Begrotingsonderdeel Sport (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D06248, datum: 2026-02-09, bijgewerkt: 2026-02-10 09:11, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-09 10:00: Begrotingsonderdeel Sport (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Begrotingsonderdeel Sport
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 9 februari 2026 overleg gevoerd met mevrouw Tielen, staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, over:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (36800-XVI);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 16 september 2025 inzake werkprogramma van de Nederlandse Sportraad voor 2026 (30234, nr. 427);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 3 september 2025 inzake advies van de Nederlandse Sportraad "Hoofdzaak. Advies om hersenletsel door sport te voorkomen" (30234, nr. 426);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 3 september 2025 inzake reactie op petitie Generatieonderzoek Buitenspelen 2025, opvolging van de motie van de leden Dobbe en Van Nispen over sporten en bewegen makkelijker maken (Kamerstuk 32793-837) en toezegging over DUMAVA-aanvragen door de sport (30234, nr. 412);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 10 november 2025 inzake zwemdiplomabezit in 2024 (30234, nr. 432);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 13 november 2025 inzake "Monitor Sportakkoord II. Voortgangsrapport 'een groter bereik'" (30234, nr. 433);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 31 oktober 2025 inzake beleidsplan toekomstbestendige sportinfrastructuur en ruimte voor sport en bewegen (30234, nr. 431);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 20 oktober 2025 inzake rapport "Evaluatie Sportinnovator" (30234, nr. 430);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 9 oktober 2025 inzake reactie op advies "Hoofdzaak" van de Nederlandse Sportraad (30234, nr. 429);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 11 december 2025 inzake verzamelbrief sport en bewegen 2025 (30234, nr. 434);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 16 december 2025 inzake antwoord op vragen commissie over het advies van de Nederlandse Sportraad "Hoofdzaak. Advies om hersenletsel door sport te voorkomen" (Kamerstuk 30234-426) (30234, nr. 435);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 9 januari 2026 inzake sluiten aanvraagloket BOSA 2026 (30234, nr. 436).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
Mohandis
De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
Esmeijer
Voorzitter: Vliegenthart
Griffier: Heller
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Inge van Dijk, Huizenga, Kisteman, Van Meetelen, Mohandis, Van der Plas en Vliegenthart,
en mevrouw Tielen, staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.
Aanvang 10.00 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen, allemaal. Hierbij open ik de vergadering van de vaste
commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Aan de orde is vandaag
het wetgevingsoverleg over het begrotingsonderdeel Sport. Allereerst
heet ik de mensen op de publieke tribune en natuurlijk ook de mensen die
vanuit huis naar het debat kijken, van harte welkom. Uiteraard ook een
warm welkom aan de staatssecretaris, mevrouw Tielen. Datzelfde geldt
voor alle aanwezige leden van de Kamer. Dat zijn meneer Mohandis van
GroenLinks-PvdA, mevrouw Van der Plas van BBB, mevrouw Huizenga van D66,
mevrouw Van Dijk van het CDA, mevrouw Van Meetelen van de PVV en meneer
Kisteman van de VVD. Welkom.
U heeft voorafgaand aan het wetgevingsoverleg een indicatieve spreektijd
opgegeven. Mijn voorstel is om aan die spreektijd vast te houden. Verder
stel ik voor om maximaal zes interrupties in de eerste termijn en zes
interrupties in de tweede termijn aan te houden. Laten we heel even
kijken hoe het qua tijd zit. Dan zien we even hoe vrij ik hiermee om kan
gaan.
Dan gaan we nu beginnen. Ik stel voor om de sprekersvolgorde aan te
houden zoals gebruikelijk bij een begrotingsbehandeling. Dan begint de
grootste partij die nu nog in de oppositie zit. Dat is D66. Mevrouw
Huizenga, ik geef u het woord.
Mevrouw Huizenga (D66):
Voorzitter, dank u wel. 180! 1080! Ik zat gisteravond te kijken naar de
big air. Daar word je vrolijk van. Als voormalig topsporter en
waterpoloër wil ik beginnen met iets waar mijn sporthart sneller van
gaat kloppen. Onze waterpolovrouwen stonden afgelopen donderdag in de
EK-finale. Na een zinderende wedstrijd stond er 10-10 op het scorebord.
Met penalty's won Nederland de Europese titel, en dat voor de zevende
keer. Dat vraagt focus en doorzettingsvermogen. Zulke momenten laten
zien wat sport kan doen: sport zorgt voor euforie en trots en laat
mensen geloven in wat er mogelijk is met talent.
Sporten heeft mij gevormd. Sporten leerde mij discipline,
doorzettingsvermogen en samenwerken. Als skidocent in de aangepaste
sport zie ik dagelijks hoe krachtig bewegen kan zijn. Voor veel mensen
is sport geen hobby, maar een manier om vrijheid, zelfvertrouwen en
plezier te krijgen, te hebben en te houden. Een samenleving die sport en
beweegt, is een gezonde samenleving, ook mentaal gezond. Daar sta ik
vandaag voor: zorgen dat meer mensen in Nederland die kans krijgen. Van
waterpoloën heb ik leren samenwerken, omdat iedereen in het team
bijdraagt aan het resultaat, niet alleen degene die het doelpunt scoort,
maar ook de goede verdediger en iedereen rondom het team.
Als skidocent heb ik ervaren hoe belangrijk het is dat je iemand helpt
om weer op te staan en dat het niet gaat om snelheid, maar vooral om
genieten van het moment en kijken naar wat wél kan. Een buurman is door
voetbal zijn hele leven een teamplayer gebleven. Een docent van mij
heeft door haar turnsport doorzettingsvermogen geleerd. Je moet namelijk
heel vaak oefenen om op je handen te blijven staan. Door het turnen
heeft zij ook geleerd wat schoonheid is en heeft zij geleerd om van haar
lichaam te houden. Voorzitter, het is misschien een interactief
momentje, maar wat heeft sport voor waarde voor u en voor ons allen,
voor de rest van ons leven? Denk daar eens over na. Wat voor waarde heb
ik overgehouden aan sport en bewegen?
Dit debat gaat over meer dan sport alleen. We bewegen steeds minder. We
zitten meer. Zitten is het nieuwe roken. We leven vaker achter schermen
en komen minder buiten. De gevolgen zien we overal terug: meer
chronische ziektes, meer mentale klachten en minder weerbaarheid. We
weten echter allang dat bewegen een van de krachtigste en goedkoopste
manieren is om gezond te blijven. Op plekken waar mensen gezond ouder
worden, draait het niet om topsport, maar om dagelijks bewegen:
wandelen, buiten zijn en samen actief zijn. Bewegen is geen losse,
aparte activiteit; het is een manier van leven. Het zou een onderdeel
van je dag moeten zijn. Daarom moeten we bewegen wat ons betreft
makkelijker, laagdrempeliger, gewoner en gevarieerder maken.
Onze leefomgeving speelt daarin een sleutelrol. Als kinderen veilig
buiten kunnen spelen, als er groen is om te wandelen en als er
toegankelijke sportplekken zijn, wordt bewegen vanzelf normaal gedrag.
Bewegen en recreatie mogen daarom geen sluitpost zijn in ruimtelijke
plannen, maar horen een vanzelfsprekend onderdeel te zijn. Zo stimuleren
we mensen gezond te leven, zonder belerend vingertje, maar door je te
laten verleiden door de omgeving.
Voorzitter. Sportverenigingen vormen het kloppend hart van onze sport.
Ik ben meer dan twintig jaar bestuurder van een sportvereniging geweest.
Daar ontdekken kinderen hoe leuk bewegen is, ontstaan vriendschappen
voor het leven en leren jongeren omgaan met winst, verlies en teamwork.
Verenigingen brengen buurten en generaties samen. Maar juist daar
ontstaat druk. Verenigingen kampen met wachtlijsten, verouderde
accommodaties en stijgende kosten. Vrijwilligers en bestuurders doen
fantastisch werk, maar lopen steeds vaker tegen grenzen aan. Dat zien we
ook terug bij de BOSA-regeling. De enorme belangstelling laat zien hoe
groot de behoefte is aan investeringen. Het is daarom goed dat de
bezuinigingen zijn teruggedraaid en er extra middelen beschikbaar komen.
Dat betekent concreet: betere velden, veiligere accommodaties en meer
ruimte voor mensen om te sporten. Tegelijkertijd wil ik de
staatssecretaris vragen of er inzicht is in hoe deze investeringen
bijdragen aan extra sportcapaciteit. Leiden die daadwerkelijk tot minder
wachtlijsten en meer sportdeelname? Komen de middelen ook terecht bij de
verenigingen zelf? Ook vraag ik aandacht voor wijken waar
gezondheidsachterstanden het grootst zijn, zodat juist daar sport
toegankelijker wordt.
Voorzitter. Als we het over toegankelijkheid hebben, moeten we
nadrukkelijk kijken naar aangepast sporten. Sport moet er wat ons
betreft zijn voor iedereen. In Nederland bestaan prachtige initiatieven,
die vaak worden gedragen door bevlogen mensen en veel vrijwilligers.
Tegelijkertijd groeit de vraag sneller dan het aanbod en blijven
voorzieningen achter. Ik heb dat ook zo ervaren als skidocent voor
aangepaste sporters. Mensen rijden tegen drempels aan, letterlijk en
figuurlijk. Daarom vraag ik of er een duidelijk beeld is van de behoefte
aan aangepaste sportvoorzieningen en welke belemmeringen we kunnen
wegnemen om deelname te vergroten.
Voorzitter. Vrijwilligers zijn de motor van onze sport. Zonder hen zijn
er geen trainingen of wedstrijden, en is er geen verenigingsleven. Maar
we horen steeds vaker dat zij vastlopen in complexe regelgeving en
subsidieprocedures, vooral bij kleinere verenigingen. Ik vraag de
staatssecretaris of zij deze signalen herkent en bereid is te kijken
waar regels eenvoudiger kunnen. Want hoe minder tijd vrijwilligers kwijt
zijn aan formulieren, hoe meer tijd er overblijft voor de sport.
Dan de topsport. Topsport inspireert, brengt mensen samen en laat
jongeren dromen. Maar achter die medailles zitten sporters die enorme
offers brengen. Ze werken vier jaar hard naar hun hoogtepunt toe, zoals
we nu ook zien bij de Olympische Spelen. Vaak staan ze na hun carrière
voor onzekerheid. Ik hoor graag of er mogelijkheden zijn om topsporters
beter te ondersteunen bij onderwijs en loopbaanontwikkeling,
bijvoorbeeld via samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven.
Voorzitter. Voor D66 is sport en bewegen geen bijzaak, maar een
investering in de gezondste generatie ooit. Sport en bewegen zijn geen
luxe. Sporten zorgt voor preventie, leefbare wijken, gelijke kansen en
mentale veerkracht. Ik ben dan ook blij met de positieve koers in het
coalitieakkoord. Maar als we echt vooruit willen, vraagt dat om
structurele investeringen, toekomstbestendige accommodaties, minder
regeldruk en een stevige plek voor sport in beleid op zorg, onderwijs en
ruimtelijke ordening. Het gaat om sterke verenigingen, gelijke toegang
tot sport, en topsport die inspireert. Laten we daarom investeren in
verenigingen en accommodaties, bewegen vanzelfsprekend maken in onze
leefomgeving en ervoor zorgen dat iedereen echt mee kan doen. Investeren
in sport is investeren in een fysiek en mentaal gezond Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan geef ik allereerst het woord aan mevrouw Van der Plas en daarna aan
meneer Mohandis.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel voor uw mooie betoog. Ik ben het daar ook helemaal mee eens:
investeren in sport is hartstikke belangrijk. Daarom zou ik de volgende
vraag willen stellen. BBB heeft een amendement ingediend om €350.000
beschikbaar te stellen voor het Thialfstadion, het schaatshart van
Nederland, de trots van Nederland. Dat is ook nodig om het Thialfstadion
te kunnen blijven exploiteren. Heel veel kinderen leren daar schaatsen,
ze leren daar te bewegen, de regio's komen daar samen en het brengt ook
vele kampioenen voort. Mijn vraag is of D66, gezien het betoog van
zojuist, dit amendement gaat steunen.
Mevrouw Huizenga (D66):
Ik ben vele malen in Thialf geweest, in december nog. Als Friezin kom je
daar natuurlijk en sta je te juichen langs de kant. Dus ik herken het.
Het probleem van Thialf is dat de schaatsaccommodatie vooral afhankelijk
is van alleen het schaatsen. Daardoor is het lastig om de exploitatie
rond te krijgen. Natuurlijk kijken we naar het amendement. We gaan
zorgvuldig kijken of we dat kunnen steunen, maar we moeten ook breder
kijken en niet één accommodatie steunen, maar over heel Nederland breed
sportaccommodaties verstevigen en versterken.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nu zijn het Thialfstadion, de provincie Friesland en NOC*NSF aan het
kijken of in 2030 het schaatsdeel van de Olympische Spelen in Friesland
kan worden georganiseerd. Is dat misschien nog een overweging om toch
goed naar dit amendement te kijken? Het zou natuurlijk fantastisch zijn
als we voor het eerst in 102 jaar een olympisch evenement naar Nederland
kunnen halen.
Mevrouw Huizenga (D66):
Ik ga dat meenemen in de overweging.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik dank de collega voor haar inbreng, hier in de Sportcommissie. Het is
ook een mooie inbreng. Mijn vraag gaat over de BOSA. De collega van D66
refereerde eraan dat de bezuinigingen zijn teruggedraaid. Als u het
vorige kabinet bedoelt, dan kan ik het niet helemaal plaatsen, want er
is best wel wat van de BOSA afgegaan; dat weet u ook. En het is nog niet
zeker hoe hoog het bedrag is dat ervoor terugkomt. Dus ik was even
benieuwd of u daar iets meer op kunt ingaan.
Mevrouw Huizenga (D66):
Over het vorige kabinet hebben we het gehad: toen zijn de bezuinigingen
teruggedraaid. Daar verwees ik naar. In het coalitieakkoord is nu in
ieder geval weer een flink bedrag gereserveerd voor de BOSA. Dat is meer
dan wat ervoor stond. Daarvoor is dus 50 miljoen structureel voor de
komende vier jaar opgenomen. Dus daar zit het 'm in. De BOSA werd
natuurlijk flink overschreven, dus als daar meer geld voor is, dan is
dat een van de manieren om bij te dragen aan het versterken van die
sportaccommodaties.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Zeker. Ik zal zelf in mijn inbreng ook uitvoerig ingaan op de BOSA en
wat er nodig is. Toen ik in het regeerakkoord over die 50 miljoen las,
had ik de indruk dat het breder is dan de BOSA. Het is goed om zo veel
mogelijk te reserveren voor de BOSA. Wat mij betreft doen we alles, maar
dan moeten we ook nog kijken hoe we de andere ambities op sport gaan
realiseren, want dat wordt dan best wel een uitdaging. Nou goed, ik hoor
uw betoog dat die 50 miljoen echt bedoeld is voor de BOSA. Zo scherp las
ik het in ieder geval niet in het regeerakkoord. Ik dacht dat het voor
alle sportambities was bedoeld. Daar hoor ik dus graag nog wat meer
over.
Mevrouw Huizenga (D66):
Ik wil het straks vooral overlaten aan de nieuwe
regeringsfunctionarissen om daar goed over in gesprek te gaan. Maar ik
kan een handreiking doen door te zeggen dat we er samen voor gaan om
stevig op de sport in te zetten. Laten we dus kijken hoe we daar van
alles aan kunnen doen.
De voorzitter:
Als er dan geen verdere interrupties zijn, gaan we door naar de tweede
spreker, meneer Kisteman van de VVD.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter, ik moest even wennen aan de volgorde. Ik leg mijn spullen
even op orde.
Voorzitter. Als fanatiek sporter ben ik er trots op dat ik vandaag
namens mijn fractie hier het woord mag voeren. Dit is mijn eerste debat
met deze staatssecretaris. O, ze gaat gelijk wat anders doen. Ik hoop
dat dat niets zegt over onze toekomstige samenwerking. Het is fijn dat
het toch nog mag samen!
Volleybal, voetbal, zaalvoetbal, squash, padel en hardlopen; ik heb het
allemaal gedaan. Het ene deed ik wat langer dan het andere en al vrij
snel wist ik dat ik niet bulkte van het talent, maar mijn
doorzettingsvermogen compenseerde veel. Vooral het plezier dat ik erin
had, bracht mij elke week naar het sporten. De lol van samen winnen en
verliezen in de regen, zon of sneeuw; we stonden er altijd. Sporten is
in de eerste plaats vooral heel leuk. Dat moeten we niet vergeten. Soms
lijkt de nadruk enorm op het moeten te liggen, maar bewegen of sporten
is gewoon heel leuk om te doen. Heel veel mensen sporten omdat ze daar
plezier aan beleven. Dat doen ze in een teamsport of individueel, alleen
in het weekend of een paar keer in de week. Een kleine groep is zo
talentvol dat ze ons land nu in Milaan mogen vertegenwoordigen. Namens
mijn fractie wens ik hun uiteraard heel veel succes. Ik complimenteer
degenen die wat betreft de eindtijd van dit debat rekening hebben
gehouden met vanavond, want nu kunnen we met z'n allen naar de 1.000
meter kijken, waarop Femke Kok, Jutta Leerdam en Suzanne Schulting in
actie komen. Zelf sporten is leuk, maar samen sport beleven is minstens
zo leuk. Daarom werk ik aan een initiatief dat het samen kijken naar
sport nog toegankelijker en aantrekkelijker maakt, maar daarover
binnenkort meer.
Voorzitter. In mijn korte tijd als woordvoerder Sport heb ik één
afkorting razendsnel leren kennen: BOSA. Dat staat voor Stimulering bouw
en onderhoud sportaccommodaties. Ik heb van iemand op de tribune, heel
veel andere mensen en de lobby gehoord: laat het alstublieft geen
BOSA-debat worden. Er zijn echter altijd zo veel berichten over de BOSA
dat we er niet aan ontkomen om daar wat vragen over te stellen. Op 5
januari stond mijn telefoon ineens roodgloeiend: de BOSA was volledig
overvraagd. Meerdere bestuurders waren teleurgesteld dat ze achter het
net visten. Ik ben dan ook blij dat de nieuwe coalitie hier aandacht
voor heeft en hier jaarlijks structureel meer geld voor vrijmaakt. Goede
sportaccommodaties zijn cruciaal voor een sterke sportinfrastructuur en
voor sportplezier. Tegelijkertijd heb ik hierover een aantal vragen. Als
de BOSA overvraagd dreigt te worden, gaat de website offline met een
foutmelding. Ik begreep dat dit is om te voorkomen dat er meer aanvragen
gedaan kunnen worden dan waarvoor budget is. Dit zorgt echter voor veel
onduidelijkheid bij de aanvragers: is hun computer vastgelopen, of
moeten ze het ergens anders proberen? Mijn vraag aan de staatssecretaris
is of het mogelijk is om meer informatie te geven als de subsidie wordt
overvraagd, bijvoorbeeld met een melding dat er te veel aanvragen zijn
en de website daarom tijdelijk niet beschikbaar is. Zou de
staatssecretaris kunnen toezeggen dat hierin een aanpassing wordt
gedaan, zodat er direct meer duidelijkheid is voor de aanvragers?
Daarnaast kwam recent het bericht naar buiten dat gemeenten een
gezamenlijke buffer hebben van 43 miljard euro voor onder meer
sporthuisvesting. Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om
gemeenten te helpen deze middelen beter in te zetten voor
sporthuisvesting? Ziet de staatssecretaris andere manieren waarop
sportverenigingen hun accommodaties kunnen verduurzamen, zonder dat daar
extra middelen vanuit het Rijk voor nodig zijn?
Voorzitter. Sport is leuk, maar het is ook cruciaal dat sport veilig is.
Iedereen moet vrij en veilig kunnen sporten. Daarom vindt mijn fractie
het belangrijk dat er vaart wordt gemaakt met de oprichting van een
integriteitscentrum voor de sport. Het wetsvoorstel Integere sport is in
internetconsultatie geweest. Met dit wetsvoorstel wordt het
onafhankelijke integriteitscentrum Integere Sport Nederland opgericht.
De Nederlandse Sportraad heeft geadviseerd dat dit wetsvoorstel toen nog
niet rijp was voor de indiening. Graag hoor ik van de staatssecretaris
wat de stand van zaken is van dit wetsvoorstel. Hoe gaat zij ervoor
zorgen dat er vaart blijft achter dit wetsvoorstel, juist omdat het
integriteitscentrum ook voor de topsport van belang is? Kan zij ervoor
zorgen dat dit hoog op de agenda blijft staan?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik heb dat puntje ook in mijn inbreng zitten, omdat ik ook signalen
krijg dat het erop lijkt dat er best veel regeldruk bij verenigingen
terechtkomt en veel minder bij professionele sportbedrijven. Ik vind dat
niet helemaal logisch. Stel dat ik een voetballer ben, train op het
voetbalveld en 's avonds nog wat krachttraining bij een bedrijf doe. Ik
zou eigenlijk zeggen: waarom zouden we onze verenigingen weer zo
ontzettend belasten met regeldruk? Ik ben heel benieuwd hoe de VVD
daarnaar kijkt.
De heer Kisteman (VVD):
Mevrouw Van Dijk kent mij en weet dat ik een gloeiende hekel heb aan
regels, al helemaal als het onnodige regels zijn. Volgens mij bleek uit
de internetconsultatie ook dat vrij onduidelijk was wat er dan precies
tot stand komt, waar de verantwoordelijkheid ligt en wie wat moet
oppakken. Wat mijn fractie betreft gaan we dit doen met zo min mogelijk
regels. Het moet ook niet specifiek bij één groep komen te liggen. Mijn
vraag aan de staatssecretaris zou dan ook zijn: wat is er met al die
kritiek uit het veld gedaan en hoe kunnen we het zo oppakken dat het wel
effectief is en voor zo min mogelijk regels zorgt? Geen onnodige regels
erbij.
De voorzitter:
Ik zie hier ook nog een interruptie van meneer Mohandis.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Dank voor de inbreng van de collega van de VVD. Ik heb een vraag over de
BOSA. Ik kan me een debatje herinneren met uw voorganger, de vorige
woordvoerder. Het vorige kabinet — dat is eigenlijk nog dit kabinet —
kwam op een gegeven moment ook met een extra taakstelling op zorg, omdat
een andere taakstelling bijvoorbeeld niet kon worden gehaald; er kwam
dus een soort extra bezuiniging op de BOSA. In het huidige
regeerakkoord, waarin de VVD natuurlijk ook een prominente rol heeft
gespeeld, zit een flinke bezuiniging op de VWS-begroting. Die is flink.
Het kan zijn dat die niet helemaal wordt gehaald. Dan wordt er verder
gekeken. Hoe hard zijn de, in mijn optiek zuinige, investeringen die nu
worden gedaan in de BOSA? Zijn die straks weer niet het kind van de
rekening? In de afgelopen periode leek de sportbegroting een soort van
ontzien te worden, maar uiteindelijk kwam er toch een soort taakstelling
overheen. We hebben heel veel discussie gehad, ook met staatssecretaris
Karremans. Hoe gaat de VVD voorkomen dat dat nu weer gaat gebeuren? Hoe
wordt voorkomen dat we over twee jaar weer een debat voeren over de
belofte om iets te doen aan die BOSA? Hoe wordt voorkomen dat blijkt dat
die zorgbezuinigingen dan niet helemaal uitkunnen en dat de sport weer
gaat dokken? Graag een reactie.
De heer Kisteman (VVD):
Goede, duidelijke vraag. Er staat in het regeerakkoord opgeschreven dat
wij ons hier gewoon aan gehouden. Dat zijn de afspraken die zijn
gemaakt. Mochten er in de toekomst, in andere jaren, wel bezuinigingen
zijn, dan staat dit wat mijn fractie betreft gewoon fier overeind. Daar
gaan we niet aankomen. Dan zouden er binnen het ministerie andere
plekken gezocht moeten worden voor eventuele bezuinigingen. Wat hier
staat, is gewoon de afspraak. Dat staat zwart-op-wit. De 50 miljoen die
vrijgemaakt gaat worden in 2028, is wat we hebben afgesproken voor de
jaren erna. Wat ons betreft gaan we daar niet aan draaien.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Dat zijn vrij stevige woorden. Qua inzet kan het altijd, maar het is een
minderheidskabinet, dus zo hard kan het nooit helemaal zijn. U heeft
namelijk voor heel veel dingen geen meerderheid. Ik moet het nog maar
zien. Wat hier ligt, is best een ambitie van dit kabinet. Wij denken er
heel anders over. Dat debat, over de zorgbezuinigingen, hebben we in de
plenaire zaal gehad. We weten allemaal hoe het werkt op het departement.
Het is één ministerie. Het heeft inderdaad verschillende directies — dat
weten we wel — maar het is één ministerie. Maar we weten ook uit
ervaring dat er breder wordt gekeken als een bepaalde bezuinigingsopgave
niet lukt. Ik ben er dus nog niet helemaal gerust op. Maar goed, we gaan
het meemaken.
