Gemeentenieuws van SZW 2026-1 artikelen
Bijlage
Nummer: 2026D06996, datum: 2026-02-12, bijgewerkt: 2026-02-12 14:06, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Gemeentenieuws van SZW 2026-1 (2026D06995)
Preview document (🔗 origineel)
Factsheet Ontwikkelpad Energiehulp: Sociaal verantwoord inkopen van energiehulp
Veel gemeenten zetten energiehulporganisaties in bij de aanpak van energiearmoede. Daarbij speelt de vraag hoe deze inzet het meest passend kan worden georganiseerd en bekostigd. Om gemeenten hierbij te ondersteunen hebben RVO en SZW een factsheet ontwikkeld om inzicht te geven in mogelijke inkoop- en bekostigingsroutes. Daarbij is er expliciet aandacht voor het duurzaam verbinden van energiehulp aan werk en participatie via het Ontwikkelpad Energiehulp. Door deze koppeling kunnen gemeenten energiehulp sociaal verantwoord inzetten en tegelijkertijd bijdragen aan bredere maatschappelijke doelen.
In de factsheet worden drie routes toegelicht: subsidie, quasi-inbesteding en de SAS-procedure. Per route is een praktijkvoorbeeld opgenomen dat inzicht geeft in de gemaakte keuzes en de wijze waarop gemeenten deze beleidsruimte toepassen binnen hun lokale context.
De factsheet is hier te bekijken en te downloaden.
Opschaling datadeling Tijdelijk Noodfonds Energie met gemeenten voor aanvullende ondersteuning aan huishoudens om energiekosten te verlagen
In het Gemeentenieuws 2025-5 kondigde het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de datadeling aan tussen het Tijdelijk Noodfonds Energie en gemeenten om huishoudens aanvullende ondersteuning te kunnen bieden deze winter om de energiekosten verder te verlagen. Door het delen van gegevens van huishoudens die daarvoor toestemming hebben gegeven, wil het ministerie gemeenten ondersteunen bij het verkrijgen van beter inzicht in de doelgroep. Gemeenten kunnen op basis van hun bestaande dienstverlening een passend hulpaanbod doen aan deze huishoudens.
Eind oktober is een pilot gestart met een aantal geïnteresseerde gemeenten. Op basis van een tussentijdse evaluatie is begin december door de stichting TNE besloten om over te gaan tot een gefaseerde opschaling, waarbij circa twintig gemeenten zijn betrokken. Met deze gefaseerde aanpak wil TNE aanvullende inzichten opdoen, voordat verdere opschaling plaatsvindt. De inzet van de VNG, Stichting TNE en het ministerie van SZW is om zo snel mogelijk op te schalen naar alle gemeenten.
Ten slotte is er via een Decentrale Uitkering € 30 miljoen beschikbaar gesteld aan het Gemeentefonds. Gemeenten kunnen deze extra middelen inzetten om de bestaande lokale hulp voor huishoudens met een hoge energierekening te intensiveren. De middelen zijn niet bedoeld ter vervanging van de rol die het Tijdelijk Noodfonds Energie heeft vervuld bij het bieden van directe inkomensondersteuning. Om gemeenten te helpen bij de uitvoering van de tijdelijke middelen hebben Divosa, de VNG, en het ministerie van SZW een Q&A ontwikkeld over de impulsmiddelen energiearmoede en de betekenis hiervan voor gemeenten ontwikkeld.
Tussen de Regels Door – ervaringskennis als fundament voor menselijk beleid
In de videocast en podcast Tussen de Regels Door gaat Quinta Ansem, voorzitter van European Anti Poverty Network Nederland, in gesprek met beleidsmakers, uitvoerders en ervaringsdeskundigen over armoedebeleid. De serie verkent hoe leefwereld, systeemwereld en werkvloer elkaar kunnen ontmoeten, voorbij standaardoplossingen en schijnmaatwerk. In deze serie gaat het over de manier waarop medewerkers van gemeenten ervaringskennis een gelijkwaardige en duurzame plek in beleid én uitvoering kunnen geven, ook in relatie met de Participatiewet in balans. De gesprekken sluiten aan bij vraagstukken waar veel gemeenten dagelijks mee werken: de borging van ervaringskennis, de versterking van de vakkundigheid van professionals en de ontwikkeling naar een cultuur waarin menselijkheid en gelijkwaardigheid centraal staan. Er zijn zes afleveringen.
