Conceptverslag Verkeersveiligheid
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D06244, datum: 2026-02-04, bijgewerkt: 2026-02-10 08:44, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-04 15:30: Verkeersveiligheid (Commissiedebat), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Verkeersveiligheid
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat en de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben op 4 februari 2026 overleg gevoerd met de heer Van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid, en de heer Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat, over:
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 28 mei 2025 inzake beleidsdoorlichting HXII artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid 2016-2022 (32861, nr. 88);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 27 oktober 2025 inzake CBR-rapportage examenafname derde kwartaal 2025 (29398, nr. 1190);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 15 oktober 2025 inzake modernisering wegenverkeersregelgeving (29398, nr. 1189);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 13 oktober 2025 inzake verschillen tussen elektrische fietsen en auto’s met interpretatie van de Machinerichtlijn (29398, nr. 1187);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 8 oktober 2025 inzake beantwoording vragen commissie over de beleidsdoorlichting HXII artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid 2016-2022 (Kamerstuk 32861, nr. 88) (32861, nr. 89);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 4 december 2025 inzake stand van zaken van de verkeersveiligheid najaar 2025 (29398, nr. 1192);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 9 december 2025 inzake verkeersveiligheidsaanpak elektrische fietsen en lichte elektrische voertuigen december 2025 (29398, nr. 1193);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 9 december 2025 inzake het ZonMw-programma Fietsveiligheid Voorop (29398, nr. 1194);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 10 december 2025 inzake nieuw beleid gehandicaptenvoertuigen (29398, nr. 1195);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 13 oktober 2025 inzake weergave goedkeuringsproces en -criteria van toegelaten e-step en mogelijkheden voor een moratorium op het toelaten van nieuwe typen e-steps (29398, nr. 1188);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 14 januari 2026 inzake voortgang Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata en Europese wetgeving (31305, nr. 529);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 18 december 2025 inzake samenwerkingsafspraken markttoezicht en handhaving fatbikes (29398, nr. 1197);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 15 december 2025 inzake reactie op de motie van de leden Heutink en Vedder over inzetten op een vorm van toetsing op kennis van de Nederlandse verkeersregels in de rijbewijsregeling voor expats (Kamerstuk 29398, nr. 1117) (29398, nr. 1196);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 20 januari 2026 inzake CBR-rapportage examenafname vierde kwartaal 2025 (29398, nr. 1198);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 27 januari 2026 inzake resultaten onderzoek leeftijdsgebonden helmplicht (29398, nr. 1199).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Peter de Groot
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en
Veiligheid,
Ellian
De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Schukkink
Voorzitter: Peter de Groot
Griffier: Meedendorp
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: El Abassi, Van Asten, Van Duijvenvoorde, Goudzwaard, Peter de Groot, De Hoop, Jumelet en Stoffer,
en de heer Van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid, en de heer Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Aanvang 16.11 uur.
De voorzitter:
Dames en heren, een hele goede middag. Welkom bij dit commissiedebat
over verkeersveiligheid. Ik wil allereerst mijn dank uitspreken aan de
mensen op de publieke tribune, maar ook aan de beide ministers en de
ambtelijke ondersteuning voor hun geduld. Wij hadden als
volksvertegenwoordigers nog een klusje te doen. Wij moesten stemmen in
de plenaire zaal. Dat hebben wij net afgerond en daardoor kunnen wij nu
door met dit commissiedebat. Ik wil iedereen die op de publieke tribune
aanwezig is hartelijk welkom heten en uiteraard ook de mensen die dit op
afstand volgen. Een warm welkom aan de beide ministers en de ambtelijke
ondersteuning.
We gaan beginnen met de eerste termijn aan de zijde van de Kamer. De
spreektijd is vijf minuten. Ik zou willen voorstellen om vier
interrupties toe te staan. Ik zou graag als eerste het woord willen
geven, als hij zover is, aan de heer Stoffer van de SGP. Gaat uw
gang.
De heer Stoffer (SGP):
Dank, voorzitter. De prognoses zien er niet best uit: richting 2040 10%
meer verkeersdoden en 20% meer zwaargewonde verkeersslachtoffers. Dit
mogen we niet laten gebeuren. De SGP staat voor bescherming van het
leven, ook op de weg. Het nieuwe coalitieakkoord investeert, voor zover
ik het nu kan overzien, niet in verkeersveiligheid. Dat betekent dat de
Investeringsimpuls Verkeersveiligheid voor gemeenten en provincies
doodbloedt. De coalitiepartijen doen er mijns inziens goed aan om dit
nog eens te heroverwegen. De SWOV benadrukt steeds weer dat
investeringen in bijvoorbeeld veilige fietsinfrastructuur zich dubbel en
dwars terugbetalen. De minister zou concrete, meetbare doelstellingen
opstellen, gericht op grote verkeersveiligheidsrisico's, in eerste
instantie dit najaar, maar dat is nu medio 2026 geworden. Een jaar duurt
lang. Ik zou graag de toezegging willen hebben dat deze doelstellingen
voor het meireces vastgesteld worden.
Voorzitter. Bij de recente debatten hebben we gesproken over de
N50-projecten. Zojuist is een mooie motie aangenomen, maar het gaat wel
over de ietwat langere termijn. Mijn vraag is: kunnen er voor de korte
termijn nog meer matrixborden met een filedetectiesysteem geplaatst
worden?
Dan de fatbikes. De aanpak van illegale fatbikes moet aangescherpt
worden. De politie voelt zich geremd door onduidelijkheid in de
Wegenverkeerswet. Het moet glashelder zijn dat e-bikes in geen enkel
opzicht de mogelijkheid mogen bieden voor trapondersteuning bij een
snelheid van 25 kilometer per uur of hoger, dus ook niet als optie. Die
duidelijkheid is er nu niet. In een fatbikecomputer kunnen een paar
standen staan: 25 kilometer per uur of harder. Bij een controle kan de
fatbike met een druk op de knop naar de legale stand schakelen. Geeft de
rollerbank groen licht, dan heeft een blik in de computer geen zin meer.
Ik zou af willen van de discussie en onduidelijkheid over de
interpretatie van de wet. Mijn vraag is: gaat de verkeersminister de wet
zo aanpassen dat een e-bike de optie van harder dan 25 kilometer per uur
niet alleen niet mag gebruiken, maar sowieso niet mag hebben?
Er worden nog te veel illegale fatbikes aangeboden. Toezichthouders gaan
samenwerken, maar hoe wordt de aanpak daadwerkelijk geïntensiveerd? Hoe
pakt de Douane zijn rol om illegale Chinese fatbikes al bij binnenkomst
op te sporen? De NVWA en de ILT richten zich op de zichtbare reguliere
verkoopkanalen, maar de meeste illegale fatbikes worden verhandeld via
onlineplatformen en private handel. Mijn vraag is: hoe gaan de
bewindslieden ervoor zorgen dat toezichthouders ook deze handelsstromen
aanpakken en de bevoegdheden hiervoor krijgen?
Voorzitter. Dan de boa's. De SGP wil de bevoegdheid voor boa's om te
handhaven op snelheidsovertredingen in woonwijken. De justitieminister
verwees eerder naar de komende herziening van het boa-stelsel. Dat ligt
inmiddels op tafel, maar zonder dit voorstel. Mijn vraag is: gaat het
kabinet ervoor zorgen dat boa's snelheidsovertredingen in woonwijken
kunnen beboeten?
De SGP wil ook vaart maken met het alcoholslot. Drankrijders zorgen
immers jaarlijks voor tientallen slachtoffers. Er komt een
impactanalyse, maar ik lees dat in de eerste helft van 2026 de
verkenning afgerond zal worden met de opmerking dat er op dit moment
geen financiële dekking beschikbaar is. Laat ik het maar gewoon zeggen:
ik vrees voor onnodige vertraging. Mijn vraag is: kunnen de
bewindslieden toezeggen dat de verkenning ruim voor de zomer afgerond
wordt met het oog op een financiële reservering in de begroting voor
2027?
Het aantal alcohol- en drugscontroles moet omhoog. Het is goed dat de
minister in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie hierop heeft
aangedrongen. Mijn motie op dit punt vroeg ook om de Kamer jaarlijks te
informeren over het aantal controles, het aantal gecontroleerde
automobilisten en het aantal staandehoudingen en processen-verbaal. De
minister heeft de Kamer geïnformeerd over het aantal controles in 2024
en geeft aan dat het aantal afgenomen testen en het aantal
staandehoudingen niet structureel worden geregistreerd. Maar daarmee
beschouw ik onze motie niet als afgedaan, zeg ik daarbij. Mijn vraag is:
gaat de minister ons elk jaar, bijvoorbeeld in de begroting, informeren
over het aantal controles en testen? Daarbij heb ik de vraag: hoe gaat
de minister ervoor zorgen dat het aantal testen en staandehoudingen
beter wordt geregistreerd?
Helaas veroorzaken drank- en drugsrijders al dan niet dodelijke
verkeersongevallen. Mijn vraag hierover is de volgende. Na zo'n ongeval
wordt het rijbewijs ingenomen tot de zaak voor de rechter is geweest.
Maar als dat langer dan zes maanden duurt, krijgt de drankrijder zijn
rijbewijs weer terug voordat de rechter zich heeft uitgesproken. Dat is
onbevredigend. Kan ervoor gezorgd worden dat het rijbewijs ingetrokken
blijft tot de zaak bij de rechter is geweest?
Zo gemakkelijk als een drankrijder zijn rijbewijs weer terugkrijgt, zo
moeilijk is het voor leerlingen met faalangst of autisme om het te
halen. Het is goed dat de tussentijdse toets in enkele provincies weer
wordt ingevoerd. Mijn vraag is: wil de verkeersminister ervoor zorgen
dat deze leerlingen overal weer gebruik kunnen maken van de tussentijdse
toets? Juist zij zijn er namelijk enorm mee geholpen.
Ik heb ook nog een vraag naar aanleiding van de herziene
rijbewijsrichtlijn. De richtlijn biedt de mogelijkheid om bij zware
elektrische bestelbussen met een aanhangwagen te volstaan met een
BE-rijbewijs en aanvullende training. Mijn vraag is: wil de minister dit
overnemen in onze regelgeving, inclusief bijbehorende erkenningsregeling
voor deze training?
Voorzitter. Ik zie dat ik door mijn tijd ben, dus ik stop ermee. Dank u
wel.
De voorzitter:
Dank, meneer Stoffer. Dat heeft u netjes gedaan, zou ik zeggen. U bent
twee seconden over uw tijd heen. Dat is heel netjes. Dank voor uw
bijdrage. Meneer Van Asten namens D66, gaat uw gang.
De heer Van Asten (D66):
Zonder klokje ga ik dat ook proberen te doen.
Voorzitter. Verkeersveiligheid gaat over mensen, over ouders die 's
ochtends hun kind naar school brengen, over fietsers die na hun werk
veilig thuis willen komen, en over slachtoffers en nabestaanden voor wie
één moment in het verkeer een leven lang doorwerkt. D66 staat voor een
duidelijke ambitie: nul verkeersslachtoffers. Dat is geen slogan, maar
een opdracht. Die begint bij weten waar het misgaat. Een belangrijke
stap in de goede richting betreft de actuele en volledige
informatievoorziening; daar had ik tijdens de begrotingsbehandeling ook
een debat over met de minister. Ik zou daar tijdens dit commissiedebat
op terugkomen, dus bij dezen.
We moeten scherp zien waar het structureel fout gaat, waarom het fout
gaat en welke maatregelen het verschil kunnen maken. Het is goed dat de
SWOV inzicht biedt in de cijfers van ernstige verkeersongevallen, maar
we moeten eerlijk zijn over wat we niet zien. De cijfers die worden
gebruikt zijn gebaseerd op zwaar letsel met een hoge MAIS-indicatie. Dat
levert 15.959 verkeersgewonden op. Tegelijkertijd belanden per jaar ruim
76.000 mensen op de spoedeisende hulp door een verkeersongeval. Dat
verschil is geen statistisch detail. Het betekent dat tienduizenden
slachtoffers buiten beeld blijven, terwijl daar juist waardevolle lessen
liggen om ongevallen te voorkomen: hoe zijn deze mensen op de eerste
hulp beland? Kwam dat door eigen gedrag, door de inrichting of door
gedrag van anderen? Inzicht is noodzakelijk om de juiste maatregelen te
kunnen nemen. Preventie mag geen blinde vlek zijn.
Voorzitter. Gegevens van VeiligheidNL, die cruciaal zijn voor inzicht in
letsel en andere oorzaken, zijn momenteel niet koppelbaar aan andere
verkeersveiligheidsdata. Dat heeft te maken met de Wet op de
geneeskundige behandelingsovereenkomst, waarin preventie niet expliciet
is benoemd. Mijn vraag is: is de minister bereid te onderzoeken hoe deze
wet kan worden uitgelegd of aangepast, zodat preventie wél expliciet
wordt meegenomen?
Zonder goede data blijven we achter de feiten aanlopen. Die veilige en
goede data moeten we zien te borgen. Ik begrijp dat de financiering van
VeiligheidNL geen structureel onderdeel is, maar het is ook niet de
wereld, als we kijken naar de bedragen die jaarlijks in de
IenW-begroting omgaan. Er is dus geld nodig zodat zij hun werk kunnen
voortzetten. Ik zou graag horen dat dit echt gaat plaatsvinden en dat er
geen gat in de data ontstaat, want zonder data kunnen we echt niet
sturen.
Voorzitter. Collega Stoffer heeft het net gehad over de bevoegdheden van
de boa's. Kortheidshalve sluit ik mij daarbij aan.
Ik wil aandacht vragen voor wat de Hersenstichting voor de commissie
heeft toegelicht, namelijk vermoeidheid in het verkeer. Dat is een
steeds groter wordend probleem, terwijl er steeds minder aandacht voor
is. Wegglijden achter het stuur na een drukke dag kan tot groot gevaar
leiden. Mijn vraag is: worden hier momenteel extra campagnes voor
gevoerd of staan die op de planning en is er ruimte om dit weer op te
pakken?
Tot slot wil ik het hebben over fietsstraten. De SWOV heeft enkele zeer
lezenswaardige onderzoeken uitgevoerd sinds 2021. Elke keer wordt het
onderzoek verder doorgezet. Ook in 2025 is er onderzoek gedaan, maar de
uitkomst daarvan is nog niet bekend. Alle onderzoeken ten spijt is de
meest simpele maatregel voor de veiligheid van de meest kwetsbare
categorie weggebruikers, de fietser, nog niet aangepast: een simpel
inhaalverbod voor automobilisten op fietsstraten. Dat is bij onze
zuiderburen jaren geleden al ingevoerd. Is de minister hier in de
afgelopen jaren eigenlijk ook mee aan de slag gegaan? Indien dat het
geval is, wanneer kunnen we daar dan informatie over verwachten? Als dat
niet het geval is, ben ik eigenlijk ook benieuwd waarom niet. Ik zal dan
aan de opvolger van de minister vragen om het zo snel mogelijk door te
zetten. Hiermee besluit ik het gedeelte over data en de
fietsstraten.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer De Hoop namens
GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag aan de heer Van Asten over de fatbike. Ik zag dat de
nieuwe coalitie op pagina 61 bijna een volledige pagina heeft gewijd aan
de fatbike en aan hoe zij dat voor zich zien. Ik vond het toch wel
enigszins opmerkelijk dat deze coalitie nu toch vasthoudt aan een aparte
categorie, terwijl de hele Kamer daar destijds een best stevige rol in
heeft gehad. Het ministerie heeft ook vaak gezegd dat dat gewoon niet
lukt. Toch is er dit jaar eigenlijk best wel een stevige aanpak wat
betreft handhaving. Mijn fractie is daar wel blij mee. Deze coalitie
kiest er nu toch voor om de fatbike in een aparte categorie te plaatsen
en daarmee niet helemaal door te gaan op de lijn van het huidige
kabinet. Kan de heer Van Asten dat nog wat meer toelichten? Hoe denkt
hij dat die aparte categorie wel kan? En wat voegt dat toe aan wat het
kabinet op dit moment doet?
De heer Van Asten (D66):
Was het maar een hele pagina, dan hadden we daar wellicht meer over
geweten. Dat is natuurlijk een kleine overdrijving van de heer De Hoop,
denk ik. Volgens mij moet je het ene doen en het andere niet laten. Ik
noem een goede controle op de import van illegale voertuigen en de
controle op straat door de politie en wellicht door de boa's. Ook kunnen
we tegelijkertijd kijken of deze categorie niet structureel kan worden
aangepast met maatregelen. Daar zijn wellicht wel verschillende
oplossingen voor te bedenken.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Het is in ieder geval helder hoe D66 daarin staat. Ik hoop dat we de
problematiek met de fatbike oplossen en dat we tegelijkertijd niet ook
een nieuw probleem creëren, namelijk het probleem van de e-steps. Daar
wilde ik nu naartoe. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over hoe die
e-steps toch vrij makkelijk toegelaten worden op de weg in Nederland. Is
dat niet iets waarvan ook D66 zegt dat de toegang van die e-steps op
onze wegen meer moet worden tegenhouden om de verkeersveiligheid op orde
te houden? Ik kan me toch voorstellen dat de heer Van Asten, zeker met
zijn ervaring in grote steden als Den Haag, daar ook wel zorgen over
heeft.
