Periodieke rapportage hoofdlijnen Justitieel Vierpartijenoverleg (16 januari 2026)
Brief regering
Nummer: 2026D06194, datum: 2026-02-09, bijgewerkt: 2026-02-09 16:29, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z02762:
- Indiener: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-03-04 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (š origineel)
Op 16 januari 2026 heeft het Justitieel Vierpartijenoverleg (hierna: het JVO) plaatsgevonden in Sint Maarten. Middels deze brief informeer ik u over de hoofdlijnen van dit overleg tussen de vier landen van het Koninkrijk.1
Hoofdlijnen JVO januari 2026
Het JVO is het halfjaarlijkse overleg tussen de ministers van Justitie van Aruba, CuraƧao, Sint Maarten en Nederland (hierna: de ministers). Dit overleg bevordert een gezamenlijke en efficiƫnte aanpak van justitiƫle vraagstukken binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Nederland werkt intensief samen met de landen in dit domein en zet zich actief in om deze samenwerking te versterken. Het JVO vormt daarbij het belangrijkste gremium. Tevens is het ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: JenV) verantwoordelijk voor de justitiƫle keten in Caribisch Nederland (hierna: CN). Voorafgaand aan het JVO heb ik daarom een bezoek afgelegd aan Saba. Gezien de kleinschaligheid van de justitiƫle keten in dit deel van Nederland, zijn de gesprekken tijdens het JVO over de regionale samenwerking tussen de eilanden van groot belang.
Sint Maarten was het gastland voor het JVO dat op 16 januari jongstleden heeft plaatsgevonden. Het overleg werd derhalve voorgezeten door de minister van Justitie van Sint Maarten, mw. Nathalie Tackling. Hieronder volgt een beknopte uiteenzetting van de belangrijkste onderwerpen die zijn behandeld.
Capaciteitsvraagstuk justitiƫle diensten
Een adequate rechtshandhaving binnen het Koninkrijk vergt een sterke en goed toegeruste justitiĆ«le keten. Het tegengaan van de zogenoemde disbalans binnen de rechtshandhavingsketen in het Caribisch deel van het Koninkrijk (hierna: CdKNL) is daarom doorlopend onderdeel van de gesprekken die ik met mijn collega ministers voer. Het voeren van dit gesprek betekent goed oog houden voor de verantwoordelijkheden van de vier landen zelf, alsook receptief zijn voor het Koninkrijksbrede belang. Uit de staatkundige verhoudingen vloeit immers voort dat rechtshandhaving een landsaangelegenheid is. De capaciteitsverschillen tussen bepaalde gezamenlijke rechtshandhavingsdiensten ā zoals het Recherchesamenwerkingsteam (RST) en de Koninklijke Marechaussee, waarin Nederland heeft geĆÆnvesteerd ā en lokale diensten, zoals de lokale politiekorpsen en penitentiaire inrichtingen, kunnen ertoe leiden dat een hogere pakkans niet gevolgd wordt door de nodige vervolgstappen in de keten. Dit heeft invloed op het hele Koninkrijk.
Essentieel voor deze aanpak is een helder en gedeeld beeld creĆ«ren van de knelpunten binnen elk van de vier landen. Tijdens het JVO is daarom toegezegd om ā in lijn met eerder gemaakte afspraken ā de capaciteit van de justitiĆ«le diensten in kaart te brengen om eventuele tekorten te signaleren. Nederland draagt zorg voor de inventarisatie voor de gemeenschappelijke diensten. Deze opdracht wordt uitgevoerd door de reeds bestaande JVO-werkgroep Disbalans, waar alle landen in vertegenwoordigd zijn, en waar vervolgens de inventarisatie van de landen in gedeeld wordt. Ik onderschrijf deze aanpak van harte en kan met overtuiging zeggen dat alle landen zich volledig committeren aan de aanpak van deze disbalans.
