Begroting Binnenlandse Zaken (36800-VII) (1e termijn Kamer) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D05512, datum: 2026-02-04, bijgewerkt: 2026-02-05 10:26, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-04 11:10: Begroting Binnenlandse Zaken (36800-VII) (1e termijn Kamer) (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (š origineel)
Begroting Binnenlandse Zaken 2026
Begroting Binnenlandse Zaken 2026
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (36800-VII).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik vraag de leden om plaats te nemen, zodat
we kunnen beginnen met het debat over de begroting van Binnenlandse
Zaken. De minister was al aanwezig; nogmaals welkom. We hebben maar
liefst vijftien sprekers en vier maidenspeeches, dus het wordt een mooi
debat. Natuurlijk hebben we, zoals vaker, een vrij strak tijdschema.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Dat allemaal gezegd hebbende wil ik direct de eerste spreker in deze
eerste termijn uitnodigen. Dat is mevrouw Huizenga van D66. Dit is
tevens haar maidenspeech. Volgens goed gebruik wordt zij dan ook niet
geĆÆnterrumpeerd. We gaan naar haar luisteren.
Mevrouw Huizenga (D66):
Voorzitter, collega's en iedereen die meekijkt. Wat is het bijzonder om
hier mijn eerste speech te houden. Eerlijk is eerlijk: het voelt soms
nog alsof ik per ongeluk een andere deur ben binnengelopen, alsof ik
naar de sportkantine wilde, maar ineens hier stond. Hup Zwolle!
Voorzitter. Van sportief, avontuurlijk en een tikje rebels naar nuchtere
politica. Ik groeide op in Leeuwarden, in het Friese, dat nu zelfs
afgesloten is van de rest van Nederland. Mijn vader was ondernemer en
mijn moeder was lerares. Zij moest nog stoppen met werken omdat ze
trouwde, terwijl ze veel meer wilde doen, ook voor anderen. Ik was vrij
en blij. Ik kwam te laat en als er grenzen waren, dan was het mijn hobby
om eroverheen te denderen. Dat was mijn wereld.
En nu? Ik ben al jaren serieus aan de slag. In mijn hoofd ben ik nog
steeds die jonge godin die de wereld verovert, maar dan een die post
krijgt van een beddenfabrikant speciaal voor 50-plussers: "zodat u
makkelijker uit bed komt". Het ondernemerschap nam ik van mijn vader
over. Dat heb ik de afgelopen 21 jaar dan ook gedaan: risico's nemen en
keihard werken. De zelfredzaamheid en er zijn voor een ander, nam ik van
mijn moeder over. Dat uitte zich in vrijwilligerswerk, onder andere als
skidocent voor mensen met een beperking.
Ik weet inmiddels door mijn Statenlidmaatschap: de politiek is een
avontuur. Dit is een van de plekken waar je Ʃcht verschil kunt maken.
Toch voelt de politiek voor mij regelmatig als een toneelstuk. Soms kijk
ik naar debatten die geen zoektocht zijn naar oplossingen, maar naar de
beste oneliner. Boosheid wordt aangewakkerd en ophef wordt beloond. Maar
boosheid bouwt geen huizen. Boosheid regelt geen goed bestuur en
samenwerking. Intimidatie ondermijnt dat.
Voorzitter. Daarom ben ik hier. Het moet anders en het kan anders.
Mensen willen bestuurders die problemen oplossen, punt. Mensen willen
bestuurders die problemen oplossen, nu. Mijn missie is
samenwerkingspolitiek. Geen vorm, maar inhoud en aan het werk. "Aan de
slag", zou ik kunnen zeggen. Zoeken naar de gemeenschappelijke grond,
want consensus is geen zwakte; het is de basis van onze besluitvorming.
Dat geldt ook voor hoe we ons verhouden tot het decentraal bestuur. We
moeten beleid maken en uitvoeringsorganisaties betrekken bij de
totstandkoming van beleid. Nu meer dan ooit moeten we samenwerken, in de
Kamer, maar ook in het land. Ik kijk ernaar uit om met alle overheden,
partners en mensen in het land aan de slag te gaan.
Dan lachen en bewegen. Niets verbindt mensen sneller dan samen lachen en
bewegen. Vanochtend zag ik op het nieuws dat The Muppet Show eenmalig
terugkomt. Ik kreeg meteen een glimlach op mijn gezicht. Sport en
bewegen ā kijk naar sport of een festival: het maakt ons gelijkwaardig,
gezond en vrolijk. Ik heb het over dat gevoel als je bij de Olympische
Spelen of een WK met een vlag om je schouders het Wilhelmus uit volle
borst meezingt: wij zijn TeamNL. Zo zie ik ook de politiek: naast mensen
staan, niet tegenover hen. Empathie is geen zwakte. Het is de sleutel
tot oplossingen, want als je echt luistert naar iemand die niet op jou
lijkt, ontstaat er begrip.
En lachen. Politiek hoeft niet bloedserieus te zijn om effectief te
zijn. Een beetje relativering helpt ons. Ik ben veranderd van een
avonturier in een nuchtere politica. Ik geloof in een Kamer die zichzelf
iets minder serieus neemt en de problemen van het land juist uitermate
serieus neemt.
Dan naar Binnenlandse Zaken. Goed bestuur begint bij een overheid die
doet wat ze belooft en tegen een stootje kan, een overheid die weerbaar
is tegen druk, desinformatie, intimidatie en haar eigen neiging om alles
ingewikkelder te maken dan nodig. Weerbaar bestuur betekent: duidelijke
regels, transparante besluitvorming en bestuurders die hun rug
rechthouden. Dat betekent dat ambtenaren, maar ook
volksvertegenwoordigers en bestuurders veilig hun werk moeten kunnen
doen. De gemeenteraadsverkiezingen komen er weer aan. We weten uit
onderzoek dat veel mensen lang twijfelen of ze zich wel moeten
kandideren, dat ze stoppen vanwege bedreigingen en intimidatie, die
politici soms over zich heen krijgen.
Dat geldt in het bijzonder voor vrouwen, niet alleen in en rond de
raadszaal, hier en in de Statenzaal, maar ook juist online. Er is geen
structurele monitoring van haat, en zeker niet van onlinehaat. Bovendien
wordt bij onderzoek naar onlinehaat vaak gefocust op het slachtoffer en
niet op de dader. Wij moeten beter in beeld krijgen waar deze onlinehaat
vandaan komt. Daarom verzoek ik de minister om onlinehaat op te nemen
als specifieke categorie in de Monitor Integriteit en Veiligheid.
Momenteel wordt in de monitor gevraagd naar de ervaringen van politici
met agressie en intimidatie. Een opsplitsing in online en offline biedt
meer inzicht in het probleem. Ik dien dan ook een amendement in om het
onderzoek naar daderprofielen mogelijk te maken, zodat we dit gerichter
kunnen aanpakken.
Weerbaarheid zit echter ook in doelmatigheid. Een overheid die verdrinkt
in regels, formulieren en uitvoeringsproblemen is immers kwetsbaar, voor
fouten, voor wantrouwen en voor mensen die afhaken. Veel beleid is
goedbedoeld, maar slecht uitvoerbaar. Energie die verloren gaat aan
controle, verantwoording en vinklijstjes gaat niet naar oplossingen. Dat
kan anders. Doelmatig bestuur is geen kil boekhouden. Het is respect
voor belastinggeld en voor de tijd en het vertrouwen van mensen. Het is
beleid dat werkt in de praktijk, niet alleen op papier in Den Haag, maar
ook in de regio.
Juist daarom is het problematisch als beleid waarvoor wel middelen
beschikbaar zijn, geen scherpe doelen kent. De Algemene Rekenkamer wijst
er dan ook terecht op dat de BZK-begroting nog te vaak doelen bevat die
niet concreet of meetbaar zijn. Hoe gaat de minister dit op orde
brengen? Binnenlandse Zaken gaat voor mij over dƔt fundament: een sterke
democratische rechtsstaat, een betrouwbare overheid en een bestuur dat
met een duidelijk doel voor ogen problemen oplost in plaats van
verplaatst.
Voorzitter. Tot slot mijn belofte. Ik zet mij in om te luisteren. Ik ga
op zoek naar overeenkomsten, ook als je een andere politieke overtuiging
hebt. En ik zet mij in voor een betere wereld, ook voor mensen van wie
de wieg niet op dit kleine stukje aarde stond. Ik zal eerder doen dan
roepen en ik maak het werk van mijn ouders af: bijdragen aan een
samenleving met gelijke kansen. Als iemand onderweg valt, zal ik mij
ervoor inzetten om diegene op te rapen, zoals ik dat jaren als skidocent
heb gedaan. En struikel ik, dan hoop ik dat u mij helpt opstaan.
Als woordvoerder sport moet ik daarmee natuurlijk ook afsluiten.
Voorzitter, collega's: ook wij zijn hier TeamNL.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Huizenga, blijft u hier alstublieft even staan. Ik wil u als
eerste feliciteren met uw maidenspeech, maar aan het geroffel te horen
zijn er meer mensen die dat willen. Ik schors voor een moment, zodat u
de felicitaties in ontvangst kunt nemen. Ik wens u heel veel succes.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat, vraag de leden plaats te nemen en geef het woord
aan de tweede spreker van D66 voor zijn bijdrage in dit debat: de heer
Sneller. Meneer Sneller, aan u het woord.
De heer Sneller (D66):
Dank, voorzitter. Mevrouw Huizenga, gefeliciteerd met de prachtige
maidenspeech.
Voorzitter. Net als miljoenen anderen nemen wij thuis, tijdens het
ontbijt op zaterdagochtend meestal, de weekendplannen door. Eerst de
basics: wassen, strijken, het oud papier wegbrengen. En er is ook altijd
nog wel wat werk te doen. Een verjaardagsfeestje van de kinderen hier of
daar, en ze willen meestal dan ook op zondagochtend naar het zwembad, en
knutselen, en voetballen en met de poes spelen. Dan wil ik zelf graag
nog een rondje hardlopen en mijn vriendin wil tijd om aan haar boek te
werken. Enfin, u snapt het: veel meer wensen dan in de agenda passen. En
dus geldt zoals bij iedereen: niemand krijgt helemaal zijn zin; het is
geven en nemen, we schikken allemaal een beetje in. Soms gaat dat soepel
en soms geeft het wat gedoe, maar elk weekend komen we er samen uit en
maken we een schemaatje ā dat vervolgens natuurlijk helemaal niet
volgens plan verloopt. Want het zou toch een mooie boel zijn als we
iedere keer dat we er niet direct uit komen, zouden besluiten om dat
weekend dan maar helemaal niets te doen. Of dat een van ons zegt: ik
bepaal voortaan in mijn eentje wel de huishoudagenda! Nee, voorzitter,
het is democratie in het klein.
Maar in de wereld in het groot zie ik eigenlijk dezelfde twee risico's
voor onze democratische manier van samenleven. Aan de ene kant het
risico van impasse, van besluiteloosheid en stilstand, en aan de andere
kant dat van politici die zeggen: u kunt het allemaal krijgen. Politici
die mensen op de mouw proberen te spelden dat ze, anders dan thuis of in
hun vriendengroep, op de voetbalclub of op welke andere plek in de
samenleving in het echte leven dan ook, in de politiek opeens wel alles
kunnen krijgen wat ze willen zonder rekening te hoeven houden met
anderen. Het is de stem van de autoritaire verleiding, die zegt: geef
mij uw vertrouwen en ik schakel al die lastige tegenkrachten voor u uit,
goedschiks en anders kwaadschiks. Beide bedreigingen kunnen onze
democratische rechtsstaat ondergraven. Daarom moeten we in actie komen,
enerzijds door te werken aan de slagvaardigheid van onze overheid en de
besluitvaardigheid van onze politiek, en anderzijds door kanalen te
graven naar de macht en de democratische rechtsstaat weerbaarder te
maken.
Voorzitter. Het beeld is namelijk bij sommigen ontstaan dat de
democratie niet in staat is om de grote uitdagingen van onze tijd het
hoofd te bieden. En dat is, helaas, niet helemaal zonder reden. Te lang
heeft de nationale politiek de aanpak van een aantal grote problemen
voor zich uit geschoven en een werkwijze ontwikkeld met enorme
schaduwzijden. In de afgelopen twee decennia is het aantal wetten en
regels ruim verdubbeld. En hoewel het aantal ambtenaren fors is
gegroeid, bleef de productiviteit van de overheid achter bij die groei.
Dat merken mensen in hun dagelijks leven, want ze kampen als burger met
onbegrijpelijke brieven of ondoenbare regels. Ze merken toenemende
regeldruk en afnemende autonomie, als ondernemer of als professional in
de uitvoering. En tegelijkertijd zien zij de woningnood toenemen en de
klimaatcrisis verergeren. Als er dan iemand voorbijkomt die zegt "ik zal
met mijn vuist op tafel slaan en het oplossen", dan klinkt dat misschien
aantrekkelijk, maar is dat geen eerlijk en duurzaam antwoord.
Maar aan de andere kant is simpel zeggen "zo simpel werkt het niet" ook
onvoldoende; dan dreigt stilstand. Dus moet wat mij betreft onze houding
zijn: we gaan het beter doen. Het is hoognodig om de slagkracht van de
overheid te vergroten door te vereenvoudigen, door te digitaliseren,
door de Haagse departementale kokers te doorbreken en door minder
afhankelijk te worden van externe inhuur. In de afgelopen tijd zijn
hiervoor gelukkig ook veel bruikbare bouwstenen aangedragen: het rapport
van de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, over de
deskundige overheid; de adviezen van de Hoge Colleges van Staat over een
realistische overheid; en de brief van de Raad voor het Openbaar Bestuur
van eerder deze week aan de formateur. Allemaal nuttige wenken. Als we
die gezamenlijk in de praktijk brengen, kunnen we zorgen dat de overheid
ook echt levert op de grote uitdagingen van onze tijd.
Voorzitter. Ervoor zorgen dat de democratie gaat presteren ten aanzien
van die grote kwesties zal ook iets vragen van de Kamer. Vooruitgang
vraagt om bewuste keuzes maken en die dan ook volhouden, maar het vraagt
ook om geven en nemen. Want als 225 parlementariƫrs allemaal blijven
hangen in hun eigen gelijk, gebeurt er niets. Dan biedt een
minderheidscoalitie misschien een uitgelezen gelegenheid om daarmee te
beginnen.
Daarnaast hoop ik ook dat we als Tweede Kamer vasthouden aan een aantal
van onze eigen goede voornemens. Zo zei de parlementaire
ondervragingscommissie over uitvoeringsorganisaties, onder leiding van
AndrƩ Bosman: meer vertrouwen in de uitvoering en minder micromanagement
vanuit de politiek. De werkgroep Grip op informatie, onder leiding van
Inge van Dijk, zei: een meer ontspannen omgang tussen Kamerleden en
ambtenaren is nodig, om daarmee ook meer lucht te geven aan de
rijksdienst. De aanbeveling van de werkgroep Meer dan de som der delen,
onder leiding van Kees van der Staaij, was: beperk het aantal moties.
Dit jaar zijn het er alweer 450, na ƩƩn maand. Diezelfde werkgroep zei:
besteed meer aandacht aan onze wetgevende taak. Dat zeg ik tegen de
voorzitter/rapporteur wetgevingskwaliteit.
Laten we als Kamer ook serieus meer aandacht hebben voor al die
evaluaties die wij krijgen, zoals we zelf hebben uitgesproken met de
motie-Van Vroonhoven/Vermeer. Want we moeten niet vergeten soms ook te
stoppen met beleid, of niet vergeten om inefficiƫnt beleid aan te
passen. Het begin van een nieuwe kabinetsperiode is volgens mij een
mooie kans voor een nieuwe start met deze voornemens en om ze in de
praktijk te brengen.
Voorzitter. Naast stilstand is de tweede bedreiging voor onze democratie
de opkomst van autoritair leiderschap. Wereldwijd winnen autocraten
immers terrein. In 2018 al verscheen het eindrapport van de
staatscommissie parlementair stelsel. Nou kun je niet zeggen dat die in
de volksmond "de commissie-Remkes" wordt genoemd, maar hier in de
wandelgangen is dat in ieder geval wel het geval. Dat had de treffende
titel: Lage drempels, hoge dijken. Het was een doorwrochte voorzet voor
noodzakelijk onderhoud van de democratische rechtsstaat. Maar net als
bij veel te veel staatscommissies de afgelopen 60 jaar, is er tot nu toe
weinig terechtgekomen van de aanbevelingen. Er is mij veel aan gelegen
om de aanbevelingen uit dat rapport niet van tafel te laten rollen.
Onder opeenvolgende ministers van Binnenlandse Zaken is sinds 2018 veel
voorbereidend werk verricht. Soms is er helaas ook een stap teruggezet,
omdat het eigen gelijk het won van de wens om vooruitgang te boeken. Het
is nu 2026. Ik zeg: het is tijd voor een democratisch offensief. De bal
ligt op de stip; tijd voor de afronding.
De heer Flach (SGP):
Ik deel de liefde voor de democratische rechtsstaat met de heer Sneller,
omdat ik denk dat dat een staatsvorm is die al die verschillen in
Nederland nog kan verbinden en die verschillen enigszins kan
overbruggen. Maar toch maak ik mij daar wel wat zorgen om. Ik ben
benieuwd naar de reflectie van de heer Sneller daarop. Je zou kunnen
zeggen dat de rechtsstaat best wel stevig is, ook gezien een aantal
verregaande rechterlijke uitspraken, bijvoorbeeld op het terrein van
stikstof of klimaat. Dan moet je zeggen dat het deel "rechtsstaat" best
wel in orde is. Ik maak me wat meer zorgen over het vermogen van de
democratie om bij te sturen middels wetgeving. Volgens mij hebben we
toch beide pijlers nodig om te kunnen spreken van een gezonde
democratische rechtsstaat. Hoe kijkt de heer Sneller daarnaar?
De heer Sneller (D66):
Ten eerste maak ik mij meer zorgen over de weerbaarheid van onze
rechtsstaat. Ik kom nu bij het deel "kanalen graven naar de macht". Dat
gaat juist over ervoor zorgen dat mensen meer invloed hebben op hun
bestuur en op de regelgeving die geldt in Nederland. Ik denk dat daar
nog het een en ander te doen is.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dan wacht ik sowieso met belangstelling dat deel van het betoog van de
heer Sneller af. Het gaat mij om het volgende. Als wij als democratie
niet in staat zijn om bij te sturen ten aanzien van datgene wat er leeft
in ons land, omdat er bepaalde juridische constructies of verplichtingen
zijn waarop we ons hebben vastgelegd, verliest de democratie ook een
stuk van haar legitimiteit onder de bevolking. Mijn vraag aan de heer
Sneller is: wat zegt dat dan over de kwaliteit van de wetten die we
hebben gemaakt? Want rechters baseren zich nu eenmaal op wetten die ze
voorgelegd krijgen.
De heer Sneller (D66):
De Grondwet is in Nederland notoir moeilijk aan te passen. Dat geldt nog
meer voor internationale verdragen. Ik heb wel het gevoel dat een aantal
van de voorbeelden die vaak genoemd worden in deze context, gewoon gaan
over de rechter die zegt: ja, politiek, u heeft een afspraak gemaakt;
daar moet u zich zelf aan houden. Dat is gewoon het
legitimiteitsbeginsel, de basis waarop een democratische rechtstaat kan
bestaan. Als wij het oneens zijn met een regel, dan moeten wij daar als
politiek naar handelen en hem aanpassen. Anders moeten we ons eraan
houden of zorgen dat in ieder geval de uitvoerende macht zich eraan
houdt. Als het gaat om rechtszaken ā over de SGP zelf, over stikstof,
over Urgenda ā en wij daar iets van vinden, dan moeten wij dat met een
tweederdemeerderheid aanpassen, zoals opgenomen in de waarborgen.
Daarbij is de democratie dan vervolgens aan zet.
De voorzitter:
Ik doe interrupties in drieƫn. Het kan ook iets korter, maar de heer
Flach heeft een derde.
De heer Flach (SGP):
Daar ben ik het mee eens. Die taak ligt bij het parlement, en daar zit
juist mijn punt: zouden we bij het opstellen van wetten niet meer
rekening moeten houden met de effecten die ze hebben, zoals rechterlijke
uitspraken, en het vermogen van de democratie om dan bij te sturen? Met
andere woorden: moeten we jaartallen, percentages en dergelijke wel
altijd in wetten willen vastleggen? Daarmee creƫer je een soort
juridisch betonblok, wat onvermogen geeft binnen de democratie.
De heer Sneller (D66):
Op ƩƩn abstractieniveau hoger zou ik inderdaad zeggen: we moeten vaker
doelen en minder vaak middelen afspreken in de politiek. Tegelijkertijd
willen we ook consistentie en voorspelbaarheid. Als het bijvoorbeeld
over de Vogel- en Habitatrichtlijn of over afbouwpaden voor de
circulaire economie gaat, willen juist ook ondernemers
langeretermijnzekerheid hebben over wat we precies gaan doen en wat ze
kunnen verwachten van de overheid, niet zo van: er is een nieuwe
meerderheid en volgende week is mijn investering weer overbodig
geworden. Soms kan het dus ook juist heel nuttig zijn. Dat is per keer
zoeken, denk ik. Het is wel belangrijk om dat vooraf, voordat we stemmen
over die wet, goed af te wegen en om ook te leren van wat we hebben
gezien op andere onderwerpen.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker met ook een interruptie over dit punt.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Eigenlijk over een iets ander punt uit de mooie bijdrage van collega
Sneller, waar ik met veel belangstelling en ook wel instemming naar
luisterde. Het is inderdaad belangrijk dat we hier zorgen voor goede
wetten. Ik geloof dat het Willem Witteveen was die ooit zei dat de wet
ook een kunstwerk is en dat dat ook wel iets van ons als Kamer vraagt.
Maar daarna noemde collega Sneller de staatscommissie-Remkes. Een van de
dingen die de staatscommissie-Remkes volgens mij adresseerde, was de
bedreiging die de opkomst van AI inhoudt voor de politiek. De algoritmes
maken het zo makkelijk dat je, als je bij YouTube een zoekterm intikt,
hele andere filmpjes te zien krijgt dan die welke bij je zoekvraag
horen. Ik geloof dat in een van de bijlagen als voorbeeld werd genoemd:
je tikt GroenLinks in ā die partij bestaat niet meer op zichzelf ā en
krijgt verwijzingen naar Forum voor Democratie. O, die partij bestaat
nog wel, wordt gezegd.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, uw vraag graag.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Je tikt GroenLinks in en je krijgt er een filmpje van Forum voor
Democratie voor terug. Ik vind dat ergens een zoektocht, omdat het onze
democratie ondermijnt wat mensen dan zien van onze zaal en van de dingen
die wij doen.
De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zou heel graag van collega Sneller horen hoe hij reflecteert op dat
deel van het rapport-Remkes.
