Toezegging gedaan tijdens het commissiedebat WIA-problematiek van 21 januari 2026, over het dossier sociaal-medisch beoordelen
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Brief regering
Nummer: 2026D06443, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 16:42, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 26448 -865 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI).
Onderdeel van zaak 2026Z02870:
- Indiener: M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-02-12 14:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-10 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Nr. 865 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 februari 2026
In deze Kamerbrief ga ik in op een twee onderwerpen gerelateerd aan sociaal-medisch beoordelen, naar aanleiding van toezeggingen uit het commissiedebat WIA-problematiek van 21 januari 2026. Allereerst ga ik in op de situatie waarbij UWV een WIA-claimbeoordeling een aantal maanden na het bereiken van de eindewachttijd (EWT) uitvoert. Ten tweede ga ik in op een interview in het Algemeen Dagblad (AD) van 21 januari 20261 met de afzwaaiend voorzitter van de Nieuwe Orde van Verzekeringsartsen Arbeid & Gezondheid (NOVAG). De NOVAG is de vakbond van verzekeringsartsen binnen UWV en heeft voornamelijk contact met UWV. Vanuit mijn ministerie wordt regelmatig gesproken met stakeholders, waaronder de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG) en de Nederlandse Vereniging van Arbeidsgeneeskundigen (NVvA).
WIA-claimbeoordeling na bereiken eindewachttijd (EWT)
Het lid Neijenhuis (D66) vroeg tijdens het debat hoe UWV omgaat met de beoordeling van mensen die lang wachten op een WIA-claimbeoordeling en waarvan de situatie in de periode tussen de EWT en het moment van de beoordeling aanzienlijk veranderd is.
UWV heeft laten weten dat zij voor mensen die lang wachten op een WIA-claimbeoordeling de volgende werkwijze hanteert. Bij de WIA-claimbeoordeling wordt met terugwerkende kracht de arbeidsongeschiktheid van de cliënt op de datum van de EWT (104 weken ziekte) vastgesteld. Daarnaast bekijkt UWV wat de situatie is op het moment van de beoordeling (bijv. één jaar na de einde wachttijd). Als de situatie aanzienlijk anders is dat het moment van de eindewachttijd bepalen zij óók de mate van arbeidsongeschiktheid op het tijdstip van de beoordeling. De cliënt krijgt in dat geval direct meerdere brieven; over het recht en de hoogte van de uitkering per EWT (met terugwerkende kracht) én over het recht en de hoogte per toekomende datum. Ter illustratie: UWV stelt vast dat cliënt per EWT (1 mei 2025) recht heeft op een WGA-uitkering horend bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55–65%. De situatie is gedurende de wachttijd (voorschotperiode) aanzienlijk verslechterd.
UWV stelt daarom ook vast dat per datum van de beoordeling (1 februari 2026) recht is op een WGA-uitkering horend bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. De werkwijze is de afgelopen jaren niet uniform uitgevoerd en daarom is UWV nu bezig om sterker te sturen op uniforme toepassing.
Hoewel deze werkwijze een oplossing biedt voor de situatie die het lid Neijenhuis (D66) heeft aangehaald, is de oplossing niet ideaal. UWV geeft aan dat uitkeringsgerechtigden deze manier van werken als belastend en verwarrend ervaren. Het begrijpen van de uitkomst van een WIA-claimbeoordeling is op zichzelf al ingewikkeld. Als er meerdere uitkomsten tegelijkertijd gepresenteerd worden, wordt het begrijpen daarvan nog ingewikkelder. De werkwijze is daarnaast ook voor UWV belastend, omdat een beoordeling met terugwerkende kracht ingewikkeld is.
Zoals tijdens het commissiedebat aangegeven blijft het daarom van belang om de mismatch bij de kern op te lossen, zodat het stelsel weer uitlegbaar en uitvoerbaar wordt en bovenstaande werkwijze niet toegepast hoeft te worden.
AD-artikel van 21 januari 2026
Het lid Patijn (GL – PvdA) vroeg tijdens het debat om een reflectie op het op dezelfde datum verschenen artikel van het AD. In dit artikel gaat de afzwaaiend voorzitter van de NOVAG in op de huidige situatie bij UWV met betrekking tot sociaal-medisch beoordelen. De in het artikel geschetste situatie met betrekking tot de mismatchproblematiek wordt herkend en over de voortgang bij dit dossier wordt uw Kamer periodiek geïnformeerd, voor het laatst op 19 december 20252.
Daarnaast weten we sinds medio 2024 dat de kwaliteit van de vaststelling van uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid niet volledig op orde is. Om de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren voert UWV zowel periodieke kwaliteitsonderzoeken als risicogerichte onderzoeken uit. Eén van de risicogerichte onderzoeken die UWV onlangs heeft uitgevoerd, gaat over hulp door medewerkers van het UWV-kantoor in Heerlen aan andere kantoren. Dit onderzoek is UWV gestart naar aanleiding van een intern signaal. Over het onderzoek heb ik uw Kamer tevens geïnformeerd in de voortgangsbrief van 19 december 2025.
In het onderzoek is gekeken naar hulp van verzekeringsartsen van het UWV-kantoor in Heerlen bij andere kantoren in 2023 en de eerste helft van 2024. Deze hulp is verleend bij WIA-claimbeoordelingen van ex-werknemers die langer dan 6 maanden wachtten op een beoordeling. Deze werkwijze is halverwege 2024 gestopt. Het foutpercentage van 70% dat in het AD-artikel genoemd wordt, herkent UWV niet. Wel blijkt uit de steekproef dat er fouten zijn gemaakt en dat de navolgbaarheid van de beoordeling lager was dan gewenst en lager dan elders in het land in die specifieke periode3. Naar aanleiding van de resultaten heeft UWV actie ondernomen en hebben de betreffende medewerkers gerichte coaching en opleiding gevolgd. Omdat de resultaten te herleiden zijn tot individuele medewerkers maak ik deze niet openbaar.
Vanaf eind 2024 zijn de periodieke kwaliteitsonderzoeken opnieuw ingevoerd. Daaruit blijkt dat de kwaliteit van de dienstverlening in het UWV-kantoor in Heerlen vergelijkbaar is met het landelijk beeld. UWV werkt aan maatregelen om landelijk de kwaliteit van beoordelingen te vergroten. Zo zijn er een aantal waarborgen ingevoerd zoals het vierogenprincipe bij de maatmanloonbeoordeling en is er een extra opleiding voor de verzekeringsarts op het gebied van duurbelasting. Daarnaast zijn verbeteringen bij de dagloonberekening doorgevoerd, om foutgevoeligheid te verkleinen.
Wanneer mensen zich zorgen maken over de juistheid van hun uitkering, kunnen zij terecht bij een landelijk team met cliëntondersteuners. Hiervoor kunnen zij contact opnemen met het Klantcontactcentrum van UWV.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M.L.J. Paul
Algemeen Dagblad, 21 januari, ‘UWV-schip zinkt steeds sneller’↩︎
Kamerstukken 2025/26, 26.448, nr. 862.↩︎
Er waren in deze periode geen periodieke kwaliteitsmetingen zoals UWV die op dit moment uitvoert, maar er zijn wel twee landelijke evaluaties over sociaal-medische centra voor 2023 en 2024. Deze evaluaties zijn eerder met de Kamer gedeeld. In vergelijking daarmee bleek de kwaliteit van de beoordelingen die in het kader van de hulp door Heerlen zijn uitgevoerd lager.↩︎