Tweeminutendebat Kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als investering" (36800-VIII-21) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D06826, datum: 2026-02-11, bijgewerkt: 2026-02-12 09:32, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-11 10:45: Tweeminutendebat Kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als investering" (36800-VIII-21) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als investering"
Kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als
investering"
Aan de orde is het tweeminutendebat Kabinetsreactie advies
Onderwijsraad "Onderwijs als investering" (36800-VIII, nr.
21).
De voorzitter:
We gaan door met het tweeminutendebat Kabinetsreactie advies
Onderwijsraad "Onderwijs als investering". Nog steeds heet ik iedereen
van harte welkom, net als de bewindspersonen in vak K. We gaan nu als
eerste luisteren naar mevrouw Moorman, die spreekt namens de fractie
GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ook bij dit punt heb ik twee moties. Er ligt een
heel goed rapport van de Onderwijsraad dat zegt dat we onderwijs als
investering moeten zien. Dat zouden we ook inderdaad graag zien in onze
verschillende financiële producten — ik vind dat altijd een
verschrikkelijk woord, maar goed — en in de verslaglegging
daarover.
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Onderwijsraad in zijn advies "Onderwijs als
investering" stelt dat onderwijs niet alleen moet worden gezien als een
kostenpost, maar dat onderwijs ook veel individuele en maatschappelijke
opbrengsten produceert;
constaterende dat onderwijs kan bijdragen aan economische groei,
arbeidsmarktkansen, innovatie, duurzaamheid, sociale cohesie,
burgerschap, kansengelijkheid en persoonlijke ontwikkeling;
overwegende dat het ministerie van OCW niet vertegenwoordigd is in de
Studiegroep Begrotingsruimte, terwijl de ministeries van AZ, BZK, EZK,
FIN, SZW en VWS dat wel zijn;
verzoekt de regering om het ministerie van OCW ook toe te voegen aan de
Studiegroep Begrotingsruimte, om zo het belang van goed onderwijs te
laten doorklinken in de studiegroep,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.
Zij krijgt nr. 81 (36800-VIII).
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij de waardering van onderwijsuitgaven niet alleen de
bijdrage aan het bruto binnenlands product, maar ook het brede
welvaartsbegrip van groot belang is;
overwegende dat de regering met de bevindingen van de tijdelijke
commissie-Grashoff uit 2016 een beter beeld kan schetsen van de risico's
en kansen van bezuinigingen en investeringen in onderwijs;
verzoekt de regering om de gevolgen van de onderwijsparagraaf in het
coalitieakkoord in termen van het bredewelvaartsbegrip voortaan
jaarlijks in beeld te brengen, en de Kamer hierover vóór Prinsjesdag te
rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.
Zij krijgt nr. 82 (36800-VIII).
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dat was het, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de bewindspersonen. Die kunnen in één keer
door, begrijp ik. Ik hoor dat dat moet lukken. Daar heb ik alle
vertrouwen in. Gaat uw gang.
Minister Moes:
Dank u wel. Ik begin met de motie op stuk nr. 81 over het toevoegen van
OCW aan de Studiegroep Begrotingsruimte. Ik heb begrip voor deze
overweging. Dit is echter een onafhankelijk ambtelijk orgaan. De
politiek gaat niet over een onafhankelijk orgaan. Het is dus een beetje
lastig om als politiek te besluiten wie daar wel en niet aan zou moeten
deelnemen. Wat wel kan, is dat het kabinet het verzoek meeneemt in de
adviesaanvraag bij de voorzitter van dat orgaan. De motie zou ook een
spreekt-uitmotie kunnen worden. Dan kan ik 'm meer zien als een oproep.
Dan nemen we de motie op die manier mee. Maar de motie die er nu ligt,
moet ik echt ontraden. Het is namelijk een onafhankelijk orgaan.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp wat de minister hier zegt. Wij zullen de motie omvormen naar
een spreekt-uitmotie. Ik denk namelijk dat het heel belangrijk is dat de
Kamer laat zien dat wij het heel belangrijk vinden dat OCW daar, als het
gaat om het bredewelvaartsbegrip, ook aan tafel zit. Ik ben heel blij
dat de minister ook aangeeft dat dat belangrijk is. Ik zou dus heel
graag willen dat dit doorgeleid wordt.
De voorzitter:
Dan wordt de motie op stuk nr. 81 aangepast naar een spreekt-uitmotie.
Gaat u verder.
Minister Moes:
Ik heb al aangegeven hoe wij dit dan gaan oppakken in het kabinet.
De motie op stuk nr. 82 verzoekt de gevolgen van de onderwijsparagraaf
in het coalitieakkoord in termen van het bredewelvaartsbegrip jaarlijks
in beeld te brengen en de Kamer daarover te rapporteren. Ik voel daar
enigszins ongemak bij, omdat het gaat over het coalitieakkoord van het
volgende kabinet. Ik onderschrijf wel het belang van het meenemen van
het bredewelvaartsbegrip ten aanzien van onderwijsmaatregelen. Hier zijn
we in principe ook al mee bezig. Er gebeurt op dit punt ook al het een
en ander, onder andere door middel van de Factsheet Brede Welvaart bij
de begroting van het ministerie van OCW, die het CBS opstelt.
Planbureaus reflecteren natuurlijk jaarlijks in een
bredewelvaartsanalyse op de rijksbegroting. Al met al zou ik 'm dus als
overbodig willen appreciëren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 82 krijgt de appreciatie "overbodig".
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dat de minister het wat ongemakkelijk vindt, want dit gaat
natuurlijk vooral over wat zijn opvolger zal gaan doen, maar de Kamer is
op dit moment niet op de hoogte van het feit dat dit gebeurt. De
minister zegt dat de motie overbodig is, maar wij weten niet wat er dan
is. Ik zou dan dus wel aan de minister willen vragen of hij in ieder
geval aan zijn opvolger kan doorgeven dat dit zo snel mogelijk aan ons
toegestuurd moet worden. Zoals wij de informatie nu kennen, lijkt de
motie mij dus niet overbodig.
De voorzitter:
Het is aan mevrouw Moorman zelf wat ze met deze motie doet.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dat begrijp ik, maar de minister zegt hier dat die overbodig is, terwijl
wij deze informatie niet kenden. Dan lijkt de motie mij dus niet
overbodig. Ik vraag de minister daarop te reflecteren.
De voorzitter:
We gaan geen hele lange discussie voeren over de appreciatie. Als de
minister bij deze appreciatie blijft, dan wil ik graag van mevrouw
Moorman weten of ze de motie aanhoudt of indient.
Minister Moes:
Ik zou in elk geval wel toe kunnen zeggen dat wij schriftelijk aan de
Kamer laten weten op welke manieren er al onderzoek gedaan wordt, hoe
het begrip "brede welvaart" binnen het onderwijs meegenomen wordt en hoe
dat gemonitord wordt. Dat is volgens mij de informatievraag die ik hier
hoor. Volgens mij kunnen we daaraan voldoen.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dat vind ik een hele prettige toezegging. Als we die informatie
inderdaad krijgen, dan hou ik voor dit moment de motie aan, of trek ik
'm in.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Moorman stel ik voor haar motie (36800-VIII, nr.
82) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Wij zijn aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.