De heer Kisteman (VVD):
Ik hoorde geen vraag. Maar om er toch op te reageren: het klopt dat het
een minderheidskabinet is en dat wij de steun van andere partijen nodig
hebben. Ik vermoed niet dat GroenLinks-PvdA een amendement zal indienen
om de BOSA kleiner te maken. Daar ben ik dan ook niet bang voor. Ik snap
het echter helemaal: we hebben elkaar nodig. Daarvan zijn we ons zeker
bewust. Maar wat ons betreft houden we dit vast, omdat het ook een
duidelijk verhaal is vanuit het veld: ze hebben dit geld heel hard
nodig.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Om even een misinterpretatie van een amendement te voorkomen: er ligt
een amendement van onze fractie, juist om te kijken of we dit lopende
jaar, 2026, meer kunnen doen om sportverenigingen te helpen. Het
voorliggende amendement wil een kleine kasschuif vanuit 2027 naar 2026
realiseren. Dat is een iets andere interpretatie dan de heer Kisteman
geeft. Ik dacht dat het even goed was om dat op te helderen.
De voorzitter:
Meneer Kisteman, vervolgt u dan uw verhaal.
De heer Kisteman (VVD):
Ja, voorzitter. Dat snap ik heel goed van de heer Mohandis.
Voorzitter. Tot slot de beweegrichtlijnen. Het is ontzettend goed dat
erop wordt ingezet om kinderen meer te laten bewegen. Mijn fractie is er
dan ook voorstander van om de samenwerking tussen sportverenigingen en
scholen te verbeteren. Ik heb hierover nog een paar vragen, in het besef
dat dit mogelijk de laatste weken van de staatssecretaris zijn op dit
dossier, maar ook wetende dat zij de beoogd staatssecretaris van
Onderwijs is. Welke manieren ziet de staatssecretaris om bewegen nog
meer te bevorderen? Welke kansen ziet zij hiervoor in het onderwijs
zonder dat dit ten koste gaat van de basisvaardigheden? Hoe kunnen wij
ervoor zorgen dat kinderen rond de leeftijd van 12 jaar blijven sporten
of bewegen, zodat de dip die er nu bij deze leeftijdsgroep is, voorkomen
kan worden? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat voor iedereen in Nederland
bewegen normaal is?
Voorzitter, daar wou ik het bij laten.
De voorzitter:
Ik zie allereerst mevrouw Van der Plas met een interruptie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoor de heer Kisteman vragen welke manieren de staatssecretaris ziet
om bewegen nog meer te bevorderen. Ik lees ook het coalitieakkoord.
Daarin wordt duidelijk gezegd dat er geïnvesteerd wordt in preventie en
welzijn. "We zorgen dat preventie weer gaat lonen. We focussen op de
gezondheid van kinderen en op het stimuleren van bewegen in het
dagelijks leven en sport voor mensen met en zonder beperking." Nou heb
ik, zoals ik net aan mevrouw Huizenga vertelde, een amendement ingediend
voor een investering in het Thialfstadion. Dat is niet alleen om ervoor
te zorgen dat we in 2030 een schaatsevenement naar Nederland kunnen
halen — voor de eerste keer in 102 jaar een Olympisch evenement in
Nederland! — maar ook om ervoor te zorgen dat Thialf overeind blijft. De
KNSB kan namelijk niet aan de afspraken voldoen om jaarlijks €300.000 te
investeren. Ik ben even benieuwd of de heer Kisteman en zijn partij van
plan zijn om dit fantastische amendement te ondersteunen.
De heer Kisteman (VVD):
Ik heb het amendement gelezen. Het is een heel sympathiek amendement. De
vraag is even of wij er vanuit het Rijk meteen voor moeten komen
opdraven als een Thialf dit soort ambities neerlegt. We hebben
natuurlijk ook nog een schaatsbond, die eventueel verantwoordelijkheid
kan nemen. Ik vraag het me oprecht af. Het is hartstikke mooi als we het
Thialf onderdeel kunnen maken van de Olympische Spelen. Mijn fractie
vraagt zich alleen af waarom het Rijk dan meteen de portemonnee zou
moeten trekken. Ik ga het amendement dus bestuderen, maar ik sta er in
dat opzicht niet heel positief tegenover.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het amendement is niet bedoeld om Thialf het Olympische
Spelenschaatsevenement te laten organiseren. Als de heer Kisteman het
goed gelezen heeft, zal hij zien dat het met name gaat over de
exploitatie van Thialf. Het zijn natuurlijk allemaal mooie woorden in
het coalitieakkoord, dat er wordt geïnvesteerd in sport, in bewegen en
in het samenbrengen van mensen. Als ik de heer Kisteman hoor vragen
waarom het Rijk ervoor moet opdraaien als Thialf het niet kan betalen,
dan is dat een complete tegenstelling tot wat er in het coalitieakkoord
staat. Het is in complete tegenstelling tot de woorden van de
staatssecretaris, die wat betreft de Olympische Spelen heeft gezegd dat
het een unieke kans voor Nederland zou zijn, dat Thialf fantastische
faciliteiten heeft en dat het een enorme eer zou zijn. Dat gaat daar
recht tegenin. Dit is een schaatsstadion waar vele mensen en kinderen
bij elkaar komen, waar ze bewegen, waar ze leren schaatsen en waar
toptalenten ontstaan. Als ik dan kijk naar dat hele korte stukje tekst
dat hierover in het coalitieakkoord staat, dan zijn dat alleen maar
woorden. Als het puntje bij paaltje komt, dan vraagt de VVD zich
namelijk af waarom het Rijk daarvoor moet opdraaien. Het Rijk moet
daarvoor opdraaien, omdat het in het coalitieakkoord staat, lijkt
mij.
De heer Kisteman (VVD):
Dat staat zeker in het coalitieakkoord. We nemen daar ook stappen voor.
We stoppen onder andere weer geld in de BOSA en we stimuleren gezondheid
door fruit op school. Er zijn natuurlijk tal van projecten zoals Thialf,
die misschien de exploitatie niet rondkrijgen. Daar zullen er meer van
zijn in Nederland. Ik denk dat het hier niet het idee van kan zijn dat
wij vanuit het Rijk voor alle stadions of activiteiten à la Thialf — er
zullen vast ook heel veel voetbalverenigingen zijn die dit financieel
niet rondkrijgen — moeten ingrijpen. Nogmaals, het is een sympathiek
amendement van mevrouw Van der Plas. Volgens mij moet het echter niet de
bedoeling zijn dat wij als Rijk overal voor moeten inspringen, als ze
ergens de exploitatie niet rondkrijgen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit vind ik wel echt het toppunt, hoor. Er staan dus inderdaad mooie
woorden in het coalitieakkoord over dat we willen investeren in de
renovatie en verduurzaming van de sportaccommodaties door het budget van
de BOSA te verhogen, maar zodra de eerste de beste vraag komt … Ik vraag
niet om voor alle accommodaties op te draaien. Dit amendement gaat over
het fundament onder onze schaatshistorie. Thialf is — na de kunstijsbaan
in Deventer overigens, waar ik goede herinneringen aan heb — gewoon
wereldglorie. Daar ontstaan toptalenten. Als de heer Kisteman dan vraagt
waarom wij dat moeten doen en zegt dat we niet voor alles kunnen
opdraaien, dan zijn het toch alleen maar mooie woorden in dat
coalitieakkoord en in dit debat? Vervolgens wordt er namelijk geen boter
bij de vis gedaan.
De heer Kisteman (VVD):
Ik snap dat mevrouw Van der Plas dit als eerste voor Thialf aanvraagt.
Als we hier ja tegen zouden zeggen, dan komt de rest ook allemaal langs.
Dan staan wij straks heel Nederland overeind te houden. Dan zeg ik
nogmaals dat we er scherp op moeten zijn dat we vanuit het Rijk niet
altijd de verantwoordelijkheid hebben om die exploitatiebegroting
overeind te houden. Dat is de reactie die ik geef. We kunnen dat niet
overal voor doen. We moeten keuzes maken. We stoppen het geld voor een
beter sportklimaat onder andere in de BOSA. Het lijkt me een hele goede
stap dat we dat weer hebben teruggedraaid. Nogmaals, ik zal dat
amendement van mevrouw Van der Plas in overweging nemen.
De voorzitter:
Dank, meneer Kisteman. Dan gaan we door naar meneer Mohandis voor zijn
inbreng.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Laat ik beginnen met de Olympische Spelen, en
straks de Paralympische Spelen, die nu in Milaan plaatsvinden. Ik wil
alle sporters, ik denk ook namens de commissie, echt alle succes wensen.
Ik hoop echt op de eerste medailles, vooral gouden medailles — ik ben
altijd voor goud. Wie weet wat er vanmiddag gaat gebeuren. Kom maar op.
Ik kijk ernaar uit. Het herinnerde mij aan de gesprekken die ik in
Parijs tijdens de Paralympische Spelen met veel sporters had in het
Hollandhuis, zoals ik het maar even noem; ik weet niet of ik het goed
uitspreek. Van die gesprekken is mij vooral bijgebleven dat het belang
van breedtesport werd benadrukt. Al die topsporters zijn ooit ergens
begonnen, bij een sportvereniging. Ze hebben de kans gehad om te
excelleren en te laten zien welke talenten zij hebben. Topsport is
topsport, maar zonder breedtesport geen topsport, zou ik willen
zeggen.
Met die woorden wil ik een brug maken naar het komende regeerakkoord.
Wat kunnen we verwachten? Laat ik gelijk maar een oprechte zorg
uitspreken over de bezuinigingen op met name de zorg en de sociale
zekerheid. We zien dat het extra aankomt bij bepaalde kwetsbare groepen.
Maatregelen stapelen zich op. Er werden, zoals mevrouw Van der Plas ook
zei, ook mooie woorden uitgesproken over sport. Als ik dat in ogenschouw
neem in relatie tot de vraag of we met het regeerakkoord daadwerkelijk
sociaal-economische gezondheidsverschillen gaan doorbreken, dan heb ik
heel veel vraagtekens. Ik vraag me werkelijk af of deze doorbraken er
ook echt gaan komen.
Volgens mij is er niet veel meer onderzoek nodig naar wat er nodig is.
We weten ook wat sport oplevert. We zouden moeten bedenken wat er
gebeurt als een derde van het sportaanbod op de een of andere manier zou
komen te vervallen. Of het nou sportondernemers of verenigingen zijn:
stel dat een derde van het aanbod er morgen niet meer zou zijn. Dat zou
betekenen dat de zorgkosten met miljarden zouden stijgen. We weten dus
wel wat het oplevert. Alleen, als we erin moeten investeren, is het
altijd wat lastiger. De VWS-begroting is een megabegroting, die 110
miljard aantikt. We discussiëren altijd over een heel klein bedrag voor
preventie en sport, terwijl we heel goed weten wat die de samenleving
opleveren. Ik blijf altijd breder kijken naar dit onderwerp. We hebben
altijd veel mooie woorden over sport en preventie omdat die heel veel
opleveren, maar we hebben er eigenlijk met moeite iets voor over. Elke
stap in de goede richting is een goede. Laat ik niet overkomen alsof het
glas alleen maar halfleeg is, maar ik blijf me er wel altijd over
verwonderen hoe moeizaam het gaat met de investeringen, ook om gezonde
generaties te realiseren.
We moeten het niet meer zien als een kostenpost, maar als iets dat wat
oplevert. Er ligt genoeg onderzoek naar hoeveel euro's
sportinvesteringen daadwerkelijk aan gezondheidswinst opleveren. Recent
was er ook weer een onderzoek van het Mulier Instituut naar de groepen
die achterblijven. Daaruit blijkt dat steeds meer gezinnen, niet alleen
maar uit de lagere inkomensgroep, maar ook met gewone middeninkomens,
sporten gewoon te duur vinden, en dat de sportdeelname niet per se
stijgt onder specifieke groepen. Als je bijvoorbeeld inzoomt op kinderen
met een handicap of kinderen uit lagere inkomensgroepen, dan zie je
zelfs dat het kabinet de zelfbedachte ambities en de percentages die
daaraan gekoppeld zijn, niet haalt. Het maakt steeds meer uit waar je
woont en wat je verdient. We zien dat dit leidt tot meer of minder
sportdeelname, en ook beweegdeelname. Er zijn arme en rijke
postcodegebieden als het gaat om bewegen. Die tweedeling is iets wat wij
altijd zullen inbrengen en aankaarten, juist omdat sport en preventie
precies die ongelijkheid kunnen doorbreken. Sport is dan een gelijkmaker
en geen ongelijkmaker, tenzij het gaat over winnen of verliezen, maar
dan is de context anders; het gaat hier echt over de
gezondheidsverschillen.
Ik had het al over de doelen die het kabinet zichzelf heeft gesteld,
bijvoorbeeld als het gaat om mensen met een handicap wekelijks te laten
deelnemen. De ambitie voor 2023 was 38%, maar in 2024, een jaar later,
is dat gedaald naar 32%. Je ziet het bijvoorbeeld ook bij de ambitie om
mensen in armoede meer te laten sporten. Het percentage dat deelneemt,
was in 2023 44%, versus 38% in 2024. Je ziet dus elke keer dat de
ambitie die door het kabinet zelf wordt vastgesteld, niet wordt gehaald.
Dan vraag ik me ook echt af welke inspanningen er nu extra worden gedaan
door het kabinet om die doelen wel te halen, dus om eens een keer wel
cijfers te laten zien waarmee kan worden vastgesteld dat de maatregelen
werken en er voldoende wordt geïnvesteerd in sport.
Ik ben ook benieuwd wanneer we de uitwerking van het regeerakkoord
kunnen verwachten en of deze doelen, die wat ons betreft scherp en hard
blijven, ook overeind blijven, zodat we kunnen zien wat die euro's
opleveren en of we ook investeren in het juiste. Ik weet niet of ik dit
aan de juiste bewindspersoon vraag, maar er is altijd maar één
bewindspersoon, ook als dat straks een andere persoon is. We hebben een
sportbegroting en het geld is schaars. Geven we het dus aan het juiste
uit? Geven we het echt uit aan het product, of aan het overleg over dat
product?
Het kernbeleid van dit kabinet gaat ook heel erg over het versterken van
de positie van de sportverenigingen. Het is goed dat dit nu een
beleidsdoel is. Wij willen wel aandacht voor het feit dat er ook veel
ondernemende sportaanbieders zijn die bijdragen aan het maatschappelijke
doel, en die in steden en in wijken steeds meer initiatieven ontplooien
die ook jongeren of andere doelgroepen bereiken die moeilijker te
bereiken zijn. Ik wil dat dus wel in ogenschouw nemen. Dat moeten we
altijd breed bekijken, omdat er veel ondernemers zijn met een publiek
doel in plaats van een privaat doel, zou je bijna kunnen zeggen, die
heel erg bezig zijn met het bereiken van kwetsbare groepen.
Het is fijn dat de positie van de sportverenigingen behoort tot het
kernbeleid, zoals ik lees in de brief van het kabinet, al is het maar
omdat er een breed gesteunde motie is aangenomen van onder andere CDA,
SP, D66 en ondergetekende om te komen tot een meerjarige strategie voor
sportverenigingen. We hebben het over de BOSA gehad, en daar wil ik nu
op doorgaan. Die meerjarige strategie is nodig, omdat veel dingen
noodzakelijk zijn om het verenigingsleven overeind te houden, ook voor
toekomstige generaties. Daar is veel voor nodig. Er is heel veel werk
aan de winkel en de rapporten liegen er niet om. Volgens mij hebben we
als commissie tig rapporten gekregen, die heel duidelijk laten zien wat
er nodig is.
Laat ik beginnen met die BOSA. Iedereen denkt misschien: waar gaat het
om? Het gaat niet om die regeling. Het gaat er uiteindelijk om dat
sportverenigingen alles op alles moeten zetten om het betaalbaar te
houden, voor jong en oud, en de contributies toegankelijk te houden.
Want ja, sportverenigingen rekenen geen kostendekkende tarieven. Het is
noodzakelijk dat ze hun energielasten kunnen beheersen en kunnen
betalen, en de stijging daarvan kunnen overzien. Die pot is altijd even
snel leeg als dat het loket wordt opengesteld. Dat hebben we nu al een
paar keer meegemaakt. We hebben de afgelopen jaren heel veel debatten
gehad over het BOSA-loket, bijvoorbeeld over de verplaatsing naar de
DUMAVA. Men moet dan naar een bepaald loket voor verduurzaming en kan
bij weer een ander loket terecht voor materialen. Het is voor een
verenigingsbestuur natuurlijk totaal onaantrekkelijk om met dit soort
bureaucratie te worden opgezadeld. Ik hoop dus dat we weer toe gaan
werken naar één toegankelijk loket, maar we zien ook dat bijvoorbeeld de
BOSA niet toegankelijk is voor sportclubs die niet zijn aangesloten bij
een bond. Klopt dat? Waarom is dat eigenlijk zo? Wat zit daarachter? Ook
zijn er kleine verenigingen waarvoor het te weinig is om 20% te
ontvangen. Ze moeten dan nog heel veel zelf bijdragen en vaak hebben ze
die middelen gewoon niet. Nogmaals, het is echt niet te doen voor de
gemiddelde sportvereniging.
Over die eenloketfunctie hebben we ook een motie. Het zou mooi zijn als
we tegelijk met de beweging van het weer structureel vullen van de BOSA
ook weer zouden toewerken naar één gebruiksvriendelijk loket voor
sportverenigingen. We moeten de verenigingen niet naar een loket sturen
van een ander ministerie, met andere spelregels, want bij het ene
ministerie gebeurt het bijvoorbeeld vooraf en bij het andere achteraf.
Ook de systematiek is dus totaal verschillend. Daarom hebben we, naast
die motie over het ene loket, ook een amendement liggen voor een
eenmalige kasschuif. Dat is nodig. Ik wil tegen de collega's het
volgende zeggen. Er is een enorme groep verenigingen die nu letterlijk
aan de poort staat te wachten, die eigenlijk al was ingelogd, door was
gekomen, te horen heeft gekregen dat het geld op is, maar wel een
ontvangstbevestiging heeft gekregen: "Dank voor de aanvraag." Er zijn
dus meer verenigingen dan geld; dat weten we. Gezien de ambitie van het
regeerakkoord en het geld dat er al is in het basispad voor 2027, willen
wij eenmalig 20 miljoen euro naar voren halen. Ik besef ook dat het een
druppel op een gloeiende plaat is, maar alles om die groep wachtenden te
helpen is wat onze fractie betreft meegenomen. Het amendement is
rondgestuurd, hoop ik. Het is in ieder geval onderdeel van dit debat,
dus we kunnen het daar straks met het kabinet over hebben.
Daarnaast wil ik het kabinet eraan herinneren dat de Kamer drie jaar
geleden een motie heeft aangenomen van onder andere SP en
GroenLinks-Partij van de Arbeid voor een meer landelijke aanpak om te
komen tot een soort energietransitie of verduurzaming van
sportaccommodaties, met name publieke sportaccommodaties. Dat is wat ons
betreft een bredere klimaatopgave. We zien dat dat vaak minder onderdeel
is van de klimaatambities. Op een of andere manier valt dit buiten de
boot. Wat ons betreft komt hier meer landelijke regie op om, in
samenspraak met gemeenten, te komen tot deze noodzakelijke transitie.
Als we dat niet doen, betalen we namelijk een hogere prijs als
samenleving.
Ombudsfunctie verenigingen. We hebben het gehad over hoe belangrijk het
is dat verenigingen praktische ondersteuning ervaren. We hebben de
afgelopen jaren gezien hoe bijvoorbeeld RVVB ook praktische
ondersteuning verleent. Zij staan honderden verenigingen bij in allerlei
geschillen. Zij kunnen zaterdag gebeld worden om die praktische
ondersteuning te leveren. Het is wat dat betreft echt een soort
aanvullende service op wat er al was aan services. Wij vinden dat deze
ombudsfunctie ook komend jaar, ook gelet op het aflopende regeer… Nee,
niet het regeerakkoord, maar het aflopende Sportakkoord. Er is trouwens
ook een aflopend regeerakkoord, dus beide eigenlijk, maar het gaat nu
vooral over het aflopende Sportakkoord. Wij vinden dat we die
ombudsfunctie moeten verduurzamen. Daarvoor heb ik een motie in
voorbereiding, samen met het CDA. Het gaat ons er echt om dat we deze
praktische ondersteuning en dat geluid een plek geven. Het gaat om
allerlei geschillen: soms met gemeenten, soms met verzekeraars, echt van
alles. Ik ga het niet allemaal opnoemen, want we hebben dat als
commissie vaak gemaild gekregen. Maar het lijkt mij wel noodzakelijk en
heel waardevol om die functie te borgen, ook naast datgene wat NOC*NSF
doet qua services richting sportverenigingen. Volgens mij kunnen die
elkaar prima versterken en vergroten.
Naast de BOSA hebben we het ook vaak gehad over een revolverend fonds.
Ik kan me een motie herinneren van onder andere NSC. Ik denk dat er
naast de BOSA funding nodig is, ook privaat, om bepaalde veranderingen
mogelijk te maken. Het zou heel mooi zijn als er parallel en additioneel
ook wordt gekeken naar een revolverend fonds. Welke mogelijkheden zijn
er, ook gelet op de punten die eerder zijn ingebracht en
toegankelijkheid voor iedereen? We zien dat andere fondsen ook weer
allerlei eisen met zich meebrengen, waardoor het voor bijvoorbeeld
kleine verenigingen niet altijd aantrekkelijk is. Denk aan te hoge
rentes en dat soort zaken.
Regeldruk is een terugkerend onderwerp in deze commissie. Sorry, ik zag
een vinger, dus ik werd afgeleid.
De voorzitter:
Dan mag mevrouw Huizenga meteen interrumperen.
Mevrouw Huizenga (D66):
U had het over de BOSA-regeling. U vindt het van belang dat alles vanuit
de BOSA-regeling ook bij de verenigingen terechtkomt. Dat gebeurt vaak
niet. Daar heb ik ook een vraag over gesteld, dus daar komt nog een
antwoord op. U heeft het over een revolverend fonds. Is het dan logisch
om dit middels een kasschuif op de BOSA te doen? Kunnen we er dan niet
voor zorgen dat het eerder bij die verenigingen terechtkomt en niet bij
allerlei tussenpartijen?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij met deze interruptie. Volgens mij zijn het juist de
bonden, NOC*NSF, RVVB, echt iedereen — velen zitten hier ook op de
tribune — die ons hebben opgeroepen: er is altijd een BOSA nodig die
rechtstreeks ten goede komt aan sportverenigingen. Dat is waar dit
amendement over gaat. We kunnen het ook rechtstreeks overmaken aan alle
verenigingen, maar als we die BOSA, die door verenigingen vaak als
gebruiksvriendelijk wordt ervaren, in die zin dat ze weten wat ze moeten
aanleveren en wat ze krijgen … Dan heb ik het over de oude
BOSA-systematiek en niet over de rare knip die is gemaakt, waarbij je
voor het een bij het ene loket moet zijn en voor het ander bij het
andere loket. Dat is wat ik beoog: teruggaan naar een regeling die werkt
voor verenigingen, die vriendelijk, toegankelijk en vindbaar is en die
een heldere beschrijving heeft. Volgens mij moeten we terug naar wat ik
"de oude BOSA-regeling" noem. Honderden verenigingen, als het er niet
meer zijn, staan nu in de wacht; zij zijn in de wacht gezet door het
onvriendelijke systeem. Mijn kasschuif is ervoor bedoeld om heel veel
van die verenigingen te helpen. De kasschuif heeft te maken met de
middelen rechtstreeks aan de verenigingen geven, want daar was die
regeling zo fijn voor: je kon die middelen als vereniging krijgen, in
plaats van dat je moest bedelen bij meerdere loketten met verschillende
systemen. Dan staan de systemen en niet de gebruiker centraal en dat is
volgens mij niet hoe wij zouden moeten werken als politiek.
De voorzitter:
U mag uw betoog voortzetten, maar weet dat u nog één minuut spreektijd
heeft.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Meent u dat nou?
De voorzitter:
Ja, het vliegt voorbij. U heeft dan nog een minuut voor uw moties en een
minuut voor uw spreektekst.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Nou, dan kom ik niet meer uit, vrees ik.
De voorzitter:
Als u uw betoog afrondt, kunnen we kijken …
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Het is wetgeving. Achteraf bezien had ik gewoon 25 minuten spreektijd
moeten doorgeven.
De voorzitter:
Als u uw verhaal afmaakt …
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik geef toe: ik had met de SP ook wat dingen afgestemd, want collega
Dobbe is ziek. Dat gaat vooral over wetenschap. Daarom is mijn
spreektekst wat langer.
De voorzitter:
Als u uw verhaal rustig afrondt, kunnen we volgens mij allemaal redelijk
coulant zijn. U weet in ieder geval hoe het ongeveer staat met de
tijd.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ging goed, hoor.
De voorzitter:
Nou, zet u uw inbreng voort.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Excuus. Dat is het nadeel als je lang meeloopt in deze commissie.
Ik ga even terug. Het revolverend fonds had ik gehad. Dan kom ik bij
regeldruk. Ik ga er iets sneller doorheen, dus ik ga iets sneller
praten. We hebben het in de commissie meerdere keren gehad over allerlei
wetten die verenigingen in de weg zitten. De WBTR is genoemd. Ik wil ook
de Wet Markt en Overheid even aanstippen. Veel gemeenten maken nu
vanwege de maatschappelijke waarde van verenigingen gebruik van de
mogelijkheid om sport als dienst van algemeen belang aan te wijzen. Het
lijkt erop dat deze wet die uitzonderingsbepaling wil aanscherpen. Ik
wil niet te technisch worden, maar ook dit kan er weer toe leiden dat
verenigingen voor het sportaanbod een commercieel tarief moeten rekenen
van de wet, terwijl dat voor sportverenigingen juist niet de bedoeling
is. Ik ben heel benieuwd of het kabinet dit soort dingen scherp heeft.
