[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Geannoteerde agenda informele OJCS-raad cultuur op 6 maart 2026

Brief regering

Nummer: 2026D07041, datum: 2026-02-12, bijgewerkt: 2026-02-12 15:29, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03159:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 12 februari 2026
Betreft Geannoteerde agenda informele OJCS-raad cultuur op 6 maart

Internationaal Beleid

Rijnstraat 50

Den Haag

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

www.rijksoverheid.nl

Contactpersoon

Onze referentie

61820278

Bijlagen

Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda van de informele OJCS-raad voor cultuur op 6 maart in Nicosia.

De informele raad wordt georganiseerd door het Cypriotische EU-voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. Mijn opvolger zal deze raad bijwonen of zich ambtelijk laten vervangen.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gouke Moes

GEANNOTEERDE AGENDA INFORMELE RAAD VOOR CULTUUR (6 maart 2026)

Het Cypriotische voorzitterschap heeft voor deze informele OJCS-raad voor cultuur de volgende onderwerpen geagendeerd:

  1. Het beschermen van culturele rechten.

  2. Noodzaak om illegale handel in culturele goederen tegen te gaan.

Ten tijde van het schrijven van deze geannoteerde agenda zijn nog geen inhoudelijke stukken ontvangen.

AGENDA

  1. Het beschermen van culturele rechten

Inhoud

Deze sessie zal beginnen met een presentatie over culturele rechten. Het ministeriële gesprek zal gaan over het beschermen, promoten en de praktische implementatie van culturele rechten binnen Europese samenlevingen, gericht op uitdagingen en beleidsperspectieven, waarbij cultuur wordt herbevestigd als fundamenteel onderdeel van democratie, sociale cohesie en het raamwerk van de Europese waarden.

Nederlandse inzet

Nederland zal uitdragen dat het recht om cultuur te maken, de vrijheid van artistieke expressie en het bevorderen van de toegankelijkheid van cultuur fundamenteel onderdeel zijn van onze democratie en behoren tot belangrijke Europese waarden.

Achtergrond

Vanuit het Nederlands cultuurbeleid kan goed aangesloten worden bij het door Cyprus aangedragen agendapunt. In het Nederlands cultuurbeleid heeft de minister de taak de voorwaarden te scheppen voor cultuuruitingen, waaronder deze te laten ontwikkelen, sociaal en geografisch te spreiden, in stand te houden en te verbreiden met oog voor verscheidenheid.1 Specifiek in relatie tot de vrijheid van artistieke expressie heeft de Raad voor Cultuur op 20 januari jl. een advies uitgebracht aan de minister van OCW 'Maken (z)onder druk' waarin o.a. naar voren wordt gebracht dat de artistieke vrijheid toenemend onder druk staat en dat er een rol voor de politiek, de cultuursector en het onderwijs is om actief de artistieke vrijheid te beschermen. Het komende kabinet zal reageren op het advies van de Raad voor Cultuur bij het uiteenzetten van haar beleid. Over de vrijheid van artistieke expressie vindt zowel in EU-verband als in de context van de Raad van Europa een uitwisseling van ervaringen plaats tussen de lidstaten bijvoorbeeld via het Compendium of cultural policies and trends.

In het EU Cultuurkompas is het versterken van Europese waarden en culturele rechten één van de vier richtingen waarop de Commissie in wil zetten. Ook hier staan de bescherming van artistieke vrijheid, het bevorderen van diversiteit van culturen en talen in Europa en het verbreden van de deelname en toegankelijkheid van cultuur centraal.2

Indicatie krachtenveld

De lidstaten verwelkomen de aandacht van het Cypriotisch voorzitterschap voor het onderwerp culturele rechten, omdat het belangrijk is stil te staan bij de waarde van cultuur voor de Europese samenlevingen en de democratie en sociale cohesie in de lidstaten.