De afleveringen gaan onder andere over wat er gebeurt wanneer ervaringskennis ontbreekt, de positionering van ervaringskennis binnen organisaties, het vormgeven van de menselijke maat, het voorkomen dat de inzet van ervaringskennis een afstreepvinkje wordt, de positieve gevolgen van het geven van ruimte aan professionals en inwoners en over ervaringskennis, praktijkkennis en wetenschap als gelijkwaardige kennisbronnen.
De videocast is hier te bekijken; de podcast is hier te volgen.
Subsidie financiële educatie weer open
Scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo kunnen tussen 2 februari en 16 maart 2026 subsidie aanvragen voor financiële educatie. Met de subsidie kunnen scholen geldlessen inrichten. Ook kunnen ze ondersteuning bieden aan ouders/verzorgers bij de financiële opvoeding of financiële steunpunten opzetten voor leerlingen. In totaal is er 10 miljoen euro subsidie beschikbaar. De subsidie is aan te vragen voor scholen die nog niet eerder een aanvraag deden. Kijk hier voor informatie.
Verlenging IPS-regeling voor gemeenten tot en met 2026
De lopende Subsidieregeling IPS-trajecten de gemeentelijke doelgroep, die op 19 november 2025 eindigde, is met een jaar verlengd. Deze regeling stimuleert gemeenten om de bewezen effectieve re-integratiemethode Individuele Plaatsing en Steun (IPS) in te zetten om uitkeringsgerechtigden met psychische aandoeningen aan betaald werk te helpen. Voor aanvragen in 2026 zal het budget met in totaal € 10,1 miljoen worden verhoogd. Vanwege de meerjarige duur van de IPS-trajecten is dit bedrag verdeeld over de jaren 2026, 2027 en 2028. De regeling zal nu lopen tot en met 19 november 2026. Hier is meer informatie over de lopende regeling te vinden; hier is meer informatie over de verlenging van de regeling tot en met 2026 te vinden. Divosa geeft op haar website nadere uitleg over de regeling.
Onderzoek naar re-integratiedienstverlening bij gemeenten
In december 2025 is het beschrijvend onderzoek “Re-integratiedienstverlening door gemeenten” uitgevoerd door Significant naar de Tweede Kamer gezonden. In het onderzoek wordt beschreven hoe budgetten, instrumenten en kosten van gemeentelijke re-integratiedienstverlening momenteel zijn vormgegeven. Het onderzoek geeft een goed beeld van het huidige gemeentelijke re-integratielandschap. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van landelijke data van het CBS over re-integratiebudgetten en -instrumenten, een landelijke enquête onder gemeenten en een verdiepende studie onder twaalf gemeenten. Het onderzoek is begeleid door een commissie met vertegenwoordigers van SZW, VNG, Divosa en gemeenten.
Er komen meerdere relevante inzichten naar voren uit het onderzoek. Zo laat het rapport zien dat gemeenten keuzes moeten maken in wie ze ondersteunen in hun re-integratiebeleid. Re-integratiedienstverlening richt zich in het algemeen vooral op mensen van wie de verwachting is dat zij op relatief korte termijn de stap naar de arbeidsmarkt kunnen zetten. Maar ook kiezen gemeenten er steeds meer voor om mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen met re-integratiedienstverlening ‘in de brede zin’.
Vooral de diversiteit van het re-integratielandschap komt in het onderzoek sterk naar voren. Doordat de Participatiewet decentraal belegd is en gemeenten veel vrijheid hebben om de re-integratietaak vorm te geven, is er een veelkleurigheid bij de inrichting van re-integratiedienstverlening ontstaan. Het is hierdoor complex om zomaar landelijke conclusies te trekken over beschikbare budgetten, de kosten en de doelmatigheid van ingezette re-integratievoorzieningen. Desalniettemin leveren de enquête en verdiepende studies hier interessante inzichten op. Zo blijkt uit het rapport dat personele inzet de grootste kostenpost voor gemeentes in re-integratiedienstverlening. Het rapport besteedt daarom extra aandacht aan de inzet en kostprijzen van klantmanagers en jobcoaches en de context waarbinnen dergelijke voorzieningen in de praktijk ingezet worden.