Maken we nu niet elke keer wetten die vrijwillige bestuurders opzadelen
met regels die eigenlijk niet voor hen waren bedoeld?
De sportwet is een terugkerend onderwerp. Ik heb een simpele vraag aan
het kabinet. Steeds meer sportorganisaties roepen om een sportwet. Er
zijn ook steeds meer ideeën over zo'n sportwet, bij de KNVB, de bonden
en de sportverenigingen. Iedereen is daar heel eensluidend in. Kom met
die wettelijke basis. Kijk naar de culturele sector. De Wet op het
specifiek cultuurbeleid biedt aanknopingspunten voor hoe zo'n sportwet
eruit zou kunnen zien. Ik ga ervan uit dat er in het voorjaar een
contourenbrief ligt en dat de toezeggingen worden nagekomen. Er komt een
minderheidskabinet. De Kamer is missionair en is aan zet, dus een
meerderheid van de Kamer bepaalt dat gewoon. Graag een reactie.
Op het ravijnjaar ga ik nu niet te lang in. We maken ons zorgen over hoe
dat structureel uitpakt voor gemeenten. Zonder sportwet, zeg ik dan maar
even, kan sport het kind van de rekening zijn, of het nou gaat om
sportaccommodaties, zwembaden of het commercieel maken van de tarieven.
Dat hebben we vaker gezien.
Dan de zwemveiligheid en de zwembadautoriteit. Ik ben benieuwd hoe dat
er nu uitziet. Graag een uitvoering van de motie die wij samen met de SP
hebben ingediend.
Er ligt een amendement voor het helpen van kinderen met een handicap die
zwemlessen willen volgen. Zij zijn vaak duurder uit. Wij hebben hier
heel vaak een inbreng over geleverd. Wij horen heel graag hoe dit
gestand kan worden gedaan. Zorg ervoor dat er bij de specifieke
inkomensregelingen rekening wordt gehouden met kinderen met een
handicap, want zij doen er vaak langer over om hun zwemdiploma te
halen.
Over Uniek Sporten kan ik alleen maar zeggen: mooi dat het
amendement-Saris/Mohandis is uitgevoerd, maar kan het platform Uniek
Sporten ook niet een landelijke voorziening zijn? Graag een
reactie.
Over Thialf heeft mevrouw Van der Plas al iets gezegd in interrupties.
Heel kort: de Kamer is eerder bijgesprongen met een eenmalige bijdrage
van miljoenen. Heeft het kabinet in beeld wat de noden zijn voor de
ambitie om in de race te zijn voor de organisatie van de Olympische
Spelen? Graag een reactie.
Voorzitter. Ik zeg ook gelijk maar even "tot slot". Het wetsvoorstel
Integere sport is in consultatie. Wij zijn heel erg benieuwd hoe het
debat er straks gaat uitzien, maar wij delen ook nu al de zorg van
bijvoorbeeld NOC*NSF over de funding. Die moet hierbij wel goed zijn;
anders komt er weer te veel op het bordje van vrijwillige bestuurders.
Als we dit doen, moeten we het ook goed doen.
Voorzitter, tot slot. In de zomer van 2021 kwamen misstanden in het
dansen naar buiten. Kim Koumans doorbrak het stilzwijgen, startte een
meldpunt en mobiliseerde andere misbruikslachtoffers. Dat verdient
respect en steun, want zonder moedige klokkenluiders als Koumans blijven
excessen vaak onopgemerkt. Dan een enkele vraag over dit onderwerp. Als
eerste wil ik van de staatssecretaris weten waarom het na de
onthullingen en vervolgens de verschijning van het schokkende
onderzoeksrapport Schaduwdansen in 2023 tot vorige week moest duren
voordat de eindrapportage Achter de Coulissen van de opvolgingscommissie
er lag. Hoe kijkt u naar de uitkomst in deze eindrapportage? Klopt het
dat de minister — in dit geval is dat minister Moes van OCW, die dit
samen met u in de portefeuille heeft zitten — besloten heeft om die
opvolgingscommissie op te heffen, en waarom is dat? Ten tweede, hoe kan
het dat maar 28 van de 33 aanbevelingen geheel of gedeeltelijk zijn
overgenomen? Hoe zit het dan met de overige aanbevelingen, die niet
worden opgepakt? Ten derde, hoe beoordeelt u het functioneren en de
effectiviteit van Alliantie Dans veilig, het samenwerkingsverband voor
sociale veiligheid? Zijn de beide ministeries, VWS en OCW, van plan de
financiering voort te zetten?
Tot slot. Ik ben nu klaar, voorzitter. Deze minderheidscoalitie heeft
geen meerderheid en ik ben graag bereid om die doorbraken te realiseren,
maar dan moeten we er wel echt gas op blijven geven; anders verandert er
vanuit de landelijke politiek weinig voor de sportsector.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, meneer Mohandis. Nou, dat heeft u nog vlot afgerond, volgens mij.
Als niemand interrupties heeft, geef ik het woord aan mevrouw Van der
Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Welkom trouwens aan alle mensen op de tribune.
De mensen thuis kunnen het misschien niet zien, maar de tribune zit
vandaag helemaal vol. Er is dus grote betrokkenheid van de organisaties,
gemeenten, provincies en iedereen die bij de sport betrokken is.
Voorzitter. In dit huis wordt veel gesproken over de gezondste
generatie, over preventie en over sport als motor van welzijn, maar
zodra het gaat om de plekken waar dat allemaal begint, blijkt diezelfde
ambitie ineens minder vanzelfsprekend. De praktijk laat zien dat
waardering prachtig klinkt in beleidsstukken, maar snel verdampt wanneer
het aankomt op het beschermen van wat ons land echt draagt. Thialf is
zo'n fundament. Het is niet zomaar een ijsbaan, maar een cultuurdrager,
de plek waar generaties hun eerste slagen zetten, waar de verbondenheid
van de regio's samenkomt, waar Nederland zijn reputatie als schaatsland
heeft opgebouwd en waar de gedachte aan Olympische schaatswedstrijden
geen grootspraak maar een reële ambitie is. Een land dat wereldwijd
wordt herkend aan zijn schaatssport, van wereldkampioenen tot de
Elfstedentocht, kan zich niet veroorloven dat dit fundament
afbrokkelt.
Voorzitter. Als we het hebben over onze waarden en over onze trots op
dit mooie land, dan hebben we het toch bij uitstek ook over onze
schaatshistorie. Mijn bloed gaat sneller stromen bij de herinneringen
aan onze kampioenen. Dan heb ik het niet alleen over Jutta, Femke,
Suzanne of Sven, maar ook over "Ard en Keessie". Toen ik nog kind was,
was de Deventer kunstijsbaan wereldglorie, de plek waar vele Nederlandse
schaatskampioenen triomfeerden. De wat oudere mensen in deze zaal
herinneren zich dit vast ook wel. Ook internationale schaatshelden,
zoals de onvergetelijke Amerikaanse schaatser Eric Heiden, vierden daar
triomfen. Wat vroeger de Deventer kunstijsbaan was, is nu Thialf. We
kunnen en mogen dit schaatsmonument niet door het ijs laten
zakken.
Het is wat ons betreft dan ook niet te verkopen dat je tegen een
sportcomplex zegt: we willen niet constant bijspringen. Bij "niet
constant bijspringen" vraag ik me het volgende af. Er is in 2030, na 102
jaar, weer een kans op een rol voor Nederland in de organisatie van de
Olympische Spelen, en wel in Friesland, ons prachtig mooie Friesland. En
Nederland zegt: we willen niet constant bijspringen. We moeten er juist
voor zorgen dat Thialf de beste papieren heeft en er met vlag en wimpel
bovenuit steekt. Daarom dient BBB een amendement in om ervoor te zorgen
dat Thialf de stappen richting een financieel stabielere positie kan
blijven maken. Er is namelijk een tekort ontstaan doordat een van de
betroken partijen haar deel van de afgesproken bijdrage niet kan
opbrengen. Zonder aanvulling kan Thialf in de knel komen, terwijl het
juist een nationale voorziening is die we niet kunnen missen. Met dit
amendement zorgen we ervoor dat Thialf de beste kaarten heeft voor de
Olympische Spelen, én — dat is heel belangrijk — dat noodzakelijk
onderhoud niet langer vooruitgeschoven wordt. Zo blijft Thialf voldoen
aan internationale eisen én kan Nederland nationale en internationale
topsportevenementen blijven organiseren op het niveau dat past bij onze
prachtige schaatstraditie.
Voorzitter. De €300.000 wordt al een paar jaar niet overbrugd, waardoor
Thialf een krappe exploitatie heeft. Een eenmalige impuls dekt dit niet
direct af, maar is wel een steun in de rug voor Thialf om te kunnen
blijven investeren in zijn topfaciliteit om top- en breedtesport te
blijven ontwikkelen. Is de staatssecretaris het daarmee eens?
Voorzitter. Beleid is niet geloofwaardig wanneer de fundamenten van de
sportsector tegelijkertijd onder druk staan. Precies dat spanningsveld
wil BBB vandaag blootleggen. Sport gebeurt niet in nota's of ambities,
maar op ijsbanen, velden en zwembaden, waar dagelijks wordt bewogen.
Wanneer een top- en breedtevoorziening als Thialf het lastig heeft,
toont dat pijnlijk aan dat de logica tussen wat er wordt gezegd en wat
er daadwerkelijk wordt gedaan soms ver te zoeken is.
Voorzitter. Dat gezegd hebbende, wil ik ook ingaan op het door de nieuwe
coalitie aangekondigde boetesysteem voor politie-inzet in het betaald
voetbal. Ook hier zien we dezelfde terugkerende reflex die zo vaak
optreedt wanneer de Haagse symboliek het wint van het gezonde verstand.
Het gaat om een maatregel die eruitziet als daadkracht, maar die bij
nadere beschouwing vooral de schijn van optreden organiseert — alsof een
financiële afrekening met clubs ook maar één extra agent oplevert, ook
maar één incident voorkomt of ook maar één supporter daadwerkelijk
veiliger maakt. De werkelijkheid is precies omgekeerd: je belast juist
de organisaties die al jarenlang fors investeren in veiligheid,
crowdcontrol en preventie. Het zijn vooral de kleinere, regionaal
gewortelde clubs die hierdoor in de knel komen, clubs die een sociale
rol vervullen in hun gemeenschap en die je met zo'n maatregel richting
de afgrond duwt. Dat is niet het aanpakken van daders, maar het
doorschuiven van verantwoordelijkheid. Het is precies dit soort Haags
denken dat echt beleid verwart met het sturen van een uurtje-factuurtje.
Hoe kijkt de staatssecretaris naar deze maatregel van de nieuwe
coalitie? Kan de staatssecretaris uiteenzetten hoe zo'n systeem er in de
praktijk uit zou zien en of het juridisch houdbaar is?
Voorzitter. Tot slot wil ik iets zeggen over het verdwijnen van de
scoreborden in de jeugdsport. Steeds meer sportbonden in Nederland
schaffen scoreborden af bij wedstrijden voor de jongste spelers. De
reden: het draait niet alleen om winnen of verliezen; sporten moet
vooral leuk zijn. Echt mensen, kunnen we alsjeblieft stoppen met onze
kinderen op te voeden als sneeuwvlokjes? Welk probleem lossen we hier
precies mee op? Hoeveel zwaar getraumatiseerde kinderen die een
scorebord zagen waarop stond dat ze met 3-0 achterstonden, wonen er
precies in Nederland? Creëren we niet een nieuw probleem, met kinderen
die opgevoed worden met alleen maar leuk, kinderen die niet leren dat
bij het leven soms winnen en soms verliezen hoort? Hoe stomen wij
kinderen klaar voor de maatschappij, waar je soms wint en soms verliest,
en je daarmee gewoon om moet gaan?
Er is het argument dat het vooral voor de ouders is die te fanatiek zijn
en hun kinderen onder druk zetten, of die winnen koppelen aan een leuke
dag en verliezen aan een slechte dag. Hou alsjeblieft op! Ouders mogen
best meeleven met hun kinderen. Ouders mogen het gewoon jammer vinden
dat ze een keer verliezen. Ze mogen ook blij zijn als ze winnen. Dat
heet "betrokken zijn". Een verloren wedstrijd kan ook een prikkel zijn
om de teamspirit te krijgen; je zit als team in hetzelfde schuitje en
bij de volgende training ga je er gewoon gezamenlijk weer tegenaan, heel
gezond. Of je zegt na een verloren wedstrijd gewoon tegen je kind: "Goed
gespeeld. Jammer dat jullie hebben verloren. Volgende keer beter. Wil je
een ijsje?"
Dan nog even iets. Je moet je het volgende voorstellen. In de
scorebordloze maatschappij hebben kinderen een wedstrijd gespeeld. Ze
zijn hartstikke blij. Ze hebben het hartstikke leuk. Dan lopen ze het
veld af en horen ze ineens dat ze hebben verloren. Nou, lekker; dat
wordt een gezellige dag thuis.
Voorzitter. Ik hoop dat de sportbonden het scorebord weer gewoon in ere
herstellen, dat we kinderen opvoeden met gezond verstand en dat we
kinderen niet aan de maatschappij afleveren zonder dat ze weerbaar
zijn.
Voorzitter. Als allerlaatste wens ik Femke Kok, Jutta Leerdam en Suzanne
Schulting heel erg veel succes vanavond op de 1.000 meter. Ik hoop dat
op het scorebord staat dat ze goud, zilver en brons hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Van der Plas. Volgens mij zijn we het allemaal eens met
die laatste zin over het scorebord. Ik bedoel de zin over die drie
medailles. Er was net een klein beetje twijfel over de volgorde. We
hebben nu nog coalitie-BBB, vandaar dat mevrouw Van der Plas eerst aan
de beurt was. We vervolgen nu met mevrouw Van Meetelen, PVV.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Dat is prima hoor, voorzitter. Dat is helemaal goed. Ik had eigenlijk
een soortgelijke vraag als mevrouw Van der Plas. Maar goed, we gaan
beginnen.
Voorzitter. Sport is nooit alleen sport. Sport is cultuur en laat zien
wat een land belangrijk vindt, waar we trots op zijn en of we talent
durven erkennen, stimuleren en dragen. Als we naar sport kijken, moeten
we niet bij de medailles beginnen maar bij het begin: bij kinderen, bij
buiten spelen, bij rennen, vallen en weer opstaan, bij een bal op een
pleintje, bij samen spelen, ruzie krijgen en het weer bijleggen. Zo leer
je bewegen, samenwerken en krijg je weerbaarheid. Zo ontstaat plezier in
sport en zo ontstaat de basis voor een goede, gezonde samenleving.
Maar die vanzelfsprekendheid staat onder druk. Steeds meer kinderen
zitten binnen, achter een scherm, en niet altijd omdat ze dat willen,
maar soms ook omdat buiten spelen lang niet overal meer vanzelfsprekend
of veilig is. Ouders zien het en kinderen voelen het. We hebben een
gesprek gehad tijdens een kennisontbijt met Jantje Beton. Daarin hoorden
we dat de tijd besteed aan buiten spelen sinds 2022 is gehalveerd. Een
groot gedeelte komt natuurlijk door het achter een scherm zitten. Daar
zijn we zelf ook allemaal debet aan, maar daar krijgen we denk ik nog
een ander debat over; dat wil ik nu even laten. Maar het heeft ook met
veiligheid te maken. Dat gaven de kinderen die waren geïnterviewd ook
aan. Speeltuinen en pleintjes worden gemeden vanwege overlast: van
hangjeugd, rondhangen zonder toezicht, intimidatie, drugshandel en
mensen die simpelweg niet in speeltuintjes thuishoren. Dat is de
dagelijkse realiteit in verschillende wijken. Dan is het makkelijk om te
zeggen dat kinderen maar meer moeten bewegen, maar zolang de
buitenruimte onveilig voelt, kiezen ouders en kinderen begrijpelijk voor
binnen. Daarmee verliezen we wel iets fundamenteels.
Voorzitter. Ik vraag dus aan de staatssecretaris hoe zij ervoor gaat
zorgen dat de speeltuintjes weer schoon en veilig zijn. Ik weet dat dit
bij de gemeenten ligt, maar ik leg dit toch hier neer. Overigens hebben
wij ook een unaniem aangenomen motie over een speeltuin in elke
gemeente. Ik vraag even hoe het daarmee zit.
Voorzitter. Dit raakt alle kinderen, maar het raakt kinderen met een
beperking nog harder. Voor hen is buiten spelen nog veel minder vaak
vanzelfsprekend. Ze zijn afhankelijk van toegankelijke speelplekken, van
overzicht en van veiligheid. Als juist die plekken verdwijnen of
onveilig voelen, worden zij als eersten naar binnen verwezen. Ze worden
letterlijk en figuurlijk aan de zijlijn gezet. Een inclusieve
sportcultuur begint niet bij een beleidsnota, maar bij het plein, bij
een speeltuin waar ook een kind met een beperking kan meedoen, waar
zichtbaar wordt dat zij er net zo goed thuishoren en waar bewegen
normaal is voor iedereen. Ik vraag dus ook aan de staatssecretaris, in
het verlengde van de vraag over speeltuintjes, in hoeveel speeltuinen
kinderen met een beperking kunnen spelen.
Voorzitter. Mijn fractie pleit niet voor betutteling. Vrijheid blijft
het uitgangspunt, maar vrijheid vraagt ook om randvoorwaarden:
veiligheid, toegankelijkheid en een cultuur waarin buiten spelen weer
normaal is. De vraag is niet of de overheid alles moet regelen. De vraag
is: welke waarden willen we doorgeven? Vinden we het normaal dat
kinderen bewegen en buiten zijn om te spelen en dat ze dat veilig kunnen
doen? Of nemen we genoegen met stilzitten en schermvermaak, omdat dat nu
eenmaal vaak makkelijker is? Dat is het, want het is ook moeilijk om ze
er weg te krijgen, weet ik uit ervaring.
Voorzitter. Vanuit die basis komen we bij talent, bij ambitie en
uiteindelijk bij topsport. Als we kijken naar landen als Australië, de
Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk, zien we hoe sport daar al
vroeg onderdeel is van identiteit. Kinderen worden aangemoedigd om
ergens in uit te blinken. Ambitie mag zichtbaar zijn. Prestaties worden
niet afgevlakt, maar erkend. Ik kijk even naar mevrouw Van der Plas,
want ik ben het met haar eens: je mag ook gewoon ambitie tonen. Het is
niet erg om een keer te verliezen, want daardoor weet je ook wat winnen
is. Dat is belangrijk. Sport opent daar deuren: naar onderwijs, naar
kansen en naar toekomstperspectief. In Nederland doen we dat anders. We
zijn terughoudend met uitblinken. We vinden het ongemakkelijk. Je kop
boven het maaiveld uitsteken wordt niet aangemoedigd, maar vaak
afgevlakt. Talentontwikkeling verschuift naar verenigingen en gezinnen,
en daarmee wordt toch vaak je postcode bepalend. Dat is een stukje
kansenongelijkheid, maar we smoren ook heel veel talent automatisch in
de kiem. We zeggen dat meedoen zo belangrijk is en dat meedoen
belangrijker is dan winnen, maar door winnen krijgen we toppers. We
moeten daar dus echt de schouders onder zetten. Die scoreborden moeten
inderdaad gewoon terugkomen. Het is helemaal niet erg als je een keer
verliest. Erkent de staatssecretaris dat in Nederland een bewijs van
deelname net zo veel, of net zo weinig, betekent als uitblinken? Hoe wil
zij bevorderen dat ambitie en talent juist bij kinderen en jongeren weer
expliciet worden gewaardeerd?
Voorzitter. Dit culturele verschil zien we een-op-een in de topsport. We
eisen topprestaties, we verwachten medailles — althans, we hopen erop —
we willen nationale trots, met de vlag omhoog en het volkslied bij
winst. Maar ondertussen accepteren we dat veel topsporters niet
fatsoenlijk kunnen rondkomen en bijbanen nodig hebben en dat talenten
afhaken vanwege financiële onzekerheid. Daar willen wij toch wel even
naar kijken. Topsporters zijn rolmodellen. Zij inspireren kinderen om te
bewegen, om door te zetten en om ambitie te hebben. De prestaties van
topsporters stralen af op de gehele sportketen. Maar zij zorgen ook voor
een soort nationale cohesie en trots. Een persoonlijke noot: in mijn
verleden hebben we met het bedrijf veel ijsbanen geëxploiteerd en ik kan
bevestigen dat met name in een olympisch jaar of tijdens de OKT je echt
meer kinderen naar de ijsbaan zag komen die door die gebeurtenissen
werden geïnspireerd en gemotiveerd. Ik ben echt van mening dat we dat
moeten gebruiken. Juist de topsport moet een vliegwiel zijn voor de
kinderen die dat ook ambiëren. Dat moeten we ondersteunen.
Voorzitter. Wie wil juichen bij succes, moet durven investeren in
succes, structureel, met rust, zekerheid en perspectief. Is de
staatssecretaris bereid om te onderzoeken op welke wijze Nederlandse
topsporters, inclusief de paralympische sporters — laten we die niet
vergeten — structureel beter kunnen worden ondersteund, zodat zij
tijdens hun topsportcarrière zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen
voorzien? Ik heb de mevrouw van D66 hier ook over gehoord. We moeten
maar even kijken naar de mogelijkheden. Ik zal niet zeggen "dit is de
weg", maar laten we in ieder geval kijken wat er nodig is.
Voorzitter. Wat nodig is, is een cultuuromslag; een omslag naar een
cultuur waarin buitenspelen weer normaal is, waarin veiligheid en
toegankelijkheid randvoorwaarden zijn en waarin kinderen met en zonder
beperking de ruimte krijgen om te bewegen. Een cultuur waarin prestaties
weer worden bewonderd, waarin excelleren wordt toegejuicht en ergens de
beste in zijn weer mag. Een cultuur waarin "ambitie" geen scheldwoord
is, maar een deugd. Sport verbindt, sport vormt karakter.
Voorzitter. Als laatste. Ik huil mee om het verlies en ik schreeuw om
het hardst voor de tv met onze toppers. We moeten topsporters koesteren,
vooral voor de jonkies die nu kijken. Het is net al genoemd: Jutta en
Suzanne nu, en in het verleden Sven, Ard en Keessie en noem ze allemaal
maar op, zijn voorbeelden voor ons allemaal. We hebben het nu alleen
over schaatsers, maar dit geldt natuurlijk voor de volle breedte van de
sport; we hebben ook een Cruijff en een Rijkaard en noem ze allemaal
maar op. Ik hoor nu ook iemand "Huizinga" zeggen. Inderdaad, die ook.
Als ik iedereen moet opnoemen, zitten we hier nog wel even, dus dat ga
ik nu niet doen. Maar al deze topsporters mogen als voorbeeld dienen.
Het is goed om te verliezen, daardoor weet je wat winnen is.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Van Meetelen. Dan gaan we nu door naar de laatste spreker
in de eerste termijn. Dat is mevrouw Van Dijk.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank je wel, voorzitter. Altijd mooi om sportwoordvoerders te horen met
zo veel passie voor sport.
Voorzitter. Sport en bewegen vormt 0,009% van de VWS-begroting, maar
heeft een enorme impact in de samenleving. Ik kan het dus niet laten om
een deel van het lijstje maar weer even op te sommen. Sport en bewegen
verbetert de conditie, het immuunsysteem, de spierkracht en de botten en
vormt daarmee een belangrijke basis om überhaupt te kunnen functioneren.
Het verkleint de kans op overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten,
de meest voorkomende chronische ziekten. Het vermindert stress, angst en
sombere gedachten, een onderwerp waarvan we weten dat we er echt wat aan
te doen hebben; kijk bijvoorbeeld naar de instroom in de WIA en naar de
signalen die we krijgen over mentale problemen bij onze jongeren. Het
helpt bij het ontwikkelen van doorzettingsvermogen, en bewegen in
groepsverband is een fantastisch middel tegen eenzaamheid.
Iedereen hier aan tafel denkt waarschijnlijk "ja duh, dit weten we toch
allang?" Maar toch ben ik van mening dat we te weinig doen met deze
kennis. We hebben echt een uniek medicijn om ons te helpen bij het
bestrijden van heel veel uitdagingen in onze samenleving, maar we laten
dat medicijn vaak ongeopend, in de verpakking, op de plank liggen. Dat
begrijp ik ook nog wel, want we zijn als mensen zo geprogrammeerd dat we
comfort verkiezen boven inspanning. Vanuit de evolutie is dat ook
logisch, want energie sparen is overleven. Daarnaast is de beloning ver
weg, want na één sessie buikspieren trainen heb ik helaas niet meteen
een sixpack. En misschien wel het belangrijkste: tijd en mentale ruimte
zijn schaars. We zijn vaak druk, moe en vol in het hoofd, en dan komt
sporten er nog eens bij. Als kers op de taart is heel onze omgeving
ingericht op zitten en om ons te dienen in gemak.
Het is dus tijd om het serieus te hebben over sport en bewegen als
medicijn. Dat doe ik vandaag in een drieslag. Allereerst: het versterken
van wat we al hebben. Natuurlijk bedoel ik daarmee ons verenigingsleven.
