Verslag van een schriftelijk overleg over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025 (Kamerstuk 35034-33)
Maatschappelijke diensttijd
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D06536, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 10:14, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: A.E.W. Easton, adjunct-griffier
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij het verslag van een schriftelijk overleg over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025 (Kamerstuk 35034-33)
Onderdeel van kamerstukdossier 35034 -34 Maatschappelijke diensttijd.
Onderdeel van zaak 2026Z02911:
- Indiener: K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-02-12 14:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-05 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
36 034 Maatschappelijke diensttijd
Verslag van een schriftelijk overleg
Vastgesteld d.d. …
Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de staatssecretaris d.d. 4 december 2025 inzake de Stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025 (Kamerstuk 35034, nr. 33). Bij brief van ... heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie
Bromet
Adjunct-griffier van de commissie
Easton
Inhoud
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractie
II Reactie van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de stand van zaken met betrekking tot de maatschappelijke diensttijd. Deze leden hebben momenteel geen vragen hierover.
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Kamerbrief over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025 en hebben daarover geen vragen.
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT) 2025. Deze leden hebben daarover nog enkele vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen vooropstellen dat zij het belangrijk vinden dat jongeren de mogelijkheid hebben om iets te doen voor de samenleving. Deze leden zien dat MDT voor sommige jongeren die mogelijkheid gedeeltelijk biedt. Deze leden zijn al vaker kritisch geweest over de verhouding tussen het geld dat naar MDT gaat ten opzichte van de subsidies die bestaande jongerenorganisaties krijgen. Terwijl bestaande jongerenorganisaties moeite hebben met financieel gezond blijven, werd er veel geld vrijgemaakt om een nieuwe MDT-structuur te bouwen. Deze leden vinden het nog steeds een gemiste kans dat er niet veel meer is gekeken naar het versterken en uitbreiden van de structuren die er al bestaan rondom het doen van vrijwilligerswerk voor jongeren.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er meerdere signalen waren van misbruik en oneigenlijk gebruik van de middelen voor MDT. Kan de staatssecretaris deze leden inzicht geven in de hoeveelheid signalen waar het om gaat en wat de ordegrootte is qua geld? Verder lezen deze leden in de brief dat er in de nieuwe regeling van organisaties een minimale solvabiliteit van 25 procent wordt verwacht en een werkkapitaal van minimaal tien procent ten opzichte van het aangevraagde subsidiebedrag. Nu blijkt dat voor een deel van de in voorgaande jaren gesubsidieerde MDT-organisaties de solvabiliteitseis niet haalbaar is. De staatssecretaris geeft aan dat dit deel groter is dan verwacht. Kan de staatssecretaris inzichtelijk maken hoeveel organisaties dit zijn, in absolute aantallen en percentage van de aanvragen? Klopt het beeld van deze leden dat de afwijzingen vooral kleinschalige organisaties zijn zonder winstoogmerk? Vindt de staatssecretaris dat het doel van MDT nog steeds overeind staat als kleinschalige vrijwilligersorganisaties geen aanvraag meer kunnen doen voor subsidie?
In een eerder debat op 14 november 2023 over MDT merkte het lid Westerveld op dat de subsidieaanvragen erg scheef verdeeld zijn over Nederland. Zo waren er in Drenthe, Zeeland en Limburg nul subsidieaanvragen en in Groningen en Flevoland slechts één. In Noord-Holland waren er negentien aanvragen en in Zuid-Holland zeventien. Zijn de aanvragen ondertussen beter verdeeld over Nederland? Kunnen nu ook Drentse, Zeeuwse en Limburgse jongeren profiteren van het geld dat wordt gestoken in MDT?
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025. Deze leden maken graag gebruik van de mogelijkheid over deze brief aanvullende en verduidelijkende vragen te stellen.
Ten eerste willen de leden van de CDA-fractie opmerken dat er vorig jaar bij de begrotingsbehandeling OCW ook problemen speelden bij de subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd. Kan de staatssecretaris uiteenzetten in hoeverre dit dezelfde problemen zijn als genoemd in de brief van 4 december 2025? Als er sprake is van dezelfde soort problematiek, welke acties zijn er vervolgens ondernomen om dit probleem op te lossen?
