[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Elfde voortgangsrapportage van het wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering

Rechtsstaat en Rechtsorde

Brief regering

Nummer: 2026D05937, datum: 2026-02-06, bijgewerkt: 2026-02-18 08:08, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-29279-1011).

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29279 -1011 Rechtsstaat en Rechtsorde.

Onderdeel van zaak 2026Z02644:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026

29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 1011 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 februari 2026

Bijgaand treft u de elfde voortgangsrapportage van het wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering.1 In deze voortgangsrapportage gaan we in op de stand van zaken van dit wetgevingsprogramma. Daarmee voldoen wij aan een verzoek van de Vaste Commissie voor Justitie en Veiligheid in de Tweede Kamer om periodiek ingelicht te worden over de stand van zaken van het programma.2

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte

De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten

Elfde voortgangsrapportage wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering

1. Inleiding

Sinds 2014 wordt gewerkt aan de totstandkoming van een nieuw Wetboek van Strafvordering. In het regeerprogramma is het nieuwe wetboek genoemd als nieuwe wetgeving ten behoeve van de nationale veiligheid en is vermeld dat het kabinet actief regie voert op alle noodzakelijke voorbereidingen van de betrokken organisaties met het oog op de geplande inwerkingtreding van dit nieuwe wetboek op 1 april 2029.

Door middel van voortgangsrapportages worden de Tweede Kamer en de Eerste Kamer periodiek ingelicht over dit wetgevingsprogramma. De vorige (tiende) voortgangsrapportage dateert van 6 december 2024.3 Met deze elfde voortgangsrapportage informeren wij u over de laatste stand van zaken van dit omvangrijke wetgevingsprogramma. Wij doen dit voordat de mondelinge behandeling van de vaststellingswetgeving van het nieuwe Wetboek van Strafvordering in de Eerste Kamer (10 februari 2026).

Sinds de vorige voortgangsrapportage zijn belangrijke stappen gezet. Hierover wordt u geïnformeerd in de volgende paragrafen:

2. Voortgang wetgeving, verslag van de inspanningen in 2025.

3. Structurele uitvoeringsconsequenties. Actuele stand van zaken.

4. Implementatie. De voorbereiding van de implementatie.

2. Voortgang wetgeving

2.1 Inleiding

Het wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering is een omvangrijk programma, waaraan wij met urgentie blijven werken.

Het programma kent een viertal sporen:

• innovatiespoor (paragraaf 2.4)

• vaststellingsspoor (paragraaf 2.2)

• aanvullingsspoor (paragraaf 2.3)

• invoeringsspoor (paragraaf 2.5)

De wetsvoorstellen binnen deze sporen vormen uiteindelijk samen het nieuwe Wetboek van Strafvordering:

Elk wetsvoorstel doorloopt de wetgevingsprocedure en wordt na consultatie en advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State behandeld in de Tweede Kamer. Na aanvaarding in de Tweede en Eerste Kamer en bekrachtiging door de Koning, wordt het voorstel in het Staatsblad gepubliceerd. Na een implementatieperiode volgt op één moment de inwerkingtreding van alle wetten die samen het nieuwe Wetboek van Strafvordering vormen (zie over die implementatie meer in paragraaf 4).

Vaststellingsspoor (oranje) en aanvullingsspoor (groen)

De twee vaststellingswetten uit het vaststellingsspoor, die inmiddels in de wetgevingsprocedure gelijk zijn gaan oplopen en beide sinds 1 april 2025 aanhangig zijn in de Eerste Kamer, vormen samen het nieuwe wetboek (zie paragraaf 2.2). In de twee groene aanvullingswetten worden aanvullende onderwerpen en wijzigingsvoorstellen van het nieuwe wetboek opgenomen, die deel gaan uitmaken van het nieuwe wetboek (zie paragraaf 2.3).

Innovatiespoor (roze)

Op de afbeelding is ook het innovatiespoor met de Innovatiewet Strafvordering te zien. Deze wet liep vooruit op het nieuwe wetboek met als doel ervaring op te doen met enkele nieuwe onderdelen uit het nieuwe wetboek in de vorm van vijf pilots. Inmiddels zijn de pilots geëvalueerd en zijn de evaluatierapporten in oktober 2024 aan de Eerste en Tweede Kamer verstuurd. In juli 2025 is een wetsvoorstel tot verlenging van de Innovatiewet Strafvordering ingediend bij de Tweede Kamer. De Tweede Kamer heeft die verlengingswet op 29 januari 2026 als hamerstuk aanvaard. In paragraaf 2.4 wordt nader ingegaan op de Innovatiewet en het voorstel tot verlenging van die wet.