Geen CDA-inbreng over sport zonder aandacht voor onze verenigingen en
vrijwilligers! Ten tweede: sport en bewegen letterlijk meer gaan
inzetten als medicijn en dit ook mogelijk maken, oftewel hiervoor een
robuuste infrastructuur opzetten. Als derde: belemmeringen om te sporten
of bewegen, wegnemen.
Allereerst eens ons vrijwilligersleven. Voor degenen die denken
"sportverenigingen zijn een leuk, lokaal dingetje voor erbij": dat is
helemaal fout gedacht. Een aantal jaar geleden heeft in het FD een
artikel gestaan waarin het bruto vrijwilligersproduct werd doorgerekend.
Wat leveren al die vrijwilligers in Nederland de samenleving op, of
omgekeerd, wat kost het de samenleving als zij ermee zouden stoppen?
Misschien is het wel leuk als iemand mij nu interrumpeert voor een
antwoord. Er is geen interruptie. Dat is natuurlijk prima. Het antwoord
is: ruim 17 miljard euro per jaar. Wat een unieke businesscase, zeg ik
met mijn financiële pet op. Helaas is men in Den Haag redelijk
ongevoelig voor de problemen waar dit fantastische maatschappelijke
kapitaal tegen aanloopt om dit belangrijke werk voor de samenleving te
kunnen blijven doen. De berg van regels en verantwoordelijkheden die zij
dagelijks op hun bordje krijgen, groeit en groeit en groeit. Daarnaast
ondersteunen wij niet voldoende initiatieven die zij zelf nemen.
Gelukkig zie ik wel een groeiend besef hiervan in de samenleving. De
sportbonden en het nut en de noodzaak van de RVVB als belangrijke
ombudsfunctie worden steeds serieuzer genomen. Zo hoort het ook.
De voorzitter:
We hebben toch een interruptie van meneer Mohandis.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik dacht: ik wacht even tot het einde van dit blokje. Toch even over die
businesscase. Die triggerde mijn fractie. U had het over het
maatschappelijke kapitaal van vrijwilligers, wat echt niet uit te
rekenen is. Er zitten hier vandaag heel veel vrijwilligers die naast hun
werk ook vrijwilliger zijn bij hun sportcluppie of bij hun cluppie. Als
zo'n businesscase heel interessant is, en u kijkt naar het
regeerakkoord, welke doorbraak denkt u de komende tijd wél te
realiseren, nu het CDA in het kabinet zit? Wat zouden we dit keer anders
kunnen doen dan we deden?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Doorbraken realiseren doe je niet alleen met een kabinet, maar ook hier
in de Kamer. Ik zal heel eerlijk zijn. Het mooie aan deze commissie is
dat we elkaar hier heel goed weten te vinden en ook samenwerken. Welke
doorbraken denk ik te realiseren? In alle gesprekken die ik voer, of dat
nu is met sportbonden, huisartsen of werkgevers, voel ik veel meer dan
een paar jaar geleden echt de ambitie om sport, bewegen, gezondheid en
preventie hoger op de agenda te krijgen. Ik voel veel meer de ambitie om
dit met elkaar te doen. Als wij als CDA, en hier met elkaar als
commissie, continu de juiste duwtjes blijven geven, denk ik dat we hier
echt stappen in kunnen gaan zetten. Ik denk dat daar een verschil zit.
Ik wil niet zozeer zeggen dat dit een verschil is ten opzichte van de
vorige periode, want in de vorige periode hebben we hier ook goed in
samengewerkt. Ik hoop vooral dat we hier nog een tandje harder op gaan
duwen met elkaar.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij delen we het idee van de omslag die we moeten maken. We zien
wat het oplevert als we meer zouden doen aan sport en preventie. We
weten ook wat het kost als het sportaanbod en de vrijwilligers zouden
omvallen. Het zijn getallen die we ons niet kunnen voorstellen, maar
daar staat een relatief kleine investering tegenover. Het idee van sport
als medicijn spreekt mij heel erg aan; niet letterlijk, maar we
begrijpen allebei wat we daarmee bedoelen. Kunnen we dat niet veel meer
gebruiken, ook om onze gezondheidsagenda te realiseren, ook gelet op de
— daar kunnen we verschillend over denken —- bezuiniging die daar ligt?
Hoe maken we dan die omslag? We hebben een initiatief van onder andere
de SP gehad over een sportpas. Is het CDA bereid om de komende tijd echt
te kijken wat het aan gezondheidswinst oplevert als we relatief kleine
investeringen doen? Staat het CDA echt open voor dat soort initiatieven,
die ook echt een omslag kunnen bewerkstelligen?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
De heer Mohandis heeft volgens mij al een stukje van het vervolg van
mijn inbreng gelezen. Ik ga dadelijk nog uitgebreider in op sport als
medicijn. Ik denk dat we hier breed moeten gaan samenwerken. Sterker
nog, ik denk dat we met initiatiefvoorstellen moeten gaan komen voor hoe
we dat kunnen doen. Daarbij ga ik misschien minder pleiten voor allerlei
kleine initiatiefjes. Ik zou meer willen nadenken over het volgende.
Kunnen we met elkaar nadenken over een soort robuuste infrastructuur,
zodat het veel meer in de samenleving ingebed gaat worden om bewegen en
sport eigenlijk structureel overal onder de aandacht te krijgen?
De voorzitter:
Mevrouw Van Dijk vervolgt haar inbreng.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik wilde eigenlijk mijn collega benoemen. Ik dien namelijk graag met
collega Mohandis een motie in om de ombudsfunctie te borgen voor de
toekomst.
Terug naar wat we moeten proberen op te lossen met elkaar: onder andere
het overeind houden van de basisinfrastructuur voor sport. Daar is het
hier vandaag al veel over gegaan. Neem de BOSA, een stukje extra
financiering van het Rijk om de vernieuwing en verduurzaming van onze
sportaccommodaties mogelijk te maken. Ook dit jaar was er weer een
ronde. Als ik het goed heb, heeft die zes uur geduurd. Toen al was het
budget vet overschreden. De website lag er tussendoor ook nog uit. Al
die verenigingen en gemeenten hebben jarenlang geld gespaard en hebben
waarschijnlijk allerlei acties gevoerd om dat geld bij elkaar te kunnen
schrapen. Ze hebben plannen gemaakt waar tig uren in zitten. De
verenigingen hebben overleg gepleegd met de gemeente over bijvoorbeeld
vergunningen, waar nog meer uren in zitten, vaak onder werktijd van deze
vrijwilligers. Zo kan ik nog wel even doorgaan.
Al jaren vraagt deze commissie om uitbreiding van dit potje, omdat het
zo belangrijk is voor het op orde houden van de basisinfrastructuur voor
sport en omdat het een instrument is om samen verantwoordelijkheid
hiervoor te nemen. Ook heeft de Kamer gevraagd om met een welwillend oog
naar de DUMAVA te kijken. Ieder amendement en iedere motie om iets te
regelen leverde echter een nee op. Dat het wél kan, bewijzen we met het
coalitieakkoord, waarin we hebben afgesproken te gaan investeren in de
renovatie en verduurzaming van sportaccommodaties, bijvoorbeeld door het
budget voor de BOSA te verhogen.
Maar ik wil ook eerlijk zijn, want ik vraag me af of een instrument als
de BOSA voldoende zijn werk gaat doen, gekeken naar de uitdagingen waar
we voor staan met betrekking tot niet alleen het onderhoud, maar ook de
nieuwbouw van sportaccommodaties. Ik ben dan ook in afwachting van een
uitwerking van een motie van twee jaar geleden, waarin wordt gevraagd
hoe een revolverend fonds voor sport handen en voeten zou kunnen
krijgen. Een van de grootste uitdagingen voor verenigingen is immers de
financiering van duurzame investeringen in de accommodatie. Veel daarvan
zijn gebouwd tussen 1970 en 1990 en zijn dringend aan renovatie of
herbouw toe. Met een revolverend fonds, mede privaat gefinancierd,
zouden sportverenigingen structureel gunstige financieringsvoorwaarden
kunnen krijgen. Volgens onze signalen zou er uit de markt ook echt
interesse zijn om daaraan bij te dragen als de overheid er een
garantiebedrag tegenover zou zetten. Herkent de staatssecretaris deze
geluiden vanuit de markt? Klopt het nog steeds dat we de brief dit
voorjaar tegemoet kunnen zien? Wij zien hier namelijk echt een kans om
het fundamenteler en structureler goed te gaan regelen. Die mogen we
niet laten liggen.
Voorzitter. Ik ben blij dat de vrijwilligersverzekering op onderdelen
aangepast gaat worden, zoals door verhoging van het verzekerde bedrag.
Ik wil de staatssecretaris vragen om iedere vijf jaar een dergelijke
herijking te doen. Het feit dat de Kamer hiermee moet komen, geeft
namelijk al aan hoe weinig top of mind dit is, terwijl er wel miljoenen
aan gemeenschapsgeld naartoe gaan. Zet het dan ook goed in. Ik wil nog
wel vragen waarom standaardrechtsbijstand voor het bestuur bij
verenigingszaken niet is meegenomen. Dat is een grote tekortkoming,
waardoor we wat het CDA betreft onze vrijwilligers niet voldoende
beschermen. Daarnaast is deze verzekering een zogenaamde secundaire
verzekering. Dat wil zeggen dat de verzekeringsmaatschappij eerst kijkt
wat ze kan verhalen op de vrijwilliger zelf. We horen hier vanuit de
praktijk regelmatig over terug dat het echt een crime is om iets
daadwerkelijk vergoed te krijgen. Ik ben dan ook benieuwd in hoeverre
deze verzekering daadwerkelijk uitkeert. Ik vraag aan de
staatssecretaris: zijn daar gegevens over? Zo ja, kunnen deze dan met de
Kamer gedeeld worden?
Natuurlijk moeten we het ook even hebben over het verminderen van
regeldruk. Dank voor het overzicht voor hoe dit aan te pakken. Ik ben
oprecht blij dat dit eindelijk serieus opgepakt wordt. Ik herken in het
lijstje veel van de problemen waarvoor verenigingen ook bij ons op de
lijn komen, zoals de WBTR, btw en evenementenvergunningen. Graag zou ik
daar nog iets aan toe willen voegen: de regels die ze vanuit sportbonden
opgelegd krijgen en de impact van en regels omtrent de AVG. Onlangs
kreeg ik met betrekking tot dat laatste weer een signaal van een
vereniging. Daar werd door ouders een schadevergoeding geëist, omdat een
groepsfoto waarin hun kind zichtbaar was, op de clubsite te zien was. Ik
snap echt wel de bedoeling van de AVG, maar als je ziet wat we hiermee
vragen van vrijwilligers, vraag ik me af: waarom moet een vereniging een
heel protocol door en moet zij toestemming vragen in plaats van dat we
de wet zo inrichten dat mensen proactief zelf moeten aangeven wat ze wel
of niet acceptabel vinden met betrekking tot foto's van hun kinderen in
verenigingsverband?
Voorzitter. Dan mijn tweede punt: het mogelijk maken om sport en bewegen
meer in te zetten als medicijn, oftewel het opzetten van een robuuste
infrastructuur hiervoor. Er is steeds meer bewijs dat meer bewegen in
Nederland niet alleen gezondheidswinst oplevert, maar ook financiële
voordelen voor de samenleving en de overheidsfinanciën kan hebben,
vooral via lagere zorgkosten. Onderzoek in Nederlandse steden laat zien
dat meer sporten en bewegen samenhangt met lagere zorgkosten op
buurtniveau. Omgerekend kan het miljoenen euro's per jaar aan zorgkosten
besparen als slechts 1% meer mensen in grote steden voldoende bewegen.
Naar schatting gaat het om ongeveer 14 miljoen euro in Amsterdam en ruim
11 miljoen in Rotterdam. Deze effecten zijn reëel en jaarlijks te
realiseren, dus niet alleen op korte termijn.
Voorzitter. Hart- en vaatziekten, diabetes type 2, sommige vormen van
kanker en psychische klachten: deze ziekten zijn grote kostenposten
binnen de Nederlandse zorg. Inactiviteit alleen al draagt in Nederland
miljarden bij aan jaarlijkse zorgkosten. Maar ik wil het hier echt niet
alleen over geld hebben, want naast financieel voordeel is er vooral een
hele lijst met mooie voorbeelden uit de praktijk die bewijzen dat
sporten en bewegen levens verlengen, medicijngebruik verlagen en vooral
welzijn verhogen. Ik wil het hebben over Petra. Zij is een jonge moeder
met parkinson en dankzij crossfit is ze veel mobieler, waardoor het
dagelijks leven dragelijker wordt. Ik wil het ook hebben over Peter. Hij
zegt: "Er bestaat geen genezing voor de ziekte, maar bewegen is extra
belangrijk om de symptomen van parkinson tegen te gaan. Mijn neuroloog
wees me op het belang van blijven bewegen en vertelde me wat de
mogelijkheden zijn. Sinds ik meedoe aan deze groep" — in zijn geval is
dat klimmen — "heb ik de helft minder medicijnen nodig." Dat zijn
voorbeelden van sporten en bewegen als medicijn.
Ik weet dat hiervoor allerlei initiatieven lopen vanuit sport,
preventie, breder vanuit VWS, lokaal enzovoort. Die juich ik allemaal
toe, maar ik denk dat het tijd wordt om dit robuuster vorm te gaan
geven. Het Nederlandse RIVM en actienetwerken benadrukken dat het
stimuleren van beweging om een structurele langetermijninspanning
vraagt. Dat is dus meer dan een tijdelijke campagne of een experiment,
simpelweg omdat gedragsverandering tijd kost. Het vraagt dus om een
robuust systeem en om bereidheid om ons daar met elkaar jarenlang aan te
verbinden: overheid, zorg, verenigingen, professionele sportbedrijven
enzovoort. Het vraagt om een systeem waarin bij lichamelijke klachten
ook doorverwijzen naar sport, als dat van toepassing is, heel normaal
gaat worden, waarin sterker worden voor je een operatie ingaat de
standaard wordt, en waarin we mensen die bepaalde chronische ziekten
hebben, gericht gaan helpen om ze aan het bewegen te krijgen.
Er zijn heel veel ideeën over hoe we dit concreet handen en voeten
moeten gaan geven. Uit alle gesprekken die ik tot nu toe heb gevoerd
over een dergelijk concept, met de zorg, werkgevers en natuurlijk de
sport zelf, komt naar voren dat er echt al heel veel zaken in beweging
aan het komen zijn, waar we ook fundamentele vervolgstappen op moeten
gaan zetten. Ik overweeg dan ook om samen met mijn collega op de zorg
hierover een initiatiefvoorstel uit te werken. Ik nodig collega's uit de
Kamer — volgens mij heeft collega Mohandis hier heel veel zin in — uit
om dit vooral samen te doen. Iedereen die deze mening deelt in de
samenleving nodig ik van harte uit om de schouders eronder te zetten en
mee te doen.
Dan mijn derde punt: belemmeringen wegnemen om te sporten en bewegen. Ik
heb een paar specifieke punten.
Allereerst de veiligheid bij voetbalwedstrijden, want ook veilig naar
sportwedstrijden kunnen gaan, hoort er gewoon bij. Er is al veel
discussie in de Kamer over de inzet van politie buiten het stadion —
mevrouw Van der Plas begon er ook al over — maar de clubs zelf komen met
iets anders. Zij willen namelijk graag zelf meer beveiligers inzetten in
de stadions zelf, maar hebben te maken met de Wet particuliere
beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, waarin staat dat
beveiligers clubgebonden moeten zijn. Dat werkt belemmerend. Ook vraag
ik me af of de bevoegdheden voor deze beveiligers voldoende zijn.
Fouilleren mag blijkbaar niet, maar dat maakt het natuurlijk wel heel
moeilijk om te voorkomen dat vuurpijlen een stadion in gesmokkeld kunnen
worden. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: herkent ze deze
discussie? Hoe zou ze het vinden om de wet bij de tijd te brengen om een
stevige stap te zetten in het verbeteren van veiligheid in de
stadions?
Dan een ander onderwerp dat onze sport ondermijnt, namelijk matchfixing.
Er is in het verleden bij de komst van de Kansspelwet een afspraak
gemaakt dat clubs persoonsgegevens zouden ontvangen als er vermoedens
waren van matchfixing. Dat is echter nooit praktijk geworden. Hoe kun je
dan van een club verwachten hier effectief iets mee te kunnen doen,
vraag ik de staatssecretaris. We merken ook dat het onderwerp naar de
achtergrond aan het verdwijnen is, wat een risico is voor het
sportklimaat. In 2013 heeft een onderzoek plaatsgevonden vanuit het
ministerie van VWS naar matchfixing in Nederland, met als voornaamste
ijkpunt op welke wijze en in welke mate matchfixing in Nederland
plaatsvindt en hoe de risico's effectief kunnen worden ingeperkt. De
conclusies waren stevig: de grote schaal waarop matchfixing plaatsvond
door de georganiseerde misdaad die erachter zit, omkoping van
sleutelfiguren, miljoenenwinsten, een gebrek aan opsporingsmiddelen en
een oproep tot actie. Wordt het niet eens tijd dit onderzoek te herijken
na twaalf jaar?
Voorzitter. Regelmatig pleit ik ervoor dat we vanuit Den Haag minder
verkokerd naar problemen in de samenleving moeten kijken. Een
terugkerend voorbeeld hiervan is hoe we omgaan met de
amateurwielerkoersen in dit land. Al ruim tien jaar pleit het CDA ervoor
dat burgermotorverkeersregelaars ingezet moeten worden om onze
wielerkoersen door te kunnen laten gaan. Vorig jaar hebben we
bijvoorbeeld per amendement — en daar ben ik heel blij mee — geld kunnen
vrijmaken voor de opleiding van deze vrijwilligers. Maar de ministeries
van Justitie en Veiligheid, Infrastructuur en VWS blijven voortdurend
naar elkaar wijzen. Vorige week is opnieuw een motie van mijn collega
Jeltje Straatman en mij hierover bij de begrotingsbehandeling van JenV
met brede steun aangenomen. Hoe wordt de uitwerking van die motie
opgepakt en kan de staatssecretaris aangeven of volgens haar dit jaar
weer meer wielerkoersen kunnen worden georganiseerd dan vorig
jaar?
Voorzitter. Mee kunnen doen geldt ook voor onze inwoners met een
beperking. Het is goed om in de verzamelbrief van de staatssecretaris te
lezen dat hier steeds meer aandacht voor is. De vraag van mij is vooral:
begint wat we nu doen ook daadwerkelijk effect te hebben? Ik ben dan ook
benieuwd naar de uitkomst van de pilot naar de invulling en werking van
het centraal loket voor de versterking van sporthulpmiddelen, hoe een en
ander zich ontwikkelt bij het fonds voor sporthulpmiddelen en naar de
voortgang van het opzetten van een kostprijsonderzoek sporthulpmiddelen.
We zijn dus geïnteresseerd in de adviezen en acties, die vervolgens naar
de Kamer komen, in samenspraak met de praktijk. Het is belangrijk om
hier een vinger aan de pols te houden en dit te vervolgen.
Echt tot slot de Wet integere sport, die in internetconsultatie is
gebracht. Een paar collega's begonnen hier al over. Ik hoor zorgelijke
geluiden uit de praktijk dat met deze wet weer heel veel regeldruk en
verantwoordelijkheid bij verenigingen terechtkomt en dat professionele
sportbedrijven ontzien worden. Ik ben niet voor extra regeldruk voor die
laatste groep, maar als ik voetbal bij een vereniging en extra
krachttraining doe bij een sportbedrijf, dan kan het toch niet zo zijn
dat de een onder deze wet valt en de ander niet. Dan ben je toch een
gatenkaas aan het maken? Ik hoop dat deze signalen niet kloppen en dat
de staatssecretaris deze kan ontkrachten.
Dank je wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de eerste termijn van de
kant van de Kamer. Ik stel voor om een uur te schorsen, zodat we ook
direct kunnen lunchen. Ook wil ik de staatssecretaris vragen of het
mogelijk is om in de eerste termijn de appreciaties van de amendementen
te doen. Het antwoord is bevestigend; helemaal goed. Dan schors ik de
vergadering tot 12.30 uur.
De vergadering wordt van 11.27 uur tot 12.31 uur geschorst.
De voorzitter:
Welkom terug allemaal bij het wetgevingsoverleg over het
begrotingsonderdeel Sport. Ik heropen hierbij de vergadering. We zijn
aangekomen bij de beantwoording van de staatssecretaris in de eerste
termijn. Ik wil de Kamerleden eraan herinneren dat ze opnieuw zes
interrupties hebben, nu voor de staatssecretaris. Ik wil de
staatssecretaris vragen of ze alvast kan vertellen welke blokjes ze
heeft, zodat de interruptiemomenten gekozen kunnen worden.
Staatssecretaris Tielen:
Ja, voorzitter. Ik heb zes thema's. Het eerste gaat over bewegen en
beweegdoelen, het tweede over verenigingen, de infrastructuur, de BOSA
et cetera, het derde over sociaal veilige sport, het vierde over
topsport en het vijfde over overige dingen. Ik heb ook nog de
amendementen te appreciëren.
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Tielen:
Dank u wel, voorzitter. Afgelopen woensdag was ik op een nationale
conferentie over vrouwengezondheid. Toen had ik een kleine quiz voor de
aanwezigen, in het kader van de Olympische Spelen. Ik vroeg of meer of
minder dan de helft van de Nederlandse atleten op de vorige Olympische
Winterspelen vrouw was. Dat was ongeveer precies — dat is eigenlijk een
gekke term — de helft, namelijk 20 van de 41. Ook vroeg ik of meer of
minder dan de helft van de medailles gewonnen waren door vrouwelijke
sporters. Nou, dat was fors meer dan de helft: twaalf van de zeventien.
Vervolgens vroeg ik hoeveel er gepubliceerd wordt over vrouwen en sport,
maar dat terzijde, want dat hebben we vorige week woensdag besproken.
Het toont wel aan hoe Olympische Spelen altijd tot de verbeelding
spreken. Ik denk dat we de afgelopen paar dagen met z'n allen alweer
hebben kunnen ervaren hoe hoopvol we zijn over medailles in handen van
sporters met een TeamNL-shirt aan. Al die topsportkampioenschappen, of
dat nou gaat om Olympische Spelen, voetbal, WK's, EK's of NK's,
verbinden en dragen bij aan ons gevoel van gezamenlijkheid.
Voorzitter. Sport is meer dan alleen topsport. Uw leden hebben er al
diverse malen aan gerefereerd dat het ook gaat over bewegen en sporten.
Mijn motto is dat je daar eigenlijk niet te veel over moet praten, maar
het gewoon moet doen. Sporten en bewegen is gezond, zowel lichamelijk
als mentaal, en meestal ook sociaal. Ook daar verwezen uw leden al naar.
In de afgelopen acht maanden als staatssecretaris Sport heb ik daar ook
veel van gezien en heb ik dat mee mogen ervaren, van de motorsport tot
cyclocross, oftewel veldrijden, en van paradressuur tot de
diabeteschallenge. Het is inspirerend om te zien hoeveel mensen
deelnemen aan sport, hoeveel mensen betrokken zijn bij de organisatie
daarvan en hoe het daarbij ook een gevoel van gezamenlijkheid met elkaar
oplevert.
Als kabinet hebben we ons ten doel gesteld om bewegen en sporten veel
meer onderdeel te laten worden van ons dagelijkse beweegritme. We hebben
specifiek doelen gesteld wat betreft kinderen en jeugd, mensen met een
beperking en gezinnen die in armoede moeten leven. Wat betreft de
beweegdoelen voor kinderen hebben we een plan van aanpak Jeugdsport en
talentontwikkeling in het leven geroepen. We zijn voortdurend bezig met
het uitdragen van het belang van buiten spelen, buiten bewegen en
meesporten. Zwemmen hoort daar ook bij; ik kijk naar meneer Mohandis en
dan denk ik altijd aan zwemmen. Wat betreft mensen met een beperking
vinden we dat die mensen het over een paar jaar, in 2030,
vanzelfsprekend moeten vinden om mee te doen aan sporten en bewegen. Om
dat mogelijk te maken, is het Uniek Sporten Centraal Loket in het leven
geroepen, mede in samenwerking met uw Kamer. Wat betreft mensen in
achterstandssituaties, met name armoede, gebeurt er al heel veel in al
die gemeentes, met behulp van het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Ook
zijn we als pilot begonnen met de sportpas. Ik heb voortdurend gehamerd
op het belang van gezondheid en beweegruimte in alle beleidsdomeinen,
onder andere ruimtelijke ordening. Dat was mijn hele korte inleiding. Ik
ga nu over naar de verschillende mapjes, met de verschillende thema's
zoals ik die zojuist heb aangekondigd.
Ik begin met de vragen die gaan over bewegen en de beweegdoelen.
Zowel de fractie van de VVD als die van de PVV stelde een aantal vragen
over bewegen, met name over zwemmen. De vraag was hoe we er nou voor
zorgen dat bewegen een normaal onderdeel is van ons aller dag- en
weekritme. Uw Kamerleden refereerden er al aan dat bewegen gewoon goed
is voor je gezondheid. Nogmaals, dat is het lichamelijk, maar ook
mentaal en zeker ook sociaal. Ik noemde al de wandeluitdaging, de
diabeteschallenge, waarbij vanuit de Bas van de Goor Foundation een
programma is opgezet om met elkaar te wandelen. Echt meer dan driekwart
van de mensen die daaraan begonnen zijn, wandelen door. Nou, hoe
belangrijk is dat? Wij proberen dat dus te stimuleren en partijen met
elkaar te verbinden om ervoor te zorgen dat zij hun krachten kunnen
bundelen en dat soort initiatieven voor elkaar kunnen krijgen.
