meewerken.
De tweede lijn die wij trekken gaat over de werknemersverzekeringen. Die
zijn van de sociale partners. Als er geen sociaal akkoord onder ligt met
sociale partners, gaan wij niet akkoord met wijzigingen die daarin
staan. Laat ik daar volstrekt helder over zijn en het daar voor nu ook
bij laten.
Dan de AOW. We hebben het daar al uitgebreid over gehad in de
verschillende debatten, maar ik wil het hier nog een keer benoemen. Dit
is voor ons niet alleen een inhoudelijk meningsverschil. Er is behoefte
aan brede akkoorden hier in het parlement, ook met de samenleving. Het
pensioenakkoord is zo vaak genoemd als hét voorbeeld waarbij dat goed is
gegaan. Wij hebben daarbij ook pijnlijke maatregelen voor onze rekening
genomen. Waarom? Omdat een akkoord sluiten altijd compromissen sluiten
is. Altijd. Daar zijn we ook toe bereid. Nu wordt er eenzijdig gezegd:
iets wat voor jullie belangrijk was, trekken wij eruit. Dat kan niet. Ik
zou tegen deze minderheidscoalitie willen zeggen: toon op dit punt je
goede wil. Zeg niet: we gaan kijken hoe ministers dat gaan uitwerken.
Zeg gewoon op dit punt: "Hier zaten we mis, dit was de verkeerde keuze.
Hier hebben we inhoudelijk misschien een goed argument voor. Dit is wat
wij willen vanuit ons perspectief, maar we zien welk signaal hiervan
uitgaat. Hiermee zouden we laten zien dat we die akkoorden niet serieus
nemen." Het zou, denk ik, een geweldig signaal zijn naar Nederland en
naar de oppositie als je zegt: wij trekken dit terug.
Dan over de doorbraken die nodig zijn: de doorbraken op klimaat en op
stikstof. Wij vinden de ambitie daar eigenlijk niet ambitieus. De
ambitie is daar niet ambitieus genoeg. Op het onderwerp stikstof
teruggaan naar wat er vier jaar geleden lag, is niet voldoende. De
tijdlijnen die we daarbij zien, liggen te ver in de toekomst. We zullen
dit jaar eigenlijk al fors moeten ingrijpen om ervoor te zorgen dat er
zekerheid komt voor de PAS-melders, dat de economie weer volop kan gaan
draaien en dat er gebouwd kan worden. Er is dus meer ambitie nodig. Ik
zeg tegen de coalitie: reken je niet rijk en denk niet dat wij zullen
zeggen "dit is wel ongeveer wat we willen". Die standstill op stikstof
gebeurt is er al te lang. Er moeten dus echt veel grotere stappen worden
gezet.
Voorzitter. Dat alles brengt mij tot het volgende. Fundamentele
wijzigingen zijn nodig op dit regeerakkoord. Wij zijn bereid om daarover
te spreken. We zijn niet bang om te onderhandelen, we zijn niet bang om
compromissen te sluiten, maar we zijn ook niet bang om waar het nodig
is, een hele dikke streep in het zand te trekken en te zeggen "tot hier
en niet verder".
Dank u wel, en tot over drie weken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik benieuwd of de heer Klaver achter dit akkoord een visie op de
samenleving heeft herkend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Als ik een visie zou hebben herkend, dan is dat "de middenklasse betaalt
de rekening".
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is niet echt een alomvattende visie. Ik herken vooral het
neoliberalisme dat we de afgelopen 40 jaar hebben gezien. In het
verleden heb ik gezien dat uw partij daar ook aan meegeholpen heeft, aan
meegewerkt heeft door op sommige punten compromisbereid te zijn. Ik zie
dat nu weer. Ik zie dat nu weer tegenover een minderheidskabinet. Ik
denk dat er geen enkele reden en geen enkele noodzaak is om als
traditionele sociaaldemocratische partij daarbij aan te sluiten of
deelakkoorden te sluiten. Waarom kiest u daarvoor?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat Nederland er behoefte aan heeft dat politiek weer een keer
gaat werken. Sinds 2021 is er niks fatsoenlijks meer uit dit parlement
gekomen. Het spijt me dat ik het zo hard zeg, met alle respect voor alle
collega's die er nu zitten en de collega's die hier nu niet meer zijn.
Het is hier de godganse dag alleen nog maar politiek gebakkelei. Mensen
thuis kunnen de rekening niet betalen. De betaalbaarheid van het leven
staat ongelofelijk onder druk. Op stikstof, waarvan we al jaren weten
dat het ons land op slot houdt, gebeurt er helemaal niets. Dat brengt
mij ertoe te zeggen: we moeten proberen om hier met elkaar samen te
werken. Ben ik blij met deze coalitie die er zit? Nee, daar ben ik niet
blij mee. Ik ben wel blij met de heer Bontenbal; dat zeg ik even omdat
ik zie dat hij heel teleurgesteld is en dat wil ik niet. Natuurlijk zijn
we er niet blij mee. Is het wereldbeeld dat deze partijen hebben
volstrekt anders dan het onze? Ja, dat klopt. Gaat dit makkelijk worden,
of gaat het lukken? Het wordt zeker niet makkelijk. Ik weet ook niet of
het gaat lukken om tot afspraken te komen. Maar ik hoop dat wij hier
allemaal de bereidheid hebben om tot afspraken te komen. Ik hoop dat we
allemaal de bereidheid hebben om te zeggen "we gaan verder". Want wat is
het alternatief? Als ik de lijn doortrek van de interruptie die u op mij
pleegt, meneer Dijk — dat zeg ik via u, voorzitter — dan zou het "we
sturen ze gewoon naar huis" betekenen, en dan komen er weer nieuwe
verkiezingen. Dat kan. En dan?
Ik zou het zo fijn vinden als we in dit land een keer, gewoon voor een
paar jaar, leren werken met de verhouding die er hier in de Kamer is.
Die is wat de kiezer ons heeft gegeven. Geloof me, ik had iets anders
gehoopt, maar dit zijn de verhoudingen die de kiezer ons heeft gegeven,
en wij gaan met deze verhoudingen proberen er het allerbeste van te
maken. Zoals ik tegen de coalitie "vergis je niet" zeg, zeg ik ook tegen
u, meneer Dijk: vergis je niet. Wij zullen onze positie inzetten om het
beste te doen voor de Nederlanders, niet voor dit kabinet. Als dat
betekent dat wij compromissen moeten sluiten en mooie akkoorden moeten
sluiten om te zorgen dat er iets gebeurt, dan gaan we dat direct doen.
Maar als dit kabinet het niet doet en de verkeerde afslagen neemt, en er
bijvoorbeeld voor kiest om met de rechterkant van de Kamer samen te
werken, dan vindt het ons op zijn pad. Dan kan het zomaar zijn dat het
voortbestaan van dit kabinet heel kort is, maar dat is niet mijn
uitgangspunt. Ik vind dat we hier allemaal de verantwoordelijkheid
hebben om het juiste te doen. Iedere dag komen we met de fiets, de trein
of de auto naar ons werk en maken we de keuze: gaan we hier iets maken,
of gaan we hier iets breken? Ik kies ervoor om iets te maken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Samenwerking is ongelofelijk verstandig, maar wel met de juiste partners
en wel met partijen die het juiste voor ogen hebben. Daarom vroeg ik wat
volgens de heer Klaver de samenhangende visie van dit kabinet is. U
heeft het mij net al horen zeggen: die samenhangende visie is gestoeld
op het straffen van mensen die pech hebben of ellende hebben meegemaakt,
en het paaien en belonen van mensen die het geluk hebben gehad dat ze
privileges hadden bij hun geboorte of in hun leven. Dat is
knetterneoliberaal. We zien een privatisering van de zorgkosten, we zien
het afschalen van sociale zekerheid, we zien het verhogen van de huren.
Ik vind dat er een alternatief moet zijn in Nederland, en ik werk daar
iedere dag aan. Maar doe dat wel met de juiste mensen, onder de juiste
voorwaarden. En ja: als het zover komt, laat ze dan niet beginnen, zeker
niet als er, zoals we net hebben gezien, niet wordt geluisterd naar een
meerderheid van de Kamer als het om bijvoorbeeld de AOW gaat. Dus ik hou
u hier scherp. Ik heb heel goed gehoord wat u hier zegt, maar ik
waarschuw wel voor één ding. In het verleden heeft uw partij te vaak
meegewerkt met compromissen, onder het mom van constructief zijn en
erger tegenhouden. Dat heeft ons land grote schade aangedaan. Dus als u
echt meent wat u net zei, dan mag ik toch hopen dat GroenLinks-Partij
van de Arbeid geen cent gaat bezuinigen op de zorg en geen cent gaat
bezuinigen op de sociale zekerheid?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Daar ben ik altijd glashelder over geweest. Wij vinden niet dat je moet
bezuinigen op de zorg en de sociale zekerheid. Dat is helemaal helder.
Als de heer Dijk zei dat hij mij scherp gaat houden. Ik mag hopen dat
hij zijn energie en tijd gaat gebruiken om deze coalitie scherp te
houden. Dat ga ik doen. Ik ga niet naar mijn collega's hier in de
oppositie kijken om ze scherp te houden op wat ze precies gaan zeggen.
Ik ga ervoor zorgen dat ik dit kabinet scherp hou, dat ik de ministers
in vak K scherp hou. We gaan ervoor zorgen dat we het vreselijke
neoliberale beleid dat wordt voorgesteld óf tegenhouden óf veranderen.
Dat is hoe ik mijn taak vanuit de oppositie zie. Dan ga ik me niet
richten en concentreren op wat de collega's hier uit de oppositie doen.
Dat is onze taak. Dat is wat ik ga doen. Als u het heeft over de juiste
partners: ik zou willen dat ik alle partners in het leven zelf zou
kunnen uitkiezen. Ik kan u zeggen, meneer Dijk …
(Hilariteit)
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is mij tot nu toe best goed gelukt, overigens.
De voorzitter:
Toch die nacht, meneer Klaver, zou ik willen zeggen, maar ja …
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Wat is er met mijn lach?
De voorzitter:
Nacht! De nacht!
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik kan u best wat tips geven. Het is niet heel moeilijk. Als een partner
er een beetje leuk uitziet en vriendelijk en lief is, en ook je
levensbeschouwing deelt, helpt dat een boel. Maar dan zou ik niet met
het toekomstige kabinet in zee gaan.
(Hilariteit)
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik ben echt in een andere film beland. Ik dacht dat ik het over werk
had, maar dit is …
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik haal het allemaal door elkaar.
De voorzitter:
Meneer Dijk, meneer Dijk, meneer Dijk!
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Maar meneer Dijk en ik hebben nog een motie die … Maar goed.
De voorzitter:
De heer Dijk gaf u een advies. U kunt daarvan zeggen: dat neem ik ter
harte.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ja, nou, ik neem het advies mee. Het gaat erover dat je je partners in
je werkzame leven, professioneel — ik ga het allemaal maar inkaderen
voordat dit helemaal ontspoort — en zeker in de politiek, waarin de
kiezer de verhoudingen in een Kamer bepaalt, niet altijd zelf kiezen.
Als ik echt zelf zou mogen kiezen, dan zou ik inderdaad kiezen voor de
meest aantrekkelijke, meest sympathieke, meest intelligente persoon in
het parlement en dan kom ik bij de heer Dijk uit.
(Hilariteit)
De heer Jimmy Dijk (SP):
U mag niet liegen, hè, meneer Klaver! U mag niet liegen!
De voorzitter:
Meneer Dijk, de heer Klaver is aan het woord. We zijn hier niet in het
café.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Maar dan kijk ik naar de verhoudingen in het parlement en dan zie ik dat
de SP net een paar zetels tekort zou komen om alleen maar met de SP te
kunnen samenwerken.
De voorzitter:
Helder.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat bedoel ik te zeggen met: je kan je partners niet altijd zelf kiezen.
Ik ben me wel heel bewust van de positie die wij hebben.
GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft iets meer zetels, niet alleen
hier, maar ook in de Eerste Kamer. Dat geeft ons een positie ten
opzichte van deze coalitie. We kunnen kiezen wat we daarmee doen.
Gebruiken we die alleen maar om te traineren of met onze voetjes te
stampen en boos te zijn? Of we gebruiken we die om het beste te doen
voor Nederland? Iedere dag als ik naar mijn werk fiets en moet kiezen of
we iets gaan breken of iets gaan maken, dan kies ik ervoor om iets te
maken.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nederland wordt onderworpen aan een soort experiment, het experiment van
een minderheidskabinet. De vraag is hoe wij ons daar als Kamer toe
verhouden. In mijn grote naïviteit dacht ik dat we vandaag alleen maar
de formateur zouden benoemen middels een motie en dan over twee weken
dat grotere debat konden voeren over de inhoud.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
U loopt ook pas net mee.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ja. Nou valt het een beetje tegen, want we praten heel erg over de
inhoud. De vraag is dan: wat gaan we over twee weken doen? Mijn vraag
aan de heer Klaver is de volgende. Ik hoor dat er een motie rondzingt
over de AOW. Die heeft u niet aan mij voorgelegd. Als de heer Klaver
echt constructief wil meedenken en het beste voor Nederland wil doen, is
het dan niet méér de moeite waard om vandaag een richting te geven aan
de nieuwe coalitie en dat openingsbodje dat ze aan ons hebben gestuurd?
Dan kunnen we ze zeggen: "U heeft gehoord wat de Kamer zegt; dat met de
AOW vinden we eigenlijk niet zo'n goed idee. De sociale zekerheden
afpakken van de mensen en bezuinigen op de zorg zijn verkeerde keuzes."
Dan gaan ze de komende twee weken of zo aan de slag, dan schrijven ze
een regeerprogramma en misschien komt er dan wel iets uit wat de heer
Klaver een stuk beter vindt. Met andere woorden: is dit Jesse Klaver die
nu al het nieuwe kabinet klem wil zetten, nog voordat ze zijn begonnen,
met allemaal moties waarvan we de doorrekening niet kennen et
cetera?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Oké. Wat is dan het doel van die motie die rondzingt?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Aha, oké. Nou, zo kort kan het eigenlijk ook, als je het zo vraagt.
Volgens mij ben ik er heel helder over geweest. Dit is niet alleen een
inhoudelijk punt voor ons, maar het draait ook ten principale om hoe je
omgaat met akkoorden die er liggen. Er ligt een pensioenakkoord. Daarin
hebben we afspraken gemaakt over de AOW-leeftijd, want, zoals mij
zojuist is gelectured, de levensverwachting in ons land stijgt. Dat
betekent dat de kosten voor de pensioenen omhooggaan. Echt waar? Ja,
echt waar. Daarom hebben we een pensioenakkoord gesloten. Daar zat al
een stijging van de levensverwachting in. Daar hebben we compromissen
over gesloten. Dat akkoord ligt er. Dat wordt nu eenzijdig opengebroken,
en daarvan zeg ik: ja, maar zo werkt het niet. Daarom maak ik er op dit
moment zo'n zwaar punt van. Ik ben nu niet op zestien andere onderwerpen
aan het onderhandelen. Dat komt echt later wel. Maar op dit punt gaat
het me er ook om wat de houding van het kabinet is. Kan ik ervan op aan
dat als wij een afspraak maken over de langere termijn, er niet
eenzijdig wordt gezegd dat er toch iets veranderd moet worden? Dat zou u
ook moeten vinden, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik deel zeker de kritiek van de heer Klaver op die plannen. Maar de
vraag is als volgt. Ik zei aan het begin dat dit een experiment is. Wat
is nou het verstandigst voor ons als Kamer? Moeten we nu al deze positie
innemen en ons de mogelijkheid ontnemen om met dat
minderheidscoalitietje te onderhandelen en misschien een betere deal te
krijgen? Als we het nu vastzetten — dat is een beetje mijn zorg —
middels een motie, zetten we onszelf dan niet vast?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee, dat doen we niet.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Wilders voor zijn inbreng namens de
Partij voor de Vrijheid. Gaat uw gang.
De heer Wilders (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant hartelijk welkom aan de
informateur. Ik heb haar één keer mogen spreken. Dat was prettig. Daar
zaten verder ook geen politici bij. Als de heer Klaver gelijk heeft dat
de informateur ooit in vak K zou kunnen komen, dan raad ik haar aan — ik
ben haar goedgezind — om bij de universiteit een goede terugkeergarantie
te vragen, want lang zal het niet duren.
Meneer de voorzitter. Wat een ongelofelijk fout en rampzalig gedrocht
van een coalitieakkoord hebben de heer Jetten, mevrouw Yeşilgöz en de
heer Bontenbal in elkaar geflanst. "Aan de slag met het slopen van
Nederland" was een meer toepasselijke titel geweest. Half Nederland
wordt afgebroken en kapotbezuinigd, terwijl er miljarden euro's aan
linkse hobby's worden uitgegeven. Ik kan oprecht kwaad worden over wat
gewone mensen in Nederland te wachten staat en wordt aangedaan. Het is
een soort van politiek vandalisme. Wat de PVV betreft kan het akkoord
dan ook linea recta door de shredder en zou de heer Jetten, met alle
respect, niet beëdigd moeten worden tot premier.
Een coalitie die met halfbakken asielmaatregelen komt, terwijl er nog
steeds iedere week 900 asielzoekers Nederland binnenkomen. Een coalitie
die weigert om meteen een asielstop in te voeren en liever miljarden per
jaar, ieder jaar opnieuw, aan asielzoekers besteedt. Een coalitie die de
verfoeide dwangwet in stand houdt, waardoor half Nederland in een azc
verandert, verdient het om iedere dag snoeihard politiek bestreden te
worden. Zelfs de voorrang voor statushouders op een sociale huurwoning,
een doorn in het oog van de miljoenen Nederlanders die vaak al jarenlang
op een woning wachten, gaat voorlopig gewoon door. Het is niet te
geloven. Dit is een klap in het gezicht van al die Nederlanders die al
jarenlang een huis zoeken.
Voorzitter. Dan het eigen risico. Dat wordt niet verlaagd, zoals wij
wilden, maar verhoogd tot maar liefst €460 per jaar. Dat is een
bezuiniging van bijna 6 miljard euro structureel. Het is een
oorlogsverklaring aan al die Nederlanders voor wie de zorg nu al
moeilijk betaalbaar en toegankelijk is. Dat geldt natuurlijk niet voor
asielzoekers, want die houden gratis zorg en blijven geen eigen risico
betalen. Maar gewone Nederlanders moeten betalen. Zij trekken dat vaak
niet meer; ze gaan door het hogere eigen risico zorg mijden. Pas veel te
laat, als ze al doodziek zijn, gaan ze dan naar de specialist, waardoor
de zorgkosten uiteindelijk alleen maar meer zullen stijgen.
Voorzitter. Alsof dat nog niet genoeg ellende is, gaat de coalitie ook
nog eens een keer op de ouderenzorg bezuinigen en ook — hoe erg kan je
zijn — op de gehandicaptenzorg, op de huishoudelijke hulp, op de
wijkverpleging en op medicijnen voor zieke mensen. Het gaat om miljarden
euro's structureel. Onze ouderen en gehandicapten krijgen een klap in
het gezicht van deze coalitie.
Het kan zelfs nog erger. Mensen moeten van deze nieuwe coalitie ook nog
eens langer doorwerken, want de leeftijd waarop mensen AOW krijgen en
met pensioen kunnen gaan, gaat sneller omhoog. De mensen in Nederland
zijn daar terecht woest over; dat hebben we vandaag in de Kamer gezien,
maar dat geldt ook voor de rest van het land. De politie wil harde
werkers zoals politieagenten en verpleegkundigen, mensen die het nu al
vaak niet halen om tot hun 65ste te werken, op termijn tot hun 70ste
laten doorwerken. Dat is een botte bijl die men niet verdient.
Er wordt bezuinigd op de WIA, op de WW. Er komt een gigantische
lastenverzwaring aan met een zogenaamde vrijheidsbijdrage, waarvan met
name de lagere inkomens en de middeninkomens de dupe zijn. Nederlanders
worden dus echt van alle kanten gepakt, belast en uitgekleed.
En waarvoor? Waarom doet men dat eigenlijk? Dat wordt gedaan om de
agenda, een deel ervan althans, van Jesse Klaver uit te voeren. Om te
beginnen komt er 50 miljoen beschikbaar voor de publieke omroep, komen
er miljarden voor het huisvesten en onderhouden van nog meer
asielzoekers en miljarden voor stikstofbeleid om nog meer boeren de nek
om te draaien. Natuurlijk is er ook weer heel veel geld voor onzinnig
klimaatbeleid, iets waar Nederland helemaal geen invloed op heeft. In
2035 wil men maar liefst 2,5 miljard euro extra besteden aan windmolens
op zee. Er gaat extra geld naar Afrika, door een verhoging van het
budget voor ontwikkelingshulp. De komende drie jaar gaat er maar liefst
9 miljard euro naar het corrupte Oekraïne, terwijl andere Europese
landen als Spanje, Italië en Griekenland nog steeds maar een fooi
geven.
Voorzitter. De Nederlanders hebben het nakijken bij deze coalitie. Zij
mogen de portemonnee trekken voor al die gekkigheid. Zij zijn de
pinautomaat van Jetten. Ik zeg tegen u, tegen alle mensen thuis: een
coalitie die de grenzen wagenwijd openlaat voor nog meer asielzoekers,
die miljarden bezuinigt op zorg en sociale zekerheid, die de
pensioenleeftijd verhoogt en de lasten voor gewone mensen verzwaart,
maar wel miljarden uitgeeft aan asiel, Oekraïne, klimaat en Afrika,
verdient geen steun, maar een snoeiharde oppositie.
Mensen hebben die links-liberale gekkigheid niet nodig. Ze willen gewoon
wat extra geld voor hun boodschappen, zodat die betaalbaar worden. Ze
willen hun huur kunnen betalen. Dát is wat mensen willen. Onze ouderen
en gehandicapten verdienen een fatsoenlijke, respectvolle behandeling en
geen botte bezuinigingen. De Nederlander wordt gepakt in plaats van
geholpen. Dat is onaanvaardbaar.
Degene die dit aanstaande kabinet helpt en zijn bestaan verlengt door op
onderdelen dealtjes ermee te sluiten, maakt zich mede schuldig aan de
afbraak van Nederland. Wij zullen dat niet doen. Wij zetten Nederlanders
altijd op één.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Wilders. Het woord is aan de heer Bontenbal, voor
zijn inbreng namens het CDA. Ik stel voor om na zijn inbreng te schorsen
voor de dinerpauze.
De heer Bontenbal (CDA):
Dank, voorzitter. Afgelopen vrijdag hebben D66, de VVD en het CDA het
coalitieakkoord gepresenteerd. Allereerst dank ik de informateur voor
haar goede werk de afgelopen weken. Door een goede sfeer, zachte dwang
en af en toe een dwingende blik hebben we in hoog tempo een akkoord
kunnen sluiten. Ik dank de fractievoorzitters en secondanten van D66 en
de VVD voor de constructieve gesprekken, en ook Bureau Kabinetsformatie,
dat ons vakkundig ondersteund heeft. De fractievoorzitters van de
oppositiepartijen die bereid waren hun visie met ons te delen, wil ik
ook danken voor de goede gesprekken die hebben plaatsgevonden. En ik wil
mijn waardering uitspreken voor de maatschappelijke organisaties die met
ons hebben gesproken.
Voorzitter. Wat maakt een coalitieakkoord tot een goed coalitieakkoord?
En wanneer is het dan goed? Voor de CDA-fractie is een coalitieakkoord
goed als het beleid beschrijft dat nodig is om van Nederland een sterker
land te maken. Dat betekent dat we de problemen die er zijn, aanpakken.
Dat betekent dat we de problemen die we nu zien aankomen, niet
doorschuiven naar later. Dat betekent ook dat we de lasten die gepaard
gaan met hervormingen, rechtvaardig verdelen. De maatregelen die we
nemen, moeten Nederland sterker maken tegenover de bedreigingen van
buitenaf die op ons afkomen en de dreigingen van binnenuit. Ze moeten de
samenleving en de solidariteit tussen mensen sterker maken. Het beleid
moet de economie toekomstbestendiger maken, zodat we ook in de toekomst
van een duurzame welvaart kunnen genieten. Tot slot moet een
coalitieakkoord passen bij de inzet van de partijen in de
verkiezingscampagne; we moeten waarmaken wat we hebben beloofd.
Voorzitter. In het coalitieakkoord schuiven we problemen niet vooruit,
maar pakken ze aan. We verhogen de investeringen in Defensie om daardoor
ons land weerbaar te maken tegen bedreigingen van buitenaf. We
investeren in een toekomstbestendige landbouw, geven boeren perspectief
en halen Nederland van het stikstofslot. We zetten de woningzoekenden op
een, investeren in woningbouw en gaan door met het schrappen van
belemmerende regels. We pakken het migratievraagstuk verder op, scherpen
de asielwetten en -procedures aan, en zetten steviger in op de
integratie van nieuwe Nederlanders. Ook investeren we in een
innovatieve, duurzame en productieve economie. We zetten een nationale
investeringsinstelling op. We schrappen overbodige regels, blijven
inzetten op de energietransitie, en steken extra geld in onderzoek en
regionale kennisclusters. Juist om ook in de toekomst goede zorg te
kunnen blijven leveren, voeren we een aantal hervormingen door. Naast
goede en toegankelijke zorg zetten we in op gezond samenleven door te
investeren in onder andere preventie en sport.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Wat ook echt een heel goed coalitieakkoord maakt, is eentje waar alle
coalitiepartners onderling het in ieder geval over eens zijn en dat ook
wordt uitgevoerd. De heer Bontenbal noemt asiel. Dat gaat meteen al een
heel spannend verhaal worden in de Eerste Kamer. Die is natuurlijk heel
erg belangrijk voor dit minderheidskabinet. We zijn niet alleen hier de
hele komende periode aan het formeren met elkaar; dat is aan de
overkant, in de senaat, nog veel meer het geval. We hebben al gezien dat
de D66-fractie daar bij voorbaat al zegt: nee, die asielwetten gaan we
niet steunen. Het probleem is alleen dat in dit coalitieakkoord de hele
uitvoering van een mild strengere asielaanpak hangt op het aannemen van
die wetten in de senaat. Ik ben dan dus heel benieuwd, en ik denk heel
veel Nederlanders met mij, wat de CDA-fractie in de senaat gaat doen.
Zonder steun van het CDA voor die asielwetten in de senaat zijn we
namelijk echt helemaal terug bij af: ga niet langs start; u ontvangt
geen €20.000.
De heer Bontenbal (CDA):
Mevrouw Nanninga heeft zelf in de senaat gezeten. Senatoren vinden het
doorgaans niet heel prettig als Tweede Kamerleden iets zeggen over wat
zij zouden moeten doen, maar mijn fractie in de Eerste Kamer heeft ook
een verkiezingsprogramma gezien. Daarin staan heel duidelijk de twee
asielwetten, inclusief alle maatregelen. Dus zowel de
Asielnoodmaatregelenwet als de tweestatusstelwet staat in ons
verkiezingsprogramma. Ik ga ervan uit dat mijn Eerste Kamerfractie
conform het verkiezingsprogramma van het CDA stemt.
Mevrouw Nanninga (JA21):
We hebben op asiel natuurlijk al eerder onaangename verrassingen gezien,
zoals de VVD-fractie die in de senaat op het allerlaatste moment
cruciale steun verleende aan de rampzalige Spreidingswet, waar we nu dus
ook mee opgescheept zitten. Ik begrijp het, hoor; het staatsrechtelijk
correcte antwoord van meneer Bontenbal is natuurlijk: daar gaat de
fractie in de senaat zelf over. Maar mag ik dit interpreteren als een
heel krachtige toezegging — dat is het bijna — dat dit goed gaat in de
senaat met het CDA?
De heer Bontenbal (CDA):
Het gaat altijd goed met het CDA in de senaat. Ik heb daar vakbekwame
mensen zitten. Volgens mij weet u wat het standpunt van het CDA is, want
dat staat heel helder in ons verkiezingsprogramma. Daar is natuurlijk
wel degelijk overleg over met onze senatoren. Daarnaast zou ik willen
zeggen dat de invoeringswet van het Migratiepact er ook nog aankomt.
Daar gaan alle maatregelen van beide wetten in staan. Als het niet via
deze twee wetten gaat, wat ik betwijfel omdat ik denk dat die gewoon
door beide Kamers komen, dan zal het via de invoeringswet van het
Migratiepact alsnog gebeuren.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Tot slot, voorzitter. Mocht de CDA-fractie onverhoopt een VVD'tje doen,
zoals bij de Spreidingswet, en geen koers of rechte rug houden, hoe gaat
de samenwerking tussen deze drie partijen er dan alsnog voor zorgen dat
er iets gebeurt op asiel? Het leunt nu heel zwaar op de aanname dat die
wetten worden aangenomen, maar dat is voor ons nog niet genoeg
verzekering.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik denk dat we juist de beweging van D66 zouden moeten waarderen. In de
campagne is door D66 van alles gezegd over migratie. Ik denk dat dit
akkoord laat zien dat er een flinke beweging is gemaakt. Ik denk dat
deze drie coalitiepartijen elkaar hebben gevonden op dit beleid, dus ik
vertrouw erop dat het gewoon wordt uitgevoerd.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoor ten eerste de heer Bontenbal zeggen: wij halen Nederland van het
stikstofslot. Ik zie in de plannen op landbouwgebied een deel, niet
alles, terug van het beleid waar wij al mee bezig waren. Ons is door de
Kamer steeds verteld dat onze minister voor stilstand zorgde en dat er
niks gebeurde. Mijn vraag aan de heer Bontenbal is als volgt. Onze
minister was bezig met de plannen die u nu vol trots presenteert als
iets wat deze coalitie gaat doen, terwijl wij daar al mee bezig waren.
