[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van Asiel en Migratie op 4 februari 2026

Brief regering

Nummer: 2026D05607, datum: 2026-02-05, bijgewerkt: 2026-02-06 11:43, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z02499:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Beantwoording vragen Begroting Asiel en Migratie

Vragen van het lid Paternotte, J.M. (D66)

Vraag (1):
Hoe gaat dat met de voorbereiding van het migratiepact op het moment? Lukt het met de uitvoeringsorganisaties om ervoor te zorgen dat we op tijd klaar staan?

Antwoord:
Specifiek voor de procedures aan de buitengrenzen, heeft de Europese Commissie voor elke EU-lidstaat de ‘passende (of toereikende) capaciteit’ berekend. Dit is de capaciteit voor opvang en personele middelen die alle lidstaten beschikbaar moeten hebben voor asielgrens- en terugkeergrensprocedures. Deze capaciteit betreft voor Nederland 211 plekken. Deze capaciteit zal beschikbaar zijn als het Pact op 12 juni 2026 van toepassing wordt. De Europese Commissie monitort nauwgezet of de EU-lidstaten op schema liggen voor een tijdige implementatie van het Pact, waaronder ook het beschikbaar hebben van de voor hen vastgestelde capaciteit voor de asielprocedure. De Commissie rapporteert hierover periodiek. Het eerstvolgende rapport wordt verwacht in maart/april 2026 en uw Kamer zal hierover, net als over de voorafgaande rapporten, worden geïnformeerd.
Wat betreft de gereedheid van Nederland verwijs ik tot slot naar de brief aan uw Kamer van 22 januari jl. waarin de voortgang van de nationale implementatie werd gegeven.    
 

Vraag (2):
Het migratiepact betekent dat mensen aan de EU-buitengrens worden opgevangen. Hoe heeft de minister de waarborging van de kwaliteit daarvan meegenomen in de voorbereiding of hoe gaat de minister dit doen?

Antwoord:
In de EU-regelgeving is ingeregeld dat, na het operationeel worden van de asielgrensprocedure, het Europese asielagentschap en de Commissie gaan monitoren of de asielgrensprocedure in een lidstaat aan de voorschriften voldoet, in het bijzonder met betrekking tot minderjarigen. Daarenboven is in de EU-regelgeving opgenomen dat iedere lidstaat dient te voorzien in een onafhankelijk mechanisme voor toezicht op de grondrechten met betrekking tot de grensprocedure. Daarnaast brengt de Commissie, zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1, periodiek een verslag uit over de voorbereidingen die lidstaten nemen om per 12 juni 2026 de procedures en voorzieningen conform de nieuwe EU-regels te hebben ingericht.

Vraag (3):
Dhr. Paternotte heeft gevraagd of de schaderegeling er voor de ondernemers in Ter Apel is en of de bureaucratische fouten eruit zijn gehaald?

Antwoord:
De schaderegeling voor ondernemers in Ter Apel is er nog steeds, hierover is uw Kamer per brief geïnformeerd[1]. Tijdens het werkbezoek op 15 december is aan betrokken medegedeeld dat de complexe schades van een aantal ondernemers is vergoed. Daarnaast is de toezegging gedaan dat de schaderegeling wordt voortgezet en het ook simpeler wordt gemaakt om aan te vragen.

Hierover hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden met de schadebehandelaar en de gemeente Westerwolde. Daarbij worden de ervaringen van de ondernemers betrokken. Ondernemers zullen hier volgende week een bericht over ontvangen.

[1] Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr 3502

 

Vraag (6):
Wilt u inzetten op extra politie-inzet voor gemeenten met aanmeldcentrum?

Antwoord:
Naar aanleiding van het werkbezoek aan ter Apel in december jl. is het ministerie van AenM met de politie in gesprek over de inzet van AVIM in ter Apel. De afweging tav politie-inzet in gemeentes in het algemeen is primair aan de lokale driehoek. 

Vraag (7):
Wat doen we aan de acute noodsituatie in Ter Apel?

Antwoord:
De minister voor Asiel en Migratiegisteren heeft met het COA besproken om maatregelen te nemen.
De groei van de bezetting bij het COA kan voor een belangrijk deel worden verklaard door het hoge aantal personen dat via de nareisprocedure naar Nederland komen. Daarom is eind 2025 reeds afgesproken dat nareizigers die in Zevenaar aankomen in hotels worden ondergebracht in of nabij de koppelgemeente. Dit wordt door COA gefaciliteerd en daarna neemt de gemeente de statushouder zo snel mogelijk over. Dit moet op korte termijn effect hebben. Daarnaast gaat COA zo veel mogelijk aflopende bestuursovereenkomsten verlengen en te verruimen. Beschikbare capaciteit op bestaande locaties worden maximaal benut. COA neemt contact op met diverse gemeenten met de vraag om op zeer korte termijn extra opvangplekken te realiseren zodat TA kan worden ontlast.
Bovenstaande laat zien dat het nodig is om meer grip te krijgen op migratie en maatregelen te nemen om de asielinstroom te beperken en toelatingseisen te verscherpen. Tevens is het nodig om striktere voorwaarden te stellen aan aankomst, verblijf en nareis. Hiermee is het dus van belang dat het wetsvoorstel tweestatusstelsel snel behandeld wordt door de Eerste Kamer.
 

Vraag (12):
Nieuwe status Oekraïners die vanaf volgend jaar gaat gelden: Gaat het invoeren daarvan samen met het Migratiepact? Of gaat het in het najaar vastlopen in de uitvoering?

Antwoord:
Het migratiepact heeft absolute prioriteit. Bij de IND en andere uitvoeringsorganisaties wordt alles op alles gezet. Wat betreft het Oekraïne dossier zijn we bezig met het formuleren en implementeren van verschillende transitiepaden, waarbij we rekening houden met de uitvoerbaarheid. 
Daarnaast laat ik momenteel ook uitvoeringstoetsen uitvoeren naar de implementatie van het transitiedocument. Hierin wordt de samenhang met de werklast van het Migratiepact ook meegenomen.


Vragen van het lid Rajkowski, Q. (VVD)

Vraag (4):
Hoe kunnen de ministers zorgen dat we shopgedrag van andere EU-lidstaten (bijvoorbeeld bij Spanje) voorkomen?

Antwoord:
Het staat EU-lidstaten vrij om zelf verblijfsvergunningen te verstrekken; dat is en blijft een nationale competentie. Doorreizen naar een andere lidstaat kan, maar voor maximaal 90 dagen binnen 180 dagen. In een andere lidstaat werken mag dan niet, legaal vestigen ook niet, daar zijn voorwaarden voor.

Vraag (9):
Specifieke zorg over gemixt wonen. Veel problemen in Amsterdam tussen statushouders en studenten. Inzet op tijdelijke flexibele huisvesting en doorstroomlocaties als oplossing om statushouders uit AZC te krijgen. Als dit (het samenwonen tussen verschillende groepen) mis dreigt te gaan, aan wie is het om in te grijpen?

Antwoord:
Ik ben geschrokken van de incidenten bij Stek Oost waarover in de uitzending van Zembla wordt bericht. Deze zijn schokkend en onacceptabel binnen welke woonvorm of wooncomplex dan ook.
In zulk soort situaties ligt de verantwoordelijkheid om in te grijpen bij de betreffende gemeente en de corporatie en, in het geval van strafbare feiten, bij de politie. Deze casus leert dat het cruciaal is, dat je vooraf de samenstelling van de groep beoordeelt.
In de specifieke casus van Stek Oost waren een aantal bewoners niet geschikt om hier zelfstandig zonder zorg en goede begeleiding te wonen. Daar zijn dan ook veel lessen uit getrokken. Stevig sociaal beheer en goede matching van mensen zijn essentieel om dit soort grote woonprojecten succesvol te maken. Ik zie dit ook terug op veel andere locaties waar dit goed verloopt.