De staatssecretaris geeft twee argumenten om de financiële voorwaarden voor het verkrijgen van een MDT-subsidie aan te scherpen. Enerzijds om te zorgen voor meer zekerheid over de financiële gezondheid en stabiliteit van organisaties, anderzijds om misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidiegelden te voorkomen. Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel organisaties subsidie voor de MDT terug hebben moeten geven omdat misbruik of oneigenlijk gebruik is vastgesteld of waarbij onduidelijk is of de financiële middelen goed zijn besteed? Klopt het dat bijna 70 procent van de organisaties niet in aanmerking komt voor een subsidie? In hoeverre is het budget voor MDT 2025 ten bedrage van € 125 miljoen besteed? Hoe groot is het deel van de organisaties dat vervolgens in aanmerking komt voor een overbruggingssubsidieregeling? Hoeveel organisaties komen hier niet voor in aanmerking? Kan de staatssecretaris aangeven wat de gevolgen zijn van de aangescherpte voorwaarden en de (beperkte?) overbruggingsregeling voor het aantal MDT-plekken en de gevolgen voor jongeren die hierdoor mogelijk geen MDT-traject kunnen volgen?
Er is gebleken dat een aantal van deze organisaties, bijvoorbeeld vanwege hun ANBI-status of vanwege het feit dat zij van meerdere subsidieverstrekkers subsidies ontvangen voor het uitvoeren van verschillende projecten, beperkt zijn in het opbouwen en aanhouden van eigen vermogen. Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel organisaties dit zijn en waarom het er meer zijn dan verwacht? Betreft dit vooral organisaties uit een bepaalde sector of loopt dit door alle sectoren heen? Speelt dit in bepaalde regio’s meer dan in andere regio’s of niet?
De staatssecretaris stelt dat de lessen van de MDT-regeling 2025 in de ontwikkeling van de subsidieregeling MDT 2026 zoveel mogelijk worden meegenomen. Volgens de leden van de CDA-fractie vraagt dit wat meer uitleg. Welke lessen worden er precies meegenomen en welke niet? En waarom niet? Vindt de staatssecretaris dat het veld hier voldoende in is meegenomen? Immers, de eisen en criteria worden getoetst bij een aantal MDT-organisaties. Waarom “een aantal”, vragen de leden van de CDA-fractie zich af. Kan de staatssecretaris uiteenzetten in hoeverre MDT-organisaties betrokken worden bij het vaststellen, ontwerpen of bijstellen van de eisen en criteria van de subsidieregeling?
Vervolgens streeft de staatssecretaris naar nieuwe financiële eisen en toetsingscriteria die enerzijds meer zekerheid over de financiële gezondheid van organisaties geven en die anderzijds beter passen bij de diversiteit van het MDT-netwerk. Deze eisen en criteria moeten vervolgens voldoen aan de Rijksbrede financiële kaders. Hoe verhouden deze Rijksbrede financiële kaders zich tot het feit dat veel verenigingen en stichtingen een ANBI-status hebben of van meerdere subsidieverstrekkers gebruik moeten maken? De aanvullende financiële eisen (werkkapitaal en solvabiliteit) leiden in de praktijk toch tot verschillen in behandeling van aanvragen door bv’s en stichtingen of verenigingen? Kan de staatssecretaris hier uitgebreid op in gaan?
Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat de toekomstige subsidieregelingen eenvoudiger worden, gebaseerd op kwaliteit en gericht op een duurzame opbouw van de organisaties in het MDT-netwerk?
Kan de beantwoording van dit schriftelijk overleg voor de behandeling van de begroting OCW 2026 naar de Kamer worden gezonden?
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025. Deze leden hebben de volgende vragen aan de staatssecretaris.
De leden van de BBB-fractie constateren dat door de aangescherpte eisen voor solvabiliteit en werkkapitaal een aanzienlijk deel van de bestaande organisaties voor MDT niet langer in aanmerking komt voor subsidie. Dit leidt ertoe dat waardevolle maatschappelijke initiatieven, vaak met een ANBI-status of afhankelijk van meerdere subsidieverstrekkers, hun activiteiten moeten staken of overbruggen tot de volgende subsidieronde. Het kabinet erkent dat deze uitkomst onwenselijk is, maar biedt voor de huidige ronde geen oplossing. Hoe wordt geborgd dat de nieuwe eisen voor 2026 daadwerkelijk recht doen aan de spreiding van het netwerk van MDT zodat ook kleinere en maatschappelijk relevante organisaties kunnen blijven deelnemen? Is de staatssecretaris bereid om vooruitlopend op de nieuwe regeling te onderzoeken of er alsnog een tijdelijke oplossing kan worden geboden voor de groep organisaties die nu buiten de boot valt, zodat opgebouwde maatschappelijke waarde niet verloren gaat? Op welke wijze worden de lessen uit deze subsidieronde concreet meegenomen in de ontwikkeling van de regeling voor 2026 en hoe worden betrokken organisaties hierbij actief betrokken?
Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractie
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de stand van zaken van de gevolgen van de gewijzigde financiële voorwaarden van de subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025. Deze leden begrijpen vanuit het veld dat de gevolgen door de gewijzigde financiële voorwaarden groot zijn, voor de maatschappelijke organisaties en daarmee voor de vele jongeren die een MDT-traject doen. Deze leden hebben daarom een aantal vragen.
De leden van de ChristenUnie-fractie missen in de brief van de staatssecretaris informatie over de schaal van de gevolgen. Kan de staatssecretaris een indicatie geven van het aantal organisaties dat géén subsidie heeft kunnen aanvragen door de nieuwe financiële voorwaarden? Hoeveel van deze organisaties waren de afgelopen jaren wél onderdeel van het MDT-netwerk?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoeveel subsidieaanvragen voor de subsidieregeling MDT 2025 zijn ingediend. Hoeveel zijn er daarvan toegekend en hoeveel zijn er afgewezen? Hoeveel van de afgewezen organisaties waren in het verleden wel onderdeel van het MDT-netwerk en hebben subsidie ontvangen? Hoeveel van de organisaties zijn afgewezen op basis van werkkapitaal en/of solvabiliteit? Hoeveel van de organisaties die op grond van deze eisen zijn afgewezen, hebben eerder wél MDT-subsidie ontvangen? Hoeveel jongeren hebben daardoor geen MDT-traject kunnen volgen?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het afwijzen van de aanvragen gepaard is gegaan met toelichting of onderbouwing en/of met de toepassing van wederhoor. Als dat niet is gebeurd, waarom?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen voor hoeveel miljoen euro er subsidie in totaal is aangevraagd. De leden vragen of het budget voor MDT voor 2025 volledig wordt besteed. Zo nee, hoeveel budget is er over?
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de beslisnota dat er meerdere signalen waren van misbruik en oneigenlijk gebruik bij MDT. Kan de staatssecretaris dit verder toelichten? Om hoeveel signalen ging dit? Welk percentage van het MDT-netwerk raakt dit?
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat er met MDT-organisaties ambtelijke gesprekken zijn gevoerd en dat er mogelijkheden zijn verkend om voor deze groep aanvullende maatregelen ter overbrugging te treffen, maar dat deze niet haalbaar en uitvoerbaar bleken. Kan de staatssecretaris toelichten aan welke mogelijkheden werd gedacht en waarom deze niet haalbaar en uitvoerbaar bleken?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de staatssecretaris aan welke aanpassingen wordt gedacht voor de subsidieregeling van 2026. Op welke wijze wordt geborgd dat ook ANBI-stichtingen en -verenigingen, die te maken hebben met regels voor het aanhouden van eigen vermogen, straks aan de voorwaarden kunnen voldoen? Welke concrete lessen trekt de staatssecretaris uit de ervaringen met deze subsidieregeling voor de volgende? Op welke wijze worden ook MDT-organisaties betrokken bij de vormgeving van de nieuwe regeling en hoe wordt voorkomen dat deze straks weer worden geconfronteerd met criteria waar zij niet aan kunnen voldoen?
De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat voorheen het MDT-prooflabel bestond, een soort kwaliteitskeurmerk bedoeld om het subsidieaanvraagproces te vereenvoudigen en dat liet zien dat organisaties bewezen kwaliteit leverden. Waarom bestaat dit label niet meer, zo vragen deze leden. Van hoeveel MDT-organisaties die in het verleden over dat label beschikten, is de subsidieaanvraag afgewezen? Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat volgende subsidieregelingen worden vereenvoudigd, gericht zijn op duurzame opbouw en samenwerking, waarbij geleverde kwaliteit een belangrijke rol speelt?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen wanneer de Kamer het meerjarenplan rondom MDT kan verwachten. Is daarin een visie opgenomen om een duurzame samenwerking met het MDT-netwerk (met bijbehorende financiering) te borgen zodat ook in de toekomst jongeren de waardevolle MDT-trajecten kunnen volgen?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de staatssecretaris om nog voor de aanstaande begrotingsbehandeling van OCW het verslag van het schriftelijk overleg naar de Kamer te sturen.
II Reactie van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Met interesse heb ik kennisgenomen van de vragen die door de verschillende fracties zijn gesteld naar aanleiding van de Kamerbrief Stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025. Bij de beantwoording wordt de volgorde van het verslag aangehouden met dien verstande dat de beantwoording op vragen van gelijke strekking samen is gevoegd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er meerdere signalen waren van misbruik en oneigenlijk gebruik van de middelen voor MDT. Kan de staatssecretaris deze leden inzicht geven in de hoeveelheid signalen waar het om gaat en wat de ordegrootte is qua geld?
