De Marktremediebevoegdheid
Brief regering
Nummer: 2026D07762, datum: 2026-02-18, bijgewerkt: 2026-02-18 14:10, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z03443:
- Indiener: V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- 2026-03-03 16:45: Procedurevergadering Economische Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Economische Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
In het Commissiedebat Marktordening en Consumentenbescherming op 2 oktober 2025 verzocht uw Kamer een brief met nadere informatie over de New Competition Tool (hierna: marktremediebevoegdheid). In deze brief geef ik een antwoord op de gestelde vragen, zoals ik heb toegezegd aan Kamerlid Sneller.1 Het gaat om vragen van Kamerlid Sneller en oud-Kamerlid Verouden:
Wat is het verschil tussen een ACM die technische maatregelen kan opleggen ten opzichte van een bredere bevoegdheid om zelfstandig algemene maatregelen op te leggen?
Kan de grondslag voor een bredere regelgevende bevoegdheid voor de ACM in de wet worden neergelegd, maar pas later in werking treden?
Is het stellen van maximumprijzen een remedie die kan worden opgelegd onder de marktremediebevoegdheid?
Hoe worden andere stakeholders dan ondernemers, zoals consumenten, meegenomen in het proces?
Het doel van een marktremediebevoegdheid is het stimuleren van effectieve concurrentie en goed werkende markten. Ondernemers krijgen dan meer ruimte en kansen om te ondernemen. Daardoor stimuleren zij elkaar om te streven naar hogere kwaliteit, lagere prijzen en meer innovatie. Consumenten kunnen vervolgens kiezen tussen hoogwaardige producten of diensten voor een goede prijs. Op die manier plukken zowel consumenten als ondernemers de vruchten van onze economie.
Vraag 1: Wat is het verschil tussen een ACM die technische maatregelen kan opleggen of zelfstandig algemeen verbindende voorschriften kan stellen?
Kamerlid sneller (D66) vroeg mij om het verschil aan te geven tussen technische maatregelen en gewone algemeen verbindende voorschriften. De beantwoording van deze vraag neem ik graag wat ruimer. Tijdens het debat merkte ik namelijk dat er onduidelijkheid is over de verschillende ‘opties’ die ik in mijn vorige brief2 beschreef. De opties geven mogelijkheden om na een marktonderzoek sneller in te grijpen in een markt dan door het stellen van regels in een formele wet. Die mogelijkheden bestaan voor de wetgever via een algemene maatregel van bestuur (AMvB) en drie opties voor de ACM. Ik licht deze toe.
AMvB grondslag voor de wetgever
Voor de wetgever kan een grondslag worden gecreëerd waarmee als vervolg op een onderzoek van de ACM bij AMvB maatregelen opgelegd kunnen worden aan ondernemingen in een bepaalde markt. Met deze grondslag kan sneller worden ingegrepen bij marktfalen, omdat geen formele wetsprocedure hoeft te worden doorlopen. Wél is voor de AMvB grondslag vereist dat deze in een formele wet voldoende is ingekaderd. Naast deze AMvB-grondslag zijn er drie opties om de ACM meer bevoegdheden te geven.
Beschikkingsbevoegdheid ACM (optie 1)
Naast de AMvB-grondslag voor de wetgever zijn er mogelijkheden om een zelfstandig bestuursorgaan, in dit geval de ACM, bevoegdheden te geven waarmee sneller kan worden ingegrepen in een markt. Zo kan de ACM via wetgeving in staat worden gesteld individuele maatregelen op te leggen aan bedrijven (beschikkingen). Dit gebeurt binnen de kaders van de wet, zonder tussenkomst van kabinet of beide Kamers. Deze bevoegdheid past bij de rol van de ACM die onafhankelijk is van de politiek en op basis van deskundigheid optreedt in individuele gevallen.
Technische maatregelen door ACM (optie 2)
In aanvulling op de mogelijkheid om beschikkingen op te leggen, kan de ACM ook de bevoegdheid krijgen om algemeen verbindende voorschriften vast te stellen ten aanzien van organisatorische of technische onderwerpen. De aard van deze onderwerpen maakt dat een rol voor een deskundige toezichthouder passend is. Een voorbeeld van een bevoegdheid om technische maatregelen vast te stellen is de bevoegdheid van de Autoriteit Financiële Markten om regels te stellen over de wijze waarop informatie moet worden opgenomen in de jaarrekening van financiële ondernemingen.3
De ACM zou technische maatregelen kunnen inzetten om bredere verplichtingen die de wetgever heeft opgelegd te concretiseren en toepassing in de praktijk efficiënter te maken. Een voorbeeld hiervan is een situatie waarin de wetgever na een marktonderzoek bij AMvB heeft bepaald dat een sector transparanter over prijzen moet zijn. De ACM kan deze brede verplichting nader invullen door te regelen dat marktpartijen een prijslijst moeten hanteren om hieraan te voldoen. Zulke maatregelen worden ook in andere landen toegepast. Zo heeft de mededingingsautoriteit in het VK via hun marktremediebevoegdheid in o.a. de begrafenismarkt soortgelijke verplichtingen aan marktpartijen opgelegd.
Daarnaast is er een mogelijkheid om een toezichthouder in bijzondere andere gevallen de bevoegdheid te geven om algemene maatregelen te nemen, mits een minister goedkeuring geeft. Een voorbeeld van een regelgevende bevoegdheid in een bijzonder ander geval is de bevoegdheid van het UWV om nadere regels te stellen over de premie voor de vrijwillige werknemersverzekeringen; deze regels behoeven de goedkeuring van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.4
ACM reguleert de markt zelfstandig (optie 3)
In mijn vorige brief d.d. 1 oktober 20255 heb ik ook een optie geformuleerd waarbij niet de wetgever maar de ACM zelfstandig algemeen verbindende voorschriften oplegt aan de markt zonder goedkeuring van de wetgever. Het gaat bij deze optie om een brede regelgevende bevoegdheid om markten te reguleren. Zoals aangegeven in mijn vorige brief ben ik geen voorstander van deze optie, omdat dit enkel in uitzonderlijke gevallen zou moeten worden ingezet en hier hoge eisen aan worden gesteld, die ook democratische legitimiteit vereisen. Het proces wordt met deze optie een stuk ingewikkelder en tijdrovender, naast dat dit ook de lasten voor ondernemers verhoogt. Dit komt de effectiviteit van een instrument niet ten goede.
Vraag 2: Is het mogelijk om de variant waarbij de ACM algemeen verbindende voorschriften mag opleggen wel in de wet neer te leggen, maar pas later in werking te laten treden?
Kamerlid Sneller (D66) toonde interesse in een mogelijkheid om de bevoegdheid voor de ACM om algemeen verbindende voorschriften te implementeren in de wet te verankeren, maar pas in werking te laten treden, indien zou blijken dat andere bevoegdheden niet voldoende zijn in de praktijk. Bij het maken van wetten geldt het uitgangspunt dat deze zo snel als mogelijk en in zijn geheel in werking treden. Het is wel mogelijk om hiervan af te wijken door middel van de zogeheten gedifferentieerde inwerkingtreding, waarbij verschillende onderdelen van de wet op een verschillend tijdstip in werking kunnen treden. In dit voorbeeld zou een onderdeel van de wet pas in werking treden indien na evaluatie blijkt dat dit noodzakelijk is. Dit geeft aan de voorkant geen duidelijkheid over of en zo ja, wanneer dit onderdeel in werking zal treden, terwijl het wel vergaande gevolgen heeft. Dit leidt tot rechtsonzekerheid die het voorstel onwenselijk maken.
Vraag 3: Is het stellen van maximumprijzen een remedie die kan worden opgelegd onder de bevoegdheid?
Oud-Kamerlid Verouden (NSC) vroeg of prijs- en winstmaxima als mogelijke remedies onder de marktremediebevoegdheid vallen. Dat is niet het geval.
De gevolgen van het ingrijpen in markten kunnen groot zijn. Daarom is het belangrijk dat maatregelen ten alle tijden proportioneel en tijdelijk van aard zijn en dat ze op enig moment worden geëvalueerd. Hiermee wordt gewaarborgd dat remedies niet verdergaan dan nodig is, niet langer gelden dan nodig is en dat ondernemers zoveel mogelijk zekerheid wordt gegeven.
Het stellen van prijs- en winstmaxima of het anderszins reguleren van prijzen of tarieven past niet binnen die kaders. Toekenning van dergelijke bevoegdheden bij toezichthouders vragen in beginsel om een politieke afweging, bijvoorbeeld in gereguleerde sectoren of bij uitzonderlijke omstandigheden, zoals noodsituaties. Prijs- en winstmaxima grijpen namelijk diep in op het economisch verkeer en hebben invloed op de welvaartsverdeling. Gezien de impact passen deze maatregelen niet bij de marktremediebevoegdheid.
Remedies die wel voor de hand liggen:
transparantie- en informatieverplichtingen;
toegangsverplichtingen;
non-discriminatieverplichtingen;
overstapverplichtingen; en
verplichte contractvoorwaarden
Vraag 4: Hoe worden andere stakeholders dan ondernemers, zoals consumenten, meegenomen in het proces?
Kamerlid Sneller (D66) had ook vragen bij de manier waarop andere stakeholders dan ondernemers zullen worden betrokken in het proces. Bij het uitwerken van de marktremediebevoegdheid wordt veel waarde gehecht aan consumentenbelangen. Een marktremediebevoegdheid zal, net als het mededingingsbeleid in het algemeen, tot doel hebben de positie van consumenten te bevorderen door hen te beschermen tegen onwenselijke marktsituaties. Deze doelstelling komt ook in het proces van de marktremediebevoegdheid terug. Zo is de bedoeling dat consumenten klachten kunnen indienen die als basis kunnen dienen voor een marktonderzoek en consumentenbelangenbehartigers kunnen reageren op de publieke consultaties van onderzoeken. Tot slot kan de ACM in haar marktonderzoeken rekening houden met consumentenbelangen, gezien haar rol als brug tussen de consument en de ondernemer.
Vervolgproces
In het coalitieakkoord is de ambitie opgenomen om de Autoriteit Consument en Markt als marktmeester twee nieuwe instrumenten te geven: de zogenaamde call-in bevoegdheid en de new competition tool. De besluitvorming hierover is aan het volgende kabinet.
Vincent Karremans
Minister van Economische Zaken
TZ202510-048↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 24036 nr. 437.↩︎
Artikel 124, tweede lid, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.↩︎
Artikel 73, tweede en derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 24036 nr. 437.↩︎