[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Kernenergie (CD 17/12) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D06552, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 09:22, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Kernenergie

Kernenergie

Aan de orde is het tweeminutendebat Kernenergie (CD d.d. 17/12).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Kernenergie. Ik heet de minister van harte welkom en ik geef graag het woord aan de heer Flach, die spreekt namens de SGP. Ga uw gang.

Voorzitter: Moorman

De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. We kijken terug op een mooi debat. Daarin is het ook veel gegaan over de positie van Zeeland en over de vraag hoe we voorkomen dat Zeeland het wingewest van de energie wordt. Ik denk dat dat belangrijk is. Tegelijkertijd liggen er ook wel heel veel kansen in Zeeland, omdat de Zeeuwen beter dan inwoners van elke andere provincie in staat zijn om te gaan met bijvoorbeeld kernenergie en de aanwezigheid daarvan in hun provincie. Dat vraagt tegelijkertijd heel veel van die provincie, bijvoorbeeld wat betreft wonen, arbeidskrachten, bereikbaarheid enzovoorts. Ik zou dat debat willen afronden met één motie. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de komst van nieuwe kerncentrales grote impact heeft op de omgeving, zeker wanneer er sprake is van twee centrales op dezelfde locatie;

van mening dat zorgvuldige inpassing van grote kerncentrales bijdraagt aan regionaal draagvlak en voortvarende ruimtelijke procedures;

verzoekt de regering

  • koeltorens te vermijden;

  • bij de locatiekeuze zo veel mogelijk te kijken naar gronden met industrie als bestemming;

  • de voorwaarden en adviezen vanuit de Zeeuwse samenleving en overheden als uitgangspunt te nemen voor het Rijk-Regiopakket,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.

Zij krijgt nr. 165 (32645).

Dank u wel, meneer Flach. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van Oosterhout, die spreekt namens de fractie van GroenLinks-PvdA. Ook u heeft twee minuten. Ga uw gang.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. De positie van mijn fractie wat betreft kernenergie is helder, maar het is wel erg belangrijk dat we in ieder geval omwonenden en de natuur goed beschermen. Daarom heb ik de volgende twee moties en een vraag voor de minister.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gemeente Borsele, de dorpsraad Biervliet en de provincie Zeeland via een participatief proces voorwaarden hebben vastgesteld ten aanzien van de vestiging van kerncentrales op hun grondgebied;

overwegende dat draagvlak in de regio essentieel is voor de legitimiteit en uitvoerbaarheid van ingrijpende ruimtelijke en infrastructurele projecten, zoals kerncentrales;

overwegende dat het niet integraal overnemen van deze voorwaarden afbreuk doet aan het vertrouwen tussen Rijk, provincie, gemeente en inwoners;

overwegende dat eerder door het Rijk is uitgesproken dat regionale voorwaarden serieus worden betrokken bij besluitvorming;

verzoekt de regering bij een besluit tot de bouw van kerncentrales in de betrokken gebieden de Borselse voorwaarden, het voorwaardenpakket Biervliet 2026 en de Zeeuwse provinciale voorwaarden integraal en onverkort over te nemen en als bindend kader te hanteren voor verdere planvorming, vergunningverlening en uitvoering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 166 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Westerschelde en de omliggende natuurgebieden van grote ecologische waarde zijn en onder meer vallen onder nationale en Europese natuur- en milieubescherming;

constaterende dat de natuur in de Westerschelde en omgeving reeds sterk onder druk staat;

constaterende dat een slecht beheer van koelwater leidt tot opwarming van oppervlaktewater en negatieve effecten op ecosystemen, met schadelijke gevolgen voor biodiversiteit, visstanden en waterkwaliteit;

overwegende dat het behoud van gezonde vis- en schaaldierbestanden essentieel is voor een duurzame visserij;

verzoekt de regering strikte, afdwingbare milieunormen te hanteren om te zorgen dat de inzet of uitbreiding van kernenergie niet leidt tot verdere opwarming van, noch tot andere ecologische schade aan, de Westerschelde en de omliggende natuurgebieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 167 (32645).