Invoeringsspoor (blauw)

Tot slot bevat de afbeelding de twee invoeringswetten uit het invoeringsspoor, waarin het overgangsrecht en de aanpassing van andere wetgeving is opgenomen (zie paragraaf 2.5). In de laatste paragraaf 2.7 wordt aandacht besteed aan de algemene maatregelen van bestuur (AMvB)onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering.

2.2 Vaststellingswetgeving

De vaststellingswetgeving vormt de kern van het wetgevingsprogramma. De andere sporen zijn daaraan dienstbaar. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering bestaat, evenals het huidige wetboek, uit een eerste boek over strafvordering in het algemeen, en boeken over de verschillende fasen van het strafproces regelen (opsporing, vervolging, berechting, rechtsmiddelen en enkele bijzondere regelingen).

De nieuwe Boeken 1 tot en met 6 zijn opgenomen in de eerste vaststellingswet (Kamerstukken 36 327).

De schriftelijke behandeling van dit wetsvoorstel in de periode 2023–2024 werd afgesloten met de nota naar aanleiding van de verslagen, die op 1 juli 2024 is ingediend bij de Tweede Kamer.4 In de maanden daarna werd de mondelinge behandeling van de eerste vaststellingswet voorbereid. Ook werd in die periode gewerkt aan de beantwoording van het verslag van de Vaste Commissie van Justitie en Veiligheid over de tweede vaststellingswet.

De tweede vaststellingswet (Kamerstukken 36 636) bevat de nieuwe Boeken 7 en 8.

o Het huidige Boek 5 Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking wordt in de toekomst Boek 8.

o Het huidige boek 6 Tenuitvoerlegging wordt in de toekomst Boek 7.

Deze huidige boeken zijn in 2017 herzien en zijn nu technisch omgezet naar het nieuwe wetboek.

In de tijd volgde de tweede vaststellingswet in eerste instantie de eerste vaststellingswet (zoals onderstaande afbeelding ook te zien is aan de data van de verschillende stappen in het wetgevingsproces). De Tweede Kamer besloot eind 2024 echter om, na afronding van de schriftelijke behandeling, de mondelinge behandeling van de tweede vaststellingswet mee te nemen bij de plenaire behandeling van de eerste vaststellingswet in het voorjaar van 2025.

Het jaar 2024 werd afgesloten met een technische briefing in de Tweede Kamer over het nieuwe wetboek, verzorgd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid (10 december 2024). Die briefing ging over het proces en de verhouding van de wetsvoorstellen tot elkaar, en diende ter voorbereiding van de plenaire behandeling in de Tweede Kamer.

Chronologisch in 2025 (data cursief)

In het eerste kwartaal van 2025 vond de plenaire behandeling van beide vaststellingswetten (en daarmee van de inhoud van het gehele nieuwe wetboek) plaats in de Tweede Kamer. Onze ambtsvoorgangers werden daarbij ondersteund door regeringscommissaris prof. mr. Geert Knigge.

In januari, februari en maart vonden vijf wetgevingsoverleggen plaats (WGO’s), waarbij de boeken afzonderlijk werden behandeld. Er was uitgebreid aandacht voor vijf centrale thema’s:

(1) beginselen en verhouding met lagere regelgeving,

(2) het slachtoffer,

(3) de beweging naar voren,

(4) rechtsbijstand en

(5) het digitaal strafproces.

De mondelinge behandeling werd afgesloten met een plenair debat.

Op 25 maart 2025 werd gestemd over 25 amendementen bij de eerste en tweede vaststellingswet. Van de ingediende amendementen zijn er 16 aangenomen. Een week later werd over beide vaststellingswetten gestemd.

Beide vaststellingswetten zijn op 1 april 2025 met een ruime meerderheid aangenomen door de Tweede Kamer.

Beide wetsvoorstellen voor de vaststelling van het nieuwe wetboek zijn sindsdien aanhangig bij de Eerste Kamer.5 De Eerste Kamer is in 2023 al begonnen met de voorbereidingen op de behandeling.

Op 19 december 2023 is door de commissie Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer gesproken over de behandeling. Er is toen een voorbereidingsgroep ingesteld.