Participatiewet in balans en de Verzamelwet SZW 2026
Enkele onderdelen van het wetsvoorstel Participatiewet in Balans zijn opgenomen in de Verzamelwet SZW 2026. Deze Verzamelwet ligt momenteel ter behandeling in de Eerste Kamer en zal naar verwachting eind deze maand worden aangenomen. Na aanvaarding zal het wetsvoorstel met terugwerkende kracht in werking treden.
Het betreft technische wijzigingen van:
artikel 17 – identificatie met het rijbewijs toevoegen,
artikel 31, tweede lid onderdeel s – beoordeling vrijlating van giften boven €1.200,
artikel 62 – wijzigen verwijzing verhaalsrecht van bijzondere bijstand naar art. 20 Pw.
Omdat deze wijzigingen na 1 januari 2026 formeel zijn vastgesteld, waren zij tijdelijk nog niet zichtbaar op wetten.overheid.nl. Aangezien de bepalingen uiteindelijk met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 in werking treden, heeft dit geen gevolgen voor de rechtskracht of toepassing van deze artikelen.
Premie arbeidsinschakeling voor bijstandsgerechtigde jongeren tot 27 jaar
Gedurende 2026 kan de premie arbeidsinschakeling toch onbelast worden uitgekeerd aan bijstandsgerechtigden tot 27 jaar. In de Kamerbrief van 14 oktober 2025 en in de Handreiking Participatiewet in balans stond dat gedurende 2026 over de premie voor deze doelgroep wel belasting moest worden betaald. Deze correctie heeft de staatssecretaris Participatie en Integratie gemeld in de antwoorden op Kamervragen. De staatssecretaris van Financiën zal dit nog bevestigen in een beleidsbesluit. Ook zal het worden opgenomen in een nieuwe versie van de Handreiking Participatiewet in balans. De premie heeft hierdoor in beginsel geen fiscale gevolgen voor de bijstandsgerechtigde of de gemeente. En de uitvoeringspraktijk tijdens de gedoogperiode verschilt niet van die voor de premie voor bijstandsgerechtigden van 27 jaar en ouder.
Gedoogde premie
Op 8 mei 2025 en 14 oktober 2025 heeft de staatssecretaris Participatie en Integratie de Tweede- en Eerste Kamer geïnformeerd over de gedoogde onderdelen van de Participatiewet in balans. Vanwege de benodigde ICT-aanpassingen kan de premie arbeidsinschakeling voor bijstandsgerechtigden tot 27 jaar pas per 1 januari 2027 in werking treden. Omdat er gemeenten zijn die de premie handmatig kunnen verstrekken, wordt dit onderdeel in 2026 gedoogd. Hierdoor krijgen gemeenten de mogelijkheid om de premie een- of tweemaal te vertrekken als dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de bijstandsgerechtigde tot 27 jaar. In de brief van 14 oktober 2025 stond dat de premie tijdens de gedoogperiode belast is en dat gemeenten hierover nog nadere informatie krijgen.
Premie is niet belast in 2026
Voor de doelgroep van bijstandsgerechtigden van 27 jaar en ouder die in aanmerking kunnen komen voor de premie arbeidsinschakeling van artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Participatiewet, is voor de loonheffingen een vrijstelling opgenomen in artikel 11b van de Wet op de loonbelasting 1964. In eerste instantie zou pas vanaf 1 januari 2027 de vrijgestelde premie ook opengesteld worden voor bijstandsgerechtigden tot 27 jaar. Redelijke wetstoepassing zorgt ervoor dat de vrijstelling van loonheffing ook geldt voor de premie voor jongeren tijdens de gedoogperiode, specifiek in 2026. Concreet betekent dit dat de premie arbeidsinschakeling voor bijstandsgerechtigden tot 27 jaar in 2026 niet belast is.
