[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Begroting Asiel en Migratie (36800-XX) (voortzetting) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D05822, datum: 2026-02-05, bijgewerkt: 2026-02-06 09:27, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Begroting Asiel en Migratie 2026

Voorzitter: Van Campen

Begroting Asiel en Migratie 2026

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2026 (36800-XX).

(Zie vergadering van 4 februari 2026.)

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van de begroting Asiel en Migratie. Ik heet de beide ministers van harte welkom in ons midden.

Door mij zijn schriftelijke antwoorden ontvangen van de minister van Asiel en Migratie en de minister voor Asiel en Migratie, viceminister-president op vragen, gesteld in eerste termijn.

Deze antwoorden zullen worden opgenomen in een bijvoegsel bij de Handelingen van deze vergadering.

(Het bijvoegsel is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:
Ik geef gelijk een van de ministers het woord voor het eerste deel van de beantwoording in deze eerste termijn van de zijde van het kabinet. Als u zover bent, heeft u het woord, minister.

Minister Van Weel:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst heel veel dank aan de Kamerleden voor hun soepelheid, voor het tolereren van mijn afwezigheid bij uw inbreng in eerste termijn. Ik heb er uiteraard kennis van genomen en zal de beantwoording met plezier ter hand nemen. Ik heb één lopende tekst, maar ik zal wel aangeven welke onderwerpen ik langsloop op mijn terrein. Dan weet u ongeveer wat u kunt verwachten in die tekst. Ik begin met een korte intro. Daarna heb ik het over de nationale maatregelen die wij als kabinet hebben afgekondigd. Ik zal stilstaan bij Syrië, bij de vragen over Spanje en de aankondigingen, internationale samenwerking en EU-samenwerking. Daarna sta ik stil bij de implementatie van de asielwetten en het Migratiepact en de samenloop daarvan. Ten slotte ga ik in op de staat van de IND.

Voorzitter. Ik begin aan mijn tekst en beantwoording. We behandelen vandaag de begroting van het ministerie van Asiel en Migratie. Nogmaals excuses voor mijn afwezigheid bij de eerste termijn en dank voor uw begrip. Dit debat, zoals de heer Paternotte zo mooi heeft gezegd, speelt zich af in de blessuretijd van mijn ministerschap. Maar zoals iedereen weet, moet je in voetbal altijd doorspelen tot het eindsignaal. Dat ben ik dan ook van plan om te doen. Met de Asielnoodmaatregelenwet, het Migratiepact en de tweestatuswet van collega Keijzer ligt er een solide basis om op verder te bouwen. Uiteraard hoop ik op een succesvolle behandeling van deze wetten in de Eerste Kamer. En ja, zeg ik alvast tegen de mensen die zich hierover zorgen maken, ik was optimistisch en dat ben ik nog steeds. We verliezen, denk ik, echt momentum als we na het ene been nu ook niet het andere been bijtrekken.

In mijn bijdrage wil ik kort ingaan op de achtergronden van het huidige asiel- en migratiebeleid. Daarna wil ik ingaan op de samenwerking internationaal en de concrete maatregelen die voor ons liggen, met bijzondere aandacht voor de twee wetten. Daarna ga ik in op de staat van de uitvoering.

Voorzitter. We zijn inmiddels aangekomen op het punt dat een structurele verandering van ons asiel- en migratiebeleid noodzakelijk is, want we lopen vast in de opvang, in de huisvesting, bij de IND en in het absorptievermogen van de samenleving. Ik denk dat we het daar allemaal over eens zijn. Immigratie is, anders dan het soms lijkt, geen vanzelfsprekend natuurverschijnsel. Natuurlijk zeg ik, met mevrouw Westerveld, dat wij niet of nauwelijks invloed hebben op oorlogen en rampen, maar voor andere migratiegroepen hebben wij wel degelijk knoppen om aan te draaien om de instroom te reguleren, de terugkeer te stimuleren en de opvang hier beter behapbaar te maken. Dat is in een notendop wat we in ons asiel- en migratiebeleid aan het doen zijn: grip krijgen op de instroom, de doorstroom en de uitstroom, en het niet langer aannemen als een onvermijdelijk proces waar we ons hoe dan ook maar naar te voegen hebben.

Voorzitter. Die grip zit eraan te komen, want we zijn deze inzichten niet alleen in nieuwe wetten aan het verankeren, maar we zijn ook een eind op weg met de uitvoering stevig in de steigers zetten. We werken hard aan het beperken van instroom met de Asielnoodmaatregelenwet. We werken hard aan de opvang, met meer dan 70 plekken per jaar bij het COA. Daar zal mevrouw Keijzer straks op doorgaan. We werken intensief samen in Europees verband en we bevorderen de terugkeer met specifieke aandacht voor Syrië en Oekraïne. In 2025 hebben we een aanvullende vertrekregeling gerealiseerd voor Syriërs die weer terug wilden keren naar het land van herkomst na de val van het regime. We volgen uiteraard de situatie in Syrië op de voet. Recent is een nieuw ambtsbericht gepubliceerd en binnenkort volgt op basis daarvan een nieuw landenbeleid waarin we aangeven voor welke bevolkingsgroepen het land wel en niet veilig is. We blijven in Europa ook voor een gecoördineerde aanpak richting Syrië. Daarbij is wederopbouw van belang, maar ook het inzetten op terugkeer.

De voorzitter:
Ik zou de minister willen vragen of de blokjes kort genoeg zijn om die steeds af te ronden en daarna de interrupties te doen. Of zijn het echt lange blokjes?

Minister Van Weel:
Dit was eigenlijk het blokje Syrië, dus ik kan me voorstellen dat er daarover al vragen zijn vanuit de Kamer.

De voorzitter:
We doen de interrupties in drieën, kort en niet gemaximeerd.

De heer Boomsma (JA21):
Wanneer komt dat landenbeleid?

Minister Van Weel:
Het ambtsbericht is in januari verschenen. Ik denk dat we februari nodig hebben om het landenbeleid daarop af te stemmen. Zoals u weet volgt het ambtsbericht vanuit BZ. Dat heeft de minister aan de minister van AenM gestuurd. Dat heb ik als minister van AenM ontvangen. Daar wordt nu gewerkt aan het landenbeleid. Ik verwacht dat dat eind februari of maart een feit is.

De heer Boomsma (JA21):
Is er een mogelijkheid om dat te versnellen? In het ambtsbericht staat in principe toch gewoon wat de situatie is? Ik heb het nog niet helemaal gelezen, maar ik ga eigenlijk van uit dat het voor bepaalde groepen gewoon veilig is, omdat nu ook allerlei mensen vrijwillig terugkeren. Dan is het dus zaak om zo snel mogelijk beleid te maken om die terugkeer te bespoedigen.

Minister Van Weel:
Wij hebben op dit moment beleid dat leidt tot het weer behandelen van de aanvragen van Syriërs. Dat leidt ook tot afwijzingen van asielaanvragen van Syriërs. De vraag is of het beleid wezenlijk gaat veranderen met het nieuwe ambtsbericht. Dat door mijn oogharen bekijkend, zeg ik: ik denk het niet, want er is grote gelijkheid. Ik verwacht geen drastische wijzigingen. In die zin heeft versnellen maar beperkt nut, want ik verwacht een continuering van het beleid zoals we dat nu zo ongeveer hebben. Het is wel een proces dat we moeten doorlopen. Net zoals een ambtsbericht zich niet laat dwingen, zitten in het opstellen van het landenbeleid ook een aantal stappen die gewoon doorlopen moeten worden.

De heer Boomsma (JA21):
Dat is wel erg zorgelijk, want de bedoeling is natuurlijk dat we die terugkeer nu kunnen bespoedigen. Dat geldt sowieso voor de vrijwillige; daar zijn we al mee bezig. Maar het gaat om de herbeoordeling van tijdelijke vergunningen. Daar moeten we nu zo snel mogelijk mee aan de slag. Ik wil de minister nu toch oproepen om daar vaart achter te zetten en alle stappen te zetten die nodig zijn om dat mogelijk te maken.

Minister Van Weel:
Een maand voor het opstellen van landenbeleid op basis van het ambtsbericht, dat uiteindelijk ook moet houden in alle rechtszaken die eruit voortkomen, is niet lang. Dat is echt een gebruikelijke en een snelle periode. Ik ben het met u eens dat we ons moeten instellen op zo snel mogelijk herbeoordelen. Daarvoor is bestendig beleid nodig en dus een bestendiging van het landenbeleid zoals we dat vorig jaar hebben vastgesteld. Maar in de tussentijd zitten we niet stil. Ik wil er wel bij zeggen dat we op dit moment nog te maken hebben met 17.000 eerste aanvragen van Syriërs, die ook nog in de pijplijn zitten. Er wordt op dit moment dus heel hard gewerkt door de IND om in de beschikbare tijd vooral die eerste aanvragen te beantwoorden, omdat daar ook nareisaanvragen op zitten. Die herbeoordelingsmogelijkheid wil niet zeggen dat IND dan ook qua capaciteit in staat is om dat even snel weg te werken.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik wil even doorgaan op Syrië. Ik heb gisteren vragen gesteld over de EU Country Guidance, die ook ziet op het landenbeleid en Syrië. Daarin las ik — ik zeg het even in mijn eigen woorden - dat christenen in Syrië op dit moment niet heel veel te duchten hebben. Wat ik evenzeer schokkend vond om te lezen, was dat van mensen die gerelateerd zijn aan IS verondersteld moet worden dat zij vervolging te duchten hebben en dat zij dus extra in het oog moeten worden gehouden, ook als het gaat over asiel. Beide punten vind ik inhoudelijk volstrekt onbegrijpelijk. Hoe is zo'n richtlijn tot stand gekomen en wat doet Nederland om dit van tafel te halen?

Minister Van Weel:
Wij zijn niet gebonden aan die richtlijn en wij voelen ons daar ook niet aan gebonden. We hebben ons eigen proces. We hebben een ambtsbericht en landenbeleid. Dat leidt in een hele andere richting. Daarbij is ook oog voor minderheden en voor het risico dat ze lopen op vervolging. Wat betreft IS-strijders hebben wij ook ons eigen beleid. Dat valt primair onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid, maar zoals u weet, maken wij in elke individuele casus een afweging: willen wij iemand terughalen of niet? Tot nu toe is die afweging elke keer uitgevallen in het belang van de nationale veiligheid. We halen deze mensen niet terug; we zorgen ervoor dat ze in dat gebied blijven. Daar zal niks aan veranderen, ook niet door deze Guidance.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik ben op zich heel blij met het heldere antwoord dat Nederland een eigen koers vaart, maar ik maak mij hier toch ontzettend veel zorgen over. Zo'n Guidance is voor heel wat landen absoluut een belangrijke richtlijn. Er staat doorgaans ook geen nonsens in. De positie van christenen wordt gebagatelliseerd. Er wordt gezegd dat IS-gerelateerden bij uitstek moeten worden gezien als een kwetsbare groep, maar dat is toch de wereld op zijn kop? Is Nederland er niet heel veel aan gelegen om hierover een discussie los te maken, om te voorkomen dat dit soort richtlijnen worden losgelaten op alle lidstaten?

Minister Van Weel:
Zoals gezegd, ken ik geen lidstaten die dit soort richtlijnen als heilige teksten overnemen. Wij hebben intensief contact met andere landen die nog IS-strijders met hun eigen nationaliteit hebben zitten in kampen in Syrië. We zitten allemaal op hetzelfde spoor, namelijk dat we op dit moment niet bereid zijn om deze mensen terug te halen. We volgen allemaal hetzelfde spoor. Dat geldt ook voor de terugkeer van Syriërs en voor de omgang met kwetsbare groepen. Ook daarbij zitten we op één lijn. Ik ben niet gelukkig met deze teksten. Ik voel me er niet aan gehouden en ik heb ook niet het idee dat andere landen dat wel voelen. Ik zal mijn opvolger zeker aansporen om daarover het gesprek aan te gaan met de andere landen en met de commissie.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Nogmaals, ik ben heel blij met wat de minister zegt. Blijf vooral een eigen koers varen. Maar dit lijkt ons wel de moeite waard. Dit is heel apart, omdat andere landen hier ook niet mee rekenen. Waar zijn we nou helemaal mee bezig en wie stuurt zo'n commissie aan, die met dit soort teksten komt?

Minister Van Weel:
Nogmaals, daar zullen we het gesprek over aangaan. In onze werkelijkheid verandert er in ieder geval niks.

De voorzitter:
U vervolgt.

Minister Van Weel:
Voorzitter. Grip krijgen op asiel begint in het buitenland. Migratie is grensoverschrijdend en vergt per definitie internationale samenwerking, in Europa, maar ook daarbuiten. Anders is het dweilen met de kraan open. We werken met landen van herkomst en transit in migratiepartnerschappen. Die migratiepartnerschappen zijn hét vehikel om terugkeer te bevorderen, om migratiestromen beter te beheersen dicht bij de bron en om de aankomsten in de EU en Nederland te verminderen. Hiervoor trekken verschillende ministeries nauw op, onder meer in een interdepartementale taskforce. We aarzelen daarbij niet om streng te zijn, bijvoorbeeld met nieuwe visummaatregelen op EU-niveau. In Europa zijn mede door de Nederlandse inzet flinke resultaten geboekt. In juni treedt het Europees Migratie- en Asielpact in werking. Er wordt op dit moment keihard gewerkt aan de implementatie van deze regels, niet alleen in Nederland, maar ook in andere lidstaten. De buitengrenzen worden met het Migratiepact verstevigd. Dat betekent uiteindelijk ook minder aankomsten in Nederland. We herstellen het Dublinstelsel en maken betere afspraken, zoals ik vorige maand concreet heb gedaan met Griekenland, over de herstart van deze samenwerking.