Waarom is daar niet eerder op gehandeld? De vertraging is er niet door
onze minister gekomen. Die is er gekomen mede door het CDA, dat op
schoot zat bij GroenLinks en NSC en dat de plannen steeds wilde
vertragen.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik herken mij niet in dat beeld, mevrouw Van der Plas. Zowel onze
huidige woordvoerder als onze vorige woordvoerder is in de debatten heel
vaak constructief geweest. We hadden dingen echt lam kunnen leggen, maar
dat hebben we heel vaak helemaal niet gedaan. We hebben vaak juist naar
de inhoud gekeken. U komt terug op het woordje "wij", maar ik heb "we"
gezegd. Het is "we investeren in …" en niet "wij". U vraagt: gaat u door
met een deel van het beleid? Ja. Ik zal helemaal niet lullig doen over
de voorganger, over mevrouw Wiersma, want een aantal dingen uit het
beleid wordt voortgezet. U hoort mij helemaal niet zeggen dat alles
verkeerd is. Ik wil u daar best de credits voor geven. Hetzelfde geldt
voor de woningbouw, voor wat mevrouw Keijzer heeft gedaan. Ik ga dat
niet in de prullenbak gooien, want daar zitten een aantal hele goede
dingen in, die worden voortgezet. Ik ga niet rancuneus zijn ten opzichte
van het vorige kabinet. Wij hebben een nieuwe taak. Ik heb helemaal geen
behoefte om lelijk te doen over het vorige kabinet. Wij bouwen daar
gewoon op voort, maar we gaan een aantal dingen wel echt anders doen.
Het is aan ons om dat waar te maken en niet om een ander kabinet na te
trappen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker, maar ik constateer wel dat een heleboel dingen sneller hadden
gekund als we hier in de Kamer meer medewerking hadden gehad. Ik heb
hier een schaduwcoalitie bezig gezien, samen met de oppositie. Maar
goed, dat even terzijde.
Ik wil het nog even hebben over het eigen risico. Ik heb het daar ook al
over gehad met de heer Jetten. Ten eerste blijven de zorgkosten altijd
rond de 11% van het bbp. Er wordt gezegd dat er een hogere premie
betaald moet worden als je het eigen risico halveert, maar dat klopt
gewoon niet. Dat klopt gewoon niet. Ik heb het daar ook al over gehad
met de heer Jetten. Mede door het remgeld, dat in het Zorg- en
Welzijnsakkoord is afgesproken, en de compensatie van de belastingen
hoeft de zorgpremie helemaal niet omhoog. Waarom wordt dat hier niet
gewoon gezegd? Waarom wordt de burger thuis het beeld voorgespiegeld dat
de zorgpremie zal stijgen als we dit niet doen? Dat is gewoon niet het
geval.
De heer Bontenbal (CDA):
Ja, maar u heeft mij dat ook niet horen zeggen. Ik heb dat nooit gezegd.
Uiteindelijk zou ik een stapje hoger willen zetten. Iemand moet het
betalen, dus het kan via de premie. Het kan ook anders. Als wij
besluiten om dat op een andere manier te versleutelen in belastingen,
dan hoeft het niet via de premie te gaan. Ons punt is dat er sprake is
van stijgende zorgkosten. Die gaan een steeds hoger percentage van het
bbp zijn. Er is een Studiegroep Begrotingsruimte die al heel lang
waarschuwt dat we iets moeten doen aan vergrijzingsgevoelige uitgaven,
zoals zij dat noemen. Als je die namelijk niet aanpakt, loopt de zorg
zelf tegen de muur. We hebben nu, even uit mijn hoofd, 60.000 vacatures.
Dat gaat oplopen naar 220.000 vacatures in 2035. Er is dus heel veel
reden om daar iets aan te doen. Ik heb het dus ook niet over
bezuinigingen; ik heb het over hervormingen, hervormingen die we sowieso
hadden moeten doen.
Wat betreft het eigen risico: ik ga niet zeggen dat dat een fijne
maatregel is. Dat is een nare maatregel en ik vind dat vervelend. We
hebben ervoor gezorgd dat er wel compensatie is voor chronisch zieken en
gehandicapten. Daar zit dus een stukje verzachting van de pijn. Ik ga
dat ook niet mooier maken dan dit. Alleen, er is niet een soort "gratis
lunch". Het moet wel ergens vandaan komen en wij denken dat dit, op dit
moment, de meest eerlijke manier is.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Uit cijfers blijkt dat de zorgkosten al jaren rond de 11% van het bbp
zijn. Dat blijkt al jaren zo te zijn. Dit is ook weer een
modellenwerkelijkheid waarin er wordt gekeken naar modellen waarin het
percentage zou stijgen. Maar feit is dat dat de afgelopen jaren niet is
gebeurd. Ik hoor de heer Bontenbal zeggen: "Mij hebt u dat niet horen
zeggen". Dan vraag ik mij af of de coalitie nu al barstjes begint te
vertonen, want volgens mij heeft u met z'n drieën een coalitieakkoord
neergelegd. In een kabinet is het ook zo dat het kabinet met één mond
spreekt. Ik ga ervan uit dat de coalitie ook met één mond spreekt. En is
het dan een bezuiniging? Dat is het laatste wat ik daarover wil zeggen.
Het is gewoon wel een bezuiniging en mensen gaan dit gewoon keihard
voelen in de portemonnee. Ik maak me zorgen — daar heb ik het ook met de
heer Jetten over gehad — over het grote aantal zorgmijders dat erbij
gaat komen, waardoor op de langere termijn die zorgkosten wél veel hoger
zullen worden. Hoe kijkt de heer Bontenbal daarnaar?
De heer Bontenbal (CDA):
Nog niet zo lang geleden heeft de Studiegroep Begrotingsruimte dit
allemaal inzichtelijk gemaakt. Op pagina 30 van hun rapport staat een
tabelletje. Daaruit is af te lezen dat de Zvw van 5,1% van het bbp op
dit moment naar 6,2% in 2040 gaat en dat de Wlz van 3% naar 4,7% gaat.
Je kunt bij andere vergrijzingsgevoelige uitgaven dezelfde soort
sommetjes maken. Dit gaat lang niet alleen over kosten. Het gaat ook
erover of we daar überhaupt wel de mensen voor hebben. Dus als we van
60.000 vacatures nu naar 220.000 vacatures gaan en we weten dat de
beroepsbevolking afneemt, dan hebben we daar gewoon een issue, even los
van hoe de totale financiële plaat eruitziet. We zullen op dat punt
moeten hervormen, juist om de zorg in de toekomst voor mensen
beschikbaar en goed te houden. Ik ben ervan overtuigd dat we in de
toekomst hele goed zorg voor mensen kunnen behouden als we nu een aantal
hervormingen doorvoeren. Als we dat níét doen, dan vind ik dat we als
politiek onverantwoord bezig zijn, want dan schuiven we een probleem
door naar later. Dat zal net zo hard terug op ons bordje komen. Dat is
de geest van het coalitieakkoord: we gaan wel doen wat nodig is, ook al
moeten wij aan de kiezer uitleggen dat het soms om pijnlijke ingrepen
gaat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Collega Bontenbal en ik hebben in campagnetijd een aantal mooie
gesprekken, vind ik, gehad over medische ethiek. Daarbij kun je dingen
soms vanuit verschillende hoeken anders wegen, maar we zeiden allebei
wel: het menselijk leven is kostbaar, en niet altijd maakbaar. Daarin
vonden we elkaar. Ik heb de paragraaf over medische ethiek in het
coalitieakkoord gelezen. Ik vind ook dat we een mooi gesprek hebben
gehad met de drie fractievoorzitters en de informateur. Wat me opvalt,
is dat het CDA naar mijn idee heel goed de liberale krachten heeft weten
te weerhouden als het gaat om de klassieke vrijheid van artikel 23 en
weer terug is bij het oorspronkelijke probleem: de inmenging van
salafisten, de Chinese weekendscholen. Prima, dat is op orde. Over
medische ethiek maak ik me eerlijk gezegd nog wel wat zorgen. Er liggen
namelijk allerlei initiatiefwetsvoorstellen van D66 en soms van de VVD,
of van hen samen, die gaan over het begin van het leven of het eind van
het leven. Wat is daar nu over afgesproken? Kan de heer Bontenbal mij op
dat punt nu helemaal geruststellen? Zitten die in de diepvries?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik zou eerst willen zeggen: waarom heeft u die vraag niet aan de
fractievoorzitters hiervoor gesteld? Ik snap natuurlijk wel dat u 'm aan
mij stelt. Er is heel duidelijk de afspraak gemaakt — die zult u
herkennen uit eerdere coalities — dat partijen elkaar niet verrassen,
niet op elkaars tenen staan en ook zeker niet op de tenen van de
oppositie. Ik denk dat u dan ongeveer wel weet wat wij hebben
afgesproken.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dan sta ik hier in ieder geval in goed gezelschap. Ik weet namelijk dat
collega Stoffer en ik hierin schouder aan schouder staan. Waarom? Omdat
de maakbaarheid van het leven … Wat mij betreft hebben we heel veel
andere dingen te doen wat betreft de vraag wat voor samenleving we voor
ogen hebben. Dat is: niet meer wetsvoorstellen die het begin van het
leven nog meer maakbaar maken, niet meer wetsvoorstellen die euthanasie
meer toegankelijk maken en wel meer bouwen aan de samenleving. Mijn
vervolgvraag aan college Bontenbal is: is hij het mij eens dat we juist
vanuit dat oogpunt extra voorzichtig zouden moeten zijn met langdurige
zorg en in het bijzonder met de gehandicaptenzorg?
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Bontenbal. Graag via de voorzitter,
alstublieft.
De heer Bontenbal (CDA):
Ja, dat ben ik met mevrouw Bikker eens.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat vind ik goed om te horen, want als ik naar de financiële
doorrekening van dit coalitieakkoord kijk, dan zie ik dat er wordt
bezuinigd op de Wlz. Over het algemeen nemen we dan aan dat het gaat
over de ouderenzorg. Dat is het merendeel, maar een derde daarvan gaat
juist over de gehandicaptenzorg, waar mensen veel langer in verblijven.
Ik maak me daar echt grote zorgen over. Volgens mij moeten we dit niet
op deze manier doen en moeten we de gehandicaptenzorg juist zo sterk
mogelijk houden, in tijden waarin we ook zien dat het ontzettend lastig
is voor ouders met een gehandicapt kind om rond te komen en de boel
overeind te houden. Hoe kijkt collega Bontenbal daarnaar?
De heer Bontenbal (CDA):
In de financiële tabel zijn natuurlijk de algemene reeksen zichtbaar
gemaakt. Het kabinet moet uiteindelijk uitwerken hoe dat voor de
subsectoren in bijvoorbeeld de Wlz gaat plaatsvinden. Ik kan me zo
voorstellen dat niet alleen u, maar ook de coalitiefracties heel sterk
rekening houden met de mensen die het kwetsbaarst zijn.
De heer Stoffer (SGP):
Mijn collega Bikker heeft al een aantal behartenswaardige woorden gezegd
over de vrijheid van onderwijs. Dat compliment deel ik ook graag uit. We
zijn blij met wat er daarover in staat. Over medische ethiek hebben wij
inderdaad gezamenlijk best zorgen. Daar spreken wij ook samen over. We
kennen het CDA van oudsher als een partij die wat betreft medische
ethiek altijd principieel is geweest en heeft gezegd dat het een heel
gevoelig onderwerp is. Als ik nu heel specifiek naar dit akkoord kijk,
dan zie ik dat er eigenlijk niet al te veel in staat. Dat kun je
natuurlijk twee kanten op lezen. We zien wel dat er verder uitvoering
gegeven gaat worden aan het Regenboogakkoord en dat ook draagmoederschap
verder uitgewerkt gaat worden. Nu zijn dat natuurlijk op zich best
gevoelige punten. Ik ben eigenlijk wel benieuwd of de heer Bontenbal zou
kunnen schetsen hoe hij het proces voor zich ziet van hoe dit nou gaat
lopen, misschien indachtig de interruptie die ik eerder heb gedaan op de
heer Jetten. Hoe ziet hij dat proces voor zich? Hoe gaat dat? Is dat dan
een proces dat zorgvuldig wordt doorlopen en vanuit onze optiek een
totaal verkeerde uitkomst heeft, of moet ik dat anders zien?
De heer Bontenbal (CDA):
Nee, ik denk dat dit akkoord juist laat zien dat deze drie partijen dit
heel zorgvuldig willen doen. Misschien klap ik nu toch een beetje uit de
school over de onderhandelingsgesprekken, maar het is ook niet zo dat
wij dat alleen maar hebben moeten bevechten. Er zijn drie partijen die
die zorgvuldigheid zelf ook willen betrachten. Er is dus een diep besef
dat we een minderheidscoalitie zijn. De signalen van de oppositie zijn
gehoord. Ik denk dat u dat terugziet in het akkoord. U had het specifiek
over draagmoederschap. Daarover weten we dat er al een hele tijd een
advies ligt om daar wel een goede wettelijke regeling voor te maken. Op
het moment dat je dat niet doet en de praktijk er wel is, zou dat
namelijk schade kunnen opleveren aan moeders en kinderen. Ik denk dus
dat het goed is om daar juist wel over te spreken. Partijen zullen hier
dan gewoon hun visie moeten neerleggen. Iets wat al gebeurt in de
praktijk waarvan je niet wilt dat het misgaat, zou je moeten willen
normeren als politiek. Dat is wat hier staat.
De heer Stoffer (SGP):
Ik denk niet dat we nu vanmiddag, ook gezien wat er nog komt, het tot in
de puntjes moeten uitdiepen; dat komt later wel. Laat ik daarbij rond
draagmoederschap zeggen dat er inderdaad veel ligt — het gebeurt — maar
dat er natuurlijk ook heel veel adviezen zijn die laten zien dat het
niet de goede kant opgaat en dat je dat eigenlijk niet zou moeten
willen. Ik ga ervan uit dat we het CDA in die optiek tegen die tijd aan
onze zijde hebben, maar laat ik het volgende nogmaals aangeven. Ik zie
woorden als "dingen zorgvuldig wegen" enzovoorts. Dat vind ik ook
allemaal goed. "Een maatschappelijk debat voeren", kan ik me ook
voorstellen, maar ik laat de waarschuwing, wat ik net ook heb gezegd
tegen de heer Jetten, hier wel nog een keer horen: als dit in onze
optiek niet de goede kant opgaat, is de coalitie de SGP wel echt kwijt.
Dit punt weegt voor ons echt het allerzwaarst. Laat ik dat punt hier nog
een keer nadrukkelijk neerleggen. Ik ga ervan uit dat de heer Bontenbal,
de heer Jetten en mevrouw Yeşilgöz ons dan heel goed verstaan
hebben.
De heer Bontenbal (CDA):
Dat signaal hebben wij heel goed begrepen. Ik denk dat dat voor een deel
al zichtbaar is in het coalitieakkoord. Ik zou ook willen zeggen: ook
het CDA heeft een moreel en ethisch kompas, dus ook wij zullen in de
coalitie inbrengen wat wij denken dat nodig is.
Mevrouw De Vos (FVD):
Er was in de CDA-campagne één woord dat centraal stond. Dat was het
woord "fatsoenlijk". Nu heb ik vandaag een van de beoogde
coalitiepartners van de heer Bontenbal een opmerking horen maken die ik
niet zo fatsoenlijk vond, namelijk dat het minderheidskabinet nog maar
moet kijken hoe het zich precies verhoudt tot de Tweede Kamer en dat
voorstellen die op een meerderheid kunnen rekenen in de Tweede Kamer
meegenomen zullen worden. Maar het is niet helemaal duidelijk of die dan
ook gewoon automatisch zullen worden uitgevoerd door dit kabinet. Ik wil
eigenlijk graag van de heer Bontenbal horen hoe hij daarin staat.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik zou dat niet meteen "een onfatsoenlijke opmerking" noemen. Ik zou
zeggen dat u het daar dan niet mee eens bent, en dat mag. Ik zie het
zelf zo. Zoals u weet, ben ik zelf niet een heel groot voorstander van
spreekt-uitmoties. Ik denk dat het meest rolvast is om als de Kamer iets
vindt, dat straks met het kabinet te doen. De coalitie maakt
uiteindelijk geen kabinetsbeleid. Het kabinet werkt plannen uit op basis
van een coalitieakkoord, maar dat kabinet moet heel goed weten dat er
slechts 66 zetels in de Kamer zijn die het daarbij gaan steunen, als het
is gebaseerd op dat coalitieakkoord. Het kabinet zal straks bij de Kamer
een meerderheid moeten zoeken. Dat betekent dus ook dat de
coalitiepartijen — daar voel ik me heel verantwoordelijk voor — het
kabinet en de bewindspersonen de ruimte moeten geven om dat gesprek met
de Kamer te voeren. Dat vraagt ook een andere rol van ons als
coalitiepartijen. Dat vraagt om een andere rol van een
minderheidskabinet. Dat is denk ik hoe het moet gaan de komende maanden.
Per onderwerp, per wetsvoorstel zal dat naar de Kamer komen en vindt dat
gesprek plaats. Ik zou zeggen — dat is ook gedeeld in de gesprekken die
onder anderen met u zijn gevoerd — dat partijen het liefst in een zo
vroeg mogelijk stadium betrokken kunnen worden, zodat ze niet verrast
worden.
Mevrouw De Vos (FVD):
Gesprekken voeren is natuurlijk allemaal prima, maar uiteindelijk is er
in deze zaal één gouden regel: de wens van de meerderheid van deze Kamer
is wet, letterlijk gezien. Als 76 of meer volksvertegenwoordigers iets
willen, dan zou het moeten gebeuren. Als we die regel loslaten, weet ik
niet zo goed waarom we dit debat überhaupt nog voeren. Dus dat is
uiteindelijk de vraag. Ongeacht of het om de AOW of om iets anders gaat,
als een meerderheid van deze Kamer uitspreekt of aangeeft in een motie
of op een andere manier "dit is wat wij willen", maar dit niet in lijn
is met het coalitieakkoord, gaat de heer Bontenbal daar dan naar
luisteren of niet?
De heer Bontenbal (CDA):
Het gaat er niet om waar ik naar luister. Er zit straks een kabinet. Dat
kabinet steunt op een minderheidscoalitie. Dat kabinet moet weten dat
het 66 zetels aan steun heeft in de Kamer en zal dus extra steun moeten
zoeken. Als een meerderheid van de Tweede Kamer dat niet steunt, dan zal
een kabinet een ander plan moeten maken. Zo simpel is het. Dus het klopt
wat u zegt: er moet een meerderheid in de Kamer voor de plannen van het
kabinet zijn. De moeite die ik heb met moties die in dit soort debatten
worden ingediend, is dat die een soort verzoek aan onszelf zijn, terwijl
wij niet in vak K zitten. De regering regeert, maakt beleid en toetst
dat bij de Kamer en de Kamer steunt dat wel of niet. Dat is denk ik de
meest zuivere rolopvatting.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw De Vos (FVD):
Oké, als ik het goed begrijp is de heer Bontenbal er dus wel voorstander
van dat als een meerderheid van de Kamer iets vindt, dat wordt
uitgevoerd. Dat is positief, maar dat is wel iets anders dan wat de heer
Jetten aangaf. Ik zou hen op het hart willen drukken om daar nog eens
goed over te praten met elkaar.
De heer Bontenbal (CDA):
Nou, we praten regelmatig goed met elkaar. Overigens zou ik ook willen
zeggen: als de Kamer opdrachten geeft aan het kabinet die totaal
onuitvoerbaar of totaal onrealistisch zijn, dan kan je niet altijd
verwachten dat het kabinet die uitvoert. Er zit ook een soort begrenzing
aan wat een Kamer aan het kabinet kan meegeven. Als een Kamer aan het
kabinet vraagt "zorg dat één plus één toch drie is", gaat het kabinet
dat toch niet uitvoeren.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik ga niet de discussie over de AOW overdoen, want ik weet ook dat er
afschuwelijke ambtelijke stukken lagen waar u zich hard voor heeft
gemaakt, maar er blijft een vreselijk pijnpunt over.
Ik maak me toch ernstig zorgen over de zorg. Ik ga even naar de
verdieping. U haalt 1,5 miljard weg uit de Wet langdurige zorg. Er komt
een eigen bijdrage wijkverpleging. U verhoogt het eigen risico. Er moet
meer betaald worden voor de huishoudelijke hulp vanuit de Wmo en voor
geneesmiddelen. Dit raakt natuurlijk ons allemaal, maar met name de
ouderen. De inzet op de zorg thuis organiseren is mooi, maar we weten
natuurlijk dat ziekten als dementie naar verwachting alleen maar toe
zullen nemen. Hoe gaat de heer Bontenbal ervoor zorgen dat er echt
voldoende en kwalitatief goede zorg en, niet te vergeten, daarbij
passende woningen beschikbaar zijn en blijven voor deze kwetsbare groep?
Dat houdt ons enorm bezig.
De heer Bontenbal (CDA):
Ja, en ik snap dat. Ik snap dat. Ik snap ook dat mensen, als zij thuis
de krant lezen of het journaal kijken en zeg maar in isolatie horen wat
er dan gebeurt zonder de context en zonder de invulling, zich daar
zorgen over maken. Daar moeten wij ook niet voor weglopen. Het lastige
is natuurlijk dat dit soort dingen worden uitgewerkt. Er wordt
natuurlijk wel met zorgvuldigheid gekeken naar wie het wel of niet kan
dragen. Neem de huishoudelijke hulp. Een deel van de ouderen dat vroeger
zelf huishoudelijke hulp inhuurde, deed dat op een gegeven moment door
het abonnementstarief niet meer. De huishoudelijke hulp werd de laan uit
gestuurd en er werd iemand anders naar binnen gehaald, want je kon die
via het abonnementstarief in de Wmo van de gemeente goedkoper inhuren.
We weten uit cijfers dat met name de wat hogere inkomens daar gebruik
van zijn gaan maken. De stijging in de kosten van de huishoudelijke hulp
zit dan ook met name daar. Mijn wedervraag is dan ook: is het onredelijk
om van de mensen die het wel kunnen betalen een wat hogere eigen
bijdrage te vragen? Ik denk dat ik met de heer Struijs een goede
discussie zou kunnen voeren over de vraag of dat redelijk is. Zijn zorg
gaat, denk ik, over de mensen die het meest kwetsbaar zijn, de 30% die
het niet kan betalen of die die hulp echt nodig heeft vanwege
eenzaamheid. Die mensen moeten altijd geholpen worden. Je zult mijn
fractie altijd aan die kant vinden. De mensen die het meest kwetsbaar
zijn en die hulp nodig hebben, moeten en zullen die hulp krijgen.
We moeten ook het perspectief omdraaien, denk ik, want we blijven steeds
meer geld in de zorg steken. Het is niet zo dat er minder geld naar de
zorg gaat. De komende jaren blijft dat stijgen, alleen inderdaad minder
hard, maar we moeten ook het perspectief op de zorg anders neerzetten.
Een van de maatregelen die erin staan, is bijvoorbeeld dat scheiden van
wonen en zorg. Waarom schetsen we met elkaar niet het
toekomstperspectief dat ouderen langer thuis kunnen wonen en dat ze de
zorg die ze nodig hebben thuis krijgen of dat we naar innovatieve
woonvormen gaan? Er zijn in Nederland verschillende innovatieve
woonvormen. We weten dat zorgzame gemeenschappen echt voor hele flinke
kostenbesparingen kunnen zorgen, maar daar gaat het niet om. Het gaat
erom dat mensen elkaar helpen en op een mooie manier oud worden. We
moeten dus ook het perspectief met elkaar omdraaien. Het moet niet
alleen gaan over hervormen, maar er moet een visie achter zitten en ik
denk dat die visie in dit akkoord zit.
De heer Struijs (50PLUS):
Wij zijn niet voor veranderingen; dat heb ik u meerdere malen
aangegeven. We vinden wel dat er voor die veranderingen moet worden
geïnvesteerd en dat die "meer, minder"-discussie er niet moet komen. Ik
voel hier ook wel een opening, want niet alle ouderen leven geïsoleerd
en maken zich hier echt zorgen over. Ik voel dat er wel degelijk
openingen zijn voor Langer Thuis, Buurtzorg, betere vormen en noem
allemaal maar op. Laat ik, met deze hele grote zorg die overeind blijft,
positief eindigen door te zeggen dat er nog steeds een gesprek mogelijk
is om hier hele goede veranderingen in aan te brengen.
De heer Bontenbal (CDA):
Dat gesprek is absoluut mogelijk. Ik wil nogmaals benadrukken: er zitten
niet drie partijen in een coalitie die met plezier de zorg hervormen. Er
is een hele oprechte zorg over de toekomst en de houdbaarheid van de
zorg en we hebben de visie dat we het met elkaar echt beter kunnen doen
dan nu. Vanuit die visie proberen we het beleid te gaan vormgeven, met
de zorgen die u daarover ook heeft. Dat geldt ook voor alle oplossingen
die u heeft, want ik vermoed zomaar dat 50PLUS bij ons ook de
oplossingen zal aandragen.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Nee, dat klopt en dat doen ze met veel plezier. Dank je wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil nog even terugkomen op het personeelstekort in de zorg. Ik zie in
het coalitieakkoord namelijk ook dat er bezuinigd gaat worden op de
vervolgopleidingen voor medisch specialisten. "Medisch specialisten"
klinkt een beetje hol, maar dat zijn de oogarts, de longarts, de
kinderarts, de reumatoloog, de hartchirurg. Dat zijn mensen die wij
dagelijks nodig hebben. Jong en oud hebben misschien wel elke dag ergens
in Nederland een medisch specialist nodig. Daarop wordt 110 miljoen euro
bezuinigd. Dat gaat betekenen dat er gewoon minder medisch specialisten
zullen worden opgeleid. Dat gaat met name effect hebben in de regio's,
bij de regionale ziekenhuizen, die minder marges hebben dan
universitaire medische centra, de UMC's.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dus ook hier gaat de regio weer geplaagd worden, maar ik maak me er ook
zeker zorgen over dat er minder opleidingen gaan komen voor medisch
specialisten, waardoor de wachtlijsten weer toenemen. Ik vraag de heer
Bontenbal hoe hij daarnaar kijkt.
De heer Bontenbal (CDA):
Dat is een terechte vraag. Tijdens de onderhandelingen over de
Onderwijsbegroting is dit natuurlijk ook op tafel geweest. Er was ook
toen discussie: is het budget niet te ruim? Het is ook niet zo dat we
het helemaal wegsnijden. Er gaat iets vanaf, met de inschatting dat het
budget dat daarvoor beschikbaar was, erg ruim was. Je kunt hier de vraag
stellen welk deel de mensen zelf kunnen dragen. Bij dit type beroepen
gaat het immers wel over mensen die een stevig salaris hebben of een
stevig salaris tegemoet kunnen zien. Ik vind dat dus niet heel
onredelijk.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
In mijn vorige interruptiedebatje begon de heer Bontenbal ermee dat
studiewerkgroepen dit of dat hebben aangegeven en dat er met die of met
die is gesproken. Dit zijn dus mensen zoals de oogarts, de longarts,
hardwerkende mensen die ons elke dag ergens een stukje beter maken. Wij
kunnen er allebei morgen eentje nodig hebben. Mijn moeder heeft dat deze
week al gehad met haar staaroperatie. Het is gewoon heel belangrijk
werk. Ik vind dat het altijd een beetje wordt platgeslagen door te
zeggen dat ze genoeg verdienen en dat ze het dus zelf kunnen betalen. De
Federatie Medisch Specialisten zelf geeft aan dat dit gewoon ten koste
gaat van de opleidingen en dat er minder medisch specialisten zullen
worden opgeleid. Het gaat niet zozeer om de medisch specialisten die we
nu al hebben en die volop aan het werk zijn. Het gaat over de
vervolgopleidingen. Daardoor gaan wachtlijsten ontstaan. Daardoor zullen
de regionale ziekenhuizen een tekort krijgen aan medisch specialisten.
Dat zal juist in de regio gebeuren.
De heer Bontenbal (CDA):
Mag ik, voorzitter?
De voorzitter:
Ja, ik liet het non-verbaal weten. Meneer Bontenbal.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik snap wat u zegt. Uiteindelijk wordt er een coalitieakkoord
uitgewerkt. U heeft zelf ook onderhandelingen gedaan. Je kiest dan een
aantal maatregelen waarvan je denkt dat ze kunnen gaan werken. U heeft
zelf in een coalitie gezeten. Er komt dan beleid. Er wordt ook steeds
gekeken of het redelijk is. Op het moment dat zou blijken dat dit
onredelijk is of dat het tot onverwachte effecten leidt, zal een
bewindspersoon tegen die tijd natuurlijk ook gewoon een aanpassing gaan
zoeken. Zo gaat het ook steeds. Misschien een beetje een flauw antwoord,
dat snap ik, maar uiteindelijk gaat een kabinet beleid uitwerken en dan
komt deze vraag gewoon ook weer op tafel. Dan zal u bij de
interruptiemicrofoon staan om, terecht, dezelfde vraag opnieuw te
stellen.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, tot slot. Dat vind ik goed om te horen, want ook hier hebben we het,
even los van de kinderen, over ouderen die juist veel specialistische
zorg nodig hebben. We hebben die medisch specialisten dus echt keihard
nodig. Ik roep met name op om te kijken naar de regionale ziekenhuizen;
daar gaan dan de klappen vallen en daar worden die wachtlijsten veel
langer. Daarmee worden ook de ouderen weer het kind van de rekening.
