[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Begroting Klimaat en Groene Groei (36800-XXIII) (1e TK) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D06557, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 09:24, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Begrotingen Klimaat en Groene Groei 2026 en Klimaatfonds 2026

Voorzitter: Van Campen

Begrotingen Klimaat en Groene Groei 2026 en Klimaatfonds 2026

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 (36800-XXIII);

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds voor het jaar 2026 (36800-M).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de zijde van de Kamer aangaande de begroting Klimaat en Groene Groei.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Ik heet de minister van harte welkom in ons midden. Het is een bijzondere avond, want er zijn maar liefst twee maidenspeeches, van mevrouw Van Oosterhout en de heer Van den Berg, dus daar gaan we natuurlijk uitgebreid bij stilstaan. Maar zover is het nog niet, want eerst geef ik het woord aan de heer Klos voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van D66. Als u zover bent, heeft u het woord.

De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het is een wat vreemd moment voor een begrotingsdebat, diep in blessuretijd, met een minister die zich moet voorbereiden op een verhuizing. Laat ik beginnen met minister Hermans te danken voor haar inzet, want in de korte tijd dat we hier debatteerden, werd me duidelijk dat we het best vaak oneens waren over de koers van het demissionaire kabinet, maar dat dit niet aan de werklust of de richting van de minister lag. Als zij zich met haar groenste veren kan tooien in het zorgveld, met 7% een van de grote vervuilende sectoren, dan kan zij ons als buitenboordklimaatminister de komende jaren vanaf een andere plek gaan helpen. Als de minister daar een toezegging op wil geven, dan zou dat heel prettig zijn, maar als de voorzitter dat een beetje buiten de orde vindt, begrijp ik dat ook.

Voorzitter. Twee ontwikkelingen maken aandacht voor het klimaat extra urgent. De wereld is de afgelopen jaren drastisch veranderd. De naoorlogse wereld van vrede en recht, waarin Europa kon floreren, wordt hardhandig kapotgeslagen door grootmachten die een herschikking nastreven op basis van macht en kracht. Het dwingt Europa, met Nederland in een leidende rol, tot geopolitieke volwassenwording. De overgang naar schone en betaalbare energie van eigen bodem is nu niet langer de hoop van enkelen, maar noodzaak voor velen. Het is de absolute voorwaarde voor onze veiligheid en voor onze onafhankelijkheid.

Tegelijkertijd zijn de consequenties van extremer weer door klimaatverandering niet langer meer weg te redeneren als abstracte risico's of denkbeeldige gevaren. Een enkele extreme hagelbui zorgde al voor 70 miljoen euro schade in de glastuinbouw. De overstroming in Valkenburg beschadigde de woningen van meer dan 2.000 gezinnen. Na een strijd van jaren kregen de Bonairianen van de rechter gelijk dat tekortschietend klimaatbeleid ten grondslag ligt aan het verdwijnen van unieke natuur en de kosten van levensonderhoud.

Dat roept de vraag op wat wij op dit moment het beste kunnen doen. Ik ben zelf ten diepste gemotiveerd om de komende jaren met het nieuwe kabinet en met de oppositie te zorgen dat we de aanpak van klimaatverandering tot een succes gaan maken. Dat is niet alleen een zware verantwoordelijkheid, maar ook een geweldige kans. We kunnen wonen in een land waar schone energie in overvloed beschikbaar en betaalbaar is voor alles wat het leven mooi maakt. We kunnen nieuw werk en groei vinden bij de ontwikkeling van de kennis en technologie van morgen. We kunnen onze lucht schoner maken, onze steden groener en onze huizen comfortabeler.

De voorzitter:
Ik maximeer het aantal interrupties niet, maar houdt u ze wel kort en in niet meer dan drie keer.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Klimaatbeleid, klimaatbeleid en nog eens klimaatbeleid. Ik begrijp dat meneer Klos daar ongelofelijk enthousiast over is. Maar tegelijkertijd was het oud-minister Rob Jetten die zei dat al dat klimaatbeleid en al die miljarden die we daaraan uitgeven, ertoe gaan leiden dat de wereld 0,000036 graden minder warm zal worden.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wat vindt meneer Klos daarvan? Is dat dan geen weggegooid geld?

De heer Klos (D66):
In eerste instantie vind ik dat deze karakterisering, waar toch een soort scepsis onder zit, miskent dat Nederland een unieke positie heeft, een kans en een verantwoordelijkheid om iets te doen. Historisch gezien is de uitstoot van Nederland heel hoog. Die behoort tot de allerhoogste in de wereld. We hebben als rijk land met heel veel innovatie en kennis ook een krachtige positie om iets te doen aan het bevechten van klimaatverandering. Ik zie de positie van Nederland dus niet zo somber in. Sterker nog, ik ben er heel optimistisch en positief over.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
We hebben miljarden en miljarden aan klimaatbeleid uitgegeven en een oud-minister van Klimaat heeft toegegeven dat het eigenlijk totaal verwaarloosbaar is. Hoe kan meneer Klos hier dan nog zo enthousiast staan en zeggen dat we de wereld gaan redden, terwijl we zien dat het nul effect heeft?

De heer Klos (D66):
De heer Heutink het nu over abstracte ideeën, maar het gaat ook over de concrete toekomst voor mensen. Uiteindelijk gaan wij onze verslaving aan fossiele brandstoffen moeten afbouwen, omdat die er op een gegeven moment niet meer zijn, omdat die duurder worden. Als wij het leven veiliger, comfortabeler en goedkoper willen maken voor mensen, moeten we nu de omslag maken naar groene energie. Dat heeft niks met klimaatidealisme te maken; dat heeft met realiteitszin te maken.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wat met realiteitszin te maken heeft, is dat meneer Klos doelt op de energietransitie. Dat is heel wat anders dan het klimaatbeleid waar wij hier met z'n allen blijkbaar druk mee bezig zijn. Feit is dat meneer Klos niet ontkent en ook niet kan ontkennen dat al die miljarden die we uitgeven aan klimaatbeleid, als je sec kijkt naar de temperatuur van deze aarde, totaal en totaal te verwaarlozen zijn.

De heer Klos (D66):
Ik ontken dat wel. Nederland speelt namelijk een leidende rol in de Europese Unie. Met 450 miljoen mensen is dat een van de krachtigste spelers die iets kan doen aan klimaatverandering. Ik vind dat wij dat met volle kracht moeten doen, en deze coalitie gaat dat ook doen.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij om te horen dat mijn collega van D66 het heeft over de uitspraak ten aanzien van Bonaire, over de energietransitie en over het belang daarvan. Toch zag ik tot mijn grote schrik in het coalitieakkoord staan dat het halen van die doelen in 2030 lastig gaat worden. Ik zag dan ook amper beleid om die doelen in 2030 te gaan halen. Ik vraag me af of D66 het doel van 2030 heeft losgelaten.

De heer Klos (D66):
Zeker niet. We hebben in ons akkoord ook opgeschreven dat we alles op alles moeten zetten om dat doel te halen. Ik denk dat je wel moet constateren dat er door het beleid van de afgelopen jaren, van een kabinet dat met name geleid werd door de input van de heer Wilders, heel weinig gebeurd is. Dan wordt het moeilijker, zoals alle experts ook zeggen. Daarom moet dit niet alleen een samenwerkingskabinet worden, maar ook een reparatiekabinet. Daarom zetten we de versnelling in.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp heel goed dat u een hoop achterstand in te halen heeft na de stilstand van dit kabinet. Tegelijkertijd zien we dat er in dit coalitieakkoord een hele hoop fossiele voorstellen staan. Zo gaat Lelystad Airport open, komen er extra fossiele subsidies bij en worden er nieuwe gasvelden aangeboord. Hoe rijmt D66 die ontwikkelingen met elkaar?

De heer Klos (D66):
Ik denk dat het goed is voor het parlementaire debat om eerlijk te zijn dat wat er in het coalitieakkoord staat, niet 100% het verkiezingsprogramma van D66 is. Dat kenschetst de inzet van onze partij voor het klimaat. Wij proberen altijd mee te doen, omdat we altijd onze idealen willen realiseren en altijd dichter bij een wereld willen komen waar wij in willen wonen. Als je naar het coalitieakkoord kijkt, zie je dat daarin dramatische stappen worden gezet om onze economie te verbouwen. We gaan namelijk kilometers aan windparken op zee bouwen en gigantische investeringen doen in de duurzame pioniers van morgen. Daar zitten ook beslissingen bij die ik niet zelf heb bedacht, maar onder de streep is de groene koers weer ingezet en daar ben ik heel erg trots op.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dat je, als je over zo'n coalitieakkoord aan het onderhandelen bent, niet alles binnenhaalt, maar toch mis ik wat D66 dan wél heeft binnengehaald. Als we heel eerlijk zijn, zullen de klimaatdoelen voor 2030 met dit beleid niet gehaald worden. Ik was wel heel blij om te horen dat u net begon over Bonaire. Gaat de heer Klos erop toezien, ja of nee, dat er niet enkel een plan wordt opgesteld met de doelen voor 2030 en 2040, maar dat er ook effectief maatregelen worden uitgevoerd om die doelen te halen?

De heer Klos (D66):
Daar kan ik heel kort over zijn: volgens mij moeten we de nieuwe minister er heel scherp op gaan bevragen om dat te doen.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik was het in het begin heel erg eens met de heer Klos, toen hij warme woorden richting de minister sprak, maar ik hoorde hem net toch zeggen dat er heel veel stilstand is geweest op dit dossier. Dat rijmt niet helemaal met elkaar. Mijn vraag aan de heer Klos is: heeft u de afgelopen periode gezien dat het vooral deze minister is geweest die voor de torenhoge doelen en klimaatambities zaken naar de praktijk heeft gebracht, terwijl dat best wel moeizaam gaat? Kunt u daar misschien iets meer over zeggen?

De heer Klos (D66):
Zeker. Ik begrijp de vraag heel goed en ik wil die inzet ook zeker niet bagatelliseren. Tegelijkertijd moet je, denk ik, realistisch concluderen dat onder de vorige minister de klimaatdoelen binnen bereik kwamen en dat onder deze minister die kans nog maar heel klein werd. Dat heeft ook te maken met de beperkingen die haar werden opgelegd in het coalitieakkoord en met de beperking van fondsen die er was. Dat is dus geen verwijt, maar meer een constatering.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik wil daar verder niet zozeer op ingaan, maar ik zie wel in de praktijk dat de netcongestie heviger dan ooit is. Tegelijkertijd leggen we natuurlijk windparken aan. Ik zou dus graag die kant willen belichten: er zitten daar heel veel moeilijkheden in de uitvoering. Deze minister heeft er heel hard aan getrokken om dat los te trekken. Daar ging mijn vraag over en daarop zou ik graag nog een beschouwing willen van de heer Klos.

De heer Klos (D66):
Dat is zeer terecht. In het coalitieakkoord dat wij nu met onze partijen hebben gesloten, proberen wij een aantal van die knelpunten aan te pakken. Voor de elektrificatie van de economie gaan we drie dingen doen. We gaan proberen het transport te verbeteren door de netcongestie op te lossen, we gaan proberen het gebruik te stimuleren door de kosten voor de industrie een beetje te drukken en we gaan de productie enorm opschakelen door die enorme windparken op zee. Een aantal van de problemen die we zijn tegengekomen, proberen we met het coalitieakkoord juist op te lossen. Ik denk dus dat dat een hele terechte vraag is.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Waar is toch het D66 gebleven dat zich tooide met de geuzennaam "klimaatdrammers"? Ik zie dat dat vergeten en eigenlijk begraven is. Collega Klos zegt: het is niet 100% een D66-programma. Nee, het is op z'n best 10%. Kijk bijvoorbeeld naar de hoeveelheid normeringsmaatregelen. Op z'n best zijn dat er drie of vier in het hele coalitieakkoord. De lijst uit de doorrekening bevat er meer dan twintig. D66 heeft dan toch wel verrekte slecht onderhandeld op klimaat en energie. Ze hebben incidenteel wat bezuinigingen van het vorige kabinet weten terug te draaien. Voor de SDE is dat incidenteel, niet eens structureel. Durft D66 hier echt mee thuis te komen?

De heer Klos (D66):
Ja, zeker. Ik denk dat dit een schromelijke onderschatting is van de onderhandelingscapaciteiten van Rob Jetten en ook van zijn uitvoeringscapaciteiten als de eerste klimaatpremier van Nederland. Ik denk dat Nederland hele forse stappen gaat zetten naar het halen van de doelen in 2030, 2040 en 2050. Onze hele partijgeschiedenis wordt gekenschetst door het idee dat wij iets willen doen aan klimaatverandering. Het was Hans van Mierlo die dat nota bene op de politieke agenda zette en het was Jan Terlouw die het daar hield. U kunt ons daaraan houden. Een nieuwe D66-minister zal met evenveel ambitie en voortvarendheid als de heer Grinwis te werk gaan.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat hoop ik, maar ik twijfel er nog een beetje aan, want in de praktijk zien we eigenlijk alleen dat de bezuinigingen van het vorige kabinet op de SDE incidenteel zijn teruggedraaid. Voor wind op zee moest het kabinet, met de contracts for difference, het financiële been wel bijtrekken. Verder is D66 gewoon gevallen voor de IKC-subsidie. Daar is allemaal best over te praten, maar wat is er aanvullend? Ik zie echt mondjesmaat iets aan nieuw beleid, aan nieuwe voorstellen om het doel in 2030 of 2040 binnen handbereik te brengen, wat D66 heel belangrijk vindt. Is de heer Klos hier écht tevreden mee?

De heer Klos (D66):
Ik denk dat we die twijfel zouden moeten omzetten in samenwerking. Als de heer Grinwis, die ik ken als een zeer constructieve partner, zeker op dit vlak, ideeën heeft om dat nog te verbeteren, dan ga ik die hier vandaag omarmen en dan gaan we daar de komende jaren en maanden verder aan werken. Wel kan ik van ganser harte verdedigen wat wij nu in het coalitieakkoord hebben opgeschreven, omdat het ervoor gaat zorgen dat de Noordzee het stopcontact wordt van onze economie, de klimaatpioniers met gigantische subsidies op gang komen en wij die doelen gaan halen. Ik zie het dus wat minder somber in dan de heer Grinwis.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Deal. Dan ga ik collega Klos daar graag op uitdagen de komende jaren. Ik reken dan op de steun van D66.

De heer Flach (SGP):
De heer Klos noemde elektrificatie van de economie. Daar maken veel ondernemers zich echt zorgen om, omdat de netkosten gewoon ontzettend hard oplopen. We weten dat deze minister geen voorstander is van het uitsmeren, de amortisatie, van die kosten. We zien ook niet dat deze coalitie dit vanuit algemene middelen wil dempen. Wat rest zijn gewoon verder stijgende netkosten voor particulieren, maar vooral ook voor bedrijven, die nu toch al en masse over de grens trekken. Wat zijn de plannen van D66 om dat tegen te gaan?

De heer Klos (D66):
In dit coalitieakkoord maken we een envelop vrij om de elektriciteitsprijzen voor grote bedrijven te dempen. Ik denk dat dat verstandig is. Daar zullen wel voorwaarden aan gesteld moeten worden. Dat kan niet zomaar een blinde subsidie zijn voor bedrijven die heel veel energie gebruiken. Het krachtigste wat we in het coalitieakkoord voorstellen, denk ik, is dat we over de crisis met netcongestie zeggen: ga er nou voor zorgen dat dat net op extreem tempo wordt uitgebreid, zodat transport van elektriciteit veel sneller gaat. Ik heb de heer Flach in de debatten die we tot nu toe hebben gehad, hele goede voorstellen horen doen om dat verder uit te werken in de komende tijd.

De heer Flach (SGP):
Ik heb de heer Klos ook een aantal keer het woord "realisme" horen noemen. Als we zien in welk tempo bedrijven op dit moment vertrekken, dan is de vraag of zo'n envelop uiteindelijk voldoende is. Wat zou erop tegen zijn om die kosten voor infrastructuur, die je toch voor generaties aanlegt, ook wat meer uit te smeren over die generatie? Dan zou je dus wel die amortisatie toepassen en nu niet die hele hoge lasten bij het bedrijfsleven neerleggen. Straks verliezen we namelijk inderdaad megatonnen CO2, maar komt dat doordat ze over de grens zijn gegaan. We willen toch met behoud van onze industrie zaken aanpakken, mag ik aannemen?

De heer Klos (D66):
Die gedachte ondersteun ik wel. Ik denk eerlijk gezegd dat het coalitieakkoord die gedachte ook uitstraalt. Als de heer Flach daar voorstellen voor heeft, dan ben ik zeker bereid om daarover met hem mee te denken en die vragen ook mede in te dienen bij de minister.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Flach (SGP):
Dan zeg ik ongeveer hetzelfde als de heer Grinwis, namelijk: ik kom in de loop van deze periode met voorstellen en ik hoop op een welwillende bejegening vanuit D66.

De heer Klos (D66):
Uitstekend, dank u wel.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
In het coalitieakkoord staat ook dat Lelystad Airport weer opengaat voor vakantievluchten. Hoe kan D66 instemmen met het openen van een extra vliegveld voor vakantievluchten midden in de klimaatcrisis?

De heer Klos (D66):
Daar wil ik een paar dingen over zeggen. In de klimaatcrisis gaat het uiteindelijk om wat je onder de streep doet voor het klimaat. Wij hebben nu in het coalitieakkoord afgesproken dat de uitstoot van de luchtvaart van Schiphol en Lelystad samen in 2030 lager moet zijn dan dat die in 2024 voor Schiphol was. Oftewel, we hebben afgesproken dat de uitstoot van de luchtvaart omlaag moet. Dat is een van de middelen waarmee we de doelen van 2030 proberen te halen. De vorige coalitie durfde zich daar niet aan te branden. Ik zeg daar nog twee meer randvoorwaardelijke dingen bij. Om dat te doen zal Lelystad Airport ook een natuurvergunning nodig hebben. We moeten nog maar kijken hoe dat gaat. Er ligt natuurlijk ook de afspraak met de provincie en de gemeente dat je als je Defensie toestaat daar F-35's te laten vliegen, ook de civiele luchtvaart moet toestaan. Daar zit ook een stukje betrouwbaarheid van bestuur bij.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het klinkt als een mooie uitleg. De heer Klos zegt: onder de streep moet je de CO2-uitstoot naar beneden brengen. Maar iedereen snapt toch dat een extra vliegveld openen, dus meer vluchten toestaan, tot meer CO2-uitstoot leidt? We moeten al heel hard werken voor het draagvlak voor klimaatmaatregelen. Vindt de heer Klos ook niet dat je met een extra vliegveld openen het draagvlak ondermijnt?

De heer Klos (D66):
Ik denk toch dat ik moet terugvallen op het antwoord dat ik net gaf. Als de afspraak is dat de uitstoot van de luchtvaart naar beneden moet, dan moet dat dus juist een bijdrage leveren en kan dat onder de streep iets opleveren voor het klimaat. Ik snap wel dat het symbool van Lelystad zelf je de wenkbrauwen doet fronsen als je daar in eerste instantie over nadenkt — want dat kan toch niet? — maar de structurele afspraak is dat de uitstoot omlaag moet. Ik denk dat wij daar samen voor vechten.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
De uitstoot moet zeker omlaag, maar dat is natuurlijk niet het enige. Eerlijk gezegd had ik van D66 als zelfbenoemde klimaatpartij echt meer verwacht, namelijk ook die integrale aanpak. Het gaat niet alleen maar over de CO2-uitstoot omlaag brengen. Het gaat ook om de omwonenden van Lelystad Airport. Ik las gisteren nog in de krant dat een akkerbouwer zei: ik zie alweer het aantal vliegtuigen en de geluidsoverlast over mijn akkers toenemen. Als je iets aan het klimaat doet, doe je ook meteen iets aan de natuurcrisis. Je moet maatregelen nemen die ook iets aan de gezondheid doen, bijvoorbeeld door de ziekmakende industrie af te bouwen en juist iets moois op te bouwen, zoals een duurzame economie. Dat doe je niet door een extra vliegveld te openen.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Mijn vraag is: is D66 het ermee eens dat we het klimaatbeleid als integraal beleid moeten zien, dat we ook de gezondheid van omwonenden mee moeten nemen en dat het daarom zeer onverstandig is, ook op dat gebied, dat we een extra vliegveld openen?

De heer Klos (D66):
Dat was een vraag in twee delen. Met het eerste gedeelte ben ik het eens. Op het tweede deel heb ik, denk ik, heel duidelijk antwoord gegeven met wat de doelen van deze coalitie zijn voor de luchtvaart: de uitstoot moet omlaag.

De heer Dassen (Volt):
Het PBL heeft eerder aangegeven dat als we op deze manier doorgaan zoals we de afgelopen jaren hebben gedaan, de kans 5% is dat we de klimaatdoelen voor 2030 halen. Als ik nu naar het coalitieakkoord kijk van D66, het CDA en de VVD, heb ik niet het idee dat daar nu veel maatregelen in staan die dat percentage flink omhoog gaan krikken. Hebben deze drie partijen afspraken met elkaar gemaakt dat er op het moment dat het PBL aangeeft dat het eigenlijk onvoldoende is, aanvullende maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de klimaatdoelen in 2030 gehaald worden?

De heer Klos (D66):
Wat in het coalitieakkoord staat, staat in het coalitieakkoord. Er valt niets extra's te lezen. Maar wat daarin staat, is zeker: in 2027, als de Commissie straks maatregelen heeft gepresenteerd voor de verdere aanscherping van het Europese klimaatbeleid, worden er aanvullend nationale maatregelen genomen als dat niet genoeg blijkt voor Nederland.

De heer Dassen (Volt):
Als het goed is, gaat dat over 2040 en niet over 2030. Ik heb het nu over die 2030-doelstelling. Ik ben benieuwd of deze drie partijen, ook gezien de opmerking dat het lastig gaat worden, het eigenlijk al losgelaten hebben. Mijn vraag is eigenlijk heel simpel: komt er aanvullend beleid op het moment dat het PBL zegt dat we die 2030-doelstelling met dit beleid niet gaan halen? Is dat een "ja", of is dat een "nee, dan gaan we eigenlijk focussen op de 2040-doelstelling en gaan we schuilen achter wat de Europese Commissie gaat voorstellen"?

De heer Klos (D66):
Het lijkt mij heel reëel om te verwachten, mede na de uitspraak in de zaak van Greenpeace en de Bonairianen, die heel duidelijk is, en toch ook met de inzet van de coalitie om de doelen van 2030 te halen, dat wij de minister gaan vragen om maatregelen te nemen om die doelen te halen en dat dat ook haar uitgangspunt zal zijn. Dat is dan de opdracht die de coalitie aan de minister geeft. Ik vind dit dus een heel reëel verhaal van meneer Dassen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Dassen (Volt):
Als ik het goed begrijp van de heer Klos, zijn er met het CDA en de VVD afspraken gemaakt dat er aanvullend beleid moet komen als het onvoldoende is. Dat is natuurlijk het lastige. De VVD gaat dadelijk zeggen: we doen al heel veel; zorg eerst maar dat we dat op een goede manier uitvoeren. Dat is het verhaal dat we al heel lang horen en dat is ook wat ik terugzie in het regeerakkoord. Of moet ik concluderen dat die afspraak er niet is en dat we vasthouden aan wat we hier hebben staan, wetende dat het onvoldoende gaat zijn?

De heer Klos (D66):
De afspraak in het coalitieakkoord is dat wij alles op alles gaan zetten om de doelen van 2030 te halen. Daar kunnen wij als Kamer de minister op controleren.

De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoor de heer Klos spreken over hoe belangrijk het is om de klimaatdoelen te halen. Ik zag ook in het vorige coalitieakkoord van de huidige regering dat we zouden gaan voor vier grote kerncentrales. Ik zag tot mijn verbazing dat dat is afgeschaald naar vier centrales; klein of groot, dat is even irrelevant. Wat mij betreft past dat helemaal niet bij het behalen van die klimaatdoelen. Ik vraag mij af: hoe heeft dit nou op deze manier in het akkoord kunnen komen en hoe gaat u nou op deze manier die klimaatdoelen halen die u zo belangrijk vindt?

De heer Klos (D66):
Volgens mij is dat een heel forse ambitie, vier kerncentrales, en staat er ook iets in waar JA21 vaak om vraagt, namelijk aandacht voor de SMR's, de kleine modulaire reactoren. Ik denk dat dat ook heel belangrijk en noodzakelijk is, omdat die misschien ook op een kortere termijn kunnen bijdragen aan het halen van de doelen. Ik vind dat je daar realistisch naar moet kijken. We gaan een mix nodig hebben van zon, wind, groen gas — alles wat je nodig hebt, en kernenergie hoort daar ook bij. Maar laten we niet doen alsof kernenergie zaligmakend is en de enige oplossing is om de klimaatcrisis op te lossen. Ik geloof ook niet dat het helemaal de intentie is van JA21 om dat op die manier te doen.

De heer Van den Berg (JA21):
Ik denk niet dat het zaligmakend is, maar wel dat het de oplossing is. Ik wil vooral het volgende vragen. Nogmaals, het vorige akkoord ging uit van vier grote centrales. Eigenlijk hebben we de facto een vermindering van ambitie ten opzichte van het vorige kabinet. Nu zijn het vier centrales, klein of groot. Beter zelfs: in het vorige akkoord stond ook een ambitie voor die SMR's. Kortom, moet de heer Klos niet veel meer doen om de ambitie voor kernenergie veel verder te verhogen, zodat zijn eigen doelen dichterbij komen?

De heer Klos (D66):
Ik wil best praten met JA21 over de SMR's, want ik denk dat die, zeker voor de industrie, heel specifieke toepassingen kunnen hebben die heel goed zijn. Maar laat ik namens D66 zeggen: wij vinden dat je met zon en wind heel ver kan komen. Dit coalitieakkoord zet daarom ook in op kilometers aan windparken op de Noordzee.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van den Berg (JA21):
Dan vraag ik als laatste aan de heer Klos: hoe gaan we dan werken aan de betaalbaarheid, die u ook noemt in uw verhaal? Want voor de oplossingen die u voorstelt is opslag nodig, batterijen dus. Die kosten onnoemelijk veel geld. Studies bewijzen dat ook. De systeemkosten, en dus de kosten voor huishoudens en bedrijven, zullen daardoor alleen maar stijgen. Ik wil de heer Klos vragen hoe we dat beetpakken als u die route blijft volgen?

De heer Klos (D66):
De belangrijkste route daarvoor is subsidiëring. Je zou klimaatbeleid kunnen maken waarbij je enkel beprijst of normeert. Dan laat je eigenlijk alles aan de markt over en stel je beperkingen. Dat zou bijvoorbeeld ook zo zijn als we alleen uit zouden gaan van het Europese klimaatbeleid, waardoor we met het Europese handelssysteem het uitstoten van CO2 steeds duurder maken. Wij zeggen eigenlijk: we gaan tot 2035 22 miljard euro uitgeven om ervoor te zorgen dat burgers en bedrijven dat ook kunnen meemaken. Laat ik daarbij noemen wat ik persoonlijk heel belangrijk vind, namelijk het Noodfonds Energie. In de vorige kabinetsperiode moesten we steeds een beetje plakken en vroegen we steeds: gaat het wel lukken om dat voor elkaar te krijgen? Dat maken we nu structureel. Daarvoor zit er gewoon geld bij. Daardoor creëer je ook draagvlak bij mensen die nu al hun energierekening niet kunnen betalen. Ik wil dus absoluut met JA21 kijken naar die betaalbaarheid. Ik denk dat wij daar als coalitie ook voorstellen voor doen.

De heer Vermeer (BBB):
Je weet bijna niet waar je moet beginnen door wat hier allemaal gezegd wordt. Het Noodfonds Energie is natuurlijk een lapmiddel. Waar we overal proberen in te zetten op preventie, moeten we hier ineens pleisters inzetten. Maar vooruit. Ik werd eerder getriggerd door wat de heer Klos zei, namelijk dat onder de vorige minister de klimaatdoelen dichterbij kwamen. Maar het enige dat dichterbij kwam, was toch de datum van de doelstelling en niet de klimaatdoelen? Uit alle rapportages die we zien, blijkt dat al in het eerste jaar van de huidige coalitie duidelijk was dat we nog geen 5% kans hadden om de doelen te halen. Het enige wat dichterbij komt is dan toch het jaartal, en niet de realisatie van de doelen?

De heer Klos (D66):
Ik snap de behoefte van de heer Vermeer om zijn eigen coalitie hier ferm te verdedigen heel goed. Ik begrijp dat. Maar ik denk dat je gewoon moet constateren dat onder Rob Jetten de klimaatdoelen in zicht kwamen — dat concludeerde PBL — op basis van heel ambitieus beleid, en dat dat onder de vorige coalitie niet lukte. Dat heeft deels te maken, zoals de heer De Groot aangaf, met de hobbels die u bent tegengekomen, maar ook met het coalitiebeleid en de beperkte middelen die werden gereserveerd voor het klimaatbeleid. Dat keren we nu om. Daarom is de groene koers nu terug. Dat is het voornemen van deze coalitie.

De heer Vermeer (BBB):
Ik heb geen enkele behoefte om het beleid van de afgelopen jaren te verdedigen, want ik had liever de pauzeknop ingedrukt, zoals de heer Klos weet. Wat hij zegt, klopt gewoon niet. Eén ding wat hij zei klopte wel, namelijk: onder Rob Jetten, de heer Jetten, minister Jetten, werd het klimaatbeleid uitgewerkt. Echter, we zitten nu volop in de uitvoering en nu blijkt dat dat beleid leidt tot het niet halen van de doelen. Is de heer Klos dat met me eens of leeft hij in een totaal andere realiteit?

De heer Klos (D66):
Misschien leef ik in een totaal andere realiteit, maar ik denk dat de energietransitie en het klimaatbeleid zeer sterk met elkaar verbonden zijn en dat we, om onze klimaatdoelen te halen, onze economie totaal moeten overzetten naar een andere manier van productie, gebruik en omgang met natuur en milieu. Die omslag willen we nu gaan maken.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Vermeer (BBB):
Ik kan niet anders dan concluderen dat de heer Klos nu ineens begint over de noodzaak van de energietransitie, die ik ook volledig onderschrijf, maar dat hij totaal niet in wil gaan op zijn eigen stelling dat niet de klimaatdoelen dichterbij kwamen, maar slechts de jaartallen, en dus niet de realisatie van haalbare doelen.

De heer Klos (D66):
Ja. Ik heb volgens mij de feiten uitgeserveerd. Het is prima zo.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de heer Klos een aantal keer vol trots spreken over de legacy van Rob Jetten als klimaatminister. Een van de dingen die Rob Jetten inderdaad heeft bereikt, is het oprichten van een internationale coalitie voor het afbouwen van fossiele subsidies. Dat is heel mooi. Maar tot mijn grote schrik zag ik in het coalitieakkoord dat er meer fossiele subsidies bij komen. In de tabel zien we een verhoging van twee fossiele subsidies van opgeteld 1 miljard per jaar. Hoe rijmt u dit met elkaar?

De heer Klos (D66):
Die heb ik uiteraard niet zelf bedacht, maar ik hecht er wel waarde aan om te zeggen dat het iets te kort door de bocht is om ze pure fossiele subsidies te noemen. Ik denk dat mevrouw Van Oosterhout dat ook weet. We gaan ervoor zorgen dat we grote bedrijven die heel veel energie gebruiken niet alleen maar over de grens jagen, maar ze juist gaan vergroenen. Dat is noodzakelijk. Daarom schetste ik de veranderde wereld. We willen er in de wereld van vandaag voor zorgen dat we fabrieken hebben waar we zelf dingen kunnen maken en dat we toeleveringsketens opzetten, zodat we niet alleen maar afhankelijk zijn van het buitenland. Ik denk dat Nederland en Europa in brede zin er heel veel baat bij hebben om heel snel voor vergroening te zorgen. Een van de voorwaarden daarvoor is dat bedrijven hun energiekosten betalen. Bij een van de regelingen die we voortzetten, zit ook een verduurzamingscomponent. De helft van het geld dat wordt gebruikt, moet je steken in verduurzaming. Ik vind het dus iets te kort door de bocht om te zeggen dat dat een pure fossiele subsidie is.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het is inderdaad heel goed dat er aandacht wordt besteed aan de industrie. Er ligt een enorme opgave om die te verduurzamen, maar het is wel heel erg belangrijk dat we stevige voorwaarden stellen voordat er ook maar één cent naar die bedrijven gaat. Ik hoorde de heer Klos net iets zeggen over die envelop. Ik vroeg me af of de heer Klos iets meer kan zeggen over de voorwaarden die aan die envelop gesteld zouden kunnen worden.

De heer Klos (D66):
Zoals de envelop nu in het coalitieakkoord staat, is dat nog niet beschreven. Het is helemaal aan de nieuwe minister om dat in te vullen. Ik vind het heel logisch dat je gaat kijken naar de voorwaarden voor verduurzaming, omdat je anders geld aan het geven bent aan bedrijven die vervolgens niks doen voor de verbetering van het klimaat. Dat vind ik niet logisch. Ik denk dat wij daar als Kamer een hele stevige rol in kunnen gaan spelen.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
U weet dat mijn fractie een groot voorstander is van een klimaatplan. Kan ik de heer Klos aan mijn zijde vinden als we dat als voorwaarde stellen, voordat bedrijven ook maar één cent krijgen van die fossiele subsidies?

De heer Klos (D66):
Daar wil ik me nu niet direct op vastleggen, maar daar wil ik zeker over nadenken en daar wil ik zeker met u over praten.

De heer Dassen (Volt):
Ik wilde graag een vraag stellen over de vier kerncentrales. Er staat nu iets heel vrijblijvends over wat voor kerncentrales dat kunnen zijn: conventionele of SMR's. Is het de bedoeling dat we twee grote kerncentrales gaan bouwen en twee SMR's? Of kan het ook zo zijn dat we dadelijk vier SMR's gaan neerzetten?

De heer Klos (D66):
Volgens mij is het nu al het voornemen van het kabinet om twee grote kerncentrales te bouwen en wordt dat beleid ook voortgezet. Maar als je het heel nauw leest, dan staat er: vier kerncentrales. Dat kunnen ook SMR's zijn, maar ik weet niet of dat logisch is. Daar zullen we de minister op moeten bevragen.

De heer Dassen (Volt):
De heer Klos heeft het opgeschreven, dus ik ben benieuwd waarom hij deze woorden heeft gekozen en niet heeft gezegd: we gaan twee grote kerncentrales bouwen, want dat waren we al van plan, maar wellicht kunnen het ook vier kleine zijn. Daar zal een gedachtegang achter zitten, die ik misschien wel begrijp. Ik hoor natuurlijk graag van de heer Klos waarom het zo is opgeschreven, want dan hoef ik er zelf geen invulling aan te geven.