Mevrouw Vondeling vroeg: waarom wordt het Dublinverdrag nu niet nageleefd? Het Dublinverdrag wordt wel nageleefd, maar het systeem werkt om verschillende redenen niet altijd naar behoren. Met betrekking tot Griekenland hebben we in het verleden te maken gehad met ondermaatse opvang. Griekenland was zelf niet bereid om Dublinclaimanten weer op te nemen. Dat zijn zaken die we moeten proberen te herstellen in de aanloop naar de inwerkingtreding van het Migratiepact. Zowel met Griekenland als met Italië, de twee landen waarmee Dublin moeilijk liep, hebben we nu afspraken gemaakt. Er is commitment om het asiel- en opvangsysteem op orde te brengen en om de Dublinregels weer volledig toe te passen bij de inwerkingtreding van het pact op 12 juni.

Dan nog even kort over Spanje, naar aanleiding van de vragen van mevrouw Rajkowski en de heer Boomsma. In beginsel staat het EU-lidstaten vrij om zelf verblijfsvergunningen te verstrekken. Dat is een nationale competentie. Doorreizen naar een andere lidstaat op basis van zo'n verblijfsvergunning kan, maar voor maximaal 90 dagen binnen de 180 dagen. In een andere lidstaat werken mag dan niet, en legaal vestigen kan ook niet. Daar zijn uiteindelijk voorwaarden aan verbonden. Maar ik deel uw zorgen over deze stap die genomen is door de regering van premier Sánchez. Ik ga graag, in overleg met de andere Europese landen in de Europese gremia, met de Spaanse regering in gesprek om deze zorgen te adresseren en hopelijk ook te kijken hoe we hierin in de toekomst meer één lijn kunnen trekken.

De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van dit onderdeel van uw beantwoording?

Minister Van Weel:
Ja, over Spanje.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank voor de toezegging om dit te gaan doen, want dit kan natuurlijk, zoals ik gisteren al zei, leiden tot een afbrokkelend draagvlak voor het asielbeleid, al is het een nationale competentie van Spanje. Maar dan heb ik toch nog de volgende vraag over het aantal dagen vrij reizen. Hoe controleren wij dan dat mensen die werkvergunning, als ze hier vrij de grens over mogen, niet gebruiken om zich hier op een andere manie te gaan vestigen? Welke controlemechanismen hebben we als Nederland dan nog?

Minister Van Weel:
Deze mensen moeten natuurlijk papieren laten zien op het moment dat ze hier gecontroleerd worden of op het moment dat ze zich hier willen vestigen of wat dan ook. Dat papier dat ze hebben, is dan die tijdelijke verblijfsvergunning uit Spanje. Dat houdt automatisch in dat ze zich hier dus niet mogen vestigen, maar dat ze hier maximaal 90 dagen mogen verblijven. Dus als ze daar na 90 dagen nog een keer worden aangetroffen, zonder het land uitgereisd te zijn, worden ze de grens weer overgezet. Ze mogen hier ook niet legaal werken. Dus er zitten wel degelijk beperkingen aan, maar het is niet zo dat dit betekent dat die mensen alleen maar in Spanje blijven. Die mensen kunnen wel degelijk hier opduiken en hier illegaal aan het werk gaan of andere overlast veroorzaken. Dat is waarom ik het gesprek wil aangaan met Spanje, omdat deze nationale maatregel wel degelijk ook effect heeft op de rest van Europa. Bovendien kan het een onwenselijk precedent scheppen, in de zin van: als u zich maar illegaal ophoudt in de EU, in dit geval in Spanje, dan krijgt u uiteindelijk een verblijfsvergunning. Dat zijn nou juist de signalen die we met de inwerkingtreding van het Migratiepact niet willen afgeven, zeker niet op nationale basis.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Eens, dank. Kan de minister ook toezeggen dat, naast dat hij in gesprek gaat met de Europese collega's om te kijken hoe we dit soort dingen kunnen voorkomen, de Kamer ook geïnformeerd wordt op het moment dat er toch signalen komen dat deze onwenselijke route naar Nederland ontstaat, zodat we als Kamer toch kunnen kijken of wij geen aanvullende maatregelen willen gaan nemen?

Minister Van Weel:
Gaarne daartoe bereid. Ik wil wel één verzachtende omstandigheid voor Spanje noemen. Een heel groot deel van de illegaal verblijvenden in Spanje zijn Spaanstaligen, afkomstig uit Latijns-Amerika, die uiteindelijk binnen de Spaanse economie wel degelijk een positieve rol vervullen, en ook helemaal geen intentie hebben om zich buiten Spanje of een Spaanstalig land te verplaatsen door Europa. Dus bij een aanzienlijk deel van die half miljoen, waarover gesproken wordt, treedt dat risico niet op. Dat neemt niet weg dat we daar waar dat wel het geval is, gaan doen wat u vraagt.

Daarnaast trekt Nederland bovendien de kar bij de ontwikkeling van innovatieve oplossingen, zoals de terugkeerhub, zowel in Europa als bilateraal.

Voorzitter. Het doet me deugd dat de opvattingen over migratie en asiel in Europa breed worden gedeeld. Lidstaten en samenlevingen zijn het erover eens dat er iets moet veranderen. Internationaal, zoals net benoemd, maar ook nationaal is er overeenstemming over hoe we dit vraagstuk moeten benaderen. Dat wordt feitelijk ondersteund door het Migratiepact en het aannemen door uw Kamer van de Asielnoodmaatregelenwet.

Ik wil die hele wet niet hier nog een keer in detail herhalen, maar de uitgangspunten zijn helder. We zetten niet alleen in op effectieve samenwerking in Europa, maar we gaan ook ons nationale stelsel meer en beter laten aansluiten bij Europa en bij de strengere wetgeving indien die van toepassing is in de landen om ons heen. We stappen in die nieuwe wet ook af van de vanzelfsprekendheid van lange verblijfsvergunningen en van de ruime criteria op gezinshereniging. We maken een einde aan een aantal verlammende procedures. Deze zijn enorm belastend voor het systeem. Ze kosten behoorlijk veel geld. Deze week kwam ook weer een bedrag naar buiten in de media. Dat gaat ten koste van mankracht die ook aan werkelijke vluchtelingen kan worden besteed.

Worden na het aannemen van de noodmaatregelenwet de dwangsommen dan meteen afgeschaft, wilde de heer Van den Brink weten. Ja, de maatregel ter afschaffing van de dwangsommen is een maatregel die verder geen andere capaciteit vraagt. Die kan gewoon meteen worden geïmplementeerd. Dus zodra de wet in werking treedt, zal de dwangsom tot het verleden behoren. Ook daarom is het van belang dat deze wet zo spoedig mogelijk in werking kan treden.

Voorzitter. Wij vragen veel van onze partners in de keten. Deze maatregelen verdienen dan ook een toereikende financiële en organisatorische onderbouwing. Voor de implementatie van het Migratiepact en de wetsvoorstellen is budget beschikbaar, namelijk 115 miljoen per jaar. Organisaties werken hiermee aan de invoering, en straks ook aan de uitvoering, van dat pact.

De heren Paternotte en Van den Brink vroegen zich af hoe de capaciteit van IND zich verhoudt tot de voorbereidingen op het Migratiepact. Daar kan ik wel wat over zeggen. De Europese Commissie monitort nauwkeurig of de EU-lidstaten individueel allemaal op schema liggen voor een tijdige implementatie van het pact, waaronder het beschikbaar hebben van de voor hen vastgestelde capaciteit in de asielprocedure. De Commissie rapporteert hier periodiek over. Het eerstvolgende rapport wordt in maart of april van dit jaar verwacht. Uw Kamer zal hierover, net als over de voorgaande rapporten, worden geïnformeerd. Ten slotte verwijs ik, wat betreft de gereedheid hier in Nederland, ook naar de brief aan uw Kamer van 22 januari. Daarin werd informatie over de voortgang van de nationale implementatie gegeven.

Tegen mevrouw Westerveld zeg ik: ja, het Migratiepact en de nieuwe nationale asielwetten overlappen deels. Gelukkig. Dat betekent namelijk dat de IND uiteindelijk het hele pakket in samenhang kan bezien en implementeren. Daarom is het ook van belang voor de IND dat ze daar zo snel mogelijk helderheid hebben over de doorgang van deze wetten en dat die behandeld en aangenomen worden door de Eerste Kamer.

We hebben ook kritisch gekeken naar de uitgaven binnen de migratieketen, waaronder die voor VluchtelingenWerk Nederland. Dit budget, ingezet door mijn voorganger, kon fors omlaag. De IND is in staat om bepaalde werkzaamheden van VluchtelingenWerk Nederland over te nemen.

Voorzitter. Ten overvloede: waar we het hier over hebben, is geen klein bier. Dit is echt een grote stelselwijziging. Het zijn stuk voor stuk ingrijpende en noodzakelijke maatregelen. Bij elkaar en in samenhang kunnen die voor een drastische beperking van de instroom zorgen, de druk op de keten verlichten, de kosten verlagen en het draagvlak vergroten.

Toen ik gevraagd werd om minister voor Asiel en Migratie te worden, zei ik niet alleen ja om democratisch vastgesteld beleid uit te voeren. Ik wilde, in alle bescheidenheid, ook wat doen aan de hitte in het maatschappelijke debat, omdat die in mijn optiek goede besluitvorming en juist de zorg en het draagvlak voor vluchtelingen in de weg staat. Het asiel- en vluchtelingenbeleid gaat met heel veel emotie gepaard. Dat is ook terecht. Het gaat hier immers om mensen, kwetsbare mensen ook nog eens. Maar het gaat ook om de medewerkers van de diensten, die het water op dit moment aan de lippen staat. Zij kijken naar ons voor wat verlichting. De betrokkenheid van uw Kamer, zowel in het midden als op de flanken, waardeer ik dan ook zeer.

In mijn korte tijd als minister voor Asiel en Migratie heb ik gestaan voor realiteitszin en voor een blik naar de toekomst. We moeten doen wat in onze mogelijkheden ligt en wat volgens de wet kan om illegale ongecontroleerde migratiestromen te beheersen. We moeten ons asiel- en migratiebeleid hervormen om het streng, efficiënt, maar ook rechtvaardig te houden. Alleen dan blijft ons systeem houdbaar en kunnen vluchtelingen die ons echt nodig hebben, ook op ons, en op draagvlak in de samenleving, rekenen.

Voorzitter, dat was het einde van mijn beantwoording.

De heer Bart van den Brink (CDA):
Dank u wel, minister, ook voor de laatste woorden die u sprak. We hebben gister vanuit verschillende woordvoerders aan u beiden de complimenten overgebracht over hoe u het de afgelopen maanden heeft gedaan. Het is mooi om dat nu ook even in persoon tegen u te kunnen zeggen. Ik heb nog een vraag over de hele pactdiscussie, met name over de legal counseling. Er blijft namelijk discussie bestaan over de vraag wat Europees verplichtend en wat nationaal in te vullen is. Dat debat gaan we hier natuurlijk nog helemaal voeren, maar het raakt ook aan de positie van VluchtelingenWerk. Ik was benieuwd: heeft u, voordat we die discussie gaan starten, nog iets meer info over hoe we dat moeten bezien?

Minister Van Weel:
Ik heb daar in de aanloop gesprekken over gevoerd, met zowel de IND als de internationale partners als de asieladvocatuur als VluchtelingenWerk Nederland. Op basis daarvan ben ik met een voorstel gekomen. Daarin zeggen we dat we ons in de eerste fase meer voegen naar hoe landen om ons heen het doen. Dat doen we met een lichtere vorm van ondersteuning over de procedure, geen volledige persoonlijke legal counseling bij de opbouw van het dossier. Daar zitten voor- en nadelen aan, zeg ik u meteen. Als u praat met de asieladvocatuur of met VluchtelingenWerk Nederland, dan zult u het verhaal horen dat dit ertoe zal leiden dat dossiers onvolledig worden, dat het leidt tot meer beroepsprocedures en dat zij juist in de eerste fase mensen afvangen die eigenlijk toch geen kansrijke zaak hebben. Daar staat tegenover dat het omgekeerde ook waar is. Hiermee wordt mensen namelijk al in een vroeg stadium verteld hoe ze een dossier moeten opbouwen om juist wél een kansrijke zaak te hebben. Daarmee wordt het inwilligingspercentage dus mogelijk hoger.

Ik denk dat dit uiteindelijk een politieke keuze en een beleidskeuze is. Op dit moment ben ik van mening dat de ingeslagen weg, namelijk een lichtere vorm van legal counseling in de eerste fase, aansluitend bij Duitsland en andere landen en gedaan door de IND, legaal voldoet. Ik denk dat we daarmee in ieder geval het systeem ontlasten, dat de kosten voor VluchtelingenWerk omlaag kunnen en dat we toch adequaat invulling geven aan onze plicht. Maar ik heb ook eerlijk tegen de asieladvocatuur gezegd dat we in de praktijk moeten gaan zien welke van de narratieven hier leidend is. Dan moeten we ook niet aarzelen om een andere weg in te slaan als het niet werkt.

De heer Bart van den Brink (CDA):
Oké, helder. Er is dus echt een daadwerkelijk onderscheid met wat vanuit Europa verplicht is als een nieuwe definitie van legal counseling. Er is immers natuurlijk ook verwarring over de betekenis van "legal counseling". De advocatuur gaat natuurlijk echt over de beroepsprocedure nadat een besluit is genomen. De vraag is natuurlijk of zij ook al een rol heeft te spelen bij het eerste gehoor en alle aanmeldpunten of dat dat de legal counseling is zoals in Europa wordt bedoeld; daar moeten we volgens mij het debat over voeren. Ik heb het gevoel dat daar soms een soort spraakverwarring over bestaat in het debat daarover.

