De uitspraak van de rechtbank Amsterdam in de zaak Conservatrix Groep S.A.R.L. tegen De Nederlandsche Bank N.V.
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D06694, datum: 2026-02-11, bijgewerkt: 2026-02-11 14:35, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H. Oosterhuis, Tweede Kamerlid (D66)
Onderdeel van zaak 2026Z02969:
- Gericht aan: E. Heinen, minister van Financiën
- Indiener: H. Oosterhuis, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
2026Z02969
(ingezonden 11 februari 2026)
Vragen van het lid Oosterhuis (D66) aan de minister van Financiën over de uitspraak van de rechtbank Amsterdam in de zaak Conservatrix Groep S.A.R.L. tegen De Nederlandsche Bank N.V.
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de rechtbank Amsterdam d.d. 5 februari 2026 in de zaak van Conservatrix Groep S.A.R.L. tegen De Nederlandsche Bank N.V.? [1]
Wat is uw reactie op het oordeel van de rechtbank dat DNB in 2017 bedrog heeft gepleegd door ten onrechte de rechtbank niet in te lichten over de met het overdrachtsplan van Conservatrix aan Trier verbonden herverzekering bij Colorado Bankers Life Insurance Company?
Bent u van mening dat de in 2021 uitgevoerde evaluatie door de Evaluatiecommissie Conservatrix het gepleegde bedrog voldoende heeft kunnen evalueren, aangezien het rapport van de Evaluatiecommissie in de uitspraak van 5 februari 2026 een belangrijke bron was om te komen tot het oordeel dat er sprake is geweest van bedrog? Leidt deze uitspraak van de rechtbank nog tot aanvullende inzichten en lessen voor DNB?
Wat zijn de (mogelijke) gevolgen van deze uitspraak voor DNB en de Staat?
Welke financiële gevolgen kunnen zich hierdoor voordoen en op welke wijze wordt hier door DNB en de Staat rekening mee gehouden?
Welke juridische procedures lopen er op dit moment nog tussen Conservatrix Groep en DNB of de Staat? Wat is de stand van zaken in deze procedures?
[1] Rechtbank Amsterdam, 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1107