Giften
Per 1 januari 2026 geldt voor alle gemeenten één grens voor het ontvangen van giften en kostenbesparende bijdragen in de bijstand: €1.200 per jaar. Deze wijziging maakt deel uit van de Participatiewet in balans. Het is niet mogelijk om via beleidsregels een lagere of hogere grens vast te stellen. Wel blijft het mogelijk om in individuele gevallen, waarin een betrokkene een hoger bedrag aan giften ontvangt, te beoordelen of dit vanuit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is. Voor meer informatie kan de wetsgeschiedenis, de handreiking Participatiewet in balans en de modelbeleidsregels worden geraadpleegd. Er zijn signalen dat er gemeenten zijn die een andere giftengrens in hun beleid hebben opgenomen. Dit is niet de bedoeling. Deze gemeenten dienen hun beleid aan te passen. Indien het beleid niet wordt aangepast, kan in een uiterst geval een aanwijzing volgen. Daarbij realiseren wij ons dat sommige gemeenten recent nieuw giftenbeleid hebben vastgesteld waarin een hoger bedrag is opgenomen. De implementatie van deze wetsbepaling vergt mogelijk enige tijd, zowel in de uitvoering als in bestuurlijk-politiek opzicht.
In Gemeentenieuws 2024-5 is gemeenten verzocht om, op grond van tijdelijk verblijf, de kostendelersnorm niet toe te passen wanneer bijstandsgerechtigden tijdelijk Oekraïense ontheemden in huis nemen. Omdat de oorlog in Oekraïne voortduurt, verzoekt de staatssecretaris Participatie en Integratie hierbij gemeenten dit te verlengen tot aan het aflopen van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Dat is vooralsnog tot 4 maart 2027. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de Dienst Toeslagen houden
dezelfde termijn aan. De uitzondering geldt voor ontheemden uit
Oekraïne, maar ook voor andere ontheemden in crisissituaties. Dit kan
met behulp van maatwerk op grond van artikel 18, eerste lid,
Participatiewet. Zodra echter een in huis opgenomen ontheemde een
volledige bijstandsuitkering ontvangt, is er sprake van een nieuwe
situatie waarbij de gemeente de kostendelersnorm wel kan toepassen. Ook
hierbij is afhankelijk van het individuele geval maatwerk op grond van
artikel 18, eerste lid, Participatiewet mogelijk.
Het tweede tijdvak voor het hoofdstuk Sectoren (2e) van de subsidieregeling Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) 2021-2027 staat momenteel open. Het doel van deze regeling is om mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie te ondersteunen in het versterken van hun arbeidsmarktpositie via de sectoren, met scholing en begeleiding. In het tweede tijdvak van Sectoren kunnen arbeidsmarktregio’s een aanvraag indienen, met een schriftelijk akkoord van O&O fondsen/werknemers- en werkgeversorganisatie voor de activiteiten. Het wordt hiermee ten opzichte van het eerste tijdvak makkelijker voor arbeidsmarktregio’s om zelf subsidie aan te vragen. Ten opzichte van het eerste tijdvak is het maximaal bevoorschottingspercentage op basis van realisatie verhoogd van 50% naar 75% en verschillende tarieven zijn geïndexeerd. Ook is het nu onder meer omstandigheden mogelijk om subsidie ter compensatie voor loonkosten onder deze regeling aan te vragen. Raadpleeg de regeling voor de precieze criteria. Het aanvraagtijdvak is van 14 juli 2025 (09:00 uur) tot en met 30 juni 2026 (17:00 uur). Volg de link naar Overheid.nl om meer over deze regeling te lezen.
Een oplossing voor personeelstekort Over inclusiviteitstechnologie Vergoeding bij de subsidie Werkgevers krijgen 50% van de kosten vergoed. Het subsidiebedrag ligt tussen de € 2.500,- en maximaal € 25.000,-. Werkgevers kunnen tot 1.000 euro (binnen het maximum subsidiebedrag) krijgen voor advies en ondersteuning bij de implementatie van inclusieve technologie. Werkgevers kunnen de subsidie aanvragen tot en met 29 mei 2026. Op de website van Uitvoering van Beleid (UVB) vindt u meer informatie over de inclusiviteitstechnologie voor het MKB. Meer informatie vindt u ook op deze website. Contact met UVB UVB, onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is te bereiken op werkdagen van 09.00 tot 11.00 uur en van 13.00 tot 15.00 uur. Het telefoonnummer is: 070 315 21 11. De organisatie is ook per mail te bereiken via inclusiviteitstechnologie@minszw.nl. Ook is het mogelijk het contactformulier van UVB in te vullen. Dat kan via deze link.
|
|---|
De wijziging van de Regeling inburgering 2021 (Ri2021) wordt 1 april 2026 van kracht. Deze voorziet onder meer in extra gronden voor verlenging van de inburgeringstermijn. Dat zijn onder andere het gebrek aan kinderopvang en het hebben van betaald werk.