De heer Klos (D66):
Er is ruimte gemaakt voor nieuwe technieken, die ook van Nederlandse bedrijven kunnen komen. Ik denk dat dat heel verstandig is, omdat daar ook nog iets te weinig aandacht voor was en iets te weinig push achter zat. Ik denk samen met Volt dat kernenergie absoluut deel kan uitmaken van de energiemix en een rol kan spelen in het werken naar klimaatneutraliteit. Maar of dat vier kerncentrales zijn en welke vorm die zullen hebben, zal in de komende jaren moeten blijken.

De heer Dassen (Volt):
Dit is nog een beetje een ontwijkend antwoord. Het gaat heel snel. In China staat nu een SMR die deels goedgekeurd is, dus het kan heel snel gaan. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat het in Nederland tot 2040 kan duren. Als ik de heer Klos goed beluister, dan zegt hij eigenlijk: "De innovaties gaan zo snel dat we misschien niet meer moeten beginnen aan twee grote kerncentrales. We gaan straks gewoon voor vier kleine. Wellicht worden dat er meer, maar dan breken we onze nek in ieder geval niet meer over die grote kerncentrales."

De heer Klos (D66):
Ik zal mij geen woorden in de mond laten leggen door de heer Dassen. Ik loop hier nog niet zo lang rond, maar lang genoeg om te begrijpen dat dat geen goed idee is.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Klos (D66):
Dank u wel. Zoals ik zei, ben ik ten diepste gemotiveerd om met een nieuw kabinet en de oppositie ervoor te zorgen dat we de aanpak van klimaatverandering tot een succes maken. Dat gaat allemaal niet binnen één dag. Dat is een lange weg. De kosten die we vandaag maken, zijn de baten van morgen. Met die Hollandse nuchterheid moet je ernaar kunnen kijken. Eerlijk gezegd waardeer ik dat ook wel in de aanpak van de heer Vermeer.

Dat brengt me bij de boodschap die voor mij vandaag centraal staat. Er gaat een nieuw hoofdstuk beginnen. Na zware jaren is er weer ruimte om vooruit te gaan. Samen met het CDA en de VVD leggen wij een plan voor dat Nederland weer op de groene koers brengt. We gaan de Nederlandse economie helemaal laten draaien op groene energie van eigen bodem, met windparken op de Noordzee, massale subsidies voor klimaatpioniers en duurzame ondernemers, kernenergie, warmtepompen, meer elektrische auto's en een doorbraak op het elektriciteitsnet. Alle seinen op groen voor de groene industrie. Nederland heeft als rijk land een historische verantwoordelijkheid en een kans om het voortouw te nemen, maar in de woorden van Johan Cruijff: alleen kun je niks, je moet het samen doen. Dat is ook waarom we kiezen voor een slimme Europese aanpak. De vergroening van een continent van 450 miljoen mensen tegelijk betekent samen opgaan en samen naar de hoogste standaarden. Als het nodig is, zal ik hoogstpersoonlijk nog wat gele sterren tekenen op de blauwe trui van Rob Jetten voor zijn vergaderingen in Brussel. Waar Europa achterblijft, gaan wij zelf in Nederland aan de slag om de doelen te halen. Dat ligt al vast.

Voorzitter. Dat is de basis van waaruit wij handelen. We hopen dat er steun zal zijn in het parlement voor de groene koers, die we met overtuiging zullen uitdragen. In de beste Nederlandse traditie hebben we de soms ook grote verschillen tussen onze partijen overbrugd en nu heeft het parlement het laatste woord over die plannen. Nu is ook het moment om te luisteren en die samenwerking dus te verbreden. Ik zie uit naar de voorstellen over en weer, de onderhandelingen binnen en buiten de Kamer en de grote beslismomenten op weg naar een schoon land. Dit zijn de jaren om niet voorbij te laten gaan. Daarvoor zijn de gevolgen en de kansen te groot. Maar omdat er haast is geboden, en omdat minister Hermans hier vanavond is, wil ik de kans die deze begrotingsbehandeling biedt om het beleid te bevragen niet stilletjes laten passeren. Er zijn drie punten in de begroting waar ik specifiek aandacht voor vraag. Ten eerste is dat het gebruiken van klimaatgeld voor het klimaat, ten tweede de relatie tussen klimaat en nationale veiligheid en ten derde de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen.

Ten eerste geldt er voor de middelen binnen het Klimaatfonds een eindejaarsmarge van 100%. Dat is jargon voor: als we het geld niet uitgeven, dan blijft het bij het klimaat. Zodra het geld gaat naar een van de onderaannemers van de klimaatminister, bijvoorbeeld de minister van Wonen of die van Infrastructuur, ontstaat er een probleem. Als het geld daar niet wordt uitgegeven, dan gaat het niet terug naar het Klimaatfonds, maar naar de algemene pot. Hoe kijkt de minister naar de consequenties van deze systematiek voor het klimaatbeleid, misschien ook gezien de afstand en de reflectie van de afgelopen jaren? Hoe heeft dat impact gehad op het werk?

Voorzitter. Klimaatverandering wordt steeds beter in kaart gebracht als gevaar voor de nationale veiligheid. Het rapport van de Britse inlichtingendiensten werd weggestopt door de Britse regering vanwege alarmerende conclusies, maar lekte toch uit. Grote ecosystemen, zoals het Himalayagebergte, de regenwouden in het Amazonegebied en het rivierbekken van de rivier de Congo in Centraal-Afrika, staan onder druk. De desintegratie daarvan leidt tot een grotere kans op internationaal conflict, pandemieën en migratiestromen. We zien nu al meer mislukte oogsten, extreem weer en besmettelijke ziektes. Het is nog niet gedetailleerd in kaart gebracht wat de mogelijke effecten hiervan zijn in en voor Nederland. Voor een land onder de zeespiegel, dat prat gaat op goede en precieze planning en een vooruitziende blik, is dat onwenselijk. Hoe kijkt de minister hiernaar? Is zij het met mij eens dat we de veiligheidsrisico's scherper in beeld moeten hebben om wat betreft dreigingen Nederland veilig en weerbaar te kunnen houden? Is zij misschien bereid om een jaarlijkse, grootschalige briefing op touw te zetten, met een rol voor experts van Defensie en de veiligheidsdiensten die daar in Groot-Brittannië mee aan de slag zijn gegaan?

Voorzitter. Onder meer vanwege de grote veiligheidsrisico's gaat Nederland zo snel mogelijk van het gas af. Een van de goede regelingen die we daarvoor hebben, is de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen. Dat is een subsidie die doet op de verpakking staat, en ook nog eens uitermate effectief. Toch loopt die dit jaar af. Dat zouden we kunnen afwenden. Er was al geld vrijgemaakt uit het Klimaatfonds voor het subsidiëren van warmtepompen, maar met warmtepompen wilde het demissionaire kabinet op een gegeven moment niet meer zo heel veel te maken hebben. Om mensen die een huis huren toch de kans te geven om afscheid te nemen van de onzekerheid, kosten en vervuiling door het gas, kunnen we het geld dat al gereserveerd stond, inzetten voor de reeds genoemde stimuleringsregeling. Met dat budget kunnen we misschien wel 20.000 huishoudens blij maken met duurzame warmte. Dat is een verdubbeling van wat er vorig jaar is gelukt. Hoe kijkt de minister naar die oplossing?

Tot slot, voorzitter. Dit is voor mijn partij een bijzonder moment. Hans van Mierlo zette het milieu op de politieke agenda, Jan Terlouw hield het daarop en Sigrid Kaag bouwde het groenste kabinet ooit. Rob Jetten bracht als eerste Nederlandse klimaatminister de klimaatdoelen binnen bereik en nu zal hij als klimaatpremier weer een geheel nieuwe fase dienen. Het is voor mij onbeschrijfelijk eervol om juist op dit moment samen met u het Kamerwerk te doen, maar ik sta hier vooral met het besef dat het klimaat geen boodschap heeft aan partijkleur of politieke tradities. De keuzes die we maken als land zijn afhankelijk van de overeenstemming die wij onderling in het parlement kunnen vinden, onafhankelijk van onze grote verschillen, en van wat wij doen. Niet alles zal een succes zijn, maar dat ontslaat ons niet van de plicht om het te proberen. Zo keer ik vanzelf terug bij de klimaatfilosoof Johan Cruijff: je moet schieten, anders kun je niet scoren.

Dank u wel.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Na deze charmante zelffelicitatie — zo mag ik het toch wel noemen — kom ik toch met een wat kritische vraag, als collega Klos dat niet erg vindt.

De heer Klos (D66):
Helemaal niet.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Die gaat over het punt dat hij maakte over aardgas. Ik denk dat we aardgas nog veel langer gaan gebruiken dan we in allerlei voorspellingen en vooruitblikken zelf onder ogen hebben willen zien. Warmtenetten zijn daarin cruciaal. Daarover lees ik wel warme teksten en over eventueel binnen huidige financiële kaders met een staatsdeelneming mee gaan doen, maar ik lees daarover niks in de financiële bijsluiter. Hoe zit dat?

De heer Klos (D66):
Een van de dingen die we doen, is ervoor zorgen dat de medeoverheden, die vaak over dit beleid gaan, toch tot heel lang in de tijd weer geld gaan krijgen. Dat dreigde te stoppen, maar met 800 miljoen per jaar gaan we ervoor zorgen dat het wel kan. Ik denk dat een deel van de opdracht die we hebben met die warmtenetten daarmee gefinancierd kan worden. Ik constateer wel dat hier ook financieel nog een opgave ligt. Ik denk dat dit ook echt lastig wordt voor de nieuwe minister, want die warmtenetten kunnen niet alleen een cruciale rol spelen bij van het gas afgaan, maar ook bij dat waar de heer Flach net om vroeg, namelijk het dempen van netcongestie. Ik zie daar dus een grote rol voor, maar ik denk dat wij daarin als Kamer ook nog wat werk te doen hebben.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Helder. Dan houden we daarbij de vinger aan de pols. Over netcongestie gesproken, ik heb nog één vraag, voorzitter. Dat is de volgende. Ik lees allerlei teksten over netcongestie. De heer Flach vroeg er al naar, maar ook daar is de financiële bijlage een beetje mager. Ik lees niks over opslag als oplossing om netcongestie op te lossen. Met deze minister heb ik best wel vaak het debat gevoerd, zo van: moet we daar niet een apart doel op stellen en moeten we niet meer aan planologie doen van waar welke opslag nodig is? Gisteren hadden we een uitzending van Nieuwsuur die ons weer met de neus op de feiten drukte: het gaat niet goed in Nederland.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Welke rol ziet collega Klos voor opslag in het aanpakken van netcongestie?

De heer Klos (D66):
Die is volgens mij cruciaal. Daar kan ik heel kort over zijn.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Klos (D66):
Dank u.

De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Köse als tweede spreker namens de fractie van D66 in de eerste termijn. Ga uw gang.

De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. De diepe ondergrond is de fundering onder onze energievoorziening, onze strategische autonomie en ons klimaatbeleid. De ondergrond is belangrijk voor het hier en nu, omdat we nog gas gebruiken, maar vooral voor de toekomst. Diezelfde ondergrond biedt namelijk ruimte voor een duurzame transitie naar geothermie, waterstof en CO2-opslag. De manier waarop we met die ondergrond omgaan, is van doorslaggevend belang. De veiligheid van omwonenden moet altijd vooropstaan. Tegelijk bouwen we aan een betrouwbaar en duurzaam energiesysteem.

Twee weken geleden hebben we al uitvoerig over het mijnbouwdossier gesproken. Ik heb toen drie dingen benadrukt: dat we de lessen uit Groningen serieus moeten nemen, dat we moeten werken aan een rechtvaardige schadeafhandeling voor heel Nederland en dat de diepe ondergrond een sleutelrol speelt in een duurzaam energiesysteem.

Inmiddels ligt er een nieuw coalitieakkoord. Dat is een hoopvol startpunt, omdat het laat zien dat het kabinet keuzes maakt voor de lange termijn, voor verduurzaming, voor zekerheid en voor een betrouwbare energievoorziening. Vandaag wil ik het er daarom over hebben hoe we vooruit kunnen met deze plannen.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde de heer Köse het net hebben over "een hoopvol startpunt". Ik haal even het verkiezingsprogramma van D66 erbij: "Gaswinning in de overige kleine velden op land en onder de Waddenzee wordt volledig afgebouwd en niet uitgebreid." Ik zou dan wat er in het coalitieakkoord staat ook echt niet willen formuleren als "een hoopvol startpunt", maar eigenlijk als "een enorm dieptepunt". Gaat D66 de verkiezingsbelofte echt intrekken?

De heer Köse (D66):
Ik denk dat we die belofte volledig waargemaakt hebben. In het coalitieakkoord staat letterlijk dat we "op een verantwoorde manier samen met de sector" gaan afbouwen. Als mevrouw Van Oosterhout zou kijken in het sectorakkoord dat nog recent door deze minister is gesloten met de sector, dan ziet ze dat daarin het afbouwpad genoemd staat. Mevrouw Van Oosterhout heeft ook gehoord dat ik daar wel mijn kritische punten bij had en dat ik dat nog concreter wil. Daar kom ik zo meteen nog op, want daar heb ik nog een motie over. Maar ik herken niet het idee dat we dat afbouwpad hebben losgelaten. Sterker nog, we hebben dat in twee zeer belangrijke documenten verankerd.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het gaat om het uitbreiden van nieuwe velden. Als u het coalitieakkoord leest, dan kunt u niet ontkennen dat er duidelijk in staat dat er weer nieuwe velden bij komen. Ik hoorde de heer Köse onlangs in het mijnbouwdebat zeggen dat hij samen met Rob Jetten in Zeerijp langs was geweest bij de slachtoffers in het aardbevingsgebied. Er zijn op dit moment een hele hoop mensen in het Noorden die in een enorme onzekerheid aan het afwachten zijn wat dit kabinet gaat doen met nieuwe velden. Er worden op dit moment enorm veel vergunningen verleend. Het lijkt me toch echt sterk dat D66 niet terugkomt op de verkiezingsbelofte als er alleen een afbouwpad is en als er ondertussen wel volop ruimte wordt gegeven aan al die nieuwe velden.

De heer Köse (D66):
Ik vind het jammer om te horen, juist in deze context, dat er toch zo pessimistisch gekeken wordt. We hebben eindelijk perspectief. We hebben nu een coalitieakkoord neergelegd waarbij we eindelijk praten over batendeling, over een verantwoorde afbouw en over het samen met de regio's oppakken; op een heel aantal zaken komt nu eindelijk tractie. We hebben een kabinet dat gaat komen met een verkiezingsbelofte die ook in het coalitieakkoord is verankerd, waarbij we zeggen dat we doorbraken gaan realiseren en dat we ervoor gaan zorgen dat een heleboel zaken doorgang gaan vinden, zoals de warmtenetten, zodat we van het gas af kunnen. Ook de netcongestie gaan we aanpakken. Er komt straks een kabinetsploeg die daar zijn best voor gaat doen en de idealen waard gaat maken. Dit is juist, denk ik, wat ons gaat helpen om daar te komen. Zoals ik al zei, gaan we concreet wat doen met het afbouwpad. Daar zit nu al concreet wat op.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De heer Köse heeft het hier over "perspectief", maar ik hoop dat de heer Köse zich dan ook het perspectief van de mensen in Friesland kan inbeelden, die op dit moment in enorme onzekerheid zitten, die enorm bang zijn voor wat er gaat gebeuren, die zelf nulmetingen aan het uitvoeren zijn, die advocaten inschakelen om bezwaarprocedures te voeren, die niet serieus worden genomen en die niet worden gehoord. Het perspectief voor al die mensen is dat er in een heel rap tempo allerlei nieuwe vergunningen worden afgegeven. Dan kan de heer Köse mij "pessimistisch" noemen, maar wat ik hier vooral lees, is dat D66 loskomt van de verkiezingsbelofte. Dat vind ik heel spijtig en heel jammer. Ik hoop dat de heer Köse opnieuw zou kunnen nadenken en toch ook het perspectief van deze Friezen zou kunnen meenemen.

De heer Köse (D66):
Ik kan erop terugkomen. Met het sectorakkoord dat een paar weken geleden is neergezet, zijn deze vergunningen niet uit de lucht komen vallen. Deze vergunningen liepen al. In het verleden had het kabinet daar wat aan kunnen doen; dat is niet gebeurd. Wat we nu geven, is wat ik al zei: het perspectief om ervoor te zorgen dat we die transitie gaan maken en we die nieuwe velden helemaal niet meer nodig gaan hebben, want dat past daarbij. Daarvoor heb je een afbouwpad nodig, wat we ook in het akkoord hebben staan. Ik snap de kritiek dus niet zo goed.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik wil wel even doorgaan op dit punt, want in het verkiezingsprogramma van D66 staat heel duidelijk dat de kleine velden niet opengaan. Het sectorakkoord laat alle ruimte om in kleine velden gas te winnen. Mijn vraag is dus: wat is het nou voor D66? Gaan we nou die kleine velden dichthouden en sluiten of gaan we de mogelijkheid openhouden om daar toch gas te winnen?

De heer Köse (D66):
Dezelfde vraag blijft gesteld worden en ik zal hetzelfde antwoord geven, maar als dat helpt misschien in iets andere woorden. Dat is dat we nu in het coalitieakkoord spreken over "een afbouwpad". Dat is voorheen nooit gebeurd. Door die energietransitie te realiseren en een afbouwpad concreet op papier neer te zetten, gaan we nu het perspectief geven dat we geen nieuwe gasvelden meer nodig hebben. U leest ook dat er met de sector gesproken gaat worden over dat afbouwpad. Samen met hen kunnen we er dus voor zorgen dat we die afbouw ook daadwerkelijk gaan realiseren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
In het coalitieakkoord staat dat wordt doorgegaan met de sectorakkoorden. Als je het sectorakkoord over gaswinning op land goed leest, zie je dat daar geen afbouwpad in staat. Er staat niks in over het afbouwen van gas. Er staat alleen maar dat we op termijn een keer gaan stoppen met gaswinning. Dat kan ook over honderd jaar zijn. Ik probeer het dus positief te benaderen, maar begrijp ik dan goed dat de heer Köse wel bereid is om zich in te zetten voor een concreet afbouwpad voor gaswinning?

De heer Köse (D66):
Zeker. Op dat punt vinden we ons aan elkaars zijde. Daarop zou ik graag willen samenwerken. Zoals ik al zei, kom ik met een motie om dat concreter te maken. Datzelfde punt heb ik gezien. Er wordt nu transparantie getoond. De partijen en de sector zullen laten zien hoe die afbouw er nu uitziet. Ik wil dat die een stuk concreter wordt. Ik wil dus dat we met elkaar gaan zien wat die afbouw precies inhoudt. Daarvoor kom ik met een motie. Ik zie uw steun dus graag tegemoet.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik ga natuurlijk kijken naar de motie, maar ik wil wel alvast zeggen dat het niet allebei waar kan zijn. Ofwel het kabinet zegt door te gaan met het sectorakkoord; dat akkoord is gesloten en daar staat in dat er gewoon in de kleine velden wordt doorgegaan met gaswinning. Ofwel D66 doet vandaag een concreet voorstel voor een afbouwpad of laat dat uitwerken door het kabinet. Als dat laatste het geval is, dan staat de Partij voor de Dieren er positief tegenover. Het kan niet allebei. Kan de heer Köse daar nog wat verheldering over geven? Is het nou zo dat D66 achter dat sectorakkoord staat of gaan we straks een alternatief plan zien?

De heer Köse (D66):
Ik zal deze vraag positief beantwoorden. Volgens mij is het en-en. Wij staan uiteraard achter het sectorakkoord, want dat biedt ons perspectief, maar tegelijkertijd zal ik inderdaad met een motie komen om dat afbouwpad nog concreter te maken. Dat we nu een sectorakkoord hebben, betekent niet dat dat de heilige graal is. Wij zien daar ook verbeterpunten in, maar ik sta er toch een stuk positiever in: dit geeft ons daadwerkelijk een goede eerste stap vooruit. Tegelijkertijd zeggen we in het coalitieakkoord dat we geen gaswinning meer op het Waddenveld zullen realiseren, dat het Groningenveld dicht blijft en dat we zullen inzetten op waar dat veilig kan, bijvoorbeeld op gaswinning op de Noordzee. U leest niet in het coalitieakkoord terug dat we op de kleine velden iets gaan doen. We vinden elkaar dus aan elkaars zijde.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als D66 begint over "perspectief", is dat meestal een teken dat je echt heel hard moet wegrennen, want welk perspectief geeft D66 eigenlijk aan die vissers, zodra het de hele Noordzee gaat volplempen met die lelijke windmolens? Welk perspectief geeft D66 dan aan de Nederlandse belastingbetaler, wetende dat de nieuwe coalitie straks 8 miljard euro per jaar gaat uitgeven aan subsidies voor windmolens en andere energiebronnen? Welk perspectief geeft u die mensen, als u dit in ogenschouw neemt?

De heer Köse (D66):
Ik en mijn partij geven daarmee perspectief aan ons allemaal hier, aan onze kinderen, aan de volgende generatie, aan de generaties die gaan komen, aan onze economie en aan iedereen die daar baat bij heeft, ook aan die visser. We gaan toe naar een nieuwe, duurzame economie. Daarvoor moeten we vooraanstaande investeringen doen; daar moeten we de eersten in zijn. Dat gaat ons allemaal helpen. Als u vraagt welk perspectief wij geven, denk ik dus dat dat een perspectief is voor het algemeen belang. Daarbij moeten wij keuzes maken. Die maken wij in dit akkoord.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Maar die vissers moeten ergens vissen. Waar moeten die vissers naartoe op het moment dat D66 de hele Noordzee volgooit met die verschrikkelijk lelijke windmolens? Het perspectief dat D66 aan al die vissers gaat geven, is dus: in Nederland is er voor u geen plaats meer. Dát is volgens mij het perspectief dat D66 geeft aan al die mensen. Ik wil wel dat D66 daar vandaag, hier en nu, eerlijk over is.

De heer Köse (D66):
Er wordt gedaan alsof er nul ruimte op de Noordzee zal overblijven als wij daar windmolens plaatsen. Ik denk dat en-en kan. Ik denk dat we daar niet pessimistisch over moeten zijn en dat we ook naar de toekomst moeten kijken en dappere beslissingen moeten nemen.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. De weg naar morgen begint vandaag. Daarom wil ik het eerst hebben over de gaswinning op land. We hadden het er zojuist al over. Voor D66 is het uitgangspunt helder: zolang we nog gas nodig hebben voor leveringszekerheid en strategische autonomie ligt winning uit eigen land meer voor de hand dan de import van lng uit de VS of Qatar. Maar de keuze voor Nederlandse gaswinning kent duidelijke grenzen. Het Groninger gasveld blijft dicht. Dat is voor ons vanzelfsprekend, maar het is goed om dat hier opnieuw te kunnen bevestigen. Ook onder de Waddenzee gaan we geen gas meer winnen, maar gaan we werken aan natuurherstel. We hebben een voorkeur voor nieuwe gaswinning op de Noordzee, waar de ruimte beschikbaar is en waar mensen geen directe overlast ervaren. Op land gaan we verantwoord afbouwen met de sector.

Gaswinningsprojecten moeten passen binnen onze klimaatdoelen en binnen de lessen die we in Groningen hebben geleerd. Vorige week hebben we hier uitgebreid gesproken over het sectorakkoord gaswinning op land. Daarbij bleef één vraag nadrukkelijk hangen: hoe zorgen we voor een echt en geloofwaardig afbouwpad? Een helder en afdwingbaar afbouwpad is immers onmisbaar om omwonenden en regio's zekerheid te geven én om onze klimaatdoelen binnen bereik te houden. Hiervoor zal ik een motie indienen in mijn tweede termijn, zoals ik zojuist al heb aangegeven.

Voorzitter. Dan de blik op de toekomst, waar ik het liever over heb. De diepe ondergrond is cruciaal voor een succesvolle energietransitie. Lege zoutcavernes kunnen we benutten voor de opslag van waterstof en daarmee voor de flexibiliteit en betrouwbaarheid van ons toekomstige energiesysteem. Maar juist daar dreigt het nu mis te gaan. Opnieuw zien we dat het vastloopt op gebrekkige bestuurlijke afstemming, waardoor maatwerkafspraken onder druk staan. Nobian heeft inmiddels besloten investeringen stop te zetten, omdat de provincie Groningen een zaak heeft aangespannen tegen de zoutwinning bij Heiligerlee en Zuidwending. Dat is zorgelijk, want zo komen onze klimaatambities direct onder druk te staan.

Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe kijkt zij naar deze situatie? Heeft er voldoende afstemming plaatsgevonden met de provincie? En vooral: hoe zorgt zij ervoor dat deze impasse wordt doorbroken, zodat waterstofopslag niet opnieuw strandt op bestuurlijke stilstand?

De heer Vermeer (BBB):
Ik heb een vraag aan de heer Köse over het niet afgeven van vergunningen voor zoutwinning. Weet de heer Köse ook wat de nadelen van die zoutwinning zijn en waarom de provincie het heeft afgewezen?

De heer Köse (D66):
Zeker. Daar gaan we ook heel goed mee om. U doelt natuurlijk op de bodeminzinking, neem ik aan.

De heer Vermeer (BBB):
Ja. Dat is niet zomaar iets, want dat heeft grote gevolgen. Bodemdaling kan zelfs gevolgen hebben voor waterstromen en zoetwatervoorraden in Nederland. Dus dat is niet een "klein probleempje". Hoe kijkt de heer Köse daartegen aan? Vindt hij een opslag voor waterstof, die er nog niet eens is, dus een potentiële opslag voor potentiële waterstof, belangrijker dan het voorkomen van bodemdaling op korte termijn?

De heer Köse (D66):
Goede vraag. Ik kijk daarnaar via de toekomst, namelijk dat we juist die transitie kunnen maken. Momenteel hebben we gewoon zout nodig. Het is echt de basis van de basis qua grondstoffen voor onze medicijnen en allerlei productie in de chemische industrie. Dus dat is wel gewoon nodig. Dat gaat ook goed, hoor ik van de regio. Qua economie is het echt een plus voor de regio. We moeten inderdaad kijken naar de uitbreidingen. Dus u vindt D66 aan uw zijde als we gaan kijken waar het veilig kan. Als het niet veilig kan, zal D66 daar natuurlijk ook niet achter staan. Dus daar houden we wel degelijk rekening mee.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Vermeer (BBB):
De heer Köse gaat niet in op het punt in mijn vraag dat het gaat om potentiële waterstofproductie. Die productie is er nog helemaal niet. We hebben het rapport van de Algemene Rekenkamer gezien over wat er allemaal speelt rond de waterstofproductie en transportleidingenprojecten. Dat begint eigenlijk op een kaartenhuis te lijken dat al plat op de grond ligt. Dus hoe kijkt de heer Köse aan tegen dit soort problematiek? Hij stelt nu namelijk iets voor wat nog een totaal luchtkasteel is. Hoe kijkt de heer Köse daartegen aan?

De heer Köse (D66):
Als ik 100 jaar geleden zou hebben gezegd dat we internet, een heel elektriciteitsnetwerk en een snelwegennetwerk zouden hebben, dan hadden we dat ook niet voor ons gezien. Maar we zien wel degelijk dat we ergens naartoe moeten. We zien ook marktpartijen die staan te springen om ons daarbij te helpen. Dus dat het er nog niet honderd procent is, is vanzelfsprekend. Maar we staan er wel achter dat dit iets is waar we naartoe kunnen en dat we die visie moeten hebben.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Er ontstaat toch nog wat onduidelijkheid over wat er nou wel of niet in het coalitieakkoord zou staan over kleine velden. In het coalitieakkoord staat dat alle bestaande sectorakkoorden worden doorgezet. In het sectorakkoord staat dat de bestaande en voorgenomen nieuwe winning uit kleine velden op land doorgaat. Als D66 zegt dat er geen nieuwe vergunningen worden afgegeven voor kleine velden op land, klopt dat dus niet, tenzij de heer Köse nu zegt dat hij toch niet achter dat sectorakkoord staat.

De heer Köse (D66):
Er wordt nu heel selectief uit dat akkoord gegraaid. De zin die daarna komt, is dat we samen met de sector gaan kijken naar verantwoorde afbouw. Dat afbouwpad staat ook in het sectorakkoord waar u aan refereert. Er is zelfs een kop die "afbouwpad" als titel heeft. Het is dus vrij evident dat we ernaar gaan toewerken dat we uiteindelijk helemaal geen gas meer nodig hebben. Daar zijn we nu nog niet, maar dat is wel een eindstation waar we naartoe willen. Dat zult u zo meteen ook in mijn betoog horen.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Uiteraard vindt u mijn fractie aan uw zijde als u het heeft over een afbouwpad. Het is heel belangrijk dat we zo snel mogelijk van fossiele brandstoffen af gaan. Voor mijn fractie is het alleen ook heel duidelijk dat we in de tussentijd geen nieuwe gasvelden gaan aanboren. Dat hoor ik de heer Köse niet zeggen. Klopt dat?

De heer Köse (D66):
Ik denk dat we bij elk nieuw gasveld moeten kijken waar dat kan en of dat veilig kan. D66 is bijvoorbeeld voor winning op de Noordzee. Dat staat ook in ons verkiezingsprogramma en daar zijn we altijd al voor geweest. Daar kan het namelijk veilig. U vindt ons dus niet aan uw zijde om alles uit te sluiten, maar wel als we gaan kijken naar waar we veilig kunnen winnen. Dat is ook om autonomie te behouden, de gasprijs laag te houden en duurzamer te zijn. Als we het namelijk hier niet winnen, gaan we het ergens anders vandaan importeren. Dat is nog minder duurzaam. Dat lijkt me ook niet de bedoeling.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de heer Köse allemaal dingen zeggen over de Noordzee. Het gaat hier over de kleine velden op land. Gaat D66 nog nieuwe velden op land goedkeuren, ja of nee?

De heer Köse (D66):
Dat gaat heel erg van de situatie afhangen. Als dat niet veilig kan, zult u ons niet horen zeggen dat wij daarachter staan. Zo simpel is het.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Dan CO2-opslag. De opslag van CO2 is cruciaal voor het halen van onze klimaatambities. Het is noodzakelijk voor de verduurzaming van onze industrie en voor het realiseren van negatieve emissies. Daarom ben ik blij om te zien dat dit onderwerp een duidelijke plek heeft gekregen in het coalitieakkoord. De opslag van fossiele CO2 is daarbij geen eindstation maar een noodzakelijk tussenmiddel in de klimaattransitie. Zolang we nog emissies hebben die niet direct te voorkomen zijn, is het antwoord om die veilig af te vangen en op te slaan.

In een bredere systeemaanpak zal CO2 niet alleen onder de grond verdwijnen, maar ook worden hergebruikt. Denk aan boeren die er planten mee laten groeien of industrie die het inzet als grondstof. Dat vraagt om goede afstemming tussen marktpartijen en om doorbraken op bestaande CCS-projecten, zodat duurzaamheid en innovatie hand in hand gaan. De laatste brief die we over CCS hebben gehad, is alweer van maart vorig jaar. Ik vraag de minister: wat is het harde en haalbare pad richting 2030 voor de lopende CCS-projecten, en welk CO2-volume is daarmee nu daadwerkelijk zeker? Waar ligt op dit moment de regie over de totale CO2-infrastructuur en kan de minister concreet maken welke risico's zij ziet voor tijdige realisatie? Welke knelpunten op het gebied van tijd, vergunningen en financiering zijn nog niet weggenomen? Wat betekent dat voor de haalbaarheid van het 2030-doel?

Voorzitter. Tot slot. We kunnen het ons niet langer permitteren om keuzes vooruit te schuiven of onduidelijkheid te laten bestaan. Of het nu gaat om gaswinning op land of om CO2-opslag: voorspelbaarheid, veiligheid en draagvlak moeten leidend zijn. Dat vraagt om duidelijke kaders, transparante besluitvorming en een overheid die niet achteraf reageert, maar vooruit stuurt. Ook dank aan de minister voor haar bijdrage hieraan de afgelopen jaren. We hopen dat nog verder te gaan trekken met dit akkoord.

De heer Van den Berg (JA21):
Laat ik beginnen met een compliment te geven aan de heer Köse voor zijn bijdrage. Dat meen ik oprecht. Ik hoorde in het debat over mijnbouw ook al een stukje realisme over wat we nodig hebben in onze energievoorziening, dus dat de weg van aardgas niet zomaar gemaaid is, maar dat het in de transitie nodig is. Ik snap dan niet dat ook in het coalitieakkoord staat dat we waterstof willen gaan produceren, desnoods blauwe waterstof. Voor de mensen thuis: dan gaan we die CO2 afvangen. Dat kan, maar in dat geval gooi je wel 70% tot 80% van je energie weg, omdat die omzetting ontzettend inefficiënt is. Ik wil de heer Köse vragen waarom een partij als D66 hiermee akkoord zou gaan. Het is veel beter om dan maar gewoon direct aardgas te verbranden.

De heer Köse (D66):
Dan wordt het wat technischer, want dit is eigenlijk een technische vraag, die ik met liefde beantwoord. Er is natuurlijk een reden dat we inzetten op waterstof. Dat heeft niet te maken met de productie, die inderdaad een stuk inefficiënter is, maar met de eigenschappen van waterstof zelf. Het is niet zoals een batterij. De energie die je daarmee opslaat, kan voor hele lange tijd opgeslagen worden en weer gebruikt worden. Zonder het al te technisch te maken: in bepaalde omgevingen, situaties of bedrijfstakken is het superinteressant, en dus ook voor die transitie.

De heer Van den Berg (JA21):
Als ik naar uw verhaal luister, meneer Köse, kan ik eigenlijk denken: zolang u waterstof niet noemt, denk ik dat u het over aardgas heeft. Alleen gooien we in dit geval zo'n twee derde van de energie weg, want die gaat verloren in het hele omzettingsproces. Ik vraag het nogmaals. De heer Köse is van de klimaatpartij D66. Waarom zou u voor waterstof kiezen? Kunt u niet veel beter direct aardgas verbranden en de CO2 daarvan opslaan?

De heer Köse (D66):
Het antwoord werd volgens mij al gegeven. Er werd gezegd: "U bent van de klimaatpartij. Waarom zou je geen gas verbranden?" Ik denk dat het antwoord daarmee al gegeven is: omdat dit een duurzaam alternatief is.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Köse. Dan is het woord aan de heer Peter de Groot voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou dit debat graag willen beginnen door, via u, voorzitter, de minister hartelijk te danken voor de afgelopen ruim anderhalf jaar. Ik sluit me aan bij de woorden die de heer Klos daarover heeft gesproken. Ik dank de minister ook zeker voor de inzet die zij heeft gepleegd om het dossier vlot te blijven trekken. Er is namelijk een hoop tegenwind. We zien ook dat de uitvoering stokt. De reden dat ik dat vooraf wil benoemen, is dat ik daar namens mijn fractie graag onze waardering voor wil uitspreken.

Voorzitter. De behandeling van deze begroting staat niet alleen in het teken van deze begroting. Kijk eens, de heer Grinwis is er al.

