[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid (CD 14/1) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D06553, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 09:22, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Gasmarkt en leveringszekerheid

Gasmarkt en leveringszekerheid

Aan de orde is het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid (CD d.d. 14/01).

De voorzitter:
Dan gaan we door met het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid. Meneer Dijk, u heeft een verzoek aan de Kamer.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat klopt, voorzitter. Ik zou graag aan dit debat willen deelnemen, ondanks dat ik niet aan het commissiedebat heb kunnen deelnemen. Als jullie daarvoor toestemming verlenen, zou ik dat erg fijn vinden.

De voorzitter:
Ik kijk naar de Kamer. Er is geen bezwaar, dus ik noteer uw naam voor twee minuten. Dan ga ik naar de heer Jumelet, namens de fractie van het CDA.

De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het zorgen voor leveringszekerheid van energie is een kerntaak voor de overheid. Er zijn terechte zorgen over de leveringszekerheid in de toekomst. Dit thema verdient wat het CDA betreft meer prioriteit in een tijd met geopolitieke spanningen. De voorraad aan gas die Nederland de koude maanden door moet helpen, staat op een erg laag niveau. Op Kroatië na staan we op het laagste niveau van de hele EU. Vrijdag stonden we op 23,5%. Bij de huidige temperaturen neemt dat elke dag met 0,6% af. Er is een overheid nodig die nu de maatregelen neemt waardoor de leveringszekerheid ook in de toekomst hoog wordt gehouden. Geen reden tot paniek, zegt de directeur van de branchevereniging van de sector. Maar hoe voorkomen we discussies op dit punt? Voor het CDA zijn beschikbaarheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid hier aan de orde.

Voorzitter. Kan de minister toezeggen dat er snel serieus werk wordt gemaakt van een strategische voorraad — lees: noodvoorraad — zodat we deze discussies volgende winter niet hoeven te voeren? Ik heb geen motie, maar ik vraag wel om een toezegging.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jumelet. Er is een interruptie van de heer Van den Berg, namens JA21.

De heer Van den Berg (JA21):
De heer Jumelet en ik zijn het helemaal eens over de noodzaak van voldoende gas. We zijn erover uit. Die noodvoorraad zal in heel beperkte mate kunnen voorzien in onze gasbehoefte. Waarom denkt u dat dit een goede manier is om daarin te voorzien?

De heer Jumelet (CDA):
Het is, denk ik, van belang, maar ik hoor het graag ook zo meteen van de minister, dat we strategisch nadenken over onze energievoorraad in brede zin, maar ook over gas en de leveringszekerheid. Daar hebben we in een mooi debat met elkaar over gesproken. Ik denk dat het goed is om daar aandacht voor te vragen. Wat ons betreft is het goed als we daar een toezegging op krijgen en we daar echt mee aan het werk gaan, zodat we de komende winter niet dezelfde winter hebben als die zich nu voordoet.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik graag de heer Kops uitnodigen, namens de fractie van de PVV.

De heer Kops (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Onze gasvoorraden zijn momenteel voor minder dan 20% gevuld. Dat is niet veel. Daarom allereerst de vraag aan de minister wat zij daarvan vindt. Maakt zij zich zorgen over onze leveringszekerheid?

In het afgelopen commissiedebat hebben we het uitgebreid gehad over het voornemen om een noodvoorraad gas aan te leggen. Daarover heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende het voornemen om een noodvoorraad gas aan te leggen;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de aan te leggen noodvoorraad gas louter de leveringszekerheid van de Nederlanders zal dienen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.

Zij krijgt nr. 629 (29023).

De heer Kops (PVV):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Kops. Dat leidt tot een interruptie van de heer Van den Berg. Meneer Kops, u moet even terug naar het spreekgestoelte.

De heer Van den Berg (JA21):
Hoe denkt de heer Kops dat dit uitvoerbaar is? We leven in een Europese gasmarkt, dus hoe ziet hij dat precies voor zich? Hoe kan die gasvoorraad alleen voor Nederland bestemd zijn?

De heer Kops (PVV):
Ik heb het daar in het commissiedebat uitgebreid over gehad, ook met de minister. Dus ik vraag me een beetje af waarom de heer Van den Berg die vragen daar niet heeft gesteld. Dan hadden we het er uitgebreid over kunnen hebben.

