[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Diverse visserijonderwerpen

Brief regering

Nummer: 2026D07334, datum: 2026-02-13, bijgewerkt: 2026-02-13 15:17, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03301:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Hierbij informeer ik u over een aantal onderwerpen aangaande het visserijbeleid.
Ik informeer u over de stand van zaken motie glasaal, stand van zaken moties over onderzoek naar pulsvisserij, de stand van zaken met betrekking tot financiële steun voor de mosselsector, de analyse uitvoerbaarheid Europese emissiehandelssysteem voor fossiele brandstoffen (ETS2) uitzondering visserij, de uitkomsten van een rapport m.b.t. de economische ontwikkelingen van de kottervisserij voor de periode van januari tot juni 2025 en over een aanvullende ingebrekestelling ten aanzien van de controle op de weging.

De motie glasaal

De leden Boomsma (JA21) en van der Plas (BBB) hebben op 9 december 2025 een motie ingediend over een vervolg van de nationale glasaalknooppuntenlijst (Kamerstuk 21501-32-1740). Dit naar aanleiding van een rapport van Wageningen Marine Research (WMR[1]) hierover dat vorig jaar naar uw Kamer is gestuurd (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1703).
De motie zal uitgevoerd worden langs de lijn zoals ik in het tweeminutendebat van 9 december jl. heb toegelicht: samen met waterbeheerders zal gekeken worden hoe de kennis over migratieknooppunten voor de glasaal verder versterkt kan worden om zo een scherper beeld te krijgen van de knooppunten.

In het voornoemde rapport van WMR is een prioritering gemaakt van locaties waarvan aangenomen wordt dat die een belangrijk knooppunt zijn voor de migratie van glasaal. WMR zal gevraagd worden om samen met waterbeheerders en andere (onderzoeks)partijen in een “inventarisatie en kennisbijeenkomst” na te gaan hoe de ontbrekende kennis verzameld kan worden, wat daarvoor nodig is en of er onderzoek is gepland. Daarbij zal met zoveel mogelijk partijen afstemming worden gezocht en kennis worden ingewonnen. De resultaten van deze inventarisatie zullen vervolgens in een bijeenkomst met alle betrokken partijen en de waterbeheerders worden gedeeld. Deze inventarisatie kan als input dienen voor de afweging waar migratieknelpunten beter doorlaatbaar moeten worden gemaakt. De inventarisatie moet uiteindelijk leiden tot een toekomstige precisering van de eerdere analyse op basis van nieuw te verzamelen kennis. De Tweede Kamer zal eind dit jaar worden geïnformeerd over de stand van zaken.

Moties over onderzoek naar pulsvisserij

Middels twee moties (Kamerstuk 21501-20-2326 en 21501-32-1738) heeft de Kamer het kabinet opgeroepen onderzoek te doen naar pulsvisserij. Motie-Van der Plas (21501-20-2326) verzoekt om actieve inzet ten behoeve van de herintroductie van de pulsvisserij en voor hernieuwd onderzoek onder begeleiding van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES). Motie-Van der Plas – den Hollander (21501-32-1738) verzoekt om met Europese en wetenschappelijke partners te verkennen of kleinschalig onderzoek naar de pulsvisserij mogelijk is en om de Kamer hierover uiterlijk Q1 2026 te informeren.

In artikel 7 van de Technische Maatregelen Verordening (Verordening (EU) 2019/1241) is opgenomen dat het vanaf 1 juli 2021 verboden is om mariene soorten te vangen of te oogsten door middel van elektrische stroom. Dezelfde verordening maakt het echter onder strikte voorwaarden, zoals omschreven in artikel 25 van deze verordening, wel mogelijk om wetenschappelijk onderzoek te doen naar vissen met elektriciteit. Een voorwaarde hiervoor is dat het wetenschappelijke protocol wordt geëvalueerd of gevalideerd door ICES of het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV).

De pulsvisserij ligt in Europa nog steeds gevoelig. Hoewel ik het pulstuig beschouw als een bewezen techniek, wil ik graag – zoals de moties aangeven - nieuw onderzoek laten doen om het draagvlak onder andere landen te vergroten teneinde deze vangsttechniek te legaliseren. Ten eerste zal er daarom ingezet worden op gesprekken met naburige wetenschappelijke instituten en landen om te verkennen welke onderzoeken we gezamenlijk kunnen opstarten. Uiteraard binnen de hierboven genoemde voorwaarden. Ten tweede zet ik onderzoek uit naar de randvoorwaarden waarbinnen pulsvisserij mogelijk en rendabel is.

