[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Mijnbouw (CD 29/1) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D06556, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 09:23, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Mijnbouw

Mijnbouw

Aan de orde is het tweeminutendebat Mijnbouw (CD d.d. 29/01).

De voorzitter:
We gaan door met het laatste tweeminutendebat voor de dinerpauze. Dat is het tweeminutendebat over mijnbouw, ook aangevraagd door het lid Van Oosterhout namens de fractie van GroenLinks-PvdA. Zij krijgt daarmee ook als eerste het woord. Het woord is aan u. U heeft twee minuten de tijd, mevrouw Van Oosterhout.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. De positie van mijn fractie over de mijnbouw is helder: we moeten zo snel mogelijk van fossiele brandstoffen af en we moeten in ieder geval stoppen met het aanboren van nieuwe olie- en gasvelden in Nederland. Daar gaan we nog vaker over spreken, ook straks bij de begroting, maar ik heb nu alvast de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er door TNO en Deltares in opdracht van het ministerie van KGG onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van gaswinning onder veenweidegebieden;

constaterende dat de integrale houdbaarheid van veenweidegebieden onder grote druk staat, waarbij de fysieke kwetsbaarheid van de bodem leidt tot een onhoudbare stapeling van onbeheersbare maatschappelijke kosten voor infrastructuur en funderingen, een onherstelbaar verlies aan unieke biodiversiteit en cultuurlandschap en het niet halen van klimaatdoelen;

constaterende dat er geen volledig en gedeeld inzicht beschikbaar is in de effecten van bodemdaling op locaties waar deze op verschillende diepten in de ondergrond optreedt;

constaterende dat er daarom door TNO en Deltares in opdracht van het ministerie van KGG onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van gaswinning onder veenweidegebieden;

constaterende dat op grond van het voorzorgsprincipe de overheid maatregelen moet nemen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor milieu of gezondheid en dat ook de effecten op waterkwaliteit onduidelijk zijn;

verzoekt de regering om in het kader van het voorzorgsprincipe een standstill in te lassen en geen gaswinning onder veenweidegebieden toe te staan zolang het onderzoek van TNO en Deltares naar gaswinning en veenweidegebieden niet is afgerond,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 299 (32849).

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Tot slot nog een vraag voor de minister. Het Werelderfgoedcomité gaf Nederland recent aanbevelingen voor het behoud van de UNESCO-status van de Waddenzee, waaronder het beter beschermen van de bufferzone. Zal de minister daaraan navolging geven door specifiek voor gas- en oliewinning de impact in en om die bufferzone nader te bestuderen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik graag de heer Kops vragen om naar het spreekgestoelte te komen voor de bijdrage namens de Partij voor de Vrijheid. Meneer Kops.

De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met het sectorakkoord gaswinning op land gaswinningsbedrijven bij nieuwe projecten tot 2 miljard m3 5% van de netto-omzet per project zullen afdragen aan de regio;

verzoekt de regering te regelen dat deze afspraak ook geldt voor bestaande projecten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.

Zij krijgt nr. 300 (32849).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met de regeling tegemoetkoming mijnbouwschade Limburg schades tot €10.000 worden vergoed als het verband met mijnbouw voldoende aannemelijk is;

constaterende dat bij schades boven €10.000 het verband met mijnbouw bouwkundig wordt onderzocht, waarbij de mogelijkheid bestaat dat de uiteindelijke vergoeding niet hoger, maar lager dan €10.000 uitvalt;

overwegende dat de Commissie Mijnbouwschade daarom stelt dat het "accepteren van een vergoeding tot €10.000 wellicht de beste keuze" is;

verzoekt de regering te regelen dat bouwkundig onderzoek naar schades boven €10.000 niet leidt tot een vergoeding lager dan €10.000,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.

Zij krijgt nr. 301 (32849).