De voorzitter:
Ja, het is hier niet … U kreeg een vraag en u gaat zelf over het antwoord. Als dit uw antwoord is, dan …

De heer Kops (PVV):
Heel simpel, wij vinden dat wij, als wij gasvoorraden aanleggen in Nederland, en nota bene ook een noodvoorraad gas gaan aanleggen, dit voor onze eigen mensen moeten doen, voor onze eigen leveringszekerheid. Dan moeten we het niet linksom of rechtsom gaan exporteren naar bijvoorbeeld Duitsland, zodat de Nederlanders er niets aan hebben.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik graag doorgaan met de volgende spreker. Dat is mevrouw Oosterhout, namens de fractie van GroenLinks-PvdA.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Namens mijn fractie heb ik twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat verschillende Europese en internationale rechtszaken overheden verplichten de scope 3-uitstoot van nieuwe gas- en oliewinning mee in overweging te nemen bij het verlenen van vergunningen;

constaterende dat de minister van Klimaat en Groene Groei in het kader van het winningsplan F06-IJssel de aanvrager reeds verzocht heeft de scope 3-uitstoot te berekenen;

overwegende dat goed bestuur vereist dat beslissingen over vergunningen worden genomen met inachtname van alle mogelijke negatieve effecten op mens en milieu, en dat daarvoor de kennis van scope 3-uitstoot essentieel is;

verzoekt de regering om bij ieder nieuw winningsproject voor fossiele brandstoffen de te verwachten scope 3-uitstoot mee in overweging te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 630 (29023).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat energie-efficiëntie een directe en kosteneffectieve bijdrage levert aan het verminderen van emissies, het terugdringen van importafhankelijkheid en het verlagen van energiekosten voor huishoudens en bedrijven;

constaterende dat Nederland niet op koers ligt om de Europese energie-efficiëntiedoelen te halen;

overwegende dat een verruiming van de terugverdientijd van de energiebesparingsplicht investeringen in energiebesparende maatregelen aantrekkelijker en beter uitvoerbaar maakt;

verzoekt de regering de terugverdientijd van de energiebesparingsplicht te verruimen naar tien jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 631 (29023).

Dank u wel. De heer Vermeer staat al klaar voor zijn twee minuten. Gaat uw gang, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Geen motie, maar wel nog een aantal vragen, zeker naar aanleiding van de laatste cijfers over de actuele gasvoorraad en de weersverwachting, die toch wel enige zorgen baren.

Voorzitter. Nederland kent enkele belangrijke gasbergingen, zoals Norg, Grijpskerk en Alkmaar. Wie is de eigenaar van die bergingen? Wie heeft de regie op het opereren, vullen en produceren van de bergingen? Is het kabinet, net als BBB, van mening dat de marktwerking inzake het vullen van de gasbergingen in Nederland door overheidsingrijpen is verstoord, waardoor de commerciële prikkel voor marktpartijen om de bergingen te vullen, is weggevallen? Hoe denkt het kabinet dit te herstellen?

BBB ziet het liefst dat zaken die door de markt kunnen worden opgepakt, ook aan de markt worden overgelaten. Ziet het kabinet een meerwaarde in meer overheidsregie inzake onze strategische energievoorziening? Dat kan bijvoorbeeld door bergingen van commerciële partijen over te nemen en daar nationale bergingen van te maken. Zo ja, hoe denkt het kabinet die regie te kunnen pakken? Vormen de verschillende juridische conflicten met de NAM en haar aandeelhouders hiervoor een barrière? Welke export van gas en lng vindt er op dit moment plaats en om welke hoeveelheden ging dit in de afgelopen zes maanden? Welke mogelijkheden zijn er om die export te beperken? Is bijvoorbeeld de export naar buurlanden in gevallen van nood met een druk op de knop of een draai aan de hendel te beperken? Zo niet, wat is er nodig om dat wel te kunnen? Heeft het kabinet gepoogd om met buurlanden tot een gezamenlijke strategie te komen om leveringszekerheid te verzekeren, en dat niet alleen maar via het afspreken van nationale normen voor de vulgraad? Zo ja, wat is hiervan het resultaat? Zo nee, waarom niet?

De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Vermeer stelt hele nuttige vragen, maar ik ben ook wel benieuwd naar het antwoord van BBB over meer overheidsregie op de gasvoorraden zodat we kunnen garanderen dat het ook voor elkaar komt.