De voorzitter:
Ja, ik zie het ook.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik hoor collega De Groot beginnen en denk: ja, hij schetst het een beetje als een natuurfenomeen. Deze minister heeft anderhalf jaar het schip van staat recht proberen te houden. Dat viel niet mee, want er was heel veel tegenwind. Maar die tegenwind stak niet op buiten deze zaal, maar in deze zaal. Daar heeft de VVD een poosje dapper weerstand tegen geboden, maar niet zoals het dorpje in Gallië, want het viel binnen korte tijd omver. Hoe reflecteert de heer De Groot daarop? Een deel van de tegenstand en een deel van het gebrek aan resultaat dat in deze kabinetsperiode geboekt kon worden, had te maken met het feit dat de VVD-fractie een beetje de handen van deze minister aftrok.

De heer Peter de Groot (VVD):
Nou, daar ben ik het helemaal niet mee eens. Ik zou niet weten op welke manier dat het geval zou moeten zijn. Ik ben gisteren nog in de mooie provincie Gelderland geweest. Dat is een prachtige provincie. Ik zou u aanraden om er ook eens heen te gaan. Als we niet uitkijken, wordt er straks helemaal geen aansluiting meer uitgedeeld in de provincie Gelderland, in de provincie Flevoland, in de provincie Utrecht, in de provincie Brabant. En hoe komt dat? Omdat die netverzwaring die nodig is, heel moeizaam gaat. Dat bedoel ik met die tegenwind die deze minister te verduren heeft. Ondanks het feit dat de productie van wind op zee bijvoorbeeld gebeurt, zal dat ook moeten worden getransporteerd. We moeten ervoor zorgen dat we de schouders eronder blijven zetten wat betreft die woningen. Daar voeren wij soms ook debatten over en daar is soms ook een beetje tegenwind. Dat is ook geen natuurverschijnsel; daar ben ik het overigens mee eens. Ik bepleit hier ook — deze minister volgt dat ook op — dat we ervoor moeten zorgen dat we sneller kerncentrales in Nederland krijgen. Het is dus niet zo makkelijk van "het gebeurt hier in de Kamer". Het is ook wat wij buiten deze Kamer daadwerkelijk met elkaar te realiseren hebben.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat is absoluut waar. Daar ging mijn interruptie ook niet over. Het ging in eerste instantie over een afspraak in het coalitieakkoord zelf, over de hybride warmtepomp. Dat weet de heer De Groot heel goed. Later wilde de VVD de CO2-heffing aanvankelijk niet zomaar bij het oud vuil zetten, maar deed dat ten langen leste toch, ondanks dat deze minister zei: "Wees nou verstandig. Ga niet over één nacht ijs. Doe dat nou niet." Maar ook toen bijvoorbeeld in de coalitietijd, zonder dat de minister het wist, een greep werd gedaan uit het Klimaatfonds voor allerlei andere plannen dan het financieren van de energietransitie. Deze minister is dus wel degelijk ook door de VVD-fractie iets aangedaan. Mijn vraag is: gaat de VVD-fractie de komende jaren wel loyaal zorgen dat het coalitieakkoord wordt uitgevoerd, ook op het gebied van klimaat en energie?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik zie niet waarom wij daar de vorige coalitieperiode, waar we nu eigenlijk nog in zitten, in het staartje, niet loyaal aan zijn geweest. Wij hebben alleen wat met elkaar gesoebat over vragen als hoe je de industrie in Nederland houdt en hoe je dat doet op een verstandige manier, zodat je die bedrijven niet de grens over jaagt met je klimaatbeleid of met de energietransitie die bij die bedrijven moet plaatsvinden. Ja, daar hebben we wel debatten over gevoerd hier, maar altijd met het doel om die bedrijven uiteindelijk hier te verduurzamen, om ervoor te zorgen dat de CO2-winst hier behaald wordt en dat we daarmee de klimaatdoelen hier in Nederland halen, niet door afbouw, maar door ombouw. Het goede nieuws over de hybride warmtepomp is tweeledig. Eén: die staat weer in het akkoord. Twee: er zijn de afgelopen tijd hele goede berichten geweest over het aantal hybride warmtepompen dat al verkocht wordt. Het is dus niet allemaal kommer en kwel, zoals u het voorstelt. Ik denk dat we met elkaar de schouders eronder hebben gezet om ervoor te zorgen dat het klimaat- en energiebeleid in het afgelopen jaar een uitvoeringsbeleid zou worden.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Zeker, het is gelukkig niet allemaal kommer en kwel. Er is genoeg om van te genieten. Maar ik sprak de VVD niet aan op kommer en kwel; ik sprak de VVD erop aan om een betrouwbare bestuurspartij te zijn. Gaat zij de komende jaren een betrouwbare partij zijn? Staat zij voor de afspraken die zijn gemaakt in het coalitieakkoord? Staat zij voor het verder brengen van de energietransitie op een betaalbare, houdbare en duurzame wijze?

De heer Peter de Groot (VVD):
Wij staan voor onze handtekening, in welk coalitieakkoord dan ook.

De heer Dassen (Volt):
Er was toch ook veel kommer en kwel de afgelopen jaren, denk ik, maar ik ben benieuwd naar de toekomst, als we kijken naar dit coalitieakkoord en naar wat het PBL eerder heeft gezegd, namelijk dat de kans om het doel voor 2030 te halen heel klein is: minder dan 5%. Als blijkt dat deze maatregelen ervoor zorgen dat we de 2030-doelen niet gaan halen, is de VVD dan net als D66 van mening dat er aanvullende maatregelen genomen moeten worden om te zorgen dat we die doelen voor 2030 halen?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb de heer Dassen dit net ook al horen zeggen; hij noemde die 5% al eerder. Uit de doorrekening van het PBL blijkt dat we bijna 53% kunnen halen met elkaar. Dan zijn we bijna bij die 55%. Daarom is het extra hard nodig om die ambitie vast te houden, maar de focus te verleggen van de discussie of er extra maatregelen en doelen bij moeten naar de vraag hoe we ervoor zorgen dat we versnelling in de uitvoering krijgen. Want alleen als we de uitvoering geregeld krijgen met elkaar — dan heb ik het niet over de afbouw, maar echt over de ombouw van bedrijven, dus over het oplossen van de netcongestie, over zaken die in de praktijk het verschil maken — en ons daarop focussen, komen we dichter bij die 55%. Dat is beter dan nu nieuwe maatregelen bedenken die nog jaren van uitvoering vergen.

De heer Dassen (Volt):
Ik ben het helemaal met de heer De Groot eens dat de maatregelen die er liggen, zo snel mogelijk uitgevoerd moeten worden. Sterker nog, het is een van mijn grote ergernissen dat dat op dit moment niet in volle vaart gedaan wordt. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je er genoegen mee moet nemen als blijkt dat dat onvoldoende zal zijn. Dan zul je daar ook kritisch met elkaar naar moeten kijken: oké, we zijn bezig met maatregelen, maar die zijn onvoldoende. Is de VVD dan ook bereid om extra stappen te zetten? Of zegt zij: nee, wij houden vast aan de maatregelen die we hebben; daar gaan we op inzetten en over extra maatregelen, in ieder geval voor 2030, wordt met ons niet meer gesproken?

De heer Peter de Groot (VVD):
Wij nemen die maatregelen, alleen doen wij dat wat anders dan de heer Dassen hier wil horen. Ik heb het vanmiddag in het tweeminutendebat Mijnbouw gehad over de investeringen van bijna een half miljard die Nobian vanuit de maatwerkafspraken wil doen, voor de verdere elektrificatie van het bedrijf, voor een schone toekomst van het bedrijf. Die staan nu on hold. Daar moeten wij naar kijken, want zoals het nu bij Nobian gaat, gaat het ook bij heel veel andere bedrijven die in de industrie actief zijn, of dat nu Chemelot is of een industrie in Rotterdam. Als de knop om de investeringen te doen niet wordt ingedrukt, halen we die 55% niet, halen we die 53% niet en halen we die 50% niet eens. Daar focust de VVD zich op, zodat alles wat in de steigers staat om die 55% te halen, succesvol is. Dat is een heel ander antwoord dan nu nadenken over nieuwe maatregelen die pas na 2030 effectief worden. Zo ziet de praktijk er namelijk uit. Dat wil ik via u, voorzitter, echt meegeven aan de heer Dassen. We kunnen hier nog heel lang discussiëren over extra maatregelen, maar de meeste zullen pas na 2030 actief worden. We kunnen dus beter focussen op versnelling en op wat nu nodig is.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Dassen (Volt):
Voorzitter, tot slot dan. Ik zie ook dat er gekeken wordt naar de Europese plannen die in de maak zijn. Een van de zorgen die ik daarbij heb, is dat je ook juist in Europa ziet dat er heel veel afgezwakt wordt op dit moment. Gelukkig staat er in het regeerakkoord dat er extra maatregelen genomen worden richting 2040. Tegelijkertijd weten we dat dat nog wel een hele lange tijd richting de toekomst is. Ik ben benieuwd hoe de VVD daarnaar kijkt. Is dat dan de focus die de VVD heeft, dus minder op 2030 en meer op 2040?

De heer Peter de Groot (VVD):
Nee, dat is niet zo. Wij focussen op 2030, op 2040 én op 2050. Alleen, voor 2030 gaat het echt over versnelling en uitvoering, kan ik namens de VVD zeggen. Voor 2040 zijn wij ook bereid om te bekijken wat er eventueel extra gedaan zou moeten worden als blijkt dat we die 2040-doelen niet zouden kunnen halen. Ik heb zelf nog bij deze minister een motie ingediend over hoe je die doelstelling in 2040 nou kan halen. We kijken dus even wat er uit Europa komt. 2050 is voor ons nog steeds dé datum waarop het geregeld moet zijn. Het is dus niet: waar kijkt u naar? We kijken naar alles, maar wel met een realistische blik.

De heer Flach (SGP):
Ik wil de heer De Groot van de VVD eigenlijk dezelfde vraag stellen als ik aan D66 heb gesteld. Ik kan D66 het antwoord eigenlijk niet kwalijk nemen, want in de top tien van prioriteiten van D66 komt het bedrijfsleven eigenlijk niet voor. Bij de VVD heb ik nog goede hoop dat het bedrijfsleven ergens in de top drie wel een plekje heeft gevonden. Als we dan kijken naar wat er op stapel staat op het gebied van netverzwaring, en we niet gaan uitsmeren, dus niet die amortisatie doen, en we ook geen algemene middelen gaan inzetten, dan moeten we toch constateren dat die kosten voor het bedrijfsleven alleen maar verder omhooggaan en dat onze industrie nog meer over de grens gedrongen zal worden? Hoe kijkt de heer De Groot daarnaar?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik vind dit een mooie vraag. Het bedrijfsleven staat namelijk zeker hoog in de prioritering bij de VVD, zeg ik via de voorzitter tegen de heer Flach. Het is de enige manier om ons land te laten groeien in de economische activiteit, waardoor we onze voorzieningen kunnen blijven betalen. We moeten grote investeringen doen in Defensie; die moeten opgebracht worden. Dat bedrijfsleven moeten we dus echt koesteren. Ik denk dat een schoon en vitaal bedrijfsleven dat klaar is voor de toekomst het meeste waard is. Dat wil ik gelijk maar even gezegd hebben tegen de heer Flach. U vindt mij aan uw zijde in het zoeken naar hoe we dat op een goede manier kunnen doen. D66 heeft terecht al gezegd dat we daarvoor een envelop in het coalitieakkoord hebben gebracht, maar dat is maar een deel van het antwoord daarop. Ik heb mij in de debatten ook steeds ingezet om door te gaan en te kijken of er eventueel een vorm van het uitsmeren van die kosten mogelijk is. Dat zal ik blijven doen. Wellicht kunnen we daar samen in optrekken.

De heer Flach (SGP):
Zo ken ik de VVD gelukkig weer. Ik denk dat dat heel verstandig zou zijn. We leggen nu een netwerk aan c.q. we verzwaren het netwerk voor de komende generaties. Die gaan daar ook de vruchten van plukken. Wij doen dat misschien nog wel het minst. Het is dus ook heel logisch om die kosten wat uit te smeren in de tijd. Dat neemt de acute druk nu weg en voorkomt dat je straks de CO2-doelen haalt doordat er heel veel bedrijven weg zijn. Als dit ook de inzet van de VVD wordt in deze nieuwe kabinetsperiode, dan zullen we dat vanuit de SGP ook van harte steunen.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is fijn om te horen. Ik wil daar nog één ding aan toevoegen, namelijk dat wij natuurlijk ook niet blind kijken of al die kosten zomaar gemaakt moeten worden. Daarom kwam ik vandaag ook met een motie over de regie op de small reactors en kijken hoe je dat op een energie-efficiënte manier kunt doen, zodat je wellicht niet al die investeringen in netverzwaringen moet doen, maar je het gewoon plaatselijk kan maken. Ik denk dat wij nog veel meer uit de kast moeten trekken om ervoor te zorgen dat dit allemaal te betalen valt, dat we het op een hele nuttige, efficiënte en goede manier doen en dat we die verduurzaming doorzetten. Ik denk namelijk dat dat samen heel erg goed kan.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Flach (SGP):
Afrondend, ja. Ik ben het daar van harte mee eens, want juist in de provincies Gelderland, Flevoland en Utrecht is dat zo ontzettend hard nodig. Er is nog veel meer te bedenken. We zouden het bestaande net nog zwaarder kunnen belasten. Laten we samen, toch een beetje als de realistische partijen in deze Kamer, kijken hoe we daar stappen in kunnen zetten.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil even met de VVD door op de energietransitie, want ik hoorde meneer De Groot net ook zeggen dat het allemaal realistisch moet blijven. Dat brengt mij tot de eerste vraag. Op zijn spreekgestoelte zie ik zijn iPhone liggen. Mijn vraag is: weet meneer De Groot van de VVD welke grondstof er in de batterij van die iPhone zit?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben geen iPhonespecialist of -maker, maar ik vermoed dat het om de accu gaat, waar lithium in zit, denk ik. Maar goed, de heer Heutink en ik doen wel vaker spelletjes, in de zin van: wie weet heel goed wat waarin zit? Maar die gaan niet over iPhones. Die gaan soms over andere dingen. Misschien kan hij mij een beetje helpen.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
We weten dat meneer De Groot groot fan is van elektrificeren. We kennen de VVD natuurlijk niet voor niets als: van een vroemvroempartij naar een zoefzoefpartij. Elektrificatie staat bovenaan het wensenlijstje. Er zit kobalt in, zeg ik tegen de VVD. Kobalt wordt voor het grootste gedeelte gewonnen in Congo, waar onder anderen kinderen deze grondstof onder erbarmelijke omstandigheden uit de grond moeten halen. Deze grondstof gaat opraken. Als je het hebt over realistisch beleid met de neus de goede kant op, maar tegelijkertijd vol gaat inzetten op elektrificatie van het wagenpark en boten, dan vraag ik mij het volgende af. Straks krijgen we ook allemaal de thuisbatterij. Die dingen hebben allemaal een li-ionbatterij. Is dat dan straks niet ook een doodlopende weg? Moeten we daar niet slimmer mee omgaan?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben niet zo'n zwartkijker als de heer Heutink. Daar zit misschien ook wel het verschil tussen ons twee in dit debat. Je ziet welke technologische ontwikkelingen de batterijtechnologie, ook met andere grondstoffen, de afgelopen jaren heeft gemaakt en wat er nog in de kinderschoenen staat. Ik denk dat batterijopslag onlosmakelijk onderdeel moet zijn van ons nieuwe energiesysteem. Dat kan niet anders. Ik kijk daar dus niet zo zwart naar. Ik denk dat daar zeker grote kansen liggen, ook voor de technologische ontwikkeling. Ik denk dat we daar in Nederland een graantje van zouden kunnen meepikken.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Die technologische ontwikkeling kunnen we alleen maar toejuichen. Daar is niks mis mee. Maar als je het hebt over realistisch beleid en je gaat nu vol inzetten op a terwijl je weet dat a er straks niet meer is of vervangen gaat worden, dan is dat gewoon kapitaalvernietiging. Dat is toch enorm jammer van al die belastingcenten die we daaraan uitgeven terwijl we weten dat het straks ophoudt?

De heer Peter de Groot (VVD):
Daarom kijken we ook naar een breder palet in de energiemix — dat is nodig — en bijvoorbeeld ook naar kernenergie. Dan kijken we niet alleen naar de conventionele centrales, maar ook naar de SMR's en naar de oplossingen uit de onderzeewereld. Er is hele nieuwe technologie die ons veel verder kan brengen, ook rondom die industriële verduurzaming, dan we misschien vorig jaar of twee jaar geleden hadden kunnen bedenken. Ik kan zo nog wel even doorgaan met voorbeelden van die energiemix. Laat ik dan dit tegen de heer Heutink zeggen en hem dit ook geven: als blijkt dat het een doodlopende weg is, gaan we daar met elkaar een oplossing voor zoeken.

De heer Van den Berg (JA21):
Allereerst is het goed om te constateren dat de VVD en JA21 allebei sterk staan voor het bedrijfsleven. Dat willen we ook alleen maar verder ondersteunen. Maar als ik dan kijk naar de begroting, dan zie ik dat er voor de komende twee jaar, in aanvulling op het coalitieakkoord, best veel geld gaat naar de industrie en de indirecte kostencompensatie. Ik heb daar even in zitten tellen, en het viel mij wel op dat we in 2026 zo'n 300 miljoen euro compenseren bij die industrie en volgend jaar 400 en een beetje, en dat het uiteindelijk oploopt naar een half miljard. Waarom wachten we zo lang met het compenseren van die industrie? Ze hebben het nu heel erg zwaar. Vorig jaar is 20% van de industrie weggegaan uit Nederland. De wolk hangt boven Nederland dat dit jaar nog eens 20% gaat verdwijnen.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik denk dat het te maken heeft met de hoeveelheid industrie die we nog moeten verduurzamen met elkaar. Er zit gelukkig nog meer voor ons. Er zijn meer bedrijven hier gebleven dan er weg zijn gegaan. We hebben tussen 2020 en 2024 toch ook bedrijven gezien die de deur op slot hebben gedaan en weg zijn gegaan. Dat is ook CO2-winst. Dat is niet wat de VVD graag wil; de VVD wil ze graag hier houden en verduurzamen. Het heeft een oploopje nodig, als je kijkt naar hoe die kostencompensatie uitgekeerd kan worden. Ik denk dat het daarmee te maken heeft. Ik zie het hier ook staan. Het is uiteindelijk wel een mooie envelop die ervoor zorgt dat die bedrijven geholpen worden.

De heer Van den Berg (JA21):
Dat ben ik helemaal met u eens. Ik ben blij dat de heer De Groot ziet dat de urgentie bij die industrie heel groot is. Maar ik vraag me nogmaals af: waarom kunnen we nou niet eerder beginnen met het compenseren van die industrie? Als we nou zeggen dat we dit jaar zo'n 200 miljoen euro erbij zouden stoppen — dat is een schijntje vergeleken met de subsidies voor wind — en volgend jaar 100 miljoen euro, voor zo'n belangrijke sector in Nederland, kan ik u daarbij dan aan mijn zijde vinden?

De heer Peter de Groot (VVD):
Er gaan ineens wel heel snel heel veel honderden miljoenen over de tafel. Het zou goed zijn als we daarover in discussie gaan met het nieuwe kabinet. Ik ga er straks nog iets over zeggen. Ik vind dat er een mooi akkoord ligt, met maatregelen die we de afgelopen periode niet konden nemen. Denk aan die volumecorrectie voor de industrie. Ik denk dat er een mooi pakket ligt, waarin de balans is gevonden tussen het steunen van de industrie en bedrijven en het zorgen dat zij ook die verduurzaming mee kunnen maken.

De voorzitter:
Tot slot. Nee. U begint met uw betoog.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb wel het gevoel dat ik lekker bezig ben, voorzitter.

De voorzitter:
Dat vond ik ook, dus dubbelingen mogen wel achterwege worden gelaten.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ga er zeker naar kijken. Ik wilde eigenlijk zeggen dat het nieuwe coalitieakkoord voor de VVD een belangrijk ankerpunt is. Er staan namelijk heel veel keuzes in waar wij al langer voor pleiten. Denk aan meer regie op kernenergie, gerichte steun voor onze industrie — daar ging het net ook al over — een realistische koers in het klimaatbeleid en een koers die niet wegloopt voor ambitie, maar wel oog heeft voor de praktijk van bedrijven, huishoudens en onze economie.

Voorzitter. Ik wil aangeven dat de VVD klimaat- en energiebeleid benadert op een realistische en strategische manier. Voor ons is niet de vraag óf we moeten verduurzamen, maar hoe we dat verstandig doen, met oog voor veiligheid, economische kracht en onze positie in Europa. Klimaatbeleid is namelijk ook veiligheidsbeleid en economisch beleid. Een weerbaar energiesysteem maakt ons minder afhankelijk van instabiele regio's. Een slimme energietransitie biedt kansen voor de chemie in Rotterdam, de levensmiddelenindustrie en de maakindustrie in de Achterhoek.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De heer De Groot had het net over het coalitieakkoord en alle dingen die daarin stonden. Ik ben heel erg benieuwd naar de lezing van de VVD met betrekking tot het sectorakkoord en de nieuwe velden op land. Zullen er, als het aan de VVD ligt, nog nieuwe vergunningen worden verleend voor die kleine velden op land, ja of nee?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik hoorde mevrouw Van Oosterhout daar wat over zeggen. Ik heb even het sectorakkoord erbij gepakt. Daarin zijn afspraken gemaakt tussen verschillende partijen over de gaswinning op land en de geleidelijke afbouw richting 2050. Het kan dus zomaar zijn dat in dat sectorakkoord inderdaad afspraken zijn gemaakt over velden die er nu nog niet zijn. Dat kan. Tegelijkertijd kijken we in dat akkoord ook hoe we richting 2050 die afbouw kunnen realiseren. Ik vind het belangrijk om dat te zeggen — de VVD staat erachter; dat heeft u ook gezien, want wij hebben jarenlang gepleit voor een versnelling van de gaswinning op de Noordzee — dat we tijdens deze energietransitie, waar we middenin zitten, het gas van eigen land echt nog nodig hebben. Dat is ook het geval omdat we zo'n beetje twee derde van het gas dat we nu gebruiken, importeren, wat nog veel vervuilender is. Gedurende die energietransitie hebben we die gaswinning dus nodig, ten meeste en ten beste vanaf de Noordzee, maar ook nog vanaf land.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dat vroeg ik niet. Ik heb het sectorakkoord zelf uiteraard ook gelezen, van a naar b. Mijn vraag was de volgende. Er worden nu in rap tempo allerlei nieuwe vergunningen aangevraagd. Worden die vergunningen, als het aan de VVD ligt, ook verleend voor al die nieuwe, kleine velden op land?

De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is steeds ons standpunt geweest. Als het veilig kan — dat is een voorwaarde — en als er meegedeeld kan worden, staat er wat de VVD betreft niets in de weg om dat te doen.

De heer Kops (PVV):
De heer De Groot noemde net een lijstje uit het coalitieakkoord. Ik miste iets in dat lijstje. Ik denk trouwens dat hij dat bewust weglaat. Ik miste namelijk de verplichte warmtepomp. De verplichte hybride warmtepomp, die zou ingaan per 2026, is geschrapt. De VVD, een liberale partij, heeft daarvoor getekend. Wat heeft de VVD bezield om in dit nieuwe coalitieakkoord weer terug te gaan naar die verplichte warmtepomp en die gewoon op te dringen aan de mensen? Als er iets is waar mensen thuis een hekel aan hebben, zijn het die verplichtingen, dwang en drang, vooral als het gaat om klimaat en de energietransitie. Waarom heeft de VVD dat gedaan? Hoe gaan de mensen thuis, die nu al in energiearmoede leven, dat in hemelsnaam betalen?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb een aantal antwoorden voor de heer Kops. Eén. Is een verplichte warmtepomp de hobby van de VVD? Nee. Maar ja, je onderhandelt over een akkoord en dan komen er weleens dingen uit — dat weet u ook, want wij hebben ook een akkoord met elkaar gesloten — waarvan je denkt: "Is het mijn hobby? Nou, nee, ik vind het niet fijn, maar op zich is het oké." Als je dan een maatregel moet treffen, zou ik zeggen: neem er een waarvan je nu ziet ... De cijfers over de verkoop van hybride warmtepompen stijgen weer. Het is een hele effectieve manier om je huis te verwarmen. Het is een hele effectieve manier om de investering die je erin stopt, terug te verdienen. Als je ergens voor moet kiezen, zou ik zeggen: kies voor de maatregel die het minst pijn doet en doe daar subsidie bij, zodat die investering terugverdiend kan worden.

De heer Kops (PVV):
Subsidie klinkt natuurlijk leuk, maar die dekt natuurlijk maar een gedeelte van de kosten. We moeten niet doen alsof dat gratis geld is, want die subsidies moeten ook ergens vandaan komen. Je zult maar in een oud, slecht geïsoleerd huis wonen dat helemaal niet geschikt is voor een warmtepomp. Sterker nog, als je daar een warmtepomp van een aantal duizenden euro's gaat installeren, moet je ook gaan isoleren en dergelijke. Er zijn zelfs berekeningen van het Economisch Instituut voor de Bouw die zeggen dat je dan kan uitkomen op tienduizenden euro's per woning. Daar ging mijn vraag over. Hoe moeten mensen dat in hemelsnaam gaan betalen als die verplichting, waar de VVD voor heeft getekend, eraan gaat komen?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik zou de heer Kops willen uitnodigen om eens naar Intergas in Culemborg te gaan. Daar laten ze zien dat een warmtepomp in woningen van bouwjaren 1960 tot 2000 — daar hebben ze pilots gedaan — overal werkt en overal opbrengst heeft, en dat de warmtepomp het heel goed doet. Ze laten ook zien dat het niet om tienduizenden euro's gaat, zoals de heer Kops zegt. Het gaat over de hybride variant, waarbij uiteraard een deel geëlektrificeerd wordt, maar ook nog een deel op gas werkt. Dat is eigenlijk een hele kostenefficiënte manier om een warmtepomp te installeren. Nogmaals, in de afgelopen decennia hebben we ook een keer gezegd "we gaan een hr-cv-ketel normeren". Dat werkt heel effectief. Wij hebben hier "2029" neergezet. Ik ga ervan uit dat de warmtepompen dan een stuk duurder zijn in de productie. Sorry, ik moet het andersom zeggen. Ik ga ervan uit dat ze dan een stuk goedkoper zijn in de productie, waardoor we een heel goed, energie-efficiënt en betaalbaar pakket voor huishoudens kunnen neerleggen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Kops (PVV):
Meer dan een half miljoen huishoudens leven nu al in energiearmoede. Dat heeft natuurlijk direct te maken met de energiebelasting op aardgas, want die belasting wordt jaar na jaar verhoogd. De bedoeling daarvan is om mensen te verleiden — beter gezegd: te dwingen — om van het gas af te gaan en om uiteindelijk te verduurzamen door een dure warmtepomp te kopen. Maar mijn vraag was: wat als die mensen die warmtepomp toch niet kunnen betalen? Dan zitten ze vast aan een torenhoge gasbelasting. Die mensen gaan linksom of rechtsom gewoon de hoofdprijs betalen bij de VVD. Mijn vraag is: waarom doet de VVD niets aan die torenhoge energiebelasting op gas om de mensen die het geld niet hebben om al die verduurzamingsgekkigheid te betalen, ietsje tegemoet te komen? Want een half miljoen huishoudens in energiearmoede; dat kan toch niet?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ga niet mee in het frame van al die verduurzamingsgekkigheid. In dat frame ga ik niet mee. Ik denk dat wij een oplossing hebben gevonden voor hoe je je huis energie-efficiënt kunt verduurzamen en hoe je dat op korte termijn kunt terugverdienen. De hybride warmtepomp is echt een goede oplossing. Wij ondersteunen die huishoudens ook daarin, dus ik ga niet mee in dit frame.

De heer Vermeer (BBB):
Ik vind deze discussie interessant. De heer De Groot zegt dat hij en zijn coalitie, en het toekomstige kabinet, die huishoudens daarbij gaan ondersteunen, maar in de hele financiële plaat die achter het coalitieakkoord zit, kan ik geen cent daarvoor vinden. Hoe gaat de heer De Groot garanderen dat dit gecompenseerd wordt voor de bijna 9 miljoen huishoudens die niet op het warmtenet zullen zitten? Want dat zijn er nogal wat.

De heer Peter de Groot (VVD):
Als het gaat over die 9 miljoen huishoudens ... Dat is iets voor de langere termijn, want het is niet zo dat al die cv-ketels per 2029 vervangen moeten worden door een verplichte hybride warmtepomp. Dat is niet zo. Daar zit natuurlijk een vervangingsschema aan vast. Dat duurt veel langer. Het is niet verboden om nog dit jaar of volgend jaar een cv-ketel te installeren. Er zijn nog heel veel nieuwe installaties. Er zit natuurlijk een vervangingsschema achter. De heer Vermeer weet uit eigen ervaring — dat heeft hij al heel vaak verteld — bij het aanschaffen van zijn eigen hybride warmtepomp dat er een subsidie tegenover staat. Ik heb het over de ISDE. Ik snap de vraag van de heer Vermeer dus niet zo goed.

De heer Vermeer (BBB):
Dan zal ik het nog een keer uitleggen. Op het moment dat er nu normering en stimulering komt van een niveau dat er nu nog niet is — dit wordt namelijk gebracht als nieuw beleid — dan moet daar geld voor zijn, maar daar staat €0 voor in de financiële plaat. Zelfs al zou ik er rekening mee houden dat die 9 miljoen huishoudens dat in twintig jaar gaan doen — dan houd ik het ruim aan, want lang niet iedere cv-ketel redt dat — dan heb je het nog over 450.000 tot 500.000 huishoudens per jaar bij wie het vervangen moet worden. Dat kan niet als er €0 is om dat te stimuleren. Wat is stimuleren en normeren dan?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik vind het heel lastig dat de heer Vermeer het heel absoluut maakt, alsof al die 9 miljoen huishoudens, alle huur- en koopwoningen, naar hybride warmtepompen gaan. Dat is natuurlijk helemaal niet zo. Ze gaan ook over naar warmtenetten en naar andere bronnen. Er moeten niet 9 miljoen hybride warmtepompen komen vanaf 2029. Dat is niet zo. Ik weet zeker dat als dit in 2029 verplicht wordt, deze coalitiepartijen zullen kijken: hoe kunnen we dat op een goede manier doen, wat is de prijs op dat moment van die warmtepompen en hoe kan dat terugverdiend worden? Is er een redelijke terugverdientijd? Als dat niet het geval is, dan weet ik zeker dat het volgende kabinet daar goed naar zal kijken, want deze coalitie gaat niemand in energiearmoede storten. Dat weet ik honderd procent zeker.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Vermeer (BBB):
Ik ga het hier wel absoluut maken, want we moeten af van de tekentafeltoestanden hier in Den Haag. Het is gewoon absoluut. Op dit moment zijn er zo'n 700.000 huishoudens in een warmtenet. Ik reken er al op dat 300.000 huishoudens de komende tijd ook nog overgaan. Ik ben dus heel optimistisch; zo kent u mij. In het coalitieakkoord staat gewoon: "Op plekken waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing is, stimuleren en normeren we, per 2029, de uitrol van hybride, slimme warmtepompen." Het is gewoon een simpele rekensom: we moeten 9 miljoen mensen voor €0 aan de warmtepomp hebben. Dan hou ik nog niet eens rekening met al die extra huishoudens die er jaarlijks bij komen. Hoe gaat de heer De Groot dit in vredesnaam doen?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik doe dat door tegen de heer Vermeer te zeggen, via u, voorzitter, dat het er geen 9 miljoen zijn. Er zijn heel veel aardgasvrije woningen op dit moment, die geen hybride warmtepomp hoeven te hebben. Dat is dus niet zo. Er zijn andere energiebronnen waar woningen op aangesloten worden. Ik ga dus gewoon niet mee in het frame dat het gaat om 9 miljoen woningen.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Peter de Groot (VVD):
Voorzitter. Ambities hebben alleen maar waarde als ze uitvoerbaar en betaalbaar zijn en kunnen rekenen op draagvlak. De VVD wil dat dat beleid werkt in de fabriekshal en op het mkb-terrein. Dat is ook de lijn uit ons verkiezingsprogramma en uit het coalitieakkoord. Groen groeien kan alleen als economie en klimaat hand in hand gaan. Daarom is het zo belangrijk dat deze begroting en het coalitieakkoord inzetten op een gelijk speelveld in Europa. Onrealistische en nationaal geïsoleerde eisen zetten onze industrie op achterstand en dan verdwijnt productie naar Duitsland, waar het net al over ging, of zelfs naar de VS en Azië, terwijl de wereldwijde uitstoot niet daalt. Dat kan echt nooit de bedoeling zijn.

Voorzitter. Verduurzaming van de industrie is de grootste economische verbouwing sinds de opbouw van de industrie. Dat vraagt om stabiel langetermijnbeleid en echte samenwerking. De afgelopen jaren zagen we best wel veel overlegtafels, maar die waren ook te vaak ad hoc en versnipperd. De VVD wil daarom een structurele overlegtafel tussen industrie en het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Die moet niet vrijblijvend zijn, maar wederzijdse verplichtingen hebben. Bedrijven die investeren in CCS in de haven, in waterstof in Zeeland of in de elektrificatie in de Brainport, moeten kunnen rekenen op duidelijkheid over vergunningen, infrastructuur en energieprijzen. Andersom mag de overheid eisen stellen aan tempo en resultaat. De energietransitie is namelijk niet lineair. Daarom zijn maatwerk en flexibiliteit wel nodig, maar mag er niemand verzaken.

Is de minister bereid om zo'n structurele overlegtafel in te richten, die een duidelijk mandaat heeft en waaraan afspraken worden gemaakt over energiekosten, infrastructuur, CCS en waterstof? Kan de minister toezeggen dat dit geen praatclub wordt, maar een plek waar echt knopen worden doorgehakt? Klimaatbeleid wordt namelijk te vaak gemeten in modellen. Vergunningen duren jaren, regels stapelen zich op en investeringscycli zijn langer dan kabinetsperiodes. Is de minister daarom ook bereid om bij grote maatregelen standaard een uitvoerbaarheidstoets met het bedrijfsleven en de regio te doen? Dat kan wellicht ook via die tafel. Kan de minister garanderen dat Europese afstemming leidend is bij het vormgegeven van dit beleid?

