Onderzoekrapport van de Auditdienst Rijk over 'Onderzoek database met administratieve vastleggingen van verzonden brieven en ontvangen reacties vanuit het massale uitvraagproces'
Brief regering
Nummer: 2026D05959, datum: 2026-02-06, bijgewerkt: 2026-02-06 15:36, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën (Ooit Nieuw Sociaal Contract kamerlid)
- Onderzoek database met administratieve vastleggingen van verzonden brieven en ontvangen reacties vanuit het massale uitvraagproc
- Beslisnota bij Kamerbrief Onderzoekrapport van de Auditdienst Rijk over 'Onderzoek database met administratieve vastleggingen van verzonden brieven en ontvangen reacties vanuit het massale uitvraagproces'
Onderdeel van zaak 2026Z02654:
- Indiener: S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-02-12 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Hierbij bied ik uw Kamer het onderzoek aan van de Auditdienst Rijk (ADR) naar de verzend- en ontvangstadministratie dat deze week opgeleverd. Op 26 maart 2025 heb ik uw Kamer geïnformeerd1 over de opdracht die aan de ADR is gegeven om onderzoek te doen naar de verzend- en ontvangstadministratie. Het onderzoek is afgerond en de informatie in de administratie wordt juist en volledig geacht.
Het onderzoek bevat geen conclusies over de gedupeerdheid van ouders, want dat vergt een individuele afweging waarin het ouderverhaal leidend is2. De informatie in deze administratie geeft immers geen sluitend en volledig beeld van het geheel aan feiten en gebeurtenissen in de casus van de ouder. De administratie schetst niet in alle gevallen een volledig beeld, omdat niet alle ontvangen reacties in deze administratie staan. Als ouders bijvoorbeeld geen gebruik hebben gemaakt van het meegeleverde antwoordformulier zijn hun reacties mogelijk niet geregistreerd in de onderzochte administratie. Ook zijn voorbeelden bekend van ouders die met hun brieven aan de balies hebben gestaan en deze brieven handmatig hebben laten registreren, wat niet altijd goed is gegaan.
Het onderzoek heeft daarmee geen impact op de besluiten die al zijn genomen of op de aanspraak op aanvullende schade. Alleen in zeer specifieke gevallen zal ik deze administratie kunnen betrekken.
Nu de administratie juist en volledig is gebleken, concludeer ik daaruit dat als deze administratie eerder in de hersteloperatie gebruikt was dit mogelijk invloed had kunnen hebben op het gesprek met ouders over de vraag of en in welke mate ouders gedupeerd waren. Op basis van dit onderzoek kunnen we echter op individueel niveau geen conclusies trekken, dit zou immers een volledige herbeoordeling vragen.
In de brief van 26 maart 2025 heb ik al aangegeven dat: ‘voor de nieuw beschikbare informatie geldt dat deze geen invloed zal hebben op reeds door UHT gegeven besluiten in de eerste toets en integrale beoordeling’. Ik wil ouders niet in onzekerheid brengen, zeker nu ik met deze toezegging bij ouders vertrouwen heb gewekt dat ik niet wil wegnemen. Ook wil ik geen onnodige vertraging oplopen gelet op de fase waarin de hersteloperatie zich bevindt. Daarnaast blijft met de aanwezigheid van de administratie het ouderverhaal leidend. Ook wil ik voorkomen dat hen weer onterecht een label wordt opgeplakt.
Alle afgegeven onherroepelijk vastgestelde integrale beoordelingen blijven dus in stand en ouders behouden aanspraak op alle aanvullende regelingen, waaronder toegang tot aanvullende schade. De administratie zal binnen de hersteloperatie enkel gebruikt worden in juridische procedures als daar specifiek aanleiding toe is. Bijvoorbeeld als het een (her)beoordeling betreft van een nog niet toegekend jaar.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën - Herstel en Toeslagen,
S.Th.P.H. Palmen-Schlangen