De heer Vermeer (BBB):
U kunt uit mijn vragen eigenlijk wel opmaken dat wij vinden dat het op deze manier niet werkt en dat het gewoon een middel is voor speculatie op de gasmarkt, terwijl het bedoeld is om leveringszekerheid te geven aan de Nederlandse burgers en bedrijven. Wij vinden dat we er, gezien hoe het nu gaat, hoe de structuur nu in elkaar zit en hoe de regels voor de commerciële partijen zijn, dan maar beter een nationale reserve van kunnen maken.

De voorzitter:
Meneer Dijk, ik sta er nog eentje toe.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Het is één zin. Ik ben het helemaal eens met de heer Vermeer. Daarom doe ik ook mee aan dit debat en zal ik aan het eind een voorstel doen.

De heer Vermeer (BBB):
Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik graag de heer Van den Berg, die al onderweg is, namens de fractie van JA21 het woord geven. Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, dank u wel. De fractie van JA21 is juist voor meer marktwerking op de gasmarkt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland en de EU in steeds hogere mate afhankelijk zijn van de import van lng, zoals van Amerika of Qatar;

overwegende dat lng-importcapaciteit vergroten voordelen met zich meebrengt zoals flexibiliteit in import en prijsstabiliteit;

verzoekt de regering te onderzoeken waar in Nederland de importcapaciteit vergroot kan worden en wat hier de voordelen van zouden kunnen zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 632 (29023).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de financiering van kussengasreserves en leveringszekerheidsmaatregelen EU-breed nog niet is geregeld;

overwegende dat het de keuze van een lidstaat kan zijn om de kussengasreserves op een voordeligere manier te gebruiken;

verzoekt de regering een voorstel te doen in de EU-Raad om de financiering van kussengasreserves en leveringszekerheidsmaatregelen te koppelen aan consumptie of import van gas per lidstaat,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 633 (29023).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering een noodwinningsplan op te stellen voor het in noodsituaties beschikbaar maken van 4,5 tot 6 miljard kuub kussengas uit gasopslag Norg, inclusief afspraken over eigendom, compensatie en terugvulling, en hierover de Kamer binnen zes maanden te informeren;

verzoekt de regering voorts met NAM (Shell/Exxon) en andere relevante rechthebbenden/contractspartijen te onderhandelen over het beschikbaar stellen van dit kussengas, en de Kamer te betrekken bij de resultaten en de kostenverdeling, inclusief de inzet en afstemming met de EU,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 634 (29023).

Dank u wel. De heer Dijk kondigde al aan dat hij graag wil deelnemen aan dit debat, dus ik wil hem graag naar voren roepen voor zijn twee minuten. Meneer Dijk namens de Socialistische Partij, gaat uw gang.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde net het debat aan en dat heb ik ook bij het commissiedebat gedaan. Het viel me op dat er niet wordt gesproken over de oorzaken, de redenen en de belangen die spelen bij de gasopslag, en hoe het komt dat we nu op slechts 20% zitten of daar juist onder. Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de gasopslag voor slechts 20% gevuld is terwijl de winter nog niet voorbij is;

constaterende dat onze gasopslagen in private handen zijn waardoor we te weinig grip hebben op de vulgraad;

spreekt uit dat we voldoende gasvoorraad moeten hebben;

verzoekt de regering voor komend jaar een plan uit te werken voor voldoende vulgraad en daarin verschillende opties, waaronder het nationaliseren van opslagen, mee te nemen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 635 (29023).

De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Ik dien dit voorstel in met twee redenen. Ten eerste omdat mensen zich zorgen maken over de gasvoorraden. Er komt nog een hele winterperiode aan, waardoor zij minder gas gaan verbruiken en vaak in de kou zitten. Ten tweede, niet geheel onbelangrijk, geven deze onzekerheid en deze zorgen bij mensen bepaalde partijen in deze zaal de gelegenheid om te bepleiten het Groningenveld weer te openen. We moeten ophouden met Shell en Exxon überhaupt te betrekken in dit model. Als het gaat om onze gaswinning en onze gasvoorraden: weg daarmee, weg daaruit. Het is bewezen dat het niet werkt, dus laten we het inderdaad zo snel mogelijk nationaliseren en volledige publieke regie hebben over iets wat zo ontzettend belangrijk is, namelijk onze energie- en gaslevering.

De voorzitter:
U kunt hele lange zinnen maken.

De heer Van den Berg (JA21):
Ik snap dit niet. De heer Dijk heeft altijd de mond vol van betaalbaarheid voor gezinnen in Nederland. Nu hoor ik tegelijkertijd dat hij hier een voorstel doet voor het nationaliseren van die gasopslagen, terwijl uit alle onderzoeken blijkt dat de gasprijs dan alleen maar veel en veel en veel hoger zal worden. Hoe verklaart u het dan dat u pleit voor lage lasten voor inwoners, maar dat het tegelijkertijd aan deze kant de prijs alleen maar omhoogdrijft?

De heer Jimmy Dijk (SP):
Zoals heel veel zaken in de politiek is alles een verdelingsvraagstuk. Als u het een goed idee vindt om Shell en Exxon te laten speculeren met gas, te gaan mijden om in de zomermaanden gas in te kopen en onze voorraden te vullen, dan vind ik dat een zeer slecht idee, temeer van een partij die de gaswinning in Groningen wil hervatten. Ik vind het nogal ongeloofwaardig dat u dan begint over betalingszekerheid. Ik heb het over bestaanszekerheid en veiligheid. Ik weet zeker dat onze productie, winning en levering van gas een stuk goedkoper zouden kunnen als we daar minder belasting op zouden heffen, maar ook dat het nóg goedkoper zou kunnen als we op dit moment niet de winsten van grote olie- en gasleveranciers aan het spekken waren.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee is de termijn van de zijde van de Tweede Kamer in dit tweeminutendebat afgerond. Ik schors voor vijf minuten voor de beantwoording en de appreciatie van de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik begrijp dat de heer Klos nog een inbreng wil leveren. Ik zie de minister teruglopen naar vak K, dus ik ben best bereid om u nog twee minuten te geven, als de Kamer dat ook goedvindt. U stond op mijn lijst ingeschreven voor nul minuten spreektijd, dus excuus, meneer Klos. Ik weet niet waar dit mis is gegaan, maar we zijn flexibel. Ga uw gang, namens de fractie van D66.

De heer Klos (D66):
Het is vast mijn eigen schuld. Het zou wat zijn geweest als de heer Dijk hier nu bezwaar tegen had aangetekend.

Net als de heer Dijk maak ik me zorgen over de gasprijzen en de effecten die ze hebben op hoe mensen omgaan met hun gasverbruik en hoe ze dat thuis beleven. Ik vind dat Nederland zich beter moet voorbereiden op situaties die zich kunnen voordoen, zeker gezien de geopolitiek, die daar juist een extreem effect op heeft. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat we leven in een periode van geopolitieke instabiliteit en de vorige energiecrisis grote gevolgen had voor Nederlandse huishoudens;

overwegende dat energieprijzen grote effecten hebben op bedrijven in Nederland en onze economische groei;

van mening dat we de mogelijke effecten van onvoorziene ontwikkelingen bij gasimport onvoldoende meenemen in onze keuzes voor het energiesysteem van Nederland;

verzoekt de regering om scenario's in kaart te brengen van de gevolgen van het (deels) stoppen van gasexport van grote exporteurs aan Nederland in 2026 en 2027 voor Nederlandse huishoudens en bedrijven, een inschatting te maken van de gevolgen hiervan en dit onderzoek in 2026 naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.

Zij krijgt nr. 636 (29023).

Dank u wel, meneer Klos. Dan schors ik nu alsnog voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 17.08 uur tot 17.13 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de beantwoording van de minister en de appreciatie van de moties in het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid. De minister begint met de beantwoording van de vragen. Ga uw gang.

Minister Hermans:
Dank, voorzitter. Ik begin met de vraag van de heer Jumelet over een strategische voorraad. In het commissiedebat hebben we daar vrij uitvoerig over gesproken. Ik begrijp de vragen daarover ook heel goed. Ik heb aangegeven dat het kabinet in dit jaar, 2026, voor het eerst op grond van de wetgeving de mogelijkheid heeft om zo'n noodvoorraad aan te leggen. We onderzoeken wat de definitieve omvang daarvan moet zijn. Dat zal ook onderdeel uitmaken van het strategisch gasbeleid. Het kabinet zal daarvoor voor de zomer een voorstel doen, naar aanleiding van de motie-Grinwis.

Ik hecht er wel aan om ook nu, in dit tweeminutendebat, nog een keer te zeggen dat die strategische voorraad echt bedoeld is voor het geval van een crisis. Als je dan op grond van het Bescherm- en Herstelplan Gas maatregelen moet gaan nemen, kun je de noodvoorraad inzetten om op een gedoseerde manier te kunnen gaan afschakelen, wat we allemaal natuurlijk het liefst willen voorkomen. Zo'n voorraad is er niet voor bedoeld om die in te zetten om bijvoorbeeld de prijs te dempen. Ik hecht eraan om dat te blijven benadrukken, maar de toezegging die de heer Jumelet vraagt, kan ik doen. In het voorstel voor het strategisch gasbeleid zullen we daar verder op ingaan.