  1. Noodzaak om illegale handel in culturele goederen tegen te gaan

Inhoud

Deze sessie zal beginnen met presentaties over illegale handel in cultuurgoederen. Het ministeriële gesprek zal ingaan op beleidsinstrumenten en samenwerkingsperspectieven op Europees en internationaal niveau, gericht op het voorkomen, de handhaving en het beschermen van cultureel erfgoed, specifiek in situaties van conflict en instabiliteit.

Nederlandse inzet

Nederland kan ervaringen delen over het tegengaan van de illegale handel in cultuurgoederen, specifiek ook in relatie tot erfgoed uit landen in crisis en in conflict. In 2024 zijn bijvoorbeeld acht archeologische voorwerpen, waaronder zwaarden, speer- en pijlpunten, aan de ambassadeur van Oekraïne in Nederland overhandigd door de Inspectie namens de Nederlandse Staat. De voorwerpen waren in 2023 door de Douane onderschept. Een ander voorbeeld is de teruggave van het 3500 jaar oude stenen hoofd aan Egypte waarbij de Nederlandse overheid betrokken was.

Achtergrond

Nederland zet actief in op de bestrijding van de illegale handel in cultuurgoederen. Voorwerpen van cultureel, historisch en wetenschappelijk belang, die tot het cultureel erfgoed van een staat behoren, hebben effectieve bescherming nodig. Cultureel erfgoed is niet alleen van belang voor de eigen cultuur, maar verdient ook respect en erkenning als het andere staten toebehoort. Illegale handel in cultuurgoederen kan aan het cultureel erfgoed van een land aanzienlijke schade toebrengen. Het is daarom van groot belang dat cultuurgoederen die het land van herkomst illegaal hebben verlaten door de autoriteiten van de staat van herkomst, of door de oorspronkelijke rechthebbende, kunnen worden teruggevorderd. Dit moet niet op problemen stuiten op grond van de regels van de staat waar die cultuurgoederen zijn verkocht of worden aangetroffen. Een effectieve bestrijding van de illegale handel heeft noodzakelijk een internationaal karakter en moet van kracht zijn tussen een groot aantal staten, zodat deze aan elkaars regels ter bescherming van cultuurgoederen een effectieve werking kunnen geven. Daarom heeft Nederland als lidstaat bij het UNESCO-verdrag 1970 'Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer en eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen' en het UNESCO-verdrag 1954 'Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict, het bijbehorende (Eerste) Protocol (1954) en het Tweede Protocol (1999) regels over de invoer en uitvoer van cultuurgoederen in de Erfgoedwet geïmplementeerd. Daarin is ook het wettelijk kader voortvloeiend uit EU-regelgeving verankerd.

In de uitvoering van dit beleid is er speciale aandacht voor risicolanden die verwikkeld zijn in een lokale of regionale crisis of die in conflict zijn. De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed houdt op basis van de Erfgoedwet en de Sanctiewet 1977 toezicht op de naleving van regels rond de invoer en uitvoer van wettelijk beschermd erfgoed. Het gaat daarbij o.a. over beschermd erfgoed uit de lidstaten van de Europese Unie, de landen die partij zijn bij de UNESCO-verdragen 1954 en 1970 en Irak, Syrië en Oekraïne. Voor het toezicht en de handhaving op de invoer en uitvoer van cultuurgoederen werkt de Inspectie samen met de Douane en de Politie. Door het uitvoeren van jaarlijkse risicoanalyses wordt bepaald aan welke handelsstromen extra aandacht moet worden gegeven.

Indicatie krachtenveld

De lidstaten verwelkomen de aandacht van het Cypriotisch voorzitterschap voor het onderwerp van het tegengaan van de illegale handel in cultuurgoederen. De agendering bevestigt de noodzaak voor nationale inzet en een intensieve samenwerking op dit onderwerp binnen de EU, alsook met landen buiten de EU, zoals Oekraïne.


  1. Zie Wet op het specifiek Cultuurbeleid en Erfgoedwet↩︎

  2. A Culture Compass for Europe, communication from the Commission, gepubliceerd op 12-11-2025↩︎