Amendement van het lid Mohandis over middelen voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur voor zwemles voor kinderen die opgroeien in armoede
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Amendement
Nummer: 2026D05222, datum: 2026-02-04, bijgewerkt: 2026-02-05 12:35, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36800-XVI-57).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M. Mohandis, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 XVI-57 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z02281:
- Indiener: M. Mohandis, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Nr. 57 AMENDEMENT VAN HET LID MOHANDIS
Ontvangen 4 februari 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 6 Sport en bewegen worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 400 (x € 1.000).
II
In artikel 6 Sport en bewegen worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 400 (x € 1.000).
Toelichting
Dit amendement regelt dat er 400 duizend euro vrijkomt voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur voor zwemles voor kinderen die opgroeien in armoede. Wij vinden dat alle kinderen in Nederland de kans moeten krijgen om hun zwemdiploma te halen en dat dit niet afhankelijk moet zijn van de portemonnee van je ouders. Daarom is het belangrijk dat er genoeg budget is voor het Sport en Cultuur fonds om zo op korte termijn te regelen dat zoveel mogelijk kinderen wel hun zwemdiploma kunnen halen.
De kosten van een zwemdiploma blijven stijgen, afgelopen jaar met maar liefst bijna 50 euro. Voor steeds meer ouders zijn de oplopende kosten een reden om hun kind niet meer op zwemles te doen. Zo peilde EenVandaag dat dit geldt voor een kwart van de ouders met een lager inkomen.1 Er ontstaat zo een ware tweedeling tussen kinderen waarvan de ouders zwemles wel kunnen betalen en kinderen waarvan de ouders zwemles niet kunnen betalen. De indiener van dit amendement vinden dat ieder kind recht heeft op zwemles.
De indiener wil via dit amendement ook regelen dat er extra budget gaat naar zwemles voor kinderen met een beperking. Doordat deze lessen in kleinere klassen worden gegeven zijn ze duurder dan de reguliere zwemles. Dit is oneerlijk, kinderen met een beperking hebben evenveel recht op zwemles als kinderen zonder beperking. Uit Mullier onderzoek blijkt dat ouders de hoge kosten als belangrijkste knelpunt zien.2 Met meer budget voor het Sport en Cultuur fonds beoogt de indiener dit knelpunt weg te nemen.
Uit verscheidene onderzoeken komt naar voren dat mensen die wel recht hebben op een armoederegeling hier niet altijd gebruik van maken doordat ze niet bekend zijn met desbetreffende regeling.3 Met dit amendement wordt ook beoogd dat de vindbaarheid van inkomensondersteunende regelingen wordt verbeterd.
Dekking voor dit amendement wordt gevonden in de vrij besteedbare middelen van artikel 6 Sport en bewegen.
Mohandis