De heer Kops (PVV):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren. Ook u krijgt twee minuten spreektijd. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat natuurgebieden en hun omgeving extra gevoelig zijn voor de schadelijke effecten van mijnbouw en bijbehorende infrastructuur;

verzoekt de regering natuurgebieden uit te sluiten van gaswinning en dit vast te leggen in wet- en regelgeving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 302 (32849).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veenweidegebieden kwetsbare ecosystemen zijn die essentieel zijn voor biodiversiteit, CO2-opslag en waterhuishouding;

overwegende dat gaswinning in deze gebieden bijdraagt aan bodemdaling, inklinking van veen en verstoring van de lokale waterstand, met onomkeerbare schade tot gevolg;

verzoekt de regering veenweidegebieden expliciet uit te sluiten voor gaswinning, bestaande winning stop te zetten en deze gebieden te beschermen tegen verdere schade,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 303 (32849).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland zich heeft gecommitteerd aan het beperken van de mondiale opwarming tot maximaal 1,5 graden;

constaterende dat gaswinning, zowel op land als op de Noordzee, meer CO2-uitstoot veroorzaakt en langjarige investeringen in fossiele infrastructuur vastlegt;

verzoekt de regering om voor zowel gaswinning op land als op de Noordzee een zo vroeg mogelijke einddatum vast te stellen voor gaswinning in Nederland die in lijn is met het 1,5 gradendoel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 304 (32849).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat investeringen in nieuwe gaswinning een fossiele lock-in veroorzaken;

overwegende dat hiermee de kans dat Nederland niet aan de wettelijke klimaatdoelen voldoet nog groter wordt;

overwegende dat er geen alternatief scenario ligt om onafhankelijk te worden van andere landen voor de Nederlandse energievoorziening waarmee tevens de klimaatdoelen worden gehaald;

verzoekt de regering om een afbouwpad voor gaswinning in Nederland op te stellen, inclusief scenario's met energiebesparing en alternatieve energieopwek en -opslag, en dit uiterlijk vóór de begroting van 2027 aan de Kamer voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 305 (32849).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Peter de Groot namens de fractie van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. U krijgt twee minuten.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie meegenomen. Die gaat over het beroep dat de provincie Groningen tegen de zoutwinning heeft ingesteld.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister verlengingsvergunningen voor zoutwinning bij Zuidwending en Heiligerlee heeft afgegeven;

constaterende dat de provincie Groningen, ondanks gedegen veiligheidsadviezen van de Mijnraad, TNO en SodM, tegen de verlenging in beroep is gegaan;

overwegende dat door dit beroep een maatwerkafspraak met Nobian, met bijbehorende investeringen en toekomstig gebruik van de zoutcavernes voor waterstofopslag, on hold is komen te staan;

verzoekt de regering met de provincie Groningen in gesprek te gaan om deze ongewenste situatie tussen medeoverheden op te lossen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot en Jumelet.

Zij krijgt nr. 306 (32849).

Dank u wel. Dan de heer Van den Berg namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter. Ook dank aan de minister voor het goede debat hierover. Ik denk dat we daarin ook wel duidelijk hebben gemaakt dat gaswinning voor JA21 heel erg belangrijk is, vooral ook om onze strategische autonomie te verzekeren. Nederland is, zo werd net al gezegd, op dit moment voor 70% afhankelijk van het buitenland. Daardoor zijn we ook afhankelijk van het buitenland en kwetsbaar. Wij zouden dat heel graag anders zien door de kleine gasvelden die we hebben nu wel in te gaan zetten voor de productie. Daarmee kunnen we internationaal ook weer met de vuist op tafel slaan.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat binnenlandse gasproductie op de Noordzee kan bijdragen aan leveringszekerheid, lagere importafhankelijkheid en het dempen van de prijsvolatiliteit;

overwegende dat versnelling van vergunningverlening en investeringszekerheid noodzakelijk is om tijdig effect te sorteren richting de aanstaande winter van 2026 en 2027;

verzoekt de regering om een concreet pakket versnelling gaswinning Noordzee aan de Kamer te sturen, waarin wordt ingegaan op voorstellen voor versnelde vergunningverlening voor (nieuwe) Noordzeegasvelden, de praktische inbedding en het effect op leveringszekerheid en prijsvolatiliteit,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 307 (32849).

De heer Van den Berg (JA21):
Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot de heer Jumelet namens het Christen Democratisch Appèl. Ook u heeft twee minuten spreektijd.

De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Het mijnbouwcommissiedebat was inderdaad een goed debat. Ook daar is al aandacht gevraagd voor de situatie in Ekehaar. Daar is een motie over.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister in het overleg met inwoners van Ekehaar en de burgemeester van Aa en Hunze heeft aangegeven dat een aanpassing van de schaderegeling ook met terugwerkende kracht op Ekehaar zal worden toegepast;

verzoekt de regering om bij de aanpassing van de regeling voor de afhandeling van mijnbouwschade expliciet aandacht te besteden aan het opnemen van een terugwerkendekrachtbepaling waarmee mensen die onder de oude regeling vielen ook worden geholpen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jumelet en Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 308 (32849).

