Tweeminutendebat Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+ personen (30420-438) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D06824, datum: 2026-02-11, bijgewerkt: 2026-02-12 09:29, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-11 10:25: Tweeminutendebat Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+ personen (30420-438) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter:
Wij gaan wat mij betreft direct verder met het tweeminutendebat
Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen.
Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen
Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over
lhbtiq+-personen
Aan de orde is het tweeminutendebat Onderzoek naar de
opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen (30420, nr.
438).
De voorzitter:
Ik heet opnieuw de leden van de Kamer en de staatssecretaris welkom. Ik
ga als eerste het woord geven aan mevrouw Van der Plas, die spreekt
namens de fractie van BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dank u wel. Ik ga maar gelijk van start.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de staatssecretaris erkent dat lhbti-discriminatie
hard moet worden bestreden, maar aangeeft dat het Rijk geen aanvullende
maatregelen neemt;
verzoekt de regering in gesprek te gaan met gemeenten via de VNG over de
aanpak van lhbtiq+-discriminatie en -acceptatie onder jongeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 440 (30420).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de acceptatie van lhbtiq+-personen onder jongeren in
grote steden sterk daalt, zoals in Amsterdam, waar nog maar 43%
homoseksualiteit normaal vindt;
constaterende dat de staatssecretaris weigert het Sociaal en Cultureel
Planbureau (SCP) aanvullend onderzoek te laten doen gericht op de
groepen waar deze daling het sterkst is;
verzoekt de regering het SCP opdracht te geven tot een verdiepend
onderzoek naar de specifieke groepen en gebieden waar de acceptatie het
meest terugloopt, inclusief beleidsopties voor effectieve
interventies,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 441 (30420).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de staatssecretaris aangeeft dat het geplande
vervolgonderzoek naar verklarende factoren van dalende
lhbtiq+-acceptatie onder jongeren niet kan worden uitgevoerd, omdat er
geen wettelijke grondslag bestaat voor het uitvragen en verwerken van
bijzondere persoonsgegevens van minderjarigen;
overwegende dat hierdoor slechts één factor onderzocht kan worden,
terwijl belangrijke factoren buiten beschouwing blijven;
verzoekt de regering te komen met een wettelijk kader dat het mogelijk
maakt om, binnen de AVG en met passende waarborgen, doelgericht
onderzoek te doen naar de opvattingen van jongeren over lhbti-acceptatie
en de verwerking van bijzondere persoonsgegevens,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 442 (30420).
Dank u wel. Dan gaan we nu eerst luisteren naar mevrouw Moorman, van de fractie GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Laat ik beginnen met benadrukken dat het hier gaat over mensenrechten,
het recht om te zijn wie je bent, om te houden van wie je wilt houden.
Het is zorgelijk dat we nog zo veel verhalen horen van personen die nog
steeds niet altijd veilig zijn of zich veilig voelen. Als we spreken
over acceptatie, dan hebben we het niet over abstracte zaken maar over
de dagelijkse realiteit voor velen van ons. Daarom moeten we concrete
stappen zetten om die realiteit te verbeteren, zoals de verbetering van
de gelijkheidswetgeving en het verbreden van de gronden voor
groepsbelediging zodat gender hier ook onder gaat vallen.
GroenLinks-PvdA zal dan ook aanstaande donderdag bij de
procedurevergadering van Binnenlandse Zaken een verzoek doen om zo
spoedig mogelijk de nota voor dit wetsvoorstel naar de Kamer te
zenden.
Voorzitter. Juist omdat het de dagelijkse realiteit is voor velen, is
het extra belangrijk dat we oog hebben voor het complexe samenspel van
de factoren die van invloed zijn op de acceptatie van lhbtiq+'ers.
Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek naar opvattingen van jongeren over
lhbtiq+-personen blijkt dat sociale media een rol kunnen spelen in het
versterken van schadelijke stereotypen;
overwegende dat er in de manosphere vaak expliciet lhbtiq+- en
vrouwenhaat wordt verspreid, maar dat er geen onderzoek is verricht naar
de invloed van de manosphere op de opvattingen van jongeren;
verzoekt de regering om nader onderzoek te laten verrichten naar de
invloed van de manosphere op de opvattingen van jongeren over
lhbtiq+'ers en gendergelijkheid, en dit proces voor het meireces in gang
te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.
Zij krijgt nr. 443 (30420).
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Martens, die spreekt
namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Iedereen moet verliefd kunnen zijn op wie hij of
zij wil en vrij en veilig over straat kunnen lopen, op het platteland of
in de grote stad. Dat staat te vaak onder druk. Uit de ggz-monitor bleek
dat slechts 43% van de jongeren lhbti'ers accepteert. Laat dat even op
je inwerken: slechts 43% van de jongeren is van mening dat een vrouw
verliefd mag worden op een vrouw en accepteert dat. Dat is zorgwekkend.
