[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Versterking lokaal bestuur (CD 10/9) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D05507, datum: 2026-02-04, bijgewerkt: 2026-02-05 10:21, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Versterking lokaal bestuur

Versterking lokaal bestuur

Aan de orde is het tweeminutendebat Versterking lokaal bestuur (CD d.d. 10/09).

De voorzitter:
We beginnen met het tweeminutendebat Versterking lokaal bestuur. De eerste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Tseggai. Ze spreekt namens GroenLinks-PvdA. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te doen.

Pardon, ik heb de minister nog helemaal niet welkom geheten. Hij is natuurlijk bij ons te gast. Welkom aan de minister van Binnenlandse Zaken.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank. Eén motie van onze zijde, over de versterking van de positie van raadsleden met een uitkering. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er voor mensen met een uitkering vaak onnodige financiële en administratieve belemmeringen zijn om raadslid, Statenlid of algemeen bestuurslid in een waterschap te worden;

constaterende dat in het rapport Uitkeringsgerechtigden en de raadsvergoeding aanbevelingen worden gedaan en dat het kabinet informatie over de bestaande regelgeving opnieuw breder onder de aandacht brengt;

van mening dat het hebben van een uitkering geen belemmerende factor zou mogen zijn om volksvertegenwoordiger te zijn;

verzoekt het kabinet met de decentrale overheden en de beroepsvereniging van decentrale volksvertegenwoordigers in gesprek te gaan en te bezien hoe bestaande belemmeringen weggenomen kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Westerveld.

Zij krijgt nr. 35 (36800-VII).

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Deze motie is medeondertekend door mijn collega Westerveld, maar ik wil ook even de aandacht vestigen op het feit dat mijn collega Chakor al heel lang bezig is geweest met dit punt. Ik wil haar daarvoor bedanken vanaf deze plek.

De voorzitter:
Dat is heel vriendelijk. Dank u wel. Mevrouw Boelsma-Hoekstra is de tweede spreker in het tweeminutendebat. Aan u het woord.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Van mijn kant komen er geen moties, maar naar aanleiding van het verslag heb ik wel enkele vragen aan de minister. Ten eerste werd het mij niet helemaal duidelijk of alleen de omvang van de gemeenteraad in grote gemeenten uitgebreid gaat worden of ook die in kleine. In de brief van uw ambtsvoorganger staat immers dat er alleen naar gemeenten met 200.000 inwoners of meer wordt gekeken, maar in het debat gaf de minister aan dat het ook voor kleine gemeenteraden ging gelden. Kan de minister hier helderheid over geven?

Verder werd er tijdens het debat over de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden, oftewel de UDO, gesproken. Die zou een antwoord moeten zijn om op realistische wijze takenpakketten bij gemeenten neer te leggen. Dat sluit ook goed aan bij waar mijn voorganger, Inge van Dijk, vaak op hamerde: geen taken zonder knaken. Mijn vraag is hoe dit in de praktijk werkt. Zijn decentrale overheden hiermee geholpen en is dit nou dé werkbare methodiek? Daar zou ik graag een antwoord op willen hebben.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De derde spreker is mevrouw Den Hollander. Die ziet af van haar spreektijd. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer in dit tweeminutendebat. Ik kijk even naar de minister. Zullen we voor een paar minuten schorsen? Ja. Ik schors voor een enkel moment. We gaan met een minuut of drie luisteren naar de beantwoording.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. We gaan luisteren naar de beantwoording van een paar vragen en de appreciatie van een motie door de minister van Binnenlandse Zaken. Ik geef hem daartoe het woord. De minister van Binnenlandse Zaken.