Dank u wel. Daarmee komen we aan het einde van de indiening van moties en de termijn van de Kamer. Ik schors voor vijf minuten, zodat de minister de vragen kan beantwoorden en de moties van een appreciatie kan voorzien.

De vergadering wordt van 18.00 uur tot 18.05 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de beraadslaging. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Mijnbouw. Ik geef het woord graag aan de minister van Klimaat en Groene Groei, minister Hermans. Gaat uw gang.

Minister Hermans:
Voorzitter, dank. Ik begin met de eerste motie, de motie op stuk nr. 299 van mevrouw Van Oosterhout, die vraagt om een standstill voor gaswinning in veenweidegebied op grond van het voorzorgsprincipe. Ik meen dat we het daar in het debat over hebben gehad. Ik heb vandaag op verzoek van de Kamer ook nog een brief gestuurd met een reactie op een brief van onder andere de provincie Fryslân met eigenlijk eenzelfde soort verzoek. Ik moet de motie ontraden. Ik moet het heel precies zeggen: het is niet proportioneel om op grond van het voorzorgsprincipe op voorhand één activiteit uit te sluiten, in dit geval gaswinning, zonder daarbij ook naar alle andere activiteiten te kijken die van invloed zijn op bodemdaling in de veenweidegebieden. Ik zeg daar wel bij dat we natuurlijk hebben toegezegd om die aanvullende onderzoeken te doen, ook in samenwerking met de provincie en het waterschap. Dat doe ik vanzelfsprekend, maar de motie op stuk nr. 299 moet ik ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 299 krijgt de appreciatie ontraden. De motie op stuk nr. 300.

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 300 van de heer Kops om de batendeling ook van toepassing te verklaren op bestaande projecten moet ik ontraden. Het sectorakkoord ziet echt op nieuwe projecten; dat is een vrijwillige afspraak met de sector. Ik kan dat niet zomaar ook op bestaande projecten van toepassing verklaren.

De voorzitter:
Ook de motie op stuk nr. 300 krijgt de appreciatie ontraden.

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 301 komt voort uit een advies. Daarvan heb ik gezegd dat we nu net zijn begonnen met die schadevergoeding in Limburg. We gaan kijken hoe die uitpakt. Het advies, dat ook ingaat op wat deze motie vraagt, zullen we bestuderen, maar we gaan nu eerst ervaring opdoen. Besluitvorming hierover is aan een volgend kabinet. Ik moet deze motie nu dus ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 301 krijgt de appreciatie ontraden.

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 302 van mevrouw Teunissen gaat over geen gaswinning in natuurgebieden en vastlegging daarvan in wetgeving. Die motie moet ik ontraden. In de vergunningverlening zitten allerhande waarborgen die ook zien op significante gevolgen voor de natuur. Ik kan dan ook niet zomaar gaswinning toestaan. Wat de motie vraagt, is dus niet nodig. Daarmee ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 302 krijgt de appreciatie "ontraden".

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 303 gaat over het uitsluiten van veenweidegebieden. Ik denk dat ik daar net bij de motie op stuk nr. 299 op ben ingegaan, dus deze motie moet ik met dezelfde toelichting ontraden.

De voorzitter:
De appreciatie van de motie op stuk nr. 303 is "ontraden".

Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 304, van mevrouw Teunissen, gaat over een einddatum voor gaswinning. Deze motie moet ik ook ontraden. Ik heb hier veelvuldig met mevrouw Teunissen over gedebatteerd. We werken aan het afbouwpad. Daarom hebben we ook dat sectorakkoord gesloten. In de vergunningverlening hanteer ik al een einddatum van 2045. Maar wat er in de motie wordt gevraagd, gaat echt een stap verder, dus die moet ik ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 304 is ontraden.

Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 305, van mevrouw Teunissen, over een afbouwpad inclusief scenario's met energiebesparing en alternatieve energie-opwek en -opslag, met het verzoek om dit uiterlijk voor de begroting van 2027 aan de Kamer voor te leggen. Ook hierover heb ik volgens mij al een paar keer met mevrouw Teunissen van gedachten gewisseld. Het kabinet komt met Prinsjesdag met een geactualiseerd NPE, Nationaal Plan Energiesysteem. Daarin wordt het totaalplaatje van de Nederlandse energievoorziening in de toekomst geschetst, ook wat dat betekent voor het gebruik van gas of aardgas daarin. Dus ik zou mevrouw Teunissen willen vragen om de motie aan te houden tot die actualisatie.