Er ligt een rapport. Als het goed is komt er nog een gedeelte van dat
rapport. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: wat wordt daarin
meegenomen?
Voorzitter. Gelijk een leuke aftrap: ik loop al even mee op dit
onderwerp; ik heb in Amsterdam het prachtige debat mogen voeren over het
verdwenen rapport in de la van de wethouder. In dat rapport zouden de
uitkomsten wellicht onwelgevallig zijn. Kan de staatssecretaris
reflecteren op het feit dat alle groeperingen, of het nou gaat over de
manosphere of over jongeren met een migratieachtergrond, worden
meegenomen in dit vervolgonderzoek? Ik kan me voorstellen dat er weer
een roep komt om een extra onderzoek. Wat zou dat dan gaan
toevoegen?
Tot slot. Heeft de staatssecretaris nu ook al contact gehad met
bijvoorbeeld grote steden, waarin dit een nog grotere uitdaging is? En
welke vervolgstappen zullen daar worden gezet? Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan schors ik voor vijf minuten voor de appreciatie van de
ingediende moties en de beantwoording van de vragen. Ik schors voor vijf
minuten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Onderzoek
naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen. We zijn
toegekomen aan de appreciaties van de ingediende moties en de
beantwoording van de gestelde vragen. Ik geef daartoe graag het woord
aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Becking:
De eerste motie gaat over in gesprek gaan met de VNG. Ik zou willen
zeggen: als we het landelijke beeld hebben, dan kan mijn ambtsopvolger
in gesprek gaan met de VNG en dan kan ik 'm ook oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 440 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Becking:
De tweede motie: ontijdig. Ik wil namelijk eerst graag de volledige
resultaten van het onderzoek afwachten. Dan zal ik ook met een
beleidsreactie bij uw Kamer terugkomen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 441 krijgt de appreciatie ontijdig. Ik kijk even
naar Mevrouw Van der Plas. De motie wordt niet aangehouden, maar
ingediend.
Staatssecretaris Becking:
De motie op stuk nr. 442 moet ik ontraden. De Gezondheidsmonitor Jeugd
zou de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen onderzoeken en
daar is reeds een wettelijk kader voor.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 442 wordt ontraden. De vierde motie.
Staatssecretaris Becking:
Overbodig. De Universiteit van Amsterdam heeft aangegeven aanvullend
onderzoek te gaan uitvoeren naar opvattingen van jongeren, met daarin
specifiek aandacht voor de manosfeer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 443 krijgt de appreciatie overbodig. Ik kijk even
naar mevrouw Moorman. U mag ook knikken als zijnde het signaal dat u 'm
indient. U gaat er wat over zeggen. Ga uw gang.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
We hebben het nog echt nagezocht in de opdracht, zeg maar, en daar staat
expliciet dat de manosphere zou moeten worden onderzocht, maar dat die
nog niet is onderzocht. Dat roept toch de vraag op: is het overbodig als
het nog niet eerder is onderzocht?
De voorzitter:
De staatssecretaris.
Staatssecretaris Becking:
Dank, voorzitter. Wat ik daarover kan toezeggen is dat ik ervoor zorg
dat die onderzoeksopdracht daar ook nadrukkelijk in wordt
meegenomen.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dan ben ik tevreden en kan de motie worden ingetrokken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 443 wordt bij dezen ingetrokken.
Aangezien de motie-Moorman (30420, nr. 443) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.
Dan zijn we aan het einde gekomen van …
Staatssecretaris Becking:
Ik had nog een paar vragen, voorzitter.
De voorzitter:
O, excuus. Ik ga te snel. Ga uw gang.
Staatssecretaris Becking:
Ik had nog een vraag van mevrouw Martens. Zij vroeg wat er wordt
meegenomen in het onderzoek. Dat zijn de opvattingen van jongeren over
de tijd heen en alle factoren die een rol spelen bij de acceptatie van
lhbtiq+-personen. Er is geen sprake van allerlei subgroepen, maar van de
groep als geheel. Er is inderdaad ambtelijk contact hierover met de
gemeente Amsterdam.
De voorzitter:
Dat klonk als een punt. Dat geeft aanleiding tot een vraag van mevrouw
Moorman. Ik ga ervan uit dat het een hele korte is.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Heel kort. Ik weet dat er in veel meer gemeentes en gebieden een
behoorlijke daling is. Is daar dan ook contact mee?
Staatssecretaris Becking:
Eerder zei ik daarover dat we dat graag via de VNG willen doen, omdat
het voor ons ambtelijk bijna onmogelijk is om met alle gemeenten
daarover in contact te treden, maar uiteraard streven we naar een zo
groot mogelijk bereik.
De voorzitter:
Dank u wel. Het was één vraag. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit
tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.