Minister Van Weel:
Juridisch gezien niet: juridisch is het klip-en-klaar en hoeft er in die eerste fase geen advocatuur aan te pas te komen. Die komt pas in de fase van beroep en de besluitvorming op de beschikking. Het enige wat je vaak hoort, zeker van deze beroepsgroep, is: wij helpen juist om het dossier met een betere kwaliteit voorgelegd te krijgen, waardoor we uiteindelijk voorkomen dat er onnodige beroepszaken komen omdat mensen niet wisten dat ze bepaalde zaken moesten opnemen of hoe ze dat moesten verwoorden. Maar dat is een kwestie van een opvatting over wat het systeem het beste ontlast. Ik sta achter de keuze om te gaan voor de minimale variant, aansluitend bij landen om ons heen, waarbij in die eerste fase wel degelijk voorlichting wordt gegeven en beschikbaar is over de procedure en wat er moet gebeuren, maar waarbij dan nog geen volledige begeleiding nodig is door de advocatuur.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik heb gisteren vragen gesteld over het intrekken van het Nederlanderschap bij ernstige misdrijven en heb gevraagd om daarbij ook te kijken naar de stappen die België heeft gezet. In de schriftelijke beantwoording verwijst de minister naar een brief uit 2024, waarin het kabinet aankondigde te gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het uitbreiden van het intrekken van het Nederlanderschap. Nu begrijp ik verder uit de beantwoording dat we nog tot eind 2026 moeten wachten voordat het onderzoek afgerond is. Waarom duurt het in vredesnaam zo lang?

Minister Van Weel:
Ja, dat duurt lang. Het is ook geen eenvoudige materie, zal ik u vertellen. We zijn niet voor niks met een kopgroep van landen bezig om te kijken hoe we de glijdende schaal die langzaam is ontstaan door jurisprudentie van het Europese Hof, waarbij we de ernst moeten meewegen tegen de periode waarin iemand zich hier al bevindt voordat je hiertoe mag overgaan, kunnen versoepelen. Op dit moment ligt die lat natuurlijk vrij hoog. Het afnemen van het Nederlanderschap kan alleen bij dubbele nationaliteit en bij terroristische misdrijven. We zullen gaan kijken wat het nieuwe kabinet hiermee doet. Deze onderzoeken lopen in ieder geval. Ik ga ervan uit dat de volgende minister van Justitie en Veiligheid dit dossier ook onder zijn hoede zal nemen.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
We zullen daarover inderdaad verder gaan debatteren met de volgende minister, maar zou er in de opvatting van de minister toch ruimte zijn voor versnelling? Ziet hij daar mogelijkheden voor?

Minister Van Weel:
Ik zie de gedachte hierachter; die ondersteun ik. Ik zie ook de afschrikwekkende werking die daarvan kan uitgaan; die is natuurlijk ook heel veel waard. Ik ondersteun dus de insteek. Of het mogelijk is om dit te versnellen … Dat zal buiten mijn ambtstermijn vallen.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Wij hadden best wel wat kritiek op de begroting, net als de SGP trouwens. Ik vraag me af bij welke minister de beantwoording daarvan zit.

Minister Van Weel:
Ik denk dat het grootste deel van uw kritiek de duurzaamheid van de opvang betreft.

Minister Keijzer:
Lekker man!

Minister Van Weel:
Daarom zou ik het, zonder dit nu …

De voorzitter:
Over de schutting te willen gooien. Toch wel!

Minister Van Weel:
Ik zou dit logischerwijs zien bij mevrouw Keijzer.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik zie hoe de verhoudingen zijn in het demissionaire kabinet.

Minister Van Weel:
Die zijn goed; die zijn goed.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
De minister had het net over het landenbeleid. De heer Ceder heeft vragen gesteld over de jezidi's in Irak. Ik heb daar ook vragen over gesteld. Ik zag dat daar een schriftelijke beantwoording op is gekomen: de minister ziet geen aanleiding om het landenbeleid aan te pakken. In alle eerlijkheid vind ik dat best wel heftig voor deze groep, maar ook te kort door de bocht. We erkennen toch dat daar een genocide is geweest? We horen toch ook de verhalen van de mensen die aangeven dat ze ook in Nederland niet veilig zijn en dat ze denken aan hun familie in Irak? Mijn vraag aan deze minister is of hij toe kan lichten waarom hij geen reden ziet om dat aan te passen.

Minister Van Weel:
Ik vind dat dit soort processen zo apolitiek als mogelijk moeten zijn. Daarom heb ik ook echt wel last gehad van de discussie die woedde rondom Afghaanse vrouwen en het recht op asiel. Dat is niet omdat ik daar persoonlijk als mens een mening over heb, maar omdat ik vind dat we moeten kunnen uitleggen en verdedigen dat we hier deugdelijke processen hebben waar mensen op kunnen rekenen en op kunnen bouwen en waar rechters op kunnen varen. Dat loopt via de systematiek van ambtsberichten, die door experts worden opgesteld en waar ministers geen komma of punt aan veranderen. Dat loopt vervolgens via het landenbeleid, dat op basis van dat ambtsbericht op een inhoudelijk concrete manier poogt te onderbouwen waarom dat leidt tot bepaalde uitzonderingen voor groepen personen of niet.

Los van dat landenbeleid blijft het natuurlijk altijd een individuele weging. Als er sprake is van een risico op vervolging, dan kan de rechter of de IND dat bij individuele casussen altijd meewegen in een beschikking. Dat leidt er ook toe dat we op het moment dat een landenbeleid staat en is vastgesteld, niet blind zijn voor signalen die komen maar ook niet politiek gaan sturen op aanpassingen van dat landenbeleid. Het landenbeleid is nu wat het is. Het wordt periodiek herzien. Het wordt sneller herzien op het moment dat we meer signalen krijgen dat dat nodig zou zijn voor bepaalde beroepsgroepen. In de tussentijd heeft iedereen individueel recht op een weging van zijn of haar situatie. De situatie waarin de jezidi's hebben verkeerd en de genocide die op de jezidi's heeft plaatsgevonden ten tijde van de hoogtijdagen van ISIS ontken ik helemaal niet, maar de situatie nu is zoals in de schriftelijke beantwoording is aangegeven op basis van het landenbeleid.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Laat ook maar even duidelijk zijn dat ik er niet voor pleit dat wij hier vanuit de Kamer gaan bepalen wie wel en niet mag blijven, om het maar even helemaal plat te slaan. Want dan krijg je inderdaad dat groepen die ons het beste weten te vinden de meeste kans maken. Dat moeten we niet hebben. Daar hebben we inderdaad processen voor, maar de kaders zijn natuurlijk wel politiek. Die kunnen politiek gestuurd worden. Er kunnen situaties ontstaan waardoor je kaders moet aanpassen. Daarom begrijp ik niet zo goed waarom de minister erbij blijft dat we dit punt niet gaan aanpassen. Dat heeft er ook mee te maken dat we soms ook tegenstrijdige bewegingen zien. Volgens mij speelde ook bij de Afghaanse vrouwen dat we tegenstrijdige bewegingen zagen. We hoorden hier een kabinet zeggen: er worden rechten van vrouwen geschonden, maar we sturen wel vrouwen terug. Dat zijn zaken die niet goed uit te leggen zijn. Ik zou de minister willen vragen om daarop in te gaan.

Minister Van Weel:
Op dat eerste: als ik nu die kaders zou veranderen, dan ga ik wel politiek sturen op deze zaak. Ik sta achter het landenbeleid voor Irak zoals dat staat, inclusief de positie van jezidi's: kwetsbaar, maar zoals omschreven geen algemene uitzonderingsgrond voor het verkrijgen van asiel hier. De situatie rondom de Afghaanse vrouwen heb ik meerdere malen gepoogd uit te leggen. In algemene zin is het verschrikkelijk wat de taliban doen met vrouwenrechten. Natuurlijk wordt dat ook meegewogen. Aanstonds zullen we een nieuw landenbeleid krijgen voor Afghanistan. Dat neemt niet weg dat in een individuele casus de IND natuurlijk wel altijd meeweegt wat de argumentaties zijn om iemand asiel te verlenen of niet. Als iemand in zijn asielaanvraag zelf de onverenigbaarheid met leven onder het talibanregime niet noemt, dan hoeft de IND die zaak ook zelf niet te maken. In die zin is elke individuele zaak ook weer anders en kun je die niet vanuit de politiek wegen. Daarom ben ik daarvan weggebleven. De IND heeft een van de zaken die ze hadden lopen uitgelopen bij de rechter en heeft besloten de laatste twee zaken terug te trekken op basis van de intrekking. Dat is ook hoe het systeem werkt. De rechter trekt dan op een gegeven moment een lijn, die we dan ook volgen. Ik voel me het meest comfortabel bij juist wegblijven uit de casuïstiek, waar nodig wel een trigger geven voor herziening, maar die herziening op zo droog mogelijke manier laten doen door de experts, die daar het meest van afweten. Dat zou ik ook mijn opvolger aanraden.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik hoorde de minister net iets zeggen over denaturaliseren en dat dat alleen kan op het moment dat je een terroristisch misdrijf hebt gepleegd. Nu weten we dat België, dat het Europees Verdrag inzake nationaliteit niet heeft ondertekend, die grootte van het misdrijf gaat verlagen, waardoor men eerder gedenaturaliseerd kan worden. Mijn vraag aan de minister is als volgt. Ziet de minister ruimte binnen het Europees Verdrag inzake nationaliteit om eerlijk te denaturaliseren? Of ziet de minister mogelijkheden om uit dat verdrag te stappen? Ik weet dat dat misschien een stap is die heel ver gaat, maar ik zou de minister wel willen vragen om te kijken hoe we dezelfde kant op kunnen bewegen als de Belgen. Want het is wel een goed idee.

Minister Van Weel:
Ik vind het interessant. Ik heb daar ook kennis van genomen. Ik zei ook tegen de heer Diederik van Dijk dat ik er zeker voor ben om daarnaar te kijken. Eerlijkheidshalve moet ik wel bekennen dat dit echt binnen het domein van Justitie en Veiligheid valt. Ik heb als minister van AenM geen jurisdictie over het Nederlanderschap as such. Maar ik geleid het graag door naar dat ministerie.

De voorzitter:
Ik dank de minister. Het woord is aan de minister vóór Asiel en Migratie voor haar beantwoording van de gestelde vragen.

Minister Keijzer:
Dank u, voorzitter. Mijn collega, de minister ván Asiel en Migratie, David van Weel, heeft net ook al gezegd wat hier bij mij in de voorbereiding staat, namelijk dat het best een bijzonder gesternte is waaronder we deze begrotingsbehandeling doen. Richting mevrouw Westerveld zeg ik: maakt u zich helemaal geen zorgen. Zeven maanden geleden zijn wij samen deze portefeuille gaan doen. Dat is eigenlijk vanaf dag één een bijzonder fijne samenwerking geweest, zo fijn dat je zo'n grap kunt maken op het spreekgestoelte. Zeven maanden geleden zijn we dit met z'n drieën gaan doen. Op een gegeven moment zijn we met z'n tweeën overgebleven, en dat is altijd een bijzonder prettige samenwerking geweest. Het feit dat collega Van Weel ook Buitenlandse Zaken deed, maakte het eigenlijk een nog mooier geheel, omdat de portefeuille Asiel en Migratie natuurlijk buitengewoon veel te maken heeft met wat er in het buitenland speelt. Aangezien ik ook de portefeuille VRO deed en verantwoordelijk werd voor vooral het onderdeel huisvesting, waren er prachtig mooie dwarsverbanden met elkaar te maken.

Voorzitter. De behandeling van de begroting van Asiel en Migratie gaat al jaren over grip krijgen op migratie. Dat is eigenlijk heel jammer, want Asiel en Migratie gaat uiteindelijk over mensen. Mijn mensbeeld is dat een mens tot zijn recht komt in relatie tot een ander. Een mens is van nature geneigd om een ander mens die in nood verkeert, te helpen. Maar door de grote aantallen waarmee vluchtelingen naar Nederland komen, de grote cultuurverschillen tussen de mensen die hiernaartoe komen en de mensen die hier al zijn, de afhankelijkheid van uitkeringen en daarmee het beslag op de verzorgingsstaat en de druk op de woningvoorraad, die gigantisch groot is in dit land, is het geen debat meer over mensen in nood helpen, maar is het een debat geworden over hoe we het zo goed mogelijk kunnen beperken en het zo streng mogelijk maken. Daar sta ik overigens achter, want op deze manier kunnen we het in Nederland niet langer bolwerken.

Laat ik kort de actuele stand van zaken schetsen. We vangen ruim 130.000 Oekraïners op. Elke week komen er gemiddeld nog 300 Oekraïners naar Nederland. Elke week 300. Alleen al van de Syriërs — mijn collega heeft daar net het een en ander over gezegd — hebben er 17.000 een eerste asielaanvraag liggen. En er staan zo'n 53.000 verzoeken tot nareis in de wacht. Elke week landen er ongeveer 400 op Schiphol, die direct weer instromen in de overvolle asielzoekerscentra. In die asielzoekerscentra zitten ruim 12.000 statushouders langer dan veertien weken. Zij hebben langer dan veertien weken geleden een verblijfsvergunning gekregen. Daarmee zijn het statushouders geworden. Die zijn een verantwoordelijkheid voor gemeenten, maar deze kunnen die verantwoordelijkheid niet oppakken of nemen die verantwoordelijkheid niet. En dat terwijl die verantwoordelijkheid in ieder geval wel mogelijk wordt gemaakt door beleid en financiële middelen.