Voorzitter. De heer Kops vroeg mij of er zorgen zijn over de leveringszekerheid, ook vanwege de dalende voorraden in de gasopslagen. Ik heb al een aantal keer gezegd — dat herhaal ik hier graag — dat wij de vulling van de voorraden heel nauwlettend in de gaten houden. We zien dat die omvang afneemt. Dat hoort wel bij het seizoen waar wij in zitten, want het is winter, dus dan gebruik je die opslagen om een hogere gasvraag aan te kunnen vullen. Maar het is niet de enige manier waarop we in de vraag voorzien. Dat doen we natuurlijk ook met de import van lng. We zien dat de schepen nog steeds gewoon een stabiele toevoer leveren naar Nederland en Europa. Natuurlijk is er de toevoer door de pijpleidingen en tot slot de eigen productie. Maar ik herhaal: ik blijf hier de vinger aan de pols houden.

Voorzitter. Dan een hele serie vragen van de heer Vermeer. Die gaan over het borgen van leveringszekerheid in een geopolitiek instabiele wereld en over welke mitigerende maatregelen we hebben genomen om ons minder kwetsbaar te maken ten aanzien van energie-import. We weten dat we gas nog een aantal jaar nodig hebben. Dat betekent dat we ook van de import ervan afhankelijk zullen blijven. Leveringszekerheid heeft natuurlijk prioriteit. We brengen dat in balans met een zo klein mogelijke afhankelijkheid door langs een aantal sporen te werken: het verminderen van de gasvraag door energiebesparing, de opschaling van duurzame energieproductie, het optimaliseren van onze eigen productie, het zo divers mogelijk maken van de import van energie door uitbreiding van de importcapaciteit die door een diverse groep van importeurs kan worden benut en natuurlijk het hebben van voldoende gasopslagcapaciteit.

Voorzitter. Dan vroeg de heer Vermeer of het klopt dat het belangrijkste deel van de Nederlandse aardgas- en lng-import uit een beperkt aantal landen komt. Gas wordt geïmporteerd via pijpleidingen en door middel van lng via Rotterdam en de Eemshaven. Van al het geïmporteerde gas in Nederland kwamen de meeste volumes het afgelopen jaar uit de Verenigde Staten, Noorwegen, België en Duitsland. Daarbij benadruk ik dat Nederland onderdeel is van een Europees gasnetwerk en dat geïmporteerd gas, dat bijvoorbeeld uit Duitsland afkomstig is, ook weer uit verschillende bronnen kan komen. Dan komen er nog beperkte hoeveelheden Nederland binnen, onder andere via het Verenigd Koninkrijk en nog een klein beetje via Rusland. De lng-volumes uit Rusland zullen uiterlijk eind dit jaar helemaal afgebouwd zijn. Dat zijn al die Europese afspraken die we gemaakt hebben. Er komt nog geen gas rechtstreeks uit Qatar. Mogelijk verandert dat in de komende jaren. Qatar levert bijvoorbeeld wel aan België en het Verenigd Koninkrijk, dus via die routes kan het natuurlijk ook Nederland binnenkomen.

Voorzitter. Dan een vraag van de heer Vermeer over het risico dat pijpleidingen worden gesaboteerd en dat energie-export wordt ingezet als een geopolitiek drukmiddel; zijn we dan niet te kwetsbaar? Eigenlijk heb ik daar net al een aantal opmerkingen over gemaakt. Wij hebben dat gas nodig en zien ook dat je van die import niet te afhankelijk wil worden. Daarom zetten we in op energiebesparing, het opschalen van hernieuwbare energieproductie, de eigen gasproductie en het diversificeren van de import.

Dan het belang van de gasbergingen en hoe we aankijken tegen de vulgraden. De gasopslagen zijn belangrijk voor de leveringszekerheid. Dat is zeker zo in de winter, als de vraag groter is, zoals ik zojuist in de richting van de heer Kops zei. Daarvoor hebben we natuurlijk ook de import en de eigen productie. Wij vragen altijd advies aan GTS, Gasunie Transport Services, over wat er nodig is in die opslagen. We vragen ook hoe GTS naar de situatie kijkt: kunnen we ook voldoen aan de vraag op koude dagen, wanneer er natuurlijk een piekvraag is? GTS heeft aangegeven dat er voldoende volume is om de winter door te komen. Zoals gezegd, worden de gasopslagen ingezet. Op basis van de huidige inzichten, de weersverwachtingen en de prijssituatie is er geen reden om ons nu zorgen te maken over de leveringszekerheid. Maar ik blijf benadrukken dat we dit natuurlijk blijven monitoren en dat we de vinger aan de pols blijven houden.