Over wat het volgende kabinet daar vervolgens mee doet — daar werd door
een aantal van uw leden naar gevraagd — ga ik natuurlijk niet; ik zou
buiten mijn boekje gaan als ik daar wat over zou zeggen. Ik mag hopen
dat de inspiratie van de afgelopen jaren ook bij hen voortgang zal
vinden.
Ik vervolg met de vraag hoe we er nou voor zorgen dat kinderen rond de
leeftijd van 12 en eigenlijk ook later, dus in de latere tienerjaren,
blijven sporten en bewegen. Daar kan ik geen eenduidig antwoord op geven
anders dan dat het natuurlijk heel belangrijk is dat er een aanbod is
dat aansluit bij de wensen van jonge mensen, doordat het in de buurt is,
het makkelijk is en het aansluit bij hun interesses. Wij proberen daarin
ook samen te werken met de Vereniging Sportgemeenten om te zorgen dat
het aanbod breed genoeg is, zodat kinderen zich ook breed kunnen
oriënteren om te kunnen blijven sporten.
Als het gaat over het bevorderen van ambitie en talent, laten we het
uiteindelijk natuurlijk vooral aan de sport zelf om dat op een goede
manier aan te wakkeren. NOC*NSF en de sportbonden hebben zowel deelname
als talentontwikkeling en topsport vastgelegd in de visie op jeugd,
sport en de topstrategie 2032. Volgens mij zijn ze daarmee op de goede
weg. Althans, ik heb daar alle vertrouwen in. Die plannen worden ook
ondersteund.
Hoe zorgen we ervoor dat sporten ook leuk is? Mevrouw Van der Plas
verwees naar het weghalen van de scoreborden. Ik voel wel een beetje wat
zij zegt, en tegelijkertijd ga ik daarover geen mening geven. Het is,
volgens mij, namelijk inderdaad aan de sport zelf om ervoor te zorgen
dat het aanbod aansluit bij de wensen van, onder andere, de jeugd.
Overigens, voor mensen die verder op leeftijd zijn, is sporten even
belangrijk, dus laten we die niet vergeten. Er is ook best wel veel
innovatie bij de verschillende sporten om ervoor te zorgen dat sporten
ook echt leuk en speels is en je zowel kan winnen als verliezen:
kleinere veldjes en andere teamsamenstellingen. Maar het lijkt mij niet
aan mij om daar regels voor te stellen. Het is echt aan de sport zelf om
de aansluiting bij de jeugd goed neer te zetten.
Over buitenspelen gesproken: met name de PVV vroeg hoe het er nu mee
staat. Volgens mij hebben we gehoord dat elke gemeente speeltuinen zou
moeten hebben en ook elke gemeente minstens één speeltuin waar kinderen
met een beperking kunnen spelen. Ik ben nu zelf in gesprek met het
SamenSpeelFonds en het SamenSpeelNetwerk om ervoor te zorgen dat een
hierover aangenomen motie in werking treedt. Ik kan in ieder geval al
zeggen dat van de 342 gemeenten er meer dan de helft, namelijk 187, een
of meerdere samenspeelplekken heeft waar ook kinderen met een beperking
terechtkunnen. Maar dat betekent dus ook dat bijna de helft daarin nog
wat te doen heeft. Maar daarover zijn we dus in gesprek.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Zou ik dan misschien aan de staatssecretaris kunnen vragen of we
daarover, als die gesprekken zijn afgerond, een brief kunnen krijgen,
zodat we een beetje weten waar we staan?
Staatssecretaris Tielen:
Ja, dat lijkt mij prima. Volgens mij hebben we echt een gedeelde passie
voor dat onderwerp. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat uw
Kamerleden daarover geïnformeerd willen worden. Daarop komen we dus
terug.
Het geldt met name voor kinderen in achterstandsgezinnen, maar nogmaals:
sport is gewoon voor alle levensfasen ontzettend belangrijk. Zowel de
CDA-, de D66- als de GroenLinks-PvdA-fractie vroeg ernaar: hoe kunnen we
er nou voor zorgen dat … Nee, nu zeg ik het verkeerd. Ik zei
"achterstandsgezinnen", maar ik bedoel "inwoners met een beperking". Hoe
zorgen we nou dat inwoners met een beperking ook daadwerkelijk kunnen
blijven bewegen en sporten? Wij hebben naar aanleiding van het
uitvoeringsprogramma waar ik in mijn inleiding al aan refereerde,
Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030, een
jaarlijkse monitor. Die monitor houdt zowel bij wat we doen, als wat de
uitkomsten daarvan zijn. Het doet dat op basis van een aantal
kernindicatoren. De voortgang kunnen we eigenlijk pas zien na een aantal
metingen: één meting zegt te weinig. Uiteindelijk zullen we de komende
paar jaar zien in hoeverre wat we doen ook daadwerkelijk bijdraagt aan
het vanzelfsprekend maken van sporten voor mensen met een beperking. Het
doel is wel om het zo praktisch mogelijk te krijgen, dus om ook
voorbeelden op te halen in verschillende sporten en verschillende
gemeenten. Er is al wel heel veel aangepast aanbod, maar dat is voor
mensen met een beperking niet altijd goed te vinden. In de strategie
waar ik net al naar verwees, proberen we in ieder geval de zichtbaarheid
en de bereikbaarheid van hulpmiddelen, het vervoer en het
multisportaanbod beter zichtbaar te krijgen. Zo kan het beter gevonden
worden.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik refereerde aan de doelstelling van de wekelijkse sportdeelname van
mensen met een handicap. In 2023 was de deelname 38% en een jaar later
32%. Maar we zien op meerdere vlakken dat het stagneert. We hopen
natuurlijk allemaal dat het weer beter wordt, maar waar haalt de
staatssecretaris de hoop vandaan? Met welke acties ... Natuurlijk zie ik
hier en daar wel wat verbeteringen, maar over de hele linie zien we
juist, ook straks met het nieuwe regeerakkoord, dat deze groep nog meer
in de verdrukking kan komen. Daardoor wordt deelname niet meer, maar
eerder minder.
Staatssecretaris Tielen:
Sowieso is deze staatssecretaris een optimistisch persoon. Daar haal ik
dus altijd al heel veel hoop vandaan. Maar dat is natuurlijk niet
voldoende. Overigens heb ik bij het RIVM nagevraagd wat ik moest lezen
in de cijfers waarnaar meneer Mohandis verwijst, 38% en 33%. Zij zeggen
dat het geen significant verschil is. Dat betekent niet dat het veel
slechter is, maar dus ook niet dat we kunnen zeggen of het stabiel is of
minder wordt. We hebben dus echt nog een meting nodig om daar een trend
in te kunnen zien. Ik ben het in ieder geval met meneer Mohandis eens
dat het lekkerder was geweest als het cijfer over '25 boven de 45% zou
zijn en wel significant was. We hebben nu dus echt nog een jaarmeting
nodig om dat in kaart te brengen.
Er zijn heel veel acties die wel echt laten zien dat er met veel inzet
wordt gewerkt om sporten meer vanzelfsprekend te maken voor mensen met
een beperking. We hebben natuurlijk zelf ook dat centraal loket voor
sporthulpmiddelen. Dat is een van die acties. Er zijn een aantal
interessante initiatieven die daaraan meewerken. Ik ben daar dus
optimistisch over. Maar ik denk dat we pas over een jaar kunnen zien of
de trend zich inderdaad ook ten goede keert.
Mevrouw Huizenga (D66):
U had het onder andere over het ondersteunen van hulpmiddelen als het
gaat over sporten voor mensen met een beperking. Mijn vraag had vooral
te maken met het toegankelijk maken van sportvoorzieningen, dus het
wegnemen van drempels om ergens te kunnen sporten. Ik sprak met Jitske
Visser, onze toprolstoelbasketbalster, die ongeveer tien minuten
onderweg is om überhaupt in de zaal te kunnen komen om te kunnen
basketballen. Dat gaat over de toegankelijkheid van die
sportvoorzieningen. Misschien kunt u daar nog wat verder op ingaan. Die
toegankelijkheid is namelijk de eerste stap om überhaupt te kunnen
sporten.
Staatssecretaris Tielen:
Ik herken dat. Dat gaat over fysieke toegankelijkheid, en soms ook over
maatschappelijke toegankelijkheid. Ik was in Gouda bij een
atletiekvereniging. Daar moeten kinderen met een beperking inderdaad ook
echt wel moeite doen om mee te kunnen doen in het team. Als dat eenmaal
zo is, dan heeft dat een enorm positief effect, zowel voor de kinderen
zonder als de kinderen met een beperking. Zowel de fysieke als inderdaad
ook de maatschappelijke drempels moeten dus worden weggenomen. Het is
onderdeel van het plan rondom toekomstige infrastructuur om ervoor te
zorgen dat dat ook daadwerkelijk mogelijk wordt. Als je erover nadenkt,
is het natuurlijk onbestaanbaar dat je er tien minuten over moet doen om
van de toegangsweg tot de zaal te komen. Ik kan me voorstellen dat dat
heel frustrerend is, maar het is ook weer niet zomaar opgelost. Het moet
daarom echt onderdeel zijn van het totale plan.
Dan kom ik toch ook nog even op de sporthulpmiddelen. We hebben, op
initiatief van uw Kamer, het Uniek Sporten-platform in het leven
geroepen. Meneer Mohandis vroeg of dat niet landelijk kan zijn. Het
werkt al op landelijk niveau en wordt sinds 2021 gefinancierd door de
Rijksoverheid. We zijn afgelopen oktober een pilot gestart voor het
loket voor die unieke sporthulpmiddelen. Ik verwacht dat de resultaten
van die pilot eind dit kalenderjaar beschikbaar zijn. We zijn bezig met
het kostprijsonderzoek, waarnaar mevrouw Van Dijk inderdaad vroeg.
Daarvan zien we de resultaten waarschijnlijk dit voorjaar. Uiteraard
informeren we uw Kamer daar ook over, voorzitter.
Dan nog over zwemmen met een handicap. Daarvoor geldt natuurlijk
ongeveer hetzelfde: het is best lastig om toegang te hebben tot zwemles
en dat vervolgens ook met een diploma te kunnen afronden. Best veel
gemeenten bieden regelingen voor de meerkosten van zwemles voor kinderen
met een beperking, onder andere met steun van het Jeugdfonds Sport &
Cultuur. Ik kan gemeentes niet dwingen om daar keuzes in te maken; ze
mogen daar zelf voor kiezen. Maar we zien wel dat het gewoon heel
effectief is. In het verlengde daarvan kan ik gemeentes wel aanmoedigen
om er extra aandacht aan te besteden. De rest komt straks bij de
amendementen. Ik laat u nog even in spanning, meneer Mohandis.
Ik ga naar het volgende onderwerp: verenigingen, de infrastructuur, de
BOSA, de DUMAVA en al dat soort prachtige afkortingen. De D66-fractie
vroeg in hoeverre er inzicht in is of de BOSA daadwerkelijk tot meer
capaciteit, minder wachtlijsten en meer deelname leidt, en of het geld
wel terechtkomt bij de verenigingen. Op dat laatste kan ik bevestigend
antwoorden, want het is echt een subsidieregeling voor
amateursportverenigingen. Daar komt het geld dus ook terecht. Voor clubs
die gebruikmaken van de BOSA kan het echt een verschil maken bij het
bouwen, onderhouden en aankopen van sportmaterialen, maar tot hoeveel
meer sportcapaciteit of minder wachtlijsten dat nou leidt, hebben we
niet inzichtelijk en dat kunnen we ook nauwelijks meten.
Mevrouw Huizenga (D66):
Een deel van de sportverenigingen heeft geen eigen accommodatie, maar
huurt sporthallen of zwembaden. Die nemen dus gewoon badwater af. Zij
zijn geen eigenaar van hun sportaccommodatie en kunnen vaak geen
BOSA-aanvraag doen. De BOSA gaat dan naar de accommodatie en komt niet
bij de vereniging terecht. Hoe kunnen we er dan voor zorgen dat die
werkelijk bij die verenigingen terechtkomt?
Staatssecretaris Tielen:
De vraag is: welk probleem en welke oplossing? De BOSA is inderdaad echt
bedoeld om accommodaties te creëren en faciliteren. De eigenaar van zo'n
accommodatie kan dat doen. Als daardoor subsidiegeld wordt gebruikt om
accommodaties te bouwen of te onderhouden, kan dat effecten hebben op de
huurprijs. Op die manier kunnen verenigingen daar weer profijt van
hebben. Dat kunnen ze dan ook weer doorberekenen in bijvoorbeeld een
verlaging of stabilisering van de contributiegelden. Uiteindelijk is het
natuurlijk aan verenigingsbesturen zelf hoe ze daarmee omgaan, maar op
die manier komt het wel bij verenigingen terecht.
Mevrouw Huizenga (D66):
Ik begrijp dat, maar soms blijft het hangen bij de exploitant en gaat de
huur van de accommodatie dus niet omlaag. Dat betekent dat
sportverenigingen dan nog steeds hun contributie gelijk moeten houden of
misschien zelfs wel omhoog moeten gooien als de voorzieningen
verbeteren. Dat sluit aan op mijn vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat
het toch terechtkomt bij die sportverenigingen.
Staatssecretaris Tielen:
Ik verwijs naar mijn vorige antwoord. Ik weet niet wat mevrouw Huizenga
als oplossing zou zien, maar ik zie daar wel weer een hele hoop
regeldruk en ingewikkeldheid achter wegkomen, plus bemoeienis van de
Rijksoverheid met particuliere verenigingen. Ik weet niet precies wat
mevrouw Huizenga zou willen doen om dat te kunnen verzekeren. Ik zie in
de praktijk alleen dat het in de meeste gevallen daadwerkelijk effect
heeft op de verenigingen, ook omdat accommodatie-eigenaren er al op die
manier in zitten. Maar kun je dat honderd procent garanderen? Nee,
nooit.
Mevrouw Huizenga (D66):
Dit is dan de laatste vraag. Bent u het met mij eens dat we ervoor
moeten zorgen dat die BOSA-regeling zo toegankelijk wordt dat er niet
allerlei lagen tussen zitten, maar er een vereenvoudiging van de
aanvraag komt, zodat die uiteindelijk daar terechtkomt waar die
hoort?
Staatssecretaris Tielen:
Ik denk dat ik het met mevrouw Huizenga eens ben en ik heb
tegelijkertijd het gevoel dat we nu proberen iets af te dekken wat
eigenlijk al best afgedekt is, in ieder geval zoals ik het zie in de
praktijk. Alles wat we aan BOSA uitkeren, komt uiteindelijk op de een of
andere manier ook daadwerkelijk bij verenigingen terecht, om de
capaciteit voor elkaar te krijgen van sportvelden, sportzalen, kantines,
kleedkamers enzovoorts. Daar is die regeling echt op ingericht.
De voorzitter:
Gaat u verder met uw beantwoording.
Staatssecretaris Tielen:
Mevrouw Huizenga vroeg ook of de aandacht vanuit de BOSA-regeling voor
wijken met gezondheidsachterstanden groot genoeg is. De BOSA maakt
eigenlijk geen onderscheid tussen verenigingen. Die is gewoon gericht op
alle verenigingen die bezig zijn met de bouw en het onderhoud van
accommodaties of materialen. Alle verenigingen kunnen daar dus gebruik
van maken.
De VVD vroeg terecht door over de dag waarop de BOSA openging en de
website vervolgens offline ging. Hoe kunnen we zorgen dat er wél zo goed
en duidelijk mogelijk gecommuniceerd wordt, aangezien er op die dag zelf
wat onduidelijkheid was? We hebben destijds zowel op de site als via een
BOSA Alert gecommuniceerd. We zullen proberen om dat voor de volgende
keer nog duidelijker te maken. We proberen inderdaad zo accuraat en
volledig mogelijk te communiceren en we blijven daarin verbeteren.
De fractie van GroenLinks-PvdA ziet …
De voorzitter:
Excuses. Ik zie dat er nog een interruptie is op het vorige punt, van
meneer Kisteman.
De heer Kisteman (VVD):
Het is natuurlijk iets kleins, maar dit gaat er wel over hoe wij als
overheid communiceren. Ik heb tientallen screenshots gekregen met zo'n
code-nog-watmelding, en niet met een melding dat de website overvraagd
was of wat ook maar. Daar wil ik dus nog even op doorvragen. Heel veel
partijen hebben die informatie niet ontvangen, maar hebben gewoon een
foutmelding van die website gekregen. Die vroegen zich dus af: moet ik
het misschien met mijn mobiel of met mijn tablet doen? Volgens mij is
die informatie dus niet bij iedereen even duidelijk aangekomen.
Staatssecretaris Tielen:
Nee, en ik weet ook niet precies wat er op welk moment aan de hand was.
Uiteindelijk is het gefikst. Dit kan bij wijze van spreken gewoon te
maken hebben gehad met de server. Daar kun je niet zo veel aan doen
anders dan zorgen dat we, zodra het loket weer opengaat, geleerd hebben
van wat we dit jaar hebben ervaren. Zo kan het elke keer een beetje
beter worden. Maar ik herken wel wat meneer Kisteman zegt en ik ben het
ook helemaal met hem eens. Ik vind dat de overheid zo duidelijk en
eenvoudig mogelijk moet communiceren over dit soort dingen.
De voorzitter:
Dan mag u nu echt verder met de beantwoording van de volgende
vraag.
Staatssecretaris Tielen:
De fractie van GroenLinks-PvdA constateerde dat de BOSA niet
toegankelijk is voor sportverenigingen die niet bij een bond zijn
aangesloten, en vroeg waarom dat zo is. Ook op dit punt leren we weer.
In een vorige BOSA-versie maakten we gebruik van SBI-codes. Dat creëerde
best wat onduidelijkheid, én creatieve aanvragen, zeg ik maar even
eufemistisch. Toen hebben we dus besloten om de definitie van
"amateursport" zo te maken dat die luidt: de ledenlijst van NOC*NSF en
alle deelnemende organisaties van het Platform Ondernemende
Sportaanbieders. Daar zijn namelijk bijna alle verenigingen bij
aangesloten. Op die manier hebben we het aan de ene kant vereenvoudigd
en hebben we aan de andere kant voorkomen dat er gekke dingen
ontstaan.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ga een bijna technische vraag stellen, terwijl het een politiek debat
is. Dekt dit dan alles? Met andere woorden, missen we met de lijsten van
NOC*NSF en het POS niet nog honderden verenigingen? Ik kan het gewoon
niet overzien, maar die vraag komt dan wel bij mij op.
Staatssecretaris Tielen:
Die vraag kwam ook bij mij op. Ik kan het natuurlijk niet helemaal
afdekken. Het zal niet 100,0% zijn, maar het zijn ook niet honderden
verenigingen die erbuiten vallen. Het zou zomaar kunnen zijn dat er
tien, twintig verenigingen buiten vallen, maar we dekken echt 95% tot
99,5% daarmee.
Meneer Mohandis zei dat er ook kleine verenigingen zijn waarvoor de 20%
die met de BOSA-regeling wordt tegemoetgekomen, te weinig is. Dat heeft
te maken met het feit dat de BOSA een btw-compensatieregeling is.
Daardoor is die gelieerd aan dat percentage.
De VVD vroeg of er mogelijkheden zijn om gemeenten te helpen middelen
beter in te zetten voor sporthuisvesting. Wij ondersteunen gemeenten met
het Integraal Huisvestingsplan Sport en Bewegen, waarmee gemeenten
strategische plannen kunnen maken voor hun sportinfrastructuur op de
langere termijn. Onderdeel van dat plan is een gebiedsgerichte aanpak.
Naast investeringen in geld gaat het ook over het helpen faciliteren van
besparingen en gedragsverandering, bijvoorbeeld korter douchen, zodat de
kosten voor verenigingen omlaaggaan. Gemeenten worden daarin
ondersteund.
De heer Kisteman (VVD):
Bedankt voor deze reactie. Uit onderzoek blijkt dat de reserves van
gemeenten juist oplopen en dat die gelden niet ingezet worden voor
sporthuisvesting. Het gaat ook over onderwijshuisvesting et cetera. We
zijn in het onderwijs, waar deze staatssecretaris straks ook iets van
vindt, aan het kijken hoe we die middelen beter kunnen inzetten. Dit is
één voorbeeld daarvan. Hoe kunnen we gemeenten die tegen bepaalde
blokkades aanlopen, vooral de iets kleinere met iets minder kennis en
capaciteit, helpen zonder dat er meteen extra geld nodig is? Het geld
ligt daar namelijk gewoon op de plank.
Staatssecretaris Tielen:
Inderdaad. Meneer Kisteman begon erover en toen dacht ik … Volgens mij
noemde meneer Kisteman een bedrag van 46 miljard of zo, echt een enorm,
enorm bedrag. Maar ik snap heel goed wat hij zegt. Laat ik het zo
zeggen: onze intentie is om precies dat te doen. Onze intentie is om
gemeentes te helpen om belemmeringen weg te halen en slimme keuzes te
maken, ook voor de langere termijn. Ik heb de afgelopen maanden ook
contact gehad met zowel VSG als losse sportwethouders van een aantal
gemeentes om input te krijgen. Volgens mij lopen we daar redelijk op de
goede weg — maar dat is "wij van WC-Eend" — en dat zullen we blijven
doen. Mocht u andere signalen krijgen, dan horen we die uiteraard ook
graag.
De voorzitter:
Eerst meneer Kisteman en dan mevrouw Van Dijk.
De heer Kisteman (VVD):
Als ik het goed begrijp, wordt er nu met elkaar gesproken en worden er
ervaringen uitgewisseld over de bestaande wegen en paden, maar niet meer
dan dat. De kans bestaat dat, als we volgend jaar weer een rapport
krijgen over de gemeentelijke financiën, de reserves dan nog groter zijn
geworden. Er is nu dus geen actief, extra plan bovenop wat er al wordt
gedaan.
Staatssecretaris Tielen:
Die kans is er. Uiteindelijk is het aan gemeentes zelf om om te gaan met
hun gezondheids- en sportbeleid. Ik heb als staatssecretaris in december
de Landelijke nota gezondheidsbeleid uitgestuurd — dat is een andere
wet, maar die ligt in het verlengde hiervan — waarin gemeentes aan de
slag moeten met hun lokale aanpak gezondheidsbeleid. Daar zijn ze
wettelijk toe verplicht. De overtuiging dat sporten en bewegen daar een
rol in speelt, is groot genoeg, ook aan die kant van de Kamer. Het is
uiteindelijk aan gemeentes zelf om te bepalen hoe ze met dat
gezondheids- en sportbeleid omgaan. Het is aan gemeentes zelf om te
bepalen wat ze qua huisvesting en ruimtelijke ordening willen doen. Daar
kan ik gewoon niet intreden. Wat ik wel kan doen, is het volgende. Dat
is volgens mij ook waar meneer Kisteman naar vroeg. Als gemeentes tegen
belemmeringen aanlopen, wetten of regels of wat dan ook, dan kunnen wij
hen wel ondersteunen om die belemmeringen weg te halen. Dat gebeurt.
Daarvan zei ik, ook op basis van de input die ik heb gekregen, dat we
volgens mij op de goede weg zijn. Maar nogmaals, als meneer Kisteman
andere signalen krijgt, hoor ik die ook graag.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik vind dit een interessante discussie. Ik vraag me af of we precies
hetzelfde bedoelen, want zoals ik mijn collega begrijp, zegt hij: er
ligt heel veel incidenteel geld op de plank bij de gemeentes, maar dat
mogen ze niet overal voor inzetten, omdat ze te maken hebben met de
Financiële-verhoudingswet, die regelt wat wel en niet mag. Als die
belemmeringen blijven bestaan, blijft dat geld op de plank liggen,
terwijl die gemeenten roepen om handvatten om meer te kunnen investeren.
Volgens mij is dat wat mijn collega van de VVD bedoelt en ik ben ook
heel benieuwd naar het antwoord daarop.
Staatssecretaris Tielen:
Heel eerlijk: dat ligt eigenlijk buiten mijn zicht. Dat ligt buiten mijn
zicht. Mijn rol en verantwoordelijkheid zijn erin gelegen om met
gemeentes te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat gezondheids- en
sportbeleid daadwerkelijk worden opgepakt, waarbij we kijken naar het
wegnemen van belemmeringen enzovoort. Het punt van de financiële
verhoudingen ligt echt bij Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik begrijp dat antwoord, maar als we met elkaar een probleem willen
oplossen, waarvoor we willen investeren in sport en bewegen, lopen we
vaak tegen dingen aan. Een van de belemmeringen is financiering: aan de
ene kant hebben we geld staan; aan de andere kant krijgen we het niet
los. Dan baal ik altijd een beetje van het "schotdenken", om het zo maar
te noemen. Ik zou het fijn vinden als we als Kamer iets meer gevoel
krijgen bij wat er wél zou kunnen, zodat onze gemeentes hierbij geholpen
kunnen worden.
Staatssecretaris Tielen:
Ik hou ook niet van schotten, maar ik hou er wel van om de
verantwoordelijkheden te leggen waar ze liggen. Heel eerlijk: ik vind
echt dat het aan gemeentes zelf is om dit soort beleid in te vullen. Ik
ga niet bepalen welke investeringen gemeentes wel en niet moeten doen.