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Tot slot heb ik nog een technische vraag aan de minister. Volgens een zienswijze bij de MER-procedure voor kernenergie zijn technologische alternatieven onvoldoende meegenomen in de MER. Hoe kijkt de minister hiernaar? Klopt dat? Zo ja, waarom zijn deze technologische alternatieven niet meegenomen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Oosterhout. Dat was keurig binnen de tijd. Dan geef ik graag het woord aan de heer Peter de Groot, die spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. We hebben met elkaar een mooi debat over kernenergie gehad. Dat is belangrijk voor ons toekomstige energiesysteem. De heer Van den Berg heeft net geprobeerd om een debat aan te vragen over SMR's, small modular reactors. Ik heb daarover nu zelfs een motie meegenomen, omdat wij het belang daarvan, dat JA21 dus ook ziet, onderstrepen. De minister heeft in het debat toegezegd naar de ruimtelijke inpassing te gaan kijken en daar regie op te voeren, maar met deze motie zouden wij dat graag willen onderstrepen en nog één klein stapje verder willen gaan.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat small modular reactors (SMR's) een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de verduurzaming van meer afgelegen gebieden en van locaties waar sprake is van netcongestie;

constaterende dat het daarom van belang is inzichtelijk te maken welke locaties het meest gebaat zijn bij de systeemvoordelen van de SMR's;

overwegende dat de minister heeft toegezegd regie te nemen op de ruimtelijke inpassing van SMR's;

verzoekt de regering parallel met de sector te onderzoeken hoe de SMR's zo efficiënt mogelijk kunnen worden ingepast in het energiesysteem, met publiek-private samenwerking als uitgangspunt;

verzoekt de regering de conclusies van dit onderzoek samen met de routekaart voor de realisatie van SMR's uiterlijk in Q3 2026 met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Flach en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 168 (32645).

De heer Vermeer (BBB):
Ik ben het helemaal eens met wat de heer De Groot hier stelt. Is de heer De Groot ook van mening dat er in het coalitieakkoord zoals dat er nu ligt voldoende gebeurt? Of vindt hij de aantallen die daarin genoemd zijn over kerncentrales in het algemeen, in het totaal, dan niet aan de magere kant, gezien wat hij hier net inbrengt?

De heer Peter de Groot (VVD):
Wij staan natuurlijk volledig achter de afspraken in het nieuwe coalitieakkoord over de vier grote conventionele kerncentrales die moeten worden gerealiseerd. Maar wij zien ook graag dat het ministerie meer met de sector aan de slag gaat om te bekijken hoe de private investeringen voor SMR's kunnen landen in Nederland en wat de overheid aan de zijde van ruimtelijke inpassing, vergunningprocedures en dergelijke te doen heeft om ook echt het aantal, dus niet één, maar meerdere, SMR's in Nederland van de grond te krijgen. Wij zien het dus ook zo in die verdeling. Zo staat het naar mijn weten ook in het coalitieakkoord. Daar staan we achter, maar we willen dat graag ook concreet maken voor het vervolg met elkaar.

De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Vermeer, ik nodig u uit om naar het spreekgestoelte te komen namens de fractie van de BBB.

De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat meerdere decentrale overheden werken aan plannen voor het ontwikkelen van SMR's;

overwegende dat snel investeren in SMR's het Nederlandse bedrijfsleven een goede uitgangspositie geeft voor innovatie;

overwegende dat meerdere organisaties, waaronder VNO-NCW, het kabinet hebben opgeroepen om de SMR-strategie te versnellen;

verzoekt de regering gemeenten en provincies te ondersteunen en te faciliteren bij de ontwikkeling, planvorming en uiteindelijke realisatie van SMR's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 169 (32645).

De heer Vermeer (BBB):
In het algemeen wil ik het volgende stellen. Er wordt nog steeds gezegd: ja, maar het ontwikkelen van kernenergie en kerncentrales in het algemeen duurt veel te lang. Aangezien we daar al meer dan tien jaar over praten, hadden wij maar zo met z'n allen hier vandaag ergens een kerncentrale kunnen openen. We moeten dus stoppen met praten en starten met bouwen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Dan zou ik graag de heer Van den Berg van de fractie van JA21 willen uitnodigen achter het spreekgestoelte. Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):
Dank, voorzitter. Ook aan de minister.

Ik heb er een paar, dus ik steek gelijk van wal.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de RES-regio's richting geven aan regionale keuzes in de energievoorziening;

verzoekt de regering om te verkennen hoe SMR's als langetermijnoptie kunnen worden betrokken bij de RES-cyclus vóór 2030, door de RES-regio's te betrekken in de provinciale verkenningen voor SMR's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 170 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat kernenergie een belangrijke rol kan gaan spelen in de toekomstige energiemix;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe we het vlootverband en de synergie tussen reactorleveranciers, bouw, nijverheid en de Nederlandse industrie kunnen versterken, en de Kamer hierover uiterlijk eind 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 171 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ontwikkeling en eventuele inzet van SMR's meerdere stappen kent die tijdig moeten worden voorbereid;

verzoekt de regering om binnen zes maanden een versnellingsagenda SMR's aan de Kamer te sturen met concrete mijlpalen en belemmeringen per spoor (zoals regelgeving, locatie- en ruimtelijke inpassing, netaansluiting en financiering), inclusief een indicatief tijdspad tot 2040,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 172 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor de energietransitie grootschalige CO2-arme energiebronnen en innovatieve technologieën nodig zijn;