Voorzitter. Als we willen dat de industrie blijft verduurzamen, moeten we af van het beleid dat iedereen over één kam scheert. Vandaar dat ik die tafel opbreng. De VVD ziet aanvullend daarop de maatwerkafspraken als het instrument dat nodig is voor bedrijven met een specifieke aanpak en de bedrijven die van groot belang zijn om de transitie te laten slagen. De bestaande maatwerkafspraken met Nobian en Tata Steel laten zien waarom dit zo belangrijk is. De collega van D66 had het net al over Nobian, waar met elektrificatie en waterstof een cruciale schakel in de Nederlandse chemieketen wordt gemaakt. Ondanks de afspraak staat op dit moment een investering van ruim een half miljard onder druk. Dat moet echt anders. Bij Tata gaat het om een transitie die niet alleen klimaatwinst oplevert, maar ook tienduizenden banen en strategische industrie voor Nederland behoudt. Zulke trajecten zijn complex, kapitaalintensief en soms ook onzeker. Dat regel je dus niet met alleen generieke normen, maar met afspraken per bedrijf en per cluster. Voor de VVD is daarbij essentieel dat het maatwerk twee kanten op werkt: geen blanco cheque, maar harde mijlpalen, tussen transparantie en afdwingbare prestaties. Tegelijkertijd moet het Rijk leveren op netaansluitingen, vergunningen en betaalbare energie, want anders vragen we het onmogelijke.

Voorzitter. Dan Gelderland. Laat ik het concreet maken voor mijn eigen provincie. De Gelderse steen- en papierfabrieken willen graag verduurzamen, maar ze hebben op dit moment nauwelijks handelingsperspectief. Hun processen vragen om hoge temperaturen en continue energie. Elektrificatie is onzeker door netcongestie, waterstof is nog niet beschikbaar en CCS ligt vaak buiten bereik. Deze bedrijven weten wat er van hen wordt gevraagd, maar ze weten niet hoe ze er moeten komen. Hoe gaat de minister juist deze traditionele sectoren helpen aan een realistisch transitiepad? Komt er per cluster, zoals de Gelderse papier- en baksteenindustrie, een concreet stappenplan met infrastructuur, beschikbare technieken en een betaalbaar tijdpad? Zien we dat dus terug in dat NPE of waarin komt dat terug? Is de minister bereid deze sectoren expliciet te betrekken bij de structurele overlegtafel? Zonder duidelijkheid voor hen dreigen we de iconische maakindustrie in Nederland te verliezen, terwijl de vraag naar hun producten gewoon blijft bestaan.

Voorzitter. Dan zeg ik nog iets over betaalbare energie als randvoorwaarde. Een gelijk speelveld begint namelijk bij betaalbare energie. De VVD heeft hier in het debat vaker gepleit voor de IKC, de kostencompensatie, en een vorm van volumecorrectie. Het is goed dat in het coalitieakkoord extra middelen worden vrijgemaakt om de elektriciteitskosten van de industrie te verlagen. Dat is geen luxe maar een harde voorwaarde om de transitie goed te laten verlopen. Het is zonde dat waardevolle bedrijven vertrekken. Ik spreek ondernemers in Delfzijl en Moerdijk, maar ook in Gelderland die willen elektrificeren maar vastlopen op de businesscase. Als stroom duurder is dan gas, blijft verduurzaming namelijk gewoon theorie.

Voorzitter. Ik wil het hebben over netcongestie. Dat is toch wel het grootste struikelblok voor de verduurzaming op dit moment, want zelfs als het geld en de wil er zijn, lopen de trajecten vast op het net. Netcongestie is hét kantelpunt van de transitie. Bedrijven in Gelderland en in Brabant kunnen niet uitbreiden, laadpleinen worden niet aangesloten en warmtepompen wachten op capaciteit. De VVD ziet flexibel gebruik van het net daarom als belangrijke oplossing om het net minder te belasten. Het is de belangrijke schakel die hier vaak vergeten wordt. We zijn dan ook blij dat het offensief is ingezet voor het aantrekkelijker maken van flexconctracten. Het is de VVD alleen niet duidelijk wat hier precies gaat veranderen en wanneer. Het lijkt namelijk nog wat vrijblijvend. Welke afspraken zijn gemaakt met de netbeheerders? Wanneer, is de verwachting, worden de contractvoorwaarden aangepast en aan welke aanpassingen wordt hier dan gedacht? Ik hecht eraan te benadrukken dat hier samen met de sector naar moet worden gekeken.

Tevens worden er middelen vrijgemaakt voor flexibiliteit. Dat is goed, maar het is in dit kader niet logisch als de overheid een rol krijgt in het aantrekkelijk maken van die flexibiliteit. Deze verantwoordelijkheid ligt nu grotendeels bij de netbeheerders, terwijl ze van groot maatschappelijk belang is. In hoeverre wordt er door het ministerie of de ACM meegekeken bij de flexibele contracten die worden aangeboden? Is er hier ruimte om erover mee te denken?

Voorzitter. Ik heb wat dingen overgeslagen. Het laatste stukje van mijn bijdrage gaat erover dat een toekomstig energiesysteem natuurlijk niet kan zonder kernenergie. Ik heb het mooiste voor het laatst bewaard, zou ik willen zeggen. Nederland heeft een energiesysteem nodig dat betrouwbaar en onafhankelijk is. Dat vraagt om een brede mix: zon en wind waar het kan, gas zolang het moet en zo snel mogelijk kernenergie als ruggengraat. Kernenergie is voor de VVD een strategische keuze. Daarom moet de bouw van de centrales worden doorgezet. We zijn dan ook blij dat het coalitieakkoord hieraan vasthoudt. Ook SMR's moeten een volwaardige plek in het toekomstige energiesysteem krijgen. Het gaat hier om regie en tempo.

De VVD heeft eerder vandaag gevraagd naar de routekaart voor de SMR's, dus de locatie, de planning en de rol van het Rijk. De locaties van de SMR's of zelfs kleine centrales, de minicentrales, moeten niet alleen vanuit het gebied worden gekozen. Ze moeten vooral komen waar de grootste vraag naar elektriciteit is, waar we daarmee enorme netverzwaringen kunnen voorkomen — ik had het er al over met de heer Flach — en waar de overheid zelf een bijdrage kan leveren. Ik zag de minister gisteren in Zeeland. Mijn vraag is eigenlijk: zijn de eerste stappen daar al gezet? Is de grondverwerving eigenlijk al opgestart? Zijn er al deals gemaakt? Zijn er onomkeerbare stappen gezet? Of kan de minister misschien toezeggen dat in het tweede kwartaal de eerste grond voor de kerncentrales echt wordt opgekocht?

Voorzitter. Ik sluit af. De VVD gelooft in een Nederland dat schoon en sterk is, in een industrie die hier kan blijven produceren, ook de steen- en papierfabriek in Gelderland, en in een energiesysteem dat ons onafhankelijker maakt. Dat is de lijn van het coalitieakkoord en van deze begroting. Ik overweeg daarom nog een motie die de regering verzoekt om die structurele overlegtafel met de industrie in te richten, met wederzijdse verplichtingen en duidelijke doelen voor energiekosten, CCS, waterstof, elektrificatie en netcapaciteit. Ik hoor graag de reactie van de minister.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik inventariseer twee interrumpanten. Allereerst is het woord aan de heer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Een korte vraag. Ik hoor de heer De Groot iets duidelijker dan collega Klos net over de kerncentrales spreken. Is de VVD van mening dat er dan in het coalitieakkoord staat dat we doorgaan met die twee grote kerncentrales en dat er twee kleinere komen, of is er ook voor de VVD geen keiharde ja op dat die twee grotere kerncentrales gebouwd gaan worden?

De heer Peter de Groot (VVD):
Voor ons is het een no-brainer dat die er moeten komen. We duwen tegelijkertijd ook op de SMR's als een mogelijke oplossing voor in dat net. Maar ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat we die twee grote niet bouwen. Dat is hartstikke hard nodig. Het liefst moeten we er misschien wel vier bouwen, zodat je een robuuster energiesysteem krijgt, doordat je voldoende baseload krijgt in het systeem. Aanvullend daarop, ook voor de flexibiliteit van het net, of misschien wel voor de investeringen die we niet moeten doen, komen die SMR's. We hebben het nog niet eens gehad over de oplossing van de echt kleine Allseas-centrales. Zo veel ruimte als een tennisbaan heb je daarvoor nodig; dat is een heel andere configuratie. Die kunnen ook een heel waardevolle toevoeging daarvoor zijn. Maar ik weet wat wij met elkaar hebben opgeschreven in het coalitieakkoord. We zullen zien hoe de uitwerking daarvan is van de nieuwe staatssecretaris die daar straks over gaat. Voor de VVD blijft als belangrijkste paal boven water staan dat het belangrijk is om door te gaan met de uitrol van die kerncentrales, naar ik denk in Zeeland; daar vraagt de minister ook naar. Ik denk dat het het belangrijkste is om daarmee door te gaan.

De heer Dassen (Volt):
"Ik kan het me eigenlijk niet voorstellen", zegt de heer De Groot, maar de manier waarop het opgeschreven is, laat er heel veel ruimte voor open dat er helemaal geen twee grote komen, maar bijvoorbeeld vier kleine. Maar als ik de heer De Groot zo beluister, dan zegt hij: nee, dat is eigenlijk onbespreekbaar voor de VVD.

De heer Peter de Groot (VVD):
Omdat het in de zin heel duidelijk is dat er "en" staat: het kunnen conventionele én SMR's zijn. Het laat dus niet veel ruimte, omdat ze allebei nodig zijn. De heer Dassen heeft net de vraag gesteld: kunnen dat ook alleen maar SMR's zijn? Ik kan me dat niet voorstellen als je kijkt naar de afspraken die wij met elkaar gemaakt hebben. Wat betreft de VVD gaan we dus door met het plannen van die conventionele kerncentrales. Die zijn heel hard nodig voor de baseload in Nederland; die hebben we hard nodig. Die SMR's zijn echt gericht op waar de opgave decentraal ligt.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Dassen (Volt):
Dan is het standpunt van de VVD duidelijk: die twee grote kerncentrales moeten er dus komen en eventueel worden er additioneel SMR's gebouwd, maar voor de VVD is het onbespreekbaar om die grote kerncentrales niet te gaan bouwen. Heb ik de heer De Groot goed begrepen?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik lees het ook zo. We hebben het met elkaar opgeschreven, dus ik ga ervan uit dat we daar met elkaar uit komen. Daar hoeft u niet ongerust over te zijn, zou ik u willen zeggen.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Meneer De Groot en ik zijn het denk ik samen heel erg eens over kernenergie. Kernenergie is schoon en stabiel. Dat moeten we gewoon gaan realiseren met elkaar. Maar tegelijkertijd zien we dat dezelfde VVD van de heer De Groot volgens mij al decennialang zegt dat die kerncentrales er moeten komen. Diezelfde tijd, ook decennialang, zit de VVD al in het kabinet. De VVD heeft het nu opnieuw opgeschreven in het coalitieakkoord, maar hoe weten we nou dat die dingen daadwerkelijk gebouwd gaan worden in deze kabinetsperiode?

De heer Peter de Groot (VVD):
Daarvoor moet je een aantal dingen doen. De heer Heutink zegt: decennialang. Nou, volgens mij is in Rutte IV opgeschreven dat die kerncentrales er komen. Overigens pleit de VVD er al langer voor, maar het is in Rutte IV opgeschreven. Als je ervoor pleit, betekent het echter nog niet dat het beleid is, zeg ik er ook maar even bij. Laten we even die tijdshorizon er even bij pakken. Er gebeurt natuurlijk heel veel. Het is niet dat er niets gebeurt. Alleen, in het debat pleit ik er namens de VVD voor dat het tempo richting de uitvoering omhoog moet. Dat is precies de reden waarom ik de vragen aan de minister stel: wat is de minister gisteren precies in Zeeland wezen doen, zijn daar alweer mooie afspraken met elkaar gemaakt om de volgende stap te kunnen zetten? Ook dien ik elke keer moties in om bijvoorbeeld voor de SMR's te zeggen: oké, pak de regie, kijk waar ze moeten komen, ga in gesprek met de sector. Ik kan eigenlijk niks anders doen dan de motie ondersteunen van de heer Van den Berg van JA21, die zegt: doe dat ook op een manier waarop we als Nederland als producent er ook nog wat aan hebben.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nog even doorgaand op de vraag van de heer Dassen. In het coalitieakkoord staat: "Met het beschikbare budget uit het Klimaatfonds en in samenwerking met marktpartijen wordt doorgewerkt aan de bouw van ten minste vier nieuwe kerncentrales. Dit kunnen conventionele en ook modulaire reactoren zijn." Misschien is tekstexegese niet of wel het sterkste onderdeel van collega De Groot, maar ik lees dit als: het kunnen in theorie ook vier of meer SMR's worden. Het hoeft niet per se twee en twee te zijn, want zo staat het niet opgeschreven. In eerdere coalitieakkoorden stond het er heel duidelijk: uitsluitend. Maar nu niet. Als ik dan denk aan hoeveel ruimte er fysiek is in Zeeland en in Borsele voor twee grote centrales op die postzegel bij Borsele, biedt die SMR misschien wel een uitkomst in de toekomst, ook voor de ruimtelijke puzzel.

De heer Peter de Groot (VVD):
Laten we het eens omdraaien: ik lees hier niet dat we geen conventionele centrale doen. In reactie op wat de heer Grinwis buiten de microfoon zegt: nou, dan zijn we het erover eens. Ik interpreteer het zo dat we die kerncentrales doen die zo snel mogelijk de base load van Nederland met elkaar kunnen versterken. Dat zijn de conventionele — dat heb ik net ook al aangegeven — maar ook de modular reactors kunnen daar met snelheid een goede rol in spelen. Dat is bedoeld met wat hier opgeschreven is. Volgens de VVD staat hier gewoon een hartstikke mooie paragraaf over kernenergie, waarbij we met de twee andere partijen de handen in mekaar hebben gedaan. Ik hoop dat we daar ook meerderheden voor in de Kamer kunnen vinden met elkaar. Maar wat de VVD betreft horen daar zowel de conventionele als de SMR's alsook de Allseas-achtige kerncentrales gewoon in, want die hebben we in Nederland gewoon keihard nodig voor een robuust en goed energiesysteem.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
We zijn beiden al meerdere keren in Borsele geweest. We weten hoe weinig ruimte er is op die locatie, naast het Sloegebied, om twee conventionele centrales in te passen. Als die interpretatie wordt opgerekt, waarbij er kan worden gekeken of het kan worden opgelost met SMR's op die locatie — en dan zijn het er misschien meer dan twee; dat zou zomaar kunnen — is dat dan niet iets wat je open moet houden naar de toekomst toe? Iedereen maakt zich namelijk best wel zorgen hoeveel centrales of hoeveel opwekcapaciteit, die we inderdaad heel breed in de Kamer willen, vaststaat op die postzegel, terwijl we weten dat er in andere gebieden in Zeeland, bijvoorbeeld aan de kant van Terneuzen bij Biervliet, toch wat meer verzet is. Dus het is misschien wat lastig om het daar te doen.

De heer Peter de Groot (VVD):
Het risico is natuurlijk dat we gaan debatteren over een specifieke locatie en casus, terwijl we de precieze details niet goed weten met elkaar, niet goed kunnen doorgronden. Dat is ook de reden waarom ik net de vraag aan de minister heb gesteld hoe het daar eigenlijk is. Mijn eigen plaats, de gemeente Harderwijk, heeft ook gezegd: dat is een mooie plek voor een SMR. Dan denk ik bij mezelf: ja, maar er zit niet zo heel veel industrie, dus dat vinden ze waarschijnlijk omdat het aan de Randmeren is waardoor er water is of iets dergelijks. Elke plek heeft zo zijn eigen karakteristieken. Ik denk dat we vooral de regietaken bij het ministerie moeten laten, maar voor ons gaat het over snelheid: zo snel mogelijk en zo goed mogelijk en ook uiteindelijk met goed maatschappelijk draagvlak.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Van den Berg. Daarna is het woord aan mevrouw Van Oosterhout.

De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoor bij de heer De Groot allemaal goede zaken over versnellen; dat zie ik ook in het programma staan. Ik denk alleen wel dat voor het versnellen daadwerkelijk meer geld nodig is. Dat staat niet in dit akkoord. Het blijft bij het huidige budget dat in het Klimaatfonds staat gereserveerd, en er komt geen cent bij. Hoe kunnen we op die manier volgens de heer De Groot versnellen?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik zou tegen de heer Van den Berg willen zeggen: laten we dat geld dan eerst maar eens even uitgeven. Er staat een grote pot geld; die staat er al een tijdje. Als je niet uitkijkt, wordt er soms bedacht om die aan andere dingen uit te geven; zo werkt het hier ook. Laten we die pot dus conserveren en zo snel mogelijk uitgeven aan die kernenergie. Dat zou het beste zijn.

De heer Van den Berg (JA21):
Die pot met geld wordt ook uitgegeven. We zien de komende jaren ook onttrekkingen uit dat Klimaatfonds, maar ik ben een realist in dezen. Ik zie dat er vier centrales gebouwd moeten worden en ik zie de maritieme ambities en de industriële clusters enzovoort. Ik ondersteun deze zaken van harte — kernenergie is me op het lijf geschreven — maar er is ook geld voor nodig. Ik denk dat we daar de komende jaren veel meer in moeten stoppen. Hoe kijkt de heer De Groot daarnaar?

De heer Peter de Groot (VVD):
Misschien nog even over de maritieme ontwikkelingen en ook de small reactors. Ik zie wel dat het privaat geld is wat er in de small reactors gestoken moet worden. Het doel is natuurlijk om die industriële clusters te ondersteunen. Natuurlijk kunnen die industriële bedrijven aanspraak maken op de SDE++. Dat geld is bedoeld voor verduurzaming, maar ik zie dat met name de investeringen in de small reactors vanuit de private kant moeten komen. Vanuit de publieke kant moeten die vergunningen en regelgeving echt worden gestroomlijnd om dat voor elkaar te krijgen. Zo kijk ik eigenlijk een beetje naar die SMR's: die zijn echt wat anders dan de conventionele kerncentrales.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Groot. Het woord is aan mevrouw Van Oosterhout voor haar maidenspeech namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Bij maidenspeeches wordt niet geïnterrumpeerd. U heeft het woord, mevrouw Van Oosterhout.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het begon voor mij allemaal in Borgercompagnie, een karakteristiek lintdorp in Oost-Groningen: één straat, geen supermarkt en meer koeien dan inwoners. Het is wel een plek waar iedereen naar elkaar omkijkt. Als kind voelde ik me er op mijn plek. Ik werd omringd door de talen van het Noorden: thuis Fries, op school Gronings en later kwam daar ook Drents bij. Ik ging naar de dorpsschool. Daar waren niet meer dan 50 leerlingen. Ik herinner me goed dat de minister van Onderwijs langs zou komen, maar op het moment suprême bleek dat niet in persoon te zijn. Er was een videoverbinding geregeld, want Oost-Groningen bleek toch wel wat ver. Ik noem dit voorbeeld omdat het illustratief is voor de afstand die wij ook toen al voelden met Den Haag. Toen aardbevingen ons gebied begonnen te tekenen, toen huizen begonnen te scheuren en toen mensen hun zekerheid kwijtraakten, duurde het jaren voordat we serieus genomen werden. We wisten wat de oorzaak was, maar we wisten ook dat er zwaardere belangen in het spel zijn, belangen van machtige fossiele bedrijven die voorrang kregen op de veiligheid van mensen. Dat voelde ik toen en dat voel ik nog steeds: het gevoel dat je er niet toe doet, dat je klein bent tegenover een machtige reus, te klein. In het Noorden leerden we al heel jong een pijnlijke les: de afstand van Den Haag naar Groningen is altijd verder dan van Groningen naar Den Haag.

Voorzitter. Mijn strijd voor een leefbare planeet en tegen grote vervuilers is daar geboren, in Oost-Groningen. Ik heb van dichtbij gezien wat er gebeurt als grote vervuilende bedrijven vrij spel krijgen en als gewone mensen de dupe worden en zich niet beschermd weten. Dat gevoel van strijdbaarheid en machteloosheid, dat gevoel van je klein voelen terwijl je wil knokken voor wat je dierbaar is, heb ik omgezet in daadkracht, opkomen voor anderen.

Twaalf jaar geleden werd ik gekozen om twee jaar lang de Nederlandse jongeren te vertegenwoordigen in Brussel. Ik sprak met duizenden jongeren over hun zorgen voor de toekomst, zorgen die ikzelf ook had. Ik probeerde een spreekbuis te zijn van hun stemmen op de plekken van de macht, daar waar de besluiten worden genomen. In die gesprekken met al die jongeren werd mij één ding heel snel duidelijk: klimaatverandering is dé strijd van onze generatie én van de generaties na ons. We zagen ook toen al overstromingen in Nederland, bosbranden in Zuid-Europa en extreme hitte. Terwijl wetenschappers jaar op jaar nieuwe hitterecords vaststellen, blijven wij hier doen alsof we alle tijd hebben. Ik weet nog dat in Brussel vaak tegen mij werd gezegd: "Ik doe het voor mijn kinderen". Maar die kinderen zijn geen kinderen meer. Zij dragen vandaag de gevolgen van uitstel en half werk en zij zitten nu zelf in deze Kamer.

Tegelijkertijd weet ik dat het nog niet te laat is. Mijn motivatie om me in te zetten in de strijd tegen klimaatverandering is juist ook de overtuiging dat we er nog wel iets aan kunnen doen, maar dan moeten we wel nú alles op alles zetten. En dus deed ik in Brussel twaalf jaar geleden een belofte aan mezelf: ik zou altijd blijven zoeken naar de plek waar ik de meeste impact kon maken. Ik deed dat in the City als consultant, waar ik probeerde verandering van binnenuit te realiseren bij bedrijven. Daarna deed ik dat als lobbyist richting overheden, om beleid en regels te veranderen. Maar ik zag hoe moeilijk het was om grote bedrijven of overheden echt van koers te laten veranderen.

Voorzitter. Toen ik de kans kreeg om te werken aan een rechtszaak tegen een van de grootste fossiele bedrijven ter wereld, wist ik één ding: dit moet ik doen, want dit is het nieuwe strijdtoneel. In de rechtszaal draait het niet om wie de grootste portemonnee heeft, niet om wie de beste lobby heeft en niet om wie de juiste mensen kent. In de rechtszaal draait het om de feiten van de zaak, om inzicht uit de wetenschap. Maar natuurlijk was ook in de rechtszaal de strijd niet gelijkwaardig. Wij waren met een team van twintig tegenover een leger aan advocaten. Maar wij hadden iets wat zij niet hadden: de waarheid, de wetenschap en niet te vergeten, de steun van een generatie, van tienduizenden jonge mensen die tijdens klimaatprotesten de straat op gingen voor hun toekomst. De rechter heeft destijds een fundamenteel punt gemaakt. Het is een mensenrecht om beschermd te worden tegen gevaarlijke klimaatverandering. Bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid om hun uitstoot naar beneden te brengen, los van wat overheden en consumenten doen. Het openen van nieuwe olie- en gasvelden is niet te rijmen met de afspraken die we internationaal hebben gemaakt.

Voorzitter. In de rechtszaal boekten we successen, lieten we zien dat je, als je samen opstaat, het zelfs van de grootste vervuilers kunt winnen. Maar waarom dan toch de stap naar Den Haag? Omdat rechters geen beleid maken. Hun taak is rechtspreken. Rechters houden ons een spiegel voor: doen overheid en bedrijfsleven wat de wet van hen vraagt? Helaas is het antwoord nog te vaak nee. Dat bleek opnieuw in de Bonairezaak tegen de Nederlandse Staat. In deze Kamer worden de wetten gemaakt die levens raken en toekomsten vormen. Daarom ligt de verantwoordelijkheid hier.

Voorzitter. Mijn grootste drijfveer komt nog steeds voort uit hetzelfde gevoel dat ik in Oost-Groningen had: het gevoel van onrecht bij wat er gebeurt als vervuilende bedrijven mogen doen en laten wat ze willen; het gevoel van onrecht als gewone mensen niet worden beschermd. Het gaat om rechtvaardigheid, om klimaatrechtvaardigheid. Op dit moment is die rechtvaardigheid er niet. De zwaarste lasten van de klimaatcrisis worden gedragen door degenen die er het minst aan hebben bijgedragen. Vandaag leven steeds meer mensen in energiearmoede, mensen die hun huis niet warm krijgen, die de verwarming lager zetten en in tochtige huizen moeten leven. Tegelijkertijd blijven we miljarden aan fossiele subsidies uitkeren aan bedrijven die recordwinsten boeken. En daar verzet ik mij tegen. Wie de gevolgen van klimaatverandering het eerst voelt, mag nooit als laatste aan het woord komen. En wie de schade als eerste ondervindt, mag nooit het minst beschermd worden. Als we de klimaatcrisis willen oplossen, moeten we dat rechtvaardig doen.

Voorzitter. Mijn eerste werkbezoek als Kamerlid was naar Friesland. Ik sprak daar met onder anderen inwoners uit Top en Twel, dorpen waar de voorbereidingen voor nieuwe gasboringen in volle gang zijn. Uit pure noodzaak voeren bewoners zelf metingen uit. Ze huren advocaten in uit eigen zak om bezwaarprocedures te voeren. Ze gaan naar Den Haag, om vervolgens te horen te krijgen dat zij als bewoners niet ontvankelijk zijn, waarna ze teruggestuurd worden naar Friesland. Het is ongelofelijk. U zult begrijpen dat mijn gedachten meteen teruggingen naar Groningen. Mensen voelen zich even machteloos en zien opnieuw dat financiële belangen structureel zwaarder wegen dan hun veiligheid, hun huizen en de kwaliteit van hun leefomgeving. Het raakt ook onze natuur, bijvoorbeeld het kwetsbare veenweidegebied. Wat we hier op het spel zetten, krijgen we nooit meer terug.

Voorzitter. Dat geldt evengoed voor Bonaire, letterlijk verder weg maar voor mij emotioneel heel dichtbij. Vorige week sprak ik met de inwoners van Bonaire die met Greenpeace naar de rechter zijn gestapt. Om met hun woorden te spreken: "Klimaatverandering is voor ons geen dreiging van de toekomst, in de verte. Zij is hier. Zij ademt in onze nek, brandt op onze huid en dringt binnen in onze huizen." Onderzoek bevestigt dat het zuiden van het eiland tegen het einde van de eeuw permanent kan onderstromen. En wederom gaat dit om klimaatrechtvaardigheid. Bonaire betaalt de prijs, terwijl de uitstoot vooral elders plaatsvindt. Onlangs stelde de rechter vast dat Nederland veel meer had kunnen en moeten doen om Bonaire te beschermen. Sterker nog, het verbod op discriminatie is geschonden. Nederland moet van de rechter alles op alles zetten om klimaatdoelen aan te scherpen en te halen. We verwachten dat er snel een plan komt, maar omdat we geen tijd te verliezen hebben, komen we vandaag met een voorstel om 4 miljoen euro extra vrij te maken voor duurzame energieproductie op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.

Voorzitter. Wat verbindt Borgercompagnie, Friesland en Bonaire met elkaar? Dat is de gedeelde ervaring van mensen. Mensen die zien dat besluiten die ver weg genomen worden, leiden tot gevolgen dichtbij. Mensen die zien dat winst voorop wordt gesteld en dat fossiele belangen zwaarder wegen dan hun toekomst. Deze mensen worden te vaak door Den Haag in de steek gelaten.

Voorzitter, tot slot. Deze begroting is niet los te zien van het coalitieakkoord van het nieuwe minderheidskabinet. U weet dat mijn fractie kiest voor verantwoordelijke politiek. Wij willen Nederland vooruithelpen, want helemaal als het om klimaat gaat, is stilstand achteruitgang. Het is goed dat de coalitie fouten uit het verleden herstelt, maar wij zouden fundamenteel andere keuzes maken. Eerlijk klimaatbeleid begint bij de grootste vervuilers, en dit akkoord doet precies het tegenovergestelde. Wij zouden fossiele subsidies afbouwen. Wij zouden stoppen met nieuwe gasvelden, Lelystad Airport niet openen en de energierekening bij mensen thuis verlagen. Wij zouden kiezen voor de industrie van de toekomst en klimaatdoelen niet zien als een suggestie.

Dan terug naar het noorden van het land. Daar waar het voor mij allemaal begon, en waar veel mensen met spanning wachten op wat het nieuwe kabinet gaat doen. Gaan we echt opnieuw boren naar gas op land? Vorige week kondigde deze dubbeldemissionaire minister nog aan dat er in Drenthe op vijf nieuwe plekken geboord mag worden. Dit weekend hoorde ik nog van Jan van 73 uit Noord-Drenthe, die ondanks 120 scheuren in zijn huis nog altijd niet wordt geloofd. Ik zei u al dat de weg van Den Haag naar de noordelijke provincies altijd langer is dan van deze provincies naar Den Haag. Ik kan u uit ervaring vertellen dat dit niet zo hoeft te zijn. In Borgercompagnie kijken we naar elkaar om. Het is nu tijd dat Den Haag dat ook doet. Daarom kom ik vandaag met een motie die het aanboren van nieuwe gasvelden op land stopt. Om mensen te beschermen, om natuur te beschermen en om te luisteren naar de klimaatwetenschap, want elk nieuw gasveld is er een te veel. Het aankomende kabinet staat voor een cruciale keuze: blijven we treuzelen of gaan we écht aan de slag? Voor mij is die keuze snel gemaakt. Ik sta hier voor mensen, van Friesland tot Bonaire, die zich soms machteloos voelen tegenover de grote vervuilers, maar die allemaal hetzelfde willen: een schone, leefbare planeet voor iedereen.

Dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Oosterhout. Ik heb het genoegen u als eerste te feliciteren met uw mooie maidenspeech. Ik verzoek u daarna voor het rostrum de felicitaties in ontvangst te nemen. Ik schors een kort ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Vermeer voor zijn inbreng in eerste termijn namens BBB. Hij krijgt elf minuten, maar hij hoeft ze niet allemaal op te maken; dat is aan hem. Gaat uw gang, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Het klimaat- en energiebeleid raakt de basis van ons land, onze economie, onze leefbaarheid en het vertrouwen van mensen in de overheid. Precies daar gaat het de afgelopen jaren mis. We hebben gezien wat er gebeurt als Den Haag grote plannen stapelt zonder eerst de fundamenten op orde te hebben. Stroomnetten raken vol, gezinnen en ondernemers betalen de rekening en regio's worden overvraagd terwijl de resultaten achterblijven.

BBB kiest voor realisme, niet voor mooi verpakte luchtkastelen maar voor beleid dat werkt in de praktijk, want voor elk luchtkasteel dat in Den Haag bedacht wordt, betalen burgers in de regio en op het platteland de rekening. Die rekening is hoger dan ooit tevoren. Door het beleidsmatige wensdenken van de afgelopen jaren is de energiemix van Nederland onbetrouwbaar, niet houdbaar en instabiel. Daarnaast kampt Nederland met een gigantisch probleem in de vorm van netcongestie. De overheid heeft die problemen zelf gecreëerd. Er is namelijk willens en wetens ingezet op vormen van energieopwekking die onbetrouwbaar en instabiel zijn. Windturbines leveren namelijk alleen energie als het waait en zonnepanelen alleen als de zon schijnt. Er is op een verkeerde manier in de verkeerde prioriteiten geïnvesteerd, want je kunt geen fulltime economie en maatschappij runnen met een parttime energievoorziening. De minister zei onlangs in een interview met WNL dat dit de ruggengraat van onze economie moet worden. Maar wat heb je aan een instabiele en onzekere ruggengraat?

Voorzitter. Wat blijft er over als je alle luchtkastelen al gehad hebt? Nou, dat zien we nu in Amsterdam. Daar zijn ze begonnen met het verbieden van alles wat leuk is. Vanaf 1 mei 2026 heeft de hoofdstad namelijk een verbod op reclame voor vleesproducten en fossiele reclame, zoals vliegvakanties en andere koolstofintensieve producten. Kijk maar eens goed om u heen en kijk wat er niet gemaakt is van koolstofintensieve producten. Met dit verbod heeft Amsterdam de aanval geopend op het vrije verkeer van goederen en diensten. Dit verbod rammelt aan alle kanten. Een adverteerder moet namelijk zelf bepalen of een reclame valt onder de definitie van fossiele reclame of vleesreclame. Als het college van burgemeester en wethouders het daar niet mee eens is, wordt er een boete uitgedeeld. Wat er allemaal onder deze definitie valt, is puur speculeren. In vrijwel alle gangbare merken hondenvoer is bijvoorbeeld vlees verwerkt. Bij een enkeltje met de trein naar Londen wordt al gauw 9 kilo CO2 uitgestoten. IKEA heeft bij de productie vorig jaar 21 miljoen ton CO2 uitgestoten. Is de reclame voor onze trouwe viervoeter nog veilig? Mogen we nog een trein afbeelden in de openbare ruimte? Worden de billboards van IKEA verboden? Wie zal het zeggen? In Amsterdam staat dit in elk geval allemaal ter discussie.

BBB denkt dat de mensen in Nederland de gemeente Amsterdam niet nodig hebben om keuzes te maken in hun dagelijks leven. De overheid heeft niks te maken met waar iemand zijn boodschappen doet, waar iemand zijn meubels koopt of welk voer iemand zijn huisdier geeft. De betutteling die de gemeente Amsterdam tentoonspreidt met dit verbod, is tekenend voor hoe hoogopgeleid, progressief Nederland naar de problemen van dit land kijkt. In plaats van de belasting op gezonde voeding te verlagen of de energierekening omlaag te krijgen, kijken ze naar het verbieden van reclame. Als er niks anders meer overblijft, dan verbieden we het maar. Dat is het failliet van iedere vorm van beleid. Dat een gemeente een dergelijk verbod invoert, is al erg genoeg. Maar de inkt van de handtekening van burgemeester Halsema was nog niet droog, of partijen in de Tweede Kamer vroegen het kabinet al om dit verbod nationaal over te nemen. Het kabinet heeft zelfs al gereageerd op een aantal wetenschappelijke publicaties over hoe dit verbod vorm te geven is. Dat is natuurlijk een vorm van betutteling, juridische onzekerheid en regeldruk waar niemand op zit te wachten. Daarom zal ik later, in het vervolg van dit debat, namens BBB een motie indienen om de mogelijkheid tot dit verbod van tafel te vegen.

Dan wind op zee. Helaas moet BBB constateren dat de nieuwe coalitie en het minderheidskabinet op het punt staan om dezelfde fouten te maken waardoor eerder het vertrouwen in de overheid al geschaad is. Wat voor BBB de kroon spant in de onrealistische klimaatparagraaf van het coalitieakkoord, is de verhoogde ambitie voor wind op zee. In oktober 2025 presenteerde het kabinet een kaartje met alle huidige plannen voor windturbines op de Noordzee. Bij elkaar opgeteld moeten deze windparken 21,5 gigawatt aan energie opwekken. Dat is goed voor ongeveer 16% van alle energie die we in Nederland nodig hebben. Deze ambitie was al onrealistisch. Recent moest er namelijk nog 2,5 miljard aan subsidie bijgelegd worden voor één windproject. Ook publiceerde TU Delft onlangs een rapport waaruit blijkt dat Nederland de opbrengst van wind op zee met 50% overschat. Maar alsof de opgave voor wind op zee nog niet genoeg was, besloot de coalitie deze ambitie met een pennenstreek te verhogen van 21,5 gigawatt in de huidige plannen naar 40 gigawatt in totaal. Die stap heeft grote gevolgen voor onze visserij, onze scheepvaart, onze ruimte op de Noordzee, onze kustgemeenten en onze economie.