Aanleiding voor de wijziging in de Ri2021 zijn signalen van onder andere gemeenten en DUO. Inburgeraars moeten binnen 3 jaar aan de inburgeringsplicht voldoen. In de praktijk blijken er vertragende omstandigheden te zijn. Bij verschillende daarvan zijn de oorzaken niet aan de inburgeraar te wijten.
Gebrek aan kinderopvang
Door het landelijk tekort aan kinderopvangplaatsen kunnen inburgeraars niet altijd direct beginnen met de inburgeringslessen. In de praktijk ondervinden vooral vrouwelijke statushouders hiervan hinder. In deze gevallen wordt verlenging van de inburgeringstermijn met minimaal 3 maanden mogelijk.
Combinatie werk en inburgering
Daarnaast zijn er inburgeraars die betaald werk hebben en dat moeilijk kunnen combineren met inburgering. Om deze belemmering weg te nemen, wordt verlenging mogelijk voor inburgeraars die tenminste 24 uur per week werken gedurende minimaal zes aaneengesloten maanden tijdens het inburgeringstraject.
Vroege start
Ook komt er een verlengingsgrond voor asielstatushouders die al in een opvanglocatie van het COA beginnen met het inburgeringstraject. In een azc zijn de voorzieningen en omstandigheden voor inburgering minder gunstig dan bij huisvesting in een gemeente. Dat kan ertoe leiden dat de statushouders meer tijd nodig hebben voor hun inburgering.
Inwerkingtreding 1 april
De gewijzigde Regeling wordt op 31 maart in het Staatsblad gepubliceerd en treedt per 1 april in werking. Wisseling van het kabinet kan mogelijk tot vertraging leiden.
Handreiking Sociaal Medische Indicatie kinderopvang gelanceerd
Op 29 januari is de handreiking Sociaal Medische Indicatie (SMI) kinderopvang in het bijzijn van 50 medewerkers van gemeenten gepresenteerd. Deze is gemaakt door het ministerie van SZW, gemeenten en de VNG. De handreiking heeft als doel om lokale verschillen die leiden tot ongelijkheid in de uitvoering van SMI te verkleinen en ouders zo meer duidelijkheid te bieden.
SMI is een gemeentelijke regeling voor gezinnen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, maar vanwege sociaal-medische problematiek wel dringend kinderopvang nodig hebben. Bijvoorbeeld vanwege de ontwikkeling van het kind of om de ouder(s) te ontlasten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij de uitvoering van SMI. Dit maakt maatwerk mogelijk, maar leidt in de praktijk ook tot ongewenste verschillen tussen gemeenten.
De afgelopen jaren ontving het kabinet signalen van ouders over deze verschillen, die in sommige gevallen tot schrijnende situaties leidden. Zo kan het gebeuren dat gezinnen in de financiële problemen komen omdat zij de kosten van kinderopvang volledig moeten betalen. Of komt de ontwikkeling van het kind in het gedrang, doordat het kind niet naar de opvang kan en de ouder te ziek is om de volledige zorg voor het kind te dragen. Daarom is met gemeenten en de VNG gewerkt aan een gezamenlijke handreiking met daarin een basislijn. Deze beschrijft wat ouders minimaal van gemeenten mogen verwachten bij de uitvoering van SMI. Het gaat nadrukkelijk om een minimum aan dienstverlening en niet om een norm: gemeenten behouden dus ruimte voor maatwerk waar dat nodig is.
Met de handreiking krijgen gemeenten praktische handvatten om SMI transparanter, eenvoudiger en meer uniform uit te voeren. Het uiteindelijke doel is dat gezinnen die SMI nodig hebben goede ondersteuning krijgen van hun gemeente, ongeacht waar zij wonen.
U vindt de handreiking en bijbehorende modeldocumenten via deze link.