Voorzitter. Ons land kan dit gewoon niet langer aan. Het systeem is kapot. We staan dus met z'n allen voor een enorme opgave. Met "we" bedoel ik natuurlijk allereerst de duizenden mensen die betrokken zijn bij de uitvoeringsorganisatie en die dag in, dag uit alles doen om de situatie toch beheersbaar te houden. Met "we" bedoel ik ook onszelf in het dubbeldemissionaire kabinet en uiteraard ook de opvolgers in het nieuwe kabinet. Maar de sleutel tot reparatie van een kapot asielsysteem, ligt natuurlijk ook bij de uitvoerenden en de vrijwilligers in het land. En last, but certainly not least, in mooi Nederlands, bedoel ik met "we" politici in de Tweede Kamer, maar zeker ook in de Eerste Kamer, waar er twee wetten liggen die echt, echt, echt wachten op besluitvorming en instemming. We zijn samen verantwoordelijk en we kunnen en moeten met elkaar het verschil maken.

Ik ga schetsen wat ik al gedaan heb en hoe het volgens mij met alle maatregelen, al het beleid en al het geld dat er staat verder moet. Ik ben blij om te lezen in het nieuwe coalitieakkoord dat op die ingeslagen weg wordt voortgegaan. Dat is gewoon goed nieuws. Nu alleen nog de daad die erbij hoort, vooreerst in de Eerste Kamer. Ik heb een aantal blokken. Ik zie de heer Heutink al staan. Ik begin met grip op de instroom, inclusief het wetsvoorstel over het tweestatusstelsel, en kom dan direct bij de Spreidingswet en het stabiliseren van de opvang. Dan de uitstroom van de statushouders, een blokje overlast en dan ben ik aan het einde.

De voorzitter:
Ik stel voor de interrupties na ieder blokje toe te staan om enige structurering in het debat te houden. Meneer Heutink.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Horend hoe de minister de problematiek schetst en aangeeft waar we als Nederland mee te maken hebben, heb ik toch even het nieuwe coalitieakkoord erbij gepakt. Daarin staat: wanneer het aantal mensen dat een asielaanvraag doet in korte tijd fors stijgt, daarop niet kon worden geanticipeerd en de asielketen bezwijkt onder de instroom, nemen we nationaal aanvullende instroombeperkende maatregelen. Mijn vraag aan de minister is: bezwijkt de asielketen onder de instroom?

Minister Keijzer:
Dit is een vraag over het nieuwe coalitieakkoord, als ik het goed verstaan heb. Tenminste, dat hoorde ik. Of hoorde ik iets anders?

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Mijn vraag aan de minister was: bezwijkt de asielketen op dit moment onder de asielinstroom?

Minister Keijzer:
Ja, dat heb ik gehoord. Daarvan heb ik gezegd dat het ons over de schoenen loopt. Dus ja, het is zeer, zeer zorgelijk. Ik doel op elke week 300 Oekraïners, elke week 400 nareizigers die landen op Schiphol en elke week zo'n 400 of 500 nieuwe aanvragen. Het is gewoon niet vol te houden op deze manier.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan een vervolgvraag. Moeten er volgens deze minister aanvullende, nieuwe nationale maatregelen komen om de asielinstroom te beperken?

Minister Keijzer:
Ja, maar dat is niet meer aan mij. Mijn collega en ik hebben de twee wetsvoorstellen door de Tweede Kamer gehaald. Collega Van Weel heeft de novelle nog weten te behandelen en aangenomen weten te krijgen. Nu ligt het bij de Eerste Kamer. Ik vind het ook teleurstellend om dan te lezen — ik weet niet of het klopt — dat de fractie van D66 in de Eerste Kamer aangegeven heeft daartegen te gaan stemmen. We hebben die wetten namelijk echt ontzettend hard nodig.

Ik ga direct iets vertellen over Ter Apel. Er is bijna geen dag voorbijgegaan dat ik niet bezig ben geweest met Ter Apel de afgelopen maanden. De reden waarom het daar over de schoenen loopt en tot mijn grote verdriet en spijt geregeld over de afgesproken 2.000 mensen heen gaat, is omdat de instroom door blijft gaan en omdat de nareizigers blijven landen op Schiphol. Over de nareizigers wordt gesproken in het wetsvoorstel over het tweestatusstelsel, met directe werking. Vanaf het moment dat die wet aangenomen wordt, gaat de IND conform werken. Wij hadden met z'n tweeën echt gehoopt dat in de procedurevergadering vorige week, nee, afgelopen dinsdag, besloten zou zijn dat wij dat nog hadden kunnen behandelen met z'n tweeën, maar daar is helaas besloten om het toch weer wat langer te laten duren. De enige manier om hier iets aan te doen, is door die wetten aan te nemen. Anders moeten we weer wachten tot juni, wanneer het Migratiepact in werking treedt. Daar moet nog een wetsbehandeling op komen en ook daarin zit gewoon weer dezelfde keuze ten aanzien van nareis. De nareis zit namelijk niet in het Migratiepact. De nareisvoorwaarde is een nationale competentie en dat besluit zul je moeten nemen, anders heb je te maken met, volgens de huidige stand van zaken, 53.000 aanvragen tot nareis. Elke statushouder die een vergunning krijgt, mag zijn familie hiernaartoe halen. Ook daarbij draait de IND gewoon productie. Elke maand worden er dus nieuwe statussen verleend.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij gaat het Migratiepact in op, uit mijn hoofd, 26 juni 2026. Dat betekent dat de implementatiewet daarvoor niet alleen behandeld moet zijn in deze Kamer, maar ook de Eerste en de Tweede Kamer door moet zijn. Ik vermoed dus dat we in april, mei die wetten erdoorheen krijgen. Nou vraag ik me even af of de minister kan schetsen wat het verschil zou zijn als die asielwetten niet aangenomen worden. Dat vraag ik me af omdat de minister zonet de opmerking maakte dat het broodnodig is dat die erdoorheen komen. U weet hoe wij naar een aantal onderdelen van die wetten gekeken hebben. Een aantal steunen we er, en een aantal vinden wij juist averechts werken. Maar stel je voor dat ze niet worden aangenomen, maar we wel weten dat we een of twee maanden later hier de behandelingen hebben van de implementatiewetten van het Migratiepact, waarin de keuzes zoals u die schetst ook gewoon voorliggen en daarover ook knopen doorgehakt moeten worden. Het moet namelijk volgens Europees recht ingevoerd worden voor 26 juni 2026. Kunt u voor de Kamerleden en voor de kijkers naar dit debat schetsen welk groot verschil er dan ontstaat? Kunt u de noodzaak hiervan toelichten?

Minister Keijzer:
Het is niet aan mij om een wedervraag te stellen, maar waarom doe je het dan niet nu?

De voorzitter:
Een retorische vraag, maar daar mag de heer Ceder op antwoorden.

Minister Keijzer:
Ja, nou, waarom …

De voorzitter:
De heer Ceder. U liet een stilte vallen, minister. Meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik wil het wetsvoorstel niet overdoen. We hebben bij een aantal behandelingen beide ministers gevraagd of ze één organisatie kunnen noemen die de volledige omvang van die wet steunt en niet slechts één onderdeel, maar er is geen een die zegt dat de wet het effect zal hebben dat de minister beoogd had. Ik denk dat dat een relevant punt is. Het was onvoldoende voor de meerderheid van de Kamer om alsnog hiertegen te zijn. Dat is oké. Dat is een gepasseerd station. Maar dan stel ik toch even serieus mijn feitelijke vraag. Wat is het verschil tussen het niet aannemen van de asielwetten en het wel aannemen van de implementatiewetten van het Migratiepact? Kan de minister dat aangeven, ook voor de kijkers? Wat is het verschil? Wat is de impact daarvan op de samenleving? Volgens mij is die namelijk niet heel groot.

Minister Keijzer:
De heer Ceder zegt: er is geen enkele organisatie die zegt dat dit een goed idee is. We moeten ook eerlijk met elkaar zijn en vaststellen dat al die organisaties werken in de asielketen en daar hun geld verdienen. Zij hebben dus een bepaalde kijk op de vraagstukken en vinden dat dit niet de weg is. Feit is dat we dit niet volhouden met elkaar. Als je het hebt over de nareis — dat is mijn onderdeel in deze wetten — dan liggen er 53.000 aanvragen op de plank. De IND heeft gepubliceerd dat die dienst in 2025 op 28.000 verzoeken tot nareis heeft beslist. Als deze wetten gewoon heel snel waren aangenomen en je het in tweeën knipt, een halfjaar, omdat het Migratiepact even afgerond per 1 juli in werking treedt, dan heb je het over 20.000 mvv-nareizen met een inwilligingspercentage van 87%. Dat zijn in een jaar 17.000 toestemmingen om naar Nederland te komen in het kader van nareis. Je weet precies wat de helft is: 17.000 gedeeld door twee. Dat zijn de aantallen waar je het over hebt als dat besluit meteen in januari was genomen. Het is echt een misvatting om te denken dat wanneer op 12 juni het Migratiepact in werking treedt, meteen de volgende dag alles klaarstaat om de uitvoering volgens de nieuwe regels te doen. Er is tijd nodig om dat allemaal te organiseren. De heer Ceder zegt hier: nou ja, joh, wat maakt het uit als het twee maanden later is? Ik zou tegen de heer Ceder willen zeggen: wat maken twee maanden eerder uit, als we de problemen in de keten zien en we zo langzamerhand niet meer in staat zijn om mensen op een beschaafde manier op te vangen en met een beetje tempo een besluit te nemen op de aanvraag die ze doen?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb alle begrip voor de retorische trucjes van de minister, maar mijn vraag is gewoon niet beantwoord. Mijn vraag wordt al een jaar niet beantwoord. Wat is de impact? De minister kan dat niet aangeven. De minister gebruikt een retorisch trucje: als de wet in januari zou zijn aangenomen, zou het zoveel schelen. Maar de wet is niet in januari aangenomen, dus wat een onzin! Mijn vraag is wat de impact is op het moment dat die wet aangenomen wordt ten opzichte van als die aangenomen wordt in juni. Ik constateer dat de minister na een jaar vragen — want ik vraag dit niet voor de eerste keer — nog steeds geen antwoord kan geven op die vraag. De minister zegt dat elke organisatie die hiertegen is, een financieel perverse prikkel heeft waardoor ze hiertegen is, maar volgens mij is dat ook onzin. De Raad van State heeft geen perverse prikkel om het plan van minister Keijzer in de wielen te rijden. De Raad voor de rechtspraak heeft geen perverse financiële prikkel om het plan van mevrouw Keijzer in de wielen te rijden.

Ik ben het met mevrouw Keijzer eens dat er wat moet gebeuren. Daar ben ik het helemaal mee eens. Mijn punt is alleen dat er zo veel in die maatregelen is gepropt dat organisaties waarschuwen dat die een averechts effect hebben. Ik probeer de minister daar op een normale manier over te bevragen. Ik vraag: kunt u aangeven wat het verschil is, want er is veel onrust in de keten? Ik constateer dat de minister die onrust niet wil wegnemen. In plaats van antwoorden geven komt zij met hypothetische situaties die gewoon niet van toepassing zijn, want de wet is niet in januari aangenomen.

Minister Keijzer:
Cijfers zijn niet hypothetisch. Dat de heer Ceder het niet wil horen, dat mag. Ik heb net aangegeven dat er in 2025 20.000 mvv-nareizen waren. 20.000! Het inwilligingspercentage is 87%, dus dat zijn 17.500 toestemmingen in 2025 om via nareis naar Nederland te komen. Die mensen landen op Schiphol en stromen een-op-een binnen in overvolle azc's, waardoor je bijvoorbeeld — ik ben er zelf geweest — op een kamer komt van 20 m2, 25 m2, waar een man en een vrouw met drie kinderen slapen. Daar heb je het over. Dus elke maand dat je die wetten aanneemt, is een maand waarin je tegen nareisaanvragen kunt zeggen: nee, u mag uw familie hier pas naartoe halen als u een huis heeft en als u inkomen heeft. Ik vind het niet meer dan logisch, voorzitter, niet meer dan logisch. Die mensen komen hier nu binnen, zitten dus met z'n vijven op een kamer van 25 m2 en moeten daar wachten op doorstroom naar een zelfstandige woning, die er ook niet is. Als je dit weet — en ik weet dat de heer Ceder dit weet — begrijp ik niet dat je niet zegt: oké mensen, deze wetten moeten erdoor; het moet.

De voorzitter:
De heer Ceder werd uitgelokt, dus ik geef nog één korte gelegenheid voor een reactie. Maar kort, kort, kort, meneer Ceder. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik voel me inderdaad uitgelokt. Mevrouw Keijzer doet iets lijken wat niet het geval is. Over die nareizigers, als de wetten worden aangenomen, zegt mevrouw Keijzer zelf …

De voorzitter:
"De minister."

De heer Ceder (ChristenUnie):
De minister zegt zelf tegen de vorige spreker: stel dit niet uit, want bij het Migratiepact zal alsnog een keuze worden gemaakt over nareis. Met andere woorden: deze keuze gaan we maken, of de asielwetten nu worden aangenomen of niet. In het Migratiepact gaan we die keuze moeten maken. Dat heeft u net gezegd en volgens mij is het ook zo. Daarnaast is het niet zo dat als die wetten worden aangenomen, de nareizigers verdwijnen. Er vindt gewoon uitstel plaats, wat ook weer problemen met zich meebrengt, zoals integratievraagstukken en veiligheidsvraagstukken. Die mensen komen dus gewoon. U heeft het over cijfers. Het is niet alsof die mensen verdwijnen. Die mensen komen alsnog naar Nederland, alleen verlaat, vertraagd en extra getraumatiseerd. Ze hebben extra zorg nodig. Dat zegt mevrouw Keijzer niet.

De voorzitter:
"De minister."