De heer Van den Berg (JA21):
Ik ben net zo goed geschrokken van het coalitieakkoord als de heer Vermeer, zoals hij net stelt, maar in de energie- en klimaatparagraaf in dat akkoord zie ik dat er eigenlijk niet zo heel veel extra geld naar windturbines op zee gaat. Kan dat kloppen?

De heer Vermeer (BBB):
Ja, maar dat is precies dezelfde discussie die ik net al met de heer De Groot had in een interruptie. Er zijn allerlei ambities opgeschreven, maar die zijn niet voorzien van extra geld. Er is alleen wat extra geld voor de SDE-subsidie, maar er komt niet substantieel extra geld.

De heer Van den Berg (JA21):
Dat ben ik wel met de heer Vermeer eens. Op dit moment is er al heel veel geld beschikbaar voor die windturbines op zee, namelijk zo'n 8 miljard. Ik kan het mis hebben, maar volgens mij komt dat geld uit de huidige begroting en die was onderdeel van uw regeringscoalitie. Dat klopt, toch?

De voorzitter:
Niet mijn regeringscoalitie, maar die van de heer Vermeer.

De heer Van den Berg (JA21):
Ja, die van de heer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Dat klopt. Zoals de heer Van den Berg weet, of in ieder geval zou kunnen weten, heb ik tijdens die hele periode gepleit voor het indrukken van de pauzeknop. Wij hebben bij zowel de begrotingsbehandelingen als de laatste Voorjaarsnota voorstellen gedaan om die hele SDE-subsidie te stoppen, omdat die wat ons betreft een bodemloze put is. Op dit moment investeren wij al dat geld in met name het bevorderen van de export van elektriciteit naar het Ruhrgebied, waarvoor wij als burgers en ondernemers de netwerkkosten betalen, terwijl de opbrengsten naar de producenten gaan. Er zit dus een gigantische weeffout in dat systeem. Als de heer Van den Berg zelf misschien ooit in een coalitie zit of een coalitie steunt — als ik naar het stemgedrag kijk, zie ik dat hij de nieuwe coalitie al veelvuldig steun verleent op allerlei trajecten — dan zal hij meemaken dat hij soms iets moet doen waar hij helemaal niet gelukkig mee is, maar wat hij dan toch staat te verdedigen. Tenminste, als hij ruggengraat heeft, verdedigt hij dat ook.

De heer Van den Berg (JA21):
Ik moet alleen maar heel hard lachen om die persoonlijke frames. Daar ga ik ook helemaal niet in mee. Het enige wat ik de heer Vermeer wil meegeven, is het volgende. De komende jaren worden een probleem, zeker, maar ik hoop wel dat ik de heer Vermeer en de BBB aan mijn zijde vind als wij het ingezette klimaatbeleid van de afgelopen jaren een beetje kunnen temperen, want als ik het zo zie, zitten daar toch wel de meeste uitgaven. Daar moeten we echt mee aan de slag.

De heer Vermeer (BBB):
Een beetje temperen is mij lang niet goed genoeg. Die pauzeknop moet ingedrukt worden. Zoals ik vaak heb betoogd: als er een rood lampje op je dashboard brandt, moet je de auto langs de weg zetten en niet extra gas geven. Dus niks temperen; nee, we moeten op een heel aantal punten stoppen totdat de boel op orde is.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Vermeer (BBB):
We hadden het over de gevolgen van deze investeringen. Daar wil BBB het over hebben: over de maakbaarheid, over de realiteit. We zien namelijk te vaak dat Den Haag grote plannen stapelt zonder de fundering op orde te hebben. Dan betalen regio's, vissers en Nederlandse huishoudens en bedrijven de prijs. De Noordzee is geen kaartje waar je windparken op kunt intekenen. Het is een werkgebied, een voedselbron en een natuurgebied. Het is een plek waar vissers al generaties hun brood verdienen, waar scheepvaartroutes liggen. Het is een van de drukst gebruikte zeeën ter wereld en nu lijkt de coalitie te doen alsof we daar zonder problemen een paar industrieterreinen extra kunnen neerzetten.

Voorzitter. Windturbines leveren alleen stroom als het waait. Er moeten miljarden aan subsidies bij, de opbrengsten worden overschat met 50% en er blijft steeds minder ruimte over voor de visserij. We weten ook nog niet eens wat de invloed op het klimaat zelf is, want de eerste tekenen zijn dat dit niet alleen invloed heeft op de temperatuur in de zee, maar ook op windontwikkelingen en andere zaken.

Voorzitter. Dit is geen klimaatbeleid; dit is wensdenken. BBB wil eerst de gevolgen overzien en daarna pas praten over de ambitie, laat staan over de realisatie. Eerst willen we overzien wat de gevolgen zijn voor de ambitie. Dat geldt niet alleen voor wind op zee; dat geldt voor al het klimaatbeleid. Het Nederlandse landschap is namelijk geen tekentafel, maar de plek waar mensen wonen, werken, recreëren, ons voedsel maken en generatieslang een leven hebben opgebouwd. Daarom raakt het huidige klimaatbeleid BBB diep. Het tast ons landschap en ons platteland namelijk aan, zonder dat er goed wordt nagedacht over de gevolgen voor leefbaarheid, boeren, vissers, dorpen en regio's, die nu al onder druk staan. Een compleet dorp moet er zelfs voor weggevaagd worden. En dat is pas de eerste.

Overal in Nederland zien we hetzelfde: hoge doelen, hoge haast en lage aandacht voor de omgeving. We zien zonneweides die vruchtbare landbouwgrond opslokken, hoogspanningsleidingen dwars door weilanden, natuur en leefomgeving, en windturbines in het landschap. Het zijn plannen die vanachter de tekentafel bedacht zijn, zonder oog voor de regio en de mensen waar het om gaat. We hebben in Moerdijk gezien dat de energietransitie belangrijker wordt gemaakt dan Nederlandse burgers en bedrijven. Met een pennenstreek wordt een dorp van de kaart geveegd en moet een gemeenschap van agrariërs, mkb'ers, gezinnen, verenigingen en eeuwen aan Brabantse tradities wijken voor de energietransitie. Dat is voor BBB onbestaanbaar.

Voor ons gaat het namelijk om zo veel meer dan alleen een economische ontwikkeling. Het willen opheffen van een dorp als Moerdijk is tekenend voor de minachting van de overheid voor de regio, het platteland en de mensen die er wonen. Want maak u geen illusie: wat er in Moerdijk gebeurt, kan op veel meer plekken gaan gebeuren. Als we niet voor ogen houden dat de mens centraal hoort te staan, zullen doelen, ambities, beleid en wensdenken overal belangrijker zijn dan het platteland, de regio, gemeenschappen en dorpen. Dan is Moerdijk het eerste, maar zeker niet het laatste dorp dat van de kaart geveegd wordt voor de energietransitie.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. U heeft nog een interruptie van de heer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb een andere vraag aan de heer Vermeer, namelijk over de vraagkant van energie. Je ziet dat er een enorme aanslag op de netcapaciteit wordt gedaan, terwijl er enorme problemen zijn met netcongestie. Kijk naar de grote datacenters, de hyperscales. Die kwalificeren zich formeel, volgens de definitie van én meer dan 70 megawatt én meer dan 10 hectare, niet als zodanig, maar ondertussen zijn ze de facto wel een hyperscale, zoals in Amsterdam en ook in Lelystad, zo kwam vandaag in het nieuws. Wat vindt de heer Vermeer daarvan? Moeten we die datadozen niet veel beter aanpakken? Pasgeleden stond minister Keijzer hier bij het vragenuur, in vak K. Ze stond erbij en keek ernaar, want ze kon niks. Hoe kijkt de heer Vermeer daartegen aan?

De heer Vermeer (BBB):
Ik vind dat we hier met de grootste spoed actie op moeten ondernemen en aangescherpt beleid voor moeten neerleggen. Ondernemers zijn altijd heel handig om ergens op in te spelen, om te kijken wat ze binnen de spelregels kunnen doen. Als er een norm van 10 hectare is, dan gaan ze hoogte in en halen ze die hectares niet. Maar de kern is hier natuurlijk dat het belachelijk is dat er een datacentrum komt dat evenveel stoom verbruikt als Haarlem of heel Lelystad, terwijl vervolgens in de hele regio Utrecht, Gelderland en Flevoland allerlei bedrijven niet aangesloten kunnen worden en woningbouwprojecten niet doorgaan. Wat mij betreft kan een datacentrum ook in de Sierra Nevada staan. Dan heeft niemand er last van en zijn de zon en de wind misschien zelfs nog beter beschikbaar dan hier in Nederland. Ondanks dit soort ontwikkelingen stijgt ons energieverbruik tot nog toe niet eens. Dat is heel kwalijk, want dat betekent gewoon dat heel veel bedrijven aan het stoppen zijn of de productie aan het verlagen zijn. Dit is dus heel kwalijk voor het verdienvermogen. Daar gaan die datacenters bar weinig aan toevoegen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dan zijn we het helemaal eens. Ik ben van plan om hier in de tweede termijn een motie over in te dienen, want ik denk echt dat we de definitie die we een paar jaar geleden met elkaar hebben vastgesteld, binnen de kortste keren moeten aanscherpen. Dit gaat namelijk niet goed. We laten inderdaad gigantisch veel ruimte op het net opslurpen door Amerikaanse techgiganten, terwijl onze woningzoekenden en onze bedrijven achter het net vissen. Dus helemaal eens.

De heer Vermeer (BBB):
Ik zou de heer Grinwis graag steunen. Ik wil graag die motie zien om te bekijken of we dat samen kunnen doen. Ik heb het zelf in mijn gemeente, Harderwijk, eerder meegemaakt met het datacentrum dat in Zeewolde gepland was. Dat was mede de aanleiding voor die nieuwe normen. Het is gewoon schandalig dat alle extra, nieuwe duurzame energie die geproduceerd wordt, linea recta in nieuw verbruik gaat in plaats van in bestaand verbruik. Ik vind dat een kwalijke zaak.

De heer Klos (D66):
De heer Vermeer heeft forse kritiek op de groene koers van de coalitie. Hij gebruikt nog net niet de krachttermen die de heer Wilders vorige week in het debat gebruikte, maar het komt een beetje op hetzelfde neer. Hij kan JA21 daar ook goed in vinden. In het interruptiedebatje zojuist liet hij zich ontlokken dat er te weinig geld gaat naar wind op zee. Kan de heer Vermeer, ook om een beetje te zien waar we zaken in kunnen doen de komende jaren, hoeveel extra geld er naar wind op zee zou moeten, boven op de plannen die de coalitie nu heeft neergelegd?

De heer Vermeer (BBB):
Er moet helemaal geen extra geld naar wind op zee, maar minder geld. Leegtrekken, dat fonds! Het is helemaal niet nodig. We gaan toch geen stroomopwekking toevoegen aan een net dat al vol zit? Dat is toch hetzelfde als auto's doorgeleiden naar een file die er al staat? Dat is toch het domste wat je kunt doen?

De heer Klos (D66):
Ik denk dat ik mijn kruistocht om de heer Vermeer te rekruteren als bondgenoot in de groene koers hier moet staken. Ik denk dat dat niet gaat lukken.

De heer Vermeer (BBB):
Ik denk dat u dan eindelijk enig politiek inzicht toont.

De heer Klos (D66):
Dat is dan dus heel vroeg in mijn politieke carrière; dat is een groot compliment van de heer Vermeer!

De heer Vermeer (BBB):
Daarom!

De voorzitter:
We gaan u volgen, meneer Klos.

De heer Vermeer (BBB):
Het gaat prima!

De voorzitter:
Was u aan het einde gekomen van uw betoog?

De heer Vermeer (BBB):
Ja, wat mij betreft wel.

De voorzitter:
Dat is het geval.

De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Kops voor zijn inbreng in de eerste termijn namens de Partij voor de Vrijheid.

De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Er is een nieuw kabinet in aantocht, en dat belooft niet veel goeds. Meer windturbines, meer miljardensubsidies, verplichte warmtepompen en warmtenetten die bij de mensen thuis door de strot zullen worden geduwd tegen hele hoge kosten; noem het allemaal maar op. Het is verschrikkelijk. Maar ondertussen kan deze VVD-klimaatminister er natuurlijk ook iets van, en dat is niet bepaald een compliment.

Voorzitter. Dat hele klimaatbeleid, die hele energietransitie … Laten we ons eens afvragen: waar is dat nu eigenlijk allemaal voor bedoeld? Nou, om de CO2-uitstoot terug te dringen en om de opwarming van de aarde tegen te gaan. In eerdere debatten heeft de PVV heel vaak gezegd dat Nederland verantwoordelijk is voor slechts 0,35% van de totale wereldwijde CO2-uitstoot. Mijn excuses, want dat moet ik dan even corrigeren: volgens de meest recente cijfers is dat nu 0,32%. Het wordt dus alleen maar minder. Feit is: dat wat Nederland in één jaar uitstoot, stoot een land als China uit in minder dan vier dagen. Hoe dan ook is het Nederlandse klimaateffect totaal verwaarloosbaar. Dan kun je met miljarden blijven smijten en nog zo hysterisch doen, maar het Nederlandse klimaateffect wordt er echt niet groter op. Het is een soort klimaatgrootheidswaan. Dit is de laatste klimaatbegroting van deze minister. Kan de minister misschien aangeven hoeveel geld zij de afgelopen jaren tijdens haar ministerschap aan klimaat heeft uitgegeven en aangeven wat daarvan het klimaateffect is geweest? Daar is het namelijk — laten we eerlijk zijn — uiteindelijk toch allemaal om te doen. Graag een reactie.

Voorzitter. Die klimaatdoelen zijn zinloos en ook nog eens volstrekt onhaalbaar. Niet dat ons dat veel kan schelen, integendeel, maar de gevolgen voor de mensen thuis, de huishoudens, kunnen ons des te meer schelen. De klimaatgekkigheid is één slecht voor de betaalbaarheid, twee slecht voor de leveringszekerheid, drie slecht voor onze onafhankelijkheid en zelfs, vier, slecht voor de gezondheid. Dat ga ik toelichten. In 2018 was het nieuws dat Nederland het eerste subsidieloze windmolenpark op zee ter wereld zou krijgen. In 2023 was het nieuws dat het eerste subsidievrije windpark op zee werd geopend. Wat een feest. Feit is nu dat de uitrol van windenergie op zee voor geen meter loopt, omdat ontwikkelaars zich massaal terugtrekken omdat ze er geen brood meer in zien. Wij zouden dan zeggen "mooi", ware het niet dat de minister de subsidiekraan weer flink opendraait.

In september vorig jaar verscheen het bericht: actieplan wind op zee, 1 miljard subsidie. Afgelopen januari verscheen het bericht: nee, maar liefst 4 miljard subsidie voor windenergie op zee. Die windturbines moeten natuurlijk ook worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Daarvoor ontvangt TenneT ook nog eens 4 miljard. Het is haast niet meer bij te houden; de miljarden vliegen je om de oren. En dan te beseffen dat de mensen thuis hun energierekeningen niet meer kunnen betalen. Maar die vreselijke windturbines moeten er komen, koste wat het kost. Het zijn totaal verkeerde prioriteiten. Die subsidiekraan moet niet open-, maar juist dichtgedraaid worden.

Voorzitter. Wat die windturbines betreft zijn wij als PVV vrij helder: wij moeten die niet, niet op zee en al helemaal niet op land. Maar wat betreft die turbines op land: hoe staat het ondertussen eigenlijk met die afstandsnormen voor de afstand tussen windturbines en omwonenden? Het gaat er al jaren over. Jarenlang wordt gezegd: jajaja, we werken er aan. Zo moeilijk hoeft het helemaal niet te zijn. Wij hebben het al zo vaak gezegd: windturbines kunnen omwonenden letterlijk ziek maken. Een jaar geleden nog waarschuwde dokter Gommers voor slaapstoornissen, concentratieproblemen, verminderde afweer en zelfs depressie. Terwijl er allerlei afstanden de ronde doen, zoals twee keer de tiphoogte — dat is een paar honderd meter afstand — adviseert dokter Gommers een gezonde norm van maar liefst 2 kilometer afstand. Kun je nagaan dus hoe ziekmakend die dingen eigenlijk zijn.

Dit is de laatste klimaatbegroting van deze minister. De PVV draagt dus graag een concrete oplossing aan: voer gewoon een afstandsnorm in van pakweg 10 kilometer of voor mijn part 100 kilometer, zodat er nergens op land ook maar één windturbine kan worden bijgebouwd. Dat is een hele gezonde, hele concrete en ook nog eens hele werkbare norm. Omwonenden blij, minister blij, PVV blij. Gaan we de windturbines, waar omwonenden nu al letterlijk ziek van worden of overlast van ervaren, nu dan eigenlijk afbreken?

Voorzitter. Besef dat netcongestie een heel groot probleem is. Besef dat inmiddels 14.000 bedrijven op de wachtlijst staan voor een elektriciteitsaansluiting. Besef dat die bedrijven inmiddels naar dieselaggregaten grijpen. Besef dat zelfs deze minister erkent dat al die problemen rondom netcongestie, ik citeer, vooral worden veroorzaakt door de snelle toename van duurzaam opgewekte energie. Dus de conclusie is: als die duurzame energie het probleem is, waarom gaat de minister daar dan mee door? Sterker nog, ze drukt het door. Nog sterker, drukt ze het met miljardensubsidies door. Dat is toch tegenstrijdig? Dat is toch niet uit te leggen? Graag een reactie.

Waarschijnlijk zal de minister iets antwoorden als: ja, maar we hebben doelen en die doelen moeten we halen. Echter, die doelen zijn allesbehalve geruststellend. Twee weken geleden lazen we nog het bericht dat een tekort aan duurzame energie Nederland miljarden kan kosten. Dat is een déjà vu. Laten we teruggaan naar 2020. Wat zagen we toen? Nederland haalde toen het doel van 14% duurzame energie niet. Om dat op te lossen kocht de toenmalige minister voor maar liefst 200 miljoen euro duurzame- energiepapieren op in Denemarken, dat toen een overschot had. Nee, we kregen die gekochte energie niet werkelijk; het diende alleen om te kunnen meerekenen in onze eigen klimaatstatistieken, zodat we hier konden zeggen: kijk, doel gehaald. Feitelijk was het niets anders dan een boekhoudkundige truc. Nu dreigt hetzelfde te gebeuren voor nog meer geld. Als Nederland het doel in 2030 niet haalt, kan dat namelijk een rekening betekenen, zo blijkt uit onderzoek, oplopend tot 2,6 miljard euro. Dat toont alleen maar aan in wat voor pervers systeem we eigenlijk zijn beland. Linksom of rechtsom wordt er heel veel geld over de balk gesmeten, hetzij door miljarden aan subsidies voor windturbines en dergelijke, hetzij door miljarden aan duurzame-energiepapieren als we de doelen niet halen, en als het tegenzit aan allebei. Deelt de minister die mening? Kan zij uitspreken dat het opkopen van dergelijke papieren niet meer gaat gebeuren?

Voorzitter. Wat doen al die miljarden eigenlijk concreet met de energierekening? Want we weten dat de huishoudens daar uiteindelijk altijd voor opdraaien. Even concreet. We zien de afschaffing van de CO2-heffing voor bedrijven. We zien de verhoging van de indirecte kostencompensatie voor bedrijven. Allemaal leuk en aardig, maar wat doet de minister eigenlijk voor de huishoudens en hun energierekening? Want uit de cijfers blijkt dat het aantal energiearme huishoudens stijgt. Vorig jaar waren dat er meer dan een half miljoen. Een op de twaalf kinderen groeit op in energiearmoede. Dat is heel ernstig. De Nederlanders betalen voor hun gas, op Zweden na, het meeste van heel Europa. Kortom, de Nederlanders worden continu gepakt. Dus nogmaals de vraag: wat doet de minister voor hen?

Dan nu het volgende punt. De energiebelasting op gas gaat verder omhoog. De nettarieven gaan verder omhoog. De vermindering van de energiebelasting, een soort korting, een vast bedrag per jaar, gaat juist omlaag. De hogere energiebelasting op gas is bedoeld om mensen te verleiden — beter gezegd: te dwingen — om te verduurzamen en van het gas af te gaan, als het tegenzit voor tienduizenden euro's. Maar wie dat geld niet heeft, betaalt de hoofdprijs voor gas. De conclusie is: die mensen zijn linksom of rechtsom de pineut. Lang verhaal kort: de bedrijven worden geholpen, maar de huishoudens worden steeds verder uitgeknepen. Er gaan miljarden en miljarden naar windturbines, maar een klein beetje lagere energierekening om de energiearmoede tegen te gaan, kan er blijkbaar niet vanaf. Daarom stel ik toch de vraag: wat gaat de minister nu concreet doen zodat het aantal energiearme huishoudens dit jaar afneemt?

Terwijl de huishoudens de hoofdprijs betalen voor hun energie worden ze ook nog eens opgeroepen om tussen 16.00 uur en 21.00 uur zo min mogelijk elektriciteit te verbruiken om zo de netcongestie tegen te gaan. Dat gebeurt via de klimaatcampagne Zet ook de knop om. Dat is een klimaatcampagne met de meest wezenloze oproepen. Als je op de website kijkt, dan lees je dingen als — echt waar! — "gebruik wasbare luiers", "ruil je kleding", "maak je eigen minibieb", "kook met seizoensgroente", "kies vaker voor groente en fruit uit blik", "eet vaker vega", "maak je eigen compost", "douche korter", "ga autodelen" en "fiets voor het goede doel". Het staat er allemaal op. Het is om gek van te worden. Waar bemoeit de overheid zich mee? Maar dat terzijde. Zoals gezegd, wordt de oproep aan huishoudens gedaan om minder elektriciteit te verbruiken. Hoeveel effect heeft deze oproep tot dusver gehad? Ik vraag dat omdat het niet alleen bij een oproep zal blijven. De minister werkt namelijk aan gedifferentieerde tarieven, oftewel: een hoger tarief tijdens piekmomenten en een lager tarief tijdens dalmomenten. Maar hoe moet je dat zien? Gaat het tarief op dalmomenten omlaag zodat huishoudens die hun elektriciteitsverbruik daadwerkelijk verplaatsen worden beloond of gaat het tarief op piekmomenten omhoog zodat huishoudens die hun verbruik niet willen of niet kunnen verplaatsen worden gestraft? Graag een reactie.

Voorzitter. Nogmaals, terwijl de huishoudens de hoofdprijs voor hun energie betalen, wordt het hebben van energie überhaupt steeds minder vanzelfsprekend. Bijna een jaar geleden verscheen het bericht: netbeheerders vrezen rampscenario. Zoals in Utrecht, waar 200.000 huizen zomaar zonder elektriciteit kunnen komen te zitten. Wat te denken van netbeheerder Stedin, die in Utrecht nu gasgeneratoren gaat plaatsen om stroom op te wekken op piekmomenten? Hoe hypocriet wil je het hebben? We moeten allemaal van het gas af, maar door de ellende op het elektriciteitsnet gaan we juist extra gas verbruiken. Het is de klimaatgekte in een notendop. Het hangt van hypocrisie en tegenstrijdigheid aan elkaar. Of wat te denken van netbeheerder TenneT, die waarschuwt dat de leveringszekerheid van elektriciteit na 2030 onder druk komt te staan, mede omdat dan alle kolencentrales zijn gesloten en de alternatieven, zoals zonne- en windenergie, onvoldoende zullen zijn? Opnieuw die notendop: tegenstrijdig, ondoordacht en hypocriet. Of wat te denken van de Gasunie, die stelt dat elektriciteitscentrales in het afgelopen jaar 17% meer gas hebben verbruikt om — jawel! — de schommelingen van zonne- en windenergie op te vangen? Want de zon schijnt niet altijd en het waait ook niet altijd. Wederom: tegenstrijdiger ga je het allemaal niet krijgen. Conclusie: de betaalbaarheid en de leveringszekerheid van energie worden stelselmatig kapotgemaakt ten behoeve van onhaalbare en onbetaalbare klimaatdoelen.

Voorzitter. Wat betreft de leveringszekerheid van gas wil ik het volgende zeggen. Gisteren verscheen in De Telegraaf het bericht: "Winterse kou in aantocht: zorgen over krappe gasvoorraad en energieprijs". Ook was er het bericht dat Duitsers azen op onze reserves. Het zal toch zeker niet? Vandaag zijn onze gasopslagen nog maar voor 19,2% gevuld. We lezen dat de voorraad met zo'n 0,6% per dag daalt door "minder energie uit wind en zon". Klopt dit? Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. In Duitsland schijnt er momenteel ophef te zijn over de geringe vulling van de Duitse gasopslagen. Dat moeten de Duitsers natuurlijk helemaal zelf weten. Daar hebben wij niets mee te maken, totdat zij ons gas willen hebben. Ik zei het al: ze azen mogelijk op ons gas. Daarom vraag ik of de minister ervoor gaat zorgen dat de Duitsers ons gas niet krijgen. Het kan namelijk toch zeker niet zo zijn dat wij voor heel veel geld met pijn en moeite onze gasopslagen moeten vullen om het vervolgens te exporteren, met als gevolg dat wij voor onze eigen mensen veel minder gas over hebben, en ook nog steeds voor een hogere prijs? Dat kan toch niet? Nee, ons gas is van ons. Energie is namelijk een basisbehoefte. We kunnen niet zonder, dus minister: zorg er alstublieft voor dat onze mensen niet in de kou komen te zitten en verhoog de energierekening niet continu, maar maak die betaalbaar. Doe dat niet alleen voor de bedrijven, maar juist ook voor de huishoudens. Zij hebben het namelijk al zo ontzettend zwaar.

De heer Van den Berg (JA21):
Ik luister met veel interesse naar het verhaal van de heer Kops van de PVV. Ik hoor een ontzettende opsomming van alle zaken die inderdaad misgaan in het klimaatbeleid, maar eerlijk gezegd denk ik ook wel het volgende. Volgens mij bestaat de PVV over twaalf dagen zo'n twintig jaar. Waarom heb ik in die twintig jaar — zo lang volg ik zeker al de politiek — nog nooit echt een alternatief plan gezien van de PVV, bijvoorbeeld op het gebied van kernenergie, terwijl wij en andere partijen dat nu onderhand wel bijna klaar hebben? Waarom is dat zo?

De heer Kops (PVV):
Verwacht de heer Van der Berg nu ter plekke van de PVV een compleet plan over wat wij willen op energiebeleid? Begrijp ik dat? Ik kan het wel toelichten. Wij zijn uiteraard groot voorstander van meer kerncentrales. Wij zijn ook voor het openhouden van kolencentrales. Wij zijn er ook groot voorstander van om meer gas te winnen, bijvoorbeeld op de Noordzee. Wij zijn er ook groot voorstander van om in ieder geval te stoppen met het klimaatbeleid en de energietransitie. Zoals ik net al heb aangegeven, zijn er vele voorbeelden die zo tegenstrijdig zijn dat je het haast niet kunt geloven. Zo verbruiken we dus meer gas door de energietransitie om de schommelingen van zonne- en windenergie op te vangen. Als we nou eens stoppen met die hele energietransitie, dan scheelt dat stroomstoringen, dieselaggregaten door bedrijven, gasgeneratoren die van ellende moeten worden ingezet, gasverbruik en ook nog eens de investeringen in netcongestie. Er zijn rapporten verschenen die zeggen dat we 195 miljard moeten uitgeven om dat hele net op te krikken, maar als je goed gaat kijken, dan zie je dat 88 miljard daarvan bedoeld is voor het net op zee, oftewel wederom voor die vreselijke windturbines. Nou, stop daar dan eens effe mee, want dan scheelt dat ook weer.

De heer Van den Berg (JA21):
Ik denk dat er een hele hoop punten zijn waar ik het helemaal mee eens ben, maar dat is niet wat ik vraag aan de heer Kops. Ik vraag eerder het volgende. De PVV bestaat al twintig jaar. Ik heb nog nooit een initiatiefvoorstel van de PVV gezien om bijvoorbeeld meer kerncentrales te bouwen, waarin staat hoe we dat gaan doen, hoe we aan de financiering komen, waar ze komen te staan en hoe we zorgen voor voldoende geschoold personeel. Niks daarvan! Het is een van de redenen waarom ik hier nu in de politiek zit. Ik snap het gewoon werkelijk niet. We moeten iets doen aan al die problemen. Waarom is er nog nooit een plan geweest van de PVV om die aan te pakken?

De heer Kops (PVV):
Met alle respect naar de heer Van den Berg. Hij heeft zojuist zijn maidenspeech hier gehouden. O, die komt nog. Excuses. Die komt hierna. Ik begrijp dus dat hij vrij nieuw is in deze Kamer, maar wat hij nu zegt, dat de PVV nooit een plan heeft aangedragen, is gewoon een belediging. Ik zou tegen de heer Van den Berg willen zeggen: bereid je dan beter voor. We hebben hier in dit huis een systeem dat Parlis heet, waarin je kunt zoeken op moties, amendementen en in nota's. Ik zou de heer Van den Berg willen adviseren om daarin eens te gaan kijken en de moties en de amendementen op te zoeken die de PVV allemaal heeft ingediend in de afgelopen jaren. Dat was bijvoorbeeld om iets te doen aan meer kerncentrales. Ik zou zeggen: zoek ze op en ga dan al die andere partijen in de Kamer maar verwijten dat zij tegen hebben gestemd.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van den Berg (JA21):
Ik volg deze politiek al zeker twintig jaar, dus daar heb ik geen Parlis voor nodig. Nu ik hier in de Kamer zit, is mij dat alleen maar bevestigd. Kijk, moties en amendement zijn een ding, maar dat is allemaal klein bier. Er had allang een andere koers ingezet kunnen worden. Nogmaals, ik snap gewoon niet waarom de PVV in al die jaren dan niet een uitgekiend plan heeft gepresenteerd om hier weerstand aan te bieden. Ik heb zo'n plan wel. Ik werk daar heel graag met u in samen, maar nogmaals, ik blijf met onbegrip zitten over waarom dat na twintig jaar nog steeds niet is gebeurd.

De heer Kops (PVV):
Dat is onzin! Dat is echt klinkklare onzin. Wij hebben zo veel plannen gepresenteerd de afgelopen jaren, zo ontzettend veel, om die kerncentrales maar te versnellen, continu. Iedere keer zijn die verworpen, ja. Touché. Wij hebben zo veel ideeën aangedragen en dan durft de heer Van den Berg — met alle respect, maar hij is nieuw in de Kamer — tegen mij te zeggen: u heeft niks gedaan. Zeker op het gebied van kernenergie is dat flauwekul.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Uit het betoog van de heer Kops blijkt dat hij zich zorgen maakt over de kostenstijging voor Nederlandse burgers door de energietransitie. Ik ben ter voorbereiding op dit debat nog eens gedoken in iets waar ik me over verbaas. Hoe is het nou gegaan met die besluitvorming achter dat Europese systeem ETS2 voor uitstoot in de gebouwde omgeving, in de binnenvaart of bij een tankbeurt. Dat gaat om meer dan 4 miljard euro per jaar aan lastenverzwaring.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik begreep dat is besloten om dat tijdens de formatie van het kabinet-Schoof toe te voegen aan de algemene middelen. Mijn vraag is: hoe kan dat? Er is namelijk nooit een fatsoenlijk debat over geweest, maar het is nu wel onderdeel van de algemene middelen. Zie het nu maar weer eens weg te fietsen.

De heer Kops (PVV):
Ik heb echt geen idee waar de heer Grinwis op doelt, maar hij heeft het over ETS2, begrijp ik. Hij knikt ja. Nou, daar kan ik wel over zeggen: wij als PVV hebben er in dit huis gewoon tegengestemd. Wij zijn volstrekt tegen ETS2; tegen ETS1 trouwens ook. Wij moeten dat allemaal niet. Van die CO2-heffingen moeten we af. Daar kan de heer Grinwis gerust op zijn.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, maar ze zijn een feit; ze zijn ingevoerd. Er is niet één Europese lidstaat die het onderdeel heeft gemaakt van de algemene middelen, behalve Nederland. Dat is besloten tijdens de formatie van het vorige kabinet. Ik kan er met mijn pet niet bij. Dit terwijl uit het hele betoog van de heer Kops een enorme zorg spreekt over de toename van energiearmoede en de enorme stapeling van kosten. Dat gaat allemaal over posten die bij wijze van spreken honderden miljoenen per jaar zijn. Die ETS2 betreft meer dan 4 miljard per jaar. Dat is een gigantische lastenstijging. Er is een geringe compensatie voor burgers, voor de glastuinbouw en voor nog een enkele sector in het vooruitzicht gesteld, maar dat is peanuts vergeleken bij de lastenverzwaring van ruim 4 miljard euro. Ik vraag me dus echt af: hoe kan het dat we hiermee zitten opgezadeld?

De heer Kops (PVV):
Hoe dat kan? Waarom we opgezadeld zitten met ETS2? Omdat een meerderheid van de partijen in deze Kamer daarvoor heeft gestemd. Daarom zitten we er nu mee opgezadeld. Wij als PVV hebben ertegen gestemd, natuurlijk omdat wij de bui toen al voelden hangen. De energierekening is al torenhoog; die gaat dan nóg verder omhoog. Dat moeten we niet doen. Wij zijn daar fel op tegen. Dus dan kan de heer Grinwis zeggen: waarom is het dan naar de algemene middelen gegaan, of niet, of wel? Ik zou zeggen: vraag dat lekker aan de minister van Financiën. Ik heb oprecht geen idee, maar ik zeg wel tegen de heer Grinwis: wij waren altijd op die ETS2 tegen en wij zijn er nog steeds op tegen; we moeten ervan af, want die energierekening moet omlaag en niet steeds verder omhoog.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik vraag dit natuurlijk aan de minister van Financiën, maar die wijst terug naar een politiek besluit tijdens de formatie. Het punt is: we hebben er nooit een fatsoenlijk debat over gehad. We zitten nu wel opgezadeld met een lastenverzwaring van meer dan 4 miljard euro, terwijl die 4 miljard ook geoormerkt had kunnen worden als inkomsten die werden gebruikt om burgers en bedrijven te compenseren. Dat is in Nederland niet gebeurd. Dat is gebeurd terwijl de PVV er gewoon bij zat als onderhandelende partij. Daarom stel ik dat hier aan de orde, want u maakt zich zo ongelofelijk druk over energiearmoede en aan de andere kant worden, zonder dat er ook maar één debat is geweest, de lasten voor burgers en bedrijven met 4 miljard per jaar verzwaard door ETS2; dat vind ik ongehoord.

De heer Kops (PVV):
Begrijp ik dus uit de woorden van de heer Grinwis dat de ChristenUnie nu ook tegen ETS2 is? Want ik kan me volgens mij herinneren dat de ChristenUnie gewoon voor de invoering heeft gestemd, toch?

