Het Nederlandse goud in New York
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D06916, datum: 2026-02-12, bijgewerkt: 2026-02-12 13:25, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P. van Houwelingen, Tweede Kamerlid (FVD)
Onderdeel van zaak 2026Z03081:
- Gericht aan: E. Heinen, minister van Financiën
- Indiener: P. van Houwelingen, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
2026Z03081
(ingezonden 12 februari 2026)
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de minister van Financiën over het Nederlandse goud in New York
Is het, gezien het feit dat de Verenigde Staten zelfs niet langer lippendienst bewijst aan het ‘internationaal recht’, bovendien heeft gedreigd bondgenoten (Denemarken) aan te vallen, heel waarschijnlijk betrokken is bij de aanval op Nordstream en daarmee indirect ook ons land en daarnaast ook Nederland en andere Europese landen er zelf niet langer voor terugdeinzen geld van een centrale bank waar we (formeel) niet mee in staat van oorlog verkeren te confisqueren, verstandig, zoals de minister aan de Kamer schrijft, (blind) te vertrouwen op de afspraken die met de Verenigde Staten zijn gemaakt over de opslag van het Nederlandse goud in New York?
Zou het niet verstandiger zijn – om dit vertrouwen en het systeem te testen – om in ieder geval een klein deel van het Nederlandse goud dat is opgeslagen in New York te repatriëren? Zo nee, waarom niet?
Tot slot, mocht over een paar jaar blijken dat het Nederlandse goud in de Verenigde Staten niet langer in Nederlandse handen is (het goud is bijvoorbeeld in beslag genomen of ‘bevroren’) omdat Nederland het goud niet tijdig heeft gerepatrieerd, wie kan de Tweede Kamer (en daarmee de Nederlandse bevolking) dan primair verantwoordelijk stellen voor het besluit om niet tijdig ons goud te repatriëren? De Nederlandsche Bank of het ministerie van Financiën?