Voorzitter. De heer Vermeer vroeg wie de eigenaren zijn van die gasbergingen, zoals Norg, Grijpskerk en Alkmaar. De NAM is eigenaar van Grijpskerk en Norg. EnergyStock is eigenaar van Zuidwending. TAQA en EBN zijn samen eigenaar van Bergermeer, voor respectievelijk 60% en 40%. Alkmaar is in handen van de Alkmaar partners. Dat zijn TAQA, Dana Petroleum, RockRose en EBN. De gasopslagen worden dus beheerd door marktpartijen. Zij gaan over de werking, de toegang, de injectie en de productie van gas uit de opslagen. In een bijlage van een brief van 15 april van het afgelopen jaar hebben we op verzoek van de heer Vermeer uitgebreid toegelicht hoe dat verder precies werkt. Als u het mij toestaat, verwijs ik naar die brief voor een uitgebreide toelichting daarop.

Voorzitter. Dan nog een vraag van de heer Vermeer: door overheidsingrijpen wordt de marktwerking inzake het vullen van de bergingen verstoord; wat betekent dat nou voor de prikkel aan marktpartijen om bergingen te vullen? Op het moment dat je daar als overheid een rol in neemt, dan zie je veranderingen optreden. We zien überhaupt dat de markt voor het vullen van gasopslagen verandert en dat de businesscase onder druk staat. Een van de factoren daarvoor is de dalende gasprijs: het aanbod neemt toe, de vraag neemt af. Ook overheidsingrijpen, bijvoorbeeld het vullen van gasopslagen, kan een verstorende werking hebben. Dat is een van de redenen waarom wij, Nederland, samen met een aantal andere landen ook in Europa gepleit hebben voor een aantal aanpassingen, bijvoorbeeld het minder rigide en meer flexibel maken van de vulverplichtingen, juist ook om dat vullen aantrekkelijker te maken. Bij het nemen van nationale maatregelen wegen wij natuurlijk altijd de verschillende belangen.

Voorzitter. Dan een vraag van … Ik denk dat ik hier al op heb gereageerd.

Dan vraagt de heer Vermeer nog of er een soort noodknop is waar je op kan drukken om de export naar omliggende landen te kunnen beperken. Marktpartijen exporteren vanuit Nederland geen lng. Er vindt wel via Nederland doorvoer van gas naar buurlanden plaats. Dat is die belangrijke gasrotonde, de spilfunctie die Nederland heeft in de Europese gasmarkt. De doorvoer van gas kunnen wij dus ook niet met een druk op de knop zomaar beperken. Op grond van Europese wetgeving mogen lidstaten geen maatregelen nemen die gasstromen binnen de interne markt beperken of die de gasleveringszekerheid in een andere lidstaat in gevaar brengen. Ook moet de grensoverschrijdende toegang tot infrastructuur, bijvoorbeeld gasopslagen, gehandhaafd blijven.

De heer Vermeer (BBB):
Ik heb eigenlijk twee vragen, eentje over het laatste wat de minister zei en eentje over wat ze daarvoor zei.

De voorzitter:
Doet u het snel, want u heeft al heel veel vragen gesteld en we zitten in een tweeminutendebat. Daar zijn we nu al best een tijd mee bezig.

De heer Vermeer (BBB):
Dat klopt. Daarom had ik twee minuten vragen gesteld. Het ging net over die vulverplichtingen die volgens haar de markt kunnen verstoren. Is de minister het met mij eens dat dat net zo goed kan gelden voor de speculatie van commerciële partijen, dus dat ook die de markt kunnen verstoren?

De voorzitter:
Dat is uw eerste vraag. Stelt u ook maar meteen uw tweede vraag. Dan hebben we die meteen gehad.

De heer Vermeer (BBB):
Mijn tweede vraag is de volgende. Volgens de EU-wetgeving kunnen we niet met een druk op de knop de export naar een ander land beperken, maar we kunnen toch wel met een druk op de knop de invoer in het systeem beperken?