De heer Sneller (D66):
In mijn herinnering ging het niet zozeer over AI, dat in 2018 nog niet
echt een ding was, maar ging het over microtargeting, waar mevrouw
Bikker inderdaad terecht aandacht voor vraagt. Dat ondergraaft namelijk
het publieke debat, omdat er verschillende werkelijkheden ontstaan voor
kiezers en er geen gezamenlijk gesprek meer is. Daar maak ik mij veel
zorgen om. Dat is uiteindelijk uit de Wet op de politieke partijen
gehaald door het kabinet, omdat daar ook Europese regelgeving voor is
gekomen. Ik vind wel dat de Europese regelgeving, of het nou de Digital
Services Act of de Digital Markets Act is, nog onvoldoende heeft laten
zien te functioneren, terwijl hierover bij mij heel grote zorgen
zijn.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik vind dat we momenteel te vaak het paard achter de wagen spannen, dus
als de ontwikkelingen al gaande zijn. Collega Sneller heeft gelijk: het
ging met name over de microtargeting en daarna hebben we het AI-vervolg
gezien. Ik zou heel graag willen dat een kabinet juist op dit punt meer
vooruit gaat denken: hoe kunnen we onze democratie beschermen, juist met
die snelle ontwikkelingen? Hoe ziet D66 dat?
De heer Sneller (D66):
Honderd procent eens. Ook in de aanloop naar de verkiezingen van oktober
heb ik daarover vragen gesteld aan het kabinet. We zien gewoon dat
AI-nepfilmpjes in allerlei vormen en ook in politieke campagnes een
grotere rol gaan spelen. Er wordt op gewezen dat er Europese regelgeving
komt en dat het dan wordt gewatermerkt. Ik denk dat we daar meer bovenop
moeten zitten, ook vanuit Nederland.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Goed om te horen, dan vinden we elkaar daarin. Ik heb er ook zin in daar
de komende tijd werk van te maken. Terug naar de commissie-Remkes. Een
ander onderdeel dat zij onderzochten, was de kiesdrempel. Eigenlijk zei
de commissie-Remkes daarvan: doe dat nou niet, want dat lost het
probleem niet op. Er zijn ook andere problemen zoals afsplitsingen of
partijen die op enig moment weglopen; de heer Sneller had het erover aan
het begin van zijn bijdrage. Waarom wordt het stevig overwogen advies
van de commissie-Remkes niet overgenomen in de plannen van de huidige
coalitie? Waarom wordt er opnieuw onderzoek gedaan naar de kiesdrempel?
Dat brengt allerlei goedwillende, zeer mooi bijdragende partijen die een
stem geven aan zo veel mensen, meteen weer in de onzekerheid.
De heer Sneller (D66):
Ten eerste even over wat de staatscommissie-Remkes adviseerde om verdere
versplintering van het politieke landschap tegen te gaan. Ik vind het
echt een gemiste kans dat dingen zoals waarborgsommen en meer
handtekeningen nodig hebben als nieuwe partij nog steeds niet zijn
omgezet. Dat zit ergens verstopt in een wetsvoorstel over een nieuw
kiesstelsel dat op het ministerie klaarligt. Laten we zorgen dat dat in
ieder geval wel gebeurt. Verder denk ik dat het voor mevrouw Bikker geen
geheim is waar dat vandaan is gekomen, want we hebben het vorig jaar,
twee jaar geleden ook bij de begroting Binnenlandse Zaken besproken. Ik
denk dat het goed is om die discussie nog een keer fundamenteel te
voeren, ook in de Kamer, ook bezien vanuit de vraag voor welk probleem
de kiesdrempel dan een oplossing is, volgens voorstanders.
De heer Clemminck (JA21):
De heer Sneller had het over het opnemen van doelstellingen in de wet.
Ik kom hier eigenlijk bepleiten om dat vaker te doen. Dat is goed voor
de lange termijn en het geeft zekerheid aan bedrijven, inwoners en
organisaties. Het gaat ook over politieke termijnen heen. Ik ben dus
eigenlijk wel benieuwd of het in de logica van de heer Sneller dan
misschien ook wenselijk is om het aantal asielzoekers bij wet te
regelen.
De heer Sneller (D66):
Nee.
De voorzitter:
Dit is enigszins buiten de orde.
De heer Sneller (D66):
Vanmiddag kan de heer Clemminck het daar geloof ik uitgebreid over
hebben, maar mijn korte antwoord is nee.
De voorzitter:
Precies. De heer Clemminck, vervolgvraag.
De heer Clemminck (JA21):
Ik snap uw opmerking, maar ik probeerde de logica te begrijpen achter
het pleidooi van de heer Sneller om vaker doelstellingen in de wet op te
nemen. De heer Flach zei volgens mij net in zijn interruptie terecht dat
dat de democratische mogelijkheden vermindert om veranderingen aan te
brengen in de samenleving. Ik probeer te achterhalen waarom het in de
ogen van de heer Sneller in het ene geval blijkbaar wel wenselijk is om
doelstellingen in de wet op te nemen en in een ander geval niet. Ik gaf
een voorbeeld, maar het kan ook een ander voorbeeld zijn.
De heer Sneller (D66):
Ten eerste omdat voor mij een specifiek vastgepind aantal asielzoekers
geen doelstelling is die ik zou willen vastleggen. Overigens geeft de
heer Clemminck mijn antwoord aan de heer Flach ook onvolledig weer, want
ik zei juist ook dat we er vaker naartoe moeten om doelen meer abstract
vast te leggen en minder in allerlei jaartallen en tussendoelen.
De voorzitter:
De heer Sneller vervolgt zijn betoog.
De heer Sneller (D66):
Voorzitter. Ik kwam bij het versterken en vieren van de kracht van onze
democratie en het graven van kanalen naar de macht. Dat vieren kunnen we
over een aantal weken doen als we weer naar de stembus mogen, maar
democratie gaat over veel meer dan af en toe verkiezingen. Het is een
manier van leven, onlosmakelijk verbonden met hoe we met elkaar omgaan.
De laatste tijd benadrukt Klaas Dijkhoff vaak dat het belangrijkste ambt
in een democratie dat van de burger is. De burger moet de eigenaar zijn
van de democratie en ik denk dat burgerschapsonderwijs daarin een rol te
spelen heeft, zodat alle jongeren leren wat democratie betekent en hoe
je dat doet, in het klein en in het groot, via de kerndoelen op scholen,
via ProDemos en wat mij betreft ook vaker met de inzet van mensen die na
hun pensioen hun kennis over de rechtsstaat overdragen aan volgende
generaties. Ik hoor op dat punt graag een reactie van de minister op
mijn amendement.
Het is ook onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat mensen zich
blijven herkennen in de politiek en in hun bestuur. Dat vraagt om het
graven van kanalen naar de macht, met een nieuw kiesstelsel ā we hadden
het er al over ā een andere manier om de Grondwet te herzien,
burgerberaden en een correctief bindend referendum en met andere
manieren om de democratie toegankelijker te maken. Naast die lagere
drempels zijn dus ook hogere dijken nodig. Dan gaat het bijvoorbeeld
over het invoeren van constitutionele toetsing, door onze Kamer vooraf
maar ook door rechters achteraf, om een wet op de politieke partijen met
strakkere waarborgen en om een update van de Algemene wet bestuursrecht,
die mensen beter bedient en beschermt tegen willekeur, en om meer
onafhankelijkheid van benoemingen bij belangrijke democratische
instituties.
Voorzitter. Terwijl de democratische rechtsstaat wereldwijd onder druk
staat, beginnen wij hier aan een bijzondere periode in de onze. We
kunnen er volgens mij samen voor zorgen dat we tussen stilstand en de
autoritaire lokroep de ruimte vinden voor democratische daadkracht en
dijkverhoging.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Sneller. Dat leidt tot een hele beweging richting de
interruptiemicrofoon. Ik geef mevrouw Tseggai het woord voor een vraag
aan de heer Sneller.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het even opgeschreven. De heer Sneller had het in zijn betoog
over departementale kokers doorbreken en over inefficiƫnt beleid. De
concrete doelen vind ik op zich allemaal heel goed. EƩn beleidsterrein
waar dat volgens mij heel erg misgaat, bespreken wij hier vandaag. Dat
is discriminatie en racisme en de aanpak daarvan. In Den Haag houden
maar liefst vijf departementen zich daarmee bezig. Het vorige kabinet
had een nationaal programma beloofd. Waarom heeft D66 dat in het nieuwe
regeerakkoord niet teruggehaald?
De heer Sneller (D66):
Dat antwoord moet ik u schuldig blijven. Ik ga ervan uit dat mijn
collega Bamenga daar maandag aandacht aan zal besteden bij het
wetgevingsoverleg.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik haal dit even aan omdat uw partijleider gisteren in het debat
expliciet benoemde dat het nieuwe kabinet discriminatie en racisme zal
aanpakken. Concrete maatregelen daarvoor ontbreken echter en dat geldt
ook voor het tegengaan van verkokering van het beleid. De heer Sneller
verwijst naar een wetgevingsoverleg op maandag. Er is volgens mij
maandag geen wetgevingsoverleg over dit onderwerp, dus ik zou daar toch
graag een antwoord op willen.
De heer Sneller (D66):
Het antwoord dat ik u schuldig moet blijven, betreft het nationaal
programma en waarom dat niet wordt voortgezet, ook omdat ik er net op
wees dat mijn collega Bamenga woordvoerder is op het onderwerp
discriminatie en hij ook de commissiedebatten met mevrouw Tseggai
daarover doet. Volgens mij is dit een prachtig onderwerp dat zich ervoor
leent om die verkokering te doorbreken en te kijken hoe je de vaak
coƶrdinerende rol van Binnenlandse Zaken steviger kan verankeren.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik ben het helemaal met de heer Sneller eens dat het een prachtig
onderwerp is, maar ik had het graag teruggezien in het regeerakkoord.
Maar ik ga dit debat vervolgen met de heer Bamenga.
De heer Sneller (D66):
Ik nodig mevrouw Tseggai uit om ook nog de paragrafen hierover in het
coalitieakkoord te lezen en ook haar voorstellen naar voren te brengen
om dat verder te versterken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb een hele simpele vraag. Wat verdient een schoonmaker bij het
Rijk?
De voorzitter:
Dat is ietwat buiten de orde.
De heer Sneller (D66):
Dat hangt er ook van af in welke trede van de schaal een schoonmaker
zit, maar mevrouw Beckerman weet het ongetwijfeld beter dan ik.
Mevrouw Beckerman (SP):
De reden dat ik de vraag stel, is dat alle rijksambtenaren op de nullijn
zijn gezet. Dat betekent heel veel voor mensen in de lagere
salarisschalen, want terwijl zij op de nullijn staan, stijgen de kosten
voor energie. De huren gaan omhoog. Als het aan D66 ligt, gaat het eigen
risico omhoog.
De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn vraag is eigenlijk heel simpel. D66 weet het antwoord niet op de
vraag wat schoonmakers verdienen. Vindt u het dan reƫel, vraag ik via de
voorzitter, dat zij op de nullijn worden gezet, met al die stijgende
kosten?
De heer Sneller (D66):
Het is een beetje flauw wat mevrouw Beckerman nu zegt. Ik zei ook dat
het afhankelijk is van de trede in de schaal waarin een schoonmaker zit.
Het is goed dat mevrouw Beckerman de nullijn aanhaalt. We kregen
gisteren de beantwoording van het schriftelijk overleg dat we daarover
gehad hebben. Ik denk dat ik die vragen ook deels via mevrouw Beckerman
aan de minister wil stellen, want daarin staat: ik heb een bod gedaan,
maar dat is geen eindbod. Specifiek voor de lagere schalen zouden
toeslagen een oplossing kunnen bieden, want het is natuurlijk een groot
verschil of jij in schaal 16 of in schaal 8 bij de Rijksoverheid zit.
Die zitten nu allemaal in hetzelfde regime. Het lijkt erop dat de
minister een opening biedt, dus ik hoor graag wat hij zelf voor zich
ziet om de onderhandelingen te openen. Die onderhandelingen gaan niet
alleen over 2026, maar ook over 2027. Ik vond die nullijn altijd al
ongelukkig en onverstandig, maar ik zie dat er nu ook wordt gekeken naar
2027 en eventueel een langere looptijd, om te zien welke ruimte er is om
te compenseren.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
De reden dat ik de vraag aan D66 stel, is dat ik vrijdag ook dat akkoord
heb gelezen. Wat mij echt raakte, omdat ik weet wat het betekent voor
mensen in de lagere salarisschalen met al die stijgende kosten, is dat
er geen uitgestoken hand in zat, maar dat er alleen maar stond dat ze de
topsalarissen willen gaan verhogen. Sterker nog, er werd gezegd: naar
voorbeeld van Singapore. Daar zijn de salarissen van de hoogste
ambtenaren de hoogste ter wereld.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn vraag aan D66 is niet om de vraag door te geleiden naar het
kabinet, maar om de vraag te beantwoorden of dit wel reƫel is: een
nullijn, met misschien nog wel extra toeslagen. Dat vind ik geen manier
om mensen te belonen, een nullijn met extra toeslagen aan de onderkant,
terwijl u, naar analogie van Singapore, pleit voor topsalarissen voor
een soort overheidselite.
De voorzitter:
Uw vraag is helder.
De heer Sneller (D66):
Mevrouw Beckerman gooit ze ook hier weer allemaal op dezelfde hoop.
Volgens mij is het "topsalarissendeel", zoals mevrouw Beckerman het
noemt, er juist om als overheid specialisten aan te kunnen trekken,
bijvoorbeeld in de ICT, om ervoor te zorgen dat we de Roemernorm, van de
oud-partijleider van mevrouw Beckerman zelf, kunnen gaan halen en niet
afhankelijk zijn van consultants die we moeten inhuren, waardoor de
overheid kwetsbaarder wordt en we niet de capaciteit hebben om het zelf
te regelen. Dat hoeft dus helemaal niet voor de top van het ministerie
te zijn, maar juist voor de specialisten. Vervolgens geeft ze mij
selectief weer als ik de minister vraag: wat is nou de ruimte de komende
jaren voor ingroei? Niet voor niks zegt het Centraal Planbureau over de
nullijn altijd: structureel levert het niks op, want uiteindelijk zal
het ernaartoe moeten groeien. Ik denk dat daarin de hand veel meer
uitgestoken is dan mevrouw Beckerman ziet.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, we doen interrupties in drieƫn. We gaan naar de
interruptie van de heer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Sneller had het over "kanalen graven naar de macht". Dat is
natuurlijk een referentie aan Hans van Mierlo. De heer Sneller heeft het
over een democratisch offensief. Een van de kroonjuwelen van D66 is
natuurlijk de gekozen burgemeester. Toen de kroonbenoeming in 2018 uit
de Grondwet werd gehaald, kenschetste de heer Jetten dat dat een
historische overwinning voor D66 was. Is de partij van de heer Sneller
nog steeds voorstander van de gekozen burgemeester?
De heer Sneller (D66):
Er zitten twee vragen in de interruptie van de heer Bosma. Overigens,
welkom terug in de commissie voor Binnenlandse Zaken; hij werd gemist.
De leden hebben dit inderdaad uit het verkiezingsprogramma
geamendeerd.
De voorzitter:
De leden.
De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Sneller zei dat ik twee vragen stelde, dus dan verwacht ik ook
twee antwoorden, maar dit antwoord is voor mij akkoord.
De voorzitter:
Ik was ook wat in verwarring.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ziet u nou wel. Fijn dat u mij een beetje bijvalt.
De heer Sneller (D66):
Ik zie nog steeds veel redenen om het wel te doen.
De voorzitter:
Maar de leden.
De heer Martin Bosma (PVV):
Maar D66 is er dus geen voorstander van? Ik probeer een beetje te
begrijpen hoe het dan werkt met die leden.
(Hilariteit)
De heer Martin Bosma (PVV):
De gekozen burgemeester was een van de kroonjuwelen van D66. Dat geldt
ook voor het referendum. Hans van Mierlo was daar ook een groot
voorstander van. Het raadplegend referendum is gesneuveld door een
D66-minister. Daar ging dus het ene kroonjuweel. Het andere kroonjuweel
is de gekozen burgemeester. De heer Sneller heeft daar in het verleden
vaak voor gepleit en zich daar sterk voor gemaakt. Nu mag hij dat niet
meer vinden. Hij had dus een mening, maar de leden hebben nu bepaald
dat, nadat het kroonjuweel een tijdje in de etalage lag, zoals de heer
Pechtold zei, het kroonjuweel bij het grofvuil is gezet. De mening van
D66 is dus niet langer: de gekozen burgemeester moet er komen?
De voorzitter:
De vraag is helder.
De heer Sneller (D66):
De heer Bosma blijft wel in het verleden hangen, maar kent zijn
geschiedenis slecht. Het was geen raadplegend referendum, maar een
raadgevend referendum. Daar was de heer Van Mierlo toen overigens ook al
tegen. Dat hoef ik de heer Bosma misschien niet uit te leggen. Ik mag
het nog steeds vinden en de leden hebben niet gezegd: wij zijn nu tegen
een gekozen burgemeester. Ik zeg richting de heer Bosma, als hij vraagt
welk standpunt in het verkiezingsprogramma staat: daar staat het niet
meer in. De andere vraag die hij stelde, is wat ik vind. Ik denk nog
steeds dat het een goed idee is.
De voorzitter:
Meneer Bosma is nog niet helemaal tevreden. Hij wil nog even doorgaan op
de interne partijsystematiek.
De heer Martin Bosma (PVV):
Het wordt wel heel ingewikkeld. Om te beginnen wilde Hans van Mierlo een
referendum over de Betuwelijn en over het Maastrichtverdrag. Dat komt op
mij dus niet over alsof hij tegen het referendum was. Gaan we in de
komende jaren dat we hier gezellig met z'n allen vergaderen, de heer
Sneller zich dan horen uitspreken voor het goede ouwe kroonjuweel van
D66, namelijk de gekozen burgemeester? Of is dit kroonjuweel ook gewoon
gesneefd en gesneuveld? Is het voorbij? Is it history? Dat is namelijk
historisch gezien wel van groot belang.
De heer Sneller (D66):
Dit zijn wel krokodillentranen van de heer Bosma. In geen enkel akkoord
dat de heer Bosma heeft gesloten, heeft hij ook maar de geringste moeite
gedaan om hier iets mee te doen. De keren dat ik hier heb voorgesteld om
bijvoorbeeld een gekozen formateur in te voeren, heeft dat voorstel nog
niet eens 50 zetels gehaald. Ik denk dus dat de energie van de heer
Sneller de komende tijd inderdaad op een ander onderwerp zal zitten.
De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Bikker stelde net een vraag aan de heer Sneller over de
kiesdrempel die in het coalitieakkoord is opgenomen. Het moet mij toch
wel van het hart dat het wat mij betreft echt getuigt van je reinste
vorm van antidemocratisch handelen als er een kiesdrempel wordt
ingevoerd.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Mijn vraag. Misschien kan ik even in staat gesteld worden om een
inleiding te houden?
De voorzitter:
U kwam iets later binnen, maar we hebben afgesproken, meneer Van Baarle,
dat de interrupties weliswaar niet in aantal beperkt zijn, maar wel in
tijd, zodat we op tijd kunnen afronden. We moeten stemmen en we hebben
ook nog een Asielbegroting. Dat is dan mijn werk; neemt u mij niet
kwalijk dat ik wel een beetje stuur op de lengte van een interruptie.
Daarmee stuur ik dus niet op het aantal interrupties. 30 seconden is de
norm.
De heer Van Baarle (DENK):
Goed, voorzitter. Ik zou graag aan de heer Sneller willen vragen of hij
beseft hoe dit overkomt op heel veel politieke partijen die nu van de
coalitie horen "wij willen met u samenwerken", terwijl diezelfde
coalitie voorstelt om iets door te voeren waardoor de SP, 50PLUS, de
ChristenUnie, de SGP en andere politieke partijen misschien uit het
parlement geweerd gaan worden in de toekomst.
De heer Sneller (D66):
EƩn. Ik denk dat "democratisch" een beetje sterk gesteld is. Ook de
Kiesraad heeft zich immers op het standpunt gesteld dat een verhoging
van de kiesdrempel prima mogelijk is binnen de grenzen van onze eigen
Grondwet, zonder dat dit tegen de Grondwet ingaat. We hebben nu zo
ongeveer het meest evenredige stelsel ter wereld. Ik denk dus dat dat
wel meevalt. De heer Van Baarle hoeft mij niet uit te leggen hoe dat
voelt. Ik werkte jarenlang voor onze fractie van drie zetels in dit
parlement, dus ik snap heel goed wat daar de bezwaren tegen zijn.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Als de heer Sneller heel goed beseft wat de bezwaren daartegen zijn,
blijft het de vraag waarom hij namens een partij met de naam Democraten
66 zoiets gaat doen als het invoeren van een kiesdrempel, waarmee kleine
politieke partijen, die van meerwaarde zijn voor het parlement omdat ze
onderwerpen naar voren brengen die grote politieke partijen laten
liggen, worden geweerd. Dat is toch iets wat alleen maar ten dienste
staat van de status quo, van de grote politieke partijen en van de
bestaande macht? Daar mag een politieke partij als D66 toch eigenlijk
nooit voor zijn?
De heer Sneller (D66):
Ook hier geldt dat er hele andere redenen kunnen zijn die veel
revolutionairder zijn, juist in stelsels die minder proportioneel zijn.
Ik denk dat een evenredig stelsel de schokken juist meer kan absorberen,
terwijl je ziet dat stelsels met een hogere kiesdrempel soms juist
leiden tot grotere veranderingen en grotere swings. Tegelijkertijd denk
ik: we gaan dat onderzoeken. Ik denk dat de argumenten die de heer Van
Baarle nu naar voren brengt een belangrijke plek verdienen in die
discussie. Ik denk dat er in zo'n onderzoek ook een belangrijke
uitnodiging ligt: wat is het probleem nou precies en wat zijn de
afwegingen die we daarin maken? Dan hebben we daarover, volgens mij heel
democratisch, hier een goed debat over. Er staat niet: wij gaan dat
invoeren. Dat moet de heer Van Baarle er dus ook niet van maken.
De voorzitter:
De heer van Baarle tot slot.
De heer Van Baarle (DENK):
Ja, tot slot, voorzitter. DENK is niet voor niets opgericht. Dat geldt
voor meer politieke partijen in dit huis. DENK is opgericht omdat wij
gezien hebben dat er bij onderwerpen zoals discriminatie, racisme,
moslimhaat en het integratiedebat gewoon een gebrek is aan een bepaald
perspectief dat wel in de samenleving speelt, maar geen weerklank krijgt
in dit parlement. Met een kiesdrempel hou je dat geluid buiten het
parlement en concentreer je de macht bij grote partijen. Ik zeg dus
nogmaals in de richting van de heer Sneller: D66 zou dit nooit mogen
doen.
De voorzitter:
Ik hoor geen vraag maar een standpunt van de heer Van Baarle, meneer
Sneller.
De heer Sneller (D66):
Nogmaals, ik denk dat de heer Van Baarle een aantal argumenten om het
niet te doen of om de toegankelijkheid van het stelsel hoog te houden,
goed naar voren brengt. Ik luister daar graag verder naar en zal de
discussie met hem, maar ook met anderen blijven voeren.
De voorzitter:
Wordt vervolgd. Daarmee bent u aan het einde van uw bijdrage. Dan geef
ik het woord aan de heer Erkens, die spreekt namens de VVD.
De heer Erkens (VVD):
We gaan nog niet lunchen, zegt de voorzitter.
De voorzitter:
Nee. Aan u het woord.
De heer Erkens (VVD):
Dank u, voorzitter. De Nederlandse overheid kan en moet beter gaan
werken: effectiever, efficiƫnter en moderner. Dat is geen ideologische
wens maar een praktische noodzaak, want we zien een overheid die groter
is dan ooit, maar ook op steeds meer dossiers vastloopt. Vergunningen
blijven jaren liggen, waardoor er geen woningen gebouwd kunnen worden.