De voorzitter:
We gaan geen vragen terug stellen, meneer Kops.

De heer Kops (PVV):
Ja, maar dat is natuurlijk een beetje het hypocriete. Want de heer Grinwis kan mij aanvallen, maar hij heeft zelf voor ETS2 gestemd. Hij heeft daar zelf voor gestemd. Het gevolg is dus dat de lasten voor de mensen in het land omhooggaan; dat is gewoon het gevolg. Maar als ik dan uit zijn woorden mag opmaken dat hij er nu op tegen is, laten we er dan nu voor gaan zorgen dat we het weer gaan afschaffen. Kan ik er dan dus op rekenen dat als de PVV nu een motie of een amendement indient — het maakt allemaal niet uit — om ETS2 af te schaffen, zodat die lasten niet omhooggaan, maar omlaag, de ChristenUnie dat gaat steunen?

De voorzitter:
De heer Grinwis zegt dat hij er in zijn bijdrage op terugkomt. Heel goed, we kijken ernaar uit. Meneer De Groot.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik hoor de heer Kops van de PVV zich terecht, denk ik, op sommige momenten zorgen maken over de energiekosten voor huishoudens en voor de industrie. We vinden elkaar aan elkaars zijde als het gaat over bijvoorbeeld de inzet op kernenergie of gaswinning op de Noordzee. Maar de beste energie en de goedkoopste energie is natuurlijk de energie die je niet verbruikt. Je moet dus ook wat doen aan het verminderen van het verbruik en ook gebruikmaken — daarin vinden we elkaar dan minder — van gratis energie uit bijvoorbeeld zonne-energie. We importeren nu nog wel heel veel gas, duur gas, uit bijvoorbeeld Amerika.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben eigenlijk benieuwd hoe de heer Kops aankijkt tegen de manier waarop we vooral de import van gas, dat dure gas, waar huishoudens dus duur aan moeten, juist kunnen verminderen.

De heer Kops (PVV):
In de eerste plaats natuurlijk door de gaswinning in eigen land, op de Noordzee, zo veel mogelijk op te krikken; dat is natuurlijk het allerbeste. Feit is dat Nederland nog steeds zwaar afhankelijk is van gas, dus we hebben gas nodig en we blijven gas nodig hebben. Het beste is natuurlijk om dat zelf te gaan winnen; touché. Ten tweede zal er natuurlijk geïmporteerd moeten worden. Ja, gas is duur, inderdaad. Dan zegt de heer De Groot: ja, maar — wat zei hij nou? — gratis energie uit wind, of zon, of goedkope energie. Dat is natuurlijk klinkklare onzin, want het is dit kabinet, het huidige kabinet, waar de VVD nog onderdeel van is, dat 4 miljard aan subsidies beschikbaar wil gaan stellen voor een windpark op zee. Voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet op zee, om de netcongestie tegen te gaan, is 88 miljard euro nodig. Voor wind op zee is dat, hè, voor die windturbines. Hoe kun je dan zeggen dat mensen windenergie moeten hebben omdat dat gratis of goedkoop is? Dat gaat er bij mij niet in.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik had het ook over zon, waarbij de prijzen op sommige momenten nagenoeg nul zijn. Dus in die zin, zeker in de zomer, is dat een hartstikke goed en efficiënt energiesysteem. Laten we even teruggaan naar de productie van gas in Nederland. Die is nu zo'n beetje een derde van wat we verbruiken. Dit betekent dat we nog steeds twee derde moeten importeren. De weg van de VVD is natuurlijk ook dat we ervoor zorgen dat we daar minder afhankelijk van worden. Daar moet je wat voor doen. Toch hoor ik de heer Kops zeggen: alles wat we daarvoor moeten doen, is een beetje onzin. Ik weet dat u anders naar wind kijkt, maar zijn er niet delen, bijvoorbeeld zonne-energie, waar we het toch beter met elkaar zouden kunnen vinden om dat beleid goed voort te zetten?

De heer Kops (PVV):
Wat betreft zonne-energie. Als bijvoorbeeld huishoudens of bedrijven zelf beslissen om vrijwillig, zonder verplichting, ergens zonnepanelen aan te leggen, moet iedereen dat natuurlijk zelf weten. Wij zijn er dan weer geen voorstander van om complete zonneparken aan te leggen op bijvoorbeeld landbouwgrond. Daar zijn we dan weer niet voor. Maar als we dan ook heel eerlijk naar de cijfers kijken, bijvoorbeeld van het CBS, uit 2024, blijkt dat het aandeel duurzame energie, zonne-energie, toen 3,4% was. Windenergie was 6,4%. Het is natuurlijk leuk als bedrijven en huishoudens een beetje met die zonnepanelen hun extra energie opwekken. Als ze dat wat oplevert, is dat hartstikke mooi, maar laten we niet net doen alsof we het met die percentages gaan redden.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Peter de Groot (VVD):
Tot slot. Ik probeer overeenkomsten te vinden en hoe we elkaar kunnen helpen om van dat dure importgas af te komen. Maar daar hoor ik nog niet echt iets over. Ja, de energiemix moet veranderen, is het standpunt van de VVD. Ik hoorde de heer Kops terecht zeggen dat het nog een klein aandeel is. Maar ik hoor ook niet heel veel vooruitgang. We weten — daar zou ik graag een antwoord van de heer Kops op willen hebben — dat er heel makkelijk aan die knop van dat importgas kan worden gedraaid. Die prijs kan zo omhoogschieten. Daar moeten we toch minder afhankelijk van worden? Dat is de heer Kops toch met de VVD eens?

De heer Kops (PVV):
Ja, absoluut. Daarom zeg ik ook dat we de gaswinning, bijvoorbeeld op de Noordzee, flink moeten gaan opschroeven. Ik zeg ook dat we vaart moeten maken met het bouwen van kerncentrales. Tegelijkertijd mag dat er niet toe leiden dat we dan maar zeggen "ja, we moeten meer windturbines gaan bouwen en overal zonneparken gaan aanleggen", want met de percentages die ik net noemde, gaan we het in ieder geval niet redden.

De voorzitter:
De heer Klos. Daarna is het woord aan de heer Jumelet.

De heer Klos (D66):
De vraag van de heer De Groot is natuurlijk vrij valide. De heer Kops wijst ernaar dat we dan maar alles onder de Noordzee vandaan moeten gaan trekken. Daar zit nog zo'n 100 miljard kubieke meter. Dat is zo ongeveer wat we in Nederland in drie jaar gebruiken. Dus over drie jaar levert de heer Kops Nederland uit aan Trump, Poetin. Of hij wil opnieuw het Groningenveld gaan openen. Ik ben benieuwd of hij eerlijk aan de Nederlanders kan vertellen welke van die opties het gaat worden.

De heer Kops (PVV):
Dat zal ik zeker doen, als de heer Klos van D66 misschien ook een beetje eerlijk zal zijn. Ten eerste wat betreft Groningen. Ik kan er niet zo heel goed tegen dat de heer Klos dat nota bene over Groningen tegen mij zegt, want al jaren zegt de PVV dat de gaswinning uit het Groningenveld moet stoppen, dat we daar totaal mee moeten kappen omdat de mensen daar in Groningen de vernieling in zijn geholpen. Al jarenlang zegt de PVV dat. Dus die aanval accepteer ik niet. Daarna zegt de heer Klos: willen wij dan misschien afhankelijk worden van Rusland? Nou, déjà vu. Zullen we even teruggaan naar februari 2023? Het was toen uw eigen D66'er meneer Jetten, die toen al zei: "Nederland is niet meer afhankelijk van Russische brandstoffen. Voor bijna alle energiebronnen is de import naar nul teruggebracht: kolen, olieproducten, diesel en kerosine én ruwe olie." Dat zei uw eigen D66'er meneer Jetten over de afhankelijkheid van Rusland. En dan wilt u mij nu verwijten "ja, u wilt afhankelijk zijn van Rusland". Wat is dit voor onzin?

De heer Klos (D66):
Fantastisch dat de PVV zo trots is op onze klimaatminister Rob Jetten, die straks premier wordt.

De heer Kops (PVV):
Ik ben op de hoogte; u niet.

De heer Klos (D66):
Het probleem is eerlijk gezegd, denk ik, dat de heer Kops niet helemaal uit zijn spagaat kan komen. Hij zegt namelijk: we gaan met gas door en over drie jaar zijn we klaar, dus dan moet er iets anders komen. Dus of hij gaat zich weer verlaten op Poetin of hij gaat zich weer verlaten op Trump. Ik ben best bereid om te zeggen dat de PVV een normale positie in het Groningendebat heeft ingenomen, anders dan andere partijen ter rechterzijde.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Klos (D66):
De vraag is: welke gaat het worden? Wordt het Groningen, wordt het Poetin of wordt het Trump? In Nederland is het gas straks namelijk op.

De heer Kops (PVV):
Is het een meerkeuzequiz geworden? Ik moet blijkbaar kiezen. Dan ga ik voor D: geen van alle. Ik ga niet mee in die spelletjes van de heer Klos. Ik kan natuurlijk wel zeggen: de heer Klos is een groot voorstander van het doorduwen van die energietransitie, met overal windturbines en zonnevelden. We zien de gevolgen. Zelfs deze minister erkent dat daardoor de grootste problemen rond netcongestie zijn ontstaan. De gevolgen daarvan zijn dat bedrijven die op de wachtlijst staan, naar dieselaggregaten grijpen, wat door D66 komt, dat er zelfs duurzame wijken zijn die op dieselaggregaten draaien en dat elektriciteitscentrales daardoor juist méér gas zijn gaan verbruiken, omdat de schommelingen in zonne- en windenergie moeten worden opgevangen. Dat is allemaal het gevolg van het beleid van de heer Klos. De conclusie is dat we door die energietransitie en het klimaatbeleid van de heer Klos alleen maar meer gas zijn gaan verbruiken. Wat dat betreft wordt juist híj alleen maar meer afhankelijk van Trump, Poetin en wie hij in dat rijtje verder nog meer heeft genoemd.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Klos (D66):
De conclusie is dat het antwoord D is: de Nederlanders zitten in de kou. Het is helder dat dat het antwoord van de PVV is.

De heer Kops (PVV):
Daar wil ik dan wel even op reageren. "Mensen in de kou"… Weet u wat het is? Het klopt: mensen zitten nu letterlijk in de kou. Meer dan een half miljoen huishoudens zitten inderdaad in de kou. Ik kan de heer Klos vertellen hoe dat komt: dat komt door de gasbelasting, de energiebelasting op gas, die jaar na jaar na jaar omhooggaat, om mensen zogezegd maar te dwingen van het gas af te gaan en te gaan verduurzamen. Tienduizenden euro's kan dat kosten. Mensen hebben dat geld niet, meneer Klos, maar zij betalen dan wel een torenhoge gasbelasting, na Zweden het meest van heel Europa. Daar doet u niets aan. Nee, u van D66 heeft die gasbelasting alleen maar verhoogd en verhoogd en heeft de mensen daarmee de energiearmoede in gedrukt. Het is dus dankzij u dat die mensen, zoals u net zei, in de kou zitten.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Kops. Het woord is aan de heer Jumelet voor zijn inbreng namens het CDA.

De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, mag ik nog even een persoonlijk feit maken?

De voorzitter:
Altijd, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Ik moet mijn excuses aanbieden aan de heer Klos, want ik had hem na zijn laatste interruptie gewoon moeten zeggen dat hij de juiste conclusie trok en had daar verder geen waardeoordeel aan moeten geven.

De voorzitter:
Waarvan akte. Het woord is aan de heer Jumelet. Gaat uw gang.

De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We werken door aan de klimaatdoelen en bouwen aan een schone en veilige toekomst. Ik mag nu een aantal weken meelopen in dit mooie werk en ik heb de minister geëngageerd bezig gezien op al die thema's die in onze portefeuille aan de orde komen. Ik wil daar mijn waardering voor uitspreken. Ook al is het nog maar een korte tijd, ik zeg het toch maar: waardering, zeker ook voor de inzet.

Voorzitter. Er zijn nog wel wat hobbels te beslechten. Een van de grootste vraagstukken van de energietransitie in Nederland is de netcongestie, zoals al door een aantal collega's is opgemerkt en zoals ook al eerder voorbij is gekomen. Onze elektriciteitsnetten zijn decennia geleden niet ontworpen en aangelegd voor de variabele stroomproductie van duurzame elektriciteitsbronnen en ook niet voor de sterke toename van het elektriciteitsverbruik door huishoudens en bedrijven. De netten raken daardoor overbelast en moeten worden uitgebreid. Veel bedrijven, inmiddels zo'n 14.000, lopen aan tegen het feit dat de netbeheerder geen capaciteit meer kan vrijmaken voor nieuwe projecten. Ook bij nieuwbouwprojecten voor woningbouw doet zich steeds vaker de vraag voor of een aansluiting mogelijk is. Het aanpakken van de netcongestie heeft in het coalitieakkoord de hoogste prioriteit. Dat is niet voor niets. Door de Crisiswet netcongestie worden procedures voor vergunningen ingekort, maar dan moet die wet wel snel worden ingevoerd. Laten we dan ook zelf het tempo erin houden. Misschien geldt dat juist ook voor ons. Daarom roept het CDA op om daaraan mee te werken.

Voorzitter. In de tussentijd wordt er hard doorgewerkt. Ik wil de minister een compliment maken voor het gezamenlijke plan om de wachtrij voor het volle stroomnet stevig aan te pakken. Met het onlangs gepresenteerde aansluitoffensief committeerden de overheid, netbeheerders, toezichthouder en het bedrijfsleven zich aan acht acties.

De heer Dassen (Volt):
Acht acties. Ik wil even doorgaan op netcongestie. Veel collega's hebben het daar vandaag al over gehad, ook over de crisiswet die er aankomt. Een van de andere oplossingen is ervoor zorgen dat wij Europees een beter stroomnetwerk met elkaar opbouwen, waarin wij veel met elkaar investeren zodat er binnen Europa veel meer interconnectiviteit is. Daar hoor ik eigenlijk bijna niemand over. Nederland loopt ver achter op de doelen die voor 2030 gesteld zijn. Ik vraag de minister om daar veel meer haast mee te maken. Ik ben benieuwd hoe het CDA daarnaar kijkt.

De heer Jumelet (CDA):
Ik eindigde met die acht acties. Die hebben de potentie om die wachtrij van 14.000 bedrijven perspectief te bieden, zo hebben we begrepen. Dat is goed nieuws. Er wordt dus aan gewerkt om die kwestie waar het om draait, echt op te lossen. Partijen als netbeheerders, toezichthouders en het bedrijfsleven willen wel, maar dan moeten we daar wel de mogelijkheid toe bieden. In het totaalverhaal van Europa denk ik dat het heel goed is om daarin te investeren. Ik heb in ieder geval gezien dat de minister daar goede voorstellen voor doet. Maar het moet wel op korte termijn worden uitgewerkt. Het begin is er. Ik zeg weleens: de eerste helft komt eerst. Ik kom er zo meteen ook nog op terug. Dat geldt voor de hele aanpak van klimaat en energie. Maar ik denk dat het goed is om dat te constateren.

De heer Dassen (Volt):
Ik constateer wel dat wij als Nederland best wel ver achterlopen in de doelen die we onszelf gesteld hebben en ook in de vaart die wij daarmee moeten maken. Ik zou de minister en ook de coalitie meer willen uitdagen om hier werk van te maken, juist omdat dit ervoor zorgt dat de kosten verlaagd worden. Daar profiteren we gezamenlijk van, met als bijvangst dat het netwerk in Europa minder kwetsbaar wordt voor sabotage. Dus volgens mij is dat ook een win, ten aanzien van iets waar wij ons grote zorgen over maken. Dus ik ben benieuwd of de CDA-fractie van mening is dat we hier in Europa veel grotere en snellere stappen in moeten zetten.

De heer Jumelet (CDA):
Ik constateerde zelf dat dat aansluitoffensief aan de orde is op dit moment, met de partijen die ik net noemde, maar buiten Nederland ziet dat natuurlijk ook op de Europese aanpak. Dus ik denk dat het heel terecht is om die vraag te stellen. Ik kan me voorstellen dat we met een staatssecretaris die met die versnelling aan de gang gaat, een gesprek hebben over die versnelling. Hoe ga je dat dan doen in Europa? Hoe gaat dit leiden tot een betere aansluiting van al die bedrijven maar zeker ook van consumenten, ook als het gaat om woningbouw?

De heer Dassen (Volt):
Ik zal het kort houden. Ik kom met een motie en ik hoop dat de CDA-fractie die zal steunen.

De heer Flach (SGP):
In de vorige periode heb ik met de heer Bontenbal opgetrokken om de CO2-heffing af te schaffen, net zolang totdat uiteindelijk ook de VVD daarin meeging. Vindt de heer Jumelet dat het CDA voldoende resultaat heeft gehaald om het beheersbaar houden van de kosten voor onze industriebedrijven goed verankerd te krijgen in dit programma? Ik wil daar zelf wel een eerste oordeel over geven, maar ik hoor graag eerst het antwoord van de heer Jumelet.

De heer Jumelet (CDA):
Ik zal daar zo in mijn bijdrage nog verder op ingaan. Maar ik denk dat het goed is dat die CO2-heffing weg is voor de industrie en bedrijven. We spreken met elkaar over een gelijk speelveld in Europa. Ik denk dat dat goed is, zeker voor de concurrentiepositie van Nederland. Als u mij die vraag stelt, zeg ik: ik zie goede elementen. De SDE++-regeling is er weer en wordt ook verlengd. Er zijn meer zaken die helpen om de positie van het bedrijfsleven te versterken. Dat neemt niet weg dat we vanavond hier met elkaar constateren dat het nog niet echt makkelijk is voor bedrijven om daadwerkelijk te kunnen concurreren als het gaat om de energiekosten. Daar moet dus nog wel wat aan gebeuren. Maar ik ben ook wel erg benieuwd wat dit betekent voor bedrijven, juist als het gaat om wat er nog op stapel staat. Maar vanuit het CDA kunnen we zeker zeggen dat er voor een deel goede voorstellen in het akkoord staan, maar dat die ook nog verder moeten worden uitgewerkt.

De heer Flach (SGP):
Een van de dingen waar ik me, als het gaat om bedrijven, zorgen over maak, is stijgende nettarieven. Die zijn al hoog, en met de ambities zullen die alleen maar hoger worden. Het woord "nettarieven" kom ik maar één keer tegen in het akkoord. Dan gaat het over extra prikkels in de nettarieven. Dat maakt ze niet lager, maar eerder hoger. Welke oplossing ziet de heer Jumelet om te zorgen dat de kosten van het net voor bedrijven gewoon beheersbaar blijven c.q. heel fors naar beneden gaan?

De heer Jumelet (CDA):
Een heel terechte vraag, zeker als het gaat om het beheersbaar houden. Ik hoorde u net ook een vraag stellen over het over meer jaren uitsmeren. Ik denk dat dat een van de oplossingen zou kunnen zijn. Ik denk dat het goed is om daarover te blijven nadenken en het gesprek te voeren over wat dat dan betekent. Uiteindelijk moet dat wat wij met elkaar aan het bedrijfsleven bieden ook concurrerend zijn. Het moet de kosten ook beheersbaar houden. Ik denk dat dat een goede manier is om, ook samen met het bedrijfsleven, te kijken naar wat kan helpen om die concurrentiepositie staande te houden.

De voorzitter:
De heer Flach, tot slot.

De heer Flach (SGP):
Ja, afrondend. Mooi om te constateren dat ik zowel bij de VVD als bij het CDA openingen zie om aan de amortisatie van die kosten te gaan werken. Wat mij betreft gaan we daar in de komende periode dan ook mee aan de slag.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik heb ook een vraag over de CO2-heffing. Het CDA is gezwicht voor de industriële lobby, net als de SGP. Ik zie het CDA toch een beetje als de hoofdverantwoordelijke voor het afschaffen van de CO2-heffing. Er is een overlegtafel aan ons beloofd die alternatieven zou gaan uitzoeken voor de CO2-heffing. Die overlegtafel is geweest en concludeert dat er geen alternatief nationaal beleidsinstrument is dat de klimaatdoelen binnen bereik brengt, en tegelijkertijd de concurrentiepositie niet verslechtert, zonder een beroep te doen op extra subsidiemiddelen.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Mijn vraag is: ik zie in het coalitieakkoord niet dat er extra geld is vrijgekomen. Er is nu feitelijk dus geen alternatief voor de CO2-heffing. Wat stelt het CDA dus voor?

De heer Jumelet (CDA):
Volgens mij is het vooral bedoeld om met elkaar een gelijk speelveld te hebben in Europa. Er wordt via ETS al bijgedragen aan de hele opgave die er ligt. Ik constateer dat dit het uitgangspunt was, uiteindelijk ook om industrie in Nederland te houden en die mogelijkheid te bieden. Op uw vraag heb ik nu het antwoord niet. Ik kan wel zeggen dat onze insteek was om het in ieder geval naar een gelijk speelveld te brengen. Ik denk dat dit ook de bedoeling is van het akkoord dat er nu ligt. We kunnen met elkaar wel zien dat bedrijven weggaan, maar dat helpt ons niet bij de opgave die we met elkaar hebben.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoor de heer Jumelet zeggen dat hij een gelijk speelveld eigenlijk belangrijker vindt dan de klimaatdoelen, terwijl in het coalitieakkoord ook duidelijk staat dat het wel lastig wordt om 2030 te halen. Dat vind ik een understatement. Feitelijk staat er in het coalitieakkoord: we gaan nog steeds voor 2030. Ik vraag aan het CDA, een van de architecten achter het neerhalen van de CO2-heffing: oké, maar wat gaan we dan doen om 2030 daadwerkelijk te halen?

De heer Jumelet (CDA):
Op het gevaar af dat ik uitweid, voorzitter, doe ik dit toch maar: het is natuurlijk niet alleen een nationale opgave, maar ook een Europese en internationale opgave om de klimaatdoelen te halen. Ik denk dat het goed is dat wij met elkaar constateren dat we een gelijk speelveld willen hebben. Vervolgens weten we ook dat bedrijven zullen vertrekken als ze niet kunnen produceren of kunnen werken in de industrieclusters die we hebben. De vraag is wat belangrijker is. Vind je het dan goed dat het hier blijft en dat je probeert bij te dragen aan de klimaatopgave? Of stel je vast dat die bedrijven dan ergens anders gaan produceren, waar de klimaatschade misschien wel groter is dan we hier op dit moment moeten constateren? Dat is de afweging die je met elkaar maakt. Het afschaffen van de CO2-heffing heeft in ieder geval bijgedragen aan het inzetten op werkgelegenheid, op industrie hier houden, maar wel met de opgave om zo snel mogelijk de klimaatdoelen te realiseren. Een van de collega's heeft net volgens mij gezegd dat we dichtbij zitten als het gaat om 2030, maar dat laat onverlet dat we 2040 en 2050 gewoon als doelen zien met elkaar. Die afspraken staan.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
We hebben ons nationaal verplicht aan het klimaatakkoord van Parijs en we hebben wettelijke klimaatdoelen. Daar moeten we aan voldoen. Dat is dus een nationale verplichting. Bovendien concludeer ik helaas dat het CDA daar niet voldoende maatregelen tegenoverstelt, omdat er geen alternatief is voor de CO2-heffing. De vraag blijft: hoe geloofwaardig is het dat er in het coalitieakkoord staat "we willen het klimaatdoel van 2030 halen", als daar geen maatregelen tegenover staan?

De heer Jumelet (CDA):
De klimaatdoelen die wij met elkaar hebben afgesproken, staan. We werken er, ook met dit pakket, hard aan om die te halen. Ik ben het met mevrouw Teunissen eens dat dat best lastig is voor 2030. Dat maakt ook dat we voor 2040 en 2050 volop aan de bak moeten. Daarom moeten we het pakket dat er nu ligt, ook inzetten.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Over de klimaatdoelen valt nog een hoop te zeggen, maar ik zou even terug willen naar het onderwerp waar de heer Jumelet het over had, namelijk netcongestie. Dat is een enorm urgent probleem. Wij horen zelfs geluiden dat TenneT dreigt met een aansluitingsstop voor de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland. Ik vroeg me af hoe het CDA ervoor gaat zorgen dat dergelijke stops niet zullen voorkomen.

De heer Jumelet (CDA):
Ik begon over het aansluitoffensief met acht acties. Ik heb dat "goed nieuws" genoemd. Ik heb hier opgeschreven: "De effecten zullen wel per regio verschillen, lees ik." Vervolgens had ik een paar vragen geformuleerd. Die vragen gaan nou juist over hetgeen u aan mij vraagt. Misschien mag ik die vragen ook aan de minister stellen. Kan de minister een inschatting geven van het aantal bedrijven dat aangesloten kan worden in die genoemde twee jaar? Wat betekent dat voor andere sectoren, zoals woningbouw? In de prioritering verdient woningbouw namelijk de volle aandacht te houden. Wat gebeurt er met regio's — ik kijk even naar mevrouw Van Oosterhout — die op rood blijven staan of komen? Welke afspraken zijn daarvoor gemaakt of te verwachten? Dat is volgens mij de kwestie en de vraag die we samen hebben.

De voorzitter:
Uw zestiende interruptie, meneer Van den Brink.

De heer Van den Berg (JA21):
Dat zie ik dan maar als een compliment, maar ik zal erop letten.

De voorzitter:
Ik zou het anders interpreteren, maar goed. Ik zou u allen willen oproepen enige terughoudendheid te betrachten omwille van de tijd.

De heer Van den Berg (JA21):
Ik zal het bondig houden, voorzitter. Mijn vraag aan de heer Jumelet is als volgt. Het CDA heeft het oog op het versterken van de elektriciteitsinfrastructuur. Dat is hartstikke mooi, maar tegelijkertijd zien we de lasten voor de huishoudens alleen maar stijgen. Kortom, ik zie in dit pakket geen lastenverlichting voor de huishoudens. Wanneer gaat die er komen?

De heer Jumelet (CDA):
Volgens mij staat in het akkoord dat gesloten is, geschreven dat we willen inzetten op isolatie. Er is ook een energiefonds, dat doorgaat. Zo zijn er een aantal maatregelen die denk ik aangeven dat we er echt oog voor hebben. Het is ontzettend belangrijk dat we het ook betaalbaar houden. We kunnen het hebben over doelen, maar het gaat ook over het betaalbaar houden voor de industrie, voor het bedrijfsleven, maar ook voor onze inwoners. Ik denk dat uw opmerking heel terecht is, maar in het akkoord staan volgens mij ook een aantal maatregelen genoemd.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Jumelet (CDA):
Ik zei het al: in de tussentijd wordt er hard doorgewerkt aan het energiesysteem van de toekomst. Er zijn talloze initiatieven, innovaties, afspraken en plannen van inwoners, kennisinstellingen, bedrijven en overheden. Die zijn los van elkaar belangrijk en goedbedoeld. De opgave en de urgentie vragen echter regie om vooruit te komen en niet te verzanden, regie om het grotere verhaal waar we deel van uitmaken, ook uit te dragen. Voor het CDA is het daarbij belangrijk dat we verantwoordelijkheid nemen. Wat kan ik en wat kunnen wij doen binnen de mogelijkheden die we hebben? Hoe kunnen wij als samenleving bijdragen naar vermogen om de wereld mooier, rechtvaardiger en duurzamer te maken? Maar het gaat ook om regie op het niveau van de praktijk van alledag. Gemeenten en provincies werken aan de Regionale Energiestrategieën. Er zijn in de regio's energyboards. Provincies werken met energievisies. We kennen het NMIEK en voor iedere provincie een zogenaamd PMIEK. De grote vraag is: hoe houden we inzicht, overzicht en afstemming? Een recent voorbeeld: wat in het PMIEK was opgeschreven, sluit niet aan bij de investeringsplannen, de IP's, van de netbeheerder. Ook ontbreekt het nog steeds te vaak aan actuele data bij netbeheerders. Wij hebben daarover eerder een motie ingediend. Is de minister het met ons eens dat, als we willen of moeten versnellen, meer regie nodig is op dit dossier?

Voorzitter. Bij het klimaat- en energiebeleid staan voor het CDA drie punten centraal. Het eerste, ook wel weer met drie woorden, is: ambitieus, realistisch en sociaal klimaatbeleid, met de focus op Europese samenwerking. Het is essentieel om nieuwe, groene bedrijvigheid te stimuleren en vraag en aanbod van duurzame producten te versterken. Maar iedereen moet ook mee kunnen doen in die transitie. Tegelijkertijd zijn we wel beland in een fase van het klimaatbeleid en de energietransitie waarin de focus moet liggen op de uitvoering, in plaats van op de discussies over de doelen. Ook wij doen dat vanavond weer met elkaar, maar het zou vooral over de uitvoering moeten gaan. Juist in de uitvoering loopt het momenteel namelijk vast, door netcongestie, maar bijvoorbeeld ook door het tekort aan arbeidscapaciteit. Bij het maken van plannen voor het verbouwen van ons energiesysteem moeten we daarom veel meer rekening houden met de uitvoerbaarheid. Realisme is in deze fase geen gebrek aan urgentiebesef, maar juist de beste manier om het urgentiebesef om te zetten in concrete resultaten.

Het tweede dat voor het CDA belangrijk is, is stabiel en voorspelbaar overheidsbeleid. Dat is nodig om vertrouwen te geven aan bedrijven en investeerders. U verwacht het natuurlijk: rust, reinheid en regelmaat zijn nodig. We zijn content met het voorstel in het coalitieakkoord om de SDE++ te verlengen, zoals ik al zei. We willen er wel op aandringen om de regeling slimmer in te zetten, zodat innovatie en ontwikkeling van nieuwe, schone technologie meer wordt gestimuleerd. Mijn vraag aan de minister, en misschien ook wel aan haar opvolger, is hoe daarnaar wordt gekeken. Er liggen namelijk grote kansen voor Nederland om uit te blinken in de ontwikkeling van nieuwe, schone technologie. Om dat te kunnen doen, zal ook de overheid meer moeten durven investeren in nieuwe technologie en innovatie. Nederland heeft toponderzoeksinstellingen die we wat ons betreft beter in stelling kunnen brengen om innovatie aan te jagen. We zien grote kansen op het gebied van technologieën zoals die in de groene chemie, waterstof, synthetische brandstoffen, betere windmolens, efficiëntere CO2-vrije opslag en flexibiliteit, negatieve emissies en kleine modulaire kernreactoren.

Ik noem ook CO2-verwijdering, oftewel carbon management. Het realiseren van negatieve emissies, het onttrekken van CO2 aan de atmosfeer, zal hard nodig zijn om onze klimaatdoelen te halen. Het ontwikkelen en opschalen van deze technologie gaat niet vanzelf. Daar moeten we nu in investeren, want wachten betekent achterlopen. Daarom moet zo snel mogelijk begonnen worden met het bouwen van de infrastructuur die nodig is om negatieve emissies te realiseren. We stellen voor dat we daarvoor in ieder geval de locatie benutten van een van de kolencentrales die in 2030 geen kolen meer mogen verbranden. Graag een reactie van de minister op dat voorstel.

Dan als derde het gelijke speelveld. Dat noemde ik net al. Groene industriepolitiek, de verduurzaming van onze industrie, staat of valt met het creëren en behouden van een gelijk speelveld in Europa. Dat betekent voor het CDA dat de kosten voor onder andere stroom en grondstoffen en normerende, beprijzende maatregelen vanuit de overheid gelijk moeten lopen met die van de rest van Europa. Bij het proces van de maatwerkafspraken met de industrie staat niet het behouden van wat er nu is voorop; het is juist een methode om samen met die industrie te kijken naar wat er in Nederland kan en belangrijk is in het kader van onze geopolitieke positie: hoe groene industrie kan worden aangetrokken en welke activiteiten wellicht elders in Europa beter passen.

Voorzitter. Een heel verhaal, maar tot slot had ik nog drie punten. Inmiddels is er één punt afgevallen; dat kan helpen. Dat ging namelijk over leveringszekerheid en dat was al aan de orde in het tweeminutendebat. Dat ga ik niet herhalen. Bij het commissiedebat op 27 november vorig jaar heb ik aandacht gevraagd voor de vertraging van de bouw door TenneT van het hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk. De minister houdt de vinger aan de pols. Maar vanochtend kopte het Dagblad van het Noorden: "Vertraging Veenoord door kapitale fout." Een forse vertraging bij de bouw van het hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk is het gevolg van een kapitale inschattingsfout bij TenneT. Meer dan 170 bedrijven in Emmen en Coevorden wachten op een stroomaansluiting. De oplevering van het station schuift op van 2029 — dat stond in het IP, het investeringsprogramma — naar 2031 en mogelijk zelfs 2033. De oorzaak is onder meer dat het personeel dat voor Veenoord-Boerdijk was ingepland, elders is ingezet omdat de procedure van de Raad van State sneller ging dan verwacht werd; dat kan ook gebeuren. Voor de 170 bedrijven kan dit onverwachte uitstel van twee tot vier jaar grote gevolgen hebben, ook op het gebied van verduurzaming. Heeft de minister deze gevolgen in beeld? Wil de minister bevorderen dat TenneT echt alles in het werk zal stellen om de schade in ieder geval zo veel mogelijk te beperken, is mijn vraag namens het CDA.

De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw inbreng?

De heer Jumelet (CDA):
Ik heb nog één punt, voorzitter. En ik heb nog ...

De voorzitter:
Laten we dat maar even afmaken. Daarna geef ik mevrouw Van Oosterhout het woord voor haar zeventiende interruptie. Gaat uw gang.

De heer Jumelet (CDA):
Het laatste punt, voorzitter. Ik vraag hier aandacht voor koeling. De warmte van de zomer geeft tot nu toe nog onvoldoende aanleiding om meer beleid te voeren op het toenemende koelingsvraagstuk. Ik kom het niet tegen. We krijgen signalen dat ook gemeenten dit vraagstuk nog onvoldoende in het vizier hebben of geen prioriteit geven, en dat terwijl gemeenten bijvoorbeeld bezig zijn met het opstellen van hun warmteprogramma's. Niet alleen de verduurzaming van de warmtevraag moet daar onderdeel van zijn, maar de toekomstige koelingsvraag net zo goed. Overigens zit koeling ook nu niet in de warmteprogramma's die gemeenten moeten maken. In de herziene startanalyse van PBL wordt het wel genoemd, maar is het niet in de cijfers opgenomen. Koudevraagproductie zit daarnaast ook niet in de KEV-, CBS-, NPE- en TNO-scenario's, om een paar afkortingen te noemen. Het zit hooguit impliciet in de ontwikkeling van de elektriciteitsvraag van de gebouwde omgeving. Als de koelingsvraag door gemeenten wordt meegenomen, leidt dat misschien tot andere keuzes omtrent de techniek dan wanneer enkel wordt gekeken naar de warmtevraag. Ook dient de impact van de toenemende koelbehoefte op het elektriciteitsnet in ogenschouw te worden genomen.