Minister Hermans:
Eerst even over het vullen van de gasopslagen. Ik heb geschetst wie de eigenaren zijn van die gasopslagen en dat het ook marktpartijen zijn die de verantwoordelijkheid hebben om die gasopslagen te vullen. Dat doen zij op grond van contracten die ze hebben en leveringsverplichtingen die zij gedurende het jaar, in het bijzonder in de winter, te vervullen hebben. Dat is een spel van vraag en aanbod. De prijs speelt daarin een belangrijke rol. We hebben ook gezien dat de prijs zodanig was in oktober dat het aantrekkelijker was om al gas uit de opslagen te gaan halen dan om het nog te produceren of te importeren en het nog even in de opslag te laten zitten. Zo zal er altijd gezocht worden naar een balans. Op het moment dat je als overheid zegt "wij nemen een deel van de vultaak op ons", dan heeft dat een effect op hoe die markt zich beweegt en, nogmaals, ook op de hele situatie met de prijzen. Dat maakt a dat wij heel voorzichtig zijn in wanneer wij instappen en b dat wij dat ook niet zomaar niet doen, omdat wij zien dat de situatie in de afgelopen jaren veranderd is. Het is dus een situatie waarin marktpartijen eigendom zijn van die gasopslagen, maar de overheid ook een publiek belang te borgen heeft van leveringszekerheid en overigens ook van betaalbaarheid.

Voorzitter. Dan de tweede vraag. Die ging over een druk op de knop. Ik zei het volgens mij in het commissiedebat ook al: Nederland is netto importeur van gas op dit moment. We verbruiken in Nederland ook meer gas dan we zelf produceren. We zijn dus ook voor een groot deel van ons gasverbruik afhankelijk van de import. Zomaar op een knop drukken om import of export te stoppen, daar zullen we zelf ook ongelofelijk veel last van hebben. Het mag niet volgens Europese regelgeving. Ik kom er zo ook op bij de motie van de heer Kops: het beschermen van wat wij hier in Nederland hebben lijkt heel mooi en sympathiek te klinken voor het Nederlandse gasverbruik, maar wij maken juist ook heel veel gebruik van het in- en uitgaan van gas naar bijvoorbeeld Duitsland.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik hoop dat u nu door kunt gaan met de appreciatie van de moties. Meneer Vermeer, dit is echt de laatste interruptie. We zitten al meer dan een halfuur in dit tweeminutendebat en we hebben er nog twee te gaan voordat we een dinerpauze hebben, en we hebben ook nog een hele begrotingsbehandeling vanavond. Ik sta u nog een héle korte interruptie toe, en dan wil ik de minister verzoeken om die ook heel kort te beantwoorden en daarna echt door te gaan naar de appreciatie van de moties. Meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, ik stel voor dat de minister de vraag die nog niet beantwoord is, schriftelijk afdoet. Dat is de vraag of het mogelijk is om van de bergingen van commerciële partijen nationale bergingen te maken. Vormen de verschillende juridische conflicten met de NAM en haar aandeelhouders een barrière? Die vraag is nog onbeantwoord. Ik zou graag schriftelijk een antwoord ontvangen.

Minister Hermans:
Die vraag zal ik beantwoorden in de eerste termijn van de begrotingsbehandeling, donderdag. Het lijkt me niet echt nodig daar nog een brief over te sturen. Overigens ga ik die vraag deels beantwoorden in mijn reactie op de motie van de heer Dijk.

De voorzitter:
Prima. Dat is een heldere routebeschrijving. Gaat u dan verder met de moties.

Minister Hermans:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 629 van de heer Kops verzoekt mij om de noodvoorraad gas alleen voor Nederlands gebruik aan te leggen. Ik heb het net eigenlijk al in de richting van de heer Vermeer gezegd: op grond van EU-wetgeving mag ik geen maatregelen nemen die de gasstromen binnen de interne markt beperken. Wij als netto importeur zouden daar ook veel last van hebben, dus ik moet deze motie ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 629 krijgt de appreciatie "ontraden".

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 630 van mevrouw Van Oosterhout gaat over de scope 3-emissies. Ik begin even te twijfelen aan de kwalificatie die ik kan geven. Ik zou willen vragen of mevrouw Van Oosterhout de motie wil aanhouden, maar dan moet ik 'm misschien "ontijdig" geven. Ik weet het nooit precies. Dat doe ik om de volgende reden. Ik heb mevrouw Van Oosterhout in het commissiedebat al toegezegd dat wij de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over scope 3 en wat dat precies betekent voor de Nederlandse situatie nog aan het bestuderen zijn. Ik zou mevrouw Van Oosterhout willen vragen de motie aan te houden tot ik die uitspraak heb bestudeerd.

De voorzitter:
Helder. De motie heeft nu de appreciatie "ontijdig". Ik kijk richting mevrouw Van Oosterhout of zij 'm dan zou willen aanhouden. Dat is het geval.

Op verzoek van mevrouw Van Oosterhout stel ik voor haar motie (29023, nr. 630) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 631 van mevrouw Van Oosterhout met de vraag om de energiebesparingsplicht op te rekken van vijf naar tien jaar. Per 2027 wordt de terugverdientijd opgehoogd van vijf naar zeven jaar. Een verdere ophoging gaat echt voorbij aan de investeringshorizon van bedrijven en instellingen, dus die moet ik ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 631 krijgt de appreciatie "ontraden".

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 632 van de heer Van den Berg over het onderzoeken waar in Nederland de importcapaciteit vergroot kan worden en wat hier de voordelen van zouden kunnen zijn. Het gaat dan over lng-importcapaciteit. Het kabinet op dit moment onderzoek naar uitbreiding en aanvulling. In dat licht geef ik 'm oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 632: oordeel Kamer.

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 633 verzoekt om in de Europese Raad een voorstel te doen voor de financiering van kussengasreserves. Zoals ik gezegd heb, kom ik met strategisch gasbeleid. Daarbij zal ik ook ingaan op een kussengasreserve, zoals in een CE Delft-rapport ook geadviseerd is. Ik sta nu niet op het punt om in de Energieraad met een voorstel te komen. Nederland pleit wel al langere tijd voor kostendeling. Daar ga ik ook mee door. Dat zal ik ook mijn opvolger in het volgende kabinet aanraden. Dus als dat de lijn is waar ik op door kan gaan en ik op de kussengasreserve in kan gaan in het strategisch gasbeleid, kan ik de motie oordeel Kamer geven. Als de heer Van den Berg echt wil dat ik nu ergens voor ga pleiten in Europa, dan kan ik dat niet toezeggen.

De voorzitter:
Ik kijk in de richting van de heer Van den Berg om te zien of hij deze lezing van de motie accepteert.

De heer Van den Berg (JA21):
Dank dat de minister dat wil meenemen. Het gaat ons er inderdaad om dat de kostenverdeling over de Europese lidstaten te allen tijde wordt meegenomen. Dus als u die strategische verkenning gedaan heeft met de kussengasreserves, dan vertrouwen wij erop dat de regering die gaat meenemen naar de EU-Raad.

De voorzitter:
Dan krijgt de motie op stuk nr. 633 oordeel Kamer.

Minister Hermans:
Sterker nog, ik heb dat al een paar keer ingebracht in de EU-Raad. Het wachten is nu op een voorstel van de Europese Commissie. Daarna zullen we ons daar weer toe moeten verhouden.

De voorzitter:
Minister, is het nou overbodig of oordeel Kamer?

Minister Hermans:
Oordeel Kamer.

De voorzitter:
Oké.

Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 634. Daar zit een tweetal verzoeken in van de heer Van den Berg. Die kan ik ook oordeel Kamer geven. Even heel precies. Er loopt een aantal juridische procedures tussen de Staat en Shell en Exxon over gasopslagen. Parallel daaraan zijn we in overleg om daar samen uit te komen. Dat doe ik hier natuurlijk niet openbaar, want dat zou die onderhandelingen in de weg staan. Maar als ik de motie zo mag lezen dat ik in dat kader die gesprekken met de partijen voortzet, dan kan ik haar oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 634: oordeel Kamer.

Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 635 van de heer Dijk over een voldoende vulgraad, maar ook over het nationaliseren van de opslagen. Die motie moet ik ontraden. Wij hebben al een aantal vulmaatregelen genomen, ook voor volgend seizoen. Er komt een strategisch gasbeleid. Ik refereerde daar net al een paar keer aan. Voor de volledigheid voeg ik toe dat het nationaliseren van de opslagen an sich niet een oplossing is of een meerwaarde heeft voor het vullen van de opslagen en ook niet leidt tot lagere prijzen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 635 krijgt de appreciatie ontraden.

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 636 geef ik oordeel Kamer, met wel de winstwaarschuwing dat ik niet zeker weet of we de deadline gaan halen die mij in de motie gesteld wordt.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 636: oordeel Kamer. Ik zie dat de heer Klos er geen bezwaar tegen heeft als het eventueel wat langer gaat duren.

Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.