De heer Ceder (ChristenUnie):
De minister. Ik wil mijn punt dus handhaven. Na een jaarlang vragen wat de impact is ten opzichte van het Migratiepact, kan de minister daar gewoon geen antwoord op geven en blijft zij hangen in retorische vraagstukken. Voorts wil ik benadrukken dat ik het punt onderschrijf dat we moeten hervormen. Juist daarom zijn we voor een snelle implementatie van het EU-Migratiepact.

Minister Keijzer:
Toch klopt dit niet. Het klopt niet. In het Migratiepact is niet opgenomen dat je deze eisen stelt aan nareis, dus dat moet je alsnog besluiten. Het is dus uitstel wat je doet, terwijl er elke week 400 mensen landen op Schiphol die instromen in overvolle asielzoekerscentra. Ik heb de cijfers net gegeven. Het is dus geen retorisch trucje; het zijn harde cijfers. In de wetten die nu in de Eerste Kamer liggen, zitten eisen aan nareis. Die treden dan per direct in werking, zodat de IND per direct, bij wijze van spreken vanaf de dag erna, op basis van het nieuwe beleid die verzoeken tot nareis kan beoordelen. Als je na twee jaar wachttijd vervolgens gaat kijken of iemand huisvesting heeft geregeld, zou ik het verstandig vinden om dat ook gewoon te verlangen van iemand die legaal in Nederland verblijft. Als ik een man en kinderen in het buitenland heb en ik haal ze hiernaartoe, krijg ik ook geen huisvesting van de overheid. Dus waarom doen wij dat voor statushouders dan wel?

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Deze manier van debatteren is erg vervelend. De heer Ceder stelt gewoon een vraag aan de minister, die daar zit en die verantwoordelijk is voor het beleid, beleid waarvan we allemaal vinden dat het niet op orde is. Hij vraagt naar onderbouwing van maatregelen die worden genomen, een onderbouwing die we ook in het vorige debat al hebben gevraagd. In plaats van dat er gewoon een antwoord komt, zoals een onderbouwing met een rapport — ik denk niet dat het er is, maar los daarvan kan dat dan ook gezegd worden — komt er een soort college over iets waarvan we allemaal vinden dat het een probleem is. Niemand zegt hier dat de asielketen op orde is. Niemand zegt hier dat er geen enkele maatregel moet worden genomen. Maar als er maatregelen zijn, moeten die wel onderbouwd kunnen worden. Ik hoop dus dat er gewoon een antwoord kan komen op de vrij duidelijke vraag die de heer Ceder net stelde, in plaats van opnieuw een uitleg van waarom allemaal dingen niet kloppen. Ja, dat weten we. Dat vinden we allemaal.

Minister Keijzer:
De IND heeft onlangs gepubliceerd dat die in 2025 in totaal over 28.000 verzoeken tot nareis heeft beslist. Dat neemt de IND gewoon in zijn jaarverslagen op. Dat is dus niet iets wat ik bedenk; het is gewoon een feit. Het is gewoon een feit dat er elke week 400 mensen landen op Schiphol en dat die zich vervolgens eerst melden in Zevenaar en dan voor een groot gedeelte instromen in asielzoekerscentra. Ja, het is wat het is.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dat is het punt allemaal niet. Niemand betwijfelt die feiten. Er wordt alleen naar een onderbouwing gevraagd van wat de minister net zei. Die geeft ze niet. Ik kan natuurlijk ook een rijtje opnoemen met feiten die niets met de vraag te maken hebben, maar dat is het punt niet. Maar ik laat het hierbij.

De voorzitter:
De minister vervolgt.

Minister Keijzer:
Ik weet niet wat voor onderbouwing je nog nodig hebt als je een klein beetje weet hoe overvol de azc's zijn. Daar is de bezetting bijna 100%. Elke week komen er bijna — het aantal Oekraïners moet ik er dan van aftrekken — 800 à 900 mensen bij. Ik zou niet weten wat voor onderbouwing je nodig hebt om te kunnen vaststellen dat de keten dat niet aankan.

De voorzitter:
U vervolgt.

Minister Keijzer:
Goed, voorzitter. Even zien. Grip op de instroom. Het tweestatusstelsel hebben we nu net in de interrupties met elkaar behandeld. In het wetsvoorstel dat in de Eerste Kamer ligt, zit opgenomen dat die regels dan per direct in werking treden, zodat je die instroom per direct kunt stoppen. Daar hoef ik dus niet veel meer aan toe te voegen, volgens mij. Als dat anders is, dan komt er vanzelf iemand naar de interruptiemicrofoon.

Dan het tweede blokje, over het stabiliseren van de opvang.

Nu kom ik bij de Spreidingswet. Zoals al vaker gezegd, schommelt de bezettingsgraad van het COA nu rond de 100%. Het is overvol. Die druk moet omlaag. Ik kan melden dat het COA inmiddels ongeveer 70.000 plekken heeft gerealiseerd. Dat komt overeen met het getal dat in het nieuwe coalitieakkoord staat. Naar schatting 40.000 van deze plekken zijn beschikbaar voor langere tijd, dus langer dan vijf jaar. Dat gaat lucht geven, in combinatie met de instroombeperkende maatregelen waarover we het net gehad hebben. Voor de opvang van Oekraïners zijn nu 95.000 plekken geregeld. Elke week melden zich gemiddeld 300 Oekraïners in Nederland. Gemeenten zitten echt knel bij het organiseren van de opvang. De inzet is gericht op uiteindelijke terugkeer naar Oekraïne. Laten we met z'n allen bidden en hopen dat er snel afspraken over vrede komen in Oekraïne, om allerlei redenen, maar ook zodat de Oekraïners uiteindelijk terug kunnen vanuit Nederland. Tot dat moment zijn ze hier. Het is goed om vast te stellen dat heel veel Oekraïners werken en meedoen in Nederland. Het doel hier is uiteindelijk — dat heeft ook gestaan in het langetermijnbeleid voor opvang van Oekraïners — om rechten en plichten te normaliseren en om de tijdelijke regeling, waaronder de opvang door gemeenten, zo snel mogelijk af te bouwen. Er wordt intensief met de Oekraïense ambassadeur samengewerkt om al die plannen uit te werken, zodat mensen weer teruggaan naar Oekraïne.

Voorzitter. Er is in de regeling van werkzaamheden van gisteren nog aan mij gevraagd om de Kamer te informeren over wat ik doe met de Spreidingswet. Daar heb ik u een brief over gestuurd. De bedoeling is natuurlijk om uiteindelijk voldoende plekken te realiseren. Er staan grote wijzigingen op de drempel; dat hoop ik echt. Verschillende regelingen en geld zijn beschikbaar gesteld om de 12.000 statushouders die al langer dan veertien weken in de opvang zijn, zo snel mogelijk uit te laten stromen uit de asielzoekersopvang. Die horen daar namelijk ook gewoon niet thuis. Dat maakt dat ik uiteindelijk besloten heb om dat over te laten aan mijn opvolger.

Voorzitter. Dan die uitstroom van statushouders. U heeft in mijn brief ook de verschillende regelingen die daarvoor bestaan aangetroffen: de flexwoningen, de doorstroomlocaties, en de doelgroep-flexibele regeling waardoor het mogelijk wordt om verschillende geldstromen samen te voegen en om statushouders zo snel als mogelijk uit het azc te laten vertrekken. De inwerkingtreding van die regeling is onder voorbehoud van de definitieve financiële besluitvorming over de regeling bij de Voorjaarsnota 2026. Dat is dus een mooie opgave voor mijn opvolger. Dan kan worden bekeken of je bestaand vastgoed, zoals nu bijvoorbeeld gebruikt voor Oekraïners, om kunt klappen naar gewone huisvesting, een dak boven het hoofd. Daar is wel voor nodig dat we een aantal definities in de huisvestingswetgeving wijzigen. Dat vinden sommige mensen spannend, maar volgens mij is het nu zaak om alle wetten en praktische bezwaren die wij in dit land georganiseerd hebben, echt te slechten, om gewoon praktisch om te gaan met dit vraagstuk en om ervoor te zorgen dat situaties in de gemeenten waar die statushouders uiteindelijk naartoe moeten, zo snel als mogelijk normaliseren. Dat is ook goed voor het meedoen in de samenleving, voor het aan het werk gaan en voor de integratie.

Voorzitter. De HAR- en de HAR+-regeling zijn ook verlengd. Op dat punt ben ik aan het kijken om de Regeling verstrekkingen asielzoekers te gaan wijzigen, zodat ook hiervoor geldt dat een statushouder of een nareiziger zo snel als mogelijk geplaatst wordt in de gemeente waar hij aan verbonden wordt en daar ook verantwoordelijk wordt voor zijn eigen toekomst. Ik ben echt van mening dat we in dit land te lang bezig geweest zijn om mensen alleen maar te zien als kwetsbaar en ze niet te zien als de krachtige mensen die het uiteindelijk voor elkaar gekregen hebben om naar Nederland te komen en hier iets te maken van hun toekomst. Alle regelingen waar ik de afgelopen tijd aan heb gewerkt en waar ik in de dagen die mij nog resten aan mag doorwerken, zijn erop gericht om die situatie te normaliseren. Dat is niet om deze mensen dingen af te nemen, maar om het zo te organiseren dat de kracht die ze gewoon in zich hebben, tot zijn recht komt.

Voorzitter. Ik rond af met een blokje overlast. Veel gemeenten ervaren overlast door asielzoekers. De Syrische amv'ers, alleenstaande minderjarige vreemdelingen, spreken inmiddels tot de verbeelding. Hierbij speelt dat er sprake is van — ik kan het niet anders zeggen — een rondreizende groep die er, zachtjes uitgedrukt, een zooitje van maakt. Daarom is er ook met gemeenten een landelijke persoonsgerichte aanpak uitgewerkt. Die richt zich op snelle informatiedeling, de inzet van passende interventies en een strakke casusregie. Dit is prachtige ambtelijke taal, die gewoon betekent: erbovenop zitten. Die betekent ook dat we zorgen dat persoonsgegevens gewoon gedeeld worden met Nidos, met het COA en met voogden om de boodschap duidelijk te maken: wij zien jullie, wij zien wat jullie doen en het is onacceptabel. Deze uitwerking gebeurt samen met gemeenten, maar zeker ook samen met de politie.

Voorzitter. De gedachte, het rationale, daarachter is eigenlijk gewoon simpel: je vlucht voor oorlog en geweld, je komt hiernaartoe en dan heb je je gewoon te gedragen. Dan geeft het geen pas om te slopen, overlast te veroorzaken en geweld toe te passen. Daar wordt ook echt tegen opgetreden, ook met straf, als daar noodzaak voor is.

De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen?

Minister Keijzer:
Ik heb nog een paar afrondende woorden, voorzitter.

De voorzitter:
Dan sta ik nu interrupties toe voor dit onderwerp.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik ben het er natuurlijk helemaal met de minister over eens dat overlast onacceptabel is en dat die moet worden aangepakt. Alleen, nu verscheen er volgens mij eind december een bericht waarin stond dat asielzoekers die gebruikmaakten van de bus van Emmen naar het azc in Ter Apel, gratis met de bus konden omdat zij overlast veroorzaakten. Kan de minister daar iets meer over zeggen? Ik heb daar namelijk vragen over gesteld. De minister gaf aan dat dat besluit inmiddels is teruggedraaid, maar klopt dat? Er verschijnen daarover namelijk wisselende berichten. Ik wil daar graag wat meer duidelijkheid over krijgen van de minister.

Minister Keijzer:
Ik ging volgens mij op 15 december vorig jaar naar Ter Apel; dat is iets meer dan een maand geleden. Ik had er samen met gemeentelijke ambtenaren, COA-medewerkers en medewerkers op het ministerie echt voor gezorgd dat we ten aanzien van een aantal zaken die daar al langer speelden, iets te leveren hadden, iets te brengen hadden. We zijn daarnaartoe gegaan met de beslissingen over de schadevergoedingen, die al een hele tijd liepen, met de afspraak dat de vreemdelingenpolitie weer actief zou worden in Ter Apel en met de afspraak dat het COA ervoor zou zorgen dat de overlastgevende Dublinners of veiligelanders — laat ik ze zo maar even samenvatten — niet allemaal daar zouden zitten, maar dat ze gewoon in plukjes verdeeld worden over Nederland. De ervaring leert namelijk dat het overlast veroorzaakt als je ze allemaal bij elkaar stopt.

Ik kwam in Ter Apel en werd daar eigenlijk — laat ik het maar gewoon zeggen zoals het is — wat overvallen door het lokale besluit om die bus gratis te maken. Ik heb toen meteen gevraagd of dat de bedoeling is. Dat lijkt mij niet, want er is een aanbesteding geweest en de afspraak is al een hele tijd dat er gewoon betaald wordt voor die speciale buslijn. Ik werd daar dus wat door overvallen. Ik ben toen meteen het gesprek aangegaan en heb gezegd: dit is niet de afspraak; dit is niet de bedoeling. Dat staat nog los van het feit dat hier een prijskaartje van €250.000 aan hangt, dat ik in ieder geval niet betaal. Maar hierachter zit ook dat je mensen die zich misdragen, niet een bonus geeft door een gratis busritje te organiseren. Het is buitengewoon wrang in dat deel van Nederland, waar sowieso al geklaagd wordt over het verdwijnen van busvervoer. Zo is het gegaan. Vervolgens is heel snel besloten: nee, dit is niet de bedoeling; er moet ter plekke opgetreden worden tegen mensen die zich misdragen.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Oké, dat is duidelijk. Dan wil ik de minister wel vragen of zij kan garanderen dat het niet meer voor gaat komen. Ik bedoel dat asielzoekers die zich misdragen en overlast veroorzaken, gewoon opgepakt worden, vastgezet worden en het land uit worden gezet. Zij moeten niet beloond worden met gratis busvervoer.