Vraag (18):
Kan de minister nog inzetten op het innen van boetes voor COA-bewoners?

Antwoord:
Ook in het openbaar vervoer is sprake van overlast. In samenspraak met medeoverheden wordt ingezet op lokale en regionale initiatieven om overlast in het openbaar vervoer te verminderen. Zo worden met subsidie vanuit het Rijk de verantwoordelijke concessieverlener extra medewerkers service en veiligheid ingezet op de lijn Zwolle - Emmen, ook wel bekend als de Vechtdallijn.
Brieven van boetes komen aan op het adres waar de bewoners zijn ingeschreven, de COA-locatie. Deze post wordt overhandigd aan bewoners. Het COA heeft geen grondslag om boetes te innen in Nederland en een ROV-maatregel (Reglement onthouding verstrekkingen) op te leggen voor het reizen zonder geldig vervoersbewijs. Het COA houdt alleen een deel van de financiële verstrekking in bij overtredingen van huisregels of incidenten. Het COA biedt op basis van vrijwilligheid advies aan bewoners op welke wijze ze kunnen voldoen aan hun betalingsverplichting door uitleg hierbij.
 

Vraag (55):
Er is nu een tijdelijke wet die zorgt dat biometrische gegevens bewaard worden, als geen besluit voor 1 maart wordt genomen over de verlenging van de wet, worden alle gegevens verwijderd. Kan de minister zorgen dat er geen onomkeerbare stappen gezet worden en de afgenomen gegevens vernietigd worden zolang het voorstel nog aanhangig is zodat daarna een besluit genomen kan worden.

Antwoord:
Vooropgesteld, een zo spoedig mogelijke behandeling van het wetsvoorstel is gewenst.
Ik begrijp de vraag zó dat deze ziet op de situatie dat het wetsvoorstel niet voor 1 maart is behandeld door beide kamers en in staatsblad staat. Op dat moment ontstaat op grond van art 115 van de Vreemdelingenwet 2000 de verplichting om de tot dan toe opgeslagen nationale biometrische gegevens te vernietigen. Die verplichting kan niet op een later moment ongedaan worden gemaakt dus de vraag is wat “onomkeerbaar” dan betekent. Ook als de wet ná 1 maart in het staatsblad staat is immers de verplichting om de betreffende gegevens te vernietigen al ontstaan; over de mogelijkheid om de gegevens toch te bewaren, zal ik u nog nader informeren.  Op dit moment werk ik aan een nota van wijziging die regelt dat de nationale bevoegdheid om biometrische gegevens weer af te nemen op een later moment opnieuw ontstaat.


Vragen van het lid Vondeling, M. (PVV)

Vraag (5):
Waarom worden overlastgevers na een incident overgeplaatst naar een ander azc en niet linea recta het land uitgezet?

Antwoord:
Het is volstrekt onacceptabel dat asielzoekers overlast veroorzaken.

Echter, de Kwalificatierichtlijn vereist dat, als een vreemdeling internationale bescherming nodig heeft, er sprake moet zijn van een ernstig misdrijf of een bijzonder ernstig misdrijf om de verblijfsvergunning te weigeren of in te trekken. Er moet ook een veroordeling van de rechter liggen.
Deze voorwaarden maken dat niet in alle gevallen waarbij sprake is van overlast, direct kan worden overgegaan tot terugkeer van de vreemdeling.
Dat neemt niet weg dat COA bij overlast passende maatregelen neemt en bij strafbare feiten lik-op-stuk wordt gegeven door de strafrechtketen.

Vraag (15):
Als de minister nu weer komt met het antwoord dat we zijn gebonden aan EU-regels en dus niet zomaar mensen kunnen uitzetten, dan vraag ik de minister waarom wordt het Dublinakkoord dan al jarenlang niet uitgevoerd?

Antwoord:
Dublin wordt wel toegepast, maar het systeem werkt om verschillende redenen niet altijd naar behoren. Het kabinet maakt zich consequent hard voor het goed functioneren van het Dublinsysteem en is hierover continu in gesprek met betrokken lidstaten en de Europese Commissie. Lidstaten zoals Griekenland en Italië hebben zich gecommitteerd om hun asiel- en opvangsystemen op orde te krijgen en de Dublinregels weer volledig toe te passen bij de inwerkingtreding van het pact op 12 juni a.s.
 

Vraag (26):
Mevrouw Vondeling vraagt waarom asielzoekers die incidenten veroorzaken in het OV gratis buskaarten krijgen naar Ter Apel en niet uitgezet worden?

Antwoord:
Overlast in het openbaar vervoer is niet toegestaan en dient niet beloond te worden. Zoals elke reiziger die overlast veroorzaakt, krijgen ook asielzoekers boetes opgelegd. Er worden geen gratis OV kaarten verstrekt aan asielzoekers die overlast veroorzaken.
Op dit moment verstrekt de Nationale Politie door geheel Nederland OV- kaarten aan vreemdelingen die met een asielwens naar Ter Apel willen reizen. 5% van alle reizigers maakt hier gebruik van, dit houdt in dat 95% van de vreemdelingen op eigen gelegenheid naar Ter Apel reist. Er is ook een pendelbus van station Emmen naar het azc in Ter Apel. Hiervoor moet een kaartje worden gekocht. Het kan niet zo zijn dat overlast beloond wordt met gratis vervoer. In december is op lokaal niveau het besluit genomen dat asielzoekers geen kaartje hoefde te kopen voor de pendelbus. De minister voor Asiel en Migratie heeft in de gesprekken met de bestuurders direct aangegeven dat dit voornemen onacceptabel is. De kaartverkoop is op verzoek van mijn ministerie destijds snel weer gestart.
Voor wat betreft het uitzetten van overlastgevende asielzoekers, verwijs ik naar antwoord op vraag 37.
 

Vraag (35):
Waarom voeren we geen zero tolerance beleid tegen overlastgevers?

Antwoord:
Geweldsincidenten in een azc, intimidatie en criminaliteit op straat zetten de veiligheid onder druk. Dat is onaanvaardbaar. De inzet van de nationale aanpak is helder: negatief gedrag niet tolereren en normerend optreden. De nationale aanpak overlast bestaat daarom uit vier pijlers: snel beslissen in procedures van asielzoekers met overlastgevend gedrag, maatwerk bieden in de opvang, lik-op-stuk toepassen in de openbare ruimte en inzetten op terugkeer. Met deze nationale aanpak ligt er een solide basis om overlast tegen te gaan.
Om de aansluiting tussen lokale driehoek en de vreemdelingenketen in de aanpak van overlast te verstevigen, zet de minister voor Asiel en Migratie met het ministerie daarom in op drie acties:

  1. Er is met de gemeenten Utrecht en andere gemeenten (waaronder Arnhem en Groningen) een landelijke, persoonsgerichte aanpak uitgewerkt voor overlastgevende en criminele vreemdelingen met een gemeente-overstijgend karakter waarbij verbinding tussen gemeenten, de vreemdelingenketen, strafrechtketen en zorgdomein geborgd wordt.

  2. Er is een persoonsgerichte aanpak waarbij per overlastgever gekeken wordt welke interventie er nodig is. Denk hierbij aan uit de lokale situatie halen van asielzoekers met overlastgevend gedrag (bijvoorbeeld naar de handhaving en toezichtlocatie, vreemdelingendetentie, versneld door de procedure of een toeleiding naar passende zorg mogelijk is).

  3. Tot slot wordt ingezet op ondersteuning richting gemeenten om betrokken medewerkers toe te rusten en wegwijs te maken met de inzet van de geldende maatregelen.

