Debat over het bericht dat het cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host is verkocht aan een buitenlandse techgigant en over cloudmigraties naar Amerikaanse techgiganten (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D06834, datum: 2026-02-11, bijgewerkt: 2026-02-12 09:38, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-02-11 16:50: Debat over het bericht dat het cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host is verkocht aan een buitenlandse techgigant en over cloudmigraties naar Amerikaanse techgiganten (Plenair debat (debat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Verkoop cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host aan een buitenlandse techgigant en cloudmigraties naar Amerikaanse techgiganten
Verkoop cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host aan een
buitenlandse techgigant en cloudmigraties naar Amerikaanse
techgiganten
Aan de orde is het debat over het bericht dat
het cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host is verkocht aan een
buitenlandse techgigant en over cloudmigraties naar Amerikaanse
techgiganten.
De voorzitter:
We gaan weer verder. Ik verzoek iedereen plaats te nemen. Aan de orde is
het debat over het bericht dat het cloudbedrijf dat DigiD en
MijnOverheid host is verkocht aan een buitenlandse techgigant en over
cloudmigraties naar Amerikaanse techgiganten. Allereerst wil ik het
woord geven aan de heer Heutink voor een punt van orde.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter, ik heb inderdaad een punt van orde. Gisteren bereikte ons
het bericht dat naast DigiD en MijnOverheid de Nederlandse Spoorwegen nu
ook van plan is om onder andere de financiële planning uit te besteden
aan een dochter van een Amerikaanse techgigant. Omdat dit een breed
debat is dat ook gaat over cloudmigraties, wil ik voorstellen om ook de
staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, die belast is met
openbaar vervoer en daarmee dus met NS, naar de Kamer te halen, zodat we
dit breder kunnen trekken. Dan kunnen we het hier ook over hebben en
kunnen we voorkomen dat NS hetzelfde lot ondergaat als DigiD.
De voorzitter:
Dat gaan we even inventariseren. Wie steunt het voorstel?
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter. JA21 steunt dat verzoek absoluut niet. We hebben al beperkte
spreektijd waarin we kunnen focussen op DigiD. Het is bovendien een
totaal andere casus. Solvinity wordt overgenomen en hier gaat het om een
heel klein gedeelte van de NS. Kortom, laten we vandaag focussen op
DigiD en dat niet laten vertroebelen door andere zaken.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Dit debat was eerst bedoeld voor alleen de casus DigiD.
Later is het in de regeling van werkzaamheden door de hele Kamer
verbreed naar een breed debat over digitale strategische autonomie. Daar
past de casus over de NS prima in. Mocht het lukken om de
staatssecretaris hierheen te halen, dan lijkt me dat heel zinvol. Maar
laten we dat alleen doen als het lukt, want ik wil dit debat niet verder
uitstellen.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Ik sluit me daar volledig bij aan.
Mevrouw Wendel (VVD):
Geen steun. Ik sluit me aan bij JA21.
De heer El Abassi (DENK):
De staatssecretaris erbij laten zijn lijkt mij zeer zinvol, maar het
moet inderdaad uiteraard niet het debat van vandaag vertragen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Steun voor het verzoek van de heer Heutink. Ik sluit me ook aan bij de
woorden van mevrouw Kathmann.
De heer Stoffer (SGP):
De aanstaande minister van Infrastructuur en Waterstaat zit er al, maar
ik steun het verzoek onder de voorwaarde van mevrouw Kathmann.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Voorzitter. Ook wij steunen het verzoek onder de voorwaarde dat het kan.
We willen het debat namelijk graag door laten gaan.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun, onder de voorwaarde van mevrouw Kathmann.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Geen steun.
De heer Dassen (Volt):
Prima, zolang we nu maar gaan beginnen met het debat.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Van mij ook steun. Het is prima als de rest het graag zo wil.
De voorzitter:
Dan is daar een meerderheid voor, maar er is geen meerderheid om nu het
debat te schorsen. We gaan gewoon beginnen en we gaan dit doorgeleiden
naar het kabinet.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als hij op korte termijn kan komen, dan zou dat fijn zijn. Ik denk dat
dit het belangrijkste is op het moment dat we moties indienen en we in
discussie gaan met het kabinet over onder andere deze casus; het is een
breder debat. Het is belangrijk dat we dan in ieder geval ook met de
staatssecretaris kunnen debatteren, zodat we niet met het kabinet in het
spelletje terechtkomen van "dan moet u bij de staatssecretaris OV zijn",
want dat kennen we natuurlijk.
De voorzitter:
Het kabinet gaat over zijn afvaardiging, dus dat gaan we afwachten. We
gaan het bericht in ieder geval direct doorgeven.
Dan gaan we beginnen met de eerste spreker in dit debat. Ik wil
afspreken dat er vier losse interrupties gepleegd kunnen worden, maar
dat interrupties die korter duren dan 30 seconden gratis zijn en dat
interrupties die langer duren voor twee interrupties tellen. Mijn
ervaring is dat dat het debat levendig maakt. Eén interruptie is een
vraag die langer duurt dan 30 seconden. Als de 30 secondenregel
toegepast is en je vier interrupties hebt gehad, heb je ook geen korte
interrupties meer.
De heer Stoffer (SGP):
Dat klinkt ingewikkeld, voorzitter.
De voorzitter:
Dat is het niet.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter, ik begin met mijn tekst. Een mantelzorger vraagt zorgtoeslag
aan, een ondernemer regelt een vergunning en een student regelt zijn
studiefinanciering: dagelijks wordt er 1,5 miljoen keer ingelogd bij
DigiD, de digitale sleutel tot de overheid. Daarbij wordt verondersteld
dat diezelfde overheid zich tot het uiterste inspant om de gegevens van
miljoenen Nederlanders veilig te houden. De vraag is of dat vertrouwen
nog op zijn plaats is. De SGP begrijpt de terechte zorg van miljoenen
Nederlanders, die hun data overgeheveld zien worden naar een
investeerder buiten onze landsgrenzen. Als de techniek achter die
sleutel buiten onze invloedssfeer komt, raakt dat het vertrouwen in de
overheid zelf.
Voorzitter. Digitale soevereiniteit gaat over macht en controle. Wie kan
erbij, wie kan het afdwingen en onder wiens rechtsmacht vallen onze
data? Als een buitenlandse staat via wetgeving druk kan uitoefenen op
een leverancier, is onze zeggenschap niet exclusief. Dan spreken we niet
over soevereiniteit, maar over afhankelijkheid. De Amerikaanse CLOUD Act
maakt dat pijnlijk concreet.
De heer Frederik Jansen (FVD):
In principe ben ik het daar helemaal mee eens, maar voor het overdragen
van welke data is de heer Stoffer bang?
De heer Stoffer (SGP):
Het gaat mij niet om heel specifieke data. Het gaat me erom dat het maar
zo zou kunnen. Er kan van alles overgedragen worden. Wat dat betreft ben
ik bang voor alle data.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Maar DigiD gaat niet over alle data, DigiD gaat over de inlogdata.
De heer Stoffer (SGP):
Dat kan zo zijn, maar we hebben een debat dat breder is dan dat. Ik zal
daar dadelijk nog verder op ingaan. Wat mij betreft moeten we het ook
veel breder trekken. Ik ben dus inderdaad bevreesd voor alle data die we
in Nederland hebben. Wat mij betreft moet die zo veel mogelijk in eigen
handen blijven, het liefst in Nederlandse handen en als dat niet kan in
Europese handen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Frederik Jansen (FVD):
In algemene zin ben ik het daarmee eens, maar volgens mij moeten we het
wel bij de feiten houden: het gaat echt alleen om username, password en
voorkeuren en zo. Dat is natuurlijk wel minder schokkend dan "alle data
van Nederland".
De heer Stoffer (SGP):
De aanleiding van dit debat is de overname van het cloudbedrijf, maar
het debat staat in een bredere context. Ik zal daar dadelijk dus ook
verder op ingaan.
Voorzitter. Dan ga ik verder. Amerikaanse bedrijven kunnen worden
verplicht data te verstrekken aan Amerikaanse autoriteiten, ook als die
data in Europa staan. Juristen wijzen erop: extraterritoriale wetgeving
volgt de entiteit en niet de serverlocatie. Dat schuurt met de belofte
dat Nederlandse overheidsdata echt onder Nederlandse zeggenschap
staan.
Daar komt bij dat tal van experts oproepen tot meer openheid rond deze
overname. Dat is begrijpelijk, want het gaat hier om de digitale
identiteit van miljoenen Nederlanders. Transparantie is daarbij een
voorwaarde voor vertrouwen. De vraag is of wij dat vertrouwen uit handen
willen geven. We kunnen daarbij niet afwachten tot zich zo'n verzoek
voordoet en maar vertrouwen op de certificaten en afspraken van de
buitenlandse beheerder.
Voorzitter. De Wet vifo is in het leven geroepen om te voorkomen dat
vitale aanbieders ongemerkt in handen komen van partijen die een risico
vormen voor de nationale veiligheid. Als die infrastructuur achter de
digitale identiteit van alle Nederlanders niet vitaal is, wat is het dan
wel?
De heer Dassen (Volt):
De heer Stoffer haalt terecht de extraterritoriale zeggenschap aan die
de Verenigde Staten hebben over bedrijven in Europa. Is dat eigenlijk
niet van de zotte? Zouden we daarvan niet moeten zeggen "dat accepteren
we niet"?
De heer Stoffer (SGP):
Wij zijn hierover in debat. We gaan straks horen hoe het kabinet hierop
antwoordt, maar als het zo gesteld wordt en als dit uiteindelijk de
afdronk is van dit debat, dan denk ik dat de heer Dassen en ik het
daarover eens zijn.
De heer Dassen (Volt):
Dat is het gekke, toch? Er wordt een wet in een buitenlands parlement,
in de Verenigde Staten, aangenomen die zegt: wat jullie in Europa met
elkaar afspreken, telt eigenlijk niet. Zouden we daar als Europa niet
van moeten zeggen: dat accepteren we niet met elkaar?
De heer Stoffer (SGP):
Ja, en dan is natuurlijk de vraag hoe je dat uitwerkt. We hebben nu
volgens mij wel met het gegeven te maken dat we een groot risico lopen
dat onze servers die hier staan, door Amerikaanse wetgeving
wetstechnisch gezien in handen zijn van de Verenigde Staten. Dat kan
straks natuurlijk ook bij andere casussen gaan gelden, ook met andere
landen. Wat dat betreft ben ik het eens met de heer Dassen: laten we
kijken of dat in Nederlandse of Europese handen kan blijven. Maar het
niet accepteren is wat anders, want dan heb je straks ook gelijk.
Volgens mij moeten we hier niet naïef zijn. We moeten dus zo strikt
mogelijk handelen en zorgen dat onze gegevens, welke dan ook, niet in
handen van andere partijen kunnen komen. Ik ben het eens met de heer
Dassen. We moeten dadelijk kijken hoe we hier opvolging aan geven. We
gaan horen wat het kabinet zegt. Maar het zou kunnen zijn dat we moeten
kijken of we daar misschien extra wetgeving of wat dan ook voor moeten
realiseren.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
De overheid, de ziekenhuizen: alles draait op dit moment op Amerikaanse
tech. Overal is deze mogelijkheid van toepassing. Ik wil de minister dus
straks oproepen om te zorgen dat er zo snel mogelijk Europese wetgeving
komt die dit voorkomt.
De heer Stoffer (SGP):
Dat is natuurlijk de oproep van de heer Dassen. Ik doe er ook een heel
aantal. Ik stel eerst een aantal vragen en dan gaan we kijken waar we
toe oproepen; dat doen we vaak bij motie of op het moment dat we eruit
zijn in het debat.
Voorzitter. Ik zal verdergaan met mijn bijdrage, want ik heb een heel
aantal vragen aan het kabinet. Die zijn als volgt. Kan het kabinet
zwart-op-wit garanderen dat voor DigiD en MijnOverheid geen enkele
buitenlandse rechtsmacht toegang kan afdwingen tot gevoelige data of
sleutels? Hoe en onder welke criteria wordt deze overname getoetst aan
de Wet vifo? Is Solvinity in dit kader aangemerkt als vitale aanbieder?
Is het kabinet bereid in te grijpen als risico's niet volledig uit te
sluiten zijn? Is het kabinet bereid om vitale overheids-ICT als
strategische infrastructuur te behandelen, met bijpassend publiek
eigenaarschap en regie? Hoe weegt het kabinet de consistentie van
beleid? Want we weren buitenlandse camera's uit angst voor spionage,
maar laten mogelijk de machinekamer van onze digitale identiteit
overnemen door een buitenlandse partij. Hoe is dat uitlegbaar? Wanneer
komt er een routekaart richting een meer soevereine overheidscloud en
versterking van eigen capaciteit?
Voorzitter. Digitale autonomie vraagt een eigen nationale koers, niet
uit wantrouwen, maar uit verantwoordelijkheid voor vitale
overheidsfuncties. Het uitbesteden van cruciale systemen beperkt onze
handelingsvrijheid. Bij vitale overheids-ICT wegen het publieke belang
en de veiligheid zwaar. Niet alles wat kan worden uitbesteed, moet
worden uitbesteed. Dat is geen economisch isolement maar verstandig
rentmeesterschap. Kiezen voor Nederlandse en Europese partijen versterkt
bovendien kennis, banen, innovatie, veiligheid en ook onze strategische
positie. Daarom doet de SGP een aantal voorstellen voor meer digitale
autonomie.
Begin bij de fundering: data. Beleid moet starten bij de vraag wie
ultieme zeggenschap heeft over data en cryptografische sleutels, en
onder welke jurisdictie. Als die fundering niet stevig is, zijn audits
en certificaten slechts pleisters. Het tweede: werk toe naar een
government private cloud. Nederland heeft de kennis en de datacenters.
Wat in Nederland kan, moet in Nederland blijven. De kernvraag gaat over
governance: publieke regie en eigenaarschap bij vitale systemen. Ten
derde: richt een sovereign tech agency op, zoals Rijkswaterstaat — mijn
zeer geliefde organisatie, zeg ik erbij — dat is voor water en wegen,
een organisatie met wettelijk mandaat waarbij de Staat eigenaar is van
cruciale onderdelen, zoals sleutelmaterialen en het controlesysteem. Ik
zie de minister al glimmen, want die gaat straks over Rijkswaterstaat.
Dan het vierde: investeren in eigen kennis en verifieerbare technologie.
Wie de kennis niet heeft, kan de controle niet waarmaken. Strategische
autonomie vraagt om eigen expertise met bijbehorende middelen. Graag
ontvang ik een reactie van de minister; hoe beoordeelt hij deze
voorstellen?
Voorzitter. Tot slot. De overheid vraagt van burgers dat ze zorgvuldig
omgaan met hun data. Dat is terecht, maar dan mogen burgers ook
verwachten dat de overheid minstens zo zorgvuldig omgaat met hun data en
de infrastructuur daarachter. Laten we de digitale voordeur van de
Nederlandse overheid niet naïef op een kier zetten, maar laten we de
sleutel stevig, heel stevig, in eigen hand houden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Wendel van de VVD.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. Vandaag vervang ik mijn collega-Kamerlid Silvio Erkens. We
leven in een snel veranderende wereld. Geopolitieke spanningen lopen op
en technologie wordt steeds vaker ingezet als machtsmiddel. Digitale
infrastructuur is allang geen bijzaak meer. Het is een belangrijk
onderdeel van onze nationale veiligheid. Ik vind het daarom goed dat het
coalitieakkoord digitale infrastructuur direct verbindt aan nationale
veiligheid. We zetten in op meer Nederlandse en Europese digitale
soevereiniteit. Vitale digitale systemen van de overheid moeten zo veel
mogelijk in Nederlands of Europees beheer zijn. We mogen niet
afhankelijk zijn van buitenlandse politieke of juridische druk. De
toegang tot onze overheid, bijvoorbeeld via DigiD en MijnOverheid, is te
belangrijk om uit handen te geven.
Voorzitter. De VVD maakt zich zorgen over de overname van Solvinity door
een Amerikaans bedrijf. Daarmee komt de zeggenschap over de data van
miljoenen Nederlanders buiten Europa te liggen. DigiD en MijnOverheid
zijn de digitale toegangspoorten van de overheid. Daarmee regelen we
alle overheidszaken, van belasting tot geboorteaangifte. Het kan in deze
tijd niet worden uitgesloten dat onze data en systemen ingezet worden om
druk uit te oefenen op Nederland en op onze burgers. Contracten alleen
bieden daarvoor niet afdoende bescherming, zoals experts overigens ook
tijdens de rondetafel nadrukkelijk hebben aangekaart.
De VVD vindt het onverantwoord om juist nu een nieuwe strategische
afhankelijkheid te creëren, terwijl we zeggen dat we die
afhankelijkheden willen afbouwen. Daarom vraag ik de minister: hoe kijkt
de minister naar deze overname? Is de minister bereid om in te grijpen?
Zo ja, welke mogelijke routes zijn er hiervoor? Hoe gaat de minister
deze overname stoppen? Zijn er Europese alternatieven beschikbaar?
Voorzitter. De VVD staat open voor verschillende routes om deze overname
te voorkomen of terug te draaien, maar het moet wel zorgvuldig gebeuren.
Een overhaaste keuze vanuit de Kamer voor een specifiek instrument kan
juridisch averechts werken. Voor de VVD gelden hierbij drie
randvoorwaarden. Eén: juridische houdbaarheid. Twee: verstandig omgaan
met belastinggeld. Drie: zo weinig mogelijk impact op het
investeringsklimaat. Kan de minister toezeggen deze randvoorwaarden mee
te nemen in de besluitvorming?
De heer Van den Berg (JA21):
Begrijp ik hier nou goed dat de VVD pleit voor ingrijpen, en dus voor
het stoppen van de overname van Solvinity?
Mevrouw Wendel (VVD):
De VVD maakt zich zorgen over de overname van Solvinity omdat die een
bedreiging kan betekenen voor onze nationale veiligheid en voor onze
burgers. Daarom vinden wij het belangrijk dat de minister die
tegenhoudt, maar we zijn wel heel duidelijk over de manier waarop het
kabinet dit doet.
De heer Van den Berg (JA21):
Volgens mij is nog helemaal niet bekend hoe het kabinet dit gaat doen,
want het kabinet wil eerst alle onderzoeken afwachten. Ik dacht dat de
VVD staat voor een stabiel investeringsklimaat. Als wij nu ingrijpen,
geven we juist het signaal af aan het bedrijfsleven, innovatieve
bedrijven en scale-ups dat wij als overheid niet betrouwbaar zijn. Dus
nogmaals: gaat u daarin mee?
Mevrouw Wendel (VVD):
Dit is natuurlijk een zeer specifieke casus rondom de vitale digitale
infrastructuur. Het staat bijvoorbeeld niet gelijk aan een gesloten
economie en juist daarom moeten we dit zorgvuldig aanpakken. Wij zeggen
daarom: geef het kabinet de ruimte om het slim en strategisch aan te
pakken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik concludeer dat de VVD hier gewoon te elfder ure wil ingrijpen,
terwijl we eigenlijk veel eerder hadden moeten ingrijpen en we veel
eerder een kader hadden moeten vaststellen voor die Nederlandse
bedrijven, zodat ze niet opgekocht kunnen worden. Ik zou ervoor willen
pleiten dat u zich richt op de toekomst, want als u dit doet, geeft u
een slecht signaal af aan het bedrijfsleven. En dat is slecht voor
innovatie.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik heb geen vraag gehoord, voorzitter.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik hoor de VVD terecht problemen constateren. Ik hoor de VVD het ook
eigenlijk afschuiven richting het kabinet. "Wat gaat het kabinet nu
precies doen?" Maar ik ben wel heel erg benieuwd wat de VVD nou
eigenlijk zou willen doen. We hebben een aantal opties om dit probleem
te tackelen. Het gaat hier voornamelijk om de achterliggende
infrastructuur die Solvinity beheert. Zouden we die niet zelf kunnen
gaan bouwen? Is dat een optie waar de VVD aan denkt? Is het niet logisch
om te vragen "ga nou met alle specialisten en met iedereen die we in
huis hebben zelf die backbone bouwen"? Dan doen we dat maar parallel,
ook al kost dat misschien een paar knaken, want dan hebben we het wel in
eigen huis.
De voorzitter:
Dat waren twee interrupties.
Mevrouw Wendel (VVD):
De VVD vindt het belangrijk dat we onze vitale digitale infrastructuur
in eigen beheer hebben. Ik bedoel daarmee dat we daar als Nederland zelf
invloed over kunnen uitoefenen. De manier waarop we dat inrichten, wil
ik graag aan het kabinet laten. Maar ik benadruk wel dat er volgens mij
in het coalitieakkoord hele goede plannen staan voor de toekomst.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog. O, er is nog een interruptie van de heer
Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Bij de goede plannen van de coalitie zit geen budget. Als je echt
digitaal onafhankelijk wil worden, zul je echter een flink budget moeten
hebben. Hoe kijkt de VVD daarnaar?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik denk dat de meningen kunnen verschillen over de wijze waarop we dat
invullen. Daarom verwijs ik ook naar het kabinet. Het kabinet moet
uiteindelijk met een uitwerking komen van de manier waarop dit ingericht
kan worden.
De heer Dassen (Volt):
Volgens mij hebben we het erover dat we zelf zeggenschap willen hebben
en dat kan dus niet als je op Amerikaanse clouds zit of Amerikaanse
infrastructuur gaat gebruiken, want dan heb je altijd te maken met de
acts die ze daar hebben. Je zult dan wel degelijk Europese
infrastructuur moeten gaan bouwen en dat kost miljarden en miljarden.
Hoe gaan we dat betalen?
Mevrouw Wendel (VVD):
Dat betekent natuurlijk niet dat de overheid dat per se zelf moet
bouwen. De VVD is natuurlijk een partij die gelooft in bedrijven. We
moeten volgens mij samen gaan kijken hoe we dat gaan aanpakken. Ik val
een beetje in herhaling, maar uiteindelijk gaat het kabinet over de
uitwerking. Maar ik ben dus wel echt blij dat ik in het coalitieakkoord
kan zien dat we echt stevige ambities hebben om digitaal autonoom te
worden als het gaat om onze vitale digitale infrastructuur.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Dan zal er ook geïnvesteerd moeten worden. Er zal budget voor
vrijgemaakt moeten worden en daar hebben de VVD, het CDA en D66 nog te
weinig over nagedacht in mijn ogen. Daarom ben ik benieuwd naar de
plannen die uit de coalitie en het kabinet gaan komen, want nu is die
dekking er nog niet.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik heb geen vraag gehoord, voorzitter.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Nu komen we een beetje tot de kern. Ik hoor de VVD opnieuw verwijzen
naar bedrijven en zeggen "we gaan het niet zelf doen". Maar zitten we
niet in deze ellende omdat we zo afhankelijk zijn van één bedrijf?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik denk dat we in een veranderende wereld leven. De situatie is nu
totaal anders dan bijvoorbeeld tien jaar geleden. Dus ik denk dat we de
komende jaren aan de gang moeten om zo veel mogelijk autonoom te worden
als het gaat om onze digitale vitale infrastructuur.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Betekent dit dan ook dat de VVD de optie openhoudt dat we het dan maar
zelf gaan doen?
Mevrouw Wendel (VVD):
De VVD sluit dat niet uit.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, nog een keer. Ik hoor de VVD nu zeggen dat we het
bedrijfsleven juist heel erg nodig hebben. Dat is helemaal waar, maar
dan is het toch een heel slecht signaal dat de bedrijven die het goed
doen, opgekocht worden? Die bedrijven gaan we juist tegenhouden, maar
wat doet dat dan met de innovatie?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik denk dat het helder is dat de inzet van de VVD is dat we op dit vlak
zo veel mogelijk in Nederlands verband en in Europees verband samen
willen optrekken. Daarom vind ik dat het kabinet hier een streep door
moet zetten.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan rond ik af, voorzitter. Ik lees hier nog een artikel waarin staat
dat Nederlandse start-ups ontzettend veel geld nodig hebben en dat
driekwart van de investeringen uit de Verenigde Staten komt. Ik denk dat
het de VVD zou passen om juist die innovatie en die investeringen aan te
jagen en ik denk dat we niet voor deze overname moeten gaan liggen.
Mevrouw Wendel (VVD):
Het spijt me, maar ik heb wederom geen vraag gehoord.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Wendel (VVD):
De casus van Solvinity laat zien dat we aan de voorkant scherper moeten
definiëren wat vitale digitale infrastructuur is. We moeten niet pas
wakker worden als een overname al op tafel ligt. Heeft de minister er
inzicht in of er vergelijkbare risico's spelen bij andere
overheidsinstanties of vitale publieke voorzieningen? Hoe kijkt hij in
dat licht naar de casus-NS?
De VVD wil dat bij aanbestedingen, uitbestedingen en overnames van
vitale digitale systemen standaard wordt getoetst op geopolitieke
risico's. Hoe kijkt de minister hiernaar en hoe wordt dit structureel
verankerd in aanbestedingsbeleid? Zoekt de minister hierbij actief naar
Europese samenwerking? Zijn er gesprekken met collega's in andere
lidstaten over dit soort overnames?
Voorzitter. De data van onze burgers zijn geen exportproduct. Het is
onze verantwoordelijkheid om die te beschermen, zodat Nederlanders met
vertrouwen kunnen inloggen bij hun overheid, zonder dat hun
persoonsgegevens op straat liggen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Jansen van Forum voor
Democratie.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Volgens mij is dit een heel uniek
debat, dat ook helemaal niet heel lang hoeft te duren, omdat wij het
volgens mij allemaal eens zijn met elkaar. Dat gebeurt niet heel vaak in
deze zaal, maar dat is eigenlijk heel goed nieuws. Daarom heb ik ook
helemaal niet zo heel veel te zeggen. Ik hoor heel veel goede dingen van
alle anderen. Ik ben eigenlijk gewoon heel erg benieuwd naar wat de
minister wil doen. We zijn in de gelukkige omstandigheid dat we hier
zitten met een minister die ook van aanpakken houdt. Volgens mij moeten
we het dus gewoon kunnen regelen met elkaar. Ik had eigenlijk nog een
vraag. Overweegt de minister om op basis van de Wet vifo een carve-out
te doen bij dat bedrijf? Dat kan door gewoon te zeggen: we pakken wat we
nodig hebben, we maken een deal en de rest gaat naar de buitenlandse
investeerder. Dat andere houden we dan in een eigen entiteit, welke dat
dan ook moge zijn, een bedrijf of de overheid. Dan overwegen we dit in
elk geval als optie om het gewoon snel op te lossen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik zie de heer Jansen nu voor het eerst bij deze besprekingen, dus ik
wil graag even weten waarover hij denkt dat wij het eens zijn. Ik heb
namelijk nog niet eens gesproken.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Volgens mij zijn we het er allemaal over eens — maar misschien is dat
niet zo — dat we digitale autonomie belangrijk vinden, dit een mogelijk
risico is voor onze digitale autonomie en we daar iets aan moeten
doen.
De heer Vermeer (BBB):
Wat moeten wij samen doen?
De heer Frederik Jansen (FVD):
Ik heb een optie gegeven en ik hoor graag van de minister hoe hij
daarover denkt. Maar volgens mij zijn er allerlei mogelijkheden. Ik heb
niet per se een hele grote voorkeur, maar mijn gevoel is dat we dit
gewoon kunnen oplossen als we hier eventjes wat koppen bij elkaar
steken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Vermeer (BBB):
Ik hoor nog geen begin van een oplossing. Ik weet op deze manier niet
eens waar ik ja of nee op moet zeggen.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Ik vroeg aan de minister of hij een carve-out overweegt. Dat is toch een
oplossing? Dan hebben we het toch gewoon geregeld?
Dat is eigenlijk alles wat ik wil zeggen. Ik ben heel benieuwd naar de
antwoorden van de minister en luister met veel aandacht een toewijding
naar alles wat jullie te zeggen hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Beckerman van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, goedemiddag. We zitten in een digitale wurggreep van Trump.
Vitale digitale infrastructuur is in Amerikaanse handen en nu dreigt ook
de infrastructuur achter DigiD Amerikaans te worden. Amerikaanse
wetgeving maakt het mogelijk dat onze gegevens niet meer veilig zijn.
Dat is geen theoretisch gevaar, maar een concreet en direct gevaar. De
hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof heeft geen toegang meer
tot zijn mail en documenten. Maar Trump kan ook Nederland digitaal
lamleggen of chanteren. Denk aan ziekenhuizen, banken, betalingsverkeer
of zorg: de lijst is lang.
Heel veel mensen zijn geschrokken en boos over het gegeven dat de
infrastructuur achter DigiD zomaar verkocht wordt aan Amerika. Het is
overduidelijk dat de eerste noodzakelijke stap is dat we Solvinity,
DigiD, in Nederlandse handen moeten houden.
De heer Van den Berg (JA21):
"Zomaar verkocht aan een andere partij." Dat is gewoon pertinent
onjuist. De antwoorden op de Kamervragen die ik heb gesteld, hebben
aangetoond dat al eerder met de overheid is gesproken over het verkopen
van Solvinity. Wat u zegt, is dus niet juist. Wilt u daar dus afstand
van nemen?
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik denk dat in de rest van mijn betoog duidelijk wordt wat de optie van
de SP is. Ik ga dit niet terugnemen. Laat ik gewoon verdergaan met mijn
betoog. Dan zien we wel of het duidelijk is voor JA21.
De SP wil een grote stap verder gaan. Waarom is het runnen van DigiD
überhaupt in handen van een particulier bedrijf? Waarom moet dit
commercieel zijn? Maak DigiD publiek; maak er een staatsbedrijf van. Op
die manier blussen we niet alleen deze brand, maar voorkomen we ook een
volgende. Daarmee zetten we continuïteit en veiligheid echt
voorop.
Er lijkt nu een Kamermeerderheid te zijn om DigiD Nederlands te houden.
Welke extra stap wil het kabinet zetten en welke middelen zet het
daarvoor in? We hebben minister Karremans bijvoorbeeld met de Wet
beschikbaarheid goederen snel zien handelen bij Nexperia. Zou het niet
passend zijn om deze wet ook hier in te zetten, om zo snel garanties te
kunnen hebben? Heeft het kabinet ook overwogen om de infrastructuur
publiek te maken? Wat vindt het kabinet hiervan en welke stappen wil het
zetten?
Voorzitter. Wij zijn onderdeel geworden van een cynisch internationaal
machtsspel waarbij we, opnieuw, tot de conclusie komen dat onze digitale
afhankelijkheid extreem groot is. We moeten dit dan ook zien als een
noodsituatie. Overname van Solvinity is een symbool van Nederlandse
afhankelijkheid, maar het probleem zit natuurlijk veel dieper. Bert
Hubert publiceert een dashboard met de totale lijst van totale
afhankelijkheden. We zijn niet alleen afhankelijk van big tech, maar ook
van zeer autoritaire big tech zoals Palantir, opgericht door Peter
Thiel. Dit bedrijf maakt onder andere een zeer omstreden app voor ICE,
maar werkt ook voor Defensie in Nederland, zoals bekend werd in de week
nadat ICE een 37-jarige vrouw doodschoot. Daarmee zou 2026 …
O ja? U vindt het leuk? Ik zie de heer Heutink opstaan, voorzitter.
De voorzitter:
Ik ben hier de voorzitter, hè. Gaat u door.
Mevrouw Beckerman (SP):
Daarmee zou 2026 het jaar moeten worden van de grote omslag, een
onafhankelijkheidsstrijd van Amerikaanse big tech. Het goede nieuws is
dat we al heel veel zelf kunnen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wilde niet bruut interrumperen, zeg ik tegen mevrouw Beckerman via u,
voorzitter. Wat vindt mevrouw Beckerman eigenlijk van het feit dat nu
ook NS de financiële planning naar Amerika gaat gooien?
Mevrouw Beckerman (SP):
Dit is een mooie vraag, want nu gaat dit punt niet van mijn spreektijd
af. Ik ging namelijk precies naar het kopje NS toe. Ik kan het u laten
zien, hier op mijn blaadje.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan heeft u nu nog een extra minuut om het te hebben over NS.
Mevrouw Beckerman (SP):
Wauw!
De voorzitter:
Meneer Heutink, wilt u wachten tot ik u het woord geef? Mevrouw
Beckerman, vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn volgende stukje luidt namelijk als volgt. Maar wordt 2026 wel het
jaar van de omslag? Gisteren kwam namelijk het bericht dat NS zijn ICT
deels gaat uitbesteden aan een Amerikaanse leverancier. Nou weten we dat
de NS niet altijd goed is in timing, maar dit is wel een heel slechte
timing — ik heb in ieder geval iemand aan het lachten gemaakt; het was
een dad joke. Juist nu we er meer en meer van doordrongen worden dat we
weg moeten van uitbesteden aan de Verenigde Staten, gaat NS het beheer
van het spoor in Amerikaanse handen geven. Wat is de reactie van het
kabinet op de keuze van NS? Erkent het kabinet de zorg dat Amerika
sanctiewetgeving kent en dus sancties kan opleggen aan Nederland? Is het
in het licht van deze wetgeving niet een gevaar om Amerika invloed te
geven op onze cruciale spoorinfrastructuur? Welke mogelijkheden ziet het
kabinet om in te grijpen?
Voorzitter. Dit moet het debat worden waarin we DigiD Nederlands houden.
Maar wat de SP betreft wordt dit ook het debat waarin we DigiD publiek
maken en echte stappen zetten om een breder staatsbedrijf op te zetten
voor digitale onafhankelijkheid, te beginnen met de meest vitale en
cruciale delen. Het is goed dat er nu grote aandacht is voor digitale
autonomie, maar we zien dat veel partijen ervoor kiezen om dan van het
ene naar het andere commerciële bedrijf te gaan. Hoe logisch is dat? Op
de website van Solvinity zien we namelijk nog een trots bericht uit mei
2025, toen ze hier in de Tweede Kamer stonden met een manifest voor meer
digitale soevereiniteit. Ondertussen hebben ze er zelf voor gekozen om
overgenomen te worden door een Amerikaanse partij. Geld was blijkbaar
dus toch belangrijker dan veiligheid. Met een nieuw commercieel bedrijf
blijven we dit risico lopen. Juist nu is het wat ons betreft dan ook het
moment om te kiezen voor een staatsbedrijf.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van de heer Dassen. En daarna nog heel veel
vragen.
De heer Dassen (Volt):
Mevrouw Beckerman heeft het over een staatsbedrijf. Ik ben even benieuwd
op welke systemen dit staatsbedrijf dan gaat draaien.
Mevrouw Beckerman (SP):
Eerst de routes waarmee je daartoe moet komen, want volgens mij zien we
er eigenlijk drie — er werden er net ook al een paar genoemd door de
heer Jansen — namelijk overnemen, carve-out of ernaast opbouwen. We
hebben natuurlijk al veel debatten gevoerd — ik niet, trouwens — over
die rijksclouddienst. Dat zou een optie kunnen zijn. Maar ik denk ook
dat ik hier niet direct de oplossing kan schetsen; ik denk dat dat
onderdeel is van een zoektocht van het kabinet. De heer Jansen zei net:
ga dat nou bij het bestaande bedrijf doen. Als je dat staatsbedrijf ook
bredere taken zou willen geven, zoals ik net in mijn tekst als
mogelijkheid noemde, zou het ook een optie kunnen zijn om dat bedrijf
daar echt onafhankelijk van te maken. Ik zie dus eigenlijk meerdere
sporen waarlangs dat zou kunnen.
De heer Dassen (Volt):
Mijn worsteling in dit debat zit 'm erin dat er op dit moment nog niet
echt Europese alternatieven zijn voor Amerikaanse tech. Ook een
staatsbedrijf draait, net als de hele overheid, op Amerikaanse tech.
Moeten we dan ook niet zorgen dat we die Europese alternatieven gaan
opzetten, in plaats van dit door een staatsbedrijf te gaan laten
doen?
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik denk dat dat een heel terecht punt is. We hebben ons daar, op
initiatief van mevrouw Kathmann, de afgelopen week zeer nadrukkelijk
over laten informeren; ik ben daar ook veel bij geweest. Er was een
hoopvolle boodschap: 80% kunnen we al — dat vond ik een hele mooie — en
voor die 20% moeten we echt bekijken wat we niet kunnen. Maar er waren
ook experts die zeiden: "Ja, wacht eens even. Wij vinden die status quo
eigenlijk helemaal niet genoeg; wij kunnen het beter." De vraag is nu of
je dat commercieel moet doen, zoals u eigenlijk voorstelt, of dat je een
deel daarvan publiek moet maken, zoals wij voorstellen. U weet
natuurlijk dat een socialistische partij überhaupt zal vinden dat heel
veel cruciale overheidsdiensten publiek zouden moeten zijn. Dan heb ik
het ook over de NS; daar spraken we net over. Ik vind dat we die
discussie echt moeten voeren, ook over digitale zaken.
Ik krijg toch de neiging om heel lang te antwoorden. Ik wilde
bijvoorbeeld nog aansluiten op een ander punt. We hebben het nu
natuurlijk echt over deze specifieke infrastructuur, maar ik vind dat de
discussie bijvoorbeeld ook mag gaan over kabels, over zeekabels. Willen
we op dat gebied afhankelijk zijn? Moeten die publiek zijn, of moeten we
die in private handen hebben? Ik vind dat we deze discussie ook moeten
voeren over de datacenters. Ik ben daar ooit in 2020, toen we nog heel
veel subsidie gaven aan buitenlandse partijen om die hier te bouwen,
over begonnen. Dat waren Amerikaanse bedrijven. We hebben daarmee
publiek geld uitgegeven om private Amerikaanse bedrijven te spekken. Dat
is misschien een hele dure erfenis. Als je nu met z'n allen zegt dat we
veel te afhankelijk zijn — ik was tijdens het reces bij dat debat over
de aanval van Trump — dan is de opdracht aan ons om niet alleen maar te
kijken naar de commerciële kant, maar ook te bekijken of we dit soort
hele cruciale dingen niet gewoon zelf kunnen. Hebben we daarin een weg
te gaan? Tot uw dienst. Maar het is voor ons heel logisch dat we die weg
op moeten gaan.
De heer Dassen (Volt):
Ik zei net al dat op dit moment bijna alles draait op Amerikaanse tech.
Er is dus heel veel dat we dan moeten overnemen en aanjagen. Volgens mij
kunnen we dat niet alleen als Nederland doen. Dat zouden we dan echt
gezamenlijk in Europa moeten doen. Het zouden dan dus Europese
staatsbedrijven worden. Ik ben van mening dat we dan in Europa de markt
moeten aanjagen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, maar daar zit dus wel mijn twijfel. Ik vind dit wel een tekenend
voorbeeld: als u kijkt naar de website van Solvinity, dan kunt u nog
terugzien dat er door hen hier in mei nog een petitie werd aangeboden
met de strekking "zorg nou voor die digitale soevereiniteit". Dat deden
ze terwijl ze op de achtergrond al bezig waren met die overname. De
vraag is dus of iets commercieels wel zo veel waarborgen kan geven als
het gaat om dit hele cruciale deel van onze infrastructuur. Misschien
moeten we zeggen: dit zijn zulke cruciale, vitale onderdelen, waar we
altijd bij moeten kunnen, dat we die misschien niet in commerciële
handen moeten laten. Dat neemt niet weg dat je daarnaast natuurlijk van
alles kunt aanjagen. Maar waarom zou je dit nou niet zelf doen als
overheid? We moeten deze pijnlijke les leren en uitspreken dat we in de
jaren negentig, toen het internet opkwam, veel te weinig hebben gedaan
en veel te veel aan de markt hebben gelaten. Dit is het gevolg: een
ander land, Amerika, kan heel veel stilleggen met één druk op de knop.
Dat is geen theoretisch, maar een direct gevaar.
De voorzitter:
De heer Dassen, tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Omdat het zo veel is … Mevrouw Beckerman had het net over zeekabels. We
hebben het ook over de cloud. Ik vraag me af of de overheid wel in staat
is om allemaal van dat soort dingen heel snel op te schalen. Ik denk het
niet. Maar waar we elkaar volgens mij in vinden, is het idee dat we zo
snel mogelijk naar Europese alternatieven toe moeten. Volgens mij kan de
overheid daarin een aanjagende rol nemen. Maar dan moet er wel geld
beschikbaar worden gesteld.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik zeg twee dingen, want het waren volgens mij ook twee vragen. Eén:
mijn oproep is niet om alles nu, in één dag, te nationaliseren. Dat kan
niet. De oproep was, ook in die hoorzittingen, om te kijken welke zaken
echt niet stil mogen vallen. We hebben het nu over DigiD. Het is heel
logisch dat je niet wil dat dat stilligt. Je wil niet dat de spoorwegen
stil kunnen vallen, dat ziekenhuizen stil kunnen vallen. Misschien is er
nog enige twijfel bij sommigen of het erg is als de Tweede Kamer even
stilvalt; dat laat ik in het midden. De eerste stap is om dit publiek te
maken. Ga dan kijken welke andere vitale, cruciale zaken we zelf moeten
kunnen. Doe niet alles in één nacht, maar maak wel eindelijk het begin.
Dat is één.
Het tweede deel van uw vraag was: moet je daar geld voor beschikbaar
stellen? Dat kost geld. We hebben eigenlijk heel veel publiek geld over
de balk gesmeten. Ik noemde net al de subsidies die zijn gegeven om hier
datacenters te bouwen. In 2020 werd ik daarover uitgelachen. Er is een
filmpje van Arjan Lubach dat laat zien hoe wij werden uitgelachen door
de minister en door Kamerleden die meelachten toen wij zeiden: moeten
wij dit nou wel doen? Ja. Hadden we dit moeten doen? Nee. Dit is het
leergeld dat we moeten betalen. Ik denk dat we daar inderdaad in moeten
investeren, net als in onze hele publieke sector.
De voorzitter:
De vragen gaan heel goed, maar de antwoorden worden steeds langer. Daar
wil ik even voor waarschuwen.
Mevrouw Beckerman (SP):
O sorry, ik vond het wel leuk. Ik zal heel kort antwoorden.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Ik hinkte een beetje op twee gedachten: publiek en privaat. Eigenlijk
heeft mevrouw Beckerman me wel overtuigd. Ik denk dat het inderdaad een
goed idee is om dit soort vitale infrastructuur publiek te maken. Maar
loop je dan niet tegen de balkenendenorm aan? Want marktconforme
salarissen in de IT zijn heel hoog. Zou het iets zijn om dat los te
laten om toch talent aan te trekken?
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat staat in het regeerakkoord. Ik ben daar nog … Ik ben daar absoluut …
Ik heb vorige week de begroting Binnenlandse Zaken gedaan. Ik vond dat
echt een hele pijnlijke zin. Aan de ene kant zien we dat schoonmakers,
beveiligers allemaal op de nullijn staan en tegelijkertijd wil je de
balkenendenorm loslaten. Maar richting de heer Jansen wil ik het
volgende zeggen over die balkenendenorm. Ik heb me daarover ingelezen,
want wat zou je nou moeten doen voor die ICT'ers? Die hebben daar
helemaal niet zo veel aan. Die zitten veel en veel lager. Je moet juist
kijken naar waardering voor het werk, want dat is ook iets wat heel erg
ontbreekt. Je moet zeker kijken naar een goed salaris voor iedereen bij
de overheid, zeker ook de laagste salarisschalen, die nu zo hard in de
verdrukking komen. Maar die balkendenorm loslaten voor deze groepen? Die
geldt helemaal niet voor heel veel van de ICT'ers die daar zitten. Het
gaat om waardering en een eerlijk loon voor eerlijk werk! Ik denk dat
als je dit echt zo gaat opzetten en het ook echt als cruciaal ziet … O,
ik moest korter antwoorden. Ik ben het niet met u eens, maar ik vind wel
dat ze een goed salaris moeten krijgen. Mand! Sorry.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Hoorde ik mevrouw Beckerman nou nog de vraag stellen of DigiD kritieke
infrastructuur is?
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, volgens mij heb ik heel duidelijk gezegd: hou DigiD Nederlands;
maak DigiD publiek.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Maar is DigiD volgens de SP wel of geen kritieke infrastructuur?
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, dat is volgens ons kritieke infrastructuur.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Duidelijk.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mooi. Tot ziens!
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik mevrouw Zwinkels van het CDA naar voren vragen. We
hebben een bericht gekregen van de staatssecretaris van IenW. Hij kan
helaas wegens persoonlijke omstandigheden niet aanwezig zijn. Mevrouw
Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De voorgenomen overname van Solvinity, een
belangrijke leverancier van tal van cruciale digitale diensten voor onze
overheid, door een Amerikaans bedrijf drukt ons pijnlijk met de neus op
de feiten. In de afgelopen jaren hebben wij ons zeer afhankelijk gemaakt
van big tech uit de Verenigde Staten. Als CDA kiezen we voor het
afbouwen van deze afhankelijkheden. Dat kan niet van de ene op de andere
dag; daar is zeker tijd voor nodig. We zullen soms klein moeten beginnen
en moeten wennen aan het gebruik van Europese alternatieven. Deze
doelstelling staat. Het nieuwe coalitieakkoord is er ook helder over.
Een voorbeeld is de rentmeestervennootschap als rechtsvorm, een mooie
manier om verantwoord ondernemerschap en beschermd eigenaarschap
mogelijk te maken. Juist bij onze kritieke infrastructuur, zoals DigiD,
is de urgentie er. Wij delen de zorgen van burgers en de vele experts
die we de afgelopen weken hebben gesproken en aangaven dat we kwetsbaar
zijn. De geopolitieke situatie introduceert een nieuw tijdperk waarin
digitale infrastructuur een pressiemiddel wordt. Na het bericht over de
mail bij het Internationaal Strafhof lazen we vorige week alweer dat de
Amerikaanse regering via haar beleid de druk opvoert richting de
ambtenaren die werken aan regulering van big tech.
Het CDA ziet grote problemen bij de Amerikaanse overname van Solvinity,
met name het ernstige risico dat met een beroep op de CLOUD Act de
Amerikaanse overheid ons systeem kan platleggen of zichzelf toegang tot
gegevens van Nederlandse burgers kan verschaffen. Onze fractie vindt het
goed dat de toezichthouders de voorgenomen overname en de mogelijke
gevolgen hiervan voor de nationale veiligheid en de marktconcurrentie
onderzoeken. Wij vinden het belangrijk om de uitkomsten hiervan af te
wachten, maar wat het CDA betreft liggen nu alle opties nog wel op
tafel. Dat herkennen wij onvoldoende terug in de brief die we gisteren
van de regering hierover kregen. Kan de staatssecretaris aangeven of wat
hem betreft de optie van het niet door laten gaan van de overname ook
nog op tafel ligt?
De heer Dassen (Volt):
Terecht wordt weer de CLOUD Act van de Verenigde Staten aangehaald,
waarmee de Amerikanen dus extraterritoriale zeggenschap eisen over wat
er hier in Europa gebeurt. Is de CDA-fractie het met mij eens dat dat
eigenlijk onacceptabel is?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank voor de vraag. Ja, dat zijn we met de heer Dassen eens. Dat is
onacceptabel, maar tegelijkertijd is dat wel een realiteit. Dat kwam ook
in de brief van de regering nog eens naar ons toe. Het is gewoon een
reëel risico dat die CLOUD Act in werking kan worden gezet en daarom
hebben we gewoon geen garanties vanuit het Amerikaanse bedrijf dat
Solvinity wil overnemen dat zij hiervoor kunnen gaan liggen.
De heer Dassen (Volt):
Ja, het is een realiteit. Maar daar zijn we zelf ook bij, zou ik zeggen.
Zouden wij als Europeanen dan niet moeten zeggen: de realiteit die de
Amerikanen hebben geschapen, pikken we niet, dus dat accepteren wij niet
meer en we zorgen dat er Europese wetgeving komt die dat voorkomt?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik ben het met de heer Dassen eens dat het heel goed is om ook in
Europees verband met elkaar op te trekken als je het hebt over digitale
soevereiniteit. Tegelijkertijd staan we wel gewoon voor de situatie
zoals die nu is. Natuurlijk kunnen we hier heel hard roepen: we pikken
het niet; dit is onacceptabel. Dat zal ik ook met u samen roepen. Feit
is echter wel dat de Amerikaanse wetgeving er gewoon toe kan leiden dat
mensen aansprakelijk kunnen worden gesteld in het bedrijfsleven en zelfs
persoonlijk aansprakelijk gesteld kunnen worden. Wij vinden het echt
heel ernstig dat dat het geval is. Dus ja, we moeten naar een situatie
toe dat we dit inderdaad kunnen voorkomen, maar we hebben nu wel te
maken met de CLOUD Act en daarom is het zo belangrijk dat wij deze
overname niet door laten gaan.
De heer Dassen (Volt):
Dit is natuurlijk één casus, maar zo zijn er straks heel veel te maken.
Want, zoals wij tijdens dit debat al zeggen, alle overheidsonderdelen
draaien op een Amerikaanse cloud, dus die vallen allemaal onder die
CLOUD Act. Zouden we niet met elkaar moeten onderzoeken of dit nog wel
wenselijk is en of we als Europa kunnen zeggen: dit kan niet in Europa
volgens onze regels, dus die CLOUD Act kunnen we naast ons
neerleggen?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik zou ook heel graag willen dat we dat kunnen zeggen, maar helaas
kunnen we dat op dit moment simpelweg niet zeggen omdat die CLOUD Act er
is en die de Amerikaanse regering in staat stelt om mensen aansprakelijk
te maken, ook al wil dit Amerikaanse bedrijf dat absoluut niet. Zij
zoeken ook naar alle mogelijke maatregelen om eventuele toegang tegen te
houden, maar die CLOUD Act is er. En ja, ik wil ook heel graag toe naar
een goed wettelijk kader dat voorkomt dat ze op enige manier nog enige
macht over ons hebben, maar je ziet het op dit moment. Ik rond af,
voorzitter. De gemeente Amsterdam probeerde in een aanbesteding digitale
autonomie op te nemen. Er werd nog een manifest ondertekend. We hebben
het Internationaal Strafhof gehad met de mails. Keer op keer laten
voorbeelden ons tot nu toe zien dat onze wettelijke grondslag gewoon
onvoldoende is. Die is niet toereikend. Ik hoop, samen met de heer
Dassen, de komende jaren hier in deze Kamer daaraan te werken, zodat die
wettelijke grondslag wel staat en we daarop kunnen vertrouwen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik wil aan mevrouw Zwinkels vragen hoe het nou precies zit met die CLOUD
Act. Ik zie de brief hier van de staatssecretaris. Die zegt dat het
onderzoek naar of wij inderdaad onder die Amerikaanse wetgeving vallen
op dit moment nog loopt. De gevolgen hiervan worden nog onderzocht en
mevrouw Zwinkels stelt wel heel stellig dat wij sowieso onder die CLOUD
Act vallen. Hoe verklaart u die twee?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Als de heer Van den Berg de alinea daarboven leest, leest hij volgens
mij dat dat wel degelijk een reëel risico is. Het staat er gewoon in
beschreven. Dat de gevolgen inderdaad nog niet klip-en-klaar zijn, deel
ik met de heer Van den Berg. Maar in de alinea erboven staat ook dat het
wel degelijk een reëel risico is dat we niet kunnen uitsluiten.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb het hier voor me. Het staat er niet. Die risico-inschatting wordt
op dit moment gemaakt en dat onderzoek is nog in volle gang. Bovendien
is de CLOUD Act niks anders dan de Europese wetgeving die gewoon bedoeld
is voor sancties tegen buitenlandse personen of organisaties. Hoe kan
Amerika nou met die CLOUD Act hier in Nederland iemand dwingen om data
van hier over te brengen naar de VS?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik ben het met de heer Van den Berg eens dat het bizar is om dat te
moeten constateren, maar dat is dus wel het geval. Er staat gewoon in de
brief die zojuist werd geciteerd dat het een reëel risico is. Uiteraard
wordt er verder nog een risicobeoordeling gemaakt. Ik heb zojuist,
tijdens mijn inbreng, voorgelezen dat wij die uitslag van de twee
toezichthouders echt willen afwachten. Daar heeft de heer Van den Berg
een terecht punt, maar het kan gewoon niet worden uitgesloten. Het
risico is gewoon heel reëel. Het is geen theoretisch of abstract begrip.
Er staat gewoon onder de brief dat dit zo op tafel ligt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Heel veel mensen zijn er natuurlijk van geschrokken dat DigiD werd
gekocht door Solvinity. We zijn er ook van geschrokken dat dit überhaupt
een commercieel bedrijf is. Is het voor het CDA, vraag ik via de
voorzitter, een optie om hier een staatsbedrijf van te maken.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
U kunt zich voorstellen dat het CDA niet meteen grijpt naar het middel
van nationaliseren van bedrijven. Ik denk dat het heel goed mogelijk is
om als overheid met het bedrijfsleven samen te werken, ook op dit vlak.
In de dataclassificatie hebben we natuurlijk ook de laag waarin het gaat
om staatsgeheimen, bijvoorbeeld bij Defensie. Het is heel belangrijk dat
we dat echt goed in eigen hand houden. Laten we kijken waar het mogelijk
is om met het bedrijfsleven samen te werken. Ik zie juist hierbij het
momentum om met het Nederlandse bedrijfsleven te gaan samenwerken en hun
meer de ruimte te bieden om die alternatieven te ontwikkelen. Dus nee,
ik grijp niet meteen naar het middel om als overheid alles te moeten
doen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar ik hoorde mevrouw Zwinkels eerder in haar eigen betoog ook zeggen
dat je nu helemaal geen soevereiniteit kunt eisen bij een aanbesteding.
Is het niet heel logisch om juist dit soort hele kritieke infrastructuur
wel publiek te maken?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik hoor een beetje dezelfde vraag. Ik sluit het niet uit. We moeten
gewoon met elkaar de komende tijd gaan uitvogelen welke route we het
beste kunnen bewandelen. Dit is voor mij dus ook een opties. Ik zei net:
alle opties liggen op tafel. Maar het is voor mij niet vanzelfsprekend
dat we het bedrijfsleven niet meer kunnen betrekken bij dit soort
infrastructuur. Ik denk juist dat er ook heel veel kennis en kunde
aanwezig is in het bedrijfsleven, maar dat we wel de juiste vangrails en
waarborgen voor onze publieke belangen — die vinden wij ook heel erg
belangrijk; denk aan de bescherming van gevoelige data over onze burgers
— kunnen garanderen. Daar zal het CDA altijd voor staan.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Natuurlijk moeten we goed samenwerken met het Nederlandse bedrijfsleven,
maar Solvinity was een Nederlands bedrijf. We hadden dezelfde
instelling. Is het daar dan niet ook misgegaan?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja, daar heeft u helemaal gelijk in, zou ik via de voorzitter willen
zeggen. Het is ook best wel frappant. Geef het een naam. Het is
"merkwaardig" dat dit bedrijf ervoor heeft gekozen om zich te laten
overnemen door een Amerikaans bedrijf. Stel je voor dat je 80% van je
omzet levert aan de overheid, in dit soort gevoelige omgevingen, zoals
platforms en databeheer. Ja, dan vind ik het inderdaad … "Slechte
timing" werd net al gezegd. Ik vind het een zeer onverstandig besluit om
je dan te laten overnemen, zeker als de gemeente Amsterdam zelfs nog
heeft vastgelegd die digitale autonomie zo belangrijk te vinden en je je
dan inschrijft op die aanbesteding, je blijkbaar hier in de Kamer een
jaar geleden een manifest hebt ondertekend en je dan deze keuze maakt.
Ik vind dat het bedrijfsleven hierin een hele grote verantwoordelijkheid
heeft.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Uiteindelijk is het ook de vrijheid van ondernemerschap dat je gewoon
mag zeggen dat je je eigen bedrijf gaat verkopen aan wie dan ook. Wil
mevrouw Zwinkels dat gaan tegenhouden? Mag dat straks niet meer of
zo?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik denk dat het heel belangrijk is dat we ons met elkaar realiseren dat
we hierbij te maken hebben met kritieke infrastructuur voor Nederland.
Dat is echt hele gevoelige materie. Ik vind het gewoon onverstandig dat
je je als bedrijf laat overkopen door een Amerikaans bedrijf. Dus nee,
wij grijpen niet zomaar in, maar ik denk dat we op dit moment echt het
landsbelang voorop moeten stellen. Ik zie dat de heer Heutink al naar
zijn plaats is gegaan.
De voorzitter:
Dat kwam doordat de voorzitter iets strenger werd. Ik wil nu het woord
geven aan de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb een vraag aan mevrouw Zwinkels. Weet zij of Solvinity op dit
moment een Nederlands bedrijf is, ja of nee?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Bij mijn weten is Solvinity een Nederlands bedrijf met Britse
aandeelhouders.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ben blij dat u dat antwoord geeft. Dan is het antwoord toch heel
helder? Solvinity is al heel erg lang geen Nederlands bedrijf meer.
Mevrouw Zwinkels stelt dat een Nederlands bedrijf wordt overgekocht door
een Amerikaans bedrijf, maar dat klopt dan toch niet, ook niet volgens
de woorden van mevrouw Zwinkels?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Wat ik zojuist heb gezegd, klopt wel. Het is een Nederlands bedrijf met
Britse aandeelhouders. Laat me vooropstellen dat wij het belangrijk
vinden dat het in Nederlandse dan wel Europese handen blijft. Dus ja, er
is prima de ruimte om bijvoorbeeld op zoek te gaan naar een Europese
koper.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan denk ik dat mevrouw Zwinkels het ook goed zou moeten vinden dat dit
nu zo loopt. Waarom? Kyndryl heeft gewoon een Nederlandse rechtspersoon,
net als Solvinity die heeft. Wat is dan het verschil?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik ben de afgelopen weken ook naar al die expertsessies geweest en heb
me daar goed laten informeren. Dan zie je dus dat er allerlei
verschillende risico's zijn, juridisch van aard, organisatorisch van
aard en reëel van aard, in de zin van: hoe groot is de kans nou dat het
zover komt? In die discussies zie je dat nu het risico bestaat dat de
Amerikaanse regering Nederlandse systemen kan platleggen en bij
gevoelige data kan. Dát is juist het verschil waar de heer Van den Berg
mij op bevraagt. Dat verschil vinden wij zeer onwenselijk.
De voorzitter:
Dank u wel. Was u al klaar met uw betoog?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Nee, verre van.
De voorzitter:
Dan vervolgt u het.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Het is tijd voor een hoopgevend perspectief, want het kan en moet echt
anders. In Nederland lopen we voorop bij digitalisering. Zo hebben we
een innovatief ecosysteem van bedrijven en onderzoekers dat in de
startblokken staat om de uitdaging aan te gaan. Er is nu momentum
ontstaan om digitale soevereiniteit te vertalen naar concrete actie. De
komende tijd willen wij doen wat nodig is: de juist stappen zetten in de
goede richting, in samenwerking met de overheid, het maatschappelijk
middenveld en het bedrijfsleven. Wel dienen meerdere dingen
tegelijkertijd gecoördineerd te worden opgepakt. Allereerst is het nodig
om bij aanbestedingen te eisen dat de partij in Nederlandse of Europese
handen is, met aandacht voor zowel de financiële structuur alsook de
zeggenschap, en met heldere definities en een juridisch houdbare
grondslag, bijvoorbeeld op basis van het Europese soevereiniteitskader.
We willen dus het liefst aan de voorkant risico's voorkomen.
Wat ons betreft kan hier ook een change-of-controlbepaling een rol in
spelen: wanneer het bedrijf toch in buitenlandse handen valt, laten we
dan alle contracten zo snel mogelijk ontbinden. Hoe kijkt de
staatssecretaris hiernaar? Is dit nog een optie voor Solvinity? Hoe
kijkt de regering naar het toepassen van de zogenaamde
poisonpillbepalingen, waardoor bij ongewenste overnames zeggenschap over
een deel van de aandelen in Nederlandse handen komt?
Hierbij moet mij wel iets van het hart. Het CDA staat voor gespreide
verantwoordelijkheid. Wij zijn van mening dat bedrijven ook
verantwoordelijk zijn. Ik had het er al over. Daarom ben ik er ook
oprecht verbaasd over hoe je als bedrijf dat grotendeels voor de
Nederlandse overheid aan gevoelige diensten werkt, kan kiezen voor zo'n
overname.
De voorzitter:
Maakt u uw verhaal maar even af.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Prima. Hiernaast moeten we tijdig risicoanalyses uitvoeren en in kaart
brengen welke digitale dienstverlening reeds in Europa beschikbaar is.
Klopt het dat zulke analyses tot nu toe geen onderdeel uitmaken van de
staande praktijk?
Tot slot dienen we breder te kijken naar de digitale infrastructuur in
de publieke sector: niet van casus tot casus maar door de basis op orde
te brengen, met centrale aansturing en doorzettingsmacht voor de nieuwe
bewindspersoon, van reactief naar proactief. Dat zou ook het vertrouwen
van onze burgers in de overheid versterken. Laten we deze slag samen
gaan maken, op een ambitieuze en realistische manier.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van de heer Stoffer, SGP.
De heer Stoffer (SGP):
Ik zat zo een aantal interrupties af te wachten, ook in het betoog van
mevrouw Zwinkels, wat overigens een goed betoog is.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel.
De heer Stoffer (SGP):
Hoe kijkt mevrouw Zwinkels aan tegen het idee dat ik opperde in mijn
bijdrage: het Rijkswaterstaatmodel. Onze wegen en waterwegen, overigens
ook de spoorwegen met ProRail, zijn in eigendom van de Staat. Het
onderhoud en het maken van nieuwe dingen wordt allemaal door het
bedrijfsleven gedaan, maar de Staat blijft het echte eigendom houden,
oftewel: daar gaat zo'n bedrijf niet over. Zou zo'n model misschien te
verkennen zijn voor de situatie waarin we nu zitten? Kijkend naar de
historie van Solvinity — daar werd net ook een vraag over gesteld door
JA21 — begon het in mijn ogen met een paar goed ondernemende mensen uit
Nederland, maar uiteindelijk wordt het groter en dan zie je in het
bedrijfsleven toch vaak dat het wordt overgenomen. Dat voorkom je ook
niet tot in de puntjes. Als er ergens wetgeving is waarmee we dat met
elkaar strak hebben gesteld, dan ga je echt wel weer ergens een gat in
de wet vinden en glipt het je toch net uit handen. Zou het
Rijkswaterstaatsmodel of ProRailmodel voor de situatie waar we het nu
over hebben misschien een weg zijn om te verkennen?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik denk dat het zeker interessant is om alle opties op tafel te hebben.
Toevallig ken ik Rijkswaterstaat en ProRail ook zeer goed uit mijn eigen
werkzame leven. In de casus van Solvinity is het wel zo dat Logius, dus
de overheid, in principe ook de eigenaar is. In die zin is Solvinity een
van de dienstverleners of, als je het zo wilt noemen, een van de
leveranciers. Dus ik weet niet of dit echt een antwoord is en dit een
oplossing gaat bieden voor het probleem waar we nu met elkaar voor
staan, maar laten we kijken wat we daarvan kunnen leren. Ik denk dat die
inspiratie en structurele oplossingen voor de hele overheid heel erg
welkom zijn.
De heer Dassen (Volt):
Ik kom even terug bij het begin. Toen werd er namelijk gesteld dat in
het coalitieakkoord veel goede dingen staan. Ik had eerder al een
interruptie op de VVD, waarin ik zei dat één klein ding mist, namelijk
het geld om ervoor te zorgen dat we het allemaal waar kunnen maken. Hoe
is het CDA van plan om dit te gaan betalen?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik denk dat dat een terechte constatering is van de heer Dassen. Laat me
vooropstellen dat we met het coalitieakkoord ook hebben gepoogd om
digitale zaken een veel prominentere rol en positie te geven en om die
ook veel centraler aan te sturen. Op dit moment zijn alle ministeries
zelf eigenlijk het wiel aan het uitvinden, platvloers gezegd. Ik denk
dus dat we een hele grote mooie slag kunnen maken met zo'n digitale
dienst en met één bewindspersoon die dat op een veel efficiëntere en
veel effectievere manier gaat inrichten. Ik denk dat we daar ook al heel
ver mee gaan komen. Het tweede deel van het antwoord op de vraag zou
zijn dat we dit ook wel mogen zien in het kader van weerbaarheid van
onze samenleving. Zoals u ook weet, zeg ik via de voorzitter, gaat er de
komende tijd veel geld naar Defensie. We werken met elkaar van 3,5% toe
naar 5%. Ik speel met de gedachte om de 1,5% die daartussen zit wat
breder in te zetten voor weerbaarheid, dus niet alleen voor
defensiematerieel, maar ook met het oog op onze kritieke infrastructuur
en met het oog op onze grondstoffen. Dat zijn ook allemaal geopolitieke
middelen geworden in deze tijd. Mogelijk vinden wij met elkaar in de
komende periode ruimte om ook wat budget vrij te maken voor digitale
zaken vanuit dat budget. Maar nogmaals, daar moeten we met elkaar nog
over spreken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Het is natuurlijk cruciaal dat we dat geld gaan vinden, want als je een
bewindspersoon hebt … Ik vind het heel jammer dat dat geen minister van
Digitale Zaken is geworden, die dit echt met regie en mandaat, maar dus
ook met budget in gang kan gaan zetten. Dit budget komt tekort, dus daar
moeten we nog voor aan de bak. Het gaat miljarden en miljarden kosten,
dus ik hoop dat het CDA snel op de lijn komt wat betreft hoe we dat dan
kunnen oplossen met elkaar.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Een korte reactie nog op deze laatste opmerking. Ik denk dat het geld op
dit moment simpelweg niet voor het oprapen ligt, dus ik denk dat we ook
moeten gaan zoeken naar de juiste oplossingen met elkaar. Ik ben heel
erg blij dat er een staatssecretaris komt voor Digitale Zaken, zowel
voor de economische kant, omdat het ook heel veel kansen gaat bieden,
als voor de soevereiniteit, privacy en al die digitale ethiek. Ik denk
dat dat gewoon heel goed is. Dat gaat ons helpen, dus laten we daar met
elkaar naar op zoek gaan.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer Dassen (Volt):
Het geld ligt niet voor het oprapen, maar als dit heel belangrijk is,
als dit prioriteit heeft en als we zien dat deze afhankelijkheid van de
Verenigde Staten onacceptabel is en dat we daar wat aan willen doen, dan
moet dat geld wel heel snel gevonden worden. Dat moet er niet pas over
een jaar zijn, want dan lopen we natuurlijk achter de feiten aan en dan
staan we hier elke week.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik denk dat u in het coalitieakkoord duidelijk kunt lezen dat we heel
veel gaan investeren in die nieuwe economie. Daar zit ook de digitale
technologie in. We gaan aan de slag met innovaties. Er wordt volgens mij
zelfs een apart agentschap voor opgericht. Dus ja, volgens mij komt er
juist ook echt wel ruimte om te investeren in het Nederlandse
bedrijfsleven om die verantwoorde innovaties te gaan ontwikkelen. Ik
hoop dat we dan straks met elkaar tot betere Europese alternatieven
kunnen komen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Kathmann van
GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Op het moment dat je aan DigiD komt, kom je aan
Nederland. Meer dan 160.000 mensen tekenden een petitie die we vorige
week overhandigd kregen door de initiatiefneemster, Karin. Ze zei het
eigenlijk heel treffend: "We hebben geen DigiD; we zijn DigiD. Het is je
digitale identiteit." Dat moet ons tot actie dwingen.
Ik hou de probleemanalyse kort, want volgens mij is die al heel vaak
geschetst. Eigenlijk hangt heel Nederland, in ieder geval 80%, aan een
bigtechinfuus. Dat betekent dat we compleet in handen liggen van de
Amerikanen. Dat is problematisch, want — dat werd net al genoemd — er is
een CLOUD Act. Gegevens die wij hier in dienstverlening hebben zitten,
ook al bevinden de datacenters zich op Europees grondgebied, kunnen dus
hop, door Trump worden opgehaald. Ook wordt dienstverlening steeds meer
ingezet als geopolitiek drukmiddel, eigenlijk soms ook wel als
geopolitiek wapen. Daarmee maak je je eigen dienstverlening dus gewoon
heel kwetsbaar. De kans bestaat dat die gewoon wordt uitgezet.
GroenLinks-PvdA accepteert deze risico's niet; het zijn namelijk
risico's, niet alleen van nationaleveiligheidsaard. Het was al een
probleem toen Trump niet aan de macht was. Je moet nooit al je eieren in
één mandje willen leggen. Je moet niet afhankelijk willen zijn van
Amerikaanse spelers. Wij moeten zelf onze digitale broek weten op te
houden. Dat is ook veel beter voor ons toekomstig verdienvermogen, want
de economie van de toekomst is digitaal en duurzaam, zoals we steeds
maar blijven roepen. We hebben ook weleens gehoord dat we er rekening
mee moeten houden dat er steeds vaker storingen zijn. Als we dan niks
meer zelf kunnen repareren, schiet dat ook niet op. De risico's zijn dus
echt immens. Op dit moment spelen we dus zelfs een gevaarlijk spel met
de Amerikanen, met onze digitale veiligheid als inzet. Nederland wordt
veiliger, welvarender en sterker als we zelf de baas blijven over onze
data en onze dienstverlening.
We hebben de oplossingen namelijk gewoon in huis. Het verhaal dat er
geen alternatieven zijn, klopt gewoon niet. Op 26 januari nodigde ik
samen met andere partijen de knapste koppen van Nederland op het gebied
van ICT uit: ondernemers die al jarenlang onze ziekenhuizen beveiligen
en ondernemers die de digitale overheid draaiende houden. Daar kwam het
verslag uit dat ik hier in mijn handen heb. Je kunt dat ook online
vinden. Ik wil geen reclame maken, maar ik wil het op een
niet-Amerikaans platform zetten: op barbarakathmann.nl en op Mastodon.
Dat laatste is een Duitse non-profitorganisatie. Daar weet je het dus te
vinden. Ik geef het verslag ook graag even aan de bewindspersonen, met
de vraag of ze het ter harte willen nemen.
GroenLinks-Partij van de Arbeid wil vandaag namelijk naar oplossingen
kijken en die heb ik. Ten eerste breng ik de aangehouden motie om de
processen achter DigiD in Nederland te houden in stemming, en dat met
heel veel mensen en partijen hier in de Tweede Kamer. Van links tot
rechts roepen we als Kamer op om met alle opties die we hebben de
overname van Solvinity tegen te gaan. De infrastructuur waar DigiD op
draait, hoort gewoon in Nederlandse handen te blijven.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ga toch nog even in op de website van mevrouw Kathmann, want ik zag
er wel wat meer op staan, namelijk dat mevrouw Kathmann ook stelt dat er
een Nederlandse koper voor Solvinity was. Welk bedrijf zou dat dan zijn?
Waar baseert u die informatie die op uw website staat dan op?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het lastig, want ik wil het meeste hier gewoon in de
openbaarheid doen, maar toen de experts hier in de Kamer waren, waren
ook mensen aanwezig die onderdeel zijn van het consortium dat die koop
zou willen doen. Op dit moment ben ik echter niet de persoon die nu moet
gaan roepen "het zijn deze, deze en deze partijen en dit willen ze
ervoor neerleggen", maar die koper is er en die staat nog steeds
klaar.
De heer Van den Berg (JA21):
Is het niet zo dat we hier juist gewoon met elkaar het debat moeten
kunnen voeren over informatie die beschikbaar is? Tot nu toe blijft dit
niets meer dan een gerucht. Dat is hetzelfde als met dat bod: u zei op
uw website dat er een verhoudingsgewijs klein verschil van enkele
miljoenen euro's in prijs tussen de bieders zat. Waar baseert mevrouw
Kathmann dat dan op?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dat baseer ik eigenlijk op meerdere nieuwsberichten, volgens mij van NOS
en EenVandaag. Volgens mij zijn er nog een aantal media geweest die die
informatie hebben gebracht. Die hebben direct met de partij gesproken
die dat bod heeft uitgebracht. Ik heb de mensen achter die berichten dus
ook gevraagd of ze direct met die bieders hebben gesproken. "Ja, dat is
zo." Ze hebben directe bronnen die dat hebben bevestigd, ook de mensen
die zelf achter het bod zitten.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van den Berg (JA21):
Mijn ervaring uit het bedrijfsleven is ook dat wanneer een partij de
aanbesteding verliest, die vaak wel een beetje zuur gaat zitten doen.
Dat lijkt mij hier misschien ook wel het geval. De feiten die u dan
brengt … Nou, "feiten" … We weten gewoon niet precies hoe het zit. Ik
vind dat GroenLinks-Partij van de Arbeid er niet zo stellig over moet
zijn dat het allemaal zo makkelijk is, door te zeggen dat het had gekund
met een Nederlands bedrijf, alsof het om wisselgeld gaat. Zo is dat
gewoon niet en we weten het bovendien ook helemaal niet.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
We weten het wél. Er is namelijk een bod uitgebracht dat enkele
miljoenen lager lag dan het bod dat is uitgebracht door Kyndryl. Dat is
gewoon een feit. We weten inmiddels ook dat er wel degelijk gekeken is
naar de optie om het helemaal via de overheid te doen. Dat zijn gewoon
dingen die wel waar zijn. Ik ben het ook zeker met de heer Van den Berg
eens dat het zeker niet makkelijk is.
Mevrouw Wendel (VVD):
Mevrouw Kathmann en ik kunnen elkaar vinden op het punt dat we het
allebei belangrijk vinden dat we zo snel mogelijk autonoom worden op het
gebied van onze vitale digitale infrastructuur, maar ik hoorde mevrouw
Kathmann zojuist zeggen dat dat nu al kan. De afgelopen tijd zijn we met
veel experts in gesprek gegaan, waarvoor ook dank aan mevrouw Kathmann.
De afdronk die ik daarvan had, was toch dat vele experts zeiden dat we
inderdaad een hele hoop kunnen en dat ze zeker optimistisch zijn — dat
ben ik persoonlijk ook, want ik heb veel vertrouwen in het bedrijfsleven
— maar dat ook de kanttekening werd gemaakt dat we dan wel akkoord
zouden moeten gaan met een 80%-variant van de functionaliteiten die we
nu hebben. De concrete vraag die ik aan mevrouw Kathmann wil stellen, is
dus of zij vindt dat we nu akkoord moeten gaan met een 80%-versie en dus
nu direct al autonoom moeten worden. Of zegt mevrouw Kathmann dat we het
kabinet de opdracht meegeven om dit zo snel mogelijk verder uit te
werken om te onderzoeken wat de opties zijn?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Die 80% ging volgens mij niet concreet over de casus-DigiD, want als er
een andere koper is voor Solvinity, kan het gewoon op deze manier door
blijven lopen. Eigenlijk ging die 80% over: wat nou als we helemaal
compleet onafhankelijk willen zijn van Amerikaanse technologie. Kunnen
we dan alles? Nee, dan kunnen we zeker niet alles, maar dat was nou
juist ook de conclusie van dat gesprek: hier moeten we ook mee ophouden,
want deze beer op de weg kennen we. De andere beer op de weg is dat het
naïef is om te zeggen dat we morgen allemaal van die Amerikanen af
moeten. Nee, dat is ook niet de wens. Als we dat blijven roepen, gaan we
nooit iets doen. We hebben geconcludeerd dat er alternatieven zijn, dat
dit voor sommige applicaties, functies en digitale dienstverlening 100%
betekent en dat dit voor andere misschien 60% betekent. Gemiddeld is dat
dan 80%. Laten we dan zo snel mogelijk kijken wat we voor 100% kunnen.
Sommige ondernemers bedienen nu al miljoenen Nederlanders. Ze kunnen dus
ook op schaal dingen doen of ze beveiligen nu al onze ziekenhuizen; dat
kunnen ze voor meer ziekenhuizen doen. Zij zeiden: "Kom maar op met je
orders, overheid, semioverheid, Belastingdienst en NS! Daar worden onze
applicaties nog beter van. Sterker nog, misschien kunnen wij wel naar
een 120%-versie." Het gaat er vooral om dat we dingen in kleine stappen
gaan doen. Begin ergens en ga daar bewijzen dat het kan! Pak één
ministerie. Een ondernemer opperde ook nog: desnoods Staatsbosbeheer.
Maar ga iets doen! Dan kunnen wij bewijzen dat we het kunnen. Daar ging
die 80% over.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Mevrouw Wendel (VVD):
Tot slot. Dan kan GroenLinks-PvdA ons aan haar zijde vinden. Volgens mij
is het heel goed om op deze optimistische manier samen deze uitdaging
tegemoet te treden.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik lees net het bericht van negen uur geleden dat het aandelenbedrag van
Kyndryl met 55% is gedaald omdat de SEC een boekonderzoek gaat doen. Die
vertrouwt de financiën niet. Grote problemen aldaar. Mijn vraag aan toch
wel de techexpert van de Tweede Kamer, die zelfs met voorkeur op dit
onderwerp is gekozen, is: wat vindt u hier nou van en biedt dit geen
kansen?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het vooral heel verdrietig voor het bedrijf, want ze zijn
inderdaad voor 50% in waarde gedaald, en dat heel rap en snel. Dat roept
wel vragen op over de stabiliteit van dit bedrijf, zeker ook als er
dingen geroepen worden dat het op omvallen zou staan. Dan vraag je je
ook weer af of je daar weer je digitale dienstverlening parkeert.
Nogmaals, ik heb daar één bericht over gelezen. Ik weet niet van de hoed
en de rand. Dus ik zou daar vandaag ook wel veel meer over willen horen
van de bewindspersonen.
De heer Dassen (Volt):
Mevrouw Kathmann zegt terecht dat er Europese initiatieven zijn. Maar
die moeten we ook aanjagen, helpen en stimuleren om aan de slag te gaan.
Zij noemt Staatsbosbeheer en nog een paar anderen. Zouden we niet als
Tweede Kamer, als parlement, zelf het goede voorbeeld moeten geven?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dat lijkt me een heel goed punt, want wij zelf hier hangen ook allemaal
aan dat Microsoftinfuus. Sterker nog, we zijn nog helemaal niet zo lang
geleden met z'n allen overgegaan. Dat hebben die ondernemers ook
aangegeven. Zij kunnen al prima voor 100% leveren wat wij aan
faciliteiten nodig hebben in de Tweede Kamer.
De heer Dassen (Volt):
Zouden we dan ook niet vandaag het Presidium moeten oproepen om te
zorgen dat er zo snel mogelijk een routekaart wordt ontwikkeld om te
zorgen dat de Tweede Kamer op Europese alternatieven gaat draaien, in
plaats van op de Amerikaanse?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
We moeten ergens beginnen. Ik zou deze oproep ook wel willen
ondersteunen. Ik kom zelf dadelijk met een voorstel om te beginnen met
het ministerie van Algemene Zaken. Dat heb ik niet voor niets gekozen,
want ik dacht: als we dan een eerste stap moeten zetten, laten we het
dan zo makkelijk mogelijk maken. Algemene Zaken werkt namelijk over het
algemeen bijna alleen met staatsgeheimen. De situatie zou al zo moeten
zijn dat we helemaal niet bij de Amerikanen zitten. Zo is die situatie
niet. Maar het ligt daar wel wat makkelijker, omdat we daar al niet voor
100% afhankelijk zijn. Dat ministerie van Algemene Zaken zou dus de
eerste makkelijke stap zijn om echt bewijs te leveren. Daarom zou ik
daarvoor kiezen. Maar ik wil zeker met de heer Dassen mee, want ik wil
zelf ook zo snel mogelijk van dat infuus af.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Dat lijkt me heel goed. Volgens mij heeft het ministerie van Algemene
Zaken deels eigen servers, juist om ervoor te zorgen dat die
staatsgeheimen apart worden neergezet. Ik ben ook heel benieuwd naar de
routekaart van het kabinet, omdat we natuurlijk opgeroepen hebben om
ervoor te zorgen dat de Nederlandse overheid volledig overgaat op de
Europese alternatieven.
Mevrouw Beckerman (SP):
Heel veel mensen schrokken enorm van het nieuws over de overname van
Solvinity. Ik dacht ook: waarom is dit überhaupt commercieel? Dus ik heb
ook de vraag aan mevrouw Kathmann: wat zou haar gewenste oplossing zijn?
Is die het consortium van bedrijven, dus dat het weer commercieel wordt?
Of is een staatsbedrijf ook een optie?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
De gewenste oplossing zou zijn: volledig in eigen handen. Een
functionaliteit als DigiD nationaliseren lijkt mij helemaal niet raar.
Ook heel veel burgers en mensen die nog een veel groter geloof in de
marktwerking hebben dan ik, die het nog niet hebben opgegeven, vonden
het ongelofelijk raar. De eerste vraag die mensen aan mij stelden was
eigenlijk ook: hè, maar dat is toch niet van een bedrijf? Als ik daar
inlog, is dat toch gewoon de overheid? In het kader van de
vertrouwensband die overheid en burger met elkaar moeten hebben, zou dit
de ultieme oplossing zijn. Maar de heer Van der Burg zei net terecht dat
het allemaal niet zo makkelijk is. Het is best ingewikkeld. Ik zou dit
dus als ultieme oplossing willen hebben, maar als we daarmee de boel
vastzetten en het daarmee misschien niet lukt en we deze niet uit kunnen
lopen en het daardoor niet in Nederlandse handen komt … Ik vind nu het
allerbelangrijkste dat we DigiD weer helemaal Nederlands maken, want dat
is het op dit moment niet.
De voorzitter:
Het was de heer Van den Berg.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
O, sorry, ik zei Van der Burg.
De voorzitter:
Ja, dat is iemand anders. Mevrouw Beckerman, tot slot.
Mevrouw Beckerman (SP):
De heer Van den Berg gaat nog even hyperventileren. Maar voor dat
enthousiasme dat we zagen bij de briefings, zou dit nu juist het moment
moeten zijn. Als je er nu namelijk weer een stap tussen zet met een
commercieel bedrijf, loop je nog steeds diezelfde risico's. Moeten we
dus niet direct die eerste stap zetten?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ja. Laten we dit zo snel mogelijk uitlopen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik wil toch even vragen naar de opmerking dat we DigiD nu alsnog moeten
gaan overnemen. Ik heb Kamervragen gesteld aan de minister, en in de
antwoorden werd gesteld dat Solvinity zich heeft aangeboden aan de
overheid maar dat daar niet op is gehandeld. Nu is het intussen
overgenomen door Kyndryl. Vindt u het echt geloofwaardig, mevrouw
Kathmann, om nu alsnog een overname te gaan doen?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Wat ik in ieder geval geloofwaardig vind, is dat wij vandaag een oproep
doen aan het kabinet. Alle handtekeningen staan er ook al onder. Nou,
niet alle, maar het zijn er wel heel veel, van links tot rechts. Een
meerderheid van de Kamer wil gewoon vandaag een oproep doen aan het
kabinet: zorg er linksom of rechtsom voor dat DigiD, dat nu in handen
van de Britten is — u zei dat zonet terecht — gewoon een helemaal
Nederlands bedrijf wordt. Daarvoor moeten we verschillende wegen gaan
bewandelen. We moeten ook nog afwachten of de onafhankelijke
toezichthouder nog grond ziet om iets af te wegen. Ook hebben we een
beroep gedaan op de kopers. Zij zijn hier geweest en wij zijn uitgebreid
met hen in gesprek gegaan, van: valt er nog iets te doen in die deal,
met een gouden aandeel voor Nederland? Er werd zonet ook al even gezegd:
kan je het eruit trekken en kijken of je iets kan veranderen aan het
eigenaarschap? Misschien valt er dus nog iets in de deal te doen. In
ieder geval ben ik van de lijn dat we alles op alles moeten zetten om
ervoor te zorgen dat het in Nederlandse handen blijft. En ja, daarvoor
wil ik ver gaan. Misschien wil ik wel verder gaan dan in andere
gevallen, omdat het gaat over de vertrouwensband tussen de overheid en
de burger. Je kan niks met de overheid zonder DigiD, en we weten hier
hoe het vertrouwen in de overheid er op dit moment voor staat. We moeten
alles op alles zetten om dat beter te maken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ben vooral voor een betrouwbare overheid. Ik hoop dat mevrouw
Kathmann dat ook is, want kijk, het is nu gewoon mosterd na de maaltijd.
We hadden vorig jaar de kans. Als we nu alsnog gaan ingrijpen, na al die
mogelijkheden, is dat alsof we in de trein in slaap zijn gevallen en de
halte hebben gemist, en dan alsnog aan de noodrem gaan trekken. Dat is
geen betrouwbare overheid.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Maar we hebben het hier niet over Kiosk, maar over DigiD. Ik ga dan voor
een betrouwbare overheid waar alle Nederlanders op kunnen rekenen. Dat
is mijn prioriteit nummer één.
De voorzitter:
Ja. Kunt u uw betoog afronden?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ja. Ik zei al dat we naar oplossingen toe moeten, en die heb ik. Eén. We
gaan met een hele brede coalitie hier een motie indienen die het kabinet
oproept om alles op alles te zetten om het in Nederlandse handen te
houden. Ten tweede zou ik me het volgende kunnen voorstellen. We weten
dat de contracten na twee jaar aflopen. Mocht de overname doorgaan, zeg
dan in ieder geval zo snel mogelijk die contracten op en breng ze onder
bij een Nederlandse partij. Ten derde vraag ik als Kamerlid inzage in
deze overname. Het is hoogste uitzonderlijk, maar ik zal per motie
voorstellen om als Kamer vertrouwelijk geïnformeerd te worden over de
overname en het proces bij Bureau Toetsing Investeringen. Ten vierde zou
ik graag willen voorstellen — ik zei het zonet al tegen de heer Dassen —
dat we het ministerie van Algemene Zaken zo snel mogelijk van het
Amerikaanse bigtechinfuus halen. Waarom dat ministerie? Zij moeten er
eigenlijk nu al af zijn, want ze werken heel veel met staatsgeheimen.
Vijf is een interdepartementaal beleidsonderzoek over digitaal. Van alle
ministeries moeten dan dus de knapste koppen samenwerken om in kaart te
brengen waar onze ICT kwetsbaar is en maatregelen te bedenken om de
afhankelijkheid van Amerika af te bouwen.
En tot slot, omdat we hier breder praten over digitale soevereiniteit:
zet de cloud effe out. Het zou heel goed zijn om een stresstest te doen.
We moeten dus een keer een dag prikken waarop een aantal onderdelen van
die ministeries de cloud gewoon eens heel even uitzetten. Dan zien we
waar onze afhankelijkheden zitten. Vandaaruit kunnen we dan ook een plan
maken.
Wat ik dus wil zeggen is: aan de slag! Toch?
De voorzitter:
Een korte vraag van de heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Dat zijn mooie punten. Ik heb een vraag over het laatste punt. Er ligt
een aangenomen motie van de Kamer waarin staat dat er in 2026 een
routekaart moet komen om te zorgen dat alle ministeries en de hele
overheid Europese alternatieven gaan gebruiken. Moeten we er vandaag
niet toe oproepen dat het kabinet daarmee sneller aan de slag gaat,
zodat die routekaart binnen een paar maanden in de Kamer ligt en we de
versnelling kunnen gaan inzetten?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ja, dat moeten we vandaag ook doen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb twee dingen. Ik denk niet dat het goed is als de politiek zich zo
op microniveau, zoals bij "even de servers uitzetten", met de
bedrijfsvoering gaat bemoeien. Daar moeten we als overheid gewoon
centraal beleid voor maken, en niet op zo'n microniveau.
Dan als laatste de toets waarmee we vertrouwelijk geïnformeerd kunnen
worden. Ik denk niet dat dat met een motie hoeft; ik denk dat we dat
gewoon aan de minister kunnen vragen. Dat bespaart ons allemaal een hele
hoop gedoe, toch?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik dien moties altijd pas in als ik het antwoord van de minister heb
gekregen. Of ik mijn moties indien of niet, hangt daarvan af. De
stresstest is geen microbeleid. Het is een stresstest. Het gaat gewoon
om testen hoe afhankelijk we zijn en hoe problematisch dat is. De
afgelopen twee jaar hebben we met heel veel partijen gezamenlijk keihard
geknokt om heel veel voor elkaar te krijgen. Er staat ook al heel veel
op papier. We zouden die rijkscloud allang hebben gebouwd en we zouden
allang veel onafhankelijker worden van Amerikaanse big tech. Het
tegendeel blijkt de hele tijd. Dan is zo'n stresstest nodig, want
daarmee beseffen we de ernst van de situatie.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat het vak van D66 opeens heel goed gevuld is. Dat
betekent dat we ruimte gaan maken voor mevrouw El Boujdaini, die haar
maidenspeech gaat houden. Zij hoeft niet geïnterrumpeerd te worden.
Sterker nog, zij heeft gevraagd niet geïnterrumpeerd te worden. Veel
succes. Het woord is aan u.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Voorzitter. Dat ik hier vandaag mag staan, is een enorme eer. Als klein
meisje leek de Kamer zo ver weg, maar nu sta ik hier. Als vrouw met
Marokkaanse wortels, geboren en opgegroeid in Brabant, kijk ik met trots
terug op de weg die ik heb afgelegd en de lessen die mij hebben gevormd
tot wie ik vandaag ben. Die weg was niet altijd vanzelfsprekend. Ik heb
vroeger niet altijd het voordeel van de twijfel gekregen. Op de
basisschool zag ik hoe andere kinderen met dezelfde Cito-score dat
voordeel wél kregen. Ik kreeg het nadeel van de twijfel. Dat deed pijn,
maar dat maakte mij ook strijdbaarder.
Gelukkig heb ik onderweg ook mensen ontmoet die wel in mij geloofden en
mij kansen gaven, docenten op het mbo, het hbo en de universiteit die
verder keken en mijn potentie zagen. Mijn mentor op de hogeschool was
zo'n persoon. Zij liet mij zien dat een persoon het verschil kan maken
voor een ander. Tijdens mijn onderwijsreis leerde ik doorzetten, juist
wanneer ik werd onderschat. Op die momenten dacht ik: moet jij eens
opletten; ik kan dit wél.
Die mentaliteit heb ik te danken aan mijn familie. Zij zijn voor mij hét
voorbeeld van hard werken, volhouden en durven. De een is vanaf de basis
iets voor zichzelf begonnen en de ander blijft zich voortdurend
ontwikkelen. Ze zijn niet bang voor nieuwe uitdagingen, ongeacht hun
leeftijd. Mijn ouders zeiden altijd tegen mij: zorg ervoor dat je voor
jezelf kunt zorgen, je studie haalt, en je niet uit het veld laat slaan.
Dat heb ik goed in mijn oren geknoopt. Maar zij leerden mij ook iets
anders: oog houden voor de mensen om je heen. Met mij zijn er namelijk
velen die nog steeds structureel het nadeel van de twijfel krijgen. Dat
onrecht wordt vandaag de dag steeds versterkt door algoritmes die
stereotyperingen bevestigen in plaats van doorbreken.
Voorzitter. Ik behoor tot de bruggeneratie, een generatie die
grotendeels opgroeide zonder sociale media zoals we die vandaag de dag
kennen. Ik herinner me de eerste computer thuis, het internet dat niet
aan kon als de huistelefoon in gebruik was en het om de beurt msn'en na
schooltijd. Later kwam Hyves en veranderden de berichten in krabbels.
Krabbels werden reacties op Facebook. Reacties werden tweets op Twitter,
foto's op Instagram en video's op TikTok. Ondertussen gebruikten we Word
en PowerPoint voor onze schoolopdrachten. We zijn eraan gewend geraakt.
Technologie is langzaam maar diep ons leven binnengedrongen. Het zorgt
ervoor dat we online met elkaar kunnen communiceren, foto's kunnen delen
en een mooie presentatie kunnen maken, maar het brengt ook nieuwe
risico's mee, zoals de verspreiding van deepfakes. Die beschadigen
mensenlevens, ondermijnen het vertrouwen en maken het steeds moeilijker
om de waarheid van manipulatie te onderscheiden. Dat mogen we niet laten
gebeuren, want zonder vertrouwen is er geen democratie. Tegelijkertijd
bieden nieuwe technologieën, zoals kwantum en AI, ook enorme kansen. We
kunnen werkzaamheden automatiseren, accuratere diagnoses stellen en met
meer rekenkracht meer onderzoeken uitvoeren. Maar we moeten ons wel
afvragen wie de daadwerkelijke regie heeft over de technologieën die we
gebruiken.
Voorzitter. De geopolitieke realiteit is veranderd. Digitale
weerbaarheid is nationale veiligheid. Die staat onder druk. In mijn
jarenlange ervaring met digitalisering bij de overheid heb ik die
discussies meegemaakt. Gebruiken we Microsoft Azure, of toch niet? Hoe
zit het dan met onze onafhankelijkheid en afhankelijkheid? Wat is de
juiste keuze? Dit zijn niet alleen maar keuzes die departementen zelf
moeten maken. Het is ook aan de politiek om hier richting aan te geven.
Wanneer cruciale overheidsdiensten afhankelijk zijn van niet-Europese
bedrijven en buitenlandse wetgeving, brengt dat risico's met zich mee.
Als overheid hebben we namelijk een fundamentele verantwoordelijkheid om
ervoor te zorgen dat mensen hun belastingaangiftes kunnen doen en hun
DigiD kunnen gebruiken, en dat ambtenaren bij hun digitale werkplek
kunnen. Dat zijn geen luxevoorzieningen, maar voorzieningen die
essentieel zijn voor onze samenleving. Die mogen niet onder de rode knop
van Amerika liggen.
Daarom steunt mijn fractie de verkoop van Solvinity niet. Met die
verkoop zouden we gedwongen meer regie en controle over onze digitale
infrastructuur uit handen geven. We kunnen het ons niet permitteren om
nog afhankelijker te worden van partijen aan de andere kant van de
oceaan. We moeten de regie terugpakken. In de beantwoording van vragen
van collega Van den Berg blijkt dat Logius en Justitie en Veiligheid
door Solvinity zijn gepeild voor een eventuele overname van Solvinity.
Dat roept vragen op. Waarom is de Kamer hier niet eerder over
geïnformeerd? Waarom is ervoor gekozen om Solvinity niet over te nemen?
Zijn de staatssecretaris en de minister het met mij eens dat duidelijke
kaders nodig zijn voor wanneer de overheid volledige, beperkte of geen
regie moet hebben over digitale diensten? Zo ja, zijn zij bereid deze
kaders op te stellen, zodat we bewuste keuzes kunnen maken?
Solvinity verleent essentiële diensten aan de overheid. Onze
dienstverlening richting de burger mag niet in het geding komen.
Momenteel is er ook geen noodrem meer voor de Kamer waarmee de verkoop
tegengehouden kan worden. We wachten op het resultaat van de BTI-toets
en de toets van de ACM. Daarom de volgende vragen. Hebben de minister en
de staatssecretaris verschillende scenario's uitgewerkt voor de
mogelijke uitkomsten van de BTI-toets en die van de ACM? Zo nee, gaan
zij dit doen? Welke rol zien zijn voor de overheid als de overname niet
door kan gaan op basis van de toetsing? Welke waarborgen worden
getroffen voor het geval de overname van Solvinity door Kyndryl wel
doorgang krijgt?
Voorzitter. Digitale zaken stonden lang te laag op de politieke agenda.
Het is goed dat dat verandert. Het coalitieakkoord laat zien dat we
ambitieuze plannen hebben, met voor het eerst een hoofdstuk over
digitale zaken in het akkoord, waarin we digitale autonomie als
uitgangspunt van de overheid nemen. Hier wil ik me voor inzetten samen
met de Kamer, zodat technologie de democratische rechtsstaat versterkt
in plaats van ondermijnt.
Tot slot, voorzitter. Digitale soevereiniteit gaat niet alleen over
autonomie of geopolitiek; het gaat over het dagelijks leven van mensen,
vertrouwen, zekerheid en rechtvaardigheid. Ja, Europa beschikt over
sterke en innovatieve bedrijven, ook hier in Nederland, die veilige en
betrouwbare digitale diensten kunnen leveren. Bewust kiezen voor deze
bedrijven betekent loslaten wat we gewend zijn en durven kiezen voor
nieuwe alternatieven. Want als we ooit hebben geloofd in het voordeel
van de twijfel, laten we dat dan nu doen voor deze Europese en
Nederlandse technologieën.
Dank u wel.
(Applaus)
De voorzitter:
Dank u wel voor uw prachtige speech. Gefeliciteerd daarmee. U kunt hier
even gaan staan om de felicitaties in ontvangst te nemen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer verder. Het woord is aan de heer Dassen van Volt. Ik wil de
leden vragen — sommigen zijn heel enthousiast met de interrupties — om
het een beetje in te dammen, want ik wil de Kamerleden eigenlijk
allemaal even aan het woord laten voordat we aan de dinerpauze gaan
beginnen. De heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Velen van ons hebben blindelings vertrouwd op de tech
uit de Verenigde Staten. Het gevolg: digitale afhankelijkheid tot in de
kleinste hoeken van onze samenleving. Onze data, onze overheid, onze
ziekenhuizen, onze bedrijven: alles staat op Amerikaanse systemen, om
nog maar te zwijgen over waar onze social media vandaan komen.
Nu Trump in het Witte Huis zit, is het onmogelijke ineens daar en komt
de urgentie over onze digitale afhankelijkheid ineens bovendrijven. Dat
Solvinity wordt verkocht aan een Amerikaans bedrijf, Kyndryl, zorgt voor
veel ophef. Het gaat immers om een bedrijf dat straks op bevel van de
Trump-administratie gevoelige informatie door moet spelen aan de
Amerikanen. Dat is natuurlijk in deze turbulente tijden een eng
scenario. Maar kan de staatssecretaris aangeven wat het gevolg voor
Solvinity en het investeringsklimaat zal zijn wanneer de verkoop van
Solvinity niet doorgaat? Zijn er wel Nederlandse of Europese
alternatieven die ook volledig op Europese systemen draaien en in
Europees eigendom zijn? Dat zijn volgens mij voorwaarden die dan
noodzakelijk zijn om niet in precies dezelfde situatie te komen als waar
we het dit hele debat over hebben.
Voorzitter. Wat is nou het onderliggende probleem? Zelfs al zou
Solvinity verkocht worden aan een Nederlandse partij, dan nog is de kans
groot dat dit bedrijf op Amerikaanse systemen draait. Het gaat zelfs zo
ver dat bedrijven met een keurig afgesplitste Europese tak, waar
veiligheidsmaatregelen mee zijn getroffen en afspraken mee zijn gemaakt,
door de Amerikaanse overheid gedwongen kunnen worden om Europese data
aan te leveren op het moment dat hun huis beroep doet op bijvoorbeeld de
CLOUD Act. Amerikaanse wetten, aangenomen op Amerikaans grondgebied door
een Amerikaans parlement, dwingen ons tot naleving van hun regels.
Vervang het woord "Amerika" eens door "China".
Waarom staan we dat toe? Europa zou dit politieke probleem dus bij de
kern moeten aanpakken. Als we echt willen inzetten op Europese digitale
soevereiniteit, moeten we geen pleisters plakken, maar verklaren dat
bedrijven op Europees grondgebied zich alleen aan Europese wetten moeten
houden. Elk bedrijf dat daar niet mee akkoord gaat, heeft dan zelf geen
toegang meer tot onze markt. Zo simpel kan het zijn als we onszelf niet
zo klein maken. Kan de minister toezeggen dat hij in Europees verband
gaat werken aan spoedwetgeving om het de Amerikaanse overheid onmogelijk
te maken om haar regels op ons grondgebied af te dwingen? Ik hoor graag
van de minister hoe hij daartegen aankijkt.
Voorzitter. De urgentie wordt nu gevoeld voor digitale onafhankelijkheid
en echte Europese alternatieven. De Kamer wil het. De moties liggen er,
van de collega's Kathmann, Bruyning, Koekkoek, mijzelf en vele anderen.
Waar blijft het initiatief vanuit de overheid? Wij kunnen niet
verwachten dat de markt, na jaren van aansporing om zo kostenefficiënt
mogelijk alles uit te besteden, binnen een jaar met opties komt om op
iets Europees over te stappen. Er moet dan tijd, geld en vooral ook
sturing op zitten. Welke rol ziet het kabinet voor zichzelf om de markt
zo snel mogelijk op weg te helpen naar het maken van Europese
alternatieven? Overweegt het bijvoorbeeld afnamegaranties om de markt op
gang te helpen? Welke stappen heeft dit kabinet in Europees verband
gezet richting een eigen EuroStack, net als bijvoorbeeld de Duitse
overheid?
De heer Frederik Jansen (FVD):
Ik zou het mooi vinden als er andere Europese bedrijven zijn in plaats
van Amerikaanse bedrijven of techgiganten. Dat zou fantastisch zijn, en
nog mooier als die Nederlands zouden zijn. Kan de heer Dassen
bespiegelen waarom het eigenlijk zo is gekomen dat de Amerikanen zo
dominant zijn geworden op die markt?
De heer Dassen (Volt):
Omdat we het te lang hebben laten lopen, de Amerikaanse bedrijven in
staat zijn geweest om een machtspositie te krijgen en wij dat eigenlijk
geaccepteerd hebben.
De heer Frederik Jansen (FVD):
"We" hebben het laten lopen. Zou het kunnen dat de Europese Unie dermate
strikte regelgeving heeft dat het heel moeilijk is om hier een
concurrerend bedrijf op te zetten?
De heer Dassen (Volt):
Ik zie dat er problemen zijn met funding voor bedrijven. Ik zie dat er
soms problemen zijn, zeker in deze sector, met het creëren van
afzetmarkten, want probeer maar eens over te stappen als je eenmaal op
Amerikaanse systemen zit; dat is soms heel moeilijk. Ik zie dat het soms
voor Europese bedrijven moeilijk is om op te schalen. Daarom vraag ik
ook aan de minister of de overheid kan zorgen voor een afzetgarantie of
een afnamegarantie, juist om te zorgen dat ze kunnen opschalen. Ik zie
dus dat daar uitdagingen zijn. Volgens mij zijn die niet
onoverkomelijk.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Tot slot dan. Oké, maar zou de heer Dassen ook voorstander zijn — ik
weet dat hij een groot voorstander is van de Europese Unie — van
deregulering om ruimte te maken op de markt, om juist dat soort
bedrijven een vruchtbare bodem te bieden om te kunnen groeien?
De heer Dassen (Volt):
Ik ben overigens ook heel kritisch op de werking van de Europese Unie,
maar dat is een ander debat. Ik denk dat we ervoor moeten waken dat we
nu helemaal doorslaan en alles gaan dereguleren, zoals je dat in de
Verenigde Staten ziet gebeuren. Ik denk dat we binnen Europa juist goede
wetgeving hebben op bepaalde zaken. Die wetgeving zorgt ervoor dat
innovatie bevorderd wordt. Ik zou er dus geen voorstander van zijn om nu
te zeggen dat we alles maar moeten dereguleren. Ik denk dat dat een
verkeerde oplossing zou zijn.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Dassen (Volt):
We kunnen kritiek hebben op de verkoop van Solvinity, maar onze hele
overheid, inclusief deze Kamer, draait nog steeds op Microsoft. Kan de
minister mij een update geven van hoe het staat met de routekaart uit
mijn aangenomen motie van vorig jaar? In vak K is men nog even in
discussie over bij wie die routekaart ligt, zie ik. In 2026 zou er een
hele routekaart liggen en ik ben wel benieuwd waar die nu ligt. Het was
een duidelijke oproep vanuit de Kamer: stap over op Europese
alternatieven. Tot nu toe heb ik daar niks van gezien. Ik wil voorkomen
dat we hier elke week weer moeten staan, elke keer weer met een casus
die in het oog springt en waar veel media-aandacht voor is, terwijl de
onderliggende oorzaak uiteindelijk niet wordt aangepakt. Het is nodig
dat we daadwerkelijk een transitie kunnen maken. Ik zie de minister een
beetje knikken, dus ik ga ervan uit dat er dadelijk een fantastisch mooi
antwoord gaat komen.
Voorzitter. Laten wij als parlement het voorbeeld geven. Ik vraag het
Presidium om per direct met een plan te komen om als parlement zelf over
te stappen op Europese alternatieven. Daar zal ik dadelijk ook een motie
voor indienen.
Voorzitter. Wat echt gaat werken is een bewindspersoon die regie kan
nemen. Deze tijden vragen om een minister met middelen en met mandaat om
in Europa te kunnen pleiten voor werkelijke digitale soevereiniteit.
Daarom roep ik D66, CDA en VVD op: beleg voor maandag nog een beëdiging
van een minister van Digitale Zaken. Want als we nu geen weerstand
bieden aan het Amerikaanse techinfuus, dan kan geen enkele wake-upcall
ons nog redden. Laten we ervoor zorgen dat we de mooie woorden die we
hier vandaag allemaal spreken, ook daadwerkelijk gaan waarmaken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Heutink heeft een vraag.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Even over het idee van meneer Dassen om Europese alternatieven te
gebruiken. In 2015 betaalde de overheid nog 1,7 miljoen euro om Windows
XP — wie kent het niet — te kunnen blijven gebruiken, terwijl Windows XP
allang niet meer werd ondersteund. Dat zegt iets over de wijze waarop
overheden met ICT-projecten omgaan. Denkt meneer Dassen dat dat goed
gaat, nu opnieuw zo'n groot ICT-project optuigen?
De heer Dassen (Volt):
Dat is zeker een van de zorgen die ik heb. De overheid en ICT-projecten
vormen niet altijd een doorslaggevend succesvolle combinatie. Kijk
echter naar de discussie die we vandaag in het parlement voeren. We
hebben het over Solvinity, DigiD en — ik geloof dat u daar zelf nog
plannen voor heeft — de NS. Dat die in vreemde handen zouden komen mag
allemaal niet. Vinden we het vervolgens wel oké dat de overheid en ook
wij als Kamer, met alle informatie die we hier met elkaar delen, wel op
Amerikaanse systemen blijven draaien? Nee, in mijn ogen is dat
natuurlijk gewoon precies de verkeerde discussie. We moeten dan ook zelf
de stap gaan nemen en ervoor zorgen dat we naar die Europese
alternatieven gaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van den Berg van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Leden van de Staten-Generaal, voorzitter, kijkers op de tribune en
kijkers thuis. We zijn hier vandaag om met elkaar te spreken over de
buitenlandse overname van DigiD; dat is wat sommigen er althans van
maken. Via u, voorzitter, wil ik mijn collega's oproepen om het vandaag
wel bij de feiten te houden. We hebben het hier over de overname van
Solvinity, het bedrijf dat het platform levert voor DigiD en
MijnOverheid. Solvinity, toen nog Bitbrains, viel al in 2014 in handen
van een Britse private-equitypartij, Vitruvian Partners. Als we vinden
dat dit niet in buitenlandse handen mag komen, dan hadden we deze
discussie twaalf jaar geleden moeten voeren.
Voorzitter. Het volgende feit wil ik graag nog eens benadrukken. Met
deze verkoop kan Trump niet op een knop drukken om in onze data te
komen. Door deze verkoop kan Trump ook niet met een druk op de knop onze
digitale infrastructuur platleggen, hoe vaak bijvoorbeeld mevrouw
Kathmann dat ook zegt.
Voorzitter. Dit platform is een klein onderdeel van een hele lange
keten, met bescherming van het bsn en persoonsgegevens. DigiD is en
blijft in handen van Logius, de ICT-dienst van Binnenlandse Zaken. Daar
kan Washington niet in één keer iets mee doen. Er is geen enkele
aanwijzing dat Washington in één klap al onze data kan inzien dan wel de
infrastructuur kan platleggen.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik vind het toch wel opvallend dat de heer Van den Berg zijn pleidooi
begint met de uitspraak dat we ons bij de feiten moeten houden. Hij
refereerde net namelijk ook zelf aan de brief waarin heel duidelijk
staat dat dit wel onder het bereik valt van de CLOUD Act van de
Verenigde Staten. Waar baseert hij dan de uitspraak op dat die rode knop
niet een reëel risico zou kunnen zijn? Daarbij komt ook nog eens bij dat
we de afgelopen week echt heel veel experts hebben gesproken, zowel
binnen als buiten de overheid, die aangeven dat dit wel degelijk een
reëel scenario is. Op welke feiten baseert JA21 zich dus?
De heer Van den Berg (JA21):
Ik had dit interruptiedebatje net ook al met mevrouw Zwinkels. Ik heb de
brief voor mij. Ik heb die brief intussen weer vier keer doorgelezen en
het staat er nog steeds niet in. Er staat namelijk dat het onder het
bereik valt van bepaalde Amerikaanse wetgeving. Wat betekent dat? Als
iemand in Nederland iets strafbaars heeft gedaan, bijvoorbeeld iets met
geweld of een moord, en dat heeft te maken met Amerika, dan kan Amerika
inderdaad volgens die CLOUD Act een verzoek doen om de data op te vragen
die relevant zijn voor het onderzoek. En ik zal u, mevrouw Zwinkels,
zeggen dat Europa dat ook heeft. Ik hoorde mevrouw Zwinkels net vragen
hoe dat onder dat bereik kan vallen, maar Amerika valt dus net zo goed
onder het bereik van onze e-privacywetgeving. Het is dus helemaal niet
zo gek.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dat is wel degelijk gek. We hebben in het verleden al vaker casussen
gehad waarin we juist zagen dat in eerste instantie wordt verteld: "Er
is niets aan de hand. Ze kunnen er echt niet bij. Er zal ook echt niet
op ingegrepen worden." Maar vervolgens wordt bijvoorbeeld bij het
Internationaal Strafhof een mailaccount geblokkeerd. Het is dus wel
degelijk aan de orde. Ik vind het dan ook zonde dat JA21 dit gewoon
wegwuift als iets wat een abstract of theoretisch begrip zou zijn.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik denk dat mijn punt alleen maar bevestigd wordt. In dit geval legden
de Verenigde Staten namelijk een hele specifieke sanctie op aan het
Internationaal Strafhof, dat zij overigens — een side-note — niet
erkennen. Het gaat inderdaad om personen of organisaties waar zij iets
mee te verrekenen hebben. Maar het frame dat hier wordt gemaakt dat de
Verenigde Staten, Trump, zo meteen even op de knop kunnen drukken en dat
de Verenigde Staten technisch in staat zijn om bij al onze data te
komen, is pertinent onjuist. Ik zei al dat het bsn afgeschermd is. Het
enige wat Solvinity te zien krijgt, is het e-mailadres. Meer niet!
De heer El Abassi (DENK):
Ik heb moeite met de feiten die door JA21 benoemd worden. Ik zou
allereerst ook aan JA21 willen vragen of JA21 het met mij eens is dat
Solvinity juridisch gezien in ieder geval onder de Nederlandse
jurisdictie valt en dus ook Nederlands is.
De heer Van den Berg (JA21):
Om te beginnen zeg ik toch ook maar dat ik bij zo'n beetje alle
briefings over dit onderwerp ben geweest. Ik heb mij goed laten
informeren, maar ik heb de heer El Abassi daar niet één keer gezien. Ik
denk dus dat ík de feiten goed op orde heb. Ten tweede valt Solvinity
inderdaad onder het Nederlandse recht, maar volgens datzelfde systeem
valt Kyndryl dat ook. Dus ik vraag me af wat dan het punt zou kunnen
zijn.
De heer El Abassi (DENK):
Ik hoor dat straks graag van de staatssecretaris of de minister, want
Kyndryl valt het onder de Amerikaanse jurisdictie en daardoor dus onder
het Amerikaanse recht. Daardoor vallen wetten zoals de CLOUD Act daar
ook onder. Ik zou JA21 willen vragen of JA21 dan ook niet ziet dat er
echt een verschil is tussen een bedrijf dat onder het Nederlandse recht
valt en een bedrijf dat onder het Amerikaanse recht valt. Dat laatste
bedrijf valt namelijk ook onder de CLOUD Act-wetgeving.
De heer Van den Berg (JA21):
Nogmaals, laat ik vooropstellen dat het niet zo is dat ik of JA21 zo
graag wil dat dit bedrijf wordt overgenomen door een Amerikaanse
partner. Ik had het heel mooi gevonden als het überhaupt in Nederlandse
handen was gebleven, maar we hebben gewoon met de situatie van vandaag
te maken, namelijk dat het bedrijf al twaalf jaar geleden overgenomen
is. Dit bedrijf valt nu al onder de Britse bevoegdheden en de Britse
wet, omdat het geen Nederlands bedrijf meer is. Het valt onder een
private equity fund. Mijn punt is dus dat we die discussie twaalf jaar
geleden hadden moeten voeren.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer El Abassi (DENK):
Dat van die Britse investeerder kunnen we allemaal teruglezen. Daar is
geen twijfel over, maar ik hoor nog wel graag van de minister of de
staatssecretaris of het waar is dat dit bedrijf onder de Britse
wetgeving valt. Dan kunnen we de feiten checken, en JA21 zie ik dan
graag bij de interruptiemicrofoon als dat niet zo is.
De heer Van den Berg (JA21):
Een korte reactie. Nogmaals, Solvinity is op dit moment een Nederlandse
rechtspersoon die valt onder de private equity uit Groot-Brittannië. Dat
is al twaalf jaar zo. Uit eigen ervaring weet ik dat de meeste
private-equityfondsen een investeringshorizon hebben van zo'n zes à
zeven jaar. Kortom, we hadden dit allang kunnen zien aankomen. Mijn
pleidooi is: laten we vooral kijken naar hoe we dit in de toekomst gaan
voorkomen. Als we deze emopolitiek met elkaar blijven voeren, door elke
keer van de waan van de dag naar het volgende feitje en nieuwtje te
gaan, zoals met de Nederlandse Spoorwegen, dan komt er namelijk nooit
consistent beleid.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik vind het zo mooi dat meneer Van den Berg hier een paar keer zegt dat
het gelijk aan zijn kant staat, terwijl dat gewoon helemaal niet zo is.
Solvinity beheert onze netwerkinfrastructuur. Dat betekent dat op het
moment dat je bijvoorbeeld wil inloggen bij de Belastingdienst,
Solvinity de verbinding tussen DigiD en de Belastingdienst beheert. Wat
gebeurt er, vraag ik aan JA21, op het moment dat de Amerikaanse overheid
zegt "oké, die verbinding tussen DigiD en de Belastingdienst ga ik
stopzetten"? Wat heeft dat dan voor effect op Nederlandse inwoners? Die
kunnen daar dan toch niet meer bij?
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb de heer Heutink bij geen één van deze briefings gezien, echt geen
één. U zegt: wat gaat er dan gebeuren tussen de Belastingdienst en
DigiD? Dat heb ik al uitgelegd; dat is gewoon technisch onmogelijk. Als
het al technisch mogelijk zou zijn, zou het bovendien politiek totaal
niet te bedenken zijn dat dat ooit zal gebeuren. Kortom, nee, dat gaat
niet gebeuren. Laten we focussen op de Nederlandse bedrijven en de
Nederlandse innovatie. Bovendien — ik zei het net ook al — geven we dus
nu het signaal aan Nederlandse innovatieve bedrijven, die het goed doen
en die overgekocht worden, dat wij als politiek in één keer aan de
noodrem kunnen trekken als ze overgekocht worden, omdat wij hebben
zitten slapen. Wat is dat voor signaal?
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wat een smerige politiek! Sorry dat ik het zeg, maar ik ga hier toch een
persoonlijk feit van maken. Ik ben net één uur woordvoerder Digitale
Zaken. Ik sta hier het debat te voeren om het wegnemen van de zorgen van
mensen over de veiligheid van hun data en of DigiD straks nog blijft
werken, in goede banen te leiden. JA21 heeft het niet nodig om zo'n
valse, smerige opmerking te maken, terwijl JA21 precies weet wat er
gebeurd is in de afgelopen weken. Het zou de heer Van den Berg sieren
als hij het gewoon opneemt voor de mensen in Nederland, in plaats van
hier zo'n vuile en smerige opmerking te maken.
De voorzitter:
Waarvan akte.
De heer Van den Berg (JA21):
Wat moet ik op zo'n toon zeggen, voorzitter?
De voorzitter:
U hoeft daar niks op te zeggen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ga daar helemaal niks tegen inbrengen. Dat is niet hoe ik een debat
ga voeren.
De voorzitter:
We gaan verder. Mevrouw Kathmann.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
We hebben hier de afgelopen tijd ongeveer 40 experts gesproken. Van hen
zeiden er 39 dat de risico's, waar we vandaag over spreken, heel erg
reëel zijn, dat je daar rekening mee moet houden en dat je daar als
overheid iets aan moet doen. JA21 houdt het zo heel klein en doet net
alsof hier even de feiten worden gepresenteerd, maar dat is niet zo. De
risico's zijn gewoon reëel. We zijn op dit moment een geopolitieke
speelbal en een drukmiddel, aangezien digitale dienstverlening nu
ingezet wordt als drukmiddel. We hebben hier de afgelopen twee jaar hele
duidelijke afspraken over gemaakt. Als er dan iets oppopt als DigiD, die
beweegt naar meer in plaats van minder onafhankelijkheid, vraag ik me
echt af waarom JA21 het zo'n ongelofelijk prettige situatie vindt dat
wij op dit moment letterlijk een geopolitiek drukmiddel zijn.
Dan mijn tweede vraag. JA21 zegt op te komen voor het bedrijfsleven,
maar ook dat is dikke kul. Het Nederlands-Europees bedrijfsleven staat
al twintig jaar te trappelen om opdrachten van de overheid serieus uit
te voeren. Dat kunnen ze; ze hebben ons bewezen dat dat zo is. Ik vraag
me echt af waarom JA21 het Nederlands-Europees bedrijfsleven, dat heel
veel kan, staat te schofferen.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat doe ik niet, zeg ik via de voorzitter tegen mevrouw Kathmann. Ten
eerste zei u dat we een geopolitiek drukmiddel zijn, of dat we daarmee
te maken hebben. Nogmaals, ik vind het niet prettig dat het op deze
manier is verlopen. Twaalf jaar geleden hadden wij deze discussie kunnen
voeren. Mijn partij zat toen nog niet in het parlement. Maar dat het
parlement toen heeft zitten slapen, is een feit. Op dit moment kan je
daar gewoon niets meer aan doen. Dat is een verkeerd signaal naar het
bedrijfsleven en een verkeerd signaal naar de maatschappij. Het is wel
goed — ik denk dat wij het daarover helemaal met elkaar eens zijn,
mevrouw Kathmann — om te werken aan de toekomstige Nederlandse
soevereiniteit. Op die manier kunnen wij het bedrijfsleven meenemen. Dan
moet het zich overigens wel inschrijven op die aanbestedingen. Dat
gebeurt namelijk gewoon niet, en dat is ook een probleem; laten we daar
ook eerlijk over zijn. De kansen voor het bedrijfsleven liggen in de
toekomst en in het nu, maar niet in het verleden, zoals we nu zien met
Solvinity. Dit moeten we op een goede manier aanpakken, met de
maatregelen die worden voorgesteld door het kabinet. Maar op dit moment
aan de noodrem trekken, zou waanzin zijn.
De voorzitter:
Mevrouw Kathmann, u had net een hele lange interruptie. Die geldt voor
twee. Als u nu weer heel lang interrumpeert, bent u door uw interrupties
heen.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Helemaal prima, voorzitter. Ik wil graag even gemarkeerd hebben dat JA21
het wel met ons eens is dat de risico's reëel zijn. Alleen willen we
daarbij naar de toekomst kijken. En het is wel degelijk zo dat het
Nederlands-Europees bedrijfsleven staat te trappelen om dingen te doen.
Ze kunnen wel wat, dus als je nu aan de noodrem wil trekken, betekent
dat niet dat je iets verkeerds doet richting ons eigen bedrijfsleven.
Het tegendeel is juist waar, want zij staan te trappelen om deze klus op
te pakken. En wat betreft de opmerking dat we twaalf jaar lang hebben
liggen tukken: nee, GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft niet liggen
tukken; die wilde dit twaalf jaar geleden al niet, en ik denk dat de
partij van mevrouw Beckerman het al helemaal niet wilde.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik wil daar kort op reageren. Nogmaals, ik heb gevraagd aan de
staatssecretaris hoe het nou zit. Heeft Solvinity bijvoorbeeld zichzelf
nog aangeboden aan de overheid zodat wij ze konden overnemen? Ik zie in
de antwoorden dat daar niets mee is gedaan. Wat is dan "een verkeerd
signaal aan het bedrijfsleven" als je als bedrijf jezelf aanbiedt aan de
overheid, in de trant van "kom maar, wil je mij kopen; ik zie dat dat
belangrijk voor jullie is", en als die overheid daar niks mee doet —
bovendien worden wij er niet over geïnformeerd — maar na zo'n beetje een
jaar in één keer wakker wordt en vol in de paniekmodus gaat? Dat is toch
niet hoe je het bedrijfsleven kunt behandelen? Dan geef je toch een
ontzettend verkeerd signaal af? Je kan wél die betrouwbaarheid geven aan
die bedrijven door te zeggen: dit is het kader waarin we gaan werken;
wij willen bij voorkeur Nederlandse of Europese bedrijven, dus stimuleer
dat. Daar zitten wél kansen voor onze maatschappij en voor de
bedrijven.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik begrijp eigenlijk echt niet wat de heer Van den Berg nu zegt. Zegt
hij nu dat als er eenmaal een politiek besluit is genomen, je dat niet
meer kunt terugdraaien?
De heer Van den Berg (JA21):
Als er een politiek besluit is genomen, kunnen we dat niet meer
terugdraaien. Ik beredeneer het maar even vanuit de filosofie van de SP:
als het een staatsbedrijf zou zijn, zou je het kunnen terugdraaien, maar
dat is het niet. Mijn punt is dat het gewoon een bedrijf is. Dat bedrijf
heeft zich laten overkopen. Wij hebben daar op dat moment gewoon niks
over te zeggen, zo werkt het bedrijfsleven. Nogmaals, als we daar nu
heel hard in gaan ingrijpen, geven we een heel verkeerd signaal aan het
bedrijfsleven. Nogmaals, laten we ons focussen op de toekomst.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar de Tweede Kamer heeft daar geen besluit over genomen, toch?
De heer Van den Berg (JA21):
Mijn punt is als volgt. De voorloper van Solvinity was Bitbrains. In
2014 is Bitbrains overgenomen door Vitruvian Partners, een Brits equity
fund. Als we als overheid iets hadden willen doen, had het debat toen
moeten plaatsvinden. Als we als parlement op dat moment wakker waren
geweest, hadden we daarna een kader moeten vaststellen waarin die
soevereiniteit en het Nederlandse en Europese bedrijfsleven voorop
hadden gestaan. Maar laten we eerlijk zijn: dat is niet gebeurd. Dat
vind ik heel jammer, maar ik vind vooral dat we ons daarom nu moeten
focussen op het vaststellen van het kader. Daarmee ben je een
betrouwbare overheid. Als je nu ineens te elfder ure eraan gaat
morrelen, ben je dat niet.
De voorzitter:
Ik wil eigenlijk naar mevrouw Zwinkels gaan, want we zitten nog steeds
…
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, ik bouw het op met echt heel korte vragen.
De voorzitter:
Vooruit dan maar. Maar ook een verzoek aan de rest van de Kamer: de
dinerpauze wacht en ik wil echt dat dit debat voor middernacht afgelopen
is.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik bouwde het op, voorzitter. Mijn partij is in 1994 in deze Kamer
gekozen. Sinds 1994 hebben wij vrij consequent, tot vervelens toe van
heel veel mensen, het punt gemaakt dat we niet continu zaken die zó
cruciaal zijn uit handen moeten geven aan het bedrijfsleven. Ook over
private equity voeren wij heel vaak dit debat. Zou de heer Van den Berg
als Kamerlid kunnen beredeneren — zijn partij zit hier vrij kort — of
het niet juist een heel goed moment is om deze cruciale infrastructuur
in publieke handen te houden?
De heer Van den Berg (JA21):
Ik durf niet te zeggen dat ik de vraag helemaal goed begrijp. Ik hoor
namelijk het een en ander over dat de SP dit altijd zo heeft gewild en
dat we het nu alsnog in handen moeten houden. Wij staan er gewoon heel
erg anders in. In het verleden — ik ben in dezelfde tijd opgegroeid als
mevrouw El Boujdaini — heeft de overheid heel veel naar zich
toegetrokken op het gebied van ICT en ging er daar een hele hoop mis. De
overheid heeft helaas bewezen dat we daar helemaal niet goed in zijn en
dat de kosten uit de klauwen liepen. Kijk naar de hervormingen bij de
Belastingdienst. Kijk naar de hervormingen bij de nationale politie. Ik
kom zelf uit de Marechaussee, en daar was het ook één grote ramp.
Godzijdank, echt godzijdank, hebben bedrijven ons geholpen om dat wél
goed voor elkaar te krijgen. DigiD is ook echt een succesverhaal, met
500 miljoen inloghandelingen per jaar. Dat gaat gewoon hartstikke goed.
Maar dan blijft de vraag alsnog: wat hadden we daaraan kunnen doen aan
de voorkant? Daar was een kans, maar dat is nu te laat. Ik wil geen
onbetrouwbare overheid zijn. Eigenlijk bewijzen we alleen maar dat we nu
in één keer wakker worden. Wij z+ijn een onbetrouwbare overheid; we
hebben zitten slapen. Zo is het.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik vind dat frame van "ze hebben geslapen" eigenlijk een beetje
lachwekkend, om heel eerlijk te zijn. We zitten nu toch in een hele
andere geopolitieke situatie dan twaalf jaar geleden? Brexit had toen
nog niet plaatsgevonden. Al die rare dingen die op dit moment
plaatsvinden in de Verenigde Staten, hadden nog niet plaatsgevonden. Al
die voorbeelden die we in het afgelopen jaar voorbij hebben zien komen,
hadden nog niet plaatsgevonden. Is dit dus niet een beetje een vals
frame van JA21? Twaalf jaar geleden was de situatie heel anders. Ik denk
dat hij zojuist niet alleen het Nederlandse bedrijfsleven schoffeerde,
maar eigenlijk ook alle ambtenaren die heel hard werken om die digitale
infrastructuur voor ons op orde te brengen. Dat gaat soms met
golfbewegingen: soms is er meer privatisering en soms trekken we als
overheid meer naar ons toe. Maar je kunt hier niet zeggen dat we twaalf
jaar hebben zitten slapen met elkaar.
De voorzitter:
Uw interrupties zijn nu op.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb zelf ook contact met ambtenaren. Die zijn het op heel veel
vlakken simpelweg met mij eens dat de overheid dit niet zomaar even kan
overnemen. Dan nog het stukje over geopolitiek en het idee dat we nu
wakker zouden moeten worden: met alle respect naar mevrouw Zwinkels — u
bent een gewaardeerde collega — dat zou toch juist alleen maar bewijzen
dat we dan wel heel reactief zijn als politiek? Nu Trump aan de macht
is, denken we in één keer: "O nee! We moeten hier iets anders mee doen."
Dat hadden we dus veel eerder moeten doen. We hadden eerder visie moeten
tonen en moeten inzien dat die Nederlandse soevereiniteit wel degelijk
heel belangrijk is. Dat is mijn punt.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Ik zit echt met heel veel verbazing te luisteren naar wat de heer Van
den Berg zegt. Ik hoor eigenlijk: we kunnen nu niks meer doen. Maar
volgens mij hebben echt tal van mogelijkheden al de revue gepasseerd,
tal van dingen die we wel kunnen doen. Kan hij daar eventjes een
bespiegeling over geven?
De heer Van den Berg (JA21):
Volgens mij doet de ACM op dit moment onderzoek. Dat moeten we eerst
maar eens afwachten. Daarna moet het Bureau Toetsing Investeringen ook
nog een onderzoek doen. Ik hoop dat die spoedig worden afgerond, zodat
iedereen weet waar die aan toe is. Dan de vraag wat we verder moeten
doen, als ik 'm zo mag interpreteren. Zoals ik al zei, zouden we dan
voor de nucleaire optie gaan of aan de noodrem gaan trekken. Maar die
kansen zijn geweest. Ik denk dat we ons moeten focussen op de
toekomst.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Het andere punt was dat we onszelf onbetrouwbaar zouden maken als
overheid. Maar dit is hele, hele vitale kerninfrastructuur. Ik kan echt
niet geloven dat dan ineens het hele bedrijfsleven denkt: die overheid
is zo onbetrouwbaar. Dit gaat toch over iets heel specifieks?
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, maar nogmaals: in de beantwoording van de Kamervragen staat dat de
overheid, als grote afnemer, is geïnformeerd over het feit dat de
eigenaar van Solvinity op zoek was naar een overnamekandidaat. De
overheid, of een van haar diensten, heeft niet overwogen om Solvinity
zelf over te nemen of in eigen handen te brengen. Dat was een jaar
geleden. Als we dat nu wel gaan doen, zijn we dan betrouwbaar, gelet op
wat we eerder hebben besloten? Ik denk het niet.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Volgens mij hebben "we" dat niet besloten. Daarom zijn we vandaag bij
elkaar in dit plenaire debat.
De heer Van den Berg (JA21):
Maar wij zijn de overheid.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Nou ja, wij zijn het parlement. Wij kunnen daar nu anders over
beslissen. Volgens mij moeten we dat ook doen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik denk dat dit eigenlijk heel erg raakt aan het legaliteitsbeginsel.
Het is alsof je de vergunning krijgt om ergens een huis te bouwen, iets
waar je al heel lang op zit te wachten; de meeste mensen zoeken een
woning. Stel dat je eindelijk mag gaan bouwen, maar dat de overheid,
hier in het parlement, dan in één keer besluit dat die dat toch niet
zo'n goed idee vindt. Je moet kunnen uitgaan van de huidige wet- en
regelgeving; je kan iets niet te elfder ure vanuit een paniekreactie in
één keer de andere kant opduwen. Dat kan gewoon niet.
De heer Vermeer (BBB):
Heb ik goed gehoord dat de heer Van den Berg zegt dat de overheid slecht
is in ICT?
De heer Van den Berg (JA21):
Dat heb ik niet gezegd. Nee, dat heb ik niet gezegd.
De heer Vermeer (BBB):
Kan de heer Van den Berg aangeven wat hij dan wel gezegd heeft? Ik heb
dat wel gehoord namelijk. U heeft zelfs het voorbeeld van de
marechaussee genoemd.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik zal niet mijn hele spreektekst tot nu toe gaan herhalen omdat u mij
vraagt wat ik allemaal heb gezegd. Ik heb gezegd dat er in het verleden
heel veel dingen zijn misgegaan bij de politie, bij de Belastingdienst
en bij de marechaussee. Dat klopt.
De heer Vermeer (BBB):
Klopt het dat de heer Van den Berg dat als argument gebruikte waarom dit
soort zaken beter in bedrijfshanden kunnen zijn dan in
overheidshanden?
De heer Van den Berg (JA21):
Nee, dat heb ik ook niet gezegd. Ik heb gezegd dat dit uiteindelijk een
reactie is geweest. Het was puur een beschouwing van het verleden. Ik
zat toen zelf nog niet in de politiek, maar ik heb gezien dat er, na de
fouten die zijn gemaakt bij de overheid, een verschuiving heeft
plaatsgevonden naar het bedrijfsleven. Dat is de situatie waar we nu in
zitten. Daar had een kader bij moeten passen hoe we dat dan gaan
organiseren. Volgens mij zijn we het met elkaar eens dat dat niet is
gebeurd.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind dit ingewikkeld debatteren, omdat van dingen die eerst gezegd
worden vervolgens gezegd wordt dat het niet gezegd is. Nou ja, dan laat
ik mijn vraag die zou moeten volgen maar even voor wat het is. Iedereen
moet het maar eens even naluisteren.
De voorzitter:
Dank u. Was u al bijna klaar met uw betoog?
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, ik heb niet heel lang nodig, hoor. Maar ik zal de Handelingen van
deze vergadering naar de heer Vermeer sturen. Want ik heb niet gezegd
dat de overheid slecht is in ICT, maar alleen dat er heel veel is
misgegaan. Nou, dat was me het debatje wel. Het legt een hele hoop
gevoeligheid bloot en dat is voor ons heel herkenbaar. Nogmaals, DigiD
is voor ons ook heel belangrijk, maar het gaat erom hoe we dit als
politiek aanpakken.
Dan wat ik wilde zeggen over de situatie met Trump. Als het technisch al
zou kunnen en het politiek ook uitgevoerd zou worden, wat trouwens
onvoorstelbaar is, dan moeten we beseffen, zoals ik al eerder zei, dat
Solvinity een schakel is in een lange keten. Soms staan de data
bijvoorbeeld in een datacenter, eigendom van een Amerikaans bedrijf,
bijvoorbeeld EdgeConnex. Is dat het niet, dan zijn de internetkabels
door de Atlantische Oceaan wel in handen van Amerika, of software of de
hardware van servers. Dus stellen dat het overnemen van Solvinity dé
oplossing is, is een farce. Daarom pleiten wij van JA21 voor realisme.
Stop met dat eeuwige drama en stop met deze waan-van-de-dagpolitiek,
altijd maar reactieve politiek op basis van de actualiteit. Maak een
visie, zeg ik, een kader. Zorg dat bedrijven en inwoners weten waar ze
aan toe zijn. Dat creëert rust, dat creëert stabiliteit en daarmee een
stabiele grond om Nederlandse innovaties van de grond te krijgen en te
stimuleren.
Voorzitter. JA21 heeft daarom wel een aantal vragen aan de minister. Als
we op basis van deze claims keuzes gaan maken, wat is dan volgens de
minister het gevolg als we nu opeens aan de noodrem trekken? Ten tweede:
hoe straalt nu aan die noodrem trekken af op het Nederlands
investeringsklimaat? Ten derde: is het niet beter om duurzaam beleid te
formuleren, zodat we in de toekomst niet telkens door emotie gedreven,
reactionair reageren maar juist sterke kaders opstellen?
Voorzitter. Over het laatste heeft JA21 wel een idee. Daarom kom ik in
de tweede termijn met een aantal moties die in ieder geval vragen om
onderzoek naar hoe echt gevoelige informatie — denk bijvoorbeeld aan
geheime wapenopslaglocaties van Defensie — in de toekomst beter
beschermd kan worden.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Struijs van 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Voorzitter. Ik ga toch een beetje afwijken van het geheel, want wij
willen heel graag de toekomst in. Ik ga u meenemen in iets wat ik heel
mijn leven al doe, en dat is een risicoanalyse maken van de deal die
Kyndryl heeft gemaakt met Solvinity. Er is heel recente informatie bij
gekomen. Ik maak me daar zorgen over en ik wil die risicoanalyse, voor
zover bekend bij ons, delen met de minister. Ik heb daar natuurlijk wat
vragen over, want tot vanmorgen is daar nieuwe informatie bij
gekomen.
Ik neem u even mee naar maart 2025. Ik baseer me op openbare bronnen.
Dat is een beetje moeilijk voor mij, dus ik zal me uitsluitend baseren
op openbare bronnen. Gotham City Research brengt een heel zwaar rapport
uit over Kyndryl. In feite zegt dit rapport dat Kyndryl financiële
cijfers zou hebben gemanipuleerd en daarmee al zijn aankopen mooier
voorgedaan heeft dan dat ze zijn. Het was nogal wat. Maar goed, Kyndryl
ontkent in alle toonaarden, waarop er vervolgens veel vragen komen. De
SEC, de Securities and Exchange Commission in Amerika gaat het hele
onderzoek doornemen en doet ook zelf onderzoek. Daar zijn recent de
eerste publieke uitkomsten van gekomen en die liegen er niet om. Er zijn
nog geheime onderliggende stukken, omdat er meer deals zijn die heel
gevoelig liggen. Ik maak me daar ernstig zorgen om. Want wat zegt de SEC
op basis van eigen onderzoek bij de boekhouding en interne controles?
Dat er wel degelijk op z'n minst de schijn is van manipulatie en dat dat
niet zonder consequenties kan blijven. Deze uitspraak leidt ertoe dat
vandaag en de afgelopen weken de CFO, het hoofd van de financiën van dit
bedrijf, het hoofd juridische zaken en andere mensen in de financiële
top zijn opgestapt, in afwachting van wat de vervolgstappen worden. Ik
weet ook niet wat die zijn. Het zou strafrechtelijk kunnen zijn, maar
dat is echt speculeren. Kortom, Kyndryl stelde zijn kwartaalrapport uit
en startte zelf ook nog eens intern onderzoek, omdat ze inderdaad nu wel
zagen dat er veel problemen waren. Gisteren Amerikaanse tijd, vandaag in
de vroege ochtend, ging het aandeel van Kyndryl met ongeveer 55% naar
beneden. Er is echt reuring rond dat bedrijf. Uiteraard staat dat los
van de overname, maar is dit geheel, ook met de nieuwe situatie,
meegenomen in de risicoanalyse vanuit de minister? Is de minister bereid
om zo veel mogelijk informatie te delen die nu bekend is bij zijn
partners in Amerika met de Kamer, zodat wij onze controlerende functie
uit kunnen oefenen? Ik vind deze laatste informatie namelijk heel erg
zorgwekkend.
Nogmaals, wij willen — ik ga met veel collega's hier mee — naar de
toekomst toe, maar je kan geen toekomst maken zonder verleden als we
hiervan niet de onderste steen boven hebben. Ik ben er niet op uit om de
deal te blokkeren of wat dan ook. Ik heb daar heel veel zorgen over en
ik vind het niet verstandig. Ik wil dit boven water hebben als wij hier
heel verstandige dingen over willen zeggen en als we met z'n allen de
toekomst in willen. Voor mij zou dit weleens een gamechanger kunnen
worden. Ik verzoek de minister dus nadrukkelijk om de onderste steen
boven te halen, om alle rapporten die nu publiek zijn boven water te
halen en zo snel mogelijk met zijn Amerikaanse equivalent contact op te
nemen over of er nog meer informatie beschikbaar is.
Ik dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Vermeer van de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Allereerst wil ik de staatssecretaris bedanken, want dit is
zijn laatste debat met deze commissie en met deze Kamer. De minister
zien we nog vaker terug, dus die is nog niet van ons af en wij niet van
hem. Ik wil de staatssecretaris in ieder geval bedanken voor de open
manier waarop hij met de Kamer heeft gesproken, ook over dit onderwerp
dat hem plotseling in de schoot viel na enkele incidenten in het
kabinet. Ik wil hem ook danken voor de betrokkenheid die hij steeds
getoond heeft.
De voorzitter:
Een interruptie.
De heer Van den Berg (JA21):
Meer even een persoonlijk feit. Ik heb me net laten vertellen dat ik
denk ik toch een verspreking heb gemaakt en dat ik het toch misschien zo
heb gezegd als de heer Vermeer net zei. Ik bedoelde er niet mee te
zeggen dat de Nederlandse overheid an sich slecht is in ICT. Kijk alleen
al naar het DigiD. Dat doen wij uitstekend. Dus dat is een slip of the
tongue geweest, maar dat is bij dezen even gecorrigeerd.
De heer Vermeer (BBB):
Fair enough, maar mag de klok even stil op deze reactie? Mijn volgende
opmerking was namelijk geweest: de heer Van den Berg zei ook dat DigiD
een topproduct was en daarmee zei hij eigenlijk dat wat hij eerste
vertelde, dat de overheid er niks van kon, niet klopte, want DigiD is
van Logius en dat is een overheidsdienst. Dus jammer dat ik dat punt
niet kon maken, maar alsnog. Dank u wel.
De voorzitter:
Dat heeft u alsnog gedaan. Vervolgt u uw betoog.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. De mogelijke overname van Solvinity door Kyndryl is geen
gewone koop. Die raakt de kern van onze nationale veiligheid. Solvinity
beheert namelijk de vitale systemen van de overheid, waaronder DigiD en
via toegang met DigiD regelen miljoenen Nederlanders hun belastingzaken,
zorg, pensioen en contact met de overheid. Wie toegang krijgt tot DigiD
raakt direct aan het vertrouwen van de burger in de overheid en dat is
geen detail, maar dat is fundamenteel.
Uit de stukken blijkt dat een beperkt aantal personen van het
kerndepartement al in maart en april 2025 wisten dat Solvinity op zoek
was naar een overnamekandidaat. De overheid is zelfs expliciet gevraagd
of zij Solvinity zelf wilde overnemen. Toch hoorde de politieke leiding
pas op de dag van de mediabekendmaking wie de daadwerkelijke koper was
en dat roept serieuze vragen op. Waarom is deze informatie niet als
politiek-bestuurlijk relevant aangemerkt omdat het gaat om de beheerder
van DigiD? Waarom is besloten dit dossier niet op te schalen naar de
bewindspersonen en het kabinet? De digitale identiteit van alle
Nederlanders is behandeld als een operationele kwestie in plaats van als
een strategisch staatsbelang. Dat kan betekenen dat er scherper gevaren
moet worden op het alloceren van dit soort strategisch belangrijke
zaken.
Nog zorgelijker is dat de optie dat de overheid Solvinity zelf zou
overnemen, niet eens inhoudelijk onderzocht is. Terwijl we wel jarenlang
miljarden uitgeven aan externe ICT-contracten, hebben we het eigendom
van onze digitale kroonjuwelen, of in ieder geval de toegang tot het
beheer daarvan, niet serieus overwogen. Deelt de minister de analyse dat
hierbij sprake is van een fundamentele onderschatting van het belang en
de gevoeligheid van digitale infrastructuur? Ik ben het niet helemaal
eens met wat de heer Van den Berg daarstraks zei, namelijk: ja, dat
hadden we dan veertien jaar geleden allemaal al moeten doen. De wereld
is echt heel sterk veranderd. Bij ons in Harderwijk zeggen we dan:
achteraf kiek ie een koe in de kont. Dat is dus zinloos. Het gaat om nu.
We zullen vooruit moeten kijken. Ik wil ook graag een reflectie van de
staatssecretaris en minister hierop. Ik hoor vooral graag wat zij denken
hiervan geleerd te hebben en welke instructies zij uit zullen doen gaan
om niet weer in zo'n situatie terecht te komen.
De voorzitter:
Dat lokt een reactie uit van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik kiek een koe liever niet in zijn kont. Ik vat die liever bij hoorns.
Stel dat ik meega in uw betoog. Stel dat we nu dan toch Solvinity zouden
overnemen. Hoe reflecteert u op het feit dat we dan alsnog te maken
hebben met Amerikaanse datacenters en Amerikaanse zeekabels? Die zijn
allemaal in handen van Amerikaanse bedrijven. Dan kunnen we toch op die
manier alsnog onze data kwijtraken, wat niet kan, volgens u?
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb niet eens gesteld dat we de data kwijt kunnen raken. Ik heb
namelijk ook in de rondetafelgesprekken en technische briefings naar
voren laten komen dat ik me daar in deze case veel minder zorgen over
maak. Het gaat hierbij veel meer om de vraag of een externe partij de
toegang tot DigiD kan afsluiten en daarmee onze hele belastinginning kan
platleggen. Dat zou een zeer effectieve maatregel zijn van een land dat
een sanctie richting Nederland wil uitoefenen. We hebben het er al
eerder over gehad: met handelsheffingen en importheffingen heb je de
hele EU tegenover je, maar op deze manier kun je een individuele
overheid raken. Laat ik het zo zeggen: als ik de president zou zijn van
een vreemde mogendheid die kwaad wil, dan zou ik Nederland op dit
terrein willen pakken. Dat is zeer effectief. Alle belastinginkomsten
liggen per direct stil. Mensen kunnen niet meer bij hun pensioen. Ze
kunnen nergens meer bij. We hebben nu een hele vervelende
camperbelasting en ze kunnen dan niet eens meer hun camper schorsen.
De heer Van den Berg (JA21):
Voor die camper ben ik gevoelig.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, dat dacht ik al.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank voor uw reactie. Ik ben oprecht benieuwd naar het volgende. Als we
inderdaad in de onvoorstelbare situatie terecht zouden komen waarin de
Verenigde Staten dit bij ons zouden doen — het land is al sinds de
oorlog een zeer trouwe bondgenoot — dan zouden ze toch ook gewoon de
zeekabels uit kunnen zetten en op die manier onze economie kunnen
frustreren? Zie ik dat goed?
De heer Vermeer (BBB):
Ze kunnen die uitzetten, maar daarmee treffen ze ook hun eigen economie,
want dat gaat vice versa. Zij hebben zelf geen last van onze
DigiD-storing, maar wel van een zeekabel die doorgetrokken is. Ja, ik
heb echt nagedacht over wat ik zou doen als ik Trump was en het u lastig
zou willen maken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan zou er wel meer beleid doorheen komen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb nog wel andere ideeën, maar die ga ik hier niet vertellen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, dat dacht ik al.
De voorzitter:
Het woord is nu aan de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Kort dan. De heer Vermeer zegt dat zij daar ook last van zouden hebben.
Maar zouden zij daar niet óók weer last van hebben? Dat is natuurlijk
mijn punt. Als zij nou dit vanuit de Verenigde Staten bij ons in
Nederland zouden doen, dan zou dat toch een politieke schokgolf
teweegbrengen? De gevolgen zouden toch voor de Verenigde Staten niet te
overzien zijn?
De heer Vermeer (BBB):
Daar ben ik het mee eens, maar ik denk dat de heer Maduro ook zo
dacht.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Vermeer (BBB):
De staatssecretaris gaf aan dat er wordt gesproken over maatregelen rond
Amerikaanse wetgeving, zoals de CLOUD Act. Maar "gesproken over" is niet
hetzelfde als garanderen dat we hier niet op aangepakt kunnen worden.
BBB wil hiervoor een heldere ondergrens. Als Kyndryl niet juridisch en
afdwingbaar kan uitsluiten dat Amerikaanse autoriteiten toegang kunnen
eisen tot Nederlandse DigiD-data en daarmee de toegang tot en de werking
van de applicatie kunnen afsluiten, dan is dat per definitie een
onacceptabel risico voor de nationale veiligheid. Dan hoort deze
overname te worden geblokkeerd. Kan de staatssecretaris bevestigen dat
dit, uiteraard eerst alle onderzoeken afwachtend, daadwerkelijk de
uiteindelijke politieke lijn is?
Voorzitter. Tot slot de digitale soevereiniteit. We praten al jaren over
Europese autonomie, Europese cloud en minder afhankelijkheid van big
tech, maar ondertussen laten we de weinige Nederlandse spelers die we
hebben, opkopen door partijen van buiten de EU. Dat is dweilen met de
kraan open. Je kunt geen digitale autonomie opbouwen terwijl je je eigen
digitale fundament verkoopt. BBB zegt daarom: stop met het normaliseren
van afhankelijkheden; zet een duidelijke koers richting publieke regie,
eigen kennisopbouw en echte soevereiniteit. En doe dat niet pas over
tien jaar maar nú, want wie vandaag geen eigenaar wil zijn is morgen
potentieel gegijzelde. Dat is voor BBB geen aanvaardbare toekomst voor
de digitale rechtsstaat.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Heutink van de Groep
Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik begin direct met een vraag: waarom zijn wij in hemelsnaam
zo afhankelijk van één bedrijf? We hebben het vandaag over de overname
van Solvinity door Kyndryl. Maar eigenlijk gaat dit debat over iets veel
groters, namelijk over de zeggenschap over onze informatiesystemen, over
de vraag wie er uiteindelijk aan de knoppen van onze digitale
infrastructuur zit. Want laten we eerlijk zijn: data is macht. Wie de
infrastructuur beheert, bepaalt uiteindelijk hoe veilig die macht is.
Steeds vaker worden cruciale systemen, systemen waar Nederlanders
dagelijks van afhankelijk zijn, ondergebracht bij buitenlandse
techbedrijven. Eerst gebeurde dat bij vitale overheidsdiensten, zoals
DigiD, en nu zien we hetzelfde gebeuren bij de Nederlandse Spoorwegen.
Telkens horen we dezelfde argumenten, zoals efficiëntie, schaalvoordeel
en innovatie, maar efficiëntie zonder soevereiniteit is domweg
afhankelijkheid.
Laten we niet naïef zijn. Amerikaanse wetgeving kijkt niet naar
landsgrenzen zoals wij dat doen. Als een moederbedrijf onder Amerikaanse
jurisdictie valt, kan dat gevolgen hebben voor data die ogenschijnlijk
gewoon in Europa staan. Dat is geen complottheorie maar simpelweg de
juridische realiteit. Juist daarom moeten we onszelf de simpele vraag
stellen: willen wij dat vitale infrastructuur onder wetten valt waar
deze Kamer helemaal niets over te zeggen heeft?
Voorzitter. Digitale soevereiniteit is een randvoorwaarde voor
vertrouwen. Nederlanders moeten erop kunnen rekenen dat hun gegevens
niet alleen technisch veilig zijn maar ook politiek beschermd. Want als
burgers het gevoel krijgen dat wij niet meer de baas zijn over zoiets
cruciaals als DigiD, wat doet dat dan met het vertrouwen?
Voorzitter. Mevrouw Kathmann zei het al terecht: in Nederland heb je
geen DigiD, maar ben je DigiD. Zonder DigiD kun je helemaal niets. Dat
maakt het zo ontzettend zorgelijk dat we straks in een situatie zitten
waarin de Amerikaanse overheid in theorie de toegang tot DigiD met één
pennenstreek zou kunnen blokkeren. Dat moeten we toch niet willen, zeg
ik tegen het kabinet.
Voorzitter. Maar als we denken dat DigiD hét grote probleem is, dan help
ik u uit de brand. DigiD is slechts een symptoom van een veel groter
probleem. Neem bijvoorbeeld het bericht van gisteren over onze
Nederlandse Spoorwegen. Ook zij willen een belangrijk deel uitbesteden
aan een dochter van een Amerikaans IT-bedrijf. NS is niet zomaar een
onderneming, NS is een staatsdeelneming, waarvan de Staat 100%
aandeelhouder is. Het is een organisatie die letterlijk het spoor vormt
waar Nederland dagelijks op draait. Dan kun je niet doen alsof digitale
keuzes alleen maar interne bedrijfsbesluiten zijn. De publieke
verantwoordelijkheid stopt niet bij de voordeur van de serverruimte.
Hierover zal ik in tweede termijn een motie indienen.
Voorzitter. Als wij echt geloven dat publieke belangen centraal staan,
dan moeten onze regels dat ook weerspiegelen. Je kunt niet aan de ene
kant praten over strategische onafhankelijkheid, en aan de andere kant
wegkijken wanneer vitale systemen stap voor stap, steeds een beetje
meer, buiten onze invloedssfeer verdwijnen. Mijn vraag aan het kabinet
is daarom simpel: waar ligt de grens? Wanneer zegt het kabinet "tot hier
en niet verder" als het gaat om onze digitale afhankelijkheid? Is het
kabinet bereid om digitale autonomie niet alleen als ambitie te
benoemen, maar als leidend principe toe te passen bij alle organisaties
die een publieke taak uitvoeren? Digitale infrastructuur is namelijk de
ruggengraat van onze samenleving. Een ruggengraat besteed je niet
achteloos uit, al helemaal niet die van een samenleving.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer El Abassi van DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. DigiD is de digitale sleutel van miljoenen Nederlanders.
Daarmee doen mensen hun belastingaangifte, regelen zij hun zorg en
hebben zij toegang tot de overheid. Juist daarom is het onacceptabel dat
Solvinity, de leverancier achter het platform van DigiD, wordt
overgenomen door een Amerikaans bedrijf.
Voorzitter. Dit staat niet op zichzelf. Uit onderzoek van MindYourPass
blijkt dat maar liefst 59,2% van de webapplicaties die Nederlandse
gemeentes gebruiken, draait op infrastructuur van Amerikaanse providers.
Alsof dat niet genoeg is, blijkt inmiddels dat de Amerikaanse
beurswaakhond, de SEC, onderzoek doet naar het bedrijf dat Solvinity wil
overnemen. Er zouden serieuze problemen zijn met de boekhouding. De
financieel directeur, de hoofdjurist en de financiële topman zijn zelfs
naar huis gestuurd. Als je de digitale sleutel van Nederland in handen
dreigt te geven van een Amerikaanse partij waarvan de financiën en
interne controle niet eens op orde zijn, dan neem je als overheid een
onverantwoord risico. Kan de minister uitleggen hoe het mogelijk is dat
zo'n strategisch cruciale voorziening zo uit Nederlandse handen
glipt?
Voorzitter. We leven in een tijd waarin de Verenigde Staten zich allang
niet meer gedragen als bondgenoot. Trump heeft onlangs openlijk gedreigd
zich Groenland toe te eigenen. Ook ontvoerde hij illegaal president
Maduro — een president illegaal ontvoeren! Kan de minister uitleggen hoe
het kabinet deze geopolitieke realiteit meeweegt in besluiten over de
vitale digitale infrastructuur?
Dit risico beperkt zich niet tot de Verenigde Staten. Ook Israëlische
technologiebedrijven zijn nauw verweven met onze digitale
infrastructuur. Ook dit brengt zeer zorgwekkende gevaren met zich mee.
Zo werd vorig jaar nog bekend dat elf Nederlanders het slachtoffer waren
van Israëlische spionagesoftware, het op een na hoogste aantal in
Europa. Wie vitale digitale systemen onderbrengt bij bedrijven afkomstig
uit dit soort landen, accepteert dat vijandige buitenlandse staten
invloed krijgen op onze kerninfrastructuur.
Voorzitter. Onderzoeksprogramma Argos liet onlangs zien hoe kwetsbaar
Nederland is geworden door afhankelijkheid van de Amerikaanse F-35.
Ondanks miljardeninvesteringen en jarenlange samenwerking hebben wij
geen controle over de software van onze eigen gevechtsvliegtuigen. De
software ligt namelijk bijna volledig in handen van Amerikanen.
Nee, dit is geen sciencefiction. Follow the Money beschrijft hoe
wetenschappers, organisaties en opiniemakers in actie komen tegen deze
overname. Zij waarschuwen dat het in Amerikaanse handen brengen van
vitale digitale infrastructuur de kwetsbaarheid van Nederland voor
uitval, manipulatie en chantage vergroot. Zij wijzen er ook op dat het
niet alleen DigiD raakt, maar ook andere instituties, zoals de
rechtspraak, het Openbaar Ministerie en justitie, waar informatie wordt
verwerkt die letterlijk staatsgeheim is.
Dan hebben we nog de NS. De NS gaat een belangrijk deel van de
automatisering uitbesteden aan de Amerikaanse leverancier DXC
Technology. Het gaat om een contract van twaalf jaar. Deskundigen noemen
dit besluit naïef en onverstandig. Als je dit uitbesteedt, dan geef je
zicht en invloed uit handen. Hoe kijkt de minister naar deze overname
van ons spoornet door Amerika? Graag een reactie.
Voorzitter. Hoe naïef zijn we? Al deze bedrijven vallen onder de
Amerikaanse wetgeving, zoals de CLOUD Act. Die kan hen verplichten om
data te delen met de Amerikaanse overheid, ook als het gaat om gegevens
van Nederlandse burgers en ook als die data hier staan. We zijn een
datakolonie van de VS aan het worden. Of het nu gaat om digitale
infrastructuur, fysieke infrastructuur of defensie, Nederland mag nooit
afhankelijk zijn van buitenlandse machten. Ik ben het met JA21 eens dat
we al tien jaar geleden aan de noodrem hadden moeten trekken, maar laten
we dat, nu we dat al die tijd niet hebben gedaan, met z'n allen in ieder
geval alsjeblieft vandaag doen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan krijgt als laatste spreker van vandaag de heer Van Dijk
van de PVV het woord.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Heel Nederland schrok zich rot van het nieuws
dat kritieke overheidssystemen zoals DigiD en MijnOverheid, die beheerd
en gehost worden door Solvinity, in handen dreigen te vallen van de
Amerikaanse IT-gigant Kyndryl. Dat is volgens de PVV een zeer ongewenste
ontwikkeling, maar we zien in dit debat wel twee aparte lijnen door
elkaar heen lopen. Enerzijds is er een terechte zorg dat zeer
privacygevoelige gegevens van onze burgers in handen dreigen te vallen
van een buitenlandse mogendheid. Anderzijds zien we ook het Trump
derangement syndrome. Ik vraag me af of deze ophef er ook zou zijn
geweest als Kamala Harris de verkiezingen had gewonnen.
Voorzitter. De PVV is van mening dat ongeacht wie er in het Witte Huis
zit, het zeer ongewenst is dat persoonsgegevens van onze burgers in
handen kunnen vallen van buitenlandse bedrijven en buitenlandse
overheden. In het geval van de VS kan de overheid besluiten om eenzijdig
data op te eisen, ongeacht waar die data fysiek zijn opgeslagen. Dat kan
leiden tot blokkades of het afgeven van gevoelige informatie op bevel
van de VS. Dat vormt een risico voor de veiligheid en soevereiniteit met
betrekking tot Nederlandse data.
Maar wat doet het kabinet? Dat kijkt de kat uit de boom. In plaats van
alles in het werk te stellen om overname te voorkomen en dus de gegevens
van onze burgers veilig te stellen, wacht het kabinet af. Het kabinet
wist nota bene al in mei 2025 van het probleem en nu, negen maanden
later, is er paniek. Ik vraag me af waarom. We zijn voor vrijwel alles
al zo afhankelijk van het buitenland. Kijk naar onze domeinnamen. Kijk
naar de opslag van data. Kijk hoe afhankelijk we zijn van datacenters,
die veelal in handen zijn van Amerikaanse partijen, voor de opslag van
belangrijke informatie. Kijk naar het ov; daar zijn, gedreven door
totale irrationaliteit, en masse de bussen van Chinese fabrikanten zoals
Yutong en Build Your Dreams ingescheept om te verduurzamen. Het zijn
bussen die allemaal met één druk op de knop plat te leggen zijn, mocht
de Chinese overheid daartoe besluiten.
Voorzitter. Het zijn niet zomaar wat voorbeelden, maar ze zijn tekenend
voor een veel breder patroon dat al decennialang aan de gang is. Daarin
wordt iedere vorm van soevereiniteit afgebroken, totdat ieder onderdeel
van onze samenleving in buitenlandse handen is — of dat nou vanuit
Washington, Beijing of Brussel is — en kan worden platgelegd. Het past
vooral in de lijn die we al decennialang zien, waarin vitale zaken
overgelaten worden aan de vrije markt.
Voorzitter. Vandaag is bekend geworden dat de Securities and Exchange
Commission een onderzoek is gestart naar het management en de
gerelateerde rapportage en interne controles bij Kyndryl. Met andere
woorden, Kyndryl heeft de boekhouding niet op orde. In aankondiging van
het onderzoek vertrok de CFO halsoverkop, samen met de hoofdjurist en de
andere financiële topman. De overname van Solvinity is nog steeds niet
rond. Wij verwachten dan ook doortastend, resoluut optreden van dit
kabinet. Neem eens actie in het belang van die Nederlander en van de
privacy van die 17 miljoen Nederlanders. In dat kader heb ik dan ook de
volgende vraag. Zijn er nog voorwaarden in de overeenkomst die na het
bekend worden van dit onderzoek van de SEC en van de onzekerheden die nu
heersen rondom het bedrijf, deze deal nog kunnen beïnvloeden? Graag een
reactie van het kabinet.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van de heer Dassen.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Nee, niet Europa.
De heer Dassen (Volt):
Nee, dat zal ik de heer Van Dijk niet aandoen, maar ik heb wel iets
belangrijks. Via de heer Van Dijk zou ik daar eigenlijk een vraag over
willen stellen aan het kabinet. Ik heb begrepen dat Kyndryl ook gebruikt
wordt voor GrIT van Defensie. Ik ben benieuwd of de ministers ook daarop
kunnen ingaan. Het is natuurlijk bijzonder dat wij hier met elkaar
spreken over Solvinity en Kyndryl, maar dat Defensie daar tegelijkertijd
ook gebruik van maakt. Wellicht kan de minister dit meenemen in zijn
beantwoording.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ik geleid dit door naar het kabinet, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel en dank namens het kabinet.
Het is 19.30 uur. We gaan schorsen tot 20.15 uur voor de dinerpauze en
de voorbereiding van de beantwoording door het kabinet.
De vergadering wordt van 19.30 uur tot 20.15 uur geschorst.
De voorzitter:
Dames en heren, we gaan weer beginnen. Het woord is aan de
staatssecretaris voor de beantwoording van de vragen van de Kamer.
Staatssecretaris Van Marum:
Dank u wel, voorzitter, en …
De voorzitter:
Sorry, dat ik u nog even onderbreek. We hanteren hetzelfde regime als
net. Dat betekent dat de Kamerleden vier interrupties hebben als ze
langer duren dan 30 seconden. Ik zeg het eigenlijk verkeerd. Als een
interruptie langer duurt dan 30 seconden telt-ie voor twee en u heeft er
maar vier. Dat betekent dat het twee lange interrupties zijn. Als die
interrupties voorbij zijn, heeft u ook geen korte interrupties meer,
maar als u het beperkt houdt tot korte interrupties zijn het oneindig
veel interrupties. Dat gaat helemaal goedkomen. Ik zie de heer Stoffer
heel erg verbaasd kijken, maar ook u kan dit!
Staatssecretaris Van Marum:
Voorzitter, hartelijk dank voor het woord. Ik wil ook de Kamerleden
bedanken voor de mooie woorden die zij tot mij gesproken hebben. We
zitten hier vandaag met één iemand die zit te wachten op nieuw leven en
een ander bewindspersoon die een moeder heeft die aan het einde van haar
tijd zit. Ik wil iedereen heel erg bedanken voor de mooie reacties die
ik heb gekregen. Ook welkom aan de mensen op de tribune en aan de mensen
die digitaal, op afstand, meekijken.
Vandaag spreken wij over een belangrijk onderwerp, namelijk digitale
autonomie. We zien het belang alleen al aan de inbreng van de Kamerleden
vandaag. De voornaamste aanleiding voor dit debat is natuurlijk de
beoogde overname van cloudbedrijf Solvinity door het Amerikaanse
Kyndryl. Voordat ik hier verder op inga, wil ik eerst eventjes
uitzoomen. De geopolitieke ontwikkelingen drukken ons met de neus op de
feiten. Digitalisering is geen ver-van-ons-bedshow meer. Het is de motor
van onze economie en het fundament van onze publieke dienstverlening.
Digitalisering brengt kansen, maar vraagt ook steeds vaker dat wij
kritisch kijken naar de risico's. De bescherming van de digitale
autonomie en veiligheid is van groot belang. De risico's van digitale
afhankelijkheden vragen niet alleen de aandacht van de overheid, maar
ook van de gehele samenleving. De maatschappelijke discussie over de
beoogde overname van Solvinity laat zien dat dit bewustzijn
groeit.
Voorzitter. Dan over Solvinity. Sinds de bekendmaking van de beoogde
overname van Solvinity op 5 november 2025 is uw Kamer op meerdere
manieren geïnformeerd, waaronder door de beantwoording van de meerdere
sets Kamervragen, een technische briefing en gisteren nog een brief over
de laatste stand van zaken en vervolgstappen. Daarnaast, en dat prijs
ik, heeft uw Kamer ook zelf de handschoen opgepakt en meerdere
rondetafelgesprekken georganiseerd en gevoerd met een breed scala aan
stakeholders en experts. Ik begrijp dat de beoogde overname van
Solvinity tot maatschappelijke en politieke discussie leidt.
Tegelijkertijd hecht ik ook waarde aan het doorlopen van een zorgvuldig
proces.
In de brief die wij gisteren met uw Kamer deelden, schetsten wij drie
sporen. Allereerst wordt de overname getoetst door twee onafhankelijke
toezichthouders. De minister van Economische Zaken zal dit zo verder
toelichten. Ten tweede hanteren we voor deze casus een risicogebaseerde
aanpak. De Taskforce Economische Veiligheid is gevraagd om te adviseren
over een integrale risicoafweging van de operationele en strategische
risico's binnen de Solvinitycasus. Vervolgens zal in het kabinet ook
verdere afstemming plaatsvinden. Ten derde worden er afspraken gemaakt
over mitigerende maatregelen. Onder andere de Taskforce Continuïteit
ICT-dienstverlening heeft advies gevraagd aan de landsadvocaat.
Afspraken over generieke mitigerende maatregelen worden met Solvinity en
Kyndryl gemaakt. Daarnaast maken Logius en JenV afspraken met
leveranciers over de specifieke technische aanvullende maatregelen. Laat
ik benadrukken dat de continuïteit van kritische overheidsprocessen van
cruciaal belang is. Alle opties worden opengehouden om de continuïteit
van deze ICT-dienstverlening te borgen.
Voorzitter. Daarmee wil ik ook gelijk een aantal vragen van uw Kamer
beantwoorden, namelijk van de heer Stoffer, mevrouw Beckerman, mevrouw
Zwinkels, mevrouw El Boujdaini en de heer Vermeer. Zij vroegen — ik vat
het samen — of het kabinet bereid is in te grijpen, DigiD in Nederland
te houden of andere maatregelen in het contract te treffen, waaronder
een change-of-controlbepaling. Wij wachten de uitkomsten van
bovengenoemde drie sporen af om dat proces zo zorgvuldig mogelijk te
doorlopen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil even doorgaan op die drie sporen. Dat is op zich natuurlijk
prima, maar tegelijkertijd hanteren wij een tijdlijn en hebben ook
Solvinity en Kyndryl een tijdlijn als het gaat om de overname. Als we
die drie sporen volgen, zijn we dan straks niet te laat, of hebben we
straks geen achterstand die we niet meer kunnen goedmaken?
Staatssecretaris Van Marum:
Wij vinden in elk geval dat we die processen goed moeten doorlopen, en
volgens mij gebeurt er tot die tijd niks.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
En Solvinity heeft ook aan het kabinet kenbaar gemaakt dat het tot die
tijd dus niks gaat doen? Klopt dat?
Staatssecretaris Van Marum:
Dat is de wet.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik wacht eerst even de antwoorden van de staatssecretaris af op de
vragen die zijn gesteld, maar los daarvan had hij het over generieke
mitigerende maatregelen. Ik vroeg me af over welke maatregelen we het
dan specifiek hebben.
Staatssecretaris Van Marum:
Daar komen we natuurlijk op een later moment op terug, maar we weten
welke processen er lopen en welke processen er essentieel zijn. Het moet
geborgd zijn dat dat gewoon doorloopt.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan wil ik de staatssecretaris vragen wanneer die maatregelen die nu
worden uitgeplozen dan met de Kamer gedeeld kunnen worden.
Staatssecretaris Van Marum:
Daar kom ik in tweede termijn even op terug.
Ten derde worden er dus afspraken gemaakt over … O nee, die hebben we
net gehad. Ja, ten derde worden er afspraken gemaakt over mitigerende
maatregelen. Onder andere de Taskforce Continuïteit ICT-dienstverlening
heeft advies gevraagd aan de landsadvocaat. Afspraken over generieke
mitigerende maatregelen worden met Solvinity en Kyndryl gemaakt.
Daarnaast maken Logius en JenV afspraken met leveranciers over de
specifieke technische aanvullende maatregelen.
Laat ik benadrukken dat de continuïteit van kritische overheidsprocessen
van cruciaal belang is. Alle opties worden opengehouden om de
continuïteit van deze ICT-dienstverlening te borgen.
De heer Dassen (Volt):
Ik hoorde de staatssecretaris nu een paar keer verwijzen naar de
kritische overheidsprocessen. Ik was benieuwd of wij helemaal scherp
hebben welke dat zijn. Heeft de overheid van alle processen die we
hebben, scherp welke de kritische overheidsprocessen zijn?
Staatssecretaris Van Marum:
Daar is dus een inventarisatie van gemaakt, en er wordt nog steeds op
alle departementen gekeken wat de kritische processen zijn. Daar moet
wel een lijst van komen die leidend wordt, waarop ook de maatregelen
opgenomen worden die van toepassing zijn indien er zaken spelen.
De heer Dassen (Volt):
Dat is heel goed om te horen. Kan de staatssecretaris aangeven wanneer
die lijst ongeveer klaar is?
Staatssecretaris Van Marum:
Ik moet in tweede termijn even met de exacte datum komen, maar er wordt
gewoon aan alle kanten gekeken wat die processen zijn en hoe we daar
eventueel op moeten en kunnen interveniëren.
Het is belangrijk dat wij vandaag het debat voeren over Solvinity, maar
zoals ook blijkt uit andere voorbeelden die uw Kamer vandaag noemde,
zijn er meer structurele acties nodig om een autonomere overheid te
creëren. In december vorig jaar is de Visie Digitale autonomie en
soevereiniteit van de overheid vastgesteld en aangeboden aan uw Kamer.
Hierin staat een strategische richting waarmee de Nederlandse overheid
haar digitale autonomie en haar digitale soevereiniteit kan versterken.
Het is aan een volgend kabinet om deze visie nader uit te werken en te
komen tot meer regie op de digitale infrastructuur en de systemen en de
data van de overheid. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie is
digitale weerbaarheid en autonomie een van de prioriteiten waarop volop
wordt ingezet. Hierbinnen wordt ook gewerkt aan een soevereine
overheidscloud. Hiervoor zijn extra financiële middelen nodig, en dit is
een langetermijnperspectief.
Voorzitter. Wij willen doorgroeien naar een Nederlandse overheid die de
grip op haar digitale infrastructuur versterkt en strategische keuzes
maakt: open waar het kan en beschermen waar het moet, en digitale
autonomie is geen eindstation maar een richting. Het is iets wat we stap
voor stap met elkaar realiseren, waarbij we ons ook moeten realiseren
dat er digitale afhankelijkheden zullen blijven bestaan.
Voorzitter. Dan ga ik nu over naar de beantwoording van de gestelde
vragen. Ik doe dat in de volgende blokjes: digitale autonomie en
soevereiniteit, Solvinity en DigiD, en een klein blokje met andere
vragen.
De heer Dassen vroeg: welke rol ziet het kabinet voor zichzelf om de
markt zo spoedig mogelijk op weg te helpen met het maken van Europese
alternatieven; overweegt het afnamegaranties om de markt op gang te
helpen? In het kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie zetten
we onder meer in op de realisatie van een soevereine overheidscloud. We
hebben het strategisch doel om een centrale overheidsmarktplaats voor
cloudtechnologieën te realiseren. Hiermee brengen we vraag en aanbod bij
elkaar, om de markt zo te helpen bij het vormgeven van soevereine
cloudoplossingen. Het kabinet gebruikt hiervoor andere instrumenten dan
afnamegaranties, mede vanwege de risico's van oneigenlijke inmenging in
de markt.
Kamerlid El Abassi vroeg: kan de minister uitleggen hoe de geopolitieke
realiteit wordt meegewogen in het nemen van besluiten over digitale
infrastructuur? Een veranderende geopolitieke situatie brengt
vanzelfsprekend andere keuzes met zich mee wat betreft de besluiten over
digitale infrastructuur. Dit dient natuurlijk ook meegenomen te worden
bij aanbestedingen. Daarom zijn er op 1 januari 2026 nieuwe algemene
veiligheidseisen voor rijksoverheidsopdrachten in werking getreden.
Hierbij is van belang dat veel van dit soort trajecten van lange adem
zijn. Het kost gewoon tijd om die te implementeren.
De Kamerleden El Boujdaini en Van den Berg vroegen: vindt de
staatssecretaris dat er duidelijke kaders nodig zijn over wanneer de
overheid volledige, beperkte of geen regie moet hebben over digitale
systemen en, zo ja, wil de staatssecretaris deze kaders dan ook
opstellen? Ik begrijp uw vraag. Ik zie deze vraag als aansluitend op de
al bestaande kaders voor de kritische infrastructuur. Onder de vlag van
de NDS wordt een inventarisatie uitgevoerd naar de identificatie van
kritieke processen. Als onderdeel van de IT-sourcingstrategie worden
richtlijnen en kaders opgesteld voor de uitbesteding van digitale
overheidsdiensten. Het ministerie van BZK werkt samen met ministeries en
gemeenten aan een handreiking over digitale autonomie, met concrete
handvatten om deze te verbeteren.
Ik weet niet precies meer van wie deze vraag was, maar ik heb hier de
vraag: wanneer wordt de routekaart voor digitale autonomie gepubliceerd
en welke concrete stappen staan hierin? De routekaart verschijnt
uiterlijk in 2026 en bevat een tijdpad met meetbare mijlpalen, concrete
stappen en samenwerking met andere Europese lidstaten. Onder digitale
infrastructuur zoals benoemd in de motie-Dassen verstaan we met name de
digitale werkomgeving van de overheid, inclusief communicatie zoals
e-mail, chat en videobellen, en samenwerking zoals documentbeheer en
kantoorsoftware.
De voorzitter:
De heer Dassen loopt naar voren.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb nog een vraag aan de staatssecretaris over zijn vorige antwoord.
Dat ging over het aanjagen van de markt en de afnamegaranties. De
staatssecretaris gaf een antwoord over de cloud, maar er is natuurlijk
veel meer dan alleen de cloud. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris
daar ook van alles voor doet?
Staatssecretaris Van Marum:
Wij gebruiken andere instrumenten dan afnamegaranties, mede vanwege de
risico's van inmenging in de markt. Er wordt wel op gestuurd. Dat kan
gaan over hoe je een aanbesteding opzet en dat soort zaken. Maar het
geven van afnamegaranties is wel een heel grote stap.
De heer Dassen (Volt):
Het antwoord ging specifiek over de cloud, maar er zijn natuurlijk meer
diensten dan alleen clouddiensten. Daar willen we ook digitaal
onafhankelijk van zijn. Dat zal aangejaagd moeten worden. Er zouden
Europese alternatieven moeten komen. Wat doet de staatssecretaris voor
al die andere zaken naast de cloud? Ik begrijp namelijk niet helemaal
waarom afnamegaranties nou zo'n grote inmenging in de markt zijn. Ik ben
benieuwd welke alternatieven deze staatssecretaris dan schetst.
Staatssecretaris Van Marum:
In principe is het voor de digitale soevereiniteit in de volle breedte
van belang dat wij gaan proberen Europese marktpartijen te gebruiken
voor kritische infrastructuur. Wij gaan dus zeker ook proberen gebruik
te maken van die partijen.
De heer Dassen (Volt):
Maar wat wordt dan gedaan om ervoor te zorgen dat die partijen ook
daadwerkelijk die groei kunnen meemaken en deze diensten kunnen gaan
leveren?
Staatssecretaris Van Marum:
Je kunt in je aanbesteding bepaalde zaken zetten zodat het in een
bepaalde richting gaat, of bepaalde eisen stellen. Dat zijn ook
mogelijkheden om partijen in positie te brengen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Ja, tot slot, voorzitter. Voor mij is het antwoord dat de
staatssecretaris geeft net iets te abstract. Hij heeft het over bepaalde
dingen die je in een aanbesteding zet. Kan de staatssecretaris dat
concreet maken of nog iets meer uitleggen waarom een afnamegarantie een
inmenging in de markt is? In mijn ogen kan het juist een stimulatie zijn
voor bedrijven als je zegt: wij als overheid gaan het afnemen; ga het
maar bouwen.
Staatssecretaris Van Marum:
Dat zou misschien in bepaalde gevallen kunnen, maar je kunt natuurlijk
ook bedrijven bevoordelen als je daar een afnamegarantie aan geeft.
Uiteindelijk is het gewoon de bedoeling dat we in Nederland en Europa
zorgen dat die markt zich gaat ontwikkelen. We kunnen daar in de
aanbestedingen richting aan geven, maar dat wil nog niet zeggen dat je
dan direct een afnamegarantie moet geven.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter, misschien nog heel kort tot slot. Het antwoord van de
staatssecretaris is nu anders dan dat over inmenging in de markt. Mijn
vraag blijft dus staan: is het vanwege inmenging in de markt of omdat de
overheid de voorkeur geeft aan andere zaken? In dat tweede geval zou ik
namelijk zeggen dat ik wel benieuwd ben of we ook kunnen gaan kijken
naar afnamegaranties.
Staatssecretaris Van Marum:
Kijk, als je alles op één grote hoop gooit … Je hebt kritische
processen, minder kritische processen en niet-kritische processen. Als
je bepaalde partijen voor kritische processen wil hebben, kun je dat
stimuleren. Dat kun je in je uitvraag, in voorwaarden of met mogelijke
gunstige andere zaken regelen, maar dat hoeft niet voor iedereen en we
hoeven het ook niet volledig dicht te timmeren. We zitten namelijk ook
in een open economie, dus je moet wel kijken voor welke processen je wat
doet.
De voorzitter:
Daar moet u het mee doen, meneer Dassen, maar misschien komt er hulp van
D66.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik heb nog een vraag over de beantwoording van de staatssecretaris met
betrekking tot het in de aanbesteding meenemen van het criterium
betreffende de digitale soevereiniteit. U gaf namelijk aan dat vanaf 1
januari 2026 de beveiligingseisen voor overheidsopdrachten zijn
aangescherpt en dat die worden meegenomen in aanbestedingen. Alleen, ik
begrijp van heel veel bedrijven dat dit nog steeds niet toereikend is.
Dit gaat dus om de ABRO, maar dit is nog steeds niet expliciet het
criterium van digitale autonomie en soevereiniteit meenemen in
aanbestedingen. Hoe reflecteert de staatssecretaris daarop?
Staatssecretaris Van Marum:
Daar kom ik in de tweede termijn even op terug.
Wanneer wordt de routekaart voor digitale autonomie gepubliceerd? O, die
vraag heb ik net gehad.
Dan een vraag van de heer Stoffer: wanneer komt er een routekaart
richting een meer soevereine overheidscloud en de versterking van de
eigen capaciteit? Hij stelde voor om toe te werken naar een government
private cloud. In het kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
loopt er een verkenning naar de realisatie van een soevereine
overheidscloud. Hierbij worden interne dienstverleners, medeoverheden en
de markt actief betrokken. Tijdens het notaoverleg Nederlandse
Digitaliseringsstrategie heb ik uw Kamer toegezegd dat u de resultaten
van deze verkenning in de eerste helft van 2026 mag verwachten. Voor
deze implementatie zijn wel middelen nodig.
De heer Heutink vroeg: waar ligt de grens; wanneer zegt het kabinet "tot
hier en niet verder" als het gaat over digitale onafhankelijkheid? En:
is het kabinet bereid digitale autonomie niet alleen een ambitie maar
ook een leidend principe te maken van alle organisaties die een publieke
taak uitvoeren? De inzet van het kabinet is erop gericht verstandig om
te gaan met afhankelijkheden: open waar het kan, beschermen waar het
moet. Die afweging moet voor iedere casus individueel gemaakt worden.
Digitale autonomie in de uitvoering van een publieke taak vraagt om een
flexibele aanpak, waarbij wordt geleerd, bijgestuurd en aangepast op
basis van nieuwe inzichten, technologische ontwikkelingen en
risicoafwegingen. Daartoe wordt binnen de NDS in technische inkoopkaders
de afweging op het gebied van digitale autonomie opgenomen, waarmee
digitale autonomie een prominentere rol zal gaan spelen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Op dit moment laten we hoogstwaarschijnlijk gewoon een grote rode knop
overbrengen naar Amerika, en is het maar wachten en hopen dat ze er niet
op gaan drukken. Wat noemt de staatssecretaris dan "verstandig"? Volgens
mij is verstandig dat je gewoon zorgt dat de data en infrastructuur in
Nederland blijven, zodat je er zelf zeggenschap over hebt. Dat is toch
het meest verstandige om te doen?
Staatssecretaris Van Marum:
Dank u wel voor de vraag. Op het eerste deel van uw vraag is het
antwoord nee. Wat betreft het tweede deel van uw vraag: daar wordt
gewoon zorgvuldig mee omgegaan. Wij doen die onderzoeken. Wij komen op
een bepaald moment op een punt waarop we zeggen: nu hebben we alle
informatie bij elkaar. Vervolgens kunnen we afwegingen maken.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Staatssecretaris Van Marum:
De heer Stoffer vroeg: "Hoe weegt het kabinet de consistentie van
beleid? We weren buitenlandse camera's uit angst voor spionage. We laten
mogelijk de machinekamer van onze digitale identiteit overnemen door een
buitenlandse partij. Hoe is dat uitlegbaar?" Bij het inkopen van
producten en diensten is het van belang dat nationale
veiligheidsoverwegingen worden meegenomen. Vitale aanbieders zijn
daarbij zelf verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen tegen
risico's voor de nationale veiligheid. Voor landen met een offensief
cyberprogramma gericht tegen Nederland of landen die daartoe specifieke
verplichtingen in hun wetgeving kennen, kunnen maatregelen worden
genomen. In het rapport Dreigingsbeeld Statelijke Actoren 2025 worden op
dit moment China, Rusland, Noord-Korea en Iran genoemd als landen met
een offensief cyberprogramma. Wat betreft de camera's: deze waren uit
China afkomstig; dat is in de huidige casus dus ook niet aan de
orde.
De heer Stoffer vroeg nog het volgende. "Begin bij de fundering: data.
Beleid moet starten bij de vraag wie ultieme zeggenschap heeft over data
en cryptografische sleutels en onder welke jurisdictie." Dat is
inderdaad van groot belang. In principe moet de overheid de exclusieve
zeggenschap hebben over haar data. Cryptografische versleuteling is
daarom een belangrijke technologie. De overheid moet daarom inzage
hebben in hoe dit wordt uitgevoerd en wie waar toegang toe heeft. Indien
nodig worden er ook maatregelen genomen om misbruik te voorkomen. De
jurisdictie waaronder overheidsdata wordt verwerkt, is dus bij voorkeur
exclusief de Nederlandse jurisdictie. In voorkomende gevallen is de
jurisdictie van een ander lid van de EU of de Europese Economische
Ruimte acceptabel.
Dan vroeg de heer Stoffer nog: richt een soevereine tech agency op,
zoals Rijkswaterstaat dat is voor water en wegen, een organisatie met
een wettelijk mandaat waarbij de overheid eigenaar is van cruciale
onderdelen. In het coalitieakkoord zijn zowel voor de rijksdienst als
voor de digitalisering voorstellen opgenomen voor onder andere een
digitale dienst en een Nederlands Agentschap voor Disruptieve Innovatie.
De keuzes over het realiseren van deze soevereine tech agency laat ik
graag aan mijn opvolger.
Dan ga ik naar het blokje Solvinity en DigiD. De heer Stoffer vroeg: kan
het kabinet zwart-op-wit garanderen dat voor DigiD en MijnOverheid geen
enkele buitenlandse rechtsmacht toegang kan afdwingen tot gevoelige data
of sleutels? Solvinity handelt binnen de kaders van de Nederlandse en
Europese wetgeving. Wij kunnen niet zwart-op-wit garanderen dat geen
enkele buitenlandse macht toegang kan afdwingen tot gevoelige
overheidsdata. Logius heeft maatregelen genomen om de veiligheid en de
beschikbaarheid van de diensten te waarborgen en daarmee misbruik en
oneigenlijk gebruik te voorkomen. Tegelijkertijd geldt dat het tegen
kwade opzet altijd lastig wapenen is, ongeacht voor welke leverancier
wordt gekozen.
Mevrouw Zwinkels vroeg: hoe kijkt de regering naar de toepassing van de
zogenaamde "poison pill"-benadering, waarbij bij buitenlandse overname
de aandelen in handen van de regering komen? Dergelijke contractuele
bedingen zijn in de aanbestedingswereld niet gebruikelijk en zullen vaak
ook tot grote weerstand bij de contractpartij leiden. Ik neem dit op dit
moment dus ook niet in overweging.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dat vind ik natuurlijk teleurstellend om te horen, want ik denk dat we
met elkaar in dit debat juist alle opties op tafel moeten leggen. Ik
hoorde de staatssecretaris dat zojuist nog zeggen. Dan is mijn vraag dus
toch: waarom kan dit niet worden meegenomen? Ik heb ook niet gezegd dat
het per se in de handen van de overheid, van de regering, moet komen,
maar dat het in Nederlandse handen moet zijn. Dat kan dus ook het
Nederlandse bedrijfsleven zijn.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik zeg dat ik dit op dit moment niet in overweging neem.
De voorzitter:
Vraagt u maar; u kunt nog een keer iets vragen.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja, maar als de staatssecretaris het op die manier gaat herhalen, komen
we er denk ik niet. Ik vraag waarom niet en waarom het niet goed zou
zijn om alle opties op tafel te leggen.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik heb dit al eerder gezegd. Ik wil er wel even in brede zin op
antwoorden. Wij hebben gezegd dat wij op dit moment diverse onderzoeken
doen. Uiteindelijk komt daar een set van antwoorden uit: dingen waar wij
rekening mee te houden hebben, wat de consequenties zijn, wat de
risico's zijn, en ook wat de mogelijkheden en de onmogelijkheden zijn.
Ik heb gezegd dat dan alles openligt. Ik heb hier nu gezegd dat dit voor
mij op dit moment niet in de overweging zit.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Mag ik dan constateren dat dit, wanneer die uitkomsten van de twee
toezichthouders naar buiten komen zijn, wel degelijk weer op tafel kan
liggen als een van de mogelijke oplossingsrichtingen, afhankelijk van
het scenario dat zich dan voordoet?
Staatssecretaris Van Marum:
Dat is een wat-alsvraag waar ik op dit moment nog geen antwoord op kan
geven. Het enige wat ik kan zeggen, is het volgende. Op het moment dat
wij alle onderzoeken achter de rug hebben en we alle informatie tot onze
beschikking hebben, ligt voor ons gewoon alles open. Dan kijken we hoe
wij verdergaan. Dan zijn meerdere zaken mogelijk, maar wij willen eerst
een compleet beeld hebben door alle onderzoeken en daar onze afweging op
baseren.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Tot slot. Dan ben ik benieuwd of de staatssecretaris deze route wel wil
voorbereiden voor het moment dat we met elkaar die opties op tafel
hebben liggen.
Staatssecretaris Van Marum:
Wat ik net gezegd heb, blijf ik gewoon herhalen. Wij zijn op dit moment
alle onderzoeken aan het doen. Als wij de complete set van onderzoeken
terughebben en alle adviezen daarbij bij elkaar leggen, dan liggen in
principe alle opties open. Op dit moment is het niet aan de orde.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik begrijp dat de staatssecretaris alle opties wil afwegen. Het is ook
goed dat het kabinet dat doet. Tegelijkertijd hebben we hier te maken
met een reëel risico dat de veiligheid van onze digitale infrastructuur
betreft. Ik vraag de staatssecretaris eigenlijk om wel stelling te
nemen, om gewoon wel te zeggen: we hebben hier een serieus probleem te
pakken en ik ga mijn best doen en alles op alles zetten om ervoor te
zorgen — dat is ook de boodschap die ik aan al die Nederlanders wil
geven — dat al die data en al die infrastructuur gewoon in goede handen
zijn. Die garanties en die uitspraken krijg ik op dit moment niet uit
deze staatssecretaris, maar ik hoop wel dat hij het nu kan zeggen.
De voorzitter:
Dat waren twee interrupties.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik hoor hier een aantal zaken genoemd worden die ik niet gezegd heb. Het
enige wat ik op dit moment gezegd heb, is dat wij in deze zaak de zorgen
begrijpen en dat wij ook zeer serieus nemen wat hier aan risico's ligt.
Vervolgens gaan wij gewoon alle sporen die we nu ingezet hebben, eerst
uitlopen voordat wij er een afgewogen oordeel over zullen hebben.
Daarbij liggen alle opties open. Voor ons is het gewoon essentieel dat
de gegevens, de data van de Nederlanders, veilig moeten zijn. Dat is een
heel belangrijk punt, dat wij hier met elkaar als kabinet vast willen
houden. Dat betekent wel dat je eerst alle sporen moet uitlopen voordat
je daar de afweging over kunt maken.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het klopt inderdaad dat de staatssecretaris dat niet gezegd heeft.
Daarom vroeg ik hem zojuist om het zeggen. Ik vraag dus aan de
staatssecretaris: welke boodschap heeft hij voor al die Nederlanders die
zich zorgen maken als het gaat om de veiligheid van überhaupt de
digitale infrastructuur, en van DigiD en noem maar op?
Staatssecretaris Van Marum:
Daar kan ik gewoon heel helder over zijn. Wij gaan daar uiterst serieus
mee om. Het is niet voor niks dat wij al deze middelen ingezet hebben om
te bekijken hoe we daarvoor de juiste dingen kunnen doen zodat de data
en de veiligheid van de Nederlanders gegarandeerd zijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik denk dat iedereen begrijpt dat er stappen moeten worden doorlopen.
Tegelijkertijd denk ik dat er ook een beetje kregel ontstaat, omdat
mensen denken: dit zijn alleen maar procesantwoorden. Er zitten mensen
te kijken die denken: hoe kan dit überhaupt verkocht worden? Begrijpt de
staatssecretaris dit gevoel? Begrijpt hij dat mensen denken: hoe kan
dit?
Staatssecretaris Van Marum:
Ik snap de vraag wel en ik snap de gevoelens van de Nederlanders ook
wel. Wij hebben van het begin af aan gezegd dat wij DigiD zeer serieus
nemen en dat wij ook willen dat het in Nederlandse handen blijft en we
er op een goede manier mee om kunnen gaan. Maar we hebben wel te maken
met een aantal zaken die we eerst moeten onderzoeken. Dat doen we
serieus. Daar hebben we een aantal mechanismen voor die bij wet geregeld
zijn. We hebben een aantal adviescommissies die er op een serieuze
manier naar kijken. Straks hebben we een totaalpakket en een overzicht
van wat er aan de hand is. Op dat moment kunnen wij de afweging maken
welke richting we ingaan. Maar dat doen we altijd met het doel om de
data van Nederland veilig te houden.
Mevrouw Beckerman (SP):
Een beetje op het gevaar af dat het vooral langer duurt zonder dat er
veel antwoorden komen, vraag ik het volgende. Het blijft heel erg op dat
proces hangen. Ik zou de staatssecretaris daarom nog een keer willen
vragen naar de wenselijkheid hiervan. Hoe wenselijk vindt de
staatssecretaris het zelf dat dit op deze manier kon gebeuren? Erkent
hij dat het publiek maken hiervan een goede richting is om het op te
lossen?
Staatssecretaris Van Marum:
Zover wil ik op dit moment nog niet gaan. Wat ik wel wil zeggen, is dat
wij in de veranderde geopolitieke situatie scherper moeten zijn op dit
soort kritische infrastructuren. Het is dan ook niet voor niets dat wij
de NDS hebben opgesteld, want daarin hebben wij dit heel duidelijk
neergezet.
We hebben nu een heel kritisch onderdeel van onze Nederlandse
infrastructuur voor de bril en daar moeten we zeer serieus mee omgaan.
Maar het is natuurlijk in een veel breder veld, want wij hebben meer
processen lopen op andere grote buitenlandse diensten. Daar hebben we
juist die NDS voor opgezet, want daarmee willen wij kijken hoe wij tot
meer autonomie kunnen komen. Hoe kunnen we het veiliger maken? Hoe
kunnen we met eigen clouddiensten gaan werken? Dat is eigenlijk gewoon
het grote plaatje waar we ook in zitten. Dit is eigenlijk een
onderdeeltje van het grote plaatje.
De voorzitter:
Vervolgt u de beantwoording.
Staatssecretaris Van Marum:
Mevrouw Wendel en de heer Dassen vroegen of er Europese alternatieven
beschikbaar zijn. Voor de dienstverlening die Solvinity onder meer aan
Logius verleent, zijn alternatieven op de Nederlandse en de Europese
markt beschikbaar. Overgaan naar een nieuwe leverancier vereist wel een
nieuwe aanbesteding, waarin eisen moeten worden opgenomen om herhaling
te voorkomen. Na selectie is er ook nog een overdracht van de benodigde
kennis nodig. Een ondoordachte snelle migratie naar een andere
leverancier kan dus risico's opleveren voor de continuïteit en de
veiligheid.
De heer Vermeer en mevrouw El Boujdaini vroegen waarom deze informatie
niet als politiek-bestuurlijk relevant is aangemerkt en waarom besloten
is om het niet op te schalen naar het kabinet. "Deelt de minister de
analyse dat er sprake is van een fundamentele onderschatting van het
belang van de digitale infrastructuur?" Ik ben nog geen minister, maar
ik doe het maar even namens de collega. Ik hoor hem zeggen dat dat goed
is!
De overheid of een van haar diensten heeft niet overwogen om Solvinity
over te nemen of in eigen handen te brengen. Eigenaarschap van bedrijven
is in principe een marktaangelegenheid. Wel beschikt Nederland over een
breed instrumentarium ter borging van de economische veiligheid,
waaronder de continuïteit van vitale processen. Een voorbeeld hiervan
zijn de investeringstoetsen. Daarnaast heb ik zelf opdracht gegeven om
een escalatieladder te ontwikkelen om het tijdig politiek te
signaleren.
Dan kom ik bij wat andere vragen.
De voorzitter:
Voordat u daarmee verdergaat, is er een interruptie.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Nog steeds heb ik eigenlijk geen concreet antwoord gehoord van de
staatssecretaris op de vraag waarom we het niet hebben gedaan. De
staatssecretaris geeft aan dat dat ook vanwege de marktwerking niet is
gebeurd, maar volgens mij hebben we in Nederland ook andere bedrijven
waarin de overheid heeft geïnvesteerd, bijvoorbeeld ProRail, NS,
Havenbedrijf Rotterdam en KLM. We hebben een deelname in die bedrijven
en toch is er daar marktwerking. Dus nogmaals: waarom is ervoor gekozen
om Solvinity niet over te nemen? Als het een financiële kwestie is, dan
is dat ook een antwoord. Maar wat is de reden?
De voorzitter:
Mevrouw El Boujdaini, u heeft nu eigenlijk uw interrupties opgemaakt,
maar omdat het de eerste keer is dat u hier in de plenaire zaal staat,
krijgt u gewoon nog een kans. De interrupties moeten wel wat korter als
u meerdere vragen wil kunnen stellen.
Staatssecretaris Van Marum:
Normaal gesproken neemt de Nederlandse overheid niet zomaar bedrijven
over. Ook in dit geval is dat zo. Alleen, hier hebben we natuurlijk te
maken gehad met een bedrijf dat hele kritische infrastructuur beheert.
Daarover heb ik binnen mijn organisatie gezegd dat ik het belangrijk
vind dat dit, als dit ter sprake komt, onmiddellijk geëscaleerd wordt en
politiek verantwoordelijke bestuurders daarvan in kennis worden gesteld,
zodat we dit kunnen overwegen.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank u wel, zeg ik via de voorzitter tegen de staatssecretaris. Dan heb
ik daarop nog een vervolgvraag. U geeft aan dat we de kritieke
infrastructuren in Nederland inderdaad graag zelf willen beheren of daar
regie over willen houden, zoals bij het spoor en andere zaken. Deelt de
staatssecretaris dan met mij dat we de digitale kritieke infrastructuren
misschien nog eens onder de loep moeten nemen?
Staatssecretaris Van Marum:
Daar is op dit moment een inventarisatie van, die wij binnenkort zullen
delen. Daar informeren wij dan vertrouwelijk over, daar waar het kan en
daar waar het vertrouwelijk is.
De heer Dassen (Volt):
Ik zou graag nog even op een antwoord van de staatssecretaris willen
terugkomen. De vraag die ik had, was: wat nou als Solvinity verkocht zou
worden aan een andere partij? Zijn er alternatieven die volledig op
Europese systemen draaien en in Europese handen zijn?
Staatssecretaris Van Marum:
Er zijn alternatieven op de Nederlandse en Europese markt beschikbaar,
zoals ik al heb gezegd. Een nieuwe aanbesteding is echter een tijdrovend
project, dat niet lichtvaardig moet worden ondernomen.
Overheidsorganisaties die diensten afnemen, zijn aan het bestuderen wat
de juiste timing daarvoor is.
De heer Dassen (Volt):
Die alternatieven zijn dus volledig in Europese handen en draaien op
Europese systemen? We hebben dus geen Amerikaanse cloud en dat soort
systemen nodig?
Staatssecretaris Van Marum:
In mijn beantwoording heb ik staan dat er alternatieven op Nederlandse
en Europese markten beschikbaar zijn. Als u doorvraagt over waar die op
draaien, dan zal ik dat na moeten vragen en daar in de tweede termijn op
terug moeten komen.
De heer Dassen (Volt):
Dat is voor mij een beetje de kern. Anders blijven we namelijk dezelfde
discussie voeren. Dan zijn er alternatieven, maar als die ook weer
gebruikmaken van de Amerikaanse cloud, dan zijn het niet echt
alternatieven, want die vallen weer onder de CLOUD Act. Dit hele debat
gaat volgens mij over die discussie. Daar zou ik graag een duidelijker
antwoord op willen hebben. Dat is volgens mij de afhankelijkheid die we
hebben.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik ondersteun in zekere zin wat de heer Dassen zegt. Het is een van de
zaken die overheidsbreed spelen. We hebben heel veel kritische
infrastructuur draaien. Er is bijna geen bedrijf dat niet op de een of
andere manier gelinkt is aan een groot techbedrijf. Het is de
doelstelling van de NDS, maar ook van Europa, om daar autonomie in te
bereiken. Alleen, dat is een weg van lange adem. Dat is niet volgende
week vrijdag geregeld, om het zo maar te zeggen.
De heer Dassen (Volt):
Zeker, maar volgens mij is de kern van dit debat dat we niet elke casus
apart behandelen in deze Kamer maar dat we zien wat het onderliggende
probleem is. Daarom heb ik gevraagd — ik weet niet wanneer die vraag
beantwoord zal worden — of we als Europa niet met wetgeving moeten komen
die voorkomt dat die data richting … Komt die vraag aan bod bij de
minister? Ja? Dan wacht ik daarop.
Staatssecretaris Van Marum:
Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Zwinkels: "Hiernaast moeten we
tijdig risicoanalyses uitvoeren en in kaart brengen welke digitale
dienstverlening in de EU beschikbaar is. Klopt het dat zulke analyses
nog geen onderdeel uitmaken van de staande praktijk?" Het vroegtijdig
herkennen van veiligheidsrisico's is essentieel bij overheidsopdrachten
en is onderdeel van het IT-sourcingbeleid. Hiervoor zijn handreikingen
beschikbaar, onder andere bij PIANOo, het Expertisecentrum Aanbesteden
van het ministerie van Economische Zaken. In de bijbehorende handleiding
en risicoanalyse wordt expliciet aandacht gevraagd voor onder meer de
geopolitieke risico's. Het in kaart brengen van de EU-alternatieven is
nog steeds geen onderdeel van de staande praktijk.
Mevrouw Beckerman vroeg: erkent het kabinet het risico dat de VS
sanctiewetgeving kennen en in dit licht kunnen toepassen? Ja, inderdaad,
de VS kennen sanctiewetgeving en kunnen die toepassen.
Mevrouw Wendel van de VVD vroeg: "Heeft de minister er inzicht in of er
vergelijkbare risico's spelen bij andere overheidsinstanties of vitale
publieke voorzieningen? Hoe kijkt hij in dat licht naar de casus-NS?"
Departementen zijn zelf verantwoordelijk voor het doen van
risicoanalyses bij aanbestedingen en uitbestedingen. Specifiek over de
Nederlandse Spoorwegen zijn schriftelijke vragen gesteld. Ik wil niet
vooruitlopen op de beantwoording daarvan.
De heer Van Dijk van de PVV zei dat Defensie ook valt onder Kyndryl. Kan
de staatssecretaris daarop ingaan, vroeg hij. Ik kan hier geen antwoord
op geven; daarvoor moet u echt bij de minister van Defensie zijn.
Daarmee ben ik aan het einde van mijn beantwoording gekomen.
De voorzitter:
Nu staat iedereen op. Eerst de heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Dat vind ik net iets te makkelijk van de staatssecretaris. Er staat
namelijk gewoon op de website dat Defensie gebruikmaakt van Kyndryl. Als
Defensie er gebruik van mag maken, dan is het voor mij natuurlijk de
vraag waarom Solvinity overgenomen zou moeten worden. Ik zou daar toch
graag een antwoord op willen van de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik herhaal mijn antwoord. Als u daar vragen over heeft, moet u die
stellen aan de minister van Defensie.
De heer Dassen (Volt):
Maar dan is misschien de onderliggende vraag of er meer
overheidsonderdelen zijn die gebruikmaken van deze partij. Hebben we dat
scherp? Maken we daar net zo'n probleem van als we nu doen in het debat
dat we aan het voeren zijn?
Staatssecretaris Van Marum:
Ik denk dat er een goede inventarisatie gemaakt wordt van alle
onderdelen en waar die de komende tijd draaien. Er is natuurlijk veel
werk verzet om dat over de afgelopen tijd inzichtelijk te maken. Als er
ergens problemen zijn, zullen we uw Kamer daarover informeren.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Ik moet even kijken of het zo werkt, maar dan zou ik graag een brief van
de minister van Defensie willen ontvangen waarin die ingaat op deze
casus en deze problematiek en antwoord geeft op de vraag. Ik vind het
namelijk een rare gang van zaken dat de overheid en Defensie hier wel
gebruik van maken maar Solvinity hier niet door overgenomen zou mogen
worden.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik zal het doorgeleiden.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Zoals ik aan het begin van het debat al zei, zou er in dit debat eerst
alleen maar worden ingegaan op de casus van DigiD. Daarna is het echter
door de Tweede Kamer expliciet verbreed naar een breed debat over
digitale strategische autonomie. Er is een aanvraag gedaan door mijn
collega van Groep Markuszower om het ook over de NS te hebben en er
wordt een vraag gesteld over dienstverlening die gewoon valt onder het
bedrijf dat nu dreigt te worden overgenomen. Ik vind dat wij er echt van
uit moeten kunnen gaan — hier wordt weer duidelijk waarom het zo jammer
is dat we geen minister van Digitale Zaken krijgen — dat het kabinet met
één mond spreekt en dat als wij hier een debat hebben over digitale
strategische autonomie, alle vragen beantwoord moeten kunnen worden. Dus
ik zou er echt nog één keer toe willen oproepen dat we alle vragen die
we hier vandaag stellen over digitale strategische autonomie gewoon
beantwoord zien, dan maar in de tweede termijn.
De voorzitter:
Dit telt als twee interrupties.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik heb het gehoord.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil hier nog wel even op doorgaan. Ik heb inderdaad een uitgebreid
betoog gehouden over NS. De staatssecretaris is daar niet op ingegaan.
Ik ga er nu dus wel een vraag over stellen. Als de staatssecretaris dit
debat hoort, wat vindt de staatssecretaris er dan van dat NS ook zijn
data in Amerika gaat zetten?
Staatssecretaris Van Marum:
Zoals gezegd is daar een set Kamervragen over gesteld die schriftelijk
beantwoord gaat worden. Ik neem aan dat u die krijgt van de
staatssecretaris.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ja, maar ten eerste heeft onze fractie geen schriftelijke vragen gesteld
en ten tweede stel ik deze vraag nu aan de staatssecretaris. Volgens mij
is de staatssecretaris hier niet voor Piet Snot aanwezig en kan hij dus
gewoon antwoord geven. Als hem dat niet lukt, zie ik hem wel terug in de
tweede termijn, maar ik ga niet wachten op schriftelijke vragen. Ik wil
vanavond antwoord.
Staatssecretaris Van Marum:
Ik heb u gehoord.
De heer Van den Berg (JA21):
We zagen in de reactie op Kamervragen dat Solvinity inderdaad al vorig
jaar de overheid heeft geïnformeerd dat zij overgenomen zouden worden.
Mijn vraag aan de staatssecretaris, en eigenlijk ook aan de minister, is
dan ook of de minister of de staatssecretaris dan wel beiden op de
hoogte waren van dat voornemen.
Staatssecretaris Van Marum:
In de Kamerbrief staat duidelijk hoe dat gegaan is en welke actie daarop
is ondernomen.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan zie ik het wellicht over het hoofd, maar hier staat dat de overheid
als grote afnemer is geïnformeerd en dat de overheid niet heeft
overwogen om Solvinity over te nemen of in eigen handen te brengen. Wat
definieert u dan als "overheid"? Is dat …
Staatssecretaris Van Marum:
Verderop in de brief staat ook dat ik de escalatieladder in werking heb
gesteld, waarbij ik heb gezegd dat dit soort informatie moet worden
doorgespeeld aan de bewindspersoon, zodat het ook geëscaleerd kan worden
daar waar het gaat over die kritische infrastructuur.
De heer Van den Berg (JA21):
Kortom, het antwoord op mijn vraag is ja.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu de beurt aan de minister, voor het beantwoorden
van de aan hem gestelde vragen.
Minister Karremans:
Voorzitter. Vanavond bespreken we, naar aanleiding van de
casus-Solvinity en meer specifiek de beoogde overname door Kyndryl, de
digitale autonomie van Nederland. Dat is een belangrijk onderwerp. Laat
ik duidelijk zeggen dat de geopolitieke ontwikkelingen duidelijk maken
dat er kwetsbaarheden zijn in onze waardeketens — daar weet ik alles van
— en dus ook in onze digitale waardeketens. Daar werken we aan. Daar
moeten we mee aan de slag. Daar zijn we ook mee aan de slag. Ik wil wel
één ding helder maken daarover: totale strategische autonomie is een
illusie, ook op digitaal vlak. We kunnen niet totaal onafhankelijk
worden van bijvoorbeeld andere wereldeconomieën, ook niet op het terrein
van digitale zaken; dat is ook helemaal niet nastrevenswaardig. Als ik
alleen al rondkijk in deze Kamer, zie ik iPhones, iPads, MacBooks en
Apple-logo's; ja, ik zie ze daar ook! Dat zijn allemaal Amerikaanse
producten. O ja, de heer Dassen heeft natuurlijk een Europese telefoon!
Dat gaat hij nu waarschijnlijk vertellen. Maar hij is dan de enige, denk
ik.
De heer Dassen (Volt):
Nee, die heb ik helaas niet, maar het is wel allemaal aangeleverd door
de Kamer en door de overheid. Wellicht kunnen we daar dus wat aan
doen.
Minister Karremans:
Kijk, geef de overheid maar weer de schuld. Zo zijn we het gewend! Dit
wil niet zeggen dat die zorgen ten aanzien van de digitale autonomie
niet op z'n plek zijn. Het gaat erom dat we moeten zorgen voor
wederzijdse afhankelijkheden. Met andere woorden, op z'n plat Rotterdams
gezegd: zij moeten net zo afhankelijk worden van ons als wij van hen
zijn. Op dit moment is de balans gewoon niet gelijk. Bedenk het maar.
Volgens mij weten alle Kamerleden die de portefeuille Digitale Zaken
hebben dat 90% van alle data in handen is van drie Amerikaanse
cloudpartijen. Dat zijn dus geen Europese partijen. Daar is overigens
een volstrekt heldere reden voor, maar daar kom ik zo op.
De inzet van het kabinet is het versterken van de digitale autonomie
langs drie, maar eigenlijk vier, lijnen: promote, protect en partner. Ik
wil daar nog één aan toevoegen: perfect. Die ziet op de interne markt in
Europa.
Laat ik maar even met die laatste beginnen, voordat ik op de andere kom.
In het debat werd een paar keer gezegd dat we tot de kern van de zaak
moeten komen, en de kern van de zaak is Europa. Waarom zijn het
Amerikaanse cloudpartijen die 90% van die data in handen hebben? Waarom
zijn dat niet Europese, Franse, Italiaanse, Spaanse of Nederlandse
bedrijven? De reden daarvoor is heel simpel. In Amerika hebben ze een
werkende interne markt. Mevrouw Kathmann weet dat snelheid en
beschikbaarheid van kapitaal de essentiële elementen voor een techpartij
zijn om snel te kunnen opschalen en om dat vervolgens ook wereldwijd te
kunnen doen. In Amerika hebben ze die. In Europa hebben we die niet. Zie
dit dus ook als een warm pleidooi voor verdere integratie en
harmonisatie van de Europese interne markt; ik weet dat de heer Dassen
dit een goed pleidooi vindt, maar dit moet niet iets van één partij,
maar van ons allemaal zijn. Als we dit namelijk niet oplossen, kunnen we
het wel blijven hebben over alternatieven, maar dan staan we hier over
twintig jaar nog met het verhaal dat we alternatieven moeten hebben.
Subsidies, bepaalde programma's of anders inkopen zijn dingen die
namelijk niet gaan werken zolang je geen werkende interne markt hebt
waarin bedrijven — want die zullen dit toch echt moeten doen —
uiteindelijk die alternatieven ook kunnen ontwikkelen en kunnen
concurreren met hun Amerikaanse, en misschien zelfs wel Chinese,
concurrenten. Deze kreet in mijn laatste debat als minister van
Economische Zaken is dan ook een pleidooi voor de interne markt, omdat
dat een essentieel onderdeel is van onze digitale
onafhankelijkheid.
Ik had het al even over die lijnen die lekker allitereren: promote,
protect en partner. Daar heb ik zelf maar even "perfect" aan toegevoegd;
die laatste heb ik net toegelicht. "Promote" doen we natuurlijk door,
waar we kunnen, zo veel mogelijk te investeren in AI-infrastructuur,
cloud, cybersecurity en digitale innovatie. Ik heb het al gehad over de
interne markt, maar die hebben we niet morgen al. In de tussentijd moet
je natuurlijk ook veel blijven investeren in wat je wel kunt doen. Een
van de dingen die we doen, is bijvoorbeeld die AI-fabriek in Groningen.
Dat is de plek waar de staatssecretaris vandaan komt. Mevrouw Wendel
komt daar natuurlijk ook vandaan. We zetten een hartstikke mooie stap,
maar daarmee zijn we er nog niet.
De voorzitter:
Mevrouw Kathmann, maar let op. Want als u over uw tijd heen gaat, is het
over.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik mis er één, en dat is: word als overheid de lancerende en leidende
klant van alles wat we hebben en al 100% goed werkt. Er zijn echt heel
veel dingen die we nu al kunnen vervangen, omdat de alternatieven er
gewoon zijn. En als de overheid de hefboom is, dan worden ze nog groter
en zijn wij digitaal onafhankelijker.
Minister Karremans:
Eens. Dat valt onder promote, dus dat is goed.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik verwacht dan eenzelfde antwoord. Ik hoor een heel warm pleidooi.
Uiteraard is toegang tot kapitaal en tot arbeidskrachten heel erg
belangrijk om dit van de grond te krijgen. Maar we moeten ook als
overheid een soort launching customer zijn en aanbestedingen open en
toegankelijk maken voor die Nederlandse en Europese alternatieven.
Vanuit die markt krijgen wij juist terug dat dat op dit moment en in de
afgelopen jaren niet gelukt is.
Minister Karremans:
Ik ben het er ook mee eens dat je dat moet doen. Alleen kan je dat pas
doen als die volwaardige alternatieven er zijn. Daarvoor heb je eerst
die werkende interne markt nodig. Op al die punten, ook als het gaat om
data, geldt dat niet voor niets 90% in handen is van Europese partijen.
Overigens is er nu gelukkig discussie op Europees niveau over European
preference: moeten we niet meer beleid gaan maken in Europa om Europees
te gaan inkopen? Daarover heeft de minister-president vandaag of morgen
een informele Raad met zijn collega's in Brussel. Dit punt wordt terecht
opgeworpen, maar uiteindelijk moet je natuurlijk die volwaardige
alternatieven hebben. Ik denk dat we het met elkaar eens zijn dat dat op
delen best zo kan zijn, maar dat dat over de hele linie nog niet het
geval is.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik deel de beweging die in Europa wordt gemaakt uiteraard van harte met
de minister, maar tegelijkertijd moeten we ook kijken wat we op
nationaal niveau kunnen doen. Ik hoorde de collega van deze minister ons
zojuist, twee minuten geleden, vertellen: het in kaart brengen van welke
Europese alternatieven beschikbaar zijn, dat doen we niet als overheid;
die zogenaamde gap-analyse is geen staande praktijk. Kan deze minister
dan toezeggen dat dat wel gaat gebeuren in de komende jaren?
Minister Karremans:
Dat zou natuurlijk zomaar kunnen. Niet voor niets wordt er in deze
geopolitieke wereld gesproken over European preference. Kijk, de Fransen
hebben het er al twintig jaar over; dat is natuurlijk vooral in hun
eigen belang. Maar ja, dat is nou eenmaal wat het is. Dat is de traditie
van hoe Fransen naar de economie kijken. Daar is verder niks mis mee;
dat is gewoon de Franse manier van benaderen van die zaken. Dat wordt nu
veel meer op Europees niveau gebracht, natuurlijk door de geopolitieke
ontwikkelingen. Dat doen we natuurlijk ook met chips. Dat is een ander
dossier waarover ik hier een tijdje geleden de degens heb gekruist met
de heer Dassen. We zijn het er wel met elkaar over eens dat dat veel
meer in eigen handen moet komen, onder andere vanwege de
leveringszekerheid. Nogmaals, je kan niet helemaal onafhankelijk worden
van andere wereldeconomieën. Dat moet je ook niet willen. Dat moet je
niet nastreven, maar je moet wel zorgen voor die wederzijdse
afhankelijkheden en zo veel mogelijk risicovolle afhankelijkheden
afbouwen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Nogmaals, ik deel de woorden van de minister, maar ik ben natuurlijk
benieuwd welke concrete acties we hier op korte termijn gaan ondernemen.
Ik voel me toch genoodzaakt om in de tweede termijn met een motie te
komen om juist aan te moedigen dat we die gap-analyse maken, want er
bestaan nu verschillende beelden over welke Europese alternatieven wel
of niet beschikbaar en toereikend zijn voor de dienstverlening die wij
nodig hebben als overheid.
Minister Karremans:
Heel goed.
De heer Dassen (Volt):
Een warm pleidooi voor de interne markt is altijd goed, maar het is
natuurlijk niet helemaal goed dat we moeten wachten totdat die helemaal
volmaakt is voordat we echte Europese alternatieven hebben. Daarin kan
de overheid wel degelijk een rol spelen met een aanjagende functie, door
te zeggen: wij zijn de eersten die overstappen. Dat kan bijvoorbeeld met
afnamegaranties of op een andere manier om te zorgen dat we die
bedrijven prikkelen. Is de minister dat met mij eens?
Minister Karremans:
Ja, dat snap ik. Nogmaals, het gaat hier natuurlijk om European
preference, want uiteindelijk wil je dat doen. Dat is de discussie die
nu in Europa plaatsvindt, want het heeft ook te maken met het volgende.
Welke regels hebben we met elkaar afgesproken in Europa over
bijvoorbeeld aanbestedingen? Wat mag wel, wat mag niet? Wat spreek je
met alle lidstaten af — dit geldt natuurlijk niet alleen voor Nederland,
maar voor alle 27 lidstaten van de EU — ten aanzien van European
preference? Wanneer geef je de voorkeur aan Europese partijen? Of
sterker nog, zeg je: dat moet je op die manier gaan doen? Die discussie
vindt niet voor niets nu ook in Europa plaats. Ik denk dat dat in eerste
instantie het juiste platform is om die discussie te voeren.
Uiteindelijk is het op zichzelf heel logisch dat je de inkoopkracht van
de overheid gaat inzetten om wenselijke uitkomsten te realiseren. Dat
staat voor een heel groot deel ook in het coalitieakkoord.
De heer Dassen (Volt):
Als de aanbestedingsregels aangepast moeten worden, denk ik dat we hier
een Kamermeerderheid hebben om dat te doen. Dus daar kan de minister mee
aan de slag, maar ik voel wel heel veel terughoudendheid om te zorgen
dat we als overheid dan ook echt die stap naar voren zetten, die eerste
stap zetten, zodat de rest van de bedrijven kan volgen.
Minister Karremans:
Aanbestedingsrecht is niet voor niets ook Europees geregeld. Ik denk dat
de heer Dassen het met mij eens is dat je het als het gaat om Europese
regelgeving daar moet afspreken. Het is van belang, ook voor Nederlandse
bedrijven, dat alle lidstaten dezelfde regels hanteren ten aanzien van
aanbestedingen. Dat is ook voor Nederlandse bedrijven van groot belang.
Nogmaals, dat gesprek vindt nu plaats en vervolgens moet dat dan weer
naar Nederlandse wetgeving vertaald worden. Daar vind ik overigens ook
wat van. Ik denk dat je dat veel sneller moet kunnen doen. Dat is in
lijn met het pleidooi dat ik het gehouden heb. Maar dit is hoe het nu
werkt en ik denk dat het goed is dat de discussie daarover nu gevoerd
wordt, letterlijk deze week.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter, heel kort. Dit is een iets ander antwoord dan de
staatssecretaris net gaf. Die had het over dat afnamegaranties
inmengingen in de markt waren en dat er andere mogelijkheden zijn. Waar
zit nou precies het knelpunt als het gaat om die Europese
aanbestedingsregels, als je het hebt over de overheid als eerste stap
vooruit?
Minister Karremans:
Er zit geen licht tussen wat de staatssecretaris gezegd heeft en wat ik
nu zeg. Wat de staatssecretaris zegt, is terecht. Dat is hoe het huidige
aanbestedingsrecht werkt. Er is alleen gegeven de geopolitieke situatie
natuurlijk een discussie in Europa over of we dat dus niet om die reden
moeten veranderen, of je niet veel meer moet gaan kijken of je de regels
zo moet maken dat je een voorkeur hebt voor Europese bedrijven — made in
Europe — en dat je zorgt dat je dat in Europa houdt. Alleen in een
lidstaat is veel te klein. Dat kunnen we niet. We kunnen niet alles wat
nodig hebben in Nederland produceren, ook niet op digitaal vlak. Dus dan
kijk je naar Europa, naar andere bedrijven in lidstaten. Ik denk dat dat
een terechte discussie is, die waar mogelijk aangejaagd kan worden door
de Kamer — ik denk dat vanavond daar een voorbeeld van is — om te kijken
hoe we dat kunnen veranderen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik wil toch nog even wat opklaren. Ik heb de vragen nog eens
doorgenomen, die van mevrouw Kathmann en die van mijzelf. Ik zie dat er
in november '25 geen melding van wordt gemaakt dat Solvinity de overheid
heeft geïnformeerd of dat zij hebben aangeboden om overgenomen te worden
door de overheid. Dat staat niet in deze brief en in de beantwoording
van mijn vragen is helemaal niet genoemd dat de minister of de
staatssecretaris op de hoogte was, maar dat het om toekomstige
vergelijkbare gevallen gaat. Nu blijkt dat de minister en de
staatssecretaris wel op de hoogte waren. Waarom is dat niet in de
beantwoording van de vragen van mevrouw Kathmann zo gezegd?
Minister Karremans:
Volgens mij heeft de staatssecretaris daar net iets over gezegd.
De heer Van den Berg (JA21):
Nogmaals, mevrouw Kathmann vroeg of u vooraf op de hoogte was van de
overname van Solvinity: wanneer wist u dat het overgenomen zou worden,
en heeft u gesprekken gevoerd om het in Nederlandse handen te houden?
Nou ja, Solvinity heeft aangeboden om verkocht te worden aan de
Nederlandse overheid. Waarom staat dat niet in deze beantwoording?
Minister Karremans:
Die vraag heeft u net al gesteld, ook in eerste termijn, aan de
staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en die heeft hij ook
beantwoord.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik blijf wel vasthouden, want in beide brieven staat gewoon niet genoemd
dat de minister of staatssecretaris op de hoogte was. Ik vind gewoon dat
als dat het geval was, ook dat Solvinity zichzelf heeft aangeboden aan
de overheid om verkocht te worden, dat gemeld had moeten worden aan de
Kamer, dan wel in de antwoorden op de vragen van mevrouw Kathmann dan
wel in een vertrouwelijke briefing. Ik snap niet dat we daar niet over
geïnformeerd zijn.
Minister Karremans:
Nogmaals, de staatssecretaris heeft daarop geantwoord.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor van de minister echt heel veel woorden, maar toch weinig
doen.
Minister Karremans:
Ik was nog niet bij het einde, hè.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Er komen vast nog veel meer woorden.
De voorzitter:
Mevrouw Kathmann was aan het woord.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Onze verdeelde markt in Europa heeft er geen strobreed aan in de weg
gelegd dat heel Europa overspoeld is door Amerikaanse techgiganten. Dus
ergens zit die markt toch niet zo in de weg. Dus ook daar geldt: het zou
gewoon moeten kunnen. En dan lijkt het wel alsof wij nu als Nederland in
een andere tijdzone leven dan de rest van de EU. Frankrijk kondigt aan:
wij trekken onze hele overheid uit de Amerikaanse cloud; in 2027 is het
gebeurd. Deelstaten in Duitsland kondigen het aan, de Denen kondigen het
aan. Wij gaan weer terug naar "ja, Europese aanbestedingsregels" en
ondertussen zit iedereen om ons heen het te doen. We hebben ook al
bewezen — u heeft net het verslag gekregen — dat de alternatieven er wel
degelijk zijn, ook de 100%-alternatieven, en dat het gewoon tijd is voor
de eerste stap. Het zou dus mooi zijn als we vandaag gewoon zo'n
uitspraak kunnen krijgen: per dan en dan gaan we dit en dit gewoon
doen.
De voorzitter:
Uw interrupties zijn op.
Minister Karremans:
Kijk, dat is goed om te weten. Over het eerste punt, namelijk dat het
Amerikaanse techgiganten niet in de weg heeft gestaan om op te schalen,
zeg ik: het gaat erom dat het niet onmogelijk is om op te schalen in
Europa. Philips zit ook in heel Europa. Er zitten heel veel Nederlandse
bedrijven in heel Europa. Daar mogen we trots op zijn. Dat is hartstikke
goed. Een derde van ons geld verdienen we nog steeds buiten onze
landsgrenzen. Het punt is alleen dat als je nieuwe technologie
ontwikkelt — clouddiensten waren op een gegeven punt natuurlijk nieuwe
technologie, net zoals AI dat nu is, kwantum dat morgen is en andere
technologie daarna weer — je het voordeel wilt hebben van een grote
markt en kapitaal. Op het moment dat je heel snel kan gaan, kan je snel
een marktpositie ontwikkelen, kan je een volwassen technologie
ontwikkelen die naar de markt gebracht kan worden en kan je die
vervolgens heel snel uitrollen over de rest van de wereld. We zitten nu
in de Olympische Winterspelen. Je hebt de schans nodig, maar je moet er
wel hard vanaf kunnen. In Amerika kan je daar hard vanaf, maar in Europa
niet. Dan kun je vliegen naar de rest van de wereld. Dat is natuurlijk
precies het verschil. Daarom lukt het Amerikaanse techgiganten wel om
het zo snel te doen en Europese gigantjes niet. Die laatsten zijn er
eigenlijk niet. Daar zit het 'm in. Dus dat is het antwoord op die
vraag.
Ten aanzien van die aanbesteding heb ik net in een interruptiedebat met
de heer Dassen verteld wat er nu allemaal gebeurt. Ik deel natuurlijk
ook die urgentie. Ik snap dat dondersgoed. Ik kom zo op de zorgen. Ik
vind het ook goed dat we een breed debat voeren over digitale
afhankelijkheden en over wat wenselijk is en wat niet. Ik denk dat we
het daar terecht met elkaar over hebben. Ik kom zo nog op de zorgen die
er zijn ten aanzien van de casus van Solvinity. Tegelijkertijd zeg ik
erbij: er is niet alleen zorgvuldigheid in bepaalde stappen nodig; je
wilt natuurlijk alles liever morgen al geregeld hebben, maar het lijkt
soms makkelijker dan het is. Dat zeg ik ook over het afbouwen van de
afhankelijkheden. We hebben het nu over één bedrijf. We zijn gewoon
ontzettend, ontzettend, ontzettend afhankelijk op heel veel vlakken met
betrekking tot digitale diensten. Ik denk dat mevrouw Kathmann daar
terecht aandacht voor heeft gevraagd, maar op dat vlak is er niet morgen
al een oplossing.
De heer Vermeer (BBB):
Dat was een ontzettend lang verhaal over wat we allemaal kunnen doen en
moeten doen. We hebben in een rondetafelgesprek te horen gekregen dat
bijvoorbeeld de gemeente Winterswijk alles geregeld heeft met Europese
en Nederlandse partners. Volgens mij zijn die aanbestedingsregels soms
gewoon een excuus. Als je het echt wilt, kun je er wel manieren voor
vinden. Misschien kan de minister ervoor zorgen dat de case-Winterswijk
gedeeld wordt met de Kamer. Wat hebben zij gedaan en waarom is het hen
wel gelukt?
Minister Karremans:
We kunnen dat bekijken. Daar moet ik het even met mijn collega over
hebben, maar we kunnen dat altijd bekijken. Maar ja, ik heb er net al
het een en ander over gezegd.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik deel de analyse van de minister dat we kneiterafhankelijk zijn. Dat
is gewoon een feit. Dat zien we allemaal. Tegelijkertijd zien we dus ook
dat we nu in ieder geval twee casussen beet hebben, niet alleen
Solvinity, maar ook NS, waarin er dus bewust voor wordt gekozen om nog
afhankelijk te worden. Dat zijn we niet, maar dat gaan we dan wel
worden. Dat is dan toch geen slimme strategie?
Minister Karremans:
Over de casus van NS is inderdaad een aantal vragen gesteld. Daar kom ik
zo nog op terug. Het is lastig. Ik snap natuurlijk het gevoel van de
heer Heutink wel: we moeten het erbij betrekken en ik wil er nu alles
van weten. Dit kabinet heeft zich, zoals de Kamer ook verlangd heeft,
voorbereid op het debat over Solvinity. Daar kan ik het een en ander
over zeggen. Ik kan daar overigens publiekelijk ook niet alles over
zeggen. Ik zeg erover wat mogelijk is om de Kamer hierover plenair te
informeren. Maar de casus van NS is heel specifiek. We zullen daarin
moeten duiken. Als de heer Heutink daar een debat over wil voeren, staat
het hem vrij om daar een debat over aan te vragen. Dan zullen andere
bewindspersonen naar de Kamer moeten komen. Dat heeft u overigens ook
gevraagd. U zegt, zoals u ook tegen de staatssecretaris heeft gezegd,
dat u nu, voor de tweede termijn, alle antwoorden op de vragen wilt
hebben, maar ik denk dat de Kamer het ook belangrijk vindt om
zorgvuldig, netjes en waarheidsgetrouw antwoorden te krijgen op de
vragen die gesteld zijn. Op zich kunnen we best een eind meegaan in de
zorgen, maar ik denk dat we daar een zorgvuldig debat over moeten
voeren.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dit is een debat over de digitale autonomie van ons land. We zien dat
een Nederlands staatsbedrijf er bewust voor kiest om de afhankelijkheid
van andere landen te vergroten. Daar gaat dit debat over. Ik vraag aan
de minister van Economische Zaken wat hij daarvan vindt.
Minister Karremans:
Nogmaals, ik ga niet in op dat geval waarvan ik niet van de hoed en de
rand weet en niet precies weet wat daar aan de hand is. Ik heb het net
als de heer Heutink ook in de media vernomen, en ik ga daar als deels
verantwoordelijk bewindspersoon nu niet even uit de losse pols op
reageren.
Ik was overigens nog niet klaar met mijn inleiding. Ik kom nog bij de
vragen die door de Kamer zijn gesteld. Die gaan over de specifieke
aanleiding waarvoor de Kamer het kabinet gevraagd heeft vanavond naar de
Kamer te komen: de beoogde overname door Kyndryl van Solvinity. Die
zorgen zijn door de Kamer heel duidelijk geuit. De staatssecretaris
heeft ook gezegd: die zorgen zijn ook begrijpelijk. Het is dus ook
helemaal niet gek dat de Kamer daar zorgen over heeft. Daar moet ik bij
zeggen dat die zorgen, weliswaar niet specifiek ten aanzien van
Solvinity of Kyndryl of deze overname, al eerder leefden in de Kamer,
namelijk in oktober 2020. Ik meen dat de heer Stoffer vanavond een van
de weinige leden is die toen al in de Kamer zat. Alle andere Kamerleden
zijn volgens mij pas daarna in de Kamer gekomen, tenzij ik me
vergis.
De voorzitter:
Ja, ik was er ook al.
Minister Karremans:
Dan vergis ik me. Oktober 2020? Nee. Het doet er verder ook niet toe.
Het punt is dat de Kamer in oktober 2020 de Wet ongewenste zeggenschap
telecommunicatie, de Wozt, heeft aangenomen. Dus de Kamer heeft dit
soort risico's al eerder gezien, heeft besloten daarop te handelen en
heeft de Wozt aangenomen. Nu zijn wij het proces aan het doorlopen dat
in de Wozt — nogmaals, deze wet is ook door de Kamer aangenomen — staat
voorgeschreven ten aanzien van risico's en zeggenschap. Wij zijn dus
precies aan het doen wat de Kamer van ons vraagt, namelijk zorgvuldig de
risico's ten aanzien van potentiële zeggenschap door een partij in onze
telecommunicatiesector in kaart te brengen. Dat is wat wij nu aan het
doen zijn. Daarbij worden alle risico's meegenomen en meegewogen die
vanavond door de Kamer zijn gedeeld. Dat is vanzelfsprekend. Maar ik wil
er wel bij zeggen: wij hebben de processen om dit soort gevallen te
wegen, te kijken naar de risico's en daar vervolgens een oordeel over te
vormen.
Dat is een apolitiek oordeel. Dat gaat niet per meerderheid van de
Kamer. Zo heeft de Kamer dat ook nooit gewild. Niet voor niets is dat
belegd bij deskundigen van het ministerie van Economische Zaken, bij het
BTI, het Bureau Toetsing Investeringen. Die zullen vervolgens tot een
oordeel komen en dat voorleggen aan de minister. Ik zal dat zelf niet
meer zijn, zoals u weet, maar mijn opvolger zal dat voorgelegd krijgen.
Die zal op basis van dat advies handelen. Dat is hoe we die processen
hebben ingericht. Die processen zijn we netjes aan het volgen. Nogmaals,
alle risico's worden daarin meegewogen. Sterker nog, dat is de reden
waarom die wet in eerste instantie is aangenomen. Ik bedoel dat niet
minachtend richting de Kamer, maar ik wil ook een beetje rust brengen in
deze casus. We hebben de processen. Die zijn er niet voor niets en die
zijn ook gericht op ongewenste zeggenschap in de telecom. Daarvoor
hebben we die wet.
De voorzitter:
Kunt u al beginnen met de vragen? Heeft u blokjes?
Minister Karremans:
Dan kom ik inderdaad bij de vragen, die ik aan de hand van de volgende
blokjes behandel: allereerst de Wozt en de investeringstoetsing, dan
aanbesteding en European preference, en tot slot overig.
Ik begin met de Wozt. Ik heb de Kamer ook horen spreken over de Wet
vifo. Deze wet lijkt hierop, maar dit gaat niet over de Wet vifo. Dit
gaat over de Wozt, de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie. Die
is onderdeel van de Telecommunicatiewet. Nogmaals, die is in oktober
2020 door de Kamer aangenomen. Daarin wordt getoetst op en gekeken naar
het voorkomen van risico's in de telecommunicatiesector ten aanzien van
het misbruik van zeggenschap, de vertrouwelijkheid van communicatie en
de vertrouwelijkheid van de werkwijze van veiligheids- en
opsporingspartijen. Ten aanzien van die risico's is het kabinet, zoals
al uiteengezet in de Kamerbrief die de staatssecretaris en ikzelf naar
de Kamer hebben gestuurd, een aantal sporen aan het uitlopen. Het
kabinet wacht, zoals de Wozt voorschrijft, de beoordeling van het BTI en
overigens ook de ACM, want er wordt ook een mededingingstoets gedaan,
af. Het is belangrijk om te zeggen — de heer Heutink vroeg er ook naar —
dat er tot die tijd geen onomkeerbare stappen gezet kunnen worden. Het
kan dus niet zo zijn dat wij dan te laat zijn. Het staat nu dus echt on
hold. Er is geen sprake van een overname die we terugdraaien. Er is pas
sprake van een overname als er groen licht wordt gegeven.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Het is goed om te horen dat het proces ten aanzien van de Wozt
zorgvuldig wordt doorlopen, maar mijn vraag aan de minister is dan wel:
is dat dan toereikend? Volgens mij kun je daarmee namelijk alleen
toetsen op nationale veiligheid, maar ik hoor het graag van de minister
als er toereikende gronden of meer gronden zijn op grond waarvan deze
toezichthouder nu zijn oordeel kan geven.
Minister Karremans:
Ik heb net gezegd dat er wordt getoetst op misbruik van zeggenschap,
vertrouwelijkheid van communicatie en vertrouwelijkheid van de werkwijze
van veiligheids- en opsporingspartijen. Dat gaat dus breder dan alleen
nationale veiligheid. Ik denk dus dat het terecht is. Kijk, als de Kamer
vindt dat de Wozt niet meer toereikend is, dan moeten we met elkaar een
debat hebben over de Wozt. Het is lastig om elke keer één geval eruit te
lichten en te zeggen dat we dit of dat niet moeten willen. Het gaat erom
dat je als Kamer de kaders schetst en zegt: onder gegeven omstandigheden
willen we dit wel en dit niet. Dat is door de Kamer heel recent nog
gedaan in de Wozt. Ik denk dat het heel gezond is om eens in de zoveel
tijd wetten te evalueren en het er dan met elkaar over te hebben; dat
gebeurt sowieso. Maar dit is dus ook een vrij recente wet, die op dit
soort risico's is geënt.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dat is ook hartstikke goed. Begrijp me goed. Ik wil ook niet van casus
naar casus. Uiteraard willen we dat niet; er mag wel iets meer verwacht
worden van de Tweede Kamer. Ik ben dan toch wel benieuwd in hoeverre we
dan niet nog meer moeten met die Wozt. We hebben namelijk een hele
discussie gehad met elkaar over de vraag of we voldoende wettelijke
grondslag hebben om dit soort strategische belangen en overwegingen
rondom soevereiniteit en autonomie echt goed te kunnen borgen. Mijn
eigen oordeel is: we zijn er nog niet met elkaar. Hoe kijkt de minister
daar dan naar?
Minister Karremans:
Dat is natuurlijk een lastige vraag om te beoordelen. Ik denk dat in een
sterk veranderende wereld, ook in geopolitiek opzicht, wetgeving altijd
achterloopt. Dat heb ik ook gezien in het geval van Nexperia. Het punt
is alleen dat ik nooit een sluitend antwoord kan geven als: nu hebben we
in honderd procent van de gevallen voldoende wettelijke grondslag om
dingen te doen. Dan zul je al zien dat zich morgen een geval aandient
waardoor je denkt: hadden we de wetgeving maar anders gedaan. We zien
alleen wel dat de Kamer in de afgelopen jaren veel wetgeving heeft
aangenomen op het gebied van economische veiligheid. Ik denk dat dat
terecht is. De Wet vifo is daar een voorbeeld van. Die hadden we in 2015
en 2017 nog niet; die is uit mijn hoofd uit 2019. Dat zijn allemaal
relatief recente wetten, die door de Kamer zijn aangenomen naar
aanleiding van gevallen of omdat de Kamer heeft gezien dat ze op deze
risico's moet letten. Ik denk dus dat het goed is om dat te doen.
Tegelijkertijd hebben we de Wet vifo al een aantal keer geüpdatet.
Onlangs nog hebben we die uitgebreid naar andere sectoren. Je ziet dus
dat de wetgever, de Kamer, continu kijkt of ze dingen kan verbeteren of
doen. Ik denk dat dat een proces is dat nooit af is, als ik heel eerlijk
ben.
Voorzitter. Dan de vraag van mevrouw Wendel. Zij vroeg naar de drie
randvoorwaarden: juridische houdbaarheid, verstandig omgaan met
belastinggeld en minimale impact op het investeringsklimaat. Dat zijn
natuurlijk drie randvoorwaarden naar mijn hart als minister van
Economische Zaken. Daar zullen we natuurlijk ook rekenschap van
geven.
Dan de vraag of ik de Wbg niet ook hier in moet zetten, zoals ik die bij
Nexperia heb ingezet. Dat was natuurlijk een heel ander geval. Dat ging
niet om een toetsing die moest plaatsvinden vanwege een beoogde
overname. Daar ging het over een heel ander geval, zoals u allemaal
heeft kunnen meelezen in de kranten overal ter wereld. We hebben
geprobeerd om dat onder de pet te houden. Ik heb het idee dat dat niet
helemaal gelukt is, maar dat is nou eenmaal gegaan zoals het gegaan is.
De Wbg heb ik om die reden toegepast, maar dat is in dit geval niet van
toepassing.
Dan kom ik toch bij de Amerikaanse extraterritorialiteit, want ik snap
ook dat daar vragen over zijn gesteld. De heer Dassen had daar ook een
aantal vragen over. Moeten we wetgeving gaan invoeren om die tegen te
gaan? Het lastige van die extraterritorialiteit is dat die wetgeving
betreft die in Amerika wordt aangenomen. Daar kunnen wij niks aan doen;
dat is natuurlijk iets wat de Amerikanen zelf mogen bepalen. Wij zouden
ook dat soort wetten mogen aannemen als we dat zouden willen.
Amerikaanse bedrijven hebben zich daar vervolgens toe te verhouden. Wij
kunnen een wet maken die zegt dat dat verboden is. Maar goed, als de
Amerikanen zeggen dat dat nu eenmaal geldt voor Amerikaanse bedrijven
die een zetel of aandeelhouderschap hebben in Amerika, zodat die daaraan
moeten voldoen, dan is dat niet met wetgeving aan onze kant op te
lossen. Het is uiteindelijk wel op te lossen door die wederzijdse
afhankelijkheid, die balans in de economische relatie te creëren. Daar
hebben we gewoon een aantal belangrijke stappen in te zetten. Nogmaals,
de interne markt gaat niet alleen over het vergroten van welvaart of het
behouden van de welvaart die we hebben, maar ook over geopolitiek en
onze geopolitieke situatie. Want economie is en wordt de komende jaren
nog veel meer geopolitiek.
De heer Dassen (Volt):
Met dat laatste ben ik het eens. Toch blijf ik het een raar fenomeen
vinden dat de VS in de VS wetten kunnen maken die hier onze wetten
eigenlijk ondermijnen. Ook vind ik het raar dat we dat blijkbaar met
elkaar accepteren. Wij zouden toch moeten kunnen zeggen dat we dat niet
accepteren? Als jij als Amerikaans bedrijf hier wilt zitten, hou je je
aan onze regels; zo niet, dan heb je hier geen toegang tot de markt.
Minister Karremans:
Ja, maar dan komt die afhankelijkheid in het spel. Stel dat we zouden
zeggen dat elke Amerikaanse partij nu een verklaring moet tekenen dat ze
er nooit gehoor aan zal geven als de Amerikaanse overheid dat op enig
moment aan haar vraagt. Dat betekent: geen datacenters meer, geen
Microsoft meer, geen Google meer. Bedenk het maar. Ik zou bijna zeggen:
succes. Weet je, we zijn zo afhankelijk geworden dat dat een enorm
destructieve werking op de samenleving zou hebben. Dat is dus in feite
onmogelijk. Ik denk dus dat we het niet moeten zoeken in wetgeving en
het niet tegenover elkaar moeten zetten. Ik denk dat je moet zorgen dat
je de economische machtsbalans herstelt. Daar zijn we druk mee
bezig.
De heer Dassen (Volt):
Eigenlijk doen we dit dus niet, uit angst dat de Amerikanen dan zullen
zeggen dat ze geen zaken meer in Europa doen, terwijl wij een van de
grootste markten ter wereld zijn. Al die bedrijven zitten hier omdat ze
megaveel geld in Europa verdienen. Waarom zouden zij denken: nou ja,
laat dan maar zitten? Dat denken zij niet. Zij willen hier zijn. Dan
moeten ze zich toch ook gewoon aan onze regels houden?
Minister Karremans:
Ja, maar je krijgt dan een botsing tussen Amerikaanse en Europese
regels. Dat is dan precies wat je krijgt. Ik denk niet dat je in zo'n
situatie moet willen komen, zeker niet met de huidige economische
machtsverhoudingen.
De heer Dassen (Volt):
Dan ben ik toch wel zoekende en is het een beetje proeven in dit debat.
We hebben enorme afhankelijkheden. De minister heeft het wederom, net
als in de vorige debatten, over de balans die er moet zijn. Die hebben
we op dit vlak totaal niet. Die gaan we als ik het zo hoor de komende
jaren ook niet heel snel bouwen. Hoe gaan we hier dan mee om als de
minister zegt dat dit ook geen heilzame route is?
Minister Karremans:
Ik denk dat je wel degelijk kan werken aan Europese alternatieven.
Nogmaals, daar wordt ook nu, as we speak, in Brussel over gesproken. Het
zijn wel degelijk belangrijke stappen die daarin gezet worden. Ik had
natuurlijk een pleidooi voor de interne markt. Ik denk dat we daar echt
veel meer stappen in moeten zetten dan we nu al doen en dat we eigenlijk
al moeten beginnen met een aantal andere landen, in plaats van te
wachten op de 27 van de EU. Dat is mijn persoonlijke mening daarover. De
heer Dassen had hier ook een opmerking over en ik ben het ermee eens dat
je in de tussentijd natuurlijk ook stappen moet zetten, maar
tegelijkertijd redden we het niet, zeg ik maar even heel oneerbiedig,
met een motie om even een hele Europese cloud in elkaar te timmeren die
kan concurreren met Google, Amazon en Microsoft. Dat is niet met een
motie opgelost. Dat moet economisch duurzaam kunnen. Dat kan alleen als
je als overheid de randvoorwaarden schept waarmee dat kan. Nogmaals, ik
zou natuurlijk liever een heel ander verhaal willen vertellen, maar zo'n
Europees alternatief hebben we morgen of overmorgen of volgende maand
gewoon niet geregeld.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik wil graag even iets ophelderen richting de minister. Dat is eigenlijk
dat we ook niet zeggen dat de huidige bedrijven die we op dit moment in
Europa hebben, moeten worden zoals Google of Amazon of wat er dan ook
uit Amerika komt, maar dat zij zeker de potentie hebben. Zij geven zelf
aan dat ze dit wel kunnen, vooral in samenwerking met elkaar. Ik wil dit
dus toch heel even corrigeren, zodat dit niet over één kam geschoren
wordt. Dit zijn namelijk wel degelijk twee verschillende dingen. Zij
hebben de kans nodig vanuit de overheid om die diensten daadwerkelijk
aan ons te kunnen leveren, want anders kan het nooit.
Minister Karremans:
Dat zou natuurlijk heel mooi zijn, maar daarvoor heb je
aanbestedingstrajecten. Dan moeten ze zich inschrijven voor een
aanbestedingstraject en dan moeten ze laten zien dat ze het kunnen. Ik
moet even mijn collega aankijken, bijvoorbeeld om te zien in hoeverre
dat in het verleden gebeurd is; dat weet ik niet. Maar dat zijn
natuurlijk de processen die we daarvoor hebben. Precies over die
aanbestedingen en de European preference hebben we het nu in Europa om
te kijken of we dit moeten veranderen, of we dit moeten aanscherpen of
dat we dit meer in het voordeel moeten laten spreken van Europese
partijen. Dat was niet zo; dat was eigenlijk in heel geringe mate het
geval. In de huidige geopolitieke context van de economie wordt daar nu
wel over gesproken.
De voorzitter:
Brengt dat ons bij het kopje aanbestedingen?
Minister Karremans:
Als u dat wilt, maar dan sla ik heel veel vragen over, voorzitter.
De voorzitter:
Nee, ik dacht een beetje tempo erin te krijgen.
Minister Karremans:
Ja, dat wil ik natuurlijk ook. De heer Struijs had gevraagd of de
financiële situatie wordt meegenomen in de toetsing. Ja, die wordt zo
veel mogelijk meegenomen. Natuurlijk wordt alle relevante informatie
meegenomen. Zijn er nog voorwaarden in de overeenkomst die na het
onderzoek van de SEC invloed kunnen hebben? Eigenlijk is het antwoord
daarop dat de heer Struijs erop kan vertrouwen dat het BTI in zijn
onderzoek de actuele situatie rondom de investeerder nauwlettend in de
gaten zal houden.
Dan de vraag van de heer Jansen of we een carve-out van het bedrijf
overwegen. Ik ga niet speculeren over wat voor maatregelen mogelijk uit
dat onderzoek komen of wat de minister wordt aanbevolen om te doen. Het
is een maatregel die mogelijk is binnen de Wozt. Meer wil ik daar niet
over zeggen.
Dan de vraag van D66 over de scenario's. Hebben we verschillende
scenario's uitgewerkt voor de BTI-toetsing en hoe zien we die voor ons?
En als we dat nog niet gedaan hebben, zouden we dat dan willen doen? Ik
snap die vraag heel goed. Ik kan daar nu niet op ingaan. Alles wat ik
daarover zeg, ook publiek, helpt in deze casus niet. Ik wil het dus
houden bij de beantwoording die ik eerder, in mijn eerste termijn, heb
gegeven ten aanzien van het proces. Dan kom ik op de gesprekken met
collega's van andere lidstaten over dit soort overnames. Ik zei net al
dat er nu in Europa gesproken wordt over het European preference-idee
ten aanzien van aanbestedingen en inkoop. Het onderwerp digitale
economie staat nu natuurlijk zeer hoog op de agenda in Europa. Ik denk
dat dat terecht is.
Voorzitter. Dan kom ik bij het volgende blokje. Ik heb daarin nog één
vraag over, want de rest van de vragen zijn door de staatssecretaris
beantwoord.
De voorzitter:
We zitten in het blokje aanbestedingen.
Minister Karremans:
Aanbestedingen, exact! De vraag was: zoekt de minister hierbij actief
naar Europese samenwerking? Zeker. Ten aanzien van de herziening van de
Europese aanbestedingsrichtlijn zoeken wij veel samenwerking in Europa.
Onderdeel van de inzet van Nederland is dat ook hier meer oog komt voor
veiligheidsrisico's en de strategische autonomie. Daar wordt in Europa
op ingezet. Ten aanzien van de precieze European preference is de inzet
van Nederland dat we dat ten aanzien van veiligheidsrisico's en
strategische sectoren en technologieën, bijvoorbeeld cloud, juist
aanmoedigen. We denken dat het verstandig is om dat te doen. Dat is ook
in lijn met wat een aantal Kamerleden vandaag hebben gezegd.
Dat is alles ten aanzien van de aanbestedingen. De rest heeft de
staatssecretaris al gedaan.
De voorzitter:
Dan komen we bij het blokje overig.
Minister Karremans:
Ja, dan kom ik bij het blokje overig. Dat probeer ik ook snel te
behandelen. Ik heb net al gezegd dat ik vandaag niet in kan gaan op de
NS.
Welke stappen heeft het kabinet in Europees verband gezet richting een
eigen EuroStack? Het denken vanuit de digitale stack is de basis van het
kabinetsbeleid ten aanzien van de digitale economie, zoals ook
vastgelegd in de agenda DOSA. Hierin is systematisch gekeken naar de
impact van digitale technologieën op onze nationale veiligheid, het
verdienvermogen en andere maatschappelijke belangen. We staan dus ook
zeer positief tegenover het EuroStack-initiatief en Europese
samenwerking op digitale autonomie. Hierover zijn we nu actief in
gesprek met andere lidstaten.
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Fantastisch. Dat betekent dat de vragen beantwoord zijn en dat we over
kunnen gaan naar de tweede termijn van de Kamer. De eerste spreker is de
heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik heb drie moties en weinig tijd. De eerste luidt als
volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat digitale autonomie volgens het coalitieakkoord Aan de
slag het uitgangspunt moet zijn voor de overheid;
overwegende dat om als overheid digitaal autonoom te worden, de
strategische afhankelijkheden in cloud, data en cruciale systemen
doelgericht moeten worden afgebouwd, maar dat dat er geen financiële
middelen zijn vrijgemaakt om deze opgave doeltreffend aan te kunnen
pakken;
verzoekt de regering om inzichtelijk te maken welke stappen er nodig
zijn om de afhankelijkheden in cloud, data en cruciale systemen af te
bouwen en op korte termijn de Kamer te informeren of en, zo ja, hoe de
hiervoor benodigde middelen meerjarig beschikbaar kunnen worden gesteld
vanaf begrotingsjaar 2027,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Kathmann.
Zij krijgt nr. 1465 (26643).
De heer Stoffer (SGP):
De tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vitale overheidsdiensten zoals DigiD en MijnOverheid
afhankelijk zijn van digitale infrastructuur en data die cruciaal zijn
voor het functioneren van de Nederlandse rechtsstaat;
overwegende dat digitale soevereiniteit vraagt om afdwingbare
zeggenschap over vitale overheidsdata en sleutelmaterialen;
verzoekt de regering te bevorderen dat Nederland structureel zeggenschap
houdt over vitale overheidsdata en de bijbehorende infrastructuur, te
bezien of het Estse model van data-ambassades daarbij toepasbaar is, en
de Kamer over de uitkomsten te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Kathmann, Vermeer,
Ceder, Heutink, Struijs, El Boujdaini, Van den Berg en Wendel.
Zij krijgt nr. 1466 (26643).
De heer Stoffer (SGP):
Dan de laatste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de voorgenomen overname van Solvinity door een
buitenlandse partij vragen oproept over digitale soevereiniteit en de
infrastructuur achter de digitale identiteit van Nederlanders;
van mening dat geen enkele buitenlandse rechtsmacht toegang mag krijgen
tot gegevens of cryptografische sleutels van DigiD en
MijnOverheid;
verzoekt de regering de beoogde overname van Solvinity in het licht van
de digitale soevereiniteit niet toe te staan zolang de lopende toetsing
niet heeft uitgewezen dat risico's voor digitale soevereiniteit volledig
zijn uitgesloten, deze te toetsen aan de Wet vifo, in te grijpen als
risico's niet volledig kunnen worden uitgesloten, en de Kamer over de
uitkomsten te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Heutink, Kathmann,
Struijs en Vermeer.
Zij krijgt nr. 1467 (26643).
De heer Stoffer (SGP):
Mijn tijd is op, maar dank aan de beide bewindslieden voor de
beantwoording.
De voorzitter:
Blijft u nog even staan, want er is een vraag van mevrouw Zwinkels.
De heer Stoffer (SGP):
Het was een haastklus, voorzitter.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik heb nog één korte vraag over één motie, namelijk de motie over de
data-ambassades naar Estlands model, als ik het goed heb. Ik ben wel
benieuwd naar het volgende. Ik sta bewust nog niet onder die motie. Ik
vind het idee sympathiek, maar wij hebben eerder een brief gekregen
waarin stond dat dit in de ogen van het kabinet weinig effectief is. Ik
wil de heer Stoffer de gelegenheid geven om daar kort op te
reageren.
De heer Stoffer (SGP):
Dat zou natuurlijk uiteindelijk zo kunnen zijn, maar we zoeken
natuurlijk met elkaar naar situaties waarin het kan. Nu is de Estlandse
situatie wel een heel andere dan de Nederlandse, omdat Estland in de
jaren negentig de mogelijkheid heeft gehad om alles opnieuw op te
bouwen. Dat hebben ze verstandig en slim gedaan. Dat is hier wellicht
lastig, maar we willen een poging wagen om te kijken of we een aantal
onderdelen daarvan kunnen overnemen die hier wellicht toch soelaas
kunnen bieden. En mocht dit kabinet er nog geen gat in zien, dan wie
weet het volgende.
De voorzitter:
Nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Door een van de Kamerleden werd zonet in eerste termijn een beetje
gedaan alsof we er heel laat bij waren, maar de heer Stoffer was erbij
toen de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie werd besproken. Hij
pleitte toen voor een aanscherping van de wet door toetsing vooraf
mogelijk te maken. Heeft de heer Stoffer die mening nog steeds? Ik denk
namelijk dat we ook op zoek moeten naar het antwoord op de vraag of onze
wetgeving nu wel scherp genoeg is om dit soort problemen te
voorkomen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik zal eerlijk bekennen dat ik even terug moest zoeken wanneer we dit
ook alweer behandeld hadden. Ik zag dat staatssecretaris Keijzer de wet
destijds indiende. Overigens zat de heer Emiel van Dijk toen ook in de
Kamer, zeg ik om dat nog even recht te zetten. Ik heb dus niet alle
details scherp, maar wat ik toen vond, vind ik nog steeds. Volgens mij
is het nog steeds goed om vooraf te toetsen.
De voorzitter:
Ja, uw voorzitter was er ook bij.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, mevrouw Bromet was erbij.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, zeker, maar die heeft vanavond een onafhankelijke positie.
Mevrouw Beckerman (SP):
De heer Futselaar van de SP was er ook bij. En dus ene mevrouw Bromet,
die we niet …
De heer Stoffer (SGP):
U was er niet bij.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, ik was niet bij. Ik deed Klimaat, maar niet Economische Zaken. De
heer Futselaar was erbij. Maar goed.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, maar we hebben wel allemaal gestemd over die wet, en die is met
algemene stemmen aangenomen.
De voorzitter:
We zijn ons nu allemaal aan het vrijpleiten, maar gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat was tijdens covid. Mijn vraag is wel heel serieus, want ik denk dat
we niet alleen naar vanavond moeten kijken — de SP zal haar voorstellen
doen — maar ook naar de toekomst. Het is niet genoeg om te zeggen: wat
we toen vonden, vinden we nu nog steeds. Dat is een mooi antwoord, maar
moeten we deze wetgeving niet gewoon veel scherper tegen het licht gaan
houden voor toekomstige situaties?
De heer Stoffer (SGP):
Ik zal daar inderdaad serieus op ingaan. Eén. Voor wat je hebt gedaan,
moet je verantwoordelijkheid blijven nemen, vind ik. In die situatie, in
de tijd van toen, vonden we met elkaar wat we vonden. Maar ik denk dat
in het debat wel aan de orde is gekomen wat ook de minister zostraks
aangaf, namelijk dat we sinds de afgelopen jaren echt in een andere
geopolitieke situatie zitten. Dat maakt ons natuurlijk alerter. Al
doende leert men, dus we moeten dit ook tegen het licht gaan houden en
er scherper op zijn. Door de tijd heen worden we helaas door schade en
schande wijs.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is de beurt aan mevrouw Wendel van de VVD.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dank, voorzitter. De printer heeft wat problemen, dus vergeef me dat ik
hier met mijn telefoon sta.
Allereerst dank aan zowel de minister als de staatssecretaris voor de
beantwoording in wat hun laatste debat in deze rol is, als ik het goed
heb. Er lopen op dit moment nog onderzoeken. Die wachten we dan ook af.
Het standpunt van de VVD is helder en onveranderd: de overname van
Solvinity moet niet doorgaan. Als dat station al is gepasseerd, moet
worden gekeken hoe dit nog kan worden teruggedraaid. Ik vraag het
kabinet daarom in deze tweede termijn met klem om hier strategisch op te
handelen, dus juridisch houdbaar, zorgvuldig en met zo min mogelijk
schade voor ons investeringsklimaat.
Ik wil het kabinet vragen wanneer de Kamer geïnformeerd wordt over het
genomen besluit. Kan de Kamer daar dan nog iets mee of ligt dat volledig
buiten onze invloed? Met andere woorden, zit er nog tijd en ruimte in
het proces om bij te sturen? Voor de VVD staat één ding voorop:
Nederlandse gegevens moeten veilig zijn. Inwoners moeten erop kunnen
vertrouwen dat zij veilig kunnen inloggen bij de overheid, zonder dat
hun persoonsgegevens op straat belanden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord nu aan de heer Jansen van Forum voor
Democratie.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Dank u wel. Ook wij hadden problemen met de printer; de digitale
infrastructuur kan nog worden verbeterd. Ik heb dus een geschreven
motie, maar ik zal deze even voorlezen, want het is best moeilijk te
lezen.
De voorzitter:
Het waren vast de Amerikanen, denkt u niet?
De heer Frederik Jansen (FVD):
Wat zegt u?
De voorzitter:
Dat was een grapje.
De heer Frederik Jansen (FVD):
Sorry, ik verstond het niet. Ik zal mijn motie voorlezen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlandse kritieke digitale infrastructuur,
waaronder DigiD en MijnOverheid, door de overname van Solvinity door het
Amerikaanse Kyndryl via onder meer de CLOUD Act onder beschikking kan
komen te vallen van de Amerikaanse overheid;
constaterende dat een carve-out, waarbij kritieke bedrijfsactiviteiten
worden ondergebracht bij een entiteit die niet onder de reikwijdte van
de CLOUD Act valt, een mogelijke optie is om dit te voorkomen;
constaterende dat de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en
overnames (Wet vifo) de minister het instrumentarium verschaft om als
voorwaarde voor een overname een dergelijke carve-out af te
dwingen;
overwegende dat het waarborgen van de digitale soevereiniteit van de
Nederlandse overheid een zwaarwegend publiek belang is dat tijdig
handelen rechtvaardigt;
verzoekt de regering op korte termijn middels de Wet vifo een carve-out
te realiseren waarmee de kritieke bedrijfsactiviteiten van Solvinity
worden ondergebracht bij een Nederlandse entiteit die niet onder de
reikwijdte van de CLOUD Act of vergelijkbare buitenlandse wetgeving
valt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Frederik Jansen.
Zij krijgt nr. 1468 (26643).
De heer Frederik Jansen (FVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Beckerman van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goedenavond. Ik heb een tweetal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de overheid in hoge mate digitaal afhankelijk is van
particuliere techbedrijven;
overwegende dat de digitale infrastructuur van vitaal belang is voor het
functioneren van het land en dus een publieke kerntaak vormt;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze een digitaal
staatsbedrijf kan worden opgericht en welke cruciale zaken daaronder
zouden moeten vallen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1469 (26643).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland in hoge mate digitaal afhankelijk is van
Amerikaanse techbedrijven en dat deze afhankelijkheid toeneemt door de
verkoop van Solvinity aan een Amerikaanse marktpartij;
overwegende dat onder meer de Amerikaanse CLOUD Act en opgelegde
sancties risico's kunnen opleveren voor de bescherming van gegevens van
Nederlandse burgers en voor de continuïteit van essentiële
overheidsdiensten zoals DigiD en MijnOverheid;
overwegende dat de essentiële digitale infrastructuur een publieke
kerntaak is en dat bij particuliere bedrijven het risico blijft bestaan
op overnames of vertrek;
verzoekt de regering om met een voorstel te komen om Solvinity in
publieke handen te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1470 (26643).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. Ik vond het een interessant debat vanuit de Kamer. Het was
niet altijd even politiek, maar wel oplossingsgericht. Ik hoop dat we
dat kunnen voortzetten in de komende periode. Ik wil de staatssecretaris
heel veel sterkte wensen en beide bewindspersonen bedanken voor hun
antwoorden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Zwinkels van het CDA.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik had het geluk dat de printer het nog deed. Ik
was niet van plan om vanavond een motie in te dienen. We hebben een goed
debat gehad. Ik ben blij met een groot deel van de antwoorden, maar ik
heb helaas niet op al mijn vragen antwoord gekregen. Daarom heb ik toch
twee moties: één voor de staatssecretaris en één voor de minister. Ik
begin met de eerste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering aangeeft vooruitlopend op het lopende
onderzoek geen opties uit te sluiten, en die tegelijkertijd een aantal
opties niet in overweging wil nemen;
overwegende dat het te vroeg is om opties zoals een "change of
control"-bepaling, waarmee als een bedrijf tóch in buitenlandse handen
valt alle contracten zo snel mogelijk ontbonden worden, en een
zogenaamde "poison pill"-bepaling, waarmee bij ongewenste overnames
zeggenschap over een deel van de aandelen in Nederlandse handen kan
komen, uit te sluiten;
verzoekt de regering in het kader van de overname van Solvinity alle
opties op tafel te houden en daarbij ook te onderzoeken of "change of
control"- en "poison pill"-bepalingen opgenomen kunnen worden in
aanbestedingstrajecten van kritieke digitale
overheidsinfrastructuur;
verzoekt de regering de Kamer te hierover te informeren gelijktijdig met
de resultaten van het lopende onderzoek,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zwinkels en El Boujdaini.
Zij krijgt nr. 1471 (26643).
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dan heb ik nog een motie voor de minister.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering aangeeft dat een gapanalyse over welke
digitale dienstverlening reeds in Europa beschikbaar is geen staande
praktijk is;
verzoekt de regering een gapanalyse uit te voeren om in kaart te brengen
welke alternatieven voor digitale dienstverlening in Europa beschikbaar
zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zwinkels, El Boujdaini en
Kathmann.
Zij krijgt nr. 1472 (26643).
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Kathmann, van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het contract met Solvinity voor de DigiD-diensten in
2028 afloopt;
verzoekt de regering om het DigiD-contract met Solvinity in 2028 niet te
verlengen als de overname door een Amerikaans bedrijf doorgaat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kathmann.
Zij krijgt nr. 1473 (26643).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet om, bij uitzondering, in een vertrouwelijke
technische briefing de Tweede Kamer te informeren over de voortgang en
het proces van het traject van het Bureau Toetsing Investeringen in deze
casus,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann, El Boujdaini,
Zwinkels, Dassen, Struijs en Wendel.
Zij krijgt nr. 1474 (26643).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het ministerie van Algemene Zaken frequent
staatsgeheimen en zeer gevoelige gegevens verwerkt, die niet meer veilig
zijn bij niet-Europese techdiensten;
verzoekt de regering om binnen een jaar het ministerie van Algemene
Zaken onafhankelijk te maken van niet-Europese techdiensten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann, Dassen en
Struijs.
Zij krijgt nr. 1475 (26643).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat digitalisering alle ministeries raakt, maar centrale
regie ontbreekt;
verzoekt de regering om een interdepartementaal beleidsonderzoek uit te
voeren naar de digitale autonomie van de Rijksoverheid en binnen een
jaar beleidsopties te ontwikkelen om afhankelijkheden van niet-Europese
techdiensten terug te dringen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann, Dassen, Ceder, Heutink
en Struijs.
Zij krijgt nr. 1476 (26643).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Rijksoverheid in grote mate afhankelijk is van
enkele niet-Europese techgiganten voor de ICT-dienstverlening;
overwegende dat er geen inzicht is in wat er gebeurt als een van die
dienstverleners uitvalt of zich terugtrekt;
verzoekt de regering om binnen ministeries stresstests uit te voeren
door clouddiensten kortstondig af te schakelen, in kaart te brengen wat
de gevolgen zijn, en op basis van de bevindingen plannen op te stellen
om problematische afhankelijkheden af te bouwen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann, Dassen, Ceder,
Heutink, Beckerman en Struijs.
Zij krijgt nr. 1477 (26643).
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Deze motie is al ingediend en is ondertekend door Zwinkels, Stoffer,
Vermeer, Dassen, Heutink, Struijs, Teunissen, El Boujdaini, El Abassi en
Ceder, en vraagt: DigiD in Nederlandse handen.
(Applaus)
De voorzitter:
Ik wilde al zeggen: mevrouw Kathmann, u heeft nog twee seconden over!
Dan is nu het woord aan mevrouw El Boujdaini.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Voorzitter. Mijn conclusie na dit debat is dat het eigenlijk voorlopig
nog niet af is, maar het is wel goed dat we hier aandacht voor hebben.
Deze casus staat niet op zichzelf. Het gaat echt om iets veel breders,
want het gaat de hele overheid aan. Daarom heb ik ook een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de hele publieke sector kampt met een afhankelijkheid
van niet-Europese technologie, wat schadelijk is voor onze autonomie,
privacy en continuïteit;
overwegende dat er mogelijkheden zijn om aanbestedingsprocedures
strategisch in te zetten om digitale diensten af te nemen van Europese
aanbieders om deze afhankelijkheid te doorbreken;
verzoekt de regering digitale soevereiniteit en strategische autonomie
als expliciet criterium op te nemen in aanbestedingen van IT en digitale
diensten en te bezien welke maatregelen daarvoor nodig zijn;
verzoekt de regering om bij aanbestedingen voor kritieke digitale
infrastructuur uit te gaan van het principe "Europees, tenzij",
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Zwinkels, Wendel,
Kathmann en Dassen.
Zij krijgt nr. 1478 (26643).
Mevrouw El Boujdaini (D66):
De reden voor het indienen van deze motie is ook dat ik niet echt een
antwoord heb gekregen op de vraag of digitale infrastructuur en digitale
soevereiniteit echt opgenomen zijn in de aanbestedingsregels die per 1
januari 2026 in werking zijn getreden.
Ik heb nog één verduidelijkende vraag: was de staatssecretaris nou wel
of niet op de hoogte van de verkoop van Solvinity?
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Dassen, van Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bedrijven op Europees grondgebied onderhevig zijn aan
datawetgeving van de Amerikaanse overheid, zoals de CLOUD Act;
constaterende dat Amerikaanse bedrijven veel kritieke digitale
infrastructuur in beheer hebben in Europa;
verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor een spoedwet
die ervoor zorgt dat bedrijven op Europees grondgebied, ongeacht
eigenaarschap, geen gevoelige data van Europese burgers door mogen geven
aan buiten-Europese overheden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 1479 (26643).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Europese bedrijven graag willen bijdragen aan het
versterken van digitale autonomie, maar vaak niet kunnen opboksen tegen
de producten van gevestigde Amerikaanse IT-leveranciers;
van mening dat de overheid een rol heeft in marktcreatie van Europese
alternatieven die niet voldoende zelf op gang komen;
verzoekt de regering om in haar beleid om digitale soevereiniteit te
stimuleren, ook de optie van afnamegaranties aan Europese leveranciers
mee te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 1480 (26643).
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Dan nog een motie voor de Kamer zelf, gericht aan het
Presidium.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel moties in de Kamer zijn aangenomen om de digitale
soevereiniteit van de overheid te stimuleren;
overwegende dat hier weinig vooruitgang op is geboekt;
van mening dat onze Kamer een voortrekkersrol hierin dient te
nemen;
verzoekt het Presidium om bij de Raming van 2026 met een actieplan te
komen om het parlement over te laten stappen op Europese digitale
alternatieven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 1481 (26643).
De heer Dassen (Volt):
Dank aan de bewindspersonen voor de beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van den Berg van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, dank. Ik zit ook nog met een paar vragen naar aanleiding van
dit debat. Eerder vroeg mevrouw Kathmann of de minister ervan op de
hoogte was dat de overheid was aangeboden om ook Solvinity in eigen
handen te houden. Daar is toen ontwijkend op gereageerd. Op de
Kamervragen die ik zelf heb ingediend, werd in één keer aangegeven dat
dat aanbod van Solvinity aan de overheid wel degelijk is gedaan, maar
dat er niet op is gehandeld. Op de vraag die ik stelde, namelijk of de
minister op de hoogte was, werd ook niet geantwoord.
Nou vroeg ik de staatssecretaris net in het debat of de staatssecretaris
toch op de hoogte was. Daarop hoorde ik volgens mij toch een ja. Dat is
voor mij nieuwe informatie. Ik wil daarom nogmaals het volgende vragen.
Eén: was de staatssecretaris op de hoogte van de overname van Solvinity
of het voornemen om het in de verkoop te zetten? Twee: was de minister
daarvan op de hoogte? Drie: wanneer zijn zij op de hoogte gebracht?
Vier: ik zou er graag ook een brief over willen, met een tijdlijn
wanneer iedereen op de hoogte is gebracht, met daarbij een toelichting
waarom dat niet met de Kamer is gedeeld, ook niet na herhaalde
Kamervragen.
Dan kom ik heel snel tot mijn moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat effectieve beveiliging begint bij eenduidige
classificatie van informatie en consequente toepassing in hosting en
inkoop;
verzoekt de regering voor eind 2026 een rijksbreed dataclassificatie- en
datalocatiebeleid vast te stellen en (in samenwerking met medeoverheden
en ministeries) uit te rollen, waarbij voor de zwaarste categorieën een
aantoonbaar Nederlandse soevereine omgeving het uitgangspunt is;
verzoekt de regering daarbij:
te inventariseren welke categorieën "echt gevoelige" overheidsinformatie en -processen uitsluitend binnen een aantoonbaar Nederlandse soevereine omgeving verwerkt en opgeslagen moeten worden, en in hoeverre dat nu al het geval is;
de minimumeisen daarvoor vast te stellen, waaronder in elk geval sleutelbeheer onder Nederlandse zeggenschap, toegangsbeheer en ketentransparantie, waaronder onderaannemers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Stoffer, Vermeer,
Frederik Jansen, Kathmann en Struijs.
Zij krijgt nr. 1482 (26643).
De heer Van den Berg (JA21):
Ik zag de tijdklok net niet lopen. Ik doe heel snel de laatste motie.
Die is heel kort.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat lock-in bij vitale digitale diensten een strategisch
risico vormt;
verzoekt de regering om bij (her)contractering van vitale digitale
overheidsdiensten minimumeisen op te nemen voor dataportabiliteit,
periodieke migratie- en failover-tests, oftewel oefenen alsof het morgen
misgaat, en een aantoonbare exitroute naar alternatieve
leveranciers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Frederik Jansen,
Kathmann en Struijs.
Zij krijgt nr. 1483 (26643).
De heer Van den Berg (JA21):
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Struijs van 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Voorzitter en collega's, dank. U heeft mij namelijk ontzettend geholpen
om snel op vlieghoogte te komen met deze materie. Dank ook voor de
beantwoording, minister en staatssecretaris, maar gezien de laatste
informatie die ik heb gekregen, heb ik toch een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Amerikaanse bedrijf Kyndryl voornemens is het
Nederlandse bedrijf Solvinity over te nemen, dat het digitale platform
voor DigiD en MijnOverheid levert;
constaterende dat de Amerikaanse beurswaakhond Securities and Exchange
Commission (SEC) een onderzoek is gestart naar de financiële
verslaggeving, boekhouding en interne controles van Kyndryl;
constaterende dat uit een eerder onderzoek van Gotham City Research
blijkt dat Kyndryl mogelijk misleidend heeft gerapporteerd over
financiële cijfers, kosten en verliezen;
constaterende dat onderzoeksbureau Gotham City Research in een openbaar
rapport stelt dat Kyndryl mogelijk misleidende financiële cijfers
presenteert, verliezen en kosten onvoldoende inzichtelijk maakt en
structureel zwakker presteert dan uit de rapportages blijkt;
constaterende dat gelijktijdig meerdere hooggeplaatste leden van de top
van Kyndryl zijn opgestapt en dat de beurskoers van het bedrijf vandaag
is gehalveerd;
overwegende dat deze ontwikkelingen invloed kunnen hebben op de
stabiliteit en betrouwbaarheid van de beoogde toekomstige eigenaar van
Solvinity, en daardoor op de digitale infrastructuur van DigiD en
MijnOverheid;
verzoekt de regering om de Kamer op zeer korte termijn te informeren
over:
welke informatie de regering in handen heeft over de huidige ontwikkelingen bij Kyndryl;
welke informatie de regering heeft over het onderzoek van Gotham City Research en het lopende onderzoek van de SEC;
en welke risico's deze ontwikkelingen kunnen hebben voor Solvinity en daaropvolgend op de digitale infrastructuur van DigiD en MijnOverheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Struijs en Kathmann.
Zij krijgt nr. 1484 (26643).
Dank u wel. Even diep ademhalen na deze woordenstroom. Het is ongezond, hoor, om die moties zo snel voor te lezen. Dan is de heer Vermeer van de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Ik ga me daar niet aan wagen, voorzitter. De heer Struijs is van de
politie, dus die weet in ieder geval dat iedereen onschuldig is totdat
de schuld wettig is bewezen. Laten we dat bij die motie dus ook in
ogenschouw nemen.
Voorzitter. Ja, wij zijn afhankelijk, maar dat zijn we al jaren. We
hebben hier ook net voorbeelden gehoord over covid, of over een
containerschip dat vastzit in het Suezkanaal. Andere landen zijn echter
ook weer afhankelijk van ons: van onze chips, van onze zaden, van onze
pootaardappelen. Dit is dus nou eenmaal hoe de wereld in elkaar zit.
Daar moeten we het mee doen, maar we zullen er wel op in moeten spelen
en niet naïef zijn.
BBB is helder: als risico's niet volledig en aantoonbaar kunnen worden
beperkt, mag wat ons betreft de overname van Solvinity niet doorgaan.
Dit gaat namelijk over nationale veiligheid, digitale soevereiniteit en
over het vertrouwen van de burger. Dat laatste mag nooit afhangen van
hoop, goede bedoelingen of lopende gesprekken. Er zijn harde, bindende
garanties nodig, of een duidelijke politieke grens.
Voorzitter. We kijken in de geschiedenis. Van 1970 tot 1990 hadden we
het Rijks Computer Centrum in de gemeente Apeldoorn, waar ik geboren
ben. In 2009 werd weer opgeroepen tot de bouw van een nieuw
rijkscomputercentrum omdat we van 35 rekencentra af wilden, en die
wilden concentreren naar één. Daar zat negentien jaar tussen. Nu,
zeventien jaar later, gaan we volgens mij weer dezelfde oproep doen. We
zullen een aantal basiszaken zelf in de hand moeten nemen en daarnaast
moeten proberen om minder afhankelijk te worden en op sommige momenten
minder naïef.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Heutink, Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik wil allereerst de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken
ontzettend bedanken voor zijn inzet. Het is, denk ik, de laatste keer
dat ik hem in deze zaal zie. Voor minister Karremans heb ik wat minder
goed nieuws, want we hebben als fractie de mogelijkheid om zeven
lidmaatschappen van commissies aan te wijzen. Ja, ik heb toch gekozen
voor de portefeuille van Infrastructuur en Waterstaat. Tegen de minister
zeg ik dus: maak uw borst maar nat; het gaat vast gezellig worden!
Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse Spoorwegen een deel van de
IT-infrastructuur, zoals de financiële planning en hulpmiddelen in
werkplaatsen voor treinen, gaan onderbrengen bij een dochter van een
Amerikaans IT-bedrijf;
van mening dat dit besluit haaks staat op de Nederlandse en Europese
wens om digitaal autonoom te zijn;
verzoekt de regering om ook bij NS zorg te dragen voor digitale
autonomie, en dus de infrastructuur op Nederlandse en/of Europese bodem
te houden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Heutink, Kathmann, Stoffer,
Beckerman, Frederik Jansen, El Abassi, Dassen en Struijs.
Zij krijgt nr. 1485 (26643).
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Tot slot wil ik de Kamer bedanken. Ik denk namelijk dat het niet heel
vaak voorkomt dat de Kamer eigenlijk zo eensgezind is over wat er nou
moet gebeuren. Ik denk dat dat is dat we onze strategische autonomie,
digitale autonomie en onze soevereiniteit gaan behouden en versterken.
Het is mooi om te zien dat het op deze manier kan.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer El Abassi van DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Ik ga meteen beginnen, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlandse vitale infrastructuur mede afhankelijk is
van technologiebedrijven uit landen buiten de Europese Unie;
overwegende dat digitale afhankelijkheid kwetsbaarheden kan creëren voor
spionage en ongewenste buitenlandse invloed;
verzoekt de regering:
een overzicht op te stellen van vitale infrastructuur die afhankelijk is van niet-Europese technologiebedrijven;
per sector de risico's voor nationale veiligheid en privacy in kaart te brengen;
voorstellen te doen om deze afhankelijkheid waar mogelijk af te bouwen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1486 (26643).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vitale digitale infrastructuur van de Nederlandse
overheid in toenemende mate afhankelijk is van buitenlandse, met name
Amerikaanse cloudproviders;
constaterende dat uit onderzoek blijkt dat 59,2% van gemeentelijke
webapplicaties draait op Amerikaanse infrastructuur;
overwegende dat vitale infrastructuur niet afhankelijk mag zijn van
buitenlandse mogendheden;
verzoekt de regering een concreet actieplan op te stellen om vitale
digitale infrastructuur onder Nederlandse of Europese zeggenschap te
brengen, en de Kamer binnen zes maanden hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1487 (26643).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de NS een belangrijk deel van haar automatisering
langdurig uitbesteedt aan het Amerikaanse DXC Technology;
overwegende dat het spoornet een vitale nationale infrastructuur
betreft;
overwegende dat langdurige afhankelijkheid van buitenlandse partijen
risico's kan opleveren voor nationale veiligheid en continuïteit;
verzoekt de regering:
deze uitbesteding opnieuw te toetsen op nationale veiligheids- en soevereiniteitsrisico's;
te onderzoeken of Nederlandse of Europese alternatieven beschikbaar zijn;
de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1488 (26643).
De heer El Abassi (DENK):
De laatste motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat geopolitieke spanningen toenemen en buitenlandse staten
via wetgeving invloed kunnen uitoefenen op bedrijven die vitale
Nederlandse infrastructuur beheren;
overwegende dat digitale afhankelijkheid kan leiden tot risico's van
uitval, manipulatie of chantage;
verzoekt de regering:
een structurele geopolitieke risicoanalyse verplicht te stellen bij aanbestedingen van vitale digitale infrastructuur;
hierbij expliciet wetgeving zoals de Amerikaanse CLOUD Act en vergelijkbare buitenlandse wetgeving mee te nemen;
de Kamer jaarlijks te rapporteren over buitenlandse afhankelijkheden in vitale infrastructuur,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1489 (26643).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Dijk van de PVV heeft gemeld af te zien van zijn
tweede termijn. Het kabinet heeft een kwartier de tijd nodig om de
antwoorden voor te bereiden. Een halfuur? Laten we afspreken dat we hier
om 22.30 uur weer terug zijn voor het vervolg van dit debat.
De vergadering wordt van 22.07 uur tot 22.28 uur geschorst.
De voorzitter:
We kunnen weer verder met het debat, en wel met het oordeel over de
moties en de nog te beantwoorden vragen. Ik geef als eerste het woord
aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Marum:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin even met de vragen.
De heer Dassen vroeg welke kritische overheidsprocessen er zijn. In de
eerste termijn had ik het er al over dat de kritische processen in kaart
worden gebracht, maar dit leidt blijkbaar tot verwarring. De overheid
heeft de Nederlandse vitale processen en de bijbehorende aanbieders in
kaart gebracht. Deze aanbieders van vitale processen vallen onder de
door de NCTV opgestelde Aanpak vitaal, waarmee de digitale weerbaarheid
verhoogd wordt. In het kader van de NDS wordt momenteel in kaart
gebracht welke computersystemen dit ondersteunen en welke bijbehorende
afhankelijkheden er zijn. Die inventarisatie wordt naar verwachting dit
jaar afgerond.
Ik had nog een vraag van de heer Van den Berg: over welke mitigerende
generieke maatregelen hebben we het en wanneer worden de maatregelen met
de Kamer gedeeld? Er worden momenteel gesprekken gevoerd met de
landsadvocaat, Solvinity en Kyndryl over de generieke maatregelen ten
aanzien van dataveiligheid, zeggenschap en continuïteit. Logius en JenV
maken tevens apart afspraken met Solvinity over specifieke technische
risicomitigerende maatregelen, passend bij de dienstverlening die zij
afnemen. Deze gesprekken lopen nog en wij kunnen niet vooruitlopen op de
uitkomsten. Zodra wij het totale beeld hebben vanuit die drie sporen,
zullen wij de Kamer informeren.
Kamerlid Dassen vraagt waarom Defensie wel gebruik mag maken van Kyndryl
en Solvinity niet. "Zijn er nog andere overheidsonderdelen waar ook
gebruik wordt gemaakt van Kyndryl? Graag zou ik een brief van de
minister van Defensie willen ontvangen waarin ingegaan wordt op deze
casus." Ik verwijs graag naar de beantwoording van de feitelijke vragen
over GrIT van 26 januari jongstleden door de staatssecretaris van
Defensie.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank voor de beantwoording, staatssecretaris. U had het over de
generieke en specifieke maatregelen die worden getroffen, die nog in
uitwerking zijn. Ik vraag mij af of het dan logisch zou zijn dat deze
extra maatregelen ook gaan gelden voor alle toeleveranciers voor
diensten aan de overheid op het gebied van digitaal, omdat je anders een
uitzonderingspositie kweekt, in dit geval voor Solvinity.
Staatssecretaris Van Marum:
We hebben het hier op dit moment even over déze casus. Mogelijk zijn er
nog andere zaken waar dat ook voor geldt, maar laat ik gewoon even
ambtelijk terugkoppelen voor welke zaken dat eventueel zou kunnen
gelden.
De heer Van den Berg (JA21):
Begrijp ik dan goed dat er een brief over komt?
Staatssecretaris Van Marum:
Ja.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel.
Staatssecretaris Van Marum:
Dan vroeg de heer Dassen nog of er alternatieve Europese systemen zijn
die volledig in Europese handen zijn. Er zijn voldoende Europese
alternatieven beschikbaar die in Europese handen zijn, wat betreft
leveranciers van IT-infrastructuurdiensten. De overgang naar een nieuwe
leverancier kost vaak veel tijd en moet zorgvuldig uitgevoerd
worden.
De heer Vermeer vroeg of de case over de gemeente Winterswijk gedeeld
kan worden met de Kamer. Waarom is het daar wel gelukt en wat hebben zij
gedaan? Momenteel wordt er navraag gedaan naar de casuïstiek van de
gemeente Winterswijk. De Kamer wordt hierover uitgebreider geïnformeerd
in de aanstaande verzamelbrief over de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie, juist vanwege het overheidsbrede karakter.
Deze brief verwacht ik eind maart naar u toe te kunnen sturen.
Dan de vragen van Van den Berg van JA21 en El Boujdaini van D66: "Het
blijkt dat Logius en JenV zijn gepeild om Solvinity over te nemen.
Waarom is de Kamer hierover niet eerder geïnformeerd? Zijn de
bewindspersonen al eerder in maart geïnformeerd? Was de staatssecretaris
al op de hoogte van de verkoop? Was de minister op de hoogte?" Het
kabinet hecht aan het uitgangspunt dat het publiek eigenaarschap of het
actief beïnvloeden van de eigendomsstructuur van bedrijven niet behoort
tot de kerntaken van de overheid en geen doel op zich is. Eigenaarschap
van bedrijven is in principe een marktaangelegenheid. Het ministerie van
BZK en het ministerie van JenV hebben de naam van de overnamekandidaat
vernomen op de dag van de bekendmaking van de overname in de media, op 5
november jongstleden. De bewindspersonen zijn niet eerder geïnformeerd.
Wel beschikt Nederland over een breed instrumentarium ter borging van de
economische veiligheid, waaronder de continuïteit van vitale
overheidsprocessen. Ten behoeve van toekomstige vergelijkbare gevallen
wordt een procedure ontwikkeld om bij een mogelijke wisseling van
zeggenschap bij leveranciers van vitale en kritieke dienstverlening van
de overheid, de informatie die contracthouders ontvangen van
leveranciers, ook gestroomlijnder te delen met de ambtelijke en
politieke top van de betrokken ministeries. Hiervoor wordt een
handelingskader opgesteld.
Dat waren de vragen.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat komt eigenlijk heel strikt overeen met de antwoorden op de
Kamervragen, die wij eerder hebben ontvangen. Het kan aan mij liggen,
maar ik meen mij te herinneren dat ik de staatssecretaris in het debat
vroeg: was u al eerder op de hoogte? Toen bevestigde u dat. Waar zit dat
'm dan in?
Staatssecretaris Van Marum:
Strikt formeel: op het moment dat het ministerie geïnformeerd is, zou ik
op de hoogte moeten zijn. Ik heb het proces geschetst waarin wij zitten.
Ik heb gezegd dat er ambtelijk is geïnformeerd. Het is niet doorgeleid
naar de betrokken bewindspersonen. Ik heb gezegd dat wij ervoor moeten
zorgen dat er voor dit soort kritische processen een handelingskader is,
dat er opgeschaald wordt en dat het bij de bewindspersoon
terechtkomt.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat is dan helder; dank u wel. Maar ik vraag mij wel nog het volgende
af. In dit geval is besloten — dat staat ook in het antwoord op de
Kamervragen — dat wij niks doen met het aanbod van Solvinity om in
overheidshanden te komen. Wie neemt zo'n besluit op dat moment, als dat
niet de minister dan wel de staatssecretaris is? De ambtelijke top van
Logius?
Staatssecretaris Van Marum:
Wat ik hier geschetst heb, is dat de Nederlandse overheid in principe
geen bedrijven overneemt. Dat is staande praktijk. Ik heb aangegeven
richting mijn organisatie dat ik vind dat in dit soort specifieke
gevallen een dergelijke boodschap doorgeleid moet worden naar de
betrokken bewindspersonen om daar een mening over te vormen en te kijken
wat er verder mee moet. Ik heb daarom dat handelingskader opgesteld,
zodat in de toekomst dit soort zaken niet weer op deze manier
voorkomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de moties.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 1465 gaat over financiering en digitale autonomie.
Deze motie wil ik oordeel Kamer geven. Met de SGP deel ik het belang van
een digitaal autonome overheid en daarmee de noodzaak voor het afbouwen
van de strategische afhankelijkheden. Met de NDS werken we hier ook aan,
maar helaas met zeer beperkte middelen op de departementale begrotingen.
Eerder heb ik uw Kamer laten weten dat realisatie van de NDS om forse
structurele investeringen vraagt. Mijn interpretatie van deze motie is
dat het gaat om het in kaart brengen en beschikbaar stellen van de
aanvullende middelen. Daarmee laat ik dit aan het volgende kabinet en
kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1465 krijgt oordeel Kamer. Er zijn 24 moties, dus
als u de toelichting iets korter kunt houden: heel graag.
Staatssecretaris Van Marum:
Ja, maar soms steekt die nauw en dan wil ik die toelichting wel even
genoemd hebben.
De voorzitter:
Prima. De motie op stuk nr. 1465: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 1466 kan ik oordeel Kamer geven. DigiD en
MijnOverheid zijn inderdaad vitale overheidsdiensten. Het functioneren
ervan is cruciaal voor de Nederlandse samenleving. Het is ook de
verwachting en de intentie dat deze diensten in de toekomst zullen
worden ondergebracht in de nog te realiseren soevereine
overheidscloud.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1466: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Marum:
Dan de motie op stuk nr. 1469.
De voorzitter:
We slaan een paar moties over. De minister zal straks deze moties, op
stuk nr. 1467 en stuk nr. 1468, beoordelen. Dan nu de motie op stuk nr.
1469.
Staatssecretaris Van Marum:
Die motie moet ik ontijdig verklaren. In het coalitieakkoord staat het
voornemen een digitale dienst te vormen. Daarmee is de uitvoering van
dit voornemen aan de volgende bewindspersoon.
De voorzitter:
Ik wil aan mevrouw Beckerman vragen of zij de motie op stuk nr. 1469 dan
aanhoudt. Deze motie heeft namelijk het oordeel ontijdig gekregen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, we gaan deze motie niet aanhouden. We gaan 'm misschien wel een
beetje aanpassen; daar kwam zojuist iemand over onderhandelen. Maar we
gaan 'm niet aanhouden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1469: ontijdig.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 1470 is ook ontijdig. Op dit moment worden nog
diverse onderzoeken gedaan, zoals de toetsing op basis van de Wet
ongewenste zeggenschap telecommunicatie. Resultaten hiervan zijn van
invloed op de vervolgstappen. We wachten dit onderzoek af.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1470: ook ontijdig. Mevrouw Beckerman, hetzelfde
verhaal: wilt u 'm aanhouden?
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, voorzitter. En het is eigenlijk heel raar dat het oordeel over de
eerdere motie, die op stuk nr. 1469, "ontijdig" is. Dat is namelijk een
onderzoeksmotie en als er een moment is om dit te onderzoeken, zodat we
niet bij een volgende keer hier weer staan, is dat nu. Dus het oordeel
over de motie op stuk nr. 1469 vind ik heel raar. Ik breng allebei de
moties gewoon in stemming.
De voorzitter:
Goed. De motie op stuk nr. 1470: ontijdig.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 1471: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1471: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 1472 moet ik ontraden. Ik wil deze motie afraden,
want het gaat om een enorm groot speelveld waarbij een complete
gap-analyse lange tijd in beslag zal nemen en die tegen de tijd dat we
klaar zijn waarschijnlijk alweer verouderd zal zijn. Ik zie daarom veel
meer in gericht zoeken naar Europese alternatieven of specifieke
digitale voorzieningen. Daarmee is het voorgestelde middel niet passend
bij het beoogde doel.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1472: ontraden.
Staatssecretaris Van Marum:
Dan de motie op stuk nr. 1473. Deze krijgt oordeel Kamer, maar wel onder
vermelding dat het contract van Logius met Solvinity uiterlijk augustus
2028 afloopt. Logius is daarom gestart met het voorbereiden van een
traject om de opvolging van het contract met Solvinity te organiseren.
Logius brengt de scenario's in kaart om haar diensten via
aanbestedingsregelgeving versneld onder te brengen bij een Nederlandse
of Europese partij. De landsadvocaat helpt Logius bij het in kaart
brengen van deze scenario's.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1473: oordeel Kamer.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Het is natuurlijk geenszins mijn bedoeling om het kabinet met allerlei
werk op te zadelen dat niet effectief zou zijn. Maar volgens mij hebben
we juist de afgelopen tijd heel duidelijk signalen gekregen dat er
duidelijkheid moet komen over wat er kan worden aangeboden in Nederland
en in Europa en hoe dat aanbod matcht met de behoefte van de Nederlandse
overheid. Ik ben dus toch benieuwd of we enige toenadering tot elkaar
kunnen zoeken, want anders moet ik 'm gaan aanpassen.
De voorzitter:
Ik wil eigenlijk niet deze weg opgaan. Een oordeel over een motie is een
advies aan de Kamer. Dat kun je gewoon terzijde leggen, of je kunt de
motie aanhouden of aanpassen. Maar het einde van het debat nadert. Ik ga
nu dus gewoon door met de motie op stuk nr. 1474, als u het niet erg
vindt.
Staatssecretaris Van Marum:
Nee, ik doe de motie op stuk nr. 1475.
De voorzitter:
O, de motie op stuk nr. 1475! De motie op stuk nr. 1474 is dan voor de
minister.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 1475 is overbodig. Het verwerken van staatsgeheime
informatie in de public cloud is, ongeacht de herkomst van die public
cloud, met de invoering van het rijksbrede cloudbeleid in 2022 niet meer
toegestaan. Staatsgeheime informatie wordt door het ministerie van
Algemene Zaken op geen enkele manier in de cloud verwerkt. De
beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van deze informatie is
geborgd. De zorg van mevrouw Kathmann is begrijpelijk, maar gelukkig
onterecht. Ik geef deze motie daarom het oordeel overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1475: overbodig.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dit gaat over alle Amerikaanse techdiensten, gewoon over alles. Er is
juist gekozen voor het ministerie van Algemene Zaken omdat dat daar de
kleinste klus aan heeft. We kunnen ook iets anders kiezen, maar dan
wordt het weer ingewikkelder. Dan doen we Staatsbosbeheer of de Tweede
Kamer; vul het maar in. Het gaat er gewoon om dat je iets kiest
waarbinnen je de totale afhankelijkheid terugbrengt naar nul. Daar gaat
het over. Het gaat gewoon over alle techdiensten. Het is gewoon niet
waar dat er bij het ministerie van Algemene Zaken geen niet-Nederlandse
Europese technologie gebruikt wordt. Dat geloof ik gewoon niet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1475: overbodig.
Staatssecretaris Van Marum:
Ja, die is overbodig. Ik kan daar het volgende nog over zeggen, voordat
u hier weer een interruptie aan verspilt. Voor overige
clouddienstverlening waarbij staatsgeheime informatie niet van
toepassing is, volgt het ministerie van Algemene Zaken de voorwaarden
uit het rijksbrede cloudbeleid. Indien er bij een aanbesteding, ongeacht
of deze een clouddienst betreft, risico's voor de nationale veiligheid
kunnen zijn, valt de aanbesteding onder de algemene beveiligingseisen
voor Rijksoverheidsopdrachten. Hierin zijn specifieke eisen voor de
cloudaanbestedingen opgenomen. Rijksbreed oriënteert men zich overigens
al enige tijd op soevereine alternatieven, zoals met het BZK-initiatief
Mijn Bureau. Mocht er via dit soort initiatieven een werkplek op basis
van Europese technologie en/of opensourcetechnologie beschikbaar komen,
dan biedt AZ zich graag aan als deelnemer. Een dergelijk eventueel
traject dient zorgvuldig te verlopen om zodoende de continuïteit van de
bedrijfsvoering te waarborgen.
De voorzitter:
Nee, mevrouw Kathmann. Ik ga hetzelfde zeggen als ik net zei: dit is een
oordeel. De Kamer kan zelf kiezen wat zij ermee doet. De motie op stuk
nr. 1475: overbodig.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 1476: ontijdig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1476 is ontijdig. Mevrouw Kathmann, wilt u die
aanhouden?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Sorry, voorzitter, ik vraag dit ook een beetje voor de orde. Ik heb dit
echt al vaker meegemaakt. Heel vaak laat ik het gaan, maar het leidt nu
ook een beetje tot frustratie. Wat betreft de motie op stuk nr. 1475:
wat de motie vraagt, is niet het antwoord. Dat is heel frustrerend. Dat
geldt ook voor de motie op stuk nr. 1476. Die is dan ontijdig. Maar die
vraagt gewoon om in een briefing de Kamer te informeren. Die zegt: als u
dit leest, doe het dan zodra het kan, want dat is fijn. Hoe kan een
interdepartementaal beleidsonderzoek nou ontijdig zijn?
Staatssecretaris Van Marum:
Laat ik gewoon zeggen dat er nog even contact opgenomen wordt en dat we
dan kijken of we tot een vergelijk kunnen komen. Maar op dit moment,
zoals ik 'm nu voor me heb, moet ik 'm …
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1476: ontijdig. Mevrouw Kathmann houdt 'm niet
aan.
Staatssecretaris Van Marum:
Ja, maar het ging net over de motie op stuk nr. 1475. O, dit geldt ook
voor de motie op stuk nr. 1476, hoor ik. Het is aan het nieuwe kabinet
om tot onderwerpselectie te komen voor de volgende ibo-ronde. In het
coalitieakkoord van Jetten I zijn de voornemens rond digitale autonomie
opgenomen. Er komt ook een staatssecretaris die zich met dit onderwerp
gaat bezighouden. Ik kan op dit moment niet goed inschatten of de aanpak
van het nieuwe kabinet geholpen is met een ibo. Daarom verzoek ik u deze
motie aan te houden tot aan een bespreking met het nieuwe kabinet. Het
kabinet is niet tegen een beleidsonderzoek in vrijere vorm. Een
verdieping op de lopende trajecten die concrete handvatten voor de
departementen biedt, wordt door het kabinet als waardevol gezien. Onder
de NDS werkt een interbestuurlijk kernteam aan het vergroten van de
digitale autonomie en soevereiniteit van de Nederlandse overheid. De
ontwikkeling van de beleidsinstrumenten is daarbij een van de
prioriteiten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken werkt daarnaast
reeds binnen verschillende sporen aan het ontwikkelen van beleidsopties
voor het vergroten van de digitale autonomie van de rijksoverheid, onder
andere via het referentiekader digitale autonomie.
De voorzitter:
Dit is nog steeds de motie op stuk nr. 1476, maar die was al van een
oordeel voorzien: ontijdig. Ik stel voor dat we met de volgende motie
verdergaan.
Staatssecretaris Van Marum:
Een stresstest cloud.
De voorzitter:
Welk nummer?
Staatssecretaris Van Marum:
Stuk nr. 1477. Die wil ik ontijdig verklaren. De rijksoverheid is bezig
met het in kaart brengen van de cloudafhankelijkheden. Ook worden al
uitwijk- en uitvaltesten uitgevoerd. We zetten eerst in op het beter in
kaart brengen van die afhankelijkheden en de verwachte impact. Zodra we
verder zijn in dat proces, is een stresstest of simulatie een goed
middel om te bepalen of we het juiste inzicht gecreëerd hebben en vooral
ook wat we eventueel gemist hebben. We kiezen dus eerst voor het bepalen
van de impact om daarna te toetsen via een stresstest of simulatie in
plaats van andersom.
De voorzitter:
Mevrouw Kathmann, de motie op stuk nr. 1477 heeft het oordeel ontijdig
gekregen. Wilt u 'm aanhouden? Nee?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Nee, zeker niet.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 1480: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1480: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 1482: ontijdig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1482: ontijdig. Wil de heer Van den Berg de motie
aanhouden? Even bladeren. De motie op stuk nr. 1482 blijft ontijdig en
wordt gewoon in stemming gebracht.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 1483: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1483: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Marum:
De motie op stuk nr. 1484: oordeel Kamer voor zover het mogelijk is deze
informatie te verkrijgen. Het betreft deels Amerikaanse informatie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1484: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Marum:
De moties op de stukken nrs. 1487 en 1489: ontijdig. Binnenkort komt de
Wet weerbaarheid kritieke entiteiten in de cyberveiligheidswet. Daar
zijn risicovolle afhankelijkheden onderdeel van.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1487: ontijdig. Meneer El Abassi, wilt u 'm
aanhouden? Nee. Dan de motie op stuk nr. 1489, ook van de heer El
Abassi: ook ontijdig. Wilt u die aanhouden?
De heer El Abassi (DENK):
Ik wilde de andere twee moties ook even afwachten. Ik wil het toch
gezegd hebben, en volgens mij ben ik niet de enige. We snappen er niks
van met dat ontijdig. Het debat is afgerond, er is geen info die
ontbreekt, het onderwerp komt niet op korte termijn snel terug, maar
toch wordt er iedere keer ontijdig gezegd. Ik snap er helemaal niks van.
Zeg dan oordeel Kamer of niet, maar ontijdig? Volgens mij begrijpen heel
veel Kamerleden niet waarom. Het is nu juist tijdig. Als we te lang
wachten is het ontijdig, want het gevaar neemt toe.
De voorzitter:
Ja, dank. En de Kamer kan zelf beslissen om voor of tegen te stemmen. Ik
stel voor dat we overgaan naar het onderdeel van de minister.
Minister Karremans:
Dank, voorzitter. Ik zal het snel proberen te doen. De allereerste
vraag, van mevrouw Wendel, was wanneer de Kamer geïnformeerd wordt over
het proces en of er ruimte is om bij te sturen. Dat laatste is er
natuurlijk formeel niet, want de Wozt voorziet in een apolitieke
deskundige beoordeling op basis van de risico's die er mogelijk zijn.
Het is heel belangrijk om dat op die manier te doen. Volgens mij is de
Kamer dat ook met mij eens; dat heb ik ook gehoord. Op de vraag wanneer
de Kamer daarin meegenomen kan worden, kom ik zo in de reactie op de
motie die mevrouw Kathmann daarover heeft ingediend. Overigens zeg ik er
van tevoren het volgende bij. Ik zal zo alle moties netjes langsgaan.
Maar alle moties die nu al vooruitlopen op een mogelijke maatregel zal
ik allemaal ontraden. Eerst moet dat proces doorlopen worden. Het spijt
me, maar moties over carve-outs of golden shares ga ik allemaal
ontraden, want we moeten eerst dat proces netjes doorlopen. Dat zeg ik
dus alvast. Ik kom er nog op terug per nummer.
Wanneer was ik op de hoogte? Dat was op 5 november toen het in de pers
kwam; de staatssecretaris heeft dat ook al gezegd. Toen wist ik het
ook.
Mijn eerste motie is de motie op stuk nr. 1467 van de heer Stoffer. Die
wil ik oordeel Kamer geven, maar let op, daar heb ik wel een
interpretatie bij. Het gaat hierin over de Wet vifo. Er wordt getoetst
aan de Wozt, dus niet aan de Wet vifo, maar ik interpreteer 'm even zo
dat er Wozt staat in plaats van Wet vifo. Er staat: dat alle risico's
volledig zijn uitgesloten. Kijk, risico's kan je nooit volledig, 100%,
uitsluiten. Dus als ik dat kan interpreteren als "zo veel mogelijk" of
"dat risico's adequaat geadresseerd worden", dan wil ik 'm oordeel Kamer
geven.
De voorzitter:
Ik zie de heer Stoffer knikken, dus de motie op stuk nr. 1467: oordeel
Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1468 — die gaat over die carve-out — met verwijzing
naar mijn eerdere inleiding: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1468: ontraden.
Minister Karremans:
Dan de motie op stuk nr. 1474 van mevrouw Kathmann. Dat is de motie waar
ik naar verwees in het antwoord op de vraag van mevrouw Wendel. Dat gaat
om een verzoek om een vertrouwelijke technische briefing. Met de
interpretatie dat we dat op een gepast moment doen, wil ik 'm oordeel
Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1474: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Mits op een gepast moment. Ik zag mevrouw Kathmann knikken, voor de
notulen.
Dan de motie op stuk nr. 1478 van mevrouw El Boujdaini. Die wil ik
oordeel Kamer geven als ik 'm zo mag interpreteren dat we dit zo vormen
als onze inzet in Europa. Als het gaat om aanbestedingsrecht, is het
belangrijk voor het level playing field in Europa dat dat in alle
lidstaten gelijk is. Als we dit zien als dat dit onze inzet moet zijn in
Europa, als ik 'm zo mag interpreteren, wil ik 'm oordeel Kamer
geven.
De voorzitter:
Mevrouw El Boujdaini knikt. Dat maakt dat de motie op stuk nr. 1478
oordeel Kamer krijgt.
Minister Karremans:
Dan de motie op stuk nr. 1479. Met verwijzing naar het debat wil ik die
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1479: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1485 gaat over de NS. Daar wil ik wel wat over
zeggen, want ik vind het wel wat dat hier op basis van één
krantenartikel een motie wordt ingediend om te zeggen dat we nu moeten
ingrijpen bij de NS en dat er maatregelen moeten worden genomen. Er zijn
geen technische briefings over geweest. De Kamer weet niet precies wat
daar aan de hand is. De NS heeft ook geen kans gehad om daar enige
nuancering bij te geven. Vervolgens wordt er wel een motie ingediend —
de Kamer gaat daar helemaal zelf over, maar ik wil daar wel stevig op
reageren — om te zeggen: dat moeten we allemaal niet doen en we moeten
het op Europese bodem houden. Ik denk het heel onverstandig is om dat te
doen zonder dat je überhaupt weet waar het over gaat, dus ik ga 'm echt
stevig ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1485: ontraden, stevig ontraden. Mevrouw
Kathmann.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik wil hier wel even de noot bij zetten dat wij heel graag wel in
gesprek hadden gewild, vragen beantwoord hadden willen zien, omdat we
hier een breed debat voeren over digitale onafhankelijkheid en het de
afgelopen twee jaar eigenlijk alleen maar zo is geweest dat als we brede
debatten hadden de ene bewindspersoon niet kon antwoorden en de andere
niet. We zijn van het kastje naar de muur gestuurd en dan krijgen we
hier nu, omdat we niet genoeg informatie zouden hebben, omdat we die ook
niet krijgen, omdat hier dan ook weer niet de mensen zitten die ons die
kunnen geven, dit naar ons hoofd. Ik vind dat niet helemaal fair, als ik
heel eerlijk ben.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb voorgelezen dat er persoonlijke omstandigheden waren
waardoor de bewindspersoon niet aanwezig kon zijn. Mevrouw Kathmann.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Er is van tevoren gezegd dat we een breed debat wilden voeren over
gewoon de hele digitale strategische autonomie. Daarbij is ook gevraagd
— dat is van tevoren al geïnventariseerd — of de staatssecretaris zou
komen of niet. Toen is ook gezegd, zoals heel vaak in debatten: het
kabinet spreekt met één mond, dus alle vragen kunnen beantwoord worden.
Heel vaak als het puntje bij paaltje komt, hebben we dan weer een debat
en dan is het weer — helaas dat er geen minister van Digitale Zaken is —
dat de helft van de onderwerpen niet besproken kan worden.
De voorzitter:
Waarvan akte. De motie op stuk nr. 1485 is ontraden.
Minister Karremans:
Kijk, ik wil daar een heel eind in meegaan. Het gaat niet over de
afvaardiging van de staatssecretaris van IenW. Dit gaat over een casus
die voor mij … Hoeveel dagen geleden is dat in de pers gekomen? Vandaag?
Gisteren? En dan verwachten dat wij alle informatie boven tafel hebben,
dat we met alle deskundigen over deze zaak hebben gesproken en dat de NS
gehoord kan worden. Weet je, er zitten ook limieten aan in hoeverre het
kabinet kan antwoorden op bepaalde zaken en volgens mij hechten we met
z'n allen aan grote zorgvuldigheid van besluitvorming. Daarom vind ik
het onverstandig om deze motie aan te nemen.
Dan de motie op stuk nr. 1486.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1485: ontraden.
Minister Karremans:
Ja, ontraden. De motie op stuk nr. 1486 — dat is ook in lijn met wat de
staatssecretaris heeft gezegd — is ontijdig of overbodig, omdat de Kamer
zich binnenkort over de Wwke en Cbw buigt, zoals de staatssecretaris ook
al heeft gezegd. Daarin wordt het meegenomen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1486: overbodig?
Minister Karremans:
Ja, ja. Dan de motie van de heer El Abassi. Volgens mij is dat de motie
op stuk nr. 1488, zeg ik uit mijn hoofd.
De voorzitter:
Ja.
Minister Karremans:
Die verzoekt de regering om nog voor de beëdiging van het nieuwe kabinet
een minister van Digitale Zaken aan te stellen. Dit kabinet gaat niet
over de samenstelling van het volgende kabinet, dus die kan ik ook
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1488 wordt ontraden. Dat brengt ons bij het einde
van … O, er is nog een vraag.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Wellicht heb ik het gemist, voorzitter, maar wat is er met de motie op
stuk nr. 1481 gebeurd?
Minister Karremans:
Oe!
De voorzitter:
Nou, dat is een omissie van mijzelf. De motie op stuk nr. 1481 is
gericht aan de Kamer zelf. Daar komt dus geen oordeel van het kabinet
op. Dat mag u zelf bepalen.
Minister Karremans:
Ik schrok me al rot. Dank.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat. Het was het laatste
debat van de staatssecretaris. Dank voor alles wat u voor ons land
betekend heeft. Dank aan de minister en dank aan de Kamer en de
ondersteuning.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik wens iedereen een goede reis naar huis. Ik sluit de vergadering.
Sluiting
Sluiting 22.55 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden
ontleend. |
|---|