Zodra verdere invulling is gegeven aan de onderzoeken zal uw Kamer hierover geïnformeerd worden, uiterlijk voor het zomerreces.

Deze onderzoeken zullen betrokken worden in de verdere contacten met andere landen met betrekking tot de puls, immers is transparant en zorgvuldig opereren op dit dossier essentieel. Naast deze inzet op de herintroductie van de pulsvisserij ook blijvend ingezet worden op verdere innovatie-ontwikkeling om zo bij te dragen aan een verdere verduurzaming van de boomkorvisserij.

Financiële steun mosselsector

In 2024 is de visserijsector geconfronteerd met aanzienlijke mossel- en kreeftensterfte in de Oosterschelde, die negatieve gevolgen heeft gehad voor individuele vissers. Gelet hierop heeft de mosselsector in het najaar van 2024 verzocht om financiële steun door kwijtschelding van de mosselhuur van € 2,5 mln. over het seizoen 2023/2024. Tijdens het Commissiedebat ‘Tuinbouw, Visserij en Biotechnologie’ van 3 oktober 2024 heeft Kamerlid Van der Plas (BBB) mij voorts gevraagd of financiële steun mogelijk is voor de visserijsector in het algemeen en de mosselsector in het bijzonder. Op 8 november 2024 heeft Kamerlid Flach (SGP) hierover eveneens Kamervragen gesteld en geïnformeerd naar de mogelijkheden om de huursom voor mosselkweekpercelen kwijt te schelden dan wel naar beneden bij te stellen. In de beantwoording van de vragen begin december 2024 (Aanhangsel van de handelingen, vergaderjaar 2024-2025, nr. 736) heb ik toegezegd te onderzoeken of en zo ja, op welke wijze de sector financieel kan worden ondersteund, waarbij ik de Kamer daar later over zou informeren.

Om mogelijke oorzaken te achterhalen voor de voornoemde sterfte van zowel mosselen als kreeften is allereerst samen met onderzoekers, de visserijsector en de provincie Zeeland een uitgebreid meerjarig onderzoeksprogramma in het kader van Publiek-Private Samenwerking (PPS) opgesteld. Normaliter wordt een dergelijk PPS-onderzoek uitgevoerd middels een 50/50% kostenverdeling tussen overheid en sector. Gelet op het onvoorziene karakter van deze aanzienlijke sterfte en de mogelijke financiële gevolgen voor de mossel- en kreeftensector heb ik besloten om 70% van de onderzoekskosten door LVVN te laten financieren. Dit onderzoeksprogramma onder leiding van Wageningen Marine Research is begin 2025 van start is gegaan en heeft, gelet op de naar verwachting benodigde monitoring gedurende meerdere seizoenen, vooralsnog een looptijd van vier jaar. Analyses hebben vooralsnog geen bekende ziekteverwekkers aangetoond, maar wel verhoogde ontstekingshaarden, hetgeen zou kunnen duiden op chronische stress. De exacte oorzaak van het ontstaan van deze ontstekingshaarden is echter nog onduidelijk.

Zoals hiervoor aangegeven is de oorzaak van de voornoemde sterfte vooralsnog onbekend.

Financiële steun aan mosselkwekers kwalificeert volgens de Europese Commissie als staatssteun. Het verstrekken van staatssteun is in beginsel verboden, tenzij het valt onder een van de vrijstellingsmogelijkheden uit de steunkaders. De mogelijkheden hiertoe zijn verkend in Brussel. Hieruit is naar voren gekomen dat er geen mogelijkheden zijn voor goedkeuring van kwijtschelding van de huur. De onbekende oorzaak van de sterfte brengt met zich dat de steunkaders hiervoor geen ruimte geven om steun te verlenen. Om de mosselsector toch te ondersteunen heb ik de afgelopen periode gezocht naar alternatieve steunmogelijkheden, die hen financiële ruimte kan bieden. Het creëren van financiële ruimte via subsidies voor duurzame investeringen is een meer begaanbare weg. Ik bied hiertoe de volgende mogelijkheden:

  1. Financiële ruimte beschikbaar stellen voor een energie-efficiëntieregeling ter verbetering van de schelpdiervloot;

  1. Financiële ruimte beschikbaar stellen voor investeringssubsidies voor de aanschaf van mosselzaadinvanginstallaties (MZI’s) in het kader van de 5e transitiestap van het mosselconvenant;

  1. Een betalingsregeling voor individuele mosselkweekbedrijven ten behoeve van facturen voor de huur van mosselpercelen over zowel het seizoen 2023/2024 als seizoen 2024/2025.

Na de energie-efficiëntieregeling voor de kottersector in 2023 (ENERGIEVIS) is besloten om ook voor de schelpdiersector een dergelijke regeling op te stellen. Hiertoe was vooralsnog een bedrag gereserveerd van € 5,4 miljoen. De verwachting is evenwel dat hiervoor een bedrag van € 10 miljoen nodig zal zijn. Ik ben bereid de benodigde aanvulling van € 4,6 miljoen beschikbaar te stellen uit de € 50 miljoen, die vanuit het regeerprogramma beschikbaar is voor visserij voor innovatie en verduurzaming. Om de schelpdiersector in het algemeen, en de mosselsector in het bijzonder, flexibiliteit te bieden zal deze energie-efficiëntieregeling drie keer worden opengesteld gedurende de komende drie jaren met een jaarlijks beschikbaar budget. In 2026 is voorzien in een budget van € 2 miljoen, in 2027 een budget van € 3,3 miljoen en tenslotte in 2027 een budget van € 4,7 miljoen.

Met de Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur (PO Mosselcultuur) en milieu- en natuurorganisaties zijn afspraken gemaakt (‘mosselconvenant’) over de transitie en verduurzaming van de mosselsector. Ingezet wordt op een gefaseerde afbouw van de bodemberoerende mosselzaadvisserij in de Waddenzee, waarbij in ruil MZI’s kunnen worden gebruikt voor het vergaren/invangen van het benodigde mosselzaad ten behoeve van de kweek van mosselen op gehuurde mosselpercelen. Voor de 4e transitiestap (50%-sluiting van Waddenzee) is in 2022/2023 een investeringssubsidie van € 2 miljoen in het kader van het Europese fonds ‘European Maritime Fisheries and Aquaculture Fund’ (EMFAF) beschikbaar gesteld. De 5e transitiestap naar een 65%-sluiting van de Waddenzee zal naar verwachting op z’n vroegst in 2028 plaatsvinden, waarbij de mosselsector opnieuw MZI’s dient aan te schaffen. Gelet op de hoge investeringskosten voor MZI’s zou een heropenstelling van een investeringsregeling van € 2 miljoen in 2028 voor de mosselsector zeer gewenst zijn. Binnen EMFAF is hiervoor geen financiële ruimte meer aanwezig. Ik ben bereid hiervoor middelen beschikbaar te stellen uit het regeerprogramma. MZI’s maken onderdeel uit van het verduurzamingsproces van de mosselsector, waardoor een MZI-investeringsregeling goed past binnen deze gehonoreerde claim. Gelet hierop wil ik in 2028 € 2 miljoen beschikbaar stellen voor deze MZI-investeringsregeling.

Tenslotte bied ik alle 87 mosselkweekbedrijven een betalingsregeling aan, waarbij hen de mogelijkheid wordt geboden over een langere periode de openstaande huurprijs voor zowel het seizoen 2023/2024 als het seizoen 2024/2025 te betalen. Met een dergelijke betalingsregeling zullen geen kosten of rente bij de bedrijven in rekening worden gebracht. Met de PO Mosselcultuur zijn inmiddels werkbare afspraken gemaakt over een betalingsregeling gedurende maximaal drie jaar.

Ik verwacht dat de voornoemde steunmaatregelen en de geboden betalingsregeling in de komende jaren een positieve bijdrage kunnen leveren aan het perspectief en de economische positie van de mosselsector.

ETS2 analyse uitvoering uitzondering visserij

Uw Kamer is op 15 april jl. geïnformeerd over het besluit van het kabinet om het Europese emissiehandelssysteem voor fossiele brandstoffen (ETS2) uit te breiden via een zo breed mogelijke opt-in (Kamerstuk 32 813, nr. 1374). Hierbij heeft het kabinet aangegeven de visserijsector buiten het ETS2 te laten wegens gebrek aan handelingsperspectief en Europeesrechtelijke beperkingen in subsidieverlening voor verduurzaming. Ook heeft het kabinet in de besluitvorming meegewogen dat de visserijsector bijzonder kwetsbaar is voor een ongelijk speelveld met concurrerende visserijlanden in de EU. In deze brief informeer ik uw Kamer over de analyse van Wageningen Social and Economic Research over de uitvoerbaarheid van de uitzondering van visserij onder het ETS2.

Het ETS2 is onderdeel van het Fit-for-55 pakket en dient ertoe de uitstoot van CO2 kosteneffectief te verminderen. Doordat de CO2-emissies in de betreffende sectoren onder een aflopend EU-breed emissieplafond moeten blijven, biedt het ETS2 zekerheid dat de CO2-emissies in de EU afnemen. In eerste instantie was de invoering van ETS 2 voorzien voor 1 januari 2027, maar in Europees verband is besloten tot uitstel naar 1 januari 2028 (Kamerstuk 32 813, nr. 1547).

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is verzocht om de wijzing van het Besluit handel in Emissierechten voor de opt in van ETS-2 te toetsen op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF toets). Naar aanleiding van de HUF-toets heeft de NEa geadviseerd samen met de betrokken ministeries en de brandstoffenbranche op zoek te gaan naar een oplossing om brandstofleveringen aan vissersvaartuigen te kunnen onderscheiden van leveringen aan vaartuigen die wel binnen de reikwijdte van ETS2 vallen (Bijlage bij Kamerstuk 21501-32, nr. 1413). Het kabinet acht het van belang dat vissers geen onnodige kosten en regeldruk krijgen in het uitzonderen van de visserijvaartuigen voor ETS2 en heeft aangegeven te zoeken naar een oplossing om de visserij vooraf vrij te stellen en zo te voorkomen dat de visserijsector zich moet beroepen op een teruggaveregeling (Kamerstuk 21501-32, nr. 1413).

Ik heb het advies van de NEa overgenomen en Wageningen Social and Economic Research opdracht gegeven een analyse uit te voeren naar de mogelijkheden om onderscheid te maken tussen vissersvaartuigen en vaartuigen die binnen de reikwijdte van ETS2 vallen. Hierbij bied ik uw Kamer dit rapport aan. Uit het rapport blijkt dat de vissersvaartuigen beschikken over een uniek identificatienummer. De NEa is momenteel aan het uitzoeken of een uitzondering op basis van dit identificatienummer praktisch uitvoerbaar is. Naar verwachting zal in de tweede helft van 2026 hierover uitsluitsel zijn. Zodra meer bekend, zal uw Kamer hierover geïnformeerd worden.

Economische ontwikkelingen kottervisserij 2025

Wageningen Social Economic Research (WSER) stelt drie notities op waarin de jaarlijkse economische cijfers van de kottervisserij met schattingen over kosten en baten op maandbasis zijn uitgebreid. De tweede notitie is vorig jaar gepubliceerd over het jaar 2024.1 Bij deze brief is de derde notitie toegevoegd. Deze bevat informatie over de economische ontwikkelingen in de kottervisserij voor de periode januari tot juni 2025.

In de notitie wordt de nettomarge voor de genoemde periode getoond, omdat het nettoresultaat (de hoeveelheid winst of verlies die over een jaar gemaakt wordt) lastig per maand te bepalen is aangezien veel niet-operationele kosten, zoals afschrijvingen en verzekeringen, jaarlijks worden geboekt en niet nauwkeurig per maand en per visserijmethode te verdelen zijn. De twee voorgaande notities spraken wel van nettoresultaat omdat die gingen over afgeronde jaren.

De nettomarge van de gehele kottervloot was € 22,4 mln in de eerste helft van 2025, fors lager dan in 2024 (€ 30,7 mln.) en iets hoger dan in 2023 (€ 21,8 mln.). Voor de boomkorvisserij is de nettomarge in de drie jaren nagenoeg gelijk gebleven (rond de € 9 mln). De bemanningskosten waren in 2025 fors hoger, maar de gasoliekosten aanzienlijk lager. De flyshootvisserij heeft het jaar 2025 met een nettomarge van (€ 5,9 mln) beter gestart dan in 2024, maar minder dan in 2023. Het eerste kwartaal van 2025 liet in de garnalenvisserij lage nettomarges zien van in totaal € 4,8 mln.; vooral door de lage aanvoer. De bordentrawlvisserij had een nettomarge van € 2,6 mln.

Ten slotte wil ik de Tweede Kamer informeren dat Nederland op 21 november 2025 een aanvullende ingebrekestelling ten aanzien van de controle op de weging, registratie en traceerbaarheid van visserijproducten heeft ontvangen van de Europese Commissie. De Europese Commissie is van oordeel dat Nederland enkele, maar niet alle vastgestelde tekortkomingen heeft verholpen. Ik heb binnen de gestelde termijn van twee maanden een brief aan de Europese Commissie gestuurd met daarin de Nederlandse reactie. De inhoud van de aanvullende ingebrekestelling en mijn reactie zijn vertrouwelijk, hier kan ik dus verder niet op ingaan.

Jean Rummenie

Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur


  1. Economische ontwikkelingen kottervisserij 2024↩︎