Tweeminutendebat Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties (32820-562) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D06827, datum: 2026-02-11, bijgewerkt: 2026-02-12 09:33, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-11 10:55: Tweeminutendebat Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties (32820-562) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties
Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties
Aan de orde is het tweeminutendebat Uitgangspunten voor de
subsidieregeling voor grote restauraties (32820, nr. 562).
De voorzitter:
We gaan door met het tweeminutendebat Uitgangspunten voor de
subsidieregeling voor grote restauraties. Ik heet de leden van de Kamer
en de bewindspersonen nog steeds welkom. Ik ben wel even zoekende. Ik
zie namelijk de heer Mohandis als eerste spreker op dit lijstje staan,
maar hij is er nog niet. Ik ga vragen of mevrouw … O, er komt nu iemand
heel sportief aanrennen. Als woordvoerder Sport stelt u niet teleur,
meneer Mohandis. Ga uw gang.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Nog niet zo lang geleden hebben we het
cultuurdebat gehad. Dat ging ook over het rijksmonument het Prinsenhof
in Delft. Er is eerder een motie van GroenLinks-Partij van de Arbeid en
de SP aangenomen die verzoekt om te kijken naar de unieke situatie die
hier speelt. Het gaat om een monument waarover ook minister Bruins
eerder al liet weten dat er een regeling voor zou worden uitgewerkt, met
de situatie daar en de cofinanciering in het achterhoofd. Daar hebben we
een reactie op gekregen. Het blijkt dat het volgens de systematiek van
deze specifieke regeling niet zou kunnen. Wij denken daar nog steeds
anders over, want ze waren al begonnen met de restauratie en een enorme
cofinanciering van meerdere overheden en particulieren. We vinden nog
steeds dat hiernaar gekeken moet worden. Ik vind dat het ministerie zich
een beetje verschuilt achter het gelijkheidsbeginsel. Daarom willen wij
dat er breder wordt gekeken naar een oplossing. Er zijn namelijk ook
gewoon verwachtingen gewekt. Die zijn misschien niet gewekt door deze
minister, maar zeker wel door zijn voorgangers. Daarom blijven wij onze
motie overeind houden. We doen nogmaals een oproep om heel serieus te
kijken naar de situatie die zich daar nu voordoet. Vandaar dat ik de
volgende motie heb.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Prinsenhof telkens als voorbeeld werd genoemd voor
de subsidieregeling voor grote restauraties, maar nu, mede door
traagheid van het ministerie bij uitwerking van de nieuwe regeling,
achter het net vist;
overwegende dat het Prinsenhof meer dan driekwart van de gelden
zelfstandig heeft opgehaald om de financiering van de restauratie en
renovatie te dekken, maar er geen andere financieringsmogelijkheden meer
bestaan;
overwegende de aangenomen motie-Mohandis/Beckerman (32820, nr.
548);
verzoekt de regering om met spoed een passende oplossing voor Museum
Prinsenhof Delft te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.
Zij krijgt nr. 566 (32820).
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Goed?
De voorzitter:
Ik had nog geen punt gehoord, excuus.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Om even in herinnering te roepen: het is niet zo dat wij als Kamer in
het verleden niet specifiek hebben gekeken naar een bepaalde situatie.
Zo is Thialf vaak geholpen, terwijl ook andere schaatsbanen in problemen
waren. Laten we alsjeblieft kijken naar deze heel specifieke situatie en
ook naar de verwachtingen die zijn gewekt rondom het Prinsenhof.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Heera Dijk, die spreekt
namens de fractie van D66.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel, voorzitter. Even voortbordurend op wat mijn collega zei: de
subsidieregeling voor grote restauratieopgaven gaat in en de verwachting
is dat deze wordt overvraagd. Mijn vraag is heel concreet. Je wilt niet
eenzelfde situatie krijgen als rondom Museum Prinsenhof. Kan de minister
toezeggen dat als de eerste ronde van de regeling wordt geopend, hij de
Kamer informeert over het verloop? Dan kunnen we zien wat er nodig is en
kijken of de regeling nog voldoet voor de komende jaren. Ik vraag dus om
een toezegging dat de minister laat zien of de regeling in de praktijk
werkt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik probeer een heel klein beetje tijd te rekken, maar vanuit
mijn rechterooghoek zie ik dat dat niet nodig is. Daarmee was dit de
laatste spreker van de zijde van de Kamer. Ik schors voor drie
minuten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat
Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties. We zijn
toegekomen aan de appreciatie van de ingediende motie. Ik geef daartoe
graag het woord aan de minister. Gaat uw gang.
Minister Moes:
Dank, voorzitter. Als eerste wil ik graag even antwoord geven op de
vraag van mevrouw Dijk en ingaan op die gevraagde toezegging. De
verwachting is inderdaad dat de regeling overvraagd gaat worden. Ik heb
daarom ook in de voorwaarden van die regeling proberen te sturen op het
zo effectief mogelijk inzetten van die middelen. Als de regeling
overvraagd wordt, selecteren we daarom onder andere ook op de
hoeveelheid cofinanciering. De hefboom van die financiering wordt
daardoor zo groot mogelijk, waardoor er zo veel mogelijk gerestaureerd
kan worden bij grote opgaven. Maar de verwachting is inderdaad dat die
regeling overvraagd wordt. Ik zeg toe dat we de Kamer na de eerste ronde
gaan informeren. Er is voor deze regeling financiering tot 2027. Het zou
aan het nieuwe kabinet zijn om eventueel extra middelen te vinden om de
regeling door te zetten.
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot één korte vraag.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Ik had een vervolgvraag, omdat het over die cofinanciering ging. Ik
vroeg me af of u er dan ook rekening mee kunt houden dat iedereen een
beetje in dezelfde vijver vist en dat het voor de regio's soms ook
moeilijker is. Kunnen we daar dan ook nog iets over terugkrijgen?
De voorzitter:
De staatssecretaris. Nee, sorry. De minister, excuus.
Minister Moes:
Je zult wat betreft de voorwaarden van zo'n regeling altijd één
specifieke subgroep iets bevoordelen ten opzichte van de andere. Dat is
nou eenmaal wat je doet als je ergens op selecteert. Je kunt door de
jaren heen ook met wisselende kaders werken bij zo'n regeling. We hebben
hierbij ook zeker gekeken naar de regionale rol. Dat is ook zeer
belangrijk. Maar in dit geval heb ik gekozen voor het zo effectief
mogelijk besteden van de middelen voor deze regeling.
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 566; die moet ik ontraden. Op
verzoek van de Kamer heb ik de mogelijkheid om een bijdrage te leveren
aan de verbouwing van het Prinsenhof reeds verkend. Ik ben daarbij tot
de conclusie gekomen dat het verstrekken van die eenmalige bijdrage die
dan gevraagd wordt, strijdig is met het gelijkheidsbeginsel. Dat zou
geen doelmatige inzet zijn van belastinggeld. Eerlijkheidshalve levert
het ook zorgen op over de juridische houdbaarheid van zo'n actie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 566 wordt ontraden. De heer Mohandis, één korte
vraag.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Het gelijkheidsbeginsel gaat hier gewoon niet op. Ik vraag niet om een
oplossing binnen de regeling die nu gecreëerd is, maar om ook breder te
kijken. Het gelijkheidsbeginsel gaat al helemaal niet op als we kijken
naar hoe we in de Kamer in het verleden moties hebben aangenomen, die
ook uitgevoerd zijn. Denk bijvoorbeeld aan het helpen van een specifieke
schaatsbaan ten opzichte van andere schaatsbanen. Ik vind dat dus een
gezocht argument. U kunt echt wel breder kijken naar de mogelijkheden,
ook omdat er door uw voorganger verwachtingen zijn gewekt. Het is
politieke onwil.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is of het politieke onwil is. Het gaat niet om een
gelijkheidsargument. Want dat doen we vaker in de Kamer: hele specifieke
instellingen helpen ten opzichte van andere instellingen. Ik noem Thialf
en er ligt een amendement voor het Onderwijsmuseum. Zo kan ik nog wel
even doorgaan; ik heb een hele lijst.
Minister Moes:
Ik begrijp de frustratie heel goed. Als we middelen besteden aan dit
soort opgaven, dan doen we dat vaak via een regeling. Dat is nu eenmaal
zo. Dat doen we juist omdat we de instellingen allemaal gelijk willen
behandelen en zodat iedereen kansen heeft. Als de Kamer daarbij een
uitzondering wil maken, dan is dat uiteindelijk natuurlijk aan de Kamer.
Maar deze motie als zodanig ontraad ik. Als mij gevraagd wordt om buiten
de middelen van deze regeling om nog iets extra's te vinden, dan moet ik
de motie alsnog ontraden. Want die extra middelen heb ik niet. Zelfs als
ik her en der musea extra wil helpen buiten regelingen om, dan heb ik
daar niet nog ergens een potje voor. Al met al blijft het oordeel dus
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 566 blijft ontraden. Hiermee zijn we aan het einde
gekomen van het tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors tot 11.10 uur. Dan gaan wij verder met de begroting Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap.
De vergadering wordt van 10.56 uur tot 11.11 uur geschorst.