Dat is echt aan gemeentes zelf. Zij hebben meer vraagstukken dan alleen
maar sport en gezondheid. Over een maand zijn er trouwens weer
verkiezingen in de gemeentes.
Over verenigingen gesproken: dan hebben we het ook over heel veel
vrijwilligers. Daar is door de Kamerleden ook aandacht aan gegeven. Het
is ook altijd goed om extra te benoemen hoeveel mensen er naast hun baan
en gezin tijd steken in verenigingsbesturen, in trainen, in het draaien
van kantinediensten enzovoort enzovoort. Ik herkende het bedrag dat
mevrouw Van Dijk noemde niet meteen, maar ik kan me heel goed
voorstellen dat we daarmee met z'n allen, als ouders en vrijwilligers,
enorm veel waarde toevoegen aan de sport en daar een bijdrage aan
leveren.
De fractie van D66 vroeg of we de signalen herkennen dat alle regels en
subsidieprocedures een beetje een energy bleeder zijn bij al die
vrijwilligers. Dat herken ik wel. Daarom hebben we eind 2024, dus ruim
een jaar geleden, de concrete aanpak regeldruk gemaakt. Met "we" bedoel
ik dan de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, de
staatssecretaris Rechtsbescherming, de minister van Financiën en de
staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst. Die aanpak is bedoeld
om voor vrijwilligers, breder dan alleen sport, aan de slag te gaan, om
tien wettelijke verplichtingen te verminderen en daarmee ook bestuurders
van sportverenigingen te "ontlasten". We verwachten voor de zomer de
Kamer te informeren over de voortgang van die aanpak. De minister van
Langdurige en Maatschappelijke Zorg zal die dan waarschijnlijk naar u
toesturen.
Daarvan is de Wet Markt en Overheid, waar meneer Mohandis naar vroeg,
overigens geen onderdeel. Die zit niet bij die tien wettelijke
verplichtingen. Op dat punt moet ik hem dus helaas teleurstellen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ja, maar dit is dus wel het probleem. De staatssecretaris zegt: we gaan
kijken hoe we het zo kunnen ont-regelen dat sportverenigingen niet met
dit soort dingen worden opgezadeld. Er ligt echter wel een voorstel
waardoor sportverenigingen weer de dupe dreigen te worden. Dus als dat
niet echt breed wordt aangevlogen in de brief die het kabinet ons voor
de zomer stuurt, ook al is dat met de beste bedoelingen, blijft dat wel
op een ongewenste manier doorgaan. Ik ben dus wel heel erg benieuwd
waarom het niet heel breed wordt aangevlogen en waarom bepaalde wetten
buiten die scope vallen. Het kabinet moet alle wetsvoorstellen meenemen
en zich continu afvragen: toetsen we dit, is het goed getoetst aan de
rol van vrijwillige bestuurders en worden zij niet opgezadeld met
controle, regels of taken die niet horen bij vrijwillige bestuurders? Ik
maak me er gewoon zorgen om als ik hoor dat sommige dingen buiten de
scope van deze verkenning vallen. Het zou wat mij betreft niet
moeten.
Staatssecretaris Tielen:
Ik voel heel erg met meneer Mohandis mee, overigens ook uit eigen
ervaring, en tegelijkertijd zijn de wetten en regels in Nederland
bedoeld voor iedereen. Ik ben tegen wetten om wetten te maken, dus hoe
minder wetten, hoe beter, zou ik bijna zeggen, maar we hebben ze wel
gewoon nodig. De vraag is dan: hoe zorg je ervoor dat wetten aan de ene
kant doelmatig zijn — daar hebben we meestal wel veel aandacht voor — en
dat ze aan de andere kant niet onnodig belemmeren dat dingen gedaan
kunnen worden, zeker niet voor vrijwilligers en leden van
verenigingsbesturen? Dat laatste is waar de heer Mohandis eigenlijk om
vraagt. De Wet markt en overheid bestaat volgens mij al best wel lang.
Die zit toevallig niet bij deze tien wettelijke verplichtingen, die in
gezamenlijkheid vanuit het Rijk op een rijtje zijn gezet als
belangrijkste belemmeringen die er nu zijn voor vrijwilligers in alle
sectoren. Of die wet daar wel onder zou moeten vallen, weet ik niet; het
is nu te vroeg om daar ja of nee op te zeggen.
Op het punt van verenigingen en vrijwilligers vraagt de fractie van het
CDA of we iets meer weten over de vrijwilligersverzekering en de
secundaire verzekering. Ik heb bij zowel de Vereniging Sport en
Gemeenten als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geprobeerd meer
informatie over deze vraag van mevrouw Van Dijk te achterhalen; dat is
best wel moeilijk. We kunnen nu namelijk geen inzicht krijgen in hoeveel
premie er specifiek bij sportverenigingen wordt geïnd. Ook kunnen we
niet inzichtelijk krijgen hoeveel schadevergoeding zij uitkeren. Dan zou
je zeggen: laten we het de verzekeraars vragen. Die kunnen die
informatie echter niet op zo'n detailniveau delen, onder andere omdat
het dan natuurlijk over concurrentiële bedrijfsinformatie gaat. Daar
hebben we dus geen inzicht in. De VNG kan dat niet zien, omdat die geen
contractpartij is, want het zijn natuurlijk de afzonderlijk gemeenten
die contractpartijen bij de verzekeraars zijn.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Mijn punt is dat we als samenleving voor die verzekering betalen. Het is
gewoon een heel belangrijk beschermingsmechanisme, maar ik zou dan ook
graag, ook vanuit mijn controlerende rol, willen weten: wat doe het dan
en heeft het ook echt effect? Ik snap dat het moeilijk is, maar ik vind
het wel een onbevredigend antwoord waardoor ik tegen al die verenigingen
moet zeggen: ik heb geen idee of die verzekering wel of niet goed werkt.
Er wordt wel voor betaald, maar ik heb geen idee. Als ik daarover
nadenk, vind ik het eigenlijk gewoon best wel lastig te verkroppen. Ik
zou willen vragen om toch nog een keer een inspanning te verrichten om
er wel achter te komen.
Staatssecretaris Tielen:
Ik herken die wens; die heb ik ook heel vaak: ik wil het gewoon zien,
het liefst in tabellen en grafieken. Ik weet ook niet of het aan ons als
Rijksoverheid is om dat inzicht te geven, juist omdat wij natuurlijk
iets verder af staan van de verenigingen dan bijvoorbeeld de bonden. Ik
kan me namelijk ook nog voorstellen dat er echt wel verschil is tussen
de diverse vormen van sport. Dat is dus mijn antwoord; ik heb nu even
geen oplossing voor mevrouw Van Dijk.
Mevrouw Van Dijk vroeg ook naar de rechtsbijstand en waarom die module
rechtsbijstand niet standaard is meegenomen. Zij heeft daar gelijk in;
het is een optioneel onderdeel ervan. Die vrijwilligersverzekering
blijft gewoon een secundaire verzekering. Vandaar dat het gewoon
optioneel is; elke gemeente kan daar zelf voor kiezen.
Het verzekerde bedrag wordt nu aangepast op basis van die herijking.
Mevrouw Van Dijk vroeg: kunnen we niet elke vijf jaar een herijking
doen? Ik zie dat nu niet. Ik vind het ook wat om nu te gaan toezeggen
dat het over vijf jaar weer moet. Je kan je voorstellen dat je het eens
in de zoveel tijd doet. Ik weet niet of dat om de vijf jaar moet of dat
het op basis van signalen of wat dan ook moet gebeuren. Ik heb nu niet
zoiets van: dat moeten we zo gaan doen.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Mijn punt is het volgende. Toen we het als Kamer aankaartten, bleek
inderdaad dat het toch weleens goed was om er een keer opnieuw naar te
kijken omdat de verzekerde bedragen veel te laag waren. Nu voelt het een
beetje als "als de Kamer niet roept, dan doen we niks." Daarmee lopen we
het risico dat we over vijf jaar weer tegen elkaar zeggen "mwah, we
hadden misschien toch eens wat beter moeten kijken". De bouwkosten zijn
weer ontzettend gestegen en noem maar op. Herziening is gewoon wel
nodig.
Staatssecretaris Tielen:
Ik snap dat ook wel. We doen dat met wetten en zo eigenlijk ook, alleen
weet ik niet hoe ik dat nu zou moeten vastleggen. Ik wil dat dus best
toezeggen, maar wij zijn als Rijksoverheid niet de enige partij in dit
vraagstuk. Ik wil het toezeggen, maar laat me nog even terugkomen op hoe
dat er dan uitziet, zodat mevrouw Van Dijk over vijf jaar niet hoeft te
zeggen: sorry, ik had een toezegging gekregen op 9 februari 2026, maar
ik zie er niks meer van terug. Dat moet ik dus even op een rijtje
zetten.
Ten aanzien van de BOSA waren er ook enkele vragen over het eerdere
debat dat we daarover hebben gehad, met daarin het idee van een
revolverend fonds. De vraag was: zouden we iets moeten of kunnen doen
met een soort revolverend fonds? Ik heb een brief gestuurd — dat doe ik
weleens — die heet Beleidsplan toekomstbestendige sportinfrastructuur en
ruimte voor sport en bewegen. Daarin ben ik ingegaan op de inrichting
van een revolverend fonds, met daarin een aantal mogelijke richtingen
voor scenario's. Die scenario's worden nu uitgewerkt. Daarin gaan we ook
verkennen of, en onder welke voorwaarden, middelen vanuit de
kapitaalmarkt aangetrokken zouden kunnen worden. Dan kunnen we die
scenario's verder uitwerken en op basis daarvan kijken hoe een
revolverend fonds nou daadwerkelijk een bijdrage zou kunnen leveren aan
de investeringen in de sportinfrastructuur. Ik ga ervan uit dat mijn
ambtsopvolger u daar nader over zal informeren en wellicht ook met een
besluit of in ieder geval een voorstel voor een besluit zal komen. Het
loopt nog steeds, zou ik maar willen zeggen.
De voorzitter:
Is dat een toezegging?
Staatssecretaris Tielen:
Ja, dat is een toezegging die eigenlijk al gedaan was. Het is dus geen
nieuwe brief. Het is een lopende zaak.
Er was ook een motie aangenomen van onder andere de Socialistische
Partij en GroenLinks-PvdA over een meer landelijke aanpak van de
energietransitie of de verduurzaming van sportaccommodaties. In de
landelijke aanpak van de Routekaart verduurzaming sport werk ik samen
met de gemeenten, de sportorganisaties en de kennispartners aan doelen
voor verduurzaming van de sportsector in 2030. Daarnaast wil ik dat
verduurzaming ook lokaal, in alle gemeentes dus, versneld wordt. Dat
doen we via de lokale integrale huisvestingsplannen sport en bewegen,
waar we samen met VSG en VNG aan werken.
Dan de vraag van mevrouw Van der Plas over Thialf. Thialf is een van
onze fantastisch mooie topsportaccommodaties, maar uiteraard heeft niet
alleen Thialf grote financiële uitdagingen. We kijken op dit moment
welke ondersteuning vanuit VWS het beste past bij de opgave op het
gebied van topsportpluskosten. Dat is breder dan alleen onze
schaatstempel en dat betekent ook dat een incidentele bijdrage aan
Thialf op dit moment niet aan de orde is. Mevrouw Van der Plas verbond
het wel, en toch ook weer niet, aan de kandidatuur voor de winterspelen
van 2030. Ik zou het echt los daarvan willen zien. Nogmaals, niet alleen
Thialf worstelt met vraagstukken rondom financiën en structuur.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het amendement is niet bedoeld om de Olympische Spelen hiernaartoe te
halen; dat heb ik ook uitdrukkelijk erbij gezegd. Parallel aan dit
amendement loopt wel een grote wens. De staatssecretaris heeft zelf ook
gezegd dat dit een unieke kans is voor Nederland. Thialf heeft
fantastische faciliteiten en het zou een eer zijn. Dan is het natuurlijk
wel nodig dat er geld beschikbaar komt voor de verdere exploitatie van
het Thialfstadion, maar ook om ervoor te zorgen dat er nog onderhoud kan
worden gepleegd. We hebben het over een heel duurzaam schaatsstadion,
iets wat we allemaal graag willen. Bovendien heeft Thialf ook een heel
grote functie in de regio. Het brengt mensen bij elkaar, kinderen leren
er schaatsen, er worden toptalenten ontwikkeld. Voor heel veel mensen
zal €350.000 als een megabedrag klinken, maar op de totale begroting is
het gewoon peanuts. Voor een stadion als Thialf met al zijn ambities en
al zijn verduurzaming, waarmee we mogelijk ook nog in 2030 het
schaatsdeel van de Olympische Spelen binnen kunnen halen, vind ik zo'n
bedrag verklaarbaar en ook te aanvaarden. Ik vind het jammer dat de
staatssecretaris dit best snel van tafel veegt, terwijl er aan de andere
kant heel grote woorden zijn over hoe belangrijk het allemaal is. Ik wil
de staatssecretaris dus toch de overweging meegeven, met alles wat ik
hier zeg, want ik vind dit echt te makkelijk. Het kan ook gewoon. Er is
een dekking voor. Het is niet zo dat het niet gedekt is. Het kan gewoon
ergens vandaan gehaald worden.
Ik vind het dus jammer, want dan blijft het bij woorden. Dan staan we
straks allemaal te zwaaien met een Nederlands vlaggetje en te juichen
met een oranje sjaaltje, maar we hebben er geen cent aan bijgedragen. Ik
vind dat de overheid hier wel een verantwoordelijkheid heeft.
Staatssecretaris Tielen:
Ik maak hier bezwaar tegen, want mevrouw Van der Plas zegt eerst dat ze
het niet aan elkaar wil verbinden, en vervolgens verbindt ze het
helemaal aan elkaar. Het staat echt los van elkaar. Aan de ene kant gaat
het over de financiële uitdagingen die Thialf überhaupt heeft. Daar
hebben we als Rijksoverheid de afgelopen jaren incidenteel al 4,5
miljoen euro aan bijdragen. Daarnaast — daar heeft mevrouw Van der Plas
helemaal gelijk in; begrijp me niet verkeerd — hebben wij als
Rijksoverheid ook onze rol om samen met NOC*NSF te kijken wat we kunnen
doen om de winterspelen van 2030, die plaatsvinden in de Franse Alpen,
voor een deel in Thialf te laten plaatsvinden. Maar dat staat echt los
van elkaar. Rondom de winterspelen hebben we namelijk afspraken met de
provincie Fryslân, met de gemeente Heerenveen en met andere betrokken
partners. Dat is een apart project. Ik doe er heel veel aan om te zorgen
dat we als Nederland kunnen laten zien hoe fantastisch die schaatstempel
in Heerenveen is en dat dat echt de allerbeste plek om de
langebaanschaatswedstrijden te houden. Maar dat is een ander vraagstuk.
Dat is een ander project en er zitten ook andere financiën aan. Als
mevrouw Van der Plas mijn brief daarover goed heeft gelezen, dan heeft
ze ook gezien dat we daar echt mee bezig zijn. Maar ik vind het ten
opzichte van alle andere topsportaccommodaties in Nederland, die ook
allerlei vraagstukken hebben, niet terecht om er nu eentje uit te
lichten en te zeggen dat we daar geld aan geven, want er zijn meer echt
goede topsportlocaties. Dat is wat ik net zei: we kijken nu vanuit VWS
wat al die topsportpluslocaties nodig hebben, wat wij daar wel en niet
in kunnen doen en hoe we dat aanpakken. Maar dit is een breder vraagstuk
dan alleen maar Thialf.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb gezegd dat er parallel aan mijn amendement een aanvraag loopt om
het schaatsgedeelte van de Olympische Spelen te krijgen. Die loopt daar
parallel aan. Daar kan ik niks aan doen; ik heb die aanvraag niet gedaan
maar constateer gewoon dat dit is gebeurd. In mijn amendement staat
nergens: geef ons €350.000 om het schaatsdeel van de Olympische Spelen
te organiseren. Dat staat er gewoon helemaal niet in; dat bedrag wordt
daar niet aan gekoppeld. Dit amendement gaat wél over de
toekomstbestendigheid van het Thialfstadion. Dat is gewoon een feit. Er
zijn destijds afspraken gemaakt dat de KNSB dit bedrag zou opbrengen, of
in ieder geval €300.000. De KNSB is daar niet toe in staat, om welke
reden dan ook. Daardoor ontstaat er een structureel tekort in de
exploitatie. Daar is dit amendement voor bedoeld. Als je hier geld in
steekt, wordt het stadion toekomstbestendig en kun je bij het onderhoud
verder verduurzamen. Dan maak je het stadion in alle stappen die daarna
volgen geschikt voor eventueel het schaatsdeel van de Olympische Spelen.
Dus nogmaals, ik heb nergens gezegd dat het geld bedoeld is voor de
Olympische Spelen; dit geld is bedoeld om Thialf gewoon
toekomstbestendig te maken. En ik heb ook heel veel andere redenen
genoemd: regionale verbinding, de kinderen die daar schaatsen leren, het
sporten en bewegen. Thialf heeft daar echt een heel grote functie in.
Dat is de reden van mijn amendement.
Staatssecretaris Tielen:
Zeker, dat is ook zo. Maar daar staat Thialf niet alleen in. Er zijn
meer topsportpluslocaties in Nederland die een regionale, landelijke,
soms internationale functie vervullen voor een bepaald deel van de
sportsector. Ik vind het voorbarig om nu te zeggen: we gaan Thialf
steunen en de rest zien we wel. Wij zijn nu vanuit VWS met al die
topsportpluslocaties aan het kijken wat er nodig is, welke uitdagingen
er liggen en wat we wel en niet kunnen doen. Ik vind dit echt een
breder, landelijk vraagstuk en vind het voorbarig om er nu één locatie
uit te lichten en daar al een tegemoetkoming voor neer te zetten, ook
wetende dat Thialf de afgelopen jaren vanuit VWS ondersteund is met 4,5
miljoen euro.
De voorzitter:
Dan kunt u uw beantwoording voortzetten.
Staatssecretaris Tielen:
Voorzitter. Ik ga naar het volgende mapje: sociaal veilige sport. "En
integere sport" zou ik er bijna bij zeggen, of "eerlijke sport" of hoe
dan ook. Er waren vragen van zowel VVD als CDA over het wetsvoorstel
Integere sport en de oprichting van Integere Sport Nederland als
organisatie. Er is het afgelopen najaar inderdaad een
internetconsultatie geweest. Daar zijn 30 heel uitgebreide reacties op
gekomen. Een aantal van 30 valt wel mee als je naar sommige andere
wetsvoorstellen kijkt, maar het zijn wel heel uitgebreide reacties. Die
zijn we nu aan het verwerken. We hopen de reacties de komende maanden
zodanig te verwerken dat het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van
State kan. Daarna kan u er dan niet alleen kennis van nemen maar als
medewetgever er ook vorm aan gaan geven.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik heb geen interruptie, maar een checkvraag: is het blok over de
sportverenigingen helemaal voorbij? Er zijn heel veel vragen gesteld
over de ombudsfunctie, het aflopen van het Sportakkoord en de
ombudsfunctie van sportverenigingen. Of komt dit in een ander
blok?
Staatssecretaris Tielen:
Ik heb ze wel gezien. De heer Mohandis stelt terecht deze vraag.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ga niet over uw volgorde, maar … Tja …
De voorzitter:
Ik stel voor om dit de rest van de beantwoording even in gedachten te
houden.
Staatssecretaris Tielen:
Ik vind ombudsvragen wel mooi bij het blokje overig passen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het geen overig punt, maar als u het daar wilt doen, is dat
prima.
Staatssecretaris Tielen:
Oké. Ik heb ze gezien en heb ze waarschijnlijk zelf in een verkeerd
mapje gestopt.
De voorzitter:
Dan hebben we ook nog interrupties van mevrouw Van Dijk en de heer
Kisteman.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik wil even terugkomen op de topsportaccommodaties. Ik heb de discussie
beluisterd, en ik moest er heel even op kauwen. Ik zit al iets langer in
de sportcommissie. In 2021 hebben we ook een motie ingediend over
Thialf, omdat er zorgen waren. Ik zou de staatssecretaris willen vragen
of de signalen die zij krijgt dusdanig zijn dat we een enorm probleem
hebben voordat die brief naar de Kamer gaat komen, die breed gaat over
de topsportaccommodaties.
Staatssecretaris Tielen:
Ik check dit even. We hadden het hier vorige week in de voorbereiding
over. Die signalen hebben wij niet. Volgens mij is het dus oké om die
verkenning breed te doen en daarmee naar uw Kamer te komen.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik denk dat het goed is om überhaupt deze verkenning breed te doen en
die informatie naar de Kamer te laten komen, maar ik zou de
staatssecretaris dan wel willen vragen om die check nog even te doen in
Friesland, zodat we niet alsnog enorm verrast gaan worden.
Staatssecretaris Tielen:
Fair. Ja.
De heer Kisteman (VVD):
Volgens mij was de staatssecretaris bezig met de wet over het
integriteitscentrum, als ik het goed heb. In haar beantwoording zei ze
"ergens voor de zomer". Begrijp ik het dan goed dat het idee is om die
wet voor de zomer in te dienen bij de Raad van State en ermee verder te
gaan? Is dat wat de staatssecretaris wil zeggen?
Staatssecretaris Tielen:
Ja, dat is de intentie, inderdaad. Dat is om een paar redenen. Punt één:
de Kamer heeft vaker gevraagd om deze wet. Ik zei net al dat we van mij
niet overal wetten voor hoeven te hebben, maar volgens mij is het een
Kamerbreed gedeelde wens om wat haast achter die wet te zetten.
Nogmaals, er zijn best veel reacties. Die moeten we goed verwerken. U
heeft net ook nog een aantal vragen over het wetsvoorstel gesteld, die
ik zal beantwoorden. We hopen rond de zomer met het wetsvoorstel naar uw
Kamer te komen, even afhankelijk van hoelang de Raad van State erover
doet.
Er waren een aantal vragen over het eindrapport Achter de coulissen,
rondom sociale, veilige en eerlijke danssport. De fractie van
GroenLinks-PvdA vroeg waarom het zo lang heeft geduurd voordat het
rapport gepubliceerd werd. Er moesten een aantal formele stappen worden
doorlopen om de beoogde leden van de commissie formeel aan te stellen.
Dan gaat het bijvoorbeeld over privacywetgeving, een screeningsprocedure
en dergelijke formaliteiten. Vanaf mei 2025 heeft de commissie eraan
gewerkt en eind 2025 is het rapport dus opgeleverd.
Meneer Mohandis vroeg naar het volgende. Er zijn 28 van de 33
aanbevelingen niet overgenomen, of er is niets mee gedaan. Hoe zit dat?
Mijn ministerie en dat van OCW hebben in de rapportage van de
Opvolgingscommissie Dansen toegelicht hoe invulling te geven aan de
maatregelen die genomen zijn. Daarbij is over de volle breedte van het
beleid gerapporteerd. We zijn voornemens om nog een beleidsreactie op
het rapport te geven. Daar zal dan nogmaals aan worden
gerefereerd.
Hoe beoordeelt de staatssecretaris het functioneren van de Alliantie
Dans Veilig en zijn de beide ministeries van plan om de financiering
voort te zetten? Zoals ik ernaar kijk, ben ik positief over de
samenwerking met die alliantie. Deze wordt met één jaar verlengd. Zo
kunnen ook de opbrengsten van de werkzaamheden overgedragen worden naar
alle betrokken partijen in de danssector. Op die manier verwachten we
dat de resultaten geborgd kunnen worden en dat het veld daarmee aan de
slag kan.
Klopt het dat de onderzoekscommissie wordt opgeheven en, zo ja, waarom?
Het klopt in ieder geval dat het eindrapport zowel bij de minister van
OCW — daar werd al naar verwezen — als bij mij ligt. In de
beleidsreactie, die het volgende kabinet zal geven, zal hier wat
uitgebreider bij stil worden gestaan. We hebben bij het instellen van de
commissie al afgesproken dat de commissie tijdelijk zou zijn, tot en met
het eind van afgelopen kalenderjaar. Daarmee is dat ook
bekrachtigd.
Dan over voetbal. Ik kom straks ook nog over wielerkoersen en
matchfixing te spreken in dit blokje. De fractie van de BBB vroeg naar
de maatregelen in het nieuwe coalitieakkoord. Die laat ik echt aan de
nieuwe coalitie en daar ben ik in deze rol niet een onderdeel van. De
inzet van politie bij voetbalstadions is daarnaast vooral een vraagstuk
voor Justitie en Veiligheid.
De CDA-fractie vroeg naar beveiligers en de Wet particuliere
beveiligingsorganisaties. Ook voor die vraag moet ik u toch
doorverwijzen naar Justitie en Veiligheid. Daar is men namelijk
verantwoordelijk voor de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en
recherchebureaus. Als die aangepast moet worden, dan is het toch handig
om dat bij Justitie en Veiligheid neer te leggen. Laat mij dit moment
nog wel even pakken om te benadrukken hoe erg het is dat er incidenten
in voetbalstadions zijn. Het is heel belangrijk dat voetbal leuk is om
met z'n allen te bekijken, ook als je bijvoorbeeld kleine kinderen
hebt.