Voorzitter. De vraag is als volgt: kan de minister toezeggen het initiatief te nemen om een visie te vormen op het toekomstige koelingsvraagstuk in de gebouwde omgeving en hieraan beleidsmaatregelen te koppelen die ervoor zorgen dat koeling een integrale plek krijgt in ons energiesysteem van de toekomst?

Voorzitter, ik ben precies op tijd. Dank u wel.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
In zijn betoog ging de heer Jumelet in op het belang van een betrouwbare overheid. Ik ben het daar helemaal mee eens. Het is ook heel erg belangrijk dat we als betrouwbare overheid heel goed luisteren naar andere overheden. Collega Jumelet heeft misschien ook de krantenkop van zijn CDA-collega Friso Douwstra in de NRC gezien: "Friesland wil het niet." Dat ging over de gaswinning die op dit moment gepland staat in Friesland. Ik ben toch heel erg benieuwd hoe de heer Jumelet in het kader van betrouwbaar bestuur en dat uitstralen richting andere bestuurders aankijkt tegen deze uitspraak.

De heer Jumelet (CDA):
Ik ken het standpunt van de provincie Fryslân en ook die van de geachte collega daar. Ik heb hem ook horen zeggen, als ik dat toch ook hier mag delen, dat dat natuurlijk vooral ziet op veenweidegebieden. Ik denk dat dat helder is. In zijn totaliteit wil het niet, maar als het uiteindelijk moet, dan moet er ook een schaderegeling zijn, met de lusten en de lasten, die ook in het sectorakkoord werd benoemd. Ik denk dat het goed is om te constateren dat wat wij hier met elkaar bespreken, ook erover gaat dat gaswinning veilig moet zijn voor mens en milieu. U hebt het namelijk over gaswinning. Ik denk dus dat het goed is om te constateren dat we verschillende verantwoordelijkheden hebben. Ik heb dat ook zelf als gedeputeerde mogen doen in mijn provincie. Toen zei ik ook: nee, tenzij. Je moet juist binnen de randvoorwaarden het proberen duidelijk te maken en hier nu misschien het onderste uit de kan halen. Het moet wel kunnen. Het moet ook wel veilig zijn. Dan wil je daar ook iets tegenover hebben staan. Ik snap de positie van de provincie Fryslân. Ik snap ook de positie van de provincie Drenthe. Maar ik maak hier in ieder geval de opmerking dat wij met elkaar constateren dat we gas ook nodig hebben in die hele transitie. Daar hebben we eerder over gedebatteerd. Dat is volgens mij wat het nu is.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Laten we de positie van Friesland dan heel duidelijk maken. Friesland wil het niet in veenweidegebied, maar Friesland wil het ook niet in de rest van de provincie. Als het dan toch moet, dan komt er later een gesprek over batendeling. Maar het uitgangspunt is dat Friesland het niet wil, dus dat is wel echt heel erg belangrijk. Niet alleen de overheid wil het niet, ook inwoners zitten er niet op te wachten. Die starten nu al allerlei bezwaarprocedures. Dan stel ik nogmaals de vraag wat de heer Jumelet zegt tegen al die mensen daar.

De voorzitter:
Meneer Jumelet, kort.

De heer Jumelet (CDA):
Best lastig. Tegelijkertijd weten we dat de makkelijke weg soms niet voorhanden is. We hebben met elkaar geconstateerd dat we zeker geopolitiek onafhankelijk willen zijn. Daar hebben we alles voor nodig, ook binnen de context van de energiemix. Daar zullen we ook de gaswinning voor nodig hebben, die op dit moment ook gewoon aan de orde is. Dat geldt dus ook voor de kleinere velden. Ik denk dat dat het eerlijke antwoord is. Soms is een eerlijk antwoord ook een antwoord.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Wil de heer Jumelet dan in ieder geval wel kijken naar het beschermen van kwetsbare natuur zoals het veenweidegebied en daar in ieder geval geen gaswinning starten, en ook heel goed bij die andere gasvelden kijken naar de risico's voor de mensen daar?

De heer Jumelet (CDA):
Dat is steeds het uitgangspunt. Ik heb de minister daar ook waardevolle en zwaardere woorden over horen spreken. Ik denk dat het goed is om dat met elkaar te wegen, maar ik denk niet dat we op voorhand met elkaar gebieden kunnen uitsluiten. Dat was ook het antwoord. Maar het moet altijd veilig zijn voor mens en milieu; dat lijkt me heel helder.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jumelet. Dan is nu het woord aan de heer Van den Berg voor zijn maidenspeech. De heer Van den Berg heeft aangegeven interrupties toe te staan aan het einde van zijn bijdrage. Hij levert zijn bijdrage natuurlijk namens de fractie van JA21. Als u zover bent, heeft u het woord.

De heer Van den Berg (JA21):
Nou, leden van de Staten-Generaal, voorzitter. Hard werken moet beloond worden. Onthoud die zin; die is heel belangrijk. Hard werken moet lonen, niet omdat dat beter is, maar omdat inzet de motor is waarop we samen vooruitkomen. Wie vroeg opstaat of tot laat doorgaat, verantwoordelijkheid draagt en blijft doorgaan, draagt lasten voor ons allemaal — tijd, energie, zorg en risico — en daar mag iets tegenover staan. Perspectief, zekerheid en de ruimte om een stap vooruit te zetten, niet alleen in geld, maar ook in waardigheid; gezien worden voor wat je bijdraagt.

Voorzitter. Ik sta hier als een van de weinige — welgeteld drie! — mbo'ers in dit huis. Dat maakt mij trots en dankbaar. Die route naar de Tweede Kamer was als mbo'er geen gemakkelijke. Ik weet niet waar u 24 jaar geleden in geloofde, maar ik wist het heel zeker: elke vezel in mijn lijf zei dat ik Nederland en deze samenleving wilde dienen, ook in roerige tijden. De afronding van de scheiding van mijn ouders was nog in volle gang, de vliegtuigen die zich in de Twin Towers boorden zaten nog vers in het geheugen, maar een gymnasiumschooladvies lag voor mij toch ook weer in het verschiet. Ik voelde dat ik iets terug moest doen, zeker geïnspireerd door de opofferende liefde van mijn moeder. Wie kon die roep beter beatwoorden dan Pim Fortuyn, letterlijk met de woorden "at your service"? Niet lang daarna, aan de keukentafel, was ik stellig. "Ik ga dit land dienen. Ooit sta ik hier, in de Tweede Kamer." Gedreven door een passie voor techniek, gemotiveerd door een stiefvader bij de politie, ondertussen met dat gymnasiumadvies op zak, leken de mogelijkheden voor mij eindeloos. Maar het liep anders.

De zeven jaren daarna, zo'n beetje mijn hele pubertijd, zat mijn vader in een afkickkliniek. Wellicht kijk je mee, pap. Het is oké, en dat weet je. Ik raakte mijn geloof kwijt en gleed af naar vmbo-kader. Na het vmbo meldde ik me bij het Korps Mariniers. Ondanks een jaar voorbereiding viel ik uit met een blessure. De weg naar boven bleek eindeloos lang, maar ik pakte het opnieuw beet, en na mijn mbo 2 tot beveiliger kreeg ik een nieuwe kans om militair te worden. Ik haalde mijn felbegeerde baret, werd onderofficier bij de Koninklijke Marechaussee en mijn hoogst behaalde kwalificatie was een feit: mbo 3 militair opsporingsambtenaar. Dus ja, hard werken wordt beloond, maar ik leerde nog iets veel belangrijkers. Behalve discipline en doorzettingsvermogen, leer je als militair opofferingsbereidheid. Voor elkaar door het vuur gaan, juist als je zelf niet meer kunt. Van Den Haag tot Nieuw-Amsterdam en tot Uden: kameraden werden vrienden. Voor die gasten durfde ik mijn nek uit te steken. Dan leer je dat echte verbinding niet zit in diploma's, afkomst of woonplaats, maar in wat je samen draagt. Dat is ook zo in de samenleving.

Voorzitter. Dat is precies wat we nu nodig hebben. Kijk om u heen. Spreek eens met de buschauffeur, de bode, de schoonmaker en de beveiliger. Kent u hun namen? Ook dat is waardigheid. We dragen allemaal bij aan dit land. We zouden hier niet kunnen staan zonder al deze mensen, die ons op al die manieren ondersteunen. Als we de scheuren willen lijmen, dan begint dat klein: met respect, met nieuwsgierigheid, met het gesprek, ook met iemand van een totaal andere politieke kleur. Ga het gesprek eens aan en laat je oprecht verrassen. Hard werken moet beloond worden. Niet alleen met woorden, maar met perspectief en waardigheid voor iedereen die bijdraagt. Dat is mijn belofte. Daar sta ik voor. Laat dit dus de norm zijn: wie bijdraagt, wordt gezien en gaat vooruit.

Voorzitter. Dan nu maar naar de inhoud. Ik zou via u willen zeggen dat ik altijd wel hou van een klein debatje. Ik sta dus open voor interrupties. Ik kom bij de inhoud. Ik vertrouw erop dat ik met mijn persoonlijke verhaal duidelijk heb gemaakt dat ik iemand ben die van het aanpakken is: doen wat er gedaan moet worden, maar wel op basis van de realiteit. Wat niet gaat, dat gaat niet en wat niet kan, dat kan niet.

Dat zien we ook bij de klimaatdoelen. Omdat de praktijk achterblijft, grijpen overheden naar creatieve schijnoplossingen. In totale paniek verbieden ze fossiele reclames. In mijn eigen provincie, Noord-Holland, plaatsen ze op achttien bushokjes sedumdaken, voor een bedrag van — schrik niet! — €400.000. We organiseren ook nog eens vleesvrije dagen. Het is onvoorstelbaar dat we het hardverdiende geld van inwoners op deze wijze over de balk smijten. Dat kan toch niet?

Tegelijkertijd lijkt Nederland kampioen te zijn geworden in het maken van hele dure oplossingen: we gooien geld naar windturbines op zee, warmtenetten en waterstof. Neem bijvoorbeeld wind op zee. Dat valt elke keer duurder uit. Waar het ooit als subsidievrij werd verkocht, blijkt het tegendeel nu waar: windturbines draaien op subsidie. Punt. We zien nu weer dat garanties en steun nodig zijn en dat de rekening uiteindelijk bij mensen en bedrijven terechtkomt. Het laatste windpark kost zo'n 4 miljard euro. Even concreet — daar hou ik van — is dat €500 per huishouden.

Warmtenetten kennen structurele risico's. Denk aan afhankelijkheid van één bron en technische problemen. Bewoners zitten in de kou als het misgaat. Den Haag is daar een pijnlijk voorbeeld van. Ik vraag de minister hoe het zit met die windturbinenormen. Ik zag daarover geen woord in het coalitieakkoord staan. Betekent dit dat we alsnog windturbinenormen gaan krijgen, of blijven ze helemaal buiten schot en moeten we elke windturbine apart gaan behandelen, zoals nu het geval is?

Dan nog een voorbeeld over waternetten, in Nijmegen. Daar bedacht de gemeenteraad om zelfs de afvalcentrale te sluiten waar de gemeente haar eigen warmtenet mee voedt.

Als laatste waterstof. We raken simpelweg heel veel energie kwijt in die keten, soms wel 80%. Dan kan je nog zo veel ambitie hebben, maar het is gewoonweg vergooide energie. Punt. En wie mag de rekening betalen? Drie keer raden.

Voorzitter. Voor JA21 is het onbegrijpelijk dat we hierop blijven inzetten alsof geld geen rol speelt. Energie wordt duurder, maar ondertussen doen we alsof het normaal is dat er een netverzwaring van richting de 200 miljard euro aankomt. Dat komt grofweg neer op zo'n €20.000 per huishouden. Ik krijg het aan de mensen thuis gewoon niet uitgelegd. Ik ben benieuwd hoe de minister dat wel gaat doen. Ik weet dat het via de nettarieven loopt, maar toch: mensen en bedrijven betalen het toch.

Voorzitter. Voor JA21 is het helder: we moeten naar een realistisch tijdspad toe.

Voorzitter. Energie is geen ideologisch vraagstuk, maar een fundament voor een welvarende economie. JA21 wil naar een energiesysteem dat werkt, met betaalbaarheid en betrouwbaarheid voorop. Wij van JA21 kiezen daarom voor kernenergie. Dat is efficiënt, betrouwbaar, heel erg schoon en is het perspectief dat Nederlanders nodig hebben: betaalbare stroom en warmte. Namens JA21 zal ik u spoedig een kernenergieplan presenteren, een plan van aanpak voor Nederland, dat onze energievoorziening weer op de rit krijgt. Dat plan zal realistisch, uitvoerbaar en betaalbaar zijn. Ik zei het eerder in een debat: als kernenergie een kind zou zijn, zou ik er niet drie hebben, maar toch vier. Ik nodig de Kamer uit om samen te werken. Laten we vooral de handen ineenslaan om dit wel voor elkaar te krijgen.

Tot slot, voorzitter. Als de Kamer echt wil inzetten op energieonafhankelijkheid, moeten we ook nuchter blijven over aardgas. De komende jaren hebben we gas gewoon nodig. Je kunt er niet morgen mee stoppen. Ik kijk even naar links, naar de Partij voor de Dieren en GroenLinks-Partij van de Arbeid. Word wakker! Verkrampt uitfaseren brengt ons simpelweg in de problemen door hogere prijzen, grotere afhankelijkheid en een instabieler systeem. Volgens mij willen we dat allemaal niet. Daarom is mijn vraag aan de minister: is zij bereid om de belastingdruk op energie, in het bijzonder de energiebelasting — nogmaals, die is de hoogste van heel Europa — te herzien en te verlagen, of in ieder geval te bevriezen, zodat werkenden, de middenklasse en het mkb niet de rekening blijven betalen?

Dan kom ik tot mijn einde, voorzitter. Ik dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Berg. Het is een genoegen om ook u als eerste te mogen feliciteren met uw maidenspeech. Ik verzoek u de felicitaties voor het rostrum in ontvangst te nemen. Ik schors daarvoor de vergadering een enkel ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen. Ik geef het woord aan de heer Flach voor zijn inbreng in de eerste termijn namens de Staatkundig Gereformeerde Partij, maar niet voordat de minister weer terug is in vak K.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Dan is nu toch echt het woord aan de heer Flach voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Flach (SGP):
Dank, voorzitter. Na het genieten van een aantal maidenspeeches toch ook een korte bijdrage van de SGP. Gefeliciteerd aan de collega's die hun maidenspeech hadden, overigens.

Voorzitter. Het is spannend. Windparken en zonnepanelen rukken op, maar de rentabiliteit staat onder druk omdat er steeds meer afgeschakeld moet worden en de elektrificatie van de economie onvoldoende meebeweegt. Bedrijven willen verduurzamen, maar lopen vast in het volle elektriciteitsnet. We moeten dus aan de slag, vooral met de knelpunten in ons energiesysteem.

Wat helpt, is het aansluitoffensief, met netbeheerders en het bedrijfsleven, zeker als ook gemeenten kunnen meedoen. Wil de minister hiervoor zorgen?

Wat helpt, is het benutten van de aardwarmtepotentie voor duurzame verwarming van gebouwen en kassen. Dit vlot nu niet. De financiële regelingen matchen niet met wat projecten nodig hebben. Het gaat niet eens over extra geld, maar kies voor een investeringssubsidie, zoals Frankrijk en Duitsland. Die bespaart productiesubsidie. Ga door met de garantieregeling voor aardwarmte, maar dan met een makkelijkere instap. Wil de minister dit oppakken?

Wat helpt, is ondersteuning van energiehubs. Aansprakelijkheid is voor hen een heel belangrijk knelpunt. Kan bijvoorbeeld Invest-NL hier rugdekking geven? Wat ook helpt, is meer budget voor de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen. Die regeling was binnen een dag overtekend. Warmtebedrijven kregen wel subsidie voor de netten, maar visten hier achter het net. Dat werkt niet. Ondertussen is elders op de begroting 118 miljoen euro niet uitgegeven en teruggegaan naar de algemene middelen. Eenzelfde bedrag is teruggeboekt naar het Klimaatfonds. Wat gaat hier mis en waar is het benodigde budget voor aardgasvrije huurwoningen?

Wat niet helpt, is een nieuwe discussie over de CO2-doelen. Toch dwingt de Haagse rechtbank die kant op. Het gaat eerlijk gezegd wel duizelen. De rechter gaat uit van het zwartste scenario voor zeespiegelstijging, terwijl dat gezien het huidige beleid geen realistisch scenario is. De rechter vraagt om absolute emissiedoelen, zoals bedoeld in het Parijsakkoord. Hij vertaalt "absoluut" evenwel als juridisch bindend, maar in de context van Parijs gaat het om "absoluut" in de zin van een hard doel voor de totale CO2-uitstoot in plaats van een relatief bewegend CO2-doel. Verder verbaast het mij dat we afgerekend worden op niet-juridisch bindende en niet met de Kamer afgestemde afspraken, zoals het Glasgow Climate Pact, en op het Europese 2030-doel, dat alleen bindend is op EU-niveau. We moeten doorgaan met een stevig energie- en klimaatbeleid, maar ik wil niet in een juridische wervelwind terechtkomen. Het lijkt de SGP dus verstandig om in hoger beroep te gaan.

De SGP blijft zich grote zorgen maken over de gevolgen van ETS2 en de bijmengverplichting voor de glastuinbouw, boven op de fiscale lastenverzwaringen. De sector wordt afgerekend op een doel dat onder meer door de netcongestieproblematiek net niet wordt gehaald. De energierekening kan zomaar verdrievoudigen. De compensatie is onzeker en onvolledig. De buurlanden houden de tuinbouw buiten ETS2. Onderzoek bevestigt dat deze sector bij uitstek de noodzakelijke flexibiliteit op de elektriciteitsmarkt kan bieden. Daar zijn voorbeelden van beschikbaar. Die businesscase verdwijnt uit beeld. Hoe gaat de minister deze kracht benutten in plaats van belasten?

Tot slot, voorzitter. We leven niet op een eiland. Import wordt aangeslagen via het CBAM. Bedrijven uit met name de hoek van de zogenaamde fasteners, de moeren en bouten, trekken aan de bel over de uitvoering. Er zijn onvoldoende door Europa geaccrediteerde certificeerders aangewezen. Bedrijven worden daardoor niet afgerekend op de daadwerkelijke CO2-uitstoot in de keten, maar op forfaitaire waarden. Sommige gaan zo voor honderdduizenden euro's het schip in, terwijl het milieu er niks mee opschiet. Sterker nog, er wordt uitgeweken naar fabrikanten die de zaken minder goed voor elkaar hebben. Is dat de bedoeling? Daarom sluit ik af met de vraag: komt er ruimte voor bedrijven om in dit soort gevallen zelf een derde onafhankelijke partij in te schakelen?

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Flach. Het woord is aan mevrouw Teunissen voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst van harte gefeliciteerd aan mevrouw Van Oosterhout en de heer Van den Berg met hun maidenspeeches.

Voorzitter. De Britse inlichtingendiensten zijn overduidelijk. Hoeveel alarmbellen hebben we nog nodig? Klimaatverandering is een bedreiging voor de nationale veiligheid. De Britse regering probeerde dit rapport zelfs onder het tapijt te vegen, omdat ze de conclusies te negatief vond. Het rapport waarschuwt voor de ineenstorting van ecosystemen op korte termijn. In 2030 kunnen al onherstelbare kantelpunten optreden voor de noordelijke bossen en de koraalriffen. Herstel is dan niet meer mogelijk.

Voorzitter. We leggen deze begroting ernaast. Als je het in dit perspectief bekijkt, dan is deze begroting geen natuur- en klimaatbeleid. Deze begroting is bedoeld om een verouderde fossiele industrie zo lang mogelijk in de benen te houden. Deze sector heeft welbewust klimaatverandering aangejaagd en is verantwoordelijk voor een kwart van de Nederlandse uitstoot. Die uitstoot is al vijftien jaar nauwelijks afgenomen. De Partij voor de Dieren mist in de begroting normering, beprijzing en gedragsverandering. Kortom, echt klimaatbeleid. Geen energiemix maar een beleidsmix is hard nodig. De coalitie blijft inzetten op het afvangen en opslaan van CO2, wat letterlijk CO2 onder het tapijt vegen is, terwijl de grote uitstoters doorgaan met uitstoten en er geen enkele verplichting of garantie tegenover staat om daadwerkelijk die uitstoot naar beneden te brengen. De CO2--heffing was een uitkomst: de opbrengsten zouden ten goede komen aan het Klimaatfonds. De enige betekenisvolle, verplichtende maatregel is vakkundig door de lobby van tafel geveegd. De overlegtafel zelf zegt dat er geen enkele significante reductie mogelijk is zonder extra subsidies. De klimaatdoelen raken nog verder uit zicht. Zonder prijsprikkels is elke subsidie voor de industrie water naar de zee dragen, en de belastingbetaler draait ervoor op.

Dit is zo tekenend voor het klimaatbeleid van de afgelopen decennia: uit angst voor ingrijpende beslissingen de noodzakelijke keuzes niet maken. Wat dan overblijft, is de industrie geld geven zonder enige garantie dat het daadwerkelijk helpt om het klimaatprobleem op te lossen. Dat terwijl de rapporten en uitspraken van de rechter zich opstapelen en we zien dat klimaatverandering alleen maar erger wordt. Dat baart ons grote zorgen, want een echte systeemverandering is nodig. Scherpe keuzes zijn nodig voor een rechtvaardige economie, die niet uitput en mensen uitbuit, en een gezonde economie binnen de grenzen die de aarde aankan. Daarvoor zijn die keuzes nodig die al decennia vooruitgeschoven worden. Rechtszaak na rechtszaak zien we dat regeringen zich niet aan hun wettelijke plicht houden. De Hoge Colleges van Staat zeggen niet voor niets: wel doelen stellen en beloven dat het kan en vervolgens die beloftes niet waarmaken, ondermijnt het vertrouwen van burgers in de overheid.

Voorzitter. De oplossing is dan niet om de doelen af te zwakken, zoals nu in Europa gebeurt. Die zijn er namelijk niet voor niets. De doelen stellen feitelijk de bescherming voor van de natuur, een stabiel klimaat, een schone lucht en een goede omgang met onze omgeving, en zorgen ervoor dat niet alleen wij maar ook onze kinderen en kleinkinderen nog een leefbare wereld hebben. Kortom, het is de basis van ons bestaan. Ik heb het dan dus niet over 80 jaar later als ik het heb over de gevolgen van klimaatverandering. Nee, het is nu. We lazen afgelopen week ook over de extreme stormen in Spanje waardoor nu de voedselvoorziening in gevaar komt, waardoor broccoli onder water staat. Dat heeft ook effect op de prijzen in de Nederlandse supermarkten. We zien het met koffie. Chocola is duurder geworden. Dat wordt allemaal duurder doordat het moeilijker wordt om voedsel te oogsten. Dat zijn de gevolgen van extreem weer, de gevolgen van klimaatverandering.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren zegt dus: maak die keuzes nu. Maak een einde aan de vee-industrie, verantwoordelijk voor 11% van de uitstoot in Nederland. In 2018 zei de Raad voor de leefomgeving al: "We kunnen alleen aan het Akkoord van Parijs voldoen als de bio-industrie fors krimpt." Je pakt hier zo veel probleem tegelijk mee aan: minder watervervuiling, minder mest, minder luchtvervuiling, minder ontbossing en natuurlijk ook minder dierenleed. Maak ook een einde aan de fossiele industrie en de fossiele subsidies. Zet in op een duurzame industrie die ons niet langer ziek maakt met pfas, landbouwgif en andere zeer schadelijke stoffen, maar beprijs wat schadelijk is en investeer in natuurherstel en hergebruik. Erken dat Nederland onafhankelijk kan worden van andere landen, zoals de VS voor onze energievoorziening, maar alleen als we niet eindeloos ruimte geven aan hyperdatacenters en techgiganten en volop inzetten op energiebesparing. Belast grote vervuilers en de superrijken en isoleer met de opbrengsten woningen, zodat mensen niet langer in tochtige schimmelwoningen zitten en minder energie gebruiken.

Voorzitter. Dan ben ik bij die blinde vlek in de CO2-opslag. Waar de begroting wel miljarden uittrekt voor technische opslag in de bodem, doet het kabinet nauwelijks iets aan bosaanplant. Dat is onbegrijpelijk, want natuurlijke CO2-opslag versterkt ook de biodiversiteit en de waterkwaliteit. Daarom dient de Partij voor de Dieren ook een amendement in om Klimaatfondsgelden voor kernenergie, een klein deel daarvan, te herverdelen naar deze bewezen kosteneffectieve oplossing. We hebben vier jaar geleden een rapport gezien van de universiteit van Wageningen met scenario's van hoe ons land eruitziet en hoe we klimaatbestendig kunnen worden over 100 jaar. Je ziet dat er meer bos nodig is in Nederland om klimaatbestendig te zijn, maar het kan tegelijkertijd ook een oplossing zijn om CO2 af te vangen. Daar hoeven we dus niet miljarden aan overheidssubsidies in te stoppen.

Maar zelfs een energiebesparingsplicht voor bedrijven effectief handhaven lukt dit kabinet niet, terwijl dit juist een bijdrage kan leveren in het aanpakken van de netcongestie. Ook levert die structurele kostenbesparing voor bedrijven op door lagere energielasten en verlaagt het risico's in de stijgende energieprijzen. Is de minister bereid om extra middelen vrij te maken voor een effectieve handhaving van de energiebesparingsplicht?

Met onze afhankelijkheid van de VS voor gas en olie en de netcongestie is het des te noodzakelijker dat het kabinet nu eindelijk komt met een nationaal energiebesparingsplan. Dit is ook in lijn met onze aangenomen motie om mogelijkheden te verkennen om onafhankelijk te worden van olie en gas uit de VS. Mijn vraag aan de minister is: hoe staat het met de uitvoering van deze motie?

Voorzitter. Per 1 mei 2026 geldt een verbod op fossiele reclames en vleesreclames in de openbare ruimte in Amsterdam. Eerder werden fossiele reclames in Den Haag, Haarlem, Utrecht en Delft al verboden via de gemeenteraad. Ik snap dat mensen die houden van vliegreizen, auto's en vlees eten het allemaal niet leuk vinden, maar een verbod op fossiele reclames is noodzakelijk om de klimaatcrisis te bestrijden, aangezien deze advertenties de vraag naar vervuilende producten normaliseren en aanwakkeren. Een verbod verlaagt de CO2-uitstoot, doorbreekt de lobby van de fossiele industrie en schept ruimte voor schoon vervoer en gezond eten. Het is een noodzakelijke normverschuiving richting een duurzame samenleving, vergelijkbaar met het reclameverbod op tabak.

Dan hoor ik mensen die zeggen: o, het is allemaal niet effectief. Ook het kabinet zegt dat. Nou, er is een reden dat bedrijven 5% tot 15% van hun omzet besteden aan reclame, namelijk dat die werkt. Hoeveel onderzoekt denkt de minister dat er nog nodig is voordat zij kan erkennen dat een nationaal verbod op fossiele reclames en vleesreclames noodzakelijk is om tot die gedragsverandering te komen? Is zij bereid om in ieder geval een nationaal verbod te verkennen?

Voorzitter. Tot slot. De rechter heeft weer geoordeeld dat Nederland heel veel meer moet doen om de klimaatdoelen te halen. Dat is een kwestie van rechtvaardigheid en van veiligheid. We verwachten dan ook dat de minister hier als de wiedeweerga werk van gaat maken, een analyse maakt van de emissieruimte die Nederland nog heeft om binnen de 1,5 graad te blijven en serieus werk maakt van klimaatbeleid. Gelukkig zijn er organisaties die blijven strijden voor rechtvaardigheid. De rechter maakte duidelijk dat burgers op Bonaire slechter worden beschermd tegen klimaatverandering dan burgers in Europees Nederland; dat is discriminatie. Wij roepen de minister op om de bescherming voor burgers van Caribisch Nederland zo snel mogelijk recht te zetten.

Voorzitter. Tot slot wil ik nog een paar woorden richten tot de minister. Ik wil de minister bedanken voor alle debatten, want dit is waarschijnlijk het laatste plenaire debat dat wij voeren. We waren het zeker niet met elkaar eens, maar de minister heeft altijd laten zien dat je een hele andere visie kunt hebben, terwijl het debat toch op een prettige manier gevoerd blijft worden. Daar wil ik haar hartelijk voor bedanken. De minister wordt nu minister van Zorg. Dan denkt ze dat ze van mij en van de Partij voor de Dieren af is! Maar dat is niet waar, want de klimaat- en natuurcrisis is een urgente bedreiging voor de gezondheid, door de toename van hittestress, infectieziekten, voedsel- en watertekorten en psychische klachten. Dus nee, ze is nog niet van ons af, maar ik wens haar wel heel veel succes en wijsheid toe.

De voorzitter:
We zijn ook nog niet af van de heer Van den Berg, die ik nu de ruimte geef voor een interruptie.

De heer Van den Berg (JA21):
Mevrouw Van Oosterhout staat op dit moment voor, begrijp ik. Ik heb een vraag voor mevrouw Teunissen. Heeft u de uitspraak van de rechter gelezen inzake Bonaire en daarbij ook het IPCC-rapport waaraan gerefereerd wordt?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Jazeker.

De heer Van den Berg (JA21):
Waarom maakt u hier dan claims dat het om 1,5 graden gaat? Het IPCC-rapport spreekt over 2 graden. Het verdrag van Parijs spreekt over 2 graden. Ik snap het wel: die rechter gaat ook ontzettend de mist in doordat hij zegt dat we hebben afgesproken dat het binnen 1,5 graad moet blijven. Maar dat is gewoon pertinent onjuist. Ik denk dat we hier een verkeerde afslag nemen als we dit soort feiten hier verkeerd gaan uitleggen. Kortom, mijn vraag is: zullen we het gewoon bij de echte IPCC-rapporten houden, zodat we hier een inhoudelijk debat kunnen voeren, gebaseerd op feiten?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dan heb ik me, denk ik, te onduidelijk uitgedrukt. Als ik het heb over de 1,5 graad, dan refereer ik aan het Akkoord van Parijs. Dat is als het ware de hoofdafspraak die we met landen hebben gemaakt. Daarin staat dat landen af hebben gesproken dat ze de opwarming beperken tot 1,5 graad en in ieder geval ver onder de 2 graden.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van den Berg (JA21):
Nogmaals, het streefdoel was binnen 1,5 graad en de harde afspraak was binnen 2 graden. Dit is precies wat er telkens misgaat in dit debat. Die rechter gaat daar ook de mist in. Er worden allerlei cijfers bij elkaar geveegd die dan weer tot een uitspraak leiden waar wij volgens mij als parlement helemaal niks mee opschieten. Ik denk dat we vooral het debat over waar we heen moeten gaan als maatschappij hier in deze plenaire zaal moeten voeren met elkaar en niet via een rechtszaak. Ik vind het ook moeilijk als we aan die uitspraken dan weer een nieuw recht ontlenen om daar dan weer nieuw beleid op te gaan maken. Kortom, laten we het bij de feiten houden en het debat vooral hier voeren. Daartoe zou ik u willen oproepen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik heb er een beetje moeite mee dat JA21 eigenlijk een beetje mijn verhaal in twijfel trekt en suggereert dat ik mij niet baseer op feiten. Dat terwijl het de Partij voor de Dieren is die steeds met wetenschappelijke rapporten aankomt. Ik heb bijvoorbeeld het rapport uit 2018 van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Dat is een adviesrapport, dat is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Wij baseren ons daar continu op. En dan gaat JA21 hier veronderstellen dat wij ons niet baseren op de wetenschap. Dat terwijl ik JA21 regelmatig de rapporten die verschijnen gewoon zie negeren, naast zich neer zie leggen en tegenovergestelde voorstellen zie doen. Dus ja, laten we echt beginnen bij onszelf, zou ik zeggen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Grinwis voor zijn inbreng namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Felicitaties aan mijn beide collega's met hun prachtige maidenspeech.

Voorzitter. In 2004 startte het kabinet van CDA, VVD en D66 een publiekscampagne voor de Europese grondwet, met als slogan "Europa. Best belangrijk." Het vervolg kennen we. De Nederlandse bevolking keerde zich in ruime meerderheid tegen deze grondwet. Wat wil je ook, met zo'n vrijblijvende en van alle urgentie gespeende slogan. Hieraan moest ik terugdenken toen ik zat te lezen in de teksten over en budgetten voor klimaat en energie in het coalitieakkoord. "Klimaat. Best belangrijk." Het klimaat als moetje. Maar het elan en de urgentie van een paar jaar terug lijken verdwenen. Het zijn nu wat plichtmatige teksten over klimaatdoelen, gedrenkt in een technocratisch Europees sausje, met verder best verstandige maatregelen, hoor, op het gebied van energie opwekken en energienetten. De bezuinigingen die door de vorige coalitie werden doorgevoerd, worden incidenteel teruggedraaid, maar het vuur waar Klimaatminister Jetten nog mee begon, en ook deze minister, mis ik. Ik mis het zowel in de voorliggende begroting als in het coalitieakkoord. De klimaatdrammerkleding is door Jetten uitgetrokken, maar of de nieuwe keizer nog klimaatkleren draagt, is de vraag. Vergis u niet: ik houd van realisme, maar het kon toch wel? Waarom dan gaat het meer over het stutten van het investeringsklimaat dan over de zorg voor de aarde, voor ons gemeenschappelijk huis, dat kostbaar en kwetsbaar tegelijk is? Ik zie uit naar de debatten met de nieuwe kabinetsploeg en zie ernaar uit om hen uit te dagen echt de omslag te maken naar een rentmeestereconomie, waarin we op creatieve wijze leren leven van de vrucht en niet ten koste van de boom.

Dan ook nog een enkel vraagstuk voor deze minister. Allereerst het overvolle stroomnet. Netcongestie klinkt misschien technisch, maar raakt woningzoekenden in het hart. Het net moet verzwaard worden en de prijs daarvan is hoog. Ik zie noch van dit kabinet noch van de volgende coalitie enig voorstel om de stijging van de nettarieven voor burgers en bedrijven te voorkomen. Waarom geen kapitaalstorting, waarom geen langere afschrijvingstermijnen of desnoods een subsidie op de nettarieven? Is het terecht dat dit soort maatregelen ontbreken? Graag een reactie. Het is in de tussentijd zaak de schaarste rechtvaardig te verdelen. Dat gebeurt nog niet. Vorige maand nog stond ik hier in het vragenuur met de minister van VRO, nadat Microsoft een vergunning kreeg voor de facto een hyperscale in Amsterdam, met een stroomvraag gelijk aan die van alle huishoudens in Haarlem. En vandaag kwam het datacenter bij Lelystad in het nieuws, dat twee keer zo veel elektriciteit gaat verbruiken dan de stad zelf doet. Het moet toch niet mogelijk zijn dat Amerikaanse techreuzen via juridische slimmigheidjes alsnog netcapaciteit opslurpen, terwijl woningzoekenden achter het net vissen en ondernemers, bijvoorbeeld in het Amsterdamse havengebied, waar de hyperscale komt, tussen de wal en het schip vallen? Hoe wil de minister beter paal en perk stellen aan deze enorme datadozen en ervoor zorgen dat als er toch een datacenter komt, de impact daarvan op het net zo klein mogelijk is? Wat heeft netbewust bouwen voor zin als we onze netcapaciteit welbewust zó verbrassen? Ik overweeg een motie op dit punt.