De voorzitter:
Mevrouw Teunissen, wilt u de motie aanhouden?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, ik hou de motie niet aan, want het NPE is echt iets anders dan wat ik hier vraag. Ik vraag echt om een afbouwpad. Dat betekent dat er ook een einddatum is. Dat is echt iets anders dan wat de minister nu zegt.

Minister Hermans:
Ik zocht naar een manier om toch tegemoet te komen aan het verzoek van mevrouw Teunissen. Met de uitleg en de vraag die mevrouw Teunissen mij stelt, moet ik de motie op stuk nr. 305 ontraden.

De voorzitter:
De appreciatie van de motie op stuk nr. 305: ontraden.

Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 306, van de heer De Groot en de heer Jumelet, over in gesprek gaan met de provincie Groningen over de ongewenste situatie die is ontstaan. Zoals ik in het mijnbouwdebat heb geschetst, heb ik het gesprek gevoerd met de provincie. Dit gesprek gaat natuurlijk ook door. Het college van Provinciale Staten zal zich de komende tijd beraden. De vervolgstap ligt dus echt bij de provincie. Het is aan hen om te bepalen hoe zij met het ingestelde beroep willen omgaan en wat zij nodig hebben aan informatie daarvoor. Vanuit het ministerie is er en blijft er uiteraard de bereidheid om extra toelichting te geven op het besluit. Er is ook betrokkenheid van de provincie om tot een afsluitstrategie te komen. Begin maart is er een gesprek voorzien met de nieuwe gedeputeerde. Dus de motie krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 306 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 307, van de heer Van den Berg en de heer Flach. Wij hebben een sectorakkoord gesloten. Dat bevat een heel aantal maatregelen om gaswinning op de Noordzee te versnellen. Dat ziet onder andere op vergunningverlening, maar er zijn ook maatregelen die gaan over samenwerking. Voor de zomer stuurt het kabinet een voortgangsrapportage over hoe het staat met de uitvoering en de uitwerking van die maatregelen. Het is een beetje overbodig om daar nu weer een pakket bovenop te leggen. Er komt dus een voortgangsrapportage.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 307 is overbodig.

Minister Hermans:
Ik ontraad … Ja, die is overbodig. Ik weet niet wat …

De voorzitter:
"Overbodig" is ook een appreciatie.

Minister Hermans:
Nou, dan doen we overbodig, voorzitter.

De motie op stuk nr. 308, van de heer Jumelet en de heer De Groot, over een terugwerkendekrachtbepaling voor mensen die onder de oude regeling vallen. Dit betreft de situatie in Ekehaar. Dit is, zoals de heer Jumelet ook zei, aan een volgend kabinet. Maar de motie vraagt om echt aandacht te besteden aan zo'n terugwerkendekrachtbepaling. Daar ben ik het heel erg mee eens. Dat ondersteun ik ook, dus daarmee krijgt de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 308 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:
Voorzitter. Voor ik het vergeet: ik had nog een vraag van mevrouw Van Oosterhout.

De voorzitter:
Ga uw gang.

Minister Hermans:
Zij vraagt of ik nog een bufferzone ga inrichten voor gas- en oliewinning rond UNESCO-gebieden. Het Werelderfgoed is beschermd via de Omgevingswet, dus een bufferzone instellen is niet aan de orde. Maar bij het verlenen van vergunningen wordt via de Omgevingswet natuurlijk wel rekening gehouden — nou, meer dan dat, er is echt aandacht voor — met de impact op het UNESCO Werelderfgoed.

Mevrouw Van Oosterhout vroeg in het debat ook heel specifiek aandacht voor de Koloniën van Weldadigheid. Operator Vermilion heeft in dit verband vrijwillig besloten om de effecten van de omliggende gasvelden te beoordelen in een zogenaamd Heritage Impact Assessment.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, minister. Daarmee zijn we aan het einde van dit tweeminutendebat gekomen. Ik wil de minister, alle Kamerleden, de toeschouwers op de publieke tribune en alle mensen die meekijken van harte danken voor hun aanwezigheid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 19.00 uur voor een dinerpauze. Om 19.00 uur gaan we verder met de begroting van Klimaat en Groene Groei.

De vergadering wordt van 18.13 uur tot 19.01 uur geschorst.