[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Opvolgingsbrief periodieke evaluaties

Brief regering

Nummer: 2026D06186, datum: 2026-02-09, bijgewerkt: 2026-02-09 16:07, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z02757:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Hierbij ontvangt de Kamer de opvolging van aanbevelingen uit Periodieke Rapportages, voorheen Beleidsdoorlichtingen, die zijn afgerond in het jaar 2024. Hierbij ontvangt u ook mijn excuses voor het verlaat versturen van de opvolgingsbrief. In de brief versterken rijksbrede evaluatiestelsel1 is aangekondigd dat departementen vanaf 2025 jaarlijks aan de Tweede Kamer inzicht geven over de opvolging van de aanbevelingen en bevindingen van recente Periodieke Rapportages.

Het is van groot belang om de uitkomsten van evaluaties actief mee te nemen in de (door)ontwikkeling van beleid en de Kamer hierin te betrekken. Zo blijven de bevindingen en aanbevelingen onder de aandacht, en kan de voortgang meegenomen worden in beleidsdiscussies en besluitvorming2). De Kamer vervult zelf ook een belangrijke rol in het evaluatiestelsel en deze brief kan bijdragen aan het gesprek over het steeds verder verbeteren van beleidskwaliteit.

De Periodieke rapportages van Luchtvaart en wegen en verkeersveiligheid die in deze brief worden aangehaald zijn recent afgerond en vindt u bij deze brief. In het vervolg zal de Kamer jaarlijks via deze terugkerende brief geïnformeerd worden over de opvolging van de aanbevelingen uit de Periodieke rapportages. Op dit moment worden de Periodieke rapportages over de thema’s Openbaar Vervoer en Spoor, en Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s afgerond. Na afronding zullen de aanbevelingen en opvolging van deze periodieke rapportages opgenomen worden in de volgende opvolgingsbrief.

Voor de overige beleidsthema’s – allen opgenomen in de Strategische Evaluatieagenda – worden de aanbevelingen uit eerdere beleidsdoorlichtingen gemonitord in aanloop naar de periodieke rapportages die voor al deze thema’s in de komende vijf jaar gepland staan.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Ing. R. (Robert) Tieman

Bijlage

SEA-thema: Luchtvaart

Overkoepelende toelichting SEA-thema:

Luchtvaart is een belangrijke toegangspoort tot de wereld en een pijler onder onze economie. Het bevordert de handel en zorgt voor een goed vestigingsklimaat. Dagelijks reizen duizenden Nederlanders met het vliegtuig de hele wereld over voor vakantie, familiebezoek en werk. De hub Schiphol is een internationaal knooppunt voor zowel passagiers- als vrachtvervoer. Een sterke luchtvaartsector is nodig om deze positie te behouden in de wereld. Daarvoor is het nodig dat de negatieve effecten van de luchtvaart op mens, milieu en natuur afnemen. Geopolitieke spanningen maken dat het belang van nationale weerbaarheid, crisisbeheersing en een strategische autonomie in Europa en Nederland snel groter wordt. Dit brengt ook kansen met zich mee voor technologische ontwikkelingen en innovaties.

Titel onderzoek Type onderzoek Jaar afronding Begrotings-artikel(en)

Budgettaire grondslag

(laatste

evaluatiejaar)

Periodieke rapportage Luchtvaart

Periodieke rapportage over periode 2016

t/m 2022

2024 H12 artikel 17 €22.536.000

Toelichting evaluatie:

Dit rapport onderzoekt de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid in de periode 2016-2022 dat valt onder artikel 17 van de begroting van Infrastructuur en Waterstaat. Dit artikel gaat over en veilige en duurzame luchtvaart die Nederland goed verbindt met de rest van de wereld en waarbij de kwaliteit van de leefomgeving rond de luchthavens wordt gewaarborgd.

Aanbevelingen/bevindingen: Toelichting status opvolging: voor alle geldt als status ‘onderhanden’
Definieer de rol als ‘systeem-’ of ‘eindverantwoordelijke’ scherper Het ministerie van IenW verwijst in de aanbiedingsbrief naar de kabinetsreactie op het advies van de Raad van State over ministeriĂ«le verantwoordelijkheid uit 2020, waarin wordt gereageerd op definiĂ«ring van de term systeemverantwoordelijkheid. De systeemverantwoordelijkheid is een eindverantwoordelijkheid waarbij een minister aanspreekbaar is voor het behartigen van een publieke taak of voor de werking van een wettelijk stelsel. Hieruit vloeit voort dat de minister de werking van een deel van de publieke sector volgt en ingrijpt indien een wijziging van het systeem gewenst is. Het is lastig het begrip ‘systeemverantwoordelijkheid’ altijd precies vooraf te duiden, zeker waar het gaat om interventies bij onverwachte ontwikkelingen. Waar de systeemverantwoordelijkheid begint en waar zij eindigt, zal steeds worden beoordeeld in het licht van de omstandigheden, in samenhang met de wettelijke bevoegdheden (en dus: de ministeriĂ«le verantwoordelijkheid).
Laat beleidsdoelen en indicatoren beter op elkaar aansluiten

Als het gaat om het laten aansluiten van de beleidsdoelen en de indicatoren zijn de nodige stappen in de begroting van 2025 gezet. Voor artikel 17 is de algemene doelstelling uitgewerkt in sub- en specifieke doelstellingen en zijn (nieuwe) indicatoren en kengetallen geĂŻntroduceerd om de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid te bepalen.