Minister Rijkaart:
Voorzitter, dank u wel. Ik begin even met de appreciatie van de motie op stuk nr. 35 over mensen met een uitkering en de eventuele belemmeringen die er dan zijn om raadslid te worden. Deze motie krijgt de appreciatie "overbodig". We zijn in gesprek over de rechtspositie van decentrale politieke ambtsdragers, maar ook over ambtsdragers met een uitkering. Het is natuurlijk een sympathiek idee en we snappen het ook, maar vanwege de belemmeringen van de fiscaliteit kunnen we hier niets anders mee dan deze motie overbodig verklaren. De oplossingen zijn namelijk niet uit te voeren in de praktijk. Dat is het probleem.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 35 heeft de appreciatie "overbodig". Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Tseggai.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de minister zeggen dat hij al in gesprek is — dat is natuurlijk heel erg fijn — maar waar het natuurlijk vooral om gaat in het dictum van deze motie is dat we bezien hoe die bestaande belemmeringen weggenomen kunnen worden. Als de minister de motie zo leest dat hij of zijn opvolger de Kamer daarover informeert of daar nog even op terugkomt, kan hij er misschien wel mee leven.

De voorzitter:
Mevrouw Tseggai begint hier een hele onderhandeling over hoe u de motie ook zou kunnen appreciëren.

Minister Rijkaart:
De appreciatie blijft staan, maar ik ben wel bereid om … We hebben 6 maart weer een overleg met de belangenverenigingen en ik stel voor dat we het daar dan ook op de agenda zetten. Dan kunnen we kijken hoe we deze belemmeringen eventueel weg kunnen nemen en vanaf daar het vervolgproces opstarten.

De voorzitter:
Oké. De motie op stuk nr. 35 kreeg en krijgt daarmee de appreciatie "overbodig". Dan kunt u nu antwoord geven op de gestelde vragen.

Minister Rijkaart:
Ja. Mevrouw Boelsma-Hoekstra stelde een vraag over de gemeenteraad en over hoe die in omvang toenam. Dat gebeurt in principe alleen in de grote gemeenteraden, maar gaande het proces zijn we wel bereid om te kijken of er ook knelpunten zitten in de kleine gemeenteraden.

Dan de vraag over de UDO: is dit een werkbare methodiek? Tot op heden is dit een goede, werkbare methodiek. We merken wel dat deze nog wat meer bekend moet worden. Dat gaat al steeds beter. We zien dan ook dat de uitwerking daarvan ook al goed vorm krijgt en dat dit voor de diverse decentrale overheden dus inderdaad goed werkt. Het is echter ook wel een lerend proces. Als we daar gaandeweg knelpunten of verbeteringen zien, zullen we het zeker niet nalaten om die dan ook te implementeren. We hebben nog wel een evaluatie van de UDO; die vindt plaats in 2028. Dan ziet u mij hier waarschijnlijk niet meer staan, maar ik vertrouw erop dat een van mijn opvolgers u die evaluatie wel kan doen toekomen.

De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Boelsma-Hoekstra.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dat er al lerende gekeken wordt of het aangepast kan worden is mooi, maar mijn interruptie ging eigenlijk over die gemeenteraden. In het verslag las ik toch dat ook de wat kleinere gemeenteraden werden meegenomen en dat is wezenlijk iets anders. Ik ben dus een beetje in verwarring over wat het nu is. U zegt: gaande het proces kunnen ze er misschien bij komen. Ik krijg graag een iets duidelijker antwoord, als dat zou kunnen.

De voorzitter:
Minister, u krijgt van mij het woord en ik wil tegen mevrouw Boelsma ook zeggen: graag via de voorzitter. Dus: mevrouw Boelsma vraagt aan de minister … De minister antwoordt.

Minister Rijkaart:
Ik verviel in dezelfde fout, voorzitter. Nou, nee — via de voorzitter uiteraard — het is in principe voor grote gemeenteraden. Daar starten we mee. Dat wil echter niet zeggen dat we kleine gemeenteraden helemaal uit het oog verliezen. Gaandeweg het proces kijken we dus ook naar de positie van die kleine gemeenteraden, die toch ook een bepaalde mate van druk ervaren. Dat is niet onbekend bij ons. Die nemen we dus ook wel mee in het proces, maar in principe beginnen we bij de grote.

De voorzitter:
Daarmee bent u aan het einde gekomen van de beantwoording in deze termijn.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan dinsdag over de ingediende moties stemmen. Daarmee ronden we dit tweeminutendebat af.