Minister Keijzer:
Nederland heeft ooit een minister-president gehad die de wijze woorden sprak: op stofzuigers zitten garanties. Serieus, ik kan geen garanties geven. Een lokale bestuurder heeft altijd de ruimte om een besluit te nemen. Hier zijn we gelukkig snel met elkaar tot de conclusie gekomen dat dit weliswaar begrijpelijk was vanuit frustratie, maar dat het niet de weg was om om te gaan met vluchtelingen die zich misdragen. Je treedt op tegen vluchtelingen die zich misdragen. Die geef je zeker geen gratis busvervoer.

De voorzitter:
Uw slotwoorden.

Minister Keijzer:
Mijn slot, voorzitter; ik rond af. Dit kabinet, dat kort gezeten heeft, heeft naar mijn mening wel heel veel werk verzet. Ik denk dat het netjes is om onze vorige minister, Marjolein Faber, een bijzonder mens — volgens mij zijn we het daar allemaal over eens — te noemen. Zij heeft wel de wetten uiteindelijk door het kabinet gekregen en hier in deze Kamer neergelegd. Wij hebben eerst met z'n drieën, later met z'n tweeën, samen met alle ambtenaren die daarachter zitten, heel hard gewerkt om deze wetten door de Tweede Kamer te krijgen. We hebben beleid gemaakt dat de opvang normaliseert. Daarmee ligt er eigenlijk voor het volgende kabinet best een mooi overzicht om op verder te bouwen. Het is echt de bedoeling dat het asielsysteem stabiel gekregen wordt.

Ik hoop dan ook zeer — ik zeg het hier nog maar eens een keer — dat de wetten in de Eerste Kamer worden aangenomen. Als dat niet gebeurt, stel je eigenlijk een oplossing voor de ellende in de keten uit. Het is echt van het grootste belang dat dit wel gebeurt.

Daarmee ben ik tot een einde gekomen van deze termijn. Ik herhaal het nog maar een keertje: het is mij een voorrecht geweest om in dit dossier, wat echt een van de grote problemen van Nederland is, samen met mijn collega Van Weel stappen te hebben kunnen gezet om de problemen te verminderen. Ik wens onze opvolgers daarbij heel veel succes.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik begrijp dat de minister aan het eind van haar eerste termijn gekomen is. Ik had nog gerekend op een appreciatie van een amendement over gastgezinnen, tenzij dit "wie zwijgt, stemt toe" betekent, maar anders hoor ik die nog graag.

Minister Keijzer:
Dat doen we volgens mij altijd in de tweede termijn, bij de moties.

De voorzitter:
Wat u wilt. De minister stelt voor dit in de tweede termijn te doen. Als u daarmee akkoord bent, zou ik dat willen volgen.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik kondigde net al even aan dat wij, en de SGP dus ook, kritische vragen hadden gesteld over de kwaliteit van deze begroting. Er zitten een aantal aannames in deze begroting waarvan ook de Rekenkamer zegt dat ze niet realistisch zijn. Ik hoor graag hoe het kabinet daarop terugkijkt.

Minister Keijzer:
Mevrouw Westerveld heeft die vragen gesteld. Dat zijn, om precies te zijn, de vragen 11, 22, 23 en 24. Die hebben wij schriftelijk beantwoord. Ik heb daar nu eigenlijk niet zo heel veel aan toe te voegen.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb uiteraard de antwoorden gelezen. Dat waren antwoorden, maar niet per se antwoorden op onze vragen. Ik heb zomaar de indruk dat we daar vandaag niet uit gaan komen. Ik wil daarbij wel even de opmerking maken dat ik het best wel kwalijk en schadelijk vind voor het draagvlak dat er de afgelopen jaren zo veel geld is uitgegeven aan bijvoorbeeld noodopvang, waarvan de Rekenkamer en andere organisaties zeggen dat het gewoon geld over de balk smijten is. Ik begrijp heel goed dat de minister hier misschien niet op wil ingaan, maar ik wilde het hier toch even genoemd hebben.

Minister Keijzer:
Dat is toegestaan. Laten we met z'n allen hopen en bidden dat er niet ergens weer een gigantisch conflict uitbreekt waardoor allerlei mensen naar Nederland komen, boven op de vaste plekken die ook de nieuwe regering wil gaan realiseren. Als je dan mensen niet onder de brug wil laten belanden, zul je noodopvang moeten realiseren.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van het kabinet.

We zijn aangekomen bij de tweede termijn van de zijde van de Kamer. De heer Sneller geeft aan af te zien van zijn tweede termijn. Mevrouw Rajkowski krijgt het woord voor haar tweede termijn namens de VVD.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank, voorzitter. Ik begin met het indienen van twee moties. Eentje gaat over biometrische gegevens.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op dit moment een wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 aanhangig is die de nationale bevoegdheid om biometrische gegevens te gebruiken in de vreemdelingenketen verlengt;

constaterende dat deze bevoegdheid op 1 maart 2026 afloopt, waardoor gezichtsopnamen en vingerafdrukken op grond van deze bevoegdheid niet kunnen worden afgenomen en verwerkt en deze gegevens dreigen te worden vernietigd;

overwegende dat het vernietigen van deze biometrische gegevens ertoe kan leiden dat het voor de vreemdelingenketen lastiger wordt om de identiteit van migranten vast te stellen, waardoor het risico op onjuiste beslissingen bij onder andere asielaanvragen toeneemt;

verzoekt de minister om, zolang het wetsvoorstel nog aanhangig is in een van beide Kamers, geen onomkeerbare stappen te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rajkowski.

Zij krijgt nr. 14 (36800-XX).

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Met "geen onomkeerbare stappen" wordt trouwens het niet vernietigen van de gegevens bedoeld, voor het geval daar nog een vraag over komt.

De tweede motie gaat over wooncomplex Stek Oost. Daar heb ik net volgens mij niks over gehoord. Ik had de motie ook al klaarliggen, dus dan doe ik het op deze manier.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het wooncomplex Stek Oost in Amsterdam meerdere onaanvaardbare veiligheidsincidenten hebben plaatsgevonden met statushouders richting andere bewoners, waaronder aanranding, bedreiging en intimidatie;

van mening dat het volstrekt onacceptabel is dat statushouders die naar Nederland zijn gevlucht op deze manier misbruik maken van onze gastvrijheid;

verzoekt de minister dan ook om in gesprek te gaan met de VNG om tot een gezamenlijk kader te komen waarin veiligheids- en beheersafspraken staan om ervoor te zorgen dat gemengde woonvormen veilig zijn, en om in dit kader de aanbevelingen van het Verwey-Jonker Instituut naar aanleiding van de Stekprojecten in Amsterdam mee te nemen;

verzoekt de minister om hierin in ieder geval op te nemen dat statushouders die betrokken zijn bij veiligheidsincidenten in gemengde woonvormen uit die woonvorm worden gezet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rajkowski.

Zij krijgt nr. 15 (36800-XX).

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Dan heb ik nog één vraag aan de minister openstaan, over het innen van boetes als het gaat om overlastgevend gedrag of zwartrijden in het ov. Daar hoor ik graag nog antwoord op in de tweede termijn.

Dat was 'm.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Westerveld voor haar inbreng in de tweede termijn. Het gaat snel, hè, mevrouw Westerveld? Als u zover bent … Doet u rustig aan, hoor! Gaat uw gang.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik had nog even wat tijd nodig, voordat ik straks een motie zou voorlezen en de heer Ceder helemaal zou schrikken op het moment dat ik zijn naam noem als medeondertekenaar. Maar hij was helemaal akkoord!

Voorzitter. Ik heb twee moties, allebei ook ondertekend door de heer Ceder. Dit is de eerste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Wet invoering tweestatusstelsel en de Asielnoodmaatregelenwet, met daarin de strafbaarstelling van hier onrechtmatig verblijvende mensen, zijn opgenomen in het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten;

overwegende dat alle uitvoeringsorganisaties kritisch zijn op deze strafbaarstelling, omdat de angst voor arrestatie ertoe kan leiden dat mensen in een kwetsbare positie, waaronder kinderen die hier zijn geboren, slachtoffers van (seksuele) uitbuiting en zwangere vrouwen, geen medische zorg, onderwijs of hulp van maatschappelijke organisaties durven te zoeken;

overwegende dat uitvoeringsorganisaties ook aangeven dat deze maatregel averechts werkt en kan leiden tot minder toezicht en minder terugkeer, omdat mensen nog meer van de radar verdwijnen;

spreekt uit dat de strafbaarstelling van ongedocumenteerden ongewenst is en niet zou moeten worden uitgevoerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Ceder.

Zij krijgt nr. 16 (36800-XX).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dan mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat asielzoekers langer dan ooit wachten op een besluit van de IND;

constaterende dat de werkdruk van de IND de aankomende tijd fors zal toenemen, onder meer door de intreding van het Asiel- en Migratiepact in juni 2026;

overwegende dat de IND daarnaast mogelijk wordt belast met de uitvoering van de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel;

overwegende dat een snelle besluitvorming bij de IND beter is voor de integratie van vluchtelingen die hier mogen blijven, maar ook voor asielzoekers die hier niet mogen blijven;

verzoekt de regering om voor de invoering van het Asiel- en Migratiepact te komen met een realistisch plan van aanpak voor het wegwerken van de achterstanden en het verkorten van de doorlooptijden bij de IND,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Ceder.

Zij krijgt nr. 17 (36800-XX).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik wil beide bewindspersonen bedanken. We hebben niet zo'n hele lange periode debatten met elkaar gehad. Het waren ook niet altijd debatten waarin we het even goed met elkaar konden vinden; laat ik me maar zo uitdrukken. Ik wil jullie alle twee wel heel erg bedanken voor de inzet.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng in tweede termijn namens de BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik begin met een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het Al-Hol-kamp duizenden (ex-)ISIS-leden en hun kinderen verblijven, onder wie ook personen met de Nederlandse nationaliteit;

overwegende dat de toelating van deze groep een onaanvaardbaar veiligheidsrisico vormt voor Nederland;

overwegende dat betrokkenheid bij ISIS zowel uitsluiting van bescherming op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag als intrekking van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap rechtvaardigt in het belang van de nationale veiligheid;

verzoekt de regering personen uit het Al-Hol-kamp die Nederland willen binnenkomen om asiel aan te vragen geen toegang tot Nederland te verlenen op basis van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag en van deze personen met de Nederlandse nationaliteit het Nederlanderschap in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 18 (36800-XX).

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan wil ik ook de ministers bedanken voor hun inzet in de afgelopen maanden. Vanaf 3 juni, toen de PVV het kabinet verliet en later ook NSC het kabinet verliet, kwam het aan op twee partijen. Die bleven hun werk doen, bleven op hun posten zitten en probeerden nog de beste dingen voor Nederland te bereiken, met twee fracties. Ik ben er trots op dat wij een van die fracties waren. Althans, we waren een van de partijen die ook nog bewindspersonen in het kabinet hebben gehad en die daar hun werk zijn blijven doen. Daar is echt heel veel waardering en respect voor. Ik weet ook dat heel veel mensen in het land daar heel veel respect voor hebben, of ze het nou met ons of de andere partijen eens waren of niet. Heel veel respect daarvoor en heel veel waardering. Veel succes met wat u verder gaat doen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Dan is het woord aan mevrouw Vondeling voor haar inbreng in tweede termijn namens de Partij voor de Vrijheid.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik heb een aantal moties. Die ga ik oplezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering per direct een totale asielstop in te voeren alsook een volledige stop op gezinshereniging,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.

Zij krijgt nr. 19 (36800-XX).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering alle tijdelijke asielvergunningen van Syriërs in te trekken en in te zetten op terugkeer naar Syrië,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.

Zij krijgt nr. 20 (36800-XX).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering over te gaan tot de gedwongen uitzetting van criminele Syriërs,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.

Zij krijgt nr. 21 (36800-XX).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering het wetsvoorstel om de Spreidingswet in te trekken nog voor de beëdiging van het kabinet-Jetten naar de Raad van State te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.

Zij krijgt nr. 22 (36800-XX).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederlandse jongeren en medewerkers jarenlang zijn geterroriseerd, bedreigd, aangerand en verkracht door jonge mannelijke statushouders in het wooncomplex Stek Oost;

constaterende dat dit gedrag geen incident is maar een structureel probleem binnen meerdere gemengde wooncomplexen van statushouders en Nederlandse jongeren;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat alle linkse sociale experimenten waarbij jonge mannelijke statushouders worden gehuisvest met Nederlandse jongeren per direct worden stopgezet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.

Zij krijgt nr. 23 (36800-XX).

Mevrouw Vondeling (PVV):
De laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat recent een pendelbus tussen station Emmen en het asielzoekerscentrum in Ter Apel gratis is gemaakt voor asielzoekers als reactie op overlast en incidenten door asielzoekers;

verzoekt de regering overlastgevende asielzoekers niet te belonen met gratis openbaar vervoer maar het land uit te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.

Zij krijgt nr. 24 (36800-XX).

Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van den Brink. Nee, hij ziet af van zijn spreektijd. Dan is het woord aan de heer Boomsma voor zijn inbreng in tweede termijn namens JA21.

De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de ministers voor het beantwoorden van onze vragen. Ik had nog een vraag over het terugsturen van criminele Afghanen. De ministers schrijven: Nederland wil geen banden aanknopen met de taliban. Ik snap dat je daar niet mee wil praten, maar de vraag ging juist om het volgende. Er zijn landen die ook geen banden hebben met de taliban en die ook niet willen, maar die doen het via andere landen, bijvoorbeeld Oezbekistan of Qatar. Duitsland doet dat ook zo. Ik zou er daarom toe willen oproepen om niet alleen te wachten tot de EU stappen zet, maar ook gewoon actief te kijken naar andere mogelijkheden, met landen als Duitsland of zelfs alleen.

Dan over de Syriërs. De minister gaf aan dat het nog een maand duurt voordat het landenbeleid is opgesteld. JA21 vindt dat echt topprioriteit zou moeten zijn, ook omdat je dan kunt beginnen met die herbeoordelingen. Ik heb daar nog een aantal moties voor.

Eerst een motie over de Belgische Dublinclaimanten. Die moeten natuurlijk ook gewoon terug naar België.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een belangrijk fundament van het Europese asielbeleid is dat asielzoekers die in andere EU-landen asiel hebben aangevraagd daar die procedure doorlopen en anders als Dublinclaimanten worden teruggestuurd;

overwegende dat de Raad van State heeft geoordeeld dat Nederland de alleenstaande mannelijke asielzoekers die via België hier komen niet meer mag terugsturen naar België, omdat dit in strijd zou zijn met artikel 3 van het EVRM (het folterverbod);

overwegende dat dit leidt tot een forse toename van het aantal asielzoekers naar Nederland en er al bijvoorbeeld 170 "niet-kwetsbare mannen" aan Belgische Dublinclaimanten zijn gekomen en vele anderen direct doorreizen;

overwegende dat dit Nederland miljoenen euro's kost en extra druk legt op de al overvolle opvang;

overwegende dat Nederland in overleg is met België maar er nog geen resultaten zijn behaald;

verzoekt de regering Dublinoverdrachten naar België zo snel mogelijk te hervatten en er bij de Belgische regering op aan te dringen om maatregelen te treffen om de bestaande Dublinclaimanten, en eventuele nieuwe gevallen, zo veel mogelijk alsnog over te kunnen dragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 25 (36800-XX).

De heer Boomsma (JA21):
Dan een motie over gezinshereniging, zoals ik in mijn eerste termijn had aangekondigd.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's) vaak door ouders vanuit opvangplekken in bijvoorbeeld Turkije vooruit worden gestuurd om asiel aan te vragen in Nederland in de hoop dat de rest van het gezin later kan nareizen met een beroep op het recht op gezinshereniging via artikel 8 EVRM;

overwegende dat het onwenselijk is dat het beleid zo een prikkel bevat om minderjarigen alleen vooruit te sturen langs vaak gevaarlijke routes en hen te scheiden van hun ouders;

overwegende dat de komst van amv's de afgelopen jaren snel is gestegen en de Tweede Kamer onlangs wetgeving heeft aangenomen die een wachttijd van twee jaar introduceert voor gezinshereniging;

overwegende dat bijvoorbeeld Noorwegen goede ervaringen heeft opgedaan met gezinshereniging in derde landen door een aanvullende toets van waar het gezin zich bevindt en of het daar veilig is;

verzoekt de regering in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn om bij aanvragen voor gezinshereniging door amv's die te laten plaatsvinden in het land waar de rest van het gezin zich bevindt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma, Ceulemans en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 26 (36800-XX).

De heer Boomsma (JA21):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de nieuwe Europese wetgeving per juni het bandencriterium wordt aangepast, waarmee het juridisch mogelijk wordt asielzoekers voor hun asiel terug te sturen naar veilige derde landen waar ze bijvoorbeeld doorheen zijn gereisd;

overwegende dat dit het mogelijk maakt om de instroom te beperken en asielzoekers niet in Nederland of de EU op te vangen maar daarbuiten;

overwegende dat dit tevens de perverse prikkel om illegaal naar de EU te reizen wegneemt en daarmee het verdienmodel van de mensensmokkelaars;

overwegende dat daartoe afspraken moeten worden gemaakt met derde landen zodat die die asielzoekers terug kunnen en zullen nemen en effectieve bescherming kunnen bieden;

verzoekt het kabinet om actief in overleg te treden met veilige derde landen op de belangrijkste migratieroutes over het organiseren van terugkeer en eventueel opvang van asielzoekers in verband met de voorgenomen aanpassing van het bandencriterium, tegelijkertijd voorbereidingen te treffen om het concept "veilige derde landen" veel vaker toe te passen op individueel niveau, daarbij waar mogelijk samen te werken met gelijkgestemde EU-landen, en voor de zomer hiertoe een plan van aanpak voor te leggen aan de Tweede Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 27 (36800-XX).

De heer Boomsma (JA21):
Tot slot, voorzitter, over de taskforce terugkeer Syriërs.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland de afgelopen jaren een groot aantal tijdelijke verblijfsvergunningen aan Syriërs heeft verleend in het kader van internationale bescherming;

overwegende dat een gerichte inzet op terugkeer, waar de veiligheidssituatie in Syrië dit toelaat, noodzakelijk is om de druk op het asielstelsel en de opvangcapaciteit te verlichten;

verzoekt de regering met een voorstel te komen voor de oprichting van een taskforce terugkeer Syriërs, gericht op het versnellen en intensiveren van de terugkeer van Syriërs, onder andere door het versneld afdoen van openstaande asielverzoeken en het herbeoordelen van de verblijfsvergunningen, waar en zodra dat mogelijk is, en de Kamer zo snel mogelijk te informeren over de voorgestelde inrichting, opdracht en benodigde middelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Ceulemans.

Zij krijgt nr. 28 (36800-XX).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Russcher voor zijn inbreng namens FVD. Gaat uw gang.

De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie, die als volgt luidt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Spanje 500.000 illegale migranten een verblijfsvergunning wil geven;

overwegende dat dit beleid illegaal verblijf beloont, een aanzuigende werking heeft en de rechtsorde ondermijnt;

spreekt uit dat dergelijk beleid nooit in Nederland ingevoerd mag worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.

Zij krijgt nr. 29 (36800-XX).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk voor zijn inbreng in tweede termijn namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de bewindspersonen voor alles wat ze de afgelopen periode gedaan hadden op dit toch wel heel ingewikkelde dossier, een dossier waarbij we altijd oog moeten houden voor de mens achter de getallen maar het juist ook de opdracht is aan politici om ook aandacht te houden voor de aantallen achter de mensen. Dat betekent dus spanning tussen hoofd en hart. Ik denk dat het misgaat bij het asielbeleid als we die spanning verliezen.

Voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste dien ik in samen met collega Ceder.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de EU Country Guidance over Syrië stelt dat lidstaten de asielaanvraag van Syrische christenen enkel "in uitzonderlijke gevallen" moeten toekennen, omdat vervolging van christenen nauwelijks zou voorkomen;

overwegende dat na de val van het Assadregime en de machtsovername door de islamitische rebellengroep HTS de situatie voor christenen in Syrië dramatisch verslechterd is, zoals blijkt uit de Open Doors-ranglijst;

verzoekt de regering de EU-handreiking op dit onderdeel niet bepalend te laten zijn bij de asielprocedure, maar in het Nederlandse beleid expliciet rekening te houden met de kwetsbare positie van Syrische christenen en deze voortdurend te monitoren, teneinde het beleid daarop aan te passen indien noodzakelijk;

verzoekt de regering in EU-verband aan te dringen op aanpassing van de richtlijn zodat de positie van Syrische christenen in lijn wordt gebracht met de daadwerkelijke vervolging die er plaatsvindt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Ceder.

Zij krijgt nr. 30 (36800-XX).

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Mijn tweede motie dien ik in samen met collega Boomsma.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de EU Country Guidance voor Syrië bij individuen met vermeende ISIS-banden en hun familieleden "gegronde angst voor vervolging in het algemeen" bevestigt;

verzoekt de regering de EU-handreiking op dit onderdeel niet bepalend te laten zijn bij de asielprocedure;

verzoekt de regering in EU-verband aan te dringen op het schrappen van dit onderdeel en te borgen dat vervolging als gevolg van banden met ISIS geen grond kan zijn voor asiel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Boomsma.

Zij krijgt nr. 31 (36800-XX).

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een wat overkoepelende vraag, omdat ik de heer Diederik van Dijk een aantal keer een opmerking heb horen maken over de positie van christenen. Ik weet waar hij vandaan komt en voor welke partij hij in de Kamer zit, dus dat is allemaal hartstikke logisch. Maar het zou toch niet uit moeten maken of iemand wel of niet christelijk is of een ander geloof aanhangt, of geen geloof aanhangt? Juist met de Bijbel in het achterhoofd, zouden we toch moeten kijken naar wat iemand nodig heeft? En op basis daarvan zou iemand toch hulp moeten krijgen?

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Op de manier waarop mevrouw Westerveld het zegt: van harte mee eens. Inderdaad, we kijken niet naar achtergrond, ras, religie, noem allemaal maar op. Als mensen in nood zijn, vervolging te duchten hebben et cetera, dan willen wij hen welkom heten. Ik neem aan dat u op mijn motie reageert. In die EU-handreiking lees ik de constatering dat christenen op dit moment niet veel te duchten hebben in Syrië. Dat staat haaks op alle informatie die wij krijgen. Ik wijs ook naar de recente Open Doors-ranglijst. Dus mijn motie zegt: denk erom dat deze richtlijn niet bepalend is voor ons asielbeleid.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dat zat ook in uw betoog gisteren. Maar dan is mijn conclusie uit uw antwoord dat het dus ook voor anderen die in een soortgelijke situatie verkeren, niet uit zou moeten maken en dat daar dus hetzelfde beleid voor gehanteerd moet worden, namelijk dat open, ruimhartige beleid?

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Daar ben ik het op zichzelf volstrekt mee eens. Waarom leggen wij op een aantal plekken expliciet de vinger bij christenen? Omdat het wereldwijd de grootste groep is en wij soms toch vinden dat die proportioneel wat te weinig aandacht krijgt. Ook speelt hierbij mee dat christenen in een regio die vooral islamitisch georiënteerd is, vaak meer nog te duchten hebben dan andere groepen, en dat daarom opvang in de regio vaak moeilijker is. Dat verklaart enigszins waarom wij soms ook expliciet bij deze in onze ogen heel kwetsbare en grote groep wel de vinger leggen.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u.

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Ceder voor zijn tweede termijn namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel ontvoerde jezidivrouwen en -meisjes, tegen wie gruwelijke misdaden zijn gepleegd door IS, al jarenlang in onveilige en overvolle vluchtelingenkampen in Noord-Irak wonen;

overwegende dat meerdere landen reeds jezidiontheemden via UNHCR uit Irak hebben hervestigd, ondanks het formele criterium dat hervestiging alleen mogelijk is wanneer vluchtelingen niet in hun thuisland verkeren;

overwegende dat de Kamer de motie op stuk nr. 3143 (19637) heeft aangenomen en het kabinet in de Kamerbrief van 4 april 2025 aangaf geen uitvoering te geven aan de motie;

verzoekt het kabinet alsnog, net als andere landen, een dergelijke uitzondering toe te passen en over te gaan tot hervestiging van een aantal kwetsbare jezidiontheemden vanuit Irak met hulp van UNHCR,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Westerveld.

Zij krijgt nr. 32 (36800-XX).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bekeerlingen in asielzoekerscentra in toenemende mate melding maken van bedreigingen van andere asielzoekers;

overwegende dat er een beleidskader levensbeschouwing en een werkinstructie voor het COA zijn die richting geven voor hoe om te gaan met uitingen van levensbeschouwingen en hoe te handelen in het geval van spanningen en bedreigingen tussen asielzoekers met geloofsovertuiging als reden;

overwegende dat niet op alle COA-locaties adequaat wordt omgegaan met onveilige situaties voor bekeerlingen;

verzoekt de regering de signalen en inzet ten aanzien van onveiligheid van bekeerde asielzoekers met het COA en partners zoals Stichting Gave te bespreken, bijvoorbeeld door op elke locatie ervoor te zorgen dat er medewerkers zijn die handelingsbekwaam zijn in dit soort situaties;

verzoekt de regering no-tolerancebeleid toe te passen op asielzoekers die religieus gemotiveerd geweld plegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 33 (36800-XX).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ceder. Dan is het woord aan de heer Heutink voor zijn inbreng. Die doet hij namens de Groep Markuszower. Hij is de laatste spreker van de Kamer in de tweede termijn.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik wil eerst beide bewindspersonen bedanken voor hun inzet. Ik begrijp dat we minister Van Weel nog terug gaan zien in het kabinet. Ik kijk ernaar uit om met minister Keijzer en straks ook Kamerlid Keijzer nauw samen te werken om iets te bereiken voor Nederland.

Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gemiddelde asielinstroom in de eerste vier weken van 2026 800 bedraagt;

constaterende dat een groot deel van deze instroom gezinsmigranten betreft;

constaterende dat Nederland dit niet aankan, gezien de capaciteitsproblemen in het onderwijs, de huisvesting, de gezondheidszorg en de verzorgingsstaat;

constaterende dat Oostenrijk in juli 2025 binnen het Europees recht en geldende internationale verdragen succesvol een tijdelijke stop op gezinshereniging heeft ingevoerd;

verzoekt de regering om in navolging van Oostenrijk met een onmiddellijke stop op gezinshereniging van asielzoekers te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Heutink en Lammers.

Zij krijgt nr. 34 (36800-XX).

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het voor de nationale veiligheid en de openbare orde essentieel is dat veiligheidsdiensten en justitie een goed beeld hebben van wie ons land binnenkomt;

constaterende dat de IND een cruciale informatiepositie heeft;

constaterende dat IND-dossiers in beperkte mate gedeeld worden met justitie en de veiligheidsdiensten;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat deze IND-dossiers structureel en onvoorwaardelijk worden gedeeld met justitie en veiligheidsdiensten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Heutink en Lammers.

Zij krijgt nr. 35 (36800-XX).

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors tot 15.15 uur voor de appreciaties en de beantwoording.

De vergadering wordt van 15.04 uur tot 15.15 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister van Asiel en Migratie voor de appreciaties van de ingediende moties.

Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. U zult mij de getallen horen noemen. De getallen die ik niet noem maar volgordelijk wel had moeten noemen, zal minister Keijzer voor haar rekening nemen.

De voorzitter:
Heel goed.

Minister Van Weel:
De heer Boomsma stelde een vraag over Afghanistan en over hoe daarmee om te gaan. Ik zal mijn opvolger doorgeven om ook met andere landen in overleg te gaan. Duitsland is niet het beste voorbeeld, omdat Duitsland er wél voor heeft gekozen om weer banden met de taliban aan te gaan om dit soort constructies mogelijk te maken. Dat is wat wij niet willen, maar natuurlijk kijken we naar andere mogelijkheden en andere landen. Ik geef dat dus graag door.

De motie op stuk nr. 14 van mevrouw Rajkowski kan ik oordeel Kamer geven onder de voorwaarde dat dit een oproep is aan de Kamer om het wetsvoorstel snel te behandelen en dat ik ga doen wat binnen mijn macht ligt om daaraan bij te dragen. Als ik 'm zo mag lezen, kan ik 'm oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Mevrouw Rajkowski. Het mag ook non-verbaal. Ik heb het geprobeerd.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik kom non-verbaal niet verder dan een vraagteken, voorzitter. Ja, het is zeker een oproep aan de Kamer. Het is ook heel fijn dat de minister doet wat in zijn macht ligt, maar de minister heeft natuurlijk niet in zijn macht wat de Kamer gaat doen. Zo bedoelde hij het toch niet? Dat gaat toch meer over wat de rest van de motie vraagt?

Minister Van Weel:
Ja. En ik interpreteer het zo dat u uw eigen Kamer ook oproept om hier zo snel mogelijk aan bij te dragen.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ja, ik doe mijn best. Oké.

Minister Van Weel:
Uiteindelijk ligt daar de sleutel, want ik heb me wel te houden aan de wet. Op het moment dat de wet mij geen mogelijkheden meer biedt om deze gegevens te bewaren, moet er iets anders gebeuren. Dat kan alleen maar via uw Kamer, omdat ik niet buiten de wet kan handelen. Vandaar die interpretatie.

De voorzitter:
Mevrouw Rajkowski stemt in met die interpretatie. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 14 oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 16 is een spreekt-uitmotie.

De motie op stuk nr. 17 geef ik oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 18 van mevrouw Van der Plas moet ik ontraden omdat 1F geen generieke uitsluitingsgrond is. Ik ben het met mevrouw Van der Plas eens dat degenen die daar nu vastzitten, zeker geacht worden onder dit regime te gaan vallen, maar daarvoor moet wel elke keer een individuele toetsing worden gedaan. Je kunt niet op voorhand zeggen dat iedereen die vanaf een bepaalde plek komt, per definitie onder 1F valt. Dat vereist gewoon een onderzoek. Vandaar dat deze motie wordt ontraden.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
De IND doet op basis van signalen onderzoek en geeft ook zelf aan dat als er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat zij een gevaar vormen, dit artikel kan worden ingezet. Ik wil de minister vragen om bij terugkeer in Nederland heel goed te kijken naar deze groep mensen die daar nu zit, dus om dan heel goed naar die specifieke groep te kijken, en om te kijken of er een grond is waarop ze op basis van artikel 1F niet in Nederland kunnen komen en waarop we ze het Nederlanderschap kunnen afnemen. Natuurlijk heb je dan wel twee paspoorten of twee nationaliteiten nodig, maar is de minister bereid om dat te doen bij deze specifieke groep en om dit artikel goed te kunnen gebruiken om te kijken of er een grond is om ze de toegang inderdaad te ontzeggen?

Minister Van Weel:
Dat gaan we zeker doen. Uiteraard zal deze mensen zeer waarschijnlijk allemaal, met verwijzing naar artikel 1F, de toegang tot ons land worden geweigerd, maar daarvoor moeten ze wel eerst komen. We kunnen dat niet conform wat de motie vraagt op voorhand generiek voor al deze mensen doen. De oproep van mevrouw Van der Plas is om bij deze mensen nadrukkelijk te kijken hoe we artikel 1F kunnen inzetten om ze de toegang te ontzeggen. Het antwoord daarop is duidelijk.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Oké. Mag ik dit dan opvatten als een interpretatie van de motie waardoor die oordeel Kamer kan krijgen?

De voorzitter:
Heel creatief.

Minister Van Weel:
Nee, daarvoor zou die echt omgeschreven moeten worden, omdat het dictum heel hard zegt personen die binnenkomen geen toegang te verlenen. Als ik 'm zo mag lezen dat bij personen die uit Al-Hol komen scherp zal worden gekeken naar de mogelijkheden die artikel 1F biedt om de toegang te ontzeggen, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan ga ik akkoord met die interpretatie. Ik laat de motie dan ook zo. Met deze interpretatie krijgt die dan oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
Ja.

De voorzitter:
Akkoord. Met de interpretatie van de minister zoals gegeven door mevrouw Van der Plas krijgt de motie op stuk nr. 18 oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 19 over de asielstop: ontraden. Dat is geen verrassing. Bovendien is de motie strijdig met het EU-recht.

De motie op stuk nr. 20 van mevrouw Vondeling: ontraden op dezelfde gronden als waarop ik de motie van mevrouw Van der Plas ontraadde. Er moet altijd een individuele beoordeling zijn.

De motie op stuk nr. 21 van mevrouw Vondeling: ook hier moet individuele toetsing plaatsvinden. Vandaar: ontraden.

Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik heb nog één vraag aan de minister over deze motie. Ik heb begrepen dat Duitsland en uit mijn hoofd volgens mij ook Oostenrijk inmiddels wel criminele Syriërs gedwongen hebben uitgezet. Klopt dat? Waarom is Nederland hier nog niet toe overgegaan?

Minister Van Weel:
Dat klopt. Het staat ook hoog op ons verlanglijstje. Op dit moment kijken we hoe we gedwongen terugkeer, want daar gaat het dan vaak over, mogelijk kunnen maken. In die zin snap ik de gedachte achter de motie dus, maar de motie als zodanig vraagt om iets generieks. Dat kan nu eenmaal niet.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 25: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 26: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 27: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 28 van de heer Boomsma, over herbeoordeling. Ik heb al gezegd dat dat in de volgende fase is. We moeten daarvoor die bestendiging van beleid afwachten. Als ik de motie zo mag lezen dat we daartoe overgaan wanneer het aan de orde is, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De heer Boomsma stemt knikkend in. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 28 oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 29 is een spreekt-uitmotie.

De motie op stuk nr. 30 geef ik oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 31 geef ik oordeel Kamer.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 32. Hier wordt om iets anders gevraagd dan hervestiging. Ik vind dit een dusdanige wijziging van het migratiebeleid dat ik dat te ver vind gaan voor mij als dubbeldemissionair minister in het laatste debat dat ik met u zal voeren. Vandaar dat ik de appreciatie "ontijdig" maak.

De voorzitter:
Dan is formeel het verzoek aan de heer Ceder of hij bereid is om de motie aan te houden. Dat is niet het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 32 de appreciatie "ontijdig".

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 34 moet ik ontraden. Oostenrijk heeft noodwetgeving ingeroepen. Daar zien wij op dit moment niet de juridische onderbouwing voor.

Dan de motie op stuk nr. 35. Ik snap de geste achter de motie, maar de motie is dusdanig breed geformuleerd dat het disproportioneel zou zijn wat betreft het delen van gegevens en de AVG. Daarom moet ik 'm ontraden.

Dat waren mijn moties.

De voorzitter:
Dank u wel, minister. Dan is het woord aan de minister voor Asiel en Migratie.

Minister Keijzer:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een paar moties, één amendement en nog een vraag.

De motie op stuk nr. 15 van mevrouw Rajkowski: ontijdig. Het is echt aan de nieuwe minister van VRO om hier stappen in te zetten.

De voorzitter:
Is mevrouw Rajkowski bereid om de motie aan te houden?

Minister Keijzer:
Ja? Dat is mooi.

De voorzitter:
Dat is het geval.

Op verzoek van mevrouw Rajkowski stel ik voor haar motie (36800-XX, nr. 15) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 22 is echt ook aan een nieuw kabinet. Ik sta hier nog op basis van een oud regeerakkoord waar dit in stond. De nieuwe ministers worden vandaag aangekondigd. Daarmee is deze motie ontijdig. Dit is niet iets wat ik nog kan doen.

De voorzitter:
Is mevrouw Vondeling bereid om de motie aan te houden? Dat is niet het geval. Daarmee krijgt die de appreciatie "ontijdig".

Minister Keijzer:
Dan heb ik de motie op stuk nr. 23, over Stek Oost. Ik ben, net als iedereen, geschrokken van de berichtgeving. Het gedrag is natuurlijk voorbij alle grenzen. Maar je kunt niet in zijn algemeenheid zeggen dat er nooit meer een jonge mannelijke statushouder mag worden gehuisvest in een wooncomplex waar ook iemand anders woont. Dat kan gewoon niet. Daarom: ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 23: ontraden.

Minister Keijzer:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 24 van mevrouw Vondeling. Deze moet ik gewoon ook ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 24: ontraden.

Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 33 van de heren Ceder en Diederik van Dijk. Ze vragen mij hierin het volgende. Het klinkt een beetje raar wat ik nu ga zeggen, maar eigenlijk staat hier: laat het beleid dat geldt voor lhbti'ers, nu ook gelden voor mensen die zich bekeren en daardoor onder vuur kunnen komen te liggen in de azc's. Zo lees ik deze motie. Ik vind het buitengewoon belangrijk dat iedereen veilig moet zijn. Daar wordt ook echt op gehandeld door het COA. Maar doen alsof er bij het COA geen mensen zijn die deskundig zijn … Dat is ook weer niet zo. Daarom moet ik deze motie ontraden. Ik vind het wel zorgelijk. We halen heel veel mensen naar dit land toe die de vanzelfsprekende vrijheid die wij in dit land kennen voor mensen met een ander geloof of met een andere seksuele voorkeur, niet met ons delen. We hebben dus echt nog wel een weg met elkaar te gaan.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben het eens met de minister dat we niet moeten doen alsof COA-medewerkers niet weten waar ze het over hebben. Volgens mij is dat ook niet wat ik probeer te zeggen. Ik heb aangegeven dat we niet op alle COA-locaties zien dat dergelijke uitwassen momenteel tegengehouden worden, ook doordat het handelingskader nog niet overal wordt toegepast. Dat is geen diskwalificatie, maar volgens mij gewoon een constatering. Om die reden vraag ik allereerst om het gesprek aan te gaan, maar ten tweede ook om als er een incident plaatsvindt dat ook religieus gemotiveerd is, keihard op te treden. Ik deel dus de opvatting van de minister over diskwalificatie van COA-medewerkers, maar dat is niet de bedoeling. Voor mij zit er een feitelijke constatering in, namelijk dat die werkinstructie niet overal wordt toegepast. Het verzoek zou natuurlijk zijn om te kijken of we die breder kunnen toepassen.

Minister Keijzer:
Dat gebeurt, dus dat is hieraan een beetje het ingewikkelde. In de praktijk wordt aan mensen uitgelegd: je bent in Nederland, en in Nederland ben je vrij om te houden van wie je wil houden en om te geloven wat je wil geloven, ook als je een atheïst bent. En: in Nederland blijf je met je vingers van andere mensen af. Als het desalniettemin misgaat, wordt er opgetreden. Er wordt aangifte gedaan als de persoon, het slachtoffer in kwestie, dat zelf niet wil of dat niet durft. Mensen worden uit de groep gehaald. Dit gebeurt allemaal. Daarom, en omdat er een beetje onder zit "de COA-medewerkers kunnen dit niet voldoende", moet ik de motie ontraden.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zal kijken of ik een andere formulering kan vinden. Volgens mij vinden mevrouw Keijzer en ik elkaar. Voor mij is het een feitelijke constatering dat de werkinstructie niet overal wordt toegepast. Wij vinden het wenselijk dat dat wel gebeurt. Ik zal dus kijken of ik een gepastere formulering kan vinden.

De voorzitter:
Een amendement en een vraag.

Minister Keijzer:
Ja, een amendement van de heer Van Dijk. Hij stelt voor om een vrijwilligersvergoeding te geven aan gastgezinnen die statushouders opvangen. Ik kan dat heel goed volgen. Wij waren ook al bezig met de uitwerking van een toezegging aan de SGP. Dat heeft hem blijkbaar te lang geduurd, en nu zet hij een stap met een amendement. Dat is daaraan ondersteunend. Daarom kan ik het oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 13: oordeel Kamer.

Minister Keijzer:
Dan had ik nog één vraag, van mevrouw Rajkowski. Die gaat, als ik het goed heb, over boetes die uitgedeeld worden aan vluchtelingen die in azc's verblijven, maar zij krijgen die boetes terwijl ze buiten het azc zijn. Daar is mijn collega, de staatssecretaris van IenW, natuurlijk al een tijd mee bezig, met de minister van Justitie. Ik heb net het nieuws gelezen over een collega van mij die dat gaat oppakken. Ik zal hem straks vanuit de Kamer hinderlijk volgen. Maar het is in ieder geval niet zo dat je de Rov, de regelgeving die hiervoor geldt, kunt aanpassen om de boetes die buiten het azc worden opgelegd te verrekenen met de vergoedingen binnen het azc. Ik had vandaag volgens mij plenair nog niet gezegd dat dit land kapotgeregeld is. Hè, gelukkig. Bij dezen. Er moet hier wel wat gebeuren, maar dat moet je op een andere manier doen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de behandeling van de begroting van Asiel en Migratie. Ik dank de beide bewindspersonen voor hun aanwezigheid in de Kamer.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van de vergadering van donderdag 5 februari 2026. Ik sluit de vergadering.

Sluiting

Sluiting 15.30 uur.

ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag TK 40 - 2025-2026

Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend.
Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd.