AI-initiatieven in het kader van de Wet open overheid
Modernisering van de overheid
Brief regering
Nummer: 2026D07508, datum: 2026-02-16, bijgewerkt: 2026-02-20 13:32, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Onderdeel van kamerstukdossier 29362 -397 Modernisering van de overheid.
Onderdeel van zaak 2026Z03354:
- Indiener: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Volgcommissie: vaste commissie voor Digitale Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-03-05 11:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Tijdens de begrotingsbehandeling van BZK op 5 februari jl. heb ik het lid Erkens (VVD) toegezegd een overzicht te sturen van de initiatieven die lopen op het gebied van kunstmatige intelligentie (hierna: AI) in het kader van de Wet open overheid (Woo). Via deze brief kom ik tegemoet aan deze toezegging.
Allereerst wil ik nogmaals benadrukken dat ook ik de kansen van AI en andere technologische middelen zie, onder andere om de uitvoering van de Woo te verbeteren. Om die reden is open overheid ook als een van de prioritaire AI-toepassingsgebieden binnen de overheid geïdentificeerd.1 Zo kan AI ambtenaren ondersteunen bij het efficiënter en sneller afhandelen van Woo-verzoeken, om zo de werklast van Woo-verzoeken terug te dringen en het afhandelingsproces te versnellen. Ook kan AI helpen bij het betekenisvol openbaar maken van informatie, bijvoorbeeld door het genereren van tijdlijnen of door context te geven bij openbaar gemaakte documenten.
Hierbij is het wel van belang dat wij ons realiseren dat de uitvoering van de Woo ook voor een belangrijk deel mensenwerk blijft, zoals de toetsing en afweging tussen verschillende belangen bij de inhoudelijke beoordeling van documenten. Ook moeten we ons bewust zijn van mogelijke risico’s bij het gebruik van AI, bijvoorbeeld in het kader van vertrouwelijkheid van bepaalde overheidsinformatie.
Hieronder zet ik verschillende initiatieven en de stappen uiteen die op dit moment gezet worden op het gebied van AI en de Woo.
Innovatieagenda openbaarheid en informatiehuishouding en hackathons
In de gezamenlijke oplegger bij de meerjarenplannen informatiehuishouding en openbaarheid (2026-2030) heb ik aangekondigd dat ik samen met de koepels van medeoverheden (IPO, VNG en UvW) werk aan een overheidsbrede innovatieagenda.2 Met deze innovatieagenda willen we uitdagingen op het gebied van openbaarheid en informatiehuishouding via innovatie oplossen. Daarbij is er nadrukkelijk aandacht voor de inzet van AI. Ik wil hierbij zoveel mogelijk gebruik maken van kansrijke initiatieven die al lopen binnen de medeoverheden en Rijksoverheid, om die vervolgens door te ontwikkelen en op te schalen. Indien nodig zal ik kijken of nieuwe trajecten gestart kunnen worden, bijvoorbeeld als er voor sommige uitdagingen nog geen initiatieven voorhanden zijn. Mijn inzet is te komen tot overheidsbreed bruikbare producten en werkwijzen. Hiermee stimuleren we dat niet iedere organisatie zelf het wiel opnieuw uitvindt. Op dit moment loopt er in het kader van de innovatieagenda een inventarisatie naar overheidsbrede initiatieven om AI toe te passen bij de afhandeling van Woo-verzoeken. De innovatieagenda sluit aan op de Nederlandse Digitaliseringsstrategie; waarmee wordt ingezet op verschillende initiatieven om met behulp van AI de productiviteit van de ambtenaar te vergroten en deze technologie optimaal te benutten.
Verder vind ik het belangrijk om de kennis van organisaties buiten de overheid bij innovatie op het gebied van de Woo en open overheid te betrekken (zoals kennisinstellingen en het bedrijfsleven). Onlangs zijn daarom in samenwerking met het Platform voor de InformatieSamenleving twee hackathons georganiseerd en is een onderzoek uitgevoerd naar AI en de Woo3. Het onderzoek maakt inzichtelijk welke stappen in het Woo-proces het meest tijdrovend zijn en welke AI-tools hiervoor al in gebruik zijn.
In de meest recente hackathon stond het Woo-proces centraal en zijn er door de deelnemende teams verschillende praktische tools ontworpen om het Woo-proces slimmer, sneller en werkbaarder maken voor ambtenaren, zodat zij overheidsinformatie effectiever en sneller kunnen vinden, beoordelen en openbaar maken. Denk hierbij aan AI-toepassingen, slimmere zoekfunctionaliteiten en tools die communicatie vergemakkelijken.
De initiatieven die tot nu toe zijn geïdentificeerd, inclusief de initiatieven van de hackathon, zitten veelal in de ‘proof of concept’-fase. Deze initiatieven worden op dit moment verder uitgewerkt bij overheidsorganisaties. De tot nu toe geïdentificeerde initiatieven helpen bijvoorbeeld bij:
De zienswijzefase van het Woo-proces (winnaar hackathon) - loopt bij de provincie Zuid-Holland
Kleine AI-modellen identificeren personen of organisaties die in documenten worden genoemd, en verzamelen (waar mogelijk) contactgegevens zodat zij eenvoudig en snel in de gelegenheid gesteld kunnen worden om een zienswijze te geven. Het AI-model kan ook gebruikt worden om binnengekomen zienswijzen te analyseren zodat snel duidelijk wordt wie welke bezwaren naar voren brengt.
Het gehele afhandelproces van Woo-verzoeken (winnaar hackathon) - loopt bij het ministerie van Financiën
Een digitale Woo-informatiemanager ondersteunt medewerkers, als een virtuele collega, bij de afhandeling van Woo-verzoeken. Deze informatiemanager helpt bij het doorzoeken van bronnen, het vragen van toestemming voor het raadplegen van mailboxen en het samenvatten van de gevonden informatie in een duidelijke mail aan de burger.
Het genereren van tijdslijnen – loopt bij de provincie Zuid-Holland en het ministerie van Financiën
Het automatisch genereren van een tijdslijn met betrekking tot de zoekvraag. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt in welke volgorde de besluitvorming heeft plaatsgevonden.
Het automatisch classificeren van informatie - loopt bij de provincie Gelderland
Dit initiatief helpt bij het automatisch classificeren van informatie (metadatering), waardoor informatie makkelijker vindbaar is.
Tot nu toe zijn er meer dan 30 initiatieven geïdentificeerd. Nadat de inventarisatie volledig is afgerond, worden initiatieven geselecteerd op mogelijke impact en toepasbaarheid. Daarbij wordt zoveel mogelijk gekeken of de initiatieven opschaalbaar zijn; dit doen we langs een vastgesteld ethisch en technisch afwegingskader.
Ik zal bezien of opschaling mogelijk is via de zogenoemde “opschaalfaciliteit’, die is belegd bij ICTU. ICTU bouwt aan verantwoorde AI-componenten die soeverein, mensgericht, autonoom en open source zijn. Alleen initiatieven die aan deze criteria voldoen, kunnen gebruik maken van de opschaalfaciliteit. Een andere mogelijkheid is dat we voor de doorontwikkeling van initiatieven kiezen voor samenwerking met de markt. Zoals aan uw Kamer is toegezegd tijdens het commissiedebat Digitaliserende Overheid van d.d. 29 januari, deel ik dit jaar graag de uitgewerkte inkoopaanpak op AI. Hierdoor kan doorontwikkeling en of opschalen een langer tijdspad hebben.
Werkgroep optimaal Woo-proces
In de uitwerking van de maatregelen uit de kabinetsreactie op de Woo-invoeringstoets4 zijn verschillende overheidsbrede werkgroepen ingericht. Deze werkgroepen leveren praktische handreikingen op die helpen om de uitvoering en uitvoerbaarheid van de Woo te verbeteren. Een van die werkgroepen werkt aan een zo optimaal mogelijk Woo-proces. De focus ligt hier op efficiëntere en betere dienstverlening richting Woo-verzoekers, waarbinnen het gebruik van (AI-)tooling een belangrijke rol speelt. De werkgroep formuleert momenteel vereisten voor tooling die dienen als basis voor verdere ontwikkeling van AI-initiatieven die het Woo-proces ondersteunen. Deze vereisten worden betrokken bij de selectie van initiatieven voor de innovatieagenda.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart
Kamerstukken II 2025/26, 26643, nr. 1450.↩︎
Bijlage bij Kamerstukken II 2025/26, 29 362, nr. 393.↩︎
Kamerstukken II 2023/24, 32 802, nr. 94.↩︎