Op 11 februari 2025 vond in de Eerste Kamer een technische briefing van het Ministerie van Justitie en Veiligheid plaats, gevolgd door voorlichting over het nieuwe wetboek van wetenschappers van de Universiteit Leiden.

De commissie Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer organiseerde in september 2025 nog twee bijeenkomsten.

Op 9 september 2025 informeerden vertegenwoordigers van de Raad voor de rechtspraak de Eerste Kamer over de rol van de rechter-commissaris in het nieuwe Wetboek van Strafvordering.

Op 23 september 2025 vond vervolgens een deskundigenbijeenkomst plaats met vertegenwoordigers vanuit het openbaar ministerie, de politie en de Raad voor de rechtspraak, over de impactanalyses en de voorbereiding van diverse ICT-systemen op de implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.

Het verslag van de Eerste Kamer, met daarin de schriftelijke vragen over de beide vaststellingswetten, is op 11 november 2025 vastgesteld.6 De nota naar aanleiding van het verslag is vervolgens op 8 december 2025 aan de Eerste Kamer gestuurd.7 We kijken ernaar uit om de komende tijd de mondelinge behandeling van het nieuwe wetboek met de leden van de Eerste Kamer voort te zetten. De plenaire behandeling vindt plaats op 10 februari 2026.

2.3 Aanvullingswetgeving

Het aanvullingsspoor van dit wetgevingsprogramma bestaat uit aanvullingswetten. De functie van aanvullingswetten is dat nog in inhoudelijke aanvullingen en wijzigingen in het nieuwe wetboek kan worden voorzien zonder dat de voortgang van de behandeling van de twee vaststellingswetten vertraging oploopt.

Benodigde wijzigingen en aanvullingen in het nieuwe wetboek worden via het aanvullingsspoor in aparte wetsvoorstellen in procedure gebracht. Het gaat om wetsvoorstellen waarvan de inhoud op het moment van de inwerkingtreding in het nieuwe wetboek wordt verwerkt. Het nieuwe wetboek is dan up-to-date bij inwerkingtreding. Een aanvullingswetsvoorstel volgt de reguliere wetgevingsprocedure en wordt derhalve na consultatie en advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State door de Tweede en Eerste Kamer behandeld.

De gedachte is dat de parlementaire behandeling van de vaststellingswetten, die de hoofdstructuur en systematische samenhang in het nieuwe wetboek bevatten, voortvarend kan plaatsvinden. Hierdoor leiden aanpassingen in (afgezet tegen het geheel) betrekking hebben op een beperkt onderdeel, niet tot vertraging in de parlementaire behandeling van de vaststellingswetgeving als geheel te leiden.

Er kunnen meerdere aanleidingen zijn om een onderwerp mee te nemen in het aanvullingsspoor:

o «Gereserveerde onderdelen» in de eerste vaststellingswet kunnen worden ingevuld. Bijvoorbeeld omdat uitkomsten van WODC-onderzoek bekend zijn en worden verwerkt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de regeling van strafvordering op zee en in de lucht.

o In een aanvullingswet kan rekening worden gehouden met wensen vanuit de Tweede Kamer. Zo hebben schriftelijke vragen van de Tweede Kamer in de verslagen over de eerste vaststellingswet geleid tot wijzigingsvoorstellen in het voorstel voor de eerste aanvullingswet.

o Ook de wetgevingsoverleggen en de plenaire behandeling van de twee vaststellingswetten in de Tweede Kamer hebben geleid tot voorstellen tot aanpassing. Deze komen later in de tweede aanvullingswet.

o De aanvullingswetgeving wordt daarnaast benut om recente (Europese) rechtspraak en recent aanvaarde wetgeving in het nieuwe wetboek te verwerken.