De heer Bontenbal (CDA):
Ja, en als u het over regionale ziekenhuizen heeft, dan weet u dat u mij
altijd heeft. Daar zullen wij natuurlijk ook goed naar kijken. De regio
moet bedient blijven.
De voorzitter:
De heer Stoffer, de heer Klaver en daarna vervolgt u uw betoog.
De heer Stoffer (SGP):
Ik woon op de Veluwe en daar wonen nogal wat boeren, zoals u weet. Nu
hebben zij de landbouwparagraaf gelezen en zij zien daar nogal wat
stikstofmaatregelen in staan. Eigenlijk ademt die paragraaf vooral
stikstof. Laat ik het maar gewoon zeggen zoals het tegen mij de
afgelopen dagen gezegd werd: zij vrezen een uitrookbeleid. Mijn vraag
aan de heer Bontenbal is: kan hij die zorg wegnemen?
De heer Bontenbal (CDA):
Ja, ik denk het wel. Ik denk dat het een heel genuanceerd verhaal is,
dat echt genoeg is om Nederland van het stikstofslot af te halen, maar
wat dat niet over de rug van de agrarische sector doet. Ik denk dat de
maatregelen heel zorgvuldig geformuleerd zijn. Het feit dat zowel LTO,
als het NAJK eigenlijk constructief-positief hebben gereageerd, zegt
denk ik ook genoeg. Er is natuurlijk ook gekeken naar de plannen die de
agrarische sector de afgelopen maanden zelf heeft gemaakt. Daar is ook
op voortgeborduurd. Er heeft natuurlijk veel overleg plaatsgevonden. Ik
denk dus dat het een genuanceerd verhaal is wat ook rechtdoet aan het
toekomstperspectief dat de agrarische sector erg nodig heeft. Ik hoor u
zeggen dat het misschien te veel is. Ik zie daar de heer Klaver. Die
heeft ons net verteld dat het allemaal te weinig is. Misschien zit het
dan precies goed.
De heer Stoffer (SGP):
De heer Klaver woont in Den Haag. Ik woon op de Veluwe, in Elspeet.
Barneveld ligt daar niet ver vandaan, Natura 2000. De hele economie daar
hangt gewoon vast aan de agrarische sector. Er is echt veel zorg — dat
zie je ook specifiek staan in het akkoord — dat daar nog extra
maatregelen worden getroffen. Wij, niet alleen die boeren, maar ook ik,
zijn enorm bang voor de kaalslag daar. Ik bind nog een keer die bel aan.
Daar moet echt oog voor zijn. Laten we alsjeblieft zorgen dat de boeren
daar ook gewoon perspectief krijgen. Die boodschap leg ik hier neer. We
zullen de komende tijd daar elke keer de vinger heel nadrukkelijk bij
leggen, of het een jaar duurt, of twee, drie jaar. Ik denk dat het voor
het land goed is als er vier jaar een kabinet zit. Ik hoop ook dat het
beleid dat de huidige minister Femke Wiersma heeft neergelegd, waar
misschien niet iedereen complimenten voor heeft uitgedeeld, maar waar
wij best content mee zijn, zo ongeveer doorgezet wordt. Ik denk dat dat
de goede lijn is. Ik geef de boodschap maar mee.
De heer Bontenbal (CDA):
Gehoord. Die vier jaar daar hou ik u aan. Ik wilde u overigens niet
tegen elkaar uitspelen, wat misschien ook wel weer grappig is.
De voorzitter:
U speelt mij tegen niemand uit.
De heer Bontenbal (CDA):
Nee, sorry, de twee woordvoerders.
De voorzitter:
U spreekt mij aan, maar u bedoelt natuurlijk de heer Stoffer en de heer
Klaver.
De heer Bontenbal (CDA):
Maar het is een duidelijke boodschap. Het is bij deze onderhandelingen
natuurlijk ook de inzet van het CDA geweest om goed te kijken naar de
draagkracht in de agrarische sector zelf. Maar we staan niet op het
punt, zoals vier jaar geleden. De boeren en de brancheorganisatie hebben
ook tegen ons gezegd in de gesprekken: kies alsjeblieft, kies
alsjeblieft! Dat hebben we gedaan. Ik denk dat dat een hele belangrijke
eerste stap is om Nederland van het stikstofslot af te halen. Laten we
namelijk niet vergeten dat dat deel van de economie vastzit.
Tegelijkertijd bieden we zo de agrarische sector
toekomstperspectief.
De voorzitter:
De heer Klaver interrumpeert. Daarna vervolgt de heer Bontenbal zijn
betoog. Ik geef nog ruimte voor interrupties na afsluiting van het
betoog van de heer Bontenbal. Meneer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De heer Stoffer vindt dat het stikstofbeleid eigenlijk minder moet. Wij
vinden dat het stikstofbeleid ambitieuzer moet. De heer Bontenbal zegt
dat hij gelijk heeft. Eigenlijk is de enige conclusie die je kan trekken
dat de heer Bontenbal geen meerderheid heeft voor zijn plannen. Dat is
precies de reden waarom ik een minderheidskabinet een risicovol
experiment noem. Ze weten nog niet of ze het stikstofbeleid iets minder
gaan maken en zo gaan zorgen dat er een meerderheid komt, of dat ze het
ambitieuzer gaan maken en er op die manier voor gaan zorgen dat die
meerderheid er komt. Deze coalitie heeft daarmee een groot probleem. Dat
wilde ik nog kwijt over stikstof, maar ik wilde eigenlijk iets anders
vragen. De heer Bontenbal is namelijk a gift that keeps on giving, want
hij schrijft de ene longread na de andere. Er wordt wijsheid over ons
uitgestort.
De heer Bontenbal (CDA):
Ja, dank voor het cynisme. Dank voor het cynisme.
De voorzitter:
Nee, nee, nee, meneer Klaver heeft het woord.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee, nee, nee, nee, helemaal niet. Meneer Bontenbal, u moet niet gelijk
zo happen. Ik heb echt met plezier gelezen over bijvoorbeeld de
randvoorwaarden voor een minderheidskabinet. Ik zeg dit omdat we
natuurlijk ook gesprekken hebben gehad waarin de heer Bontenbal me echt
heeft proberen te overtuigen waarom een minderheidskabinet zo goed is.
Die randvoorwaarden ga ik met uw doornemen, dacht ik.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik wilde even de randvoorwaarden doornemen om te kijken hoe het er nu
mee staat. Een randvoorwaarde is een andere politieke cultuur. Hoort bij
zo'n andere politieke cultuur bijvoorbeeld het plaatsen van billboards
om te laten zien wat je hebt binnengehaald en dat de rest dat eigenlijk
een stuk minder heeft gedaan? Een andere randvoorwaarde is een
coalitieakkoord op hoofdlijnen. Is dat gelukt? Is dit nou een
coalitieakkoord op hoofdlijnen? Een volgende randvoorwaarde gaat over
politieke akkoorden over specifieke onderwerpen. Er wordt hier genoemd —
dat vond ik mooi — dat het pensioenakkoord in Nederland een voorbeeld is
dat hier het dichtst bij in de buurt komt. Vindt de heer Bontenbal dat
je het signaal geeft dat je het pensioenakkoord serieus neemt, als je
dan in je regeerakkoord opschrijft dat je de AOW-leeftijd gaat verhogen?
Nog een randvoorwaarde gaat over akkoorden met de polder en de
samenleving. Is dit, het verhogen van de AOW-leeftijd, het signaal aan
de polder dat je aan de goede kant zit als je met deze coalitie een
akkoord sluit? Met andere woorden, hoe vindt de heer Bontenbal zelf dat
het tot nu toe gaat met de randvoorwaarden voor dat
minderheidskabinet?
De heer Bontenbal (CDA):
Nou, wel goed, eigenlijk. Een politieke cultuur begint uiteindelijk bij
jezelf. Het is dus mijn taak om er zelf mee te beginnen. Het is ook uw
taak om daar mee te beginnen. Volgens mij voelen wij allemaal een sterke
verantwoordelijkheid voor het bestuur van Nederland. Dat kun je niet
verdelen tussen alleen coalitie en oppositie. Ik weet gewoon dat er heel
veel oppositiepartijen zijn, de meeste gelukkig, die zich ook
verantwoordelijk voelen voor de toekomst van Nederland. We gaan die
nieuwe politieke cultuur niet zomaar in een keer krijgen. Je ziet in
andere landen met minderheidskabinetten dat dat tijd nodig heeft en dat
het ook wel echt anders werkt. Dat is er niet van de ene op de andere
dag. Je kan dat niet maken. Je kan dat niet met een coalitieakkoord
afspreken. Het is iets wat je de komende jaren moet gaan doen. U mag ons
dus aanspreken op een werkwijze die daartoe leidt. Ik hoop en verwacht
dat ook de heer Klaver die nieuwe politieke cultuur mede met ons
allemaal gaat vormgeven. Ik pak er nog één ding uit over het …
De voorzitter:
Kort.
De heer Bontenbal (CDA):
Ja. Ik kreeg een heel lijstje, voorzitter. Ik praat net zo lang door tot
het diner.
De voorzitter:
Ja, maar als u blijft doorpraten, kan dat dus heel lang duren.
De heer Bontenbal (CDA):
Dat is waar, totdat iedereen honger krijgt. Ik wil toch iets zeggen over
de AOW, over de pensioenleeftijd. Wij zetten neer hoe wij denken dat het
moet. Vervolgens zie je in het akkoord op heel veel plekken, dus niet
alleen als het over de AOW gaat, maar ook als het gaat over de
agrarische sector en de sociale zekerheid, constant de zin "in overleg
met de sector" of "in overleg met sociale partners". Dat staat daar niet
voor niks, maar omdat wij beseffen dat we 66 zetels hebben.
Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn. Partijen mogen wel een
politieke visie hebben en zeggen dat het anders moet. We hebben hier
namelijk allemaal de vraag te beantwoorden wat we doen met de
vergrijzingsgevoelige uitgaven. In het verkiezingsprogramma van
GroenLinks-PvdA staan bijvoorbeeld ook maatregelen die iets doen aan AOW
en de pensioenen. Dat waren ook onderdelen van het pensioenakkoord. Ook
in het verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA kun je dus dingen vinden
die je zou kunnen uitleggen als een aanpassing van het pensioenakkoord.
Als ik u dan de vraag zou stellen of dat het openbreken van het
pensioenakkoord is, dan zou u ook tegen mij zeggen: nou, er komt een
kabinet dat dat gaat vormgeven en dat moet ook samenwerken met sociale
partners. Ik vind het dus niet gek dat de coalitie dat opschrijft.
Het gaat bovendien over 2033. Dat telt ook wel mee, vind ik, want in
2020 is het pensioenakkoord afgesloten. Dit zijn overwegingen die wij
meenemen. Het gesprek met de sociale partners zal gevoerd moeten worden.
Daar zijn we ons zeer van bewust. Als u alternatieven heeft, dan moet u
ze op tafel leggen. We moeten echter wel eerlijk zijn. Er zijn namelijk
vergrijzingsgevoelige uitgaven en daar moeten we iets aan doen. Dat
kunnen we de komende jaren niet voor ons uit blijven schuiven.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Als u alternatieven heeft, dan moet u ze op tafel leggen. Er wordt nu
gewoon geponeerd dat de leeftijd omhoog moet. Als wij een alternatief
hebben, dan moeten wij daar maar mee komen. Het punt dat ik de hele tijd
in dit debat naar voren probeer te brengen, is dat we bij het
pensioenakkoord al gesproken hebben met elkaar. Dat hebben we
vastgelegd. Ik heb in verkiezingsprogramma's van andere partijen hier
ook zaken over pensioenen zien staan. Ik vind het geen enkel probleem
dat je dat opschrijft, want je mag je politieke opvatting hebben over
wat er zou moeten veranderen. Als het vervolgens echter regeringsbeleid
is en je het daarin gaat omzetten, dan kun je niet eenzijdig zeggen: wij
gaan iets veranderen. U mag best kenbaar maken dat u graag wilt dat het
wordt opengebroken en dat u iets anders wilt gaan doen, maar nu zegt u
eigenlijk eenzijdig dat de leeftijd omhooggaat en dat de anderen maar
met een alternatief moeten komen. Ik ga u dit zeggen: wij komen helemaal
niet met een alternatief, en zeker niet als we op deze toon worden
bejegend. We hebben iets afgesproken met elkaar over hoe die leeftijd
omhoog zou gaan: voor ieder jaar dat je ouder wordt, ga je meer werken
en de rest kun je gebruiken om ook nog van je pensioen te kunnen
genieten. Er wordt nu eenzijdig gekozen om dat niet te doen. Waarom is
dit extra precair? Omdat u in uw stuk zelf schrijft dat het
pensioenakkoord een goed idee was. Daarbij hebben we ons allemaal
gehouden aan de afspraken. Dat was voor ons ook pijnlijk, want daar
zaten compromissen in, maar we hebben het uitgevoerd tot op iedere
letter. Als u niet aanvoelt dat dit echt iets anders is dan al die
andere dingen, dan gaat hier iets niet helemaal goed en dan is dit geen
goed begin van een minderheidskabinet.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik ben benieuwd wat u bedoelt als u tegen mij zegt: op deze toon.
Volgens mij is dit een respectvol debat en wisselen we gewoon ideeën
uit. Als wij debatteren over de toekomst van de zorg en de toekomst van
de AOW, dan mogen wij elkaar natuurlijk wel degelijk vragen: wat is je
plan? In de Kamer hebben we heel vaak dit soort discussies. U weet dat
ik nogal gekant ben tegen gratis-biermoties. Als er geen financiële
dekking is voor een motie, dan mag je aan een partij vragen: hoe ga je
het zelf fiksen? Die wedervraag mag natuurlijk wel degelijk gesteld
worden, ook aan GroenLinks-PvdA. Dat is niet gelijk met een nare toon of
met dedain; dat is gewoon een volwassen politiek debat. Ik weet dat u
zich prima kunt roeren. Ik denk dus dat ik dit best wel van u mag
vragen. Als wij met elkaar tot de conclusie komen dat je de
vergrijzingsgevoelige uitgaven moet willen beteugelen, dan moet je daar
een plan voor hebben liggen. Dan ga ik graag het gesprek met u aan over
hoe u dat dan zelf zou invullen. Dat vind ik heel legitiem.
De voorzitter:
Heel kort, meneer Klaver. Daarna vervolgt u uw betoog.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dit maakt het op zijn zachtst gezegd niet echt beter. De heer Bontenbal
en zijn coalitiepartners hebben in hun wijsheid gedacht: we gaan het
pensioenakkoord openbreken, waarbij we de leeftijd sneller gaan
verhogen. Dat gaat dan iets van 2 miljard kosten. Dat is een realiteit
die u creëert. Vervolgens zegt u: als je dat wil veranderen, dan moet je
zelf even bedenken waar je dan 2 miljard vandaan gaat halen. Maar zo
werkt het niet. Dit gaan we ook gewoon niet doen. Dit laat ik me
namelijk niet op de mouw spelden. We hadden een afspraak. We hádden een
afspraak. Ik kom niet terug op die afspraak; dat doen jullie. Wij hadden
een afspraak. Mij wordt gevraagd om akkoorden te sluiten over de langere
termijn, waarbij de heer Bontenbal hier zegt: tja, wat ook meespeelt, is
dat dat akkoord uit 2020 komt, dus in 2033 zijn we dertien jaar verder.
Jongens, we hebben het over de pensioenen! Dat gaat over
beleggingstermijnen van 40 jaar. Dat gaat dus juist over die langere
termijn. Maar blijkbaar maakt het dus na dertien jaar allemaal niks meer
uit. Meneer Bontenbal, ik denk dat u op dit punt — dit bedoel ik op geen
enkele wijze persoonlijk, want daar kennen we elkaar te goed voor — echt
de plank misslaat.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik denk dat u mij niet helemaal correct weergeeft. Mijn punt is vooral
geweest dat als wij met elkaar een goed politiek verhaal willen over hoe
we in de toekomst de zorg en de sociale zekerheid betaalbaar willen
houden, we met elkaar zullen moeten nadenken over hoe we de
vergrijzingsgevoelige uitgaven met elkaar aanpakken. U kent ook de
prachtige rapporten van de Studiegroep Begrotingsruimte. Die laten heel
duidelijk zien: als we niks doen, lopen we tegen de muren op. Daar
moeten we dus met elkaar een oplossing voor zien te vinden. Dit is onze
oplossing. Dit is wat wij hebben opgeschreven. Maar ik mag, denk ik, als
er een debat komt, wel aan andere partijen vragen, of dat nou hier in
deze Kamer of bij u op de kamer of bij mij op de kamer is: hoe los jij
zelf dan dat probleem op? Dat mis ik een beetje in deze discussie. De
andere discussie — die is terecht — gaat over wat er gebeurt als je een
akkoord met elkaar sluit: moet je dan niet de sociale partners erbij
betrekken die ook dat pensioenakkoord hebben gesloten? Dan zeg ik: ja.
Maar dat staat ook gewoon in het coalitieakkoord: we gaan dit doen en we
gaan het gesprek hierover voeren met de sociale partners.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, tot slot.
De voorzitter:
Nee ...
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat ...
De voorzitter:
Wacht heel even, meneer Klaver. U bent hiermee toe aan uw twintigste
interruptie. Daarmee staat u ver bovenaan de lijst. Ik zou eigenlijk aan
de heer Bontenbal willen vragen of hij zijn bijdrage wil vervolgen,
zodat er daarna nog ruimte is voor interrupties.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Zeker. Als u mij nog één zin geeft, dan ga ik zitten en dan ben ik voor
dit debat klaar.
De voorzitter:
Eén zin.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Meneer Bontenbal, ik denk dat het voor de verhoudingen in dit parlement
maar zeker ook voor de verhoudingen met de polder, ook gelet op alle
berichten die ik binnenkrijg, goed zou zijn als deze coalitie zelf zou
inzien dat het voor wat betreft dit AOW-plan een teken van vertrouwen
zou zijn als zij zouden zeggen: dit hebben we verkeerd ingeschat, dus we
trekken dit terug.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik zal me er zeker voor inspannen om de verhoudingen in de Tweede Kamer
goed te krijgen, ook met u. En u weet dat het CDA ook een partij is die
altijd hele goede relaties heeft gehad met de sociale partners, dus ook
daar zullen wij natuurlijk het gesprek mee voeren. Doordat zo duidelijk
in het coalitieakkoord staat dat er met sociale partners gesproken moet
worden, denk ik dat een van de eerste afspraken die Rob Jetten binnen
dit kabinet zal maken, vermoedelijk met de sociale partners zal
zijn.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Bontenbal (CDA):
Oké, voorzitter. Ik ga het wel kort houden, want ik ben al vrij lang aan
het woord geweest. Er zit ook een sociale kant aan dit coalitieakkoord,
doordat we de samenleving sterker maken en investeren in gezinnen. We
vinden ons gemeenschapsfonds belangrijk en we helpen gezinnen om de
opvoeding beter te krijgen, beter te maken door sociale media aan banden
te leggen.
We zijn ook blij met de lagere energiekosten voor de industrie en het
stimuleren van regionale industrieclusters. Het Nationaal Programma
Leefbaarheid en Veiligheid wordt doorgezet; dat is ook een manier waarop
we armoede op heel veel plekken, ook in de regio, kunnen tackelen. We
vinden het heel belangrijk dat in het coalitieakkoord ook heel
nadrukkelijk wordt gezegd — ik zei dat al tegen de heer Klaver — dat het
gesprek met de sociale partners en, niet te vergeten, de samenwerking
met de medeoverheden heel cruciaal is.
Ik wil eigenlijk eindigen met een mooi citaat uit een commentaar in de
NRC. Ik quote: "Het is aan het kabinet-Jetten om ook de oppositie de
komende vier jaar te overtuigen dat die koers de juiste is. Dat vraagt
van Den Haag zelf om de ingesleten vechtcultuur een beetje los te laten.
Onmogelijk? Veel kiezers zouden het van harte toejuichen."
Voorzitter. Vanuit mijn rol als fractievoorzitter zal ik me blijven
inzetten om samen met anderen, met iedereen hier, die andere politieke
cultuur mee vorm te geven, want dat vraagt de samenleving van ons.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat slot van collega Bontenbal: zo herken ik hem ook. Zo waren onze
gesprekken, ook in de vorige ronde, toen we samen oppositiepartij waren.
We voelden ook de verantwoordelijkheid voor dit land. Dat is ook nu heel
hard nodig. Maar toch frappeert wat hij zegt over dat pensioenakkoord me
wel, hoor. Het zit me eerlijk gezegd wel een beetje dwars. Collega
Bontenbal zei net: het is in 2020 gesloten. Dat klopt, maar we hebben
ook allebei gezien wat een moeizame weg het daarna in deze Kamer was om
dat lang en zwaar bevochten akkoord tot wetgeving te vertalen en hoe dat
nog gewankeld heeft in de afgelopen jaren. Eindelijk is het in rustig
vaarwater beland. Het scheepje is net vertrokken en dan komen alweer de
eerste kanonschoten van de wal. Dat had ik gewoon niet verwacht. Ik zou
denken: het pensioenakkoord is juist een goed voorbeeld van hoe de
polder op zijn best kan functioneren; laten we dat heel houden. Je kunt
dan zeker nog naar allerlei dingen kijken rond de vergrijzing — dat heb
ik ook gedaan in mijn verkiezingsprogramma — maar mijn oproep aan het
CDA zou wel zijn: houd dit overeind, want de AOW, juist voor die
hardwerkende Nederlander, moet niet verder wegraken.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik heb u gehoord. Ik heb ook de andere fracties gehoord. Dat onthouden
wij dus. Mijn coalitiepartners zullen dat ook zeker gehoord hebben.
Uiteindelijk moet dit verhaal, dit coalitieakkoord, bij een kabinet
terechtkomen. Dat gaat aan de slag en zal dan de meerderheden in de
Kamer moeten zoeken. Als het geluid van de Kamer helder is, zullen ze
daar rekening mee moeten houden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zou daar bijna een oproep in horen om als oppositie nu al duidelijke
taal te spreken, terwijl ik het zo waardevol zou vinden als we in dit
debat ook al wel kunnen zeggen: hé, op een aantal punten merken we dat
de oppositie eigenlijk een punt aanraakt dat we delen. Ik heb eerder,
ook de collega's van meneer Bontenbal, veelvuldig gehoord over de zware
beroepen, over wat het voor mensen betekent als je op je 16de al begint
met werken en je eigenlijk langzaam maar zeker weet dat je die AOW-datum
niet gezond gaat halen, en over wat voor onrust het op dit moment geeft
als er wordt geknabbeld aan afspraken die al stonden. Soms heb je bij
onderhandelingen dingen waarvan je denkt "nou, daar ben ik blij mee", en
soms heb je dingen waarvan je denkt "hier zit wel pijn". Hoe zit dat
voor het CDA op dit punt?
De heer Bontenbal (CDA):
Nou, hier zit pijn. Ik kan nog wel een lijstje maatregelen noemen die
niet leuk zijn, absoluut niet leuk, allereerst niet voor mensen thuis.
Het zit dan niet eens alleen bij ons. Ik denk dat in deze coalitie vrij
breed wordt gedragen dat er ook een schaduwkant zit aan de hervormingen
die we doen. Alleen, het zou niet eerlijk zijn als ik daar dan voor
wegliep en zou zeggen "dat is allemaal niet waar", "het doet geen pijn",
"we gaan het niet dragen" of wat dan ook. Je moet met elkaar een akkoord
zien te maken dat ook klopt, dat rondrekent, dat te doen is en dat
uitvoerbaar is. Daar zit dus nooit alleen maar zoet in. Dit is er dus
een die ik natuurlijk ook ingewikkeld vind. Maar mijn handtekening staat
onder dit akkoord en het CDA is wel goed voor zijn handtekening.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dan zou ik toch één stap verder willen zetten. Ik vond het zo mooi in
het betoog van de informateur, mevrouw Letschert, in het eindverslag dat
ze naar de Kamer stuurde. Daarin stond: er moet niet alleen
transactioneel gedacht worden; er zal ook veel koffie gedronken moeten
worden. De opmerking die collega Bontenbal ook al eerder maakte was: de
oppositie moet er iets tegenover stellen, aangeven hoe je het betaalt.
Voor je het weet, zit je dat gesprek weer heel transactioneel te voeren.
Voor mij begint dit gesprek echter met vertrouwen, vertrouwen dat je in
elkaar hebt en dat je hebt in de polder. Dat vertrouwen moeten we niet
beschamen, dus ik wil heel graag aan de slag, juist voor de toekomst van
onze ouderen, ook op een manier die betaalbaar is. Dat moet niet op een
manier die dat vertrouwen beschaamt.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik heb u gehoord. U weet ook dat ik volgens mij een fractievoorzitter
ben die echt probeert de relaties met alle partijen goed te houden. Ook
wij, u en ik, drinken af en toe koffie. Dat doen we overigens doorgaans
bij uw koffiezetapparaat. Ik denk dat het coalitieakkoord ook echt
uitstraalt dat we de samenwerking zoeken met de Kamer en ook met alle
sociale partners. Ik zei net ook: ik denk dat als collega Jetten in dat
Torentje — hij mag nu niet in het echte Torentje zitten — zit, hij vrij
snel het gesprek zal voeren met de polder, de sociale partners,
werkgevers en werknemers. Wij begrijpen namelijk heel goed dat deze
hervormingen best wel veel impact gaan hebben.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Alles van waarde is weerloos. Dat geldt zowel voor de natuur, waar we
niet zonder kunnen, als voor de rechtsstaat, die zorgt dat we alles wat
voor een gezonde samenleving belangrijk is, beschermen. Toch gaat die
rechtsstaat op de een of andere manier nooit op als het gaat over de
veehouderij en de natuur. De heer Bontenbal weet heel goed dat de
stikstofcrisis een natuurcrisis is, dat de natuur zwaar wordt belast
door stikstof en vooral door de component ammoniak uit de veehouderij.
Hij weet heel goed dat we met elkaar in Europa hebben afgesproken dat we
onze natuurgebieden niet verder achteruit laten gaan. Waarom heeft de
heer Bontenbal er nu in dit akkoord weer voor gekozen om er met LTO over
te spreken wat een goed idee zou zijn? Ik ken die voorzitter toevallig
en hij was de grondlegger van de stikstofcrisis. Waarom heeft hij niet
alle rapporten en alle uitspraken van de rechter, die allang duidelijk
maken wat er moet gebeuren, als leidraad gehanteerd voor de keuzes die
nu in het coalitieakkoord worden gemaakt?
De heer Bontenbal (CDA):
Mijn insteek is een andere geweest. We praten al zo lang over dit
stikstofprobleem en ook over het klimaatprobleem. Wij zijn er in deze
Kamer heel erg goed in om het vooral te hebben over doelen in 2030, 2035
en 2040. Je ziet inderdaad dat dit akkoord "we gaan gewoon aan de slag"
ademt. We gaan heel erg inzetten op de uitvoering. Het zou pas een
ongeloofwaardig verhaal zijn als wij er niet ook een hele forse bak geld
tegenover zouden zetten, als die bak geld er niet zou zijn. Het feit dat
we 20 miljard gaan vrijmaken om het stikstofprobleem op te lossen, laat
ook zien hoe serieus we het nemen. Ik weiger dus het frame over te nemen
dat dit niet genoeg zou zijn. Dit gaat een begin zijn. In mijn
verkiezingsprogramma staat: we gaan doen wat nodig is. Zullen we
verdorie alsjeblieft gewoon een keer beginnen? Dit akkoord gaat dat
doen. Er zitten heldere deadlines in. Er wordt dus niet pas over twee
jaar of over drie jaar eens wat gedaan. Er staat "voor de zomer gaan we
dit, dit, dit en dit uitwerken". Je ziet dus de haast in het akkoord. Er
zijn drie partijen die dit probleem willen oplossen, simpelweg om de
boeren toekomstperspectief te geven, om de economie weer lucht en ruimte
te geven, en ja, ook om de natuur te versterken. Dat zit gewoon in dit
akkoord.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan moet ik hier helaas toch zeggen: het blijft het CDA. Het
democratisch ethos waar de heer Bontenbal het zo vaak over heeft gehad,
had namelijk gevraagd dat hij met zo'n serieuze vraag nu niet zo'n gek
politiek spelletje zou spelen. Hij zegt dat we er hier in de Kamer heel
goed in zijn om het te hebben over jaartallen. Ja, dat was het CDA, dat
de politieke moed niet had om te handelen naar wat de rechter ons al
keer op keer had gezegd. Je moet sneller en veel grotere maatregelen
nemen om ervoor te zorgen dat we dat verslechteringsverbod niet meer
overtreden, dat we onze natuurgebieden weer een kans geven om te
herstellen. Dat weet hij heel goed. Nu stel ik hem daar een serieuze
vraag over en dan zegt hij: maar hier in de Kamer hebben we het alleen
over jaartallen gehad. Ik niet hoor, en de linkse partijen ook niet!