overwegende dat first-of-a-kindprojecten kunnen bijdragen aan kennisopbouw, ketenvorming en kostenreductie;

verzoekt de regering om kansrijke (Nederlandse) first-of-a-kind-SMR-technologieën te identificeren, en daarbij pilotopties uit te werken, inclusief mogelijke locatietypen, vergunningsroute, financierings-/risicodelingsinstrumenten en tijdpad, en de Kamer hierover uiterlijk in Q3 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 173 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat nieuwe kerncentrales hoge aanvangsinvesteringen kennen en lange looptijden hebben;

overwegende dat pensioenfondsen langetermijnbeleggingen zoeken met stabiele kasstromen, binnen de kaders van prudent beleggen;

verzoekt de regering om binnen zes maanden in kaart te brengen welke juridische, toezichts- en marktbelemmeringen pensioenfondsen ervaren bij het investeren in nieuwe Nederlandse kernenergieprojecten, en welke financierings- en risicodelingsinstrumenten daarbij passend en uitvoerbaar zijn binnen nationale en Europese regels, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 174 (32645).

De heer Van den Berg (JA21):
Excuus voor de tijd.

De voorzitter:
Nou, dank u wel. Het waren maar een paar seconden. Tot slot mevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang, mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit het rapport van Haskoning blijkt dat small modular reactors op zijn vroegst pas operationeel kunnen zijn in hetzelfde jaar dat het Europese klimaatdoel van 90% CO2-reductie behaald moet zijn, namelijk in 2040;

overwegende dat de inzet op SMR's niet aantoonbaar bijdraagt aan dit doel voor 2040, en juist middelen weghaalt bij maatregelen die wel bijdragen aan dit doel;

verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoe het doel van 2040 gehaald wordt, en een scenario uit te denken met een verschuiving van de middelen voor SMR's naar wind op zee en grootschalige energieopslag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 175 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de staat van de natuur in Nederland zorgwekkend is en dat de natuurgebieden die nog over zijn onder druk hoge druk staan door stikstof, klimaatverandering en versnippering;

overwegende dat het kabinet zoekt naar locaties voor kerncentrales en small modular reactors;

verzoekt de regering Natura 2000-gebieden uit te sluiten als potentiële locaties voor grote kerncentrales en SMR's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 176 (32645).

De heer Vermeer (BBB):
Ik zou graag van mevrouw Teunissen weten hoe middelen die weggehaald worden en naar wind op zee gaan, kunnen bijdragen aan de doelen van 2040 als er vervolgens bij die projecten voor wind op zee geen enkele inschrijving komt.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Gelukkig gaat het nieuwe kabinet wind op zee weer stimuleren, waardoor er wel inschrijvingen komen. Kernenergie is, zoals ik meerdere malen heb betoogd, geen oplossing om de klimaatdoelen te halen, want dat is veel te laat klaar en veel te duur. De middelen die je nu in kernenergie steekt, kun je dus veel beter steken in échte oplossingen voor het klimaatprobleem.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde van het tweeminutendebat gekomen aan de kant van de Kamer. Ik schors de vergadering voor vijf minuten, zodat de minister de beantwoording en de appreciatie van de moties kan voorbereiden.

De vergadering wordt van 16.40 uur tot 16.46 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef graag het woord aan minister Hermans voor de beantwoording van de vragen en voor de appreciatie van de moties. Er zijn in totaal twaalf moties.

Minister Hermans:
Voorzitter, dank.

De voorzitter:
Sorry, gaat uw gang. Ik moest nog even uw microfoon aanzetten.

Minister Hermans:
Dank, voorzitter. Ik begin met de twaalf moties en dan zal ik tot slot de vraag van mevrouw Van Oosterhout beantwoorden.

De motie op stuk nr. 165 van de heer Flach geef ik oordeel Kamer. Ik zal het daar kortheidshalve bij laten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 165 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 166 van mevrouw Van Oosterhout om de Borselse voorwaarden integraal over te nemen, moet ik ontraden. Ik neem die voorwaarden uitermate serieus. Ik heb gisteren ook nog voorwaarden van Sluis en Terneuzen in ontvangst genomen. Die gebruiken we ook echt als startpunt om de gesprekken te voeren. Nogmaals, we nemen die voorwaarden serieus, maar ik kan niet zonder meer op voorhand zeggen dat ik ze integraal overneem. Daarom ontraad ik de motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 166 krijgt de appreciatie ontraden.

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 167, ook van mevrouw Van Oosterhout, die gaat over het garanderen dat er geen natuurschade aan de Westerschelde optreedt, moet ik ook ontraden. Wij zullen de natuureffecten natuurlijk in beeld brengen en die ook serieus nemen bij een locatiekeuze, maar er is natuurlijk altijd een mogelijkheid om compenserende maatregelen te nemen. Deze formulering moet ik dus ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 167 van mevrouw Van Oosterhout is ontraden.

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 168 van de heer De Groot, de heer Flach en de heer Van den Berg geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 168 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:
Ook de motie op stuk nr. 169 van de heer Vermeer over het ondersteunen van provincies bij de SMR's kan ik oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 169 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:
Voor de motie op stuk nr. 170 van de heer Van den Berg en de heer Flach geldt hetzelfde.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 170 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 171 van de heer Van den Berg en de heer Flach krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 171 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 172 van de heer Van den Berg en de heer Flach geef ik ook oordeel Kamer. Die motie zie ik eigenlijk als een aanscherping van de toezegging die ik in het commissiedebat gedaan heb. Als ik de motie op die manier mag interpreteren, dan geef ik haar oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 172 krijgt oordeel Kamer. Ik zie dat u dat inderdaad zo mag interpreteren.

Minister Hermans:
In de motie op stuk nr. 173 van de heer Van den Berg en de heer Flach kan ik voldoen aan het verzoek tot het laatste stukje, waar de deadline komt. Dat is net als bij de vorige motie ook een onderdeel van de toezegging uit het commissiedebat, maar aan deze deadline kan ik me echt niet committeren. We werken ook aan het IPCEI en ik weet niet exact hoe dat er in de loop der tijd uit gaat zien. Het inhoudelijke deel kan ik oordeel Kamer geven, maar aan de deadline kan ik mij niet committeren. Als de heer Van den Berg daarop staat, moet ik de motie dus ontraden.

De voorzitter:
We kijken even naar de heer Van den Berg; die komt naar de interruptiemicrofoon. Kunt u de termijn aanpassen, meneer Van den Berg?

De heer Van den Berg (JA21):
Even voor alle zekerheid: klopt het dat dit gaat over de "first of a kind"-motie?

De voorzitter:
Dit gaat over de motie op stuk nr. 173.

Minister Hermans:
Ja, dit gaat over de motie op stuk nr. 173.

De heer Van den Berg (JA21):
Exact, ja; voor alle zekerheid. Wij vinden het inderdaad heel belangrijk dat wij gaan werken aan zo'n first of a kind. Er zijn verschillende Nederlandse aanbieders die daarmee aan de slag willen gaan. Laten we dat vooral aanjagen. Als dat wellicht wat langer duurt, oké, maar het punt is dat we vaart moeten maken. Dan is het oké.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 173 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:
Ook de motie op stuk nr. 174 van de heer Van den Berg en de heer Flach krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 175 van mevrouw Teunissen over inzichtelijk maken hoe het doel van 2040 gehaald wordt en, kortheidshalve, over het verschuiven van middelen moet ik ontraden. Mevrouw Teunissen zegt terecht dat dit langetermijnprojecten zijn, maar kenenergie is nodig in de energiemix van de toekomst. Het is geen of-of, maar en-en: kernenergie én wind op zee. Daar heeft dit kabinet in geïnvesteerd. Ook het volgende kabinet zal dat blijven doen, zoals mevrouw Teunissen ook zegt.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 174 kreeg oordeel Kamer en de motie op stuk nr. 175 wordt ontraden.

Minister Hermans:
Zeker. De motie op stuk nr. 176 van mevrouw Teunissen geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 176 tot slot: oordeel Kamer. Dan gaat u door met de beantwoording van de vragen.

Minister Hermans:
Ja, de vraag van mevrouw Van Oosterhout waarom we de alternatieve technologieën niet hebben meegenomen in de MER. In de systematiek werkt het zo dat alternatieve technologieën niet in de MER worden onderzocht of meegenomen. Een MER, gericht op de locatiekeuze, is daar niet voor bedoeld, maar die overwegingen moeten we natuurlijk wel maken. Die krijgen een plek in het PEH, het Programma Energiehoofdstructuur, en in de NPE, het Nationaal Plan Energiesysteem. Mede op verzoek van de Commissie m.e.r. hebben we de milieueffecten van een energiesysteem met en zonder kernenergie onderzocht. Dat laatste ontbrak nog, maar dat is nu wel onderzocht en wordt dus ook betrokken bij bijvoorbeeld de actualisatie van het NPE.

De voorzitter:
Dank u wel. Bent u daarmee aan het einde van uw beantwoording gekomen?

Minister Hermans:
Zeker.

De voorzitter:
Dan wil ik dit tweeminutendebat graag afsluiten.

De beraadslaging wordt gesloten.