[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

De Algemene maatregel van bestuur Wet veilige jaarwisseling

Schriftelijke vragen

Nummer: 2026D05926, datum: 2026-02-06, bijgewerkt: 2026-02-06 14:47, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z02615:

Preview document (🔗 origineel)


2026Z02615

(ingezonden 6 februari 2026)

Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de Algemene maatregel van bestuur Wet veilige jaarwisseling

 

Kunt u toelichten waarom in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is gekozen voor een verplichte inschrijving in het Handelsregister, terwijl het amendement Bikker expliciet beoogde een laagdrempelig alternatief te bieden voor burgerinitiatieven die niet noodzakelijkerwijs in een formele rechtsvorm opereren? 1)

Op welke wijze is getoetst of deze eis verenigbaar is met de intentie van het amendement?

Waarom is bepaald dat een vereniging uitsluitend een ontheffing kan aanvragen in de gemeente waarin zij volgens de Kamer van Koophandel (KvK) is ingeschreven?

Hoe wordt omgegaan met lokale initiatieven binnen grotere gemeenten met meerdere kernen of wijken, waar de feitelijke activiteiten niet samenvallen met de formele vestigingsplaats?

Zijn minder beperkende alternatieven onderzocht om identiteit en verantwoordelijkheid te borgen, zoals gemeentelijke registratie, aanwijzing van een verantwoordelijke persoon of een door de gemeente erkende contactstructuur? Zo ja, waarom zijn deze niet overgenomen? Zo nee, waarom niet?

Kant u toelichten hoe u de passage uit het amendement Bikker heeft geĂŻnterpreteerd waarin wordt gevraagd om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande regels voor particulieren?

Waarom is in de AMvB gekozen voor een systematiek die sterk leunt op professionele ontbrandingsregels?

Op welke punten is bewust afgeweken van het particuliere regime, en welke beleidsmatige noodzaak lag daaraan ten grondslag?

Is een vergelijking gemaakt tussen het particuliere en het professionele regime op het gebied van risico’s, uitvoeringslasten en handhaafbaarheid? Zo ja, kan deze analyse met de Kamer worden gedeeld?

Waarom is gekozen voor een uniforme set zware eisen voor alle initiatieven, ongeacht schaal en hoeveelheid vuurwerk?

Is een gedifferentieerd model overwogen, bijvoorbeeld met lichtere eisen voor kleinschalige burgerinitiatieven en zwaardere eisen voor grotere evenementen?

Zo ja, waarom is dit niet uitgewerkt? Zo nee, waarom is deze optie niet onderzocht?

Waarom acht u een volledig veiligheidsplan en situatietekening noodzakelijk voor ĂĄlle aanvragen, inclusief kleinschalige initiatieven?

Welke proportionaliteitsafweging is hierbij gemaakt?

Zijn vereenvoudigde veiligheidsprofielen of standaardformats overwogen?

Waarom zijn eventuele modeldocumenten of sjablonen niet wettelijk verankerd om de administratieve last te beperken?

Waarom is gekozen voor aansluiting bij de professionele grens van 200 kilogram binnen een regeling die bedoeld is voor burgerinitiatieven?

Hoe verhoudt deze grens zich tot de doelstelling van het amendement Bikker, dat juist een alternatief voor particulier vuurwerkgebruik beoogde?

Is onderzocht of deze grens in de praktijk functioneel en realistisch is, gelet op het feit dat een enkele compounddoos al tien tot twintig kilogram kan wegen?

Welke ondersteuning biedt u aan gemeenten om aanvragen consistent, tijdig en uitvoerbaar te beoordelen?

Is onderzocht wat de verwachte uitvoeringslast is voor gemeenten en hoe deze zich verhoudt tot de beschikbare capaciteit?

Waarom zijn geen landelijke minimumnormen of toetsingskaders opgenomen, terwijl de beslissingsbevoegdheid volledig bij de burgemeester ligt?

Hoe wordt voorkomen dat de toekenning van ontheffingen afhankelijk wordt van de persoonlijke of politieke opvattingen van individuele burgemeesters?

Is het risico op ongelijke behandeling tussen gemeenten expliciet meegewogen?

Hoe heeft u beoordeeld dat de opslag-, uitleverings- en terugnameverplichtingen uitvoerbaar zijn voor burgerinitiatieven zonder professionele infrastructuur?

Op welke wijze is rekening gehouden met de gevolgen voor erkende verkooppunten, gelet op de zeer beperkte uitleverperiode en de verplichting tot terugname op 1 januari?

Is met de vuurwerksector gesproken over de financiële haalbaarheid van deze verplichtingen, gezien de vaste kosten voor opslag, beveiliging en vergunningen?

Welke alternatieven zijn overwogen om deze logistieke lasten beter in balans te brengen?

Welke marktanalyse is uitgevoerd om vast te stellen dat aansprakelijkheidsverzekeringen beschikbaar en betaalbaar zijn voor kleine verenigingen en vrijwilligersgroepen?

Hoe is beoordeeld of deze verzekeringsplicht de toegankelijkheid van de regeling beperkt?

Is onderzocht of de regeling leidt tot sociale uitsluiting van inwoners die geen lid zijn van verenigingen of de bijkomende kosten niet kunnen dragen?

Zijn alternatieven overwogen, zoals gemeentelijke vrijwilligersverzekeringen of een landelijke standaarddekking? Zo ja, waarom zijn deze niet overgenomen?

Hoe wordt voorkomen dat initiatiefnemers te maken krijgen met stapeling van verplichtingen door samenloop van de AMvB en gemeentelijke APV-regels (Algemene Plaatselijke Verordening)?

Wordt overwogen om deze samenloop expliciet te reguleren om dubbele lasten te voorkomen?

Welke analyse is uitgevoerd naar de naleefbaarheid van de regeling door burgerinitiatieven?

Is onderzocht of de zwaarte en complexiteit van de eisen kan leiden tot ontmoediging of verschuiving naar niet-gereguleerde activiteiten?

Hoe wordt de handhaving ingericht en hoe wordt voorkomen dat gemeenten en politie geconfronteerd worden met disproportionele handhavingsdruk?

Welke communicatiestrategie wordt ingezet om burgers en verenigingen tijdig en begrijpelijk te informeren over deze nieuwe regeling?

Worden uniforme aanvraagformulieren, modelbesluiten of landelijke richtlijnen ontwikkeld om rechtszekerheid en voorspelbaarheid te waarborgen?

Welke concrete evaluatiecriteria hanteert u om te beoordelen of de regeling het beoogde doel bereikt?

Wordt gemonitord hoeveel aanvragen worden ingediend, toegewezen en afgewezen, en wat de belangrijkste knelpunten zijn?

Bent u bereid de AMvB binnen afzienbare tijd te herzien indien blijkt dat de regeling in de praktijk onvoldoende aansluit bij de intentie van het amendement Bikker?

Waarom is het scenario waarin de burgemeester één of meerdere afsteeklocaties aanwijst volledig buiten beschouwing gelaten?

Hoe weegt u het risico op toeloop en ordeverstoringen in dit scenario af tegen de aanzienlijke drempels en uitvoeringsproblemen van de nu voorgestelde regeling?

Acht u het proportioneel dat dit alternatief is verworpen, terwijl ook de huidige uitwerking mogelijk niet leidt tot het realiseren van de beoogde laagdrempeligheid?

1) Kamerstuk 35 386, nr. 13Â