[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Reactie op het verzoek van het lid Ceulemans, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 4 februari 2026, over de wijze waarop het kabinet invulling geeft aan de capaciteitsraming, provinciale opgave en indicatieve verdeling per gemeente, als onderdeel van de Spreidingswet

Vreemdelingenbeleid

Brief regering

Nummer: 2026D05614, datum: 2026-02-05, bijgewerkt: 2026-02-05 13:47, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 19637 -3516 Vreemdelingenbeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z02502:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 4 februari 2026 heeft uw Kamer gevraagd naar de stand van zaken rond de vaststelling en publicatie van de capaciteitsraming zoals voorgeschreven in de wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de wet). Via deze brief informeer ik u hierover.

De meest recente meerjaren productie prognose (MPP) en het capaciteitsbesluit COA, op basis waarvan de capaciteitsraming bij wet wordt voorgeschreven, stellen een totaal vast van 88.000 plaatsen. Op dit moment zijn er circa 50.000 plekken meerjarig beschikbaar1. Dit betekent dat door alle provincies tezamen nog circa 38.000 plekken gerealiseerd zouden moeten worden.

Bij de publicatie op 26 september 2025 van de MPP en het capaciteitsbesluit COA kon geen rekening worden gehouden met de effecten van de wetsvoorstellen die op dit moment in behandeling zijn bij beide Kamers en het onlangs vastgestelde beleid met de financiële middelen2 rond de versnelde extra uitstroom van statushouders zoals opgenomen in de brief aan uw Kamer van 28 november 2025.

Dit jaar is een grote stelselwijziging voorzien (implementatie Europees Migratie

Pact, Asielnoodmaatregelenwet en Tweestatusstelsel). Als deze wetsvoorstellen worden aangenomen en van kracht worden, dan zal dit naar mijn verwachting de instroom en nareis drastisch beperken. Dit is extra urgent omdat op dit moment circa 53.000 mensen in het buitenland wachten op een beslissing op nareis, waarvan de aanname is dat de helft een subsidiaire beschermingsstatus heeft. Dit zou dan gaan om circa 26.500 mensen. Voor deze groep gaat dan als voorwaarden voor nareis een wachttermijn van twee jaar, een inkomens- en huisvestingsvereiste gelden.

Daarnaast is van belang dat het aanstaande kabinet heeft aangegeven de wetsvoorstellen uit te voeren indien deze worden aangenomen en dat zij ook werk willen maken van het realiseren van nieuwe huisvesting(svormen) voor statushouders. Ook dit is urgent aangezien er op dit moment een groep van circa 12.300 statushouders langer dan 14 weken in opvang verblijft, terwijl gemeenten na deze periode verantwoordelijk zijn voor deze groep. De verwachting is dat bovengenoemde punten een substantieel effect op de opvangbehoefte hebben.

Als gemeenten met behulp van doorstroomlocaties, de hotel- en accomodatieregeling en de doelgroepflexibele regeling extra uitstroom van statushouders realiseren, dan is de inschatting dat dit nog eens 12.000 plekken kan opleveren. Als de voorwaarden die gesteld worden aan nareizigers na aanvaarding van de wet van kracht worden, dan zullen nog eens duizenden plekken minder nodig zijn. De IND heeft onlangs gepubliceerd dat zij in 2025 in totaal 28.000 verzoeken op nareis heeft beslist. Dit betreft 20.150 MVV-nareis met een inwilligingspercentage van 87% en 7.850 artikel 8 EVRM met een inwilligingspercentage van 62%.

Gelet op bovenstaande heb ik besloten om de capaciteitsraming nu niet te publiceren in de Staatscourant en is het wat mij betreft aan mijn opvolger om op basis van bovenstaande inzichten de consequenties te bezien, deze te bespreken met onze medeoverheden en uitvoeringsorganisaties en daarna tot vaststelling en publicatie over te gaan.

De Minister voor Asiel en Migratie,

M.C.G. Keijzer


  1. Betreft het aantal asielopvangplekken die op basis van een afgesloten bestuursovereenkomst op 31 december 2028 beschikbaar zijn. Hierbij zijn verwachte openingen meegenomen als deze in de realisatiefase of planvormingsfase zijn, waarbij voor deze laatste groep een onzekerheidsmarge wordt gehanteerd. De peildatum is 1-2-2026 (bron COA), nadere verificatie van dit aantal vindt nog plaats.↩︎

  2. Zoals gecommuniceerd in Kamerstuk 19637-3497 is de beoogde inwerkingtreding van de doelgroepflexibele regeling 1 mei as aansluitend aan en onder voorbehoud van de definitieve financiële besluitvorming over de regeling bij Voorjaarsnota 2026↩︎