Dan de wielersport. De Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie heeft
samen met andere betrokken partijen gewerkt aan een landelijke richtlijn
voor de inzet van burgermotorverkeersregelaars; dat is een heel mooi
lang woord voor scrabble. Eind dit jaar zal die richtlijn worden
geëvalueerd. Dat gebeurt samen met de politie. Uiteindelijk gaat de
burgemeester samen met het lokale gezag over het eventueel verlenen van
vergunningen voor wielerkoersen.
De vraag van het CDA was: worden er nou meer of minder wielerkoersen
georganiseerd? Ik kan zeggen dat er in 2026 meer wielerkoersen op de
planning staan dan in 2025, gekeken naar de officiële wielerkalenders.
Uiteraard vallen daaronder de gewone klassiekers zoals we die kennen,
zoals de Amstel Gold Race en de Ronde van Overijssel, maar ook andere,
zoals vorige week nog de wereldkampioenschappen veldrijden in Hulst. Er
is dus een volle agenda voor alle fietsliefhebbers.
Het CDA had een aantal vragen over matchfixing. Hoe kan je van een club
verwachten dat die effectief iets doet met matchfixing? De
Kansspelautoriteit heeft aangegeven dat de meeste meldingen van
matchfixing in de sport over het buitenland gaan. Het klinkt misschien
stom, maar dan hoeven we er in de Nederlandse sport iets minder mee te
doen. Vorig jaar waren er twaalf meldingen, waarvan drie in Nederland.
Die zijn ontvangen door de Kansspelautoriteit en hadden betrekking op
voetbal. Deze informatie is doorgegeven aan en afgestemd met de KNVB. De
betreffende sportbond is dus geïnformeerd.
Mevrouw Van Dijk vroeg ook of het niet eens tijd was om het onderzoek
naar matchfixing uit 2013 opnieuw te doen. Nou, dat loopt. We zijn nu
bezig met dataverzameling. Dit hele jaar worden er data verzameld. De
verwachting is dat daar in 2027 een volledig rapport over verschijnt. Ik
denk dat we dat even af moeten wachten, maar het loopt dus wel. Tot
zover het blokje sociaal veilige sport.
Dan kom ik bij het blokje topsport. Alhoewel we het al best wel een
beetje over topsport hebben gehad, heb ik daar toch een aantal
specifieke vragen over gekregen, onder andere van D66 over de
mogelijkheden voor loopbaan- en onderwijsbegeleiding voor topsporters.
Er zijn nu al best veel samenwerkingsmogelijkheden daarvoor. NOC*NSF
biedt begeleiding en coaching aan topsporters met een status of
topsporters die tot twee jaar geleden een status hadden. Het kan
bijvoorbeeld gaan om begeleiding op maat, een transitie naar een
volgende carrière, flexibel onderwijs of een bedrijvenpool voor
werkervaringsplekken. Niet alle begeleiding is voor iedereen
beschikbaar. Het hangt natuurlijk ook af van individuele wensen en
verwachtingen. NOC*NSF is daarnaast genoodzaakt om keuzes te maken in
wat ze in totaal kunnen bieden.
Mevrouw Huizenga (D66):
U geeft aan: sporters met een status of sporters die twee jaar terug nog
een status hadden. Die A-status is altijd heel specifiek, maar er zit
ook een groep onder die net niet binnen die status valt. Zij trainen dus
net zo hard en investeren net zo veel, maar krijgen die ondersteuning
niet. Wat kunnen we voor die groep doen, in samenwerking met het
onderwijs en het bedrijfsleven, zodat ook die groep, die er evenveel
tijd aan besteedt en eigenlijk hun carrière stilzet om te sporten, daar
aandacht voor krijgt?
Staatssecretaris Tielen:
De vraag van mevrouw Huizenga is: hoe kunnen we die groep ook bedienen?
Het is dus al lastig om die statusgroep volledig te bedienen. Het is ook
heel erg afhankelijk van individuele keuzes, verwachtingen, wensen en
talenten enzovoort. Ik heb daar dus geen eenduidig antwoord op.
De PVV vroeg op welke wijze topsporters structureel worden ondersteund
en of dat beter kan. Dit is een belangrijk thema. Het Strategisch kader
topsport 2032 is een samenwerkingskader — is dat een woord? — tussen
VWS, NOC*NSF en VSG, de Vereniging Sport en Gemeenten. NOC*NSF werkt
samen met de sportbonden aan een nieuw voorzieningenmodel, waarbij wordt
gekeken naar een basisinkomen voor topsporters. Dat geldt ook voor
paralympische sporters, zeg ik graag met nadruk. Uiteindelijk ligt dat
model bij mijn opvolger. Die zal daar dan een beslissing over nemen en
komt daar bij u op terug.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Ik heb al een motie klaarliggen. Die gaat onder andere hierover. Dit
ligt een beetje in het verlengde van mevrouw Huizenga. Het stipendium
blijkt namelijk niet voldoende te zijn. De vraag is een beetje: kunnen
we onderzoeken hoe dat beter ingezet kan worden? Uiteraard moet het niet
naar mensen gaan die zich heel goed kunnen redden. Die zijn er
natuurlijk ook. Er zijn gelukkig ook sporters die dat heel goed kunnen.
Het is echt voor de mensen die in de top en de subtop zitten, alles
moeten laten liggen en soms zelfs moeten afhaken. Dat is heel jammer,
want daardoor raken we heel veel talenten kwijt die anders misschien wel
een medaille voor ons kunnen binnenhalen.
Staatssecretaris Tielen:
Dat vraagstuk is meegenomen in de voorbereiding van NOC*NSF voor dat
voorzieningenmodel. Dat gaat op een gegeven moment dus naar mijn
opvolger. Die gaat daarover, vermoed ik, met uw Kamer in gesprek op
basis van het besluit dat ze daarover zal voorstellen.
Ook de GroenLinks-PvdA-fractie, bij monde van de heer Mohandis, had
vragen over topsport, met name over de eenmalige bijdrage aan Thialf. O,
die vragen hebben we al gehad. We hebben het al over Thialf gehad. Ik
zie meneer Mohandis ook knikken, dus hij heeft het antwoord al
gehoord.
Voorzitter. Dan zijn we bij mijn blokje overig. Ik beloofde al om de
ombudsfunctie in het blokje overig te bespreken, ook al valt die onder
verenigingen. Het ging met name over de motie waar, volgens mij, zowel
mevrouw Van Dijk als meneer Mohandis al een beetje een voorschot op
leken te nemen. Die heb ik nog niet helemaal gezien. Wat ik maar even
doe, in reactie op wat u daarover heeft gezegd ... Als ik terughaal naar
wat u daarover zei, gaat het volgens mij over makkelijke, laagdrempelige
steun of een ombudsfunctie vanuit de gemeenten of de sport om
sportbestuurders te helpen in hun zoektocht door de regels en subsidies
die er allemaal zijn. We hebben er al verschillende, zoals BOSA en
DUMAVA. Daarnaast heb je verzekeringen en rechtsbijstand enzovoort
enzovoort. Dat wil men meer samenpakken. Maar misschien moet ik gewoon
uw motie afwachten, voordat ik hier zit mee te denken met de
Kamerleden.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Het gaat erom dat we zien dat zowel NOC*NSF aan de ene kant met
services, en het RVVB aan de andere kant met meer praktische
ombudsondersteuning, elkaar heel goed weten aan te vullen. Je ziet de
afgelopen jaren dat dat een meerwaarde heeft in de signalen die wij als
Kamer krijgen, ook van sportverenigingen zelf die veel meer bij dit
soort debatten aanwezig zijn, maar ons ook rechtstreeks weten te vinden
met knelpunten die zij ervaren. Zo'n ombudsfunctie heeft gewoon heel
veel waarde om ons scherp te houden. De vraag is: hoe gaan we dat borgen
in de toekomst? Dat is de simpele vraag en er ligt een verzoek van twee
fracties om het daadwerkelijk te borgen. In dit geval gaat het erom hoe
het kabinet, samen met RVVB en NOC*NSF, deze ombudsfunctie voor
sportverenigingen verder versterkt en borgt voor de toekomst. Dat is een
beetje de vraag, strekking en gedachte hierachter.
Staatssecretaris Tielen:
Ja. U, of mevrouw Van Dijk, refereerde in uw bijdrage aan mensen die op
zaterdagochtend de telefoon opnemen. Wat we met het aflopend
Sportakkoord, waar u naar verwees, voor ogen hebben en hadden, was ook
een landelijk dekkend netwerk met lokale sport- en beweegloketten. Daar
zit dan ook deels een ombudsfunctie in, naast zo veel mogelijk
coördinatie van hulpvragen en klachten. We moeten nu gaan kijken hoe we
dat doortrekken en wat we daarover hebben afgesproken. Volgens mij is
het een goed idee om daar het door u genoemde RVVB en bestuursleden van
sportverenigingen bij te betrekken om te kijken hoe dat vorm kan
krijgen. Zo kunnen we van daaruit een soort deltaplan voor
sportverenigingen, waar u volgens mij eerder om gevraagd heeft,
vormgeven. Dat lijkt me wel typisch iets voor het nieuwe kabinet, maar
volgens mij is de richting die u voorstelt er een die zeker
ondersteuning verdient.
Meneer Mohandis vroeg ook naar de doelen als het gaat over het
regeerakkoord. Maar ja, zoals ik net al zei, ga ik daar helemaal niks
over zeggen. U zegt: "dat mag wel". Dat mag zeker, straks bij de
koffie.
De heer Mohandis vroeg ook naar de sportwet. Hij verwacht een
contourenbrief in het voorjaar. Volgens mij heb ik inderdaad in juli
gezegd dat de uitkomsten van de lopende verkenning naar een mogelijke
sport- en beweegwet in het voorjaar naar de Tweede Kamer worden
gestuurd. Dus dat loopt nog volgens planning. Ja, de contourenbrief met
de uitkomsten van de verkenning naar de wet.
Meneer Mohandis vroeg ook naar de extra autoriteit zwemmen. In juni is
de Nationale Raad Zwemveiligheid gevraagd om een nieuwe onafhankelijke
autoriteit op te richten, die gaat toezien op de kwaliteit van alle
zwemdiploma's, omdat er toch wel een wildgroei aan zwemdiploma's leek te
zijn. Het is de bedoeling om vanuit de branche één normering voor het
niveau van zwemdiploma's te maken en om dat ook onafhankelijk te kunnen
beoordelen. VWS draagt bij aan de oprichting van die autoriteit, met een
tegemoetkoming in de kosten. Na die oprichting kan de branche het zelf
financieren. Mijn verwachting is dat de autoriteit later dit jaar actief
is. Zodra dat het geval is, zal ik uw Kamer daar uiteraard over
informeren.
Dat waren de antwoorden op de vragen. Dan komen we nu bij de appreciatie
van de amendementen. Dan begin ik met ...
De voorzitter:
Voordat we daarmee beginnen, een vraag van mevrouw Van Meetelen.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Misschien heb ik het gemist, maar helemaal aan het begin had ik een
vraag over de speeltuinen gesteld. We krijgen een brief over het aantal
speeltuinen en zo, maar ik had ook een vraag over de veiligheid. Ik weet
natuurlijk dat het bij de gemeenten ligt, maar ik vraag toch of de
staatssecretaris daar ook iets mee kan. Misschien kan ze het ook wel
meenemen in die brief en die gesprekken.
Staatssecretaris Tielen:
Mevrouw Van Meetelen zegt dat terecht. Die vraag zat er wel tussen, maar
ik ben het vergeten. Nu ze het zegt, denk ik: o ja, hij zat ertussen!
Ja, het is aan gemeenten zelf om te zorgen dat speeltuinen schoon, heel
en veilig zijn. Tegelijkertijd gaat het zelfs nog wel iets breder ook
over de veiligheid rond sportvelden en sportzalen. Regelmatig heb ik het
er met zowel de losse sportwethouders als de VSG over dat er aandacht
voor gehouden moet worden dat ook bijvoorbeeld de fietspaden of
wandelpaden naar en van speeltuinen en sportgelegenheden enigszins
veilig zijn. Het hoe en wat is echt aan gemeentes, maar mevrouw Van
Meetelen kan ervan op aan dat ik daar telkens aandacht voor vraag, zeker
ook omdat we wat betreft de beweegdoelen zien dat meisjes en vrouwen
achterlopen. Als je daar dieper op ingaat, dan kom je erachter dat dat
vaak te maken heeft met veiligheid, of in ieder geval een gevoel
daarvan. Het is dus heel belangrijk dat we daar aandacht voor blijven
houden en actie op blijven ondernemen. Ik zie mevrouw Van Meetelen
knikken. Volgens mij staan we echt aan hetzelfde touw te trekken.
De voorzitter:
Meneer Mohandis heeft ook nog een vraag.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ga nog even terug naar de toezegging over de sportwet. Ik moest even
nadenken toen ik hoorde over een verkenning en contouren. Die werden
allemaal naast elkaar gelegd, maar als het een verkenning is over
contouren, dan vind ik dat eigenlijk nog mager. Het moeten contouren
zijn. Waarom zeg ik dat scherp? Kijk, we hebben als Kamer nu, uit mijn
hoofd, twee, drie jaar in meerderheid gevraagd om het maken van die
omslag. We hebben ook heel vaak andere sectoren genoemd, bijvoorbeeld de
cultuursector. Bijna alle partijen hier vinden dat het belangrijk is dat
er voor die sectoren gewoon een wettelijke basis is. Je kunt die
natuurlijk op honderden manieren invullen. Ik wil geen ingewikkeld
juridisch monster, zoals we ook vaak hebben gezegd, maar geen wettelijke
basis betekent in de praktijk vaak dat er helemaal niets is. Ook
betekent het vaak dat het een gegeven is als sport wordt wegbezuinigd.
Je zegt dan: dat is dan zo. In de cultuursector kan dat nauwelijks. Daar
heb je de Erfgoedwet, de bibliotheekwet en de Wet op het specifiek
cultuurbeleid. Ik zeg niet dat je het precies hetzelfde moet doen, maar
wel dat je een begin moet maken. Als dat de toezegging is, hoop ik dat
het echt een aanzet is om te komen tot de volgende stap en dat er niet
weer een verkenning komt. Wat mij betreft gaan we het doen. Ik heb
daarom ook geen motie voorbereid. Misschien doe ik dat als de nieuwe
bewindspersoon er zit. Wat mij betreft gaan we dit echt doen. Zo hebben
we de toezegging in ieder geval altijd begrepen.
Staatssecretaris Tielen:
Ik zal proberen zorgvuldig te zijn in mijn woorden. Er komt een brief
met contouren. Die contouren zijn namelijk de uitkomsten van de lopende
verkenning. We zijn dus al een stapje verder dan meneer Mohandis angstig
dacht. In die brieven komen dus zowel de contouren als het proces om te
komen tot, aan bod. Ik denk dus dat we dezelfde verwachting
hebben.
De voorzitter:
Volgens mij zijn we dan nu echt bij de appreciaties aangekomen.
Staatssecretaris Tielen:
Ja, dan zijn we bij de appreciaties van de amendementen aangekomen. We
beginnen met het amendement op stuk nr. 9, van Mohandis. Daarin wordt
gevraagd om het beleidsdoel "zwemles voor iedereen" te stimuleren met
€400.000 voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur, specifiek voor zwemles
voor kinderen die opgroeien in armoede en kinderen met een beperking.
Vorig jaar hebben we €500.000 aan dat fonds toegevoegd. Het effect
daarvan was bovengemiddeld groot. Soms stop je ergens geld in en dan
weet je niet wat ermee gebeurt, maar dit was echt heel goed. Ik zou dit
amendement dus heel graag oordeel Kamer geven, omdat ik zie dat het
daadwerkelijk leidt tot waar het voor bedoeld is. Ik wil wel opmerken
dat het een aandachtspunt vergt, want de dekking is €400.000 aan vrij
besteedbare middelen, maar die wordt vaker genoemd. Ik wil uw Kamer dus
oproepen om dat even in de gaten houden als er straks in maart over alle
amendementen gaat worden gestemd. Mijn oordeel is in ieder geval oordeel
Kamer.
De voorzitter:
Even voor de duidelijkheid: dit gaat om het amendement op stuk nr. 57.
Het is gewijzigd.
Staatssecretaris Tielen:
U weet dat beter dan ik, voorzitter. Dat geloof ik dus meteen.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 57: oordeel Kamer. Ik zie een vraag of
interruptie van mevrouw Huizenga.
Mevrouw Huizenga (D66):
Ik begrijp natuurlijk dat de dekking een issue is, maar kunt u aangeven
hoeveel daar dan in zit aan vrij besteedbare middelen, zodat we kunnen
inschatten wat we in totaal kunnen besteden?
Staatssecretaris Tielen:
€400.000. Hiermee wordt het in één keer opgemaakt, vandaar dat ik het
even als aandachtspunt aan uw Kamer meegaf. Uiteindelijk gaat u
erover.
Ik heb ook een amendement — nu durf ik geen nummer meer te noemen — over
de exploitatie van Thialf, waar mevrouw Van der Plas al aan refereerde.
Met verwijzing naar het debat ontraad ik dat amendement.
Er is ook een amendement van GroenLinks-PvdA over het budget voor de
BOSA. Als ik het goed heb gelezen, is de bedoeling daarmee om geld dat
nu voor 2027 gereserveerd is, naar 2026 te verplaatsen. Dat moet ik
ontraden, omdat het noch financieel noch juridisch een goede dekking
heeft. Ik heb daarover allerlei mensen geconsulteerd. Ik moet het
amendement ontraden.
Dat waren volgens mij de drie ingediende amendementen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
We hebben het ook gecheckt. Dat is dus wel interessant. Wij hebben ook
een afdeling financiën, en die zegt: het kan gewoon. Het is volgens mij
een politiek oordeel dat het ongewenst is, maar we kunnen het gewoon.
Het gaat niet om het hele bedrag dat is gereserveerd voor 2027, maar het
vraagt om een deel van 20 miljoen eenmalig — dat is wat je doet — naar
het lopende jaar te halen. Ik vraag dat omdat er een hele hoop
sportverenigingen zijn, die zeggen: help, wij moeten nu ook geholpen
worden met onze aanvraag. Dat zeg ik maar even zo, maar dat is niet
onaardig bedoeld. Die zitten in de wacht. Dat komt ook door hoe er in
het afgelopen jaar is omgegaan met de BOSA. Maar we zijn nu waar we
zijn. Er is goede hoop dat er meer geld bij komt vanuit het
regeerakkoord, maar gezien de enorme vraag is dat wat wij vragen. Wij
vragen om dat eenmalig te verschuiven, wetende dat het regeerakkoord het
vanaf '27 weer opplust. Ik vind het een heel redelijk voorstel. Ik zeg
tegen alle collega's: het kan gewoon. Ik weet hoe er altijd vanuit het
ministerie van Financiën geapprecieerd wordt; helaas loop ik op dat punt
al iets te lang mee in dit huis om dit aan te horen. Ik respecteer het,
maar ik wil wel horen of het technisch niet kan. Volgens mij kan het
gewoon en is het een politiek oordeel. Graag een reactie.
Staatssecretaris Tielen:
Mij is verteld dat het noch juridisch noch financieel kan. Dat is dus
mijn technische oordeel. Dat is mijn reactie op de vraag van meneer
Mohandis.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ga de collega's nog voorzien van een mailtje waaruit blijkt dat het
wel kan en dat we dit in het verleden ook hebben gedaan. Dit is echt een
oproep aan de collega's. We kunnen hiermee echt honderden
sportverenigingen in één klap helpen. Ze zijn vandaag ook, in een ander
zaaltje, bij dit debat aanwezig. Laten we hier alsjeblieft een beetje
het verschil maken als Sportcommissie. Het is echt niet te veel
gevraagd. Voor GroenLinks-PvdA-begrippen heb ik heel zuinig gedaan met
de BOSA. Ik vraag slechts om een schuif van 20 miljoen, terwijl het
verzoek echt om honderden miljoenen gaat op dit moment. Dat is wat het
is.
De voorzitter:
Dan zijn we daarmee aan het eind van de eerste termijn gekomen. Dank,
staatssecretaris, voor de beantwoordingen. Mijn voorstel is om direct
door te gaan naar de tweede termijn aan de zijde van de Kamer. Dan
starten we weer bij mevrouw Huizenga.
Mevrouw Huizenga (D66):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb geen hele uitgebreide tweede termijn. Ik
heb redelijk veel vragen beantwoord gekregen. Er zitten natuurlijk
altijd nog wel wat vervolgvragen in, maar dat komt vast op een ander
moment. Eén ding dat me toch een beetje puzzelt, is de ondersteuning.
Dat betrof een van mijn laatste vragen, rondom topsporters die net geen
A-status hebben. Ik kreeg daar geen duidelijk antwoord op, dus ik ga er
nog even op broeden wat we daarmee kunnen doen. Dat is het dus voor nu,
denk ik.
De voorzitter:
Dank. Dan gaan we door naar de heer Kisteman.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter, bedankt. Ook dank aan de staatssecretaris voor de
beantwoording. Ik heb toch nog even een vraagje. We hadden het net over
de middelen die gemeenten hebben, maar zij ervaren toch drempels.
Collega Van Dijk verwoordde het misschien nog beter dan ikzelf. Zou de
staatssecretaris — althans, haar opvolger misschien — daarover nog iets
kunnen toezeggen, bijvoorbeeld om daar dan toch over in gesprek te gaan?
Er worden namelijk wel degelijk drempels ervaren om middelen te kunnen
investeren in onder andere het huisvesten van scholen, dus onderwijs,
maar ook sport. Misschien kan de staatssecretaris hierop in haar tweede
termijn nog ingaan?
De voorzitter:
Dank. Het woord is aan de heer Mohandis. Hij moet even zijn moties erbij
pakken.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik zie door alle versies het bos niet meer. Excuus, voorzitter. Dank
voor de beantwoording, zeg ik tegen de staatssecretaris. Ook dank voor
haar inzet voor dit beleidsterrein. Dat wil ik ook nog even gezegd
hebben, wetende dat zij op een ander beleidsterrein aan de slag gaat.
Daar is ook heel veel te doen, weet ik als oud-woordvoerder. Heel veel
succes daarmee. Wij zien ook uit naar de nieuwe bewindspersoon, ook
omdat er gewoon veel onderwerpen nog niet af zijn. Die vragen heel veel
aandacht.
Ik ga gelijk naar de eerste motie, over de ombudsfunctie en het
aflopende Sportakkoord. Daar hebben we het al heel kort over gehad.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel vrijwilligers van sportverenigingen kampen met
problemen als toenemende regeldruk, verouderde voorzieningen en een
tekort aan vrijwilligers;
overwegende dat RVVB al jaren een ombudsfunctie vervult en veel
sportverenigingen ondersteunt, zoals bij gesprekken en conflicten met
gemeentes en verzekeraars, geschillen met de bonden, algemeen juridisch
advies, communicatie-advies en het ophalen van inzichten en problemen
bij duizenden vrijwilligers van sportverenigingen;
overwegende dat het Sportakkoord II dit jaar afloopt en daarmee ook
verschillende services voor sportverenigingen die niet worden voorzien
in dit akkoord, ophouden te bestaan in de vorm van een praktische
ombudsfunctie;
verzoekt de regering in samenspraak met NOC*NSF en RVVB in
gezamenlijkheid de ombudsfunctie voor sportverenigingen te versterken en
te borgen voor de toekomst, zodat sportverenigingen deze noodzakelijke
praktische ondersteuning kunnen blijven krijgen;
verzoekt de regering vrijwillige bestuursleden van sportverenigingen als
klankbord te betrekken bij het verder ontwikkelen van
verenigingsondersteuning,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis en Inge van Dijk.
Zij krijgt nr. 62 (36800-XVI).
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik zeg daar nadrukkelijk het volgende bij. Het is natuurlijk heel goed
als dat lokaal wordt belegd, maar ik zei het al tegen de
staatssecretaris: het gebeurt ook weleens dat verenigingen — helaas, zeg
ik gelijk — tegenover hun gemeente komen te staan bij een geschil.
Daarom is de praktische ondersteuning om daarmee om te gaan van belang.
Een loket bij de gemeente kan, gelet op de checks-and-balances, enige
lastigheid met zich meebrengen.
De volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat sportverenigingen met het openstellen van de DUMAVA
bij twee verschillende regelingen aanspraak kunnen doen op subsidies
voor bouw, onderhoud en verduurzaming;
constaterende dat veel sportverenigingen kampen met toenemende regeldruk
en het voor sportverenigingen moeilijk is om twee subsidies te
combineren;
overwegende dat sportverenigingen ontlast worden als er één toegankelijk
loket voor bouw, onderhoud en verduurzaming bestaat;
verzoekt de regering in samenspraak met sportverenigingen één
toegankelijk loket voor sportverenigingen voor bouw, onderhoud en
verduurzaming te hanteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis en Inge van Dijk.
Zij krijgt nr. 63 (36800-XVI).
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Wat mij betreft is het verzoek van de motie om het niet alleen in
samenspraak met de sportverenigingen te doen, maar met iedereen die
hierbij betrokken is. Er is namelijk heel veel steun hier op de tribune,
bij bonden en bij NOC*NSF om toe te werken naar één toegankelijk
loket.
Dan wil ik ook iedereen bedanken voor de belangstelling. Er is weer heel
veel belangstelling voor dit debat. Ik kijk uit naar een volgend debat.
Dat is waarschijnlijk een commissiedebat voor de zomer, hoop ik.
