Tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid (CD 09/12) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D05526, datum: 2026-02-04, bijgewerkt: 2026-02-05 10:48, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-04 16:15: Tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid (CD 09/12) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Vreemdelingen- en asielbeleid
Vreemdelingen- en asielbeleid
Aan de orde is het tweeminutendebat Vreemdelingen- en
asielbeleid (CD d.d. 09/12).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik wilde de minister van VRO welkom heten,
maar die is hier op dit moment wel in persoon, maar niet in functie. Ik
heet dus de minister voor Asiel en Migratie van harte welkom in ons
midden voor het tweeminutendebat Vreemdelingen- en Asielbeleid. Het
commissiedebat vond plaats op 9 december. Ik geef als eerste spreker van
de zijde van de Kamer het woord aan mevrouw Vondeling namens de fractie
van de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties naar aanleiding van de twee
commissiedebatten. Eén tweeminutendebat is geschrapt, dus ik voeg het nu
allemaal samen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het COA volgens zijn eigen maatregelenbeleid
asielzoekers bij wangedrag vier uur de toegang tot de opvanglocatie mag
ontzeggen;
constaterende dat dit absurde beleid er in de praktijk toe kan leiden
dat asielzoekers woonwijken in worden gestuurd en daar overlast
veroorzaken;
overwegende dat de veiligheid en leefbaarheid van Nederlanders voorop
moeten staan en niet ondergeschikt mogen zijn aan de rechten van
asielzoekers die zich niet aan de regels houden;
verzoekt de regering asielzoekers die zich niet gedragen niet los te
laten op de Nederlanders, maar ze te straffen en bij overlast en
criminele feiten Nederland uit te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 3506 (19637).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er signalen zijn dat statushouders fraude plegen door
te claimen dat ze gescheiden zijn, waardoor ze dubbele woningen
toegewezen krijgen van het COA;
overwegende dat het onacceptabel is dat Nederlanders jaren moeten
wachten op een woning, terwijl asielstatushouders die fraude plegen
voorrang krijgen en zelfs meerdere woningen tegelijk kunnen
bemachtigen;
verzoekt de regering een diepgaand onderzoek in te stellen naar deze
fraudepraktijken en bij geconstateerde fraude de verblijfsvergunning in
te trekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 3507 (19637).
Mevrouw Vondeling (PVV):
De laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij het aflopen van de Europese Richtlijn Tijdelijke
Bescherming meer dan 100.000 Oekraïners in Nederland automatisch een
verblijfsvergunning voor drie jaar krijgen;
constaterende dat dit leidt tot een enorme extra druk op de woningmarkt,
de sociale zekerheid en de zorgkosten;
overwegende dat Oekraïne zelf aangeeft dat het zijn eigen mensen terug
wil hebben;
verzoekt de regering geen automatische verblijfsvergunningen voor drie
jaar toe te kennen aan Oekraïners bij het aflopen van de Richtlijn
Tijdelijke Bescherming, maar in plaats daarvan een actief
terugkeerbeleid in te voeren voor alle Oekraïners in Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 3508 (19637).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ceulemans voor zijn inbreng namens JA21.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Twee moties van onze kant.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al langere tijd gesproken wordt over specifieke
azc's voor lhbti-asielzoekers en dat er oproepen hiertoe aan het COA
worden gedaan;
overwegende dat het buiten reguliere azc's opvangen van deze doelgroep
geen oplossing, maar het maskeren van het probleem is;
verzoekt de regering op geen enkele wijze medewerking te verlenen aan de
totstandkoming van aparte azc's voor lhbti'ers en in plaats daarvan in
te zetten op het verwijderen van asielzoekers die in de opvang een
gevaar voor deze groep vormen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Clemminck.
Zij krijgt nr. 3509 (19637).
De heer Ceulemans (JA21):
De tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat inwoners en ondernemers in Budel en Maarheeze al
jarenlang ernstige overlast en onveiligheid ervaren rond het azc
Budel;
constaterende dat tussen de gemeente Cranendonck en het COA,
vooruitlopend op het overgaan van het terrein naar Defensie eind 2027,
afspraken zijn gemaakt over afbouw van het aantal opvangplekken en
maatregelen tegen overlast;
constaterende dat er echter nog altijd ernstige overlast wordt
ervaren;
verzoekt de regering om, aanvullend op bestaande maatregelen, te zorgen
voor extra maatregelen om de overlast als gevolg van de opvanglocatie in
Budel zo snel mogelijk terug te dringen, en de Kamer voor 1 mei 2026 te
informeren over de concrete invulling, planning en uitvoering van deze
maatregelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 3510 (19637).
Dank u wel. Het woord is nu aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Oekraïense ontheemden momenteel onder de Regeling
Tijdelijke Bescherming vallen, die in maart 2027 afloopt, en dat het
kabinet voorstelt hun daarna een verblijfsvergunning van drie jaar toe
te kennen;
overwegende dat het van groot belang is dat het Nederlandse beleid
rekening houdt met de wederopbouw van Oekraïne, zodat Oekraïners na hun
tijdelijke verblijf snel terugkeren om bij te dragen aan de wederopbouw
van hun land;
overwegende dat de duur van drie jaar het risico met zich meebrengt dat
terugkeer wordt vertraagd, terwijl kortere verblijfsregelingen met
automatische verlenging beter aansluiten bij de onzekere ontwikkelingen
van de oorlog;
verzoekt de regering om tijdelijke verblijfsvergunningen van een jaar te
verstrekken aan Oekraïense ontheemden, met automatische verlenging
zolang de oorlog voortduurt, zodat terugkeer en deelname aan de
wederopbouw van Oekraïne niet worden belemmerd bij beëindiging van de
oorlog,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 3511 (19637).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het terrein van het Centraal Orgaan opvang
asielzoekers, het COA, niet als openbare ruimte wordt aangemerkt en dit
ertoe leidt dat boa's daar geen bevoegdheden hebben en de politie pas
kan optreden nadat particuliere beveiligers hen hebben
ingeschakeld;
overwegende dat bewoners en medewerkers en omwonenden van COA-locaties
gebaat zijn bij een veilige en leefbare omgeving en dat het wenselijk is
dat bij overlast of incidenten sneller en effectiever kan worden
ingegrepen;
overwegende dat een mogelijkheid tot inzet van boa's en politie op
COA-terreinen zowel de veiligheid als leefbaarheid in en rondom het COA
kan vergroten;
verzoekt de regering te bezien hoe COA-terreinen juridisch kunnen worden
aangewezen als gebieden waar boa's en politie hun bevoegdheden kunnen
uitoefenen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 3512 (19637).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant twee moties. De eerste gaat
over de aanpak van het tekort aan tolken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vanwege een tekort aan tolken IND-afspraken regelmatig
niet kunnen worden ingepland of geen doorgang vinden;
overwegende dat inzet van nieuwe digitale technieken het tolkentekort en
bijbehorende logistieke problemen bij IND kan beperken en de
doorlooptijd van aanvragen kan verkorten;
verzoekt de regering een pilot te starten waarbij IND-gehoren via een
digitale verbinding live worden vertaald, en de Kamer over de uitkomsten
hiervan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en
Rajkowski.
Zij krijgt nr. 3513 (19637).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De tweede motie heeft betrekking op de noodzaak om te komen tot
versnelling van de asielbeoordelingsprocedure.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de achterstanden bij de IND tot uitzonderlijk lange
wachttijden leiden, waarbij inmiddels meer asielzoekers langer dan
vijftien maanden wachten dan korter;
overwegende dat deze situatie onwenselijk is en raakt aan de menselijke
maat;
overwegende dat de huidige productie van afgehandelde dossiers
achterblijft bij de eigen doelstelling;
verzoekt de regering om vóór de zomer, samen met de IND, met aanvullende
maatregelen te komen die leiden tot een aanzienlijke vereenvoudiging en
versnelling van de asielbeoordelingsprocedure, en daarbij ook te bezien
welke maatregelen ter verbetering van de inrichting en aansturing van
IND-werkprocessen in de toekomst zouden kunnen worden genomen;
verzoekt de regering tevens de Kamer per kwartaal te informeren over de
stand van zaken ten aanzien van de afdoening van het aantal
asieldossiers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 3514 (19637).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u, meneer Van Dijk. Dan is nu het woord aan mevrouw Westerveld als
laatste spreker van de zijde van de Kamer in deze termijn. Gaat uw
gang.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is algemeen bekend dat de noodopvang en
zelfs de crisisnoodopvang geen geschikte plek is, eigenlijk voor
niemand, maar helemaal niet voor kinderen. De Kamer heeft ook al vaker
gevraagd om er rekening mee te houden, om geen nieuwe kinderen meer te
plaatsen in bijvoorbeeld de crisisopvang. Toch krijgen wij signalen dat
het gebeurt. Daarom heb ik een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat meer dan 7.000 kinderen verblijven in
noodopvangplekken of crisisnoodopvangplekken;
overwegende dat deze kinderen vaak moeten verhuizen en dit directe
invloed heeft op hun gezondheid en hun welzijn;
overwegende dat dit ook zorgt voor onderwijsachterstanden, voor extra
trauma's en psychische problemen;
overwegende dat veel (crisis)noodopvangplekken onvoldoende voldoen aan
veiligheidseisen en er vaak een gebrek is aan speelruimtes, hygiëne en
rust;
verzoekt de regering om geen nieuwe kinderen meer te plaatsen op
(crisis)noodopvangplekken, om te komen met een plan met concrete
doelstellingen over het plaatsen van kinderen die nu in de
(crisis)noodopvang zitten naar reguliere opvangplekken, en de Kamer per
kwartaal te informeren over de voortgang,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld.
Zij krijgt nr. 3515 (19637).
Dank u wel. Ik schors tot 16.55 uur voor de beantwoording en appreciatie. De vergadering is geschorst.
De vergadering wordt van 16.46 uur tot 16.55 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Keijzer:
Dank u, voorzitter. Er zijn tien moties ingediend. Vanmiddag en gister
hebben we er over ongeveer 240 gestemd.
De voorzitter:
Jaja.
Minister Keijzer:
We beginnen dus weer lekker opnieuw, voorzitter.
De voorzitter:
Het land is weer een stukje mooier geworden.
Minister Keijzer:
De eerste motie is de motie-Vondeling op stuk nr. 3506. Ik ontraad deze
motie. Hier lopen twee zaken door elkaar heen. Eén. Daar waar een
asielzoeker zich misdraagt, is het best verstandig om diegene even opzij
te zetten. Maar daar waar crimineel gedrag vertoond wordt, handelen we
conform deze motie, namelijk met aangifte en vervolging. Deze motie
hinkt een beetje op twee gedachten, terwijl je ze allebei nodig
hebt.
Dan de motie op stuk nr. 3507 van mevrouw Vondeling. Ik weet niet
precies wat mevrouw Vondeling hiermee bedoelt. Er staat dat
statushouders claimen dat ze gescheiden zijn en dan dubbele woningen
toegewezen krijgen van het COA. Ik herken dat niet. Het COA wijst ook
geen woningen toe. Daarom ontraad ik deze motie.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Even één korte vraag. Dit punt had ik aangestipt in het commissiedebat
Vreemdelingen- en asielbeleid. We hadden toen geen tweede termijn en de
minister zou hier nog op terugkomen. Ze zou uitzoeken of deze berichten
kloppen. Begrijp ik nu dus dat de minister zegt dat ze niet kloppen? Is
het dus niet het geval dat statushouders soms bewust scheiden zodat ze
in aanmerking komen voor twee woningen?
Minister Keijzer:
Was dat een vraag van mevrouw Vondeling?
De voorzitter:
Ja.
Minister Keijzer:
De vraag is dus of het voorkomt dat statushouders bewust scheiden zodat
ze een tweede woning krijgen. Dat weet ik niet. Op dat moment zijn ze
namelijk statushouder en wonen ze al ergens, en dan is het dus aan
gemeenten.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Nou, als u het niet weet, is het misschien juist goed om het uit te
zoeken. Daarom heb ik dat ook gevraagd, en daarom ook deze motie.
Minister Keijzer:
Dan is het eigenlijk jammer dat mevrouw Vondeling niet gewoon even de
telefoon gepakt heeft om met mij het gesprek te voeren over wat ze
precies bedoelt. Ik ben namelijk altijd bereid om even het gesprek aan
te gaan en te kijken wat erachter zit en wat er wordt bedoeld. Voor
statushouders geldt dat die legaal in Nederland zijn en ergens wonen.
Die kunnen ook gaan scheiden, en als dat gebeurt, ja, dan moet een van
de twee op zoek naar een nieuwe woning.
De voorzitter:
Nog één korte vervolgvraag en dan gaan we verder.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Even een kleine opheldering. De minister zegt dat het jammer is dat ik
de telefoon niet heb gepakt, maar ik heb dit gewoon gevraagd in het
debat. Ik denk dat dat ook de bedoeling is, dus dat ik niet de telefoon
pak om u te bellen maar het gewoon rechtstreeks in een debat vraag en
dat u daar dan op reageert.
Minister Keijzer:
Ja, maar dan krijg je dit dus. Ik weet niet precies wat mevrouw
Vondeling nou met deze motie bedoelt. Ik ben altijd bereid om iets uit
te zoeken of te verhelderen, maar als je het laat aankomen op dit
formele moment en het ook op zo'n manier opschrijft dat ik denk "dit
klopt al niet, want het COA geeft geen woningen aan gescheiden mensen",
dan krijg je dit ongemak, terwijl ik zeer bereid ben om aan de bak te
gaan bij misstanden.
De voorzitter:
Ja. Dan de motie op stuk nr. 3508.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 3508 staat haaks op de brief die ik eerder gestuurd
heb over het langetermijnbeleid voor Oekraïners.
De voorzitter:
Dus de appreciatie is …
Minister Keijzer:
Ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 3509. Het spijt mij, maar ook deze moet ik
ontraden. Ik ben het eens met de indieners dat je geen aparte azc's moet
hebben voor mensen met een lhbti-voorkeur, maar ik vind het ook niet
wenselijk om nou tegen het COA te zeggen: je mag ze ook niet even uit
het straatje halen waar ze net in elkaar geslagen zijn. Het is overigens
schandalig dat zoiets gebeurt; laten we daar duidelijk over zijn.
De heer Ceulemans (JA21):
Daar kijk ik wel even van op. Kijk, iemand eventjes ergens weghalen is
wel even iets anders dan hele apart azc's inrichten voor die doelgroep.
In het commissiedebat hebben we het hier ook over gehad en toen was de
minister klip-en-klaar. Toen zei ze: ik vind dit niet kunnen, want dan
ga je mensen isoleren terwijl de mensen die het dóén eruit moeten. Daar
was ik het roerend mee eens. Ik dien dus een motie in om dat te
bekrachtigen en nu kiest de minister opeens een ander pad.
Minister Keijzer:
Nee, de minister kiest geen ander pad wat betreft aparte azc's voor
lhbti. De mensen die hiernaartoe komen en zeggen dat ze vluchten voor
oorlog en geweld, moeten zich hier niet gaan misdragen. Ze moeten hier
niet hun cultuur en de middeleeuwse overtuigingen die ze soms meenemen,
botvieren op mensen die al gevlucht zijn uit hun landen van herkomst
omdat ze daar niet mogen houden van wie ze willen. Dat gaan we hier niet
voortzetten, dus er komen geen aparte azc's voor lhbti-asielzoekers. In
deze motie lees ik dat het COA helemaal het maatwerk wordt ontzegd. Om
het COA helemaal niet toe te staan om bijvoorbeeld twee lhbti's die
steun aan elkaar hebben, naast elkaar in een kamer te zetten, vind ik
ook niet de weg.
De heer Ceulemans (JA21):
Dat kan ik verhelderen. Zo is de motie niet bedoeld. De motie is bedoeld
zoals de minister zei voordat zij een komma plaatste. Ze kan de motie
uitleggen zoals ze die uitlegde.
Minister Keijzer:
O, de bedoeling is dus echt uitsluitend en alleen dat er geen aparte
azc's komen voor lhbti. Dat ondersteun ik volledig en dan kan ik de
motie oordeel Kamer geven, maar dan wel met inachtneming van wat ik hier
daarover gezegd heb.
De voorzitter:
U heeft het gezegd. Daarmee krijgt deze motie met een interpretatie
oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 3510.
Minister Keijzer:
Dan heb ik de motie op stuk nr. 3510, van de heer Ceulemans en mevrouw
Van der Plas. Er zijn al veel maatregelen genomen en er wordt continu
bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn. In een brief die dit
kwartaal nog komt, wordt de Kamer geïnformeerd over die maatregelen. Dat
zal niet meer door mij gebeuren, maar wel door mijn opvolger. Deze motie
kan oordeel Kamer krijgen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3510 krijgt oordeel Kamer.
Minister Keijzer:
Dan heb ik de motie op stuk nr. 3511, van mevrouw Van der Plas. Die gaat
over het idee dat we bij het langetermijnbeleid Oekraïne hebben ingezet
op een vergunning voor drie jaar. Mevrouw Van der Plas vraagt in dat
verband of het niet verstandig is om hiervan een tijdelijke
verblijfsvergunning van een jaar te maken met een automatische
verlenging zolang de oorlog duurt. Ik vind dit een interessante
gedachte. Waarom? Dit vind ik, omdat deze mensen gewoon terug moeten
naar het land van herkomst, naar Oekraïne, om hun land weer op te
bouwen. Je moet alleen goed opletten dat je niet iets regelt wat
onuitvoerbaar is voor de IND. Dit nog eens goed meenemen in de
uitwerking van de langetermijnbrief Oekraïne vind ik een interessante
gedachte. Het is alleen niet meer aan mij om dat te doen en daarom zou
ik deze motie het oordeel "ontijdig" moeten meegeven, maar ik vind het
wel verstandig om deze gedachte in de uitwerking van het
langetermijnbeleid in de langetermijnbrief Oekraïne mee te nemen. Ik
stel mij zo voor dat mijn opvolger daar nog op terug gaat komen op het
moment dat die de verdere uitwerking ter hand neemt.
De voorzitter:
Dit betreft hier de motie op stuk nr. 3511, zeg ik erbij. Mevrouw Van
der Plas, ik zou u als eerste het woord willen geven. Bent u bereid tot
het aanhouden van de motie?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nu de minister dit zo zegt, zit ik even te denken. Wat de minister er nu
eigenlijk bij zegt, zou je als een interpretatie kunnen zien. Dan gaat
het om de motie met een interpretatie, met déze interpretatie. Maar
goed, ik weet niet of de minister dat kan of wil, of dat dit überhaupt
kan. We zitten natuurlijk in een twilightzone. Dat snap ik heel erg
goed.
De voorzitter:
Ik heb al vaker gezegd dat er altijd een regering zal zitten. Als
mevrouw Van der Plas haar motie in stemming wenst te brengen, dan
verzoekt die motie iets van de regering. Wie er dan lid is van de
regering, zullen we op enig moment zien.
Minister Keijzer:
Dit is voor mij Groundhog Day. Ik heb dit bij de begroting van VRO op
dezelfde manier gedaan.
De voorzitter:
Ja, ik was erbij.
Minister Keijzer:
Ja, u was erbij. Ik vind het gewoon lastig om hier te zeggen: oordeel
Kamer. Dan moet de regering dat namelijk uitvoeren. Ik denk dus dat het
gewoon verstandig is dat de Kamer luistert naar de woorden die ik hier
spreek en zichzelf afvraagt of het verstandig is om hierover na te
denken op het moment dat het langetermijnbeleid wordt uitgevoerd. Ik
vind van wel en daarmee heb ik gezegd wat ik gezegd heb. Ik vind echter
ook dat je een nieuw bewindspersoon de ruimte moet geven om daar eigen
afwegingen in te maken. Het is dus een mooi moment voor de Kamer om iets
mee te geven aan de nieuwe bewindspersoon bij de laatste stemmingen voor
het voorjaarsreces. Deo volente zal dat … Nou, "Deo volente" klinkt ook
weer zo raar, want dit is niet iets wat ik gewild zou hebben en dan hoop
ik gewoon God ook maar niet, dus ijs en weder dienende, zal dat de
laatste keer zijn.
De voorzitter:
Dan is de vraag of mevrouw Van der Plas bereid is om de motie aan te
houden. Of zegt ze "ik breng 'm toch in stemming"?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hou 'm voorlopig niet aan. Ik ga er even over nadenken. De Griffie
hoort dan wel of ik 'm aanhoud. Het is in ieder geval goed om te horen
dat de minister dit een interessant idee vindt.
De voorzitter:
De motie krijgt nu formeel de appreciatie "ontijdig", als die
uiteindelijk toch in stemming wordt gebracht.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik kijk hier even van op. Ik vind het heel raar. Er is namelijk besloten
om voor drie jaar te gaan. Er wordt een motie ingediend die wat anders
vraagt, en dan zegt de demissionair bewindspersoon: dat vind ik
eigenlijk ook wel een interessant idee. Ongeacht dat die motie nu
ontijdig wordt verklaard, ga je hiermee dus beleid ineens in een
tweeminutendebat fors aanpassen en een andere denkrichting meegeven. Ik
vind dat heel opvallend, gezien het eerdere besluit van het kabinet.
Minister Keijzer:
Ik zou tegen mevrouw Westerveld "tel uw zegeningen" willen zeggen, want
er komt hier iemand met een idee terwijl er al beleid is voorgesteld en
dan wordt er gezegd: nou, dat is eigenlijk best een interessant idee;
laten we eens kijken of dat wat is. Dat zou ook gelden voor een geweldig
idee van mevrouw Westerveld. Ik zeg niet dat ik het doe. Als ik gewoon
nog missionair zou zijn, zou ik nu niet zeggen: fantastisch, gaan we
doen. Ik vind wel dat je het moet zeggen als een Kamerlid komt met iets
waarvan je denkt: nou, misschien is dit wel verstandig. In die
langetermijnbrief over Oekraïne staat namelijk ook dat Oekraïners terug
moeten naar het land waar ze vandaan komen, omdat dat land schreeuwt om
Oekraïners om straks de boel weer op te bouwen. Je moet dan nadenken
over een systeem dat het niet buitengewoon aantrekkelijk maakt om hier
te blijven; dat is wat ik daarin lees. Als ik gewoon missionair zou zijn
geweest, zou ik gaan zitten met mijn ambtenaren en vragen: "Oké, wat
betekent dit dan? Hoe voer je dat uit? Wat zijn de consequenties voor de
IND?" Als je een keer een brief hebt verstuurd en iemand met een goed
idee komt, dan is het toch raar als je zegt: niks mee te maken; ik heb
een brief verstuurd en dat is het. Dan neem ik mevrouw Westerveld toch
ook niet serieus?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Nu wordt het anders uitgelegd. Natuurlijk: op het moment dat een
bewindspersoon goede ideeën hoort, verwacht ik dat die daarmee aan de
slag gaat, gesprekken voert enzovoort, enzovoort. Dat is wat anders dan
wanneer je al die gesprekken al gevoerd hebt, je de Kamer naar
aanleiding daarvan informeert en dan ineens in een debat een hele andere
afslag neemt, juist omdat het niet zomaar een los idee is en het hierbij
fundamenteel gaat om de rechten van mensen. Deze Oekraïense mensen
zitten al in een onzekere periode. Dat wordt even in een debat verkort
en nog onzekerder gemaakt. Ik vind het bijzonder dat er in een
tweeminutendebat zo op een motie wordt gereageerd.
Minister Keijzer:
Maar dan is het lek boven: mevrouw Westerveld vindt gewoon dat die
mensen hier moeten blijven. Dat vind ik niet. Ik vind — dat vind ik niet
alleen ik; dat vinden ook de president van Oekraïne, de Oekraïense
ambassadeur in Nederland en de regering in Oekraïne — dat als er straks
vrede is, die mensen weer terug moeten gaan om dat land op te bouwen.
Dat land ligt anders namelijk op zijn gat, om het maar eens
onparlementair uit te drukken. Daarin verschil ik met mevrouw Westerveld
in ieder geval van mening. Dit is niet meer dan: nou, een interessant
idee; laten we eens kijken hoe je dat kunt doen en of het verstandig is
om dat te doen.
De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Er worden mij hier woorden en meningen in de mond gelegd die ik
uitdrukkelijk niet heb gezegd. Daar laten we het maar even bij.
De voorzitter:
Waarvan akte. De motie op stuk nr. 3512.
Minister Keijzer:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 3512. Ik zou mevrouw Van der Plas
willen vragen om deze aan te houden. Hier zitten een heleboel haken en
ogen aan. Ik kom nog met een veegbrief om een aantal zaken toe te
lichten die nog wachten op duidelijkheid van mijn kant. Die ga ik naar
de Kamer sturen. Daarin wil ik de verschillende kanten aan dit onderwerp
toelichten. Anders zou ik 'm moeten ontraden.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas is daartoe bereid.
Op verzoek van mevrouw Van der Plas stel ik voor haar motie (19637,
nr. 3512) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3512 is dus aangehouden. De motie op stuk nr.
3513.
Minister Keijzer:
Ah, ze knikte. Dat had ik niet gezien, voorzitter.
De voorzitter:
Ikke wel; daarom zei ik het.
Minister Keijzer:
Klasse.
Voorzitter. In de motie op stuk nr. 3513, van de heer Van Dijk en
mevrouw Rajkowski, wordt verzocht een pilot te starten waarbij
IND-gehoren via een digitale verbinding live worden vertaald, en de
Kamer hierover te informeren. We moeten hier zeker naar kijken. Met alle
ontwikkelingen die ongelofelijk hard gaan, is hierin ook perspectief. Ik
weet alleen niet of die pilot per direct gestart kan worden, want
daarbij wordt natuurlijk ook allerlei privacygevoelige informatie
gedeeld. Als ik de motie zo mag lezen dat de komende tijd gekeken gaat
worden of het moment daar is en dat er dan gestart wordt, dan kan ik 'm
oordeel Kamer geven. Ik zie mevrouw Rajkowski knikken.
De voorzitter:
Ik zie het ook.
Minister Keijzer:
U ziet het ook!
De voorzitter:
Ja, ik zie het ook.
Minister Keijzer:
Goed zo. Dan heb ik nog de motie op stuk nr. 3514, alleen van de heer
Diederik van Dijk. Hij verzoekt de regering om voor de zomer samen met
de IND met aanvullende maatregelen te komen die leiden tot een
aanzienlijke vereenvoudiging en versnelling van de
asielbeoordelingsprocedure, en hij verzoekt nog een aantal zaken. Deze
kan ik oordeel Kamer geven. In het wetsvoorstel zit naar mijn smaak al
het maximale, maar het is een goede zaak om altijd te kijken hoe het
beter en daarmee sneller kan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3514: oordeel Kamer.
Minister Keijzer:
Dan heb ik nog de motie op stuk nr. 3515 van mevrouw Westerveld. Deze
moet ik ontraden. Op dit moment zit de opvang overvol en ik heb gewoon
geen mogelijkheid om toe te zeggen dat er geen nieuwe kinderen meer
worden geplaatst in crisisnoodopvangplekken. Ik had vandaag nog niet
gezegd dat het héél belangrijk is dat in de Eerste Kamer als de
brandweer de twee asielwetten worden behandeld en aangenomen, al was het
alleen maar omdat er elke week 400 mensen op Schiphol landen die in de
nareis zitten. Daar is zo langzamerhand geen plek meer voor te vinden.
Ze helemaal niet meer in asielnoodopvang plaatsen, zoals hier nu even
gevraagd wordt, dus ook niet in die asielnoodopvang, waarvan de
kwaliteit gewoon goed is, is onuitvoerbaar. Ik kan het niet mooier
maken, hoezeer ik het snap. Dat motiveert mij ook om te zorgen voor
goeie plekken.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb moeite met een formulering als "het is gewoon onuitvoerbaar". Het
is natuurlijk een politieke keuze dat het niet uitvoerbaar is.
Minister Keijzer:
Je kunt denken dat je met het indienen van een motie een azc geopend
hebt, maar de praktijk is vele malen weerbarstiger.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd.