Tweeminutendebat Voorhang wijziging Postbesluit 2009 (35423-15) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D06833, datum: 2026-02-11, bijgewerkt: 2026-02-12 09:37, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-11 16:35: Tweeminutendebat Voorhang wijziging Postbesluit 2009 (35423-15) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Voorhang wijziging Postbesluit 2009 (35423, nr. 15)
Voorhang wijziging Postbesluit 2009 (35423, nr. 15)
Aan de orde is het tweeminutendebat Voorhang wijziging
Postbesluit 2009 (35423, nr. 15).
De voorzitter:
De heer Dijk van de SP heeft een verzoek.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, dank u wel. Ik zou graag willen verzoeken of ik mag
deelnemen aan dit debat, hoewel ik niet aan het schriftelijk overleg heb
deelgenomen.
De voorzitter:
Ik zie geen bezwaren. O, ik ben te snel, want de minister is er nog
niet. Ik zag de staatssecretaris, maar we gaan nog even op de minister
wachten. Een ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We gaan verder met het tweeminutendebat Voorhang wijziging Postbesluit
2009. De heer Dijk heeft een verzoek gedaan om mee te mogen doen aan het
debat. Er is een punt van orde.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ja, voorzitter. Ik zou ook graag willen meedoen aan het debat, ook al
hebben we geen input geleverd voor het schriftelijk overleg.
De voorzitter:
Ik zie geen bezwaren. Dat gaat dus goed, maar ik ga als eerste het woord
geven aan de heer Prickaertz van de PVV.
De heer Prickaertz (PVV):
Dank u wel, voorzitter. De wijziging van het Postbesluit 2009 zou ik
eigenlijk wel "een hoofdpijndossier" willen noemen. Je zou bijna denken
dat PostNL tegenwoordig werkzaam is op het ministerie van Economische
Zaken, want dit hele gewijzigde Postbesluit lijkt zo uit de koker van
PostNL te komen. Daarom dien ik twee moties in die volledig in lijn zijn
met de Kamerbrief van 30 juni jongstleden van de minister zelf, waar hij
met dit Postbesluit vervolgens weer van afwijkt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de voorliggende wijziging van het Postbesluit 2009
de overkomstduur wordt gewijzigd naar D+3 per januari 2027;
constaterende dat deze vervroeging het voortbestaan van regionale
postbedrijven in gevaar brengt, met directe gevolgen voor circa 4.500
werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt;
verzoekt de regering deze vervroeging te schrappen en vast te houden aan
de ingangsdatum van 1 januari 2029,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 17 (35423).
De heer Prickaertz (PVV):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de postgebruikers vooral een betrouwbare bezorging
belangrijk vinden;
constaterende dat in het gewijzigde Postbesluit wordt afgeweken van
eerder gecommuniceerde bezorgnormen;
verzoekt de regering vast te houden aan de eerder gecommuniceerde norm
van 95% bezorgbetrouwbaarheid bij D+3,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 18 (35423).
Dank u wel.
De heer Prickaertz (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan is nu het woord aan de heer Kisteman van de VVD. Aan u het woord
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Ik moet nog even wennen aan de nieuwe namen van
al de collega's, dus excuus voor de schrijffouten die ik had hersteld,
maar niet goed had hersteld. Vervolgens maakte ik ook bij de volgende
collega weer een schrijffout.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het Postbesluit stappen worden gezet om de
postmarkt te moderniseren;
overwegende dat de Postwet nog in de Kamer behandeld moet worden;
overwegende dat in de Postwet geregeld kan worden dat potentiële
toetreders tegen een gereduceerd tarief gebruik kunnen maken van het
netwerk;
verzoekt de regering om het beoogde Postbesluit gefaseerd in te voeren,
waarbij overgegaan wordt tot invoering van D+2 per 1 juli 2026 en D+3
per 1 juli 2027;
verzoekt de regering zich in overleg met de ACM in te spannen zodat
regionale postbedrijven tijdig afdoende waarborgen hebben om toegang te
behouden tot het landelijke netwerk en een routekaart te presenteren
voor de toekomst van de postmarkt, en de Kamer daarover te informeren
voor de zomer van 2026,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kisteman, Van Lanschot,
Schoonis, Markuszower, Van der Lee en Struijs.
Zij krijgt nr. 19 (35423).
De heer Kisteman (VVD):
Ik dacht dat ik het laatste debat met deze minister al had gehad, maar
we hebben nog een extra debatje gekregen. Nogmaals mijn complimenten
voor wat deze minister voor het bedrijfsleven heeft gedaan. Ik wens hem
heel veel succes op zijn nieuwe positie straks.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Vermeer van de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Volgens mij delen veel partijen de mening van BBB dat de
directe stap naar postbezorging in 72 uur per 2027 te snel komt, zeker
naar aanleiding van het hele proces en de brieven die we eerder gehad
hebben. Vandaag worden hier al moties met soortgelijke strekking over
ingediend, dus dat ga ik niet overdoen. De voorgestelde verruiming heeft
enorme gevolgen voor regionaal gewortelde, sociale postbedrijven en
4.500 postbezorgers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Deze gevolgen
zijn wat BBB betreft onvoldoende in kaart gebracht en meegewogen.
Daarnaast komen bestaande en nieuwe contracten onder druk te staan en
blijkt in de praktijk dat PostNL de UPD-voorwaarden een-op-een doorlegt
naar de zakelijke markt, wat concurrentie alleen maar verder belemmert.
BBB wil daarom de D+3, de postbezorging in drie dagen, pas in laten gaan
als de toegang tot het netwerk goed is geregeld en nadelige effecten op
de werkgelegenheid zijn weggenomen. Zo houden we wat BBB betreft de deur
open naar een eerlijke en brede bezorgmarkt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik even naar de minister om te weten hoeveel tijd
hij nodig heeft. O, neem me niet kwalijk. De heer Dijk had toestemming
gevraagd om mee te doen en nu vergeet ik hem. Het woord is aan de heer
Dijk van de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Kent u het spreekwoord "geef een hond een
slechte naam en maak hem af"? Want wie publieke diensten afbreekt,
creëert daarmee draagvlak om deze vervolgens helemaal af te schaffen.
Achtereenvolgende kabinetten hebben niet gebouwd aan een sterke
postsector, maar hebben de post geprivatiseerd en overgedragen aan
private bedrijven met winst als hoogste doel. En kijkt u weleens uit het
raam naar al die busjes, oranje en wit, geel en rood, blauw en wit,
bruin en goud? Ze rijden achter mekaar aan en langs elkaar heen.
Iedereen kan zien hoe inefficiënt de markt werkt. In plaats van te
werken met één postbedrijf dat zowel post als pakketten bezorgt, is onze
post inefficiënt en duur. Mensen betalen een steeds hogere prijs voor
minder dienstverlening, en werknemers ervaren permanente concurrentie op
loonkosten en arbeidsvoorwaarden. Nu wil het kabinet een verdere stap
zetten door de dienstverlening nog verder uit te kleden. Het is de
wereld op zijn kop. Daarom heb ik de volgende twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat PostNL als uitvoerder van de universele postdienst
verplicht is vijf dagen per week te bezorgen;
constaterende dat de ACM heeft aangegeven dat structurele vermindering
van bezorging per adres in strijd is met de Europese
Postrichtlijn;
overwegende dat geitenpaadjes om de postdienst verder uit te kleden in
strijd zijn met de doelen van de wet;
verzoekt de regering vast te houden aan de verplichting van vijfdaagse
postbezorging en geen beleidsruimte te creëren voor feitelijke
afschaling daarvan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 20 (35423).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlanders dagelijks tientallen bezorgbusjes door
hun straat zien rijden voor pakketbezorging, terwijl zij tegelijkertijd
te maken krijgen met het afschalen van het aantal bezorgdagen voor
post;
overwegende dat deze versnippering leidt tot inefficiëntie, extra
verkeersbewegingen en een hogere werkdruk voor bezorgers;
verzoekt de regering te werken aan een post- en pakketsector die
gezamenlijk en integraal de post organiseert om de bereikbaarheid,
arbeidsvoorwaarden en dienstverlening te verbeteren, en de Kamer
hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 21 (35423).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot de heer Van Lanschot van het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Het is belangrijk dat we tempo maken met het
Postbesluit met D+2 en D+3 zoals dat voorligt. Natuurlijk moeten we
daarbij ook oog houden voor de 4.500 medewerkers met een afstand tot de
arbeidsmarkt die bij de regionale postbedrijven werken, zodat zij geen
concurrentienadeel hebben door deze stap. De collega's Prickaertz en
Vermeer hebben daar terecht aandacht voor gevraagd. Het CDA vindt dat
ook belangrijk. Wat ons betreft wordt dat het best verwoord in de motie
van de heer Kisteman, die wij daarom ook steunen en die wij
medeondertekend hebben.
Tot slot, voorzitter, wil ik de minister bedanken. We krijgen hier toch
nog even een mooi toetje. Of moet ik zeggen: een vlaflip? We danken hem
voor zijn ambassadeurschap voor het bedrijfsleven en we gaan ervan uit
dat hij daarmee doorgaat.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De minister heeft een enkel moment nodig om zich te buigen
over de moties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Karremans:
Dank, voorzitter. Ik eindig hier als minister van Economische Zaken met
het postdossier, waarmee ik ook begonnen ben. De bal is dus rond, zoals
een grote Feyenoorder zou zeggen. Dat is ook zeer van toepassing op mijn
huidige situatie, politiek gezien dan.
De heer Prickaertz heeft helemaal gelijk; het is een hoofdpijndossier.
Naar mijn mening wordt er al veel te lang over gepraat en is het tijd
dat de politiek doet waar de politiek voor is ingehuurd, namelijk knopen
doorhakken. Dat moeten we vandaag, denk ik, met mekaar doen. Als het aan
mij ligt, doen we dat op de manier zoals voorgesteld in het Postbesluit.
Dan gaan we werken met D+2 per 1 juli 2026 en met D+3 per 1 juli 2027.
De postmarkt is in tien jaar tijd gehalveerd en daalt met 7% per jaar.
Ik ken geen ondernemer die het aantrekkelijk vindt om in een dergelijke
markt te gaan ondernemen, en zeker niet met de kaders die er op dit
moment zijn. Die kaders moeten dus verruimd worden om de postmarkt juist
in de regio overeind te houden. Want ja, in het centrum van Amsterdam,
Rotterdam, Den Haag of Utrecht kan ik de post ook wel binnen een dag
bezorgen, maar het gaat natuurlijk om het op peil houden van de
postbezorging in heel Nederland.
Ik wil even één misverstand uit de wereld helpen. Er wordt straks nog
steeds op vijf dagen in de week post bezorgd. Dat blijft dus zo. Ik zie
namelijk dat er veel verhalen rondzingen, waarvan er ook veel niet
kloppen. Ik kan me voorstellen dat mensen die deze verhalen horen,
denken: wat is dit nou weer? De post wordt straks nog steeds op vijf
dagen in de week bezorgd, ook bij D+3.
Goed. Dan de moties, voorzitter.
Eerst de motie op stuk nr. 17, van de heer Prickaertz. Met verwijzing
naar het Postbesluit en de inhoudelijke keuzes die ik daarin gemaakt
heb, wil ik deze motie ontraden.
Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 18, met dezelfde …
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 17 wordt ontraden.
Minister Karremans:
Ja, exact. Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 18, met dezelfde
argumentatie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 18 wordt ontraden.
Minister Karremans:
Dan de motie op stuk nr. 19, van de heer Kisteman. Die geef ik oordeel
Kamer. Deze motie is conform ons voorstel. Er wordt terecht meer
aandacht gevraagd voor de toegang tot de postmarkt voor andere
aanbieders dan de UPD-verlener. Dat is op zich terecht. Ik denk dat de
Kamer dat hier mooi mee markeert. Dit is dus een goede motie. Ik kan
deze oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 19: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Dan de motie op stuk nr. 20, van de heer Dijk. Die motie ga ik ontraden,
met verwijzing naar de inhoudelijke keuzes die wij hebben gemaakt ten
aanzien van het Postbesluit.
Dan de motie op stuk nr. 21.
De voorzitter:
Eerst een vraag van de heer Dijk over de motie op stuk nr. 20? Nee?
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 21 wil ik oordeel Kamer geven. Ik denk dat de heer
Dijk absoluut een punt heeft. Bezorgbusjes met pakketjes en postbodes
met brieven gaan apart de straat op. Die zullen samengevoegd moeten
worden. Dat is een terecht punt, denk ik. Dat zullen we meenemen. Het
heerlijke aan het voeren van een laatste debat als minister van
Economische Zaken is dat ik alles kan toezeggen. Ik kan zeggen dat mijn
opvolger ermee aan de slag gaat. Dat zal worden meegenomen bij de
verdere behandeling van de Postwet, in lijn met wat we eerder hebben
besproken. De motie op stuk nr. 21 wil ik dus oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 20 is ontraden, maar de motie op stuk nr. 21 krijgt
oordeel Kamer.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb eigenlijk een vraag over de motie op stuk nr. 17 van de heer
Prickaertz, over de circa 5.500 werknemers met — ik vind dit altijd naar
verwoord — een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat zijn gewoon mensen die
begeleiding nodig hebben om goed werk te kunnen verrichten. Welke
garanties geeft de minister voor deze groep mensen die iedere dag
keihard aan het werk is en zo meteen in onzekerheid zit?
Minister Karremans:
Dat zit niet in het Postbesluit, maar wel in de Postwet. Ik denk dat dit
heel waardevol werk is; laat ik daar heel helder over zijn. Het is ook
heel nuttig werk; ze vullen echt een gat in de markt, want er is gewoon
vraag naar die diensten. Ik denk dat daar dus heel mooi werk wordt
gedaan. In de concept-Postwet hebben we gezegd dat dit soort bedrijven
toegang moeten houden, tegen bepaalde kortingen. Dat zijn nu nog puur
privaatrechtelijke afspraken tussen PostNL en de regionale
postbezorgers. Die willen we vastleggen. We zijn nu in afwachting van
waar de ACM straks mee komt. Naar aanleiding van de gerechtelijke
uitspraak inzake Sandd wordt er gekeken hoe we de concurrentie meer
kunnen bevorderen, zodat de toegang voor de regionale postbezorgers,
inclusief de mensen die zij in dienst hebben, beter kan worden
gewaarborgd. Dat heb ik ook gezegd in de beantwoording van de gestelde
vragen in de nota naar aanleiding van het verslag. Daar is dus heel veel
aandacht voor, maar dit zit dus precies in het stukje in de Postwet.
Volgens mij ziet de motie van de heer Kisteman ook op het behouden van
die toegang.
De voorzitter:
Tot slot de heer Dijk. Nee, toch niet. Daarmee komen we aan het einde
van het debat over de voorhang van de wijziging van het Postbesluit.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan over enkele momenten verder met het debat over het bericht dat
het cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host is verkocht aan een
buitenlandse techgigant en over cloudmigraties naar Amerikaanse
techgiganten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.