Het communiceren van een eenduidige boodschap vanuit Nederland is een randvoorwaarde voor een goede samenwerking. De goede samenwerking die mijn ministerie heeft met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: BZK) onderstreep ik daarom nogmaals. Zo is BZK betrokken bij de JVO-werkgroep en goed op de hoogte van de ontwikkelingen in de landen. Deze samenwerking wordt daarom richting het eerstvolgende JVO doorgezet.
Koninkrijksbrede samenwerking detentie
In een sterke justitieketen op alle landen mag het detentiewezen niet ontbreken. Ondanks het feit dat het detentiewezen een landsverantwoordelijkheid is, wordt ā waar mogelijk en gewenst ā de samenwerking met de landen opgezocht. Daarom heb ik tijdens het JVO hierover met de justitieministers van de landen gesproken.
Er worden goede stappen gezet door de landen om het detentiewezen blijvend te verbeteren en te zorgen voor een veilig, menselijk en toekomstbestendig detentiesysteem. Een goed voorbeeld is de start van de nieuwbouw van de Point Blanche gevangenis op Sint Maarten, waar ik samen met de ministers van de landen en marge van het JVO het startschot voor heb gegeven. Nederland (BZK) draagt ⬠20 mln. bij aan de bouw van deze nieuwe gevangenis en ⬠10 mln. om bredere verbeteringen van het detentiewezen op Sint Maarten te bewerkstelligen.
Tijdens het JVO zijn er eveneens concrete afspraken gemaakt om de onderlinge samenwerking te verstevigen. Zo heeft Nederland het voorstel gesteund om de taskforce detentie, waar alle landen bij aangesloten zijn, voort te zetten. Daarmee hebben wij de taskforce als vehikel voor kennisuitwisseling en het delen van good practices bestendigd. Daarnaast heeft Nederland haar blijvende steun uitgesproken voor een gezamenlijke reactie op de evaluatie van de Onderlinge Regeling Detentie zoals uitgevoerd door de Raad van de Rechtshandhaving. De komende periode wordt een schrijfgroep opgericht die hiermee aan de slag gaat.
Forensische zorg, terbeschikkingstelling (tbs) en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (pij)
Repressieve maatregelen hebben alleen effect als er zo goed mogelijk oog is voor succesvolle re-integratie in de samenleving. Adequate behandeling van psychische problematiek is hier een essentieel onderdeel van. Dit geldt voor heel het Koninkrijk. Op dit moment ontbreekt het aan de juiste behandelmogelijkheden binnen het CdKNL als het gaat om de brede forensische zorg, waaronder terbeschikkingstelling en het plaatsen in een inrichting voor jongeren. De noodzaak voor het realiseren van adequate en specialistische zorg voor justitiabelen met psychische problematiek staat bij alle ministers scherp op het netvlies. Tijdens het JVO van juni 2024 is daarom ingestemd met de ontwikkeling van een meerjarig programma forensische zorg en behandeling, tbs en pij.
Het is van belang om blijvend stappen te zetten in de concretisering en daadwerkelijke uitvoering van dit programma. De JVO-brede werkgroep belast met deze opdracht heeft een terugkoppeling gegeven van de reeds genomen acties. Het is goed om te zien dat alle landen zich duurzaam verbonden hebben aan deze werkgroep, waarbij er voor de komende tijd gefocust wordt op het opzetten van lokale projectteams. Momenteel loopt ook de werving voor de overkoepelende programmamanager, die zal worden gefinancierd vanuit Nederland. De programmamanager krijgt de taak overkoepelende verbetertrajecten voor alle landen tot stand te brengen, en ook lokale projectteams op gang te helpen. Deze projectteams kunnen vervolgens gericht en met inachtneming van de regionale verschillen identificeren welke knelpunten als eerste zullen worden aangepakt. Geheel in lijn met eerdere afspraken zet Nederland haar steun en (financiƫle) commitment aan het meerjarig programma forensische zorg en behandeling, tbs en pij blijvend voort.
Aanpak georganiseerde ondermijnende criminaliteit
Misdaad moet nooit lonen. Een Koninkrijksbrede aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit is het sterkste wapen tegen criminele netwerken en ondermijnende activiteiten. Nederland vindt daarin in Aruba, CuraƧao en Sint Maarten sterke en gecommitteerde partners. Desalniettemin zijn de uitdagingen in het CdKNL groot. Het is daarom goed om te zien dat hier tijdens het JVO uitvoerig aandacht aan is besteed.
De aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit komt in verschillende vormen. Alle landen hebben tijdens het JVO kennisgenomen van de ontwikkelingen van het multidisciplinaire Ondermijningsplatform Cariben, geheel gericht op het verbeteren en blijvend versterken van samenwerking op het gebied van de aanpak van ondermijning. Een belangrijke stap is daarbij het structureel beschikbaar stellen van ā¬500.000 vanuit Nederland door het Directoraat Generaal Ondermijning (DGO), om invulling te geven aan de inhoudelijke doelstellingen van het platform. Dit zorgt voor een solide basis om ā los van de operationele inzet ā strategische partnerschappen en netwerkcoƶrdinatie te effectueren. Zo zorgen we gezamenlijk voor een goede informatiepositie binnen het Koninkrijk.
De aanpak van ondermijning beperkt zich niet enkel tot de strafrechtelijke aanpak. Ook de bestuurlijke aanpak heeft de terechte aandacht van alle ministers. Eind 2025 is daarom door de JVO-werkgroep bestuurlijke aanpak ondermijning het protocol inzake de bestuurlijke aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit in de Caribische landen van het Koninkrijk geƫvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie heeft de werkgroep een wijzigingsbesluit opgesteld, waar door alle ministers van de landen mee is ingestemd. Daarmee is het protocol geoptimaliseerd hetgeen een directe versteviging van de Rijksbrede inzet op de bestuurlijke aanpak van ondermijning betekent.
Kustwacht Caribisch gebied
De Kustwacht Cariben (hierna: KWCARIB) vormt een onmisbare schakel binnen de rechtshandhavingsketen. Zij zijn de ogen en oren in de vroegtijdige opsporing van drugs en wapens, illegale migratie, illegale visserij en milieuvervuiling. Samen met minister Tackling bracht ik voorafgaand aan het JVO een bezoek aan de KWCARIB. Deze belangrijke organisatie bestaat in 2026 al 30 jaar. Tijdens het JVO hebben de ministers kennisgenomen van de ontwikkelingen binnen de KWCARIB en van een mondelinge toelichting van de plaatsvervangend directeur KWCARIB over de recente beelden en ontwikkelingen in de regio.
Regionale politie- en brandweersamenwerking
Regionale en inter(ei)landelijke politie- en brandweersamenwerking versterkt de regio, en raakt daarmee aan de basis van de rechtshandhavingsketen. Bovendien zorgt goede samenwerking voor een weerbare regio. Het is daarom goed om te zien dat bestaande samenwerkingsverbanden zoals het College van Korpschefs blijvend door alle landen worden gesteund. Gezien de grote meerwaarde van deze regionale samenwerking heeft Nederland toegezegd de structurele bijdrage van ā¬3,5 miljoen ook vanaf 2026 door te zetten.
Dat de brandweersamenwerking in het CdKNL steeds concretere vormen aanneemt juich ik van harte toe. Zo heb ik ingestemd met het opstellen van een hernieuwde samenwerkingsovereenkomst en de uitwerking van een voorstel voor een ondersteunend secretariaat. De vier landen zullen hier naar verwachting tijdens het eerstvolgende JVO een besluit over nemen.
Informatie- en gegevensuitwisseling, deling en verwerking
Ook in relatie tot het verwerken, delen en uitwisselen van informatie en gegevens wordt er binnen het Koninkrijk nauw samengewerkt. Een belangrijke pijler is de harmonisatie bescherming persoonsgegevens.2 Het komen tot een Koninkrijksbrede harmonisatie voor de bescherming van persoonsgegevens is een urgent maar complex traject. Er spelen diverse inhoudelijke, organisatorische en procesmatige aandachtspunten die voor elk van de betrokken landen binnen ons Koninkrijk anders liggen. Daarbij heeft Nederland als doel om zowel tot een inhoudelijk sterk alsook tot een breed gedragen product te komen. Het is daarom goed dat dit onderwerp tijdens dit JVO aan de orde is gekomen. Ik kijk uit naar het vervolggesprek tijdens het volgende JVO.
Tevens heb ik met de ministers van de landen gesproken over het coƶrdineren van informatie en het gebruik van justitiƫle gegevens binnen het Koninkrijk ten behoeve van de Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG). Ik streef ernaar om begin 2026 een wetsvoorstel in consultatie te brengen in Nederland dat de doorgifte van justitiƫle gegevens mogelijk maakt tussen Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk ten behoeve van de VOG. In de andere landen van het Koninkrijk worden ook wetsvoorstellen tot wijziging van de respectievelijke landsverordeningen voorbereid. Op beide dossiers is kennisgenomen van de voortgang en overeengekomen de samenwerking voort te zetten.
Jaarverslagen, jaarplannen en begrotingen
Zoals gebruikelijk zijn tevens diverse jaarplannen, jaarverslagen, begrotingen en meerjarenramingen van gezamenlijke instellingen en diensten besproken. Daarbij ging het om stukken van het Recherche Samenwerkingsteam (RST), het Parket Procureur-Generaal (PPG), het Openbaar Ministerie Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba (OM Carib), de Raad voor de Rechtshandhaving, het Gemeenschappelijke Hof van Justitie en de Stichting Beheer ICT Rechtshandhaving (SBIR). Belangrijke instituten en stichtingen die de rechtsstaat in het CdKNL borgen en versterken. Voor zover Nederland niet reeds eerder (schriftelijk) heeft kunnen instemmen met deze begrotingen en jaarstukken is dat tijdens het JVO alsnog gedaan. Dit bleek niet voor alle landen mogelijk. Nederland heeft opgeroepen om - daar waar nog geen instemming of consensus over de stukken is bereikt - dit zo spoedig mogelijk te realiseren. Dit met het oog op continuïteit en het blijvend functioneren van deze instellingen en diensten.
Tot slot
Tijdens eerdere JVOās hebben de ministers van Justitie de wens uitgesproken voor meer ruimte voor een strategische discussie. Ik ben dankbaar dat minister Tackling gelegenheid hiervoor heeft gecreĆ«erd door, naast het JVO, een strategische heisessie te organiseren. Gedurende deze sessie hadden we ruim tijd om open en eerlijk over diverse onderwerpen in gesprek te gaan.
Zo is gesproken over het grote belang voor het Koninkrijk van het College van Korpschefs. De vier korpschefs van Aruba, Caribisch Nederland, CuraƧao en Sint Maarten geven gezamenlijk richting aan themaās die de individuele korpsen raken of overstijgen. Vanuit deze rol ondersteunt het College zowel de gezamenlijke doelen van de regionale samenwerking als de beleids- en uitvoeringsdoelen van de afzonderlijke korpsen. Ik heb mijn waardering uitgesproken aan mijn ambtsgenoten voor het delen van het belang van deze regionale samenwerking.
Verder hebben we gesproken over de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. De eilanden in het CdKNL behoren tot de veiligste in de regio. Dat willen we graag zo houden. Een actueel beeld en informatiepositie, evenals een nauwe samenwerking binnen het Koninkrijk zijn essentieel om deze criminaliteit aan te pakken.
Het volgende Justitieel Vierpartijenoverleg vindt plaats op 3 september 2026 op CuraƧao. Ik ben verheugd dat CuraƧao heeft aangegeven en marge van dit JVO ook weer een strategische sessie te organiseren.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Foort van Oosten