Hier dreigt natuurlijk weer het volgende te gebeuren. Het is mooi dat er
weer een fonds is, maar je moet die middelen wel goed uitgeven. Als dat
niet gebeurt en er gaan organisaties naar de rechter, wat gebeurt er
dan?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik laat me niet aanpraten dat ik politieke spelletjes speel of geen moed
zou hebben. Ik denk dat de koers van het CDA van de afgelopen jaren laat
zien dat dat niet het geval is. Ik vind dit soort aantijgingen dus niet
zo fraai.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Waarvan akte, maar de heer Bontenbal draait zelf weg van al de rapporten
en de rechterlijke uitspraken die al lang klip-en-klaar duidelijk hebben
gemaakt dat 2035 veel te laat is, dat je het met vrijwilligheid niet
gaat redden en dat onze meest kwetsbare natuurgebieden nu al vrij hadden
moeten zijn van die overmatige stikstofbelasting. Dat is gewoon de
rechtsstaat. Als je die niet respecteert en je maakt daarvan dat dat het
gevolg is van een politieke discussie over jaartallen hier, dan is het
democratisch ethos waar de heer Bontenbal het altijd over heeft gehad,
natuurlijk wel ver te zoeken.
De heer Bontenbal (CDA):
Dat zie ik dus heel anders. Ik denk dat wij aan het doen zijn wat nodig
is en dat dit akkoord daar een geloofwaardig antwoord op is. Er zit
vooral in dat we snel aan de slag gaan, dus ik hoop dat er snel een
kabinet op het bordes staat met een goede bewindspersoon op Landbouw,
die met dit akkoord in de hand snel aan de slag gaat en voor de zomer al
resultaten boekt. Ik zou dat heel mooi vinden, want dan kunnen we ook
een keer laten zien dat er vooruitgang is. Nu hebben we alleen maar heel
veel plannen gezien, maar te weinig vooruitgang. Dat ben ik wel met u
eens. Ik denk dat we dat mogelijk kunnen maken door gewoon met dit
akkoord aan de slag te gaan. Ik geloof oprecht dat het kan en dat we het
ook moeten doen.
De heer Dassen (Volt):
Deze tijd vraagt om een sterk en verenigd Europa. Nu is door dit debat
voor mij wat onduidelijkheid ontstaan over wat nou de inzet is van deze
coalitie ten aanzien van die 1,6 miljard aan bezuinigingen die het
kabinet-Schoof graag wilde. De heer Jetten gaf net al aan dat dat niet
realistisch is. Mevrouw Yeşilgöz geeft aan dat het wel degelijk de inzet
van de VVD is om de afdracht te verlagen. De heer Bontenbal heeft eerder
in het debat aangegeven dat dat het imago van Nederland zou schaden en
dat hij zich daar veel zorgen over zou maken. Wat is nou de inzet van
deze coalitie als het gaat om die EU-afdracht?
De heer Bontenbal (CDA):
Eén stapje hoger: volgens mij zie je in het coalitieakkoord een sterk
pro-Europese koers, omdat we het besef delen dat we Europa enorm nodig
zullen hebben om sterk te staan in de wereld. Dat zie je in de
paragrafen over Europa. Er is een heel groot besef dat Nederland sterk
moet zijn in Europa en dat wij Europa nodig hebben. Dat betekent niet
dat je de afdracht aan Europa ongeclausuleerd zou moeten laten stijgen.
Wij zijn als partij zelf ook kritisch op het MFK, bijvoorbeeld omdat we
vinden dat daar genoeg hervorming in moet zitten. Als er te veel naar de
oude posten gaat, zouden wij dat jammer vinden. Wij vinden dat er veel
meer hervorming in die begroting moet zitten: op de nieuwe economie, op
innovatie enzovoorts. Het gaat niet altijd om meer geld. Wij zullen ook
strak kijken naar de hele discussie rondom het MFK. En hoe dit uitpakt
voor de afdracht … Ik weet niet of die realistisch is; ik denk het niet.
Daar worden we in de loop van de kabinetsperiode mee geconfronteerd en
dat zullen we dan moeten oplossen.
De heer Dassen (Volt):
Hier maak ik me wel zorgen over. Het zijn mooie woorden in het
coalitieakkoord. In mijn ogen gaan we overigens nog lang niet ver genoeg
in wat de wereld nu van ons vraagt, met het uur van de wolven dat nu is
aangebroken, met Trump, Poetin en Xi Jinping, die niets liever zouden
willen dan landen in Europa tegen elkaar uitspelen. Dat vraagt om een
stevige en ferme Europese begroting, met alle ambities die we in Europa
met elkaar op hele korte termijn moeten waarmaken. Als de insteek van
deze drie coalitiepartijen dan is dat ze niet bereid zijn om ook de
afdracht te verhogen, dan heb ik grote zorgen of we die ambitie in
Europa gaan waarmaken en of de pro-Europese koers, de voortrekkersrol
die Nederland weer wil spelen, ook daadwerkelijk gaat gebeuren. Ik
refereer nog even aan de woorden van de heer Bontenbal zelf: op het
moment dat de afdracht naar beneden gaat, dan maak ik me grote zorgen
over het imago van Nederland in Europa. Dat zijn de woorden van de heer
Bontenbal zelf.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Dassen (Volt):
Hoe verhoudt dit zich nou tot het antwoord dat de heer Bontenbal net aan
mij gaf?
De heer Bontenbal (CDA):
Neem bijvoorbeeld defensie-investeringen. Je ziet in het coalitieakkoord
staan dat we daarin gezamenlijk gaan optrekken en dat we bereid zijn
Europese defensie-investeringen te doen. Dat is een antwoord op uw
vraag. Maar niet alles is geld. Ik denk dat we het MFK wel degelijk
moeten moderniseren, omdat het anders te veel inzet op de oude
prioriteiten. Een sterker Europa betekent niet altijd dat het nog veel
meer geld kost. Als het nodig is, kunt u er met mij over praten. Er zijn
bepaalde taken die we nu aan Europa gaan overdragen, bijvoorbeeld op het
gebied van migratie. Als het bijvoorbeeld gaat om het versterken van
Frontex, denk ik: dat is een zinnige taak. Dan neemt Europa een stukje
van het werk van lidstaten over. Dan kan erover gesproken worden. Maar
automatisch meer geld lijkt mij geen zinnige insteek. Het gaat om het
sterker maken van Europa. Dank kijk je als consequentie daarvan hoeveel
geld daarvoor nodig is, niet andersom.
Er zijn, denk ik, ook heel veel institutionele veranderingen die we nog
zouden kunnen doorvoeren. Denk aan het beter laten samenwerken van de
legers van lidstaten. Wij willen niet naar een Europees leger, zoals u,
maar ook daar kan nog veel meer gebeuren. Denk aan het aanpakken van de
landen die de rechtsstaat niet respecteren, zoals Orbán. Daar vindt u
ons ook aan uw zijde. Meer één mond bij het buitenlandbeleid. Daar vindt
u ons ook aan uw zijde. Institutionele hervormingen zijn, denk ik,
belangrijker dan meteen meer geld.
De voorzitter:
Het lid Dassen, kort.
De heer Dassen (Volt):
Die institutionele hervormingen staan amper in dit coalitieakkoord.
Daarin hoop ik dan echt op meer ambitie. Alleen zeggen "het afschaffen
van een veto op buitenlandbeleid" is in mijn ogen fors onvoldoende. Waar
is Europa krachtig? Dat is op het gebied van handel. Waarom? Omdat we
daar gefederaliseerd zijn en met één stem spreken. Dan moet ook op het
gebied van defensie en op het gebied van industrie. Dan ga je zorgen dat
je van Europa een macht kunt maken. Dat doe je niet alleen maar door te
zeggen dat je beter moet gaan samenwerken; dat doe je door te zorgen dat
je federaliseert. Daar hoort een budget bij dat ook daadwerkelijk in
staat is om dit waar te maken. Dan kun je niet de kruideniersmentaliteit
er weer bij pakken en zeggen dat niet alles in geld zit. Nee, meneer
Bontenbal, ik begrijp maar al te goed dat niet alles in geld zit, maar
als je niet bereid bent om in deze tijd ook Europa meer middelen te
geven, dan gaan we uiteindelijk tegen elkaar uitgespeeld worden, juist
door die wolven die op dit moment in de hele wereld rondlopen.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik denk wel degelijk dat er een aantal belangrijke dingen in het
coalitieakkoord staan over het sterker maken van Europa. Er wordt
gezegd: volg het Lettarapport — ga dat uitvoeren — en het Draghirapport.
Het wordt via het Wenninkrapport in Nederland verder uitgewerkt. Er
wordt gesproken over het volmaken van de bankenunie en over het
versterken van de kapitaalmarkt. Dat zijn allemaal dingen die wel
degelijk Europa versterken. Het is niet zo dat het coalitieakkoord hier
niks over zegt, integendeel.
De voorzitter:
De heer Dijk, de heer Van Baarle en dan gaan we schorsen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Bontenbal eindigde met het politiek commentaar uit de NRC. Die
heeft hij in ieder geval vandaag gelezen. Er staat ook een uitgebreid
artikel in over de gehandicaptenzorg. Het gaat over een Haagse
instelling, waar de medewerkers het volgende zeggen. "De coalitie heeft
mooie woorden over het VN-verdrag Handicap. Maar deze mensen een zo
waardevol mogelijk leven bieden, kun je met deze bezuinigingen niet
doen. Ze zullen minder kunnen douchen, eerder naar bed moeten. En het is
de vraag of we straks nog een aangepast bed kunnen kopen, of de
noodzakelijke aanpassingen in huisvesting kunnen doen. (…) Het geld is
nu al ontoereikend om personeel te werven en op te leiden of de
huisvesting op orde te houden. En dan ga je daar nog eens wat afhalen?"
Ik sluit af met de laatste zin. "Vergelijk het met een inkomen dat al
niet volstaat om rond te komen. Als je daarop kort, zak je onder het
basisniveau van levensonderhoud." Dit gaat over de gehandicaptenzorg.
Dit is een van de kwetsbaarste groepen mensen in onze samenleving. Is de
heer Bontenbal van mening dat je daar een verdubbeling van de al staande
bezuinigingen bovenop kan doen?
De heer Bontenbal (CDA):
Dan gaat u ervan uit dat dit al helemaal uitgewerkt is. Deze drie
coalitiepartijen hebben natuurlijk dezelfde zorgen als u. Het is niet zo
dat deze drie coalitiepartijen dat zomaar even met een streep doen. Ook
wij krijgen dit soort e-mails. Ook wij hebben contact met de sector. Ook
wij lezen de krant. U kunt ervan op aan dat deze drie partijen hier in
de uitwerking van het akkoord ook wel degelijk rekening mee houden. Dat
heb ik net ook al tegen mevrouw Bikker gezegd, dus ik ga mezelf niet
herhalen, maar dat was precies hetzelfde punt. Natuurlijk gaan wij
daarnaar kijken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Wat mij nou zo verbaast: dit is geen nieuw artikel. Dit artikel had net
zo goed vorig jaar gepubliceerd kunnen zijn. Ik ben de archieven niet in
gegaan, maar ik zou zo tien van dit soort artikelen van de afgelopen
jaren uit verschillende kranten over de gehandicaptenzorg eruit kunnen
vissen. Ik begrijp dan niet dat partijen die aan tafel zitten en met
elkaar aan het formeren zijn, hier niet een uitzondering op maken. Hoe
kan dat? Heeft u uitgevraagd wat de gevolgen zijn van bezuinigingen op
de ouderen- en gehandicaptenzorg? Is dat gebeurd daar aan tafel?
De heer Bontenbal (CDA):
Natuurlijk hebben we allerlei partijen gesproken, allerlei stukken
gelezen, allerlei rapporten. Maar u weet ook dat een coalitieakkoord
wordt geschreven op hoofdlijnen. Uiteindelijk zal een kabinet het moeten
uitwerken. Dan wordt er natuurlijk wel degelijk rekening gehouden met de
meest kwetsbaren. Dat heb ik net ook al gezegd.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan ga ik ervan uit dat er geen cent wordt bezuinigd op de
gehandicaptenzorg, want deze signalen horen we al jaren. Als er
formerende partijen zijn die een regeerakkoord gaan maken en dat met een
kabinet helemaal gaan uitwerken, dan ga ik ervan uit dat zij
gehandicaptenzorginstellingen en -organisaties gaan raadplegen en ervoor
gaan zorgen dat hier geen cent vanaf gaat, want zij zeggen dit al keer
op keer.
Mijn slotvraag gaat over een totaal ander onderwerp, maar ik vind toch
dat die hier gesteld moet worden. Ik heb gezien dat er een soort
overheidsefficiëntieslag gemaakt moet worden, maar dat bepaalde sectoren
zoals de politie, de gevangenissen en de hersteloperatie Groningen
ontzien worden. Maar één onderwerp ontbreekt daarin. Ik weet dat mevrouw
Inge van Dijk altijd vurig samen met mij de strijd aangaat om inzake het
toeslagenschandaal op een goede manier een oplossing te kunnen bieden
voor mensen. Maar het toeslagenschandaal staat niet als uitzondering
genoemd bij de tekst over die overheidsefficiëntieslag. Is dat een fout,
of zegt de heer Bontenbal hier: "we gaan inderdaad niet bezuinigen op
het toeslagenschandaal, niet op de uitvoering en niet op de uitbetaling
van mensen als dat nodig is"?
De heer Bontenbal (CDA):
Volgens mij is het coalitieakkoord heel helder. Mensen die in de knel
zitten door de toeslagenaffaire, moeten gewoon geholpen worden. We
zetten de afhandeling daarvan volledig door, met alle energie die we in
ons hebben. Er is geen enkele coalitiepartij die niet wil dat dit
probleem goed voor deze mensen wordt opgelost. In alle drie deze
partijen, maar gelukkig ook in de oppositie, zitten allemaal
woordvoerders die zich daar ook veel zorgen over maken en hier heel erg
betrokken bij zijn, debat na debat. Ik weet dus zeker dat als ik er niet
over na zou denken, ik mevrouw Inge van Duik binnen een paar uur in mijn
kuiten zou hebben hangen. Zij vindt dit namelijk ontzettend belangrijk
en is er elke dag mee bezig.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Tot slot. Dan ga ik ervan uit dat dit een foutje was wat betreft de
uitzonderingen op bezuinigingen op overheidstaken.
De heer Bontenbal (CDA):
Het gaat erom dat de ouders van de toeslagenaffaire gewoon geholpen
worden. Dat ziet u in het coalitieakkoord duidelijk staan, met een hele
duidelijke alinea.
De voorzitter:
De heer Wilders meldt zich ook nog als laatste interrumpant in de rij,
maar het woord is eerst aan de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Een van de onderwerpen die de mensen in Nederland de afgelopen twee
jaar, meer dan twee jaar, enorm heeft geraakt, zijn de verschrikkingen
die gepleegd zijn door Israël in Gaza. Inmiddels is toegegeven dat er
meer dan 70.000 mensen in Gaza zijn vermoord. In het coalitieakkoord
staan daar een aantal dingen over opgeschreven. Ik zou de heer Bontenbal
het volgende willen vragen: wat gaan we wat hem betreft nou concreet van
een nieuwe regering zien op dit gebied? Gaan we eindelijk een regering
zien die de Palestijnse Staat gaat erkennen? Gaat er eindelijk een
regering komen die tastbare sancties tegen Israël gaat instellen om
ervoor te zorgen dat het roven van Palestijns land stopt, een regering
die ervoor zorgt dat de misdaden die gepleegd worden tegen Palestijnen
stoppen? Wat gaan we volgens de heer Bontenbal van deze regering zien op
dit gebied?
De heer Bontenbal (CDA):
Dat vind ik natuurlijk lastig, want u vraagt nu aan mij wat de regering
straks gaat doen. Dat kan ik nu moeilijk helemaal precies voorspellen.
Ik weet wel wat we in het coalitieakkoord hebben opgeschreven. Daar
staat een alinea in over dit conflict en hoe we daarmee omgaan. Die
geven wij als duidelijk kader mee aan het kabinet. Over Israël-Gaza en
Palestina staat heel duidelijk opgeschreven dat we moeten toewerken naar
een tweestatenoplossing, dat we ervoor moeten zorgen dat die mogelijk
wordt, dat we de Israëlische regering moeten aanspreken als zij die
belemmert en dat we steeds kritisch blijven op het nederzettingenbeleid.
Wij hebben als fractie regelmatig moties ingediend en gesteund, zelfs
van uw partij, die bewindspersonen uit de Israëlische regering op een
sanctielijst hebben gezet. U kunt dus mijn partij niet verwijten dat wij
daar de afgelopen jaren ook vocaal over zijn geweest. Misschien met een
net … Nou, "net"? Ik zou zeggen: met nogal een andere insteek dan de
heer Van Baarle. Maar het leed dat daar gebeurt, gaat ons natuurlijk net
zo aan het hart als heel veel andere partijen in deze Tweede Kamer.
De heer Van Baarle (DENK):
De heer Bontenbal kan natuurlijk zeggen dat het straks aan een regering
is wat daar gebeurt, maar hij is politiek leider van het CDA, een van de
drie coalitiepartijen. Dus de heer Bontenbal kan wel degelijk aangeven
wat hij verwacht dat een komende regering zou moeten doen. Als ik dan de
heer Bontenbal nu hoor spreken over "Israël aanspreken" en "kritisch
blijven op het nederzettingenbeleid", denk ik: we krijgen weer dezelfde
regering als net en dan blijft het weer bij dialoogjes, dan komen er
geen sancties, dan gaat die Palestijnse Staat weer niet erkend worden en
dan zien we weer een slappe regering die wegkijkt van een van de meest
grove schendingen van het internationaal recht die we op dit moment
zien, namelijk schendingen die gepleegd worden in de richting van de
Palestijnen. Dus nogmaals mijn vraag aan de heer Bontenbal: wat gaat
deze regering wat hem betreft nou meer doen om ervoor te zorgen dat de
Palestijnen beschermd worden?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik verwijs allereerst naar het coalitieakkoord, want dat is de opdracht
die je aan een kabinet meegeeft. Wij houden als fractie onze eigen visie
daarop, net zoals de VVD-fractie en de D66-fractie daarop ook een eigen
visie hebben. Ik zal, net zoals mijn buitenlandwoordvoerder, de
CDA-visie hier in de Kamer inbrengen. Het kabinet is gehouden aan het
coalitieakkoord en de kaders die dat meegeeft. Wij zullen vanuit onze
fractie steeds aandacht blijven vragen voor het onrecht dat daar
gebeurt. Wij zullen blijven benoemen dat Israël, bijvoorbeeld in het
nederzettingenbeleid, ver over de schreef gaat. Mijn collega Derk
Boswijk heeft daar tal van moties over ingediend. Wij hebben moties van
u gesteund. Wij hebben moties van de VVD en van allerlei kanten gesteund
die de situatie daar onder kritiek stellen. Dat zullen we blijven
doen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Baarle (DENK):
Dan constateer ik op dit onderwerp dat het helaas blijft bij
algemeenheden, dat we hem nergens op kunnen afrekenen als er
daadwerkelijk niks gaat gebeuren en dat wij als DENK voorop zullen lopen
om zo'n regering bij te sturen om wel wat te doen voor de
Palestijnen.
Tot slot, voorzitter. Ik heb het coalitieakkoord uiteraard goed gelezen.
Er was best wel wat ophef bij Nederlanders die echt vinden dat het een
miskenning is van het probleem dat het hele woord "moslimdiscriminatie"
in het coalitieakkoord niet één keer genoemd wordt, terwijl bijvoorbeeld
de bestrijding van antisemitisme wel degelijk genoemd wordt, namelijk
drie keer. Dat wordt terecht genoemd, want dat moet bestreden worden. Ik
zou aan de heer Bontenbal willen vragen, en ik zal dat ook doen in de
vorm van een motie, of hij in ieder geval bereid is om dat te
corrigeren. Het kan niet zo zijn dat we het coalitieakkoord op zo'n
groot probleem, waar meer dan 1 miljoen Nederlanders mee te maken hebben
— dat gaat van het aanvallen en bedreigen van moskeeën tot dames met een
hoofddoek die belaagd worden — moeten gaan corrigeren, zodat het wél
expliciet aandacht krijgt met een gericht plan.
De heer Bontenbal (CDA):
Volgens mij moet het kabinet alle vormen van discriminatie oppakken en
dus ook moslimdiscriminatie, maar waarom zouden we dat nu apart
benoemen? Ik zou zeggen: het hoort daar helemaal bij. Dus ja, ook
moslimdiscriminatie zal bestreden moeten worden, maar daar heb ik geen
motie voor nodig. Volgens mij heeft u daar eerder ook al moties over
ingediend, die ook door de Kamer gesteund zijn. Het kabinet moet gewoon
doen wat eigenlijk al door de Kamer is gevraagd.
De heer Wilders (PVV):
Heel veel ouderen in Nederland wachten op een plaatsje in een
verpleeghuis. Er zijn lange wachtlijsten voor. Ik heb het zelf
meegemaakt; heel veel mensen hebben het meegemaakt, met hun ouders. Dat
zijn verschrikkelijke situaties. Ouderen worden geholpen door
mantelzorgers, familieleden, die dat vaak met heel veel liefde en passie
doen, en die daarvoor ook heel veel respect verdienen, maar die dat
eigenlijk niet altijd aankunnen. Men wacht maar op die plek in dat
verpleeghuis. Nu hadden wij, in het vorige kabinet, daarvoor wat geld
gereserveerd, namelijk 600 miljoen. Daar was al 130 miljoen van
afgehaald. Ik vind alle bezuinigingen kwalijk, maar dit vind ik
misschien wel de allerergste; ik zie nu op die envelop — dat heet dan
"technisch resterende envelop ouderenzorg" — dat die resterende 470
miljoen verdwijnt. Als je een pagina verder op de plaat kijkt, dan zie
je dat die 470 miljoen — toevallig is dat hetzelfde bedrag — terugkomt
bij het extra geld voor de asielketen en crisisnoodopvang. Er zal niet
een een-op-eenverband zijn, maar het is wel hetzelfde bedrag. Ik zou dit
toch aan u willen vragen. Dit is gewoon een kwestie van fatsoen. Onze
eigen ouderen kunnen thuis niet meer verzorgd worden. Ze zijn vaak
beginnend dementerend en weten niet meer waar ze zijn, maar ze kunnen
inmiddels niet meer ergens terecht. Dat geld haalt u zomaar weg. Dat
gaat naar asielzoekers. Wat bent u aan het doen?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik vind de opmerking van de heer Wilders dat dit geld een-op-een naar
asielzoekers gaat, misplaatst. Dat staat nergens. Je kunt dingen die in
de uitgaven veranderen nooit een-op-een aan elkaar koppelen in een
financiële plaat. Dat weet de heer Wilders ook heel goed, want hij loopt
hier al heel lang mee. Het frame dat hij hier neerzet, vind ik naar,
want dat is natuurlijk niet hoe het gaat. De coalitie bedenkt dat niet
zo. Collega Jetten heeft net ook al antwoord gegeven over de
bezuinigingen. Mijn antwoord zou precies hetzelfde zijn als dat van
collega Jetten.
De heer Wilders (PVV):
Ja, maar ik vraag het aan u. Als u beleefd bent, dan geeft u antwoord.
Ik heb die vraag niet aan de heer Jetten gesteld. Ik stel die vraag nu
aan u.
De heer Bontenbal (CDA):
Dat klopt en …
De voorzitter:
Meneer Bontenbal, de heer Wilders is aan het woord.
De heer Wilders (PVV):
Ik hoop dat u de beleefdheid hebt om … U bent ontzettend onbeleefd dat u
a … Dat bedrag is hetzelfde. U zegt misschien niet dat het een-op-een
is, maar ik kan hier echt ontzettend kwaad over worden. Wat u doet met
uw coalitie is 470 miljoen euro weghalen bij de ouderen, bij de mensen
die een plekje zouden moeten krijgen in een verpleeghuis of een
verzorgingshuis, die weer opnieuw in beperkte mate gebouwd zouden gaan
worden. Daar was dat geld voor bedoeld. Dat haalt u daar weg en
datzelfde bedrag, 470 miljoen euro, besteedt u op dezelfde plaat aan een
stabiele asielketen in het kader van de noodopvang van asielzoekers. Of
het nu met elkaar te maken heeft of niet: diezelfde bedragen staan op uw
plaat. Ik vind dat te schandalig voor woorden. U heeft niet eens de
beleefdheid om mij antwoord te geven als ik hiernaar vraag namens alle
ouderen, de mantelzorgers en de familieleden die voor die mensen
opkomen. U bezuinigt die plaatsen weg. Dat geld gaat naar asielzoekers
en dat is ongehoord. Ik vraag u om die vraag serieus te nemen. Er zijn
heel veel mensen die naar de televisie kijken en die graag van u willen
weten waarom u dat geld heeft wegbezuinigd.
De heer Bontenbal (CDA):
Ook het komende kabinet zal ervoor zorgen dat mensen die ouder worden,
goede zorg krijgen. Dat zal op een andere manier gaan dan via het potje
dat u schetst, maar ook het kabinet zal daar natuurlijk voor zorgen. De
een-op-eenkoppeling die u maakt met asiel vind ik niet oké. Waarom
investeren we geld in asiel? Omdat er anders cruiseschepen of andere
locaties gehuurd moeten worden die vele malen duurder zijn. Dat is
uiteindelijk ook niet goed voor de samenleving. Door te investeren in de
asielketen doen we iets wat goed is voor de samenleving, namelijk de
asielketen op orde brengen, rust brengen en voorkomen dat er heel veel
extra belastinggeld naar de asielketen moet omdat we het slecht
organiseren. Dat zijn we aan het oplossen. Het zijn twee verschillende
problemen. Die een-op-eenkoppeling kunt u niet op deze manier maken.
De heer Wilders (PVV):
Dat doe ik wel, want die staat er gewoon in. Dus houd me niet voor de
gek, want die twee zelfde bedragen staan er gewoon in. Maar nog los
daarvan: ik krijg geen antwoord. Ik hoor een heel verhaal over asiel,
maar u zegt nu alleen: ik ben het met de heer Jetten eens; we zullen
goed voor ze zorgen. Maar er wordt verdorie nu al niet goed voor die
mensen gezorgd. Die opa's en oma's moeten nu al thuis wachten in een
luier, terwijl ze aan het dementeren zijn en er geen plekje voor hen is
in het verpleeghuis. Het enige wat u daarop zegt, is: u mag die
koppeling niet maken. De heer Jetten zegt: er wordt goed voor ze
gezorgd. Er wordt nu al niet goed voor ze gezorgd. Wat gaat u voor die
mensen doen? Maak u er niet zo makkelijk vanaf. U haalt daar 470 miljoen
weg. Dan kunt u niet wegkomen met het zinnetje "we gaan goed voor ze
zorgen", want er wordt nu al niet goed voor ze gezorgd. Ik accepteer dit
niet van u.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik zie dat anders. U gebruikt hele grote woorden, terwijl u zelf in de
afgelopen twee jaar in het kabinet heeft gezeten. Wat is daar dan
gebeurd? Is de asielketen op dat punt wel verbeterd? Is de ouderenzorg
verbeterd onder uw leiding? Wij als kabinet gaan proberen om met robuust
beleid en met oog voor de meest kwetsbaren de zorg goed vorm te geven en
te hervormen. We houden oog voor de mensen die het meest kwetsbaar zijn.
Dat is ook de intentie van deze drie fracties. Zo gaan we het doen en u
mag ons daar daarop bevragen de komende jaren, als het beleid wordt
uitgewerkt door een kabinet dat er dan zit.
De voorzitter:
Heel kort tot slot, meneer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Sorry dat ik kwaad word, maar ik kan hier echt niet tegen. Ik kan hier
echt niet tegen en ik denk dat heel veel mensen die dit zien er ook niet
tegen kunnen. Wat hebben wij gedaan als vorig kabinet? Wij hebben daar
600 miljoen voor gereserveerd. Ja oké, het had meer kunnen zijn, maar
het was 600 miljoen. Daar hadden wij verzorgingshuizen van kunnen bouwen
en we hadden ook meteen extra plaatsen voor ouderen in verpleeghuizen
kunnen geven. Dat hadden we kunnen doen met 600 miljoen. Daar was ik
trots op, daar was u trots op, daar was de coalitie trots op. U haalt
dat nu gewoon weg. U haalt dat geld weg en dat gaat naar asielzoekers.
Zelfs als u die laatste koppeling niet wil — dit is gewoon een
belangrijk punt — dan kunt u er niet mee wegkomen door te zeggen: "We
zorgen goed voor de mensen". Er wordt niet goed voor die mensen gezorgd.
Ze zitten thuis en dementeren. Ze hebben familieleden als mantelzorgers
die het ook niet meer aankunnen. Ga eens praten om u heen; Nederland zit
er vol van. Kom dus met een beter verhaal, want dit is een schandelijk,
ongeïnteresseerd antwoord dat u geeft. Tegen al die mantelzorgers en
ouderen die nu zitten te kijken, zegt u eigenlijk: "We gaan goed voor ze
zorgen". Dat doet u niet. Neem dit serieus. Neem dit serieus.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik neem het uiterst serieus en ik verwerp de suggestie dat dit soort
dingen makkelijk door ons bedacht zouden worden, of dat we ons niet
zouden interesseren voor de ouderenzorg. Dat doen we wel en we gaan er
met dit kabinet voor zorgen dat ook mensen in de toekomst goede zorg
hebben. Scheiden van wonen en zorg: we willen dat mensen in nieuwe
leefvormen kunnen samenwonen. Daar moeten we voor bouwen. Het is een
andere visie op de zorg dan mensen in verpleeghuizen stoppen, maar daar
gaan we aan werken. Er zijn drie partijen die ook heel goed weten dat de
oudere generatie ook een hele goede toekomst in Nederland verdient. Ik
weet zeker dat deze drie partijen dat ook gaan helpen vormgeven in een
nieuw kabinet.