Ik dacht een interruptie te zien.

De voorzitter:
Ik wilde voorstellen dat u uw bijdrage afmaakt, maar als u zegt dat dit een natuurlijk moment is …

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dit was een natuurlijk moment.

De voorzitter:
Dan gaan we luisteren naar de interruptie van de heer Flach.

De heer Flach (SGP):
Ik weet niet wat ik meemaak: de ChristenUnie die D66 de klimaatmaat neemt! Toen ik het akkoord las, moest ik best wel even slikken: 40 gigawatt op zee erbij, alles wat nodig is om de klimaatdoelen van 2040 en 2050 te halen. Ik hield eerlijk gezegd mijn hart vast voor de consequenties hiervan voor zowel consumenten als vooral ook bedrijven. Maar wat de heer Grinwis hier doet, is eigenlijk het aanjagen van de nieuwe premier en zijn ploeg om er nog een schepje bovenop te doen. Waar is het realisme van de ChristenUnie gebleven?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het is vooral de vinger leggen bij het feit dat D66 in het verleden de naam "klimaatdrammer" als geuzennaam heeft gehanteerd. De klimaatdoelen konden niet hoog genoeg, niet snel genoeg en niet hard genoeg. Nu wordt 2030 eigenlijk min of meer opgegeven en wordt daarom uit nood geboren gekozen voor de vlucht naar voren, naar 2040 en 2050. Als je kijkt naar de aard van de maatregelen en naar de budgettaire bijlage, zie je dat structurele bezuinigingen van het huidige kabinet, bijvoorbeeld op de SDE, de Stimulering Duurzame Energieproductie, slechts incidenteel worden hersteld. Aan structureel herstel gebeurt er niks. Incidenteel zijn er wat lapmiddelen en herstelmaatregelen. Daar ben ik op zich positief over. Als ik al die maatregelen optel, ben ik daar ook helemaal niet zo negatief over, maar het ambitieniveau ervan is zo ongelofelijk veel lager dan twee kabinetten terug.

De heer Flach (SGP):
Eerder op de avond hebben we de term "zelffelicitatie" gehoord. Hier zie ik toch ook enige zelffelicitatie richting het kabinet waar de ChristenUnie toen zelf onderdeel van was. Naast het feit dat dit natuurlijk een plagerijtje richting D66 is, zou ik de heer Grinwis willen oproepen om vooral ook naar onze industrie te kijken. Die piept en kraakt in haar voegen. Kijk naar de familiebedrijven die aan een touwtje hangen en niet de luxe hebben om weg te gaan naar landen elders in Europa of op de wereld. De maatregelen die voorgesteld worden, hangen al als loden last aan ons bedrijfsleven. Kijk daar toch ook vooral naar, zou ik de heer Grinwis willen meegeven c.q. vragen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, dat doe ik ook. Sterker nog, daar ben ik ook gevoelig voor. Ik zie ook heus wel dat in een paar jaar tijd de wind danig is gedraaid en dat heel veel bedrijven die wilden verduurzamen in het Rotterdamse havengebied, de nettarieven nu al ervaren als een loden last om hun nek. Ik vind wel dat we tegelijkertijd heel goed moeten opletten: wat is een terechte lobby? Waar moet je soms even tot tien tellen voordat je in een lobby meegaat? We hebben hier een enorme strijd gehad over de nationale CO2-taks, de nationale CO2-heffing die we er bovenop hebben gelegd, aan de marge. Ik snap heus wel dat je moeite kunt hebben met nationale koppen boven op een Europees systeem. Tegelijkertijd zat dat stelsel zo in elkaar dat het ook de mogelijkheid bood om maatwerkafspraken te maken met bedrijven, met enerzijds dus de wortel van de maatwerksubsidie en anderzijds de stok van zo'n heffing aan de marge, die je daarmee kon vermijden. Dat kind moeten we niet met het badwater weggooien. Dat is wel wat dreigt. Cosun, de Suikerunie, heeft bijvoorbeeld nog met de oude spelregels een maatwerkafspraak gemaakt met het kabinet. En de inkt is nog niet droog of de spelregels wijzigen. Ik vind dat we naar twee kanten toe heel goed moeten opletten bij wat we doen.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Flach.

De heer Flach (SGP):
De heer Grinwis haalt zelf de CO2-heffing aan. Een van de kernbezwaren die de heer Bontenbal en ik hadden toen we daarover spraken, was dat bedrijven die het zouden willen niet eens kúnnen voldoen aan de eisen die worden opgelegd, en dus verplicht een CO2-heffing moeten betalen terwijl ze die elektrificatie niet kunnen doorvoeren. Dat was een van de kernbezwaren. Ik zou willen afsluiten met: blijf niet in de vermeende romantiek van Rutte IV hangen, maar keer terug naar het heden en kijk met realisme naar de staat van ons bedrijfsleven op dit moment.

De voorzitter:
De heer Grinwis, bondig.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Daar ben ik graag toe bereid. Sterker, ik doe niet anders. Tegelijkertijd mag ik mijn collega's die in het verleden een grote broek hebben aangetrokken, best wel eventjes op scherp stellen. Als ze daar niet tegen kunnen, verwelkom ik ze aan de interruptiemicrofoon. Kijk, je kunt op twee manieren omgaan met een nationale CO2-heffing. Je kunt 'm in één keer schrappen, zoals nu gebeurt, of je kunt denken: die is in 2019 weloverwogen ingevoerd door Eric Wiebes. Daar was de partij van Henri Bontenbal ook bij. Als de randvoorwaarden niet op orde zijn, zet je het effectieve tarief even een aantal jaren op nul, tot de randvoorwaarden wel op orde zijn. Zo kun je ermee omgaan. Of je verandert van koers en zegt: "Jongens, we hebben Europees ETS-beleid. We hadden er nooit aan moeten beginnen. Laten we het nu alsnog maar afvoeren." Ik heb het gevoel dat wij een beetje aan het zwabberen zijn geweest de afgelopen jaren. Zodra die maatregel gaat bijten, schaffen we 'm gelijk maar af. Daar is best wel het nodige over te zeggen, want daarmee laten we bedrijven zoals Cosun in de kou staan.

De voorzitter:
Ik zou u wel willen vragen, meneer Grinwis, om de vragen te beantwoorden en niet zozeer van die zijpaden te bewandelen. Daar bent u zeer goed in, maar houd u bij de vraag, zou ik willen zeggen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het had wel met het onderwerp te maken.

De heer Vermeer (BBB):
Zonder al die zijpaden weet de heer Grinwis ook totaal niet wat hij hierover moet zeggen, denk ik. Wat wij hier niet horen, behalve dan dat hij ex-coalitiegenoten de maat neemt, dus wees gewaarschuwd als u met deze man in zee gaat, zou ik zeggen … De heer De Groot stond hier ook, maar die heeft het goed door. Die gaat weer even zitten. Maar mijn vraag is: wat wil de heer Grinwis nou? Van mij is wel bekend dat ik zelfs een afgezwakt D66-beleid nog verschrikkelijk vind voor Nederland, maar ik wil graag weten wat de heer Grinwis eigenlijk wil. Waar wil hij naartoe in de toekomst?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dit is een hele uitgebreide vraag. We willen voor het donker thuis zijn. Nee, dat lukt niet meer, maar in ieder geval voordat de nieuwe dag begint.

De voorzitter:
Blijf op de hoofdweg!

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Zo is het! Veel maatregelen die in dit coalitieakkoord staan opgenomen, met name in de budgettaire bijlage, zijn verstandig en ook heel erg nodig, denk ik. Denk aan wind op zee. Wil je daar enige ambitie overeind houden, dan moet je met contracts for difference gaan werken. Dat weten we eigenlijk al vijf jaar. We hebben dat nooit ingevuld. Dat hadden we moeten doen. Dat wordt nu in dit coalitieakkoord alsnog gedaan. Dat is nodig. Het vorige kabinet, waar de heer Vermeer in zat, heeft 1 miljard structureel wegbezuinigd op SDE, zogenaamd omdat het reserve was. Het blijkt toch hartstikke hard nodig, dus het is verstandig dat het weer voor een aantal jaren in de financiële plaat wordt gezet. Uiteindelijk gaat het dan deels om verstandig investeren in aanbod, om in de tussentijd keihard werken om de randvoorwaarden op orde te brengen, zoals stikstof, netcongestie en drinkwaterbeschikbaarheid, en om tegelijkertijd te bekijken welke vraag je wel of niet wilt accommoderen. Dat gaat om consumentenvragen, maar bijvoorbeeld ook over datacenters. Als we daar niet op sturen en ons alleen maar druk maken over het aanbod en de netten, dan vergeten we dat een heel belangrijk onderdeel, namelijk de vraag, niet wordt aangepakt. Ik zou alle drie die zaken goed op het netvlies willen houden en daarop beleid willen voeren.

De heer Vermeer (BBB):
Dit zijn wederom alleen zijpaden die niets zeggen over de keuzes die de ChristenUnie zelf wil maken. De heer Grinwis stelt zich hier op als een soort columnist die even beschouwt wat er in het akkoord staat, of er voldoende geld bij zit en wat er in het verleden gebeurd is. Nou, die historie kennen we allemaal. Maar waar wil de heer Grinwis naartoe? Vindt hij dat er meer wind op zee moet komen? Vindt hij dat er normering moet plaatsvinden? "Normering" is een heel verhullend woord voor het verplichten van warmtepompen en dat soort zaken. Wat wil hij? Welke keuzes maakt hij zelf? En waar gaat hij het geld vandaan halen om dat te doen? Dat geld staat nu namelijk niet in de boeken.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voor wind op zee staat het wel in het coalitieakkoord. Ik denk dat de nieuwe coalitie daarin verstandige keuzes maakt. Nederland heeft weinig comparatieve voordelen voor hernieuwbare energie. De enige die we hebben, is een continentaal plat voor de deur dat relatief ondiep is en waar je makkelijk wind op zee kunt neerzetten. Ik zou dat wel combineren met een project als Delta21, waardoor je minder windturbines hoeft te plaatsen en meer opslagcapaciteit genereert voor de kust, met een omgekeerd valmeer. Dat is een voorbeeld, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Er zijn genoeg oplossingen waar de ChristenUnie in tal van energiedebatten concrete voorstellen voor heeft aangedragen. Daar verwijs ik de heer Vermeer graag naar terug. Ik heb daar concrete ideeën over en concrete voorstellen voor. Als het moet, stoppen we daar ook het geld bij. Zie onze doorrekening.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Vermeer (BBB):
Tot slot. Waar is de steun gebleven die er bij de ChristenUnie altijd was voor de vissers?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou, dat geef ik net aan de heer Vermeer aan. Wij denken dat er voldoende ruimte voor visserij kan blijven door een slimme combinatie van opslag via zo'n project als Delta21, dat ertoe leidt dat er minder windturbines op zee hoeven te worden gezet. Bovendien zijn wij altijd voorstander geweest van dubbelgebruik. Wij vinden het echt onuitlegbaar dat je gigantische ruimtes op zee onbenut laat omdat er nou eenmaal windturbines staan. Ik zou dus zeggen: dubbelgebruik. Denk ook aan nieuwe teelten, zoals zeewier en schelpdieren. Maar we moeten op zee absoluut ruimte houden voor onze vissers. Op dit moment is de teruggang van het aantal kotters trouwens een grotere zorg dan de hoeveelheid beschikbare visgronden en vis op zee. Je kunt bij wijze van spreken — dat zeg ik een beetje spottend en uitdagend richting de Partij voor de Dieren — over de vis naar Engeland lopen.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik wil tegen de heer Grinwis van de ChristenUnie eigenlijk zeggen dat ik hem niet ken zoals hij vanavond tekeergaat. Hij deelt flinke tikken uit aan D66. Het coalitieakkoord, waar volgens de VVD best uitvoeringskracht in zit en waar ambitieuze plannen in staan, gooit hij eigenlijk in de prullenbak. Vervolgens stelt hij een paar vragen aan de minister. Ik ga dan maar gewoon aan de heer Grinwis vragen wat hij voor eigen ideeën heeft. Laat ik daar gewoon mee beginnen. Er staan in de bijgesloten tabel toch echt heel mooie reeksen, die doorlopen tot 2035-2040. Wat mankeert daar eigenlijk aan? Dat is langjarig geld.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Allereerst, het viel allemaal best wel mee. Ik heb de nieuwe coalitie gekieteld met de leus "Europa, best belangrijk", oftewel "klimaat, best belangrijk". Dat is een beetje de sfeer die eruit opstijgt. Ik kan me voorstellen dat de VVD-fractie zich daar heel wel bij thuis voelt. Ik zie ook dat de VVD-fractie goed heeft onderhandeld en dat de prioriteiten op het gebied van klimaat en energie behoorlijk aansluiten bij de prioriteiten van de heer De Groot. Ik zou dus zeggen: gefeliciteerd. Dat ten eerste.

De heer Peter de Groot (VVD):
Laat ik dan een concrete vraag stellen aan de heer Grinwis, want ik heb nog niet zo veel plannen van hemzelf gehoord over wat er dan mist in dit coalitieakkoord. Laten we even inzoomen op de industrie. Er staan een aantal maatregelen in om de industrie de verduurzaming te kunnen laten meemaken. Dat vindt de VVD heel belangrijk, en de ChristenUnie volgens mij ook. Maar wat mist u dan in het coalitieakkoord? Wat is daarin niet ambitieus genoeg om de industrie over de hobbel van de verduurzaming heen te helpen?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Mijn zorg zit er meer in dat ik bepaalde onderdelen van de energietransitie mis. Denk aan opslag. Denk aan zo'n mooi project van Nederlandse bodem, van een Nederlands consortium, zoals Delta21. Dat staat niet genoemd. Maar dat zijn wel grootschalige projecten waarmee je een heel groot deel van de opslagbehoefte in Nederland en een deel van de opwek die nu in de Noordzee wordt gepland, zou kunnen vermijden. Zo'n project had ik graag omarmd gezien, maar dat is niet gebeurd. Het komt ook moeizaam van de grond. Dat ligt niet aan deze minister en haar ministerie. Andere ministeries, zoals IenW en LVVN, werken zeer beroerd mee. Dat is een voorbeeld. De olifant in deze kamer is toch de vraagkant van de economie. Daar wordt in dit coalitieakkoord nauwelijks op ingegaan. Er zijn een paar normeringsmaatregelen, zoals de hybride warmtepomp, maar de ambitie is erg gering. Dat snap ik ook, want het is een behoorlijk ideologisch debat over de vraag of je vindt dat de bomen tot in de hemel groeien of dat we een economie van het genoeg zouden moeten nastreven, of alle smaken daartussen. Daarop zou de ChristenUnie wat normatiever zijn geweest als wij aan tafel hadden gezeten.

De voorzitter:
Tot slot, meneer De Groot.

De heer Peter de Groot (VVD):
De heer Grinwis van de ChristenUnie snijdt nu twee onderwerpen aan waar mijn vraag niet over ging. Mijn vraag ging over industrie. Ik zou graag één concreet punt van de ChristenUnie willen horen: wat wilt u in dit coalitieakkoord invoeren zodat het beter wordt? Dan kan ik kijken of ik het daar wel of niet mee eens ben.

De voorzitter:
Eén concreet punt.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb wel degelijk concrete punten genoemd, alleen niet de punten waar de heer De Groot op zat te wachten. Het volgende concrete punt is door de heer Flach en mij eerder op deze avond ingebracht. Voor de nettarieven en de netcongestie, wat op dit moment de grootste zorg is voor heel veel burgers en bedrijven, staat er geen enkele concrete maatregel waar je uit kunt afleiden dat die in de toekomst de tarieven dempt. U had het net en marge over amortisatie, over het langer afschrijven van de enorme investeringen die nodig zijn om onze netten weer op kracht te krijgen. Daar staat niks over in het coalitieakkoord. Dat bevreemdt mij zeer. Dat is alleen op basis van een wankele financiële redenering vanuit het ministerie van Financiën dat het allemaal ingewikkeld is en niet zo veel effect zou hebben. Dat vind ik nou bij uitstek een maatregel die ontbreekt en die ik toegevoegd zou willen zien.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Meneer Grinwis mag meneer Vermeer en meneer De Groot bedanken dat hij zo veel extra spreektijd heeft gekregen. Ik ben wel heel benieuwd wat hij daarvoor in de aanbieding heeft gedaan.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Door een paar collega's een beetje uit te dagen, kwamen ze naar voren. Verder niks, als de heer Heutink dat bedoelt. Dit is een zeer serieus onderwerp. Ik vind dat er een aantal verstandige maatregelen in het coalitieakkoord staan, maar het staat best wel ver af van de ambitie die sommige onderhandelende partners in hun verkiezingsprogramma en hun doorrekening hadden staan. Maar dat even terzijde.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. ETS2. We weten dat deze maatregel een lastenverzwaring van ruim 4 miljard per jaar voor burgers en bedrijven betekent. Dat is enorm. Er heeft hierover nooit een fatsoenlijk politiek debat plaatsgevonden. Ik zei het in mijn interruptie al: het is in de vorige formatie in één keer toegevoegd aan de algemene middelen, naar ik begreep. Compensatie is echter volstrekt onzeker, onvolledig of onhelder. Denk aan burgers die meer moeten gaan betalen voor hun energie. Vervoersarmoede en energiearmoede nemen toe door ETS2. We staan erbij en kijken ernaar. En vooruit, er is ons een publiek noodfonds in het vooruitzicht gesteld, maar dat is er op zijn vroegst over een klein jaar. Gaat dat overigens lukken, is mijn vraag aan de minister. Ik denk ook aan de glastuinbouw — collega Flach zei het ook al — die met een enorme stapeling van de lasten te maken gaat krijgen. Tegelijkertijd zijn de randvoorwaarden om te verduurzamen niet op orde. De nationale CO2-heffing voor de grote industrie wordt na een effectieve lobby afgeschaft. Waar is de zorg voor het gelijke speelveld voor deze bedrijven en het mkb? Wat vindt de minister hiervan? Hadden de ETS2-middelen wel zonder slag of stoot toegevoegd mogen worden aan de algemene middelen? Ik ben benieuwd naar haar reactie.

Tot slot wijs ik op het amendement dat ik met collega's Ceder en Van Oosterhout heb ingediend om de nettarieven in Caribisch Nederland even hoog te maken als in Europees Nederland. Nu zijn deze namelijk nog veel hoger. Ik zie uit naar een positieve appreciatie.

De heer Vermeer (BBB):
De heer Grinwis doet voor minimaal de tweede keer in zijn betoog in een tussenzinnetje alsof de CO2-heffing eraf gaat vanwege een effectieve lobby. Daarmee suggereert hij dat Kamerleden aan de leiband van bedrijven lopen, terwijl de meeste Kamerleden — in ieder geval als ik voor mezelf spreek — het een heel onverstandige actie vinden om een nationale kop te zetten op Europees beleid en er dan ook nog voor te zorgen dat er geen handelingsperspectief voor die bedrijven is. Dat heeft he-le-maal niets te maken met lobbyen, maar gewoon met gezond verstand. Als de heer Grinwis net zo voor de bedrijven is als hij betoogt, moet hij dit niet aan de lobby toeschrijven, maar moet hij zien dat dit gewoon een heilloze weg was.

De voorzitter:
Waarvan akte, zou ik willen zeggen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ontken helemaal niet dat de heer Vermeer misschien wel dat standpunt heeft gehad. Dat zeg ik helemaal niet. Ik constateer alleen wel dat de lobby die er was, effectief was. Daarmee heb ik geen kwaad woord gezegd over die lobby of over de heer Vermeer. Maar volgens mij kunnen we hier vrij objectief vaststellen dat het een effectieve lobby was en dat het toponderwerp nettarieven binnen een jaar tijd werd ingehaald door een onderwerp dat eerst buiten de top tien van zorgen van de grote bedrijven viel, of in ieder geval buiten de top vijf, namelijk de CO2-heffing. Er is in een jaar tijd dus wel wat gebeurd, terwijl die CO2-heffing al jaren bestond maar, inderdaad, afgelopen jaar pas voor het eerst effectief ging bijten.

De voorzitter:
Kort nog, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Dit is gewoon feitenvrij gedoe. Dit is gewoon een mening: dat een lobby effectiever is dan het gezond verstand van Kamerleden. We zullen het nooit weten. De stelling van de heer Grinwis is feitelijk: als die lobby er niet geweest was, was niemand erover begonnen. Dat is flauwekul.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik onderschat de heer Vermeer geenszins. Sterker, ik acht hem heel wel in staat deze mening zelfstandig te hebben en ik denk dat er effectief met een meerderheid van de Kamer een verandering van beleid had kunnen worden gerealiseerd. Feit is dat er een lobby is geweest die tot een verandering van standpunt heeft geleid, inderdaad samen met een aantal Kamerleden. Die lobby is vrij effectief geweest.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van Volt.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Allereerst gefeliciteerd aan de collega's met hun maidenspeech. Inspirerend, mooi. Veel succes! Mooi om te zien dat er nu al een kleine competitie gaande is in wie de meeste interrupties pleegt. De voorzitter kan daar zijn hart nog aan ophalen!

De voorzitter:
Nou, u doet het ook goed, hoor, meneer Dassen!

De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Gisteren hebben we allemaal genoten van Jutta Leerdam en Femke Kok, goud en zilver op de 1.000 meter. Dat was een geweldige race. Een duidelijk doel, volharding en keihard werken: zo maakten zij het onmogelijke waar, van droom naar olympisch kampioen. De vraag is natuurlijk: wie worden de toekomstige Leerdam en Kok, in bijvoorbeeld 2042? Want door de opwarming van de aarde zullen steeds minder landen in staat zijn om straks de Olympische Winterspelen te organiseren.

Maar de winterspelen zijn misschien wel onze minste zorg, als je het hebt over klimaatverandering. Denk maar aan de bosbranden, de overstromingen en de voedseltekorten. Terwijl wij hier met elkaar debatteren, is Trump vandaag weer bezig geweest met het verder slopen van het klimaatbeleid in de Verenigde Staten, waardoor de industrie- en autosector straks hun uitstoot niet meer hoeven te meten en rapporteren. Experts noemen dit dan ook een van de grootste dereguleringen in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Dit is precies het moment waarop Europa zou moeten laten zien dat het wél koersvast blijft en niet meegaat in een race waarin de lat steeds lager komt te liggen. Dat is in ons eigen belang, voor onze eigen welvaart en onze eigen veiligheid.

En juist daar wringt het, voorzitter. D66, CDA en VVD houden namelijk vast aan het klimaatdoel voor 2030, maar heel eerlijk: ze lijken er zelf niet in te geloven. Dat is begrijpelijk, want het huidige beleid schiet tekort. Als je dan de CO2-heffing afschaft, de vervuilende bedrijven een subsidie geeft en Lelystad Airport opent, gaat het niet de goede kant op. Ook in Europa zie je dat de klimaatdoelen en de milieunormen worden afgezwakt. Het PBL schatte de kans dat we de doelen in 2030 halen eerder op minder dan 5%. Met deze opstelling word je in ieder geval geen olympisch kampioen. Nu is het het moment om te kiezen: blijven we vasthouden aan een systeem waarvan we weten dat uitstel de kosten alleen maar vergroot, of investeren we nu in schone oplossingen die goed zijn voor het klimaat, voor onze leefomgeving en juist ook voor ons toekomstig verdienvermogen?

Voorzitter. Het goede nieuws is dat gewone Nederlanders al laten zien dat het kan. Er zijn gedurfde plannen en moedige keuzes die tot wel 17 megaton uitstoot kunnen besparen in 2030. Dan heb ik het over het Nationaal Burgerberaad Klimaat. Hoe kijkt de minister naar deze aanbevelingen? Wat wil zij hierover meegeven aan haar opvolger? Ik vraag het ook omdat de minister natuurlijk van dichtbij het proces heeft meegemaakt en ons het rapport uiteindelijk ook in ontvangst heeft gegeven. Als zij straks naar een andere positie zal gaan, zal zij de brief misschien niet meer direct naar de Kamer sturen, maar ik ben wel heel benieuwd naar haar reflectie daarop.

Voorzitter. De Britse veiligheidsdiensten onderzochten de gevolgen van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. De conclusies waren zo alarmerend dat de regering, zoals enkele collega's ook al aangaven, het rapport uit de openbaarheid wilden houden. Natuurrampen, mislukte oogsten, besmettelijke ziekten, conflicten, water, voedsel, toenemende migratie: de klimaatcrisis kent geen paspoortcontrole. Ik vraag aan de minister of zij deze zorgen deelt. Is zij bereid de Nederlandse veiligheidsdiensten een vergelijkbare analyse te laten maken en dit onderwerp in Europa te laten agenderen om te zorgen dat er Europabreed eenzelfde analyse wordt gemaakt?

Voorzitter. Dan de balans van deze minister zelf. Maatwerkafspraken en kernenergie waren in het begin de paradepaardjes van deze minister van Klimaat en Groene Groei. Nu zien we dat Nobian tijdelijk stopt met verduurzamen. Bij Tata Steel blijkt de klimaatwinst zeer onzeker. Hoe kijkt de minister nu naar deze maatwerkafspraken? Wat zou zij haar opvolger mee willen geven? Hoelang moeten we hiermee doorgaan? Wanneer is dit nog een succes, vraag ik. Als je nu kijkt hoelang we al bezig zijn met die maatwerkafspraken, dan zie je namelijk dat die niet het resultaat boeken waar we volgens mij allemaal op hoopten. Ik hoor graag hoe deze minister daarnaar kijkt.

Als we de Europese samenwerking serieus nemen, dan moeten we keuzes maken. Wat produceren we in Nederland en wat in andere Europese landen? Want zoals de Wetenschappelijke Klimaatraad waarschuwt: als je geen keuzes maakt, loop je het risico om alles te verliezen. Is de minister dan ook van mening dat die keuzes nodig zijn of is zij van mening dat nog steeds alles kan in Nederland? Als zij echt zou moeten kiezen, wat waren dan de keuzes geweest als zij hiermee door was gegaan?

Voorzitter. Veelbelovende sectoren, zoals biobased materialen en groene chemie, krijgen nu niet de steun die nodig is. We hebben alle oplossingen nodig: elektrificatie, groene waterstof, circulaire plastics, maar ook CO2-verwijdering en bijmengverplichtingen voor groene grondstoffen. We hebben daar eerder moties over ingediend. Ik ben benieuwd wat de aanbeveling van de minister zou zijn om juist nu die nieuwe markten te stimuleren. Het gaat dus specifiek om CO2-verwijdering, maar ook om dingen waar we het eerder over hebben gehad, zoals recyclaat en groen staal. Wat zijn andere mogelijkheden waarvoor we nu nieuwe markten kunnen gaan opzetten, juist om te zorgen dat we die groene vraag stimuleren?

Voorzitter. Dan kernenergie. Het SMR-rapport laat zien dat uitrol pas in 2040 mogelijk is, met beperkte locaties en geringe investeringsbereidheid. Wat acht de minister hier realistisch in? Dat vraag ik ook omdat het coalitieakkoord aangeeft dat we mogelijk van de hele grote kerncentrales af stappen en enkel en alleen op de SMR's gaan inzetten. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt, zeker ook omdat dit jaar de eerste SMR geopend zal worden, ik geloof in China.

Voorzitter. Netcongestie kwam vandaag al veel langs. Ook Draghi benadrukte het: het integreren van de Europese infrastructuur is cruciaal. Ik weet dat de minister inzet op het EU Grids Pakket, maar we lopen achter op de doelen. Daarom ben ik benieuwd of we haar kunnen uitdagen: wat kunnen we nou beter of meer doen om te zorgen dat we het Europese stroomnet versterken, om de interconnectiviteit te verbeteren en juist ook om te versnellen? Er is hier namelijk veel meer mogelijk. Ik geloof dat de Universiteit van Dublin in 2020 al berekend heeft dat de kosten 30% lager zouden zijn als we een echt goed Europees stroomnetwerk zouden hebben. Ik had het net al over sabotageacties die dan veel minder makkelijk uit te voeren zijn. Kortom, we krijgen als Europa een krachtiger netwerk.

Voorzitter, ik zie overigens dat ik uit de tijd loop. Dat is niet erg, want ik heb nog meer dan voldoende minuten om te spreken. We kunnen de klok dus gewoon rustig laten lopen. Ik kom later niet in de problemen. Ik zie dat dat de voorzitter tevreden stemt.

De voorzitter:
Ergens wordt er afgerekend, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. De aanstaande coalitie wijst vooral naar Europa, terwijl we zien dat het Draghirapport ook daar af en toe verkeerd geïnterpreteerd dreigt te worden. Juist milieuwetgeving wordt afgezwakt en de concurrentie wordt ingenomen in plaats van dat er wordt geïnvesteerd in duurzame oplossingen, waar Draghi juist toe oproept om te zorgen dat we versnellen. Zie bijvoorbeeld wat er nu weer gebeurt met de Duitse auto-industrie. Die blijft achter omdat zij vasthoudt aan het oude, terwijl we links en recht ingehaald worden door Chinese fabrikanten die juist wel hebben ingezet op innovatie en elektrisch rijden. Dat is een probleem waar we voor moeten waken. Als we nu niet bereid zijn om te investeren in de innovaties van de toekomst, zijn we straks overgeleverd aan landen en bedrijven die dat wel doen en die wel die stappen durven te zetten.

Voorzitter. Europa telt enorm veel innovatieve groene start-ups, veel meer dan China of de Verenigde Staten. Zij zijn de toekomst van ons verdienvermogen en hebben de oplossingen voor het klimaatvraagstuk. Geef hun dus de ruimte om uit te groeien tot een nieuwe industrie. Doe het Europees, want samen kunnen we groener en welvarender worden, juist ook met het oog op de generaties na ons.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Dan is het woord aan de heer Heutink als laatste spreker van de zijde van de Kamer in de eerste termijn. Hij spreekt namens de Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Gezien de tijd zal ik het kort houden. Laat ik beginnen met iets waar we het allemaal over eens kunnen zijn. Fossiele brandstoffen raken ooit op. Het is dus logisch dat we nadenken over alternatieven, maar dat zijn geen batterijen die kobalt bevatten, want ook die stof raakt op en nota bene wordt deze stof vooral in Congo gewonnen door middel van kinderarbeid. We moeten dat niet willen.

We moeten nadenken over hoe we energie opwekken in de toekomst, maar logisch nadenken is iets anders dan doordenderen zonder oog voor de gevolgen. Precies daar gaat het vandaag mis. We zien een energietransitie die te snel, te duur en te dwingend wordt opgelegd, alsof Nederland morgen vergaat als we nu niet alles omgooien. Maar laten we eerlijk zijn: we gaan morgen niet dood aan klimaatverandering. Wat wel gebeurt, is dat mensen nu al moeite hebben om hun energierekening, boodschappen en huur te betalen. En dan wordt er elk jaar 8 miljard euro aan subsidies voor duurzame energie uitgegeven. 8 miljard euro per jaar. Dat is geld dat volgens ons gewoon weggegooid wordt, omdat het beleid niet aantoonbaar effectief is. Dat is geen mening; dat is gewoon rekenen. Sterker nog, het was voormalig minister Rob Jetten zelf die ooit zei dat het Nederlandse klimaatbeleid zou leiden tot 0,00036 graden minder opwarming van de aarde. Dat is verwaarloosbaar. Dat is niet klein, dat is niet weinig; dat is verwaarloosbaar. En daar geven we dan miljarden aan uit. Dan mag je toch op z'n minst de vraag stellen of we hier het juiste doen?

Voorzitter. Daar komt nog iets bij wat veel mensen niet begrijpen en eerlijk gezegd ook niet meer vertrouwen. We zien rechterlijke uitspraken waarbij klimaatbeleid wordt afgedwongen, terwijl blijkt dat diezelfde rechter klimaatactivist is en in zijn onderbouwing stukken gebruikt die zijn opgesteld in opdracht van Greenpeace. Dan raakt de scheiding tussen activisme en rechtspraak zoek. Dat schaadt het vertrouwen van mensen. De rechtspraak moet onafhankelijk zijn, en geen verlengstuk van actiegroepen. Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, wil het nieuwe kabinet de warmtepomp opnieuw verplicht stellen. Alsof mensen zitten te wachten op weer een dure maatregel die hen wordt opgelegd. Hoe zit het dan met die warmtenetten? Die worden straks ook uitgerold, tegelijk, met miljarden aan subsidies. Ik vraag aan de minister: moet iemand dan straks verplicht aan een nieuwe warmtepomp én aan een warmtenet? Wie gaat dat dan betalen? Hebben de inwoners daar zelf ook nog iets over te zeggen? Wij vinden dit totale betutteling. Mensen moeten zelf keuzes kunnen maken. Niet iedereen kan tienduizenden euro's investeren in een verbouwing, ook niet met subsidies. Wie dat wel kan, moet dat vooral doen, maar dwingen is iets anders dan stimuleren.

Voorzitter. We zijn niet tegen verandering, integendeel. Maar verandering moet haalbaar, betaalbaar en eerlijk zijn, met oog voor de Nederlander die elke maand puzzelt om rond te komen, en met beleid dat werkt, in plaats van symboolpolitiek die vooral heel erg lekker voelt. Wat zouden we allemaal wel niet kunnen doen met die miljarden? We kunnen wegen aanleggen, we kunnen het openbaar vervoer goedkoper maken, we kunnen de energiezekerheid verbeteren of we kunnen het leven gewoon weer wat betaalbaarder maken.

Tot slot. Als we écht vooruit willen kijken, laten we dan ook eerlijk zijn over energiebronnen. Wind en zon zijn wisselvallig en vragen enorme subsidies. Kernenergie daarentegen is stabiel, schoon en toekomstgericht. Daarop zouden we volop moeten inzetten, in plaats van het landschap vol te zetten met molens en mensen op kosten te jagen. Ik vraag aan de minister: hoeveel vaart gaan we nu maken met de kerncentrales?

Voorzitter. De energietransitie mag geen ideologisch project zijn. Het moet een verstandig plan zijn, met nuance, met realisme en vooral, vooral met respect voor de mensen die het moeten betalen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Heutink. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer bij deze behandeling van de begroting van Klimaat en Groene Groei.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
De voortzetting hiervan zal aanstaande donderdagochtend om 10.25 uur plaatsvinden. Dan gaan we luisteren naar de beantwoording van de zijde van het kabinet in eerste termijn. Daarmee is er ook een einde gekomen aan deze vergaderdag. Ik sluit de vergadering van 10 februari 2026.

Sluiting

Sluiting 23.26 uur.

ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag TK 41 - 2025-2026

Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend.
Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd.