Begroting Asiel en Migratie (36800-XX) (voortzetting) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D05822, datum: 2026-02-05, bijgewerkt: 2026-02-06 09:27, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-05 13:31: Begroting Asiel en Migratie (36800-XX) (voortzetting) (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begroting Asiel en Migratie 2026
Voorzitter: Van Campen
Begroting Asiel en Migratie 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2026 (36800-XX).
(Zie vergadering van 4 februari 2026.)
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van de
behandeling van de begroting Asiel en Migratie. Ik heet de beide
ministers van harte welkom in ons midden.
Door mij zijn schriftelijke antwoorden ontvangen van de minister van
Asiel en Migratie en de minister voor Asiel en Migratie,
viceminister-president op vragen, gesteld in eerste termijn.
Deze antwoorden zullen worden opgenomen in een bijvoegsel bij de
Handelingen van deze vergadering.
(Het bijvoegsel is opgenomen aan het eind van deze editie.)
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Ik geef gelijk een van de ministers het woord voor het eerste deel van
de beantwoording in deze eerste termijn van de zijde van het kabinet.
Als u zover bent, heeft u het woord, minister.
Minister Van Weel:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst heel veel dank aan de Kamerleden voor
hun soepelheid, voor het tolereren van mijn afwezigheid bij uw inbreng
in eerste termijn. Ik heb er uiteraard kennis van genomen en zal de
beantwoording met plezier ter hand nemen. Ik heb één lopende tekst, maar
ik zal wel aangeven welke onderwerpen ik langsloop op mijn terrein. Dan
weet u ongeveer wat u kunt verwachten in die tekst. Ik begin met een
korte intro. Daarna heb ik het over de nationale maatregelen die wij als
kabinet hebben afgekondigd. Ik zal stilstaan bij Syrië, bij de vragen
over Spanje en de aankondigingen, internationale samenwerking en
EU-samenwerking. Daarna sta ik stil bij de implementatie van de
asielwetten en het Migratiepact en de samenloop daarvan. Ten slotte ga
ik in op de staat van de IND.
Voorzitter. Ik begin aan mijn tekst en beantwoording. We behandelen
vandaag de begroting van het ministerie van Asiel en Migratie. Nogmaals
excuses voor mijn afwezigheid bij de eerste termijn en dank voor uw
begrip. Dit debat, zoals de heer Paternotte zo mooi heeft gezegd, speelt
zich af in de blessuretijd van mijn ministerschap. Maar zoals iedereen
weet, moet je in voetbal altijd doorspelen tot het eindsignaal. Dat ben
ik dan ook van plan om te doen. Met de Asielnoodmaatregelenwet, het
Migratiepact en de tweestatuswet van collega Keijzer ligt er een solide
basis om op verder te bouwen. Uiteraard hoop ik op een succesvolle
behandeling van deze wetten in de Eerste Kamer. En ja, zeg ik alvast
tegen de mensen die zich hierover zorgen maken, ik was optimistisch en
dat ben ik nog steeds. We verliezen, denk ik, echt momentum als we na
het ene been nu ook niet het andere been bijtrekken.
In mijn bijdrage wil ik kort ingaan op de achtergronden van het huidige
asiel- en migratiebeleid. Daarna wil ik ingaan op de samenwerking
internationaal en de concrete maatregelen die voor ons liggen, met
bijzondere aandacht voor de twee wetten. Daarna ga ik in op de staat van
de uitvoering.
Voorzitter. We zijn inmiddels aangekomen op het punt dat een structurele
verandering van ons asiel- en migratiebeleid noodzakelijk is, want we
lopen vast in de opvang, in de huisvesting, bij de IND en in het
absorptievermogen van de samenleving. Ik denk dat we het daar allemaal
over eens zijn. Immigratie is, anders dan het soms lijkt, geen
vanzelfsprekend natuurverschijnsel. Natuurlijk zeg ik, met mevrouw
Westerveld, dat wij niet of nauwelijks invloed hebben op oorlogen en
rampen, maar voor andere migratiegroepen hebben wij wel degelijk knoppen
om aan te draaien om de instroom te reguleren, de terugkeer te
stimuleren en de opvang hier beter behapbaar te maken. Dat is in een
notendop wat we in ons asiel- en migratiebeleid aan het doen zijn: grip
krijgen op de instroom, de doorstroom en de uitstroom, en het niet
langer aannemen als een onvermijdelijk proces waar we ons hoe dan ook
maar naar te voegen hebben.
Voorzitter. Die grip zit eraan te komen, want we zijn deze inzichten
niet alleen in nieuwe wetten aan het verankeren, maar we zijn ook een
eind op weg met de uitvoering stevig in de steigers zetten. We werken
hard aan het beperken van instroom met de Asielnoodmaatregelenwet. We
werken hard aan de opvang, met meer dan 70 plekken per jaar bij het COA.
Daar zal mevrouw Keijzer straks op doorgaan. We werken intensief samen
in Europees verband en we bevorderen de terugkeer met specifieke
aandacht voor Syrië en Oekraïne. In 2025 hebben we een aanvullende
vertrekregeling gerealiseerd voor Syriërs die weer terug wilden keren
naar het land van herkomst na de val van het regime. We volgen uiteraard
de situatie in Syrië op de voet. Recent is een nieuw ambtsbericht
gepubliceerd en binnenkort volgt op basis daarvan een nieuw landenbeleid
waarin we aangeven voor welke bevolkingsgroepen het land wel en niet
veilig is. We blijven in Europa ook voor een gecoördineerde aanpak
richting Syrië. Daarbij is wederopbouw van belang, maar ook het inzetten
op terugkeer.
De voorzitter:
Ik zou de minister willen vragen of de blokjes kort genoeg zijn om die
steeds af te ronden en daarna de interrupties te doen. Of zijn het echt
lange blokjes?
Minister Van Weel:
Dit was eigenlijk het blokje Syrië, dus ik kan me voorstellen dat er
daarover al vragen zijn vanuit de Kamer.
De voorzitter:
We doen de interrupties in drieën, kort en niet gemaximeerd.
De heer Boomsma (JA21):
Wanneer komt dat landenbeleid?
Minister Van Weel:
Het ambtsbericht is in januari verschenen. Ik denk dat we februari nodig
hebben om het landenbeleid daarop af te stemmen. Zoals u weet volgt het
ambtsbericht vanuit BZ. Dat heeft de minister aan de minister van AenM
gestuurd. Dat heb ik als minister van AenM ontvangen. Daar wordt nu
gewerkt aan het landenbeleid. Ik verwacht dat dat eind februari of maart
een feit is.
De heer Boomsma (JA21):
Is er een mogelijkheid om dat te versnellen? In het ambtsbericht staat
in principe toch gewoon wat de situatie is? Ik heb het nog niet helemaal
gelezen, maar ik ga eigenlijk van uit dat het voor bepaalde groepen
gewoon veilig is, omdat nu ook allerlei mensen vrijwillig terugkeren.
Dan is het dus zaak om zo snel mogelijk beleid te maken om die terugkeer
te bespoedigen.
Minister Van Weel:
Wij hebben op dit moment beleid dat leidt tot het weer behandelen van de
aanvragen van Syriërs. Dat leidt ook tot afwijzingen van asielaanvragen
van Syriërs. De vraag is of het beleid wezenlijk gaat veranderen met het
nieuwe ambtsbericht. Dat door mijn oogharen bekijkend, zeg ik: ik denk
het niet, want er is grote gelijkheid. Ik verwacht geen drastische
wijzigingen. In die zin heeft versnellen maar beperkt nut, want ik
verwacht een continuering van het beleid zoals we dat nu zo ongeveer
hebben. Het is wel een proces dat we moeten doorlopen. Net zoals een
ambtsbericht zich niet laat dwingen, zitten in het opstellen van het
landenbeleid ook een aantal stappen die gewoon doorlopen moeten
worden.
De heer Boomsma (JA21):
Dat is wel erg zorgelijk, want de bedoeling is natuurlijk dat we die
terugkeer nu kunnen bespoedigen. Dat geldt sowieso voor de vrijwillige;
daar zijn we al mee bezig. Maar het gaat om de herbeoordeling van
tijdelijke vergunningen. Daar moeten we nu zo snel mogelijk mee aan de
slag. Ik wil de minister nu toch oproepen om daar vaart achter te zetten
en alle stappen te zetten die nodig zijn om dat mogelijk te maken.
Minister Van Weel:
Een maand voor het opstellen van landenbeleid op basis van het
ambtsbericht, dat uiteindelijk ook moet houden in alle rechtszaken die
eruit voortkomen, is niet lang. Dat is echt een gebruikelijke en een
snelle periode. Ik ben het met u eens dat we ons moeten instellen op zo
snel mogelijk herbeoordelen. Daarvoor is bestendig beleid nodig en dus
een bestendiging van het landenbeleid zoals we dat vorig jaar hebben
vastgesteld. Maar in de tussentijd zitten we niet stil. Ik wil er wel
bij zeggen dat we op dit moment nog te maken hebben met 17.000 eerste
aanvragen van Syriërs, die ook nog in de pijplijn zitten. Er wordt op
dit moment dus heel hard gewerkt door de IND om in de beschikbare tijd
vooral die eerste aanvragen te beantwoorden, omdat daar ook
nareisaanvragen op zitten. Die herbeoordelingsmogelijkheid wil niet
zeggen dat IND dan ook qua capaciteit in staat is om dat even snel weg
te werken.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik wil even doorgaan op Syrië. Ik heb gisteren vragen gesteld over de EU
Country Guidance, die ook ziet op het landenbeleid en Syrië. Daarin las
ik — ik zeg het even in mijn eigen woorden - dat christenen in Syrië op
dit moment niet heel veel te duchten hebben. Wat ik evenzeer schokkend
vond om te lezen, was dat van mensen die gerelateerd zijn aan IS
verondersteld moet worden dat zij vervolging te duchten hebben en dat
zij dus extra in het oog moeten worden gehouden, ook als het gaat over
asiel. Beide punten vind ik inhoudelijk volstrekt onbegrijpelijk. Hoe is
zo'n richtlijn tot stand gekomen en wat doet Nederland om dit van tafel
te halen?
Minister Van Weel:
Wij zijn niet gebonden aan die richtlijn en wij voelen ons daar ook niet
aan gebonden. We hebben ons eigen proces. We hebben een ambtsbericht en
landenbeleid. Dat leidt in een hele andere richting. Daarbij is ook oog
voor minderheden en voor het risico dat ze lopen op vervolging. Wat
betreft IS-strijders hebben wij ook ons eigen beleid. Dat valt primair
onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en
Veiligheid, maar zoals u weet, maken wij in elke individuele casus een
afweging: willen wij iemand terughalen of niet? Tot nu toe is die
afweging elke keer uitgevallen in het belang van de nationale
veiligheid. We halen deze mensen niet terug; we zorgen ervoor dat ze in
dat gebied blijven. Daar zal niks aan veranderen, ook niet door deze
Guidance.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik ben op zich heel blij met het heldere antwoord dat Nederland een
eigen koers vaart, maar ik maak mij hier toch ontzettend veel zorgen
over. Zo'n Guidance is voor heel wat landen absoluut een belangrijke
richtlijn. Er staat doorgaans ook geen nonsens in. De positie van
christenen wordt gebagatelliseerd. Er wordt gezegd dat IS-gerelateerden
bij uitstek moeten worden gezien als een kwetsbare groep, maar dat is
toch de wereld op zijn kop? Is Nederland er niet heel veel aan gelegen
om hierover een discussie los te maken, om te voorkomen dat dit soort
richtlijnen worden losgelaten op alle lidstaten?
Minister Van Weel:
Zoals gezegd, ken ik geen lidstaten die dit soort richtlijnen als
heilige teksten overnemen. Wij hebben intensief contact met andere
landen die nog IS-strijders met hun eigen nationaliteit hebben zitten in
kampen in Syrië. We zitten allemaal op hetzelfde spoor, namelijk dat we
op dit moment niet bereid zijn om deze mensen terug te halen. We volgen
allemaal hetzelfde spoor. Dat geldt ook voor de terugkeer van Syriërs en
voor de omgang met kwetsbare groepen. Ook daarbij zitten we op één lijn.
Ik ben niet gelukkig met deze teksten. Ik voel me er niet aan gehouden
en ik heb ook niet het idee dat andere landen dat wel voelen. Ik zal
mijn opvolger zeker aansporen om daarover het gesprek aan te gaan met de
andere landen en met de commissie.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Nogmaals, ik ben heel blij met wat de minister zegt. Blijf vooral een
eigen koers varen. Maar dit lijkt ons wel de moeite waard. Dit is heel
apart, omdat andere landen hier ook niet mee rekenen. Waar zijn we nou
helemaal mee bezig en wie stuurt zo'n commissie aan, die met dit soort
teksten komt?
Minister Van Weel:
Nogmaals, daar zullen we het gesprek over aangaan. In onze werkelijkheid
verandert er in ieder geval niks.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Van Weel:
Voorzitter. Grip krijgen op asiel begint in het buitenland. Migratie is
grensoverschrijdend en vergt per definitie internationale samenwerking,
in Europa, maar ook daarbuiten. Anders is het dweilen met de kraan open.
We werken met landen van herkomst en transit in migratiepartnerschappen.
Die migratiepartnerschappen zijn hét vehikel om terugkeer te bevorderen,
om migratiestromen beter te beheersen dicht bij de bron en om de
aankomsten in de EU en Nederland te verminderen. Hiervoor trekken
verschillende ministeries nauw op, onder meer in een interdepartementale
taskforce. We aarzelen daarbij niet om streng te zijn, bijvoorbeeld met
nieuwe visummaatregelen op EU-niveau. In Europa zijn mede door de
Nederlandse inzet flinke resultaten geboekt. In juni treedt het Europees
Migratie- en Asielpact in werking. Er wordt op dit moment keihard
gewerkt aan de implementatie van deze regels, niet alleen in Nederland,
maar ook in andere lidstaten. De buitengrenzen worden met het
Migratiepact verstevigd. Dat betekent uiteindelijk ook minder aankomsten
in Nederland. We herstellen het Dublinstelsel en maken betere afspraken,
zoals ik vorige maand concreet heb gedaan met Griekenland, over de
herstart van deze samenwerking.
Mevrouw Vondeling vroeg: waarom wordt het Dublinverdrag nu niet
nageleefd? Het Dublinverdrag wordt wel nageleefd, maar het systeem werkt
om verschillende redenen niet altijd naar behoren. Met betrekking tot
Griekenland hebben we in het verleden te maken gehad met ondermaatse
opvang. Griekenland was zelf niet bereid om Dublinclaimanten weer op te
nemen. Dat zijn zaken die we moeten proberen te herstellen in de aanloop
naar de inwerkingtreding van het Migratiepact. Zowel met Griekenland als
met Italië, de twee landen waarmee Dublin moeilijk liep, hebben we nu
afspraken gemaakt. Er is commitment om het asiel- en opvangsysteem op
orde te brengen en om de Dublinregels weer volledig toe te passen bij de
inwerkingtreding van het pact op 12 juni.
Dan nog even kort over Spanje, naar aanleiding van de vragen van mevrouw
Rajkowski en de heer Boomsma. In beginsel staat het EU-lidstaten vrij om
zelf verblijfsvergunningen te verstrekken. Dat is een nationale
competentie. Doorreizen naar een andere lidstaat op basis van zo'n
verblijfsvergunning kan, maar voor maximaal 90 dagen binnen de 180
dagen. In een andere lidstaat werken mag dan niet, en legaal vestigen
kan ook niet. Daar zijn uiteindelijk voorwaarden aan verbonden. Maar ik
deel uw zorgen over deze stap die genomen is door de regering van
premier Sánchez. Ik ga graag, in overleg met de andere Europese landen
in de Europese gremia, met de Spaanse regering in gesprek om deze zorgen
te adresseren en hopelijk ook te kijken hoe we hierin in de toekomst
meer één lijn kunnen trekken.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van dit onderdeel van uw
beantwoording?
Minister Van Weel:
Ja, over Spanje.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank voor de toezegging om dit te gaan doen, want dit kan natuurlijk,
zoals ik gisteren al zei, leiden tot een afbrokkelend draagvlak voor het
asielbeleid, al is het een nationale competentie van Spanje. Maar dan
heb ik toch nog de volgende vraag over het aantal dagen vrij reizen. Hoe
controleren wij dan dat mensen die werkvergunning, als ze hier vrij de
grens over mogen, niet gebruiken om zich hier op een andere manie te
gaan vestigen? Welke controlemechanismen hebben we als Nederland dan
nog?
Minister Van Weel:
Deze mensen moeten natuurlijk papieren laten zien op het moment dat ze
hier gecontroleerd worden of op het moment dat ze zich hier willen
vestigen of wat dan ook. Dat papier dat ze hebben, is dan die tijdelijke
verblijfsvergunning uit Spanje. Dat houdt automatisch in dat ze zich
hier dus niet mogen vestigen, maar dat ze hier maximaal 90 dagen mogen
verblijven. Dus als ze daar na 90 dagen nog een keer worden
aangetroffen, zonder het land uitgereisd te zijn, worden ze de grens
weer overgezet. Ze mogen hier ook niet legaal werken. Dus er zitten wel
degelijk beperkingen aan, maar het is niet zo dat dit betekent dat die
mensen alleen maar in Spanje blijven. Die mensen kunnen wel degelijk
hier opduiken en hier illegaal aan het werk gaan of andere overlast
veroorzaken. Dat is waarom ik het gesprek wil aangaan met Spanje, omdat
deze nationale maatregel wel degelijk ook effect heeft op de rest van
Europa. Bovendien kan het een onwenselijk precedent scheppen, in de zin
van: als u zich maar illegaal ophoudt in de EU, in dit geval in Spanje,
dan krijgt u uiteindelijk een verblijfsvergunning. Dat zijn nou juist de
signalen die we met de inwerkingtreding van het Migratiepact niet willen
afgeven, zeker niet op nationale basis.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Eens, dank. Kan de minister ook toezeggen dat, naast dat hij in gesprek
gaat met de Europese collega's om te kijken hoe we dit soort dingen
kunnen voorkomen, de Kamer ook geïnformeerd wordt op het moment dat er
toch signalen komen dat deze onwenselijke route naar Nederland ontstaat,
zodat we als Kamer toch kunnen kijken of wij geen aanvullende
maatregelen willen gaan nemen?
Minister Van Weel:
Gaarne daartoe bereid. Ik wil wel één verzachtende omstandigheid voor
Spanje noemen. Een heel groot deel van de illegaal verblijvenden in
Spanje zijn Spaanstaligen, afkomstig uit Latijns-Amerika, die
uiteindelijk binnen de Spaanse economie wel degelijk een positieve rol
vervullen, en ook helemaal geen intentie hebben om zich buiten Spanje of
een Spaanstalig land te verplaatsen door Europa. Dus bij een aanzienlijk
deel van die half miljoen, waarover gesproken wordt, treedt dat risico
niet op. Dat neemt niet weg dat we daar waar dat wel het geval is, gaan
doen wat u vraagt.
Daarnaast trekt Nederland bovendien de kar bij de ontwikkeling van
innovatieve oplossingen, zoals de terugkeerhub, zowel in Europa als
bilateraal.
Voorzitter. Het doet me deugd dat de opvattingen over migratie en asiel
in Europa breed worden gedeeld. Lidstaten en samenlevingen zijn het
erover eens dat er iets moet veranderen. Internationaal, zoals net
benoemd, maar ook nationaal is er overeenstemming over hoe we dit
vraagstuk moeten benaderen. Dat wordt feitelijk ondersteund door het
Migratiepact en het aannemen door uw Kamer van de
Asielnoodmaatregelenwet.
Ik wil die hele wet niet hier nog een keer in detail herhalen, maar de
uitgangspunten zijn helder. We zetten niet alleen in op effectieve
samenwerking in Europa, maar we gaan ook ons nationale stelsel meer en
beter laten aansluiten bij Europa en bij de strengere wetgeving indien
die van toepassing is in de landen om ons heen. We stappen in die nieuwe
wet ook af van de vanzelfsprekendheid van lange verblijfsvergunningen en
van de ruime criteria op gezinshereniging. We maken een einde aan een
aantal verlammende procedures. Deze zijn enorm belastend voor het
systeem. Ze kosten behoorlijk veel geld. Deze week kwam ook weer een
bedrag naar buiten in de media. Dat gaat ten koste van mankracht die ook
aan werkelijke vluchtelingen kan worden besteed.
Worden na het aannemen van de noodmaatregelenwet de dwangsommen dan
meteen afgeschaft, wilde de heer Van den Brink weten. Ja, de maatregel
ter afschaffing van de dwangsommen is een maatregel die verder geen
andere capaciteit vraagt. Die kan gewoon meteen worden geïmplementeerd.
Dus zodra de wet in werking treedt, zal de dwangsom tot het verleden
behoren. Ook daarom is het van belang dat deze wet zo spoedig mogelijk
in werking kan treden.
Voorzitter. Wij vragen veel van onze partners in de keten. Deze
maatregelen verdienen dan ook een toereikende financiële en
organisatorische onderbouwing. Voor de implementatie van het
Migratiepact en de wetsvoorstellen is budget beschikbaar, namelijk 115
miljoen per jaar. Organisaties werken hiermee aan de invoering, en
straks ook aan de uitvoering, van dat pact.
De heren Paternotte en Van den Brink vroegen zich af hoe de capaciteit
van IND zich verhoudt tot de voorbereidingen op het Migratiepact. Daar
kan ik wel wat over zeggen. De Europese Commissie monitort nauwkeurig of
de EU-lidstaten individueel allemaal op schema liggen voor een tijdige
implementatie van het pact, waaronder het beschikbaar hebben van de voor
hen vastgestelde capaciteit in de asielprocedure. De Commissie
rapporteert hier periodiek over. Het eerstvolgende rapport wordt in
maart of april van dit jaar verwacht. Uw Kamer zal hierover, net als
over de voorgaande rapporten, worden geïnformeerd. Ten slotte verwijs
ik, wat betreft de gereedheid hier in Nederland, ook naar de brief aan
uw Kamer van 22 januari. Daarin werd informatie over de voortgang van de
nationale implementatie gegeven.
Tegen mevrouw Westerveld zeg ik: ja, het Migratiepact en de nieuwe
nationale asielwetten overlappen deels. Gelukkig. Dat betekent namelijk
dat de IND uiteindelijk het hele pakket in samenhang kan bezien en
implementeren. Daarom is het ook van belang voor de IND dat ze daar zo
snel mogelijk helderheid hebben over de doorgang van deze wetten en dat
die behandeld en aangenomen worden door de Eerste Kamer.
We hebben ook kritisch gekeken naar de uitgaven binnen de migratieketen,
waaronder die voor VluchtelingenWerk Nederland. Dit budget, ingezet door
mijn voorganger, kon fors omlaag. De IND is in staat om bepaalde
werkzaamheden van VluchtelingenWerk Nederland over te nemen.
Voorzitter. Ten overvloede: waar we het hier over hebben, is geen klein
bier. Dit is echt een grote stelselwijziging. Het zijn stuk voor stuk
ingrijpende en noodzakelijke maatregelen. Bij elkaar en in samenhang
kunnen die voor een drastische beperking van de instroom zorgen, de druk
op de keten verlichten, de kosten verlagen en het draagvlak
vergroten.
Toen ik gevraagd werd om minister voor Asiel en Migratie te worden, zei
ik niet alleen ja om democratisch vastgesteld beleid uit te voeren. Ik
wilde, in alle bescheidenheid, ook wat doen aan de hitte in het
maatschappelijke debat, omdat die in mijn optiek goede besluitvorming en
juist de zorg en het draagvlak voor vluchtelingen in de weg staat. Het
asiel- en vluchtelingenbeleid gaat met heel veel emotie gepaard. Dat is
ook terecht. Het gaat hier immers om mensen, kwetsbare mensen ook nog
eens. Maar het gaat ook om de medewerkers van de diensten, die het water
op dit moment aan de lippen staat. Zij kijken naar ons voor wat
verlichting. De betrokkenheid van uw Kamer, zowel in het midden als op
de flanken, waardeer ik dan ook zeer.
In mijn korte tijd als minister voor Asiel en Migratie heb ik gestaan
voor realiteitszin en voor een blik naar de toekomst. We moeten doen wat
in onze mogelijkheden ligt en wat volgens de wet kan om illegale
ongecontroleerde migratiestromen te beheersen. We moeten ons asiel- en
migratiebeleid hervormen om het streng, efficiënt, maar ook rechtvaardig
te houden. Alleen dan blijft ons systeem houdbaar en kunnen
vluchtelingen die ons echt nodig hebben, ook op ons, en op draagvlak in
de samenleving, rekenen.
Voorzitter, dat was het einde van mijn beantwoording.
De heer Bart van den Brink (CDA):
Dank u wel, minister, ook voor de laatste woorden die u sprak. We hebben
gister vanuit verschillende woordvoerders aan u beiden de complimenten
overgebracht over hoe u het de afgelopen maanden heeft gedaan. Het is
mooi om dat nu ook even in persoon tegen u te kunnen zeggen. Ik heb nog
een vraag over de hele pactdiscussie, met name over de legal counseling.
Er blijft namelijk discussie bestaan over de vraag wat Europees
verplichtend en wat nationaal in te vullen is. Dat debat gaan we hier
natuurlijk nog helemaal voeren, maar het raakt ook aan de positie van
VluchtelingenWerk. Ik was benieuwd: heeft u, voordat we die discussie
gaan starten, nog iets meer info over hoe we dat moeten bezien?
Minister Van Weel:
Ik heb daar in de aanloop gesprekken over gevoerd, met zowel de IND als
de internationale partners als de asieladvocatuur als VluchtelingenWerk
Nederland. Op basis daarvan ben ik met een voorstel gekomen. Daarin
zeggen we dat we ons in de eerste fase meer voegen naar hoe landen om
ons heen het doen. Dat doen we met een lichtere vorm van ondersteuning
over de procedure, geen volledige persoonlijke legal counseling bij de
opbouw van het dossier. Daar zitten voor- en nadelen aan, zeg ik u
meteen. Als u praat met de asieladvocatuur of met VluchtelingenWerk
Nederland, dan zult u het verhaal horen dat dit ertoe zal leiden dat
dossiers onvolledig worden, dat het leidt tot meer beroepsprocedures en
dat zij juist in de eerste fase mensen afvangen die eigenlijk toch geen
kansrijke zaak hebben. Daar staat tegenover dat het omgekeerde ook waar
is. Hiermee wordt mensen namelijk al in een vroeg stadium verteld hoe ze
een dossier moeten opbouwen om juist wél een kansrijke zaak te hebben.
Daarmee wordt het inwilligingspercentage dus mogelijk hoger.
Ik denk dat dit uiteindelijk een politieke keuze en een beleidskeuze is.
Op dit moment ben ik van mening dat de ingeslagen weg, namelijk een
lichtere vorm van legal counseling in de eerste fase, aansluitend bij
Duitsland en andere landen en gedaan door de IND, legaal voldoet. Ik
denk dat we daarmee in ieder geval het systeem ontlasten, dat de kosten
voor VluchtelingenWerk omlaag kunnen en dat we toch adequaat invulling
geven aan onze plicht. Maar ik heb ook eerlijk tegen de asieladvocatuur
gezegd dat we in de praktijk moeten gaan zien welke van de narratieven
hier leidend is. Dan moeten we ook niet aarzelen om een andere weg in te
slaan als het niet werkt.
De heer Bart van den Brink (CDA):
Oké, helder. Er is dus echt een daadwerkelijk onderscheid met wat vanuit
Europa verplicht is als een nieuwe definitie van legal counseling. Er is
immers natuurlijk ook verwarring over de betekenis van "legal
counseling". De advocatuur gaat natuurlijk echt over de beroepsprocedure
nadat een besluit is genomen. De vraag is natuurlijk of zij ook al een
rol heeft te spelen bij het eerste gehoor en alle aanmeldpunten of dat
dat de legal counseling is zoals in Europa wordt bedoeld; daar moeten we
volgens mij het debat over voeren. Ik heb het gevoel dat daar soms een
soort spraakverwarring over bestaat in het debat daarover.
Minister Van Weel:
Juridisch gezien niet: juridisch is het klip-en-klaar en hoeft er in die
eerste fase geen advocatuur aan te pas te komen. Die komt pas in de fase
van beroep en de besluitvorming op de beschikking. Het enige wat je vaak
hoort, zeker van deze beroepsgroep, is: wij helpen juist om het dossier
met een betere kwaliteit voorgelegd te krijgen, waardoor we uiteindelijk
voorkomen dat er onnodige beroepszaken komen omdat mensen niet wisten
dat ze bepaalde zaken moesten opnemen of hoe ze dat moesten verwoorden.
Maar dat is een kwestie van een opvatting over wat het systeem het beste
ontlast. Ik sta achter de keuze om te gaan voor de minimale variant,
aansluitend bij landen om ons heen, waarbij in die eerste fase wel
degelijk voorlichting wordt gegeven en beschikbaar is over de procedure
en wat er moet gebeuren, maar waarbij dan nog geen volledige begeleiding
nodig is door de advocatuur.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik heb gisteren vragen gesteld over het intrekken van het
Nederlanderschap bij ernstige misdrijven en heb gevraagd om daarbij ook
te kijken naar de stappen die België heeft gezet. In de schriftelijke
beantwoording verwijst de minister naar een brief uit 2024, waarin het
kabinet aankondigde te gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor
het uitbreiden van het intrekken van het Nederlanderschap. Nu begrijp ik
verder uit de beantwoording dat we nog tot eind 2026 moeten wachten
voordat het onderzoek afgerond is. Waarom duurt het in vredesnaam zo
lang?
Minister Van Weel:
Ja, dat duurt lang. Het is ook geen eenvoudige materie, zal ik u
vertellen. We zijn niet voor niks met een kopgroep van landen bezig om
te kijken hoe we de glijdende schaal die langzaam is ontstaan door
jurisprudentie van het Europese Hof, waarbij we de ernst moeten meewegen
tegen de periode waarin iemand zich hier al bevindt voordat je hiertoe
mag overgaan, kunnen versoepelen. Op dit moment ligt die lat natuurlijk
vrij hoog. Het afnemen van het Nederlanderschap kan alleen bij dubbele
nationaliteit en bij terroristische misdrijven. We zullen gaan kijken
wat het nieuwe kabinet hiermee doet. Deze onderzoeken lopen in ieder
geval. Ik ga ervan uit dat de volgende minister van Justitie en
Veiligheid dit dossier ook onder zijn hoede zal nemen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
We zullen daarover inderdaad verder gaan debatteren met de volgende
minister, maar zou er in de opvatting van de minister toch ruimte zijn
voor versnelling? Ziet hij daar mogelijkheden voor?
Minister Van Weel:
Ik zie de gedachte hierachter; die ondersteun ik. Ik zie ook de
afschrikwekkende werking die daarvan kan uitgaan; die is natuurlijk ook
heel veel waard. Ik ondersteun dus de insteek. Of het mogelijk is om dit
te versnellen … Dat zal buiten mijn ambtstermijn vallen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Wij hadden best wel wat kritiek op de begroting, net als de SGP
trouwens. Ik vraag me af bij welke minister de beantwoording daarvan
zit.
Minister Van Weel:
Ik denk dat het grootste deel van uw kritiek de duurzaamheid van de
opvang betreft.
Minister Keijzer:
Lekker man!
Minister Van Weel:
Daarom zou ik het, zonder dit nu …
De voorzitter:
Over de schutting te willen gooien. Toch wel!
Minister Van Weel:
Ik zou dit logischerwijs zien bij mevrouw Keijzer.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik zie hoe de verhoudingen zijn in het demissionaire kabinet.
Minister Van Weel:
Die zijn goed; die zijn goed.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
De minister had het net over het landenbeleid. De heer Ceder heeft
vragen gesteld over de jezidi's in Irak. Ik heb daar ook vragen over
gesteld. Ik zag dat daar een schriftelijke beantwoording op is gekomen:
de minister ziet geen aanleiding om het landenbeleid aan te pakken. In
alle eerlijkheid vind ik dat best wel heftig voor deze groep, maar ook
te kort door de bocht. We erkennen toch dat daar een genocide is
geweest? We horen toch ook de verhalen van de mensen die aangeven dat ze
ook in Nederland niet veilig zijn en dat ze denken aan hun familie in
Irak? Mijn vraag aan deze minister is of hij toe kan lichten waarom hij
geen reden ziet om dat aan te passen.
Minister Van Weel:
Ik vind dat dit soort processen zo apolitiek als mogelijk moeten zijn.
Daarom heb ik ook echt wel last gehad van de discussie die woedde rondom
Afghaanse vrouwen en het recht op asiel. Dat is niet omdat ik daar
persoonlijk als mens een mening over heb, maar omdat ik vind dat we
moeten kunnen uitleggen en verdedigen dat we hier deugdelijke processen
hebben waar mensen op kunnen rekenen en op kunnen bouwen en waar
rechters op kunnen varen. Dat loopt via de systematiek van
ambtsberichten, die door experts worden opgesteld en waar ministers geen
komma of punt aan veranderen. Dat loopt vervolgens via het landenbeleid,
dat op basis van dat ambtsbericht op een inhoudelijk concrete manier
poogt te onderbouwen waarom dat leidt tot bepaalde uitzonderingen voor
groepen personen of niet.
Los van dat landenbeleid blijft het natuurlijk altijd een individuele
weging. Als er sprake is van een risico op vervolging, dan kan de
rechter of de IND dat bij individuele casussen altijd meewegen in een
beschikking. Dat leidt er ook toe dat we op het moment dat een
landenbeleid staat en is vastgesteld, niet blind zijn voor signalen die
komen maar ook niet politiek gaan sturen op aanpassingen van dat
landenbeleid. Het landenbeleid is nu wat het is. Het wordt periodiek
herzien. Het wordt sneller herzien op het moment dat we meer signalen
krijgen dat dat nodig zou zijn voor bepaalde beroepsgroepen. In de
tussentijd heeft iedereen individueel recht op een weging van zijn of
haar situatie. De situatie waarin de jezidi's hebben verkeerd en de
genocide die op de jezidi's heeft plaatsgevonden ten tijde van de
hoogtijdagen van ISIS ontken ik helemaal niet, maar de situatie nu is
zoals in de schriftelijke beantwoording is aangegeven op basis van het
landenbeleid.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Laat ook maar even duidelijk zijn dat ik er niet voor pleit dat wij hier
vanuit de Kamer gaan bepalen wie wel en niet mag blijven, om het maar
even helemaal plat te slaan. Want dan krijg je inderdaad dat groepen die
ons het beste weten te vinden de meeste kans maken. Dat moeten we niet
hebben. Daar hebben we inderdaad processen voor, maar de kaders zijn
natuurlijk wel politiek. Die kunnen politiek gestuurd worden. Er kunnen
situaties ontstaan waardoor je kaders moet aanpassen. Daarom begrijp ik
niet zo goed waarom de minister erbij blijft dat we dit punt niet gaan
aanpassen. Dat heeft er ook mee te maken dat we soms ook tegenstrijdige
bewegingen zien. Volgens mij speelde ook bij de Afghaanse vrouwen dat we
tegenstrijdige bewegingen zagen. We hoorden hier een kabinet zeggen: er
worden rechten van vrouwen geschonden, maar we sturen wel vrouwen terug.
Dat zijn zaken die niet goed uit te leggen zijn. Ik zou de minister
willen vragen om daarop in te gaan.
Minister Van Weel:
Op dat eerste: als ik nu die kaders zou veranderen, dan ga ik wel
politiek sturen op deze zaak. Ik sta achter het landenbeleid voor Irak
zoals dat staat, inclusief de positie van jezidi's: kwetsbaar, maar
zoals omschreven geen algemene uitzonderingsgrond voor het verkrijgen
van asiel hier. De situatie rondom de Afghaanse vrouwen heb ik meerdere
malen gepoogd uit te leggen. In algemene zin is het verschrikkelijk wat
de taliban doen met vrouwenrechten. Natuurlijk wordt dat ook meegewogen.
Aanstonds zullen we een nieuw landenbeleid krijgen voor Afghanistan. Dat
neemt niet weg dat in een individuele casus de IND natuurlijk wel altijd
meeweegt wat de argumentaties zijn om iemand asiel te verlenen of niet.
Als iemand in zijn asielaanvraag zelf de onverenigbaarheid met leven
onder het talibanregime niet noemt, dan hoeft de IND die zaak ook zelf
niet te maken. In die zin is elke individuele zaak ook weer anders en
kun je die niet vanuit de politiek wegen. Daarom ben ik daarvan
weggebleven. De IND heeft een van de zaken die ze hadden lopen
uitgelopen bij de rechter en heeft besloten de laatste twee zaken terug
te trekken op basis van de intrekking. Dat is ook hoe het systeem werkt.
De rechter trekt dan op een gegeven moment een lijn, die we dan ook
volgen. Ik voel me het meest comfortabel bij juist wegblijven uit de
casuïstiek, waar nodig wel een trigger geven voor herziening, maar die
herziening op zo droog mogelijke manier laten doen door de experts, die
daar het meest van afweten. Dat zou ik ook mijn opvolger aanraden.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik hoorde de minister net iets zeggen over denaturaliseren en dat dat
alleen kan op het moment dat je een terroristisch misdrijf hebt
gepleegd. Nu weten we dat België, dat het Europees Verdrag inzake
nationaliteit niet heeft ondertekend, die grootte van het misdrijf gaat
verlagen, waardoor men eerder gedenaturaliseerd kan worden. Mijn vraag
aan de minister is als volgt. Ziet de minister ruimte binnen het
Europees Verdrag inzake nationaliteit om eerlijk te denaturaliseren? Of
ziet de minister mogelijkheden om uit dat verdrag te stappen? Ik weet
dat dat misschien een stap is die heel ver gaat, maar ik zou de minister
wel willen vragen om te kijken hoe we dezelfde kant op kunnen bewegen
als de Belgen. Want het is wel een goed idee.
Minister Van Weel:
Ik vind het interessant. Ik heb daar ook kennis van genomen. Ik zei ook
tegen de heer Diederik van Dijk dat ik er zeker voor ben om daarnaar te
kijken. Eerlijkheidshalve moet ik wel bekennen dat dit echt binnen het
domein van Justitie en Veiligheid valt. Ik heb als minister van AenM
geen jurisdictie over het Nederlanderschap as such. Maar ik geleid het
graag door naar dat ministerie.
De voorzitter:
Ik dank de minister. Het woord is aan de minister vóór Asiel en Migratie
voor haar beantwoording van de gestelde vragen.
Minister Keijzer:
Dank u, voorzitter. Mijn collega, de minister ván Asiel en Migratie,
David van Weel, heeft net ook al gezegd wat hier bij mij in de
voorbereiding staat, namelijk dat het best een bijzonder gesternte is
waaronder we deze begrotingsbehandeling doen. Richting mevrouw
Westerveld zeg ik: maakt u zich helemaal geen zorgen. Zeven maanden
geleden zijn wij samen deze portefeuille gaan doen. Dat is eigenlijk
vanaf dag één een bijzonder fijne samenwerking geweest, zo fijn dat je
zo'n grap kunt maken op het spreekgestoelte. Zeven maanden geleden zijn
we dit met z'n drieën gaan doen. Op een gegeven moment zijn we met z'n
tweeën overgebleven, en dat is altijd een bijzonder prettige
samenwerking geweest. Het feit dat collega Van Weel ook Buitenlandse
Zaken deed, maakte het eigenlijk een nog mooier geheel, omdat de
portefeuille Asiel en Migratie natuurlijk buitengewoon veel te maken
heeft met wat er in het buitenland speelt. Aangezien ik ook de
portefeuille VRO deed en verantwoordelijk werd voor vooral het onderdeel
huisvesting, waren er prachtig mooie dwarsverbanden met elkaar te
maken.
Voorzitter. De behandeling van de begroting van Asiel en Migratie gaat
al jaren over grip krijgen op migratie. Dat is eigenlijk heel jammer,
want Asiel en Migratie gaat uiteindelijk over mensen. Mijn mensbeeld is
dat een mens tot zijn recht komt in relatie tot een ander. Een mens is
van nature geneigd om een ander mens die in nood verkeert, te helpen.
Maar door de grote aantallen waarmee vluchtelingen naar Nederland komen,
de grote cultuurverschillen tussen de mensen die hiernaartoe komen en de
mensen die hier al zijn, de afhankelijkheid van uitkeringen en daarmee
het beslag op de verzorgingsstaat en de druk op de woningvoorraad, die
gigantisch groot is in dit land, is het geen debat meer over mensen in
nood helpen, maar is het een debat geworden over hoe we het zo goed
mogelijk kunnen beperken en het zo streng mogelijk maken. Daar sta ik
overigens achter, want op deze manier kunnen we het in Nederland niet
langer bolwerken.
Laat ik kort de actuele stand van zaken schetsen. We vangen ruim 130.000
Oekraïners op. Elke week komen er gemiddeld nog 300 Oekraïners naar
Nederland. Elke week 300. Alleen al van de Syriërs — mijn collega heeft
daar net het een en ander over gezegd — hebben er 17.000 een eerste
asielaanvraag liggen. En er staan zo'n 53.000 verzoeken tot nareis in de
wacht. Elke week landen er ongeveer 400 op Schiphol, die direct weer
instromen in de overvolle asielzoekerscentra. In die asielzoekerscentra
zitten ruim 12.000 statushouders langer dan veertien weken. Zij hebben
langer dan veertien weken geleden een verblijfsvergunning gekregen.
Daarmee zijn het statushouders geworden. Die zijn een
verantwoordelijkheid voor gemeenten, maar deze kunnen die
verantwoordelijkheid niet oppakken of nemen die verantwoordelijkheid
niet. En dat terwijl die verantwoordelijkheid in ieder geval wel
mogelijk wordt gemaakt door beleid en financiële middelen.
Voorzitter. Ons land kan dit gewoon niet langer aan. Het systeem is
kapot. We staan dus met z'n allen voor een enorme opgave. Met "we"
bedoel ik natuurlijk allereerst de duizenden mensen die betrokken zijn
bij de uitvoeringsorganisatie en die dag in, dag uit alles doen om de
situatie toch beheersbaar te houden. Met "we" bedoel ik ook onszelf in
het dubbeldemissionaire kabinet en uiteraard ook de opvolgers in het
nieuwe kabinet. Maar de sleutel tot reparatie van een kapot
asielsysteem, ligt natuurlijk ook bij de uitvoerenden en de
vrijwilligers in het land. En last, but certainly not least, in mooi
Nederlands, bedoel ik met "we" politici in de Tweede Kamer, maar zeker
ook in de Eerste Kamer, waar er twee wetten liggen die echt, echt, echt
wachten op besluitvorming en instemming. We zijn samen verantwoordelijk
en we kunnen en moeten met elkaar het verschil maken.
Ik ga schetsen wat ik al gedaan heb en hoe het volgens mij met alle
maatregelen, al het beleid en al het geld dat er staat verder moet. Ik
ben blij om te lezen in het nieuwe coalitieakkoord dat op die ingeslagen
weg wordt voortgegaan. Dat is gewoon goed nieuws. Nu alleen nog de daad
die erbij hoort, vooreerst in de Eerste Kamer. Ik heb een aantal
blokken. Ik zie de heer Heutink al staan. Ik begin met grip op de
instroom, inclusief het wetsvoorstel over het tweestatusstelsel, en kom
dan direct bij de Spreidingswet en het stabiliseren van de opvang. Dan
de uitstroom van de statushouders, een blokje overlast en dan ben ik aan
het einde.
De voorzitter:
Ik stel voor de interrupties na ieder blokje toe te staan om enige
structurering in het debat te houden. Meneer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Horend hoe de minister de problematiek schetst en aangeeft waar we als
Nederland mee te maken hebben, heb ik toch even het nieuwe
coalitieakkoord erbij gepakt. Daarin staat: wanneer het aantal mensen
dat een asielaanvraag doet in korte tijd fors stijgt, daarop niet kon
worden geanticipeerd en de asielketen bezwijkt onder de instroom, nemen
we nationaal aanvullende instroombeperkende maatregelen. Mijn vraag aan
de minister is: bezwijkt de asielketen onder de instroom?
Minister Keijzer:
Dit is een vraag over het nieuwe coalitieakkoord, als ik het goed
verstaan heb. Tenminste, dat hoorde ik. Of hoorde ik iets anders?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Mijn vraag aan de minister was: bezwijkt de asielketen op dit moment
onder de asielinstroom?
Minister Keijzer:
Ja, dat heb ik gehoord. Daarvan heb ik gezegd dat het ons over de
schoenen loopt. Dus ja, het is zeer, zeer zorgelijk. Ik doel op elke
week 300 Oekraïners, elke week 400 nareizigers die landen op Schiphol en
elke week zo'n 400 of 500 nieuwe aanvragen. Het is gewoon niet vol te
houden op deze manier.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan een vervolgvraag. Moeten er volgens deze minister aanvullende,
nieuwe nationale maatregelen komen om de asielinstroom te beperken?
Minister Keijzer:
Ja, maar dat is niet meer aan mij. Mijn collega en ik hebben de twee
wetsvoorstellen door de Tweede Kamer gehaald. Collega Van Weel heeft de
novelle nog weten te behandelen en aangenomen weten te krijgen. Nu ligt
het bij de Eerste Kamer. Ik vind het ook teleurstellend om dan te lezen
— ik weet niet of het klopt — dat de fractie van D66 in de Eerste Kamer
aangegeven heeft daartegen te gaan stemmen. We hebben die wetten
namelijk echt ontzettend hard nodig.
Ik ga direct iets vertellen over Ter Apel. Er is bijna geen dag
voorbijgegaan dat ik niet bezig ben geweest met Ter Apel de afgelopen
maanden. De reden waarom het daar over de schoenen loopt en tot mijn
grote verdriet en spijt geregeld over de afgesproken 2.000 mensen heen
gaat, is omdat de instroom door blijft gaan en omdat de nareizigers
blijven landen op Schiphol. Over de nareizigers wordt gesproken in het
wetsvoorstel over het tweestatusstelsel, met directe werking. Vanaf het
moment dat die wet aangenomen wordt, gaat de IND conform werken. Wij
hadden met z'n tweeën echt gehoopt dat in de procedurevergadering vorige
week, nee, afgelopen dinsdag, besloten zou zijn dat wij dat nog hadden
kunnen behandelen met z'n tweeën, maar daar is helaas besloten om het
toch weer wat langer te laten duren. De enige manier om hier iets aan te
doen, is door die wetten aan te nemen. Anders moeten we weer wachten tot
juni, wanneer het Migratiepact in werking treedt. Daar moet nog een
wetsbehandeling op komen en ook daarin zit gewoon weer dezelfde keuze
ten aanzien van nareis. De nareis zit namelijk niet in het Migratiepact.
De nareisvoorwaarde is een nationale competentie en dat besluit zul je
moeten nemen, anders heb je te maken met, volgens de huidige stand van
zaken, 53.000 aanvragen tot nareis. Elke statushouder die een vergunning
krijgt, mag zijn familie hiernaartoe halen. Ook daarbij draait de IND
gewoon productie. Elke maand worden er dus nieuwe statussen
verleend.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij gaat het Migratiepact in op, uit mijn hoofd, 26 juni 2026.
Dat betekent dat de implementatiewet daarvoor niet alleen behandeld moet
zijn in deze Kamer, maar ook de Eerste en de Tweede Kamer door moet
zijn. Ik vermoed dus dat we in april, mei die wetten erdoorheen krijgen.
Nou vraag ik me even af of de minister kan schetsen wat het verschil zou
zijn als die asielwetten niet aangenomen worden. Dat vraag ik me af
omdat de minister zonet de opmerking maakte dat het broodnodig is dat
die erdoorheen komen. U weet hoe wij naar een aantal onderdelen van die
wetten gekeken hebben. Een aantal steunen we er, en een aantal vinden
wij juist averechts werken. Maar stel je voor dat ze niet worden
aangenomen, maar we wel weten dat we een of twee maanden later hier de
behandelingen hebben van de implementatiewetten van het Migratiepact,
waarin de keuzes zoals u die schetst ook gewoon voorliggen en daarover
ook knopen doorgehakt moeten worden. Het moet namelijk volgens Europees
recht ingevoerd worden voor 26 juni 2026. Kunt u voor de Kamerleden en
voor de kijkers naar dit debat schetsen welk groot verschil er dan
ontstaat? Kunt u de noodzaak hiervan toelichten?
Minister Keijzer:
Het is niet aan mij om een wedervraag te stellen, maar waarom doe je het
dan niet nu?
De voorzitter:
Een retorische vraag, maar daar mag de heer Ceder op antwoorden.
Minister Keijzer:
Ja, nou, waarom …
De voorzitter:
De heer Ceder. U liet een stilte vallen, minister. Meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik wil het wetsvoorstel niet overdoen. We hebben bij een aantal
behandelingen beide ministers gevraagd of ze één organisatie kunnen
noemen die de volledige omvang van die wet steunt en niet slechts één
onderdeel, maar er is geen een die zegt dat de wet het effect zal hebben
dat de minister beoogd had. Ik denk dat dat een relevant punt is. Het
was onvoldoende voor de meerderheid van de Kamer om alsnog hiertegen te
zijn. Dat is oké. Dat is een gepasseerd station. Maar dan stel ik toch
even serieus mijn feitelijke vraag. Wat is het verschil tussen het niet
aannemen van de asielwetten en het wel aannemen van de
implementatiewetten van het Migratiepact? Kan de minister dat aangeven,
ook voor de kijkers? Wat is het verschil? Wat is de impact daarvan op de
samenleving? Volgens mij is die namelijk niet heel groot.
Minister Keijzer:
De heer Ceder zegt: er is geen enkele organisatie die zegt dat dit een
goed idee is. We moeten ook eerlijk met elkaar zijn en vaststellen dat
al die organisaties werken in de asielketen en daar hun geld verdienen.
Zij hebben dus een bepaalde kijk op de vraagstukken en vinden dat dit
niet de weg is. Feit is dat we dit niet volhouden met elkaar. Als je het
hebt over de nareis — dat is mijn onderdeel in deze wetten — dan liggen
er 53.000 aanvragen op de plank. De IND heeft gepubliceerd dat die
dienst in 2025 op 28.000 verzoeken tot nareis heeft beslist. Als deze
wetten gewoon heel snel waren aangenomen en je het in tweeën knipt, een
halfjaar, omdat het Migratiepact even afgerond per 1 juli in werking
treedt, dan heb je het over 20.000 mvv-nareizen met een
inwilligingspercentage van 87%. Dat zijn in een jaar 17.000
toestemmingen om naar Nederland te komen in het kader van nareis. Je
weet precies wat de helft is: 17.000 gedeeld door twee. Dat zijn de
aantallen waar je het over hebt als dat besluit meteen in januari was
genomen. Het is echt een misvatting om te denken dat wanneer op 12 juni
het Migratiepact in werking treedt, meteen de volgende dag alles
klaarstaat om de uitvoering volgens de nieuwe regels te doen. Er is tijd
nodig om dat allemaal te organiseren. De heer Ceder zegt hier: nou ja,
joh, wat maakt het uit als het twee maanden later is? Ik zou tegen de
heer Ceder willen zeggen: wat maken twee maanden eerder uit, als we de
problemen in de keten zien en we zo langzamerhand niet meer in staat
zijn om mensen op een beschaafde manier op te vangen en met een beetje
tempo een besluit te nemen op de aanvraag die ze doen?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb alle begrip voor de retorische trucjes van de minister, maar mijn
vraag is gewoon niet beantwoord. Mijn vraag wordt al een jaar niet
beantwoord. Wat is de impact? De minister kan dat niet aangeven. De
minister gebruikt een retorisch trucje: als de wet in januari zou zijn
aangenomen, zou het zoveel schelen. Maar de wet is niet in januari
aangenomen, dus wat een onzin! Mijn vraag is wat de impact is op het
moment dat die wet aangenomen wordt ten opzichte van als die aangenomen
wordt in juni. Ik constateer dat de minister na een jaar vragen — want
ik vraag dit niet voor de eerste keer — nog steeds geen antwoord kan
geven op die vraag. De minister zegt dat elke organisatie die hiertegen
is, een financieel perverse prikkel heeft waardoor ze hiertegen is, maar
volgens mij is dat ook onzin. De Raad van State heeft geen perverse
prikkel om het plan van minister Keijzer in de wielen te rijden. De Raad
voor de rechtspraak heeft geen perverse financiële prikkel om het plan
van mevrouw Keijzer in de wielen te rijden.
Ik ben het met mevrouw Keijzer eens dat er wat moet gebeuren. Daar ben
ik het helemaal mee eens. Mijn punt is alleen dat er zo veel in die
maatregelen is gepropt dat organisaties waarschuwen dat die een
averechts effect hebben. Ik probeer de minister daar op een normale
manier over te bevragen. Ik vraag: kunt u aangeven wat het verschil is,
want er is veel onrust in de keten? Ik constateer dat de minister die
onrust niet wil wegnemen. In plaats van antwoorden geven komt zij met
hypothetische situaties die gewoon niet van toepassing zijn, want de wet
is niet in januari aangenomen.
Minister Keijzer:
Cijfers zijn niet hypothetisch. Dat de heer Ceder het niet wil horen,
dat mag. Ik heb net aangegeven dat er in 2025 20.000 mvv-nareizen waren.
20.000! Het inwilligingspercentage is 87%, dus dat zijn 17.500
toestemmingen in 2025 om via nareis naar Nederland te komen. Die mensen
landen op Schiphol en stromen een-op-een binnen in overvolle azc's,
waardoor je bijvoorbeeld — ik ben er zelf geweest — op een kamer komt
van 20 m2, 25 m2, waar een man en een vrouw met
drie kinderen slapen. Daar heb je het over. Dus elke maand dat je die
wetten aanneemt, is een maand waarin je tegen nareisaanvragen kunt
zeggen: nee, u mag uw familie hier pas naartoe halen als u een huis
heeft en als u inkomen heeft. Ik vind het niet meer dan logisch,
voorzitter, niet meer dan logisch. Die mensen komen hier nu binnen,
zitten dus met z'n vijven op een kamer van 25 m2 en moeten
daar wachten op doorstroom naar een zelfstandige woning, die er ook niet
is. Als je dit weet — en ik weet dat de heer Ceder dit weet — begrijp ik
niet dat je niet zegt: oké mensen, deze wetten moeten erdoor; het
moet.
De voorzitter:
De heer Ceder werd uitgelokt, dus ik geef nog één korte gelegenheid voor
een reactie. Maar kort, kort, kort, meneer Ceder. Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik voel me inderdaad uitgelokt. Mevrouw Keijzer doet iets lijken wat
niet het geval is. Over die nareizigers, als de wetten worden
aangenomen, zegt mevrouw Keijzer zelf …
De voorzitter:
"De minister."
De heer Ceder (ChristenUnie):
De minister zegt zelf tegen de vorige spreker: stel dit niet uit, want
bij het Migratiepact zal alsnog een keuze worden gemaakt over nareis.
Met andere woorden: deze keuze gaan we maken, of de asielwetten nu
worden aangenomen of niet. In het Migratiepact gaan we die keuze moeten
maken. Dat heeft u net gezegd en volgens mij is het ook zo. Daarnaast is
het niet zo dat als die wetten worden aangenomen, de nareizigers
verdwijnen. Er vindt gewoon uitstel plaats, wat ook weer problemen met
zich meebrengt, zoals integratievraagstukken en veiligheidsvraagstukken.
Die mensen komen dus gewoon. U heeft het over cijfers. Het is niet alsof
die mensen verdwijnen. Die mensen komen alsnog naar Nederland, alleen
verlaat, vertraagd en extra getraumatiseerd. Ze hebben extra zorg nodig.
Dat zegt mevrouw Keijzer niet.
De voorzitter:
"De minister."
De heer Ceder (ChristenUnie):
De minister. Ik wil mijn punt dus handhaven. Na een jaarlang vragen wat
de impact is ten opzichte van het Migratiepact, kan de minister daar
gewoon geen antwoord op geven en blijft zij hangen in retorische
vraagstukken. Voorts wil ik benadrukken dat ik het punt onderschrijf dat
we moeten hervormen. Juist daarom zijn we voor een snelle implementatie
van het EU-Migratiepact.
Minister Keijzer:
Toch klopt dit niet. Het klopt niet. In het Migratiepact is niet
opgenomen dat je deze eisen stelt aan nareis, dus dat moet je alsnog
besluiten. Het is dus uitstel wat je doet, terwijl er elke week 400
mensen landen op Schiphol die instromen in overvolle asielzoekerscentra.
Ik heb de cijfers net gegeven. Het is dus geen retorisch trucje; het
zijn harde cijfers. In de wetten die nu in de Eerste Kamer liggen,
zitten eisen aan nareis. Die treden dan per direct in werking, zodat de
IND per direct, bij wijze van spreken vanaf de dag erna, op basis van
het nieuwe beleid die verzoeken tot nareis kan beoordelen. Als je na
twee jaar wachttijd vervolgens gaat kijken of iemand huisvesting heeft
geregeld, zou ik het verstandig vinden om dat ook gewoon te verlangen
van iemand die legaal in Nederland verblijft. Als ik een man en kinderen
in het buitenland heb en ik haal ze hiernaartoe, krijg ik ook geen
huisvesting van de overheid. Dus waarom doen wij dat voor statushouders
dan wel?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Deze manier van debatteren is erg vervelend. De heer Ceder stelt gewoon
een vraag aan de minister, die daar zit en die verantwoordelijk is voor
het beleid, beleid waarvan we allemaal vinden dat het niet op orde is.
Hij vraagt naar onderbouwing van maatregelen die worden genomen, een
onderbouwing die we ook in het vorige debat al hebben gevraagd. In
plaats van dat er gewoon een antwoord komt, zoals een onderbouwing met
een rapport — ik denk niet dat het er is, maar los daarvan kan dat dan
ook gezegd worden — komt er een soort college over iets waarvan we
allemaal vinden dat het een probleem is. Niemand zegt hier dat de
asielketen op orde is. Niemand zegt hier dat er geen enkele maatregel
moet worden genomen. Maar als er maatregelen zijn, moeten die wel
onderbouwd kunnen worden. Ik hoop dus dat er gewoon een antwoord kan
komen op de vrij duidelijke vraag die de heer Ceder net stelde, in
plaats van opnieuw een uitleg van waarom allemaal dingen niet kloppen.
Ja, dat weten we. Dat vinden we allemaal.
Minister Keijzer:
De IND heeft onlangs gepubliceerd dat die in 2025 in totaal over 28.000
verzoeken tot nareis heeft beslist. Dat neemt de IND gewoon in zijn
jaarverslagen op. Dat is dus niet iets wat ik bedenk; het is gewoon een
feit. Het is gewoon een feit dat er elke week 400 mensen landen op
Schiphol en dat die zich vervolgens eerst melden in Zevenaar en dan voor
een groot gedeelte instromen in asielzoekerscentra. Ja, het is wat het
is.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dat is het punt allemaal niet. Niemand betwijfelt die feiten. Er wordt
alleen naar een onderbouwing gevraagd van wat de minister net zei. Die
geeft ze niet. Ik kan natuurlijk ook een rijtje opnoemen met feiten die
niets met de vraag te maken hebben, maar dat is het punt niet. Maar ik
laat het hierbij.
De voorzitter:
De minister vervolgt.
Minister Keijzer:
Ik weet niet wat voor onderbouwing je nog nodig hebt als je een klein
beetje weet hoe overvol de azc's zijn. Daar is de bezetting bijna 100%.
Elke week komen er bijna — het aantal Oekraïners moet ik er dan van
aftrekken — 800 à 900 mensen bij. Ik zou niet weten wat voor
onderbouwing je nodig hebt om te kunnen vaststellen dat de keten dat
niet aankan.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Keijzer:
Goed, voorzitter. Even zien. Grip op de instroom. Het tweestatusstelsel
hebben we nu net in de interrupties met elkaar behandeld. In het
wetsvoorstel dat in de Eerste Kamer ligt, zit opgenomen dat die regels
dan per direct in werking treden, zodat je die instroom per direct kunt
stoppen. Daar hoef ik dus niet veel meer aan toe te voegen, volgens mij.
Als dat anders is, dan komt er vanzelf iemand naar de
interruptiemicrofoon.
Dan het tweede blokje, over het stabiliseren van de opvang.
Nu kom ik bij de Spreidingswet. Zoals al vaker gezegd, schommelt de
bezettingsgraad van het COA nu rond de 100%. Het is overvol. Die druk
moet omlaag. Ik kan melden dat het COA inmiddels ongeveer 70.000 plekken
heeft gerealiseerd. Dat komt overeen met het getal dat in het nieuwe
coalitieakkoord staat. Naar schatting 40.000 van deze plekken zijn
beschikbaar voor langere tijd, dus langer dan vijf jaar. Dat gaat lucht
geven, in combinatie met de instroombeperkende maatregelen waarover we
het net gehad hebben. Voor de opvang van Oekraïners zijn nu 95.000
plekken geregeld. Elke week melden zich gemiddeld 300 Oekraïners in
Nederland. Gemeenten zitten echt knel bij het organiseren van de opvang.
De inzet is gericht op uiteindelijke terugkeer naar Oekraïne. Laten we
met z'n allen bidden en hopen dat er snel afspraken over vrede komen in
Oekraïne, om allerlei redenen, maar ook zodat de Oekraïners uiteindelijk
terug kunnen vanuit Nederland. Tot dat moment zijn ze hier. Het is goed
om vast te stellen dat heel veel Oekraïners werken en meedoen in
Nederland. Het doel hier is uiteindelijk — dat heeft ook gestaan in het
langetermijnbeleid voor opvang van Oekraïners — om rechten en plichten
te normaliseren en om de tijdelijke regeling, waaronder de opvang door
gemeenten, zo snel mogelijk af te bouwen. Er wordt intensief met de
Oekraïense ambassadeur samengewerkt om al die plannen uit te werken,
zodat mensen weer teruggaan naar Oekraïne.
Voorzitter. Er is in de regeling van werkzaamheden van gisteren nog aan
mij gevraagd om de Kamer te informeren over wat ik doe met de
Spreidingswet. Daar heb ik u een brief over gestuurd. De bedoeling is
natuurlijk om uiteindelijk voldoende plekken te realiseren. Er staan
grote wijzigingen op de drempel; dat hoop ik echt. Verschillende
regelingen en geld zijn beschikbaar gesteld om de 12.000 statushouders
die al langer dan veertien weken in de opvang zijn, zo snel mogelijk uit
te laten stromen uit de asielzoekersopvang. Die horen daar namelijk ook
gewoon niet thuis. Dat maakt dat ik uiteindelijk besloten heb om dat
over te laten aan mijn opvolger.
Voorzitter. Dan die uitstroom van statushouders. U heeft in mijn brief
ook de verschillende regelingen die daarvoor bestaan aangetroffen: de
flexwoningen, de doorstroomlocaties, en de doelgroep-flexibele regeling
waardoor het mogelijk wordt om verschillende geldstromen samen te voegen
en om statushouders zo snel als mogelijk uit het azc te laten
vertrekken. De inwerkingtreding van die regeling is onder voorbehoud van
de definitieve financiële besluitvorming over de regeling bij de
Voorjaarsnota 2026. Dat is dus een mooie opgave voor mijn opvolger. Dan
kan worden bekeken of je bestaand vastgoed, zoals nu bijvoorbeeld
gebruikt voor Oekraïners, om kunt klappen naar gewone huisvesting, een
dak boven het hoofd. Daar is wel voor nodig dat we een aantal definities
in de huisvestingswetgeving wijzigen. Dat vinden sommige mensen
spannend, maar volgens mij is het nu zaak om alle wetten en praktische
bezwaren die wij in dit land georganiseerd hebben, echt te slechten, om
gewoon praktisch om te gaan met dit vraagstuk en om ervoor te zorgen dat
situaties in de gemeenten waar die statushouders uiteindelijk naartoe
moeten, zo snel als mogelijk normaliseren. Dat is ook goed voor het
meedoen in de samenleving, voor het aan het werk gaan en voor de
integratie.
Voorzitter. De HAR- en de HAR+-regeling zijn ook verlengd. Op dat punt
ben ik aan het kijken om de Regeling verstrekkingen asielzoekers te gaan
wijzigen, zodat ook hiervoor geldt dat een statushouder of een
nareiziger zo snel als mogelijk geplaatst wordt in de gemeente waar hij
aan verbonden wordt en daar ook verantwoordelijk wordt voor zijn eigen
toekomst. Ik ben echt van mening dat we in dit land te lang bezig
geweest zijn om mensen alleen maar te zien als kwetsbaar en ze niet te
zien als de krachtige mensen die het uiteindelijk voor elkaar gekregen
hebben om naar Nederland te komen en hier iets te maken van hun
toekomst. Alle regelingen waar ik de afgelopen tijd aan heb gewerkt en
waar ik in de dagen die mij nog resten aan mag doorwerken, zijn erop
gericht om die situatie te normaliseren. Dat is niet om deze mensen
dingen af te nemen, maar om het zo te organiseren dat de kracht die ze
gewoon in zich hebben, tot zijn recht komt.
Voorzitter. Ik rond af met een blokje overlast. Veel gemeenten ervaren
overlast door asielzoekers. De Syrische amv'ers, alleenstaande
minderjarige vreemdelingen, spreken inmiddels tot de verbeelding.
Hierbij speelt dat er sprake is van — ik kan het niet anders zeggen —
een rondreizende groep die er, zachtjes uitgedrukt, een zooitje van
maakt. Daarom is er ook met gemeenten een landelijke persoonsgerichte
aanpak uitgewerkt. Die richt zich op snelle informatiedeling, de inzet
van passende interventies en een strakke casusregie. Dit is prachtige
ambtelijke taal, die gewoon betekent: erbovenop zitten. Die betekent ook
dat we zorgen dat persoonsgegevens gewoon gedeeld worden met Nidos, met
het COA en met voogden om de boodschap duidelijk te maken: wij zien
jullie, wij zien wat jullie doen en het is onacceptabel. Deze uitwerking
gebeurt samen met gemeenten, maar zeker ook samen met de politie.
Voorzitter. De gedachte, het rationale, daarachter is eigenlijk gewoon
simpel: je vlucht voor oorlog en geweld, je komt hiernaartoe en dan heb
je je gewoon te gedragen. Dan geeft het geen pas om te slopen, overlast
te veroorzaken en geweld toe te passen. Daar wordt ook echt tegen
opgetreden, ook met straf, als daar noodzaak voor is.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen?
Minister Keijzer:
Ik heb nog een paar afrondende woorden, voorzitter.
De voorzitter:
Dan sta ik nu interrupties toe voor dit onderwerp.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik ben het er natuurlijk helemaal met de minister over eens dat overlast
onacceptabel is en dat die moet worden aangepakt. Alleen, nu verscheen
er volgens mij eind december een bericht waarin stond dat asielzoekers
die gebruikmaakten van de bus van Emmen naar het azc in Ter Apel, gratis
met de bus konden omdat zij overlast veroorzaakten. Kan de minister daar
iets meer over zeggen? Ik heb daar namelijk vragen over gesteld. De
minister gaf aan dat dat besluit inmiddels is teruggedraaid, maar klopt
dat? Er verschijnen daarover namelijk wisselende berichten. Ik wil daar
graag wat meer duidelijkheid over krijgen van de minister.
Minister Keijzer:
Ik ging volgens mij op 15 december vorig jaar naar Ter Apel; dat is iets
meer dan een maand geleden. Ik had er samen met gemeentelijke
ambtenaren, COA-medewerkers en medewerkers op het ministerie echt voor
gezorgd dat we ten aanzien van een aantal zaken die daar al langer
speelden, iets te leveren hadden, iets te brengen hadden. We zijn
daarnaartoe gegaan met de beslissingen over de schadevergoedingen, die
al een hele tijd liepen, met de afspraak dat de vreemdelingenpolitie
weer actief zou worden in Ter Apel en met de afspraak dat het COA ervoor
zou zorgen dat de overlastgevende Dublinners of veiligelanders — laat ik
ze zo maar even samenvatten — niet allemaal daar zouden zitten, maar dat
ze gewoon in plukjes verdeeld worden over Nederland. De ervaring leert
namelijk dat het overlast veroorzaakt als je ze allemaal bij elkaar
stopt.
Ik kwam in Ter Apel en werd daar eigenlijk — laat ik het maar gewoon
zeggen zoals het is — wat overvallen door het lokale besluit om die bus
gratis te maken. Ik heb toen meteen gevraagd of dat de bedoeling is. Dat
lijkt mij niet, want er is een aanbesteding geweest en de afspraak is al
een hele tijd dat er gewoon betaald wordt voor die speciale buslijn. Ik
werd daar dus wat door overvallen. Ik ben toen meteen het gesprek
aangegaan en heb gezegd: dit is niet de afspraak; dit is niet de
bedoeling. Dat staat nog los van het feit dat hier een prijskaartje van
€250.000 aan hangt, dat ik in ieder geval niet betaal. Maar hierachter
zit ook dat je mensen die zich misdragen, niet een bonus geeft door een
gratis busritje te organiseren. Het is buitengewoon wrang in dat deel
van Nederland, waar sowieso al geklaagd wordt over het verdwijnen van
busvervoer. Zo is het gegaan. Vervolgens is heel snel besloten: nee, dit
is niet de bedoeling; er moet ter plekke opgetreden worden tegen mensen
die zich misdragen.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Oké, dat is duidelijk. Dan wil ik de minister wel vragen of zij kan
garanderen dat het niet meer voor gaat komen. Ik bedoel dat asielzoekers
die zich misdragen en overlast veroorzaken, gewoon opgepakt worden,
vastgezet worden en het land uit worden gezet. Zij moeten niet beloond
worden met gratis busvervoer.
Minister Keijzer:
Nederland heeft ooit een minister-president gehad die de wijze woorden
sprak: op stofzuigers zitten garanties. Serieus, ik kan geen garanties
geven. Een lokale bestuurder heeft altijd de ruimte om een besluit te
nemen. Hier zijn we gelukkig snel met elkaar tot de conclusie gekomen
dat dit weliswaar begrijpelijk was vanuit frustratie, maar dat het niet
de weg was om om te gaan met vluchtelingen die zich misdragen. Je treedt
op tegen vluchtelingen die zich misdragen. Die geef je zeker geen gratis
busvervoer.
De voorzitter:
Uw slotwoorden.
Minister Keijzer:
Mijn slot, voorzitter; ik rond af. Dit kabinet, dat kort gezeten heeft,
heeft naar mijn mening wel heel veel werk verzet. Ik denk dat het netjes
is om onze vorige minister, Marjolein Faber, een bijzonder mens —
volgens mij zijn we het daar allemaal over eens — te noemen. Zij heeft
wel de wetten uiteindelijk door het kabinet gekregen en hier in deze
Kamer neergelegd. Wij hebben eerst met z'n drieën, later met z'n tweeën,
samen met alle ambtenaren die daarachter zitten, heel hard gewerkt om
deze wetten door de Tweede Kamer te krijgen. We hebben beleid gemaakt
dat de opvang normaliseert. Daarmee ligt er eigenlijk voor het volgende
kabinet best een mooi overzicht om op verder te bouwen. Het is echt de
bedoeling dat het asielsysteem stabiel gekregen wordt.
Ik hoop dan ook zeer — ik zeg het hier nog maar eens een keer — dat de
wetten in de Eerste Kamer worden aangenomen. Als dat niet gebeurt, stel
je eigenlijk een oplossing voor de ellende in de keten uit. Het is echt
van het grootste belang dat dit wel gebeurt.
Daarmee ben ik tot een einde gekomen van deze termijn. Ik herhaal het
nog maar een keertje: het is mij een voorrecht geweest om in dit
dossier, wat echt een van de grote problemen van Nederland is, samen met
mijn collega Van Weel stappen te hebben kunnen gezet om de problemen te
verminderen. Ik wens onze opvolgers daarbij heel veel succes.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik begrijp dat de minister aan het eind van haar eerste termijn gekomen
is. Ik had nog gerekend op een appreciatie van een amendement over
gastgezinnen, tenzij dit "wie zwijgt, stemt toe" betekent, maar anders
hoor ik die nog graag.
Minister Keijzer:
Dat doen we volgens mij altijd in de tweede termijn, bij de moties.
De voorzitter:
Wat u wilt. De minister stelt voor dit in de tweede termijn te doen. Als
u daarmee akkoord bent, zou ik dat willen volgen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik kondigde net al even aan dat wij, en de SGP dus ook, kritische vragen
hadden gesteld over de kwaliteit van deze begroting. Er zitten een
aantal aannames in deze begroting waarvan ook de Rekenkamer zegt dat ze
niet realistisch zijn. Ik hoor graag hoe het kabinet daarop
terugkijkt.
Minister Keijzer:
Mevrouw Westerveld heeft die vragen gesteld. Dat zijn, om precies te
zijn, de vragen 11, 22, 23 en 24. Die hebben wij schriftelijk
beantwoord. Ik heb daar nu eigenlijk niet zo heel veel aan toe te
voegen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb uiteraard de antwoorden gelezen. Dat waren antwoorden, maar niet
per se antwoorden op onze vragen. Ik heb zomaar de indruk dat we daar
vandaag niet uit gaan komen. Ik wil daarbij wel even de opmerking maken
dat ik het best wel kwalijk en schadelijk vind voor het draagvlak dat er
de afgelopen jaren zo veel geld is uitgegeven aan bijvoorbeeld
noodopvang, waarvan de Rekenkamer en andere organisaties zeggen dat het
gewoon geld over de balk smijten is. Ik begrijp heel goed dat de
minister hier misschien niet op wil ingaan, maar ik wilde het hier toch
even genoemd hebben.
Minister Keijzer:
Dat is toegestaan. Laten we met z'n allen hopen en bidden dat er niet
ergens weer een gigantisch conflict uitbreekt waardoor allerlei mensen
naar Nederland komen, boven op de vaste plekken die ook de nieuwe
regering wil gaan realiseren. Als je dan mensen niet onder de brug wil
laten belanden, zul je noodopvang moeten realiseren.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn
van de zijde van het kabinet.
We zijn aangekomen bij de tweede termijn van de zijde van de Kamer. De
heer Sneller geeft aan af te zien van zijn tweede termijn. Mevrouw
Rajkowski krijgt het woord voor haar tweede termijn namens de VVD.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank, voorzitter. Ik begin met het indienen van twee moties. Eentje gaat
over biometrische gegevens.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op dit moment een wijziging van de Vreemdelingenwet
2000 aanhangig is die de nationale bevoegdheid om biometrische gegevens
te gebruiken in de vreemdelingenketen verlengt;
constaterende dat deze bevoegdheid op 1 maart 2026 afloopt, waardoor
gezichtsopnamen en vingerafdrukken op grond van deze bevoegdheid niet
kunnen worden afgenomen en verwerkt en deze gegevens dreigen te worden
vernietigd;
overwegende dat het vernietigen van deze biometrische gegevens ertoe kan
leiden dat het voor de vreemdelingenketen lastiger wordt om de
identiteit van migranten vast te stellen, waardoor het risico op
onjuiste beslissingen bij onder andere asielaanvragen toeneemt;
verzoekt de minister om, zolang het wetsvoorstel nog aanhangig is in een
van beide Kamers, geen onomkeerbare stappen te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rajkowski.
Zij krijgt nr. 14 (36800-XX).
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Met "geen onomkeerbare stappen" wordt trouwens het niet vernietigen van
de gegevens bedoeld, voor het geval daar nog een vraag over komt.
De tweede motie gaat over wooncomplex Stek Oost. Daar heb ik net volgens
mij niks over gehoord. Ik had de motie ook al klaarliggen, dus dan doe
ik het op deze manier.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het wooncomplex Stek Oost in Amsterdam meerdere
onaanvaardbare veiligheidsincidenten hebben plaatsgevonden met
statushouders richting andere bewoners, waaronder aanranding, bedreiging
en intimidatie;
van mening dat het volstrekt onacceptabel is dat statushouders die naar
Nederland zijn gevlucht op deze manier misbruik maken van onze
gastvrijheid;
verzoekt de minister dan ook om in gesprek te gaan met de VNG om tot een
gezamenlijk kader te komen waarin veiligheids- en beheersafspraken staan
om ervoor te zorgen dat gemengde woonvormen veilig zijn, en om in dit
kader de aanbevelingen van het Verwey-Jonker Instituut naar aanleiding
van de Stekprojecten in Amsterdam mee te nemen;
verzoekt de minister om hierin in ieder geval op te nemen dat
statushouders die betrokken zijn bij veiligheidsincidenten in gemengde
woonvormen uit die woonvorm worden gezet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rajkowski.
Zij krijgt nr. 15 (36800-XX).
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Dan heb ik nog één vraag aan de minister
openstaan, over het innen van boetes als het gaat om overlastgevend
gedrag of zwartrijden in het ov. Daar hoor ik graag nog antwoord op in
de tweede termijn.
Dat was 'm.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Westerveld voor haar inbreng in de
tweede termijn. Het gaat snel, hè, mevrouw Westerveld? Als u zover bent
… Doet u rustig aan, hoor! Gaat uw gang.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik had nog even wat tijd nodig, voordat ik straks een motie zou
voorlezen en de heer Ceder helemaal zou schrikken op het moment dat ik
zijn naam noem als medeondertekenaar. Maar hij was helemaal
akkoord!
Voorzitter. Ik heb twee moties, allebei ook ondertekend door de heer
Ceder. Dit is de eerste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Wet invoering tweestatusstelsel en de
Asielnoodmaatregelenwet, met daarin de strafbaarstelling van hier
onrechtmatig verblijvende mensen, zijn opgenomen in het coalitieakkoord
van het kabinet-Jetten;
overwegende dat alle uitvoeringsorganisaties kritisch zijn op deze
strafbaarstelling, omdat de angst voor arrestatie ertoe kan leiden dat
mensen in een kwetsbare positie, waaronder kinderen die hier zijn
geboren, slachtoffers van (seksuele) uitbuiting en zwangere vrouwen,
geen medische zorg, onderwijs of hulp van maatschappelijke organisaties
durven te zoeken;
overwegende dat uitvoeringsorganisaties ook aangeven dat deze maatregel
averechts werkt en kan leiden tot minder toezicht en minder terugkeer,
omdat mensen nog meer van de radar verdwijnen;
spreekt uit dat de strafbaarstelling van ongedocumenteerden ongewenst is
en niet zou moeten worden uitgevoerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Ceder.
Zij krijgt nr. 16 (36800-XX).
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dan mijn tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat asielzoekers langer dan ooit wachten op een besluit
van de IND;
constaterende dat de werkdruk van de IND de aankomende tijd fors zal
toenemen, onder meer door de intreding van het Asiel- en Migratiepact in
juni 2026;
overwegende dat de IND daarnaast mogelijk wordt belast met de uitvoering
van de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering
tweestatusstelsel;
overwegende dat een snelle besluitvorming bij de IND beter is voor de
integratie van vluchtelingen die hier mogen blijven, maar ook voor
asielzoekers die hier niet mogen blijven;
verzoekt de regering om voor de invoering van het Asiel- en Migratiepact
te komen met een realistisch plan van aanpak voor het wegwerken van de
achterstanden en het verkorten van de doorlooptijden bij de IND,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Ceder.
Zij krijgt nr. 17 (36800-XX).
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik wil beide bewindspersonen bedanken. We hebben niet zo'n
hele lange periode debatten met elkaar gehad. Het waren ook niet altijd
debatten waarin we het even goed met elkaar konden vinden; laat ik me
maar zo uitdrukken. Ik wil jullie alle twee wel heel erg bedanken voor
de inzet.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng
in tweede termijn namens de BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik begin met een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het Al-Hol-kamp duizenden (ex-)ISIS-leden en hun
kinderen verblijven, onder wie ook personen met de Nederlandse
nationaliteit;
overwegende dat de toelating van deze groep een onaanvaardbaar
veiligheidsrisico vormt voor Nederland;
overwegende dat betrokkenheid bij ISIS zowel uitsluiting van bescherming
op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag als intrekking van
het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap
rechtvaardigt in het belang van de nationale veiligheid;
verzoekt de regering personen uit het Al-Hol-kamp die Nederland willen
binnenkomen om asiel aan te vragen geen toegang tot Nederland te
verlenen op basis van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag en van
deze personen met de Nederlandse nationaliteit het Nederlanderschap in
te trekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 18 (36800-XX).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan wil ik ook de ministers bedanken voor hun inzet in de afgelopen
maanden. Vanaf 3 juni, toen de PVV het kabinet verliet en later ook NSC
het kabinet verliet, kwam het aan op twee partijen. Die bleven hun werk
doen, bleven op hun posten zitten en probeerden nog de beste dingen voor
Nederland te bereiken, met twee fracties. Ik ben er trots op dat wij een
van die fracties waren. Althans, we waren een van de partijen die ook
nog bewindspersonen in het kabinet hebben gehad en die daar hun werk
zijn blijven doen. Daar is echt heel veel waardering en respect voor. Ik
weet ook dat heel veel mensen in het land daar heel veel respect voor
hebben, of ze het nou met ons of de andere partijen eens waren of niet.
Heel veel respect daarvoor en heel veel waardering. Veel succes met wat
u verder gaat doen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Dan is het woord aan mevrouw Vondeling
voor haar inbreng in tweede termijn namens de Partij voor de
Vrijheid.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik heb een aantal moties. Die ga ik oplezen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering per direct een totale asielstop in te voeren alsook
een volledige stop op gezinshereniging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 19 (36800-XX).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering alle tijdelijke asielvergunningen van Syriërs in te
trekken en in te zetten op terugkeer naar Syrië,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 20 (36800-XX).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering over te gaan tot de gedwongen uitzetting van
criminele Syriërs,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 21 (36800-XX).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering het wetsvoorstel om de Spreidingswet in te trekken
nog voor de beëdiging van het kabinet-Jetten naar de Raad van State te
sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 22 (36800-XX).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlandse jongeren en medewerkers jarenlang zijn
geterroriseerd, bedreigd, aangerand en verkracht door jonge mannelijke
statushouders in het wooncomplex Stek Oost;
constaterende dat dit gedrag geen incident is maar een structureel
probleem binnen meerdere gemengde wooncomplexen van statushouders en
Nederlandse jongeren;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat alle linkse sociale
experimenten waarbij jonge mannelijke statushouders worden gehuisvest
met Nederlandse jongeren per direct worden stopgezet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 23 (36800-XX).
Mevrouw Vondeling (PVV):
De laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat recent een pendelbus tussen station Emmen en het
asielzoekerscentrum in Ter Apel gratis is gemaakt voor asielzoekers als
reactie op overlast en incidenten door asielzoekers;
verzoekt de regering overlastgevende asielzoekers niet te belonen met
gratis openbaar vervoer maar het land uit te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 24 (36800-XX).
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van den Brink. Nee, hij ziet af van
zijn spreektijd. Dan is het woord aan de heer Boomsma voor zijn inbreng
in tweede termijn namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de ministers voor het beantwoorden van
onze vragen. Ik had nog een vraag over het terugsturen van criminele
Afghanen. De ministers schrijven: Nederland wil geen banden aanknopen
met de taliban. Ik snap dat je daar niet mee wil praten, maar de vraag
ging juist om het volgende. Er zijn landen die ook geen banden hebben
met de taliban en die ook niet willen, maar die doen het via andere
landen, bijvoorbeeld Oezbekistan of Qatar. Duitsland doet dat ook zo. Ik
zou er daarom toe willen oproepen om niet alleen te wachten tot de EU
stappen zet, maar ook gewoon actief te kijken naar andere mogelijkheden,
met landen als Duitsland of zelfs alleen.
Dan over de Syriërs. De minister gaf aan dat het nog een maand duurt
voordat het landenbeleid is opgesteld. JA21 vindt dat echt topprioriteit
zou moeten zijn, ook omdat je dan kunt beginnen met die
herbeoordelingen. Ik heb daar nog een aantal moties voor.
Eerst een motie over de Belgische Dublinclaimanten. Die moeten
natuurlijk ook gewoon terug naar België.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een belangrijk fundament van het Europese asielbeleid is
dat asielzoekers die in andere EU-landen asiel hebben aangevraagd daar
die procedure doorlopen en anders als Dublinclaimanten worden
teruggestuurd;
overwegende dat de Raad van State heeft geoordeeld dat Nederland de
alleenstaande mannelijke asielzoekers die via België hier komen niet
meer mag terugsturen naar België, omdat dit in strijd zou zijn met
artikel 3 van het EVRM (het folterverbod);
overwegende dat dit leidt tot een forse toename van het aantal
asielzoekers naar Nederland en er al bijvoorbeeld 170 "niet-kwetsbare
mannen" aan Belgische Dublinclaimanten zijn gekomen en vele anderen
direct doorreizen;
overwegende dat dit Nederland miljoenen euro's kost en extra druk legt
op de al overvolle opvang;
overwegende dat Nederland in overleg is met België maar er nog geen
resultaten zijn behaald;
verzoekt de regering Dublinoverdrachten naar België zo snel mogelijk te
hervatten en er bij de Belgische regering op aan te dringen om
maatregelen te treffen om de bestaande Dublinclaimanten, en eventuele
nieuwe gevallen, zo veel mogelijk alsnog over te kunnen dragen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Diederik van
Dijk.
Zij krijgt nr. 25 (36800-XX).
De heer Boomsma (JA21):
Dan een motie over gezinshereniging, zoals ik in mijn eerste termijn had
aangekondigd.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's) vaak
door ouders vanuit opvangplekken in bijvoorbeeld Turkije vooruit worden
gestuurd om asiel aan te vragen in Nederland in de hoop dat de rest van
het gezin later kan nareizen met een beroep op het recht op
gezinshereniging via artikel 8 EVRM;
overwegende dat het onwenselijk is dat het beleid zo een prikkel bevat
om minderjarigen alleen vooruit te sturen langs vaak gevaarlijke routes
en hen te scheiden van hun ouders;
overwegende dat de komst van amv's de afgelopen jaren snel is gestegen
en de Tweede Kamer onlangs wetgeving heeft aangenomen die een wachttijd
van twee jaar introduceert voor gezinshereniging;
overwegende dat bijvoorbeeld Noorwegen goede ervaringen heeft opgedaan
met gezinshereniging in derde landen door een aanvullende toets van waar
het gezin zich bevindt en of het daar veilig is;
verzoekt de regering in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn om
bij aanvragen voor gezinshereniging door amv's die te laten plaatsvinden
in het land waar de rest van het gezin zich bevindt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma, Ceulemans en Diederik
van Dijk.
Zij krijgt nr. 26 (36800-XX).
De heer Boomsma (JA21):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in de nieuwe Europese wetgeving per juni het
bandencriterium wordt aangepast, waarmee het juridisch mogelijk wordt
asielzoekers voor hun asiel terug te sturen naar veilige derde landen
waar ze bijvoorbeeld doorheen zijn gereisd;
overwegende dat dit het mogelijk maakt om de instroom te beperken en
asielzoekers niet in Nederland of de EU op te vangen maar
daarbuiten;
overwegende dat dit tevens de perverse prikkel om illegaal naar de EU te
reizen wegneemt en daarmee het verdienmodel van de
mensensmokkelaars;
overwegende dat daartoe afspraken moeten worden gemaakt met derde landen
zodat die die asielzoekers terug kunnen en zullen nemen en effectieve
bescherming kunnen bieden;
verzoekt het kabinet om actief in overleg te treden met veilige derde
landen op de belangrijkste migratieroutes over het organiseren van
terugkeer en eventueel opvang van asielzoekers in verband met de
voorgenomen aanpassing van het bandencriterium, tegelijkertijd
voorbereidingen te treffen om het concept "veilige derde landen" veel
vaker toe te passen op individueel niveau, daarbij waar mogelijk samen
te werken met gelijkgestemde EU-landen, en voor de zomer hiertoe een
plan van aanpak voor te leggen aan de Tweede Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Diederik van
Dijk.
Zij krijgt nr. 27 (36800-XX).
De heer Boomsma (JA21):
Tot slot, voorzitter, over de taskforce terugkeer Syriërs.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland de afgelopen jaren een groot aantal
tijdelijke verblijfsvergunningen aan Syriërs heeft verleend in het kader
van internationale bescherming;
overwegende dat een gerichte inzet op terugkeer, waar de
veiligheidssituatie in Syrië dit toelaat, noodzakelijk is om de druk op
het asielstelsel en de opvangcapaciteit te verlichten;
verzoekt de regering met een voorstel te komen voor de oprichting van
een taskforce terugkeer Syriërs, gericht op het versnellen en
intensiveren van de terugkeer van Syriërs, onder andere door het
versneld afdoen van openstaande asielverzoeken en het herbeoordelen van
de verblijfsvergunningen, waar en zodra dat mogelijk is, en de Kamer zo
snel mogelijk te informeren over de voorgestelde inrichting, opdracht en
benodigde middelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Ceulemans.
Zij krijgt nr. 28 (36800-XX).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Russcher voor zijn inbreng namens FVD. Gaat uw gang.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie, die als volgt luidt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Spanje 500.000 illegale migranten een
verblijfsvergunning wil geven;
overwegende dat dit beleid illegaal verblijf beloont, een aanzuigende
werking heeft en de rechtsorde ondermijnt;
spreekt uit dat dergelijk beleid nooit in Nederland ingevoerd mag
worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 29 (36800-XX).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk voor zijn inbreng in tweede termijn namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de bewindspersonen voor alles wat ze de
afgelopen periode gedaan hadden op dit toch wel heel ingewikkelde
dossier, een dossier waarbij we altijd oog moeten houden voor de mens
achter de getallen maar het juist ook de opdracht is aan politici om ook
aandacht te houden voor de aantallen achter de mensen. Dat betekent dus
spanning tussen hoofd en hart. Ik denk dat het misgaat bij het
asielbeleid als we die spanning verliezen.
Voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste dien ik in samen met collega
Ceder.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de EU Country Guidance over Syrië stelt dat lidstaten
de asielaanvraag van Syrische christenen enkel "in uitzonderlijke
gevallen" moeten toekennen, omdat vervolging van christenen nauwelijks
zou voorkomen;
overwegende dat na de val van het Assadregime en de machtsovername door
de islamitische rebellengroep HTS de situatie voor christenen in Syrië
dramatisch verslechterd is, zoals blijkt uit de Open
Doors-ranglijst;
verzoekt de regering de EU-handreiking op dit onderdeel niet bepalend te
laten zijn bij de asielprocedure, maar in het Nederlandse beleid
expliciet rekening te houden met de kwetsbare positie van Syrische
christenen en deze voortdurend te monitoren, teneinde het beleid daarop
aan te passen indien noodzakelijk;
verzoekt de regering in EU-verband aan te dringen op aanpassing van de
richtlijn zodat de positie van Syrische christenen in lijn wordt
gebracht met de daadwerkelijke vervolging die er plaatsvindt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en
Ceder.
Zij krijgt nr. 30 (36800-XX).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Mijn tweede motie dien ik in samen met collega Boomsma.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de EU Country Guidance voor Syrië bij individuen met
vermeende ISIS-banden en hun familieleden "gegronde angst voor
vervolging in het algemeen" bevestigt;
verzoekt de regering de EU-handreiking op dit onderdeel niet bepalend te
laten zijn bij de asielprocedure;
verzoekt de regering in EU-verband aan te dringen op het schrappen van
dit onderdeel en te borgen dat vervolging als gevolg van banden met ISIS
geen grond kan zijn voor asiel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en
Boomsma.
Zij krijgt nr. 31 (36800-XX).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een wat overkoepelende vraag, omdat ik de heer Diederik van Dijk
een aantal keer een opmerking heb horen maken over de positie van
christenen. Ik weet waar hij vandaan komt en voor welke partij hij in de
Kamer zit, dus dat is allemaal hartstikke logisch. Maar het zou toch
niet uit moeten maken of iemand wel of niet christelijk is of een ander
geloof aanhangt, of geen geloof aanhangt? Juist met de Bijbel in het
achterhoofd, zouden we toch moeten kijken naar wat iemand nodig heeft?
En op basis daarvan zou iemand toch hulp moeten krijgen?
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Op de manier waarop mevrouw Westerveld het zegt: van harte mee eens.
Inderdaad, we kijken niet naar achtergrond, ras, religie, noem allemaal
maar op. Als mensen in nood zijn, vervolging te duchten hebben et
cetera, dan willen wij hen welkom heten. Ik neem aan dat u op mijn motie
reageert. In die EU-handreiking lees ik de constatering dat christenen
op dit moment niet veel te duchten hebben in Syrië. Dat staat haaks op
alle informatie die wij krijgen. Ik wijs ook naar de recente Open
Doors-ranglijst. Dus mijn motie zegt: denk erom dat deze richtlijn niet
bepalend is voor ons asielbeleid.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dat zat ook in uw betoog gisteren. Maar dan is mijn conclusie uit uw
antwoord dat het dus ook voor anderen die in een soortgelijke situatie
verkeren, niet uit zou moeten maken en dat daar dus hetzelfde beleid
voor gehanteerd moet worden, namelijk dat open, ruimhartige beleid?
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Daar ben ik het op zichzelf volstrekt mee eens. Waarom leggen wij op een
aantal plekken expliciet de vinger bij christenen? Omdat het wereldwijd
de grootste groep is en wij soms toch vinden dat die proportioneel wat
te weinig aandacht krijgt. Ook speelt hierbij mee dat christenen in een
regio die vooral islamitisch georiënteerd is, vaak meer nog te duchten
hebben dan andere groepen, en dat daarom opvang in de regio vaak
moeilijker is. Dat verklaart enigszins waarom wij soms ook expliciet bij
deze in onze ogen heel kwetsbare en grote groep wel de vinger
leggen.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Ceder voor zijn tweede termijn namens de
ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel ontvoerde jezidivrouwen en -meisjes, tegen wie
gruwelijke misdaden zijn gepleegd door IS, al jarenlang in onveilige en
overvolle vluchtelingenkampen in Noord-Irak wonen;
overwegende dat meerdere landen reeds jezidiontheemden via UNHCR uit
Irak hebben hervestigd, ondanks het formele criterium dat hervestiging
alleen mogelijk is wanneer vluchtelingen niet in hun thuisland
verkeren;
overwegende dat de Kamer de motie op stuk nr. 3143 (19637) heeft
aangenomen en het kabinet in de Kamerbrief van 4 april 2025 aangaf geen
uitvoering te geven aan de motie;
verzoekt het kabinet alsnog, net als andere landen, een dergelijke
uitzondering toe te passen en over te gaan tot hervestiging van een
aantal kwetsbare jezidiontheemden vanuit Irak met hulp van UNHCR,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Westerveld.
Zij krijgt nr. 32 (36800-XX).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat bekeerlingen in asielzoekerscentra in toenemende mate
melding maken van bedreigingen van andere asielzoekers;
overwegende dat er een beleidskader levensbeschouwing en een
werkinstructie voor het COA zijn die richting geven voor hoe om te gaan
met uitingen van levensbeschouwingen en hoe te handelen in het geval van
spanningen en bedreigingen tussen asielzoekers met geloofsovertuiging
als reden;
overwegende dat niet op alle COA-locaties adequaat wordt omgegaan met
onveilige situaties voor bekeerlingen;
verzoekt de regering de signalen en inzet ten aanzien van onveiligheid
van bekeerde asielzoekers met het COA en partners zoals Stichting Gave
te bespreken, bijvoorbeeld door op elke locatie ervoor te zorgen dat er
medewerkers zijn die handelingsbekwaam zijn in dit soort
situaties;
verzoekt de regering no-tolerancebeleid toe te passen op asielzoekers
die religieus gemotiveerd geweld plegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Diederik van
Dijk.
Zij krijgt nr. 33 (36800-XX).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ceder. Dan is het woord aan de heer Heutink voor zijn
inbreng. Die doet hij namens de Groep Markuszower. Hij is de laatste
spreker van de Kamer in de tweede termijn.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik wil eerst beide bewindspersonen bedanken voor hun inzet.
Ik begrijp dat we minister Van Weel nog terug gaan zien in het kabinet.
Ik kijk ernaar uit om met minister Keijzer en straks ook Kamerlid
Keijzer nauw samen te werken om iets te bereiken voor Nederland.
Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de gemiddelde asielinstroom in de eerste vier weken
van 2026 800 bedraagt;
constaterende dat een groot deel van deze instroom gezinsmigranten
betreft;
constaterende dat Nederland dit niet aankan, gezien de
capaciteitsproblemen in het onderwijs, de huisvesting, de
gezondheidszorg en de verzorgingsstaat;
constaterende dat Oostenrijk in juli 2025 binnen het Europees recht en
geldende internationale verdragen succesvol een tijdelijke stop op
gezinshereniging heeft ingevoerd;
verzoekt de regering om in navolging van Oostenrijk met een
onmiddellijke stop op gezinshereniging van asielzoekers te komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Heutink en Lammers.
Zij krijgt nr. 34 (36800-XX).
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan de laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het voor de nationale veiligheid en de openbare orde
essentieel is dat veiligheidsdiensten en justitie een goed beeld hebben
van wie ons land binnenkomt;
constaterende dat de IND een cruciale informatiepositie heeft;
constaterende dat IND-dossiers in beperkte mate gedeeld worden met
justitie en de veiligheidsdiensten;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat deze IND-dossiers structureel
en onvoorwaardelijk worden gedeeld met justitie en
veiligheidsdiensten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Heutink en Lammers.
Zij krijgt nr. 35 (36800-XX).
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors tot 15.15 uur voor de appreciaties en de
beantwoording.
De vergadering wordt van 15.04 uur tot 15.15 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister van Asiel en
Migratie voor de appreciaties van de ingediende moties.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. U zult mij de getallen horen noemen. De getallen die
ik niet noem maar volgordelijk wel had moeten noemen, zal minister
Keijzer voor haar rekening nemen.
De voorzitter:
Heel goed.
Minister Van Weel:
De heer Boomsma stelde een vraag over Afghanistan en over hoe daarmee om
te gaan. Ik zal mijn opvolger doorgeven om ook met andere landen in
overleg te gaan. Duitsland is niet het beste voorbeeld, omdat Duitsland
er wél voor heeft gekozen om weer banden met de taliban aan te gaan om
dit soort constructies mogelijk te maken. Dat is wat wij niet willen,
maar natuurlijk kijken we naar andere mogelijkheden en andere landen. Ik
geef dat dus graag door.
De motie op stuk nr. 14 van mevrouw Rajkowski kan ik oordeel Kamer geven
onder de voorwaarde dat dit een oproep is aan de Kamer om het
wetsvoorstel snel te behandelen en dat ik ga doen wat binnen mijn macht
ligt om daaraan bij te dragen. Als ik 'm zo mag lezen, kan ik 'm oordeel
Kamer geven.
De voorzitter:
Mevrouw Rajkowski. Het mag ook non-verbaal. Ik heb het geprobeerd.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik kom non-verbaal niet verder dan een vraagteken, voorzitter. Ja, het
is zeker een oproep aan de Kamer. Het is ook heel fijn dat de minister
doet wat in zijn macht ligt, maar de minister heeft natuurlijk niet in
zijn macht wat de Kamer gaat doen. Zo bedoelde hij het toch niet? Dat
gaat toch meer over wat de rest van de motie vraagt?
Minister Van Weel:
Ja. En ik interpreteer het zo dat u uw eigen Kamer ook oproept om hier
zo snel mogelijk aan bij te dragen.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ja, ik doe mijn best. Oké.
Minister Van Weel:
Uiteindelijk ligt daar de sleutel, want ik heb me wel te houden aan de
wet. Op het moment dat de wet mij geen mogelijkheden meer biedt om deze
gegevens te bewaren, moet er iets anders gebeuren. Dat kan alleen maar
via uw Kamer, omdat ik niet buiten de wet kan handelen. Vandaar die
interpretatie.
De voorzitter:
Mevrouw Rajkowski stemt in met die interpretatie. Daarmee krijgt de
motie op stuk nr. 14 oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 16 is een spreekt-uitmotie.
De motie op stuk nr. 17 geef ik oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 18 van mevrouw Van der Plas moet ik ontraden omdat
1F geen generieke uitsluitingsgrond is. Ik ben het met mevrouw Van der
Plas eens dat degenen die daar nu vastzitten, zeker geacht worden onder
dit regime te gaan vallen, maar daarvoor moet wel elke keer een
individuele toetsing worden gedaan. Je kunt niet op voorhand zeggen dat
iedereen die vanaf een bepaalde plek komt, per definitie onder 1F valt.
Dat vereist gewoon een onderzoek. Vandaar dat deze motie wordt
ontraden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De IND doet op basis van signalen onderzoek en geeft ook zelf aan dat
als er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat zij een gevaar vormen,
dit artikel kan worden ingezet. Ik wil de minister vragen om bij
terugkeer in Nederland heel goed te kijken naar deze groep mensen die
daar nu zit, dus om dan heel goed naar die specifieke groep te kijken,
en om te kijken of er een grond is waarop ze op basis van artikel 1F
niet in Nederland kunnen komen en waarop we ze het Nederlanderschap
kunnen afnemen. Natuurlijk heb je dan wel twee paspoorten of twee
nationaliteiten nodig, maar is de minister bereid om dat te doen bij
deze specifieke groep en om dit artikel goed te kunnen gebruiken om te
kijken of er een grond is om ze de toegang inderdaad te ontzeggen?
Minister Van Weel:
Dat gaan we zeker doen. Uiteraard zal deze mensen zeer waarschijnlijk
allemaal, met verwijzing naar artikel 1F, de toegang tot ons land worden
geweigerd, maar daarvoor moeten ze wel eerst komen. We kunnen dat niet
conform wat de motie vraagt op voorhand generiek voor al deze mensen
doen. De oproep van mevrouw Van der Plas is om bij deze mensen
nadrukkelijk te kijken hoe we artikel 1F kunnen inzetten om ze de
toegang te ontzeggen. Het antwoord daarop is duidelijk.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Oké. Mag ik dit dan opvatten als een interpretatie van de motie waardoor
die oordeel Kamer kan krijgen?
De voorzitter:
Heel creatief.
Minister Van Weel:
Nee, daarvoor zou die echt omgeschreven moeten worden, omdat het dictum
heel hard zegt personen die binnenkomen geen toegang te verlenen. Als ik
'm zo mag lezen dat bij personen die uit Al-Hol komen scherp zal worden
gekeken naar de mogelijkheden die artikel 1F biedt om de toegang te
ontzeggen, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan ga ik akkoord met die interpretatie. Ik laat de motie dan ook zo.
Met deze interpretatie krijgt die dan oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
Ja.
De voorzitter:
Akkoord. Met de interpretatie van de minister zoals gegeven door mevrouw
Van der Plas krijgt de motie op stuk nr. 18 oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 19 over de asielstop: ontraden. Dat is geen
verrassing. Bovendien is de motie strijdig met het EU-recht.
De motie op stuk nr. 20 van mevrouw Vondeling: ontraden op dezelfde
gronden als waarop ik de motie van mevrouw Van der Plas ontraadde. Er
moet altijd een individuele beoordeling zijn.
De motie op stuk nr. 21 van mevrouw Vondeling: ook hier moet individuele
toetsing plaatsvinden. Vandaar: ontraden.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik heb nog één vraag aan de minister over deze motie. Ik heb begrepen
dat Duitsland en uit mijn hoofd volgens mij ook Oostenrijk inmiddels wel
criminele Syriërs gedwongen hebben uitgezet. Klopt dat? Waarom is
Nederland hier nog niet toe overgegaan?
Minister Van Weel:
Dat klopt. Het staat ook hoog op ons verlanglijstje. Op dit moment
kijken we hoe we gedwongen terugkeer, want daar gaat het dan vaak over,
mogelijk kunnen maken. In die zin snap ik de gedachte achter de motie
dus, maar de motie als zodanig vraagt om iets generieks. Dat kan nu
eenmaal niet.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 25: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 26: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 27: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 28 van de heer Boomsma, over herbeoordeling. Ik heb
al gezegd dat dat in de volgende fase is. We moeten daarvoor die
bestendiging van beleid afwachten. Als ik de motie zo mag lezen dat we
daartoe overgaan wanneer het aan de orde is, dan kan ik 'm oordeel Kamer
geven.
De voorzitter:
De heer Boomsma stemt knikkend in. Daarmee krijgt de motie op stuk nr.
28 oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 29 is een spreekt-uitmotie.
De motie op stuk nr. 30 geef ik oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 31 geef ik oordeel Kamer.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 32. Hier wordt om iets anders
gevraagd dan hervestiging. Ik vind dit een dusdanige wijziging van het
migratiebeleid dat ik dat te ver vind gaan voor mij als
dubbeldemissionair minister in het laatste debat dat ik met u zal
voeren. Vandaar dat ik de appreciatie "ontijdig" maak.
De voorzitter:
Dan is formeel het verzoek aan de heer Ceder of hij bereid is om de
motie aan te houden. Dat is niet het geval. Daarmee krijgt de motie op
stuk nr. 32 de appreciatie "ontijdig".
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 34 moet ik ontraden. Oostenrijk heeft noodwetgeving
ingeroepen. Daar zien wij op dit moment niet de juridische onderbouwing
voor.
Dan de motie op stuk nr. 35. Ik snap de geste achter de motie, maar de
motie is dusdanig breed geformuleerd dat het disproportioneel zou zijn
wat betreft het delen van gegevens en de AVG. Daarom moet ik 'm
ontraden.
Dat waren mijn moties.
De voorzitter:
Dank u wel, minister. Dan is het woord aan de minister voor Asiel en
Migratie.
Minister Keijzer:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een paar moties, één amendement en nog
een vraag.
De motie op stuk nr. 15 van mevrouw Rajkowski: ontijdig. Het is echt aan
de nieuwe minister van VRO om hier stappen in te zetten.
De voorzitter:
Is mevrouw Rajkowski bereid om de motie aan te houden?
Minister Keijzer:
Ja? Dat is mooi.
De voorzitter:
Dat is het geval.
Op verzoek van mevrouw Rajkowski stel ik voor haar motie (36800-XX,
nr. 15) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 22 is echt ook aan een nieuw kabinet. Ik sta hier
nog op basis van een oud regeerakkoord waar dit in stond. De nieuwe
ministers worden vandaag aangekondigd. Daarmee is deze motie ontijdig.
Dit is niet iets wat ik nog kan doen.
De voorzitter:
Is mevrouw Vondeling bereid om de motie aan te houden? Dat is niet het
geval. Daarmee krijgt die de appreciatie "ontijdig".
Minister Keijzer:
Dan heb ik de motie op stuk nr. 23, over Stek Oost. Ik ben, net als
iedereen, geschrokken van de berichtgeving. Het gedrag is natuurlijk
voorbij alle grenzen. Maar je kunt niet in zijn algemeenheid zeggen dat
er nooit meer een jonge mannelijke statushouder mag worden gehuisvest in
een wooncomplex waar ook iemand anders woont. Dat kan gewoon niet.
Daarom: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 23: ontraden.
Minister Keijzer:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 24 van mevrouw Vondeling. Deze moet
ik gewoon ook ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 24: ontraden.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 33 van de heren Ceder en Diederik van Dijk. Ze
vragen mij hierin het volgende. Het klinkt een beetje raar wat ik nu ga
zeggen, maar eigenlijk staat hier: laat het beleid dat geldt voor
lhbti'ers, nu ook gelden voor mensen die zich bekeren en daardoor onder
vuur kunnen komen te liggen in de azc's. Zo lees ik deze motie. Ik vind
het buitengewoon belangrijk dat iedereen veilig moet zijn. Daar wordt
ook echt op gehandeld door het COA. Maar doen alsof er bij het COA geen
mensen zijn die deskundig zijn … Dat is ook weer niet zo. Daarom moet ik
deze motie ontraden. Ik vind het wel zorgelijk. We halen heel veel
mensen naar dit land toe die de vanzelfsprekende vrijheid die wij in dit
land kennen voor mensen met een ander geloof of met een andere seksuele
voorkeur, niet met ons delen. We hebben dus echt nog wel een weg met
elkaar te gaan.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben het eens met de minister dat we niet moeten doen alsof
COA-medewerkers niet weten waar ze het over hebben. Volgens mij is dat
ook niet wat ik probeer te zeggen. Ik heb aangegeven dat we niet op alle
COA-locaties zien dat dergelijke uitwassen momenteel tegengehouden
worden, ook doordat het handelingskader nog niet overal wordt toegepast.
Dat is geen diskwalificatie, maar volgens mij gewoon een constatering.
Om die reden vraag ik allereerst om het gesprek aan te gaan, maar ten
tweede ook om als er een incident plaatsvindt dat ook religieus
gemotiveerd is, keihard op te treden. Ik deel dus de opvatting van de
minister over diskwalificatie van COA-medewerkers, maar dat is niet de
bedoeling. Voor mij zit er een feitelijke constatering in, namelijk dat
die werkinstructie niet overal wordt toegepast. Het verzoek zou
natuurlijk zijn om te kijken of we die breder kunnen toepassen.
Minister Keijzer:
Dat gebeurt, dus dat is hieraan een beetje het ingewikkelde. In de
praktijk wordt aan mensen uitgelegd: je bent in Nederland, en in
Nederland ben je vrij om te houden van wie je wil houden en om te
geloven wat je wil geloven, ook als je een atheïst bent. En: in
Nederland blijf je met je vingers van andere mensen af. Als het
desalniettemin misgaat, wordt er opgetreden. Er wordt aangifte gedaan
als de persoon, het slachtoffer in kwestie, dat zelf niet wil of dat
niet durft. Mensen worden uit de groep gehaald. Dit gebeurt allemaal.
Daarom, en omdat er een beetje onder zit "de COA-medewerkers kunnen dit
niet voldoende", moet ik de motie ontraden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zal kijken of ik een andere formulering kan vinden. Volgens mij
vinden mevrouw Keijzer en ik elkaar. Voor mij is het een feitelijke
constatering dat de werkinstructie niet overal wordt toegepast. Wij
vinden het wenselijk dat dat wel gebeurt. Ik zal dus kijken of ik een
gepastere formulering kan vinden.
De voorzitter:
Een amendement en een vraag.
Minister Keijzer:
Ja, een amendement van de heer Van Dijk. Hij stelt voor om een
vrijwilligersvergoeding te geven aan gastgezinnen die statushouders
opvangen. Ik kan dat heel goed volgen. Wij waren ook al bezig met de
uitwerking van een toezegging aan de SGP. Dat heeft hem blijkbaar te
lang geduurd, en nu zet hij een stap met een amendement. Dat is daaraan
ondersteunend. Daarom kan ik het oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 13: oordeel Kamer.
Minister Keijzer:
Dan had ik nog één vraag, van mevrouw Rajkowski. Die gaat, als ik het
goed heb, over boetes die uitgedeeld worden aan vluchtelingen die in
azc's verblijven, maar zij krijgen die boetes terwijl ze buiten het azc
zijn. Daar is mijn collega, de staatssecretaris van IenW, natuurlijk al
een tijd mee bezig, met de minister van Justitie. Ik heb net het nieuws
gelezen over een collega van mij die dat gaat oppakken. Ik zal hem
straks vanuit de Kamer hinderlijk volgen. Maar het is in ieder geval
niet zo dat je de Rov, de regelgeving die hiervoor geldt, kunt aanpassen
om de boetes die buiten het azc worden opgelegd te verrekenen met de
vergoedingen binnen het azc. Ik had vandaag volgens mij plenair nog niet
gezegd dat dit land kapotgeregeld is. Hè, gelukkig. Bij dezen. Er moet
hier wel wat gebeuren, maar dat moet je op een andere manier doen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de behandeling van de
begroting van Asiel en Migratie. Ik dank de beide bewindspersonen voor
hun aanwezigheid in de Kamer.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van de vergadering van
donderdag 5 februari 2026. Ik sluit de vergadering.
Sluiting
Sluiting 15.30 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden
ontleend. |
|---|