De voorzitter:
Dank u wel. De rij was gesloten, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, volgens mij was die al gesloten na de heer Van Baarle.
De voorzitter:
Toen zei de heer Wilders "ik heb nog een vraag", dat heb ik ook gemeld
hier aan de Kamer.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw van der Plas, ik spreek en we laten elkaar even uitspreken. Ik
zag u toen niet uw hand in de lucht steken om te vragen of u ook nog een
vervolginterruptie wilde. Dat wilde de heer Wilders wel. Ik schors een
uur, tot 20.20 uur.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit is echt schandalig.
De vergadering wordt van 19.22 uur tot 20.20 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Er is een punt van orde van de heer
Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Dank u, voorzitter, dat u mij daar de gelegenheid toe geeft. Collega
Klaver zal vanavond mede namens mij en een aantal andere collega's een
motie indienen over de AOW-leeftijd. In verband met de termijnen doe ik
alvast de vooraankondiging dat mijn fractie daar vanavond nog een
hoofdelijke stemming over wil.
De voorzitter:
Gebruikelijk is dat we hoofdelijke stemmingen bij reguliere momenten
doen, maar ik kijk of er bezwaar tegen is dat er vanavond hoofdelijk
over de motie wordt gestemd. Dat is niet het geval. Dan gaan inderdaad,
zoals u zelf aangeeft, meneer Wilders, de drie uur voor de stemmingen
lopen.
Dan is het woord aan mevrouw Nanninga voor haar inbreng namens de
fractie van JA21.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen ook van JA21 een woord van dank
aan de informateur. Dank voor het eindverslag en voor de relatief korte
tijd waarin dit akkoord gesmeed is. Dit was ook nog eens een
informatiefase waarin weinig tot niets is gelekt. Dat is eerlijk gezegd
ook weleens fijn en netjes. Een compliment daarvoor aan de onderhandelde
partijen.
Het is helder dat er een document voor ons ligt waarin in ieder geval
duidelijke keuzes gemaakt worden, wat je dan verder ook van die keuzes
vindt. Daar staan voor JA21 zeker ook wel wat goede zaken tussen: extra
geld naar defensie en veiligheid, Lelystad Airport eindelijk openen,
begrotingsdiscipline. Dat zijn punten die wij herkennen. Dat zijn punten
die Nederland nodig heeft.
Voorzitter. JA21 is opgericht om te strijden voor de idealen van
Nederlanders die meer zeggenschap over hun eigen leven en hun eigen
financiën willen. Nederlanders die onze eigen cultuur willen behouden en
beschermen en die voor een kleine overheid staan. In dat licht missen
wij in dit akkoord cruciale punten waar JA21 voor staat en die Nederland
dringend nodig heeft. Dat ziet op vier fundamentele thema's:
migratiebeperking, veiligheid, verstandig klimaatbeleid en
lastenverlichting.
Laat ik beginnen met migratie. De strengere asielwetten worden
uitgevoerd, zeggen ze. De D66-fractie in de senaat hangt namelijk alweer
een emmer achter die boot. Wij vragen ons bij JA21 af of dat nou stabiel
is. Maar goed, tegelijkertijd blijven de Spreidingswet en de
taakstelling statushouders in stand, net als de voorrang voor
statushouders in de sociale huur. Er ontbreekt een echte doorbraak om
onze hele asielopvang buiten de Europese Unie onder te brengen. Dit
kabinet moet de instroom drastisch omlaag brengen. Als dat niet snel
gaat, moet het bijsturen met aanvullende maatregelen. Dat is voor JA21
absoluut fundamenteel. Elke maand komen er 3.000 tot 4.000 asielzoekers
en nareizigers bij. Elk jaar komt er een stad zo groot als Zwolle bij;
daar is ook niet tegenop te bouwen. Dat moet gewoon stoppen. Wij willen
niet alleen plannen, maar ook eindelijk resultaten.
Er gaat veel geld naar binnenlandse veiligheid. Dat is heel mooi, maar
het voelt ook een beetje als een afkoopsom, een lege huls. Zonder regie
op de strafrechtketen blijven slachtoffers namelijk teleurgesteld
achter. Zonder expliciete rugdekking voor en vertrouwen in de politie
blijft niet het gezag, maar het schorem de baas op straat.
Het klimaatbeleid wordt in dit akkoord niet afgeschaald, maar met
miljarden uitgebreid. Nieuwe subsidies, nieuwe lastenverzwaringen,
nieuwe dwanginstrumenten, terwijl onze industrie al onder druk staat en
gezinnen zich afvragen hoe zij hun energierekening moeten blijven
betalen.
Voorzitter. Een fundamenteel probleem zijn de belastingen. Hier zit wat
JA21 betreft iets groters onder. Nederlanders zijn niet te beroerd om
hele moeilijke keuzes te maken. Het is precies wat dit land zo succesvol
heeft gemaakt: hervormen, soms bezuinigen en durven door te pakken om
onze toekomstige welvaart veilig te stellen. Nederlanders moeten dat dan
wel terugzien in hun portemonnee, anders is de draagkracht heel snel
verdampt. Na jaren van hogende lasten, stijgende inflatie en
energieprijzen die door het dak zijn gegaan, snakt Nederland naar
ademruimte, zekerheid en lastenverlichting. Juist daar zien wij in dit
akkoord heel weinig van terug. Werkend Nederland ziet geen
lastenverlichting, maar juist een lastenverzwaring. De vrijheidsbijdrage
is in de praktijk een belastingverhoging van meer dan 5 miljard euro:
3,4 miljard bij burgers en 1,7 bij ondernemers. Dat zijn geen abstracte
bedragen. Ik zal het heel simpel zeggen: dat is gewoon een rekening die
bij de mensen thuis op de keukentafel ligt en voor onrust in de
portemonnee zorgt, tenzij je een lege portemonnee als rustig zou willen
omschrijven. Dat klopt misschien wel, maar dat moeten we ook niet
willen.
Voorzitter. JA21 stond ervoor open om aan deze informatiefase mee te
doen. Het had zo mooi kunnen zijn. Het had ook recht gedaan aan de
verkiezingsuitslag. Het was een kans om breuklijnen in de samenleving te
dichten. Het blijft echt een gemiste kans, maar we zullen de plannen die
nu voorliggen beoordelen met een constructief-kritische blik. De open
houding van de drie partijen die ze hier naar de oppositie hebben laten
zien, is noodzakelijk. Wie weet wordt dit namelijk de nieuwe manier van
politiek samenwerken: wisselende meerderheden en niet alles
dichttimmeren. Wij staan daar wel voor open. Wij gaan ook niet
tegenwerken om het tegenwerken. Het land mag wel weer eens normaal
bestuurd worden, na jaren van chaos en besluiteloosheid, maar laat één
ding heel erg duidelijk zijn: steeds zwaardere lasten, dwanginstrumenten
voor klimaat, het wegjagen van onze industrie, het aanhalen van banden
met foute organisaties als de UNRWA en de blijvend hoge asielsintsroom
gaan we niet steunen. Ambities klinken altijd goed, maar de weg erheen
is meestal lang en hobbelig.
Voorzitter. Deze drie partijen spreken nu dingen af aan de voorkant,
maar we weten allemaal dat er gaandeweg nog heel wat kan gebeuren. Het
verschil met eerdere kabinetten is dat het dit keer ook van de oppositie
wat flexibiliteit vraagt. Daar liggen dus kansen. De vraag is of wij als
oppositiepartijen bereid zijn om deals met elkaar te sluiten die
Nederland vooruithelpen. Niet om een blokkade tegen het kabinet op te
werpen, maar om gezamenlijk goede voorstellen erdoor te krijgen. Wij
willen heel concrete resultaten zien op het gebied van
lastenverlichting, kernenergie, behoud van de luchtvaartsector, het
oplossen van de gezagscrisis op straat, femicide, hervorming van de
publieke omroep, asiel en noem maar op. JA21 zal de komende maanden
eigen initiatieven en ideeën inbrengen en we gaan kijken waar
meerderheden mogelijk zijn, maar dit kabinet moet steun komen zoeken.
Dan is het na deze bijdrage glashelder dat voor JA21 het roer naar
rechts moet.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Nanninga. Het woord is aan mevrouw De Vos voor haar
inbreng namens Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dank, voorzitter. Oude wijn in nieuwe zakken, dat is het door D66, VVD
en CDA gepresenteerde coalitieakkoord. Op alle grote thema's gaan deze
drie partijen gewoon door op de onder vorige kabinetten ingeslagen weg.
Het is teleurstellend, maar ik had het, helaas, niet anders verwacht van
de partijen die de afgelopen jaren honderdduizenden mensen ons land
hebben binnengelaten, die onze schaarse grond hebben volgebouwd met
zonnepanelen en megawindturbines, die onze soevereiniteit hebben
weggegeven en die onze economie hebben uitgehold. Ook nu komt er geen
immigratiestop, geen einde aan het klimaat- en stikstofbeleid en geen
einde aan de alsmaar voortgaande machtsoverdracht aan Brussel.
Onvermijdelijk komen er nog hogere belastingen om al deze ideologische
projecten te financieren.
Onze overheid is verworden tot een alsmaar uitdijend moloch dat de
Nederlander ziet als melkkoe die de kosten mag dekken. Neem het nieuwste
stokpaardje van de heer Bontenbal: de vrijheidsbijdrage. Wat klinkt het
fatsoenlijk, maar "oorlogsbelasting" was een betere, eerlijkere benaming
geweest. Nederlandse burgers en bedrijven moeten volgend jaar 3 miljard
euro opbrengen, om vervolgens linea recta te verdwijnen in de
oorlogsmachine in Oekraïne. De jaren daarna loopt de belasting op tot
meer dan 5 miljard euro. Dat is ruim €600 per huishouden per jaar. Of
neem de migratiebijdrage, die Nederlanders al jaren betalen. Dat is 27
miljard euro per jaar, €3.200 per huishouden, een maandelijks modaal
inkomen, ieder jaar opnieuw. Dan hebben we de gestegen huizenprijzen,
ook een gevolg van de immigratie, of de prijs van overlast en van
onveiligheid nog niet eens meegerekend. In het coalitieakkoord ontbreekt
ieder voorstel om deze enorme belasting op onze samenleving structureel
aan te pakken.
Dan de klimaatbijdrage: idem dito. Al jaren gaat dit om de facto
tientallen miljarden per jaar. En ook dat gaat gewoon door, met alle
gevolgen van dien voor de betrouwbaarheid van onze energievoorziening,
voor onze afhankelijkheid van buitenlandse energie en voor onze
economie.
Het stikstoffonds wordt opnieuw ingevoerd: 20 miljard euro om boeren te
dwingen nieuwe wettelijke reductiedoelen te halen of ze anders uit te
kopen.
De zorgkosten stijgen. Het eigen risico gaat met €75 omhoog naar
€460.
Nederlanders mogen straks doorwerken tot minimaal hun 70ste.
Voorzitter. Ik zou het graag willen omdraaien: laten we eens niet als
uitgangspunt nemen wat de overheid nodig heeft voor al haar ideologische
projecten, maar wat de Nederlander nodig heeft. Dat is de vraag die hier
in deze zaal, niet alleen vandaag, maar op ieder moment, centraal zou
moeten staan. Wat is goed voor de Nederlander? Een Nederlander heeft een
betaalbaar huis nodig, straten, spoor en snelwegen, een betrouwbaar
energienet, voldoende politie en een goed functionerend leger, goed
onderwijs en goede zorg, een sociaal vangnet. Zo zijn er nog een aantal
zaken, zoals een overheidsbijdrage aan musea en muziekgezelschappen om
ons cultureel erfgoed levendig te houden. Dat zijn kosten die onze
samenleving met gemak zou kunnen dragen.
Wat de Nederlander niet nodig heeft, voorzitter, is de massale
immigratie, die hem zijn thuis ontneemt. Of het klimaatbeleid, dat hem
zijn welvaart ontneemt. Machtsoverdracht, die hem de zeggenschap over de
toekomst van z'n land ontneemt. Als deze drie partijen de Nederlander
als eerste prioriteit zouden hebben, dan zouden ze dus heel andere
keuzes maken.
Voorzitter. Het moge duidelijk zijn dat Forum voor Democratie de komende
jaren keihard oppositie zal voeren. Van ons geen steun voor beleid dat
Nederland verder afbreekt. Maar wij zullen ook geen goede voorstellen
boycotten. Als de nieuwe regering werk maakt van kernenergie of het
afschaffen van regels voor ondernemers, zoals we hebben kunnen lezen in
het coalitieakkoord, dan kan zij op onze steun rekenen. Vanzelfsprekend
zullen we met eigen voorstellen komen om alles wat ons prachtige land te
bieden heeft, te beschermen, te behouden en te herstellen.
Voorzitter. Ik dank informateur Letschert voor haar open en
geïnteresseerde houding en het prettige gesprek dat we hebben gehad. Ik
wens de heer Jetten, mevrouw Yeşilgöz en de heer Bontenbal veel wijsheid
toe.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw De Vos. Dan is het woord aan mevrouw Van der Plas
voor haar inbreng namens de BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de informateur voor het eindverslag,
maar ik kom maar gelijk ter zake. BBB ziet hierin een terugkeer naar het
oude Haagse tekentafelbeleid. Gewone mensen raken steeds verder uit
beeld en het tekentafelbeleid komt keihard binnen aan de keukentafel.
Dit is een minderheidskabinet, dat constant steun moet zoeken bij de
oppositie. Zo liggen de verhoudingen. Maar wij tekenen niet bij het
kruisje voor plannen die burgers, boeren en ondernemers
kapotmaken.
Voorzitter. Een CDA-onderhandelaar zei zondag bij WNL: wij moeten als
overheid durven normeren. In gewone mensentaal betekent dit: onteigening
van boerenbedrijven blijft op tafel, gedwongen onteigening, intrekken
van vergunningen. Met andere woorden, de overheid klopt straks aan de
deur van een boer om zijn levenswerk af te pakken, terwijl dit helemaal
niets doet voor de natuur. Vissers raken visgebied kwijt en bloeiende
visserijgemeenschappen worden gesloopt. Dit is geen perspectief. We
hakken de hand af van de mensen die ons voeden.
Dan de tulpentaks. De btw op snijbloemen gaat omhoog van 9% naar 21%,
ondanks alle waarschuwingen om dit niet te doen. Het gaat alleen maar
leiden tot honderden miljoenen omzetverlies. Duizenden banen komen op
het spel te staan. Een bosje bloemen wordt straks onbetaalbaar. Dat is
een hele hoop leed voor een schijntje in de schatkist. Precies dat is
het probleem. Deze tulpentaks is geen detail. Het is een signaal van een
coalitie die het leven van gewone mensen en hardwerkende ondernemers uit
het oog verliest. Wereldvreemde academici maken in hun torens beleid
voor mensen die ze niet kennen.
Voorzitter. BBB kijkt anders naar dit land. Wij geloven in mensen die
hun leven opbouwen in hun dorp, in hun wijk en in hun regio, in
gezinnen, verenigingen, kerken, sportclubs en bedrijven die Nederland
draaiende houden. De mensen vragen niet om steeds nieuwe regels, maar om
rust, zekerheid en respect. Sociaal zijn betekent voor ons omzien naar
elkaar, zorgen voor ouderen en kwetsbaren en zorgen voor gezinnen.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Nou ja, meer een ondersteunend signaal, want mevrouw Van der Plas heeft
het over de tulpentaks. Ik kan niet genoeg onderschrijven hoe gelijk ze
daarin heeft. Bij mij in de regio Venlo zal de hele bloemensector daar
de dupe van zijn. Misschien kan u voor de mensen hier en iedereen die
luistert nog een keer uitleggen wat dat ook voor de werkgelegenheid in
die sector kan betekenen. Hier is het even één regeltje over de
tulpensector en dan komt er een tulpentaks en gaat er wat geld van af,
maar er zijn hele gezinnen die daar de dupe van zijn, na de boeren ook
de bloemisten, de tuinders; noem maar op. Kunt u daar misschien nog wat
meer over vertellen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, zeker. Het gaat voor de sector een omzetverlies van bijna 400
miljoen euro betekenen. Er staan 2.500 banen op het spel. Als er een
fabriek met 2.500 mensen in dienst gesloten zou worden, zouden hemel en
aarde te klein zijn en zouden er grote protesten zijn, en terecht. De
opbrengst voor de schatkist is maar 159 miljoen. Daarom zeg ik ook "een
schijntje". Bloemisten zullen over de kop gaan. Mensen zullen nog verder
vanuit allerlei steden, dorpen, hoeken en gaten in de regio in Nederland
naar Duitsland of België gaan omdat het daar nog wel enigszins te
betalen is. Alle woorden als "we hebben het zo goed voor met onze
ondernemers en onze mkb'ers" zijn dus allemaal prietpraat, want het is
makkelijk om even te scoren met zo'n verhoging van 159 miljoen, maar dit
gaat de sector in ons land dus ook heel veel geld kosten.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik zei al: "sociaal" betekent voor ons omzien naar elkaar,
zorgen voor ouderen en kwetsbaren en zorgen voor gezinnen.
"Conservatief" betekent: koester wat werkt, breek niet alles af omdat
het modieus is. Dat mensbeeld missen wij in dit akkoord. Wij hechten
waarde aan een levendig platteland. Dat houdt veel meer in dan lappen
grond waar windturbines en nieuwe steden moeten komen. Vele miljarden
gaan naar de illusie dat wij in Nederland de temperatuur niet alleen
binnen, met een thermostaat, maar ook buiten kunnen regelen. Dat is een
niet-werkende thermostaatknop van honderden miljarden. Windmolens op zee
worden doorgedrukt. De horizon wordt vervuild en visgronden verdwijnen
omdat beelden van de Haagse tekentafel belangrijker zijn dan de
realiteit aan de keukentafel. Je kunt nog duizend windmolens neerzetten,
maar als het niet waait, heb je daar helemaal niks aan. Dit is geen
transitie; dit is wensdenken en de burger mag zijn portemonnee
trekken.
Miljarden gaan naar de uitkoop van boeren, met een hyperfocus op
stikstof en hogere lasten voor burgers en bedrijven. Dit wordt verkocht
onder het mom van een "vrijheidsbijdrage". Het is gewoon een ordinaire
lastenverzwaring. Boodschappen worden duurder en de gezinnen betalen de
rekening.
Er komt ook een boete op oud worden. De ouderenzorg wordt uitgekleed.
Mensen mogen het achter de voordeur lekker uitzoeken. Mensen moeten
straks ver na hun 70ste doorwerken. Ondanks de kei- en keiharde belofte
om niet aan de AOW te komen, wordt dit nu gewoon onderuitgeschoffeld. In
één klap is het pensioenakkoord niets meer waard. Eerst mochten wij in
de Kamer niets zeggen over het pensioenakkoord. Mensen mochten niets
zeggen over hun pensioen en kregen geen inspraak. Nu wordt hun oude dag
gebruikt om de begroting te dichten. Dat schaadt het vertrouwen in de
politiek. Dit is een tekentafelbeleid dat aan de keukentafel keihard
binnenkomt.
Voorzitter. Ik heb daarom de volgende vragen aan de informateur. In het
eindverslag staat dat Nederland een lange traditie kent van degelijk
begrotingsbeleid met brede steun. Kan de informateur uitleggen hoe het
maatschappelijk middenveld moet gaan samenwerken met een coalitie die
deze keiharde afspraak uit het verleden in één klap van tafel heeft
geveegd? Welk vertrouwen krijgt dat middenveld dan van de nieuwe
coalitie? Wordt er gevraagd of wij gaan samenwerken met de coalitie of
moeten wij meewerken met de coalitie?
Voorzitter. Dit is een minderheidskabinet. Dat betekent dat er
geluisterd moet worden en dat de coalitie de samenwerking moet opzoeken.
Dat is het lot waaraan zij zichzelf heeft verbonden. BBB verzet zich
tegen beleid dat boeren wegjaagt, regio's vergeet, burgers uitwringt en
bedrijven laat bloeden; gisteren, vandaag en morgen. De nieuwe coalitie
kijkt naar de Haagse tekentafel en BBB kijkt naar de keukentafel. Wij
zullen alles op alles zetten om de keukentafel weer in beleid te krijgen
in Den Haag. Dat is ons openingsbod!
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Het woord is aan de heer Van Baarle
voor zijn inbreng namens de fractie van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het begon hoopvol: nieuwe politiek, optimisme. Maar
afgelopen vrijdag is die droom toch wel hard kapotgeslagen. Er ligt een
kneiterrechts coalitieakkoord vol met bikkelhard VVD-beleid. De mensen
in het land krijgen door dit akkoord van D66, de VVD en het CDA een
torenhoge rekening gepresenteerd. Nederlanders worden de geldberg van de
NAVO. De onzalige asielwetten van de PVV gaan doorgevoerd worden,
waardoor vluchtelingen te maken krijgen met hard beleid. De zorg wordt
uitgekleed. De sociale zekerheid wordt uitgehold. D66 en het CDA hebben
eigenlijk gecapituleerd voor de VVD en tekenen voor keihard rechts
beleid. Zelfs beleid dat is doorgevoerd door het PVV-kabinet gaat
uitgevoerd worden.
Het moge duidelijk zijn: dit beleid moet wat DENK betreft echt totaal
anders. DENK gaat zich in de Kamer vol overtuiging inzetten om dit
beleid te veranderen, want de gewone mensen in Nederland worden echt
hard geraakt in hun portemonnee. Mensen kunnen nu soms al nauwelijks
rondkomen vanwege de dure boodschappen en de andere kosten. Al die
Nederlanders moeten straks een torenhoge belastingverhoging voor de
NAVO-norm gaan betalen: honderden euro's per huishouden die mensen
jaarlijks moeten gaan neerleggen om aan de wensen van Trump en Rutte te
voldoen. De benzineprijzen zullen na 2027 omhoog gaan. Het eigen risico
wordt verhoogd met €75. De boodschappen gaan nog duurder worden vanwege
een suikertaks die ingevoerd gaat worden. Daardoor gaan normale
boodschappen zoals koekjes, jam, snoep en andere producten nog meer
kosten. Huishoudens worden gepakt aan de kassa. Hier komen later nog
allemaal belastingen voor mensen bij. Hier komen ook nog alle eigen
bijdragen in de zorg, de versobering van toeslagen en het schrappen van
tegemoetkomingen bij. Mijn vraag aan Rob Jetten, Dilan Yeşilgöz en Henri
Bontenbal is echt: hoe kunnen jullie al die mensen in Nederland dit
aandoen? Hoe kan je er nou zo voor kiezen om mensen op de kosten te
jagen?
Wat DENK betreft mag dit niet gaan gebeuren. Terwijl de mensen in het
land financieel hard geraakt worden, is er voor andere dingen heel veel
geld, ontzettend veel geld. Voor steun aan Oekraïne staat de komende
jaren al 9 miljard euro ingeboekt. Dat is €1.000 per Nederlands
huishouden. Voor de NAVO-norm staat 19,3 miljard euro ingeboekt — 19,3
miljard euro! Dat is meer dan €2.000 per Nederlands huishouden.
Nederlanders worden door deze coalitie de geldberg van de NAVO. Dat mag
wat DENK betreft niet gebeuren. Het is niet uit te leggen aan al die
mensen die op dit moment keihard geraakt worden en in financiële nood
zitten.
We zien ook nog een kaalslag in de zorg en in de sociale zekerheid. Het
eigen risico stijgt — ik zei het al — met €75. Ouderen moeten gaan
betalen voor de wijkverpleging. Mensen moet gaan betalen voor
huishoudelijke hulp. Het verzekerde pakket wordt verkleind. De
belastingaftrek en de tegemoetkoming voor zorgkosten verdwijnen. De
zorgtoeslag wordt versoberd. De ontslagbescherming wordt uitgehold. De
pensioenleeftijd wordt verhoogd. Iemand die nu rond de 30 jaar is, gaat
door dit akkoord pas na zijn of haar 70ste met pensioen. Ik herhaal: na
zijn of haar 70ste. De zorg wordt uitgehold. De sociale zekerheid wordt
uitgekleed. Mensen moeten straks bijna tot hun dood doorwerken om de
plannen van D66, VVD en het CDA te betalen. Deze afbraak van de zorg, de
bezuiniging op kwetsbaren en deze afbraak van de sociale zekerheid zijn
voor DENK echt volstrekt onacceptabel.
Wat we ook leren van dit coalitieakkoord, is dat er blijkbaar geen PVV
in de regering nodig is om PVV-beleid uit te voeren. We lezen keiharde
integratiemaatregelen, die gaan van een koranscholenpolitie die
doorgevoerd gaat worden tot een verbod op buitenlandse financiering van
moskeeën. Deze partijen gaan de pestwet tegen vrouwen die een boerka of
nikab dragen, harder inzetten en die vrouwen daar strenger op beboeten.
Dat is gewoon een-op-een een plan uit het tienpuntenplan dat Geert
Wilders lang geleden heeft gepresenteerd. Zelfs de PVV-wet tegen
vluchtelingen, de wet van Faber, gaat uitgevoerd worden door deze
coalitie van D66, VVD en het CDA. Dit kabinet is daarmee wat DENK
betreft een volgend dieptepunt in de normalisering van het gedachtegoed
van Wilders.
DENK mist ook echt een daadkrachtige aanpak van alle vormen van
discriminatie, waaronder moslimhaat. Dat wordt in dit coalitieakkoord
niet eens benoemd als vorm van discriminatie die we moeten aanpakken.
DENK mist ook een rechtvaardig buitenlandbeleid, waarin de regering
eindelijk de Palestijnse Staat gaat erkennen en er harde sancties tegen
Israël komen.
Het moge duidelijk zijn: de fractie van DENK zal zich met alles wat in
haar zit inzetten om de plannen die de koopkracht van mensen uithollen
tegen te houden, om de zorg en de sociale zekerheid te beschermen en de
PVV-plannen en het harde integratiebeleid te stoppen. Dit moet echt
anders! En als het niet anders wordt, gaan wij vol energie en vol
overtuiging oppositie voeren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stoffer voor zijn inbreng namens de
Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Aan de slag. Dat wil het nieuwe kabinet. Dat is ook hard
nodig, hoewel ik straks nog even terugkom op de titel van het
regeerakkoord. Dat zeg ik hier vast. Om aan de slag te kunnen, hebben we
echter te maken met een grotere hobbel dan gewoonlijk. Zoals het er nu
uitziet, krijgen we namelijk een minderheidskabinet en daar stond de SGP
niet bij te applaudisseren. Dit brengt namelijk allerlei risico's met
zich mee voor een stabiel landsbestuur. De politiek moet langjarig
perspectief kunnen bieden aan burgers en bedrijven. Dat wordt best
spannend met weer een wiebelige wagen, zelfs met een politiek ervaren
premier op de bok.
Voorzitter. De SGP wil de informateur bedanken voor haar werkzaamheden
en ook voor het eindverslag. De informateur typeert zichzelf als een
relatieve buitenstaander, maar ik constateer dat het verse bloed van
deze relatieve buitenstaander het politiek lichaam kennelijk goeddoet.
In ieder geval ligt de snelheid in deze formatie beduidend hoger dan we
de afgelopen jaren waren gewend. Dat geeft de burger weer een beetje
moed. Het is ook mooi — en daar verraadt zich haar achtergrond — dat ze
onder verwijzing naar wetenschappelijke studies haar beschouwingen geeft
over wat nodig is in de samenwerking tussen de Kamer en het aanstaande
minderheidskabinet. Ik ben benieuwd op welke grond bij haar in de mooie
kennismakingen de hoop is gegroeid dat de tegenstelling tussen links en
rechts overstegen kan worden in de samenwerking met dit kabinet. Mijn
vraag is dan ook of ze in de gesprekken breed iets heeft geproefd van
een nieuwe politieke attitude om gezamenlijk belangrijke zaken aan te
pakken.
Voorzitter. De SGP ziet inhoudelijk positieve aanknopingspunten als het
gaat om de grote opgaven waar ons land voor staat. De coalitie zet zich
in voor structurele woningbouw, een sterke krijgsmacht en strenger
asielbeleid. De coalitie investeert ook in veiligheid. Dat is hard
nodig, waarbij ik niet alleen denk aan het buitenland, maar zeker ook
aan het voortwoekerende antisemitisme in ons eigen Nederland. Het is
verstandig dat de coalitie bij deze investeringen de overheidsfinanciën
op orde wil houden. Als we eerlijk zijn, kan dat ook betekenen dat
burgers bijvoorbeeld iets meer moeten bijdragen aan de zorg, mits de
zorg betaalbaar en beschikbaar blijft.
De SGP plaatst vier belangrijke kanttekeningen bij de grote uitdagingen.
De eerste is dat kwetsbare burgers ontzien moeten worden. Laat het
kabinet bij de plannen voor de AOW-leeftijd uitdrukkelijk kijken naar
alternatieven die bijvoorbeeld meer recht doen aan zware beroepen en het
aantal arbeidsjaren. Het tweede is dat het stikstofbeleid geen
uitrookbeleid voor boeren mag worden. Laat ik gelijk zeggen dat ik daar
nog niet gerust op ben. Het derde is dat de lasten beter verdeeld moeten
zijn. Vooral de middeninkomens raken door de vrijheidsbijdrage vrijheid
kwijt in hun portemonnee. En ten vierde vraagt het onderhoud van onze
infrastructuur — tja, ik blijf een civiel ingenieur — meer investeringen
om te voorkomen dat nog meer wegen en bruggen op slot gaan en onze
sluizen het begeven.
Voorzitter. De SGP ziet het als een verantwoordelijkheid om het nieuwe
kabinet de kans te geven aan de slag te gaan. Graag spreekt de SGP
waardering uit voor de positieve punten in het regeerakkoord, die ons
hoopvol stemmen. Het regeerakkoord noemt bijvoorbeeld terecht de
vrijheid van onderwijs een fundament in onze Grondwet. Tegelijk had de
SGP de nodige reserves, die door het regeerakkoord alleen maar zijn
bevestigd. Daarom geef ik opnieuw mee dat de SGP van de nieuwe premier
fijngevoeligheid verwacht. Als hij inschat dat het met een beetje op de
tenen trappen wel goedkomt, dan denk ik dat de antenne nog wat beter
afgestemd moet worden. Maar daar hebben we het bij interrupties al over
gehad.
Voorzitter. Ik zie in het regeerakkoord ook zaken die weinig
geruststellend zijn. Het voortzetten van de mogelijkheid tot
draagmoederschap is een heel gevoelig punt. Gelet op de brede
internationale kritiek, waaronder van de Verenigde Naties, begrijpt de
SGP werkelijk niet hoe dit in het akkoord een plek heeft kunnen krijgen.
Daarnaast noem ik ook de teksten over medische ethiek en de aankondiging
om het regenboogakkoord zorgvuldig uit te voeren. Onder het mom van
zorgvuldigheid, evaluaties en dialogen mag er geen rookgordijn worden
opgetrokken om uiteindelijk toe te laten dat er voorstellen komen die de
menselijke waardigheid en het leven aantasten. Als het kabinet met een
zorgvuldig proces tot een verkeerd resultaat denkt te kunnen komen — ik
heb het eerder gezegd — dan raakt u de SGP echt kwijt.
Voorzitter. Zoals beloofd, wil ik besluiten met een opmerking over de
titel van het regeerakkoord. Die titel luidt: "Aan de slag". Die oproep
is hard nodig en die inzet mogen Nederlanders ook gewoon verwachten van
ons als politiek. Eigenlijk had ik vervolgens als ondertitel verwacht:
"Bidden voor een beter Nederland". Bij het lezen van de echte ondertitel
raakte ik dus toch enigszins teleurgesteld en ook ongerust. "Bid en
werk", in het Latijn "ora et labora" is een rake tweeslag uit de
christelijke traditie. Deze is afkomstig uit de kloosterregel van
Benedictus, maar is zeker ook voor de wereldlijke overheid broodnodig.
Anders zouden we namelijk zomaar gaan denken dat wij het wel even voor
elkaar boksen. Laten we constateren, als we naar de geschiedenis kijken:
dat valt vaak vies tegen.
Voorzitter. Laten de aanstaande formateur — we moeten er immers nog over
stemmen — en degenen die hem gaan helpen om tot een kabinet te komen
zich gesteund weten door het besef dat velen in dit land om kracht en
Gods zegen voor hem en al die mensen om hem heen bidden.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. Het woord is aan mevrouw Ouwehand voor haar
inbreng namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ik hoef het niet op te nemen voor
GroenLinks-Partij van de Arbeid — dat kan de heer Klaver heel goed —
maar dat een partij die de rechtsstaat in woord en daad respecteert,
wordt uitgesloten door een partij die trumpiaanse moves overnam,
bijvoorbeeld door de motie om antifa als een terroristische organisatie
te bestempelen, vonden wij wel wat vreemd en vooral niet goed voor
Nederland. Maar we hebben tegen de informateur gezegd, en ook later in
het gesprek met de onderhandelende partijen: wij beoordelen de plannen
en de houding van het nieuwe kabinet op basis van wat wij heel redelijk
vinden, namelijk de ondergrens van de rechtsstaat en jullie
rechtsstatelijke houding.
Dat betekent bijvoorbeeld dat we wel een reflectie hadden verwacht over
de haatzaaierij. De zondebokpolitiek is namelijk niet alleen door het
vorige kabinet tot officieel beleid en zelfs wetgeving verheven. We zien
de gevolgen in de samenleving nog iedere dag. Mensen zijn tegen elkaar
opgezet. Mensen met een migratieachtergrond ervaren daar dagelijks de
ellende van, de onveiligheid. Die reflectie hebben we niet gezien in de
stukken. We zien wel een oproep tot een nieuwe politieke cultuur, maar
geen reflectie op de schade die is aangericht en hoe die te
herstellen.
Ik zei het zojuist ook al even in een interruptiedebatje: als je wilt
toetsen of de rechtsstaat wordt gerespecteerd, is het verstandig om naar
het landbouwbeleid te kijken, want we kunnen niet zonder een gezonde
natuur. Daarom hebben we al heel erg lang in Europa en in Nederland met
elkaar afgesproken dat we de natuur gaan beschermen tegen onder andere
overmatige stikstofvervuiling, zoals ammoniak uit die overvolle stallen
van de vee-industrie, waar dieren dagelijks staan te lijden. En
Nederland doet het niet. Ook dit akkoord schuift de doelen gewoon weer
vooruit, alsof we niet allang een einde hadden moeten maken aan die
achteruitgang van onze natuurgebieden. Dus nee, hier wordt de
rechtsstaat niet gerespecteerd. Nee, deze plannen zijn niet genoeg voor
de natuur. En nee, dit helpt de boeren ook niet.
Hetzelfde geldt voor het klimaatbeleid. Het is mooi dat de progressieve
kranten de heer Jetten prijzen omdat er weer ambities zijn voor het
klimaat. Daar zijn we ook blij mee. Maar is het nou klimaatbeleid om de
grote vervuilers te subsidiëren en een beetje de scherpe kantjes van een
oud, doodlopend economisch systeem waar mensen ziek van worden af te
schaven? Of hadden we andere keuzes moeten maken? Wel een
CO2-heffing, wel beprijzing van die vervuiling, en geen
vliegveld openen midden in een klimaatcrisis.
Ik zie daarin ook niet per se de nieuwe politieke cultuur waarover ik de
informateur wel een stukkie zie schrijven. Voor CDA en D66 is de opening
van Lelystad Airport voor vakantievluchten een pijnlijk punt — ze hebben
daar moeite mee — maar de VVD adverteert gewoon op grote billboards:
Lelystad Airport gaat open. Is dat de samenwerking waar wij dan
vertrouwen in moeten hebben? Bij de Partij voor de Dieren weten we: een
vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken.
Voorzitter. Dan de financiële plannen. We hebben het ook in de
gesprekken al duidelijk gemaakt, want D66 en CDA hadden het al een
beetje aangekondigd: zeker, er zullen grote dingen moeten gebeuren en er
zal moeten worden geïnvesteerd, maar waar haal je dan het geld vandaan?
Het laten oplopen van de staatsschuld vind ik zeker een optie voor de
nodige investering in de Europese defensie, maar bezuinigingen op de
zorg en de sociale zekerheid zeker niet, en al helemaal niet als je in
een akkoord terugziet dat de rijken, de borrelclubelite, de grote
bedrijven die lachend winst maken met hun vervuiling, waar heel
Nederland ziek van wordt, volledig worden ontzien.
Ik wil dus ook tegen de heer Jetten zeggen: het optimisme en de vrolijke
filmpjes waren natuurlijk wel aanstekelijk, maar heel veel mensen maken
zich nu echt zorgen over de vraag of zij hun eigen risico kunnen betalen
en of zij voldoende zorg kunnen krijgen en betalen voor henzelf en hun
geliefden. Die zorgen zijn groot. Wij vinden dat er geen bezuinigingen
op de zorg moeten komen als je die niet weet te realiseren door
daadwerkelijke besparingen. Zeker, er worden in het akkoord ambities
geschetst over meer preventie, maar dat is nog niet het begin van wat er
nodig is. Je gezondheid is het belangrijkste goed. We moeten naar een
economisch systeem waarin mensen niet meer ziek worden gemaakt door
vervuilende bedrijven en door landbouwgif. We moeten ze helpen om gezond
te blijven. Dan kan je besparen op de zorgkosten, de bureaucratie
aanpakken en de verspilling aanpakken. Dat kan zeker, maar je moet niet
de rekening neerleggen bij kwetsbare mensen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar
inbreng namens de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Allereerst natuurlijk dank aan de informateur,
die dit deel van deze formatie geleid heeft. We hadden een plezierig
maar ook verfrissend gesprek. Ze heeft wat mij betreft haar werk
uitstekend gedaan, dus heel veel dank daarvoor. Juist als we even
terugblikken, is dat extra mooi om te zien.
Voorzitter. Ook dank aan de drie partijen die tot een coalitieakkoord
zijn gekomen. Nederland is namelijk toe aan het aanpakken van problemen,
in plaats van dat we ze voor ons uit schuiven. Nederland is eraan toe
dat we hier een serieus debat voeren over wat de toekomst van ons land
is, over wat we voor ogen hebben, in plaats van dat we problemen naar
elkaar doorschuiven en elkaar er de schuld van geven. De coalitie zegt:
aan de slag. Ik zeg: het is tijd voor politiek met een hart voor de
samenleving, met een hart voor ons land, waar mensen thuis, mensen die
aan het werk zijn, mensen die niet meer kunnen werken, op kunnen
rekenen. Ik bedoel: vier jaar lang bouwen aan een beter Nederland.
Voorzitter. Dan is natuurlijk wel de vraag voor wie het beter moet
worden. Voor wie bouwen wij eigenlijk aan een beter Nederland? Het
antwoord blijkt uit de keuzes die wij hier elke week maken, elke keer
als we stemmingen hebben. Het blijkt echter ook uit de keuzes die de
coalitie vandaag voorlegt. Bekijk de financiële plaat en bedenk "voor
wie wordt het nu beter?". Hoe ziet Nederland eruit als dit een aantal
jaren zo gaat?
Voorzitter. Laat ik positief beginnen. De ChristenUnie steunt van harte
de investeringen in defensie. De vrede en veiligheid op ons continent
zijn helaas niet vanzelfsprekend. Om ons heen bewegen de grootmachten
naar een nieuwe wereldorde. Daarom hebben we op te staan voor vrede en
recht, en dat vraagt om een sterke defensie.
Bouwen aan een beter Nederland kan alleen niet door alleen onze grenzen
beter te beschermen. Het gaat ook om wat voor land we hier voor ogen
hebben, hoe we hier weerbaar zijn en of we de uitdaging aan durven gaan.
Gaan we de uitdaging aan om de problemen rond wonen, rond stikstof, rond
de vergrijzing echt aan te pakken? Ja, dan legt deze coalitie een flink
deel van de rekening neer bij mensen thuis, ook door te snijden in de
sociale zekerheid en de zorg. De ChristenUnie weet heel goed dat we de
zorgkosten niet eindeloos kunnen laten stijgen. Ik zeg er wel bij:
ingrijpen kan alleen met een kloppend hart voor de samenleving, voor de
mensen die het raakt.
Dan is mijn vraag wel of dit pakket nu "bouwen aan een beter Nederland"
is. Ik mis dan nog wel wat in dit coalitieakkoord: het oplossen van de
problemen in de jeugdzorg en de lessen om ons land weerbaar te hebben
bij pandemieën. Ja, bij nieuwe plannen zal de ChristenUnie altijd de
vraag stellen — dat leerde ik ooit van oud-collega Peter Ester — wie de
verliezers zijn. Ik kan op dit moment niet anders dan constateren dat de
totaalrekening van deze plannen dreigt te landen bij ouderen, harde
werkers en mensen die ziek zijn. Dat is een neoliberale afdronk. Dit
maakt ons land niet zorgzamer, wel kwetsbaarder door de stapeling van
zorgkosten en door de plannen voor de AOW en WW.
Voor de ChristenUnie kunnen de plannen van de coalitie alleen gaan
werken als bezuinigingen niet worden afgewenteld op mensen in de meest
kwetsbare omstandigheden. Op dit moment mist dit akkoord nog dat hart.
Ik zou dat graag concreet maken met een kort voorbeeld over dakloosheid,
maar ik zie dat ik een interruptie krijg.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik hoor mevrouw Bikker het zeer terecht hebben over het neoliberale
mensbeeld. Ze gaat er dan in één keer wel heel snel naartoe dat
bezuinigingen bij ouderen, gehandicapten en andere zorgbehoevenden
terechtkomen. Maar er zit, denk ik, meer achter. Er zit meer onder. Ik
vroeg me af — dat heb ik ook aan een aantal andere partijleiders
gevraagd — waar in dit akkoord nou de visie zit, het mensbeeld.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ergens probeerde ik iets daarvan te laten zien in mijn interruptie op
collega Jetten. Ik heb het bijvoorbeeld af en toe over medische ethiek;
dat is zeer bekend bij de ChristenUnie. Dat heeft te maken met mijn
mensvisie: dat elk leven van waarde is. Dat gaat niet alleen om begin of
eind van het leven, dat gaat om heel dat leven. Waarom zetten wij ons zo
in om woningen te bouwen, om gezinnen een thuis te geven? Dat is omdat
ik het elk kind gun om op te groeien met een thuis in plaats van te
slapen op een achterbank in een auto. Dat zal helaas ook deze nacht, ook
hier in deze stad gebeuren. Voor mij is het mensbeeld dus dat ieder mens
in Nederland hier kan opgroeien met een thuis, met goede zorg en ook met
goed onderwijs, zoals onze Grondwet al zegt. Er zijn dan complimenten te
maken, want deze coalitie investeert bijvoorbeeld in onderwijs, maar ik
heb grote zorgen als ik bijvoorbeeld naar het wonen kijk. Ik zie nog
niet hoe er voldoende betaalbare woningen gaan komen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Mevrouw Bikker had het over winnaars en verliezers en dat je die ook
duidelijk terugziet in dit stuk. Ze maakt zich zorgen over de verliezers
en ze noemde een aantal voorbeelden. Herkent u ook het neoliberalisme in
de economische paragraaf die erin staat, en dat het wel heel veel
publiek geld is voor private winsten, in plaats van publiek geld voor
publieke belangen?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Hier moet ik een tweeledig antwoord op geven. Ik denk dat het heel goed
is dat Nederland ook investeert in zijn toekomst en dat onze economie
krachtig en weerbaar is. Als AI bijvoorbeeld in opkomst is, hoe zorgen
we er dan voor dat mensen die niet geschoold zijn en veel werk met hun
handen doen, straks niet werkloos aan de kant staan? Juist daarom maak
ik me zorgen als deze coalitie de transitievergoeding schrapt. Voor mij
is het antwoord dus dat je aan de ene kant mag investeren en vooruit mag
kijken naar wat voor economie Nederland nodig heeft. Er liggen ook
terechte adviezen, want we hebben te lang de boot gemist, ook als
Europees continent. Het kan dan ook heel goed zijn dat de overheid zegt:
daarin pakken we een stuk investeringskracht. Maar daarbij moet altijd
voor ogen staan voor welke mensen we het doen. We doen die investeringen
niet om alleen de winsten van het bedrijfsleven te doen toenemen, we
doen die investeringen om ons land tot bloei te brengen. Dat is mijn
christelijk-sociale visie, het gemeenschapsdenken. Voor ons is een
economie bouwen een samenleving bouwen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik zou inderdaad voor iedere euro publiek geld die je investeert in
private bedrijven, zeggenschap terugeisen. Je mag als belastingbetaler
ook verwachten dat als er publiek geld gaat naar bedrijven, je daar
zeggenschap voor terugeist. Dat mis ik hier. Maar ik zie iets dat nog
veel verontrustender is, namelijk dat nog steeds de ordening van de
markt leidend is, of het nou gaat over woningbouw of over strategisch
investeren in industriepolitiek. Laat ik even één heel specifiek punt
eruit halen: het verder vermarkten van ons spoor, van ons openbaar
vervoer. Dat zijn toch hele duidelijke kenmerken van neoliberalisme? We
zien dat in het mensbeeld, we zien dat in de bezuinigingspolitiek en we
zien dat in het economisch beleid. Dan rest de vraag: waarom zou een
partij als de ChristenUnie, die net als de SP veel kritiek levert op het
neoliberalisme, de visie van een kabinet steunen en het daaraan verder
laten werken?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik steun de visie van een D66 of een VVD al helemaal niet; met het CDA
merk je af en toe dat je broer en zus bent, maar heb je ook weleens je
concrete verschillen. Dat is vandaag ook wel gebleken, geloof ik. Wij
staan af en toe tegenover elkaar. Maar dat is de kracht van democratie:
je hebt hier het debat, de ideeënstrijd, en wisselt daarover grondig van
gedachten, maar je houdt ook voor ogen hoe we het beter kunnen maken
voor Nederland. Als ik bijvoorbeeld naar het openbaar vervoer kijk —
want daar heeft collega Dijk wel iets te pakken — dan zie ik dat het in
deze Kamer keer op keer niet lukt om kaartjes betaalbaar te houden en
plaatsen bereikbaar te houden. Ik zie dat het altijd weer makkelijker is
om in ieder geval iets te doen aan de accijnzen voor benzine, maar dat
het ov weer vergeten wordt. Dat betekent keer op keer, nu voor een heel
aantal mensen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer, dat iets
wat we collectief goed hebben opgebouwd langzaam maar zeker in de
uitverkoop gaat. Daar zult u onze partij, de ChristenUnie, altijd
kritisch over horen. Ik heb dat al gedaan in de senaat met senator Roel
Kuiper, die het juist heeft gehad over het privatiseringsverdriet. Dat
zien we op velerlei fronten. Daar hebben we van te leren. Daar zult u
mij over horen als we het over zorg hebben. Ik zie met lede ogen aan hoe
allerlei gebouwen worden verkocht aan grote investeerders en juist
zorgbehoevende bewoners vervolgens de hoofdprijs betalen. Die
vermarkting moet stoppen. Ik had gehoopt dat die onder het
kabinet-Schoof een halt toe zou worden geroepen. Dat is totaal niet
gebeurd. Laten we die absoluut ook weer opbouwen, maar wel met de vraag
voor ogen hoe het land, als het vergrijst en er minder jonge mensen
zijn, ook op een nieuwe manier een zorgzame samenleving kan zijn. Dan
zeg ik wel tegen de SP — dat is af en toe ons verschil — dat het voor
mij niet alleen om de overheid gaat. Het gaat voor mij om een sterke
samenleving. Daar zal ik altijd initiatieven voor nemen.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het was zijn laatste interruptie. Het was niet aardig van mij om hem zo
uit te lokken. Sorry, meneer Dijk.
Ik wil het concreet maken met een kort voorbeeld over dakloosheid. De
Rotterdamse straatarts Michelle van Tongerloo schrijft: "Toen ik in 2017
als straatarts begon, zag ik bijna alleen maar ongedocumenteerde mensen.
Rond 2019 kwamen daar arbeidsmigranten bij. Rond 2021 zag ik opeens weer
een nieuwe groep op mijn spreekuur verschijnen: dakloze Rotterdammers
met ernstige psychische problemen." Hoort u het? Al deze dingen zijn
inmiddels stuk voor stuk langdurige problemen in onze samenleving. Maar
wat schrijft Van Tongerloo vervolgens? "En nu? Nu kloppen er wekelijks
moeders met kinderen bij me aan voor hulp." Dat zijn de zogeheten
zelfredzame daklozen: mensen die van loket naar loket worden gestuurd en
daar soms wel meer dan 100 ambtenaren en andere hulpverleners
treffen.
Voorzitter. Wat is bouwen aan een beter Nederland? De harde realiteit
van de dakloosheid van deze zelfredzame gezinnen vraagt om actie, nu,
niet later, met regie en verantwoordelijkheid. Het vraagt om voldoende
geld voor woningbouwcorporaties om ook te bouwen voor mensen die net
niet kunnen kopen. Op dat punt schiet het akkoord nog tekort. Ten tweede
kraakt en piept de gehandicaptenzorg onder de dreigende bezuinigingen.
Ik zei het al: voor de ChristenUnie is medische ethiek niet alleen het
begin en het einde van het leven. Het is de waardigheid van elk leven,
ook als er gebrokenheid in je gezin gekomen is. Is een half miljard
bezuinigen op deze groep bouwen aan een beter Nederland? Ik heb een
andere samenleving voor ogen.
Tot slot. Deze coalitie heeft met 66 zetels het begin van een puzzel
gelegd. Het is een begin. Ik heb er waardering voor. Maar het zal een
kabinet van álle Nederlanders moeten worden. Juist in deze
woedegevoelige tijd waarin het vertrouwen onder druk staat, hebben we
een politiek nodig die levert, die elkaar wil begrijpen en die niet
alleen van elkaar weg beweegt met alleen maar financiële kaders. Of het
nu gaat om het ov, de Lelylijn, de Regio Deals of de ereschuld in
Groningen: dit regeerakkoord is nog niet af. De ChristenUnie wil zich
inzetten voor een samenleving waarin de ander een geschenk is, en geen
kostenpost. Waar we thuisgeven en voldoende bouwen. Bouwen aan een beter
Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk voor
zijn inbreng namens de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Politiek is geen esthetische kwestie. Het gaat
niet om de man die 200 meter voor het Torentje op de fiets stapt met een
appeltje of om een optimistische partijleider die met een grote glimlach
in campagnespotjes zegt tien nieuwe steden te willen bouwen. Het gaat
niet om experimenten zoals een extraparlementair kabinet of een
minderheidskabinet en of dit wel of niet interessante vormen zijn. Dat
is allemaal spel. Spel dat afleidt van de inhoud, van de dagelijkse
praktijk van mensen. Precies daar zou politiek wel over moeten gaan:
over de beslissingen die het verschil kunnen maken in de levens van
mensen en gezinnen. Over wiens belangen er worden gediend, naar wie er
wordt geluisterd en naar wie niet. Over wie wint en wie verliest.
De plannen van D66, het CDA en de VVD laten dat glashelder zien. Een
steeds verder stijgende huur zorgt ervoor dat mensen in stress leven en
een groeiende bedreiging in hun bestaan ervaren. Het verhogen van het
eigen risico naar €460, de stijgende huur, de hoge energierekening, de
dure boodschappen en daarbovenop de belastingboete van Bontenbal op
werk, maken het leven voor veel mensen onbetaalbaar. De
miljardenbezuiniging op onze sociale zekerheid, de halvering van de WW,
de forse korting op arbeidsongeschikten en de verhoging van de
AOW-leeftijd zijn asociaal. Wie alles gaf, krijgt onzekerheid terug. De
miljardenbezuinigingen op onze zorg maken mensen boos en verdrietig.
Zorgverleners voelen dat zij worden gezien als een kostenpost en dat hun
patiënten, ouderen, gehandicapten en jongeren er straks alleen voor
staan. Het is spijkerhard en zorgt voor ongelukken en veel leed. Er is
niets constructiefs aan afbraak. Ook richting de oppositie wil ik zeggen
dat deelakkoorden en compromissen over hoge huren,
miljardenbezuinigingen op zorg en sociale zekerheid betekenen dat mensen
straks de huur niet meer kunnen betalen, de zorg niet meer kunnen
krijgen die nodig is en hun AOW of pensioen niet meer gezond kunnen
halen. Dát is de realiteit waar mensen nu al mee geconfronteerd
worden.
Maar het is vooral de visie en het mensbeeld van dit aankomende kabinet
dat vraagt om stevige oppositie, want dit D66-kabinet is een kabinet van
en voor welgestelden. De visie van het akkoord is gebaseerd op de
overtuiging dat talent en inzet bepalen wie succesvol wordt, terwijl die
overtuiging in de praktijk juist klassenverschillen in stand houdt en
versterkt. Die creëert het idee dat succes een keuze en een eigen
verdienste is en daarmee dat pech en ongeluk je eigen schuld is. Die
creëert een zelfgenoegzame economische en politieke elite, die zijn of
haar positie vaak ziet als eigen verdienste. Tegelijkertijd worden
mensen onderaan de maatschappelijke ladder neergezet als lui en
minderwaardig. Dat legitimeert voor hen de maatschappelijke
ongelijkheid, het afbreken van zorg en sociale zekerheid en het
disciplineren van de werkende klasse met straffende sociale zekerheid en
boetes op ziek zijn.
Daarmee is dit minderheidskabinet helemaal niets nieuws. Het kent
dezelfde partijen als uit de kabinetten-Rutte III en IV, partijen die
het toeslagenschandaal lieten bestaan, de aardbevingsellende in
Groningen niet oplosten en de wooncrisis niet wilden zien. Alleen is de
sociale afbraak nu werkelijk waar nog veel groter. De opeenstapeling van
bezuinigingen zal wanhoop zaaien. Die wanhoop is een voedingsbodem voor
verdeel-en-heerspolitiek. Hebben jullie dan echt helemaal niets geleerd?
Die leidt tot polarisatie, uitsluiting en een groeiende onderklasse
zonder perspectief en met toenemende onzekerheid. Wie wind zaait, zal
storm oogsten.
Daarom kan de SP de plannen van dit kabinet niet steunen: omdat de visie
van dit kabinet op de samenleving uiterst neoliberaal is. Dacht u dat
het verdwenen was? Het is springlevend. Degenen die nu aan het formeren
zijn, hebben zelf niet eens door hoe neoliberaal ze zijn. Het
neoliberalisme heeft deze problemen namelijk veroorzaakt. Het
neoliberalisme 2.0 van dit D66-kabinet gaat ze niet oplossen. Toch gaan
deze partijen gewoon door met het straffen van pech en het belonen van
privileges, met het aantasten van solidariteit en sociale samenhang, met
het vermarkten van onze publieke sector en onze collectieve
voorzieningen, met het uitkleden van de verzorgingsstaat en deze
vervangen door een waarborgstaat met minimale zekerheid.
Maar dit kabinet is in de minderheid. Tegen partijen die gevoelig zijn
voor de macht, zeg ik: doe het niet. Wie meewerkt aan dit kabinet, houdt
dit kabinet in stand en wordt ook verantwoordelijk voor het geheel. We
kúnnen een verenigde oppositie zijn, die aan de kant van gewone mensen
staat, want wij zijn met meer. De SP wil dat alternatief voor dit
kabinet vormen, met vakbonden, met maatschappelijke organisaties, met
partijen hier en met iedereen die weet dat Nederland menselijker en
socialer kan zijn.
Voorzitter. Een van de meest hoopvolle berichten las ik afgelopen dagen
in de krant. Ik heb begrepen dat de vakbonden het Malieveld al hebben
gereserveerd; laten we daar een écht constructieve coalitie voor een
werkend en beter Nederland smeden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dijk. U heeft nog een interruptie van mevrouw Bikker.
Gaat uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik was wat uitdagend geëindigd bij de derde interruptie die meneer Dijk
pleegde. Dat moet ik goedmaken; dat begrijpt u. Collega Dijk komt uit
Groningen. Mij is opgevallen aan dit coalitieakkoord dat er op een
aantal punten stevig wordt geïnvesteerd, bijvoorbeeld in de Zuidasdok in
Amsterdam. Maar ik maak we wel zorgen over Groningen: de Lelylijn gaat
er niet komen en er moeten ook nog dingen worden ingevuld wat betreft de
Regio Deals. Er ligt een duidelijk rapport van Pieter van Geel over hoe
we omgaan met het vergoeden van schade en over hoe we ervoor zorgen dat
de huizen geïsoleerd worden op het moment dat de schade hersteld wordt
in plaats van weer jaren later. Hoe ziet collega Dijk dat, juist ook als
bewoner van Groningen?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit is een heel terecht punt. Naast dat dit een akkoord is voor
welgesteld Nederland, is het een Randstadakkoord, en niet zo'n klein
beetje ook.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat is altijd een leuk verschil tussen de SP en de ChristenUnie. Ik zie
dan namelijk ergens ook wel de kans om deze coalitiepartijen op te
roepen om daar werk van te maken. Volgens mij hebben we heel vaak
samengewerkt — ik kijk ook naar collega Beckerman — met verschillende
mensen uit deze coalitiepartijen om ervoor te zorgen dat Groningen er
beter op kwam te staan, of het nou ging om de Lelylijn, het rapport-Van
Geel of juist de aanpak van de ereschuld die we hebben in Groningen.
Waar zouden we het allermeest op moeten gaan inzetten, volgens collega
Dijk?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ons Kamerlid Beckerman heeft inderdaad al heel vaak benadrukt waar het
allermeest op ingezet moet worden. Je kan constant nieuwe plannen maken
en voorstellen doen voor wat er moet gebeuren in Groningen, maar
uiteindelijk gaat het om de vraag — dat geldt ook voor het
toeslagenschandaal, waar het vandaag te weinig over gegaan is, en
bijvoorbeeld ook voor de problemen rondom de WIA — wat voor overheid wij
willen zijn. Ik zie dat het in deze plannen heel veel gaat over het
digitaliseren van de overheid, maar een van de belangrijkste conclusies
van de parlementaire enquête naar het toeslagenschandaal is dat er een
menselijk gezicht moet zijn. Dat zie ik in dit voorstel wederom niet
terug. Ik zei net dat Kamerlid Beckerman dit voorstel heel vaak heeft
gedaan en oud-Kamerlid Leijten deed dat ook; zorg ervoor dat er één
iemand is die bij mensen langsgaat, deur voor deur, en die aan mensen
vraagt: wat is er nodig, hoe kunnen we ervoor zorgen dat we schade
herstellen en huizen versterken, en hoe kunnen we ervoor zorgen dat je
zo meteen in een goed huis in een goede sterke gemeenschap in een van de
mooiste dorpen in Groningen kan blijven wonen? Dat vergt een aanpak
waarin mensen, de beste ambtenaren van het land, aanbellen bij mensen
zelf om met hen in gesprek te gaan. Het gaat dus niet om allemaal nieuwe
regelingen. Dat is wat het vraagt.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb het ongemak gehoord na dit coalitieakkoord, zeker ook van de
mensen in Groningen. Ik hoop ook dat er nog wel wat stappen gezet gaan
worden. Het allerbelangrijkste daarin vind ik dat de lessen van de
afgelopen parlementaire enquêtes, en we hebben er nogal wat gehad,
daadwerkelijk worden geleerd, zelfs van de enquête die nog loopt, over
corona. We zien nu dat rond "pandemische paraatheid", zoals het eerder
heette, of weerbaarheid, de lessen niet geleerd worden. Ik vind het echt
de uitdaging voor de regeringsverklaring om te voorkomen dat we deze
debatten opnieuw hebben te voeren en mensen opnieuw naar de tv laten
kijken, terwijl we weten dat het systeem geen antwoord brengt voor deze
mensen. Dus ik wil collega Dijk en zijn voorgangers, ook collega Van
Nispen, danken voor de strijd die ze hebben gevoerd, maar ik hoop wel
dat deze Kamer de lessen leert.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik ook. Maar dan kom ik wel ook terug op een van de grootste
kritiekpunten uit mijn bijdrage. Als we door neoliberalisme veroorzaakte
problemen gaan aanpakken met een nieuwe vorm van neoliberalisme, het
wantrouwen in mensen, dan gaat dat niet gebeuren. Bij de WIA, bij de
aanpak van arbeidsongeschikten, zie ik dat nu eigenlijk gebeuren: dat
zijn mensen die hun leven gegeven hebben om hun land op te bouwen, die
nu arbeidsongeschikt raken en gestraft worden. We zien nog steeds het
pure, diepe wantrouwen als het gaat om toeslagen en in Groningen. Het
vergt een totaal andere aanpak, niet van nieuwe regels, maar van
aanbellen bij iemand, vragen wat er nodig is en dat ook gaan doen.
Daarom maak ik me zulke grote zorgen als ik dit akkoord lees, want het
is doordrenkt met neoliberalisme, en niet een klein beetje. Er staat in
"we gaan uit van vertrouwen", maar in alles krijg je beleid dat te maken
heeft met wantrouwen. Ook het eigen risico is namelijk gestoeld op
wantrouwen: alsof mensen voor het minste of geringste naar de dokter
gaan omdat ze een soort zorgconsument zijn en alsof mensen hun
arbeidsongeschiktheid faken en daarom maar op hun uitkering gekort
moeten worden, omdat ze anders te lang niet zouden willen re-integreren.
Het gaat ook om de WW inkorten, omdat mensen anders te lang in de WW
zouden zitten. Het gaat ervan uit dat mensen in die WW of WIA zouden
willen blijven zitten. Niets is minder waar. Mensen willen graag werken.
Mensen willen graag werken, maar daar hebben ze begeleiding bij nodig.
Je moet ze die begeleiding geven en ze niet korten op de uitkeringen die
ze een zeker bestaan kunnen geven. Als je dat doet, dan zegt dat
ontzettend veel over het mensbeeld van deze politici.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dijk. Het woord is aan de heer Struijs voor zijn
inbreng namens de fractie van 50PLUS. Gaat uw gang.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank u, voorzitter. Ook mijn fractie wil de informateur bedanken voor de
zeer openhartige gesprekken. Ik heb er zelfs van genoten; dat is ook
weleens goed om te benoemen.
50PLUS kijkt naar dit coalitieakkoord door een bepaalde bril. Wij willen
generaties gaan verbinden. Een van de fundamenten — dat wordt weleens
vergeten — is dat de AOW niet alleen een volksverzekering is. Ik betaal
al 45 jaar met veel genoegen mee aan de AOW die mensen nu genieten. Dat
is het bekende omslagmoment. Maar het heeft ook iets anders in zich:
laten we de generaties verbinden met ieder zijn eigen inbreng vanuit
zijn generatie. Zo kijken we ook een beetje aan tegen de wereld.
Natuurlijk kijken we met gemengde gevoelens naar het coalitieakkoord.
Ook wij zien dat grote groepen, waaronder ouderen, nu ontzettend
zenuwachtig meeluisteren en zich afvragen: wat staat ons te wachten? Dat
geldt met name voor de zorg, maar ook voor de AOW, die als een steen op
de maag ligt. Als mensen horen dat ze langer moeten doorwerken, dan
betekent dat ook dat je een stukje hoop weghaalt. Dat is al meerdere
keren door mij gezegd. De mensen die nu net in de zorg of bij de politie
zijn begonnen, zijn het eerste aanspreekpunt van de overheid. Zij vangen
regelmatig letterlijk de klappen op en verzorgen mensen. Laten we
nadenken over de consequenties, over wat dit doet met je hoop en je
motivatie. Vandaar dat het verhogen van de AOW-leeftijd voor ons
buitengewoon zwaar telt.
Het zal u niet verbazen dat de zorg voor 50PLUS een topprioriteit is.
Wij zien stevige maatregelen, met forse financiële effecten. Maar we
zien ook elementen die perspectief bieden. Ik heb het al meer gezegd:
wij zijn voor verandering.
Ik vind het ook positief dat we de veiligheid nu eindelijk gaan
aanpakken, niet alleen wat betreft Oekraïne, maar wat betreft de hele
rechtsstaat, die echt onder water staat, van rechters tot aan
politiemensen en het OM. Er worden zelfs cellen bijgebouwd. Dat zien wij
echt als iets positiefs. Dat is winst.
Maar ook de ambitie om zorgzame buurten en sterke gemeenschappen te
stimuleren, is voor ons een enorm punt waaraan we willen werken. Daar
zien we mogelijkheden toe, maar het wordt financieel nog niet helemaal
gedragen. Het gaat namelijk niet vanzelf. Daar zijn wijkverpleegkundigen
voor nodig en juist die gaan geld kosten. Het gemeenschapsfonds kan
bijdragen aan buurthuizen, ontmoetingsplekken en voorzieningen, juist
voor ouderen, bijvoorbeeld door te investeren in bibliotheken voor jong
en oud, maar dan moeten er wel financiële middelen zijn om die
veranderingen op gang te brengen. Dat doe je niet door met een
bezuiniging te beginnen.
Wij kijken tegelijkertijd kritisch naar de gevolgen van enkele ingrepen
uit het akkoord, zoals een hoger eigen risico, de afschaffing van de
aftrekbare zorgkosten, de bijdrage voor wijkverpleging en het wegvallen
van de zorgtoeslag voor mensen met een heel klein spaarpotje. Wij zien
niet hoe mensen met een laag of middeninkomen dit moeten opvangen, zeker
niet wanneer de gezondheid tegenzit. Over compensatie via de zorgtoeslag
lezen we vooralsnog bijna niets of ik heb er overheen gelezen. Dat hoop
ik dan maar, maar dat is niet zo. We weten dat het aantal mensen met
ziektes als dementie in de komende jaren zal toenemen tot een op de vijf
mensen. Daar moeten we een fatsoenlijke samenleving tegenover zetten,
die professionele zorg en woningen beschikbaar stelt.
Laat ik u nog een ander gekapitaliseerd iets voorleggen wat ik niet
terugzie. Al die miljoenen mensen in Nederland die op vrijwillige basis
mantelzorger zijn, hebben we hartstikke hard nodig. Dat zijn dezelfde
mensen die vrijwilliger zijn bij sportclubs en noem het allemaal maar
op, van de voetbal tot de scouting. Dat is de ruggengraat van onze
democratie. Gemeenschapszin: laten we dat beetpakken en blijven
stimuleren met elkaar. Neem het zorgbuurthuis 't Hageltje in Oss. Ik ben
daar geweest. Dat is een fijne plek met vijftien zelfstandige
woonzorgappartementen, waar een verzorgende en een wijkverpleegkundige
ondersteuning bieden aan de bewoners. Er zijn vaste gezichten. De totale
kosten zijn €300.000 per jaar, maar dat kan niet meer aangevraagd
worden, want dat past niet in het systeem. Er komt een zorgkantoor,
waarbij vijftien maal een modulair pakket thuis moet worden aangevraagd,
met veel meer kosten.
Zo kan ik wel even doorgaan. Het ligt voor het oprapen. Als we dit met
z'n allen massaal inzetten, kunnen we veranderen en op de lange termijn
gaan die investeringen zich terugbetalen. Daar gaan wij de komende tijd,
zeker met deze coalitie, werk van maken. Het is voor ons namelijk heel
belangrijk, los nog van alle andere problemen met geneesmiddelen die
bijna niet meer te betalen zijn. Mijn vraag aan de coalitiepartijen is
dan ook of ze willen voorkomen dat juist kwetsbare mensen de zorg gaan
vermijden. Dan heb ik het natuurlijk over het eigen risico en de
verhoging daarvan. Ook dat ligt zwaar bij ons. Ik heb het al gehad met
mensen over de AOW en de zware beroepen. Laten we daar ook even naar
kijken. Het is hartstikke zwaar — ik weet het als geen ander — als je 43
jaar aan de frontlinie staat in deze maatschappij. Of je nou in de zorg,
of bij de politie, of in het leger in het buitenland onze democratie
verdedigt: laten we daar oog voor houden. En natuurlijk de WW-duur:
twaalf maanden is echt onvoldoende voor mensen die 50-plus zijn. Ze
komen gewoon moeilijker aan werk.
Zo kan ik natuurlijk nog wel even doorgaan, maar laat ik eindigen met
het feit dat 50PLUS er constructief in blijft zitten. Wij kijken dus
naar mogelijkheden voor samenwerking. We staan namelijk voor een enorme
opgave voor Nederland en laten we het vertrouwen in de politiek
asjeblieft niet gaan verliezen. Natuurlijk zijn er tegenstellingen en
mogen die fel bevochten worden. Wij zijn bereid vol bij te dragen aan al
die oplossingen, kritisch waar nodig, constructief waar dat kan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs. Het ging goed, dank u wel. Het woord is aan
de heer Dassen voor zijn inbreng namens de fractie van Volt. Gaat uw
gang.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Allereerst ook dank aan de oud-informateur, voor haar
inzet, voor haar werk; het wordt erg gewaardeerd. Fijn dat we vandaag
dit proces kunnen afronden en de volgende stap kunnen nemen, want we
debatteren hier vandaag over onze toekomst. Bepalen we die toekomst zelf
of laten we anderen dat voor ons doen?
Voorzitter. Het is goed dat dit akkoord een aantal Europese stappen zet,
maar er is meer nodig en ook zeker meer mogelijk. Het is het uur van de
wolven, met Trump, Poetin, Xi die niks liever willen dan ons tegen
elkaar uitspelen. Het is dus tijd dat we afscheid nemen van het oude
Europa van ieder voor zich, waarin 27 kibbelende stamhoofden niet
voorbij hun eigen landsgrens kijken. Daar waar we als Europa
gefederaliseerd zijn, bijvoorbeeld bij de handel, zijn we ontzettend
machtig. Maar daar waar we echt alleen samenwerken, neemt eigenlijk
niemand ons heel serieus: defensie, buitenland, industrie. Ik weet dat
er heel veel mensen zijn die dat ook zo voelen. De boodschap zou dus ook
moeten zijn dat wij, Europeanen, met elkaar verder gaan verenigen. Dat
we kiezen voor een Europese supermacht met één Europees leger, één stem
op het wereldtoneel, met een Europese buitenlandminister en een Europese
democratie.
Van dit alles weet ik: het kan wel, maar dit akkoord doet dat nog niet.
Dit vraagt ook om een stevige Europese begroting. Als ik dan de
antwoorden van de coalitiepartijen vandaag hoor op de vraag of we gaan
bezuinigen op de financiële bijdrage aan de Europese Unie, dan is het
ook maar de vraag of de ambitie die ook deze coalitiepartijen hebben,
laat staan de ambitie die wij als Volt hebben, waargemaakt gaat worden.
Dus het kan beter, en aan de coalitie zou de boodschap moeten zijn: laat
Trump los en omarm de Verenigde Staten van Europa.
Voorzitter. Net als de rest van Nederland voel ik ook opluchting dat er
nu een einde komt aan het kabinet-Schoof. Dat wil natuurlijk niet zeggen
dat we dat met elkaar als maatstaf moeten nemen. Want dit zijn abnormale
tijden en een business as usual is er dus niet. Het is goed dat deze
coalitie meer op klimaat gaat doen, zeker in vergelijking met het vorige
kabinet, maar het blijft wel nog onvoldoende. Want je kunt niet
enerzijds de CO2-heffing voor grote bedrijven afschaffen en
anderzijds willen zorgen dat groene start-ups de economie van de
toekomst gaan veroveren. Je kunt niet enerzijds in woorden zeggen 2030
te willen halen, maar in daden eigenlijk niet de stappen nemen om ook
daadwerkelijk daar te komen.
Het is ook goed dat digitale onafhankelijkheid in dit akkoord geen niche
meer is. Als we willen dat Amerikaanse techbro's niet meer over ons
digitale dorpsplein gaan, dan is er meer nodig, ook een ambitieuze pot
geld en een minister van Digitale Zaken. Je kunt immers niet willen
investeren in onze digitale onafhankelijkheid en tegelijkertijd rigide
vasthouden aan begrotingsregels.
Het is goed dat Nederland weer naar het buitenlandbeleid kijkt en over
de dijken heen wil kijken, maar het feit dat we slechts 0,03% van het
bbp extra in ontwikkelingssamenwerking investeren in plaats van de kwart
procent die we aan onze partners beloofd hebben, geeft te weinig hoop.
Het is goed dat we de Spreidingswet behouden, alhoewel het onduidelijk
is waarom dat maar tijdelijk zou moeten zijn. Het is zwaar
teleurstellend dat deze drie partijen de PVV-wetten van asielminister
Faber overnemen.
Ten slotte wil ik het volgende zeggen. Ja, er moeten moeilijke keuzes
gemaakt worden om te voorkomen dat we de rekening doorschuiven naar
jongeren, kinderen en kleinkinderen. Die ingreep moet niet zoals in dit
akkoord breed en wreed zijn, maar slim en eerlijk. Leg de rekening juist
bij de mensen die die kunnen betalen. In de VS zien we wat er gebeurt
als een welwillende regering het vertrouwen van normale mensen
verspeelt: dan duwt wanhoop ze in de omhelzing van politieke
kwakzalvers, die dan verkiezingen winnen.
Vermogensongelijkheid neemt toe in Nederland, maar aan de lage
erfbelasting, die die ongelijkheid aan volgende generaties overgeeft,
wordt niks gedaan. Hetzelfde geldt voor alle belastingvoordelen voor zij
die al meer dan genoeg hebben en voor de grote, oude industrie. Ik zou
dan ook graag van de informateur horen hoe zij kijkt naar dit risico en
naar de tegenstrijdigheden die er zitten op het gebied van klimaat en
digitale zaken. Deze minderheidsvariant vraagt namelijk om een nieuwe
politieke cultuur. We moeten niet alleen samenwerken, maar ook oppassen.
Den Haag moet het tijdperk van Wilders niet verruilen voor het tijdperk
van daarvoor. We zijn niet geslaagd als alleen de verhoudingen goed
zijn, we ergens een meerderheid voor uitonderhandelen of zelfs als het
kabinet vier jaar zit. We zijn geslaagd als we grote politieke keuzes
durven te maken die de wereld op dit moment van ons verlangd en die veel
te lang niet gemaakt zijn. Laat de uitgestoken hand dus niet waterig,
maar stevig en gemeend zijn. Dan zal Volt aan de slag gaan om dit
akkoord Europeser, socialer, groener en digitaler te maken.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Tot slot is als laatste spreker in de eerste
termijn van de zijde van de Kamer het woord aan de heer Markuszower. Ga
uw gang.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant veel dank aan mevrouw
Letschert, de informateur.
Op 22 november 2023 won de PVV van Geert Wilders overtuigend de
verkiezingen. Het verloor echter de daaropvolgende, langdurige formatie.
Het kabinet-Wilders I kwam er niet en de val van Schoof I, of misschien
heette het wel Rutte V, was onvermijdelijk. Op 29 oktober 2025 won Rob
Jetten met zijn D66 de verkiezingen. Dat deed hij niet zo overtuigend,
maar de formatie won hij glansrijk. Dat was ook niet zo moeilijk, want
in Dilan Yeşilgöz en Henri Bontenbal vond hij zijn ideologische zus en
broer. Wij staan hier dus vandaag om straks een motie aan te nemen
waarmee Rob Jetten tot formateur wordt benoemd. Ik lees overal dat ze
vooral aan de slag willen gaan. Dat moeten ze ook doen. Stilstand is
niet wat Nederland nu nodig heeft. Ook moeten ze hun borst nat maken,
want aan dit coalitieakkoord zal flink gesleuteld moeten worden om het
draagbaar en werkbaar voor Nederland te maken. Het Nederlandse politieke
landschap is versplinterd en het kabinet-Jetten I, of Rutte VI, Paars
III of hoe je het ook wilt noemen, zal als minderheidskabinet als een
behendige acrobaat moeten laveren tussen verschillende samenstellingen
die nu in de Eerste en Tweede Kamer bestaan.
Onze fractie ziet dit coalitieakkoord als een openingsbod, waar best wat
zaken in staan waar wij van schrikken. Waarom worden bijvoorbeeld de
belastingen omhoog gegooid, terwijl wij makkelijk ieder jaar voor 12
miljard bij kunnen lenen? Wij blijven nu wat lenen betreft ver onder de
EU-norm en zijn dus over de rug van onze ondernemers en hardwerkende
Nederlandse belastingbetalers wederom het braafste jongetje van de
EU-klas aan het spelen. Waarom wordt er zo veel bezuinigd op de zorg,
terwijl de fraude in de zorg voor hetzelfde bedrag niet wordt aangepakt?
Waarom worden onze ouderen bedonderd door de AOW-leeftijd te verhogen,
terwijl ze in de zuidelijke EU-landen dan al jaren van hun oude dag
genieten? Waarom blijven de grenzen open, met een kostenpost van
tientallen miljarden euro's per jaar? Als we de grenzen zouden sluiten,
zouden we de sociale zekerheden van de mensen groter kunnen maken, in
plaats van veel kleiner. Waarom worden er miljarden per jaar aan klimaat
en stikstof uitgegeven, terwijl het positieve effect van dit beleid
verwaarloosbaar is of überhaupt niet aangetoond kan worden? Waarom wordt
ons geld, juist in deze turbulente tijden, nog steeds weggesmeten voor
die gekke windmolens, die ons landschap verpesten en geen betrouwbare,
maar wel dure energie leveren? Het is allemaal slecht voor onze
concurrentiepositie, slecht voor ons vestigingsklimaat en dus slecht
voor onze economie. De VVD zorgt met deze plannen onnodig voor onrust in
de portemonnee.
Het wensenlijstje van onze fractie is vrij simpel. Wij willen opkomen
voor de gewone Nederlandse gezinnen, voor de vaders en moeders die
iedere dag hard werken en wensen dat hun kinderen het straks beter
hebben dan zij zelf nu. Zij rekenen vaak met pijn in de buik af bij de
supermarkt, omdat het leven zo duur is, hun inkomen te laag is en de
belastingen te hoog zijn. Wij willen dat er genoeg betaalbare woningen
worden gebouwd. Wij willen dat we als soeverein land zelf mogen
beslissen over zaken als stikstofnormen, waterkwaliteit of wie wij wel
of niet hier binnenlaten. Wij willen dat de overheid weer de veiligheid
garandeert op straat en zich realiseert dat dat niet kan zolang wij zo
veel immigranten uit landen hier ver vandaan binnenlaten die onze normen
en waarden niet delen en ook niet van plan zijn dat ooit te gaan doen.
Wij willen dat het kabinet-Jetten I ook aan de slag gaat met het sterker
maken van Nederland en dus het doorgeslagen klimaatbeleid, de
ongecontroleerde massa-immigratie en het multiculturele denken, dat in
stand wordt gehouden door een falend integratiebeleid,
terugdraait.
De houding van onze fractie ten opzichte van het nieuwe
minderheidskabinet is vrij simpel. Eén. Goede voorstellen zullen wij
steunen. Twee. Slechte voorstellen zullen wij afwijzen. Drie.
Niet-optimale voorstellen zullen wij proberen beter te maken. Ik hoop
dat Rob — nu mag ik dat nog zeggen — Dilan en Henri die uitgestrekte
hand aan zullen pakken. "Aan de slag" moet geen mokerslag in het gezicht
van de Nederlanders worden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Markuszower. Daarmee zijn we aan het einde gekomen
van de inbreng van de zijde van de Kamer in de eerste termijn. De
informateur heeft aangegeven meteen door te kunnen gaan met de
beantwoording. Als zij dus zover is, heeft zij het woord.
Mevrouw Letschert (informateur):
Goedenavond, geachte voorzitter. Ik dacht maar meteen door te gaan, want
het is al best laat. Beste mensen, vier dagen geleden heb ik u mijn
eindverslag mogen aanbieden. Vandaag heeft u daarover gesproken in deze
Kamer. Ik ben blij en vereerd dat ik deze discussie vanaf deze toch wat
onwennige plek, moet ik zeggen, heb mogen bijwonen. Normaal kijk ik
vanaf de bank naar de televisie. Vanuit deze positie is het toch een
heel ander beeld. Ik wilde u ook graag een compliment teruggeven, want
ik krijg allemaal hele vriendelijke woorden over de manier waarop het
formatieproces is verlopen en ook over de openhartigheid waarmee we de
gesprekken hebben gevoerd. Ik heb dat ook zo ervaren.
We hebben het vanmiddag ook veel gehad over de hardwerkende Nederlander.
Wat ik de afgelopen weken eigenlijk de hele tijd heb gezien, is dat bij
u in ieder geval niet een negen-tot-vijfmentaliteit heerst. U gaat door.
Ik heb het in de formatieperiode ook mogen ervaren: soms kon dat tot
1.00 uur doorgaan. Eigenlijk doet u dat al vanaf het moment dat de
verkiezingen er waren. U doet dat eigenlijk vanaf die periode tot nu, en
dan komen er ook nog gemeenteraadsverkiezingen aan. Ik vind het
ongelofelijk hoe u iedere dag weer klaarstaat voor het landsbelang, voor
de burgers in het land. Misschien beleeft niet iedereen dat op die
manier in het debat dat u net voerde. U heeft een liveblog van de NOS,
ik heb een familieapp die rondgaat …
(Hilariteit)
Mevrouw Letschert (informateur):
… en die zegt: mama, wat doen ze gemeen tegen elkaar. Ik heb gezien dat
dit ook heel anders kan, misschien wat vaker achter de schermen, maar ik
heb de afgelopen weken daar enorm van genoten. Nogmaals een compliment
voor uw enorme inzet voor ons land.
Ik heb ook beloofd om het kort te houden, maar ik weet eigenlijk ook
niet hoeveel tijd ik heb, meneer de voorzitter. Ik heb al wat dingen
weggestreept omdat ik begrijp dat er ook mensen zijn die misschien een
keer een trein moeten halen.
Geachte voorzitter. De keuze die de fracties van D66, VVD en CDA maakten
voor een minderheidscoalitie markeert meer dan een procedurele stap. Het
markeert een politieke werkelijkheid die vrij uitzonderlijk is in onze
geschiedenis. Een minderheidscoalitie is nieuw, ongekend en ik denk voor
velen ook best wel spannend. Ik ben er in de loop van mijn opdracht van
overtuigd geraakt dat de keuze van de fractievoorzitters van de
coalitiepartijen kan leiden tot een constellatie die, mits zorgvuldig
vormgegeven, onze democratie kan versterken, juist omdat zij deze Kamer
nadrukkelijk in positie brengt. Dat hebben we deze hele middag kunnen
aanschouwen. Dit is juist ook omdat zij vraagt om een actieve
betrokkenheid van velen: van Kamerleden, van het toekomstige kabinet,
van onze medeoverheden, van maatschappelijke organisaties, van het
bedrijfsleven en van burgers. In deze politieke werkelijkheid is dan ook
niemand toeschouwer.
Ik wil tijdens mijn verhaal ook meteen ingaan op een aantal van uw
vragen, dus die ga ik daarin verweven. Ik wil als eerste reageren op de
vraag van mevrouw Van der Plas: hoe gaat dat dan werken met
maatschappelijke organisaties en met medeoverheden? Ik kan u vertellen
dat dit al in het proces van de formatie begonnen is. Ik heb zelf kunnen
aanschouwen hoe de fractievoorzitters samen met verschillende
maatschappelijke partijen, maar ook met de medeoverheden, een
handreiking hebben gedaan en de vraag hebben gesteld: hoe kunnen wij die
samenwerking het beste vorm gaan geven, wat is daarvoor u voor nodig, op
welk moment zou u mee aan tafel willen zitten? Dat werd op dat moment al
eigenlijk meteen heel waarderend ontvangen, omdat men ook het belang van
vroegtijdig in het proces betrokken worden daar heeft onderstreept. Ook
in het coalitieakkoord ziet u daar op meerdere plekken verwijzingen
naar.
Een minderheidskabinet vraagt om een regeerakkoord dat duidelijke
richting geeft voor de langere termijn, maar ook ruimte laat. Daarmee
verandert ook het proces tussen kabinet en Kamer. Er is niet eerst een
volledig uitgewerkt voorstel waarop moties en stemmingen volgen, maar
een fase van gezamenlijke richtingbepaling. De kwaliteit van dat proces
bepaalt uiteindelijk ook de kwaliteit van het meerderheidsproduct voor
de lange termijn. De Kamer is daarbij geen supermarkt, waarin naar
believen steun kan worden ingekocht. Wisselende meerderheden vragen om
wederzijds vertrouwen, om transparantie en om het besef dat steun op het
ene onderwerp niet kan worden losgekoppeld van verantwoordelijkheid op
een ander. Die nieuwe werkwijze — ik heb er ook in mijn verslag naar
verwezen — vraagt niet alleen iets van het kabinet, maar ook van de
Kamer zelf. Het gaat mijns inziens niet om een keuze tussen winnen of
verliezen, maar om de kans voor meer fracties dan die van de coalitie om
ook daadwerkelijk invloed te kunnen uitoefenen. Een minderheidskabinet
kan niet leunen op vanzelfsprekende meerderheden. Dat versterkt juist de
rol van de Kamer, maar het maakt haar ook medeverantwoordelijk voor de
bestuurlijke stabiliteit waar dit land enorm naar snakt.
In de gesprekken die ik met uw fracties heb gevoerd, heb ik tegenspraak
ervaren, kritische vragen gekregen en zorgen gehoord, maar bovenal heb
ik betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel gezien. Dat stemt mij
positief. Verschillen hoeven niet tot stilstand te leiden. Ze kunnen
juist leiden tot betere afwegingen, mits we bereid zijn naar elkaar te
luisteren. De heer Stoffer vraagt of ik dat tijdens die gesprekken ook
daadwerkelijk zo heb ervaren. Ja, want vrijwel elke partij sprak uit
zich constructief te zullen opstellen en stelde daarvoor geen onhaalbare
voorwaarden vooraf. Bovendien geloof ik ook dat politici iets willen
bereiken voor ons land. Een minderheidskabinet biedt iedereen hier in
deze Kamer de kans om met deze coalitie iets voor elkaar te krijgen. Dat
biedt perspectief voor die Kamer en voor de coalitie.
Beste voorzitter. Zeker in deze geopolitiek instabiele tijd is uw werk
van ongekende betekenis. De wereld om ons heen beweegt snel en die
beweging raakt Nederland direct. Juist daarom is het van belang dat dit
parlement functioneert als een plaats van dialoog: scherp op de inhoud,
respectvol in de relatie. Dat het scherp op de inhoud is, heb ik
vanmiddag kunnen zien. Het mag wellicht nog iets warmer op de relatie.
Dat moeten we nog oefenen.
Ik kom aan het einde van mijn inbreng, voorzitter. Ik hoorde mijn
voorganger Sybrand Buma in het Fries de wijze spreuk brengen dat je
alleen harder gaat maar samen verder komt. Nu zag ik mede-Stiphoutenaar
Jaïr vorige week Rob Jetten inspireren om het coalitieakkoord op zijn
Brabants "van links naar rechts" te noemen. Ik heb even overwogen dat nu
hier in de Kamer in te zetten, maar ik heb net geleerd dat het hier geen
café is; dat is jammer, want het is bijna carnaval. Ik zal dat dus niet
doen. Ik kom terug op Sybrand Buma: de kracht van democratie ligt niet
in gelijk hebben, maar in samen verder komen. Zolang we de ook vandaag
gehoorde verschillen niet als verdeeldheid zien maar als uitdaging om
elkaar beter te begrijpen geloof ik in die nieuwe politiek die deze
coalitie opzoekt, want een minderheidscoalitie kan niet regeren op de
automatische piloot. Zij kan alleen functioneren bij de gratie van
openheid, dialoog en de bereidheid om elkaar steeds opnieuw te vinden.
Daarin ligt haar kwetsbaarheid én haar kracht. De stabiliteit wordt niet
alleen bepaald door de omvang van de coalitie, maar ook door de breedte
en de oprechtheid van de samenwerking.
Voordat ik helemaal afsluit, wil ik nog een laatste vraag beantwoorden
die mijn kant op kwam, van de heer Dassen: hoe kijk ik naar de
tegenstrijdigheid tussen klimaat en digitale zaken in het akkoord? Dat
is natuurlijk een vrij inhoudelijke vraag, die wat mij betreft ook een
vraag is die door de fractievoorzitters van de coalitie moet worden
beantwoord, maar ik wil toch zeggen dat in dit akkoord belangrijke
keuzes worden gemaakt over belangrijke onderwerpen die ook door
verkenner Koolmees aan de Kamer zijn meegegeven en daarmee ook door de
coalitiepartijen zijn uitgewerkt.
Dan sluit ik nu echt af. Ik wil u allen bedanken voor uw kritische
vragen, voor de wijze lessen die ik als groentje in Den Haag heb mogen
krijgen van u allen en voor het vertrouwen dat in de vele gesprekken
doorklonk. Ik wil ook graag mijn dank uitspreken aan het team van de
kabinetsformatie, dat mij de afgelopen weken continu bijstond tijdens
alle gesprekken. Ik heb daar enorm van genoten. Als laatsten noem ik
mijn collega's in Maastricht, die mij een aantal maanden hebben moeten
uitlenen aan uw Kamer. Heel veel dank!
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel voor uw beantwoording, mevrouw de informateur. Er is ruimte
voor een feitelijke vraag. Mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik denk dat de informateur mijn vraag niet goed begrepen heeft. Ik heb
namelijk niet gevraagd hoe het samenwerken en praten met het
maatschappelijke middenveld nou werkt. Ik weet hoe dat werkt. Ik heb
zelf in een coalitie gezeten, dus ik weet heel goed hoe dat werkt. Mijn
vraag was als volgt. Deze coalitie veegt in een coalitieakkoord een in
beton gegoten afspraak over pensioen en het niet aan de AOW komen in één
klap van tafel in een coalitieakkoord, en stelt dit wel voor. Hoe kan
het maatschappelijk middenveld nog samenwerken als het vertrouwen gelijk
al is beschaamd? Hoe ziet de informateur voor zich dat er samengewerkt
kan worden met het maatschappelijk middenveld, als datzelfde
maatschappelijk middenveld nu al ziet dat de eerste, de beste keiharde
afspraak van tafel gaat? Dan wordt dat volgens mij lastig. Mijn vraag
was hoe de informateur dat ziet.
De voorzitter:
Er is ruimte voor feitelijke vragen, maar ik laat even aan de
informateur hoe zij deze vraag beluistert.
Mevrouw Letschert (informateur):
Excuses, dat ik uw vraag verkeerd geïnterpreteerd had. Volgens mij
hebben de drie fractievoorzitters in hun antwoorden hierop gereageerd.
Dat betekent dus ook dat vanuit hen de gesprekken met het
maatschappelijk middenveld op dit onderwerp zullen gaan plaatsvinden,
precies zoals zij in de middag hebben verwoord.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vroeg mij af of van de grote bezuinigingen die worden voorgesteld op
de zorg en sociale zekerheid de maatschappelijke gevolgen en de gevolgen
voor de mensen die het aangaat zijn opgevraagd bij instanties en
organisaties, bij cliënten- en patiëntenverenigingen en
zorginstellingen. Zijn die opgevraagd?
Mevrouw Letschert (informateur):
Niet op de verschillende onderwerpen zoals u die nu verwoordt. Er zijn
verschillende tafels geweest waaraan experts hun input hebben gegeven.
Er zijn ook gesprekken geweest met ambtenaren, maar niet in de
doorrekeningen zoals u die nu voorstelt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dus er is niet een soort document waaruit wij kunnen halen dat het
zorgveld helemaal geïnformeerd en bevraagd is over wat bijvoorbeeld de
mogelijke gevolgen zijn op de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg, en of
dat haalbaar is of niet?
Mevrouw Letschert (informateur):
De verschillende partijen in het zorgveld zijn op gesprek geweest. U
vraagt naar specifieke doorrekeningen op specifieke onderwerpen. Die
zijn op die manier niet in een uitvraag naar voren gekomen.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik had nog een paar feitelijke vragen gesteld. Als eerste of we de
informateur terugzien in vak K. Ik vergeef het haar als ze …
De voorzitter:
Ga gauw naar uw volgende vraag.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik vergeef het haar dat ze daar nu geen antwoord op geeft. De andere
vraag is wel relevanter: zijn er afspraken gemaakt over met welke
partijen bij voorkeur wordt samengewerkt op verschillende onderwerpen?
Zijn er bandbreedtes afgesproken? Hoe wordt er omgegaan met afspraken
die niet in het regeerakkoord staan? Moeten de drie partijen het
daarover eens zijn of is dat een vrije kwestie?
Mevrouw Letschert (informateur):
De eerste vraag wordt misschien op het verkeerde moment gesteld. De
andere vraag rondom de doorrekening had ik al schriftelijk beantwoord.
Er zijn op verschillende onderwerpen afspraken gemaakt over vrije keuze.
Volgens mij is dat net ook al in het gesprek naar voren gekomen.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Zijn er afspraken gemaakt over de bandbreedtes? Er moet onderhandeld
worden met de Kamer. Liggen er afspraken over hoever de partijen willen
gaan?
Mevrouw Letschert (informateur):
Nee.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik wil dit geen "geheime afspraken" noemen, omdat dat woord het gelijk
zo'n richting meegeeft die ik het niet mee wil geven. Maar liggen er nog
mondelinge afspraken onder over hoe er wordt samengewerkt met de
oppositie?
Mevrouw Letschert (informateur):
Nee, er liggen geen …
De voorzitter:
De informateur. Gaat uw gang.
Mevrouw Letschert (informateur):
Excuses, voorzitter.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik probeerde me te verhelderen, voorzitter.
Mevrouw Letschert (informateur):
Er liggen geen afspraken over bandbreedtes. Volgens mij heeft u ook in
mijn verslag kunnen lezen dat de samenwerking vanuit een
minderheidscoalitie niet moet gaan om transactioneel zeteltjes bij
elkaar proberen te krijgen, maar om oprecht het gesprek aangaan met de
voltalige Kamer op alle onderwerpen die aan bod komen. Zo zijn ook de
gesprekken met elkaar geweest.
De voorzitter:
Ik dank de informateur. Daarmee zijn we aanbeland bij de tweede termijn
van de zijde van de Kamer. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de
heer Jetten voor zijn tweede termijn namens de fractie van D66.
De heer Jetten (D66):
Voorzitter, dank u wel. Nogmaals dank aan de informateur voor de
inlichtingen in dit debat en aan haar team dat achter de schermen heel
hard heeft gewerkt.
Voorzitter. VVD, CDA en D66 willen graag aan het werk met een
samenwerkingskabinet, een kabinet dat wil samenwerken op een aantal
grote thema's, zoals onze nationale veiligheid, meer betaalbare woningen
en investeren in die nieuwe economie waarmee we ook over tien jaar onze
verzorgingsstaat nog overeind kunnen houden. We willen een
samenwerkingskabinet dat daar volop in investeert. We zullen dat samen
met deze Kamer en het maatschappelijk middenveld moeten doen, want deze
coalitie steunt op 66 zetels. Dat dwingt ons om elke keer zelf, vanuit
openheid en interesse, de eerste stap naar voren te zetten. We hebben
vandaag een inhoudelijk stevig, maar ik denk naar Haagse begrippen op de
persoon best een zacht debat gehad. Dat smaakt bij velen van ons volgens
mij naar meer. Het is een nieuwe politieke cultuur waar niet zozeer wij
naar snakken, maar waar vooral het land enorm behoefte aan heeft; een
politiek die niet verzandt in geruzie, maar gewoon wat gaat doen. Ik
vind het heel mooi hoe de informateur het net verwoordde: "De Kamer is
daarbij geen supermarkt". Wij zullen niet zomaar kunnen shoppen, dus we
nemen zodra er straks een kabinet is ook zeker alle aanscherpingen mee
die we vandaag vanuit verschillende fracties hebben gehoord. Ik heb
daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
kennisgenomen hebbende van het verslag van de informateur Rianne
Letschert en het daarin opgenomen advies met betrekking tot de
kabinetsformatie;
neemt de inhoud van dit advies over;
wijst Rob Jetten aan als formateur met als opdracht de vorming van een
kabinet bestaande uit D66, VVD en CDA,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jetten, Yeşilgöz-Zegerius en
Bontenbal.
Zij krijgt nr. 33 (36848).
De heer Jetten (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Yeşilgöz ziet af van haar spreektijd. Het woord is
aan de heer Klaver voor zijn tweede termijn namens GroenLinks-Partij van
de Arbeid.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank voor uw voorzitterschap tijdens dit debat. Dank aan de
collega's en uiteraard aan de informateur. Ik heb twee moties. Ik zal ze
gelijk voorlezen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een minderheidskabinet elke dag opnieuw de steun van een
meerderheid in het parlement zal moeten verdienen;
overwegende dat de coalitiepartijen niet vooraf naar steun hebben
gezocht voor het financiële beleid;
overwegende dat het financieel kader een werkafspraak is van
coalitiepartijen onderling;
overwegende dat in het parlement zeer verschillend wordt gedacht over de
hoogte van voorgenomen bezuinigingen, lastenverzwaringen en de
ontwikkeling van het begrotingstekort en de staatsschuld;
overwegende dat het zeer voorstelbaar is dat voorgenomen bezuinigingen
of lastenverzwaringen niet op steun kunnen rekenen in het
parlement;
spreekt uit dat het parlement zich niet gebonden acht aan het
voorgenomen financieel kader,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Bikker, Nanninga,
Wilders, Van der Plas, Van Baarle, Ouwehand, Jimmy Dijk, Struijs en
Dassen.
Zij krijgt nr. 34 (36848).
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een minderheidskabinet elke dag opnieuw de steun van een
meerderheid in het parlement zal moeten verdienen;
overwegende dat in het pensioenakkoord afspraken zijn gemaakt tussen
kabinet, werkgevers, vakbonden en oppositiepartijen over een tragere
stijging van de AOW-leeftijd;
overwegende dat de coalitiepartijen in strijd met deze afspraak
voorstellen de AOW-leeftijd sneller te verhogen;
overwegende dat veel mensen moeite hebben gezond hun pensioenleeftijd te
halen;
spreekt uit dat de verhoging van de AOW-leeftijd in deze vorm niet kan
rekenen op steun in het parlement,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Bikker, Wilders, Van der
Plas, Van Baarle, Ouwehand, Jimmy Dijk, Struijs en Dassen.
Zij krijgt nr. 35 (36848).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Wilders voor zijn inbreng in tweede termijn namens de PVV.
De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, ook namens de PVV dank aan de informateur voor de door haar
gegeven antwoorden.
Voorzitter. Dit kabinet, dat er aan gaat komen, is niks en het zal niks
worden, als we zien dat er tot nu toe geen millimeter wordt bewogen op
de 10 miljard aan bezuinigingen in de zorg en de 6 miljard op de sociale
zekerheid. Het optreden van de heer Jetten toont nog maar eens aan dat
hij nooit de premier van Nederland mag worden. Vandaar de volgende
motie. Ik mag geen motie van wantrouwen indienen, omdat er nog geen
kabinet is. Maar ik dien wel de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat het kabinet-Jetten niet mag worden beëdigd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wilders.
Zij krijgt nr. 36 (36848).
(Hilariteit)
De heer Wilders (PVV):
Ja. Dan heb ik nog drie andere moties. Ik zie dat de heer Jetten
overweegt de motie te gaan steunen. Dat zou toch nieuw zijn.
(Hilariteit)
De heer Wilders (PVV):
Dan heb ik nog drie inhoudelijke moties, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat het eigen risico niet mag worden verhoogd maar moet
worden verlaagd of afgeschaft,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wilders.
Zij krijgt nr. 37 (36848).
De heer Wilders (PVV):
Dan heb ik een motie over de ombuigingen in de zorg en de sociale
zekerheid, die wat ons betreft ook niet door mogen gaan.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat de ombuigingen in de zorg en sociale zekerheid zoals
opgenomen in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA ongewenst zijn en
niet mogen worden doorgevoerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wilders.
Zij krijgt nr. 38 (36848).
De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Ten slotte één motie die gaat over het invoeren van een
asielstop. Het is ongelofelijk dat deze coalitie, met de VVD erin, dat
opnieuw laat afweten. Er verandert eigenlijk niks. Het zijn allemaal
flutmaatregelen. De grenzen blijven gewoon open. Er gaan opnieuw
miljarden naar asiel toe. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat er onmiddellijk een totale asielstop moet worden
ingevoerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wilders.
Zij krijgt nr. 39 (36848).
De heer Wilders (PVV):
Ik dank u zeer.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Wilders. Heeft de heer Bontenbal behoefte aan een
tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan is het woord aan mevrouw
Nanninga. Zij ziet ook af van haar tweede termijn. Mevrouw De Vos dan?
Zij heeft wel behoefte aan een tweede termijn namens de fractie van
Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dank u wel. Ik heb ook een motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de beoogde coalitie geen meerderheid van zetels heeft
in de Tweede Kamer;
constaterende dat deze coalitie naar alle waarschijnlijkheid een kabinet
gaat vormen en de posten van bewindspersonen gaat vullen;
overwegende dat deze bewindspersonen niet rechtstreeks gekozen zijn, en
daarnaast geen directe steun hebben van een meerderheid van de Tweede
Kamer;
overwegende dat een kabinet met een minderheid in de Tweede Kamer extra
controle vanuit de Kamer vergt;
spreekt als haar wens uit om als Tweede Kamer openbare hoorzittingen te
organiseren met alle beoogde bewindspersonen voordat zij benoemd
worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Vos.
Zij krijgt nr. 40 (36848).
Mevrouw De Vos (FVD):
Dan moet mij nog iets van het hart, voorzitter, als men misschien nog
even kan wachten met de koffiepauze.
De voorzitter:
Mag ik wat rust in de zaal? Mevrouw De Vos is nog aan het woord.
Mevrouw De Vos (FVD):
Ik heb in eerdere speeches over de formatie vaak benadrukt dat het
mandaat van de volksvertegenwoordiging hier in deze zaal ligt en dat de
Kamer dat mandaat veel meer naar zich toe zou moeten trekken. Mij moet
dan ook van het hart dat ik het stuitend vond dat dat hier vandaag niet
door alle beoogd coalitiepartners werd gerespecteerd. Daar werd in ieder
geval niet ondubbelzinnig gehoor aan gegeven. Ik zou mijn ambtsgenoten
hierbij dus willen oproepen: laat niet over u heen lopen en neem uw
mandaat serieus. Laten wij als Kamer de bevolking blijven
vertegenwoordigen en blijven benadrukken dat wij uiteindelijk degenen
zijn die hier de dienst uitmaken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Plas ziet af van haar spreektijd in tweede
termijn. De heer Van Baarle krijgt dan het woord voor zijn tweede
termijn namens de fractie van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Ook ik dank de informateur voor het werk en voor de
beantwoording.
Ik heb een aantal moties, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit als wens dat tijdens de komende kabinetsperiode de
Palestijnse Staat wordt erkend,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 41 (36848).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat moslimdiscriminatie in Nederland structureel voorkomt
en leidt tot uitsluiting, ongelijkheid en maatschappelijke
spanningen;
spreekt uit dat er een gericht en samenhangend nationaal plan tegen
moslimdiscriminatie moet komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 42 (36848).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een verhoging van het eigen risico in de zorg de
toegankelijkheid van de zorg aantast, met name voor mensen met lage
inkomens;
spreekt uit dat het eigen risico niet moet worden verhoogd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 43 (36848).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat de voorgenomen suikertaks niet doorgevoerd moet
worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 44 (36848).
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Zoals gezegd, kijkt de fractie van DENK, mijn partij, echt
met hele grote zorgen naar de plannen die deze coalitie wil gaan
doorvoeren: het afbreken van de zorg, het afbreken van de
verzorgingsstaat, enorme lastenverhogingen die ertoe leiden dat mensen
die het al moeilijk hebben nog verder op achterstand komen en in de
armoede raken, maar ook nog eens — dat is wat ons betreft echt een
dieptepunt — het doorvoeren van plannen die gewoon linea recta uit de
koker van de PVV komen. Wij zullen ons op al die onderwerpen de komende
tijd heel erg hard gaan inzetten om die plannen bij te stellen, om dat
te veranderen, om ervoor te zorgen dat dat niet gaat gebeuren. En als
het akkoord zo blijft en het beleid van het kabinet zo blijft, dan kan
deze coalitie rekenen op de energieke en gemotiveerde oppositie van de
voltallige DENK-fractie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. Het woord is aan de heer Stoffer voor
zijn inbreng in tweede termijn namens de Staatkundig Gereformeerde
Partij.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Drie moties. De eerste luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het coalitieakkoord Aan de slag het voornemen is
opgenomen om de AOW-leeftijd per 1 januari 2033 een-op-een te koppelen
aan de levensverwachting;
overwegende dat dit vergaande gevolgen heeft voor zowel huidige als
toekomstige generaties, in het bijzonder voor lage inkomens, praktisch
geschoolden en mensen met een zwaar beroep;
spreekt uit dat de voorgenomen aanscherping van de AOW-systematiek dient
te worden verzacht, bijvoorbeeld middels een minder strenge koppeling,
ruimere regelingen voor mensen met een zwaar beroep, een AOW-leeftijd op
basis van gewerkte jaren en/of een meer flexibele AOW-systematiek op
basis van bijvoorbeeld vermogen of inkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.
Zij krijgt nr. 45 (36848).
De heer Stoffer (SGP):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland met een nationaal actieprogramma en nationaal
coördinator stevige maatregelen neemt om geweld tegen vrouwen aan te
pakken;
overwegende dat de VN in juli 2025 oordeelde dat draagmoederschap zich
kenmerkt door uitbuiting en geweld tegen vrouwen en kinderen en dat het
Europees Parlement in november 2025 alle vormen van draagmoederschap
veroordeelde;
spreekt uit dat de behandeling van het wetsvoorstel inzake
draagmoederschap niet voortgezet dient te worden niet dan nadat de
nationaal coördinator bestrijding van geweld tegen vrouwen en de
Nationaal Rapporteur Mensenhandel zich hebben uitgesproken over de
ernstige risico's voor de bescherming van vrouwen en kinderen die door
de VN en het Europees Parlement zijn benoemd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.
Zij krijgt nr. 46 (36848).
De heer Stoffer (SGP):
De laatste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het coalitieakkoord voorstelt om de verplichte
vergoeding van ongecontracteerde zorg per 1 januari 2029 af te
schaffen;
overwegende dat het doel van deze maatregel is om samenwerking en
contractering in de zorg te verbeteren;
overwegende dat hiermee feitelijk een einde wordt gemaakt aan het recht
op een vrije artsenkeuze;
spreekt uit dat:
onderzocht wordt wat de juridische houdbaarheid is van het voorstel om de verplichte vergoeding voor ongecontracteerde zorg af te schaffen, waarbij in ieder geval ingegaan wordt op het Europees recht;
onderzocht wordt wat dit voorstel in de praktijk betekent voor de samenwerking en contractering in de zorg;
(eventuele) alternatieven voor dit voorstel en de consequenties daarvan in kaart worden gebracht;
de Kamer hiervoor geïnformeerd dient te worden vóórdat het voorstel wordt ingediend,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.
Zij krijgt nr. 47 (36848).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik hoor de heer Stoffer een tweede motie indienen, over het verhogen van
de AOW-leeftijd. Ik hoorde er net ook al een van de heer Klaver, die ik
mede indien. Kan ik er dan van uitgaan dat de heer Stoffer beide moties
gaat steunen, zodat beide moties een meerderheid krijgen?
De heer Stoffer (SGP):
Wat ons betreft is die verhoging van de AOW-leeftijd niet het probleem;
het probleem zit 'm bij ons echt in de zware beroepen. We gaan dadelijk
dus de overweging maken, maar ik schat in dat de kans groot is dat we
alleen onze eigen motie steunen, omdat de andere voor ons een te wijde
zak is.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit soort dingen zijn wel problematisch, want dan laat je de coalitie er
gewoon mee wegkomen. Ik kan er namelijk ook van uitgaan … Ik heb net
even gehoord hoe u uw motie voorleest. Ja, dat is veel te slap. We weten
dat er een immense discussie is over zware beroepen. Iedereen hier in de
zaal geeft een ander antwoord op de vraag wat een zwaar beroep is.
Hiermee saboteert u dus eigenlijk het punt dat er vandaag gemaakt kan
worden met een verenigde oppositie om ervoor te zorgen dat die
AOW-leeftijd niet omhooggaat. Ik vind dit echt zeer teleurstellend. Ik
wil u toch echt vooral oproepen om aan de kant te gaan staan van
hardwerkende mensen, die gestraft worden als u zo meteen niet voor die
motie stemt.
De heer Stoffer (SGP):
Ieder mag zijn eigen interpretatie hebben, de heer Dijk uiteraard ook.
Er zijn heel wat voorstellen van de heer Dijk die ik zeer sympathiek
vind, en ook waarvan ik dat niet vind. Wij hebben hier onze eigen
strekking in. Wat dat betreft zeggen wij: wij zijn niet tegen die
verhoging, alleen tegen de verhoging voor zware beroepen. Wat dat
betreft zoeken we dus naar een uitzondering. Dat is waar wij voor
staan.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Iedereen maakt zijn eigen afwegingen. We gaan zo dadelijk stemmen, dus
we zullen het zien. Het is ook het eerste debat. Als ik de heer Stoffer
zo hoor en onze motie lees, dan denk ik dat dit best overbrugbaar is. We
hebben elkaar nog niet heel veel gesproken dit debat, ook niet achter de
schermen. Wellicht kunnen we straks de tijd in de schorsing ook even
gebruiken om te kijken of we het een en ander bij elkaar kunnen brengen.
Staat de heer Stoffer daarvoor open?
De heer Stoffer (SGP):
Voor overleg staan we uiteraard altijd open. Iedereen heeft natuurlijk
ook het recht om onze motie te steunen, dus als die aan een meerderheid
geholpen wordt, denk ik dat we een heel eind zijn.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Ik dacht dat de aanstaande premier nog ging interrumperen,
voorzitter.
De voorzitter:
Nee. Mevrouw Ouwehand ziet af van haar tweede termijn. Mevrouw Bikker
krijgt het woord voor haar tweede termijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Gezien wat we wisselden in het debat is het helder dat het
voor de ChristenUnie belangrijk is dat we weer gaan voor vertrouwen en
voor bouwen aan een Nederland waar mensen elkaar zien staan, of je nou
hard werkt, of je thuis zit, of je ziek bent, of dat je oud bent. Ik
vind het belangrijk dat we in dit land elkaar zien staan. Juist daarom
en gezien het in het debat gewisselde heb ik twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal mensen dat dakloos is de afgelopen jaren
niet is gedaald maar juist is gestegen;
overwegende dat het doel om in 2030 dakloosheid te beëindigen, zoals
vastgelegd in het Nationaal Actieplan Dakloosheid, steeds verder uit
zicht raakt;
overwegende dat de aanpak van dakloosheid, behoudens het één keer noemen
van dak- en thuislozen, geen expliciete plek heeft in de woonparagraaf
van het coalitieakkoord, ondanks de aangekondigde investeringen in de
volkshuisvesting;
spreekt uit dat de bestrijding en preventie van dakloosheid in het
volgende kabinet expliciet onderdeel wordt van het
volkshuisvestingsbeleid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Stoffer.
Zij krijgt nr. 48 (36848).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de gehandicaptenzorg een kwetsbare sector is, waarin
continuïteit van zorg, persoonlijke aandacht en vertrouwen essentieel
zijn voor mensen met een beperking;
overwegende dat mensen met een beperking en hun naasten niet de dupe
mogen worden van generieke bezuinigingsmaatregelen;
overwegende dat bezuinigingen in de gehandicaptenzorg directe gevolgen
kunnen hebben voor de kwaliteit, beschikbaarheid en toegankelijkheid van
zorg en ondersteuning, en dit niet de bedoeling kan zijn;
spreekt uit niet te bezuinigen op de gehandicaptenzorg,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Klaver en Jimmy
Dijk.
Zij krijgt nr. 49 (36848).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Dan is het woord aan de heer Jimmy Dijk voor
zijn inbreng in tweede termijn namens de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Onze verzorgingsstaat, onze sociale zekerheid, onze zorg en
onze voorzieningen zijn zo veel meer dan slechts sociaal beleid. Hij
zorgt voor cement in onze samenleving en heeft jarenlang gezorgd voor
het bestrijden van verdeeldheid, polarisatie en onzekerheid. Hij heeft
mensen een vaste bodem onder de voeten gegeven en heeft voorkomen dat
verdeel-en-heerspolitiek aan de macht kwam. Die les moet geleerd worden,
maar het lijkt er helaas niet op dat die geleerd is. Daarom dien ik
samen met de heer Klaver een motie in om de AOW-leeftijd niet te
verhogen en dien ik een motie in met mevrouw Bikker om niet te
bezuinigen op de gehandicaptenzorg. Ik heb zowaar de heer Wilders en de
heer Van Baarle moties horen indienen over het niet verhogen van het
eigen risico, maar het verlagen daarvan. Die zullen wij van harte
steunen. Zelf heb ik daar nog twee toevoegingen op.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de zorg voor ouderen onmisbaar is en nu al onder druk
staat;
overwegende dat ouderen niet de dupe mogen worden van
bezuinigingen;
overwegende dat bezuinigingen op de ouderenzorg grote gevolgen zullen
hebben voor de beschikbaarheid en kwaliteit van de zorg;
spreekt uit niet te bezuinigen op de ouderenzorg,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 50 (36848).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat je baan verliezen of langdurig ziek worden grote
gevolgen heeft voor mensen;
overwegende dat de WW, WIA en IVA werknemersverzekeringen zijn die bij
dit persoonlijke leed in ieder geval financiële zekerheid voor mensen
kunnen bieden;
overwegende dat korten hierop mensen in onzekerheid en problemen
brengt;
spreekt uit de WW, WIA en IVA niet te korten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 51 (36848).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dijk. Dan is het woord aan de heer Struijs voor zijn
inbreng in tweede termijn namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Voorzitter. Ik begin met een verlangen. Ik weet dat het laat is, maar
dan heb ik bij 50PLUS altijd de neiging om verlangens uit te spreken. De
eerste maanden in de Kamer zijn mij goed bevallen omdat ik geen dichte
deur ben tegengekomen. Ik heb verschillen en overeenkomsten aangehoord,
en dat is toch wel de geest waarin we alsjeblieft door moeten gaan.
Laten we respect hebben voor mekaars verschillen, maar laten we wel in
gesprek blijven en de deuren openlaten. Het misschien bekende touwtje in
de deur is een metafoor die ik eerder heb gehoord.
We hebben één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er fors wordt ingegrepen in de Wlz;
overwegende dat de overgebleven middelen voor zorg voor kwetsbare
ouderen zo efficiënt en doelmatig moeten worden ingezet;
overwegende dat de nieuwe coalitie wil inzetten op een verschuiving van
intramurale zorg naar investeren in zorgzame buurten en het verder
scheiden van wonen en zorg in de ouderenzorg;
overwegende dat er al veel initiatieven in deze lijn bestaan, zoals
Zorgbuurthuis 't Hageltje in Oss, maar dat deze vaak tegen problemen in
de structurele financiering aanlopen;
overwegende het feit dat populatiebekostiging voor deze initiatieven een
heel goed instrument is om passend en doelmatig zorg te verlenen,
waardoor de beschikbare middelen optimaal worden gebruikt;
verzoekt de formateur te onderzoeken hoe populatiebekostiging kan worden
ingezet voor efficiënte en doelmatige financiering van
woonzorginitiatieven voor ouderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Struijs en Van Brenk.
Zij krijgt nr. 52 (36848).
De heer Struijs (50PLUS):
Yes!
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn
inbreng in tweede termijn. Hij ziet af van zijn spreektijd. De heer
Markuszower krijgt het woord. Hij ziet af van zijn spreektijd.
Een punt van orde van de heer Jetten.
De heer Jetten (D66):
In de motie die ik zojuist heb ingediend, is geen termijn opgenomen. Dat
is tegenwoordig gebruikelijk volgens het Reglement van Orde. Ik zou dus
graag na het woord "opdracht" de woorden "binnen drie weken" willen
toevoegen aan de motie.
De voorzitter:
"Binnen drie weken" wordt toegevoegd aan het dictum. Een gewijzigde
versie volgt in uw mailbox.
De motie-Jetten c.s. (36848, nr. 33) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
kennisgenomen hebbende van het verslag van de informateur Rianne
Letschert en het daarin opgenomen advies met betrekking tot de
kabinetsformatie;
neemt de inhoud van dit advies over;
wijst Rob Jetten aan als formateur met als opdracht binnen drie weken de
vorming van een kabinet bestaande uit D66, VVD en CDA,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. 53, was nr. 33 (36848).
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng in tweede termijn van de zijde van de Kamer.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors een uur, tot 23.20 uur. Ho, wat is er aan de hand? Mevrouw
Ouwehand.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is vanwege de drie uur, die ingingen na het verzoek van de heer
Wilders om hoofdelijk te stemmen. Maar ja, wij zijn compleet. Ik zie
heel veel mensen in de zaal, dus als iedereen er is, zouden we ook
eerder kunnen stemmen wat mij betreft. Heeft iemand daar bezwaar
tegen?
De voorzitter:
Ik kijk even of er bezwaar tegen is bij fracties. Er is bezwaar. Ik zie
bezwaar. Ik zie drie fracties met bezwaar. We schorsen tot 23.20 uur,
voor de stemmingen.
De vergadering wordt van 22.18 uur tot 23.20 uur geschorst.