De MDT-subsidieregeling 2025 moest, vanwege het eerdere voornemen tot afschaffen van MDT en het daarna bij amendement weer beschikbaar maken van middelen voor MDT, in een zeer korte periode tot stand komen. In deze periode constateerde de uitvoerder van de subsidieregeling, de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I), dat er meerdere signalen waren van mogelijk misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O-signalen) bij de eerdere regelingen. De signalen verschilden in aard en omvang. Deze constatering van de uitvoerder is serieus genomen en om die reden is besloten de financiële voorwaarden in de MDT-regeling 2025 te verscherpen.
Het ging op dat moment (april 2025) om 41 signalen. In totaal zijn 14 van de aanvragen, waarover signalen zijn geregistreerd, afgewezen. 27 signalen hadden betrekking op aanvragen waaraan subsidie is verleend. Bij vijf van deze toegekende projecten is definitief vastgesteld dat geen sprake was van misbruik of oneigenlijk gebruik. Bij 15 projecten is vooralsnog geen misbruik of oneigenlijk gebruik vastgesteld, maar vindt monitoring plaats binnen de reguliere uitvoering van de MDT-regeling. Tegen twee partijen is aangifte gedaan. Het OM is niet tot vervolging over gegaan, omdat bij twee van de betrokken aanvragen geen sprake was van verlening van subsidie en bij drie wel verleende subsidies de besteding van de middelen binnen de kaders van de betreffende regeling lijkt te passen. Er zijn momenteel nog zeven signalen in onderzoek. De totale omvang van de subsidie voor deze projecten bedraagt € 13,9 miljoen.
Nu blijkt dat voor een deel van de in voorgaande jaren gesubsidieerde MDT-organisaties de solvabiliteitseis niet haalbaar is. De staatssecretaris geeft aan dat dit deel groter is dan verwacht. Kan de staatssecretaris inzichtelijk maken hoeveel organisaties dit zijn, in absolute aantallen en percentage van de aanvragen?
In de 2025 ronde zijn 281 aanvragen ingediend. Van deze aanvragen zijn in totaal 85 aanvragen toegekend en 196 aanvragen zijn afgewezen. Van deze 196 afwijzingen waren 85 subsidieaanvragers eerder betrokken als penvoerder bij een MDT-project en waren er 49 afwijzingen op basis van de solvabiliteitseis (24,8% van het totale aantal afwijzingen en 17,4% van het totale aantal ingediende aanvragen).
Klopt het beeld van deze leden dat de afwijzingen vooral kleinschalige organisaties zijn zonder winstoogmerk? Vindt de staatssecretaris dat het doel van MDT nog steeds overeind staat als kleinschalige vrijwilligersorganisaties geen aanvraag meer kunnen doen voor subsidie?
Het beeld van deze leden dat vooral kleinschalige organisaties zijn afgewezen klopt niet. Ook grotere organisaties zonder winstoogmerk hebben een afwijzing gekregen. Daarnaast is het zo dat kleinschalige organisaties over het algemeen niet optreden als penvoerder, maar juist als partner van het samenwerkingsverband dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het betreffende MDT-project. Ook in de subsidieronde 2025 is dat het geval. De reden dat kleinschalige organisaties niet vaak als penvoerder optreden is dat dit teveel van hun capaciteit vraagt.
Zijn de aanvragen ondertussen beter verdeeld over Nederland? Kunnen nu ook Drentse, Zeeuwse en Limburgse jongeren profiteren van het geld dat wordt gestoken in MDT?
Sinds het debat van 14 november 2023 zijn de aanvragen beter verdeeld over Nederland. Uit het MDT onderzoeksrapport 2024 Bloeien in turbulente tijden (Kamerstuk 35034 nr. 32, bijlage 1194248, pagina 15), die mijn voorganger op 23 april 2025 naar uw Kamer heeft gestuurd, blijkt dat het aantal projecten in de genoemde provincies in de afgelopen jaren tot 2024 substantieel is toegenomen. De landelijke spreiding is dus verbeterd, en jongeren in deze regio’s kunnen nu meer profiteren van de MDT-subsidie. Helaas heeft dit zich niet doorgezet in de 2025-ronde en zijn er regio’s waar geen aanvragen zijn toegekend.
Ten eerste willen de leden van de CDA-fractie opmerken dat er vorig jaar bij de begrotingsbehandeling OCW ook problemen speelden bij de subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd. Kan de staatssecretaris uiteenzetten in hoeverre dit dezelfde problemen zijn als genoemd in de brief van 4 december 2025? Als er sprake is van dezelfde soort problematiek, welke acties zijn er vervolgens ondernomen om dit probleem op te lossen?
Ten tijde van de begrotingsbehandeling van het ministerie van OCW 2025 (26 november 2024) speelde deze problematiek nog niet. Het debat over MDT tijdens de begrotingsbehandeling ging over de afschaffing van MDT. De problemen samenhangende met de solvabiliteitseisen die in de brief van 4 december 2025 besproken worden, zijn wel eerder in uw Kamer aan de orde gekomen tijdens het debat over de wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van OCW 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota, 36725-VIII). Zoals vermeld in de brief heb ik de afgelopen periode, ook in afstemming met partijen uit het MDT-netwerk, gewerkt aan een subsidieregeling voor 2026, waarin we gezocht hebben naar beter bij MDT-organisaties passende financiële voorwaarden.
Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel organisaties subsidie voor de MDT terug hebben moeten geven omdat misbruik of oneigenlijk gebruik is vastgesteld of waarbij onduidelijk is of de financiële middelen goed zijn besteed?
Tot op heden hebben deze signalen niet geleid tot terugvordering, omdat misbruik of oneigenlijk gebruik niet is vastgesteld.
Klopt het dat bijna 70 procent van de organisaties niet in aanmerking komt voor een subsidie?
Het MDT-netwerk bestaat uit ruim 2000 organisaties en zo’n 385 projecten (waarvan een deel is afgerond en waarvan de subsidie nog vastgesteld moet worden). Subsidies worden via één organisatie die optreedt als penvoerder, toegekend aan partnerschappen, waarin meerdere MDT-organisaties samenwerken. Het klopt dus niet dat 70% van het totaal aantal MDT-organisaties is afgewezen in deze ronde. Het percentage van 70% is wel van toepassing op het aantal afgewezen penvoerders in de 2025-ronde: 196 van de 281 aanvragen zijn afgewezen, dat is 69,7%.
In hoeverre is het budget voor MDT 2025 ten bedrage van € 125 miljoen besteed?
Er is een bedrag van ruim € 100 miljoen toegekend. Van het beschikbare budget is ongeveer € 25 miljoen niet toegekend.
Hoe groot is het deel van de organisaties dat vervolgens in aanmerking komt voor een overbruggingssubsidieregeling? Hoeveel organisaties komen hier niet voor in aanmerking? Kan de staatssecretaris aangeven wat de gevolgen zijn van de aangescherpte voorwaarden en de (beperkte?) overbruggingsregeling voor het aantal MDT-plekken en de gevolgen voor jongeren die hierdoor mogelijk geen MDT-traject kunnen volgen?
Er is verkend of er een overbruggingsregeling mogelijk was, waarbij werd gedacht aan het reserveren van budget om projecten te ondersteunen of aan een algemene verlenging van de termijnen. Echter, deze opties bleken vanwege juridische en uitvoeringsredenen, niet rechtmatig en uitvoerbaar. Er is vervolgens verkend wat wel mogelijk was om projecten te ondersteunen binnen de kaders. De looptijd van een MDT-project voor de regeling 2023/2024 betreft 2 of 3 jaar. Voor organisaties die tijdens deze rondes een 2-jarig project hebben, bestaat de mogelijkheid om dit binnen de kaders, budgetneutraal, naar een 3-jarig traject om te zetten. Deze optie is actief aan de betreffende projecten voorgelegd. Hier is tot nu drie keer gebruik van gemaakt. Voor een deel van de MDT-projecten betekent dit dat zij na afronding van de MDT-trajecten op basis van eerdere subsidieregelingen, moeten stoppen met het aanbieden van MDT-trajecten en soms dus ook hun organisatie (op onderdelen) moeten afbouwen.
Er is gebleken dat een aantal van deze organisaties, bijvoorbeeld vanwege hun ANBI-status of vanwege het feit dat zij van meerdere subsidieverstrekkers subsidies ontvangen voor het uitvoeren van verschillende projecten, beperkt zijn in het opbouwen en aanhouden van eigen vermogen. Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel organisaties dit zijn en waarom het er meer zijn dan verwacht? Betreft dit vooral organisaties uit een bepaalde sector of loopt dit door alle sectoren heen? Speelt dit in bepaalde regio’s meer dan in andere regio’s of niet?
Omdat de regeling voor 2025 in korte tijd opgesteld en gepubliceerd moest worden, was er vooraf beperkte ruimte om de potentiële impact van de gewijzigde (financiële) eisen in kaart te brengen. Ook achteraf is het precieze aantal organisaties dat niet aan deze eisen kon voldoen lastig in te schatten, omdat een deel van de MDT-organisaties geen aanvraag heeft ingediend omdat zij niet aan de financiële eisen konden voldoen. Deze groep is niet zichtbaar, omdat gegevens van niet-indieners niet worden geregistreerd. Uit de afgewezen aanvragen blijkt niet dat dit specifiek binnen één sector of regio speelt.
De staatssecretaris stelt dat de lessen van de MDT-regeling 2025 in de ontwikkeling van de subsidieregeling MDT 2026 zoveel mogelijk worden meegenomen. Volgens de leden van de CDA-fractie vraagt dit wat meer uitleg. Welke lessen worden er precies meegenomen en welke niet? En waarom niet? Vindt de staatssecretaris dat het veld hier voldoende in is meegenomen? Immers, de eisen en criteria worden getoetst bij een aantal MDT-organisaties. Waarom “een aantal”, vragen de leden van de CDA-fractie zich af. Kan de staatssecretaris uiteenzetten in hoeverre MDT-organisaties betrokken worden bij het vaststellen, ontwerpen of bijstellen van de eisen en criteria van de subsidieregeling?
MDT-organisaties zijn op meerdere manieren actief betrokken geweest bij de vormgeving van de nieuwe regeling. Gedurende het proces is gewerkt met gerichte vragen waarop input bij MDT-organisaties is opgehaald en op basis hiervan zijn conceptvoorstellen opgesteld. Tijdens de subsidienetwerkdag op 29 oktober jl. zijn deze voorstellen voorgelegd aan het netwerk en vervolgens aangepast naar aanleiding van feedback. Daarnaast is het uitvoeringsperspectief sinds dit jaar structureel geborgd bij de vormgeving van een nieuwe regeling doordat VrijwilligerswerkNL deelneemt aan de werkgroep die zich buigt over de nieuwe subsidieregeling. Het ging daarbij onder meer over de vraag hoe we in de nieuwe regeling de financiële voorwaarden zodanig kunnen inrichten dat zij enerzijds passend zijn bij het type organisaties in het MDT-netwerk en anderzijds voldoende zicht geven op de financiële gezondheid van deze organisaties om te kunnen beoordelen of een subsidie verstrekt kan worden.
Hoe verhouden deze Rijksbrede financiële kaders zich tot het feit dat veel verenigingen en stichtingen een ANBI-status hebben of van meerdere subsidieverstrekkers gebruik moeten maken? De aanvullende financiële eisen (werkkapitaal en solvabiliteit) leiden in de praktijk toch tot verschillen in behandeling van aanvragen door bv’s en stichtingen of verenigingen? Kan de staatssecretaris hier uitgebreid op in gaan?
De Rijksbrede financiële kaders voor subsidieverstrekking hebben als uitgangspunt dat de subsidieactiviteiten zullen plaatsvinden volgens de gestelde subsidievoorwaarden en -verplichtingen. Daarvoor zijn financieel gezonde organisaties nodig die het financieel beheer op orde hebben. Conform artikel 4.35 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen subsidieaanvragen afgewezen worden, wanneer er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden. Voor de ronde 2025 zijn vanwege financiële risico’s en M&O-signalen aangescherpte financiële eisen opgenomen in vergelijking met eerdere regelingen, die bedoeld waren om meer zekerheid te verkrijgen dat alleen subsidie wordt verstrekt aan financieel gezonde organisaties die het financieel beheer op orde hebben. De eisen zijn bij de beoordeling van de aanvragen van verschillende rechtsvormen (bv’s, stichtingen, verenigingen) op dezelfde wijze getoetst en behandeld. De gestelde financiële criteria gelden onverkort voor alle aanvragers, ongeacht rechtsvorm.
Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat de toekomstige subsidieregelingen eenvoudiger worden, gebaseerd op kwaliteit en gericht op een duurzame opbouw van de organisaties in het MDT-netwerk?
In de subsidieregeling 2026 leggen we meer nadruk op kwaliteit en verduurzaming. Zo wil ik met het oog op het verduurzamen van MDT werken aan het verbreden van het eigenaarschap van MDT, door met een lichte verhoging van de cofinanciering te stimuleren dat organisaties minder afhankelijk zijn van de MDT-subsidie. Daarnaast is het voornemen dat subsidieaanvragen komend jaar specifiek worden getoetst op de stappen die zij nemen om de voorgestelde MDT-activiteiten toekomstbestendig en duurzaam te maken. We beogen daarin kwalitatief sterke projecten voorrang te geven, middels een beoordelingssystematiek op basis van ranking. Dit om de duurzame opbouw van kwalitatief goede organisaties in het MDT-netwerk te stimuleren.
Hoe wordt geborgd dat de nieuwe eisen voor 2026 daadwerkelijk recht doen aan de spreiding van het netwerk van MDT zodat ook kleinere en maatschappelijk relevante organisaties kunnen blijven deelnemen?
Met de nieuwe eisen in de 2026-regeling wil ik ervoor zorgen dat ook kleinere en maatschappelijk relevante organisaties de kans hebben om deel te nemen aan het MDT-netwerk. Deelname aan MDT is niet uitsluitend gekoppeld aan het penvoerderschap. Voor (kleine) organisaties waarvoor deze rol minder passend is, wordt deelname als partner binnen samenwerkingsverbanden gestimuleerd. MDT-regiofacilitatoren spelen hierin een belangrijke rol door organisaties te verbinden met partnerschappen waarin hun expertise van toegevoegde waarde is.
Is de staatssecretaris bereid om vooruitlopend op de nieuwe regeling te onderzoeken of er alsnog een tijdelijke oplossing kan worden geboden voor de groep organisaties die nu buiten de boot valt, zodat opgebouwde maatschappelijke waarde niet verloren gaat?
Afgelopen zomer zijn de verschillende mogelijkheden hiervoor grondig onderzocht en ben ik helaas tot de conclusie gekomen dat ik geen tijdelijke oplossing kan bieden aan organisaties die als gevolg van de financiële voorwaarden zijn afgewezen. Juridische overwegingen en de uitvoerbaarheid zijn hierbij doorslaggevend geweest.
Op welke wijze worden de lessen uit deze subsidieronde concreet meegenomen in de ontwikkeling van de regeling voor 2026 en hoe worden betrokken organisaties hierbij actief betrokken?
Uit de uitvoering van de subsidieregeling 2025 zijn belangrijke leerpunten naar voren gekomen voor de ontwikkeling van de regeling voor 2026. In diverse gesprekken met betrokken partijen is ruimte geboden om ervaringen met de 2025-regeling te delen en knelpunten te ventileren. Daarbij is onder meer gesignaleerd dat bepaalde financiële voorwaarden in de praktijk niet altijd goed aansluiten bij de context van MDT-organisaties. Deze signalen worden betrokken bij de vormgeving van de nieuwe regeling, waarbij een zorgvuldige afweging wordt gemaakt tussen het beperken van financiële risico’s en het behoud van een breed en divers MDT-netwerk.
Daarnaast is de betrokkenheid van organisaties bij de ontwikkeling van de nieuwe regeling versterkt. In augustus zijn gerichte inputsessies georganiseerd en op 29 oktober jl. is tijdens de subsidie-netwerkdag bij circa dertig deelnemers feedback opgehaald op de conceptregeling. Deze input is verwerkt in de verdere uitwerking van de regeling. Ook zijn lessen getrokken uit de beoordeling van de regeling 2025 die gebruikt kunnen worden in de regeling 2026. Zo is het voornemen om een beoordelingssystematiek te introduceren waarbij aanvragen gerangschikt worden op kwaliteit aan de hand van een daarop gericht beoordelingskader.
Hoeveel van de organisaties zijn afgewezen op basis van werkkapitaal en/of solvabiliteit? Hoeveel van de organisaties die op grond van deze eisen zijn afgewezen, hebben eerder wél MDT-subsidie ontvangen? Hoeveel jongeren hebben daardoor geen MDT-traject kunnen volgen?
Van de afgewezen aanvragen zijn er 86 afgewezen op basis van werkkapitaal en/of solvabiliteit. Van deze 86 aanvragen hebben 48 aanvragers eerder als penvoerder MDT-subsidie ontvangen. Met een subsidieplafond van 125 miljoen is de prognose over drie jaar 85.000 trajecten aan te kunnen bieden. In deze ronde is voor ongeveer 100 miljoen aan subsidie verstrekt. Daarmee verwachten we ruim 61.000 trajecten verspreid over drie jaar te realiseren bovenop de reeds toegekende trajecten uit de eerdere subsidierondes.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het afwijzen van de aanvragen gepaard is gegaan met toelichting of onderbouwing en/of met de toepassing van wederhoor. Als dat niet is gebeurd, waarom?
Elke subsidie-aanvrager krijgt een beschikking met daarin de onderbouwing van de toekenning of afwijzing. Organisaties die het niet eens zijn met het besluit kunnen tot 6 weken na ontvangst van de afwijzingsbeschikking bezwaar indienen.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen voor hoeveel miljoen euro er subsidie in totaal is aangevraagd.
Er is in totaal ruim €374,8 miljoen aangevraagd.
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de beslisnota dat er meerdere signalen waren van misbruik en oneigenlijk gebruik bij MDT. Kan de staatssecretaris dit verder toelichten? Om hoeveel signalen ging dit? Welk percentage van het MDT-netwerk raakt dit?
De vraag over het aantal signalen is hierboven beantwoord. Welk percentage van het MDT-netwerk dit raakt is niet precies te zeggen omdat we geen totaalbeeld hebben van de omvang van het netwerk. OCW heeft namelijk een subsidierelatie met de penvoerders, en niet met de samenwerkingspartners van deze penvoerders, die gezamenlijk het netwerk vormen.
Op welke wijze wordt geborgd dat ook ANBI-stichtingen en -verenigingen, die te maken hebben met regels voor het aanhouden van eigen vermogen, straks aan de voorwaarden kunnen voldoen?
Voor de subsidieregeling MDT 2026 werken we aan aangepaste financiële eisen en toetsingscriteria, die beter passen bij de diversiteit van MDT-organisaties. Met name de solvabiliteitseis bleek op de toegepaste wijze niet passend. Gezocht is naar een meer integrale manier van toetsing van de financiële gezondheid van de aanvrager. Daarbij blijft solvabiliteit een onderdeel van de toetsing, maar niet meer als enkelvoudig uitsluitingscriterium. Dit moet voorkomen dat ANBI-stichtingen en -verenigingen niet uitsluitend op solvabiliteit worden afgewezen. Subsidieaanvragen worden beoordeeld op de financiële stabiliteit van de aanvrager.
De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat voorheen het MDT-prooflabel bestond, een soort kwaliteitskeurmerk bedoeld om het subsidieaanvraagproces te vereenvoudigen en dat liet zien dat organisaties bewezen kwaliteit leverden. Waarom bestaat dit label niet meer, zo vragen deze leden. Van hoeveel MDT-organisaties die in het verleden over dat label beschikten, is de subsidieaanvraag afgewezen? Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat volgende subsidieregelingen worden vereenvoudigd, gericht zijn op duurzame opbouw en samenwerking, waarbij geleverde kwaliteit een belangrijke rol speelt?
Op verschillende manieren wordt ingezet om de kwaliteit van MDT-projecten te waarborgen. Het MDT-prooflabel was één van de instrumenten waarmee werd ingezet op reflectie en het stimuleren van doorontwikkeling. Echter, dit betrof een instrument dat qua uitvoeringslast niet op te schalen was naar het toenemend aantal lopende projecten vanuit de verschillende regelingen. Om die reden is besloten dit instrument niet langer in te zetten en te zoeken naar een schaalbaar alternatief. In totaal is in de periode 2022-2024 aan 70 penvoerders het MDT-prooflabel toegekend. Bij de laatste regeling zijn ongeveer 24 organisaties met een MDT-prooflabel afgewezen. Hoeveel organisaties dit precies zijn is niet in te schatten omdat organisaties in andere partnerschappen zitten met andere penvoerders. In volgende regelingen leggen we meer nadruk op kwaliteit, o.a. door het voornemen om het beoordelingskader aan te scherpen ten aanzien van de kwaliteitskenmerken van MDT en het toevoegen van een rankingsmechanisme, waarmee bij een overvraging van het subsidieplafond de aanvragen die het hoogst gerankt zijn worden toegekend. Er wordt momenteel met jongeren en het MDT-netwerk gewerkt aan een toekomstbestendige kwaliteitsaanpak om te borgen dat iedere jongere een positieve ervaring met MDT opdoet. Hierin nemen we geleerde lessen van het MDT-prooflabel mee.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen wanneer de Kamer het meerjarenplan rondom MDT kan verwachten. Is daarin een visie opgenomen om een duurzame samenwerking met het MDT-netwerk (met bijbehorende financiering) te borgen zodat ook in de toekomst jongeren de waardevolle MDT-trajecten kunnen volgen?
Het meerjarenplan wordt op korte termijn naar uw Kamer verstuurd. Daarin is een visie opgenomen om een duurzame samenwerking met het MDT-netwerk opgenomen, zodat jongeren ook in de toekomst de waardevolle MDT-trajecten kunnen volgen.