Ik heb nog een slotvraag. Er worden 28 aanbevelingen niet opgevolgd.
Krijgt dat nu nog een vervolg of niet? We hebben het dan over de
opvolgingscommissie van Achter de Coulissen. Het is mij onduidelijk hoe
nu verder. Wij zullen daarop terugkomen bij de Wet integere sport.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, meneer Mohandis. Dan gaan we door naar mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank voor de beantwoording van de staatssecretaris en uiteraard ook dank
aan haar staf, die hier vaak in de onzichtbaarheid van dit gebouw ook
hard aan meewerkt. Dus bij dezen, dank.
Voorzitter. Misschien is het mensen opgevallen dat de één hier in de
Kamer "Thi-alf" en de ander, zoals ikzelf, "Tsjalf" zegt. Dat wilde ik
nog wel even opmerken. De oorspronkelijke naam wordt uitgesproken als
"Tsjalf". Het is de Friese naam, die is afgeleid van de allereerste
ijsvereniging die daar werd opgericht. Thialf was ook een van de eerste
ijsclubs van Nederland en werd in 1855 opgericht. Ik hoop eigenlijk ook
dat ik de heer Arjen Dijkstra hier een plezier mee heb gedaan. Ik weet
niet of hij kijkt, maar hij is de directeur van Tresoar. Ik weet niet of
ik dat dan weer goed uitspreek, maar ik doe mijn best. Tresoar is het
archief, de bibliotheek en het literatuurmuseum van Fryslân. Ik weet dat
hij altijd "Tsjalf, Tsjalf!" naar de televisie roept als
sportcommentaren weer "Thi-alf" zeggen. Ik weet ook dat hij een appel
doet op iedereen om het juist uit te spreken. Ik hou daarvan. Ik hou van
mensen die hun eigen taal — Fries is een eigen taal — promoten. Dus ik
hoop dat ik een heel kleine bijdrage heb gedaan aan het hooghouden van
de Friese taal. Dat gezegd hebbende, is het jammer dat het amendement zo
beoordeeld wordt. Ik hoop dat de partijen in de Kamer het belang zien
van de toekomstbestendigheid van Thialf. Dat zullen we zien bij de
stemmingen.
Wat ik zei over het scorebord, en over dat we kinderen als sneeuwvlokjes
aan het opvoeden zijn door ze alleen maar te zeggen dat het leven leuk
is en nooit een keer vervelend mag zijn, bedoelde ik niet als vraag aan
de staatssecretaris, maar meer als een oproep aan de sportbonden. Ik
denk echt: welk probleem zijn we hiermee nou precies aan het oplossen,
en creëren we geen nieuw probleem? Dat heb ik in mijn inbreng gezegd.
Daarmee wil ik afsluiten. Ik heb verder geen moties.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik heb in ieder geval iets geleerd over de Friese taal. Ik denk dat dat
geldt voor meerdere mensen in deze ruimte. Dank daarvoor. Dan gaan we
door naar mevrouw Van Meetelen.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Dank u, voorzitter. Ik wil een beetje voortborduren op wat mevrouw Van
der Plas zei, want een gedeelte uit mijn inbreng was ook een beetje een
oproep aan de sportbonden. Toch kijk ik ook de staatssecretaris aan,
want zij gaat straks een andere functie vervullen, op OCW. Ik denk dat
het heel goed is om toch een soort cultuuromslag te realiseren en een
beetje weg te gaan van die zesjesmentaliteit. Er is namelijk niks mis
met verliezen. Daardoor weet je en leer je wat winnen is. Daar word je
een sterker en weerbaarder persoon van, zodat je je goed kunt neerzetten
in deze wereld.
In de eerste termijn heb ik betoogd dat sport begint bij de basis, bij
veilig en toegankelijk buitenspelen, en dat het eindigt bij topsporters,
als het je gegeven is, die ons land vertegenwoordigen en inspireren. Ik
heb daarover twee moties. De eerste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat openbare speelplekken een belangrijke rol spelen in
het veilig buitenspelen van kinderen, en bijdragen aan gezondheid,
ontwikkeling en sociale cohesie;
constaterende dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het beheer en
onderhoud van openbare speelplekken, maar dat kwaliteit, veiligheid en
toezicht in de praktijk sterk verschillen per gemeente;
overwegende dat ouders erop moeten kunnen vertrouwen dat openbare
speelplekken veilig zijn ingericht, goed worden onderhouden en tijdig
worden gecontroleerd op gebreken en veiligheidsrisico's;
verzoekt de regering in kaart te brengen hoe gemeenten momenteel
invulling geven aan inspectie, onderhoud en veiligheidsnormen van
openbare speelplekken;
verzoekt de regering te bezien waar sprake is van tekortkomingen of
grote verschillen in veiligheidsniveau;
verzoekt de regering te onderzoeken of aanvullende landelijke
richtlijnen of ondersteuning nodig zijn om de veiligheid van openbare
speelplekken beter en consistenter te borgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meetelen.
Zij krijgt nr. 64 (36800-XVI).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlandse topsporters jarenlang op het hoogste
niveau presteren en Nederland nationaal en internationaal
vertegenwoordigen;
constaterende dat een aanzienlijk deel van deze topsporters tijdens hun
actieve carrière onvoldoende inkomen hebben om zelfstandig in het
levensonderhoud te voorzien;
overwegende dat structurele ondersteuning van topsporters bijdraagt aan
betere prestaties, talentbehoud en nationale trots;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze Nederlandse
topsporters structureel beter kunnen worden ondersteund zodat zij
tijdens hun topsportcarrière zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen
voorzien, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meetelen.
Zij krijgt nr. 65 (36800-XVI).
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Ik dank u.
De voorzitter:
Als laatste het woord aan mevrouw Van Dijk.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank je wel, voorzitter. Dank voor de beantwoording. Het is toch altijd
wel een beetje ingewikkeld met een scheidend bewindspersoon, omdat je
enerzijds nog heel veel opdrachten wil meegeven, maar je je anderzijds
toch een beetje inhoudt, zoals ik vandaag merk. Ik had het punt sport en
bewegen als medicijn opgebracht. Daar had ik misschien nog iets meer van
verwacht in het debat met deze bewindspersoon. Aan de andere kant heb ik
aangegeven dat we zelf met initiatieven willen komen, naar ik hoop met
heel veel collega's in de Kamer. Dan is het zo ook prima. Wordt
vervolgd. Nu is het vooral aan mij en mijn collega's om ervoor te zorgen
dat we dit onderwerp echt groot gaan maken.
Dan de kasschuif van de BOSA, het amendement van GroenLinks-PvdA. Ik
snap het amendement. Anderzijds gaan er meteen allerlei vragen door mijn
hoofd. Misschien kan de staatssecretaris iets van inzicht geven in
hoeveel aanvragen er nu nog op de plank liggen, hoe groot dat bedrag is
en hoe je moet omgaan met de vraag wie wel en wie niet. Ik heb ook
begrepen dat de website er halverwege uit is gegooid, waardoor mensen
überhaupt geen aanvraag hebben kunnen doen. Ik worstel dus een beetje
met de vraag op welke manier we verenigingen gaan helpen. Je kunt dan
grofweg een kasschuif doen, maar we kunnen ook zeggen: we gaan even goed
in beeld brengen wat er nu speelt. Hopelijk kan de nieuwe bewindspersoon
bij de uitwerking van het regeerakkoord met een passender antwoord
komen. Dat zeg ik niet omdat ik niet wil meedoen aan het amendement,
maar omdat ik een beetje in dubio zit. Hoe eerlijk is dat, als we aan de
andere kant weer een hoop verenigingen slecht nieuws moeten verkopen? Ik
kan nu niet beoordelen wie er dan voorgaat. Maar goed, wordt vervolgd.
Volgens mij delen we dat het belangrijk is dat we de BOSA snel
openzetten.
Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regeldruk bij onze verenigingen en vrijwilligers de
afgelopen jaren enorm toegenomen is;
constaterende dat het kabinet de eerste stappen zet om werk te maken van
het verminderen van regeldruk bij onze verenigingen en
vrijwilligers;
constaterende dat regeldruk aanpakken in de praktijk om een lange adem
vraagt;
constaterende dat regels opgelegd vanuit sportbonden en de AVG ontbreken
in het lijstje van aan te pakken regels;
verzoekt de regering om een meerjarenplan, met daarin uiteengezet hoe de
ambitie regeldrukvermindering ook daadwerkelijk plaats kan gaan
vinden;
verzoekt de regering om de Kamer jaarlijks een overzicht te doen
toekomen over hoe men het afgelopen jaar aan de slag is gegaan met
regeldrukvermindering voor verenigingen en vrijwilligers, waar de
knelpunten zitten, hoe deze opgelost gaan worden en de concrete
resultaten tot op dat moment;
verzoekt de regering regels opgelegd vanuit sportbonden en de AVG aan
het lijstje "aan te pakken regels" toe te voegen.
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Inge van Dijk.
Zij krijgt nr. 66 (36800-XVI).
Dank. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de
zijde van de Kamer. Ik stel voor om tien minuten te schorsen, zodat de
staatssecretaris de beantwoording en de appreciaties kan
voorbereiden.
De vergadering wordt van 14.05 uur tot 14.16 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik stel voor om de vergadering te heropenen. Het is tijd voor de tweede
termijn van de staatssecretaris, met de beantwoording van de openstaande
vragen en de appreciatie van de moties.
Staatssecretaris Tielen:
Dank u wel, voorzitter. Volgens mij had ik drie vragen en vijf
moties.
De eerste vraag is van de VVD. Dat is eigenlijk het verzoek om een
toezegging over de opgebouwde reserves, de belemmeringen enzovoorts.
Overigens worden die reserves opgebouwd maar ook weer uitgegeven. Het is
dus geen stijgende lijn maar meer een soort golfbeweging, en dat geldt
niet alleen voor sport maar ook voor cultuur en ander maatschappelijk
vastgoed, om het maar even in jargon te zeggen. Maar als het verzoek is
om met de sportgemeenten in gesprek te gaan, kan dat natuurlijk altijd.
Dat zeg ik dus graag toe. Volgens mij is dat altijd goed.
Dan vroeg meneer Mohandis nog naar die 28 van de 33 aanbevelingen uit
het eindrapport van de Opvolgingscommissie Dansen. Hoe zit het nou? We
hebben het volgende gedaan, en "we" zijn dan het ministerie van VWS en
het ministerie van OCW. We hebben in onze rapportage aan de
Opvolgingscommissie Dansen toegelicht hoe we wel en niet invulling
hebben gegeven aan de maatregelen. Daarover is over de volle breedte
gerapporteerd, maar het lijkt me goed om dat in de beleidsreactie op het
laatste rapport gewoon nog een keer op te nemen, om het te
verhelderen.
Mevrouw Van Dijk refereerde aan haar stelling over sport als medicijn.
Ik was daar inderdaad bewust niet op ingegaan, omdat ze aankondigde dat
ze daar zelf een initiatiefvoorstel over zou gaan maken en ik daarbij
geenszins in de weg wil zitten, maar ik denk dat daar heel veel
inspiratie en creativiteit uit zou kunnen komen. Een medicijn wordt
natuurlijk vaak pas gebruikt als iemand al ziek is, maar ik denk serieus
dat heel veel mensen met vroege gezondheidsklachten heel veel baat
zouden kunnen hebben bij het structureel invoeren van sport en bewegen.
We weten dat overigens ook uit wetenschappelijk onderzoek. Ik kijk dus,
ook vanuit mijn nieuwe rol, uit naar dat initiatief van mevrouw Van
Dijk!
Dan de moties, voorzitter.
De motie op stuk nr. 62, van de heer Mohandis en mevrouw Van Dijk
…
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik dacht dat collega Van Dijk nog een vraag had gesteld over
de BOSA. Toch? En daar was ik zelf ook erg in geïnteresseerd.
Staatssecretaris Tielen:
Mevrouw Van Dijk vroeg naar de achtergronden en cijfers bij het
amendement, volgens mij. Klopt dat?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
De BOSA is opengezet en vervolgens gesloten, maar ik neem aan dat al die
aanvragen nog ergens zijn. We weten dus hoeveel er additioneel is
aangevraagd. Er was een storing. Ik weet niet of je kunt zien welke hits
er toen nog zijn geweest op de website. We weten echt wel wat op dit
moment de behoefte is. Ik vraag dit, omdat dus 80% van de financiering
al klaarligt.
Staatssecretaris Tielen:
En uw vraag is?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Om dat in beeld te brengen.
Staatssecretaris Tielen:
In de brief over het BOSA-loket hebben we al een en ander aangeven, maar
ik begrijp dat u iets meer details wil. Ik zei dat het, even hard
gezegd, juridisch en financieel niet klopt. Ik wil dus best iets meer
details daarover op papier zetten, inclusief de toelichting op de
achtergrond van het kasschuifvoorstel van meneer Mohandis, als dat u
helpt richting de stemmingen. Ik houd niet van lange brieven, dus daar
zullen we een korte brief aan wijden.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
In aanvulling op collega Van Dijk. Voor de eigen afweging en hoe wij die
motie eventueel nog aanscherpen, wijzigen of anderszins, is het volgende
ook relevant. Weten we wie die sportverenigingen zijn? Dat hoeft niet
bij naam, maar weten we de aantallen? Stel dat het amendement wordt
aangenomen en dat het loket, dat nu dicht is, in september weer even
opengaat — met de BOSA is dat tegenwoordig vaak een halve dag. Moet
iedereen dan opnieuw in de rij staan? Kunt u dat soort dingen meenemen
in de brief?
Staatssecretaris Tielen:
Daar zitten inderdaad heel veel juridische haken en ogen aan, dus we
zullen proberen dat compact mee te nemen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Maar daar zijn we van in dit huis. Het zou wat zijn als wij geen
juridische haken en ogen meer …
Staatssecretaris Tielen:
Zeker, precies. Dat schrijven we dus graag op, want dat gaat u als
medewetgevers helpen met de begrotingswetten.
De voorzitter:
Dan de moties.
Staatssecretaris Tielen:
Ik ga inderdaad naar de moties. De motie op stuk nr. 62 van Mohandis en
Van Dijk gaat over de ombudsfunctie. De motie verzoekt om in samenspraak
met NOC*NSF daarmee aan de slag te gaan en vrijwillige bestuursleden als
klankbord te gebruiken. Die motie wil ik graag oordeel Kamer
geven.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Heel goed, dank u wel. In het dictum staat "met NOC*NSF en RVVB in
gezamenlijkheid", hè? Check. Helder.
Staatssecretaris Tielen:
Ja.
De motie op stuk nr. 63, ook van meneer Mohandis en mevrouw Van Dijk,
gaat over één toegankelijk loket. Hier ga ik wat meer woorden aan
wijden. Met het tweede Sportakkoord hebben we best veel in gang gezet om
verenigingen te ondersteunen, ook met de totstandkoming van lokale
sport- en beweegloketten, zodat sportclubs zich met vragen kunnen melden
bij één coördinatiepunt. De afspraken uit het Sportakkoord worden tot
eind dit jaar voortgezet. Daarnaast wil ik afspraken maken met de
Vereniging Sport en Gemeenten en NOC*NSF over hoe de lokale
infrastructuur en clubondersteuning vanaf het jaar daarna, dus 2027,
kunnen worden geborgd. Ik wil graag met de betrokken partners in gesprek
gaan om te kijken of deze lokale loketten ook de functie van
toegankelijk loket voor sportverenigingen voor bouw, onderhoud en
verduurzaming kunnen bekleden. Volgens mij voldoe ik daarmee aan het
dictum van de motie van meneer Mohandis en mevrouw Van Dijk. Met deze
lezing, als we echt hetzelfde bedoelen, kan ik de motie oordeel Kamer
geven.
De motie op stuk nr. 64 van mevrouw Van Meetelen gaat over speeltuinen.
"Buitenspelen, buitenspelen, buitenspelen" is het motie voor iedereen,
ook na je 18de, zou ik zeggen. Ik snap heel goed wat mevrouw Van
Meetelen bedoelt, maar tegelijkertijd is het ook ingewikkeld. De
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ziet bijvoorbeeld toe op de
veiligheid en het onderhoud van schommels en glijbanen, om het maar
populair te zeggen. Gemeentes zien toe op de openbare ruimte: is die
schoon, heel en veilig? Met die verhouding wil ik deze motie best
oordeel Kamer geven, want ik denk dat het een opdracht van ons allemaal
is om te zorgen dat buitenspelen veilig en makkelijk kan.
De voorzitter:
Ik zag nog een vinger, maar van wie? Mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik begrijp deze motie op zich wel, maar ik ben wel een beetje bang voor
het dictum: verzoekt de regering te onderzoeken of er aanvullende
landelijke richtlijnen of ondersteuning nodig zijn. Dan begint mijn
bloed toch wel een beetje te koken, omdat ik dan denk: nog meer regels?
We krijgen toch niet nóg meer regels? Kan de staatssecretaris daar iets
over zeggen? Gaat dit leiden tot nog meer regels en nog meer
betutteling? Dat willen we volgens mij niet.
Staatssecretaris Tielen:
Nee, en gelukkig staat er ook niet "onderzoeken welke", maar
"onderzoeken of". Ik voel namelijk heel goed mee met mevrouw Van der
Plas. Ik heb het volgens mij al een paar keer eerder gezegd: ik ben niet
voor zomaar allemaal extra wetten en regels. Dat is natuurlijk niemand.
Het kan echter helemaal geen kwaad om die dingen gewoon weer eens op een
rijtje te zetten. Is het toezicht van de NVWA voldoende? Gebeurt er
genoeg om het schoon, heel en veilig te houden? Dat is bedoeld om ervoor
te zorgen — ik denk dat mevrouw Van Meetelen dat heel goed zei — dat
ouders hun kind met een gerust hart op een openbare speelplek kunnen
laten spelen.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Daar wil ik wel heel even op reageren. De staatssecretaris had dat
eigenlijk beter begrepen, want ik wil inderdaad absoluut niet nog meer
regeldruk veroorzaken; juist niet. Het is meer bedoeld om te kijken of
het allemaal nog wel goed gaat. Als het nodig is, wil ik de motie best
wijzigen en eventueel iets aanpassen in de tekst, zodat hier niet
gedacht wordt dat we extra regeldruk gaan veroorzaken. Juist niet, maar
ik wil wel dat we goed kijken naar hoe we één lijn in die veiligheid
kunnen krijgen.
Mevrouw Huizenga (D66):
Dan roep ik de collega ertoe op om de tekst dan toch zodanig te
wijzigen, want anders heb ik er echt wel moeite mee. Die oproep doe ik
dus nog.
Staatssecretaris Tielen:
Volgens mij hebben we allemaal best wel hetzelfde beeld. Overigens weten
we ook uit wetenschappelijk onderzoek dat kinderen het het lekkerst
vinden spelen op plekken die niet speciaal als speelplek ingericht zijn.
Ik denk zelf aan het tijgerbosje achter mijn eigen voormalige huis. Het
was één grote zooi, maar kinderen speelden daar heel veel. Maar
tegelijkertijd … Ik denk dat het allebei waar is, ja.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik kan dat als vader van een kind van 7 bevestigen.
Staatssecretaris Tielen:
Dan de motie op stuk nr. 65 van mevrouw Van Meetelen over de
ondersteuning van topsporters. Daarvoor verwijs ik naar wat ik daarover
eerder in het debat zei. De verkenning van NOC*NSF loopt nu, dus ik vind
deze motie ontijdig. Ik zou mevrouw Van Meetelen willen vragen om de
motie aan te houden.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Daar ga ik nog heel even over nadenken, ja? Op dit moment houd ik 'm nog
niet aan.
De voorzitter:
Helemaal goed. Dan is het oordeel over de motie "ontijdig".
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
De reactie van de staatssecretaris triggerde mij. NOC*NSF doet die
verkenning. Is bekend wanneer wij die krijgen, dus wanneer er weer een
beeld is van hoe topsport structureel beter kan worden ondersteund,
zowel financieel als … Ja?
Staatssecretaris Tielen:
Ja, volgens mij heb ik het gezegd, maar ik moet het weer even
opzoeken.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij heeft u het wel toegezegd.
Staatssecretaris Tielen:
In de tweede helft van dit kalenderjaar, volgens mij.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Helder.
Staatssecretaris Tielen:
Mijn opvolger komt daar dan op terug.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Check.
Staatssecretaris Tielen:
De motie op stuk nr. 65 is dus ontijdig.
De motie op stuk nr. 66, van mevrouw Van Dijk, gaat over de regeldruk.
Daar hadden we het net ook alweer een beetje over. Die motie wil ik wel
oordeel Kamer geven.
Voorzitter. Dan neem ik nog graag een minuutje om een blik te werpen op
waar het allemaal om gaat bij sport als verbindend element in onze
samenleving. Vandaag, morgen en de komende week zijn de sporters hard
aan de gang om Oranje groot te maken, om het zo maar te zeggen. In maart
zullen de paralympische sporters dat ook doen. Ik wil dus ook graag
namens heel Nederland — dat mag ik dan als lid van het kabinet zeggen —
alle atleten, alle coaches, alle ondersteuningsteams en uiteraard alle
supporters heel veel succes wensen. Ik hoop dat ze van deze Olympische
Winterspelen en Paralympische Spelen een mooi Nederlands succes maken.
Wij kijken uit naar de races van vanmiddag om 17.30 uur, maar zo zijn er
elke dag mooie momenten.
Ik denk dat dit mijn laatste sportdebat is als staatssecretaris. Dank
aan iedereen die daar de afgelopen acht maanden bij betrokken is
geweest, uiteraard de ambtenaren op het ministerie, de bonden, de
bestuurders van verenigingen, al die vrijwilligers en al die vrijwillige
sporters. Ik vind het echt een prachtig domein, waarin tranen van geluk
en tranen van falen elkaar af kunnen wisselen, maar waar we in ieder
geval allemaal heel veel energie in steken en nog veel meer energie uit
krijgen. Ik hoop dat iedereen dat met veel plezier blijft doen, want ik
denk dat dat voor ons allemaal heel goed is. Dus dank u wel
daarvoor.
De voorzitter:
Volgens mij spreek ik voor alle woordvoerders als ik zeg: hartelijk dank
voor al uw inzet voor de sport. Dat is heel belangrijk. Mooi.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn. De
staatssecretaris heeft wat toezeggingen gedaan. Die ga ik nog even
opnoemen.
Nummer één. De staatssecretaris zegt toe een brief aan de Kamer te sturen over de uitkomst van de gesprekken met het SamenSpeelFonds en het SamenSpeelNetwerk die gaan over de uitvoering van de moties met betrekking tot speeltuinen in gemeenten.
Nummer twee. De Kamer ontvangt voor de zomer een voortgangsbrief over de aanpak van regeldruk bij vrijwilligers en organisaties.
Nummer drie. De Kamer ontvangt een voortgangsbrief over de ontwikkelingen met betrekking tot de oprichting van een revolverend fonds van sportverenigingen.
Nummer vier. De Kamer ontvangt voor de zomer een brief over de contouren van een sportwet, inclusief procesbeschrijving.
Nummer vijf. De staatssecretaris gaat met de gemeenten in gesprek over de reserves met betrekking tot sporthuisvesting.
Nummer zes. De Kamer ontvangt een brief met de nadere info over de ontvangen BOSA-aanvragen, dus aantallen en dergelijke.
Heeft u nog een toevoeging?
Staatssecretaris Tielen:
Ja, een duiding van de appreciatie van het amendement van meneer
Mohandis.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen … O, toch nog niet. Mevrouw Van
der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Sorry. Ik heb nog even één vraagje. Bij toezeggingen horen ook brieven
en wordt ook aan de bewindspersoon gevraagd wanneer die brief te
verwachten is. Dat zou ik nog wel graag even horen.
De voorzitter:
Kijk. Dat gaat dan specifiek om de laatste twee. Daarvan is de eerste
"de staatssecretaris gaat met de gemeenten in gesprek over de reserves
met betrekking tot sporthuisvesting".
Staatssecretaris Tielen:
Ik denk dat dat voor de zomer wel moet lukken.
De laatste toezegging is dat ik de brief stuur voor de stemmingen over
de begroting, omdat die van invloed is op de keuze die u als fractie zal
maken bij het amendement.
De voorzitter:
En nummer drie en vier?
Staatssecretaris Tielen:
Nummer vier is voor de zomer.
De voorzitter:
Nummer drie is "de Kamer ontvangt een voortgangsbrief over de
ontwikkelingen met betrekking tot de oprichting van een revolverend
fonds van sportverenigingen".
Staatssecretaris Tielen:
Dat wordt het najaar, dus voor de nieuwe begroting.
De voorzitter:
Ja, precies. Dan hebben we volgens mij alle toezeggingen met een termijn
erbij gehad.
Dan zijn we, denk ik, echt aan het einde gekomen van de behandeling van
het begrotingsonderdeel Sport. Ik wijs u erop dat dinsdag na het
voorjaarsreces de stemmingen over de moties zijn. Over de amendementen
wordt gestemd na de begrotingsbehandelingen. Dan dank ik alle
Kamerleden, de staatssecretaris en alle overige aanwezigen hier in de
zaal maar ook thuis. Dan rest mij alleen nog maar te zeggen: heel veel
succes met het aanmoedigen van onze vrouwen Femke, Jutta en Suzanne om
straks naar dat podium te klimmen. Bij dezen is de vergadering
gesloten.
Sluiting 14.32 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|