In de begroting 2026 van artikel 17 Luchtvaart zal nog een kwaliteitsslag plaatsvinden in de doelenboom, dit specifiek naar aanleiding van de Motie van Heutink en De Hoop (36 600 XII, Nr. 13) waarin de regering wordt verzocht om bij de begroting van 2026 op alle beleidsartikelen afrekenbare doelen en meetbare gegevens op te nemen en deze doelen smart en eenduidig per beleidsartikel te formuleren. Onder andere de discrepantie tussen het beleidsdoel over geluidshinder en de meetbare gegevens over geluidsbelasting, hetgeen door de onderzoekers is geconstateerd, wordt daarmee gecorrigeerd.

Stel tussendoelen Het advies van de onderzoekers om tussendoelen te formuleren is gestoeld op de gedachte om de voortgang m.b.t. de langetermijndoelen beter inzichtelijk te krijgen en of het nodig is om het beleid bij te stellen. Naast de monitoring van de uitvoeringsagenda, zijn de meetbare gegevens in de begroting van 2025 aangevuld, onder andere op het terrein van duurzame luchtvaart. Zo kan per beleidsdoel worden onderzocht hoe het staat met het halen van de doelen.
Neem doelmatigheid versterkt mee in evaluaties De periodieke rapportage is het sluitstuk van de Strategische evaluatieagenda (SEA). Met een periodieke rapportage worden aan het einde van de looptijd van het SEA-thema de inzichten uit deze onderzoeken op een methodisch verantwoorde manier samengebracht. Dit betekent dat de ‘witte vlekken’ (de beleidsterreinen waar informatie ontbreekt om de doeltreffendheid en doelmatigheid te kunnen beoordelen), de bevindingen en de aanbevelingen het vertrekpunt vormen voor een herijking van de SEA voor de begroting vanaf 2026. Hierbij is er meer aandacht voor onderzoek naar de doelmatigheid van het luchtvaartbeleid.
SEA-thema: Wegen en Verkeersveiligheid

Overkoepelende toelichting SEA-thema:

Een goed functionerend wegennetwerk is van groot belang voor onze samenleving. Voor onze welvaart, onze economie en ons welzijn. Met een groeiende bevolking en een groeiende economie groeit ook de behoefte aan mobiliteit. De veiligheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de infrastructuur en het gebruik ervan moeten op orde zijn en blijven. Door toenemend weggebruik, andere (zwaardere) voertuigen, ruimtelijke beperkingen, het veranderende klimaat, eisen ten aanzien van (cyber)veiligheid, gezondheid en milieu, gestegen prijzen in de GWW-sector (grond, weg en waterbouw), zijn de opgaven complexer geworden. En daarmee ook kostbaarder en arbeidsintensiever. Het maken van keuzes is daarbij belangrijk om te kunnen blijven werken aan de bereikbaarheid van Nederland.

Titel onderzoek Type onderzoek Jaar afronding Begrotings-artikel(en)

Budgettaire grondslag

(laatste

evaluatiejaar)

Periodieke rapportage Wegen en Verkeersveiligheid

Beleidsdoorlichting over periode 2016

t/m 2022

2024

H12 artikel 14 en

MF-artikel 12

3.457.648

Toelichting evaluatie:

Dit rapport onderzoekt de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid in de periode 2016-2022 dat valt onder artikel 14 van de begroting van Infrastructuur en Waterstaat en de daarmee samenhangende artikelen uit het Mobiliteitsfonds. Dit artikel gaat over het beleid dat door het ministerie van IenW is ontwikkeld om weggebruikers zo veilig, betrouwbaar en duurzaam mogelijk van A naar B te laten reizen.

Aanbevelingen/bevindingen: Toelichting status opvolging: voor alle geldt als status ‘onderhanden’
Houd de programmering van evaluatieonderzoek de komende jaren tegen het licht, en vul de SEA daarmee aan. In lijn met de aanbiedingsbrief van de beleidsdoorlichting art 14, worden in de SEA 2026 al een aantal evaluaties geagendeerd om de geconstateerde witte vlekken in te vullen in aanloop naar de volgende periodieke rapportage. Het proces van opstellen van de SEA2026 is nu nog in beweging. In de daaropvolgende jaren volgen verdere aanvullingen.
Zorg, gegeven de grote omvang van de bedragen, voor een diepere uitsplitsing van de uitgaven op de onderdelen Aanleg en Onderhoud en vernieuwing. Er zijn nog geen stappen voorzien om tot een diepere uitsplitsing van de uitgaven te komen, maar zoals aangegeven in de aanbiedingsbrief, zou hier, indien dit past in de ontwikkelingen van de leesbaarheid en toegankelijkheid van het begrotingsartikel, nog verandering in kunnen komen. In het WGO is een motie aangenomen om de informatiewaarde van de begroting te verbeteren. Toegezegd is deze inspanningsverplichting op te pakken,
Ontwikkel de doelstellingen en indicatoren die in de Rijksbegroting zijn opgenomen, verder door. In lijn met de aanbiedingsbrief wordt binnen IenW onderzocht in hoeverre we de (sub)doelstellingen verder kunnen aanscherpen om zo meer duidelijkheid te geven over de te verwachten uitkomsten van het beleid. Hierbij is aandacht voor de haalbaarheid van de (sub)doelstellingen. Hiermee samenhangend zal ook worden gekeken naar de indicatoren die worden gebruikt om te meten in hoeverre er een bijdrage wordt geleverd aan de (sub)doelstelling.

  1. Kamerstuk 31 865, nr. 267↩

  2. Dit is in lijn met de uitwerking van de motie Van Vroonhoven/Vermeer (Kamerstuk 31 865, nr. 246)↩