Begroting Klimaat en Groene Groei (36800-XXIII) (1e TK) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D06557, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 09:24, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-10 19:00: Begroting Klimaat en Groene Groei (36800-XXIII) (1e TK) (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begrotingen Klimaat en Groene Groei 2026 en Klimaatfonds 2026
Voorzitter: Van Campen
Begrotingen Klimaat en Groene Groei 2026 en Klimaatfonds 2026
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 (36800-XXIII);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds voor het jaar 2026 (36800-M).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de zijde
van de Kamer aangaande de begroting Klimaat en Groene Groei.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Ik heet de minister van harte welkom in ons midden. Het is een
bijzondere avond, want er zijn maar liefst twee maidenspeeches, van
mevrouw Van Oosterhout en de heer Van den Berg, dus daar gaan we
natuurlijk uitgebreid bij stilstaan. Maar zover is het nog niet, want
eerst geef ik het woord aan de heer Klos voor zijn inbreng in eerste
termijn namens de fractie van D66. Als u zover bent, heeft u het
woord.
De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het is een wat vreemd moment voor een
begrotingsdebat, diep in blessuretijd, met een minister die zich moet
voorbereiden op een verhuizing. Laat ik beginnen met minister Hermans te
danken voor haar inzet, want in de korte tijd dat we hier debatteerden,
werd me duidelijk dat we het best vaak oneens waren over de koers van
het demissionaire kabinet, maar dat dit niet aan de werklust of de
richting van de minister lag. Als zij zich met haar groenste veren kan
tooien in het zorgveld, met 7% een van de grote vervuilende sectoren,
dan kan zij ons als buitenboordklimaatminister de komende jaren vanaf
een andere plek gaan helpen. Als de minister daar een toezegging op wil
geven, dan zou dat heel prettig zijn, maar als de voorzitter dat een
beetje buiten de orde vindt, begrijp ik dat ook.
Voorzitter. Twee ontwikkelingen maken aandacht voor het klimaat extra
urgent. De wereld is de afgelopen jaren drastisch veranderd. De
naoorlogse wereld van vrede en recht, waarin Europa kon floreren, wordt
hardhandig kapotgeslagen door grootmachten die een herschikking
nastreven op basis van macht en kracht. Het dwingt Europa, met Nederland
in een leidende rol, tot geopolitieke volwassenwording. De overgang naar
schone en betaalbare energie van eigen bodem is nu niet langer de hoop
van enkelen, maar noodzaak voor velen. Het is de absolute voorwaarde
voor onze veiligheid en voor onze onafhankelijkheid.
Tegelijkertijd zijn de consequenties van extremer weer door
klimaatverandering niet langer meer weg te redeneren als abstracte
risico's of denkbeeldige gevaren. Een enkele extreme hagelbui zorgde al
voor 70 miljoen euro schade in de glastuinbouw. De overstroming in
Valkenburg beschadigde de woningen van meer dan 2.000 gezinnen. Na een
strijd van jaren kregen de Bonairianen van de rechter gelijk dat
tekortschietend klimaatbeleid ten grondslag ligt aan het verdwijnen van
unieke natuur en de kosten van levensonderhoud.
Dat roept de vraag op wat wij op dit moment het beste kunnen doen. Ik
ben zelf ten diepste gemotiveerd om de komende jaren met het nieuwe
kabinet en met de oppositie te zorgen dat we de aanpak van
klimaatverandering tot een succes gaan maken. Dat is niet alleen een
zware verantwoordelijkheid, maar ook een geweldige kans. We kunnen wonen
in een land waar schone energie in overvloed beschikbaar en betaalbaar
is voor alles wat het leven mooi maakt. We kunnen nieuw werk en groei
vinden bij de ontwikkeling van de kennis en technologie van morgen. We
kunnen onze lucht schoner maken, onze steden groener en onze huizen
comfortabeler.
De voorzitter:
Ik maximeer het aantal interrupties niet, maar houdt u ze wel kort en in
niet meer dan drie keer.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Klimaatbeleid, klimaatbeleid en nog eens klimaatbeleid. Ik begrijp dat
meneer Klos daar ongelofelijk enthousiast over is. Maar tegelijkertijd
was het oud-minister Rob Jetten die zei dat al dat klimaatbeleid en al
die miljarden die we daaraan uitgeven, ertoe gaan leiden dat de wereld
0,000036 graden minder warm zal worden.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wat vindt meneer Klos daarvan? Is dat dan geen weggegooid geld?
De heer Klos (D66):
In eerste instantie vind ik dat deze karakterisering, waar toch een
soort scepsis onder zit, miskent dat Nederland een unieke positie heeft,
een kans en een verantwoordelijkheid om iets te doen. Historisch gezien
is de uitstoot van Nederland heel hoog. Die behoort tot de allerhoogste
in de wereld. We hebben als rijk land met heel veel innovatie en kennis
ook een krachtige positie om iets te doen aan het bevechten van
klimaatverandering. Ik zie de positie van Nederland dus niet zo somber
in. Sterker nog, ik ben er heel optimistisch en positief over.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We hebben miljarden en miljarden aan klimaatbeleid uitgegeven en een
oud-minister van Klimaat heeft toegegeven dat het eigenlijk totaal
verwaarloosbaar is. Hoe kan meneer Klos hier dan nog zo enthousiast
staan en zeggen dat we de wereld gaan redden, terwijl we zien dat het
nul effect heeft?
De heer Klos (D66):
De heer Heutink het nu over abstracte ideeën, maar het gaat ook over de
concrete toekomst voor mensen. Uiteindelijk gaan wij onze verslaving aan
fossiele brandstoffen moeten afbouwen, omdat die er op een gegeven
moment niet meer zijn, omdat die duurder worden. Als wij het leven
veiliger, comfortabeler en goedkoper willen maken voor mensen, moeten we
nu de omslag maken naar groene energie. Dat heeft niks met
klimaatidealisme te maken; dat heeft met realiteitszin te maken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wat met realiteitszin te maken heeft, is dat meneer Klos doelt op de
energietransitie. Dat is heel wat anders dan het klimaatbeleid waar wij
hier met z'n allen blijkbaar druk mee bezig zijn. Feit is dat meneer
Klos niet ontkent en ook niet kan ontkennen dat al die miljarden die we
uitgeven aan klimaatbeleid, als je sec kijkt naar de temperatuur van
deze aarde, totaal en totaal te verwaarlozen zijn.
De heer Klos (D66):
Ik ontken dat wel. Nederland speelt namelijk een leidende rol in de
Europese Unie. Met 450 miljoen mensen is dat een van de krachtigste
spelers die iets kan doen aan klimaatverandering. Ik vind dat wij dat
met volle kracht moeten doen, en deze coalitie gaat dat ook doen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij om te horen dat mijn collega van D66 het heeft over de
uitspraak ten aanzien van Bonaire, over de energietransitie en over het
belang daarvan. Toch zag ik tot mijn grote schrik in het coalitieakkoord
staan dat het halen van die doelen in 2030 lastig gaat worden. Ik zag
dan ook amper beleid om die doelen in 2030 te gaan halen. Ik vraag me af
of D66 het doel van 2030 heeft losgelaten.
De heer Klos (D66):
Zeker niet. We hebben in ons akkoord ook opgeschreven dat we alles op
alles moeten zetten om dat doel te halen. Ik denk dat je wel moet
constateren dat er door het beleid van de afgelopen jaren, van een
kabinet dat met name geleid werd door de input van de heer Wilders, heel
weinig gebeurd is. Dan wordt het moeilijker, zoals alle experts ook
zeggen. Daarom moet dit niet alleen een samenwerkingskabinet worden,
maar ook een reparatiekabinet. Daarom zetten we de versnelling in.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp heel goed dat u een hoop achterstand in te halen heeft na de
stilstand van dit kabinet. Tegelijkertijd zien we dat er in dit
coalitieakkoord een hele hoop fossiele voorstellen staan. Zo gaat
Lelystad Airport open, komen er extra fossiele subsidies bij en worden
er nieuwe gasvelden aangeboord. Hoe rijmt D66 die ontwikkelingen met
elkaar?
De heer Klos (D66):
Ik denk dat het goed is voor het parlementaire debat om eerlijk te zijn
dat wat er in het coalitieakkoord staat, niet 100% het
verkiezingsprogramma van D66 is. Dat kenschetst de inzet van onze partij
voor het klimaat. Wij proberen altijd mee te doen, omdat we altijd onze
idealen willen realiseren en altijd dichter bij een wereld willen komen
waar wij in willen wonen. Als je naar het coalitieakkoord kijkt, zie je
dat daarin dramatische stappen worden gezet om onze economie te
verbouwen. We gaan namelijk kilometers aan windparken op zee bouwen en
gigantische investeringen doen in de duurzame pioniers van morgen. Daar
zitten ook beslissingen bij die ik niet zelf heb bedacht, maar onder de
streep is de groene koers weer ingezet en daar ben ik heel erg trots
op.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dat je, als je over zo'n coalitieakkoord aan het
onderhandelen bent, niet alles binnenhaalt, maar toch mis ik wat D66 dan
wél heeft binnengehaald. Als we heel eerlijk zijn, zullen de
klimaatdoelen voor 2030 met dit beleid niet gehaald worden. Ik was wel
heel blij om te horen dat u net begon over Bonaire. Gaat de heer Klos
erop toezien, ja of nee, dat er niet enkel een plan wordt opgesteld met
de doelen voor 2030 en 2040, maar dat er ook effectief maatregelen
worden uitgevoerd om die doelen te halen?
De heer Klos (D66):
Daar kan ik heel kort over zijn: volgens mij moeten we de nieuwe
minister er heel scherp op gaan bevragen om dat te doen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik was het in het begin heel erg eens met de heer Klos, toen hij warme
woorden richting de minister sprak, maar ik hoorde hem net toch zeggen
dat er heel veel stilstand is geweest op dit dossier. Dat rijmt niet
helemaal met elkaar. Mijn vraag aan de heer Klos is: heeft u de
afgelopen periode gezien dat het vooral deze minister is geweest die
voor de torenhoge doelen en klimaatambities zaken naar de praktijk heeft
gebracht, terwijl dat best wel moeizaam gaat? Kunt u daar misschien iets
meer over zeggen?
De heer Klos (D66):
Zeker. Ik begrijp de vraag heel goed en ik wil die inzet ook zeker niet
bagatelliseren. Tegelijkertijd moet je, denk ik, realistisch concluderen
dat onder de vorige minister de klimaatdoelen binnen bereik kwamen en
dat onder deze minister die kans nog maar heel klein werd. Dat heeft ook
te maken met de beperkingen die haar werden opgelegd in het
coalitieakkoord en met de beperking van fondsen die er was. Dat is dus
geen verwijt, maar meer een constatering.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik wil daar verder niet zozeer op ingaan, maar ik zie wel in de praktijk
dat de netcongestie heviger dan ooit is. Tegelijkertijd leggen we
natuurlijk windparken aan. Ik zou dus graag die kant willen belichten:
er zitten daar heel veel moeilijkheden in de uitvoering. Deze minister
heeft er heel hard aan getrokken om dat los te trekken. Daar ging mijn
vraag over en daarop zou ik graag nog een beschouwing willen van de heer
Klos.
De heer Klos (D66):
Dat is zeer terecht. In het coalitieakkoord dat wij nu met onze partijen
hebben gesloten, proberen wij een aantal van die knelpunten aan te
pakken. Voor de elektrificatie van de economie gaan we drie dingen doen.
We gaan proberen het transport te verbeteren door de netcongestie op te
lossen, we gaan proberen het gebruik te stimuleren door de kosten voor
de industrie een beetje te drukken en we gaan de productie enorm
opschakelen door die enorme windparken op zee. Een aantal van de
problemen die we zijn tegengekomen, proberen we met het coalitieakkoord
juist op te lossen. Ik denk dus dat dat een hele terechte vraag is.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Waar is toch het D66 gebleven dat zich tooide met de geuzennaam
"klimaatdrammers"? Ik zie dat dat vergeten en eigenlijk begraven is.
Collega Klos zegt: het is niet 100% een D66-programma. Nee, het is op
z'n best 10%. Kijk bijvoorbeeld naar de hoeveelheid
normeringsmaatregelen. Op z'n best zijn dat er drie of vier in het hele
coalitieakkoord. De lijst uit de doorrekening bevat er meer dan twintig.
D66 heeft dan toch wel verrekte slecht onderhandeld op klimaat en
energie. Ze hebben incidenteel wat bezuinigingen van het vorige kabinet
weten terug te draaien. Voor de SDE is dat incidenteel, niet eens
structureel. Durft D66 hier echt mee thuis te komen?
De heer Klos (D66):
Ja, zeker. Ik denk dat dit een schromelijke onderschatting is van de
onderhandelingscapaciteiten van Rob Jetten en ook van zijn
uitvoeringscapaciteiten als de eerste klimaatpremier van Nederland. Ik
denk dat Nederland hele forse stappen gaat zetten naar het halen van de
doelen in 2030, 2040 en 2050. Onze hele partijgeschiedenis wordt
gekenschetst door het idee dat wij iets willen doen aan
klimaatverandering. Het was Hans van Mierlo die dat nota bene op de
politieke agenda zette en het was Jan Terlouw die het daar hield. U kunt
ons daaraan houden. Een nieuwe D66-minister zal met evenveel ambitie en
voortvarendheid als de heer Grinwis te werk gaan.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat hoop ik, maar ik twijfel er nog een beetje aan, want in de praktijk
zien we eigenlijk alleen dat de bezuinigingen van het vorige kabinet op
de SDE incidenteel zijn teruggedraaid. Voor wind op zee moest het
kabinet, met de contracts for difference, het financiële been wel
bijtrekken. Verder is D66 gewoon gevallen voor de IKC-subsidie. Daar is
allemaal best over te praten, maar wat is er aanvullend? Ik zie echt
mondjesmaat iets aan nieuw beleid, aan nieuwe voorstellen om het doel in
2030 of 2040 binnen handbereik te brengen, wat D66 heel belangrijk
vindt. Is de heer Klos hier écht tevreden mee?
De heer Klos (D66):
Ik denk dat we die twijfel zouden moeten omzetten in samenwerking. Als
de heer Grinwis, die ik ken als een zeer constructieve partner, zeker op
dit vlak, ideeën heeft om dat nog te verbeteren, dan ga ik die hier
vandaag omarmen en dan gaan we daar de komende jaren en maanden verder
aan werken. Wel kan ik van ganser harte verdedigen wat wij nu in het
coalitieakkoord hebben opgeschreven, omdat het ervoor gaat zorgen dat de
Noordzee het stopcontact wordt van onze economie, de klimaatpioniers met
gigantische subsidies op gang komen en wij die doelen gaan halen. Ik zie
het dus wat minder somber in dan de heer Grinwis.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Deal. Dan ga ik collega Klos daar graag op uitdagen de komende jaren. Ik
reken dan op de steun van D66.
De heer Flach (SGP):
De heer Klos noemde elektrificatie van de economie. Daar maken veel
ondernemers zich echt zorgen om, omdat de netkosten gewoon ontzettend
hard oplopen. We weten dat deze minister geen voorstander is van het
uitsmeren, de amortisatie, van die kosten. We zien ook niet dat deze
coalitie dit vanuit algemene middelen wil dempen. Wat rest zijn gewoon
verder stijgende netkosten voor particulieren, maar vooral ook voor
bedrijven, die nu toch al en masse over de grens trekken. Wat zijn de
plannen van D66 om dat tegen te gaan?
De heer Klos (D66):
In dit coalitieakkoord maken we een envelop vrij om de
elektriciteitsprijzen voor grote bedrijven te dempen. Ik denk dat dat
verstandig is. Daar zullen wel voorwaarden aan gesteld moeten worden.
Dat kan niet zomaar een blinde subsidie zijn voor bedrijven die heel
veel energie gebruiken. Het krachtigste wat we in het coalitieakkoord
voorstellen, denk ik, is dat we over de crisis met netcongestie zeggen:
ga er nou voor zorgen dat dat net op extreem tempo wordt uitgebreid,
zodat transport van elektriciteit veel sneller gaat. Ik heb de heer
Flach in de debatten die we tot nu toe hebben gehad, hele goede
voorstellen horen doen om dat verder uit te werken in de komende
tijd.
De heer Flach (SGP):
Ik heb de heer Klos ook een aantal keer het woord "realisme" horen
noemen. Als we zien in welk tempo bedrijven op dit moment vertrekken,
dan is de vraag of zo'n envelop uiteindelijk voldoende is. Wat zou erop
tegen zijn om die kosten voor infrastructuur, die je toch voor
generaties aanlegt, ook wat meer uit te smeren over die generatie? Dan
zou je dus wel die amortisatie toepassen en nu niet die hele hoge lasten
bij het bedrijfsleven neerleggen. Straks verliezen we namelijk inderdaad
megatonnen CO2, maar komt dat doordat ze over de grens zijn
gegaan. We willen toch met behoud van onze industrie zaken aanpakken,
mag ik aannemen?
De heer Klos (D66):
Die gedachte ondersteun ik wel. Ik denk eerlijk gezegd dat het
coalitieakkoord die gedachte ook uitstraalt. Als de heer Flach daar
voorstellen voor heeft, dan ben ik zeker bereid om daarover met hem mee
te denken en die vragen ook mede in te dienen bij de minister.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Flach (SGP):
Dan zeg ik ongeveer hetzelfde als de heer Grinwis, namelijk: ik kom in
de loop van deze periode met voorstellen en ik hoop op een welwillende
bejegening vanuit D66.
De heer Klos (D66):
Uitstekend, dank u wel.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
In het coalitieakkoord staat ook dat Lelystad Airport weer opengaat voor
vakantievluchten. Hoe kan D66 instemmen met het openen van een extra
vliegveld voor vakantievluchten midden in de klimaatcrisis?
De heer Klos (D66):
Daar wil ik een paar dingen over zeggen. In de klimaatcrisis gaat het
uiteindelijk om wat je onder de streep doet voor het klimaat. Wij hebben
nu in het coalitieakkoord afgesproken dat de uitstoot van de luchtvaart
van Schiphol en Lelystad samen in 2030 lager moet zijn dan dat die in
2024 voor Schiphol was. Oftewel, we hebben afgesproken dat de uitstoot
van de luchtvaart omlaag moet. Dat is een van de middelen waarmee we de
doelen van 2030 proberen te halen. De vorige coalitie durfde zich daar
niet aan te branden. Ik zeg daar nog twee meer randvoorwaardelijke
dingen bij. Om dat te doen zal Lelystad Airport ook een natuurvergunning
nodig hebben. We moeten nog maar kijken hoe dat gaat. Er ligt natuurlijk
ook de afspraak met de provincie en de gemeente dat je als je Defensie
toestaat daar F-35's te laten vliegen, ook de civiele luchtvaart moet
toestaan. Daar zit ook een stukje betrouwbaarheid van bestuur bij.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het klinkt als een mooie uitleg. De heer Klos zegt: onder de streep moet
je de CO2-uitstoot naar beneden brengen. Maar iedereen snapt
toch dat een extra vliegveld openen, dus meer vluchten toestaan, tot
meer CO2-uitstoot leidt? We moeten al heel hard werken voor
het draagvlak voor klimaatmaatregelen. Vindt de heer Klos ook niet dat
je met een extra vliegveld openen het draagvlak ondermijnt?
De heer Klos (D66):
Ik denk toch dat ik moet terugvallen op het antwoord dat ik net gaf. Als
de afspraak is dat de uitstoot van de luchtvaart naar beneden moet, dan
moet dat dus juist een bijdrage leveren en kan dat onder de streep iets
opleveren voor het klimaat. Ik snap wel dat het symbool van Lelystad
zelf je de wenkbrauwen doet fronsen als je daar in eerste instantie over
nadenkt — want dat kan toch niet? — maar de structurele afspraak is dat
de uitstoot omlaag moet. Ik denk dat wij daar samen voor vechten.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De uitstoot moet zeker omlaag, maar dat is natuurlijk niet het enige.
Eerlijk gezegd had ik van D66 als zelfbenoemde klimaatpartij echt meer
verwacht, namelijk ook die integrale aanpak. Het gaat niet alleen maar
over de CO2-uitstoot omlaag brengen. Het gaat ook om de
omwonenden van Lelystad Airport. Ik las gisteren nog in de krant dat een
akkerbouwer zei: ik zie alweer het aantal vliegtuigen en de
geluidsoverlast over mijn akkers toenemen. Als je iets aan het klimaat
doet, doe je ook meteen iets aan de natuurcrisis. Je moet maatregelen
nemen die ook iets aan de gezondheid doen, bijvoorbeeld door de
ziekmakende industrie af te bouwen en juist iets moois op te bouwen,
zoals een duurzame economie. Dat doe je niet door een extra vliegveld te
openen.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Mijn vraag is: is D66 het ermee eens dat we het klimaatbeleid als
integraal beleid moeten zien, dat we ook de gezondheid van omwonenden
mee moeten nemen en dat het daarom zeer onverstandig is, ook op dat
gebied, dat we een extra vliegveld openen?
De heer Klos (D66):
Dat was een vraag in twee delen. Met het eerste gedeelte ben ik het
eens. Op het tweede deel heb ik, denk ik, heel duidelijk antwoord
gegeven met wat de doelen van deze coalitie zijn voor de luchtvaart: de
uitstoot moet omlaag.
De heer Dassen (Volt):
Het PBL heeft eerder aangegeven dat als we op deze manier doorgaan zoals
we de afgelopen jaren hebben gedaan, de kans 5% is dat we de
klimaatdoelen voor 2030 halen. Als ik nu naar het coalitieakkoord kijk
van D66, het CDA en de VVD, heb ik niet het idee dat daar nu veel
maatregelen in staan die dat percentage flink omhoog gaan krikken.
Hebben deze drie partijen afspraken met elkaar gemaakt dat er op het
moment dat het PBL aangeeft dat het eigenlijk onvoldoende is,
aanvullende maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de
klimaatdoelen in 2030 gehaald worden?
De heer Klos (D66):
Wat in het coalitieakkoord staat, staat in het coalitieakkoord. Er valt
niets extra's te lezen. Maar wat daarin staat, is zeker: in 2027, als de
Commissie straks maatregelen heeft gepresenteerd voor de verdere
aanscherping van het Europese klimaatbeleid, worden er aanvullend
nationale maatregelen genomen als dat niet genoeg blijkt voor
Nederland.
De heer Dassen (Volt):
Als het goed is, gaat dat over 2040 en niet over 2030. Ik heb het nu
over die 2030-doelstelling. Ik ben benieuwd of deze drie partijen, ook
gezien de opmerking dat het lastig gaat worden, het eigenlijk al
losgelaten hebben. Mijn vraag is eigenlijk heel simpel: komt er
aanvullend beleid op het moment dat het PBL zegt dat we die
2030-doelstelling met dit beleid niet gaan halen? Is dat een "ja", of is
dat een "nee, dan gaan we eigenlijk focussen op de 2040-doelstelling en
gaan we schuilen achter wat de Europese Commissie gaat voorstellen"?
De heer Klos (D66):
Het lijkt mij heel reëel om te verwachten, mede na de uitspraak in de
zaak van Greenpeace en de Bonairianen, die heel duidelijk is, en toch
ook met de inzet van de coalitie om de doelen van 2030 te halen, dat wij
de minister gaan vragen om maatregelen te nemen om die doelen te halen
en dat dat ook haar uitgangspunt zal zijn. Dat is dan de opdracht die de
coalitie aan de minister geeft. Ik vind dit dus een heel reëel verhaal
van meneer Dassen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Als ik het goed begrijp van de heer Klos, zijn er met het CDA en de VVD
afspraken gemaakt dat er aanvullend beleid moet komen als het
onvoldoende is. Dat is natuurlijk het lastige. De VVD gaat dadelijk
zeggen: we doen al heel veel; zorg eerst maar dat we dat op een goede
manier uitvoeren. Dat is het verhaal dat we al heel lang horen en dat is
ook wat ik terugzie in het regeerakkoord. Of moet ik concluderen dat die
afspraak er niet is en dat we vasthouden aan wat we hier hebben staan,
wetende dat het onvoldoende gaat zijn?
De heer Klos (D66):
De afspraak in het coalitieakkoord is dat wij alles op alles gaan zetten
om de doelen van 2030 te halen. Daar kunnen wij als Kamer de minister op
controleren.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoor de heer Klos spreken over hoe belangrijk het is om de
klimaatdoelen te halen. Ik zag ook in het vorige coalitieakkoord van de
huidige regering dat we zouden gaan voor vier grote kerncentrales. Ik
zag tot mijn verbazing dat dat is afgeschaald naar vier centrales; klein
of groot, dat is even irrelevant. Wat mij betreft past dat helemaal niet
bij het behalen van die klimaatdoelen. Ik vraag mij af: hoe heeft dit
nou op deze manier in het akkoord kunnen komen en hoe gaat u nou op deze
manier die klimaatdoelen halen die u zo belangrijk vindt?
De heer Klos (D66):
Volgens mij is dat een heel forse ambitie, vier kerncentrales, en staat
er ook iets in waar JA21 vaak om vraagt, namelijk aandacht voor de
SMR's, de kleine modulaire reactoren. Ik denk dat dat ook heel
belangrijk en noodzakelijk is, omdat die misschien ook op een kortere
termijn kunnen bijdragen aan het halen van de doelen. Ik vind dat je
daar realistisch naar moet kijken. We gaan een mix nodig hebben van zon,
wind, groen gas — alles wat je nodig hebt, en kernenergie hoort daar ook
bij. Maar laten we niet doen alsof kernenergie zaligmakend is en de
enige oplossing is om de klimaatcrisis op te lossen. Ik geloof ook niet
dat het helemaal de intentie is van JA21 om dat op die manier te
doen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik denk niet dat het zaligmakend is, maar wel dat het de oplossing is.
Ik wil vooral het volgende vragen. Nogmaals, het vorige akkoord ging uit
van vier grote centrales. Eigenlijk hebben we de facto een vermindering
van ambitie ten opzichte van het vorige kabinet. Nu zijn het vier
centrales, klein of groot. Beter zelfs: in het vorige akkoord stond ook
een ambitie voor die SMR's. Kortom, moet de heer Klos niet veel meer
doen om de ambitie voor kernenergie veel verder te verhogen, zodat zijn
eigen doelen dichterbij komen?
De heer Klos (D66):
Ik wil best praten met JA21 over de SMR's, want ik denk dat die, zeker
voor de industrie, heel specifieke toepassingen kunnen hebben die heel
goed zijn. Maar laat ik namens D66 zeggen: wij vinden dat je met zon en
wind heel ver kan komen. Dit coalitieakkoord zet daarom ook in op
kilometers aan windparken op de Noordzee.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan vraag ik als laatste aan de heer Klos: hoe gaan we dan werken aan de
betaalbaarheid, die u ook noemt in uw verhaal? Want voor de oplossingen
die u voorstelt is opslag nodig, batterijen dus. Die kosten onnoemelijk
veel geld. Studies bewijzen dat ook. De systeemkosten, en dus de kosten
voor huishoudens en bedrijven, zullen daardoor alleen maar stijgen. Ik
wil de heer Klos vragen hoe we dat beetpakken als u die route blijft
volgen?
De heer Klos (D66):
De belangrijkste route daarvoor is subsidiëring. Je zou klimaatbeleid
kunnen maken waarbij je enkel beprijst of normeert. Dan laat je
eigenlijk alles aan de markt over en stel je beperkingen. Dat zou
bijvoorbeeld ook zo zijn als we alleen uit zouden gaan van het Europese
klimaatbeleid, waardoor we met het Europese handelssysteem het uitstoten
van CO2 steeds duurder maken. Wij zeggen eigenlijk: we gaan
tot 2035 22 miljard euro uitgeven om ervoor te zorgen dat burgers en
bedrijven dat ook kunnen meemaken. Laat ik daarbij noemen wat ik
persoonlijk heel belangrijk vind, namelijk het Noodfonds Energie. In de
vorige kabinetsperiode moesten we steeds een beetje plakken en vroegen
we steeds: gaat het wel lukken om dat voor elkaar te krijgen? Dat maken
we nu structureel. Daarvoor zit er gewoon geld bij. Daardoor creëer je
ook draagvlak bij mensen die nu al hun energierekening niet kunnen
betalen. Ik wil dus absoluut met JA21 kijken naar die betaalbaarheid. Ik
denk dat wij daar als coalitie ook voorstellen voor doen.
De heer Vermeer (BBB):
Je weet bijna niet waar je moet beginnen door wat hier allemaal gezegd
wordt. Het Noodfonds Energie is natuurlijk een lapmiddel. Waar we overal
proberen in te zetten op preventie, moeten we hier ineens pleisters
inzetten. Maar vooruit. Ik werd eerder getriggerd door wat de heer Klos
zei, namelijk dat onder de vorige minister de klimaatdoelen dichterbij
kwamen. Maar het enige dat dichterbij kwam, was toch de datum van de
doelstelling en niet de klimaatdoelen? Uit alle rapportages die we zien,
blijkt dat al in het eerste jaar van de huidige coalitie duidelijk was
dat we nog geen 5% kans hadden om de doelen te halen. Het enige wat
dichterbij komt is dan toch het jaartal, en niet de realisatie van de
doelen?
De heer Klos (D66):
Ik snap de behoefte van de heer Vermeer om zijn eigen coalitie hier ferm
te verdedigen heel goed. Ik begrijp dat. Maar ik denk dat je gewoon moet
constateren dat onder Rob Jetten de klimaatdoelen in zicht kwamen — dat
concludeerde PBL — op basis van heel ambitieus beleid, en dat dat onder
de vorige coalitie niet lukte. Dat heeft deels te maken, zoals de heer
De Groot aangaf, met de hobbels die u bent tegengekomen, maar ook met
het coalitiebeleid en de beperkte middelen die werden gereserveerd voor
het klimaatbeleid. Dat keren we nu om. Daarom is de groene koers nu
terug. Dat is het voornemen van deze coalitie.
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb geen enkele behoefte om het beleid van de afgelopen jaren te
verdedigen, want ik had liever de pauzeknop ingedrukt, zoals de heer
Klos weet. Wat hij zegt, klopt gewoon niet. Eén ding wat hij zei klopte
wel, namelijk: onder Rob Jetten, de heer Jetten, minister Jetten, werd
het klimaatbeleid uitgewerkt. Echter, we zitten nu volop in de
uitvoering en nu blijkt dat dat beleid leidt tot het niet halen van de
doelen. Is de heer Klos dat met me eens of leeft hij in een totaal
andere realiteit?
De heer Klos (D66):
Misschien leef ik in een totaal andere realiteit, maar ik denk dat de
energietransitie en het klimaatbeleid zeer sterk met elkaar verbonden
zijn en dat we, om onze klimaatdoelen te halen, onze economie totaal
moeten overzetten naar een andere manier van productie, gebruik en
omgang met natuur en milieu. Die omslag willen we nu gaan maken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Vermeer (BBB):
Ik kan niet anders dan concluderen dat de heer Klos nu ineens begint
over de noodzaak van de energietransitie, die ik ook volledig
onderschrijf, maar dat hij totaal niet in wil gaan op zijn eigen
stelling dat niet de klimaatdoelen dichterbij kwamen, maar slechts de
jaartallen, en dus niet de realisatie van haalbare doelen.
De heer Klos (D66):
Ja. Ik heb volgens mij de feiten uitgeserveerd. Het is prima zo.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de heer Klos een aantal keer vol trots spreken over de legacy
van Rob Jetten als klimaatminister. Een van de dingen die Rob Jetten
inderdaad heeft bereikt, is het oprichten van een internationale
coalitie voor het afbouwen van fossiele subsidies. Dat is heel mooi.
Maar tot mijn grote schrik zag ik in het coalitieakkoord dat er meer
fossiele subsidies bij komen. In de tabel zien we een verhoging van twee
fossiele subsidies van opgeteld 1 miljard per jaar. Hoe rijmt u dit met
elkaar?
De heer Klos (D66):
Die heb ik uiteraard niet zelf bedacht, maar ik hecht er wel waarde aan
om te zeggen dat het iets te kort door de bocht is om ze pure fossiele
subsidies te noemen. Ik denk dat mevrouw Van Oosterhout dat ook weet. We
gaan ervoor zorgen dat we grote bedrijven die heel veel energie
gebruiken niet alleen maar over de grens jagen, maar ze juist gaan
vergroenen. Dat is noodzakelijk. Daarom schetste ik de veranderde
wereld. We willen er in de wereld van vandaag voor zorgen dat we
fabrieken hebben waar we zelf dingen kunnen maken en dat we
toeleveringsketens opzetten, zodat we niet alleen maar afhankelijk zijn
van het buitenland. Ik denk dat Nederland en Europa in brede zin er heel
veel baat bij hebben om heel snel voor vergroening te zorgen. Een van de
voorwaarden daarvoor is dat bedrijven hun energiekosten betalen. Bij een
van de regelingen die we voortzetten, zit ook een
verduurzamingscomponent. De helft van het geld dat wordt gebruikt, moet
je steken in verduurzaming. Ik vind het dus iets te kort door de bocht
om te zeggen dat dat een pure fossiele subsidie is.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het is inderdaad heel goed dat er aandacht wordt besteed aan de
industrie. Er ligt een enorme opgave om die te verduurzamen, maar het is
wel heel erg belangrijk dat we stevige voorwaarden stellen voordat er
ook maar één cent naar die bedrijven gaat. Ik hoorde de heer Klos net
iets zeggen over die envelop. Ik vroeg me af of de heer Klos iets meer
kan zeggen over de voorwaarden die aan die envelop gesteld zouden kunnen
worden.
De heer Klos (D66):
Zoals de envelop nu in het coalitieakkoord staat, is dat nog niet
beschreven. Het is helemaal aan de nieuwe minister om dat in te vullen.
Ik vind het heel logisch dat je gaat kijken naar de voorwaarden voor
verduurzaming, omdat je anders geld aan het geven bent aan bedrijven die
vervolgens niks doen voor de verbetering van het klimaat. Dat vind ik
niet logisch. Ik denk dat wij daar als Kamer een hele stevige rol in
kunnen gaan spelen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
U weet dat mijn fractie een groot voorstander is van een klimaatplan.
Kan ik de heer Klos aan mijn zijde vinden als we dat als voorwaarde
stellen, voordat bedrijven ook maar één cent krijgen van die fossiele
subsidies?
De heer Klos (D66):
Daar wil ik me nu niet direct op vastleggen, maar daar wil ik zeker over
nadenken en daar wil ik zeker met u over praten.
De heer Dassen (Volt):
Ik wilde graag een vraag stellen over de vier kerncentrales. Er staat nu
iets heel vrijblijvends over wat voor kerncentrales dat kunnen zijn:
conventionele of SMR's. Is het de bedoeling dat we twee grote
kerncentrales gaan bouwen en twee SMR's? Of kan het ook zo zijn dat we
dadelijk vier SMR's gaan neerzetten?
De heer Klos (D66):
Volgens mij is het nu al het voornemen van het kabinet om twee grote
kerncentrales te bouwen en wordt dat beleid ook voortgezet. Maar als je
het heel nauw leest, dan staat er: vier kerncentrales. Dat kunnen ook
SMR's zijn, maar ik weet niet of dat logisch is. Daar zullen we de
minister op moeten bevragen.
De heer Dassen (Volt):
De heer Klos heeft het opgeschreven, dus ik ben benieuwd waarom hij deze
woorden heeft gekozen en niet heeft gezegd: we gaan twee grote
kerncentrales bouwen, want dat waren we al van plan, maar wellicht
kunnen het ook vier kleine zijn. Daar zal een gedachtegang achter
zitten, die ik misschien wel begrijp. Ik hoor natuurlijk graag van de
heer Klos waarom het zo is opgeschreven, want dan hoef ik er zelf geen
invulling aan te geven.
De heer Klos (D66):
Er is ruimte gemaakt voor nieuwe technieken, die ook van Nederlandse
bedrijven kunnen komen. Ik denk dat dat heel verstandig is, omdat daar
ook nog iets te weinig aandacht voor was en iets te weinig push achter
zat. Ik denk samen met Volt dat kernenergie absoluut deel kan uitmaken
van de energiemix en een rol kan spelen in het werken naar
klimaatneutraliteit. Maar of dat vier kerncentrales zijn en welke vorm
die zullen hebben, zal in de komende jaren moeten blijken.
De heer Dassen (Volt):
Dit is nog een beetje een ontwijkend antwoord. Het gaat heel snel. In
China staat nu een SMR die deels goedgekeurd is, dus het kan heel snel
gaan. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat het in Nederland tot 2040
kan duren. Als ik de heer Klos goed beluister, dan zegt hij eigenlijk:
"De innovaties gaan zo snel dat we misschien niet meer moeten beginnen
aan twee grote kerncentrales. We gaan straks gewoon voor vier kleine.
Wellicht worden dat er meer, maar dan breken we onze nek in ieder geval
niet meer over die grote kerncentrales."
De heer Klos (D66):
Ik zal mij geen woorden in de mond laten leggen door de heer Dassen. Ik
loop hier nog niet zo lang rond, maar lang genoeg om te begrijpen dat
dat geen goed idee is.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Klos (D66):
Dank u wel. Zoals ik zei, ben ik ten diepste gemotiveerd om met een
nieuw kabinet en de oppositie ervoor te zorgen dat we de aanpak van
klimaatverandering tot een succes maken. Dat gaat allemaal niet binnen
één dag. Dat is een lange weg. De kosten die we vandaag maken, zijn de
baten van morgen. Met die Hollandse nuchterheid moet je ernaar kunnen
kijken. Eerlijk gezegd waardeer ik dat ook wel in de aanpak van de heer
Vermeer.
Dat brengt me bij de boodschap die voor mij vandaag centraal staat. Er
gaat een nieuw hoofdstuk beginnen. Na zware jaren is er weer ruimte om
vooruit te gaan. Samen met het CDA en de VVD leggen wij een plan voor
dat Nederland weer op de groene koers brengt. We gaan de Nederlandse
economie helemaal laten draaien op groene energie van eigen bodem, met
windparken op de Noordzee, massale subsidies voor klimaatpioniers en
duurzame ondernemers, kernenergie, warmtepompen, meer elektrische auto's
en een doorbraak op het elektriciteitsnet. Alle seinen op groen voor de
groene industrie. Nederland heeft als rijk land een historische
verantwoordelijkheid en een kans om het voortouw te nemen, maar in de
woorden van Johan Cruijff: alleen kun je niks, je moet het samen doen.
Dat is ook waarom we kiezen voor een slimme Europese aanpak. De
vergroening van een continent van 450 miljoen mensen tegelijk betekent
samen opgaan en samen naar de hoogste standaarden. Als het nodig is, zal
ik hoogstpersoonlijk nog wat gele sterren tekenen op de blauwe trui van
Rob Jetten voor zijn vergaderingen in Brussel. Waar Europa achterblijft,
gaan wij zelf in Nederland aan de slag om de doelen te halen. Dat ligt
al vast.
Voorzitter. Dat is de basis van waaruit wij handelen. We hopen dat er
steun zal zijn in het parlement voor de groene koers, die we met
overtuiging zullen uitdragen. In de beste Nederlandse traditie hebben we
de soms ook grote verschillen tussen onze partijen overbrugd en nu heeft
het parlement het laatste woord over die plannen. Nu is ook het moment
om te luisteren en die samenwerking dus te verbreden. Ik zie uit naar de
voorstellen over en weer, de onderhandelingen binnen en buiten de Kamer
en de grote beslismomenten op weg naar een schoon land. Dit zijn de
jaren om niet voorbij te laten gaan. Daarvoor zijn de gevolgen en de
kansen te groot. Maar omdat er haast is geboden, en omdat minister
Hermans hier vanavond is, wil ik de kans die deze begrotingsbehandeling
biedt om het beleid te bevragen niet stilletjes laten passeren. Er zijn
drie punten in de begroting waar ik specifiek aandacht voor vraag. Ten
eerste is dat het gebruiken van klimaatgeld voor het klimaat, ten tweede
de relatie tussen klimaat en nationale veiligheid en ten derde de
Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen.
Ten eerste geldt er voor de middelen binnen het Klimaatfonds een
eindejaarsmarge van 100%. Dat is jargon voor: als we het geld niet
uitgeven, dan blijft het bij het klimaat. Zodra het geld gaat naar een
van de onderaannemers van de klimaatminister, bijvoorbeeld de minister
van Wonen of die van Infrastructuur, ontstaat er een probleem. Als het
geld daar niet wordt uitgegeven, dan gaat het niet terug naar het
Klimaatfonds, maar naar de algemene pot. Hoe kijkt de minister naar de
consequenties van deze systematiek voor het klimaatbeleid, misschien ook
gezien de afstand en de reflectie van de afgelopen jaren? Hoe heeft dat
impact gehad op het werk?
Voorzitter. Klimaatverandering wordt steeds beter in kaart gebracht als
gevaar voor de nationale veiligheid. Het rapport van de Britse
inlichtingendiensten werd weggestopt door de Britse regering vanwege
alarmerende conclusies, maar lekte toch uit. Grote ecosystemen, zoals
het Himalayagebergte, de regenwouden in het Amazonegebied en het
rivierbekken van de rivier de Congo in Centraal-Afrika, staan onder
druk. De desintegratie daarvan leidt tot een grotere kans op
internationaal conflict, pandemieën en migratiestromen. We zien nu al
meer mislukte oogsten, extreem weer en besmettelijke ziektes. Het is nog
niet gedetailleerd in kaart gebracht wat de mogelijke effecten hiervan
zijn in en voor Nederland. Voor een land onder de zeespiegel, dat prat
gaat op goede en precieze planning en een vooruitziende blik, is dat
onwenselijk. Hoe kijkt de minister hiernaar? Is zij het met mij eens dat
we de veiligheidsrisico's scherper in beeld moeten hebben om wat betreft
dreigingen Nederland veilig en weerbaar te kunnen houden? Is zij
misschien bereid om een jaarlijkse, grootschalige briefing op touw te
zetten, met een rol voor experts van Defensie en de veiligheidsdiensten
die daar in Groot-Brittannië mee aan de slag zijn gegaan?
Voorzitter. Onder meer vanwege de grote veiligheidsrisico's gaat
Nederland zo snel mogelijk van het gas af. Een van de goede regelingen
die we daarvoor hebben, is de Stimuleringsregeling aardgasvrije
huurwoningen. Dat is een subsidie die doet op de verpakking staat, en
ook nog eens uitermate effectief. Toch loopt die dit jaar af. Dat zouden
we kunnen afwenden. Er was al geld vrijgemaakt uit het Klimaatfonds voor
het subsidiëren van warmtepompen, maar met warmtepompen wilde het
demissionaire kabinet op een gegeven moment niet meer zo heel veel te
maken hebben. Om mensen die een huis huren toch de kans te geven om
afscheid te nemen van de onzekerheid, kosten en vervuiling door het gas,
kunnen we het geld dat al gereserveerd stond, inzetten voor de reeds
genoemde stimuleringsregeling. Met dat budget kunnen we misschien wel
20.000 huishoudens blij maken met duurzame warmte. Dat is een
verdubbeling van wat er vorig jaar is gelukt. Hoe kijkt de minister naar
die oplossing?
Tot slot, voorzitter. Dit is voor mijn partij een bijzonder moment. Hans
van Mierlo zette het milieu op de politieke agenda, Jan Terlouw hield
het daarop en Sigrid Kaag bouwde het groenste kabinet ooit. Rob Jetten
bracht als eerste Nederlandse klimaatminister de klimaatdoelen binnen
bereik en nu zal hij als klimaatpremier weer een geheel nieuwe fase
dienen. Het is voor mij onbeschrijfelijk eervol om juist op dit moment
samen met u het Kamerwerk te doen, maar ik sta hier vooral met het besef
dat het klimaat geen boodschap heeft aan partijkleur of politieke
tradities. De keuzes die we maken als land zijn afhankelijk van de
overeenstemming die wij onderling in het parlement kunnen vinden,
onafhankelijk van onze grote verschillen, en van wat wij doen. Niet
alles zal een succes zijn, maar dat ontslaat ons niet van de plicht om
het te proberen. Zo keer ik vanzelf terug bij de klimaatfilosoof Johan
Cruijff: je moet schieten, anders kun je niet scoren.
Dank u wel.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Na deze charmante zelffelicitatie — zo mag ik het toch wel noemen — kom
ik toch met een wat kritische vraag, als collega Klos dat niet erg
vindt.
De heer Klos (D66):
Helemaal niet.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Die gaat over het punt dat hij maakte over aardgas. Ik denk dat we
aardgas nog veel langer gaan gebruiken dan we in allerlei voorspellingen
en vooruitblikken zelf onder ogen hebben willen zien. Warmtenetten zijn
daarin cruciaal. Daarover lees ik wel warme teksten en over eventueel
binnen huidige financiële kaders met een staatsdeelneming mee gaan doen,
maar ik lees daarover niks in de financiële bijsluiter. Hoe zit dat?
De heer Klos (D66):
Een van de dingen die we doen, is ervoor zorgen dat de medeoverheden,
die vaak over dit beleid gaan, toch tot heel lang in de tijd weer geld
gaan krijgen. Dat dreigde te stoppen, maar met 800 miljoen per jaar gaan
we ervoor zorgen dat het wel kan. Ik denk dat een deel van de opdracht
die we hebben met die warmtenetten daarmee gefinancierd kan worden. Ik
constateer wel dat hier ook financieel nog een opgave ligt. Ik denk dat
dit ook echt lastig wordt voor de nieuwe minister, want die warmtenetten
kunnen niet alleen een cruciale rol spelen bij van het gas afgaan, maar
ook bij dat waar de heer Flach net om vroeg, namelijk het dempen van
netcongestie. Ik zie daar dus een grote rol voor, maar ik denk dat wij
daarin als Kamer ook nog wat werk te doen hebben.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Helder. Dan houden we daarbij de vinger aan de pols. Over netcongestie
gesproken, ik heb nog één vraag, voorzitter. Dat is de volgende. Ik lees
allerlei teksten over netcongestie. De heer Flach vroeg er al naar, maar
ook daar is de financiële bijlage een beetje mager. Ik lees niks over
opslag als oplossing om netcongestie op te lossen. Met deze minister heb
ik best wel vaak het debat gevoerd, zo van: moet we daar niet een apart
doel op stellen en moeten we niet meer aan planologie doen van waar
welke opslag nodig is? Gisteren hadden we een uitzending van Nieuwsuur
die ons weer met de neus op de feiten drukte: het gaat niet goed in
Nederland.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Welke rol ziet collega Klos voor opslag in het aanpakken van
netcongestie?
De heer Klos (D66):
Die is volgens mij cruciaal. Daar kan ik heel kort over zijn.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Klos (D66):
Dank u.
De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Köse als tweede spreker namens de fractie
van D66 in de eerste termijn. Ga uw gang.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. De diepe ondergrond is de fundering onder onze
energievoorziening, onze strategische autonomie en ons klimaatbeleid. De
ondergrond is belangrijk voor het hier en nu, omdat we nog gas
gebruiken, maar vooral voor de toekomst. Diezelfde ondergrond biedt
namelijk ruimte voor een duurzame transitie naar geothermie, waterstof
en CO2-opslag. De manier waarop we met die ondergrond omgaan,
is van doorslaggevend belang. De veiligheid van omwonenden moet altijd
vooropstaan. Tegelijk bouwen we aan een betrouwbaar en duurzaam
energiesysteem.
Twee weken geleden hebben we al uitvoerig over het mijnbouwdossier
gesproken. Ik heb toen drie dingen benadrukt: dat we de lessen uit
Groningen serieus moeten nemen, dat we moeten werken aan een
rechtvaardige schadeafhandeling voor heel Nederland en dat de diepe
ondergrond een sleutelrol speelt in een duurzaam energiesysteem.
Inmiddels ligt er een nieuw coalitieakkoord. Dat is een hoopvol
startpunt, omdat het laat zien dat het kabinet keuzes maakt voor de
lange termijn, voor verduurzaming, voor zekerheid en voor een
betrouwbare energievoorziening. Vandaag wil ik het er daarom over hebben
hoe we vooruit kunnen met deze plannen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde de heer Köse het net hebben over "een hoopvol startpunt". Ik
haal even het verkiezingsprogramma van D66 erbij: "Gaswinning in de
overige kleine velden op land en onder de Waddenzee wordt volledig
afgebouwd en niet uitgebreid." Ik zou dan wat er in het coalitieakkoord
staat ook echt niet willen formuleren als "een hoopvol startpunt", maar
eigenlijk als "een enorm dieptepunt". Gaat D66 de verkiezingsbelofte
echt intrekken?
De heer Köse (D66):
Ik denk dat we die belofte volledig waargemaakt hebben. In het
coalitieakkoord staat letterlijk dat we "op een verantwoorde manier
samen met de sector" gaan afbouwen. Als mevrouw Van Oosterhout zou
kijken in het sectorakkoord dat nog recent door deze minister is
gesloten met de sector, dan ziet ze dat daarin het afbouwpad genoemd
staat. Mevrouw Van Oosterhout heeft ook gehoord dat ik daar wel mijn
kritische punten bij had en dat ik dat nog concreter wil. Daar kom ik zo
meteen nog op, want daar heb ik nog een motie over. Maar ik herken niet
het idee dat we dat afbouwpad hebben losgelaten. Sterker nog, we hebben
dat in twee zeer belangrijke documenten verankerd.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het gaat om het uitbreiden van nieuwe velden. Als u het coalitieakkoord
leest, dan kunt u niet ontkennen dat er duidelijk in staat dat er weer
nieuwe velden bij komen. Ik hoorde de heer Köse onlangs in het
mijnbouwdebat zeggen dat hij samen met Rob Jetten in Zeerijp langs was
geweest bij de slachtoffers in het aardbevingsgebied. Er zijn op dit
moment een hele hoop mensen in het Noorden die in een enorme onzekerheid
aan het afwachten zijn wat dit kabinet gaat doen met nieuwe velden. Er
worden op dit moment enorm veel vergunningen verleend. Het lijkt me toch
echt sterk dat D66 niet terugkomt op de verkiezingsbelofte als er alleen
een afbouwpad is en als er ondertussen wel volop ruimte wordt gegeven
aan al die nieuwe velden.
De heer Köse (D66):
Ik vind het jammer om te horen, juist in deze context, dat er toch zo
pessimistisch gekeken wordt. We hebben eindelijk perspectief. We hebben
nu een coalitieakkoord neergelegd waarbij we eindelijk praten over
batendeling, over een verantwoorde afbouw en over het samen met de
regio's oppakken; op een heel aantal zaken komt nu eindelijk tractie. We
hebben een kabinet dat gaat komen met een verkiezingsbelofte die ook in
het coalitieakkoord is verankerd, waarbij we zeggen dat we doorbraken
gaan realiseren en dat we ervoor gaan zorgen dat een heleboel zaken
doorgang gaan vinden, zoals de warmtenetten, zodat we van het gas af
kunnen. Ook de netcongestie gaan we aanpakken. Er komt straks een
kabinetsploeg die daar zijn best voor gaat doen en de idealen waard gaat
maken. Dit is juist, denk ik, wat ons gaat helpen om daar te komen.
Zoals ik al zei, gaan we concreet wat doen met het afbouwpad. Daar zit
nu al concreet wat op.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De heer Köse heeft het hier over "perspectief", maar ik hoop dat de heer
Köse zich dan ook het perspectief van de mensen in Friesland kan
inbeelden, die op dit moment in enorme onzekerheid zitten, die enorm
bang zijn voor wat er gaat gebeuren, die zelf nulmetingen aan het
uitvoeren zijn, die advocaten inschakelen om bezwaarprocedures te
voeren, die niet serieus worden genomen en die niet worden gehoord. Het
perspectief voor al die mensen is dat er in een heel rap tempo allerlei
nieuwe vergunningen worden afgegeven. Dan kan de heer Köse mij
"pessimistisch" noemen, maar wat ik hier vooral lees, is dat D66 loskomt
van de verkiezingsbelofte. Dat vind ik heel spijtig en heel jammer. Ik
hoop dat de heer Köse opnieuw zou kunnen nadenken en toch ook het
perspectief van deze Friezen zou kunnen meenemen.
De heer Köse (D66):
Ik kan erop terugkomen. Met het sectorakkoord dat een paar weken geleden
is neergezet, zijn deze vergunningen niet uit de lucht komen vallen.
Deze vergunningen liepen al. In het verleden had het kabinet daar wat
aan kunnen doen; dat is niet gebeurd. Wat we nu geven, is wat ik al zei:
het perspectief om ervoor te zorgen dat we die transitie gaan maken en
we die nieuwe velden helemaal niet meer nodig gaan hebben, want dat past
daarbij. Daarvoor heb je een afbouwpad nodig, wat we ook in het akkoord
hebben staan. Ik snap de kritiek dus niet zo goed.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik wil wel even doorgaan op dit punt, want in het verkiezingsprogramma
van D66 staat heel duidelijk dat de kleine velden niet opengaan. Het
sectorakkoord laat alle ruimte om in kleine velden gas te winnen. Mijn
vraag is dus: wat is het nou voor D66? Gaan we nou die kleine velden
dichthouden en sluiten of gaan we de mogelijkheid openhouden om daar
toch gas te winnen?
De heer Köse (D66):
Dezelfde vraag blijft gesteld worden en ik zal hetzelfde antwoord geven,
maar als dat helpt misschien in iets andere woorden. Dat is dat we nu in
het coalitieakkoord spreken over "een afbouwpad". Dat is voorheen nooit
gebeurd. Door die energietransitie te realiseren en een afbouwpad
concreet op papier neer te zetten, gaan we nu het perspectief geven dat
we geen nieuwe gasvelden meer nodig hebben. U leest ook dat er met de
sector gesproken gaat worden over dat afbouwpad. Samen met hen kunnen we
er dus voor zorgen dat we die afbouw ook daadwerkelijk gaan
realiseren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
In het coalitieakkoord staat dat wordt doorgegaan met de
sectorakkoorden. Als je het sectorakkoord over gaswinning op land goed
leest, zie je dat daar geen afbouwpad in staat. Er staat niks in over
het afbouwen van gas. Er staat alleen maar dat we op termijn een keer
gaan stoppen met gaswinning. Dat kan ook over honderd jaar zijn. Ik
probeer het dus positief te benaderen, maar begrijp ik dan goed dat de
heer Köse wel bereid is om zich in te zetten voor een concreet afbouwpad
voor gaswinning?
De heer Köse (D66):
Zeker. Op dat punt vinden we ons aan elkaars zijde. Daarop zou ik graag
willen samenwerken. Zoals ik al zei, kom ik met een motie om dat
concreter te maken. Datzelfde punt heb ik gezien. Er wordt nu
transparantie getoond. De partijen en de sector zullen laten zien hoe
die afbouw er nu uitziet. Ik wil dat die een stuk concreter wordt. Ik
wil dus dat we met elkaar gaan zien wat die afbouw precies inhoudt.
Daarvoor kom ik met een motie. Ik zie uw steun dus graag tegemoet.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik ga natuurlijk kijken naar de motie, maar ik wil wel alvast zeggen dat
het niet allebei waar kan zijn. Ofwel het kabinet zegt door te gaan met
het sectorakkoord; dat akkoord is gesloten en daar staat in dat er
gewoon in de kleine velden wordt doorgegaan met gaswinning. Ofwel D66
doet vandaag een concreet voorstel voor een afbouwpad of laat dat
uitwerken door het kabinet. Als dat laatste het geval is, dan staat de
Partij voor de Dieren er positief tegenover. Het kan niet allebei. Kan
de heer Köse daar nog wat verheldering over geven? Is het nou zo dat D66
achter dat sectorakkoord staat of gaan we straks een alternatief plan
zien?
De heer Köse (D66):
Ik zal deze vraag positief beantwoorden. Volgens mij is het en-en. Wij
staan uiteraard achter het sectorakkoord, want dat biedt ons
perspectief, maar tegelijkertijd zal ik inderdaad met een motie komen om
dat afbouwpad nog concreter te maken. Dat we nu een sectorakkoord
hebben, betekent niet dat dat de heilige graal is. Wij zien daar ook
verbeterpunten in, maar ik sta er toch een stuk positiever in: dit geeft
ons daadwerkelijk een goede eerste stap vooruit. Tegelijkertijd zeggen
we in het coalitieakkoord dat we geen gaswinning meer op het Waddenveld
zullen realiseren, dat het Groningenveld dicht blijft en dat we zullen
inzetten op waar dat veilig kan, bijvoorbeeld op gaswinning op de
Noordzee. U leest niet in het coalitieakkoord terug dat we op de kleine
velden iets gaan doen. We vinden elkaar dus aan elkaars zijde.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als D66 begint over "perspectief", is dat meestal een teken dat je echt
heel hard moet wegrennen, want welk perspectief geeft D66 eigenlijk aan
die vissers, zodra het de hele Noordzee gaat volplempen met die lelijke
windmolens? Welk perspectief geeft D66 dan aan de Nederlandse
belastingbetaler, wetende dat de nieuwe coalitie straks 8 miljard euro
per jaar gaat uitgeven aan subsidies voor windmolens en andere
energiebronnen? Welk perspectief geeft u die mensen, als u dit in
ogenschouw neemt?
De heer Köse (D66):
Ik en mijn partij geven daarmee perspectief aan ons allemaal hier, aan
onze kinderen, aan de volgende generatie, aan de generaties die gaan
komen, aan onze economie en aan iedereen die daar baat bij heeft, ook
aan die visser. We gaan toe naar een nieuwe, duurzame economie. Daarvoor
moeten we vooraanstaande investeringen doen; daar moeten we de eersten
in zijn. Dat gaat ons allemaal helpen. Als u vraagt welk perspectief wij
geven, denk ik dus dat dat een perspectief is voor het algemeen belang.
Daarbij moeten wij keuzes maken. Die maken wij in dit akkoord.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Maar die vissers moeten ergens vissen. Waar moeten die vissers naartoe
op het moment dat D66 de hele Noordzee volgooit met die verschrikkelijk
lelijke windmolens? Het perspectief dat D66 aan al die vissers gaat
geven, is dus: in Nederland is er voor u geen plaats meer. Dát is
volgens mij het perspectief dat D66 geeft aan al die mensen. Ik wil wel
dat D66 daar vandaag, hier en nu, eerlijk over is.
De heer Köse (D66):
Er wordt gedaan alsof er nul ruimte op de Noordzee zal overblijven als
wij daar windmolens plaatsen. Ik denk dat en-en kan. Ik denk dat we daar
niet pessimistisch over moeten zijn en dat we ook naar de toekomst
moeten kijken en dappere beslissingen moeten nemen.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. De weg naar morgen begint vandaag. Daarom wil ik
het eerst hebben over de gaswinning op land. We hadden het er zojuist al
over. Voor D66 is het uitgangspunt helder: zolang we nog gas nodig
hebben voor leveringszekerheid en strategische autonomie ligt winning
uit eigen land meer voor de hand dan de import van lng uit de VS of
Qatar. Maar de keuze voor Nederlandse gaswinning kent duidelijke
grenzen. Het Groninger gasveld blijft dicht. Dat is voor ons
vanzelfsprekend, maar het is goed om dat hier opnieuw te kunnen
bevestigen. Ook onder de Waddenzee gaan we geen gas meer winnen, maar
gaan we werken aan natuurherstel. We hebben een voorkeur voor nieuwe
gaswinning op de Noordzee, waar de ruimte beschikbaar is en waar mensen
geen directe overlast ervaren. Op land gaan we verantwoord afbouwen met
de sector.
Gaswinningsprojecten moeten passen binnen onze klimaatdoelen en binnen
de lessen die we in Groningen hebben geleerd. Vorige week hebben we hier
uitgebreid gesproken over het sectorakkoord gaswinning op land. Daarbij
bleef één vraag nadrukkelijk hangen: hoe zorgen we voor een echt en
geloofwaardig afbouwpad? Een helder en afdwingbaar afbouwpad is immers
onmisbaar om omwonenden en regio's zekerheid te geven én om onze
klimaatdoelen binnen bereik te houden. Hiervoor zal ik een motie
indienen in mijn tweede termijn, zoals ik zojuist al heb
aangegeven.
Voorzitter. Dan de blik op de toekomst, waar ik het liever over heb. De
diepe ondergrond is cruciaal voor een succesvolle energietransitie. Lege
zoutcavernes kunnen we benutten voor de opslag van waterstof en daarmee
voor de flexibiliteit en betrouwbaarheid van ons toekomstige
energiesysteem. Maar juist daar dreigt het nu mis te gaan. Opnieuw zien
we dat het vastloopt op gebrekkige bestuurlijke afstemming, waardoor
maatwerkafspraken onder druk staan. Nobian heeft inmiddels besloten
investeringen stop te zetten, omdat de provincie Groningen een zaak
heeft aangespannen tegen de zoutwinning bij Heiligerlee en Zuidwending.
Dat is zorgelijk, want zo komen onze klimaatambities direct onder druk
te staan.
Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe kijkt zij naar
deze situatie? Heeft er voldoende afstemming plaatsgevonden met de
provincie? En vooral: hoe zorgt zij ervoor dat deze impasse wordt
doorbroken, zodat waterstofopslag niet opnieuw strandt op bestuurlijke
stilstand?
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb een vraag aan de heer Köse over het niet afgeven van vergunningen
voor zoutwinning. Weet de heer Köse ook wat de nadelen van die
zoutwinning zijn en waarom de provincie het heeft afgewezen?
De heer Köse (D66):
Zeker. Daar gaan we ook heel goed mee om. U doelt natuurlijk op de
bodeminzinking, neem ik aan.
De heer Vermeer (BBB):
Ja. Dat is niet zomaar iets, want dat heeft grote gevolgen. Bodemdaling
kan zelfs gevolgen hebben voor waterstromen en zoetwatervoorraden in
Nederland. Dus dat is niet een "klein probleempje". Hoe kijkt de heer
Köse daartegen aan? Vindt hij een opslag voor waterstof, die er nog niet
eens is, dus een potentiële opslag voor potentiële waterstof,
belangrijker dan het voorkomen van bodemdaling op korte termijn?
De heer Köse (D66):
Goede vraag. Ik kijk daarnaar via de toekomst, namelijk dat we juist die
transitie kunnen maken. Momenteel hebben we gewoon zout nodig. Het is
echt de basis van de basis qua grondstoffen voor onze medicijnen en
allerlei productie in de chemische industrie. Dus dat is wel gewoon
nodig. Dat gaat ook goed, hoor ik van de regio. Qua economie is het echt
een plus voor de regio. We moeten inderdaad kijken naar de
uitbreidingen. Dus u vindt D66 aan uw zijde als we gaan kijken waar het
veilig kan. Als het niet veilig kan, zal D66 daar natuurlijk ook niet
achter staan. Dus daar houden we wel degelijk rekening mee.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Köse gaat niet in op het punt in mijn vraag dat het gaat om
potentiële waterstofproductie. Die productie is er nog helemaal niet. We
hebben het rapport van de Algemene Rekenkamer gezien over wat er
allemaal speelt rond de waterstofproductie en
transportleidingenprojecten. Dat begint eigenlijk op een kaartenhuis te
lijken dat al plat op de grond ligt. Dus hoe kijkt de heer Köse aan
tegen dit soort problematiek? Hij stelt nu namelijk iets voor wat nog
een totaal luchtkasteel is. Hoe kijkt de heer Köse daartegen aan?
De heer Köse (D66):
Als ik 100 jaar geleden zou hebben gezegd dat we internet, een heel
elektriciteitsnetwerk en een snelwegennetwerk zouden hebben, dan hadden
we dat ook niet voor ons gezien. Maar we zien wel degelijk dat we ergens
naartoe moeten. We zien ook marktpartijen die staan te springen om ons
daarbij te helpen. Dus dat het er nog niet honderd procent is, is
vanzelfsprekend. Maar we staan er wel achter dat dit iets is waar we
naartoe kunnen en dat we die visie moeten hebben.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Er ontstaat toch nog wat onduidelijkheid over wat er nou wel of niet in
het coalitieakkoord zou staan over kleine velden. In het coalitieakkoord
staat dat alle bestaande sectorakkoorden worden doorgezet. In het
sectorakkoord staat dat de bestaande en voorgenomen nieuwe winning uit
kleine velden op land doorgaat. Als D66 zegt dat er geen nieuwe
vergunningen worden afgegeven voor kleine velden op land, klopt dat dus
niet, tenzij de heer Köse nu zegt dat hij toch niet achter dat
sectorakkoord staat.
De heer Köse (D66):
Er wordt nu heel selectief uit dat akkoord gegraaid. De zin die daarna
komt, is dat we samen met de sector gaan kijken naar verantwoorde
afbouw. Dat afbouwpad staat ook in het sectorakkoord waar u aan
refereert. Er is zelfs een kop die "afbouwpad" als titel heeft. Het is
dus vrij evident dat we ernaar gaan toewerken dat we uiteindelijk
helemaal geen gas meer nodig hebben. Daar zijn we nu nog niet, maar dat
is wel een eindstation waar we naartoe willen. Dat zult u zo meteen ook
in mijn betoog horen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Uiteraard vindt u mijn fractie aan uw zijde als u het heeft over een
afbouwpad. Het is heel belangrijk dat we zo snel mogelijk van fossiele
brandstoffen af gaan. Voor mijn fractie is het alleen ook heel duidelijk
dat we in de tussentijd geen nieuwe gasvelden gaan aanboren. Dat hoor ik
de heer Köse niet zeggen. Klopt dat?
De heer Köse (D66):
Ik denk dat we bij elk nieuw gasveld moeten kijken waar dat kan en of
dat veilig kan. D66 is bijvoorbeeld voor winning op de Noordzee. Dat
staat ook in ons verkiezingsprogramma en daar zijn we altijd al voor
geweest. Daar kan het namelijk veilig. U vindt ons dus niet aan uw zijde
om alles uit te sluiten, maar wel als we gaan kijken naar waar we veilig
kunnen winnen. Dat is ook om autonomie te behouden, de gasprijs laag te
houden en duurzamer te zijn. Als we het namelijk hier niet winnen, gaan
we het ergens anders vandaan importeren. Dat is nog minder duurzaam. Dat
lijkt me ook niet de bedoeling.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de heer Köse allemaal dingen zeggen over de Noordzee. Het gaat
hier over de kleine velden op land. Gaat D66 nog nieuwe velden op land
goedkeuren, ja of nee?
De heer Köse (D66):
Dat gaat heel erg van de situatie afhangen. Als dat niet veilig kan,
zult u ons niet horen zeggen dat wij daarachter staan. Zo simpel is
het.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Dan CO2-opslag. De opslag van
CO2 is cruciaal voor het halen van onze klimaatambities. Het
is noodzakelijk voor de verduurzaming van onze industrie en voor het
realiseren van negatieve emissies. Daarom ben ik blij om te zien dat dit
onderwerp een duidelijke plek heeft gekregen in het coalitieakkoord. De
opslag van fossiele CO2 is daarbij geen eindstation maar een
noodzakelijk tussenmiddel in de klimaattransitie. Zolang we nog emissies
hebben die niet direct te voorkomen zijn, is het antwoord om die veilig
af te vangen en op te slaan.
In een bredere systeemaanpak zal CO2 niet alleen onder de
grond verdwijnen, maar ook worden hergebruikt. Denk aan boeren die er
planten mee laten groeien of industrie die het inzet als grondstof. Dat
vraagt om goede afstemming tussen marktpartijen en om doorbraken op
bestaande CCS-projecten, zodat duurzaamheid en innovatie hand in hand
gaan. De laatste brief die we over CCS hebben gehad, is alweer van maart
vorig jaar. Ik vraag de minister: wat is het harde en haalbare pad
richting 2030 voor de lopende CCS-projecten, en welk
CO2-volume is daarmee nu daadwerkelijk zeker? Waar ligt op
dit moment de regie over de totale CO2-infrastructuur en kan
de minister concreet maken welke risico's zij ziet voor tijdige
realisatie? Welke knelpunten op het gebied van tijd, vergunningen en
financiering zijn nog niet weggenomen? Wat betekent dat voor de
haalbaarheid van het 2030-doel?
Voorzitter. Tot slot. We kunnen het ons niet langer permitteren om
keuzes vooruit te schuiven of onduidelijkheid te laten bestaan. Of het
nu gaat om gaswinning op land of om CO2-opslag:
voorspelbaarheid, veiligheid en draagvlak moeten leidend zijn. Dat
vraagt om duidelijke kaders, transparante besluitvorming en een overheid
die niet achteraf reageert, maar vooruit stuurt. Ook dank aan de
minister voor haar bijdrage hieraan de afgelopen jaren. We hopen dat nog
verder te gaan trekken met dit akkoord.
De heer Van den Berg (JA21):
Laat ik beginnen met een compliment te geven aan de heer Köse voor zijn
bijdrage. Dat meen ik oprecht. Ik hoorde in het debat over mijnbouw ook
al een stukje realisme over wat we nodig hebben in onze
energievoorziening, dus dat de weg van aardgas niet zomaar gemaaid is,
maar dat het in de transitie nodig is. Ik snap dan niet dat ook in het
coalitieakkoord staat dat we waterstof willen gaan produceren, desnoods
blauwe waterstof. Voor de mensen thuis: dan gaan we die CO2
afvangen. Dat kan, maar in dat geval gooi je wel 70% tot 80% van je
energie weg, omdat die omzetting ontzettend inefficiënt is. Ik wil de
heer Köse vragen waarom een partij als D66 hiermee akkoord zou gaan. Het
is veel beter om dan maar gewoon direct aardgas te verbranden.
De heer Köse (D66):
Dan wordt het wat technischer, want dit is eigenlijk een technische
vraag, die ik met liefde beantwoord. Er is natuurlijk een reden dat we
inzetten op waterstof. Dat heeft niet te maken met de productie, die
inderdaad een stuk inefficiënter is, maar met de eigenschappen van
waterstof zelf. Het is niet zoals een batterij. De energie die je
daarmee opslaat, kan voor hele lange tijd opgeslagen worden en weer
gebruikt worden. Zonder het al te technisch te maken: in bepaalde
omgevingen, situaties of bedrijfstakken is het superinteressant, en dus
ook voor die transitie.
De heer Van den Berg (JA21):
Als ik naar uw verhaal luister, meneer Köse, kan ik eigenlijk denken:
zolang u waterstof niet noemt, denk ik dat u het over aardgas heeft.
Alleen gooien we in dit geval zo'n twee derde van de energie weg, want
die gaat verloren in het hele omzettingsproces. Ik vraag het nogmaals.
De heer Köse is van de klimaatpartij D66. Waarom zou u voor waterstof
kiezen? Kunt u niet veel beter direct aardgas verbranden en de
CO2 daarvan opslaan?
De heer Köse (D66):
Het antwoord werd volgens mij al gegeven. Er werd gezegd: "U bent van de
klimaatpartij. Waarom zou je geen gas verbranden?" Ik denk dat het
antwoord daarmee al gegeven is: omdat dit een duurzaam alternatief
is.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Köse. Dan is het woord aan de heer Peter de Groot
voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van de VVD. Gaat
uw gang.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou dit debat graag willen beginnen door, via
u, voorzitter, de minister hartelijk te danken voor de afgelopen ruim
anderhalf jaar. Ik sluit me aan bij de woorden die de heer Klos daarover
heeft gesproken. Ik dank de minister ook zeker voor de inzet die zij
heeft gepleegd om het dossier vlot te blijven trekken. Er is namelijk
een hoop tegenwind. We zien ook dat de uitvoering stokt. De reden dat ik
dat vooraf wil benoemen, is dat ik daar namens mijn fractie graag onze
waardering voor wil uitspreken.
Voorzitter. De behandeling van deze begroting staat niet alleen in het
teken van deze begroting. Kijk eens, de heer Grinwis is er al.