Eerste aanvullingswet

De eerste aanvullingswet is een omvangrijk wetsvoorstel met een achttal relatief grote onderwerpen:

1. Regeling van procesafspraken

2. Strafvorderlijke gegevensverwerking

3. Aanpassingen van bepalingen over het onderzoek met betrekking tot het lichaam

4. Verbetering van de regeling van de buitengerechtelijke afdoening

5. Aanpassing van enkele onderdelen van de deskundigenregeling

6. Strafvordering op zee en in de lucht

7. Herstructurering van (bijzondere) voorwaarden en het toezicht op de naleving daarvan

8. Vormgeving van het vernietigen van gegevens als strafrechtelijke maatregel.

Daarnaast bevat de eerste aanvullingswet ook een viertal kleinere, meer technische onderwerpen:

1. Aanpassing van artikel 1.1.1 in verband met de doorwerking van het internationaal recht

2. Aanpassing van de regels met betrekking tot het bewaren van sporendragers

3. Introductie van een heimelijke bevoegdheid tot het inloggen met rechtmatig verkregen gegevens op een elders aanwezig geautomatiseerd werk

4. Regels over het verstrekken van niet-strafbare gegevens na inbeslagneming.

Ook worden in de eerste aanvullingswet omissies uit de twee vaststellingswetten hersteld en worden recente wijzigingen in het huidige Wetboek van Strafvordering doorgevoerd in het nieuwe wetboek.

Ten tijde van de vorige voortgangsrapportage in december 2024 werd nog gewerkt aan de verwerking van de ontvangen consultatieadviezen over de eerste aanvullingswet. In 2025 zijn met de eerste aanvullingswet belangrijke stappen gezet. Nadat de consultatieadviezen zijn verwerkt in het voorstel en de memorie van toelichting is het wetsvoorstel op 28 mei voor advies voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Het advies van de Raad van State is vervolgens op 13 november vastgesteld (met een positief dictum B). Wij streven ernaar om het wetsvoorstel in februari 2026 in te dienen bij de Tweede Kamer.

Tweede aanvullingswet

Na het voorleggen van de eerste aanvullingswet aan de Raad van State zijn de ambtelijke voorbereidingen van de tweede aanvullingswet gestart. Dit voorstel wordt ten eerste gebruikt voor de verwerking van de uitkomsten van de evaluatie van de Innovatiewet Strafvordering in het nieuwe wetboek (zie nader in paragraaf 2.4).

Daarnaast wordt richtinggevende jurisprudentie over enkele belangrijke strafvorderlijke onderwerpen verwerkt in het nieuwe wetboek. Zo hebben het Hof van Justitie van de EU en de Hoge Raad uitspraken gedaan over het onderzoek in geautomatiseerde werken en digitale-gegevensdragers.8 In deze zogeheten «Landeck-jurisprudentie» worden nadere regels gegeven over de voorafgaande rechterlijke toets van de rechter-commissaris voor het onderzoek in bijvoorbeeld smartphones. Deze jurisprudentie wordt door middel van de tweede aanvullingswet verwerkt in het nieuwe wetboek. Een ander onderwerp is het functioneel verschoningsrecht, waarover de Hoge Raad in maart 2024 een belangrijke beslissing heeft genomen.9 Ook deze jurisprudentie, waarnaar de rechtspraktijk sindsdien al handelt, zal via de tweede aanvullingswet worden verwerkt in het nieuwe wetboek.

Ook zal door middel van de tweede aanvullingswet recent aangenomen wetgeving die het huidige Wetboek van Strafvordering wijzigt, worden verwerkt in het nieuwe wetboek en worden nog enkele omissies in de vaststellingswetgeving hersteld.

Tot slot vormen aangenomen moties tijdens de plenaire behandeling van de vaststellingswetgeving van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (zie over die behandeling deelparagraaf 2.2) aanleiding tot het doorvoeren van wijzigingen in dit wetboek door middel van de tweede aanvullingswet. Dit betreft bijvoorbeeld de motie van lid Ellian over de afdwingbaarheid van slachtofferrechten10 en de motie van de leden Ellian en Sneller over de duidelijkere verankering van de beweging naar voren in het nieuwe wetboek.11

Wij streven ernaar om de tweede aanvullingswet in het eerste kwartaal van 2026 in formele consultatie te geven.

2.4 Innovatiewet en Verlengingswet

Op 1 oktober 2022 trad de Innovatiewet Strafvordering in werking. Deze wet bood de mogelijkheid om een vijftal nieuwe onderwerpen alvast te beproeven in de praktijk. Het gaat daarbij om mediation na aanvang van de berechting, de prejudiciële procedure in strafzaken, uitbreiding van de bevoegdheden van de hulpofficier van justitie, een aantal nieuwe digitale bevoegdheden na inbeslagneming van een digitale gegevensdrager of geautomatiseerd werk, en ten slotte het gebruik van audiovisuele registraties als alternatief voor een volledig proces-verbaal (AVR). Deze mogelijkheden uit de Innovatiewet zijn opgenomen in Titel X van het Vierde Boek van het huidige Wetboek van Strafvordering (artikelen 553 t/m 574). Voor het merendeel van de onderwerpen uit de Innovatiewet geldt dat zij ook al zijn opgenomen in de eerste vaststellingswet.