Burgers en ondernemers verdwalen in loketten en regelingen. We hebben de
uitvoering verdronken in te gedetailleerd beleid en daarmee onwerkbaar
gemaakt, ook hier vanuit de Kamer, ook wijzelf. De overheid is daardoor
groter en duurder dan ooit, maar levert tegelijkertijd steeds minder
goed op haar kerntaak. Dat zie je terug in het vertrouwen van mensen in
politiek en bestuur. Dat vertrouwen is laag en komt niet vanzelf terug;
dat moet worden terugverdiend. Vertrouwen wordt hersteld wanneer de
politiek samenwerkt in plaats van ruzie maakt. Vertrouwen wordt hersteld
wanneer moeilijke keuzes niet worden ontweken. Vertrouwen wordt hersteld
wanneer de overheid doet wat zij belooft en levert wat zij moet
leveren.
Voorzitter. Daarom is het goed dat er een akkoord ligt voor een nieuw
kabinet dat deze opgave onderkent. De tijd waarin we leven, van
technologische versnelling en geopolitieke onzekerheid, vraagt om
fundamentele hervormingen. De oplossing is niet meer van hetzelfde, in
de vorm van een almaar uitdijende overheid, maar een overheid die weer
werkt en prestaties levert: effectiever, efficiƫnter en moderner. Andere
landen met een kleine overheid laten zien dat een kleine overheid
tegelijkertijd ook een beter functionerende overheid kan zijn. Nederland
kan dat ook. Juist in deze uitdagende tijd hebben we iedereen nodig die
wil bijdragen aan die beter functionerende overheid: ambtenaren die elke
dag hun werk doen en mensen van buiten de overheid die hun expertise
willen inzetten om ons land vooruit te helpen. De afgelopen jaren heb ik
gesproken met experts in binnen- en buitenland over deze
overheidshervormingen. Ik heb een tijd terug hierover een initiatiefnota
ingediend. Ik zie uit naar de behandeling daarvan in de Kamer.
Dat kan door vakmanschap centraal te stellen, te sturen op prestaties,
strategisch te krimpen waar het kan en de afhankelijkheid van externe
inhuur terug te dringen. Onze overheid moet weer tot de top vijf van de
wereld gaan behoren. Ik ben dan ook trots dat veel van de plannen ook in
het coalitieakkoord zijn beland. Dat vergt veel uitwerking, maar ik heb
al een aantal vragen hierover aan de bewindspersonen. Dat betreft
allereerst de afhankelijkheid van externe inhuur. Het kabinet heeft
uitgesproken dat de Roemernorm van maximaal 10% aan uitgaven aan externe
inhuur gehaald moet worden. Een belangrijke oorzaak dat het huidige
percentage zo hoog is, is het ontbreken van een aantrekkelijk en
concurrerend salarispad voor experts in onder andere het IT-domein
binnen de overheid. Hierdoor wordt expertise niet binnenshuis gehouden
en moeten dure externe krachten worden ingehuurd. Dat kost de
belastingbetaler uiteindelijk een heel stuk meer geld. Hoe kan het
kabinet ervoor zorgen dat specialistische expertise structureel binnen
de rijksdienst wordt beloond en behouden? Voor welke andere
specialistische functies geldt deze situatie, zo vraag ik de
minister.
Dan de Algemene Bestuursdienst. Deze dienst speelt een sleutelrol ā¦
De voorzitter:
Voordat u daaraan begint, heeft u een interruptie van mevrouw
Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
De heer Erkens sprak over de waardering voor mensen die werken voor het
Rijk. Daarom heb ik voor hem een simpele vraag. Ik denk dat hij namens
de VVD als law-and-orderpartij ook gevangenispersoneel heel erg
waardeert. Wat verdient een gevangenbewaarder of, laten we zeggen, een
penitentiair inrichtingswerker? Wat verdienen zij?
De heer Erkens (VVD):
Ik weet welk pad we gaan afwandelen, dus laten we gewoon naar de
discussie over de nullijn gaan, want waarschijnlijk is dat de vraag die
mevrouw Beckerman wil stellen. Ik heb natuurlijk niet elke functieschaal
en -indeling van elke werknemer binnen de overheid scherp voor mezelf.
Het kabinet geeft in de brief aan dat het een openingsbod is. Ik vind
zelf de route van de nullijn niet de meest verstandige om een
taakstelling binnen de overheid te behalen. De hele hervorming die ik
voor me zie betekent dat de overheid kleiner en effectiever wordt, maar
betekent ook dat je de juiste mensen goed beloont en kan behouden, met
name ook in de uitvoering. Wat ik dadelijk aan de minister ga vragen, is
om in gesprek met de vakbonden te kijken of je ook op een andere manier
de taakstelling kan bewerkstelligen, juist om deze belangrijke mensen in
de uitvoering perspectief te geven.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, vervolgvraag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Aan D66 stelde ik de vraag over de schoonmakers, aan de VVD over de
gevangenbewaarders. De reden dat ik die vraag stel is dat heel veel
politici geen idee hebben wat die salarissen zijn, terwijl ze
tegelijkertijd wel pleiten voor hogere waardering voor anderen. Wat zou
de VVD dan een reƫle beloning vinden? We zien nu, en uit onderzoek
blijkt, dat deze salarissen lager liggen dan elders. Juist in de lagere
salarisschalen zien mensen de kosten enorm stijgen.
De heer Erkens (VVD):
Ik ga niet vanuit de Kamer voor elke functie een salaris bepalen en
bepalen wat daar eerlijk en fair voor is. Volgens mij moet dat gewoon
goed onderzocht worden door het kabinet en moet dat in de uitwerking met
de vakbonden vastgesteld worden, zoals deze processen altijd lopen. Ik
snap dat mevrouw Beckerman deze interruptie op deze manier heeft
voorbereid, maar ik heb net al een antwoord gegeven op de vraag waar zij
naartoe gaat, namelijk de vraag over de nullijn en het feit dat mensen
er niet op vooruitgaan. Mij lijkt het logisch dat de minister in de
gesprekken ook de ruimte voelt om te kijken of hij de besparing op
andere manieren kan realiseren. Wij willen als VVD een kleinere
overheid, maar die moet wel effectiever zijn. Dat betekent dat je de
juiste mensen, met name ook in de uitvoering of met een bepaalde
expertise, bijvoorbeeld op het gebied van IT, dat ik net noemde,
waardoor we veel externe inhuur hebben, ook goed kan belonen. Ik hoop
dat mevrouw Beckerman ook hoort dat wij best wel nader tot elkaar komen,
als ik goed ingeschat heb waar zij naartoe wil met deze
interrupties.
De voorzitter:
Ik zat al op drie vragen, mevrouw Beckerman. Of tel ik niet goed?
De heer Erkens (VVD):
Het waren er twee.
De voorzitter:
Laatste keer, mevrouw Beckerman. Excuus, ik moet beter tellen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb die interruptie inderdaad voorbereid. Ik neem aan dat we allemaal
het debat voorbereiden. Dit punt is heel urgent, want er worden acties
aangekondigd door deze essentiƫle ambtenaren. Die zijn heel essentieel.
In mijn provincie is het vandaag code rood. We hebben Rijkswaterstaat
heel hard nodig. Maar deze mensen zijn wel op de nullijn gezet. Ook aan
de heer Erkens is mijn vraag de volgende. In het coalitieakkoord van
vrijdag worden wel hoge salarissen aangekondigd voor echt hoogbetaalde
ambtenaren. Die mogen omhoog. De heer Erkens zegt nu echt wel ruimte te
willen zoeken, ook voor lagere salarisschalen. Is dit dan niet de hele
logische route, om te gaan kijken of we deze beroepen niet moeten gaan
herwaarderen bij de overheid, omdat zonder deze mensen Nederland echt
stilstaat? Waarom wel voor de top voor hoger pleiten en niet duidelijk
willen zijn over al deze essentiƫle beroepen?
De heer Erkens (VVD):
Ik pleit ook niet voor hogere salarissen voor de hele ambtelijke top.
Wat er in het akkoord staat, is dat er gekeken wordt hoe we ervoor
kunnen zorgen dat de juiste expertise binnen de overheid gehaald kan
worden, zodat we niet hele dure externe krachten moeten inhuren. Ook gaf
ik net aan dat het bij ons met name erom gaat dat de overheid
effectiever en kleiner wordt. En dat betekent dus dat je de juiste
mensen goed kan belonen en dat je de mensen in de uitvoering ook goed
kan belonen. Ik heb al tweemaal aangegeven dat de minister wat mij
betreft ook de ruimte heeft om in zijn gesprekken met die vakbonden de
alternatieve routes te zoeken. Volgens mij vinden mevrouw Beckerman en
ik elkaar hier eigenlijk dus best wel goed in. Ik zie haar ook
instemmend knikken.
De heer Flach (SGP):
Ja, ik wil het over een heel ander onderwerp hebben. Bij de vorige
behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken, op 9 oktober 2024,
hebben we het gehad over de kiesdrempel. Ik heb dat toen een oude ballon
genoemd die voor de zoveelste keer werd opgeblazen. We waren allemaal
getuige van de roemloze ondergang van de motie-Erkens, louter gesteund
door zijn eigen fractie. Nu komt datzelfde idee bij het CDA vandaan, dat
toen nog maar net bekomen was van een terugval naar vijf zetels. Mijn
vraag aan de heer Erkens is of hij ze niet verteld heeft hoe het is
verlopen op 9 oktober 2024.
De heer Erkens (VVD):
Ik zag bij die motie zelfs dat een aantal fractiegenoten van mij toch
beschaamd hun hand omlaag deden, waardoor ik daar op dat moment
eigenlijk in mijn eentje zat. Uiteindelijk is het probleem, zoals ik het
zie, dat de politiek vrij versnipperd is. Je ziet dat je daardoor
eigenlijk op bepaalde onderwerpen vaak toch meer ondersteuning nodig
hebt om de diepte in te kunnen gaan. De heer Flach loopt heel veel
debatten af en doet dat uitstekend. Ik denk wel dat er een discussie
gaande is, ook in de maatschappij, over hoe je ervoor zorgt dat onze
democratie goed kan functioneren. De kiesdrempel is daar een mogelijke
route voor. Maar ik zie natuurlijk ook de weerstand en het verzet dat
het uiteindelijk oproept bij partijen die aan de kant van de discussie
zitten, of ze daarmee terugkomen of niet, en die een hele mooie
parlementaire traditie hebben. Er staat daarom ook enkel in dat het een
onderzoek is en dat we hierover met elkaar in discussie gaan in het
parlement. Ik denk dat de heer Flach en ik de komende tien jaar bij deze
begroting steeds dezelfde discussie met elkaar kunnen voeren.
De voorzitter:
De heer Flach heeft een vervolgvraag.
De heer Flach (SGP):
Ik ben blij om te zien dat het enthousiasme bij de heer Erkens ook tot
het nulpunt gedaald is; dat geeft moed wat dat betreft. We hebben toen
namelijk ook gewisseld dat 1,5 miljoen mensen dan niet vertegenwoordigd
zouden zijn in deze Kamer. Dat versterkt niet de democratie, maar
vergroot eerder de tegenstellingen. We horen nog steeds bij de vijf
gelukkigste volkjes van de wereld, ondanks, of misschien wel dankzij,
dat versnipperde stelsel. Ik zou dus op z'n minst willen meegeven, als
dat onderzoek dan toch gaat plaatsvinden, om ook eens te kijken naar de
mooie effecten die het heeft. Natuurlijk kost zo'n begrotingbehandeling
iets meer tijd, maar iedere Nederlander weet zich hier vertegenwoordigd
in deze zaal. Ik ben dus blij dat u dat idee in ieder geval ook
aanhangt.
De voorzitter:
Goed. Ik hoor geen vragen meer, meneer Erkens, dus we gaan ā¦
De heer Erkens (VVD):
Even een hele korte reflectie, voorzitter. Ik vind dat de heer Flach het
wel mooi verwoordt. We hebben volgens mij een heel mooi parlementair
systeem in Nederland. Zoals de heer Sneller zei, zie je dat het ook wel
veel beter tegen een stootje kan als je het vergelijkt met andere
landen. We moeten dus volgens mij ook niet het kind met het badwater
weggooien. We gaan hier tegen die tijd gewoon een inhoudelijke discussie
over voeren.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Volgens mij is de kern van onze Nederlandse democratische rechtsstaat
dat we ook altijd de minderheden in het oog houden, omdat we weten dat
we allemaal op een dag een minderheid zijn. Dat laten we juist ook mooi
in ons representatieve stelsel zien, maar dat gaat natuurlijk wel tot
aan de 150 Kamerzetels. Niet iedere burger kan hier zomaar komen
spreken, want we hebben wel allemaal kiezersmandaat. Ik zie, net als
collega Erkens, dat de versplintering absoluut ook negatieve gevolgen
heeft. Mijn vraag is of we het dan niet veel meer zouden moeten hebben
over afsplitsing en bijvoorbeeld kiezersmandaat?
De heer Erkens (VVD):
Dat is wat mij betreft ook een onderdeel van die discussie. Je moet het
in het bredere plaatje zien. Ik denk dat, tegen de tijd dat dit
onderzoek naar een kiesdrempel uitkomt, je met elkaar moet gaan
bespreken welke problemen we met elkaar willen oplossen in het bredere
geheel en of dit een deel van die oplossing daarvoor is of niet. Dan
kunnen een heleboel andere aspecten natuurlijk ook aan bod komen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik wil niet telkens dezelfde beeldspraak gebruiken, maar opnieuw wordt
het paard achter de wagen gespannen. Eerst wordt er een middel gepakt,
namelijk het verhogen van de kiesdrempel. Dat gaat onderzocht worden.
Maar het doel is bevorderen dat de politiek beter werkt. We moeten in
het kader van alle afsplitsingen en alle versplintering kijken hoe we
ervoor kunnen zorgen dat de gewortelde stromingen het ideologische debat
hier met elkaar kunnen voeren. Is collega Erkens het met mij eens dat je
dan veel beter die onderzoeksopdracht zou kunnen veranderen in hoe je de
politiek kunt versterken op deze punten en de versplintering op
verschillende manieren tegen kan gaan?
De heer Erkens (VVD):
Ik vind zelf een onderzoek naar een kiesdrempel niet onlogisch, met alle
voor- en nadelen die daarbij komen kijken. Mevrouw Bikker geeft aan: ik
denk dat die discussie beter gevoerd kan worden als we die opdracht
verbreden. Ik vind dat geen gekke gedachte.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ben blij dat te horen, want ik ben altijd met collega Erkens
opgetrokken op het gebied van onnodige onderzoeken en allerlei advies-
en consultantbureaus die goudgeld verdienen aan ideeƫn waarvan we
eigenlijk zelf al wisten dat die slecht waren. Daar zijn we tegen. Ik
moedig collega Erkens dus van harte aan om samen met mij te kijken wat
we beter kunnen doen zonder dat we allerlei advies- en consultantbureaus
aan het werk zetten met belastinggeld.
De heer Erkens (VVD):
Ik vind dit een mooi voorstel. Mevrouw Bikker en ik zullen elkaar buiten
dit interruptiedebatje opzoeken. Volgens mij willen we een probleem
oplossen met elkaar en kun je daar een bredere discussie over
voeren.
De voorzitter:
Meneer Vermeer, welkom. U heeft een vraag aan de heer Erkens.
De heer Vermeer (BBB):
Sorry dat ik wat later was in verband met een box 3-debat.
De voorzitter:
Dat is helemaal niet erg.
De heer Vermeer (BBB):
Mijn vraag aan de heer Erkens hierover is: vindt de heer Erkens dat de
grote crisissen in dit land veroorzaakt zijn door kleine of grote
partijen?
De heer Erkens (VVD):
Veel van de problemen die wij in dit parlement ondervinden, hebben we
ook deels met elkaar veroorzaakt in dit parlement. Dat heeft niet te
maken met de grootte van partijen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dan is mijn vervolgvraag: als we dan toch een onderzoek doen, moeten we
dan niet naast een kiesdrempel ook nog een kiesplafond instellen om te
voorkomen dat er nog meer grote partijen zijn die grote problemen
veroorzaken?
De heer Erkens (VVD):
Ik zie het voorstel van de heer Vermeer voor een kiesplafond wel
tegemoet, maar ik denk dat een verbreding van deze discussie in de
commissie voor Binnenlandse Zaken heel logisch zou zijn. Die discussie
had ik net ook met mevrouw Bikker. Volgens mij proberen we met elkaar
een probleem op te lossen, namelijk: hoe zorg je dat een parlement met
150 leden effectief zijn werk kan uitvoeren en zijn er op dat gebied
meerdere routes die naar Rome leiden? Ik ben niet per se fan van het
voorstel voor een kiesplafond, maar die bredere discussie lijkt mij hier
wel logisch.
De voorzitter:
Tot slot. O, meneer Vermeer loopt terug. Meneer Erkens, vervolgt u uw
betoog.
De heer Erkens (VVD):
Dan gaan we door naar de Algemene Bestuursdienst. Deze dienst speelt een
sleutelrol in het functioneren van de overheid en gaat over het topkader
van onze overheid. Wat ons betreft wordt er echter nog te weinig
gestuurd op expertise. Ook wordt er vaak in dezelfde netwerken
gerekruteerd. Toppers vanuit het bedrijfsleven, de onderzoekswereld, de
uitvoering, het onderwijs of wat dan ook maken te weinig de overstap
naar deze functies. Daarom pleiten we voor langere zittingstermijnen,
dus niet te veel rouleren tussen departementen, maar echt expertise
opbouwen. Ook pleiten we voor fors meer extern werven, vanuit al die
organisaties en velden die ik net noemde. Ik vraag aan de minister:
welke concrete stappen kunnen er gezet worden om de ABD zodanig te
hervormen?
Voorzitter. Een professionele overheid vraagt ook om duidelijke
verwachtingen en het belonen van prestaties. Op dit moment stuurt de
overheid te weinig op meetbare productiviteit en resultaten, met als
gevolg dat het werk van hardwerkende ambtenaren onvoldoende wordt
beloond en er in sommige organisaties een cultuur van middelmatigheid
kan ontstaan. Daarbij zie je: als je extra stappen zet, wordt dat niet
erkend. Dat is zonde.
Wie hard werkt, moet sneller kunnen doorgroeien en moet dat sneller
kunnen terugzien, ook in de vorm van een beloning, zoals ik net in mijn
interruptiedebat met mevrouw Beckerman ook aangaf. Het gaat echt niet
alleen om topfuncties; het gaat om de hele ambtelijke organisatie.
Daarom zijn we benieuwd ā ik heb het al gezegd ā of de minister
alternatieven zag of ziet voor de nullijn in de salarisontwikkeling om
de taakstelling te halen. Er kon immers ook gekozen worden voor een
hervorming waarbij de overheid inkrimpt, maar we goede mensen wel
blijven belonen. Graag een reactie van de minister hierop. Hoe borgt de
minister dat de Rijksoverheid een aantrekkelijke werkgever blijft en
hiermee geen demotiverend signaal afgeeft, waardoor juist de goede
krachten vertrekken?
De heer Struijs (50PLUS):
Even een vraag over de ABD. Voor 50PLUS is die een doorn in het oog. Er
wordt in de ABD-top, en zeker in de uitvoerende organisaties, veel
gesproken over "regenwormmanagement". Dat wil zeggen: als je een
regenworm doormidden slaat, heb je er twee. Er wordt niet voldoende
geselecteerd aan de hand van diversiteit en de universiteit van het
leven. Daarbij kijk ik vooral naar wetenschappelijke achtergronden. Wij
zeggen weleens: geef wat meer ruimte aan de socioloog en de filosoof.
Bent u het eens met deze stelling? Zo ja, wilt u daarin dan samen met
50PLUS optrekken?
De heer Erkens (VVD):
Ik ben het hier volledig mee eens. Ik denk dat er breder geworven moet
worden. Op dit moment vissen we met name uit dezelfde vijver en
waarderen we dezelfde kenmerken. Volgens mij zou het heel gezond zijn
als we dat zouden verbreden, onder andere naar de voorbeelden die de
heer Struijs noemde, maar ik heb er ook nog een aantal. Ik trek daar
graag samen in op.
De voorzitter:
Een vervolgvraag, meneer Struijs?
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb eigenlijk een vraag op een ander terrein, namelijk AI. Momenteel
lopen er vele pilots met AI onder rijksambtenaren en gemeenteambtenaren.
Die zijn zeer succesvol. Het is geen wondermiddel, maar de kwaliteit en
de efficiƫntie neemt toe. We zien echter dat die uitkomsten toch een
beetje worden gedempt, omdat mensen ook een beetje bang zijn voor hun
baan. Ik denk dat dat niet nodig is. Bent u het met mij eens dat de
regulering van AI, met positieve en negatieve dingen, onderdeel moet
zijn van het hele ambtenarenapparaat, als we er toch naar gaan
kijken?
De heer Erkens (VVD):
Daar ben ik het volledig mee eens. De heer Struijs wist misschien hoe
mijn inbreng zich ging vervolgen, want ik heb daar dadelijk ook nog een
uitgebreid stuk over. Althans, dat dacht ik. Het biedt grote kansen en
we hebben een krappe arbeidsmarkt. We zien dat een groot deel van de
mensen bij de overheid, met name in de uitvoering, in de komende jaren
met pensioen gaat. De heer Struijs kent de situatie bij de politie
natuurlijk heel goed. Ik denk dat AI een kans biedt om bureaucratische
activiteiten inderdaad deels te automatiseren, zodat we juist mensen
vrijspelen voor de uitvoering, dus zeker, het moet in het DNA van de
hele overheid komen.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb twee keer ja; ik ga snel zitten!
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai, op dit punt.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik was even aan het luisteren naar de inbreng van de heer Erkens. Ik
ging een beetje terug naar de jaren tachtig. Toen was ik trouwens nog
niet geboren.
De heer Erkens (VVD):
Ik ook niet.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Toen speelde heel erg de discussie over New Public Management, een
efficiƫntere overheid, maar we weten toch eigenlijk al dat dat leidt tot
meer administratie, een verlies van politieke controle, doorgeschoten
verantwoording, want meten is weten, en ook het verlies van publieke
waarde bij de overheid?
De voorzitter:
En uw vraag is?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dat gaat toch ook niet helpen bij dat gebrek aan vertrouwen in de
politiek, dat de heer Erkens aan het begin van zijn betoog noemde?
De heer Erkens (VVD):
Deze interruptie is terecht. Als we doorslaan en alles proberen te
vatten in cijfers, dan krijg je een ander probleem. Dan gaan we een
nieuw administratief circus optuigen met elkaar. Waar ik heen zou
willen, is dat we ambtenaren en mensen in de uitvoering minder vanuit de
beleidsdepartementen in Den Haag zouden voorschrijven hoe ze hun werk
moeten doen, dat dat meer op hoofdlijnen wordt vastgelegd en dat er aan
de hand van het resultaat getoetst wordt of het werk goed uitgevoerd
wordt. Dat zou in de praktijk betekenen dat mensen in de uitvoering soms
ook meer ruimte krijgen om zelf een besluit te nemen als ze zien dat het
in de praktijk knelt. We proberen hier in Den Haag de regels dusdanig
gedetailleerd te maken dat we eigenlijk elke uitzondering daar ook in
vatten. Ik zou het mooi vinden als we die voor 80% van de situaties, de
meest voorkomende gevallen, uitwerken en dat voor die 20% van de
gevallen die niet in al die gedetailleerde regels wordt gevat, de
ambtenaren in de uitvoering de ruimte krijgen om daar zelf een besluit
over te nemen. Alleen, dat betekent wel dat je moet meten wat de
uitkomsten zijn van de ruimte die je biedt. Dat kan ook best hoog
over.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Op zich ben ik het daar wel mee eens, maar voor die menselijke maat is
het dan toch ook belangrijk dat je genoeg capaciteit hebt bij de
overheid en dat er genoeg beslissingen door mensen worden genomen? Ik
zag ook het amendement van de heer Erkens over AI. Daar maak ik me dan
toch zorgen over als ik dit allemaal hoor, ook met bijvoorbeeld de
toeslagenaffaire in het achterhoofd. Deelt de heer Erkens die
zorgen?