Vragen van het lid Brink, G. van den (CDA)

Vraag (8):
Volgens de spreidingswet moet er voor 1 februari duidelijkheid komen over de nieuwe verdeling. Waarom hebben we die duidelijkheid nog niet gekregen en kunnen voor morgen de cijfers worden gedeeld?

Antwoord:
De Kamerbrief over de capaciteitsraming wordt tegelijkertijd met deze beantwoording naar de Kamer verstuurd.

Vraag (27):
Hoe staat het met daadwerkelijk afschaffen van wet op dwangsom? Is dit direct mogelijk als de wetten door de Eerste Kamer zijn?

Antwoord:
Het afschaffen van de rechterlijke dwangsommen is onderdeel van de Asielnoodmaatregelenwet, die momenteel voorligt ter behandeling bij de Eerste Kamer. De maatregel ter afschaffing van de dwangsommen is een maatregel die geen verandercapaciteit vraagt en mede daardoor direct na inwerkingtreding van de wet geïmplementeerd kan worden. Ook daarom is het van belang dat deze wet, alsook de wet Tweestatusstelsel, zo spoedig mogelijk in werking kan treden.
 

Vraag (28):
Wij zitten met hoge kosten voor de opvang van asielzoekers en statushouders. Erkent de Minister dat deze kosten samenhangen met het gebrek aan structurele opvanglocaties en structurele financiering en onvoldoende doorstroom de afgelopen tijd?

Antwoord:
De omvang van de uitgaven aan opvang is afhankelijk van het aantal personen dat opgevangen moet worden en het aanbod van (reguliere) opvangplekken. Mede door de achterblijvende uitstroom van statushouders uit de opvang als ook het huidige aanbod van reguliere opvangplekken, moet er noodgedwongen gebruik worden gemaakt van noodopvanglocaties. Noodopvanglocaties zijn circa twee keer zo duur als reguliere opvangplekken. De afspraak is gemaakt dat COA meerjarig 70.000 reguliere opvangplekken mag realiseren mits deze contractueel opzegbaar zijn. Hierdoor blijft het financieel risico beperkt. Als de instroom daalt, kunnen de contracten immers worden opgezegd. Daarnaast worden zodra dat kan deze plekken omgeklapt naar huisvesting. Dit moet er, samen met het stimuleren van de uitstroom van statushouders, uiteindelijk ook toe leiden dat dure noodopvanglocaties afgeschaald kunnen worden.

Vraag (29):
Nu slechts 20% van de uitgeprocedeerde asielzoekers die uit Europa vertrekt na negatief besluit. Wanneer treedt de terugkeerverordening in werking? Wat betekent dit concreet voor het Nederlandse terugkeerbeleid: hoe leidt het tot snellere en effectieve terugkeer?

Antwoord:
In maart 2025 heeft de Commissie een voorstel gedaan voor een Terugkeerverordening, die de huidige Terugkeerrichtlijn moet vervangen. De Raad van de Europese Unie is in december 2025 tot een raadspositie gekomen met betrekking tot Terugkeerverordening.
Thans is het wachten tot het Europees Parlement zijn positie bepaalt, waarna – hopelijk op korte termijn- de triloog-onderhandelingen tussen Commissie, Raad en EP kunnen starten. De inwerkingtreding van de terugkeerverordening is afhankelijk van het verloop van deze onderhandeling. Vervolgens geldt er nog een implementatie termijn, in het voorstel, van twee jaar.
Deze terugkeerverordening zal betekenis hebben voor het terugkeerbeleid en conform de inzet van Nederland voor een efficiënter Europees terugkeerproces zorgen, met meer focus op gedwongen terugkeer.
Zonder uitputtend te zijn noem ik een aantal maatregelen dat daaraan kan bijdragen.

  • De mogelijkheden voor (gedwongen) terugkeer worden verruimd, waaronder de introductie van een terugkeerhub.

  • Geen automatisch schorsende werking (gedurende de beroepstermijn) van een terugkeerbesluit, inreisverbod of verwijderingsbesluit.

  • Strengere maatregelen t.a.v. de terugkeer van personen die een veiligheidsrisico vormen.

  • Meer nadruk op de plichten van de vreemdeling om mee te werken tijdens het terugkeerproces en meer mogelijkheden om maatregelen op te leggen om de vreemdeling beschikbaar te houden voor terugkeer.

Vraag (36):
Wordt er vanuit het ministerie en eventueel VNG richting gemeenten actief meegedacht over de communicatie over nieuwe azc-locaties?

Antwoord:
Het openen van nieuwe AZC-locaties maakt veel los binnen de samenleving. Ik kan me voorstellen dat lokale bestuurders hiermee soms in de knel komen. Bij de overhedenoverleggen met de VNG in oktober en november heb ik ook steun uitgesproken aan lokaal bestuur en lokale gedragsdragers.
In aanloop naar de opening van een nieuwe locatie doorloopt het COA samen met gemeenten een zorgvuldig communicatietraject. Zo denkt het COA actief mee met gemeenten. Onderdeel hiervan is dat het COA aanwezig is bij bewonersbijeenkomsten om toelichting te geven op de openingsplannen en mee te denken met bewoners en gemeenten. Na opening is er naar behoefte ook regelmatig sprake van avonden voor omwonenden.
Waar mogelijk ondersteunt het ministerie hierin het COA en gemeenten.
 

Vraag (39):
Wat zijn de cijfers van het Nederlandse uitzetbeleid van het afgelopen jaar?

Antwoord:
In 2025 hebben 7.360 mensen met behulp van DTenV Nederland aantoonbaar verlaten, deels vrijwillig (4640) en deels gedwongen (2720). Er is hiermee in 2025 door DTenV meer aantoonbaar vertrek gerealiseerd dan in voorgaande jaren.

Vraag (44):
Op 12 juni 2026, inwerkingtreding migratiepact. Welke uitvoeringsrisico’s ziet de minister nog, met name bij ind? Weinig inzicht in risico’s tot nu toe. Welke beleidskeuzes liggen nog voor als wetgeving en capaciteit niet gelijktijdig gereed zijn? Moeten er nog keuze gemaakt worden en welke zijn dat?

Antwoord:
De IND start op 12 juni 2026 met de uitvoering van het Pact. Wel zal de implementatie op die datum nog niet geheel gereed zijn. Ook daarna heeft de IND nog geruime tijd nodig om alle  randvoorwaarden ingevuld te krijgen die nodig zijn om het geheel van alle wijzigingen voortvloeiend uit het Migratiepact en de twee asielwetten op juiste wijze uit te voeren. Dat geldt zeker voor het aantrekken van voldoende, deskundig personeel.
Met de Pact-wetgeving liggen ook enkele nationale beleidskeuzes voor. De IND heeft bij meerdere gelegenheden de noodzaak van een hervorming van het stelsel onderschreven, mede vanwege de kansen voor versnelling en een efficiëntere inrichting van de procedure. De IND richt zich dan ook volledig op de invoering van de nieuwe asielprocedure, terwijl de wetten nog door uw Kamer behandeld moeten worden. Eventuele wijzigingen die voortkomen uit de wetsbehandeling vormen dan ook een risico en kunnen mogelijk niet meer per 12 juni 2026 worden doorgevoerd.

Vraag (47):
De Kamer heeft tot nu toe weinig inzicht gekregen in het migratiepact. Welke beleidskeuzes liggen nog voor?

Antwoord:
Het migratiepact ligt momenteel voor bij uw Kamer. Volgende week ontvangt u van mijn departement een technische briefing over het wetsvoorstel. Tijdens de schriftelijke en mondelinge behandeling is er de mogelijkheid om uitgebreider over het wetsvoorstel van gedachten te wisselen.

Vraag (48):
Hoe verschilt juridische counseling onder het pact, van de juridische voorlichting die nu door VluchtelingenWerk Nederland wordt gegeven? Waarom is gekozen om dit bij de IND te beleggen?

Antwoord:
Met ingang van 12 juni 2026 worden lidstaten verplicht om de asielzoeker vanaf de start van zijn asielprocedure minimaal kosteloze onafhankelijke juridische ondersteuning (‘counseling’) aan te bieden. Juridische counseling heeft een andere, lichtere betekenis dan rechtsbijstand. Het zwaartepunt van counseling zal komen te liggen op de informerende, voorlichtende rol over de asielprocedure. Juist de IND is in staat om over haar eigen procedures uitleg te geven en asielzoekers te wijzen op wat er van hen wordt verwacht, het belang van volledige verklaringen, maar ook om te wijzen op waar de asielzoeker verder recht op heeft en kan verwachten. Het Migratiepact kent bovendien meerdere kortere beslistermijnen. De belegging van de counseling taken bij de IND maakt dat de IND niet van een andere partij afhankelijk is voor de voortgang van de asielprocedure. Zie tevens de brief van 29 sept aan uw Kamer over juridische counseling. 


Vragen van het lid Boomsma, D (JA21)

Vraag (10):
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de capaciteitsramingen van de spreidingswet, volgen die inderdaad morgenochtend?

Antwoord:
De Kamerbrief over de capaciteitsraming wordt tegelijkertijd met deze beantwoording naar de Kamer verstuurd.

Vraag (16):
Kan de minister het rapport van Clingendael over externaliseren van asielprocedures en verdragen delen met de Tweede Kamer dat naar verluidt gereed is?

Antwoord:
Het onderzoek van Clingendael is nog niet gereed voor publicatie. Naar verwachting zal onderzoeksbureau Clingendael het rapport in februari publiceren. Zoals aangegeven in het plan van aanpak in de Geannoteerde agenda van de JBZ-Raad van oktober jl. ontvangt u de kabinetsappreciatie van dit rapport gelijktijdig met de bredere analyse in het kader van motie Van Zanten/Boomsma over de verkenning naar verdragen. Ik verwacht dit in Q1 met uw Kamer te kunnen delen.
 

Vraag (17):
Twee jaar geleden begon Duitsland criminele Afghanen via Oezbekistan terug te sturen. Steeds meer landen gaan hiermee aan de slag. Waar blijft Nederland? Welke initiatieven/afspraken lopen er tot nu toe?

Antwoord:
Op dit moment werkt Nederland niet rechtstreeks met de Taliban aan het mogelijk maken van gedwongen terugkeer. Nederland erkent het Taliban-regime niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking en het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Op dit moment is terugkeer naar Afghanistan vanuit de EU complex. Vrijwillige terugkeer kan beperkt ondersteund worden en het verkrijgen van reisdocumenten is onder andere moeilijk omdat Nederland, en de andere EU-lidstaten, minimale operationele contacten onderhouden met de Taliban. Daarnaast is vrijwillig vertrek moeilijk, omdat er geen EU re-integratieprogramma in Afghanistan is.

Om terugkeer van vertrekplichtige Afghanen te bevorderen, vraagt Nederland met andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie met een brief om een EU-aanpak. Het organiseren van terugkeer naar een staat met een niet erkende autoriteit is een collectieve uitdaging voor EU-lidstaten. We denken hier effectiever in te kunnen optreden door dit gezamenlijk te doen.

Vraag (30):
In Spanje nu 100.000’en illegalen gelegaliseerd, die zullen door Europa mogen reizen. Hoe ziet het kabinet dit en is er contact gezocht met de Spaanse regering?

Antwoord:
Het staat EU-lidstaten vrij om zelf verblijfsvergunningen te verstrekken; dat is en blijft een nationale competentie. Doorreizen naar een andere lidstaat kan, maar voor maximaal 90 dagen binnen 180 dagen. In een andere lidstaat werken mag dan niet, legaal vestigen ook niet, daar zijn voorwaarden voor. Er vinden doorlopend gesprekken plaats met de Spaanse autoriteiten. 

Vraag (31):
Veel Syriërs die als AMV naar Nederland komen zijn door hun familie vooruit gestuurd. Onderschrijft de minister dat bij deze groep sprake is van het recht op gezinshereniging, maar dat ze dit in Turkije kunnen doen?

Antwoord:
Wanneer tijdens de asielprocedure van een amv blijkt dat sprake zou kunnen zijn van banden met een derde land, zal allereerst worden onderzocht of tegenwerping hiervan aan de orde zou kunnen zijn. Wanneer dat aan de orde is, wordt de aanvraag afgewezen. Als hier geen sprake van is en de amv komt voor bescherming in aanmerking, kan een nareisaanvraag worden ingediend.
Een aanvraag voor de nareis van ouders bij het vooruitgestuurde kind, komt zodoende pas aan de orde als het kind een asielvergunning heeft gekregen. In dat geval geldt het toelatingskader zoals dat volgt uit onder meer de Gezinsherenigingsrichtlijn. Zoals uw Kamer bekend, zet het kabinet in op een stevig pakket aan maatregelen om het aantal nareizigers terug te dringen.
 

Vraag (34):
Hoe ver is het kabinet met Oeganda? Hoe staat het met de gesprekken?

Antwoord:
Zoals u weet is in de marge van de AVVN een Letter of Intent getekend. Het kabinet is op basis daarvan bezig gedetailleerde afspraken over samenwerking uit te werken. Vragen over de volgende stap in de samenwerking met Oeganda horen thuis bij het nieuwe kabinet, zodra dat geformeerd is. Ik kan daar op dit moment niet op vooruitlopen. Laat ik daarnaast niet onbenoemd laten dat Oeganda in de regio een belangrijke rol vervult als het aan komt op het opvangen van vluchtelingenpopulaties vanuit omliggende landen.

Vraag (40):
Waar blijft het (gewijzigde) ambtsbericht ten aanzien van Syrië?

Antwoord:
Het Algemeen Ambtsbericht Syrië is afgelopen vrijdag 30 januari gepubliceerd. Momenteel wordt het landenbeleid Syrië op basis daarvan tegen het licht gehouden. Op de uitkomst daarvan kan nog niet worden vooruitgelopen.
 

Vraag (41):
Welke mogelijkheden ziet de minister voor aanvullende beperkende maatregelen zoals een avondklok?

Antwoord:
Een avondklok, oftewel een maatregel waarmee bewoners van de asielopvang de opvanglocatie niet meer mogen verlaten na een bepaald tijdstip, behelst een verregaande vorm van vrijheidsbeperking.
Zowel het geldende vreemdelingenrecht als andere rechtsgebieden bieden geen juridische grondslag voor een verregaande vorm van generieke vrijheidsbeperking die bij voorbaat aan een gehele doelgroep wordt opgelegd. 
Het is om bovenstaande reden ook niet mogelijk om bijvoorbeeld via de huisregels van de COA-locaties een verregaande vorm van generieke vrijheidsbeperking in te voeren.
Er bestaat reeds een uitgebreid instrumentarium in de vorm van de nationale aanpak overlast om overlastgevend gedrag te beperken en overlastgevende asielzoekers aan te pakken.
Via art. 56 Vw kan de bewegingsvrijheid van individuele overlastgevende asielzoekers reeds worden beperkt. Dit gebeurt ook in de PBL. Deze maatregel wordt op basis van een beoordeling van de concrete individuele omstandigheden opgelegd en tast hiermee de vrijheid niet aan van andere bewoners in de opvang die niet betrokken zijn bij het overlastgevend gedrag.
 

Vraag (49):
In de spreidingswet staat een kan-bepaling. Herkent de minister dat ze niet gedwongen is om gemeenten te dwingen asielopvang te realiseren?

Antwoord:
Bij het nemen van de verdeelbesluiten krijgen gemeenten een wettelijke taak om asielopvang mogelijk te maken. De Spreidingswet valt onder het interbestuurlijke toezicht van de wet revitalisering generiek toezicht. Het toezicht kent zoals gebruikelijk een interventieladder. De Spreidingswet zelf kent hiermee geen ‘kan’-bepaling. Volgens artikel 8 van de Spreidingswet hebben gemeenten wel een mogelijkheid om zelf aan te geven dat de vastgestelde opgave niet op tijd gereed is.
 

Vraag (52):
Wat is ervoor nodig om aan de slag te gaan met terugkeer van Syriërs in de vorm van een taskforce om verblijfsvergunningen te herbeoordelen en aanvragen versneld af te handelen? Graag een reactie van het kabinet.

Antwoord:
Zoals aangegeven in de brief over het landenbeleid Syrië van 10 juni 2025 kon toen nog niet worden geconcludeerd dat de positieve wijzigingen in Syrië reeds voldoende ingrijpend en van niet-voorbijgaande aard waren. De situatie was daarom nog niet voldoende bestendig om conform de voorwaarden van het Unierecht op herbeoordelingen voor statushouders met een verblijfsvergunning over te gaan. Het kabinet wil dat zoveel mogelijk Syriërs kunnen terugkeren. Dat is onze inzet. Op basis van het recent verschenen ambtsbericht zal daarnaast opnieuw bezien worden of herbeoordelen kan plaatsvinden. Daar kan ik nu niet op vooruitgelopen.
Nederland zet al in op een brede samenwerking met Syrië die bijdraagt aan het verbeteren van sociaaleconomische omstandigheden en het vergroten van capaciteit voor migratiemanagement in Syrië om verantwoorde en duurzame terugkeer mogelijk te maken.
De Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV), het ministerie van Asiel en Migratie en het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) helpen zoveel als mogelijk mensen die willen terugkeren. Daarnaast worden de mogelijkheden voor wederopbouw nader bekeken. Nederland werkt daarbij samen met internationale organisaties en andere landen.
Ook wordt bezien wat er ketenbreed nodig is om de doorstroom van Syrische zaken zoveel als mogelijk te bevorderen. Dit gebeurt in samenspraak met de relevante ketenpartners.

 

Vraag (54):
Vorig jaar is mijn motie aangenomen voor een actieplan voor afglijdende Syrische jongeren. Waar is dat actieplan?

Antwoord:
Veel gemeenten ervaren overlast door asielzoekers, bijvoorbeeld door Syrische amv’ers, alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Hierbij speelt dat er sprake is van een rondreizende groep. Daarom is er met gemeenten een landelijke persoonsgerichte aanpak uitgewerkt voor overlastgevende en criminele vreemdelingen met een gemeente-overstijgend karakter. Hierbij wordt de verbinding tussen gemeenten, de vreemdelingenketen, strafrechtketen en zorgdomein geborgd. Gegevensdeling tussen alle partijen, waaronder COA en Nidos, is cruciaal. Er worden drie acties ingezet:

  • De eerste actie is een persoonsgerichte aanpak waarbij per overlastgever gekeken wordt welke interventie er nodig is.

  • De tweede actie betreft het uit de lokale situatie halen van asielzoekers met overlastgevend gedrag, waarbij overplaatsing naar een opvangmodaliteit voor overlastgevers, vreemdelingendetentie voor asielzoekers met overlastgevend gedrag of een toeleiding naar passende zorg mogelijk is.

  • Bij de laatste actie wordt ingezet op ondersteuning richting gemeenten om betrokken medewerkers toe te rusten en wegwijs te maken met de inzet van de geldende maatregelen.

Vragen van het lid Westerveld, E.M. (GL/PvdA)

Vraag (11):
In de brief van de Algemene Rekenkamer: de kosten voor een opvangplek zijn gemiddeld 40.000 euro. Bedrag lijkt met deze begroting afgenomen tot 7.500 per opvangplek in 2027, hoe realistisch is dat en hoe komt het dat er volgend jaar zoveel ruimte is op deze begroting voor bezuinigingen op opvang?

Antwoord:
Met de besluitvorming bij Voorjaarsnota 2025 heeft het kabinet gekozen de middelen, gebaseerd op de Meerjaren Productie Prognose (MPP), tot en met 2026 aan het COA toe te kennen. Voor het jaar 2027 is 500 miljoen euro en vanaf 2028 is ook de 1 miljard besparing uit het hoofdlijnenakkoord verwerkt op de asielbegroting, Deze keuze is gemaakt gezien de inzet van het huidige kabinet op het verlagen van de asielinstroom. Hierdoor daalt het meerjarig budget van het COA.  Bij reguliere begrotingsmomenten wordt onder meer op basis van de meest actuele MPP bezien welke middelen de komende jaren nodig zijn. Wij blijven ons inzetten op het goedkoper maken van de opvang, beperken van dure noodopvanglocaties en de voorgestelde maatregelen in de wetsvoorstellen. Op basis van een nieuwe MPP zal worden bezien welke middelen de komende jaren nodig zijn voor de asielketen.
 

Vraag (22):
Erkent het kabinet dat de begroting ertoe leid dat het COA geen langetermijn afspraken kan maken voor opvang?

Antwoord:
Zoals ook aangegeven in de brief over het samenhangend pakket van 11 juli 2025, mag het COA voor 70.000 plekken meerjarige afspraken maken onder de voorwaarde dat deze plekken contractueel opzegbaar zijn. Hierdoor blijft het financieel risico beperkt. Als de instroom daalt, kunnen de contracten immers worden opgezegd. Daarnaast worden de mogelijkheden verkend om deze plekken om te zetten naar huisvesting (omklapbaar)
 

Vraag (23):
Erkent de minister dat met deze begroting het COA afhankelijk blijft van crisisnoodopvang plekken en dat er geld over de balk is gesmeten omdat deze plekken veel duurder zijn dan reguliere opvangplekken?

Antwoord:
Zoals ook aangegeven in de brief over het samenhangend pakket van 11 juli 2025, mag het COA voor 70.000 plekken meerjarige afspraken maken onder de voorwaarde dat deze plekken contractueel opzegbaar zijn. Hierdoor blijft het financieel risico beperkt. Als de instroom daalt, kunnen de contracten immers worden opgezegd. Daarnaast worden de mogelijkheden verkend om deze plekken om te zetten naar huisvesting (omklapbaar)

Vraag (24):
Het centraal planbureau stelt dat in 2027 er 2.3 miljard bij moet komen op de asiel begroting. Hoe komt het dat het kabinet de asiel begroting doet afnemen van 8.9 miljard in 2026 naar 5.1 miljard in 2027?

Antwoord:
De afnemende reeks op de begroting heeft te maken met de verwachting van het kabinet dat de instroom zal dalen door de ingediende asielwetten. Met de besluitvorming bij Voorjaarsnota 2025 heeft het huidige kabinet gekozen de middelen, gebaseerd op de Meerjaren Productie Prognose (MPP), tot en met 2026 aan de migratieketen toe te kennen. De bijdrage aan de IND is in de begroting wel structureel met ca. 374 miljoen euro verhoogd. Voor het jaar 2027 is 500 miljoen euro en vanaf 2028 is ook de 1 miljard euro besparing uit het hoofdlijnenakkoord verwerkt.  Bij reguliere begrotingsmomenten wordt onder meer op basis van de meest actuele MPP  bezien welke middelen de komende jaren nodig zijn.
 

Vraag (38):
Erkent het demissionair kabinet dat het COA afhankelijk blijft van opvangplekken die niet geschikt zijn voor kinderen en mensen in een kwetsbare positie?

Antwoord:
De Minister is van mening dat het verblijf op een reguliere COA-locatie de voorkeur geniet voor de opvang van kinderen en mensen in een kwetsbare positie, boven tijdelijke noodopvanglocaties. Zolang er echter onvoldoende beschikbare reguliere opvangplekken zijn, is het niet te voorkomen om ook op deze locaties kinderen te blijven opvangen.
Door investeringen en maatregelen zet het COA zich in om op alle (noodopvang)locaties veilige en humane opvang te realiseren, waarbij oog is en blijft voor de belangen van het kind. Hier helpen de uitkomsten uit de inventarisatie die het COA heeft uitgevoerd op alle locaties waar kinderen verblijven. Tegelijkertijd blijft het voor de lange termijn noodzakelijk om te blijven werken aan voldoende, structurele opvangplekken, zodat kinderen uiteindelijk niet meer in noodopvanglocaties hoeven te verblijven. Naast het realiseren van voldoende opvang, is het ook van belang om de instroom van asielzoekers en nareizigers te reguleren. Het kabinet verwacht dat de asielnoodmaatregelenwet en de wet invoering tweestatusstelsel een belangrijke bijdrage zullen leveren in het verlichten van de druk op de asielopvang.
 

Vraag (60):
Erkennen de ministers dat de twee asielwetten en het EU-migratiepact de IND extra belasten en dat de kans groot is dat doorlooptijden groter worden en wil de minister dat voorkomen?

Antwoord:
Uit de uitvoeringstoetsen blijkt dat er extra werk voortvloeit uit beide wetsvoorstellen. Met name bij het tweestatusstelsel, het inperken van het kerngezin en het toetsen van de extra voorwaarden bij nareis. De IND heeft om die reden aangegeven dat het niet reëel is te verwachten dat de IND bij de start van het Pact hetzelfde aantal zaken blijft afhandelen.
Er zitten echter ook onderdelen in de asielnoodmaatregelenwet die de IND helpen om sneller te beslissen, zoals het afschaffen van de dwangsommen en het schrappen van de voornemenprocedure. Ook de nieuwe asielprocedure onder het Migratiepact helpt de IND om zaken zo efficiënt mogelijk af te kunnen doen.
Tot slot is en blijft het de inzet van de regering om de asielinstroom te beperken zodat de druk op de gehele migratieketen afneemt. Als dit op termijn gerealiseerd wordt, is de verwachting dat de werklast uiteindelijk ook zal dalen bij de IND.
 

Vragen van het lid Ceder,D. (CU)

Vraag (13):
N.a.v. signalen dat bekeerlingen op azc’s worden bedreigd, is zicht op waar deze dreiging vandaan komt? Is het jihadistisch gedachtegoed of diffuser?

Antwoord:
Het is volstrekt onacceptabel dat mensen die hun land van herkomst ontvluchten, in de asielopvang geconfronteerd worden met geweld en dit soort confrontaties.

Met de nationale aanpak overlast ligt er een solide basis om overlast tegen te gaan. Zo komen we bijvoorbeeld gemeenten tegemoet door lokale overlastgevers uit het systeem te kunnen trekken, door snelle toeleiding naar modaliteit overlastgevers of inzet op een bewaringsmaatregel.
Het COA blijft alert op signalen van onrust en bedreigingen. Op dit moment zijn er geen signalen. dat jihadisme hierbij een voorname rol speelt.
 

Vraag (14):
Wat kan de minister concreet betekenen voor de Yezidi’s als collectief?

Antwoord:
Het asielbeleid is bedoeld om mensen bescherming te bieden tegen vervolging. Op grond van objectieve informatie in een algemeen ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt beoordeeld welk asielbeleid voor een bepaald land moet worden gevoerd. Op 27 mei 2024 heeft een van mijn voorgangers, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de Kamer geïnformeerd over het te voeren landgebonden asielbeleid voor Irak. Daarin is ook nadrukkelijk ingegaan op de positie van jezidi’s. Net als voor christenen, mandeeërs en joden geldt voor  jezidi’s dat deze religies in Irak worden erkend als officiële religies. Voor jezidi’s geldt inderdaad dat zij in het verleden te lijden gehad hebben onder de misdaden van ISIS.
Hoewel de humanitaire omstandigheden in Irak op sommige plaatsen nog steeds moeilijk zijn, blijkt uit het ambtsbericht niet dat jezidi’s in het algemeen te vrezen hebben voor vervolging of een reëel risico lopen op ernstige schade. Ook blijkt niet dat zij op grote schaal te maken krijgen met ernstige beperkingen in het uiten en belijden van hun geloof. Daarnaast zijn er van de zijde van de federale autoriteiten initiatieven om de jezidi’s terug te laten keren naar Sinjar en voor herstelbetalingen aan ISIS-slachtoffers. Om die reden was er ook geen reden om hen aan te merken als risicoprofiel. Het recente thematische ambtsbericht inzake Irak heeft op dit punt niet tot een andere conclusie geleid.
Ik zie daarom geen reden om het beleid ten aanzien van jezidi’s aan te passen. Dit laat uiteraard onverlet dat personen op basis van hun individuele relaas in aanmerking kunnen komen voor asielbescherming.
 

Vraag (19):
Wat doet de minister om op locaties het beleidskader levensbeschouwing structureel onder de aandacht te brengen en is er contact met stichting Gave om dit te ondersteunen?

Antwoord:
Uitgangspunt is dat asielzoekers zich (sociaal) veilig moeten voelen op de COA-locatie.
Iedereen die zich bij het COA meldt met klachten of gevoelens van onveiligheid, wordt serieus genomen. Als bewoners medebewoners discrimineren, kan het COA volgens het maatregelenbeleid, een passende maatregel opleggen.
Het COA heeft (periodiek) contact met organisaties die expertise hebben op dit thema,
waaronder Stichting Gave. COA blijft het beleidskader levensbeschouwing en de werkinstructie levensbeschouwing actief onder de aandacht brengen bij haar medewerkers.
Ik ben uiteraard bereid om mij in te blijven spannen om in de samenwerking met betrokken partners signalen over onveiligheid van christelijke asielzoekers te bespreken.
 

Vraag (20):
Visas, religieuze organisaties en kloosters in Nederland geven aan dat het onmogelijk is om geloofsgenoten uit te nodigen voor conferenties. Toeristenvisa worden afgewezen. Waar een uitnodigingsbrief eerder volstond worden aanvragen nu zonder duidelijke reden afgewezen. Welke ruimte ziet de minister om dit te verbeteren?

Antwoord:
Het geschetste beeld wordt niet herkend. Voor elke visumaanvraag moeten bepaalde documenten worden overgelegd ter onderbouwing. Het aantal en soort vereiste documenten verschilt per nationaliteit. Deze informatie is onder andere beschikbaar via www.nederlandwereldwijd.nl. Als de visumaanvraag wordt afgewezen, ontvangt de aanvrager altijd een gemotiveerde beschikking. Tegen de afwijzing kan de aanvrager in bezwaar.

Vraag (21):
Hoe kan het dat de minister de IND vraagt van Afghaanse vrouwen om zich te schikken naar het regime van de Taliban terwijl tegelijkertijd Nederland de Taliban aanklaagt vanwege misdaden tegen de menselijkheid?

Antwoord:
Er is geen juridisch verband tussen de aansprakelijkstelling van Afghanistan voor schending van het Vrouwenverdrag en de asielprocedure in Nederland. Onder het huidige beleid wordt in de regel een vergunning verleend aan Afghaanse vrouwen als zij stellen en aannemelijk maken door deze discriminerende maatregelen te zijn of te zullen worden getroffen. In de praktijk is dat al snel het geval. De fragiele mensenrechtensituatie in Afghanistan is zorgvuldig meegewogen bij de totstandkoming van het door het ministerie van Asiel en Migratie vastgestelde landgebonden asielbeleid voor Afghanistan en wordt ook bij de individuele beoordeling door de IND steeds meegenomen. Op 4 december jl. heb ik reeds verschillende schriftelijke Kamervragen hierover beantwoord.[1] Volledigheidshalve verwijs ik u ook nog naar deze beantwoording.
Momenteel wordt het landenbeleid Afghanistan opnieuw tegen het licht gehouden op basis van het meest recente Ambtsbericht Afghanistan. Uw Kamer zal daar binnen afzienbare tijd over geïnformeerd worden

[1] Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 467, 469 en 512.

 

Vraag (51):
Wegkijken van ongedocumenteerde jongeren is economisch én sociaal onwenselijk. Juist nu de asielprocedures strenger worden, moeten we werken aan een regeling die jongeren perspectief biedt en tegelijk bijdraagt aan een krappe arbeidsmarkt. Ik heb hierover meerdere moties ingediend, met brede steun van de Kamer. Welke stappen zet de minister op dit dossier? En hoe voorkomen we dat nieuwe asielwetgeving deze trajecten doorkruist?

Antwoord:
Voor jongeren die in Nederland definitief niet voor verblijfsrecht in aanmerking zijn gekomen, geldt in algemene zin dat het toekomstperspectief zal liggen bij een vertrek uit Nederland. Voor zover uw vraag ziet op de door u ingediende motie waarin u de regering verzoekt om tot een uitwerking te komen hoe perspectief op een positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving een overweging van toekenning van een verblijfsvergunning kan zijn, kunnen we met u delen dat wij uw Kamer hier op zeer korte termijn over verwachten te informeren.

Vragen van het lid Plas, C. van der (BBB)

Vraag (25):
Voor de BBB is het uitzetten van criminele asielzoekers belangrijk. Maar minstens zo belangrijk is voorkomen dat gevaarlijke personen überhaupt ons land binnenkomen. En precies daar ligt nu een groot risico. Enkele weken geleden heeft de Koerdisch geleide SDF-militie het al-Hol-kamp in Noordoost-Syrië verlaten. In dit kamp verblijven tienduizenden ISIS-vrouwen en -kinderen, waaronder ook personen met Nederlandse paspoorten.[3] Daarom vraag ik de minister of zij bereid is om de paspoorten van deze personen in te trekken of hen 1F te verklaren. Een 1F-verklaring houdt in dat iemand wordt uitgesloten van bescherming onder het vluchtelingenrecht vanwege betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de vrede of misdrijven tegen de menselijkheid. Nederland moet veilig blijven en dus vraag ik de minister of hij hiertoe bereid is?

Antwoord:
De zorgen van mevrouw Van der Plas over het risico dat uitgaat van personen die zich in het buitenland hebben aangesloten bij terroristische organisaties zijn begrijpelijk. Nederland mag geen veilige haven zijn voor personen die met ernstige misdrijven in verband worden gebracht of een bedreiging vormen voor onze nationale veiligheid. De inzet van het kabinet is er onverminderd op gericht om te voorkomen dat dergelijke personen onopgemerkt naar Nederland terugkeren.
De uitsluitingsgrond in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is geen instrument waarmee op voorhand de toegang tot Nederland kan worden geweigerd. Het is een afwijzingsgrond bij de inhoudelijke beoordeling van een individueel asielverzoek. Indien er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat iemand zich schuldig heeft gemaakt of persoonlijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor internationale misdrijven, wordt de aanvraag afgewezen.
 

Vraag (42):
Wat BBB betreft kunnen we de behandeling van het wetsvoorstel verbod op voorrang daarom gewoon voortzetten, zodat de Kamer kan vaststellen wanneer het moment is dat de wet kan worden uitgevoerd, bijvoorbeeld via een voorhangprocedure. Hoe kijkt de minister hiernaar?

Antwoord:
Het wetsvoorstel waar de BBB naar verwijst, is afkomstig van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). Om die reden is de beantwoording van de vraag hierover in het kader van de begroting AenM niet aangewezen.
Desalniettemin begrijp ik uw vraag en de inzet van dit kabinet is ook geweest om deze wet te realiseren. De minister van VRO zal in de tijd die hiervoor nog resteert de wetsvoorbereiding proberen verder te brengen. Aan de nota naar aanleiding van het verslag wordt gewerkt.
 

Vraag (45):
Over de asielnoodmaatregelenwet en tweestatusstelsel staat dat deze ‘onverkort’ door de aankomende regering worden uitgevoerd, mits die worden aangenomen in de Eerste Kamer. Maar gisteren kopte de media dat D66 voornemens is om tegen te stemmen in de Eerste Kamer. Hoe zit dit nou? Wankelt het akkoord nu al?

Antwoord:
Er wordt door de huidige regering onverkort ingezet op aanvaarding en inwerkingtreding van de Asielnoodmaatregelenwet (inclusief de novelle die de strafbaarstelling van illegaal verblijf zo aanpast dat hulpverlening niet strafbaar is) en de Wet invoering tweestatusstelsel. Het is momenteel aan de Eerste Kamer. Of het akkoord wankelt moet u vragen aan de formerende partijen.

Vraag (46):
Die wetten moeten door de Eerste Kamer heen, anders is de hele asielparagraaf weinig meer waard. Hoe kijkt de minister hier naar?

Antwoord:
Er wordt vanzelfsprekend onverkort ingezet op aanvaarding en inwerkingtreding van de asielwetten. De regering heeft er alle vertrouwen in de vragen die de Eerste Kamer nog over deze wetsvoorstellen heeft goed en snel te kunnen beantwoorden en blijft er dan ook van uitgaan dat deze zullen worden aanvaard.

Vraag (56):
Hetzelfde geldt voor de intrekking van de spreidingswet. Ook hier stelt de nieuwe coalitie dat deze overbodig wordt zodra er voldoende vaste en flexibele COA-opvangplekken zijn. En aangezien er bijna 2,5 miljard extra naartoe gaat alsof het niets is, kunnen we ook dit wetsvoorstel behandelen. Ik hoor graag hoe deze minister dit ziet?

Antwoord:
De inzet van mij en het huidige kabinet is geweest om de spreidingswet in te trekken en meerdere stappen ter voorbereiding daarvan zijn gezet. Dat traject is echter nog niet zover dat het huidige kabinet een wetsvoorstel naar uw Kamer heeft kunnen sturen. Daarom is het behandelen van een wetsvoorstel nu niet aan de orde en zijn verdere keuzes op dit punt aan het volgende kabinet. Net als u hebben wij in het nieuwe coalitieakkoord kunnen lezen wat de inzet van het nieuwe kabinet daarbij zal zijn.

Vraag (57):
Ik wil van de minister weten hoeveel van dit soort gemengde wooncomplexen (studenten en statushouders) er in Nederland zijn en of daar signalen van ernstig wangedrag bekend zijn. En zijn de daders in Amsterdam inmiddels opgepakt?

Antwoord:
De berichtgeving over Stek Oost schetst een beeld van meerdere heftige incidenten. De minister van VRO heeft geen volledig overzicht van alle gemengde wooncomplexen in Nederland en eventuele incidenten. Er zijn allerlei manieren waarop gemengd wonen complexen tot stand komen, dit is een lokale aangelegenheid. Ik kan niet ingaan op wat er met de individuele betrokkenen op Stek Oost is gebeurd.
 

Vraag (58):
Maar voorzitter, naast die nationale wetten moeten we ook internationaal zakendoen. Oud BBB-Kamerlid Claudia van Zanten diende al een motie in om te verkennen welke verdragen herzien of eventueel opgezegd moeten worden. Graag hoor ik van de minister hoe het daarmee staat. Is er een plan? Zijn er gesprekken gaande met andere landen?

Antwoord:
Nederland is intensief betrokken bij de kopgroep gelijkgezinde lidstaten, die zich inzet voor de aanscherping van asiel- en migratiebeleid. Ook de verdragen en hun toepassing zijn onderwerp van gesprek in deze groep.
Daarnaast is in december in Straatsburg met de aanname van conclusies de opdracht gegeven om tot een politieke verklaring te komen. De Nederlandse inzet is erop gericht dat deze verklaring de status van een interpretatieve verklaring krijgt, in de zin dat deze een ‘later tot stand gekomen overeenkomst’ vormt over de uitleg of toepassing van het EVRM.
Uw Kamer is over deze voortgang geïnformeerd via de Geannoteerde Agenda en het Verslag van de JBZ-Raad in juni, oktober en december en van de Europese Raad van juni, oktober en december.
De ambtelijke verkenning naar de modernisering van Verdragen in het kader van motie Van Zanten / Boomsma is in een afrondende fase. Ik verwacht uw Kamer daar dan ook in Q1 over te informeren.
 

Vraag (59):
En als dat niets oplevert, wat dan? Blijven we dan vastzitten aan verdragen die zijn opgesteld met een naoorlogs gedachtegoed, maar inmiddels een totaal andere werking hebben? Of zeggen we ze op? Neem artikel 8 van het EVRM, het recht op gezinsleven, opgesteld in 1950. Dit artikel was bedoeld om gezinnen te beschermen tegen willekeur van de overheid, na de verschrikkingen van de Holocaust. Voorzitter, dat klopt toch van geen kant? Neem artikel 8 van het EVRM, het recht op gezinsleven, opgesteld in 1950. Dit artikel was bedoeld om gezinnen te beschermen tegen willekeur van de overheid, na de verschrikkingen van de Holocaust. Het was nooit bedoeld als instrument voor grootschalige migratie naar Europa. Toch functioneert het nu wel zo. Voorzitter, dat klopt toch van geen kant? Hoe ziet de minister dit?

Antwoord:
Nederland is intensief betrokken bij de kopgroep gelijkgezinde lidstaten, die zich inzet voor de aanscherping van asiel- en migratiebeleid. Ook de verdragen en hun toepassing zijn onderwerp van gesprek in deze groep. Daarnaast is in december in Straatsburg met de aanname van conclusies de opdracht gegeven om tot een politieke verklaring te komen. De Nederlandse inzet is erop gericht dat deze verklaring de status van een interpretatieve verklaring krijgt, in de zin dat deze een ‘later tot stand gekomen overeenkomst’ vormt over de uitleg of toepassing van het EVRM. Uw Kamer is over deze voortgang geïnformeerd via de Geannoteerde Agenda en het Verslag van de JBZ-Raad in juni, oktober en december en van de Europese Raad van juni, oktober en december. De ambtelijke verkenning naar de modernisering van Verdragen in het kader van motie Van Zanten / Boomsma is in een afrondende fase. Ik verwacht uw Kamer daar dan ook in Q1 over te informeren.
 


Vragen van het lid Dijk, D.J.H. van (SGP)

Vraag (32):
In België is recent een wet aangenomen waardoor veroordeelde criminelen (sneller) hun staatsburgerschap kunnen verliezen. Criminaliteit van asielzoekers of nieuwe staatsburgers moet consequenties hebben. Gaat het kabinet ook in Nederland het voorbeeld uit België volgen en omzetten tot wetgeving, wat kunnen we leren van België?

Antwoord:
Het intrekken van het Nederlanderschap valt binnen de portefeuille van Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, niet de Minister van Asiel en Migratie.
Zoals aangegeven in de Strategie Bestrijding Antisemitisme die op vrijdag 22 november 2024 met uw Kamer is gedeeld, onderzoekt het kabinet de mogelijkheden tot uitbreiding van het intrekken van het Nederlanderschap bij andere ernstige misdrijven. Daarbij wordt ook gekeken naar ernstige misdrijven met een aspect van discriminatie, zoals antisemitisme. En alles voor zover het Europees Verdrag inzake Nationaliteit (EVN) dit toelaat.
Naar verwachting zal het onderzoek in het vierde kwartaal van 2026 afgerond zijn.

Vraag (37):
Een wendbare asielketen die tegen een stootje kan is nodig. Niet dat ieder bed door een asielzoeker moet worden ingenomen. Maar wel om een repeterende opvangcrisis te voorkomen. Spoedzoekers, studenten en starters en kwetsbare groepen moeten daar gebruik van kunnen maken op het moment dat asielopvangplekken overblijven. Wordt dit ook afgesproken?

Antwoord:
In de brief over het samenhangend pakket van 11 juli 2025 is afgesproken dat het COA binnen de huidige budgettaire kaders meerjarig 70.000 plekken mag vastleggen onder de voorwaarde dat deze plekken contractueel opzegbaar contractueel opzegbaar zijn. Hierdoor blijft het financieel risico beperkt. Als de instroom daalt, kunnen de contracten immers worden opgezegd. 
Daarbij worden de mogelijkheden verkend om deze plekken om te zetten naar huisvesting. Wanneer deze plekken niet meer benodigd zijn voor de opvang van asielzoekers, kunnen deze worden opgezegd of ingezet voor de huisvesting van andere doelgroepen, zoals spoedzoekers en statushouders. Bij het afsluiten van nieuwe contracten neemt COA in de gesprekken met de gemeenten de optie om de locatie om te klappen naar huisvesting mee.
 

Vraag (43):
In de EU asielrichtlijn wordt gesteld dat vervolging van Syrische Christenen nauwelijks zou voorkomen dus inwilliging alleen in uitzonderlijke gevallen. Dit terwijl personen met ISIS-banden op voorhand gevaar wordt aangenomen. Na val regime Assad is de situatie echter dramatisch verslechterd. De SGP wil dat rekening wordt gehouden in het Nederlandse beleid en dat dit onderdeel uit de EU-richtlijn niet leidend is, wil de minister dit toezeggen? Is deze richtlijn nog actueel gezien de ontwikkelingen rond de jaarwisseling?

Antwoord:
De EUAA Country Guidance is een handreiking, geen bindende EU-richtlijn. In Nederland volgen we het eigen landenbeleid; waar relevant betrekken we de Guidance. De Guidance is dus niet leidend. Het landenbeleid Syrië zal daarnaast op basis van het Algemeen Ambtsbericht Syrië dat afgelopen vrijdag is verschenen opnieuw tegen het licht worden gehouden.

Vraag (50):
Op basis van de motie-Bisschop wordt geïnventariseerd welke structurele investeringen er in de asielketen nodig zijn om te komen tot een robuust en wendbaar geheel. Krijgt de Kamer spoedig het totaalplaatje inclusief de bekostiging van de IND?

Antwoord:
Op het moment wordt het advies van het externe onderzoeksbureau met betrekking tot de stabiele financiering van de IND verder uitgewerkt. Naar verwachting zal dit einde van het tweede kwartaal zijn afgerond. Het volgende kabinet zal mede op basis hiervan uw Kamer informeren over de uitvoering van motie-Bosschop.

Vraag (53):
Vrijwilligersvergoeding gastgezinnen. Ik hoor graag de reactie op de minister van het amendement dat SGP heeft ingediend m.b.t. een budget voor een pilot hiervoor.

Antwoord:
De reactie op het amendement volgt. Het kabinet is bezig met een voorstel dat in lijn is met het ingediende amendement.