Chronologisch (data cursief)

De Innovatiewet zou eindigen op 30 september 2025. Er werd echter al rekening gehouden met een mogelijke wens tot verlenging. De zogeheten horizonbepaling (Artikel IV) in de Innovatiewet bepaalt dat de werkingsduur van de wet kan worden verlengd en stelt daarvoor als noodzakelijke voorwaarde dat een wetsvoorstel daartoe uiterlijk 30 september 2025 bij de Tweede Kamer moet zijn ingediend. Met de verlenging kunnen de wettelijke bepalingen die de Innovatiewet heeft geïntroduceerd worden gecontinueerd tot de inwerkingtreding van (de corresponderende regelingen in) het nieuwe Wetboek van Strafvordering.

Op 3 oktober 2024 is de evaluatie van de Innovatiewet Strafvordering aan uw Kamer aangeboden. De evaluatie heeft plaatsgevonden in twee deelonderzoeken.12 Een voorstel zou worden ingediend om bij wet de werkingsduur van het merendeel van de bepalingen te verlengen tot aan de inwerkingtreding van het nieuwe wetboek. In de afgelopen periode is dit voorstel eerst in formele consultatie gegeven en daarna voor advies voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State.

Vergezeld van het nader rapport en het bijbehorende advies van de Raad van State is vervolgens het wetsvoorstel tot verlenging van de Innovatiewet op 7 juli 2025 ingediend bij de Tweede Kamer (36 784). Daarmee is aan de hierboven genoemde noodzakelijke voorwaarde voor behoud van de bepalingen voldaan en kunnen deze hun werking tot aan de inwerkingtreding van het nieuwe wetboek behouden.

Op 26 september 2025 heeft de Tweede Kamer het verslag over de verlengingswet vastgesteld. De nota naar aanleiding van het verslag is op 15 december 2025 nog naar de Tweede Kamer gestuurd.13 Op 29 januari 2026 heeft de Tweede Kamer de Verlengingswet als hamerstuk aanvaard.

2.5 Invoeringswetten

Het invoeringsspoor van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt gevormd door de invoeringswet en de invoeringsrijkswet. De invoeringswetgeving bestaat uit verschillende onderdelen. Een belangrijk onderdeel wordt gevormd door het overgangsrecht. Het antwoord op de vraag welk recht na inwerkingtreding van het nieuwe wetboek toepasselijk is op een concrete proceshandeling of processituatie in lopende strafzaken – het nieuwe of het oude recht – wordt bepaald door de regels van het overgangsrecht. Doordat het nieuwe wetboek in één keer wordt ingevoerd, wordt de duur van het overgangsrecht zo kort mogelijk gehouden. De in de invoeringswet op te nemen conceptbepalingen voor het overgangsrecht van de Boeken 1 tot en met 8 zijn reeds met de betrokken ketenpartners besproken. De invoeringswet regelt uiteindelijk het complete overgangsrecht voor alle boeken van het nieuwe wetboek die zijn opgenomen in de vaststellingswetten. Ook de aanvullingen en wijzigingen in het overgangsrecht die voortvloeien uit de eerste aanvullingswet worden in de invoeringswet opgenomen.

Een tweede onderdeel van de invoeringswetgeving betreft de aanpassing van andere wetten aan het nieuwe Wetboek van Strafvordering (aanpassingswetgeving). Het gaat om circa 130 andere wetten die worden gewijzigd, waaronder het Wetboek van Strafrecht, de Wet wapens en munitie, de Wegenverkeerswet 1994 en de Opiumwet. In een aparte invoeringsrijkswet worden de diverse wijzigingen in de rijkswetten doorgevoerd.

We streven ernaar de invoeringswet in het eerste kwartaal van 2026 in formele consultatie te geven. De keuze om ook het overgangsrecht en de aanpassingswetgeving van de eerste aanvullingswet op te nemen in de invoeringswet heeft ertoe geleid dat de formele consultatie niet al in 2025 van start kon gaan. De formele consultatie van de invoeringsrijkswet volgt later.

2.6 Planning wetgevingssporen