[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Geen verdere doorontwikkeling Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS) en borging meldplichten

Problematiek rondom asbest

Brief regering

Nummer: 2026D06374, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-10 20:43, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 25834 -200 Problematiek rondom asbest.

Onderdeel van zaak 2026Z02835:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd, mede namens de staatssecretaris Participatie en Integratie, en de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, over het besluit om het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS) te beëindigen en de wettelijke meld- en informatieplichten (vanaf nu meldplichten) voor asbest onder te brengen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hiermee wordt aangesloten bij de bestaande afhandeling van sloop- en asbestmeldingen via het DSO.

LAVS

Het LAVS is bedoeld om inzicht te krijgen in de asbestsaneringsketen en om een bijdrage te leveren aan de verbetering van de naleving van de asbestregelgeving door de gebruikmaking van het LAVS verplicht te stellen. Daarbij is het met het LAVS eenvoudiger voor bedrijven te voldoen aan vigerende informatieverplichtingen met betrekking tot werkzaamheden rondom asbestsaneringen en stelt het toezichthouders in staat hun toezicht risicogerichter in te richten. Hierdoor wordt alle informatie over handelingen met asbest systematisch op één plaats opgeslagen en die informatie kan digitaal overal worden geraadpleegd.

LAVS evaluatie

Op 19 maart 20241 is aan de Kamer het evaluatierapport2 van het LAVS gestuurd en is daar een beleidsreactie op gegeven. De onderzoekers constateren dat het LAVS doeltreffend is en een bijdrage levert aan het toezicht op en naleving van de asbestregelgeving. Er is echter ook aangegeven dat ketenpartijen met het LAVS in zijn huidige vorm verschillende knelpunten ervaren. Het systeem wordt als complex en weinig gebruiksvriendelijk ervaren, het sluit onvoldoende aan bij de werkprocessen in de asbestketen en maakt het moeilijk om gegevens achteraf te corrigeren. De doelmatigheid van het LAVS is daarom beoordeeld als matig. Een aantoonbaar effect op de naleving van de asbestregelgeving is niet vastgesteld. De onderzoekers van de beleidsevaluatie bevelen daarom een volledig herontwerp van het LAVS aan.

Implementatie Richtlijn

Op het moment van versturen van de evaluatie van het LAVS was nog niet duidelijk op welke wijze de Europese asbestrichtlijn3 (verder: Richtlijn) geïmplementeerd zou worden en welke rol het LAVS hierin kon spelen. Inmiddels zijn hier stappen op gezet.

De Richtlijn leidt tot ingrijpende wijzigingen in de bestaande asbestregelgeving met name wat betreft de arbeidsomstandigheden. Onder andere door de introductie van een vergunningplicht4 waarin differentiatie wordt aangebracht op basis van het type werkzaamheden en het daaraan verbonden risiconiveau, wat bepaalt welke vergunning- en beschermingsvereisten gelden. Het stelsel wordt daarmee meer risicogebaseerd ingericht. Tevens worden overeenkomstig de Richtlijn de meldplichten bij asbestverwijderingsprojecten uitgebreid met te leveren informatie.

Beslissing tot beëindiging van het LAVS

Uit de Richtlijn volgt dat er aanzienlijke veranderingen voor de vormgeving van het LAVS nodig zijn, waardoor technische aanpassing van het systeem onvermijdelijk zou zijn. Het huidige LAVS heeft echter een beperkte levensduur tot uiterlijk 2030. Zoals eerder aangeven bevelen de onderzoekers van de beleidsevaluatie een volledig herontwerp van het LAVS aan. Aangezien de meerwaarde van het LAVS niet is aangetoond, acht ik deze investering niet doelmatig. Daar bovenop komt dat de aanpassing van het systeem tijd zou kosten, wat de implementatie van de Richtlijn zou vertragen. Over de planning hiervan heeft de staatssecretaris Participatie en Integratie de Kamer eerder geïnformeerd.5

Daarbij komt dat de wettelijk vastgelegde verplichtingen, mede gebaseerd op de vereisten vanuit de Richtlijn, mogelijkheden bieden om de administratieve lasten te beperken ten opzichte van de inspanningen die het LAVS nu vergt en dat uit de evaluatie een volledige herziening van het LAVS wordt geadviseerd. Het huidige systeem ingrijpend aanpassen naar de eisen vanuit de Richtlijn zou daarmee een onevenredige (financiële) inspanning vergen.

Uit het thematisch en signalerend onderzoek6 van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt bovendien dat uitwisseling van gegevens tussen de partners in het VTH-stelsel voor risicogericht (keten)toezicht onvoldoende is en verbeterd kan worden. Het rapport adviseert het uitwisselen van gegevens via generieke voorzieningen zoals Inspectieview en de VTH-functionaliteiten van het DSO te laten verlopen. Hiermee kan de informatie-uitwisseling worden versterkt, kan toezicht effectiever plaatsvinden en ontstaat een toekomstbestendige, geïntegreerde aanpak zonder dat een apart systeem nodig blijft. Dat alles leidt tot de conclusie dat het verstandigst is om het LAVS te beëindigen en een alternatief op te zetten waarin de wettelijke meldplichten aan te geven.

Keuze voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (Omgevingsloket)

Voor het alternatief systeem voor het melden van wettelijke plichten die volgen uit milieu- en arbeidsomstandighedenregelgeving heeft het de voorkeur om aansluiting te zoeken bij generieke systemen. Meldplichten op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving, waaronder sloopmeldingen waarbij asbest aan de orde is, lopen al via het Omgevingsloket. Door ook de meldplichten die volgen uit de Richtlijn2 via het DSO te laten verlopen, ontstaat één landelijk meldloket en één centrale gegevensstroom. Deze keuze sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet: één digitaal loket, uniforme processen en hergebruik van gegevens. Hiermee worden administratieve lasten voor bedrijven verminderd.

Door de meldplichten via het DSO te implementeren, wordt bovendien een zo snel mogelijke implementatie van de richtlijn gerealiseerd en wordt een toekomstbestendige uitvoering gewaarborgd. De asbestmeldingen laten verlopen via het DSO sluit bovendien aan bij de eerder aan de Kamer geschetste stelselbrede inzet op uniforme informatievoorziening en gegevensdeling binnen het VTH-stelsel.

Verdere proces

De beëindiging van het LAVS vereist aanpassing van wet- en regelgeving. De komende periode wordt gewerkt aan de benodigde juridische stappen. Daarnaast heeft de overgang naar een ander systeem gevolgen voor de uitvoering van de betrokken stakeholders, zoals toezichthouders, uitvoeringsorganisaties en sectorpartijen. Zij worden betrokken bij de verdere uitwerking. De Kamer zal worden geïnformeerd over de voortgang van dit proces.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT - OPENBAAR VERVOER EN MILIEU,

dhr. A.A. (Thierry) Aartsen


  1. Kamerstuk 28089-274 Voortgang beleid chemische stoffen↩︎

  2. Rapport beleidsevaluatie Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS), Sira Consulting, 8 december 2023.↩︎

  3. Richtlijn (EU) 2023/2668 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 tot wijziging van Richtlijn 2009/148/EG betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk.↩︎

  4. Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met een nieuwe vergunningplicht bij bepaalde asbestwerkzaamheden ten behoeve van de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2668 | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎

  5. Brief van 28 mei 2025, Kamerstuk 25883, nr. 527↩︎

  6. ILT rapport: “Asbestverwijdering en het VTH-stelsel” (26 oktober 2023).↩︎