De heer Van Asten (D66):
De heer De Hoop raakt voor mij als oud-mobiliteitswethouder van de
gemeente Den Haag gelijk een gevoelig plekje. In die rol was ik, en het
college en de raad met mij, nooit voorstander van de e-steps, niet in
een deelcategorie of anderszins, en van de onveiligheid die dat met zich
meebrengt. Ik zou daar geen voorstander van zijn. Ik begrijp dat er nu
één type e-step daadwerkelijk geregistreerd is. Ik denk dat het bij de
gemeentes ligt om te bepalen of daar wel of niet een deelsysteem voor
komt. Ik wil daar zeker dieper op ingaan als we het LEV-kader bespreken,
zeker ook wat betreft de veiligheid.
De heer Stoffer (SGP):
Ik spreek de heer Van Asten ook even aan als oud-wethouder. Ik ben
deeltijdinwoner van Den Haag. Ik zie dat er de afgelopen jaren veel is
geïnvesteerd in de infrastructuur in Den Haag. Als ik nu kijk naar het
coalitieakkoord, dan denk ik dat dat op landelijk niveau misschien iets
meer had kunnen zijn. Daar kom ik nog over te spreken, want we hebben
het nu specifiek over verkeersveiligheid. Ik maakte net in mijn eigen
bijdrage de opmerking dat de investeringsimpuls in verkeersveiligheid
voor gemeentes en provincies doodbloedt, als ik dit coalitieakkoord zo
lees. Ik heb daar een paar vragen over. Een: is dat ook de inschatting
van de heer Van Asten? Twee: doet hem dat pijn als voormalig wethouder,
omdat hij dit natuurlijk ook in zijn portefeuille had en hij zich daar
toen ook mee bezig heeft gehouden? Drie. Als mijn waarnemingen kloppen,
zouden we dan de komende periode met elkaar eens kunnen kijken of we
hier toch iets aan zouden kunnen doen?
De voorzitter:
Ik zou bijna willen zeggen dat de heer Stoffer een Grinwisje doet. Dit
zijn meerdere interrupties in één interrupties. Kijk eens aan, ik mag 'm
van de heer Stoffer voor twee tellen. Dat is toch een mooi aanbod. Ik
zou dat ook graag willen doen. De heer Van Asten, gaat uw gang.
De heer Van Asten (D66):
Ik ga het even samenvatten, denk ik. Als wethouder Mobiliteit was ik
zeker zeer begaan met de verkeersveiligheid in de hofstad en ver
daarbuiten. Ik heb ook gezien wat deze impuls kan doen, zeker ook met de
middelen die de gemeente daar zelf natuurlijk voor bijlegt. Hoe meer je
daarin investeert, hoe eerder je bij nul verkeersslachtoffers zou komen,
denk ik. Ik heb ook gezien dat dat nu niet in de plaat is meegenomen.
Toch denk ik dat we op weg naar een begroting wellicht nog wel ruimte
kunnen vinden voor de verkeersveiligheid, dat zo scherp genoemd staat in
dit akkoord. Dat vraag uiteindelijk ook om het maken van keuzes: welke
projecten in de IenW-begroting laat je wel doorgaan en welke niet? Ik
heb net bij de stemmingen in de grote zaal gezien dat we vrij snel geld
heen en weer schuiven als het gaat om grote projecten. Wellicht is er
ook nog een mogelijkheid om dit luttele bedrag daar te vinden.
De voorzitter:
Afdoende zo? Dan gaan we naar de heer Goudzwaard voor zijn inbreng
namens JA21. Gaat uw gang.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Wij spreken vandaag over een onderwerp dat ons
allemaal aan het hart gaat, namelijk de veiligheid van de vele
verkeersdeelnemers in ons drukke land.
Hoewel het aantal verkeersdoden licht is gedaald in 2024, staat de
verkeersveiligheid structureel onder druk; de heer Stoffer refereerde
daar net ook al aan. Het aantal verkeersgewonden is opnieuw gestegen,
van 7.400 naar 7.800. Die stijging zet al twintig jaar door, met name
onder fietsers. Recente prognoses van de SWOV laten zien dat deze
aantallen zonder ingrijpen verder zullen oplopen. Die maatschappelijke
schade bedraagt inmiddels tussen de 25 en 30 miljard per jaar. Dat zijn
bizarre aantallen qua geld, maar los daarvan heeft het zeer ingrijpende
menselijke gevolgen.
Mijn kinderen worden vaak horendol van mij, want iedere keer dat ze in
het weekend met hun fietsjes op pad gaan, met hun voetbal in de rugtas,
druk ik hen op het hart voorzichtig te zijn. "Kijk goed uit, wees je
bewust van je omgeving en let goed op bij het oversteken. Wees extra
alert op fatbikes en elektrische fietsen." Want in tegenstelling tot
bussen, scooters en auto's maken deze fietsen nauwelijks geluid, zijn ze
wel snel en kunnen ze met een verkeerde stuurbeweging een kwetsbare
verkeersdeelnemer voor het leven tekenen.
Voorzitter. Er is volgens mij echt een dringende behoefte om vanuit de
politiek stevig bij te sturen op het zogeheten fatbikedossier, want
minstens 19% van de fietsslachtoffers reed op een elektrische fiets.
Heel vaak gaat het dan ook om ernstig letsel, zoals hersenletsel of
botbreuken. Uit cijfers blijkt ook dat ongevallen met fatbikes relatief
vaker tot ernstig letsel leiden dan ongevallen met gewone fietsen.
Tot slot hierover. We kunnen het allemaal zien aankomen: alcoholgebruik
in combinatie met hogere snelheden door het gebruik van e-bikes zal het
aantal ongevallen tot 2030 naar verwachting met 40% laten toenemen,
aldus ons Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. Een vraag aan de
minister: is hij bereid om gemeenten te stimuleren om bij
evenementvergunningen echt expliciet aandacht te vragen voor het
organiseren van alternatief vervoer, zoals busdiensten of aangewezen
taxizones, om alcoholgebruik en gevaarlijk fietsverkeer te verminderen?
Is de minister van mening dat er dan nog meer stappen moeten worden
gezet dan de stappen die ik net schetste?
Voorzitter. Mijn partij gelooft niet in draconische maatregelen zoals
een generiek verbod op fatbikes, want in Nederland zijn er bedrijven
aanwezig die actief op een veilige manier technisch hoogwaardige
fatbikes produceren. Het probleem zit 'm niet bij die legale aanbieders,
maar vooral bij die illegale opgevoerde modellen. De ILT, de NVWA en de
Douane beschikken immers over een duidelijke wettelijke bevoegdheid
middels de Europese Machinerichtlijn. Maar vorig jaar zijn er nul
sancties opgelegd, terwijl je illegale fatbikes kinderlijk eenvoudig
online kunt bestellen. Daarom is het goed om te lezen dat het ministerie
echt expliciet steun uitspreekt voor het keurmerk van elektrische
fietsen.
Maar ja, zonder handhaving is dat natuurlijk niets meer dan een wassen
neus. Daarom twee vragen. Kan de minister concreet aangeven welke
toezicht- en handhavingsmaatregelen worden ingezet tegen niet-conforme
e-bikes? Hoe wordt gewaarborgd dat het keurmerk daadwerkelijk effect
heeft op het aanbod binnen de markt? Welke concrete acties zou de
minister binnen afzienbare tijd kunnen nemen om de instroom van illegale
fatbikes via onlineplatforms aantoonbaar terug te dringen, vooral
kijkende naar de rollen van de ILT, de NVWA en de Douane?
Voorzitter. JA21 juicht campagnes zoals "'t Kan hard gaan" of "Veilig op
Weg! Blijf uit de dode hoek" toe. Want grote winst valt te behalen op
het gebied van bewustwording en gedragsverandering vanuit onze
maatschappij, van binnenuit. We geloven in gerichte preventie, en dat
werkt. Alleen door samen verantwoordelijkheid te nemen, maken we het
verkeer echt veiliger. Een vraag aan de minister: hoe kijkt hij
eigenlijk aan tegen het blijvend en structureel opnemen van
verkeerseducatie in het verkeersveiligheidsbeleid in het licht van de
steeds meer toenemende drukte, de complexiteit van het verkeer en het
belang van preventie daarbij? Is de educatie-infrastructuur die we
hebben in ons land, het budget en de samenwerking tussen stakeholders
optimaal te noemen?
Dan tot slot. Het ministerie van IenW is al jaren onverzettelijk in zijn
voornemen om de huidige markt voor tankstations langs rijkswegen op te
knippen. Het ministerie stelt de verkeersveiligheid te willen bevorderen
en kruisend verkeer tegen te willen gaan. Dat klinkt heel goed, maar de
plannen die er nu liggen, bereiken het tegenovergestelde. De hoogst
mogelijke verkeersveiligheid wordt namelijk juist bereikt wanneer een
verzorgingsplaats overzichtelijk is ingericht en voorzieningen op één
plek zijn geconcentreerd. De heer Heutink heeft hiertoe in mei vorig
jaar al opgeroepen in een motie. Mijn partij steunt dit initiatief van
harte, niet alleen vanwege de verkeersveiligheid maar ook omdat dit een
voorbeeld is van doorgeslagen ambtenarenbeleid dat aan de Haagse
tekentafel is bedacht en dat geen enkele aansluiting heeft bij de
realiteit waarin familiebedrijven dagelijks moeten opereren.
Tot zover, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Dan is nu het woord aan de heer De Hoop
namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Mijn voorgangers zeiden het terecht al: de
verkeersveiligheid staat gewoon enorm onder druk, en zeker die van de
meest kwetsbare deelnemers aan het verkeer, en dat zijn nog altijd
fietsers en voetgangers. Dat moet echt anders. We zien namelijk dat er
de afgelopen jaren ondanks het doel van nul verkeersdoden een
verslechtering heeft plaatsgevonden. We zien in de cijfers ook dat er
steeds meer ouderen betrokken zijn bij verkeersongevallen. Het is
natuurlijk fantastisch dat ouderen steeds vitaler worden, maar dat
brengt ook verkeersrisico's met zich mee. Ze zijn natuurlijk ook extra
kwetsbaar. Het is belangrijk om in beeld te brengen hoe we ouderen beter
kunnen beschermen, maar we zien helaas dat ook onder jongeren het letsel
echt toeneemt. De SWOV verwacht nog steeds 740 doden in 2040, en dat is
gewoon tegen alle afspraken in. We weten wat de oorzaken zijn, maar het
budget voor maatregelen, met name in de infrastructuur, blijft nog
steeds te veel achter.
GroenLinks-Partij van de Arbeid begrijpt niet dat we parallel aan de
terechte aanpak van de fatbike toch steeds meer ruimte bieden aan
e-steps in ons verkeer. We hebben veel debatten gevoerd over bijzondere
bromfietsen en de onveiligheid die ze kunnen veroorzaken in het verkeer,
maar de minister laat de e-step toch als product goedkeuren door de RDW.
Dat is niet alleen iets vanuit Europa, met het LEV-kader, maar het is
vooral ook onze eigen nationale typegoedkeuring. Dat betekent dat wij
daarin ook best veel ruimte hebben om de keuze te maken om dingen niet
toe te laten. Bepalingen over de hoogte van het nummerbord en over
knipperlichten zullen ongetwijfeld met alle goede bedoelingen zijn
opgesteld, net als alle goedkeuringseisen, maar dit is niet direct wat
de Tweede Kamer zelf ook wilde. Wij willen vooral een verbetering van de
verkeersveiligheid. Het toelaten van nieuwe gemotoriseerde stepjes op
onze toch al heel drukke wegen is het organiseren van nieuwe frustratie
voor verkeersdeelnemers en, nog erger, het organiseren van meer gevaar
op de weg, ben ik bang. Mijn fractie heeft tot nu toe geen goede reden
gehoord waarom die e-steps echt een toevoeging zijn voor
verkeersdeelnemers boven een gewone fiets of een e-fiets. Ik zou denken
dat we zo'n product niet per se hoeven te faciliteren, zeker niet als er
hierdoor mogelijk meer verkeersslachtoffers vallen. De brieven en de
antwoorden over het moratorium vind ik nog weinig overtuigend op dat
punt.
Wat wél echt de goede kant opgaat, is de handhaving op fatbikes en ook
het feit dat er nu een helmplicht lijkt te komen. Daarnaast ziet mijn
fractie dat het draagvlak daarvoor heel groot is, zelfs onder jongeren.
De handhaving verloopt stukken beter en daarvoor verdienen beide
ministers gewoon een compliment.
Zonder iets af te doen aan de gevaren van de fatbike, is er met dit
beleid hopelijk vooral ruimte om de meer fundamentele zaken aan te
pakken. Die liggen wat ons betreft vooral in de infrastructuur. Iets wat
ons ook stoort, is dat gehandicaptenvoertuigen, die wat ons betreft echt
exclusief zijn voor wie daartoe veroordeeld is, ook steeds vaker
gebruikt worden door anderen. Ik zag vandaag nog een bericht in De
Telegraaf waarin stond dat in de steden helaas heel veel
gehandicaptenparkeerplekken ingenomen worden door mensen die deze
plekken misschien niet nodig hebben. Ik vind het onfatsoenlijk om
voorzieningen voor mensen die ze echt nodig hebben, te gebruiken en te
misbruiken. Hoe kunnen we gemeenten ondersteunen om dat te voorkomen?
Dat zou ik beide bewindspersonen willen vragen. En worden ook de
gemeenten betrokken bij de impactanalyse van de gehandicaptenvoertuigen,
of alleen de fabrikanten?
Dan het alcoholslot. We kregen daarover weer een brief, maar we zijn
hiermee nog steeds te weinig opgeschoten, vind ik. Ik vind echt dat we
automobilisten die misbruik hebben gemaakt van alcohol en drugs, zo snel
mogelijk van de weg moeten halen. En dat vind ik niet eens een straf.
Een rijbewijs is een gunst die je moet verdienen, vind ik, en je hebt
die niet verdiend als je zware overtredingen begaat met alcohol en
daarmee ongelukken veroorzaakt. Een boete, of de gevangenis, is een
straf. Je moet je gewoon gedragen op de weg. Dan maar geen rijbewijs
meer. Dat zou wat ons betreft het uitgangspunt moeten zijn. Een
alcoholslot is als tegemoetkoming en re-integratie daarmee eigenlijk
geen straf, maar een gunst. Dan mag je namelijk weer rijden. Wij vinden
dat dat echt moet worden omgezet in wetgeving. Gelukkig zijn de
controles opgevoerd. Dat kwam wel met 42.000 overtredingen. Dat is echt
fors. Ik ben ervan overtuigd dat elke blaastest effectief is, ook als
hij negatief uitvalt. Mensen vertellen dat door, en dat draagt bij aan
gedragsverandering.
Wij zagen dat de minister opvoersets niet gaat verbieden. Je mag
namelijk je brommer of fatbike wel opvoeren, zolang je maar op een
boerenerf blijft. Nu kom ik zelf van een boerenerf en ik ben er toch
niet van overtuigd dat dit over zulke grote getallen gaat. Heeft de
minister van Justitie onderzocht hoeveel procent van de opvoersetjes op
het boerenerf terechtkomen en daar ook blijven? We zitten niet meer in
de jaren zestig of de jaren zeventig, waarin iedereen op het boerenerf
een Puchje of andere vormen van brommers heeft. Ik kan me niet
voorstellen dat dit zo'n zwaarwegend argument is om het niet te doen.
Kan de minister, ook in het debat, toch wat breder ingaan op die
afwegingen?
Tot slot. Er moet echt meer geïnvesteerd worden in de infrastructuur, en
vooral in de gevaarlijke rijkswegen. Dat is heel goed, maar juist ook
voor de provinciale en gemeentelijke wegen is ondersteuning nodig. Ik
hoop dat we daar ook extra inzet kunnen zien.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Hoop. Ik ben nu toch wel benieuwd of u vroeger een
opvoersetje had. Daar praten we buiten de vergadering misschien nog even
met elkaar over. Dank u wel voor uw inbreng. Het woord is aan de heer
Jumelet van het CDA.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. In mijn eerste week als Kamerlid werd mij
gevraagd wat ik van fatbikes vond. Nou, dan mag je je licht erop laten
schijnen. Dat ging in het bijzonder over een fatbike die de
desbetreffende journalist via een Chinese website had aangeschaft. Die
was makkelijk in elkaar te zetten, en inderdaad makkelijk op te voeren.
Ik weet niet of dat met zo'n opvoersetje was, maar hij was in ieder
geval makkelijk op te voeren. Levensgevaarlijk, heb ik gezegd. We zouden
dit niet moeten willen. Op de vraag wat er met de getoonde illegale
fatbike zou moeten gebeuren, heb ik geantwoord: in de shredder. Dat
heeft het nieuwsitem echter niet gehaald en daarom wil ik het vandaag
graag herhalen. Ik kom zo meteen nog op die fatbikes terug.
Voorzitter. Deelnemen aan het verkeer is deelnemen aan de samenleving.
Het draait in het verkeer om veiligheid en om je gedrag. Het draait om
hoe je met mensen omgaat: moeten anderen aan de kant voor jouw haast of
plezier, of houd je rekening met anderen? Ik denk dat het goed is om dat
nog een keer onder de aandacht te brengen.
Voorzitter. In 2024 kwamen 675 mensen om het leven in het verkeer. Dat
waren er weliswaar iets minder dan in 2023, maar het is veel leed en
verdriet. Daarom is het goed om het hier met elkaar over
verkeersveiligheid te hebben. Er raakten 7.800 mensen ernstig gewond.
Dat was meer dan in 2023. Vooral onder fietsers blijft de situatie
ernstig: ze vormen zowel de grootste groep verkeersdoden als de grootste
groep ernstig gewonden. De stijgende trend in verkeersgewonden zet al
twintig jaar door. Volgens recente prognoses zal dit zonder maatregelen
nog verder oplopen. Zoals ook al gezegd is, bedraagt de maatschappelijke
schade inmiddels meer dan 30 miljard per jaar. Wat het CDA betreft is er
dus nog steeds veel te doen aan verkeersveiligheid.
Voorzitter. Ik wil een drietal onderwerpen nader uitlichten. In het
nieuwe coalitieakkoord staan een aantal regels over de aanpak van
alcohol en drugs in het verkeer, waar stevige afspraken over zijn
gemaakt. Dat staat trouwens in hetzelfde stukje als waar de fatbike
wordt genoemd. Dit kabinet is natuurlijk demissionair, maar dit probleem
is niet nieuw. Mijn vraag zou zijn of de minister kan aangeven welke
concrete maatregelen er nu al worden getroffen om de handhaving op
drugsgebruik achter het stuur verder op te schalen.
Voorzitter. De pakkans moet vergroot worden. Wij denken dat het van
grote invloed op het gedrag is, want je neemt een groter risico door
onder invloed te rijden. Wil de minister in kaart brengen welke
knelpunten er zijn in capaciteit, middelen, regelgeving en techniek, en
welke daarvan op korte termijn voorbereid of opgelost kunnen worden? Dan
kan een volgend kabinet direct stappen zetten.
Voorzitter. Sinds april 2023 bestaat bij bepaalde overtredingen
verplichte educatie over de gevolgen van middelengebruik in het verkeer.
De vraag van het CDA is: hoe verloopt de uitvoering hiervan? Wanneer
volgt de evaluatie? We kunnen er namelijk van leren. Kan de minister
zorgen dat deze tijdig beschikbaar komt? Kan hij ook alvast verkennen op
welke punten deze educatie effectiever of breder inzetbaar kan worden
gemaakt?
Voorzitter. Dan pak ik nog even terug op iets wat eerder is geweest. In
het commissiedebat Auto en het tweeminutendebat heeft mijn voorganger
Eline Vedder uitgebreid aandacht gevraagd voor de aanpak van illegale
straatraces. Daarbij is een toezegging gedaan. Er zou een brief komen
over betere handhaving in afstemming met JenV en daarin zouden onder
meer de bevindingen van TeamAlert, gerichtere inzet van
handhavingsmiddelen, zoals flitspalen en stoplichtingen rond
uitvalswegen, en preventie en voorlichting in de context van car shows
worden meegenomen. Die toezegging was dus niet alleen dat erover
gesproken zou worden, maar ging juist over een gerichtere en concretere
aanpak van het probleem dat zich verplaatst, zich organiseert via
sociale media en dat grote risico's oplevert voor de verkeersveiligheid
en omwonenden. Tegen die achtergrond wil ik de minister van JenV in het
bijzonder vragen welke landelijke regieafspraken er inmiddels zijn
gemaakt tussen JenV, het Openbaar Ministerie en de politie en hoe wordt
voorkomen dat de aanpak van straatraces een vrijblijvende prioriteit
blijft die per regio verschilt. Zijn beide ministers bereid om een
landelijke hotspotmethodiek af te spreken voor straatraces? Wat zijn de
effecten daarvan?
Voorzitter. Dan inderdaad weer de fatbikes. Er is een breed draagvlak —
dat horen we in deze commissie, maar ook in de samenleving — voor een
stevige aanpak van overlast van fatbikes. Je zou kunnen zeggen dat die
bal nu bij het nieuwe kabinet ligt, maar ik wil toch nog een paar dingen
vragen aan deze minister. Een van de voordelen van een helmplicht is dat
veel jongeren helemaal geen helm op willen en dat daardoor het gebruik
van de fatbike misschien wel minder aantrekkelijk wordt. Dit hebben we
al gezien bij de snorfiets, waarvan het gebruik na de invoering van
helmplicht in 2023 stevig is afgenomen. We kunnen inderdaad ook weer
leren van het verleden. Kan de minister in kaart brengen hoe dat hele
proces is verlopen en welke lessen daarvan geleerd kunnen worden voor de
invoering van een helmplicht? Ik denk dan bijvoorbeeld aan het
verplaatsingseffect naar andere voertuigen, maar ook aan inzicht in
cijfers over hoe minder gebruik van snorfietsen tot minder ongevallen
heeft geleid en bij welke groepen dit vooral zichtbaar was. Een tweede
vraag op dit punt — nuttig richting de nieuwe kabinetsperiode — is denk
ik hoe het proces van strengere handhaving nu verloopt. Ik merk dat ook
bij deze minister de wil er is om dit op te schalen. Inderdaad ook
complimenten aan de hier aanwezige ministers voor dat er al veel stappen
zijn gezet.
De voorzitter:
Meneer Jumelet, wilt u afronden? U bent ruim over uw tijd heen.
De heer Jumelet (CDA):
Ja. De laatste zin, voorzitter.
De voorzitter:
Mooi.
De heer Jumelet (CDA):
Ik ben benieuwd naar waar beide ministers tegenaanlopen bij het
opschalen daarvan. In dat kader ben ik ook benieuwd naar de voortgang
van de uitrol van de rollerbanken. Op welke datum kunnen we verwachten
dat elke gemeente beschikt over zulke rollerbanken?
Voorzitter, dat was het. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb dezelfde vraag aan de heer Jumelet als aan de heer Van Asten van
D66, namelijk of het CDA het ook niet met GroenLinks-Partij van de
Arbeid eens is dat we de toename van e-steps in het verkeer tegen moeten
gaan, dat we het misschien wel eigenlijk bij die enige goedgekeurde
e-step moeten houden en dat we daar vanuit onze nationale
typegoedkeuring misschien zelf actief op moeten sturen, zodat we niet
een nieuw probleem met elkaar organiseren. Ik ben benieuwd hoe het CDA
daar tegenaan kijkt.
De heer Jumelet (CDA):
In lijn met wat de heer Van Asten net al heeft gezegd: ik denk dat het
goed is om vinger aan de pols te houden wat betreft verkeersveiligheid.
Het is een heel belangrijk thema en bij het toelaten van nieuwe
apparaten die uiteindelijk aan de orde komen, zullen we echt de lijn van
verkeersveiligheid moeten aanhouden. Ik denk dus dat het goed is om daar
alle aandacht voor te hebben. Ik weet dat dit in steden speelt, maar ook
in plattelandsgemeenten. Ik denk dat het goed is dat we nu we met elkaar
het probleem van de fatbike aan de orde hebben en proberen om daarop te
gaan sturen, ook proberen te voorkomen dat we weer een nieuw probleem
creëren. Ik denk dat dat helder is.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Duijvenvoorde namens FVD. Gaat
uw gang.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Dankjewel, voorzitter. Verkeersveiligheid is natuurlijk van belang, maar
het wordt hier steeds gepresenteerd als een waardevrij, louter technisch
doel. Dat is natuurlijk niet zo. Hoe je denkt over verkeersveiligheid is
het resultaat van mensbeeld, wereldbeeld, vrijheid, verantwoordelijkheid
en menselijk handelen. Natuurlijk moeten we de technische details
bespreken, maar het is toch ook wel van belang om een iets fundamenteler
debat te voeren over de grond van dit beleid.
De overheid, zoals ik die nu twee maanden meemaak, wordt gedreven door
één dominante logica: ieder risico moet worden teruggedrongen en iedere
veiligheidswinst, hoe klein ook, geldt automatisch als wenselijk. Het
lijkt alsof men van mening is dat hierover in deze Kamer niet langer
hoeft te worden gesproken. Iedereen wil veiligheid, dus veiligheid gaan
we krijgen. Regels worden vervolgens steeds sneller aangepast,
verplaatst naar lagere regelgeving en verder gedetailleerd, juist om
deze zogenaamd vanzelfsprekende norm buiten expliciete politieke
afweging te houden. Dat zien we bijvoorbeeld terug in het voornemen om
verkeersregels te verplaatsen van wetsniveau naar AMvB's en ministeriële
regelingen. Juist verplaatsen van wetsniveau naar AMvB's en ministeriële
regelingen. Juist omdat deze norm niet meer expliciet wordt gewogen,
fungeert onzekerheid over de effectiviteit van maatregelen niet langer
als rem. Het ministerie erkent zelf dat het beleid structureel
tekortschiet in lerend vermogen. De doeltreffendheid van maatregelen is
vaak onbekend, ex-post-evaluaties zijn schaars en er zijn onvoldoende
middelen om dat te verbeteren. Met andere woorden: we weten niet goed
wat werkt, maar we weten wel hoe we nieuwe regels moeten maken.
Dit leidt tot twee vragen aan de minister. Ten eerste: hoe waarborgt hij
dat fundamentele verkeersnormen, regels die iedereen dagelijks raken en
waarop wordt gehandhaafd, onder politieke controle van de Kamer blijven
wanneer er zou worden verplaatst van wetsniveau naar AMvB's? Ten tweede:
waarom kiest hij voor verdere normuitbreiding, terwijl hij
tegelijkertijd erkent dat de kennisbasis over de effectiviteit van die
normen aantoonbaar tekortschiet?
Het duidelijkst wordt deze veiligheidslogica in het streven naar nul
verkeersslachtoffers in 2050. Dat wordt steevast gepresenteerd als een
vanzelfsprekend, moreel onbetwistbaar en wenselijk doel, maar dat is het
niet. Nul verkeersdoden is geen neutraal beleidsdoel, maar een moreel
absoluut. Een samenleving die nul slachtoffers als uitgangspunt neemt,
haalt principieel elke grens weg. Iedere maatregel kan worden
gerechtvaardigd zolang ook maar één slachtoffer kan worden voorkomen.
Dat leidt tot steeds verdergaande regulering, steeds minder tolerantie
voor risico en steeds minder ruimte voor individuele
verantwoordelijkheid, terwijl Nederland al jaren tot de veiligste landen
van Europa behoort.
De vraagt dringt zich dan op of nieuwe regels voortkomen uit bewezen
noodzaak, of uit een bestuurlijke reflex om het leven steeds verder
dicht te timmeren, totdat het verkeer en uiteindelijk het dagelijks
bestaan van geboorte tot graf verandert in een permanente
trajectcontrole. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat de doelen voor
2030 onhaalbaar zijn, door factoren die nauwelijks te beïnvloeden zijn.
Dan rijst de vraag op grond waarvan het einddoel voor 2050 nog
geloofwaardig is en, belangrijker nog, welke prijs in vrijheid,
autonomie en leefruimte de minister bereid is te betalen voor het
vasthouden aan dit veiligheidsideaal.
De heer Van Asten (D66):
Dat was prachtig proza. Het gaat over eigen verantwoordelijkheid. Ik ben
al een paar keer wethouder Mobiliteit hier in de stad geweest. Ik vind
het dan heel lastig om de eigen verantwoordelijkheid toe te passen in
een gesprek dat je dan voert met de vader van wie een dochter is
aangereden omdat er eentje met 120 kilometer per uur over een 50
kilometerweg ging. Dat heeft toch niks meer te maken met "eigen
verantwoordelijkheid"? Dat heeft dan toch te maken met dat wij wel
degelijk moeten opkomen over de meest zwakken in onze samenleving,
namelijk verkeersdeelnemers; niet alleen wandelaars en fietsers, maar
ook gewoon iemand anders die in een auto zit? We moeten hierop toch
juist sterk normeren? Als dat tot nul verkeersslachtoffers leidt, dan is
dat volgens mij een prima doel om te stellen.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ten eerste dank ik u voor uw complimenten over mijn proza. Ik wil u
complimenteren met het mooie gebruik van bathos. Dit zijn natuurlijk
twee verschillende debatten. Hier gaat het over de relatie tussen
veiligheid en vrijheid. Het is niet dat bepaalde maatregelen mogelijk
tot nul verkeerslachtoffers leiden. Het doel is nul verkeerslachtoffers
en daar moet alles voor wijken. De vraag die ik stel, is de volgende.
Stel dat we dat doel handhaven, in hoeverre zijn we dan bereid om
allerlei keuzes te maken die misschien de autonomie en vrijheid van
burgers kunnen beperken? Dat is meestal een heel terechte en complexe
afweging. Het gaat dan natuurlijk niet over concrete individuele
tragische gevallen.
De heer Van Asten (D66):
Ik snap natuurlijk waar u deze discussie naartoe wil brengen, maar als
wij in deze samenleving niet daadwerkelijk ingrijpen in wat objectief
het snelste tot nul of zo min mogelijk verkeersslachtoffers zou kunnen
leiden, namelijk maatregelen als 30 kilometer per uur en andere
maatregelen die de auto een stuk minder gevaarlijk maken voor andere
verkeersdeelnemers, dan zijn we toch nog mijlenver verwijderd van het
inperken van de fundamentele vrijheden van mensen om zich van A naar B
voort te bewegen?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Je hebt in een discussie toch ook altijd de langeretermijnvisie? Wij van
FVD vinden dat tragiek ook bij het leven hoort. Dingen gaan soms mis.
Dat is pijnlijk en vervelend, maar wij vinden wel dat de veiligheid niet
het laatste woord dient te hebben als die niet in relatie staat tot
andere belangrijke waarden.
De heer Van Asten (D66):
Concluderend vind ik het wel een heel moeilijk debat om te voeren. Wij
gaan hier namelijk over verkeersveiligheid en daarin proberen we juist
elk leven te beschermen en ervoor te zorgen dat er geen ongelukken
gebeuren die echt daadwerkelijk impact hebben op mensen, dodelijk of
niet. Dat wordt hier afgezet tegen een filosofische discussie over hoe
vrij je je in het verkeer mag bewegen. Daar moet toch een morele
ondergrens aan zitten?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Maar veiligheid is ook een morele discussie, toch? Als wij zeggen dat we
in 2050 nul verkeersslachtoffers willen, dan ga je keuzes maken op
beleidsniveau, die ook filosofische implicaties hebben. Dat is ook
precies wat ik wilde doen. Omdat ik merk, ook in de verhalen van mijn
ambtsgenoten, dat het zo natuurlijk is om in veiligheid te denken, dacht
ik: wat nou als je daar iets anders tegenover plaatst? Waar komen we dan
uit met elkaar? In hoeverre is de minister bereid om daarin bepaalde
afwegingen te maken? Waar stelt hij de grenzen van de keuzes voor
veiligheid?
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik herhaal mezelf, want ik had de vraag eigenlijk al gesteld. Kan de
minister expliciteren welke vrijheid hij wil behouden en waar de grens
ligt van staatsinterventie in het dagelijks verkeer? Ik betwist
geenszins — daar zal mijn ambtsgenoot van D66 blij mee zijn — het belang
van veiligheid, maar wel dat veiligheid altijd het laatste woord moet
hebben. Grote menselijke prestaties zijn altijd tot stand gekomen in een
wereld waarin risico, onzekerheid en verantwoordelijkheid met elkaar
verweven waren. Een samenleving die elk risico wil uitsluiten, verliest
verantwoordelijkheid en oordeelskracht, maar boven alles
scheppingskracht en vrijheid. Een volwassen samenleving aanvaart daarom
dat een goed leven niet risicoloos is en dat veiligheid niet het enige
criterium kan zijn waarmee zij zichzelf bestuurt.
Dank u wel.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik ben wel een beetje geïnteresseerd in deze stelling. Vindt Forum voor
Democratie dat wij moeten waken over de jongeren? Ziet u op dit vlak een
verschil tussen volwassenen en jongeren? De prefrontale cortex is
volgens mij pas rond je 23ste helemaal ontwikkeld, dus jongeren hebben
echt moeite met het inschatten van risico's. Hoe kijkt u daarnaar?
De voorzitter:
Ik wil u allen oproepen om via de voorzitter te spreken.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Via de voorzitter. Het is niet alsof Forum voor Democratie tegen regels
is. Zoals ik al zei, zijn we een van de meest veilige landen. Ik bedoel,
we zijn veiliger dan België, Frankrijk en Duitsland. We weten ook dat
jongeren tot hun 23ste beschermd moeten worden tegen zichzelf. Daarom
mag je bijvoorbeeld je rijbewijs pas op een bepaalde leeftijd halen en
zijn er strengere regels. Dat vinden we allemaal helemaal terecht. Het
enige punt dat ik wilde maken, is het volgende. Ik schrok een beetje van
de nul verkeersslachtoffers in 2050. Wat moet je allemaal doen om dat
doel te bereiken? Dat wil ik hier scherp stellen.
De heer Goudzwaard (JA21):
Als ik het goed begrijp, zegt Forum: ik snap uw betoog, maar wij zullen
wel alles op alles zetten om voor kinderen een veilige verkeerssituatie
te creëren.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Wij zullen alles op alles zetten, absoluut. Forum voor Democratie is een
conservatieve partij, geen anarchistische partij. Wij zetten ons ervoor
in dat de Staat mensen tegen elkaar beschermd, en daar zijn sommige
regels noodzakelijk voor.
De heer Stoffer (SGP):
De heer Van Duijvenvoorde zet een traditie van een van zijn voorgangers
voort. De heer Baudet heeft bij een debat over verkeersveiligheid ooit
een bijdrage over vrijheid gehouden. Het mooie vond ik dat die je aan
het denken zette. Dat doet de bijdrage van de heer Van Duijvenvoorde
ook. Maar uiteindelijk moet je het wel vertalen naar iets concreets in
de praktijk. Dat is het dilemma, niet eens zozeer van ons hier, maar
vooral van de bestuurders aan de overzijde van deze tafel. Deze
bewindslieden gaan over de snelwegen. Als je vrijheid volledig door zou
trekken, zou je over bijvoorbeeld kunnen zeggen: laat de snelheid op
onze snelwegen onbeperkt zijn. Nu is er ook wetenschappelijk onderzoek
gedaan. De praktijk leert ook dat een beperking van de snelheid leidt
tot minder verkeersslachtoffers. Uiteindelijk komt dat ons als mensen
ten goede. Hoe kijkt de heer Van Duijvenvoorde daartegen aan? Zou hij de
snelheid op snelwegen niet willen beperken, of vindt hij dat de
beperkingen zoals we die nu hebben in ons land, namelijk 130, 120 en 100
kilometer per uur, goede gevolgen hebben voor de
verkeersveiligheid?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Wij zijn sowieso tegen 100 op snelwegen, maar dat zal de heer Stoffer
niet verbazen. Wij zijn ook tegen trajectcontroles, maar dat terzijde.
Forum voor Democratie snapt ook dat het brein bij iedereen anders werkt,
dat we niet altijd de gevolgen overzien, dat mensen geneigd zijn om
fouten te maken en dat we dat soms moeten begeleiden. Het is dus heel
logisch dat we op basis van het type snelwegen het type auto's in
Nederland een maximumsnelheid van 130 of 120 hanteren en dat we daar
keuzes in maken. Dat onderschrijft Forum voor Democratie natuurlijk. Het
enige wat wel van belang is, is dat die veiligheid niet ten koste moet
gaan van allerlei andere waarden. Je ziet dat de Kamer steeds weer wil
centraliseren, controleren en meer regels maken, terwijl Forum voor
Democratie zegt: behalve dan dat we maar 100 mogen, doen we het al heel
goed, dus we hoeven niet nog meer regels te verzinnen omdat dat nu
eenmaal ons werk is.
De heer Stoffer (SGP):
Op zich zou je kunnen zeggen dat dit logisch klinkt, maar het verkeer
ontwikkelt zich ook. In de tijd van mijn opa, die een van de eerste
fietsenmakers in dit land was en ook een van de langst actieve, en die
ook een van de eerste auto's in het dorp had, had je af en toe een auto
en een fiets, maar eigenlijk liep bijna iedereen. Inmiddels is het
ingewikkeld geworden, met name in de stedelijke omgeving, met allerlei
soorten verkeer, en nieuwe voertuigen. Daar hebben we het zojuist over
gehad.
Zegt de heer Van Duijvenvoorde dan dat je voor al die nieuwe soorten
verkeer geen nieuwe regels moet stellen en dat je het maar moeten laten
gebeuren? Dat kan ook, hè. Er is ook een school in
verkeersveiligheidsland die zegt: laat alles maar vrij, dan wordt het
ook zo veilig mogelijk. Ik ben niet van die school, moet ik eerlijk
zeggen, maar te veel regels maken het af en toe ook ingewikkeld. Hoe
kijkt de heer Van Duijvenvoorde aan tegen alle ontwikkelingen in de
maatschappij en allerlei nieuwe soorten verkeersdeelnemers? Wil hij daar
geen regels voor stellen? Zou hij dat vrij willen laten of zegt hij dat
je toch moet kijken naar hoe je omgaat met nieuwe verkeersdeelnemers in
het totale spectrum van verkeer en verkeersveiligheid?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Nee, zeker, ik onderschrijf ook helemaal wat de heer Stoffer zegt. Het
verkeer ontwikkelt zich. We hebben een bevolkingstoename. Het wordt
complexer. In woon in Amsterdam. De fatbikes en elektrische fietsen
maken het samenleven moeilijker, want ik denk dat er een fiets aan komt
en ineens rijden ze me al van mijn sokken, omdat het toch een
elektrische fiets is. Dat is natuurlijk zo. Forum voor Democratie zal
ook niet altijd tegen nieuwe regels stemmen, maar wij vinden het idee
van nul verkeersslachtoffers — want daar sloeg ik op aan in dit verhaal
— gewoon geen nastrevenswaardig doel. Als je dat gaat doen, moet je het
leven van mensen namelijk veel te veel controleren om het überhaupt
enigszins haalbaar te maken. Dat is eigenlijk de kern van mijn
betoog.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer El Abassi namens DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Allereerst ga ik kort stilstaan bij verkeersboetes.
Dat doe ik niet vanuit het oogpunt van de wet-Mulder of het boetebeleid
of hoe disproportioneel de boetes zijn, want daar hebben we het tijdens
JenV-debatten vaak genoeg over gehad en daar gaan we het volgens mij ook
nog vaak genoeg over hebben, maar vanuit de vraag hoe verkeersboetes
zich verhouden tot verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid gaat over
levens redden. Maar handhaving werkt alleen als zij als rechtvaardig
wordt ervaren. Zonder draagvlak is er geen naleving en zonder naleving
is er geen verkeersveiligheid.
Eind 2025 gaf de minister van Justitie en Veiligheid zelf aan dat de
verkeersboetes tamelijk hoog zijn geworden, nadat het CJIB waarschuwde
dat ze steeds minder in verhouding staan tot de overtreding. Nu ligt er
een zwaarwegend oordeel, zo blijkt uit de WODC-evaluatie. De conclusie
is helder. Verkeersboetes worden steeds minder gezien als
veiligheidsinstrument en steeds meer als financieel instrument. Dat
ondermijnt het vertrouwen van burgers en het draagvlak voor handhaving.
Zoals ik al heb aangegeven, raakt dat de verkeersveiligheid. Sinds 1994
zijn boetes met meer dan 220% gestegen, terwijl het leven ongeveer 70%
duurder werd. Bij niet betalen loopt een boete via verhogingen op tot
soms het drievoudige.
Het WODC noemt dit "disproportioneel" en waarschuwt voor een
schuldmechanisme dat juist leidt tot minder naleving, en dus minder
veiligheid. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Wat gaat
het kabinet concreet doen met de conclusies van het WODC, juist waar het
gaat om draagvlak en naleving? Hoe borgen de ministers dat
verkeersboetes primair een veiligheidsinstrument blijven en niet opnieuw
worden gebruikt als begrotingsmiddel?
Voorzitter. Dan het CBR en de tussentijdse toets. Laat ik beginnen met
iets positiefs. Het verheugt mij dat een voorstel dat ik begin vorig
jaar heb gedaan, het tijdelijk schrappen van de tussentijdse toets,
aantoonbaar heeft gewerkt. Uit de CBR-rapportage over het vierde
kwartaal van 2025 blijkt dat door deze maatregel in het tweede, derde en
vierde kwartaal ruim 52.000 extra praktijkexamens zijn afgenomen. De
wachttijden zijn op alle locaties teruggebracht tot een tot zes weken en
daarmee volledig binnen de afgesproken norm. Ook zijn de klachten
geminimaliseerd. Belangrijk is dat dit niet ten koste is gegaan van de
kwaliteit. Het slagingspercentage kwam eind 2025 uit op 49,7%, wat
slechts marginaal lager was dan voor corona en binnen de voorspelde
bandbreedte lag.
Ondertussen wordt de tussentijdse toets gefaseerd opnieuw ingevoerd. Dat
roept, in mijn ogen terecht, vragen op. Hoe gaat de minister voorkomen
dat wachttijden opnieuw oplopen, nu deze toets terugkeert? Welke
concrete criteria hanteert het CBR om in te grijpen als de termijnen
weer onder druk komen te staan? Is de minister bereid de flexibele inzet
van examencapaciteit, die in 2025 aantoonbaar succesvol was, structureel
te borgen?
Voorzitter, tot slot mijn laatste stuk. Iedereen praat over jongeren op
fatbikes. Dat hoorden we vandaag weer: een minimumleeftijd, een
helmplicht en de noodzakelijkheid van fatbikevrije zones. De cijfers
laten iets anders zien. Ouderen fietsen bijvoorbeeld het meest, zoals
ook een collega hier aangaf. Gemiddeld fietsen zij 323 minuten per week
en juist ouderen zijn betrokken bij de meest ernstige fietsongelukken.
Ruim de helft van de verkeersdoden in 2024, 53%, was 60-plusser. Het
aantal doden in deze leeftijdscategorie stijgt al jaren, met 3% per
jaar. Onder fietsers stijgt het zelfs met 4% per jaar. Daar komt nog bij
dat meer dan de helft van de ouderen inmiddels een elektrische fiets
gebruikt. Als we verkeersveiligheid echt willen bevorderen, dan moeten
we op z'n minst kijken naar waar de risico's daadwerkelijk zitten, niet
naar waar de beeldvorming het hardst schreeuwt.
Wat mij betreft was dat het, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik draag het voorzitterschap graag even over aan de heer
Stoffer, zodat ik namens de VVD ook een bijdrage kan leveren.
Voorzitter: Stoffer
De voorzitter:
Het woord is aan de heer De Groot. Ga uw gang.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Verkeersveiligheid raakt de kern van onze
vrijheid. Je moet veilig naar je werk, naar school en weer naar huis
kunnen. Daarom zijn wij tevreden dat er een coalitieakkoord ligt met
duidelijke aandacht voor de verkeersveiligheid. Het is namelijk hard
nodig. Het is hier vandaag al gememoreerd: de cijfers laten zien dat dit
niet vanzelf gaat. Het aantal verkeersdoden stabiliseert weliswaar, maar
onder fietsers en 60-plussers stijgt dit aantal nog steeds. Zonder extra
maatregelen lopen we richting de 740 verkeersdoden en 9.500 ernstig
gewonden per jaar. Dat kan de VVD niet accepteren. Het is daarom goed
dat het akkoord inzet op veilig verkeer voor voetgangers, fietsers en
automobilisten, en verkeersovertredingen aanpakt met strenge handhaving.
Denk hierbij aan zero tolerance voor alcohol en drugs in het verkeer en
extra handhaving op verkeersonveilige plekken.
Ook is er meer regie nodig. We praten namelijk al jaren over analyses,
maar de uitvoering gaat toch echt langzaam. De VVD wil meetbare
tussendoelen. Hoeveel minder slachtoffers dan in 2027? En hoeveel in
2030? Wie is daar eigenlijk op aanspreekbaar? Kan de minister toezeggen
dat met deze tussendoelen zal worden gewerkt, inclusief de acties die
daarbij horen in het nieuwe Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid
2026-2029, zodat de Kamer hierop kan sturen?
De aanpak van risicovolle N-wegen moet ook sneller. Op trajecten zoals
de N33, de N50, de N57 en de N59 zien we dat de gerichte maatregelen
werken, maar te veel projecten schuiven door, ook die wat betreft de
trajecten die ik noemde. Welke concrete planning gaat de minister
voorstellen of hanteren om deze gevaarlijke N-wegen toch voor 2030
aantoonbaar veiliger te maken?
De VVD gelooft niet in generieke snelheidsverlagingen als wondermiddel.
Veiligheid komt vooral van een logische inrichting, scheiding van
verkeersstromen en duidelijke regels die worden gehandhaafd. Regels die
niet worden gecontroleerd, verliezen hun werking. Daarom is gerichte en
zichtbare handhaving essentieel, zodat weggebruikers weten waar ze aan
toe zijn en gevaarlijk gedrag wordt aangepakt. Daarom vraag ik aan de
minister hoe het staat met de uitrol van bijvoorbeeld extra mobiele
flitspalen.
Specifiek over het alcoholslot, dat nu echt van de grond moet komen,
omdat gevaarlijke bestuurders niet achter het stuur horen, vraag ik
wanneer het kabinet met een definitief besluit komt over de herinvoering
ervan en, misschien wel de belangrijkste vraag, of de bestuurlijke route
daarbij wordt betrokken.
Voorzitter. Het is er vandaag al vaker over gegaan: de fatbikes. Ze zijn
de grootste zorg op straat. Ze zijn populair, maar te vaak opgevoerd en
technisch onveilig. De huidige regels beschermen kinderen en andere
weggebruikers onvoldoende. Een totaalverbod is voor de VVD te kort door
de bocht. Het probleem is niet de fiets, maar de foute varianten en het
gebrek aan handhaving. Een recente rechterlijke uitspraak bevestigt dat
een e-bike al illegaal is wanneer deze kan ondersteunen voor snelheden
boven de 25 kilometer per uur. Daarom heeft de VVD vragen. Het kabinet
stelt namelijk dat nationale veiligheidseisen voor constructie, remmen
en motorvermogen van fatbikes moeilijk uitvoerbaar zijn binnen de
Machinerichtlijn, maar wel mogelijk zijn voor typegoedkeuring voor alle
e-bikes. Hoe ziet de minister het aanpakken van fatbikes dan concreet
voor zich? Welke stappen worden er nu op korte termijn gezet? Aan de
minister van Justitie en Veiligheid vraag ik hoe dit straks effectief
kan worden gehandhaafd, want het zicht op de problematiek is nu beperkt.
Inbeslagnames verdwijnen namelijk in brede categorieën, waardoor het
inzicht ontbreekt. Hoe gaat de minister dat verbeteren?
Voorzitter. Mijn laatste punt betreft de verzorgingsplaatsen en de
toekomstbestendige mobiliteit. Collega Goudzwaard van JA21 vroeg al naar
de aanbestedingen van de verzorgingsplaatsen van de toekomst. Ik heb
daar in eerdere debatten al vaker aandacht voor gevraagd. Vanaf 2028
verlopen op ruim 150 locaties vergunningen voor laadvoorzieningen en
zonder nieuwe wet dreigt stilstand in de uitrol van laadinfrastructuur
en veilige voorzieningen voor beroepsverkeer. Dat laatste is heel hard
nodig. Er is namelijk in veel provincies in Nederland een groot te kort
aan vrachtwagenparkeerplaatsen, met als gevolg dat chauffeurs op de
vluchtstrook moeten slapen. Kan de minister bevestigen dat de Wet
voorzieningen verzorgingsplaatsen tijdig zal worden ingevoerd?
Voorzitter. Voor de VVD staat één doel centraal. Het gaat om minder
slachtoffers en dat vraagt om niet in ideologische reflexen te komen,
maar om nuchtere maatregelen die werken voor een veilige infrastructuur,
stevige handhaving en duidelijke regels voor nieuwe voertuigen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen interrupties. U heeft zich
keurig aan de tijd gehouden, zeg ik erbij. Dan geef ik u nu het
voorzitterschap weer terug.
Voorzitter: Peter de Groot
De voorzitter:
Dank u wel voor het overnemen van het voorzitterschap, meneer Stoffer.
Dan zijn wij nu aan het einde gekomen van de eerste termijn van de
Kamer. We gaan even kort schorsen voor het voorbereiden op antwoorden
door beide ministers voor de eerste termijn van het kabinet. We schorsen
tot 17.25 uur. Dan zie ik u allen graag terug.
De vergadering wordt van 17.08 uur tot 17.28 uur geschorst.
De voorzitter:
Dames en heren, ik heropen dit commissiedebat Verkeersveiligheid. Ik
kijk naar de bewindspersonen: wie mag ik als eerste het woord geven voor
de beantwoording? Ik zou u graag willen vragen of u kunt aangeven hoe u
die beantwoording wil doen. Kunt u aangeven welke blokjes u heeft? Ik
stel de leden voor om vier interrupties toe te staan in de eerste
termijn van het kabinet.
Minister Tieman:
Voorzitter, leden van de commissie: dank u wel. Ik heb een aantal
blokjes. Ik begin met een korte schets van de afgelopen negen maanden op
dit onderwerp. Daarna heb ik een blokje gedrag, een blokje LEV, een
blokje CBR en rijbewijzen en een blokje overig.
De voorzitter:
Dank u wel. Wil de minister van JenV ook zijn indeling geven?
Minister Van Oosten:
Ik heb een blokje alcohol en drugs, een blokje boa's, een blokje
straatraces, een blokje fatbikes en een blokje boetehoogtes inclusief
handhaving. Het zijn vaak blokjes met slechts enkele vragen, want de
thema's lopen nogal uiteen.
De voorzitter:
Dank u wel. Gaat uw gang met de beantwoording. Ik stel voor dat we aan
het eind van een blokje even kijken of er interrupties zijn.
Minister Tieman:
Prima, dank u wel, voorzitter. Dank aan de leden voor de gestelde vragen
en voor de aandacht voor dit belangrijke onderwerp. Ik zet mij samen met
de medeoverheden en de maatschappelijke partners echt stevig in om het
aantal verkeersslachtoffers naar beneden te brengen. Dat is een grote
opgave, helemaal omdat de prognose is dat dit cijfer zal stijgen. Dat
hebt u allemaal gezien en dat hebben diversen van u ook bevestigd.
Voordat ik inga op uw vragen, wil ik u een drietal belangrijke mijlpalen
meegeven.
Allereerst hebben wij bij alle wegbeheerders inmiddels gebruikgemaakt
van de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid. Die is goed geografisch in
Nederland weggezet met een cofinancieringsmodel, juist om fietspaden
veiliger te maken, gelet op de toekomstige ontwikkeling die we allemaal
zien, maar ook andere wegen binnen zo'n stad. Van de 450 miljoen euro
die er in die investeringsimpuls zit, gaan we nu wel een laatste tranche
in. Er is nog 119 miljoen euro beschikbaar. Maar de heer Van Asten zei
het een en ander over creativiteit om dat potje wellicht ook in de
toekomst te kunnen vullen. Ik denk dat het wel een succesformule is en
ik hoop ook echt dat dit verder zal gaan. Het is een belangrijk
onderwerp. Met dit geld kunnen gemeenten, waterschappen en provincies
hun eigen wegen veiliger maken doordat het Rijk de ene helft betaalt en
de andere overheden de andere helft. De afgelopen jaren is er bijna 1
miljard euro geïnvesteerd in verband met de multiplier die we hebben
toegepast; een geweldig gezamenlijk resultaat.
Ten tweede zijn de rijks-N-wegen veiliger gemaakt met de 200 miljoen
euro die daarvoor beschikbaar is. Eind vorig jaar zijn de volgende
acties voltooid. Op de N33 Noord in Groningen is de snelheid verlaagd
naar 80 kilometer per uur en is de weg veiliger ingericht met
reflectoren tussen de rijbanen. Op de weggedeeltes van de N57 en de N59
met een snelheidslimiet van 80 kilometer per uur is een moeilijk
overrijdbare rijrichtingscheiding aangelegd Op de N99 in Noord-Holland
zijn de bermen en de rotonde veiliger ingericht. Ook daar is de snelheid
verlaagd naar 80 kilometer per uur.
Ten derde kan ik met u delen dat het het CBR is gelukt om de
reserveringstermijnen voor het examen voor het rijbewijs weer in het
hele land op orde te brengen — de heer El Abassi had het hier zonet al
over — dankzij het besluit om in overleg met uw Kamer begin 2025 de
tussentijdse toets niet aan te bieden. Inmiddels wordt die toets in acht
provincies weer aangeboden. Voor 1 april van dit jaar zal de
tussentijdse toets ook in de resterende provincies zijn teruggekeerd.
Het CBR start hierover binnenkort de communicatie. Ik ben hier zeer blij
mee en spreek mijn waardering uit richting de mensen van het CBR.
Graag beantwoord ik nu uw vragen. Ik begin met de vragen over het
gedrag. De heer Van Asten vroeg of er extra campagnes kunnen komen met
betrekking tot vermoeidheid achter het stuur. Ik moet de heer Van Asten
op dit punt echt meegeven dat we hebben moeten kiezen. We hebben
verschillende campagnes. Het kan snel gaan, zie de bob-campagne van
afgelopen december. Moderne auto's waarschuwen wel, maar in dit geval is
hier nog geen actie op gedaan ten aanzien van een campagne. Ik denk ook
creatief met u mee. We hebben nu ook een eerste temperatuurmeter in de
campagne Spitsmijden gedaan. Die is wellicht wat minder succesvol, maar
dit moet echt zoden aan de dijk zetten. Wellicht zouden we de middelen
die daarmee zijn gemoeid, kunnen overhevelen naar vermoeidheid, maar dan
hebben we nog wel wat additionele informatie nodig over hoe groot het
probleem is, met de informatie vanuit de moderne auto's. We willen het
wel meenemen in de werkgeversaanpak. Nadere informatie heb ik u daar op
dit moment nog niet over te brengen.
De heer Goudzwaard vraagt of ik bereid ben om bij
evenementenvergunningen alternatief vervoer te organiseren om
alcoholgebruik te verminderen. De medeoverheden en de organisatoren van
evenementen zijn zelf verantwoordelijk voor het inregelen van dergelijke
afspraken met vervoerders. Ik heb meerdere handreikingen opgesteld om
medeoverheden te helpen in de aanpak van rijden onder invloed. Ook
hierin worden alternatieven genoemd, zoals de inzet van extra tijdelijk
nachtelijk busvervoer.
De heer Goudzwaard vraagt of ik van mening ben dat er nog meer stappen
gezet moeten worden op alcoholgebruik en e-bikes. We werken op dit
moment aan het programma Fietsveiligheid Voorop om de fietsveiligheid te
verbeteren. Daar werd net ook al aan gerefereerd. Het thema rijden onder
invloed maakt hier ook echt onderdeel van uit. Het aantal
fietsongevallen in Nederland is hoog. Het signaal dat alcohol daar
mogelijk ook een rol in speelt is zorgelijk. Alcohol en verkeer gaan
gewoon niet samen. Dat geldt dus ook op de fiets. Het programma gaat in
2026 van start. Op 11 februari is het startevenement met meer dan 100
organisaties, waar ik zelf ook bij zal zijn. We zetten uw vraag hier dan
ook om in acties.
De heer Jumelet vraagt hoe de uitvoering van de educatieve maatregelen
bij middelengebruik verloopt. Hij vraagt ook wanneer de evaluatie is, om
te kijken wat beter kan. Dit jaar start het ministerie samen met het CBR
met het evalueren van de bestuursrechtelijke maatregelen zoals de cursus
na alcoholgebruik in het verkeer. Hiermee doen we onderzoek naar de
effectiviteit van deze cursussen. Daarnaast voert het CBR dit jaar nog
een invoeringstoets uit op de Educatieve Maatregel Drugs, waarbij de
maatregelen door het CBR worden aangescherpt. Iedereen die door de
politie staande wordt gehouden vanwege alcohol en drugs in het verkeer
krijgt automatisch een educatieve maatregel opgelegd. Zo leren we hun
dat alcohol en drugs in verkeer niet samengaan.
De heer Goudzwaard vraagt of ik blijvend en structureel educatie in het
verkeersbeleid opneem. Hij vraagt ook of het huidige budget en de
huidige samenwerking met de partners optimaal is. Educatie ligt vooral
bij de regio's. Zij hebben hier structureel budget voor. Ik heb geen
signalen dat het budget onvoldoende zou zijn of dat de samenwerking
beter moet. Wij kunnen scholen niet verplichten om aandacht te besteden
aan de verkeersveiligheid, maar in de praktijk besteden scholen hier wel
veel aandacht aan. We proberen ook de laatste scholen die op dit moment
nog niet meedoen met de praktijktoets over omgaan met veilig verkeer
echt aan te schrijven en hen te vragen waar dat dan aan ligt. Wij hebben
namelijk middelen beschikbaar om zo'n toets te doen. Ik hoop dat dat
cijfer omhooggaat. Dat cijfer hoop ik gewoon op 100% te krijgen; laat
dat helder zijn. Die middelen zijn er namelijk gewoon.
De heer De Hoop vraagt naar gehandicaptenplaatsen. Dat onderwerp krijgt
ook veel aandacht in de media. Er zijn straten waar je door de bordjes
met "gehandicapten" de bomen bijna niet meer ziet. Hij vraagt hoe de
gemeente wordt betrokken bij het beleid op misbruik. Een van de doelen
van het nieuwe beleid voor gehandicaptenvoertuigen tot 45 kilometer per
uur is het tegengaan van oneigenlijk gebruik. In de verdere uitwerking
van het beleid nemen we ook het parkeervraagstuk mee. Hier betrekken we
echt ook de gemeenten bij, net zoals andere stakeholders, fabrikanten en
belangenverenigingen. Hier zal het laatste woord ook nog niet over
gezegd zijn.
Dan wilde ik naar de fatbikes gaan. De heer Jumelet heeft een opmerking
gemaakt bij de begroting, namelijk dat hij beleid hierover graag
tegemoetziet. Meneer Jumelet, er moet mij toch iets van het hart. Ik heb
negen maanden geleden een situatie aangetroffen met een drietal
rapporten, van Goudappel, DTZ en Sweco. Het ging niet alleen over
ingenieursbureaus, want daaromheen zaten enorm grote groepen, zoals de
politie en fietsersbonden. Die komen allemaal tot de conclusie — ik lees
het heel eventjes voor — dat de conclusie van eerder onderzoek bevestigt
dat regelgeving voor fatbikes op basis van technische kenmerken een
heilloze weg is. Ik heb ook de zaken in het regeerakkoord, in het
coalitieakkoord gelezen. Ik heb nu wel echt zaken in beweging gezet. We
kunnen nu weer wachten op een vierde rapport, maar ik wil van start, ook
kijkende naar de 3.000 slachtoffers en de maatschappelijke kosten van
€300.000 voor zo'n slachtoffer wanneer die op de spoedeisend eerste hulp
terechtkomt. Dat was voor mij echt dé reden, de aanleiding om echt in
benen te komen op dit onderwerp. Ik hoop dat het een en ander echt niet
verder vertraagt. Andere inzichten zijn altijd goed, maar voordat je het
weet ga je echt een kat-en-muisspel in met zo'n fabrikant. Dan maken we
de band 6,9 centimeter breed. Dan krijg je skinnybikes, terwijl
eigenlijk zo'n fatbike met brede banden juist weer wat veiliger
is.
Er zijn natuurlijk nog heel veel punten die je hier verder moet gaan
brengen. Ik had een aantal zaken in mijn hoofd. De eerste was de
helmplicht tot 18 jaar, als een no-regretmaatregel, ook met inachtneming
van het advies van de Raad van State en de input van uw Kamer. Er wordt
daarbij geen onderscheid gemaakt tussen een fatbike en een e-bike, omdat
die categorie, met drie rapporten in je binnenzak, nu eenmaal niet
gemaakt kan worden. Het tweede was een keurmerk met de
brancheverenigingen: wat is nu een deugdelijke e-bike? Een derde aspect
was een leeftijdsgrens. Dat heeft u ook in de brief kunnen lezen: 12
jaar, 14 jaar. Een vaarbewijs kan met 12 jaar, maar een
identificatieplicht is er vanaf 14 jaar. Daar waren we nog niet helemaal
uit, maar dat zou ook in een internetconsultatie gaan komen. Dat ligt
ook klaar voor de opvolgende ploeg, mind you. Als dat allemaal niet
helpt — wellicht gaat u hier in de toekomst toch verder over spreken —
zou je ook zo'n RDW-certificering kunnen doen. Dan heb je het allemaal
op kenteken. Dat betekent wel een behoorlijke administratieve last. Zo
had ik dat eigenlijk in mijn hoofd uitgestippeld. We beginnen nu
eigenlijk met het laaghangende fruit en dat is zo'n helmplicht. Weet dat
alles gereed ligt om dit in te voeren. Ik zie nu ook het
maatschappelijke debat. 79% van de ouders vindt dit een goed idee voor
e-bikes en ook het merendeel van de kinderen. Dit ter overweging. Het
ligt klaar, maar ik wil ook graag ruimte geven aan de nieuwe groep, die
een zin heeft opgenomen waarin staat: we doen het voor een aparte
categorie. Ik hoop dat u snel op vlieghoogte komt en dan ook verder kunt
gaan met dit onderwerp.
Ik ga naar de heer Stoffer. Gaat de verkeersminister de wet zo aanpassen
dat voor iedereen duidelijk is dat een fatbike die optie van harder dan
25 kilometer per uur niet alleen niet mag gebruiken, maar sowieso niet
mag bezitten? Het is al verboden, meneer Stoffer. Op grond van de
huidige regelgeving is het al verboden om op de openbare weg een fiets
te gebruiken met de mogelijkheid om trapondersteuning boven de 25
kilometer per uur te geven, ongeacht of deze voorziening feitelijk wordt
gebruikt.
De heer Stoffer wees er ook op dat er nog te veel illegale fatbikes
worden aangeboden. ILT, NVWA, Douane en politie willen gezamenlijk
optrekken bij de handhaving en er zijn samenwerkingsafspraken getekend,
maar hoe wordt deze aanpak nou geïntensiveerd? De diensten die ik net
heb genoemd hebben een maandelijks overleg, een operationeel overleg,
over de aanpak van die illegale fatbikes. Want wanneer één dienst een
container opendoet en er bromfietsen in blijken te zitten, dan is het de
ILT. Wanneer het om e-bikes gaat, is het de NVWA. Het kan niet zo zijn
dat die container dan dichtgaat omdat de ene dienst verwijst naar een
andere dienst. Dat is een uiteraard een samenhangend geheel. Doordat
handhavingsinterventies beter op elkaar aansluiten, leidt dit tot een
effectievere handhaving en een effectiever markttoezicht. Door het
afstemmen van de handhavingsinterventies krijgen we ook een beter beeld
van het daadwerkelijke aanbod van fatbikes die niet aan de wet voldoen.
De organisaties informeren uw Kamer jaarlijks over de impact van hun
gezamenlijke werkzaamheden.
De heer Stoffer en de heer Goudzwaard vroegen hoe de aanpak van en het
markttoezicht op fatbikes die op onlineplatforms worden aangeboden wordt
geïntensiveerd. Ik wil de instroom en de verkoop van voertuigen die niet
aan de regelgeving voldoen zo veel mogelijk beperken door de volgende
zaken: het beperken van het illegale aanbod in Nederland, het
controleren van goederen aan de grens en samen met de Europese Commissie
komen tot een beter toezicht op de import van producten. Dat gaat lang
niet altijd via de Rotterdamse haven of andere havens in Nederland. Dat
gaat ook via de landroute en via e-commerceplatforms die niet voldoen
aan onze Europese regels. Ook hierin hebben de diensten die ik net heb
genoemd, onlangs de samenwerkingsafspraken gemaakt voor toezicht op
fatbikes. Doordat de interventies beter op elkaar aansluiten, kunnen we
dit ook echt veel effectiever neerzetten. In 2024 zijn meer dan 1
miljard e-commerceproducten via Nederland de EU binnengekomen. We moeten
slim en risicogericht met elkaar omgaan om hierin toch een stap verder
te zetten met elkaar. Bij de Nederlandse websites hebben we succes
gehad, maar het is toch weerbarstiger met de buitenlandse platforms. We
kunnen nog een keer diep ingaan op wat daar dan precies wringt. Dat
heeft onze aandacht. De Nederlandse sites, de bol.coms, hebben wel echt
stappen ondernomen toen wij aan de telefoon hingen over dat er iets niet
in de haak was.
"Hoe ziet de minister het concreet voor zich om de fatbike aan te
pakken?" De aanpak is gericht op markttoezicht, op handhaving en ook op
gedrag. De heer Van Oosten heeft nu ook door heel het land allemaal
rollerbanken tot zijn beschikking om de controles mee op te voeren; die
hadden we een jaar geleden nog niet. Het is ook goed dat de diensten die
ik net heb genoemd, die verdere afspraken hebben gemaakt. Voertuigen die
sneller kunnen rijden dan 25 km/u vallen onder het Europese
toelatingsstelsel en dat is dan weer Europees geordend. Op dit moment
onderzoeken we dus ook de vorm van typegoedkeuring voor elektrische
fietsen door de RDW, waar ik het net over had, in die volgordelijkheid.
We kunnen een discussie hebben over "nul", maar mijn inzet was om in
ieder geval bij de kinderen die eigenlijk nog tot hun 70ste levensjaar
mee moeten, te voorkomen dat zij ernstig hersenletsel oplopen. We hebben
de cijfers gezien over wat zo'n helm kan betekenen bij
hoofdletsel.
De heer De Hoop vraagt: waarom kan de minister niet breder kijken bij de
toelating van elektrische steps en die weigeren op basis van de
onwenselijkheid van deze e-steps? Hij gaf diverse voorbeelden van
Europese steden die die steps in de ban hebben gedaan. Bij de step die
is goedgekeurd, is echt gekeken naar additionele veiligheidseisen. Ik
weet niet of de heer De Hoop er zelf al op heeft gereden. Dat moet dan
ook zeker met een helm op, volgens het LEV-kader. Hoeveel je er gaat
toelaten, vind ik een interessante discussie. Sinds de laatste keer dat
wij hebben gesproken, is er geen bij gekomen. Er is er op dit moment dus
één. De RDW behandelt de aanvragen voor voertuigen op basis van de
geldende wettelijke eisen. Als een e-step aan die eisen voldoet, wordt
de e-step toegelaten. Dat is een behoorlijk proces. Ondernemers en
gebruikers moeten erop vertrouwen dat de overheid zich daadwerkelijk aan
die wettelijke regels houdt. De elektrische step als zodanig is
toelaatbaar en het is niet aan de RDW om te bepalen wat een voertuig
toevoegt. De RDW keurt het voertuig op basis van de wettelijke eisen die
we hier hebben, en beslist daarop. Een moratorium betekent dat er geen
nieuwe goedkeuringen meer worden verleend, terwijl de categorie wel
blijft bestaan. Dat is in strijd met de algemene beginselen van
behoorlijk bestuur, het draagt niet bij aan de verkeersveiligheid en het
houdt waarschijnlijk ook geen stand in de rechtbank.
De heer Goudzwaard vroeg: welke impact heeft zo'n keurmerk? Zoals ik net
aangaf, is zo'n keurmerk in mijn optiek een van de vier mogelijke
maatregelen op het gebied van de fatbikes. Het keurmerk is een vorm van
zelfregulering die verder gaat dan de wettelijke basis van de
Machinerichtlijn. Denk bijvoorbeeld aan toeleveranciers die pizza's of
apparatuur bezorgen. Die moeten een duidelijke keuze hebben, zo van: op
basis van goed ondernemerschap neem ik die keurmerkgerelateerde fietsen
op in mijn vloot voor mijn medewerkers die 's avonds of overdag op zo'n
fiets zitten. Het doel van zo'n keurmerk is drieledig. Ten eerste biedt
het consumenten meer duidelijkheid over welke voertuigen veilig en
technisch in orde zijn. Ten tweede is het keurmerk een handvat waarmee
handhavers onderscheid kunnen maken tussen deugdelijke en ondeugdelijke
fietsen. Ten derde is het keurmerk voor producenten een methode om de
markt van elektrische fietsen verder te professionaliseren. IenW volgt
de ontwikkeling van het keurmerk met belangstelling en biedt waar
mogelijk ook ondersteuning bij bijvoorbeeld concretisering, maar ook bij
publiciteit en uitwerking. Die hulp heb ik aangeboden in de gesprekken
die ik met bijvoorbeeld de RAI Vereniging heb gehad.
De heer Jumelet: kan de minister in kaart brengen hoe het proces van het
invoeren van de helmplicht voor de snorfiets is verlopen en welke lessen
hieruit geleerd kunnen worden? De evaluatie van de helmplicht voor de
snorfiets wordt momenteel uitgevoerd door de SWOV, hier ook vandaag
aanwezig. Hierbij wordt gekeken naar de verschuivingseffecten, het
gebruik en de verkeersveiligheidseffecten. Ik verwacht de resultaten in
de zomer met uw Kamer te kunnen delen.
De heer De Hoop vroeg naar het verbieden van opvoersets. De opvoersets
voor fatbikes zijn al verboden. Er is geen onderzoek bekend naar de
hoeveelheid opvoersetjes op het boerenerf. Dat is eigenlijk ook niet
nodig, want ze zijn al verboden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we even kijken of al deze antwoorden nog leiden tot
interrupties. Meneer De Hoop, gaat uw gang.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik laat de opvoersets nu volledig links liggen. Ik durf er nu niks meer
over te zeggen. Ik zal dat dan toch zelf verkeerd hebben gelezen in de
stukken, dus excuus daarvoor.
Ik zou nog wel wat willen vragen over de e-steps, omdat er in mijn
beleving binnen de Wegenverkeerswet en de nationale typegoedkeuring
natuurlijk wel mogelijkheden zijn om extra eisen te stellen aan die
e-steps. Dat zorgt ervoor dat niet nieuwe e-steps goedgekeurd kunnen
worden door de RDW. Er zijn natuurlijk wel degelijk mogelijkheden om
daarop te sturen. De vraag die ik daaraan vooraf stelde aan de minister
was: is het eigenlijk wel wenselijk om meer e-steps toe te laten en wat
voegt dat toe naast een e-bike en een gewone fiets? Ik vind dat best wel
een fundamentele vraag. Ik verwacht dat de minister van IenW daar toch
ook zelf wel iets van vindt.
Minister Tieman:
Ik zie het beeld natuurlijk ook veranderen. Ik woon zelf in het centrum
van Rotterdam. Ik zie daar ook de e-steps, ook de goedgekeurde. Dat is
echt een andere e-step. Ik zie mensen die in hun behoefte worden
voorzien, of die zeggen: ik vind het interessant om op zo'n e-step te
gaan; die kan ingeklapt worden en kan in de metro meegenomen worden. Het
geeft wel weer een extra druk. Er komt een ander deel bij. Ik zie zelf
ook een segway op het fietspad voorbijkomen. Dat hebben we ook via een
typegoedkeuring gedaan. Ik zie dus wel dat de wereld verandert. Ik ben
nu zelf 49. Ik zie ook dat het een generatieaspect heeft. Mensen willen
op een andere manier vervoerd worden. Ze kiezen daar zelf in. Dit zijn
wel de regels die we met elkaar hebben afgesproken. Ik zie natuurlijk
ook wat er in andere Europese steden gebeurt, maar daar gaat het wel om
e-steps die echt anders zijn dan de e-step die nu door al die hordes is
gekomen, waarbij we echt expliciet keken naar de additionele veiligheid,
zodat we bijvoorbeeld niet die skateboardachtige zaken met hele kleine
wieltjes hebben, die echt een hoger risicoprofiel hebben. Ik denk dat
dit echt nog verder onderzoek behoeft vanuit uw Kamer, of discussie
erover; u gaat zelf over uw technische briefings. Maar ja, ik zie het
veranderen. Ik heb me gericht op het veiliger maken van het fietspad,
maar wel met de vrijheid die we met elkaar zien. Zo meteen ga ik het nog
over de Birò hebben, die veel meer ruimte inneemt. Je moet voorkomen dat
als we geen helmplicht hebben, op zo'n e-step via het LEV-kader ook een
helmverplichting komt, want anders krijg je daar een verschuiving. Dat
accent heb ik erop gelegd. Ik heb me er echt op gericht om die
helmplicht voor fatbikes te krijgen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Helder antwoord. Dan heb ik nog een vraag over de
gehandicaptenvoertuigen, waar de minister al deels heel wat over heeft
gezegd. Mij viel zelf op in de stukken dat het ministerie zelf zegt
regelmatig signalen te krijgen, niet alleen over oneigenlijk gebruik,
maar ook over het feit dat ze actief op de markt gezet worden vanwege de
gebruiksvoordelen. Wat doet het ministerie op dit moment om die push op
de markt tegen te gaan, zodat dat niet te veel gebeurt? Op welke zaken
wordt er nu gestuurd? Dat is eigenlijk de vraag.
Minister Tieman:
Die pak ik even in de tweede termijn op, meneer De Hoop.
De heer Jumelet (CDA):
Dank voor de reactie van de minister. Hij zei zelfs: het moet me van het
hart. Dat is heel mooi, want dan merken we dat het hem inderdaad aan het
hart gaat. Dat hebben we met elkaar, denk ik, sowieso aan de orde als
het gaat om fatbikes en verkeersveiligheid. Ik waardeer dus zeer de
inzet tot nu toe op dit punt, want niks doen is geen optie. Je ziet
gewoon dat er echt heel veel vragen over zijn. Ik hoorde u ook zeggen
dat de lessen uit het verleden, bijvoorbeeld als het gaat om de
snorfiets, ook kunnen helpen om te weten wat dat dan doet. Ik hoorde u
ook zeggen dat daar nog een verslag of evaluatie van komt. Ik wil
eigenlijk geen vraag stellen, voorzitter, maar benadrukken dat het
belangrijk is dat de minister dit heeft toegezegd en gezegd.
De voorzitter:
Dan vraag ik de minister naar het volgende blokje.
Minister Tieman:
Dat gaat over het CBR en rijbewijzen. De heer Stoffer …
De voorzitter:
Excuses, minister. De heer Goudzwaard heeft nog een vraag.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel voor uw antwoorden, minister. U vindt het keurmerk
belangrijk. Het is goed dat dat is neergezet. De minister geeft aan wat
wordt aangeboden om dit te doen slagen, zodat het keurmerk effectief is.
Hij noemt bijvoorbeeld ondersteuning. Maar zou de minister ook iets
kunnen zeggen over de hoeveelheid, de aantallen, illegale fatbikes die
in beslag zijn genomen? Want daar zijn wij natuurlijk met z'n allen heel
erg nieuwsgierig naar. Wil de minister dat ook meteen doorvertalen naar
een stukje transparantie, bijvoorbeeld via het opstellen van KPI's en
monitoring, zodat de Kamer weet wat de vorderingen zijn op dit
dossier?
Minister Tieman:
Allereerst nog even over dat keurmerk. Dat is op dit moment in wording.
Dat is vergevorderd. Ik zal geen bedrijfsnamen noemen, maar er zitten
ook verzekeringspartijen bij. Ik noem ook een deugdelijk slot. Je wilt
weten dat het kwalitatief en technisch een betere en veiligere e-bike
is; laat ik het bewust zo noemen.
Wat betreft de cijfers van inbeslagnames: we kunnen daarover
rapporteren, maar ik vind het lastig om KPI's op te stellen voor hoeveel
we er in beslag nemen. Laten we kijken hoe we op een slimme manier deze
cijfers aan u kunnen geven, met een lage administratieve belasting voor
het departement. De cijfers die we met u kunnen delen, zijn in mijn
optiek indrukwekkend. Door de samenwerking met de nieuwe diensten zullen
die cijfers nog beter worden. Wat houdt de Douane tegen en wat houdt de
NVWA tegen? Dat wil ik u toezeggen, maar we moeten er wel voor oppassen
om te zeggen: we moeten er 25% minder hebben. Er zijn veel panelen in
beweging. Er zijn misschien ook veel betere e-bikes. Wat wil je in
beslag nemen? Laten we kijken wat we kunnen doen om u, zolang dit een
onderwerp van debat is, geregeld te kunnen voorzien van informatie over
wat deze handhavingsinitiatieven, die relatief recent zijn, allemaal
kunnen doen. We hebben al heel wat in beslag genomen in het
verleden.
De voorzitter:
We noteren die toezegging. Kunt u aangeven in welke rapportage en op
welk moment u daarover rapporteert?
Minister Tieman:
Ik kom in de tweede termijn nog even terug op de vraag wat handig
is.
De voorzitter:
Heel fijn. We zijn aanbeland bij het CBR.
Minister Tieman:
Voorzitter. De heer Stoffer: "De tussentijdse toets komt terug. Wil de
verkeersminister ervoor zorgen dat leerlingen overal gebruik kunnen
maken van zo'n tussentijdse toets?" De tussentijdse toets was geschrapt
voor iedereen. Ik ben verheugd om te melden dat de tussentijdse toets
vanaf 1 april weer op alle locaties wordt aangeboden. Alle kandidaten
die er klaar voor zijn, kunnen de tussentijdse toets doen, dus ook
leerlingen met faalangst en autisme. Voor leerlingen met faalangst
bestaat de mogelijkheid van een speciaal rijexamen B, met extra tijd en
begeleiding om de leerling in kwestie op zijn of haar gemak te stellen.
Dat is mijn reactie daarop.
Ik ga verder met de heer Stoffer. Hij had ook nog een vraag over de
herziene Rijbewijsrichtlijn. Hij vroeg specifiek of bestuurders van
elektrische bestelbussen met aanhanger kunnen volstaan met een
BE-rijbewijs en een aanvullende training. Bij het eerstvolgende
verkeersveiligheidsdebat informeren we u over de stand van zaken met
betrekking tot de implementatie van de vierde Europese
Rijbewijsrichtlijn. Dan zullen wij hier specifiek op ingaan. Dit komt
nog net iets te vroeg, zeg ik tegen de heer Stoffer. We zijn ermee
bezig.
De heer El Abassi: "Hoe gaat de minister voorkomen dat de
reserveringstermijn opnieuw verloopt? Op basis van welke criteria doet
het CBR dit en is de minister bereid om de flexibele inzet van
examinatoren voort te zetten?" De reserveringstermijnen liepen als
gevolg van de coronapandemie op. Dat heeft u zelf aangegeven. Dat was
een bijzondere situatie. Ik heb er alle vertrouwen in dat de
reserveringstermijnen met de huidige maatregelen op orde zijn en ook
zullen blijven, maar we houden dat natuurlijk in de gaten. Het flexibel
inzetten van examinatoren zal worden ingezet als dat nodig is.
De voorzitter:
Dat was het einde van het blokje CBR, denk ik. Ik kijk even of daar nog
vragen over zijn. Dat is niet het geval. Gaat uw gang met het blokje
overig.
Minister Tieman:
De heer Van Duijvenvoorde: "De doeltreffendheid van verkeersmaatregelen
is vaak onbekend en evaluaties zijn schaars. Hoe waarborgt de minister
dat fundamentele verkeersnormen onder controle van de Kamer blijven?" Al
het mobiliteits- en veiligheidsbeleid moet voldoen aan de eisen van de
Wegenverkeerswet. De Wegenverkeerswet is niet alleen gericht op het
verzekeren van de veiligheid op de weg. Hij is er ook voor het
beschermen van de weggebruikers en de passagiers. De wet is ook gericht
op het in stand houden van de weg, op het waarborgen van de
bruikbaarheid daarvan en op het zo veel mogelijk waarborgen van de
vrijheid van verkeer. De uitwerking van de wet in verkeersregels en in
regels voor bestuurders en voertuigen moet al deze doelen dienen. Het
laatste woord over dergelijke zaken is altijd aan uw Kamer, om deze
belangen zorgvuldig af te wegen met elkaar.
De heer Stoffer: kan de minister toezeggen dat de concrete
doelstellingen voor verkeersveiligheid vóór het meireces vastgesteld
worden? Meneer Stoffer, ook hiervoor komt het meireces net te vroeg. De
conceptdoelstellingen voor verkeersveiligheid worden in het voorjaar aan
de nieuwe minister voorgelegd. Het streven is de doelstellingen rond de
zomer met de Kamer te delen.
De heer Van Duijvenvoorde: "Nul verkeersdoden is niet realiseerbaar. Er
komt alleen maar meer ongewenste regelgeving. Op grond waarvan zijn deze
einddoelen voor 2050 nog haalbaar?" Op dit moment hebben we die ambitie
van nul verkeersslachtoffers in 2050. We werken nu aan realistische
doelstellingen die ingaan op het verminderen van de grootste risico's.
Ook is in beeld gebracht welke extra maatregelen kunnen helpen om het
aantal slachtoffers flink te verminderen.
De heer De Groot: kunnen de concrete doelen voor verkeersveiligheid
gekoppeld worden aan het nieuwe landelijke actieplan? Nee, meneer De
Groot. Het nieuwe LAP komt hiervoor te vroeg, want dat wordt al
uiterlijk april 2026 met de Kamer gedeeld. Het streven is de
doelstellingen rond de zomer met de Kamer te delen. We zijn bezig met
het opstellen van haalbare, concrete doelen, zogeheten smart KPI's,
zodat jaarlijks kan worden gemonitord, ook conform uw wens, of deze
doelen worden bereikt.
De heer Van Asten: heeft SWOV geen beeld van lichtere ongevallen dan
MAIS 3? SWOV kijkt naar alle slachtoffers, dus ook naar lagere
slachtoffercategorieën dan MAIS 3. Er blijven geen slachtoffers buiten
beeld.
De heer Van Asten: "De gegevens van VeiligheidNL zijn niet koppelbaar
door de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst, waar geen
preventie in staat. Kan het wettelijk geregeld worden dat de preventie
wel wordt meegenomen?" Dat wordt onderzocht. We zijn op dit moment met
partners als VWS, Ambulancezorg Nederland, VNG, IPO, de Fietsersbond en
VeiligheidNL aan het onderzoeken of we de ambulancedata toegankelijker
en betaalbaarder kunnen maken. We verkennen ook of het nodig is om
daarvoor wetten aan te passen. Voor het einde van het jaar ontvangt uw
Kamer een plan van aanpak hiervoor met een duidelijke bijbehorende
planning. Dan wordt ook duidelijk of hier een wetsvoorstel voor nodig
is.
De financiering van VeiligheidNL is niet structureel. Ook dit is een
vraag van de heer Van Asten. Hij wil weten of de financiering wordt
doorgezet. Het klopt dat de financiering van ambulancedata … Dat is echt
een verfijning van de vele bronnen die we gebruiken. Ik geef ook aan dat
we binnen het ministerie best wel zagen dat het wat kostbaarder is dan
de data die we op dit moment inkopen. Maar als het verfijning is en het
een hele goede toegevoegde waarde heeft, dan is dat ook een keuze. De
ambitie van IenW is om deze vorm van data, ambulancedata, beschikbaar te
houden, maar wel op een betaalbare en toegankelijke wijze. Daarom
onderzoeken we op dit moment in welke vorm dat ontsluiten mogelijk is.
Uiterlijk einde van dit jaar geef ik u informatie over de uitkomst. De
financiële keuzes over de dataontsluiting laat ik aan een volgend
kabinet. Ambulancedata zijn vooraf al van toegevoegde waarde voor
fietsongevallen. Ik ben het verder helemaal met u eens dat je wel goede
data moet hebben om te kunnen sturen. Zover mijn antwoord aan de heer
Van Asten.
De heer Van Asten had ook nog een vraag op het gebied van een
inhaalverbod op fietswegen, als ik het zo goed zeg. Ik bedoel
fietsstraten; dat was de juiste terminologie. De vraag was of ik hiermee
aan de slag ben gegaan. Bij het ministerie is er geen onderzoek bekend.
Volgens de richtlijnen van CROW moeten fietsstraten voldoende breed zijn
om elkaar te kunnen passeren, maar ik ben bereid om bij SWOV na te
vragen hoe zij aankijken tegen uw maatregel om automobilisten niet meer
te laten inhalen op deze fietsstraten. Daar heb ik wat additionele
informatie voor nodig. Die gaan wij ophalen. Ik wil dan ook wel weten
hoe lang die fietsstraten zijn, want anders kan het een lang ritje
worden. Overal staat namelijk wel "hou rekening met elkaar" en er zijn
andere kleuren. Afijn, het gaat om wat meer duiding met betrekking tot
de vraag of er een risico is, en of een additioneel bord met daarop
"niet inhalen", dat we hebben, op een fietsstraat toegepast zou kunnen
worden, zonder dat ik hier bij wijze van spreken pleit voor een nieuw
fietsbord. We hebben hier net nog wat meer informatie voor nodig, meneer
Van Asten.
De heer Stoffer zei: er is gesproken over de aanpak van de N50; dit is
voor de lange termijn. Hij vroeg: kunnen er op de korte termijn meer
matrixborden met een filedetectiesysteem worden geplaatst? De heer
Stoffer, dat gaan we doen. We hebben inderdaad al vaak gesproken over de
verkeersveiligheid op de verschillende delen van de N50. Dus tot zover
mijn antwoord aan de heer Stoffer. Het kan ook kort zijn, toch?
De heer Stoffer (SGP):
Het is geweldig.
Minister Tieman:
Dan ga ik naar de heer De Groot. Ik heb er nog twee, voorzitter.
De voorzitter:
Hoe korter, hoe beter, uiteraard.
Minister Tieman:
Er is een groot tekort aan vrachtwagenparkeerplaatsen. Daar ben ik het
helemaal mee eens. Dit kabinet heeft dan ook 43 miljoen euro beschikbaar
gesteld. Met de brancheverenigingen gaan we in overleg over hoe we dat
het beste kunnen doen, wellicht in cofinanciering met bepaalde
gemeenten. Dus er komt veel meer hierover. Het is nog even de vraag of
alle 4.000 truckparkeerplaatsen gerealiseerd worden, maar er is in ieder
geval een significant bedrag. 2028 is een belangrijk moment voor de
verzorgingsplaatsen, waar uw vraag over ging. Vanaf dat moment vervalt
een belangrijk deel van de bestaande vergunningen voor laadpalen op
verzorgingsplaatsen. Het is een behoorlijk traject, maar in maart
verwachten wij een advies vanuit de Raad van State. Dan gaat u ook het
gesprek aan over wellicht het meest complexe dossier dat ik in deze
negen maanden op mijn bureau heb mogen krijgen. Het klinkt eigenlijk zo
simpel: verzorgingsplaatsen. We hebben met elkaar gesproken over welke
mogelijkheden er zijn. Aan de ene kant is er de Dienstenrichtlijn, aan
de andere kant de vrije markt, de ondernemers die nu fossiele
brandstoffen verkopen en een stap willen gaan maken, en de veiligheid.
Hier wordt dus nog veel meer over gesproken op kortere termijn, meneer
De Groot.
Ook van uw hand was een vraag over de aanpak van risicovolle N-wegen. De
N33, N57 en N59 zijn de afgelopen jaren veiliger geworden; daar zijn
verkeersveiligheidsmaatregelen gerealiseerd. Dat is ook echt een accent
dat ik hier met het team heb mogen zetten. Voor de N33 geldt dat de
MIRT-verkenning start in het tweede kwartaal. Het streven is om de
verkenning eind 2028 af te ronden met het vaststellen van een
voorkeursbeslissing. Op dit moment werken we aan de verkenning. Dan zal
ook de planning voor de realisatie compleet worden. Met de 200 miljoen
euro die daarvoor beschikbaar is, werkt Rijkswaterstaat aan een verdere
uitwerking van de aanpak van de rijks-N-wegen. Die N-wegen zijn namelijk
niet allemaal in het bezit van het Rijk. De volgende trajecten zijn hier
onderdeel van. De maatregelen op de N915 worden dit jaar gerealiseerd.
De maatregelen op de N18 worden verwacht in 2027. De rotonde bij de
Kogendijk en de N9 staat gepland voor 2027; deze maatregel wordt
uitgevoerd door de gemeente Alkmaar. De maatregelen op de N14 en N44
worden meegenomen bij het onderhoud van 2029. Rijkswaterstaat werkt nu
aan de uitwerking van de maatregelen op de N36 en N50. Een concrete
planning volgt.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik kijk even naar de commissieleden om te zien of er nog
vragen zijn overgebleven. Ik zag veelvuldig instemmend geknik. De heer
Stoffer werd zelfs enthousiast, zag ik.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, ik was blij verrast.
De voorzitter:
Dat is heel goed om te horen. Dat is toch weer mooi werk. Dan wil ik nu
het woord geven aan de minister van JenV. Gaat uw gang.
Minister Van Oosten:
Dank u wel, voorzitter. Ik wil mijn bijdrage beginnen met het blokje
alcohol en drugs. Ik deel met u dat het verdrietig is om vast te stellen
dat het aantal mensen dat een proces-verbaal is opgelegd vanwege het
gebruik van alcohol opnieuw is gestegen. Dat is gewoon heel ernstig. Het
is terecht dat u daar allemaal aandacht aan geeft. Om die reden is het
ook goed om vast te stellen dat we in maart dit jaar met elkaar de Wet
verbetering aanpak rijden onder invloed gaan behandelen, met inbegrip
van een ander wetsvoorstel. Ik moet even spieken hoe dat heet, want ik
haal dat steeds door elkaar met een andere. Het gaat om de alcoholmeter,
wat iets anders is dan het alcoholslot; daar kom ik dadelijk nog even op
terug. Beide wetten zijn van grote betekenis, omdat je het dadelijk
uitvoerbaar kan stellen op het moment dat iemand in hoger beroep gaat.
Iemand is dan al voor iets veroordeeld, maar in hoger beroep kan dat
weer worden ingenomen of worden veranderd. Het gaat erom dat je kunt
zeggen: tot die tijd mag u toch niet de weg op. Het heeft ook betrekking
op de mogelijkheid om te zeggen: op het moment dat je je niet aan
voorwaarden houdt, leggen we vervangende hechtenis op. Zo zijn er nog
wat andere maatregelen die echt ingrijpen in de vrijheid die iemand
misschien ervaart om desondanks wederom met alcohol achter het stuur te
gaan zitten. Dat willen we namelijk niet.
Ook wijs ik u op de wet-Mulder en de Wet aanscherping strafrechtelijke
aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten. Die zijn c.q. worden op dit
ogenblik geëvalueerd. Ik verwacht dat u rond de zomer de beleidsreactie
krijgt. Pin me niet vast op het precieze moment. Het is ook wel chique
om daar even wat ruimte voor te geven aan het nieuwe kabinet. Ik denk
dat er voor u alle mogelijkheid is om dan ook door te gaan op het punt
van alcohol.
Dan maak ik de stap naar de vraag die de heer Stoffer mij onder meer
stelde. Met hem ben ik benieuwd naar het antwoord, dus ik zeg hem toe
dat ik dat verder verkend wil hebben en opgenomen wil hebben in de brief
die u elk halfjaar krijgt. Zijn vraag heeft betrekking op het inhouden
van het rijbewijs. Dat gebeurt af en toe om redenen, maar je krijgt het
dan na zes maanden weer terug. De heer Stoffer gaf dat voorbeeld. Ik wil
goed bekeken hebben of dat de weg is die we moeten willen blijven
houden. Ik zeg u dus niet toe dat we het per se gaan veranderen, maar ik
zeg u wel toe dat we dat verder verkennen en dat ik u daar verslag van
doe in de brief die u, naar ik aanneem, elk halfjaar krijgt. Dat zal dus
rond de zomer zijn. Dan kunt u met elkaar de discussie voeren.
De heer Stoffer vroeg mij ook naar het aantal controles en
staandehoudingen. Ik zeg u graag toe dat ik jaarlijks in de
verkeersbrief blijf opnemen hoeveel alcohol- en drugscontroles er hebben
plaatsgevonden en hoeveel processen-verbaal er zijn opgelegd. Ik heb die
informatie. Ik ga ervan uit dat u die eerder ook heeft gekregen, maar
laten we dat als een toezegging noteren; dan staat dat.
Dat zeg ik u niet toe, zeg ik via de voorzitter tegen de heer Stoffer,
met betrekking tot het specifieke aantal testen of het aantal auto's dat
je hebt geregistreerd of hebt zien voorbijtrekken bij een
alcoholcontrole. Als het zo specifiek moet worden, dan voorzie ik echt
een te zware administratieve last bij de politie. Dat vind ik niet
juist. We moeten ervan uit kunnen gaan dat de politie dat werk doet. U
krijgt te zien hoeveel alcoholcontroles er plaatsvinden. We kunnen dan
misschien wel, als ik daar wat meer informatie over heb, in zijn
algemeenheid bespreken over hoeveel auto's het ongeveer zou kunnen gaan.
Maar als we die last echt bij de politie neerleggen, dan gaat dat ten
koste van het blauw op straat. Ik zie de heer Stoffer knikken om aan te
geven dat dat zijn bedoeling niet was.
Dan het alcoholslot. Ook daar is een vraag over van de heer Stoffer. Het
alcoholslot is dus wat anders dan de alcoholmeter, waar ik het net over
had, maar in dit gezelschap hoef ik het verschil niet te duiden, neem ik
aan. Het is inderdaad de bedoeling om die verkenning voor de zomer te
hebben afgerond. Ik vind dat het aan het nieuwe kabinet is om een
besluit te nemen over de invoering en de snelheid daarvan, maar het doel
is absoluut om u daar voor de zomer nader over te informeren. We hebben
allemaal kunnen lezen wat er op dat vlak in het coalitieakkoord
staat.
Ten slotte nog drugs. Dat onderwerp hangt er een heel eind mee samen,
maar dat krijgt toch even apart aandacht. Er staat hier niet bij van wie
deze vraag over de handhaving was, maar volgens mij was die van meneer
Jumelet. Of ben ik in de war? Nee, dat klopt. De handhaving op
drugsgebruik in het verkeer neemt elk jaar toe. In 2017 zijn we daarmee
begonnen. Het ging van 1.500 toen naar bijna 21.000 in 2024. Bijna elke
zaak waarin sprake is van een positief bloedonderzoek boven de
grenswaarden leidt tot strafoplegging met een strafbeschikking van het
Openbaar Ministerie of een vonnis van de rechter. Mij zijn geen
knelpunten bekend. Daarnaast is er educatie en een maatschappelijke
normverandering nodig. Dat is denk ik minstens zo belangrijk. Ik weet
dat het geregeld voorkomt dat daar door de rechter specifiek een
bijzondere maatregel voor wordt opgelegd, wat mij zeer wenselijk lijkt
in een situatie zoals beschreven. Wellicht is dat iets — die suggestie
doe ik u ter hand — om ook mee te nemen bij de evaluatie van beide
wetsvoorstellen die ik u net aan het begin meegaf, omdat dat prima
momenten zijn om het juist in wat algemenere zin te bespreken. Dan zou u
nog verbeterstappen kunnen doen.
Voorzitter. Dan de boa's. Onder meer de heer Van Asten had daar een
vraag over. We hebben de brief over het hele boa-bestel — dat noemen wij
de boa-brief — via de commissie voor Justitie naar de Kamer gestuurd.
Wat nog niet helemaal rond is en nog verder besproken moet worden met de
ketenpartners — ik ben nooit zo'n fan van dat woord, maar toch — is of
er knelpunten zijn in de sfeer van bevoegdheden voor boa's als het gaat
om verkeershandhaving. Dat is onvoldoende helder, dus dat moet goed
uitgedacht worden. U vroeg naar knelpunten in bevoegdheden, meen ik, dus
ik noem dit er toch maar specifiek bij. Minstens zo belangrijk is dat we
ons ook realiseren dat je vaak wat meer specialistische kennis, training
en kunde nodig hebt dan nu wellicht van de boa's verlangd wordt. Je hebt
het dan al snel over gemotoriseerd verkeer in plaats van het
ongemotoriseerde verkeer; zeg maar controles op fietsen. Je ziet ook dat
veel boa's controleren op verkeerd parkeren en dat soort zaken. Het gaat
dan niet per se om verkeersveiligheid, maar het hangt er wel mee samen.
Bij gemotoriseerd vervoer heb je het wel een klein beetje over een wat
ander chapiter dat kennis, opleiding en middelen vergt. Over die
bevoegdheden wil ik u terugrapporteren of er hiaten zijn. Ik kan dus de
toezegging doen dat ik u dat laat weten. Of je die opgelost wil hebben
of wil veranderen, dat laat ik aan het volgende kabinet. Maar dan moeten
we eerst weten wat het is.
Dan een vraag van de heer Jumelet over straatraces. Nee, er zijn geen
landelijke afspraken, een landelijke hotspotaanpak of iets dergelijks.
Dat is echt aan de lokale driehoek. Ik heb er zelf ook weleens wat
ervaring mee opgedaan en toen hebben we er een drempel op gelegd. Ik zou
dat overigens niet overal willen aanraden, want dat kan ook weer tot
allerlei … Het is heel belangrijk om daar wat maatwerk toe te
passen.
Dan de fatbikes. Daar heb ik iets meer vragen over gekregen, onder meer
de vraag wanneer alle gemeenten over rollentestbanken gaan beschikken.
Dat zal niet gebeuren, maar wel bij alle politie-eenheden. Dat is
overigens ook het geval. Via de basisteams van de politie wordt dat
natuurlijk wel gevoeld in gemeenten. De politie-eenheden kunnen dan ook
kiezen waar de inzet moet plaatsvinden.
Dan de handhaving rondom fatbikes in het bijzonder. Ik heb geen geluiden
vernomen over knelpunten of problemen bij de handhaving met de
rollenbanken. Ik heb al gezegd dat die bij de eenheden beschikbaar zijn.
Je moet die dan natuurlijk inzetten en daar een verdeling voor maken.
Als het gaat om ongekeurde e-voertuigen, dus elektrische voertuigen,
zien we wel een forse stijging: van 643 in 2023 naar 4.845 in 2024. Dat
zijn overigens vaak fatbikes, maar soms heb je wat discussie: is het nou
een fatbike of niet? Ik zou dat aantal als positief willen omschrijven
als het gaat om de handhaving, maar ook als negatief. Want in the end
wil je natuurlijk niet dat er allerlei ongekeurde voertuigen zijn, laat
staan aan de kant van de weg zwerven. We hebben ook wat discussie met
elkaar gevoerd. We hebben later ook een uitspraak gehad over die 25
kilometer; daar refereerde u ook aan. Er zijn mogelijkheden versterkt om
daarop te kunnen handhaven. Die uitspraak van de rechter biedt op dat
punt ook perspectief. Ik denk dat we het heel goed moeten blijven
volgen. Op het gebied van veiligheid heb je in het hele justitieapparaat
en in het bijzonder de politie natuurlijk altijd keuzes te maken; die
keuzes worden vaak lokaal gemaakt. Ik denk dat we met elkaar goed moeten
volgen of het ook goed uitpakt. De uitspraak van de rechter biedt op dat
punt perspectief, vind ik.
De heer De Groot vraagt naar de aparte categorie voor fatbikes en of de
inbeslagname dan ook beter geregistreerd kan worden. Dat staat in het
coalitieakkoord. Daar verwijst hij ook naar. Ik vind het niet mijn rol
om vanuit mijn positie als demissionair minister in het kabinet-Schoof
daarop te reflecteren. Dat laat ik aan de opvolger, maar ik lees het net
als de heer De Groot ook terug.
Ik kom op mijn laatste kopje. Ik praat maar gewoon door, hoor, meneer De
Groot, totdat ik word onderbroken.
De voorzitter:
Ik vind het chapeau gaan! Gaat u vooral door.
Minister Van Oosten:
Dan kom ik bij de boetehoogte en de handhaving. O, ik blijf nog even bij
de heer De Groot, die vroeg naar de uitrol van de extra mobiele
flitspalen. We hebben er nu 75. Dat heeft u ook allemaal kunnen lezen.
Het groeit tot eind 2026 door naar 125. We hebben nu 35 focusflitsers.
Die kunnen "handheld" registreren; zo heet dat. Het aantal vaste
flitspalen gaat van 642 naar 750 in 2029.
Dan kom ik ook op mijn laatste antwoord richting de heer El Abassi. We
hebben daar eerder de discussie met elkaar over gevoerd. Het betekent
wel dat ik niet kan uitsluiten dat het aantal bekeuringen toeneemt. Ik
ben het overigens niet met de heer El Abassi eens dat de focus bij
bekeuringen en het hele boetesysteem puur ligt op de financiële
inkomstenkant. Dat wil ik toch benadrukken. Ik betwist niet dat het óók
een rol speelt. De heer El Abassi verwijst ook naar uitspraken van
mijzelf op dat punt. Maar het dient natuurlijk ook een ander doel — dat
is evident — namelijk de verkeersveiligheid. Dat staat bij mij
natuurlijk wel voorop. Daar gaan we ook met de Kamer over in gesprek.
Dat heb ik eerder ook met de heer El Abassi gewisseld. Ik meen vorige
week nog, tijdens de begrotingsbehandeling Justitie. Er is namelijk een
onderzoek van het WODC neergelegd. Dat is een tamelijk omvangrijk
onderzoek en dat vergt een nadere en goede bespreking. Ik moet daarin
ook een beleidsreactie meenemen, onder meer van het Openbaar Ministerie
en allerlei andere organisaties. De inhoudelijke reactie gaat dus echt
nog wel volgen. Dan zullen we daar ongetwijfeld een debat met elkaar
over hebben. Ik hecht er wel aan om te blijven bij de opmerking — dat
zal niet iedereen in deze zaal wat zeggen, maar de heer El Abassi
toevallig wel, want die was daarbij — die ik vorige week in de richting
van mevrouw Straatman heb uitgesproken, namelijk dat ik het ook niet
anders kan maken dan het is als het gaat om de financiële kant van het
verhaal.
Daarbij wil ik ten slotte nog wel de opmerking maken dat ik denk dat het
heel verstandig is — de heer El Abassi heeft daar ook aandacht voor
gevraagd; dat hoorde ik nu niet, maar de vorige keer wel — dat het CJIB
een aantal stappen heeft gezet om kwetsbare mensen die geconfronteerd
worden met boetes, soms ook meerdere boetes, meer maatwerk te bieden.
Daar laat ik het bij, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de leden om te zien of er nog vragen
openstaan. Dat is niet het geval. Dan zijn we aan het einde gekomen van
de eerste termijn van de kant van het kabinet. Ik kijk even of de leden
behoefte hebben aan een tweede termijn. Ik zie de heer Stoffer knikken.
Laat ik vooropstellen dat u er natuurlijk geen gebruik van hoeft te
maken, maar we gaan de tweede termijn in ieder geval starten. U heeft 1
minuut en 40 seconden. Gaat uw gang, meneer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Dank, voorzitter. Dank aan beide bewindslieden voor de beantwoording van
de vragen die gesteld zijn. Het is natuurlijk een debat in een
specifieke tijdsperiode, tussen een regeerakkoord en een nieuw kabinet.
Mooi dat we dit belangrijke onderwerp wel met elkaar besproken hebben en
dat we ook volop aandacht hebben kunnen geven aan dit onderwerp. Dank
voor de toezeggingen.
Ik wil nog even refereren aan de N50. Er is vandaag een mooie motie van
Caroline van der Plas en mij aangenomen, waarin er 40 miljoen is
vrijgemaakt om die goed aan te pakken. Dat er ook op korte termijn wat
gedaan wordt, vind ik heel mooi.
Voorzitter, tot slot vraag ik een tweeminutendebat aan.
De voorzitter:
Dat noteren wij. De heer Van Asten.
De heer Van Asten (D66):
Ook mijn dank voor de beantwoording. Sommige dingen moeten inderdaad nog
worden uitgezocht, zoals die boa's. Ik zou graag toch iets meer van een
toezegging willen hebben ten aanzien van de campagne over vermoeidheid
of in ieder geval het bekijken welke rol dat speelt. Dan kunnen we dat
in het najaar in het debat over verkeersveiligheid bespreken. We hebben
weliswaar ook nog het debat in mei, maar sommige dingen hebben misschien
net even iets meer tijd nodig.
We hebben natuurlijk nog een aantal zaken ten aanzien van de ontsluiting
van die ambulancedata. Er werd een aantal keer gezegd: aan het einde van
het jaar komen we met een plan van aanpak. Dat ging dan specifiek over
die wetswijziging. Naar mijn begrip duurt dat al enige tijd. Ik ben dus
wat teleurgesteld over het antwoord: aan het einde van het jaar komen we
met een plan van aanpak. Nu weet ik dat een wetswijziging in totaal lang
duurt, maar een jaar nemen om te komen tot het begin van het maken van
een plan van aanpak, vind ik wat gortig. Wellicht kan daar nog iets meer
duidelijkheid over worden gegeven.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even verder. De heer Graus niet. De heer De Hoop:
kort. Gaat uw gang.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik wil het toch nog even hebben over de opvoersetjes, want
inmiddels snap ik de verwarring die ik had. Het ging over de uitvoering
van de motie-Grinwis waarin gevraagd werd om een algeheel opvoerverbod.
Het is nu inderdaad zo dat dat geldt voor fatbikes, maar in de brief
staat onder andere bijvoorbeeld ook dat het ministerie gaat onderzoeken
of een verbod voor het commercieel aanbieden van opvoeren door bedrijven
van toegevoegde waarde is. Ik denk dat dat het geval is en ik zou de
minister daar ook toe willen bewegen. Ik zou hem willen vragen of hij
voor het volgende commissiedebat daarop terug kan komen. Wat zijn de
uitkomsten daarvan? Wat is er nodig om dat toch juridisch werkbaar te
kunnen maken? Ik vraag hem om de proportionaliteit aan te geven rondom
het überhaupt hebben van of rijden op een opgevoerd voertuig te
verbieden. Dat werd volgens mij niet als proportioneel gezien, omdat dat
een probleem zou kunnen opleveren op het eigen terrein of op het
boerenerf. Ik zou de minister toch willen bewegen om nog scherper te
kijken naar zo'n algeheel opvoerverbod en om daarnaartoe te gaan, zoals
ook gevraagd in de motie-Grinwis.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb in mijn bijdrage gezegd dat het er
enerzijds over gaat dat de vervoermiddelen veilig moeten zijn. Dat
spreekt voor zich. Anderzijds wil de samenleving dat mensen rekening
houden met elkaar. Het is natuurlijk een groot goed om vrijheid te
hebben, ook in hoe je je verplaatst, maar in onze samenleving is
nadrukkelijk samen leven het uitgangspunt.
Voorzitter. Dan kom ik nog even op de straatraces. Ik heb dit dossier
overgenomen van mijn collega Eline Vedder. De minister antwoordde vrij
kort. We zien dat de straatraces zich van gemeente naar gemeente
verplaatsen als er wat druk op komt, dus enige regie zou wel goed zijn,
denk ik. Voor nu is het helder, maar ik zou me ook kunnen voorstellen
dat we nog eens hierover nadenken en bekijken hoe je daar nog wat meer
samen in kunt optrekken.
Voorzitter. Dat was het voor dit moment.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Duijvenvoorde: niet het geval. De heer El
Abassi: geen inbreng.
Ikzelf wil u namens de VVD-fractie danken voor de beantwoording. We
bekijken in het tweeminutendebat wel wat we het nieuwe kabinet nog mee
willen geven. Ik heb verder geen inbreng. Ik schors kort ter
voorbereiding van de beantwoording in de tweede termijn. Blijft u allen
in de buurt, want over vijf minuten hervatten we het debat met de
beantwoording van het kabinet in tweede termijn.
De vergadering wordt van 18.25 uur tot 18.30 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. Aan de orde is de tweede termijn van de zijde van
het kabinet. Ik wil graag minister Tieman het woord geven.
Minister Tieman:
Dank u wel, voorzitter. De heer De hoop had het over opvoersets, ook op
eigen terrein. Wij gaan over de Wegenverkeerswet. Het is vrij complex.
We komen nog schriftelijk terug op wat daar allemaal voor nodig
is.
We komen ook voor de zomer terug op hoe we invulling gaan geven aan de
motie van de heer Grinwis.
Meneer Van Asten, ik wil u nog een aantal zaken verduidelijken. Ik kan
ook een toezegging doen om iets naar voren te halen, bijvoorbeeld dat
plan van aanpak voor het einde van het jaar. Weet wel dat dit echt bij
het ministerie van VWS ligt. Dat maakt het wat complexer. Ik stel voor
dat wij hier in mei, bij het volgende commissiedebat, wat meer de diepte
opzoeken en dat we dan aan u rapporteren hoever we zijn gekomen, om zo
meer scherpte te krijgen. We halen het net ook op bij de collega's van
VWS om te kijken of we überhaupt een planning nodig hebben, of een
wetswijziging. Dan hebben we daar gewoon wat meer informatie over. Een
toezegging kan ik noteren voor de vermoeidheid, zoals u ook heeft
aangegeven. We zijn in gesprek over de ambulancedata, om die verder te
verfijnen en toe te voegen met de 25 regionale ambulancevoorzieningen.
Er is dan ook nog een gesprek over de financiën. Dan heb ik daar meer
informatie over. Dat is eigenlijk hoe ik uw vragen wilde beantwoorden. U
had ook nog een vraag over de financiering. Dat doen we dan zo.
De heer Goudzwaard. Toch ook even over de data. We hebben net dat
convenant, die samenwerkingsafspraak, met de ILT, de Douane, de NVWA en
de politie beklonken. Dat was in Q4 van vorig jaar. Ik zou u willen
vragen of het goed is dat wij in Q4 een rapportage en evaluatie van die
samenwerking geven met een overzicht van de concrete cijfers die de
samenwerking heeft opgeleverd.
De heer De Hoop vroeg naar gehandicaptenvervoer. We gaan wat scherper
aan de wind varen voor het stellen van toelatingseisen in de categorie
gehandicaptenvoertuigen met een snelheid van 20 tot 45 kilometer per
uur. Dat maakt oneigenlijk gebruik minder aantrekkelijk, ook voor
marktpartijen die deze vervoersmiddelen op de markt brengen. Nieuw
beleid voor deze voertuigen is eind dit jaar uitgewerkt. Eventueel kan
ik ook wat meer informatie geven over de stand van zaken bij het
volgende debat Verkeersveiligheid. Dat staat op dit moment gepland in
mei.
De heer Goudzwaard (JA21):
Hoor ik de minister nou zeggen dat hij in Q4 van dit jaar met een
rapportage zou willen komen?
Minister Tieman:
We komen met een evaluatie van de samenwerking die we in Q4 vorig jaar
gehad hebben met de ILT, de Douane, de politie en de NVWA. Dat wordt een
evaluatie van die samenwerking, in combinatie met wat het concreet heeft
opgeleverd aan inbeslagnames en vernietigde fatbikes die door de
shredder zijn gegaan. Dat soort zaken geven wij dan weer in een
rapportage.
De heer Goudzwaard (JA21):
Het fatbikedossier is een heel prangend dossier. Dat hoort de minister
volgens mij aan allerlei sprekers. Ik zou het heel erg waarderen als de
minister zou kunnen inzetten op bijvoorbeeld een kwartaalrapportage over
wat er in beslag is genomen. Ik kan me ook voorstellen dat ik mijn hand
dan misschien wat overspeel. Misschien kunnen we elkaar tegemoetkomen,
dat u gewoon met een halfjaarlijkse rapportage komt. Dan heeft de Kamer
ook nog ietwat houvast om de voortgang en de effectiviteit te monitoren
van datgene wat de minister uitrolt. Dan kunt u de evaluatie aan het
eind van het jaar de tweede halfjaarsrapportage laten vergezellen.
De voorzitter:
Helder, helder.
Minister Tieman:
Dat is een toezegging.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Over het laatste punt van de gehandicaptenvoertuigen zei de minister:
als u dat prettig vindt, kan ik daar eventueel op terugkomen. Dat
laatste punt heb ik dan als toezegging opgevat. Dank dat de minister
voor het volgende debat, ik geloof voor de zomer, wil terugkomen op de
opvoersetjes. De vraag is of daarbij inderdaad specifiek ingegaan wordt
op dat commercieel aanbieden. Er staat met betrekking tot de
Wegenverkeerswet … Er staat inderdaad dat erop teruggekomen wordt, maar
ik ga er ook van uit dat de minister op dat specifieke onderdeel voor de
zomer nog wat uitgebreider richting de Kamer terugkomt.
Minister Tieman:
Een toezegging.
De voorzitter:
Het gaat hard met de toezeggingen hier. We kunnen het bijna niet
bijhouden. Het nieuwe kabinet krijgt het druk, zou ik willen zeggen. We
moeten het hier ook een beetje luchtig houden. Dat is wel gezellig. Ik
denk dat dat uw antwoorden waren. Dan kijk ik naar de minister van JenV
voor de laatste antwoorden.
Minister Van Oosten:
Dank u wel, voorzitter. De heer Jumelet vroeg naar de straatraces. Ik
gaf aan dat die lokaal georiënteerd zijn. Niettemin begrijp ik van uw
fractiegenoten dat u het signaal heeft dat die straatraces een soort
rondtrekkend bestaan door Nederland leiden. Dat geeft mij aanleiding om
het wel te benoemen bij mijn reguliere relatieoverleg met de korpschef
van de politie. Ik laat verder bij u of u daar over een jaar of wat nog
eens een keer naar wilt informeren, maar ik ga dat in elk geval
benoemen, want als wat u zegt het geval is, moet de politie dat
weten.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Ik hoor een toezegging.
Minister Van Oosten:
Maar niet de toezegging dat ik er zelf een actieve brief over stuur. Die
laat ik lekker bij de heer Jumelet.
De voorzitter:
Kijk, dat is dan maar genoteerd. Dank u wel voor de antwoorden. Dan zijn
we hiermee aan het einde gekomen van de tweede termijn van de kant van
het kabinet. We zijn ook bijna aan het einde gekomen van dit
commissiedebat Verkeersveiligheid, maar niet voordat we de administratie
hebben gedaan. Dat zijn de toezeggingen. Dat zijn er wel een heel
aantal, dus we lopen ze even langs. We kijken of we ze goed genoteerd
hebben. Het is in ieder geval zo dat de heer Stoffer van de SGP een
tweeminutendebat heeft aangevraagd.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zal de Kamer het halfjaarlijkse cijfer over het aantal inbeslaggenomen illegale fatbikes doen toekomen, met daarbij in Q4 een evaluatie van de samenwerking met onder andere de Douane, ILT en andere partijen. Dat is een toezegging aan de heer Goudzwaard van JA21.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe dat de Kamer voor de zomer de concrete doelstelling voor verkeersveiligheid zal ontvangen. Dat is een toezegging aan de heer Stoffer.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zal door SWOV laten onderzoeken of een inhaalverbod voor automobilisten op fietsstraten mogelijk is. Dat is een toezegging aan de heer Van Asten van D66.
De minister van Justitie en Veiligheid zegt toe om in de eerstvolgende verzamelbrief over verkeersveiligheid de Kamer te informeren over zijn verkenning van de mogelijkheid tot het langer dan zes maanden inhouden van het rijbewijs. Dat is een toezegging aan de heer Stoffer.
De minister van Justitie en Veiligheid zal de Kamer informeren over het aantal alcoholcontroles en processen-verbaal. Dat is ook een toezegging aan de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Ik lachte ook heel vriendelijk naar de minister.
De voorzitter:
Ik heb het in de gaten.
Minister Van Oosten:
Het waren gewoon goede ideeën.
De voorzitter:
Dit zal dan wellicht in diezelfde brief terechtkomen.
De minister van IenW zegt toe om de Kamer in mei nader te informeren over de maatregelen tegen vermoeidheid achter het stuur, evenals over ambulancedata. Dat is een toezegging aan de heer Van Asten van D66.
Hebben we dan alle toezeggingen te pakken? Ik denk het wel. Het is
een heel mooi rijtje. Dan hebben we de administratie ook op orde.
We zijn aan het einde gekomen van dit debat. Ik wil allereerst
natuurlijk de mensen die hier op de publieke tribune hebben gezeten om
dit debat te volgen hartelijk danken voor hun komst. Ik dank de mensen
die dit op afstand hebben gevolgd. Ik dank de bewindspersonen, inclusief
de ambtelijke ondersteuning, hartelijk voor hun aanwezigheid. Dank aan
de leden. Dank aan de griffie en de ondersteunende diensten die hier
vandaag in de zaal aanwezig waren om dit debat mogelijk te maken.
Daarmee sluit ik dit debat Verkeersveiligheid. Dank u wel.
Sluiting 18.38 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|