De heer Erkens (VVD):
Als een besparing op de overheid zou betekenen dat je met name in de
uitvoering goede mensen verliest, dan steken we het inderdaad niet goed
in met elkaar. Ik zie AI als kans om juist veel van de administratieve
taken te automatiseren, zodat je mensen vrijspeelt om die menselijke
maat toe te passen. Ik denk dat dat de toekomst is van deze technologie.
Het zorgt er juist voor dat heel veel taken die geautomatiseerd kunnen
worden, geautomatiseerd worden, waardoor we mensen en hun tijd
vrijspelen om direct contact met de burger te hebben. Alleen, dat
betekent dus ook dat wij als politiek niet alles moeten dichtregelen,
zodat ze wel zelf een besluit kunnen nemen en mensen kunnen helpen. Het
is allemaal nog hoog over en abstract. Dit zijn belangrijke discussies.
Ik denk dat we in de uitwerking hiervan zeker een goede, inhoudelijke
discussie kunnen voeren om nader tot elkaar te komen. Volgens mij willen
we hierin namelijk hetzelfde bereiken.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai, tot slot.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dat denk ik ook, maar ik vind die taakstelling van 1 miljard extra die
in het nieuwe regeerakkoord staat en die boven op de taakstelling van
22% uit het vorige regeerakkoord komt, toch wat visieloos. Ik denk
namelijk dat als deze gedachte erachter zit, je eerst moet kijken naar
wat daarvoor nodig is, in plaats van al aan het begin een bedrag op te
leggen in een taakstelling. Ik help de heer Erkens dus hopen dat het
goedkomt. Ik kijk uit naar leuke inhoudelijke discussies, maar er is ook
meer voor nodig, zou ik de heer Erkens willen meegeven.
De heer Erkens (VVD):
Dat neem ik mee. Wat betreft de taakstelling en het akkoord denk ik zelf
dat je uiteindelijk ook niet gaat hervormen en geen keuzes gaat maken
aan de voorkant als er geen prikkel is om dat te doen. Daar geloof ik
wel heel erg in. Maar ik ben het wel eens dat we er met elkaar voor
moeten waken dat het niet ten koste gaat van de kwaliteit van de
uitvoering. Volgens mij willen we met deze hervormingen juist zorgen dat
we de ambtenaren in de praktijk vrijspelen om mensen beter te helpen en
willen we alle complexe regelgeving waar mensen in vastlopen,
versimpelen. Ik zie uit naar dat debat.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Erkens (VVD):
Dan ga ik door. Tegelijkertijd vergt samenwerking en kennisoverdracht
ook weer meer fysieke aanwezigheid op kantoor. De thuiswerkcultuur bij
de overheid lijkt op sommige vlakken wel ver te gaan. Het is uiteraard
heel logisch als je een dag thuiswerkt om het te kunnen combineren met
een gezin of mantelzorg. Die ruimte moet er altijd blijven. Daar is geen
discussie over. Maar dat is wat anders dan ambtenaren die voltijds in
het buitenland wonen en alleen kunnen inbellen via Teams. Teams en
samenwerkingsverbanden worden in de praktijk gevormd door elkaar te
zien, door informeel ideeƫn op te doen bij de koffieautomaat. De
productiviteit ligt ook hoger als je die focus kan hebben met elkaar.
Graag hoor ik van de minister wat de impact is van het huidige
thuiswerkbeleid op de productiviteit. Wordt dit gemeten en, zo nee, is
de minister van plan dit te doen? Klopt het dat het thuiswerkbeleid uit
de coronaperiode ā dat was toentertijd een noodmaatregel ā binnen de
overheid in veel gevallen is voortgezet en ook niet is veranderd of
afgebouwd? Is het correct dat het deels daardoor een mooie secundaire
arbeidsvoorwaarde is geworden? Is dat gebeurd op basis van evaluaties en
onderzoek of is het na de epidemie eigenlijk gewoon doorgezet omdat we
het nou eenmaal hadden?
Voorzitter. Ambtenaren hebben dit werk gekozen om hun steentje bij te
dragen aan de samenleving, niet om de hele dag formulieren in te vullen
of gegevens handmatig door te akkeren. Dat is bijvoorbeeld het geval bij
tijdsintensieve Woo-processen. Juist daar kan AI ondersteunend in zijn,
om verzoeken sneller en met minder fouten af te handelen, zodat we
daarvoor minder mensen nodig hebben en zij voor andere taken ingezet
kunnen worden. We zien ook grote kansen om met de gerichte inzet van AI
de productiviteit te verhogen. Zonder deze inzet dreigt de overheid vast
te lopen in stijgende kosten zonder daar resultaat voor terug te zien.
Bij welke concrete processen wil de minister AI inzetten om de
productiviteit te vergroten? Zou een pilot bij de Woo misschien een
logisch begin zijn? We zien immers dat de ministeries en de gemeentes
heel veel mankracht kwijt zijn met het handmatig afdoen van al die
verzoeken.
Voorzitter. Onze overheid is onnodig complex en groot geworden. Daarom
ben ik benieuwd of de minister ook aan de voorkant naar alle taken en
verantwoordelijkheden heeft gekeken. Welke gerichte keuzes zou je daarin
nog kunnen maken? Waar moet de overheid sterk staan en waar gaan we te
veel in detail? In het verleden is op andere onderwerpen vaak een
interdepartementaal beleidsonderzoek uitgevoerd. Dan wordt alles
helemaal doorgelicht om alle opties te inventariseren. Gelet op de
besparing die in het coalitieakkoord is opgenomen voor 2028, lijkt het
mij niet gek om ook hierop zo'n onderzoek uit te zetten. Dan kunnen we
in de Kamer aan de voorkant een gericht debat met elkaar voeren: welke
keuzes willen we wel maken, welke keuzes willen we niet maken en wat
zijn de implicaties van die keuzes? Is de minister bereid na te gaan of
hiervoor zo'n ibo gestart kan worden, zodat je gericht een taakstelling
kan invoeren en niet, zoals in het verleden vaak gebeurde, de kaasschaaf
hanteert, waardoor we uiteindelijk het probleem dat we willen oplossen,
niet oplossen en toch teruggaan naar de oude patronen?
Voorzitter. Tot slot wil ik mijn waardering uitspreken voor al die
goede, gemotiveerde mensen die de overheid rijk is en die elke dag weer
proberen om Nederland een tikkeltje beter te krijgen. Zij verdienen een
overheid die hun minder in de weg zit en hun prestaties beter
waardeert.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Erkens. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van
mevrouw Tseggai. Zij spreekt namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Tseggai, er is wat onrust over de lunch. Zal ik het even delen?
Dat is altijd goed voor de mentale voorbereiding. In de ideale wereld
ronden we de eerste termijn af, waarna we gaan lunchen ā om 14.00 uur ā
en vervolgens gaan stemmen. Misschien moet je dat nooit delen ā ik kijk
nu even naar de voormalig Voorzitter ā maar ik zit op schema: deze
termijn in twee uur afronden.
Dat gezegd hebbend, geef ik het woord aan mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat iedereen zich ondanks de lage bloedsuikerspiegel toch kan
concentreren op mijn inbreng.
Voorzitter. We bespreken deze begroting vandaag in een best wel gekke
setting. Het jaar is al begonnen, de begroting is gemaakt door een
dubbeldemissionair kabinet en we hebben net de plannen van het
aankomende kabinet gezien. Het is dus een beetje gek, maar ik geloof dat
we allemaal ons best gaan doen om er een zo goed mogelijk debat van te
maken. In mijn inbreng wil ik graag bij vier punten stilstaan.
Allereerst ga ik in op de medeoverheden. Een discussie over
interbestuurlijke verhoudingen komt al snel een beetje saai over, maar
gezien de belangrijke taken die provincies, waterschappen en gemeenten
allemaal uitvoeren, is zij dat allerminst. De gemeente is de overheid
die het dichtst bij mensen staat. Iedereen heeft ermee te maken, of het
nu gaat om het aanvragen van een paspoort, een bouwvergunning of een
uitkering, of dat je gebruik wilt maken van voorzieningen zoals het
buurthuis, de bibliotheek of de sportclub. En dan heb ik het nog niet
eens gehad over het onderhoud van de straat of over afval. Voor al deze
cruciale voorzieningen staan gemeenten aan de lat. We zien dat gemeenten
steeds meer financiƫle druk ervaren bij het in stand houden van deze
voorzieningen. Dat speelt al vele jaren.
Het kabinet heeft het ravijnjaar wel tijdelijk opgelost, maar eigenlijk
vooral vooruitgeschoven naar 2028. In het nieuwe coalitieakkoord staan
mooie woorden over samenwerken met gemeenten, maar daarvoor is niet echt
extra structureel geld gereserveerd, alleen incidenteel geld via een
gemeenschapsfonds. We weten allemaal dat, als er geen afspraken worden
gemaakt, gemeenten en daarmee dus de hele samenleving zich in 2028 voor
een groot probleem gesteld zien. Ik ben benieuwd of de huidige minister
kan bevestigen dat extra geld nodig is om dat ravijnjaar in 2028 af te
wenden.
Voorzitter. Ik kom bij mijn tweede onderwerp. Het ging er net al even
over: het Rijk als werkgever. Ook hier maak ik mij zorgen over. Zoals de
heer Erkens net al zei, werken bij de Rijksoverheid inderdaad veel
deskundige en toegewijde mensen: beleidsambtenaren en mensen van de
Rijksschoonmaakorganisatie, maar ook ambtenaren bij
uitvoeringsorganisaties. Er wordt keihard gewerkt om de dienstverlening
van de overheid zo goed mogelijk vorm te geven. Mijn fractie zou het
goed vinden als wij hier ook politiek waardering voor uitspreken en niet
alleen maar meegaan met het frame dat ambtenaren onproductief en
inefficiƫnt zouden zijn. Het huidige kabinet lijkt de Rijksoverheid
vooral als een sluitpost te zien voor de financiƫn. Er moest 22%
bezuinigd worden, maar daar lag niet echt een visie aan ten grondslag op
wat de overheid dan niet meer of heel anders zou moeten gaan doen. De
nieuwe coalitie wil er dan ook nog een keer op bezuinigen met maar
liefst 1,5 miljard euro. En de overheid moet misschien wel slagvaardiger
zijn en efficiƫnter, maar er wordt ook fors bezuinigd op subsidies. Wat
er dan precies gaat gebeuren, anders dan dat er minder regels en minder
externe inhuur zou moeten komen, is mij niet helemaal duidelijk. Deze
minister stuurde niet zo lang geleden een brief aan de Kamer, waaruit
bleek dat het nog allerminst gelukt is om de taakstelling te behalen.
Daarom de vraag aan deze minister: is hij het met ons eens dat eerst een
bezuiniging inboeken en daarna pas kijken hoe je die kunt behalen, toch
een beetje de verkeerde volgorde is? En welke risico's ziet de minister
voor de Rijksoverheid als er nog een keer zo fors bezuinigd wordt?
Wat mij in het coalitieakkoord verbaasde, is dat er enerzijds fors
gesneden moet worden in het aantal ambtenaren, maar dat anderzijds de
Wet normering topinkomens voor topambtenaren wordt versoepeld om die
externe inhuur terug te dringen. Ik ben benieuwd of de huidige minister
denkt dat hiermee de externe inhuur daadwerkelijk kan worden
teruggedrongen. Ik noemde net al de mensen bij de
Rijksschoonmaakorganisatie, maar ik zou ook de mensen bij de Dienst
Justitiƫle Inrichtingen willen noemen. Dat zijn ambtenaren die tegen
relatief lage salarissen enorm belangrijk werk doen. Bij de DJI is de
werkdruk enorm. Zij verdienen ontzettend veel waardering, niet alleen in
woord, maar ook in een fatsoenlijk salaris. En het zijn deze ambtenaren
in de lagere salarisschalen die stevig getroffen worden door de nullijn
die dit kabinet dit jaar hanteert. Wat mijn fractie betreft is dat heel
onverstandig. Een generieke nullijn betekent volgens mij juist dat de
personeelstekorten nog verder zullen oplopen. Uit onderzoek van de FNV
blijkt juist dat de uitvoeringsinstanties extra worden geraakt door de
nullijn. Ik zou graag een reactie van de minister hierop zien. Welke
risico's ziet hij? Erkent hij ook dat de nullijn bijdraagt aan de
verdere uitstroom van medewerkers bij cruciale uitvoeringsorganisaties
en dat dit die uitvoeringsorganisaties qua slagkracht eigenlijk terug
kan duwen? En kan hij toelichten, of eigenlijk een update ervan geven,
waar we bij de nieuwe cao nu zijn aanbeland? Hoe zet hij zich ervoor in
dat er alsnog op korte termijn een cao kan worden afgesloten?
Voorzitter. Dan kom ik bij onze democratische rechtsstaat. Ik heb
genoten van de beschouwingen die ik daar net over heb gehoord. We zien
om ons heen dat de democratische rechtsstaat in omliggende landen steeds
meer wordt ondermijnd, dus dat is iets wat we moeten onderhouden. In
deze Kamer debatteren we vaak over de antidemocratische ontwikkelingen
in andere landen, maar ook in ons eigen land zien we dat de
onafhankelijke rechtspraak, vrije media en democratische instituties het
steeds vaker te verduren hebben. Ook politici hebben steeds vaker te
maken met bedreigingen. Dit alles helpt niet om onze democratische
rechtsstaat goed te onderhouden, of goed te houden. Ik ben blij met een
aantal nieuwe maatregelen in het coalitieakkoord, bijvoorbeeld
constitutionele toetsing, het niet inperken van de Wet open overheid en
het invoeren van een lobbyregister. Maar wat ik wel een beetje mis, is
aandacht voor de sociale weerbaarheid. Als mensen in de samenleving niet
meer het gevoel hebben dat de overheid er voor hen is en als we niet
voorkomen dat wie veel geld heeft invloed kan kopen, dan kunnen we op
papier onze democratische rechtsstaat wel heel goed hebben geregeld,
maar dan erodeert de democratie uiteindelijk toch wel. Bij deze
begroting gaan we misschien al deze zorgen niet weg kunnen nemen, maar
de minister kan ervan verzekerd zijn dat GroenLinks-PvdA hier de komende
tijd voorstellen over zal doen, en ook langs de weg van de sociale
weerbaarheid de democratische rechtsstaat zal proberen te
versterken.
Dan, voorzitter, kom ik bij mijn laatste onderwerp: discriminatie en
racisme. Ik had daar net al even een interruptiedebatje over. Ik ben
eigenlijk ontzettend teleurgesteld over wat ik de afgelopen twee jaar in
deze Kamer op dit onderwerp heb gezien, namelijk totale stilstand. Er
zou een nationaal programma komen. Ik was daar erg hoopvol over, maar de
minister heeft besloten om dit te beƫindigen. Ik zou graag willen weten
waarom. Betekent dat dat er geen gecoƶrdineerde aanpak meer zal zijn op
het gebied van discriminatie en racisme in een volgend kabinet? De
versnipperde verantwoordelijkheid in Den Haag helpt niet, dus een
nationaal programma over departementen heen lijkt mij erg belangrijk. Ik
heb hier in de vorige periode ook een motie over ingediend met mijn
oud-collega Koops van NSC, omdat die versnippering een probleem is waar
we al langere tijd tegenaan lopen in deze Kamer. Zou de minister daarop
kunnen reflecteren?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Tseggai, voor uw bijdrage. Dan geef ik het woord aan
de heer Vermeer voor zijn bijdrage in eerste termijn. Hij spreekt namens
de BBB. Aan u het woord.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. BBB is opgericht om de stem van en voor het
platteland en de regio te laten klinken in Den Haag. Te lang zijn het
platteland en de regio onderbelicht geweest bij de totstandkoming van
beleid. Er is een kloof ontstaan tussen Den Haag en de regio, een kloof
die zijn oorsprong al decennia geleden kent. De mensen op het platteland
voelen die afstand al lang, maar in plaats van te luisteren had Den Haag
eerst een onderzoek nodig om dat te erkennen en te herkennen. Dat
onderzoek is er gekomen: Elke regio telt! In het regeerprogramma van het
demissionaire kabinet is uitgesproken dat er uitvoering zal worden
gegeven aan de conclusies van dit rapport. BBB was en is er trots op dat
dit is gelukt. Want precies daarvoor zijn wij opgericht.
Inmiddels zijn de gesprekken met de regio's volop gaande en worden er
plannen besproken. We horen daar ook positieve signalen over. Maar
plannen zijn pas iets waard als ze ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Daarom mijn eerste vraag aan de minister: kan de minister op korte
termijn inzichtelijk maken wat de uitvoeringskosten zullen zijn van het
Nationaal Programma Vitale Regio's? Net als bij de programma's in
Groningen moeten we er namelijk voor zorgen dat we de kosten laag houden
en dat zo veel mogelijk van het te besteden geld op de juiste plek
terechtkomt. Net zoals we Groningen koste wat het kost blijven steunen,
zijn ook andere regio's van groot belang voor de toekomst van ons land.
Daarom zal ik namens mijn fractie in de tweede termijn een motie
indienen om de regering te verzoeken de benodigde middelen zo ruimhartig
als nodig is beschikbaar te stellen om het Nationaal Programma Vitale
Regio's daadwerkelijk tot uitvoering te brengen.
Voorzitter. Dan het Gemeentefonds. Knaken moeten taken volgen. Gemeenten
krijgen steeds meer verantwoordelijkheden, maar het financiƫle plaatje
blijft daarbij achter. Daarom vraag ik de minister of hij alsnog bereid
is om te onderzoeken welk deel van het Gemeentefonds daadwerkelijk
opgaat aan medebewindstaken en welk deel resteert voor autonome taken
van gemeenten.
Over gemeenten gesproken: ik wil ook graag iets zeggen over lokale
politieke partijen. BBB ziet lokale partijen als de ruggengraat van onze
lokale democratie. Niet voor niets zijn het feitelijk de grootste
partijen van Nederland. Het is niet uitlegbaar dat landelijke partijen
wel subsidie ontvangen, terwijl lokale partijen zonder landelijke
evenknie die niet krijgen. Collega Clemminck van JA21 heeft een
amendement ingediend om al gereserveerde middelen eerder een bestemming
te geven. Wij staan in principe welwillend tegenover dat amendement.
Graag hoor ik ook van de minister hoe hij daartegen aankijkt. Overigens
hebben die partijen ook zonder subsidie vaak vele verkiezingen gewonnen.
Ik kan er zelf over meepraten. Het gaat niet alleen om geld, maar het
moet wel eerlijk verdeeld worden.
Voorzitter. Tot slot de burgemeester. Mijn fractie is een groot
voorstander van het moderniseren van ons staatsbestel. Wij hebben daar
meerdere ideeƫn over. Maar ik licht er vandaag eentje uit: de gekozen
burgemeester. De rol van de burgemeester is in de afgelopen decennia
ingrijpend veranderd. Waar het ooit vooral een administratieve en
ceremoniƫle functie betrof, is het uitgegroeid tot een zware
bestuurlijke en maatschappelijke rol, met grote verantwoordelijkheden op
het gebied van veiligheid, orde Ʃn verbinding in de lokale gemeenschap.
BBB is van mening dat bij zulke verantwoordelijkheden ook democratisch
mandaat hoort, dus dat inwoners hun burgemeester rechtstreeks moeten
kunnen kiezen Ʃn hem of haar op die manier er ook op kunnen afrekenen.
Graag hoor ik van de minister hoe hij tegen de invoering van een gekozen
burgemeester aankijkt. In tweede termijn zal ik namens BBB hierover een
motie indienen met het verzoek aan het kabinet om een wetsvoorstel voor
te bereiden dat de gekozen burgemeester mogelijk maakt.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Ik kijk naar de heer Bosma. Gaat hij voor
een interruptie? Nee, hij was zich letterlijk even aan het warmlopen. We
gaan het trouwens iets anders doen. Ik wil naar de bijdrage van de heer
Bosma en daarna naar de bijdragen van de beide sprekers van het CDA.
Daarna wil ik schorsen voor de lunch.
De heer Martin Bosma (PVV):
Kijk eens aan. Ik wist wel dat u voor rede vatbaar was.
De voorzitter:
Ik heb vooral zelf natuurlijk ook lichte trek.
De heer Martin Bosma (PVV):
O, het is gewoon weer eigenbelang?
De voorzitter:
Dat gezegd hebbende, is het woord aan de heer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
Als mijn bijdrage overstemd wordt door vreemde geluiden, is dat mijn
maag die rommelt. Het is mijn maidenspeech, maar interrupties zijn
altijd welkom. Complimenten aan de maidenspeecher van hedenochtend,
mevrouw Huizenga. Ik heb met veel plezier naar haar geluisterd. Zij gaat
een gouden parlementaire toekomst tegemoet. Het was ook een invoelbare
speech, want mevrouw Huizenga zei dat ze zich voelt als een jonge godin.
Ik voel me ook als een jonge god. We zitten dus op dezelfde pagina, zal
ik maar zeggen.
We moeten het vandaag doen zonder de staatssecretaris. Dat is vanwege
kommervolle redenen. Ik sprak hem vorige week even. Ik heb de afgelopen
jaren met heel veel plezier met hem samengewerkt. Ik denk dat ik
misschien wel namens de hele Kamer spreek als ik zeg dat ik hoop dat de
minister onze steun wil overbrengen aan de staatssecretaris en dat hij
hem het allerbeste wil wensen. Ik heb een aantal weken geleden iets
soortgelijks meegemaakt, dus ook dit is invoelbaar.
Het is toch een onwerkelijk debat vandaag. We hebben namelijk te maken
met een minister, die wij vandaag de nieren mogen proeven, die niet ƩƩn
maar twee keer demissionair is. Staatsrechtelijk klopt het niet wat ik
zeg, maar de minister begrijpt dat ik wil zeggen dat er twee partijen
uit het kabinet gesprongen zijn. Gisteren hebben we natuurlijk het debat
over het kabinet in de grondverf meegemaakt. Ik kan me dus voorstellen
dat deze minister op het ministerie al bezig is met het inpakken van de
familiefoto's en het bijeenschrapen van de herinneringen. Het is toch
raar om met een minister in deze positie een debat te moeten voeren.
Maar dat kan ook zijn voordelen hebben. Deze minister valt namelijk niks
meer te verwijten, want over een paar weken is hij toch weg.
Daarom wil ik beginnen met een hele open vraag, namelijk: hoe is het hem
bevallen? Wat is hem opgevallen? Hij was iemand van buiten de Haagse
politiek, een zijinstromer, die ineens bewindspersoon werd. Wat heeft
die frisse blik, die hij ongetwijfeld moet hebben, ook omdat hij er nog
niet zo lang zit, hem opgeleverd? Hij komt zo'n ministerie binnen, het
moederdepartement, zo'n olietanker, die al een kleine 200 jaar vaart.
Wat vindt hij daar nou van? Hoe heeft hij dat als buitenstaander
beleefd? Ik ben daar heel erg benieuwd naar. Iets breder: heeft hij
enige invloed kunnen hebben? Nog iets breder gesteld: wat vindt hij van
de staat van de democratie? Hoe gaat het daarmee, is mijn bescheiden
vraagstelling. Het zijn hele open vragen. Hij kan ermee doen wat hij
wil. Ik ben gewoon erg benieuwd naar zijn mening.
Het kabinet-Schoof ā ik zou bijna zeggen "het vorige kabinet", maar het
is het huidige kabinet ā wilde geen kiesdrempel. Daar is weleens een
motie over ingediend, maar die heeft het heel erg niet gehaald. Als een
duveltje-uit-een-doosje is dit in het regeerakkoord terechtgekomen. Wat
vindt de minister daarvan? Ik ben erg benieuwd naar zijn mening. Het
stond niet in het regeerakkoord van Schoof, maar wel in het komende
regeerakkoord. Wat vindt hij daarvan? Wat vindt hij van het argument,
dat vandaag ook weer te berde werd gebracht, dat als je overgaat tot een
kiesdrempel, je ā noem eens wat ā 1,5 miljoen mensen uitsluit en die dus
eigenlijk buiten de democratie houdt? Vindt hij dat een valide argument
of denkt hij dat de democratie er beter van gaat werken als we minder
partijen hebben in de Tweede Kamer?
Een ander interessant onderwerp is het grondwettelijk hof. Mijn fractie
is daar nooit een voorstander van geweest, maar het is wel in het vorige
regeerakkoord terechtgekomen. Toen NSC uit het kabinet stapte, is het
onderwerp eigenlijk volledig kaltgestellt, maar nu is het weer terug. Ik
ben erg benieuwd wat de minister vindt van die ontwikkeling. Draagt een
grondwettelijk hof bij aan een betere democratie?
Een ander onderwerp is ā en dat is vaak ter sprake gebracht ā de enorme
kloof ...
De voorzitter:
De heer Sneller heeft een vraag voor u.
De heer Sneller (D66):
Bij wijze van interruptie een kleine correctie: het grondwettelijk hof
is volgens mij niet terug.
De voorzitter:
Goed.
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. Dan een onderwerp dat vaker ter sprake is gekomen: de
diplomademocratie, zoals dat genoemd wordt. Dat is een onjuiste
betiteling. Dat gaat over de enorme kloof tussen praktisch en
theoretisch opgeleide mensen. De heer Vermeer leek daar in zijn bijdrage
ook aan te refereren, maar hij vloog het vooral regionaal aan. De heer
Wouter Schakel heeft zeer belangwekkend politicologisch onderzoek
verricht. Ik ben van huis uit politicoloog, en volgens mij is dat echt
een van de allerbelangrijkste politicologische onderzoeken. Daaruit is
gebleken dat er ƩƩn groep in Nederland is die altijd zijn zin krijgt,
linksom of rechtsom, en dat zijn hoogopgeleiden. Sterker nog, iets
scherper geformuleerd: universitair gevormde mensen. Die krijgen vrijwel
altijd hun zin in Nederland. Dat is onderzocht, dat is het briljante van
het onderzoek, door een kleine 300 onderwerpen te nemen ā 291 om precies
te zijn ā en te kijken wat er met meningen gebeurt. Worden die meningen
beleid, of blijven die meningen plakken aan de toog van het cafƩ of de
opiniepagina van de krant? Welke meningen worden er daadwerkelijk
beleid? Wouter Schakel heeft dat uitgezocht en zegt: de meningen die
beleid worden, zijn de meningen van de hoogopgeleiden in Nederland.
De voorzitter:
Ik zit even te kijken. Doet uw klokje het nog? U bent het een tijdje
niet meer gewend, maar u bent behoorlijk door de tijd heen aan het
gaan.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb dat klokje in geen jaren gezien, dus daar moet u ...
De voorzitter:
Ik dacht: ik help u even. Er staat daaronder zo'n klein klokje.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik zit midden in een re-integratieproces; u moet me wel een beetje
helpen.
De voorzitter:
Daarom dacht ik ook: niet te streng zijn. Maar u schiet er nu toch wel
doorheen en u staat daar zo ontspannen, dat dit nog uren kan duren.
De heer Martin Bosma (PVV):
Er komt nu twee jaar aan agressie uit, dat begrijpt u wel. Dat heeft
zich in al die jaren behoorlijk opgehoopt.
De voorzitter:
Goed, maar in alle ernst, kunt u afronden?
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik brei er heel snel een eind aan. Uit politicologisch onderzoek blijkt
dus dat de wereld, althans Nederland, er anders uit had gezien als niet
hoogopgeleiden hun zin zouden krijgen, maar het brede Nederlandse volk.
Dat gaat dan om immigratie, verschillen tussen rijk en arm, sociale
voorzieningen, criminaliteit en Europese integratie. Hoe staat de
minister daartegenover?
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Omdat dit een buitengewoon boeiend onderwerp is. Als SGP-fractie hebben
wij ons onlangs gelaafd aan de inzichten van de hoogleraren Bovens en
Wille naar aanleiding van hun boek Diplomademocratie. Dus wij herkennen
ook veel van wat de heer Bosma zegt. Ik ben benieuwd naar zijn opvatting
over wat de oplossing daarvoor zou kunnen zijn. Het is natuurlijk
onwenselijk als alleen hoger opgeleiden hun zin zouden krijgen en de
rest van Nederland niet. Welke oplossingen ziet hij daarvoor?
De heer Martin Bosma (PVV):
Om te beginnen is die kreet "diplomademocratie" niet juist, want die
gaat ervan uit dat het hoogopgeleiden zijn en dat het dus om personen
gaat. Het gaat echter niet om personen, maar om denkbeelden en dat maakt
het veel interessanter. Dus bepaalde denkbeelden worden beleid en andere
denkbeelden weer niet. Daarom is dat dus niet een goede term. Als
oplossing moet je bijvoorbeeld denken aan het referendum. De heer Flach
zal er ongetwijfeld heel blij mee zijn dat ik dat noem. Dan kun je dus
dwars door al die barriĆØres die gebouwd zijn heen gaan. Je kunt
bijvoorbeeld ook denken aan de gekozen burgemeester. Dat is een heel
belangrijk onderwerp. Ik begrijp dat we daarvoor een motie
krijgen.
Laten we ook eens praten over het kiezen van rechters. We zien nu een
rechterlijke beslissing inzake Bonaire. Deze rechter is zelf
klimaatactivist en baseert zich op Greenpeace. Dat zijn toch hele
gevaarlijke dingen. Het ging net over een kleinere overheid. Dat is ook
heel belangrijk. Een lobbyregister speelt hier ook een rol in. We moeten
ervoor zorgen dat politieke partijen vrij kunnen zijn en dus niet aan de
ketting worden gelegd door de overheid, zoals dreigt te gebeuren met
allerlei maatregelen die we nu zien. Ik noem maatregelen die, weliswaar
nog niet op beleidsniveau, maar toch informeel, worden aangeprezen om
bijvoorbeeld de SGP aan te pakken omdat die bepaalde dingen vindt. Dus
zorg er gewoon voor dat er maximale vrijheid is.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dit lokt heel veel meer vragen uit. Die zal ik niet stellen, voorzitter,
maar het boek Diplomademocratie laat ook zien dat hoogopgeleid wel
degelijk verband houdt met denkbeelden. Dat ontstaat. Het is eigenlijk
een nieuw soort klasse aan het worden, zo laten de beide hoogleraren
zien, waarin mensen in hun eigen bubbel eigen denkbeelden ontwikkelen.
Omdat de Kamer eigenlijk ook een onevenredige vertegenwoordiging is van
het opleidingsniveau, noemen zij dat problematisch. Het mooie is dat ze
zichzelf dat als hoogleraren ook aantrekken, van: wij hebben die mensen
hoog opgeleid, maar ze kennelijk niet de denkbeelden meegegeven die het
grootste gedeelte van Nederland heeft. In hoeverre ziet de heer Bosma
ook oplossingen binnen het onderwijsstelsel?
De heer Martin Bosma (PVV):
Het zou goed zijn als het onderwijsstelsel wat diverser zou zijn en als
universiteiten niet alleen maar linkse feestjes zouden zijn. Ik was op
de opening van het academisch jaar van de Leidse universiteit. Dan hoor
je daar een speech van een van de leiders van die universiteit, waarin
allemaal linkse talking points worden afgevinkt: kolonialisme,
slavernij, diversiteit, duurzaamheid. Het hele rijtje komt langs. Dan
denk ik: vanuit hier geobserveerd zie ik twee taartpunten, waarbij de
mensen van de Rijksuniversiteit ook een kleine buiging in de andere
richting zouden kunnen maken. Maar dat doen ze niet. Blijkbaar moeten ze
die linkse talking points allemaal afvinken omdat het instituten zijn
die in belangrijke mate links zijn. De heer Flach heeft het over de
bubbel van hoogopgeleiden. Die gaat nog veel verder. Een van de
kenmerken van die hoogopgeleiden is dat ze heel erg conformistisch zijn.
Er zijn dus meningen waar je aan moet voldoen, en waag het niet om
daarvan af te wijken, anders lig je eruit. Dat gaat over heel veel
dingen, over Zwarte Piet, over het klimaat et cetera.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai heeft ook een vraag voor u.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De discussie over diplomadiscriminatie wekte ook mijn interesse. Nu
blijkt uit onderzoek, een peiling van EenVandaag, dat de PVV 47 zetels
zou halen als alleen hoogopgeleiden in Nederland zouden stemmen.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ah, dat klinkt goed.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dus we weten ...
De heer Martin Bosma (PVV):
Dan kunnen we nog een paar scheidingen hebben!
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
We weten dat praktisch opgeleiden fan zijn van de partij van de heer
Bosma. Zou het niet leuk zijn voor die mensen als ze lid zouden kunnen
worden van de PVV?
De heer Martin Bosma (PVV):
Nee, dat zou helemaal verkeerd zijn. Nee, juist niet. Als je die
diplomademocratie wilt versterken, moet je inderdaad toegaan naar een
ledenpartij, een ledenconstructie. De reden waarom hoogopgeleiden altijd
hun zin krijgen, is dat het bijvoorbeeld vergadertijgers zijn. Zij weten
wegen te vinden om beleid te beĆÆnvloeden, want zij zitten bij
universiteiten, bij media, zij zijn die rechters en die officieren van
justitie. Zij komen dus wel aan hun trekken. Als je geen vergadertijger
bent, dan heb je het heel moeilijk. Wat nu allerlei partijen willen, is
dat die vergadertijgers ook bij de PVV de macht kunnen grijpen.
Mevrouw Tseggai is van de Partij van de Arbeid en daar kun je zien hoe
dat is misgegaan. Vroeger zaten die praktisch opgeleiden waar mevrouw
Tseggai het net over had, bij de Partij van de Arbeid; nu niet meer.
Want wat is er gebeurd met de Partij van de Arbeid? Die had een
ledenconstructie ā hoe dom kun je zijn? ā en wat is er gebeurd? Allerlei
doctorandussen, allerlei hoogopgeleiden hebben de macht overgenomen bij
de Partij van de Arbeid. Die hoogopgeleiden, die doctorandussen, die
heetten Nieuw Links. Daardoor is de Partij van de Arbeid geen
arbeiderspartij meer, maar een partij voor linkse doctorandussen. Daar
ben ik wel blij om, want de kiezers van de PvdA, de kiezers van mevrouw
Tseggai, zitten nu bij de PVV.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het heel vriendelijk van de heer Bosma dat hij mij een lesje
Nederlandse sociaaldemocratie geeft. Daar was ik nog niet van op de
hoogte. Anyway, we hadden het over lid worden van de PVV. Als je als
praktisch opgeleide meer betrokken wilt zijn bij de politiek, je mening
wilt geven ā want welke meningen er blijven plakken, is inderdaad heel
erg belangrijk ā dan is lid worden van een politieke partij bij uitstek
een goede manier om dat te doen. En dan hebben we het niet alleen over
vergaderen. We hebben het over politieke cafƩs waar je zaken met een
biertje in de hand kunt bespreken.
De voorzitter:
En uw vraag is?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Waarom is de heer Bosma daar zo bang voor?
De voorzitter:
Het is een beetje een herhaling van een eerder gestelde vraag.
De heer Martin Bosma (PVV):
Politieke cafƩs kun je organiseren zonder ledenconstructie. Wij drinken
veel biertjes in onze partij, met heel veel plezier. Schokkend dat
mevrouw Tseggai niet weet hoe dat is gegaan bij Nieuw Links, want dat is
een heel belangrijk moment geweest in de geschiedenis van de
sociaaldemocratie. Ik heb er een boek over geschreven; dat is gratis te
downloaden.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Het was een grapje.
De voorzitter:
Graag in de microfoon. Wat is uw antwoord op de vraag van mevrouw
Tseggai?
De heer Martin Bosma (PVV):
O, u bent wel op de hoogte ... Mijn antwoord is dat een ledenstructuur
helemaal niets toevoegt en dat ledenstructuren juist een aantasting zijn
van de parlementaire democratie. Je hebt dat niet alleen gezien in het
voorbeeld dat ik net noemde, maar bij het CDA ook. Dat schreef
bijvoorbeeld Onno Ruding ook in zijn autobiografie. Hij zei dat het
kader van het CDA veel linkser is dan de leden. De kiezers van het CDA
willen rechts beleid, maar wat krijgen ze door die linkse kaders, door
die linkse bestuurders? Een veel linkser CDA dan zij zelf zouden willen!
Dat is een aantasting van de parlementaire democratie. Dus nee, we
moeten niet toe naar een ledenstructuur en het moet helemaal niet van
bovenaf worden opgelegd.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik concludeer dat de heer Bosma zich er zorgen over maakt of de meningen
van praktisch opgeleiden wel blijven plakken voor beleid, maar dat hij
niet wil dat die meningen blijven plakken bij zijn eigen partij, om de
koers van zijn eigen partij te bepalen. Ik zou hem willen uitdagen om
daar nog eens goed over na te denken.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik zou mevrouw Tseggai willen uitnodigen om kennis te nemen van de
parlementaire democratie, want Thorbecke wilde helemaal geen politieke
partijen. Het huis van Thorbecke is een huis zonder politieke partijen.
Als je kijkt naar de geschiedenis van bijna alle traditionele partijen
hier, dan zie je dat het partijen waren die helemaal geen
partijstructuur wilden. Waarom heette de voorganger van de VVD de
"Liberale Unie" en niet de "Liberale Partij"? Dat was omdat ze de dwang
van een politieke partij niet wilden. Waarom heette een van de
voorgangers van het CDA, de CHU, de "Christelijk-Historische Unie"?
Waarom scheidde De Savornin Lohman zich af? Dat was omdat hij tabak had
van Abraham Kuyper, die een partij wilde ā¦
De voorzitter:
Meneer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
⦠die zou gaan opleggen wat parlementariërs moesten stemmen.
De voorzitter:
Meneer Bosma!
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb wel gelijk, mevrouw.
De voorzitter:
Het is goed dat u weer terug bent op de plek waar u nu staat. Is het
essentieel om hier nog een vraag over te stellen, meneer Vermeer, of
zullen we naar de bijdrage van het CDA gaan luisteren?
De heer Martin Bosma (PVV):
Er staan allemaal mensen te dringen om mij te interrumperen!
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, in dit huis zou iedere vraag die iemand wil stellen als
essentieel bestempeld moeten worden, dus ook deze.
De voorzitter:
Zeker. Ga uw gang, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Aangezien de heer Bosma hier met zo veel passie over spreekt, wil ik van
hem horen of hij ook nog een verschil ziet tussen een
volksvertegenwoordiger en een ledenvertegenwoordiger. Kan hij daarover
filosoferen?
De voorzitter:
Nu wordt de heer Bosma op een nieuw onderwerp uitgenodigd om daar eens
breeduit over te filosoferen.
De heer Martin Bosma (PVV):
Kijk, Burke hield ooit een fameuze rede, "To the Electors of Bristol".
Burke is de grondlegger van het conservatisme. Er waren mensen in
Bristol die op hem stemden en zeiden: we hebben op u gestemd, beste
meneer Burke, en nu moet u ook doen wat wij van u willen. Burke heeft
gezegd: nee, u heeft voor mij gekozen en nu moet u mij vertrouwen, want
dat is het mandaat dat ik van u heb gekregen. De ledenconstructie is de
pest voor de parlementaire democratie. Het is een enorme belediging voor
ons dat we ons de les laten lezen door leden. Dat kan toch niet zo zijn?
Het is toch tragisch dat D66 zich altijd sterk heeft gemaakt voor de
gekozen burgemeester? Dat was een van de kroonjuwelen. Hans van Mierlo
was daar trots op. Vervolgens wordt de kroonbenoeming uit de Grondwet
gehaald. Dat is een van de grote dingen van D66 geweest. Nu zijn er
leden ā hoezo, leden? ā en die gaan dan zeggen: "Nee, we willen het niet
langer. Nu moeten we het inslikken." Dat is toch een vernedering van de
fractie van D66 zoals die geschiedt door leden? Daar moeten wij toch met
z'n allen tegen zijn? Bovendien zei de Grondwet: zonder last of
ruggespraak. We moeten dus volledig maling hebben aan wat leden over ons
denken te kunnen vinden.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Het weggeven van kroonjuwelen en het niet doen wat je belooft, is
natuurlijk heel slecht, ook voor het vertrouwen in de overheid en de
politiek. Dat ben ik met de heer Bosma eens. Maar op welke manier zorgt
de PVV dat het programma gevoed wordt en dat er feedback komt op het
programma? Kan de heer Bosma daar even wat toelichting op geven?
De heer Martin Bosma (PVV):
Heel simpel. Wij zijn burgers en wij praten met iedereen. Je hoeft geen
lid te zijn van een clubje of contributie betaald te hebben. In het
Amsterdamse cafƩ praat ik met mensen en die komen met input. Als ik van
hen dingen hoor waar ik het mee eens ben, dan veranderen wij van
fractiestandpunt. Dat is heel simpel. Maar je hebt geen partij nodig.
Verenigingen zijn ouderwets. Wie is er nog lid van een vereniging?
Vroeger had je een bloeiend verenigingsleven. Dat is helemaal passƩ.
Mensen die terug willen naar die verenigingen, willen terug naar de
jaren vijftig. We leven in een tijd van Facebook en TikTok.
De voorzitter:
Tot slot de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Zonder verenigingsleven zouden heel veel buurten en wijken niet kunnen
functioneren, dus die structuur helpt zeker. Het helpt ook zeker bij een
voetbalwedstrijd om te kunnen zien wie er tegen wie speelt, kan ik als
scheidsrechter zeggen. Dat heeft dus zeker nut.
De heer Martin Bosma (PVV):
Het heeft zeker nut ā daar ben ik het wel mee eens ā maar de praktijk is
dat het verenigingsleven zwaar is teruggelopen in de afgelopen decennia.
Kijk eens bij voetbalverenigingen. Die hebben minder leden, minder
vrijwilligers et cetera. Dat is de realiteit van vandaag. Het is dan
raar om te zeggen: nee, de vereniging is helemaal de toekomst van de
Nederlandse democratie. Het is juist niet de toekomst van de Nederlandse
democratie; het is ons verleden.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bosma, en goed dat u er weer bent. We gaan luisteren
naar mevrouw Boelsma-Hoekstra. Zij spreekt namens het CDA en houdt haar
maidenspeech. De tweede spreker van het CDA, de heer Van den Brink,
houdt eveneens zijn maidenspeech. Daarbij is het een goed gebruik om
niet te interrumperen. Ik zou, als u dat beiden goedvindt, willen
voorstellen om dan na beide maidenspeeches te schorsen voor
felicitaties. Dat gezegd hebbende: mevrouw Boelsma.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin met mijn maidenspeech: ik heb
een lesje gehad hoe je door interrupties je spreektijd goed kunt
verruimen. Dank daarvoor dus, meneer Bosma.
Ik lees hier iets voor dat ik vond op de Engelse Wikipediapagina. Ik heb
het even vrij vertaald naar onze beide rijkstalen, namelijk: "Eens in de
vijftien jaar wordt ons land niet bestuurd vanuit Den Haag, maar door 22
rayonhoofden in Fryslân. Ons land is dan in goede handen." In onze
tweede rijkstaal is dat: "By genƓch iis leit it bestjoer net yn Den
Haag, mar by de 22 Fryske rayonhaden. En dat giet bĆŖst goed." Voordat me
verweten wordt dat ik de feitjes omtrent het aantal rayonhoofden niet
helemaal op orde heb: het is een wat ouder citaat.
Zonder gekheid: zo simpel kan het leven zijn. De waan van alledag
beheerst vaak ons leven, totdat er iets ingrijpends of iets bijzonders
gebeurt. Het ingrijpende verlies in mijn leven heeft mij laten inzien
dat het leven ons gegeven is en dat niets planbaar of maakbaar is. Hoe
belangrijk we vaak de waan van de dag vinden, vooral hier in de
politiek, het is altijd te relativeren als je het in het perspectief van
een ingrijpende gebeurtenis zet. Dan is alles bijzaak en dan is familie
meer dan hoofdzaak.
Datzelfde geldt voor dat bijzondere. In mijn voorbeeld, voorzitter, gaat
het om, zoals u het denk ik noemt, "de tocht der tochten" en zoals wij
het noemen, de "AlvestĆŖdetocht". Dat van die vijftien jaar klopt al lang
niet meer, maar wat waren we er dichtbij in 2012. Volgens mij was er in
Den Haag al bijna een nationale feestdag afgekondigd. Ik lees nu op dit
moment op de sociale media dat erover nagedacht wordt om een
Elfstedentocht op de weg te schaatsen, omdat er zo veel ijzel ligt.
Daarom zijn er ook zo weinig mensen uit Fryslân vandaag. Bij de laatste
Elfstedentocht was er gekte en drukte, maar bovenal heel veel plezier en
saamhorigheid. Hoe zou het vandaag de dag gaan?
Voorzitter, ik schets hier even mijn verwachtingen: hysterie op X en ook
een beetje ruzie over wanneer "it oan giet", volgeboekte hotels,
influencers die de tocht alvast schaatsen voor de likes en voor de
views, talkshows vol speculaties, en deskundigen die over elkaar heen
buitelen. Ik denk dat, hier in Den Haag, een aantal moties worden
ingediend ā ik denk meer dan ƩƩn ā die de minister oproepen om er alles
aan te doen om de tocht door te laten gaan, bijvoorbeeld door een snelle
warmteonttrekking aan het knelpunt bij de tocht die de vorige keer bijna
doorging, namelijk De Luts in Balk. Maar gelukkig ā u hoorde het net in
het citaat van een bekend politicus ā ligt het besluit bij het bestuur,
geadviseerd door de rayonhoofden en verwoord door de voorzitter van de
Elfstedentocht. Die rayonhoofden laten zich niet sturen en gaan niet mee
in de hypes, maar nemen op het juiste moment het juiste besluit. Daarom
gaat dat best goed.
Die verantwoordelijke Friese rayonhoofden staan voor mij symbool voor
hoe het ook kan: niet meegaan in de waan van de dag,
verantwoordelijkheid nemen, relativeren, nuchter blijven, samen de
schouders eronder zetten en het hele land laten genieten van het mooiste
sportevenement in de wereld. We zullen zien hoe het allemaal gaat lopen.
Het was een bespiegeling van mijn kant. Stiekem dromen velen met mij
over de dag dat de legendarische woorden "it giet oan" weer
klinken.
Maar nu de sprong naar de werkelijkheid. In de politiek gaan we vaak wƩl
mee in de waan van de dag, is verantwoordelijkheid nemen lastig, lukt
relativeren niet, gebruiken we te weinig ons nuchtere boerenverstand en
proberen we allemaal onze schouders eronder te zetten, maar laten we
daarbij het woord "samen" vaak achterwege. Hoe mooi zou het zijn als
wij, als 150 Kamerleden, de klus klaren met als voorbeeld de
rayonhoofden uit Fryslân. Samen de schouders eronder om het beste voor
Nederland te doen. Voor mij als CDA'er betekent dat een Nederland waarin
we wat meer omzien naar elkaar, verantwoordelijkheid willen nemen en
uitstralen dat we pal achter onze democratische waarden staan.
Voorzitter. Dat brengt me bij het onderwerp waar we het vandaag over
hebben, namelijk de begroting Binnenlandse Zaken, en voor mij specifiek
alles wat met de medeoverheden te maken heeft. Tot voor kort was ik zelf
werkzaam in gemeenteland. Ik weet hoeveel invloed ons handelen in Den
Haag heeft op het werk van raadsleden, Statenleden, wethouders,
gedeputeerden en waterschapsbestuurders.
Ik wil beginnen met de democratische waarden. Als eerste een belangrijk
onderwerp in deze begroting, namelijk weerbaar bestuur. Er wordt geld
vrijgemaakt voor de beveiliging van volksvertegenwoordigers en
raadszalen. Op zich is dat goed, maar voorkomen is in mijn optiek beter
dan genezen. Hierbij moeten we onszelf in de spiegel kijken. Decentrale
overheden zijn gebaat bij helder beleid dat na democratisch besluit niet
ter discussie wordt gesteld. Dat geldt voor zowel het kabinet als de
Kamerleden. We hebben hier eerder vragen over gesteld naar aanleiding
van de oproep van bestuurders uit de zuidelijke provincies naar
aanleiding van bedreigingen en intimidatie. De antwoorden van de
minister waren politiek correct, maar het gaat erom dat het kabinet en
de Kamer verantwoordelijkheid nemen en laten zien pal achter onze
bestuurders te staan. Dat geldt ook voor situaties waarin een
democratisch genomen besluit je soms politiek gezien niet zo goed
uitkomt. Als CDA'er zal ik mij de komende vier jaar inzetten voor een
politieke cultuur waarin we laten zien dat we pal achter onze
democratische waarden staan en intimidatie en bedreigingen niet
accepteren.
Dan omzien naar elkaar. Ook in deze begroting ontbreekt de verwijzing
naar de brede welvaart. U kent vast de Friese paradox: inwoners van
Fryslân scoren relatief lager op de economische welvaart, maar juist
hoger op de brede welvaart. De inwoners zijn gelukkiger dan in andere
delen van Nederland, maar deze brede welvaart staat onder druk.
Demografische trends en economische uitdagingen tasten de leefbaarheid
aan. Dat geldt voor heel veel regio's. Als CDA willen we inzetten op een
brede investeringsafweging om recht te doen aan het rapport Elke regio
telt!, dat al eerder is genoemd, zodat de leefbaarheid op het platteland
niet onder druk komt te staan. Kan de minister toezeggen dat er
eindelijk uitvoering wordt gegeven aan dit rapport?
Als derde: verantwoordelijkheid nemen. Nieuwe taken richting
medeoverheden moeten volgens de Financiƫle-verhoudingswet gepaard gaan
met voldoende financiƫle middelen. Mijn vraag aan de minister is: kunt u
aangeven of de Financiƫle-verhoudingswet altijd wordt opgevolgd?
Voorzitter. Verantwoordelijkheid nemen is ook vertrouwen geven. Het CDA
kiest voor minder regels en meer vertrouwen. Welke ambitie heeft deze
minister van Binnenlandse Zaken, of zijn opvolger, wat betreft het
schrappen van regels? Op hoeveel geschrapte regels kunnen we dit jaar
rekenen vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken?
Dan wil ik als laatste het volgende zeggen. Het demissionaire kabinet
heeft bij aanvang van deze regeerperiode ingezet op goed bestuur. De
medeoverheden moesten in staat gesteld worden om hun taken uit te
voeren. De praktijk is echter weerbarstig. Mijn vraag aan de minister
is: wat zijn de leerpunten uit de agenda voor goed bestuur?
Afsluitend, voorzitter. Deze begroting heb ik langs de lat van
verantwoordelijkheid nemen, omzien naar elkaar en democratische waarden
gelegd, met als voorbeeld handelen als de rayonhoofden en als doel een
nog beter Nederland voor onze toekomstige generatie. Ik wil afsluiten
met een bekend Fries gezegde: sizzen is neat, mar dwaen is in ding. U
mag mij daaraan houden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dat is wel heel spannend.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel. Ik feliciteer u van harte met uw maidenspeech. Het was
prachtig. We schorsen voor de officiƫle felicitaties na de bijdrage van
uw collega. Ik nodig de heer Van den Brink uit om naar het
spreekgestoelte te komen en dan gaan we naar zijn maidenspeech
luisteren. Ga uw gang.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik wil graag beginnen met de
complimenten aan het adres van mevrouw Huizinga en mevrouw Boelsma voor
hun mooie verhalen. Mijn ervaring tot nu toe is dat een maidenspeech een
prachtige manier is om elkaar snel te leren kennen.
Ik wil het vandaag tijdens mijn maidenspeech over twee onderwerpen
hebben: onze grondrechten en de democratie. Beide zijn van groot belang
en beide staan onder druk. Als eerste wil ik het hebben over de
grondrechten, onze vrijheden die in de Grondwet zijn vastgelegd. Ik wil
vandaag niet pathetisch doen, maar die vrijheden hebben mij gemaakt tot
wie ik ben. De eerste ruim 30 jaar van mijn werkzame bestaan heb ik
hartstochtelijk gebruikgemaakt van de persvrijheid. Ik heb met
ongelofelijk veel plezier, overtuiging en vrijheid journalistiek mogen
bedrijven. Ik kan me niet herinneren dat die vrijheid ooit door iets of
iemand van buiten is ingeperkt. Dat is een groot goed en dat moet zo
blijven.
De negentien jaar daarvoor bracht ik door in het onderwijs, het
bijzonder onderwijs in mijn geval. Ik zat op een
protestants-christelijke basisschool, een reformatorische middelbare
school en een evangelische hogeschool. Ik geloof niet dat die scholen
ooit iets in de weg is gelegd om het onderwijs te geven op een manier
zoals zij dachten dat dat moest. Ook dat is een groot goed. Al heel mijn
leven profiteer ik van de vrijheid van godsdienst. Mijn ouders maakten
van die vrijheid gebruik om mij te vertellen over God en geloof. Daar
ben ik ze dankbaar voor. Ik maak zelf van die vrijheid gebruik door elke
zondag een kerk te bezoeken. Mijn ouders en mij is geen strobreed in de
weg gelegd. Zonder die vrijheden was ik niet geweest wie ik ben. Ik gun
volgende generaties, onze kinderen en kleinkinderen, die vrijheden dan
ook zeer. De tijd die mij hier in Den Haag wordt gegeven, wil ik heel
graag gebruiken om die vrijheden in stand te houden, want er is wel werk
aan de winkel.
De journalistiek ligt met enige regelmaat onder vuur. De winnaar van de
vorige verkiezingen noemde journalisten "tuig van de richel". Gelukkig
antwoordde het CDA-bestuur daarop met het op de kandidatenlijst zetten
van een vertegenwoordiger van dat tuig. Ik dank het partijbestuur daar
zeer voor. Dat de vrijheid van onderwijs vandaag de dag ook discussie
oproept, is ons bij het CDA niet geheel ontgaan. Het kan niet anders of
de honderdduizenden moslims in ons land hebben zich de afgelopen
kabinetsperiode regelmatig afgevraagd: hoelang geldt die vrijheid van
godsdienst eigenlijk nog voor ons? Ik zei het al, deze vrijheden liggen
mijn fractie en mij na aan het hart, net als de vrijheid van vereniging
en de vrijheid van meningsuiting. Niet omdat wij van het CDA vrij,
vrijer, vrijst willen zijn; nee, het hebben van die vrijheden geeft de
mogelijkheid en zelfs de verplichting om die vrijheid en
verantwoordelijkheid te beleven.
De persvrijheid geeft de journalistiek de grote verantwoordelijkheid om
de waarheid en daarmee de samenleving te dienen. Als dat niet gebeurt,
mag en moet ze daarop worden aangesproken, het liefst door de
samenleving zelf, desnoods door de rechter. De vrijheid van onderwijs is
de vrijheid om jongeren en kinderen te vormen naar jouw beste inzicht,
maar geen vrijbrief om groepen of mensen uit te sluiten of te
discrimineren. Scholen die dat wel doen, moeten daarop worden
aangesproken of zelfs gecorrigeerd, het liefst door de ouders, desnoods
door de inspectie. De vrijheid van godsdienst is de vrijheid om te
geloven op een manier die bij jou past en daar vorm aan te geven, maar
geen vrijbrief om haat te zaaien tegen mensen die anders- of niet
gelovig zijn. Als dat wel gebeurt, moet er worden ingegrepen, opnieuw,
het liefst door de gelovigen zelf, desnoods door de overheid.
Ik wil me heel graag ervoor inzetten om die vrijheden de komende jaren
overeind te houden, want deze vrijheden onderscheiden ons van andere,
niet-democratische landen. Nederland is een fantastisch land. Je mag
hier zeggen wat je vindt, je mag schrijven wat je wilt, je mag zijn wie
je wilt zijn, je mag geloven, je geloof belijden op een manier die bij
jou past, je mag opvoeden zoals je wilt. Dat moet zo blijven.
Ik kan een vergelijkbaar verhaal houden over onze democratie. Ook die
onderscheidt zich van autocratische of nog minder vrije landen. Ook die
moet bij de tijd worden gebracht, want dat de verkiezingen gelukkig goed
zijn verlopen, betekent niet dat het echt lekker gaat. De kiezer
verandert in korte tijd vaak van partij. Wij bieden de kiezer vervolgens
ook nog weer de gelegenheid om wel heel vaak zijn of haar stem uit te
brengen door er samen niet uit te komen. We moeten er met elkaar goed
over nadenken hoe we onze democratie gezond en overeind houden in een
tijd waarin om ons heen autocratische bewinden in opmars zijn. Er is de
CDA-fractie alles aan gelegen om dat in ons land te voorkomen.
Daarom moeten we aan de bak. Dat begint met betrokkenheid, met burgers
die mee willen doen, die lid willen worden van een politieke partij en
die bereid zijn een partij te vertegenwoordigen in de gemeenteraad, in
de Provinciale Staten of hier in de Tweede Kamer. Daarom staat mijn
fractie positief tegenover het voorstel om in de Wet op de politieke
partijen op te nemen dat partijen democratisch georganiseerd moeten
zijn. Ik ben uiteraard benieuwd wat de minister alsook de Raad van State
daarvan vinden. EƩn element uit die wet, namelijk de financiering van
lokale partijen, willen we alvast naar voren halen. Het geld dat
daarvoor nodig is, is al gereserveerd voor dit jaar, dus in de tweede
termijn zal ik samen met collega Boelsma een motie indienen om dat geld
ook daadwerkelijk dit jaar al uit te geven.
Het gaat ons ook om democratisch ethos, een democratische gezindheid.
Mijn partijleider zegt het vaak. Zien we elkaar als vertegenwoordigers
van een deel van de bevolking die tot taak hebben om met andere
vertegenwoordigers, van andere delen van de bevolking, samen tot een
compromis te komen en dat ook uit te voeren? Of zien we elkaar sowieso
als tegenstander? U raadt het al: mijn partij kiest voor dat eerste. Ik
denk dat u in de komende jaren als het gaat om democratische
vernieuwing, een iets progressievere CDA-fractie zult zien. We zijn voor
een andere manier om de Eerste Kamer te kiezen en we zijn voor mooie
vormen van burgerberaden.
Om de versnippering in deze Kamer tegen te gaan, wordt gesproken over
een kiesdrempel. Het is er vandaag al eerder over gegaan. Het nieuwe
kabinet gaat erop studeren. Veel eenvoudiger is het om het aantal
ondersteuningsverklaringen dat nodig is om mee te kunnen doen aan de
verkiezingen, te verhogen. Dat ligt nu op 580, plus 10 op de Caribische
eilanden. Dat is echt heel weinig. De drempel om mee te doen aan
verkiezingen is wel heel laag. Als we daar nou eens een paar duizend van
maken, dan krijgen we vast in ieder geval een kleiner stembiljet. Ik
vraag de minister om een reactie op dat idee. Wat mijn partij betreft
past daar ook bij dat we af moeten van de gewoonte om altijd als een
kabinet valt, meteen nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Verstandiger
is het om na de val van zo'n kabinet te kijken of er andere
mogelijkheden zijn. De kiezer verwacht van ons dat we ons werk doen en
niet iedere keer om nieuw vertrouwen vragen.
Voorzitter. Er is werk aan de winkel, veel meer dan ik nu heb geschetst.
Er ligt werk om het vreedzaam samenleven in ons land in stand te houden.
Er ligt werk om Nederland dat prachtige land te laten blijven dat we al
zo lang zijn. Mijn fractie en ik zetten ons daar de komende tijd met
veel inzet voor in.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel. Mag ik ook mevrouw Boelsma vragen naar voren te komen? Ik
feliciteer ook de heer Van den Brink van harte met zijn maidenspeech. Ik
schors voor de felicitaties en direct voor de lunch. Ik wil met u
afspreken om om 13.45 uur het debat te vervolgend. Het debat is
geschorst.
De vergadering wordt van 13.11 uur tot 13.45 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. Met de vaste Kamercommissie van Binnenlandse Zaken
bespreken we de begroting van Binnenlandse Zaken. We hebben al naar een
heel aantal sprekers geluisterd en zijn aangekomen bij de bijdrage van
de heer Clemminck. Hij doet dat namens JA21. Als ik goed ben
geĆÆnformeerd, meneer Clemminck, is dit tevens uw maidenspeech. Daar
kijken we erg naar uit. Dan geef ik u graag het woord voor uw
maidenspeech. Meneer Clemminck.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Het is wel de derde keer dat ik hier in de
plenaire zaal sta, maar de onderwerpen hiervoor waren niet echt geschikt
voor een maidenspeech. Maar het is een mooie traditie, dus ik maak er
graag gebruik van. De heer Bosma refereerde er al aan: ook van deze
plaats sterkte aan de staatssecretaris. Dat is ook goed om te zeggen.
Mag ik dan ook mijn eigen partijleider, Joost Eerdmans, beterschap
wensen? Hij kijkt als het goed is, maar hij is helaas niet in staat om
hier te zijn.
Voorzitter. Het beeld staat in mijn geheugen gegrift. Ik was 16 jaar.
Zoals altijd zat ik voor de televisie samen met mijn vader het
zesuurjournaal te kijken, thuis in mijn ouderlijk huis in Tilburg. Dan,
om 18.14 uur: een spoedbericht van Harmen Siezen. Hilversum. Mediapark.
Pim Fortuyn. De moord op Pim Fortuyn, door een linkse milieuactivist,
maakte op mij diepe indruk en zorgde ervoor dat ik van iemand die
geĆÆnteresseerd was in de actualiteit, iemand werd die geĆÆnteresseerd
raakte in de politiek. Het maakte dat ik na een stapelaarsroute via het
vmbo koos voor een studie politieke geschiedenis en politicologie aan de
Radboud Universiteit in Nijmegen.
Voorzitter. Het is eervol om lid te mogen zijn van deze Kamer. Het maakt
mij trots om dit te mogen doen voor een partij die onlosmakelijk
verbonden is met het gedachtegoed van Pim. Met de winst van JA21 is het
fortuynisme weer sterk terug in de Kamer. Ik wil dan ook mijn partij,
van bestuur tot vrijwilligers en van fractiegenoten tot medewerkers,
danken voor deze kans en eer.
Voorzitter. Wie ben ik, bij wie hoor ik en wie zijn wij? Voor iemand die
geadopteerd is zijn dat vragen die wellicht nog wat explicieter leven
dan voor een ander. Maar het zijn ook vragen die wij als Nederlanders
onszelf veel meer moeten stellen. Ons land mag geen land worden van 18
miljoen burger-zzp'ers.
Voorzitter. Het is mijn diepe overtuiging dat wij in Nederland een
culturele gemeenschap vormen, een culturele gemeenschap die niet
gebaseerd is op etniciteit, maar op gedeelde waarden en normen. Fortuyn
schreef in zijn boek De verweesde samenleving dat elke generatie de
opdracht heeft om haar kernwaarden te formuleren, te behouden, te
herijken en over te dragen aan de volgende generatie. Het is als een
schakel. Maar wee de gemeenschap waarin die schakel ontbreekt, als een
generatie het niet lukt of niet de wilskracht heeft om haar cultuur over
te dragen aan de volgende generatie. Wat zouden wij zijn zonder
inbedding in gemeenschappen? Wat zou ik zijn zonder mijn Zeeuwse en
Brabantse familie, zonder de gemeenschap van mijn vriendengroep, zonder
mijn clubje Willem II, zonder Nederland? "Wat wij in Nederland al eeuwen
hebben opgebouwd, mogen we niet in enkele decennia laten afbreken", zei
Pim. Een zorg, maar voor mij ook een motivatie om dit Kamerlidmaatschap
te mogen vervullen.
Voorzitter. Sri Lanka, 1986. Een land in diepe ellende en armoede. Een
burgeroorlog die al aan tienduizenden het leven heeft gekost. Een
gemeenschap niet gebaseerd op cultuur, maar op etniciteit. Een lelijke
geschiedenis. Zonder Nederland had ik op geen enkele manier de persoon
kunnen zijn die ik nu ben. Ik leef in veiligheid en welvaart, had de
kans om te studeren en om lief te hebben wie ik wil. Adoptie was een lot
uit de loterij. Dat besef zit sterk in mij. Dat brengt een sterk
plichtsbesef met zich mee: wat kan ik terugdoen, wat kan ik teruggeven
aan Nederland? Voor mij was een van de manieren om dat te doen via mijn
werk voor diverse Brabantse gemeenten, als ambtenaar, en later als
ondernemer in de publieke sector daar.
Voorzitter. Ambtenaren dienen het algemeen belang, maar definiƫren dit
niet. De laatste jaren lijkt dit basisprincipe door een deel van de
ambtenarij losgelaten te zijn. We zagen verdeeldheid, lekken en
misschien wel ronduit muiterij. Een aantal voorbeelden. Ambtenaren die
meewerken aan reconstructies in de media bij minister Faber en minister
Wiersma, honderden ambtenaren die een brandbrief ondertekenen over een
traag klimaatbeleid en dan hebben we nog de affaire rondom de voormalige
minister van Buitenlandse Zaken Veldkamp en Israƫl. Neem dit laatste
voorbeeld. Hoe kan het nou zo zijn dat in de Kamerbrief rondom dit lek
aan de ene kant werd gesteld dat de gelekte brief uitsluitend voor
intern gebruik was, maar aan de andere kant geen actie werd ondernomen,
omdat er geen gerubriceerde of vertrouwelijke informatie is gelekt?
Hiermee is toch iedere toekomstige minister vogelvrij? We accepteren en
legitimeren hiermee dat ambtenaren hun bewindspersoon voor de bus kunnen
gooien. Wat JA21 betreft is het simpel: scherpe ambtelijke adviezen zijn
altijd goed, maar ambtelijk lekken en muiterij is onacceptabel. Ik hoor
hier graag een reflectie op van de minister. Ik vraag daarbij specifiek
op welke wijze binnen de ambtenarij aandacht wordt besteed aan het
staatsrechtelijke begrip van hun positie en rol. Ten slotte vraag ik
hierover aan de minister of hij van mening is dat de Ambtenarenwet nog
actueel is en voldoende handvatten biedt om op te treden tegen publieke
ambtelijke ongehoorzaamheid.
Dan kom ik op mijn amendement. Lokale partijen zijn steeds populairder
bij verkiezingen. We ontvingen laatst ook een brief van meer dan 100
lokale partijen over hun financiering. Het geld is er; het is nu alleen
nog wachten op Den Haag tot de wetgeving is afgerond. Daarom kom ik met
dit amendement. Ik hoop dat wij lokale partijen op deze manier nog dit
jaar van financiƫle middelen kunnen voorzien.
Voorzitter. De minister van Binnenlandse Zaken is de hoeder van de
democratie en de rechtsstaat. Er is, denk ik, terecht veel aandacht in
deze begroting voor de beĆÆnvloeding van statelijke actoren en
desinformatie op sociale media. Maar de olifant in deze kamer blijft
toch onbesproken: de vergaande juridisering van de bestuurlijk ruimte en
daarmee de inperking van de politieke ruimte. Democratie betekent ook
dat de burgers van Nederland via hun stem invloed kunnen uitoefenen op
hoe ze willen leven. Een democratische meerderheid moet ook de
mogelijkheid hebben om dingen te veranderen. Stemmen wordt anders een
ritueel, symboliek zonder betekenis. Juridisering is als een
sluipmoordenaar voor onze democratie. Het is gevaarlijk voor het
draagvlak, vertrouwen en geloof in de parlementaire democratie. Er zijn
voorbeelden genoeg. Denk uiteraard aan de Urgendazaak, de uitspraak over
Shell en de CO2-uitstoot, het verbod op de uitvoer van
F35-onderdelen naar Israƫl, het oordeel dat de bouwvrijstelling stikstof
in strijd is met de Europese natuurbescherming en recent nog de
uitspraak van de rechtbank Den Haag over Bonaire en klimaatverandering.
We zullen de politieke ruimte en het politieke primaat terug moeten
pakken, zodat de democratische wensen van Nederlanders ook de realiteit
kunnen worden. Hoe reflecteert de minister hierop? En beziet de minister
in dat licht bijvoorbeeld een constitutionele toetsing aan de klassieke
grondrechten door afschaffing van artikel 120 van de Grondwet?
Voorzitter. Mijn entree in de Nederlandse politiek heeft mij twee dingen
geleerd. Ten eerste heeft het me geleerd dat je niet van de verkeerde
diversiteit moet zijn om bij sommige clubs te mogen horen. Ten tweede
heeft het me geleerd dat veel mensen denken: zou hij zo hoog op de lijst
van een rechtse partij hebben gestaan omdat hij van kleur is en omdat
hij getrouwd is met een man? Een blanke Nederlander van over de 50 wordt
ongeacht zijn kwalificatie en kwaliteit afgeschreven, alleen om zijn
uiterlijke en culturele kenmerken. We hebben daar een woord voor. Hoe
noemen we het ook alweer? Volgens mij is dat woord "discriminatie".
Positieve discriminatie is een gruwel. Je wordt gereduceerd tot dat ene
labeltje, dat ene hokje. Je bent van kleur, dus ben je voor
herstelbetalingen voor het slavernijverleden. Je bent lhbti, dus ben je
pro-Palestina. Je bent beide, dus ben je progressief links. En kan je
nog vertrouwen op je eigen kunnen, als je tot de zogenaamde minderheid
behoort? Hij zou wel hoog op die lijst hebben gestaan, las ik ergens,
als excuus-allochtoon; hij is een bounty.
Voorzitter. Als ik ergens ook maar het lichte vermoeden zou hebben gehad
dat mijn positie op de lijst van JA21 te maken zou hebben gehad met
positieve discriminatie, dan had ik mijn zetel onmiddellijk teruggeven
aan de partij. Maar het antwoord daarop is natuurlijk nee: bij ons, bij
JA21, is er geen enkele plek voor discriminatie, ook niet voor
positieve.
Voorzitter. Elke revolutie eet uiteindelijk z'n eigen kinderen op. Dat
geldt ook voor het inclusie- en diversiteitsbeleid van dit ministerie.
Uit schriftelijke vragen van JA21 bleek dat er miljoenen over de balk
worden gesmeten voor verschillende cursussen, zoals de unconscious bias
workshop en de advanced unconscious bias workshop. "Advanced" kan
betekenen dat je de goede kant op gaat, of misschien is dat juist een
probleem; ik heb geen idee. Ik ben ook wel even benieuwd of de minister
tot die advanced-groep behoort of niet.
Een heuse inclusie-industrie. Alleen het afgelopen jaar gaf deze
minister al ā¬700.000 uit aan inclusiecursussen. Maar daarmee houdt het
niet op, want voor het komende jaar staat er weer zo'n 3,5 miljoen euro
in de boeken op de post "diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie". Ik
citeer: "Een team dat het Rijk ondersteunt om diversiteit,
gelijkwaardigheid en inclusief denken en handelen op de werkvloer te
bevorderen". Dat gaat over het team DGI. Graag een reflectie van de
minister. Hoe rijmt hij de jacht op discriminatie aan de ene kant met
quota die het voor bevolkingsgroepen oneerlijk, onmogelijk en ongelijk
maken aan de andere kant?
Voorzitter, ik rond af. Laten we ons niet laten afleiden door een
cursusje hier en een workshopje daar. Veiligheid is voor de
lhbti-gemeenschap de basis. Toen ik met mijn Italiaanse man van Tilburg
naar Utrecht verhuisde enkele jaren geleden, zeiden vrienden tegen mij:
"In die en die wijk in Utrecht kun je niet wonen" en "Daar, daar en daar
in Utrecht kun je eigenlijk niet hand in hand over straat". We zijn niet
vrij tot we allemaal vrij zijn. Dat is een leus die we de afgelopen
jaren veel op straat hebben gehoord. En inderdaad, de lhbti-gemeenschap
is nog lang niet vrij in onze Nederlandse straten, net zomin als
bijvoorbeeld onze Joodse gemeenschap. In alle bescheidenheid zeg ik: het
zou mij een trots gevoel geven als ik een bijdrage kan leveren aan die
vrijheid.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Clemminck. Ik wil u van harte feliciteren met uw
maidenspeech. U had een mooi persoonlijk verhaal. Ik schors voor een
enkel moment zodat u de felicitaties in ontvangst kunt nemen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
De heer Van Baarle is de volgende spreker op de sprekerslijst. Hij
spreekt namens DENK. Ik wil hem uitnodigen voor zijn bijdrage in het
debat.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, ik zal iets over mijn tijd heen gaan, want ik ga wat van
onze tijd voor de AenM-begroting gebruiken. Dan weet u dat. Volgens mij
wordt het ook netjes bijgehouden.
Uiteraard allereerst mijn complimenten aan iedereen die een maidenspeech
heeft gehouden. Ik heb mooie en persoonlijke verhalen gehoord. Alle
succes in dit huis.
Voorzitter. Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat over de overheid
zoals mensen die elke dag ervaren, bijvoorbeeld bij het aanvragen van
een paspoort of ID en het inloggen met DigiD, en zorgt ervoor dat mensen
erop kunnen vertrouwen dat verkiezingen goed verlopen. Daarom is deze
begroting zo belangrijk: mensen ondervinden er direct het effect van
wanneer het systeem faalt. De komende tijd gaan we graag met de nieuwe
minister van Binnenlandse Zaken het debat aan over alle nieuwe
beleidsvoornemens op deze vlakken. Deze minister heeft nog drie weken,
maar we wensen hem in ieder geval veel succes met de overdracht.
Het is in ieder geval goed dat het juk van de PVV van de regering af is
geschud. De PVV is eigenlijk verworden tot een niet meer serieus te
nemen romppartij, waar niet alleen kiezers, maar inmiddels ook
Kamerleden van weglopen. Ik zou vooral willen zeggen: ga zo door. De
destructie van de PVV is eigenhandig ingezet. Die implosie kunnen wij
alleen maar toejuichen.
DENK gelooft in een weerbare democratie. Dat betekent dat een democratie
zich moet verweren tegen gedachtegoed dat antidemocratisch is en ingaat
tegen onze rechtsstaat. Wat ons betreft was de deelname van de PVV aan
de regering een directe aanval op de democratie en de rechtsstaat. Dat
bewindspersonen met racistische denkbeelden, antirechtsstatelijke
denkbeelden, antimoslimdenkbeelden en xenofobe denkbeelden in het
kabinet plaatsnamen, was een frontale aanval op onze Grondwet en alles
waar we voor staan.
In de politicologie worden soms veertien karakteristieken aan het
fascisme verbonden. Een daarvan is sterk en voortdurend nationalisme;
dan denk ik bijvoorbeeld aan een politieke partij waar mensen met de
prinsenvlag zwaaien. Een ander is minachting voor mensenrechten; dan
denk ik aan een politieke partij die voortdurend voorstellen indient om
bijvoorbeeld de Koran te verbieden of moskeeƫn te sluiten. Weer een
ander is zondebokpolitiek; dan denk ik aan de retoriek die hiervandaan
komt, waarin vluchtelingen worden vergeleken met ziektes, met plagen,
met natuurrampen, met tsunami's. Nog een voorbeeld is militarisme; dan
denk ik aan een woordvoerder die het had over rollende tanks door het
prachtige weidelandschap van Nederland. Seksisme, controle van de vrije
pers, obsessie met nationale veiligheid: als je strikt kijkt naar
politicologische definities, hebben we eigenlijk gewoon een fascistische
partij in de regering gehad. Wat zegt dat over de staat van onze
democratie? Wat zegt dat over de weerbaarheid van onze democratie? Ziet
de minister niet dat we eigenlijk een enorme bedreiging van onze
democratische rechtsstaat hebben gehad en nog steeds hebben?
Voorzitter. Onze democratie wordt ook bedreigd door buitenlandse
inmenging. Dieptepunten in de afgelopen tijd waren bijvoorbeeld de BBB
...
De voorzitter:
Aardig dat u even met me meedenkt, meneer Van Baarle. De heer Flach
heeft een interruptie voor u.
De heer Flach (SGP):
Ik wil even de lofzang op de democratie onderbreken. Is democratie wat
de heer Van Baarle betreft overal in de wereld de beste staatsvorm?
De heer Van Baarle (DENK):
Wat mij betreft onderschrijven we hier in Nederland met z'n allen de
democratische en parlementaire rechtsstaat, maar ik denk dat we het
allemaal eens zijn dat we aan de parlementair-democratische rechtsstaat
hier in Nederland flink wat kunnen sleutelen en verbeteren. Filosofisch
en politicologisch gezien is dit ook een lange discussie. Iemand zei
weleens: de parlementaire democratie is niet altijd in alle opzichten
optimaal, maar het is het beste systeem dat we op dit moment kunnen
bedenken. Dat is ook gewoon zo. Dat moeten we met elkaar uitdragen. Dat
moeten we onderschrijven. Dat moeten we koesteren. Wat DENK betreft is
dat dus zeker zo. De parlementaire democratie moeten we altijd
onderschrijven en uitdragen.
De voorzitter:
De heer Flach heeft een vervolgvraag.
De heer Flach (SGP):
Dat laatste ben ik zeker met de heer Van Baarle eens, maar hij had het
ook over het weren van antidemocratische tendensen. Ik hoorde van de
week op onze publieke omroep iemand die alle ruimte kreeg om uit te
weiden over waarom hij vond dat de enige democratie in het Midden-Oosten
ontmanteld zou moeten worden. Daarom stel ik ook de vraag: is dat overal
op de wereld de beste staatsvorm? In feite is dat antidemocratisch. Hoe
kijkt de heer Van Baarle daarnaar?
De heer Van Baarle (DENK):
Nou, kijk, ik pleeg met de heer Flach van inzicht te verschillen over de
vraag of de staat die hij benoemt, namelijk de staat Israƫl, een
democratie is. Ik vind dat je de staat Israƫl, die een apartheidsbeleid
voert in de richting van Palestijnen ā het IsraĆ«lische leger heeft
laatst toegegeven dat er meer dan 71.000 Palestijnen zijn vermoord in
Gaza ā geen "rechtsstaat" kan noemen. Ik vind dat je dat geen
"democratie" kan noemen. Dat noem je een "genocidale apartheidsstaat".
Het standpunt van DENK is wat dat betreft altijd klip-en-klaar geweest:
vormen van misdaad zoals apartheid, genocide en onderdrukking dienen
plaats te maken voor een toekomst waarin iedereen gelijke rechten heeft,
of het nou gaat om moslims, joden, christenen of wie dan ook. Daarin
heeft het apartheidsbestel van Israƫl wat ons betreft geen plek.
De voorzitter:
Meneer Flach, tot slot.
De heer Flach (SGP):
Dat een bevriende natie als Israƫl een democratie is, behoeft eigenlijk
geen betoog. Ze hebben gewoon een volksvertegenwoordiging. Er zijn daar
mensen op dezelfde manier aan het werk als wij. Wat de heer Van Baarle
hier eigenlijk zegt, is: antidemocratische tendensen wil ik vooral weren
als ze niet voldoen aan mijn eigen standaarden. Dat is geen democratie.
Als je antidemocratische tendensen wil weren, moet je ook consequent
zijn. Dan zou je eigenlijk moeten zeggen: dan hoor je democratische
structuren elders op de wereld dus ook niet te ondermijnen. Dit laat
toch wel een bepaalde discrepantie zien.
De heer Van Baarle (DENK):
Welnee. Ik heb bepleit dat we onszelf moeten houden aan de principes in
onze Grondwet en van onze rechtsstaat. Die principes gelden voor
iedereen. Als een politieke partij het bij haar oprichting tot haar
missie maakt om artikel 1 van de Grondwet uit te hollen voor meer dan 1
miljoen Nederlandse moslims en daar ook nog eens voorstellen toe doet,
kun je onderschrijven dat dat een bedreiging is voor alles waar we voor
staan. Maar dat geldt ook als het gaat om het internationaal recht. Als
we een staat hebben die een genocide pleegt, apartheidsbeleid voert en
allerlei dingen doet die in strijd zijn met het internationaal recht,
kunnen we met elkaar zeggen dat het daarmee in strijd is en dat het geen
plek dient te hebben in een wereld met een internationale rechtsorde.
Dus welnee, meneer Flach, het is niet selectief shoppen. Het is gewoon
keihard staan voor onze Grondwet en de principes die daaruit volgen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het dieptepunt in de afgelopen tijd ā ik had het over
inmenging ā was het zwaaien met een IsraĆ«lisch rapport door een
politieke partij hier in de Kamer. Er is ook onderzoek waaruit blijkt
dat politieke partijen een-op-een de teksten van de zionistische
lobbyorganisatie CIDI oplepelen in dit parlement. Bij een andere
politieke partij is er volgens de Israƫlische krant Haaretz zelfs sprake
van geweest dat medewerkers van de Israƫlische ambassade in Den Haag een
motie voor die politieke partij hebben geschreven. De PVV kreeg geld van
zionistische clubs uit Amerika. Wie betaalt, bepaalt. Israƫl bespioneert
instituten in ons land en Israƫlische bewindspersonen mengen zich in de
Nederlandse politiek. Het staat zelfs klip-en-klaar in het laatste
Dreigingsbeeld Statelijke Actoren van de NCTV. Wat doet deze minister
nou eigenlijk tegen deze vormen van inmenging door de
regering-Netanyahu? Wat vindt de minister ervan dat politieke partijen
in dit huis aan de leiband lopen ā daar heeft het alle schijn van,
gezien de voorbeelden die ik net opnoemde ā van IsraĆ«lische
beĆÆnvloedingscampagnes?
Voorzitter. Dit ministerie is ook het coƶrdinerend departement voor de
aanpak van discriminatie en racisme, maar helaas ervaren nog te veel
mensen in ons land discriminatie en racisme. Het is het vijfde jaar op
rij dat het aantal meldingen hiervan in Nederland toeneemt. Het aantal
meldingen bij het landelijk meldpunt voor discriminatie is verdubbeld.
Dit is slechts het topje van de ijsberg, want uit onderzoek blijkt dat
maar een op de tien mensen die discriminatie ervaren, er melding van
maakt. Maar een op de tien. Wat gaat de minister doen om de
meldingsbereidheid te verhogen? Het instituut dat hierin een cruciale
rol kan spelen, is de Nationaal Coƶrdinator tegen Discriminatie en
Racisme. Dankzij een motie van DENK en D66 is deze nationaal coƶrdinator
in 2021 ingesteld. Sinds kort is diens rol eigenlijk geminimaliseerd tot
slechts adviseren. Het is goed om in het coalitieakkoord te lezen dat er
sprake moet zijn van een wettelijke verankering. Om die een handje te
helpen, zal DENK op korte termijn een initiatiefwetsvoorstel presenteren
om de NCDR wettelijk te verankeren en te versterken. We bereiden dat al
een tijd voor. We zullen het dus binnenkort indienen.
Voor de tussentijd heeft de fractie van DENK twee amendementen
ingediend, eentje over extra budget voor de nationaal coƶrdinator en een
over extra geld voor de algemene versterking van de bestrijding van
discriminatie en racisme. Natuurlijk ontvangen wij graag een positief
oordeel van de minister op onze amendementen.
DENK vindt dat de rol van gemeenten in de strijd tegen discriminatie
niet onderschat mag worden. Van alle gemeenten voeren slechts 37
gemeenten een actief beleid tegen discriminatie. Vooral kleinere
gemeenten hebben hier moeite mee. Hoe kunnen die kleinere gemeenten
beter geholpen worden? Is het niet tijd om gemeenten te verplichten een
actief antidiscriminatiebeleid te voeren en hen daarbij structureel te
ondersteunen? Dat vragen wij al langer. Ik vraag de minister of hij
bereid is dat te doen. Volgens mij werd dit onderzocht. Wat is daarvan
de stand van zaken?
We lezen ook dat de minister bezig is met een nieuwe
rijksinkoopstrategie. Hoe gaat hij hierbij maximaal de ruimte benutten
om discriminatie als uitsluitingsgrond vast te leggen? Dat betekent
gewoon dat een overheid die een contract afsluit, in alle gevallen niet
samenwerkt met discriminerende bedrijven. Hoe zal dat worden
doorgevoerd?
Dan de antidiscriminatievoorzieningen. Begin 2025 hoorden we dat er een
nieuwe landelijke organisatie zou komen. Inmiddels zijn we in 2026, maar
wat dit betreft lijkt het nog stil te zijn. Wat is de actuele stand van
zaken? Is er een wetsvoorstel? Wanneer gaat dat in internetconsultatie?
DENK wil echt dat meer vaart achter deze wet wordt gezet.
Voorzitter, tot slot. Moslimdiscriminatie is nog steeds een heel erg
groot probleem in onze samenleving. Meer dan de helft van de moslims in
Nederland geeft aan weleens discriminatie te hebben ervaren. Dames met
een hoofddoek worden tot zeven keer minder uitgenodigd voor een
sollicitatiegesprek. Moskeeƫn in Den Haag, Waalwijk, Emmeloord en
Middelburg zijn het afgelopen jaar opgeschrikt door intimidatie,
haatincidenten en vernielingen, en dan zijn al die haatbrieven die
verstuurd zijn naar vrijwel alle moskeeƫn in Nederland nog niet eens
meegerekend. Het moet tijd zijn voor actie. Na onderzoek op onderzoek is
de vraag hoeveel bewijs er nog nodig is voordat we kunnen erkennen dat
moslimdiscriminatie gewoon een gerichte aanpak verdient, een eigen plan,
een eigen aanpak. We zien een stevige inzet tegen andere specifieke
vormen van discriminatie. Die is terecht, maar wanneer krijgt de
discriminatie van moslims, een groep van meer dan 1 miljoen Nederlandse
burgers, diezelfde aandacht? Op dit punt zullen we dus wederom een motie
indienen.
Dan helemaal tot slot, voorzitter. Ik was ƩƩn punt vergeten: de
bewustwording rondom het slavernijverleden. Ik heb brieven en vragen
gekregen vanuit maatschappelijke initiatieven. Zij geven aan dat het
Aziatische deel van het Nederlandse slavernijverleden buiten de
regelingen valt en onvoldoende aandacht krijgt. Ik zou graag aan de
minister willen vragen of dat klopt en, als dat klopt, of hij bereid is
om dat aan te passen.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. We gaan luisteren naar de bijdrage van de
heer Flach. Hij spreekt namens de SGP. Overigens, meneer Van Baarle: de
administratie laat ik even over aan de Griffie, want met uw tijd gaat
het inderdaad iets anders.
Meneer Flach, we gaan naar u luisteren.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. "Jullie rechtsorde is de onze niet." Met deze
leus trokken de krakers in Amsterdam in de jaren tachtig ten strijde
tegen de overheid. Ze gebruikten zelfs grof geweld tegen de politie. Hun
optreden was een dieptepunt in onze geschiedenis. Er is alle reden om
hun gedrag en hun leus af te kraken. Je kunt niet zomaar afstand nemen
van de rechtsstaat, en al helemaal niet met geweld. Onze rechtsorde
verdient bescherming.
Inmiddels is onze rechtsorde helaas in een omgekeerde toestand beland:
de overheid valt vreedzame burgers lastig en sluit ze zelfs op omdat hun
opvatting haar niet bevalt. Ik heb het niet over Rusland, maar over
Nederland. Als eerste voorbeeld noem ik het misplaatste optreden van de
gemeente Tilburg tegen Tom de Wal. Een raadslid van de PvdA zei daar:
Tilburg moet geen podium bieden aan gevaarlijke onzin die mensen
uitsluit en valse hoop verkoopt. Kennelijk leeft zelfs bij
volksvertegenwoordigers de gedachte dat de gemeente mag bepalen welke
inhoud wel of geen podium krijgt. Hoezeer je ook bezwaren kunt hebben
tegen het optreden van De Wal, daar gaat de overheid gelukkig niet over,
net zomin trouwens als de overheid linkse onzin op een kieslijst mag
belemmeren. Wat vindt de minister ervan dat klassieke vrijheden steeds
vaker onder vuur komen? Wil hij het standpunt van het Openbaar
Ministerie over deze casussen onder de aandacht van gemeenten brengen,
zo vraag ik hem. De gemeente Utrecht maakt het zo mogelijk nog bonter.
In november werden wakers bij een abortuskliniek aangehouden omdat ze
overlast zouden bezorgen. En dat was niet de eerste keer. Inmiddels
blijkt echter uit openbaar gemaakte stukken dat de aantijgingen nergens
op slaan. De toezichthouders van de gemeente stonden met de neus boven
op de wakers en stelden vast dat deze niemand hebben aangesproken. De
reuring ontstond juist door de dolle mina's ā ja, ze zijn weer terug.
Toch negeert de politie het oordeel van de toezichthouders en arresteert
de wakers op grond van de laster door de dolle mina's. Hoe is dit in een
rechtsstaat mogelijk, minister? Wordt dit soort obstructie door
tegendemonstranten betrokken bij de beoogde wetswijziging? Het is heel
begrijpelijk dat dit soort situaties leidt tot vervreemding en
verontwaardiging. "Is dit nog mijn rechtsorde?", vragen burgers zich
vertwijfeld af, zeker als we zien dat vernielers en bekladders geregeld
fluitend wegkomen.
Dan een ander onderwerp, voorzitter. Niet alleen elke burger, maar ook
elke regio telt. Ondanks dit prachtige motto signaleert de SGP echter
nog steeds het risico van een kansenkloof tussen regio's in ons land.
Sommige regio's vallen in de prijzen doordat ze in meerdere landelijke
programma's zitten, andere vallen overal buiten de boot. Denk
bijvoorbeeld aan Rivierenland. De kloof tussen regio's kan hierdoor
toenemen. Het is belangrijk dat de minister aangeeft dat elke regio
recht heeft op een aanspreekpunt bij het Rijk, ook als men niet onder
een landelijk programma valt. Kan de minister toezeggen dat dit
aanspreekpunt ook een overleg kan organiseren tussen Rijk en regio om
over een langjarige agenda te spreken? Dat zou helemaal passen bij de
aanbeveling van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen om
regionale kansenagenda's op te stellen. De SGP vindt het mooi om te
lezen dat de minister inmiddels enkele keren een locatiekeuze heeft
kunnen beĆÆnvloeden bij de verdeling van rijkswerkgelegenheid. Tegelijk
blijft het eerlijke verhaal dat onderbedeelde provincies er nog niet
allemaal op vooruitgaan. Sommige gaan zelfs tijdelijk achteruit. Ook
ontbreekt een duidelijk en concreet perspectief. Heeft de minister op
basis van de inventarisatie binnen de regio's inmiddels voldoende
gegevens om een tijdpad met concrete doelstellingen te maken? Dat is
belangrijke informatie om verdere stappen te kunnen zetten in de nieuwe
kabinetsperiode.
In de relatie tussen de overheden is de zuurgraad de afgelopen jaren
behoorlijk opgelopen. Arbitrages en rechtszaken lijken het nieuwe
normaal. De handelwijze rond het overdragen en korten op specifieke
uitkeringen staat symbool voor een gebrek aan respect voor
medeoverheden. Dat moet echt anders, en dat begint, heel eenvoudig, bij
voldoende inzicht en transparantie. Als het gaat om de bestaande taken
constateert de ROB dat het kabinet helaas niet of nauwelijks beweging
laat zien. De SGP begrijpt dat we de taken en middelen niet in detail
kunnen beschrijven, maar er moet wel meer inzicht komen in of beide nog
steeds in balans zijn. Is dat de inzet van het gesprek van de
minister?
Ik eindig mijn bijdrage niet bij de krakers in Amsterdam, maar bij de
burgers van Moerdijk. Deze Brabantse Galliƫrs verzetten zich tegen de
Romeinse reuzen van windmolens en waterstofcentrales. Het
opheffingsbesluit van de gemeente roept diepe emoties op. Je denkt je
als inwoner bijvoorbeeld al in dat je niet meer naar het graf van je
geliefde zou kunnen gaan. Of denk aan de rijksmonumentale kerk uit 1815.
Dit soort plekken kunnen we niet zomaar wegvagen met een sloopkogel en
een graafmachine. In Groningen zijn bij het opheffen van dorpen de
begraafplaatsen van Weiwerd en de kerk van Heveskes blijven staan. Wil
de minister uitdrukkelijk leren van zulke voorbeelden? Ik zal dat
ondersteunen met een motie in tweede termijn.