De voorzitter:
Ja, ik zie het ook.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik hoor collega De Groot beginnen en denk: ja, hij schetst het een
beetje als een natuurfenomeen. Deze minister heeft anderhalf jaar het
schip van staat recht proberen te houden. Dat viel niet mee, want er was
heel veel tegenwind. Maar die tegenwind stak niet op buiten deze zaal,
maar in deze zaal. Daar heeft de VVD een poosje dapper weerstand tegen
geboden, maar niet zoals het dorpje in Gallië, want het viel binnen
korte tijd omver. Hoe reflecteert de heer De Groot daarop? Een deel van
de tegenstand en een deel van het gebrek aan resultaat dat in deze
kabinetsperiode geboekt kon worden, had te maken met het feit dat de
VVD-fractie een beetje de handen van deze minister aftrok.
De heer Peter de Groot (VVD):
Nou, daar ben ik het helemaal niet mee eens. Ik zou niet weten op welke
manier dat het geval zou moeten zijn. Ik ben gisteren nog in de mooie
provincie Gelderland geweest. Dat is een prachtige provincie. Ik zou u
aanraden om er ook eens heen te gaan. Als we niet uitkijken, wordt er
straks helemaal geen aansluiting meer uitgedeeld in de provincie
Gelderland, in de provincie Flevoland, in de provincie Utrecht, in de
provincie Brabant. En hoe komt dat? Omdat die netverzwaring die nodig
is, heel moeizaam gaat. Dat bedoel ik met die tegenwind die deze
minister te verduren heeft. Ondanks het feit dat de productie van wind
op zee bijvoorbeeld gebeurt, zal dat ook moeten worden getransporteerd.
We moeten ervoor zorgen dat we de schouders eronder blijven zetten wat
betreft die woningen. Daar voeren wij soms ook debatten over en daar is
soms ook een beetje tegenwind. Dat is ook geen natuurverschijnsel; daar
ben ik het overigens mee eens. Ik bepleit hier ook — deze minister volgt
dat ook op — dat we ervoor moeten zorgen dat we sneller kerncentrales in
Nederland krijgen. Het is dus niet zo makkelijk van "het gebeurt hier in
de Kamer". Het is ook wat wij buiten deze Kamer daadwerkelijk met elkaar
te realiseren hebben.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat is absoluut waar. Daar ging mijn interruptie ook niet over. Het ging
in eerste instantie over een afspraak in het coalitieakkoord zelf, over
de hybride warmtepomp. Dat weet de heer De Groot heel goed. Later wilde
de VVD de CO2-heffing aanvankelijk niet zomaar bij het oud
vuil zetten, maar deed dat ten langen leste toch, ondanks dat deze
minister zei: "Wees nou verstandig. Ga niet over één nacht ijs. Doe dat
nou niet." Maar ook toen bijvoorbeeld in de coalitietijd, zonder dat de
minister het wist, een greep werd gedaan uit het Klimaatfonds voor
allerlei andere plannen dan het financieren van de energietransitie.
Deze minister is dus wel degelijk ook door de VVD-fractie iets
aangedaan. Mijn vraag is: gaat de VVD-fractie de komende jaren wel
loyaal zorgen dat het coalitieakkoord wordt uitgevoerd, ook op het
gebied van klimaat en energie?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik zie niet waarom wij daar de vorige coalitieperiode, waar we nu
eigenlijk nog in zitten, in het staartje, niet loyaal aan zijn geweest.
Wij hebben alleen wat met elkaar gesoebat over vragen als hoe je de
industrie in Nederland houdt en hoe je dat doet op een verstandige
manier, zodat je die bedrijven niet de grens over jaagt met je
klimaatbeleid of met de energietransitie die bij die bedrijven moet
plaatsvinden. Ja, daar hebben we wel debatten over gevoerd hier, maar
altijd met het doel om die bedrijven uiteindelijk hier te verduurzamen,
om ervoor te zorgen dat de CO2-winst hier behaald wordt en
dat we daarmee de klimaatdoelen hier in Nederland halen, niet door
afbouw, maar door ombouw. Het goede nieuws over de hybride warmtepomp is
tweeledig. Eén: die staat weer in het akkoord. Twee: er zijn de
afgelopen tijd hele goede berichten geweest over het aantal hybride
warmtepompen dat al verkocht wordt. Het is dus niet allemaal kommer en
kwel, zoals u het voorstelt. Ik denk dat we met elkaar de schouders
eronder hebben gezet om ervoor te zorgen dat het klimaat- en
energiebeleid in het afgelopen jaar een uitvoeringsbeleid zou
worden.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Zeker, het is gelukkig niet allemaal kommer en kwel. Er is genoeg om van
te genieten. Maar ik sprak de VVD niet aan op kommer en kwel; ik sprak
de VVD erop aan om een betrouwbare bestuurspartij te zijn. Gaat zij de
komende jaren een betrouwbare partij zijn? Staat zij voor de afspraken
die zijn gemaakt in het coalitieakkoord? Staat zij voor het verder
brengen van de energietransitie op een betaalbare, houdbare en duurzame
wijze?
De heer Peter de Groot (VVD):
Wij staan voor onze handtekening, in welk coalitieakkoord dan ook.
De heer Dassen (Volt):
Er was toch ook veel kommer en kwel de afgelopen jaren, denk ik, maar ik
ben benieuwd naar de toekomst, als we kijken naar dit coalitieakkoord en
naar wat het PBL eerder heeft gezegd, namelijk dat de kans om het doel
voor 2030 te halen heel klein is: minder dan 5%. Als blijkt dat deze
maatregelen ervoor zorgen dat we de 2030-doelen niet gaan halen, is de
VVD dan net als D66 van mening dat er aanvullende maatregelen genomen
moeten worden om te zorgen dat we die doelen voor 2030 halen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb de heer Dassen dit net ook al horen zeggen; hij noemde die 5% al
eerder. Uit de doorrekening van het PBL blijkt dat we bijna 53% kunnen
halen met elkaar. Dan zijn we bijna bij die 55%. Daarom is het extra
hard nodig om die ambitie vast te houden, maar de focus te verleggen van
de discussie of er extra maatregelen en doelen bij moeten naar de vraag
hoe we ervoor zorgen dat we versnelling in de uitvoering krijgen. Want
alleen als we de uitvoering geregeld krijgen met elkaar — dan heb ik het
niet over de afbouw, maar echt over de ombouw van bedrijven, dus over
het oplossen van de netcongestie, over zaken die in de praktijk het
verschil maken — en ons daarop focussen, komen we dichter bij die 55%.
Dat is beter dan nu nieuwe maatregelen bedenken die nog jaren van
uitvoering vergen.
De heer Dassen (Volt):
Ik ben het helemaal met de heer De Groot eens dat de maatregelen die er
liggen, zo snel mogelijk uitgevoerd moeten worden. Sterker nog, het is
een van mijn grote ergernissen dat dat op dit moment niet in volle vaart
gedaan wordt. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je er genoegen mee
moet nemen als blijkt dat dat onvoldoende zal zijn. Dan zul je daar ook
kritisch met elkaar naar moeten kijken: oké, we zijn bezig met
maatregelen, maar die zijn onvoldoende. Is de VVD dan ook bereid om
extra stappen te zetten? Of zegt zij: nee, wij houden vast aan de
maatregelen die we hebben; daar gaan we op inzetten en over extra
maatregelen, in ieder geval voor 2030, wordt met ons niet meer
gesproken?
De heer Peter de Groot (VVD):
Wij nemen die maatregelen, alleen doen wij dat wat anders dan de heer
Dassen hier wil horen. Ik heb het vanmiddag in het tweeminutendebat
Mijnbouw gehad over de investeringen van bijna een half miljard die
Nobian vanuit de maatwerkafspraken wil doen, voor de verdere
elektrificatie van het bedrijf, voor een schone toekomst van het
bedrijf. Die staan nu on hold. Daar moeten wij naar kijken, want zoals
het nu bij Nobian gaat, gaat het ook bij heel veel andere bedrijven die
in de industrie actief zijn, of dat nu Chemelot is of een industrie in
Rotterdam. Als de knop om de investeringen te doen niet wordt ingedrukt,
halen we die 55% niet, halen we die 53% niet en halen we die 50% niet
eens. Daar focust de VVD zich op, zodat alles wat in de steigers staat
om die 55% te halen, succesvol is. Dat is een heel ander antwoord dan nu
nadenken over nieuwe maatregelen die pas na 2030 effectief worden. Zo
ziet de praktijk er namelijk uit. Dat wil ik via u, voorzitter, echt
meegeven aan de heer Dassen. We kunnen hier nog heel lang discussiëren
over extra maatregelen, maar de meeste zullen pas na 2030 actief worden.
We kunnen dus beter focussen op versnelling en op wat nu nodig is.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter, tot slot dan. Ik zie ook dat er gekeken wordt naar de
Europese plannen die in de maak zijn. Een van de zorgen die ik daarbij
heb, is dat je ook juist in Europa ziet dat er heel veel afgezwakt wordt
op dit moment. Gelukkig staat er in het regeerakkoord dat er extra
maatregelen genomen worden richting 2040. Tegelijkertijd weten we dat
dat nog wel een hele lange tijd richting de toekomst is. Ik ben benieuwd
hoe de VVD daarnaar kijkt. Is dat dan de focus die de VVD heeft, dus
minder op 2030 en meer op 2040?
De heer Peter de Groot (VVD):
Nee, dat is niet zo. Wij focussen op 2030, op 2040 én op 2050. Alleen,
voor 2030 gaat het echt over versnelling en uitvoering, kan ik namens de
VVD zeggen. Voor 2040 zijn wij ook bereid om te bekijken wat er
eventueel extra gedaan zou moeten worden als blijkt dat we die
2040-doelen niet zouden kunnen halen. Ik heb zelf nog bij deze minister
een motie ingediend over hoe je die doelstelling in 2040 nou kan halen.
We kijken dus even wat er uit Europa komt. 2050 is voor ons nog steeds
dé datum waarop het geregeld moet zijn. Het is dus niet: waar kijkt u
naar? We kijken naar alles, maar wel met een realistische blik.
De heer Flach (SGP):
Ik wil de heer De Groot van de VVD eigenlijk dezelfde vraag stellen als
ik aan D66 heb gesteld. Ik kan D66 het antwoord eigenlijk niet kwalijk
nemen, want in de top tien van prioriteiten van D66 komt het
bedrijfsleven eigenlijk niet voor. Bij de VVD heb ik nog goede hoop dat
het bedrijfsleven ergens in de top drie wel een plekje heeft gevonden.
Als we dan kijken naar wat er op stapel staat op het gebied van
netverzwaring, en we niet gaan uitsmeren, dus niet die amortisatie doen,
en we ook geen algemene middelen gaan inzetten, dan moeten we toch
constateren dat die kosten voor het bedrijfsleven alleen maar verder
omhooggaan en dat onze industrie nog meer over de grens gedrongen zal
worden? Hoe kijkt de heer De Groot daarnaar?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik vind dit een mooie vraag. Het bedrijfsleven staat namelijk zeker hoog
in de prioritering bij de VVD, zeg ik via de voorzitter tegen de heer
Flach. Het is de enige manier om ons land te laten groeien in de
economische activiteit, waardoor we onze voorzieningen kunnen blijven
betalen. We moeten grote investeringen doen in Defensie; die moeten
opgebracht worden. Dat bedrijfsleven moeten we dus echt koesteren. Ik
denk dat een schoon en vitaal bedrijfsleven dat klaar is voor de
toekomst het meeste waard is. Dat wil ik gelijk maar even gezegd hebben
tegen de heer Flach. U vindt mij aan uw zijde in het zoeken naar hoe we
dat op een goede manier kunnen doen. D66 heeft terecht al gezegd dat we
daarvoor een envelop in het coalitieakkoord hebben gebracht, maar dat is
maar een deel van het antwoord daarop. Ik heb mij in de debatten ook
steeds ingezet om door te gaan en te kijken of er eventueel een vorm van
het uitsmeren van die kosten mogelijk is. Dat zal ik blijven doen.
Wellicht kunnen we daar samen in optrekken.
De heer Flach (SGP):
Zo ken ik de VVD gelukkig weer. Ik denk dat dat heel verstandig zou
zijn. We leggen nu een netwerk aan c.q. we verzwaren het netwerk voor de
komende generaties. Die gaan daar ook de vruchten van plukken. Wij doen
dat misschien nog wel het minst. Het is dus ook heel logisch om die
kosten wat uit te smeren in de tijd. Dat neemt de acute druk nu weg en
voorkomt dat je straks de CO2-doelen haalt doordat er heel
veel bedrijven weg zijn. Als dit ook de inzet van de VVD wordt in deze
nieuwe kabinetsperiode, dan zullen we dat vanuit de SGP ook van harte
steunen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is fijn om te horen. Ik wil daar nog één ding aan toevoegen,
namelijk dat wij natuurlijk ook niet blind kijken of al die kosten
zomaar gemaakt moeten worden. Daarom kwam ik vandaag ook met een motie
over de regie op de small reactors en kijken hoe je dat op een
energie-efficiënte manier kunt doen, zodat je wellicht niet al die
investeringen in netverzwaringen moet doen, maar je het gewoon
plaatselijk kan maken. Ik denk dat wij nog veel meer uit de kast moeten
trekken om ervoor te zorgen dat dit allemaal te betalen valt, dat we het
op een hele nuttige, efficiënte en goede manier doen en dat we die
verduurzaming doorzetten. Ik denk namelijk dat dat samen heel erg goed
kan.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Flach (SGP):
Afrondend, ja. Ik ben het daar van harte mee eens, want juist in de
provincies Gelderland, Flevoland en Utrecht is dat zo ontzettend hard
nodig. Er is nog veel meer te bedenken. We zouden het bestaande net nog
zwaarder kunnen belasten. Laten we samen, toch een beetje als de
realistische partijen in deze Kamer, kijken hoe we daar stappen in
kunnen zetten.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil even met de VVD door op de energietransitie, want ik hoorde
meneer De Groot net ook zeggen dat het allemaal realistisch moet
blijven. Dat brengt mij tot de eerste vraag. Op zijn spreekgestoelte zie
ik zijn iPhone liggen. Mijn vraag is: weet meneer De Groot van de VVD
welke grondstof er in de batterij van die iPhone zit?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben geen iPhonespecialist of -maker, maar ik vermoed dat het om de
accu gaat, waar lithium in zit, denk ik. Maar goed, de heer Heutink en
ik doen wel vaker spelletjes, in de zin van: wie weet heel goed wat
waarin zit? Maar die gaan niet over iPhones. Die gaan soms over andere
dingen. Misschien kan hij mij een beetje helpen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We weten dat meneer De Groot groot fan is van elektrificeren. We kennen
de VVD natuurlijk niet voor niets als: van een vroemvroempartij naar een
zoefzoefpartij. Elektrificatie staat bovenaan het wensenlijstje. Er zit
kobalt in, zeg ik tegen de VVD. Kobalt wordt voor het grootste gedeelte
gewonnen in Congo, waar onder anderen kinderen deze grondstof onder
erbarmelijke omstandigheden uit de grond moeten halen. Deze grondstof
gaat opraken. Als je het hebt over realistisch beleid met de neus de
goede kant op, maar tegelijkertijd vol gaat inzetten op elektrificatie
van het wagenpark en boten, dan vraag ik mij het volgende af. Straks
krijgen we ook allemaal de thuisbatterij. Die dingen hebben allemaal een
li-ionbatterij. Is dat dan straks niet ook een doodlopende weg? Moeten
we daar niet slimmer mee omgaan?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben niet zo'n zwartkijker als de heer Heutink. Daar zit misschien ook
wel het verschil tussen ons twee in dit debat. Je ziet welke
technologische ontwikkelingen de batterijtechnologie, ook met andere
grondstoffen, de afgelopen jaren heeft gemaakt en wat er nog in de
kinderschoenen staat. Ik denk dat batterijopslag onlosmakelijk onderdeel
moet zijn van ons nieuwe energiesysteem. Dat kan niet anders. Ik kijk
daar dus niet zo zwart naar. Ik denk dat daar zeker grote kansen liggen,
ook voor de technologische ontwikkeling. Ik denk dat we daar in
Nederland een graantje van zouden kunnen meepikken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Die technologische ontwikkeling kunnen we alleen maar toejuichen. Daar
is niks mis mee. Maar als je het hebt over realistisch beleid en je gaat
nu vol inzetten op a terwijl je weet dat a er straks niet meer is of
vervangen gaat worden, dan is dat gewoon kapitaalvernietiging. Dat is
toch enorm jammer van al die belastingcenten die we daaraan uitgeven
terwijl we weten dat het straks ophoudt?
De heer Peter de Groot (VVD):
Daarom kijken we ook naar een breder palet in de energiemix — dat is
nodig — en bijvoorbeeld ook naar kernenergie. Dan kijken we niet alleen
naar de conventionele centrales, maar ook naar de SMR's en naar de
oplossingen uit de onderzeewereld. Er is hele nieuwe technologie die ons
veel verder kan brengen, ook rondom die industriële verduurzaming, dan
we misschien vorig jaar of twee jaar geleden hadden kunnen bedenken. Ik
kan zo nog wel even doorgaan met voorbeelden van die energiemix. Laat ik
dan dit tegen de heer Heutink zeggen en hem dit ook geven: als blijkt
dat het een doodlopende weg is, gaan we daar met elkaar een oplossing
voor zoeken.
De heer Van den Berg (JA21):
Allereerst is het goed om te constateren dat de VVD en JA21 allebei
sterk staan voor het bedrijfsleven. Dat willen we ook alleen maar verder
ondersteunen. Maar als ik dan kijk naar de begroting, dan zie ik dat er
voor de komende twee jaar, in aanvulling op het coalitieakkoord, best
veel geld gaat naar de industrie en de indirecte kostencompensatie. Ik
heb daar even in zitten tellen, en het viel mij wel op dat we in 2026
zo'n 300 miljoen euro compenseren bij die industrie en volgend jaar 400
en een beetje, en dat het uiteindelijk oploopt naar een half miljard.
Waarom wachten we zo lang met het compenseren van die industrie? Ze
hebben het nu heel erg zwaar. Vorig jaar is 20% van de industrie
weggegaan uit Nederland. De wolk hangt boven Nederland dat dit jaar nog
eens 20% gaat verdwijnen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik denk dat het te maken heeft met de hoeveelheid industrie die we nog
moeten verduurzamen met elkaar. Er zit gelukkig nog meer voor ons. Er
zijn meer bedrijven hier gebleven dan er weg zijn gegaan. We hebben
tussen 2020 en 2024 toch ook bedrijven gezien die de deur op slot hebben
gedaan en weg zijn gegaan. Dat is ook CO2-winst. Dat is niet
wat de VVD graag wil; de VVD wil ze graag hier houden en verduurzamen.
Het heeft een oploopje nodig, als je kijkt naar hoe die
kostencompensatie uitgekeerd kan worden. Ik denk dat het daarmee te
maken heeft. Ik zie het hier ook staan. Het is uiteindelijk wel een
mooie envelop die ervoor zorgt dat die bedrijven geholpen worden.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat ben ik helemaal met u eens. Ik ben blij dat de heer De Groot ziet
dat de urgentie bij die industrie heel groot is. Maar ik vraag me
nogmaals af: waarom kunnen we nou niet eerder beginnen met het
compenseren van die industrie? Als we nou zeggen dat we dit jaar zo'n
200 miljoen euro erbij zouden stoppen — dat is een schijntje vergeleken
met de subsidies voor wind — en volgend jaar 100 miljoen euro, voor zo'n
belangrijke sector in Nederland, kan ik u daarbij dan aan mijn zijde
vinden?
De heer Peter de Groot (VVD):
Er gaan ineens wel heel snel heel veel honderden miljoenen over de
tafel. Het zou goed zijn als we daarover in discussie gaan met het
nieuwe kabinet. Ik ga er straks nog iets over zeggen. Ik vind dat er een
mooi akkoord ligt, met maatregelen die we de afgelopen periode niet
konden nemen. Denk aan die volumecorrectie voor de industrie. Ik denk
dat er een mooi pakket ligt, waarin de balans is gevonden tussen het
steunen van de industrie en bedrijven en het zorgen dat zij ook die
verduurzaming mee kunnen maken.
De voorzitter:
Tot slot. Nee. U begint met uw betoog.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb wel het gevoel dat ik lekker bezig ben, voorzitter.
De voorzitter:
Dat vond ik ook, dus dubbelingen mogen wel achterwege worden
gelaten.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ga er zeker naar kijken. Ik wilde eigenlijk zeggen dat het nieuwe
coalitieakkoord voor de VVD een belangrijk ankerpunt is. Er staan
namelijk heel veel keuzes in waar wij al langer voor pleiten. Denk aan
meer regie op kernenergie, gerichte steun voor onze industrie — daar
ging het net ook al over — een realistische koers in het klimaatbeleid
en een koers die niet wegloopt voor ambitie, maar wel oog heeft voor de
praktijk van bedrijven, huishoudens en onze economie.
Voorzitter. Ik wil aangeven dat de VVD klimaat- en energiebeleid
benadert op een realistische en strategische manier. Voor ons is niet de
vraag óf we moeten verduurzamen, maar hoe we dat verstandig doen, met
oog voor veiligheid, economische kracht en onze positie in Europa.
Klimaatbeleid is namelijk ook veiligheidsbeleid en economisch beleid.
Een weerbaar energiesysteem maakt ons minder afhankelijk van instabiele
regio's. Een slimme energietransitie biedt kansen voor de chemie in
Rotterdam, de levensmiddelenindustrie en de maakindustrie in de
Achterhoek.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De heer De Groot had het net over het coalitieakkoord en alle dingen die
daarin stonden. Ik ben heel erg benieuwd naar de lezing van de VVD met
betrekking tot het sectorakkoord en de nieuwe velden op land. Zullen er,
als het aan de VVD ligt, nog nieuwe vergunningen worden verleend voor
die kleine velden op land, ja of nee?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik hoorde mevrouw Van Oosterhout daar wat over zeggen. Ik heb even het
sectorakkoord erbij gepakt. Daarin zijn afspraken gemaakt tussen
verschillende partijen over de gaswinning op land en de geleidelijke
afbouw richting 2050. Het kan dus zomaar zijn dat in dat sectorakkoord
inderdaad afspraken zijn gemaakt over velden die er nu nog niet zijn.
Dat kan. Tegelijkertijd kijken we in dat akkoord ook hoe we richting
2050 die afbouw kunnen realiseren. Ik vind het belangrijk om dat te
zeggen — de VVD staat erachter; dat heeft u ook gezien, want wij hebben
jarenlang gepleit voor een versnelling van de gaswinning op de Noordzee
— dat we tijdens deze energietransitie, waar we middenin zitten, het gas
van eigen land echt nog nodig hebben. Dat is ook het geval omdat we zo'n
beetje twee derde van het gas dat we nu gebruiken, importeren, wat nog
veel vervuilender is. Gedurende die energietransitie hebben we die
gaswinning dus nodig, ten meeste en ten beste vanaf de Noordzee, maar
ook nog vanaf land.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dat vroeg ik niet. Ik heb het sectorakkoord zelf uiteraard ook gelezen,
van a naar b. Mijn vraag was de volgende. Er worden nu in rap tempo
allerlei nieuwe vergunningen aangevraagd. Worden die vergunningen, als
het aan de VVD ligt, ook verleend voor al die nieuwe, kleine velden op
land?
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is steeds ons standpunt geweest. Als het veilig kan — dat is een
voorwaarde — en als er meegedeeld kan worden, staat er wat de VVD
betreft niets in de weg om dat te doen.
De heer Kops (PVV):
De heer De Groot noemde net een lijstje uit het coalitieakkoord. Ik
miste iets in dat lijstje. Ik denk trouwens dat hij dat bewust weglaat.
Ik miste namelijk de verplichte warmtepomp. De verplichte hybride
warmtepomp, die zou ingaan per 2026, is geschrapt. De VVD, een liberale
partij, heeft daarvoor getekend. Wat heeft de VVD bezield om in dit
nieuwe coalitieakkoord weer terug te gaan naar die verplichte warmtepomp
en die gewoon op te dringen aan de mensen? Als er iets is waar mensen
thuis een hekel aan hebben, zijn het die verplichtingen, dwang en drang,
vooral als het gaat om klimaat en de energietransitie. Waarom heeft de
VVD dat gedaan? Hoe gaan de mensen thuis, die nu al in energiearmoede
leven, dat in hemelsnaam betalen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb een aantal antwoorden voor de heer Kops. Eén. Is een verplichte
warmtepomp de hobby van de VVD? Nee. Maar ja, je onderhandelt over een
akkoord en dan komen er weleens dingen uit — dat weet u ook, want wij
hebben ook een akkoord met elkaar gesloten — waarvan je denkt: "Is het
mijn hobby? Nou, nee, ik vind het niet fijn, maar op zich is het oké."
Als je dan een maatregel moet treffen, zou ik zeggen: neem er een
waarvan je nu ziet ... De cijfers over de verkoop van hybride
warmtepompen stijgen weer. Het is een hele effectieve manier om je huis
te verwarmen. Het is een hele effectieve manier om de investering die je
erin stopt, terug te verdienen. Als je ergens voor moet kiezen, zou ik
zeggen: kies voor de maatregel die het minst pijn doet en doe daar
subsidie bij, zodat die investering terugverdiend kan worden.
De heer Kops (PVV):
Subsidie klinkt natuurlijk leuk, maar die dekt natuurlijk maar een
gedeelte van de kosten. We moeten niet doen alsof dat gratis geld is,
want die subsidies moeten ook ergens vandaan komen. Je zult maar in een
oud, slecht geïsoleerd huis wonen dat helemaal niet geschikt is voor een
warmtepomp. Sterker nog, als je daar een warmtepomp van een aantal
duizenden euro's gaat installeren, moet je ook gaan isoleren en
dergelijke. Er zijn zelfs berekeningen van het Economisch Instituut voor
de Bouw die zeggen dat je dan kan uitkomen op tienduizenden euro's per
woning. Daar ging mijn vraag over. Hoe moeten mensen dat in hemelsnaam
gaan betalen als die verplichting, waar de VVD voor heeft getekend,
eraan gaat komen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik zou de heer Kops willen uitnodigen om eens naar Intergas in Culemborg
te gaan. Daar laten ze zien dat een warmtepomp in woningen van bouwjaren
1960 tot 2000 — daar hebben ze pilots gedaan — overal werkt en overal
opbrengst heeft, en dat de warmtepomp het heel goed doet. Ze laten ook
zien dat het niet om tienduizenden euro's gaat, zoals de heer Kops zegt.
Het gaat over de hybride variant, waarbij uiteraard een deel
geëlektrificeerd wordt, maar ook nog een deel op gas werkt. Dat is
eigenlijk een hele kostenefficiënte manier om een warmtepomp te
installeren. Nogmaals, in de afgelopen decennia hebben we ook een keer
gezegd "we gaan een hr-cv-ketel normeren". Dat werkt heel effectief. Wij
hebben hier "2029" neergezet. Ik ga ervan uit dat de warmtepompen dan
een stuk duurder zijn in de productie. Sorry, ik moet het andersom
zeggen. Ik ga ervan uit dat ze dan een stuk goedkoper zijn in de
productie, waardoor we een heel goed, energie-efficiënt en betaalbaar
pakket voor huishoudens kunnen neerleggen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Kops (PVV):
Meer dan een half miljoen huishoudens leven nu al in energiearmoede. Dat
heeft natuurlijk direct te maken met de energiebelasting op aardgas,
want die belasting wordt jaar na jaar verhoogd. De bedoeling daarvan is
om mensen te verleiden — beter gezegd: te dwingen — om van het gas af te
gaan en om uiteindelijk te verduurzamen door een dure warmtepomp te
kopen. Maar mijn vraag was: wat als die mensen die warmtepomp toch niet
kunnen betalen? Dan zitten ze vast aan een torenhoge gasbelasting. Die
mensen gaan linksom of rechtsom gewoon de hoofdprijs betalen bij de VVD.
Mijn vraag is: waarom doet de VVD niets aan die torenhoge
energiebelasting op gas om de mensen die het geld niet hebben om al die
verduurzamingsgekkigheid te betalen, ietsje tegemoet te komen? Want een
half miljoen huishoudens in energiearmoede; dat kan toch niet?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ga niet mee in het frame van al die verduurzamingsgekkigheid. In dat
frame ga ik niet mee. Ik denk dat wij een oplossing hebben gevonden voor
hoe je je huis energie-efficiënt kunt verduurzamen en hoe je dat op
korte termijn kunt terugverdienen. De hybride warmtepomp is echt een
goede oplossing. Wij ondersteunen die huishoudens ook daarin, dus ik ga
niet mee in dit frame.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind deze discussie interessant. De heer De Groot zegt dat hij en
zijn coalitie, en het toekomstige kabinet, die huishoudens daarbij gaan
ondersteunen, maar in de hele financiële plaat die achter het
coalitieakkoord zit, kan ik geen cent daarvoor vinden. Hoe gaat de heer
De Groot garanderen dat dit gecompenseerd wordt voor de bijna 9 miljoen
huishoudens die niet op het warmtenet zullen zitten? Want dat zijn er
nogal wat.
De heer Peter de Groot (VVD):
Als het gaat over die 9 miljoen huishoudens ... Dat is iets voor de
langere termijn, want het is niet zo dat al die cv-ketels per 2029
vervangen moeten worden door een verplichte hybride warmtepomp. Dat is
niet zo. Daar zit natuurlijk een vervangingsschema aan vast. Dat duurt
veel langer. Het is niet verboden om nog dit jaar of volgend jaar een
cv-ketel te installeren. Er zijn nog heel veel nieuwe installaties. Er
zit natuurlijk een vervangingsschema achter. De heer Vermeer weet uit
eigen ervaring — dat heeft hij al heel vaak verteld — bij het
aanschaffen van zijn eigen hybride warmtepomp dat er een subsidie
tegenover staat. Ik heb het over de ISDE. Ik snap de vraag van de heer
Vermeer dus niet zo goed.
De heer Vermeer (BBB):
Dan zal ik het nog een keer uitleggen. Op het moment dat er nu normering
en stimulering komt van een niveau dat er nu nog niet is — dit wordt
namelijk gebracht als nieuw beleid — dan moet daar geld voor zijn, maar
daar staat €0 voor in de financiële plaat. Zelfs al zou ik er rekening
mee houden dat die 9 miljoen huishoudens dat in twintig jaar gaan doen —
dan houd ik het ruim aan, want lang niet iedere cv-ketel redt dat — dan
heb je het nog over 450.000 tot 500.000 huishoudens per jaar bij wie het
vervangen moet worden. Dat kan niet als er €0 is om dat te stimuleren.
Wat is stimuleren en normeren dan?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik vind het heel lastig dat de heer Vermeer het heel absoluut maakt,
alsof al die 9 miljoen huishoudens, alle huur- en koopwoningen, naar
hybride warmtepompen gaan. Dat is natuurlijk helemaal niet zo. Ze gaan
ook over naar warmtenetten en naar andere bronnen. Er moeten niet 9
miljoen hybride warmtepompen komen vanaf 2029. Dat is niet zo. Ik weet
zeker dat als dit in 2029 verplicht wordt, deze coalitiepartijen zullen
kijken: hoe kunnen we dat op een goede manier doen, wat is de prijs op
dat moment van die warmtepompen en hoe kan dat terugverdiend worden? Is
er een redelijke terugverdientijd? Als dat niet het geval is, dan weet
ik zeker dat het volgende kabinet daar goed naar zal kijken, want deze
coalitie gaat niemand in energiearmoede storten. Dat weet ik honderd
procent zeker.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Vermeer (BBB):
Ik ga het hier wel absoluut maken, want we moeten af van de
tekentafeltoestanden hier in Den Haag. Het is gewoon absoluut. Op dit
moment zijn er zo'n 700.000 huishoudens in een warmtenet. Ik reken er al
op dat 300.000 huishoudens de komende tijd ook nog overgaan. Ik ben dus
heel optimistisch; zo kent u mij. In het coalitieakkoord staat gewoon:
"Op plekken waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing is,
stimuleren en normeren we, per 2029, de uitrol van hybride, slimme
warmtepompen." Het is gewoon een simpele rekensom: we moeten 9 miljoen
mensen voor €0 aan de warmtepomp hebben. Dan hou ik nog niet eens
rekening met al die extra huishoudens die er jaarlijks bij komen. Hoe
gaat de heer De Groot dit in vredesnaam doen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik doe dat door tegen de heer Vermeer te zeggen, via u, voorzitter, dat
het er geen 9 miljoen zijn. Er zijn heel veel aardgasvrije woningen op
dit moment, die geen hybride warmtepomp hoeven te hebben. Dat is dus
niet zo. Er zijn andere energiebronnen waar woningen op aangesloten
worden. Ik ga dus gewoon niet mee in het frame dat het gaat om 9 miljoen
woningen.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Peter de Groot (VVD):
Voorzitter. Ambities hebben alleen maar waarde als ze uitvoerbaar en
betaalbaar zijn en kunnen rekenen op draagvlak. De VVD wil dat dat
beleid werkt in de fabriekshal en op het mkb-terrein. Dat is ook de lijn
uit ons verkiezingsprogramma en uit het coalitieakkoord. Groen groeien
kan alleen als economie en klimaat hand in hand gaan. Daarom is het zo
belangrijk dat deze begroting en het coalitieakkoord inzetten op een
gelijk speelveld in Europa. Onrealistische en nationaal geïsoleerde
eisen zetten onze industrie op achterstand en dan verdwijnt productie
naar Duitsland, waar het net al over ging, of zelfs naar de VS en Azië,
terwijl de wereldwijde uitstoot niet daalt. Dat kan echt nooit de
bedoeling zijn.
Voorzitter. Verduurzaming van de industrie is de grootste economische
verbouwing sinds de opbouw van de industrie. Dat vraagt om stabiel
langetermijnbeleid en echte samenwerking. De afgelopen jaren zagen we
best wel veel overlegtafels, maar die waren ook te vaak ad hoc en
versnipperd. De VVD wil daarom een structurele overlegtafel tussen
industrie en het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Die moet niet
vrijblijvend zijn, maar wederzijdse verplichtingen hebben. Bedrijven die
investeren in CCS in de haven, in waterstof in Zeeland of in de
elektrificatie in de Brainport, moeten kunnen rekenen op duidelijkheid
over vergunningen, infrastructuur en energieprijzen. Andersom mag de
overheid eisen stellen aan tempo en resultaat. De energietransitie is
namelijk niet lineair. Daarom zijn maatwerk en flexibiliteit wel nodig,
maar mag er niemand verzaken.
Is de minister bereid om zo'n structurele overlegtafel in te richten,
die een duidelijk mandaat heeft en waaraan afspraken worden gemaakt over
energiekosten, infrastructuur, CCS en waterstof? Kan de minister
toezeggen dat dit geen praatclub wordt, maar een plek waar echt knopen
worden doorgehakt? Klimaatbeleid wordt namelijk te vaak gemeten in
modellen. Vergunningen duren jaren, regels stapelen zich op en
investeringscycli zijn langer dan kabinetsperiodes. Is de minister
daarom ook bereid om bij grote maatregelen standaard een
uitvoerbaarheidstoets met het bedrijfsleven en de regio te doen? Dat kan
wellicht ook via die tafel. Kan de minister garanderen dat Europese
afstemming leidend is bij het vormgegeven van dit beleid?
Voorzitter. Als we willen dat de industrie blijft verduurzamen, moeten
we af van het beleid dat iedereen over één kam scheert. Vandaar dat ik
die tafel opbreng. De VVD ziet aanvullend daarop de maatwerkafspraken
als het instrument dat nodig is voor bedrijven met een specifieke aanpak
en de bedrijven die van groot belang zijn om de transitie te laten
slagen. De bestaande maatwerkafspraken met Nobian en Tata Steel laten
zien waarom dit zo belangrijk is. De collega van D66 had het net al over
Nobian, waar met elektrificatie en waterstof een cruciale schakel in de
Nederlandse chemieketen wordt gemaakt. Ondanks de afspraak staat op dit
moment een investering van ruim een half miljard onder druk. Dat moet
echt anders. Bij Tata gaat het om een transitie die niet alleen
klimaatwinst oplevert, maar ook tienduizenden banen en strategische
industrie voor Nederland behoudt. Zulke trajecten zijn complex,
kapitaalintensief en soms ook onzeker. Dat regel je dus niet met alleen
generieke normen, maar met afspraken per bedrijf en per cluster. Voor de
VVD is daarbij essentieel dat het maatwerk twee kanten op werkt: geen
blanco cheque, maar harde mijlpalen, tussen transparantie en afdwingbare
prestaties. Tegelijkertijd moet het Rijk leveren op netaansluitingen,
vergunningen en betaalbare energie, want anders vragen we het
onmogelijke.
Voorzitter. Dan Gelderland. Laat ik het concreet maken voor mijn eigen
provincie. De Gelderse steen- en papierfabrieken willen graag
verduurzamen, maar ze hebben op dit moment nauwelijks
handelingsperspectief. Hun processen vragen om hoge temperaturen en
continue energie. Elektrificatie is onzeker door netcongestie, waterstof
is nog niet beschikbaar en CCS ligt vaak buiten bereik. Deze bedrijven
weten wat er van hen wordt gevraagd, maar ze weten niet hoe ze er moeten
komen. Hoe gaat de minister juist deze traditionele sectoren helpen aan
een realistisch transitiepad? Komt er per cluster, zoals de Gelderse
papier- en baksteenindustrie, een concreet stappenplan met
infrastructuur, beschikbare technieken en een betaalbaar tijdpad? Zien
we dat dus terug in dat NPE of waarin komt dat terug? Is de minister
bereid deze sectoren expliciet te betrekken bij de structurele
overlegtafel? Zonder duidelijkheid voor hen dreigen we de iconische
maakindustrie in Nederland te verliezen, terwijl de vraag naar hun
producten gewoon blijft bestaan.
Voorzitter. Dan zeg ik nog iets over betaalbare energie als
randvoorwaarde. Een gelijk speelveld begint namelijk bij betaalbare
energie. De VVD heeft hier in het debat vaker gepleit voor de IKC, de
kostencompensatie, en een vorm van volumecorrectie. Het is goed dat in
het coalitieakkoord extra middelen worden vrijgemaakt om de
elektriciteitskosten van de industrie te verlagen. Dat is geen luxe maar
een harde voorwaarde om de transitie goed te laten verlopen. Het is
zonde dat waardevolle bedrijven vertrekken. Ik spreek ondernemers in
Delfzijl en Moerdijk, maar ook in Gelderland die willen elektrificeren
maar vastlopen op de businesscase. Als stroom duurder is dan gas, blijft
verduurzaming namelijk gewoon theorie.
Voorzitter. Ik wil het hebben over netcongestie. Dat is toch wel het
grootste struikelblok voor de verduurzaming op dit moment, want zelfs
als het geld en de wil er zijn, lopen de trajecten vast op het net.
Netcongestie is hét kantelpunt van de transitie. Bedrijven in Gelderland
en in Brabant kunnen niet uitbreiden, laadpleinen worden niet
aangesloten en warmtepompen wachten op capaciteit. De VVD ziet flexibel
gebruik van het net daarom als belangrijke oplossing om het net minder
te belasten. Het is de belangrijke schakel die hier vaak vergeten wordt.
We zijn dan ook blij dat het offensief is ingezet voor het
aantrekkelijker maken van flexconctracten. Het is de VVD alleen niet
duidelijk wat hier precies gaat veranderen en wanneer. Het lijkt
namelijk nog wat vrijblijvend. Welke afspraken zijn gemaakt met de
netbeheerders? Wanneer, is de verwachting, worden de contractvoorwaarden
aangepast en aan welke aanpassingen wordt hier dan gedacht? Ik hecht
eraan te benadrukken dat hier samen met de sector naar moet worden
gekeken.
Tevens worden er middelen vrijgemaakt voor flexibiliteit. Dat is goed,
maar het is in dit kader niet logisch als de overheid een rol krijgt in
het aantrekkelijk maken van die flexibiliteit. Deze verantwoordelijkheid
ligt nu grotendeels bij de netbeheerders, terwijl ze van groot
maatschappelijk belang is. In hoeverre wordt er door het ministerie of
de ACM meegekeken bij de flexibele contracten die worden aangeboden? Is
er hier ruimte om erover mee te denken?
Voorzitter. Ik heb wat dingen overgeslagen. Het laatste stukje van mijn
bijdrage gaat erover dat een toekomstig energiesysteem natuurlijk niet
kan zonder kernenergie. Ik heb het mooiste voor het laatst bewaard, zou
ik willen zeggen. Nederland heeft een energiesysteem nodig dat
betrouwbaar en onafhankelijk is. Dat vraagt om een brede mix: zon en
wind waar het kan, gas zolang het moet en zo snel mogelijk kernenergie
als ruggengraat. Kernenergie is voor de VVD een strategische keuze.
Daarom moet de bouw van de centrales worden doorgezet. We zijn dan ook
blij dat het coalitieakkoord hieraan vasthoudt. Ook SMR's moeten een
volwaardige plek in het toekomstige energiesysteem krijgen. Het gaat
hier om regie en tempo.
De VVD heeft eerder vandaag gevraagd naar de routekaart voor de SMR's,
dus de locatie, de planning en de rol van het Rijk. De locaties van de
SMR's of zelfs kleine centrales, de minicentrales, moeten niet alleen
vanuit het gebied worden gekozen. Ze moeten vooral komen waar de
grootste vraag naar elektriciteit is, waar we daarmee enorme
netverzwaringen kunnen voorkomen — ik had het er al over met de heer
Flach — en waar de overheid zelf een bijdrage kan leveren. Ik zag de
minister gisteren in Zeeland. Mijn vraag is eigenlijk: zijn de eerste
stappen daar al gezet? Is de grondverwerving eigenlijk al opgestart?
Zijn er al deals gemaakt? Zijn er onomkeerbare stappen gezet? Of kan de
minister misschien toezeggen dat in het tweede kwartaal de eerste grond
voor de kerncentrales echt wordt opgekocht?
Voorzitter. Ik sluit af. De VVD gelooft in een Nederland dat schoon en
sterk is, in een industrie die hier kan blijven produceren, ook de
steen- en papierfabriek in Gelderland, en in een energiesysteem dat ons
onafhankelijker maakt. Dat is de lijn van het coalitieakkoord en van
deze begroting. Ik overweeg daarom nog een motie die de regering
verzoekt om die structurele overlegtafel met de industrie in te richten,
met wederzijdse verplichtingen en duidelijke doelen voor energiekosten,
CCS, waterstof, elektrificatie en netcapaciteit. Ik hoor graag de
reactie van de minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik inventariseer twee interrumpanten. Allereerst is het
woord aan de heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Een korte vraag. Ik hoor de heer De Groot iets duidelijker dan collega
Klos net over de kerncentrales spreken. Is de VVD van mening dat er dan
in het coalitieakkoord staat dat we doorgaan met die twee grote
kerncentrales en dat er twee kleinere komen, of is er ook voor de VVD
geen keiharde ja op dat die twee grotere kerncentrales gebouwd gaan
worden?
De heer Peter de Groot (VVD):
Voor ons is het een no-brainer dat die er moeten komen. We duwen
tegelijkertijd ook op de SMR's als een mogelijke oplossing voor in dat
net. Maar ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat we die twee grote
niet bouwen. Dat is hartstikke hard nodig. Het liefst moeten we er
misschien wel vier bouwen, zodat je een robuuster energiesysteem krijgt,
doordat je voldoende baseload krijgt in het systeem. Aanvullend daarop,
ook voor de flexibiliteit van het net, of misschien wel voor de
investeringen die we niet moeten doen, komen die SMR's. We hebben het
nog niet eens gehad over de oplossing van de echt kleine
Allseas-centrales. Zo veel ruimte als een tennisbaan heb je daarvoor
nodig; dat is een heel andere configuratie. Die kunnen ook een heel
waardevolle toevoeging daarvoor zijn. Maar ik weet wat wij met elkaar
hebben opgeschreven in het coalitieakkoord. We zullen zien hoe de
uitwerking daarvan is van de nieuwe staatssecretaris die daar straks
over gaat. Voor de VVD blijft als belangrijkste paal boven water staan
dat het belangrijk is om door te gaan met de uitrol van die
kerncentrales, naar ik denk in Zeeland; daar vraagt de minister ook
naar. Ik denk dat het het belangrijkste is om daarmee door te gaan.
De heer Dassen (Volt):
"Ik kan het me eigenlijk niet voorstellen", zegt de heer De Groot, maar
de manier waarop het opgeschreven is, laat er heel veel ruimte voor open
dat er helemaal geen twee grote komen, maar bijvoorbeeld vier kleine.
Maar als ik de heer De Groot zo beluister, dan zegt hij: nee, dat is
eigenlijk onbespreekbaar voor de VVD.
De heer Peter de Groot (VVD):
Omdat het in de zin heel duidelijk is dat er "en" staat: het kunnen
conventionele én SMR's zijn. Het laat dus niet veel ruimte, omdat ze
allebei nodig zijn. De heer Dassen heeft net de vraag gesteld: kunnen
dat ook alleen maar SMR's zijn? Ik kan me dat niet voorstellen als je
kijkt naar de afspraken die wij met elkaar gemaakt hebben. Wat betreft
de VVD gaan we dus door met het plannen van die conventionele
kerncentrales. Die zijn heel hard nodig voor de baseload in Nederland;
die hebben we hard nodig. Die SMR's zijn echt gericht op waar de opgave
decentraal ligt.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Dan is het standpunt van de VVD duidelijk: die twee grote kerncentrales
moeten er dus komen en eventueel worden er additioneel SMR's gebouwd,
maar voor de VVD is het onbespreekbaar om die grote kerncentrales niet
te gaan bouwen. Heb ik de heer De Groot goed begrepen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik lees het ook zo. We hebben het met elkaar opgeschreven, dus ik ga
ervan uit dat we daar met elkaar uit komen. Daar hoeft u niet ongerust
over te zijn, zou ik u willen zeggen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Meneer De Groot en ik zijn het denk ik samen heel erg eens over
kernenergie. Kernenergie is schoon en stabiel. Dat moeten we gewoon gaan
realiseren met elkaar. Maar tegelijkertijd zien we dat dezelfde VVD van
de heer De Groot volgens mij al decennialang zegt dat die kerncentrales
er moeten komen. Diezelfde tijd, ook decennialang, zit de VVD al in het
kabinet. De VVD heeft het nu opnieuw opgeschreven in het
coalitieakkoord, maar hoe weten we nou dat die dingen daadwerkelijk
gebouwd gaan worden in deze kabinetsperiode?
De heer Peter de Groot (VVD):
Daarvoor moet je een aantal dingen doen. De heer Heutink zegt:
decennialang. Nou, volgens mij is in Rutte IV opgeschreven dat die
kerncentrales er komen. Overigens pleit de VVD er al langer voor, maar
het is in Rutte IV opgeschreven. Als je ervoor pleit, betekent het
echter nog niet dat het beleid is, zeg ik er ook maar even bij. Laten we
even die tijdshorizon er even bij pakken. Er gebeurt natuurlijk heel
veel. Het is niet dat er niets gebeurt. Alleen, in het debat pleit ik er
namens de VVD voor dat het tempo richting de uitvoering omhoog moet. Dat
is precies de reden waarom ik de vragen aan de minister stel: wat is de
minister gisteren precies in Zeeland wezen doen, zijn daar alweer mooie
afspraken met elkaar gemaakt om de volgende stap te kunnen zetten? Ook
dien ik elke keer moties in om bijvoorbeeld voor de SMR's te zeggen:
oké, pak de regie, kijk waar ze moeten komen, ga in gesprek met de
sector. Ik kan eigenlijk niks anders doen dan de motie ondersteunen van
de heer Van den Berg van JA21, die zegt: doe dat ook op een manier
waarop we als Nederland als producent er ook nog wat aan hebben.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nog even doorgaand op de vraag van de heer Dassen. In het
coalitieakkoord staat: "Met het beschikbare budget uit het Klimaatfonds
en in samenwerking met marktpartijen wordt doorgewerkt aan de bouw van
ten minste vier nieuwe kerncentrales. Dit kunnen conventionele en ook
modulaire reactoren zijn." Misschien is tekstexegese niet of wel het
sterkste onderdeel van collega De Groot, maar ik lees dit als: het
kunnen in theorie ook vier of meer SMR's worden. Het hoeft niet per se
twee en twee te zijn, want zo staat het niet opgeschreven. In eerdere
coalitieakkoorden stond het er heel duidelijk: uitsluitend. Maar nu
niet. Als ik dan denk aan hoeveel ruimte er fysiek is in Zeeland en in
Borsele voor twee grote centrales op die postzegel bij Borsele, biedt
die SMR misschien wel een uitkomst in de toekomst, ook voor de
ruimtelijke puzzel.
De heer Peter de Groot (VVD):
Laten we het eens omdraaien: ik lees hier niet dat we geen conventionele
centrale doen. In reactie op wat de heer Grinwis buiten de microfoon
zegt: nou, dan zijn we het erover eens. Ik interpreteer het zo dat we
die kerncentrales doen die zo snel mogelijk de base load van Nederland
met elkaar kunnen versterken. Dat zijn de conventionele — dat heb ik net
ook al aangegeven — maar ook de modular reactors kunnen daar met
snelheid een goede rol in spelen. Dat is bedoeld met wat hier
opgeschreven is. Volgens de VVD staat hier gewoon een hartstikke mooie
paragraaf over kernenergie, waarbij we met de twee andere partijen de
handen in mekaar hebben gedaan. Ik hoop dat we daar ook meerderheden
voor in de Kamer kunnen vinden met elkaar. Maar wat de VVD betreft horen
daar zowel de conventionele als de SMR's alsook de Allseas-achtige
kerncentrales gewoon in, want die hebben we in Nederland gewoon keihard
nodig voor een robuust en goed energiesysteem.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
We zijn beiden al meerdere keren in Borsele geweest. We weten hoe weinig
ruimte er is op die locatie, naast het Sloegebied, om twee conventionele
centrales in te passen. Als die interpretatie wordt opgerekt, waarbij er
kan worden gekeken of het kan worden opgelost met SMR's op die locatie —
en dan zijn het er misschien meer dan twee; dat zou zomaar kunnen — is
dat dan niet iets wat je open moet houden naar de toekomst toe? Iedereen
maakt zich namelijk best wel zorgen hoeveel centrales of hoeveel
opwekcapaciteit, die we inderdaad heel breed in de Kamer willen,
vaststaat op die postzegel, terwijl we weten dat er in andere gebieden
in Zeeland, bijvoorbeeld aan de kant van Terneuzen bij Biervliet, toch
wat meer verzet is. Dus het is misschien wat lastig om het daar te
doen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Het risico is natuurlijk dat we gaan debatteren over een specifieke
locatie en casus, terwijl we de precieze details niet goed weten met
elkaar, niet goed kunnen doorgronden. Dat is ook de reden waarom ik net
de vraag aan de minister heb gesteld hoe het daar eigenlijk is. Mijn
eigen plaats, de gemeente Harderwijk, heeft ook gezegd: dat is een mooie
plek voor een SMR. Dan denk ik bij mezelf: ja, maar er zit niet zo heel
veel industrie, dus dat vinden ze waarschijnlijk omdat het aan de
Randmeren is waardoor er water is of iets dergelijks. Elke plek heeft zo
zijn eigen karakteristieken. Ik denk dat we vooral de regietaken bij het
ministerie moeten laten, maar voor ons gaat het over snelheid: zo snel
mogelijk en zo goed mogelijk en ook uiteindelijk met goed
maatschappelijk draagvlak.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Van den Berg. Daarna is het woord aan
mevrouw Van Oosterhout.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoor bij de heer De Groot allemaal goede zaken over versnellen; dat
zie ik ook in het programma staan. Ik denk alleen wel dat voor het
versnellen daadwerkelijk meer geld nodig is. Dat staat niet in dit
akkoord. Het blijft bij het huidige budget dat in het Klimaatfonds staat
gereserveerd, en er komt geen cent bij. Hoe kunnen we op die manier
volgens de heer De Groot versnellen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik zou tegen de heer Van den Berg willen zeggen: laten we dat geld dan
eerst maar eens even uitgeven. Er staat een grote pot geld; die staat er
al een tijdje. Als je niet uitkijkt, wordt er soms bedacht om die aan
andere dingen uit te geven; zo werkt het hier ook. Laten we die pot dus
conserveren en zo snel mogelijk uitgeven aan die kernenergie. Dat zou
het beste zijn.
De heer Van den Berg (JA21):
Die pot met geld wordt ook uitgegeven. We zien de komende jaren ook
onttrekkingen uit dat Klimaatfonds, maar ik ben een realist in dezen. Ik
zie dat er vier centrales gebouwd moeten worden en ik zie de maritieme
ambities en de industriële clusters enzovoort. Ik ondersteun deze zaken
van harte — kernenergie is me op het lijf geschreven — maar er is ook
geld voor nodig. Ik denk dat we daar de komende jaren veel meer in
moeten stoppen. Hoe kijkt de heer De Groot daarnaar?
De heer Peter de Groot (VVD):
Misschien nog even over de maritieme ontwikkelingen en ook de small
reactors. Ik zie wel dat het privaat geld is wat er in de small reactors
gestoken moet worden. Het doel is natuurlijk om die industriële clusters
te ondersteunen. Natuurlijk kunnen die industriële bedrijven aanspraak
maken op de SDE++. Dat geld is bedoeld voor verduurzaming, maar ik zie
dat met name de investeringen in de small reactors vanuit de private
kant moeten komen. Vanuit de publieke kant moeten die vergunningen en
regelgeving echt worden gestroomlijnd om dat voor elkaar te krijgen. Zo
kijk ik eigenlijk een beetje naar die SMR's: die zijn echt wat anders
dan de conventionele kerncentrales.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Groot. Het woord is aan mevrouw Van Oosterhout
voor haar maidenspeech namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Bij
maidenspeeches wordt niet geïnterrumpeerd. U heeft het woord, mevrouw
Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het begon voor mij allemaal in Borgercompagnie, een
karakteristiek lintdorp in Oost-Groningen: één straat, geen supermarkt
en meer koeien dan inwoners. Het is wel een plek waar iedereen naar
elkaar omkijkt. Als kind voelde ik me er op mijn plek. Ik werd omringd
door de talen van het Noorden: thuis Fries, op school Gronings en later
kwam daar ook Drents bij. Ik ging naar de dorpsschool. Daar waren niet
meer dan 50 leerlingen. Ik herinner me goed dat de minister van
Onderwijs langs zou komen, maar op het moment suprême bleek dat niet in
persoon te zijn. Er was een videoverbinding geregeld, want
Oost-Groningen bleek toch wel wat ver. Ik noem dit voorbeeld omdat het
illustratief is voor de afstand die wij ook toen al voelden met Den
Haag. Toen aardbevingen ons gebied begonnen te tekenen, toen huizen
begonnen te scheuren en toen mensen hun zekerheid kwijtraakten, duurde
het jaren voordat we serieus genomen werden. We wisten wat de oorzaak
was, maar we wisten ook dat er zwaardere belangen in het spel zijn,
belangen van machtige fossiele bedrijven die voorrang kregen op de
veiligheid van mensen. Dat voelde ik toen en dat voel ik nog steeds: het
gevoel dat je er niet toe doet, dat je klein bent tegenover een machtige
reus, te klein. In het Noorden leerden we al heel jong een pijnlijke
les: de afstand van Den Haag naar Groningen is altijd verder dan van
Groningen naar Den Haag.
Voorzitter. Mijn strijd voor een leefbare planeet en tegen grote
vervuilers is daar geboren, in Oost-Groningen. Ik heb van dichtbij
gezien wat er gebeurt als grote vervuilende bedrijven vrij spel krijgen
en als gewone mensen de dupe worden en zich niet beschermd weten. Dat
gevoel van strijdbaarheid en machteloosheid, dat gevoel van je klein
voelen terwijl je wil knokken voor wat je dierbaar is, heb ik omgezet in
daadkracht, opkomen voor anderen.
Twaalf jaar geleden werd ik gekozen om twee jaar lang de Nederlandse
jongeren te vertegenwoordigen in Brussel. Ik sprak met duizenden
jongeren over hun zorgen voor de toekomst, zorgen die ikzelf ook had. Ik
probeerde een spreekbuis te zijn van hun stemmen op de plekken van de
macht, daar waar de besluiten worden genomen. In die gesprekken met al
die jongeren werd mij één ding heel snel duidelijk: klimaatverandering
is dé strijd van onze generatie én van de generaties na ons. We zagen
ook toen al overstromingen in Nederland, bosbranden in Zuid-Europa en
extreme hitte. Terwijl wetenschappers jaar op jaar nieuwe hitterecords
vaststellen, blijven wij hier doen alsof we alle tijd hebben. Ik weet
nog dat in Brussel vaak tegen mij werd gezegd: "Ik doe het voor mijn
kinderen". Maar die kinderen zijn geen kinderen meer. Zij dragen vandaag
de gevolgen van uitstel en half werk en zij zitten nu zelf in deze
Kamer.
Tegelijkertijd weet ik dat het nog niet te laat is. Mijn motivatie om me
in te zetten in de strijd tegen klimaatverandering is juist ook de
overtuiging dat we er nog wel iets aan kunnen doen, maar dan moeten we
wel nú alles op alles zetten. En dus deed ik in Brussel twaalf jaar
geleden een belofte aan mezelf: ik zou altijd blijven zoeken naar de
plek waar ik de meeste impact kon maken. Ik deed dat in the City als
consultant, waar ik probeerde verandering van binnenuit te realiseren
bij bedrijven. Daarna deed ik dat als lobbyist richting overheden, om
beleid en regels te veranderen. Maar ik zag hoe moeilijk het was om
grote bedrijven of overheden echt van koers te laten veranderen.
Voorzitter. Toen ik de kans kreeg om te werken aan een rechtszaak tegen
een van de grootste fossiele bedrijven ter wereld, wist ik één ding: dit
moet ik doen, want dit is het nieuwe strijdtoneel. In de rechtszaal
draait het niet om wie de grootste portemonnee heeft, niet om wie de
beste lobby heeft en niet om wie de juiste mensen kent. In de rechtszaal
draait het om de feiten van de zaak, om inzicht uit de wetenschap. Maar
natuurlijk was ook in de rechtszaal de strijd niet gelijkwaardig. Wij
waren met een team van twintig tegenover een leger aan advocaten. Maar
wij hadden iets wat zij niet hadden: de waarheid, de wetenschap en niet
te vergeten, de steun van een generatie, van tienduizenden jonge mensen
die tijdens klimaatprotesten de straat op gingen voor hun toekomst. De
rechter heeft destijds een fundamenteel punt gemaakt. Het is een
mensenrecht om beschermd te worden tegen gevaarlijke klimaatverandering.
Bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid om hun uitstoot naar
beneden te brengen, los van wat overheden en consumenten doen. Het
openen van nieuwe olie- en gasvelden is niet te rijmen met de afspraken
die we internationaal hebben gemaakt.
Voorzitter. In de rechtszaal boekten we successen, lieten we zien dat
je, als je samen opstaat, het zelfs van de grootste vervuilers kunt
winnen. Maar waarom dan toch de stap naar Den Haag? Omdat rechters geen
beleid maken. Hun taak is rechtspreken. Rechters houden ons een spiegel
voor: doen overheid en bedrijfsleven wat de wet van hen vraagt? Helaas
is het antwoord nog te vaak nee. Dat bleek opnieuw in de Bonairezaak
tegen de Nederlandse Staat. In deze Kamer worden de wetten gemaakt die
levens raken en toekomsten vormen. Daarom ligt de verantwoordelijkheid
hier.
Voorzitter. Mijn grootste drijfveer komt nog steeds voort uit hetzelfde
gevoel dat ik in Oost-Groningen had: het gevoel van onrecht bij wat er
gebeurt als vervuilende bedrijven mogen doen en laten wat ze willen; het
gevoel van onrecht als gewone mensen niet worden beschermd. Het gaat om
rechtvaardigheid, om klimaatrechtvaardigheid. Op dit moment is die
rechtvaardigheid er niet. De zwaarste lasten van de klimaatcrisis worden
gedragen door degenen die er het minst aan hebben bijgedragen. Vandaag
leven steeds meer mensen in energiearmoede, mensen die hun huis niet
warm krijgen, die de verwarming lager zetten en in tochtige huizen
moeten leven. Tegelijkertijd blijven we miljarden aan fossiele subsidies
uitkeren aan bedrijven die recordwinsten boeken. En daar verzet ik mij
tegen. Wie de gevolgen van klimaatverandering het eerst voelt, mag nooit
als laatste aan het woord komen. En wie de schade als eerste ondervindt,
mag nooit het minst beschermd worden. Als we de klimaatcrisis willen
oplossen, moeten we dat rechtvaardig doen.
Voorzitter. Mijn eerste werkbezoek als Kamerlid was naar Friesland. Ik
sprak daar met onder anderen inwoners uit Top en Twel, dorpen waar de
voorbereidingen voor nieuwe gasboringen in volle gang zijn. Uit pure
noodzaak voeren bewoners zelf metingen uit. Ze huren advocaten in uit
eigen zak om bezwaarprocedures te voeren. Ze gaan naar Den Haag, om
vervolgens te horen te krijgen dat zij als bewoners niet ontvankelijk
zijn, waarna ze teruggestuurd worden naar Friesland. Het is
ongelofelijk. U zult begrijpen dat mijn gedachten meteen teruggingen
naar Groningen. Mensen voelen zich even machteloos en zien opnieuw dat
financiële belangen structureel zwaarder wegen dan hun veiligheid, hun
huizen en de kwaliteit van hun leefomgeving. Het raakt ook onze natuur,
bijvoorbeeld het kwetsbare veenweidegebied. Wat we hier op het spel
zetten, krijgen we nooit meer terug.
Voorzitter. Dat geldt evengoed voor Bonaire, letterlijk verder weg maar
voor mij emotioneel heel dichtbij. Vorige week sprak ik met de inwoners
van Bonaire die met Greenpeace naar de rechter zijn gestapt. Om met hun
woorden te spreken: "Klimaatverandering is voor ons geen dreiging van de
toekomst, in de verte. Zij is hier. Zij ademt in onze nek, brandt op
onze huid en dringt binnen in onze huizen." Onderzoek bevestigt dat het
zuiden van het eiland tegen het einde van de eeuw permanent kan
onderstromen. En wederom gaat dit om klimaatrechtvaardigheid. Bonaire
betaalt de prijs, terwijl de uitstoot vooral elders plaatsvindt. Onlangs
stelde de rechter vast dat Nederland veel meer had kunnen en moeten doen
om Bonaire te beschermen. Sterker nog, het verbod op discriminatie is
geschonden. Nederland moet van de rechter alles op alles zetten om
klimaatdoelen aan te scherpen en te halen. We verwachten dat er snel een
plan komt, maar omdat we geen tijd te verliezen hebben, komen we vandaag
met een voorstel om 4 miljoen euro extra vrij te maken voor duurzame
energieproductie op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.
Voorzitter. Wat verbindt Borgercompagnie, Friesland en Bonaire met
elkaar? Dat is de gedeelde ervaring van mensen. Mensen die zien dat
besluiten die ver weg genomen worden, leiden tot gevolgen dichtbij.
Mensen die zien dat winst voorop wordt gesteld en dat fossiele belangen
zwaarder wegen dan hun toekomst. Deze mensen worden te vaak door Den
Haag in de steek gelaten.
Voorzitter, tot slot. Deze begroting is niet los te zien van het
coalitieakkoord van het nieuwe minderheidskabinet. U weet dat mijn
fractie kiest voor verantwoordelijke politiek. Wij willen Nederland
vooruithelpen, want helemaal als het om klimaat gaat, is stilstand
achteruitgang. Het is goed dat de coalitie fouten uit het verleden
herstelt, maar wij zouden fundamenteel andere keuzes maken. Eerlijk
klimaatbeleid begint bij de grootste vervuilers, en dit akkoord doet
precies het tegenovergestelde. Wij zouden fossiele subsidies afbouwen.
Wij zouden stoppen met nieuwe gasvelden, Lelystad Airport niet openen en
de energierekening bij mensen thuis verlagen. Wij zouden kiezen voor de
industrie van de toekomst en klimaatdoelen niet zien als een
suggestie.
Dan terug naar het noorden van het land. Daar waar het voor mij allemaal
begon, en waar veel mensen met spanning wachten op wat het nieuwe
kabinet gaat doen. Gaan we echt opnieuw boren naar gas op land? Vorige
week kondigde deze dubbeldemissionaire minister nog aan dat er in
Drenthe op vijf nieuwe plekken geboord mag worden. Dit weekend hoorde ik
nog van Jan van 73 uit Noord-Drenthe, die ondanks 120 scheuren in zijn
huis nog altijd niet wordt geloofd. Ik zei u al dat de weg van Den Haag
naar de noordelijke provincies altijd langer is dan van deze provincies
naar Den Haag. Ik kan u uit ervaring vertellen dat dit niet zo hoeft te
zijn. In Borgercompagnie kijken we naar elkaar om. Het is nu tijd dat
Den Haag dat ook doet. Daarom kom ik vandaag met een motie die het
aanboren van nieuwe gasvelden op land stopt. Om mensen te beschermen, om
natuur te beschermen en om te luisteren naar de klimaatwetenschap, want
elk nieuw gasveld is er een te veel. Het aankomende kabinet staat voor
een cruciale keuze: blijven we treuzelen of gaan we écht aan de slag?
Voor mij is die keuze snel gemaakt. Ik sta hier voor mensen, van
Friesland tot Bonaire, die zich soms machteloos voelen tegenover de
grote vervuilers, maar die allemaal hetzelfde willen: een schone,
leefbare planeet voor iedereen.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Oosterhout. Ik heb het genoegen u als eerste te
feliciteren met uw mooie maidenspeech. Ik verzoek u daarna voor het
rostrum de felicitaties in ontvangst te nemen. Ik schors een kort
ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Vermeer voor
zijn inbreng in eerste termijn namens BBB. Hij krijgt elf minuten, maar
hij hoeft ze niet allemaal op te maken; dat is aan hem. Gaat uw gang,
meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Het klimaat- en energiebeleid raakt de basis van
ons land, onze economie, onze leefbaarheid en het vertrouwen van mensen
in de overheid. Precies daar gaat het de afgelopen jaren mis. We hebben
gezien wat er gebeurt als Den Haag grote plannen stapelt zonder eerst de
fundamenten op orde te hebben. Stroomnetten raken vol, gezinnen en
ondernemers betalen de rekening en regio's worden overvraagd terwijl de
resultaten achterblijven.
BBB kiest voor realisme, niet voor mooi verpakte luchtkastelen maar voor
beleid dat werkt in de praktijk, want voor elk luchtkasteel dat in Den
Haag bedacht wordt, betalen burgers in de regio en op het platteland de
rekening. Die rekening is hoger dan ooit tevoren. Door het beleidsmatige
wensdenken van de afgelopen jaren is de energiemix van Nederland
onbetrouwbaar, niet houdbaar en instabiel. Daarnaast kampt Nederland met
een gigantisch probleem in de vorm van netcongestie. De overheid heeft
die problemen zelf gecreëerd. Er is namelijk willens en wetens ingezet
op vormen van energieopwekking die onbetrouwbaar en instabiel zijn.
Windturbines leveren namelijk alleen energie als het waait en
zonnepanelen alleen als de zon schijnt. Er is op een verkeerde manier in
de verkeerde prioriteiten geïnvesteerd, want je kunt geen fulltime
economie en maatschappij runnen met een parttime energievoorziening. De
minister zei onlangs in een interview met WNL dat dit de ruggengraat van
onze economie moet worden. Maar wat heb je aan een instabiele en
onzekere ruggengraat?
Voorzitter. Wat blijft er over als je alle luchtkastelen al gehad hebt?
Nou, dat zien we nu in Amsterdam. Daar zijn ze begonnen met het
verbieden van alles wat leuk is. Vanaf 1 mei 2026 heeft de hoofdstad
namelijk een verbod op reclame voor vleesproducten en fossiele reclame,
zoals vliegvakanties en andere koolstofintensieve producten. Kijk maar
eens goed om u heen en kijk wat er niet gemaakt is van
koolstofintensieve producten. Met dit verbod heeft Amsterdam de aanval
geopend op het vrije verkeer van goederen en diensten. Dit verbod
rammelt aan alle kanten. Een adverteerder moet namelijk zelf bepalen of
een reclame valt onder de definitie van fossiele reclame of
vleesreclame. Als het college van burgemeester en wethouders het daar
niet mee eens is, wordt er een boete uitgedeeld. Wat er allemaal onder
deze definitie valt, is puur speculeren. In vrijwel alle gangbare merken
hondenvoer is bijvoorbeeld vlees verwerkt. Bij een enkeltje met de trein
naar Londen wordt al gauw 9 kilo CO2 uitgestoten. IKEA heeft
bij de productie vorig jaar 21 miljoen ton CO2 uitgestoten.
Is de reclame voor onze trouwe viervoeter nog veilig? Mogen we nog een
trein afbeelden in de openbare ruimte? Worden de billboards van IKEA
verboden? Wie zal het zeggen? In Amsterdam staat dit in elk geval
allemaal ter discussie.
BBB denkt dat de mensen in Nederland de gemeente Amsterdam niet nodig
hebben om keuzes te maken in hun dagelijks leven. De overheid heeft niks
te maken met waar iemand zijn boodschappen doet, waar iemand zijn
meubels koopt of welk voer iemand zijn huisdier geeft. De betutteling
die de gemeente Amsterdam tentoonspreidt met dit verbod, is tekenend
voor hoe hoogopgeleid, progressief Nederland naar de problemen van dit
land kijkt. In plaats van de belasting op gezonde voeding te verlagen of
de energierekening omlaag te krijgen, kijken ze naar het verbieden van
reclame. Als er niks anders meer overblijft, dan verbieden we het maar.
Dat is het failliet van iedere vorm van beleid. Dat een gemeente een
dergelijk verbod invoert, is al erg genoeg. Maar de inkt van de
handtekening van burgemeester Halsema was nog niet droog, of partijen in
de Tweede Kamer vroegen het kabinet al om dit verbod nationaal over te
nemen. Het kabinet heeft zelfs al gereageerd op een aantal
wetenschappelijke publicaties over hoe dit verbod vorm te geven is. Dat
is natuurlijk een vorm van betutteling, juridische onzekerheid en
regeldruk waar niemand op zit te wachten. Daarom zal ik later, in het
vervolg van dit debat, namens BBB een motie indienen om de mogelijkheid
tot dit verbod van tafel te vegen.
Dan wind op zee. Helaas moet BBB constateren dat de nieuwe coalitie en
het minderheidskabinet op het punt staan om dezelfde fouten te maken
waardoor eerder het vertrouwen in de overheid al geschaad is. Wat voor
BBB de kroon spant in de onrealistische klimaatparagraaf van het
coalitieakkoord, is de verhoogde ambitie voor wind op zee. In oktober
2025 presenteerde het kabinet een kaartje met alle huidige plannen voor
windturbines op de Noordzee. Bij elkaar opgeteld moeten deze windparken
21,5 gigawatt aan energie opwekken. Dat is goed voor ongeveer 16% van
alle energie die we in Nederland nodig hebben. Deze ambitie was al
onrealistisch. Recent moest er namelijk nog 2,5 miljard aan subsidie
bijgelegd worden voor één windproject. Ook publiceerde TU Delft onlangs
een rapport waaruit blijkt dat Nederland de opbrengst van wind op zee
met 50% overschat. Maar alsof de opgave voor wind op zee nog niet genoeg
was, besloot de coalitie deze ambitie met een pennenstreek te verhogen
van 21,5 gigawatt in de huidige plannen naar 40 gigawatt in totaal. Die
stap heeft grote gevolgen voor onze visserij, onze scheepvaart, onze
ruimte op de Noordzee, onze kustgemeenten en onze economie.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ben net zo goed geschrokken van het coalitieakkoord als de heer
Vermeer, zoals hij net stelt, maar in de energie- en klimaatparagraaf in
dat akkoord zie ik dat er eigenlijk niet zo heel veel extra geld naar
windturbines op zee gaat. Kan dat kloppen?
De heer Vermeer (BBB):
Ja, maar dat is precies dezelfde discussie die ik net al met de heer De
Groot had in een interruptie. Er zijn allerlei ambities opgeschreven,
maar die zijn niet voorzien van extra geld. Er is alleen wat extra geld
voor de SDE-subsidie, maar er komt niet substantieel extra geld.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat ben ik wel met de heer Vermeer eens. Op dit moment is er al heel
veel geld beschikbaar voor die windturbines op zee, namelijk zo'n 8
miljard. Ik kan het mis hebben, maar volgens mij komt dat geld uit de
huidige begroting en die was onderdeel van uw regeringscoalitie. Dat
klopt, toch?
De voorzitter:
Niet mijn regeringscoalitie, maar die van de heer Vermeer.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, die van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dat klopt. Zoals de heer Van den Berg weet, of in ieder geval zou kunnen
weten, heb ik tijdens die hele periode gepleit voor het indrukken van de
pauzeknop. Wij hebben bij zowel de begrotingsbehandelingen als de
laatste Voorjaarsnota voorstellen gedaan om die hele SDE-subsidie te
stoppen, omdat die wat ons betreft een bodemloze put is. Op dit moment
investeren wij al dat geld in met name het bevorderen van de export van
elektriciteit naar het Ruhrgebied, waarvoor wij als burgers en
ondernemers de netwerkkosten betalen, terwijl de opbrengsten naar de
producenten gaan. Er zit dus een gigantische weeffout in dat systeem.
Als de heer Van den Berg zelf misschien ooit in een coalitie zit of een
coalitie steunt — als ik naar het stemgedrag kijk, zie ik dat hij de
nieuwe coalitie al veelvuldig steun verleent op allerlei trajecten — dan
zal hij meemaken dat hij soms iets moet doen waar hij helemaal niet
gelukkig mee is, maar wat hij dan toch staat te verdedigen. Tenminste,
als hij ruggengraat heeft, verdedigt hij dat ook.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik moet alleen maar heel hard lachen om die persoonlijke frames. Daar ga
ik ook helemaal niet in mee. Het enige wat ik de heer Vermeer wil
meegeven, is het volgende. De komende jaren worden een probleem, zeker,
maar ik hoop wel dat ik de heer Vermeer en de BBB aan mijn zijde vind
als wij het ingezette klimaatbeleid van de afgelopen jaren een beetje
kunnen temperen, want als ik het zo zie, zitten daar toch wel de meeste
uitgaven. Daar moeten we echt mee aan de slag.
De heer Vermeer (BBB):
Een beetje temperen is mij lang niet goed genoeg. Die pauzeknop moet
ingedrukt worden. Zoals ik vaak heb betoogd: als er een rood lampje op
je dashboard brandt, moet je de auto langs de weg zetten en niet extra
gas geven. Dus niks temperen; nee, we moeten op een heel aantal punten
stoppen totdat de boel op orde is.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Vermeer (BBB):
We hadden het over de gevolgen van deze investeringen. Daar wil BBB het
over hebben: over de maakbaarheid, over de realiteit. We zien namelijk
te vaak dat Den Haag grote plannen stapelt zonder de fundering op orde
te hebben. Dan betalen regio's, vissers en Nederlandse huishoudens en
bedrijven de prijs. De Noordzee is geen kaartje waar je windparken op
kunt intekenen. Het is een werkgebied, een voedselbron en een
natuurgebied. Het is een plek waar vissers al generaties hun brood
verdienen, waar scheepvaartroutes liggen. Het is een van de drukst
gebruikte zeeën ter wereld en nu lijkt de coalitie te doen alsof we daar
zonder problemen een paar industrieterreinen extra kunnen
neerzetten.
Voorzitter. Windturbines leveren alleen stroom als het waait. Er moeten
miljarden aan subsidies bij, de opbrengsten worden overschat met 50% en
er blijft steeds minder ruimte over voor de visserij. We weten ook nog
niet eens wat de invloed op het klimaat zelf is, want de eerste tekenen
zijn dat dit niet alleen invloed heeft op de temperatuur in de zee, maar
ook op windontwikkelingen en andere zaken.
Voorzitter. Dit is geen klimaatbeleid; dit is wensdenken. BBB wil eerst
de gevolgen overzien en daarna pas praten over de ambitie, laat staan
over de realisatie. Eerst willen we overzien wat de gevolgen zijn voor
de ambitie. Dat geldt niet alleen voor wind op zee; dat geldt voor al
het klimaatbeleid. Het Nederlandse landschap is namelijk geen
tekentafel, maar de plek waar mensen wonen, werken, recreëren, ons
voedsel maken en generatieslang een leven hebben opgebouwd. Daarom raakt
het huidige klimaatbeleid BBB diep. Het tast ons landschap en ons
platteland namelijk aan, zonder dat er goed wordt nagedacht over de
gevolgen voor leefbaarheid, boeren, vissers, dorpen en regio's, die nu
al onder druk staan. Een compleet dorp moet er zelfs voor weggevaagd
worden. En dat is pas de eerste.
Overal in Nederland zien we hetzelfde: hoge doelen, hoge haast en lage
aandacht voor de omgeving. We zien zonneweides die vruchtbare
landbouwgrond opslokken, hoogspanningsleidingen dwars door weilanden,
natuur en leefomgeving, en windturbines in het landschap. Het zijn
plannen die vanachter de tekentafel bedacht zijn, zonder oog voor de
regio en de mensen waar het om gaat. We hebben in Moerdijk gezien dat de
energietransitie belangrijker wordt gemaakt dan Nederlandse burgers en
bedrijven. Met een pennenstreek wordt een dorp van de kaart geveegd en
moet een gemeenschap van agrariërs, mkb'ers, gezinnen, verenigingen en
eeuwen aan Brabantse tradities wijken voor de energietransitie. Dat is
voor BBB onbestaanbaar.
Voor ons gaat het namelijk om zo veel meer dan alleen een economische
ontwikkeling. Het willen opheffen van een dorp als Moerdijk is tekenend
voor de minachting van de overheid voor de regio, het platteland en de
mensen die er wonen. Want maak u geen illusie: wat er in Moerdijk
gebeurt, kan op veel meer plekken gaan gebeuren. Als we niet voor ogen
houden dat de mens centraal hoort te staan, zullen doelen, ambities,
beleid en wensdenken overal belangrijker zijn dan het platteland, de
regio, gemeenschappen en dorpen. Dan is Moerdijk het eerste, maar zeker
niet het laatste dorp dat van de kaart geveegd wordt voor de
energietransitie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. U heeft nog een interruptie van de heer
Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb een andere vraag aan de heer Vermeer, namelijk over de vraagkant
van energie. Je ziet dat er een enorme aanslag op de netcapaciteit wordt
gedaan, terwijl er enorme problemen zijn met netcongestie. Kijk naar de
grote datacenters, de hyperscales. Die kwalificeren zich formeel,
volgens de definitie van én meer dan 70 megawatt én meer dan 10 hectare,
niet als zodanig, maar ondertussen zijn ze de facto wel een hyperscale,
zoals in Amsterdam en ook in Lelystad, zo kwam vandaag in het nieuws.
Wat vindt de heer Vermeer daarvan? Moeten we die datadozen niet veel
beter aanpakken? Pasgeleden stond minister Keijzer hier bij het
vragenuur, in vak K. Ze stond erbij en keek ernaar, want ze kon niks.
Hoe kijkt de heer Vermeer daartegen aan?
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind dat we hier met de grootste spoed actie op moeten ondernemen en
aangescherpt beleid voor moeten neerleggen. Ondernemers zijn altijd heel
handig om ergens op in te spelen, om te kijken wat ze binnen de
spelregels kunnen doen. Als er een norm van 10 hectare is, dan gaan ze
hoogte in en halen ze die hectares niet. Maar de kern is hier natuurlijk
dat het belachelijk is dat er een datacentrum komt dat evenveel stoom
verbruikt als Haarlem of heel Lelystad, terwijl vervolgens in de hele
regio Utrecht, Gelderland en Flevoland allerlei bedrijven niet
aangesloten kunnen worden en woningbouwprojecten niet doorgaan. Wat mij
betreft kan een datacentrum ook in de Sierra Nevada staan. Dan heeft
niemand er last van en zijn de zon en de wind misschien zelfs nog beter
beschikbaar dan hier in Nederland. Ondanks dit soort ontwikkelingen
stijgt ons energieverbruik tot nog toe niet eens. Dat is heel kwalijk,
want dat betekent gewoon dat heel veel bedrijven aan het stoppen zijn of
de productie aan het verlagen zijn. Dit is dus heel kwalijk voor het
verdienvermogen. Daar gaan die datacenters bar weinig aan toevoegen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dan zijn we het helemaal eens. Ik ben van plan om hier in de tweede
termijn een motie over in te dienen, want ik denk echt dat we de
definitie die we een paar jaar geleden met elkaar hebben vastgesteld,
binnen de kortste keren moeten aanscherpen. Dit gaat namelijk niet goed.
We laten inderdaad gigantisch veel ruimte op het net opslurpen door
Amerikaanse techgiganten, terwijl onze woningzoekenden en onze bedrijven
achter het net vissen. Dus helemaal eens.
De heer Vermeer (BBB):
Ik zou de heer Grinwis graag steunen. Ik wil graag die motie zien om te
bekijken of we dat samen kunnen doen. Ik heb het zelf in mijn gemeente,
Harderwijk, eerder meegemaakt met het datacentrum dat in Zeewolde
gepland was. Dat was mede de aanleiding voor die nieuwe normen. Het is
gewoon schandalig dat alle extra, nieuwe duurzame energie die
geproduceerd wordt, linea recta in nieuw verbruik gaat in plaats van in
bestaand verbruik. Ik vind dat een kwalijke zaak.
De heer Klos (D66):
De heer Vermeer heeft forse kritiek op de groene koers van de coalitie.
Hij gebruikt nog net niet de krachttermen die de heer Wilders vorige
week in het debat gebruikte, maar het komt een beetje op hetzelfde neer.
Hij kan JA21 daar ook goed in vinden. In het interruptiedebatje zojuist
liet hij zich ontlokken dat er te weinig geld gaat naar wind op zee. Kan
de heer Vermeer, ook om een beetje te zien waar we zaken in kunnen doen
de komende jaren, hoeveel extra geld er naar wind op zee zou moeten,
boven op de plannen die de coalitie nu heeft neergelegd?
De heer Vermeer (BBB):
Er moet helemaal geen extra geld naar wind op zee, maar minder geld.
Leegtrekken, dat fonds! Het is helemaal niet nodig. We gaan toch geen
stroomopwekking toevoegen aan een net dat al vol zit? Dat is toch
hetzelfde als auto's doorgeleiden naar een file die er al staat? Dat is
toch het domste wat je kunt doen?
De heer Klos (D66):
Ik denk dat ik mijn kruistocht om de heer Vermeer te rekruteren als
bondgenoot in de groene koers hier moet staken. Ik denk dat dat niet
gaat lukken.
De heer Vermeer (BBB):
Ik denk dat u dan eindelijk enig politiek inzicht toont.
De heer Klos (D66):
Dat is dan dus heel vroeg in mijn politieke carrière; dat is een groot
compliment van de heer Vermeer!
De heer Vermeer (BBB):
Daarom!
De voorzitter:
We gaan u volgen, meneer Klos.
De heer Vermeer (BBB):
Het gaat prima!
De voorzitter:
Was u aan het einde gekomen van uw betoog?
De heer Vermeer (BBB):
Ja, wat mij betreft wel.
De voorzitter:
Dat is het geval.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Kops voor zijn inbreng in de eerste termijn
namens de Partij voor de Vrijheid.
De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Er is een nieuw kabinet in aantocht, en dat
belooft niet veel goeds. Meer windturbines, meer miljardensubsidies,
verplichte warmtepompen en warmtenetten die bij de mensen thuis door de
strot zullen worden geduwd tegen hele hoge kosten; noem het allemaal
maar op. Het is verschrikkelijk. Maar ondertussen kan deze
VVD-klimaatminister er natuurlijk ook iets van, en dat is niet bepaald
een compliment.
Voorzitter. Dat hele klimaatbeleid, die hele energietransitie … Laten we
ons eens afvragen: waar is dat nu eigenlijk allemaal voor bedoeld? Nou,
om de CO2-uitstoot terug te dringen en om de opwarming van de
aarde tegen te gaan. In eerdere debatten heeft de PVV heel vaak gezegd
dat Nederland verantwoordelijk is voor slechts 0,35% van de totale
wereldwijde CO2-uitstoot. Mijn excuses, want dat moet ik dan
even corrigeren: volgens de meest recente cijfers is dat nu 0,32%. Het
wordt dus alleen maar minder. Feit is: dat wat Nederland in één jaar
uitstoot, stoot een land als China uit in minder dan vier dagen. Hoe dan
ook is het Nederlandse klimaateffect totaal verwaarloosbaar. Dan kun je
met miljarden blijven smijten en nog zo hysterisch doen, maar het
Nederlandse klimaateffect wordt er echt niet groter op. Het is een soort
klimaatgrootheidswaan. Dit is de laatste klimaatbegroting van deze
minister. Kan de minister misschien aangeven hoeveel geld zij de
afgelopen jaren tijdens haar ministerschap aan klimaat heeft uitgegeven
en aangeven wat daarvan het klimaateffect is geweest? Daar is het
namelijk — laten we eerlijk zijn — uiteindelijk toch allemaal om te
doen. Graag een reactie.
Voorzitter. Die klimaatdoelen zijn zinloos en ook nog eens volstrekt
onhaalbaar. Niet dat ons dat veel kan schelen, integendeel, maar de
gevolgen voor de mensen thuis, de huishoudens, kunnen ons des te meer
schelen. De klimaatgekkigheid is één slecht voor de betaalbaarheid, twee
slecht voor de leveringszekerheid, drie slecht voor onze
onafhankelijkheid en zelfs, vier, slecht voor de gezondheid. Dat ga ik
toelichten. In 2018 was het nieuws dat Nederland het eerste subsidieloze
windmolenpark op zee ter wereld zou krijgen. In 2023 was het nieuws dat
het eerste subsidievrije windpark op zee werd geopend. Wat een feest.
Feit is nu dat de uitrol van windenergie op zee voor geen meter loopt,
omdat ontwikkelaars zich massaal terugtrekken omdat ze er geen brood
meer in zien. Wij zouden dan zeggen "mooi", ware het niet dat de
minister de subsidiekraan weer flink opendraait.
In september vorig jaar verscheen het bericht: actieplan wind op zee, 1
miljard subsidie. Afgelopen januari verscheen het bericht: nee, maar
liefst 4 miljard subsidie voor windenergie op zee. Die windturbines
moeten natuurlijk ook worden aangesloten op het elektriciteitsnet.
Daarvoor ontvangt TenneT ook nog eens 4 miljard. Het is haast niet meer
bij te houden; de miljarden vliegen je om de oren. En dan te beseffen
dat de mensen thuis hun energierekeningen niet meer kunnen betalen. Maar
die vreselijke windturbines moeten er komen, koste wat het kost. Het
zijn totaal verkeerde prioriteiten. Die subsidiekraan moet niet open-,
maar juist dichtgedraaid worden.
Voorzitter. Wat die windturbines betreft zijn wij als PVV vrij helder:
wij moeten die niet, niet op zee en al helemaal niet op land. Maar wat
betreft die turbines op land: hoe staat het ondertussen eigenlijk met
die afstandsnormen voor de afstand tussen windturbines en omwonenden?
Het gaat er al jaren over. Jarenlang wordt gezegd: jajaja, we werken er
aan. Zo moeilijk hoeft het helemaal niet te zijn. Wij hebben het al zo
vaak gezegd: windturbines kunnen omwonenden letterlijk ziek maken. Een
jaar geleden nog waarschuwde dokter Gommers voor slaapstoornissen,
concentratieproblemen, verminderde afweer en zelfs depressie. Terwijl er
allerlei afstanden de ronde doen, zoals twee keer de tiphoogte — dat is
een paar honderd meter afstand — adviseert dokter Gommers een gezonde
norm van maar liefst 2 kilometer afstand. Kun je nagaan dus hoe
ziekmakend die dingen eigenlijk zijn.
Dit is de laatste klimaatbegroting van deze minister. De PVV draagt dus
graag een concrete oplossing aan: voer gewoon een afstandsnorm in van
pakweg 10 kilometer of voor mijn part 100 kilometer, zodat er nergens op
land ook maar één windturbine kan worden bijgebouwd. Dat is een hele
gezonde, hele concrete en ook nog eens hele werkbare norm. Omwonenden
blij, minister blij, PVV blij. Gaan we de windturbines, waar omwonenden
nu al letterlijk ziek van worden of overlast van ervaren, nu dan
eigenlijk afbreken?
Voorzitter. Besef dat netcongestie een heel groot probleem is. Besef dat
inmiddels 14.000 bedrijven op de wachtlijst staan voor een
elektriciteitsaansluiting. Besef dat die bedrijven inmiddels naar
dieselaggregaten grijpen. Besef dat zelfs deze minister erkent dat al
die problemen rondom netcongestie, ik citeer, vooral worden veroorzaakt
door de snelle toename van duurzaam opgewekte energie. Dus de conclusie
is: als die duurzame energie het probleem is, waarom gaat de minister
daar dan mee door? Sterker nog, ze drukt het door. Nog sterker, drukt ze
het met miljardensubsidies door. Dat is toch tegenstrijdig? Dat is toch
niet uit te leggen? Graag een reactie.
Waarschijnlijk zal de minister iets antwoorden als: ja, maar we hebben
doelen en die doelen moeten we halen. Echter, die doelen zijn
allesbehalve geruststellend. Twee weken geleden lazen we nog het bericht
dat een tekort aan duurzame energie Nederland miljarden kan kosten. Dat
is een déjà vu. Laten we teruggaan naar 2020. Wat zagen we toen?
Nederland haalde toen het doel van 14% duurzame energie niet. Om dat op
te lossen kocht de toenmalige minister voor maar liefst 200 miljoen euro
duurzame- energiepapieren op in Denemarken, dat toen een overschot had.
Nee, we kregen die gekochte energie niet werkelijk; het diende alleen om
te kunnen meerekenen in onze eigen klimaatstatistieken, zodat we hier
konden zeggen: kijk, doel gehaald. Feitelijk was het niets anders dan
een boekhoudkundige truc. Nu dreigt hetzelfde te gebeuren voor nog meer
geld. Als Nederland het doel in 2030 niet haalt, kan dat namelijk een
rekening betekenen, zo blijkt uit onderzoek, oplopend tot 2,6 miljard
euro. Dat toont alleen maar aan in wat voor pervers systeem we eigenlijk
zijn beland. Linksom of rechtsom wordt er heel veel geld over de balk
gesmeten, hetzij door miljarden aan subsidies voor windturbines en
dergelijke, hetzij door miljarden aan duurzame-energiepapieren als we de
doelen niet halen, en als het tegenzit aan allebei. Deelt de minister
die mening? Kan zij uitspreken dat het opkopen van dergelijke papieren
niet meer gaat gebeuren?
Voorzitter. Wat doen al die miljarden eigenlijk concreet met de
energierekening? Want we weten dat de huishoudens daar uiteindelijk
altijd voor opdraaien. Even concreet. We zien de afschaffing van de
CO2-heffing voor bedrijven. We zien de verhoging van de
indirecte kostencompensatie voor bedrijven. Allemaal leuk en aardig,
maar wat doet de minister eigenlijk voor de huishoudens en hun
energierekening? Want uit de cijfers blijkt dat het aantal energiearme
huishoudens stijgt. Vorig jaar waren dat er meer dan een half miljoen.
Een op de twaalf kinderen groeit op in energiearmoede. Dat is heel
ernstig. De Nederlanders betalen voor hun gas, op Zweden na, het meeste
van heel Europa. Kortom, de Nederlanders worden continu gepakt. Dus
nogmaals de vraag: wat doet de minister voor hen?
Dan nu het volgende punt. De energiebelasting op gas gaat verder omhoog.
De nettarieven gaan verder omhoog. De vermindering van de
energiebelasting, een soort korting, een vast bedrag per jaar, gaat
juist omlaag. De hogere energiebelasting op gas is bedoeld om mensen te
verleiden — beter gezegd: te dwingen — om te verduurzamen en van het gas
af te gaan, als het tegenzit voor tienduizenden euro's. Maar wie dat
geld niet heeft, betaalt de hoofdprijs voor gas. De conclusie is: die
mensen zijn linksom of rechtsom de pineut. Lang verhaal kort: de
bedrijven worden geholpen, maar de huishoudens worden steeds verder
uitgeknepen. Er gaan miljarden en miljarden naar windturbines, maar een
klein beetje lagere energierekening om de energiearmoede tegen te gaan,
kan er blijkbaar niet vanaf. Daarom stel ik toch de vraag: wat gaat de
minister nu concreet doen zodat het aantal energiearme huishoudens dit
jaar afneemt?
Terwijl de huishoudens de hoofdprijs betalen voor hun energie worden ze
ook nog eens opgeroepen om tussen 16.00 uur en 21.00 uur zo min mogelijk
elektriciteit te verbruiken om zo de netcongestie tegen te gaan. Dat
gebeurt via de klimaatcampagne Zet ook de knop om. Dat is een
klimaatcampagne met de meest wezenloze oproepen. Als je op de website
kijkt, dan lees je dingen als — echt waar! — "gebruik wasbare luiers",
"ruil je kleding", "maak je eigen minibieb", "kook met seizoensgroente",
"kies vaker voor groente en fruit uit blik", "eet vaker vega", "maak je
eigen compost", "douche korter", "ga autodelen" en "fiets voor het goede
doel". Het staat er allemaal op. Het is om gek van te worden. Waar
bemoeit de overheid zich mee? Maar dat terzijde. Zoals gezegd, wordt de
oproep aan huishoudens gedaan om minder elektriciteit te verbruiken.
Hoeveel effect heeft deze oproep tot dusver gehad? Ik vraag dat omdat
het niet alleen bij een oproep zal blijven. De minister werkt namelijk
aan gedifferentieerde tarieven, oftewel: een hoger tarief tijdens
piekmomenten en een lager tarief tijdens dalmomenten. Maar hoe moet je
dat zien? Gaat het tarief op dalmomenten omlaag zodat huishoudens die
hun elektriciteitsverbruik daadwerkelijk verplaatsen worden beloond of
gaat het tarief op piekmomenten omhoog zodat huishoudens die hun
verbruik niet willen of niet kunnen verplaatsen worden gestraft? Graag
een reactie.
Voorzitter. Nogmaals, terwijl de huishoudens de hoofdprijs voor hun
energie betalen, wordt het hebben van energie überhaupt steeds minder
vanzelfsprekend. Bijna een jaar geleden verscheen het bericht:
netbeheerders vrezen rampscenario. Zoals in Utrecht, waar 200.000 huizen
zomaar zonder elektriciteit kunnen komen te zitten. Wat te denken van
netbeheerder Stedin, die in Utrecht nu gasgeneratoren gaat plaatsen om
stroom op te wekken op piekmomenten? Hoe hypocriet wil je het hebben? We
moeten allemaal van het gas af, maar door de ellende op het
elektriciteitsnet gaan we juist extra gas verbruiken. Het is de
klimaatgekte in een notendop. Het hangt van hypocrisie en
tegenstrijdigheid aan elkaar. Of wat te denken van netbeheerder TenneT,
die waarschuwt dat de leveringszekerheid van elektriciteit na 2030 onder
druk komt te staan, mede omdat dan alle kolencentrales zijn gesloten en
de alternatieven, zoals zonne- en windenergie, onvoldoende zullen zijn?
Opnieuw die notendop: tegenstrijdig, ondoordacht en hypocriet. Of wat te
denken van de Gasunie, die stelt dat elektriciteitscentrales in het
afgelopen jaar 17% meer gas hebben verbruikt om — jawel! — de
schommelingen van zonne- en windenergie op te vangen? Want de zon
schijnt niet altijd en het waait ook niet altijd. Wederom:
tegenstrijdiger ga je het allemaal niet krijgen. Conclusie: de
betaalbaarheid en de leveringszekerheid van energie worden stelselmatig
kapotgemaakt ten behoeve van onhaalbare en onbetaalbare
klimaatdoelen.
Voorzitter. Wat betreft de leveringszekerheid van gas wil ik het
volgende zeggen. Gisteren verscheen in De Telegraaf het bericht:
"Winterse kou in aantocht: zorgen over krappe gasvoorraad en
energieprijs". Ook was er het bericht dat Duitsers azen op onze
reserves. Het zal toch zeker niet? Vandaag zijn onze gasopslagen nog
maar voor 19,2% gevuld. We lezen dat de voorraad met zo'n 0,6% per dag
daalt door "minder energie uit wind en zon". Klopt dit? Graag een
reactie van de minister.
Voorzitter. In Duitsland schijnt er momenteel ophef te zijn over de
geringe vulling van de Duitse gasopslagen. Dat moeten de Duitsers
natuurlijk helemaal zelf weten. Daar hebben wij niets mee te maken,
totdat zij ons gas willen hebben. Ik zei het al: ze azen mogelijk op ons
gas. Daarom vraag ik of de minister ervoor gaat zorgen dat de Duitsers
ons gas niet krijgen. Het kan namelijk toch zeker niet zo zijn dat wij
voor heel veel geld met pijn en moeite onze gasopslagen moeten vullen om
het vervolgens te exporteren, met als gevolg dat wij voor onze eigen
mensen veel minder gas over hebben, en ook nog steeds voor een hogere
prijs? Dat kan toch niet? Nee, ons gas is van ons. Energie is namelijk
een basisbehoefte. We kunnen niet zonder, dus minister: zorg er
alstublieft voor dat onze mensen niet in de kou komen te zitten en
verhoog de energierekening niet continu, maar maak die betaalbaar. Doe
dat niet alleen voor de bedrijven, maar juist ook voor de huishoudens.
Zij hebben het namelijk al zo ontzettend zwaar.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik luister met veel interesse naar het verhaal van de heer Kops van de
PVV. Ik hoor een ontzettende opsomming van alle zaken die inderdaad
misgaan in het klimaatbeleid, maar eerlijk gezegd denk ik ook wel het
volgende. Volgens mij bestaat de PVV over twaalf dagen zo'n twintig
jaar. Waarom heb ik in die twintig jaar — zo lang volg ik zeker al de
politiek — nog nooit echt een alternatief plan gezien van de PVV,
bijvoorbeeld op het gebied van kernenergie, terwijl wij en andere
partijen dat nu onderhand wel bijna klaar hebben? Waarom is dat zo?
De heer Kops (PVV):
Verwacht de heer Van der Berg nu ter plekke van de PVV een compleet plan
over wat wij willen op energiebeleid? Begrijp ik dat? Ik kan het wel
toelichten. Wij zijn uiteraard groot voorstander van meer kerncentrales.
Wij zijn ook voor het openhouden van kolencentrales. Wij zijn er ook
groot voorstander van om meer gas te winnen, bijvoorbeeld op de
Noordzee. Wij zijn er ook groot voorstander van om in ieder geval te
stoppen met het klimaatbeleid en de energietransitie. Zoals ik net al
heb aangegeven, zijn er vele voorbeelden die zo tegenstrijdig zijn dat
je het haast niet kunt geloven. Zo verbruiken we dus meer gas door de
energietransitie om de schommelingen van zonne- en windenergie op te
vangen. Als we nou eens stoppen met die hele energietransitie, dan
scheelt dat stroomstoringen, dieselaggregaten door bedrijven,
gasgeneratoren die van ellende moeten worden ingezet, gasverbruik en ook
nog eens de investeringen in netcongestie. Er zijn rapporten verschenen
die zeggen dat we 195 miljard moeten uitgeven om dat hele net op te
krikken, maar als je goed gaat kijken, dan zie je dat 88 miljard daarvan
bedoeld is voor het net op zee, oftewel wederom voor die vreselijke
windturbines. Nou, stop daar dan eens effe mee, want dan scheelt dat ook
weer.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik denk dat er een hele hoop punten zijn waar ik het helemaal mee eens
ben, maar dat is niet wat ik vraag aan de heer Kops. Ik vraag eerder het
volgende. De PVV bestaat al twintig jaar. Ik heb nog nooit een
initiatiefvoorstel van de PVV gezien om bijvoorbeeld meer kerncentrales
te bouwen, waarin staat hoe we dat gaan doen, hoe we aan de financiering
komen, waar ze komen te staan en hoe we zorgen voor voldoende geschoold
personeel. Niks daarvan! Het is een van de redenen waarom ik hier nu in
de politiek zit. Ik snap het gewoon werkelijk niet. We moeten iets doen
aan al die problemen. Waarom is er nog nooit een plan geweest van de PVV
om die aan te pakken?
De heer Kops (PVV):
Met alle respect naar de heer Van den Berg. Hij heeft zojuist zijn
maidenspeech hier gehouden. O, die komt nog. Excuses. Die komt hierna.
Ik begrijp dus dat hij vrij nieuw is in deze Kamer, maar wat hij nu
zegt, dat de PVV nooit een plan heeft aangedragen, is gewoon een
belediging. Ik zou tegen de heer Van den Berg willen zeggen: bereid je
dan beter voor. We hebben hier in dit huis een systeem dat Parlis heet,
waarin je kunt zoeken op moties, amendementen en in nota's. Ik zou de
heer Van den Berg willen adviseren om daarin eens te gaan kijken en de
moties en de amendementen op te zoeken die de PVV allemaal heeft
ingediend in de afgelopen jaren. Dat was bijvoorbeeld om iets te doen
aan meer kerncentrales. Ik zou zeggen: zoek ze op en ga dan al die
andere partijen in de Kamer maar verwijten dat zij tegen hebben
gestemd.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik volg deze politiek al zeker twintig jaar, dus daar heb ik geen Parlis
voor nodig. Nu ik hier in de Kamer zit, is mij dat alleen maar
bevestigd. Kijk, moties en amendement zijn een ding, maar dat is
allemaal klein bier. Er had allang een andere koers ingezet kunnen
worden. Nogmaals, ik snap gewoon niet waarom de PVV in al die jaren dan
niet een uitgekiend plan heeft gepresenteerd om hier weerstand aan te
bieden. Ik heb zo'n plan wel. Ik werk daar heel graag met u in samen,
maar nogmaals, ik blijf met onbegrip zitten over waarom dat na twintig
jaar nog steeds niet is gebeurd.
De heer Kops (PVV):
Dat is onzin! Dat is echt klinkklare onzin. Wij hebben zo veel plannen
gepresenteerd de afgelopen jaren, zo ontzettend veel, om die
kerncentrales maar te versnellen, continu. Iedere keer zijn die
verworpen, ja. Touché. Wij hebben zo veel ideeën aangedragen en dan
durft de heer Van den Berg — met alle respect, maar hij is nieuw in de
Kamer — tegen mij te zeggen: u heeft niks gedaan. Zeker op het gebied
van kernenergie is dat flauwekul.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Uit het betoog van de heer Kops blijkt dat hij zich zorgen maakt over de
kostenstijging voor Nederlandse burgers door de energietransitie. Ik ben
ter voorbereiding op dit debat nog eens gedoken in iets waar ik me over
verbaas. Hoe is het nou gegaan met die besluitvorming achter dat
Europese systeem ETS2 voor uitstoot in de gebouwde omgeving, in de
binnenvaart of bij een tankbeurt. Dat gaat om meer dan 4 miljard euro
per jaar aan lastenverzwaring.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik begreep dat is besloten om dat tijdens de formatie van het
kabinet-Schoof toe te voegen aan de algemene middelen. Mijn vraag is:
hoe kan dat? Er is namelijk nooit een fatsoenlijk debat over geweest,
maar het is nu wel onderdeel van de algemene middelen. Zie het nu maar
weer eens weg te fietsen.
De heer Kops (PVV):
Ik heb echt geen idee waar de heer Grinwis op doelt, maar hij heeft het
over ETS2, begrijp ik. Hij knikt ja. Nou, daar kan ik wel over zeggen:
wij als PVV hebben er in dit huis gewoon tegengestemd. Wij zijn
volstrekt tegen ETS2; tegen ETS1 trouwens ook. Wij moeten dat allemaal
niet. Van die CO2-heffingen moeten we af. Daar kan de heer
Grinwis gerust op zijn.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, maar ze zijn een feit; ze zijn ingevoerd. Er is niet één Europese
lidstaat die het onderdeel heeft gemaakt van de algemene middelen,
behalve Nederland. Dat is besloten tijdens de formatie van het vorige
kabinet. Ik kan er met mijn pet niet bij. Dit terwijl uit het hele
betoog van de heer Kops een enorme zorg spreekt over de toename van
energiearmoede en de enorme stapeling van kosten. Dat gaat allemaal over
posten die bij wijze van spreken honderden miljoenen per jaar zijn. Die
ETS2 betreft meer dan 4 miljard per jaar. Dat is een gigantische
lastenstijging. Er is een geringe compensatie voor burgers, voor de
glastuinbouw en voor nog een enkele sector in het vooruitzicht gesteld,
maar dat is peanuts vergeleken bij de lastenverzwaring van ruim 4
miljard euro. Ik vraag me dus echt af: hoe kan het dat we hiermee zitten
opgezadeld?
De heer Kops (PVV):
Hoe dat kan? Waarom we opgezadeld zitten met ETS2? Omdat een meerderheid
van de partijen in deze Kamer daarvoor heeft gestemd. Daarom zitten we
er nu mee opgezadeld. Wij als PVV hebben ertegen gestemd, natuurlijk
omdat wij de bui toen al voelden hangen. De energierekening is al
torenhoog; die gaat dan nóg verder omhoog. Dat moeten we niet doen. Wij
zijn daar fel op tegen. Dus dan kan de heer Grinwis zeggen: waarom is
het dan naar de algemene middelen gegaan, of niet, of wel? Ik zou
zeggen: vraag dat lekker aan de minister van Financiën. Ik heb oprecht
geen idee, maar ik zeg wel tegen de heer Grinwis: wij waren altijd op
die ETS2 tegen en wij zijn er nog steeds op tegen; we moeten ervan af,
want die energierekening moet omlaag en niet steeds verder omhoog.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik vraag dit natuurlijk aan de minister van Financiën, maar die wijst
terug naar een politiek besluit tijdens de formatie. Het punt is: we
hebben er nooit een fatsoenlijk debat over gehad. We zitten nu wel
opgezadeld met een lastenverzwaring van meer dan 4 miljard euro, terwijl
die 4 miljard ook geoormerkt had kunnen worden als inkomsten die werden
gebruikt om burgers en bedrijven te compenseren. Dat is in Nederland
niet gebeurd. Dat is gebeurd terwijl de PVV er gewoon bij zat als
onderhandelende partij. Daarom stel ik dat hier aan de orde, want u
maakt zich zo ongelofelijk druk over energiearmoede en aan de andere
kant worden, zonder dat er ook maar één debat is geweest, de lasten voor
burgers en bedrijven met 4 miljard per jaar verzwaard door ETS2; dat
vind ik ongehoord.
De heer Kops (PVV):
Begrijp ik dus uit de woorden van de heer Grinwis dat de ChristenUnie nu
ook tegen ETS2 is? Want ik kan me volgens mij herinneren dat de
ChristenUnie gewoon voor de invoering heeft gestemd, toch?
De voorzitter:
We gaan geen vragen terug stellen, meneer Kops.
De heer Kops (PVV):
Ja, maar dat is natuurlijk een beetje het hypocriete. Want de heer
Grinwis kan mij aanvallen, maar hij heeft zelf voor ETS2 gestemd. Hij
heeft daar zelf voor gestemd. Het gevolg is dus dat de lasten voor de
mensen in het land omhooggaan; dat is gewoon het gevolg. Maar als ik dan
uit zijn woorden mag opmaken dat hij er nu op tegen is, laten we er dan
nu voor gaan zorgen dat we het weer gaan afschaffen. Kan ik er dan dus
op rekenen dat als de PVV nu een motie of een amendement indient — het
maakt allemaal niet uit — om ETS2 af te schaffen, zodat die lasten niet
omhooggaan, maar omlaag, de ChristenUnie dat gaat steunen?
De voorzitter:
De heer Grinwis zegt dat hij er in zijn bijdrage op terugkomt. Heel
goed, we kijken ernaar uit. Meneer De Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik hoor de heer Kops van de PVV zich terecht, denk ik, op sommige
momenten zorgen maken over de energiekosten voor huishoudens en voor de
industrie. We vinden elkaar aan elkaars zijde als het gaat over
bijvoorbeeld de inzet op kernenergie of gaswinning op de Noordzee. Maar
de beste energie en de goedkoopste energie is natuurlijk de energie die
je niet verbruikt. Je moet dus ook wat doen aan het verminderen van het
verbruik en ook gebruikmaken — daarin vinden we elkaar dan minder — van
gratis energie uit bijvoorbeeld zonne-energie. We importeren nu nog wel
heel veel gas, duur gas, uit bijvoorbeeld Amerika.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben eigenlijk benieuwd hoe de heer Kops aankijkt tegen de manier
waarop we vooral de import van gas, dat dure gas, waar huishoudens dus
duur aan moeten, juist kunnen verminderen.
De heer Kops (PVV):
In de eerste plaats natuurlijk door de gaswinning in eigen land, op de
Noordzee, zo veel mogelijk op te krikken; dat is natuurlijk het
allerbeste. Feit is dat Nederland nog steeds zwaar afhankelijk is van
gas, dus we hebben gas nodig en we blijven gas nodig hebben. Het beste
is natuurlijk om dat zelf te gaan winnen; touché. Ten tweede zal er
natuurlijk geïmporteerd moeten worden. Ja, gas is duur, inderdaad. Dan
zegt de heer De Groot: ja, maar — wat zei hij nou? — gratis energie uit
wind, of zon, of goedkope energie. Dat is natuurlijk klinkklare onzin,
want het is dit kabinet, het huidige kabinet, waar de VVD nog onderdeel
van is, dat 4 miljard aan subsidies beschikbaar wil gaan stellen voor
een windpark op zee. Voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet op
zee, om de netcongestie tegen te gaan, is 88 miljard euro nodig. Voor
wind op zee is dat, hè, voor die windturbines. Hoe kun je dan zeggen dat
mensen windenergie moeten hebben omdat dat gratis of goedkoop is? Dat
gaat er bij mij niet in.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik had het ook over zon, waarbij de prijzen op sommige momenten nagenoeg
nul zijn. Dus in die zin, zeker in de zomer, is dat een hartstikke goed
en efficiënt energiesysteem. Laten we even teruggaan naar de productie
van gas in Nederland. Die is nu zo'n beetje een derde van wat we
verbruiken. Dit betekent dat we nog steeds twee derde moeten importeren.
De weg van de VVD is natuurlijk ook dat we ervoor zorgen dat we daar
minder afhankelijk van worden. Daar moet je wat voor doen. Toch hoor ik
de heer Kops zeggen: alles wat we daarvoor moeten doen, is een beetje
onzin. Ik weet dat u anders naar wind kijkt, maar zijn er niet delen,
bijvoorbeeld zonne-energie, waar we het toch beter met elkaar zouden
kunnen vinden om dat beleid goed voort te zetten?
De heer Kops (PVV):
Wat betreft zonne-energie. Als bijvoorbeeld huishoudens of bedrijven
zelf beslissen om vrijwillig, zonder verplichting, ergens zonnepanelen
aan te leggen, moet iedereen dat natuurlijk zelf weten. Wij zijn er dan
weer geen voorstander van om complete zonneparken aan te leggen op
bijvoorbeeld landbouwgrond. Daar zijn we dan weer niet voor. Maar als we
dan ook heel eerlijk naar de cijfers kijken, bijvoorbeeld van het CBS,
uit 2024, blijkt dat het aandeel duurzame energie, zonne-energie, toen
3,4% was. Windenergie was 6,4%. Het is natuurlijk leuk als bedrijven en
huishoudens een beetje met die zonnepanelen hun extra energie opwekken.
Als ze dat wat oplevert, is dat hartstikke mooi, maar laten we niet net
doen alsof we het met die percentages gaan redden.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Tot slot. Ik probeer overeenkomsten te vinden en hoe we elkaar kunnen
helpen om van dat dure importgas af te komen. Maar daar hoor ik nog niet
echt iets over. Ja, de energiemix moet veranderen, is het standpunt van
de VVD. Ik hoorde de heer Kops terecht zeggen dat het nog een klein
aandeel is. Maar ik hoor ook niet heel veel vooruitgang. We weten — daar
zou ik graag een antwoord van de heer Kops op willen hebben — dat er
heel makkelijk aan die knop van dat importgas kan worden gedraaid. Die
prijs kan zo omhoogschieten. Daar moeten we toch minder afhankelijk van
worden? Dat is de heer Kops toch met de VVD eens?
De heer Kops (PVV):
Ja, absoluut. Daarom zeg ik ook dat we de gaswinning, bijvoorbeeld op de
Noordzee, flink moeten gaan opschroeven. Ik zeg ook dat we vaart moeten
maken met het bouwen van kerncentrales. Tegelijkertijd mag dat er niet
toe leiden dat we dan maar zeggen "ja, we moeten meer windturbines gaan
bouwen en overal zonneparken gaan aanleggen", want met de percentages
die ik net noemde, gaan we het in ieder geval niet redden.
De voorzitter:
De heer Klos. Daarna is het woord aan de heer Jumelet.
De heer Klos (D66):
De vraag van de heer De Groot is natuurlijk vrij valide. De heer Kops
wijst ernaar dat we dan maar alles onder de Noordzee vandaan moeten gaan
trekken. Daar zit nog zo'n 100 miljard kubieke meter. Dat is zo ongeveer
wat we in Nederland in drie jaar gebruiken. Dus over drie jaar levert de
heer Kops Nederland uit aan Trump, Poetin. Of hij wil opnieuw het
Groningenveld gaan openen. Ik ben benieuwd of hij eerlijk aan de
Nederlanders kan vertellen welke van die opties het gaat worden.
De heer Kops (PVV):
Dat zal ik zeker doen, als de heer Klos van D66 misschien ook een beetje
eerlijk zal zijn. Ten eerste wat betreft Groningen. Ik kan er niet zo
heel goed tegen dat de heer Klos dat nota bene over Groningen tegen mij
zegt, want al jaren zegt de PVV dat de gaswinning uit het Groningenveld
moet stoppen, dat we daar totaal mee moeten kappen omdat de mensen daar
in Groningen de vernieling in zijn geholpen. Al jarenlang zegt de PVV
dat. Dus die aanval accepteer ik niet. Daarna zegt de heer Klos: willen
wij dan misschien afhankelijk worden van Rusland? Nou, déjà vu. Zullen
we even teruggaan naar februari 2023? Het was toen uw eigen D66'er
meneer Jetten, die toen al zei: "Nederland is niet meer afhankelijk van
Russische brandstoffen. Voor bijna alle energiebronnen is de import naar
nul teruggebracht: kolen, olieproducten, diesel en kerosine én ruwe
olie." Dat zei uw eigen D66'er meneer Jetten over de afhankelijkheid van
Rusland. En dan wilt u mij nu verwijten "ja, u wilt afhankelijk zijn van
Rusland". Wat is dit voor onzin?
De heer Klos (D66):
Fantastisch dat de PVV zo trots is op onze klimaatminister Rob Jetten,
die straks premier wordt.
De heer Kops (PVV):
Ik ben op de hoogte; u niet.
De heer Klos (D66):
Het probleem is eerlijk gezegd, denk ik, dat de heer Kops niet helemaal
uit zijn spagaat kan komen. Hij zegt namelijk: we gaan met gas door en
over drie jaar zijn we klaar, dus dan moet er iets anders komen. Dus of
hij gaat zich weer verlaten op Poetin of hij gaat zich weer verlaten op
Trump. Ik ben best bereid om te zeggen dat de PVV een normale positie in
het Groningendebat heeft ingenomen, anders dan andere partijen ter
rechterzijde.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Klos (D66):
De vraag is: welke gaat het worden? Wordt het Groningen, wordt het
Poetin of wordt het Trump? In Nederland is het gas straks namelijk
op.
De heer Kops (PVV):
Is het een meerkeuzequiz geworden? Ik moet blijkbaar kiezen. Dan ga ik
voor D: geen van alle. Ik ga niet mee in die spelletjes van de heer
Klos. Ik kan natuurlijk wel zeggen: de heer Klos is een groot
voorstander van het doorduwen van die energietransitie, met overal
windturbines en zonnevelden. We zien de gevolgen. Zelfs deze minister
erkent dat daardoor de grootste problemen rond netcongestie zijn
ontstaan. De gevolgen daarvan zijn dat bedrijven die op de wachtlijst
staan, naar dieselaggregaten grijpen, wat door D66 komt, dat er zelfs
duurzame wijken zijn die op dieselaggregaten draaien en dat
elektriciteitscentrales daardoor juist méér gas zijn gaan verbruiken,
omdat de schommelingen in zonne- en windenergie moeten worden
opgevangen. Dat is allemaal het gevolg van het beleid van de heer Klos.
De conclusie is dat we door die energietransitie en het klimaatbeleid
van de heer Klos alleen maar meer gas zijn gaan verbruiken. Wat dat
betreft wordt juist híj alleen maar meer afhankelijk van Trump, Poetin
en wie hij in dat rijtje verder nog meer heeft genoemd.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Klos (D66):
De conclusie is dat het antwoord D is: de Nederlanders zitten in de kou.
Het is helder dat dat het antwoord van de PVV is.
De heer Kops (PVV):
Daar wil ik dan wel even op reageren. "Mensen in de kou"… Weet u wat het
is? Het klopt: mensen zitten nu letterlijk in de kou. Meer dan een half
miljoen huishoudens zitten inderdaad in de kou. Ik kan de heer Klos
vertellen hoe dat komt: dat komt door de gasbelasting, de
energiebelasting op gas, die jaar na jaar na jaar omhooggaat, om mensen
zogezegd maar te dwingen van het gas af te gaan en te gaan verduurzamen.
Tienduizenden euro's kan dat kosten. Mensen hebben dat geld niet, meneer
Klos, maar zij betalen dan wel een torenhoge gasbelasting, na Zweden het
meest van heel Europa. Daar doet u niets aan. Nee, u van D66 heeft die
gasbelasting alleen maar verhoogd en verhoogd en heeft de mensen daarmee
de energiearmoede in gedrukt. Het is dus dankzij u dat die mensen, zoals
u net zei, in de kou zitten.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Kops. Het woord is aan de heer Jumelet voor zijn
inbreng namens het CDA.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, mag ik nog even een persoonlijk feit maken?
De voorzitter:
Altijd, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ik moet mijn excuses aanbieden aan de heer Klos, want ik had hem na zijn
laatste interruptie gewoon moeten zeggen dat hij de juiste conclusie
trok en had daar verder geen waardeoordeel aan moeten geven.
De voorzitter:
Waarvan akte. Het woord is aan de heer Jumelet. Gaat uw gang.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We werken door aan de klimaatdoelen en bouwen
aan een schone en veilige toekomst. Ik mag nu een aantal weken meelopen
in dit mooie werk en ik heb de minister geëngageerd bezig gezien op al
die thema's die in onze portefeuille aan de orde komen. Ik wil daar mijn
waardering voor uitspreken. Ook al is het nog maar een korte tijd, ik
zeg het toch maar: waardering, zeker ook voor de inzet.
Voorzitter. Er zijn nog wel wat hobbels te beslechten. Een van de
grootste vraagstukken van de energietransitie in Nederland is de
netcongestie, zoals al door een aantal collega's is opgemerkt en zoals
ook al eerder voorbij is gekomen. Onze elektriciteitsnetten zijn
decennia geleden niet ontworpen en aangelegd voor de variabele
stroomproductie van duurzame elektriciteitsbronnen en ook niet voor de
sterke toename van het elektriciteitsverbruik door huishoudens en
bedrijven. De netten raken daardoor overbelast en moeten worden
uitgebreid. Veel bedrijven, inmiddels zo'n 14.000, lopen aan tegen het
feit dat de netbeheerder geen capaciteit meer kan vrijmaken voor nieuwe
projecten. Ook bij nieuwbouwprojecten voor woningbouw doet zich steeds
vaker de vraag voor of een aansluiting mogelijk is. Het aanpakken van de
netcongestie heeft in het coalitieakkoord de hoogste prioriteit. Dat is
niet voor niets. Door de Crisiswet netcongestie worden procedures voor
vergunningen ingekort, maar dan moet die wet wel snel worden ingevoerd.
Laten we dan ook zelf het tempo erin houden. Misschien geldt dat juist
ook voor ons. Daarom roept het CDA op om daaraan mee te werken.
Voorzitter. In de tussentijd wordt er hard doorgewerkt. Ik wil de
minister een compliment maken voor het gezamenlijke plan om de wachtrij
voor het volle stroomnet stevig aan te pakken. Met het onlangs
gepresenteerde aansluitoffensief committeerden de overheid,
netbeheerders, toezichthouder en het bedrijfsleven zich aan acht
acties.
De heer Dassen (Volt):
Acht acties. Ik wil even doorgaan op netcongestie. Veel collega's hebben
het daar vandaag al over gehad, ook over de crisiswet die er aankomt.
Een van de andere oplossingen is ervoor zorgen dat wij Europees een
beter stroomnetwerk met elkaar opbouwen, waarin wij veel met elkaar
investeren zodat er binnen Europa veel meer interconnectiviteit is. Daar
hoor ik eigenlijk bijna niemand over. Nederland loopt ver achter op de
doelen die voor 2030 gesteld zijn. Ik vraag de minister om daar veel
meer haast mee te maken. Ik ben benieuwd hoe het CDA daarnaar kijkt.
De heer Jumelet (CDA):
Ik eindigde met die acht acties. Die hebben de potentie om die wachtrij
van 14.000 bedrijven perspectief te bieden, zo hebben we begrepen. Dat
is goed nieuws. Er wordt dus aan gewerkt om die kwestie waar het om
draait, echt op te lossen. Partijen als netbeheerders, toezichthouders
en het bedrijfsleven willen wel, maar dan moeten we daar wel de
mogelijkheid toe bieden. In het totaalverhaal van Europa denk ik dat het
heel goed is om daarin te investeren. Ik heb in ieder geval gezien dat
de minister daar goede voorstellen voor doet. Maar het moet wel op korte
termijn worden uitgewerkt. Het begin is er. Ik zeg weleens: de eerste
helft komt eerst. Ik kom er zo meteen ook nog op terug. Dat geldt voor
de hele aanpak van klimaat en energie. Maar ik denk dat het goed is om
dat te constateren.
De heer Dassen (Volt):
Ik constateer wel dat wij als Nederland best wel ver achterlopen in de
doelen die we onszelf gesteld hebben en ook in de vaart die wij daarmee
moeten maken. Ik zou de minister en ook de coalitie meer willen uitdagen
om hier werk van te maken, juist omdat dit ervoor zorgt dat de kosten
verlaagd worden. Daar profiteren we gezamenlijk van, met als bijvangst
dat het netwerk in Europa minder kwetsbaar wordt voor sabotage. Dus
volgens mij is dat ook een win, ten aanzien van iets waar wij ons grote
zorgen over maken. Dus ik ben benieuwd of de CDA-fractie van mening is
dat we hier in Europa veel grotere en snellere stappen in moeten
zetten.
De heer Jumelet (CDA):
Ik constateerde zelf dat dat aansluitoffensief aan de orde is op dit
moment, met de partijen die ik net noemde, maar buiten Nederland ziet
dat natuurlijk ook op de Europese aanpak. Dus ik denk dat het heel
terecht is om die vraag te stellen. Ik kan me voorstellen dat we met een
staatssecretaris die met die versnelling aan de gang gaat, een gesprek
hebben over die versnelling. Hoe ga je dat dan doen in Europa? Hoe gaat
dit leiden tot een betere aansluiting van al die bedrijven maar zeker
ook van consumenten, ook als het gaat om woningbouw?
De heer Dassen (Volt):
Ik zal het kort houden. Ik kom met een motie en ik hoop dat de
CDA-fractie die zal steunen.
De heer Flach (SGP):
In de vorige periode heb ik met de heer Bontenbal opgetrokken om de
CO2-heffing af te schaffen, net zolang totdat uiteindelijk
ook de VVD daarin meeging. Vindt de heer Jumelet dat het CDA voldoende
resultaat heeft gehaald om het beheersbaar houden van de kosten voor
onze industriebedrijven goed verankerd te krijgen in dit programma? Ik
wil daar zelf wel een eerste oordeel over geven, maar ik hoor graag
eerst het antwoord van de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Ik zal daar zo in mijn bijdrage nog verder op ingaan. Maar ik denk dat
het goed is dat die CO2-heffing weg is voor de industrie en
bedrijven. We spreken met elkaar over een gelijk speelveld in Europa. Ik
denk dat dat goed is, zeker voor de concurrentiepositie van Nederland.
Als u mij die vraag stelt, zeg ik: ik zie goede elementen. De
SDE++-regeling is er weer en wordt ook verlengd. Er zijn meer zaken die
helpen om de positie van het bedrijfsleven te versterken. Dat neemt niet
weg dat we vanavond hier met elkaar constateren dat het nog niet echt
makkelijk is voor bedrijven om daadwerkelijk te kunnen concurreren als
het gaat om de energiekosten. Daar moet dus nog wel wat aan gebeuren.
Maar ik ben ook wel erg benieuwd wat dit betekent voor bedrijven, juist
als het gaat om wat er nog op stapel staat. Maar vanuit het CDA kunnen
we zeker zeggen dat er voor een deel goede voorstellen in het akkoord
staan, maar dat die ook nog verder moeten worden uitgewerkt.
De heer Flach (SGP):
Een van de dingen waar ik me, als het gaat om bedrijven, zorgen over
maak, is stijgende nettarieven. Die zijn al hoog, en met de ambities
zullen die alleen maar hoger worden. Het woord "nettarieven" kom ik maar
één keer tegen in het akkoord. Dan gaat het over extra prikkels in de
nettarieven. Dat maakt ze niet lager, maar eerder hoger. Welke oplossing
ziet de heer Jumelet om te zorgen dat de kosten van het net voor
bedrijven gewoon beheersbaar blijven c.q. heel fors naar beneden
gaan?
De heer Jumelet (CDA):
Een heel terechte vraag, zeker als het gaat om het beheersbaar houden.
Ik hoorde u net ook een vraag stellen over het over meer jaren
uitsmeren. Ik denk dat dat een van de oplossingen zou kunnen zijn. Ik
denk dat het goed is om daarover te blijven nadenken en het gesprek te
voeren over wat dat dan betekent. Uiteindelijk moet dat wat wij met
elkaar aan het bedrijfsleven bieden ook concurrerend zijn. Het moet de
kosten ook beheersbaar houden. Ik denk dat dat een goede manier is om,
ook samen met het bedrijfsleven, te kijken naar wat kan helpen om die
concurrentiepositie staande te houden.
De voorzitter:
De heer Flach, tot slot.
De heer Flach (SGP):
Ja, afrondend. Mooi om te constateren dat ik zowel bij de VVD als bij
het CDA openingen zie om aan de amortisatie van die kosten te gaan
werken. Wat mij betreft gaan we daar in de komende periode dan ook mee
aan de slag.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik heb ook een vraag over de CO2-heffing. Het CDA is gezwicht
voor de industriële lobby, net als de SGP. Ik zie het CDA toch een
beetje als de hoofdverantwoordelijke voor het afschaffen van de
CO2-heffing. Er is een overlegtafel aan ons beloofd die
alternatieven zou gaan uitzoeken voor de CO2-heffing. Die
overlegtafel is geweest en concludeert dat er geen alternatief nationaal
beleidsinstrument is dat de klimaatdoelen binnen bereik brengt, en
tegelijkertijd de concurrentiepositie niet verslechtert, zonder een
beroep te doen op extra subsidiemiddelen.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Mijn vraag is: ik zie in het coalitieakkoord niet dat er extra geld is
vrijgekomen. Er is nu feitelijk dus geen alternatief voor de
CO2-heffing. Wat stelt het CDA dus voor?
De heer Jumelet (CDA):
Volgens mij is het vooral bedoeld om met elkaar een gelijk speelveld te
hebben in Europa. Er wordt via ETS al bijgedragen aan de hele opgave die
er ligt. Ik constateer dat dit het uitgangspunt was, uiteindelijk ook om
industrie in Nederland te houden en die mogelijkheid te bieden. Op uw
vraag heb ik nu het antwoord niet. Ik kan wel zeggen dat onze insteek
was om het in ieder geval naar een gelijk speelveld te brengen. Ik denk
dat dit ook de bedoeling is van het akkoord dat er nu ligt. We kunnen
met elkaar wel zien dat bedrijven weggaan, maar dat helpt ons niet bij
de opgave die we met elkaar hebben.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoor de heer Jumelet zeggen dat hij een gelijk speelveld eigenlijk
belangrijker vindt dan de klimaatdoelen, terwijl in het coalitieakkoord
ook duidelijk staat dat het wel lastig wordt om 2030 te halen. Dat vind
ik een understatement. Feitelijk staat er in het coalitieakkoord: we
gaan nog steeds voor 2030. Ik vraag aan het CDA, een van de architecten
achter het neerhalen van de CO2-heffing: oké, maar wat gaan
we dan doen om 2030 daadwerkelijk te halen?
De heer Jumelet (CDA):
Op het gevaar af dat ik uitweid, voorzitter, doe ik dit toch maar: het
is natuurlijk niet alleen een nationale opgave, maar ook een Europese en
internationale opgave om de klimaatdoelen te halen. Ik denk dat het goed
is dat wij met elkaar constateren dat we een gelijk speelveld willen
hebben. Vervolgens weten we ook dat bedrijven zullen vertrekken als ze
niet kunnen produceren of kunnen werken in de industrieclusters die we
hebben. De vraag is wat belangrijker is. Vind je het dan goed dat het
hier blijft en dat je probeert bij te dragen aan de klimaatopgave? Of
stel je vast dat die bedrijven dan ergens anders gaan produceren, waar
de klimaatschade misschien wel groter is dan we hier op dit moment
moeten constateren? Dat is de afweging die je met elkaar maakt. Het
afschaffen van de CO2-heffing heeft in ieder geval
bijgedragen aan het inzetten op werkgelegenheid, op industrie hier
houden, maar wel met de opgave om zo snel mogelijk de klimaatdoelen te
realiseren. Een van de collega's heeft net volgens mij gezegd dat we
dichtbij zitten als het gaat om 2030, maar dat laat onverlet dat we 2040
en 2050 gewoon als doelen zien met elkaar. Die afspraken staan.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
We hebben ons nationaal verplicht aan het klimaatakkoord van Parijs en
we hebben wettelijke klimaatdoelen. Daar moeten we aan voldoen. Dat is
dus een nationale verplichting. Bovendien concludeer ik helaas dat het
CDA daar niet voldoende maatregelen tegenoverstelt, omdat er geen
alternatief is voor de CO2-heffing. De vraag blijft: hoe
geloofwaardig is het dat er in het coalitieakkoord staat "we willen het
klimaatdoel van 2030 halen", als daar geen maatregelen tegenover
staan?
De heer Jumelet (CDA):
De klimaatdoelen die wij met elkaar hebben afgesproken, staan. We werken
er, ook met dit pakket, hard aan om die te halen. Ik ben het met mevrouw
Teunissen eens dat dat best lastig is voor 2030. Dat maakt ook dat we
voor 2040 en 2050 volop aan de bak moeten. Daarom moeten we het pakket
dat er nu ligt, ook inzetten.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Over de klimaatdoelen valt nog een hoop te zeggen, maar ik zou even
terug willen naar het onderwerp waar de heer Jumelet het over had,
namelijk netcongestie. Dat is een enorm urgent probleem. Wij horen zelfs
geluiden dat TenneT dreigt met een aansluitingsstop voor de provincies
Utrecht, Flevoland en Gelderland. Ik vroeg me af hoe het CDA ervoor gaat
zorgen dat dergelijke stops niet zullen voorkomen.
De heer Jumelet (CDA):
Ik begon over het aansluitoffensief met acht acties. Ik heb dat "goed
nieuws" genoemd. Ik heb hier opgeschreven: "De effecten zullen wel per
regio verschillen, lees ik." Vervolgens had ik een paar vragen
geformuleerd. Die vragen gaan nou juist over hetgeen u aan mij vraagt.
Misschien mag ik die vragen ook aan de minister stellen. Kan de minister
een inschatting geven van het aantal bedrijven dat aangesloten kan
worden in die genoemde twee jaar? Wat betekent dat voor andere sectoren,
zoals woningbouw? In de prioritering verdient woningbouw namelijk de
volle aandacht te houden. Wat gebeurt er met regio's — ik kijk even naar
mevrouw Van Oosterhout — die op rood blijven staan of komen? Welke
afspraken zijn daarvoor gemaakt of te verwachten? Dat is volgens mij de
kwestie en de vraag die we samen hebben.
De voorzitter:
Uw zestiende interruptie, meneer Van den Brink.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat zie ik dan maar als een compliment, maar ik zal erop letten.
De voorzitter:
Ik zou het anders interpreteren, maar goed. Ik zou u allen willen
oproepen enige terughoudendheid te betrachten omwille van de tijd.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik zal het bondig houden, voorzitter. Mijn vraag aan de heer Jumelet is
als volgt. Het CDA heeft het oog op het versterken van de
elektriciteitsinfrastructuur. Dat is hartstikke mooi, maar
tegelijkertijd zien we de lasten voor de huishoudens alleen maar
stijgen. Kortom, ik zie in dit pakket geen lastenverlichting voor de
huishoudens. Wanneer gaat die er komen?
De heer Jumelet (CDA):
Volgens mij staat in het akkoord dat gesloten is, geschreven dat we
willen inzetten op isolatie. Er is ook een energiefonds, dat doorgaat.
Zo zijn er een aantal maatregelen die denk ik aangeven dat we er echt
oog voor hebben. Het is ontzettend belangrijk dat we het ook betaalbaar
houden. We kunnen het hebben over doelen, maar het gaat ook over het
betaalbaar houden voor de industrie, voor het bedrijfsleven, maar ook
voor onze inwoners. Ik denk dat uw opmerking heel terecht is, maar in
het akkoord staan volgens mij ook een aantal maatregelen genoemd.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Jumelet (CDA):
Ik zei het al: in de tussentijd wordt er hard doorgewerkt aan het
energiesysteem van de toekomst. Er zijn talloze initiatieven,
innovaties, afspraken en plannen van inwoners, kennisinstellingen,
bedrijven en overheden. Die zijn los van elkaar belangrijk en
goedbedoeld. De opgave en de urgentie vragen echter regie om vooruit te
komen en niet te verzanden, regie om het grotere verhaal waar we deel
van uitmaken, ook uit te dragen. Voor het CDA is het daarbij belangrijk
dat we verantwoordelijkheid nemen. Wat kan ik en wat kunnen wij doen
binnen de mogelijkheden die we hebben? Hoe kunnen wij als samenleving
bijdragen naar vermogen om de wereld mooier, rechtvaardiger en duurzamer
te maken? Maar het gaat ook om regie op het niveau van de praktijk van
alledag. Gemeenten en provincies werken aan de Regionale
Energiestrategieën. Er zijn in de regio's energyboards. Provincies
werken met energievisies. We kennen het NMIEK en voor iedere provincie
een zogenaamd PMIEK. De grote vraag is: hoe houden we inzicht, overzicht
en afstemming? Een recent voorbeeld: wat in het PMIEK was opgeschreven,
sluit niet aan bij de investeringsplannen, de IP's, van de netbeheerder.
Ook ontbreekt het nog steeds te vaak aan actuele data bij netbeheerders.
Wij hebben daarover eerder een motie ingediend. Is de minister het met
ons eens dat, als we willen of moeten versnellen, meer regie nodig is op
dit dossier?
Voorzitter. Bij het klimaat- en energiebeleid staan voor het CDA drie
punten centraal. Het eerste, ook wel weer met drie woorden, is:
ambitieus, realistisch en sociaal klimaatbeleid, met de focus op
Europese samenwerking. Het is essentieel om nieuwe, groene bedrijvigheid
te stimuleren en vraag en aanbod van duurzame producten te versterken.
Maar iedereen moet ook mee kunnen doen in die transitie. Tegelijkertijd
zijn we wel beland in een fase van het klimaatbeleid en de
energietransitie waarin de focus moet liggen op de uitvoering, in plaats
van op de discussies over de doelen. Ook wij doen dat vanavond weer met
elkaar, maar het zou vooral over de uitvoering moeten gaan. Juist in de
uitvoering loopt het momenteel namelijk vast, door netcongestie, maar
bijvoorbeeld ook door het tekort aan arbeidscapaciteit. Bij het maken
van plannen voor het verbouwen van ons energiesysteem moeten we daarom
veel meer rekening houden met de uitvoerbaarheid. Realisme is in deze
fase geen gebrek aan urgentiebesef, maar juist de beste manier om het
urgentiebesef om te zetten in concrete resultaten.
Het tweede dat voor het CDA belangrijk is, is stabiel en voorspelbaar
overheidsbeleid. Dat is nodig om vertrouwen te geven aan bedrijven en
investeerders. U verwacht het natuurlijk: rust, reinheid en regelmaat
zijn nodig. We zijn content met het voorstel in het coalitieakkoord om
de SDE++ te verlengen, zoals ik al zei. We willen er wel op aandringen
om de regeling slimmer in te zetten, zodat innovatie en ontwikkeling van
nieuwe, schone technologie meer wordt gestimuleerd. Mijn vraag aan de
minister, en misschien ook wel aan haar opvolger, is hoe daarnaar wordt
gekeken. Er liggen namelijk grote kansen voor Nederland om uit te
blinken in de ontwikkeling van nieuwe, schone technologie. Om dat te
kunnen doen, zal ook de overheid meer moeten durven investeren in nieuwe
technologie en innovatie. Nederland heeft toponderzoeksinstellingen die
we wat ons betreft beter in stelling kunnen brengen om innovatie aan te
jagen. We zien grote kansen op het gebied van technologieën zoals die in
de groene chemie, waterstof, synthetische brandstoffen, betere
windmolens, efficiëntere CO2-vrije opslag en flexibiliteit,
negatieve emissies en kleine modulaire kernreactoren.
Ik noem ook CO2-verwijdering, oftewel carbon management. Het
realiseren van negatieve emissies, het onttrekken van CO2 aan
de atmosfeer, zal hard nodig zijn om onze klimaatdoelen te halen. Het
ontwikkelen en opschalen van deze technologie gaat niet vanzelf. Daar
moeten we nu in investeren, want wachten betekent achterlopen. Daarom
moet zo snel mogelijk begonnen worden met het bouwen van de
infrastructuur die nodig is om negatieve emissies te realiseren. We
stellen voor dat we daarvoor in ieder geval de locatie benutten van een
van de kolencentrales die in 2030 geen kolen meer mogen verbranden.
Graag een reactie van de minister op dat voorstel.
Dan als derde het gelijke speelveld. Dat noemde ik net al. Groene
industriepolitiek, de verduurzaming van onze industrie, staat of valt
met het creëren en behouden van een gelijk speelveld in Europa. Dat
betekent voor het CDA dat de kosten voor onder andere stroom en
grondstoffen en normerende, beprijzende maatregelen vanuit de overheid
gelijk moeten lopen met die van de rest van Europa. Bij het proces van
de maatwerkafspraken met de industrie staat niet het behouden van wat er
nu is voorop; het is juist een methode om samen met die industrie te
kijken naar wat er in Nederland kan en belangrijk is in het kader van
onze geopolitieke positie: hoe groene industrie kan worden aangetrokken
en welke activiteiten wellicht elders in Europa beter passen.
Voorzitter. Een heel verhaal, maar tot slot had ik nog drie punten.
Inmiddels is er één punt afgevallen; dat kan helpen. Dat ging namelijk
over leveringszekerheid en dat was al aan de orde in het
tweeminutendebat. Dat ga ik niet herhalen. Bij het commissiedebat op 27
november vorig jaar heb ik aandacht gevraagd voor de vertraging van de
bouw door TenneT van het hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk. De
minister houdt de vinger aan de pols. Maar vanochtend kopte het Dagblad
van het Noorden: "Vertraging Veenoord door kapitale fout." Een forse
vertraging bij de bouw van het hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk is
het gevolg van een kapitale inschattingsfout bij TenneT. Meer dan 170
bedrijven in Emmen en Coevorden wachten op een stroomaansluiting. De
oplevering van het station schuift op van 2029 — dat stond in het IP,
het investeringsprogramma — naar 2031 en mogelijk zelfs 2033. De oorzaak
is onder meer dat het personeel dat voor Veenoord-Boerdijk was
ingepland, elders is ingezet omdat de procedure van de Raad van State
sneller ging dan verwacht werd; dat kan ook gebeuren. Voor de 170
bedrijven kan dit onverwachte uitstel van twee tot vier jaar grote
gevolgen hebben, ook op het gebied van verduurzaming. Heeft de minister
deze gevolgen in beeld? Wil de minister bevorderen dat TenneT echt alles
in het werk zal stellen om de schade in ieder geval zo veel mogelijk te
beperken, is mijn vraag namens het CDA.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw inbreng?
De heer Jumelet (CDA):
Ik heb nog één punt, voorzitter. En ik heb nog ...
De voorzitter:
Laten we dat maar even afmaken. Daarna geef ik mevrouw Van Oosterhout
het woord voor haar zeventiende interruptie. Gaat uw gang.
De heer Jumelet (CDA):
Het laatste punt, voorzitter. Ik vraag hier aandacht voor koeling. De
warmte van de zomer geeft tot nu toe nog onvoldoende aanleiding om meer
beleid te voeren op het toenemende koelingsvraagstuk. Ik kom het niet
tegen. We krijgen signalen dat ook gemeenten dit vraagstuk nog
onvoldoende in het vizier hebben of geen prioriteit geven, en dat
terwijl gemeenten bijvoorbeeld bezig zijn met het opstellen van hun
warmteprogramma's. Niet alleen de verduurzaming van de warmtevraag moet
daar onderdeel van zijn, maar de toekomstige koelingsvraag net zo goed.
Overigens zit koeling ook nu niet in de warmteprogramma's die gemeenten
moeten maken. In de herziene startanalyse van PBL wordt het wel genoemd,
maar is het niet in de cijfers opgenomen. Koudevraagproductie zit
daarnaast ook niet in de KEV-, CBS-, NPE- en TNO-scenario's, om een paar
afkortingen te noemen. Het zit hooguit impliciet in de ontwikkeling van
de elektriciteitsvraag van de gebouwde omgeving. Als de koelingsvraag
door gemeenten wordt meegenomen, leidt dat misschien tot andere keuzes
omtrent de techniek dan wanneer enkel wordt gekeken naar de warmtevraag.
Ook dient de impact van de toenemende koelbehoefte op het
elektriciteitsnet in ogenschouw te worden genomen.
Voorzitter. De vraag is als volgt: kan de minister toezeggen het
initiatief te nemen om een visie te vormen op het toekomstige
koelingsvraagstuk in de gebouwde omgeving en hieraan beleidsmaatregelen
te koppelen die ervoor zorgen dat koeling een integrale plek krijgt in
ons energiesysteem van de toekomst?
Voorzitter, ik ben precies op tijd. Dank u wel.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
In zijn betoog ging de heer Jumelet in op het belang van een betrouwbare
overheid. Ik ben het daar helemaal mee eens. Het is ook heel erg
belangrijk dat we als betrouwbare overheid heel goed luisteren naar
andere overheden. Collega Jumelet heeft misschien ook de krantenkop van
zijn CDA-collega Friso Douwstra in de NRC gezien: "Friesland wil het
niet." Dat ging over de gaswinning die op dit moment gepland staat in
Friesland. Ik ben toch heel erg benieuwd hoe de heer Jumelet in het
kader van betrouwbaar bestuur en dat uitstralen richting andere
bestuurders aankijkt tegen deze uitspraak.
De heer Jumelet (CDA):
Ik ken het standpunt van de provincie Fryslân en ook die van de geachte
collega daar. Ik heb hem ook horen zeggen, als ik dat toch ook hier mag
delen, dat dat natuurlijk vooral ziet op veenweidegebieden. Ik denk dat
dat helder is. In zijn totaliteit wil het niet, maar als het
uiteindelijk moet, dan moet er ook een schaderegeling zijn, met de
lusten en de lasten, die ook in het sectorakkoord werd benoemd. Ik denk
dat het goed is om te constateren dat wat wij hier met elkaar bespreken,
ook erover gaat dat gaswinning veilig moet zijn voor mens en milieu. U
hebt het namelijk over gaswinning. Ik denk dus dat het goed is om te
constateren dat we verschillende verantwoordelijkheden hebben. Ik heb
dat ook zelf als gedeputeerde mogen doen in mijn provincie. Toen zei ik
ook: nee, tenzij. Je moet juist binnen de randvoorwaarden het proberen
duidelijk te maken en hier nu misschien het onderste uit de kan halen.
Het moet wel kunnen. Het moet ook wel veilig zijn. Dan wil je daar ook
iets tegenover hebben staan. Ik snap de positie van de provincie
Fryslân. Ik snap ook de positie van de provincie Drenthe. Maar ik maak
hier in ieder geval de opmerking dat wij met elkaar constateren dat we
gas ook nodig hebben in die hele transitie. Daar hebben we eerder over
gedebatteerd. Dat is volgens mij wat het nu is.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Laten we de positie van Friesland dan heel duidelijk maken. Friesland
wil het niet in veenweidegebied, maar Friesland wil het ook niet in de
rest van de provincie. Als het dan toch moet, dan komt er later een
gesprek over batendeling. Maar het uitgangspunt is dat Friesland het
niet wil, dus dat is wel echt heel erg belangrijk. Niet alleen de
overheid wil het niet, ook inwoners zitten er niet op te wachten. Die
starten nu al allerlei bezwaarprocedures. Dan stel ik nogmaals de vraag
wat de heer Jumelet zegt tegen al die mensen daar.
De voorzitter:
Meneer Jumelet, kort.
De heer Jumelet (CDA):
Best lastig. Tegelijkertijd weten we dat de makkelijke weg soms niet
voorhanden is. We hebben met elkaar geconstateerd dat we zeker
geopolitiek onafhankelijk willen zijn. Daar hebben we alles voor nodig,
ook binnen de context van de energiemix. Daar zullen we ook de
gaswinning voor nodig hebben, die op dit moment ook gewoon aan de orde
is. Dat geldt dus ook voor de kleinere velden. Ik denk dat dat het
eerlijke antwoord is. Soms is een eerlijk antwoord ook een antwoord.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Wil de heer Jumelet dan in ieder geval wel kijken naar het beschermen
van kwetsbare natuur zoals het veenweidegebied en daar in ieder geval
geen gaswinning starten, en ook heel goed bij die andere gasvelden
kijken naar de risico's voor de mensen daar?
De heer Jumelet (CDA):
Dat is steeds het uitgangspunt. Ik heb de minister daar ook waardevolle
en zwaardere woorden over horen spreken. Ik denk dat het goed is om dat
met elkaar te wegen, maar ik denk niet dat we op voorhand met elkaar
gebieden kunnen uitsluiten. Dat was ook het antwoord. Maar het moet
altijd veilig zijn voor mens en milieu; dat lijkt me heel helder.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jumelet. Dan is nu het woord aan de heer Van den Berg
voor zijn maidenspeech. De heer Van den Berg heeft aangegeven
interrupties toe te staan aan het einde van zijn bijdrage. Hij levert
zijn bijdrage natuurlijk namens de fractie van JA21. Als u zover bent,
heeft u het woord.
De heer Van den Berg (JA21):
Nou, leden van de Staten-Generaal, voorzitter. Hard werken moet beloond
worden. Onthoud die zin; die is heel belangrijk. Hard werken moet lonen,
niet omdat dat beter is, maar omdat inzet de motor is waarop we samen
vooruitkomen. Wie vroeg opstaat of tot laat doorgaat,
verantwoordelijkheid draagt en blijft doorgaan, draagt lasten voor ons
allemaal — tijd, energie, zorg en risico — en daar mag iets tegenover
staan. Perspectief, zekerheid en de ruimte om een stap vooruit te
zetten, niet alleen in geld, maar ook in waardigheid; gezien worden voor
wat je bijdraagt.
Voorzitter. Ik sta hier als een van de weinige — welgeteld drie! —
mbo'ers in dit huis. Dat maakt mij trots en dankbaar. Die route naar de
Tweede Kamer was als mbo'er geen gemakkelijke. Ik weet niet waar u 24
jaar geleden in geloofde, maar ik wist het heel zeker: elke vezel in
mijn lijf zei dat ik Nederland en deze samenleving wilde dienen, ook in
roerige tijden. De afronding van de scheiding van mijn ouders was nog in
volle gang, de vliegtuigen die zich in de Twin Towers boorden zaten nog
vers in het geheugen, maar een gymnasiumschooladvies lag voor mij toch
ook weer in het verschiet. Ik voelde dat ik iets terug moest doen, zeker
geïnspireerd door de opofferende liefde van mijn moeder. Wie kon die
roep beter beatwoorden dan Pim Fortuyn, letterlijk met de woorden "at
your service"? Niet lang daarna, aan de keukentafel, was ik stellig. "Ik
ga dit land dienen. Ooit sta ik hier, in de Tweede Kamer." Gedreven door
een passie voor techniek, gemotiveerd door een stiefvader bij de
politie, ondertussen met dat gymnasiumadvies op zak, leken de
mogelijkheden voor mij eindeloos. Maar het liep anders.
De zeven jaren daarna, zo'n beetje mijn hele pubertijd, zat mijn vader
in een afkickkliniek. Wellicht kijk je mee, pap. Het is oké, en dat weet
je. Ik raakte mijn geloof kwijt en gleed af naar vmbo-kader. Na het vmbo
meldde ik me bij het Korps Mariniers. Ondanks een jaar voorbereiding
viel ik uit met een blessure. De weg naar boven bleek eindeloos lang,
maar ik pakte het opnieuw beet, en na mijn mbo 2 tot beveiliger kreeg ik
een nieuwe kans om militair te worden. Ik haalde mijn felbegeerde baret,
werd onderofficier bij de Koninklijke Marechaussee en mijn hoogst
behaalde kwalificatie was een feit: mbo 3 militair opsporingsambtenaar.
Dus ja, hard werken wordt beloond, maar ik leerde nog iets veel
belangrijkers. Behalve discipline en doorzettingsvermogen, leer je als
militair opofferingsbereidheid. Voor elkaar door het vuur gaan, juist
als je zelf niet meer kunt. Van Den Haag tot Nieuw-Amsterdam en tot
Uden: kameraden werden vrienden. Voor die gasten durfde ik mijn nek uit
te steken. Dan leer je dat echte verbinding niet zit in diploma's,
afkomst of woonplaats, maar in wat je samen draagt. Dat is ook zo in de
samenleving.
Voorzitter. Dat is precies wat we nu nodig hebben. Kijk om u heen.
Spreek eens met de buschauffeur, de bode, de schoonmaker en de
beveiliger. Kent u hun namen? Ook dat is waardigheid. We dragen allemaal
bij aan dit land. We zouden hier niet kunnen staan zonder al deze
mensen, die ons op al die manieren ondersteunen. Als we de scheuren
willen lijmen, dan begint dat klein: met respect, met nieuwsgierigheid,
met het gesprek, ook met iemand van een totaal andere politieke kleur.
Ga het gesprek eens aan en laat je oprecht verrassen. Hard werken moet
beloond worden. Niet alleen met woorden, maar met perspectief en
waardigheid voor iedereen die bijdraagt. Dat is mijn belofte. Daar sta
ik voor. Laat dit dus de norm zijn: wie bijdraagt, wordt gezien en gaat
vooruit.
Voorzitter. Dan nu maar naar de inhoud. Ik zou via u willen zeggen dat
ik altijd wel hou van een klein debatje. Ik sta dus open voor
interrupties. Ik kom bij de inhoud. Ik vertrouw erop dat ik met mijn
persoonlijke verhaal duidelijk heb gemaakt dat ik iemand ben die van het
aanpakken is: doen wat er gedaan moet worden, maar wel op basis van de
realiteit. Wat niet gaat, dat gaat niet en wat niet kan, dat kan
niet.
Dat zien we ook bij de klimaatdoelen. Omdat de praktijk achterblijft,
grijpen overheden naar creatieve schijnoplossingen. In totale paniek
verbieden ze fossiele reclames. In mijn eigen provincie, Noord-Holland,
plaatsen ze op achttien bushokjes sedumdaken, voor een bedrag van —
schrik niet! — €400.000. We organiseren ook nog eens vleesvrije dagen.
Het is onvoorstelbaar dat we het hardverdiende geld van inwoners op deze
wijze over de balk smijten. Dat kan toch niet?
Tegelijkertijd lijkt Nederland kampioen te zijn geworden in het maken
van hele dure oplossingen: we gooien geld naar windturbines op zee,
warmtenetten en waterstof. Neem bijvoorbeeld wind op zee. Dat valt elke
keer duurder uit. Waar het ooit als subsidievrij werd verkocht, blijkt
het tegendeel nu waar: windturbines draaien op subsidie. Punt. We zien
nu weer dat garanties en steun nodig zijn en dat de rekening
uiteindelijk bij mensen en bedrijven terechtkomt. Het laatste windpark
kost zo'n 4 miljard euro. Even concreet — daar hou ik van — is dat €500
per huishouden.
Warmtenetten kennen structurele risico's. Denk aan afhankelijkheid van
één bron en technische problemen. Bewoners zitten in de kou als het
misgaat. Den Haag is daar een pijnlijk voorbeeld van. Ik vraag de
minister hoe het zit met die windturbinenormen. Ik zag daarover geen
woord in het coalitieakkoord staan. Betekent dit dat we alsnog
windturbinenormen gaan krijgen, of blijven ze helemaal buiten schot en
moeten we elke windturbine apart gaan behandelen, zoals nu het geval
is?
Dan nog een voorbeeld over waternetten, in Nijmegen. Daar bedacht de
gemeenteraad om zelfs de afvalcentrale te sluiten waar de gemeente haar
eigen warmtenet mee voedt.
Als laatste waterstof. We raken simpelweg heel veel energie kwijt in die
keten, soms wel 80%. Dan kan je nog zo veel ambitie hebben, maar het is
gewoonweg vergooide energie. Punt. En wie mag de rekening betalen? Drie
keer raden.
Voorzitter. Voor JA21 is het onbegrijpelijk dat we hierop blijven
inzetten alsof geld geen rol speelt. Energie wordt duurder, maar
ondertussen doen we alsof het normaal is dat er een netverzwaring van
richting de 200 miljard euro aankomt. Dat komt grofweg neer op zo'n
€20.000 per huishouden. Ik krijg het aan de mensen thuis gewoon niet
uitgelegd. Ik ben benieuwd hoe de minister dat wel gaat doen. Ik weet
dat het via de nettarieven loopt, maar toch: mensen en bedrijven betalen
het toch.
Voorzitter. Voor JA21 is het helder: we moeten naar een realistisch
tijdspad toe.
Voorzitter. Energie is geen ideologisch vraagstuk, maar een fundament
voor een welvarende economie. JA21 wil naar een energiesysteem dat
werkt, met betaalbaarheid en betrouwbaarheid voorop. Wij van JA21 kiezen
daarom voor kernenergie. Dat is efficiënt, betrouwbaar, heel erg schoon
en is het perspectief dat Nederlanders nodig hebben: betaalbare stroom
en warmte. Namens JA21 zal ik u spoedig een kernenergieplan presenteren,
een plan van aanpak voor Nederland, dat onze energievoorziening weer op
de rit krijgt. Dat plan zal realistisch, uitvoerbaar en betaalbaar zijn.
Ik zei het eerder in een debat: als kernenergie een kind zou zijn, zou
ik er niet drie hebben, maar toch vier. Ik nodig de Kamer uit om samen
te werken. Laten we vooral de handen ineenslaan om dit wel voor elkaar
te krijgen.
Tot slot, voorzitter. Als de Kamer echt wil inzetten op
energieonafhankelijkheid, moeten we ook nuchter blijven over aardgas. De
komende jaren hebben we gas gewoon nodig. Je kunt er niet morgen mee
stoppen. Ik kijk even naar links, naar de Partij voor de Dieren en
GroenLinks-Partij van de Arbeid. Word wakker! Verkrampt uitfaseren
brengt ons simpelweg in de problemen door hogere prijzen, grotere
afhankelijkheid en een instabieler systeem. Volgens mij willen we dat
allemaal niet. Daarom is mijn vraag aan de minister: is zij bereid om de
belastingdruk op energie, in het bijzonder de energiebelasting —
nogmaals, die is de hoogste van heel Europa — te herzien en te verlagen,
of in ieder geval te bevriezen, zodat werkenden, de middenklasse en het
mkb niet de rekening blijven betalen?
Dan kom ik tot mijn einde, voorzitter. Ik dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Berg. Het is een genoegen om ook u als eerste
te mogen feliciteren met uw maidenspeech. Ik verzoek u de felicitaties
voor het rostrum in ontvangst te nemen. Ik schors daarvoor de
vergadering een enkel ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen. Ik geef het woord aan de heer Flach voor zijn inbreng in de
eerste termijn namens de Staatkundig Gereformeerde Partij, maar niet
voordat de minister weer terug is in vak K.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Dan is nu toch echt het woord aan de heer Flach voor zijn inbreng namens
de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Flach (SGP):
Dank, voorzitter. Na het genieten van een aantal maidenspeeches toch ook
een korte bijdrage van de SGP. Gefeliciteerd aan de collega's die hun
maidenspeech hadden, overigens.
Voorzitter. Het is spannend. Windparken en zonnepanelen rukken op, maar
de rentabiliteit staat onder druk omdat er steeds meer afgeschakeld moet
worden en de elektrificatie van de economie onvoldoende meebeweegt.
Bedrijven willen verduurzamen, maar lopen vast in het volle
elektriciteitsnet. We moeten dus aan de slag, vooral met de knelpunten
in ons energiesysteem.
Wat helpt, is het aansluitoffensief, met netbeheerders en het
bedrijfsleven, zeker als ook gemeenten kunnen meedoen. Wil de minister
hiervoor zorgen?
Wat helpt, is het benutten van de aardwarmtepotentie voor duurzame
verwarming van gebouwen en kassen. Dit vlot nu niet. De financiële
regelingen matchen niet met wat projecten nodig hebben. Het gaat niet
eens over extra geld, maar kies voor een investeringssubsidie, zoals
Frankrijk en Duitsland. Die bespaart productiesubsidie. Ga door met de
garantieregeling voor aardwarmte, maar dan met een makkelijkere instap.
Wil de minister dit oppakken?
Wat helpt, is ondersteuning van energiehubs. Aansprakelijkheid is voor
hen een heel belangrijk knelpunt. Kan bijvoorbeeld Invest-NL hier
rugdekking geven? Wat ook helpt, is meer budget voor de
Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen. Die regeling was binnen
een dag overtekend. Warmtebedrijven kregen wel subsidie voor de netten,
maar visten hier achter het net. Dat werkt niet. Ondertussen is elders
op de begroting 118 miljoen euro niet uitgegeven en teruggegaan naar de
algemene middelen. Eenzelfde bedrag is teruggeboekt naar het
Klimaatfonds. Wat gaat hier mis en waar is het benodigde budget voor
aardgasvrije huurwoningen?
Wat niet helpt, is een nieuwe discussie over de CO2-doelen.
Toch dwingt de Haagse rechtbank die kant op. Het gaat eerlijk gezegd wel
duizelen. De rechter gaat uit van het zwartste scenario voor
zeespiegelstijging, terwijl dat gezien het huidige beleid geen
realistisch scenario is. De rechter vraagt om absolute emissiedoelen,
zoals bedoeld in het Parijsakkoord. Hij vertaalt "absoluut" evenwel als
juridisch bindend, maar in de context van Parijs gaat het om "absoluut"
in de zin van een hard doel voor de totale CO2-uitstoot in
plaats van een relatief bewegend CO2-doel. Verder verbaast
het mij dat we afgerekend worden op niet-juridisch bindende en niet met
de Kamer afgestemde afspraken, zoals het Glasgow Climate Pact, en op het
Europese 2030-doel, dat alleen bindend is op EU-niveau. We moeten
doorgaan met een stevig energie- en klimaatbeleid, maar ik wil niet in
een juridische wervelwind terechtkomen. Het lijkt de SGP dus verstandig
om in hoger beroep te gaan.
De SGP blijft zich grote zorgen maken over de gevolgen van ETS2 en de
bijmengverplichting voor de glastuinbouw, boven op de fiscale
lastenverzwaringen. De sector wordt afgerekend op een doel dat onder
meer door de netcongestieproblematiek net niet wordt gehaald. De
energierekening kan zomaar verdrievoudigen. De compensatie is onzeker en
onvolledig. De buurlanden houden de tuinbouw buiten ETS2. Onderzoek
bevestigt dat deze sector bij uitstek de noodzakelijke flexibiliteit op
de elektriciteitsmarkt kan bieden. Daar zijn voorbeelden van
beschikbaar. Die businesscase verdwijnt uit beeld. Hoe gaat de minister
deze kracht benutten in plaats van belasten?
Tot slot, voorzitter. We leven niet op een eiland. Import wordt
aangeslagen via het CBAM. Bedrijven uit met name de hoek van de
zogenaamde fasteners, de moeren en bouten, trekken aan de bel over de
uitvoering. Er zijn onvoldoende door Europa geaccrediteerde
certificeerders aangewezen. Bedrijven worden daardoor niet afgerekend op
de daadwerkelijke CO2-uitstoot in de keten, maar op
forfaitaire waarden. Sommige gaan zo voor honderdduizenden euro's het
schip in, terwijl het milieu er niks mee opschiet. Sterker nog, er wordt
uitgeweken naar fabrikanten die de zaken minder goed voor elkaar hebben.
Is dat de bedoeling? Daarom sluit ik af met de vraag: komt er ruimte
voor bedrijven om in dit soort gevallen zelf een derde onafhankelijke
partij in te schakelen?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Flach. Het woord is aan mevrouw Teunissen voor haar
inbreng namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst van harte gefeliciteerd aan mevrouw
Van Oosterhout en de heer Van den Berg met hun maidenspeeches.
Voorzitter. De Britse inlichtingendiensten zijn overduidelijk. Hoeveel
alarmbellen hebben we nog nodig? Klimaatverandering is een bedreiging
voor de nationale veiligheid. De Britse regering probeerde dit rapport
zelfs onder het tapijt te vegen, omdat ze de conclusies te negatief
vond. Het rapport waarschuwt voor de ineenstorting van ecosystemen op
korte termijn. In 2030 kunnen al onherstelbare kantelpunten optreden
voor de noordelijke bossen en de koraalriffen. Herstel is dan niet meer
mogelijk.
Voorzitter. We leggen deze begroting ernaast. Als je het in dit
perspectief bekijkt, dan is deze begroting geen natuur- en
klimaatbeleid. Deze begroting is bedoeld om een verouderde fossiele
industrie zo lang mogelijk in de benen te houden. Deze sector heeft
welbewust klimaatverandering aangejaagd en is verantwoordelijk voor een
kwart van de Nederlandse uitstoot. Die uitstoot is al vijftien jaar
nauwelijks afgenomen. De Partij voor de Dieren mist in de begroting
normering, beprijzing en gedragsverandering. Kortom, echt klimaatbeleid.
Geen energiemix maar een beleidsmix is hard nodig. De coalitie blijft
inzetten op het afvangen en opslaan van CO2, wat letterlijk
CO2 onder het tapijt vegen is, terwijl de grote uitstoters
doorgaan met uitstoten en er geen enkele verplichting of garantie
tegenover staat om daadwerkelijk die uitstoot naar beneden te brengen.
De CO2--heffing was een uitkomst: de opbrengsten zouden ten
goede komen aan het Klimaatfonds. De enige betekenisvolle, verplichtende
maatregel is vakkundig door de lobby van tafel geveegd. De overlegtafel
zelf zegt dat er geen enkele significante reductie mogelijk is zonder
extra subsidies. De klimaatdoelen raken nog verder uit zicht. Zonder
prijsprikkels is elke subsidie voor de industrie water naar de zee
dragen, en de belastingbetaler draait ervoor op.
Dit is zo tekenend voor het klimaatbeleid van de afgelopen decennia: uit
angst voor ingrijpende beslissingen de noodzakelijke keuzes niet maken.
Wat dan overblijft, is de industrie geld geven zonder enige garantie dat
het daadwerkelijk helpt om het klimaatprobleem op te lossen. Dat terwijl
de rapporten en uitspraken van de rechter zich opstapelen en we zien dat
klimaatverandering alleen maar erger wordt. Dat baart ons grote zorgen,
want een echte systeemverandering is nodig. Scherpe keuzes zijn nodig
voor een rechtvaardige economie, die niet uitput en mensen uitbuit, en
een gezonde economie binnen de grenzen die de aarde aankan. Daarvoor
zijn die keuzes nodig die al decennia vooruitgeschoven worden.
Rechtszaak na rechtszaak zien we dat regeringen zich niet aan hun
wettelijke plicht houden. De Hoge Colleges van Staat zeggen niet voor
niets: wel doelen stellen en beloven dat het kan en vervolgens die
beloftes niet waarmaken, ondermijnt het vertrouwen van burgers in de
overheid.
Voorzitter. De oplossing is dan niet om de doelen af te zwakken, zoals
nu in Europa gebeurt. Die zijn er namelijk niet voor niets. De doelen
stellen feitelijk de bescherming voor van de natuur, een stabiel
klimaat, een schone lucht en een goede omgang met onze omgeving, en
zorgen ervoor dat niet alleen wij maar ook onze kinderen en
kleinkinderen nog een leefbare wereld hebben. Kortom, het is de basis
van ons bestaan. Ik heb het dan dus niet over 80 jaar later als ik het
heb over de gevolgen van klimaatverandering. Nee, het is nu. We lazen
afgelopen week ook over de extreme stormen in Spanje waardoor nu de
voedselvoorziening in gevaar komt, waardoor broccoli onder water staat.
Dat heeft ook effect op de prijzen in de Nederlandse supermarkten. We
zien het met koffie. Chocola is duurder geworden. Dat wordt allemaal
duurder doordat het moeilijker wordt om voedsel te oogsten. Dat zijn de
gevolgen van extreem weer, de gevolgen van klimaatverandering.
Voorzitter. De Partij voor de Dieren zegt dus: maak die keuzes nu. Maak
een einde aan de vee-industrie, verantwoordelijk voor 11% van de
uitstoot in Nederland. In 2018 zei de Raad voor de leefomgeving al: "We
kunnen alleen aan het Akkoord van Parijs voldoen als de bio-industrie
fors krimpt." Je pakt hier zo veel probleem tegelijk mee aan: minder
watervervuiling, minder mest, minder luchtvervuiling, minder ontbossing
en natuurlijk ook minder dierenleed. Maak ook een einde aan de fossiele
industrie en de fossiele subsidies. Zet in op een duurzame industrie die
ons niet langer ziek maakt met pfas, landbouwgif en andere zeer
schadelijke stoffen, maar beprijs wat schadelijk is en investeer in
natuurherstel en hergebruik. Erken dat Nederland onafhankelijk kan
worden van andere landen, zoals de VS voor onze energievoorziening, maar
alleen als we niet eindeloos ruimte geven aan hyperdatacenters en
techgiganten en volop inzetten op energiebesparing. Belast grote
vervuilers en de superrijken en isoleer met de opbrengsten woningen,
zodat mensen niet langer in tochtige schimmelwoningen zitten en minder
energie gebruiken.
Voorzitter. Dan ben ik bij die blinde vlek in de CO2-opslag.
Waar de begroting wel miljarden uittrekt voor technische opslag in de
bodem, doet het kabinet nauwelijks iets aan bosaanplant. Dat is
onbegrijpelijk, want natuurlijke CO2-opslag versterkt ook de
biodiversiteit en de waterkwaliteit. Daarom dient de Partij voor de
Dieren ook een amendement in om Klimaatfondsgelden voor kernenergie, een
klein deel daarvan, te herverdelen naar deze bewezen kosteneffectieve
oplossing. We hebben vier jaar geleden een rapport gezien van de
universiteit van Wageningen met scenario's van hoe ons land eruitziet en
hoe we klimaatbestendig kunnen worden over 100 jaar. Je ziet dat er meer
bos nodig is in Nederland om klimaatbestendig te zijn, maar het kan
tegelijkertijd ook een oplossing zijn om CO2 af te vangen.
Daar hoeven we dus niet miljarden aan overheidssubsidies in te
stoppen.
Maar zelfs een energiebesparingsplicht voor bedrijven effectief
handhaven lukt dit kabinet niet, terwijl dit juist een bijdrage kan
leveren in het aanpakken van de netcongestie. Ook levert die structurele
kostenbesparing voor bedrijven op door lagere energielasten en verlaagt
het risico's in de stijgende energieprijzen. Is de minister bereid om
extra middelen vrij te maken voor een effectieve handhaving van de
energiebesparingsplicht?
Met onze afhankelijkheid van de VS voor gas en olie en de netcongestie
is het des te noodzakelijker dat het kabinet nu eindelijk komt met een
nationaal energiebesparingsplan. Dit is ook in lijn met onze aangenomen
motie om mogelijkheden te verkennen om onafhankelijk te worden van olie
en gas uit de VS. Mijn vraag aan de minister is: hoe staat het met de
uitvoering van deze motie?
Voorzitter. Per 1 mei 2026 geldt een verbod op fossiele reclames en
vleesreclames in de openbare ruimte in Amsterdam. Eerder werden fossiele
reclames in Den Haag, Haarlem, Utrecht en Delft al verboden via de
gemeenteraad. Ik snap dat mensen die houden van vliegreizen, auto's en
vlees eten het allemaal niet leuk vinden, maar een verbod op fossiele
reclames is noodzakelijk om de klimaatcrisis te bestrijden, aangezien
deze advertenties de vraag naar vervuilende producten normaliseren en
aanwakkeren. Een verbod verlaagt de CO2-uitstoot, doorbreekt
de lobby van de fossiele industrie en schept ruimte voor schoon vervoer
en gezond eten. Het is een noodzakelijke normverschuiving richting een
duurzame samenleving, vergelijkbaar met het reclameverbod op
tabak.
Dan hoor ik mensen die zeggen: o, het is allemaal niet effectief. Ook
het kabinet zegt dat. Nou, er is een reden dat bedrijven 5% tot 15% van
hun omzet besteden aan reclame, namelijk dat die werkt. Hoeveel
onderzoekt denkt de minister dat er nog nodig is voordat zij kan
erkennen dat een nationaal verbod op fossiele reclames en vleesreclames
noodzakelijk is om tot die gedragsverandering te komen? Is zij bereid om
in ieder geval een nationaal verbod te verkennen?
Voorzitter. Tot slot. De rechter heeft weer geoordeeld dat Nederland
heel veel meer moet doen om de klimaatdoelen te halen. Dat is een
kwestie van rechtvaardigheid en van veiligheid. We verwachten dan ook
dat de minister hier als de wiedeweerga werk van gaat maken, een analyse
maakt van de emissieruimte die Nederland nog heeft om binnen de 1,5
graad te blijven en serieus werk maakt van klimaatbeleid. Gelukkig zijn
er organisaties die blijven strijden voor rechtvaardigheid. De rechter
maakte duidelijk dat burgers op Bonaire slechter worden beschermd tegen
klimaatverandering dan burgers in Europees Nederland; dat is
discriminatie. Wij roepen de minister op om de bescherming voor burgers
van Caribisch Nederland zo snel mogelijk recht te zetten.
Voorzitter. Tot slot wil ik nog een paar woorden richten tot de
minister. Ik wil de minister bedanken voor alle debatten, want dit is
waarschijnlijk het laatste plenaire debat dat wij voeren. We waren het
zeker niet met elkaar eens, maar de minister heeft altijd laten zien dat
je een hele andere visie kunt hebben, terwijl het debat toch op een
prettige manier gevoerd blijft worden. Daar wil ik haar hartelijk voor
bedanken. De minister wordt nu minister van Zorg. Dan denkt ze dat ze
van mij en van de Partij voor de Dieren af is! Maar dat is niet waar,
want de klimaat- en natuurcrisis is een urgente bedreiging voor de
gezondheid, door de toename van hittestress, infectieziekten, voedsel-
en watertekorten en psychische klachten. Dus nee, ze is nog niet van ons
af, maar ik wens haar wel heel veel succes en wijsheid toe.
De voorzitter:
We zijn ook nog niet af van de heer Van den Berg, die ik nu de ruimte
geef voor een interruptie.
De heer Van den Berg (JA21):
Mevrouw Van Oosterhout staat op dit moment voor, begrijp ik. Ik heb een
vraag voor mevrouw Teunissen. Heeft u de uitspraak van de rechter
gelezen inzake Bonaire en daarbij ook het IPCC-rapport waaraan
gerefereerd wordt?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Jazeker.
De heer Van den Berg (JA21):
Waarom maakt u hier dan claims dat het om 1,5 graden gaat? Het
IPCC-rapport spreekt over 2 graden. Het verdrag van Parijs spreekt over
2 graden. Ik snap het wel: die rechter gaat ook ontzettend de mist in
doordat hij zegt dat we hebben afgesproken dat het binnen 1,5 graad moet
blijven. Maar dat is gewoon pertinent onjuist. Ik denk dat we hier een
verkeerde afslag nemen als we dit soort feiten hier verkeerd gaan
uitleggen. Kortom, mijn vraag is: zullen we het gewoon bij de echte
IPCC-rapporten houden, zodat we hier een inhoudelijk debat kunnen
voeren, gebaseerd op feiten?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dan heb ik me, denk ik, te onduidelijk uitgedrukt. Als ik het heb over
de 1,5 graad, dan refereer ik aan het Akkoord van Parijs. Dat is als het
ware de hoofdafspraak die we met landen hebben gemaakt. Daarin staat dat
landen af hebben gesproken dat ze de opwarming beperken tot 1,5 graad en
in ieder geval ver onder de 2 graden.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van den Berg (JA21):
Nogmaals, het streefdoel was binnen 1,5 graad en de harde afspraak was
binnen 2 graden. Dit is precies wat er telkens misgaat in dit debat. Die
rechter gaat daar ook de mist in. Er worden allerlei cijfers bij elkaar
geveegd die dan weer tot een uitspraak leiden waar wij volgens mij als
parlement helemaal niks mee opschieten. Ik denk dat we vooral het debat
over waar we heen moeten gaan als maatschappij hier in deze plenaire
zaal moeten voeren met elkaar en niet via een rechtszaak. Ik vind het
ook moeilijk als we aan die uitspraken dan weer een nieuw recht ontlenen
om daar dan weer nieuw beleid op te gaan maken. Kortom, laten we het bij
de feiten houden en het debat vooral hier voeren. Daartoe zou ik u
willen oproepen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik heb er een beetje moeite mee dat JA21 eigenlijk een beetje mijn
verhaal in twijfel trekt en suggereert dat ik mij niet baseer op feiten.
Dat terwijl het de Partij voor de Dieren is die steeds met
wetenschappelijke rapporten aankomt. Ik heb bijvoorbeeld het rapport uit
2018 van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Dat is een
adviesrapport, dat is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Wij
baseren ons daar continu op. En dan gaat JA21 hier veronderstellen dat
wij ons niet baseren op de wetenschap. Dat terwijl ik JA21 regelmatig de
rapporten die verschijnen gewoon zie negeren, naast zich neer zie leggen
en tegenovergestelde voorstellen zie doen. Dus ja, laten we echt
beginnen bij onszelf, zou ik zeggen.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Grinwis voor zijn inbreng namens de
ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Felicitaties aan mijn beide collega's met hun
prachtige maidenspeech.
Voorzitter. In 2004 startte het kabinet van CDA, VVD en D66 een
publiekscampagne voor de Europese grondwet, met als slogan "Europa. Best
belangrijk." Het vervolg kennen we. De Nederlandse bevolking keerde zich
in ruime meerderheid tegen deze grondwet. Wat wil je ook, met zo'n
vrijblijvende en van alle urgentie gespeende slogan. Hieraan moest ik
terugdenken toen ik zat te lezen in de teksten over en budgetten voor
klimaat en energie in het coalitieakkoord. "Klimaat. Best belangrijk."
Het klimaat als moetje. Maar het elan en de urgentie van een paar jaar
terug lijken verdwenen. Het zijn nu wat plichtmatige teksten over
klimaatdoelen, gedrenkt in een technocratisch Europees sausje, met
verder best verstandige maatregelen, hoor, op het gebied van energie
opwekken en energienetten. De bezuinigingen die door de vorige coalitie
werden doorgevoerd, worden incidenteel teruggedraaid, maar het vuur waar
Klimaatminister Jetten nog mee begon, en ook deze minister, mis ik. Ik
mis het zowel in de voorliggende begroting als in het coalitieakkoord.
De klimaatdrammerkleding is door Jetten uitgetrokken, maar of de nieuwe
keizer nog klimaatkleren draagt, is de vraag. Vergis u niet: ik houd van
realisme, maar het kon toch wel? Waarom dan gaat het meer over het
stutten van het investeringsklimaat dan over de zorg voor de aarde, voor
ons gemeenschappelijk huis, dat kostbaar en kwetsbaar tegelijk is? Ik
zie uit naar de debatten met de nieuwe kabinetsploeg en zie ernaar uit
om hen uit te dagen echt de omslag te maken naar een
rentmeestereconomie, waarin we op creatieve wijze leren leven van de
vrucht en niet ten koste van de boom.
Dan ook nog een enkel vraagstuk voor deze minister. Allereerst het
overvolle stroomnet. Netcongestie klinkt misschien technisch, maar raakt
woningzoekenden in het hart. Het net moet verzwaard worden en de prijs
daarvan is hoog. Ik zie noch van dit kabinet noch van de volgende
coalitie enig voorstel om de stijging van de nettarieven voor burgers en
bedrijven te voorkomen. Waarom geen kapitaalstorting, waarom geen
langere afschrijvingstermijnen of desnoods een subsidie op de
nettarieven? Is het terecht dat dit soort maatregelen ontbreken? Graag
een reactie. Het is in de tussentijd zaak de schaarste rechtvaardig te
verdelen. Dat gebeurt nog niet. Vorige maand nog stond ik hier in het
vragenuur met de minister van VRO, nadat Microsoft een vergunning kreeg
voor de facto een hyperscale in Amsterdam, met een stroomvraag gelijk
aan die van alle huishoudens in Haarlem. En vandaag kwam het datacenter
bij Lelystad in het nieuws, dat twee keer zo veel elektriciteit gaat
verbruiken dan de stad zelf doet. Het moet toch niet mogelijk zijn dat
Amerikaanse techreuzen via juridische slimmigheidjes alsnog
netcapaciteit opslurpen, terwijl woningzoekenden achter het net vissen
en ondernemers, bijvoorbeeld in het Amsterdamse havengebied, waar de
hyperscale komt, tussen de wal en het schip vallen? Hoe wil de minister
beter paal en perk stellen aan deze enorme datadozen en ervoor zorgen
dat als er toch een datacenter komt, de impact daarvan op het net zo
klein mogelijk is? Wat heeft netbewust bouwen voor zin als we onze
netcapaciteit welbewust zó verbrassen? Ik overweeg een motie op dit
punt.
Ik dacht een interruptie te zien.
De voorzitter:
Ik wilde voorstellen dat u uw bijdrage afmaakt, maar als u zegt dat dit
een natuurlijk moment is …
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dit was een natuurlijk moment.
De voorzitter:
Dan gaan we luisteren naar de interruptie van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Ik weet niet wat ik meemaak: de ChristenUnie die D66 de klimaatmaat
neemt! Toen ik het akkoord las, moest ik best wel even slikken: 40
gigawatt op zee erbij, alles wat nodig is om de klimaatdoelen van 2040
en 2050 te halen. Ik hield eerlijk gezegd mijn hart vast voor de
consequenties hiervan voor zowel consumenten als vooral ook bedrijven.
Maar wat de heer Grinwis hier doet, is eigenlijk het aanjagen van de
nieuwe premier en zijn ploeg om er nog een schepje bovenop te doen. Waar
is het realisme van de ChristenUnie gebleven?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het is vooral de vinger leggen bij het feit dat D66 in het verleden de
naam "klimaatdrammer" als geuzennaam heeft gehanteerd. De klimaatdoelen
konden niet hoog genoeg, niet snel genoeg en niet hard genoeg. Nu wordt
2030 eigenlijk min of meer opgegeven en wordt daarom uit nood geboren
gekozen voor de vlucht naar voren, naar 2040 en 2050. Als je kijkt naar
de aard van de maatregelen en naar de budgettaire bijlage, zie je dat
structurele bezuinigingen van het huidige kabinet, bijvoorbeeld op de
SDE, de Stimulering Duurzame Energieproductie, slechts incidenteel
worden hersteld. Aan structureel herstel gebeurt er niks. Incidenteel
zijn er wat lapmiddelen en herstelmaatregelen. Daar ben ik op zich
positief over. Als ik al die maatregelen optel, ben ik daar ook helemaal
niet zo negatief over, maar het ambitieniveau ervan is zo ongelofelijk
veel lager dan twee kabinetten terug.
De heer Flach (SGP):
Eerder op de avond hebben we de term "zelffelicitatie" gehoord. Hier zie
ik toch ook enige zelffelicitatie richting het kabinet waar de
ChristenUnie toen zelf onderdeel van was. Naast het feit dat dit
natuurlijk een plagerijtje richting D66 is, zou ik de heer Grinwis
willen oproepen om vooral ook naar onze industrie te kijken. Die piept
en kraakt in haar voegen. Kijk naar de familiebedrijven die aan een
touwtje hangen en niet de luxe hebben om weg te gaan naar landen elders
in Europa of op de wereld. De maatregelen die voorgesteld worden, hangen
al als loden last aan ons bedrijfsleven. Kijk daar toch ook vooral naar,
zou ik de heer Grinwis willen meegeven c.q. vragen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, dat doe ik ook. Sterker nog, daar ben ik ook gevoelig voor. Ik zie
ook heus wel dat in een paar jaar tijd de wind danig is gedraaid en dat
heel veel bedrijven die wilden verduurzamen in het Rotterdamse
havengebied, de nettarieven nu al ervaren als een loden last om hun nek.
Ik vind wel dat we tegelijkertijd heel goed moeten opletten: wat is een
terechte lobby? Waar moet je soms even tot tien tellen voordat je in een
lobby meegaat? We hebben hier een enorme strijd gehad over de nationale
CO2-taks, de nationale CO2-heffing die we er
bovenop hebben gelegd, aan de marge. Ik snap heus wel dat je moeite kunt
hebben met nationale koppen boven op een Europees systeem.
Tegelijkertijd zat dat stelsel zo in elkaar dat het ook de mogelijkheid
bood om maatwerkafspraken te maken met bedrijven, met enerzijds dus de
wortel van de maatwerksubsidie en anderzijds de stok van zo'n heffing
aan de marge, die je daarmee kon vermijden. Dat kind moeten we niet met
het badwater weggooien. Dat is wel wat dreigt. Cosun, de Suikerunie,
heeft bijvoorbeeld nog met de oude spelregels een maatwerkafspraak
gemaakt met het kabinet. En de inkt is nog niet droog of de spelregels
wijzigen. Ik vind dat we naar twee kanten toe heel goed moeten opletten
bij wat we doen.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
De heer Grinwis haalt zelf de CO2-heffing aan. Een van de
kernbezwaren die de heer Bontenbal en ik hadden toen we daarover
spraken, was dat bedrijven die het zouden willen niet eens kúnnen
voldoen aan de eisen die worden opgelegd, en dus verplicht een
CO2-heffing moeten betalen terwijl ze die elektrificatie niet
kunnen doorvoeren. Dat was een van de kernbezwaren. Ik zou willen
afsluiten met: blijf niet in de vermeende romantiek van Rutte IV hangen,
maar keer terug naar het heden en kijk met realisme naar de staat van
ons bedrijfsleven op dit moment.
De voorzitter:
De heer Grinwis, bondig.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Daar ben ik graag toe bereid. Sterker, ik doe niet anders.
Tegelijkertijd mag ik mijn collega's die in het verleden een grote broek
hebben aangetrokken, best wel eventjes op scherp stellen. Als ze daar
niet tegen kunnen, verwelkom ik ze aan de interruptiemicrofoon. Kijk, je
kunt op twee manieren omgaan met een nationale CO2-heffing.
Je kunt 'm in één keer schrappen, zoals nu gebeurt, of je kunt denken:
die is in 2019 weloverwogen ingevoerd door Eric Wiebes. Daar was de
partij van Henri Bontenbal ook bij. Als de randvoorwaarden niet op orde
zijn, zet je het effectieve tarief even een aantal jaren op nul, tot de
randvoorwaarden wel op orde zijn. Zo kun je ermee omgaan. Of je
verandert van koers en zegt: "Jongens, we hebben Europees ETS-beleid. We
hadden er nooit aan moeten beginnen. Laten we het nu alsnog maar
afvoeren." Ik heb het gevoel dat wij een beetje aan het zwabberen zijn
geweest de afgelopen jaren. Zodra die maatregel gaat bijten, schaffen we
'm gelijk maar af. Daar is best wel het nodige over te zeggen, want
daarmee laten we bedrijven zoals Cosun in de kou staan.
De voorzitter:
Ik zou u wel willen vragen, meneer Grinwis, om de vragen te beantwoorden
en niet zozeer van die zijpaden te bewandelen. Daar bent u zeer goed in,
maar houd u bij de vraag, zou ik willen zeggen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het had wel met het onderwerp te maken.
De heer Vermeer (BBB):
Zonder al die zijpaden weet de heer Grinwis ook totaal niet wat hij
hierover moet zeggen, denk ik. Wat wij hier niet horen, behalve dan dat
hij ex-coalitiegenoten de maat neemt, dus wees gewaarschuwd als u met
deze man in zee gaat, zou ik zeggen … De heer De Groot stond hier ook,
maar die heeft het goed door. Die gaat weer even zitten. Maar mijn vraag
is: wat wil de heer Grinwis nou? Van mij is wel bekend dat ik zelfs een
afgezwakt D66-beleid nog verschrikkelijk vind voor Nederland, maar ik
wil graag weten wat de heer Grinwis eigenlijk wil. Waar wil hij naartoe
in de toekomst?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dit is een hele uitgebreide vraag. We willen voor het donker thuis zijn.
Nee, dat lukt niet meer, maar in ieder geval voordat de nieuwe dag
begint.
De voorzitter:
Blijf op de hoofdweg!
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Zo is het! Veel maatregelen die in dit coalitieakkoord staan opgenomen,
met name in de budgettaire bijlage, zijn verstandig en ook heel erg
nodig, denk ik. Denk aan wind op zee. Wil je daar enige ambitie overeind
houden, dan moet je met contracts for difference gaan werken. Dat weten
we eigenlijk al vijf jaar. We hebben dat nooit ingevuld. Dat hadden we
moeten doen. Dat wordt nu in dit coalitieakkoord alsnog gedaan. Dat is
nodig. Het vorige kabinet, waar de heer Vermeer in zat, heeft 1 miljard
structureel wegbezuinigd op SDE, zogenaamd omdat het reserve was. Het
blijkt toch hartstikke hard nodig, dus het is verstandig dat het weer
voor een aantal jaren in de financiële plaat wordt gezet. Uiteindelijk
gaat het dan deels om verstandig investeren in aanbod, om in de
tussentijd keihard werken om de randvoorwaarden op orde te brengen,
zoals stikstof, netcongestie en drinkwaterbeschikbaarheid, en om
tegelijkertijd te bekijken welke vraag je wel of niet wilt accommoderen.
Dat gaat om consumentenvragen, maar bijvoorbeeld ook over datacenters.
Als we daar niet op sturen en ons alleen maar druk maken over het aanbod
en de netten, dan vergeten we dat een heel belangrijk onderdeel,
namelijk de vraag, niet wordt aangepakt. Ik zou alle drie die zaken goed
op het netvlies willen houden en daarop beleid willen voeren.
De heer Vermeer (BBB):
Dit zijn wederom alleen zijpaden die niets zeggen over de keuzes die de
ChristenUnie zelf wil maken. De heer Grinwis stelt zich hier op als een
soort columnist die even beschouwt wat er in het akkoord staat, of er
voldoende geld bij zit en wat er in het verleden gebeurd is. Nou, die
historie kennen we allemaal. Maar waar wil de heer Grinwis naartoe?
Vindt hij dat er meer wind op zee moet komen? Vindt hij dat er normering
moet plaatsvinden? "Normering" is een heel verhullend woord voor het
verplichten van warmtepompen en dat soort zaken. Wat wil hij? Welke
keuzes maakt hij zelf? En waar gaat hij het geld vandaan halen om dat te
doen? Dat geld staat nu namelijk niet in de boeken.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voor wind op zee staat het wel in het coalitieakkoord. Ik denk dat de
nieuwe coalitie daarin verstandige keuzes maakt. Nederland heeft weinig
comparatieve voordelen voor hernieuwbare energie. De enige die we
hebben, is een continentaal plat voor de deur dat relatief ondiep is en
waar je makkelijk wind op zee kunt neerzetten. Ik zou dat wel combineren
met een project als Delta21, waardoor je minder windturbines hoeft te
plaatsen en meer opslagcapaciteit genereert voor de kust, met een
omgekeerd valmeer. Dat is een voorbeeld, en zo kan ik nog wel even
doorgaan. Er zijn genoeg oplossingen waar de ChristenUnie in tal van
energiedebatten concrete voorstellen voor heeft aangedragen. Daar
verwijs ik de heer Vermeer graag naar terug. Ik heb daar concrete ideeën
over en concrete voorstellen voor. Als het moet, stoppen we daar ook het
geld bij. Zie onze doorrekening.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Vermeer (BBB):
Tot slot. Waar is de steun gebleven die er bij de ChristenUnie altijd
was voor de vissers?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou, dat geef ik net aan de heer Vermeer aan. Wij denken dat er
voldoende ruimte voor visserij kan blijven door een slimme combinatie
van opslag via zo'n project als Delta21, dat ertoe leidt dat er minder
windturbines op zee hoeven te worden gezet. Bovendien zijn wij altijd
voorstander geweest van dubbelgebruik. Wij vinden het echt onuitlegbaar
dat je gigantische ruimtes op zee onbenut laat omdat er nou eenmaal
windturbines staan. Ik zou dus zeggen: dubbelgebruik. Denk ook aan
nieuwe teelten, zoals zeewier en schelpdieren. Maar we moeten op zee
absoluut ruimte houden voor onze vissers. Op dit moment is de teruggang
van het aantal kotters trouwens een grotere zorg dan de hoeveelheid
beschikbare visgronden en vis op zee. Je kunt bij wijze van spreken —
dat zeg ik een beetje spottend en uitdagend richting de Partij voor de
Dieren — over de vis naar Engeland lopen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik wil tegen de heer Grinwis van de ChristenUnie eigenlijk zeggen dat ik
hem niet ken zoals hij vanavond tekeergaat. Hij deelt flinke tikken uit
aan D66. Het coalitieakkoord, waar volgens de VVD best uitvoeringskracht
in zit en waar ambitieuze plannen in staan, gooit hij eigenlijk in de
prullenbak. Vervolgens stelt hij een paar vragen aan de minister. Ik ga
dan maar gewoon aan de heer Grinwis vragen wat hij voor eigen ideeën
heeft. Laat ik daar gewoon mee beginnen. Er staan in de bijgesloten
tabel toch echt heel mooie reeksen, die doorlopen tot 2035-2040. Wat
mankeert daar eigenlijk aan? Dat is langjarig geld.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Allereerst, het viel allemaal best wel mee. Ik heb de nieuwe coalitie
gekieteld met de leus "Europa, best belangrijk", oftewel "klimaat, best
belangrijk". Dat is een beetje de sfeer die eruit opstijgt. Ik kan me
voorstellen dat de VVD-fractie zich daar heel wel bij thuis voelt. Ik
zie ook dat de VVD-fractie goed heeft onderhandeld en dat de
prioriteiten op het gebied van klimaat en energie behoorlijk aansluiten
bij de prioriteiten van de heer De Groot. Ik zou dus zeggen:
gefeliciteerd. Dat ten eerste.
De heer Peter de Groot (VVD):
Laat ik dan een concrete vraag stellen aan de heer Grinwis, want ik heb
nog niet zo veel plannen van hemzelf gehoord over wat er dan mist in dit
coalitieakkoord. Laten we even inzoomen op de industrie. Er staan een
aantal maatregelen in om de industrie de verduurzaming te kunnen laten
meemaken. Dat vindt de VVD heel belangrijk, en de ChristenUnie volgens
mij ook. Maar wat mist u dan in het coalitieakkoord? Wat is daarin niet
ambitieus genoeg om de industrie over de hobbel van de verduurzaming
heen te helpen?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Mijn zorg zit er meer in dat ik bepaalde onderdelen van de
energietransitie mis. Denk aan opslag. Denk aan zo'n mooi project van
Nederlandse bodem, van een Nederlands consortium, zoals Delta21. Dat
staat niet genoemd. Maar dat zijn wel grootschalige projecten waarmee je
een heel groot deel van de opslagbehoefte in Nederland en een deel van
de opwek die nu in de Noordzee wordt gepland, zou kunnen vermijden. Zo'n
project had ik graag omarmd gezien, maar dat is niet gebeurd. Het komt
ook moeizaam van de grond. Dat ligt niet aan deze minister en haar
ministerie. Andere ministeries, zoals IenW en LVVN, werken zeer beroerd
mee. Dat is een voorbeeld. De olifant in deze kamer is toch de vraagkant
van de economie. Daar wordt in dit coalitieakkoord nauwelijks op
ingegaan. Er zijn een paar normeringsmaatregelen, zoals de hybride
warmtepomp, maar de ambitie is erg gering. Dat snap ik ook, want het is
een behoorlijk ideologisch debat over de vraag of je vindt dat de bomen
tot in de hemel groeien of dat we een economie van het genoeg zouden
moeten nastreven, of alle smaken daartussen. Daarop zou de ChristenUnie
wat normatiever zijn geweest als wij aan tafel hadden gezeten.
De voorzitter:
Tot slot, meneer De Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
De heer Grinwis van de ChristenUnie snijdt nu twee onderwerpen aan waar
mijn vraag niet over ging. Mijn vraag ging over industrie. Ik zou graag
één concreet punt van de ChristenUnie willen horen: wat wilt u in dit
coalitieakkoord invoeren zodat het beter wordt? Dan kan ik kijken of ik
het daar wel of niet mee eens ben.
De voorzitter:
Eén concreet punt.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb wel degelijk concrete punten genoemd, alleen niet de punten waar
de heer De Groot op zat te wachten. Het volgende concrete punt is door
de heer Flach en mij eerder op deze avond ingebracht. Voor de
nettarieven en de netcongestie, wat op dit moment de grootste zorg is
voor heel veel burgers en bedrijven, staat er geen enkele concrete
maatregel waar je uit kunt afleiden dat die in de toekomst de tarieven
dempt. U had het net en marge over amortisatie, over het langer
afschrijven van de enorme investeringen die nodig zijn om onze netten
weer op kracht te krijgen. Daar staat niks over in het coalitieakkoord.
Dat bevreemdt mij zeer. Dat is alleen op basis van een wankele
financiële redenering vanuit het ministerie van Financiën dat het
allemaal ingewikkeld is en niet zo veel effect zou hebben. Dat vind ik
nou bij uitstek een maatregel die ontbreekt en die ik toegevoegd zou
willen zien.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Meneer Grinwis mag meneer Vermeer en meneer De Groot bedanken dat hij zo
veel extra spreektijd heeft gekregen. Ik ben wel heel benieuwd wat hij
daarvoor in de aanbieding heeft gedaan.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Door een paar collega's een beetje uit te dagen, kwamen ze naar voren.
Verder niks, als de heer Heutink dat bedoelt. Dit is een zeer serieus
onderwerp. Ik vind dat er een aantal verstandige maatregelen in het
coalitieakkoord staan, maar het staat best wel ver af van de ambitie die
sommige onderhandelende partners in hun verkiezingsprogramma en hun
doorrekening hadden staan. Maar dat even terzijde.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. ETS2. We weten dat deze maatregel een lastenverzwaring van
ruim 4 miljard per jaar voor burgers en bedrijven betekent. Dat is
enorm. Er heeft hierover nooit een fatsoenlijk politiek debat
plaatsgevonden. Ik zei het in mijn interruptie al: het is in de vorige
formatie in één keer toegevoegd aan de algemene middelen, naar ik
begreep. Compensatie is echter volstrekt onzeker, onvolledig of
onhelder. Denk aan burgers die meer moeten gaan betalen voor hun
energie. Vervoersarmoede en energiearmoede nemen toe door ETS2. We staan
erbij en kijken ernaar. En vooruit, er is ons een publiek noodfonds in
het vooruitzicht gesteld, maar dat is er op zijn vroegst over een klein
jaar. Gaat dat overigens lukken, is mijn vraag aan de minister. Ik denk
ook aan de glastuinbouw — collega Flach zei het ook al — die met een
enorme stapeling van de lasten te maken gaat krijgen. Tegelijkertijd
zijn de randvoorwaarden om te verduurzamen niet op orde. De nationale
CO2-heffing voor de grote industrie wordt na een effectieve
lobby afgeschaft. Waar is de zorg voor het gelijke speelveld voor deze
bedrijven en het mkb? Wat vindt de minister hiervan? Hadden de
ETS2-middelen wel zonder slag of stoot toegevoegd mogen worden aan de
algemene middelen? Ik ben benieuwd naar haar reactie.
Tot slot wijs ik op het amendement dat ik met collega's Ceder en Van
Oosterhout heb ingediend om de nettarieven in Caribisch Nederland even
hoog te maken als in Europees Nederland. Nu zijn deze namelijk nog veel
hoger. Ik zie uit naar een positieve appreciatie.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Grinwis doet voor minimaal de tweede keer in zijn betoog in een
tussenzinnetje alsof de CO2-heffing eraf gaat vanwege een
effectieve lobby. Daarmee suggereert hij dat Kamerleden aan de leiband
van bedrijven lopen, terwijl de meeste Kamerleden — in ieder geval als
ik voor mezelf spreek — het een heel onverstandige actie vinden om een
nationale kop te zetten op Europees beleid en er dan ook nog voor te
zorgen dat er geen handelingsperspectief voor die bedrijven is. Dat
heeft he-le-maal niets te maken met lobbyen, maar gewoon met gezond
verstand. Als de heer Grinwis net zo voor de bedrijven is als hij
betoogt, moet hij dit niet aan de lobby toeschrijven, maar moet hij zien
dat dit gewoon een heilloze weg was.
De voorzitter:
Waarvan akte, zou ik willen zeggen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ontken helemaal niet dat de heer Vermeer misschien wel dat standpunt
heeft gehad. Dat zeg ik helemaal niet. Ik constateer alleen wel dat de
lobby die er was, effectief was. Daarmee heb ik geen kwaad woord gezegd
over die lobby of over de heer Vermeer. Maar volgens mij kunnen we hier
vrij objectief vaststellen dat het een effectieve lobby was en dat het
toponderwerp nettarieven binnen een jaar tijd werd ingehaald door een
onderwerp dat eerst buiten de top tien van zorgen van de grote bedrijven
viel, of in ieder geval buiten de top vijf, namelijk de
CO2-heffing. Er is in een jaar tijd dus wel wat gebeurd,
terwijl die CO2-heffing al jaren bestond maar, inderdaad,
afgelopen jaar pas voor het eerst effectief ging bijten.
De voorzitter:
Kort nog, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dit is gewoon feitenvrij gedoe. Dit is gewoon een mening: dat een lobby
effectiever is dan het gezond verstand van Kamerleden. We zullen het
nooit weten. De stelling van de heer Grinwis is feitelijk: als die lobby
er niet geweest was, was niemand erover begonnen. Dat is flauwekul.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik onderschat de heer Vermeer geenszins. Sterker, ik acht hem heel wel
in staat deze mening zelfstandig te hebben en ik denk dat er effectief
met een meerderheid van de Kamer een verandering van beleid had kunnen
worden gerealiseerd. Feit is dat er een lobby is geweest die tot een
verandering van standpunt heeft geleid, inderdaad samen met een aantal
Kamerleden. Die lobby is vrij effectief geweest.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn
inbreng in eerste termijn namens de fractie van Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Allereerst gefeliciteerd aan de collega's met hun
maidenspeech. Inspirerend, mooi. Veel succes! Mooi om te zien dat er nu
al een kleine competitie gaande is in wie de meeste interrupties pleegt.
De voorzitter kan daar zijn hart nog aan ophalen!
De voorzitter:
Nou, u doet het ook goed, hoor, meneer Dassen!
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Gisteren hebben we allemaal genoten van Jutta Leerdam en
Femke Kok, goud en zilver op de 1.000 meter. Dat was een geweldige race.
Een duidelijk doel, volharding en keihard werken: zo maakten zij het
onmogelijke waar, van droom naar olympisch kampioen. De vraag is
natuurlijk: wie worden de toekomstige Leerdam en Kok, in bijvoorbeeld
2042? Want door de opwarming van de aarde zullen steeds minder landen in
staat zijn om straks de Olympische Winterspelen te organiseren.
Maar de winterspelen zijn misschien wel onze minste zorg, als je het
hebt over klimaatverandering. Denk maar aan de bosbranden, de
overstromingen en de voedseltekorten. Terwijl wij hier met elkaar
debatteren, is Trump vandaag weer bezig geweest met het verder slopen
van het klimaatbeleid in de Verenigde Staten, waardoor de industrie- en
autosector straks hun uitstoot niet meer hoeven te meten en rapporteren.
Experts noemen dit dan ook een van de grootste dereguleringen in de
geschiedenis van de Verenigde Staten. Dit is precies het moment waarop
Europa zou moeten laten zien dat het wél koersvast blijft en niet
meegaat in een race waarin de lat steeds lager komt te liggen. Dat is in
ons eigen belang, voor onze eigen welvaart en onze eigen
veiligheid.
En juist daar wringt het, voorzitter. D66, CDA en VVD houden namelijk
vast aan het klimaatdoel voor 2030, maar heel eerlijk: ze lijken er zelf
niet in te geloven. Dat is begrijpelijk, want het huidige beleid schiet
tekort. Als je dan de CO2-heffing afschaft, de vervuilende
bedrijven een subsidie geeft en Lelystad Airport opent, gaat het niet de
goede kant op. Ook in Europa zie je dat de klimaatdoelen en de
milieunormen worden afgezwakt. Het PBL schatte de kans dat we de doelen
in 2030 halen eerder op minder dan 5%. Met deze opstelling word je in
ieder geval geen olympisch kampioen. Nu is het het moment om te kiezen:
blijven we vasthouden aan een systeem waarvan we weten dat uitstel de
kosten alleen maar vergroot, of investeren we nu in schone oplossingen
die goed zijn voor het klimaat, voor onze leefomgeving en juist ook voor
ons toekomstig verdienvermogen?
Voorzitter. Het goede nieuws is dat gewone Nederlanders al laten zien
dat het kan. Er zijn gedurfde plannen en moedige keuzes die tot wel 17
megaton uitstoot kunnen besparen in 2030. Dan heb ik het over het
Nationaal Burgerberaad Klimaat. Hoe kijkt de minister naar deze
aanbevelingen? Wat wil zij hierover meegeven aan haar opvolger? Ik vraag
het ook omdat de minister natuurlijk van dichtbij het proces heeft
meegemaakt en ons het rapport uiteindelijk ook in ontvangst heeft
gegeven. Als zij straks naar een andere positie zal gaan, zal zij de
brief misschien niet meer direct naar de Kamer sturen, maar ik ben wel
heel benieuwd naar haar reflectie daarop.
Voorzitter. De Britse veiligheidsdiensten onderzochten de gevolgen van
klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. De conclusies waren zo
alarmerend dat de regering, zoals enkele collega's ook al aangaven, het
rapport uit de openbaarheid wilden houden. Natuurrampen, mislukte
oogsten, besmettelijke ziekten, conflicten, water, voedsel, toenemende
migratie: de klimaatcrisis kent geen paspoortcontrole. Ik vraag aan de
minister of zij deze zorgen deelt. Is zij bereid de Nederlandse
veiligheidsdiensten een vergelijkbare analyse te laten maken en dit
onderwerp in Europa te laten agenderen om te zorgen dat er Europabreed
eenzelfde analyse wordt gemaakt?
Voorzitter. Dan de balans van deze minister zelf. Maatwerkafspraken en
kernenergie waren in het begin de paradepaardjes van deze minister van
Klimaat en Groene Groei. Nu zien we dat Nobian tijdelijk stopt met
verduurzamen. Bij Tata Steel blijkt de klimaatwinst zeer onzeker. Hoe
kijkt de minister nu naar deze maatwerkafspraken? Wat zou zij haar
opvolger mee willen geven? Hoelang moeten we hiermee doorgaan? Wanneer
is dit nog een succes, vraag ik. Als je nu kijkt hoelang we al bezig
zijn met die maatwerkafspraken, dan zie je namelijk dat die niet het
resultaat boeken waar we volgens mij allemaal op hoopten. Ik hoor graag
hoe deze minister daarnaar kijkt.
Als we de Europese samenwerking serieus nemen, dan moeten we keuzes
maken. Wat produceren we in Nederland en wat in andere Europese landen?
Want zoals de Wetenschappelijke Klimaatraad waarschuwt: als je geen
keuzes maakt, loop je het risico om alles te verliezen. Is de minister
dan ook van mening dat die keuzes nodig zijn of is zij van mening dat
nog steeds alles kan in Nederland? Als zij echt zou moeten kiezen, wat
waren dan de keuzes geweest als zij hiermee door was gegaan?
Voorzitter. Veelbelovende sectoren, zoals biobased materialen en groene
chemie, krijgen nu niet de steun die nodig is. We hebben alle
oplossingen nodig: elektrificatie, groene waterstof, circulaire
plastics, maar ook CO2-verwijdering en bijmengverplichtingen
voor groene grondstoffen. We hebben daar eerder moties over ingediend.
Ik ben benieuwd wat de aanbeveling van de minister zou zijn om juist nu
die nieuwe markten te stimuleren. Het gaat dus specifiek om
CO2-verwijdering, maar ook om dingen waar we het eerder over
hebben gehad, zoals recyclaat en groen staal. Wat zijn andere
mogelijkheden waarvoor we nu nieuwe markten kunnen gaan opzetten, juist
om te zorgen dat we die groene vraag stimuleren?
Voorzitter. Dan kernenergie. Het SMR-rapport laat zien dat uitrol pas in
2040 mogelijk is, met beperkte locaties en geringe
investeringsbereidheid. Wat acht de minister hier realistisch in? Dat
vraag ik ook omdat het coalitieakkoord aangeeft dat we mogelijk van de
hele grote kerncentrales af stappen en enkel en alleen op de SMR's gaan
inzetten. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt, zeker ook
omdat dit jaar de eerste SMR geopend zal worden, ik geloof in
China.
Voorzitter. Netcongestie kwam vandaag al veel langs. Ook Draghi
benadrukte het: het integreren van de Europese infrastructuur is
cruciaal. Ik weet dat de minister inzet op het EU Grids Pakket, maar we
lopen achter op de doelen. Daarom ben ik benieuwd of we haar kunnen
uitdagen: wat kunnen we nou beter of meer doen om te zorgen dat we het
Europese stroomnet versterken, om de interconnectiviteit te verbeteren
en juist ook om te versnellen? Er is hier namelijk veel meer mogelijk.
Ik geloof dat de Universiteit van Dublin in 2020 al berekend heeft dat
de kosten 30% lager zouden zijn als we een echt goed Europees
stroomnetwerk zouden hebben. Ik had het net al over sabotageacties die
dan veel minder makkelijk uit te voeren zijn. Kortom, we krijgen als
Europa een krachtiger netwerk.
Voorzitter, ik zie overigens dat ik uit de tijd loop. Dat is niet erg,
want ik heb nog meer dan voldoende minuten om te spreken. We kunnen de
klok dus gewoon rustig laten lopen. Ik kom later niet in de problemen.
Ik zie dat dat de voorzitter tevreden stemt.
De voorzitter:
Ergens wordt er afgerekend, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. De aanstaande coalitie wijst vooral naar Europa, terwijl we
zien dat het Draghirapport ook daar af en toe verkeerd geïnterpreteerd
dreigt te worden. Juist milieuwetgeving wordt afgezwakt en de
concurrentie wordt ingenomen in plaats van dat er wordt geïnvesteerd in
duurzame oplossingen, waar Draghi juist toe oproept om te zorgen dat we
versnellen. Zie bijvoorbeeld wat er nu weer gebeurt met de Duitse
auto-industrie. Die blijft achter omdat zij vasthoudt aan het oude,
terwijl we links en recht ingehaald worden door Chinese fabrikanten die
juist wel hebben ingezet op innovatie en elektrisch rijden. Dat is een
probleem waar we voor moeten waken. Als we nu niet bereid zijn om te
investeren in de innovaties van de toekomst, zijn we straks overgeleverd
aan landen en bedrijven die dat wel doen en die wel die stappen durven
te zetten.
Voorzitter. Europa telt enorm veel innovatieve groene start-ups, veel
meer dan China of de Verenigde Staten. Zij zijn de toekomst van ons
verdienvermogen en hebben de oplossingen voor het klimaatvraagstuk. Geef
hun dus de ruimte om uit te groeien tot een nieuwe industrie. Doe het
Europees, want samen kunnen we groener en welvarender worden, juist ook
met het oog op de generaties na ons.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Dan is het woord aan de heer Heutink als
laatste spreker van de zijde van de Kamer in de eerste termijn. Hij
spreekt namens de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Gezien de tijd zal ik het kort houden. Laat ik beginnen met
iets waar we het allemaal over eens kunnen zijn. Fossiele brandstoffen
raken ooit op. Het is dus logisch dat we nadenken over alternatieven,
maar dat zijn geen batterijen die kobalt bevatten, want ook die stof
raakt op en nota bene wordt deze stof vooral in Congo gewonnen door
middel van kinderarbeid. We moeten dat niet willen.
We moeten nadenken over hoe we energie opwekken in de toekomst, maar
logisch nadenken is iets anders dan doordenderen zonder oog voor de
gevolgen. Precies daar gaat het vandaag mis. We zien een
energietransitie die te snel, te duur en te dwingend wordt opgelegd,
alsof Nederland morgen vergaat als we nu niet alles omgooien. Maar laten
we eerlijk zijn: we gaan morgen niet dood aan klimaatverandering. Wat
wel gebeurt, is dat mensen nu al moeite hebben om hun energierekening,
boodschappen en huur te betalen. En dan wordt er elk jaar 8 miljard euro
aan subsidies voor duurzame energie uitgegeven. 8 miljard euro per jaar.
Dat is geld dat volgens ons gewoon weggegooid wordt, omdat het beleid
niet aantoonbaar effectief is. Dat is geen mening; dat is gewoon
rekenen. Sterker nog, het was voormalig minister Rob Jetten zelf die
ooit zei dat het Nederlandse klimaatbeleid zou leiden tot 0,00036 graden
minder opwarming van de aarde. Dat is verwaarloosbaar. Dat is niet
klein, dat is niet weinig; dat is verwaarloosbaar. En daar geven we dan
miljarden aan uit. Dan mag je toch op z'n minst de vraag stellen of we
hier het juiste doen?
Voorzitter. Daar komt nog iets bij wat veel mensen niet begrijpen en
eerlijk gezegd ook niet meer vertrouwen. We zien rechterlijke uitspraken
waarbij klimaatbeleid wordt afgedwongen, terwijl blijkt dat diezelfde
rechter klimaatactivist is en in zijn onderbouwing stukken gebruikt die
zijn opgesteld in opdracht van Greenpeace. Dan raakt de scheiding tussen
activisme en rechtspraak zoek. Dat schaadt het vertrouwen van mensen. De
rechtspraak moet onafhankelijk zijn, en geen verlengstuk van
actiegroepen. Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, wil het nieuwe
kabinet de warmtepomp opnieuw verplicht stellen. Alsof mensen zitten te
wachten op weer een dure maatregel die hen wordt opgelegd. Hoe zit het
dan met die warmtenetten? Die worden straks ook uitgerold, tegelijk, met
miljarden aan subsidies. Ik vraag aan de minister: moet iemand dan
straks verplicht aan een nieuwe warmtepomp én aan een warmtenet? Wie
gaat dat dan betalen? Hebben de inwoners daar zelf ook nog iets over te
zeggen? Wij vinden dit totale betutteling. Mensen moeten zelf keuzes
kunnen maken. Niet iedereen kan tienduizenden euro's investeren in een
verbouwing, ook niet met subsidies. Wie dat wel kan, moet dat vooral
doen, maar dwingen is iets anders dan stimuleren.
Voorzitter. We zijn niet tegen verandering, integendeel. Maar
verandering moet haalbaar, betaalbaar en eerlijk zijn, met oog voor de
Nederlander die elke maand puzzelt om rond te komen, en met beleid dat
werkt, in plaats van symboolpolitiek die vooral heel erg lekker voelt.
Wat zouden we allemaal wel niet kunnen doen met die miljarden? We kunnen
wegen aanleggen, we kunnen het openbaar vervoer goedkoper maken, we
kunnen de energiezekerheid verbeteren of we kunnen het leven gewoon weer
wat betaalbaarder maken.
Tot slot. Als we écht vooruit willen kijken, laten we dan ook eerlijk
zijn over energiebronnen. Wind en zon zijn wisselvallig en vragen enorme
subsidies. Kernenergie daarentegen is stabiel, schoon en
toekomstgericht. Daarop zouden we volop moeten inzetten, in plaats van
het landschap vol te zetten met molens en mensen op kosten te jagen. Ik
vraag aan de minister: hoeveel vaart gaan we nu maken met de
kerncentrales?
Voorzitter. De energietransitie mag geen ideologisch project zijn. Het
moet een verstandig plan zijn, met nuance, met realisme en vooral,
vooral met respect voor de mensen die het moeten betalen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Heutink. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de
eerste termijn van de zijde van de Kamer bij deze behandeling van de
begroting van Klimaat en Groene Groei.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
De voortzetting hiervan zal aanstaande donderdagochtend om 10.25 uur
plaatsvinden. Dan gaan we luisteren naar de beantwoording van de zijde
van het kabinet in eerste termijn. Daarmee is er ook een einde gekomen
aan deze vergaderdag. Ik sluit de vergadering van 10 februari 2026.
Sluiting
Sluiting 23.26 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden
ontleend. |
|---|