De voorzitter:
En daarmee bent u gekomen aan het einde van uw bijdrage? Dank u wel,
dank aan de heer Flach. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw
Bikker in deze eerste termijn. Zij spreekt namens de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Voordat ik begin natuurlijk eerst de felicitaties aan
collega Huizenga voor haar prachtige speech, waarin ik ook echt iets
hoorde van een kloppend hart voor ons hele land. Dank je wel, ik kijk
uit naar de samenwerking. Mijn felicitaties aan collega
Boelsma-Hoekstra, die mij net al liet kennismaken met alle mooie dingen
die Friesland kent. Ik denk eerlijk gezegd dat we eerder een
Elfstedentocht hebben dan de tien steden van D66. Dat hoop ik in ieder
geval, al moet de woningnood ook snel opgelost worden. Ik hoor iemand
zeggen dat het een metafoor is, maar ik wil wel die Elfstedentocht.
Felicitaties aan collega Van den Brink, die prachtig sprak over de
vrijheden die hem gevormd hebben en die wat mij betreft ook onze
toekomstige generaties mogen vormen. Ik kijk ernaar uit om daarin samen
op te trekken. Ook mijn felicitaties aan collega Clemminck, die prachtig
sprak over wat de identiteit van een land is en welke normen en waarden
je deelt. Volgens mij is dat juist een gesprek dat hier moet
plaatsvinden. Dat belooft wat voor de komende Kamerperiode.
Voorzitter. We leven in een sterke democratische rechtsstaat, maar toch
voelt onze manier van samenleven soms kwetsbaar. We kunnen die zomaar
kwijtraken; kijk naar de Verenigde Staten. Een stevige verankering van
onze grondrechten en een fysieke, digitale en inhoudelijke bescherming
van onze rechtsstaat zijn dus cruciaal. Daarom is het goed om dat bij
deze begroting te bespreken. De weerbaarheid van onze democratie staat
in deze tijden van nepnieuws en polarisatie onder druk. In de begroting
schrijft de minister daarover: "Agressie, intimidatie en bedreiging
ondermijnen het bestuur en zijn onacceptabel." Mooie woorden.
Tegelijkertijd heeft ook dit kabinet het lokale bestuurders wel razend
ingewikkeld gemaakt, want het kabinet zei dat het de Spreidingswet wilde
afschaffen, maar deed dat niet. Lokale bestuurders stonden daardoor vaak
extra in de wind en worden soms zelfs bedreigd. Ik vind dat het kabinet,
de minister van Binnenlandse Zaken voorop, burgemeesters en wethouders
onvoorwaardelijk moet steunen in het uitvoeren van hun wettelijke taken.
Ik vind dat deze minister en dit kabinet zich veel fermer moeten
uitspreken voor de rechtsstaat en voor uitvoering van de wet, in plaats
van steeds alleen maar te zeggen dat lokale bestuurders niet bedreigd
mogen worden. De wet is hier vastgesteld. Daarom moet er
onvoorwaardelijke steun zijn voor mensen die nu vol in de wind staan
doordat we het hier in Den Haag niet goed hebben geregeld. Het tweede
gebeurt telkens opnieuw doordat het eerste wordt nagelaten. Een veilige
publieke taak is niet alleen een kwestie van instrumenten of
protocollen, zou ik willen zeggen. Het gaat ook om houding, om gedrag:
hoe staan we achter die lokale bestuurders? Die rugdekking is de
afgelopen jaren, pijnlijk genoeg, uitgebleven. Ik ben benieuwd hoe de
minister, die pas kort hier zit, hiernaar kijkt. Welke adviezen geeft
hij hierin?
Voorzitter. Dan over de regio's. In Den Haag wordt veel gesproken over
hoe we ervoor zorgen dat het fijn is om in elk dorp en in elke wijk te
wonen. Na het rapport Elke regio telt! werd duidelijk dat er te weinig
is geĆÆnvesteerd om de leefbaarheid op een heel aantal plaatsen op peil
te houden en de verschraling tegen te gaan. De Regio Deals, mƩt geld,
waren daar het eerste succesvolle antwoord op. Toen kwam het
kabinet-Schoof, dat hƩt kabinet van de regio zou worden. Dat is helaas
geen waarheid geworden. Wel woorden, geen daden, geen middelen, geen
concrete stappen, geen boter bij de vis.
Voorzitter. Wat zou het jammer zijn als het aanstaande kabinet ook een
Randstadkabinet wordt, zonder investeringen in de Lelylijn, in
infrastructuur of in betaalbare woningbouw. Vanochtend nog werd uit
cijfers van het CBS duidelijk dat in 51% van alle buurten en dorpen
essentiƫle voorzieningen uit beeld raken. Kernen en plattelandsgemeenten
hebben daar last van. Neem bijvoorbeeld Oldebroek. Of neem het dorpje
Varik, waar het cafƩ sluit, of een eindje verderop Ophemert, waar de
supermarkt dichtgaat. Het leidt tot een spiraal van verschraling. Na het
verdwijnen van dit soort voorzieningen dreigt het einde van de lokale
basisschool en dan gaat het hard met het hele dorp. De ziel gaat eruit.
Dat kunnen we keren, juist door beleid hier, juist door geld te regelen
voor de woningbouw, juist door de procedures te vereenvoudigen, zodat
jongeren een huis kunnen kopen of huren in hun eigen dorp, hun kinderen
naar de basisschool om de hoek kunnen gaan en de sportvereniging in
leven blijft. Daar zet de ChristenUnie zich voor in. Ik vraag de
minister waarom dit kabinet nog steeds geen geld heeft kunnen vrijmaken
voor dorpen als Varik en Ophemert.
Een ander treffend voorbeeld is de spreiding van de rijkswerkgelegenheid
over het land. Dit is al jaren een breed gedeelde wens, ook door dit
kabinet. Ik zie de inspanningen, maar de praktijk komt zo langzaam van
de grond. Kan de minister uitleggen hoe dit komt? Welk stevig advies
geeft hij mee, ook aan zijn opvolger en het opvolgende kabinet? Hoe gaan
we dit anders doen?
Voorzitter. Dan de gemeentefinanciƫn. Als trouwe woordvoerders
Binnenlandse Zaken zeggen wij allemaal: geen taken zonder knaken. Dat is
erin geramd door al die wethouders Financiƫn. De verhoudingen tussen
Rijk en gemeente staan namelijk onder druk. Dat moet anders. De magere
reactie op de adviezen van de ROB helpt niet. De minister schuift ze
grotendeels terzijde. Waarom is dat? Hoe gaat de herijking van het
gemeentefonds plaatsvinden? Ik wil ook tegen de nieuwe coalitie zeggen:
geef de gemeente alsjeblieft een langjarig, duurzaam perspectief.
Begroten op incidenteel geld is namelijk niet te doen.
Ik rond af, voorzitter. Dit gaat over staatsrechtelijke vernieuwing. Dat
had u al verwacht van de ChristenUnie. Ik word eigenlijk gewoon een
beetje boos van de hele tijd dat gefilosofeer over die kiesdrempel, met
als enig argument dat ons land daardoor beter bestuurbaar zou worden.
Dat is een kulargument! Het feit dat ons land af en toe onbestuurbaar
lijkt, ligt echt niet aan die kiesdrempel. Dat ligt aan mensen die
weglopen, aan persoonlijke blokkades en aan afsplitsingen. Remkes heeft
klip-en-klaar die kiesdrempel afgewezen, dus waarom zouden we dan weer
dat pad opgaan? Het is arrogantie van de macht om zoiets voor te
stellen, nota bene door partijen die zelf ooit drie of vijf zetels
hebben gehad. Toevallig ben ik bezig met een initiatiefnota op dit
thema. Daarmee zetten we het om in positieve energie. Ik maak namelijk
heel graag, heel vaak en hopelijk met velen werk van een weerbare
democratie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Bikker. We kijken uit naar uw initiatiefnota. Daarmee zijn
we toegekomen aan de bijdrage van mevrouw Beckerman. Zij spreekt namens
de SP. Mevrouw Beckerman heeft het woord.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. Mijn felicitaties aan al die mensen die hun maidenspeech
hebben gehouden.
Wat voor samenleving willen we zijn, en welke overheid hoort daar dan
bij? Dat is in essentie waar deze begroting om draait. Wij vinden deze
begroting schraal. We zien ook dat de nieuwe coalitie er nog weer een
schep bovenop doet. Een meritocratie op steroĆÆden, is dat wat het
komende kabinet wil? Een samenleving waarin de zogenaamd hoogste
diploma's worden gezien als verdienste, waarin er zelfgenoegzaam wordt
neergekeken en snoeihard wordt bezuinigd op de mensen die deze
samenleving draaiende houden, en waarin er steeds meer ongelijkheid,
competitie tegen elkaar en individualisering is. Het huidige
demissionaire kabinet zette de rijksambtenaren al op de nullijn. Dat
raakt juist de mensen met de laagste salarisschalen hard. Denk aan
schoonmakers in dienst van het Rijk, gevangenispersoneel,
douane-inspecteurs, beveiligers, mensen hier in het restaurant en de
mensen die voor Rijkswaterstaat vandaag wƩl de weg op moeten. Zij zitten
allemaal op de nullijn, terwijl hun salaris vaak al lager is dan wanneer
ze niet voor de Rijksoverheid zouden werken en terwijl de kosten voor
levensonderhoud oplopen. De huren stijgen, evenals de prijzen voor
boodschappen, energie, vervoer en straks misschien ook nog het eigen
risico. De nullijn is toch niet vol te houden, vraag ik aan het
kabinet.
Maar daar kwam vrijdag ook nog het coalitieakkoord. En wat gebeurt er?
Komen er nu, na hogere bonussen voor bankiers als eerste daad, hogere
topsalarissen voor ambtenaren? In het vrijdag gepresenteerde akkoord
staat het als volgt: "We houden de Wet normering topinkomens tegen het
licht, geĆÆnspireerd op Singapore." Singapore is een machomeritocratie,
waar de overheidselite van topambtenaren en politici de hoogste
salarissen ter wereld verdienen. Het is een meedogenloos systeem. Is dat
de overheid die we willen: riante salarissen aan de top, maar het
uitknijpen van de uitvoerders?
Voorzitter. Dan de bezuinigingen op de gemeenten. 70% van de gemeenten
verwacht op termijn tekorten, die gezamenlijk oplopen tot circa 3,4
miljard euro. Een structurele bezuiniging van 2 miljard hangt nog steeds
als zwaard van Damocles boven gemeenten. Dit is door het zittende
kabinet tijdelijk afgezwakt, maar met tijdelijk geld kun je ook geen
structurele taken financieren. Bovendien zorgt al het tijdelijke geld
dat capaciteit van ambtenaren naar het schrijven van aanvragen en andere
bureaucratie gaat, in plaats van naar de gemeenschap. De financiƫle klap
komt alsnog.
Daarbovenop komt het kabinet-Jetten met nieuwe klappen, want ook
gemeenten krijgen een deel van de snoeiharde bezuinigingen op zorg en
sociale zekerheid direct of indirect op hun bord. Zo wordt
huishoudelijke hulp niet meer vergoed. Mensen die huishoudelijke zorg
nodig hebben, worden aan de markt overgeleverd. Voor de mensen die die
hulp niet zelf kunnen regelen, blijven de gemeenten daarin voorzien.
Maar wat dat betekent, is onduidelijk. Ik noem ook het inkorten van de
WW naar maximaal ƩƩn jaar, waarna mensen vaak in andere uitkeringen
zoals de bijstand komen. Bovendien wordt er onvoldoende geld vrijgemaakt
voor de noodzakelijke bouw van echt betaalbare woningen.
En dan is er jeugdzorg, een wettelijke taak die gemeenten moeten
uitvoeren, maar waar ze onvoldoende geld voor krijgen. Een structureel
ontwrichtend element binnen de gemeentelijke begrotingen. Dat zegt niet
de SP, dat zegt BDO, dat dit onderzocht heeft. Op deze taak heeft dit
kabinet bezuinigingen ingepland die oplopen tot 1,8 miljard in 2028, en
we zien het komende kabinet niet met een structurele oplossing komen.
Wel komt er ā hoe wrang ā een eigen bijdrage in de jeugdzorg, iets waar
D66 overigens eerder nog tegen was. En ja, jeugdzorg moet anders; de
marktwerking en de bijbehorende bureaucratie moeten eruit. In plaats
daarvan worden de problemen nu simpelweg doorgeschoven naar het sociaal
domein, zodat ze alsnog op het bord van de gemeenten liggen, terwijl die
al onvoldoende geld hebben. De harde bezuinigingen van het aankomende
kabinet op zorg en sociale zekerheid zijn al een snoeiharde aanval, en
als we niets doen aan de financiƫle positie van gemeenten, kunnen daar
nog meer bezuinigingen op volgen.
Voorzitter. Wat voor samenleving willen we zijn en wat voor overheid
hoort daarbij? In de afgelopen decennia is de overheid steeds meer ten
dienste gaan staan van bedrijven en ontstond naar inwoners juist een
gestold wantrouwen. Dat had het toeslagenschandaal, de ellende in
Groningen en tal van crises tot gevolg. Juist nu zou het moment zijn om
te bouwen aan een andere overheid, ten dienste van mensen. Geen
diplomademocratie, maar een die alle inwoners op waarde schat. En juist
nu keert het kabinet-Jetten I weer terug naar het oude: een opleving van
het neoliberalisme, een meritocratie waarin vooral theoretische
diploma's worden gezien als verdienste en de werkende klasse harde
klappen krijgt.
In Nederland mag je op heel veel gronden niet discrimineren, maar een
letterlijk discriminatieverbod op basis van klasse kennen wij niet. Op
initiatief van de SP zou de minister onderzoeken of discriminatie op
basis van sociaal-economische status kon worden toegevoegd. Hoe staat
het met dat onderzoek? Het kan wel eens heel hard nodig zijn. Dank u
wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. We gaan luisteren naar de bijdrage van de
heer Struijs. Hij spreekt namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank allen, voor de maidenspeeches. Dat maakt je trots om hier te mogen
werken. Het is ook een handreiking aan de samenwerking. Daar ben ik echt
heel blij mee, fijne collega's.
Ik sta hier toch ook een beetje met een ander gemoed, omdat ik voel dat
ik de kalkoen word die met de kerst wordt opgegeten. Je krijgt een
uitnodiging van de nieuwe coalitie om vooral constructief te zijn, maar
vervolgens is de vraag of je wel echt welkom bent met deze kiesdrempel.
Laat ik duidelijk zijn: ik vind de samenwerking met groot of klein,
bijvoorbeeld met DENK of de ChristenUnie, noem allemaal maar op, een
verrijking voor de democratie. Nou, u kunt maar weten hoe wij erin
zitten, en dat is vrij fanatiek.
Maar goed, dat gezegd hebbende: een compliment aan deze minister voor
zijn openheid, zijn kennis en zijn toegankelijkheid. Ik hoop dat wij dit
terug kunnen zien in het nieuwe kabinet. In de korte tijd dat u dit
doet, vind ik het echt van grote klasse. Dat heb ik ook maar even
gezegd.
Dan nog even waar het hier om gaat: de begroting. Wij maken ons zorgen
over de disbalans. Er is al meer over gesproken, maar laten wij even
inzoomen op een paar dingen. 350 miljoen herverdelen voor chronisch
zieken, die extra gedupeerd worden: hoe dan en waar dan? Hoe is die
verdeelsleutel en waar zitten de meeste zieken? Ik zou hierop graag een
reflectie willen van de minister. Hoe gaat hij dat dadelijk doorgeven
aan de toekomstige minister?
Dan de ROB. Ook deze spreekt van een disbalans. Daar maken wij ons
zorgen om. Ik weet dat er al wat schrale antwoorden zijn, maar ik zou
iets meer verrijkende taal willen horen. Hoe gaan we het voor elkaar
krijgen dat die disbalans eruit gaat, op basis van gelijkwaardigheid met
de gemeenten? Er liggen veel voorbeelden onder, maar ik zou toch een
beschouwing van deze minister willen horen op dit domein. Wat zet hij in
zijn memo voor de toekomstige minister? Er is sprake van disbalans als
het gaat om de Wmo, de Jeugdwet, veiligheid, klimaat, woningbouw en noem
maar op. Die moeten we opheffen. Er zijn veel problemen die we in deze
democratie kunnen oplossen in samenwerking met de gemeenten. Dit blijft
wel een zorgpunt voor ons.
Dan ondermijning. Ik ben enorm geschrokken van de gesprekken die ik heb
met mensen die in gemeenteraden zitten, met wethouders, met eenieder die
de democratie op lokaal niveau een warm hart toedraagt. Ik hoor van
politiemensen maar ook van anderen dat bedreigingen een verdienmodel
zijn geworden in onze democratie. Wat ik ook hoor, is dat ze het bewaken
en beveiligen niet meer aankunnen. Dan heb ik het over de dynamische
beveiliging, maar ook over de statische beveiliging. We zien namelijk
dat er steeds meer druk komt om panden of instellingen te beveiligen, of
het nou gaat om instellingen met een religieuze achtergrond, moskeeƫn of
joodse instellingen, of noem allemaal maar op. Ze kunnen het niet meer
waarmaken. Ik ben het van harte eens met wat de VNG zegt: die
samenwerking tussen het landelijke stelsel bewaken en beveiligen en het
lokale stelsel moet verbeteren. We hebben het hier namelijk wel over de
hoeders van onze democratie en die moeten fatsoenlijk hun werk kunnen
doen. Dus graag een reactie op mijn vraag over deze vorm van beveiligen,
met name de samenwerking tussen landelijk en lokaal, via het stelsel
bewaken en beveiligen, en op de vraag waar we kansen zien om die te
verbeteren.
Ik wil ook even stilstaan bij de zorgfraude. Ik weet dat de minister
gaat verwijzen naar VWS, maar het is te gek voor woorden dat gemeentes
weten waar de dubieuze bureautjes zitten, die landelijk echt voor meer
dan 10 miljard aan het frauderen zijn, maar dat als zo'n frauduleus
bureautje gaat vertrekken van de ene gemeente naar de andere, die
informatie niet gedeeld mag worden. Ziet de minister de mogelijkheid om
dit vanuit zijn functie in samenwerking met onder andere VWS en Justitie
en Veiligheid te verbeteren? Dit is namelijk een gemeenschappelijk
probleem, vind ik.
Misschien ga ik met iets raars eindigen. Ik ben de Kamer in gekomen met
de grap dat ik zo dicht mogelijk bij de wc's wil zitten, omdat ik van
50PLUS ben. Nou, dat heb ik geweten! Maar ja, het had ook iets
profetisch. Mensen die ernstige medische aandoeningen hebben, durven
namelijk de straat niet meer op omdat er geen publieke toiletten meer
zijn. Mensen vereenzamen omdat ze de boodschapjes niet meer durven te
doen, omdat ze weten dat daar geen publieke toiletten zijn. Ik weet dat
dit ook bij VWS hoort, maar ik wil toch deze minister aanmoedigen ā ik
verzoek hem om dat te doen ā om dit zo snel mogelijk samen met VWS en de
gemeenten op te lossen, zodat we allemaal van het publieke domein
gebruik kunnen maken. Ik als 50PLUS'er wil aan deze demissionaire
minister een belofte doen. Zo gauw hij dit voor elkaar krijgt, wordt het
eerste publieke toilet naar hem vernoemd. Daar gaan wij van 50PLUS ons
hard voor maken.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank aan de heer Struijs. We komen bij de laatste bijdrage in deze
eerste termijn van de zijde van de Kamer. Die is van mevrouw Lammers van
de Groep Markuszower. Het is ook haar maidenspeech, begrijp ik. Ik geef
haar daartoe graag het woord. Mevrouw Lammers.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Bij deze begroting Binnenlandse Zaken gaat het
formeel over cijfers, maar het zou moeten gaan om iets fundamentelers,
namelijk hoe deze regering omgaat met lokale democratie, met
gemeenschappen en met de rechtsstaat.
Voorzitter. Allereerst de voorgenomen gemeentelijke herindeling in de
Liemers: Duiven, Westervoort, Zevenaar en Doesburg moeten opgaan in ƩƩn
gemeente. Dat wordt gepresenteerd als vanzelfsprekend en noodzakelijk,
maar dat is het niet. Daar willen wij dan ook zeer terughoudend mee
zijn. Dit lijkt namelijk schaalvergroting om de schaalvergroting, met
als gevolg meer afstand tot het bestuur en verlies van lokale
identiteit. Neem de Hanzestad Doesburg, een eeuwenoude stad die al in
1237 stadsrechten kreeg, die het geweld van de Tachtigjarige Oorlog
meemaakte, inclusief inname door de geuzen. Een herkenbare, trotse stad,
waarvoor mensen hun leven hebben gegeven. Haar voortbestaan staat hier
op het spel. Inwoners worden voor een voldongen feit gesteld.
Voorzitter. Ik wil ook aandacht besteden aan het dorp Moerdijk. Het plan
om een dorp van ongeveer 1.100 inwoners te laten verdwijnen, een besluit
dat mensen raakt in hun bestaan, in hun tradities, in hun sociale
netwerken, in hun toekomst, en dat onder het mom van industriƫle
uitbreiding en energietransitie. Dan wil ik toch vragen: van wie zijn
die gemeenten eigenlijk, van bestuurders of van inwoners? Dat moet hier
toch centraal staan? Het is toch van groot belang dat als het gaat om
existentiƫle vragen over het voortbestaan van een dorp of stad, inwoners
zelf direct hierover zeggenschap hebben? Nu wordt er over hen geregeerd,
in Moerdijk zelfs door gemeenteraadsleden die zelf niet eens in Moerdijk
wonen. Daarom moet dit besluit van tafel worden geveegd. Wij dienen
daarom een motie in die voorstelt dat inwoners zich via een verplicht
referendum kunnen uitspreken over fusies of opheffing van hun gemeente
of delen daarvan.
Voorzitter. Dan even over Extinction Rebellion. We kennen het patroon
inmiddels. Wegen worden geblokkeerd, infrastructuur wordt platgelegd en
de wet wordt bewust overtreden. Dat wordt weggezet als activisme, ook
onlangs nog door deze BBB-minister in het commissiedebat
IVD-aangelegenheden. Maar laten we eerlijk zijn. Dit is
links-extremisme. Het demonstratierecht is namelijk geen vrijbrief om de
samenleving te ontwrichten of hulpdiensten te hinderen. Meerdere
deelnemers aan deze acties zijn reeds veroordeeld voor hun criminele
gedrag. Misschien wordt het vandaag ook tijd om vast te stellen dat de
misdrijven die deze XR-extremisten begaan, bijna net zo ernstig zijn als
het handelen van bestuurders, de burgemeesters die niet optreden. Wij
zullen de minister verzoeken op te treden wanneer burgemeesters die door
hem zijn aangesteld, niet handhaven.
Voorzitter. De kern is simpel. Democratie betekent dat je mensen serieus
neemt en dat je inwoners een grote stem geeft bij existentiƫle vragen
over hun dorp, hun gemeente en hun stad. Eeuwenoude gemeenschappen
kunnen we niet zomaar laten verdwijnen. Daarnaast is het van groot
belang dat eenieder die zich schuldig maakt aan strafbare feiten en de
leefomgeving van mensen aantast, misschien zelfs wel levens verwoest,
onmiddellijk wordt aangepakt. Iedereen die hier gemakzuchtig mee omgaat
en weigert in te grijpen, moet hiervoor verantwoordelijk worden
gehouden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Lammers. U zei in alle bescheidenheid dat u geen
felicitaties hoeft, maar ik feliciteer u toch met uw maidenspeech. Mooi.
Ik schors voor tien minuten. We gaan om 14.50 uur stemmen. Dan hebben we
tevens de gelegenheid om in de schorsing mevrouw Lammers te
feliciteren.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.